Krullenbol 3+ - Activiteitenboek - Thema Herfst

Page 1

CLOWN Bespreek schrijfpatroonkaart 25A en toon de schrijfbewegingen (cirkelvormige lijnvorming voor het gezicht, doorgaande gebogen lijnvorming voor het haar) op de kaart. Zet de schrijfpatroonkaart op een goed zichtbare plaats als geheugensteuntje.

• Schrijfpatroonkaart 25 – Clown • Clown – cd 2, nummer 8 • Clowntjesstoet - cd 2, nummer 9 • Zwieren en zwaaien – cd 2, nummer 5 • Beweegkaart 38, 42 en 43

161


GROOT BEWEGEN l nvorming - basisbewegingen

doorgaande gebogen lijnvorming

specif ieke schr fvaardigheid

links-rechts draaiende beweging

bilateraal coördineren

middenlijn ontdekken en kruisen

ritmische tekenbewegingen

ritmische tegenstellingen ontdekken

links-rechts differentiatie

cirkelvormige lijnvorming

werkrichtingen ontdekken over de middenlijn

auditieve waarneming en concentratie

Zet het nummer ‘Clown’ (cd 2, nummer 8) op en maak samen met de kinderen de bewegingen. • Ritme 1 stimuleert een cirkelvormige lijnvorming (hoofd). De kinderen maken grote ronddraaiende bewegingen met linker- of rechterhand. Ze wisselen links- en rechtsdraaiende bewegingen en linkeren rechterhand af. Ondersteun verbaal. • Ritme 2 stimuleert een krullende, doorgaande lijnvorming. De kinderen maken met beide handen samen symmetrische, krullende lijnen (haren) in de lucht. Moedig de kinderen aan om goed de handen en polsen te bewegen. Ritme 1 en 2 worden enkele keren afgewisseld. De kinderen wisselen ook beide lijnvormingen telkens af. Herhaal het lied en de bewegingen regelmatig als tussendoortje.

Geef de kinderen linten of cheerleaderpompons om de bewegingen mee uit te voeren.

162


ZOTTE CLOWNTJES Zie doelen ‘Groot bewegen’

Wat heb je nodig? • Grote vellen tekenpapier (bij voorkeur groter dan A3) • Vetkrijtjes • Rond sjabloon • Papiertape • Dubbelzijdige kleefpads • Bord en krijt • Scheerschuim Voorbereiding Kleef in het midden van het blad een rond sjabloon met dubbelzijdige kleefpads. Maak het blad met papiertape vast aan een wand of de tafel. Activiteit Laat de kinderen het liefst verticaal werken tegen een wand. Er kan ook rechtstaand aan een tafel gewerkt worden. Laat het instrumentale nummer ‘Clown’ (cd 2, nummer 8) horen. • Ritme 1 stimuleert een ronde, cirkelvormige lijnvorming. De kinderen tekenen cirkels rond het sjabloon. Vraag hen gerust eens om van hand te wisselen. Dit stimuleert de lateraliteitsontwikkeling. De kinderen leren zo zelf aanvoelen welke hun voorkeurshand is. Moedig de kinderen ook aan om eens van draairichting te wisselen. Zo wordt het gezicht van de clown vormgegeven rond het sjabloon. • Ritme 2 stimuleert een krullende, doorgaande lijnvorming. De kinderen tekenen met beide handen samen de krullende haren van de clown. Moedig de kinderen aan om de handen en polsen goed te bewegen.

163


Ritme 1 en 2 worden enkele keren afgewisseld. Laat de kinderen eens wisselen van kleur. Het lied kan meerdere keren aan bod komen. Beide basisbewegingen kunnen ook in scheerschuim geoefend worden.

SCHRIJFPATROONKAART 25B l nvorming - basisbewegingen

links-rechts differentiatie

bilateraal coördineren

doorgaande gebogen lijnvorming

middenlijn ontdekken en kruisen

ritmische tekenbewegingen

De kinderen kleuren de gezichten van de clowns in. Dit kan zittend gebeuren. Kleef het blad nadien op een groter blad of bescherm de tafel of wand zodat de spontane schrijfbewegingen niet afgeremd worden. Zet het lied ‘Ik heb twee kleuren in de hand’ (cd 2, nummer 3) op als muzikale sfeerschepper. De kinderen gaan nu rechtstaand aan het werk. De kinderen geven de clowns een bos krullende haren. Ze tekenen vele krullende, doorgaande lijnen over elkaar heen in verschillende kleuren. Stimuleer hen om met beide handen tegelijk te werken.

Laat zijdepapier in stukjes scheuren. Van de stukjes kunnen propjes gemaakt worden. Versier de strikken en de neuzen van de clowns met de propjes. Scheuren en propjes maken zijn goede bimanuele opdrachten die de vingervaardigheden stimuleren.

164


CLOWN

Stap als een clown gek door de klas (beweegkaart 38).

TROMMEL (1)

Trommel met je vingers op je lichaam (beweegkaart 42).

KLEURTJES ROLLEN Maak grote vellen tekenpapier met tape vast aan de tafel. Druppel verschillende kleuren verf op het blad. Leg een laagje plasticfolie over het blad met verf en maak ook dit vast met tape. Laat de kinderen nu volop experimenteren met deegrollen. Door met de deegrollen over de plasticfolie te rollen wrijven ze de verf uit en mengen de kleuren zich. Werken met deegrollen vergt een bimanuele coördinatie. Stimuleer de kinderen om grote heen- en weergaande bewegingen te maken in verschillende richtingen.

TROMMEL (2)

Trommel met je vingers (beweegkaart 43).

FEESTELIJKE VERGIETHOEDJES Laat de kinderen vrij experimenteren met vergieten en een aanbod pluimpjes, rietjes, chenilledraad … De materialen in de gaatjes steken vraagt een goede fijnmotorische ooghandcoördinatie. Werk met een kleurendobbelsteen en maak er een spel van.

CLOWNTJESSTOET Laat het instrumentale nummer ‘Clowntjesstoet’ (cd 2, nummer 9) horen. De kinderen stappen op het ritme van de muziek door de ruimte en zwaaien met beide armen heen en weer. Wanneer de melodie verandert (klapritme), blijven de kinderen staan en klappen met beide handen op een lichaamsdeel dat wordt genoemd, bv. op het hoofd, de knieën, op de buik … Het rondstappen en ritmisch slaan op verschillende lichaamsdelen wordt enkele keren afgewisseld.

165


NEUZEN DRAAIEN

REUZENLOLLY’S!

Voorbereiding Maak op houten plankjes een tiental melkdoppen vast met secondelijm of kleine schroefjes. Het bovenste gedeelte van de melkdoppen krijgt een gekleurde sticker. Om de plankjes op te vrolijken kun je boven de doppen wiebeloogjes kleven.

De kinderen schilderen een stuk ronde oasis met verfrollen. Laat drogen. Ondertussen knippen ze rietjes in stukjes en scheuren ze zijdepapier in stukjes. Laat hen het materiaal in de oasis prikken. (De stukjes zijdepapier kunnen aan de hand van een stokje in het schuim geprikt worden.) Dit vraagt een goede bimanuele coördinatie. Kijk wat haalbaar is en differentieer indien nodig.

Ook kleurenpatronen kunnen aan bod komen. De kinderen draaien de doppen op de plank volgens een opgelegd patroon, bv. rood, geel, rood, geel … Zo oefen je ook het ruimtelijk structureren.

Laat de kinderen vrij experimenteren met de doppen. Het open- en dichtdraaien van de doppen stimuleert de vingervaardigheden. Je kan er ook een spel van maken. Voorzie doppen in zes verschillende kleuren en laat de kinderen om de beurt met een kleurendobbelsteen gooien. De kinderen nemen de juiste kleur dop uit de voorraad en geven één van de clowns op hun plank een mooie neus. Het spel eindigt wanneer alle clowntjes op de plank een gekleurde neus hebben gekregen.

166


VERKLEEDPARTIJ Zorg voor een uitgebreide verkleedkoffer met kledingstukken met verschillende sluitingen, aangepast aan het niveau van de kinderen. Het aan- en uitdoen van kleding en openen en sluiten van de sluitingen stimuleert het lichaamsbewustzijn, de bimanuele coördinatie en de vingervaardigheden.

STIJVE CIRCUSDIRECTEUR ZOTTE CLOWN Laat het instrumentale nummer (cd 1, nummer 20) horen. De kinderen bewegen zich als vrolijke, swingende clowntjes of een stramme, stijve circusdirecteur door de ruimte. Beide ritmes worden enkele keren afgewisseld. De kinderen proberen hun bewegingsritme aan te passen. Las eventueel enkele pauzemomenten in waarbij de kinderen even stokstijf moeten blijven staan.

CLOWNTJESDANS Ga met de kinderen naar de grote ruimte. Ze gaan in een grote kring staan en houden elkaars hand vast. Zet het lied ‘Zwieren en zwaaien’ (cd 2, nummer 5) op. De kinderen stappen op het ritme van de muziek in het rond. • Tijdens ritme 1 hoor je duidelijk wanneer van draairichting gewisseld kan worden. • Bij ritme 2 laten de kinderen elkaars hand even los en klappen in de handen, springen op en neer, tikken ritmisch en afwisselend hoofd en knieën aan … Varieer de opdracht bij ritme 2. Daarna geven de kinderen elkaar opnieuw de hand en stappen ze weer in een grote kring rond. Stimuleer hen om goed naar het ritme van de muziek te luisteren. Beide ritmes wisselen elkaar enkele keren af.

ZOEK HET BALLETJE Zet twee dezelfde bekers op tafel en verstop een balletje onder één van de bekers. Verwissel de bekers enkele keren van plaats. Vraag de kinderen om de beker met het balletje goed te volgen. Daarna vraag je waar de beker met het balletje is. Als het goed lukt kan het spel ook met meerdere bekers gespeeld worden. Dit eenvoudig spel stimuleert de oog-volgbewegingen.

167


chocola Bespreek schrijfpatroonkaart 27A en toon de schrijfbewegingen (ovale/cirkelvormige lijnvorming, stippen) op de kaart. Zet de schrijfpatroonkaart op een goed zichtbare plaats als geheugensteuntje.

CHOCOLALALALA Chocolalalalala Chocolalalalala Chocolalalalala Een ei van chocola! (Eerste keer: maak cirkelvormige bewegingen met de rechterhand.) (Tweede keer: maak cirkelvormige bewegingen met de linkerhand.) (Instrumentaal stukje: sla ritmisch met de vuisten op de knieën.) Wit of bruine chocola! Tralalalalalala Wit of bruine chocola! De paashaas komt weldra! (Maak met beide handen samen symmetrische, cirkelvormige bewegingen.)

TOK TOK TOK

168

Kukelekuuuu! Jongens toch ... Wat gebeurt er nu? In mijn nest ligt een raar ei. Is dat eitje wel van mij? Even proeven ... Olala ... Het is een ei van chocola!

• Schrijfpatroonkaart 27 – Stippen-ei • Chocolalalala – cd 2, nummer 10 • Tok tok tok - cd 2, nummer 11


GROOT BEWEGEN l nvorming - basisbewegingen

cirkelvormige lijnvorming

specif ieke schr fvaardigheid

links-rechts draaiende beweging

bilateraal coördineren

middenlijn ontdekken en kruisen

ritmische tekenbewegingen

imiteren ritmische bewegingen

stippen zetten

links-rechts differentiatie

auditieve waarneming en concentratie

Activiteit Laat het lied ‘Chocolalalala’ (cd 2, nummer 10) horen. Tijdens de eerste strofe maken de kinderen grote cirkelvormige bewegingen met de ene hand en tijdens de tweede strofe met de andere hand. Tijdens het instrumentale tussenstuk maken de kinderen twee vuisten en slaan ritmisch op de knieën. Tijdens de laatste strofe maken de kinderen met beide handen symmetrische, cirkelvormige bewegingen in de lucht. Moedig de kinderen aan om de links- en rechtsdraaiende beweging eens af te wisselen. Herhaal het lied en de bewegingen regelmatig als tussendoortje. Geef de kinderen bijvoorbeeld twee nepeitjes (of balletjes) om de lijnvorming in de lucht te oefenen. Ze laten hun eitje grote cirkelvormige bewegingen maken. Bij het muzikale tussenstuk tikken de kinderen de eitjes zachtjes en ritmisch op de grond of tegen elkaar. Je kan ook sambaballen of schudeitjes voorzien. Oefen de cirkelvormige lijnvorming zoals hierboven uitgeschreven. Bij het instrumentale tussenstuk schudden de kinderen ritmisch met de sambaballen of schudeitjes.

169


CHOCOLALALALA! Zie doelen ‘Groot bewegen’

Wat heb je nodig? • Grote vellen tekenpapier (bij voorkeur groter dan A3) • Vetkrijtjes • Ovale (ring)sjablonen • Papiertape • Dubbelzijdige kleefpads Bord en krijt Voorbereiding Maak het papier met papiertape vast aan een wand of de tafel. Kleef in het midden van het blad het ovale sjabloon vast met dubbelzijdige kleefpads. Activiteit Laat de kinderen het liefst verticaal tegen een wand werken. Er kan ook rechtstaand aan de tafel gewerkt worden. Laat het lied ‘Chocolalalala’ (cd 2, nummer 10) horen. De kinderen nemen een vetkrijtje en oefenen de cirkelvormige lijnvorming rond het sjabloon. Vraag de kinderen om goed naar de muziek te luisteren en hun bewegingsritme aan te passen. Stimuleer zowel de links- als rechtsdraaiende beweging. Ondersteun verbaal. Laat hen gerust ook eens van hand wisselen bij rechtstaande schrijftaken. Dit stimuleert de lateraliteitsontwikkeling. Beide handen moeten evenveel oefenkansen krijgen om te komen tot een functionele asymmetrie. Bij het instrumentale tussenstuk tikken de kinderen ritmisch met de krijtjes op hun blad. Als je een ringsjabloon gebruikt, krijgt het ei zo vele stippen. Daarna wordt de cirkelvormige lijnvorming herhaald. Laat het lied gerust verschillende keren aan bod komen. De kinderen wisselen eens van kleur. Dit stimuleert om de bewegingen te herhalen.

170


Leg sambaballen klaar. De kinderen oefenen met vetkrijtjes de cirkelvormige lijnvorming tijdens de strofes. Tijdens het instrumentale tussenstuk schudden ze ritmisch met de sambaballen. Daarna gaan ze opnieuw met vetkrijtjes aan de slag. Combineer en varieer in de opdrachten zodat de herhaling leuk blijft. Laat de kinderen hun werkje afwerken naar eigen fantasie. Bied bv. Triangle krijtjes aan om grote oppervlakken in te kleuren met een wrijftechniek. Zo wordt het gedissocieerd bimanueel werken gestimuleerd. Ook met waterverf kunnen de kinderen aan het werk gaan. Laat het ei opvullen met stickertjes. Dit stimuleert de vingervaardigheden.

VELE EITJES HIER EN DAAR cirkel lijnvorming - vormen en l nen

specif ieke schr fvaardigheid

linksrechts draaiende beweging

Wat heb je nodig? • Scheerschuim • Eventueel verf • Schorten • Groot stuk plastic om de tafel te beschermen • Bord en krijt • Grote vellen papier (groter dan A3) en vetkrijtjes

171


Activiteit Wanneer de kinderen de cirkelvormige lijnvorming al goed geoefend hebben kan het tekenen van cirkels aan bod komen. Laat de kinderen eitjes tekenen in scheerschuim (voeg een beetje verf toe en maak nadien een afdruk van de getekende eitjes), op krijtborden, op papier, met vingerverf op de tafel of het raam … Laat ondertussen het muzikaal versje ‘Tok tok tok’ (cd 2, nummer 11) horen als sfeerschepper. Om een cirkel te tekenen moeten de kinderen de juiste beweging op papier kunnen zetten en de cirkelvormige beweging kunnen stoppen. Oefen deze vaardigheid regelmatig. Dit kan bijvoorbeeld gemakkelijk met de vinger op de tafel, op de rug van een vriendje, op de grond … Gebruik schrijfpatroonkaart 27B als basis voor deze activiteit.

SCHRIJFPATROONKAART 27B cirkel lijnvorming - vormen en l nen

specif ieke schr fvaardigheid

grafische oog-hand coördinatie

De kinderen versieren het ei met kleine cirkels. Ze proberen de cirkels te sluiten. Ten slotte kleuren ze de paashaas in. Dit kan zittend gebeuren.

Je vindt de ondersteunende activiteiten bij dit hoofdstuk op pagina 176 - 177.

172


EI Bespreek schrijfpatroonkaart 28A en toon de schrijfbeweging (stippen zetten) op de kaart. Zet de schrijfpatroonkaart op een goed zichtbare plaats als geheugensteuntje.

EEN EI VOOR JOU, EEN EI VOOR MIJ Een ei voor jou! Een ei voor mij! Een ei voor jou, een ei voor mij dat maakt me blij blij blij! Een ei voor jou! Een ei voor mij! Een ei voor jou, een ei voor mij dat maakt me superblij!

• Schrijfpatroonkaart 28 – Kip met eitjes • Een ei voor jou, een ei voor mij – cd 2, nummer 12 • Beweegkaart 72 en 73 • Kleikaart 14

173


GROOT BEWEGEN l nvorming - basisbewegingen

bilateraal coördineren

middenlijn ontdekken en kruisen

ritmische tekenbewegingen

bewegingsritme aanpassen

stippen zetten

links-rechts differentiatie

Activiteit Laat het lied ‘Een ei voor jou, een ei voor mij’ (cd 2, nummer 12) horen. Oefen met allerhande materialen het ritmisch zetten van stippen. • Laat de kinderen op de knieën zitten. Geef iedereen een grote bal. Ze houden deze bal (ei) met beide handen vast en tikken ermee op het ritme van de muziek op de grond. • Geef iedereen twee kleine balletjes (één in elke hand) waarmee ze ritmisch op de grond tikken. Laat de balletjes eens wisselen van hand en herhaal de opdracht. • De kinderen maken muziek met sambaballen of ritmestokjes. Stimuleer de kinderen om goed naar het ritme van de muziek te luisteren. • Laat de kinderen ritmisch in de handen klappen. • Laat de kinderen op het ritme van de muziek rondstappen in de ruimte. Moedig hen aan om de voeten stevig op de grond te stampen. Laat hen ondertussen een gekleurd nepeitje in de hand houden. Na het lied wisselen de kinderen van eitje en wordt het ritmisch stappen herhaald. De kinderen proberen goed het ritme van het lied te volgen. Op het einde versnelt het nummer een beetje. Herhaal het lied en de bewegingen regelmatig als tussendoortje.

EITJESPORTRET Zie doelen ‘Groot bewegen’ Wat heb je nodig? • Grote vellen tekenpapier (bij voorkeur groter dan A3) • Vingerverf • Schorten Verf en allerlei stempelmateriaal: ronde sponsjes, kurken, nepeitjes, mousse ballen of clownsneuzen op stok (trommelstokken)

174


Activiteit Het zetten van stippen kan met allerlei materiaal geoefend worden, bv. met de vingers, met kurken, nepeitjes, sponsjes, mousse ballen … Zet het lied ‘Een ei voor jou, een ei voor mij’ (cd 2, nummer 12) op en laat de kinderen verfstippen zetten op papier. Laat de kinderen gerust eens wisselen van kleur en materiaal. Zo ontstaat een leuk eitjesportret. Gebruik schrijfpatroonkaart 28B als basis voor deze activiteit.

SCHRIJFPATROONKAART 28B De kinderen kleuren de kip in. Dit kan zittend gebeuren. Kleef het blad op een groter blad of bescherm de tafel of wand zodat spontane schrijfbewegingen niet afgeremd worden. Doelen en activiteit, zie ‘Eitjesportret’, pagina 174 - 175.

Laat de kinderen vele eitjes bij de kip tekenen.

175


BIMBAM

Zwaai met je been, net als de klepel van een klok (beweegkaart 73). Is deze opdracht nog te moeilijk, laat de kinderen dan met één hand tegen een muur leunen, terwijl ze de zwaaibeweging oefenen.

PAASHAAS

KLEIKAART 14 NEST VOL EIEREN

De kip heeft veel eieren gelegd. Rol vele eitjes van plasticine en maak kip superblij! Rol eitjes tussen beide handen of tussen de tafel en de handen. Misschien lukt het ook al om eitjes te rollen tussen de vingertoppen?

WAAR IS MIJN EI?

Verstop een kookwekker (ei). De kinderen gaan op zoek naar het ei door op het geluid af te gaan.

GELUIDENEITJES Voorbereiding Vul hersluitbare plastic eitjes met allerhande materialen (bv. zand, rijst, maïs, paperclips). Zorg ervoor dat er telkens twee eitjes gevuld zijn met hetzelfde materiaal.

Wapper met je oren als een paashaas (beweegkaart 72). De kinderen gaan op zoek naar de paren door met de eitjes te schudden en goed te luisteren. Ter controle kunnen de eitjes geopend worden.

176


EIEREN ZOEKEN Verstop in de klas een aantal (nep)eieren en laat de kinderen de eitjes zoeken. Dit stimuleert de figuur-achtergrondwaarneming en het visueel discrimineren.

STUITEREITJES Voorzie enkele springballen of stuitereitjes. De kinderen laten hun eitje stuiteren en volgen het met de ogen tot het stilligt. Daarna laten ze hun eitje opnieuw stuiteren.

EIEREN VANGEN, GOOIEN, ROLLEN … Alle spelletjes met ballen (eieren) stimuleren de oog-motorische vaardigheden. Investeer in een uitgebreide ballenkoffer. In ‘Vraag en antwoord’ vind je hierover meer info bij vraag 75.

177


kuiken Bespreek schrijfpatroonkaart 29A en toon de schrijfbewegingen (uitschietende lijnvorming voor de pluimen, cirkelvormige lijnvorming voor het lijfje) op de kaart. Zet de schrijfpatroonkaart op een goed zichtbare plaats als geheugensteuntje.

• Schrijfpatroonkaart 29 – Kuiken • In het kippenhok – cd 2, nummer 13 • Een ei voor jou, een ei voor mij – cd 2, nummer 12 • Beweegkaart 74 en 75 • Kleikaart 14 en 15

178


GROOT BEWEGEN l nvorming - basisbewegingen

uitschietende lijnvorming

specif ieke schr fvaardigheid

links-rechts draaiende beweging

bilateraal coördineren

middenlijn ontdekken en kruisen

cirkelvormige lijnvorming

links-rechts differentiatie

ritmische tekenbewegingen

auditieve waarneming en concentratie

Activiteit Laat het instrumentale nummer ‘In het kippenhok’ (cd 2, nummer 13) horen. Maak samen met de kinderen de bewegingen in de lucht. Twee ritmes wisselen elkaar af: • Ritme 1 stimuleert de cirkelvormige lijnvorming. De kinderen maken met de linker- of rechterhand grote cirkelvormige bewegingen. Wissel eens van hand of stimuleer het gebruik van beide handen samen. De kinderen maken dan symmetrische cirkelvormige bewegingen. • Ritme 2 (kippengeluiden) stimuleert de uitschietende lijnvorming. De kinderen maken met beide handen samen uitschietende bewegingen in de lucht. Herhaal het lied en de bewegingen regelmatig als tussendoortje. Geef de kinderen ook eens linten of nepeitjes in de hand om de herhaling leuk en speels te houden.

DONZIG KUIKEN Zie doelen ‘Groot bewegen’

Wat heb je nodig? • Grote vellen tekenpapier (bij voorkeur groter dan A3) • Korte vetkrijtjes • Ronde/ovale sjablonen • Papiertape • Dubbelzijdige kleefpads • Bord en krijt • Scheerschuim, vingerverf …

179


Voorbereiding Maak het tekenpapier met papiertape vast aan een wand of tafel. Kleef een rond of ovaal sjabloon in het midden van het blad. Activiteit Laat de kinderen het liefst verticaal tegen een wand werken. Er kan ook rechtstaand aan de tafel gewerkt worden. Laat hen kuikens tekenen op hun blad. Stimuleer de kinderen om groot te werken. Laat het instrumentale nummer ‘In het kippenhok’ (cd 2, nummer 13) horen. • Ritme 1: De kinderen tekenen grote eivormige cirkels rond het sjabloon. Ze doen dat met de rechterof linkerhand. Laat hen eens van hand wisselen tijdens rechtstaande schrijftaken. Dat stimuleert de lateraliteitsontwikkeling. Zeker bij jonge kinderen moeten beide handen evenveel oefenkansen krijgen. • Ritme 2: De kinderen tekenen met beide handen uitschietende lijnen in alle richtingen. Beide ritmes worden enkele keren afgewisseld. De kinderen tekenen afwisselend grote cirkels rond het sjabloon en uitschietende lijnen in alle richtingen. De muziek ondersteunt de bewegingen. Laat het lied gerust meerdere keren aan bod komen. Laat de kinderen twee nieuwe kleurtjes nemen. Dit stimuleert om de bewegingen te herhalen. Haal het sjabloon van het blad af. Laat de kinderen oogjes tekenen of gebruik knoopjes of stickers. De snavel kan gemaakt worden uit papier of bladmousse. Geef het kuiken ten slotte nog twee pootjes.

De kinderen kunnen met waterverf hun werkje wat kleur geven. Ook met driehoekige waskrijtjes en de wrijftechniek kunnen de kuikens snel een kleurtje krijgen. Oefen de lijnvorming in scheerschuim. Voeg eventueel een beetje gele verf toe en maak nadien afdrukken.

180


SCHRIJFPATROONKAART 29B l nvorming - basisbewegingen

lijnvorming - vormen en l nen

specif ieke schr fvaardigheid

uitschietende lijnvorming

horizontale lijn

verticale lijn

grafische oog-hand coördinatie

De kinderen geven elk kuiken een donzige vacht en tekenen vele uitschietende lijntjes rond de lijfjes. Ze kleuren de lijfjes in. Dit kan zittend gebeuren.

Druppel wat gele vingerverf op elk kuiken en wrijf de verf uit met je vinger. Trek uitschietende lijnen in alle richtingen. Vaardige kleuters kunnen dit met een wattenstaafje proberen.

181


KIP

KIPPENGYM

Fladder met je vleugels als een kip (beweegkaart 75).

Gym samen met de kippen (beweegkaart 74).

EITJES OVERBRENGEN

PLUIMENKIP

De kinderen krijgen een nepeitje en staan aan de ene kant van de zaal. Ze moeten de eitjes overbrengen. Geef verbale opdrachten: Stop het eitje tussen je kin en borst en stap naar de overkant; stop het eitje tussen je hoofd en schouder; neem het eitje vast tussen je beide wijsvingers; stop het eitje onder je oksel, tussen je knieën …

De beleving is veel belangrijker dan het resultaat. Je hoeft niet altijd naar een resultaat toe te werken. Wil je de kinderen toch met een tof werkje naar huis sturen, niet dan enkele pluimen en een gevouwen chenilledraad voor de poten vast aan het blad. Uit papier of bladmousse kan een kam, lel en bek geknipt worden. Nog een oogje erbij en je hebt een prachtige kip.

Laat de kinderen schilderen met pluimen. Stimuleer hen om met beide handen samen te werken. Het symmetrisch werken stimuleert de lateraliteitsontwikkeling. Laat eventueel het lied ‘Een ei voor jou en een ei voor mij’ (cd 2, nummer 12) horen als sfeerschepper. Laat de kinderen hun blad vol schilderen met verschillende kleuren.

KLEIKAART 14 NEST VOL EIEREN

De kinderen rollen balletjes plasticine en duwen ze een beetje plat. Zo worden het eitjes.

182


KLEIKAART 15 HAAN

lijnvorming in de lucht, in scheerschuim, op het bord of op grote vellen papier. Zie activiteit ‘Donzig kuiken’, pagina 179 - 180. Vaardige kinderen zullen al tot de vormgeving van een kuiken komen. Bied een bakje met maïs aan. Laat de kinderen de maïskorrels in de klei duwen. Het hanteren van de kleine maïskorrels stimuleert de vingervaardigheden.

PROPJESKIPPEN

Laat de kinderen zijdepapier in stukken scheuren. Hiermee maken ze propjes. Leer de kinderen een goede scheurtechniek aan. Het is een waardevolle bimanuele techniek. De propjes kunnen in een puntzak verzameld worden. In een handomdraai tover je de puntzak om in een kip.

De kinderen geven de haan een mooie staart. Ze rollen worstjes plasticine tussen beide handen en duwen het ene uiteinde een beetje plat.

.. MAIS VOOR DE KUIKENS .. MAISBAK

Laat de kinderen experimenteren met klei. Bied deegrollen aan om de klei uit te rollen. Laat de kinderen één of meerdere kuikens in de klei tekenen met een stokje. Oefen eerst de cirkelvormige en uitschietende

Bied in de klas een grote maïsbak aan. Het spelen met maïs stimuleert het tactiele zintuig en de vingervaardigheden. Bied allerhande potjes, bekers, lepels … aan. Geef de kinderen ook enkele maïskolven. Het losmaken van de maïskorrels stimuleert de proprioceptie en de vingervaardigheden.

IN DE KIPPENREN Stel allerlei attributen op in de zaal. De kinderen stappen als kippen rond in de zaal. Ze zetten beide handen in hun zij en slaan hun vleugels heen en weer. Laat ondertussen het nummer ‘Een ei voor jou en een ei voor mij’ (cd 2, nummer 12) horen. Wanneer de muziek stopt (pauzeknop), geef je een opdracht: ga ergens op, onder, naast, voor, achter … staan. Het is belangrijk dat kinderen allerlei ruimtelijke begrippen in de grote ruimte beleven zodat ze later ook de begrippen in het platte vlak begrijpen. Het benoemen van ruimtelijke begrippen is heel belangrijk.

183


Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook
Issuu converts static files into: digital portfolios, online yearbooks, online catalogs, digital photo albums and more. Sign up and create your flipbook.