Page 1

A

A

K

R U I M T E

M


BELEID

HEEFT

SOMS

ONVERWACHTE

NEVENEFFECTEN

gepaard gaand dieren- en mensenleed, waar ze op voorhand onvoldoende op kunnen inspelen. Ze komen aan de oppervlakte als bijvoorbeeld de grondstof van de ĂŠĂŠn het afval van de ander is. Het is nog onduidelijk hoe dit verwerkt moet gaan worden (iedereen wil dat overlast binnen de perken blijft) maar Vinex staat voor het bieden van kaders, onzekerheid minimaliseren is het doel.

TIM PARDIJS

Mensen steken een vermogen in een huis, dat is zichtbaar in het landschap. Maar daar komt veel bij kijken. Ze krijgen bijna altijd te maken met gebeurtenissen, en met daarmee

Dat maakt de stad sterker, maar brengt ook verschuivingen teweeg. De indirecte invloed is nog onduidelijk maar zal groot en onherroepelijk zijn, dat is al zichtbaar in het landschap.

MAAK

RUIMTE


INHOUDSOPGAVE

Gedicht Beleid heeft soms onverwachte neveneffecten

Voorwoord

Inleiding Wie maakt Nederland?

Opgave 1 Beantwoord Groei en Krimp

Opgave 2 Benut Bereikbaarheid

Opgave 3 CreĂŤer Innovatie- en Productiemilieus

Opgave 4 Integreer Ruimte en Water

Opgave 5 Mitigeer Bodemdaling en Zeespiegelstijging

Opgave 6 Orden de Noordzee

Openingsbod Wie maakt Nederland? Wij allemaal!

MAAK

Opgave 7 Sluit Kringlopen

Opgave 8 Stuur Digitalisering

Opgave 9 Transformeer Energievoorziening

Opgave 10 Versterk Internationale Positie

Opgave 11 Voorzie in Voedsel

Opgave 12 Zie Metropolitaan Landschap

Blik naar buiten Nederland als buitenland

Blik naar binnen Nederland als binnenland

Bronnen

Colofon

Gedicht Heien

RUIMTE


VOORWOORD

Om hierbij stil te staan, heeft Hans Leeflang het initiatief genomen 2015 uit te roepen tot Jaar van de Ruimte. Hans was vijfentwintig jaar geleden als directeur bij de Rijksplanologische Dienst (RPD) verantwoordelijk voor de VINO en de VINEX. In 2015 kijken we terug, goed om ons heen en vooral vooruit onder het motto “Wie maakt Neder­land?“. Het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) onderzoekt de resultaten van het nationale ruimtelijke beleid en bekijkt hoe effectief de ruimtelijke sturing is geweest. In 2015 kijken we met zoveel mogelijk landgenoten naar het resultaat van al dat gebouw en ontwikkel: wat vinden de gebruikers van de leefomgeving van “Nieuw Nederland”? Bovenal is het Jaar van de Ruimte een jaar waarin vooruit wordt gekeken. Om een stevige, feitelijke basis te leggen onder dat vooruitkijken, zijn Platform31, Ruimtevolk en Vereniging Deltametropool gezamenlijk opgetrokken in de aanloop naar dit jaar, samen met andere organisaties die het Jaar van de Ruimte steunen.

MAAK

Net als 25 jaar geleden, staat Nederland op dit moment voor nieuwe vraagstukken die gevolgen hebben voor onze ruimtelijke ordening. Kwesties zoals klimaatverandering, demografische krimp, de trek naar de steden en de energietransitie hebben onze aandacht nodig. Deze publicatie benoemt twaalf actuele, urgente opgaven. Stuk voor stuk zijn het maatschappelijke opgaven, die niet alleen over het ruimtegebruik gaan, maar daar wel eisen aan stellen. Ze hebben enorme gevolgen voor hoe we de ruimte kunnen gebruiken. De ruimtelijke ordening heeft behoefte aan een nieuw handelingsperspectief voor zowel gebruikers, investeerders als overheden. Er komt een nieuwe omgevingswet, waarin ruimte, milieu en water zijn geïntegreerd. Rollen en verantwoordelijkheden moeten nog uitkristalliseren. Zeker is dat de overheid steeds meer een rol te spelen heeft om ruimtelijke ontwikkelingen te activeren. Zeker is ook dat de ruimtelijke ontwikkeling vraagt om een brede maatschappelijke betrokkenheid en dus dialoog. Dit gegeven is het startpunt van het Jaar van de Ruimte. Deze publicatie bevat een openingsbod, naar alle partijen en stakeholders, naar alle gebruikers van onze leefomgeving. Met de onvermijdelijke opgaven die we nu voor ons zien, met mogelijke oplossingsrichtingen, maar vooral met vragen – waar willen we heen, wat gaan we doen en wie doet wat? Want: Wie maakt Nederland?

YVES DE BOER

“Nederland in 2015, daar wordt nu aan gewerkt” was het motto van de Vierde Nota over de Ruimtelijke Ordening (VINO). In 2015 is het ruim een kwarteeuw geleden dat de grote bepalende visies voor de Neder­landse ruimtelijke ordening het licht zagen: de VINO en de VINEX (Vierde Nota Ruimtelijke Ordening Extra). Hierin werden contouren geschetst van wijken, wegen en natuurgebieden die nu grotendeels zijn gerealiseerd en ons dagelijks leven mede vormgeven. De Vierde Nota en de latere aanvulling Vinex kenden een aantal heldere landelijke doelstellingen, samen te vatten in drie perspectieven: Nederland Stedenland, Nederland Distributieland en Nederland Waterland. Welke doelstellingen zijn bereikt in 2015? Wat is er veranderd? En: waar staan we nu en waar gaan we heen?

Yves de Boer voorzitter bestuur Jaar van de Ruimte

RUIMTE


INLEIDING

WIE MAAKT NEDERLAND?

Op basis van deze toekomstverkenning zijn vijf perspectieven benoemd: Groen en Blauw Nederland; Nederland één Grote Stad; Nederland Kringloopland; Nederland Netwerkland; en Nederland Productieland. Vijf vergezichten met bijbehorende beelden en associaties, die een beeld scheppen van de toekomst van Nederland. Daar zijn er veel meer van, maar deze perspectieven resoneerden. Ze zijn uitvoerig besproken, zowel aan ‘tafels’ waarvoor we mensen met een specifieke expertise uitnodigden, als bij een druk bezochte bijeenkomst tijdens de Internationale Architectuurbiënnale in Rotterdam. De perspectieven bleken een goede basis voor de ‘onvermijdelijke opgaven’ die we in dit boek opvoeren. Deze ‘onvermijdelijke opgaven’ zijn de ruimtelijke kwesties voor de lange termijn die wij, als maatschappij, het hoofd moeten bieden. In sommige gevallen worden ze al geadresseerd door beleid- en andere initiatieven en gaat het om de vraag of dit genoeg is, in andere gevallen staat de benadering van deze opgaven nog in de kinderschoenen. De opgaven komen voort uit gesprekken, bijeenkomsten en tafels binnen het reeds bestaande netwerk rondom het Jaar van de Ruimte; een groep van professionals met liefde voor Nederland en voor hun vak die graag vorm willen geven aan de toekomst. In het Jaar van de Ruimte betrekken we een nog veel grotere groep van stakeholders, professionals en gebruikers van de ruimte.

MAAK

Deze publicatie en de opgaven die we aan de orde stellen, is dus nadrukkelijk de start van de dialoog die we gedurende het Jaar van de Ruimte met u willen voeren. De volgens ons meest sturende opgaven en ordeningsprincipes zijn opgenomen in het ‘openingsbod’ dat u in deze publicatie zult aantreffen, en dat in 2015 moet doorgroeien tot een breed gedragen manifest over de ruimtelijke ontwikkeling van Nederland op weg naar 2040. In deze publicatie onderbouwen we de onvermijdelijkheid van de opgaven met feiten en cijfers. Alle op­gaven passen in meerdere van de perspectieven. Bij iedere opgave stellen we een aantal kritische open vragen. Die vragen gaan over de oplossingsrichting. Na de opgaven gaan we kort in op het waarom, het wie en het hoe. Dit in de vorm van een blik naar buiten – Nederland als buiten­land en ruimtelijke ontwikkeling als bijdrage aan de grote Europese en mondiale opgaven; en een blik naar binnen – Nederland als binnenland en ruimtelijke ontwikkeling als gezamenlijk product van burgers, bedrijven en overheden. Deze publicatie is het startschot voor een open maatschappelijke dialoog over de toekomst van Nederland en de grote ruimtelijke opgaven die daaraan vastzitten. Onze ambitie is om aan het eind van dit jaar op zoveel mogelijk kritische vragen een antwoord te hebben, en zicht te hebben op concrete acties om de onvermijdelijke opgaven het hoofd te bieden. Zodat we kunnen zeggen: “Nederland in 2040, daar wordt nu aan gewerkt!” Door wie? We streven ernaar om aan het eind van 2015 een nieuw gedeeld handelingsperspectief voor overheden en private investeerders te hebben. Samen met de gebruikers van onze leefomgeving zetten zij zich in voor de toekomst van ons prachtige land. Want: Wie maakt Nederland? Wij allemaal maken Nederland!

HANS LEEFLANG

Het Jaar van de Ruimte is een jaar van dialoog over de ruimtelijke ontwikkeling van ons land. Het startpunt van de dialoog is de toekomstverkenning die we het af­ gelopen jaar hebben uitgevoerd. We spraken met sleutelpersonen, initiatiefnemers, experts en vernieuwers in het vakgebied. We vroegen hen naar hun visie op de toekomst, naar de grote opgaven, de belangrijkste maatschappelijke en sociaaleconomische ontwikkelingen die van invloed zijn op de toekomst, de partijen die hier een rol in zouden moeten spelen en de rol die ze voor zichzelf zien weggelegd.

Hans Leeflang voorzitter comité Jaar van de Ruimte

RUIMTE


Opgave 1

Opgave 2

BEANTWOORD GROEI EN KRIMP

BENUT BEREIKBAARHEID

Opgave 5

Opgave 6

MITIGEER BODEMDALING EN ZEESPIEGELSTIJGING

ORDEN DE NOORDZEE

Opgave 9

Opgave 10

TRANSFORMEER ENERGIEVOORZIENING

VERSTERK INTERNATIONALE POSITIE

MAAK

RUIMTE


Opgave 4

CREËER INNOVATIE- EN PRODUCTIEMILIEUS

INTEGREER RUIMTE EN WATER

Opgave 7

Opgave 8

SLUIT KRINGLOPEN

STUUR DIGITALISERING

Opgave 11

Opgave 12

VOORZIE IN VOEDSEL

ZIE METROPOLITAAN LANDSCHAP

MAAK

OPGAVEN IN PERSPECTIEF

Opgave 3

RUIMTE


LEGENDA VERGRIJZINGSREGIO’S Aantal 65-plussers per hoofd van de beroepsbevolking (2013) > 0,3

VERGRIJZING OP LOKAAL NIVEAU (500x500m) Aantal 65-plussers per hoofd van de beroepsbevolking < 0,15 0,15 - 0,30 0,30 - 0,70 > 0,70

schaal 1 : 1,75 miljoen bronnen: CBS, Eurostat, Vereniging Deltametropool, 2015

LEGENDA KRIMPREGIO’S Bevolkingsafname 2005-2013 afname > 0

GROEI (EN KRIMP) OP LOKAAL NIVEAU (500x500m) Bevolkingstoename 2000-2013 (gecorrigeerd voor de nationale groei in dezelfde periode van 5,77%) < -200 -200 - -10 -10 - 10 10 - 500 > 500

schaal 1 : 1,75 miljoen bronnen: CBS, Eurostat, Vereniging Deltametropool, 2015


GROEI

Loopt de periferie van Nederland langzaam leeg?

Wat gebeurt er met de snel vergrijzende groeikernen uit de jaren ‘70 en ‘80?

Leegstand kantoren en winkels (2014)

KRIMP DEMOGRAFIE ALS DRIJVENDE KRACHT ACHTER RUIMTELIJKE VERANDERING

Hoe gaan we om met de segregatie van inkomensgroepen?

De demografie is tegelijkertijd een voorspelbare en dynamische factor in de ruimtelijke ordening. Er is grote ruimtelijke veerkracht nodig om de veranderende spreiding van mensen op te vangen, bij bevolkingskrimp, de trek naar de stad, vergrijzing en segregatie. Het typische Nederlandse huishouden verandert ook sterk. Het aantal gezinnen neemt af en eenpersoonshuishoudens worden talrijker. Delen van Nederland hebben te maken met een opeenstapeling van deze trends: bevolkingsafname, vergrijzing door wegtrekken van jongeren, groeiende inkomensongelijkheid, dalende huizen­prijzen, leegstand en verslechterde bereikbaarheid van voorzieningen. Deze verschillen komen niet alleen voor in de periferie, maar ook in de Randstad waar op lokaal niveau grote verschillen bestaan. Concentraties van groei en krimp, verjonging en vergrijzing zijn bijvoorbeeld deels te verklaren uit het aanleggen van nieuwbouwwijken of de ligging aan zee. Segregatie van inkomensgroepen is ondanks het sociaalruimtelijke beleid van de afgelopen decennia niet kleiner geworden en dreigt weer toe te nemen. Volgens het WRR rapport ‘Hoe ongelijk is Nederland?’(2014) leven groepen letterlijk in hun eigen leefwereld. Hoe houden we onze maatschappelijke idealen in stand, terwijl de ruimtelijke structuur steeds hetero­gener wordt?

Verschil gemiddelde huizenprijzen per gemeente (2013) Gemiddelde verkoopprijs bestaande koopwoningen per gemeente, 2013

Leegstand van kantoren en winkels per gemeente, 2014 Kantoren

EN

Winkels

Gemiddelde prijs (duizend euro) Minder dan 200 200 – 250 250 – 300 300 – 350

pbl.nl

Percentage van totale verhuurbare kantoorvloeroppervlakte 0–5

pbl.nl

350 of meer

Percentage van totale winkelvloeroppervlakte 0–5

Geen voorraad

5 – 10

5 – 10

10 – 15

10 – 15

15 – 20

15 – 20

Meer dan 20

Meer dan 20

Bron: Bak; Locatus; bewerking PBL

Voorzieningenniveau afstand tot huisarts (2012)

CBS/aug14 www.clo.nl/nl211505

Bron: Kadaster.

www.pbl.nl

Bak, Locatus, bewerking PBL

Kadaster, bewerking PBL

Voorzieningenniveau voorgezet onderwijs binnen 10km (2013)

Erfgoed - monumenten in antecipeer- en krimpregio’s (2013)

Scholen voor voortgezet onderwijs binnen 10 kilometer, schooljaar 2012 – 2013

Gemiddelde afstand tot dichtstbijzijnde huisartsenpraktijk, 2012

Minder dan 0,1

Afstand (kilometer) 0,5 – 1

0,1 – 2

1 – 1,5

2–5

1,5 – 2

5 – 10

2 – 2,9

10 of meer

CBS, Nivel, bewerking PBL

In het hele land is de leegstand van vastgoed enorm. In de Randstad zijn het vooral kantoren, en buiten de grote stadscentra zijn het vooral winkels en maatschappelijk vastgoed. In de periferie worden woningen goedkoper en staan ze langer leeg en daarnaast ligt bij vrijkomende agrarische bebouwing de verloedering van het landschap op de loer. Krimp heeft ook effect op het sociale leven en op de diversiteit, kwaliteit en toegankelijkheid van voorzieningen, zoals scholen, ziekenhuizen, gemeentelijke diensten en veiligheidsdiensten. In de toekomst zal steeds vaker een afweging moeten worden gemaakt tussen het maatschappelijk belang van een bepaalde voorziening en financiële overwegingen zoals rendabele voorzieningen op een bepaald schaalniveau. Dit gaat van pinautomaten tot openbaar vervoer, tot scholen en ziekenhuizen.

CBS/sep14 www.clo.nl/nl213005

CBS/sep14 Bron: CBS. www.clo.nl/nl212804

Bron: CBS/Nivel.

CBS, bewerking PBL

RCE, 2013

Demografische ontwikkeling van Nederland

200

150

100 mannen

50 x 1000

1950

2013

leeftijd

leeftijd

leeftijd

100

100

100

90

90

90

80

80

80

0

2060

70

70

70

60

60

60

50

50

50

40

40

40

30

30

30

20

20

20

10

10

10

0

0 0

50

vrouwen

100 x 1000

150

200

200

150

100

50

mannen

0 x 1000

Het PBL gaf in 2014 aan dat de woningbouw anders moet worden benaderd in het licht van bovenstaande trends. Er is adaptief beleid gewenst, waarin woningbouw vooral is gericht op hergebruik en minder op nieuwbouw. Door andere huishoudensamenstellingen daalt de vraag naar eengezinswoningen op termijn. De kredietcrisis, uitstel van bouwplannen van corporaties, een te kleine vrije sector en onzekerheid op de arbeidsmarkt zetten de betaalbaarheid van huurwoningen onder druk. Stadsvernieuwing en aanpassing van de woningvoorraad met publiek geld is lastiger geworden door verliezen op de grond­ exploitaties bij gemeenten.

OPGAVE 1

BEANTWOORD

0 0

50 vrouwen

100 x 1000

150

200

200

150

100

50

mannen

0 x 1000

0

50 vrouwen

100

150

200

x 1000

CBS, 2014

MAAK

RUIMTE


LEGENDA BEBOUWD GEBIED Multimodaal bereikbaar (binnen 1,5km van een HOV* halte en 2,5km van een rijksweg) OV-land (binnen 1,5km van een HOV* halte) Autoland - goed bereikbaar (binnen 2,5km van een rijksweg) Autoland - slecht bereikbaar (overig bebouwd gebied) 20Ke geluidscontour (woningbouw beperkt mogelijk) * HOV (Hoogwaardig Openbaar Vervoer) = trein, metro, sneltram en Zuidtangent

INFRASTRUCTUUR Spoorwegen, metro en zuidtangent Rijkswegen Vaarwegen Burgerluchthaven van nationale betekenis HSL ICE station Toekomstig HSL ICE station Zeehaven van nationale betekenis Mainport Rotterdam Mainport Schiphol

schaal 1 : 1 miljoen bronnen: CBS bodemgebruik (2010), Eurostat, SVIR Vereniging Deltametropool, 2015


BENUT

BEREIKBAARHEID Hoe benutten we knooppunten en frequentieverhoging op het spoornetwerk beter?

Zijn nieuwe vormen van stedelijkheid denkbaar, die beter geënt zijn op OV en het delen van auto’s?

Typen knooppunten in Noord-Holland

ABCOUDE

ALKMAAR

ALKMAAR NOORD

AMSTERDAM CS

AMSTERDAM HOLENDRECHT

BLOEMENDAAL

BOVENKARSPEL FLORA

AMSTERDAM LELYLAAN

ALMERE BUITEN

ALMERE MUZIEKWIJK

ALMERE OOSTVAARDERS

AMSTERDAM MUIDERPOORT

AMSTERDAM-RAI

AMSTERDAM SCIENCE PARK

AMSTERDAM SLOTERDIJK

BREUKELEN

BUIKSLOTERMEERPLEIN

BUSSTATION AMSTELVEEN

BUSSUM ZUID

BOVENKARSPEL GROOTEBROEK

Het direct op elkaar afstemmen van infrastructuur en ruimte is een van de belangrijkste opgaven van de netwerksamenleving. Ruimte is schaars en de beperkingen zijn talrijk, maar door het beter benutten van het bestaande netwerk en het stimuleren van ruimtelijke ontwikkelingen rondom optimaal OV, Transit-Oriented Development (TOD), kunnen verschillende aantrekkelijke plekken goed met elkaar worden verbonden. Daarnaast spaart een dergelijke strategie het groene landschap, belangrijk voor de leefkwaliteit. Door sterker in te zetten op collectief vervoer en verdichting zal de uitstoot van broeikasgassen en fijnstof verder worden ingeperkt. TOD vraagt om samenwerking buiten de geijkte bestuurlijke en organisatorische grenzen. Het vraagt om het vinden van een balans tussen verschillende knooppuntenmilieus, vraag en aanbod maar ook om het op een integrale manier omgaan met ruimtedruk en externe veiligheid. Want bij stedelijke verdichting nemen soms ook de risico’s toe, bijvoorbeeld in de buurt van goederensporen waarover gevaarlijke stoffen worden vervoerd. Hier ligt een opgave voor zowel stedenbouwkundigen als veiligheids­ experts als planners om samen tot goede oplossingen te komen.

DEN HELDER

DEN HELDER ZUID

DIEMEN

DIEMEN ZUID

DORDRECHT CS

GOUDA

HAARLEM

HAARLEM SPAARNWOUDE

HALFWEG-ZWANENBURG

HEEMSKERK

HEEMSTEDE-AERDENHOUT

HEERHUGOWAARD

HEILOO

HOLLANDSCHE RADING

HOOFDDORP

HOOGKARSPEL

HOORN

HOORN KERSENBOOGERD

KOOG BLOEMWIJK

KOOG-ZAANDIJK

KROMMENIE-ASSENDELFT

OBDAM

OVERVEEN

PURMEREND OVERWHERE

PURMEREND TRAMPLEIN

PURMEREND WEIDEVENNE

NIEUW VENNEP

KNOOP

PLAATS

NABIJHEID

30%

1 20

15%

1 00

ROTTERDAM NOORD

ROTTERDAM LOMBARDIJEN

7%

70

3200

1440

910

540

40

90

160

230

300

430

ROTTERDAM ZUID

SANTPOORT NOORD

SANTPOORT ZUID

SASSENHEIM

SCHAGEN

SCHIEDAM CENTRUM

VOORSCHOTEN

WEESP

WINKELCENTRUM SCHALKWIJK

WORMERVEER

ZAANDAM

4%

310

OPENBAAR VERVOER

UTRECHT ZUILEN

PURMEREND

50%

1 40

80

150

220

500

INTENSITEIT

8%

11%

15%

20%

40%

VIJFSLUIZEN

VOORHOUT

WEGEN

MENGING

Maak Plaats!, Vereniging Deltametropool i.s.m. Provincie Noord-Holland, 2013

KNOOP:

HSL / INTERNATIONAAL STATION

INTERCITY STATION

SPRINTER / METRO / BUS STATION

Modal split – kilometers maken door de jaren heen

Almaar verder

Autogebruik als bestuurder is de afgelopen jaren gestabiliseerd.

Kilometer per persoon per dag

18

14

12

10

18

8

6

kilometers is groot. De groei zit in zowel internationale zakelijke als vakantievluchten. Omgerekend naar dagelijkse kilometers nam het vliegverkeer toe tot

CASTRICUM

DEN HAAG MOERWIJK

200

jaren zestig maakte het autoverkeer een stormachtige ontwikkeling door. De welvaart nam toe, waardoor steeds meer mensen zich een auto konden veroorloven. Het gebruik explodeerde. De democratisering van de auto maakte op haar beurt suburbanisatie mogelijk, wat het gebruik verder stimuleerde. De laatste jaren stabiliseert het autogebruik. De luchtvaart neemt sinds begin jaren negentig een grote vlucht. Het vliegtuig is een heel andere categorie dan de auto en andere vervoerswijzen. De frequentie van gebruik is nog altijd laag ten opzichte van

AMSTERDAM ZUID

DEN HAAG MARIAHOEVE

LANGZAAM VERKEER

16

ALMERE PARKWIJK

DEN HAAG LAAN VAN NOI

NAARDEN-BUSSUM

Nederlanders zijn de afgelopen decennia steeds meer

In het metropolitane gebied in West-Neder­ land is optimale bereikbaarheid cruciaal. Het Rijk wil banengroei en woningbouw vooral concentreren rond multimodale knooppunten, maar sinds 2000 vond ca. 60% van de groei plaats op snelweglocaties. De internationale concurrentiestrijd om kennis, innovatie en talent vindt steeds meer plaats tussen metropolitane gebieden. Door infrastructuur en ruimtegebruik beter op elkaar af te stemmen worden beide domeinen doelmatiger en stijgen concurrentiekracht en duurzaamheid van de Nederlandse steden. Door de beperkte omvang, dichtheid en bereikbaarheid mist de Nederlandse metropool agglomeratievoordelen. Steeds meer mensen trekken naar de stad, op zoek naar werkgelegenheid, ontmoeting- en ontplooiingsmogelijkheden. De ‘aankomstwijken’ zijn echter niet de wijken waar veel werk is. Door sterke verbindingen en afstemming kunnen verschillende centra gaan functioneren als één geheel, en daarmee een veel hoger economisch rendement behalen.

ALMERE

Snelfietsroutes

NL Fietsland, CRA / Artgineering, 2014

OPTIMALE BEREIKBAARHEID DOOR BETER GEBRUIK VAN BESTAANDE INFRASTRUCTUUR

OPGAVE 2

Wat is nodig om het langzaam verkeer in de binnensteden voorrang te geven?

Ondanks toename van mobiliteit zijn de files (gemeten in reistijdverliesuren) sinds 2008 flink teruggelopen, dankzij beter verkeersmanagement en spitsstroken. Toekomstige mobiliteitsgroei is onzeker, sommige onderzoekers spreken al over ‘peak mobility’. In ieder geval gaat onze manier van reizen sterk veranderen, met o.a. de op­komst van multimodale routeplanners, de elektrische fiets en de zelfrijdende auto. Hiermee verandert onvermijdelijk ook onze leefomgeving.

PLAATS:

BESTEMMING: VOORAL WERKE

Autobestuurder

16

Autopassagier Openbaar vervoer Fiets

Oliecrisis.

14

Vliegtuig Toename tweede auto en afname autopassagiers.

12

10

Suburbanisatie en democratisering van de auto.

– in kilometers uitgedrukt – voor de gemiddelde Nederlander inmiddels de tweede vervoerswijze. Het ov-gebruik kreeg met de invoering van de ov-studentenkaart begin jaren negentig een impuls, maar is sindsdien vrij stabiel gebleven. Tot 1960

8

Opkomst goedkoop vliegen. Invoering ov-studentenkaart.

6

democratisering van de auto daalde dit fors. Deze de gemiddelde Nederlander ruim 2 kilometer per dag.

4

2

2

pbl.nl

4

1950

1960

1970

1980

1990

2000

2010

PBL, 2014

MAAK

RUIMTE


LEGENDA

RESEARCH & DEVELOPMENT UITGAVEN

RESEARCH & DEVELOPMENT

RESEARCH & DEVELOPMENT PERSONEEL

Noord-Holland (NL)

Noord-Holland (NL)

Noord-Brabant (NL)

Noord-Brabant (NL)

Zuid-Holland (NL)

Zuid-Holland (NL)

Inner London (UK)

Inner London (UK)

Stockholm (SE)

Stockholm (SE)

Lombardia (IT)

Lombardia (IT)

Köln (DE)

Köln (DE)

aantal werknemers per regio 100.000 1.000

Universiteit GRONDGEBRUIK Bedrijventerrein Kassen

0

Overig agrarisch terrein Bebouwd gebied

1.000

2.000

3.000

4.000

Nordjylland

0

R&D uitgaven per capita (euro)

20.000

40.000

60.000

Midtjylland

R&D personeel (aantal)

R&D uitgaven (miljoen euro)

schaal 1 : 2,5 miljoen bronnen: Eurostat NUTS2 arbeid en uitgaven (2011, 2012), CBS bodemgebruik 2010, Corine Land Cover 2013 Vereniging Deltametropool, 2015

Syddanmark

Schleswig-Holstein

East Yorkshire and Northern Lincolnshire

Hamburg Lincolnshire Groningen Bremen Lüneburg Weser-Ems

Friesland Drenthe

Noord-Holland Flevoland East Anglia

Overijssel

Hannover

Gelderland Münster

Essex Utrecht

Detmold

Zuid-Holland Noord-Brabant

Inner London Outer London

Zeeland

Limburg (NL)

Kent

Oost-Vlaanderen West-Vlaanderen

Düsseldorf Arnsberg

Antwerpen

Kassel

Limburg (B)

Vlaams-Brabant

Brussels Hoofdstedelijk Gewest

Köln

Nord - Pas-de-Calais Hainaut

Giessen

Liège

Brabant Wallon

Namur

Darmstadt Koblenz

Luxembourg (B)

Haute-Normandie

Trier

Unterfranken

Luxembourg

Picardie

Saarland Rheinhessen-Pfalz Champagne-Ardenne Île de France

Centre

Lorraine

Alsace

Karlsruhe

Stuttgart


to

anies, considered

active active and and nand theand n the

n for their cate that n for their this respect cate that this respect nternationallyoyees having nternationallyoyees having

orm well d cities. orm well d cities. ot a key en as ot a key en as

an

an

PRODUCTIEMILIEUS

Wordt grensoverschrijdende samenwerking genoeg ondersteund?

Buitenlandse investeringen in Europese kennisregio’s © 2014 KPMG Advisory N.V.

Locations of European headquarters set up by most recent 100 US tech IPOs(a)

Kenniseconomie 17 18

Factsheet of spatial pattern of foreign-owned firms in knowledge-intensive market services, 2010 Total

16

Greenfield investments 2003 – 2010 Share in Europe (%) 10 5 1

14 12

10

2.8% 81,921

8 90,000

50,000

0

40,000 30,000 20,000

1

1

44,067

12,539

10,000

2.5%

2.2%

2.0%

12.0%

1 1.8%

1.7%

36,754

Netherlands

60,000 2

3.0%

1.0% 0.5%

2,741

-

Netherlands

Germany

France

Ireland

1

1.5%

United

Switzerland

70,000 4

4

Spain

4

Nortern Ireland

80,000 6

Hungary

# (n=31)

Gross expenditure on R&D (GERD), 2011

Total Greenfield investments 2003 – 2010

-

Note: (a) 31 companies of the last 100 tech IPOs in the US have established a dedicated regional Kingdom European headquarters GERD GERD/GDP Source: KPMG research Source: OECD, Dataset: Main Science and Technology Indicators

Competing locations to Amsterdam considered by interviewees

Share per country

44%

50

Share of total per region

40

% 30

Ranking Ranking in total

26%

20

11%

10

11% © 2014 KPMG Advisory N.V. 7% © 2014 KPMG Advisory N.V.

0

London

Zurich

Dublin

Barcelona

Berlin/ Frankfurt

Germany United Kingdom Italy France

Note: n=15 of life Quality Source: KPMG interview programme

Netherlands Spain

Quality of life Germany

9.15

Germany Netherlands

9.15 8.63

Netherlands France

Austria Poland

8.63 8.54

France Ireland

Czech Republic

8.54 8.44

United Ireland Kingdom United Kingdom 0

2

4

0

2

4

7.56 6 Score

7.56

6

8

10

8

10

85.9

Berlin Amsterdam

85.9 87.4

Amsterdam Paris

87.4 87.1

Latvia Hungary

87.1

40

20

40

Score

12

16

Lithuania Slovenia

60

83.5 80

100

60

80

100

0

10

20

30

40

Frankfurt Inner London Düsseldorf Oberbayern Hamburg Luxembourg Berlin Lombardia Mazowieckie (Warsaw) Wien

1 2 3 4 5 6 7 8 9 10

2 1 3 4 6 7 9 8 12 11

North Holland South Holland

19 32

16 19

50

0

4

8

12

16

KPMG rapport Holland high-tech hub, 2014

Source: EIU Best Cities Ranking and Report 2012

20

Share in Europe (%)

Share in Europe (%)

Score Source: EIU Best Cities Ranking and Report 2012

20

Ranking Ranking in total

Greece

83.5 20

8

Share of ‘greenfield investments 2003 – 2010’

Slovakia

Berlin

0

4

Ireland Sweden

Portugal

0

12 21

Nederland is kansrijk als kenniseconomie, mits we vestigingsklimaat en ruimte op regio­naal niveau op orde hebben (PBL, 2011). De lokale inbedding en innovatiekracht wordt volgens het Topsectorenbeleid versterkt door samenwerking tussen overheid, bedrijfsleven en kennisveld, met de focus op sterke regionale clusters als motoren voor economische groei, vooral in de aangewezen mainports, greenports en brainport. Het vestigings- en ondernemingsklimaat wordt hier bevorderd door het aanleggen van infrastructuur (snel­wegen, spoorwegen, waterwegen), ruimtelijke ordeningsplannen (aanwijzen bedrijventerreinen) en telefoon- en internetverbindingen (versnelde veiling mobiele frequenties). Frank van Oort (2007) geeft echter aan dat clustering van sectoren geen garantie is voor groei, en al helemaal niet van bovenaf is op te leggen. Unieke lokale omstandig­heden blijven cruciaal. De regionale uitstraling van clusters is vaak beperkter dan gedacht. Buitenlandse bedrijven vinden in Nederland weliswaar een goede positie in de markt, maar te weinig agglomeratievoordelen in vergelijking met succesvolle regio’s in Europa. Waarschijnlijk zullen we daardoor tot de subtop blijven behoren, constateerde het PBL in 2011. Wel kan Nederland de kansen verbeteren door bijvoorbeeld in de regio Amsterdam de toegankelijkheid van de woningmarkt en kwaliteit van het aanbod te verbeteren, iets waar de sectoren in die regio gevoelig voor zijn. In Noord-Brabant kan juist de specialisatie in de hightech sectoren worden vergroot. Dit geldt ook voor Zuid-Holland, waar techniek en maakindustrie eveneens sterk vertegenwoordigd zijn.

Share in Europe (%)

Estonia

Spatial adjusted liveability index

London

16 19

Finland

Spatial adjusted liveability index

n/a

North Holland South Holland 0

Denmark

Source: IMD World Competitiveness Yearbook 2013

n/a

1 7 8 14 3 19 32 2 18 11

Belgium

Score

Paris Dublin

1 2 3 4 5 6 7 8 9 10

Luxembourg

8.44

Source: IMD World Competitiveness Yearbook 2013

Dublin London

Inner London Frankfurt Düsseldorf Oberbayern Île de France Hamburg Luxembourg Lombardia Berlin Comunidad de Madrid

VERSTERK CLUSTERS VOOR KENNISONTWIKKELING, NIEUWE MAAKINDUSTRIE EN TECHNOLOGIE

European landscape of knowledge-intensive firms. PBL, 2011

Maakindustrie

Wat komt er uit de 3D printer?

Prototypes Gadgets Scale models Gifts

Ruim 60% van ons grondoppervlak is in gebruik voor landbouw en vleesproductie, maar in vergelijking met een eeuw geleden is de werkgelegenheid in deze sector sterk gedaald. Onder andere door ruimtelijke beperkingen en de goede verbinding met de West-Europese afzetmarkt, is de Nederlandse agrosector uitgegroeid tot de meest intensieve ter wereld. We zijn niet alleen één van de grootste spelers in de wereldexport, maar ook erg sterk in de export van de productie; complete pluimveefabrieken worden vanuit Nederland als bouwpakket verscheept en de gezondheid van miljoenen dieren over de hele wereld wordt via Nederlandse datacentra in de gaten gehouden. Hiermee worden echter ook mestoverschotten en afhankelijkheid van antibiotica geëxporteerd.

OPGAVE 3

that

EN

© 2014 KPMG Advisory N.V.

Ireland

a Os.

Hoe zetten we onze woonmilieus in om het vestigingsklimaat te verbeteren?

Germany

ate)

Met welke plekken concurreert Nederland internationaal als vestigingslocatie?

United Kingdom

rlands erblin for

INNOVATIE-

$m

ona

CREËER

KPMG heeft recent onderzocht hoe we als Nederland een aantrekkelijker vestigingsland kunnen worden voor technologie­ bedrijven op zoek naar een locatie voor een Europees hoofdkantoor. We concurreren op dit gebied vooral met Ierland, het Verenigd Koninkrijk en Zwitserland. In vergelijking met deze landen heeft Nederland een concurrentievoordeel door onze unieke geografische locatie, ondersteund door goede infrastructuur (fysiek en digitaal), een efficiënte bedrijfscultuur en gericht locatiebeleid. Daarbij wordt ook steeds duidelijker dat het belastingklimaat en de pragmatische regelgeving erg belangrijk zijn voor hoofdkantoren. Bij innovatieve sectoren staat de toegang tot talent echter bovenaan het wensenlijstje.

Phone Add-ons Fashion Items Replacements DIY Toys ING rapport maakindustrie, 2014

MAAK

3d Hubs, 2013 (http://www.unifi3d.com), bewerking Vereniging Deltametropool

In ‘De aantrekkelijke stad’ (2010) laat Gerard Marlet zien dat steden met een gevarieerd aanbod aan stedelijke voorzieningen en historie de meeste aantrekkingskracht uitoefenen op verhuizers. De vele aantrekkelijke historische steden in Nederland dragen dus bij aan een gunstig vestigingsklimaat.

RUIMTE


Schelde Eems

Maas

80 m3/s

230 m3/s LEGENDA

Rijn

STROOMGEBIEDEN RIVIERDELTA Schelde - Bovenschelde - Zeeschelde - Westerschelde Eems - Westereems - Oostereems - Dollard Maas - Meuse - Bergsche Maas - Amer - Hollandsch Diep Rijn - Rhein - Nederrijn - Waal - Oude Rijn - Kromme Rijn Lek - Merwede - Nieuwe Waterweg

BEBOUWD GEBIED Primaire waterkering Verziltingsgevoelig gebied Bebouwd gebied Water (hoofdsysteem) Water (voedend systeem) Getijdenvlakte, moeras en rivierdelta

schaal 1 : 1,5 miljoen bronnen: Corine Land Cover 2013, European Environmental Agency, SVIR, Wikipedia, Eurostat Vereniging Deltametropool, 2015

2.200 m3/s

104 m3/s


RUIMTE

Voor welke lokale keuzes staan we naar aanleiding van het Deltaprogramma?

Hoe reageren we op de verzilting van laag liggende delen van Nederland?

EN Hoe maken we de Nederlandse steden geschikt voor waterabsorptie, om piek­belasting en hittestress aan te kunnen?

Dwarsdoorsnede Nederlandse delta

HW 2100 HW 2010

HW 2100 0 NAP

HW 2010 Zwolle (IJssel) Schoonhoven (Lek) Gorinchem (Waal) Stormvloedkering Afsluitdijk

Duinen

IJsselmeer

Lobith (Rijn)

Cuijk (Maas)

onbedijkt

bedijkt

zeegedomineerd

overgangsgebied

DP Waddengebied DP Kust

DP IJsselmeergebied DP Zuidwestelijke Delta DP Rijnmond-Drechtsteden

riviergedomineerd DP Rivieren

Deltaprogramma 2015

Knelpunten water

Hoogte t.o.v. zeeniveau

WATER RISICOBEPERKING EN UITVOERING VAN HET DELTAPROGRAMMA Nederland en water zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden. De omgang met dit element heeft Nederland al in een vroeg stadium technische kennis (de ingenieurskunde van de Waterstaat) en een breed gedragen afsprakenkader (het Rijnland­model) opgeleverd waar we tot op de dag van vandaag de vruchten van plukken. Water is een bron van mogelijkheden, economische bloei en groei, energieopwekking, voedsel- en drinkwatervoorziening, maar ook een bedreiging, gevaar en ruimtelijke indicator om rekening mee te houden. Het Deltaprogramma schetst de route om het risico van overstromingen zo klein mogelijk te houden en eventuele schade te beperken. Vooral de dichtbevolkte delen van Nederland liggen in kwetsbaar laagland, terwijl juist hier de grootste bevolkingsgroei en verstedelijking verwacht wordt. De klimaatverandering is voor deze gebieden zowel een bedreiging van buiten­af (zeespiegelstijging) als van binnenuit (hogere piekbelasting van de Rijn). Zorgen voor genoeg zoet water en bescherming tegen overstromingen staan centraal. Er staat heel wat op stapel, want 35% van de primaire waterkeringen voldoet bijvoorbeeld niet aan de huidige eisen. Nederland krijgt in toenemende mate last van watertekort op zandgronden, verzilting in kustzones en verslechtering van de waterkwaliteit door warmte. De kwaliteit van ons oppervlaktewater is sinds de milieu­m aatregelen van de jaren ‘70 dusdanig verbeterd dat we er weer in kunnen zwemmen, maar voldoet grotendeels nog niet aan de ecologische doelstellingen. In sommige gebieden wordt het kiezen: óf natuur óf landbouwfunctie, met iets hogere nutriënten­concentraties. Het Deltaprogramma biedt kansen om projecten integraal aan te pakken. De uitvoering van het programma is nog onduidelijk. De ruimtelijke weerslag van de wateropgave op lokaal niveau, neem bijvoorbeeld het effect van dijkverhoging op bebouwings­ linten in de polder, is ook nog onbekend. Het Deltaprogramma 2015 gaat ook specifiek in op stedelijke problematiek, zoals waterveiligheid in risicogebieden, waar inwoners en investeringen sterk geconcentreerd zijn. Wateroverlast bij regenval, toekomstig gebrek aan drinkwater en waterabsorptie in de stad staan eveneens op de agenda.

N 0

Opgaven

Deltaprogramma 2015 Waterveiligheid

waterkering op orde brengen, grote opgave waterkering op orde brengen onderhoud waterkering in stand houden zandig kustsysteem onderhoudsopgave stormvloedkering waterafvoer naar Waddenzee handhaven

Oorzaken

50 km

Ondergrond

Zoetwater

stijging zeespiegel 0,35-0,85 m

zoetwater

knelpunten zoetwater

bodemdaling

zout water / brak water

zouttong

buitendijks gebied

sedimentatie en erosie kust

duinen

sedimentatie en erosie rivieren

grens

geen aanvoer zoetwater en uitzakkende grondwaterstanden beperkte aanvoer zoetwater en uitzakkende grondwaterstanden verzilting inlaatpunten waterbuffer IJsselmeer overvraagd te lage waterstanden rivieren (zomer)

HW = hogere piekafvoer rivier Rijn: 16.000 → 18.000 m3/s Maas: 3.800 → 4.600 m3/s LW = lagere dalafvoer rivier Rijn: 1.000 → 600 m3/s Maas: 20 → 10 m3/s

Handelingsperspectief voor stedelijke dijken in Rijnmond en Drechtsteden gevolgen beperken bij overstroming klimaatbestendig en waterrobuust inrichten

verzilting en geen aanvoer zoetwater

Klimaatbestendige stad

gevolgen beperken bij droogte, hitte en hevige neerslag

langere perioden van hitte/droogte, meer en extremere neerslag

Actueel Hoogtebestand Nederland, 2013

OPGAVE 4

INTEGREER

De integratie van water met nauw verwante ruimtelijke opgaven zoals natuurontwikkeling, inpassing van infrastructuur en benutten van ecosysteemdiensten kan alleen tot stand komen met hulp van professionals, zoals ruimtelijke planners, vele regionale partijen en cofinanciering. Hetzelfde geldt voor de ruimtelijke verbindingen bij de aanpak van regionale waterberging, droogte­ beperking en waterkwaliteitsverbetering, van een (klimaatbestendige en water­ robuuste) stad en platteland. Economische kansen en wateropgaven kunnen bijvoorbeeld worden geïntegreerd door steden op verschillende schaalniveaus weer te verbinden met het water.

De Urbanisten & Defacto Stedenbouw

MAAK

RUIMTE


LEGENDA GRAS IN WEST NEDERLAND Veenweidegebied Overig grasland Veen (geen weide) Bebouwd gebied Overige gebieden Weidevogelgebied Rijkswegen Spoorwegen

schaal 1 : 275 duizend bronnen: TOP10 vector, Provinciale Structuurvisies (Noord-Holland, Zuid-Holland, Utrecht), Eurostat, NWB wegen/spoorwegen Vereniging Deltametropool, 2015


BODEMDALING

Welke veenweideland­ schappen zijn zo waardevol en recreatief aantrekkelijk dat we bodemdaling zoveel mogelijk moeten remmen?

EN

Waar zijn mogelijkheden voor nieuwe verdien­ modellen, zoals teelt van biomassa en vastlegging van CO2 in nieuw veen?

Hoe gaan we om met bebouwingslinten, veendijken en andere structuren in een verzakkend landschap?

Inklinking van het veenweidegebied

Verwachte bodemdaling voor 2050

RCE, 2012

Veendikte Friesland in 2050

Scenario’s waterbeheer bij bodemdaling

Alterra

De Stichtse Rijnlanden / Dickhoff Design, 2014

Attack!

years sea level TOTAL CONTRIBUTIONS

8000 years

8000 80m

Antarctic ice sheet (South Pole) 61m

Greenland ice sheet 7m

1000 20m

West Arctic ice sheet 6m

New York London 8m 800 years

Taipei

Heating ocean expanding 1m per century

7m New Orleans 400 6m Shanghai 5m

Edinburgh

South London

300 4m 200 3m

2m

HOLLYWOOD HOLLYWOOD

San Francisco Lower Manhattan Hamburg St Petersburg 80 years

Los Angeles Amsterdam

100 1m Venice

KRITIEKE KEUZES IN HET LAAGLAND VAN WEST- EN NOORDOOST NEDERLAND Het eeuwenoude veenweidegebied, in het midden van de Randstad en in Friesland, met zijn typerende verkavelingspatroon van graslanden, sloten, moerasgebieden en karakteristieke lintdorpen is waarschijnlijk het meest typische Nederlandse landschap. Internationaal is het uniek en van grote ecologische en cultuurhistorische waarde. Ondanks dit historische beeld is het een zeer dynamisch landschap waar grote ontwikkelingen gaande zijn; schaalvergroting in de landbouw en de toenemende vraag naar recreatie, diensten en streekproducten brengen nieuw grondgebruik met zich mee en leggen druk op de kleinschalige infrastructuur. Bodemdaling in het veenweidelandschap zorgt voor hoge maatschappelijke kosten en uiteindelijk voor het verdwijnen ervan. Door eeuwen­lange ontwatering ten behoeve van de landbouw oxideert het veen en daalt het maaiveld. In sommige veenpolders is het veenpakket al meters dunner geworden. De huidige veenoxidatie is goed voor ruim 2% van onze jaarlijkse CO2 uitstoot. Sommige veenweidegebieden zijn zo uniek en waardevol, dat ze met enkele investeringen in het drainagesysteem en een aangepaste melkveehouderij nog eeuwen mee zouden moeten kunnen als levend erfgoed. Andere gebieden lenen zich wellicht voor alternatieve (nattere) vormen van grondgebruik, zoals natte biomassalandbouw of combinaties van natuur- en vooral waterrecreatie. Er zijn kansen de bodemdaling tegen te gaan, en ook een vitale landbouw te behouden, maar dit vraagt om keuzes voor een overgang naar andere vormen van landbouw, wonen, recreatie en waterbeheer op verschillende schaalniveaus.

Rijkswaterstaat / NAM

When Sea Levels Hoe lang hebben we nog? Steden en zeespiegelstijging

ZEESPIEGELSTIJGING

Bodemdaling wordt versterkt door (klimaatgebonden) zeespiegelstijging en isostatisch herstel (de geologische daling van het Noordzeebekken, inclusief het grootste deel van Nederland). Het KNMI berekende voor deze eeuw een verwachte zeespiegelstijging van 35 tot 85 cm, waardoor de kans op overstroming toeneemt en er meer zout water binnendringt (verzilting). Voor het beheren van het waterpeil in het IJsselmeer is zeespiegelstijging lastig, want de mogelijkheid om bij te hoog water in het IJsselmeer het overtollige water naar de Waddenzee bij eb af te laten stromen, vervalt dan. De afvoer van de Rijn en de Maas wordt in de winter groter, door verwachte toename van de regenval. Ook daar wordt afstroom moeilijker door de stijging van de Noordzee. In de zomer zullen de Rijn en de Maas minder water afvoeren. Een lage waterstand kan een probleem zijn voor de scheepvaart.

OPGAVE 5

MITIGEER

B odemdaling , overigens in sommige gebieden ook veroorzaakt als gevolg van aardgaswinning, brengt hoge maatschappelijke kosten met zich mee, zoals het onderhoud aan waterkeringen. Deze kosten staan niet altijd in verhouding tot de economische baten. In stedelijke gebieden ontstaan kosten voornamelijk door zetting; ongelijke zetting veroorzaakt schade aan funderingen van huizen en infrastructuur, zoals wegen, riolering, lantarenpalen en leidingen. Daarnaast kan er wateroverlast optreden. Alles ophogen, zoals in de 20 e eeuw de teneur was, zal niet meer gaan. Ook kunnen we het land niet zomaar laten wegzakken. De ruimtelijke ordening zal in toenemende mate ook rekening gaan houden met de derde dimensie, waarin delen van ons land in traag tempo zullen stijgen of dalen.

Already happened 20-40cm

Information is Beautiful, 2010

MAAK

RUIMTE


Agder og Rogaland

North Eastern Scotland

Midtjylland

Norned

Northumberland and Tyne and Wear

Tees Valley and Durham

North Yorkshire

East Yorkshire LEGENDA AQUACULTUUR Werkgelegenheid (banen) 1000 - 2000 < 10

Weser-Eems

Havens Ferry’s Visserij regio’s EU Kabels (telecom)

Groningen Friesland

Lincolnshire

Kabels (telecom) Olie- en gasvelden

WINDFARMS Status Ontwikkelgebied / studie

Noord-Holland

East Anglia

WINDENERGIE

Toestemming / uitvoering Nederlands Noordzeegebied Verenigd Koninkrijk

Natura 2000 gebied

Noorwegen SCHEEPVAARTBEWEGINGEN (AIS, MEI)

Zuid-Holland

Britned

Nederland

Essex

Duitsland

Outer London

Denemarken

schaal 1 : 2,4 miljoen

België

bronnen: AIS, 4Coffshore, Eurostat, North Sea Atlas, SVIR

Zeeland

0

10.000

20.000

gerealiseerd vermogen (totaal)

Vereniging Deltametropool, 2015

uitvoering offshore ontwikkelgebieden offshore

Kent West-Vlaanderen

30.000 (MW)


Topische titel EN

SCALE

ORDEN

DE

GOEDERENVERVOER IN NEDERLAND PER INWONER PER DAG 2010 IN KG CARGO IN THE NETHERLANDS PER INHABITANT PER DAY 2010 IN KG

BINNENLANDS GOEDERENVERVOER 1998–2010 IN MILLION TON PER JAAR INLAND CARGO 1998–2010 IN MILLION TONNES PER YEAR

NOORDZEE

1 KG

500

Hoeveel is het open zicht over zee ons waard?

Welke rol speelt de Noordzee in de energietransitie?

WEGVERVOER ROAD TRANSPORT

400

300

200

BINNENVAART INLAND WATERWAY TRANSPORT

100

CARGO / VRAAGSTUK 1998

2000

2002

2004

2006

2008

2010

CARGO / BINNENLANDS GOEDERENVERVOER INLAND CARGO 100 KG ISSUE

Goederenstromen verandering / Topische titel EN

Hoe combineren we de exploitatie en logistiek van de Noordzee met de inontwikkeling van maritiem landschap en natuur?

ONTWIKKELING VAN HET INTERNATIONAAL CONTAINERTRANSPORT OP DE BELANGRIJKSTE HANDELSVERBINDINGEN 1995–2011 IN MILJOEN TEU Ontwikkeling goederentransport CONTAINERIZED CARGO FLOWS ALONG MAJOR TRADE ROUTES 1995–2011 IN MILLION TEU (TWENTY-FEET EQUIVALENT UNIT)

GRENSOVERSCHRIJDEND GOEDERENVERVOER 1998–2010 IN MILLION TON PER JAAR INTERNATIONAL CARGO 1998–2010 IN MILLION TONNES PER YEAR

NORTH A. → EUROPE

EUROPE → NORTH AMERICA

2007

300

39 37.9 33.7

6.6

39

5.9

2006

5.8

2005

5.7

36.8 33.6

200

30.1

100

2004

1998

2000

2002

2004

2006

2008

2010

5.2

27.2

2003 GRENSOVERSCHRIJDEND 4.6 GOEDERENVERVOER

23.3

INTERNATIONAL CARGO 173 KG

2002

VERVOERSWIJZEN MODES OF TRANSPORT ZEEVAART MARITIME TRANSPORT BINNENVAART INLAND WATERWAY TRANSPORT

4

2001

19.5

4.2

Tekst NL

2000

18

Tekst EN

4.4

1999

18

3.9

De zee is niet een leeg blauw vlakje, zoals het vaak op de kaart staat en de horizon is geen vlakke streep. De Noordzee is een ruimte waar veel gebruikers en functies moeten samen gaan. Er liggen kansen voor het combineren van natuur, biodiversiteit en het prehistorische onderwaterlandschap. Het is druk op zee en het wordt steeds drukker. Aan de horizon is steeds meer te zien. We zien een veelheid aan gebruiksvormen, van zandwinning tot militair tot visserij tot bekabeling, tot energiewinning. Transport en energie groeien sterk en de hoge kwaliteit van vis en schaaldieren doet op hoog internationaal niveau mee. Daarnaast is de Noordzee bij uitstek een gebied waar innovatie plaatsvindt, zowel op energie­ gebied, maar ook, minder zichtbaar, op het gebied van de voedsel en medicijnindustrie (algen). Michael Pye ziet in zijn boek ‘The Edge of the World’ (2014) de Noordzee niet voor niets als drijvende kracht achter het moderne Europa.

EUROPE → ASIA

5.3

2008

ZEEVAART MARITIME TRANSPORT

ASIA → EUROPE

5.9

2009

400

NORTH AMERICA → ASIA

6.2

2011 2010

500

ASIA → NORTH AMERICA

VAN MARE LIBRUM NAAR MARITIEME RUIMTELIJKE PLANNING

15.2

SPOORVERVOER RAIL TRANSPORT

1998

4

PIJPLEIDINGVERVOER PIPELINE TRANSPORT

1997

3.8

Al deze verschillende functies concurreren om de beperkte ruimte. Belangen lopen hoog op, want een dag langer varen voor zand, grind of wind werkt sterk kosten­verhogend. Zeekracht (OMA, 2010) roept daarom op, om de functies meer in samenhang te gaan bekijken (zoals we dat op land ook al doen). Niet de oudste belangen moeten voorrang krijgen, maar de slimste innovaties. Het plan stelt dat de Noordzee bij uitstek geschikt is voor internationale samenwerking op het gebied van hernieuwbare energieproductie (wind) en -opslag, en dat Nederland in die ontwikkeling een leidende rol zou kunnen spelen. Van dat laatste is geen sprake geweest, maar het is nog niet te laat om aansluiting te zoeken bij de ontwikkelingen van Denemarken, Duitsland, België, Noorwegen en het Verenigd Koninkrijk. Het recente energieakkoord (2013) maakte duidelijk dat er politieke wil bestaat om deze kansen aan te grijpen. Tevens bleek de Nederlandse polder, inclusief gevestigde belangen in de energiesector, geen geschikt terrein voor een snelle Energiewende à la Duitsland.

14 13.4

LUCHTVAART AIR TRANSPORT

1996

3.3

1995

3.4

12.4

BRONNEN SOURCES CBS, PBL

11.9

AAN- EN AFVOER CONTAINERS CBS, UNCTAD, Havenbedrijf Rotterdam, bewerking PBLOP HAVEN ROTTERDAM 2011 IN MILJOEN TEU

ARRIVALS & DEPARTURES OF CONTAINERS AT PORT OF ROTTERDAM 2011 IN MILLION TEU

AMERICA 2011 2010

1.4

2009

1.5

2008

ASIA

EUROPE

1.7

AFRICA 5.9

3.9 3.9

1.8

Maritieme natuur en biodiversiteit

0.4

4.6

3.1

2007 1.7 Beroemde wrakken in de Noordzee

0.4

5.3

0.3

3.7

4.8

0.3

4

4.8

0.2

Natuur

Doggersbank

BRONNEN SOURCES

Tekst NL

Gasfonteinen

Tekst EN

UNCTAD, HAVENBEDRIJF ROTTERDAM, PBL

Centrale Oestergronden Klaverbank Friese Front Borkumse Stenen

Interacties Scheepvaart

Noordzeekustzone

Olie- en gaswinning

De Nederlandse zeehavens behoren nog steeds tot de meest strategische in de regio en de scheepvaart biedt een duurzaam alternatief voor goederentransport over de weg. De Waddenkust en het uitstroomgebied van de zuidelijke Delta zijn bovendien rijk aan biodiversiteit maar de kraamkamerfunctie van de kustzones staat onder druk, vooral nabij drukke vaarroutes en warmtelozingen. Bovendien staat de Noordzee aan de vooravond van intensivering van vaarbewegingen, mogelijk gemaakt door de opwarming van het noordpoolgebied. De zeebodem biedt ook een schat aan archeologische informatie, niet alleen van eeuwen zeevaart, maar ook uit de tijd dat men nog over land naar Engeland kon lopen.

Visserij

Bruine banken

Oppervlaktedelfstoffenwinning

Legenda Natura 2000 Aangewezen gebieden

Baggerspecie

Aan te wijzen gebieden Windenergie

Gebieden met bijzondere ecologische waarde

Kustzee

Militaire gebieden Kabels en leidingen

Recreatie

Windparken Scheepvaartroutes

Zeeuwse banken

Militair gebruik

RCE, Rijkswaterstaat, Duikteam Zeester, 2014

Reservering zandwingebieden

Voordelta

N

Vlakte van de Raan

0

De ontwikkelingscurve geeft de verschillende groeistadia weer. Bij de jaartallen in de grafiek is het cumulatieve vermogen vermeld in gigawatt (GW). Onder de grafiek staat het grootste park van dat moment (volgens de huidige plannen). Het vermogen per park loopt op van enkele megawatten in de proefinstallaties voor 2010 tot parken van bijna een GW in de komende decennia. De EWEA verwacht in 2050 een totaal vermogen voor Europa van 150 GW tot 350 GW. Dat is naast de Noordzee dus ook in bijvoorbeeld de Ierse Zee en de Oostzee. Samen met wind op land, goed voor nog eens 250 GW, zou windenergie in het hoge scenario van EWEA de helft van de hele Europese elektriciteitsbehoefte leveren.

50 km

Integraal Beheerplan Noordzee 2015, Noordzeeloket

Ontwikkelingspad windenergie op zee

[Figuur 1] Ontwikkelingspad wind op zee

Experiment

1990

Opstart

2010

Doorgroei

Stabilisatie

2020

2050 350 GW

2020 > 40 GW

2010 > 2 GW

OPGAVE 6

WEGVERVOER ROAD TRANSPORT

2030 > 100 GW

2015 > 10 GW

2002 Horns Rev I (160 MW) Denemark 2009 Horns Rev II (209 MW) Denemarken 2011 Sherringham Shoal (317 MW) Verenigd Koninkrijk 2012 Greater Gabbard (504 MW) Verenigd Koninkrijk

150 GW

Zeeruimte functioneert internationaal en het Europees parlement streeft naar stroomlijning van de ruimtelijke plannen in een nieuw kader voor maritieme en ruimtelijke planning, vastgesteld in juli 2014. Elk EU-land kan zijn eigen maritieme activiteiten blijven plannen, maar de lokale, regionale en nationale planning in gemeenschappelijke wateren moet volgens bepaalde minimumeisen beter worden gecoördineerd. Dit om belangenconflicten omtrent de concurrentie om ruimte te voorkomen en synergie tot stand te brengen. Breekt er een nieuw tijdperk aan in het denken over de zee?

2016 Rampion (600 MW) Verenigd Koninkrijk 2017 Beatrice (920 MW) Verenigd Koninkrijk 2018 East Anglia (7200 MW) Verenigd Koninkrijk 2023 Dogger Bank (9000 MW) Verenigd Koninkrijk

PBL, 2011

MAAK

Figuur 1. Conceptueel Ontwikkelingspad Windenergie op de Noordzee. De ontwikkelingscurve geeft de verschillende groeistadia weer. Bij de jaartallen in de grafiek is het cumulatieve vermogen vermeld in gigawatt (GW). Onder de grafiek staat het grootste park van dat moment (volgens de huidige plannen). Het vermogen per park loopt op van enkele megawatten in de proefinstallaties voor 2010 tot parken van bijna een GW in de komende decennia. De EWEA verwacht in 2050 een totaal vermogen voor Europa van 150 GW tot 350 GW. Dat is naast de Noordzee dus ook in bijvorbeeld de Ierse Zee en de Oostzee. Samen met wind op land, goed voor nog eens 250 GW, zou windenergie in het hoge scenario van EWEA de helft van de hele Europese elektriciteitsbehoefte leveren.

RUIMTE


WIE

MAAKT

NEDERLAND?

RUIMTELIJKE ONTWIKKELING OP DE AGENDA De resultaten van het Jaar van de Ruimte landen in een manifest. Wij doen ons best om er een breed gedragen manifest van te maken over de ruimtelijke ontwikkeling van Nederland. Het zal gepresenteerd worden bij de afsluitende bijeenkomst op 15 december 2015. Het Comité 2015, dat het Jaar van de Ruimte heeft voorbereid, heeft als eerste aanzet dit openingsbod samengesteld. Gedurende het Jaar van de Ruimte groeit dit openingsbod toe naar het definitieve manifest. Dat gebeurt via een openbare dialoog en via de opbrengst van aangehaakte activiteiten. Het proces van ‘openingsbod’ naar ‘manifest’ voltrekt zich in alle openheid en is te volgen op www.wiemaaktnederland.nl en www.wijmakennederland2040.nl. Daar is gelegenheid voor inhoudelijke inbreng, zijn de toelichtingen op de keuzes te vinden en worden tussentijdse concept­versies geplaatst. Het Comité 2015 treedt op als redactie. Het openingsbod bevat ten eerste een statement over de waarde van de ruimte in Nederland. We verbinden daar kansen voor 2040 aan: drie opgaven en vijf ontwikkelingsprincipes. In het eindmanifest zullen dat er meer zijn, respectievelijk vijf en tien. De opgaven en principes overstijgen afzonderlijke vormen van ruimtegebruik en gaan over zowel de stad, het landelijk gebied, de infrastructuur als alles wat daar tussen zit. Zijn de opgaven en de ontwikkelingsprincipes in dit openingsbod trefzeker gekozen en geformuleerd? Welke horen er zeker bij? Hoe moeten we ermee omgaan? Dat zijn vragen voor de dialoog in 2015. De conclusies zullen doorwerken in het eindmanifest. Wij verwachten dat uiteenlopende organisaties of coalities zich in het bijzonder verbonden voelen met een deel van de agenda, en daar verantwoordelijkheid voor willen nemen. Een groot aantal organisaties heeft zich aangesloten bij het Jaar van de Ruimte. Wij hopen dat veel van hen, en andere geïnteresseerden die zich mengen in de dialoog, eind 2015 verantwoordelijkheid willen nemen voor een deel van de agenda voor de toekomst van Nederland. Iedereen die zich aangesproken voelt, nodigen we daartoe uit. Comité 2015: George Brugmans, Theo Dijkstra, Paul Gerretsen, Jannemarie de Jonge, Hamit Karakus, Hans Leeflang, Judith Lekkerkerker, Jeroen Niemans, Christine Oude Veldhuis, Annemiek Rijckenberg, Willem Salet, Hans Tijl, Peter Paul Witsen, Ries van der Wouden

Nederland in 2040, daar wordt nu al aan gewerkt! We staan als Nederlandse samenleving voor een aantal onvermijdelijke opgaven. Om ons land leefbaar en veilig te houden. Om te werken aan een land dat duurzaam en welvarend is, in een wereld waarin we mensen niet buitensluiten en waarin we verantwoord met de aarde omgaan. Veel van die opgaven stellen eisen aan het ruimtegebruik, of hebben er invloed op. De ruimte waarin dat moet gebeuren, is beperkt. Het aantal hectares land en water waar de Nederlandse samenleving iets over te zeggen heeft, verandert nauwelijks. Gelukkig kunnen we de vierkante meters meer dan één keer gebruiken. We kunnen de oppervlakte gebruiken, maar ook de diepte of de hoogte. We kunnen de vierkante meters zo inrichten, dat ze meerdere doelen dienen. ‘Ruimte’ is niet alleen schaars, maar ook waardevol. In veel opzichten: sociaal, cultureel, ecologisch en economisch. Die waarden beïnvloeden elkaar. Ze gaan soms gelijk op, maar dat gaat niet altijd vanzelf. Hetzelfde landschap waar de stedeling zijn vrije tijd doorbrengt, is productiegrond voor de boer en broedgebied voor weidevogels. Het droomhuis voor de één, is voor de ander een architectonische dissonant. Ruimte gaat over gebruiken én beleven. Over produceren én consumeren. Over ontplooien én genieten. Diezelfde ruimte vertegenwoordigt ook een harde economische waarde. Mensen steken hun vermogen in een koophuis. Er zijn duizelingwekkende winsten en verliezen geboekt op de handel in grond en vastgoed.

TWAALF OPGAVEN Bij de voorbereidende bijeenkomsten en gesprekken voor het Jaar van de Ruimte haalden we twaalf onvermijdelijke opgaven op. Dat aantal kan in 2015 nog groeien. Uit de dialoog in 2015 zal blijken welke opgaven de meeste urgentie oproepen. #01 Beantwoord Groei en Krimp #02 Benut Bereikbaarheid #03 Creëer Innovatie- en Productie milieus #04 Integreer Ruimte en Water #05 Mitigeer Bodemdaling en Zee spiegelstijging #06 Orden de Noordzee #07 Sluit Kringlopen #08 Stuur Digitalisering #09 Transformeer Energievoorziening #10 Versterk Internationale Positie #11 Voorzie in Voedsel #12 Zie Metropolitaan Landschap

Bij elk van de opgaven zijn twee invals­ hoeken van belang: BLIK NAAR BUITEN Nederland als buitenland & ruimtelijke ordening als bijdrage aan de grote Europese en mondiale opgaven BLIK NAAR BINNEN Nederland als binnenland & ruimtelijke ordening als gezamenlijk product van burgers, bedrijven en overheden

Die veelheid aan waarden vertaalt zich in een veelheid aan belangen. Dat geeft de ruimte ook een politieke dimensie. De stad, het landschap en de infrastructuur vormen het toneel waarop sociaal-politieke tegenstellingen worden geprojecteerd en uitgevochten, bijvoorbeeld over solidariteit, ondernemerschap of rentmeesterschap. Dat de ruimte ook voorziet in de basis­ beginselen van het bestaan, wordt soms te gemakkelijk vergeten. We hebben ruimte nodig om veilig en gezond te kunnen leven, en om blijvend in onze behoefte aan voedsel en energie te voorzien. De maatschappelijke verhoudingen zijn de afgelopen jaren veranderd en er dienen zich nieuwe opgaven aan. De razendsnel toenemende digitalisering verandert het ruimtegebruik en de ruimtelijke planning. Er zijn nieuwe manieren nodig om te komen tot geschikte combinaties van ruimtegebruik, tot oplossingen die functioneel en mooi zijn, toegesneden op hun omgeving, duurzaam en efficiënt. Misschien hoeft dat niet altijd in dezelfde mate – maar ook dat zou dan een bewuste keuze moeten zijn. Want de ruimte is van ons allemaal. Dus ook de ruimtelijke ontwikkeling gaat ons allemaal aan. Dat vraagt om dialoog en debat. Niet alleen onder ruimtelijke professionals, bestuurders en politici. Onze missie met het Jaar van de Ruimte is om ook de gebruikers van de ruimte voluit te betrekken bij de ruimtelijke ontwikkeling van ons land. Daarmee willen we een nieuw handelingsperspectief zichtbaar maken, voor overheid en marktpartijen, voor particulieren en maatschappelijke organisaties.

MAAK

RUIMTE


WIJ

ALLEMAAL!

DE RUIMTELIJKE AGENDA RUIMTELIJKE ONTWIKKELINGS­ PRINCIPES VOOR NEDERLAND IN 2040

In het eindmanifest willen we de vijf meest urgente ruimtelijke opgaven opnemen. Voor dit openingsbod hebben we er drie geselecteerd. Drie opgaven waarvan wij denken dat ze niet kunnen ontbreken in het Jaar van de Ruimte en waarover we de dialoog zelf zullen losmaken.

De ontwikkelingsprincipes gaan over de ‘hoe’-vraag: hoe pakken we deze en andere opgaven in de toekomst aan? In het openingsbod hebben we vijf principes opgenomen die zijn gebaseerd op bekende, bewezen en actuele planologische uitgangspunten. Misschien zijn deze niet genoeg toegesneden op de nieuwe opgaven. Misschien zijn ze dat wel, maar komen ze in de praktijk onvoldoende tot hun recht. Misschien voldoen ze. Dat zal blijken tijdens de dialoog in het Jaar van de Ruimte. Conclusies zullen leiden tot andere of aangescherpte ontwikkelingsprincipes. In het eindmanifest willen we er tien opnemen.

Integreer Ruimte en Water Er is een nationaal Deltaprogramma vastgesteld. Dat stippelt de route uit om het land te beschermen tegen overstromingen en om genoeg zoet water aan te kunnen bieden, ook op de lange termijn. Het gaat óók over het ruimtegebruik. Veranderingen in het watersysteem raken daarnaast de manier waarop we met de ruimte omgaan. De kansen voor natuurontwikkeling, de manier waarop infrastructuur kan worden ingepast, de producten en diensten die de landbouw kan aanbieden – het hangt er allemaal mee samen. We kunnen toekomstige generaties bovendien niet opzadelen met vormen van ruimtegebruik die leiden tot onevenredige schade bij een mogelijke overstroming. Het is een opgave voor velen om deze uitgangspunten om te zetten in uitvoerbare, geïntegreerde lokale projecten, die de waterveiligheid dienen en tegelijk bijdragen aan de kwaliteit van de ruimte en het milieu in ons land. Ook in de stad, waar oppervlaktewater en groengebieden effectieve wapens zijn in de strijd tegen wateroverlast en hittestress. Transformeer Energievoorziening Eind 2013 is met het nationale Energieakkoord een stap gezet naar een schone toekomst. Kern van het akkoord zijn breed gedragen afspraken over energiebesparing, schone technologie en klimaat­beleid. Er is veel voor nodig om de doelen te bereiken. Ook ruimtelijk. Keuzes in het ruimtegebruik kunnen in belangrijke mate bijdragen aan de noodzakelijke energiebesparing. Onvermijdelijk leidt het opwekken van hernieuwbare energie tot een aanzienlijk transformatie van het landschap. Zonnepanelen en windmolens zullen het aanzien van het land meer dan nu bepalen, net als internationale hoogspanningsleidingen en voorzieningen voor de opslag van energie. Hoe gaan we daar stedenbouwkundig en landschappelijk mee om? Versterk Internationale Positie Het zijn in toenemende mate de stedelijke regio’s die de concurrentiekracht en de productiviteit van Nederland bepalen. Onze drie grootste stedelijke regio’s (de noordelijke en zuidelijke Randstad en de regio Eindhoven) huisvesten de meeste buitenlandse bedrijven en zijn goed voor meer dan de helft van de export. Om die positie op lange termijn te bestendigen, is het nodig om de stedelijke economieën beter met elkaar te verbinden. Om kennis en voorzieningen te delen. Om duurzamer te verstedelijken, op een manier die de agglomeratiekracht versterkt, die aansluit bij de vraag en bij het aanbod op de arbeidsmarkt. Zo kan Nederland, met zijn vele steden in een groen landschap, soortgelijke schaalvoordelen bereiken als Parijs, Londen en andere aaneengebouwde metropolen.

MAAK

Maatschappelijke energie Mensen verlangen meer dan vroeger feitelijke invloed op hun leefomgeving. Rechtszekerheid en inspraak zijn niet meer genoeg. Mensen hebben ruimte nodig om hun ambities te kunnen waarmaken. Die maatschappelijke energie kan een motor zijn voor de ruimtelijke ontwikkeling. Ruimtelijke plannen en strategieën kunnen daarop inspelen, ook bij de grote, nationale opgaven. De afgelopen jaren is aangetoond dat daar een verbindende en vernieuwende invloed van uit kan gaan. Want feitelijke invloed betekent ook gedeelde verantwoordelijkheid en samen maken. Coalities Sinds de financiële crisis vindt integrale gebiedsontwikkeling vaker plaats door coalities van gebruikers, beheerders en exploitanten; partijen die na de ontwikkeling ook het gebiedsbeheer op zich nemen. Het zijn publiek-private coalities van partners die iets willen en elkaar sterker maken. Elk vanuit eigen doelstellingen, ambities, verantwoordelijkheden en middelen. Van buurtcoöperaties tot netwerken voor gebiedsagenda’s en nationale landschappen: ook regionaal en nationaal bestaan zulke ‘tafels’ voor ruimtelijke investeringen. Kennispartijen hebben daar een toenemende rol in. De gemeenschappelijke, ruimtelijke omgeving bindt deze partijen. In de toekomst zal het, meer dan nu, ook gaan om coalities die ketens of kringlopen delen, dus energie of grondstoffen uitwisselen.

Leefbaarheid ‘Goed wonen’ is voor velen het eerste criterium waarop ze hun voorkeuren voor de ruimtelijke inrichting baseren. Mensen wensen een gezonde, betaalbare en veilige woonomgeving. Niemand wil dat stadswijken of krimpende dorpen als kansloos worden weggeschreven. Landschap, erfgoed en stedelijke voorzieningen bieden kansen om identiteit te geven of vast te houden. Maar er ligt ook een directe relatie met andere maatschappelijke opgaven. Die leiden vaak tot noodzakelijke ruimtelijke projecten, gericht op de lange termijn. Daarin is altijd een balans nodig met de plaatselijke leefbaarheid, zowel in de voorbereiding van zo’n project als in de uiteindelijke ruimtelijke inrichting. Culturele betekenis Het landschap is een cultuurlandschap, door mensen gemaakt. In de steden zijn cultureel bepaalde tijdslagen zichtbaar. Elke ruimtelijke ingreep is ook een culturele ingreep. Maar bij puur functionele ontwikkelingen (zoals veel bedrijventerreinen) is dat culturele gehalte mager. Die worden al gauw lelijk gevonden. Nieuwe ontwikkelingen kunnen inspelen op de historie en de gebiedsidentiteit, maar ook nieuwe, eigen betekenissen aan de omgeving toevoegen. Wat is ervoor nodig om bijzondere kwaliteiten te behouden en het culturele gehalte van nieuwe ontwikkelingen (bouwprojecten en landschapsprojecten, groot en klein) over de hele linie op te krikken?

ACTIES EN ACTIEHOUDERS Het manifest dat wij in het Jaar van de Ruimte opstellen, wordt een levend manifest. Ook na 2015. Geen geduldig papier, geen plan dat weer tot nieuwe plannen leidt. Onze intentie is om op basis van gedeelde opgaven en ontwikkelingsprincipes concrete acties te presenteren. Acties met actiehouders: organisaties en coalities die beschikken over doorzettingskracht en die op 15 december 2015 op het podium zullen staan van de slotmanifestatie van het Jaar. Zij zullen laten zien hoe ze nu al werken en na 2015 verder zullen werken aan Nederland in 2040. Een deel van de acties zal generiek zijn. Die gaan over heel Nederland: van een nationale omgevingsvisie tot een nieuwe beroepsopvatting van ruimtelijke wetenschappers en ambachtslieden. De overige acties zijn heel concreet. Dat zijn nieuwe praktijken, verspreid over het land, waar aan ten minste één en liever meerdere grote opgaven wordt gewerkt. Praktijken die aanwijsbaar bijdragen aan de omgevingskwaliteit in 2040, en die zichtbaar maken waar ons land toe in staat is en maatschappelijk voor gemotiveerd is. Nederland in 2040, daar wordt nu al aan gewerkt. Maar waar en hoe? Waarom en waartoe? Wie maakt het Nederland van 2040? Die vragen zullen gesteld worden gedurende het hele Jaar van de Ruimte, van 15 januari 2015 tot en met 15 december 2015. En we zullen die vragen samen beantwoorden. Want wij allemaal maken Nederland!

OPENINGSBOD JAAR VAN DE RUIMTE

ONVERMIJDELIJKE OPGAVEN VOOR NEDERLAND IN 2040

Hergebruik Ruimtelijke ordening stond jarenlang in het teken van de nieuwbouw. Inmiddels hebben we ook te maken met een grote voorraad vrijkomend vastgoed in stedelijk en landelijk gebied en ligt er een dicht netwerk van infrastructuur. Langdurige leegstand kan negatieve gevolgen hebben voor de omgeving. Soms kunnen we dat voorkomen, bijvoorbeeld met tijdelijk gebruik, maar soms zal sloop onvermijdelijk zijn. Blijven we in deze situatie bijbouwen voor nieuwe ruimte­behoeftes of kunnen we bestaande bebouwing beter gebruiken? Kunnen we bij nieuwbouw prioriteit geven aan kavels van te slopen lege gebouwen? Ook in de infrastructuur liggen kansen bij een betere benutting: veel knelpunten kunnen worden opgelost met een beter gebruik van bestaande verbindingen.

RUIMTE


LEGENDA Afvalwater zuiveringsinstallatie Afvalverwerking en recyclingbedrijven Hoofdvaarwegen en rivieren Verkeerscheidingsstelsel Bebouwd gebied

schaal 1 : 1 miljoen bronnen: Corine Land Cover 2013, European Environmental Agency, TOP10 vector

Eems - Dollard - Weser - Elbe

Vereniging Deltametropool, 2015

IJmond

Rijnmond

Rijnstad

Waal - IJssel Scheldestad

Maa

ssta

d

Rhein-Ruhr

Antwerpen

Gent

Luik


SLUIT Hoe vinden de juiste partijen elkaar om de kringlopen te sluiten?

Kunnen we Nederland afvalneutraal maken?

Planeet Texel

Ontwikkeld door la4sale en FARO Architecten voor het IABR–2014–PROJECTATELIER PLANET TEXEL. In opdracht van de Internationale Architectuur Biennale Rotterdam (IABR) en de gemeente Texel.

Mestafzet en -verwerking Mestafzet en -verwerking Afzet op landbouwgrond Verwerking pluimveemest

2011 Referentie

Verwerking overige bronnen

2020 Optimistisch scenario

Capaciteitstekort

2020 Pessimistisch scenario pbl.nl

50

100

150

Afval (boven) en Biota (onder). Ontwikkeld door .FABRIC en JCFO voor het IABR– 2014–PROJECTATELIER ROTTERDAM. Animatie door Submarine. In opdracht van de Internationale Architectuur Biennale Rotterdam (IABR) en de gemeente Rotterdam.

Circulaire economie

PBL, 2014

De omvang van de biobased economie in Nederland bedraagt in 2011 € 2,6 tot 3,0 miljard (maaksector, materialen, chemie­sector en energiesector) (Ministerie EZ, 2014). Belangrijk startpunt voor biobased beleid was de overheidsvisie ‘de keten sluiten’ uit 2007 (Ministerie van LNV) waarin het kader voor biobased beleid werd geschetst en de samenhang met CO 2-reductie en de benutting van biotische reststromen wordt beschreven. Een prominente pijler blijft inzetten op technologie en innovatie. In 2008 is het programma Biobased Economy opgestart waar een netwerk van bedrijven, onderzoeksinstellingen en overheden aan werken. In 2012 sloten de ministeries van Economische Zaken en Infrastructuur en Milieu samen met partijen uit de energieen biomassasector een Green Deal, waarin is vastgelegd dat de deelnemende partijen jaarlijks rapporteren over de duurzaamheidkenmerken van vaste houtachtige biomassa die wordt ingezet voor de productie van elektriciteit en warmte. De Rijksdienst voor Ondernemend Nederland is het loket waar de deelnemende partijen hun gegevens over biomassa rapporteren. In de (steden)bouw spreekt men al zo’n 10 jaar over het Cradle tot Cradle principe, hoewel het nog zelden volledig in de praktijk wordt gebracht.

200

miljoen kilogram fosfaat per jaar Bron: PBL

De circulaire economie is een economisch systeem, bedoeld voor de maximalisering van het hergebruik van producten en grondstoffen en de minimalisering van waardevernietiging. Dit verschilt van het gangbare lineaire systeem, dat grondstoffen omzet in producten die aan het eind van hun leven vernietigd worden. Het circulaire systeem kent zowel een biologische als technische kringloop van materialen. Bij de biologische vloeien reststoffen na gebruik veilig terug in de natuur. Bij de technische kringloop zijn product(onderdelen) zo ontworpen en op de markt gebracht, dat deze op kwalitatief hoogwaardig niveau opnieuw gebruikt kunnen worden, zodat de economische waarde zoveel mogelijk wordt behouden.

Stofstromen in Nederland

0

NAAR EEN BIOBASED SOCIETY, DOOR KOPPELEN VAN STOFSTROMEN

OPGAVE 7

Op welk schaalniveau bevinden zich de kansen voor het sluiten van een bepaalde kringloop?

KRINGLOPEN

In de agrosector wordt gewerkt aan productie met minder pesticiden, antibiotica en gebruik van water, maar het ideaal van Nederland als proeftuin van duurzame productielandbouw is nog ver weg. Daarvoor is onze economie nog té afhankelijk van fossiele brandstoffen en té weinig geïntegreerd met andere ecosysteemdiensten, zoals waterbeheer, energieproductie en recreatie. Ook hier ligt nog een grote uitdaging op het gebied van het sluiten van kringlopen. Vanwege de grote stofstromen en mogelijkheden van goedkoop transport zijn zeehavens en rivierdalen uitstekende locaties voor afvalverwerking en recycling van grondstoffen. Ook gebruik van restwarmte kan worden gefaciliteerd door de juiste leidingen aan te leggen, zoals tussen de Rotterdamse haven en het Westland. Dit wordt echter pas rendabel als warmtelozing aan banden wordt gelegd, zoals dat in Denemarken bijvoorbeeld het geval is. Afvalwaterzuiveringsinstallaties worden steeds beter in het benutten van energie, fosfaten en andere grondstoffen uit ons rioolsysteem (zo werken de Nederlandse Waterschappen onder andere aan de Grondstoffenfabriek en Energiefabriek). Het sluiten van kringlopen hoeft niet te betekenen dat alles meer lokaal moet. Juist het verbinden van grote stofstromen, restwarmtebronnen en energiegebruikers over de grens kunnen grote besparingen opleveren.

Ellen MacArthur Foundation

MAAK

RUIMTE


LEGENDA DATAVERKEER Datacenter Cloud datacenter Gemeente met concentratie telecommunicatie-sector Internationale telecommunicatie- en dataverbindingen Wegennet (indicatie fijnmazige datanetwerken)

schaal 1 : 1 miljoen bronnen: NWB wegenbestand, cablemap.info, datacentermap.com Vereniging Deltametropool, 2015

Google datacenter (Eemshaven)

Microsoft datacenter (Agriport A7)


STUUR

DIGITALISERING

Verdwijnen binnenstedelijke winkelgebieden onder invloed van online winkelen?

Wat betekent de terugkeer van de maakindustrie voor onze binnensteden?

Hoe kunnen we slim en bewust met digitalisering omgaan om onze leefomgeving prettig en veilig te houden?

4G dekkingsgebied (3 grootste providers)

geen dekking 1 provider 2 providers

Toename aantal ZZP’ers in Nederland

3 providers

x 1000

VERSTANDIG VERBINDEN VAN DE FYSIEKE EN DIGITALE RUIMTE Onze beleving van ruimte is radicaal veranderd, sinds de PC van een zwaar object is veranderd in een licht en handzaam apparaat in onze tas of broekzak. We hebben nu overal toegang tot informatie en kunnen ruimtelijk zoeken naar mensen, plekken en diensten. Tegelijkertijd produceren we nu gezamenlijk grote hoeveelheden ruimtelijke data door gebruik van applicaties die precies weten waar we ons op een bepaald moment bevinden. In de sociale sferen van familie, vrienden, studie, werk en recreatie is de fysieke ruimte in rap tempo versmolten met de digitale ruimte. Hierdoor zijn veel activiteiten ‘footloose’ geworden en ontstaan nieuwe diensten. Zo werkt bezorgdienst DHL met Volvo aan een systeem om pakketjes te bezorgen in de koffer­bak van geparkeerde auto’s. Op afstand geeft de ontvanger toestemming voor het openen van de klep. De bezorger vindt de auto via een GPS signaal (Bloomberg, november 2014).

700 600

vrouwen

500 400 300

mannen

200 100 0

KPN, Vodafone, T-mobile, bewerking Vereniging Deltametropool

CBS, 2014, bewerking Vereniging Deltametropool

Voorbeeld van open geodata - AirBNB versus hotels in Amsterdam De stad als informatiesysteem - Hoe groter de stad, hoe hoger het inkomen per capita

Luís Bettencourt, 2013

oscity.eu, 2014

Mondiale datanetwerken Het internet zelf heeft ook een sterke ruimtelijke voetafdruk, die op het eerste gezicht niet duidelijk zichtbaar is. Het World Wide Web kan alleen wereldomvattend zijn dankzij de duizenden kilometers glasvezelkabel die in zee zijn aangelegd en vele dataknooppunten en datacentra, die elk tienduizenden vierkante meters en een hoop stroom vreten. Nederland ligt relatief gunstig in dit mondiale datanetwerk door enkele ‘data landing points’ langs onze kust. Dit levert kansen op voor dataverwerking en –opslag nabij Amsterdam en Groningen. Google bouwt momenteel een datacenter van 120 MW in de Eemshaven, Groningen. Apple volgt binnenkort. Microsoft realiseert er een van 17,5 MW in Agriport A7, Noord-Holland (The Stack, Apple­ insider, 2014).

Deze trends worden vaak onder de noemer smart city, internet of things en digitalisering gevat en hebben een grote invloed op de fysieke stad. Zo hebben nieuwe manieren van consumptie via internet een groot effect op winkelgebieden in binnensteden en aan de stadsranden. Werken kan op steeds meer plekken buiten het kantoor. Nu al is 1 op de 10 werkers een ZZP’er, waarvan ongeveer de helft hoger opgeleid en in de dienstensector (CBS, 2014). Door robotisering en 3d-printen keert mogelijk de maakindustrie terug naar onze steden. Twee tot drie miljoen banen verdwijnen de komende jaren door nieuwe technologieën die mensenwerk overbodig maken. Dat is nog een ‘conservatieve schatting’, stelt Deloitte (2014). Tevens wordt de veiligheid van de openbare ruimte op een heel andere manier geborgd en gemonitord. En worden mobiliteitssystemen en parkeerplekken op een efficiëntere manier benut door nieuwe informatietechnologie. Grote ruimtelijk-maatschappelijke kwesties zoals vergrijzing en krimp krijgen een impuls door digitale ontwikkelingen. Zo kunnen door betere dataverbindingen krimp­regio’s banen behouden en kunnen zorgvoorzieningen efficiënter worden ingezet (via het 4G netwerk). Een neveneffect van de digitalisering van de maatschappij en de verschuiving van diensten richting de nog grotendeels ongereguleerde digitale ruimte is de verminderde privacy. Gebruik van (gratis) applicaties van marktpartijen maakt ons vatbaar voor gerichte reclameboodschappen, terwijl de koppeling van overheidsdata met beveiligingscamera’s in de openbare ruimte kan leiden tot een ‘surveillance state’.

OPGAVE 8

800

De stad als ruimtelijk systeem vormt door de beschikbare data een steeds beter informatiesysteem voor de maatschappij. Onderzoekers als West en Bettencourt kunnen aan de hand van de grootte en populatie steeds meer voorspellingen doen over het wel en wee van steden: hoeveel infrastructuur er nodig is, inkomens, gezondheid en zelfs hoe hard we lopen. Toch staan we nog slechts aan de vooravond van grootschalige toepassing en toegankelijkheid van ruimtelijke informatie, door bijvoorbeeld open data projecten.

TeleGeography Submarine Cable Map, 2014

MAAK

RUIMTE


LEGENDA ENERGIEVOORZIENING Windfarms (ĂŠĂŠn of meerdere turbines) Mogelijke vestigingsplaats elektriciteitsproductie vanaf 500 MW Conventionele elektriciteitscentrale (thermisch, kern of warmtekracht) Aardgaswinning Hoogspanningsverbinding 220 kV Hoogspanningsverbinding 380 kV Hoogspanningsverbinding 450 kV Nieuwe hoogspanningsverbinding (indicatief) Wind op land (vastgestelde gebieden 2014) Geothermie - winning / aanvraag winningsvergunning Geothermie - opsporing / aanvraag opsporingsvergunning

Eemsmond

Wegennet (indicatie voor haarvaten elektriciteitsnet) Warmtenet

schaal 1 : 1 miljoen bronnen: NWB wegenbestand, windpower.net (windfarms, 2014), SVIR (2012), windenergie op land (2014), TNO Aardwarmte in Nederland (2014) Vereniging Deltametropool, 2015

IJmond

Rijnmond

Moerdijk

Sloegebied

Chemelot


TRANSFORMEER Welke energiemix gaat het Nederlandse landschap van 2050 bepalen?

Welke rol nemen energie­ coöperaties en individuele initiatieven bij de ruimtelijke inpassing van schone energieproductie?

Benutten van wind en zon

Gemiddelde windsnelheid op 100m hoogte, KNMI, 2014

Schets voor een Europees elektriciteitsnetwerk

Energiemix per staat

Energiemix nach Staaten

Seite 2

Seite 1

Seite 3

Seite 4

Seite 5

Primärenergie-Versorgung1 in Mio. Tonnen Öläquivalent und Anteile der Energieträger in Prozent, ausgewählte europäische Staaten, 2009 Gas

Biomasse, Biogas, biologisch abbaubare Abfälle 3

Kernenergie

Kohle 2

EU-27 1.655,8

34,7

sonstige 5

neue erneuerbare Energien 4

Wasserkraft

1,7 1,2

25,1

16,1

14,1

0,1

7,0 0,1

1,0

RUSSLAND 646,9

21,3

54,1

14,7

6,6

-0,2

2,3 0,5 1,4

DEUTSCHLAND 318,5

33,0

24,0

22,5

11,0

-0,3

7,8 1,9 0,3

FRANKREICH 256,2

31,6

15,0

4,4

41,7

-0,9

5,9 0,2 0,4

GROSSBRITANNIEN 196,8

Energiemix nach Staaten

32,5

39,7

15,2 Seite 1 Seite 2

9,2 2,7 Seite 3 Seite 4

0,1 Seite 5

1 in Mio. Tonnen Öläquivalent und Anteile der Energieträger in Prozent, ausgewählte europäische Staaten, 2009 ITALIEN Primärenergie-Versorgung 2,3 164,6 40,9 38,8 7,7 4,3 2,6 3,3 Biomasse, Biogas, neue erneuerbare sonstige 5 Gas Wasserkraft Kernenergie Kohle 2 Öl Energien 4 biologisch abbaubare Abfälle 3 1,8 SPANIEN 0,2 0,1 POLEN -0,6 126,5 47,7 24,7 7,5 10,954,4 4,9 -0,2 94,0 25,6 12,8 7,13,1

UKRAINE NIEDERLANDE 115,5 78,2

Primärenergie-Versorgung OECD/IEA, 2012 1, in Mio. t SCHWEDEN

37,9

38,8

29,8 20

26,1 2,4

29,6

42,0 30

45,4

30,8 44,7

40

50

TSCHECHISCHE REPUBLIK 42,0 RUMÄNIEN 34,4

4,2

30,5

5,2 70

80

29,9

18,8 4,4

-0,5 0,5

0,2 4,8 3,2 4,9 2,3 21,5

-0,1 -0,2

9,5

0,5100 Prozent 1,5 12,5

90

22,9

0,5 0,1 21,7

16,0

41,8

16,9

-2,7

5,6 0,1

23,9

30,8

21,6

8,9

11,4

3,9

-0,6

0,1

FINNLAND 33,2

27,8

10,5

15,7

18,5

20,9

3,3

3,3 1,0

ÖSTERREICH 31,7

38,4

22,6

9,2

17,6

0,2

10,9 1,6 1,5

GRIECHENLAND 29,4 Primärenergie-Versorgung1, in Mio. t

26,4 60

Quelle: International Energy Agency (IEA): Energy Statistics Division 08/2011, © OECD/IEA Bundeszentrale für politische Bildung, 2012, www.bpb.de

Energiebalans Nederland

0,80,60,9

1,4

11,3

TÜRKEI BELGIEN 97,7 57,2

Landschap en energie, Dirk Sijmons, 2014

Onze Europese ambities liegen er niet om. Om binnen de grens van 2 graden opwarming van de aarde te blijven moeten we 80% van de CO2 uitstoot verminderen in 2050 en grotendeels omschakelen naar hernieuwbare energiebronnen. Om de tussentijdse doelen in 2023 te halen heeft Nederland in 2013 het Energieakkoord gesloten met ruim 40 organisaties, waaronder de overheid, werkgevers, vakbeweging, natuur- en milieuorganisaties, andere maatschappelijke organisaties en financiële instellingen. Kern van het akkoord zijn breed gedragen afspraken over energiebesparing, schone technologie en klimaatbeleid. Uitvoering moet resulteren in een betaalbare en schone energievoorziening, werkgelegenheid en kansen voor Nederland in de schone technologiemarkten. Het Planbureau voor de Leefomgeving constateert al in 2014 dat die tussendoelen nauwelijks haalbaar zijn en dat de doelen voor 2050 nog volstrekt buiten beeld zijn. Nu wekken we 4,5% van onze energie groen op. In 2050 moet dit, afhankelijk van onze vorderingen met CO2 opslag, 40-80% zijn. Het is onwaarschijnlijk dat dit gaat lukken als we alle initiatief aan de markt overlaten en weinig partijen lopen warm voor CO2 opslag.

Gemiddelde globale straling, KNMI, 2014

Öl

RUIMTELIJKE WEERSLAG VAN DE ENERGIETRANSITIE

53,6 20

30

40

50

Quelle: International Energy Agency (IEA): Energy Statistics Division 08/2011, © OECD/IEA Bundeszentrale für politische Bildung, 2012, www.bpb.de

10,1 60

28,6 70

80

90

3,4

1,3

100 Prozent

De groei van hernieuwbare energieproductie is alleen mogelijk als het internationale hoogspanningsnetwerk (TEN-E) wordt voltooid, inclusief opslag van energie in bijvoorbeeld stuwmeren en gas, zodat pieken en dalen in vraag en aanbod worden opgevangen. Opslag en gebruik van individueel opgewekte energie is nu nog een idee in de ontwikkelfase, maar zal straks de verhoudingen tussen producenten en consumenten ingrijpend veranderen. Verdere innovatie in technologieontwikkeling is een belangrijke voorwaarde hiervoor. Om groene energie rendabeler te maken en de reële kosten van fossiele energie door te berekenen, moet de CO2 prijs worden verhoogd naar een realistisch niveau, bijvoorbeeld door sturing in EU verband.

OPGAVE 9

Hoe belangrijk is onze vrije horizon voor ons op termijn?

ENERGIEVOORZIENING

Windenergie heeft te maken met grote weerstand, vanwege de visuele impact op het landschap. Kansen hiervoor liggen bij energiecoöperaties, waarin burgers ook zelf profiteren van de molens. Het afstemmen van lokale initiatieven met beleid blijkt in de praktijk echter niet eenvoudig. Flevo­land is in een vroeg stadium begonnen met het faciliteren van windmolens, die door boeren op eigen terrein worden geëxploiteerd. De kop van Noord-Holland heeft de ruimte om de aanwezige zon en wind te benutten voor energieproductie. Weide wordt daarom naast graasgebied voor koeien ook het terrein van PV-cellen. De bevolking van Texel heeft de ambitie om binnen afzienbare tijd zelfvoorzienend te zijn op energiegebied, door toepassing van wind- en zonne-energie. Dit voorbeeld wordt gevolgd door Aruba. Zonnepanelen staan aan de vooravond van een flinke kostenreductie per opgewekte hoeveelheid energie, waardoor ons dak- en weidelandschap er in 2030 weleens heel anders uit kan zien. Al met al levert de energietransitie onvermijdelijk ook een grote transformatie van het landschap op, waarbij sommige gebieden ook echt herkenbaar zullen zijn als energielandschappen.

International Energy Agency, 2011

MAAK

RUIMTE


Van Londen tot Milaan

sterkst verstedelijkte zone van Europa, vaak aangeduid als de â&#x20AC;&#x2DC;banaanâ&#x20AC;&#x2122; LEGENDA Bebouwd gebied Highspeed netwerk Brainport / Zuidas / Stad van Int. Recht) Mainports Ten-T corridors (startend in Nederland) Snelwegen Spoorwegen

schaal 1 : 3 miljoen bronnen: Eurostat, SVIR, Corine land cover Vereniging Deltametropool, 2015


VERSTERK

INTERNATIONALE

Waar liggen de kansen voor ‘borrowed size and function’?

T H E

T E N - T

C O R E

N E T W O R K

A N D

Welke verbindingen ontbreken om de netwerk­ metropool daadwerkelijk als één stad in Europa te laten functioneren?

C O R R I D O R S

REGULATION (EU) No 1316/2013 & 1315/2013 O.J. L348 - 20/12/2013

Lulea

Glasgow

Legend

Edinburgh

Oslo

Belfast

BALTIC - ADRIATIC

Tampere

Tees-Hartlepool

Stockholm

Turku/Naantali

Helsinki

Örebro

Dublin

Liverpool

Manchester Leeds

Limerick

Grimsby Immingham

Aarhus

Amsterdam

Milford H.

MEDITERRANEAN

Lübeck

Antwerp

Oostende Dunkerque

Klaipeda Gdynia

Swinoujscie

Hamburg

Bremen

Rostock

Osnabrück

Zeebrugge Dover

Riga

Trelleborg

Wilhelmshaven Bremerhaven

Vilnius

Szczecin

Calais

Warsaw

RHINE - ALPINE

Braunschweig

Cologne

Koblenz

Lille

SCANDINAVIAN - MEDITERRANEAN

Poznan

Magdeburg

Dortmund

Liege Brussels

Berlin

Hannover Duisburg

Düsseldorf Gent

Lodz

Leipzig Erfurt

Frankfurt

Dresden

Mainz

Wroclaw

Mannheim

Luxemburg

Plzen

Nuremberg

Paris

Pardubice

Regensburg

Metz

Katowice Kosice

Brno

Strasbourg

Munich

Salzburg

NORTH SEA - MEDITERRANEAN

Zilina

Vienna

Stuttgart

Dijon

Ostrava

Prague

Karlsruhe Rouen

ATLANTIC

Krakow

Würzburg

Le Havre

St. Nazaire Nantes

ORIENT / EAST-MED

Kaunas

Gdansk

Nijmegen

Vlissingen

Bristol Southampton

Deventer Almelo Hengelo

Utrecht

Rotterdam

London

Cardiff

Ventspils Malmö

Felixstowe

Birmingham

NORTH SEA - BALTIC

Tallinn

Copenhagen

Sheffield

Cork

HaminaKotka

Gothenburg

Frederikshavn

Bratislava

RHINE - DANUBE

Wels/Linz Győr

Basel

Debrecen

Tours

Suceava Graz

Innsbruck

OTHER CORE NETWORK

Iași

Budapest Cluj-Napoca Brașov

Lyon

Bordeaux Toulouse

Milan

Turin

Venice

Gijón

Bilbao Narbonne

Zagreb Padova

Barcelona Zaragoza

Valladolid

Aveiro

Marseille/ Fos-s.-m.

Tarragona

Calafat

Nice

Sulina

De drie grootste stedelijke regio’s in Nederland, de noordelijke- en zuidelijke Randstad en de regio Eindhoven, huisvesten de meeste buitenlandse bedrijven en zijn goed voor meer dan de helft van de export van Nederland. De ruimtelijk-economische structuur van deze drie regio’s maakt dat zij minder schaalvoordelen kennen dan monocentrische metropolen als Londen en Parijs. Momenteel wordt voor dit gebied een ruimtelijk-economische ontwikkelstrategie (REOS) opgesteld. In EU-verband wordt gewerkt aan het versterken van het Europese transportnetwerk. De zogenaamde Ten-T corridors zijn essentiële bundels van spoor-, water- en weginfrastructuur tussen steden, havens en productielocaties. Dit netwerk is nog volop in ontwikkeling en vraagt ook in Nederland grote ingrepen en investeringen.

Constanța

Giurgiu

Vidin

Ruse

Ancona

La Spezia Livorno

Rijeka

Ravenna

Bucharest

Craiova

Vukovar

Bologna Genova

Porto/ Leixões

Ploiești

Koper Slavonski Brod

Avignon

Burgas Sofia

Florence

Plovdiv

Rome

Madrid

Naples Valencia

Lisbon Sines

Bari Alcázar de San Juan Córdoba

Huelva

Sevilla

Antequera/ Bobadilla

Murcia

Gioia Tauro

Igoumenitsa

Cartagena

Alexandroupolis

Athens/Piraeus

Catania Augusta

Almería

Thessaloniki

Taranto

Palermo

Patras Lefkosia

Algeciras

De nabijheid en agglomeratiekracht die Nederland op Europese schaal tot één grote stad maken, kan beter worden benut. De toekomst van Nederland en de ruimtelijke uitdagingen kunnen niet los gezien worden van de internationale context, waarin we ons bevinden. Nederland is van oudsher een productieland, exportland, doorvoerland en een vestigingsland voor internationale bedrijven. De wereld wordt steeds kleiner en de concurrentie steeds internationaler. De internationale concurrentiepositie van Nederland is niet alleen een economisch verhaal, maar heeft ook een ruimtelijke impact. Het belang van steden voor de economische toekomst lijkt steeds verder toe te nemen. Zo concludeert ook de OESO dat stedelijke regio’s in toenemende mate een rol spelen in het vergroten van de concurrentiekracht en productiviteit van Nederland. Dit vraagt, naast de inzet op het vergroten van de innovatiekracht van economische sectoren, gerichte aandacht voor het versterken van de aantrekkingskracht en voor de opgaven van onze stedelijke regio’s.

Timișoara

Verona

Novara A Coruña

Arad

Trieste Ljubljana

BESCHOUW NEDERLAND ALS ÉÉN GROTE STEDELIJKE REGIO

Valetta Limasol

European Commission (TENtec), 2013

Reistijd

OPGAVE 10

Ten-T netwerk

Wat is de kracht van de afzonderlijke Nederlandse steden en hoe versterken we die?

POSITIE

De afgelopen jaren is door verschillende partijen onderzoek verricht naar methoden om meer agglomeratievoordelen te krijgen. Zo stelt het PBL dat door onder andere het verbinden van markten, stedelijke regio’s en netwerken, voorzieningen, kennis en faciliteiten kunnen worden gedeeld en geleend van de buren (ook wel ‘borrowed size’ en ‘borrowed function’ genoemd) waarmee meer agglomeratievoordelen kunnen worden gerealiseerd. Als we onze ruimte slim benutten kunnen we veel duurzamer verstedelijken, de agglomeratiekracht gemakkelijk versterken en daarbij ook nog aansluiten op de vraag.

Time maps, 2014

Externe veiligheid spoor - transport giftige stoffen

Tunnels en gevaarlijke stoffen

tunnel wegtransport

!

extra controle

Dit is een opgave, die niet alleen geldt voor het zogenaamde REOS-gebied: Randstad en Eindhoven e.o., maar ook voor de regio’s rondom opleidingen en clusters van gespecialiseerde economische activiteiten. Samenwerken, delen, afstemmen van bouwprogramma’s en investeringen, versterken van regionale identiteit, verbeteren van bereikbaarheid met fiets en openbaar vervoer: deze receptuur kan in heel Nederland worden toegepast.

!

!

!

!

Inspectie Verkeer en Waterstaat, Vervoer gevaarlijke stoffen en tunnels

MAAK

Tunnelindeling Nederland, 2010, bewerking Vereniging Deltametropool

RUIMTE


LEGENDA PRODUCTIE LANDBOUW Aardappelen Uien Bieten, bonen, groenten Zaden en olieĂŤn Bloemen Boomkwekerij Fruit en noten Tarwe en gerst Mais Overige granen Grasland Overige gewassen

Nieuw land

Intensieve varkens- en kippenhouderij Greenport

schaal 1 : 1 miljoen / 1 : 200 duizend bronnen: BRP Gewaspercelen (2014), SVIR Vereniging Deltametropool, 2015

Droogmakerij en veenweidegebied

Greenport Noord-Holland

Gefragmenteerd landschap

Greenport Aalsmeer Greenport Duin- en bollenstreek

Greenport Boskoop Greenport Oostland

Regio FoodValley

Greenport Westland

Oud land

Greenport Venlo


IN

Hoe kan schaalvergroting van de productie­landbouw samengaan met het bedienen van de lokale markt?

Hoe beschermen we dieren en omwonenden tegen epidemieën?

VOEDSEL

Hoe kunnen we beter gebruik maken van de centrale positie van Nederland in het voedsel­ distributienetwerk?

Keten van producent naar consument

De sterke concentratie in de voedselketen geeft inkoopkantoren van supermarkten veel macht

Levensmiddelenfabrikanten

Boere n markten

7

Invloed in de KETEN Zorgvuldig produceren vraagt om nieuwe verdienmodellen. Produceren met aandacht voor dierenwelzijn, natuur en landschap sluit aan bij het beeld dat de samenleving van een duurzame voedselproductie heeft, maar leidt vaak tot een hogere kostprijs. Ondanks het maatschappelijke draagvlak voor zorgvuldig produceren is het lastig om die hogere kostprijs via de markt terug te verdienen. Het creëren

miljoen

Inkoopkantoren

miljoen

Huishoudens Supermarktformules

Supermarkten

van nieuwe verdienmodellen en afzetkanalen is daarom een voorwaarde om de meerkosten van zorgvuldig produceren te kunnen vermarkten en in het productaanbod een omslag te kunnen maken van ‘prijs’ naar ‘kwaliteit’. Deze omslag vraagt om nieuwe vormen van ketenorganisatie, bijvoorbeeld in de vorm van directe levering van boeren en tuinders aan consumenten.

Consumenten besteden 10 tot 15% van hun inkomen aan voedsel Consumenten pbl.nl 23

PBL

Voedselreststroom

Voedselverspilling

80

Aandeel voedselresten in huishoudelijk afval, 2013

Verlies van aangekocht voedsel (kg per persoon) Onvermijdbaar verlies (zoals botten en schillen)

40

20

In GFT-afval

Gewogen gemiddelde

pbl.nl

0

In restafval

Drechterland Rijswijk Waddinxveen Blaricum Rotterdam Staphorst Assen Amsterdam Apeldoorn Son & Breugel Arnhem

Vermijdbaar verlies

60

pbl.nl

2010

0

2013

Bron: CREM 2013

PBL

www.pbl.nl

10

Bron: CREM 2013

PBL

Voedselverwerkende industrie Nederland is een belangrijke spil in de internationale distributie van voedingsmiddelen en beschikt over een complexe keten van mainports, greenports, koelhuizen, distributiecentra en wegen. In samenhang hiermee heeft de Nederlandse agro-industrie zich ook sterk kunnen ontwikkelen, zoals de cacao in de regio Amsterdam en groenten en fruit in de regio Rotterdam. De verwerking van vlees en zuivel vindt vooral plaats in het noorden en oosten van het land en in het groene hart. Vis wordt meestal verwerkt nabij de zeehavens en rond het IJsselmeer, ook al komt de vis hier vaak niet meer vandaan. De verwerking van plantaardig voedsel is meer verspreid, met concentraties in het zuiden en in het westen van het land. Dranken worden in grote hoeveelheden vrijwel alleen in het zuiden van het land geproduceerd.

VOEDSELVERWERKENDE INDUSTRIE DIERLIJK Vleesverwerking Zuivelproducten Visverwerking PLANTAARDIG Verwerking aardapplen, groente en fruit Oliën en vetten Meel Brood, banketbakkerswerk en deegwaren OVERIG Dranken

20

30

40 50 60 % huishoudelijk afval www.pbl.nl

Over het algemeen hoeft de burger zich weinig zorgen te maken over voedselveiligheid. De Onderzoeksraad voor de Veiligheid (OVV) bracht in het voorjaar van 2014 echter een rapport uit waarin werd gesteld dat de veiligheid van vlees in Nederland niet kan worden gegarandeerd. De grote complexiteit en ondoorzichtigheid van het voedselsysteem, de sterke concurrentie op prijs en lage marges en een gebrek aan toezicht leiden tot risico’s. De druk en gelegenheid om te frauderen is in het voedselsysteem vergelijkbaar met het financiële systeem. Zowel RLI als WRR signaleren de noodzaak voor een expliciet voedselbeleid. WRR beschouwt ecologische houdbaarheid, volksgezondheid en robuustheid van het voedselsysteem als belangrijkste opgaven. RLI ziet drie verschillende landbouwbedrijfsvormen (grondgebonden, pandgebonden en stedelijk georiënteerd) die allemaal een specifieke sociale, ecologische en economische opgave hebben en versneld zouden moeten verduurzamen. Om de gewenste versnelde verduurzaming te kunnen bewerkstelligen is ruimtelijk beleid nodig dat voor deze drie vormen ruimte maakt.

Voedselresten

Voedselverspilling door consument

De productielandbouwsector clustert ruimtelijk in bepaalde gebieden. Zo is Wageningen en het omliggende FoodValley-gebied internationaal bekend voor agro-innovatie, net als de zaadveredelingsector in Noord-Holland (Seed Valley). Het Westland en andere Greenports zijn internationale referenties voor intensieve productie. Oost-Brabant kent een grote concentratie van veeteelt en vleesverwerkende industrie. Onze ‘foodprint’ ligt echter grotendeels buiten Europa, vooral als het gaat om vlees en veevoer. Veel voedingsmiddelen komen binnen via de zeehavens, luchthavens en de snelwegen. In vergelijking met andere landen voeren we extreem veel voedingsmiddelen door naar andere markten.

Leveranciers

Boeren en tuinders

VERBETER VOEDSELZEKERHEID EN VOEDSELVEILIGHEID

PWC

OPGAVE 11

VOORZIE

De interne distributie gaat al een halve eeuw volledig via het wegtransport. Groothandels zitten vooral bij de ringwegen van de grote steden en langs snelwegen. In het stedelijk gebied bevindt zich een dicht netwerk van supermarkten en speciaal­zaken, waardoor we in vergelijking met veel andere landen op korte afstand van verse ingrediënten wonen. Recente ruimtelijke trends wijzen in twee richtingen. Een grote pijl naar het uitplaatsen van distributie en retail van voedingsmiddelen naar de rand van de stad, inclusief megasupermarkten en afhaalpunten voor boodschappen. Een kleinere pijl naar lokaal en ambachtelijk voedsel, boeren­m arkten en nieuwe markthallen in de stadscentra. Steeds meer steden ontwikkelen een voedselvisie, waarin streekproducten uit de regio beter ontsloten moeten worden en de gezondheid van de stedeling erop vooruit moet gaan.

Overige voedingsmiddelen Rijkswegennet BANEN (2010) > 800 200 - 400 30 - 100

2015 is niet alleen het Jaar van de Ruimte, maar ook het Internationaal Jaar van de Bodem, een initiatief van de internationale landbouworganisatie (FAO) die iedereen in Nederland met een hart voor onze bodem oproept om in 2015 mee te helpen om ‘bodem’ als belangrijk maatschappelijk duurzaamheidsthema meer bekendheid te geven.

Vereniging Deltametropool, 2012

MAAK

RUIMTE


Van Maasvlakte tot Achterhoek nieuw land Maasvlakte

landschapsdiversiteit en erfgoed in de meest verstedelijkte zone van Nederland LEGENDA Bebouwd gebied

duinen strandwallen geestgronden

Water Waterrecreatie

ERFGOED Unesco werelderfgoed Rijksmonumenten (RCE)

Hollandse watersteden veenweidegebied droogmakerijen

LANDSCHAPPELIJKE EENHEDEN Droogmakerijen Veenontginningen en -koloniën Zeekleipolders

nieuw land nieuwe natuur IJsselmeer

Stroomrug- en komontginningen Rivierterrasontginningen Heideontginningen en bossen Kampontginningen met plaatselijke essen Lössontginningen

Utrechtse Heuvelrug / Het Gooi bos en landgoederen reliëf

Niet ontgonnen landschappen Duinen en duinontginningen Overig

schaal 1 : 750 duizend bronnen: Histland / Rijksmonumenten- RCE, Gouden Gids, TOP10 vector Vereniging Deltametropool, 2015

stromingsgebied grote rivieren uiterwaarden

zandgronden met bos en hei steden op landschapsgrenzen

versnipperd landschap bos en boerderijen Achterhoek EIGENDOM EN NATUURBESCHERMING Planologische EHS (Ecologische Hoofdstructuur) 2013 Natura 2000 Eigendom Staatsbosbeheer Overig Rijkseigendom Eigendom Natuurmonumenten

schaal 1 : 1,5 miljoen bronnen: Eurostat, Nationaal Georegister, Natuurmonumenten, IenM Vereniging Deltametropool, 2015


ZIE

METROPOLITAAN

LANDSCHAP

Levering Leveringvan vangoederen goederenen endiensten dienstenuit uitecosystemen ecosystemen

Hoe kunnen we de beheerkosten eerlijker verdelen, nu vergoedingen van rijkswege gedaald zijn?

Wat zijn de verschillende waarden van het metro­ politane landschap?

Productiediensten Productiediensten Voedsel

Voedsel Hoe kunnenNiet-drinkwater de waarde Niet-drinkwater Levering van goederen en diensten uit Drinkwater ecosystemen Drinkwater Hout  Hout van het metropolitane Energie Energie Productiediensten Regulerende diensten landschap als vestigings­ Regulerende diensten Voedsel Bodemvruchtbaarheid Bodemvruchtbaarheid Niet-drinkwater  Erosiebestrijding Erosiebestrijding Drinkwater factor omzetten in middelen  Waterberging Waterberging Hout  Kustbescherming  Kustbescherming Energie Verkoeling  Verkoelingininde destad stad voor beheer? Waterzuivering  Waterzuivering

LANDSCHAP ALS VESTIGINGSFACTOR EN NIEUW LANDSCHAPSBEHEER 

Debat over de ontwikkeling van natuur en biodiversiteit is steeds meer een maatschappelijk debat. Nabijheid en aanwezigheid van landschap wordt belangrijker als vestigingsfactor. Landschap is belangrijk voor onze gezondheid, sport en recreatie en voor ontspanning. Veel steden zetten in op de (fiets)bereikbaarheid van het landschap en samenhang tussen stad en omgeving. Maatschappelijke waardering van het landschap lijkt haaks te staan op de terugtrekkende beweging van het Rijk. Dit schept kansen voor verdienmodellen van aantrekkelijke natuurgebieden. Het kabinet hoopt dat dit soort inzichten de bereidheid van bedrijven en burgers vergroot om (financieel) bij te dragen aan het beheer van het natuurlijk kapitaal.

West8, 2010

Bereikbaarheid van het MRA landschap (Provincie Noord-Holland)

Noordzeekust Kust IJsselmeergebied Landgoederen-, bos- (en heide)complexen van de binnenduinrand en het Gooi Woongebied grenzend aan EHS en RodS: betere verbinding stad-land voor langzaam verkeer Recreatie om de Stad (RodS) en bosgebieden: de grote recreatielandschappen Snelfietsroutes/ fietssnelwegen (indicatief) OV-knooppunt grenzend aan MRA-landschap; buitenpoort genoemd in programma OV-knooppunten provincie Noord-Holland Grote plassen en meren (vaar- en zwemwater IJmeer

Natuurterreinen aangesloten bij Natuurvlees Coöperatie Nederland

BOOM Landscape & David Kloet, 2014

MAAK

OPGAVE 12

Het Nederlandse landschap is in historisch perspectief een uitdrukking van ‘ieder lapje grond een bestemming en eigenaar geven’. De opgave is het behoud van het eeuwen­ oude karakter enerzijds en het ruimte bie Regulerende diensten Plaagonderdrukking Plaagonderdrukking Bodemvruchtbaarheid den aan grote transities anderzijds. De Bestuiving  Bestuiving  Erosiebestrijding  Koolstofvastlegging rolverdeling tussen de partijen die het landKoolstofvastlegging Waterberging Kustbescherming  schap vormgeven is continu in beweging. Culturele Culturelediensten diensten Verkoeling in de stad  Groene  Groenerecreatie recreatie Waterzuivering  Het toegenomen belang van de RijksoverNatuurlijk erfgoed   Natuurlijk erfgoed  Plaagonderdrukking Symboolwaarde  Ecosysteemdiensten - vraag en aanbod Symboolwaardenatuur natuur Bestuiving  Levering van goederen en diensten uit ecosystemen heid voor vormgeving en beheer van het pbl.nl pbl.nl Koolstofvastlegging landschap 100 bewees zich in de ruilverkave00 100 Culturele diensten Productiediensten Index Index(vraag (vraag2013 2013==100) 100) Randstadgroen- en de Ecolingen en de Groene recreatie  Voedsel Afkomstig ecosystemen Afkomstiguit uitNederlandse Nederlandse ecosystemen  Natuurlijk erfgoed  Niet-drinkwater  logische Hoofdstructuur. De opheffing van Symboolwaarde natuur  Niet afkomstig uit Nederlandse ecosystemen Niet afkomstig uit Nederlandse ecosystemen Drinkwater pbl.nl (import/technisch (import/technischalternatief/onvervuld) alternatief/onvervuld) de Dienst Landelijk Gebied beëindigde die Recreatie in groenblauwe gebieden Hout  Bezoek aan groenblauwe gebieden Energie 0 100van 1990 Verandering Verandering vanvraag vraagsinds sinds 1990 Veranderingvan vanaanbod aanbodsinds sinds1990 1990 Verandering Rijksverantwoordelijkheid recent. FinanciIndex (vraag 2013 =Toename 100) Toename Toename Toename Regulerende diensten Afkomstig uit Nederlandse ecosystemen ële middelen voor extensief natuurbeheer Bodemvruchtbaarheid  Stabiel  Stabiel 2006 Stabiel Stabiel Bos Niet afkomstig uit Nederlandse ecosystemen Erosiebestrijding  zijn gekrompen en verantwoordelijkheden Afname Afname 2008 Afname (import/technisch alternatief/onvervuld)Afname Waterberging Natuurgebied 2010 Kustbescherming  voor het landschapsbeheer gedecentraliVerandering van vraag sinds 1990 Verandering van aanbod sinds 1990 Bron: PBL; Alterra, Wageningen UR 2014 Verkoeling in de stad  Bron: PBL; Alterra, Wageningen UR 2014 2012 seerd. Nationale Landschappen en RijksAgrarisch gebied Toename Toename Waterzuivering  Plaagonderdrukking  Stabiel  Stabiel bufferzones zijn losgelaten en de EcoloBestuiving park  Afname Afname Koolstofvastlegging gische Hoofdstructuur wordt herijkt. Wat Recreatiegebied Culturele diensten Bron: PBL; Alterra, Wageningen UR 2014 deze veranderingen gaan betekenen is nog Groene recreatie  Rivier, plas, meer Natuurlijk erfgoed maar deels duidelijk. Het Rijk zoekt nog naar   Symboolwaarde natuur  Zee andere verdienmodellen voor het beheer pbl.nl van haar eigen natuur­gebieden door Staats0 5 10 15 0 100 % respondenten Index (vraag 2013 = 100) bosbeheer. In de overige gebieden wordt WUR/feb14 Afkomstig uit Nederlandse ecosystemen Bron: CVTO, bewerking Alterra. www.clo.nl/nl125806 een grotere bijdrage van de maatschappij Niet afkomstig uit Nederlandse ecosystemen CVTO, bewerking Alterra, 2012 PBL, Alterra, Wageningen UR, 2014 (import/technisch alternatief/onvervuld) verwacht aan ontwikkeling en beheer van Verandering van aanbod sinds 1990 Verandering van vraag sinds 1990 natuur en landschap, blijkt uit de recent Toename Toename vastgestelde Natuurvisie van het Ministe Stabiel  Stabiel Afname rie van Economische Zaken. WaterschapWaarde van het metropolitaan landschap - lagenbenadering Afname pen, landgoedeigenaren, recreatieonderBron: PBL; Alterra, Wageningen UR 2014 nemers en burgerinitiatieven moeten een grotere verantwoordelijkheid gaan nemen.

Een goed verbonden stadslandschap is ook belangrijk als leverancier van ecosysteemdiensten en voorwaarde voor een gezonde leefomgeving. PBL ontwikkelt samen met Wageningen UR een graadmeter ‘Goederen en diensten uit ecosystemen in Nederland’, om omvang en ontwikkeling van de levering van goederen en diensten uit Nederlandse ecosystemen te kwantificeren. Afname deed zich bijvoorbeeld voor bij de levering van drinkwater en in de categorie regulerende diensten, vooral bij bodemvruchtbaarheid, koolstofvastlegging en plaagonderdrukking. Vaak zijn technische alternatieven beschikbaar, soms niet (zoals bij bestuiving). De Rijksvisie op natuurlijk kapitaal geeft nog geen antwoord op concrete kwesties, zoals welke diensten in een bosgebied voorrang hebben. Zo is oogsten goed voor biomassa, maar slecht voor waterberging en CO2 vastlegging. Kwantificering van ecosysteem-diensten is lastig: mogelijke aanpakken zijn de Digitale Atlas Natuurlijk Kapitaal (DANK) waaraan het Rijk momenteel werkt, de diverse TEEB-studies en een raamwerk voor Natural Capital Accounting dat momenteel in ontwikkeling is.

Volkskrant en Natuurvlees Nederland, 2014

RUIMTE


BLIK

NAAR

BUITEN

NEDERLAND ALS BUITENLAND RUIMTELIJKE ORDENING ALS BIJDRAGE AAN DE GROTE EUROPESE EN MONDIALE OPGAVEN Op veel kaarten van Nederland houdt de wereld op aan de grens en aan de kust. De vele verbindingen die er zijn met onze buren, Europa en de wereld worden alleen zichtbaar voor specifieke doelen. Een kaart met álle wegen, vliegroutes, kabels, leidingen, spoorwegen en vliegroutes geeft eerder hoofdpijn dan inzicht. Toch is juist ons kleine Nederland onderdeel van een veel grotere wereld, met een haven en vliegveld van mondiaal belang en uitstekende dataverbindingen. De toekomst van Nederland, zeker de ruimtelijke uitdagingen, kunnen niet los worden gezien van de internationale context waarin Nederland zich bevindt. Nederland is van oudsher een productieland, exportland, doorvoerland en een vestigingsland voor internationale bedrijven. De wereld wordt steeds kleiner en de concurrentie steeds internationaler, waarbij de internationale concurrentiepositie van Nederland niet alleen een economisch verhaal is, maar ook een ruimtelijke impact heeft. Het belang van steden voor de economische toekomst lijkt steeds verder toe te nemen. De OECD (2014) constateert dat stedelijke regio’s een steeds grotere rol spelen in het vergroten van de concurrentiekracht en productiviteit. De afgelopen jaren hebben de stedelijke regio’s in Nederland in regionaal verband hun kracht versterkt en opgaven aangepakt. Dit lijkt echter niet voldoende. Diverse studies van onder andere Planbureau voor de Leef­omgeving (PBL) wijzen uit dat Nederland de voordelen van agglomeratiekracht mist door het ontbreken van één of meerdere metropolen. Op langere termijn missen we hierdoor concurrentiekracht en dus economische groei. De oplossing ligt in het sterker gebruik maken van het Nederlandse netwerk van stedelijke regio’s en het stimuleren van meer samenwerking en economische samenhang. Er zijn verschillende studies die de Nederlandse verstedelijkte gebieden vergelijken met andere regio’s. In de Randstad­monitor bijvoorbeeld, wordt de Randstad vergeleken met 19 andere metropolitane gebieden in Europa. De meest recente monitor (2014) laat zien dat de Randstad economisch sterk is: alle 4 de Randstadprovincies staan in de top 10 van de Regionale Competitieve Index en Utrecht gaat voor de tweede keer aan de leiding als meest competitieve regio. Als de Randstad gezien zou worden als één metropolitaan gebied zou dit op de derde plaats komen achter London en Parijs. Echter, wat groei betreft, heeft de Randstad een achterstand in vergelijking met andere grote metropolitane gebieden. Hoewel de cijfers opgaande lijnen tonen voor het aantal reizigers dat via Schiphol vliegt én het aantal conferenties en toeristen dat naar

MAAK

de Randstad komt, uit dit zich nog niet in economische groei. Het economisch herstel komt in vergelijking met andere Europese landen maar langzaam op gang. Nederland is de poort naar Europa. De connectiviteit van vooral het westen van het land maakt het tevens een aantrekkelijke plek om te wonen en werken. Toegankelijkheid en connectiviteit is essentieel voor de belangrijkste activiteiten in de regio – transport en handel – en voor de vitaliteit van de regio en het landelijk gebied. Transport en distributie zijn tegelijkertijd de bron van grote uitdagingen op het gebied van milieu en leefbaarheid. Hoewel de Randstad voldoet aan de meeste standaarden voor wat betreft luchtkwaliteit is fijnstof een punt van zorg: na een aanvankelijk scherpe daling in vergelijking met andere regio’s tussen 2001-2010, heeft deze trend zich plotseling omgekeerd. Daarnaast heeft onze intensieve landbouw­sector ook een grote impact op de lucht- en waterkwaliteit. In de traditionele Randstad ligt nog altijd het zwaartepunt van de Nederlandse economie. De bevolking groeit en de regio is herstellende van de instorting op de vastgoedmarkt; de huizenmarkt trekt weer aan. Daarnaast is het een incubator voor kennis en innovatie met meer dan 100 kennisinstituten, onder andere 7 universiteiten en 4 medische centra – de universiteiten behoren tot de beste ter wereld. Er wordt steeds meer geïnvesteerd in kennis en innovatie, maar nationaal gezien blijven de investeringen onder de norm van 3%. De Randstad zit hiermee in de middenmoot van Europa. Scandinavische en Duits­s prekende metropolitane gebieden investeren over het algemeen meer in kennis en innovatie. De Randstadmonitor concludeert dat economische groei in de Randstad een uitdaging blijft. Het herstel moet nog vaart krijgen, daarbij biedt het internationale succes van de brainportregio Eind­h oven en het aantrekken van de maakindustrie in Noord-Brabant kansen. Nederland is dan ook toe aan een nieuwe definitie van het economische kerngebied, waarin aaneengesloten territorium er mider toe doet, ten faveure van een ontluikend netwerk van goedverbonden steden. De concurrentiekracht van de stedelijke gebieden in Nederland wordt momenteel verkend in de ruimtelijk-economische ontwikkelstrategie (REOS). In lijn met de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) richt REOS zich op de Noordelijkeen Zuidelijke Randstad en de Brainport­ regio. Vereniging Deltametropool heeft een shortlist van 11 Europese regio’s samengesteld voor een vergelijking met het REOS gebied. Kan de genoemde Nederlandse

regio zich spiegelen aan Kopenhagen als Smart Delta? En wat is voor Nederland effectiever: ruimtelijk-economisch beleid zoals in San Francisco, of projecten zoals in Singapore? De regio’s Zürich, Frankfurt, Berlijn en Wenen bieden goede voorbeelden van het bevorderen van een grote diversiteit aan stedelijke woonmilieus, knooppuntontwikkeling, de kwaliteit van voorzieningen en hoge woningdichtheid. De strategie toegepast in het San Francisco Bay Area Plan, inzetten op een duurzame ontwikkeling van verschillende wijken en het verbinden van wonen, werken en openbaar vervoer, om zo ook de zwakkeren in de samenleving mogelijkheden op de regionale arbeidsmarkt te geven, sluit hier goed bij aan. Van Kopenhagen-Malmö kunnen we leren hoe de grensoverschrijdende samenwerking een kans is een innovatieve toegangspoort naar Europa te worden. Stockholm en Zürich zijn interessante regio’s als ‘Place to be’, omdat deze ondanks de relatief lage internationale connectiviteit aantrekkelijke vestigingsklimaten hebben voor hoofdkantoren van grotere bedrijven. Verder is interessant dat Singapore inzet op het worden van één van de meest leefbare steden ter wereld door spreiding van voorzieningen en werkgelegenheid over verschillende centra in de regio om zo de huidige druk op de infrastructuur van het woon-werkverkeer verminderen. Uit verschillende studies blijkt, kortom, dat Nederland en vooral het metropolitane gebied in het westen van het land, kan bogen op een aantal succesfactoren, die momenteel nog onvoldoende worden benut, bewaakt en uitgevent. Die variëren van ons efficiënte ruimtegebruik, de kwaliteit van onze steden en wijken, tot ons waterbeheer en Nederland fietsland. Anderzijds kunnen we meer leren van de aanpak van bepaalde vraagstukken in het buitenland om op die manier onze concurrentiepositie te versterken. Op korte termijn kunnen we, om de krachten te bundelen, strategische samenwerkingsverbanden aangaan met regio’s over de grens. Dit geldt niet alleen voor het economisch vestigings­k limaat. Urgente opgaven zoals de energietransitie en klimaatadaptatie kunnen alleen in Europees verband worden opgelost, onder andere door een Europees elektriciteitsnet aan te leggen, internationaal afspraken te maken over uitstoot en grootschalig kring­ lopen te sluiten. Daar ligt ook de uitdaging voor de komende 25 jaar, om Nederland internationaal nog sterker en concurrerender op de kaart te zetten!

RUIMTE


BLIK

NAAR

BINNEN

NEDERLAND ALS BINNENLAND RUIMTELIJKE ORDENING ALS GEZAMENLIJK PRODUCT VAN BURGERS, BEDRIJVEN EN OVERHEDEN “Wie maakt Nederland?” is de vraag van het Jaar van de Ruimte. Het antwoord is simpel: Wij maken Nederland! Ruimtelijke ontwikkeling is een gezamenlijk product van alle Nederlanders. Van burgers, bedrijven en overheden, die samenwerken om tot een toekomstbestendige ruimtelijke ontwikkeling te komen waar we ons allemaal thuis voelen.

voor de veiligheid, maar steeds sterker gericht op het vergroten van de individuele ontwikkelingsmogelijkheden; het bepalen van het eigen territorium, gericht op kwaliteit van leven. Die focus op de individuele vrijheid en de menselijke maat als opgave van de collectieve inzet loopt als een rode draad door de Nederlandse ruimtelijke ordening.

Ruimtelijke ontwikkeling is een proces van alle tijden, van het verleden, het heden en de toekomst. Van oudsher zijn we in Nederland gewend te plannen – ieder stukje grond heeft een eigenaar en een en ander wordt vaak netjes ingekaderd door hek, sloot of schutting. Het is fascinerend om vanuit de lucht het prachtige verkavelingpatroon van ons landschap te zien. Ruimte ordenen en delen zit ons dus in de genen en de inspiratie en kennis uit het verleden kunnen ook een leidraad vormen voor de toekomst. Een toekomst waarin we samenwerken om dit land op alle punten mooi te maken en ook goed functionerend en sterk in internationaal perspectief.

Met het ontmantelen van rijksdiensten en de decentralisatie van taken en bevoegdheden kwamen de bevoegdheden voor planning en inrichting bij gemeentes te liggen en kregen provincies een kaderstellende in plaats van een toetsende rol. Echter, een aantal van de mondiale, Europese en landelijke opgaven zoals geschetst in deze publicatie overstijgen de gemeentelijke, regionale of provinciale schaal. Een discussie vanuit de opgaven, vanuit de inhoud in plaats van de structuur, levert hopelijk ook weer een logische schaal en werkwijze op. Een werkwijze die niet uitgaat van ‘bottom-up’ of ‘top-down’, maar een benadering die passend is voor het vraagstuk waar het op dat moment om gaat. En daarmee ook meer richting en perspectief biedt voor de ontwikkelingen van de komende 25 jaar.

De traditie van de Nederlandse ruimtelijke ordening heeft altijd bewogen tussen twee polen: de tabula rasa en de fijnmazige ruimtelijke invulling. Het maken en invullen van nieuw land, aangeplempt of ingepolderd, begon al in de Middeleeuwen. Grootschalige stadsuitbreiding, waarbij alle ondergrond werd weggepoetst begon al in de 19e eeuw en gaat nog altijd door. Leven in een delta waar nietontziende natuurkrachten op de loer liggen, maakt de natuurlijke structuren tot ankerpunt voor ontginning en ontsluiting. De waterlopen beheersen door het kennen van de krachten die er mee gemoeid gaan en ingrijpen waar dat het effectiefste is, vormt basis van de Nederlandse cultuur. Het invullen en inbreiden, transformeren en restaureren heeft aan het einde van de 20ste eeuw opnieuw meer aandacht gekregen. Nu, in de 21 ste eeuw, met zijn vele leegstaande vastgoed, lijkt transformatie de belangrijkste opgave, maar is ook sloop soms onontkoombaar. Beide bewegingen, bewuste fijnmazige invulling en de tabula rasa, zijn ingezet voor hetzelfde doel. De ontwikkeling van Nederland komt voor een groot deel voort uit het streven een beter leven te kunnen leiden in dit weerbarstige landschap. Economisch,

MAAK

Het loslaten van de grote visies en de regie van het Rijk schept ook weer kansen voor andere partijen om een rol en verantwoordelijkheid te nemen in de inrichting van ons land. Allereerst ligt er een rol bij de lagere overheden, de provincies, waterschappen, metropoolregio’s en gemeenten om zaken op te pakken die hen nu toevallen. Veel meer dan voorheen kunnen ze zelf invulling geven aan de ruimte om hen heen, samen met stakeholders en gebruikers ervan. In het Jaar van de Ruimte willen we komen tot een gezamenlijk gedragen serie van opgaven waarvan gezegd wordt: dit is belangrijk, hier committeren wij ons aan, hier gaan we ons voor inzetten de komende jaren. Hierbij is het niet noodzakelijk dat iedereen in alles participeert, maar vooral dat effectieve en efficiënte coalities worden gesloten, waardoor beslissingen met verve op het juiste schaalniveau worden genomen en standaard draagvlak wordt georganiseerd onder lokale eigenaren, bewoners en andere actoren. Wij beginnen hier graag aan in 2015, samen met u!

RUIMTE


BRONNEN ALGEMEEN OECD (2014) Territorial review of the Netherlands 2014. OECD publishing Planbureau voor de Leefomgeving (2014) De toekomst is nú. Balans van de Leef­ omgeving 2014. Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (2011) Kiezen voor karakter. Visie erfgoed en ruimte. Ministerie voor Onderwijs, Cultuur en Wetenschap Vereniging Deltametropool (2014) REOS internationale vergelijking. VDM

Opgave 2 BENUT BEREIKBAARHEID Atlas voor Gemeenten en Regio (2006) Nederland in 2015 bouwstenen voor een toekomstverkenning. College van Rijksadviseurs, Artgineering (2014). NL Fietsland. Ministerie van Infrastructuur en Milieu i.s.m. FABRIC (2010) Gezonde verstedelijking. Verbinding en inhoudelijke verdieping van bouwstenen voor gezonde verstedelijking. Ministerie IenM

Weij, A., et.al (eds) (2014) Randstad Region in Europe. 20 European metropolitan areas compared in 2014. TNO

Ministerie van Infrastructuur en Milieu, Ministerie van Economische Zaken & Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (2013) MIRT projectenboek 2014

Opgave 1 BEANTWOORD GROEI EN KRIMP

Ministerie van Infrastructuur en Milieu (2012) Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte. Nederland concurrerend, leefbaar, bereikbaar en veilig. Ministerie IenM

Beroepsvereniging Nederlandse Architecten (2009) Ruimte maken voor krimp. Ontwerpen voor minder mensen. Resultaten en aanbevelingen uit ontwerplab krimp. BNA Hajer, M. & Dassen, T. (2014) Slimme Steden. De opgaven voor de 21e-eeuwse stedenbouw in beeld. nai010 uitgevers / PBL uitgevers Kremer, M., Bovens, M., Schrijvers, E. & Went, R. (red.) (2014) Hoe ongelijk is Neder­land? Een verkenning van de ontwikkeling en gevolgen van economische ongelijkheid – 28, Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (2014) Grenzen aan de krimp. Toespitsing interbestuurlijk actie­plan bevolkingsdaling noodzakelijk. Ministerie BZK CBS StatLine / bevolking Van meer naar beter http://www.vanmeernaarbeter.nl

Planbureau voor de leefomgeving (2014) Bereikbaarheid verbeeld. 14 infographics over mobiliteit, infrastructuur en de stad. Provincie Noord-Holland & Vereniging Deltametropool (2013) Maak Plaats! Werken aan knooppuntontwikkeling in Noord-Holland. pNH Regioteams (2014) Ontwerpen voor een veilige omgeving. Verbeterprogramma Groepsrisico College van Rijksadviseurs i.s.m. Vereniging Deltametropool, Loket Knooppunten http://deltametropool.nl/nl/ loket_knooppunten Platform31, Wijkengids www.platform31.nl/wijkengids Vereniging Deltametropool, SprintStad www.deltametropool.nl/sprintstad

Opgave 3 CREËER INNOVATIE- EN PRODUCTIEMILIEUS

Opgave 5 MITIGEER BODEMDALING EN ZEESPIEGELSTIJGING

van Dongen, F., Jonkeren,O., Raspe, O. (2012) TOPSECTOREN EN REGIO’S De relatie tussen vestigingsplaatsfactoren en de concentratie van de topsectoren. PBL

de Bont, C. (2008) Vergeten land. Ontginning, bewoning en waterbeheer in de West-Nederlandse veengebieden (800-1350). Dissertatie Wagenigen.

ING bank (2014). Rapport Maakindustrie.

Borger, G.J. (2007) Het verdwenen veen en de toekomst van het landschap. (Afscheidsrede UvA). Amsterdam.

KPMG (2014) Welcome to Holland hightech hub. KPMG Marlet, G. (2009) De aantrekkelijke stad. VOC uitgevers van Oort, F. (2012) De weerbare regio. Ruimtelijk-economisch beleid in de ZuidHollandse kenniseconomie. Provincie Zuid-Holland Oudshoorn, C. (2014) Grenzeloos groeien. Verdienen met een ondernemende samenleving. VNO-NCW Planbureau voor de Leefomgeving (2012) De internationale concurrentiepositie van topsectoren. PBL Planbureau voor de Leefomgeving (2012) de ratio van ruimtelijk-economisch topsectorenbeleid. PBL Planbureau voor de Leefomgeving (2014) Buitenlandse kenniswerkers in Nederland. Waar werken ze en wonen ze en waarom? PBL Regio Randstad (2014) Werkplan 2014. De Krachten gebundeld. Regio Randstad Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid (2013) Naar een lerende economie. Investeren in het verdienvermogen van Nederland. WRR Weterings, A., van Oort, F., Raspe, O., Verburg, T. () Clusters en economische groei. NAi uitgevers, Rotterdam & Ruimtelijk Planbureau, Den Haag Amsterdam Economic Board Highlights http://www.amsterdameconomicboard. com/

Opgave 4 INTEGREER VAN RUIMTE EN WATER Cohen, K.M., Arnoldussen, S., Erkens, G., van Popta, Y.T., Taal, L.J. (2014) Archeologische verwachtingskaart uiterwaarden rivierengebied. Deltares/ UU/RUG Deltacommissaris (2015) Deltaprogramma 2015. Werk aan de Delta. De beslissingen om Nederland veilig en leefbaar te houden. Ministerie IenM & Ministerie EZ Ministerie van Infrastructuur en Milieu (2012) Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte. Nederland concurrerend, leefbaar, bereikbaar en veilig. Ministerie IenM

Borger, G.J., A. Haartsen en P. Vesters (1997) Het Groene Hart – een Hollands cultuurlandschap. Stichting Matrijs, Utrecht Deltacommissaris (2015) Deltaprogramma 2015. Werk aan de Delta. De beslissingen om Nederland veilig en leefbaar te houden. Ministerie IenM & Ministerie EZ van Gogh, I.(2014) HET ONDERSTE BOVEN. De waterbodem in ecologisch perspectief. STOWA van Hardeveld, H,. van der Lee, M., Strijker, J., van Bokhoven, A., de Jong, H. (2014) Toekomstverkenning Bodemdaling. HDSR, provincie Utrecht, provincie Zuid-Holland Ministerie van Infrastructuur en Milieu (2012) Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte. Nederland concurrerend, leefbaar, bereikbaar en veilig. Ministerie IenM Meerdere auteurs Special ‘Geschiedenis, heden, toekomst veenweidegebied’ Historisch-Geografisch Tijdschrift 30 (2012) Woestenburg, M. (2009) Waarheen met het veen? Kennis voor keuzes in het westelijk veenweidegebied. Landwerk Atelier ZZ, Veenweide Atelier Friesland http://atelierzz.nl/ontwerp/veenweideatelier-friesland/ Landschap Noord-Holland http://www. landschapnoordholland.nl ORAS veenweidegebieden http://www. veenweidegebieden-oras.nl/veenweidenin-Nederland/introductieveenweiden Provincie Zuid-Holland, Veenweidepact Krimpenerwaard http://www.zuid-holland. nl/veenweidepactkrimpenerwaard Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed http://www.cultureelerfgoed.nl Rijksoverheid, Ruimte voor de rivier. http:// www.rijksoverheid.nl/onderwerpen/ water-en-veiligheid/ruimte-voor-de-rivier Veenweiden Innovatiecentrum http:// www.veenweiden.nl Vereniging Deltametropool Veenweide­ gebied van de Deltametropool (2014) http://www.deltametropool.nl/nl/ veenweidegebieden

Ministerie van Infrastructuur en Milieu (2014) Ontwerp Delta.NL. Ontwerp op het raakvlak van ruimte en water. Ministerie IenM Pleijster, E.J., van der Veeken, C. (2014) Dijken van Nederland. naI010 Lofvers, Zilte Atlas http://www.lofvers.nl/ projects/details/63,zilte_atlas Ontwerp Delta.NL www.ontwerpdelta.nl

MAAK

RUIMTE


BRONNEN Opgave 6 ORDEN DE NOORDZEE

Opgave 8 STUUR DIGITALISERING

European Union (2013) Roadmap 2050, a practical guide to a prosperous lowcarbon Europe. EU

Bardoel, J., Romijn, R., Weltevreden, J.W.J., Raatgever, A. (2014). Digitalisering van de samenleving. In: A. Raatgever (Ed.). Winkelgebied van de Toekomst; Bouwstenen voor Publiek-Private Samenwerking, pp. 45-50. Den Haag/ Leidschendam/Helmond: Platform31, Detailhandel Nederland en G32

European Union, European Regional Development Fund (2014) North Sea Region Programme (2014-2020) Flemming, N.C. et.al. (eds) (2014) Land Beneath the Waves. Submerged landscapes and sea level change. A joint geoscience-humanity strategy for European Continental Shelf Prehistoric Research. Position paper, European Marine Board Ministerie van Infrastructuur en Milieu (2012) Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte. Nederland concurrerend, leefbaar, bereikbaar en veilig. Ministerie IenM Ministerie van Infrastructuur en Milieu (2013) Ontwerp-Rijksstructuurvisie Windenergie op Zee. Partiële herziening van het Nationaal Waterplan Hollandse Kust en Ten Noorden van de Waddeneilanden. IenM Pye, M. (2014) The Edge of the World. How the North Sea made us who we are. Pegasus Scheerder, J., et.al. (2014) Horizonscan 2050. Anders kijken naar de toekomst. Stichting Toekomstbeeld der Techniek Smith, L.C. (2014) The new north, our world in 2045. Profile Books Sociaal Economische Raad (2013) Energieakkoord voor duurzame groei. SER www.marineboard.eu

Bettencourt, Luís M. A. 2013 The Origins of Scaling in Cities. Science 340: 14381441. van ‘t Hof, C., van Est, R., Daemen, F. (2010). Digitalisering van de openbare ruimte. Rotterdam, NAi Uitgevers. ISBN 9056627406

Economic Survey of the Netherlands 2014 http://www.oecd.org/eco/surveys/ economic-survey-netherlands.htm

Planbureau voor de Leefomgeving (2012) De ratio van ruimtelijk-economisch topsectorenbeleid. http://www.pbl.nl/ publicaties/2012/de-ratio-van-ruimtelijkeconomisch-topsectorenbeleid

Oscity.eu

Risicokaart Rijkswaterstaat http://www.risicokaart.nl/

Smart Data City www.smartdatacity.org Sparkes, M. (2014) Tech giant Microsoft accepts Bitcoin payment. Customers can now buy apps, games and videos from Microsoft’s various stores with the digital currency Bitcoin. http://www.telegraph. co.uk/technology/news/11286998/ Tech-giant-Microsoft-accepts-Bitcoinpayments.html

Waag Society www.waag.org

Ministerie van Economische Zaken, Tweede Kamer brief BioBased Economy, d.d. 28 mei 2014 http://www. biobasedeconomy.nl/wp-content/ uploads/2014/07/Tweede-KamerbriefHenk-Kamp-Biobased-Economy.pdf

Basisnet http://www.rijksoverheid.nl/ onderwerpen/goederenvervoer/vervoeren-opslag-gevaarlijke-stoffen/basisnetvervoer-gevaarlijke-stoffenOECD

Bloomberg (2014) Volvo said to near deal to deliver parcels to parked cars. http://www.bloomberg.com/news/201411-17/volvo-said-to-near-deal-to-deliverparcels-to-parked-cars.html

OMA Zeekracht (2008) http://www.oma. eu/projects/2008/zeekracht/

Ministerie van Infrastructuur en Milieu, Tweede Kamer brief d.d. 21 maart 2014 - W.J. Mansveld, staatssecretaris van Infrastructuur en Milieu. Reactie op verzoek van de vaste commissie voor Infrastructuur en Milieu over uitvoering van de motie-Dik-Faber over het rapporteren over bio-energie die energiebedrijven op de markt brengen

Rutte, R. & Abrahamse, J.E. (2014) Atlas van de verstedelijking in Nederland. 1000 jaar ruimtelijke ontwikkeling. THOTH

CBS (2014) zelfstandigen onderzoek

Submarinecablemap.com

Opgave 7 SLUIT KRINGLOPEN

European Union, Trans European Networks http://ec.europa.eu/ten/index_ en.html

Planbureau voor de Leefomgeving (2012) De Internationale concurrentiepositie van topsectoren. http://www.pbl.nl/ publicaties/2012/de-internationaleconcurrentiepositie-van-de-topsectoren

Ministerie van Veiligheid en Justitie (2013) Vrijheid en veiligheid in de digitale samenleving

http://www.noordzeeloket.nl

Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, Indicatieve Kaart Archeologische Waarden Noordzee http://erfgoedbalans. cultureelerfgoed.nl/voorraad-erfgoed/ archeologie/potentiële-voorraad/ indicatieve-kaart-van-archeologischewaarden-(ikaw)

Opgave 10 VERSTERK INTERNATIONALE POSITIE

Opgave 9 TRANSFORMEER ENERGIEVOORZIENING Planbureau voor de Leefomgeving (2014) Monitor duurzaam Nederland 2014: verkenning. Uitdagingen voor adaptief energie- innovatiebeleid. PBL Sijmons, D. Hugtenburg, J., van Hoorn, A., Feddes, F. (2014) Landschap en energie. Ontwerpen voor transitie. NAi uitgevers Sociaal Economische Raad (2013) Energieakkoord voor duurzame groei. SER Planbureau voor de Leefomgeving (2013) Ruimte en energie in Nederland. Een korte verkenning. PBL Planbureau voor de Leefomgeving (2014) Energielandschappen. Een fotografische nulmeting. CRA

TNO (2014) Aardwarmte in Nederland. http://www.nlog.nl/resources/ Geothermie/Poster_Aardwarmte_verg_ oktober_2014.pdf

Opgave 11 VOORZIE IN VOEDSEL Gemeente Amsterdam (2014) Voedsel en Amsterdam. Een voedselvisie en agenda voor de stad. Dienst Ruimtelijke Ordening Ministerie van Infrastructuur en Milieu (2012) Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte. Nederland concurrerend, leefbaar, bereikbaar en veilig. Ministerie IenM Onderzoeksraad voor Veiligheid (2014) Risico’s in de vleesketen. OVV Planbureau voor de Leefomgeving (2014) De Bosatlas van het voedsel. De voedselvoorziening van Nederland in kaart gebracht. PBL PWC (2013) Monitoring en optimalisatie van voedselreststromen maakt deel uit van de bedrijfsvoering binnen de bedrijven in de AGF-keten. Rapportage in het kader van de benchmark omvang voedselreststromen in het Aardappel, Groente & Fruit segment. CBL en FNLI

Opgave 12 ZIE METROPOLITAAN LANDSCHAP LOLA landscape architects (2011) Stadsrandenatlas van de Zuidvleugel. LOLA landscape architects in opdracht van de Provinciaal adviseur ruimtelijke kwaliteit in Zuid-Holland Makarow, M., Rodríguez-Peña, A., ŽicFuchs, M., Caball, M. (2010) Landscape in a Changing World. Bridging Divides, Integrating Disciplines, Serving Cociety. Science Policy Briefing (2010), Uitgave ESF/COST, Brussel Ministerie van Economische Zaken (2014) Natuurlijk verder. Rijksnatuurvisie 2014. Ministerie EZ van Oorschot, K. (red) (2009) Metropolitaan landschap. Zuidvleugelbureau Planbureau voor de Leefomgeving (2012) Leren van het Energieke platteland. PBL Compendium voor de Leefomgeving, Vogel- en habitatrichtlijngebieden in Neder­land (2012) http://www. compendium­voordeleefomgeving. nl/indicatoren/nl1308-Vogel--enHabitatrichtlijngebieden-in-Nederland. html?i=19-48 Natuurlijk Kapitaal Nederland http://themasites.pbl.nl/natuurlijkkapitaal-nederland/ Provincie Noord-Holland ism Boom landscape Kwaliteitsbeeld MRA landschap http://www.noord-holland. nl/web/Projecten/PARK-ProvinciaalAdviseur-Ruimtelijke-Kwaliteit/artikel-12/ Kwaliteitsbeeld-MRAlandschap.htm Rekenkamer, Ministerie van Economische Zaken, Staatsbosbeheer, www.reken­ kamer.nl/dsresource?objectid=3226&type=org Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (2014) Erfgoedzorg in een veranderende samenleving http://www.slideshare.net/ monumentencongres/cees-van-t-veenerfgoedzorg-in-een-veranderendesamenleving Regiegroep Natura 2000 http://www.natura2000.nl Vereniging Natuurmonumenten, Factsheet inkomsten en bestedingen Natuurmonumenten in 2011 http:// natuurmonumenten.nl/sites/default/files/ Factsheet_2011.pdf

Raad voor de Leefomgeving en Infrastructuur (2013) Ruimte voor duurzame landbouw. RLI Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid (2014) Naar een voedselbeleid. WRR, Amsterdam University Press www.jaarvandebodem.nl

www.biobasedeconomy.nl

www.natuurvlees.nl

www.energiefabriek.nl

www.versestad.nl

N.B. Vereniging Deltametropool heeft haar best gedaan alle bronnen te herleiden, toestemming te verkrijgen voor gebruik en de juiste bronvermelding te hanteren voor al het materiaal in deze publicatie.

www.grondstoffenfabriek.nl Team Circular Economy www.ellenmacarthurfoundation.org/ circular-economy

MAAK

RUIMTE


COLOFON

JAAR VAN DE RUIMTE Bestuur Jaar van de Ruimte Yves de Boer Peter Heij Hans Leeflang Comité van Aanbeveling Hans Alders Riek Bakker Margreeth de Boer Andries Heidema Neelie Kroes Ed Nijpels Joop van Oosten Jenno Witsen Uitvoerend Comité 2015 George Brugmans IABR Theo Dijkstra Rijkswaterstaat Paul Gerretsen Vereniging Deltametropool Jannemarie de Jonge WING Hans Leeflang Ministerie I&M Judith Lekkerkerker RUIMTEVOLK Christine Oude Veldhuis ECORYS/ASRE Annemiek Rijckenberg Rijckenberg Advies Willem Salet Universiteit van Amsterdam Hans Tijl Ministerie I&M Peter Paul Witsen Westerlengte Ries van der Wouden Planbureau voor de Leefomgeving Onderzoekers Planbureau voor de Leefomgeving terugkijkend onderzoek

Website www.wiemaaktnederland.nl www.wijmakennederland2040.nl Vereniging Deltametropool Anastasia Chranioti Paul Gerretsen Merten Nefs Yvonne Rijpers In samenwerking met Annemiek Rijckenberg Rijckenberg Advies Peter Paul Witsen Westerlengte Wij danken Wij danken al degenen die op zeer korte termijn een bijdrage hebben geleverd aan deze publicatie, door het aanleveren van materiaal, het geven van feedback, het voeren van inhoudelijke gesprekken en het doen van checks op facts en figures.

TussenSteden – Op de fiets door alle 418* gemeenten van Nederland

Gedichten door Tim Pardijs, dichter Jaar van de Ruimte

Van 2011 tot 2015 fietst Yorit Kluitman door alle gemeenten van Nederland en legt hij onderweg, fotograferend vanaf de fiets, zoveel mogelijk eigenschappen van het open en geordende landschap tussen de dichtbebouwde gebieden vast. Wat hem drijft, is zijn fascinatie voor het grafische, schijnbaar tweedimensionale landschap dat de stedelijke gebieden van Nederland omsluit.

Tim Pardijs (Zutphen, 1978) is stadsdichter van Zutphen 2013-2014. Zijn eerste literaire tekst verscheen als strafwerk in groep 6. Lang daarna, in 2008, publiceert hij zijn eerste gedichten. In onder meer Meander, Avier, De Gids (online), De Optimist, De Contra­bas, Hard//hoofd, cv Koers en Poëzie­puntgl was zijn werk te lezen.

In april 2011 kocht hij een wielrenfiets en begon te fietsen. Zijn perceptie van afstanden tussen steden en zijn kijk op Neder­ land veranderde totaal. We wonen in een heel klein, vlak land met een unieke ruimtelijke ordening. Vanaf de fiets valt pas echt op hoe bijzonder gestructureerd het landschap is.

Vereniging Deltametropool is een onafhankelijke ledenorganisatie die door onderzoek en debat de ontwikkeling van metropolitaan Nederland bevordert.

Yorit heeft zichzelf drie jaar gegeven om alle 418* gemeenten van Nederland op de fiets te doorkruisen. In deze periode probeert hij zoveel mogelijk verschillende gebieden te omsluiten. Uitgerust met een camera doet hij onderzoek naar de eigen­schappen van de open en geordende ruimte tussen dorpen en steden en legt dit op zijn manier vast. In 2015, het Jaar van de Ruimte, zal zijn boek TussenSteden uitkomen.

www.deltametropool.nl www.twitter.com/deltametropool

* Per 1 januari 2011, het startjaar van dit project, was het aantal Nederlandse gemeenten 418. Per 1 januari 2014 was dat 403. (CBS)

Contact Yvonne Rijpers yvonne.rijpers@deltametropool.nl

Grafisch ontwerp 75B Fotografie Yorit Kluitman, TussenSteden www.tussen-steden.nl

In januari 2015 verschijnt zijn bundel ‘Alsof de stad van mij is’. Deze bundel bevat de stadsgedichten die hij de afgelopen twee jaar schreef. In opdracht werkt hij regelmatig als live dichter op symposia en congressen (NVM, PvdA, provincie Gelderland) en eerder voor literair productiehuis Wintertuin en Dit is de Dag (Radio 1). Gedurende het Jaar van de Ruimte, in 2015, is hij dichter van het Jaar van de Ruimte.

Locaties: Gemeente Zuidplas Gemeente Rijssen-Holten Gemeente Noord-Beveland Gemeente Ridderkerk Gemeente Apeldoorn Gemeente Vlaardingen Gemeente Schiermonnikoog Gemeente Veghel

Gedichten Tim Pardijs www.timpardijs.nl @timpardijs

RUIMTEVOLK vooruitkijkend onderzoek Universiteit van Amsterdam Rick Vermeulen, nieuwe praktijken Vereniging Deltametropool vooruitkijkend onderzoek Organisatie Platform31

MAAK

RUIMTE


HEIEN

TIM PARDIJS

Alles begint met de ooievaar die de buurman in de voortuin zet. Het getimmer op zijn poot vermenigvuldigt zich tegen gevels. Hoor in de echo hoe we de aarde open breken voor beloften

MAAK

op borden met blauwe luchten, schone straten, knappe buren en zelfs in eigen tuin groen gras. Felgekleurde houtjes wijzen ons de wegen die we zullen gaan. Met iedere slag slaan we ons dieper in dit land, aan lange betonnen palen leggen we onze huizen vast. Metaal draagt de lijn voor de waslijst aan dromen, doelgericht als we zijn lopen we op het trapveldje de grond voor twee palen plat. De buurman stampt een hele stad uit de grond. De aarde trilt van verwachting.

RUIMTE


Maak Ruimte: 12 actuele, urgente opgaven met gevolgen voor onze ruimtelijke ordening (2015)  
Maak Ruimte: 12 actuele, urgente opgaven met gevolgen voor onze ruimtelijke ordening (2015)  

Net als 25 jaar geleden, staat Nederland op dit moment voor nieuwe vraagstukken die gevolgen hebben voor onze ruimtelijke ordening. Deze pub...

Advertisement