Page 1


D E T I E N G E B O D E N VA N H E T R I N G PA R K

3


RING RING RING RING

4


D E T I E N G E B O D E N VA N H E T R I N G PA R K

5


RING RING RING RING

8


VOORWOORD

Ga je mee? Het Ringpark spreekt al enkele jaren tot de verbeelding. In gesprekken, bijeenkomsten en discussies over de toekomst van onze leefomgeving en het buitengebied. We hebben de afgelopen tijd gebouwd aan een stevig fundament voor het Ringpark. Het is echter géén kant-en-klaar verhaal, het is nog volop in wording. We hopen met dit magazine te laten zien hoeveel energie het Ringpark bij ons en bij de al betrokken inwoners, ondernemers, beleidsmakers, onderzoekers en ontwerpers heeft losgemaakt. En met dit magazine willen we een volgende stap zetten; van deze betrokken ‘inner-circle’ de wereld in gaan, op weg naar een brede ‘fanbase’. Omdat het Ringpark van iedereen is en we het alleen samen kunnen vervolmaken. Wat is het Ringpark? Een ring is verbindend en circulair. Een park is een plek waar mens en natuur in balans zijn. Een Ring-Park is een visie om mens en natuur te prikkelen tot nieuwe ontwikkelingen in een verbindend netwerk van het meest afgelegen deel in de provincie (en daarbuiten), tot aan ieders voordeur. De Utrechtse regio groeit en blijft groeien. Ringpark is de herkenbare naam voor het doorbreken van een hardnekkig patroon waarbij groei ten koste gaat van natuur en landschap en daarmee van rust, gezondheid en een aantrekkelijk vestigingsklimaat. Het nu nog kleine team achter het Ringpark heeft als doel om het landschap rond en tussen de vele kernen van de mateloos populaire provincie Utrecht in een onstuimige groeispurt met

ruim 300.000 nieuwe bewoners, niet alleen te behouden maar te versterken. Groen groeit mee! Er is met het huidig gebruik al een tekort aan groen, biodiversiteit en historische trekpleisters. Het onderhoud ervan is altijd een sluitpost op begrotingen en in bouwprojecten. Er zijn wel fijne plekken maar vaak overvol en onderling niet goed verbonden, zeker niet nu de elektrische fiets een veel groter bereik heeft. Daar komt nog bovenop dat het agrarisch landschap en de grote natuurgebieden een nieuwe balans moeten zien te vinden met duurzame energieopwekking, circulaire voedselketens en het herstel van bodem- en waterleven; en dat vrijwel alle bouwopgaven natuur-inclusief zullen gaan worden. Deze optelsom van ambities is nog lastig te behappen, maar op termijn zal de keuze voor een integrale visie een historische beslissing blijken, in de mondiale zoektocht naar omgang met de klimaatcrisis en de moeizame verhouding tussen stad en land. Ringpark is een integrale visie in de maak waarin al deze opgaven samenkomen, met als sleutelbegrip ruimtelijke kwaliteit. Groen groeit mee! Ga je mee?! Team Ringpark, provincie Utrecht

Leeswijzer In dit magazine kunt u lezen hoe gebruikers, initiatiefnemers, deskundigen en bestuurders denken over het Ringpark, en hoe ze ermee aan de slag gaan. De filosofie van het Ringpark hebben we in tien geboden gevat. In het eerste deel van het magazine introduceren we de opgave en de manieren waarop het Ringpark een oplossing biedt. In het tweede gedeelte voeren we een open gesprek, bestuderen we de voorgangers van het Ringpark en luisteren we naar de visies van onderzoekende

ontwerpers. In het derde deel laten we initiatiefnemers aan het woord, over zowel oplossingen als nieuwe vragen. Het magazine sluit af met opinies over het Ringpark, van politici en critici. Verspreid door dit magazine geven vier beeldend kunstenaars hun perspectief op de huidige staat en de toekomst van het Ringpark. Eerst observeert fotograaf Florine van Rees de alledaagse schoonheid van het buitengebied, om er

vervolgens achter te komen dat het Ringpark al bestaat! Brenda van Vugt tekende op basis van bestaande plekken, drie ‘game’ werelden met nieuwe vormen van energie opwekking. Kees Hummel bezocht verschillende waterlichamen van uiteenlopende dynamiek en maakte daar hallucinerende representaties van. Anne Claire de Breij trok drie bestuurders uit hun alledaagse omgeving en plaatste ze in een abstracte set waarin ze met eigen handen bouwen aan het Ringpark.


RING RING RING RING

12


VOORWOORD

Het Ringpark verbindt De Utrechtse regio groeit en blijft groeien. We zien een toename in woningen, bedrijven, inwoners, vervoersbewegingen en een groeiende behoefte aan schone energie. Tegelijk willen we onze provincie groen houden. Een groene, aantrekkelijke en gezonde leefomgeving is immers voor ieder van ons belangrijk. Door het maken van slimme combinaties kunnen we natuur, recreatie en schone energie laten meegroeien. Dit is het idee achter het Ringpark. Het Ringpark verbindt dorpen en steden met het buitengebied. Daarom koppelen we het Ringpark aan de grote ambities van deze regio en heeft het Ringpark ook een prominente plek gekregen in het huidige coalitieakkoord “Nieuwe energie voor Utrecht”. Het concept Ringpark is in 2018 bedacht door Paul Roncken, de onafhankelijk adviseur Ruimtelijke Kwaliteit van de provincie Utrecht. In dit magazine kunt u lezen hoe er vanuit verschillende invalshoeken gekeken wordt naar het Ringpark. Het Ringpark bestaat in beginsel al, maar we kunnen het nog veel mooier maken. Het zit verweven in de vele initiatieven in onze Utrechtse regio. Alleen is de samenhang nog niet altijd zichtbaar. Het Ringpark heeft vele gezichten en is in staat om mensen te verbinden. Met de ideeën van bijvoorbeeld kunstenaars, sportverenigingen, stadsbewoners, landbouwers en recreatieondernemers kunnen we het Ringpark kleur geven. Het gaat immers om de directe leefomgeving. Hiervoor hebben we alle denk- en doe-kracht nodig die we kunnen vinden. Het Ringpark is van ons allemaal en gaat ook over ons allemaal.

Ik hoop dat het u inspireert en wens u veel leesplezier! Groet, Huib van Essen Gedeputeerde Ruimtelijke Ontwikkeling, Omgevingsvisie, Energietransitie en Klimaat


de Tien Geboden van het Ringpark


D E T I E N G E B O D E N VA N H E T R I N G PA R K

1 HET RINGPARK BESTAAT AL Bestaande parken en landschappen maken deel uit van een groter en onderling verbonden systeem: het Ringpark. Het Ringpark bestaat uit verbindingen en groen en is altijd dichtbij. Iedere stad en elk dorp heeft een eerste ring (historische kern met pleinen, lanen en watergangen in de bebouwde kom), een tweede ring (stads- en dorpsparken, begraafplaatsen en boulevards, vaak uit de negentiende eeuw) en soms een derde ring (stads-/dorpsrandzone, een buitenplaats of landgoed; stadsboerderij, natuurgebied of historisch monument). De vierde ring is het klassieke platteland dat voor nieuwe uitdagingen staat (circulaire landbouw, energielandschappen, biodiversiteit en CO2 vastlegging). Deze ringen zijn onderling verbonden, en creëren landschappelijke en verhalende samenhang: het Ringpark. De uitdaging is om het Ringpark met drempelloze verbindingen voor iedereen bereikbaar te maken en zo bij te dragen aan een gezonde leefomgeving. 2 HET RINGPARK BESTAAT NIET Het Ringpark is zowel ruimtelijk aanwezig als een werkwijze. Het is een visie en een filosofie, een manier van werken. Iedereen heeft recht op zijn eigen beeld van het Ringpark. Het Ringpark is een concept dat alle thema’s aan elkaar verbindt. In de fysieke ruimte zorgen de waterwegen en ecologische en/of historische landschapsstructuren voor deze verbinding. In het werkproces zorgt een gebiedsgerichte aanpak voor maatwerk. Opgaven houden zich niet aan bestuurlijke grenzen en spelen door schalen en beleidsthema’s heen. Het Ringpark past zich aan op ontwikkelingen op een grotere schaal en met grotere maatschappelijke meerwaarde. Het zorgt voor eenheid waar versnippering en segregatie overheersen. 3 HET RINGPARK IS INTEGRAAL Het Ringpark biedt regionale samenhang door een verbindend verhaal. Het Ringpark zet mensen aan om ontwikkelingen en opgaven te verbinden aan lokale kwaliteiten en opwaardering van natuurlijke waarden. Door samen te werken aan een inspirerend verhaal vanuit gezond verstand, vervult het Ringpark de behoefte aan een herkenbaar regionaal imago, een eenheid met daarbinnen herkenbare delen. Het verhaal en de waarde van het Ringpark worden op creatieve wijze met alle belanghebbenden in kaart gebracht. Ruimtelijke functies worden waar mogelijk gecombineerd en altijd fantastisch vormgegeven.

4 HET RINGPARK VINDT HAAR OORSPRONG IN HET VERLEDEN Het historisch gelaagde landschap vormt de basis van het Ringpark. Door eeuwenoude structuren en watersystemen als dragers van het Ringpark te benutten, kunnen verbindingen van buiten de steden/dorpen (be)leefbaar worden gemaakt. Daarbij wordt iedere opgave ook in een bredere context beschouwd, als onderdeel van een groter netwerk van meerdere ringen. Het robuust systeem van het landschap wordt als basis gebruikt bij nieuwe ontwikkelingen. Daarbij wordt ‘grensontkennend’ gewerkt en worden de kernkwaliteiten van het landschap ook toegepast binnen de bebouwde omgeving. 5 HET RINGPARK PAST BIJ DE NIEUWE TIJDGEEST VAN BOTTOM-UP Het Ringpark stimuleert meervoudig ruimtegebruik door partijen samen te brengen en kennis- en ontwerpkracht te leveren. Ophalen van ervaringen, onderzoek en ontwerp gaan gelijk op. Via citizen science en smart data worden bestaande en toekomstige inzichten in beeld gebracht. Hierbij worden verschillende groepen en disciplines bijeen gebracht. De rol van het Ringpark is om deze groepen te begeleiden, het gezamenlijk verhaal op te zoeken en zowel feit als fictie te stimuleren. Matchmaking, experimenteren en participatie zijn daarin belangrijke werkwijzen. De overheid zorgt voor lange adem en afstemming op Rijksniveau. 6 HET RINGPARK BESCHERMT Groen en natuur vormen de basis van het Ringpark. Het Ringpark beschermt open ruimte, bodem, water, lucht en landschapskwaliteit voor een gezond leven en biedt plek voor nieuwe waarden. In het Ringpark is de biodiversiteit zo groot mogelijk. Gul en overdadig in plaats van afgemeten en afzwakkend. Het Ringpark biedt kaders voor groei in de regio. De ambitie is groei van landschappelijke kwaliteiten en biodiversiteit bij alle toekomstige ontwikkelingen. Manieren om geldstromen te koppelen aan investeringen in groene en natuurlijke kwaliteiten krijgen prioriteit.

7 HET RINGPARK EXPERIMENTEERT Het Ringpark begeleidt experimenten en pilots met nieuwe samenwerkingsvormen (Quadruple Helix) en verdienmodellen. Als het werkt mag het! Het Ringpark zoekt verbinding met programma’s en spelregels waarbinnen experimenten en pilots kunnen plaatsvinden, met als doel de meervoudige kwaliteit van de leefomgeving te bevorderen door regionale innovatie. 8 HET RINGPARK BEGELEIDT TRANSITIES Het Ringpark stelt de maatschappelijke (duurzaamheids-) transitieopgaven centraal, bijvoorbeeld op het gebied van klimaat, energie, landbouw en mobiliteit. Het Ringpark kan deze transitiefases helpen verbinden, begeleiden en faciliteren, door partners te motiveren en activeren hun veranderende rollen sector overstijgend te omschrijven. Dit betekent ruimte voor kruisbestuivingen, het onderzoeken en bijhouden van voortgang/oplossingen, voorlopers belonen, opschaling begeleiden, de meest rendabele oplossingen/standaarden verankeren in beleid en wetgeving en het zoeken van een eerlijke oplossing voor achterblijvers. 9 HET RINGPARK MAAKT GEZOND EN GELUKKIG Binnen het Ringpark woont iedereen met de voordeur aan een gezonde leefomgeving. Bij ontwikkeling van een gebied worden de gezonde geluksfactoren zo dicht mogelijk in de buurt gerealiseerd: 1. Gevoel van ruimte en veiligheid, 2. Stilteplekken naast avontuur, 3. Gevoel van uitbundige en wilde natuur, 4. Nabijheid van water. De WHO (Wereld Gezondheidsorganisatie) normen voor bodem, water, lucht en geluid worden als richtlijn gehanteerd bij (her)ontwikkelingen. Bij ontwikkelingen in het Ringpark wordt altijd de gezondheid van de leefomgeving geoptimaliseerd, door bijvoorbeeld de Leefplekmeter te gebruiken. 10 HET RINGPARK IS VOOR ALTIJD Het Ringpark heeft de tijd en is bedoeld voor de lange termijn. Het Ringpark is sociaal inclusief voor alle generaties. In het Ringpark behouden en verbeteren we de biodiversiteit, omdat dit helpt om een toekomstbestendige leefomgeving te behouden en te creëren. Afwentelen wordt voorkomen, bij ingrepen in het ene gebied worden negatieve effecten in andere gebieden voorkomen. Er is aandacht voor zelfreflectie, om het Ringpark duurzaam te ontwikkelen.


COLOFON

PROVINCIE UTRECHT

Eén van de belangrijkste taken van de provincie is het inrichten van de ruimte. Hierbij staat de kwaliteit van de leefomgeving centraal. Het afgelopen jaar is verder gebouwd aan een stevig fundament voor het regionaal concept van het Ringpark. Na een kwartiermakersfase heeft de provincie Utrecht besloten om het Ringpark als ‘concernopgave’ te positioneren. Daarmee is de stap gemaakt van het Ringpark als een inspirerend concept naar een meer programmatische aanpak. Het Magazine vertegenwoordigt deze fase, er is (nog) geen kant en klare aanpak, maar wel veel momentum en inzicht. TEAM RINGPARK PROVINCIE UTRECHT

Erik de Boer, Annelies Camping, Bertus Cornelissen, Hennie Heesmans, Pim Kimenai, Lennard Kosterman, Linda Peters, Erma Vlemmings

PAUL RONCKEN

De onafhankelijk Adviseur Ruimtelijke Kwaliteit (ARK) Paul Roncken adviseert sinds 2015 de provincie op verzoek of op eigen initiatief over trends en ruimtelijke ontwikkelingen in landelijk en stedelijk gebied. In juni 2018 heeft de ARK zijn advies ‘de Utrechtse Ringparken’ aan Gedeputeerde en Provinciale Staten aan. Dit advies vormde de afronding van een interactief traject met betrokkenheid van verschillende regionale organisaties.

VERENIGING DELTAMETROPOOL

Vereniging Deltametropool is een onafhankelijk netwerk van personen en organisaties met als missie: het stimuleren van duurzame metropolitane ontwikkeling van Nederland en van Nederlandse stedelijke regio’s in een internationaal perspectief. Bij deze missie maakt de Vereniging gebruik van debatten, coalities en ontwerpend onderzoek. Samen met de provincie heeft Vereniging Deltametropool het concept van het Ringpark verder verdiept en verbeeld door middel van beelden en artikelen in dit magazine. LANDSCHAP ALS VESTIGINGSVOORWAARDE

Het Ringpark Utrecht is één van de initiatieven in de community of practice (CoP) Landschap als Vestigingsvoorwaarde, die de Vereniging coördineert. De CoP bestaat uit beleidsmakers (provincie, metropoolregio, gemeente, waterschap en rijk), ontwerpers, onderzoekers, bedrijven en andere partijen die het idee in de praktijk brengen dat een toplandschap hoort bij een topeconomie. De CoP werd opgericht in 2017 door College van Rijksadviseurs, Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, Staatsbosbeheer en Vereniging Deltametropool, samen met de metropoolregio Amsterdam en de provincies Noord-Brabant, Zuid-Holland en Utrecht. TEAM VERENIGING DELTAMETROPOOL

Kinga Bachem, Paul Gerretsen, Merten Nefs

INTERVIEWS, DEEL 4

Jan de Graaf

CARTOGRAFIE

Kinga Bachem & Ymkje van de Witte, tenzij anders vermeld FOTOGRAFIE & ILLUSTRATIE

Anne Claire de Breij, Kees Hummel, Florine van Rees, Brenda van Vught GRAFISCH ONTWERP

75B

DRUKKERIJ

NPN Drukkers PAPIER

Inapa Infinity Gloss 170 grs & Fluweel 100 grs Deze publicatie is gelicenseerd onder Creative Commons Naamsvermelding-GelijkDelen CC BY-SA

We hebben ons best gedaan alle auteursinformatie naar juistheid te vermelden.


RING RING RING RING

26


D E T I E N G E B O D E N VA N H E T R I N G PA R K

27


Ring 1

De diamanten ring Small

Ring 2

De parelketting Medium

Ring 3

De donut van vier smaken Large

Ring 4

het wiel met spaken en kralen Extra Large


I N H O U D S O P G AV E

Deel 1

Introductie

Waarom het Ringpark, wat is het Ringpark, waar is het Ringpark p.32

Deel 2

Reportages Open gesprek, groene voorgangers, ontwerpend onderzoek p.56

Deel 3

Portretten Ondernemers, organisaties en de smaak van het Ringpark p.80

Deel 4

Interviews Opinies over het Ringpark, van politici en critici p.98


RING RING RING RING

32


D E T I E N G E B O D E N VA N H E T R I N G PA R K

Zoekend naar verstilling Florine van Rees Met haar analoge camera ging Florine van Rees met een open blik het buitengebied in, op zoek naar alledaagse schoonheid. De prachtige natuur werd versterkt door de zomerzon en liet elke kleur oplichten van trots. Toevalligheden leken niet anders te zijn geweest en contrasten werkten samen als nooit tevoren. Onderweg heeft ze bijzondere mensen ontmoet en verrassende verhalen gehoord. Een theetuin met Marokkaanse invloeden. Bloemenvelden die je zin geven om hele dagen te schilderen. Een melkveehouderij waar broer zich ontfermde over de reparatie van een oldtimer en zus het warm oranje bloemenperk aan het bijknippen was in panterprint en vlecht die haar hele ruggengraat volgde. Utrecht is mooi. Ontdek meer van het fotografische werk van Florine van Rees op florinevanrees.com 33


Ring 1

De diamanten ring Small


DEEL 1: INTRODUCTIE

Deel 1

Introductie

Waarom is het Ringpark zo urgent? In dit katern bespreken we een aantal ingrijpende maatschappelijke uitdagingen, zoals toenemende verstedelijking en klimaatverandering, die de aanleiding hebben gegeven tot het Ringpark als een nieuwe manier van handelen en kijken. Omdat er geen eenduidig antwoord is op de vraag ‘wat is het Ringpark?’, introduceren we het concept met zes kaarten, die het Ringpark steeds bekijken door een andere lens.

Groen Groeit Mee! p.34

Je Kan het Ringpark zien als: Ringen op vier schalen Aardappels Groen Safari Beweging Evolutie p.38

35


RING RING RING RING

Ringpark:

Groen groeit mee! Het Ringpark is een integrale reactie op grote ruimtelijke opgaven, transities op de lange termijn en een veranderende praktijk.

Eemnes

0,0%

De Ronde Venen

-2,3%

Bunschoten

+14,3%

Baarn

+4,0% Amersfoort

Stichtse Vecht

+4,6%

Soest

+2,2%

De Bilt

+4,8%

Leusden

+6,9%

Woerden

+7,8%

Oudewater

0,0%

Zeist

+7,9%

Utrecht

+26,7%

Montfoort

Bunnik

+20,0%

+4,8%

IJsselstein

Lopik

-11,8%

-7,1%

Woudenberg

+15,4%

Nieuwegein

-7,1%

+18,1%

Utrechtse Heuvelrug

+6,0%

Wijk bij Duurstede

0,0%

Vianen

+15,0% Zederik

0,0% Leerdam

+9,5%

Verwachte bevolkingsontwikkeling per gemeente 2016-2040 (CBS)

36

Veenendaal

+3,1%

Houten

+2,0%

Renswoude

+20,0%

Rhenen

+5,0%


R I N G PA R K : G R O E N G R O E I T M E E !

Natuurgebieden van donker- naar lichtgroen: Natuurnetwerk Nederland, Recreatie om de Stad en Groene Contouren. De nadruk ligt nu vooral op het oosten van de provincie

Vooral rond de grote kernen is er een tekort aan wandel- en fietsmogelijkheden voorspeld. Hoe roder hoe groter het tekort (Kennis Centrum Recreatie)

De provincie Utrecht is één van de kleinste, groenste, maar ook één van de drukste provincies van Nederland. Met een bevolkingsdichtheid van bijna twee keer het landelijk gemiddelde (904 inwoners per vierkante kilometer volgens het CBS) en met een verwachte bevolkingsgroei van 12% in 2040 – evenveel als Noord-Holland – wordt het alleen maar drukker. Daarnaast fungeert de provincie door haar centrale ligging als dé vervoershub van Nederland. Utrecht verbindt de Randstadregio met het Duitse achterland en alleen al via het spoor doorkruisen 57 miljoen passagiers jaarlijks de provincie, evenveel als Schiphol Airport. Met deze toenemende drukte groeien meerdere behoeftes mee, zoals de stijgende vraag naar woonruimte en werkgelegenheid. 37

De klimaatproblematiek vormt de aanleiding om, voor de gezondheid en veiligheid van inwoners, versneld te investeren in klimaatadaptieve maatregelingen, én over te gaan op schonere vormen van energieopwekking. Deze ontwikkelingen zetten druk op de kwaliteit van de leefomgeving. Ze vragen om een integrale benadering, waarin opgaven slim worden gecombineerd. Het Ringpark voorziet hierin. Uit onderzoek blijkt keer op keer dat een groene leefomgeving van vitaal belang is voor de gezondheid van inwoners en bovendien één van de succesfactoren is die een regio aantrekkelijk maakt om in te wonen, te werken en te recreëren. WAAROM HET RINGPARK? Het landschap in de provincie Utrecht zal de komende decennia onvermijdelijk een transformatie ondergaan, vanwege de geschetste behoeften aan groei en klimaatadaptatie. De urgentie om ruimtelijke kwaliteit en een groene leefomgeving


RING RING RING RING

Historische structuren: gearceerd de Oude en Nieuwe Hollandse Waterlinies en de Stelling van Amsterdam. In paars Buitenplaatsen en in groen de Limes

centraal op de agenda te zetten is daarmee groot. Zonder integrale aanpak loopt de leefomgeving van de provincie Utrecht het risico dat: – Verstedelijking niet in samenhang met andere uitdagingen wordt aangepakt; – de kwaliteitsimpuls op groen, die bijvoorbeeld bij woningbouwlocaties hard nodig is, niet geborgd is; – groenstructuren verdwijnen of worden aangetast; – een gezonde leefomgeving niet dagelijks of regelmatig genoeg beschikbaar is; – de kwaliteit en gezondheid van de leefomgeving afneemt; – energieopwekking, zoals zonnevelden, zonder adequate inpassing in natuur- en landbouwgebieden gerealiseerd wordt. Daarom biedt het Ringpark een integrale kijk op de ruimtelijke uitdagingen voor wonen, bereikbaarheid en energie, in samenhang met transities in het landschap, bijvoorbeeld op gebied van

Hittestress en verkoeling, hoe blauwer hoe koeler (Staat van Utrecht)

voedselproductie en ecologische kwaliteit, zodanig dat de kwaliteit van de leefomgeving behouden blijft en zelfs versterkt wordt. Het concept onderscheidt vier typen groene ringen, die in een stedelijke omgeving belangrijk zijn. De vier ringen zijn te herkennen als de groene openbare ruimte van iedere stad en dorp. Het karakter van de ringen wordt bepaald door hun afstand tot de dorps- of stadskern. Iedere voordeur ligt volgens het Ringparkprincipe aan één van de vier ringen. De ringen samen vormen een netwerk van paden, watergangen en natuurlijke verbindingen, van buitengebied tot marktplein en van dorp tot schouwburg. In de komende jaren is voor alle kernen in de provincie de kwaliteit van de eerste en tweede ring de uitdaging, om stedelijk te kunnen verdichten met behoud van ‘groen’ en ‘blauw’. De derde en de vierde parkringen zijn op regionale en provinciale schaal nog het meest in ontwikkeling. De derde 38

ring omvat de grote regionale landschapsparken, zoals belangrijke natuurgebieden en de Nieuwe Hollandse Waterlinie. In deze zone wordt druk gezocht naar woningbouwlocaties en er worden verkeersknooppunten aangelegd. Ook veel naoorlogse recreatiegebieden (uit programma Recreatie om de Stad) onderdeel uit van deze derde ring. De uitdaging voor de derde ring ligt de komende jaren vooral in het realiseren van de benodigde groenstructuren, om ‘groen’ echt te laten meegroeien met de verstedelijking. In een stedelijke regio als Utrecht moeten we ook groter denken. De vierde parkring is minder vastomlijnd en staat voor het benutten van kansen in de totale groene omgeving van de provincie Utrecht en daarbuiten. Hier speelt vooral het vraagstuk van het behouden en versterken van de ruimtelijke kwaliteit van het (cultuur)landschap terwijl er invulling wordt gegeven aan de energietransitie, landbouwtransitie, de klimaatadaptatie en de bodemdaling.


R I N G PA R K : G R O E N G R O E I T M E E !

Duurzame zonne- en windenergie is nodig om de provincie te voorzien van de jaarlijkse elektriciteitsbehoefte van 31 Petajoule. Naast zonnepanelen op daken is in een laag scerio 9300 ha zonneveld nodig, óf 328 windturbines van elk 8 Megawatt

Overstromingsrisico, het hoogst in gebieden met sterke bodemdaling (roze tot rood)

Afhankelijk van je interesse of invalshoek kan je het Ringpark ook op andere manieren ‘lezen’. Zoals op de volgende pagina’s in kaart gebracht is, kan je het Ringpark ook zien als: – Gemeenschappen, de landschappelijke identiteit van een netwerk van leefgemeenschappen; – Groen, als de verzameling van alle stukjes groen in de provincie; – Safari, die je langs iconische diersoorten leidt; – Beweging, een netwerk van lange en korte routes voor lopen en fietsen; – En als de volgende stap in de evolutie van ruimtelijke planvorming. PROEFTUIN De basis voor een succesvol Ringpark is een stevige regionale coalitie. De opgave van het Ringpark raakt het gehele systeem van stad en land. Land en stad moeten daarom weer in symbiose samenwerken. Overheden kunnen hierin een belangrijke

rol spelen, maar markt- en maatschappelijke partijen participeren hierin. De opgave van het Ringpark is daarom om de markt te beïnvloeden, zodat de grote transities en ontwikkelingen kunnen bijdragen aan nieuwe duurzame verdienmodellen rondom woningbouw, landbouw, recreatie en groen. Een aantal van de huidige verdienmodellen is in de toekomst immers niet meer rendabel. Er zijn nieuwe en innovatieve vormen van publiek-private samenwerking en financiering nodig om de complexe opgaven van Ringpark het hoofd te bieden. Het landschap van de regio Utrecht fungeert daarbij als proeftuin. We onderzoeken hoe investeringsstromen gebruikt kunnen worden ten behoeve van de kwaliteit van de leefomgeving. Bij experimentele samenwerkingsvormen denken we onder andere aan matchmaking, waarbij de overheid initiatiefnemers stimuleert en koppelt met uitdagingen die zowel een publiek als privaat koppelt aan uitdagingen 39

met zowel een publiek als privaat belang. Bij de organisatie van het Ringpark staat de burger centraal. Het Ringpark zetten we daarom op als Quadruple Helix, een samenwerking op institutioneel niveau tussen overheden en maatschappelijke organisaties, bedrijven en kennisinstituten met een gezamenlijke focus op de burger als norm voor het samenwerken. Daarnaast is kennis delen en bundelen een waarde die de overheden, bedrijven en kennisinstituten kan versterken. Niet alles hoeft hierbij opnieuw. Het Ringpark geeft een impuls aan bestaande projecten en programma’s en helpt bestaande opgaven in een nieuw perspectief te plaatsen.


RING RING RING RING

Je kan het Ringpark zien als ringen op vier schalen Het Ringpark vormt een parksysteem op vier schaalniveaus. De eerste ringen zijn de meest letterlijke, om historische centra en kleine kernen. De tweede ringen worden gevormd door de aaneenge­ regen buitenstedelijke parken. De derde ringen zijn de kleinschalige groengebieden rond knooppunten en ringwegen. En de vierde, grootste ring is het landschappelijk en agrarisch buitengebied. Een opeenvolging van vier verbonden ringen is een ideaalmodel. De kaart laat zien dat de werkelijkheid daar nog ver vanaf staat.

1

40

2

3

4


J E K A N H E T R I N G PA R K Z I E N A L S R I N G E N O P V I E R S C H A L E N

41


RING RING RING RING

Je kan het Ringpark zien als aardappels Je kan het Ringpark zien als de verschillende gemeenschappen van de provincie, geënt op de identiteit van het landschap waarin ze leven, en omgeven door groen. Dit type kaart, gebaseerd op The London Plan uit 1943, kennen planologen als de ‘aardappelkaart’.

BREUK ELEN

MA

VLEU

WOERDEN

LEID R

IJ S

LOPIK

CAPELLE AAN DEN IJSSEL

KRIMPEN AAN DEN IJSSEL

42


J E K A N H E T R I N G PA R K Z I E N A L S A A R D A P P E L S

ERMELO

HUIZEN

LAREN BUSSUM PUTTEN

EEMNES

NIJKERK

HILVERSUM BAARN

VOORTHUIZEN

AMERSFOORT

AARSSEN

ZUILEN

BARNE VELD

LEUS DEN

BILT HOVEN OVER VECHT DE BILT

UTEN

TUIN WIJK ZEIST LUNT EREN

WOUDEN BERG

DSCHE RIJN

BUNNIK

ODIJK

NIEUWEGEIN

DRIEBERGEN RIJSSENBURG

HOUTEN

DOORN

EDE

JSSEL STEIN

LEER SUM BENNE KOM

AMER ONGEN

VIANEN

WIJK BIJ BIJ WIJK DUURSTEDE DUURSTEDE

RHENEN

CULEMBORG

LEERDAM TIEL

GELDER MALSEN

43

WAGE NINGEN


RING RING RING RING

Je kan het Ringpark zien als groen Je kan het Ringpark zien als al het groen dat er al is in de provincie Utrecht. Van het uitgestrekte grasland van het veenweide gebied tot het sacrale groen van de begraafplaatsen. Er is al meer dan je denkt, maar nog niet genoeg.

44


J E K A N H E T R I N G PA R K Z I E N A L S G R O E N

45


RING RING RING RING

5

Je kan het Ringpark zien als safari

1

Sinds de invoering van de Wet Natuurbescherming in januari 2017 is de provincie verantwoordelijk voor bijna alle natuur­ taken. Daaronder valt ook de zorg voor bedreigde, beschermde en bijzondere diersoorten. Dit zijn de iconische ‘Big & Small Five’

5

3

2

1 Jersey koe (Bos taurus var. Jersey) Een zuiver melkras. Ze komt oorspronkelijk van het Britse kanaaleiland Jersey. Maar nu is ze ook te vinden in de provincie Utrecht. Ze is ranker dan haar nichtje de Holstein Friesian. Ze zal dus minder snel door het veen zakken, waardoor ze beter bestand is tegen de bodemdaling.

2 Ringslang (Natrix natrix) Heeft zijn bolwerk in het Langbroekerweteringgebied en het Vechtplassengebied vanwege de afwisseling van water, vochtige bossen en ruige oevervegetaties.

3 Woudaap (Ixobrychus minutus) De enige aap van de provincie Utrecht heeft overjarig waterriet nodig, dat alleen duurzaam in stand kan blijven door natuurlijke waterdynamiek. In het Vechtplassengebied broeden nog enkele paren.

46

4 Vos (Vulpes vulpes) Leeft in vele habitats, van ongerept natuurgebied tot in de stad. De optimale biotoop bestaat uit een afwisselend landschap. De huidige hoge dichtheden zijn een recent verschijnsel en een gevolg van zowel de landschappelijke veranderingen als de huidige wegwerpmaatschappij.

5 Steenmarter (Martes foina) De voorkeursbiotoop is een parkachtig landschap in combinatie met kleinschalige landbouw en landschapselementen als heggen en overhoekjes, en is vooral te vinden in de buurt van menselijke bebouwing.


J E K A N H E T R I N G PA R K Z I E N A L S S A F A R I

4

3

4

1

2

1 Frajestaart (Myotis nattereri) Leeft ’s zomers in bosrijke omgeving en kleinschalig landschap en overwintert in Utrecht vooral in forten.

2 Zandhagedis (Lacerta agilis) Is kenmerkend voor de droge heide op de Utrechtse Heuvelrug. Er moeten open zandplekjes zijn waarin het vrouwtje de eieren kan leggen.

3 Rugstreeppad (Epidalea calamita) Is thuis in smalle, ondiepe slootjes in de veen- en klei op veengebieden van West- en Noord-Utrecht. Daarnaast weet hij steeds weer tijdelijk water te vinden, zoals in de uiterwaarden.

47

4 Veldkrekel (Gryllus campestris) Op slechts twee plaatsen op de Utrechtse Heuvelrug kunnen we het melodieuze geluid van de veldkrekel horen in droge schrale graslanden en heide.

5 Schietmot (Hydroptila tineoides) Leeft in grote plassen en meren met voedselarm water. De Maarsseveense Plas is een van de zeer weinige vindplaatsen in Nederland.


RING RING RING RING

Je kan het Ringpark zien als beweging

TRACK Landscape Architecture 2019

Je kan het Ringpark zien als de collectieve beweging van fietsers en wandelaars. Deze bewegingen zijn in kaart gebracht door TRACK Landscape Architecture, op basis van data uit sportapps. Hoe dikker de lijn, hoe intensiever de route gebruikt wordt.

48


J E K A N H E T R I N G PA R K Z I E N A L S B E W EG I N G

49


RING RING RING RING

Je kan het Ringpark zien als evolutie Je kan het Ringpark zien als de allernieuwste mutatie in de evolutie van de landschaps- en planningstraditie van de provincie Utrecht. Sinds de Romeinen aankwamen zijn er grenzen getrokken, verdedigings­ linies aangelegd, nota’s geschreven en structuurvisies opgesteld. Allen passend binnen de tijdsgeest, alsof er sprake was van natuurlijke selectie. De nieuwe tijd van de participerende samenleving vraagt om een nieuwe vorm­geving van het landschap. Het Ringpark biedt hierop een antwoord.

Limes, Belgii Veteris Typus, Abraham Ortelius, 1584

Structuurschets 2000 uit de Tweede nota, 1966

50


J E K A N H E T R I N G PA R K Z I E N A L S E V O L U T I E

Waterlinies & Lustwarande, Krayenhoffkaart 1810

Uitbreidingsplan Utrecht, Berlage 1924

Randstadgroenstructuur stadsgewest Utrecht, 1991

Utrechtse Ringparken, IMOSS & Ymkje van de Witte 2018

51


RING RING RING RING

52


D E T I E N G E B O D E N VA N H E T R I N G PA R K

Het was Inari ĹŒkami, de Japanse kami van de vossen, die de eerste van haar soort naar de vrijheid had geleid temidden van de uitgestrekte bossen van het Ringpark. 53


RING RING RING RING

54


D E T I E N G E B O D E N VA N H E T R I N G PA R K

Het favoriete moment van de dag voor Blossom Girl: een verse re-spawn met de skyline van Utrecht in de achtergrond. 55


RING RING RING RING

56


D E T I E N G E B O D E N VA N H E T R I N G PA R K

Energielandschappen 2.0 Brenda van Vugt GeĂŻnspireerd door klassieke anime films en de prachtige landschappen waarin deze zich afspelen, vroeg Brenda van Vugt zich af hoe de duurzame energiewinning van de toekomst eruit zal zien. Met sublime energielandschappen tot gevolg, waarin energie uit wind, zon en water de trots van de provincie zijn. Ontdek meer van de illustraties van Brenda van Vugt op artstation.com/brendavanvugt 57


Ring 2

De parelketting Medium


D E E L 2 : R E P O R TA G E S

Deel 2

Reportages

Het Ringpark is eerder een filosofie dan een vastgelegde blauwdruk. Provinciaal Adviseur Ruimtelijke Kwaliteit Paul Roncken gaat hierover in gesprek met directeur Utrechts Landschap Saskia van Dockum. Gelukkig hoeft Utrecht niet bij nul te beginnen, want er zijn vele groene voorgangers om van te leren: het Ringpark is een volgend hoofdstuk in een lange traditie. Om alvast een beeld te krijgen van hoe integrale oplossingen er in de praktijk uit kunnen zien, passeren inspirerende voorbeelden van ontwerpend onderzoek de revue.

Paul Roncken in gesprek met Saskia van Dockum p.58

Groene Ringen p.62

Ontwerpende onderzoeken p.66

59


RING RING RING RING

Paul Roncken in gesprek met Saskia van Dockum

60


D E T I E N G E B O D E N VA N H E T R I N G PA R K

Het idee voor een Ringpark hing al in de lucht en sinds 2016 ging Paul Roncken ermee aan slag als adviseur ruimtelijke kwaliteit bij provincie Utrecht. Het concept heeft niet ĂŠĂŠn duidelijke eigenaar, maar een diffuse en groeiende groep fans en ook critici met elk hun eigen visie op wat het Ringpark is, of kan zijn. Zijn gesprek met Saskia van Dockum, directeur van de Stichting Utrechts Landschap, vond plaats op 6 augustus 2019 op Landgoed Oostbroek in De Bilt. Saskia ziet het Ringpark als een veelbelovende integrale benadering, op de juiste schaal. Het Ringpark zou concreter moeten worden ten aanzien van de doelstellingen, waarbij het nog meer mag gaan over behoud en herstel van ecosystemen en biodiversiteit naast het profijt voor de mens. Veel kwesties in de provincie Utrecht zijn deels op te lossen met slimme techniek, zoals mobiliteit, maar met natuur kan je niet sjoemelen: die heeft echt ruimte nodig, en vooral tijd.

61


RING RING RING RING

RINGEN VERBINDEN Paul: In drie jaar tijd is het Ringpark concept uitgegroeid van een witte band op de kaart tussen de stad Utrecht en de kernen daaromheen, tot een provincie-breed Gesamtkunstwerk. De naam staat daarbij steeds ter discussie, want stel je met die ringen de stad en de stedeling niet te veel centraal, waardoor landelijke gemeenten zich niet aangesproken voelen? Hoe komt het Ringpark op jou over? Saskia: Voor ons als Utrechts Landschap is verbinden van natuurgebieden cruciaal. Die ringen vind ik een sterk concept, ringen verbinden. De gebruiksmogelijkheden voor de stedeling lijken wel nadrukkelijk voorop te staan bij het woord ‘park’. Ik pleit voor een concept dat verder gaat en dat niet alleen de mens centraal stelt. Maar aan een naam moet je soms ook gewoon vasthouden. Paul: Zie je dan meer in het idee van een groengordel, zoals Frankfurt en Londen die hebben, of spreekt een nationaal park je aan? Saskia: Ik heb liever een gordel dan een park, maar uiteindelijk gaat het om het realiseren van een hoogwaardige ambitie. Als ik naar een nationaal park ga, dan verwacht ik echt iets heel bijzonders en begrijp ik dat de bijzondere waarden van de natuur daar voorop staan. De ambitie van het Ringpark zou ook niets minder moeten zijn dan het verder ontwikkelen, beheren en beschermen van het Utrechtse landschap dat zeer divers is, een rijke geschiedenis kent en veel lagen heeft. Die ambitie op de schaal van de provincie is belangrijk en te overzien, terwijl je deze op de regionale en lokale schaal het beste concreet kan maken en uit kan voeren. Een natuurbeleving zoals in Noorwegen, waar je naar hartenlust paddenstoelen en bloemen in natuurgebieden mag en kunt plukken, is in Nederland niet mogelijk. Daarvoor is onze delta en zeker Utrecht te veel verstedelijkt. Weliswaar op een heel andere schaal en deels met een ander doel kunnen we op korte termijn, binnen tien jaar, al wel wat bereiken op gebied van tiny forests en voedselbossen. En ondertussen ook natuur een impuls geven. Paul: In onze ‘Antropoceen-haast’ van opgaven die snel moeten worden beantwoord - op gebied van klimaat, mobiliteit, woningen en biodiversiteit – raakt zo’n ambitie al snel ondergesneeuwd. Wat kunnen we hier wèl bereiken, en op welke termijn moeten we dan denken? Saskia: Meer zelfredzame natuur ontwikkelen heeft tijd nodig. Het is een samenspel van duurzame watersystemen, schone lucht, een gezonde bodem en biodiversiteit. Het herstel van de bodem na uitputting

door intensieve landbouw duurt decennia. Maar eigenlijk ben je met natuur nooit klaar, je moet de bescherming ervan voor altijd blijven volhouden. Ook ons beheer waarin we oude productiebossen omvormen tot natuurlijk bos met veel soorten duurt decennia. NATUUR ALS COLLECTIEF BELANG Paul: Groene professionals zoals wij krijgen die lange adem mee in de opleiding, in de vorm van het landschapscasco. Krijgen we daar wel genoeg mensen in mee, en is het vijfjaarlijkse bestuur in Utrecht niet per definitie te kortademig? Saskia: Daarin hebben we echt al wat bereikt en aangetoond dat het kan. Mensen maken juist het verschil! Neem de Ecologische Hoofdstructuur (EHS), een concept uit de jaren tachtig. Die langdurige ambitie staat in het huidige Natuurnetwerk Nederland (NNN) nog steeds grotendeels overeind. Als wij een gebied in de NNN aankopen bijvoorbeeld, dan krijgen we voordat regulier beheer aan de orde is, een aantal jaar middelen om dat gebied in te richten en intensiever te beheren. De provincie Utrecht heeft een sterke ruimtelijke traditie. Tijdens de groei van dorpen en steden is de Nieuwe Hollandse Waterlinie grotendeels onbebouwd gebleven. In cirkels rond forten waren stenen gebouwen verboden. Die geschiedenis is ervoor verantwoordelijk dat veel inwoners nu binnen een kwartier toegang hebben tot aantrekkelijk groen. Saskia: In het Ringpark is ook aandacht voor recreatie en beleving. Ik zou willen pleiten voor een slimme samenhang tussen gebruik en natuur, door een indeling in zones te maken. De integrale blik van het Ringpark vind ik kansrijk, want dan kan je bijvoorbeeld in één klap bodemdaling in kwakkelende veenpolders oplossen met een combinatie van duurzame energie, voedselproductie en serieuze natuurontwikkeling die biodiversiteit een boost geeft. Saskia: Ik wil niet gaan opvoeden, maar ik merk dat kennis over de natuur bij veel mensen is verdwenen en dat we de omgang met groen niet meer gewend zijn. Tijdens een rondleiding in het oerbos Bialowieza in Polen had een deelnemer geen flauw idee wat voor kleren je daarbij aantrekt. Kon dat een korte boek met hemdje zijn? Tsja, daar zijn muggen en teken dol op. We weten het gewoon niet meer. Mensen gaan met flinke storm het bos in. Wij proberen natuurlijk de hoofdroutes zo veilig mogelijk te houden, maar blijf alstublieft weg als het flink waait. We moeten de natuur weer beter gaan begrijpen, en ik hoop van harte dat natuur ook dichterbij de mensen komt door het Ringpark. Paul: Hoe werkt die nabijheid hier in Landgoed Oostbroek, dat grenst aan Utrecht Science Park? 62

Saskia: In het USP zien we dat steeds meer werknemers een lunchrondje lopen over het landgoed, maar ook dat ze eerst verbaasd zijn over wat ze aantreffen: deze oase zo dicht bij hun kantoorkolossen. Die ontmoetingen met Oostbroek kweken dus liefde voor het landschap, en dat kost tijd. Oostbroek ligt letterlijk met de voorkant aan de snelweg en met de achterdeur grenst deze aan het groen richting Kromme Rijngebied. Bij Utrechts Landschap zijn we realistisch: we beseffen dat een stedelijke delta infrastructuur nodig heeft en dat het er druk is, maar tegelijkertijd kan deze samenleving alleen floreren met natuur die gezond is en die de leefomgeving gezond houdt. Het is aan de bestuurders van de provincie om daarin voor de hele provincie de balans te bewaken. En ondertussen spelen wij daarin een actieve rol door gebieden aan te kopen en voor altijd te beschermen. Paul: Er zijn bepaalde technische ontwikkelingen die ervoor kunnen zorgen dat bouwen meer natuurinclusief wordt. Kan het Ringpark aanzetten om bijvoorbeeld naar die harde kant van projectontwikkeling en Rijkswaterstaat te inspireren en over de streep te trekken? Saskia: Voor kwesties als mobiliteit zijn zeker technische innovaties in aantocht, ik denk aan beelden van geschakelde zelfrijdende autootjes op de snelweg van de toekomst. De ideeën voor algen- en insectenboerderijen in de prijsvraag Grote Vriendelijke Reus* vond ik briljant, want ze nemen veel minder ruimte in, leveren eiwitten en duurzame energie op met een verdienmodel voor de boer. Maar met de natuur kan je niet sjoemelen, die heeft echt meer ruimte, rust en tijd nodig. Nieuwe woningen en andere functies moeten we daarom zoveel mogelijk slim inbreiden. Laten we het aandurven om lelijke plekken aan te pakken en voor dat nieuwe gebruik geschikt te maken. Alleen zo redden we het, want als je kijkt naar de groeikaart van Utrecht (beschikbaar op www. hetutrechtsarchief.nl), dan neemt het groen in een wel zeer rap tempo af. De Rijksbouwmeester berekende dat dat voor Nederland acht hectare per dag is. In de Omgevingsvisie kunnen we de spelregels vastleggen. BETROUWBAAR BESTUUR Paul: Herinner je je de Trias Energetica**? Zoiets kan ook voor het Ringpark waarbij we ons kunnen richten op drie pijlers: meer areaal, meer middelen voor robuust onderhoud, en het abrupt stoppen met sommige dingen - bouwen in de wei en snelwegverbreding passen niet in het Ringparkconcept. In hoeverre is dit activistische in goede handen bij de provincie?


PA U L R O N C K E N I N G E S P R E K M E T S A S K I A VA N D O C K U M

Saskia: Activisme vind ik niet passen bij de provincie, en het zit ook niet in het DNA van Utrechts Landschap. Onze strategie is ambitieuze plannen maken, actief inzetten op bescherming en duurzame samenwerkingen aangaan bijvoorbeeld met waterschappen, Defensie of zorginstellingen. Dankzij die samenwerkingen en een achterban van bijna 30 duizend leden en 650 vrijwilligers zijn we in staat om die ambities ook waar te maken. Grote programma’s zoals Hart van de Heuvelrug, dat uit onze koker kwam maar door de provincie omarmd is, worden uiteindelijk ook een mega-­ beweging, met in dit geval een hoofdrol voor provincie en de gemeenten Zeist en Soest. Dat doen ze fantastisch. Paul: In het geval van Hart van de Heuvelrug waren er grote instellingen en grondbezitters aan boord, maar is deze werkwijze ook mogelijk in het veenweidegebied, waar het grondbezit versnipperd is? Saskia: Het kan zeker, maar alleen in goede samenwerking, met heldere rollen en een aantal mensen die in zo’n gebied samen het verschil willen maken. Je moet volhouden, elkaar stevig vasthouden en vertrouwen. Is er een verdienmodel mogelijk, dat werkt voor de boer en het beheer? En hoeveel draagt de overheid bij? Het is ook altijd maatwerk. Eigendom speelt een belangrijke rol, zeker op de lange termijn. Je wilt niet investeren als die investering later teniet gedaan kan worden. LIEFHEBBERS VAN KWALITEIT Paul: Bij het Ringpark hebben we het vaak over ruimtelijke kwaliteit en gezonde leefomgeving. Het valt me op dat jij het vaak hebt over ‘leefklimaat’. Saskia: Ik heb niets tegen die andere twee begrippen, maar het gaat wat mij betreft om een gezonde leefomgeving voor zowel mensen, dieren en planten. Als mensen zullen we ons bescheidener op moeten stellen in het ruimtegebruik. Kwaliteit maak je door goed rekening te houden met de eigenschappen van het landschap, inclusief de bodem en de geschiedenis. Kwaliteit is doorwerken in tradities, terwijl je nieuwe tijdlagen toevoegt. De folly hier op Oostbroek - een speelse verwijzing naar een bisschopsmijter - past bij de traditie op een landgoed maar raakt tevens aan de specifieke religieuze geschiedenis van deze plek waar ooit een klooster stond. Vanuit dat klooster werden de ontginningen van het omringende moeras geleid. Saskia: Er ontstaat gelukkig momenteel een breed bewustzijn over de waarde van groen bij het verminderen van stress en luchtvervuiling.

Paul: Dat zijn heel toetsbare criteria, handig voor de bestuurders en beleids­ makers die de afweging moeten maken. Saskia: Dat klopt. Zo streven wij samen met het waterschap naar schoon water in de Kromme Rijn. Daar zou je met plezier in moeten kunnen snorkelen, net als in de Oudegracht. Dat is een helder en meetbaar doel. Het sturen op doelsoorten in het natuurbeheer is voor ons geen doel op zich, uiteindelijk gaat het om het herstel van ecosystemen. Utrechters reizen naar verre buitenlanden om die te ervaren, maar ze zijn ook hier. Paul: Mijn studenten in Wageningen doen ook vaak onderzoek naar nationale parken in het buitenland, en welke infrastructuur daar voor handen is. Wij zijn altijd weer verbaasd hoe slim gebieden binnen zo’n park juist onbereikbaar worden gemaakt.

Paul: Waar zou je beginnen als je 500 miljoen zou krijgen? Saskia: In veel gebieden van de provincie Utrecht zijn we al aardig op weg, zoals aan de oostkant van Utrecht. Daar kunnen bestaande en nieuwe projecten goed aanhaken bij het Ringpark en kunnen we deze een extra boost geven. Maar we moeten de blik ook meer op het westen richten, waar de problematiek van bodemdaling in het veenweidegebied extreem urgent is. Niet alleen het klimaatprobleem en het verlies aan biodiversiteit zijn hier groot, maar ook mist er een aantrekkelijk perspectief voor de agrariërs. Hier valt met een integraal Ringparkconcept denk ik veel te bereiken. Ik zou daar dolgraag morgen al over gaan praten en samen optrekken.

Saskia: Voor een goed functionerend natuurgebied zijn voorzieningen nodig, zoals routes, paden en parkeerplaatsen. Maar ook informatie over het gebied en wat daarin uniek is. Overal zie je dat, als je die zaken goed geregeld hebt, mensen zich ook beter gedragen in de natuur. En de ervaring leert dat de meeste wandelingen kort zijn en relatief dichtbij die goede voorzieningen. De rest van een gebied blijft dan rustiger, en dat is belangrijk voor bijvoorbeeld vogels en zoogdieren. Ik zie dat veel bestuurders in Nederland zich willen richten op het uitbreiden van bijvoorbeeld een padenstructuur in natuurgebieden. In mijn ogen is dat helemaal niet nodig, maar moet je die voorzieningen wel goed op orde hebben. Bovendien hebben plekken waar je juist niet kunt komen grote waarde, ook in natuurervaringen. In het Ringpark zou ik in combinatie met die hoogwaardige voorzieningen voor de recreant ook graag die rust en ruimte voor de natuur zien. Plekken waar het nog echt stil is en ’s nachts donker. CONCREET MAKEN Paul: Wat zou je de provincie en bestuurders in Utrecht willen meegeven? Saskia: Het is mooi dat iedereen zijn eigen visie op het Ringpark kan hebben, zelf heb ik die ook. Maar het moet op een gegeven moment ook concreter, zodat het waargemaakt kan worden. Een helder beeld van de beoogde kwaliteit is essentieel, zodat bestuurders en andere mensen er echt voor kunnen gaan en zich er langdurig aan kunnen vasthouden. Ook bij tegenwind, want die komt zeker. Dit wordt des te belangrijker bij de nieuwe Omgevingswet, waarin specifieke ontwikkelingen mogelijk een sterkere stem krijgen dan het collectieve belang. 63

* Ontwerpwedstrijd Grote Vriendelijke Reus werd georganiseerd in 2018-2019 door de provincie Utrecht, op initiatief van Paul Roncken en gedeputeerde Pim van den Berg. De resultaten van de competitie laten vernieuwende ideeën en perspectieven op energielandschappen zien. Zie ook pagina 70 & 71 van dit magazine. ** De Trias Energetica is een driestappen­ strategie om een energiezuinig ontwerp te maken, in 1979 ontwikkeld door de studiegroep StadsOntwerp en Milieu aan de TU Delft. De stappen zijn: beperk het energieverbruik door verspilling tegen te gaan; maak maximaal gebruik van energie uit duurzame bronnen; en maak zo efficiënt mogelijk gebruik van fossiele brandstoffen voor de resterende energiebehoefte.


RING RING RING RING

Groene ringen Sleutelen aan het mensenpark, met Merten Nefs

Als je de mens echt wilt begrijpen, moet je je niet afvragen wát of wíe, maar in eerste instantie wáár deze is. Een belangrijke eigenschap van onze soort, stelt filosoof Peter Sloterdijk, is namelijk dat we met onze relaties en handelingen een parkachtige ruimte om ons heen creëren, met bepaalde eigenschappen, kwaliteiten en regels. In zijn ‘Sferentrilogie’ zet hij met behulp van talloze cirkelvormige illustraties uiteen hoe ons begrip van de maatschappij en de wereld aan elkaar hangt van grotere en kleinere sferen en bellen. De moderne maatschappij, in haar complexe opbouw van verbindingen (het internet), actoren en identiteiten, beschrijft hij als een schuim. Nou moet je altijd oppassen om filosofische concepten letterlijk te vertalen naar de wereld van ontwerp en plannenmakerij, maar in dit geval bestaat er een aanzienlijke overlap. De bol of ringvorm komt buitengewoon vaak voor in het utopische denken over de ideale stad en regio (zie het werk van Buckminster Fuller, Yona Friedman en Constant Nieuwenhuys), maar ook in de realiteit van stedenbouw en planologie (de Amsterdamse Grachtengordel en Amersfoort Kattenbroek). En lijkt de ‘aardappelkaart’ eerder in dit magazine,

gebaseerd op The London Plan uit 1943, niet verdacht veel op schuim? Bij het sleutelen aan de leefomgeving is de ringvorm nooit ver weg. Van welke illustere voorbeelden kunnen we leren bij het realiseren van het Ringpark Utrecht? DE GROENE BURCHT De oudste vormen van de stad zijn rond, en meestal een mix van tuinen en gebouwen, die zorgen voor veiligheid en een voedselproductie waarmee je het een tijdje kunt uithouden. Dit geldt voor de inheemse Oca’s – niet veel meer dan een omheinde open plek met hutten in het Zuid-Amerikaanse regenwoud – het geldt voor historische handelssteden zoals Bagdad, en zelfs voor de recente Apple campus in Californië. Die laatste is een hedendaags icoon, dat zowel bewonderd wordt als verguisd. Past het Ringpark Utrecht in deze traditie? Ja en nee. Het Ringpark gaat er vanuit, net als Bagdad of het Amsterdam binnen de ringvormige Verdedigingslinie, dat voedselproductie en stad niet van elkaar gescheiden kunnen worden, dat een vitale boer cruciaal is voor het overleven van de stadsbewoner. De Utrechtse motivatie hierachter is echter 64

niet militair, of, zoals in het geval van de Apple campus afscherming van talent en intellectueel eigendom. De drijfveer in het Ringpark is de leefbaarheid, de kwaliteit van leven in de stad en de kernen daaromheen. Het Ringpark zou dan ook geen hek of ommuring moeten hebben, maar verschillende activiteiten en parkstructuren die de uitwisseling van producten en ideeën zo veel mogelijk stimuleren. Het denken in grote en kleine ringen om de stad – of dit nu Zeist, Utrecht of Amersfoort is, is hierbij van nut, want sinds het werk van Von Thünen (negentiende eeuw) weten we dat op verschillende afstanden van de stad andere landbouwactiviteiten rendabel zijn. Dit denken zouden we moeten vertalen naar de 21e eeuwse verdienmodellen van voedselbos, zorgboerderij, natuurvlees en bierlandschap. DE GROENE REGIO Toen de stoomtram werd uitgevonden duurde het niet lang voordat de eerste groene buitenwijk werd bedacht, zodat men prettig kon wonen op gezonde afstand van de vuile fabrieksmilieus in de stad. De massaproductie van de auto leidde tot de groeispurt van suburbia die we sinds


Apple Campus, CaliforniĂŤ, naar ontwerp van Norman Foster en Arup. Foto: Daniel L. Lu

Een Oca in het Braziliaanse Amazonegebied bij Pyulaga. Foto: Neal Hegarty

GROENE RINGEN

65


RING RING RING RING

Garden Cities of To-Morrow. Beeld: Ebenezer Howard

de jaren 1960 kennen. De ideale regio werd in 1902 ontworpen door de geograaf Ebenezer Howard, onder de naam ‘Garden Cities of Tomorrow’. De crux zit hem in de juiste verbindingen en afstanden tussen de centrumstad en de kernen daaromheen, in combinatie met het landschappelijke karakter van de tussengelegen ruimte. De kernen zijn compact, zodat het vervoerssysteem efficiënt kan opereren, terwijl de kernen niet samenklonteren. Bij het ontwerp van verschillende steden eind negentiende eeuw en begin twintigste eeuw was dit ontwerp een inspiratiebron. Het eigenaardige van de provincie Utrecht is dat het, deels opzettelijk en deels per toeval, in maat en ligging vrijwel exact overeenkomt met dit schema. Utrecht kortom, is ideaal, maar raakt die opzet wel snel kwijt als de groene ruimte tussen de kernen wordt volgebouwd. Net als bij het plan van Howard heeft Utrecht baat bij compacte steden met excellent openbaar vervoer daartussen, iets waar ook al in U10 verband aan wordt gewerkt: mobiliteit en verstedelijking samen oplossen. Slim kiezen van uitbreidingslocaties die toch nodig zijn, en woningbouwplannen gebruiken om tegelijkertijd investeren in nabijgelegen groen- en landschapsstructuren, is de andere kant van die medaille. DE GROENE GORDEL Sinds het einde van de negentiende eeuw kregen verschillende steden een groene gordel, als ringvormig park waarin de

Grüngürtel Köln. Beeld: Stadt Köln

nieuwe middenklasse en later ook de arbeidersklasse in de ontstane vrije tijd konden ontspannen. Vaak werd zo’n gordel aangelegd op de oude vestingwerken, in Keulen en ook in delen van Utrecht. Al gauw groeiden de steden buiten de middeleeuwse begrenzingen verder en kwamen deze parken in het hart van de stad te liggen. De groengordel is een goed herhaalbaar concept en in Keulen werd al begin twintigste eeuw een buitenring aangelegd, bestaande uit door de stad aangekochte landerijen, bosgebieden en begraafplaatsen. Ook rechts van de Rijn werd deze compleet gemaakt tot een echte ring, die ook weer groene radialen heeft naar binnen toe. Vanaf deze tijd functioneren groengordels wereldwijd (London Greenbelt, Paris Ceinture Verte) ook als een soort cordon sanitair, die de oprukkende verstedelijking in toom moest houden. Het Nederlandse Rijksbufferzone beleid is daaruit een laat voorbeeld, en uiteraard niet in ringvorm. Deze connotatie, van de groengordel als plek ‘waar niets mag’ werd in het Engelse planningsdebat en ook in het drukke Nederland problematisch. Het bleek toch mogelijk op termijn stukjes van zo’n beschermd gebied af te snoepen, een woningbouwprojectje hier en een wegverbreding daar. Alleen een zorgvuldige programmering van die groengordel, met plekken en activiteiten ten dienste van de stedeling, bleek in staat om de gordel of bufferzone écht te beschermen. Want wie gaat er nou zijn eigen achtertuin volbouwen? 66

Dit is inmiddels het credo in voormalige Rijksbufferzone Midden-Delfland en ook in verschillende delen van de provincie Utrecht past dit denken. Een goede programmering is sterk afhankelijk van de goede bereikbaarheid van de groengordel, met de fiets en met het OV, en wordt lastiger wanneer er slecht ontworpen stadsranden zijn – met de rug naar het open landschap toe en met weinig dwarsverbindingen. Naast recreatief programma kan er ook gedacht worden aan stadslandbouw en stadbossen. In Keulen begon men in 2010, gesponsord door bedrijven, met de aanleg van een experimenteel Stadtwald, dat een antwoord biedt op de klimaatuitdaging in deze stad. In de Frankfurtse groengordel betaalt de luchthaven mee. Dat het concept nóg een keer kan worden opgeschaald, bewijst de groengordel van Toronto, die een groot deel van zuid Ontario beslaat. Het is een nieuwe stap in het proces van metropoolvorming, waarbij niet alleen stedelijke gemeenten samenwerken, maar ook gemeenten met grote landbouw- en natuurarealen, waaronder de beroemde Niagara Falls. In de wetgeving liggen belangrijke ecosysteemdiensten verankerd, zoals watermanagement, klimaat­adaptatie, voedsel- en hout­productie, en recreatief gebruik. Stad en open landschap hebben volgens greenbelt-onderzoeker Sara MacDonald (Universiteit Utrecht) op deze manier een nieuwe ‘sustainability fix’ gecreëerd.


GROENE RINGEN

Beeld: Tractebel i.s.m. Georges Descombes en ADR architectes

HET LANDBOUWPARK Een bijzondere vorm van een groengordel is het landbouwpark. Dit concept komt al op verschillende plekken in Zuid-Europa voor, zoals Parc Agrari del Baix Llobregat bij Barcelona en Parco Agricolo Sud bij Milaan. Ook bij onze zuiderburen zijn al mooie projecten gerealiseerd en gepland, zoals Tuinen van Stene bij Oostende. Deze parken gaan uit van een agrarische drager van het gebied net buiten de stad, ook op lange termijn, maar met een gemengd verdienmodel. In een landbouwpark is ruimte voor afwisselende teelt van gewassen en vee, recreatieve infrastructuur en een ecologisch landschapscasco. Elk landbouwpark kent een eigen organisatiestructuur en marketingstrategie. In het landbouwpark ten zuiden van Milaan werken boerencoöperaties samen met stichtingen en verenigingen op gebied van recreatie en natuur, én met ondernemers uit de gastronomie en verblijfsrecreatie. Het samenwerkingsverband is zo groot, dat ook Europese subsidies binnengehaald kunnen worden. De overheid heeft een deel van het gebied in eigendom en verpacht deze voor een schappelijke prijs aan de boeren, die op hun beurt het middeleeuwse landschap en streekgebonden productie (gorgonzola, riso arborio) in stand houden. Dit model zou wel eens heel relevant kunnen zijn voor Nederlandse regio’s zoals Utrecht.

London National Park City kaart. Beeld: Urban Good

PARKMETROPOOL Geograaf Daniel Raven Ellison telde alle kleine stukjes groen van groot Londen, inclusief achtertuinen en groenstrookjes, bij elkaar op en constateerde dat Londen niet onderdoet voor een heus National Park. Wat gebeurt er als je de stad verder zou ontwikkelen als een Nationaal Park waarin ook gewoond en gewerkt wordt, in plaats van het traditionele idee van een stad waarin je parken aanlegt? Met dit krachtige binnenstebuiten gedraaide narratief wist hij talloze bewonersverenigingen, ‘boroughs’ en burgemeester Sadiq Khan op de been te krijgen. De snel groeiende organisatie organiseert van alles en werkt tegelijk aan de juridische oplossing achter het concept (lees meer op www.nationalparkcity.london). Is zoiets ook voor provincie Utrecht weggelegd? Als de inwoners het willen, dan zeker! Waarom zouden de nieuwe torens bij het centraal station (Wonder Woods) niet deel uit kunnen maken, met vele andere tuinen en groengebieden in Utrecht, van Nationaal Park Heuvelrug? Waarom kan het NP niet beginnen bij je voordeur? (zie ook de groene kaart van Utrecht, voorin dit magazine) GETIJDENPARK Het Getijdenpark in de regio RotterdamDrechtsteden is werk in uitvoering. Het concept, uitgewerkt door een brede coalitie van overheden en ontwerpbureau De

67

Urbanisten, sorteert voor op klimaatverandering door de ruggengraat van deze sterk verstedelijkte regio, de getijdenrivier, anders te benaderen. Door het maken van bredere oevers met minder harde kades ontstaan op vele plekken ruimte voor ecologie, waterberging en genieten van de rivier. In Rotterdam is de rivier één van de belangrijkste open plekken, maar er wordt nog te weinig gebruik van gemaakt. Vooral voor wijken van Rotterdam Zuid kan het getijdenpark een belangrijke kwaliteitssprong betekenen. Eigenlijk is het ‘vooruit naar vroeger’, toen de rivieroevers nog dynamisch waren, omdat doorgaan op de huidige weg niet vol te houden is (lees verder op www.rotterdam. nl/wonen-leven/getijdenpark/). Het zou goed kunnen dat de metropool van de toekomst, net als het inheemse dorp uit het begin van dit artikel - maar dan groot, weer gebruik maakt van en reageert op het natuurlijke systeem van onze Delta. Wat betekent dit voor Utrecht? Daar hebben we (voorlopig) geen getijde, maar Utrecht ligt wel op een heel interessante plek van de Nederlandse bodem, op de grens van de zanderige heuvelrug met zoet kwelwater in het oosten, het vlakke (en dalende) veengebied in het westen, en het kleiige rivierengebied in het zuiden. Wat het kan betekenen voor Utrechtse steden en dorpen als deze zich in balans met de natuur verder ontwikkelen, dat is stof tot nadenken.


RING RING RING RING

ond

n d e e p r e w t n o a r a n zo e ke n het ar k

er

Ring

p

Ringpark Utrecht is een manier van kijken naar het bestaande landschap en integraal werken aan de maatschappelijke uitdagingen die het landschap gaan veranderen. Maar hoe begin je hieraan? Door samen te onderzoeken en te experimenteren. De grote uitdagingen waarmee de provincie Utrecht geconfronteerd wordt, zoals de bodemdaling en oxidatie in het veenweidegebied, het opwekken van duurzame energie, omgaan met toenemende druk op het ruimtegebruik en gezondheid, kennen geen eenduidige oplossingen. Ze vergen een open blik en integrale benadering. De zes onderzoeken, die op de volgende pagina’s gepresenteerd worden, hebben dan ook geweigerd om complexe en gelaagde uitdagingen uit de weg te gaan. Ze koppelen zeer uiteenlopende kwesties om te komen tot grensverleggende en unieke oplossingen. Ze zijn fundamenteel in gedachtegoed, inspirerend in verbeelding, maar ook concreet in de uitwerking.

68


Brecht Lesem an

O N T W E R P E N D E O N D E R Z O E K E N N A A R H E T R I N G PA R K

Va k r n Pils naar Pa

em e t s lsy e s d voe Een t e h regio d op naal pa r e e s a rkontwerp voor Utrecht geb Deze studie bouwt voort op één van de voorbeelden van matchmaking uit het Ringparken Advies, opgesteld door Paul Roncken, Adviseur Ruimtelijke Kwaliteit, in juni 2018. Hierin draagt de Microbrouwerij, als aanjager voor een collectief van voedselproducenten, bij aan een duurzamer en lekkerder landschap. Het onderzoek bestond uit het verkennen van het perspectief en de motieven van de brouwer om het Ringpark mee te ontwikkelen, als voedselsysteem. Op basis hiervan is een bierlandschap ontworpen

dat aan het parksysteem op regionale schaal bijdraagt. Werken op grote schaal is de sleutel tot het vinden van een balans tussen het voedselsysteem, de context en identiteit van het landschappelijk systeem, en het Ringpark.

productiemethoden, die bijdragen aan het watersysteem en de kwaliteit van de Heuvelrug. Daarnaast wordt er gewerkt met een icoon: de das, die erg zou profiteren van het voorgestelde kleinschalige en diverse landschap.

Als illustratie zijn de mogelijkheden verkend voor een kleinschalige mouterij als verwerker van lokaal en natuur-inclusief geproduceerde gerst, aan de rand van de Utrechtse Heuvelrug. Een vrijkomend boerenerf wordt herontwikkeld door het introduceren van duurzame

Lees meer in de publicatie ‘From Pilsner to Park’ op issuu.com/brecht.leseman/

Voorstelling van het mouterf met daaromheen kleinschalige graanvelden met precisielandbouw, filtering, retentie van restwater en de nieuwe merkbeleving rondom de das.

Schaal en ruimtebeslag van het bierlandschap 69


bindingen

RING RING RING RING

ux l F

c a S p e e p o C

pe a c s nd a L

e ectur t i h Arc

t r a st H e ud n e ie na o r G t ar he

opgelost. De uitkomst is een toekomstperspectief voor de blokpolders Kamerik en Kockengen. De basis voor het voorstel wordt gevormd door een gradiënt in de bodem, van een dikke laag klei op veen dicht bij de rivier tot een pakket van puur veen in het noordwesten van het gebied. De gebieden met een dikke laag klei bieden kansen voor waterberging in de ondergrond, die benut kan worden om de waterstanden in het veen op peil te houden in tijden van droogte. In de gebieden met voornamelijk veen, bieden dorpsboezems met een hoog waterpeil een antwoord op de verdere oxidatie van het veen en het verzakken van de woningen in de linten en

De oxidatie van het veen en de zetting van de bodem zorgen voor steeds hogere maatschappelijke kosten. Met deze opgave als vertrekpunt is de Stuurgroep Groene Hart, samen met de drie Provinciaal Adviseurs Ruimtelijke Kwaliteit als gedelegeerd opdrachtgever, een ontwerpend onderzoek gestart. Cope Scape is één van de drie regionale perspectieven die volgen uit het overkoepelende Ontwerpend Onderzoek Groene Hart, uitgevoerd door Buro Sant en Co. In Cope Scape wordt een nieuwe structuur voorgesteld, waar de bodemdaling- en wateropgaven als vanzelfsprekend worden

Rem op bodemdaling Rem op bodemdaling Rem op bodemdaling

Beperk de negatieve gevolgen van zetting en bodemdaling in het gebied.

Economisch vitaal vitaal vitaal Economisch Economisch

de dorpen. De waterberging en dorpsboezem worden niet gezien als autonome ingrepen, maar worden verbonden door een netwerk van nieuwe linten, lanen en kades. Zo ontstaat een nieuwe structuur die aansluit op de ambities van het Ringpark en kansen biedt voor nieuwe uitdagingen met betrekking tot wonen, recreatie en natuur. Vind meer informatie over deze studie en bekijk de andere twee regionale perspectieven op stuurgroepgroenehart.nl/ ontwerpend-onderzoek

voorRespect historie Respect voor historie voor historie ToekomstRespect bestendige bebouwing Bouw voort op de

Ontwikkel een robuust water-systeem, dat pieken bij extreme neerslag en droogte kan opvangen.

karakterstieke historische kavelstructuur van de copeontginning.

Onderdeel stedelijk Sluitvan aan op desysteem

verstedelijkingsen recreatieve opgaves die spelen aan de randen.

Uitgangspunten op basis van gebiedsanalyse, interviews met bewoners en ontwerpatelier met experts Ontwikkeling nieuwe natuur

Ontwikkeling nieuwe natuur

Ontwikkeling nieuwe woonmilieus

Ontwikkeling nieuwe woonmilieus

Versterken groenstructuur

Versterken groenstructuur

Recreatieve verbindingen

Recreatieve verbindingen Ontwikkeling nieuwe natuur Rem op bodemdaling

Versterken groenstructuur

Rem op bodemdaling

Ontwikkeling nieuwe natuur Rem op bodemdaling

Ontwikkeling nieuwe woonmilieus

Versterken groenstructuur

Ontwikkeling nieuwe natuur

Recreatieve verbindingen

Versterken groenstructuur

Nieuwe woonmileu’s

Recreatieve verbindingen

Dubbellint van Kamerik

Natuurlint van Heicop

Rem op bodemdaling

Versterken groenstructuur

Ontwikkeling nieuwe natuur

Recreatieve verbindingen

Enkellint van Portengen Natuurlint van Heicop

Recreatieve verbindingen

Dubbellint van Kamerik Dorpsboezem Teckop

Met de verschillende dorpsboezems en verbindende groenstructuren ontstaat een breed palet aan lanen en linten, die elk een eigen functie hebben

70

Recreatieve verbindingen Ontwikkeling nieuwe natuur Rem op bodemdaling Versterken groenstructuur

Versterken groenstructuur

Ontwikkeling nieuwe woonmilieus Recreatieve verbindingen

Dorpsboezem Teckop Laan van Buuren

Nieuwe woonmileu’s

Laa


O N T W E R P E N D E O N D E R Z O E K E N N A A R H E T R I N G PA R K

I

Ze

ov en

In de huidige situatie wordt onze energiehuishouding vooral gevoed door fossiele bronnen als gas en olie. Kenmerkend voor deze fossiele energievoorziening is dat het merendeel van de infrastructuur (bijvoorbeeld pijpleidingen) zich in de ondergrond bevindt, en bovengronds zijn de installaties geconcentreerd. Dat staat in schril contrast met de installaties voor duurzame energie. Windmolens en zonnepanelen zijn beeldbepalend en zorgen al jarenlang voor verhitte discussies. Door de weerstand die ze opwekken is het geschikte areaal klein, terwijl er juist grootschalige duurzame opwekking nodig is. Er zal dus in toenemende mate naar het landschap gekeken moeten worden naast de bebouwde omgeving.

sp

er d e e

eid w n vee

e

nwerking Org-ID en E CN (ond

B

N

N OH

ite rch Ka

me apes, in sa andsc l d n re a ctu

l van

TNO )

e ers in d e pect i t i ieven op de energietrans

het maaiveld

Door preciezer te kijken en zo te ontdekken welke andere vraagstukken en transities er spelen, kunnen slimme combinaties in grondgebruik worden uitgewerkt. Kan de energietransitie een bijdrage leveren aan een nieuw perspectief voor de problematiek in het veenweidegebied. En op welke manier kunnen de cultuurhistorische waarden aanleiding zijn voor de vormgeving van dit perspectief? Om deze complexe vraag te onderzoeken en handvatten te bieden om de resulterende discussie te voeren, zijn zes perspectieven opgesteld als basis voor gesprek. Ze betreffen een fictieve veenweidepolder, waarin verschillende ingrepen zijn ingepast om zo inzicht te bieden in de ruimtelijke consequenties daarvan. De perspectieven verkennen de conventionele opwekking van wind- en zonne-­energie, kleinschalige opwekking op perceel niveau, een hybride landschap van zonne­ velden met natte teelten en als laatste de veenweidepolder als proeftuin van een nieuwe horizon. Het laatste perspectief, zoals op deze pagina afgebeeld, illustreert nieuwe structuren en objecten voor duurzame energieopwekking. Deze bevinden zich niet onder de grond, zoals de huidige fossiele energievoorzieningen. Maar zijn van een radicaal andere uitstraling, zodat ze toevoegen aan de schoonheid van het landschap en een nieuwe beleving van energie. Hiervoor is dan wel verregaande innovatie en vooral ook het stimuleren en financieren daarvan hard nodig. Dit project kwam tot stand met een subsidie van het Stimuleringsfonds voor de Creatieve Industrie en de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed. Vind meer informatie over de andere vijf perspectieven en de conclusie van deze studie op nohnik.nl 71


Hester Koelma n

RING RING RING RING

La e i s nd v s e c an suc

ne chi a -m Een g esprek tussen man

Inwoners van de stad realiseren zich vaak welke consequenties hun consumptie­ gedrag heeft voor het landschap. Dit geldt ook voor onze behoefte aan energie. Moet het landschap van de Lopikerwaard de inwoners van Utrecht dienen om aan hun energievraag te voldoen? Verbinding voelen met het landschap en begrijpen wat de energievraag betekent voor het landschap kan ervoor zorgen dat zowel de stedeling als de boer bewuster met hun energiegebruik zullen omgaan.

Het grid van de typische Cope-ontginning van het veenweidegebied wordt in het voorstel getransformeerd tot een energiegrid waarlangs 30.000 kleine windpalen komen te liggen. Het wordt daarmee een high-tech landschap, waarin de ecologie bevorderd wordt. Boeren en stedelingen hebben de windpalen in gedeeld eigenaarschap, met gezamenlijke verantwoordelijkheid voor onderhoud en gebruik. Onder het grid van de kleine windpalen ‘geneest’ het landschap door een proces van natuurlijke successie van flora en fauna. Traditionele waarden van natuur inclusief produceren liggen hieraan ten grondslag.

ur u at -n

Grote Vriendelijke Reus

Ontwerpstudie naar grootschalige energielandschappen De provincie Utrecht streeft ernaar om in 2040 klimaatneutraal te zijn. Decentrale en duurzame energieopwekking gaan hierbij een belangrijke rol spelen. Omdat er in het vervullen van deze ambitie wordt uitgegaan van een integrale benadering, is het onvermijdelijk aansluiting te zoeken bij andere landschappelijke en maatschappelijke opgaven. Acht studenten van de Academie van Bouwkunst Amsterdam werden hiertoe uitgedaagd met de opdracht om te onderzoeken hoe het platteland 2 petajoule (PJ) aan energie per jaar kan opwekken in de vorm van een grootschalig en iconisch energielandschap. Het veenweidegebied van de Lopikerwaard vormde het studiegebied, waar het monumentale landschap, de bodemdalingsopgave en energie­transitie samenkomen. Niet alleen een reusachtige, maar ook een lastige opgave!

Doorsnede van de werking van een kleine windpaal

Inbedding van het grid van windpalen in het landschap van natuurlijke successie

Vind meer informatie over de opgave en bekijk de andere zes projecten op provincie-utrecht.nl/actueel/nieuwsberichten/nieuwsberichten/2019/ februari-2019/prijswinnaarsontwerpcompetitie-grotevriendelijke-­reus-bekend

Het grid van windpalen als een transparante deken over het traditionele landschap 72


O N T W E R P E N D E O N D E R Z O E K E N N A A R H E T R I N G PA R K

de Jong e k Lie

an algen v t h c en ra k ins e D ec te n CO2 + (N) + (P) Nutrient supplier

In de Lopikerwaard heeft men in de loop der tijd 12.000 hectare moeras getransformeerd tot een monocultuur van mensen, koeien en gras, met het uit balans raken van het ecosysteem tot gevolg. Een dramatisch voorbeeld hiervan is de daling van het aantal insecten (76% in de afgelopen 60 jaar), terwijl deze veel betekenen voor onze voedselindustrie. Hoe kan dit landschap voedsel en energie opleveren, het verlies aan biodiversiteit

oplossen en tegelijkertijd de emissies van broeikasgassen verminderen? Als er in de Lopikerwaard geen veeteelt meer plaats zou vinden, komt er 10.000 hectare vrij voor energieproductie, groei van biodiversiteit en nieuwe bronnen van voedingswaarde. Lege stallen kunnen worden getransformeerd in insectenboerderijen die maar 10% van de oppervlakte nodig hebben om dezelfde hoeveelheid eiwitten te produceren. De overige 90% van

het land kan vervolgens gebruikt worden voor energieproductie, CO2 berging en het herstellen van de biodiversiteit. In het veengebied wordt het waterpeil gemiddeld 20 centimeter opgezet, zodat CO2 wordt opgeslagen en inklinking wordt voor­ komen. De rijkdom aan nitraat en fosfaat in het veenwater is ideaal om algen te voeden voor de energieproductie.

4,2 KW - 37.000 kWh/Y Pump support Algae

CO2

3.*

CO2

O2

(P) Fosfor

CO2

2.*

4.*

Biomassa

(N) Stikstof

1.*

Algen circulatie

6.*

Insecten schuilplaats

Algen biomassa transport water level + 0,20

(P)Fosfor

(N) Stikstof

Huidige situatie

(P) Fosfor

(N) Stikstof

(N) Stikstof

(N) Nitrogen

Veenlandschap ontwikkelingen

5.* (P) Fosfor

Kleilandschap ontwikkelingen

Maaien en afvoeren - klei

Verloop van natuurlijke successie onder het buizennetwerk van de algenteelt

TIJD

Boerderij soorten

1,1m

De grotere gaten in het pad maakt het mogelijk voor planten door -ras

Het pad is gemaakt van transparant raster. Planten onder het pad krijgen genoeg zonlicht om te kunnen groeien.

ALGEN BOERDERIJ

1111 ha algae 2 PJ

BIOVERGISTER

2000 - 5000 ha biomass

De vegetatie wordt gemaaid en afgevoerd voor biomassa. Onder het pad wordt niet gemaaid, wat schuilplaatsen voor insecten vormt.

INSECTEN BOERDERIJ

0,4 PJ

Levert dezelfde hoeveelheid proteĂŻnen als

1 Biovergister

10.000ha veeteelt.

Draait op de maaisels uit de omgeving Het rest product vormt een export product Van de algen wordt biobrandstof gemaakt

Boeren op klein en grote schaal is geschikt Zwarte soldatenvlieg, sprinkhaan, meelworm

Biobrandstof wordt omgezet in elektriciteit Algen worden gevoed met afvalstromen uit de omgeving.

De drie nieuwe soorten boerderijen 73


RING RING RING RING

F

B

as

Ho

ing r st

is , Pr

aniel Casa

s Valle, Ger tjan de Vries, Hugo van

toekom e d r o s Ge o t z v on de it stad ,g

ca A

rosi

n ar B o, Pi

alat, D

Dit team nam het ontwikkelen van een slimme en gezonde stad als uitgangspunt. Een fysiek en mentaal gezonde stedeling is immers een randvoorwaarde voor een succesvolle, inclusieve en welvarende stad. Landschap, sport, spel en recreatie zijn daarbij belangrijke ingrediënten. Actieve vormen van mobiliteit, zoals rennen, fietsen en skaten, krijgen voorrang op gemotoriseerd verkeer. De bijbehorende

1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11 12 13 14 15 16

Kromme Rijn Nieuwe Hollandse Waterlinie - Lunetten Waterliniepark Stadion Galgenwaard Fort I: Lunettenhub Fort II: Sportlandgoed Kromme Rijn Fort III: Kromhoutkazerne Onderwijscampus Moestuinen en groenrecycling Overkapping A27 Landgoed Amelisweerd Voedselbos Zorgtuinen Roeibaan Golfbaan Amelisweerd Zorglandgoederen

8

d er P o e

l, Rao

ul Tee

kam p

& Da v id

infrastructuren vormen nieuwe verbindingen tussen stad en landschap. Daarnaast worden ook de historische waarden versterkt, door de forten langs de Waterlinie in te zetten als testlocatie voor nieuwe programmatische combinaties. Zo wordt Fort Lunettenhub opnieuw een inundatiegebied, nu voor buffering van overtollig water.

7

14

1

10

9

4

3

6

2 6

3

5

13

10

12

16

11

16 1 1

15

K lo

et

g ezonde stedelin De stad van de toekomst - Utrecht Stadsrand Oost In 2018 hebben tien ontwerpteams, gemeenten en een groot netwerk aan betrokken experts gewerkt aan visies en integrale ontwerpen voor vijf testlocaties van 1×1 km. De oostelijke stadsrand van de stad Utrecht vormde een van deze testlocaties voor de stad van de toekomst. Het is een versnipperd gebied, met uiteenlopende functies die bij een stadsrand horen. Bovendien wordt het gebied doorsneden door autowegen, een tramlijn en het spoor. Nu de stad groeit, neemt de druk toe op schaarse open gebieden zoals de Stadsrand Oost. Twee teams onderzochten de potentie van deze plek om een metropolitaan woon-werk-natuur-recreatie­ landschap te worden. Vind meer informatie en bekijk de opgaven van de andere vier stedelijke transformatiegebieden op www.bna-onderzoek.nl

RECREATIEF MOBILITEITSNETWERK FITNESSPARCOURS HOOFDFIETSNETWERK FIETSSNELWEG UTRECHT BUNNIK UITHOFLIJN TREINSPOOR

‘De stad van de toekomst’ is te bestellen bij Uitgeverij Blauwdruk.

SNELWEG

Masterplan waar stad weer met het landschap verbonden is

Lunettenhub in een natte periode

Lunettenhub in een droge periode 74


O N T W E R P E N D E O N D E R Z O E K E N N A A R H E T R I N G PA R K

V la

sw i

nke

l, Va

ie uw lent

in a A

N

maya

M a r in

, J am e

s H e us

, Mar tijn

Eefting, Ra

ni Izhar, Coen- Mar tijn Hofland, Thessa Fond

l Blom s, Marce

, M in z

e Wal

vius

ar s e

il l e

&

an d I sk

nM

aar w d a t s E en

2020

2025

2030

De lijnen van het denkkader vertaalt het team naar nieuwe ordeningsprincipes die in een ‘mengpaneel’ kunnen worden afgesteld. Door Utrecht niet meer te beschouwen als centrum-georiënteerd, maar als stad met meerdere complementaire centraliteiten, springen plekken in

de Utrechtse stadsrand in het oog die als knooppunt fungeren. Op deze manier verandert een achterkant in de voorkant van de stad. De stadsrand wordt de poort naar Utrecht of zelfs de ‘Randstad’. Het Sciencepark is de ‘attractor’ en de knoop Lunetten de ‘connector’.

2040

2035

Transitie van mobiliteit ‘Boosted human’

In de stad

Eigen

Delen

Zelfrijdend

P

P

P

P

Lopen

Tussen steden

Eigen auto

Deelauto

Autonoom

Parkeerruimte 70 procent onbenut

Autonoom platooning

Woordenboek van nieuwe ontwerpinstrumenten

Infra: van asfalt en rail naar water

mate van toegankelijkheid mate van toegankelijkheid

FIJNMAZIGHEID (alles is(alles weg) is weg) FIJNMAZIGHEID Fijnmazigheid (alles is weg)

A27

A27

Amersfoort

5 min

30 min

PRODUCTIE (alles heeft PRODUCTIE (allesopbrengst) heeft opbrengst)

50/5050/50 50/50 50/50 50/5050/50 VOEDSELPRODUCTIE 70/30 70/30 70/30 70/30 70/3070/30 90/1090/10 90/10 90/10 90/1090/10 ENERGIEPRODUCTIE 100% klimaat

100% energie

GOEDERENPRODUCTIE 100% energie

A28

periodes

50/50 50/50 50/50 50/50 50/50 50/50 50/50 50/50 70/30 70/30 70/30 O N E- S E 70/30 A S O N 70/30 MA XIM U M 70/30 70/30 70/30 90/10 90/10 90/10 90/10 90/10 Woonduur (alles op zijn90/10 tijd) 90/10 90/10

Centraliteiten Utrecht - Oost

Utrecht Sciencepark Lunetten Kromme Rijnzone Stadsvrijheid: Kromhoutkazerne en stadionomgeving

30 15 min min

6 maanden - 4 jaar 3 M O N T H S6 maanden – 3 Y E A-R4 jaar 3 jaar - 10 jaar 3 jaar - 10 jaar 3 Y E- A – 10 YEAR 6 maanden 60Rjaar 6 maanden - 60 jaar

100% goederen

Breda

A 12

100% goederen

1. 2. 3. 4.

periodes

Arnhem WOONDUUR (alles op(alles zijn op tijd)zijn tijd) WOONDUUR

A28

15 5 min min

Reistijd (alles is verbonden)

100%voedsel klimaat 100%

Thema kaarten van de toekomst

Thema kaarten van de toekomst

#030 #030

A 12

waterlinieweg

REISTIJD (alles is(alles verbonden) REISTIJD is verbonden)

K L I M A ATA D A P TAT I E

Productie (alles heef t zijn opbrengst)

Ontwerpprincipes en mengpaneel die horen bij een nieuw vocabulaire

De kanteling van west naar oost 75

Sm

it

r s i lle a a ul et

tie , J us

m b is a Para n digma, nieuw voscverbonde alle

Er is een nieuw denkkader nodig, waardoor we niet meer in het huidige vocabulaire hoeven te spreken over de stad van de toekomst. De huidige ordeningsprincipes zijn niet meer van toepassing op de toekomst, waarin alles met alles verbonden zal zijn. Mensen, maar ook dingen.

er

e

h er

100% voedsel

E st


RING RING RING RING

76


D E T I E N G E B O D E N VA N H E T R I N G PA R K

77


RING RING RING RING

78


D E T I E N G E B O D E N VA N H E T R I N G PA R K

79


RING RING RING RING

80


D E T I E N G E B O D E N VA N H E T R I N G PA R K

81


Ring 3

De donut van vier smaken Large


DEEL 3: PORTRET TEN

Deel 3

Portretten

Het Ringpark krijgt pas echt gestalte en vitaliteit door betrokken ondernemers, organisaties en burgers, die zich het park toe willen eigenen. In dit katern tonen we de portretten van enthousiaste en strijdvaardige initiatiefnemers die hier al mee zijn begonnen. Hoe smaakt het Ringpark eigenlijk, als bier of crostini? En hoe kunnen we in het Ringpark energie opwekken en een gezonde levensstijl stimuleren?

Voedselbos Haarzuilens – Stichting Lekkerlandgoed p.82

Stichting Watersportbaan Midden-Nederland p.84

Eemlandhoeve – Jan Huijgen p.86

Energiecoöperatie BENG! – De Bilt p.88

Ringpark recept – Crostini met eekhoorntjesbrood p.90

Geen veto voor het Ringpark p.91

83


Voedselbos Haarzuilens – Stichting Lekkerlandgoed Nieuwe bomen gaan de grond in. Foto: Lekkerlandgoed

RING RING RING RING

Linda Peters en Pim Kimenai in gesprek met Jan Degenaar

84

Op nog geen vijf minuten fietsen van Kasteel de Haar ligt ietwat verscholen achter een gasterij voedselbos Haarzuilens. Verwacht geen hoge berken, eiken en beuken maar een veelvoud van plant- en diersoorten. Jan Degenaar en Maarten Schrama van Stichting Lekkerlandgoed ontwikkelen met de aanleg van het voedselbos een gebied van vijf hectare dat zowel hoge natuurwaarden als voedselproductie kent.


V O E D S E L B ODSE HTAI EANR Z GU EIBLO ED NE S N– VA S TNI CHHETTI NRGI NLGEPA K KREKR L A N D G O E D

Een vrij toegankelijk bos, net buiten de stad, waarin natuur en voedselproductie worden gecombineerd klinkt als een schoolvoorbeeld van het ringpark. Of het voedselbos dan ook onderdeel van het ringpark is, weet Jan niet. “Ik ken het concept niet zo goed en ben liever hier met mijn handen bezig.” Maar, geeft hij aan, het woord zegt ook al veel. Jan ziet een groene band om de stad voor zich. “Mensen hebben het nodig om binnen een kwartier in de natuur te zijn. En dan hebben we het niet over een groene woestijn bestaande uit enkel grasland.” Lopend van het voorerf richting het voedselbos bekijkt Jan de aanwezige schoeisels. Ondanks de constatering van kleine hakken en nette schoenen besluit hij toch de eerste afslag het hoge gras in te nemen. “Het is niet best hoe we met onze grond omgaan in Nederland. Vroeger was dit gebied vlak en eentonig. Met een voedselbos willen én kunnen we veel meer gelaagdheid benutten. Mooi en lekker kan prima samen.” De motivatie van het voedselbos komt vanuit de biologische kant. Hoge natuurwaarden zijn een belangrijk doel. Veel soorten wilde planten en dieren, hoge aantallen en een goed functionerend ecosysteem. Met het voedselbos werkt Stichting Lekkerlandgoed aan een vorm van landbouw met de principes van een natuurlijk bos. Op de heuvels die drie jaar geleden als eerste onderdeel van het bos zijn beplant, zijn de verschillende soorten en geuren munt niet aan te slepen. Er valt te proeven van een uiensoep-boom en een jong peperboompje. De heuvels zijn bedoeld voor recreatie en het leren kennen van allerlei gewassen. Veel verschillende soorten planten en bomen staan er door elkaar. Het voelt aan als een soort park, het landschap is toegankelijk en goed leesbaar. Achter

de heuvels zijn grotere getalen van dezelfde soorten bij elkaar te vinden. Het voedselbos wil hiermee met name bij de landbouw aantonen dat ook deze vorm van landbouw economisch rendabel opgeschaald kan worden. Van de appelbomen die er in een hele rij staat, zijn geen drie bomen van dezelfde soort. “Bij een boer die maar één soort produceert is het spuiten van de bomen bijna noodzakelijk. Wordt er eentje ziek, dan worden ze dat allemaal. Hier is spuiten niet nodig.” Jan is zichtbaar trots. Hij wil alles uitleggen, laten zien en laten proeven. Met zijn blote handen trekt hij een aantal brandnetels uit de grond zodat een kleine kiwiplant zichtbaar wordt. “Deze soort is sinds de ijstijd niet meer in het gebied gezien, maar wij hebben hem teruggebracht.” Drie jaar na het planten van de eerste bomen begint het bos al langzaam te leveren. Nu al moeten mensen helpen het eten uit het bos op te maken. Over tien jaar als alles meer volgroeid is, kan met het zogenaamde pluk-abonnement door iedereen geoogst worden. De huidige regel is als volgt: proeven mag, meenemen niet. De bezoekers van vandaag beperken zich tot iemand die zijn hond uit laat en een enkele hardloopster. Twee wielrenners passeren langs de rand van het gebied. Jan en Maarten hebben de wens in de loop der tijd intensiever te kunnen tuinieren. Ze hopen op meer betrokkenheid bij het gebied. Een imker is er al actief en ook een restaurant komt er verse producten plukken. Het gaat langzaam maar mensen ontdekken het, en komen dan terug. Een zeer donkere wolk nadert, maar zonder aarzelen trekt Jan verder het bos in.

“Mooi en lekker kan prima samen” Fikse zomerbuien en periodes van droogte lijken vaker voor te komen. Het voedselbos speelt ook daar op in. Meerjarige gewassen krijgen een betere, diepgewortelde relatie met de grond waardoor de sponswerking veel groter is. Zo kan het bos de droogte beter aan. Verschillende poeltjes dragen

85 8 5

bij aan de waterberging. Waar sloten regelmatig ‘geschoond’ worden, krijgt de begroeiing bij poeltjes kans zich te ontwikkelen. Hierdoor ontstaan structuurrijke oevers die weer goed zijn voor allerlei waterbeestjes. En, vertelt Jan, “naast dat een bos sowieso helpt CO2 op te slaan, levert een voedselbos ook nog eens eten op”. Een rondje door het voedselbos met Jan maakt duidelijk dat het menens is wat betreft de ambities, kennis én inzet van beide heren. Zonder het bewust door te hebben leer je met elke stap dieper het bos in meer over de natuur. Jan en Maarten beheersen de rol van natuureducatie en kennisdeling uitstekend. “Hopelijk gaan de mensen die bij ons beheren en oogsten uiteindelijk ook met elkaar praten over recepten of tuinier tips.” Het is de bedoeling dat het voedselbos aanstekelijk werkt voor de achtertuintjes van de mensen thuis. Zo is er ook gedacht aan een plek voor kookworkshops midden in het veld. In het gras ligt bouwmateriaal voor een schuurtje klaar, betaald uit eigen zak. “Het voelt stom om daar financiële hulp voor te vragen.” Financiering is natuurlijk wel hard nodig. Het voedselbos moet het nu nog hebben van donaties en het aanschrijven van fondsen. Maar het is niet zo dat het niet loopt. “De komende 25 jaar zitten we best gebakken hier. De grond heeft volgens het bestemmingsplan een recreatiefunctie waardoor veel mogelijk is. Waar bij een landbouwfunctie niet zomaar bomen geplant mogen worden, mag dat hier wel.” Jan drukt op het hart dat het belangrijk is om te beseffen dat de landbouw gaat veranderen. “Er moet worden nagedacht over de regelgeving rondom de bestemming van stukken grond.” Het voedselbos heeft in ieder geval de ambitie ‘het Amelisweerd van de komende eeuw te worden’. Lees meer over het Lekkerlandgoed op lekkerlandgoed.nl


RING RING RING RING

Stichting Watersportbaan MiddenNederland

Roeiers van U. S. R. Triton roeien hun boot langs de Munt. Foto: Michael Kooren

Lennard Kosterman en Pim Kimenai in gesprek met Henri van der Vegt en Ross Goorden

De zon schijnt op de voorgevel van ‘de driewerf’. De gevel oogt door de grote oppervlaktes steen en metaal eigenlijk meer als een achtergevel. Dat zich hier drie roeiverenigingen huisvesten is daardoor niet meteen te zien. Eenmaal achterom gelopen wordt het beeld echter heel anders. Een houten vlonder aan het water, de deuren van iedere loods staan open en enkele studenten zijn met de boten bezig. Het is er heerlijk rustig. De ideale plek voor sport en ontspanning, zo lijkt het. 86


S T I C H TD I NEGT WAT IEN G EE RB SO PO DE RN T BVA A ANNHM E ITD R DIENNG-PA N ERDKE R L A N D

Die rust is echter schijn, vertelt Henri van der Vegt, oud roeier en bestuurder van Stichting Watersportbaan MiddenNederland. Juist de drukte op het water tijdens spitsuren op het Merwedekanaal maakt dat de roeiverenigingen Triton, Orca en Viking staan te springen om nieuwe roeimogelijkheden in de polder Rijnenburg. Het is hun ambitie om in het noordelijke stuk van de polder een ‘groene long’ aan te leggen met daarin roeiwater als kernelement. Nog voordat het gesprek echt gaande is wordt duidelijk dat zij juist dáár grote kansen zien. “Er is een grote relatie tussen het kanaal en Rijnenburg, wanneer je daar iets doet heeft dat ook hier effect.” Dat het er druk kan zijn blijkt wel uit de vele tafels en de gangpaden vol materiaal. Er is een indoor roeibak en de boten liggen keurig op de stellingen. Lopend langs het water wordt door Ross Goorden, aanstaand voorzitter van Orca, de geschiedenis geschetst. Het Merwedekanaal lag ooit aan de rand van de stad. Nu, een flinke inwonersgroei verder, ligt het kanaal er middenin. Tussen de Muntsluis en de Noordersluis is er ruimte voor 4,5 kilometer roeien. Een uitstekend stuk waar met alle plezier geroeid wordt. Na 138 jaar roeien in de stad, weten ze inmiddels wat lekker roeien is. Toch is de frustratie bij de roeiers duidelijk zichtbaar. Zowel beginners als topsporters roeien in de avonden tegelijkertijd op het water. De ambitieniveaus verschillen. Door enkele roeiers wordt er getraind voor EK’s en zelfs WK’s. De bruggen beperken de roeicapaciteit van het water omdat er maar één boot tegelijkertijd doorheen kan. Maar met name het verschil in roeitempo en het vaartempo van de pleziervaart zorgt voor de grootste problemen en levert soms gevaarlijke situaties op. Gezeurd wordt er niet. Sterker, de energie en professionaliteit spat ervan af. Het ringparkconcept is voor deze roeiverenigingen niet nieuw. Zij zien het als katalysator voor meer ruimte voor recreatie én een gezonde stad. Het woord ‘breekijzer’ valt meerdere keren. Doordat Rijnenburg als pauzelandschap is bestempeld om er energieopwekking

te ontwikkelen, krijgen de roeiverenigingen geen kans. “Alles zit daar op slot, terwijl er juist legio mogelijkheden zijn om daar functies te combineren. Denk aan aquathermie. De combinatie van roeiwater en energieopslag sluit naadloos aan bij het Energieplan van de gemeente Utrecht.” De roeiverenigingen zien kansen voor de klimaatdoelen en innovatieplannen in de polder Rijnenburg die uitstekend verenigbaar zijn met een sportbaan. Er wordt door de heren niet gepleit om alleen vanuit de wateropgave te bouwen, juist het meervoudige gebruik zou ook winst opleveren voor het roeien. En pleiten, dat kunnen ze. Zelf noemen ze het de roeilobby. Er is onder andere gesproken met gemeenteraadsleden, er zijn verschillende debatten georganiseerd en er is zelfs een manifest geschreven. Ze maken zich kenbaar bij de politiek. De voet zit inmiddels tussen de deur, maar duidelijk is dat ze de deur nu definitief willen open krijgen.

“Een pauzelandschap is niet erg, maar zet niet ook de planvorming op pauze.” Er zit veel bestuurskracht in de roeiverenigingen. Net als doorzettingsvermogen en politieke sensitiviteit. In de krachttrainingsruimte zit iemand te zwoegen op een hometrainer met beide armen in het gips. Het trainen blijkt ondanks het gips gewoon te kunnen doorgaan en vindt dus ook niet alleen in de boot of op het water plaats. De loodsen en het buitenterrein zijn voor hen minstens zo belangrijk. In de ontwikkeling voor nieuwe roeimogelijkheden willen ze dit dan ook meenemen. Het buitenterrein moet een levendige plek zijn, niet alleen voor roeiers. Wat hen betreft zou een locatie waar veel recreatie plaats vindt, bijdragen aan het succes van de roeiverenigingen. “De ruimte wordt pas echt interessant als het veelvuldig en op verschillende wijzen wordt gebruikt.” Voor het creëren van mooie roeimogelijkheden lijkt dus ook woningbouw, gezondheid, recreatie 87 8 7

en een kloppend economisch verhaal nodig. Iets waar de politiek aan kan bijdragen. Zo spreken de roeibesturen de wens uit voor een maatschappelijke kosten-batenanalyse. Er is bij de besturen duidelijk behoefte om via onderzoek te kunnen aantonen dat gecombineerde ontwikkeling van groen, energie, water, recreatie en sport, juist meer waarde oplevert dan het kost. Gemeenten en provincie kunnen wat hen betreft helpen dit onderzoek uit te voeren.

“We laten ze eerst een stuk roeien richting de muntsluis, het is daar fantastisch.” Een uitgestoken hand is wat de roeibesturen op hun beurt willen bieden. Dat ze bruggen kunnen slaan en verbinding kunnen leggen blijkt onder andere uit de verschillende samenwerkingsgroepen waarin ze actief zijn. Heel letterlijk gezien hebben ze bij de laatste renovatie van het complex nog daadwerkelijk een brug geslagen tussen de vereniging Triton en Orca, zodat ook op de eerste verdieping over en weer gelopen kan worden. De heren beginnen te glunderen bij het idee dat de roeibesturen een atelier mogen organiseren waarbij ze op hun eigen verenigingslocatie met ondernemers, gemeente en provincie spreken over roeien binnen en buiten de stad. “Het ringparkconcept zal daarbij helpen vrij te denken en de gebiedsontwikkelingen integraal te benaderen.” De roeibesturen zijn gewend aan het organiseren van debatten en evenementen en hebben tal van vrijwilligers met hart voor de sport. Lees verder op roeiwaterutrecht.nl/ watersportbaan-rijnenburg


RING RING RING RING

Erma Vlemmings & Kinga Bachem in gesprek met boer en filosoof Jan Huijgen

Het gesprek met Jan Huijgen begint staand op een verhoogd houten plateau, de ‘Stamtafel’, tussen het struikgewas aan de rand van het erf, omringd met zeven kale boomstammen die doen denken aan Stonehenge. Vanaf het plateau is de wijde omgeving van de Eemlandhoeve goed te aanschouwen. Jan wijst direct op de opgave die voor ons ligt.

88

Boer en filosoof Jan lezend in de Biografie van Dag Hammarskjold (zijn ‘leermeester’) bij de Blonde d’Aquitaine koeien. Foto: Frans Kanters

Eemlandhoeve — Jan Huijgen


DE E TE I EMNL G AE NB DO HD OEENV EVA—NJ AHNE TH U R I JNGGEPA N RK

een duurzaam, regionaal en circulair voedselsysteem dat bijdraagt aan een divers landschap en een gezond ecosysteem in plaats van haar uit te putten.

Ten oosten van ons wijst Jan naar het land van de stoppende boer, ten westen zien we de boerderij van de grootste boer en voor ons staat de breedste boer van de regio. Samen verschaffen deze drie boeren een goed beeld van het huidige speelveld waarin het agrarisch gebied zich bevindt. De stoppende boer, die geen directe opvolger heeft, staat klaar om zijn boerderij te verkopen. Nu is het de vraag in wiens handen zijn land zal komen te liggen. De grootste boer wil zijn land wel overnemen. Maar ook hij heeft het, ondanks zijn hypermoderne meetinstrumenten en melkrobots, moeilijk. Zolang de melkprijs onder zijn kostprijs blijft kan hij eigenlijk maar net rondkomen. Zijn opties zijn: nog groter worden en nog efficiënter werken.

“De ontwikkeling van dit concept roept nieuwe vragen op” Een onhoudbare situatie vindt Jan Huijgen. ‘De bestaande ketens gaan het niet maken. Door de intensieve en mono­functionele landbouw hebben we de bodem volledig uitgeput en bovendien is de burger het contact met hun voedsel volledig verloren.’ Daarom besloot Jan, toen hij de Eemlandhoeve in 1993 overnam van zijn vader, om het anders te gaan doen. Naast zijn vijftig Blonde d’Aquitaine koeien, worden er op de Eemlandhoeve regelmatig rondleidingen gegeven en conferenties gehouden, is er een winkel, moestuin, boomgaard, natuurtuin en nog veel meer. Zo is de Eemlandhoeve de breedste boerderij geworden. Met als doel het creëren van

Toen Jan de boerderij overnam was hij pionier, maar nu begint de urgentie die hij zesentwintig jaar geleden voelde echt momentum te krijgen. Steeds meer boeren kiezen voor alternatieve natuurinclusieve en circulaire landbouw. En ook de politiek begint mee te bewegen. ’Tja’, zegt hij, ‘voor dit proces is een lange adem nodig’. Verbitterd of belerend tegenover zijn collega’s is Jan trouwens allerminst. Liever gaat hij in gesprek, op zoek naar waar het schuurt. Zo geeft Jan samen met zijn buurman, de grootste boer, regelmatig rondleidingen. Hierin voeren ze een open gesprek waarin de complexiteit van de landbouw opgave bloot wordt gelegd. ‘Zo ontstaan nieuwe ideeën.’ Ook met de provincie gaat Jan graag in gesprek, want volgens Jan kan de provincie de sleutel zijn tot het realiseren van initiatieven op een regionaal niveau. De provincie heeft het overzicht dat nodig is om deze schaal te overzien en kan zo de grenzen, waar andere partijen tegenaan lopen, overschrijden. Door deze overkoepelende blik kan juist de provincie deze partijen, die mogelijk tegenstrijdige belangen hebben, bij elkaar brengen om een hoger doel na te streven. Daarnaast moet de provincie op zoek naar een goede balans tussen het scheppen van de juiste randvoorwaarden en het verschaffen van de vrijheid om te experimenteren. ‘Gelukkig is hier veel meer ruimte voor dan vroeger’, vindt Jan. Overheden zijn steeds meer bereid om mee te bewegen met de behoeften van initiatieven vanuit de samenleving. Aan de andere kant mag deze ruimte geen excuus zijn voor het ontbreken van overkoepelende visie of toetsingskader. Het uitvoeren van de Ringpark-gedachte biedt hiervoor een mooie kans. Zo sluit de Ringpark-gedachte aan op het meest recente initiatief van de Eemlandhoeve. De Mansholt Campus 2.0, vernoemd naar Sicco Mansholt, die aan de basis stond van het Europese landbouwbeleid. Tijdens de wederopbouw werkte Mansholt volgens het devies ‘nooit meer honger’ aan de schaalvergroting en modernisering van het boerenbedrijf. Maar na geconfronteerd te worden met de negatieve 89 8 9

gevolgen van dit beleid, het dierenleed bijvoorbeeld, kwam Mansholt aan het einde van zijn leven tot inkeer. Voor het verwezenlijken van zijn laatste droom van een duurzame landbouw heeft Mansholt nooit de tijd gekregen. Boer Jan, die al langere tijd bezield is door het gedachtegoed van Mansholt, wil deze laatste droom nu oppakken. In de Mansholt Campus 2.0 zal de Eemlandhoeve doorgroeien tot een regionaal, circulair systeem. Doordat dit initiatief ook de wijdere landschap betreft, zal er een regionale voedselketen kunnen worden opgezet. Een voedselketen, die op de langere termijn zal kunnen voorzien in dertig procent van de regionale voedselbehoefte, waaronder ook Amersfoort, in plaats van de huidige vijf procent. Het plan vergt samenwerking met de (stedelijke) burger, die een aandeel krijgt in de boerderij. Ze kunnen eten van een intact lokaal ecosysteem, maar worden ook gestimuleerd om mee te doen, om zo weer gevoel te krijgen voor wat écht voedsel betekent. Hierbij hoort een eerlijke prijs voor eten, om zo ook bij te dragen aan een lastenverlaging voor de boer. Momenteel is boer Jan, in samenwerking met een brede groep ontwerpers, onderzoekers en burgers, bezig zijn sterke koers te vertalen naar een ruimtelijk ontwerp. De ontwikkeling van dit concept roept voor Jan nieuwe vragen op. Hoe kunnen kringlopen gesloten gerealiseerd worden en leesbaar worden gemaakt in het landschap? Hoe worden we ons bewust van onze voedselconsumptie en hoe passen we onze gewoontes aan? En hoe organiseren we participatie en gedeeld eigenaarschap? Het zijn urgente vragen, ook voor het Ringpark. Lees meer over de Eemlandhoeve en de lopende initiatieven van Jan Huijgen op eemlandhoeve.nl


EnergiecoÜperatie BENG! – De Bilt RING RING RING RING

It, te simincti od modit labor sincimped ulparum eat es endipsa dem quas audi si conse

Erma Vlemmings en Kinga Bachem in gesprek met Helma van de Veerdonk en Bouwe Taverne

90


E DN E ETRI E GN I EC GE OBÖOPD EE RNATVA I E NB H EN ET G !R–I NDGEPA B IRLT K

In 2013 stelde de gemeenteraad van de gemeente De Bilt zichzelf ten doel om in 2030 energieneutraal te zijn: evenveel duurzame energie zelf opwekken als er behoefte is. Een belangrijk en ambitieus doel, waarvan al snel bleek dat de gemeente die niet alleen kon realiseren. Daarvoor was bewustwording, breed draagvlak en participatie nodig van burgers, bedrijven en instellingen. En zo werd BENG! (Biltse Energieneutrale Gemeenschap) nog dat jaar geboren, als onafhankelijke energiecoöperatie van en voor de inwoners en ondernemers van De Bilt. BENG! telt nu bijna 400 leden, verspreid over de zes kernen van De Bilt en heeft in 2018een tweede coöperatie opgericht voor het verkopen van lokaal opgewekte groene stroom: Biltstroom.

BENG! bewijst daarmee dat het Ringpark Utrecht al bestaat. Burgers en maatschappelijke partners zijn al samen aan de slag om deze topregio gezond en leefbaar te houden. Er worden kansen benut om te verduurzamen tijdens de voortgaande groei en er wordt gewerkt aan langetermijn doelen. BENG! werkt ten eerste aan besparing van energie. Dat gebeurt door gebouwen optimaal te isoleren waardoor er minder energie nodig is. Ze geeft hierover advies op informatieavonden, biedt warmtescans aan en helpt bij spouwmuur-, dak- en vloerisolatie. Door te isoleren kan de helft van de energiebehoefte al gedekt worden, want wat je niet nodig hebt hoef je ook niet op te wekken. Ten tweede werkt BENG! aan het lokaal en duurzaam opwekken van de resterende energiebehoefte. Dit gebeurt door het plaatsen van zonnepanelen op particuliere daken en het ‘kopen’ van zonnepanelen op het dak van bedrijven in de buurt. Deze stroom wordt vervolgens in collectief verband afgenomen. Daarnaast wordt er samengewerkt met grotere instellingen. Zo is op het terrein van de rioolwater­ zuivering aan de Groenekanseweg een zonnepark aangelegd met 1000 zonnepanelen, waarmee de waterzuivering voor twintig procent in haar energiebehoefte voorziet. Ook op enkele boerenschuren zijn collectief gefinancierde ‘zonnedaken’ tot stand gekomen. Verder wordt er gekeken naar mogelijkheden van het benutten van wind- en aardwarmte. Met grotere organisaties in de gemeente is enkele jaren geleden een Bilts Energie Akkoord gesloten, waarvan het doel is dat elke partner zich optimaal inzet voor het doel van energieneutraal werken en wonen: de woningcorporatie, grondeigenaren, grote werkgevers, onderwijs en zorg et cetera. Kort na het sluiten van het Biltse Energie Akkoord spreken we Helma van de Veerdonk en Bouwe Taverne over de toekomst van BENG!. Beiden zijn ze als vrijwilliger actief in het bestuur van de coöperatie en zijn duidelijk geëngageerd. Zo merkt Helma bij het krijgen van een plastic theezakje op dat er nog veel winst te behalen valt. Voor haar geeft BENG! voldoening: ‘het is een goede manier om merkbaar impact te hebben op de transitie naar duurzame energie’. Voor Bouwe, die oorspronkelijk uit de financiële sector komt, was een professionele aanpak een voorwaarde om zich aan te 9 911

sluiten bij BENG!. Om te zorgen voor de nodige expertise wordt er wanneer nodig samengewerkt met en uitbesteed aan professionals. Dit is ook mogelijk doordat BENG! over een meerjarensubsidie beschikt van de gemeente De Bilt. In 2018 bestond BENG! vijf jaar en werd het lustrum groots gevoerd in Het Lichtruim. Tevens werden daar de bakens geplaatst voor de volgende vijf jaar. Want volgens Helma en Bouwe is BENG! toe aan een volgende fase en een bijbehorende schaalsprong. Het is tijd om zich minder te richten op de voorlopers en meer in te zetten op het in beweging krijgen van een grotere groep volgers. Nu er volop inspirerende voorbeelden liggen kan dat ook. Hierbij horen ook nieuwe partners, zoals grotere onderwijs- en zorginstellingen of ontwikkelaars met investerings­ vermogen. Helma: ‘Deze partijen hebben de infrastructuur die nodig is voor een extra nul op de energiebalans, want we gaan van schattig naar schaal’. De behoefte aan schaalvergroting geeft aan hoe hoog de tijdsdruk is. Bouwe: ‘Er is geen ruimte meer voor afwachten of aflaatgedrag’. Bouwe merkt op dat overheden een belangrijke rol kunnen spelen in het stimuleren van betrokkenheid: ‘de overheid moet ook handhaven en druk zetten waar nodig’, vindt hij. Aan de andere kant vraagt de energie­ transitie juist om een ruimhartige houding betreffende beleid. Hier ligt nu nog een grote ‘bottleneck’. ‘Laten we geslaagde initiatieven gebruiken om regelgeving aan te passen!’ In dit complexe spanningsveld zien Helma en Bouwe een belangrijke rol voor de provincie. Een regionaal perspectief is essentieel om stappen te kunnen zetten. De stad Utrecht heeft bijvoorbeeld simpelweg niet genoeg ruimte om de energievraag binnen de gemeentegrenzen duurzaam op te wekken. Daar hebben ze de omgeving voor nodig. Kan de provincie te werk gaan als overkoepelende partij, die sturing geeft en ruimtelijke randvoorwaarden creëert? BENG! denkt van wel. Bouwe geeft aan dat het de rol van de provincie is om de drie Regionale Energie Strategieën tot stand te brengen, zoals bepaald in het landelijke Klimaat Akkoord. Ook daar is en blijft BENG! graag bij betrokken. Lees meer over BENG! op beng2030.nl


RING RING RING RING

C R O S T I N I M E T E E K H O O R N TJ E S B R O O D

Ringpark recept - Crostini met eekhoorntjesbrood Een recept van Carel Elsenburg Er gaat steeds meer aandacht uit naar voedselproductie in de regio. Ook in de Utrechtse Ringparken speelt dit een grote rol. Er wordt volop ingezet op biodiverse en circulaire vormen van landbouw en het (her)ontdekken van lokale afzetmarkten waarbij producten op een eerlijke manier verkocht worden. Volgens broodbakker Carel Elsenburg is het de hoogste tijd voor meer aandacht voor ons eten.

Samen met zijn compagnon Pablo Sebastiani begon Carel een bakkerij gehuisvest in het Amersfoortse ‘Lokaal’. Ze hebben zich verdiept en gespecialiseerd in één product, het zuurdesembrood. Dit brood wordt gemaakt op basis van water en bloem, zonder toevoeging van gist om het te laten rijzen. In plaats daarvan wordt moederdeeg gebruikt; ook wel desem of zuurdesem genoemd. En werken met desem is niet gemakkelijk:‘pas na lang werken met een product ga je het snappen, dan kom je de ziel van het product tegen. Eigenlijk net als in de liefde’. Achter zijn bakkerij gaat de liefde, maar ook een filosofie van rust en aandacht schuil. ‘Eten is meer dan het voorzien in de benodigde eiwitten en calorieën.’ De huidige cultuur van zo snel en goedkoop mogelijk eten is voor Carel totaal onbegrijpelijk. ‘Er hoort juist zand tussen je krop sla te zitten, zo begrijp je waar het vandaan komt!’ benadrukt Carel. In deze filosofie schuilt ook een belangrijke les voor het Ringpark. Om het concept te laten slagen is er meer nodig dan enkel een aantrekkelijke ruimtelijke structuur. Er is ook een gedragsverandering nodig. Door het (her)waarderen van lokale producten zullen we het landschap waar de productenvandaan komen ook weer gaan proeven. Om ons de smaak van de provincie mee te geven heeft Carel een heus ‘Ringpark-recept’ samen­ gesteld, op basis van zijn liefde voor het zuurdesembrood:

Crostini met eekhoorntjesbrood, knoflook, peterselie en oude Utrechtse kaas De herfst vraagt om comfortabel eten. Niet te veel werk, maar wel lekker en warm. Omdat ik bakker ben, denk ik al snel aan brood. Crostini zijn een geweldige manier om oud brood te verwerken. En dit is het ultieme borrelhapje vind ik zelf. Eekhoorntjesbrood vind je volop in de provincie Utrecht en het is een van de lekkerste paddestoelen die er zijn. Wat heb je nodig voor 4 personen: – 4 plakken goed zuurdesem brood – 1 flinke teen knoflook – 1 eetlepel gehakte, platte peterselie – stukje oude Utrechtse kaas of andere oude kaas, bv Parmezaan – 250 gram eekhoorntjesbrood, of als je ze niet kunt vinden, kastanje champignons Bereiding: Rooster het brood goed, zodat het echt knapperig is en goudbruin. Schaaf de knoflook erover zodat het er heerlijk naar gaat ruiken. Bak ondertussen de paddenstoelen in olijfolie in een gloeiend hete pan gedurende ongeveer 5 minuten. Ze moeten goudbruin en zacht zijn. Voeg aan het einde een lekkere klont roomboter toe en de peterselie. Breng op smaak met vers gemalen zwarte peper en zout. Leg de crostini op een schaal en schep de paddestoelen erop. Rasp als laatste de oude kaas erover. Drink er een lekker aperitief bij, bijvoorbeeld een Barbera uit Piemonte, maar een biertje uit de streek kan natuurlijk ook. Eet smakelijk!

Foto: Ruud van der Graaf

92


Geen veto voor het Ringpark Harry Sterk heeft circa 10 jaar geleden het PPS (Publiek Private Samenwerking) Netwerk Nederland opgericht, met bijna 25.000 gebruikers het grootste professionele platform in haar soort. Professioneel samenwerken tussen opdrachtgevers en opdrachtnemers rond complexe opgaven in dynamische omgevingen te mobiliseren, dat is de missie van PPS Netwerk Nederland.

Welke economische waarde heeft het Ringpark? Ringpark verbindt Ringpark verbindt een breed scala aan opgaven en heeft daarmee grote waarde. Daar gaat ook een grote uitdagingen mee gepaard, partijen die vaak in hun eigen zuil opereren elkaar zullen elkaar moeten vinden. Het Ringpark gaat niet over het inzetten van grootscheepse nieuwe technologie, maar over hoe we beter kunnen samenwerken om daarmee waarde toe te voegen. Waar momenteel vooral gekeken wordt naar mogelijkheden op een ‘lokale’ basis, gaat het Ringpark over de koppeling van verschillende belangen op een grotere schaal. Daardoor zijn nieuwe combinaties mogelijk die nu nog niet benut worden. Een voorbeeld: een gemeente zoekt naar manieren om invulling te geven aan de woonopgave en klimaatbeleid, terwijl andere partijen op hetzelfde moment bezig zijn met bodemdaling en waterbescherming. We voelen allemaal dat er meerwaarde te halen valt wanneer we deze opgaven koppelen, maar in de praktijk is dat weerbarstiger. Ook al lijkt het evident dat een integrale benadering de taart groter maakt, maar alleen als deze partijen in staat zijn om zich adequaat te organiseren. Willen we de maximale waarde uit onze opgaven halen, dan vraagt dat om een andere samenwerking, zowel intern als extern. Niet alleen binnen de overheid zelf, is een andere samenwerking nodig; Die overheid moet ook anders gaan samenwerken met andere organisaties die waarde toevoegen aan het Ringpark. Denk aan natuur- en milieuorganisaties, ontwikkelaars, belangenorganisaties, woningcorporaties, etc. Iedereen ontleent waarde aan het Ringpark, maar ieder doet dat op een geheel eigen wijze.

93

Zijn nieuwe verdienmodellen nodig en waarom? Waar we het vooral over moeten hebben is hoe elkaars belangen veel beter benutten. Het gaat dus daarmee in de eerste plaats veel meer over nieuwe communicatie- en organisatiemodellen die partijen in staat moeten stellen om op een goede manier, met vertrouwen aan tafel te gaan zitten. Het idee is immers niet om de belangen van iedereen weg te vegen, maar om die te begrijpen. Vanuit die positie moeten we met elkaar in gesprek gaan om nieuwe mogelijkheden te verkennen. Daar zijn we tot nu toe niet zo goed in gebleken. Als we dit op orde hebben, zijn andere verdien­ modellen de resultante daarvan. Welke adviezen heeft PPS Netwerk Nederland? Wat zijn succesfactoren en waar moet op gelet worden? Het belangrijkste advies dat ik heb, is om vooraf met elkaar te bepalen waar we het nu precies over hebben: wat is de opgave exact en waarom? Over welke meerwaarde, maar ook risico’s hebben we het exact en hoe verdelen we die eerlijk onder de betrokken partijen? Ook het aantal betrokken partijen is belangrijk, net als hun mandaat. Niemand is blij met een soort Verenigde Naties, met heel veel mensen in de zaal, die niet evenveel te bieden blijken te hebben, maar wel in bezit van een vetokaart zijn en daarmee voortgang blokkeren. Als laatste is het noodzakelijk om bestuurders goed aan te haken, met enthousiasme en ‘vormvastheid’.


RING RING RING RING

94


D E T I E N G E B O D E N VA N H E T R I N G PA R K

95


RING RING RING RING

96


D E T I E N G E B O D E N VA N H E T R I N G PA R K

97


RING RING RING RING

98


D E T I E N G E B O D E N VA N H E T R I N G PA R K

Kees Hummel Hoge en lage dynamiek langs het water De stad en het land, de vaarweg en het dorp, de bijen en de auto. Het krioelt allemaal door elkaar heen op de dertienhonderdzesentachtig vierkante kilometer die de provincie rijk is. Ieder met haar eigen doel, ieder met haar eigen belang. De wind raakt aan wat hij wil. De mens gaat waar hij behoefte aan heeft. Dieren bewegen zich in het wild. Torens lijken verticaal omhoog geduwd te worden. Met grote dynamiek ook al lijken processen soms op stroop. Door dit alles heen meandert het water. Het fotografisch onderzoek van Kees Hummel stelt dit alom aanwezige hoog dynamische water centraal. Water komt overal, vanuit de grond en vanuit de hemel. In de stad en op het land. Ontdek meer van het fotografische werk van Kees Hummel op keeshummel.com 99


Ring 4

het wiel met spaken en kralen Extra Large


DEEL 4: INTERVIEWS

Deel 4

Interviews

In dit katern reflecteren betrokken bestuurders vanuit hun eigen achtergrond op het Ringpark. Wethouder van gemeente Utrechtse Heuvelrug Chantal Broekhuis beschrijft de manier waarop het Ringpark kan zorgen voor de juiste balans tussen stad en buitengebied. Constantijn Jansen op de Haar, van Waterschap De Stichtse Rijnlanden, vindt dat het Ringpark geen dag te vroeg komt. Jasper Kuipers, directeur Utrecht van Staatsbosbeheer, ziet het concept als dĂŠ sleutel tot gebalanceerde groei in de regio.

Constantijn Jansen op de Haar p.100

Chantal Broekhuis p.106

Friso de Zeeuw Dirk Sijmons p.110

Jasper Kuijpers p.114

101


RING RING RING RING

102


D E T I E N G E B O D E N VA N H E T R I N G PA R K

A AF

O

OR

JAN

D

L

E

GR

RBINDING VE

D

AR

N T A I J T N S S

IN

T U E

DE HA OP

S E N N A J EL LIGT

C O N

De groeiopgaven van de provincie Utrecht nopen tot anticiperen en snel ook. Gebeurt dit, dan ziet Constantijn Jansen op de Haar allerlei kansen om het groene imago van de provincie overeind te houden en op onderdelen zelfs te versterken. “Het voorstel voor Ringpark Utrecht komt dan ook geen dag te vroeg”, stelt de bestuurder van Stichtse Rijnlanden. “Het concept biedt uitstekende aangrijpingspunten om integraal te werken aan de ‘rode’, ‘groene’ en ‘blauwe’ opgaven waar we voorstaan. Daarbij hoort onlosmakelijk ook voortgang boeken met de energietransitie.”

103


RING RING RING RING

K UTREC R A P G HT N I ‘R HE L

RM TE GE O V VE IE T I N’ S N A R

Hij hoopt dat de uitrol van het concept resulteert in een groene corridor rond de stedelijke agglomeratie Utrecht, Nieuwegein en Houten, waarin allerlei belangrijke functies aanwezig zijn en ook met elkaar in verbinding staan. “Nu is het allemaal versnipperd. We hebben allerlei taartpuntjes waarbinnen bepaalde activiteiten plaatsvinden. Mensen zie je bijvoorbeeld alsmaar hetzelfde rondje hardlopen of fietsen. Ook de gebieden voor voedselproductie moeten in dit geheel een duidelijk plek hebben. Agrariërs spelen immers ook een belangrijke rol in groen Utrecht.” DUWENDE ROL Vanuit het waterschap kan de provincie rekenen op volle steun voor de ontwikkeling van Ringpark Utrecht. Uiteraard ligt vanuit deze hoek de focus op de blauwe accenten. “Neem de woningbouw. Wij zullen hierin vanuit de wateropgave kijken naar meekoppelkansen. Bijvoorbeeld om waterloverlast te voorkomen.” Als voorbeeld noemt de bestuurder de mogelijke woningbouw in de polder Rijnenburg. “Op het moment dat je daartoe besluit, hebben wij als waterschap een wateropgave in dat gebied.” Verder zullen wij alles uit de kast halen zodat mensen kunnen genieten van de Utrechtse wateren. Maar

GROENE CORRIDOR Beide uitdagingen roepen volgens hem weer andere opgaven op. “De mensen die hier komen wonen, moeten ook werk hebben en zich kunnen ontspannen.” Het Ringpark-concept is volgens Jansen Op de Haar hét antwoord om de opgaven waar

E ALS DE EN E R GAV G I OP E T UW 104

EL DE WON I ZOW N G B O

AMERSFOORT AAN ZEE Parallel aan deze uitdaging ligt een andere, namelijk voorkomen dat het doembeeld van ‘Amersfoort aan Zee’ werkelijkheid wordt. De tweede stad van de provincie wordt in het kader van de klimaatverandering vaak genoemd: zonder maatregelen kan de stijgende zeespiegel tot aan Amersfoort landinwaarts oprukken. De waterschapsbestuurder roept daarom op tot handelen. “In het verlengde van de woningbouwopgave dienen we werk te maken van de energietransitie, met als stip op de horizon dat we in 2040 al onze energie zelf opwekken. Het waterschap wil dit doel al in 2030 bereiken. Daarbij willen we ook kijken of we overtollige energie beschikbaar kunnen stellen aan anderen. Het wordt bovendien heter en er komen langere periodes van grote droogte aan. Ook deze hitte- en droogtestress vereisen aandacht, zeker voor ons als waterschap.”

OM

de provincie voor staat integraal op te pakken. “Te meer daar in het concept ook duidelijk recreatie zit. “Groen en natuur heeft er een duidelijke plek in gekregen. Anticiperen op het creëren van voldoende recreatiemogelijkheden is van groot belang om, ondanks de groei, een aantrekkelijke provincie te blijven.”

PT

De groeiopgaven van de provincie Utrecht zitten vooral in de woningbouw, benadrukt Constantijn Jansen Op de Haar. “We hebben nu al een enorme toestroom van mensen die hier willen wonen. De komende jaren zet die door en deze nieuwkomers hebben allemaal een huis nodig. Daar moeten wij in investeren.”


C O N S TA N T I J N J A N S E N O P D E H A A R

wij zullen hierin vooral faciliteren, dat past bij onze rol. Binnen het ruimtelijk beleid is het waterschap niet de partij die de kar trekt, wel helpen zij deze duwen. Wij zorgen ervoor dat de provincie en de gemeenten in staat zijn om hun droom te verwezenlijken.”

het fysieke gedeelte van het Ringpark. Volgende stap is dan het verbeteren van de kwalitatieve beleving.” Alles overziend adviseert hij het nieuwe college van Gedeputeerde Staten om Ringpark Utrecht te omarmen. “Onze provincie heeft dit nodig om de uitdagingen van de toekomst op het gebied van woningbouw en de energietransitie, vorm te geven.” Wel drukt hij het college op het hart om hier samen met partners werk van te maken. “Ga het niet alleen doen, maar maak anderen enthousiast om te participeren. Zowel publiek als privaat. Volgens mij kan de Ringparkgedachte heel veel oplossingen bieden voor de uitdagingen die ons staan te wachten. Stip op de horizon is voor mij een rijk geschakeerde groene corridor, waarin al die verschillende functies op een verbindende en bereikbare manier een plek krijgen.”

EIGEN AMBITIES Overigens helpt het Ringpark-concept ook om de eigen opgaven van het waterschap te verwezenlijken. “We hebben grote ambities op het gebied van energietransitie en klimaatadaptatie. Juist zo’n groene rand rondom je stedelijk gebied biedt allerlei kansen voor het waterschap om ons verhaal te vertellen. Om te laten zien wat waterbeheer inhoudt en mensen mee te nemen in onze duurzamere gedachten over hoe wij met onze omgeving en ons water om moeten gaan.”

LS PROVINC IE

NI E AL

TE

N DOEN, MA A LEE

PARTICIPERE N’

A ‘G

A D IT

T

EN ENTHO DER U SIA AN 105

AK

T

OM

RM

S

ONTSLUITEN De ontwikkeling van Ringpark Utrecht zal in fasen plaatsvinden. Als het aan hem ligt, krijgt het investeren in slimme verbindingen tussen stad en groen absolute prioriteit. “We moeten toewerken naar allerlei verbindingen in die hele grote groene rand rondom de steden. Beter ontsluiten van alle groene gebieden, vooral met voetgangers- en fietsbruggen, heeft direct al veel meerwaarde. Daarmee leggen we de basis voor

A

Als het aan hem ligt, vormt Ringpark ook de opmaat om de recreatieve functie van water beter op het netvlies te krijgen. Daar schort het namelijk aan. “Binnen de provincie worden de vele mogelijkheden van waterrecreatie onvoldoende benut. Je kunt bijvoorbeeld kanoroutes aanleggen en de bestaande routes beter op elkaar laten aansluiten. Of zorgen dat mensen op meer plekken op een fijne en veilige manier kunnen vissen en oplaadpunten voor elektrische boten realiseren. Zo zijn er velerlei kansen om de mogelijkheden van waterrecreatie te vergroten.”


RING RING RING RING

hi

k r

c ht a e r t U l

he

Ri n g

se 106

i sc h e h ton y p

Eric Luiten

ot

sl

c te

a

d n

p sa r a h c c s

p a


R I N G PA R K U T R EC H T A L S L A N D S C H A P S A R C H I T EC T O N I S C H E H Y P O T H E S E

Delft, juli 2019 Hoewel nogal stedelijk gemotiveerd en centripetaal van karakter is het Ringpark – let op die naam – ook een erkenning van grote landschappelijke samenhangen die de Utrechtse regio overstijgen: de Nieuwe Hollandse Waterlinie, de rivieruiterwaarden en het veenweidegebied. Met het ontwerp wordt bevestigd dat die grote structuren, naarmate ze dichter in de buurt van de Utrechtse agglomeratie liggen, een meer dan gemiddelde maatschappelijke betekenis hebben. Zie de verschillende tinten groen in de plankaart en u begrijpt wat ik bedoel.

Het is niet bij heel veel planologen en ruimtelijk ontwerpers bekend dat de lancering van het stadsuitbreidingsbeleid in de VINAC en de VINEX ook een substantiële landschappelijke component had. Het was voor alle betrokkenen uit de publieke sector en de ontwikkelaarswereld duidelijk dat één miljoen woningen niet zomaar konden worden gedeponeerd in de randen en de overhoeken van de grote steden. Dat was ook een inpassingsopgave die een stevige, groene investering rechtvaardigde. Het instrumentarium en het geld daarvoor was verankerd in het structuurschema Groene Ruimte van het ministerie van Landbouw: met de inrichting van Rijksbufferzones, de begrenzing van Nationale Landschappen, de uitvoering van de Randstadgroenstructuur en de aanleg van Staatsboswachterijen werd een mix van bescherming en ontwikkeling van landschappelijke kwaliteit mogelijk.

Voor ons als universitaire onderwijzers in de Landschapsarchitectuur is het Ringpark een geweldig startpunt voor een ontwerpopgave waar we de masterstudenten vanaf september 2019 mee gaan confronteren. Onze bedoeling is het concept van het Ringpark neer te zetten als een ruimtelijke hypothese die door landschaps­ architectonische proefneming en uitwerking op haar validiteit moet worden getest. Zo geven we invulling aan het adagium van ontwerpend onderzoeken: met behulp van goed gedefinieerde ontwerpexperimenten een bovenliggende veronderstelling bevestigen, nuanceren, bijstellen of ontkrachten. De bijvangst daarvan is een scala aan concretiseringen en illustraties van het regionale landschapsmodel. De vragen die we de studenten gaan stellen hebben betrekking op de mate waarin het Ringpark het stadsregionale ‘metabolisme’ (de stromen van water, lucht, energie, voedsel en verkeer) van Utrecht kan helpen verbeteren of de mate waarin het Ringpark aansluit bij traditionele noties van stadsparken dan wel een nieuwe interpretatie en realisatie van stedelijk groen noodzakelijk maakt. Hoe verhoudt het Ringpark zich tot de verdeling van verantwoordelijkheid tussen overheid en burger? Welke impliciete aannames worden er in het Ringpark gedaan over eigendom en initiatief? Welke vormen van gebruik en beheer zijn inpasbaar of worden door het Ringpark uitgelokt? Daar verwachten we na afloop van het ontwerp­kwartaal heldere antwoorden op te kunnen geven.

Van het VINEX-programma weten we inmiddels wat het heeft opgeleverd – misschien staat uw huis er in en gaan uw kinderen er naar school. De groene contramal daarvan staat echter veel minder helder op het netvlies: het Noorderparkgebied van Utrecht, het Bentwoud bij Zoetermeer, de Delfste Hout en het Bieslandsche Bos, Spaarnwoude en het Diemerbos, Park Lingezegen tussen Nijmegen en Arnhem… openbare groenvoorziening met een stadsregionale omvang ter compensatie van het verlies aan ongerepte Hollandse vergezichten. Toen het Rijk met het uitbrengen van de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte de landschappelijke verantwoordelijkheid over de schutting van provincies en samenleving bleek te hebben gegooid, moest op het regionale vlak opnieuw de koers worden bepaald. Dát is precies het gat waar het Ringpark Utrecht nu in springt: een samenhangend concept voor landschappelijke kwaliteit, dat een ecologisch, een recreatief en een cultuurhistorisch perspectief met elkaar verbindt en om die reden zowel mikt op selectieve bescherming van oude als op de actieve ontwikkeling van nieuwe waarden.

Eric Luiten is hoogleraar Landscape Architecture aan de TUDelft

107


RING RING RING RING

108


D E T I E N G E B O D E N VA N H E T R I N G PA R K

GO

EDE

O

VO O R E E

N

G

EN

L A B

F

DO

AA

ZO R

A H N C T

A N S R

R

N DE JA G

UIS KH

R B O L E A

ls er één gemeente In Nederland is met een groen imago dan is dit Utrechtse Heuvelrug: de gemeente bestaat uit zeven dorpen in een prachtig decor. “Maar ook wij hebben te maken met een groeiopgave”, vertelt wethouder Chantal Broekhuis. Het spreekt dan ook voor zich dat Utrechtse Heuvelrug een belangrijke pijler vormt in het Ringpark-concept. “Ik zie ook aangrijpingspunten voor opgaven waar mijn gemeente zelf voor staat.”

109


In de gemeente Utrechtse Heuvelrug moet de komende jaren flink worden bijgebouwd. “We willen onze groeiopgave zoveel mogelijk binnen de ‘rode’ contouren proberen op te lossen”, geeft Chantal Broekhuis aan. Daarbij krijgt het verwelkomen van jonge gezinnen prioriteit. “Mijn gemeente kent namelijk een behoorlijke vergrijzing.” Probleem daarbij is het prijskaartje. “Vergeleken met veel andere gemeenten hebben we hele hoge huizenprijzen. Dit maakt het voor starters op de woningmarkt moeilijk om een passende en betaalbare woning te vinden. Hier proberen wij nadrukkelijk antwoorden op te vinden zodat we niet nog verder vergrijzen.” Een geheel andere opgave vormen de vele historische en cultureel waardevolle landgoederen die de gemeente telt. “Deze proberen we zo goed mogelijk overeind te houden en in hun waarde te laten bestaan.” Een andere uitdaging vormt de duurzaamheidsopgave waar alle gemeenten in het kader van het klimaat­probleem invulling aan moeten geven. “Daar willen we zeker op anticiperen.” Tot slot vereist de transformatie van het buitengebied aandacht. “Ons beleid richt zich op het bevorderen van natuurinclusieve landbouw.”

E

INTEGRAAL In het licht van de vele opgaven waar haar gemeente voor staat, ziet Broekhuis meerdere

SE N

aangrijpingspunten in het Ringpark-concept. “De stad Utrecht is omringd met prachtig natuurschoon. Het Ringpark kan zorgen voor optimale verbindingen tussen de stad en het buiten­gebied, in combinatie met het versterken van de landschappelijke kwaliteit. Dit laatste moet gelijk opgaan. Daarom pleit ik voor een integrale benadering.” Het liefst ziet de wethouder dat het buitengebied onderdeel wordt van het Regionaal Economisch Programma (REP) en de Regionale Energie Strategie (RES). “Dan kunnen we alle uitdagingen op het gebied van wonen, werk, klimaat, recreatie natuur in samenhang oppakken.”

UITDAGENDE PUZZEL Aandachtspunt is dat het groene karakter van haar gemeente niet teloor mag gaan onder een massale toename van het aantal recreanten. “Utrechtse Heuvelrug trekt al steeds meer dagjesmensen aan. Voor ons is het dan ook een uitdaging om te komen tot een balans tussen recreatie en het waardevolle gebied. Het vereist nadrukkelijke aandacht om hier op een goede manier invulling aan te geven.” Toch wil zij zeker niet de boel op slot gooien. “Angst is een slechte raadgever. We moeten ervoor zorgen dat alle groene kwaliteiten in de toekomst op een goede manier gewaarborgd blijven, ondanks wat er op ons afkomt. Het is een uitdagende puzzel, maar daar lopen we niet van weg.”

D’ B IE GE

‘W 110

H AD EN ET BU ST I T E N

EN VO G R O Z OR N D TE

T S I JU

L ANS TU A B E S

DE

E

RING RING RING RING

E M O


C H A N TA L B R O E K H U I S

Overigens vormt de toenemende druk een punt van aandacht voor alle groene gebieden van de provincie. Daarom lijkt het Broekhuis verstandig dat, indien het nieuwe College van Gedeputeerde Staten inderdaad Ringpark Utrecht wil realiseren, in deze denkrichting meebeweegt. “Ik roep het college op om de buitengebied­ opgaves voor alle gemeentes als één geheel te bekijken. Juist dán kan het Ringpark-concept optimaal worden uitgerold en zorgen voor goede verbindingen. Niet alleen tussen stad en land, maar ook tussen de gebieden zelf.”

Nadrukkelijke aandacht verdient ook een tweede groene parel van haar gemeente: de Kromme Rijnstreek. “Hier ligt het accent op het realiseren van natuur­ inclusieve landbouw in samenhang met de energietransitie.”

OET KOM M EN T N T CE

GOEDE BALANS Al met al ziet Broekhuis veel meerwaarde in het in samenhang ontwikkelen van de verschillende elementen van Ringpark Utrecht. Daar wil zij dan ook graag de mouwen voor opstropen. Aandacht daarbij verdient wel het waarborgen van de bijzondere waarden van de verschillende buitengebieden. “Deze kunnen we het beste borgen door goed samen te werken met oog voor elkaars sterke en zwakke punten. Ringpark is een fantastisch concept, mits het accent komt te liggen op de verbinding tussen stad en land. Het één kan niet zonder het ander, je moet zorgen voor de juiste balans. Laten we samen aan die opgave werken.”

N

L

D’ N A

‘HE

OP DE V GEN ER B LIG I

TA C

beschermen en te ontwikkelen. Daarover zijn provincie en alle betrokken partijen het eens. “Hierdoor kunnen we het gebied efficiënter en beter beheren en ontwikkelen. Ook wordt het park nog beter herkenbaar, wat kansen schept om nieuwe geldstromen aan te boren. Dit is een opgave waar we nu heel hard mee bezig zijn. De ideeën van het Ringpark sluiten hier prima op aan.”

E

HANDEN INEEN In dit kader wijst de wethouder erop dat binnen de U10 de samenwerking tussen de ‘groene’ gemeenten al goed op gang is gekomen. “Met de betrokken bestuurders zitten we al aan tafel om te werken aan een vitaal buitengebied. Ze zien zich immers voor een gezamenlijke opgaven gesteld.” Inzet is de functies landbouw, recreatie, toerisme en duurzaamheid zo in te passen dat landschappelijke, cultuurhistorische en natuurlijke waarden worden geborgd. De samenwerking heeft inmiddels geresulteerd in een ‘Position Paper’. “Op basis hiervan bepalen wij onder meer onze positie in het regionale verstedelijkingsperspectief.”

NATIONAAL PARK Het Nationaal Park Utrechtse Heuvelrug, waar haar gemeente het hart van vormt, illustreert wellicht het beste waarom samenwerking zo belangrijk is bij het accommoderen van de groeiopgave. “Met het oog op de toekomst proberen wij hier een stevige invulling aan te geven. Te meer daar de groei van Utrecht nu al een enorm effect heeft op de regio. Dit uit zich onder meer in een flinke toename van het recreatief fietsverkeer. Om die reden wordt er actie ondernomen om

TUSSEN STA D ING E ND

De uitdagingen in het kader van de REP en de RES worden eveneens in U10verband opgepakt. “We zien heel duidelijk dat we als landelijke gemeenten allemaal te maken hebben met opgaves die baat hebben bij een integrale benadering. Iedere gemeente gaat die op een eigen manier proberen in te vullen, maar wel vanuit een gezamenlijke ambitie. En in goed overleg, want we hebben natuurlijk ook te maken met opgaves die onze gemeentegrenzen overschrijden.”

het Nationaal Park steviger te positioneren.” Zij wijst er in dit verband op dat de Utrechtse Heuvelrug groter is dan de huidige parkomvang: de groene ruggengraat strekt zich uit van het Gooimeer tot de Grebbeberg. Eén Nationaal Park voor de hele Heuvelrug is de beste manier om dit bijzondere gebied te

111


RING RING RING RING

Trap niet in valkuil van het Groene Hart Friso de Zeeuw

Loop niet hyperventilerend achter de bouwopgave aan Dirk Sijmons

112

De enorme stedelijke opgave hoeft in de ogen van Friso de Zeeuw de leefbaarheid van de provincie Utrecht niet aan te tasten. Ringpark Utrecht biedt volgens de voormalige projectontwikkelaar, hoogleraar gebiedsontwikkeling en milieugedeputeerde Noord-Holland een aantrekkelijk perspectief om ‘rood en groen’ in evenwicht te ontwikkelen. “Maar als men in de valkuil van het Groene Hart trapt wordt het helemaal niets”, waarschuwt hij. Een gesprek aan de hand van een aantal stellingen.

Landschapsarchitect Dirk Sijmons heeft een rijke staat van dienst met het op een slimme manier verbinden van rode en groene ontwikkelingen. Dat heeft hem ook de nodige teleurstellingen opgeleverd. De waan van alledag voert te vaak de boventoon, is zijn ervaring. Met als gevolg dat een in de kern mooie ruimtelijke ontwikkeling stap voor stap wordt uitgehold. “Het bestuurlijk uithoudingsvermogen stelt vaak teleur helaas.”


FRISO DE ZEEUW / DIRK SIJMONS

Stelling 1. Ringpark Utrecht vormt de opmaat voor een leefbare provincie met één miljoen inwoners “Wellicht. Maar dan moet men vooral het eerste deel van het advies van Paul Roncken ter harte nemen. Dat zit best goed in elkaar. Jammer genoeg wordt het stuk steeds zwakker. Wees wars van die brij aan algemene concepten, ‘narratieven’ waar vooral beleids­makers en ontwerpers zich aan laven. De stappen naar uitvoering en investeringen blijven achterwege… ‘Groen’ kletst, maakt ontwerpen, doet onderzoek en produceert rapporten. ‘Rood’ bouwt intussen gestaag door. Daarmee doe je per saldo tekort aan de totale ruimtelijke kwaliteit van de regio en daarmee uiteindelijk ook aan de leefbaarheid.” Stelling 2. Voor ontwikkelaars is Ringpark Utrecht vertaalbaar naar concrete projecten “Dit is een punt waarop je al snel de fout in kan gaan. Natuurlijk, projecten moeten er komen en dat zal ook wel gebeuren. Maar begin met een vertaling

Als landschapsarchitect houdt u zich al geruime tijd bezig met het landschap in drukke stedelijke regio’s. Welke lessen vallen hieruit te trekken? “De praktijk leert dat het een uitdaging is om de uitvoering van een verstandige uitbreidingsstrategie voor een langere periode vol te houden. Pas dán kom je tot echte kwaliteiten die op een andere manier niet haalbaar zijn. Gelukkig zijn er uitzonderingen. Een treffend voorbeeld vind ik het algemeen uitbreidingsplan Amsterdam dat nog altijd het DNA is voor de huidige stadsvorm. Het idee hiervoor betreft een inzending voor een internationale prijsvraag uit 1902, met de lobbenstad als de winnende inzending. Het concept is vervolgens zowel door Kopenhagen als Amsterdam omarmd, de Deense hoofdstad heeft het misschien wel nog consequenter vastgehouden. Door de afwisseling tussen groen en bebouwd heeft men als het ware het landschap de stad ingetrokken. Dat zorgt ervoor dat het heel prettig toeven is in Amsterdam en dat je eigenlijk overal binnen twintig minuten fietsen in het buitengebied bent. Dat is het wereldwonder van Amsterdam!”

van het Ringpark-concept naar wat je wilt bereiken op de verschillende deelgebieden, want het gebied waar het om gaat is erg groot. Een voorbeeld waar ik me in dit verband aan erger, ook omdat ik er zelf bij betrokken ben, is het zogenaamde metropolitane landschap van Amsterdam. Daar praat men al ruim tien jaar over een Ringparkachtige aanpak. Qua uitvoering gebeurt er echter bitter weinig. Het is vooral het domein van vrijblijvende conferenties zonder daadkracht. Geef voorstellen voor ‘matchmaking’ geen prioriteit. Dat mondt meestal uit in allerlei pilots met startups. Dat is op zich niet slecht, maar daar win je de wereld niet mee. Met kleine bedrijfjes ga je het landschap echt niet redden, daar is veel meer focus op grotere investeringen voor nodig. Zorg er dus voor dat je mensen, bedrijven en organisaties die geld meenemen van begin af aan warm maakt voor dit concept, dán kun je pas meters maken. De formulering van een investerings- organisatiestrategie en de gefaseerde uitvoering daarvan maakt het verschil.”

Stelling 3. Een Landschapsfonds is hét middel om de financiering van het landschap goed te regelen “Dit is eigenlijk een beetje een ‘onzin’-­ stelling. Een fonds is als een koe die in de hemel wordt gevoed om op aarde te melken. Je moet eerst kijken hoe de voeding wordt georganiseerd, de geldbronnen die je wilt aanboren dus. Of je vervolgens een fonds opricht of het geld direct in projecten investeert, maakt weinig uit. Dat is meer een vormkwestie. Wel kijken markpartijen vrij kritisch naar een fonds. Zij zien dit als een grote ‘black box’ waar geld ingaat, ook van hen zelf, zonder zicht op waar en wanneer het vervolgens aan wordt uitgegeven. Dat werkt remmend, want onder­ nemers willen er natuurlijk het liefst zelf invloed op hebben, zodat men weet wat er met hun investeringen gebeurt. Van belang in dit verband is wel om het beheer apart te financieren. Leg dat, net als nu gebeurt, ook in de nabije toekomst vooral in handen van de terreinbeherende instanties. En onderschat die beheerkant niet, want

Is dit model ook nu nog actueel? “Jazeker. Sterker gezegd: in mijn ogen kan het een metafoor zijn voor de uitbreidingsopgaven waar onze stedelijke landschappen en ook de regio Utrecht voor staat. Wat je nodig hebt, en het Ringpark-concept is juist om die reden ontwikkeld, is een langetermijnstrategie en een georganiseerd proces om allerlei verschillende functies op een goede manier als puzzelstukjes in elkaar te kunnen passen. Want het gaat al lang niet alleen maar over de ontwikkeling van het ‘rood’ en het ‘groen’, maar ook over welke rol water kan hebben en bijvoorbeeld de productie van voedsel nabij de stad. Het is de uitdaging om met het oog op een duurzaam welzijn te komen tot een harmonieuze verhouding tussen alle ontwikkelingen. Van belang is hiervoor de juiste bouw­ stenen te kiezen.”

‘De biodiversiteit in onze steden is tegenwoordig vaak hoger dan die in het ommeland’

Wat zijn met name belangrijke bouwstenen? “Als eerste denk ik dan aan waterprojecten, zeker met het oog op de verandering van het klimaat. Stedelijk gebied heeft een speciale hydrologie. Steden moeten bijvoorbeeld steeds

113


RING RING RING RING

dat is vaak een behoorlijke last, bijvoorbeeld voor de recreatieschappen. Voor investeringen in fietspaden en andere nieuwe voorzieningen, die vaak in de miljoenen lopen, moet je dus wel aparte bronnen aanboren.” Stelling 4 Het Ringpark-concept helpt om bestaande opgaven in een nieuw perspectief te plaatsen “Hmmmm… Mijn antwoord is ja, maar dan zijn we er natuurlijk nog niet mee. Het is een stap en het komt vooral aan op de verdere uitwerkingen. Ik acht de kans groot dat je daar vervolgens toch de mist mee in gaat, te meer daar de reputatie van de provincie Utrecht op dit gebied niet geweldig is. Die zet stelselmatig in op te beperkte plan­ capaciteit voor verstedelijking. Dat is dan uiteindelijk toch niet vol te houden en krijg je bouwlocaties als Hoef en Haag bij Vianen die uit een oogpunt van mobiliteit slecht scoren. Neem de discussie over de toekomst van Rijnenburg, het poldergebied tussen Nieuwegein en Vleuten-De Meern. Voor mij is het duidelijk dat dit vroeg of laat moet

worden getransformeerd in een woongebied, anders kun je de mensen niet opvangen in de regio Utrecht. De gemeente Utrecht denkt daar anders over en wil er een zogenaamd energielandschap met grote windmolens van maken. Dan moet de provincie ingrijpen en zeggen ‘dat gaat niet gebeuren’. We hoeven niet morgen aan die verstedelijking te beginnen, maar je moet al wel beginnen met de planning van woningbouw, voorzieningen en mobiliteit. En dat dan vervlechten met het Ringpark Utrecht en de waterhuishouding. Hier kun je ook direct de rode en groen investeringen met elkaar verknopen.”

‘Wees wars van de brij aan algemene concepten waar vooral ontwerpers zich aan laven’

Stelling 5 Ringpark Utrecht kan leren van het Groene Hart “Helemaal niet, dit is typisch een voorbeeld van hoe het niet moet. Het gebied is te groot en amorf en heeft niet een eigen identiteit. Eenduidige sturing ontbreekt en een substantiële investeringspot ontbreekt. In een aantal deelgebieden is een ongerichte verstedelijking gewoon doorgegaan, vooral met bedrijfsbebouwing. Daarom

beter in staat zijn om te anticiperen onverwachte plensbuien. Dit houdt onder meer in dat ze in korte tijd ongelooflijke hoeveelheden water moeten zien kwijt te raken. Tegelijkertijd speelt water een rol bij de bestrijding van het hitte-eilandeffect waar steden meer en meer mee te maken zullen krijgen. Krachtige groene aderen zijn in dit verband eveneens belangrijk en recreatie kan daar ook op aanhaken. Ik adviseer om vanuit dit soort functionele aspecten naar de ontwikkeling van Ringpark Utrecht te kijken. Het hoeft niet alleen rood versus groen of iets dergelijks te zijn, er zitten nog meer ‘kleuren’ in de kleurendoos.”

is dan die in het ommeland. Oorzaak is de vergaande mechanisering van de landbouw, waardoor zich in nog geen halve eeuw tijd deze uiterst curieuze omdraaiing heeft voltrokken. We kunnen met die bouwstenen die we kennen uit de biogeografie verbindingen maken die de stedelijke biodiversiteit enorm kunnen verhogen. Een voorbeeld is de juiste situering van een park en de inrichting daarvan. Ook het gebruik van de juiste materialen in de gebouwde omgeving kan kansen scheppen voor alle wezens waarmee we de stad delen. Met het op een goede manier omgaan met natuurlijke mogelijkheden kun je verschrikkelijk veel doen.”

Kan Ringpark Utrecht bijdragen aan het versterken van de biodiversiteit in de provincie? “Jazeker. Ik ben ervan overtuigd dat landschapsarchitecten en stedenbouwers met het zoeken van contact tussen de stad en de natuur de biodiversiteit in stadsgewesten kunnen verhogen, ondanks de toename van rood. Vergeet niet dat de biodiversiteit in onze steden tegenwoordig vaak hoger

Is er momenteel al voldoende verbinding tussen het landelijk gebied en stedelijk groen? “In fysieke zin in de huidige situatie misschien wel, maar het gaat om de toekomst. En dan moet je kijken naar het bestuur. Daar is het helaas niet het geval. De stad kijkt alleen binnen haar gemeentegrenzen. De provincie kijkt veel te weinig naar de stad. De focus ligt vrijwel geheel op het lan-

114

‘Alleen het provinciale schaalniveau kan zorgen voor een synthese tussen landelijk en stedelijk groen’


FRISO DE ZEEUW / DIRK SIJMONS

is mijn advies al jaren: deel het Groene Hart op in deelgebieden.” “Het beeld dat ik bij Ringpark Utrecht heb, is een afwisseling van stedelijk gebied, soms hoogstedelijk, suburbaan en kleinere kernen. Daaromheen en daarin vervlochten liggen zones van een grote ‘groenblauwe’ kwaliteit waarin de agrarische sector in deelgebieden ook nog een boterham kan verdienen. Verder zijn er optimale verbindingen tussen rood en groen. Als men het op die manier uitwerkt, kan het Ringpark de provincie daadwerkelijk verrijken. Maar opteert men voor navolging van het concept voor het Groene Hart, dan verwordt het tot een feest voor externe bureaus. Ontwerpers hun gang laten gaan, is rampzalig! Ze zijn nuttig voor de visievorming in het begin, maar vervolgens moet je naast de babbelaars de tabbelaars zetten, degenen die kunnen rekenen met tabellen en die ook kunnen en willen betalen. ‘Ruimte voor de rivier’, dat in het Ringparkdocument wordt aangehaald, is eigenlijk een goed voorbeeld. Sterk is daar wel de brede, integrale aanpak van een

delijk gebied rondom Utrecht. Wil het Ringpark-concept gaan werken, dan mag de stad niet langer buiten het provinciale blikveld blijven. Ik raad de provincie ten zeerste aan te zoeken naar een synthese, want hun schaalniveau is het enige waarop dat kan. De provincie speelt een spilfunctie in het waar maken van de Ringpark-ambities en moet haar verantwoordelijkheid daarbij nemen.” Welk eindbeeld heeft u bij Ringpark Utrecht voor ogen? “Ik denk nooit in termen van eindbeelden. Je moet je via een doeltreffende strategie juist voorbereiden op ‘oneindige verstedelijking’. Dan doel ik op een occupatiestrategie die op elk moment leidt tot een goede configuratie van alle eerdergenoemde puzzelstukken. Dat betekent dat je via planning en ingrijpen in de markt de automatische piloot van de verstedelijking moet ontregelen. De stad kan meer betalen voor een hectare dan de landbouw, die wordt uitgekocht en verplaatst. Je bent op zoek naar een soort strategie waar wel eens een weilandje, een natuur-

waterveiligheidsvraagstuk in regionale maatwerkplannen. Maar voor het overgrote deel ging het om zuivere overheidsinvesteringen. Binnen de overheidsopdrachten kregen de aannemers ruimte voor eigen creatieve oplossing.” Stelling 6. Een concept als Ringpark Utrecht is uniek voor ons land “Nee, er zijn op dit gebied echt wel een paar andere succesnummers te noemen. Neem het Groene Woud, het nationaal landschap tussen Den Bosch, Eindhoven en Tilburg. Hier wordt binnen een algemeen concept daadwerkelijk op project- en deelgebiedniveau geïnvesteerd in samenwerking tussen overheden en private partijen, waaronder ook de landbouwsector. Een ander positief voorbeeld vind ik het plan Amsterdam Wetlands, waarin groene partijen zoals Landschap Noord-Holland en Natuurmonumenten zich hebben verenigd. Daar zijn - vanuit een algemeen concept - duidelijk prioriteiten met een helder handelingsperspectief gekozen. Juist omdat de overheid te sloom acteerde. Ook in de

gebied of een volkstuin kan worden overgeslagen en waar ook lagere direct renderende functies een duurzame toekomst hebben. Maak je daar niet tijdig goede afspraken over, dan dendert de verstedelijkingstrein op de automatische piloot door. Dan weet je zeker dat de vastgoedpartijen een dominante rol zullen spelen en daar wordt op den duur niemand gelukkig van in de provincie. Dan wordt het gehele stadsgewest namelijk helemaal dichtgeprutst met bestuurlijke opportuniteiten en grondposities. Het ‘eindbeeld’ dat ik voor ogen heb is dat, mits goed aangepakt, dit concept leidt tot een hogere graad van welzijn. Dit leidt uiteindelijk ook tot een hogere welvaart, omdat er sprake is van een aantrekkelijk vestigingsklimaat voor bijvoorbeeld hoofdkantoren en researchonderdelen van grote bedrijven. Die dan naar de stad vertrekken omdat het leefklimaat daar optimaal is. Nu al zie je dat het aanbod van woningen maar één aspect is waar mensen naar kijken. Er komt steeds meer oog voor andere factoren zoals de recreatie- en sportmogelijkheden en of een stad een prettig geheel vormt.”

115

Oostelijke Vechtplassen, een flink deel van het grensgebied van Noord-Holland en Utrecht, gebeuren mooie dingen waarvan geleerd kan worden. Voor dit gebied hebben verschillende partijen een flinke pot van 70 miljoen euro bij elkaar georganiseerd. De Provincie Noord-Holland levert de grootste bijdrage. Overheden proberen als eenheid op te trekken en de opgaven pakt men in samenhang aan. Hier valt ook van te leren. Het profiel van Ringpark Utrecht mag nog iets meer worden uitgewerkt, maar haal er vervolgens partijen bij die kunnen en willen investeren. Je moet ook snel succes zien te behalen. Bijvoorbeeld via al lopende projecten die je in dit kader omarmt en een extra stimulans geeft. Bouw hier vervolgens op voort met een reeks samenhangende projecten en sla al die tussenstappen die nu nog in het concept zitten over. Op die manier voorkom je dat het ouwehoercircuit zich meester maakt van dit op zichzelf best aardige idee.”

Hoe luidt uw slotadvies? “Utrecht doet er met het oog op z’n toekomstige welvaart goed aan om niet hyperventilerend achter de groeidoelstelling aan te lopen. Minstens zo belangrijk, zo niet belangrijker, is te bedenken wat voor ruimtelijk en sociaal beeld je van je stad wilt hebben. Hoe kunnen mensen er prettig wonen, welke verbindingen naar het buitengebied zijn nodig enzovoort. Ik denk dat als Ringpark Utrecht daartoe bijdraagt, het een ontwikkelproces is dat ik alleen maar kan toejuichen. Het is in feite een poging om alle bestuurslagen op verantwoorde wijze mee te nemen in de verstedelijkingsopgave waar Utrecht de komende decennia de mouwen voor moet opstropen.”


RING RING RING RING

116


D E T I E N G E B O D E N VA N H E T R I N G PA R K

E

EER IN

BA

RAA EG F

L A NCEER

D

INV

ST

E G

S

J

D E G RO E I OOR JAN D

UIJPER

E R P S K A

Het is ontegenzeggelijk een gegeven: de provincie Utrecht wordt alsmaar voller en drukker. “Het eerst denk je dan wellicht aan meer huizen en bedrijventerreinen of de toename van mobiliteit. Minstens zo belangrijk is het om hier vanuit recreatieoogpunt tijdig op te anticiperen”, vindt Jasper Kuipers. “Alleen dán kunnen we toewerken naar een evenwichtige ontwikkeling.” Hierin ziet het Hoofd Staatsbosbeheer Utrecht ook de belangrijkste meerwaarde van het Ringpark Utrecht. “Het concept vormt de sleutel om te komen tot een gebalanceerde groei.”

117


RING RING RING RING

ROENE GE G E Z BIE N ‘O D

IJKE FUN L E D E CT T S IES E D ’ N

GROENE RIJKDOM Kuipers werkte tot voor kort in ZuidHolland en de groene rijkdom is persoonlijk aangenaam verrast door het groene rijkdom van Utrecht. “Er is hier sprake van een optelsom van landschappen in en rond

SOCIALE POOT Toeval of niet, maar het Ringpark-concept sluit helemaal aan op het beleid van

L RO

H IN

E T V ERS 118

EEN BELAN G R I J K E

Ringpark Utrecht kan volgens Kuipers vooral de sleutel zijn om de nog ontbrekende schakels tussen de verschillende groene gebieden te realiseren. “Het allerbelangrijkste vind ik de verbinding tussen stad en de omliggende kernen en het buitengebied. Maak die zo gemakkelijk mogelijk voor de mensen. We moeten voorkomen dat onze groene gebieden in de beleving van de gebruikers afzonderlijke eenheden zijn. Dan blijft men steken in dat ene recreatiegebied of stadspark. Voor de hand liggende maatregelen zijn het doortrekken van een fietspad of het realiseren van een extra brugverbinding. Maar het kan ook door stedelijke initiatieven op het gebied van cultuur, sport en gezondheid te koppelen aan de beleving van het buitengebied.”

EN EL SP

ONTSPANNEN PROVINCIE Neem de voortgaande groei dus als uitgangspunt raadt hij de provincie aan. “Niet alleen om ruimte te bieden aan woningbouw en de bijhorende mobiliteit en energiebehoefte, maar ook om er voor te zorgen dat de kwaliteit van onze recreatiegebieden met deze ontwikkeling in de pas loopt.” Het belang van dit laatste mag niet onderschat worden. “Kenmerk van Utrecht is immers dat het, naast enkele grote stedelijke kernen, een ontspannen, landelijke provincie in het hart van het land is.” Het is volgens hem vooral zaak om de balans tussen de verschillende groeiopgaven te vinden. “Daarom spreekt het Ringpark-concept mij aan. Dat beoogt immers vooral een groene component toe te voegen aan de groeiopgave van de provincie.”

E

N

de stedelijke kernen. In feite ligt de stad Utrecht op een kruispunt van verschillende landschapstypen. In het westen heb je de veenweiden, in het noorden en oosten de bossen en heidevelden van de Utrechtse Heuvelrug en in het zuiden de rivierlandschappen. En dan heb je ook nog een keer de hele zone met landgoederen.” Kers op de taart, zonder de andere groene gebieden tekort te doen, vindt hij forten. “Dat zijn heel bijzondere gebieden. Lange tijd zijn die weliswaar wat minder in het oog geweest, maar de laatste jaren zijn ze volop tot bloei gekomen. Hopelijk worden ze volgend jaar zelfs bekroond met het predicaat UNESCO-werelderfgoed.”

Het vele mooie groen van de provincie Utrecht ligt Jasper Kuipers na aan het hart. Maar de ogen sluiten voor de groei van het aantal inwoners is voor hem geen optie, ook al gaat daar een bedreiging vanuit voor het buitengebied. “De toenemende druk is onvermijdelijk. Je kan immers ook boos worden als het regent, maar nat word je toch. De groei op de woningmarkt is een feit, die gaat er komen. Daar moeten we met z’n allen zo goed mogelijk op anticiperen.”

T E R K E N

VA


JASPER KUIJPERS

die allemaal zomaar loslaat, dan kom je constant in conflict met ruiters, wandelaars en fietsers. Samen met gebruikersgroepen willen wij daarom gebieden en routes afspreken. Vervolgens zullen we hen faciliteren om een ultieme recreatieve beleving te krijgen.” Dit betekent wel dat Staatsbosbeheer op andere plekken moet ontmoedigen. “We zullen

zijn hun wensen en aan welke veranderingen zijn die onderhevig? Neem recreatiegebieden die in de jaren ’70–’80 ontworpen zijn. Die sluiten nu niet meer aan bij de wensen van de moderne stedeling. Laat dit een les zijn bij de uitrol van Ringpark Utrecht.”

Staatsbosbeheer. “Wij zijn bezig met het schrijven van een nieuw ondernemingsplan. Daarin komt het vinden van toegevoegde waarde via verbinding nadrukkelijk naar voren. Om daar handen en voeten aan te geven, is het noodzakelijk om op belangrijke thema’s de koppeling te zoeken met stedelijke opgaven. Denk aan de inzet van mensen die moeilijk aan een arbeidsplek kunnen komen. Wellicht kunnen zij worden ingezet in groene functies in onze gebieden.”

DAT DE L AN G R DS CH ‘ZO

AP

WALITEIT GELI J

V ZELFS ERBETE F RT SO ’ E TI

K KE LIJ PE

FT LIJ

keuzes moet maken, wetend dat je nooit iedereen tevreden kunt stellen. Sommige dingen zijn gewoon niet gepast in een natuurgebied. Maar over het algemeen proberen wij elke vorm van openluchtrecreatie en beleving van het buitengebied te ondersteunen.”

EN MET ANDER LOP E

A M B

LES Wel moeten de ontwikkelingen in balans blijven. Dat aspect vereist gerichte aandacht, benadrukt Kuipers. “Onze gebieden mogen niet verworden, om het maar even oneerbiedig te zeggen, tot schaamgroen. De nieuwe verbindingen die we zoeken moeten aansluiten bij de kwaliteit en de wensen vanuit de woningomgeving.” Een valkuil kan bijvoorbeeld zijn dat je te veel denkt vanuit het aanbod en te weinig vanuit de vraag. “Gebeurt dat bij herhaling, dan creëer je groengebieden die niet langer aansluiten bij de behoefte. Om dit te voorkomen, zullen we goed moeten kijken naar wie er in onze stedelijke kernen wonen. Wat

B

I

KO P

In het Ringparkconcept ziet hij veel mogelijkheden om samen met maatschappelijke organisaties en ondernemers allerlei combinaties te maken en maatschappelijke meerwaarde te creëren. “Wij willen goede beheerders zijn, maar op veel punten zijn we niet per se onderscheidend of concurrerend in het beheer van fietspaden of het maaien van grasvelden. Dat kunnen andere partijen net zo goed of misschien zelfs wel beter dan wij. Wij willen juist samen met anderen meerwaarde realiseren. Daar komen de mensen immers voor. Wij denken dat ons groen veel meer kan zijn dan alleen puur een goed decor. Het kan ook een rol spelen in het versterken van de stedelijke functies.”

AANDACHTSPUNTEN Ander punt van aandacht vormt de handhaving. “We mogen onze ogen niet sluiten voor het feit dat we ook af en toe de politieagent moeten uithangen. We schieten in onze eigen voet indien we mensen niet aanspreken op ongewenst gedrag. Dat is de keerzijde van gebieden vlak bij de stad. We hebben gelukkig gespecialiseerde mensen die kunnen zorgen voor goed gastheerschap in combinatie met het houden van toezicht.”

KANSEN Staatsbosbeheer roept de provincie op om de groeiopgave met alle betrokken partijen te faciliteren. “Dan werken wij voor de volle honderd procent mee aan de programmering, inrichting en het beheer van onze gebieden.” Hij denkt daarbij vooral aan de gebieden van Staatsbosbeheer die tegen de stad aanliggen. “Juist dáár liggen de belangrijkste kansen om verbindingen te leggen met ondernemers en maatschappelijke partijen. Neem UtrechtNoord. Daar zijn snelle schakels te bedenken om de verbinding tussen Utrecht en het Noorderpark te faciliteren.” Een andere kans ziet hij in het vinden van een goede koppeling tussen de groene omgeving en de groeiambities van

Overigens ziet Kuipers de stedeling de laatste jaren steeds verder het groen intrekken. “Dit komt onder meer door de opkomst van de elektrische fiets, iets wat we niet hadden voorzien. Gevolg is onder meer dat wij onze routestructuren moeten aanpassen, omdat je met een elektrische fiets veel meer kilometers kan maken.” Ook de toename van het aantal mountainbikers moet in goede banen worden geleid. “Als je 119

de Uithof. “Natuurlijk kun je die ontwikkeling als een bedreiging zien. Maar ik ben ervan overtuigd dat je met een paar goede ontwerpers en stevige bestuurders deze stedelijke uitbreiding kunt ombuigen naar meer groene kwaliteit.” Hoog op zijn verlanglijstje staat ook het verder ontwikkelen van de nieuwe Hollandse Waterlinie. “Ik zou het fantastisch vinden als we erin slagen om de kwaliteit en de uniekheid van het liniegebied op een mooie manier te integreren in de opgaven van Ringpark. Als je iets verder kijkt naar het IJsselbos bij de Hollandse IJssel, dan krijgt dat gebied volgens de plannen van het nieuwe College van Gedeputeerde Staten meer bebouwing. Liever niet natuurlijk, maar ook hier zie ik zeker kansen voor mooie combinaties van rood en groen.” Wel dringt hij erop aan dat de provincie op dit punt gericht beleid ontwikkelt. “Zorg dat de landschappelijke kwaliteit gelijk op blijft lopen met andere ambities en in bepaalde gebieden zelfs verbetert.” In dit verband wijst hij op de trend dat bedrijven bij het kiezen van een vestigingsplaats voor hun hoofdkantoor de kwaliteit van het groen meer en meer meewegen. “Niet alleen voor kantoor­ locaties, maar ook in verband met de woonomgeving voor hun werknemers. In die zin is het denk ik ook een verstandige economische keuze om het Ringpark-concept te omarmen. Op langere termijn levert dit de provincie op meerdere beleidsterreinen rendement op.”


Wie gaat er mee?!

We vinden het belangrijk dat het Ringpark door dit magazine is gaan leven. En dat er op deze manier een brede groep Vrienden van het Ringpark zal ontstaan, die het concept en de uitvoering daarvan een warm hart toedragen. Want, we willen en kunnen het niet alleen. Deel daarom jouw beeld, visie of wensen van het Ringpark met ons op Instagram, door het delen van een foto met @ringparken_provincieutrecht of tag ons met de hashtag #ringparken_provincieutrecht. Zo maak je kans op een van de items uit de Ring! Ring! Ring! Ring! collectie! instagram.com/ringparken_provincieutrecht


Profile for Vereniging Deltametropool

Ring! Ring! Ring! Ring!  

Magazine over het Ringpark Utrecht, uitgebracht door Provincie Utrecht en Vereniging Deltametropool in de context van Het Landschap als Vest...

Ring! Ring! Ring! Ring!  

Magazine over het Ringpark Utrecht, uitgebracht door Provincie Utrecht en Vereniging Deltametropool in de context van Het Landschap als Vest...

Advertisement