De Ingenieur november 2022

Page 1

TECHNIEK MAAKT JE TOEKOMST

DE INGENIEUR NR. 11 JAARGANG 134 NOVEMBER 2022

+3 METER Scenario’s voor een verre toekomst

BOUWKERAMIEK

The Bicycle Repair Man Creatieve broedplaats voor hightech startups

|

SLUIS TERNEUZEN

|

RETROFUTURE

|

Loes Segerink: Zinvol bezig zijn, daar gaat het om

EMISSIELOZE DIJKVERSTERKING

Duurzame kleding Fietsshirt van PET-flessen


The collective KIVI membership

Your employees up to date Good employership starts with happy employees, who are motivated, challenged and up-to-date. In our present time with technological developments at top speed, innovations and transformations professional agility is paramount. Would you, as an employer like to make a structural contribution to the technical development of your employees? Consider a collective membership at the Royal Netherlands Society of Engineers (KIVI: Koninklijk Instituut Van Ingenieurs). Sign up ten (or more) of your top engineers and they can immediately benefit from all advantages the largest engineering platform in the Netherlands has to offer.


Vooraf

Pancras Dijk is hoofdredacteur van De Ingenieur.

Verre toekomst

Denk voorbij de techniek alleen

Op een stenen sokkel buiten De Cocksdorp, het noordelijkste dorp van Texel, staat een metershoge sculptuur, de Schicht. De grillige lijn van staal verbeeldt de kustlijn van het Waddeneiland. Het kunstwerk uit 1981 is bedoeld als eerbetoon aan degenen die betrokken waren bij het verhogen van de zeeweringen tot Deltahoogte, tussen 1961 en 1981. Inmiddels is Texel alweer een dijkverhoging verder en de vraag is of het daarbij blijft. In het project Redesiging Deltas verbeelden onder meer wetenschappers, ingenieurs, landschapsarchitecten en stedenbouwkundigen zich een verre toekomst waarin de zeespiegel drie meter is gestegen. Valt daar nog tegenop te bouwen met verdere dijkversterkingen of moeten we het water juist vrij spel geven? In het coververhaal van deze maand belichten we een aantal scenario’s. Worden ze ooit realiteit? Dat is maar zeer de vraag, maar ze helpen nú al om nieuwe onderzoekslijnen en denkwijzen richting te geven. Techniekstudenten die nu worden opgeleid om in de toekomst projecten uit te voeren met grote maatschappelijke gevolgen, moet nadrukkelijk worden bijgebracht dat naast de techniek ook altijd de invloed ervan op mens, maatschappij en milieu moet worden meegewogen. Dat stelt Lode Lauwaert in zijn eerste column voor dit blad. De Vlaamse techniekfilosoof maakt vanaf deze maand deel uit van de poule van experts die beurtelings de rubriek Podium (pagina 23) verzorgen. Elke ingenieur die nadenkt over de landschappelijke inrichting van ons deltalandje in de verre toekomst kan die boodschap in de oren knopen: denk voorbij de techniek alleen. Terug naar de Schicht. Afgelopen maand fietste ik er toevallig langs. Ik ben toch maar even afgestapt om er een foto van te maken. Zoveel monumenten voor ingenieurswerk telt ons land immers ook weer niet – of het moet dit land zelf zijn.

Op de cover

Hoe richten we in de verre toekomst onze delta en steden als Rotterdam in, rekening houdend met een worstcasescenario van drie meter zeespiegelstijging? BEELD : SHUTTERSTOCK

PORTRET : ROBERT LAGENDIJK

Vanwege de gestegen kosten van onder meer brandstof en papier wordt de prijs van een los jaarabonnement op de printeditie van De Ingenieur per 1 januari 2023 verhoogd tot 150 euro. Het is de eerste verhoging van de abonnementsprijs in tien jaar tijd. Een jaarabonnement op de volledig vernieuwde digitale editie gaat 99 euro kosten. Voor KIVI-leden blijft het abonnement gewoon inbegrepen bij het lidmaatschap. NOVEMBER 2022 • DE INGENIEUR

1


Redactie Pancras Dijk (hoofdredacteur) Astrid van de Graaf (eindredacteur) Jim Heirbaut Marlies ter Voorde Redactieadres Prinsessegracht 23 2514 AP Den Haag Postbus 30424 2500 GK Den Haag TEL. 070 391 9885 E-MAIL redactie@ingenieur.nl WEBSITE deingenieur.nl

Vormgeving Eva Ooms Sales Pascal van der Molen E-MAIL sales@kivi.nl Druk Drukkerij Wilco, Amersfoort

De Ingenieur verschijnt twaalf maal per jaar. © Copyright 2022 Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd en/of openbaar gemaakt door middel van druk, fotokopie, via internet of op welke andere wijze dan ook zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgever. Niet in alle gevallen is na te gaan of er op de illustraties in dit nummer nog copyright rust. Waar er nog verplichtingen zijn tot het betalen van auteursrecht is de uitgever bereid daaraan alsnog te voldoen. ISSN 0020-1146 Abonnementen 2023 Leden van het Koninklijk Instituut Van Ingenieurs (KIVI) ontvangen De Ingenieur uit hoofde van hun lidmaatschap. Abonnement voor niet-leden (inclusief btw): printmagazine: € 150,- per jaar digitaal: € 99,- per jaar losse nummers: € 17,50 (inclusief verzending)

RUBRIEKEN 35 | Zien & Doen Het Discoverymuseum in Kerkrade 40 | Eureka Een slimme douchekop en andere productontwerpen van morgen

4 | NIEUWS Woningen op waterstof Manifest van JongNLingenieurs AI helpt de leerkracht Webb maakt uniek beeld

50 | Quote Technisch kunsthistoricus Liselore Tissen

Abonnementen worden tot wederopzegging aangegaan en ten minste voor de vermelde periode. Het abonnement kan na deze periode per maand worden opgezegd. U kunt uw opzegging het beste doorgeven via onze website: deingenieur.nl/lezersservice. Abonneeservice Ga voor (cadeau)abonnementen, adreswijzigingen en het laten nazenden van niet ontvangen nummers naar het webformulier op de site, te vinden onder het kopje ‘Abonnement en service’. WEBSITE deingenieur.nl ADRES Postbus 30424, 2500 GK Den Haag E-MAIL abonneeservice@ingenieur.nl TEL. 070 39 19 850 (bereikbaar op maandag, dinsdag, donderdag en vrijdag van 9 tot 14 uur)

De Ingenieur als pdf Abonnees en leden die De Ingenieur willen downloaden als pdf-bestand, kunnen daarvoor terecht op de website: deingenieur.nl/pdf Lidmaatschap Koninklijk Instituut van Ingenieurs Het Koninklijk Instituut Van Ingenieurs (KIVI) is de beroepsvereniging voor hoger opgeleide technici in Nederland. Iedereen die hoger technisch onderwijs volgt, heeft gevolgd of een sterke affiniteit heeft met techniek, kan lid worden van KIVI. Leden ontvangen vanuit het lidmaatschap maandelijks het technologietijdschrift De Ingenieur. Kijk voor meer lidmaatschapsvoordeel op kivi.nl. Contributie 2023 Regulier lidmaatschap: € 165,30 jaar of jonger: € 45,-* Studentlidmaatschap: € 22,50* Seniorlidmaatschap: € 130,De contributie voor leden in het buitenland is gelijk aan die voor leden woonachtig in Nederland. Een lidmaatschapsjaar loopt van 1 januari tot en met 31 december. Bij lidmaatschappen die in de loop van het jaar ingaan, wordt de contributie naar rato berekend. Aanmelden voor het lidmaatschap kan via kivi.nl/lidworden. * De Ingenieur digitaal Opzeggen lidmaatschap Het lidmaatschap wordt jaarlijks automatisch verlengd. Beëindiging van het lidmaatschap kan per het einde van het kalenderjaar. Er geldt een opzegtermijn van ten minste één maand; een schriftelijke opzegging per brief of e-mail dient uiterlijk 1 december in ons bezit te zijn. Na ontvangst van de opzegging en eventueel verschuldigde contributie verstuurt de ledenadministratie een bevestiging. Correspondentieadres Koninklijk Instituut Van Ingenieurs t.a.v. Ledenadministratie Postbus 30424 2500 GK Den Haag TEL. 070 391 98 80 E-MAIL ledenadministratie@kivi.nl Volg ons ook op

54 | M E D I A Kernenergie: feiten en emoties 53 | Uit de vereniging Symposium Water-stof tot nadenken 60 | Voorwaarts Magnetische missers 62 | Teamgeest Moon Industry wil water winnen op de maan

Friese dijken Dwars door tijd & ruimte

GigaWatt en Moral Design COLUMNS 11 | Punt Waar blijft de waardering voor deep tech, vraagt hoogleraar Martijn Heck (TU/e) zich af

PERSOONLIJK 46 | Doelen & Drijfveren Hoogleraar Loes Segerink wil zinvol bezig zijn

23 | Podium Lode Lauwaert en Mauritz Kelchtermans 27 | Möring Zinloze sok 34 | Enith Achter het behang

57 | Q&A Paul Schilperoord 64 | Vragenvuur Avonturier Bernice Notenboom

39 | Jims verwondering Wie geeft z’n kind een mobieltje? 45 | Rolf zag iets nieuws Burning Man


NR. 11 JAARGANG 134

12

NOVEMBER 2022

beeld : shutterstock

Een nieuwe delta Het is misschien wel de belangrijkste vraag waarop we als samenleving de komende decennia een antwoord moeten vinden: hoe houden we ons land tot in de verre toekomst bewoonbaar? In het project Redesiging Deltas denken ingenieurs er nu al over na.

20 | Stille dijkversterking

36 | Terug naar de toekomst

De komende jaren moeten talloze dijken

Terugkijken op toekomstdromen van

worden versterkt. In Hasselt is daarbij nu

weleer levert boeiende perspectieven

voor het eerst een methode toegepast die

op. Dat bewijst de tentoonstelling

niet alleen trillings-, maar ook emissievrij is.

RetroFuture in het eindelijk weer toegankelijke Evoluon in Eindhoven.

24 | Een regenjas van keramiek

48 | Bedrijvenfabriek In Geldrop staat het pand van The Bicycle

Koninklijke Tichelaar wordt meestal

Repair Man. Startups in de hightech

geassocieerd met sieraardewerk. Dat

machinebouw worden er geholpen

is allang niet meer terecht, want bouw-

met hun eerste stappen op weg naar

keramiek is het belangrijkste product

een winstgevend en volwassen bedrijf.

van het 450 jaar oude Friese bedrijf. NOVEMBER 2022 • DE INGENIEUR

3


xxxx p.22

xxxx p.23

xxxx p. 26

ONDER REDACTIE VAN JIM HEIRBAUT

xxxxx p.18

REDACTIE@INGENIEUR.NL

Lochemse woningen stappen over op waterstof Tien woningen in Lochem verwarmen binnenkort hun water en kamers met waterstof in plaats van met aardgas. Netbeheerder Liander heeft groen licht gekregen voor dit proefproject. Tekst: Marlies ter Voorde

De monumentale woningen in de Gelderse gemeente krijgen de waterstof aangeleverd via bestaande gasleidingen. Het is een van de eerste proefprojecten in Nederland waarbij dit in een bestaande woonwijk gebeurt. Eerder werden al testwoningen in The Green Village van de TU Delft en ook in Rozenburg op waterstofgas aangesloten. ‘De situatie in Delft was gedurende het hele project veilig, de bewoners voelden zich comfortabel en bij gesimuleerde storingen traden geen problemen op’, zegt Ben Mureau, director innovation van het bedrijf Aalberts Hydronic Flow Control dat hieraan meewerkte. Waterstof is een alternatief voor aardgas, dat kan worden geproduceerd met (groene) elektriciteit. Door de lagere energiedicht-

heid is er wel meer waterstof dan aardgas nodig voor hetzelfde resultaat. Volumen en stroomsnelheden in de leidingen zijn bij waterstofgas daarom hoger. Er bestaat nog geen wetgeving voor het gebruik van waterstof in de gebouwde omgeving. Daarom heeft de Autoriteit Consument en Markt een ‘Tijdelijk kader waterstofpilots’ opgesteld, dat voorschrijft hoe de belangen van consumenten zijn geborgd. In Lochem gaan de huishoudens per energie-eenheid straks net zoveel voor hun waterstof betalen als nu voor hun aardgas en moet de netbeheerder de situatie van voor het proefproject kosteloos herstellen als het project onverhoopt wordt gestopt. Het Staatstoezicht op de Mijnen houdt toezicht op de veiligheid rond het transport van de waterstof naar de woningen: de distributie van waterstof moet minstens zo veilig zijn als de huidige distributie van aardgas. Net als bij aardgas wordt er een geurstof aan het waterstofgas toegevoegd. Als de proef slaagt, volgen er experimenten in de gemeenten Wagenborgen in Groningen, Stad aan ’t Haringvliet in Zuid-Holland en Hoogeveen in Drenthe. •

Websites als werelderfgoed Een verzameling historische websites van internetprovider XS4ALL wordt Unescowerelderfgoed. Het is de eerste webcollectie ter wereld die deze status krijgt. De collectie is in bezit van de Koninklijke Bibliotheek in Den Haag – de nationale bibliotheek van Nederland – en bevat duizenden websites uit de periode 1994-2001. Het zijn perfecte bronnen voor historici. De sites werden grotendeels gemaakt door individuen in een tijd dat sociale media nog niet bestonden en laten zien wat mensen destijds belangrijk vonden. (MtV)

Nieuwe windtunnel maakt windmolen­ parken efficiënter Een nieuwe windtunnel van de TU Delft gaat helpen de optimale opstelling te vinden van turbines in windmolenparken. Vaak vangen de voorste windmolens wind weg voor de turbines daarachter. De laatste staan dan dan in het ‘zog’ van de eerste: dat is de turbulente luchtstroming die achter windturbines ontstaat. Het bijzondere aan de Delftse windtunnel is dat die bestaat uit meer dan veertienhonderd kleine ventilatoren die afzonderlijk worden aangestuurd om zo windprofielen en turbulentie na te bootsen. (JH)

Lees het laatste technieknieuws op deingenieur.nl

4

DE INGENIEUR • NOVEMBER 2022

foto : depositphotos


De jonge ingenieurs overhandigden hun manifest aan de ceo’s van grote ingenieurs­ bureaus. foto : koninklijke nlingenieurs

Jonge ingenieurs roepen op tot klimaatactie Ingenieursbureaus moeten geen projecten meer aannemen waar winst het hoogste doel is, maar voortaan duurzaamheid centraal stellen. Dat stelt JongNLingenieurs in een stevig manifest. Tekst: Pancras Dijk

Voor een leefbare toekomst is het nú tijd voor concrete actie. Dat stellen jonge in­ genieurs in een manifest dat ze begin deze maand hebben aangeboden aan een aantal topmensen van ingenieursbureaus. Volgens JongNLingenieurs wordt de huidige manier van leven bedreigd door verschillende extremen. Hitte en regenval, overstromingen, zeespiegelstijging en droogte nopen tot handelen, stellen ze. Materialen en natuurlijke grondstoffen worden bovendien steeds schaarser. De bestaande werkwijzen volstaan niet langer. ‘Daarom vinden we als JongNL­ ingenieurs dat de branchevereniging (Koninklijke NLingenieurs, red.) de handschoen moet oppakken’, aldus het manifest.

De ingenieurs, werkzaam voor ingenieursbureaus en jonger dan 35, hekelen in het manifest het ‘gebrek aan eigenaarschap en leiderschap om ambi­ ties in de praktijk te brengen’. De branche mist bovendien een langetermijnvisie met meetbare doelen, stellen ze. ‘Te veel bestaande belangen van grote invloedrijke partijen worden beschermd’, aldus de ingenieurs. Volgens hen wordt duurzaamheid stelselmatig gezien als los onderdeel of als ‘iets extra’s’, waardoor het thema te weinig waarde krijgt. ‘Het is nu tijd voor een transitie. Daarvoor slaan we met de jonge ingenieurs de handen ineen.’ ‘We hadden ons ook aan een schilderij kunnen vastplakken’, zegt Tim Douma, bestuurslid van JongNLingenieurs en werkzaam bij ingenieursbureau Arcadis. ‘Maar dat vinden we niet zo’n goed idee.’ De gevoelde urgentie is niettemin even groot als die van de klimaatactivisten met hun omstreden acties in musea, stelt Douma. ‘Het is aan ons, jonge ingenieurs, om nee te zeggen tegen projecten waar­ bij winst het hoogste doel is en er geen

positieve bijdrage is voor het milieu.’ De ingenieurs combineren dat met een oproep aan opdrachtgevers en eigen organisaties om ‘gezamenlijk een betere wereld centraal te stellen in elke opdracht of project.’ Het manifest werd gepresenteerd op het jaarcongres van Koninklijke NLingeni­ eurs in Amsterdam. Directeur Willemien

Duurzaamheid krijgt te weinig waarde Bosch onderschreef het pleidooi. ‘Ik vind dat JongNLingenieurs als katalysator moet dienen voor nieuwe, grensverleggende initiatieven. Niet veel nadenken, maar lef tonen en doen.’ Eveline Buter, directeur van Witteveen+Bos, was een van de degenen die het manifest kreeg uitgereikt. ‘Je moet soms worden geconfronteerd met een an­ dere visie om echt iets te gaan doen’, zei ze. Aan het manifest is een jaar lang gewerkt. • NOVEMBER 2022 • DE INGENIEUR

5


NIEUWS

Intelligente technologie in het onderwijs

In het klaslokaal zijn laptops, tablets en digitale schoolborden anno 2022 volledig ingeburgerd. De digitalisering van het onderwijs is daarmee een heel eind, maar op het gebied van intelligente technologie staan we nog maar aan het begin. Pas daar mee op, waarschuwt de Onderwijsraad in een recent rapport.

1

Waar hebben we het over? Dashboards geven leerkrachten inzicht in onderwijs- en leerprocessen.

Adaptieve leermaterialen passen niveau of tempo aan de leerling aan.

VR-brillen en sensoren leren leerlingen bepaalde beroepshandelingen uitvoeren.

Intelligente technologie kan verrijkend zijn: 2

Opgelet, zegt de Onderwijsraad:

Meer dan bij de digitalisering van het onderwijs zal intelligente technologie leiden tot fundamentele veranderingen. Het is belangrijk goed na te denken over de veranderende rollen van leerkrachten en leerlingen en ander schoolpersoneel. Intelligente technologie kan het onderwijs ondersteunen en verrijken, maar ook verschralen en onpersoonlijker maken.

Scholieren krijgen directe feedback.

+

2 1

3

3

Leraar kan de voortgang per leerling volgen.

-

Onderwijs-op-maat: elke scholier krijgt een gepersonaliseerd traject.

Mensen blijven het verschil maken:

4

Wat zijn de risico’s? Band tussen leerkracht en leerling kan verloren gaan.

Leerlingen

Scholier kan meer druk ervaren door continue monitoring.

Schoolleiders en onderwijsbestuurders

Technische ondersteuners

Automatisering kan discriminatie en kansenongelijkheid in de hand werken.

Intelligente technologie kan te directief zijn, waardoor de scholier niet zelfstandig leert werken.

Leraren kunnen met hun brede blik en pedagogische en didactische kennis inspelen op specifieke en onverwachte situaties.

5

Zo wordt het gebruik van intelligente technologie geen doel op zich, maar blijft het een middel om het leren van leerlingen te bevorderen. Ymke Pas/De Ingenieur/Bron: Onderwijsraad

6

DE INGENIEUR • NOVEMBER 2022


‘Verbruik fossiele energie nadert piek’ De vraag naar fossiele brandstoffen nadert zijn piek, om halverwege de jaren twintig weer een daling in te zetten. Dat schrijft het Internationaal Energieagentschap in zijn nieuwste vooruitblik op de toekomst, de World Energy Outlook 2022. De energiecrisis veroorzaakt dit omslagpunt. Tekst: Marlies ter Voorde

De Russische invasie van Oekraïne heeft een energiecrisis veroorzaakt die de overgang naar duurzame energie wereldwijd heeft versneld, schrijft het Internationaal Energieagentschap (IEA) in zijn World Energy Outlook 2022 dat eind oktober uitkwam. Ook heeft de oorlog de kwetsbaarheid van de energiemarkt voor geopolitieke en economische strubbelingen aangetoond. Dat heeft veel landen de noodzaak tot een snelle energietransitie doen inzien. In het rapport beschouwt het IEA verschillende scenario’s voor de toekomst en stelt daarbij een verwachting op voor de energievraag. In het scenario dat is gebaseerd op een voortzetting van de huidige politieke situatie, zal in het jaar 2030 wereldwijd twee biljoen euro in schone energie worden geïnvesteerd, 50 procent meer dan nu. Het gaat daarbij zowel om hernieuwbare energie zoals zonne- en foto : depositphotos

windenergie, als om kernenergie. De piek aan CO2-uitstoot zal in dit scenario in 2025 worden bereikt, verwacht het agentschap, en tegen het jaar 2050 zal bijna 40 procent van de energiemix uit duurzame bronnen bestaan. Dat klinkt hoopgevend, maar het is nog altijd niet genoeg. Het betekent dat de uitstoot van broeikasgassen terugloopt van 37 naar 32 miljard ton per jaar, en de opwarming van het klimaat in het jaar 2100 zal zijn opgelopen tot zo’n 2,5 graden Celsius. Op dit moment wordt 1,5 graad als grens beschouwd waarboven de effecten van de opwarming onomkeerbaar en slecht te behappen zijn. Om dat te halen, moeten de investeringen nog eens verdubbelen, tot vier biljoen euro in 2030. ‘Essentieel daarbij is iedereen aan boord te houden’, zegt IEA-directeur Fatih Birol in een toelichting bij het rapport. ‘Vooral in deze tijden, waarin een grote geopolitieke kloof op energie- en klimaatgebied is te zien.’ De investeringen komen inderdaad vooral van ontwikkelde landen. In Europa gaat er geld naar projecten als ‘Fit for 55’ – met als doel de uitstoot van broeikasgassen in 2030 met tenminste 55 procent te verminderen, en ‘REPowerEU’ – bedoeld om de afhankelijkheid van gas uit Rusland te verkleinen en de transitie naar groene energie te versnellen. Ook de Verenigde

Staten, China, Japan en Zuid-Korea hebben ambitieuze plannen. ‘Maar om binnen die 1,5-graad te blijven, moeten ook investeringen in opkomende economieën in Azië en Afrika sneller gaan toenemen’, zegt Jilles van den Beukel, energie-expert bij het The Hague Centre for Strategic Studies. De energieprijzen zijn de afgelopen maanden als een raket omhoog gegaan. Hoewel hier en daar is geopperd dat dit deels aan het klimaatbeleid te wijten is, vond het IEA hiervoor geen bewijs. In regio’s met een relatief groot aandeel her-

De energiecrisis is een omslagpunt naar een snellere energietransitie nieuwbare energie zijn de stroomprijzen juist wat lager, schrijft het agentschap. We hebben de versnelling naar duurzaamheid echt aan de oorlog te danken. Van den Beukel: ‘Deze energiecrisis zou een omslagpunt kunnen zijn naar een snellere energietransitie. Maar het risico van een recessie en een mogelijk verlies aan sociale cohesie zou dat weer tegen kunnen werken.’ En zo blijft de toekomst dus toch nog onzeker. • NOVEMBER 2022 • DE INGENIEUR

7


NIEUWS

James Webb ziet het scherper Tekst: Jim Heirbaut

Het lijken dikke klodders verf die de lucht in zijn gesmeten, bevroren in de korte sluitertijd van een camera. Maar wat deze foto van de eind 2021 gelanceerde James Webb Space Telescope laat zien zijn de ‘Pilaren der creatie’, een deel van de Adelaarsnevel, op zo’n 6500 lichtjaar afstand van onze aardbol. De Adelaarsnevel is een kraamkamer voor nieuwe sterren. Stofen gaswolken draaien om elkaar heen en daarin vormen zich af en toe punten met hogere dichtheid, een soort kiemen. Wanneer die genoeg massa hebben opgedaan, beginnen ze onder hun eigen zwaartekracht in te storten. Hierdoor warmen ze langzaam op en beginnen uiteindelijk helder te schijnen: de geboorte van een ster. Als de foto bekend voorkomt, dan klopt dat. Webbs voorganger, de Hubble-ruimtetelescoop, legde deze Pilaren der Creatie in 1995 ook al vast, en ook toen maakten de beelden indruk. Alleen doet ‘Webb’ het net even scherper, wat nog meer details oplevert. Webb kijkt bovendien ook in het infrarood, waardoor de dikke wolken van het Hubble-plaatje doorzichtig zijn geworden. Infrarood licht gaat immers beter door stofwolken heen dan zichtbaar licht. Het beeld is gemaakt door de near-infrared camera (NIRCam), een van de vier hoofdinstrumenten op de James Webb-ruimtetelescoop. NIRCam is het belangrijkste instrument dat in het nabije infrarood werkt. De camera wordt gebruikt voor het maken van hogeresolutiefoto’s en voor spectroscopie in uiteenlopende onderzoeksprojecten. Vooral het onderzoek naar exoplaneten – planeten rond andere sterren dan de zon – moet daar de vruchten van gaan plukken. beeld : wetenschap : nasa , esa , csa , stsci / beeldbewerking : joseph depas quale ( stsci ) , anton m . koekemoer

( stsci ) , alyssa pagan ( stsci )

8

DE INGENIEUR • NOVEMBER 2022


NOVEMBER 2022 • DE INGENIEUR

9


NIEUWS

Dronevlucht van Friesland naar Kopenhagen

GIESEN

Antea Group heeft een drone laten reizen van het Friese Oranjewoud naar de Deense hoofdstad Kopenhagen. Volgens het ingenieursbureau heeft niet eerder een civiele drone zo’n lange, internationale vlucht gemaakt. Uit veiligheidsoverwegingen liet het bedrijf de drone elke twintig kilometer landen. ‘Over zowel techniek als wet- en regelgeving hebben we enorm veel geleerd’, zegt Tanja Lendzion, ceo van Antea Group Nederland, in een persbericht. De vlucht ‘Xpedition New Horizons’ stond aanvankelijk gepland voor juni, maar moest toen op het laatste moment worden uitgesteld omdat de Duitse autoriteiten niet op tijd een vliegvergunning gereed hadden. Het projectteam dat met de drone meereisde beleefde enkele spannende momenten, zoals toen een Groningse boer de drone wilde meenemen en jagers langs de route in Denemarken wel erg veel belangstelling voor de drone hadden. ‘Gelukkig waren ze na een goed gesprek bereid om deze jachttrofee te laten vliegen’, aldus projectmanager veiligheid Remco Eikhout van Antea Group. (PD) •

GEKNIPT

‘De auto-industrie is nu bezig met het elektrificeren van SUV’s. Bakken van 2600 kilo om in de stad één iemand van tachtig kilo te vervoeren. Dan zijn we helemaal de weg kwijt.’ Mobiliteitsexpert Geert Kloppenburg pleit voor een ov-systeem dat betaalbaar is voor iedereen (Vrij Nederland).

‘Twitter bindt mensen op dezelfde manier aan zich als gokkasten dat doen. Het grootste deel van de tijd is het repetitief en oninteressant, maar af en toe verschijnt er een goudklompje, een boeiend brokje informatie.’ Columnist Michelle Goldberg hoopt dat Elon Musk het sociale medium onbedoeld de nek omdraait (The New York Times).

10

DE INGENIEUR • NOVEMBER 2022

‘Ik heb een avatar van mezelf gemaakt en een voice-kloon. Dus als ik vanmiddag overlijd, kunnen mijn kinderen en mijn vrouw tot in oneindigheid filmpjes van mij blijven maken. Maar ik mag hopen dat ze dat niet gaan doen.’ Techexpert Jarno Duursma is enthousiast over kunstmatige intelligentie, maar vindt digitale klonen van overledenen te ver gaan (NRC).

‘Het effect van technologie wordt op de korte termijn vaak overschat, en op lange termijn onderschat. Met drones is dat volgens mij ook het geval.’ Over tien jaar voorziet Gijs van Dijck, hoogleraar privaatrecht en technologie-expert aan Maastricht University, nog geen zwermen drones boven ons hoofd (UMagazine).

‘Seksuele ontmoetingen zijn nog steeds intiem op vleselijk niveau, maar alles eromheen is in ongekende mate bewijsbaar. Een affaire is nu van begin tot eind in screenshots te vangen. Ga er maar vanuit dat je apps gelezen zullen worden.’ In een essay over vijf jaar #metoo constateert promovendus Lotte Houwink ten Cate dat alles kan worden vastgelegd en in bewijs gegoten (NRC).

‘Alles wat mensen maken, kan zowel gevaarlijk als heilzaam zijn: een mes kan iemand doden, maar redt levens in de handen van een chirurg’. Wees niet bang voor robots en kunstmatige intelligentie, zegt Anahita Jamshidnejad, universitair hoofddocent en robotonderzoeker van de TU Delft (National Geographic).

illustratie : matthias giesen


Punt

Een scherpe mening over een actueel onderwerp. Deze maand: Martijn Heck.

Waar is de waardering voor deep tech? Liefst 43 miljard euro reserveerde de Europese voor puur door nieuwsgierigheid gedreven onUnie eerder dit jaar voor de European Chips Act. derzoek, terwijl de ingenieurswetenschappen Doel is om het marktaandeel van de productie doorgaans moeten zorgen voor cofinanciering van halfgeleiders uit Europese fabrieken te ver- en hun onderzoek moeten afstemmen op de hogen van 5 à 10 procent naar 20 procent in grillen van de geldschieter. Onze kranten schrijven zelden over deep tech 2030. Een stevige, maar zeer welkome ambitie. Het grootste knelpunt pakt de Chips Act echter en schotelen hun lezers liever populair wetenschapsnieuws voor. Chriet Titulaer is nog steeds niet aan: menskracht. Dat moet veranderen. Het zijn mensen die apparatuur installeren het Nederlandse toonbeeld van techniekpromoen fabrieken bemannen. Het zijn mensen die tie. Om het af te maken werden de Stevinprijzen, de volgende generatie chips ontwerpen, assem- de hoogste erkenning voor de technische webleren en verpakken. Mensen ontwikkelen het tenschappen, in 2017 omgevormd in de Stevingereedschap en bedenken nieuwe toepassingen. premie, met het droevige gevolg dat sindsdien Misschien wel het belangrijkst: mensen leiden geen enkele ingenieur hem heeft gewonnen. We waarderen deep tech onvoldoende. Toen ik mensen op om al die rollen te kunnen vervullen. een paar jaar in DeneOm de doelstelling te halen, marken werkte, hing ik moet het aantal werknemers in Het aantal werkeen poster op mijn kande Europese halfgeleiderindusmet het beroemde trie verdubbelen of zelfs verdrienemers in de halfge- toor citaat van Von Kármán: voudigen. Toen ik echter aan een Europese beleidsadviseur vroeg leiderindustrie moet ‘Wetenschappers bestuderen de wereld zoals om de Chips Education Act, bleek verdubbelen of zelfs hij is, ingenieurs schepdie niet te bestaan. Hoewel zonpen een wereld die er der personeel elk industriebeleid verdrievoudigen nog niet was.’ Studenten is gedoemd te mislukken, had bedankten me voor het men het personeelsaspect over duidelijk maken van de waarde van techniek, het hoofd gezien. Dat is problematisch. De Shanghai Ranking want ze voelden dat de andere wetenschappelijheeft in de top-50 van elektrotechniek- en elek- ke disciplines op hen neerkeken. Zonder een even grote investering in ondertronicaopleidingen maar drie Europese universiteiten staan. Nederlandse universiteiten halen wijs, van basisschool tot universiteit, van bede top-100 niet eens. Voor een deel is duidelijk roepsopleiding tot PhD-niveau, zal elke Chips waardoor dat komt: we ontberen die industrie, Act mislukken. Het zal ontbreken aan de been dus onderzoeksgelden en belangstelling van langrijkste bron: getalenteerde mensen en middelbare scholieren. De halfgeleiderindus- ideeën. Gelooft u mij niet? Kijk dan eens naar trie komt niet eens in ze op als ze over hun toe- Zuid-Korea. Terwijl de hele wereld investeert in halfgeleiderfabrieken, hebben zij een tandje komstige carrière nadenken. Na te hebben gewerkt in verschillende landen, bijgeschakeld en een plan ontvouwd om tegen realiseer ik me dat er in West-Europa weinig 2030 150 duizend ingenieurs op te leiden voor respect bestaat voor ingenieurswetenschappen. de halfgeleiderindustrie. Veel academici in de natuurwetenschappen kijken neer op publicaties in tijdschriften van het Martijn Heck is hoogleraar fotonische integraInstitute of Electrical and Electronics Engineers tie aan de Technische Universiteit Eindhoven. (IEEE) en onderzoek dat niet fundamenteel is. Dit opiniestuk verscheen eerder in uitgebreide De natuurwetenschappen krijgen financiering vorm op bits-chips.nl. FOTO : ANGELINE SWINKELS

NOVEMBER 2022 • DE INGENIEUR

11


WAT E R B E H E E R

12

DE INGENIEUR • NOVEMBER 2022


Scenario’s voor de toekomstige inrichting van ons land

+ 3 Meter in de delta van Nederland Hoe houden we ons land in de toekomst veilig en bewoonbaar? Dat is misschien wel de belangrijkste vraag waarop we als samenleving de komende decennia een antwoord zullen moeten formuleren. Ingenieurs denken er nu al over mee. Op initiatief van de onderzoeksgroep delta urbanism aan de TU Delft werd Redesigning Deltas opgericht, een groep experts waarin naast ingenieurs onderzoekers, waterbouwers en landschapsarchitecten zitten. Sinds een jaar wordt de groep geleid door hoogleraar Chris Zevenbergen. ‘Doel is om te onderzoeken of ontwerpen kunnen helpen om uit de impasse te komen waarin we nu zitten en hoe we in een transitiemodus kunnen komen’, zegt Fransje Hooimeijer, universitair hoofddocent stedenbouw van de TU Delft. ‘Deze studie kan dan uiteindelijk uitlopen in een onderzoeksprogramma.’ Vijftien bureaus werden betrokken bij een ontwerpstudie, die resulteerde in vijf ontwerpen, elk voor een ander type landschap in het stroomgebied van de Maas, zoals de Geulvallei in Limburg (zie beeld op deze pagina). Bedoeld als inspiratie voor iedereen die zich met de inrichting van het land bezighoudt, maar ook als call to action. Want gelet op onder meer de zeespiegelstijging kunnen we de noodzakelijke herinrichting van ons land niet meer al te lang voor ons blijven uitschuiven. De Ingenieur pikt drie van de meest interessante en wellicht provocatieve scenario’s er uit; u leest erover in de komende pagina’s. BEELD : REDESIGNING DELTAS / TU DELFT / ARCADIS / DEFACTO / VISTA

NOVEMBER 2022 • DE INGENIEUR

13


WAT E R B E H E E R

ROTTERDAM De stad als spons

Mocht de zeespiegel over een eeuw een meter of drie zijn gestegen, dan verandert dat het aanzien van Rotterdam ingrijpend. De binnenstad moet worden afgesloten van de zee en gaan werken als een spons met zoet water erin. T E K S T: J I M H E I R B A U T

De toekomstige haven kan over een eeuw een levend onderdeel zijn van het estuarium, dat zowel de economie als de natuur bedient. Illustratie rechts: Overzicht van de verschillende typen maatregelen die in en om Rotterdam zijn bedacht. 14

Met zijn ligging aan de monding van Rijn en Maas, de open verbinding met de zee en de combinatie van dichte bewoning en buitendijkse havenactiviteiten is Rotterdam een geval apart. Binnen het ontwerpend onderzoek Redesigning Deltas gingen Dirk van Peijpe (De Urbanisten), Eric-Jan Pleijster (LOst LAndscapes, LOLA) en Nanco Dolman (Royal HaskoningDHV ten tijde van dit project, nu Deltares) aan de slag met de toekomst van de Maasstad. Vertrekpunt: een zeespiegelstijging van drie meter. Voor de Maas-Rijndelta bedachten ze een gedifferentieerde aanpak. Daarin krijgt de stad in de toekomst extra bescherming door een Deltadijk. De stad wordt bovendien afgesloten van de zee door sluizen. Rotterdam wordt zo een binnendijks gelegen ‘sponsstad’, met de Nieuwe Maas als centrale waterpartij. De havens blijven als een archipel buitendijks. Die zeespiegelstijging van drie meter is een worstcasescenario, lichten de bedenkers toe, ‘wanneer geen mitigatie plaatsvindt op de gevolgen van de opwarming van de aarde’, zegt Dolman. Wat Van Peijpe betreft kende het project twee hoofdvragen: ‘Hoe gaan we in zo’n scenario om met het buitendijkse havengebied en hoe garanderen we achter de primaire waterkeringen – Dijkringen 14 en 17 – de waterveiligheid en dus de bewoonbaarheid van het stedelijke gebied?’ Ze kwamen uit op een variabele oplossing, vertelt Pleijster. ‘Op de ene plek beschermen

DE INGENIEUR • NOVEMBER 2022

en elders juist meebewegen en ruimte geven aan het water.’ Het is de Delta-paradox in de praktijk. Dijken ophogen Het was een complexe puzzel die het drietal moest oplossen. Waar ze op uitkwamen, is het beste te zien in de figuur op deze pagina’s. Een belangrijke rol is weggelegd voor Dijkringen 14 en 17, die vrijwel de hele Randstad beschermen. Die dijken worden in het ontwerp verder opgehoogd, versterkt en, belangrijker, zuidwaarts verlegd richting de Oude Maas, waar ruimte is voor zo’n deltadijk. Zeesluizen beschermen (buitendijks) Rotterdam verder tegen overstromingen. De Nieuwe Maas wordt een zoet binnenwater’ zonder getij. ‘De Maas die door de stad stroomt, zal dus veel minder in hoogte fluctueren, zoals het IJ in Amsterdam’, zegt Van Peijpe. ‘Dat betekent dat Rotterdam zich verder kan ontwikkelen als aantrekkelijke waterstad. Denk aan drijvende wijken en mensen die recreëren in en om het alomtegenwoordige water. Stadshavens zoals de Waalhaven maken straks deel uit van het stedelijk gebied.’ De scheepvaart vanuit de haven krijgt een verbinding via onder meer de Oude Maas met het achterland. De verhoogde Dijkringen zijn bestand tegen een mogelijke stormvloed en drie meter zeespiegelstijging. ‘Ja, anders dan in andere visies op zeespiegelstijging geven wij de Randstad niet op’, zegt Van Peijpe met een lach. Ruimte voor natuur Een bijzondere rol is weggelegd voor de havens. Die zijn ooit ontstaan in een hechte relatie met de stad. Later werd de haven westwaarts uitgebreid en legden ingenieurs zelfs nieuwe stukken land aan, de Maasvlakten. ‘Wij stellen voor om de haven afzonderlijk te beschouwen’, zegt Pleijster, en de activiteiten daar los te koppelen van de stad. ‘Daar ligt nu nog een puur industrieel landschap dat de ruimte voor het water beperkt. Wij maken meer ruimte voor die natuurlijke systemen. De industriële gebieden in de haven worden opgehoogd; dat gebeurt nu al op het moment dat een bedrijf verhuist of als een


contract afloopt. Wanneer er ruimte vrijkomt in de toekomst, kun je besluiten om daar de natuur vrij spel te geven. Dat kan ook, omdat de industrie over honderd jaar veel schoner en stiller zal zijn.’

Verzilten en wegpompen Een interessant ontwerp, vindt Niko Wanders, universitair docent hydrological extremes aan de Universiteit Utrecht. Daar houdt hij zich bezig met de hydrologie van de stroomgebieden van rivieren. ‘Dergelijke denkrichtingen zijn erg nuttig, want het duurt best lang als we dit daadwerkelijk willen gaan aanleggen.’ Het omleggen van de Deltadijk ten zuiden van Rotterdam heeft volgens hem wel gevolgen voor de omliggende gebieden. ‘Dan zullen ook daar de dijken omhoog moeten, anders stromen die gebieden weer onder.’ Ander punt van aandacht is verzilting. ‘Als de zee flink hoger komt te staan, dan borrelt er meer zoutwater omhoog in de binnenlanden, dus ook in het zoetwaterbekken dat in hartje Rotterdam is voorzien. Daar moet wel iets op worden verzonnen.’

Wat hoe dan ook een enorme uitdaging wordt volgens Wanders is het afvoeren van rivierwater in natte perioden. ‘Een rivier als de Rijn voert dan wel zesduizend kuub water per seconde aan. Een deel kan in aan te leggen buffers, een deel kan naar het IJsselmeer, maar we ontkomen er niet aan een groot deel met pompen naar zee af te voeren. Alleen de huidige pompen kunnen maar een paar kuub per seconde aan.’ Sowieso stijgt het water in de rivieren met de zeewaterspiegelstijging, dus ook de rivierdijken moeten hoger worden. Niet alleen in Rotterdam, maar ook in bovenstroomse gebieden. ‘En daarvan is weer het risico dat water onder de dijk door sijpelt (piping) door de toegenomen waterdruk, waardoor de dijk wordt ondergraven en uiteindelijk doorbreekt.’

Zoetwaterbuffers Het stijgen van de zeewaterspiegel heeft ook gevolgen voor de beschikbaarheid van zoetwater. Door het afsluiten van de Nieuwe Maas met (zee)sluizen wordt de stad één groot zoetwaterbekken. De rivier wordt zo ook een buffer bij een teveel aan water. Een overvloed aan (regen) water kan de stad in de bodem opslaan en bij langdurige droogte er weer uithalen: de sponswerking. Het idee is dat dit gebeurt met zogeheten urban water buffers, waar gezuiverd water in de bodem wordt opgeslagen. Daarvan heeft Rotterdam er nu al twee, maar in ‘Rotterdam Sponsstad’ worden dat er drieduizend. ‘Een flink aantal, maar wij denken dat dat haalbaar is’, zegt Dolman. Bij alle ingrepen die het team voorstelt, was het bodem- en watersysteem leidend. ‘Vroeger dachten we dat alles maakbaar was’, zegt Pleijster. ‘Tegenwoordig weten we dat je de bodem niet moet tegenwerken. Die bepaalt landschap en gebruik. Zeeklei biedt andere mogelijkheden dan veenpolders. Veengrond zuivert het water en slaat tegelijk CO2 op.’ Dolman vult aan: ‘Maak ook gebruik van de natuurlijke processen in plaats van alles technisch proberen op te lossen.’ Een te grote klus? Dat valt nog te bezien, zegt Dolman. ‘De stad Tokyo is in vijftig jaar helemaal omgebouwd naar een stad die het regenwater opvangt en heel goed benut. Dat geeft een idee.’

EXPERTREACTIE

BEELD : REDESIGNING DELTAS / TU DELFT / DE URBANISTEN / LOLA / ROYAL HASKONINGDHV

NOVEMBER 2022 • DE INGENIEUR

15


WAT E R B E H E E R

WAALGEBIED

Terugtrekken en meebewegen Op lange termijn is de strijd tegen de zeespiegelstijging niet te winnen, stelt de projectgroep Rivierencorridor Rijn, Waal, Maas. Daarom is het goed nu al na te denken over terugtrekstrategieën, te behouden gebieden en nieuwe landbouw en natuur. T E K S T: M A R L I E S T E R V O O R D E

Stijgt de zeespiegel, dan zal het rivieren­ gebied vaker overstromen. foto : depositphotos Rechts: impressie van de landschappen die in het westen ont­ staan als de rivieren vrij spel krijgen. 16

‘Wacht even’, zegt Stijn Koole, landschapsarchitect bij BoschSlabbers, aan het einde van het gesprek. ‘Ik wil je nog iets laten zien.’ Op het scherm haalt hij landkaarten tevoorschijn van de Rijndelta – het Nederlandse rivierengebied rond de Waal – van honderd jaar geleden tot nu. Waar de bebouwing op de eerste kaarten zoveel mogelijk uit de buurt ligt van eventuele overstromingsgebieden, verschijnen in de loop der tijd steeds meer dorpen op de riviervlakte, en breiden steden als Rotterdam en Utrecht zich uit in de richting van de rivieren. ‘Het respect voor de natuurlijke stand van zaken is verdwenen’, zegt Koole. ‘Het is tijd dat we dat terugkrijgen.’ Samen met de projectgroep Rivierencorridor Rijn, Waal, Maas, waarin naast BoschSlabbers ook de ingenieursbureaus TAUW en FABRICations zaten, boog Koole zich over de toekomst van dit watersysteem. Dijken en deltawerken houden het water momenteel nog in toom, maar dankzij de gestage stijging van de zeespiegel en de extremere hoog- en laagwaterstanden in de rivieren

DE INGENIEUR • NOVEMBER 2022

houdt dit op de langere termijn geen stand, is het oordeel van het team. Koole: ‘Uiteindelijk krijgen we een systeemcrash, wint de zee terrein en eisen de rivieren hun stroomgebied weer op. Wij stellen een scenario voor waarbij we ons daar vast op voorbereiden met een terugtrekstrategie en waarbij moet worden nagedacht over waar we wel en niet willen wonen en ons eten verbouwen.’ Terugtrekscenario De eerste berekeningen die de werkgroep maakte, betroffen de vraag wat een vrije doorgang voor de rivieren voor de afzetting van sediment zou betekenen. In een natuurlijk systeem worden delta’s voortdurend opgehoogd door het aangevoerde riviersediment. Zou het kunnen dat dit rivierengebied de zeespiegelstijging hiermee zou kunnen bijhouden? ‘Het antwoord was nee’, zegt Koole. ‘Zelfs niet als we al het zand van de stuwwal die de Veluwe vormt als ophoogmateriaal aan het water zouden toevoegen. De zee wint het van de rivieren.’ Daarop kwam de werkgroep met het terugtrekscenario. Hierin worden de regio’s die nu het dichtstbevolkt zijn en waar dus veel van het menselijk kapitaal zit, beschermd door versterkte (bestaande) dijken en wordt er alleen in hoger gelegen gebieden nog gebouwd. Het stroomgebied van Rijn, Waal, Maas krijgt ruimte tussen de Brabantse Wal, de andere stuwwallen en een reeds bestaande dijkring (Dijkring 14). In het stroomgebied zelf zal Nederland het verzet moeten opgeven en accepteren dat het af en toe – en in de loop der tijd steeds vaker – overstroomt. De delta zal dan veranderen in een estuarium, een getijdengebied waar


zee en rivieren met elkaar wedijveren. Koole: ‘Waarbij we ons moeten afvragen of we ons dan nog steeds een diepe vaargeul met voldoende water voor de scheepvaart kunnen veroorloven of dat een stevige infrastructuur op hoogte niet slimmer is om Rotterdam te bereiken.’

Water leidend bij landinrichting Hans de Moel onderzoekt overstromingsrisico’s ten gevolge van klimaatverandering aan de Vrije Universiteit Amsterdam en is zelf niet betrokken bij Redesigning Delta’s. Wat vindt hij van het plan voor het rivierengebied? ‘Toekomstvisies zijn belangrijk om te voorkomen dat we straks voor het blok staan. We kunnen veel met dijken, kustverdediging en innovatie, maar dat is eindig en wordt steeds moeilijker. Het water moet bijvoorbeeld steeds hoger worden

gespuid en we krijgen problemen met verzilting aan de kust. Het is dus goed om al rekening te houden met een mogelijke transformatie van Nederland. Ik zou daar nu nog niet actief naartoe werken, maar het wel vast incalculeren, bijvoorbeeld bij het aanleggen van nieuwe woongebieden. Op dit moment volgt watermanagement vaak de andere ontwikkelingen. De omgeving en het water leidend laten zijn voor de inrichting van het land zal steeds harder nodig zijn.’

Landbouw en natuur Een dergelijk estuarium levert zowel nieuwe natuur op als nieuwe kansen voor landbouw, legt Koole uit. Wat er kan worden verbouwd hangt af van de frequentie van de overstromingen, maar is flexibel in de tijd en beweegt mee met de zeespiegelstijging. Te denken valt bijvoorbeeld aan rijst, de algensoort kelp, natuurlijke bossen (ooibossen) met wilgen en populieren of productiebossen voor hout. Het scenario gaat in tegen de filosofie dat alles maakbaar is en dat we ons kunnen wapenen tegen de natuurlijke krachten, zegt Koole. ‘Dat houdt een keer op.’ Het is geen plan maar een denkrichting, benadrukt Koole nog maar eens. ‘Maar het zou wel goed zijn als beleidsmakers zich er rekenschap van geven, al was het maar bij de huidige inrichting van het land. Gebouwen die we nu neerzetten, staan er over een halve eeuw nog – die kunnen we dan maar beter niet in de meest kwetsbare gebieden bouwen.’

EXPERTREACTIE

BEELD : REDESIGNING DELTAS / TU DELFT / FABRICATIONS / BOSCH SLABBERS / TAUW

NOVEMBER 2022 • DE INGENIEUR

17


WAT E R B E H E E R

ZEELANDIA

Muur, meer of estuarium Wat te doen met de provincie Zeeland als de zeespiegel drie meter hoger is geworden? Werkgroep Zeelandia bedacht drie scenario’s. T E K S T: M A R L I E S T E R V O O R D E

Tot het jaar 2100 is de verwachte zeespiegelstijging voor de Nederlandse kust maximaal 110 centimeter, maar daarmee is het nog niet gedaan. In het gedachtenexperiment van Redesigning Delta’s is de zee inmiddels drie meter hoger dan nu. Wat moet er dan met Zeeland

EXPERTREACTIE

Haalbaar en flexibel? Overstromingsrisico-deskundige Hans de Moel: ‘De geschetste scenario’s zijn visionair, maar de technische, economische, maatschappelijke en ecologische haalbaarheid moet nog wel goed worden onderzocht. Zo vermoed ik dat sluizen voor Rotterdam de haven praktisch de das om zullen doen. Nu al is één dag per jaar de Maeslantkering testen een enorme kostenpost. Daarnaast is het belangrijk dat de systemen veerkrachtig 18

en flexibel zijn. Dat verlaagt de kwetsbaarheid aanzienlijk. Rampen gebeuren vaak door onverwachte omstandigheden. Wat als het valmeer niet op tijd is leeggepompt? Om inzichtelijk te maken hoe beslissingen van nu uitwerken in de toekomst, is het nodig niet alleen toekomstvisies te ontwikkelen, maar ook het pad er naartoe. Dat voorkomt dat we onszelf in een ongewenste situatie manoeuvreren waar we niet meer goed uit kunnen komen.’

DE INGENIEUR • NOVEMBER 2022

gebeuren? Dat was de vraag waarover de stadsarchitecten van Studio Hartzema, de landschapsarchitecten van Feddes/Olthof en de ingenieurs van Witteveen+Bos zich bogen. Uiteindelijk kwamen de ontwerpers met drie scenario’s: full defence, seawards en superdelta. Vol in de verdediging Bij full defence gaat Nederland vol in de verdediging en worden de dijken dus drie meter opgehoogd. ‘In feite gaan we dan door met wat we al doen’, zegt directeur Henk Hartzema van de gelijknamige studio, ‘maar dan geleidelijk aan hoger en hoger.’ Dit scenario kost veel energie, waarschuwen de ontwerpers, omdat het water over steeds hogere dijken naar zee moet worden gepompt. Op piekmomenten gaat dat om bijna twintig miljoen liter water per seconde; gemiddeld kost het de hoeveelheid energie van zeventigduizend huishoudens. Hartzema: ‘We hebben pompen nodig die tien keer sterker zijn dan de huidige pompen die water uit het IJsselmeer naar zee overhevelen. De energie daarvoor komt in dit plan van één of twee kerncentrales.’ Daarnaast moet de haven van Rotterdam worden aangepast. Is de zeespiegel drie meter hoger dan nu, dan stromen rivieren niet meer vanzelf uit in zee – op dit moment bedraagt het verval tussen Lobith en de Noordzee slechts twaalf meter. Van al ons rivierwater gaat vijftig tot zestig procent momenteel door de Rotterdamse haven. Dat zou uiteindelijk door Zeeland moeten worden geleid, terwijl sluizencomplexen de haven bevaarbaar houden en het hoogteverschil tussen de rivier en de Noordzee helpen overbruggen. Kustmeer Het scenario seawards kan in gunstige omstandigheden juist energie opleveren. Zeeland krijgt dan een meer voor de kust met een oppervlakte van ongeveer drieduizend


vierkante kilometer, omringd door een tien meter hoge dijk met spuigaten. Bij extreem hoog water, bijvoorbeeld bij storm en springtij, beveiligt deze dijk de Zeeuwse kust. Hartzema: ‘Als we het meer dan voorafgaand aan een storm leegpompen, kan het tijdens het noodweer zes uur lang rivierwater opslaan.’ Bij normale omstandigheden kan het meer als val­ meer fungeren: als het toestromende rivierwater zich bij hoogwater in het meer ophoopt en bij laag water wordt gespuid, is het een waterkrachtcentrale. Maar energie­ opslag ligt nog meer voor de hand, zegt Hartzema. ‘Pom­ pen we bij een overcapaciteit aan wind­ en zonnekracht water het bekken in om dat bij een tekort eruit laten stro­ men, dan is het meer in feite een enorme batterij.’ Een grote delta Het laatste scenario van de werkgroep, superdelta, lijkt sterk op het idee van de projectgroep Rivierencorridor Rijn, Waal, Maas (zie voorgaande bladzijden): hierbij schermt men het rivierengebied van de rest van het land af met grote, stevige dijken van Zeeland tot aan Duitsland, en laat men de zee en de rivieren binnen die dijken hun gang gaan. Hartzema: ‘Dan zal het zeewater uiteindelijk, als de zeespiegel inderdaad drie meter is gestegen, bij hoogwater of sterke stuwing doordringen tot ergens bij Tiel.’ Voor- en nadelen Welk scenario Hartzema zelf zou kiezen? ‘We hebben de kosten nog niet doorgerekend’, zegt hij voorzichtig, ‘en elk van drie opties heeft voor­ en nadelen’. De kosten zijn hoe dan ook hoog. De superdelta vergt de aanleg van vierhonderd tot vijfhonderd kilometer dijk, voor het buitengaatse meer is dat pakweg honderdvijftig kilo­ meter. Omdat de dijken bij zo’n meer op de zeebodem staan, moeten ze echter wel een stuk hoger worden. Bo­ vendien vormt een buitengaats meer een obstakel voor de zeevaart. Hartzema: ‘Maar bij de superdelta moet dan weer een gebied met dorpen en steden worden ont­ ruimd, tegen hoge maatschappelijke kosten.’ Het mooie van het batterijmeer is dat het een geïn­ tegreerde oplossing is die ook het energieprobleem aanpakt, zegt Hartzema. ‘Dat past in onze traditie om vernuft, kennis en intelligentie toe te passen.’ Het aan­ trekkelijke van de superdelta is dat de natuur weer voel­ baarder wordt, nadat die decennialang min of meer is uitgebannen. ‘Het gaat dan meer op de oorspronkelijke delta lijken, inclusief de gewelddadige kanten ervan. Ik vind dat wel mooi.’ Het makkelijkste scenario, want het meest geleidelijk, is de optie full defence. Traditie Elk scenario gaat terug naar een oude traditie die we in de loop der jaren hebben losgelaten, zegt Hartzema, namelijk dat de inrichting van het land afhangt van de waterhuishouding. ‘We zijn willekeurig gaan bouwen in laaggelegen weidegebieden en de grond gaan verharden waardoor we opslag­ en afvoerproblemen kregen. We hebben beken gekanaliseerd waardoor het water steeds sneller uitstroomt. Waar we goed in waren, zijn we kwijt­ geraakt. Dat komt met deze plannen weer terug.’ • beeld : redesigning deltas / tu delft / studio hartzema / feddes / olthof / witteveen + bos

Links: De Deltawerken houden Zeeland momenteel veilig. Maar wat als de zeespiegel drie meter stijgt? foto : depositphotos Ligging van de dijken (gele lijnen) in de scenario’s full defence, seawards en superdelta. NOVEMBER 2022 • DE INGENIEUR

19


WAT E R B E H E E R T E K S T: M A R L I E S T E R V O O R D E

De laatste bakstenen zeewering van Nederland krijgt een steunwand

Stille renovatie van de Stenendijk De Stenendijk in Hasselt moet versterkt, maar de monumentale muur mag daarbij niet beschadigd raken. De oplossing? Een trillingsvrije renovatie, tevens de eerste emissieloze dijkversteviging van Nederland.

De Stenendijk in Hasselt is de enig overgebleven ge­ metselde zeewering van Nederland. foto : cloudshots /

Bij de molen van het Overijsselse stadje Hasselt, zo’n tien kilometer ten noorden van Zwolle, verzamelt zich een groepje mensen. De meesten komen uit de plaats zelf, anderen uit de nabije omgeving. Vandaag zullen ze zich laten bijpraten over de bouwactiviteiten die hier al een tijd gaande zijn: de versterking van de Stenendijk van Hasselt. Deze dijk, met zijn karakteristieke muur van bak­ stenen, beschermt de omgeving tegen overstromingen van de rivier het Zwarte Water. Hij geldt als zeewering. Oorpronkelijk kwam het water dat het gebied bedreigde namelijk vanuit de voormalige Zuiderzee, het Zwarte Meer en het Zwarte Water. Het rijksmonument voldoet

waterschap drents overijsselse delta

20

DE INGENIEUR • NOVEMBER 2022

inmiddels niet meer aan de eisen. De buitenkant van de dijk is niet stevig genoeg en er is kans op piping, een mechanisme waarbij water onder de dijk door stroomt en er zand uitspoelt waardoor zich kanaaltjes kunnen vormen en de dijk verzwakt. Lappendeken Aannemers hebben het wel eens over ‘dat muurtje’, zegt Marjan Vervoort van het Waterschap Drents Overijsselse Delta dat de dijkversterking op zich heeft genomen. Het waterschap werkt hiervoor samen met de Dijkzone Alliantie Stenendijk DAS – een bouw­ combinatie van Ploegam, Dura Vermeer en Gebroe­


De Silent Piler duwt de twaalf meter lange damwandplaten de grond in. foto : cloudshots / waterschap drents overijsselse delta

Daarom wordt de versterking aangepakt ders De Koning – en wordt ondersteund Het is de door aan de landzijde, op een afstand van door De Koninklijke Woudenberg, TAUW eerste een paar meter van de bakstenen muur, en Fugro. Vervoort: ‘Maar het gaat hier om de laatste gemetselde zeewering in Neder- emissieloze een metalen damwand in de dijk te duwen. land die nog overeind staat als bescherming dijkverster- Dat gaat plaat voor plaat en gebeurt nagetegen dijkdoorbraken. Bovendien geldt de noeg geluids- en trillingsvrij en bovendien king in Stenendijk sinds 1975 als rijksmonument elektrisch. ‘Het is de eerste emissieloze dijkNederland en is de hele historie van het waterbeheer versterking in Nederland’, zegt Pieter Breedin Nederland erin af te lezen.’ veld van De Gebroeders de Koning. Dat laatste is wellicht wat sterk aangezet, ‘Silent Piler’ heet de machine die de twaalf maar de eeuwenoude Stenendijk vertelt inmeter lange damwandplaten de grond in derdaad een verhaal. In de Middeleeuwen duwt. Als het groepje bezoekers haar nadert, waren de eigenaren van de aan de dijk grenzende is de machine echter net bezig een plaat omhoog te percelen verantwoordelijk voor het onderhoud van trekken. ‘Door variaties in de weerstand van de onderde dijk. Hoe meer grond zij bezaten, hoe groter het grond wil een plaat wel eens gaan hellen’, legt Breedveld stuk dijk dat ze in beheer hadden. Dit is tot op heden uit. ‘Dat willen we niet, dan passen ze niet meer goed nog altijd te zien: de muur oogt als een lappendeken, aan elkaar. Soms is het behoorlijk lastig de plaat recht waarbij de goede stukken destijds kennelijk een rijke en genoeg de bodem in te duwen.’ Zo kan het gebeuren betrokken eigenaar hadden en de slechte stukken een dat er op sommige dagen maar twee platen de grond in eigenaar met minder geld of verantwoordelijkheids- gaan en op andere dagen wel dertig. gevoel. Emissieloos De stille duwer ‘Ik zag er best tegenop’, zegt één van de dorpelingen als Nu de dijk moet worden versterkt – hij is veilig maar we langs de dijk lopen. ‘Maar het is me zó meegevallen. kwetsbaar, zegt het waterschap – wil men het karakter We merken er als omwonenden vrijwel niets van!’ van de muur behouden. En er zijn meer uitdagingen: De bouwers nemen het gegeven dat er op locatie stil de Stenendijk grenst aan een Natura 2000-gebied, er le- en emissieloos moet worden gewerkt dan ook zeer seriven bijvoorbeeld veel salamanders, en sommige huizen eus, zegt Erik Huijzer, relatiebeheerder van Gebroeders van Hasselt staan letterlijk in de dijk. De Koning later aan de telefoon. ‘Toen ik zelf een

t

’’

NOVEMBER 2022 • DE INGENIEUR

21


WAT E R B E H E E R

keer langskwam, werd ik gesommeerd mijn Het metsel- en voegwerk wordt hersteld en benzineauto op afstand te parkeren. Ook die waar nodig worden ook de bakstenen verTot het jaar vangen door nieuwe exemplaren die zo veel mocht het terrein niet op.’ De damwandplaten worden bij de molen 2050 wordt mogelijk op hun voorgangers lijken. Hierafgeleverd, legt Huijzer uit. Vanaf daar gaan mee hoopt men in het voorjaar van 2023 nog 1500 ze, steeds per drie stuks, met een elektrische klaar te zijn. kilometer shovel naar de bouwplek. Daar staat, naast de Silent Piler, een kraan die de platen omAanslag aan dijken hoog takelt en naar de juiste plek brengt, en ‘En wie betaalt dit allemaal?’, wil één van de versterkt een container met een accu erin. Deze wordt bezoekers tot slot nog weten. De grootste continu opgeladen en heeft als voornaamste subsidie komt vanuit het landelijke Hoogfunctie dat de elektriciteitsafname van het waterbeschermingsprogramma, een alliannet geleidelijk gebeurt in plaats van steeds tie van de 21 Nederlandse waterschappen en met een enorme piek. Huijzer: ‘De techniek bestaat al Rijkswaterstaat, antwoordt Vervoort. Binnen dit prosinds de jaren tachtig, maar dat alles elektrisch gaat is ject wordt tot het jaar 2050 vijftienhonderd kilometer nieuw.’ aan dijken versterkt. De waterschappen dragen tien procent bij aan de dijken die onder hun hoede vallen. Restauratie Vervoort: ‘En dat bent u in dit geval zelf als u hier in In totaal zal de damwand twaalfhonderd meter breed de buurt woont.’ Iedere inwoner hoort bij een bepaald worden en negen tot twaalf meter diep gaan. Vervoort: waterschap en krijgt de aanslag waterschapsbelasting ‘We zijn in totaal dus drie à vier jaar bezig geweest met jaarlijks op de deurmat. de voorbereiding en uitvoering en er is vervolgens heleVervoort: ‘Dat is het moment waarop wij zien dat maal niets van te zien.’ Dat laatste is overigens niet hele- mensen gaan googelen: hoe kan ik het lidmaatschap maal waar, want ook de muur zelf wordt gerestaureerd. opzeggen? Maar ja, dat kan dus niet.’ •

’’

De machines vormen een soort treintje langs de dijk. foto: mohamad yousif

22

DE INGENIEUR • NOVEMBER 2022


Podium

Vier experts delen hun inzichten in de technisch-maatschappelijke actualiteit. Deze maand: Lode Lauwaert, hoogleraar techniekfilosofie aan KU Leuven, in samenwerking met Mauritz Kelchtermans, promovendus filosofie aan KU Leuven.

Ethiek voor ingenieurs Embedded ethics wordt uitgesmeerd over Heeft u dat ook? Dat u echt wel trots bent op wat u binnen uw functie hebt bereikt omdat de verschillende jaren van de opleiding, zohet mooi aan de verwachtingen van het ma- danig dat de studenten een reflex ontwiknagement en dus de aandeelhouder beant- kelen om verder te kijken dan alleen maar woordt? U heeft er misschien wel een beetje technologische oplossingen en om de impact de morele kantjes vanaf gelopen en u werk- van zulke ingrepen goed onder ogen te zien. te niet per se met het publieke goed in het De hoop is dat die ethische attitude niet onachterhoofd. Maar ethiek was toch nooit een middellijk overboord wordt gegooid zodra hoofddoel. Bovendien, wie betaalt uw loon: men het bedrijfsleven instapt. Wij pleiten ervoor om deze benadering toch wel het bedrijf, niet het publieke goed! Gelukkig is er de laatste jaren in verschil- uit te rollen in andere studierichtingen waar lende domeinen meer aandacht ontstaan studenten worden opgeleid om later projecten uit te werken voor ethiek. Omdat binnen met al dan niet grote Big Tech, maar ook elders, maatschappelijke door een gebrek aan moreel Door een gebrek impact. Het gaat in bewustzijn veel dingen zijn aan moreel de eerste plaats om fout gelopen, is op een aantal ingenieurscurricuuniversiteiten, zoals Harvard, bewustzijn zijn la, waar nu soms enStanford en Toronto, beslist veel dingen kel in de beginjaren om binnen de richting comfout gelopen van de opleiding en puterwetenschappen vakken slechts met één vak met embedded ethics aan te aandacht aan die bieden. Dat houdt in dat in een aantal opleidingsonderdelen casussen problematiek wordt besteed, zonder dat er worden besproken die illustreren hoe die wordt gestreefd naar een verandering van de specifieke technologieën tot individuele en mindset van de ingenieur. Het is koffiedik kijken of deze benadering maatschappelijke problemen kunnen leiden en wat eraan kan worden gedaan. Daarbij effectief is op lange termijn. Niettemin lijkt wordt niet enkel ingezoomd op de techni- het implementeren van embedded ethics in sche problemen en oplossingen, maar ook de opleiding alvast een stevige stap in de op de ethische, juridische en sociale risico’s. goede richting. Want met alle huidige proZo wordt er binnen de vakken privacy en blemen op deze blauwe planeet, moeten security concreet gefocust op pakweg de we verder kijken dan de aandeelhoudersproblemen met gezichtsherkenning door neus van het bedrijf lang is. Niet enkel de kunstmatige intelligentie of surveillance techniek telt, maar ook de impact op mens, maatschappij en milieu. Ethiek dus. van telewerk.

PORTRET : KOEN BROOS

NOVEMBER 2022 • DE INGENIEUR

23


B O U W M AT E R I A A L T E K S T: P A N C R A S D I J K

FOTOGRAFIE: ROBERT LAGENDIJK

Fraaie gevelstenen vergroten de leefbaarheid

Keramieken regenjas Geglazuurde tegeltjes, beschilderde vazen, een sierlijk mandje. Keramiekfabriek Tichelaar wordt veelal geassocieerd met breekbaar sieraardewerk. Maar dat is allang niet meer terecht, zegt directeur Harm van der Ploeg. Want inmiddels is bouw­ keramiek het belangrijkste product van het Friese bedrijf dat dit jaar zijn 450ste verjaardag viert. Veilig achter een hek spuwt een 3D-printer laagje voor laagje panelen uit, een grillige vorm van veertig bij veertig centimeter groot. Straks gaan de verse kleivormen de oven in om te worden gebakken, waarna ze worden geglazuurd. Een stukje verderop in de grote werkplaats van Koninklijke Tichelaar liggen al grote partijen voltooide keramieken panelen te drogen. Hun diepblauwe kleur verandert met de lichtinval. Bij een rondleiding door de keramiekfabriek wordt snel duidelijk dat het bij Tichelaar allang niet meer draait om siertegeltjes en breekbare vaasjes. Sinds een jaar of tien is de productie van bouwkeramiek de kernactiviteit van het oeroude bedrijf. ‘Op een kaart uit 1572, de tijd dat de Watergeuzen hier actief waren, staat op de plek waar onze oude fabriek stond – hier even verderop – al vermeld dat er een brícceria was gevestigd’, zegt directeur

Een schilder werkt bij Tichelaar aan de gevel van het Huis van Delft. 24

DE INGENIEUR • NOVEMBER 2022

Harm van der Ploeg. ‘Dus Tichelaar is al zeker 450 jaar oud.’ Het was geen toeval dat de keramiekindustrie juist hier opbloeide. Deze omgeving is een kleigebied bij uitstek, dus de belangrijkste grondstof was altijd voorhanden. De groeven raken echter uitgeput en de kleur van de Frise klei staat veel van de huidige toepassingen in de weg, zegt Van der Ploeg. De meeste klei komt nu uit Duitsland. Bekleding Verreweg de meeste keramiek die de fabriek in Makkum verlaat, gaat inmiddels naar bouwprojecten: in Nederland, maar ook ver daarbuiten. ‘Onder bouwkeramiek verstaan we alle keramiek die wordt gebruikt om een gebouw aan te kleden, van vloer- en geveltegels tot aan dakpannen,’ zegt Van der Ploeg. Voorheen had de


Voorlopig vooral mooi In een aparte ruimte binnen de werkplaats buigen schilders zich over enorme raamwerken vol tegels. Ze werken aan een grote klus die Tichelaar ‘zo vier jaar werk’

Werken met een 3D-printer maakt nieuwe, grillige keramische vormen mogelijk.

Onder: Een deel van het Huis van Delft ligt al klaar in de werkplaats in Makkum.

oplevert. Het nieuwe Huis van Delft wordt een appartementencomplex met op de begane grond een Innovation Gallery, waarbij onder meer de Technische Universiteit en ingenieursbureau Royal HaskoningDHV zijn betrokken. Beeldbepalend worden de honderdtwintigduizend tegeltjes (dertien bij dertien centimeter) op de binnengevels van de drie zogenaamde inverse-huisjes – die nu stuk voor stuk worden beschilderd in Tichelaars eigen atelier. Werk voor een man of zeven. Het moest altijd vooral mooi zijn, zegt Van der Ploeg, maar langzaam aan is daar een tweede criterium

t

buitenste schil van een gebouw ook een bouwkundige functie, maar dat is nu veel minder het geval. ‘Van een dragend element is de gevel een soort regenjas geworden’, zegt Van der Ploeg. ‘Architecten vinden keramiek mooi materiaal en kunnen zich ermee onderscheiden. Daarnaast dragen mooie gevels bij aan de leefbaarheid.’ Op z’n laptop laat Van der Ploeg een reeks voltooide bouwprojecten zien waarvan het aangezicht goeddeels wordt bepaald door Makkums glazuurwerk op de gevel. Van de Haarlemse Stadsschouwburg tot het Pontsteigergebouw in Amsterdam. Voor het zeven verdiepingen tellende Kenniscentrum van de TU Eindhoven ontwikkelde Tichelaar speciale glazuren met de uitstraling van geanodiseerd aluminium en nikkel. Door die in de gevel met elkaar te combineren, lijkt de kleur van het gebouw voortdurend te veranderen, naar gelang het moment van de dag of het weertype. In de gevel van de recent geopende nieuwbouw van het Museum Arnhem zijn 82.000 Tichelaartegels gebruikt, met de hand gemaakt. Het bekende ‘ei’ bovenop Museum de Fundatie in Zwolle komt uit de Tichelaarfabriek. Architecten in onder meer New York en Calgary kozen ook voor Fries bouwkeramiek.

NOVEMBER 2022 • DE INGENIEUR

25


B O U W M AT E R I A A L

Op zoek naar manieren om de stookkosten omlaag te brengen, werkt Tichelaar nu onder meer samen met ont­ werpster Lotte de Raadt, die daarvoor experimenteert met waterijzer. Wordt dit afvalproduct uit de drinkwater­ productie met klei vermengd, dan heeft dat als voordeel dat de oven minder hoog hoeft te worden gestookt. Het geeft bovendien een mooie, rode gloed aan de gebakken klei.

Vormcombinaties laten de gevel van kleur veranderen. De nieuwbouw van Museum Arnhem, met een gevel van Tichelaartegeltjes, werd onderscheiden met de Nationale Staalprijs. foto : jannes linders

bijgekomen, ook omdat de klanten daarom vragen: het moet ook zo duurzaam als mogelijk. ‘Niets is zo duur­ zaam als een honderden jaar oud tegeltje dat niets aan kracht of kleur heeft ingeboet en zo kan worden herge­ bruikt’, zegt Van der Ploeg, maar intussen experimen­ teert de fabriek met manieren om ook het productiepro­ ces te verduurzamen. Een deel van de ovens is inmiddels elektrisch, al geeft dat soms een ander stookresultaat.

Slibkeramiek Een tweede experiment gaat in op het grondstoffen­ probleem. Bij duurzaamheid hoort ook het lokaal win­ nen van de benodigde grondstoffen. Lotte Dekker en Gieke van Lon van ontwerpstudio Humade gingen aan de slag met slib uit de Eemshaven en het Eems­Dollard­ gebied. Om die gezond en bevaarbaar te houden wordt daar jaarlijks miljoenen tonnen slib opgebaggerd. Een deel ervan wordt sinds enkele jaren aan de oever ontzout en gerijpt tot klei. De klei wordt nu onder meer verwerkt in een dijk, maar toepassing in keramiek is zeker een alternatief als de dijken eenmaal af zijn, zegt Van Lon. Inmiddels is al gebleken dat deze klei goed als grondstof kan dienen. ‘Om het materiaal plastischer te maken, voegen we tot maximaal 30 procent extra ingrediënten toe, maar ook die winnen we zo veel mogelijk lokaal’, zegt Van Lon, ‘onder meer uit afvalstromen van de suikerbieten­ en aardappelzetmeelindustrie’. Eén groot voordeel is nu al gevonden: met sommige recepturen lijkt de glazuur na één stoking bijna verglaasd. Dat scheelt een extra stook­ beurt – en een hoop brandstofkosten. •


Möring

Marcel Möring is schrijver. Eind vorig jaar verscheen van zijn hand de openhartige vertelling Familiewandeling.

Zinloze sok Daar had hij even geen antwoord op. Misschien is er een natuurwet, nog niet ontdekt, die beSinds ik ze draag heb ik op podologisch gebied voorschrijft hoe technische mogelijkheden kunnen leiden uitgang noch verbetering gemerkt. Ik loop niet hartot overbodigheid. ‘Ik heb er vanochtend vijf minuten over gedaan om der, mijn voeten zijn in de winter niet warmer en in de zomer niet kouder en qua comfort heb ik ook geen mijn sokken aan te trekken’, zei ik tegen Harry. verschil kunnen waarnemen. Ik begrijp dat fanatieke ‘Je wordt een dagje ouder.’ Sinds ik 65 ben geworden vinden mijn vrienden het wandelaars zeer goed gevormde en misschien zelfs wel nodig om mij daaraan te herinneren. Ook als er geen voetspecifieke sokken willen dragen. Misschien voorkomt dat problemen, hoewel ik daar eerlijk gezegd niet aanleiding voor is. ‘Het heeft niets met mijn leeftijd te maken, maar alles helemaal zeker van ben. Volgens mij heeft zo’n sok een hoog homeopathisch gehalte: alleen als je er heel erg in met mijn sokken.’ gelooft helpt het. ‘Ze zijn toch geen eigen leven gaan leiden?’ ‘Wat mij interesseert’, zegt Harry, ‘is wat er aan zo’n Iedereen weet dat sokken dat doen. Er gaan er twee in de was en soms komt er maar een uit. Maar daar lag sok vooraf is gegaan. Eerst is er iemand geweest die met het idee kwam.’ het niet aan. ‘Daarna zijn er productontwikkelaars bij gekomen’, Ik was zo onverstandig om mij sokken te laten aanpraten die waren afgestemd op de voet: een voor de lin- zei ik. ‘Technici’, zei Harry. ker- en een andere voor de rechtervoet. Nooit gemerkt Ik betwijfelde dat. Als je ze naast elkaar legt kun je dat ik leed onder de afwezigheid van voetspecifieke sokken, maar ik ben een pushover als het gaat om nieuwig- de linker alleen van de rechter alleen onderscheiden door de letters. Het is dat heden, dus ik kocht onmiddellijk vier mijn moeder mij heeft oppaar. Mijn vrouw zei: ‘Zou je niet eerst gevoed als iemand die zich één paar proberen?’ Maar zo ben ik Alleen als je er zijns ondanks aan de regels niet. Ik ga er direct vol in. heel erg in gelooft, houdt, maar anders had ik Daarom puilt ons huis ook uit van allang geprobeerd om de zaken die ik ooit technisch interessant helpt het rechtersok aan de linkervoet vond, maar uiteindelijk van geen nut te doen en andersom. bleken. Ik noem mijn vouwfietsje met ‘Marketing, dan’, zei Harry. ‘Of pr. Noem maar op.’ cardanas. Nu, vijf jaar na aanschaf, weet ik nog niet wat ‘Alles voor een zinloze sok’, zei ik. mij bezielde om dat ding te kopen. Ik heb er twee keer Ik zag ineens een boek voor me dat over het zinloze op gereden – ik kan ’m iedereen aanraden – maar omdat ik niet van fietsen hou, is de fiets daarna nooit meer ging en terwijl Harry doorpraatte bedacht ik dat je aangeraakt. ‘Iedereen weet dat je fietsen haat’, zei mijn welvaart misschien kunt afmeten aan de hoeveelheid vrouw, ‘en jij was dat even vergeten omdat je die aandrij- overbodige producten die een samenleving voortbrengt. ving interessant vond?’ Precies, en ik ben bang dat het De hamburgerindex, die de prijs van een Big Mac als richtsnoer neemt voor gestegen of gedaalde welvaart, is niet mijn laatste onzinnige aankoop was. ‘Aparte sokken voor de linker- en de rechtervoet’, zei volgens mij veel minder exact dan de zinloze sok. Toon ik tegen Harry. ‘En nu zit ik dus in de ochtendscheme- mij uw overbodigheid en ik vertel u hoe goed het met ring op de rand mijn bed te turen naar een R of een L en u gaat. Toen ik het Harry voorlegde zag hij er wel wat in. die letters zijn bijna niet meer te onderscheiden omdat ‘Het is een typisch voorbeeld van overbodigheid’, zei de sokken al een paar keer in de was zijn geweest waarhij, ‘een overbodig boek over sokken.’ door alles een beetje is vervaagd.’ ‘Jij hebt gewoon geen gevoel voor de tijdgeest’, zei ik, ‘Ik zou het een first world problem willen noemen’, zei waarop hij antwoordde dat hij weer aan het werk ging, Harry. omdat ons gesprek hem overbodig leek. ‘Luxe problemen zijn ook problemen.’

FOTO : HARRY COCK

NOVEMBER 2022 • DE INGENIEUR

27


Neem nu een kennismakingsabonnement

EN ONTVANG DRIE NUMMERS VOOR SLECHTS € 25,deingenieur.nl/abonnement


L EZERS

REA GEREN

zo’n vijf tot tien jaar duurt kan pas na 2032 worden gecompenseerd, maar deze boekhoudkundige compensatie helpt niet direct bij het behalen van de klimaatdoelstellingen. Net zoals bij kolen en gas moet de CO2e-emissie vanaf het delven en de raffinage tot kernbrandstof worden bepaald. Pas als deze tabel volledig is ingevuld kan er een afgewogen oordeel worden geveld over de vraag of kerncentrales een oplossing zijn. Hetzelfde geldt voor zon en wind, maar daar lijken de cijfers positiever uit te vallen. Jaap Hogeling, Lienden

Synthesizers Eigenlijk begrijp ik niet dat Marcel Möring in zijn column over elektronische muziek in De Ingenieur van juli 2022 geen woord wijdt aan het Duitse gezelschap Kraftwerk, waaraan vrijwel elke maker van muziek schatplichtig is. Zelfs artiesten uit de stal van het Amerikaanse Motownlabel geven eerlijk toe dat ze alles aan Kraftwerk hebben te danken. Ook toonaangevende Engelse bands als Radiohead en Coldplay hebben hun erkentelijkheid uitgesproken voor de elektronische pioniers van Kraftwerk; Coldplay heeft – na dat eerst beleefd te hebben gevraagd – de hitsingle Talk zelfs volledig gebaseerd op een riff uit de Kraftwerkcompositie Computer Love. Herman ten Klooster, Deventer

Kolenstroom De auteurs van de rubriek Opinie in De Ingenieur van juli 2022 stellen dat meer kolenstroom beter is voor het klimaat dan lng. Ik ben het eens met de stellingname van de auteurs, maar ze schetsen niet het volledige verhaal. Wat ik hun graag zou willen adviseren is om de data voor de meest gebruikte energiebronnen van elektriciteitscentrales eens in een tabel met bijbehorende waarden te zetten. Dan zal opvallen dat de veel geclaimde zero-carbon-emissie van kerncentrales niet correct is. Sommige studies geven waarden tussen de 35 en 135 gram per kilowattuur CO2equivalent (CO2e) aan. Voor nieuwe centrales is het gezien de klimaatdoelstellingen nog veel ernstiger. De CO2e-emissie door de bouw die meestal

Turbinebladen voor de kunst Ik lees allerlei artikelen, onder meer in De Ingenieur, over het hergebruik van windturbinebladen en zou aan deze nobele doelstelling mijn bijdrage willen leveren. Al tijden loop ik rond met de gedachte om van een set bestaande uit drie windturbinebladen een monumentaal kunstwerk te maken. Het idee is als volgt: de bladen staan normaal onderling onder een hoek van 120 graden. Een van deze bladen verwijder ik en plaats het resterende tweetal bladen verticaal omhoog op een al dan niet bestaande fundering. Er verschijnt dan een gigantische V-vorm: de V van victorie. Voor een dergelijk project zullen nog wel her en der wat vergunningen nodig zijn, waarvoor kosten moeten worden gemaakt, maar dat is dan ook alles volgens mij. Ik zou graag mijn tijd aan de verwezenlijking van een dergelijk monumentaal kunstwerk willen geven als daarvoor belangstelling is. Hendrik van Asselt, Leiden

Stekkerauto Het artikel ‘Is de stekkerauto wel zo schoon?’ in het juninummer van De Ingenieur, laat goed zien in hoeveel bochten je je moet wringen om de CO2-uitstoot door een stekkerauto goed te berekenen. De eindzin zegt eigenlijk alles: ‘Het is dus zaak geleidelijk en gecontroleerd over te stappen…’ Maar stel nu eens dat we die tijd niet hebben. Dan zou een vervolgadvies kunnen luiden: koop allemaal een Opel Corsa diesel met moderne katalysator (of

een vergelijkbare auto). Daarmee rijd je eenvoudig 1 op 23 en je kunt dan veel sneller overstappen op een lagere CO2-uitstoot. Dit soort auto’s is ruimschoots beschikbaar in vergelijking tot elektrische auto’s, en bij vergelijkbare subsidies koop je er twee voor de prijs van één e-auto. Verder vind ik dat iemand die een gesubsidieerde e-auto koopt, een andere auto moet inleveren voor de sloop. Die auto moet dan minstens drie jaar op naam van de koper hebben gestaan inclusief betaalde wegenbelasting, om te voorkomen dat hiervoor wrakken worden aangekocht of dat de vorige auto naar het oosten of het zuiden wordt geëxporteerd en daar blijft rondrijden met de bijbehorende uitstoot. Ik heb zelf in oude Mercedestaxi’s gezeten met 680-700.000 kilometer op de klok. Zolang dit soort argumenten geen rol speelt in de discussie en bijvoorbeeld een Tesla rare fratsen mag uithalen, doe ik niet mee aan de e-auto. Pieter Oranje, Peize

Technologielezing In het oktobernummer van De Ingenieur stond een samenvatting van de KIVI-Technologielezing. Thecla Bodewes deed daarin diverse uitspraken die mij uit het hart zijn gegrepen. Zeer terecht noemde ze onder meer de firma Allseas en ik vond het mooi dat er een foto bij was geplaatst van het schip de Pioneering Spirit. In zowel het verre verleden als in recentere jaren heb ik daaraan een enorme klus gehad. Het was voor mij nieuws om te lezen dat Allseas zich ook zeer intensief bezighoudt met de polymetaalknollenwinning op de zeebodem. Sinds een aantal jaren zijn IHC en DEME daar reeds mee bezig. In het julinummer 2017 schreef De Ingenieur daar al over. In aansluiting daarop publiceerde het blad mijn bijdrage ‘Knollen oogsten’ (decembernummer 2017), met een terugblik naar onze activiteiten in de jaren zeventig. Al met al dus een jarenlange aanloop naar een hopelijk succesvol resultaat. Zeer interessant om de verdere ontwikkelingen te blijven volgen, lijkt me. Marten Fluks, Houten

Wilt u reageren op een artikel in De Ingenieur? U kunt uw brief, bij voorkeur niet langer dan driehonderd woorden, mailen naar redactie@ingenieur.nl of sturen naar De Ingenieur, Postbus 30424, 2500 GK Den Haag. De redactie behoudt zich het recht voor brieven in te korten en te redigeren of te weigeren.

foto : shutterstock

NOVEMBER 2022 • DE INGENIEUR

29


W E G - E N WAT E R B O U W T E K S T: J I M H E I R B A U T

Nieuwe zeesluis van Terneuzen bijna voltooid

Poort naar Vlaanderen In Terneuzen wordt de laatste hand gelegd aan een van de grootste zeesluizen ter wereld. Daarmee is straks de soepele doorvaart naar Gent voor zee- en binnenvaart verzekerd en hoeven diepliggende schepen niet meer te wachten op hoogtij. Sommige mensen moeten om hun eigen huis te be­ reiken een stukje over de grond van de buren lopen. Iets soortgelijks – maar dan op grote schaal – is aan de hand in Zeeuws­Vlaanderen, het meest zuidelijke stukje van de provincie Zeeland. Zeeschepen die naar de Belgi­ sche stad Gent willen varen, moeten over Nederlands ‘grondgebied’. Ze varen vanaf zee de Westerschelde op en

Luchtfoto van de nieuwe sluiskolk, half oktober 2022. foto : nieuwe sluis terneuzen

30

DE INGENIEUR • NOVEMBER 2022

slaan bij de stad Terneuzen rechtsaf naar Gent of varen rechtdoor als ze in Antwerpen moeten zijn. Het is dan ook niet vreemd dat Vlaanderen ongeveer vier keer zoveel bijdraagt aan de vervanging van de Middensluis van het sluizencomplex van Terneuzen als Nederland. Gent wil al heel lang ook grotere zeesche­ pen in zijn havens kunnen verwelkomen, maar de oude


Lange adem De afgelopen jaren is in Terneuzen hard gewerkt aan een nieuwe, grotere sluis. Bij ingebruikname volgend jaar zal die een van de grootste zeesluizen ter wereld zijn. De aanleg was een zaak van lange adem. Het megaproject begon in 2005 in opdracht van de Vlaams-Nederlandse Scheldecommissie en werd geleid door twee ministers, een uit Vlaanderen en een uit Nederland. In dat jaar sloten Nederland en Vlaanderen ook de Scheldeverdragen af, een set afspraken over gezamenlijk beleid en beheer, de verdieping van de Westerschelde en de teruggave van de Prosper- en Hedwigepolder aan de natuur. Uit een zogenoemde maritieme verkenning van 2005 tot 2010 volgde dat het kanaal van Gent naar Terneuzen moest worden uitgediept én dat een nieuwe sluis nodig was. In 2012 ging het sluisproject van start met een politiek akkoord tussen Vlaanderen en Nederland, vertelt omgevingsmanager Harm Verbeek. ‘In 2015 werd ver-

volgens een verdrag gesloten over de bouw van deze sluis waardoor in 2017 de eerste werkzaamheden konden beginnen.’ De grotere sluis heeft drie voordelen, somt Verbeek op. ‘Door de grotere sluiskolk (de bak water waarin de boten liggen, red.) lost hij de congestie voor de zee- en de binnenvaart op. Verder gaat de bedrijfszekerheid omhoog, doordat er een grote sluis bijkomt, naast de Oosten Westsluis. Alles kan gewoon doordraaien als een van de sluizen in onderhoud is. En ten slotte levert de bredere en diepere sluis economisch voordeel op. Schepen die momenteel alleen bij hoogwater door de sluis kunnen, kunnen straks altijd erdoor.’ De voormalige Middensluis dateert uit 1910 en is ontworpen op de kleinere schepen van een eeuw geleden: 140 meter lang, 18 meter breed en 8 meter diep. ‘Enige voordeel is dat hij wel lekker snel schut’, aldus Verbeek. Schutten is het laten stijgen of dalen van het waterpeil in de kolk zodat het gelijk wordt aan het peil van het water waar de schepen naar toegaan. De sluiskolk Het buitenhoofd en het binnenhoofd (zie foto) zijn op het droge in een gesloten bouwkuip gebouwd, maar de kolk zelf is grotendeels ‘in den natte gebouwd’, dus onder water. Na het plaatsen van de wanden en het uitgraven van de benodigde ruimte voor de sluiskolk, zijn eerst de bodemroosters aangebracht, waarna de vloer van grind en onderwaterbeton verder is gestort. Via die roosters gaat het water straks omhoog en omlaag, afhankelijk van het waterpeil aan de andere kant van de sluis. Daarna zijn de wanden verder afgewerkt met beton, dat laag voor laag is opgebouwd. ‘Het waterniveau is vervolgens verlaagd om de kolk af te kunnen werken. Er kwamen wrijfstijlen tegen de wand die, samen met drijf-

Middensluis van Terneuzen, geboortejaar 1910, vormde daarbij een knelpunt.

Volplannen Het runnen van een grote zeesluis vergt een knap staaltje planning. Enerzijds moeten de schepen niet onnodig wachten, anderzijds betekent een sluiskolk half gevuld met schepen verspilling van energie. Het kost veel energie om water weg of erin te pompen en om deuren en bruggen in beweging te zetten. ‘Dat gaan we overigens wel duurzaam doen’, vertelt omgevingsmanager Harm Verbeek. ‘Op de plek van een voormalig slibdepot van Rijkswaterstaat in Westdorpe komt een zonnepark

met ruim vijfduizend zonnepanelen. Voldoende om de onderdelen van de sluis aan te drijven.’ Het plannen van de bezetting van de sluis voert de verkeerscentrale in Terneuzen uit. Verbeek: ‘De medewerkers daar plannen de kolk zoveel mogelijk vol. Een schipper die eraan komt, meldt zich maximaal zes uur van tevoren aan. Drie uur van tevoren wordt de planning vastgelegd, dus zodra een schip uit Vlissingen, Hansweert of Gent vertrekt, weet de schipper hoe laat hij aan de beurt is.’

NOVEMBER 2022 • DE INGENIEUR

31


W E G - E N WAT E R B O U W

De nieuwe sluis in cijfers Kosten: circa een miljard euro Afmetingen:

427 meter lang, 55 meter breed, 16,44 meter diep Capaciteit:

In 2021 voeren in totaal 58.950 schepen door het sluizencomplex: • Binnenvaart 49.300 • Zeevaart 8.400 • Recreatievaart 1.250 In 2040 passeren er naar verwachting 96.000 schepen per jaar. De Nieuwe Sluis is op de computer ontworpen met 3Dsoftware. Dat levert een virtueel 3D-model op waarin virtuele mensen kunnen rondlopen, zoals hier een medewerker in een van de brugkelders. ILLUSTRATIE : NIEUWE SLUIS TERNEUZEN

Een plof in de binnenstad De inwoners van Terneuzen zijn over het algemeen best tevreden over het verloop van het langdurige bouwproject, blijkt uit enquêtes. Op 23 maart 2022 deed zich echter een incident voor. In de binnenstad was een enorme knal te horen. Ruiten trilden in hun sponningen of sprongen kapot, in muren verschenen scheuren. Wat was er aan de hand? Deskundigen waren bezig geweest met het opruimen van een kolkwand van de oude Middensluis, een combinatie van oerdegelijk metselwerk en extra beton. Een lange rij explosieven die over deze structuur waren verspreid, werden kort na elkaar tot ontploffing gebracht. Een kraanmachinist die op het terrein aan het werk was, schijnt te hebben gesproken van een skon plofke, een mooie ontploffing, maar dat waren de bewoners van Terneuzen niet met hem eens.

32

Het regende klachten en vanuit de binnenstad kwamen uiteindelijk zo’n tweehonderd schademeldingen. Inmiddels is meer dan de helft van de schades toegekend. Nader onderzoek wees inmiddels uit dat er door een rekenfout te veel explosieven waren gebruikt. De ladingen gingen bovendien te kort na elkaar af. De oostelijke wand van de oude kolk moet ook nog worden opgeruimd, maar dat zal volgens omgevingsmanager Harm Verbeek beter verlopen. ‘Het punt is dat de ondergrond, met zowel zand als klei als veenlagen, complex is. Daardoor is de drukgolf van een ontploffing lastig te voorspellen’, zegt hij. Mogelijk kon de drukgolf zich extra goed voortplanten via het water. ‘We hebben nu nog meer externe kennis ingezet om dit de volgende keer beter te doen.’

DE INGENIEUR • NOVEMBER 2022

ramen, moeten voorkomen dat schepen tegen de wand plakken. Ook zijn er drenkelingenladders aangebracht’, vertelt Verbeek. De wanden van de kolk zijn zogeheten combiwanden, een combinatie van buispalen en damwandplanken. ‘Het is heel degelijk gebouwd, want de kolk moet honderd jaar meegaan.’ Dubbele deuren Afgelopen mei, toen De Ingenieur ging kijken in Terneuzen, werd er nog druk beton gestort, maar begin oktober is de bouw van de Nieuwe Sluis al een heel eind op streek. De speciaal daarvoor gebouwde betoncentrale is al uit elkaar gehaald en verhuisd naar een ander project. ‘De betonnen bak ligt er en we zitten nu in de overgang van beton naar de installatie van mechanica’, zegt Verbeek. Zo is onlangs de eerste zogenoemde bovenrolwagen geinstalleerd, een van de twee mechanismen waarop elke sluisdeur loopt. De deuren, vervaardigd in China, zijn elk 58 meter lang en 25 meter hoog, en wegen tweeduizend ton. Bij rondleidingen wijzen de gidsen steevast naar een flatgebouw dat een paar honderd meter verderop staat. Zo groot is zo’n sluisdeur. ‘In de deuren zitten luchtkamers waardoor de deur voor een deel op het water drijft.’ Zit een deur op zijn plek, dan stromen deze kamers vol water. Dat de deuren dubbel zijn uitgevoerd is goed te zien vanuit de lucht. Is er onderhoud nodig aan een deur, bijvoorbeeld omdat er iets mis is met een ballastkamer of omdat er schade is door een aanvaring, dan kan die deur gewoon in zijn kas blijven staan. De andere deur neemt de schutfunctie over en de sluis werkt gewoon door. Alles voor de bedrijfszekerheid. In de deuren van de Nieuwe Sluis zit ook een slimmigheid: sproeikoppen die slib wegspoelen dat zich aan de onderkant van de deuren nestelt, doordat scheepsschroeven nu eenmaal slib omwoelen. Verbeek: ‘De bestaande


Westsluis heeft last van deze aanslibbing en dat willen we bij de Nieuwe Sluis voorkomen.’

sluiten en balken die elkaar in de weg zitten, worden in dat stadium al duidelijk. ‘Eigenlijk is het een 4D-model, want de factor tijd hebben we ook toegevoegd. Zo kregen we helder wanneer er waar een kraan kon worden opgezet. In totaal gebruikten we tien torenkranen.’ De virtuele sluis heeft zelfs wel wat weg van een computergame, want er kunnen ook virtuele mensen in rondlopen. Dat levert waardevolle inzichten op. Verbeek: ‘Kan een duiker bij de onderrolwagen komen om die te smeren? Is daar wel genoeg ruimte voor? En kan het veilig?’ Als de sluis straks is opgeleverd, is het idee dat aanpassingen aan de fysieke sluis ook in het 3D-model worden bijgehouden.

Het 3D-model is ook nodig voor het uitvoeren van onderhoud

Scheepsrecht Als de Nieuwe Sluis klaar is, is hij eigenlijk drie keer gebouwd. Als virtueel model in de computer, als schaalmodel en uiteindelijk in het echt. Het schaalmodel dat bij Deltares in Delft is gebouwd – een model met schaal 1 op 33 – onderzocht met name de krachten die waterstromingen op het schip uitoefenen tijdens het vullen of leeglopen van de sluiskolk. Er komt dan ineens veel zoet water bij het zoute water in de kolk en vanwege dichtheidsverschillen – zoet water heeft een lagere dichtheid dan zout water en stijgt op – gaat een schip bewegen. ‘Dit treedt op als het water aan de ene kant van een schip sneller stijgt dan aan de andere zijde. En als vervolgens de deur weer opengaat, krijgt het schip opnieuw een klap. Dit is te voorkomen door het nivelleren van het water heel voorzichtig te doen, maar dan wordt de gewenste capaciteit van de sluis niet gehaald’, legt Verbeek uit. Het virtuele 3D-model voorzien van alle details, dat de bouwers van de Nieuwe Sluis maakten, was bedoeld om het ontwerp verder te finetunen wat betreft de juiste verhoudingen en materiaalgebruik. Vroeger zou het ontwerp zijn vastgelegd in een dikke stapel bouwtekeningen, gemaakt door een legertje tekenaars op hun tekentafels. Nu gaat dat proces op de computer en in 3D. ‘We hebben het 3D-model ook later nodig voor het uitvoeren van het onderhoud’, vertelt Verbeek. Als er een goed 3D-model is, helpt dat ook bij de bouwplanning. Conflicten zoals onderdelen die niet aan-

Onderzoeksinstituut Deltares bouwde een schaalmodel om te kijken welke stromingen optreden bij het vullen of legen van de kolk. foto : nieuwe sluis terneuzen

’’

Openstelling De betonnen bak van de nieuwe Middensluis is eind oktober af en de deuren staan op de planning om begin 2023 te worden ingevaren. Ook worden wegen omgelegd – de wegen over de sluis maken deel uit van het lokale weggennet – en treffen bouwers voorbereidingen voor een tijdelijke brug. Begin volgend jaar leggen ze de mechanische onderdelen verder aan, evenals de installaties. Als het testen vervolgens naar wens gaat, staat de oplevering van het megabouwwerk gepland voor medio 2023. Openstelling van de sluis volgt pas ná de oplevering. Zodra de sluis af is, moet zowel de techniek als de procedures voor het bedienen van de sluis met schepen erin, nog uitgebreid worden getest. • Volg de voortgang van de Nieuwe Sluis in Terneuzen op nieuwesluisterneuzen.eu NOVEMBER 2022 • DE INGENIEUR

33


Enith

Een maandelijkse column in stripvorm door wetenschapsjournalist Enith Vlooswijk.

34

DE INGENIEUR • NOVEMBER 2022


WA AR

KUN N EN

WE

DEZE

M A A N D

N A A RT O E?

DE

IN GEN IEU R

TI P T

T E K S T: J I M H E I R B A U T

t/m 29/1

Videogames in overvloed

Geldstromen als water

Wie maakt ons geld? Waar stroomt het naartoe? En waarom werkt ons financieel systeem niet voor iedereen? Deze vragen staan centraal in Het waterwerk van ons geld, het nieuwste project van kunstenaar en cartograaf Carlijn Kingma. Met haar ongelooflijk uitgebreide en gedetailleerde architectonische ontwerpen visualiseert zij onzichtbare sociale en politieke machtsstructuren en gaat ze op zoek naar alternatieven voor de

toekomst. Met haar nieuwste werk stapt Kingma in een lange traditie van kunstenaars die aandacht vragen voor de invloed van geld en bankieren op onze samenleving. In de tentoonstelling zijn – naast Kingma’s eigen werken – ook historische kaarten en oude spotprenten over hebzucht en hoogmoed te zien. Info: rijksmuseumtwenthe.nl/content/3113/nl/ carlijn-kingma-het-waterwerk-van-ons-geld

Zin om klassieke videogames te spelen of meer te weten te komen over de historische, maatschappelijke en culturele kant van games van vroeger én van de toekomst? Ga dan naar Zoetermeer, en (her) ontdek het Nationaal Videogame Museum. Het museum heeft ruim tweehonderd spelcomputers, homecomputers en arcadekasten speelklaar staan, en 327 unieke speelplekken. Naar eigen zeggen ‘de grootste arcadehal van heel Europa’. Meer info: nationaalvideogamemuseum.nl/gameplay

Zeker weten?!

t/m 31/12

Kennismaken met Lorentz In het Haarlemse Teylers Museum kunnen bezoekers op een bijzondere manier kennismaken met Hendrik Antoon Lorentz, de grootste natuurkundige die Nederland ooit heeft gekend. Begin vorige eeuw had Lorentz in dat museum zijn eigen bloeiende laboratorium. Via een theatrale rondleiding door zijn werkkamer en lab is te ontdekken wie Lorentz was en hoe belangrijk hij voor de wetenschap is geweest. Op zijn bureau ligt nog correspondentie met de jonge Albert Einstein, die erg opkeek tegen de Nederlander. Maar Lorentz hield het niet bij natuurkunde; hij rekende in deze werkkamer ook acht jaar lang aan oplossingen voor de huidige Afsluitdijk. Meer informatie: teylersmuseum.nl/nl/bezoek-het-museum/wat-is-er-te-zien-en-te-doen/ de-lorentz-formule beeld : carlijn kingma ; sanne peper ; depositphotos

Waarom is de hemel blauw? Bestaat geluk? Wat is een zwart gat? Waarom eten mensen snotjes uit hun neus? Waar hangt de cloud? Vragen stellen en een tomeloze nieuwsgierigheid staat aan de basis van de wetenschap, zo is te zien in de nieuwe wisseltentoonstelling Zeker weten?! van het Discovery Museum in Kerkrade. Maar hoe vinden wetenschappers antwoorden? Twijfelen ze ook wel eens? Hoe weten ze iets zeker? Wetenschap leidt meestal niet direct tot resultaat. Wetenschap kan ook twijfel vergroten en nieuwe vragen opwerpen in plaats van ze te beantwoorden. Meer info: discoverymuseum. nl/activiteiten/zeker-weten

NOVEMBER 2022 • DE INGENIEUR

35


TENTOONSTELLING T E K S T: J I M H E I R B A U T

Met de tentoonstelling RetroFuture heropent Eindhovens icoon voor publiek

Terug naar de toekomst in het Evoluon De toekomst is lastig te voorspellen, van technologie al helemaal. Maar terugkijken op toekomstdromen van weleer levert boeiende perspectieven op. Dat doet de tentoonstelling

RetroFuture in het Eindhovense Evoluon.

De tentoonstelling is opgebouwd uit tunnels, een handige manier om intieme ruimten te creëren. FOTO : DE INGENIEUR

Op een zonnige zondagmiddag, begin oktober, bezoekt De Ingenieur de tentoonstelling RetroFuture. Binnen is het rustig, waarschijnlijk doordat de jaarlijkse marathon die dezelfde dag in Eindhoven wordt gehouden. Het Evoluon, ooit een interactief techniekmuseum dat honderdduizenden bezoekers trok, was de afgelopen decennia door eigenaar Philips gesloten voor het algemene publiek. Nu is het weer open. Bij het binnenstappen van het iconische bouwwerk lijkt het alsof de tijd heeft stilgestaan. De mensen van Next Nature – een internationaal netwerk voor iedereen

die graag meepraat over hoe de toekomst eruit kan zien – richtten er RetroFuture in. De tentoonstelling gaat over toekomstdromen, en wat daarvan is te leren. ‘In RetroFuture verbeelden kunstenaars en andere creatievelingen de wereld van nu en straks. Zo wordt dat idee van hoe de toekomst eruit kan gaan zien minder abstract en krijgen mensen er meer grip op’, zegt Next Nature-directeur Koert van Mensvoort in een persbericht. Bevreemdend De centrale hal van het gebouw blijkt groter dan die van buitenaf leek. Lang niet de hele hal is in gebruik voor RetroFuture, maar toch is het veel te veel om in een middag allemaal ‘te doen’. De tentoonstelling bevat drieduizend vierkante meter aan design, kunst, wetenschap en film, met een hoge informatiedichtheid. De indeling is aan het gebouw aangepast en gebaseerd op de drie ringen van de centrale hal, die de bezoeker van onder naar boven wordt geadviseerd af te werken. Eenmaal boven is daar, als een kers op een taart, de Retro Future Kermis met een aantal gamekasten zoals in een arcadehal. De bezoeker kan er een ritje naar de verre toekomst maken in een draaimolen, schieten op donororganen, zwemmen als een virtuele vis, praten met een algoritme of een deepfake maken van zichzelf, waardoor de tentoonstelling even een bevreemdend gevoel opwekt. Verwachtingen van vroeger RetroFuture neemt de bezoeker mee in de techniek van het verleden én in de verwachtingen die we vroeger hadden van de toekomst. Opvallend is dat de tentoonstelling

Vliegende schotel In de jaren zestig, zeventig en tachtig bezochten veel Nederlanders het vooruitstrevende techniekmuseum dat het Evoluon destijds was. Het was daar een feest voor iedereen die in technologie en bèta geïnte36

resseerd was; kinderen mochten overal aan zitten. Het Evoluon was interactief en zal bij menig puber de kiem hebben gelegd voor een exacte studie. Eigenaar Philips trok echter in 1989 de stekker uit het museum en zette

DE INGENIEUR • NOVEMBER 2022

het markante gebouw voortaan in voor congressen en bedrijfsbeurzen. Het Evoluon is een – nog altijd – bijzonder gebouw, dat doet denken aan een net gelande vliegende schotel. Het knappe is dat de architectuur

tegelijk futuristisch en gedateerd overkomt. Het gebouw bestaat uit veel kaal beton, houten panelen en hier en daar blinkend staal. Veel originele details zijn behouden gebleven, al of niet van een ander verfje voorzien.


nergens oordeelt, zelfs niet over de meest belachelijke technische oplossingen. Steeds worden verbanden gelegd tussen maatschappelijke ontwikkelingen en nieuwe technologieën, en zo biedt RetroFuture de bezoeker inzichten die steeds verrassen en de kennis verrijken. Er is te veel om op te noemen. De vliegtuigcabine met kleine beeldschermen in stoelen die fragmenten van futuristische films uit het verleden laten zien, van Robocop tot 2001: A Space Odyssey. Een tunnel vol met futuristische voertuigen uit Amerikaanse comics en tekenfilms, steeds twee keer te zien: als tekening en als ge3D-print model dat wit is geverfd. Alles staat overigens in tunnels, een slimme manier om intieme ruimten te creëren in een enorme hal waar de muren en het plafond steeds te ver weg zijn om iets aan te bevestigen. En wat te denken van de kruidenierswinkel, volgestouwd met vreemde drankjes en houdbare etenswaren die bezoekers doen twijfelen of dit een grap is of toch serieus bedoeld. Een flesje cocaïnetinctuur? Gevriesdroogd astronautenvoedsel? Mac and cheese geperst in de vorm van een caketulband… Voorlopige conclusie: alles heeft echt bestaan, en de winkel moet laten zien dat de voedingsindustrie door de jaren heen soms rare

dingen heeft bedacht. Ooit waren die drankjes en hapjes vooruitstrevend, maar het zijn geen blijvertjes gebleken.

De Retro Future Fair is een soort arcadehal vol bevreemdende maar boeiende games. foto : next nature

Grijs kantoorleven? Op grote wanden vol tekst en associaties staan de thema’s van de tentoonstelling uitgewerkt. Dit onderdeel kan wat saai worden voor de bezoeker, maar steeds als die zich even omdraait staat-ie oog in oog met een ander bijzonder kunstwerk. Fraai is ook het vogelpak waarmee Floris Kaayk in 2012 de wereld heel even wijsmaakte dat hij – onder het pseudoniem Jarno Smeets – kon vliegen als een vogel. En indrukwekkend, op een bevreemdende manier, is het videokunstwerk Tribe Tower van studio SMACK. Dat toont een soort Toren van Babel die steeds groter groeit en waarin grijze figuren hun doelloze rondjes lopen. Kritiek op de consumptiemaatschappij of het eentonige kantoorleven van veel mensen? Wie zal het zeggen, maar alleen het kunstwerk is al fascinerend genoeg om minutenlang naar te staren. • Tentoonstelling RetroFuture Evoluon, Eindhoven, t/m 23 maart 2023 Meer info: nextnature.net/projects/retrofuture NOVEMBER 2022 • DE INGENIEUR

37


EVOKE

ADVERTORIAL

Vincent brengt Philips op koers voor industrie 4.0 Vincent Wouterse is een enthousiaste positieveling die in oplossingen denkt. Als manufacturing engineer bij Philips Healthcare, via Evoke, zorgt hij ervoor dat de fabriek blijft draaien en essentiële medische machines kunnen blijven worden gemaakt. ‘Ons werk is belangrijk. We helpen er werkelijk mensen mee.’ In de Philips-fabrieken in Best worden medische apparaten gemaakt, zoals MRI-systemen, beeldgeleide therapie-apparatuur en röntgenmachines. Zijn er problemen met de bouw van die laatste apparaten, dan wordt Vincent gebeld. ‘In de fabriek worden losse componenten samengevoegd tot één systeem, waarna alles uitgebreid wordt getest. Hierbij kunnen fouten optreden en problemen worden ontdekt.’ Klanten kunnen uit verschillende mogelijkheden kiezen en soms blijken onderdelen niet goed samen te werken. ‘Ik zoek dan uit wat het probleem is, om ervoor te zorgen dat de productie zo snel mogelijk weer door kan.’ Daarnaast houdt de ambitieuze Vincent zich bezig met het verbeteren van processen. ‘Het gaat dan vaak om kleine dingen waarvan wij gewoon zien: “Dit kan beter.”’ Verder denkt de ingenieur na over het moderniseren van de fabriek. Dat gaat verder dan alleen het digitaliseren van de werkinstructies. ‘We moeten toe naar industrie 4.0, naar vrijwel 38

DE INGENIEUR • NOVEMBER 2022

volledig digitaal en data driven werken. Als we meer data verzamelen, kunnen we dit vervolgens gebruiken om inzicht te krijgen in processen en deze verbeteren. Daarnaast kunnen visuele inspecties digitaal en kan er veel worden geautomatiseerd, zoals automatische palletwagens die producten door de fabriek verplaatsen.’ Dat is de toekomst waar Vincent heen wil, maar omdat Philips medische systemen maakt, heeft dat niet de hoogste prioriteit. ‘Het is belangrijker dat wij iets maken wat absoluut veilig is en geen risico voor de patiënt vormt dan dat wij de allermodernste systemen hebben. We lopen liever een beetje achter, zodat we met zekerheid kunnen zeggen dat wat wij maken absoluut perfect is. Dat laatste stukje state of the art voegt voor de patiënt niet veel toe. Betrouwbaarheid, kwaliteit en regelgeving zijn bij ons het belangrijkst.’ Lees het hele verhaal op evokestaffing.nl/vincent FOTO : BART VAN OVERBEEKE


Jims verwondering ‘Voorsprong door techniek.’ Echt waar?, vraagt redacteur Jim Heirbaut zich af.

Verslavend kastje Mijn dochter van tien klaagde laatst dat ze in de klas de enige is zonder mobieltje. Zo kan ze niet meepraten in de WhatsAppgroep van de klas, mopperde ze. Ouders weten dat kinderen zoiets behoorlijk kunnen aandikken. Maar je hart breekt toch een beetje als je zoiets hoort. Een beetje, want mijn vrouw en ik vinden dat een kind van tien nog geen eigen mobiele telefoon hoeft te hebben. Misschien dat we de laatsten zijn in dit land die er zo over denken, maar dat is dan maar zo. Het gaat niet eens zozeer om het apparaatje an sich, maar meer om de apps die erop staan. Apps die allemaal schreeuwen om aandacht. YouTubefilmpjes, appberichten en Instagram-influencers. Spelletjes, muziekjes en memes. Veel kinderen en jongeren zijn zo afhankelijk van hun telefoon dat in de Engelstalige media al wordt gesproken van ‘digitale heroïne’. Onze dochter is nog zo schattig naïef. ‘Kijk papa, ik heb een TikTokdansje geleerd!’ Hartstikke leuk zo’n dansje, maar van TikTok ben ik geen fan. Dit platform, het snelst groeiende sociale medium, gebruikt alle trucs uit de toolbox ‘hoe maken we apps verslavend’. En dat niet alleen, eerder ontdekten journalisten dat TikTok onder de motorkap allerlei gegevens van zijn gebruikers binnenhaalt, allemaal dingen die het aan de Chinese staat gelinkte bedrijf geen bal aangaan.

Omdat we bepaalde dingen simpelweg niet kunnen tegenhouden, hebben we onze dochter voor thuis een oude mobiel gegeven. Ze kan er muziek mee luisteren op Spotify en dingen opzoeken op Google. Ook heeft ze nu de YouTubevideo’s ontdekt, maar daarop kijkt ze tot nu toe vooral leerzame dingen. Af en toe kijken wij als ouders even mee. Die smartphone is echt een medaille met een keerzijde. Er zijn twee verschillende verhalen over te vertellen. Enerzijds is het ding een wonder van techniek, zoveel rekenkracht in een klein kastje. De smartphone van nu is duizend keer krachtiger dan een supercomputer in de jaren tachtig. Hij geeft je toegang tot alle informatie van de wereld, alle muziek, appgesprekken met vrienden, je e-mail, hoge kwaliteit foto’s en video’s, je adresboek en routeplanner. Ongekend! Het andere verhaal is dat de telefoon apps bevat die verslavend zijn en op elk moment van de dag schreeuwen om aandacht. ‘Lees mij!’; ‘Open WhatsApp, je hebt een bericht.’ Ook wij volwassenen weten dat het lastig is om de smartphone weg te leggen. Misschien waren onze levens leuker en gemakkelijker als de ‘sociale’ media niet waren uitgevonden. Denk Facebook, Twitter, Snapchat, Instagram en TikTok eens weg, wat zou dat al een boel schelen. Niet voortdurend het idee hebben iets te missen, wat zou ik dat mijn dochter gunnen.

Apps schreeuwen elk moment van de dag om aandacht. (Het meisje op de foto is niet de dochter van de columnist.) FOTO ’ S : ROBERT LAGENDIJK ( PORTRET ) ; DEPOSITPHOTOS

NOVEMBER 2022 • DE INGENIEUR

39


Productontwerpen van morgen

Re-cyclekleding Wielerkleding wordt, net als andere sportkleding, gemaakt van plastics uit fossiele brandstoffen. Startup Velor Cycling maakt een wielershirt uit acht gerecyclede PET-flessen. Het idee voor een duurzamer wielershirt kwam voort uit de klimaatzorgen van de Franse broers Florian en Mickaël Jardin. Samen met hun vriend Peter Roozemond en oudberoepsrenner Tom Leezer runnen ze op de Brightlands Campus in Sittard nu de startup Velor Cycling. ‘Wielerkleding is altijd gemaakt van plastic, een product van olie’, vertelt Leezer. ‘Wij maken polyester garen van PET-flessen, waarmee we weer de wielershirts produceren.’ Wielerbroeken, arm- en been40

stukken zijn vaak van polyamiden, weer een ander type vezel. Die maakt Velor uit afval uit de Middellandse Zee, zoals visnetten en stukjes tapijt. De volgende stap is om de wielerkleding volledig circulair te maken. ‘Deze zomer hebben we voor het eerst een shirtje gerecycled tot kunststof pellets. Het eerste kwartaal van 2023 willen we tweehonderd oude shirts recyclen tot nieuwe kleding. We zijn optimistisch gestemd en denken dat het ons gaat lukken om 120 shirts terug te winnen.’

DE INGENIEUR • NOVEMBER 2022

Bedrijven, studenten- en wielerverenigingen die zelf hun ontwerp op de kleding laten drukken, weten Velor goed te vinden. Daarnaast heeft Velor ook een kleine collectie die het bedrijf online en in twee winkels verkoopt. Gebruikers zijn positief over de kleding, vooral over de broeken. ‘Dat is erg leuk om te horen, vooral omdat ik weet hoeveel beroepsrenners er aan het klooien zijn met de zemen in hun sponsorbroek. Als ze de zeem niet goed vinden, halen ze die eruit om er een andere in te zetten.’

Omdat draagcomfort belangrijk is voor fietsers, koos Velor voor een traditionele zeem. Een deels gerecyclede zeem is nog in ontwikkeling. Velor zou nog een veel groter publiek kunnen bereiken door kleding te leveren aan een professionele wielerploeg. Daarvoor moet de kledingsponsor vaak een smak geld op tafel leggen. ‘Dat is voor ons nog geen optie. We zijn wel in gesprek met een amateurwedstrijdwielerploeg om de renners in Velorkleding te laten fietsen.’ (SB)

foto : velor cycling


T E K S T: P A U L S C H I L P E R O O R D E N S I J A V A N D E N B E U K E L

Tuinbutler Voor wie een grote tuin, weinig tijd en veel geld heeft, biedt de multifunctionele tuinrobot van het New Yorkse bedrijf Yarbo een oplossing.

Slimme douchekop Waterbesparende maatregelen worden de komende jaren steeds belangrijker. De Reva-douchekop bespaart nu al water door de stroom met 85 procent te verminderen als er even niemand onder staat. Tijdens de droogte in Californië van 2014 besefte de Amerikaanse uitvinder Evan Schneider onder de douche dat daarvoor helemaal niet zoveel water nodig is. Waarom moet het water blijven doorlopen terwijl iemand zich inzeept of het haar shampoot? Hij ontwikkelde daarop een douchekop met infraroodsensor, die detecteert of er iemand onder de waterstraal staat. Deze Reva is nu door Oasense, waarvan Schneider medeoprichter is, in productie genomen. De Reva-douchekop heeft een diameter van 16,7 centimeter en past op een standaardaansluiting. In de douchekop zitten naast de sensor ook een microwaterturbine om stroom op te wekken, een batterij die stroom opslaat en een micro-

FOTO ’ S : OASENSE ; YARBO

processor. De wateraansluiting bevat bovendien een metalen temperatuursensor die in direct contact staat met het stromende water, voor snelle en precieze metingen. Bij het aanzetten van de douche gaat de waterstraal lopen met de maximale stroomsnelheid van 6,8 liter per minuut. Zodra de temperatuursensor meet dat de ingestelde temperatuur is bereikt, gaat de stroomsnelheid terug naar 1,1 liter per minuut. Als de infraroodsensor detecteert dat er iemand onder de waterstraal stapt, schakelt de waterstroom weer naar volle stroomsnelheid. Stapt die persoon weer onder de waterstraal vandaan dan schakelt de stroomsnelheid terug naar ongeveer 15 procent. Met een knop achterop de douchekop is de infraroodsensor voor een enkele douchebeurt ook uit te schakelen, maar dan wordt er natuurlijk niets bespaard. Volgens Oasense hebben sommige gebruikers dankzij Reva hun douchewaterverbruik gehalveerd. (PS)

Eindeloos grasmaaien en bladeren harken is met de Yarbo 3-in-1 verleden tijd. Met drie verschillende modulen kan deze tuinrobot zelf het gras maaien, blad blazen en sneeuwruimen. Sensoren en intelligente algoritmen bepalen met een 4G-signaal de plaats van Yarbo tot op de centimeter nauwkeurig. Zo vindt de robot zijn weg zonder een begrenzingskabel op of onder het gazon. De tuinrobot is ontworpen voor echte winters met dikke pakken sneeuw. De robot kan met rupsbanden over gladde obstakels rijden en sneeuw wegblazen over een afstand van van ruim twaalf meter. De robot is buitengewoon sterk. In een video toont Yarbo hoe de robot een Tesla-auto langzaam vooruit trekt. En dat is nog niet alles. Yarbo werkt aan nog meer modulen zodat de tuinrobot ook het gazon besproeit, de moestuin oogst, de afvalcontainers naar de straat brengt, hondenpoep opruimt, pakketjes ophaalt en het terrein bewaakt met een camera. Wie deze moderne tuinman in huis wil, betaalt ruim zevenduizend euro. Op lanceringsplatform Kickstarter is al bijna drie miljoen euro in de tuinrobot geïnvesteerd. (SB)

NOVEMBER 2022 • DE INGENIEUR

41


EUREKA

Energiefolie De derde generatie zonnecellen, dye-sensitized solar cells, werkt ook binnenshuis, in de schaduw en wanneer het regent. Ideaal voor gebruikerselektronica, claimt het Zweedse bedrijf Exeger. Een van de grootste uitdagingen van zonne-energie is de opslag, want juist in de winter, wanneer er weinig zonuren zijn, is die energie het hardst nodig. De gepatenteerde dyesensitized solar cells (DSSC) van het Zweedse technologiebedrijf Exeger werken zelfs beter bij minder licht. De zonnecellen zijn niet efficiënter dan de eerste generatie silicium fotovoltaïsche (PV) zonnepanelen op dak. Ze halen tot nu toe maximaal 14 procent efficiëntie tegen de 25 tot 30 procent van de huidige PVpanelen, maar bij minder licht zijn DSSC’s in het voordeel. Exeger is het eerste bedrijf dat het zonnecelmateriaal

42

DE INGENIEUR • NOVEMBER 2022

Powerfoyle op de markt brengt in gebruikerselektronica. Elektronica zoals een muis en toetsenboord worden vaak binnen gebruikt en hebben maar weinig stroom nodig. Zo kan een batterij met zeldzame metalen of giftige materialen worden bespaard. Bovendien is het materiaal zo dun als papier en flexibel. De cellen van DSSC’s zijn geïnspireerd op fotosynthese, het proces in planten waar bladgroen (chlorofyl) zonlicht en koolstofdioxide omzet in zuurstof en energie. Bij DSSC’s raakt een organische kleurstof door licht in een energetisch aangeslagen toestand. Wanneer de moleculen terugvallen naar

lagere energieniveaus, brengen ze een energiecascade op gang waarbij elektronen vrijkomen en een stroom gaat lopen. In 1988 ontdekte de Zwitserse chemicus Michael Grätzel dit principe al. Heel efficiënt was het proces toen nog niet. Exeger wist met een aantal aanpassingen in het ontwerp van Grätzel de zonnecel duizend keer efficiënter te maken. Het bedrijf verwerkte het Powerfoyle-materiaal al in helmen, draadloze oortjes en verschillende koptelefoons. Naast consumentenelektronica zien ze ook een markt voor het Internet of Things, waarbij de DSSC’s kleine sensoren van stroom kunnen voorzien. (SB)

foto : powerfoyle


Opblaashulp Australische studenten ontwikkelden een opblaasbare mat om patiënten makkelijk mee te verplaatsen in bed. Dit is comfortabeler voor zowel de zorgverlener als de patiënt.

Airbaghelm Een fietshelm is geen garantie tegen zwaar hoofdletsel bij een ongeluk. De Zweedse bedrijven Autoliv en POC willen daarom de bescherming van de fietshelm verhogen door een airbag toe te voegen. In Nederland is in de afgelopen tien jaar het aantal fietsers dat bij een ongeluk ernstig gewond raakt met bijna een derde toegenomen. Veel van de zware verwondingen betreft hoofdletsel. Deze trend is in meer landen zichtbaar. In Zweden is hoofdletsel goed voor de helft van de dodelijke ongevallen onder fietsers. Dit was aanleiding voor Autoliv, fabrikant van veiligheidssystemen voor de auto-industrie, en POC, fabrikant van beschermende kleding en accessoires, een oplossing te bedenken. Het werd een fietshelm met airbagtechnologie. Deze bestaat uit de conventionele binnenzijde van een fietshelm met beschermlaag, waarop een airbagsysteem is gemonteerd. Dit wordt afgedekt door een schaal die bestaat uit vijf delen. Als de airbag bij een ongeluk opblaast, duwt dit de vijf schaaldelen naar buiten en vangt de eerste klap op. De binnenste beschermlaag vangt het tweede deel van de klap op. De combinatie van beide technieken vermindert volgens Autoliv de lineaire piekversnelling van het hoofd en daarmee de kans op ernstig letsel. De huidige fietshelmen hebben te weinig absorptievermogen om bij een aanrijding met een auto boven de twintig kilometer per uur de impact op te vangen. Volgens de eerste simulaties en botsproeven van Autoliv en POC zou de airbaghelm het risico op fataal hoofdletsel bij die snelheid terugbrengen van 80 naar 30 procent. De twee fabrikanten willen het concept nu verder doorontwikkelen. De toevoeging van de airbagtechnologie zou niet of nauwelijks invloed hebben op vormgeving, gewicht en comfort van de fietshelm. (PS)

Terwijl de zorg al onder druk staat, neemt het aantal ouderen in veel westerse landen hard toe. Er zijn bovendien relatief veel oudere zorgmedewerkers die zwaar werk moeten verrichten. Zorgverleners die aan huis komen, moeten bijvoorbeeld in hun eentje patiënten in bed verplaatsen en opnieuw positioneren. Dit kan fysiek heel belastend zijn en uiteindelijk leiden tot ziekteverzuim. De Airlift is speciaal ontwikkeld voor deze doelgroep. In de basis is de Airlift een stevige, dubbelwandige mat met een opblaasbare binnenkant. De dunne mat is vrij makkelijk onder een patiënt in bed te plaatsen. De zorgverlener kan de mat vervolgens met een luchtpomp oppompen om de patiënt te verplaatsen of anders neer te leggen. De Airlift is bedoeld om drie belangrijke bewegingen te ondersteunen: zijwaarts rollen, overeind komen zitten en opnieuw positioneren. Voor de eerste twee bewegingen wordt de mat eerst dubbelgevouwen in de lengteof breedterichting en daarna onder de patiënt geplaatst. Door de mat vervolgens op te pompen, ontstaat een soort pneumatische wig die de patiënt overeind duwt. Het opnieuw positioneren gaat door de mat in de lengterichting onder de patiënt op te pompen, waarna deze vrij makkelijk kan worden verschoven. Hiervoor zitten aan de zijkanten stevige handvatten. Dit is minder belastend voor de zorgverlener en prettiger voor patiënten. In plaats van dat er aan hen wordt getrokken, worden ze verschoven op een luchtkussen. De studenten van de RMIT University in Melbourne, die voor de Airlift zijn onderscheiden met de nationale James Dyson Award en een Good Design Award, willen het concept nu verder ontwikkelen tot een werkend prototype. Ze zoeken onder meer nog naar een geschikt materiaal dat weinig wrijving geeft voor het verschuiven in bed. Hun streven is dat de Airlift binnen vijf jaar op de markt komt. (PS)

FOTO ’ S : AUTOLIV ; AIRLIFT

NOVEMBER 2022 • DE INGENIEUR

43


EUREKA

Coronazelftest-app Een coronazelftest kan ook heel eenvoudig met een app, toont het Australische bedrijf ResApp aan. Gewoon door tegen de telefoon te hoesten. Onderzoekers aan de University of Queensland in Brisbane ontwikkelden in 2014 al een app, ResApp genaamd, die aan de hand van hoestgeluiden ademhalingsziekten kan diagnosticeren. Met kunstmatige intelligentie kan de app verschillende longaandoeningen onderscheiden, zoals astma, longontsteking en bronchiolitis veroorzaakt door het RS-virus. In maart 2022 toonde ResApp aan dat de app ook covid-19 kan vaststellen, met

44

DE INGENIEUR • NOVEMBER 2022

een gevoeligheid van 92 procent: slechts acht procent van de coronagevallen werd gemist. Zelftesten moeten een gevoeligheid hebben van minimaal 90 procent. Bij twee op de tien gaf de test een foutpositief resultaat, waarbij iemand die geen corona heeft wel positief test. Pfizer toonde direct na dit nieuws interesse in de overname van het bedrijf. Eind september kocht Pfizer ResApp voor een bedrag van 116 miljoen euro.

Het gebruik van de app is goedgekeurd in Australië en Europa. De app is met name bedoeld voor zorg op afstand. Ook hoopt ResApp dat de app kan worden gebruikt op afgelegen plekken in Afrika en Azië, waar de toegang tot ziekenhuizen een probleem is. De app is gratis te downloaden in de appstore. Op dit moment is de app alleen beschikbaar voor patiënten die een code van hun arts hebben ontvangen. (SB)

foto : resapp


Rolf zag een ding

Sommige dingen stralen misschien geen hoogwaardig ingenieurswerk uit, maar getuigen wel van denken als een ingenieur.

Grasmat

Zwevende rugzak Hoe praktisch een rugzak ook is, aan een zweterige rug is vaak niet te ontkomen. Een nieuw frame van VentaPak lost dit op met een ventilerende luchtlaag en voorkomt tegelijk rugklachten. De Amerikaanse ondernemer Mark Dingle bedacht de VentaPak om drie problemen op te lossen waar hij zelf tijdens het forenzen tegenaan liep: een bezwete rug, een verkeerde houding en rugpijn. De VentaPak is een accessoire dat met clips en banden op de achterkant van iedere rugzak kan worden bevestigd. Het geheel bestaat uit een gebogen, rechthoekig aluminium frame met een zachte schuimcoating en een opgespannen, flexibel gaasdoek. Het frame rust tegen de rug en fungeert daarbij als afstandshouder tussen drager en rugzak. Door het gaasdoek kan de rug vrijelijk ‘ademen’ en wordt die niet zweterig, althans niet door de rugzak. Bijkomend voordeel is dat spullen in de rugzak niet in de rug kunnen prikken, wat vooral fijn is voor fietsers die vaak met een wat bolle rug voorover zitten. Nog een voordeel is dat de VentaPak volgens Dingle het postuur iets corrigeert en zo rugklachten voorkomt. Dit komt enerzijds doordat het gewicht van de rugzak door de kromming van het frame op de lendenwervels rust: de grootste en sterkste botten in de wervelkolom. Anderzijds schept het frame afstand tussen drager en rugzak, waardoor de schouderbanden horizontaler op de schouders rusten en deze iets naar achteren trekken. Na de lancering in de Verenigde Staten brengt Mark Dingle de VentaPak in het voorjaar van 2023 in Europa op de markt, waaronder in Nederland. (PS)

FOTO : VENTAPAK; PORTRET : ROBERT LAGENDIJK

Het jaarlijkse Burning Man in de woestijn van Nevada is een raar evenement: je koopt een ticket en daarvoor krijg je een lege stad. Oké, de organisatie zet een stratenplan uit en wc’s neer, maar de invulling van die stad neemt iedereen zelf mee en deelt die een week lang met de andere tachtigduizend ‘inwoners’. De groep van zeventig mensen met wie ik optrok, bouwde een flink zonnepaneel van 6 bij 25 meter met een piekvermogen van 22 kilowatt. De energie daarvan deelden we met zo’n vierhonderd mensen van ‘ons dorp’ en met voorbijgangers die hun telefoon wilden opladen. Andere groepen namen hele geluidinstallaties inclusief dj’s mee en gaven elke nacht een feest. Weer anderen bouwden een sportschool (lekker in de hitte...), een bar of werkten mee aan geweldige kunst die in de woestijn wordt gemaakt. Onze buren dit jaar bouwden een tent van tien bij tien meter en legden daarin een grasmat neer waarop iedereen kon uitrusten. Daar moest ik professioneel toch even van slikken. Als watermanager weet ik wat gezond gras ongeveer nodig heeft: makkelijk drie millimeter aan water per dag. Op honderd vierkante meter is dat driehonderd liter per dag, meer dan tweeduizend liter voor de hele week! Water is logischerwijs een schaars goed in de woestijn: je moet minstens vier liter per persoon per dag drinken en je moet alles zelf meenemen. Onze buren hadden dus twee kuub extra water naar de woestijn gesleept, puur om een beetje op gras te kunnen liggen! Mijn watermanagers-hart vond dat ik daar wat van moest zeggen. Gelukkig heb ik inmiddels geleerd dat primair reageren meestal een slecht idee is. Na een nachtje slapen ging ik met een ietwat opener houding bij de buren langs om te vragen wat hun bezielde om een grasmat de woestijn in te slepen. Hun antwoord: ‘We willen mensen bewust maken van het verkoelende effect van groen in een stad en de beste manier is om dat te ervaren. Er lopen hier veel influencers rond, van Instagrammers tot politici, en als die deze ervaring meenemen naar de gewone wereld, veranderen misschien onze Amerikaanse betonjungles in groenere steden.’ Het hele idee om in de woestijn een feestweek te houden is eigenlijk absurd. Ik heb voor zeventig mensen pannenkoeken gebakken op een gasbrander, de halve stad draaide op dieselgeneratoren en ik meende de buren de les te moeten lezen over de hoeveelheid water die ze vergoten op hun gras... Rolf is universitair hoofddocent aan de TU Delft, maker, spreker en schrijver.

NOVEMBER 2022 • DE INGENIEUR

45



Doelen & drijfveren

De wereld een beetje beter maken, dat is de ambitie van veel ingenieurs. De duurzaamheidsdoelen van de VN vormen een vaste bron van inspiratie.

GOEDE GEZONDHEID EN WELZIJN

KWALITEITSONDERWIJS

Loes Segerink is hoogleraar biomedical microdevices aan de Universiteit Twente. Omdat zij als kind geen idee had wat er op een universiteit speelde, vertelt ze nu aan zoveel mogelijk mensen over haar onderzoek.

‘Zinvol bezig zijn, daar gaat het mij om’ Tekst: Amanda Verdonk • Foto: Bianca Sistermans

‘Als klein meisje, opgroeiend in Oldenzaal, wist ik eigenlijk niet dat je kon werken in de wetenschap. Er waren geen wetenschap­ pers in mijn directe familie. Mijn moe­ der was eerst laboratoriumanalist en later medewerker in een kledingwinkel en mijn vader was anesthesiemedewerker in een ziekenhuis. Ik vond technische vakken en biologie leuk, dus lag de Universiteit Twente voor de hand. Ik had geen idee wat er op een universiteit speelde, dat was een vaag basti­ on. Ik koos voor biomedische technologie en had een fantastische studietijd. Tijdens mijn afstudeerstage bij het revalidatie­ centrum Roessingh Research & Develop­ ment ontmoette ik mensen die daar aan het promoveren waren en mij viel op dat zij veel contact hadden met patiënten. Het nut van het onderzoek wordt daardoor direct dui­ delijk en dat vind ik erg mooi. Al zoekend naar een promotieplek kwam ik terecht bij de onderzoeksgroep BIOS dat labs-on-a-chip ontwikkelt. Dat was puur toeval, ik wist he­ lemaal niets van dat onderzoeksveld af. Het leukste aspect is de multidisciplinariteit: we werken met levende cellen én ontwikkelen computerchips. Ik heb daar gewerkt aan een chip voor zaadanalyse die de concentratie van de zaadcellen meet en de beweeglijkheid

bepaalt. We zijn er nog steeds mee bezig en hopen daarmee de vruchtbaarheidsbehan­ deling te verbeteren.’ In toga op school ‘Toen ik het eerste artikel over de vrucht­ baarheidschip publiceerde, kreeg ik veel media­aandacht. Dat was even schrikken, ik wist niet wat me overkwam. Later vond ik het toch wel leuk. Ik geef veel lezingen, wordt regelmatig geïnterviewd en er worden soms filmpjes gemaakt. Het heeft veel deuren voor me geopend. Ik kom met mensen in contact die me op weg helpen en op nieuwe ideeën brengen. Bijvoorbeeld dat je plantencellen op een chip kunt analyseren, wat nieuwe kennis over planten oplevert. Daar wil ik nu een eigen onderzoekslijn van maken. Ik heb ook een aantal keer in een festivaltent over mijn werk verteld. Aanvankelijk dacht ik dat festivalgangers niet geïnteresseerd zouden zijn, maar dat waren ze dus wel. Ik kreeg ook echt zinnige reacties. Mensen snappen wat ik doe, zijn oprecht geïnteresseerd en stel­ len relevante vragen. En het zet je aan het denken waarom je met iets bezig bent. Ook ben ik in mijn professorale toga op de school van mijn kinderen geweest, met handschoe­ nen en pipet. Het water opzuigen met pipet

vonden ze het allerleukst. Als je maar vaak genoeg laat zien wat er mogelijk is, niet al­ leen op de universiteit, maar ook in het mbo en hbo, dan kunnen kinderen betere keuzen maken. Organiseer bijvoorbeeld een leuke techniekweek: nodig timmerlieden, makers van computergames en mensen die Lego en bruggen bouwen uit. Dan zien kinderen er de meerwaarde van.’ Betere kankerbehandeling ‘Echt wetenschap doen, ook het schrij­ ven van artikelen dus, vind ik oprecht heel leuk. Omdat ik zo aan collega’s kan laten zien wat ik aan het doen ben. Ik heb veel geluk gehad dat ik na mijn promotieplek kon doorstromen als postdoc, universitair hoofddocent en sinds juni van dit jaar als hoogleraar. Naast het onderzoek met zaad­ cellen en plantencellen wil ik met urinetesten op chips ook de diagnostiek van sommige kankers verbeteren, zoals longkanker. Dat kun je nu namelijk niet screenen, waardoor je bij klachten eigenlijk al te laat bent. Ook zijn we aan het kijken of we de behandeling voor kinderen met hersenstamkanker kun­ nen verbeteren. Als we dat kunnen bereiken, dan zou dat echt fantastisch zijn. Zinvol be­ zig zijn, daar gaat het mij om.’ • NOVEMBER 2022 • DE INGENIEUR

47


I N N O VAT I E B E L E I D T E K S T: M A R L I E S T E R V O O R D E

Topondernemer helpt startups op weg naar succes

De bedrijvenfabriek In de Brabantse gemeente Geldrop, onder de rook van Eindhoven, staat het pand van The Bicycle Repair Man. Hier kunnen startups in de hightech machinebouw hun eerste stappen zetten op weg naar een winstgevend en volwassen bedrijf.

In een loods aan de rand van Geldrop gonst het van de bedrijvigheid. De ruimte is verdeeld in compartimenten, elk voor een net opgestart bedrijf. In de werkplaats wordt gefreesd en geboord, in de cleanroom staan mensen in witte pakken, achter de computers zitten voornamelijk jonge mannen. Alleen de ruimte van luchtzuiverings­ bedrijf AddCat is leeg. ‘Ze zijn op pad om hun ontwik­ kelde apparatuur te testen’, zegt Marc Evers, directeur van de talentenfabriek, zoals hij zijn onderneming graag noemt. ‘Ik mag niet zeggen waar ze naartoe zijn, maar het betreft de voedselindustrie en het stinkt er.’ Evers komt uit het bedrijfsleven. Hij zat zijn hele leven in de hightech machinebouw en heeft sinds zijn zeventiende altijd eigen bedrijven gehad. De laatste daar­ van was de Klein Mechanische Werkplaats Eindhoven (KMWE), een toeleveringsbedrijf dat onderdelen, mo­ dulen en systemen maakt voor klanten als Philips Medi­ cal, ASML en Airbus. Hier is het idee voor de talenten­ fabriek ontstaan, vertelt Evers. ‘Vanuit de wens om onze klanten van de toekomst zelf te creëren, startten we met KMWE nieuwe bedrijven op. Een deel van de concepten daarvoor bedacht ik zelf: ik ben een soort Willy Wortel, ik heb ongeveer veertig patenten geheel of gedeeltelijk op mijn naam staan. Maar we steunden ook mensen met talent die iets nieuws wilden opzetten.’ Toen de andere drie mannen uit het vierkoppige be­ stuur dat na verloop van tijd niet meer zagen zitten, be­ sloot Evers voor zichzelf te beginnen. ‘KMWE verhuisde naar de Brainport Industries Campus van Eindhoven. Ik kreeg veertien vrachtwagens vol spullen mee, heb mijn aandelen verkocht en ben een plek gaan zoeken dicht bij huis.’ Hoofdfietsenmaker Het mondde in 2019 uit in de oprichting van de TBRM­ group – de afkorting staat voor The Bicycle Repair Man. Evers: ‘Ik ben tot mijn vijftigste jaar cto of ceo van bedrijven geweest. Als iemand vroeg wat dat betekende, zei ik dat ik de hoofdfietsenmaker ben.’ Tevens is The Marc Evers bij de Continuo MJF, een machine die gebitsvormen print. foto : sam rentmeester 48

DE INGENIEUR • NOVEMBER 2022


AddCat reinigt lucht door die in een slim geprinte metalen structuren in contact te brengen met een katalysator. foto : addcat

Bicycle Repair Man de held in een filmpje van Monty ‘Dan scannen ze het gebit en modelleren met een soort Python’s Flying Circus, waar hij in een wereld vol super- morphing-programma de tussenstadia naar de gewensmannen met rode capes de enige is die hulp kan bieden te stand van de tanden.’ De machine kan straks drie tot vier beugels per minuut produceren. Evers: ‘Ik voorspel bij fietspech. De TBRM-groep wil startende bedrijven helpen zo snel dat je hierdoor over enkele jaren beugels gewoon bij een mogelijk een industrieel product te lanceren. ‘Vaak begin kraampje op de markt kunt kopen.’ Het bedrijf Designo maakt de scanners en software die nodig zijn ik zelf als een van de directeuren van zo’n beom de modellen van de lichaamsdelen te drijf ’, zegt Evers. maken, zowel voor Industrio als voor andere De TBRM-groep ondersteunt de startups afnemers. met het vinden van de weg in regelgeving en Blijf niet Verder zijn er Unit 040, dat add-ins ontwikfinanciële kwesties, maar ook met de techniek. achter de kelt om digital twins van apparaten en procesZo is er een werkplaats waar de bedrijven tetekentafel sen te maken zodat deze kunnen worden getest recht kunnen voor frezen, draaien, solderen, lassen, plaatwerk en spuitgieten, en lopen er zitten, maar en van software voorzien nog voor ze daadwerkelijk gebouwd zijn; CAT IP, dat processen specialisten rond in de natuurkunde, chemie, begin met ontwikkelt om bijvoorbeeld waterstof uit meelektrotechniek en mechanotronica. Evers: ‘Er bouwen thanol of sorbitol uit bietensap te winnen; Fastis veel kruisbestuiving en we hebben alles in micro, dat machines maakt die vervuiling met huis.’ Na drie tot vijf jaar, of als de omzet een micro- en nanodeeltjes in enkele seconden depaar miljoen euro overschrijdt, moet een betecteren, en Faraday Machine Equipment, dat drijf het pand verlaten en ruimte maken voor turbinewielen voor vliegtuigmotoren uit één stuk maakt een nieuwe club. van een legering van chroom en nikkel. Beugels en bitjes Eén van de bedrijven in de loods is AddCat, dat appara- Bouwen maar! ten maakt om geurcomponenten uit vervuilde lucht te Voorwaarde voor een bedrijf om mee te doen, is dat het halen en vandaag dus veldwerk verricht op een stinkende hightech machines bouwt. De TBRM-groep levert de locatie. De luchtreinigers gebruiken katalytische oxida- ondersteuning en steekt er geld in, in de hoop dat na een tie: de lucht wordt door een slim 3D-geprinte metalen paar jaar ruimschoots terug te verdienen. Evers verwacht katalysator geleid. Dankzij het grote oppervlak van de in 2023 de eerste aandelen te verkopen. De filosofie is simpel, zegt Evers: ‘Blijf niet achter de metaalstructuur werkt het mechanisme al bij honderd tot driehonderd graden Celsius in plaats van de duizend tekentafel zitten tot alles tot in detail is uitgewerkt, maar begin vast met bouwen zodat je ziet of het concept werkt. graden die normaliter nodig is. Daarnaast zit Industrio, dat productiemachines Ga zo snel mogelijk de markt op, zorg dat je kurk begint maakt om gepersonaliseerde producten te printen zoals te drijven.’ Of, zoals Ron Kok van de OTB-groep waar steunzolen, prothesen, ‘bitjes’ voor gebitsbescherming Evers vroeger werkte het altijd grappend zei: ‘Kill the bij sport en beugels om tanden recht te zetten. Evers: engineers and start production!’ •

’’

NOVEMBER 2022 • DE INGENIEUR

49


De Ingenieur in gesprek

Liselore Tissen over de betekenis van 3D-reproducties voor de kunst

‘Het moet zo goed mogelijk lijken, maar ook niet té goed’ Dankzij nieuwe technieken zijn reproducties van schilderijen nauwelijks meer van echt te onderscheiden. Dat helpt bij het onderzoek en de communicatie, maar verandert ook onze perceptie van kunst en authenticiteit, zegt technisch kunsthistoricus Liselore Tissen. Tekst: Marlies ter Voorde

In de museumwinkel van het Mauritshuis in Den Haag kunnen bezoekers tegenwoordig reproducties kopen van Het puttertje van Carel Fabritius of Meisje met de parel van Johannes Vermeer, die nauwelijks van echt zijn te onderscheiden. Dankzij scan- en 3D-printtechnieken is zelfs het reliëf van de kwaststreken identiek. Met één druk op de knop rollen de schilderijen uit de printer. Wat doet dit met de waarde en betekenis van kunst? Dat is het promotieonderzoek van technisch kunsthistoricus Liselore Tissen aan de Universiteit Leiden en de TU Delft. Iedereen kan straks een exacte kopie van zijn favoriete kunstwerk aan de muur hangen, begrijp ik dat goed?

‘Nu ja, ik wil niet de meestervervalser uithangen, maar dat komt voor veel mensen inderdaad binnen handbereik. Het is nog wel duur. Een 3D-geprint puttertje kost zevenhonderd euro, een geprinte Vermeer twaalfhonderd, maar hoe je het ook bekijkt: het wordt wel een stuk minder exclusief. Neemt de vraag toe, dan worden er meer scanners ontwikkeld en worden zulke reproducties goedkoper. Het 3D-printen van kunst staat nu nog in de kinderschoenen.’ Dat is wel een positieve ontwikkeling, toch? Of kijkt u daar anders naar?

‘Daarover lopen de meningen uiteen. In de kunstwereld spitst de discussie zich toe op de vraag wat het betekent voor de relatie tussen het origineel en de reproductie. Verliest het origineel niet aan waarde als het met één druk op de knop is te kopiëren? Komen mensen dan nog 50

DE INGENIEUR • NOVEMBER 2022

wel naar het museum? Het is nogal paradoxaal, heb ik gemerkt: aan de ene kant willen mensen dat een reproductie zo goed mogelijk lijkt, aan de andere kant zijn ze huiverig voor het 3D-printen van een kunstwerk, want dan lijkt het te goed.’ Hoe werkt het printen?

‘Eerst scannen we het schilderij, waarbij de kleuren en de hoogteverschillen in kaart worden gebracht. Daarvan maken we een computermodel en dat wordt geprint. De textuur wordt laagje voor laagje opgebouwd van plastic. Daarop komt de kleur met uv-uithardende inkt, meestal gevolgd door nog een paar transparante polymeerlagen voor het glanseffect. Zonder die lagen ziet iedereen meteen dat het niet echt is. Idealiter komt het kunstwerk als één pakket uit de printer, maar bijvoorbeeld het printen van goud en zilver is nog ingewikkeld. Momenteel ben ik bezig met het reproduceren van het schilderij De kruisiging van de Meester van de Bewening van Christus te Lindau, uit het museum Catharijneconvent in Utrecht. Het origineel had een gouden achtergrond. Daar moet na het printen nog wel een restaurator mee aan de slag.’ Is een 3D-print inderdaad niet van echt te onderscheiden?

‘Voor een leek niet, zeker niet als het werk is ingelijst. Alleen als iemand er met zijn neus bovenop staat, zijn de pixels te zien. Suppoosten in een museum vertelden me dat zij het niet zouden opmerken als ik de schilderijen zou vervangen door 3D-prints. Zelf heb ik als kunsthistoricus goed leren kijken naar het materiaal van een schilderij: hoe ziet dat er uit, wat is de chemische samen-


2013-2018: bachelor en master kunstgeschiedenis, kunstkritiek en kunstbehoud, Universiteit Leiden 2015-2016: minor restauratie en conservering, Universiteit Amsterdam 2019-heden: promotieonderzoek naar de betekenis van 3D-printen voor onderzoek, behoud en presentatie van schilderijen, TU Delft 2021-heden: actief bij Faces of Science, promovendi die bloggen over wetenschap, van de KNAW

Waarvoor kunnen de 3D-prints dienen, behalve voor de verkoop?

‘Voor communicatie met het publiek. Denk aan educatie, schilderijen op school, slechtzienden die het reliëf nu kunnen voelen. Zelf ben ik aan het uitzoeken wat deze techniek kan betekenen voor het conserveren, restaureren en presenteren in musea. Ik heb gemerkt dat resfoto : sam rentmeester

tauratoren vaak enthousiast zijn over 3D-printen, terwijl juist zij altijd bezig zijn met het échte materiaal. Zij zien de prints als oplossing om conditierapporten van kunstwerken te maken, dus snapshots in de tijd. Die kunnen ze bij presentaties of discussies over de restauratie gebruiken, dan hoeft het origineel daar niet onder te lijden. Dat een reproductie aan een ander museum wordt uitgeleend in plaats van het originele kunstwerk heb ik pas één keer meegemaakt. Dat ligt nog gevoelig.’ Waarom eigenlijk – als het verschil tussen het origineel en de reproductie toch niet zichtbaar is?

‘Omdat dan de authenticiteitsvraag opspeelt. Juist omdat er steeds meer en betere reproducties zijn, maar ook omdat we in een wereld leven waarin fake news zich opdringt, hechten mensen aan een plek met het échte bewijs van een vroegere tijd of cultuur. Dat is het museum. Uit het originele werk kunnen we bovendien

t

stelling, hoe zou het moeten reflecteren? Daaraan zou ik het merken. En aan de diepte, een print komt platter over. Een echt kunstwerk is gelaagd, ook letterlijk met verf, dat geeft telkens een andere lichtweerkaatsing. Ook is het reliëf anders. Scherpe hoeken of verfklodders met een groot hoogteverschil worden bij het printen soms afgevlakt, omdat dat met gesmolten materiaal gebeurt – kijk maar naar een kaars. En de scanner heeft beperkingen. Die kan kijken tot waar het licht komt, dus diepe groeven meet hij niet goed. Maar dat soort dingen zien meestal alleen experts.’

NOVEMBER 2022 • DE INGENIEUR

51


QUOTE

Een reproductie gaat nooit het origineel vervangen, daarvan is er maar één

te weten komen hoe de kunstenaar te werk is gegaan en welk materiaal hij of zij heeft gebruikt.’ Wat vindt u zelf van het 3D-printen van kunst?

‘Ik zie de meerwaarde wel. We kunnen de hele levenscyclus van een schilderij er bijvoorbeeld mee laten zien. Kunstwerken zijn door de tijd heen vaak sterk veranderd: ze zijn verkleurd, restauratoren hebben vaak wijzigingen aangebracht. Dat valt te reconstrueren met een model waarin alle informatie over het materiaal zit, zoals kleur, glans en driedimensionale structuur. Met een 3D-print is dit terug te halen. Dat spreekt meer tot de verbeelding dan een plaatje op een scherm, een kunstwerk is immers een object in de fysieke ruimte. We rekken zo het belang en de authenticiteit van een kunstwerk op: het is nu én in zijn huidige én in zijn originele staat te zien. Bang voor aantasting van de intrinsieke waarde van het origineel ben ik niet. Wij hebben thuis een 3D-print van het schilderij Bloemen in blauwe vaas van Vincent van Gogh. Daar heb ik veel naar kunnen kijken en zelfs aan kunnen zitten. Als ik nu het origineel zie, voelt het alsof ik daar een soort persoonlijke band mee heb. Een reproductie gaat het origineel nooit vervangen, daarvan is er maar één, het is de bron van kennis over het kunstwerk. Maar een kunstwerk is meer dan dat stuk materiaal, het heeft een scala aan betekenissen.’ Digitale kunst is nog makkelijker te kopiëren. Daarbij kun je het verschil tussen het origineel en de kopie écht niet meer zien.

‘Daarom is het non-fungible token (NFT) bedacht: het niet inwisselbare herkenningsteken. Dat is een authen52

DE INGENIEUR • NOVEMBER 2022

ticiteitsbewijs dat bij de code van zo’n kunstwerk hoort en beveiligd is via een blockchainconstructie. Dat kopieert niet mee, het hoort bij het originele kunstwerk.’ Waarom is dat belangrijk?

‘Voor een deel is het een gevoelskwestie. Het gaat om emotie, een band met de allereerste versie, het is een eerbetoon. Maar mensen die digitale kunst maken hebben hiermee ook een manier gevonden om daar geld aan te verdienen. Eigenlijk is het net als met fysieke kunst: de kunstliefhebber wil weten wie de kunstenaar is om meer over zijn oeuvre te leren, maar ook vanwege de waarde. Een echte Vermeer is veel kostbaarder dan een schilderij dat op een Vermeer lijkt, maar dat toch niet blijkt te zijn. Er zijn nu ook commerciële initiatieven. Zo heeft een bedrijf een foto van de Nachtwacht digitaal in achtduizend stukjes geknipt en deze allemaal van een NFT voorzien. Die staan nu te koop voor zo’n tweehonderd euro per stuk. Dat is dan weer een uniek kunstwerk. Ik vind dat interessant, ben benieuwd hoeveel er worden verkocht. Het Rijksmuseum heeft overigens niets met het project te maken, al komt de foto van hun website.’ Wat doen mensen met zo’n kunstwerk?

‘In de Metaverse is een parallelle wereld aan het ontstaan waar mensen dat soort kunst kopen, aan elkaar laten zien, er in handelen en zelfs tentoonstellingen bouwen, net als in de echte wereld. Een NFT geeft bragging rights, daarmee kun je opscheppen dat jij hét origineel hebt. Maar er zijn ook mensen die een digitale lijst kopen voor hun digitale kunst en het dan thuis neerzetten. Dat maakt het weer fysiek. Dat vind ik dan wel weer grappig.’ •


UIT DE VERENIGING Een greep uit het nieuws en het aanbod van activiteiten van het Koninklijk Instituut Van Ingenieurs (KIVI).

Een bekiste sleuf aan de kust De Parallel Boulevard in Noordwijk aan Zee krijgt een verbeterde waterafvoer. Momenteel wordt de afvoer van grondwater naar zee belemmerd door de betonnen dijk die in 2008 in de duinen is aangelegd. Tijdelijke pompen houden de grondwaterstand onder controle. Binnenkort komt er een nieuwe, roestvrijstalen drain op zo’n zes meter diepte. De KIVI-afdeling Geotechniek nodigt u uit voor een bezoek aan de boulevard om onder andere de zes meter diepe sleufbekisting te bekijken. Excursie: Parallel Boulevard, Noordwijk, 6 december, 13.00-15.00 uur, kivi.nl/afdelingen/geotechniek/activiteiten

De weg naar waterstof Waterstof als energiedrager kan een belangrijke rol gaan spelen bij de energietransitie en maakt ons minder afhankelijk van aardgas. Maar welke hobbels moeten er worden genomen om dit te bereiken? Samen met De Haagse Hogeschool organiseert KIVI hierover het symposium ‘Water-stof tot nadenken’, met sprekers uit de praktijk, een markt met onderzoeksvoorbeelden en een netwerkborrel na afloop. Ook zal Sander Mertens, die de KIVI-leerstoel energy in transition bekleedt aan De Haagse Hogeschool, spreken over systeemkeuzen, want: kiezen we wel de juiste weg? Symposium: Water-stof tot nadenken, De Haagse Hogeschool, 24 november, 14.00-18.30 uur, kivi.nl/activiteiten/ activiteit/water-stof-tot-nadenken

IT en Telecom Wilt u op één dag worden bijgepraat op het gebied van IT, mobiele netwerken, datacenters en telecominfrastructuur? Kom dan naar het event IT-Infra en Telecom-Infra, waar exposanten een technisch en interactief lezingenprogramma verzorgen over de thema’s duurzaamheid, energie, wetgeving, milieu, security en 5G. IT Infra en Telecom waren eerder twee aparte events, maar hebben nu de krachten gebundeld. Congres: IT-infra and Telecom-infra event 2022, Congrescentrum 1931, Den Bosch, 1 december, 9.30-17.00 uur, kivi.nl/afdelingen/ telecommunicatie/activiteiten

Van het gas los Nederland wil niet afhankelijk zijn van gas uit Rusland en gaswinning in Groningen leidt tot aardbevingen. Dus is het zaak om over te stappen op duurzame energie en tevens het energieverbruik te verminderen. Maar hoe verwarmen we onze huizen zonder gas? Hoeveel windmolens en zonneparken zijn daarvoor nodig? En wie voert de regie over deze complexe BEELD : CEES KRAIJENOORD ( BOVEN ) ; DEPOSITPHOTOS ( MIDDEN EN ONDER )

energietransitie? Hierover geven energie-experts Laetitia Ouillet van burgercoöperatie De Windvogel en Nando Tolboom van de Universiteit Twente elk een lezing, waarna ze met elkaar in discussie gaan. Lezing en discussie: Minder kolen en gas, meer zon en wind?, Universiteit Twente, Enschede, 13 december, 19.30-21.00 uur, kivi.nl/afdelingen/kst/activiteiten

NOVEMBER 2022 • DE INGENIEUR

53


Wees niet bang voor kernenergie Kernenergie kampt met een twijfelachtig imago. Waar dat vandaan komt, beschrijft Marco Visscher in een nieuw boek. Tekst: Jim Heirbaut

54

DE INGENIEUR • NOVEMBER 2022

Een nuchter boek lezen over kernenergie? Dat de voordelen en de nadelen belicht, maar ook de belangen en het politieke gekonkel door de jaren heen? Zoek dan niet verder en lees Waarom we niet bang hoeven te zijn voor kernenergie. De emoties & de feiten. Daarin schrijft journalist Marco Visscher kraakhelder en met een vleugje onderkoelde humor over kerncentrales en kernenergie. Visscher is duidelijk voorstander van een brede inzet van meer kernreactoren. Hij maakt aannemelijk waarom dat een verstandige keuze is in een wereld die er als de wiedeweerga voor moet zorgen dat er minder kooldioxide in de atmosfeer terechtkomt. Afgeven op windmolens en zonnepanelen doet Visscher niet. Ook die zijn een deel van de oplossing. Maar afzien van kernenergie of, zoals Duitsland en België doen, bestaande reactoren uit bedrijf nemen, daar heeft de auteur weinig begrip voor. ‘Nooit hadden we kernenergie echt nodig, vandaag de dag is dat wellicht anders’, schrijft Visscher. De auteur was een paar jaar terug trouwens nog kritisch over kernenergie, schreef hij vorige maand in een essay in de Volkskrant, maar maakte de draai tijdens het schrijven van dit boek. Het boek staat vol met leerzame achtergronden en aardige anekdotes. Over de Italiaan Enrico Fermi die in 1942 op de houten vloer van een ongebruikte squashbaan de allereerste kernreactor bouwde. De regelstaven moesten er nog met de hand in en uit worden geschoven. Aangrijpend is het verhaal over het droppen van de eerste atoombom op Hiroshima. Visscher beschrijft dat vanuit het perspectief van de piloot van de bommenwerper, Paul Tibbets jr. Maar als de bom tot ontploffing is gekomen, verschuift het perspectief naar de grond en is de lezer getuige van het gruwelijke lot dat de bewoners van de stad ondergaan. Na de Tweede Wereldoorlog komt er een golf van optimisme op gang over ‘het atoom’ als schone energiebron voor de wereld. Ook in Nederland zijn de verwachtingen hooggespannen. Op Schiphol staat een tijdje een demonstratiemodel van een werkende kernreactor. Maar de vondst van een enorme aardgasbel onder het Groningse Slochteren neemt kern-

energie in ons land de wind uit de zeilen. Later bouwt Nederland in Dodewaard en Borssele toch twee kerncentrales, maar een echte doorbraak blijft uit. In 1985 neemt de Nederlandse regering zich voor om toch nog twee kerncentrales te bouwen, maar na de ramp een jaar later bij Tsjernobyl, verdwijnen die plannen geruisloos van het toneel. Visscher ruimt een aanzienlijk deel van zijn boek in voor de breed gedeelde angst voor radioactieve straling. Hij laat zien hoe het komt dat de samenleving nu zo krampachtig doet over kernenergie. Een groot deel van die angst is gebaseerd op een verkeerde voorstelling van wat straling is en hoeveel last we kunnen krijgen van kernafval. Ook de koppeling die het publiek legt tussen kernwapens en kerncentrales zit lelijk in de weg. In het verleden hebben de media, en ook films en stripboeken, onevenredig veel angst gezaaid over kernenergie. Natuurlijk was de ramp bij Tsjernobyl verschrikkelijk, schrijft Visscher, maar de aantallen slachtoffers zijn vaak overdreven. En bepaalde anekdotes zijn door media steeds maar weer herhaald en blijken niet allemaal op waarheid te berusten. Zo is een ‘mythologische versie van het ongeluk in Tsjernobyl’ ontstaan. En het is bekend: een negatief imago dat zich eenmaal bij burgers en politici tussen de oren heeft genesteld, is nog maar moeilijk bij te stellen. Vertrouwen komt nu eenmaal te voet, maar gaat te paard. En dus was een nieuw ongeluk bij een kerncentrale, Fukushima in 2011, voldoende om verschillende politici het laatste zetje te geven om te besluiten maar helemaal te stoppen met kernenergie. Ook iemand als Angela Merkel in Duitsland, die nota bene natuurkundige is. Dan is het wel goed om te weten dat bij Fukushima niemand overleed als gevolg van een verhoogd stralingsniveau. Wel werden honderden mensen ziek, overleden aan de stress van de evacuatie of doordat ze medische zorg misliepen. Een dure les. Waarom we niet bang hoeven te zijn voor kernenergie. De emoties & de feiten Marco Visscher | 320 Blz. | € 22,99


Ethische discussie als bordspel Hoe zijn verschillende invalshoeken en belangen met elkaar in overeenstemming te brengen? Het bordspel Moral Design richt zich op dilemma’s rond nieuwe technologie. Tekst: Pancras Dijk

Speelse reis tegen de klok In Dwars door tijd & ruimte neemt journalist Yannick Fritschy jonge lezers mee op een fascinerende reis door de tijd. Tekst: Pancras Dijk

De meeste verschijnselen worden eenvoudiger als je er een tijdje over hebt nagedacht, maar er zijn er ook die juist onbegrijpelijker worden. Neem het concept ‘tijd’. Die verstrijkt vanzelf, zonder dat je er acht op hoeft te slaan, maar probeer je te begrijpen wat tijd nu precies is, dan opent zich een mysterieuze diepte waarin je al peinzend maar al te eenvoudig kunt verdwijnen. In Dwars door tijd & ruimte neemt Yannick Fritschy, behalve journalist ook natuur- en sterrenkundige, de lezer mee naar de rand van die afgrond. ‘Reis mee op het schip van Galilei en in de trein van Einstein’, zo luidt de ondertitel en zo voelt het ook werkelijk. Fritschy blijkt een even deskundige als lichtvoetige gids, die vrolijk laveert tussen beschouwingen van meer filosofische aard (wat is tijd eigenlijk en waarom gaat die niet altijd even snel?) en meer aardse zaken, zoals de uitvinding van de slingerklok. Met speelse regieaanwijzingen (‘Van 29 februari 2024 gaan we weer een stuk terug, naar ongeveer 1500 voor Christus!’) houdt hij de lezer steeds bij de les. Fritschy schuwt de moeilijke onderwerpen niet, maar de lezer hoeft zich nooit dom te voelen. ‘Snap je er even niks van? Geeft niets’, zo stelt hij na een eerste uitleg van de relativiteitstheorie, waarna hij het gewoon nog eens uitlegt, op een andere manier. De leuke illustraties van Tjarko van der Pol en de vrolijke vormgeving maken van deze uitgave een zowel leuk als leerzaam Sinterklaascadeau voor alle kinderen vanaf een jaar of acht die durven na te denken.

Wie zich in het lokale uitgaansleven heeft misdragen, mag de binnenstad niet meer in. Op alle toegangswegen worden daarom camera’s opgehangen die op basis van gezichtsherkenning de raddraaiers eruit pikken en beboeten. Er liggen trouwens al plannen klaar om dit systeem uit te rollen door het hele land. Zie daar een van de scenario’s waarmee de spelers van Moral Design aan de slag kunnen. Het bordspel draait om morele vraagstukken die verbonden zijn aan oprukkende technologie in de stad. Leuk, die slimme voetgangerslichten die langer op groen blijven als er een bejaarde oversteekt, maar de camera die vaststelt wie er oversteekt, staat wel de hele dag aan. Zelfrijdende auto’s verminderen de filedruk, maar wat als ze tegelijkertijd ook tot meer ongevallen leiden? Dergelijke dilemma’s zijn veel te belangrijk om over te laten aan een handvol bestuurders. Iedereen moet hierover kunnen meepraten, is het uitgangspunt van het spel dat volledig is ontworpen en geschreven door het lectoraat moral design strategy van Fontys Hogeschool. In verschillende ronden daagt steeds een van de spelers een tegenspeler uit voor een discussie, waarna op het grote speelbord de pionnen worden verzet. Doordat elk van de spelers een specifieke rol krijgt toegewezen, komen de discussies snel en makkelijk op gang. Leidt een discussie niet tot een nieuwe consensus, dan helpt het wellicht het standpunt kracht bij te zetten met wat bankbiljetten. Zit de speler krap bij kas, dan kan hij of zij weer wat financiële ruimte verwerven door wat minder star naar het dilemma in kwestie te kijken. De makers zijn erin geslaagd een spel te maken dat inhoudelijk waardevol is en ook nog leuk om te spelen. Uiterst geschikt voor collega’s onder elkaar, bijna onmisbaar voor lessen maatschappijleer in de bovenbouw van de middelbare school en zelfs thuis met tienerkinderen bleek er een leuke avond mee te beleven. En nog zoveel scenario’s te gaan! Moral Design Maximaal acht spelers | € 99,95 | te bestellen via fontys.nl/Onderzoek/Moral-design-strategy/Moral-Design-the-game.htm

Dwars door tijd & ruimte Yannick Fritschy | 175 Blz. | € 19,99 foto : de ingenieur

NOVEMBER 2022 • DE INGENIEUR

55


MEDIA

Dankzij de dijken Friesland bestaat bij de gratie van de dijken. Een nieuw boek gaat niet alleen in op hun waterkerende, maar ook op hun landschappelijke waarde. Tekst: Pancras Dijk

56

DE INGENIEUR • NOVEMBER 2022

Goed beschouwd is het een wonder dat Friesland bestaat. Een groot deel van de provincie ligt immers onder zeeniveau. Niet alleen vanuit de zee dreigt voortdurend het gevaar van het water, maar ook de vele meren zouden zich maar al te graag uitbreiden, ten koste van kwetsbaar land. De eerste mensen die zich er vestigden, gelokt door de vruchtbare kwelders, realiseerden zich direct dat ze er alleen konden overleven als ze de strijd zouden aanbinden met het water. Van die eeuwige strijd zijn overal in het landschap sporen te zien. In Friese dijken ligt de nadruk op de talloze aarden wallen die de Friezen hebben aangelegd om het water te keren. Het eerste van de vier delen vertelt het verhaal van het prilste begin tot iets na de bouw van de Afsluitdijk: een tijd waarin dijkdoorbraken en rampen elkaar afwisselden, steeds weer gevolgd door nieuwe technieken om de dijken sterker te herbouwen. Het tweede deel grijpt terug op het cartografische standaardwerk van twee Delftse ingenieurs uit 1954, Binnendiken en slieperdiken yn Fryslân. Hun schitterende handschetsen

zijn verrijkt met nieuwe, actuele data. Liefhebbers van cartografie kunnen hun hart ophalen in dit deel, maar ook elders in deze mooie uitgave. In het derde deel is het juist de fotografie die de aandacht trekt. De auteurs van dat deel, twee landschapsarchitecten, onderscheiden acht verschillende dijktypen. Het betoog wordt geïllustreerd door heldere fotografie, die de lezer helpt het Friese landschap beter te begrijpen. Het laatste deel, geschreven door dijkgraaf Luzette Kroon van Wetterskip Fryslân, richt zich op de toekomst. De weersextremen worden heviger en nemen in aantal toe, schrijft ze, verwijzend naar de ernstige overstromingen in Duitsland en Limburg van vorig jaar zomer. De opgave voor de komende jaren, schijft ze, is de provincie zodanig in te richten dat noch zware buien noch perioden van droogte en hitte de veiligheid, het welzijn en de welvaart in de weg staan. De ingenieurs zullen aan de bak moeten. Friese dijken Els van der Laan-Meijer e.a. | 240 Blz. | € 34,90


Q&A

Elke maand zijn er talloze nieuwe boeken, tentoonstellingen en video’s. De Ingenieur pikt de interessantste eruit en stelt de maker vijf vragen.

Journalist Paul Schilperoord, als freelancer al jaren verbonden aan De Ingenieur, schreef een boek over de mysterieuze Friese uitvinder Johannes Wardenier, De koning van zeven dagen.

Hoogleraar Karin Bijsterveld (Universiteit Maastricht) schrijft al 25 jaar over geluid. Ze maakte nu een app over de geschiedenis van het geluid van en in de auto: van de autoradio tot geluidsschermen. Dankzij gps wordt met name een rit over de A2 zo een bijzondere ervaring. WEG VAN LAWAAI | GRATIS | IOS APP STORE

Tekst: Pancras Dijk

1 2 3 4 5

Waarom heeft u dit boek geschreven? ‘Jaren geleden hoorde ik al van het mysterie-Wardenier. De uitvinder zou in 1934 een extreem zuinige, brandstofloze motor hebben ontwikkeld, maar verdween al snel onder geheimzinnige omstandigheden. Dit voedde complottheorieën dat Wardenier zou zijn afgekocht of zelfs vermoord om zijn energiezuinige uitvinding te laten verdwijnen. Ik wilde de waarheid weten.’

Een mediterraan strand waar de vloedlijn wordt gemarkeerd door een brede strook plastic flessen. Een pruttelende berg afval in de Himalaya. De mens geeft overal zijn ontmoedigende visitekaartje af. Aangrijpende documentaire gaat op IDFA in première. MATTER OUT OF PLACE | 105 MIN. | ZIE IDFA.NL

Voor wie is het boek bedoeld? ‘De vele wonderlijke wendingen die het verhaal neemt maken het boek voor een breed publiek interessant. Ik laat de lezer ervaren hoe het bizarre verhaal zich destijds ontvouwde: vanaf de eerste geruchten over de motor en het mediacircus tot aan Wardeniers verdwijning uit het publieke leven, zijn repatriëring door Philips uit een Duits tuchthuis in 1944 en zijn vroegtijdig overlijden.’ Wat fascineert u in het onderwerp? ‘Wat de waarheid is achter een man die een motorprototype liet bouwen, blauwdrukken voor een fabriek liet tekenen en een persconferentie hield over een revolutionaire uitvinding waardoor hij wereldnieuws werd. Wat dreef hem? Naarmate ik de waarheid dichter naderde, raakte ik steeds meer gefascineerd door de mechanismen die Wardenier groot maakten. Hij had daar zelf een groot aandeel in, maar werd ook opgezweept in een mediacircus en het geloof van veel mensen in een uitvinding die niemand met eigen ogen had gezien.’ Waarom moeten ingenieurs het boek lezen? ‘Vaak lezen we over wat ingenieurs hebben betekend voor hun vakgebied en voor de maatschappij. Dit boek laat zien wat alleen het nieuws over een revolutionaire uitvinding al teweeg kan brengen. Wardenier beloofde in crisistijd dertienduizend arbeiders werk. Ondanks kritiek van technici en het uitblijven van een werkende motor, twijfelden veel mensen niet aan Wardenier, maar juist aan het establishment van bestuurders, ingenieurs en industriëlen die de uitvinding zouden saboteren.’ Wat heeft u geleerd tijdens het schrijven? ‘In het verhaal van Wardenier is niets wat het lijkt. Dat leerde me nog beter hoe je bronnen moet wegen en toetsen op betrouwbaarheid. En hoe je gegevens kunt verifiëren dan wel ontkrachten aan de hand van historische bronnen. Door alle tegenstrijdigheden in het verhaal op te nemen, laat het boek in detail zien hoe een complottheorie kan ontstaan.’

FOTO : DANIËL VERKIJK

Ze zijn niet te zien, maar ze bepalen wel ons hele leven: moleculen. Dit fijne, toegankelijke boek over scheikunde is geschreven door Nobelprijswinnaar Ben Feringa, samen met Anouk Lubbe, zijn collega aan de Rijksuniversiteit Groningen. ALLEDAAGSE MOLECULEN. BOUWSTENEN VAN ONZE WERELD | 240 BLZ. | € 24,50

Appen tijdens het eten, ja of nee? Een date eerst uitgebreid googelen? En wat te doen met die oom die in de familie-appgroep allerlei complottheorieën deelt? Dit boek van Sanne Kanis en Aaron Mirck is een handige en grappige gids voor iedereen die struikelt over de ongeschreven regels in het digitale tijdperk. NIET APPEN TIJDENS HET ETEN | 232 BLZ. | € 21,99

NOVEMBER 2022 • DE INGENIEUR

57


MEDIA

Gigawatt laat iedereen zelf het energieprobleem oplossen

Spelen met fossiele en duurzame energie De energietransitie bezorgt ingenieurs en beleidsmakers behoorlijk wat hoofdbrekens. Wie zelf aan de keukentafel wil ervaren hoe lastig het is om kolen- en gascentrales te vervangen door duurzame energie, kan terecht bij GigaWatt, een nieuw bordspel van Nederlandse bodem. Tekst: Jean-Paul Keulen

‘De klimaatcrisis is geen spel.’ Met die slogan voert liefdadigheidsorganisatie Oxfam Novib momenteel campagne. Maar de Nederlanders Milo van Holsteijn, Wouter Vink en Jöbke Janssen, alle drie wiskundigen die in de energiesector werken, lijken daar anders over te denken. Met GigaWatt bedachten ze een bordspel dat draait om de energietransitie. Hoewel het uitfaseren van fossiele brandstoffen een serieuze en ingewikkelde zaak is, is dat prima gezellig aan de keukentafel na te spelen. Ook andere vormen van entertainment tackelen geregeld serieuze problematiek. Een van de succesvolste spellen van de afgelopen decennia is bijvoorbeeld Pandemic – en zelfs tijdens de coronacrisis spraken weinig mensen daar schande van. Dan is alles wat met de klimaatcrisis te maken heeft ook fair game voor spelontwerpers. Onvoorspelbare stijging

In GigaWatt kiest elke speler allereerst een van de zes Europese regio’s die elk een voorkeur hebben voor een bepaalde manier van energie opwekken. Wie voor de

58

DE INGENIEUR • NOVEMBER 2022

Noordzee gaat, bouwt goedkoper windmolens. De speler die de Karpaten voor zijn rekening neemt, krijgt korting op kerncentrales. Enzovoort. Aan het begin van het spel zijn al die duurzame vormen van energieopwekking echter nog toekomstmuziek. Iedereen start met twee kolen- en twee gascentrales. Doel van het spel is die te sluiten, maar uiteraard moet er wel aan de energievraag in de regio worden voldaan. Probleem is alleen dat die vraag gedurende het spel stijgt. En dus is het zaak flink wat windmolens, zonnepanelen en kern-, waterkracht- en biomassacentrales te bouwen. Waarvoor de speler dan natuurlijk wel genoeg geld moet hebben. Wat het allemaal nog wat lastiger maakt: de vraag naar energie stijgt niet op een voorspelbare manier. Elke speler dobbelt om te bepalen hoeveel er in een bepaalde ronde nodig is. Bovendien zijn wind en zon geen constante energieleveranciers; ook daarbij dicteren dobbelstenen hoeveel ze opleveren. Realistisch én frustrerend. Een kerncentrale is dan weer heel betrouwbaar,

foto ’ s : start 2 game


maar daar bungelt – ook realistisch en frustrerend – een heel wat pittiger prijskaartje aan. Pestkaarten

Bovendien is het niet zomaar een kwestie van zoveel mogelijk energie produceren. Precies genoeg is ideaal. Een tekort is vervelend: dan moet de speler de ontbrekende energie kopen van naburige regio’s – wat niet altijd kan. Een teveel is in eerste instantie minder erg: dat is te vérkopen aan andere gebieden. Maar die moeten daar dan wel net behoefte aan hebben en de verbinding tussen beide regio’s moet het toelaten. Het is ook mogelijk om energie op te slaan, maar dikke kans dat er op een gegeven moment toch een flink tekort of overschot overblijft. Dat betekent een boete die ten koste gaat van het budget voor nieuwe energiecentrales. Én van het budget voor de veilingen. Want een kolen- of gascentrale mag niet zomaar dicht. Daarvoor wordt aan het eind van elke ronde een beperkt aantal sluitingsrechten bij opbod verkocht. En als iedereen

erop gebrand is zo’n sluitingsrecht in handen te krijgen – want die zijn nu eenmaal nodig om het spel te kunnen winnen – kan de prijs daarvoor behoorlijk oplopen. Een laatste element vormen de technologiekaarten. Daarmee is voordeel te behalen. De kaart wind subsidy maakt bijvoorbeeld nieuwe turbines goedkoper, en met energy savings stijgt de energievraag minder hard. Maar er zijn ook pestkaarten, zoals solar not in my backyard, die een andere speler een ronde lang verbiedt om zonnepanelen te plaatsen of te upgraden. In combinatie met de onderlinge energiehandel en het tegen elkaar opbieden op de veilingen zorgt dat voor voldoende interactie om GigaWatt niet aan te laten voelen als ‘ieder voor zich’, iets waar vergelijkbare bordspellen nog weleens last van hebben. Toepasselijke frustratie

Goed om te weten is dat het spel meer denkwerk vergt dan, zeg, een potje Monopoly of Catan. Moet de speler die gascentrale nu sluiten of komt hij of zij dan in de volgende ronde in de problemen? Is het

slim om te investeren in een interessante technologiekaart of beter om het geld te bewaren voor een extra biomassacentrale? En hoeveel is zo’n sluitingsrecht eigenlijk waard? Daarbovenop komt nog het kanselement dat de dobbelstenen introduceren. Misschien is de vraag maximaal terwijl de windturbines en zonnepanelen maar de halve hoeveelheid energie produceren. Gevolg: enorme tekorten, met alle kosten van dien. Of misschien zijn de bewoners in de regio een keer relatief zuinig terwijl de maximale hoeveelheid energie wordt geproduceerd. Gevolg: een overschot dat aan de straatstenen niet kwijt te raken is. Die combinatie van hard nadenken én overgeleverd zijn aan een weerbarstig onvoorspelbare werkelijkheid kan frustrerend zijn. Maar bij een spel met de energietransitie als onderwerp is die frustratie wel behoorlijk toepasselijk. GigaWatt is onder meer verkrijgbaar in spellenspeciaalzaken en via gigawattgame.com. De adviesprijs is 54 euro.

Competitief of liever coöperatief spelen? Terwijl het in GigaWatt draait om Europese regio’s die in competitie met elkaar zijn, is er een concurrent op komst waarin de klimaatverandering samen is te tackelen: Daybreak. Dit coöperatieve spel komt uit de koker van ontwerpers Matt Leacock en Matteo Menapace. Beide schreven in de begintijd van de coronacrisis onafhankelijk van elkaar opiniestukken over wat het door Leacock ontworpen Pandemic ons kon leren over het aanpakken van échte pandemieën. Via Twitter kwamen ze vervolgens met elkaar in contact, wat leidde tot een spel waarin spelers samen de klimaatverandering het hoofd bieden. Het spel werd – net als GigaWatt – gefinancierd via de crowdfundingsite Kickstarter en zou vanaf mei 2023 verkrijgbaar moeten zijn. NOVEMBER 2022 • DE INGENIEUR

59


Voorwaarts

Voorspellen is lastig, zeker als het om technologische vooruitgang gaat. Fanta Voogd verdiept zich maandelijks in de geschiedenis van de toekomst.

Ongefundeerde verbanden tussen verschijnselen

Magnetische missers Tussen de vroegste vermelding van magnetisme in de oudheid en het eerste serieuze experiment gaapt een kloof van meer dan tweeduizend jaar. Pas in de negentiende eeuw werd het raadselachtige verband tussen magnetisme en elektriciteit blootgelegd. In de tussentijd deden een paar vermakelijke misvattingen de ronde. Slenterend over de rommelmarkt op het Amsterdamse Waterlooplein vond ik een oud bordspel: Robot geeft het juiste antwoord. Met een glimlach van oor tot oor betaalde ik vijf euro en nam de doos als een kleinood mee naar huis om de geheimen van deze vroege vorm van kunstmatige intelligentie te doorgronden. De Nederlandse bordspelfabrikant Jumbo bracht het in 1955 op de markt, tegelijk met het veel bekendere kennisspel Electro. De meeste Nederlanders geboren tussen pakweg 1945 en 1980 zijn vertrouwd met Electro dat werkt met batterijen, een fietslampje en twee stekkertjes die de vraag en het juiste antwoord met elkaar verbinden. Robot was lang niet zo’n succes. En dat is achteraf gezien vreemd, want het robotje wijst zonder hapering het juiste antwoord aan op meer dan honderd vragen. Het spel dankt zijn werking aan twee magneetjes: één in het voetstuk van de robot en één onder een spiegeltje op het spelbord. Wanneer de speler de robot op het spiegeltje zet, draait die naar Wetenschappers de plek waarin de tegengestelde polen van de haalden vroeger hun magneetjes het best op elkaar passen. Het robotspel bracht jeugdherinneringen naar boven aan neus op voor noest eindeloos geklooi met twee uit fietsdynamo’s gesloopte magneten.

dat een met knoflook ingesmeerde magneet zijn magnetische kracht verliest. Dat werd rond 100 na Christus door de Griekse historicus en filosoof Plutarchus opgevoerd. Zelf heeft hij de kwestie nooit onderzocht. Hij baseerde zich louter op conventionele wijsheid. Het effect van knoflook op magnetisme gold tot in de zestiende eeuw als empirisch feit. Zelfs de arme onderzoekers die het aandurfden de proef op de som te nemen, concludeerden naderhand deemoedig dat ze er nog niet in waren geslaagd Plutarchus’ waarheid te bewijzen. Een zeilsteen, een stuk magnetiet, is waarschijnlijk ooit door blikseminslag gemagnetiseerd. Al in de zesde eeuw voor Christus zou de Griekse filosoof Thales van Milete weet hebben gehad van de wonderlijke eigenschappen van zo’n natuurlijke magneet die werd gevonden in de streek rond de stad Magnesia, niet ver van Milete in Klein-Azië. Gedurende de Han-dynastie, rond het begin van onze jaartelling, ontdekten ook Chinezen dat een gemagnetiseerd lepeltje dat vrij kan bewegen steeds naar het zuiden wijst. Vanaf het midden van de elfde eeuw zette men in China zeilstenen in als navigatie-instrument. In de dertiende eeuw dook het eerste kompas op in Europa.

Het zuivere denken Experimenteerdrift is de mens aangeboren. Jagers, verzamelaars, boeren of ambachtslieden werkten voortdurend aan de proefondervindelijke verbetering van hun werk. Des te opmerkelijker dat wetenschappers gedurende een groot deel van de geschiedenis hun neus ophaalden voor noest empirisch handwerk. Van de oudheid tot en met de renaissance gold het zuivere denken als voornaamste bron van wijsheid. Een grappig voorbeeld van de miskenning van het belang van waarneming en experiment, maar ook van het blinde ontzag voor de wijsheid der ouden, is het gegeven

Telegraafverbinding Hoewel er geen geschriften bewaard zijn gebleven van Thales van Milete werd hij door latere Griekse geleerden niet alleen beschouwd als degene die het eerst schreef over magnetisme, maar ook over (statische) elektriciteit. Een magneet heeft de eigenschap ijzer aan te trekken en opgewreven barnsteen (elektron in Oudgrieks) doet hetzelfde met lichte materialen als haren of veren. Van oudsher vermoedde men dan ook dat er een verband bestond tussen beide verschijnselen. Maar het hoe en waarom zou nog 2500 jaar lang gehuld blijven in een mysterieuze waas.

empirisch handwerk

60

DE INGENIEUR • NOVEMBER 2022


1558 ‘Ook twijfel ik er niet aan dat men met behulp van twee gelijke scheepskompassen, waarvan de graad- en windstrekenverdeling is vervangen door het alfabet, met een vriend, zelfs als deze zich in de gevangenis bevindt, van gedachten kan wisselen.’ Giambattista della Porta in zijn boek Magia Naturalis (1558)

Tekenend voor dit fundamentele onbegrip is de voorspelling van de Napolitaanse geleerde Giambattista della Porta (1535-1615). In zijn Magia Naturalis (1558), dat in 1566 in een Nederlandse vertaling verscheen, verwoordde hij zijn curieuze visioen: ‘In de toekomst zal men met elkaar op afstand kunnen communiceren middels twee kompassen, waarop de windrichtingen plaats hebben gemaakt voor het alfabet.’ Dat is natuurlijk lariekoek. Maar wonderlijk is wel dat de vroegste ‘elektromagnetische’ telegraaf, de wijzertelegraaf, er inderdaad uitzag als een scheepskompas. Op 25 mei 1845 werd de eerste elektrische telegraafverbinding van Nederland, langs de zes jaar eerder voltooide spoorlijn tussen Haarlem en Amsterdam, in werking gesteld. De telegrafist draaide aan een wijzer langs letters en cijfers. De wijzer op het toestel van de ontvanger maakte dezelfde beweging. Bij het over te

seinen teken liet de telegrafist de wijzer even stilstaan. Precies zoals Della Porta zich dat drie eeuwen eerder had voorgesteld. In afgelopen negen jaar zijn in deze rubriek vaker verbazingwekkende toekomstbeelden voorbijgekomen. Beschrijvingen die zo wonderlijk accuraat zijn, dat men even geneigd is de bedenkers helderziende gaven toe te kennen. Ik heb zelfs al eens geschermd met de theologische term ‘voorafschaduwing’, dat niet zo zeer ‘voorspelling’ betekent, maar eerder een impliciete ‘aankondiging’. Misschien was Della Porta’s visioen zo’n voorafschaduwing van de wijzertelegraaf. Of liep Robot geeft het juiste antwoord vooruit op Siri en andere virtuele assistenten. Maar mijn boerenverstand neigt eerder naar een andere conclusie: een doodgewone toevalstreffer, naast de vele missers, zoals Plutarchus’ neutraliserende werking van knoflook. •

Robot geeft het juiste antwoord, een vraag- en antwoordspel met onderwerpen als aardrijkskunde, muziek, sport en spel en planten en dieren. foto : rita burgersdijk

NOVEMBER 2022 • DE INGENIEUR

61


Teamgeest

Nederland telt tientallen studententeams waarin aankomende ingenieurs zich een jaar lang fanatiek inzetten voor een concreet doel.

Water op de maan Astronauten kunnen natuurlijk voldoende water meenemen voor hun ruimtereis. Maar water oogsten op de plek van bestemming is veel efficiënter. Studententeam Moon Industry bedenkt een concept om dat te doen. Tekst: Marlies ter Voorde

De eerste keer dat ze elkaar ontmoetten, op een feestje van een wederzijdse vriend, kwamen David Dijkstra en Rene Daatselaar Baarslag er achter dat ze dezelfde jongensdroom koesteren. Ooit willen ze zelf op de maan staan. ‘Dat is onze intrinsieke motivatie’, zegt Daatselaar Baarslag. ‘Zo houden we het vol.’ Dijkstra en Daatselaar Baarslag zijn de oprichters van studententeam Moon Industry, dat als doel heeft zo ver mogelijk te komen bij een wedstrijd van ruimtevaartorganisatie NASA. De opdracht: een werkbaar concept ontwerpen om water te oogsten op de zuidpool van de maan en dat bij de astronauten te krijgen. Lanceerkosten ‘Er wordt elke paar weken wel een raket gelanceerd vanaf de aarde’, zegt Dijkstra. Dat is duurder naarmate die raketten zwaarder zijn. Dijkstra: ‘Een kilogram water naar de

maan brengen kost met de huidige technologie circa 35 duizend euro. Als je bedenkt dat mensen op aarde gemiddeld zo’n vijf liter water per dag verbruiken, komt dat neer op 175 duizend euro per astronaut per dag.’ Omdat zowel NASA als andere ruimtevaartorganisaties binnenkort mensen naar de maan willen sturen, is water oogsten op de maan dus wel zo handig en goedkoop. Bovendien is water met elektriciteit om te zetten in zuurstof en waterstof. Dat zuurstof hoeven de astronauten dan niet mee te nemen vanaf de aarde. En zuurstof en waterstof samen kunnen als brandstof dienen voor de raket. Dijkstra: ‘Zo kan de maan een tankstation worden voor raketten die verder de ruimte in moeten.’ Voor zover bekend zit het meeste water in de vorm van ijs in diepe, moeilijk bereikbare kraters op de noord- en zuidpool van de maan. Hier komt al miljoenen jaren

De oprichters van Moon Industry dromen ervan ooit op de maan te staan. FOTO : DEPOSITPHOTOS 62

DE INGENIEUR • NOVEMBER 2022

Naam: Moon Industry Aantal leden: 30 Doel: water winnen op de maan Perspectief: ruimtereizen mogelijk maken

geen zonlicht, waardoor het water nooit is verdampt. In 2025 wil NASA onderzoekers naar een landingsplaats in de buurt van de zuidpool sturen. IJs delven Waar andere teams met sensationele ideeën kwamen, zoals kanonnen en slingshots om tankjes water van de ene naar de andere kant van een krater te schieten, besloten Dijkstra en Daatselaar Baarslag het eenvoudiger aan te pakken. Hun concept bestaat uit twee voertuigen en een fabriekje. Dijkstra: ‘Het water op de zuidpool van de maan zit als ijs in de grond, daarom gaan wij het behandelen als een soort erts dat te winnen is.’ Het ijs, vermengd met maanzand, komt in het scenario van Moon Industry als een blok uit de grond, wordt door een van de maanrovers meegenomen naar de fabriek en daar verwarmd. Het vloeibare water gaat vervol-

Studententeam Moon Industry in oprichting. Inmiddels is het aantal deelnemers verdubbeld. FOTO : MOON INDUSTRY


Volgende maand in De Ingenieur

Materialen van morgen

Biobased hoeft niet per se hout te betekenen. Veel meer organi­ sche materialen gaan een rol van betekenis spelen in de bouw. Hoe liggen ingenieurs in de markt?

Zijn de professionele kansen voor ingenieurs op dit moment echt zo groot? KIVI bracht de arbeidsmarkt in kaart. Gas of elektrisch?

De hoge energieprijzen dwingen veel consumenten tot het aanpassen van hun gedrag. Maar hoe doen we dat slim? ‘Onze technologische cultuur is religieus’

foto : depositphotos

gens in een tankwagentje naar de plaats van bestemming. Autonoom water mijnen ‘We hebben ons gefocust op de haalbaarheid door op innovatieve wijze technologieën toe te passen die we al kennen’, zegt Daatselaar Baarslag. ‘Het hoeft niet per se cool te zijn, het gaat hier niet om een vet concept voor de Transformers van filmmaker Michael Bay of zo. Wij willen dit écht maken.’ Daarnaast moet het systeem goed te onderhouden zijn, voegt Dijkstra toe. Als er een schroef losraakt of het rovertje botst een keer zo hard tegen een rotsblok dat het beschadigd raakt, dan moet het vanaf de aarde met een robot­ arm zijn te repareren. Dat het winnen en transporteren van het water volledig autonoom gebeurt is een wed­ strijdvoorwaarde. Dat is ook logisch: voor astronauten op de maan is een excursie naar

Technologie en religie zijn voortdurend met elkaar in dialoog. Dat stelt de Nederlandse antropoloog Michiel van Well.

de zuidpool een hachelijke onderneming. Bovendien is het handig als er al een flinke voorraad water klaarstaat wanneer de astro­ nauten arriveren. Dijkstra: ‘Dan zijn ze niet meteen afhankelijk van de rovers en is het geen probleem wanneer die niet direct ge­ noeg ijs kunnen mijnen.’ ‘We zien overigens dat er ook op aarde behoefte is aan apparaten voor autonomous mining’, zegt Daatselaar Baarslag, ‘of voor autonoom schoonmaakwerk, bijvoorbeeld in gebieden waar het door de aard van de vervuiling te gevaarlijk is om daar mensen voor in te zetten.’ Daar zijn de studenten inmiddels ook mee bezig. Daatselaar Baars­ lag: ‘Het is voor grote bedrijven straks goed­ koper om Moon Industry in te huren dan om miljoenen euro’s boete te betalen omdat ze de bodem vervuilen.’ Inmiddels bestaat het studententeam uit dertig mensen, afkomstig van Windes­

Overleg bij de Decos Technology Group over het voertuig (midden op tafel) dat water moet vervoeren. foto : moon industry

heim, InHolland, de TU Delft en de Haagse Hogeschool. De meeste teamleden besteden zo’n vijf uur per week aan de onderneming, beide oprichters vaak meerdere dagen per week. Verder heeft het net gestarte team nog be­ hoefte aan sponsors of bedrijven die willen meedoen door bijvoorbeeld materialen te leveren. Gastlessen Daatselaar Baarslag studeert entrepreneurship and retail management aan Windes­ heim in Zwolle en is ondernemer, Dijkstra studeert aeronautical engineering aan In­ Holland. Daatselaar Baarslag: ‘Niet alleen besteden we veel tijd aan het bouwen van dit concept. We zijn ook in te huren voor gast­ lessen op basisscholen, middelbare scholen, mbo’s, hbo’s – om over dit project, over de ruimte en over ondernemen te vertellen.’ •

Oprichter David Dijkstra heeft de werkdag er weer op zitten. foto : moon industry NOVEMBER 2022 • DE INGENIEUR

63


Vragenvuur

Acht lastige vragen aan journalist en activist Bernice Notenboom. Zij vraagt aandacht voor klimaatverandering, onlangs nog door op ski’s Groenland te doorkruisen, voortgedreven door een grote vlieger.

Tekst: Jim Heirbaut

Wat is het laatste dat u zelf heeft gerepareerd?

Voor welk probleem zouden ze nu eindelijk eens een oplossing moeten vinden? Hoe bereidt u zich voor op de energietransitie?

64

‘De ketting van mijn mountainbike brak in tweeën en die heb ik ter plekke gerepareerd. Het was in een afgelegen gebied in Canada, waar ik een deel van het jaar woon. Dat ik op mezelf was aangewezen, was nog best spannend. Ik probeer zoveel mogelijk dingen zelf te kunnen – YouTube is daarbij onmisbaar! – maar voor mijn expedities zorg ik toch voor handige teamgenoten.’ ‘Laten we kernfusie nu eindelijk eens regelen! Dan hebben we pas echt een vorm van energieopwekking die op allerlei plekken kleinschalig kan. Onder meer Bill Gates steekt hier veel geld in.’ ‘Mijn huis in Nederland is oud, dus het bespaart energie doordat het al bestaat. Verder heb ik alle ramen vervangen door driedubbel glas, heb ik het extra geïsoleerd en koop ik duurzame energie. Mijn huis in de bergen van British-Columbia in Canada heb ik ook heel goed geïsoleerd. Zonnepanelen hebben daar geen zin, het staat midden in het bos. Elke winter biedt de natuur wel gratis dakisolatie, in de vorm van een metersdik pak sneeuw.’

Wat is uw niet-duurzame guilty pleasure?

‘Tsja, wat denk je? Vliegen natuurlijk. Dat moet ik voor mijn werk regelmatig doen, maar ik probeer het zoveel mogelijk te beperken. Ik ga nog maar eens per jaar heen en weer tussen Nederland en Canada en binnen Europa vlieg ik niet.’

Welke technologische ontwikkeling baart u zorgen?

‘Geo-engineering, technologische ingrepen in het klimaat die zijn bedoeld om de opwarming van de aarde af te remmen. Zwavel in de wolken spuiten om regen op te wekken? Of spiegels in de ruimte hangen om zonlicht te weerkaatsen? Ik ben bang voor onbedoelde neveneffecten. We moeten niet klooien met de thermostaat van de aarde, want we kunnen de gevolgen niet overzien.’

Van welke fout heeft u het meeste geleerd?

‘Ik ben mijn loopbaan begonnen met het beklimmen van de corporate ladder bij Microsoft. Dat deed je gewoon, maar ik had toen misschien meer naar mijn hart moeten luisteren. Ik ben meer een entrepreneur, ik wil zelf mijn projecten verzinnen. Toch heb ik niet echt spijt van die tijd. Ik had een brugfunctie tussen klanten en de programmeurs van Windows 95. Daar heb ik geleerd om helder te communiceren en te denken in voorbeelden en metaforen.’

Zou u deel willen uitmaken van de eerste generatie mensen op Mars?

‘Nee, daar heb ik geen enkele behoefte aan. Dat levert allerlei onverwachte problemen op, hoe goed je het ook plant, dat weet ik uit ervaring. Ik snap de drang wel om op andere planeten te gaan kijken, maar laten we eerst de problemen op aarde oplossen.’

Dilemma, u moet kiezen: een jaar lang niet vliegen of een jaar lang de verwarming uitlaten?

‘De vraag die je stelt is wel erg zwart-wit. Dit betekent concreet dat ik niet naar huis kan en ook niet naar mijn partner. Oké, met het mes op de keel kies er toch voor om de verwarming uit te zetten.’

DE INGENIEUR • NOVEMBER 2022

FOTO : BERNICE NOTENBOOM


Ben jij ook een topingenieur? Laat het zien en word Chartered of Incorporated Engineer!

“Ingenieurs die ‘Chartered’ hebben gevolgd, hebben veelal een integrale en brede kijk op engineeringsvraagstukken en projecten. Het chartership van KIVI biedt een competentiegericht kader om op persoonlijk vlak jezelf te ontwikkelen.”

“Door het behalen van mijn Chartered Engineer-status ben ik in staat de professionaliteit tijdens de verschillende projecten binnen mijn vakgebied neer te zetten.”

Daan Verbruggen, IEng sinds juli 2021

Sander Fiévez, CEng sinds januari 2022

Een kwaliteitsmerk voor topingenieurs, wat biedt het jou? Internationale erkenning Chartered Engineer (CEng) of Incorporated Engineer (IEng) is een internationaal erkende kwalificatie voor ingenieurs. Kennisstructuur CEng of IEng biedt een structuur voor kennisuitwisseling en continue professionele ontwikkeling op diverse technische werkvelden en disciplines. Sleutelelementen hierbij zijn: reflectief leren, peer review, en ontwikkeling van de kennis en ervaring van de ingenieur.

Onderscheidend vermogen CEng of IEng is een uitgelezen kans voor excellente en toegewijde ingenieurs om zich te onderscheiden van niet-geregistreerde ingenieurs. Kwaliteitsbewijs CEng of IEng is een bewijs van bekwaamheid en betrokkenheid, en voor het bereiken én behouden van een professionele kwaliteitsnorm.

Wervingskracht CEng of IEng geeft toegang tot interessante projecten en banen. In een groeiend aantal landen is Chartership vereist voor het verwerven van projecten op hoog niveau. Chartered Engineers stellen de normen die anderen volgen. Start direct! Scan de QR-code of ga naar: charteredengineer.nl


Dag van de Ingenieur

Nomineer jouw favoriet voor de Prins Friso Ingenieursprijs Met de uitreiking van de Prins Friso Ingenieursprijs wil het Koninklijk Instituut Van Ingenieurs (KIVI) excellente ingenieurs en hun werk een podium bieden. Het indienen van de nominaties kan tot en met 29 november 2022. De winnaar wordt tijdens de Dag van de Ingenieur op 15 maart 2023 bekendgemaakt.

Kijk voor de criteria en verdere informatie op: kivi.nl/dagvandeingenieur

TECHNIEK MAAKT JE TOEKOMST

@dagvandeingenieur #dvdi2023

DE INGENIEUR


Issuu converts static files into: digital portfolios, online yearbooks, online catalogs, digital photo albums and more. Sign up and create your flipbook.