De Ingenieur oktober 2022

Page 1

TECHNIEK MAAKT JE TOEKOMST

DE INGENIEUR NR. 10 JAARGANG 134 OKTOBER 2022

ITER IN ZWAAR WEER De moeizame weg naar kernfusie

PROJECT MARCH

Terug naar de oertijd Zo laat Naturalis T.rex bewegen

|

THECLA BODEWES

|

BLOCKCHAIN

Else Veldman: Innovatie is de rode draad

|

POOLEXPEDITIE

Eureka Sneakers om op te pompen


Ben jij vindbaar voor mede-ingenieurs?

Laat het KIVI-netwerk voor je werken KIVI is een netwerkvereniging met 17.000 interessante ingenieurs binnen handbereik. Bij ons vind je de juiste sparringpartner, toekomstige businesspartner of een nieuwe teamgenoot. Maar als je wil netwerken en gevonden wil worden…. moet je worden gezien. En dat kan via ons uitgebreide digitale ledenboek. Ga naar www.kivi.nl om in te loggen. Check je profielgegevens, update deze én zet het op ‘openbaar’. Zo is ons netwerk up-to-date en kun jij aan de slag.


Vooraf

Pancras Dijk is hoofdredacteur van De Ingenieur.

Belofte van vooruitgang

Komt kernfusie sowieso niet veel te laat van de grond?

Twee jaar geleden, in de zomer van 2020, gaf de Franse president Emmanuel Macron het startschot voor de bouw van het belangrijkste onderdeel van de Internationale Thermonucleaire Experimentele Reactor (ITER): de donutvormige tokamak waar uiteindelijk kernfusie moet plaatsvinden, een eindeloze bron van schone energie. Wat ITER voor ogen staat, verklaarde Macron bij die gelegenheid, is een ‘wetenschappelijk en technologisch hoogstandje’. Hij roemde de organisatie als een ‘belofte van vooruitgang en van vertrouwen in de wetenschap’. Twee jaar later staat een van de meest ambitieuze samenwerkingsprojecten op wetenschappelijk gebied er veel minder rooskleurig voor. Een oud-medewerker trad in de openbaarheid met grote zorgen over de planning, de kosten en de veiligheid. Bovenal hekelde de klokkenluider het management, dat niet met kritische geluiden zou kunnen omgaan. Binnen de wetenschappelijke gemeenschap rijzen bovendien vragen over de haalbaarheid. Komt die kernfusie sowieso niet veel te laat van de grond, als we alle klimaatdoelen allang moeten hebben gehaald? Genoeg reden om ons af te vragen hoe het er nu écht voor staat met de experimentele fusiereactor. Op basis van uitgebreide dossierstudie en vele gesprekken kwamen redacteur Marlies ter Voorde en freelance journalist Roel van der Heijden tot zeven vraagstukken waarop ITER een antwoord zal moeten formuleren. U leest hun bevindingen, inclusief de mogelijke richtingen naar een oplossing, in het omslagverhaal van deze maand. Intussen zijn we trouwens weer begonnen met onze traditionele, tweejaarlijkse zoektocht naar de grote ingenieurstalenten van ons land. Welke techniektalenten zullen de ingenieurswereld de komende decennia kleur geven? Wie zijn de toppers van de toekomst? Het mailadres redactie@ingenieur.nl staat open voor alle suggesties.

Op de cover

De schaal van ITER is immens, zoals ook dit vacuümsegment in aanbouw aantoont. FOTO : ITER

PORTRET : ROBERT LAGENDIJK

OKTOBER 2022 • DE INGENIEUR

1


Redactie Pancras Dijk (hoofdredacteur) Astrid van de Graaf (eindredacteur) Jim Heirbaut Marlies ter Voorde Redactieadres Prinsessegracht 23 2514 AP Den Haag Postbus 30424 2500 GK Den Haag TEL. 070 391 9885 E-MAIL redactie@ingenieur.nl WEBSITE deingenieur.nl

Vormgeving Eva Ooms Sales Pascal van der Molen E-MAIL sales@kivi.nl Druk Drukkerij Wilco, Amersfoort

De Ingenieur verschijnt twaalf maal per jaar. © Copyright 2022 Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd en/of openbaar gemaakt door middel van druk, fotokopie, via internet of op welke andere wijze dan ook zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgever. Niet in alle gevallen is na te gaan of er op de illustraties in dit nummer nog copyright rust. Waar er nog verplichtingen zijn tot het betalen van auteursrecht is de uitgever bereid daaraan alsnog te voldoen. ISSN 0020-1146 Abonnementen Leden van het Koninklijk Instituut Van Ingenieurs (KIVI) ontvangen De Ingenieur uit hoofde van hun lidmaatschap. Abonnement voor niet-leden (inclusief btw): magazine: € 128,50 per jaar digitaal: € 69,- per jaar losse nummers: € 15,- (inclusief verzending)

RUBRIEKEN 29 | Inbox Reacties van lezers 35 | Zien & Doen Fossielen van de toekomst 40 | Eureka Een e-bike voor het leven en andere productontwerpen van morgen

De Ingenieur als pdf Abonnees en leden die De Ingenieur willen downloaden als pdf-bestand, kunnen daarvoor terecht op de website: deingenieur.nl/pdf Lidmaatschap Koninklijk Instituut van Ingenieurs Het Koninklijk Instituut Van Ingenieurs (KIVI) is de beroepsvereniging voor hoger opgeleide technici in Nederland. Iedereen die hoger technisch onderwijs volgt, heeft gevolgd of een sterke affiniteit heeft met techniek, kan lid worden van KIVI. Leden ontvangen vanuit het lidmaatschap maandelijks het technologietijdschrift De Ingenieur. Kijk voor meer lidmaatschapsvoordeel op kivi.nl. Contributie 2022 Regulier lidmaatschap: € 145,30 jaar of jonger: € 40,-* Studentlidmaatschap: € 20,-* Seniorlidmaatschap: € 115,De contributie voor leden in het buitenland is gelijk aan die voor leden woonachtig in Nederland. Een lidmaatschapsjaar loopt van 1 januari tot en met 31 december. Bij lidmaatschappen die in de loop van het jaar ingaan, wordt de contributie naar rato berekend. Aanmelden voor het lidmaatschap kan via kivi.nl/lidworden. * De Ingenieur digitaal Opzeggen lidmaatschap Het lidmaatschap wordt jaarlijks automatisch verlengd. Beëindiging van het lidmaatschap kan per het einde van het kalenderjaar. Er geldt een opzegtermijn van ten minste één maand; een schriftelijke opzegging per brief of e-mail dient uiterlijk 1 december in ons bezit te zijn. Na ontvangst van de opzegging en eventueel verschuldigde contributie verstuurt de ledenadministratie een bevestiging. Correspondentieadres Koninklijk Instituut Van Ingenieurs t.a.v. Ledenadministratie Postbus 30424 2500 GK Den Haag TEL. 070 391 98 80 E-MAIL ledenadministratie@kivi.nl Volg ons ook op

TU’s spreken groeiwens uit Naar een digitaal spoor Energieprijs belemmert onderzoek Zout slib als dijkversterking

Abonnementen worden tot wederopzegging aangegaan en ten minste voor de vermelde periode. Het abonnement kan na deze periode per maand worden opgezegd. U kunt uw opzegging het beste doorgeven via onze website: deingenieur.nl/lezersservice. Abonneeservice Ga voor (cadeau)abonnementen, adreswijzigingen en het laten nazenden van niet ontvangen nummers naar het webformulier op de site, te vinden onder het kopje ‘Abonnement en service’. WEBSITE deingenieur.nl ADRES Postbus 30424, 2500 GK Den Haag E-MAIL abonneeservice@ingenieur.nl TEL. 070 39 19 850 (bereikbaar op maandag, dinsdag, donderdag en vrijdag van 9 tot 14 uur)

4 | NIEUWS

54 | M E D I A 52 | Quote ‘We redden het ook met tien miljard aardbewoners, stelt Rolf Bodelier

De man uit de toekomst Atlas van de vooruitgang Terug naar kantoor Wild Port of Europe

55 | Uit de vereniging Geslaagde lustrumviering 60 | Voorwaarts De wet van de remmende voorsprong 62 | Teamgeest Project March (TU Delft) bouwt een exoskelet

PERSOONLIJK 46 | Doelen & Drijfveren Else Veldman maakt de energie-infrastructuur toekomstbestendig 59 | Q&A David Fernandez Rivas 64 | Vragenvuur Rapper MC Brainpower

COLUMNS 11 | Punt Henny de Haas wil een meldpunt cybercrime 23 | Podium Thijs ten Brinck 27 | Möring Stilleven 34 | Enith Stakend personeel 39 | Jims verwondering Waar is mijn kind? 45 | Rolf zag iets nieuws Afstandsbediening met koptelefoon


NR. 10 JAARGANG 134

12

OKTOBER 2022

beeld : iter

De hoofdbrekens van ITER Al meer dan drie decennia jaar werken 35 landen samen aan het bouwen van de experimentele fusiereactor ITER. Maar nu de problemen zich opstapelen, rijst de vraag of alle inspanningen ooit wat gaan opleveren.

24 | Zuinige blockchain

30 | Trix leeft!

48 | Meten in het poolgebied

Blockchains en cryptovaluta verbruiken veel

Na een ruige reis terug in de tijd komen

elektriciteit. Het grote netwerk Ethereum

bezoekers van Naturalis oog in oog te

wetenschappers rond Spitsbergen. Aan

is nu overgestapt op een energiezuiniger

staan met een angstaanjagend echte,

boord waren ook onderzoekers van ijs,

systeem. Wat zijn de gevolgen?

maar gloednieuwe T.rex. Hoe maak je

zowel boven als onder de grond.

Deze zomer voer een bont gezelschap van

zo’n levensgrote animatronic?

36 | ‘Koester de wetenschap en de industrie’ In de eerste KIVI-technologielezing maakt scheepsbouwer Thecla Bodewes zich sterk voor een gezamenlijke aanpak van de grote opgaven van dit moment.

OKTOBER 2022 • DE INGENIEUR

3


xxxx p.22

xxxx p.23

xxxx p. 26

ONDER REDACTIE VAN JIM HEIRBAUT

xxxxx p.18

REDACTIE@INGENIEUR.NL

TU’s willen verder groeien Met alle op handen zijnde, maatschap­ pelijke transities heeft de samenleving dringend behoefte aan meer technisch geschoolde specialisten. Tegelijkertijd hebben werkgevers nu al grote moeite vacatures gevuld te krijgen. Hoogste tijd dus om fors te groeien, vinden de tech­ nische universiteiten in Delft, Eindhoven en Enschede, en zo de toekomstige aanwas van jonge ingenieurs te vergroten. Tekst: Jim Heirbaut

Ondanks tweeënhalf jaar aan covid­pan­ demie en andere mondiale crises draait het Nederlandse bedrijfsleven zo goed dat er grote tekorten aan technisch geschoold personeel heersen. De pas net ingezette transities op het gebied van energie, land­

De campus van de TU/e in 2019. foto : bart van overbeeke

4

DE INGENIEUR • OKTOBER 2022

bouw en mobiliteit zullen de vraag naar technici alleen maar verder vergroten. De druk op de technische universiteiten om meer ingenieurs af te leveren neemt dan ook toe. Het verst gevorderd zijn de groeiplannen van de Technische Universiteit Eindhoven (TU/e). De regio, die zichzelf Brainport noemt, telt de meeste hoogtechnologische bedrijven die goed draaien en behoefte hebben aan nieuw personeel. ‘In het regeer­ akkoord wordt Eindhoven als enige regio genoemd die extra steun en aandacht van het Rijk nodig heeft’, zegt Robert­Jan Smits, collegevoorzitter van de TU/e. Een kleine groep ministers overlegt regelmatig over de schaalsprong die Brainport door­ maakt. Eindhoven en omstreken is op weg de belangrijkste economische regio van

het land te worden. ‘De bedrijven om ons heen groeien allemaal in hoog tempo. Vandaar dus aan ons als universiteit de vraag of we ook bereid zijn mee te groeien. We nemen onze verantwoordelijkheid en zeggen: ja, dat gaan we doen’, aldus Smits. In 2030 moet de jaarlijkse uitstroom van afgestudeerde masterstudenten – die is nu vijftienhonderd – zijn verdubbeld. De TU/e riep onlangs een commissie in het leven, onder leiding van hoogleraar Maarten Steinbuch, om te onderzoeken hoe stevige, maar gezonde groei eruit­ ziet, en wat de uitdagingen en mogelijke valkuilen zijn. Hoe behoud je bijvoor­ beeld de voordelen van een relatief kleine universiteit? ‘Het is bij ons gemoedelijk, de gemeenschapssfeer is sterk. Dat willen we behouden’, zegt Smits.


Efficiëntere waterstofproductie op zee Ook zal het niet meevallen voldoende gekwalificeerd personeel aan te trekken. ‘We hebben docenten en onderzoekers nodig, maar ook ICT- en HR-mensen’, zegt Smits. ‘De uitdaging is goede mensen binnen te halen, wetende dat we minder kunnen betalen dan de bedrijven om ons heen. Gelukkig zien we dat veel mensen uit idealisme bij ons komen werken: ze kunnen hier bijdragen aan het opleiden van de volgende generatie en aan de nieuwste technologie.’ Hulp komt soms uit onverwachte hoek. Onlangs maakte chipmachinebouwer ASML bekend dat het honderden hybrid teachers gaat aanstellen: medewerkers die lesgeven op de TU/e of een hogeschool. Smits: ‘De bedrijven gaan profiteren van onze groei. Dan mogen ze ook iets terugdoen.’

Naar andere locaties Ook op de landelijke overheid doet de TU/e een beroep. ‘We zien al langer dat de overheid onvoldoende in onderwijs investeert, gelet op de snelle groei en behoeften van bedrijven’, zegt Smits. ‘Dat geldt ook voor woningbouw en voor infrastructuur. Blijven we al deze zaken verwaarlozen, dan bestaat het risico dat bedrijven vertrekken of besluiten op andere locaties te groeien.’ Daarbij is voorfinanciering uit Den Haag nodig voor extra personeel en gebouwen, benadrukt Smits, voordat de grote groei van de TU/e start kan gaan. ‘Een andere belangrijke randvoorwaarde is het realiseren van voldoende extra studentenhuisvesting in en rond Eindhoven.’ Dan is het de vraag waar de TU/e de extra studenten vandaan haalt. In eigen land lijkt de belangstelling van middelbare scholieren voor techniekstudies steeds verder terug te lopen. Bij buitenlandse studenten aan de universiteit bestaat de angst dat ze met hun diploma onder de arm direct weer terugkeren naar hun land van herkomst. Smits: ‘Toch is dat niet wat wij zien. Van de niet-Europeanen die bij ons studeren of promoveren, vindt 56 procent de eerste baan in de regio. De TU/e heeft de hoogste stay rate van Nederland wat betreft internationale afgestudeerden.’ Natuurlijk hebben de Brainportbedrijven niet alleen afgestudeerden van academisch niveau nodig, ook mbo’ers en hbo’ers zijn erg gewild. Daarom werkt de TU/e intenillustratie : ernst van der wal , demo

sief samen met bijvoorbeeld hogeschool Fontys, benadrukt Smits. ‘We houden gemeenschappelijke introdagen, maken het studenten eenvoudig om in het eerste jaar over te stappen en willen laboratoria meer gaan delen.’ De economie draait nu op volle toeren, maar Smits is niet bang voor economische tegenwind. ‘De micro-elektronicasector is allang niet meer cyclisch. De trend is nu alleen nog maar omhoog. Belangrijker nog: het doel van onze groei is ook niet alleen om te helpen om ASML nog groter te maken, maar juist om nieuwe “ASML’s” te creëren. Neem Prodrive. Die voormalige TU/e-startup boekte vorig jaar een omzet van ruim driehonderd miljoen euro. We moeten diversifiëren.’ De universiteiten in Delft en Enschede zijn minder ver met de plannen. Ook de TU Delft wil flink groeien, maar de druk op de stad Delft is al hoog. Daarom denkt die TU eraan om uit te waaieren over andere locaties in de regio, bijvoorbeeld naar Den Haag of Rotterdam. Dat is althans het advies van een commissie die scenario’s onderzocht voor groei. Op termijn zou de TUD verder kunnen groeien naar veertigduizend studenten (nu 28.000) en een jaarlijkse uitstroom van een kleine zesduizend studenten met een ingenieursdiploma. Hoe dit in de praktijk moet gebeuren, gaat de Delftse universiteit de komende maanden verder onderzoeken. Begin 2023 moet meer daarover meer duidelijkheid zijn. Van ruimtegebrek heeft de Universiteit Twente geen last. Op de groene campus is nog voldoende plek voor nieuwbouw. Toch is de universiteit terughoudend met uitspraken over groei: die moet beheerst plaatsvinden, zei collegevoorzitter Vinod Subramaniam in een recent interview met U-Today. Enerzijds omdat hij ‘geen blik met docenten kan opentrekken’, maar anderzijds ook omdat er minder grote bedrijven in Twente zitten: ‘In Twente is geen ASML waar zevenduizend vacatures openstaan’, aldus Subramaniam in hetzelfde interview. ‘Maar in de regio hebben wij ook de verantwoordelijkheid voor bedrijven om ons heen, voornamelijk het mkb.’ Wageningen Universiteit & Research reageerde niet op tijd op onze vragen.

Het produceren van groene waterstof op zee door middel van elektrolyse kan een stuk efficiënter. Dat blijkt uit een pilotstudie die onderzoekers van Wageningen University & Research hebben uitgevoerd op Texel. Bij de elektrolyse wordt water omgezet in water­ stof en zuurstof. Om dit te laten slagen, is ultrapuur water nodig. Bij elektrolyse op zee moet het zeewater dus eerst worden gezuiverd. De onder­ zoekers gebruikten hiervoor de restwarmte die vrijkomt bij de elektrolyse. Dat spaart energie. (MtV)

Kankermedicijnen beter tracken Kankermedicijnen worden soms toegediend in nano­ bolletjes, die pas worden afgebroken als ze in de tumor zijn aangekomen. Zo kunnen ze hun werk doen waar het nodig is en blijft nevenschade beperkt. Onderzoekers van on­ der meer de TU Delft en UMC Utrecht hebben nu een betere manier gevonden om de bolletjes in het lichaam te vol­ gen, schrijven ze in Advanced Therapeutics. De kern van de nanobolletjes wordt hierbij ge­ vuld met radioactieve deeltjes, die zichtbaar zijn op bijvoor­ beeld PET­scans. (MtV)

Lees het laatste technieknieuws op www.deingenieur.nl

OKTOBER 2022 • DE INGENIEUR

5


NIEUWS

Naar een digitaal spoor

NS haalt de komende maanden alle 176 dubbeldekkers terug naar de werkplaats in Haarlem. De treinen zullen daar worden uitgerust met computerapparatuur en digitale communicatiemiddelen. Het is een volgende stap naar de invoering van het digitale treinbeveiligingssysteem ERTMS. Daarover wordt al jaren gepraat, en op een beperkt aantal baanvakken werkt het al, maar het zal zeker tot 2050 duren eer de spoorbeveiliging in het hele land is gedigitaliseerd en alle seinen langs het spoor kunnen worden weggehaald.

Hoe werkt ERTMS?

Het European Rail Traffic Management System is gebaseerd op voortdurende ‘communicatie’ tussen treinen onderling en het baanvak waar ze zich bevinden. 1

De voordelen

De spoorlijn is verdeeld in baanvakken van 1000-1500 meter lengte. In een baanvak mag maar één trein rijden.

Veiliger treinverkeer Treinen mogen sneller

Baanvak A

2

Treinen mogen korter achter elkaar

3

Internationaal systeem, makkelijker over de grens

Treinen delen hun positie voortdurend met een centrale computer.

Elektronische bakens tussen de rails bepalen de positie van treinen.

Baanvak B

4

5

De computer berekent de gewenste snelheid per trein en stuurt deze naar de stuurcabines.

Planning in kaart

ERTMS is al geïnstalleerd op de route Amsterdam-Utrecht, de Hanzelijn en de Betuweroute. De komende jaren wordt dat uitgebreid. Huidige baanvakken met ERTMS Voorzien van ERTMS in 2030 Beproeven en ervaring opdoen

Machinisten lezen de instructies. Seinen zijn overbodig.

Leeuwarden Groningen

Zwolle Amsterdam

Utrecht

Rotterdam

Den Bosch Breda

Eindhoven

Om het beveiligingssysteem snel en succesvol te kunnen uitrollen, is ProRail een ‘kennisalliantie’ aangegaan met vijf ingenieursbureaus: Arcadis Royal HaskoningDHV Nexus Rail

Sweco Movares

Ymke Pas/De Ingenieur, Bron: ProRail

6

DE INGENIEUR • OKTOBER 2022


Deze opname van versmeltende sterrenselsels werd onlangs gemaakt mede op basis van LOFAR-data. beeld : n . ramírez olivencia / lofar / nasa / esa / hubble heritage

Onderzoek op pauze wegens dure stroom De energiecrisis maakt ook slacht­ offers in de onderzoekswereld. ASTRON in Dwingeloo en Nikhef in Amsterdam vrezen vanwege de oplopende stroomprijs experimenten te moeten stilleggen. Tekst: Timo Können en Marlies ter Voorde

Radioastronomie­instituut ASTRON kan de stroom voor radiotelescoop LOFAR niet meer betalen. De kosten zijn drie keer zo hoog geworden sinds het energiecontract onlangs moest worden vernieuwd. ‘We hebben bij wetenschapsfinancier NWO een verzoek om noodsteun gedaan’, zegt direc­ teur Jessica Dempsey. Blijft die noodsteun uit, dan moet ASTRON mogelijk snijden in de hoeveelheid waarnemingen. LOFAR gebruikt zeventigduizend anten­ nes om beelden van astronomische objec­ ten te vormen. Dat vraagt veel rekenkracht. LOFAR’s verbruik is tweeduizend mega­ wattuur per jaar; een verdrievoudiging van de stroomprijs komt dan hard aan. Nikhef, het nationale instituut voor sub­ atomaire fysica in Amsterdam, rekent op een verdubbeling van de stroomrekening in 2023. Het grootste deel van de elektrici­ teit is nodig voor het datacenter. ‘De extra kosten kunnen deels worden doorberekend aan externe gebruikers’, zegt manager Arjen

van Rijn, ‘maar dat geldt niet voor de kosten van de dataverwerking voor experimenten van CERN.’ Nikhef slaat data op voor dit deeltjesversnellerslab op de grens van Zwitserland en Frankrijk. Ook Nikhef heeft het kostenprobleem aange­ kaart bij NWO. Van Rijn: ‘In het slechtste geval moet Nikhef een deel van de data­ verwerking voor CERN stilleggen.’ Intussen neemt CERN ook zelf maat­ regelen, om geld te besparen en het elek­ triciteitsnet stabiel te houden. Zo begint de technische winterstop twee weken eerder dan gepland en schroeft CERN het gebruik van de deeltjesversneller komend jaar twin­ tig procent terug. CERN is een van Frank­ rijks grootverbruikers, met een stroomver­ bruik van bijna tweehonderd megawatt op piekmomenten – pakweg een derde van het verbruik van het nabijgelegen Genève. Met name de deeltjesversneller, die bewijs voor het Higgsdeeltje vond, vreet energie. Bij andere Nederlandse instituten zoals het NIOZ en bij de universiteiten loopt de rekening vooral op vanwege de energie die nodig is voor de gebouwen en eventueel onderzoeksschepen. Dat heeft vooralsnog geen invloed op de activiteiten, maar wel op het budget. ‘De hogere kosten, circa tien miljoen euro per jaar, concurreren direct met het onderzoek. Het bedrag staat gelijk aan de

bekostiging van tientallen onderzoekers’, mailt de woordvoerder van de TU Eind­ hoven bijvoorbeeld. Wetenschapsfinancier NWO is zich bewust van de oplopende kosten bij de instituten. ‘We verwachten een stijging van energielasten van tachtig procent. Hierop is geanticipeerd in de begroting voor 2023. Daarmee kan het wetenschappelijke proces volgend jaar gewoon plaatsvinden’, mailt woordvoerder Belinda van der Gaag. Als de kosten daarna verder stijgen, kan de organisatie dit echter niet blijven onder­

De hogere energie­ kosten concurreren rechtstreeks met het onderzoek vangen. ‘Dat hebben we aangekaart bij het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap.’ TNO en Deltares melden niet te voorzien dat er experimenten stilgelegd moeten worden. ‘Wij doen veel onderzoek naar energiebesparing en zijn volop bezig zelf in 2040 energieneutraal te zijn’, mailt de woordvoerder van TNO. Ook Deltares zegt bezig te zijn zelf energie op te wekken. • OKTOBER 2022 • DE INGENIEUR

7


NIEUWS

Stroomlijn helpt Lightyear 0 stukken verder Tekst: Jim Heirbaut

Daar staat hij dan, de meest gestroomlijnde productieauto ter wereld: de Lightyear 0. Na jaren van ontwikkeling wordt in november deze eersteling van het in Helmond gevestigde Light­ year in productie genomen. Voor 255.000 euro is de auto nu al te bestellen. Recent werd het model onderworpen aan een test in de windtunnel van het Forschungs­ institut für Kraftfahrwesen und Fahrzeugmotoren Stuttgart, in Duitsland. De metingen wezen uit dat de zogeheten Cd­waarde (de d staat voor ‘drag’, lucht­ weerstand) voor de Lightyear 0 op 0,175 ligt, veel lager dan de 0,24 van de ook al zeer aero­ dynamische Tesla Model S. De 0 is daarmee de meest ge­ stroomlijnde productieauto ter wereld. Dit betekent dat de Nederlandse auto bij hogere snelheden veel minder energie gebruikt om vooruit te komen, wat het bereik op een acculading vergroot. De extreme stroomlijn is trou­ wens maar één van de manieren waarop Lightyear zijn eerste auto zo ver mogelijk wil laten rijden zonder dat­ie aan de stekker hoeft. Zo heeft de auto zonne­ cellen op het dak en de motorkap en een elektrische aandrijflijn die is ontworpen op maximale efficiëntie. In de windtunnel voerden ingenieurs ook metingen uit aan het geluidsniveau binnen en buiten de auto. Aangezien windruis wordt veroorzaakt door lucht die op de auto botst, zal het binnen behoorlijk stil zijn. De belangrijkste metingen deden de ingenieurs met een rij meet­ sonden. ‘Hiermee maten we op verschillende plekken rond de auto de druk en de snelheid van de stromende lucht. Zo kwamen we te weten hoe de lucht werke­ lijk rond de auto stroomt’, aldus aerodynamic engineer Annemiek Koers van Lightyear. 8

DE INGENIEUR • OKTOBER 2022

foto : lightyear


OKTOBER 2022 • DE INGENIEUR

9


NIEUWS

Groningse zeedijk versterkt met zout Dollardslib

GIESEN

Een zeedijk in het noordoosten van Groningen is, als eerste ooit, versterkt met zout slib. Normaal gesproken wordt bij het versterken van dijken de toplaag asfalt verwijderd en zand aangevoerd om daar bovenop een nieuwe laag asfalt te leggen. Dat is niet bepaald duurzaam. Waterschap Hunze & Aa’s en het Deltaprogramma gebruikten daarom voor de versterking van de Dollarddijk slib uit de nabijgelegen Eems-Dollard. In dat estuarium is een overvloed aan slib, wat het maritiem leven verstikt. Voorheen werd dit voortdurend opgezogen en verderop in de Waddenzee gedumpt. Nu wordt het op land gedroogd in kleirijperijen. Dat duurt normaliter tientallen jaren, maar dat is fors versneld met wat slimmigheden, zoals het graven van geultjes en het regelmatig openbreken van de korst. De dijk is inmiddels over een lengte van 750 meter verbreed met de klei. In oktober is dat deel opgeleverd. (PD) •

GEKNIPT

‘Wij móeten wel aansluiten bij big tech, anders werken wij met apparatuur van de 20ste eeuw, en zij met die van de 21ste eeuw.’

‘Te vaak merk ik nog Calimero-denken in dit land. We kijken naar grotere landen en verwachten dat zij met oplossingen komen.’

Wilhelm Huck, chemicus aan de Radboud Universiteit Nijmegen, vindt de grote invloed van big tech op academisch onderzoek niet zo erg (FD).

In een alternatieve troonrede hekelt Lex Hoefsloot (Lightyear) de vaderlandse mentaliteit (Forum).

‘Stil? We waren helemaal niet stil. Sterker nog: ik stuurde tal van appjes naar bewindspersonen. De boodschap was: reken niet op mijn applaus.’ Maxime Verhagen, voorzitter van Bouwend Nederland, spreekt tegen dat hij in het heetst van de stikstofstrijd onzichtbaar was (Cobouw).

10

DE INGENIEUR • OKTOBER 2022

‘Katoen groeit niet in Nederland, maar de recyclestroom hebben we hier wel. We kunnen eigen ketens opzetten die we zelf goed kunnen controleren.’ De productie van circulaire kleding uit reststromen kan banen opleveren, zegt Jens Oelerich, onderzoeksleider duurzaam textiel bij Saxion (Chemie Magazine).

‘In de gezondheidszorg proberen we al jarenlang de stap te maken van gezond naar welzijn. Dat lukt nog niet. Ik denk dat digitale technologie dit wel mogelijk kan maken.’ Industrieel ontwerper en techniekfilosoof Merlijn Smits is optimistisch over wat technologie in de zorg vermag (FMT Gezondheidszorg).

‘Mensen zijn kritisch over kunststoffen, maar ook jij zal al gauw voor driehonderd kilo aan Chemelot-producten in huis hebben.’ Directeur Loek Radix van chemisch industrieterrein Chemelot legt de vinger op de zere plek (Groene).

illustratie : matthias giesen


Punt

Een scherpe mening over een actueel onderwerp. Deze maand: Henny de Haas.

Start een meldpunt voor bedrijven die zijn gehackt In de zomer van 2021 werd ons bedrijf, Hoppen­ internet hangen, de overheid haar sluizen en be­ brouwers Techniek, opgeschrikt door een cyber­ weegbare bruggen. Het belang om daar serieus aanval. Via het Amerikaanse softwareprogramma op in te spelen wordt steeds urgenter. En de di­ Kaseya waren criminelen erin geslaagd onze sys­ gitale wereld is een twintigkoppig monster. Er temen binnen te dringen. Als wij geen losgeld is dan ook behoefte aan een langetermijnplan zouden betalen, dan zouden zij vertrouwelijke en een visie vanuit de overheid. Zo’n ‘Deltaplan bedrijfsgegevens op internet zetten, zo luidde voor de ICT’ is hoognodig om Nederland veilig te houden. Zodra de veiligheidsdiensten weten het dreigement. De hack bleek onderdeel van een wereldwijde dat er een groep cybercriminelen actief is in Ne­ aanval. Door de mondiale handelwijze van de derland, zou dat zo snel mogelijk breed moeten daders (het bleek te gaan om de Russische orga­ worden gedeeld om de samenleving optimaal nisatie REvil) was de aanval niet te voorkomen alert te maken. Openheid over incidenten is wat mij betreft geweest. Door goede informatiebeveiliging en dankzij de inzet van bijna tweehonderd mede­ essentieel om het groeiende probleem van gijzel­ werkers, met en zonder ICT­kennis, kregen we software de baas te kunnen worden. Veel be­ drijven vertellen er niet de gevolgen ervan binnen twee graag over als ze zijn dagen onder controle. Hierdoor gehackt, maar ik vind kostte de hack ons slechts vier­ Een Deltaplan het belangrijk onze er­ honderdduizend euro, waar de varingen te delen. Daar­ schade van zo’n aanval vaak veel voor ICT is nodig om hebben wij een boek groter is en wekenlang kan aan­ om ons land geschreven over ons houden. Let wel: cybercrimine­ verzet tegen de cyber­ len eisen meestal 2 procent van veilig te houden aanval en de impact de jaaromzet aan losgeld. die de gebeurtenis had Sindsdien zet ik me ervoor in op onze medewerkers. om bedrijven en organisaties be­ wust te maken van de enorme impact van een Hack geeft nagenoeg van minuut tot minuut hack. Ik vind bijvoorbeeld dat er een meldpunt weer wat zich op allerlei fronten bij Hoppen­ moet komen voor bedrijven die zijn gehackt. Dit brouwers Techniek heeft afgespeeld. Vanaf het meldpunt à la alarmnummer 112 kan meteen moment dat de hack werd ontdekt, totdat we na eerste opvang en hulp bieden bij zo’n ‘digitaal twee dagen weer live gingen. Het geeft zo inzicht ongeval’. Ook al ben je ertegen verzekerd en krijg in de grote invloed die cybercriminaliteit heeft je uiteindelijk hulp van externe professionals: op het bedrijfsleven. Ik hoop dat bewindslieden wie met cybercrime wordt geconfronteerd, zit het lezen en in actie komen. Laat het openen van aanvankelijk toch vooral met de handen in het een alarmnummer een eerste stap zijn. haar. Een centraal loket kan dan helpen direct en slagvaardig te reageren. Dat is geen overbodige Henny de Haas is directeur van technische luxe, want het is niet de vraag óf je wordt getrof­ dienstverlener Hoppenbrouwers Techniek, een bedrijf met zestienhonderd medewerkers. fen, maar wanneer. Data en digitalisering worden namelijk steeds Het boek is gratis te downloaden op hoppenbelangrijker. Elk bedrijf heeft zijn robots aan het brouwerstechniek.nl/boek-hack.

foto : sjors massar

OKTOBER 2022 • DE INGENIEUR

11


In Italië leggen werknemers de laatste hand aan een vacuümvatsegment. FOTO : ITER 12

DE INGENIEUR • OKTOBER 2022


Wordt het ooit nog wat met het kernfusieproject?

De hoofdbrekens van ITER


KERNFUSIE T E K S T: R O E L V A N D E R H E I J D E N E N M A R L I E S T E R V O O R D E

Al meer dan drie decennia jaar werken 35 landen samen aan het bouwen van de experimentele fusiereactor ITER. Maar nu de problemen zich opstapelen, rijst de vraag of alle inspanningen ooit nog wat gaan opleveren. Op de time­lapse video op de website van ITER lijkt het vooral op het assembleren van een reusachtige cakevorm voor een kransvormige tulband van 11,4 meter hoog en 19,4 meter in diameter. Het eerste van de negen segmen­ ten hangt aan de hijskraan in de assembly hall; twee di­ gitale meters geven beide zo’n 350 ton aan. Op de grond krioelen tientallen gehelmde werknemers in felgekleurde hesjes. Deze ingenieurs in het Zuid­Franse Cadarache bouwen aan de grootste experimentele kernfusiereac­ tor ter wereld. ITER (International Thermonuclear Experimental Reactor) moet aantonen of kernfusie – het natuurkundige proces waaraan onze zon haar energie ontleent – ook als directe bron van energie kan dienen voor de mens op aarde. Na jaren van praten en plannen (de eerste gesprekken tussen de Verenigde Staten en de Sovjet­Unie waren al in 1985) wordt er sinds 2010 gebouwd op het gigantische terrein in de beboste heuvels. Het project groeide uit tot een wereldwijd initiatief waaraan 35 landen meedoen. De huidige kosteninschatting is zo’n twintig miljard euro. Op de website van ITER prijkt op het moment van schrijven het getal 77,1 dat in procenten aangeeft hoe ver het project is gevorderd tot de eerste experimenten. Dat klinkt alsof ITER bíjna van start kan. Nog even wat

UITDAGING 1

Bescherming tegen straling Risico of taalprobleem? Hoewel kernfusie geen langdurig radioactief afval pro­ duceert, wordt de binnenkant van het reactorvat (de tokamak wel geleidelijk radioactief door de sterke neu­ tronenstroom die in de reactor ontstaat (zie kader: Hoe werkt ITER?). Een goede bescherming tegen radioacti­ viteit is dan ook een belangrijke eis waaraan ITER moet voldoen. Tot de reactor in werking is, moeten reken­ modellen uitwijzen of deze bescherming voldoende is gewaarborgd. De ASN is daar nog niet van overtuigd, blijkt uit de brief van deze atoomwaakhond. Laban Co­ blentz, woordvoerder van ITER, denkt dat de oplossing vooral een kwestie is van beter rapporteren. Het pro­ bleem zit in de berekeningen die voorspellen hoe sterk de straling zich op welke plek gaat voordoen, stelt hij. De meeste nucleaire faciliteiten gebruiken voor die bereke­ ningen tweedimensionale modellen, maar ITER is over­ gestapt op een geavanceerder driedimensionaal model. In Frankrijk is de controleketen helemaal toegespitst op kernsplijting, verduidelijkt Jaap van der Laan, die bij ITER aan de bekleding van de reactorwand werkt. ‘En vergeleken met een fusiereactor is een splijtingsreactor nogal simpel: alle uranium zit bij wijze van spreken in één grote box.’ ITER is extreem groot en het gebouw 14

DE INGENIEUR • OKTOBER 2022

onderdelen bij elkaar zetten, de schroeven aandraaien en gaan! Maar schijn bedriegt. Het prestigieuze project wordt geplaagd door uitstel en kostenoverschrijdingen. ‘Klokkenluider’ en voormalig woordvoerder van ITER Michel Claessens deed in februari bij het Europese Par­ lement een boekje open over vermeend mismanagement en een angstcultuur in delen van de organisatie. En tot overmaat van ramp viel er op 25 januari van dit jaar een brief op de mat van de Autorité de Sûreté Nucleaire (ASN), waarin deze Franse atoomwaakhond schrijft dat ze voorlopig geen toestemming geeft voor de volgende bouwfase van het project. Eerst moet ITER de veiligheid van onomkeerbare stappen zoals het aan elkaar lassen van het vacuümvat voldoende onderbouwen en zorgen wegnemen over de bescherming tegen straling uit de reactor en de fundering van ITER. En nu? Kan ITER volstaan met ‘betere informatie’ of moeten het ontwerp en de werkwijze anders, met ver­ traging en extra kosten tot gevolg? Of is er zelfs te hoog ingezet en blijkt kernfusie op deze schaal voorlopig on­ haalbaar? De Ingenieur dook in de documenten, ging langs bij de experts, en ontwaarde zeven belangrijke uitdagingen.

heeft openingen, doorvoeren en gangen, vertelt van der Laan. ‘Daarom heb je echt een 3D­model nodig om de stralingsniveaus binnen en buiten het gebouw te berekenen.’ Iedereen die met fusie werkt kent deze 3D­modellen, maar het is voor het eerst dat ze worden gebruikt voor een vergunning voor een Franse nucle­ aire installatie. Van der Laan: ‘Logisch dus, dat deze vergunningverlener zeker wil weten dat het hout snijdt.’ De discussie gaat er nu vooral over hoe de verschil­ lende modeluitkomsten zinvol met elkaar zijn te ver­ gelijken. Coblentz: ‘We moeten onze berekeningen op één lijn zien te krijgen met die van de ASN. Ik denk dat dan blijkt dat een extra stralingsschild niet nodig is, dus dat het echt een rekenkundig probleem betreft.’ ‘Bedenk ook dat de reactor niet vanaf dag één op hon­ derd procent gaat draaien’, zegt Van der Laan. ‘Dat wordt stap voor stap opgevoerd, en intussen meten we wat de straling precies doet en of dat overeenkomt met de voor­ spellingen. De ASN kan ook daarin nog beslismomenten inbouwen voor de voortgang van de experimenten.’ Als er toch een extra stralingsschild moet komen, komt daarmee wel meteen een extra probleem om de hoek kijken, schrijft de ASN. Zo’n schild is doorgaans van lood of beton, en levert dus extra gewicht op. Daar­ op is de ondersteuningsconstructie van de tokamak niet ontworpen (zie Uitdaging 2). Maar er zijn meer knoppen waaraan je kunt draaien, zegt Van der Laan. ‘Naarmate


UITDAGING 2

Gewicht Een steeds zwaardere machine? ITER is zo zwaar dat het gewicht in Eiffeltorens is uit te drukken. Het metalen reactorvat weegt zo’n achtduizend ton, dat is ruwweg één Eiffeltoren (enkel het staal). Tel je daarbij de magneet­ en koelsystemen op, dan zit je al op drie stuks, het hele gebouwencomplex weegt zeker 55 Eiffeltorens. Deze massa rust op 493 betonnen palen die

dienen als schokdempers voor de machine. In 2014 wa­ ren die palen bij Cadarache voor het laatst te zien. Sinds­ dien liggen ze onder een 1,5 meter dikke betonnen plaat: de vloer van het reactorgebouw, voor ingewijden de B2 slab. Die vloer is inmiddels een discussiepunt. Door het gewicht van de incomplete reactor zou de betonnen plaat nu al doorzakken. Toezichthouder ASN rept in de brief van januari over het ‘losraken’ van de vloer van sommi­ ge van de bovengenoemde palen, en schrijft dat recente veranderingen in het reactorontwerp niet goed zijn ver­ werkt in de massaberekeningen. De vloer is ontworpen op basis van een schatting van het gewicht van de reactor uit 2013. ‘Inmiddels denk ik dat de machine enkele procenten zwaarder wordt’, zegt Henk Gaxiola, ‘magneetingenieur’ voor ITER die zorgt dat de opbouw van de machine goed gaat, specifiek in de tokamak. Oorzaak van die gewichtstoename is het feit dat het ontwerp lange tijd niet vastlag en er in

t

de wand langer met neutronen wordt gebombardeerd, bouwt de straling zich op. Als de effectieve stralings­ afscherming tegenvalt, zou je ook nog kunnen besluiten het tempo van de stralingsbelasting naar beneden bij te stellen.’

ITER in aanbouw, 2018. foto : iter

OKTOBER 2022 • DE INGENIEUR

15


KERNFUSIE

Hoe werkt ITER? In een kernfusiereactor wordt energie opgewekt door atoomkernen te laten samensmelten, net als in de zon. Hiervoor moeten die kernen dicht bij elkaar worden gebracht. Dat is lastig, want door hun positieve lading stoten ze elkaar af. Daarom kost het op gang brengen van een kernfusiereactie in eerste instantie veel energie. In de ITER-reactor gebruikt men een mengsel van deuterium en tritium, twee verschillende verschijningsvormen (isotopen) van waterstof. Door dit te verhitten tot een temperatuur van zo’n 150 miljoen graden, verandert dit mengsel van een gas in een plasma: een verzameling vrij door elkaar bewegende atoomkernen en elektronen. Hierin kunnen de deuterium- en tritiumkernen fuseren, waarbij helium en een neutron ontstaan. Die reactie levert energie op, en niet zo’n klein beetje ook: het fuseren van één gram deuterium en tritium is voldoende voor het jaarverbruik aan elektriciteit van dertig Nederlandse huishoudens. Maar zo ver is het nog niet. Tot nu toe kost het creëren, verhitten en onder controle houden van het

plasma meer energie dan de kernfusie oplevert. ITER moet de eerste fusiereactor worden waarvoor dat andersom is. Het voordeel van kernfusie is dat erbij geen CO2 vrijkomt. Kernfusie is bovendien een stabiel proces dat niet via een kettingreactie uit de hand kan lopen, wat het veiliger maakt dan kernsplijting in de huidige kerncentrales. Ook komen bij het fusieproces geen langdurig radioactieve producten vrij, al wordt de binnenkant van het reactorvat (de tokamak) na een tijd wel radioactief door de voortdurende inslag van hoogenergetische neutronen. Het verhitten van het deuterium-tritiummengsel gebeurt in de ITER-reactor met stroom, met elektromagnetische straling en door het beschieten van het plasma met extra deuterium. Een sterk magneetveld werkt als ‘kooi’ voor de geladen deeltjes, en voorkomt op die manier dat het plasma tegen de wand van de tokamak aan komt. Voor de ongeladen neutronen werkt deze kooi niet: die bombarderen de reactorwand en warmen deze op. Uit deze warmte wordt uiteindelijk de energie geoogst.

Kernfusie-energiecentrale (boven). Door de fusie van een tritum- en een deuteriumkern ontstaan helium, een neuron en energie. BEELD : EUROFUSION , CC BY 4.0 ( BOVEN ) ; WIKI COMMONS

16

DE INGENIEUR • OKTOBER 2022

de loop der tijd extra materiaal is toegevoegd. Gaxiola: ‘Stel, je wilt in bepaalde sectoren de straling naar beneden brengen. Dan stop je er meer beton of lood in.’ Omdat de limieten voor gewicht bovendien vaag waren en er niet op massabeperking is gestuurd, is ITER onnodig zwaar geworden. Gaxiola noemt het ‘absurd’ dat er over het ontwerp zo lang onduidelijkheid bestond en het nu zover komt dat de toezichthouder aan de handrem trekt. Misschien had ITER iets meer als een vliegtuig moeten worden ontworpen, oppert Gaxiola. In de luchtvaart denken ontwerpers wel twee keer na voordat ze onderdelen toevoegen, alles moet immers zo licht mogelijk zijn. Natuurlijk is het Ontwerp ‘massabeheer’ van een machine met zoveel onderdelen waarvan het ontITER meer werp nog niet vaststaat uitdagend, als een maar er had in ieder geval meer controle moeten zijn op het gewicht, vliegtuig vindt hij. ‘Een helikopterperspectief van het hele proces en een continue kritische blik op materialen was er niet’, zegt Gaxiola. Volgens hem is het overgewicht technisch oplosbaar door het geplande materiaalgebruik te heroverwegen. ‘Misschien kunnen we op sommige plekken lichtere materialen zoals koolstofvezels gebruiken, al is er kans dat de kosten dan oplopen.’ ITER-woordvoerder Coblentz bevestigt dat er wat ‘fysieke disconnectiviteit’ is tussen de vloer en de palen waarop deze rust. ‘Om aan te tonen dat de vloer nog sterk genoeg is zijn er technische berekeningen nodig’, zegt hij. ‘Zelf denken we dat de vloer voldoet en dit anders met geringe aanpassingen oplosbaar is. Dat is momenteel onderwerp van discussie tussen ITER en ASN.’ Als er ook extra bescherming tegen straling moet komen (zie Uitdaging 1) wordt het geheel nog zwaarder. ‘Dan moeten we andermaal naar die vloer kijken’, zegt Coblentz. Gaxiola: ‘Je kunt niet zomaar meer lood of beton in het apparaat stoppen, dan moet je het elders lichter maken. We zitten al aan het maximum, en aan de fundering kun je nu niet zoveel meer verbeteren. We kunnen het alleen nog slimmer aanpakken.’

’’

UITDAGING 3 De lasnaden Perfecte pasvorm?

Hoe laat je onderdelen van een bouwwerk goed op elkaar aansluiten? Zelfs om een IKEA-bouwpakket in elkaar te zetten moet er soms worden gewrikt en geschuurd. De uitdaging die ITER op zich nam was dan ook groot: de negen segmenten waaruit de tokamak bestaat, zijn op verschillende locaties gebouwd en moeten nu in Cadarache worden samengevoegd. En helaas blijkt ook hier: dat past minder goed dan verwacht. Het eerste segment bleek, toen het vanuit Korea in Cadarache aankwam, een ‘onconformiteit’ te bevatten. Hierdoor zit er speling tussen de segmenten.


UITDAGING 4

Beryllium Een verraderlijk goedje op de muur Vroeger werd het vierde element van het periodieke systeem glucinium genoemd, naar het Griekse woord voor zoet. Verbindingen met het element smaakten zoetig, naar verluidt. Maar proeven is niet aan te raden: het is giftig. Tegenwoordig noemen we het zilvergrijze overgangsmetaal beryllium en wordt het onder meer gebruikt in hitteschilden en als lichtgewicht materiaal voor vliegtuigen. Ook de binnenkant van ITER’s reactorwand krijgt een berylliumbekleding. Het lichte element ‘vervuilt’ het plasma nauwelijks wanneer er atomen losraken van de wand, vervormt weinig bij hitte en verwijdert ongewenst zuurstof uit het plasma. Het wordt een centimeter dikke laag met een oppervlak van 610 vierkante meter (ruim twee tennisvelden). Er zit straks twaalf ton beryllium in ITER. Kathryn Creek, expert op het gebied van blootstelling aan beryllium, adviseert overheden en industrie al tien­ tallen jaren op dit gebied. Tussen 2017 en 2021 werkte ze voor ITER. Ze schreef er het veiligheidsprotocol. Op basis van haar ervaringen in de organisatie is ze er niet gerust op dat ITER en zijn leveranciers de risico’s van het materiaal goed kunnen controleren. Ze denkt dat

t

‘In feite is het een technisch mirakel’, zegt Coblentz. ‘Het gaat om componenten uit Japan, Korea en Europa, met het gewicht van een Boeing 747 en afmetingen tot zeven­ tien meter, terwijl de afwijking nergens meer dan een millimeter bedraagt.’ Dat neemt niet weg dat het lassen van de naden lastiger wordt dan was beoogd. Coblentz: ‘Is dat een probleem? Ja. Een groot probleem? Ik denk het niet.’ Gaxiola ziet dat anders. ‘ITER wilde dit robotgestuurd gaan doen’, zegt hij, ‘maar nu niet alle onderdelen hele­ maal parallel lopen, zal het handmatig moeten.’ Hier­ door wordt het project in elk geval duurder en loopt vertraging op. Of het daarbij blijft, hangt onder meer af van de vraag of menselijke lassers in de krappe ruimte rondom het vacuümvat voldoende manoeuvreerruimte hebben om hun werk te doen. Dat zal moeten blijken in Santander in Spanje. Daar is het hele lasproces al eens op proef en met succes door­ lopen met namaakonderdelen; op ware grootte, maar zonder die ‘onconformiteit’. Nu moet ITER er testen of de naden ook mét speling kunnen worden gelast, even­ tueel met extra vulmateriaal, en of dat de benodigde sterkte en drukweerstand oplevert. Coblentz: ‘Ik denk dat het probleem al met al wel oplosbaar is. Maar om ASN ervan te overtuigen dat we alles toch veilig in elkaar kunnen zetten, moeten we dat bewijzen.’

‘Sector 8’ is net uit Korea aangekomen in Cadarache. foto : iter

OKTOBER 2022 • DE INGENIEUR

17


KERNFUSIE

18

DE INGENIEUR • OKTOBER 2022


Ook met geavanceerde ademhalingsbescherming kun je berylliose krijgen

’’

t

werknemers die met het materiaal werken risico lopen. Volgens ITER zijn dat zo’n driehonderd mensen tijdens de installatie van de wand en zo’n twee- tot vierhonderd mensen per jaar tijdens operatie. Aan beryllium kleven risico’s. Zo kan aanraking met het metaal het immuunsysteem overgevoelig maken. Mensen kunnen ‘berylliose’ oplopen, een ziekte met chronische ontstekingen, een verminderde longfunctie en gewichtsverlies als gevolg. Op basis van haar ervaring schat Creek dat vijf tot tien procent van de mensen die met beryllium werken ervoor overgevoelig raakt. Fabricage van de berylliumtegels voor ITER gebeurt onder andere bij een Amerikaans bedrijf dat zich aan strenge voorschriften zegt te houden, maar volgens Creek niet kon onderbouwen hoe het dat precies doet. Ook heeft ze kritiek op het ontwerp van de zogenoemde port cells, 44 afgesloten toegangsruimten tot de reactor. ‘De ventilatie van deze ruimten is onder de maat en er is geen luchtsluis.’ Verontwaardigd: ‘Er waren zelfs plannen om met beryllium vervuilde pijpen doormidden te snijden met een brander en vervolgens weer te lassen. Dat gaat in tegen ITER’s eigen veiligheidsprotocol.’ Containment- en ventilatieproblematiek speelt volgens Creek ook bij het Hot Cell Building, waar onderhoud aan reactoronderdelen plaatsvindt. ‘Mijn manager zei dat we de werknemers “van voldoende zuurstof voorzien”, maar er is veel meer nodig. Ik ken bedrijven waar werknemers zelfs met geavanceerde ademhalingsbescherming berylliose ontwikkelen’, zegt ze. Materiaal verspreidt zich volgens haar makkelijk wanneer je maskers en kleding onjuist afneemt. Creek stopte bij ITER omdat ze naar eigen zeggen door managers onder druk werd gezet om een presentatie over berylliumrisico’s in de Hot Cell Building aan te passen voor een interne veiligheidscontrole. Dat weigerde ze. Coblentz kan zich niet vinden in de kritiek van Creek. Hij zegt de details niet te kennen, maar weet wel dat het ontwerp van de hot cells nog niet rond is. ITER houdt zich volgens hem aan de Franse en Europese veiligheidseisen op dit gebied. ‘Over veiligheid wordt nooit onderhandeld’, zegt Coblentz. ‘Ik herken me niet in het beeld dat we onze eigen regels aan de laars zouden lappen of een onveilige werkomgeving creëren.’ In theorie zou het nog mogelijk zijn beryllium te vervangen door een ander materiaal zoals koolstof of wolfraam – wat Creek onomwonden adviseert. Maar bij een recente review zag ITER hier geen reden toe.

In de assemblagehal worden de componenten uitgeladen en klaargemaakt om vervolgens de constructieruimte van de tokamak in te worden getild. foto : iter

OKTOBER 2022 • DE INGENIEUR

19


KERNFUSIE

door lithium in de wand van het reactorvat te integreren. Dat wordt dan deels door de energierijke neutronen in helium en tritium gesplitst. Maar daarvoor is eerst een Het management werkende reactor nodig, en het is zelfs de vraag of er Samenwerken, altijd lastig genoeg tritium is om ITER op te starten, schrijft Clery. In het ITER-project is Europa een grote speler: het draagt De totale tritiumvoorraad is op dit moment zo’n 25 kilo, ongeveer 45 procent van de kosten en treedt tevens op en de enige commerciële tritiumbronnen ter wereld die als ‘gastheer’. Maar juist bij de Europese tak van ITER dit aanvullen zijn negentien deuterium-uranium kernrommelde het nogal de afgelopen tijd. Voorlopig diepte- reactoren (zwaarwaterreactoren) in Canada. Deze propunt was de hoorzitting die eind februari plaatsvond bij duceren elk ongeveer een halve kilo tritium aan afval per het Europese parlement. Hierbij deed klokkenluider jaar. Naar verwachting gaat de totale wereldvoorraad nog Michel Claessens, voormalig woordvoerder van ITER, voor het eind van dit decennium slinken, schrijft Science. Jaap van der Laan, die bij ITER meewerkt een boekje open over de problemen bij ITER. aan het ontwikkelingsprogramma voor een efTegenvallers worden toegedekt en risico’s geficiënte breeding blanket (een tritium-kwekenbagatelliseerd, betoogde Claessens. Bovendien zou er sprake zijn van een angstcultuur We werken de reactorbekleding), ziet het minder somber in. Ten eerste zijn niet alle reactoren waar moin delen van de organisatie. Europees vakmet 35 menteel tritium ontstaat in deze boekhouding bondsleider Cristiano Sebastian bevestigde opgenomen, legt hij uit. ‘Er staan ook zwaarhet verhaal. landen. waterreactoren in China, India, Korea en RoeEen interne enquête onder de meer dan duiIk ben er menië, we zijn niet meteen aan het eind van zend werknemers van ITER, met een respons van 83 procent, toonde echter dat de werk- trots op hoe de voorraden.’ Ten tweede valt ook nog te overwegen een nemers trots zijn op hun bedrijf en zich sterk dat gaat speciale faciliteit te starten die tritium maakt: betrokken voelen, vertelde de voor malige niet als afval, maar als het primaire product. algemeen directeur Bernard Bigot aan De In‘En als we eenmaal met kernfusie zijn begenieur op de dag van de hoorzitting – waar gonnen, hoeft de efficiëntie maar iets boven hij overigens weigerde op te dagen. Bigot, die dit jaar op 14 mei ten gevolge van een ziekte overleed, zelfvoorzienendheid te liggen om het probleem op te lossen. Dan heb je zo genoeg nieuwe tritium verzameld was furieus over de beschuldigingen van Claessens. Er gaan wel eens dingen mis bij ITER, erkent Coblentz, voor een volgende opstart. Kwestie van klein beginnen maar wat wil je. ‘We werken met 35 landen – dat zijn dus en opschalen.’ Aan die efficiëntie werkt hij zelf, in een programma 35 culturen en 35 manieren om projecten te managen. Ik dat alvast voorbij ITER kijkt naar grootschaliger energieben er trots op hoe dat gaat.’ Coblentz: ‘Als ik me realiseer in welke mate alle lan- productie uit kernfusie. Maar voor dát gaat gebeuren, den, met hun verschillende culturen, ideologieën, tech- zijn we wel weer even verder. nologische mogelijkheden, politiek en handelsverdragen moeten gaan samenwerken om de problemen die op ons afkomen het hoofd te bieden, dan zou ik ITER naar voren willen schuiven als voorbeeld van hoe dat moet, als UITDAGING 7 model voor internationaal projectmanagement. Noem Gaat het wel iets opleveren? mij één andere plek waar China, Rusland, de VerenigDe eeuwige belofte de Staten de Europese Unie, Japan, India en Zuid-Korea – landen die ruim de helft van de wereldbevolking ‘Fusie-onderzoek richt zich op de ontwikkeling van vertegenwoordigen – zich hebben gecommitteerd aan een veilige, overvloedige en voor het milieu veranteen veertigjarig project om de wereld die we nalaten aan woorde energiebron’, staat onder ieder persbericht van onze kinderen te verbeteren.’ de ITER-organisatie. Fijn, precíes wat de wereld nodig heeft! ‘Maar we zijn er inmiddels wel laat mee’, zegt Michel Claessens, voormalig woordvoerder van ITER. ‘De reactor draait op zijn vroegst in de jaren 2040 de fusie-experimenten waarom het echt gaat. Als alles goed UITDAGING 6 gaat kun je dan pas beginnen met het bouwen van een De tritiumvoorraad testcentrale die uiteindelijk stroom levert.’ Een oneindige energiebron met brandstoftekort Ook Niek Lopes Cardozo, hoogleraar Science and Is er wel voldoende tritium op aarde om van kernfusie Technology of Nuclear Fusion van de Technische Univereen succes te maken? Waarschijnlijk niet, betoogde siteit Eindhoven, weet vrij zeker dat kernfusie geen rol wetenschapscommunicator Daniel Clery in juni 2022 gaat spelen in de energietransitie die voor 2050 is gein het wetenschappelijke tijdschrift Science. Natuurlijk pland. Naast de technische hobbels zijn er de benodigde voorkomend tritium is schaars, het komt alleen voor in kosten en mankracht. Hij rekent het voor. ‘Stel je wilt het bovenste deel van de atmosfeer. Bovendien heeft het twintig procent van de elektriciteit in de wereld met fueen korte levensduur, de halfwaardetijd is 12,3 jaar. Wel sie opwekken, dan heb je al gauw tienduizend reactoren kunnen technici het zelf in de tokamak laten ontstaan nodig. Je moet er dan tot 2050 gemiddeld 350 per jaar

UITDAGING 5

’’

20

DE INGENIEUR • OKTOBER 2022


bouwen. Ze kosten een paar miljard euro per stuk, dus dat komt neer op een investering van duizenden miljarden euro’s per jaar. Het vergt wereldwijd een industrie van circa honderd miljoen mensen’, zegt hij. Over ambitie gesproken... Overigens benadrukt Lopes Cardozo dat een vergelijkbaar kostenplaatje en inzet van mankracht in feite geldt voor elke energiebron – dus ook zonne- of windenergie – als je hiermee een transitie in dit korte tijdsbestek wilt realiseren. Een ander struikelpunt is de doorontwikkeling van technologie. Lopes Cardozo: ‘Stél dat de techniek op dit moment zou werken – wat niet zo is –, dan ga je een eerste echte centrale bouwen. Lukt dat, dan schaal je op naar tien centrales en vervolgens naar honderd. Pas dan krijg je de indruk dat je de techniek een beetje in de vingers hebt en kun je massaal gaan bouwen tot duizend en uiteindelijk tienduizend reactoren. Bij ieder van die stappen verbetert het product en zakt de prijs.’ Overigens kun je de eerste honderd machines – waarbij nog veel wordt geleerd - waarschijnlijk beter snel uitzetten, denkt Lopes Cardozo. ‘Die kun je vergelijken met de oude en kleine windmolens die je nog wel eens

ziet draaien. Hun economische levensduur is nog niet gehaald dus ze kunnen nog jaren mee, maar ze leveren in vergelijking met de nieuwere exemplaren nauwelijks iets op.’ De grap over kernfusie gaat dat het altijd ‘over veertig jaar’ zover is. Maar Lopes Cardozo ziet een interessante ontwikkeling: de opkomst van bedrijven die met privaat geld relatief kleine reactoren bouwen. Er zijn inmiddels meer dan veertig van dit soort initiatieven, met vaak verschillende technologische concepten en elk een focus op een ander deel van het ‘fusieprobleem’. Sommige van die ideeën zien er goed uit, aldus Lopes Cardozo; andere lijken hem niet realistisch. Maar dit soort kleine machines kun je relatief snel bouwen, een half jaar gebruiken en dan een nieuwe, betere versie bouwen. ‘Het is de SpaceX-methode versus die van NASA. En zijn er een of twee van die bedrijven succesvol, dan heb je misschien wel een demo-centrale in 2035 in plaats van in 2060.’ Is ITER in dat geval voor niets geweest? ‘Die bedrijven roepen dat om het hardst’, zegt Lopes Cardozo. ‘Maar hun machines zijn mede gebaseerd op kennis uit het ‘mainstream’ onderzoeksprogramma van onder andere ITER. Er is al veel geleerd in dit project.’ •

Vacuümvatsegment in de constructieruimte. foto : iter

OKTOBER 2022 • DE INGENIEUR

21


Neem nu een kennismakingsabonnement

EN ONTVANG DRIE NUMMERS VOOR SLECHTS € 25,deingenieur.nl/abonnement


Podium

Vier experts delen hun inzichten in de technisch-maatschappelijke actualiteit. Deze maand: Thijs ten Brinck, duurzaamheidsadviseur bij We-Boost Transitions en publicist bij WattisDuurzaam.nl.

Wat als aardgas straks weer ouderwets goedkoop is? Mooi was de tijd dat we ons druk maakten prijsplafond niet gelukt. Als het goed vriest over de betrouwbaarheid van wind- en zon- deze winter, stoken we de voorraden zo weer nestroom. Over de betaalbaarheid van kern- leeg. Dan zit zo’n prijsplafond ons al snel lelijk in de weg. energie en de terugverdientijd van isolatie. In alle onzekerheid is één aspect wel Inmiddels is glashelder hoe onzeker juist onze fossiele energievoorziening is. Euro- voorspelbaar. De prijs van aardgas daalt uitpa draait nog voor 70 procent op fossiele eindelijk ook vanzelf. Hoge prijzen zijn nu bronnen. Van al het geïmporteerde aardgas eenmaal de beste remedie tegen hoge prijkwam liefst 40 procent uit Rusland. Zo’n zen. De extreme gasprijs dwingt blijvende enorm volume koop je niet zomaar elders. energiebesparingen af, en nieuw aanbod En zonder aardgas levert een gascentrale net van (vloeibaar gemaakt) aardgas. Zo komen zoveel elektriciteit als zonnepanelen in het vraag en aanbod weer in balans en keert het vertrouwen in de bedonker. trouwbaarheid van Wonderwel is het gelukt aardgas terug. Dat de gasvoorraden nog voor Hoge prijzen zijn brengt uiteindelijk de winter aan te vullen, maar ook de ouderwets de betaalbaarheid baart grote nu eenmaal de lage gasprijzen weer zorgen. Miljoenen Europese beste remedie op de borden. huishoudens raken door de Nu klinkt dat naextreme energie prijzen in tegen hoge prijzen tuurlijk aantrekkede schulden, ondanks onlijk, maar het is een gekende belastingverlaginprobleem op zich. gen en toeslagen. De hoop is nu dat direct ingrijpen op de energiemarkt Goedkoop gas bracht ons in deze bloedde pijn voor de huishoudens wat kan ver- linke afhankelijkheidsrelatie met Rusland. En net nu eindelijk voor iedereen helder is lichten. In september besloot de Europese Com- hoe verstandig een investering in isolatie is, missie om de ‘overwinsten’ van kernreacto- is ons geld op. Reserves van huishoudens, ren en wind- en zonneparken af te romen. VvE’s en bedrijven zijn verschoten op het Die draaien een topjaar omdat ze geen slagveld in Oekraïne. Tientallen miljarden duur aardgas verstoken maar de duurzame zijn weggevloeid naar de schatkist van Vlastroom wel tegen recordprijzen verkopen. dimir Poetin en andere autocraten. Daarvan Het kan verkeren. Verantwoord afromen gaan we geen windparken, kerncentrales of van die winst is alleen veel complexer dan warmtenetten meer kopen. Net zoals in elke crisis klinkt ook nu de het lijkt. Op het moment van schrijven is het nog gissen wat de ingreep betekent voor de hoop dat we er wijzer en sterker uitkomen. energierekening, onze leveringszekerheid en Maar investeren in de energietransitie zal na deze energiecrisis niet makkelijker zijn dan de energietransitie. Lang is er ook gesproken over een prijs- ervoor. Als gas weer ouderwets goedkoop is, plafond op aardgas. Dat lijkt gelukkig van maken we ons weer ouderwets druk over de de baan. Onze gasvoorraden zitten nu vol betaalbaarheid van kernenergie, en de terugmet aardgas dat anders door een kunstmest- verdientijd van isolatie. Welke noodgrepen fabriek, een chrysantenkweker of een Chi- Europa ook invoert, ons energiebeleid moet nese gascentrale was verbruikt. Overbieden eerst en vooral nu eindelijk ook bestand zijn van concurrerende afnemers was met een tegen spotgoedkoop aardgas. OKTOBER 2022 • DE INGENIEUR

23


BLOCKCHAIN T E K S T: J I M H E I R B A U T

Rijen computers staan te rekenen in een mining farm voor cryptovaluta. FOTO : SHUTTERSTOCK

24

DE INGENIEUR • OKTOBER 2022


Niet langer ‘mijnen’, maar loten voor de blockchain

Duurzame crypto Voor het goedkeuren van een deel van de blockchain-transacties zijn sinds 15 september geen lange rijen ratelende computers meer nodig. Want op die dag maakte Ethereum als eerste cryptonetwerk de overstap naar een veel duurzamer systeem. Wat zijn de gevolgen? Zes vragen over The Merge. gebruik van maakte heet proof-of-work. Dit vreet echter energie en levert CO2-uitstoot op. Alleen al het in de lucht houden van het Ethereumnetwerk gebruikt evenveel stroom als het land Chili, en stoot net zoveel CO2 uit als Denemarken, becijferde CNET. De zware computerberekeningen zijn echter nodig om een barrière op te werpen tegen mensen met kwaad in de zin. Doordat het Ethereumnetwerk hiermee draait op honderdduizenden computers verspreid over de wereld, kunnen criminelen daarop nooit de hand leggen.

Wat is Ethereum? Om dat goed te kunnen uitleggen, nog even kort over de voorganger Bitcoin. Dat is een online gedecentraliseerd financieel grootboek dat de geschiedenis weergeeft van alle Bitcoin-transacties die ooit hebben plaatsgevonden; zie ook het kader op pagina 26. ‘Als een computer dingen berekent, ontstaat een geschiedenis van alle operaties die de computer moet uitvoeren om de berekeningstaak te voltooien’, mailt Davide Grossi, adjunct-hoogleraar multi-agent decision making aan de Rijksuniversiteit Groningen, op vragen van De Ingenieur. ‘De innovatie van Ethereum zit hem erin dat het de stap heeft gezet van “de geschiedenis van transacties” naar “de geschiedenis van berekeningen”. De blockchain van Ethereum wordt niet alleen gebruikt voor financiële transacties, maar ook voor echte berekeningsstappen. In zekere zin is Ethereum een vorm van een gedecentraliseerde computer, waarop men programma’s – die in jargon smart contracts heten – op een gedecentraliseerde manier kan laten draaien. Maar hoe innovatief Ethereum ook is, het blijft een niche-uitvinding. Er draaien op dit moment 1,45 miljoen smart contracts op Ethereum, maar zelfs de populairste hebben gemiddeld maar een paar duizend gebruikers.’

Hoe kan dat beter? De slimme jongens en meiden die aan Ethereum werken, hebben een nieuwe methode bedacht om die transacties goed te keuren: proof-of-stake. Wie dat wil, stalt een vastgesteld bedrag op de blockchain en doet vervolgens mee aan een loterij. Wordt iemands nummer getrokken, dan krijgt die het recht een blok op de Ethereumblockchain vrij te maken. Net als bij het oude systeem investeert zo’n deelnemer een klein beetje in het netwerk, waardoor het niet in zijn of haar belang is om vervolgens te gaan muiten of sjoemelen met het netwerk. Je verbindt je lot voor een deel met het platform, anders gezegd. En trouwens, wie iets doet wat niet mag, loopt het risico van het netwerk te worden geschopt en zijn aandeel te verliezen. Ook dit nieuwe systeem maakt het voor kwaadwillenden nagenoeg onmogelijk om de boel over te nemen. Met als enorm winstpunt dat er geen rijen ratelende computers meer nodig zijn. De Ethereum Foundation schat zelf dat het elektriciteitsverbruik met meer dan 99 procent zal dalen.

t

Na jaren werk, online discussies en flink experimenteren zaten op 15 september programmeurs over de hele wereld met samengeknepen billen. Op die dag kreeg het populaire platform voor cryptovaluta’s Ethereum een software-upgrade naar een veel energiezuinigere variant. De overstap zou het energieverbruik van het netwerk in één klap terugdringen met 99 procent. De grote vraag was: zou het goed gaan? Een dergelijke operatie was immers nog niet eerder uitgevoerd in de wereld van crypto en blockchains.

En wat is het probleem? Voor het goedkeuren van transacties heeft de uitvinder van het principe van de blockchain, bekend onder het pseudoniem Satoshi Nakamoto, een slimme manier bedacht. Zware computers staan dag en nacht te rekenen om complexe sommen op te lossen; en passant keuren ze transacties goed. Dit systeem is breder bekend onder de naam ‘mijnen’, omdat voor het oplossen van de ingewikkelde sommen een bedragje in een cryptovaluta wordt uitgereikt, zoals bitcoin of ether. Deze methode, waar Ethereum, net als zijn grotere broer Bitcoin, lang illustratie : depositphotos

OKTOBER 2022 • DE INGENIEUR

25


BLOCKCHAIN

Blockchain, cryptovaluta’s, wat waren dit ook weer? Het principe van blockchain is gebaseerd op dat van de digitale munt bitcoin, de allereerste cryptovaluta. De toegevoegde waarde van een blockchain zit vooral in de bijzondere structuur die fraude en hacken lastig maakt. Een blockchain bestaat uit een groot netwerk van honderden tot duizenden aan elkaar gekoppelde computers, waarin transacties worden vastgelegd. Zo ontstaat een soort decentraal kasboek. Wanneer iemand een transactie wil uitvoeren, worden de gegevens van die beoogde transactie in een nieuw blok gezet. Alle computers in het netwerk krijgen de gewenste transactie vervolgens te zien en ze controleren allemaal of deze legitiem is. Als alle knooppunten de transactie hebben goedgekeurd, komt deze aan het einde van de 26

blokketen te zitten en wordt op die manier vereeuwigd. De keten van blokken wordt steeds langer en geeft feitelijk de geschiedenis weer van alle transacties die ooit zijn uitgevoerd. Het decentrale karakter van de blockchain zorgt ervoor dat fraude bijna niet mogelijk is. Probeert iemand op één computer te sjoemelen, dan bereiken de knooppunten geen consensus en krijgt de transactie geen groen licht. Deze genetwerkte structuur van een blockchain maakt het dus mogelijk dat twee partijen die elkaar niet kennen op een betrouwbare manier een transactie kunnen uitvoeren, zonder tussenkomst van een derde partij. Dit zou het einde van de banken betekenen, dachten bitcoin-enthousiastelingen een paar jaar terug, maar dat valt vooralsnog mee.

DE INGENIEUR • OKTOBER 2022

Is daar lang aan gewerkt? Ethereum heeft de overstap niet uit het niets gemaakt. De eerste ideeën over het nieuwe systeem dateren al uit 2012 en programmeurs werken sinds die tijd al aan oplossingen. Sinds anderhalf jaar draait op de achtergrond van Ethereum een aparte blockchain parallel aan de hoofdketen, de Beacon Chain, die stap voor stap aan allerhande stresstests is onderworpen. Na al dat testen vonden de beheerders van Ethereum het nu tijd om de grote stap te zetten. Hoe is de overstap op 15 september verlopen? De gewone gebruiker van het Ethereum-netwerk heeft weinig tot niets gemerkt van de overgang. ‘The Merge lijkt heel soepel en zonder bugs te zijn verlopen’, zegt Grossi. ‘Ik denk dat het moeilijkste gedeelte achter de rug is. De uitdaging ligt nu in het verder uitbreiden – “opschalen” – en veiliger maken van Ethereum en de programmeertalen die worden gebruik om smart contracts te schrijven.’ De computers die mensen hadden draaien voor het mijnen van ether, de munt van Ethereum, hebben nu niets meer te doen. Is er een ander klusje te bedenken? ‘Goede vraag!’, zegt Grossi. ‘De meeste zullen denk ik gaan mijnen voor andere blockchains die nog op proofof-work werken (bijvoorbeeld Ethereum Classic). Maar zoveel rekenkracht kan ook worden gebruikt voor slechtere doeleinden: bijvoorbeeld voor het kraken van de geheime sleutel van een wallet (waar iemand cryptomunten in bewaart, red.). Dit lijkt al inmiddels minstens één keer te zijn gebeurd.’ • BEELD : DEPOSITPHOTOS


Möring

Marcel Möring is schrijver. Eind vorig jaar verscheen van zijn hand de openhartige vertelling Familiewandeling.

Stilleven Nog steeds geen corona gehad, maar wel geveld door een zigheid koos. Dat is als een zwaarlijvige die besluit om griepgelijk virusje, waardoor ik lamlendig heen en weer zich op de speleologie te werpen. Mijn vader had geen hobby’s, waarschijnlijk omdat wankel tussen schrijftafel, leesstoel en werkbank. Een lichaam dat niet meewerkt, daar kan ik niet goed tegen, hij onhandig was. Voor een ingenieur had hij ook veren dus blijf ik dan ook zo lang mogelijk ontkennen dat rassend weinig belangstelling voor de praktische kant er iets aan de hand is. Net als de zwarte ridder in Monty van techniek. Zette hij een stekker aan een snoer, dan Pythons The holy grail. Zijn arm is afgehakt maar hij wei- kwam de hele straat zonder stroom te zitten en de Friese staartklok, door mijn grootvader gerestaureerd, kwam gert toe te geven dat hij is verslagen: ‘It is but a scratch!’ Op de achtergrond is mevrouw de echtgenote, ook al met denderend geraas van de muur toen hij hem had geveld, bezig haar nieuwe laptop aan de praat te krij- opgehangen. Zelfs fotograferen ging hem slecht af, hoewel hij wel gen. Ze moet vanwege het werk Windows gebruiken en de accu van de nieuwe laptop loopt harder leeg dan een een van de eersten in de stad was die een polaroid cavergiet zonder bodem. Ik heb haar nog niet gezegd dat mera kocht. Na zijn dood zochten mijn zusters en ik de nalatenschap uit en daarbij je dat met een Apple niet zal overkohoorden ook dozen vol foto’s. men, want dat weet ze zelf vast ook wel. Het bleek een verbijsterende De sfeer is tegelijkertijd gespannen en collectie van struiken die het huiselijk. Wat begon als een zicht op het onderwerp ontOp de werkbank ben ik bezig een nemen, armen en benen die stuk hout te bewerken met een Dregoed uitgedacht klusje het kader vallen en mel, terwijl een flinke frees meer voor lijkt onderhand verdacht buiten zelfs beelden waarvan niet de hand ligt. Alles duurt en duurt, vorduidelijk is wat is gefotograderingen maak ik nauwelijks. veel op een hobby feerd, laat staan waarom. Bij Wat begon als een goed uitgedacht het doorbladeren van al die klusje lijkt onderhand verdacht veel op foto’s schortte ik aanvankeeen hobby. Straks gaat de geliefde nog haken en dan zitten we hier als twee vroegbejaarden zin- lijk mijn oordeel over zijn kwaliteiten als fotograaf op loze dingen te knutselen die we weg moeten geven aan en suggereerde tegenover mijn zusters dat hij misschien familie en vrienden die niet zitten te wachten op onze een avantgardistische benadering van de fotografie als wanstaltige pannenlappen en lepelrekken en daarom kunstvorm voorstond, maar na een paar honderd van die bezoek gaan mijden met als gevolg dat wij over een jaar scheve, vage en anderszins mislukte afbeeldingen moest dood gevonden worden onder een monsterlijke berg ik toegeven dat hij er niets van kon. De Polaroid-camera die hij in de jaren zestig kocht knutselwerk. Maar misschien overdrijf ik. Het kan zijn dat ik toch – de wonderschone SX 70, opvouwbaar tot een platte doos – bevond zich niet in de nalatenschap en dat is wel een beetje koorts heb. Ik denk de laatste dagen met lichte weemoed aan mijn jammer. Ik begeer die camera al mijn hele leven. Tweegrootvader, een man wiens handen geen rust konden dehands zijn ze, al dan niet gereviseerd, te krijgen, maar vinden. Nadat hij eerst jarenlang klokken had gerestau- desondanks koop ik er geen. Als ik ’m had geërfd zou ik reerd, ging hij, toen het zicht minder werd en de handen mijn verlangen zonder schuldgevoel kunnen vervullen. begonnen te trillen, over op de schilderkunst. Hij nam Als ik er geld aan uitgeef, moet zo’n ding nut hebben, zelfs les bij een lokale kunstenaar en produceerde het productief zijn. En hoewel ik best goed ben in het beene na het andere Twentse stilleven, zonder uitzondering denken van ingewikkelde redeneringen die de aanschaf pittoreske boerderijtjes gelegen in rustieke stille wouden. van overbodige apparatuur rechtvaardigen, gaat dat te Ik vraag me nu pas af waarom een grote kerel met forse ver. Of, laat ik het anders zeggen: het kon wel eens op handen uitgerekend klokkenmaken en schilderen als be- een hobby gaan lijken.

FOTO : HARRY COCK

OKTOBER 2022 • DE INGENIEUR

27


ACTUEEL TECHNIEKNIEUWS vind je op deingenieur.nl

Alles wat je zoekt overzichtelijk bij elkaar Wat speelt er vandaag op technologiegebied? Je leest het op de website van De Ingenieur. Elke dag nieuwe berichten geïllustreerd met beeld en video. deingenieur.nl

TECHNIEK MAAKT JE TOEKOMST

DE INGENIEUR

Ook op de site: • Activiteiten op techniekgebied in een overzichtelijke agenda • Dossiers over onderwerpen als schoon staal, kernenergie in Nederland en droogte • De interessantste vacatures voor ingenieurs


LEZERS

Kerncentrales

REA GEREN

Columnist Thijs ten Brinck stelt in De Ingenieur van mei 2022 dat het onhoudbaar is om tegen kerncentrales te zijn als het doel is de opwarming te beperken door onder andere de uitstoot van CO2 en methaan te vermin­ deren. Minder afvalwarmte lozen op rivieren helpt echter direct. Kerncentrales hebben veel koelwater nodig en worden steeds vaker stilgelegd om niet al het rivierleven te vernietigen. De kerncentrales die nu worden gebouwd, in het Verenigd Koninkrijk en Finland, kosten dertig miljard euro. Pas over op z’n vroegst zestien jaar brengen ze twaalf terawattuur per jaar op. Voor dat geld kun je 2,5 keer zoveel stroom opwekken met wind en zon (dertig terawattuur per jaar): dat kan binnen vijf jaar worden gerealiseerd. Daarvoor is geen uranium nodig dat voor 60 procent uit Rusland komt. Stefan de Nijs, Boxtel

de voortijdige aankondiging van mobiele telefonie in het tijdschrift de Wereldkroniek (1909), of het verrassend vroege succes van de elektrische auto (1909­1926). Na de ontdekking van mijn misser zocht ik direct contact met Harry Lintsen, het brein achter het dertiendelige werk. De emeritus hoogleraar reageerde mild maar beslist: ‘Toen ik het artikel las, dacht ik aan een verspreking of verschrijving.’ Hij benadrukte indertijd juist te hebben gekozen voor het zogeheten evolutionaire model. ‘Toen we met de serie indertijd aan de slag gingen, was dat model dé vernieuwing in innovatie­ studies en de techniekgeschiedenis.’ Ik had het kortom beter kunnen laten kunnen bij wat ik in Futurama schrijf over het werk van Lintsen en zijn medeauteurs: ‘Boe­ ken die het oerdegelijke fundament vormen van deze alternatieve techniekhistorie.’ Fanta Voogd, Amsterdam

Misser

Kolenstroom

Toen ik Pancras Dijks interview met mij over mijn boek Futurama herlas (De Ingenieur 2022/8), besefte ik dat ik iets onzinnigs had beweerd: ‘In de gangbare overzichtswerken, zoals het veeldelige, ook door mij regelmatig geraadpleegde standaardwerk Geschiedenis van de techniek in Nederland, wordt altijd vanuit de huidige situatie terug gerede­ neerd hoe de technologische ontwikkeling is verlopen. Maar dan ontbreken per definitie die doodlopende takken, wat de valse indruk wekt dat techniek zich op determinis­ tische wijze langs een rechte lijn ontwikkelt.’ Die bewering klopt, maar het standaardwerk over de Nederlandse techniekgeschiedenis als voorbeeld noemen van lineaire, een­ dimensionale geschiedschrijving, is een kardinale fout. Nota bene heb ik een paar voorbeelden van het grillige verloop van de techniekgeschiedenis in Futurama recht­ streeks ontleend aan Geschiedenis van de techniek in Nederland (over de negen­ tiende eeuw) en Techniek in Nederland in de twintigste eeuw. Zoals het wonderlijke rioleringssysteem van Liernur, waarin de poep van Amsterdammers werd opgezogen en afgezet in de landbouw (1872­1906),

Meer kolenstroom is beter voor het klimaat dan vloeibaar aardgas (lng), stellen twee experts in De Ingenieur van juli 2022. Bij het verstoken van kolen komt per kilowattuur twee keer zoveel CO2 vrij dan bij gas, maar alleen bij gas wordt in de beschouwing de transportketen meegenomen. Over een ver­ gelijkbaar nadeel bij het winnen en transpor­ teren van kolen in landen als Australië, Afrika of (Zuid­)Amerika, zwijgen ze, terwijl ook dat met ‘een forse CO2­uitstoot’ gepaard gaat. De auteurs reppen ook niet over de eisen ten aanzien van sociale kolenwinning, met beperkte milieubelasting en betere arbeids­ omstandigheden. Worden die ook in de ver­ gelijking meegenomen, dan is gaswinning nóg meer in het voordeel. ‘Bloedkolen’ moe­ ten we gewoon niet meer willen. Wereldwijd is er voor de klimaataanpak veel te winnen met het terugdringen van het kolengebruik. Roland Haffmans, Amsterdam In het opinieartikel over kolenstroom worden enkele argumenten voor kolenstroom ge­ noemd en vooral tegen lng, maar een com­ pleet beeld wordt niet gegeven. Ook worden er (impliciete) aannamen gedaan die niet

correct zijn, bijvoorbeeld dat lng uit de Ver­ enigde Staten geheel is gebaseerd op aard­ gas gewonnen door fracking. Voor gewoon geproduceerd aardgas geldt voor de VS een schatting van 1,2 procent leakage. Lng uit het Midden­Oosten is geheel afkomstig van ‘gewone’ gasvelden waar een leakage van minder dan 0,1 procent mogelijk is. In 2019 heeft het Amerikaanse onderzoeks­ instituut voor energietechnologie NETL een complete levenscyclusanalyse gedaan voor kolen, gas en lng. Conclusie was dat lng verscheept vanuit de Golf van Mexico naar Rotterdam 20­53 procent minder emissie aan broeikasgassen heeft (over een periode van honderd jaar) dan steenkool gewon­ nen in de EU zelf. Als je daarbij dan nog de emissies van kolentransport vanuit bijvoor­ beeld Zuid­Afrika naar de EU optelt, is lng zeker milieuvriendelijker dan kolen, helemaal op de langere termijn. Voorlopig de huidige kolencentrales nog even openhouden (noodsituatie) is zeer begrijpelijk, maar laten we als EU zolang er nog onvoldoende groene elektriciteit is, gas of lng gebruiken, en kolen volledig verbannen. Wart Mandersloot, De Bilt Het nieuwsartikel over PFAS (De Ingenieur van september 2022) mist nuance. PFAS is een groep van negenduizend chemische verbindingen en het is onjuist te beweren dat ze allemaal ‘in kleine hoeveelheden schadelijk voor de gezondheid’ zijn. PFAS beschrijven als forever chemicals is framing. De natuur bestaat volledig uit chemi­ caliën en voor een groot deel uit verbindingen die niet of langzaam worden afgebroken. De fluor die nodig is voor de synthese van PFAS komt uit het mineraal fluorspaat. De zin ‘we komen pas echt van PFAS af als we stoppen met produceren’ is weliswaar juist, maar gaat voorbij aan de enorme waarde van vele fluorhoudende verbindingen. Voorbeelden te over: braden in een pan met antiaanbaklaag is over het algemeen gezonder dan in een ijzeren, aluminium, roestvrijstalen pan, waarbij gemakkelijk bij te hoge temperaturen wordt gewerkt. Cas de Bruijn, Oosterbeek

Wilt u reageren op een artikel in De Ingenieur? U kunt uw brief, bij voorkeur niet langer dan driehonderd woorden, mailen naar redactie@ingenieur.nl of sturen naar De Ingenieur, Postbus 30424, 2500 GK Den Haag. De redactie behoudt zich het recht voor brieven in te korten en te redigeren of te weigeren.

OKTOBER 2022 • DE INGENIEUR

29


Een briesende en bewegende T.rex is de nieuwe trekpleister van het Leidse Naturalislt. FOTO : BERKELAARMRT

Ervaar het moment voor de meteorietinslag samen met een tyrannosaurus-robot

PAS OP VOOR T.REX!


M E C H AT R O N I C A T E K S T: M A R L I E S T E R V O O R D E

Trix leeft! Sinds half juni kunnen bezoekers van Naturalis in Leiden oog in oog komen te staan met een bewegende Trix, de Tyrannosaurus rex waarvan ook het skelet in het museum te bezichtigen is. Na een ruige reis in een tijdcapsule landen de bezoekers in een oerbos, waar Trix ze brullend en wel tegemoet komt. Wat komt er kijken bij het bouwen van zo’n reusachtige animatronic?

Super Bowl Het toeval wilde dat de ingenieurs voor het bouwen van Trix net de ideale voorbereiding achter de rug hadden. Hun vorige project bestond uit het ontwerpen van een grote, uitschuifbare camera-arm met een contragewicht van 430 kilogram. Deze werd in 2018 door tv-zender CNN gebruikt om de seizoensfinale van het American football (de Super Bowl) te filmen. Berkelaar: ‘De kunst bij die camera-arm was alles in balans zien te houden. Dat bleek ook de grootste puzzel bij de animatronic van Trix. Die heeft weliswaar geen uitschuifbare nek, maar wel een enorm grote kop die heen en weer beweegt en kantelt.’ Het puzzelen resulteerde uiteindelijk in een dubbele hefboom als basis voor de dinoconstructie. Het contragewicht – bij de échte Trix geleverd door de staart – weegt zeshonderd kilogram. Berkelaar: ‘Dat is veel, dus daarmee kunnen we het deel van de dino dat het publiek te zien krijgt lekker ver naar voren laten steken. Ze heeft een gigantische overhang.’ FOTO : NATURALIS

Aandrijving De volgende uitdaging was om T.rex te laten bewegen. Berkelaar: ’Normaal gesproken worden animatronics van dit formaat hydraulisch aangedreven, maar dat wilde Naturalis niet. Dat maakt te veel herrie en hydraulische pompen hebben soms last van lekkages.’ Om die reden werden elektrische actuatoren ingezet, ondersteund door gasveren. Dat heeft echter ook nadelen. Elektrische actuatoren zijn minder krachtig dan hydraulische systemen en gasveren kunnen maar één kant op kracht zetten. Bovendien verandert die kracht naarmate de veren verder uitschuiven. En dus moest er worden gerekend, wederom aan de balans. Uiteindelijk is het hele frame van Trix opgebouwd uit op elkaar ingrijpende hefboomconstructies met strak uitgekiende aangrijpingspunten, waardoor er zo weinig mogelijk kracht nodig is om de boel in beweging te zetten. Alleen dan kunnen de elektrische actuatoren en gasveren het aan. Berkelaar: ‘Het evenwicht is perfect. Toen mijn collega tijdens het bouwproces een keer in de buurt van Trix stond, kon ik als geintje gewoon op afstand met mijn hand de kop van het beest naar hem toe laten bewegen, roepen: “Pas op Tim, hij bijt!”, en de kop daarna weer omhoog laten komen. Terwijl het hele gevaarte dus anderhalve ton weegt, hè?’

In de nagebouwde minivertrekhal stuitert een jongetje rond. Een jaar of zeven zal hij zijn, en hij kan niet wachten tot de tijdreis zal beginnen. Vertrekpunt is het zaaltje van de Rexperience in het Leidse Naturalis Biodiversity Center in de zomer van 2022, reisdoel de locatie en het tijdstip waar Trix de Tyrannosaurus rex in haar natuurlijke omgeving te bewonderen valt – pakweg 66 miljoen jaar geleden. Pas als de reisleider op het schermpje aankondigt dat de reizigers zich naar het ontsmettingspoortje mogen begeven – moderne ziektekiemen zouden de evolutie immers kunnen verstoren – valt het jochie stil en pakt de hand van zijn vader. ‘Papa’, fluistert hij, ‘hebben ze wel aan de veiligheid gedacht?’ Een goede vraag, grinnikt Wiebe Berkelaar een paar dagen later in de studio van ingenieursbureau BerkelaarMRT in Delft. Hier werken de mannen die Trix nabouwden als animatronic, dus als een geprogrammeerde, bewegende pop. De veiligheid was inderdaad één van de vele uitdagingen, zij het op een andere manier dan het jongetje waarschijnlijk bedoelde. ‘Wie het niet kan laten over het hek te klimmen voor een selfie, kan zomaar worden vermorzeld’, zegt Berkelaar, oprichter en directeur van het bedrijf. De bewegende dinosauriër is namelijk nogal een kolos: dertien meter lang, vijf meter hoog en anderhalve ton zwaar. Het frame is van staal, de huid van schuimrubber en ze staat op een stuk rails van acht meter lang, zodat ze vanuit de coulissen naar voren kan rijden. ‘Dat maakt het indrukwekkend. Het gaat van niet zichtbaar tot echt in your face’, zegt Berkelaar.

Jongen of meisje? Trix was een dame, denken onderzoekers. Haar robuuste skelet met brede heupbeenderen is namelijk typisch vrouwelijk. Althans, daar gaan paleontologen van uit, sinds ze bij een vergelijkbare T. rex uit Montana een speciaal soort bot vonden met een kalkreservoir dat kan worden aangesproken als er eieren moeten komen. Dat hebben vogelvrouwtjes ook. Zeker is het daarmee echter niet dat robuuste skeletten altijd van vrouwtjes zijn, daarvoor zijn er tot nu toe te weinig T. rexen gevonden. De tyrannosaurus uit Montana kan ook gewoon een nogal fors uitgevallen exemplaar zijn geweest. OKTOBER 2022 • DE INGENIEUR

31


M E C H AT R O N I C A

Onderkaak Voordat Trix op het toneel verschijnt, worden de tijdreizigers vertederd door een dinojong dat alleen in zijn nest zit. Het kijkt naar het publiek, en roept daarna snel om zijn moeder. Dit kleintje was weliswaar makkelijker te bouwen dan Trix zelf,

maar bracht toch een uitdaging met zich mee. Het budget was namelijk bijna op. De bouwers moesten het dier dus met zo min mogelijk motortjes laten bewegen. Eén van de trucs die ze hiervoor gebruikten, was de multifunctionele onderkaak. Als deze naar beneden gaat, doet het dier zijn bek open, als hij naar boven gaat weer dicht. Door die omhooggaande beweging daarna door te zetten, duwt de kaak de kop omhoog. Het dinojong kijkt dus met dezelfde motor op als waarmee hij zijn bek opent en sluit. FOTO : BERKELAARMRT

De basis van het frame is een dubbele hefboom met een contragewicht van zeshonderd kilogram. FOTO : BERKELAARMRT

32

Om de bewegingen er zo natuurgetrouw mogelijk te laten uitzien, zijn alle verhoudingen en de locaties van de gewrichtspunten in het frame ontleend aan de geometrie van het T.rex-skelet dat Naturalis in bezit heeft. Dat was eerder al in een driedimensionaal computermodel gegoten. Niet elk gewricht is daarbij meegenomen, de nek van Trix heeft bijvoorbeeld maar vijf gewrichtspunten om aan te sturen. De kromming daartussen wordt door het omhulsel van het frame tot stand gebracht.

DE INGENIEUR • OKTOBER 2022

Dat omhulsel bestaat uit een harde schil als kop, een harde schil als romp, en daar tussenin wervels van kunststof met een soort bogen eraan. Dit alles is bedekt met een huid van schuimrubber, vervaardigd door de firma Rob’s PropShop in Purmerend. Berkelaar: ‘De wervels onder de huid kunnen allemaal ten opzichte van elkaar bewegen. Zo ontstaat, ondanks het feit dat de nek van het frame maar een paar scharnierpunten heeft, toch een natuurlijke kromming.’ Animaties Wélke bewegingen de dinorobot maakt, is op de computer geanimeerd, vertelt Berkelaar. Trix doet dus elke show precies hetzelfde. In de toekomst willen de ontwikkelaars een dino maken die echt reageert op het publiek. ‘Het zou gaaf zijn als hij even komt snuffelen als een bezoeker een hand uitsteekt.’ Daarop moet nog wel even worden gepuzzeld. Er zijn voor Trix immers vele manieren om de kop richting een gegeven plek te bewegen. ‘Daar konden we nu net zo lang mee experimenteren tot we de perfecte oplossing hadden gevonden. Als Trix interactief gaat reageren zal de software dat zelf moeten doen.’ Voor de huidige Rexperience-show is het voorspelbare bewegingsprogramma overigens ideaal. Het is geheel afgestemd op het licht, het geluid, de andere componenten van de tijdreis en de tijd die het publiek in het oerbos mag doorbrengen. ‘Telkens als men daar iets in veranderde, moesten wij de animatie ook weer opnieuw doen. We kunnen niet zomaar een pauze inbouwen waarin Trix een paar seconden helemaal stil staat, dat ziet er niet uit. En zomaar iets versnellen lukt ook niet altijd, omdat de actuatoren en gasveren dat soms niet meer aankunnen.’ Eén van de problemen waar de ontwikkelaars in de laatste fase tegenaan liepen, was dat Trix het zicht op de


achtergrond belemmerde. Op deze muur werd de meteorietinslag geprojecteerd waarmee het tijdreisavontuur eindigt, alleen bleek dit voor bezoekers onzichtbaar te zijn: de grote Trix stond ervoor. Berkelaar: ‘We moesten weer de animeerstudio in.’ Nu richt T. rex zich op, zodat de mensen langs haar heen kunnen kijken, en draait zich om alsof ze zelf meekijkt naar wat er te gebeuren staat. De bouw Om Trix te bouwen moesten de mannen van BerkelaarMRT een grote loods huren. Hun eigen studio was te klein en Naturalis zelf zat in een grote verbouwing. Toen die was afgerond, kon de Trix-robot pas komen. Ze is vervoerd door haar eerst uit elkaar te halen en in Naturalis weer opnieuw op te bouwen – eigenlijk net zoals dat gebeurde bij de echte Trix, toen die vanuit Amerika naar Nederland werd gehaald. ‘Alleen wij konden er rekening mee houden bij het bouwen’, zegt Berkelaar. ‘We hadden haar zo ontworpen dat ze handig in componenten was op te delen.’ En toen begon het grote wachten. Berkelaar: ‘Het nieuwe gebouw van Naturalis was opgeleverd, Trix stond klaar om in actie te komen. Maar we belandden ineens midden in de coronamaatregelen en voor anderhalve meter afstand houden was in de Rexperience echt niet genoeg ruimte. We konden dus nog niet beginnen en ons

werd gevraagd er ook verder nog geen ruchtbaarheid aan te geven.’ Tot dit jaar in juni de Rexperience dan eindelijk open ging. Nu vliegt de tijdcapsule meerdere keren per dag naar het moment dat de meteoriet insloeg op aarde, en wordt Trix dus meerdere keren per dag verrast door bezoek. Dan kijkt ze het publiek in, spert haar neusgaten wijd open en brult – zij het op kindvriendelijke sterkte, dus minder hard dan de ontwerpers voor ogen hadden. De bezoekers zien alleen haar voor- en linkerkant. Om het geheel flexibel te houden en op de rails te kunnen verplaatsen, heeft de animatronic namelijk geen staart en slechts één achterpoot. En de veiligheid? Er is een hek in de vorm van een omgevallen boom, met vooruitstekende takken om het lastig te maken om er overheen te klimmen en met glasplaten daartussen. Er is een bundel laserstralen en een veiligheidssysteem dat Trix stilzet zodra die onderbroken worden. Er is trouwens ook een rode knop, speciaal voor jongetjes van een jaar of zeven. Die kunnen ze indrukken op aangeven van de reisleider – vooral niet eerder! Als ze daar snel genoeg mee zijn, kunnen de bezoekers nog nét op tijd uit de oertijd ontsnappen om aan de beruchte meteorietinslag van 66 miljoen jaar geleden te ontkomen... •

De animatronic heeft maar één achterpoot, geen staart en wordt elektrisch aan­ gedreven. foto : berkelaarmrt

OKTOBER 2022 • DE INGENIEUR

33


Enith

Een maandelijkse column in stripvorm door wetenschapsjournalist Enith Vlooswijk.

34

DE INGENIEUR • OKTOBER 2022


WA AR

KUN N EN

WE

DEZE

M A A N D

N A A RT O E?

DE

IN GEN IEU R

TI P T

T E K S T: J I M H E I R B A U T

t/m 8/1

t/m 23/3

Fossielen uit onze tijd

RetroFuture in het Evoluon

Wat in het verleden raar klonk, is tegenwoor­ dig volkomen normaal, zoals videobellen. Wat ooit fantasie was, werd werkelijkheid, zoals vliegen. Toch zijn veel wilde ideeën van weleer in de fantasie blijven steken. Wat kunnen we leren van de visionairs van toen? Daarover gaat de tentoonstelling RetroFuture, sinds 24 september te zien in het Eind­ hovense Evoluon. De visies uit het verleden

vormden een inspiratie voor hedendaagse kunstenaars en ontwerpers, die de toekomst onderzoeken met een mix van kunst, film en design. Het is voor het eerst in lange tijd dat het Evoluon open is voor het brede publiek. Ooit was het markante gebouw een techniek­ museum, maar eigenaar Philips trok daar eind jaren tachtig de stekker uit. Meer informatie: nextnature.net/retrofuture

Stel dat onze spullen ver­ stenen en worden gevonden door mensen in de verre toe­ komst, over honderdduizend jaar. Herkennen ze dan die Future Fossils? Of zien ze een gieter aan voor een kop, een ruitenwisser voor een vleugel? Dat vragen Walter van der Velden en Aart Kuipers zich met een dosis humor af in de tentoonstelling Future Fossils in het Natuurhistorisch Museum Rotterdam. Meer info: hetnatuurhistorisch. nl/exposities/future-fossils/

4-5/11

Filmfestival InScience t/m 15/1

Hoe gaan we om met duurzaamheid? Hoe ziet duurzaamheid eruit binnen Nederland en de zes Nederlands­Caribische eilanden? Dat onderzoekt beel­ dend kunstenaar Sharelly Emanuelson, die nu exposeert in het Amsterdamse Rijksmuseum. De werken op de tentoonstelling Duurzaam/Sustain/Tene zijn gegroepeerd rond uiteenlopende thema’s waarin steeds het menselijk handelen centraal staat. De foto’s laten zien hoe mensen verschillend omgaan met zaken als waterbeheer, erosie en het verwerken van afval. Die gevolgen zijn groot of klein, tijdelijk of permanent. Emanuelson fotografeerde in Nederland en op de zes Nederlands­Caribische eilanden: Aruba, Bonaire, Curaçao, Saba, Sint Eustatius en Sint Maarten. Meer informatie: rijksmuseum.nl/nl/zien-en-doen/tentoonstellingen/duurzaam-sustain-tene illustratie : next nature ; foto ’ s : sharelly emanuelson ; walter van der velden en aart kuipers

Voor het laatst vindt InScience dit jaar in de herfst plaats. Het succesvolle Nijmeegse film­ festival verhuist per 2023 naar het voorjaar, om minder te concurreren met andere film­ festivals. Op 4 en 5 november toont InScience de mooiste en meest spraakmakende films van de afgelopen zeven jaar, en geeft het toonaangeven­ de denkers en makers een podium. Bijvoorbeeld met het geanimeerde gesprek dat film­ maker Michel Gondry had met taalkundige Noam Chomsky in de film Is The Man Who Is Tall Happy? Meer info: insciencefestival. nl/nl/

OKTOBER 2022 • DE INGENIEUR

35


KIVI-TECHNOLOGIELEZING

Thecla Bodewes houdt eerste KIVI-technologielezing

‘Koester industrie en wetenschap’ Scheepsbouwer Thecla Bodewes heeft op 17 september in Den Haag de eerste KIVI-technologielezing uitgesproken. Bodewes, boegbeeld van de Topsector Water & Maritiem en voormalig zakenvrouw- en havenondernemer van het jaar, legde de nadruk op de noodzaak tot samenwerking en innovatie. Dit is een ingekorte versie van de lezing.

‘In dit mooie gebouw van het dit jaar 175 jaar oude KIVI passen aan de grenzen van het water- en bodemsysteem. wil ik laten zien dat het urgent en van groot belang is We zullen de mogelijkheden die het natuurlijke systeem om het bedrijfsleven, met name de maakindustrie, en de biedt, moeten benutten en versterken. Er is behoefte aan een duidelijke visie over hoe we het wetenschap te koesteren. Alleen samen zijn we in staat Nederland verder te helpen en de grote uitdagingen het water- en bodemsysteem in Nederland als uitgangspunt hoofd te bieden. Ik geloof er heilig in dat samenwerking willen nemen om ons land klimaatbestendig te maken. In het regeerakkoord staat aangegeven dat essentieel is om als land een onafhankelijke water en bodem sturend worden bij ruimtepositie te kunnen behouden en het verschil lijke planvorming. In Nederland is veel kennis te maken op mondiaal niveau. Onze rijke aanwezig over de bodem en ondergrond. Er technologische kennis is de sleutel tot een Politici: zijn inmiddels tal van projecten die laten zien klimaatneutrale toekomst en essentieel om respecteer hoe je het bodem-watersysteem kunt inzetten geopolitieke uitdagingen het hoofd te bieden. Het is aan alle partijen, maar vooral ook aan de adviezen om op lokale en regionale schaal wateroverlast en droogte te voorkomen. Met een bundede politiek, om dat potentieel te benutten. van de ling van inspirerende, in Nederland succesvol In het Klimaatakkoord zijn voor 2030 kennistoegepaste klimaatadaptieve projecten, wordt ambitieuze doelen gesteld. Om deze doelen te kunnen realiseren en de gevolgen van instellingen kennis ontwikkeld, verspreid en geborgd. De afgelopen jaren is het debat over de klimaatverandering te kunnen beperken tot mogelijke oplossingen van de energietransieen minimum, zijn zeer ingrijpende maattie gepolariseerd. Objectieve en feitelijk juiste regelen nodig. Hierbij kan de kennis van het informatie is van essentieel belang voor het Nederlandse bedrijfsleven het verschil maken. Daarnaast zullen we ons ook moeten aanpassen aan bepalen van beleid. De technische en effectieve uitklimaatverandering. Processen als zeespiegelstijging en voerbaarheid en de consequenties op de lange termijn extremer weer kunnen we als land alleen niet beheersen. zouden moeten worden geverifieerd bij alle grote beslisIn plaats van land en water aan te passen aan onze wen- singen die het kabinet neemt. Vandaar dat kennisinstelsen, is het daarom noodzakelijk dat wij ons beter aan- lingen zoals NIOZ, Technische Universiteit Delft, MARIN, TNO en Deltares steeds belangrijker worden. Van hen wordt verwacht dat ze onafhankelijk en deskundig technisch-wetenschappelijk advies geven. Dat advies zou moeten worden gerespecteerd, in plaats van ondergeschikt gesteld aan populaire kortetermijnafwegingen KIVI-technologielezing van bestuurders. De Nederlandse kennisinstellingen en het bedrijfsDe bedoeling is dat de De KIVI-technologielezing leven hebben veel te bieden op het gebied van veiliglezing voortaan jaarlijks is een initiatief van KIVI’s heid, duurzaamheid en oplossingen voor de transities wordt gehouden. De Raad Wetenschap, Techen geopolitieke uitdagingen. We staan als land voor de gehele tekst is te lezen op niek & Maatschappij, die uitdaging het gebruik van fossiele brandstoffen te verkivi.nl/afdelingen/hoofdhet belang van de technominderen. In de toekomst moeten we inzetten op windbestuur/nieuws/artikel/kilogie voor de samenleving en zonne-energie, elektrisch vervoer en innovatieve vi-technologielezing-2022. ermee wil benadrukken.

’’

36

DE INGENIEUR • OKTOBER 2022


batterijtechnologieën. De transitie naar een duurzamer energiesysteem leunt zwaar op metalen, zoals nikkel, koper en kobalt. Kobalt is bijvoorbeeld een cruciale grondstof voor batterijen en accu’s van smartphones, laptops, tablets en elektrische auto’s. De vraag naar metalen zal de komende jaren verder stijgen door ontwikkelingen in elektrisch vervoer en windenergie. Voor een elektrische auto zijn bijvoorbeeld zes keer zoveel metalen nodig als voor een auto die op benzine of diesel rijdt. Voor de winning van metalen, zoals kobalt, zijn we afhankelijk van een beperkt aantal landen. Congo is een van de grootste leveranciers van kobalt ter wereld. Een aanzienlijk deel van het metaal wordt daar gewonnen onder slechte omstandigheden; er is veelal sprake van kinderarbeid. Autoproducenten kunnen volgens Amnesty International niet altijd met zekerheid zeggen waar het kobalt in hun elektrische auto’s vandaan komt. De noodzaak van alternatieve grondstoffen en verduurzaming van de winning is dan ook groot. Gelukkig heeft het Nederlandse bedrijfsleven een antwoord. Het bedrijf Allseas, gespecialiseerd in offshore installatie van pijpleidingen voor olie- en gastransport, investeert honderden miljoenen in technologie die kan bijdragen aan de energietransitie en een klimaat-

neutrale toekomst. Het familiebedrijf is al jaren, in Delft, met een team van slimme wetenschappers en ingenieurs bezig om een schip te ontwikkelen en te bouwen dat polymetaalknollen kan opzuigen van de oceaanbodem op een diepte van meer dan vier kilometer. Polymetaalknollen bevatten waardevolle metalen, zoals kobalt, koper, mangaan en nikkel. Bij deze zogeheten diepzeemijnbouw wordt niet in de zeebodem gewerkt, maar op de zeebodem. De knollen-collector werkt als een soort grote stofzuiger op de woestijnachtige zeebodem. Het ecologisch gebied in de oceaan wordt daarbij zo min mogelijk verstoord. Technologie gericht op de ontwikkeling van ecologisch duurzame winning van polymetaalknollen van de oceaanbodem is momenteel één van de grootste technologische ontwikkelingen ter wereld. Door het gebruik van onderwaterrobots die op afstand kunnen worden bestuurd, speciaal ontwikkelde schepen en ertsraffinaderijen kunnen negatieve ecologische en sociale gevolgen van de mijnbouw op land worden voorkomen. We moeten bedrijven als Allseas dan ook in de schijnwerpers zetten en inzetten om andere duurzame technologische ontwikkelingen, zoals het versneld plaatsen van windmolenparken, te kunnen uitvoeren.’ •

Een offshore bedrijf als AllSeas, dat vorige maand een reusachtig platform terug naar de kust bracht, verdient het om in de schijnwerpers te staan, zegt Thecla Bodewes. foto : allseas

OKTOBER 2022 • DE INGENIEUR

37


EVOKE

ADVERTORIAL

Innovatie en duurzaamheid hand in hand Een baan met impact: Jolanda Busscher heeft er een. Als senior softwaretester & testcoördinator bij Itho Daalderop, voorloper op het gebied van energieneutraal wonen, draagt ze bij aan een betere toekomst voor ons allemaal. Alle producten die bij Itho Daalderop in Tiel worden gemaakt, zijn elektrisch of hybride. Van de warmtepompen tot de thermostaten en regelaars, van de boilers tot de ventilatie. Duurzaam dus en dat past perfect bij Jolanda. ‘Dit bedrijf draagt werkelijk iets bij aan de wereld en dat vind ik gewoon mooi. Ik let er zelf ook zoveel mogelijk op. Ik ga met de fiets naar het werk en eet bijvoorbeeld veel vegetarisch. Dat vind ik belangrijk.’ Een jaar geleden startte Jolanda als senior softwaretester bij Itho Daalderop via Evoke. Al snel groeide ze door tot testcoördinator en inmiddels heeft ze nog meer rollen op zich genomen. ‘Er zijn hier heel veel kansen en het vertrouwen is groot. Dat is heel fijn.’ Jolanda werkte eerder als ontwikkelaar en softwaretester, waar ze veel leerde over scrum en agile. De laatste jaren was ze werkzaam als internationaal projectmanager en al die ervaring komt nog dagelijks van pas in haar huidige baan. ‘Itho Daalderop is ontzettend aan het groeien en we hebben nu de overstap gemaakt naar test-driven development. Ontwikkelaars bedenken vaak mooie oplossingen, maar niet alle geschreven code is altijd nodig. 38

DE INGENIEUR • OKTOBER 2022

Als je eerst kijkt naar “ik wil deze uitkomst, hoe kom ik daar?”, dan kun je die overbodige code weglaten. Bij Test-Driven Development focussen we dus eerst op het schrijven van de test. Dan hoeven we daarna alleen nog maar de code te schrijven om deze test te laten slagen.’ Als onderdeel van het Connectivity-team op de Innovations-afdeling zit Jolanda niet stil. Haar team standaardiseerde de regressietesten, waarbij wordt gecontroleerd of niet-aangepaste onderdelen van een applicatie nog steeds correct werken. Daarnaast noopte de groei van het bedrijf tot aanpassing van de software. ‘Onze database was vertraagd omdat we zoveel gegevens hebben. Daarom voeren we op dit moment een database-migratie uit naar Microsoft ADX. In plaats van dat je dan sequentieel in verschillende tabellen moet kijken voor je data, kun je in ADX in één keer vragen: “Geef me van dit apparaat deze gemeten en ingestelde gegevens.” Dat is veel specifieker en daardoor kunnen we veel sneller de gegevens van onze apparaten beschikbaar maken voor onze gebruikers.’ Lees het hele verhaal op evokestaffing.nl/jolanda FOTO : KEVIN SENDERS


Jims verwondering ‘Voorsprong door techniek.’ Echt waar?, vraagt redacteur Jim Heirbaut zich af.

Waar is mijn kind? Twee keer fietste ik recent met een veel te snel kloppend hart door de wijk. Dochterlief was niet meteen thuisgekomen van de winkel en ze heeft nog geen telefoon om haar ouders even te laten weten dat ze wat later is. Dat voelde spannend en op de fiets schoten er allerlei gedachten door mijn hoofd. Er lopen helaas hier en daar verknipte figuren rond. Andere ouders hebben daar een oplossing voor, hoorde ik laatst op het schoolplein. ‘We hebben [naam kind] nu zo’n horloge gegeven waarmee we altijd weten waar hij is. Dat geeft wel een stukje geruststelling.’ Het zinnetje werd tussen neus en lippen door uitgesproken, maar ik hoor het de laatste tijd in verschillende vormen vaker langskomen. Ouders geven hun kinderen een apparaatje mee met een gps-zendertje erin, zodat ze altijd weten waar ze uithangen. Een kinderhorloge met gps, een apparaatje voor op de fiets, of een eenvoudige tracker voor aan de sleutelbos. Natuurlijk begrijp ik de bezorgdheid van al die andere ouders, maar is deze technologie dan de oplossing? Want wat doet het met de ontwikkeling van de zelfstandigheid van je kind als je het steeds maar aan het controleren bent? Hoe bouw je als ouder dan vertrouwen op in je kind? Ik kan me ook moeilijk voorstellen hoe het in de praktijk zou gaan. Dan heb je je kind zo’n sleutelhanger met een gps-baken gegeven. En

WAA R

KUNNEN

W E

DEZ E

MAAND

dan? Kijk je dan de hele tijd in de app waar je kind is? En wat doe je met de dingen die je misschien wel ontdekt? ‘Oh oh, nu loopt-ie de snoepwinkel binnen. Daar moeten we straks eens een hartig woordje over spreken!’ En tot op welke leeftijd blijf je daarmee bezig? Tot de puberteit? Tot je oogappel op kamers gaat? Bovenal vraag ik me af wat zo’n gps-enkelband met het kind doet, en met de vertrouwensband tussen ouder en kind. Het blad Ouders Van Nu liet onlangs enkele psychologen aan het woord en die zijn niet positief over de volgapparaatjes. ‘Zo krijgt een kind op de lange termijn minder kans om eigen verantwoordelijkheid en zelfvertrouwen te ontwikkelen.’ Een kind moet zelf dingen kunnen ontdekken en fouten kunnen maken, zonder dat er steeds een ouder over de schouder meekijkt. Ik probeer me voor te stellen wanneer een gps-tracker echt onmisbaar is. Stel, je kind moet door een donker bos om bij een vriendje te komen. Goed, dan kun je even checken of hij of zij veilig is aangekomen. Maar daar hebben we de gps-bakens helemaal niet voor nodig, want dat kan ook met een belletje of een berichtje. Ik blijf me er dus maar tegen verzetten. Loslaten is immers een misschien moeilijk, maar wel noodzakelijk onderdeel van de opvoeding. Toen ik hijgend thuiskwam, stond mijn dochter met vragende blik in de tuin. Waar ik me eigenlijk druk over maakte.

NAARTOE ?

t/m 29/1 De

DE

INGE NIE UR

TIP T

NDSM-werf van toen

In 1984 sloot de NDSM-werf in Amsterdam-Noord zijn deuren, maar nu kunnen we weer zien hoe het er destijds aan toeging. Op de expositie NDSM TOEN komt via foto’s, objecten en modellen de werf van weleer tot leven; van ontwerp tot en met bouw en tewaterlating van een schip, de koppelingsfase van een mammoettanker en reparatiewerkzaamheden. Er draait een doorlopende film over de bouw van het stoomschip de ms. Oranje (foto). Bezoekers kunnen op zwerftocht door de scheepsbouwloods, waar nog relicten uit de NDSM-tijd aanwezig zijn. Via een QR-code wordt uitgelegd waartoe de objecten en plekken dienden. Op deze manier probeert Stichting NDSM-Herleeft interesse te kweken voor de nautische industriele geschiedenis van de werf en zichtbaar te maken wat destijds door vele duizenden werknemers is gepresteerd. Meer informatie:

ndsm-fuse.eu/programma.html#content1-10a FOTO : ROBERT LAGENDIJK ; CC 0 1.0

OKTOBER 2022 • DE INGENIEUR

39


Productontwerpen van morgen

Drijvende windturbines Niet alleen het land raakt vol, ook in de ondiepe Noordzee wordt het druk met windmolens. De Noorse startup World Wide Wind ontwerpt verticale, drijvende windmolens van 400 meter hoog met een capaciteit van 40 megawatt. Om windmolens in de diepzee kosteneffectief te maken, is de hoop gevestigd op drijvende windmolens. Het bedrijf World Wide Wind (WWW) uit Noor­ wegen heeft een opmerkelijk concept ontwikkeld. De molen die WWW ontwierp, bestaat uit twee tegen elkaar in roterende turbines die verticaal om de as van de molen draaien, als een slagroomklopper. Door­ dat elk van de turbines een an­ dere kant op draait, verdubbelt de relatieve rotatiesnelheid en wordt meer stroom opgewekt. 40

De bladen zelf draaien lang­ zamer dan die van ‘gewone’ windmolens, waardoor vogels er minder snel door worden geraakt. Net als zeilboten kantelen deze drijvende windturbines bij harde wind tot ze schuin op het wateroppervlak staan. De generator bevindt zich onder de waterspiegel. Dat is gunstiger voor het zwaartepunt van de windmolen en het onderhoud. Reparaties hoeven niet honder­ den meters boven zeeniveau te worden uitgevoerd.

DE INGENIEUR • OKTOBER 2022

De grootste windmolens vandaag de dag zijn rond de 240 meter hoog en hebben een vermogen van zestien mega­ watt. De molens van WWW zouden tot een indrukwekkende hoogte van liefst vierhonderd meter kunnen komen, met veertig megawatt vermogen per windmolen. De verticale rotorbladen zou­ den leiden tot een verminderd zogeffect, de afname van de windsnelheid achter de turbine. Zo kunnen de turbines dichter op elkaar worden geplaatst en

passen er vier keer zoveel turbi­ nes op eenzelfde oppervlakte. WWW voorspelt dat de kosten voor de windmolens aanzienlijk lager liggen dan voor andere drijvende windmolens. Die kosten liggen nu op 120 tot 130 euro per megawattuur energie, WWW voorziet een prijs van vijftig euro per megawatt­ uur. Deze prijs concurreert met windmolens op het land. Een proefmodel van drie megawatt moet in 2026 operationeel zijn, de uiteindelijke versie van veer­ tig megawatt in 2029. (SB)

foto : world wide wind


T E K S T: P A U L S C H I L P E R O O R D E N S I J A V A N D E N B E U K E L

Lichtgewicht waterstofpoeder Vervoer van waterstof is vaak duur, ingewikkeld en gevaarlijk. Een poeder van silicium maakt dit overbodig door ter plekke waterstof vrij te maken uit water.

Oppompschoen Verschillende ondergronden en omstandigheden vragen om verschillend schoeisel. Nieuw zijn schoenen met actieve luchtvering waarvan op ieder gewenst moment de zacht- of hardheid valt in te stellen. De door het Italiaanse bedrijf Wahu ontwikkelde schoenen zijn voorzien van een kleine elektrische luchtcompressor in de zool. Via een app kun je de luchtkamers in de zolen oppompen van nul tot maximaal 2,5 bar. Tijdens het oppompen duwen de luchtkamers de brede noppen op de schoenzool verder naar buiten. Bij nul bar is de schoenzool tamelijk zacht. Hierdoor voelt de schoen comfortabel aan, biedt die meer contact met de ondergrond en kan de drager de voeten goed afzetten. Bij 2,5

FOTO ’ S : WAHU SRL ; EPRO ADVANCED TECHNOLOGY

bar staan de noppen helemaal naar buiten voor maximale vering, grip en ondersteuning. De schoenen voelen stugger aan, maar zijn daardoor beter geschikt voor bijvoorbeeld lang staan of lange afstanden lopen. In de schoenzool zitten druksensoren, acceleratiemeters en gyroscopische sensoren die de activiteiten van de drager meten en met behulp van kunstmatige intelligentie feedback geven voor optimale prestaties. De schoenen maken via Bluetooth Low Energy (BLE) contact met de bijbehorende app. De luchtpomp, sensoren en de BLE-module werken op een batterij die gemiddeld veertien uur meegaat, of twintig veranderingen van instellingen. Valt de batterij uit, dan kun je uiteraard gewoon blijven doorlopen alsof je gewone schoenen aanhebt. De batterij kan draadloos worden opgeladen. (PS)

Toen Albert Lau uit Hongkong, nu ceo van EPRO Advance Technology (EAT), ging studeren, adviseerde zijn vader hem om zich eens in silicium te verdiepen. Met een diploma materiaalwetenschappen op zak nam Lau het bedrijf EAT van zijn vader over. Nu ontwikkelt hij een poeder dat waterstof ter plekke kan vrijmaken uit water. Het poreuze poeder is gemaakt door silicium met elektriciteit om te zetten tot Si+. Silicium is onder hoge temperaturen verkregen uit zand, of afkomstig van vermalen zonnepanelen. De efficiëntie is ongeveer 48 procent. Dat is lager dan de opbrengst van waterstof met elektrolyse, maar als de transport en opslag van waterstof wordt meegenomen is Si+ efficiënter, aldus Lau. Het poeder is namelijk drie keer zo goedkoop te vervoeren als pure waterstof. Voor 89 containers met waterstof onder druk zijn slechts 33 containers met Si+ nodig. Ook is het vervoer veiliger omdat Si+ zelf geen waterstof bevat. Pas wanneer het poeder in contact komt water en natriumhydroxide (NaOH), komt waterstofgas vrij. Wat overblijft is het restproduct silica (siliciumdioxide), dat kan worden gebruikt voor de productie van beton. Of Si+ de weg vrij gaat maken naar de waterstofeconomie, moet de tijd leren. Hongkong International Airport begint in elk geval vast een proef met een Si+-waterstoftankstation. (SB)

OKTOBER 2022 • DE INGENIEUR

41


EUREKA

Vliegende boot Ingenieurs zoeken naar alle mogelijke technische oplossingen om sneller en efficiënter vracht te vervoeren. Het Flying Ship benut het aerodynamische grondeffect om laag over het water te zoeven. De Flying Ship Technology Corporation benut een aero­ dynamisch principe waarmee sinds de jaren vijftig van de vorige eeuw veel is geëxperi­ menteerd, maar dat nooit echt commercieel is ingezet. Het grondeffect treedt op wanneer een luchtvaartuig met brede, korte vleugels laag boven de grond of het water vliegt. De ideale vlieghoogte is minder dan de spanwijdte van het toestel. Door het grondeffect wordt lucht tussen de vleugels en de ondergrond gecomprimeerd, waardoor het toestel over een soort zelfgecreëerd luchtkussen glijdt. Volgens de Flying Ship Technology Corporation zijn toestellen die gebruikmaken van

42

DE INGENIEUR • OKTOBER 2022

het grondeffect dertig tot vijftig keer efficiënter dan vliegtuigen van soortgelijke afmetingen en gaan ze tien keer sneller dan schepen. De operationele kosten zouden slechts een kwart zijn van die van vliegtuigen. Het Amerikaanse bedrijf wil de toe­ stellen inzetten om wereldwijd kustgebieden te bevoorraden. Het Flying Ship wordt elek­ trisch aangedreven en werkt daardoor emissievrij. Omdat het toestel is geoptimaliseerd voor het grondeffect, heeft het twee keer zoveel laadvermogen of anderhalf keer zoveel bereik, vergeleken met drones met vaste vleugels in dezelfde gewichtsklasse. Een werkend schaalmodel van het Flying Ship

wordt momenteel getest. De eerste commercieel verkrijgbare versies krijgen een spanwijdte van drie meter. Deze worden ingezet om kleine pakketten en medicijnen naar afgelegen locaties te vervoeren. De tweede generatie Flying Ships wordt meer dan negen meter lang, krijgt een bereik van vijfhonderd kilometer en een laadvermogen van twaalf­ honderd kilogram. De toestellen hebben geen piloot, maar worden op afstand bestuurd. In de toekomst wordt het besturingssysteem volledig autonoom en krijgen de apparaten een verwacht bereik van duizend kilometer en een laadvermogen van 2700 kilogram. (PS)

foto : flying ship technology corporation


Motorloze blender Blenders zijn handige hulpmiddelen in de keuken, maar wel log, zwaar en lawaaiig. Millo Appliances uit Litouwen ontwikkelde een lichte, slimme blender die geen motorgeluid produceert.

Slimme fietsverlichting Om de broze relatie tussen wielrenners en andere weggebruikers niet verder te schaden, kan de verlichting maar beter in orde zijn. Met de slimme lampjes van Lumos, zijn fietsers voorzien van richtingaanwijzers en remverlichting in het donker. Voor auto’s en brommers is het de meest logische zaak van de wereld, maar fietsers kunnen in het donker geen richting aangeven. De startup Lumos uit het Amerikaanse Boston maakte al helmen waarmee fietsers dat wel kunnen. Nu introduceert het bedrijfje, op verzoek van de gebruikers, ook échte fietsverlichting: de Lumos Firefly. De fietser kan kiezen hoe geavanceerd de verlichting moet worden. Elk lichtje kan zowel rood, wit als geel licht uitzenden. Om richting aan te geven zijn vier lichtjes nodig, twee voor en twee achter. De achterlichten kunnen op de uiteinden van de handvatten van een gebogen racestuur worden gemonteerd. Of met een extra opzetstuk op de zadelpen. Met twee knoppen op het stuur kan de fietser de lichten bedienen. Remverlichting gaat automatisch via een snelheidssensor op de fiets. De lampjes kunnen synchroon knipperen met de andere lampjes op de fiets. Volgens Lumos zijn synchroon knipperende lampjes extra veilig, omdat ons brein ze makkelijker herkent. In Nederland is flikkerende fietsverlichting alleen verboden. Op de felste stand gaan de lampjes drie uur mee. Hoeveel lumen de lampjes hebben – een maat voor de hoeveelheid licht die de lamp uitstraalt – weet Lumos niet precies. ‘Onze producten zijn erop gericht fietsers zichtbaar te maken vanaf achthonderd meter. Meer lumen draagt niet altijd bij aan veiligheid. Te veel licht kan tegenliggers verblinden.’ Het zijn dus geen ‘zien’-lampjes, maar ‘gezien worden’-lampjes. In december gaat de Firefly in productie. In een optimistisch scenario levert het bedrijf in februari al de eerste lampjes, schrijft Lumos op de website. Veiligheid vraagt wel om een investering: de vier lampjes kosten samen 179 euro. (SB)

In de basis ziet Millo Air eruit als alle andere blenders: een voetstuk waarop een afneembare kan met ronddraaiende stalen messen staat. Deze messen worden echter niet aangedreven door een elektromotor, maar door het Magnetic Air Drive (MAD)-systeem. De aandrijving werkt contactloos en zonder draaiende motordelen. In het voetstuk is een rondlopende rij elektromagneten verwerkt die razendsnel afwisselend worden aangestuurd. Hierdoor duwen ze de permanente magneten weg die op de rotor met messen in de kan zitten. De rotor haalt een toerental van vijftienduizend omwentelingen per minuut en de aandrijving heeft een piekvermogen van 450 Watt. Dit biedt ruim voldoende kracht om groente, fruit, noten of ijs aan stukken te hakken. Hoewel er geen motorlawaai is, maakt het blenden zelf natuurlijk nog wel het nodige geluid. Nog een verschil met andere blenders is de kan. Deze vul je eerst, vervolgens plaats je het waterdichte deksel met messenrotor, en dan zet je de kan ondersteboven op het voetstuk om te blenden. De kan klikt magnetisch vast. Na het blenden draai je de kan weer om en verwijder je het deksel met messenrotor, zodat de kan als veilige drink- of schenkbeker fungeert. Via de app kun je trouwens ook nog eens allerlei persoonlijke instellingen kiezen en opslaan. Dankzij het MAD-aandrijfsysteem is de basis van de Millo Air een stuk lichter en compacter dan die van gewone blenders. De Millo Air werkt op batterijen, weegt niet meer dan 1,4 kilo en is bovendien volledig waterdicht. Daardoor is het apparaat vrij makkelijk mee te nemen, bijvoorbeeld naar de camping of het strand. Op een volle batterij kan de Millo Air ongeveer tien keer blenden. (PS)

FOTO ’ S : LUMOS FIREFLY ; MILLO APPLIANCES

OKTOBER 2022 • DE INGENIEUR

43


EUREKA

E-bike voor het leven E-bikes gaan door de levensduur van met name de accu niet zo lang mee. De Amsterdamse fietsenmaker Roetz dat veranderen met een e-bike voor het leven. Jaarlijks worden in Nederland ongeveer één miljoen fietsen afgedankt. Nu de e-bikerevolutie goed op gang is, is de kans groot dat dat aantal alleen maar groeit. Waar een gewone fiets soms wel dertig jaar meegaat, daar is de levensduur van een e-bike veel korter. Daar wil fietsenmaker Roetz in Amsterdam-Noord wat aan doen met de Life e-bike. Half september lanceerde het bedrijf het eerste model in Nederland. Het ontwerp van de fiets breekt met de stijl van hun eerdere fietsen: oude barrels die worden opgeknapt tot hippe retrofietsen, met of zonder accu in de naaf.

44

DE INGENIEUR • OKTOBER 2022

De Roetz Life is een compleet nieuw ontwerp. De fiets lijkt meer op de moderne e-bikes, met een geïntegreerde accu en middenmotor. Het ontwerp is zo gekozen dat de onderdelen makkelijk zijn te vervangen. De klant kan de uitstraling van de fiets en toevoegingen, zoals een kinderzitje, zelf kiezen. Oprichter Tiemen ter Hoeven: ‘Veel concurrenten zoals Swapfiets bieden generieke fietsen aan. Wij willen een fiets maken waar je zelf voor kiest. Zo krijgen mensen een band met de fiets.’ Ook Roetz wil die band met de fiets behouden. Daarom biedt het binnen-een-dagreparatieservice aan huis aan.

‘Sensoren op de fiets controleren bandenspanning, motor, remmen en verlichting. Zo kunnen we de klant een berichtje sturen wanneer de banden te zacht worden.’ Slijtage aan de fiets wordt zo voorkomen. Ook biedt Roetz een terugkoopgarantie. De fiets is met 3750 euro wel aan de prijs. Een abonnement op de fiets is 96 euro per maand. Ter Hoeven: ‘De abonnementsprijs is scherper dan voor andere e-bikes. We willen dat aanmoedigen, omdat we de fiets graag in de loop houden. Dan hebben we de maximale invloed om de waarde van de fiets te behouden.’ (SB)

BEELD : ROETZ


Rolf zag een ding

Sommige dingen stralen misschien geen hoogwaardig ingenieurswerk uit, maar getuigen wel van denken als een ingenieur.

Afstandsbediening

Hightech tuinhuisje Waar een gemiddeld tuinhuisje niet veel meer is dan een houten hok, is de Gardenrobe een module die tal van functies combineert: van groene stroom opwekken tot kippen huisvesten. De door de Tsjechische ontwerpstudio Pin Up Houses ontwikkelde Gardenrobe is een prototype van een tiny house gemaakt van gerecyclede, milieuvriendelijke materialen. De hele constructie is gemaakt van houten balken en multiplexpanelen die met bouten en moeren in elkaar worden gezet. Deze constructie staat verankerd op een schroeffundering in de grond en draagt het lichtgewicht dak van met glasvezel versterkte kunststof. De Gardenrobe van zes meter lang en 1,2 meter breed combineert allerlei functies. In het frame kunnen namelijk verschillende modulen worden geplaatst. Zo zijn er verschillende opslagmodulen, voor onder meer tuingereedschap en fietsen, en een module om in te zitten. Daarnaast is er een module met een kippenren, een verticale duiventil, een regenwateropvang- en opslagsysteem en een klein zonnepaneel om elektriciteit op te wekken. Hierdoor kun je in de module telefoons en andere elektronica opladen. De Gardenrobe is in twee uur tijd in elkaar te zetten en ook makkelijk weer af te breken en te verplaatsen. Voor wie er ook eentje wil optuigen, zijn de bouwtekeningen gratis te downloaden op de website van Pin Up Houses. (PS)

FOTO : PIN UP A , LEV SEIDL ; PORTRET : ROBERT LAGENDIJK

‘Oh... dat is slim zeg!’ Terwijl dit door mijn hoofd schiet, weet ik dat ik het onderwerp voor een nieuwe column heb gevonden. In de afstandsbediening van de smart-tv in mijn AirBnB zit namelijk een koptelefoonaansluiting. Hoe vaak heb ik thuis wel niet gehoord: ‘Mag de tv iets zachter? Ik probeer met iemand te zoomen!’ De afstand van tv tot bank is te groot voor de kabel van de koptelefoon en de koptelefoon via bluetooth draadloos aansluiten op de tv is altijd zo’n enorm gedoe dat mijn voorganger op deze pagina, Jasper van Kuijk, daaraan makkelijk een van zijn ‘hoe moeilijk kan het zijn’-columns in de Volkskrant zou kunnen wijden. De koptelefoonplug in de afstandsbediening plaatsen lost het hele probleem op. Hoe geweldig kan het zijn! Normaal zou mijn column hier eindigen: mooi staaltje innovatie, goed idee, probleem opgelost, schoolvoorbeeld van ingenieursdenken om trots op te zijn. Maar hier is meer aan de hand. De koptelefoonplug verandert fundamenteel wat een afstandsbediening is. Was de afstandsbediening altijd een apparaat dat alleen naar de tv kon zenden, nu kan die ook signalen ontvangen en is de communicatie met de tv tweerichtingsverkeer geworden. De bedenker dacht niet: ‘Hoe kan ik een afstandsbediening beter maken?’, maar ‘Wat zou ik willen kunnen met een apparaat dat ik toch al bij de hand heb als ik vanaf de bank tv kijk?’ Dit lijkt op een fototoestel aan een telefoon toevoegen: helemaal opnieuw bedenken wat een apparaat zou moeten kunnen. Als ingenieur is het een goede oefening om je af te vragen wat een apparaat echt is en waarvoor je het zou willen gebruiken. Voorbeeld: als ik met de auto een kast bij IKEA ophaal, ben ik eigenlijk zelf niet nodig: ik ‘babysit’ alleen de auto. Wat mij betreft is een zelfrijdende auto dus niet zozeer een auto waar je niet hoeft te sturen als je erin zit, maar veeleer een auto die zelf kan rijden, ook zonder jou. Zodra je loslaat dat een auto mensen moet bevatten – zoals je loslaat dat een afstandsbediening alleen kan zenden – kun je nieuwe toepassingen verzinnen zoals het ophalen van IKEA-kasten, spullen wegbrengen of zichzelf parkeren zonder dat je daarbij nodig bent. Als je ook nog eens aanneemt dat die auto elektrisch is, heb je eigenlijk een mobiele batterij die zelfstandig kan rijden naar plekken waar stroom nodig (of voorradig) is. Auto’s en afstandsbedieningen zijn maar twee voorbeelden van apparaten waaraan we zo gewend zijn geraakt dat het moeilijk is voor te stellen hoe het ook anders kan. Totdat iemand dat juist wel doet. Ik plug even mijn koptelefoon in de afstandsbediening en ga een film kijken terwijl mijn partner aan het zoomen is. Rolf is universitair hoofddocent aan de TU Delft, maker, spreker en schrijver.

OKTOBER 2022 • DE INGENIEUR

45



Doelen & drijfveren

De wereld een beetje beter maken, dat is de ambitie van veel ingenieurs. De duurzaamheidsdoelen van de VN vormen een vaste bron van inspiratie.

B E TA A L B A R E E N DUURZAME ENERGIE

I N D U S T R I E , I N N O V AT I E , INFRASTRUCTUUR

DUURZAME STEDEN EN GEMEENSCHAPPEN

Else Veldman zet als innovatiemanager bij ETEQ haar vernieuwingsdrang in om de energie-infrastructuur geschikt te maken voor de toekomst.

‘Innovatie is de rode draad in mijn loopbaan’ Tekst: Amanda Verdonk • Foto: Bianca Sistermans

‘Op mijn zeventiende verliet ik mijn ouderlijk huis in Groningen om aan de Universiteit Twente te gaan studeren. Ik vond wiskunde leuk, op de middelbare school gaf ik er zelfs bijles in. Omdat ik een toegepaste opleiding wilde, koos ik voor werktuigbouwkunde, maar of ik nou werktuigbouwer wilde worden? Mijn afstudeeronderzoek ging over het optimaliseren van de wielophanging. Ik heb helemaal niets met auto’s, maar het was een wiskundig uitdagende opdracht. Daarna besloot ik dat ik de energiesector in wilde: maatschappelijk superrelevant en tegelijk technisch heel interessant.’ Kabels en leidingen ‘Ik belandde bij Essent Netwerk, een regionale beheerder van de energie-infrastructuur. Kabels en leidingen leken mij eerst niet zo spannend, tot ik me realiseerde dat die infrastructuur een belangrijke rol gaat spelen in de toekomstige energievoorziening. Toen Essent in 2009 werd opgesplitst en Enexis ontstond als netbeheerder, vormde ik met vier collega’s een nieuwe innovatie-afdeling. We bogen ons over vraagstukken zoals: wat is het effect van een elektrische auto of de invoer van biogas op het net? En hoe kun je consumenten stimuleren op andere mo-

menten energie te gebruiken, zodat vraag en aanbod beter op elkaar zijn afgestemd? In die tijd werkte ik ook aan een promotieonderzoek naar smart grids. Ik stelde scenario’s op van de mate waarin je de elektriciteitsvraag kunt sturen en analyseerde wat dat betekent voor de benodigde netcapaciteit.’ Pionieren ‘Nu heeft iedereen het over transitie en smart grids, maar voor ons was het toentertijd nog echt pionieren. Het was toen al helder dat we naar een duurzame energievoorziening moesten, maar het kost tijd om de omslag te maken en er was weinig urgentie vanuit de markt. Ik wilde het graag een stap verder brengen en sneller resultaten zien. Ik besloot mijn horizon te verbreden, schreef me in als zelfstandige en deed adviesprojecten op het gebied van energie-infrastructuur. Zoals bij het Energie Lab Zuidoost, een initiatief van Gemeente Amsterdam, TU Delft en AMS Institute. In Amsterdam-Zuidoost werkten we aan een warmtenet, zodat woningen restwarmte uit datacentra kunnen ontvangen.’ Complexe vraagstukken ‘Sinds begin dit jaar ben ik in dienst bij ETEQ, een jong bedrijf dat hands on trans-

formatorhuisjes inricht en bijvoorbeeld de aansluiting van zonneparken realiseert, en waar ik nu een onderdeel voor complexere projecten aan het opzetten ben. Denk aan het creëren van energiehubs, waar je lokaal vraag en aanbod van energie probeert te combineren. Zo kijk ik naar een bedrijventerrein in Kootwijkerbroek. De gemeente wil dit uitbreiden, maar loopt tegen capaciteitsproblemen van het net aan. Wij kijken wat er mogelijk is door zonneparken, windmolens, energieopslag en een waterstoftankstation slim met elkaar te verbinden. Door al die nieuwe energiebronnen wordt de energieinfrastructuur erg complex en ik verwacht dat dat ook wel zo zal blijven, ook al wordt de netcapaciteit vergroot. Geen idee hoe mijn eigen toekomst er precies uit ziet, ik kijk niet zo ver vooruit. Innovatie is wel altijd de rode draad in mijn loopbaan; met een open blik proberen om complexe maatschappelijke vraagstukken verder te brengen, dat vind ik erg leuk. Ook op persoonlijk vlak houd ik ervan om mezelf te prikkelen met nieuwe inzichten. Ik reis graag naar landen met een totaal andere cultuur en houd van moderne kunst. Ik raak dan geïnspireerd door dingen die ik niet van tevoren had kunnen bedenken.’ • OKTOBER 2022 • DE INGENIEUR

47


K L I M A AT O N D E R Z O E K TEKST EN FOTOGRAFIE: ROB BUITER

Naar een ijsverwachting voor gletsjer en permafrost

Meten in het poolgebied Deze zomer voer een bont gezelschap van wetenschappers op het schip MV Ortelius rond Spitsbergen, voor onderzoek aan het rap veranderende klimaat en milieu. Aan boord waren ook onderzoekers van ijs, zowel boven als onder de grond.

‘Een relatief normaal jaar in de Noordelijke IJszee.’ Het is een wat verwarrende mededeling, zo daags na het beëindigen van een wetenschappelijke expeditie rond Spitsbergen, waar de deelnemers soms zelfs in hemdsmouwen over de veel te warme toendra konden lopen. Maar NASA-satellieten zagen toch echt dat het zee-ijs zich deze zomer in het Arctische gebied ‘redelijk handhaafde’. Er ligt nog steeds minder ijs rond de Noordelijke IJszee dan het langjarig gemiddelde, maar de gemeten 8,42 miljoen vierkante kilometer drijvend ijs op 17 juli is toch beduidend meer dan wat er de afgelopen jaren is gemeten. Het NASA-nieuws volgt op een reis van tien dagen, waarin een groep Nederlandse wetenschappers totaal nul, noppes, nada, géén zee-ijs meer zag rond Spitsbergen. ‘Dat is heel uitzonderlijk, zeker in juli’, weet ervaren poolreiziger en expeditieleider Maarten Loonen van de Rijksuniversiteit Groningen. Nadat hij in augustus

De Utrechtse glacio­ loog Bas Altena bestudeert gletsjers aan de hand van satellietbeelden, maar ook door ter plekke onderzoek te doen. 48

DE INGENIEUR • OKTOBER 2022

2015 voor het eerst een groep wetenschappers onder de vlag van de Scientific Expedition Edgeøya Svalbard had meegenomen voor onderzoek rond deze eilanden, zo’n zevenhonderd kilometer ten noorden van Noorwegen, organiseerde Loonen dit jaar in juli ‘SEES II’. Vijftig wetenschappers en evenzoveel toeristen scheepten in voor een wetenschappelijke cruise onder leiding van het Arctisch Centrum van de Rijksuniversiteit Groningen, met financiële steun van het Polaire Programma van de nationale onderzoeksfinancier NWO. Het doel: onderzoek aan het rap veranderende klimaat en het milieu rond Spitsbergen. ‘Tijdens de editie van 2015 moesten we regelmatig met de zodiacs tussen het ijs door laveren om vanaf het schip aan land te komen’, vertelt Loonen. ‘Dit jaar zien we dus een maand eerder al helemaal geen ijs meer. Wel veel meer ijsberen’, voegt hij daar met gemengd genoegen aan toe. ‘Door het ontbrekende zee-ijs zitten de ijsberen als het ware gevangen op het land, waar wij er dus bij ons


werk meer last van hebben. Zijn er ijsberen in delijkt Wouter Rooke van het Groningse onDe diepte de buurt, dan kunnen wij niet aan land.’ derzoeksbureau Medusa. ‘Voor het wiel, in die van de Loonen kijkt overigens niet op van de mebeschermende witte plastic bak, zit een kop dedeling van de NASA. Los van de momentpermafrost die radargolven de bodem instuurt. En zoals opnamen van het weer, laten de langjarige wordt door een regenwolk de signalen van de buienrader gemiddelden van het klimaat zien dat het terugkaatst en schepen de radarsignalen op Arctisch gebied sneller opwarmt dan welke veel factoren zee, zo worden de signalen van deze grondplek op de planeet dan ook. ‘Sinds de indusradar teruggekaatst door stenen en ijs. Op die beïnvloed triële revolutie is het gemiddeld op aarde één manier kunnen we precies meten hoe diep de graad warmer geworden, in het Noordpoolpermafrost in de bodem zit’, aldus Rooke. gebied drie graden en hier op het eiland EdOp een transect van een paar honderd megeøya, aan de oostkant van Spitsbergen al zes ter, dat van de voet van een heuvel naar de graden’, stelt Loonen. ‘Zelfs met die “redelijk normale bedding van een smeltwaterriviertje loopt, ziet Rooke de ijsbedekking” die de NASA-satellieten zien, is het hier diepte van de permanent bevroren bodem langzaam toedus wel degelijk een stuk warmer.’ De vijftig wetenschap- nemen; van amper twintig centimeter onder het opperpers van de SEES-expeditie willen onderzoeken wat de vlak bij de heuvels, tot ruim een meter diep in de bedding consequenties zijn van deze snelle opwarming voor de van het riviertje. planten, de dieren en het landschap. ‘Hoe en waarom de diepte van de permafrost zo varieert, dat is dan weer vers twee’, zo voegt zijn collega Grondradar meet permafrost Koos de Vries van Medusa daaraan toe. ‘De diepte van En zo kan het dus gebeuren dat een groepje planten- de permafrost wordt door heel veel factoren beïnvloed, onderzoekers, geëscorteerd door één berenwacht met van het weer en de temperatuur bovengronds tot de geweer voor en ook één achter de groep, wordt vergezeld grondsoort en het bodemvochtgehalte. De metingen door een onderzoeker die een éénwielig aanhangwagen- die wij hier doen zouden uiteindelijk kunnen bijdragen tje achter zich aan sleept. ‘Dit is een grondradar’, verdui- aan een soort weerbericht voor de permafrost. Hoe

Mileuwetenschapper en geofysisch specialist Wouter Rooke van het Groningse ingenieursbureau Medusa Explorations meet aan de permafrost van Spitsbergen.

t

’’

OKTOBER 2022 • DE INGENIEUR

49


K L I M A AT O N D E R Z O E K

Niet meer permanent bevroren De permafrost, ofwel de permanent bevroren bodem van Spitsbergen, heeft een sterk wisselende dikte: van wel vijfhonderd meter landinwaarts tot nul meter direct aan de kust. Boven die permafrost ligt de zogeheten ‘actieve laag’: de laag van één tot anderhalve meter dik die in de zomer ontdooit en waar bescheiden plantengroei op een vaak drijfnatte toendra mogelijk is. Op sommige plekken komt de permafrost ook aan het oppervlak, zoals in dit zogeheten palsaveen. Als bij een slecht

sluitend vriesvak, groeit het ijs in de gescheurde veenbodem van buiten af steeds verder aan en duwt het de bodem stukje bij beetje verder omhoog. In de permanent bevroren bodem van Spitsbergen is ook de zogeheten Svalbard Seed Vault gevestigd: een ondergrondse kluis waarin zaden van alle denkbare landbouwgewassen van de wereld worden bewaard. Ze liggen daar door de natuur gekoeld – nog wel – voor het geval een apocalytische ramp de wereld zou treffen.

Een palsa is een verhoging in permanent bevroren moeras: de permafrost komt er aan het oppervlak. FOTO : JANNEKE KROONEMAN

50

DE INGENIEUR • OKTOBER 2022

diep zal het ijs zich in de zomer terugtrekken en hoe snel komt het weer terug?’ De relevantie van die vraag is op verschillende plekken zichtbaar in Longyearbyen, het ‘hoofddorp’ met net tweeduizend inwoners op de archipel Spitsbergen. Verschillende gebouwen zijn al onbewoonbaar verklaard, doordat de permafrost zich te diep onder de fundering heeft teruggetrokken. De ijzige versteviging is daarmee onder de gebouwen verdwenen, getuige de diepe scheuren in de muren. Ook op de flanken van de heuvels rond het dorp is te zien hoe de bewoners zich zo goed en zo kwaad als dat gaat met grote hekken proberen te wapenen tegen de toenemende frequentie van lawines. Door de smeltende bodem, komen steeds vaker aardverschuivingen voor, met soms verwoestende effecten. Op andere plekken is te zien hoe onder nieuwe gebouwen een buizensysteem als in een vloerverwarming wordt aangelegd. Alleen is dat hier bedoeld om de bodem langer koel en stevig te houden, in plaats van deze te verwarmen. Behalve direct, met hun grondradar, meten de ingenieurs van Medusa de diepte van de permafrost ook indirect met behulp van een gammastralingsmeter. De Vries: ‘De hoeveelheid radon-222 die vrijkomt, is afhankelijk van de diepte van de permafrost. Wij denken dat het mogelijk moet zijn om op een hoogte van tien meter boven de bodem een indicatie te krijgen van de gemiddelde diepte van de permafrost op een oppervlak van 2,5 hectare.’ Jaarringen in gletsjers Behalve het ondergrondse ijs, heeft ook het bovengrondse ijs de warme belangstelling van onderzoekers op de SEES-expeditie. Zo kijkt de Utrechtse glacioloog Bas Altena naar de lijnenpatronen die op het oppervlak van gletsjers te zien zijn. ‘Wat je hier ziet is een “dode” gletsjer’, zegt Altena, wanneer we bijna aan de voet van een immense ijsmuur zijn gekomen. Van een afstand leek het een suffig hoekje ijs in de knik tussen twee heuvels, maar eenmaal dichtbij, torent het ijs algauw een meter of zestig boven ons uit. ‘Jaren terug was deze muur nog veel hoger en vlakker’, weet Altena. ‘En belangrijker nog: heel lang geleden was deze gletsjer nog actief als een zijarm van een grotere gletsjer verderop. Er kwam ieder jaar sneeuw en ijs aan de bovenkant bij, waardoor de “ijsrivier” ook bleef stromen. Maar die beweging is gestopt. De aanwas is eruit, hij beweegt niet meer. Sterker nog, hij wordt alleen maar kleiner en kleiner.’ De patronen van jaarlijkse groei in de winter en dooi aan het vuile oppervlak in de zomer hebben de gletsjer gesierd met een prachtig motief, als jaarringen in een boomstam. ‘Die kunnen veel vertellen over een gletsjer’, stelt Altena. ‘Sneeuw en smelt worden bepaald door het weer op de lange termijn, maar iedere gletsjer heeft weer een andere reactietijd. De configuratie van de jaarringen is een product van deze ijsdynamiek. Ze zijn als het ware een natuurlijk archief. Als we aan de hand van die ringen de reactietijd van een gletsjer kunnen achterhalen, kunnen we ook beter het ijsverlies van gletsjers interpreteren en betere verwachtingen maken voor de toekomst.’


Toch is Spitsbergen voor glaciologen als Om te meten of deze en andere gletsjers in de Spitsbergen Altena razend interessant. ‘Het is de ijswereld pas lopen met het huidige klimaat, zou Alte­ is Canada, in het klein’, stelt hij. ‘Je vindt hier een grote na het liefst gebruikmaken van satellietwaar­ Groenland, verscheidenheid aan gletsjertypen. Aan de nemingen. ‘De lijnenpatronen op het ijs zijn en arctisch westkant zijn gletsjers zich aan het terugtrek­ vanuit de ruimte te zien. Als ik zou weten hoe ik die patronen moet interpreteren, zou ik ze ken tot ver in hun dalen. Dit landijs heeft een Rusland in misschien ook kunnen gebruiken in model­ ideale geometrie om te beschrijven met een het klein len over de bewegingen in het ijs. Maar dat simpel model. Aan de oostkant komen de ijs­ moet ik dan wel eerst met mijn voeten op het massa’s uit in het water. De metershoge ijsklif­ ijs kunnen valideren.’ fen smelten onderwater sneller, waardoor de De tocht die Altena tijdens deze expeditie bovenkant uiteindelijk afbreekt en het ijs ver­ naar de voet van de dode gletsjer op Edgeøya heeft ge­ der gaat als ijsberg. De inzichten hoe deze interactie tus­ maakt, gaat hem daar evenwel niet bij helpen. Waar hij sen ijs­ en oceaanstromingen zich verhouden, zijn heel had gehoopt een strakke gletsjermond te treffen, waarin belangrijk. Een groot deel van de gletsjers en ijskappen hij de hellingshoek van de jaarringen in het ijs had kun­ op de wereld grenst aan de oceaan, en veelal rusten die nen meten, stuit hij nu op een grillig gevormde ijsmuur, op een ondergrond onder zeeniveau.’ vol scheuren en diepe gletsjerspleten. ‘Ik zal op zoek Altena is ook erg geïnteresseerd in de Stonebreen, moeten naar een andere gletsjer om de lijnen die je van­ midden op het eiland Edgeøya. ‘Na een opbouw van en­ uit de satelliet kunt waarnemen op de grond in te meten.’ kele decennia, is deze gletsjer in een stroomversnelling geraakt waarbij het ijs meer dan twee keer zo snel glijdt Spitsbergen als ijsmodel als daarvoor. Dit cyclische fenomeen is heel interessant Het gedrag van de gletsjers op Spitsbergen zal de zee­ om ijsdynamica van grote ijslichamen beter te begrij­ spiegel aan onze Noordzeekust niet echt raken. De hoe­ pen. Dit alles gebeurt op een plek waar de temperatuur veelheid ijs die zich op deze archipel ophoudt, vertegen­ extreem snel toeneemt. Daarmee lijkt Spitsbergen haast woordigt een mondiale zeespiegelstijging van niet meer een experimentele opzet voor de grotere ijskappen die dan anderhalve centimeter. De eilanden zijn bovendien op Groenland, Canada of het Russisch arctische gebied nog voor meer dan de helft bedekt met gletsjers, al wordt liggen. En die kunnen de zeespiegel wél serieus beïnvloe­ dat wel ieder jaar een beetje minder. den’, aldus Altena. •

IJsbergen aan de monding van de gletsjer Negirbeen, in het hart van de archipel Spitsbergen.

’’

OKTOBER 2022 • DE INGENIEUR

51


De Ingenieur in gesprek

Ralf Bodelier relativeert probleem van overbevolking

‘We redden het ook met tien miljard’ Is de wereld overbevolkt en plegen we roofbouw op de planeet? Vooruitgangsfilosoof Ralf Bodelier ziet het probleem niet. Die angst is er altijd geweest en de mensheid is telkens vindingrijk genoeg gebleken om steeds meer monden te voeden en mensen te huisvesten, stelt hij in zijn nieuwste boek Lang leve de mens. Tekst: Jim Heirbaut

Zou het misschien niet beter zijn om met z’n allen wat minder kinderen te krijgen om verdere uitputting van de planeet te voorkomen? Welnee, zegt theoloog, filosoof en publicist Ralf Bodelier in zijn nieuwste boek Lang leve de mens (ondertitel Redden we het ook met tien miljard?). Dat er meer wereldburgers dan ooit tevoren zijn, hoeft geen onoverkomelijke problemen op te leveren, is de strekking van zijn betoog. De angst dat we met te veel zijn, is immers zo oud als de mensheid zelf. Bodelier beroept zich onder meer op de filosoof Plato, die al betoogde dat een groeiende wereldbevolking onvermijdelijk zou leiden tot tekorten en tot oorlog. Er wonen steeds meer mensen op de planeet. Hoe kan de angst dat het te druk wordt en het voedsel een keer opraakt dan ongegrond zijn?

‘Steeds weer opnieuw is de mens in staat gebleken om een grotere wereldbevolking te voeden en te huisvesten. De bevolking in India explodeerde in aantal, maar in plaats van een hongersnood, voltrok zich er in de tweede helft van de vorige eeuw de Groene Revolutie. Nieuwe technologie stuwde landbouwopbrengsten op en liet de prijzen voor voedsel fors dalen. Ooit dachten we dat de aarde veel te druk zou worden met een paar honderd miljoen mensen, inmiddels leven we met bijna acht miljard mensen, en stevenen we af op de tien miljard. En dat is geen reden voor paniek. Keer op keer weten we onze eigen wereld te ontwerpen, in stand te houden en uit te breiden.’ 52

DE INGENIEUR • OKTOBER 2022

Overal waar mensen welvarend worden, schrijft u, neemt de bevolkingsgroei af, ook in India en China. In Afrika blijft de bevolkingsgroei nog het langste doorgaan. Valt er iets te doen om die te beperken?

‘Laten we leren van de geschiedenis. Steeds wanneer de mensheid met gerichte maatregelen heeft geprobeerd bevolkingsgroei in te dammen, leidde dat tot escalaties. Denk aan de eenkindpolitiek in China, waarbij miljoenen meisjes werden omgebracht of zwangerschappen werden afgebroken. Tijdens de hongersnood in Ierland in de negentiende eeuw liet het beleid van de Britten hele groepen mensen in bepaalde regio’s verhongeren. Volgens mij is de juiste richting, gestaafd door de wetenschap, om in arme landen het onderwijs te verbeteren, vrouwen meer rechten te geven en een pensioenvoorziening in te richten. Al die dingen dragen eraan bij dat families minder kinderen krijgen. In de armste landen is het hebben van zes, zeven kinderen nu de enige garantie dat er voor je wordt gezorgd wanneer je ouder bent. Er is maar één humane manier om de bevolkingsgroei terug te dringen, en dat is meer welvaart en meer vrijheid voor mensen.’ Waarom vormt Afrika een uitzondering? Daar stijgt het aantal mensen nog snel.

‘Ook in Afrika neemt de welvaart toe, hoewel dat misschien langzamer gaat dan we zouden willen. Dat komt misschien doordat – en dat klinkt tegen-intuïtief – veel gebieden in Afrika eigenlijk te dunbevolkt zijn: platteland met af en toe een klein dorpje. Wie daar opgroeit,


1980-1990: studie geschiedenis en theologie 1985-heden: spreker, journalist, essayist en moderator 2012: promotie Tilburg Law School 2020: wandelt van Jeruzalem naar Bouillon 2022: publicatie boek Lang leve de mens.

U schrijft positief over de ‘natuur’ die u daar aantrof. Maar is dat wel natuur? Het is toch gewoon een voormalig industriegebied, met roestige spullen en vervuilde grond?

‘Tsja, wat is echte natuur? Bestaat wat wij echte natuur noemen nog wel in landen als Nederland? We grijpen al vijftigduizend jaar in in het landschap. We hebben riviefoto ’ s : karel hemerijckx

ren verlegd, kanalen gegraven, bossen aangelegd voor productie. Oorspronkelijke natuur hadden we wel in Nederland, maar met de komst van de mens is die snel verdwenen. Waar het mij om gaat is dat we natuur hebben die mooi is, waar voldoende biodiversiteit is en die zuurstof produceert. Waar we wat aan hebben, kortom.’ Technologische vooruitgang kan veel van onze problemen oplossen, daar zijn we het over eens. Maar dan nóg is het toch een goed idee om te proberen de bevolkingsgroei af te remmen en minder energie en grondstoffen te gebruiken?

‘Jij en ik zullen het daar wel mee eens zijn, net als veel lezers van De Ingenieur. Voor hen heb ik dit boek ook niet zozeer geschreven. Met mijn boek hoop ik vooral de andere groep te bereiken: de alfa’s die meer uitgaan van de emotie. Degenen die de wereld met een romantische blik beschouwen, alsof ze liever teruggaan naar hoe

t

kan alleen maar boer worden. De grote stad, Nairobi of Dar-Es-Salaam, biedt veel meer opties. Daar kun je je specialiseren en bij een bank gaan werken of op een ander kantoor, je kunt er ICT-er worden. Om je welvaart te vergroten kun je dus het beste in de stad zijn.’ In zijn boek beschrijft Bodelier zijn wandelingen over voormalige mijnbouwlocaties van het Ruhrgebied. Tussen de verlaten schachttorens en ontmantelde industriële installaties is daar nieuwe natuur ontstaan, met bosjes, spontaan uit de grond opgekomen bomen en zelfs allerlei diersoorten.

OKTOBER 2022 • DE INGENIEUR

53


QUOTE

Telkens wanneer een grondstof écht te duur dreigt te worden, vinden we wel een andere

het ooit was. Ik vind het jammer dat in die groep soms zo afwerend over technologie wordt gedacht. Waar ik in mijn boek mijn vertrouwen in technologie wat al te sterk aanzet, doe ik dat met opzet. Ik hoop die groep romantici te overtuigen. Natuurlijk is het goed om te proberen steeds minder grondstoffen te gebruiken. Maar er is een diepere laag. Met die grondstoffen is wat raars aan de hand. De uitdrukking “het stenen tijdperk kwam niet ten einde door een tekort aan stenen” geldt hierbij ook. Doordat we nieuwe grondstoffen hebben bedacht of gevonden, denk aan duurzaam opgewekte energie, kunnen we een deel van de olie en de steenkool in de grond laten zitten. In de jaren zeventig van de vorige eeuw was er extreem veel vraag naar het metaal koper, voor de aanleg van elektriciteitskabels. Maar toen kwamen computers van silicium en kabels met glasvezel, en later dataoverdracht door de lucht, en nu hebben we veel minder koper nodig. Telkens wanneer een grondstof écht te duur wordt, vinden we iets anders, dat is wat ik hieruit leer.’ Over het verschil tussen dier en mens schrijft u: ‘De roofvis eet zoveel vissen tot alle vissen op zijn. Weloverwogen zet de mens jonge vissen uit, waardoor de voorraad vis niet af- maar toeneemt.’ Tegelijk schrijft u ook: ‘De mens is het enige dier dat nooit tevreden is.’ Daar ligt toch een probleem?

Lang leve de mens Ralf Bodelier 171 Blz. | € 22,54

‘De mens wil zich altijd maar blijven ontwikkelen en ontplooien. Tegelijk lijken we in het Westen steeds minder te hechten aan spullen, aan materiële rijkdom. Dat geldt natuurlijk niet voor de opkomende economieën, en terecht. Ik kom regelmatig in Malawi en daar willen

DE INGENIEUR • OKTOBER 2022

mensen ook elektriciteit en toegang tot een ziekenhuis. Zo’n drie miljard mensen zullen er in welvaart nog op vooruitgaan. Dat gaat het nodige van de aarde vragen, maar toch is er ook daarbij reden tot optimisme. Er is daar sprake van zogeheten ontkoppeling.’ Bodelier volgt met zijn boek de stroming die zogeheten ‘ontkoppeling’ predikt, die zegt dat er vaak ook economische groei mogelijk is zonder verdere toename van energie- en grondstoffengebruik. De voorbeelden zijn talrijk. Hadden we vroeger voor kantoorwerk een kamer vol spullen nodig – typemachine, boekenkasten, geluidsdragers – dat doen we nu op de smartphone die in onze zak past. Dankzij geavanceerde productietechnieken zijn aluminium blikjes vele malen dunner geworden, en net zo stevig. En in opkomende Afrikaanse landen sloegen ze de vaste telefonie met zijn koperleidingen over en gingen gelijk over op smartphone en 4G. Dat is allemaal goed nieuws, maar die ontkoppeling gaat toch niet op voor bijvoorbeeld de productie van vlees? Daarvoor blijven enorm veel land, water en grondstoffen nodig.

‘Veel vlees eten is absoluut problematisch. Er is veel te zeggen voor een vegetarisch dieet. Maar feit is dat mensen in opkomende economieën vaak meer vlees gaan eten. Ze konden dat voorheen nooit, dus die luxe willen ze zichzelf gunnen. Voor het produceren van vlees is de hoop daarom gevestigd op kweekvlees. Tergend langzaam begint die hoop ingelost te worden, in Singapore liggen eerste kweekvlees-kipnuggets in de winkels. Het zou goed zijn als deze technologie breed doorbreekt, maar we zullen het eerst nog moeten zien.’ •


UIT DE VERENIGING Een greep uit het nieuws en het aanbod van activiteiten van het Koninklijk Instituut Van Ingenieurs (KIVI).

Geslaagd lustrumfeest

Robots in het groen In de landbouw, de tuinbouw en het natuurbeheer wordt steeds vaker gebruikgemaakt van robots en drones. Die kunnen assisteren bij saai of zwaar werk, of het zelfs overnemen. Tevens bespaart het gebruik van deze assistenten grondstoffen en energie. Hoe ze dat doen, dat vertelt Erik Pekkeriet van de WUR in dit Netwerkcafé. Netwerkcafé: Drones en robots in de landbouw, Groote Sociëteit Arnhem, 7 november, 19.30-22.00 uur, kivi.nl/afdelingen/regio-gelderland/ activiteiten

‘Onze gemeenschap wordt al steeds diverser. Nu is het zaak dat we tevens inclusiever worden.’ Met die woorden sloot KIVI-president Jacolien Eijer de toespraak af waarmee zij de 175ste verjaardag van KIVI aftrapte. Enkele honderden mensen waren 10 september naar het auditorium van de Technische Universiteit Delft gekomen om dit ‘feest van verandering’ mee te vieren. Zij dachten mee over stellingen, luisterden naar boeiende presentaties,

bekeken de nieuwste projecten van diverse studententeams en hoorden minister Karien van Gennip opmerken: ‘Politici vragen zich altijd af aan welke knoppen ze het beste kunnen draaien. Als er meer ingenieurs in de politiek komen, kunnen we misschien iets aan de knoppen zelf veranderen.’ Voor velen een geslaagde reünie, voor anderen een frisse blik in de wereld van techniek, en voor iedereen voldoende stof tot nadenken om mee naar huis te nemen.

Haalbare kernenergie

Machines maken

Het kabinet heeft aangekondigd de bouw van twee nieuwe kerncentrales voor te bereiden. Ze zouden er na het jaar 2030 moeten komen. Is dat wel nodig, en wat moet er gebeuren om het voor elkaar te krijgen? Daarover gaat dit symposium. Symposium: Nieuwe kernenergie Wat is er voor nodig?, Vredenburg Utrecht, 28 oktober, 10.00-17.00 uur, kivi.nl/afdelingen/kerntechniek/ activiteiten

Revisiebedrijf Zuyd in Maastricht fabriceert, onderhoudt, reviseert en repareert productiemachines en machineonderdelen, hoofdzakelijk voor de industrie. Hoe doen ze dat zo duurzaam mogelijk? En hoe gaat het bedrijf om met de uitdaging van preventief onderhoud? Een kijkje in de keuken, in de vorm van een presentatie gevolgd door een rondleiding. Bedrijfsbezoek: Revisiebedrijf Zuyd, Maastricht, 13 oktober, 15.00-17.00 uur, kivi.nl/ afdelingen/regio-limburg-zuid/activiteiten

BEELD : WAGENINGEN UNIVERSITY & RESEARCH ; MARCEL VAN BERGEN ; REVISIEBEDRIJF ZUYD

OKTOBER 2022 • DE INGENIEUR

55


Alleskunner gedijde in de chaos Een boeiende biografie vertelt het verhaal van de wiskundige John von Neumann, die talrijke stappen buiten zijn oorspronkelijke vakgebied zette. Tekst: Jim Heirbaut

56

DE INGENIEUR • OKTOBER 2022

Een van de invloedrijkste wetenschappers met zo’n beetje de minste bekendheid bij het brede publiek heeft eindelijk z’n biografie. In De man uit de toekomst beschrijft wetenschapsjournalist Ananyo Bhattacharya het leven van John (een verengelsing van zijn eigenlijke voornaam Jancsi) von Neumann, een geboren Hongaar die zich later tot Amerikaan naturaliseerde. Wie nu de naam ‘Von Neumann’ bekend voorkomt, moet dan waarschijnlijk denken aan zijn bijdragen aan de computerwetenschap. Hij is daarvan een van de grondleggers, samen met de beroemde Brit Alan Turing, die Von Neumann in de jaren dertig van de vorige eeuw af en toe bezocht aan het Institute for Advanced Study in Princeton, dat laatstgenoemde overigens mede oprichtte. Wat na lezing van het pakkend geschreven (en kundig door Hans van den Berg vertaalde) boek blijft hangen, is hoe onvoorstelbaar veelzijdig Von Neumann was. Opgeleid tot wiskundige en chemisch technoloog schroomde hij niet zich ook te bemoeien met andere vakgebieden, vaak met groot succes. Zo stortte hij zich op de wiskundige problemen van de vroege quantummechanica, bepaald geen makkelijk onderwerp, maar dat prikkelde hem alleen maar. ‘Buitengewoon briljant’: zo typeerden andere beroemde wetenschappers Von Neumann. Hoewel het boek vlot leesbaar begint met Neumanns vroege jaren in Boedapest, Göttingen en Berlijn, ontaardt het al vrij snel in een pittige verhandeling over de wiskunde in de negentiende en de vroege twintigste eeuw. Zeker niet oninteressant, wel lastig te volgen zonder de benodigde voorkennis. Gelukkig wisselt Bhattacharya deze passages in zijn eerste boek af met smeuïge anekdotes uit Von Neumanns privéleven. Die zijn er meer dan genoeg. Zo had hij een voorliefde voor snelle auto’s, maar bezat hij tot redelijk gevorderde leeftijd helemaal geen rijbewijs. Toen hij in de Verenigde Staten ging werken, voor Princeton University en later voor het Institute for Advanced Study, kocht hij uiteindelijk maar de autoriteiten om om het felbegeerde papiertje te krijgen. Op de straten van

Princeton reed hij zijn auto vervolgens verschillende malen in de prak. Von Neumann hield van van drukte en rumoer om zijn denkwerk bij te doen. Aan stille studiekamers had hij een broertje dood; juist in de drukte van een restaurant of een nachtclub kon hij zich het best concentreren. In Princeton gaven zijn vrouw en hij vaak feesten in hun huis, schrijft Bhattacharya. ‘De alcohol vloeide er rijkelijk en Von Neumann, die chaos en lawaai bevorderlijk vond voor goede wiskunde, zou af en toe met een cocktail in de hand naar boven verdwijnen om een elegant bewijs of iets dergelijks neer te pennen.’ Een afwijking die we ook kennen van generatiegenoot Richard Feynman, met wie Von Neumann nog samenwerkte in het Manhattan Project, bij het ontwikkelen van de eerste atoombommen. Bij dat project speelde hij een sleutelrol, nadat hij er als ‘explosie-expert’ werd bijgehaald. Tot dan toe was het niet gelukt om de radioactieve stoffen zo snel te laten imploderen dat er kernsplijting tot stand kwam. Maar met het ingenieursinzicht van vooral Von Neumann lukte het uiteindelijk toch en voerde het team de eerste geslaagde test van een atoombom uit, onder de naam Trinity. Slechts enkele weken later werden de atoombommen op Hiroshima en Nagasaki gegooid. Kun je Von Neumanns medewerking aan de atoombommen nog als een morele misstap beschouwen, dat gaat niet op voor zijn grootste bijdrage aan de wetenschap: de computer. Al ver voordat er dergelijke apparaten werden gebouwd, ontwikkelde hij namelijk al ideeën over stapsgewijze berekeningen om problemen op te lossen, algoritmen dus. Ook ontving hij in Princeton Alan Turing, die de grondslagen voor de computerwetenschap legde. Niemand was daar nog in geïnteresseerd, maar Von Neumann zag de potentie. Zoals het wel vaker leek alsof hij in de toekomst van de techniek kon kijken, deze man uit de toekomst. De man uit de toekomst. Het visionaire leven van John von Neumann. Ananyo Bhattacharya | 392 Blz. | € 26,99


Wilde natuur in de haven Nergens in Nederland is de menselijke impact groter dan in de haven van Rotterdam. Toch blijkt tussen de olieraffinaderijen, container­ terminals en waterwegen de natuur op te leven.

Atlas vol goed nieuws In veel opzichten gaat het de goede kant op met de wereld, laat de Atlas van de vooruitgang zien in talrijke mooie grafieken. Tekst: Pancras Dijk

Data zijn er in overvloed, maar zie ze maar eens aantrekkelijk te presenteren. David McCandless kan dat als geen ander. Als @infobeautiful heeft de Britse datajournalist inmiddels rond de 125.000 Twittervolgers, die hij trakteert op rijke infographics over uiteenlopende onderwerpen: van honden­ rassen tot wereldwijde genderrechten en van de afhankelijkheid van Russisch gas tot de grootste datalekken in de geschiedenis. Een zeer ruime keuze uit het kleurrijke, elegante werk van McCandless is nu in het Nederlands verschenen, onder de titel Atlas van de vooruitgang. Het betreft zonder uitzondering visualisaties van data die erop duiden dat het met de wereld de goede kant op gaat. In vrijwel alle landen mogen vrou­ wen inmiddels stemmen, er sterven steeds minder zoogdieren uit en er is nu zelfs een manier om de bloedgroep van donorbloed te veranderen. Een groot deel van het boek spitst zich toe op technische vooruitgang. De Atlas is dan ook verplichte kost voor ingenieurs en andere techniekliefhebbers op zoek naar zingeving of inspiratie: dat jouw werk de wereld beter maakt, wordt hier pagina na pagina mooi en helder inzichtelijk gemaakt. Zo is ook aan The Ocean Cleanup een graphic gewijd: kijk, we maken de zee scho­ ner, is daar de positieve boodschap. Hier wreekt zich wel dat het boek ook oudere visualisaties bevat: de afgebeelde plastic­ vanger is een eerdere versie van Boyan Slats systeem. Ander nadeel: omdat het een vertaald boek betreft, wordt de naam van onze landgenoot niet genoemd. Die vertaling is sowieso een groot minpunt. Veel tekst bevat het boek niet, maar in de tekstblokken die er wel staan, struikel je over de anglicismen. Dat doet echter niets af aan de rijkdom aan visualisaties vol goed nieuws.

Tekst: Pancras Dijk

Met hun immense afmetingen tarten de Sleipnir en Thialf de verbeelding. Beide Heerema-kraanschepen zijn meer dan tweehonderd meter lang en bijna honderd meter breed. In Wild Port of Europe spelen de kolossen echter slechts een figurantenrolletje: wie goed oplet, kan ze in de verte zien liggen. De hoofdrollen in de documentaire, volledig opgenomen in en rond de Rotterdamse haven, zijn weggelegd voor een wandelgekke egel, kijvende mantelmeeuwen, bijdehante Chinese wolhandkrabben en meer van zulk klein wild. De volledig door mensenhand ingerichte havenomgeving en alle menselijke bedrijvigheid vormen in de film het kader waarbinnen zich unieke natuur blijkt te hebben ontwikkeld. Hoewel, uniek... Het bijzondere is misschien wel dat het juist om doodgewone natuur gaat, die er in weerwil van die dwingende menselijke aanwezigheid blijkt te gedijen. Cineasten Willem Berents en Melanie Kutzke laten de mens zelf anderhalf uur lang nagenoeg volledig buiten beeld. Zo versterken ze het contrast tussen de industriële processen en de schuchtere of juist brutale diersoorten die een leven voor zichzelf en hun jonkies proberen veilig te stellen. Tot de mooiste scènes behoort die waarin een bunzing in een metaalbewerkingsfabriek belandt. Met grote ogen bekijkt het roofdier hoe staalplaten worden gebogen en gelast. Deze scène is slechts een van de vele knappe staaltjes montage waarmee de makers de kijker in staat stellen om zelf het verhaal in te vullen. Verteller Sacha de Boer, fotograaf en voormalig nieuwslezer, beheerst gelukkig ook de kunst van het zwijgen. Voorheen was de natuur vaak de verliezer zodra de mens op het toneel verscheen. Dat dit niet per se zo hoeft te zijn, laat Wild Port of Europe zien. De haven van Rotterdam geldt als het hart van de Nederlandse productie- en transporteconomie. Als de natuur het daar redt, moet het elders toch ook wel goed kunnen komen? Wild Port of Europe 87 min. | vanaf 17 oktober in de bioscoop

Atlas van de vooruitgang David McCandless | 256 Blz. | € 24,90 foto : wild port of europe

OKTOBER 2022 • DE INGENIEUR

57


MEDIA

Kijk op kantoren Om te bepalen wat het beste con­ cept is voor een nieuw kantoor, moet je kijken hoe het eerdere revolutionaire kantoorpanden is vergaan. Dat is de insteek van het boek Back to the Office. Tekst: Marlies ter Voorde

58

DE INGENIEUR • OKTOBER 2022

In het jaar 2020 joeg covid mensen wereld­ wijd uit hun kantoren. Om besmetting te voorkomen werkte iedereen zo veel mogelijk thuis. Slaapkamers veranderden in video­vergaderruimten, keukentafels in bureaus. Het einde van die periode was voor veel mensen het moment om de voor­ en nadelen van werken op kantoor af te wegen. Wat hadden ze gemist en wat juist helemaal niet? Moeten kantoren niet hele­ maal anders? Zijn ze eigenlijk wel nodig? Drastische tijden leiden vaak tot drasti­ sche maatregelen, schrijven Ruth Baumeis­ ter en Stephan Petermann in het boek Back to the Office, maar vaak is het verstandiger eerst eens rustig terug te kijken. Wat is er al geprobeerd, wat werkte en wat niet? Dat terugkijken doen ze met foto’s en verhalen. De insteek is post-occupancy reporting: waar architecten de interesse voor wat ze hebben gemaakt meestal verliezen zodra het gebouw in gebruik is genomen, zien deze auteurs dit juist als het moment waar­ op het interessant wordt. Het Engelstalige boek bevat beschrij­ vingen en foto’s van vijftig revolutionair

geachte kantoorpanden verspreid over de wereld, en kijkt wat er nog over is van de architectuur, materialen en ideologieën van toen deze werden opgeleverd. De auteurs nemen hierbij de periode in beschouwing van 1895 (het Reliance Building in Chicago) tot 1991 (de Delftse Poort in Rotterdam). Dat maakt het overzicht tamelijk volledig, want hoewel kantoor­ gebouwen tegenwoordig niet meer zijn weg te denken uit de stad, bestaat het concept kantoor pas 150 jaar. Het idee van een kantoor varieerde in die periode nogal. De eerste kantoren in Eu­ ropa waren gebaseerd op het concept van kloosters en paleizen, met lange gangen met kleine kamertjes aan beide zijden. In Amerika werden in dezelfde tijd fabrieks­ hallen als blauwdruk voor kantoorruimtes gebruikt. Over de evolutie die daarop volgde, gaat dit fotoboek. Back to the Office. 50 revolutionary office buildings and how they sustained Baumeister, Petermann en Van den Heuvel 500 Blz. | € 69,00

foto : bertelsmann corporate archive


Q&A

Elke maand zijn er talloze nieuwe boeken, tentoonstellingen en video’s. De Ingenieur pikt de interessantste eruit en stelt de maker vijf vragen.

Voormalig KIVI-Ingenieur van het Jaar David Fernandez Rivas, adjunct-hoogleraar aan de Universiteit Twente, laat in Empathic Entrepreneurial Engineering zien dat naast kennis ook overtuigingskracht en empathie noodzakelijk zijn om te slagen als ondernemend ingenieur.

Genoeg van het doemdenken? Paul Hawken presenteert een klimaataanpak waarin gerechtigheid, biodiversiteit en menselijke waardigheid centraal staan: zo zou de klimaatcrisis in één generatie zijn op te lossen. REGENERATION. DE KLIMAATCRISIS OPGELOST IN ÉÉN GENERATIE | 256 BLZ. | € 29,99

Tekst: Jim Heirbaut

1 2 3 4 5

Waarom heeft u dit boek geschreven? ‘Bij het geven van colleges over innovatie miste ik een duidelijk verhaal rond entrepreneurial engineering, ondernemend ingenieurschap. Ik vond al langer dat hierover een boek moest komen op een begrijpelijk niveau. Toen ik in de pandemie werd gedwongen op een andere manier les te geven, realiseerde ik me dat ik met een boek veel meer mensen kon bereiken.’ Voor wie is het boek bedoeld? ‘Eigenlijk voor iedereen die iets wil veranderen en verbeteren, voor iedereen die innoveert, ook al klinkt dat misschien ambitieus of zelfs pretentieus. Ik richt me in de eerste plaats op studenten. De toon is wel wat toegankelijker dan in de meeste studieboeken. Ik maak grapjes, vertel anekdotes en citeer zelfs popmuzikanten.’ Wat hoopt u met het boek te bereiken? ‘Dat mensen het in de praktijk gebruiken en er het gesprek over aangaan. Het boek is nog maar net verschenen en ik heb nu al zoveel enthousiaste reacties gekregen. Vanuit Oost-Europa krijg ik verzoeken om te komen spreken. In mijn boek staan verhalen van ingenieurs in minder ontwikkelde landen, en ook hen wil ik graag bereiken. In veel landen buiten Europa gaat het niet zo gemakkelijk als in Nederland.’

FOTO : RIKKERT HARINK

De achtbanen Troy en Boosterbike zijn de publiekslievelingen van Attractiepark Toverland in Sevenum. De een is van hout, de ander van staal. Waarin verschilt het onderhoud? YouTubekanaal Theme Park Science wijdt er twee interessante afleveringen aan. THEME PARK SCIENCE | YOUTUBE

Hoe menselijk worden robots? Kunnen ze gevoel ontwikkelen? Voor een antwoord op die vraag gaan de makers van de podcast Verrukkelijke Wetenschap in gesprek met robotbouwer Edwin Dertien. VERRUKKELIJKE WETENSCHAP |

Wat fascineert u in het onderwerp? ‘Ik presenteer mijn theorie dat voor succesvol ondernemen en problemen oplossen drie dingen nodig zijn: kennis, overtuigingskracht én empathie. Wanneer één ervan ontbreekt of tekortschiet, gaat het vaak niet goed, en dat laat ik zien met talloze anekdotes en real life stories van wetenschappers en ingenieurs. Hoe meer ik met mijn theorie speel, hoe bruikbaarder ze lijkt te worden.’

OP ALLE PODCASTPLATFORMS

Wat heeft u geleerd tijdens het schrijven? ‘Dat de meeste mensen bereid zijn om je te helpen zonder dat daar iets tegenover staat, hoe enorm druk ze zelf ook zijn met hun werk en privéleven. Als ze maar geloven in de ideeën van het boek. Dat heeft me echt in positieve zin verrast.’

Energietransitie gaat niet over technologie, maar over een veranderende omgeving, betoogt Power of Landscape. De transitie verandert immers de plekken waar we wonen, werken en recreëren: landelijke en stedelijke landschappen. POWER OF LANDSCAPE | 304 BLZ. | € 39,95

OKTOBER 2022 • DE INGENIEUR

59


Voorwaarts

Voorspellen is lastig, zeker als het om technologische vooruitgang gaat. Fanta Voogd verdiept zich maandelijks in de geschiedenis van de toekomst.

Vast patroon in technologische vooruitgang

Remmende voorsprong Het bedenken van een innovatie die het succes van je eerdere innovatie tenietdoet, is zo’n beetje even moeilijk als snijden in eigen vlees. Zie daar een van de mechanismen achter het fenomeen van de remmende voorsprong. In 87 jaar heeft de wet van Jan Romein niets aan kracht verloren. In alle tijden en in alle culturen hebben mensen geprobeerd patronen te herkennen in de wereld om hen heen. Die speurtocht naar patronen vormt de grondslag van wetenschap. Een volgende stap was dat men in de oudheid ontdekte dat waarneembare patronen kunnen worden verklaard door onderliggende, onzichtbare principes. Eerst in de wis-, sterren- en natuurkunde, maar ook in rechtswetenschap, genees- en geschiedkunde heeft men dat van oudsher geprobeerd. Kolenmijnen Een interessant voorbeeld van zo’n historische wetmatigheid is de wet van de remmende voorsprong van de Nederlandse historicus Jan Romein (1893-1962). Romein presenteerde zijn theorie in het essay ‘De Dialectiek van de Vooruitgang’, dat in 1935 verscheen in het literaire tijdschrift Forum. Graag had ik Romein boven dit artikel geciteerd met zijn eigen kernachtige Een achterstand beschrijving van de wet, maar die ontbreekt hein zijn wijdlopige verhandeling. Wikipedia kan ook een laas is duidelijker: ‘De wet stelt dat een voorsprong stimulerend effect op een bepaald domein er vaak toe leidt dat er weinig stimulans is om verdere verbetering of hebben: de ‘premie vooruitgang op te zoeken, zodat men vroeg of op achterlijkheid’ laat wordt voorbijgestreefd. Door te berusten in een voorsprong wordt men geremd om nog verder te gaan.’ Het fenomeen kan een bedrijf of organisatie betreffen, maar ook een land, streek of stad. Overigens benadrukte Romein ook andersom, dat een achterstand een stimulerend effect kan hebben. Zelfs sprak hij van de ‘premie op achterlijkheid’. Het eerste voorbeeld van de remmende voorsprong dat Romein aanstipt, kende hij uit eigen waarneming. Tijdens een bezoek aan Londen in 1924 was het hem opgevallen dat de straten nog met gaslantaarns werden verlicht, in tegenstelling tot die in zijn eigen woonplaats Amsterdam, waar de Gemeente Electriciteitswerken 60

DE INGENIEUR • OKTOBER 2022

(GE) vanaf 1904 met grote voortvarendheid de straatverlichting had geëlektrificeerd. De ooit zo moderne gasverlichting van Londen, redeneerde Romein, was een belemmering geworden voor de komst van hypermoderne elektrische straatverlichting. Het voorbeeld laat zien dat ‘voorlijkheid als rem’ hand in hand gaat met de ‘premie op de achterlijkheid’. Londen was de eerste stad ter wereld geweest waar vanaf 1807 gasverlichting was aangelegd. Vervanging van dat uitgestrekte netwerk door elektra was een immense operatie. Een ingreep die nog eens extra werd bemoeilijkt door de geasfalteerde straten, terwijl Amsterdam nog ouderwets was bestraat met keien. Romein noemt in zijn stuk een groot aantal historische voorbeelden van de remmende voorsprong. Als marxist en aanhanger van het zogeheten historisch materialisme (niet ideeën, maar materiële zaken bepalen de loop van de geschiedenis) behandelt hij vooral economische, organisatorische en technologische casussen. De oude Britse, Franse en Belgische kolenmijnen bijvoorbeeld werden qua productiviteit rond 1930 ruim voorbijgestreefd door de jongere mijnbouw in de Verenigde Staten, Polen, Duitsland en Nederland. De moderne textielindustrie kwam in het tweede kwart van de negentiende eeuw niet tot bloei in de traditionele textielindustriesteden Leiden en Haarlem, maar in Twente. Daar sprong de bedrijfstak in een keer over van ‘primitieve’ huisnijverheid op de industriële productie met mechanische weefgetouwen. Dit soort ‘verspringingen’, het overslaan van een eerdere fase, vormen een essentieel onderdeel van Romeins kijk op de (techniek)geschiedenis. Historische lijnen Met de theorie van Romein in het achterhoofd kost het weinig moeite zelf voorbeelden van de remmende voorsprong of de stimulerende achterstand op te diepen. Een belangrijk Nederlands geval is de trage overgang van


1935

‘Spoor- en landwegen hier zijn betrekkelijk laat, ongetwijfeld door de voortreffelijkheid van de waterwegen. Engeland, zonder waterwegen van belang, ontwikkelt het eerst de spoorwegen, maar de ontwikkeling van de Engelse spoorwegen hield lang de automobiel weer tegen.’ Historicus Jan Romein geeft een voorbeeld van zijn ‘wet van de remmende voorsprong’ (Forum 1935, No. 1).

wind- naar stoomkracht. Molens waren in de loop der eeuwen zo geperfectioneerd, dat ze in de negentiende eeuw nog lang konden wedijveren met stoommachines. Illustratief is dat stoommachines vanaf het midden van de eeuw werden toegevoegd aan korenmolens en pas in werking gesteld op windstille dagen. Overigens heeft de late en halfslachtige adoptie van stoomtechnologie ertoe bijgedragen dat het Nederlandse midden- en kleinbedrijf vanaf het begin van de twintigste eeuw juist weer snel overging tot de aanschaf van door elektromotoren aangedreven machines. Ook hier weer die verspringing. Romein vroeg zich in zijn betoog af of de wet van de remmende voorsprong in de ‘tegenwoordige tijd’ nog steeds opgaat. Hij beantwoordde die vraag in 1935 met een volmondig ‘ja’. Bijna negentig jaar later kan zijn vraag nog altijd bevestigend worden beantwoord. De eigentijds voorbeelden liggen voor het oprapen. Het was geen taxibedrijf dat met Uber, geen videotheek die

met Netflix, en geen postorderbedrijf dat met bol.com op de proppen kwam. Het indrukwekkendste voorbeeld van verspringing in onze jaren is de wijze waarop grote delen van Afrika, met mobiele telecommunicatie en zonnepanelen, de fase van een vaste en centrale kabel- of elektriciteitsaansluiting lijken over te slaan. Mensen met een bèta-achtergrond hebben goede redenen hun neus op te halen voor historische wetmatigheden. In hun tak van sport volstaat één uitzondering om een regel ongeldig te verklaren. Was er sprake geweest van een wet in natuurwetenschappelijke zin dan had je met de wet van de remmende voorsprong afgewogen voorspellingen kunnen doen. Maar daarvoor spelen te veel andere, grillige factoren een rol. Toch is de wet van de remmende voorsprong bruikbaar om lijnen en patronen te herkennen die iets vertellen over het verleden, het heden en misschien zelfs over de toekomst. •

Plechtige opening van de eerste spoorlijn in Nederland tussen Amsterdam en Haarlem (1839). Volgens Jan Romein kwam de (spoor-)wegenbouw in Nederland traag op gang vanwege het goed functionerende vaarwegennet. stadsarchief amsterdam / mourot , j . f . michel , desguerrois en co

OKTOBER 2022 • DE INGENIEUR

61


Teamgeest

Nederland telt tientallen studententeams waarin aankomende ingenieurs zich een jaar lang fanatiek inzetten voor een concreet doel.

Exoskelet in balans In een exoskelet kunnen mensen met een dwarslaesie weer lopen. Studententeam Project March voert elk jaar nieuwe verbeteringen door. Doel voor het komende jaar: de krukken overbodig maken. Tekst: Marlies ter Voorde

‘Ik dacht: nu ga ik lopen, en toen liep ik inderdaad. Voor het eerst in acht jaar’, zei Koen van Zeeland onlangs bij de onthulling van het nieuwe prototype van het exoskelet van studententeam Project March VII. Van Zeeland heeft een dwarslaesie ten gevolge van een ongeluk, waardoor zijn beenspieren niet meer functioneren. Met het exoskelet, een gemotoriseerd soort harnas dat nog het best te omschrijven is als een robotpak, kan hij toch staan en lopen. Dankzij de vernieuwingen die de studenten van Project March VII hadden aangebracht, lukte dat nu zelfs breingestuurd. Een kippenvelmoment, zegt Tim de Mooij, student klinische technologie en pr-coördinator van het nieuwe team March VIII dat afgelopen maand is aangetreden.

Team Project March VIII is net aangetreden. FOTO ’ S : 62

DE INGENIEUR • OKTOBER 2022

Balans Project March is een langlopend studententeam van de TU Delft. De deelnemende studenten – dit jaar zijn het er 25 – zetten hun studie een jaar op pauze om zich fulltime te wijden aan het verder verbeteren van het exoskelet. Het team wordt elk jaar ververst, alleen de bestuurder van het exoskelet, de piloot, blijft soms meerdere jaren intensief betrokken. De inzet is dat deze piloot volgend jaar kan lopen zonder de krukken die nu nog wel nodig zijn: de studenten van March VIII gaan zich bezighouden met de balans van het exoskelet. ‘Dat gaat ingewikkeld worden’, zegt student industrieel ontwerpen Wendel Postma, chief engineer bij Project March.

PROJECT MARCH

Naam: Project March Aantal leden: 25 Doel: het perfecte exoskelet maken Perspectief: de kwaliteit van leven van mensen met een dwarslaesie verbeteren

In principe is een exoskelet hetzelfde als een robot, legt Postma uit, alleen zit er in dit geval een mens in. ‘Vierpotige robots kunnen nu al goed balanceren, bij tweepotige is het lastiger. Maar de mens die erin zit maakt het pas echt moeilijk. Die verandert het zwaartepunt, en is bovendien lastig voorspelbaar.’ Het exoskelet moet dan corrigeren: helt de piloot met het pak aan te veel naar links, dan moet het een subtiele tegenbeweging inzetten. Dit vergt een complexe samenwerking van motoren en onderdelen. ‘We gaan dit jaar veel modelleren en programmeren’, zegt Postma. Ook mechanische veranderingen aan het skelet zelf kunnen de stabiliteit verbeteren. Het zwaartepunt dicht bij de motoren leg-

Het exoskelet is een gerobotiseerd soort harnas.


Clouds in de polder

Volgende maand in De Ingenieur

Overal in het landschap verrijzen datacenters. Fotograaf Roel Backaert ontdekte de schoonheid van de ogenschijnlijk kille, anonieme bouwwerken en legde die vast. Bakken voor de bouw

Koninklijke Tichelaar in Makkum, 450 jaar oud, richt zich steeds meer op bouwkeramiek. Tegelijk verkent de aardewerk­ fabriek nieuwe wegen naar een duurzamere productie. Kunst of techniek?

foto : robert lagendijk

gen bijvoorbeeld, of het pak zo instellen dat het steviger om de piloot zit. ‘Een uitdaging waarmee het hele team aan de slag kan.’ De studenten bouwen voort op het werk van hun voorgangers. Zo is het exoskelet afgelopen jaar voorzien van dieptecamera’s waardoor het de hoogte van de stappen kan aanpassen aan de ondergrond. Commercië­ le bedrijven maken doorgaans exoskeletten voor binnen, in revalidatiecentra bijvoor­ beeld. Project March richt zich op een exo­ skelet waarmee de piloot ook buiten kan wandelen, en dat dus met stoepranden en andere oneffenheden moet kunnen omgaan. Kwaliteit van leven Veel studenten van Project March worden gedreven door idealisme, vertelt Marilène Dortland, student industrieel ontwerpen en teamleider. Zowel zij als Postma heeft van dichtbij gezien hoe het is om met een dwars­

Dankzij nieuwe technieken zijn reproducties van schilderijen nauwelijks nog van echt te onderscheiden. Dat verandert ons idee van authenticiteit, zegt technisch kunsthistoricus Liselore Tissen.

laesie door het leven te gaan. ‘Doel van ons project is met technologie de kwaliteit van leven van mensen met een dwarslaesie te verbeteren’, zegt Dortland. ’Daarbij moet je beseffen dat het niet alleen om fysieke ver­ beteringen gaat, maar dat ook het mentale welzijn er door een exoskelet op vooruit kan gaan.’ Zo vertelde een van de vorige piloten hoe fijn het was om rechtop te staan en op ooghoogte met andere mensen te praten. Dortland: ‘Als je zit, kijkt iedereen op je neer – in de letterlijke betekenis van de uitdruk­ king dan. Mensen realiseren zich dat soort dingen vaak onvoldoende.’ Ook de studenten zelf hebben veel aan het project, vult De Mooij aan. ‘Het is vrijwil­ ligerswerk, dus we verdienen er niets aan. Maar we werken samen met studenten uit allerlei verschillende studierichtingen, leren superveel aan soft skills en technische skills, bouwen een enorm netwerk op aan waarde­

Koen van Zeeland test het exoskelet bij de Erasmusbrug in Rotterdam.

volle mensen uit de industrie... en intussen zijn we bezig iemand die dat nodig heeft daadwerkelijk te helpen.’ De piloot helpt de studenten zelf ook. Dortland: ‘We hebben het jaar opgedeeld in fasen zoals analyseren, bouwen en trai­ nen. In de trainingsfase vragen we de piloot minstens drie keer per week naar ons toe te komen. Dat is een forse tijdsinvestering.’ Piloot Van Zeeland houdt er na twee jaar trouwe dienst binnenkort mee op. Het exo­ skelet blijft bij de studenten. ‘Maar alles wat we doen is open source’, zegt Postma. ‘De kennis die we opdoen kan dus meteen door andere bedrijven worden toegepast.’ De hoop van het team Project March VIII is dat mensen met een dwarslaesie straks gewoon zonder krukken door de stad wan­ delen. ‘En wat we dit jaar gaan bereiken? Dat is moeilijk te voorspellen. We zijn pas twee weken bezig!’ •

Koen van Zeeland demonstreert het lopen over oneffenheden. OKTOBER 2022 • DE INGENIEUR

63


Vragenvuur

MC Brainpower (Gertjan Mulder) is een van de grondleggers van de Nederlandstalige rap. De komende maanden trekt hij door het land met het bijzondere theatercollege The Story Of Hip Hop.

Tekst: Pancras Dijk

Wat is het laatste dat u zelf heeft gerepareerd?

‘Ik denk mijn Mister Cartoon X Diesel Watch, een tof horloge dat ik in Los Angeles heb gekocht. Een collab tussen kledingmerk Diesel en de legendarische tattoo-artiest Mister Cartoon. Ik moest bij het repareren wel de hulp van een specialist inroepen, want alleen lukte het me niet, haha!’

Bent u bang dat robots uw werk overnemen?

‘Ik houd van robots en spaar bijvoorbeeld al Transformers sinds ik een jongetje was. Robots in films inspireren me enorm, vooral die uit tv-series en cinema uit de jaren ’70 en ’80. Bang dat ze mijn werk overnemen? Bezieling kan niet worden geprogrammeerd.’

Zijn de dijken wel hoog genoeg? Wat is – na de smartphone – uw favoriete gadget?

‘Controllers en drummachines, er zijn er zoveel. Instrumenten zijn natuurlijk geen gadgets, maar sommige kleinere voelen wel zo. De KORG Monotron Delay kost 49 euro en is een heerlijk dingetje om eindeloos mee te spelen.’

Welk non-fictieboek ligt nu op uw nachtkastje?

‘Maiden Voyage, een biografie van Iron Maiden-zanger Bruce Dickinson, en One Step Forward, Two Steps Back, een heel goed boek van The Police-manager Miles Copeland. Mijn moeder gaf me een superdikke pil van Paul Zolla, Songwriters On Songwriting. Allemaal over muziek ja, maar nu ik beter kijk, zie ik ook het fotoboek Twin Towers liggen van Bill McMullen.’

Welk sociale medium zou u niet meer willen missen?

‘FaceTime Audio gebruik ik continu voor internationale telefoontjes. En videobellen met FaceTime is honderd keer fijner dan videobellen met WhatsApp.’

Welke technologische ontwikkeling baart u zorgen? Voor welk probleem zouden ze nu eindelijk eens iets slims moeten vinden?

64

‘Hm... Ik dacht van wel maar nu ga ik twijfelen.’

‘Het mogelijke verslavingselement van smartphones en computers. Maar alert blijven en daar niet te ver in gaan, dat blijft onze verantwoordelijkheid als mens.’ ‘Misbegrip. De glitches die gezeik en problemen tussen mensen creëren, mogen van mij worden weggeprogrammeerd.’

Waarvan denkt u: ik wou dat ik dát had uitgevonden!

De LinnDrum. De eerste digitale drummachine ooit was de LM-1 en de LinnDrum was zijn opvolger. Beide machines zijn voor talloze klassiekers gebruikt; van Prince tot Paul Hardcastle. Je hoort ze nog dagelijks en ik gebruik de sounds vaak in mijn eigen werk. Ik was amper 5 toen de eerste LinnDrum uitkwam, maar zou die met veel liefde zelf hebben uitgevonden.’

Dilemma: mp3 of vinyl?

‘Ik prefereer verliesvrije wav-bestanden boven mp3’s, maar van vinyl ben ik echt al m’n leven lang weg. Ik spaar vinyl, luister ernaar, geniet ervan en noem mezelf een connaisseur. Bovendien breng ik regelmatig vinyl uit. Van Verschil Moet Er Zijn (Brainpowers succesvolle album uit 2002, met onder meer de nummer 1-hit ‘Dansplaat’, red.) is net een 20th Anniversary Deluxe Edition uitgekomen. Op gekleurd vinyl!’

DE INGENIEUR • OKTOBER 2022

foto : jean - marc kessely


Verbreed je IT kennis met c’t magazine Met een c’t abonnement krijg je: • Diepgaande achtergronden en betrouwbare IT informatie • Onafhankelijke tests en workshops op niveau • Verrassende onderwerpen om je kennis te verbreden

Jubileumaanbod 3x c‘t voor

€19,-

Abonneer je nu via www.ct.nl/jubileum of bel naar +31 (0)24 2027 825 Deze actie is geldig t/m 22 november 2022 of zo lang de voorraad strekt. Je abonneert tot wederopzegging en voor ten minste de actieperiode van 3 nummers. Na afloop van de actieperiode geldt de reguliere abonnementsprijs en is het abonnement per kwartaal opzegbaar. Opzeggen is heel eenvoudig en kan via onze klantenservice.


We kunnen weer bij elkaar komen

MAAK DAT SPECIAAL! Boek nu een werkruimte of een vergaderzaal in ons monumentale pand. Kijk op kivi.nl/zaalverhuur


Issuu converts static files into: digital portfolios, online yearbooks, online catalogs, digital photo albums and more. Sign up and create your flipbook.