De Ingenieur maart 2023

Page 1

TECHNIEK MAAKT JE TOEKOMST

DE INGENIEUR NR. 3 JAARGANG 135 MAART 2023

MOTOR VAN INNOVATIE Hoe de provincies miljoenen steken in technologie

SPOORWEGEN

|

ZONNEKRACHTCENTRALE

Vliegveld op zee Is de tijd rijp voor een drijvende luchthaven?

|

S TA R T U P E L E O

|

Richard van Leeuwen: Alles hangt met elkaar samen

K A N A A LT U N N E L

|

W AT E R S C H A P P E N

Precisiewerk Hightech hechtingen


Studenten opgelet! Droom je er van om stage te lopen of af te studeren in het buitenland? Of heb je een prachtige studiereis voor ogen, maar de middelen (nog) niet om dit echt te gaan doen? Dan is de Stichting Studie- en Reisfonds er voor jou om je grenzen te verleggen en buiten Nederland ervaringen op te doen die je de rest van je carrière met je mee zal nemen.

Good to know: individueel kun jij een vergoeding aanvragen tot €1.000 maar samen met je team kun je zelfs tot €2.000 vergoed krijgen.

KIVI moedigt je aan om het beste uit jezelf én de wereld te blijven halen. Nog geen KIVI-lid maar wil je je tóch aanmelden voor de beurs? Niet getreurd, want je kunt op elk moment lid worden al vanaf €22,50 per jaar.


Vooraf

Pancras Dijk is hoofdredacteur van De Ingenieur.

Onzichtbare motor

Elke innovatie begint met een idee

Innoveren is leuk, maar kost behalve bloed, zweet en tranen een hoop geld en of het wat oplevert, is maar zeer de vraag. Een prototype maken, een productielijn opzetten, werknemers zien te vinden, werken aan opschaling, buitenlandse kansen onderzoeken: de kosten gaan voor de ongewisse baten uit. Dat talloze startups en andere mkb-ondernemingen er toch telkens weer in slagen met vernieuwende diensten en producten uit de hoek te komen, is mede te danken aan de Regionale Ontwikkelingsmaatschappijen (ROM’s), die een halve eeuw geleden ontstonden. Inmiddels bestrijken deze financieringsorganisaties het hele land, maar opmerkelijk genoeg blijven ze daarbij grotendeels onder de radar. Voor het omslagverhaal van deze maand ging freelance journalist Amanda Verdonk op zoek naar het geheim achter deze onzichtbare motor van innovatie op technologisch gebied. Elke innovatie begint met een idee. In de reeks Toekomstdenken passeerden de afgelopen maanden een viertal ideeën van ontwerper Erik Terlouw de revue, met het verzoek aan alle lezers om mee te denken. Deze maand bijvoorbeeld draait het om het idee om een luchthaven te bouwen op de Noordzee. Haalbaar of niet? Net als de vorige maanden was de respons op ons online verzoek om vast mee te denken weer overweldigend. We hebben daarom besloten de rubriek in andere vorm nog even voort te zetten. Dus heeft u een uitgewerkte toekomstdroom en staat u open voor kritische feedback van KIVI-genoten en medelezers van dit blad, mail dan vooral even naar redactie@ingenieur.nl. Samen komen we ergens: daar zijn we een vereniging voor.

Op de cover

Door te investeren helpen regionale maatschappijen startups verder te ontwikkelen en te groeien. BEELD : SHUTTERSTOCK

PORTRET : ROBERT LAGENDIJK

MAART 2023 • DE INGENIEUR

1


Redactie Pancras Dijk (hoofdredacteur) Astrid van de Graaf (eindredacteur) Jim Heirbaut Marlies ter Voorde Redactieadres Prinsessegracht 23 2514 AP Den Haag Postbus 30424 2500 GK Den Haag TEL. 070 391 9885 E-MAIL redactie@ingenieur.nl WEBSITE deingenieur.nl

Vormgeving Eva Ooms Sales Pascal van der Molen E-MAIL sales@kivi.nl Druk Drukkerij Wilco, Amersfoort

De Ingenieur verschijnt twaalf maal per jaar. © Copyright 2023 Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd en/of openbaar gemaakt door middel van druk, fotokopie, via internet of op welke andere wijze dan ook zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgever. Niet in alle gevallen is na te gaan of er op de illustraties in dit nummer nog copyright rust. Waar er nog verplichtingen zijn tot het betalen van auteursrecht is de uitgever bereid daaraan alsnog te voldoen. ISSN 0020-1146 Abonnementen 2023 Leden van het Koninklijk Instituut Van Ingenieurs (KIVI) ontvangen De Ingenieur uit hoofde van hun lidmaatschap. Abonnement voor niet-leden (inclusief btw): printmagazine: € 150,- per jaar digitaal: € 99,- per jaar losse nummers: € 17,50 (inclusief verzending)

RUBRIEKEN 30 | Inbox Reacties van lezers 37 | Zien & Doen Indonesische invloeden op Amsterdamse School 40 | Eureka Zelfrijdende kinderwagen en andere ontwerpen van morgen

Bloemrijke dijken 55 | Uit de vereniging In gesprek over stikstof

De Ingenieur als pdf Abonnees en leden die De Ingenieur willen downloaden als pdf-bestand, kunnen daarvoor terecht op de website: deingenieur.nl/pdf Lidmaatschap Koninklijk Instituut van Ingenieurs Het Koninklijk Instituut Van Ingenieurs (KIVI) is de beroepsvereniging voor hoger opgeleide technici in Nederland. Iedereen die hoger technisch onderwijs volgt, heeft gevolgd of een sterke affiniteit heeft met techniek, kan lid worden van KIVI. Leden ontvangen vanuit het lidmaatschap maandelijks het technologietijdschrift De Ingenieur. Kijk voor meer lidmaatschapsvoordeel op kivi.nl. Contributie 2023 Regulier lidmaatschap: € 165,30 jaar of jonger: € 45,-* Studentlidmaatschap: € 22,50* Seniorlidmaatschap: € 130,De contributie voor leden in het buitenland is gelijk aan die voor leden woonachtig in Nederland. Een lidmaatschapsjaar loopt van 1 januari tot en met 31 december. Bij lidmaatschappen die in de loop van het jaar ingaan, wordt de contributie naar rato berekend. Aanmelden voor het lidmaatschap kan via kivi.nl/lidworden. * De Ingenieur digitaal Opzeggen lidmaatschap Het lidmaatschap wordt jaarlijks automatisch verlengd. Beëindiging van het lidmaatschap kan per het einde van het kalenderjaar. Er geldt een opzegtermijn van ten minste één maand; een schriftelijke opzegging per brief of e-mail dient uiterlijk 1 december in ons bezit te zijn. Na ontvangst van de opzegging en eventueel verschuldigde contributie verstuurt de ledenadministratie een bevestiging. Correspondentieadres Koninklijk Instituut Van Ingenieurs t.a.v. Ledenadministratie Postbus 30424 2500 GK Den Haag TEL. 070 391 98 80 E-MAIL ledenadministratie@kivi.nl Volg ons ook op

Muziekdragers Nieuwe kernreactor ChatGPT

Abonnementen worden tot wederopzegging aangegaan en ten minste voor de vermelde periode. Het abonnement kan na deze periode per maand worden opgezegd. U kunt uw opzegging het beste doorgeven via onze website: deingenieur.nl/lezersservice. Abonneeservice Ga voor (cadeau)abonnementen, adreswijzigingen en het laten nazenden van niet ontvangen nummers naar het webformulier op de site, te vinden onder het kopje ‘Abonnement en service’. WEBSITE deingenieur.nl ADRES Postbus 30424, 2500 GK Den Haag E-MAIL abonneeservice@ingenieur.nl TEL. 070 39 19 850 (bereikbaar op maandag, dinsdag en donderdag van 9 tot 15.30 uur)

4 | NIEUWS

60 | Voorwaarts De oorsprong van de Kanaaltunnel 62 | Startup ELEO in Helmond maakt accupakketten op maat

56 | M E D I A Digitale gremlins Berging van kernafval

PERSOONLIJK

Panorama Rivierenland Autoschommel

46 | DRIVE Richard van Leeuwen werkt aan de integratie van duurzame energiebronnen 59 | Q&A Kees Verhoeven schreef een boek over digitalisering en democratie 64 | Vragenvuur Oud-Shelltopman Jeroen van der Veer

COLUMNS 13 | Punt Marcel Pelgrom over Philips 27 | Enith Lustrumballon 31 | Podium Andrew Rebera en Lode Lauwaert 33 | Möring Waxinelichtjes 39 | Jims verwondering Haviksogen 45 | Rolf zag iets nieuws Stromende broodjes


NR. 3 JAARGANG 135

14

MAART 2023

BEELD : NIKHEF / MARCO KRAAN

Innoveren, investeren en internationaliseren De Regionale Ontwikkelingsmaatschappijen zijn gezamenlijk de grootste durfinvesteerder van Nederland. Ongemerkt drukken ze een grote stempel op technologische innovatie, en op de economie van morgen.

28 | ‘Het spoor kan veel beter’

48 | Warmte oogsten uit de zon

Een duurzame mobiliteitsketen staat of valt bij een robuust spoorsysteem. Jonge professionals zijn het beste in staat om dat ook echt voor elkaar te krijgen, betoogt Joris van Dijk van de TU Delft.

Warmtecentrales die werken op geconcentreerd zonlicht hebben niet meer ruimte nodig dan een half voetbalveld maar leveren veel op. Waarom is deze techniek nog niet doorgebroken?

52 | ‘Er valt wat te kiezen’ 34 | Luchthaven op de Noordzee De overlast van Schiphol is zo groot geworden, dat de tijd rijp lijkt voor het verplaatsen van de luchthaven naar zee. Hoe haalbaar is dat? BEELD : DEPOSITPHOTOS ; ERIK TERLOUW

Op 15 maart mogen we weer stemmen voor het bestuur van het waterschap. Volgens hoogleraar Herman Havekes mag de burger zich best wat meer in het onderwerp verdiepen.

MAART 2023 • DE INGENIEUR

3


xxxx p.22

xxxx p.23

xxxx p. 26

ONDER REDACTIE VAN JIM HEIRBAUT

xxxxx p.18

REDACTIE@INGENIEUR.NL

4TU en RUG bundelen onderzoek De vier technische universiteiten gaan structureel samenwerken met de Rijksuniversiteit Groningen. De stap moet zowel onderzoek als onderwijs ten goede komen. Tekst: Pancras Dijk

Wie een universitaire ingenieurstitel wil behalen, kiest veelal voor een opleiding aan een van de vier technische universiteiten: die van Delft, Eindhoven, Enschede of Wageningen. Maar ons land kent nog een universiteit die ingenieurs opleidt: de Rijksuniversiteit Groningen (RUG), en het aan de RUG verbonden Groningen Engineering Center staat hoog aangeschreven. Van structurele samenwerking tussen 4TU.Federatie, de organisatie waarin de vier technische universiteiten zich hebben verenigd, en de RUG was het tot nu toe echter nooit gekomen. Maar dat gaat veranderen, kondigden de betrokken universiteiten afgelopen maand aan. De RUG wordt formeel partner van de 4TU-onderzoekscentra voor ICT en hightech materialen. Ook de mogelijkheid tot samenwerking op het gebied van toegepaste wiskunde, energie en techniekonderwijs wordt verkend.

De Zernike Campus van de RUG.

4

DE INGENIEUR • MAART 2023

Een van de eerste focuspunten van de samenwerking wordt materiaalwetenschappen. Tot nu toe bleef het contact tussen 4TU en de RUG op dat vlak goeddeels beperkt tot ‘mensen die elkaar toevallig kennen’, zegt Moniek Tromp, wetenschappelijk directeur van het Zernike Institute for Advanced Materials van de RUG, in een persbericht. Een formeel samenwerkingsverband op dit en een aantal andere thema’s moet het makkelijker maken elkaars expertise, netwerk en faciliteiten te kunnen gebruiken. Tromp wijst er bovendien op dat onderzoeksprojecten groter en duurder worden. Ook voor het verkrijgen van financiering ‘wordt het steeds belangrijker dat we elkaar makkelijk kunnen vinden’, zegt Tromp. De RUG heeft al lang de ambitie aan te schuiven bij de vier technische universiteiten. De faculteit Wiskunde en Natuurwetenschappen veranderde in 2018 haar naam in Faculty of Science and Engineering. De voorzitter van het dagelijks bestuur van 4TU, Collegevoorzitter Vinod Subramaniam van de Universiteit Twente, zei vorig jaar in dit blad dat uitbreiding van 4TU tot 5TU afhangt van de eventuele meerwaarde van Groningse toetreding.

Eerste slagersgereedschap ontdekt in Kenia Wat was het eerste technologische hoogstandje van een mensachtige? Misschien wel de stenen werktuigen uit Kenia die een internationaal wetenschapsteam beschrijft in het tijdschrift Science. De stenen werktuigen die zijn gevonden zijn naar schatting 2,9 miljoen jaar oud. Daarmee zijn het de oudste werktuigen ooit ontdekt die zijn gemaakt met de zogenoemde Oldowantechniek. Hierbij gebruikten mensachtigen stenen als hamers om andere stenen van scherpe randen te voorzien. (MtV)

Nieuwe zonnebrandcrème beter voor koraal Een nieuwe zonnebrandcrème, gebaseerd op lange polymeren, blijkt de huid nog beter tegen uv-licht te beschermen dan de gebruikelijke smeersels. De crème is daarnaast niet schadelijk voor koraal, een probleem met veel bestaande zonnebrandcrèmes. De ontwikkelde moleculen die het uv-licht filteren zijn zo groot dat ze niet in koraal kunnen doordringen. De crème is tot nu toe werkzaam gebleken bij muizen; bij mensen moet hij nog worden getest. De nieuwe moleculen blijken echter niet afbreekbaar, een volgend probleem om op te lossen. (MtV)

Lees het laatste technieknieuws op deingenieur.nl

FOTO ’ S : RUG ; PLUMMER , OLIVER AND FINESTONE / HOMA PENINSULA PALEOANTHROPOLOGY PROJECT


Hoe sterk is een dijk vol kruiden? Door de Maasdijk nabij het dorp Niftrik met miljoenen liters water te overspoelen, hopen ingenieurs en ecologen daar achter te komen.

Dijk van de toekomst bloeit De komende decennia moet liefst vijftienhonderd kilometer dijk wor­ den versterkt. Bloemen en kruiden vormen een deel van de oplossing, wijst onderzoek uit. Tekst: Pancras Dijk

Het inzaaien van bloemen en kruiden maakt met gras begroeide dijken sterker en beter bestand tegen overstromingen. Dat blijkt uit onderzoek van onder meer de Radboud Universiteit in Nijmegen, Wageningen University & Research, kennisinstituut Deltares en waterschap Rivierenland. Als gevolg van de zeespiegelstijging en veranderende weerpatronen, met vaker extreme neerslag en langere perioden van droogte, voldoen de dijken in ons land niet langer aan de veiligheidseisen. Het lande­ lijke Hoogwaterbeschermingsprogramma (HWBP) voorziet in de versterking van vijftienhonderd kilometer dijk tot het jaar 2050. Met innovatie hoopt het HWBP die omvangrijke operatie minder kostbaar te maken en efficiënter te laten verlopen. Het versterken van dijken verloopt tot nu toe volgens een vast stramien: er wordt foto : de ingenieur

zand aangevoerd en daarmee wordt het dijklichaam verhoogd of verbreed. Maar dat is in veel gevallen niet nodig, denkt de Nijmeegse hoogleraar experimentele plan­ tenecologie Hans de Kroon. ‘Door meer bloemen en kruiden op de dijk te laten groeien, wordt die ook sterker’, stelt hij. De sleutel van deze oplossing bevindt zich met name ondergronds: het gaat om de wortels, zegt De Kroon. ‘Grassen heb­ ben oppervlakkige wortels, die van kruiden en bloemen breiden zich veel verder uit. De combinatie van beide hebben we nodig: door andere schimmels en bacteriën aan te trekken versterken ze elkaars groei en daarmee de stevigheid van de grond.’ De onderzoekers testten hun hypothese afgelopen maand aan de uiterwaarden van de Maas nabij het Gelderse Niftrik. In een paar dagen tijd werd een klein deel van de Maasdijk daar op gecontroleerde wijze overspoeld met 25 miljoen liter water. Dat leidde op het oog niet tot enige schade. Bij een proef kort ervoor even verderop waren enkele plaggen weggeslagen, maar de resterende wortelstructuur beschermde de onderliggende aarde zodanig dat de vei­ ligheid van de dijk niet was aangetast. ‘We hebben de dijk blootgesteld aan de ultieme

stress door een overstroming na te bootsen die groter is dan hier überhaupt kán plaats­ vinden, maar het lukte ons niet om schade aan te richten’, zegt De Kroon. Een meer ecologische wijze van dijk­ versterking past goed in deze tijd. Water­ schappen hebben behalve een verantwoor­ delijkheid voor de veiligheid immers ook een opgave op het gebied van duurzaam­ heid en biodiversiteit. De inzet van kruiden

De sleutel van deze oplossing bevindt zich ondergronds: het gaat om de wortels en bloemen in plaats van het aanvoeren van zand scheelt daarnaast een hoop transportbewegingen. Het HWBP gaat nu vaststellen welke andere waterschappen baat kunnen hebben bij de nieuwe methode van dijkversterking. Het zal wel nog een jaar of twee duren voor de onderzoekers het perfecte ‘kruiden­ mengsel’ hebben vastgesteld, waarschuwt De Kroon. • MAART 2023 • DE INGENIEUR

5


NIEUWS

Muziek luisteren gebeurt vooral online Op welke manier luistert u meestal naar muziek? Die vraag stelde IFPI, een non-profitorganisatie die de muziekindustrie vertegenwoordigt, aan 44.000 mensen van 16 tot 64 jaar oud uit achttien verschillende landen. Betaalde audiostreaming blijkt het populairst te zijn en TikTok zit in de lift. De landen waar het omgaat zijn Argentinië, Australië, Brazilië, Canada, Duitsland, Frankrijk, Italië, Japan, Mexico, Nederland, Nieuw Zeeland, Polen, Spanje, het Verenigd Koninkrijk, de Verenigde Staten, Zuid-Afrika, Zuid-Korea en Zweden.

Betaalde audiostreaming het grootst Aantal luisteraars per medium, in procenten

8%

Online (64%) Offline (36%)

gratis audiostreaming (met advertenties)

24%

betaalde audiostreaming (zoals Spotify)

10%

8%

muziek uit de winkel (zoals cd’s)

korte video’s (zoals TikTok)

17%

19%

5%

radio

social media video’s (zoals Facebook)

videostreaming (zoals YouTube)

4% livemuziek

Gemiddelde luistertijd (per week): 2021 2022

18,4 uur

6%

69% van de mensen vindt muziek belangrijk voor de mentale gezondheid

anders (zoals op televisie)

20,1 uur

Top 5 favoriete genres wereldwijd 1 pop 2 rock 3 hip-hop/rap 4 dance/electronic 5 latin

6

DE INGENIEUR • MAART 2023

Ymke Pas/De Ingenieur/Bron: IFPI


Zeven vragen over de nieuwe kernreactor in Petten De Autoriteit Nucleaire Veiligheid en Stralingsbescherming (ANVS) heeft goedkeuring verleend voor de bouw van een nieuwe kernreactor in Petten in Noord-Holland. Deze zogenoemde Pallas-reactor gaat vooral medische isotopen produceren. Tekst: Marlies ter Voorde

Wat zijn medische isotopen?

Dat zijn radioactieve stoffen voor medische doeleinden. Bij de behandeling van kanker spelen ze een steeds grotere rol. Door de isotopen te voorzien van een eiwit dat zich hecht op de plek van bestemming, kunnen ze op specifieke locaties in het lichaam tumoren bestralen. Daarnaast gebruikt men medische isotopen voor diagnose, vaak in combinatie met een PET- of SPECT-scan. Ze zijn dankzij hun straling goed te volgen nadat ze in de bloedbaan zijn gebracht. Hoe maak je medische isotopen?

Atoomkernen bestaan uit protonen en neutronen. Voor elke kern zijn bepaalde protonen-neutronenverhoudingen stabiel. Als een atoomkern niet stabiel is, veranderen neutronen spontaan in protonen of andersom. Hierbij komt energie vrij in de vorm van straling. Om zelf radioactieve illustratie : nuclear research group

isotopen te maken, moet men dus neutronen toevoegen of weghalen uit een stabiele atoomkern. Is daar een kernreactor voor nodig?

Voor de meeste isotopen wel. In zo’n kernreactor bestookt men een target-materiaal met neutronen die vervolgens in de kern worden opgenomen. Sommige radioactieve isotopen zijn ook te maken met een deeltjesversneller. Die versnelt protonen en ‘schiet’ daarmee neutronen weg uit de kern. Hoe werkt de huidige reactor in Petten?

In de brandstof, laag verrijkt uranium, vinden kettingreacties van kernsplijtingen plaats, net als in een kerncentrale. Hierbij komen neutronen vrij die in botsing komen met de targets. In Petten maakt men op deze manier 24 verschillende medische isotopen. Waarom moet er een nieuwe reactor komen?

De huidige reactor dateert uit 1961 en nadert het einde van zijn levensduur. Deze reactor is ontworpen voor onderzoek aan kernenergie, het maken van medische isotopen kwam er later bij. Inmiddels is dat het belangrijkste doel, vooral door de

ontwikkeling van de nucleaire geneeskunde. Petten voorziet in 35 procent van de wereldwijde vraag naar medische isotopen en dekt 65 procent van de Europese behoefte. Dankzij de nieuwe reactor kan Nederland de komende vijftig jaar doorgaan met de productie. Wanneer is de Pallas-reactor klaar?

Als alles goed gaat in 2030 of 2031. Tot eind maart kunnen mensen nog tegen de vergunning van de ANVS in beroep gaan bij de Raad van State. Gebeurt dat niet, dan kan de bouw van start. Is de reactor veilig?

Als men netjes volgens de voorschriften werkt wel. En dat gebeurt, zegt een woordvoerder van de Nuclear Research Group. Bovendien wordt er continu gecontroleerd. Zo moet er opnieuw goedkeuring worden verleend na de bouw, voordat de Pallasreactor in gebruik gaat. De oude reactor gaat eens in de dertig dagen uit voor onderhoud en controles, en ook die mag daarna pas weer aan na groen licht van de toezichthouder. Bovendien hebben we het over een relatief kleine reactor. Het thermisch vermogen van de Pallas-reactor is ruim vijftig keer lager dan dat van de kerncentrale in Borssele. • MAART 2023 • DE INGENIEUR

7


NIEUWS

Gigantische kubus als wolkenkrabber Tekst: Jim Heirbaut

Bouwen, bouwen, bouwen: dat is wat Saudi-Arabië vandaag de dag kenschetst. Het land maakt om de paar maanden plannen bekend voor weer een volgend bouwproject dat het vorige in schaal en ambitie overtreft. Vorig jaar nog The Line, een kilometerslange, liggende wolkenkrabber die miljoenen mensen moet gaan huisvesten. Nu kondigt het land een volgend gebouw aan dat het voorstellingsvermogen bijna te boven gaat. De Mukaab is een kubusvormig gebouw dat in het noordwesten van hoofdstad Riyad moet verrijzen. Het gebouw meet maar liefst 400 x 400 x 400 meter. Dat zijn afmetingen waarvan vooral de hoogte tot de verbeelding spreekt. Alleen waar de meeste wolkenkrabbers van vergelijkbare hoogte smal en rank zijn, daar gaan de Saudi’s gaan met dit ontwerp voor inhoud. De Mukaab krijgt als opvallendste eigenschap een spiraalvormige toren binnenin het hoofdgebouw. Dat is dus niet massief, maar is een soort atrium met ruimte voor een wolkenkrabberin-een-wolkenkrabber. Het kubusvormige gebouw krijgt twee miljoen vierkante meter aan vloeroppervlak en een volume van twintig keer het Empire State Building in New York. De Mukaab met zijn spiraliserende toren erin moet een populaire toeristische bestemming worden met een groot aantal winkels, culturele en toeristische attracties, woningen en hotels, commerciële ruimten en recreatiefaciliteiten, schrijft het Saudische Public Investment Fund. Het ontwerp voor het gigantische gebouw is geïnspireerd op Najdi-architectuur, de traditionele bouwkunst van Saudi-Arabië. Binnenin zal ook plek zijn voor holografische afbeeldingen gecreëerd met de modernste digitale technieken. Zo knopen de ontwerpers lokale traditie aan de nieuwste technologie. Wat de enorme afmetingen betekenen in constructief opzicht, heeft het fonds niet bekendgemaakt. Wel dat het gebouw er in 2030 moet staan, een planning die op z’n minst ambitieus te noemen is. illustratie : public investment fund

8

DE INGENIEUR • MAART 2023


MAART 2023 • DE INGENIEUR

9


A N A LY S E T E K S T: J I M H E I R B A U T

Als gebruiker zijn wij proefpersoon voor ChatGPT, Bard en Bing Chat

Waarom de invoering van chatbots te snel gaat De grote techbedrijven storten hun chatbots over de wereld uit en roepen iedereen op om ermee te experimenteren. Dit is echter niet zonder risico. Wie voor het eerst begint te experimenteren met ChatGPT, ervaart waarschijnlijk een gevoel van opwinding als de chatbot in perfecte volzinnen antwoord geeft op elke vraag die je hem voorschotelt. Het lijkt net alsof je met een mens zit te chatten – zo een die overal meteen een antwoord op heeft. Maar al snel na de lancering, eind vorig jaar, kwamen de eerste barstjes in dat beeld. ChatGPT bleek geen allesweter te zijn, integendeel, bij de meest simpele vragen gaat hij al in de fout. De grootste onzin komt soms terug in de antwoorden van de chatbot, hallucineren noemen experts het zelfs. Het probleem is alleen dat ChatGPT heel overtuigend formuleert. Door de nette zinnen in perfect Nederlands die hij in het chatscherm componeert, denkt de gebruiker dat het klopt wat hij

Uitbuiting achter chatbots Alsof het nog niet genoeg is dat de gehypete combinaties van chatbot en zoekmachine regelmatig onzin uitkramen, is er ook nog wat aan te merken op wat er achter de schermen gebeurt. Voor het trainen van ChatGPT bijvoorbeeld, zette OpenAI laagbetaalde werknemers in Kenia in, die de meest gruwelijke teksten moesten lezen, zo onthulde het tijdschrift Time al in januari. In de teksten werden

10

details beschreven over moord, kindermisbruik en zelfmoord. Ze deden dit vreselijke werk om zo de chatbot te trainen dit soort teksten te herkennen en in de toekomst ChatGPT veiliger te maken. De werknemers kregen maar een salaris van tussen de 1,32 dollar en twee dollar per uur, terwijl het werk traumatisch was. Sommige kregen de gevormde beelden niet meer van hun netvlies, schrijft Time.

DE INGENIEUR • MAART 2023

zegt. ‘De makers van ChatGPT verdienen credits, het lijkt op gewone, menselijke taal’, zegt Steven Kraaijeveld, postdoctoraal onderzoeker bij de Radboud Universiteit in Nijmegen. ‘Maar de antwoorden die eruit komen zijn zeker niet altijd accuraat. Hij komt met papers die niet bestaan of zuigt titels van boeken uit zijn duim. Je moet als gebruiker eigenlijk alles checken wat ChatGPT beweert. Informatie moet traceerbaar zijn naar bronnen, maar die levert ChatGPT er niet bij. Als je uiteindelijk alles zelf moet uitpluizen, dan vind ik dat problematisch.’ Zoekmachines Nu is ChatGPT nog een programma dat op zichzelf staat en waarvoor een gebruiker bewust een website moet bezoeken. Problematischer wordt het als ChatGPT wordt geïntegreerd in zoekmachines en mensen er niet meer omheen kunnen, vindt Kraaijeveld. ‘We kunnen niet meer zonder zoekmachines. Bedrijven moeten aan gebruikers duidelijk maken dat het nog niet is wat mensen ervan verwachten.’ Deze kritiek van Kraaijeveld (en anderen) is relevant, want dit is precies wat de techbedrijven aan het doen zijn: chatbots combineren met hun zoekmachines. In februari lanceerde Microsoft Bing Chat; het voorzag zijn zoekmachine Bing van de technologie achter ChatGPT. Voorlopig alleen voor een beperkt aantal gebruikers. Google zit intussen ook niet stil. Het lanceerde Bard, waaraan een gebruiker ook gewoon een vraag kan stellen, waarna Bard op internet gaat zoeken naar de juiste antwoorden. Bard draait op Googles eigen gigantische taalmodel LaMDA (language model for dialogue applications). Ook kwamen er interne memo’s van Google naar buiten die laten zien dat het bedrijf is geschrokken van het succes van ChatGPT en alles op alles wil zetten om nuttige toepassingen van kunstmatige intelligentie versneld te lanceren. In die snelheid zitten risico’s. Zo sloeg Google een modderfiguur met een reclamefilmpje voor Bard. Daarin beweerde de chatbot, bij wijze van voorbeeld, dat de James Webb Space Telescope de eerste foto van een exoplaneet zou hebben gemaakt. Klopt niets van, liet de echte ontdekker – in 2004 – van de eerste exoplaneet fijntjes weten op social media. Dit is een mooi voorbeeld van het genoemde hallucineren. Het taalmodel achter Bard heeft bestaande stukjes informatie op een verkeerde BEELD : SHUTTERSTOCK


manier aan elkaar geknoopt. Beleggers waren not amused; op de beurs van Wall Street ver­ loor moederbedrijf Alphabet tijdelijk honderd miljard dollar aan waarde.

kwetsbare groepen kunnen hiervoor vatbaar zijn.’ ChatGPT is Een zoekmachine die verkeerde informa­ tie geeft en klinkt als een overtuigend mens: puur een tool die tekst de risico’s laten zich raden. Dat kan gewoon gevaarlijk zijn, als iemand met mentale pro­ genereert, blemen zich op een kwetsbaar moment tot een pratende zoekmachine wendt en een zonder te verkeerd advies krijgt. ‘ChatGPT is puur een weten wat tool die tekst genereert, zonder te weten wat die zegt die eigenlijk zegt’, aldus Kraaijevelds collega Tamar Sharon in de krant NRC.

Vervelende ervaringen In de weken hierna werd meer duidelijk over de gevaren van een te snelle invoering van chatbots. Gebruikers die al aan de slag moch­ ten met de chatbot van Bing, hadden soms vreemde en vervelende ervaringen. Zo was er een gebruiker, aldus techwebsite The Verge, die wilde weten wanneer en waar de nieuwe Avatarfilm draaide, maar vervolgens verzeild raakte in een ruzie met Bing over welk jaar het was. De chatbot hield bij hoog en laag vol dat het 2022 was. Toen de gebruiker tegen Bing zei dat het toch echt 2023 was, kreeg die naar zijn hoofd geslingerd ‘onredelijk en koppig’ te zijn. ‘Je hebt mijn vertrouwen en respect verloren. Je had het mis, je was in de war en onbeschoft. Je bent geen goede gebruiker geweest’, schreef de chatbot volgens The Verge. Nu kunnen we hierom lachen en de schouders op­ halen. Maar dergelijk taalgebruik vol schijnbare emoties kan op mensen diepe en ongewenste effecten hebben, waarschuwt Kraaijeveld. ‘Het kan confronterend en ver­ ontrustend zijn, met alle psychologische en emotionele effecten van dien.’ Deze effecten worden nog versterkt naarmate de technologie wordt vermenselijkt. ‘Vooral

’’

beeld : depositphotos

Moratorium Het lijkt dus onwenselijk dat Microsoft en Google hun chatbots zomaar in het wild loslaten op mensen. Move fast and break things is vaak de mantra van Amerikaanse techbedrijven; software gratis beschik­ baar stellen, de eerste gebruikers feedback laten geven en dan later wel kijken of er ook nadelen aan zitten. De wereld op zijn kop, meent Kraaijeveld. ‘Eerst komt die software online en pas later komt een keer de vraag of er misschien iets moet worden gereguleerd. De gebruikers lijken me hier onderdeel van een experiment. Dat zou­ den ze helder moeten maken en gebruikers na elke stap de kans geven om met dat experiment te stoppen. In die zin zou ik vóór een moratorium zijn op dit soort software voordat het breder wordt toegepast. Een tijdelijke stop, totdat er beter zicht is op de schadelijke effecten.’ • MAART 2023 • DE INGENIEUR

11


NIEUWS

Accu elektrische auto sparen door slim te verwarmen

GIESEN

De actieradius van elektrische auto’s kan omhoog door op een slimmere manier het interieur te verwarmen. Dat laten ingenieurs van onder meer Ford zien. In plaats van de airco of elektrische kachel te laten loeien, stralen panelen warmte op de inzittenden. Dat geeft een behaaglijk gevoel en bespaart op het stroomverbruik. Daardoor raakt de accu van de elektrische auto minder snel leeg en kan de gebruiker er verder mee rijden. Vooral bij bestelbusjes heeft dit zin, omdat daarbij de hele dag door de deur open- en dichtgaat, waardoor de warme lucht wegstroomt. Stralingswarmte is dan slimmer om het de gebruiker comfortabel te maken. Tests met een elektrisch busje wijzen uit dat het energieverbruik met 13 procent omlaag gaat door de slimmere manier van verwarmen. Dat leidt uiteindelijk tot een grotere actieradius van 5 procent uit een volle accu. Ford gaat de opgedane kennis inzetten bij het ontwikkelen van toekomstige elektrische modellen. (JH) •

GEKNIPT

‘Made in Eindhoven, die kleine Nederlandse stad die een krachtpatser op techgebied is geworden.’ De Britse pers ontdekt de technologische parel van het zuiden (Financial Times).

‘Je telefoon in de wc laten vallen, waarna je 24 uur zonder zit, levert interessante inzichten op; over je eigen afhankelijkheid van dat ding, over wat “leven in het nu” betekent en over innerlijke onrust. Gelukkig verdwijnen die inzichten weer zodra je een nieuwe hebt.’ Dichteres Ester Naomi Perquin (Twitter).

‘De mooiste en meest indrukwekkende brug ter wereld is die bij Millau. Hij is bijna 350 meter hoog, een van de pijlers is hoger dan de Eiffeltoren. De bouw ervan duurde drie jaar, twee keer zo lang slechts als het repareren van de Piet Heintunnel, die er al lag.’

‘ChatGPT heeft columnisten laten schrikken. Zij dachten het monopolie te hebben op het vol vertrouwen praten over onderwerpen die ze nét niet helemaal begrijpen.’ Onderzoeker en columnist Ethan Zuckerman ziet nuttige toepassingen van de chatbot, maar constateert ook dat er vaak onzin uit komt (Prospect).

Amsterdam is geen Zuid­Frankrijk, constateert Henk Spaan met smart (de Brug).

‘De James Webb Space Telescope is een product van samenwerking. Uiteraard vooral tussen sterrenkundigen en ingenieurs, waarbij ik opmerk dat de rol van de laatstgenoemden meestal te weinig aandacht krijgt.’

‘De zwaartekracht is moeilijk te overwinnen, en geen enkele hedendaagse accu kan een modern straalvliegtuig over de Atlantische Oceaan van Kennedy naar Heathrow krijgen.’ Journalist Sam Howe Verhovek daagt vliegtuig­ bouwers uit in een gastcolumn over de allerlaatste Boeing 747 die is gebouwd (The New York Times).

Als sterrenkundige Vincent Icke het zegt... (Nederlands Tijdschrift voor Natuurkunde).

12

DE INGENIEUR • MAART 2023

illustratie : matthias giesen


Punt

Een scherpe mening over een actueel onderwerp. Deze maand: Marcel Pelgrom.

Vergeet de R&D niet, Philips! Ofschoon het Philips Natuurkundig Laboratori- triële labs. Beiden lieten consumentenelektronica um (Natlab) in Eindhoven vooral voortleeft in de over aan Aziatische bedrijven en verschoven hun hoofden van hen die er ooit werkten, leidde de re- aandacht naar energie-infrastructuur, medische cente mededeling dat er weer drastisch in Philips apparatuur, computerhardware en diensten. Ook zij kregen met de grote mondiale ontResearch wordt gesneden tot verontwaardiging, wikkelingen te maken, maar deden het beter. ongeloof en verdriet bij betrokkenen. Het Natlab vormde sinds 1914 het technisch- Niet alleen hebben ze vandaag nog steeds zo’n wetenschappelijke fundament van een bedrijf dat 360.000 werknemers, maar bovendien hielden ze op alle continenten actief was. Dit industriële la- hun laboratoria in stand. Daarbij letten ze op de boratorium ondersteunde het Philips-conglome- laboratoria van opkomende techgiganten, zoals raat door het werven van jonge, slimme ingenieurs Alphabet (het moederbedrijf van Google), ASML, en wetenschappers. Het Natlab bouwde een ijzer- Apple en Microsoft. Hun resultaten op gebieden sterk patentportfolio op en vormde bovendien als machine learning, precisieapparatuur en quantumcomputers kunnen een kweekvijver voor leiders van leiden tot verregaande bedrijfsonderdelen. Het Natlab stond aan de basis Was het drama met verschuivingen op allerlei markten. van vele beroemde innovaties, van apneu-apparaten Uiteraard is een huidig radio- en röntgenbuis tot kleurenindustrieel laboratorium televisie, cassetteband, compact ook gebeurd met anders georganiseerd dan disk en scheerapparaat. Ook toen een toegerust Natlab vroeger. Researchteams de Japanse aanval op de consuworden nu multidiscimentenmarkt in de jaren zeventig dat meekeek? plinair ingedeeld: kruisde producenten van consumentebestuiving zoals die ooit nelektronica in veel landen wegvaagde, hield Philips stand, mede dankzij deze soms bij toeval in de kantine plaatsvond, is nu als Natlabinnovaties. Het lab was ook een geldmachi- het ware ingebouwd. Behalve voor de lange terne: de royalty’s op de patenten overtroffen verre mijn is een industrieel laboratorium ook voor de directe ondersteuning van belang: was het drama het Natlabbudget zelf. Twintig jaar geleden bezette Philips wereldwijd met de slaapapneu-apparaten gebeurd als een nog een top-3-positie in verlichting, consumenten- goed toegerust Natlab had meegekeken? Als Philips in een industrieel laboratorium één elektronica, medische systemen en veel andere producten. Een breed palet aan producten waar procent van de omzet aan vrij onderzoek zou uitallerlei Natlabinnovaties een toepassing vonden. geven, zoals tientallen jaren gebruikelijk was, dan Bovendien werd het conglomeraat ondersteund zou het beschikken over een formidabel wetendoor componenten- en halfgeleiderdivisies die lei- schappelijk team om de medische innovatie te ondersteunen. Het is een schande als die kans dend waren in voor Philips belangrijke markten. Omdat Philips de noodzakelijke investerin- wordt gemist. gen voor een dergelijke waaier aan activiteiten niet meer kon opbrengen, gooide het Philips- Marcel Pelgrom (Elektrotechniek, Universiteit management het roer om: op de medische divisie Twente) werkte 33 jaar bij het Philips Natlab en NXP Research als wetenschapper, projectna werden alle onderdelen afgestoten. Telde Philips rond 1980 vierhonderdduizend leider, afdelingshoofd en research fellow op het medewerkers, nu zijn dat er nog tachtigduizend. gebied van de micro-elektronica. Vanaf 2013 is Ter vergelijking, Siemens en IBM waren in 1980 hij industrieconsultant en docent aan diverse ongeveer even groot en beschikten ook over indus- onderwijsinstellingen. MAART 2023 • DE INGENIEUR

13


foto : shutterstock

14

DE INGENIEUR • MAART 2023


I N N O VAT I E T E K S T: A M A N D A V E R D O N K

Innoveren, internationaliseren, investeren

Groeimotor in de provincie

MAART 2023 • DE INGENIEUR

15


I N N O VAT I E

Om economisch achterblijvende delen van Nederland een duwtje in de rug te geven, besloot de regering vijftig jaar geleden tot het opzetten van Regionale Ontwikkelings­ maatschappijen. Inmiddels gaat het allang niet meer om het inlopen van achterstanden, maar om het stimuleren van de algehele groei door technologische innovatie. Maatschappelijke impact staat centraal.

ROM’s zijn de smeerolie voor innovatie in de regio. foto : shutterstock

16

Ze zijn gezamenlijk de grootste durfinvesteerder van Nederland. Ook zijn ze betrokken bij vele honderden innovatieprojecten en halen ze jaarlijks honderden buitenlandse bedrijven naar ons land. De Regionale Ontwikkelingsmaatschappijen (ROM’s) zijn een collectief van negen organisaties die grotendeels buiten het zicht van het grote publiek opereren, maar intussen ongemerkt een grote stempel op de economie van morgen drukken. Maar liefst 143,7 miljoen euro investeerden de ROM’s in 2021 in 250 bedrijven. Dit waren startups, scale-ups en innovatieve mkb-bedrijven, die daarmee een idee kunnen uitwerken tot een prototype, een proof-of-concept van hun vinding kunnen maken of meer personeel kunnen aannemen om hun bedrijf verder te laten groeien. Ook maakten de ROM’s het in dat jaar mogelijk dat 734

DE INGENIEUR • MAART 2023

innovatieprojecten van start konden gaan, met een waarde van 190 miljoen euro, haalden ze 223 buitenlandse bedrijven naar Nederland en organiseerden ze 238 activiteiten om ondernemers te helpen met de export. Hoewel de organisaties relatief onbekend zijn, hebben zij een grote invloed op innovatieve technologieën: welke krijgen een kans en welke niet? Bij veel ROM’s kunnen mkb’ers terecht die zich met een van de ‘sleuteltechnologieën’ van dit moment bezighouden, zoals hightech, gezondheidszorg, voedsel en energie. Sommige ROM’s hebben specifieke focusgebieden. Zo kan een ondernemer bijvoorbeeld bij ROM Utrecht Region terecht als zijn bedrijf zich richt op de metaverse, investeert InnovationQuarter met name in CO2-reductie in de industrie en heeft Impuls Zeeland een fonds voor innovaties in de recreatiesector.


Overzicht van de landelijke dekking van de Regionale ontwikkelingsmaatschappijen in Nederland. kaart : rom nederland

NOM Rom InWest Horizon Oost NL ROM Utrecht Region InnovationQuarter BOM Impuls Zeeland LIOF

Banenmotor De eerste ROM’s ontstonden in de jaren zeventig, toen er grote werkgelegenheidscrises waren in het noorden, oosten en zuiden van het land. Na het sluiten van de mijnen in Zuid-Limburg richtte mijnbouwkundig ingenieur Joop Bloemendal, met steun van het Rijk, een bureau op dat werk moest vinden voor werkloze mijnbouwers. Zijn aanpak leverde tienduizend banen op. Bloemendal mocht dit kunstje herhalen in Noord-Nederland (Groningen, Friesland en Drenthe), wat leidde tot het ontstaan van de Noordelijke Ontwikkelingsmaatschappij (NOM) in 1974, al heette die toen Industrialisatiebureau Noorden des Lands. Een jaar later volgden het LIOF in Limburg en de voorloper van Oost NL in Overijssel. De eerste decennia gingen met vallen en opstaan. Het Rijk stak miljoenen in noodlijdende bedrijven in Groningen die niet veel later het loodje legden, soms met

weinig inspraak van de NOM. Ook beconcurreerden de ROM’s elkaar toen nog geregeld om dezelfde buitenlandse bedrijven binnen te halen. Door de jaren heen werden de organisaties echter professioneler, kwam er meer onderlinge afstemming en werd er meer gelet op een doelmatige besteding van overheidsgeld. Ook gingen de provincies zich actiever met de ROM’s bemoeien. Samen met gemeenten en kennisinstellingen werden ze soms zelfs medeaandeelhouder. Successen werden zichtbaarder en investeringen in bedrijven werden vaker terugverdiend. Zo heeft de Brabantse Ontwikkelingsmaatschappij (BOM) het hightechcluster rond Eindhoven een flinke boost gegeven. Daarin speelt ook mee dat Brabant, net als Gelderland, flink heeft kunnen profiteren van de verkoop van zijn aandeel in de regionale energiemaatschappij in 2009. Het werd steeds duidelijker dat de ROM’s niet alleen noodlijdende sectoren uit de brand konden helpen, maar ook sectoren met veel potentie een extra zetje konden geven. Vanuit die filosofie, om nog sterker te maken wat al sterk is, werd in 2013 InnovationQuarter in ZuidHolland opgericht. De bestuurlijke samenwerking in Zuid-Holland was versnipperd; de grote steden hadden weliswaar sterke economische programma’s en

t

De ROM’s opereren grotendeels onder de radar, vertelt Erik Stam, hoogleraar economie aan de Universiteit Utrecht. ‘Maar ze zijn inmiddels wel de grootste investeerder in durfkapitaal in Nederland geworden, als je kijkt naar het aantal deals dat ze sluiten. Dat zou je best een stille revolutie kunnen noemen.’

MAART 2023 • DE INGENIEUR

17


I N N O VAT I E

Investeringen naar type participatiemaatschappij De rol van regionale ont­ wikkelingsfondsen in durfkapitaalinvesteringen neemt toe. Wat betreft het aantal investeringen nemen de ROM’s ongeveer de helft voor hun rekening, qua financiële omvang blijven ze achter. Durfkapitaal betreft de eerste fase van een startup grafieken : nvp / bron : edc

Totale omvang durfkapitaal per jaar (euro’s) 2.000.000 1.800.000 1.600.000 1.400.000 1.200.000 1.000.000 800.000 600.000

‘08

‘09

‘10

‘11

‘12

‘13

‘14

‘15

‘16

‘17

1.684.155

‘07

644.158

0

Reguliere participatiemaatschappij

512.074

200.000

Corporate Venture Capital

286.955

400.000

‘18

‘19

‘20

‘21

Regionaal ontwikkelingsfonds

Aantal bedrijven die durfkapitaal ontvingen 350 18

300

19

20

250 20

200

21

25

127

97 141

55 85

81

75 76

50 0

120

36

150 100

20

63

73

68 120

80

92 109

42

96

80

69

81

101

93

135

126

99

184

180

192

157

‘07

‘08

‘09

‘10

‘11

‘12

‘13

‘14

‘15

‘16

‘17

‘18

‘19

‘20

‘21

229

320

Aantal investeringen van de maatschappijen 600 500 400 300 269

45

200 100

209 103

115

143

133

130

161

195

149

166

205

139

0

18

DE INGENIEUR • MAART 2023

116

43

100

85

76

84

106

101

177

133

108

227

261

285

290

‘07

‘08

‘09

‘10

‘11

‘12

‘13

‘14

‘15

‘16

‘17

‘18

‘19

‘20

‘21


boards, maar er was weinig afstemming. InnovationQuarter bracht daarin verbetering en wist al snel nieuwe innovatieprogramma’s en fondsen te lanceren.

talist, op zoek naar de volgende Philips of ASML, nog te zoeken op de Nederlandse markt als er al zeer effectieve publieke investeerders actief zijn, met vaak gunstigere voorwaarden en meer geduld als het rendement nog even uitblijft? Doordat de ROM’s voor de meeste fondsen ‘cofinanciering’ met private partijen verplicht stellen, zoeken ze echter wel de verbinding met die private kapitaalmarkt.

Maatschappelijk impact Het succes van InnovationQuarter inspireerde andere provinciebestuurders om samen met het ministerie een ROM op te richten. Zo volgden de afgelopen jaren ook Horizon (Flevoland), ROM Utrecht Region en ROM InWest (Noord-Holland). Inmiddels zijn de ROM’s lands- Oliemannetjes en -vrouwtjes dekkend. De focus ligt niet meer alleen op het creëren Volgens Marcel Kleijn, algemeen secretaris van het van werkgelegenheid; nu staat maatschappelijke impact samenwerkingsverband van de negen ROM’s, zit de centraal. Dat betekent ook dat de ROM’s er niet (meer) toegevoegde waarde van de investeringsactiviteiten juist zijn voor bijvoorbeeld de bakker om de hoek of een in de combinatie met de andere twee kerntaken. ‘Die combinatie is briljant. Onze “oliemannetjes laagwaardig distributiecentrum, maar alleen en -vrouwtjes” kennen alle bedrijven in de voor de innovatieve bedrijven die potentieel regio heel goed en gaan bij hen op de koffie. voor veel nieuwe kennis, banen en welvaart Ze kunnen hen niet alleen aan een investering zorgen. Zulke ondernemers zitten vaak vol goede ideeën, maar missen het kapitaal, de Het verschil helpen, maar hun ook wijzen op subsidiepotjes, helpen met hun internationaliseringskennis of het netwerk om die om te zetten in is dat een strategie of verbinden met andere bedrijven.’ nieuwe producten of diensten. overheid Ook René Voogt, commercieel directeur De ROM’s hebben drie kerntaken: innoveren, investeren en internationaliseren (zie die subsidie van Sensoterra, ziet dat zo. Zijn bedrijf dat grondsensoren produceert ontving vorig jaar kaders). De investeringstaak is de zichtbaargeeft het een investering van ROM Utrecht Region. ste, maar ook de lastigste taak. ‘We zijn evenwichtskunstenaars’, zei toenmalig directeur geld hoe dan ‘Wij waren juist zo enthousiast over de ROM Jan Pelle van de BOM daarover in 2016 tegen ook kwijt is vanwege die combinatie. Ze hebben niet alleen in ons geïnvesteerd, we hebben ook sahet Financieele Dagblad. ‘De spanning tussen men buitenlandse beurzen en een consulaat financieel en maatschappelijk rendement is bezocht. Dat leverde ons veel waardevolle inherent aan ons werk.’ Diezelfde krant meldcontacten op die we niet zelf hadden kunnen de dat de NOM vorig jaar veertig miljoen euro leggen.’ verdiende met de verkoop van onlineveilingDe aandeelhouders van de ROM’s sturen er steeds site Catawiki, en dat de verkoop van IT-bedrijf Cybersprint InnovationQuarter tien miljoen opleverde. Dit meer op aan dat de ROM’s hun inspanningen vooral op geld kunnen de ROM’s weer steken in nieuwe bedrijven. maatschappelijk relevante thema’s richten, zoals gezondDit is een essentieel verschil: een overheid die subsi- heidszorg en energie. Volgens hoogleraar Stam is er nog dieert, is het geld hoe dan ook kwijt. Een investerende nooit goed onderzocht of de ROM’s daadwerkelijk voor partij daarentegen heeft de mogelijkheid dat het geld positieve veranderingen op die thema’s hebben gezorgd. terugkomt, om het dan nóg eens te kunnen uitgeven en ‘Maar dat is een superlastig vraagstuk. Hoeveel geld daarmee nóg meer bedrijven te helpen. Dat klinkt als moet je in de ROM’s stoppen en hoe effectief wordt dat een win-win, maar de overheid moet daarmee private besteed? Vroeger zaten sommige ROM’s misschien wat investeerders niet voor de voeten lopen, want dat zou te ruim in hun jasje en andere te krap, dat lijkt nu meer dan wel weer een verspilling van belastinggeld zijn. De gelijk getrokken. Het is in ieder geval goed dat de activioverheid is er daarom aan gebonden om alleen te in- teiten van de ROM’s steeds meer worden georkestreerd vesteren wanneer er sprake is van, in economentermen, en men niet meer elkaars vliegen afvangt.’ ‘marktfalen’. In bepaalde situaties, vooral in de vroegste fasen van een onderneming, vinden private investeerders Dit verhaal is tot stand gekomen met een investering vaak te risicovol en dan is er een rol weg- financiële steun uit de Frank Biesboer Beurs, gelegd voor de overheid. genoemd naar de voormalige hoofdredacteur Wellicht ontmoedigen de ROM’s private investeerders van De Ingenieur en bedoeld om de techniekom zelf risico te lopen. Want wat heb je als venture capi- journalistiek te stimuleren.

t

’’

foto : shutterstock

MAART 2023 • DE INGENIEUR

19


INNOVEREN

Kansen voor hightech in het heuvelland

Op de grens van drie landen verrijst mogelijk de Einstein Telescope. Voor het regionale bedrijfsleven in ZuidLimburg een uitgelezen kans om een daaraan gerelateerde hightechindustrie te ontwikkelen.

Hoe gedragen zwarte gaten en neutronensterren zich? Met een nieuwe zwaartekrachtgolvendetector willen natuurkundigen daarin nog meer inzicht krijgen. De Einstein Telescope moet minstens tien keer zo nauwkeurig zwarte gaten en neutronensterren gaan opsporen als de huidige generatie detectoren, Ligo in de Verenigde Staten en Virgo in Italië. ESFRI, een speciaal EU-onderdeel dat over grote wetenschappelijke infrastructuur gaat, heeft de telescoop op zijn roadmap gezet en wil dat die in 2035 operationeel is. Naast Sardinië is de Euregio Maas-Rijn – grofweg Zuid-Limburg, Wallonië en de Duitse regio Aken – in beeld als mogelijke locatie. Onder het heuvelland zou een driehoekig tunnelstelsel met zijden van tien kilometer lang moeten worden aangelegd. De rust, de stabiele bodem en een netwerk van kennisinstellingen en hightech bedrijven maken deze regio een goede optie.

Onder het heuvelland moet een tunnelstelstel komen van een tien kilometer grote driehoek. FOTO : MARCO KRAAN / NIKHEF

20

DE INGENIEUR • MAART 2023

Stofdeeltjesdetector Paul Weling en Michael Reijnders van het Heerlense hightechbedrijf SAC Nederland zagen mogelijkheden om aan te haken bij de bouw van de telescoop, toen ze een foto van Stefan Hild in de krant zagen. Deze hoogleraar experimentele natuurkunde aan Maastricht University stond met jeans en bouwschoenen in een in aanbouw zijnde cleanroom, het ETpathfinder lab. Hier wordt apparatuur die in de telescoop moet terechtkomen van tevoren getest. ‘Toen wij dat zagen vielen we van onze stoel’, vertelt Weling. SAC Nederland maakt onder andere een apparaat om stofdeeltjes in cleanrooms te meten, een zogenoemde particle deposition monitor (PDM), voor klanten als ASML, Canon, Philips en VDL. Weling weet dat een cleanroom, ook als die nog in aanbouw is, volledig stofvrij moet blijven, want stofdeeltjes, kunnen het uiteindelijke product vervuilen. In dit geval is dat een


Schets van de toegangsschacht en ophangtoren van de Einstein Telescope. foto : balder / nikhef

Breed toepasbare technologie SAC Nederland is een van de vier Nederlandse bedrijven die samen met ontwikkelpartners uit het Belgische en Duitse grensgebied een voucher hebben gekregen uit het Europese Interreg-project ET2SMEs, waarvan LIOF partner is. Ook andere mkb-bedrijven die willen bijdragen aan interessante technologie voor de telescoop, kunnen daarvan gebruikmaken. De meeste stonden daarvoor niet direct in de rij, er was heel wat ‘duwen en trekken’ nodig, zegt LIOF-business developer René Kessen. Hij bezocht samen met projectpartners potentieel interessante bedrijven en vertelde hun over de telescoop. ‘Het enthousiasme onder bedrijven is enorm, want ze vinden het prachtig dat Limburg mogelijk zo’n telescoop krijgt. Maar aanhaken om echt in dat ecosysteem terecht te komen, vergt een forse investering in tijd en middelen. Daartoe is niet iedereen bereid.’ Ook Weling van SAC Nederland zag niet direct wat zijn bedrijf kon bijdragen. ‘In eerste instantie was het voor ons een ver-van-mijn-bedshow, totdat we de clean-

room van het ETpathfinder lab zagen. Wij willen graag verder in deze markt van deeltjesmeten en zien dit als een manier om voorop te blijven.’ Samen met een Belgisch en Duits bedrijf ontvingen zij vijftigduizend euro subsidie; de bedrijven dragen zelf evenredig veel bij. Weling verwacht de ontwikkelde technologie niet alleen in de telescoop kwijt te kunnen; andere onderzoeksfaciliteiten van bijvoorbeeld SRON (ruimteonderzoek), ITER (kernfusie) en CERN (deeltjesdetector), maar bijvoorbeeld ook de nieuwste chipmachines van ASML hebben baat bij het meten van stofdeeltjes in vacuüm. Dit kan ook andere aarzelende bedrijven over de streep trekken: als een bedrijf uiteindelijk niet als leverancier wordt geselecteerd, kan het de ontwikkelde technologie waarschijnlijk wel elders in de markt kwijt. Kessen: ‘Enerzijds zoeken we specifieke technologie die speciaal voor de Einstein Telescope wordt ontwikkeld, zoals het werken onder cryogene of vacuümcondities. Maar er is ook veel technologie nodig die breder inzetbaar is, zoals sensoriek, precisiemechanica of optica. Het reduceren van trillingen of thermische effecten is bijvoorbeeld voor Einstein Telescope heel belangrijk, maar ook bij de productie van computerchips of het maken van een quantumcomputer.’ Hoewel LIOF de vouchers uitreikt, zijn ze niet exclusief voor Limburgse bedrijven. De vouchers worden namelijk betaald door de Europese Unie, en die heeft bepaald dat het gehele technologiecluster in de ELA-driehoek (Eindhoven-Leuven-Aken) in aanmerking komt. Kessen ziet dat niet als een nadeel. ‘Het Limburgse mkb is heel innovatief, maar minder op dit specifieke big science-segment gericht. Wellicht kan de Einstein Telescope ook het Limburgse bedrijfsleven een stap verder helpen.’ In 2025 wordt de definitieve locatie bepaald.

t

zeer fijngevoelige detector die met een precisie van 22 nullen achter de komma metingen moet gaan verrichten. Weling nam contact op met Hild en vertelde hem over de deeltjesmeter. Hild was onder de indruk en vroeg Weling om enkele exemplaren te plaatsen tijdens het installeren van de metershoge torens waarin straks de detectoren komen te staan. Om deze torens in de grond te verankeren moest er worden geboord. Hoewel het bouwstof werd afgezogen, werden er toch veel meer deeltjes gemeten dan wenselijk. Hild vroeg vervolgens of de deeltjesmeter ook in vacuüm en in-situ, tijdens de inbedrijfname, stofdeeltjes kan meten. ‘Ons apparaat is daar niet voor gebouwd’, moest Weling toegeven, maar beiden zagen gelijk mogelijkheden voor de ontwikkeling van zo’n PDM onder vacuümcondities.

MAART 2023 • DE INGENIEUR

21


I N T E R N AT I O N A L I S E R E N

Amfibische graafmachines voor Azië Al ruim dertig jaar zijn baggerwerktuigen van het Drentse bedrijf Waterking actief in sloten, vaarten, grachten, havens en drassige natuurgebieden in West-Europa. Bijvoorbeeld om zand en slib te verwijderen, sloten te graven, water weg te pompen of oevers te maaien. Een standaard graafmachine loopt al snel vast, of zakt weg in nat gebied. Uit frustratie bedacht eigenaar Jakob Knoop van het bedrijf zo’n zeventien jaar geleden de eerste Waterking: een ponton met rupsbanden aan weerszijden waarop de graafmachine rust. Met zo’n bredere basis is de gronddruk een stuk lager, waardoor de machine niet wegzakt en minder schade aan het landschap toebrengt. Het bleek een gouden vinding en het bedrijf verschoof zijn focus van het zelf uitvoeren van baggerwerkzaamheden met ingekocht materieel naar het leveren van amfibische graafmachines aan klanten. De graafmachines koopt Waterking nog steeds in, maar de onderstellen zijn

Een ponton met rupsbanden aan weerzijden waarop een graafmachine rust, dat was het idee voor de eerste Waterking. FOTO : WATERKING 22

DE INGENIEUR • MAART 2023

De amfibische graafmachines van Waterking komen goed van pas om overstromingen in Azië te voorkomen, maar hoe komen ze daar? Het internationaliseringsteam van de Noordelijke Ontwikkelingsmaatschappij helpt het Drentse bedrijf met z’n exportstrategie.

van eigen makelij. Inmiddels is Waterking op elk continent aanwezig, op Zuid-Amerika na. Vestiging in het buitenland De volgende markt die het bedrijf wil gaan betreden is Zuidoost-Azië. Met toenemende overstromingen in die regio is daar veel werk te doen. ‘De wake-upcall door klimaatverandering voelen ze daar heel sterk’, vertelt Aiden van Offeren, sales & strategy manager bij Waterking. ‘In bijvoorbeeld India en Bangladesh krijgen rivieren weinig onderhoud, waardoor ze vol met zand en slib zitten. In het regenseizoen hebben ze daardoor minder capaciteit en treden ze sneller buiten de oevers.’ De machines van Waterking kunnen helpen om overstromingen te reduceren. Maar het betreden van de Aziatische markt is nog niet zo eenvoudig. Normaal gesproken kunnen klanten bij Waterking terecht voor


Met een bredere basis is de gronddruk een stuk lager en zakt een graafmachine niet weg. foto : waterking

Spiegelen Met Van Offeren besprak hij de dilemma’s van het inter­ nationaal zaken doen: hoe ga je als kleine partij om met multinationals, welke samenwerkingsvorm kun je het beste kiezen, welke belangen heeft iedere partij en hoe kun je die op elkaar laten aansluiten? ‘Op die manier kunnen wij strategisch meedenken en bedrijven een spiegel voorhouden.’ Zo hebben ze jaarlijks een aantal keer contact. Van Offeren: ‘Ik zie Wibo vooral als een vraagbaak. Hij wijst ons op budgetten en subsidies. Zo tipte hij een subsidiepotje voor ondernemers die met de Brexit te ma­ ken kregen – dat moet je maar net weten. Ook bracht hij

ons in contact met de ambassade in Indonesië.’ Dat wil niet zeggen dat Van Wier dé gouden schakel is geweest die het zakendoen in Azië mogelijk heeft gemaakt. ‘Dat zou te veel eer zijn, Hij komt vooral met nuttige tips. Onze Indiase agent is het waardevolst, hij opent allerlei deuren voor ons.’ Batterij en waterstof in Groningen Exportbevordering is een vrij recente taak van de NOM; voorheen richtte internationalisering zich alleen op het ontvangen en huisvesten van buitenlandse bedrijven in de regio. Wanneer een bedrijf interesse toont in Neder­ land, dan maken de ROM’s die dat willen een bidbook waarin ze de voordelen van vestiging in hun regio aan­ geven. Voorheen kon dat nog wel eens uitlopen op een onder­ linge concurrentiestrijd tussen de ROM’s, die allemaal vochten om hetzelfde bedrijf, maar met een centraal registratiesysteem waarin alle leads terechtkomen, wordt dit nu zo transparant mogelijk gemaakt. Van Wier: ‘De beste keuze voor het bedrijf staat voorop. We willen niet elkaars vliegen afvangen, daar hebben het bedrijf in kwestie en de BV Nederland niks aan. Ik zie het eerder als gezonde concurrentie.’ Tot enkele jaren geleden speelde de NOM nog een gro­ te rol om banen naar het Noorden halen, maar die koers is nu losgelaten. Net als bij de andere ROM’s ligt de focus nu meer op toegevoegde waarde, vertelt Van Wier. ‘We zijn niet meer op zoek naar grote “werkgelegenheids­ knallers”, maar kijken liever naar bedrijven die onze re­ gio een stap verder kunnen helpen in de transities die voor de regionale economie van de toekomst van belang zijn. Groningen loopt bijvoorbeeld voorop in batterij­ en waterstoftechnologie. We zijn met name geïnteresseerd in bedrijven die dat hier daadwerkelijk willen gaan ont­ wikkelen en produceren.’

t

een totaaloplossing: de graafmachine plus het onderstel. In Azië wil Waterking echter samen met andere partijen een productievestiging opzetten, omdat er al bedrijven aanwezig zijn met goede kennis van de techniek én van de lokale markt. Daarom heeft Waterking afspraken ge­ maakt met twee lokale bedrijven die de graafmachines leveren en de onderstellen ter plekke gaan bouwen. Een Indiase tussenpersoon met ervaring in de waterbouw­ wereld ziet toe op de bouw en de uitvoering. Het heeft Waterking jaren gekost om deze Aziatische exportstrategie op te zetten en voldoende juridisch dicht te timmeren. Wibo van Wier, adviseur export­ bevordering bij de NOM, heeft daarover meegedacht. Van Wier bezoekt jaarlijks zo’n tachtig bedrijven, voor­ al om met ze te sparren, om ze te wijzen op subsidies, handelsmissies en beurzen, en om ze in contact te bren­ gen met overheidsorganisaties, maar bijvoorbeeld ook met advocaten die zijn gespecialiseerd in internatio­ nale handel. ‘Internationaliseren is een van de meest complexe vormen van ondernemen’, aldus Van Wier. ‘Je hebt te maken met andere culturen, handelsbarrières en je bent op afstand.’

MAART 2023 • DE INGENIEUR

23


INVESTEREN

Een huwelijk dat tot een succesvolle ‘exit’ leidt Hoe kunnen wijnboeren hun watergebruik reduceren? Ze kunnen natuurlijk elke wijnrank evenveel water geven, maar niet alle ranken hebben evenveel nodig. De struiken onderaan de heuvel krijgen vanwege de af watering bijvoorbeeld vanzelf meer water dan die bovenaan de heuvel. Het Houtense bedrijf Sensoterra maakt vochtsensoren voor in de bodem om zo van elk deel van het terrein een beeld te krijgen van de vochtigheid. Daarmee kan de boer elke wijnrank net zoveel water geven als nodig is – niet meer en niet minder. Sensoterra doet dit onder andere voor het Canadese bedrijf Verdi, dat is gespecialiseerd in micro-irrigatie. Wijnboeren besparen hiermee op jaarbasis zeven miljoen liter water. Maar ook groenonderhoud in steden kan zo met minder water toe. De gemeente Den Haag plaatste bijvoorbeeld 120 vochtmeters bij nieuw aan-

Sensoterra maakt vochtsensoren voor in de bodem om een beeld te krijgen van de vochtigheid. FOTO : SENSOTERRA 24

DE INGENIEUR • MAART 2023

Sensoterra hoopt met een vers opgehaalde investering vele miljoenen liters water te besparen voor landbouw, groenbeheer en watermanagement. De investeringsmanagers van ROM Utrecht Region volgen de onderneming op de voet, om zo de slaagkans te vergroten.

geplante bomen en in bloembakken en bespaarde daarmee ruim een miljoen liter water in een jaar. Ook voor waterschappen kunnen de sensoren nuttig zijn, omdat die het bodemvocht in een stroomgebied in de gaten kunnen houden en zo droogte eerder opsporen. De vochtmeters zijn makkelijk in de grond te plaatsen, ze sturen ieder uur een meting naar een softwareplatform, werken tien jaar lang en zijn onderhoudsvrij. Ondernemersavontuur Het idee voor de vochtsensoren in de bodem ontstond vanuit de Amsterdamse Land Life Company. Dat bedrijf maakt watergevulde cocons waarin planten makkelijker kunnen groeien in droge gebieden. De cocons bleken de sensoren niet nodig te hebben. Ondernemer René Voogt


had een softwareplatform ontwikkeld dat mooi aansloot bij de sensoren en daarom vroeg de ceo van Land Life of Voogt het bedrijfsonderdeel wilde voortzetten. Voogt haalde er een goede vriend, Ellery Rijkaart, als medeondernemer bij en samen begonnen ze in 2021 aan een nieuw avontuur. Ze namen de inventaris en het klantenbestand over van de vorige eigenaren. Hoewel ze al ervaring hadden met het ondernemerschap, moesten ze toch helemaal opnieuw uitvinden hoe ze hiermee een goedlopend bedrijf moesten starten. Hun grootste wens: meer personeel aannemen. Ze merkten namelijk dat de sensoren nog wel wat konden worden verbeterd, dus een productontwikkelaar was hard nodig. Daarnaast waren er mensen nodig om de sales en marketing op te zetten. Maar mensen aannemen als er nog weinig klanten zijn, is risicovol. Voogt en Rijkaart gingen daarom op zoek naar investeerders. Er waren al gesprekken tussen Sensoterra en het Utrechtse Future Food Fund, een privaat fonds dat zich richt op de landbouwsector. De fondsmedewerkers stelden voor om ook ROM Utrecht Region bij hun investering te betrekken, en zo geschiedde. Jeffrey Williams, senior investment manager bij ROM Utrecht Region, zag een investering in Sensoterra wel zitten. ‘Het bedrijf is actief in watermanagement, een veld dat alleen maar belangrijker gaat worden. De potentiële maatschappelijke impact is dus groot. Het heeft al een goede naam opgebouwd en ik kreeg een goede indruk van de ondernemers.’ Vinger aan de pols ROM Utrecht Region is een van de jongste ROM’s; de provincie Utrecht, de gemeenten Utrecht, Amersfoort en Hilversum, de Universiteit Utrecht en het UMC Utrecht richtten deze ROM op in 2020. Het investeringsteam heeft tot nu toe negentien investeringen gedaan. Dat is bijna altijd inclusief cofinanciering, waarbij een private investeerder meebetaalt. Alleen voor het Vroege Fase Fonds is cofinanciering niet verplicht. Na een intensief traject, waarin Sensoterra helemaal werd doorgelicht, kreeg het een investering van een miljoen euro van beide fondsen. De echte uitdagingen komen pas in de daaropvolgende beheerfase, vindt Williams. ‘Ik vergelijk een investeringsrelatie altijd met een huwelijk. Je gaat eerst daten, daarna samenwonen. Als je besluit te gaan trouwen, dan begint het eigenlijk pas. Dan moet je aan de relatie werken. En dat is bij ons anders dan in een huwelijk, want wij hopen vanaf de start van de samenwerking al op een goede exit, de uiteindelijke verkoop van het bedrijf.’ Alleen dan hoeft de ondernemer de investering terug te betalen. Dat betekent dat Williams en zijn team gedurende de looptijd van een investering de vinger aan de pols houden. Maandrapportages Williams: ‘De ondernemer wordt in beslag genomen door het runnen van zijn bedrijf, onze rol is om te focussen op wat er op middellange termijn belangrijk is. Leiden de activiteiten van de ondernemer tot een exit? Ben je al een serieus bedrijf of nog steeds een pro-

ject? Hoe word je cashflow positief? Daarvoor helpen we met bijsturen en professionaliseren.’ Voogt vindt de verplichte maandrapportages en kwartaalbijeenkomsten best nuttig. ‘Het is soms een beetje irritant als ze me erop wijzen dat ik bepaalde doelen niet heb gehaald, maar zo houden ze me wel bij de les.’ Sensoterra heeft inmiddels wereldwijd twaalfduizend sensoren verkocht en over een jaar of vijf à zes moet blijken of de exit succesvol wordt. Voogt: ‘Van de tien bedrijven waarin investeerders geld steken, gaan er twee kapot, vijf blijven kabbelen en twee gaan knallen, en dat zijn wij. Dan wordt dat geïnvesteerde geld alleen maar meer waard.’ •

Elke wijnrank krijgt net zoveel water als nodig is, niet meer en niet minder. foto : sensoterra

MAART 2023 • DE INGENIEUR

25


TOP0 0 2 T E M S OP R E V E G K R WE

HÉT CARRIÈREEVENEMENT VOOR STUDENTEN, STARTERS EN (YOUNG) PROFESSIONALS

• 80 + WORKSHOPS • CV CHECK • LINKEDIN FOTOGRAFIE • OPTREDENS VAN O.A.

EMMA HEESTERS & FLEMMING!

L 2023 14 &15 APRI DAM

RAI AMSTER


Enith

Een maandelijkse column in stripvorm door wetenschapsjournalist Enith Vlooswijk.

MAART 2023 • DE INGENIEUR

27


OPINIE Een duidelijke mening over een actueel ingenieursonderwerp

‘Het spoor kan zoveel beter’ Door de eindeloze reeks aan storingen en problemen vergeten we bijna dat het spoor dé essentiële schakel is voor duurzame mobiliteit in Nederland. Dit vraagt wel om een structurele verandering in zowel denken als handelen, bepleit mobiliteitsdeskundige Joris van Dijk van de Technische Universiteit Delft. ‘Waarom zetten we niet in op een mobiliteitsdenktank vol jong talent?’ Elektrisch is ineens de oplossing. Of het nu gaat om fietsen, auto’s of vliegtuigen: de zoektocht naar duurzame mobiliteit lijkt te stoppen bij de laadpaal. Maar elektriciteit is pas duurzaam als deze ook duurzaam wordt opgewekt. Zolang de vraag groter is dan het aanbod, zijn fossiele brandstoffen nodig om te voorzien in de extra behoefte van ‘duurzame’ energie. Nu is direct gebruik van elektriciteit duurzamer dan het tussentijds opslaan in batterijvorm. Dit creëert echter belemmeringen, aangezien de meeste voertuigen zijn geënt op autonomie. De grote uitzondering? De trein. Laat dat nu net het voertuig zijn met de grootste capaciteit. Een enkele trein kan tot twaalfhonderd mensen zittend van stadscentrum naar stadscentrumvervoeren. De infrastructuur voorziet het materieel direct van de nodige energie. Bijkomend voordeel is de mogelijkheid remenergie te hergebruiken. Hier liggen enorme onbenutte kansen. Hergebruik is tenslotte nog duurzamer dan opwekken. Van deur tot deur Treinen remmen als ze een station binnenkomen. Daarbij geven ze energie af, precies op de locatie waar de gebruiker wisselt van vervoersmiddel. Door kleine elektrische auto’s aan te bieden op stations (naar het voorbeeld van de ov-fiets) kan verlies van energie worden tegengegaan. Dit stimuleert treingebruik, faciliteert de door to door-gedachte en verkort de afstand die we over de weg afleggen. Dat laatste draagt tevens bij aan het oplossen van het fileprobleem. We kunnen immers alles wel elektrisch maken, maar ook elektrische auto’s kunnen het wegennet verstoppen. Het spoorsysteem als hoogwaardig alternatief voor massale verplaatsing klinkt logisch, maar er valt nog veel winst te behalen. De eindeloze reeks aan wissel- en seinstoringen, uitval van materieel, personeelstekorten, ICT-problemen: het valt allemaal nauwelijks te begrijpen voor een vervoersmiddel met een eigen infra28

DE INGENIEUR • MAART 2023

structuur op eigen grond, dat bovendien altijd overal voorrang heeft en centraal kan worden aangestuurd. Terug naar de kerntaken Veel uitdagingen voor het spoorsysteem zijn terug te leiden op een onnodig gegroeide vorm van complexiteit. Die komt naar voren in operatie, techniek en regelgeving, maar ook bij de inzet van mensen en de achterliggende organisatiestructuren. Geïntegreerde visie en aanpak lijken te ontbreken. Projectdenken, waarbij budget en verantwoordelijkheid worden gekoppeld aan een middel op korte termijn en niet aan een doel op lange termijn, is leidend geworden. De semipublieke spoorsector koopt met onvoldoende kennis in bij externe partijen en ziet zichzelf als reactieve tussenschakel, terwijl de oorspronkelijke kerntaken uitvoerend en sturend zouden moeten zijn. Dit maakt het robuuste spoorsysteem afhankelijker van derde, commercieel gedreven partijen. Investeringen en doorlooptijden zijn daardoor vaak niet onder controle; externe financiële belangen zijn veelal bepalend. Door te navigeren vanuit het grotere geheel ontstaat ruimte voor sturing, afstemming en gerichte verbetering en maken we het gebruik (weer) leidend. NS, ProRail en politiek zouden hierin als verantwoordelijke partijen de leiding moeten nemen, geflankeerd door onafhankelijke kennisinstituten. Dit vraagt echter om een structurele verandering in zowel denken als handelen. Parameterpuzzel Als gebruik leidend is, worden andere zaken secundair. Dit biedt een overzichtelijke basis, waarbij de uitdaging is om met minimale aanpassingen in de infrastructuur, de inzet van materieel, vrijgemaakte geldstromen, noodzakelijke regelgeving en het aantal beschikbare werknemers, een optimale puzzel te leggen. Zaken


‘Alleen zonder passagiers is de trein altijd op tijd weg’, stelt Joris van Dijk (TU Delft). foto : depositphotos

zoals wat mensen precies doen, hoe treinen rijden, waar budget naar toe gaat en hoe beleid wordt ingezet, zijn stuk voor stuk faciliterend, en daarmee dus onder­ geschikt aan de maatschappelijke vraag van verplaat­ sing via de daarvoor aangelegde spoorlijnen. Succes komt vanuit betrouwbaarheid (robuust), be­ schikbaarheid (frequentie), betaalbaarheid (concurren­ tie), relevantie (reistijd) en gebruikservaring (comfort). Binnen deze parameters worden natuurlijke concessies gedaan. Een gelijkvloerse overstap wordt bijvoorbeeld breed geaccepteerd bij een aanzienlijk kortere reistijd en geringer uitvalpercentage. Bij een lagere frequentie wordt punctualiteit be­ langrijker, maar ook dit moet worden opgezet vanuit het gebruik. Voor de reiziger is het belangrijker dat een trein op tijd aankomt, dan dat die op de seconde af op tijd vertrekt. Hier valt, met het afstemmen van aansluitingen en wachtende treinen vlak voor stations, nog veel te winnen, want zonder passagier is alleen de trein op tijd weg. Publiek geld Het spoorsysteem wordt betaald door de belasting­ betaler en gebruikt door diezelfde belastingbetaler. Platgeslagen is er dus maar één enkele stakeholder. Aan het werken met publiek geld zit een verantwoordelijk­ heid. Dat gaat om transparantie in zinvol uitgaven­ beleid, het creëren van continuïteit en het meebewegen met de veranderde vraag en wensen van de reiziger. Waar decennia geleden een dienstregeling van twee keer per uur als luxe werd gezien, verplaatst de behoef­ te zich inmiddels richting een metro­achtig gestuurd

model. Daarvoor is het spoor uitermate geschikt. De huidige opzet is echter te complex en fragiel. Om de toekomst van duurzame mobiliteit in Neder­ land te kunnen waarborgen, zijn mensen nodig die ongebonden, met een gepassioneerde drive en op bijna naïeve wijze werken aan helder geformuleerde focuspunten. Dit zijn eigenschappen die veelal beter aansluiten bij juniors dan seniors. Waarom niet inzet­ ten op een (doe)denktank van talentvolle studenten en recent afgestudeerden? Draagvlak en bewustzijn Door als probleemeigenaren over de projecten heen te durven denken en op bestuursniveau overkoepelende doelen te stellen, kan deze groep jonge professionals werken aan scenario’s die bijdragen aan een robuuster spoorsysteem als essentiële schakel in de mobiliteits­ keten. Vanaf de zijlijn worden de juniors ondersteund door ruimdenkende seniors die continuïteit waarbor­ gen, het scharnier vormen tussen creativiteit en haal­ baarheid en draagvlak en bewustzijn creëren binnen de eigen organisatie. Herhalen wat we al jaren doen en afwachten tot het misgaat heeft geleid tot meer management, achter­ uitgang in kennis en kunde, hogere kosten, langere doorloop en minder perspectief. De potentie is groot, de noodzaak hoog en de problematiek overzichtelijk. Een vernieuwende benadering is zo slecht nog niet. • Joris van Dijk is als mobiliteitsdeskundige verbonden aan de Technische Universiteit Delft en daarnaast werkzaam binnen ProRail en Railcenter. MAART 2023 • DE INGENIEUR

29


LEZERS

REA GEREN

De column ‘Weg met thuiswerken’ van Jim Heirbaut (foto) in het januarinummer maakte veel los. Een greep uit alle lezersreacties.

Oase van rust Onder voorwaarden ervaar ik thuiswerken als een prima aanvulling op het kantoor. Ik beleef de werkplek thuis als een oase van rust: ideaal om productief te kunnen zijn, diep te focussen en ideeën uit te werken. Probeer dat maar eens op een kantoor met om de haverklap collega’s die een praatje willen maken, om het nog maar niet te hebben over storende achtergrondgeluiden van radio, gesprekken, etc. Tegen de geciteerde uitspraak van Signify-topman Eric Rondolat (‘Na het werk ga je naar huis, laad je je op met sport of andere hobby’s en kom je een dag later weer energized op je werk.’) heb ik mijn bedenkingen. Waarom gaat hij ervan uit dat mensen niet energized van hun werk thuis kunnen komen? Volgens mij is daar nog wel wat te winnen bij Signify. Zijn zienswijze nodigt mij niet uit er te werken. Ik wil energie krijgen van mijn werk. Met de kantoor-thuiswerkbalans van circa 30/70 procent die ik nu aanhoud, gaat dat uitstekend. Sytse Kuipers, Heiloo

Toptalenten werken ook thuis Als coach in persoonlijk leiderschap vind ik het bijzonder dat de hoogste baas van Signify alleen de schaduwkant van thuiswerken lijkt te belichten. Van oudsher bestaat in een technische omgeving de neiging om het ontwikkelen van technologie op nummer 1 te zetten. Maar ondertussen is de eerste plaats ingenomen door talent vinden, ontwikkelen en behouden. Mede door de lockdowns is er een generatie ontstaan die een deel van de tijd graag thuiswerkt, omdat ze daarmee effectiever, creatiever en gelukkiger zijn. Denk alleen al aan de reductie van alle reistijd en het fileleed, of aan het kunnen vervullen van ouderschapstaken overdag. Ze zijn zelfs bereid om hiervoor een andere

werkgever te zoeken. Juist een adequate balans tussen werken op kantoor en thuis brengt mensen tot topprestaties. Veel mensen hoor ik spreken over een gewenste balans van 50/50, zoals ik zelf ook en met succes al jaren doe. Te vaak hoor ik in mijn coachpraktijk de klacht dat je eenmaal op kantoor van vergadering naar vergadering moet hollen, zonder pauzes tussendoor, en dat er op kantoor onvoldoende tijd is voor lees-, denk- en schrijfwerk. Zelf deed ik daar vroeger driftig aan mee door mijn agenda veel te vol te plannen met afspraken en te weinig pauze- en verwerkingstijd in te lassen. Ik liep als een soort wandelende to-do-lijst achter mijn eigen agenda aan te hijgen. Sinds ik weer de volledige regie heb over het invullen van de dag, ervaar ik dat als een enorme weelde. Ik ben overigens al veertig jaar lid van KIVI en lees De Ingenieur al ruim vijftig jaar voor mijn ontspanning. Frank van der Weiden, Rozendaal

Het is een ramp Thuiswerken is een ramp voor degenen die wel op het werk verschijnen. Ik heb enkele maanden geleden besloten om geen vergaderingen meer te organiseren via Teams: die kosten te veel tijd en de communicatie verloopt niet soepel, met misverstanden en ergernis tot gevolg. Daarnaast heb ik geen zin om loopjongen te zijn van de thuiswerkers, zoals brieven en pakjes ophalen bij de receptie en doorsturen naar de thuiswerkers. Ook kan ik bij extern bezoek de gasten ontvangen en later een update geven aan de thuiswerkers. Voor mij is dat dus tweemaal zoveel werk: eerst een gesprek met de gast en daarna een vergadering met de thuiswerker om verslag uit te brengen. Ik ben steeds minder geneigd me in te spannen voor de thuiswerkers. Een ander groter probleem is dat ik merk dat de thuiswerkers minder

betrokken zijn bij het bedrijf en daardoor minder kennis en kunde vergaren. Kortom: ze lopen steeds meer achterop en ik merk dat vaker niet-thuiswerkende collega’s worden ingezet voor belangrijke en interessante projecten. Thuiswerkers komen, vaak onbedoeld, steeds meer op een zijspoor te staan. Daarnaast is het voor de voortgang en ontwikkeling van mens en bedrijf beter om gezamenlijk te opereren en niet in ‘hokjes’ te gaan werken. Hans Ruijs, Heesch

Zwakke broeders Ik denk dat het voor de meeste mensen het beste is om werk en privé gescheiden te houden. De uitzonderingen bij wie dat niet zo’n probleem is, zijn denk ik in de meeste gevallen de werkgevers en de sterke werknemers. Zwakkere broeders zullen bij werken vanuit huis, net als bij werken op het bedrijf, de eersten zijn die ergens door de mand vallen. Dit is geen hogere wetenschap, maar iets dat in de praktijk gewoon opvalt. Herman van den Dungen, Den Bosch

Kantoortuin Ik heb ervaring met tien jaar kantoortuin en vijftien jaar een dag in de week thuiswerken. Een brainstorm met collega’s of klanten kan prima in een zaaltje op kantoor. Maar het denkwerk en uitwerken van stukken lukt daar niet, juist door die collega’s en ondanks de (plastic) planten. Stoorfactoren in de kantoortuin zijn de herriemakende collega’s, managers en bezoekers (er zijn toch spreekkamers en stiltecoupés om te bellen), en de herriemakende apparaten, zoals printers en smartphones met al hun apps. Thuis heb ik deze stoorfactoren niet. De productiviteit is daar veel hoger, net als de kwaliteit van het werk. Kort overleg kan ook prima via beeldbellen en is een langdurend overleg nodig dan kan dat beter face to face in een aparte ruimte op kantoor of elders. Ik mag aannemen dat de heer Rondolat nooit met tien tot twintig collega’s in een hedendaagse kantoortuin heeft gewerkt. Hij heeft vast een mooi kantoor voor zichzelf. Ton van den Berg, Ugchelen

Wilt u reageren op een artikel in De Ingenieur? U kunt uw brief, bij voorkeur niet langer dan driehonderd woorden, mailen naar redactie@ingenieur.nl of sturen naar De Ingenieur, Postbus 30424, 2500 GK Den Haag. De redactie behoudt zich het recht voor brieven in te korten en te redigeren of te weigeren.

30

DE INGENIEUR • MAART 2023


Podium

Experts delen hun inzichten in de technisch-maatschappelijke actualiteit. Deze maand: Andrew Rebera en Lode Lauwaert (foto links).

ChatGPT en het verlangen naar authenticiteit Generatieve AI (artificial intelligence) gaat meer te, van vorm, van ritueel zelfs. Denk aan religie. en meer deel uitmaken van ons leven – daar lijkt Wat daar wordt gezegd, komt niet van onszelf. het althans op. Juist daarom is het belangrijk dat Het draait er rond vaste soms eeuwenoude niet alleen aandacht wordt besteed aan de voor- zinnen. Bovendien vinden we dat niet ongepast, delen, maar ook aan de risico’s, zoals het gevaar integendeel. Juist religieus gedrag betekent dat we ons dat chatbots stereotypen bestendigen. Deze mogelijke problemen zijn niet nieuw en we moeten houden aan de geijkte formules. Wil je daarvan zeker de ernst ervan niet onderschatten. Maar afwijken, en dingen zeggen en doen die van jou persoonlijk komen, dan vinden we dat meestal veroorzaakt ChatGPT ook nieuwe problemen? Stel, je weet niet hoe je moet beginnen met onwenselijk. Wat in zulke context in de eerste een moeilijke e-mail. Of je moet aan het eind plaats telt, zijn de intensiteit en de intentie van van de dag een rapport klaar hebben. Geen pro- je spreken en handelen. Geldt hetzelfde niet bleem: de chatbot kan die teksten voor ChatGPT? Is het voor jou maken. Het uitbesteden Het probleem is gebruik van zo’n chatbot van deze schrijftaken aan AI kan niet waar we de voor het overmaken van leiden tot de-skilling: de geleidespijt of troost niet louter lijke afname van het vermogen woorden vandaan contra-intuïtief? Is dat om taken uit te voeren. Als dat halen, maar wat ook echt een probleem? zo is, dan is dat in ieder geval Natuurlijk, bepaalniet nieuw. Denk aan de afname we ermee doen de woorden afkomstig van het vermogen om telefoonvan de chatbot kunnen nummers te onthouden in het tijdperk van de mobiele telefoon. Is dat echt een slecht gekozen of naast de kwestie zijn. En een beroep op AI kan ongepast zijn als het bijvoorprobleem? Maar neem nu het volgende: ik heb moeite beeld voortkomt uit luiheid of een gebrek aan met het schrijven van een bericht of brief aan zorg voor de woordkeuze. Cruciaal is dat, als het gebruik van AI bij een een vriend wiens vader is overleden. AI kan iets genereren dat daarbij past, zoals: ‘Ik ben diep be- bepaalde gelegenheid ongepast is, het net zo ondroefd over het nieuws van je verlies’. Ik kopieer gepast zou zijn geweest om de woorden van een wenskaart te halen of ze door iemand anders te de tekst en verstuur hem naar mijn vriend. Is dat gepast? De woorden zijn niet van mijzelf laten schrijven. Het probleem in dergelijke gevallen is niet afkomstig, maar van software. En is het niet van belang dat ik op zo’n belangrijk moment zelf de waar we de woorden vandaan halen, maar wat bron van communicatie ben? De conclusie lijkt we ermee doen. Het probleem ligt niet bij de AI, te zijn dat we chatbots wel kunnen gebruiken om maar bij ons. vacatures uit te schrijven, maar beter achterwege Andrew Rebera, onderzoeker filosofie aan laten op momenten dat het er echt toe doet. Die gedachte is intuïtief aantrekkelijk. Maar de Koninklijke Militaire School in Brussel, onze woorden of handelingen in vertrouwde en Lode Lauwaert, hoogleraar techniekfilosofie situaties zijn wel vaker een kwestie van gewoon- aan de KU Leuven.

PORTRET : KOEN BROOS

MAART 2023 • DE INGENIEUR

31


Neem nu een kennismakingsabonnement

EN ONTVANG DRIE NUMMERS VOOR SLECHTS € 25,deingenieur.nl/abonnement


Möring

Marcel Möring is romanschrijver. Eind 2021 verscheen van zijn hand de openhartige vertelling Familiewandeling.

Waxinelichtjes De combinatie ‘winter’ en ‘oorlog in Oekraïne’ leidt tot lappen vanaf het dak liet zakken, waarna mijn vader ze de meest bizarre theorieën over verwarmen. Net als de beneden fixeerde met sneeuw. De open haard brandde perpetuum mobile – nog altijd springlevend in de geest de hele dag en ik kloofde zoveel hout dat ik er ’s nachts van internetdeskundologen – is het idee onuitroeibaar van droomde. Desondanks werd het binnen niet warm. dat je met een paar waxinelichtjes de hele woonkamer Hadden we maar een bloempot en wat waxinelichtjes kunt verwarmen als je er maar een terracotta bloempot gehad. Terug uit Drenthe, in ons eigen huis, hoorden we de overheen zet. In een YouTubefilmpje zag ik een man die dat proef- airco-installatie van het restaurant onder ons razen. ondervindelijk had onderzocht. Vier waxinelichtjes Bij koud of warm weer brult dat ding de hele dag en onder een bloempot, op een tafeltje in de badkamer. is het alsof er een vrachtwagen in huis staat. Er zijn Klokje ernaast, camera ervoor en wachten. Twee uur rubberen blokken onder het frame aangebracht, maar later was de temperatuur in de ruimte met een graad dat maakte alleen maar duidelijk dat contactgeluid het gestegen: Quod erat demonstrandum en achthonderd probleem niet is. En zo worden we ’s ochtends wakker volgers hysterisch van geluk. Om te zwijgen van de paar als de airco aanslaat en gaan we naar bed als de laatste die nog wat handige tips hadden: zet twee bloempotten gasten het restaurant hebben verlaten en het stil wordt. over elkaar met enige tussenruimte, boor gaten in de Het is hoofdpijnverwekkend. ‘Ze hebben wel cv’, zegt de onderhoudsdienst, ‘maar binnenste pot... Slechts één die de moeite nam om uit te leggen dat verwarmen op deze manier is goedkoper.’ Dat wist ik, maar lawaai als bijproduct was nieuw de proef niets bewees. Zou de temperatuur ook niet voor mij. Hoe moet dat zonder bloempot zijn gestegen? En in als we straks allemaal de hoeverre werd de stijging beïnvloed gasaansluiting de deur doordat de deskundoloog om het half uitdoen? Gelukkig wordt uur binnenkwam om te kijken hoe Breng de mensen de installatie op het dak het ging? Ik voelde een onmiddellijke eerst de basisprincipes binnenkort verplaatst. en wat moedeloze verwantschap met Mijn vriend Harry heeft die ene criticus en moest aan Louis van de natuurkunde bij weer heel andere problemen. Paul Boon denken, die zei: Schop de Omdat het windstil is, mag mensen een geweten. Ik dacht: Breng hij zijn houtkachel niet stoze eerst maar eens kennis van de ken in verband met smoggevaar. Maar zijn huis, jaren basisprincipes van de natuurkunde bij. Dat alles, terwijl we een paar dagen doorbrachten zeventig-architectuur van Piet Blom, is niet geïsoleerd in winterskoud Drenthe, in een enorme boerderij. en die kachel moet bijdragen aan de verwarming om te Onder weg hadden we een zak haardhout gekocht bij voorkomen dat de gasrekening door het plafond gaat. ‘De hele tijd waait het in dit land en uitgerekend als een benzinestation en die was aan het einde van de eerhet koud is niet.’ ste avond door de schoorsteen gejaagd. Ik vertel hem over het bloempotexperiment, maar de ‘Dat gaat ook snel’, zei mijn vrouw verbaasd. ‘Het is gedroogd hout’, zei ik, ‘en hout opstoken in kou heeft zijn gevoel voor humor aangetast. ‘Jij hebt toch een boek geschreven waarin mensen de een allesbrander is buitengewoon inefficiënt.’ ‘Maar wel gezellig’, zei ze, en daar had zij dan weer bibliotheek opstoken om warm te blijven?’ ‘Zo ver komt het niet. Ze gooien het meubilair in gelijk in. Ondertussen gingen mijn gedachten naar de strenge de haard.’ Hij lijkt het niet te horen. winter van februari 1979, toen we in het noorden bij ‘Die boeken van jou zijn allemaal vijfhonderd pagitemperaturen van -15 graden Celsius en lager waren ingesneeuwd. Ik woonde nog thuis, in onze bungalow na’s of meer. Daar kom ik een heel eind mee.’ ‘Dat noemt zich een vriend’, zeg ik. die op geen enkele manier was geïsoleerd: plat dak, ‘Koude mensen hebben geen vrienden.’ stalen kozijnen, de gevel van de woonkamer een en Het lijkt een lange en barre winter te worden. al enkel glas. We kochten rollen plastic die ik in grote FOTO : HARRY COCK

MAART 2023 • DE INGENIEUR

33


TOEKOMSTDENKEN T E K S T: J I M H E I R B A U T

I L L U S T R AT I E S : E R I K T E R L O U W

Is landen en opstijgen boven zee de oplossing voor overlast?

Drijvende luchthaven De overlast van de nationale luchthaven is nu zo groot, dat de tijd rijp is voor een drijvend vliegveld in de Noordzee, meent grafisch ontwerper Erik Terlouw. Dat zou een hoop problemen oplossen. Dit is het vierde en laatste deel in de reeks over innovatieve vervoersideeën: Schiphol in zee.

Om de paar minuten razen vliegtuigen over huizen en tuinen. Fijnstof uit de vliegtuigmotoren daalt neer op de kozijnen. Maar onze nationale luchthaven Schiphol hoeft geen verantwoording af te leggen over de schadelijk stoffen die ze uitstoot, volgens nieuwsberichten, terwijl andere bedrijven dat wel moeten. Niet vreemd dat het maatschappelijk draagvlak voor de luchthaven tanende is. Schiphol, ooit onze nationale trots, begint voor veel mensen een steeds grotere ergernis te worden. Hoewel iedereen nog met het vliegtuig gaat, krijgen steeds meer mensen oog voor de overlast die de vele vluchten voor omwonenden oplevert. Op wereldschaal bekeken vliegen er gemiddeld ongeveer achtduizend vliegtuigen tegelijkertijd door de atmosfeer. ‘Dit heeft een enorme invloed op het klimaat, maar ook op de kwaliteit van ons dagelijks leven’, zegt grafisch ontwerper Erik Terlouw, initiatiefnemer van de vierdelige rubriek Toekomstdenken in dit blad.

Een drijvend vliegveld moet een snelle railverbinding met het vasteland hebben.

Vliegveld in zee Veel van de overlastproblemen zijn op te lossen met een vliegveld in zee, meent Terlouw. Hij pleit voor het verplaatsen van Schiphol naar de Noordzee, vlak voor de kust bij IJmuiden. Opstijgen en landen zou dan boven zee plaatsvinden, ver verwijderd van bebouwing. Geen overlast meer en ook minder kans dat een neerstortend vliegtuig op bewoond gebied valt. ‘Rondom treinstation Schiphol Airport kan dan een prachtstad ontstaan’, droomt Terlouw.

Het drijvende vliegveld van Terlouw is verbonden met het vasteland middels snelle treinverbindingen, zodat reizigers hun reis in Nederland of Europa kunnen vervolgen. De drijvende luchthaven heeft ook een haven om schepen te laten aanmeren, die vracht uit de vliegtuigen naar land brengen. Terlouw hoopt dat de vervoersfunctie van het vliegveld te combineren is met het opwekken van duurzame energie, met zonnepanelen in de landingsbanen. ‘Als je de moeite neemt om in zee een nieuwe, dure structuur aan te leggen, dan kun je die maar beter ten volle benutten. Misschien is het dan zelfs mogelijk om onder de drijvende structuren een bio-industrie te ontwikkelen, in de vorm van het telen van algen, mosselen en kreeftachtigen.’ Bouwers hebben nog weinig tot geen ervaring met drijvende luchthavens. In Japan is het concept wel in de praktijk onderzocht. In de baai van Tokio is in 2000 een landingsbaan van een kilometer lang op een drijvende structuur gebouwd en daar zijn daadwerkelijk vliegtuigen op geland, bij wijze van test. Maar de Japanners hebben het onderzoek niet doorgezet. Ook de Amerikaanse stad San Diego, waar het drukke vliegveld met zijn enkele landingsbaan ernstig last heeft van ruimtegebrek, onderzocht jaren terug de mogelijkheid om een of meer landingsbanen in zee te laten drijven. Ingenieurs ontwierpen een structuur met twee banen, maar het project is nooit uitgevoerd. Om zijn ideeën toetsen aan de realiteit heeft bedenker Erik Terlouw enkele concrete vragen, die De Ingenieur voorlegde aan experts en waarop lezers via mail en de website deingenieur.nl konden reageren. Een greep uit de talloze reacties: 1 Is er wel plek in de Noordzee voor een luchthaven? Wat zou de ideale locatie zijn? Vermoedelijk is een luchthaven op zee wel in te passen, maar het blijft de vraag of de locatie verstandig is, zeggen verschillende lezers. ‘Op zee komt drie keer vaker mist voor dan op land’, mailt Jack Steenvoorde. ‘Verder vliegen er veel meer vogels rond, zeker in de trektijden. En om geluidsoverlast echt te voorkomen zou het nieuwe vliegveld ver uit de kust moeten liggen. De ervaring leert dat op dertig kilometer van Schiphol de overlast van toestellen die op zeshonderd meter hoogte overkomen nog erg groot is.’ Maar hoe verder in zee het

34

DE INGENIEUR • MAART 2023


2 Kan een luchthaven drijvend worden aangelegd? Waals van MARIN vindt het ‘technisch uitdagend om een drijvende luchthaven te maken. Zeker de golfbelastingen in een storm op de Noordzee kunnen zeer groot zijn. Er is een afmeersysteem nodig dat tegen zeer grote krachten bestand is of anders een manier om de golven lokaal te reduceren. Bij MARIN kunnen we dat bijvoorbeeld onderzoeken. Wat zijn de krachten op een specifiek ontwerp en op wat voor manier zijn zeer grote constructies op zee veilig af te meren? Samen met onderzoekers van Deltares kijken we al naar mogelijkheden

om drijvende elementen te combineren met vaste golfbrekers en naar innovatieve ontwerpen voor drijvende golfbrekers.’ Hoewel de aanleg van een drijvende luchthaven lezer Huub Lavooij geen probleem lijkt, vraagt hij zich wel af ‘of opspuiten met zand niet eenvoudiger en goedkoper is’. In die bouwmethode heeft Nederland bedrijven die over de hele wereld bekend zijn. Denk aan de palmeilanden voor de kust van Dubai. 3 Hoe snel is zo’n luchthaven aan te leggen? Voordat de eerste vliegtuigen opstijgen en landen ben je zo vijftien, twintig jaar verder, schatten lezers en experts. Waals: ‘Eerst een besluitvormingsproces van enkele jaren, daarna een fase van voorontwerpen en aanbesteden, waarna de eigenlijke bouw zou kunnen beginnen. Het interessante aan een drijvende aanpak is wel dat je het vliegveld op verschillende locaties in havens kunt bouwen, dichtbij bestaande voorzieningen. En vanwege het modulaire karakter is het stap voor stap uit te breiden.’ 4 Kunnen zonnecellen in de landingsbaan worden geïntegreerd? Die combinatie van functies is wel creatief, maar lijkt weinig praktisch. Een online-lezer wijst op het zonnefietspad, dat in 2021 werd aangelegd in Maartensdijk. ‘Dit project heeft toch enkele tegenslagen gehad’, schrijft hij. ‘De opbrengst viel tegen wegens een ruwe bovenkant. Ook heeft vrachtverkeer de panelen beschadigd. Bij

t

nieuwe Schiphol komt, hoe groter de uitdaging wordt van het transporteren van de passagiers naar land. Verder is de Noordzee niet een oneindig groot gebied waar maar alles kan. ‘Het aantal gebruikers van de Noordzee neemt toe en we willen graag ook ongerepte natuur houden op zee’, mailt Olaf Waals, manager offshore bij maritiem onderzoeksinstituut MARIN. ‘Of er plek is in de Noordzee voor een luchthaven is daarom een politieke keuze. Het komt erop neer dat als je hiervoor zou kiezen, dat er dan andere dingen niet of minder zouden kunnen.’ Een vliegveld in zee zou wellicht kunnen, denkt Waals, maar ‘dat vraagt zeker ook onderzoek naar hoe dit kan worden ingepast tussen de andere ruimtegebruikers. Dit geldt voor het eiland zelf ten opzichte van scheepvaartroutes, maar bijvoorbeeld ook voor de aanvliegroutes ten opzichte van de windparken op zee.’

Impressie van een drijvend vliegveld in de Noordzee uit de kust bij IJmuiden.

MAART 2023 • DE INGENIEUR

35


TOEKOMSTDENKEN

Met een snelle treinverbinding kunnen reizigers vanaf het drijvende vliegveld Nederland of Europa in.

een landingsbaan is de (rem)belasting van zware vliegtuigen nog veel hoger. Het zou een erg grote uitdaging zijn om de landingsbanen met zonnecellen erin sterk genoeg te maken en het oppervlak ruw genoeg. Het is dan beter om de omliggende terreinen inclusief de terminal helemaal vol met panelen te zetten.’ Waals van MARIN wijst nog op het risico van reflecties van de zon op de panelen, die het zicht wegnemen van een piloot die op het eiland wil landen. Voor het opwekken van energie op de drijvende luchthaven liggen nog andere vormen van energieopwekking voor de hand: gebruikmaken van de golfslag of van de getijden. ‘Ik verbaas me er al heel lang over dat de meest betrouwbare vorm van energie – de eb- en vloedstromen – niet of nauwelijks wordt benut’, mailt lezer Wim Edens. ‘Ik fantaseer ook al jaren over een luchthaven op zee, maar dan met een enorm bassin waar water in en uit stroomt en dat giga-hoeveelheden schone energie opwekt.’ 5 Hoe leg je een algenkweekgebied onder de luchthaven aan? Gaat algenkweek samen met zonnecellen of moet je kiezen? Algen en zonnepanelen concurreren allebei om zonlicht, dus de combinatie lijkt geen ideale. Tenzij wellicht een afwisselend patroon wordt ingericht. Om de luchthaven heen zou wel kunnen, zeggen experts. 6 Is het mogelijk de landingsbanen te laten draaien in de richting van de wind? Het kan, maar is wel een grote technische uitdaging, zegt Waals van MARIN dat onderzoek doet naar nieuwe manieren om grote constructies af te meren. ‘Om een eiland te laten draaien om een punt, zullen alle afmeerkrachten door dat punt moeten worden heengeleid. Dit geeft een hoge belasting op dat punt, omdat het om zo’n grote constructie gaat. Op de Noordzee komen hoge en steile golven voor en dat brengt grote krachten met zich mee op dit soort mega floaters.’ Waals waarschuwt er wel voor dat een landingsbaan niet altijd vanzelf de richting van de wind zal aannemen. 36

DE INGENIEUR • MAART 2023

‘Dit komt doordat de wind vaak (schuin) richting de kust staat, terwijl de getijdestroom juist langs de kust staat. Omdat de golven vaak dezelfde richting als de wind hebben zal een langgerekt eiland in open zee vaak een positie innemen die tussen wind- en stroomrichting in ligt. En nog iets: vanwege de getijden zullen bij een passief systeem de landingsbanen gedurende de dag steeds een andere positie hebben. De luchtverkeersleiding zal hierop moeten worden ingericht, maar het is niet onmogelijk. Bij een actief systeem is de richting van de landingsbaan altijd in lijn met de wind te houden, maar dit leidt wel tot grotere krachten.’ En de natuur? Verschillende lezers reageren sceptisch op het plan voor een luchthaven in de Noordzee. ‘Ik mis het woord natuur. Is die niet relevant?’, schrijft Yme Jan Bosma. ‘Langs de kust is een grote vogeltrek, hoe wordt daarmee omgegaan? En wat doet het lawaai van vliegtuigen met de dieren die in het water leven? Wordt hun communicatie niet nog meer verstoord door het lawaai van vliegtuigen, naast het drijvende eiland zelf en alle windmolens en schepen?’ Ook Henri Ossevoort zet vraagtekens bij de Noordzee als locatie voor een vliegveld. ‘Tegenwoordig wil iedereen van alles in de Noordzee, maar het heeft alleen maar nadelen: oxidatie van onderdelen door het zout, slecht weer, algenaangroei, hoge kosten voor onderhoud, zware stormen, lastige bereikbaarheid.’ Dichter bij huis ligt een betere locatie voor een vliegveld, denkt Ossevoort. ‘De Markerwaard, dertig bij veertig kilometer groot. Heel veel ruimte om aan te vliegen, het water is zoet en ondiep en dat heeft vele voordelen boven zout water. Ook de bereikbaarheid is eenvoudiger en goedkoper, want Amsterdam is dichterbij.’ • Dit is het vierde en laatste deel van de rubriek Toekomstdenken. De redactie van De Ingenieur dankt Erik Terlouw voor zijn ideeën en prettige samenwerking. Alle vier de delen zijn terug te lezen op deingenieur.nl/toekomstdenken.


WAAR

KUN N EN

W E

N A A RT O E?

DE

IN GEN IEU R

T IP T

T E K S T: J I M H E I R B A U T

Indonesische invloeden

t/m 2/4 De auto: bijzonder(e) blik Voor een bijzondere kijk op de auto is er, bij het verschijnen van deze editie, nog een paar weken de tijd om naar Sittard te gaan. Daar is in het Museum Hedendaagse Kunst De Domijnen nog tot en met 2 april de tentoonstelling Autopia van Olaf Mooij (1958, Rotterdam) te bezoeken. Mooij, als kind al

gefascineerd door auto’s, heeft zijn hele oeuvre gewijd aan de innige relatie die veel mensen hebben met hun auto, en aan de gevolgen daarvan. De expositie toont zijn belangrijkste sculpturen en installaties. Meer info: dedomijnen.nl/tentoonstellingen/ expositie/autopia/

Nog tot en met 27 augustus 2023 is in Museum Het Schip in Amsterdam de tentoonstelling Indonesië en de Amsterdamse School te bezoeken. Die gaat over de relatie van de Amsterdamse School met toenmalig Nederlands-Indië. Met film- en fotomateriaal, tekeningen, prenten en toegepaste kunst laat de tentoonstelling zien hoe de Nederlandse architectuurbeweging werd beïnvloed door vormen, kleuren en materialen uit de voormalige kolonie. Op de foto één van de vele voorbeelden: een brughuisje in Amsterdam in de vorm van een stoepa. Meer info: hetschip.nl/bezoekers/ activiteiten/indonesie-en-de-amsterdamse-school

De kunst van het luisteren t/m 11/6

Pionier van de computerkunst Kunstmuseum Den Haag brengt de eerste overzichtstentoonstelling van het werk van Maarten Ploeg. Deze kunstenaar, die in 2004 overleed, maakte zijn beste werk in ‘de enerverende jaren tachtig’, aldus het museum. Uit die tijd kennen we namen van bekende kunstenaars als René Daniëls, Rob Scholte en Marlene Dumas, maar ook Ploeg was een spraakmakend kunstenaar en muzikant, die een eigen tentoonstelling verdient. Hij

ontpopt zich tot een pionier op het gebied van computerkunst als hij vanaf 1987 begint te experimenteren met de Amiga, de eerste multimediacomputer voor thuisgebruik. ‘Hij gebruikt die in feite als een nieuwe manier om te schilderen en hiermee slaagt hij er wél in om volkomen abstracte beelden te maken. Dit leidt tot een nieuw visueel en inhoudelijk hoogtepunt van zijn carrière en tevens een inspiratiebron voor vele nieuwe computer- en videokunstenaars’, stelt het Kunstmuseum. Meer info: kunstmuseum.nl/nl/ pers/maarten-ploeg-0

beeld : bert janssen ( boven ) ; jos houweling & lam de wolf ( onder ) ; gert - jan lobbes ( rechts )

Techniekstad Eindhoven is van 13 tot en met 16 april weer gastheer voor het STRP Festival. Dit jaar draagt dat het thema The Art of Listening. In onze maatschappij verkiezen we zien boven horen en spreken boven luisteren. Zelfexpressie is de motor van het denken, van de wetenschap en van onze social media. Nu sociale media dienen als megafoon voor de massa en iedereen op elk moment zijn mening kan geven, vraagt STRP zich af wie er nog luistert. Hoe kunnen we de kunst van het luisteren herwaarderen en terugwinnen? Meer informatie: strp.nl/events/ strp-festival MAART 2023 • DE INGENIEUR

37


ACTUEEL TECHNIEKNIEUWS vind je op deingenieur.nl

Alles wat je zoekt overzichtelijk bij elkaar Wat speelt er vandaag op technologiegebied? Je leest het op de website van De Ingenieur. Elke dag nieuwe berichten geïllustreerd met beeld en video. deingenieur.nl

TECHNIEK MAAKT JE TOEKOMST

DE INGENIEUR

Ook op de site: • Activiteiten op techniekgebied in een overzichtelijke agenda • Dossiers over onderwerpen als schoon staal, kernenergie in Nederland en droogte • De interessantste vacatures voor ingenieurs


Jims verwondering ‘Voorsprong door techniek.’ Echt waar?, vraagt redacteur Jim Heirbaut zich af.

Robots in Rotterdam Raadseltje. Wat was er anders tijdens de meest recente, vijftigste editie van het ABN AMRO-tennistoernooi in Rotterdam vorige maand? Nee, ik bedoel niet dat onze landgenoot Tallon Griekspoor heel goed speelde en langzaam naar de wereldtop toe kruipt. En ook niet dat de organisatie de baanbrede reclameborden met de naam van de hoofdsponsor erop had vervangen door net zo grote ledschermen - wat aan het licht kwam toen een tennisbal er met grote vaart tegenaan knalde. Nee, er gebeurden spookachtige dingen. Zo af en toe klonk het vertrouwde ‘Out!’ van een van de lijnrechters, maar het gekke was dat die er helemaal niet meer zaten. Het duurde even tot ik het doorhad: de kreet die ik hoorde bij twijfelballen was digitaal nagemaakt. Maar wie tuurde er dan langs de lijnen, om te kijken of een bal in of uit was? Een haviksoog, is het flauwe antwoord. Hawk-Eye, het geavanceerde systeem voor lijnbewaking dat al jarenlang bij de grotere toernooien wordt ingezet bij dubieuze calls, heeft nu de lijnrechters van vlees en bloed werkloos gemaakt. Bij Hawk-Eye Live leggen tien camera’s vanuit alle hoeken de baan van de tennisbal vast en het systeem berekent precies of die bij het stuiteren nog een stukje lijn meepakt (in) of niet (‘Out!’). Waarschijnlijk is het tennisspel daarmee eerlijker geworden, want mensen maken nu eenmaal fouten. Ook lopen er geen lijnrechters

Valdetectie In het februarinummer staat een artikel over de startup Bypoint met valdetectie voor fietsen. Dit is misschien de eerste valdetector voor op de fiets, maar andere valdetectoren bestaan al langer. Mijn eigen bedrijf, Veilig Op Stap, levert al vijftien jaar valdetectie-gps-alarmen voor lone workers, senioren, epilepsiepatiënten et cetera. Zo volgt er na een volautomatische valdetectie een alarm waarbij onder andere een telefonische oproep plaatsvindt, eventueel naar meerdere mensen, waarbij het actuele adres ook wordt uitPORTRET : ROBERT LAGENDIJK

gesproken. Ons systeem werkt in heel Europa. Dick Bakker, Vlist Dakwindturbine Wat een mooie rendering, dacht ik toen ik het artikel las over een dakwindturbine (rubriek Eureka, december 2022). Er stonden op het eerste gezicht veelbelovende uitspraken bij over het rendement. Maar zodra je die gaat uitwerken, blijken ze niet hard te maken. Het artikel mist elke vorm van onderbouwing. Neem bijvoorbeeld de vergelijking van geïnstalleerd vermogen van de molens met

meer gevaar te worden geraakt door een tennisbal. Vooral bij de service was het uitkijken geblazen. Wie midden achter de baan zat, moest wel eens wegduiken als Raonic, Karlović of Isner weer eens een kanonskogel afvuurde: 220 kilometer per uur is geen uitzondering bij deze spelers. Nu is een tennisbal niet zwaar, maar hij komt toch hard aan, kan ik zeggen uit eigen ervaring. Uniek was het moment tijdens de US Open van 2020 toen Novak Djokovic uit pure frustratie een bal wegmepte na het missen van drie setpunten. Nu komt dát wel vaker voor, maar Djokovic had de pech dat zijn bal een lijnrechter op haar keel raakte. Djokovic werd uit het toernooi gegooid. Wat ik wel jammer vind, is dat de discussie tussen spelers en de scheidsrechter hiermee verleden tijd lijkt. Begin jaren tachtig had je John McEnroe en die zag het soms beter dan de lijnrechters en de umpire. Tenminste dat dacht-ie en dat liet hij hardop weten ook, met alle krachttermen van dien. ‘Big Mac’ balanceerde vaak op het randje, ging er soms over, maar zulke figuren geven de sport kleur. De technologische vooruitgang die Hawk-Eye Live brengt heeft de professionele tennisbaan weer een stukje sterieler gemaakt. Fijn dat het eerlijker is voor de sporters, maar het menselijke aspect is weer een graadje minder geworden. Ergens toch jammer.

dat van een zonnepaneel. Die vergelijking zegt niets over de geleverde energie van de molens. Op het vlak van energieopbrengst – en daar gaat het om – is dat dus een onzinnige vergelijking. Sander Mertens, Den Haag Grondstoffen Er zijn genoeg winbare grondstoffen voor de energietransitie, meldt De Ingenieur (rubriek Nieuws, februari). Altijd weer dat juichende optimisme, terwijl de strijd om die grondstoffen, de natuurverwoesting en mensenrechtenschendingen al in volle

gang zijn. Die hele transitie zit op een totaal verkeerd spoor en is in mijn ogen dan ook louter een verdienmodel. De oplossing is volgens mij geothermie op tien, twintig kilometer diepte, in een gesloten systeem. Aardwarmte zit overal, daarvoor hoef je geen oorlog te beginnen. De eerste investering is weliswaar enorm, maar na realisatie is er onbeperkt gratis energie. Er valt dus niets te verdienen, behalve een schone wereld. Is dat de reden waarom we er nooit over horen? Ben Wellerdieck, Amsterdam

MAART 2023 • DE INGENIEUR

39


Productontwerpen van morgen

Trappenklimmer Innovatie in de rolstoelindustrie is erg beperkt, vindt het Zwitserse bedrijf Scewo. Z’n antwoord daarop is de Bro: de eerste zelfbalancerende rolstoel die de trap op en af kan. De elektrisch aangedreven Bro houdt zichzelf in balans op twee wielen van veertien inch. De bediening gaat via een joystick en knoppen op de armsteun. Daarnaast is er een houder voor een smartphone. Via een app is onder meer de rijsnelheid af te lezen en zijn verschillende functies te selecteren. Een van de belangrijkste functies is het op- en afrijden van rechte trappen. Dit gaat met twee rupsbanden die onder de zitting liggen en aan de achterkant kantelbaar zijn opgehangen. Een hydraulische cilinder kantelt de rupsbanden naar voren terwijl de zitting achterwaarts draait om de gebruiker 40

DE INGENIEUR • MAART 2023

rechtop te houden. Een trap oprijden gaat voor de gebruiker achteruit, waarbij een camera zicht biedt. De trap afrijden gaat vooruit. Sensoren detecteren waar de trap ophoudt, zodat de rolstoel vanzelf terugkantelt en naar de rijmodus schakelt. Een tweede belangrijke functie is het omhoog tillen van de gebruiker zodat die bijvoorbeeld met iemand op ooghoogte kan praten of in de supermarkt boodschappen uit hoge schappen kan pakken. Door deze modus in te schakelen, kantelen de rupsbanden naar voren terwijl er aan de onderkant een as met twee steunwieltjes uitklapt. Op die manier wordt

de hele rolstoel tot maximaal 87 centimeter omhoog geduwd. De Bro weegt ruim 160 kilogram en haalt een maximumsnelheid van tien kilometer per uur. Het bereik ligt, afhankelijk van de geïnstalleerde batterij, tussen de 25 en 35 kilometer. De rugleuning van de zitting is inklapbaar voor vervoer in de auto. Via de app en twee hellingplaten kan de Bro zelf met de rupsbanden de achterbak van de auto inrijden. De Bro Series One komt dit jaar als eerste in Zwitserland, Oostenrijk en Duitsland op de markt. Daarna volgt de verdere internationale marktintroductie. (PS)

foto : scewo


T E K S T: P A U L S C H I L P E R O O R D E N S I J A V A N D E N B E U K E L

Precisiewerk Fijner hechten na operaties ver­ kleint de kans op complicaties en minimaliseert littekens. Dat kan straks snel en precies met een hecht­ instrument van het Nederlandse bedrijf Mellon Medical.

Cruisen op de wind Cruiseschepen varen nog altijd op stookolie en stoten enorme hoeveelheden schadelijke stoffen zoals broeikasgassen uit. Orient Express ontwikkelt nu een milieuvriendelijker alter­ natief op windkracht en waterstof. De Franse hotelketen Accor, waarvan Orient Express onderdeel is, ontwikkelt het hybride cruiseschip Silenseas samen met Chantiers de l’Atlantique. Deze Franse scheepsbouwer is de bedenker van SolidSail, een opvouwbare mast met zeil die volledig is gemaakt van composietmateriaal. De eerste toepassingen hiervan zijn op twee cruiseschepen voor Accor en een vrachtschip voor Neoline uit Frankrijk. De Silenseas moet met een lengte van 220 meter het grootste zeilschip ter wereld worden. Het krijgt drie kantelbare zeilmasten met een hoogte van honderd meter en zeilen met een oppervlakte van vijftienhonderd vierkante meter per stuk.

Onder de juiste weersomstandigheden met uiteraard voldoende wind nemen deze drie zeilen de volledige aandrijving van het schip voor hun rekening. Staat er niet genoeg wind, dan worden de zeilen in de hybrideaandrijving ondersteund door een scheepsmotor die draait op lng. Hoewel dit een veel schonere brandstof is dan stookolie komen daar nog wel broeikasgassen bij vrij. In de toekomst wil Orient Express overschakelen op waterstof, zodra deze technologie is goedgekeurd voor passagiersschepen. De Silenseas krijgt vier dekken met in totaal 54 suites, waarvan de meeste met een gemiddelde grootte van zeventig vierkante meter, naast een presidentiële suite van 1415 vierkante meter. Verder zijn er twee zwembaden, twee restaurants en een bar. De Silenseas wordt als eerste van de drie schepen met SolidSails in 2026 in de vaart genomen. (PS)

beeld : maxime d ’ angeac / orient express ; mellon medical

Na een operatie wordt de buikwand standaard gehecht met big bites, hechtingen met een onderlinge afstand van circa tien millimeter. Uit wetenschappelijk onderzoek onder leiding van het Erasmus MC blijkt dat hechten met small bites, die vijf tot zeven millimeter uit elkaar liggen, minder complicaties oplevert en een beter resultaat. Dit is echter tijdrovend, want de gekromde naald moet netjes recht door het weefsel gaan en steeds worden overgepakt. Het hechtinstrument Switch van Mellon Medical heeft twee bekjes die de chirurg net als eetstokjes met één hand naar elkaar toe kan bewegen. Met die beweging wordt een rechte naald van het ene naar het andere bekje overgezet, terwijl de chirurg de andere hand vrij heeft voor het positioneren van het te hechten weefsel. Hierdoor gaat het hechten twee keer zo snel en met meer precisie. Door de goede kwaliteit van de hechting zal het aantal littekenbreuken na operaties in de buikwand naar verwachting halveren. Mellon Medical gaat het hechtinstrument de komende tijd verder doorontwikkelen binnen een consortium met onder meer het Erasmus MC. Daarvoor is vanuit het Europese Eurostars-programma een subsidie beschikbaar gesteld. Er zullen meerdere prototypen worden gemaakt en getest. Naar verwachting wordt dit jaar nog gestart met de eerste preklinische studies in het Erasmus MC. (PS)

MAART 2023 • DE INGENIEUR

41


EUREKA

Uitschuifhuis Het woord ‘buitenhuis’ heeft een andere betekenis gekregen met de komst van Anna Stay. Dit houten natuurhuisje kan zich openen en buiten zo naar binnen brengen. Het begon allemaal met het tuinhuis dat Caspar Schols voor zijn moeder bouwde om dichter bij de natuur te kunnen leven. Schols, die altijd al graag hutten bouwde, was net afgestudeerd in de natuurkunde aan de Universiteit van Amsterdam en volgde de vooropleiding van de Gerrit Rietveldacademie. Het huis, dat hij in negen maanden bouwde, werd opgepikt door diverse media wereldwijd. Het bestaat uit een houten buitenschil en een glazen binnenschil die met een slim schuifsysteem verschillen­ de ruimten kunnen vormen met een houten, glazen of open dak. Het meest innovatieve onderdeel is het aluminium

42

DE INGENIEUR • MAART 2023

railsysteem met geïntegreerd windlabyrint waarop de schillen schuiven. De ene T­vormige rails grijpt in de andere als een soort zwaluwstaartverbinding, waardoor de wind het huis niet binnenkomt. Het systeem heeft zo min mogelijk wrijving, waardoor een schil van 2500 kilogram met de hand te ver­ schuiven is. Het doel van het huis is het herstel van de verbinding met ‘buiten’. Schols: ‘Anna is maar de helft van het ontwerp, de an­ dere helft is de natuur. Anna kan inspireren en ons motiveren om ons te verbinden met en zorg te dragen voor de natuur.’ Sinds het eerste prototype, inmiddels zes jaar geleden,

zijn er heel wat aanpassingen gekomen om het huis klaar te maken voor wereldwijd gebruik. Schols: ‘Het huis is steviger, veiliger, beter geïsoleerd met dubbel glas, geheel lokaal te produceren en volledig te demonteren.’ De huisjes worden geleverd in een bouwpakket dat in vijf dagen in elkaar is te zetten. Inmiddels zijn er tien Anna Stays gebouwd in Nederland, het laatste model staat in de Biesbosch. In 2023 gaan nog eens vijftien in productie. Het instapmodel zal richting de drie ton kosten, de ‘luxe’ versie nog een stuk meer. De exacte prijs wordt eind deze maand bekend­ gemaakt. (SB)

foto : jorrit ’ t hoen


Transportmodule Node Air wil de logistiek in de luchtvaart efficiënter maken. Het Amerikaanse bedrijf bedacht een concept om modulen met vracht of passagiers direct om te wisselen tussen drones en voertuigen.

Zelfrijdende kinderwagen De Canadese startup Glüxkind lanceert de eerste zelfrijdende kinderwagen. Via kunstmatige intelligentie kan de wagen remmen, wiegen en handsfree rijden. Kinderwagens kunnen al snel een obstakel worden. Dat ondervonden de kersverse ouders Anne Hunger en Kevin Huang, oprichters van de Canadese startup Glüxkind. Tijdens de coronapandemie bouwden ze in hun garage hun ideale kinderwa­ gen, ‘Ella’ genaamd. Hunger: ‘We zeggen wel eens dat we twee pan­ demiebaby’s kregen: een dochter en een startup.’ Ella is een kinderwagen met een door AI aangedreven elektrische motor op de achterwielen. Zo assisteert de wagen bij een helling en remt de wagen bij een afdaling. Ook kan de wagen het kind in slaap wiegen. Op een volle batterij kan de kinderwagen acht uur intensief worden gebruikt. Wil het kind worden gedragen, dan rijdt de kinderwagen zelf verder. Ella navigeert met 360­graden­sen­ soren en blijft door verbinding met een bijbehorende app in de buurt van de eigenaren. Deze zelfrijdende functie werkt overigens alleen wan­ neer het kind niet in de wagen ligt. De eerste honderd Ella’s zullen voor een gereduceerd tarief van 3500 euro worden verkocht. ‘Dat is inderdaad aan de hoge kant voor een kinderwagen’, schrijft Hunger. ‘Al worden de meeste luxe kinder­ wagens vanaf 6500 euro verkocht, nog zonder extra toevoegingen voor veiligheid en comfort.’ (SB)

Technisch gezien is het concept van Node Air nog niet ver doordacht, maar het leunt op de ontwikkeling van drones en autonoom rijdende platforms. In zo’n platform is alle elektrische aandrijftechniek ingebouwd en er kunnen verschillende carrosserieën op worden bevestigd. In het geval van Node Air staat er een module met vracht of passagiers op voor transport van en naar de luchthaven. Het platform rijdt direct naar het opstijg­ platform voor grote, onbemande drones. Zo’n drone landt bovenop de module en koppelt deze vast, waarna de module ontkoppelt van het platform en de drone ermee wegvliegt. Het platform staat vervolgens direct klaar om de volgende module van een aankomende drone in ontvangst te nemen voor verder transport. Om deze visie te realiseren is Node Air een samenwerking aangegaan met JetX. Dit luchtvaartbedrijf uit de Verenigde Staten ontwikkelt een gepatenteerd aandrijfsysteem voor verticaal opstijgende en landende vliegtuigen (VTOL) en drones. Dit systeem is gebaseerd op een vast opgestelde, omsloten propeller waarvan de voortstuwing met een serie flappen wordt gericht voor het opstijgen en aandrijven. In een specifieke toepassing wordt de gecomprimeerde lucht door een spleet in een open ringvormige aandrijf­ module met vleugelprofiel geblazen. Hierdoor ontstaat aan de voorkant onderdruk om nog veel meer lucht door de ring heen te trekken. Het Amerikaanse bedrijf Jetoptera ontwikkeld momenteel vliegtuigen op basis hiervan. (PS)

foto ’ s : glüxkind ; node air

MAART 2023 • DE INGENIEUR

43


EUREKA

Stankverbloemend T-shirt Nooit meer een zweetgeur verspreiden tijdens het sporten! Dat belooft de sportkleding van Capsport die via microcapsules de geur van deodorant of parfum afgeeft. Een typisch geval van seren­ dipiteit: tijdens onderzoek hoe wasmiddel langer kon werken, ontdekken dat een materiaal heel goed in staat is om geur vast te houden. Dit overkwam David Asrian en Dennis Vrieze­ ma, onderzoekers bij het contractonderzoeksbedrijf AV Chemistry, een spinoff van de Radboud Universiteit. Die ontdekking was het begin van Capsport, sportkle­ ding die met kleine bolletjes geur kan opslaan en afgeven. Deze microcapsules worden vermengd met inkt en gedrukt op het textiel. Bij aankoop van een T­shirt is in de microcapsules een geur van wasmiddel opgeslagen. Wanneer de geur na enkele

44

DE INGENIEUR • MAART 2023

weken afneemt, kan de eige­ naar zelf parfum, aftershave of deodorant aanbrengen op het shirt door die op de afdruk te spuiten. Vriezema: ‘Normaal is een microcapsule voor eenmalig gebruik. Wat onze vinding bijzonder maakt is dat de micro­ capsules steeds opnieuw zijn te vullen.’ Het zweet blijft natuurlijk wel achter in de sportkleding en die zal dus ook regelmatig dus moeten worden gewassen. Vriezema: ‘De duurzaamheid zit hem er vooral in dat sport­ kleding langer meegaat. Met Capsport heb je geen last van het typische luchtje van sport­ kleding, die ook na het wassen in kleding kan blijven zitten.’

Sinds de opening van de web­ shop eind december zijn er al tientallen bestellingen geplaatst. Door de landelijke publiciteit en interesse van bedrijven loopt er inmiddels ook een octrooiaan­ vraag. De productontwikkeling gaat intussen verder. Vrieze­ ma: ‘De volgende stap is om te kijken of de microcapsules ook direct op de vezels van het textiel kunnen worden aange­ bracht.’ Wat de onderzoekers betreft blijft het niet bij sportkleding. Vriezema: ‘Voor ons is Capsport het visitekaartje. In de toekomst willen we meer toepassingen ontwikkelen. Denk aan anti­ muggengeur in tentdoeken of kalmerende geuren in zieken­ huisbedden.’ (SB)

foto : capspor


Rolf zag een ding

Sommige dingen stralen misschien geen hoogwaardig ingenieurswerk uit, maar getuigen wel van denken als een ingenieur.

Broodjes per meter

Drugsdetector Om iemand te veroordelen voor drugsbezit moet het spul eerst worden geïdentificeerd in het laboratorium. Een simpele detector kan de politie veel tijd besparen. Commerciële apparatuur om drugs ter plaatse op moleculair niveau te identificeren is al jaren op de markt. Deze apparatuur is alleen geschikt voor een eerste indicatie, niet voor een veroordeling, zegt chemicus Ruben Kranenburg van de forensische opsporingsdienst van de politie Amsterdam en promovendus aan de Universiteit van Amsterdam. ‘Een commerciële partij kan niet beschikken over een grote hoeveelheid drugsmonsters om de apparatuur te valideren.’ Daarom ontwikkelde Kranenburg samen met het softwarebedrijf TIPb en de universiteit de drugsdetector ‘powderpuck’. Het apparaat ziet eruit als een ijshockeypuck en kan 80 procent van de meest voorkomende drugs binnen een paar seconden identificeren. Dat kan het politieonderzoek met enkele dagen versnellen en de verdachte hoeft niet vast te zitten in afwachting van de laboratoriumuitslag. Ook kan de politie sneller doorpakken met bijvoorbeeld een huiszoeking. De detector werkt als volgt. Men legt het plastic zakje met de drugs op de bovenkant van de puck die via een usb is verbonden met een laptop. Met nabij-infrarood licht meet de powderpuck de inhoud van het zakje en op het laptopscherm verschijnt het bijbehorende spectrum. In combinatie met de bibliotheek van organische stoffen en verboden middelen kan zo de stof worden geïdentificeerd. ‘Verschijnt er een nieuwe stof op de markt, dan voegen we die toe.’ De powderpuck identificeert niet alleen drugs, maar ook stoffen die daarop lijken en mengsels, die over het algemeen lastiger zijn om te identificeren. Kranenburg: ‘Alleen als het cocaïnegehalte lager is dan 20 procent, wat overigens zelden voorkomt, wordt het lastig om goed te meten. Dan wordt de stof alsnog naar het lab gestuurd.’ Voorlopig wordt de powderpuck nog niet gebruikt ter vervanging van de apparatuur in het politielab. De powerpuck zal eerst nog uitgebreid worden getest door mededeskundigen van onder andere de politie, het Nederlands Forensisch Instituut en het Douanelaboratorium. (SB)

FOTO ’ S : RUBEN KRANENBURG ; ROBERT LAGENDIJK ( PORTRET )

Ik probeerde aan mijn vriend Tim uit te leggen wat hoagies zijn. ‘Denk aan gigantische stokbroden gevuld met alles wat je hartje maar… laat dichtslibben: gebakken ei, hamburger, spek, roomkaas en dan dus allemaal tegelijk!’ De hoagie is een begrip in Princeton, en bij Hoagie Haven gaan ze als warme broodjes over de toonbank. Terwijl ik mijn aders met smaak zit dicht te slibben, zie ik hoeveel hoagies er de deur uitgaan. Met tassen tegelijk! Een stroom aan hoagies. ‘Hmm’, peinst Tim, ‘als je die achter elkaar zou leggen, hoe snel zou die “hoagieworst” dan die winkel uitstromen?’ Die vraag triggert bij mij de volgende gedachte: zou je een fabriek kunnen maken waar gekneed deeg in gaat, dat op een lopende band rijst en wordt gebakken? Hoe lang zou zo’n oven moeten zijn? Een snelle, grove inschatting: er worden per dag vierhonderd hoagies van vijfentwintig centimeter verkocht. Als de fabriek fulltime draait, is dat honderd meter per dag of 1,16 millimeter per seconde. Een hoagie moet twintig minuten bakken, dus een oven met een lengte van 138 centimeter is in principe lang genoeg. Dat is veel minder lang dan ik dacht toen ik de broodjes de deur uit zag gaan. Maar als nu de oven acht uur in plaats van de hele dag aanstaat, zit je al op ruim vier meter. En tijdens lunchtijd gaan de hoagies natuurlijk sneller de deur uit dan rond een uur of tien, maar deze grove inschatting geeft wel een goed beeld van wat er achter de schermen nodig is om al die hoagies te maken. Snel grove inschattingen maken vergt twee vaardigheden. Ten eerste het kunnen rekenen met ordegrootten en het durven maken van aannamen, bijvoorbeeld pi is drie, g is tien. Maar er komt nog iets bij kijken en dat is precies wat Tim deed: op een andere manier naar een proces kunnen kijken. Hoagies zijn broodjes die per stuk worden verkocht, maar door het als een stroom te zien, kun je anders naar de productie ervan kijken. Dat ‘anders kijken’ is een vaardigheid die je kunt aanleren en dat doen we bij onze aankomende ingenieurs dus ook. Maar het is ook een vaardigheid die je scherp moet houden. Door regelmatig met Tim bij te praten bijvoorbeeld. Rolf Hut is universitair hoofddocent aan de TU Delft, maker, spreker en schrijver.

MAART 2023 • DE INGENIEUR

45



Wat drijft de hedendaagse ingenieur?

Richard van Leeuwen is werktuigbouwkundige en lector sustainable energy systems aan hogeschool Saxion. Daar werkt hij aan de integratie van duurzame energiebronnen.

‘Alles hangt met elkaar samen’ Tekst: Astrid van de Graaf • Foto: Bianca Sistermans

‘Duurzame energietransitie vind ik dé belangrijkste technische en maatschappelijke uitdaging die er is. Klimaatverandering gaat ons allemaal raken. Het onderwerp houdt me al bezig sinds mijn jeugd. Op tv verscheen ooit een Postbus 51-spotje met de aardbol als een kaars, die langzaam opbrandde. Dat beeld is voor mij altijd heel bepalend gebleven. Daarbij fascineert energietechniek me enorm. Ik vind het heerlijk me erin te verdiepen, om uit te zoeken hoe die techniek werkt, te verbeteren valt en hoe we nieuwe oplossingen kunnen ontwikkelen. Ik heb twee zoons, van vijftien en zestien. Ook zij vormen voor mij een belangrijke reden om hier vol mee bezig te zijn. En dan denk ik niet alleen aan mijn eigen jongens, er zijn veel meer kinderen op de wereld, waarvan een deel leeft in risicogebieden. Een goede toekomst voor iedereen, dat is mijn drijvende kracht.’ Techniekspeeltuin ‘Van kinds af aan ben ik al bezig met techniek. Op de basisschool was ik een van de eersten die überhaupt een computer thuis had en leerde ik mezelf programmeren. Dat leerde je niet op school. Eigenlijk vond ik school maar matig interessant. In mijn puberteit zat ik liever te sleutelen aan mijn brommer. Pas op de mts en later hts werd ik enthousiast, gewoon lekker praktisch bezig zijn. Omdat ik de smaak te pakken had, ging ik ook door naar de universiteit. Dat was eerst best een dobber: veel theoretischer, maar wel heel interessant. De universiteit is een speeltuin voor onderzoek en nieuwe techniek! Na mijn studie ben ik een jaar gaan reizen. Ik wilde de wereld zien. Ik was al 26 en had een lange route doorlopen na de mavo. Die reis heeft me geïnspireerd. Ik kwam in gebieden waar de klimaatverandering al zichtbaar was. Toen al. Stuwmeren in Australië en Afrika die helemaal opgedroogd waren bijvoorbeeld. Ik begon eind jaren negentig te pionieren met de combinatie van fotovoltaïsche en thermische energie (pvt-panelen), waarmee zowel elektriciteit als warmte kan worden op-

gewekt. Samen met een compagnon heb ik twee jaar lang allerlei proefopstellingen gemaakt, getest en geprobeerd financiering te vinden. Daar lag volgens ons de toekomst. Maar we waren vijftien jaar te vroeg. In die tijd, rond 1998, draaide de overheid de subsidiekraan dicht voor duurzame techniek. Niemand had toen aandacht voor warmtepompen om huizen te verwarmen. Er was toch aardgas? In die periode heb ik veel geleerd. Als ondernemer ben je niet alleen met techniek en onderzoek bezig, maar ook met opzetten van een bedrijf, netwerk opbouwen, geld binnenhalen. Eigenlijk doe ik dat nog steeds. Als lector zorg ik ervoor dat de groep focus heeft en dat we voldoende middelen hebben om onderzoek te doen.’ Duurzaamheid ‘Na het ondernemersavontuur ben ik zeven jaar consultant en projectleider geweest bij Nedtrain Consulting voor systeemintegratie binnen treinen. Een fantastisch bedrijf, maar ik miste de technische verdieping en een link met duurzaamheid. Toen zag ik de vacature hoofddocent & onderzoeker duurzame energie bij Saxion. Na één gesprek wist ik het eigenlijk al: dit is iets voor mij. En dat is na vijftien jaar nog steeds zo. Saxion gaf me de mogelijkheid om te promoveren aan de Universiteit Twente op het onderwerp multi commodity smart grids, over ICT-oplossingen voor vergaande integratie van duurzame energie in balans met de energievraag. Ik had behoefte om nog een keer echt diep te kunnen gaan, zoals tijdens de studie. Het is meteen ook een belangrijke onderzoekslijn in mijn lectoraat geworden. Alles hangt met elkaar samen. Technieken voor een duurzame energietransitie zijn er in principe wel, de financiën ook. Het hangt vooral af van onze motivatie om die verandering nu en radicaler in te zetten. Dat is mijn missie. Daarom zou ik jonge mensen willen meegeven: ga aan de slag met duurzaamheid op je werk of thuis. Kijk hoe jij kunt bijdragen!’ • MAART 2023 • DE INGENIEUR

47


ZONNE-ENERGIE T E K S T: M A R L I E S T E R V O O R D E

Zonnevangers produceren warmte voor bedrijven

Oogsten uit de zon Suncom Energy in Houten maakt warmtecentrales die werken op geconcentreerd zonlicht. Hiervoor is niet meer ruimte nodig dan een half voetbalveld. Waarom is deze techniek nog niet doorgebroken in Nederland? De benedenverdieping van het kantoor van Suncom Energy in Houten bestaat voornamelijk uit een grote hal. Hier staan, naast een paar pingpong- en voetbaltafels, twee versies van het apparaat waar het bedrijf aan werkt: een warmtecentrale op zonne-energie. De nieuwste is nog niet helemaal af, daar moeten nog spiegels op, vertelt directeur en werktuigbouwkundige Henk Arntz, die de startup in 2019 oprichtte. De andere versie is net terug van het kennisinstituut en testcentrum Plataforma Solar de Almería in Spanje. Daar heeft het systeem bewezen te kunnen wat de ontwikkelaars hoopten: met gebundeld zonlicht de temperatuur van een vloeistof in een buis opdrijven tot 500 graden Celsius. Zeecontainer De zonnecentrale van Suncom Energy past op een half voetbalveld en kan in een zeecontainer worden vervoerd.

De zonnestraling concentreert zich op een buis met een vierkante doorsnede. foto : suncom energy

48

DE INGENIEUR • MAART 2023

‘Dat is wat ons product bijzonder maakt’, zegt Arntz. Zonnewarmtecentrales bestaan al langer, maar zijn tot nu toe allemaal minstens tien keer zo groot. Arntz: ‘Dat kon niet anders, werd altijd gedacht, omdat kleinere versies niet genoeg warmte produceren. Dan is er een enorm stuk land nodig om een centrale bij een bedrijf te kunnen plaatsen.’ Dankzij een paar slimme trucs lukte het de ontwikkelaars van Suncom Energy om ook met deze kleine centrale voldoende warmte te produceren. De belangrijkste troef: de glazen buis met de op te warmen vloeistof is vierkant in plaats van rond. Vergrootglaseffect Het principe waarvan Suncom Energy gebruikmaakt, staat bekend als concentrating solar heat (CSH). Waar de bekendere fotovoltaïsche zonnepanelen invallend zon-


Zonnekrachtcentrales Er zijn vier basisontwerpen voor geconcentreerde zonnekrachtcentrales:

Vijf mannen van het Suncom-team voor de eerste versie van de zonnewarmtecentrale in Spanje. Rechts Henk Arntz, in het midden Wouter Gubbels. foto : suncom energy

• De zonnetoren, waarbij een groot aantal met de zon meedraaiende spiegels (heliostaten) de zonnestralen weerkaatsen naar een ontvanger in de top van de toren die in het midden staat. Daar wordt lucht opgewarmd en in beweging gezet, waarmee uiteindelijk turbines worden aangedreven om elektriciteit op te wekken. • De lineaire Fresnelreflector, waarbij de op te warmen vloeistof door een buis parabolische trog

Zolderkamerexperiment ‘De eerste experimenten deed ik op mijn eigen zolderkamer’, zegt Arntz. ‘Daar verhitte ik een receiver elektrisch tot 550 graden Celsius om de warmteverliezen te meten.’ Vervolgens voegde Wout Gubbels zich bij

lineaire Fresnelreflector

buis met warmteabsorberende vloeistof

gebogen spiegels

reflector warmte-absorberende vloeistof

centrale ontvanger ontvanger reflector

spiegels die met de zon meedraaien (heliostaten)

zonnetoren

paraboolschij zonnetoren f

het project. Die had net als Arntz werktuigbouwkunde gestudeerd aan de TU Eindhoven en is nu technisch directeur van Suncom Energy. Meer ruimte voor experimenten kregen de onderzoekers daarna op het terrein van Gubbels’ ouders. Arntz: ‘Daar is het ons in de zomer van 2021 voor het eerst gelukt om zout tot boven de 300 graden Celsius te verhitten.’ Met de nieuwe parabolische trog, die stijver is dan de vorige en het zonlicht dus nauwkeuriger kan sturen, denken de ingenieurs ook in Nederland tot boven de 500 graden Celsius te kunnen komen. Dat klinkt veelbelovend, maar dat is de techniek eigenlijk al decennia. In 2009 circuleerden er al plannen om Europa vanuit de Sahara van stroom te voorzien via concentrating solar power (CSP) – waarbij de geconcentreerde zonnewarmte wordt gebruikt om een stoomturbine aan te drijven en zo

licht omzetten in elektriciteit, wordt het zonlicht bij CSH met spiegels of lenzen geconcentreerd om een vloeistof of gas te verhitten – vergelijk het met het gebruik van een vergrootglas om een prop papier in brand te steken. De warmte wordt vervolgens gebruikt om gebouwen te verwarmen, met stoom elektriciteit op te wekken of op te slaan in een warmtebatterij. Het concentreren van zonlicht kan op verschillende manieren (zie kader Zonnekrachtcentrales). Bij de parabolische trog, de techniek waarvan Arntz en zijn collega’s gebruikmaken, stuurt men het zonlicht met een langgerekte, gebogen spiegel waarvan de doorsnede een paraboolvorm heeft. In het brandpunt van de parabool loopt een buis met vloeistof (water of zout) die door het geconcentreerde zonlicht wordt opgewarmd. De hele constructie kan draaien rond haar as en zo met de zon meebewegen. ‘Om de efficiëntie te verbeteren, hebben wij ons vooral gericht op het tegengaan van het weglekken van warmte uit die buis’, zegt Arntz. Dat gebeurt door de delen van de vloeistofbuis die geen zonlicht opvangen goed te isoleren. Bij een ronde buis is dat de achterkant, dus de helft van de buis. Bij een vierkante buis kunnen de drie vlakken die niet naar de zon gericht zijn worden geïsoleerd, dus driekwart van de buis. Een ander voordeel van een vierkante buis is dat het geconcentreerde zonlicht hierbij op een kleiner oppervlak terechtkomt, waardoor de hitteopbrengst per oppervlak groter wordt. Denk wederom aan het vergrootglas: hoe kleiner het brandpunt, hoe groter de kans dat het papiertje daadwerkelijk ontvlamt.

stroomt die boven een aantal vlakke of licht gebogen reflectoren hangt. • De parabolische trog, waarbij de buis met op te warmen vloeistof in het brandpunt van een U-vormige spiegel hangt. • De paraboolschijf, waarbij een schotel met de doorsnede van een parabool het zonlicht naar één punt spiegelt. In dat punt kan zich een gas, vloeistof of heteluchtmotor bevinden.

MAART 2023 • DE INGENIEUR

49


ZONNE-ENERGIE

Woestijnplannen De beste plekken om zonneenergie te oogsten, zijn natuurlijk die waar de zon elke dag uitbundig schijnt. Vandaar dat er al jaren plannen circuleren voor een aantal enorme CSP-centrales in de Sahara. Hiermee zou Europa 20 procent van zijn elektriciteitsbehoefte kunnen dekken, volgens de Desertec Foundation die in 2009 werd opgericht om dit plan uit te werken. De woestijnen vangen in zes uur zelfs meer energie van de zon op dan de mens wereldwijd in een jaar gebruikt, schrijft de stichting op haar website. Dat de hoeveelheid energie die hieruit valt te oogsten waarschijnlijk hooguit 25 procent bedraagt is dan geen probleem. In eerste instantie vond het idee veel bijval vanuit de industrie, die een eigen Desertec Industrial Initiative oprichtte. Technologiebedrijf Siemens sloot zich aan om de kabels te leggen. Maar het plan is om economische en geopolitieke redenen nooit van de grond ge-

komen en werd in 2013 volledig stilgelegd. Wel heeft het tot andere initiatieven in het Midden-Oosten en Noord-Afrika geleid. ‘Inmiddels is daar weer een hele zwerm bedrijven bij aangesloten en die hebben het plan Desertec 3.0 gelanceerd’, zegt Sietse de Haan, voorzitter van de Vereniging voor Zonnekrachtcentrales. De vereniging heeft de doelstelling om de opwarming van het klimaat tegen te gaan door een betrouwbare en duurzame energievoorziening te stimuleren en om de ontwikkeling en veiligheid van zonnekrachtcentrales na te streven, met speciale aandacht voor de mogelijkheden van woestijngebieden. ‘Eigenlijk komen álle woestijnen in aanmerking’, zegt De Haan, ‘nu er de mogelijkheid is om zonnewarmte te gebruiken voor de productie van waterstof.’ Deze energiedrager is makkelijk te vervoeren, waardoor nu voor Nederland ook verder weg gelegen woestijnen van belang zijn, zoals die in Australië, Namibië en Chili.

Oplichtende zonnetorens in de woestijn in Californië. FOTO : JLLM 06/ CC BY - SA 4.0 50

DE INGENIEUR • MAART 2023

elektriciteit op te wekken (zie kader Woestijnplannen). Dat is wegens de extra tussenstap wel minder efficiënt, maar heeft vergeleken met elektriciteit uit zonnepanelen twee grote voordelen. De eerste is continuïteit: omdat de warmte wordt opgeslagen in een vloeistof, valt de stroom niet meteen uit als de zon wegvalt of ondergaat. De tweede is dat bij CSP of CSH geen schaarse grondstoffen zoals indium nodig zijn. Het concept werkt met simpele spiegels, die van glas en zilver of aluminium zijn gemaakt. Te duur Waarom zijn dit soort zonnekrachtcentrales dan nog steeds niet echt doorgebroken? ‘Voornamelijk vanwege de kosten’, zegt Wilfried van Sark, hoogleraar integratie van zonne-energie aan de Universiteit Utrecht. ‘Die zullen dalen naarmate we de details van het proces beter begrijpen, maar daarvoor moet de techniek eerst worden opgeschaald en breder worden ingezet.’ De kosten van CSP zijn sinds een jaar of vijftien gestaag omlaaggegaan, maar de ontwikkeling van de technologie heeft veel last gehad van het succes en de onverwacht snel dalende prijs van zonnepanelen. Van Sark: ‘Daar zetten de investeerders liever op in. Dat heeft de ontwikkeling van CSP vertraagd.’


Voorbeeld van een zonnetoren in de Gemasolarcentrale in Zuid-Spanje. foto : kallerna / cc by - sa 4.0

Tot nu toe was CSP eigenlijk alleen interesOver de toekomst van de zonnekrachtDe CSPsant in gebieden waar zowel veel ruimte als centrales – zeg over vijf à tien jaar – zijn centrales veel direct zonlicht is, zoals Spanje, Marokko beide onderzoekers optimistisch. Van Sark en Australië. ‘Daar is de opbrengst ruim an- leveren ook denkt dat CSP dan wereldwijd met een inderhalf keer hoger dan hier en staan al wél haalslag bezig is, al zullen de fotovoltaïsche ’s nachts CSP-centrales’, zegt Van Sark. panelen nog altijd een belangrijker deel van stroom Direct zonlicht is in Nederland soms langehet zonne-energiepakket uitmaken. ‘In alle re tijd niet aanwezig, beaamt Arntz. Bedrijven scenario’s die uitgaan van volledig duurzame die hun warmte uit de zon willen halen, kunenergie speelt zonne-energie een grote rol’, nen dan ook niet meteen van het gas af. ‘Maar zegt Van Sark. ‘Dat CSP-centrales de warmte de gasrekening gaat wel fors omlaag.’ opslaan is daarbij een groot voordeel, omdat ze daarBinnenkort hoopt Suncom Energy zijn eerste klant door ook ’s nachts vermogen leveren.’ te gaan bedienen, een kalverboerderij in de provincie Wanneer er elektriciteit van de warmte wordt geNoord-Brabant. ‘Als alles goed gaat, en daar ziet het wel maakt, is het rendement wel lager dan bij zonnecellen. naar uit, gaat dat veebedrijf vijftig modulen (troggen) ‘Je maakt dan in feite een stoommachine, die heeft afnemen.’ een rendement van zo’n 40 procent.’ Voor zo’n stoommachine is koelwater nodig, dat niet overal voorradig is. Inhaalslag Bij veel Nederlandse bedrijven die warmte nodig hebDat ze deze klant nu hebben, is eigenlijk aan twee crises ben staat er over een jaar of zeven een CSH-module op te danken, vertelt Arntz. ‘Als het coronavirus het reizen het terrein, is de overtuiging van Arntz. ‘We hebben dit twee jaar geleden niet had stilgelegd, waren we in een kantoor net betrokken’, zegt hij optimistisch. ‘En hebben zonniger land aan de slag gegaan. En als het gas door de eindelijk plek om ons twaalfkoppige bedrijf verder uit te oorlog in Oekraïne niet zo duur was geworden, was er breiden. Maar ik ga er van uit dat we over vijf jaar weer nog geen vraag naar onze installatie geweest.’ moeten verhuizen.’ •

’’

MAART 2023 • DE INGENIEUR

51


De Ingenieur in gesprek

Herman Havekes roept op te stemmen bij de aankomende waterschapsverkiezingen

‘Er valt echt wat te kiezen’ Met de verkiezingen van 15 maart mogen Nederlandse burgers weer stemmen voor het bestuur van hun waterschap. Over waarom we dat zouden moeten doen, spreekt De Ingenieur met bijzonder hoogleraar Herman Havekes. ‘De burger mag zich meer in het waterschap verdiepen.’ Tekst: Jim Heirbaut

Decennialang hadden de waterschappen misschien een wat muf imago. Een extra bestuurslaag waarvan de ge­ wone burger eigenlijk nooit wat hoorde, behalve in de vorm van een jaarlijkse belastingaanslag. Maar die tij­ den zijn langzaam veranderd. Water wordt belangrijker, zien steeds meer mensen. De zomers zijn vaker extreem droog, terwijl de zeespiegel verder stijgt. Tot vijftien jaar geleden mochten burgers stemmen op individuele kandidaten voor het bestuur van hun waterschap. Sinds 2008 werkt de verkiezing met lijsten en doen politieke partijen mee. Ook zijn sinds 2015 de waterschapsverkiezingen gekoppeld aan de verkiezingen voor de Provinciale Staten. ‘Dat bleek een vondst. Lang­ geleden waren opkomstcijfers van maar een paar procent normaal. Sinds die verandering stemt ongeveer de helft van de burgers ook voor het waterschap’, vertelt Herman Havekes, strategisch adviseur bij de Unie van Water­ schappen en sinds eind 2019 bijzonder hoogleraar pu­ blieke organisatie van het (decentrale) waterbeheer aan de Universiteit Utrecht, ondersteund door de Stichting Schilthuisfonds dat de beoefening van het waterrecht en watergeschiedenis wil bevorderen. Waarom zouden Nederlanders moeten gaan stemmen?

‘Eigenlijk om drie redenen. Ten eerste kunnen burgers nu de gevolgen van klimaatverandering merken, met gortdroge zomers en stortbuien in de herfst. Waterschap­ pen werken eraan om de gevolgen van dat veranderende klimaat te verzachten. Ten tweede omdat burgers belas­ ting betalen voor het waterbeheer en dan mag je ook om de paar jaar je stem laten horen – no taxation without representation. Ten derde valt er ook echt wat te kiezen. 52

DE INGENIEUR • MAART 2023

Er doen 20 procent meer partijen mee aan de verkiezin­ gen dan vorige keer en ze denken behoorlijk verschillend over onderwerpen. Vul maar eens zo’n stemhulp (via mijnstem.nl, red.) in, dan zie je de verschillen.’ Er is toch eigenlijk niets te kiezen, hoor je soms.

‘Dat klopt toch echt niet. Natuurlijk zijn er bepaalde ta­ ken die waterschappen gewoon moeten uitvoeren, waar ze niet onderuit komen en waarvoor geld is gereserveerd. Bescherming tegen hoog water: er zijn geen socialisti­ sche of liberale dijken. Maar op andere punten maakt het wel degelijk uit welke partij in het waterschapsbe­ stuur komt te zitten. Partijen antwoorden bijvoorbeeld verschillend op de vraag of we altijd maar de dijken zou­ den moeten verhogen of op een gegeven moment het water meer ruimte moeten geven. Waaraan moet het waterschapsgeld worden besteed? Moeten we meer aan zuivering doen, of juist niet en volstaan met alleen maar de wettelijke normen halen? Moet een waterschap zich puur tot zijn kerntaken beperken of moet het wat extra’s doen aan, ik noem maar wat, erfgoedbeheer, cultuur, recreatie? Op sommige vlakken is er echt wat te kiezen.’ De waterschappen worden politieker, las ik in een artikel. Klopt dat en is dat erg?

‘Tot 2008 kenden we het personenstelsel. Toen stemden we op individuen die vervolgens in het waterschap kwa­ men te zitten. Maar dat was lastig, want die hadden geen enkele achterban en bijna niemand kende ze. Sinds 2008, heel kort geleden eigenlijk, werkt de verkiezing met lijs­ ten. Nu doen er politieke partijen mee en regionale of plaatselijke belangengroepen. We hebben in totaal 255


1980: werkzaam bij hoofddirectie van Rijkswaterstaat 1984 - heden: in dienst bij Unie van Waterschappen, momenteel strategisch adviseur Vanaf 1990: verschillende publicaties, waaronder Nederlands water­ recht in Europese context (met Marleen van Rijswick) 2009: promoveert in Utrecht op de institutionele omwenteling van het waterschap in de afgelopen vijftig jaar 2019 - heden: bijzonder hoogleraar publieke organisatie van het (decentrale) waterbeheer aan de Universiteit Utrecht

Wat betekent dat en wat is het gevolg?

‘Het betekent dat bedrijven in het gebied van een waterschap niet meer gegarandeerd zijn vertegenwoordigd in het bestuur van dat waterschap. Dat vinden die bedrijven foto : marieke wijntjes

natuurlijk niet geweldig. Omdat ze hun belangen toch verdedigd willen zien, zijn in sommige waterschappen lijsten ingeschreven met namen als Ondernemend Water of Ondernemend Waterbeheer, en dat zijn eigenlijk vertegenwoordigers van het bedrijfsleven. Maar dat mag, want het is hun democratische recht om een lijst te starten voor de waterschapsverkiezingen.’ Er zijn 21 waterschappen. Ik kan me voorstellen dat zij soms tegenstrijdige belangen hebben. Botst het soms?

‘Bijna nooit. Ik zou best hypothetische gevallen kunnen bedenken waarin het belang van het ene waterschap strijdig is met dat van het andere. Maar doorgaans werken waterschappen in goed overleg samen en pakken ze gezamenlijk problemen aan.’

t

lijsten verspreid over de 21 waterschappen. Daar zitten bekende landelijke politieke partijen bij, zoals BBB, VVD, PvdA, CDA en JA21. Maar ook lokale groepen of lijsten die bepaalde belangen behartigen, zoals Water Natuurlijk of Student en Water.’ Lange tijd bestond het bestuur van elk waterschap uit zetels van gekozen individuen, aangevuld met enkele vaste zetels van de groepen ‘boeren’, ‘bedrijven’ en ‘natuurterreinen’. Na lang politiek getouwtrek haalde eind vorig jaar een voorstel het in de Eerste Kamer om de geborgde bedrijfszetels te schrappen.

MAART 2023 • DE INGENIEUR

53


QUOTE

De makke van de waterschappen is dat zolang het goed gaat de burger er helemaal niks van merkt

Wat zijn de grootste uitdagingen voor de waterschappen?

‘Vier van de laatste vijf zomers waren gortdroog. Lokaal leverde dat problemen op voor de drinkwatervoorziening. We moe­ ten water meer vasthouden en daarnaast moet ons waterverbruik nog verder omlaag, terwijl we al minder verbruiken dan veel andere landen. En dan de nieuwe normen voor waterveiligheid, die zijn streng, dat zie je nergens in de wereld. De kans dat je in ons land overlijdt door een overstroming mag maar 1 op 100.000 zijn; in gebieden met veel mensen gelden nog strengere normen. Dat betekent dat de waterschappen vijftienhonderd kilo­ meter aan primaire keringen moeten versterken, een enorme operatie die zo’n vijftien miljard euro aan in­ vesteringen vergt. Gelukkig hebben we dat geld, want dat hebben we hier goed geregeld middels belastingen en het Deltafonds. In het buitenland kijken ze daar vaak jaloers naar, want daar is geld vaak een probleem rond waterbeheer.’ Hoe staat het met de kwaliteit van ons oppervlakte- en grondwater?

‘Niet al te best, ben ik bang. Ook dat is één van die uit­ dagingen. In 2027 moet ons land voldoen aan strengere Europese normen voor de kwaliteit van het oppervlakte­ water en grondwater, maar dat gaat waarschijnlijk niet lukken. De puntlozingen hebben we redelijk onder con­ trole: dat is wanneer een burger, maar vooral een bedrijf een stof loost op een oppervlaktewater. Maar de diffuse lozingen vormen een fors probleem. Wat zijn diffuse lozingen?

‘Fosfaat en stikstof van de landbouw, deeltjes van zinken daken die loskomen en het water in spoelen, maar ook 54

DE INGENIEUR • MAART 2023

de stof die van banden en remblok­ ken komt tot de kerosinelozingen van sommige vliegtuigen aan toe, vaak vlak voordat ze landen op Schiphol. Die diffu­ se lozingen op het oppervlaktewater moeten worden aangepakt. Dat geldt ook voor waterver­ vuiling door medicijnresten. Die zouden er bij de riool­ waterzuivering kunnen worden uitgehaald, net zoals Zwitserland dat doet. Bij ons gebeurt dat nog weinig. Bewustwording kan ook wat doen: mensen zouden geen medicijnen door de wc moeten spoelen. Al blijft toilet­ gebruik de grootste bron van medicijnresten. We hebben dus een zogenoemde end-of-pipe­oplossing nodig.’ Weten de Nederlandse burgers genoeg over de waterschappen?

‘Nee dat kan nog wel beter, denk ik. We zijn toch een bijzonder landje. Het feit dat 60 procent van Nederland onder zeeniveau en onder het peil van de grote rivieren ligt, zou een burger toch te denken moeten geven. Daar zou hij zich op zijn minst een beetje in mogen verdiepen. De makke van waterschappen: zolang het allemaal goed gaat, merkt de burger er eigenlijk helemaal niets van. In ons werkveld kennen we een beroemde opmerking over het ochtendgebed van een dijkgraaf: “Geef ons heden ons dagelijks brood en zo af en toe een kleine waters­ nood.” Daar zit wel een kern van waarheid in.’ • Meer informatie over de verkiezingen voor de waterschappen van 15 maart is te vinden op kiesraad.nl/verkiezingen/waterschappen. Meer lezen over de waterschappen: waterschappen.nl. Of vul een stemwijzer in om je keuze te bepalen voor je eigen waterschap op mijnstem.nl.


UIT DE VERENIGING Een greep uit het nieuws en het aanbod van activiteiten van het Koninklijk Instituut Van Ingenieurs (KIVI).

Chipsmachines van ASML Hightechbedrijf ASML maakt machines die wereldwijd worden gebruikt voor de productie van chips. De uitdaging hierbij is om steeds kleinere details op de chips aan te brengen. De nieuwste machines doen dit met extreem ultraviolet licht. Frank Schuurmans, vice-president research bij ASML, en Hartmut Enkisch, hoofdingenieur bij Zeiss R&D, vertellen hoe deze machines werken en gaan in op de vraag hoeveel kleiner en krachtiger chips nog kunnen worden. Lezing: ASML’s most advanced EUV machine, Universiteit Twente, 21 maart, 19.30-21.00 uur, kivi.nl/afdelingen/kst/activiteiten

Waterstof gewaardeerd

Stikstof en de landbouw

Wat zijn de voor- en nadelen van een waterstofeconomie? Is waterstof wel de goede oplossing om de energietransitie vorm te geven? Hierover gaat de lezing van Ton Manders, technical & safety director bij Eurochlor. Hij spreekt in dit netwerkcafé op strikt persoonlijke titel. Netwerkcafé: The inconvenient truth about H2, Groote Sociëteit Arnhem, 3 april, 19.30-22.00 uur, kivi.nl/ afdelingen/regio-gelderland/ activiteiten

KIVI-afdeling Duurzame Technologie organiseert samen met Wageningen University & Research (WUR) vijf dubbele lezingen over de landbouwtransitie en stikstofproblemen. Op 23 maart is de aftrap met lezingen over stikstofmetingen door Niels Bronsgeest, business leader programma aanpak stikstof bij TAUW, en over technische stalverbetering door Carsten Schep (WUR). Op 12 april schetst Wim de Vries, hoogleraar milieusysteemanalyse (WUR) het stikstofprobleem in de landbouw. Lezingenreeks stikstof en landbouwtransitie, Driebergen, start op 23 maart, 16.30-20.00 uur, kivi.nl/afdelingen/duurzame-technologie/activiteiten

Gamen voor defensie Net als computerspellen die mensen alleen voor hun plezier doen, wordt ook serious gaming steeds geavanceerder. De simulatietechnologie wordt beter, het aantal scenario’s waarin spelers kunnen belanden neemt toe en dankzij goede internetverbindingen is internationale samenwerking prima te doen. Dit biedt mogelijkheden voor de werving, selectie en BEELD : ASML ; DEPOSITPHOTOS ; DEPOSITPHOTOS

opleiding van toekomstige defensiemedewerkers en voor de tactiek- en strategieontwikkeling tijdens het echte werk. Het Kooy Symposium van dit jaar gaat over deze mogelijkheden van gaming en de technologische ontwikkelingen daarachter. Kooy Symposium: Game on!, Stroe, 12 april, 10.00-17.30 uur, kivi.nl/afdelingen/ defensie-en-veiligheid/activiteiten MAART 2023 • DE INGENIEUR

55


Gremlinguerilla tegen bigtech Van ons gedigitaliseerde leven worden vooral de grote techbedrijven wijzer. Tijd om terug te slaan, vindt techniekfilosoof Rens van der Vorst. Tekst: Pancras Dijk

56

DE INGENIEUR • MAART 2023

Regelmatig ontvang ik joviale mailtjes met teksten als ‘Tijdje niet gezien, Pipo!’, of ‘Hey Pipo de Clown, Mis je beloning niet!’ Raar? Niet echt. Ik vul namelijk lang niet altijd mijn eigen naam in bij online bestellingen, uit weerzin tegen de overvloed aan persoonlijke gegevens die je als koper steeds dient in te vullen. Telkens als ik zo’n Pipo-mail zie binnenkomen, voel ik enige euforie. Ha Amazon! Jullie zijn dan wel een miljardenbedrijf en weten alles van me, maar nu heb ik jullie mooi beet!, denk ik dan. Met dit soort kleine daden van verzet blijk ik, in de woorden van technofilosoof Rens van der Vorst, te behoren tot het leger van de ‘digitale gremlins’. Gremlins zijn mythische wezen die er plezier in scheppen het systeem te saboteren. Digitale gremlins, ook de titel van Van der Vorsts nieuwste boek, doen hetzelfde: met protestacties die nauwelijks moeite kosten, binnen de grenzen van de wet blijven en waarvoor geen technisch vernuft vereist is, pakken ze de controle terug van de algoritmen. Zijn die algoritmen zo dominant aanwezig dan? Van der Vorst, als docent en onderzoeker verbonden aan Fontys Hogescholen, vindt van wel. Hij gaat daarom voorop in de gremlin-guerilla door allerlei mogelijke sabotageacties te verzinnen. Maakt dat dit boek tot een handboek voor keiharde actie? Integendeel: het zijn stuk voor stuk ludieke, speelse plaagstootjes. Wat Van der Vorst vooral lijkt te beogen, is de lezer bewustmaken van de oprukkende aanwezigheid van digitale technologie en onze argeloosheid op dat gebied. Er zijn talloze manieren om je als digitale gremlin te manifesteren. Ook zo’n hekel aan terrasjes waar geen ober meer aan de tafel komt, maar je met een QR-code de bestelling moet doorgeven? Neem dan voortaan een markeerstift mee als je uitgaat. Een paar witte vlakjes zwart kleuren en de code werkt niet meer. Dat hoeft niet eens stiekem te gebeuren: er zijn toch geen obers meer om je te betrappen, voegt de auteur fijntjes toe. Nog zo’n ergernis: concertgangers die het hele optreden menen te moeten filmen. Ga naast zo’n smartphone-cineast

staan en zing vervolgens hard en liefst ook lekker vals mee, adviseert Van der Vorst. Doen we dit in steeds groteren getale, dan zal het massale filmen vast stoppen. ‘Enthousiast meezingen tijdens een concert, ook als het heel vals is, is moreel gezien nog altijd veruit superieur aan filmen.’ Zelfs Google kunnen, nee, moeten we als digitale gremlins aanpakken, schrijft Van der Vorst in wat vermoedelijk de meest hilarische passage van z’n boek is. Tegen niemand zijn we zo eerlijk als tegen de zoekmachine, heeft onderzoek uitgewezen. Wie plotseling ernstige jeuk krijgt in de schaamstreek, zal niet direct z’n partner of de huisarts raadplegen, maar gaat googelend op zoek naar een oplossing. Google weet dit maar al te goed: het hele bedrijfsmodel is gebaseerd op al die vertrouwelijke informatie. Dus, betoogt Van der Vorst, typ voortaan in de zoekbalk dat je buurman advies zoekt wegens ernstige schaamjeuk – Google zal radeloos verloren zijn. Van ingenieurs hebben digitale gremlins geen hoge pet op, schrijft Van der Vorst. De techniekspecialisten hebben de wereld de afgelopen dertig jaar bepaald niet beter gemaakt en zijn zelfs medeschuldig aan de zucht tot efficiëntie die ten grondslag ligt aan de digitalisering. ‘Het probleem met techneuten is dat ze verstand hebben van technologie en daarmee alles willen oplossen. Maar dat is juist het gevaar. Technologie is vaak niet de oplossing.’ Zijn er verkiezingen, dan surfen digitale gremlins dan ook snel naar de website vinddebetaopdelijst.nl, waar alle kandidaten met een technische achtergrond staan opgesomd, ‘om uit te zoeken op wie ze níét moeten stemmen’. Behalve dat het voor bèta’s verstandig is om inzicht te krijgen in de strategie van de ‘vijand’, is het boek van Van der Vorst zo lezenswaardig omdat het veel humor bevat en een uiterst relevante boodschap. Ingenieurs: jullie hebben superkrachten, maar daarmee komt ook verantwoordelijkheid. Digitale gremlins. Slimme sabotages om je te onttrekken aan het algoritme Rens van der Vorst | 240 Blz. € 22,99 | e-book € 14,99


MasterMilo over de kop YouTuber MasterMilo staat bekend om zijn creatieve autocreaties en stunts. Wat hij zich deze keer ten doel heeft gesteld: een ritje maken in een zelfgebouwde 360-graden-autoschommel. Tekst: Marlies ter Voorde

Berging in de buurt Ook kortlevend kernafval moet voor honderden jaren veilig worden opgeslagen. Laat burgers meepraten over de locatie, is de strekking van Het verhaal van een berging. Tekst: Pancras Dijk

Kernenergie staat voor een onverwachte comeback als onderdeel van een groene energiemix. De regering wees eind vorig jaar het Zeeuwse Borssele aan als de plek waar twee nieuwe centrales komen. Al vanaf 2035 zouden de centrales actief moeten zijn. Dat geeft de samenleving nog minder dan anderhalf decennium om te bepalen waar het radioactieve afval naartoe moet. Een deel van dat afval blijft honderdduizenden jaren radioactief. In de regel wordt dat bewaard in geologische aardlagen ver buiten de Lage Landen, diep onder de grond, onbereikbaar voor onbevoegden. Een ander deel, het kortlevende afval, blijft slechts een paar honderd jaar gevaarlijk. Tot in de jaren tachtig van de vorig eeuw werd het licht radioactieve afval simpelweg in zee gedumpt. In 1993 werd die praktijk verboden. In België startte toen een proces van studeren en overleggen tussen burgers, overheid en de Nationale Instelling voor Radioactief Afval en verrijkte Splijtstoffen (NIRAS), de beheerder van het radioactieve afval. In het onlangs verschenen Het verhaal van een berging beschrijft de Belgische journalist Leo August De Bock het belang van burgerparticipatie in dat proces. De kwestie van het kernafval is te belangrijk om alleen aan de politiek over te laten, stelt De Bock. Hij gaat er daarbij vanuit dat politici alleen aan de korte termijn denken, terwijl burgers altijd even verantwoordelijk en altruïstisch zijn en generaties vooruit denken. Het is interessant om te lezen over de concrete inspanningen om een oplossing te vinden voor het radioactieve afval. Maar of de Vlaamse ‘langetermijnburgerparticipatie’, die De Bock bepleit, daadwerkelijk het ‘nieuwe normaal’ zal worden, is nog zeer de vraag.

In een voormalige champignonkwekerij in Baarle-Nassau bouwt vlogger-YouTuber Emile Luijben (artiestennaam MasterMilo) bizarre technische installaties waar meestal auto’s aan te pas komen. Deze keer is dat een wel heel gewaagd project: een looping-auto, ofwel een auto die over de kop gaat. Samen met Volkert van der Wijk, kunstenaar, uitvinder en werktuigbouwkundig ingenieur aan de TU Delft, bouwde hij een twaalf meter hoge stalen constructie waarin de auto verticale rondjes draait. Op eigen kracht welteverstaan: elke keer als de auto beneden is rijdt deze enkele meters over een gekromde rijbaan om extra snelheid te maken. Daar moet de bestuurder flink gas geven. ‘Bruut, hè?’, vraagt MasterMilo de kijker, en dat is het inderdaad. In een YouTubefilmpje van ongeveer een kwartier laten MasterMilo en Volkert van der Wijk zien hoe ze de autoschommel ontwierpen, welke uitdagingen daarbij kwamen kijken en hoe ze zelf hun eerste rondjes draaien in de stellage. Dat levert een mix op van een college over contragewichten en g-krachten, een reportage over de bouw van het toestel en een spectaculaire stuntfilm. Een van de leuke dingen daarbij is dat Master Milo en zijn team vrijwel alles zelf maken – tot de grijpers waarmee de contragewichten naar hun plek moeten worden getild aan toe. Het YouTubekanaal MasterMilo bestaat al sinds 2006. In het begin maakten Luijben en zijn vrienden vooral filmpjes over speedway (een soort motorcross). Daarna begonnen ze aan technische creaties met auto’s. Inmiddels zijn de vrienden afgehaakt wegens serieuze zaken als banen en kinderen en is Luijben de enige van de groep die nog filmpjes plaatst. Daarmee heeft hij zoveel succes dat dít nu zijn baan is. De Universiteit van Nederland bracht Luijben en Van der Wijk in contact, in het kader van het project ‘Op de proef gesteld’. Dit filmpje is het resultaat. Ik zeg: kijken. Bruut! How we built our 12 meter car swing YouTube | MasterMilo | 15 min.

Het verhaal van een berging. Burgerparticipatie: het nieuwe normaal Leo August De Bock | 176 Blz. | € 24,95 FOTO : SAM RENTMEESTER

MAART 2023 • DE INGENIEUR

57


MEDIA

De Nederlander en zijn rivieren Het landschap van Midden-Nederland wordt bepaald door rivieren. Panorama Rivierenland laat zien hoe de mensen met die rivieren leven. Tekst: Marlies ter Voorde

De Nederlandse delta dankt haar bestaan aan rivieren. Deze brengen sedimenten mee uit het achterland, om die te deponeren zodra het land vlakker wordt. Het Gelderse rivierenlandschap is misschien wel het meest Nederlandse landschap dat je kunt bedenken, schrijft Wim Huijser dan ook in Panorama Rivierenland. Een fotoessay over het rivierengebied, dat hij samen met fotograaf Flip Franssen maakte. Het boek gaat over de Nederlandse rivieren, de natuur en de mens. Die laatste bewondert de rivieren, temt ze, gebruikt ze als recreatieplek of waterweg, bouwt bruggen om ze over te steken en komt voor ze op als bulldozers het rivierenlandschap dreigen te beschadigen - al zijn ingrepen soms noodzakelijk voor de veiligheid. Flip Franssen is een goede fotograaf. De foto’s in het boek zijn bijzonder fraai en vertellen een verhaal van verandering. De ontwikkeling van het landschap waarin Fransen is geboren en opgegroeid heeft hij voortreffelijk gedocumenteerd. De groepering van de foto’s op onderwerp – zoals recreatie, hoog- en laagwater, natuur, oeververbindingen, rivierenlandveranderland – versterken het verhalende

karakter van het boek. Ze tonen niet alleen de rivieren in het landschap, maar vooral ook hoe de Nederlanders met de rivieren omgaan. De teksten van Huijser sluiten hier naadloos op aan. Huijser is schrijver op het snijvlak van geschiedenis, literatuur en landschap, en maakt ook bloemlezingen. Hij schreef bij elk hoofdstuk van het boek een inleiding en grijpt daarbij veelvuldig terug op schrijvers en dichters die het rivierenlandschap hebben beschreven, zoals (natuurlijk) Hendrik Marsman, Jac.P. Thijsse en Martinus Nijhoff. En Marijke Hanegraaf, die in haar gedicht Oversteken de Nijmeegse stadsbrug De Oversteek verbond aan de geallieerde militairen die in september 1944 de Waal in rubberbootjes overstaken: De boog is gehesen, de koelte van beton bewaakt. / We zagen ginds het roerloze van pijlers groeien / beschouwden lang genoeg de overkant als overkant. / Er ligt een brug die het voorbijgaan draagt. Panorama Rivierenland. Een foto-essay over het rivierengebied Flip Franssen en Wim Huijser | 224 Blz. | € 24,95

Bouw van een extra brug in de A50 bij Andelst in de Betuwe. foto : flip franssen

58

DE INGENIEUR • MAART 2023


Q&A

Elke maand zijn er talloze nieuwe boeken, tentoonstellingen en video’s. De Ingenieur pikt de interessantste eruit en stelt de maker vijf vragen.

Kees Verhoeven was Tweede Kamerlid voor D66 en zette zich in voor privacywetgeving en een betere digitale overheid. Onlangs verscheen zijn boek De democratie crasht, over de problemen die digitalisering oplevert voor de politiek.

1 2 3 4 5

Tekst: Jim Heirbaut

Waarom heeft u dit boek geschreven? ‘Uit bezorgdheid. In de elf jaar dat ik in de Kamer zat, zag ik hoe digitalisering de politiek in haar greep neemt. Sociale media werken polarisatie in de hand. Politici voelen behalve scoringsdrang ook een toegenomen werkdruk; soms lijkt het alsof ze 24/7 bereikbaar moeten zijn. Dat leidt tot vermoeidheid en slechtere besluitvorming. Trek je dit door, dan kan de democratie crashen.’ Voor wie is dit boek bedoeld? ‘In eerste instantie voor iedereen die onze democratie belangrijk vindt. Daarom heb ik het toegankelijk geschreven. Maar ik hoop ook dat het wordt gelezen op die vierkante kilometer in Den Haag waar de politieke besluitvorming plaatsvindt. Verder zouden ICT-professionals het moeten lezen, omdat ze daardoor de politiek beter begrijpen. ICT’ers hebben de kennis die politici ontberen, maar kennis is niet de enige factor die een rol speelt bij digitalisering.’ Wat fascineert u aan het onderwerp? ‘De psychologische kant van digitalisering, ons gedrag. Hoe mensen omgaan met digitale technologie fascineert mij mateloos. We denken vaak dat we rationele wezens zijn die redelijke beslissingen nemen maar dat valt reuze tegen. Onze impulsen worden vaak juist bespeeld door technologie. Bigtech maakt daarvan gebruik; voor hen is het een verdienmodel.’ Wat hoopt u met dit boek te bereiken? ‘Bewustwording bij burgers en politici over welke druk digitale middelen ons opleggen. Stap twee is verandering, daar hoop ik aan bij te dragen. In mijn boek doe ik concrete voorstellen om de politiek weer wat gezonder te maken. Ik wil die digitale stoorzenders wegnemen en stress en burn-out verminderen. De smartphone weg uit de vergaderzalen, niet meer tot laat op de avond of zelfs tot in de nacht vergaderen. Zodat onze politici hun aandacht terugkrijgen voor hun taak, het besturen van ons land.’ Waarom zouden ingenieurs het boek moeten lezen? ‘Er zit een kloof tussen de techneuten en de politici. Politici snappen de achterliggende techniek vaak niet, terwijl ingenieurs niet altijd doorzien hoe de politiek werkt. Ik denk dat ik met mijn boek die kloof overbrug en dat kan voor ingenieurs interessant zijn.’ De democratie crasht Kees Verhoeven | 272 Blz. | € 22,99 | e-book 14,99

PORTRET : SANDER RUIJG

Wat zijn zwarte gaten eigenlijk? Kun je ze ongedeerd binnenglippen? En kun je zo’n kosmische veelvraat oppakken en leegschudden? Ans Hekkenberg zocht het uit. GATEN IN HET HEELAL | € 11,99 E-BOOK 9,99

Het Delftse studententeam Eco-Runner bouwt aan ’s werelds meest efficiënte stadsauto ter wereld. Maar ze maken ook een podcast over het belang van waterstof. DE WATERSTOFPODCAST | OP ALLE PODCASTPLATFORMS

Computers zijn tegenwoordig rationeler dan wij, scheppen kunst en vellen morele oordelen. Wat maakt ons nog tot mens, vragen filosofen Kirsten Poortier, Erik Myin en Peter-Paul Verbeek zich af. WAT MAAKT DE MENS? | 272 BLZ. | € 34,90

Hoe maak je van je startup een internationaal succes? In deze podcastreeks van TechLeap gaan Constantijn van Oranje en Joe Wilson in gesprek met ondernemers die het ook buiten Nederland hebben gemaakt. THE SCALE LAB | OP ALLE PODCASTPLATFORMS

MAART 2023 • DE INGENIEUR

59


Voorwaarts

Voorspellen is lastig, zeker als het om technologische vooruitgang gaat. Fanta Voogd verdiept zich maandelijks in de geschiedenis van de toekomst.

Pioniers baanden de weg voor de ondergrondse Eurotunnel

Kanaaltunnel in spe In 1802 opperde de Parijse ingenieur Albert Mathieu-Favier voor het eerst het idee voor een tunnel onder het Kanaal. Het ontwerp trok ook de aandacht van Napoleon Bonaparte, maar oorlog gooide roet in het eten. De gedroomde tunnel bestond uit twee delen die halverwege bovengronds kwamen bij een kunstmatig aangelegd eilandje op een zandbank midden in het Nauw van Calais. Wagons voortgetrokken door paarden brachten de passagiers over spoorrails in iets meer dan twee uur naar de overkant. Olielampen verlichtten de tunnel; de lucht werd ververst met schoorstenen die boven de zeespiegel uitstaken. Dat was het idee voor de Kanaaltunnel van mijnbouwingenieur Albert Mathieu-Favier, waarvan Napoleon Bonaparte was gecharmeerd. Hij bracht het ter sprake tijdens een ontmoeting met Charles James Fox. Deze Britse politicus was een vooraanstaand parlementslid voor de liberale Whigs en een toegewijd voorstander van de revolutionaire veranderingen in de Verenigde Staten en Frankrijk. De Vrede van Amiens in april 1802 had een einde gemaakt aan de oorlog tussen het Verenigd Koninkrijk en Frankrijk en dat bood Fox de gelegenheid een kijkje te nemen Het plan van in het vooruitstrevende, door hem bewonderde buurland.

voor ogen had, de werkelijkheid was dat nog geen jaar na hun laatste ontmoeting de twee landen alweer met elkaar in oorlog waren. Maar stel, bij wijze van gedachte-experiment, dat de Vrede van Amiens had standgehouden en dat de ingenieurs van Napoleon aan de slag waren gegaan met de tunnel. Met topinstituten als de École nationale supérieure des mines de Paris (de mijnbouwhogeschool) en de École polytechnique (de ingenieursopleiding) beschikte Frankrijk over goede papieren. Had men destijds het megaproject kunnen verwezenlijken? Het is onwaarschijnlijk dat de Fransen zonder motorisch aangedreven machines op veertig meter diepte het kunstmatige eiland hadden kunnen aanplempen. Ook is de kans klein dat men de tunnel had kunnen voltooien met pikhouwelen. Zelfs als dat alles met louter mankracht wel was gelukt, was men op het probleem van de ventilatie gestuit. Ook die had niet zonder een krachtinstallatie gekund, zeker omdat de tunnel met olielampen moest worden verlicht.

Woordenwisseling Tijdens zijn bezoek aan Parijs werd hij drie keer ontvangen door Napoleon. Bij één van die gelegenheden kwam het gesprek op het grensverleggende plan van Mathieu-Favier. ‘Dat is een van de grote dingen, die we samen zouden kunnen verwezenlijken.’ De overgeleverde details van die conversatie laten zien hoe bedrieglijk geschiedschrijving kan zijn. De verschillende Frans- en Engelstalige boeken over de geschiedenis van de Kanaaltunnel zijn het er niet over eens wie van de twee gesprekspartners deze uitspraak over een toekomstige tunnel heeft gedaan. De uitspraak over toekomstige Anglo-Franse samenwerking wordt met even grote stelligheid toegeschreven aan de Britse parlementariër als aan de latere Keizer der Fransen. Wat voor ‘grote dingen’ een van beiden ook

Zeebodemmonsters Het plan van Mathieu-Favier was onuitvoerbaar geweest, maar het heeft wel de weg geëffend voor volgende generaties ambitieuze technici. De onverschrokken Franse ingenieur Aimé Thomé de Gamond mag niet ontbreken in de eregalerij van Kanaaltunnelpioniers. Na zijn plannen voor een ijzeren buis op de zeebodem, een gemetselde tunnel, een brug en een dam, kwam hij toch weer uit op Mathieu’s idee voor een ondergrondse tunnel. De Gamond schraagde zijn plan met eigen hydrografisch onderzoek. In 1855 liet de ingenieur zich zonder duikerklok met stenen naar de zeebodem zinken om op meer dan dertig meter diepte bodemmonsters te nemen, terwijl hij naar eigen zeggen werd belaagd door enorme ‘vraatzuchtige’ zeepalingen. Zijn onderzoek bevestigde het vermoeden dat de zeebodem in het Nauw van Calais uit kalk bestaat en zeer geschikt is voor het uithakken of

Mathieu-Favier was onuitvoerbaar, maar effende de weg voor vele generaties ambitieuze ingenieurs

60

DE INGENIEUR • MAART 2023


1802 ‘Dat is een van de grote dingen, die we samen zouden kunnen verwezenlijken.’ De Britse politicus Charles James Fox tegen Napoleon Bonaparte (of andersom) over het Franse idee voor een Kanaaltunnel in de herfst van 1802.

­boren van een stevige, waterdichte tunnel. In 1867 kreeg zijn tot in de puntjes uitgewerkte plan de zegen van zo­ wel keizer Napoleon III als koningin Victoria, maar het uitbreken van de Frans­Pruisische Oorlog (1870) gooide roet in het eten. Tunnelboormachine De heersende liberale geest en het geloof in de zegenin­ gen van vrije internationale handel zorgden ervoor dat het idee voor een Kanaaltunnel voortleefde. De techno­ logische vooruitgang in de mijn­ en tunnelbouw sterkte bovendien het vertrouwen in de haalbaarheid. In 1882 begon men aan beide kanten van het Kanaal te graven met een nieuwe, uiterst geavanceerde tunnelboor­ machine, ontwikkeld door Frederick Beaumont en Tho­ mas English, twee leden van het Corps of Royal Engineers van het Britse leger. Vanaf de Engelse kust had de tunnel

een lengte van 1840 meter bereikt en aan de Franse zijde 1669 meter, toen de werkzaamheden werden stilgelegd omdat de Britse legertop bij nader inzien vreesde dat de tunnel een Franse invasie zou vergemakkelijken. De verlaten tunnel onder Shakespeare Cliff, even ten zuiden van Dover, is overigens nog altijd grotendeels droog en begaanbaar. Niet alleen de droom van een Kanaaltunnel, ook de technologie waarmee die uiteindelijk werd waargemaakt is stokoud. Het type tunnelboormachine dat in 1882 is ingezet werd aangedreven met perslucht, waarmee de tunnel ook werd geventileerd. De machines stonden op een treinstel dat zich over spoorrails voortbewoog. In essentie verschilden ze weinig van de gigantische tunnel­ boormachines die elkaar in 1990, halverwege de Euro­ tunnel, tegemoetkwamen om de droge verbinding tot stand te brengen. •

Historische tekening van de tunnelboormachine van Beaumont en English. beeld : publiek domein

MAART 2023 • DE INGENIEUR

61


Startup

Elk jaar ontstaan er in Nederland vele ambitieuze startups om met technologie de wereld beter te maken. De Ingenieur gaat bij ze op bezoek.

Naam: ELEO Doel: industriële machines elektrisch helpen te maken Startjaar: 2017 Aantal medewerkers: 70 Locatie: Helmond

Accu’s in alle maten Machinefabrikanten voor bouw, landbouw en industrie maken langzaam de overstap van dieselaandrijving naar elektrisch. ELEO in Helmond maakt accupakketten op maat. Tekst: Jim Heirbaut

De recent geopende fabriekshal van accuproducent ELEO in Helmond is nog niet vol, of vlak naast het bedrijf wordt alweer een nieuwe lap grond bouwrijp gemaakt. Zo ziet snelle groei eruit bij een bedrijf dat is opgericht in 2017 en in 2023 flink op stoom komt. Eind januari had het bedrijf nog hoog bezoek, toen koning Willem-Alexander de nieuwe fabriekshal officieel opende. Vaak is zo’n bezoek onderdeel van een grotere tour door een regio, maar hier kwam de koning speciaal voor ELEO. ‘Wij hadden hem zelf uitgenodigd’, zegt directeur Bas Verkaik, een van de oprichters van ELEO. De koning kwam goed beslagen ten ijs. ‘Hij had zich echt verdiept in wat wij hier doen.’ ELEO komt voort uit het studententeam STORM Eindhoven, dat in 2016 met

een zelfgebouwde elektrische motorfiets de wereld rond reed. Een centrale rol was hierbij weggelegd voor het zelf ontworpen accupakket van de motor. Hierop voortbordurend richtten drie van de studenten uit dat team, Verkaik, Jeroen Bleker en Bram van Diggelen, samen ELEO op. ELEO produceert accupakketten voor allerlei machines, met name in de bouw, de stratenbouw en de landbouw. Het gaat om enorme machines en die werken traditioneel op diesel, maar vanwege klimaatverandering en steeds strengere stikstofeisen moeten ook deze sectoren overstappen op elektrisch aangedreven machines. Alleen bestaan de elektrische varianten van graafmachines, tractoren, kleine bulldozers en asfaltmachines nog nauwelijks. ELEO wil daarin veran-

Directeur Bas Verkaik (rechts) en andere ELEO-oprichters leiden koning Willem-Alexander rond door de fabriek. 62

DE INGENIEUR • MAART 2023

dering brengen en werkt daarom samen met de machinefabrikanten om accupakketten voor hun machines te ontwikkelen. Daarbij probeert het bedrijf zoveel mogelijk onderdelen te standaardiseren. De kunst is om flexibel oplossingen te bieden met een beperkt aantal verschillende onderdelen. Achilleshiel De bouwers van grote machines zijn er inmiddels van doordrongen dat een elektrische aandrijflijn superieur is aan de diesel-aangedreven variant, zegt Verkaik. Efficiënter, stiller en geen uitstoot. ‘Maar de energietoevoer is lastig. Het batterijpakket is altijd nog het zwakste punt, de achilleshiel. Het maakt de machine groter, duurder, zwaarder en gevoeliger voor extreme temperaturen.’

Onderdeel van de productielijn van ELEO. De cilinders zijn de batterijcellen waaruit de accupakketten worden opgebouwd.


Volgende maand in De Ingenieur Digitaal gevoel Virtual reality wordt steeds realistischer, maar een zintuig dat tot nu toe goeddeels wordt gemist, is de tastzin. Haptische technologie moet daarin verandering brengen.

Waterstof in de praktijk In zo ongeveer elke toekomststrategie speelt waterstof een sleutelrol. Maar wat gebeurt er nu concreet? En is waterstof werkelijk voor alles de oplossing?

Vernufteling

foto : human computer integration lab at university of chicago

ELEO probeert al deze problemen tegelijk te lijf te gaan met eigen technologie die is gebaseerd op ingekochte batterijcellen. Die plaatst het in flinke aantallen – in een grote graafmachine zijn dat er enkele tien­ duizenden – naast elkaar, voorziet ze van een frame, een bodemplaat voor koeling of verwarming en van een zelfontwikkeld battery management system (BMS). ‘Dit is echt het brein van een accupakket, want die houdt de cruciale parameters in de gaten: energie, vermogen, voltage en gezondheid van de cellen. Het BMS moet garanderen dat de accu veilig en optimaal draait en de klant er geen omkijken naar heeft. Uiteindelijk maken wij een saai product, want het moet altijd gewoon werken.’ Wanneer de prestatie van de batterijcellen vermindert of de tem­ peratuur te hoog oploopt, dan registreert het BMS dat en speelt daarop in. ‘Bij normaal gebruik mag de accu niet in brand vliegen.’ Met het elektrisch maken van grote ma­ chines lopen Nederland en een land als Noorwegen voorop. Maar ook in andere lan­ den is het besef ingedaald dat ‘elektrisch’ de way to go is. ‘Wij zitten met grote bedrijven in de Verenigde Staten en Azië in ontwik­ keltrajecten. Dat zijn trajecten van een paar jaar waarin een bedrijf een nieuwe machine ontwikkelt. Nu leveren wij aan zo’n partij nog lage volumes van onze accupakketten, maar als zo’n machine eenmaal op de markt is, dan worden dat grote aantallen’, zegt Verkaik. Internationaal Een rondgang door de fabriekshal en kan­ toren laat zien hoeveel jonge mensen er bij ELEO werken. Aan de ene kant monteren beeld : eleo

Zeventien projecten van ingenieursbureaus dingen dit jaar mee naar de Vernufteling. Welk is het meest vernieuwend, winstgevend, technologisch geavanceerd en maatschappelijk relevant?

medewerkers een aantal accu­units in een frame, in de cleanroom achter glas meet een medewerker een net geproduceerde accu door. Op de eerste verdieping zitten ont­ werpers en ingenieurs achter de nieuwste computers en beeldschermen. ‘We hebben mensen van twaalf verschillende nationali­ teiten hier werken, dus de voertaal is Engels’, zegt Verkaik. Vorig jaar kwam ook van buiten Neder­ land de bevestiging dat ELEO goed bezig is. Toen nam het Japanse bedrijf Yanmar een meerderheidsaandeel in de Helmondse startup. Het bedrijf verkoopt wereldwijd

een enorme catalogus aan verschillende dieselmotoren en machines. Naast een ge­ weldig distributienetwerk krijgt ELEO van de Japanners ook het vertrouwen dat het op de goede weg is. Met ELEO heeft Yanmar een jong en dynamisch bedrijf binnengehaald, dat sneller batterijtechnologie ontwikkelt dan het zelf zou kunnen. ‘Grote bouwers van machines kunnen dit niet zelf. Wij zijn jong en passen ons sneller aan. Eerst ging ik vaak op pad naar bedrij­ ven over de hele wereld, maar dat hoeft niet meer. Nu komen ze allemaal bij ons in Helmond kijken.’ •

Het gebouw van ELEO op de Automotive Campus in Helmond. MAART 2023 • DE INGENIEUR

63


Vragenvuur

Acht prikkelende vragen aan Jeroen van der Veer. Hij werkte 42 jaar lang bij Koninklijke Shell, waarvan vijf jaar als ceo. Vorige maand verscheen zijn boek over leiderschap, Van A naar B. Van der Veer is tevens erelid van KIVI.

Tekst: Pancras Dijk

64

Wat is het laatste dat u heeft gerepareerd?

‘Gisteren heb ik de achterrem van mijn fiets bijgesteld. Ik begon aan de verkeerde kant. Toen deed behalve de rem ook de versnelling het niet meer. Maar daarna lukte het. Het is mijn eer te na om voor zoiets kleins naar de fietsenmaker te gaan.’

Voor welk probleem zouden ze nu eindelijk eens wat slims moeten uitvinden?

‘Zoveel huishoudens wekken nu met eigen zonnepanelen stroom op. Waarom bestaat er nog geen betaalbare, grote batterij voor in huis, zodat iedereen zijn stroom kan opslaan om ’s nachts te gebruiken? Dan zouden we een stuk onafhankelijker van het net worden.’

Waarvan denkt u: ik wou dat ik dát had uitgevonden?

‘De werking van de fiets heeft me altijd gefascineerd. Hij steunt op niet meer dan twee wielen, maar valt toch niet om. Hoe is dat mogelijk en vooral: wie heeft ooit bedacht dat we dit principe kunnen gebruiken om ons efficiënt voort te bewegen?’

Welke technologische ontwikkeling baart u zorgen?

‘De inzet van onbemenste of op kunstmatige intelligentie (AI) gebaseerde grootschalige bewapening. Die ontwikkeling gaat snel en kan enorm destructief zijn. Als je bedenkt dat het tot nu toe al onmogelijk is gebleken om een zelfrijdende auto te ontwikkelen die geen schade aanricht, dan is duidelijk dat we deze kant echt niet op moeten willen.’

Bent u bang dat robots uw werk overnemen?

‘Ik ken geen robot die uit drie kandidaten de beste ceo kan selecteren. Maar dat betekent niet dat AI geen rol kan spelen, integendeel. AI kan zeker helpen om informatievoorziening, productiviteit en kwaliteit van beslissingen te verbeteren. Maar mijn werk overnemen? Nee.’

Zijn de dijken hoog genoeg?

‘Vooralsnog wel, ik woon in alle rust onder de zeespiegel. Maar ik vind niet dat we op onze handen moeten gaan zitten. In Indonesië kiest men ervoor de hoofdstad te verplaatsen. Wat wij moeten doen? Ik weet het niet. Het enige voordeel van de zeespiegelstijging is dat we er niet door worden overvallen.’

Welk sociale medium zou u niet meer willen missen?

‘WhatsApp! Als ik twintig jaar geleden vanuit het buitenland naar huis belde, had ik nauwelijks ‘hallo’ gezegd of er moest alweer een dollar bij. Nu kunnen we vanuit elk werelddeel gratis zo lang bellen als we willen. Een van mijn kinderen woont in het buitenland. Al videobellend leidde ze me rond door haar nieuwe huis. Geweldig, toch?’

Dilemma: me first of company first?

‘In mijn boek onderscheid ik die twee mentaliteiten. Ik geloof in dienend leiderschap. Dien je je bedrijf, dan komt dat ook jouzelf ten goede – en niet andersom. Een bedrijf heeft idealiter een mix van beide typen, maar het is goed als een grote meerderheid van de werknemers het belang van bedrijf vooropstelt. Elk bedrijf zal tegenslag kennen en dan heb je weinig aan degenen die vooral aan zichzelf denken.’

DE INGENIEUR • MAART 2023

PORTRET : UITGEVERIJ PROMETHEUS


Ben jij vindbaar voor mede-ingenieurs?

Laat het KIVI-netwerk voor je werken KIVI is een netwerkvereniging met 17.000 interessante ingenieurs binnen handbereik. Bij ons vind je de juiste sparringpartner, toekomstige businesspartner of een nieuwe teamgenoot. Maar als je wil netwerken en gevonden wil worden…. moet je worden gezien. En dat kan via ons uitgebreide digitale ledenboek. Ga naar www.kivi.nl om in te loggen. Check je profielgegevens, update deze én zet het op ‘openbaar’. Zo is ons netwerk up-to-date en kun jij aan de slag.


‘An engineer’s career is never straightforward, but their professional development should be’

Als KIVI-lid heb je onbeperkt toegang tot ingenieurscoaches (online mogelijk) Scan de QR-code of ga naar kivi.nl/formulieren/aanvraagformulier-voor-ingenieurscoach


Issuu converts static files into: digital portfolios, online yearbooks, online catalogs, digital photo albums and more. Sign up and create your flipbook.