Schoolfacilities januari 2023

Page 1

www.schoolfacilities.nl jaargang 39 nummer 2 Januari 2023
Platform voor huisvesting en facilitaire processen in het onderwijs
Elk parkeerterrein heeft laadpalen nodig nu steeds meer mensen elektrisch gaan rij den. Pluq biedt de units kosteloos aan. Scholen en uni’s hoeven nergens in te investeren en delen toch mee in de opbrengst. 100% gratis Volledig ontzorgd Blij e bezoekers 100% duurzaam Vergoeding per kWh GRATIS LAADPALEN VOOR SCHOLEN EN UNI’S Kij k voor meer informatie op www.pluq.eu of mail naar info@pluq.eu Schoolfacilities online lezen? Meld je aan via onderstaande qr code

Corona had ons in 2022 nog stevig in de greep. Lange tijd waren we door de maatregelen aan onze computerschermen gebonden. Er was weinig gelegenheid elkaar aan de koffietafel te ontmoeten. En eerlijk is eerlijk: daar moesten we in het afgelopen jaar nog steeds een beetje van bijkomen.

Gelukkig is de situatie inmiddels veranderd en treffen we elkaar weer volop. Sommige dingen hebben voorgoed plaatsgemaakt voor nieuwe gewoonten, andere gebruiken zijn teruggekeerd naar hun oude vorm. Wat dat betreft heeft de coronatijd ons veel geleerd. Het resultaat is op veel plekken in het onderwijs, maar ook daarbuiten, een andere mix tussen het fysieke en het digitale.

Schoolfacilities is daarin niet anders. Ook dit vakblad is ondertussen in een digitale vorm gegoten en op elk moment online te lezen. Toch blijft dit blad ook in fysieke vorm bestaan; vooral als koffietafel-exemplaar. Want hoe handig het ook is om een artikel online digitaal te lezen, het magazine onderweg op je telefoon door te bladeren of razendsnel een artikel digitaal te tippen aan een collega: het is net zo fijn om zo nu en dan even een fysiek exemplaar in handen te hebben.

De koffietafel-exemplaren dienen het doel dat wij al vanaf dag één met dit blad beogen: ze bieden de gelegenheid om het even samen door te bladeren, inspiratie op te doen en artikelen met elkaar te bespreken aan de koffietafel. Samen nadenken, elkaar uitdagen en brainstormen over de vormgeving van modern en duurzaam onderwijs. En eenmaal weer onderweg of thuis? Dan kan je online nog even door.

Colofon

Schoolfacilities is een onafhankelijk magazine voor huisvesting en facilitaire processen in het onderwijs.

Oplage en bereik: Verschijnt 3 keer per jaar in een oplage van 3.500 exemplaren, bij het VO, BVE, HBO, Universiteiten, gemeenten en het bovenschools management van het PO.

Eindredactie: Ingrid de Moel Hooglandseweg Zuid 34, 3813 TC Amersfoort Telefoon: 033 258 43 37

E: redactie@schoolfacilities.nl

Vormgeving: www.charlotluiting.nl

Inhoud

Challenged based learning

Onderwijs waarbij leerlingen zelf leren nadenken

De stem van de niet gehoorde ouders

Nieuwe onderwijsvormen; besluitvorming mét ouders

Aan de koffietafel 9 16 24 29

Fietsparkeren Moderne fietsen veiliger en efficiënter gestald

Hoogbegaafd Hoe kunnen talenten van hb-kinderen tot bloei komen?

Rubrieken: Nieuw op de markt (14), Gezien & gelezen (22), Partners (34).

Columns: TK Advocaten (8), BTW-Instituut (28), Etske Thie (33).

En verder: Deltaplan scholen; de huisvestingskosten (4), Duurzaamste Universiteitsgebouw van Nederland (6), Tweede leven voor computers (13), Veilige digitale omgeving (18), Lopen en fietsen naar school (20), Jaarbijeenkomst Maatschappelijk Vastgoed (26).

Uit gave van: Bouwstenen voor Sociaal

ISSN: 1383-6331

Aansprakelijkheid: Uitgever en auteurs verklaren dat deze uitgave op zorgvuldige wijze en naar beste weten is samengesteld. Zij aanvaarden geen enkele aansprakelijkheid voor schade, van welke aard ook, die het gevolg is van handelingen en/of beslissingen die zijn gebaseerd op bedoelde informatie.

Schoolfacilities, januari 2023

3

Deltaplan Scholen De huisvestingskosten

Wat als we niet de huidige bekostiging, maar het beleid voor 2050 als uitgangspunt nemen bij de aanpak van basisscholen in Nederland? Wat kosten ze dan?

Er is € 730 miljoen per jaar nodig om de schoolgebouwen in het primair en voortgezet onderwijs energetisch op orde te krijgen, blijkt uit het Integraal Beleidsonderzoek Onderwijshuisvesting van maart 2021 (prijspeil 2019). Maar er zijn meer maatschappelijke doelen waaraan de gebouwen kunnen bijdragen. Denk aan beter onderwijs, gezondere kinderen, inclusie, klimaatadaptatie en biodiversiteit. “Van de meeste doelen is inmiddels redelijk helder wat de ruimtelijke consequenties zijn”, zegt Ingrid de Moel, directeur van Bouwstenen voor Sociaal. Wat nog ontbreekt is een meer integrale benadering van

al die doelen en een vertaling naar de bekostiging. Als je tijdens de verbouwing meerdere doelen kunt realiseren, zijn de maatschappelijke kosten beter te verteren.”

Wat is normaal?

Marc van Leent van de Wijkplaats ontwikkelde in opdracht van Bouwstenen een rekenmodel voor een basisschool. “Als je die scholen onder handen neemt met het oog op de lange termijn zijn er eigenlijk maar twee smaken: nieuwbouw of ingrijpende renovatie met ongeveer dezelfde kosten. Voor de kostenberekening heb ik een simpel model ontwikkeld. Het is een simulatiemodel - vooral bedoeld om over de uitgangspunten in gesprek te gaan. Dat gesprek heb ik gevoerd met diverse partners van Bouwstenen, zowel uit het onderwijs, als van gemeenten en adviesbureaus. Die uitgangspunten en het resultaat van de berekening heb ik vervolgens vergeleken met de

huisvestingslasten in andere sectoren. Wat vinden ze daar normaal?”

Belangrijke parameters

Met het model kijk je eerst wat de huisvesting van een basisschool kost en vervolgens wat je kunt doen om het beter betaalbaar te maken. Aan de kostenkant onderscheidt Marc drie parameters: het aantal vierkante meter per kind, de bouwkosten per vierkante meter en de gebruikskosten per vierkante meter. Dat leidt tot een bepaald bedrag per kind per jaar. Dat bedrag kan daarna naar beneden worden gebracht met drie andere parameters: intensiever ruimtegebruik, dubbel gebruik van de grond - bijvoorbeeld door hoger te bouwen - en door slimmer te bouwen.

Tijdens de jaarbijeenkomst van Bouwstenen voor Sociaal heeft Marc samen met de deelnemers aan zijn workshop een voorbeeldberekening gemaakt voor een school van 220 leerlingen. Zijn eerste vraag: hoeveel

4 Schoolfacilities, januari 2023

vierkante meter per kind vinden we normaal? Het ministerie van OCW gaat uit van een wettelijk minimum van 4 m2 bruto vloeroppervlak per kind, de VNG van 6 m2, de minimale ARBO-norm voor een werkplek is 10 m2 en de praktijk in betere kantoren is meer dan 20 m2 per werkplek, wist Marc het publiek te vertellen. Professionals van scholen en gemeenten vonden 8 m2 nodig.

Kosten vallen mee

Als je die vierkante meters bouwt volgens het Bouwbesluit zijn de bouwkosten gemiddeld een kleine € 2.600,-. Maar als we willen bouwen met het oog op de doelen voor 2050, wat heel gebruikelijk en normaal is, zit je al snel op € 3.500 per vierkante meter. Dat is nog exclusief de grond. Wat betreft de kosten voor onderhoud, schoonmaak, energie en heffingen wordt door het ministerie van OCW uitgegaan van € 67,- per vierkante meter (Londo), maar uit onderzoek van ICS en Berenschot in 2017 blijkt dat die kosten in de periode 2010-2014 al 10 tot 15 % hoger lagen.

Marc: “Als je uitgaat van 8 m2 per kind, € 3.500,- bouwkosten en € 80,- gebruikskosten per m2 dan kom je op ongeveer € 1.700 per kind per jaar. Is dat veel? Het is maar hoe je er tegenaan kijkt. Wonen kost

tegenwoordig ongeveer € 4.500,- per persoon per jaar, een werkplek op een kantoor € 3.700,- en een plek op de kinderopvang tussen de € 1.250 en € 1.500,- per kindplaats . Ik vind dat die kosten wel meevallen. Er valt bovendien nog veel te optimaliseren.”

Dubbel gebruik grond Theoretisch kan een gebouw 5.000 uur per jaar worden gebruikt. In het onderwijs is dit maar 1.000 uur: 20% van de tijd. Als je dit omhoog kan brengen door medegebruik na schooltijd, in de weekends en tijdens vakanties kunnen de kosten over meer partijen worden verdeeld. Hetzelfde geldt voor het intensiever gebruik maken van de grond. Marc: “Veel mensen denken dat wonen boven een school een stadse oplossing is, maar ook in landelijk gelegen gemeenten zie je dat steeds meer”.

Of slimmer bouwen - bijvoorbeeld in de vorm van standaardisering en het bundelen van investeringen - leidt tot lagere kosten is nog niet zeker. Sommige mensen zeggen dat slimmer bouwen 15 tot 20% kan schelen. Anderen betwijfelen dat omdat de ruimtelijke inpassing van scholen altijd een complexe zaak is en standaardisering bij renovatie lastig te realiseren. Zijn er nog andere 'knoppen’ waaraan

gedraaid kan worden om de kosten en baten van onderwijshuisvesting te beïnvloeden? Daar was men in de workshop van Marc nog niet over uitgepraat. Maar die € 1.700,- kan beslist nog omlaag, zegt Marc.

Maatschappelijke meerwaarde

Daarbij zijn er mogelijk allerlei andere maatschappelijk opbrengsten. Wat is bijvoorbeeld de gezondheidswinst bij kleinere klassen en meer bewegingsruimte voor kinderen. Valt hier op jeugdzorg te besparen? Wordt met betere huisvesting ook het beroep van docent aantrekkelijker? Gaan de onderwijsprestaties dan ook omhoog? “Daar weten we nog weinig vanaf”, zegt Ingrid de Moel. “En daar hebben we ook de input van andere disciplines voor nodig. Los daarvan kunnen we volle bak vooruit met het gezond en duurzaam maken van de schoolgebouwen.”

Bijeenkomst Deltaplan Scholen

Eind maart, begin april 2023 organiseert Bouwstenen een bijeenkomst in het kader van het Deltaplan Scholen.Houdt de nieuwsbrief van Bouwstenen in de gaten voor meer informatie.

Schoolfacilities, januari 2023

5 Deltaplan
Intensiever ruimtegebruik % Ruimtebehoefte per kind 8 m² Dubbel grondgebruik 1,00 FSI Slimmer bouwen Kosten per kind Bouwkosten 3.500 m² BVO Gebruiks kosten / m² BVO € 1700,- per jaar bezetting % besparing 0,0 € 80,-

Erasmus opent duurzaamste universiteitsgebouw van Nederland

Door: Schoolfacilities

Het is één van de duurzaamste gebouwen in Nederland en de ruimte voelt tegelijkertijd aan als een oase van rust en inspiratie: met het openen van het nieuwe Langeveld Building heeft de Erasmus Universiteit Rotterdam twee vliegen in één klap geslagen. In het gebouw komen innovatieve technieken en een bijzondere uitstraling samen.

Je hoeft anno 2023 geen wetenschapper te zijn om het positieve effect van groen op het fysieke en mentale welzijn in te zien. Diverse onderzoeken in binnen- en buitenland toonden in de afgelopen decennia aan dat een plantrijke ruimte een stuk inspirerender en gezonder is dan een grijze kantoortuin met systeemplafond. Zo blijkt uit

onderzoek van Wageningen University & Research dat de aanwezigheid van planten in een werkruimte de luchtvochtigheid verbetert, voor betere luchtkwaliteit zorgt en mensen een ruimte als aantrekkelijker beoordelen. Mensen zouden door het groen een positievere instelling krijgen en het eigen functioneren op hogere waarde schatten.

Duurzame technieken

Bij de Erasmus Universiteit Rotterdam (EUR) hebben ze dat goed begrepen. Op donderdag 10 november 2022 werd in de havenstad het gloednieuwe en hyperduurzame Langeveld Building geopend: een groene oase waarin vernieuwende duurzaamheidstechnieken zijn toegepast. Het gebouw wekt zijn eigen energie op dankzij zonnepanelen op het dak, warmtepompen en een warmte-koudeopslag. Er is bij de bouw zo veel mogelijk gebruikgemaakt van gerecycled materiaal. Het meest bijzondere in dit ontwerp is het ventilatiesysteem, dat door wind en zonnewarmte wordt aangedreven. Het is het resultaat van de specifiek op duurzaamheid toegespitste tender, waarmee EUR de lat hoog legde. Het ventilatiesysteem neemt minder ruimte in beslag dan andere, traditionelere systemen. Het zorgt

Schoolfacilities,
6
januari 2023
EUR wil het welzijn van studenten en docenten stimuleren
foto: Aiste Rakauskaite

voor een aangenaam en gezond binnenklimaat en verschaft de continue aanvoer van frisse lucht in het gebouw. Daarnaast verbruikt het systeem 85 procent minder energie en draagt daarmee aanzienlijk bij aan de duurzaamheidsdoelstellingen die EUR zich voornam bij het uitschrijven van de aanbesteding.

voorverwarmd. De lucht komt vervolgens in een tweede schacht omhoog en bereikt vanuit daar de ruimtes. Een derde bouwkundige schacht – de Zonneschoorsteen –zorgt er samen met het Ventecdak vervolgens voor dat de vuile lucht het gebouw verlaat. In het universiteitsgebouw zijn twee van deze systemen gebouwd.”

Earth, Wind & Fire

Dit zogeheten ‘Earth, Wind & Fire’ventilatiesysteem is voortgevloeid uit promotieonderzoek van Ben Bronsema. Het is een concept voor natuurlijke airconditioning, meldt EWF-Lab op haar website. Dit is een stichting die staat voor het versnellen van innovaties op het gebied van natuurlijke klimaatregeling. “Het begint op het dak, waar een dakopbouw wind vangt en in een schacht duwt, al dan niet geholpen door ventilatoren”, legt EWF-Lab op haar website uit in een publicatie over het Langeveld Building. “In die schacht – de Klimaatcascade –wordt de lucht besproeid met water. Dat maakt de lucht schoon en zorgt voor neerwaartse druk. Onderin het gebouw gaat de lucht door een warmtewisselaar en wordt deze naar gelang de gewenste temperatuur

Het energiezuinige ontwerp van het Langeveld Building heeft ervoor gezorgd dat het onderwijsgebouw een BREEAM Outstanding-certificering heeft gekregen; dat is de hoogst mogelijke certificering. Het is daarmee het duurzaamste universiteitsgebouw van Nederland én behoort tot de minder dan 1% duurzaamste gebouwen van het land. BREEAM staat voor Building Research Establishment Environmental Assessment Method en is een belangrijk keurmerk voor duurzame gebouwen.

werk is gegaan: “We hebben samen met Staatsbosbeheer de meest rechte stammen uitgezocht in speciale productiebossen. De toepassing van de ronde boomstammen vraagt meer rekenwerk van de aannemer dan een recht gezaagde kolom, maar een boom in de vorm waarin hij is gegroeid heeft een veel hogere draagkracht.” Groene wanden, klimopachtige planten en echte bomen in de ruimte zorgen daarbij voor een frisse, natuurlijke uitstraling én voor nog meer zuurstoftoevoer en CO2-zuivering. Hiermee zegt de universiteit de natuur naar binnen te willen halen om daarmee een omgeving te creëren die bijdraagt aan het welzijn en de gezondheid van studenten en docenten.

Langeveld

Boomhut

Het esthetische pronkstuk van het universiteitsgebouw wordt gevormd door een houten ‘boomhut’ in het atrium. De ruimte is opgebouwd uit houten trapconstructies en balkons, ondersteund met echte boomstammen. Architect Paul de Ruiter legde eerder aan Architectenweb uit hoe hij hiervoor te

Het Langeveld Building is vernoemd naar Hendrika Maria Langeveld (1926 – 2004). Zij was van 1962 tot 1973 verbonden aan de Nederlandse Economie Hogeschool, voorloper van de Erasmus Universiteit Rotterdam. In die periode, in 1969, werd ze aan de sociale faculteit benoemd als hoogleraar empirische sociologie. Ze werd daarmee de eerste vrouwelijke hoogleraar aan de universiteit. Ze kwam in 1986 terug bij de universiteit, die inmiddels de huidige EUR was gaan heten, en werd hoogleraar emancipatievraagstukken.

Het toekomstbestendige en duurzame universiteitsgebouw is het resultaat van een samenwerking tussen diverse partijen. Zo werkten de architecten nauw samen met BAM en abcnova.

7 Bouwen
Schoolfacilities, januari 2023
Ventilatiesysteem wordt aangedreven door wind en zonnewarmte
Boomhut is het esthetische pronkstuk
foto: Aiste Rakauskaite foto: Aiste Rakauskaite

Gemeente mag afwijken van gelijkheidsbeginsel

Het Didam-arrest heeft er ruim een jaar geleden voor gezorgd dat het voor overheden moeilijker is geworden om, bij het verkopen of verhuren van onroerend goed, met één partij in zee te gaan zonder selectieprocedure. Ook andere partijen moeten kunnen meedingen. De Hoge Raad baseert zich hiervoor op het gelijkheidsbeginsel. Toch is er ruimte voor uitzonderingen.

Met onderstaand stappenplan kan worden nagegaan of de uitgifte toch aan één partij kan worden gegund.

Stap 1: vaststellen of er meerdere (potentiële) gegadigden zijn Een overheidsorganisatie moet bij iedere uitgifte nagaan of daar meerdere gegadigden voor zijn. Om dat vast te stellen, moet aan de hand van objectieve, toetsbare en redelijke selectiecriteria in kaart worden gebracht aan welke eisen gegadigden moeten voldoen. Het doel van de uitgifte is daarbij leidend; criteria mogen niet worden toegespitst op één gegadigde.

Stap 2: bepalen of er sprake is van algemeen belang Dat is het geval in de volgende situaties:

Als een partij een wettelijke taak moet volbrengen en daar alleen toe in staat is als er gebruikgemaakt wordt van de uitzondering met één partij te contracteren. Denk hierbij aan het ter beschikking stellen van gebouwen aan het COA zodat asielzoekers kunnen worden opgevangen. Volgens Europees recht mag

worden afgeweken van het gelijkheidsbeginsel als sprake is van een dwingende reden van algemeen belang, zoals de bescherming van grondrechten, consumenten of de volksgezondheid. Denk aan gronduitgifte voor de bouw van een nevenvestiging van een ziekenhuis, om de bereikbaarheid voor patienten in spoedeisende situaties te waarborgen.

Er kunnen ook andere zwaarwegende redenen zijn. Denk aan verkoop van grond die omringd wordt door gronden van een natuurorganisatie. Als er sprake is van samenhangend leefgebied, kan dat zwaarder wegen dan het gelijkheidsbeginsel.

Belangrijk is dat een gemaakte keuze altijd gemotiveerd kan worden. Wanneer er geen omstandigheden zijn die een uitzondering rechtvaardigen, moet mededingingsruimte geboden worden en een selectieprocedure worden gestart. Dat gaat als volgt:

Stap 3: procedure selecteren

Bij meerdere gegadigden, moet de gemeente bepalen welke selectieprocedure ze wil toepassen. Hier zijn geen voorschriften voor, zolang het maar objectief gebeurt. Zo kan een gemeente besluiten om te selecteren op basis van hoogste prijs, volgorde van binnenkomst of een loting.

Stap 4: bepalen hoe transparantie kan worden geboden Vervolgens moet de voorgenomen uitgifte op passende wijze – zodat potentiële gegadigden worden bereikt – openbaar worden gemaakt via bijvoorbeeld een gemeentelijke website of huis-aan-huisblad.

Als er wordt gekozen voor een openbare selectieprocedure, moet de gemeente uiterlijk aan de start van de aanvraagprocedure mededelen om welke uitgifte het gaat, hoe de selectieprocedure eruitziet, wat de reactietermijn is en welke selectiecriteria gehanteerd worden.

1-op-1 gunnen Ook als een overheidsorganisatie meent dat er één gegadigde is, moet dat in het kader van transparantie openbaar gemaakt worden. In de publicatie moet gemotiveerd worden waarom alleen deze partij als serieuze gegadigde wordt erkend. Als in diezelfde publicatie wordt vermeld dat de uitvoering na redelijke termijn zal volgen, kan dat alleen nog voorkomen worden via de kortgedingrechter.

Jurisprudentie

In de jurisprudentie zijn de volgende uitzonderingssituaties aan de orde geweest. Bij het bouwen van sociale huurwoningen werd het selectiecriterium ‘woningbouwcorporatie’ toegestaan. Verkoop van een perceel aan ProRail werd toegestaan voor de bouw van een onderstation om de stroomvoorziening te waarborgen. En verlenging van een bestaande huurovereenkomst werd toegestaan waarbij de gemeente de belangen van zittende huurders zwaar meewoog.

Deze bijdrage is geschreven door Trudy Spaans, advocaat bij TeekensKarstens advocaten notarissen. e-mail: spaans@tk.nl.

Schoolfacilities, januari 2023 8 Column

Onderwijs waarbij leerlingen zelf leren nadenken

Geen boeken, geen vakken, geen lessen en geen lokalen. Een vooruitzicht dat menig student als muziek in de oren zal klinken. Bij de ICT-opleidingen van het VISTA College in Zuid-Limburg is het de dagelijkse praktijk. Daar werken ze sinds 2020 op basis van van ‘Challenge Based Learning’; een onderwijsconcept waarbij leerlingen vooral zelf leren nadenken hoe een vraagstuk op te lossen.

Op 19 december 2022 vond in Sittard een speciale bijeenkomst plaats, georganiseerd door het VISTA College in samenwerking met Schoolfacilities. De locatie aan de Arendstraat opende haar deuren voor alle geïnteresseerden die wilden leren over Challenge Based Learning (CBL) en over de manier waarop dit concept wordt toegepast bij het ICT Lyceum van het VISTA College. Verschillende betrokkenen die de overgang van begin af aan hebben meegemaakt en deze onderwijsvorm nu dagelijks in de praktijk toepassen, kwamen aan het woord.

Vragen vanuit bedrijven

Binnen het CBL krijgen studenten niet te maken met reguliere vakken en lessen, maar met challenges. De studenten gaan op projectmatige basis aan de slag met vraagstukken uit het bedrijfsleven, die ze volledig naar eigen wens kunnen uitwerken. Ook zitten de studenten bij CBL niet in vaste klassen, maar met alle leerjaren en leerlijnen in een open ruimte waar de docenten tussendoor lopen. Het is er opvallend stil. Veel leerlingen zijn geconcentreerd aan het werk of overleggen op gedempte

Onderwijs 9
Door: Jasper Rooks

toon met elkaar. Softskills-coach Gabrielle Winckers legt uit waarom dat is. “Als we studenten willen laten leren met en van elkaar, ongeacht welke leerlijn, dan moet je ze ook bij elkaar brengen en laten samenwerken met elkaar en met docenten. Dat is wat je hier ziet. Er zijn wel lokalen om aan een groep uitleg te geven of te overleggen, maar in principe is elke ruimte van iedereen.”

Geen aparte vakken

Door niet in aparte vakken te denken, maar de verschillende leerdoelen onder te brengen in diverse challenges, probeert het VISTA College ‘vakoverstijgend te denken’. Niet meer dan logisch volgens onderwijskundig leider Job Meuter: “Als deze studenten straks in het bedrijfsleven werken, moeten ze ook allerlei vakken met elkaar combineren. Dan is het heel gek dat je op je opleiding alles gescheiden krijgt voorgeschoteld.”

Onderwijs

Een voorbeeld van hoe zo’n challenge kan uitwerken wordt gegeven door derdejaars studenten Kieran, Raiko en Cédric van de opleiding Software Development. Zij ontwierpen een slim irrigatiesysteem dat de landbouwsector kan helpen water te besparen. Het systeem van de studenten meet via sensoren in de grond hoe vochtig deze is. Vervolgens wordt deze informatie inzichtelijk gemaakt voor de boer in een smartphone-app. Op deze manier wordt op nauwkeurige wijze bepaald of gewassen al dan niet besproeid moeten worden. De studenten deden dit project in het kader van de Water Innovation Challenge, een wedstrijd die werd uitgeschreven door de Limburgse waterleidingmaatschappijen. Het drietal schopte het tot de finale.

Bewust op je doel af De studenten en hun leerproces staan binnen CBL centraal. “Het product dat ze maken is niet leidend voor ons, het gaat vooral om het leerproces”, stelt coach en docent Milou van Dael. “Een team of student kan een heel goed resultaat halen, terwijl het eindproduct van de challenge er niet komt. We willen dat onze studenten werken met doelen. Dat ze weten waar ze naartoe willen. Of je daar komt, dat vinden we niet belangrijk, maar hoe je er komt wel. Leren van

het proces en je bewust worden van wat je doel is en hoe je dat kunt halen.” De studenten worden dan ook actief betrokken bij het opzetten van de challenges. Meuter: “We organiseren ook hackathons waar we studenten, bedrijven en docenten samenbrengen om voor de opleiding challenges te bedenken. Deze werken de docenten dan verder uit door er leerdoelen aan te koppelen."

Geen gemakkelijke overgang

In 2014 begon het VISTA College met de implementatie van Challenge Based Learning. De overgang vanuit het traditionele onderwijs bleek geen gemakkelijke. “In eerste instantie zijn we heel voorzichtig aan de slag gegaan”, herinnert opleidingsmanager Ben van Empelen zich. “Toen hebben we gezegd: ‘We gaan niet meer mee met de jaarlijkse wisselingen in het onderwijs van korte en lange jaren. Wij geven vier keer negen weken onderwijs’. De eerste verandering die we daarin hebben aangebracht was dat de negende week een projectweek zou worden. Dat was voor iedereen al een gigantische klus, want de meeste mensen hadden nog nooit projectonderwijs gedaan.” Sindsdien is het ICT Lyceum van het VISTA College geleidelijk overgegaan naar steeds meer projectonderwijs. Ook voor de docenten bleek dat geen gemakkelijke stap: “Als we terugblikken op het begin acht jaar geleden en een vergelijking maken met nu, zien we dat bijna 80 tot 90 procent van de teamleden gewisseld is”, vertelt Van Empelen. Onderwijskundig leider Jeroen Cremers kan dat verklaren: “Een docent moet nu een student begeleiden door de juiste vragen te stellen. Dat is een heel andere rol die je moet aannemen. Je vak is niet meer de kern van je bestaan.”

Radicaal andere rol

Dat de rol van docenten radicaal anders is, benadrukt ook Van Empelen: “We zijn een andere groep docenten gaan aantrekken. Vroeger zochten we specialisten. Nu zoeken we mensen die praktijkervaring hebben en kunnen coachen.”

10 Schoolfacilities,
januari 2023

Het zogenaamde dynamic coaching is een belangrijk onderdeel van CBL. Uitgedacht en geïmplementeerd door Meuter en Van Dael is het één van de steunpilaren waar de onderwijsmethode op gebouwd is.

Van Dael: “Het concept van dynamic coaching is voortgekomen uit onze behoefte om in het onderwijs studenten te begeleiden, maar wel vanuit het perspectief van de student. De student is zelf verantwoordelijk voor zijn of haar leerproces en dat wilden we faciliteren. We zijn daarmee gestart vanuit de gedachte van Covey en zijn zeven eigenschappen van effectief leiderschap. Als je die goed doorloopt, sta je zelf aan het roer. Dat hebben we vertaald naar onze coaching binnen het onderwijs.”

Zintuiglijk en met elkaar De wijze waarop wordt gecoacht is heel fysiek en zintuiglijk. Meuter en Van Dael laten zien hoe het in zijn werk kan gaan aan de hand van een ladder op de grond met tien treden.

Studenten geven aan welk doel zij willen bereiken; de laatste trede staat symbool voor dat einddoel. Vervolgens geeft de student aan hoe ver hij of zij op dat moment verwijderd is van het doel, dit is bijvoorbeeld trede 5. “Bij dynamic coaching zitten we eigenlijk nooit, we staan en zijn met elkaar in gesprek. We doen alles samen, altijd in een groep van idealiter vier studenten en een coach. Daardoor kunnen studenten van elkaar leren en elkaar motiveren”, vertelt Van Dael. Door in groepsverband deze doelen te bespreken, komen de studenten erachter wat voor hun medestudenten belangrijk is. Op deze manier kunnen zij elkaar ook helpen en goed samenwerken.

Gestructureerd nadenken

Het visueel in kaart brengen van de verschillende denkprocessen is een belangrijk onderdeel van CBL. De ladder op de grond is daar één voorbeeld van. Daarnaast wordt op het ICT Lyceum gebruik gemaakt

van verschillende bordensets die de studenten gebruiken bij het uitwerken van hun challenge. Deze borden helpen studenten bijvoorbeeld om doelen te stellen, risico’s in te schatten, feiten van meningen te onderscheiden of feedback te geven. “Niet alle borden zijn verplicht op de route. Je gebruikt ze op het moment dat je tegen een knelpunt aanloopt”, legt Winckers uit. Ze zijn vooral bedoeld om gestructureerd te leren nadenken.

Lean based thinking

De bordensets zijn deels gebaseerd op het gedachtegoed van lean based thinking, een veelgebruikt denkkader in het bedrijfsleven. “Het meest interessante aan lean is eigenlijk dat je in een cyclus leert denken. Het cyclusdenken houdt in dat het denken altijd doorgaat en dat je een verdiepingsslag kunt maken met een rondvraag”, vertelt Meuter. Maar omdat lean based thinking een fenomeen is uit het

Schoolfacilities, januari 2023 11
Onderwijs

Onderwijs

bedrijfsleven, moest er nog een vertaling naar het onderwijs worden gemaakt. Daarvoor kwam het VISTA uit bij de ‘denkhoeden’ van Edward de Bono. Deze methode kijkt vanuit zes verschillende perspectieven naar bepaalde vraagstellingen of problemen. Meuter: “We wilden voornamelijk focus aanbrengen in het denken. De studenten moeten leren focussen in hun denkpatronen.”

Allemaal aanwezig

Nu, ruim acht jaar na de introductie, begint het CBL haar vruchten af te werpen. Toch is het nog altijd zoeken naar de optimale vorm. Van Empelen: “Onze studenten en docenten zijn dagelijks allemaal aanwezig van negen tot kwart over drie. Gedurende die uren hebben we veel ruimte nodig en op de andere uren dus helemaal niet. De bezettingsgraad van de ruimte is betrekkelijk laag; zo’n 65 procent van de dag is deze in gebruik. Bij een andere vorm van onderwijs zou je de uren dat iemand aanwezig is of les geeft meer kunnen spreiden over de dag.” Cremers vult aan: “Bij die 150 studenten die tegelijk aanwezig zijn horen zeven à acht docenten rond te lopen met alle expertises die nodig zijn. Alles moet tegelijk plaatsvinden, zodat studenten door kunnen met hun werk. Als je daarin een knip zet, werkt het niet meer. Dan krijg je tussenuren en uren waarin een student op een docent moet gaan zitten wachten. En dan hebben we qua formatie van het aantal docenten-studenten een probleem. Daar moeten we nog iets op verzinnen.”

Paradigmashift

Dat CBL de manier is waarop het VISTA College wil blijven werken, staat echter vast. Cremers: “We zijn continu bezig deze vorm van onderwijs verder te ontwikkelen en ervoor te zorgen dat het onderdeel wordt van het DNA van ons team. Het is geen trucje, maar echt een andere denkwijze. Een andere benadering van studenten.” Hans Meijer, lid van het College van Bestuur van VISTA, ziet ook de bredere maatschappelijke

trend: “CBL is een verschijningsvorm van een grotere beweging die je overal in de maatschappij ziet. Ik denk dat het onderwijs aan de vooravond van een paradigmashift staat. Een paradigmashift in de manier waarop we denken, waarop we onderwijs vormgeven en ook hoe we tegenwoordig werken. CBL is een verschijningsvorm om de student aan zet te hebben.”

Voorbeelden laten groeien De ervaringen zijn tot nu toe in ieder geval positief, ook vanuit de participerende bedrijven. Winckers: “Vroeger kwamen studenten op stage, gingen zitten en vroegen wat ze moesten doen. Ze waren wat reactiever of bijna passief. Nu merken de bedrijven dat onze studenten proactiever aan de bak gaan.” Op de vraag waar Meijer het meest trots op is, antwoordt hij resoluut: “Op alles wat we doen. Onze diplomaresultaten zijn bovengemiddeld. De tevredenheid is bovengemiddeld. Dus de basis hebben we op orde en we hebben in de loop der jaren op tal van gebieden vernieuwingen doorgevoerd, daar zijn we trots op. Aan ons nu de uitdaging om die vernieuwingen te laten groeien en te laten verbreden, zodat deze de standaard worden.”

Het principe van Challenge Based Learning wordt inmiddels bij meerdere opleidingen binnen VISTA ingezet. Ook wordt het ingezet op het VMBO Broeklandcollege in Hoensbroek. Meuter: “Juist de samenwerking met

het VMBO zorgt voor een vernieuwde doorlopende leerlijn waar iedereen op langere termijn profijt van heeft.”

Ook op bezoek of bezoekers ontvangen?

Wilt u ook het VISTA College bezoeken en met betrokkenen in gesprek? Dat kan. Ze ontvangen u graag om hun ervaring met Challenge Based Learning te delen.

En als uw school ook ervaring wil delen, kunt u zich aanmelden bij Schoolfacilities. We komen dan graag bij u op bezoek, samen met andere belangstellenden. Zo leren scholen van elkaar.

Geef uw wensen en mogelijkheden door via bijgaande QR-code.

‘Bijschrift van de foto’ ‘Bijschrift van de foto’

12
Schoolfacilities, januari 2023
Jeroen Cremers Gabrielle Winckers

Computers krijgen tweede leven op Afrikaanse school

Bussen vol computers uit Nederland dragen bij aan de loopbaankansen van jongeren in Afrika. Dankzij gedoneerde hardware van scholen en bedrijven en lesmateriaal van de Afrikaanse Maxim Nyansa Foundation, krijgen al meer dan 30.000 scholieren les op de computer.

De Maxim Nyansa Foundation is een Afrikaanse stichting die verbonden is aan de Nederlandse stichting Climbing the right tree. Deze stichting wil de loopbaankansen van jonge mensen in Afrika verbeteren met behulp van informatietechnologie. Samen met Maxim Nyansa verbetert Climbing the right tree het Afrikaanse onderwijs door de introductie van computers en door het aanleren van ‘21st century skills’.

De stichtingen voorzien scholen van computers die door Nederlandse scholen en bedrijven gedoneerd zijn, lesmateriaal, digitale bibliotheken en trainingen voor de leraren. Al meer dan honderd scholen doen mee in diverse landen in West-Afrika, en al meer dan 30.000 scholieren hebben kunnen deelnemen aan de onderwijs-verbeterprogramma’s.

Lokale samenwerking

Hoe komen de donaties en onderwijsverbeterprogramma’s precies tot stand? Allereerst wordt een Afrikaanse school geselecteerd. Vervolgens wordt het programma met de lokale gemeenschap en docenten voorbereid. De gemeenschap zorgt voor een passend lokaal met de benodigde voorzieningen zoals stroom, maar

ook voor beveiliging van de lokalen en beschermhoezen tegen stof en vuil.

Leerkrachten worden door de deskundigen van Maxim Nyansa opgeleid in het werken met computer en het gebruik van multimedia en ze worden wegwijs gemaakt in de collectie educatieve content. Ook is er een training in technisch onderhoud, zodat zij de meeste storingen zelf kunnen verhelpen. Daarna zijn de leerlingen aan zet. Door het interactieve lesmateriaal en het zelf met computers werken, leren ze op een effectievere manier en gaan ze met meer plezier naar school.

Donaties uit Nederland

Om de kosten laag te houden werken de stichtingen met open source lesmateriaal en gebruikte computers die in Nederland worden gedoneerd door scholen en bedrijven. In Nederland wordt al het werk door vrijwilligers uitgevoerd. Verschillende IT service-bedrijven, zoals BATAC in Nieuw-Vennep, en scholengemeenschappen zoals Stichting Laurentius in Delft, doen mee. Sander Boer, ICT-adviseur bij Laurentius: “Toen ik deze functie kreeg, leek het mij heel logisch dat onze scholen hun computers een tweede leven zouden geven op een school in Afrika.” Na een uitgebreide uitleg over het logistieke proces en de AVG (alle gegevens worden professioneel verwijderd) ging afgelopen maand de eerste bus vol computers vanuit Delft naar Climbing the right tree in Veenendaal. Ook BATAC-eigenaar Werner Wollrabe is enthousiast: “We deden als bedrijf

al veel aan recycling. Maar sinds ik hoorde over Climbing the right tree gaat alle hardware die we bij scholen vervangen naar Afrika. Mooie bijdrage aan verduurzaming toch?” BATAC heeft inmiddels een verzamelpunt geopend waar iedereen in NieuwVennep een computer kan doneren.

Erkende stichting

De gepassioneerde professionals die als vrijwilliger actief zijn bij Climbing the right tree gaan niet over één nacht ijs: de stichting is CBF goedgekeurd en daarmee een erkend goed doel. De Maxim Nyansa Foundation heeft ook haar sporen verdiend. In 2019 kreeg de stichting de FIRE Africa Award op het Internet Governance Forum van de Verenigde Naties en de Afrikaanse Unie nomineerde de digitale bibliotheek in 2021 in de top 50 onderwijsinnovaties van Afrika. Meer

13
Duurzaam
Schoolfacilities, januari 2023
weten of meedoen? www.climbingtherighttree.org www.maximnyansa.com

Nieuw op de markt

Fietsparkeren

Terwijl de fietswereld steeds verder moderniseert, doen fietsparkeervoorzieningen dat ook. Want waar een paar fietsleunhekken op de ene plek het beste tot zijn recht komen, is op een ander terrein een aantal rijen fietsenrekken en –klemmen meer op z’n plaats. Het liefst wil je daarbij natuurlijk zo efficiënt mogelijk omgaan met de ruimte die je voor fietsparkeerplekken hebt. Een maatwerkoplossing is daarom wel zo prettig.

Ieder type fietsgebruiker en iedere ruimte vraagt om een andere fietsparkeeroplossing. Daar zijn er veel van: fietsleunhekken die alle ruimte bieden aan fietsen met kratten of manden, diefstalveilige aanbindvoorzieningen waar zelfs scooters en motoren aan vastgemaakt kunnen worden, fietsenrekken en fietsklemmen die zowel losstaand of aan de muur geplaatst kunnen worden, en natuurlijk fietsparkeerplekken met oplaadvoorzieningen

www.street-stuff.com

Spelend besparen

Leerlingen spelenderwijs kennis laten maken met energiebesparende maatregelen op school; dat kan met Serious Game. Het decor van dit spel is ecologische basisschool ‘De Verwondering’ in Almere. Binnen deze school kunnen leerlingen die het spel spelen vrij bewegen door verschillende ruimtes. In iedere ruimte moeten ze proberen zo veel mogelijk punten te verdienen door de slimste en meest economisch verantwoorde maatregelen te selecteren.

Het spel is in Augmented Realityversie te spelen via de app op je telefoon of tablet. Voortbewegen door de ruimtes doe je namelijk door je telefoon te bewegen in plaats van op knoppen te tikken. Het spel is een speelse manier om een belangrijk thema aan te kaarten bij kinderen. De Serious Energy Game is ontwikkeld door Energy Challenges en te vinden in de appstore.

Gratis laadpalen

Investeren in de verduurzaming van je parkeerterrein, zonder dat het je een cent kost. De elektrische laadpalen van PLUQ worden geplaatst zonder dat besturen daar investeringsbudget voor hoeven vrij te maken. Vervolgens wordt met het ‘charging-as-a-service’-principe gewerkt. De installatie, financiering, het beheer en het onderhoud is de volledige verantwoording van de laadpaalspecialist. Blijkt dat je meer laadpunten nodig hebt, dan kan er zonder bijkomende kosten worden opgeschaald.

Met deze gratis laadpalen draag je als organisatie direct bij aan klimaatdoelstellingen. In 2030 willen onderwijsorganisaties 49% CO2reductie hebben gerealiseerd: met laadpalen op het parkeerterrein zet je een mooie stap richting een volledig verduurzaamde oganisatie. Als het gebouw ‘groen’ wordt, waarom zou het buitenterrein dan achterblijven?

www.energychallenges.nl

www.pluq.eu

14
Schoolfacilities, september 2018 Schoolfacilities, januari 2023

Gebouwinformatie

De duurzaamheidsopgave tilt het informatiemanagement rond gebouwen naar een hoger niveau, blijkt uit de nieuwste Bouwstenen-publicatie voor vastgoeden facilitymanagers. Om scholen te verduurzamen is veel informatie nodig. Niet alleen over de energieprestaties van een gebouw, maar ook over gebouwkenmerken en het gebruik. Al deze informatie geeft betrokkenen houvast om op duurzaamheid in te zetten. Dashboards die data op een heldere manier inzichtelijk maken, helpen daarbij. Wat ook duidelijk is: op dit gebied valt nog veel te ontwikkelen.

In de nieuwe publicatie is een mooi voorbeeld opgenomen van een school in Oss die op een innovatieve manier het binnenklimaat monitort. Daarnaast zijn er artikelen over datagedreven installatiebeheer en het sturen op de energieprestaties van gebouwen. En net als elk jaar bevat ook deze publicatie een overzicht van informatiesystemen die op de markt te koop zijn.

Luchbox van bioplastic

Normaal wordt plastic gemaakt van olie. Deze lunchbox wordt gemaakt van speciaal biomateriaal; een mix van biopolymeer suiker, natuurlijke mineralen (kalk) en wassen (carnaubawas).

Er zitten, anders dan in conventionele plastic, geen gevaarlijke weekmakers in zoals bisfenol A.

De lunchboxen worden in Duitsland gemaakt, met lokale grondstoffen.

In Duitsland gelden strenge milieueisen. Dus zowel op basis van grondstoffengebruik als transport is de CO2-uitstoot beperkt.

De afmeting van de box is 18,5 cm x 12,5 cm x 5 cm en hij kan in de vaatwasser.

De box kost € 14,90 per stuk en is online te bestellen via

www.eco-logisch.nl

1515 Schoolfacilities, januari 2023
‘Bijschrift op de foto’
www.bouwstenen.nl
Nieuw op de markt

De stem van de niet-gehoorde ouders

Het onderwijs is volop in ontwikkeling. Nieuwe onderwijsvormen en personeelstekorten vormen belangrijke uitdagingen. Besluitvorming hierover vindt vaak plaats zonder dat kinderen en hun ouders daarin voldoende worden betrokken. De organisatie Ouders & Onderwijs zet zich in om dit te veranderen.

“We zijn een landelijke ouderorganisatie, dus we zijn er speciaal voor alle ouders die kinderen op school hebben zitten”, vertelt directeur Lobke Vlaming. Ouders & Onderwijs houdt zich voornamelijk bezig met twee zaken. Aan de ene kant worden ouders geholpen die vragen of problemen hebben met het onderwijs. “Er zitten elke dag vier mensen bij ons aan de telefoon om ouders te helpen die om wat voor reden dan ook merken dat het op school niet goed gaat.”

Daarnaast voert de organisatie onderzoek uit, onder meer op basis van de signalen die zij via de telefoon binnen krijgen. Deze onderzoeken worden uitgevoerd door middel van een Landelijk Ouderpanel, dat bestaat uit 8.500 ouders met kinderen op school. Op deze manier probeert Ouders & Onderwijs ervoor te zorgen dat ouders geïnformeerd blijven en dat hun stem wordt gehoord; ook richting politiek en media.

Veel signalen over lesuitval

Recent heeft Ouders & Onderwijs onderzoek gedaan naar lesuitval binnen het voortgezet onderwijs. Dit onderzoek is uitgevoerd samen met dagblad Trouw en het journalistenplatform Investico. Lobke: “Wij kregen veel signalen over lesuitval, soms hele ernstige. Bijvoorbeeld dat bepaalde vakken helemaal niet werden gegeven, of dat er extreem veel lessen niet doorgingen.” Tot nu toe werd dat nergens goed bijgehouden, vertelt ze: “Eigenlijk vinden we dat het landelijk in kaart moet worden gebracht, maar dat was niet zo. Dus we dachten: ‘Dan nemen we daar zelf een voorsprong op’.”

In totaal hebben ruim vijfhonderd ouders uit het Ouderpanel meegewerkt aan het onderzoek. De ouders hebben in september en oktober 2022, vier weken lang bijgehouden hoeveel lesuren uitvielen. Uit de resultaten blijkt de lesuitval in het voortgezet onderwijs gemiddeld 12% te zijn. Dat komt neer op bijna drie uur per week. Meest voorkomende oorzaak van lesuitval is ziekte van de docent en wel in 40% van de gevallen. Vaak weten ouders niet waarom een les uitvalt. Iets minder dan 30% van de ouders geeft aan de oorzaak van de lesuitval niet te weten omdat de reden niet met hen wordt gedeeld.

Extra stressvol voor leerlingen

Zorgwekkende cijfers volgens Lobke: “Gemiddeld 12% is wel veel. Natuurlijk kan er altijd iemand ziek zijn, maar wat we ook zien is dat er geen vervanging meer is. Als iemand langdurig uitvalt, niet een uurtje maar een aantal weken, dan is er eigenlijk niemand meer die dat kan opvangen.” Toetsen en examens gaan daarentegen vaak wel gewoon door. Iets dat toch al tot veel stress en prestatiedruk onder leerlingen leidt. Om de toetsen goed te kunnen maken wordt uitgegaan van veertig uur onderwijs. Dat is inclusief huiswerk. Leerlingen die net iets meer moeite hebben op school hebben misschien wel vijftig uur per week nodig. Als ze dan minder les en begeleiding krijgen wordt het voor hen extra zwaar.

Ouders niet geïnformeerd Wat lesuitval ook lastig maakt is dat ouders hier vaak niet van op de hoogte zijn. Zo geeft 70% van de ouders in het onderzoek aan dat zij door de school niet actief worden geïnformeerd wanneer lessen uitvallen. Ze ontdekken het pas als de situatie al uit de hand dreigt te

Schoolfacilities,
2023 16
januari
Waarom staat mijn kind eigenlijk een 4 voor Duits?

lopen: “En dan denk je, waarom staat mijn kind eigenlijk een 4 voor Duits? Nou misschien omdat die er geen les in krijgt. Dan worden de ouders natuurlijk wel wakker en krijgen ook wij dat te horen.”

Meer lerarentekorten

De vraag wat nu de oplossing is, is een moeilijke vertelt Lobke: “Er moet in brede zin gekeken worden naar het aantal lesuren, ook in combinatie met prestatiedruk bij de leerlingen en de werkdruk bij de leraren. Daarbij moeten we wel goed kijken dat het niet ten koste gaat van de kwaliteit. En er moet natuurlijk een plan komen voor het lerarentekort. Heel vaak gaat dat over het basisonderwijs, maar er is ook een groot tekort op het middelbaar onderwijs en zeker in bepaalde vakken.” De oplossing daarvoor ligt volgens Lobke in de aantrekkelijkheid van het beroep: “We moeten kijken hoe we kunnen stimuleren dat leraren in het onderwijs komen, maar ook in het onderwijs blijven.”

Bij Ouders & Onderwijs zijn ze zeker niet de enigen die zich zorgen maken om het lerarentekort. Daarom hebben zij een manifest opgesteld samen met lerarenvakbond AOb en de internationaal actieve organisatie Defence for Children. De

Meer

boodschap hiervan luidt: ‘Elk kind een bevoegde leraar in 2030’. In het manifest roepen de organisaties de politiek op om zich te committeren aan dit doel. Lobke vertelt: “We vinden dat er heel veel versnipperde maatregelen worden genomen om iets aan het lerarentekort te doen, maar dat er eigenlijk geen landelijke strategie is.” Nu dus aan Den Haag het dringende verzoek om dit probleem aan te pakken met serieuze plannen voor de lange termijn.

Onderwijs 17
Eigenlijk moet het landelijk in kaart worden gebracht.
informatie Lesuitval voortgezet onderwijs (december, 2022) www.oudersenonderwijs.nl
Manifest: ‘Elk kind een bevoegde leraar in 2030’ www.oudersenonderwijs.nl
Lobke Vlaming

Een nieuwe set eisen moet de digitale veiligheid in het basis- en voortgezet onderwijs gaan verbeteren. Op dit moment werkt het ministerie van OCW met diverse partijen samen om een nieuw toetsingskader te ontwikkelen. Onderwijsorganisaties zijn in de toekomst verplicht om hun informatiebeveiliging en privacybeleid te toetsen volgens de criteria van dit kader.

Het ministerie van OCW heeft aangekondigd de komende jaren flink in te zetten op digitale veiligheid binnen het basis- en voortgezet onderwijs. Daarvoor wordt structureel zes miljoen euro uitgetrokken.

Onderdeel van deze brede aanpak van digitale veiligheid is het ontwikkelen van een nieuw normenkader informatiebeveiliging en privacy (IBP). Het middelbaar beroepsonderwijs en het hoger onderwijs werkten al met zo’n kader, maar een dergelijk eisenpakket specifiek voor het basis- en voortgezet onderwijs was er nog niet. De lijst normen wordt samengesteld op initiatief van het ministerie van OCW, in samenwerking met de PO-raad, VO-raad, Kennisnet en SIVON.

Nieuwe, bindende normen in aantocht

Invoering in 2023/2024

Het normenkader IBP voor het basis- en voortgezet onderwijs is inmiddels in concept gereed. Het is de bedoeling dat het in het schooljaar 2023/2024 wordt ingevoerd en dat het een bindend karakter krijgt. Aan het begin van dat schooljaar moeten scholen een eerste nulmeting uitvoeren op basis van de normen. Zodoende weten ze op welke trede van de lader ze staan en welke stappen ze moeten zetten om de dataveiligheid naar een hoger niveau te tillen en aan de normen te voldoen. Naar verwachting krijgen ze daar een aantal jaren de tijd voor.

Nut en noodzaak betwist Nut en noodzaak van een bindend normenkader worden door menigeen op online fora betwist. Zij wijzen bijvoorbeeld op bestuurders die de AVG nu al als overregulering zien en de risico’s van cybercrime nog altijd onderschatten. De vrees bestaat dat

zij zich door de verplichte normen nogmaals bevestigd zien in hun denkbeelden. Dat zou het risico vergroten dat zij ‘de kantjes eraf gaan lopen’ en niet intrinsiek gemotiveerd met het privacyvraagstuk aan de slag gaan. Ze zullen niet bereid zijn een stapje verder te gaan dan noodzakelijk. Mijns inziens hebben de schrijvers op de fora daar een punt; het bindende karakter zou wat mij betreft dan ook niet hoeven.

Een normenkader an sich vind ik geen slecht idee. Ik denk dat het kan bijdragen aan bewustwording doordat het inzichtelijk maakt welke online risico’s er zijn en hoe je die kunt afdichten. Daar komt bij dat een normenkader helpt om structuur aan te brengen in je aanpak om informatiebeveiliging en privacy op niveau te krijgen. In die zin is het een handig hulpmiddel, ongeacht of je nut en noodzaak van informatiebeveiliging onderkent.

Schoolfacilities, januari 2023

18
Door: Bert van de Bovenkamp
Nieuwe eisen voor veiligere digitale omgeving 1 2 3 4 5 Initial • geen of beperkte controls geïmplementeerd • niet of ad-hoc uitgevoerd • niet of deels gedocumenteerd • wijze van uitvoering afhankelijk van individu Repeatable • control is geïmplementeerd • uitvoering is consistent en standaard • informeel en grotendeels gedocumenteerd Defined • control gedefinieerd o.b.v. risico assessment • gedocumenteerd en geformaliseerd • opzet, bestaan en effectieve werking aantoonbaar Managed and measurable • periodieke (control) evaluatie en opvolging vindt plaats • Rapportage management vindt plaats Continuous improvement • self-assessment, gap en root cause analases • real time monitoring • inzet automated tooling volwassenheids niveau’s 5

Ministerie OCW

investeert structureel 6 miljoen

Volwassenheidsmodel als basis

Tot nu toe was de aanpak IBP van Kennisnet grotendeels gebaseerd op de ISO 27001/27002, de wereldwijde standaard voor informatiebeveiliging. Deze norm is dan ook gebruikt als uitgangspunt van de huidige normenkaders binnen het onderwijs. Echter, binnen het onderwijs zijn er steeds meer instellingen die het Volwassenheidsmodel Informatiebeveiliging van de Koninklijke Nederlandse Beroepsorganisatie van Accountants (NBA) als uitgangspunt nemen. Dit normenkader zou beter aansluiten op een cloudgebaseerde digitale omgeving, wat bij steeds meer organisaties de standaard is.

De NBA heeft dit model in 2016 gepubliceerd en in 2019 geactualiseerd. Het model is bedoeld om interne en externe accountants handvatten te geven bij het beoordelen van de zogeheten ‘volwassenheid’ van de informatiebeveiliging van een organisatie. Het is geen normenkader zoals ISO 27001, maar een hulpmiddel om het niveau van de informatiebeveiliging en privacy in kaart te brengen, om vervolgens te kunnen bepalen waar de organisatie staat en wat er moet gebeuren om het gewenste niveau te bereiken.

Voordeel van dit alles is dat de onafhankelijke externe controle van naleving van het normenkader IBP straks kan worden uitgevoerd door de accountant. Het idee is namelijk dat de externe verantwoording over naleving van het normenkader ook wordt meegenomen in het jaarverslag.

Er wordt fors ingezet op digitale veiligheid

Meer investeringen

Het normenkader is niet het enige dat moet gaan voortvloeien uit de bredere aanpak van digitale veiligheid. Zo wordt er ook gewerkt aan de inrichting van een Computer Emergency Response Team (CERT): een ‘digitale brandweer’ waar je terecht kunt bij een cyber-incident. Ook wordt er geïnvesteerd in een veilige digitale infrastructuur. Na eerdere succesvolle DPIA’s (Data Protection Impact Assessments) op onder andere producten en diensten van Microsoft, Google en Zoom, wordt de samenwerking tussen SIVON, SURF en scholen op dit gebied verder uitgebreid. Zo lopen er op het moment van schrijven DPIA’s voor de meest gebruikte personeels- en salarisadministratiesystemen.

Ten slotte wordt ook geïnvesteerd in bewustwording en professionalisering

van schoolbestuurders, schoolleiders, ICT-verantwoordelijken en leraren. Zo komt er bijvoorbeeld meer geld en aandacht voor een centraal scholingsaanbod en cyber-crisisoefeningen; en dat is hard nodig. Zoals al in een eerder artikel beschreven, en ook in dit stuk weer aangehaald, zijn er namelijk nog steeds bestuurders die het naleven van de AVG vooral zien als overregulering. Zij zijn zich te weinig bewust van de risico’s die zij lopen in de huidige tijd van cybercrime. Maar dat die risico’s er zijn, is inmiddels wel evident.

Lees hier meer over het Volwassenheidsmodel Informatiebeveiliging van de NBA

Veilig online 19
Schoolfacilities, januari 2023
Eisenpakket maakt beveiligingsniveau inzichtelijk

Zo stimuleer je lopen en fietsen naar school

Door: Ilja van Holsteijn, Kenniscentrum Sport & Bewegen

Lopen en fietsen naar school zorgt ervoor dat kinderen op een makkelijke manier aan hun beweging komen. Toch gaat niet ieder kind te voet of op de fiets naar school. Wat kan daaraan gedaan worden?

Drie op de vijf kinderen tussen 4 en 11 jaar voldoen aan de beweegrichtlijnen van Kenniscentrum Sport & Bewegen. Van de kinderen tussen de 12 en 17 jaar zijn dat er slechts twee op de vijf. Volgens deze richtlijnen moeten kinderen tussen 4 en 17 per dag minimaal 1 uur matig intensief bewegen. Wie fietst of loopt naar school is dus al een eindje op weg om die richtlijnen te behalen.

De Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) onderstreepte in een recent rapport het belang van bewegen op weg naar school, en ook uit internationaal onderzoek blijkt dat kinderen die zich actief verplaatsen naar school, minder kans hebben op (mentale) gezondheidsklachten. Daarnaast is het natuurlijk beter voor het milieu om te lopen of fietsen naar school.

Waarom niet?

Als een kind niet loopt of fietst naar school, kan dat verschillende redenen hebben. Zo blijkt uit onderzoek van Tilburg University dat sociale omgevingskenmerken een belangrijke rol spelen. Denk aan de sociaaleconomische status (SES) van het gezin, de gezinssamenstelling, -activiteiten en gewoontes van ouders. Ongeveer tweederde van de kinderen op de basisschool loopt of fietst naar school, blijkt uit onderzoek dat is uitgevoerd in opdracht van onder andere kennisplatform CROW. Dat percentage stijgt als het kind ouder wordt, broers of zussen heeft, de route naar school sociaal veilig is en het kind van school direct naar huis gaat in plaats van naar de buitenschoolse opvang of sportactiviteit. Als een gezin meer auto’s heeft, daalt dat percentage.

Cijfers

In wijken van grote steden waar veel gezinnen met een sociaaleconomische status wonen gaat 48% van de kinderen niet met de fiets naar de basisschool. In steden met 40.000 tot 200.000 inwoners is dat 37%. Dit is significant meer dan in wijken met veel gezinnen met een hogere sociaaleconomische status, waar de percentages niet-fietsers op respectievelijk 18% en 23% liggen. Circa 42% van de ouders van kinderen die niet naar school fietsen, geeft aan samen naar school te lopen en 27% geeft aan dat hun kind alleen naar school loopt. Vooral in wijken met een hogere SES in grote steden geven ouders vaak (83%) aan dat kinderen met de auto worden gebracht als ze niet op de fiets gaan.

Schoolfacilities, januari 2023 20

In 2019 fietste driekwart van de 950.000 middelbare scholieren gemiddeld 5,9 kilometer naar school. Maar hoe intensief is deze rit?

Onderzoek in opdracht van Bouwend Nederland laat zien dat lopen en fietsen naar school een belangrijk onderdeel is van de fysieke activiteit van middelbare scholieren, maar dat de intensiteit vaak te laag is om bij te dragen aan de beweegrichtlijnen.

Veilige route

Er zijn verschillende maatregelen die kunnen worden getroffen om meer kinderen te stimuleren actief naar school te gaan. Zo kan het ten eerste volgens Kenniscentrum Sport & Bewegen lonen om een veilige, aantrekkelijke route van en naar school te creëren.

Het eerder aangehaalde onderzoek van de Universiteit Maastricht laat zien dat 40% van de ouders de schoolomgeving en de route naar school als onveilig beoordeelt. Een veilige route is nu juist belangrijk, want als dat niet het geval is, gaan kinderen minder snel op de fiets naar school. Zorgen voor goed onderhouden groen en weinig afval op straat is daarin bepalend. Voor het creëren van meer veiligheid kan bijvoorbeeld een kindvriendelijke beweegroute door de wijk gemaakt worden: een verkeersveilige, autovrije route die specifiek geschikt is voor lopende en fietsende kinderen.

Gemeenten spelen een wezenlijke rol in goed beheer en onderhoud van de schoolomgeving en door schoolzones en de routes naar scholen zo veilig mogelijk in te richten. Het STOPprincipe is één van de manieren om een wijk of buurt zo in te richten dat lopen en fietsen wordt gestimuleerd.

STOP staat voor Stappers, Trappers, Openbaar vervoer en Personenauto’s. Als een wijk volgens het STOPprincipe wordt ingericht, worden deze groepen ook in diezelfde volgorde geprioriteerd. Dat is niet alleen veiliger, maar ook duurzamer.

Denk bij het creëren van een veilige route aan:

• Een fijnmazig netwerk van fiets- en voetpaden

• Vrijliggende voet- en fietspaden naar school

• Veilige oversteekplaatsen en kruispunten

• Stoepen die breed genoeg zijn om elkaar veilig te passeren, ook met een kinderwagen, rolstoel of rollator

• Voldoende fietsparkeerplekken op school

Ten tweede kunnen ook campagnes en doelgerichte activiteiten helpen bij het stimuleren van lopen en fietsen naar school. De sociale omgeving speelt hierbij een belangrijke rol. Het is namelijk van belang om die sociale omgeving - ouders en school - te bereiken en te overtuigen van de meerwaarde van lopen en fietsen naar school. Met een route die aan de ontwerpprincipes voldoet, kan de gemeente of school door middel van activiteiten of campagnes het belang van lopen en fietsen naar school extra onder de aandacht brengen. En zo kunnen kinderen en ouders het in de praktijk ervaren.

Betrokken

Als je als school op een veilige inrichting en activiteiten inzet, is het cruciaal om te zorgen voor de juiste kaders en de borging ervan. Het beleid van de school en de gemeente moet in lijn zijn met wat je probeert te bereiken. Zorg dat alle relevante betrokkenen aangehaakt zijn bij het vormen van dat beleid. Docenten, de ouderraad, ouders en kinderen, het schoolbestuur en de gemeente moeten betrokken zijn.

De gemeente heeft een belangrijke rol in het stimuleren van actief verplaatsen. Als blijkt dat bepaalde plekken in de schoolzone niet veilig of netjes zijn, kan de school daar samen met de gemeente snel actie op ondernemen.

Aan de slag

Wil je aan de slag met een beweegvriendelijke (school-)omgeving en vraag je je af hoe je dat aanpakt? Bekijk dan de volgende instrumenten:

• Schoolpleinscan (Kenniscentrum Sport & Bewegen)

• Stappenplan Schoolzone (Kenniscentrum Sport & Bewegen)

• Bouwstenen van een beweegvriendelijke omgeving (Kenniscentrum Sport & Bewegen)

• Een beweegvriendelijke schoolomgeving (Fietsersbond)

• De Schoolstraat (Fietsersbond)

• Walking4School en Cycling4School (SOAB)

• Fietsen met Zizo (Veilig Verkeer Nederland)

• Aanpak onveilige verkeerssituatie Basisschool DeBuut (Club voor Geweldige Ideeën)

• Factsheet Veilige schoolroutes en -zones (Kennisnetwerk Strategisch Plan Verkeersveiligheid)

Schoolfacilities,
21
januari 2023 Beweging

Gezien &gelezen

Beroepen vergelijken

gunstig arbeidsperspectief. De nieuwe mogelijkheden moeten bijdragen aan de keuzegelijkheid onder jongeren.

www.kiesmbo.nl

Inclusiever onderwijs

Register CO2-meters

Het moment van de waarheid komt er weer aan: op 1 april moeten studenten een definitieve studiekeuze hebben gemaakt. Meestal voelen studenten best aan of ze feeling hebben bij een studie, maar het kan nog knap lastig zijn om per studierichting de banenkans in te schatten.

En daar hebben ze wel degelijk behoefte aan, blijkt uit onderzoek van het Researchcentrum voor Onderwijs en Arbeidsmarkt. Vooral informatie over het startsalaris en de ruimte op de arbeidsmarkt is van meerwaarde. Daarnaast ziet SEO Economisch Onderzoek dat deze informatie voor jongeren met een migratieachtergrond nuttig kan zijn, omdat zij uit hun netwerk minder worden geïnformeerd over salaris, stagekans en kans op werk dan jongeren zonder migratieachtergrond.

KiesMBO.nl heeft daarom de mogelijkheid ingevoerd om beroepen makkelijker te vergelijken op basis van stagekansen, startsalaris en kans op werk. Deze uitbreiding volgt op een verzoek van minister Dijkgraaf, nadat de Tweede Kamer in een motie vroeg om het beter onder de aandacht brengen van beroepen met een

Om samen van inclusief onderwijs de standaard te maken, verdient het onderwerp het om continu onder de aandacht te blijven. Daarom vindt van 6 t/m 10 februari de Week van Inclusief Onderwijs plaats. Tijdens deze week wordt tijdens onlinesessies en activiteiten stilgestaan bij de uitdagingen waar het onderwijs tegenaan loopt.

Ook worden praktijkvoorbeelden behandeld en hoor je van kinderen en jongeren zelf wat er volgens hen nodig is om te streven naar optimaal inclusief onderwijs. Zo is leerlingenparticipatie een leidend thema bij één van de sessies. De vraag die wordt gesteld is: ‘Wat willen kinderen en jongeren met een chronische aandoening, of een verstandelijke of lichamelijke beperking het liefst?’. In een tafelgesprek komen hopelijk oplossingen op tafel.

En wat kan samenwerking met gemeenten betekenen op weg naar inclusiever onderwijs? Pioniers op dit gebied komen samen spreken over succesvolle voorbeelden. Daarnaast komt nog een aantal andere thema’s aan bod tijdens de diverse sessies.

Hebben de klaslokalen op jouw school al een CO2-meter? Vanaf het schooljaar 2023/2024 wordt dat verplicht in ieder lokaal. En hoewel steeds meer onderwijsorganisaties zich bewust worden van het belang van een gezond binnenklimaat, zijn CO2-meters nog niet overal aanwezig.

Zo’n 40% van de scholen heeft nog niet in ieder klaslokaal een meter hangen, stelt de Rijksoverheid. Het kan ook best lastig zijn om de juiste keuze te maken: er zijn veel verschillende CO2-meters op de markt en als leek zie je soms door de bomen het bos niet meer.

Het Nationaal Register CO2-meters van Stichting Binnenklimaattechniek kan daarbij helpen. In dit register kun je precies terugvinden welke CO2-meters goed functioneren volgens vooraf opgestelde criteria. Geen reden dus om nog achter te blijven, en niet in de laatste plaats omdat gezonde luchtkwaliteit evident is: het is essentieel voor optimale prestaties van zowel leraar als leerling.

www.naarinclusieveronderwijs.nl

www.binnenklimaattechniek.nl

‘Bijschrift van de foto’ ‘Bijschrift van de foto’

22
Schoolfacilities, januari 2023

Sportiefste school

Wie heeft het sportiefste onderwijsaanbod? Is het de Campus 013 in Tilburg, het Da Vinci College Lammerschans in Leiden, het Kiem Montessori in Amsterdam of het Stanislas Beweeg vmbo-mavo in Rijswijk? Deze vier scholen zijn de genomineerden voor de speciale editie van de verkiezing ‘Sportiefste VO-school van Nederland 2023’.

De scholen vervullen volgens de organisatoren van de verkiezing een voorbeeldrol op het gebied van inspirerend beweegbeleid. De verkiezing is een initiatief van de Koninklijke Vereniging voor Lichamelijke Opvoeding, Kenniscentrum Sport en Bewegen, NOC*NSF en Stichting Special Heroes Nederland. Zij willen scholen in het zonnetje zetten die een innovatief en uitmuntend sport- en beweegaanbod hebben waarmee ze leerlingen stimuleren een actieve en gezonde leefstijl te ontwikkelen.

Tijdens deze speciale editie is ervoor gekozen om de focus louter op het vmbo te leggen, volgens de organisatie omdat vmbo-leerlingen vaak achterblijven op het gebied van sport en bewegen. Op 19 april beslist de jury tijdens de finaledag op sportcampus Zuiderpark in Den Haag wie de titel krijgt.

Onderwijspodcast

Zijn innovatieprocessen vooraf te bepalen of is het een kwestie van slim ‘voorwaarts stuntelen’? Is kunnen lezen en spellen nog belangrijk vandaag de dag? Bestaat er zoiets als ‘het ideale team’?

Het is een greep uit de vragen die Tjip de Jong zichzelf en anderen stelt in zijn podcast Tjipcast. In deze podcast gaat de onderzoeker/docent wekelijks in gesprek met wetenschappers, schrijvers en professionals uit de praktijk over vraagstukken op het gebied van bijvoorbeeld onderwijsontwikkeling, opleiden en leren in het werk en op school.

De Jong heeft ruim 17 jaar ervaring in PO, MBO, HBO en VO onderwijs in verschillende functies: zo is hij Academic Director van de Master Leiderschap en Innovatie Kind en Educatie en programmaleider onderwijskundig leiderschap aan de Hogeschool KPZ. In de Tjipcast wil De Jong ‘nieuwe antwoorden en ongewone perspectieven verzamelen’ op vragen die hij in de alledaagse praktijk tegenkomt.

www.tjipcast.nl

www.kvlo.nl/sportiefsteschool/

www.kvlo.nl

Duurzame docent

Rosa Groen, docent-onderzoeker bij De Haagse Hogeschool, is uitgeroepen tot de meest docent in het hoger onderwij 2022. Een duurzame docent is een inspirerende vernieuwer die studenten, collega’s en anderen betrekt bij het ontwikkelen en geven van duurzaam onderwijs en nieuwe handelingsperspectieven creëert. De verkiezing van Duurzame Docent is onderdeel van de Dag van de Duurzaamheid Onderwijs.

Rosa is in 2019 gestopt met vliegen en maakt zich er hard voor dat ook binnen de hogeschool docenten en studenten vaker met het openbaar vervoer reizen. Wat haar betreft geldt dat ook voor reizen binnen Europa. Daarnaast werk ze met studenten aan onderzoek rond Vrede, Justitie en Sterke publieke diensten in Den Haag. En aan onderzoek in steden in Europa voor een betere behandeling van arbeidsmigranten en een European Impact Hub; een groot event rond het Europese klimaatbeleid en het Fitfor55 pakket. Dit zal in april 2023 plaatsvinden voor en door studenten van De Haagse Hogeschool.

www.duurzamedocent.nl

Gezien& gelezen 23
Schoolfacilities, januari 2023

Duurzame innovatieve fietsparkeersystemen

Fietsparkeren is op veel scholen een ondergeschoven kindje. Logisch ook met alle opgaven die scholen op hun bordje hebben liggen. Toch is het een gemiste kans als scholen nu niet investeren in een duurzaam fietsparkeersysteem, vindt Ton Kooymans van Dutch Bike Parking Academy en ontwikkelaar van innovatieve fietsparkeeroplossingen. “Met een beperkte investering kunnen scholen ervoor zorgen dat alle moderne fietsen de komende decennia veiliger, efficiënter en netter gestald kunnen worden.”

Ton Kooymans is een man met een missie. Al jarenlang ziet hij met lede ogen aan hoe overal in het fietsrijke Nederland geworsteld wordt met fietsparkeren. De bestaande systemen zijn vaak niet ingericht op het huidige fietsenbestand. Denk aan e-bikes en de bij de jeugd zeer populaire dikke banden fietsen met een voorvork bagagedrager. En inderdaad, wie erop let ziet overal rondslingerende fietsen die op de gekste plekken staan en die niet alleen het uitzicht verpesten, maar vaak ook de doorgang belemmeren. Ook scholen kunnen erover meepraten. Daarom reist hij letterlijk stad en land af om (inter-)nationaal trainingen en workshops te geven.

“Ondanks dat ik zelf al veel kennis heb opgedaan, schrok ik toch van de resultaten van een recent onderzoek van studenten van de Hogeschool Arnhem Nijmegen”, vertelt Kooymans. “Op mijn verzoek hebben ze landelijk onderzocht hoe het gesteld is met de bezetting van de huidige fietsparkeersystemen, met bijzondere aandacht voor scholen. Van de bezochte locaties werd maar liefst negenenzestig procent niet of niet correct benut. Bij de onderzochte middelbare scholen werd zesendertig procent van de wielklemmen en dertien procent van de stuurhangsystemen benut. Als je bedenkt dat van deze scholen vijfenzeventig procent gebruikt maakt van het wielklemsysteem, betekent dit dat minder dan de helft van de beschikbare ruimte goed wordt benut. Dat kan en moet echt anders.”

Tot 40% meer fietsen op hetzelfde oppervlak.

Circulaire fietsparkeersystemen Kooymans realiseert zich maar al te goed dat de focus van schoolbesturen vooral ligt op het aanbieden van goed onderwijs en dat fietsparkeren vaak niet hoog op de agenda staat. “Dat blijkt ook uit interviews die in het kader van het onderzoek zijn

afgenomen. Maar scholen staan ook voor duurzaamheidsopgaven en kunnen het goede voorbeeld geven door te faciliteren dat zoveel mogelijk jeugd op de fiets naar school komt. Dat is gezond en scheelt ook nog eens CO2 uitstoot. Door te kiezen voor circulaire duurzame fietsparkeersystemen waarin letterlijk álle fietsen passen, ontstaat een win-win situatie. Voor de scholen die niet steeds met verouderde systemen worden geconfronteerd als er nieuwe fietsen op de markt komen en die simpel onderdelen kunnen vervangen als dat nodig blijkt. Maar ook voor leerlingen die nu hun fiets wél veilig kwijt kunnen op de daarvoor bestemde plaatsen. Dat scheelt veel schade aan omgevallen fietsen en maakt het fietsdieven moeilijker. En hierdoor komt meer ruimte beschikbaar en de omgeving ziet er minder rommelig uit.”

Practice what you preach

Wat Kooymans in de praktijk ook merkt, is dat er soms onvoldoende kennis is waardoor scholen vaak door de bomen het bos niet meer zien. “Eén van de voor het onderzoek geïnterviewde schoolmedewerkers vertelde dat hij zich afvroeg of de kosten wel opwegen tegen de voordelen van een nieuw systeem. En of er wel voldoende capaciteit is voor bredere rekken. Daarom begin ik mijn workshops ook altijd met het inventariseren van het aantal en typen vervoersmiddelen en breng ik de beschikbare ruimte in kaart. Dat is onderdeel van mijn zogenaamde 5Cmodel. Een eenvoudig rekenschema helpt vervolgens bij de keuze van het juiste fietsparkeersysteem. Als leerlingen hun fietsen wél in de rekken zetten kan dat zomaar tot veertig procent minder parkeeroppervlakte leiden en een verbetering van de kwaliteit van de verblijfsruimte.”

24 Schoolfacilities, januari 2023

“Vroeger kostte een schoolfiets gemiddeld driehonderd euro”, constateert Kooymans. “Een fietsprijs van tweeduizend euro voor een moderne fiets is nu eerder regel dan uitzondering. Het is dan toch niet zo gek dat scholen wat meer budget reserveren zodat deze fietsen gestald kunnen worden in een duurzaam en circulair systeem met een degelijke en veilige aanbindvoorziening? Als ik ervoor kan zorgen dat mijn klanten

door een circulaire en duurzame bril verantwoorde keuzes kunnen maken op het gebied van fietsparkeren ben ik een tevreden mens.”

Meer informatie: www.dutchbikeparkingacademy.com Ton Kooymans: 06 230 10 540

AXLE: hét duurzame fietsparkeersysteem

Het is nu écht op de markt: een duurzaam circulair fietsparkeersysteem dat is ingericht op álle fietsen die op de markt zijn. Ton Kooymans ontwikkelde voor STREET-STUFF! met een jong team ontwerpers de AXLE capaciteitsstalling. Vijfendertig jaar kennis en ervaring komen daarin samen.

Dit innovatieve systeem grijpt iedere fiets aan op de wielas, waardoor de kans op beschadiging minimaal is. Nu er steeds luxere fietsen op de markt komen, is het aantal diefstallen bovendien enorm toegenomen. Verzekeringsmaatschappijen stellen daarom steeds vaker eisen aan aanbindvoorzieningen. Ook daarmee houdt AXLE volgens Kooymans rekening.

“Er is in de ontwikkelfase flink gepuzzeld om ervoor te zorgen dat alle materialen hergebruikt kunnen worden en alle onderdelen makkelijk vervangen kunnen worden. De compacte manier van aanlevering maakt het vervoer efficiënter en dus goedkoper. Maar de grootste winst zit in het elimineren van grondwerkzaamheden bij plaatsing. Hierdoor is de inzet van vervuilende machines niet nodig, is de overlast beperkt en wordt bespaard op de plaatsingskosten. Die zijn bij grondwerk vaak net zo hoog als de aanschaf van de stalling.”

UNO aanleunhek

“Al deze voordelen komen ook terug bij het UNO aanleunhek”, vertelt Kooymans. “We hebben dat speciaal voor middelbare scholen ontwikkeld. Langsliggers die zorgen voor verankering aan de grond, dwingen leerlingen om hun fiets centraal in een unit te plaatsen met een veilige aanbindvoorziening.”

Inmiddels werden al ruim tweeduizend innovatieve AXLE capaciteitsstallingen geplaatst in o.a. Eindhoven (High Tech Campus), Zeist (Sportcomplex Jonathan) en Barneveld. Kooymans: “Dat leverde op sommige plaatsen een capaciteitstoename van vijftig procent op. Uit onderzoek van studenten van de Hogeschool Arnhem Nijmegen bleek dat maar liefst drieënnegentig procent van dit innovatie hoog/laag systeem bezet is. Missie geslaagd.”

Meer informatie: www.street-stuff.com

25 Duurzaam
Schoolfacilities, januari 2023

Om de klimaatdoelen voor 2050 te behalen, is er nog een berg werk te verzetten. Rijk, gemeenten en schoolbesturen zullen daarvoor soms over hun eigen schaduw heen moeten stappen. Gewoon beginnen, is het devies op de Maatschappelijk Vastgoeddag. Transformeren kan je leren.

Begin december is het traditiegetrouw tijd voor de Maatschappelijk Vastgoeddag, georganiseerd door Bouwstenen voor Sociaal. Net als vorig jaar staan schoolgebouwen prominent op de agenda. Dat is nodig, want de opgave is enorm.

Vastbijten

Even terug naar die opgave. Ingrid de Moel, directeur van Bouwstenen, geeft op de Maatschappelijk Vastgoeddag een korte samenvatting: “Vorig jaar hebben we van het netwerk de duidelijke opdracht gekregen ons vast te bijten in schoolgebouwen. Dat zijn plekken met een centrale functie in

beginnen’

de wijk waarbinnen school, gemeente en rijksoverheid allemaal wat vinden en wat willen. Van beleid naar ruimte, van ruimte naar geld en van het geld naar de uitvoering: alle activiteiten van Bouwstenen komen samen in het schoolgebouw.”

Steeds schaarser

Annet Bertram ziet die combinatie van functies ook. Als directeur van het Rijksvastgoedbedrijf weet zij als geen ander hoe vastgoed letterlijk en figuurlijk vorm geeft aan de wereld. En hoewel Bertram aan het hoofd staat van het grootste vastgoedbedrijf van Nederland - met ruim 12 duizend vierkante meter in beheer - ziet ze dat de ruimte schaars is. Rutger Groot Wassink, wethouder vastgoed in Amsterdam, constateert die schaarse ruimte in zijn eigen gemeente maar al te goed. En die wordt enkel schaarser, want we zijn met steeds meer. De beschikbare ruimte moeten we dus flexibel en effectief kunnen inzetten, aldus Groot Wassink. Daarvoor gaan we elkaar echt nodig hebben, benadrukt Bertram, ieder vanuit zijn of haar eigen rol.

Schoolfacilities, januari 2023

Prikkelend

Het belang van samenwerking wordt onderstreept door Bé Schollema, wethouder in de gemeente Westerkwartier, en Bart de Grunt, bestuurder bij mijnplein. “Het werkt alleen als we over onze eigen schaduw heen stappen”, aldus De Grunt. Als schoolbestuurder heeft hij Rijk en gemeente nodig voor investeringen in zijn gebouwen. Ook voor zijn collega-bestuurders heeft De Grunt een paar prikkelende woorden paraat: het is volgens hem namelijk van belang dat je als bestuur in de materie duikt en de relevante informatie over je schoolgebouwen (energieverbruik, aanstaande renovaties, etc.) paraat hebt.

Complexe puzzel

Schollema heeft de puzzel al eens gelegd: als wethouder in aardbevingsgebied had hij razendsnel een oplossing nodig voor zijn schoolgebouwen. Veel tijd aan de tekentafel was er dus niet. Juist dat feit is van belang geweest voor de oplossing. “Soms moet je gewoon beginnen” stelt Schollema. De

26
Door: Bram Pullen
In de schaarse ruimte is de puzzel complex: ‘Gewoon
Francesco Veenstra, Rijksbouwmeester

puzzel is zo complex dat niemand hem echt overziet en al doende kom je er samen toch vaak uit.

En dat de puzzel ook hier complex is, staat vast. Daarvoor is dus ook veel geld nodig, ziet Barbara Joziasse, vicepresident van de Algemene Rekenkamer. Daarvoor is het handig als je de feiten paraat hebt. Joziasse benadrukt nogmaals het belang voor bestuurders om goed inzicht in hun portefeuille te bieden. Het kan volgens haar ook goed zijn om de financieringsstromen nog eens kritisch tegen het licht te houden. Zo kunnen we best eens kijken naar de Lumpsumbekostiging. “Eigenlijk moeten we daar wat mee”, aldus Joziasse.

Stof tot nadenken

Veel om met elkaar te bespreken. Tijdens de Maatschappelijk Vastgoeddag gebeurt dat in verschillende sessies. Hoe ziet een schoolgebouw er bijvoorbeeld uit wanneer je de ambities als uitgangspunt neemt en de bekostiging buiten beschouwing laat? Of kan er een optelsom gemaakt worden van wat al die ambities kosten? Hoe worden uitgaven goed verantwoord? En wat kunnen bestuurders leren van vernieuwers die buiten de gebaande paden zijn getreden en echte verandering tot stand hebben gebracht, over de sectoren heen?

‘We zijn nog lang niet uitgedacht’, is de conclusie na de Maatschappelijk Vastgoeddag. Maar tijdens een dag als deze kom je toch een stuk verder. Rijksbouwmeester Francesco Veenstra is vanuit zijn rol niet bang om een eeuw vooruit te kijken naar het Nederland van de toekomst. Dan is een dag als deze goed om met elkaar stil te staan en richting te bepalen. Zo werk je samen ergens naartoe. Geïnspireerd kan de dag afgesloten worden. Nu maar gauw beginnen, is de gedachte met Schollema in het achterhoofd.

Schoolfacilities,
2023 27 Jaarbijeenkomst
januari
Annet Bertram, Rijksvastgoedbedrijf Rutger Groot Wassink, wethouder Amsterdam

Een oud schoolgebouw wordt als nieuw –

behalve voor de btw

Duurzaam: een begrip dat tegenwoordig niet meer weg te denken is. Het is niet alleen een trend, maar inmiddels ook noodzaak om bij allerlei projecten voor een duurzame aanpak te gaan. Onderdeel van het duurzaamheidsdenken is het zorgvuldig omgaan met vastgoed. Waar voorheen sneller gesloopt en nieuw gebouwd werd, staan transformatie, renovatie en verduurzaming van oude panden inmiddels hoog op de agenda.

Een gemiddeld schoolgebouw is zo’n 40 jaar oud is. Uit het interdepartementaal beleidsonderzoek (IBO) onderwijshuisvesting, uitgevoerd in 2021, bleek dat schoolgebouwen pas na gemiddeld 69 jaar worden vervangen en dat een gemiddeld schoolgebouw een slecht binnenklimaat heeft en niet duurzaam is.

Onderwijshuisvesting verdient dan ook zeker de aandacht. Bij de aanpak van verouderde schoolgebouwen zal de komende jaren niet alleen worden ingezet op nieuwbouw, maar zal ongetwijfeld ook gedacht worden aan ingrijpend verbouwen, renoveren of zelfs transformeren. Hoewel dit bij schoolgebouwen wellicht in mindere mate aan de orde zal zijn dan bij andere typen gebouwen, verdient het toch aanbeveling rekening te houden met de btw-gevolgen die hierbij mogelijk aan de orde zijn. Dit zal bovendien sneller aan de orde zijn als het gebouw naast de onderwijsfunctie ook (een) andere functie(s) krijgt.

Voor de btw-heffing bestaat er een belangrijk verschil tussen een ‘verbouwd’ gebouw en een gebouw dat ‘in wezen nieuw’ is.

Het laatstgenoemde gebouw wordt namelijk gezien als een nieuw onroerend goed, waarvan de levering belast is met 21% btw. Maar wanneer is iets ‘in wezen nieuw’ voor de btwheffing? Is hiervoor beslissend wat in constructief opzicht is gebeurd of spelen ook de uiterlijke wijzigingen van het gebouw, de functiewijziging en de hoogte van de transformatiekosten een rol? Hierover bestond jarenlang discussie. Dit zorgde ervoor dat de Belastingdienst terughoudend was met het innemen van een standpunt en veel btw-ondernemers daarom in onzekerheid zaten op dit punt.

Recent heeft de Hoge Raad in het Wollenstoffenfabriek-arrest hierover duidelijkheid gegeven. Naar het oordeel van de Hoge Raad kunnen alleen de wijzigingen in de bouwkundige constructie, waaronder vervanging (van een deel) van de bestaande bouwkundige constructie, leiden tot de conclusie dat de verbouwing zó ingrijpend is dat daardoor een nieuw gebouw ontstaat. Alle andere factoren – zoals functiewijziging en de hoogte van de verbouwingskosten – kunnen aanwijzingen zijn, maar zijn niet noodzakelijk of doorslaggevend.

Uit dit arrest van de Hoge Raad kunnen we de conclusie trekken dat dus niet snel sprake zal zijn van een ‘in wezen nieuw’ gebouw, hoe vergaand een schoolgebouw ook gerenoveerd wordt. Een andere gevel, nieuwe functie, energiebesparende aanpassingen of compleet andere indeling: daarmee kan een schoolgebouw voor de onderwijsinstelling getransformeerd worden tot nieuw, maar blijft het voor de btw toch oud – en dat is fiscaal gezien vaak niet eens zo verkeerd.

Door: Joanne Ligthart en Machiel van Driel, BTW-INSTITUUT

Deze column is een bijdrage van BTW-INSTITUUT. Voor meer informatie ga je naar www.btwinstituut.nl

‘Bijschrift van de foto’

28
Column

Spe ciaal onderwijs voor hoogbegaafde kinderen is hard nodig

Plak het label ‘handicap’ op hoogbegaafdheid en wie weet krijgen hoogbegaafde kinderen eindelijk de benodigde aandacht. Het is een wanhopige stap die ouders van hoogbegaafde kinderen soms zetten. Hoe kunnen we voorkomen dat zo’n noodgreep nodig is? Gerritje Snip, leerkracht en specialist in het HB-onderwijs en moeder van twee kinderen met hoogbegaafdheid, vindt dat er meer erkenning en geld moet komen voor speciaal onderwijs: “Daarmee zou leed kunnen worden voorkomen.”

Het regulier onderwijs is een kwelling voor sommige hoogbegaafde (hb) kinderen. Ze vallen vroeg of laat uit of lopen zelfs een trauma op omdat niemand opmerkt dat ze speciale aandacht nodig hebben. Omdat niemand hun ‘handicap’ opmerkt. Hilde Sikkema, Jeugd& Gezin Professional bij zorgaanbieder HBpunt, heeft er alle begrip voor dat wanhopige ouders hun kind als laatste strohalm dan maar dit label opplakken. Maar of ze

het ermee eens is? Dat niet. Sikkema, zelf moeder van twee hb-kinderen, maakte in een bijdrage op LinkedIn in november korte metten met deze noodgreep.

‘Laten we wat gezond is niet ziek maken’, schrijft Sikkema in november 2020 op LinkedIn. ‘Hoogbegaafdheid is geen handicap. Het is een talent. Een uitdaging.’ Ze voert autocoureur Max Verstappen op, die niet bepaald behandeld wordt als een gehandicapte. Verstappen laat je niet trainen in de bebouwde kom, niet op de snelweg. Hij traint op een circuit, want: ‘Hij rijdt sneller dan alle andere auto’s, het vraagt een andere techniek om in zo’n auto te rijden, een compleet andere training, een ander team om hem te trainen.’ Hij volgt letterlijk een andere weg.

Speciaal onderwijs

Gerritje Snip en Annemieke Lübbert, beiden moeder van ieder twee hb-kinderen, knikken instemmend als hun de Max Verstappen-vergelijking wordt voorgelegd. Die is zo herkenbaar. De talenten van hb-kinderen komen niet tot bloei in het reguliere onderwijs, zeggen ze in koor. Trainen in de bebouwde kom is niet passend voor

Schoolfacilities, januari 2023 Schoolfacilities, september 2018 Schoolfacilities, januari 2023

29
Gerritje Snip

hen. Snip: “Hoogbegaafde kinderen hebben speciaal onderwijs nodig, waarin ruimte is voor maatwerk. Van gewone leerkrachten op een reguliere school kun je dat niet verwachten. Sommige patiënten zijn in een specialistisch ziekenhuis ook beter af dan in een regionaal ziekenhuis.’

Behalve moeder van 2 hb-kinderen is Snip leerkracht voor de bovenbouw en coördinator van NOVA, een hb-unit die sinds februari 2010 deel uitmaakt van de Anne Frank-basisschool in Leiden. Ze is ook kernteamlid bij HB-scholen.nl, een platform dat zich inzet voor erkenning en structurele financiële ondersteuning voor voltijd HB-onderwijs. Dat platform heeft een achterban van ruim honderd scholen. Daaronder vallen scholen met één (of meer) voltijd hb-klas(sen) en scholen die zich uitsluitend richten op leerlingen die in het reguliere onderwijs zijn uitgevallen. “Wij bieden beide varianten”, zegt Snip. “Wij krijgen helaas ook leerlingen die trauma’s hebben overgehouden aan het reguliere onderwijs.”

Maatwerk voor een speciale doelgroep is een dure vorm van onderwijs. NOVA heeft specialistische leerkrachten en een orthopedagoog in dienst en streeft naar 20 tot 22 leerlingen maximaal per klas. Snip: “Dat is niet ideaal. Vijftien per klas zou beter zijn. En maximaal acht bij een zorg- onderwijssetting. Maar ik kom al geld tekort. Gelukkig erkent mijn bestuur de noodzaak van dit onderwijs en neemt de tekorten op zich. Dat lukt veel besturen niet. Er zijn het afgelopen jaar al zeven voltijdvoorzieningen gesloten.’

Leed voorkomen

Volgens Snip en Lübbert is er in de samenleving nauwelijks begrip voor de belevingswereld van hb- leerlingen in het reguliere onderwijs. Vaak wordt volgens hen gedacht dat hb-kinderen op hun sloffen de basisschool kunnen doorlopen. Dat ze één of twee klassen kunnen overslaan en dan, vol zelfvertrouwen, naar de middelbare school kunnen gaan. Snip: “Helaas is de praktijk vaak anders. Er zou leed

kunnen worden voorkomen als meer vanuit het individu wordt gehandeld. Ik heb in groep 4 een leerling die wiskundige sommen kan oplossen op het niveau van de tweede klas van de middelbare school. Maar hij heeft nog nooit een breuk gezien. Als je hem de juiste tools geeft, kan hij zijn kennis ook gaan toepassen.”

Chinees en schaken

Hb-kinderen moeten extra en anders worden uitgedaagd. Snip: “Dat doen we hier. Je moet als leerkracht ook lesstof durven loslaten als leerlingen die al beheersen. Hb-leerlingen hebben minder instructie, oefening en herhaling nodig. Dus bieden we de reguliere lessen aan in compacte vorm. Dan blijft er tijd over voor verrijkende vakken die andere denkvaardigheden vergen, zoals Chinees of schaken. We hebben daar speciale vakdocenten voor. En we werken vanaf groep 3 met vakoverstijgende thema’s. Tijdreizen bijvoorbeeld, waarin vakken als wereldoriëntatie, programmeren en filosofie aan bod komen.’

Worstelen op school

De kinderen van Lübbert hebben, ogenschijnlijk probleemloos, een gewone basisschool doorlopen. “Er was alleen aandacht voor het cognitieve niveau. En dat ging goed, ze haalden hoge cijfers”, vertelt de moeder van twee.” Dat de jongste apart van zijn eigen klas onderwijs kreeg, wist ze niet. “Hij werd uit de klas gehaald en kreeg extra lessen. Daardoor kwam er een afstand tussen hem en zijn groep en werd hij uit verveling opstandig.” Op de middelbare school ging het toch mis met haar

zonen. Daar werd hun autonomie nauwelijks aanvaard. Lübbert: “Ze moesten meedoen met de groep en dat werkt niet. Mijn zoon wilde geen Duits leren, daar had hij niets aan, vond hij. Dat zou hij toch niet nodig hebben. Het doel moet veel explicieter worden duidelijk gemaakt. Bijvoorbeeld dat je bepaalde formules moet leren om een oplossing te kunnen vinden voor, zeg maar, een soort corona-pandemie.” Haar oudste hield het anderhalf jaar vol op de middelbare school. Haar jongste maar drie weken. Ze vielen terug op thuisonderwijs. Haar oudste heeft zich inmiddels kunnen oppeppen om de school dan toch maar af te maken.

Brandbrief aan politiek

In februari 2022 stuurden de directeuren van HB-scholen.nl een met onderzoek onderbouwde brandbrief naar de betrokken ministers en Commissie Onderwijs van de Tweede Kamer. Ze willen meer politieke aandacht voor de complexe hb-problematiek en voor de schrijnende verhalen. Hb- kinderen uit alle bevolkingslagen en met diverse migratieachtergronden lopen vast in het primair onderwijs. En dat terwijl ze juist zo belangrijk kunnen zijn voor onze kenniseconomie, stellen ze. Van alle thuiszitters in het basisonderwijs is liefst 25 tot 45 procent hoogbegaafd. ‘Dat kan anders!’ Uit het antwoord van de ministers distilleren de schooldirecteuren goede bedoelingen, maar ook te weinig zicht op de complexiteit van de doelgroep. En de urgentie ontbreekt. Ze zijn bang dat in 2023 nog meer voltijd hb-scholen omvallen.

30 Schoolfacilities, januari 2023
Hoogbegaafd

Mariëlle Paul:

‘We kunnen hoogbegaafden niet aan de kant laten staan’

Maatwerk en aandacht voor het individu in het onderwijs: VVD-Kamerlid Mariëlle Paul weet uit eigen ervaring hoe belangrijk dat is. Als portefeuillehouder onderwijs zet ze zich onder andere in voor meer aandacht en geld voor onderwijs voor hoogbegaafden. “Ik ben heel erg geschrokken van de cijfers over thuiszittende hoogbegaafde kinderen.”

VVD-Kamerlid Mariëlle Paul werkte dertig jaar in het bedrijfsleven en was jarenlang zelfstandig ondernemer. Toen ze in maart 2021 in de Kamer kwam kreeg ze aanvankelijk een portefeuille die daar naadloos op aansloot: internationale handel, ontwikkelingssamenwerking, groeifonds, macro-economie en Europese economie. Maar toen haar twee maanden later, vanwege interne verschuivingen, werd gevraagd of ze onderwijs wilde gaan doen, aarzelde ze geen moment. “Onderwijs, daar wilde ik heel graag mee aan de slag. Toen ik naar de kleuterschool ging, sprak ik geen Nederlands. Als kind van migrantenouders weet ik hoe belangrijk bevlogen leraren en passend onderwijs zijn”, vertelt ze in een interview. “Zelf heb ik hele goede ervaringen.”

Al direct werd haar duidelijk dat onderwijs aan hoogbegaafden een ondergeschoven kindje is. Vooral toen ze ontdekte dat van de 15 duizend

thuiszitters meer dan een derde hoogbegaafd is. “Van die cijfers ben ik heel erg geschrokken. In korte tijd ben ik me er sterk in gaan verdiepen. Ik ben naar scholen gegaan – half december 2022 ook naar het NOVA – en heb met leerkrachten gesproken, maar ook met ouders, grootouders en de kinderen zelf. Het is heel bepalend voor hun toekomst of er op scholen enige kennis is van hoogbegaafdheid. Dat het besef doordringt dat die kinderen onderling verschillen. Dat signalen heel snel worden opgepakt en dat daarop actie wordt ondernomen. De een kan het best in een plus-klas worden opgenomen, de ander kan klassen overslaan. Voor weer een andere groep is voltijds HB-onderwijs het meest geschikt.”

Een duizelingwekkende 8.5 miljard euro trok het kabinet in februari 2021 uit voor het wegwerken van leerachterstanden door corona. HB-scholen werden niet genoemd. Is dat niet ontmoedigend?

“Bij het wegwerken van achterstanden wordt een menukaart ingezet met bewezen praktijken. Specifieke doelgroepen worden überhaupt niet uitgelicht. Het idee is dat, voordat coronagelden

worden uitgegeven, een scan wordt gemaakt van een school en een klas en dat dan wordt bepaald wie wat nodig heeft. Of hulp klassikaal moet worden ingezet, of meer gericht op kinderen met psychisch-sociale problemen. HB-scholen en plusklassen maken daar deel van uit.”

In Goedemorgen Nederland van WNL werd u voorgehouden dat, zodra de overheid de geldkraan openzet, commerciële bureautjes die flexwerkers detacheren als paddenstoelen uit de grond schieten. Komt het geld dan wel goed terecht?

“In de meeste gevallen wordt het geld goed besteed. Maar je moet blijven controleren of er geen cowboybureaus tussen zitten. Scholen halen de bureaus die kwalitatief niet in orde zijn er zelf vaak al uit. Er wordt ook, in samenspraak met de sector, gewerkt aan een kwaliteitskeurmerk.’

Hoogbegaafd 31

Er wordt aan gewerkt, zegt u. Een experiment op twee scholen met versneld VWO-onderwijs bleek zo positief dat staatssecretaris Sander Dekker de pilot in 2016 uitbreidde met 24 nieuwe scholen. In mei is de eindevaluatie verschenen: ook positief. Sindsdien hebben we hier niets meer van gehoord. Er wordt aan gewerkt, is dat dan geen dooddoener?

Paul lacht. “Ik kom uit het bedrijfsleven. Ik moet ook wennen aan het trage tempo in de politiek. Ambtelijke molens draaien niet snel.”

Wat kunt u zelf doen als Kamerlid? “Het begint met de zaken benoemen. Bij mijn eerste debat over onderwijs heb ik er voor gekozen, en dat gebeurt niet vaak, om mijn spreektijd aan maar één thema te besteden: onderwijs aan hoogbegaafden. Ik zal, indien nodig, amendementen in blijven dienen. Op 8 december is de laatste aangenomen, waarin voor dit jaar 9,5 miljoen euro extra wordt uitgetrokken voor hb-leerlingen. Ik zal er voor zorgen dat hb-onderwijs op de agenda blijft. Zo moet minister Wiersma duidelijk maken wat hij met VWO-plus van plan is. En ik zal blijven hameren op de preventieve aspecten. Er is te weinig kennis verankerd binnen de opleidingen. Dan denk ik niet alleen aan de Pabo en het Kleuteronderwijs, maar ook aan consultatiebureaus en de voorschoolse opvang. Vroegsignalering is heel belangrijk. Er zijn hb-kinderen die aan suïcide denken. Afschuwelijk. Die kinderen hebben ook recht op persoonlijke groei en geluk. We kunnen ze niet aan de kant laten staan. Dat is ook nog eens kapitaalvernietiging. Ze kunnen immers veel betekenen voor de samenleving.”

Meer over hoogbegaafdheid

Een kind dat superslim lijkt kan een IQ-test laten afnemen. Als de IQ-score hoger is dan 130, is er sprake van hoogbegaafdheid. Met een IQ-score tussen de 120 en 130 wordt de term ‘meerbegaafd’ gebruikt. Een score van 145 of hoger valt in de categorie ‘uitzonderlijk begaafd’.

Uit een Social Science-onderzoek uit 2001 blijkt dat leerlingen met een hoog IQ gemiddeld vaker voor een bèta-carrière gaan, meer verdienen, vaker promoveren en meer wetenschappelijke studies publiceren.

Het onderzoek ‘Hoge kansen, lage cijfers’ uit 2015 van Feniks Talent belicht de keerzijde van hoogbegaafdheid: In Nederland vallen jaarlijks tussen de duizend en drieduizend hoogbegaafde leerlingen uit op de middelbare school. De kans op uitval en voortijdig schoolverlaten is bij hoogbegaafde leerlingen hoger dan bij leerlingen met een gemiddelde intelligentie. De voornaamste obstakels zijn: verveling, zingevingsvragen, communicatieproblemen, onderpresteren en aansluiting missen.

De brandbrief van hbscholen.nl is onder andere gebaseerd op een situatieanalyse van het voltijds primair onderwijs voor hoogbegaafden (februari 2022) van Loek Zonnenberg.

Deel 2 van een documentaireserie van Jan Stap over ‘echt passend onderwijs’ gaat over hoogbegaafde kinderen op de NOVA-unit in Leiden.

Schoolfacilities, januari 2023

32
Hoogbegaafd

Planten in je klas: C02 omlaag

“Juf, de meter is rood!”, roept wederom een kind. In paniek worden de ramen open gedaan en vliegt de warmte naar buiten. Maar de meter geeft tenminste weer een groen lampje. Zucht. Dat de verwarming loeit lijkt onbelangrijk.

Dat rode lampje zegt slechts, dat er in verhouding te veel CO2 is en te weinig zuurstof. Dat is alles. Dus: CO2 moet omgezet worden in zuurstof. Dat doen planten! Met liefde. Zorg dus voor veel planten in je klas. Dan zal de meter minder snel rood uitslaan en kan de warmte binnen blijven. Niet alleen beter voor jouw binnenklimaat, maar ook voor het klimaat van de toekomst.

Ik zie als invaller helaas steeds minder klassen met planten. Want “zo lastig in de vakantie” of “ik heb geen groene vingers”. Dat kan simpel opgelost worden.

Tip: Ieder kind neemt 1 plant van thuis en verzorgt deze, ook in de vakantie. Of schaf zelf een paar grote planten aan en maak er een belangrijk taakje voor de leerlingen van. In de vakantie mag een gezin ze tijdelijk adopteren. Of stek ze zelf met de kinderen. Leer het verzorgen van planten samen met de kinderen. Groot bijkomend voordeel: Kinderen leren meteen verantwoordelijkheid te dragen voor een levend wezen.

Maria Montessori wist dit honderd jaar geleden al. Nog voor de klimaatcrisis. Ik vind dat het juist nu super belangrijk is dat kinderen weer van planten leren houden. Planten produceren zuurstof en absorberen gif en CO2. Planten zijn immers onze voeders. Laten we ze weer verzorgen, van ze leren en waarderen.

Makkelijke en reinigende binnen-planten, die veel zuurstof produceren zijn goud- lady- bamboe- of stokpalm, graslelie, scindapsus (hangplant), lepelplant, aglaonema, jasmijn en aloe vera. Voor in je eigen slaapkamer thuis kan je ook denken aan sanseveria’s en aloe vera, want die produceren 's nachts zuurstof.

Gebruik liever alleen turfvrije potgrond en liever een stekje of biologische plant dan een opgefokt exemplaar vol pesticide en kunstmest.

Elke maand verzint Etske Thie, klimaataanjager bij Flores Onderwijs, een nieuwe duurzaamheidschallenge op de website van Schoolfacilities. Bekijk alle andere challenges van Etske op www.schoolfacilities.nl

33
Schoolfacilities, januari 2023
‘Bijschrift van de foto’
Column

Voorbeeld voor anderen

‘Zat ik hier maar op school’: een veelgehoorde uitspraak van bezoekers van de nieuwe Fridtjof Nansenschool. Dat verbaast ons niks. De Fridtjof Nansen is geen gewone school. Voor de enthousiaste schoolleiding was al snel duidelijk dat hun nieuwe gebouw zo duurzaam mogelijk moest worden en dat dat ook zichtbaar gemaakt moest worden. Hierdoor leren leerlingen over zonneenergie en hergebruik van regenwater.

We troffen hier een ambitieuze opdrachtgever die een stapje verder wilde gaan. Wat een geluk! bbn adviseurs wil duurzame plannen waarmaken en heeft samen met de schoolleiding gezocht naar financieringsmogelijkheden om het gebouw energieneutraal te maken. Geen gemakkelijke zoektocht. Mede doordat de school bereid was om bovenop het gemeentelijk budget zelf meer te investeren, is het wel gelukt. Veel zweet en (vreugde)tranen later staat aan de Nansenplaats in Ommoord, Rotterdam een voorbeeld voor andere scholen.

Bij binnenkomst in de centrale hal vallen meteen de zonnepanelen in het glazen dak op. Even verderop zie je dat iedere lesruimte een deur naar buiten heeft en kinderen enthousiast bezig zijn met het oppompen van opgevangen regenwater om dit naar een wadi te leiden: een opslag- en infiltratievoorziening. De school is een plek waar nieuwe generaties leren over duurzaamheid in de praktijk. bbn adviseurs is dan ook trots op dit bijzondere gebouw en deze bijzondere opdrachtgever.

Ben je leergierig geworden en wil je meer weten over hoe bbn kan helpen bij het waarmaken van duurzame plannen voor scholen? We vertellen je graag meer.

www.bbn.nl

Norm voor waardesturing

De nieuwe norm NEN 8026 biedt een methode voor meer waardegestuurd beheer van jouw gebouwen. Het idee achter de norm is dat de eigenaar van een gebouw vooraf aangeeft op welke waarde moet worden gestuurd. Het waardenkompas is richtinggevend voor het (planmatig) onderhoud van het gebouw. Het kan daarbij gaan om waarden die te maken hebben met:

Techniek en functioneren: de mate waarin het aan de wet voldoet, de veiligheid, gezondheid, bruikbaarheid, beschikbaarheid, betrouwbaarheid en toegankelijkheid van een gebouw en of het goed te onderhouden is.

• Kosten en baten: de mate waarin wordt gestuurd op economie, financiën, rendement, marktwaarde, toekomstwaarde, gebruikswaarde en belevingswaarde.

Leefomgeving en maatschappij: hier gaat het om esthetica, cultuurhistorische waarde, leefbaarheid, bereikbaarheid, duurzaamheid, circulariteit, ecologie, energieverbruik, klimaatadaptatie en inclusie.

De eisen kunnen per gebouw worden uitgewerkt op basis van de beleidsdoelen van je organisatie, de kenmerken van het gebouw en het beschikbare budget.

In de norm wordt voor alle managementniveaus (bestuurlijk, strategisch, tactisch en operationeel) aangegeven welke data en informatie minimaal nodig zijn om waardegericht te kunnen sturen en welke rollen erbij betrokken zijn.

Wil je de norm inzien, dan kan dat via de website van de NEN. Tot 1 maart 2023 kun je ook input leveren op de conceptnorm. Voor meer achtergrondinformatie of uitleg kun je contact opnemen met Johan Smit, Principal Consultant bij Helix Advies.

www.helix.nl

Lumia van Rentokil

Schoolfacilities, september 2018

Lumia van Rentokil Schoolfacilities, januari 2023

34
Partners

Huisvesting bij hybride agile werken

Door de coronacrisis is het hybride werken in een stroomversnelling gekomen. Hieruit is hybride agile werken ontstaan: een combinatie van hybride werken en de opkomende werkvorm agile werken. Doordat dit een nieuwe werkvorm is, bestaat hiervoor nog geen uitgewerkt huisvestingsconcept. Er komt echter steeds meer vraag naar.

Bij het huisvestingsconcept zijn er een aantal afwegingen die besproken moeten worden. Dit zijn vragen waar je als organisatie over na moet denken, wanneer je het huisvestingsconcept implementeert. Welke stappen moeten worden doorlopen om tot een passend en toekomstbestendig huisvestingsconcept te komen dat hybride agile werken ondersteunt? Speciaal voor organisaties die stoeien met dit thema heeft Aestate een whitepaper gemaakt. Door theorie en praktijk aan elkaar te koppelen heeft Aestate een stappenplan ontwikkeld, waarin richting gegeven wordt aan de weg naar een passend hybride agile huisvestingsconcept. Door middel van tips en een integrale denkwijze helpen wij jou graag een stap dichter bij een passende huisvestingsoplossing.

Neem voor meer informatie vrijblijvend contact op met Pity Jongens www.aestate.nl

Integraal energieneutraal

De dynamische energiemarkt heeft de verduurzaming van maatschappelijk vastgoed tot een nog grotere uitdaging gemaakt. Dat stelt Peter de Wilde, manager vastgoed bij SRO regio Eemland. SRO beheert en exploiteert maatschappelijk vastgoed. De Wilde: “De gemeente Amersfoort heeft een duurzaamheidsvisie met een routekaart voor de kernportefeuille van circa zeventig gebouwen, die in 2030 volledig CO2-neutraal moeten zijn. We doen tien gebouwen daarvan zelf om alvast vaart te maken. De andere, waaronder grote (multi-functionele) accommodaties, wijkcentra en kinderdagverblijven, zijn in de markt gezet met een prestatiegerichte aanbesteding. Uiteindelijk komen eind 2023 vijf partijen uit de procedure. Dan hebben we nog zes jaar voor de realisatie.”

De Wilde vindt de keuzes die organisaties bij het verduurzamen maken niet altijd gelukkig. “Regelmatig zie je afspraken op maatregelniveau: honderd zonnepanelen op het dak. Maar energieneutraal zijn, gaat om de totale optelsom van opwekken en verbruik. Als je minder gas verbruikt, stijgt het elektriciteitsverbruik; hoe valt die balans uit? Bovendien: als die elektriciteit niet groen maar grijs is, behaal je nog steeds niet je doel. We hebben afgesproken dat de huurder maximaal 75% van het bedrag aan lagere energiekosten betaalt aan huur, de resterende 25% is ook de speelruimte bij tegenvallers. In het slechtste geval speelt een huurder quitte. En we kijken naar de buren: in welke buurten is sprake van stroomtekort en waar blijft juist elektriciteit over? Als SRO hebben we kennis op allerlei niveaus. We gaan graag in gesprek met gemeenten in onze werkgebieden over (joint-venture-)samenwerking.”

www.sro.nl

Lumia van Rentokil

Lumia van Rentokil

Schoolfacilities, januari 2023

35
Partners

KIES JE CARRIÈRE

Speciaal traineeprogramma

Bij Bouwstenen start in september 2023 een tweejarig traineeprogramma speciaal voor functies rond onderwijshuisvesting en ander maatschappelijk vastgoed.

Het programma helpt jongeren onder de 30 jaar aan een flitsende start van hun carrière. Ze komen in dienst bij een school, gemeente of bureau en werken samen aan een vernieuwende opdracht.

Stuur een mail naar trainee@bouwstenen.nl of bel met Saskia Schouten (033-2584327) als je:

• als trainee aan de slag wilt

• als organisatie een jonge medewerker deze kans wilt bieden

• of als opleiding een mooi aanbod hebt voor trainees.

Kies je carrière

Schoolfacilities, juni 2022