

Energie Management Actieplan
CO2-Prestatieladder

Versie 2.0

Organisatiegegevens:
Organisatie
Arriva Personenvervoer Nederland B.V. KVK nummer 30124575
Vestigingsadres Trambaan 3 8441 BH Heerenveen
Postadres Postbus 626 8441 AP Heerenveen
Telefoonnummer 088-2775855
Contactpersoon en opgesteld door:
Voor- en achternaam Berber Dotinga Functie Manager Duurzaamheid Email duurzaamheid@arriva.nl
Versie en periode:
Versie 2.0
Periode 2025
Classificatie Openbaar
Dit Energie Management Actieplan is opgesteld in het kader van de CO₂-Prestatieladder.
Akkoord directie:
Naam: A.B. Hettinga RA
Functie: Voorzitter Raad van Bestuur
Datum: 25 Augustus 2025
Handtekening:


Inhoudsopgave
1. Inleiding Arriva Nederland ...................................................................................... 4
2. Inzicht energiestromen en -verbruik...................................................................... 5
Identificatie van de energiestromen (1.A.1) ..................................................................... 5
Identificatie van de energiestromen kwalitatief (1.A.2.) 6
Energiestromen kwantitatief in kaart gebracht (2.A.1.) ........................................... 7
De lijst is volledig en wordt actueel gehouden (1.A.3 en 2.A.2) ............................ 7
Een analyse op hoofdlijnen van het huidige en historische energieverbruik 7
Identificeren en analyseren van de faciliteiten, apparaten of processen met een significante invloed 8
Het identificeren en vastleggen van kansen voor verbetering van de energieprestatie 8
3. Reductie....................................................................................................................10
Kwalitatief en kwantitatief omschreven doelstelling (2.B.1, 3.B.1) ............................. 10
Doelstelling alternatieve brandstoffen en/of groene stroom (2.B.2) 10 Scope 3 reductiedoelstelling (5.B.1.) .............................................................................. 11
4. Monitoren, meten, analyseren en evalueren........................................................12
5. Afwijkingen en corrigerende maatregelen...........................................................13

1. Inleiding Arriva Nederland
Dit Energie Management Actieplan is opgesteld voor Arriva Personenvervoer Nederland B.V., hierna te noemen Arriva. Arriva verzorgt personenververvoer en is actief in diverse Europese landen. In Nederland telt Arriva in 2025 zo’n 4780 medewerkers die samen werken aan 500.000 reizen per dag. Naast trein- en busvervoer is Arriva actief in de Nederlandse touringcarbranche onder de naam Arriva Touring. Arriva Touring verzorgt ook het busvervoer op Amsterdam Airport Schiphol aan zowel air-side als land-side.

Arriva staat als vervoerder midden in de samenleving. We besteden veel aandacht en tijd aan de hoogst mogelijke kwaliteit van ons openbaar vervoer en daar houdt onze verantwoordelijkheid niet op. Wij willen een waardevolle bijdrage leveren aan onze samenleving als geheel. Hier zetten we ons iedere dag weer voor in.

We werken dag in dag uit aan onze doelstellingen voor het klimaat en de leefomgeving. Met grote en kleine stappen bewegen we naar ons doel om vanaf het jaar 2025 CO₂-neutraal te zijn. Dit actieplan gaat nader in op onze doelstelling en de stappen die we zetten om dat doel te bereiken.


2. Inzicht energiestromen en -verbruik
Identificatie van de energiestromen (1.A.1)
Voor de inventarisatie van de verschillende energiestromen binnen onze organisatie hebben we een onderverdeling gemaakt in emissies onder scope 1 en scope 2 conform handboek 3.1 van de CO2Prestatieladder. Zakelijk reizen valt onder scope 3, evenals de registratie van een aantal van onze afvalstromen. Dieselverbruik door onze leaseauto’s zijn meegenomen onder scope 1 emissies omdat deze categorie als eigen voertuigen is aangemerkt.
Per scope hebben we onze energiestromen geïnventariseerd. Deze inventarisatie is tot stand gekomen vanuit een uitgebreide analyse met verschillende afdelingen. De afdeling inkoop, heeft een cruciale rol uitgevoerd. Alle energiestromen die worden gebruikt worden tenslotte ingekocht en zijn daardoor bekend bij onze inkoopafdeling.
Scope 1: directe emissies
Onder scope 1 vallen de directe emissies die de organisatie zelf uitstoot. Binnen onze organisatie gaat dat over het brandstofverbruik van de voertuigen (bus, trein en auto’s) en het gasverbruik op onze vestigingen. Onder scope 1 hebben we onderstaande energiestromen in kaart gebracht:
1.A Dieselverbruik bussen (inclusief touringcars)
1.B HVO-verbruik bussen
1.C CNG-verbruik bussen (tot en met 2024)
1.D Dieselverbruik treinen
1.E HVO-verbruik treinen
1.F Dieselverbruik bedrijfswagens/leaseauto’s
1.G enzineverbruik bedrijfswagens/leaseauto’s
1.H Gasverbruik vestigingen
1.I Koudemiddelen van onze panden, treinen, bussen en leaseauto’s
1.K Waterstofverbruik bussen
Dieselverbruik van zowel bussen, treinen en bedrijfswagens is verantwoordelijk voor het grootste deel van onze CO2-uitstoot.
Scope 2: indirecte emissies
Onder scope 2 vallen de indirecte emissies van een organisatie die vrijkomen bij het opwekken van energie die nodig is voor de eigen organisatie. In deze scope valt daarom het elektriciteitsverbruik van onze elektrische voertuigen en het elektriciteitsverbruik op onze vestigingen:
2.A Elektriciteitsverbruik elektrische bussen
2.B Elektriciteitsverbruik elektrische treinen
2.C Elektriciteitsverbruik elektrische bedrijfswagens/leaseauto’s
2.D Elektriciteitsverbruik vestigingen (inclusief elektraverbruik/opwek door zonnepanelen)
Scope 3: overige indirecte emissies
Onder scope 3 vallen de overige indirecte emissies die ontstaan door activiteiten van de organisatie, maar niet direct aan de organisatie zijn toe te wijzen. Voor kwalificatie tot trede 3 van de CO2Prestatieladder zouden we alleen de emissie van zakelijk reizen mee moeten nemen. Echter, hebben

wij sinds het jaar 2022 (over het jaar 2021) ook onze afvalstromen geregistreerd. Daaruit zijn de volgende energiestromen te halen:
3.A Zakelijke reizen met openbaar vervoer
3.B Zakelijke reizen vliegen
3.C Zakelijke reizen auto
3.D Afvalstromen
Vanaf trede 5 gaat de verantwoordelijkheid nog verder. Voor onze scope 3 hebben we daarom de volgende energiestromen extra geïdentificeerd:
3.E Woon- werk verkeer
3.F Onderaannemers
3.G Inkoop
3.H Voor- en na transport passagiers.
Het proces van identificatie en de te nemen stappen om op alle scope 3 onderwerpen te reduceren, staat op pagina 11. Voor het nieuwe handboek werken we aan het aanpassen van de eenheden in de kwantificering. We werken van spend based, naar daadwerkelijke uitstootcijfers.
Identificatie van de energiestromen kwalitatief (1.A.2.)
In onderstaande tabel zijn de verschillende energiestromen in kaart gebracht over het jaar 2024. Deze energiestromen zijn weergegeven per bedrijfsonderdeel. De energiestromen zijn uitgedrukt in Finale energie [GJ]. In de tabel is onderscheid gemaakt in de scope 1, 2 en 3 emissies.


Energiestromen kwantitatief in kaart gebracht (2.A.1.)


De lijst is volledig en wordt actueel gehouden (1.A.3 en 2.A.2)
Energiestromen kunnen voortdurend wijzigen. Daarom stellen wij hoge eisen aan het up-to-date houden van de energiestromen en de data rondom energieverbruiken. Het actueel houden van energiestromen en verbruiken is vastgelegd in een proces. Per 2024 hebben we geen waterstof trein en stadsverwarming meer. Per 2025 hebben we geen CNG bussen meer in onze vloot.
Een analyse op hoofdlijnen van het huidige en historische energieverbruik
De verschillende energiestromen van onze organisatie zijn in kaart gebracht. In onderstaande tabel (weergave referentiejaar 2019, en vervolgens 2023 en 2024) is per energiestroom aangegeven voor hoeveel energie (GJ) de energiestroom is gedaald of gestegen ten opzichte van het referentiejaar en het jaar voor het auditjaar 2024 Hieruit komt duidelijk naar voren dat we 56% minder energieverbruik hebben in scope 1 bij brandstoffen en warmte. Dit is voornamelijk gas verbruik. Onze CNG bussen hebben we steeds minder ingezet en uiteindelijk ook verkocht in 2024.
Een aantal onderwerpen lijken gestegen. Voor scope 2 elektriciteit is dit logisch gezien we veel meer met ZE bussen rijden. Zo hebben we een stijging van 38% tussen 2023 en 2024. Dit komt doordat we een nieuw contract, Twente/ZHO, rijden sinds december 2023 waarin we met elektrische bussen rijden. Verder zijn in scope 3 meer zaken meegenomen dan we eerst in 2019 rapporteerden. Zo rapporteren we bijvoorbeeld per 2023 bij scope 3 brandstoffen en voertuigen en schepen, ons verbruik op Schiphol en van de Drielandentrein. Ons verbruik wordt elk jaar gedetailleerder, wat ervoor kan zorgen dat het lijkt alsof we meer uitstoten.

Identificeren en analyseren van de faciliteiten, apparaten of processen met een significante invloed
Alle energiestromen, met uitzondering van de energiestromen gasverbruik vestigingen, elektriciteitsverbruik vestigingen en de drie stromen voor zakelijke reizen, zijn direct toe te schrijven aan onze corebusiness (significante energiegebruikers): het rijden van treinen en bussen. Het energieverbruik is direct toe te wijzen aan het rijden van kilometers in een dienstregeling. Het aantal kilometers is samen met de aandrijvingstechniek de belangrijkste variabele die van invloed is op zowel het energieverbruik als de CO₂-uitstoot. Als voorbeeld van de effecten van het elektrisch rijden ten opzichte van diesel en HVO is in onderstaande tabel een vergelijking gemaakt tussen het gemiddelde energieverbruik en de CO₂-uitstoot van 100 kilometer rijden met elektrische en diesel en HVO bussen.
Ook voor de energiestromen van het zakelijk reizen geldt dat ze direct kunnen worden toegeschreven aan het gemaakte aantal kilometers per vervoersmodule.
Eén van de variabelen die ook in zekere mate een rol speelt is het rijgedrag van onze bestuurders. Hiervoor maken wij gebruik van eco-coaches. Dit zijn speciaal opgeleide coaches in dienst van Arriva die onze bestuurder tips en trucks geven om zo comfortabel, veilig en zuinig mogelijk te rijden.
Het energieverbruik voor gebouwen is maar een heel klein deel van ons energieverbruik. Het blijft noodzakelijk om ook dit deel van de organisatie te verduurzamen op basis van de EED richtlijnen en andere wettelijke verplichtingen. Het elektriciteit- en gasverbruik van onze vestigingen is toe te schrijven aan verschillende bronnen en apparatuur. Om dit in kaart te brengen is in 2020 een energiebeoordeling uitgevoerd middels een selecte steekproef onder 30 verschillende panden. De beoordeling van onze panden is uitgevoerd conform de EED richtlijnen. Uit deze uitgebreide energiebeoordeling zijn de verbruiken per type verbruiker geïnventariseerd en verduurzaamd of gerecycled waar een apparaat niet meer nodig was
Een belangrijke variabele in zowel het gas- als elektraverbruik van onze panden is de gebruiksduur van apparatuur. Om zo goed en efficiënt mogelijk met onze energie om te gaan zetten we in op twee aspecten. Allereerst voeren we technische ontwikkelingen door zoals sensoren. Hiermee voorkomen we dat bijvoorbeeld verlichting onnodig aan blijven staan. Tot slot stimuleren wij onze medewerkers zelf zo zuinig mogelijk om te gaan met energie. De groenste energie is tenslotte de energie die wij niet gebruiken.
Het identificeren en vastleggen van kansen voor verbetering van de energieprestatie
De laatste jaren hebben we sterk ingezet om het vervoeren van personen zo zuinig en efficiënt mogelijk te doen. Naast de keuze in materieel, is de manier waarop we rijden van belang. Zo hebben we het programma ‘Driving Arriva’. n dit programma coachen we, doormiddel van onze eerder genoemde eco-coaches, onze chauffeurs, op basis van de nieuwste data en technieken, om zo comfortabel, veilig en zuinig mogelijk te rijden. Zo hebben we extra focus op het tijdig vertrekken, anticipatie onderweg en het beperken van onnodig stationair draaien.

Ook voor onze huisvesting kijken we zoveel mogelijk naar duurzame oplossingen. Zo hebben onze vestigingen in onder andere Leeuwarden, Meppel, maar ook de garage in Maastricht zonnepanelen. Binnen de vestigingen gebruiken we sensoren om het waterverbruik te beperken en ledlampen en bewegingsmelders om de energieconsumptie te laten dalen.
Natuurlijk doen we aan afvalscheiding waarmee we ons restafval aanzienlijk verminderen en hergebruik bevorderen.
Bij nieuwbouw is het klimaat een structureel onderdeel van de opdracht. Zo is de nieuwe werkplaats in Doetinchem vrijwel zelfvoorzienend qua energieverbruik. Deze werkplaats is gasloos en voorzien van zonnepanelen. Onze huisvesting is echter slechts voor 2 procent van ons totale energieverbruik verantwoordelijk. We geven aan het reduceren van het verbruik op deze energiestroom dan ook minder prioriteit dan aan het reduceren van gebruik van fossiele brandstoffen voor het vervoer. Desondanks zien wij daar wel degelijk kansen om substantiële hoeveelheden energie te besparen. De helft van het energieverbruik op onze vestigingen gaat op aan het gasverbruik. Dit willen we de komende jaren reduceren tot nul door alle vestigingen gasloos te maken. Hiervoor nemen wij als maatregel dat bij het kopen of huren van nieuwe panden, maar ook in onze huidige panden, bij het vervangen van Cv-ketels uitsluitend verwarming middels een warmtepomp of airco toe te passen.
Verlichting is veruit de grootste verbruiker van elektriciteit in onze vestigingen (29%). De laatste jaren zijn de meeste vestigingen uitgerust met LED-verlichting en sensoren. Andere verbruikers waar besparingsmaatregelen mogelijk zijn, zijn compressoren (5%), airconditioning (5%), printers (3 %) en huishoudelijke apparatuur (groot 8%, klein 6%).
Schatting toekomstig energieverbruik n ons duurzaamheidsbeleid speelt het reduceren van onze CO₂-uitstoot een belangrijke rol. In de meeste gevallen wordt deze energiereductie gerealiseerd doordat elektrische bussen minder energie verbruiken dan dieselbussen. Deze trend hebben wij verwerkt in onze geschatte toekomstige CO₂uitstoot. Hierin hebben wij onze doelstelling, die uitvoering is beschreven in het volgende hoofdstuk, meegenomen.
De belangrijkste verwachtingen voor ons energieverbruik de komende 6 jaren zijn :
• Een verdere reductie van ons diesel energieverbruik en CO₂-uitstoot door het verlagen van ons dieselgebruik door de inzet van ZE/elektrisch materieel.
• Een reductie van onze CO₂-uitstoot door het verlagen van ons dieselgebruik door het inzetten van een alternatieve brandstof zoals HVO.
• Een reductie van ons energieverbruik en CO₂-uitstoot door het verlagen van ons gasverbruik door de inzet van warmtepompen en/of airco’s
• Een reductie van de uitstoot die gepaard gaat met zakelijk reizen door de inzet van een mobiliteitsbeleid dat zich richt op het gebruiken van het ov voor zakelijke reizen en, als het nodig is, te reizen met ZE leasematerieel.
Met het meenemen van onze reductiemaatregelen werken wij de komende jaren toe naar een verlaging van ons energieverbruik en CO₂-uitstoot. De schatting van onze toekomstige CO₂-uitstoot is in onderstaande afbeeldingen schematisch weergegeven. Onderstaande grafiek toont onze verwachte CO₂-uitstoot, waarin onze reductieplannen zijn verwerkt, voor jaren 2019-2030.


3. Reductie
Kwalitatief en kwantitatief omschreven doelstelling (2.B.1, 3.B.1)
De directie van Arriva heeft een duidelijke doelstelling opgesteld: Arriva Nederland werkt vanaf 2025 CO₂-neutraal. Daarbij zetten we in op 90% CO₂-reductie en de overgebleven CO₂-uitstoot (10 procent ten opzichte van 2019) compenseren we door onder andere de aanplant van bomen. Concreet gaat onze CO₂-footprint daarmee van 177 miljoen kg CO₂ naar ongeveer 17 miljoen kg CO₂. Door compensatie van deze 17 miljoen kg zijn wij vanaf het jaar 2025 CO₂-neutraal. Vanaf 2026 gaan we door met verduurzamen. Zodat we uiteindelijk in het jaar 2030 nog maar 6% van onze oorspronkelijke CO2-uitstoot hoeven te compenseren.
Wij maken onderscheid in verschillende emissies, dit zijn:
• Scope 1 emissies: onze directe emissies, zoals diesel en gasverbruik
• Scope 2 emissies: indirecte emissies, zoals elektraverbruik
• Scope 3 emissies: op dit moment beperkt tot onze zakelijke reizen en afvalstromen
Per scope is een aparte doelstelling gemaakt om onze doelstelling in 2030 te halen:
• Scope 1: 94% reductie van CO₂-uitstoot
• Scope 2: 89% reductie van CO₂-uitstoot
• Scope 3: 63% reductie C02-uitstoot (zakelijk reizen)
Doelstelling alternatieve brandstoffen en/of groene stroom (2.B.2)
Vanaf het jaar 2026 gebruiken we bij Arriva vrijwel geen diesel meer. Daar waar het technisch, financieel en operationeel niet haalbaar is om zero emissie materieel in te zetten, gaan we HVO of een HVO-blend gebruiken in plaats van diesel. Daarmee zijn we in 2021 begonnen door vijf procent van het

dieselverbruik te vervangen voor HVO. Door op kleinere schaal ons HVO gebruik verder uit te breiden konden we meer ervaring opdoen met HVO als brandstof in onze bussen. Ervaring die we vooral gebruikten voor kennisopbouw over de inkoop van deze alternatieve brandstof en het effect ervan op onderhoud en inzet van de motor.
Wij zien HVO als tussenoplossing in de overgang naar volledig zero emissie vervoer. Door technologische ontwikkelingen en het aantrekkelijker worden van zero emissie alternatieven zal het gebruik van HVO na een eerste toename in de komende jaren steeds verder afnemen. Naast HVO kijken we ook naar andere duurzame niet fossiele brandstoffen als tussenoplossing.
Ook is als doelstelling voor 2025 vastgesteld om in 2025 uitsluitend groene stroom (conform de norm van de CO₂-Prestatieladder) in te kopen voor al ons elektriciteitsverbruik. Daarnaast gaan we in gesprek met de verhuurders van de panden die we huren om afspraken te maken over het aantoonbaar inkopen van groene stroom.
Scope 3 reductiedoelstelling (5.B.1.)
De scope 3 emissies van Arriva over het jaar 2022 op basis van spend komen uit op ruim 67.840 ton CO2.

Voor het bepalen van de scope 3 doelstelling hanteert Arriva de sciencebased benadering van het Science Based Targets initiatief (SBTi). Arriva hanteert voor de “ ear erm” doelstelling scope 3 de absolute contractie (evenredig of lineair) methode, conform 'ruim onder de 2 graden scenario' (WB2C). Het tussentijdse doel voor 2030 is een lineaire jaarlijkse reductie van de CO2-uitstoot met ongeveer 3,1% per jaar. Arriva heeft hiermee als doelstelling om de Scope 3-emissies in 2030 met 25% te verminderen ten opzichte van het basisjaar 2022. Momenteel wordt er gewerkt aan een verdiepingsslag om de voortgang te meten op basis van daadwerkelijke uitstoot en niet op gelden, om de nauwkeurigheid en de meetbaarheid van de reductie te vergroten.


4. Monitoren, meten, analyseren en evalueren
Om te kunnen constateren of de CO₂- en energiereductie conform de doelstelling verloopt is regelmatige monitoring noodzakelijk. De manager duurzaamheid is verantwoordelijk voor monitoring van de maatregelen om de doelstelling te halen. Wanneer de manager duurzaamheid afwijkingen constateert maakt zij een verbeterplan voor de organisatie met daarin verbetermaatregelen die het mogelijk maken bij te sturen om de doelstelling wel te halen. Dit is in 2025 doorgrondig gedaan en gaat voor het nieuwe handboek 4.0 resulteren in een aangepast reductiepad op basis van het GHGProtocol.
Binnen Arriva zijn de energiedoelstellingen geïntegreerd in het bestaande managementsysteem. Hierdoor worden doelstellingen en voortgang erop ieder jaar vastgesteld en gemonitord en weergegeven in een directiebeoordeling.
4.1 Wat wordt wanneer gemonitord
Zeer belangrijk is het met regelmaat vaststellen of het huidige systeem en de huidige doestellingen doeltreffend en passend zijn. Hiervoor maakt de manager duurzaamheid elk kwartaal analyses en een kort evaluatierapport.
Directiebeoordeling
Eén keer per jaar wordt een directiebeoordeling uitgevoerd. Deze directiebeoordeling maakt onderdeel uit van het huidige managementsysteem. Tijdens deze directiebeoordeling beoordeelt de directie het volledige Energie Management Actieplan met bijbehorende reductiedoestellingen, waarbij de directie kijkt naar de vooruitgang, het systeem, de doelstelling, de reductiemaatregelen en compliance verplichtingen.
Jaarlijkse footprint
Eén keer per jaar, in de zomer, maakt de manager duurzaamheid de volledige CO₂-footprint van het voorgaande jaar. Hiervoor gebruikt zij alle (nieuwe) energiestromen met de actuele en juiste verbruiksdata. Vanuit de energiestromen met verbruiken wordt via de Carbon Manager1 een CO₂footprint opgesteld. Vanuit deze gegevens wordt:
Vastgesteld of de reductiemaatregelen het gewenste resultaat hebben opgeleverd.
Welke energiestromen uitgebreider geanalyseerd dienen te worden.
Vastgesteld of doelstellingen voor voorgaande jaar behaald zijn.
De definitieve doelstelling voor het volgende jaar bepaald.
1 https://www.carbonmanager.nl

Wanneer er een afwijking tussen de gerealiseerde reductie en de doelstelling wordt geconstateerd, neemt de manager duurzaamheid dit mee in een verbeterplan voor het volgende jaar. Dit verbeterplan maakt deel uit van de directiebeoordeling.
Kwartaal meting
Voor de uitvoering van het programma wordt gebruik gemaakt van een stuurcyclusproces conform een PDCA-cyclus. Dit proces verloopt door en onder leiding van de manager duurzaamheid. In dit proces monitort de manager duurzaamheid de voortgang van de reductiemaatregelen. Ieder kwartaal inventariseert zij daarvoor de grootste energiestromen (zoals bijvoorbeeld diesel/HVO van onze bussen en treinen, maar ook het elektraverbruik van onze panden, treinen en bussen) en verbruikscijfers, conform de energiestromen uit tabel 1, die vanuit verschillende afdelingen aangeleverd worden. Voor wat betreft de overige energiestromen worden deze (half)jaarlijks in kaart gebracht en gemonitord. Vanuit deze verbruikscijfers wordt de CO₂-uitstoot over het afgelopen half jaar of jaar berekend. Voor het berekenen van deze CO₂-uitstoot maken we gebruik van de eerdergenoemde applicatie, de Carbon Manager. In 2022 zijn in dit proces (het aanleveren van data) verbeteringen doorgevoerd, waardoor we nu ieder kwartaal inzicht krijgen in onze energiestromen en per kwartaal kunnen monitoren en eventueel bijsturen. Ook kunnen we eerder in het jaar, Q2, de CO2footprint van het jaar daarvoor definitief vaststellen. En in Q1 voorlopig.
Door deze applicatie (Carbon Manager) worden de verbruiken doormiddel van een CO₂ emissiefactorenlijst, in overeenstemming met de CO₂-emissiefactorenlijst op de website CO₂emissiefactoren.nl, automatisch berekend. Op basis van de verbruiken van alle energiestromen en de daaruit volgende CO₂-uitstoot maakt de manager een analyse van de vooruitgang op basis van twee aspecten:
• Zijn er onvoorziene wijzigingen in de verbruiken en zijn deze verklaarbaar dan wel wenselijk?
• Zijn de getroffen reductiemaatregelen zichtbaar en hebben deze het verwachte resultaat opgeleverd?
De analyse is de basis voor het verbeterplan om met bijsturing van de maatregelen de doelstellingen te behalen.
5. Afwijkingen en corrigerende maatregelen
In hoofdstuk 4 hebben we het monitoringsproces beschreven. Elk kwartaal wordt er een analyse gemaakt over de voortgang. Wanneer de doelstellingen niet gehaald dreigen te worden en er dus een afwijking is geconstateerd, anticipeert de manager duurzaamheid hierop. Hiervoor doorloopt zij verschillende stappen.
Beoordelen en analyseren afwijking
Het begint met een uitvoerige analyse naar de oorzaak van geconstateerde afwijking(en). Deze analyse vormt de belangrijkste basis voor het opstellen van vervolgacties. Hierbij staan de volgende vragen centraal:
• Zijn de reducerende maatregelen conform het plan uitgevoerd?
• Hebben de maatregelen het gewenste effect bereikt?
• Is kans op herhaling bij gelijksoortige aanpak aanwezig?
• Kan de doelstelling met aanvullende maatregelen behaald worden?
• Is de doelstelling nog altijd haalbaar?
• Is er sprake van een werkend energie managementsysteem?

Benodigde maatregelen
Nadat er een beoordeling en analyse heeft plaatsgevonden stelt de manager duurzaamheid een verbeterplan op om de afwijking te corrigeren. Verbeteracties worden opgesteld om met aanvullende of gewijzigde maatregelen de gestelde doestelling te behalen. De manager is verantwoordelijk voor uitvoering van het verbeterplan. Het verbeterplan is onderdeel van de jaarlijkse directiebeoordeling.