__MAIN_TEXT__
feature-image

Page 1


3

Deelnemers Proeftuinen Projectleiding • Jens van der Kerk (Koninklijke Nederlandse Voetbalbond) • Roel van der Weide (NOC*NSF)

Stuurgroep • • • • •

Lennard van Ruiven (Koninklijke Nederlandse Voetbalbond) Marita Verkaik (Rotterdam Sportsupport) Ingrid Wijntjens (Vereniging Sport en Gemeenten) Guido Davio (Nederlandse Volleybalbond) Jan Minkhorst (NOC*NSF)

Gemeenten Contactpersoon Werkgevers Sport Den Haag SportService Zwolle Sportbedrijf Doetinchem SportUtrecht Rotterdam Sportsupport Gelderse Sport Federatie Team Sportservice Amsterdam

Hans Honders Arjan Jansen Manon Zwakenberg Nanne Wijnheijmer Ineke Kalkman Miranda Wassink Bas van Ormondt/Francien van der Aar

Bonden Contactpersoon Atletiekunie Nederlands Handbal Verbond Koninklijke Nederlandse Hockey Bond Koninklijke Nederlandse Gymnastiek Unie Koninklijk Nederlands Korfbalverbond Nederlandse Volleybalbond Koninklijke Nederlandse Voetbalbond Nederlandse Tafeltennisbond

Margot Kouwenberg Stéphan Kuijpers Niels Papen Silvia Bos Job van Eunen Peter van Tarel Paul Voois Ineke de Graaf

Overige betrokkenen Organisatie Contactpersoon Functie NOC*NSF Henk van de Wetering Projectleiding onderwijs Hogeschool Windesheim Bas Schutte Projectleiding onderwijs Kenniscentrum Sport & Bewegen Marloes Aalbers Extern adviseur


4

CLUBKADERCOACH

Op weg naar professionalisering

O

p weg naar professionalisering in de sport zijn de laatste tijd belangrijke stappen gezet. Een goede ontwikkeling, wat mij betreft. Professionalisering in de sportsector is namelijk belangrijk. Niet alleen de kwaliteit van het aanbod stijgt, vrijwilligers worden – met de hulp van bijvoorbeeld de Clubkadercoach – in hun kracht gezet en sporters hebben er meer plezier in, waardoor ze langer lid blijven. Verenigingen worden zo gezonder, hetgeen maakt dat ook de entree van doelgroepen die sport het hardst nodig hebben makkelijker wordt. Zowel vanuit inclusie als gezondheid is het verbeteren van het klimaat bij de sportvereniging cruciaal. De Clubkadercoach speelt daarin een belangrijke rol. In het Nationaal Sportakkoord wordt met nadruk gewezen op het belang van de Buurtsportcoach als spin in het web, als verbinder tussen gemeente, sportverenigingen, onderwijs, (jeugd)zorg en andere sectoren. Een oliemannetje, dat organisaties en sectoren bij elkaar brengt. Ook wordt in dat sportakkoord het ondersteunen van trainers en coaches bij sportverenigingen, en terecht, als een belangrijke prioriteit gezien. Door Buurtsportcoaches in te zetten als Clubkadercoach kunnen trainers en coaches beter worden begeleid, met als doel het sportplezier van hun pupillen te vergroten en uitstroom te beperken. Niet alleen helpt hij of zij met trainersbegeleiding het vrijwilligerskorps verder, ook helpt de Clubkadercoach het bestuur van de vereniging bij het bepalen van een toekomstvisie, met een gezond pedagogisch didactisch klimaat als grondslag. Voor de toekomst zouden wij graag zien dat er veel meer (tot Clubkadercoach opgeleide) Buurtsportcoaches bijkomen. Weliswaar is de Buurtsportcoachregeling structureel verankerd en telt Nederland nu zo’n zesduizend Buurtsportcoaches, er zijn nog zoveel meer sportverenigingen waar zij een grote rol zouden kunnen spelen.

De komst van meer Clubkadercoaches zou weliswaar, en ik kijk dan in eerste instantie met name naar het volgende regeerakkoord, wel wat kosten, maar het is een prachtig cadeau aan de samenleving. Een cadeau waar we – met z’n allen! – nog heel lang plezier van zullen hebben. Het zal op termijn de maatschappij veel meer opleveren dan kosten. Sport en bewegen zorgt immers voor een vitale en weerbare samenleving en kan bijvoorbeeld een aantal maatschappelijke kosten, dankzij de preventieve werking, helpen dempen. Vanzelfsprekend hebben we dan ook met enthousiasme de eerste resultaten van de Proeftuinen Clubkadercoaching ontvangen. De uitkomst onderschrijft datgene waar ik al van overtuigd was. De Clubkadercoach heeft als opdracht anderen beter te laten functioneren en dus niet zelf de trainingen over te nemen. Bovendien geeft de Clubkadercoach niet louter een theoretische cursus, maar wordt gewerkt in de praktijk, op het veld, met voorbeelden van alledag. Juist dat maakt dat trainers snel iets opsteken en met plezier hun werk doen. Deze aanpak werkt. Dat bij de verenigingen waar een Clubkadercoach actief is geweest het sportplezier flink is toegenomen bij zowel sporters (van 68 naar 88%) als trainers (van 63 naar 87%), is een prachtig resultaat. Daarbij is het goed om te zien dat er, op dit terrein, een structurele samenwerking tussen gemeenten en sportbonden op gang is gekomen. Bij NOC*NSF hebben we tijdens de Proeftuinen bijvoorbeeld intensief en prettig samengewerkt met de sportbonden en de Vereniging Sport en Gemeenten (VSG). Op weg naar een verdere professionalisering in de sport is dat een belangrijk gegeven.

Jens van der Kerk Projectmanager Proeftuinen Clubkadercoaching


VOORWOORD

Structurele verandering

A

ls ik kijk naar de resultaten die in de Proeftuinen Clubkadercoaching zijn geboekt, en teruglees dat bij de deelnemende verenigingen door inzet van een Clubkadercoach zowel het spelplezier van de sporters als dat van de trainers daadwerkelijk flink is toegenomen, ben ik daar niet echt verbaasd over. Dat zijn de resultaten die we eigenlijk, op basis van wat we de laatste jaren ervaren, gehoopt en ook wel verwacht hadden. Maar het neemt niet weg dat het wel de rapportcijfers zijn waarvan je hoopt dat je kind er mee thuiskomt. Tussen al die cijfers zit overigens altijd nog wel ergens een onvoldoende. Niet bij elke vereniging is bijvoorbeeld de borging van de trainersbegeleiding al gelukt. Maar dat is geen ramp, want dat is juist ook waar het in de proef van de afgelopen twee jaar om gedraaid heeft. Je wilt ervaren wat wel werkt, en wat eventueel anders moet of nog beter kan. Juist daarom is het ook zo mooi dat er nu als vervolg op de Proeftuinen een ‘community of practice’ is gekomen waarin een vervolg aan de trainersbegeleiding bij de vereniging wordt gegeven en waarin we nog meer van elkaar kunnen leren. Toen ik van de zomer een filmpje opnam waarin we gemeenten vroegen om zich aan te melden voor die ‘community of practice’, hadden we al wel de indruk dat Clubkadercoaching echt was gaan leven onder gemeenten. Dat er liefst 125 interesse toonden, overtrof echter ook mijn verwachtingen. Het zegt dat in Nederland het besef leeft dat we met zijn allen energie moeten steken in het verenigingsleven. En dat iedereen ook begrijpt dat het bij die sportvereniging eerst en vooral om sportplezier, om een goed pedagogisch-didactisch klimaat, moet draaien. Als je het als sporter naar je zin hebt, als de omgeving veilig is, je fijn samen kunt trainen, je training krijgt van vaardige trainers die je helpen er nog meer plezier

in te hebben en je club ook nog eens een bestuur heeft dat zich duidelijk achter dergelijk beleid schaart, blijf je langer lid. Dat is voor elke club, voor elke gemeente, essentieel. Een gemeente heeft veel baat bij verenigingen waar het op rolletjes loopt. We zijn meer en meer gaan begrijpen hoe ketenaanpak werkt. Als een club het goed voor elkaar heeft, heeft dat ook op andere plekken in de gemeente positief effect. Een flink aantal verenigingen van de 24.000 die ons land telt, heeft zijn zaken al helemaal op orde, en een ander groot deel maakt er nu werk van met bijvoorbeeld de inzet van een Clubkadercoach. Een derde deel is daar nog niet klaar voor, bijvoorbeeld omdat het bestuur zich er nog niet voor opengesteld heeft. Het is zaak daar niet weg van te kijken, maar te zien hoe we – met VWS, met NOC*NSF, met de bonden, de VSG, de gemeenten zelf – ook voor die verenigingen iets kunnen gaan betekenen. Als we met z’n allen zo veel mogelijk verenigingen die handvatten wel aanreiken, en de trainersbegeleiding verankeren in het beleid, zullen op den duur ook veel van die ‘probleemverenigingen’ volgen – zij houden immers ook nauwlettend in de gaten wat elders gebeurt. Als meer gemeenten en bonden aanhaken, meer verenigingen interesse tonen, kan het niet anders of ook de professionalisering in de sport zet door. Dan krijgen we ook meer Clubkadercoaches die trainersbegeleiding bij de verenigingen verzorgen. Dan zullen heel veel clubs hun best doen om misschien wel de meest plezierige vereniging van Nederland te worden en kunnen we gezamenlijk voor een structurele verandering in het Nederlandse sportlandschap zorgen.

André de Jeu Directeur Vereniging Sport en Gemeenten

5


6

CLUBKADERCOACH

Inhoud WAT IS EEN CLUBKADERCOACH? pagina 8

WERVING EN SELECTIE VAN CLUBKADERCOACHES pagina 23

Colofon Deze uitgave is een onderdeel van het project Proeftuinen Clubkadercoaching. Het project Proeftuinen Clubkadercoaching is uitgevoerd binnen het programma Versterken Sportbonden, gefinancierd door het Minsterie van VWS. Het programma is in 2018 van start gegaan en heeft als doel kennis en inzichten op te leveren die een impuls zouden geven aan thema’s van het Nationaal Sportakkoord. De Proeftuinen Clubkadercoaching zijn gelieerd aan de thema’s 3 en 4 van het Nationaal Sportakkoord: Vitale Sportaanbieders en Positieve Sportcultuur. De projectleiding van de Proeftuinen Clubkadercoaching is namens zeven deelnemende sportbonden belegd bij de KNVB. Deze rapportage is tot stand gekomen met grote inhoudelijke betrokkenheid van het Kenniscentrum Sport & Bewegen.

Samensteller Edward Swier

Illustrator John Körver

Vormgever

pageturner by ASM

Uitgever

Arko Sports Media, Nieuwegein

Drukker

PreVision, Eindhoven

© 2021 Clubkadercoach/Arko Sports Media Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd, opgeslagen in een geautomatiseerd gegevensbestand of openbaar gemaakt in enige vorm of op enige wijze, hetzij elektronisch, mechanisch, in fotokopie of anderszins gereproduceerd door middel van boekdruk, foto-offset, fotokopie, microfilm of welke andere methode dan ook, zonder schriftelijke toestemming van de uitgever.


INHOUDSOPGAVE

OPSTARTFASE pagina 40

UITVOERINGSFASE pagina 50

OVERDRACHTSFASE pagina 60

En verder: De competenties van Clubkadercoaches....................... 16

Samenwerking tussen gemeente en sportbond....... 83

Welke clubs komen in aanmerking?.................................. 32

Opleiding voor Clubkadercoaches.................................... 90

Benodigde tijdsbesteding................................................... 68

Financiering vanuit de gemeente.................................... 99

Sportgeneriek of sportspecifiek........................................ 76

Financiering vanuit sportbonden................................... 104

7


8

CLUBKADERCOACH


HOOFDSTUK 1

Wat is een Club­kader­ coach? Wat is een Clubkadercoach? En waarom zou je er gebruik van maken? Wat levert het de club op? Hoeveel profijt heeft een gemeente bij het inzetten van de Clubkadercoach? En wat is het voordeel voor een sportbond? Veel vragen. Jan Minkhorst kan er, mede omdat hij er vanuit meerdere invalshoeken én functies naar kijkt, gedegen antwoorden op geven. Vandaar ook dat we dit magazine aftrappen met een interview met hem.

J

an Minkhorst is een drukbezet, maar bovenal bevlogen man. Een man die zich, zowel in zijn vrije tijd als beroepsmatig, bezighoudt met het wel en wee van de sportvereniging. Die als (gewezen) voorzitter én (huidig) vrijwilliger de belangen van zijn (voetbal)club, DZC’68 uit Doetinchem, dient, maar ook – uit hoofde van zijn andere functies – alle andere verenigingen in Nederland een goed hart toedraagt. En die de verenigingen, gemeenten én bonden maar wat graag kennis laat maken met de Clubkadercoach. Minkhorst stond, met Henk van de Wetering, aan de basis van Clubkadercoaching. Als programmamanager

Clubkaderontwikkeling bij NOC*NSF is Minkhorst lid van de stuurgroep van de Proeftuinen. “Of die een succes zijn geworden? Absoluut. Als je de rapportages leest zijn ze een succes, maar ik meet het ook af aan de enthousiaste gesprekken met organisaties, verenigingen en gemeenten die de pilots draaien. Iedereen heeft de Proeftuinen als waardevol ervaren.” Minkhorst kan, ook in zijn functie als adviseur van Achterhoek in Beweging, wethouders van nog niet aangesloten gemeenten precies aangeven welk voordeel zij bij het aanstellen van een buurtsportcoach als Clubkadercoach hebben. “Er komt nu een

9


10

CLUBKADERCOACH

‘community of practice’, waarin we de learnings uit de pilotfase toepassen en we ervaringen kunnen uitwisselen van en met nog meer Buurtsportcoaches en Clubkadercoaches.”

Waardevol Bij DZC’68, een vereniging met zo’n 1.700 leden, liefst vierhonderd vrijwilligers en een drietal professionals in dienst, gaf Minkhorst al eens een rondleiding aan toenmalig minister Bruno Bruins. Hij vertelde hem het belang van de inzet van een Buurtsportcoach, of meer specifiek Clubkadercoach. “Ik heb hem daarbij gezegd: ‘Wat je ook doet, zet de vrijwilliger in zijn kracht.’ Vrijwilligersplezier is sportplezier. Het is echter wel van groot belang dat je die vrijwilliger goed begeleidt, dat je hem of haar ondersteunt, faciliteert én waardeert. Zodat de vrijwilliger zijn of haar werk goed kan doen. Hebben ze er lol in, dan hebben de sporters er ook meer lol in. En haken beiden, zowel de vrijwilliger als de sporter, niet af.” Als geen ander weet Minkhorst dat het zoeken van vrijwilligers best lastig kan zijn. En dat hun inzet zeer waardevol is. “Het is dan ook niet prettig als je ze, na veel inspanningen, snel weer kwijtraakt. De vrijwilliger is goedwillend, maar heeft vaak geen opleiding voor zijn soms specifieke taak. Het is daarom van groot belang dat je de vrijwilliger helpt zijn taak goed uit te kunnen voeren. Met oefenstof, begeleiding, coaching. We zien dat als vrijwilligers die hulp eenmaal hebben gekregen, ze hun taak met plezier nog jarenlang blijven doen.” Zijn club maakt daarom ook graag gebruik van een Clubkadercoach.

“Samen met bonden en gemeenten proberen we clubs structureel hulp te bieden”

DE ROL VAN DE CLUBKADERCOACH

De Clubkadercoach is degene die binnen de vereniging trainersbegeleiding opzet en normaal maakt.

Accent Minkhorst noemt Clubkadercoaching, hoewel nog in de proeftuinenfase, nu al geslaagd. “Het is een van de meest effectieve interventies die ik tot nu toe heb gezien.” Heeft een vereniging een hulpvraag, dan kunnen ze, via de gemeente, hulp van een Clubkadercoach vragen. “Dat brengt ons bij de discussie of zo iemand dan een sportspecifieke opleiding of achtergrond moet hebben. Tuurlijk is daar iets voor te zeggen. Maar je hoeft in mijn opzicht echt niet bekend te zijn met hockey als je bij een hockeyclub aan de slag gaat. Het is sowieso wél handig als je iets van de verenigingscultuur weet, en dat je ook beseft dat een volleybalvereniging vaak anders is dan een tennisclub. Maar het is niet per se noodzakelijk dat je sporttechnische kennis hebt. De vraag van een vereniging aan de Clubkadercoach moet ook niet zijn: Hoe sla je een goede bal?, maar: Hoe leer je een coach om – op een pedagogische verantwoorde manier – aan en ander uit te leggen hoe hij een goede bal slaat? Het accent moet dan ook niet liggen op de correcte, technische informatie, maar op de wijze van instrueren. Maar oké, het helpt natuurlijk wel als je enig gevoel hebt bij de sportclub waar je terecht komt.” Clubkadercoaches kunnen sowieso via de sportbonden extra informatie en trainingstechnische adviezen inwinnen. Ook is het mogelijk ondersteuning van een gespecialiseerde coach in te roepen.


HOOFDSTUK 1

Kwaliteit Het is voor een vereniging niet eenvoudig – lees: bijna onmogelijk – om, zoals in een onderneming, een goedlopende HRM-afdeling op te tuigen. Maar, goed vrijwilligersbeleid is natuurlijk wel van belang, en zeker met hulp van een Clubkadercoach haalbaar. “De Clubkadercoach kan helpen je als vereniging handen en voeten te geven aan dit lastige vraagstuk. Als je het als club op orde brengt, is er veel winst te boeken.” Overigens is het voor een Clubkadercoach wel aanzienlijk eenvoudiger beginnen, en daarmee ook efficiënter werken, als er al een functionerende vrijwilligerscommissie is, of een hardwerkende vrijwilligerscoördinator is aangesteld. Het bestuur van de vereniging moet bovendien achter de komst van de Clubkadercoach staan. “Dan landt een en ander net iets makkelijker. Verenigingen met een heel groot vrijwilligersprobleem kampen vaak ook met andere problemen. Het is van belang dat de Clubkadercoach werkt aan de kwaliteit van de vrijwilligers, en niet als belangrijkste taak krijgt om eerst vooral de kwantiteit te vergroten.” DZC’68 heeft in Kirsten Boshoven – die zelf in hoofdstuk 8 aan het woord komt – een bevlogen Clubkadercoach. “Zij denkt ook mee over hoe bepaalde activiteiten zijn te borgen binnen de club.” Boshoven hielp de vereniging bij het opleiden van trainersbegeleiders binnen de club. “Samen met de vrijwilligerscommissie heeft ze profielen opgesteld, geholpen bij het maken van structureel beleid en meegeschreven aan

BELANG VAN TRAINERS­ BEGELEIDING

Het is van groot belang de trainers en coaches goed te begeleiden, ondersteunen, faciliteren én waarderen. Dát is de sleutel tot sportplezier voor alle sporters én een positief sportklimaat op de club.

Learning #1 SAMENWERKING

Om Clubkadercoaching te laten slagen, is samenwerking tussen sportservicebureau, vereniging, gemeente en sportbond essentieel.

een beleidsplan. De intakeformulieren voor vrijwilligers, waarop ze hun competenties kunnen invullen, zijn er nu. Iedereen weet nu wat er van ze verwacht wordt.”

Boodschap Als programmamanager Clubkaderontwikkeling bij NOC*NSF weet Minkhorst hoe belangrijk samenwerking in deze is. NOC*NSF zelf ziet de Clubkadercoach als “een van de belangrijkste vehikels om clubs weer aan de praat te krijgen.” “Samen met bonden en gemeenten proberen we clubs structureel hulp te bieden om uitmuntende trainersbegeleiders te hebben. Clubs kunnen niet alleen hulp vragen voor het opleiden, maar ook voor het implementeren en het borgen.” Minkhorst merkt dat ook de gemeenten steeds enthousiaster worden. “De Vereniging Sport en Gemeenten (VSG) is superpositief, geeft volle kracht support. Omdat ze ook zien dat interventies van Clubkadercoaches effect hebben.” Minkhorst ziet, als adviseur van Achterhoek in Beweging, dat de rol van veel verenigingen in de loop der tijd is veranderd. Of nog aan het veranderen is. Sport is niet langer alleen het doel, sport is ook een middel. De sport wordt gebruikt ter preventie van kwalen, de Buurtsportcoach kreeg in het Sportakkoord veel aandacht. “De boodschap is dat sport goed is voor het welzijn, het welbevinden van de mens, dat het gezond is. En dat de vereniging dus kan helpen om bijvoorbeeld de ziektekosten terug te dringen. De Clubkadercoach kan daarin een belangrijke rol spelen.” Er ligt een Europese aanbeveling, bij het Europees parlement, om de begeleiding van trainers en coaches ook een belangrijkere rol in zowel welzijn als zorg te geven. Dat zou automatisch kunnen leiden tot meer aandacht voor Clubkadercoaching. “Hoe meer aandacht voor Clubkadercoaching, hoe beter.”

11


12

CLUBKADERCOACH

“Het verankeren in het beleid is het allerbelangrijkste” Als projectleider Clubkadercoaching heeft Roel van der Weide een droom. “En die is dat sporters met meer plezier kunnen sporten. Het sportplezier van de sporter is het allerbelangrijkste. Bij alles wat we doen moeten we ons afvragen of het bijdraagt aan dat sportplezier. Een betere coach draagt bij aan meer sportplezier en zorgt ervoor dat de sporter blijft sporten. De Clubkadercoach kan een trainer helpen beter te worden.” “Het is mijn droom dat sportbonden en gemeenten gezamenlijk vanuit dit belang gaan denken. Je merkt dat dit al steeds beter gaat. Gemeenten zijn zich bewust dat het fundament van de sportverenigingen op orde moet zijn vóórdat je allerlei verbinden gaat maken in de samenleving. En sportbonden realiseren zich steeds meer dat sportverenigingen een bredere

“Als bonden en gemeenten optimaal gaan samenwerken, komt er echt iets heel moois uit voort voor de sportverenigingen” ROEL VAN DER WEIDE

rol spelen in deze samenleving. Als die twee bewegingen dichter bij elkaar komen, en bonden en gemeenten optimaal gaan samenwerken, komt er echt iets heel moois uit voort voor de sportverenigingen.” Van der Weide is projectleider Clubkadercoaching. Hij stapte in maart 2020 over van de korfbalbond KNKV naar NOC*NSF, waar hij al eerder gedetacheerd was om, met collega Jens van der Kerk, vanuit het programma Veilig Sport Klimaat, het project ‘Trainersbegeleiding’ te leiden. Dat Van der Weide nu in dienst is van NOC*NSF vertelt dat ook de sportkoepel Clubkadercoaching volledig omarmd heeft.

Speerpunten “In 2017 ben ik begonnen met dat project, dat vooral gericht was op sportbonden én sportverenigingen. We merkten dat een heel grote groep beginnende trainers met hun handen in het haar zaten als ze een training moesten verzorgen. Ze kregen bij wijze van spreken een zak met ballen mee en mochten


INTERVIEW

het verder uitzoeken. Het is belangrijk dat binnen de sportvereniging iemand die trainers tips en trucs meegeeft, op pedagogisch en didactisch gebied. Die ze helpt met het vinden van antwoorden op vragen als: Hoe houd ik een groep jeugdsporters enthousiast?, Hoe zorg ik dat de oefeningen lekker lopen? en: Hoe zorg ik dat ze ook nog wat leren?” Er was tijdens het project ‘Trainersbegeleiding’ veel enthousiasme bij sportbonden en sportverenigingen. “Trainersbegeleiding bleek een van de belangrijkste sleutels als het gaat om sportplezier en ontwikkeling van jeugdsporters. Maar we merkten wel dat clubs implementatie ervan best wel lastig vonden. De clubs vonden het nogal moeilijk om toe te passen, ze zaten bijvoorbeeld met veel vragen over de borging van trainersbegeleiding. Zoals: Waar vind ik zo’n trainersbegeleider? En als die trainersbegeleider weg gaat, hoe vind ik dan een nieuwe?”

13

“De clubkadercoach zet binnen één à twee seizoenen de hele structuur rondom trainersbegeleiding binnen de vereniging op” ROEL VAN DER WEIDE

Het was dus zaak om ervoor te zorgen dat trainersbegeleiding een normaal verschijnsel werd, en werd geborgd. “Precies toen we, in 2018, vanuit het project aan het nadenken waren over het tackelen van die vraagstukken, verscheen het Nationaal Sportakkoord. Daarin stonden drie belangrijke speerpunten op dit


14

CLUBKADERCOACH

“Trainersbegeleiding is een van de belangrijkste sleutels als het gaat om sportplezier en ontwikkeling van jeugdsporters” ROEL VAN DER WEIDE

thema: de kwaliteit van trainers/coaches, de uitbreiding van de buurtsportcoachregeling en de samenwerking tussen bonden en gemeenten.

Verankering “Vanuit die drie speerpunten is vervolgens de Clubkadercoach ontstaan. De Clubkadercoach is een buurtsportcoach die zorgt dat trainersbegeleiding wordt opgezet, uitgevoerd en geborgd binnen de vereniging. Oftewel: die clubkadercoach is professional en zet binnen één à twee seizoenen dus de hele structuur binnen de vereniging op. In de praktijk zie je dat Clubkadercoaches bezig zijn met het uitvoeren van trainersbegeleiding, ze geven het goede voorbeeld. Maar daarnaast werkt de Clubkadercoach, met het bestuur, ook aan implementatie en borging. Het verankeren in het beleid is het allerbelangrijkste. De Clubkadercoach zoekt binnen de vereniging mensen die hem of haar kunnen opvolgen, want uiteindelijk moet het wel overgedragen worden binnen de vereniging. De vereniging moet het zelfstandig kunnen oppakken.” Van der Weide geeft het belang van Clubkadercoaching aan. “Clubkadercoaching is belangrijk voor de sport omdat we nu al ervaren dat het plezier en de ontwikkeling van de trainers inderdaad omhooggaat. En dat straalt af op de jeugdige sporter. Veel trainers zijn onzeker. Door Clubkadercoaching verdwijnt die onzekerheid, blijven ze coachen en krijgen ze er meer plezier in.”

De Clubkadercoach heeft ook een belangrijke signalerende functie als het gaat om ‘inclusie’ en ‘sociale veiligheid’. “Ze zien erop toe dat écht iedereen binnen een team of vereniging kan meedoen. Dat ook kwetsbare groepen kunnen meedoen, dat iedereen erbij hoort. Dat er niet gepest wordt. En mocht het echt uit de hand lopen, dan kunnen zij bijvoorbeeld een sportpedagoog inschakelen. De Clubkadercoach is iemand die toeziet op een positieve sportcultuur. Hij bewaakt als het ware de norm. Juist vanuit gemeentelijk perspectief is ook deze component erg belangrijk. Voor de gemeente is de maatschappelijke waarde die een sportvereniging speelt erg belangrijk.”

Inzichten Clubkadercoaching beleefde een eerste pilot in 2019. “We startten met zeven gemeenten – of eigenlijk zes grotere gemeenten en een conglomeraat van zes kleinere gemeenten – en acht sportbonden. Dit was voordat het Nationaal Sportakkoord was uitgewerkt in de lokale sportakkoorden. Het thema ‘Clubkadercoaching’ stond zo prominent in het Nationaal Sportakkoord, dat we een Proeftuinenproject konden starten, om – met hulp van het Kenniscentrum Sport & Bewegen – ‘learnings’ op te halen die relevant zijn voor andere gemeenten die hiermee aan de slag willen. Het doel was onder meer om inzichten aan te leveren, over bijvoorbeeld het competentieprofiel van de clubkadercoach. Waar moeten verenigingen op letten, welke tips zijn cruciaal? Wat werkt wel en wat werkt niet? Hoe ziet een businessmodel eruit? De resultaten van die onderzoeksfase lees je nu terug in dit magazine, waarin we onder meer een groot aantal learnings bespreken. Bovendien interviewden we een flink aantal Clubkadercoaches, vertegenwoordigers van gemeenten en sportbonden over hun ervaringen.” “We beantwoorden hier tal van vragen. Zoals: Welke clubkadercoach gaan we aanstellen? Hoe gaat de werving van clubs? Maar ook: Is de club er wel klaar voor? Want je moet dit thema wel vooraf al voldoende aandacht geven. Het is geen cadeautje dat je uitpakt


INTERVIEW

en denkt: zoek het verder maar uit. Dat is misschien ook wel de belangrijkste les die tot nu toe hebben geleerd. Aanvankelijk vroegen we sportbonden en gemeenten of ze een club wilden kiezen, maar werd niet gekeken of die verenigingen er wel klaar voor waren. Zijn er andere beleidsissues, zoals bijvoorbeeld een accommodatievraagstuk dat veel aandacht vraagt, dan kan een club beter even wachten met Clubkadercoaching.”

Podium In de eerste Proeftuinen, met 52 verenigingen, waren in totaal 32 Clubkadercoaches actief. Ruim tachtig procent van de verenigingen heeft Clubkadercoaching uiteindelijk binnen de proefperiode weten te borgen, een mooi resultaat dat om een vervolg vraagt. De pilot kreeg in het najaar van 2020, net als de Proeftuinen natuurlijk wel wat gehinderd door COVID19, dan ook een opvolger. “Die noemen we de ‘community of practice’, omdat het lerende karakter helemaal centraal zal staan.” Nadat de gemeenten hun eerste ervaringen met Clubkadercoaching deelden, meldden zich er steeds meer aan. “Er hebben zich inmiddels zeker vijftig gemeenten, van groot tot klein, bij mij gemeld, met vragen, met het verzoek om informatie, met de vraag of ze aan de tweede pilot mee mochten doen. Van iedereen hoorde ik dat ze het concept niet alleen heel interessant vonden, maar dat ze ook het idee hadden dat dit écht groot kan gaan worden. De lokale sportakkoorden bieden het podium, en bieden de kans hier écht werk van te maken.”

15

aan de Proeftuinen. De Gelderse Sport Federatie en de gemeente Den Haag hebben zich daar al voor uitgesproken. Iedereen kan natuurlijk ook om hulp en informatie blijven vragen bij ons. Dat er steeds meer ‘strategische partners’, zoals naast NOC*NSF ook VWS en VSG, zijn aangehaakt, maakt dat ook sportbonden erg enthousiast zijn geworden. We hebben een groep van vijftien belangrijke organisaties die allemaal mee kunnen kijken, elkaar vragen kunnen stellen, van elkaar kunnen leren. Dat is ook voor de sportbonden een belangrijk facet. Het thema ‘pedagogische kwaliteit van trainers en coaches’ wordt steeds belangrijker voor sportbonden. Ze zijn vaak nog zoekende naar hun eigen rol en positie, maar kunnen wel invulling geven aan de sportspecifieke behoefte van de trainers en coaches. Als er sporttechnische vragen zijn, kan de sportbond zorgen dat de Clubkadercoach daar bekwaam in wordt. De KNVB, KNKV en KNHB hebben aanvullende opleidingsmogelijkheden voor Clubkadercoaches, zodat ze ook sportspecifieke inhoud meekrijgen.” “De Clubkadercoach stelt de vereniging centraal en maakt de verbinding tussen de sportbonden en de gemeenten. De clubkadercoach zit zó diep in de vereniging, zit met z’n voeten in de klei, denkt mee over het beleid, kent de mensen… dat levert zoveel inzichten op voor de sportbonden en gemeenten. Er zijn in de sport nauwelijks samenwerkingen waarbij dit zo goed gaat.”

Strategische partners Tien gemeenten vormen ‘de kopgroep’ van de community of practice. “We gaan weer nieuwe learnings ophalen, de huidige learnings verdiepen en werken aan een businessmodel. Het lerende karakter staat opnieuw centraal, gemeenten kunnen nu ook hun eigen cases inbrengen, zodat we onze kennis nog meer kunnen verbreden, verdiepen zelfs. Mogelijk dat we al enkele businesscases kunnen toetsen.” “Veel gemeenten gaan trouwens, ook zonder een gesubsidieerde Proeftuin, zelf verder, zij vinden het het waard om zelf te investeren. Dat geldt zowel voor nieuwe gemeenten, als gemeenten die al meededen

“Veel gemeenten gaan, ook zonder een gesubsidieerde Proeftuin, zelf verder, zij vinden het het waard om zelf te investeren” ROEL VAN DER WEIDE


16

CLUBKADERCOACH

De competenties van Club­ kadercoaches De werving en aanstelling van de Clubkadercoaches verliep, omdat elke gemeente daar zijn eigen invulling aan kon geven, tijdens de Proeftuinen Clubkadercoaching op verschillende manieren. Op lokaal niveau werd dit ook als prettig, en zelfs noodzakelijk, ervaren. Immers, het is belangrijk een Clubkadercoach aan te stellen die past bij de organisatiestructuur ter plaatse.

H

et merendeel van de gemeenten heeft Buurtsportcoaches die al bij hen in dienst waren aangesteld als Clubkadercoach. Vaak is hiervoor het bestaande contract van een Buurtsportcoach uitgebreid met een aantal uren Clubkadercoaching. Een aantal gemeenten heeft vacatures uitgezet en is nieuwe personen als Clubkadercoach gaan werven. De Clubkadercoach moet vanzelfsprekend een flink aantal competenties hebben, maar het is wel afhankelijk van de opdracht bij de betrokken vereniging of deze ook alle noodzakelijk zijn. Het is dan ook van belang om competenties van de Clubkadercoach en de behoefte van de club te matchen. Dat is een taak van de coördinator Clubkadercoaching bij de gemeente of

sportservice. Het beste resultaat wordt vanzelfsprekend behaald als de Clubkadercoach goed past bij de cultuur van de vereniging, en makkelijk aansluiting heeft of vindt bij bestuur, trainers, leden en ouders. Enkele van de belangrijkste competenties: • het bestuur meekrijgen. De Clubkadercoach moet kunnen doorvragen en spiegelen, zich bovendien kunnen verplaatsten in de positie van een bestuur. Doortastendheid en overtuigingskracht zijn zeker een plus; • de Clubkadercoach moet vanzelfsprekend goed contact kunnen maken met de trainers. Empathie hebben, zichtbaar zijn, lef hebben zichzelf te introduceren, dienstbaar willen zijn én niet hautain. De


HOOFDSTUK 2

Clubkadercoach komt hulp bieden, en niet vertellen hoe het moet; • een goede trainersbegeleider zijn. Goed kunnen observeren, een coachgesprek kunnen voeren, mensgericht; het is allemaal noodzakelijk; • gestructureerd en flexibel zijn. Clubkadercoaching vraagt namelijk, zowel van de gemeente/sportservice als van de Clubkadercoach, de nodige organisatorische inspanningen. Kunnen bijstellen en aanpassen is noodzakelijk.

Sporttechnische kennis is in principe niet noodzakelijk voor de Clubkadercoaches, het gaat vooral om pedagogisch-didactische kennis. Affiniteit met sport is natuurlijk wel vanzelfsprekend. Voor sporttechnische vragen of ondersteuning kan de Clubkadercoach terecht bij de bond. Er zijn echter een aantal betrokken bonden die graag zouden zien dat de aan te stellen Clubkadercoach wel degelijk sportspecifieke kennis heeft. In hoofdstuk 9 komt dat nadrukkelijk aan de orde.

17


18

CLUBKADERCOACH

Afhankelijk van de vraagstukken waarmee clubkadercoaches aan de slag moeten kunnen gaan, kunnen Buurtsportcoaches met mbo- of hbo-niveau ingezet worden. In de pilot is vooral ervaring opgedaan met Clubkadercoaches op hbo-niveau. Over de opleidingen hebben we het ook verderop in dit magazine nog. Verreweg de meeste Clubkadercoaches werden binnen de proeftuinen aangesteld bij de lokale of provinciale sportservice-organisatie die vaak ook werkgever is van de andere Buurtsportcoaches in de gemeente. Dit wordt ook gezien als de meest logische en meest efficiënte manier.

Learning #2 MATCH TUSSEN CLUB­­ KADERCOACH EN CLUB Een goede match (‘klik’) tussen de Clubkadercoach en de behoeften van de club is van groot belang.

Bas van Ormondt is bij Team Sportservice Amsterdam zowel actief als coördinator Clubkadercoaching als Clubkadercoach zelf. Hij vertelt over zijn ervaringen tijdens de Proeftuinen Clubkadercoaching en weet onder meer welke specifieke competenties een Clubkadercoach moet hebben “Toen we in Amsterdam met de Proeftuinen Clubkadercoaching begonnen, zijn in eerste instantie eerst de verenigingen geselecteerd, daarna hebben we de Clubkadercoach-opleiding naar Amsterdam gehaald, en zijn de kandidaten voor die opleiding geselecteerd. Uiteindelijk hebben we twaalf Clubkadercoaches aangesteld die vaak al

bekend waren met de betrokken vereniging of de omgeving ervan al kenden. Dat gaf een voorsprong. Bovendien hebben we met de Clubkadercoaches ook gekeken van welke opdracht zij het idee hadden dat die ze het beste zou liggen. Hoewel we relatief veel Buurtsportcoaches als Clubkadercoach hebben aangesteld die ook al opleider waren bij een sportbond, zoals ik in de atletiek, hebben we niet per se gekeken naar de sportinhoudelijke kennis van de Clubkadercoach. Dat was immers geen voorwaarde. Het was in onze ogen van belang dat de Clubkadercoach zich voor de volle honderd procent kon focussen op het pedagogisch, positieve klimaat binnen de vereniging. Dat is erg goed bevallen, hoewel we van onze Clubkadercoaches wel horen dat sportspecifieke kennis en ervaring in een aantal situaties toch wel handig is. We weten ook dat in sommige sporten de bond, en ook de vereniging, er meer waarde aan hecht, maar ik ken ook het voorbeeld van een watersportster die als Clubkadercoach bij een hockeyclub een uitstekend traject heeft gedraaid. Voor de Proeftuinen hebben we dus gebruikgemaakt van Buurtsportcoaches, maar vanaf nu worden ook Clubkadercoaches opgeleid die, na de borging, door de verenigingen zelf zijn aangesteld. Het idee is dat dat er in de toekomst meer en meer worden. En gelukkig maar, want het doel is goed. Het belang van goed technisch kader is namelijk groot. We streven ook in Amsterdam natuurlijk met zijn allen een veilig sportklimaat na. Team Sportservice wil graag het pedagogisch-didactische klimaat bij de clubs verbeteren, we zouden

Het is van belang om competenties van de Clubkadercoach en de behoefte van de club te matchen


HOOFDSTUK 2

niets liever zien dan dat bijvoorbeeld alle verenigingen kennisnemen van de vier inzichten over trainerschap. Het is belangrijk dat er straks niet alleen in gemeenten en besturen over een veilig sportklimaat wordt gepraat, maar dat het ook op het veld en langs de kant van het veld wordt uitgedragen. Hoewel wij ervanuit gaan dat zo’n beetje alle Buurtsportcoaches in staat zouden moeten zijn om ook de taak van Clubkadercoach uit te voeren, is het wel goed om te benadrukken waar het zwaartepunt van deze functie ligt. Trainersbegeleiding, gefocust op kindgericht sporten, in een positief, inclusief klimaat; daar draait het om en is dus ook belangrijker dan tal van technisch-tactische aspecten. Het is ook goed dat er competenties zijn vastgesteld, dat er functieprofielen gemaakt zijn. Het spreekt vanzelf dat wij in Amsterdam van onze Clubkadercoaches ook verwachten dat ze het hele idee, van de veilige sportomgeving en een pedagogisch positief klimaat, omarmen. Daar komen natuurlijk ook een aantal specifieke competenties bij kijken. Je moet het belang en urgentie ervan kunnen aangeven, en er op een inspirerende wijze invulling aan kunnen geven. Je moet zorgen dat de vereniging er niet alleen op een passieve, maar ook op een actieve manier achter gaat staan. Behalve dat je zelf dus de nodige kennis moet bezitten, gaat het erom dat je ook

Learning #3 OPLEIDINGSNIVEAU Afhankelijk van de vraagstukken waarmee de Clubkadercoaches aan de slag gaan, kunnen Buurtsportcoaches met mbo- of hbo-niveau ingezet worden. De functie van Clubkadercoach wordt ingeschaald in schaal 7-9.

Het beste resultaat wordt behaald als de Clubkadercoach goed past bij de cultuur van de vereniging

durf hebt, en veel enthousiasme. Het vermogen om te kunnen opleiden, en te kunnen begeleiden, is daarnaast natuurlijk ook essentieel. Het is goed om te beseffen dat niet alle aspecten van het vak van Clubkadercoach even eenvoudig zijn. Neem het meekrijgen van het bestuur. Daar moet je overtuigingskracht voor hebben, maar bijvoorbeeld ook inlevingsvermogen. Vrijwel alle Buurtsportcoaches bij Team Sportservice hebben de opleiding ‘Ontwikkelkracht door dialoog’ gevolgd. Daarbij leer je een belangenkaart op te stellen. Daarmee kun je laten zien dat je als Clubkadercoach niet alleen jouw maatschappelijke belang hebt, maar dat iedereen ervan profiteert. Als trainers langer blijven omdat ze het leuk vinden training te geven, vinden de sporters dat ook en blijven ze langer lid. Dat maakt de vereniging gezonder, sterker. Je kunt dat dan ook met overtuiging brengen. Maar verwar dat niet met overredingskracht. Je moet de mensen meenemen in je verhaal, maar het moet uiteindelijk wel van het bestuur komen. Het gaat om invloed zonder macht. Het is belangrijk dat de vereniging het gevoel heeft zelf met de ideeën en oplossingen te komen. Je mag, en moet ze zelfs, als Clubkadercoach wel prikkelen, maar niet dwingen.

19


20

CLUBKADERCOACH

Vanzelfsprekend kan dit, zeker als de Clubkadercoach nog relatief jong is, best nog een flinke klus zijn. Wij hebben ook gezien dat er Clubkadercoaches zijn die meer geschikt zijn voor de ene casus dan voor de andere. Zelf vind ik het juist erg leuk om met een bestuur in gesprek te gaan en iedereen van het nut van Clubkadercoaching te overtuigen, maar er zijn ook Clubkadercoaches die zich vooral prettig voelen als ze bezig zijn met de begeleiding van het technisch kader. In ons idee kan de functie in sommige gevallen ook absoluut door verschillende mensen tegelijk worden uitgevoerd, het is vooral goed daar met alle betrokkenen duidelijk over te communiceren. Het is sowieso van belang om te beseffen wat je positie als Clubkadercoach is. Op het moment dat je bijvoorbeeld in conclaaf gaat met het hockeybestuur om te vertellen hoe belangrijk trainersbegeleiding is, is het misschien niet handig om daar in trainingspak te gaan zitten. Terwijl het op het veld, als je voor het eerst met een trainer praat, juist weer niet aan te bevelen is om daar met een net jasje en chique schoenen aan te komen. Het is belangrijk dat je tussen je verschillende rollen kunt schakelen.

AANSLUITING MET DE VERENIGING Zoek een Clubkadercoach die past bij de cultuur van de vereniging en aansluiting heeft (of kan hebben) bij het bestuur, de trainers, leden en de ouders. Dit kan eventueel een rolmodel zijn die aanzien heeft binnen de vereniging (maar toch ook onafhankelijk durft te zijn).

“Het is belangrijk dat de vereniging het gevoel heeft zelf met de ideeën en oplossingen te komen” BAS VAN ORMONDT

Hoewel ik ervan overtuigd ben dat weinig besturen negatief zullen staan tegenover deze ontwikkeling, is het wel belangrijk de noodzaak hiervan bij ze neer te leggen. Als ze eenmaal de urgentie ervan beseffen, is niet veel overtuigingskracht meer nodig. En kun je je concentreren op het contact maken met de trainers. Daarbij is het van belang om, zoals de competenties al zeggen, niet uit de hoogte te doen. Je komt mensen helpen, niet vertellen hoe het moet. Trainers moeten hun problemen bij jou neer kunnen leggen zonder dat jij daar een waardeoordeel over hebt. Wat vooral belangrijk is, is de aanwezigheid. Je moet er als Clubkadercoach vooral ook ‘zijn’. Dat is natuurlijk ook een kwestie van beschikbaarheid en het aantal uren waarvoor de Clubkadercoach wordt ingeschaald. Maar stel dat dat goed afgekaart is, dan is het belangrijk om er gewoon te zijn. Niet één avondje in de week, maar liever twee of drie. Liefst zelfs elke dag, al is dat zelden haalbaar. De contactfunctie van de Clubkadercoach is extreem belangrijk. Het is voor trainers fijn als ze met je kunnen sparren, een gesprekje kunnen voeren. Dan ook wordt juist duidelijk dat het niet gaat om sec opleiden, maar om begeleiden, om helpen. Het is erg fijn als je als Clubkadercoach ook nog in staat bent om bijvoorbeeld opleidingen te organiseren, maar als je er al bent voor het empathische gesprek, voor de juiste communicatie, wordt al een flinke stap gezet.


HOOFDSTUK 2

Learning #4 FLEXIBILITEIT IN OPDRACHTFORMULERING Clubkadercoaches moeten flexibel zijn, want dat is de opdrachtformulering vaak ook. Bijstellen en aanpassen is noodzakelijk. Dit komt doordat de opdrachtformulering in eerste instantie vaak met het bestuur wordt geformuleerd. Als de Clubkadercoach vervolgens de trainers en hun ondersteuningsbehoefte leert kennen, is het logisch dat de opdrachtformulering daarop wordt aangepast.

Vanzelfsprekend is het zaak om, als goede trainersbegeleider, een trainer te kunnen observeren, de training met hem of haar te evalueren en te helpen met de vervolgstappen. Zeker voor de mensen die bijvoorbeeld ook bondsopleider zijn, is dat natuurlijk gesneden koek. Al is het soms best lastig als je bijvoorbeeld aan de slag gaat met een trainer die al veertig jaar hetzelfde doet en een beetje vastgeroest is. Het is zaak als Clubkadercoach goed te kunnen differentiëren. En het zal ook zeker zo zijn dat de ene Clubkadercoach beter is in het begeleiden van die oude rotten en de ander weer makkelijker omgaat met de welwillende ouders die plots voor een groep zijn gezet of die heel jonge trainers, die zelf maar een leeftijdsklasse hoger spelen. Iedere trainer, jong of oud, heeft iets anders nodig. Het is sowieso van belang dat de trainers uiteindelijk vertrouwen in jou krijgen, dat je troeven in handen hebt om ze op jouw hand te krijgen. Dat kan zijn door te vertellen over je eigen ervaringen, of door goede voorbeelden te geven. Je mag best lef tonen en laten zien dat jij een ontwikkelde trainer bent.

Wat een belangrijk punt is, maar niet het leukste allicht, is de organisatie van al je activiteiten. Zeker als je maar een beperkt aantal uren hebt, is het niet fijn als je heel veel tijd kwijt bent met het bellen, mailen, afspreken. Wat ons betreft ligt daar ook een rol voor de organisatie die de Clubkadercoach in kwestie betaalt. Vanzelfsprekend valt er veel te regelen, maar kan je – als het teveel geregel dreigt te worden – wellicht wat werk uit handen worden genomen. Als Clubkadercoach zul je flexibel moeten zijn, maar is het wel belangrijk om dat aan te geven als het werk je over de schoenen loopt. Blijft staan dat je het contact met de trainers natuurlijk altijd zelf doet. Met een groep studenten die trainingen geven kun je bijvoorbeeld prima communiceren via de mail, terwijl je met een groepje jonge trainers dan weer beter via de app kunt overleggen. En met oudere trainers heeft een belletje vaak weer meer effect. Maar ook in deze geldt: als je vaak op de club bent, kun je terloops al een hoop zaken regelen en gaat de communicatie al een stuk vanzelfsprekender.”

“Het is van belang om te beseffen wat je positie als Clubkadercoach is” BAS VAN ORMONDT

21


22

CLUBKADERCOACH

Landelijke Academie Buurtsportcoaches Bij het vaststellen van het beroepsprofiel van de Clubkadercoach wordt onder meer gekeken naar de ontwikkelingen binnen het programma Landelijke Academie Buurtsportcoaches (LAB). Voor de Buurtsportcoaches wordt daar namelijk met de grootst mogelijke zorgvuldigheid een viertal functieprofielen samengesteld. Onder meer de Clubkadercoaches en Leefstijlcoaches zullen vergelijkbare profielen krijgen om zo ook te kunnen worden ingeschaald. Dit is belangrijk om bijvoorbeeld de zwaarte van de functie en het bijpassende cao-salaris te bepalen. En kan bovendien dienen om vast te stellen welke (bij-) scholing door de toekomstige Clubkadercoach moet worden gevolgd om aan het functieprofiel te kunnen voldoen. Brigitte Musters is programmamanager bij de Vereniging Sport en Gemeenten en heeft veelvuldig overleg met de projectleiders Clubkadercoaching over de nog definitief vast te stellen functieprofielen, de benodigde competenties én de behoefte aan bijscholing van Buurtsportcoaches die als Clubkadercoach aan de slag gaan. Musters: “Het is logisch om de Clubkadercoach te koppelen aan de Brede Regeling Buurtsportcoaches, juist omdat de buurtsportcoach al niet meer weg te denken is en de verenigingen vaak al kent. Clubkadercoaching is een waardevolle, meer specifiek op trainersbegeleiding ingerichte toevoeging. Buurtsportcoaches acteren in een steeds complexer werkveld, vroeger hadden ze – bij het begin van de Brede Impuls Combinatiefuncties – vaak alleen te maken met de gemeente en het onderwijs, nu onder meer ook met zorg en welzijn. Bovendien werken ze niet alleen met de doelgroep jeugd, maar bijvoorbeeld ook met ouderen en/of mensen met een beperking. Soms heeft de Buurtsportcoach een bewegingsprofiel, dan weer een ondernemersprofiel. De Buurtsportcoach is dan weer uitvoerend (beweegvaardigheid op scholen, beweegactiviteiten in de wijk) dan weer ondersteunend (het helpen en adviseren van bijvoorbeeld beweegaanbieders) en initiërend, of verbindend waarbij beleidoverstijgende samenwerking

centraal staat. Daar passen vanzelfsprekend verschillende competenties en dus ook functieprofielen bij. Ook voor de Clubkadercoach zullen de competenties en vaardigheidsniveaus worden vastgesteld en zullen allicht meerdere functieprofielen nodig zijn. Het is belangrijk om duidelijk vast te stellen welke competenties een Clubkadercoach nu precies moet hebben. Ze zullen daarna een eigen profiel krijgen, maar het is slim om dat wel te koppelen aan profielen van Buurtsportcoaches, zodat duidelijk is welk niveau ze moeten hebben, hoe zwaar de functie is en welke beloning daar tegenover kan staan. Bij- en nascholing is essentieel om te kunnen voldoen aan de huidige eisen die aan de Buurtsportcoach, en nu ook de Clubkadercoach, wordt gesteld. Het curriculum in het onderwijs was daar echter nog niet helemaal op aangepast. Om te zorgen dat Buurtsportcoaches de juiste bijscholing kunnen volgen, is LAB ingericht. LAB is geen entiteit, geen pand met een voorgevel en een balie. Het is een programma en maakt gebruik van de bestaande infrastructuur rondom Buurtsportcoaches en helpt waar nodig in het realiseren van een landelijke dekkende infrastructuur. Kern van het ondersteuningsprogramma LAB is het faciliteren van een (regionale) samenwerking tussen de acht hbo-instellingen met Sportkunde, ALO Nederland, ROC’s Sport en bewegen, CIOS(en), WIJ Buurtsportcoaches en Provinciale Sportorganisaties (PSO’s). In het kader van Clubkadercoach vindt onder meer ook veel overleg plaats tussen deze organisaties en instanties, gemeenten, sportservices, NOC*NSF en een toenemend aantal sportbonden. LAB heeft onder meer periodiek contact met Buurtsportcoaches, hun werkgevers en gemeenten over belangrijke thema’s, werkt aan vraaggestuurd aanbod, zorgt voor implementatie van dat aanbod en regelt als regiegroep ook dat de infrastructuur wordt ontwikkeld en onderhouden. Het onderwijs zorgt zelf voor de programmering en ontwikkeling van noodzakelijk nieuw aanbod.”


HOOFDSTUK 3

Werving en selectie van Clubkader­ coaches Het is uiteraard van het grootste belang om, als lokale sportservice of gemeente, de juiste Clubkadercoaches aan te stellen. Het succes van Clubkadercoaching valt en staat, zo hebben de eerste Proeftuinen wel uitgewezen, bij de goede band die tussen een vereniging en Clubkadercoach bestaat. Juist een persoon die zich snel wegwijs weet te maken binnen de club, en die wordt gewaardeerd vanwege zijn of haar inzet, kennis en daadkracht, maakt grote stappen met Clubkadercoaching. Maar, dan is wel de vraag, zijn zulke Clubkadercoaches te vinden, en waar? En zijn ze snel in te zetten? Binnen welk profiel (zie hoofdstuk 2) moeten ze passen? En waar liggen de moeilijkheden?

23


24

CLUBKADERCOACH

V

erreweg de meeste Clubkadercoaches werden binnen de Proeftuinen aangesteld bij de lokale of provinciale sportservice, die vaak ook werkgever is van de andere Buurtsportcoaches in de gemeente. Dit wordt ook gezien als de meest logische en meest efficiënte manier. Enkele coördinatoren denken dat je als Clubkadercoach in dienst van de sportservice of gemeente als ‘meer onafhankelijk’ wordt gezien, dan wanneer je als Clubkadercoach in dienst bent van de vereniging. Een nieuw aangetrokken Clubkadercoach zal vanzelfsprekend niet alleen de club, maar ook de gemeente en de eigen organisatie moeten leren kennen, terwijl een Buurtsportcoach die al ter plekke actief was,

allicht sneller kan starten. Het is dan natuurlijk wel de vraag of deze Buurtsportcoach precies aan het profiel van de gezochte Clubkadercoach voldoet. Bovendien zou er verwarring kunnen ontstaan over de rol van de Clubkadercoach die ook al als Buurtsportcoach binnen de vereniging actief is. De vraag is of een Clubkadercoach sporttechnische kennis moet hebben. In principe niet, daarvoor kan de Clubkadercoach (en de vereniging) terecht bij de betrokken bond. Veel Clubkadercoaches hebben echter wel enige kennis van de sport opgedaan door bijvoorbeeld mee te trainen. Ze hebben logischerwijs wel een sportieve achtergrond, weten doorgaans hoe verenigingen werken en weten vanzelfsprekend veel


HOOFDSTUK 3

over pedagogiek en didactiek. Een Clubkadercoach kan zich – zo blijkt verderop in dit magazine – beter focussen op de pedagogisch-didactische kant van trainersbegeleiding als hij of zij geen specifieke kennis van de betreffende sport heeft. Er zijn echter verenigingen en bonden die wel nadrukkelijk prijs stellen op inzet van een Clubkadercoach mét die kennis. Een Clubkadercoach met kennis van die specifieke sport krijgt doorgaans meer krediet en vertrouwen van bestuur, trainers en ouders. Miranda Wassink (Gelderse Sport Federatie) en Sander Palm (Sportservice Doetinchem) nemen ons mee in hun zoektocht naar de juiste Clubkadercoaches.

Miranda Wassink (Gelderse Sport Federatie)

“Als Gelderse Sport Federatie is het onze rol om zo veel mogelijk mensen uit Gelderland te motiveren om te sporten en te bewegen. We ondersteunen gemeenten, werken samen met sportbonden, met sport­ raden, met de provincie én met sportverenigingen. Onze Buurtsportcoaches spelen een belangrijke rol, geven gymles op basisscholen, verzorgen naschoolse activiteiten in de wijk en ondersteunen de clubs. We hebben nu veertig Buurtsportcoaches in dienst, waarvan er tijdens de pilot zeven ook Clubkadercoach waren. We zien echter dat binnen veel gemeentelijke sportakkoorden de positieve sportcultuur een thema is; er zijn mooie ambities beschreven om met Clubkadercoaches aan de slag te gaan. Wat ons betreft kunnen dat de Buurtsportcoaches zijn die we al in dienst hebben. Allicht betekent dat voor een aantal een herijking van hun taken en uren.

“We zien dat binnen veel gemeentelijke sportakkoorden de positieve sportcultuur een thema is” MIRANDA WASSINK

WERVING EN SELECTIE

Bij de werving en selectie is de praktische beschikbaarheid erg belangrijk. Kijk vooraf goed of de trainingsavonden van de club(s) passen bij de beschikbaarheid van de Clubkadercoach.

Wij hebben geen nieuwe mensen in dienst genomen voor de Clubkadercoaching, maar – met de Proeftuinen als uitgangspunt – gekeken naar de gemeenten en clubs waar kansen lagen en naar de Buurtsportcoaches die daar al actief waren, of waarvan we dachten dat ze juist daar op hun plek zouden zijn. Onze Buurtsportcoaches hebben hiervoor zelf sportverenigingen aangedragen. Om als Clubkadercoach aan het werk te gaan, is het belangrijk een hart voor de vereniging te hebben. Je moet weten hoe het verenigingsleven werkt, hoe de organisatiestructuur van clubs in elkaar zit, welke rol trainers spelen in de vereniging. Bovendien is het belangrijk om te weten hoe je omgaat met vrijwilligers. Nu heeft de meerderheid van onze Buurtsportcoaches natuurlijk die affiniteit wel. Maar, het is ook echt belangrijk om de verenigingstaal te spreken. Het merendeel van onze Clubkadercoaches geeft als Buurtsportcoach ook les. Dat is een wenselijke competentie, omdat ze in het begeleidingstraject van een trainer niet alleen de theoretische kennis hebben, maar zelf ook weten hoe je ervoor zorgt dat een training of les goed verloopt. Hoe zorg je dat alle kinderen aan bod komen, hoe ga je om met specifieke karakters en leer je daar oog voor te hebben? Onze Clubkadercoaches kenden de lokale situatie, maar hadden nog geen zicht op alle ontwikkelingen die spelen binnen een vereniging. Dit ervaar je pas door te starten en in gesprek te gaan met de vrijwilligers. Daarnaast is het essentieel dat je als Clubkadercoach geïntroduceerd wordt binnen de vereniging met specifieke aandacht voor trainers en bestuursleden.

25


26

CLUBKADERCOACH

Learning #5 KOPPELING MET VERENIGINGS­ ONDERSTEUNING Je kunt er als vereniging voor kiezen om verenigingsondersteuning en Clubkadercoaching bij dezelfde Buurtsportcoach neer te leggen, die dan uiteraard voor beide functies de competenties moet bezitten. Een voordeel is dat deze persoon de club goed kan ondersteunen bij het op orde krijgen van randvoorwaardelijke zaken, zoals een visie van het bestuur en technisch beleid. Een nadeel is dat Clubkadercoaching ondergesneeuwd kan raken. Voor de betreffende Buurtsportcoach kan het ingewikkeld zijn om taken en rollen gescheiden te houden.

Het is belangrijk dat clubs de rol van de Clubkadercoach toelichten, bijvoorbeeld in een trainersbijeenkomst waarbij de Clubkadercoach zichzelf ook introduceert. Er moet tenslotte voldoende draagvlak zijn om aan de slag te gaan. Natuurlijk kunnen Clubkadercoaches ook een mboopleiding of een sportmanagementachtergrond hebben, maar bij ons heeft zo’n negentig procent van de Clubkadercoaches een ALO-achtergrond en

“Het is essentieel dat de Clubkadercoach goed geïntroduceerd wordt binnen de vereniging. Niet alleen bij de trainers, maar ook bij de bestuursleden” MIRANDA WASSINK

een lesbevoegdheid. Wij vinden dat een voordeel. Zij herkennen tijdens trainingen bepaalde situaties makkelijker. Anderzijds is het belangrijk voor de Clubkadercoach om het gesprek met het bestuur te voeren, hetgeen een Buurtsportcoach die verenigingsondersteuning biedt ook vaak moet doen. Als je iets wilt implementeren, beleid wilt maken, en bijvoorbeeld uiteindelijk de trainersbegeleiding wilt borgen, moet je ook zien dat je aan de bestuurstafel komt te zitten en met dat bestuur in gesprek blijft. Die twee componenten maken dat je van de Clubkadercoach een duizendpoot maakt en dat je dus ook goed naar deze persoon moet zoeken. De Clubkadercoach moet zich uiteindelijk feitelijk onmisbaar maken binnen de vereniging, althans de functie dan. Want zelf gaat onze Clubkadercoach op een gegeven moment weer verderop kijken. Trainersbegeleiding moet dan wel geborgd zijn binnen de club.


HOOFDSTUK 3

27

MOTIVATIE

Dat de ondersteuning door de Clubkadercoach niet op technisch vlak, maar op pedagogisch-didactisch terrein zou plaatsvinden, was vooraf aan de pilot duidelijk aangegeven. Het merendeel van onze Clubkadercoaches beoefende zelf dus ook niet de tak van sport waarin ze de vereniging hebben ondersteund. Dat is ook geen must wat ons betreft. Het kan soms wat makkelijker zijn als je met voetbaltrainers om de tafel zit en je beheerst zelf het spelletje ook, maar het gaat er vooral om dat je vertrouwen creëert. Het gaat erom dat je goed kunt observeren, een trainer wat didactische tools geeft en er daarmee voor zorgt dat een training beter verloopt. Wij hebben wel ervaren dat de Clubkadercoach sowieso stevig in zijn of haar schoenen moet staan. Je moet toch het vertrouwen winnen van de coaches. Het helpt al als de club jouw rol helder presenteert, dat iedereen meteen helder heeft dat je er als Clubkadercoach niet bent om ze te beoordelen, maar om te helpen. Het is niet altijd makkelijk om je als trainer, in de vrije tijd die je voor je club opoffert, ook nog eens kwetsbaar op te stellen. Onze Clubkadercoaches zijn allemaal hbo geschoold. Dat vind ik geen verplichting, als gezegd kunnen dat ook mbo’ers of mensen met een sportmanagementachtergrond zijn, maar degenen die als verenigingsondersteuner werkzaam zijn, moeten natuurlijk wel goed beslagen ten ijs komen. Er wordt nogal wat van een Clubkadercoach gevraagd. Je moet een bijdrage leveren aan het pedagogisch sportklimaat. Een profiel kan een goede richting geven, maar het is elke keer weer zoeken naar de Clubkadercoach die het best bij de vereniging past. Dat is ook een kwestie van gevoel en ervaring en uiteindelijk zicht hebben op de gevraagde ondersteuning.”

Motivatie voor de specifieke rol van Clubkadercoach is belangrijk. Benoem niet ‘zomaar’ iemand tot Clubkadercoach, maar zoek naar een gemotiveerde Buurtsportcoach.

Sander Palm (Sportservice Doetinchem)

“Doetinchem is een stad met 25.000 inwoners en een rijk verenigingsleven, waar vanuit de buurtsportcoachregeling maar voor 1 fte verenigingsondersteuning beschikbaar was. We liepen er dus geregeld tegenaan dat we zaken niet op konden pakken. Daarbij kwam dat we door dat gebrek aan tijd ook vaak niet verder kwamen dan de voordeur. Clubs deden uit beleefdheid de voordeur open, soms mochten we ook nog de gang in, maar de woonkamer mochten we niet in, de trap niet op. Nu, met de Clubkadercoach, blijkt dat we ook echt de vraag-achter-de-vraag kunnen achterhalen, dat er iemand binnen de vereniging is die deur voor ons opent, die de weg baant voor de verenigingsondersteuner. Alleen al in dat opzicht vinden wij de invoering van de Clubkadercoach zeer geslaagd. Door zijn aanwezigheid binnen de club kan de Clubkadercoach een vereniging echt leuker, vitaler en beter maken.

“Door zijn aanwezigheid binnen de club kan de Clubkadercoach een vereniging leuker, vitaler en beter maken” SANDER PALM


28

CLUBKADERCOACH

“Als Clubkadercoach is het vooral belangrijk dat je intrinsiek enorm gemotiveerd bent om dit werk te doen” SANDER PALM

Waar wij wel mee gestoeid hebben, is het streven dat de Clubkadercoach eigenlijk meteen Coach de coach-trajecten zou moeten opzetten, meteen aan de slag zou moeten kunnen met trainersbegeleiding. Wij merken dat ze in de beginfase juist zo goed kunnen helpen met het beantwoorden van die vraag-achter-devraag, dat ze bijvoorbeeld onderzoeken of er wel een deugdelijk technisch beleidsplan ligt. Ik heb vaak genoeg van onze Clubkadercoaches meegekregen dat er feitelijk nog veel meer werk ligt bij de vereniging, dat er eerst nog wel wat hobbels moeten worden genomen. Mede daarom ook zijn wij ervan overtuigd dat er heel wat verschillende profielen van Clubkadercoaches zijn op te stellen. In de toekomst zullen er verschillende Clubkadercoaches, met verschillende expertises en verschillende kwaliteiten, nodig zijn. Hbo’ers, mbo’ers, maar ook mensen met een andere vooropleiding, en andere beroepservaring. In elke situatie is een

ander soort energie nodig en misschien ook wel een Clubkadercoach met een andere achtergrond. Zo hebben wij een Clubkadercoach die hiervoor zelfstandig ondernemer was, die daarna ALO is gaan doen en zijn lesbevoegdheid heeft gehaald. En we hebben twee meiden waarvan er een na de ALO bewust ervoor gekozen heeft om als Clubkadercoach te solliciteren en de ander al als Buurtsportcoach werkte. Alle drie zijn ze als een spin in het web, ook al zijn ze in sommige gevallen bij een complexe vereniging met complexe vraagstukken terechtgekomen. Dat wisten we overigens van tevoren, want allemaal hebben ze heel specifiek gesolliciteerd naar de functie van Clubkadercoach bij de betrokken club. We hebben, met de opdrachtbeschrijving in het achterhoofd, al op voorhand de matches gemaakt waarvan wij dachten dat dat de juiste waren, en niet zomaar iemand op een club afgestuurd. Misschien hebben wij geluk gehad, want ik geloof echt niet dat elke ALO’er geschikt is voor de functie van Clubkadercoach, maar we hebben drie heel goede mensen erop kunnen zetten. Aanvankelijk dacht ik dat, omdat je als Clubkadercoach echt wel sterk in je schoenen moet staan en soms ook moet durven zeggen dat een vereniging nu echt eens moet doorpakken, dat enige senioriteit wel noodzakelijk was voor de functie. Aan de andere kant, die twee meiden zijn mid-twintig, en redden zich ook. Wat vooral belangrijk is, is dat je intrinsiek enorm gemotiveerd moet zijn om dit werk te doen, je moet weten hoe het verenigingsleven in elkaar zit, liefst zelf ook wat bestuurlijke ervaring hebben. Je moet beseffen dat je werkt

Learning #6 BESTAANDE VERSUS NIEUWE CLUBKADERCOACHES

Als je een bestaande Buurtsportcoach (die binnen de gemeente als samenwerkte met sportverenigingen) of verenigingsondersteuner benoemt tot Clubkadercoach, zal hij mogelijk sneller kunnen starten. Anderzijds is het voordeel van een nieuw startende Clubkadercoach dat hij zich wellicht makkelijker kan focussen op zijn specifieke rol als Clubkadercoach.


HOOFDSTUK 3

FUNCTIEPROFIEL

In samenwerking met de betrokken partijen is een functieprofiel voor de Clubkadercoach opgesteld. Dit profiel is in de loop van de pilot bijgesteld op basis van de ervaringen en de learnings.

met vrijwilligers die hun ziel en zaligheid, en veel vrije tijd, in de club stoppen, hun best doen, maar het ook niet altijd allemaal weten. Als Clubkadercoach moet je, zonder de mensen tegen de schenen te schoppen, af en toe het lef hebben om structuren die soms al decennialang bestaan te doorbreken. Je moet stelling durven nemen, en soms ook doorduwen. Voor de diverse vacatures hadden we, zo uit mijn hoofd, telkens een stuk of twintig kandidaten. We kregen veel reacties van net afgestudeerden, of jongeren die hun diploma zelfs nog moesten halen. Zo iemand kun je toch niet vragen om direct het opstellen van een goed technisch beleidsplan, bij een vereniging die daar al lang over twijfelt, vlot te trekken? Ik zou ALO’ers adviseren eerst een paar jaar les te geven en daarna verder te kijken. Wie dan het gevoel heeft iets te willen doen met bijvoorbeeld het begeleiden van trainers, omdat ze zien dat kinderen die graag willen bewegen stuklopen bij een vereniging omdat de trainingen niet goed zijn, die is dan op zijn plek als Clubkadercoach. Het werk moet wel passen bij je overtuiging. Wat mij betreft hoeft een Clubkadercoach ook niet per se een ALO-achtergrond te hebben. Je moet echter wel weten wat lesgeven is en het verenigingsleven kennen. Waar wij ons nu overigens wel al, voor de toekomst, over buigen is hoe wij de Clubkadercoach die nu bezig is met een opdracht bij een bepaalde vereniging, en die daar straks mee klaar is, vervolgens weer kunnen inzetten bij een andere club. Je neemt mensen aan voor de langere termijn, maar het is niet gezegd dat er hierna weer een functie, of beter: een vereniging, is die exact bij ze past.

Het grote succes van de Clubkadercoach schuilt er namelijk in dat hij of zij maatwerk levert, dat hebben wij wel ervaren. Daar hebben wij ook echt veel tijd in gestoken, om de juiste profielen, van clubs en Clubkadercoaches, bij elkaar te zoeken. Als in de toekomst verenigingen zelf ook mee gaan betalen aan de Clubkadercoach, tijdens de Proeftuinen was dat nog niet van toepassing, kunnen we ons overigens ook voorstellen dat de clubs mee willen beslissen over wie er bij de vereniging gestationeerd wordt. Dat is wel een punt van aandacht. Nu ligt het werkgeverschap vooral bij de gemeente, maar als op termijn de sportbond, de vereniging én de gemeente meebetalen, kan dat nog wel tot discussies leiden. Zeker als de bond liever iemand met een sportspecifieke achtergrond wil, de gemeente juist het pedagogisch-didactische aspect vooropstelt en de vereniging weer heel andere kenmerken hanteert. Clubkadercoaching heeft in onze ogen een mooie toekomst, dit kan echt iets groots, iets blijvends worden. Er is de laatste jaren een nadrukkelijke roep om professionalisering in de sport, ook bij de vereniging om de hoek. Dit is een grote stap in de goede richting. Sportparkmanagers, verenigingsmanagers, maar ook Clubkadercoaches kunnen ervoor zorgen dat de processen verbeteren en dat vrijwilligers zonder al te veel problemen hun vrijwilligerstaken kunnen vervullen. Dat alles vergroot het sportplezier. Het moet voor verenigingen fijn zijn om te beseffen dat er mensen zijn, zoals de Clubkadercoach, die je op weg willen helpen. Wij zien dat als een grote plus en gaan hier in de toekomst zeker meer in investeren. Noot: Sander Palm is sinds kort niet meer werkzaam voor Sportservice Doetinchem.

“In elke situatie is een Clubkadercoach met een andere achtergrond nodig” SANDER PALM

29


30

CLUBKADERCOACH

Interview Johan Steenbergen Johan Steenbergen ademt sport. Geschoold als bewegingswetenschapper specialiseerde hij zich nadien in de sportfilosofie. Meer dan dertig jaar is Steenbergen reeds werkzaam in het werkveld sport en bewegen. De eerste jaren als wetenschapper op de VU in Amsterdam en Universiteit van Tilburg, daarna lange tijd bij Kennispraktijk en heden ten dage bij Kenniscentrum Sport & Bewegen. Steenbergen maakt in zijn werk, doorgaans na praktische vragen uit het veld, kennis toepasbaar voor verschillende sport- en beweegpraktijken. “Ik zet mijn kennis, kunde en netwerk graag in om onze jeugd vaardiger te maken in bewegen”, aldus Steenbergen, die zelf een enthousiast basketballer, hardloper, triatleet en wielrenner was en is. Vanuit zijn professie weet Steenbergen dat geprofessionaliseerde begeleiding in de breedtesport een grote meerwaarde kan hebben. “Ik zie dat de Clubkadercoach op lokaal niveau een grote positieve bijdrage kan leveren aan het pedagogisch didactische klimaat bij de vereniging, maar daarmee ook aan de betere positie van de club op lokaal niveau. En dus kan een Clubkadercoach ook impact hebben op thema’s als vitaliteit en sociale veiligheid, die vaak ook een accent in de nieuwe lokale sportakkoorden hebben gekregen. Het besef dat je, als je binnen die enorme infrastructuur van verenigingen een goed pedagogisch klimaat tot stand wilt brengen, daar professionals voor nodig hebt, is de laatste jaren duidelijk waarneembaar. En logisch ook. Overal en altijd, en dus ook op de club, is kennis en kunde nodig. Kunde bij het bestuur, maar ook bij het kader. Het is zo belangrijk dat trainers, coaches, maar ook scheidsrechters, bekwaam zijn. Ik vind het wel belangrijk dat vrijwilligers hun rol binnen de vereniging behouden, zij bepalen het DNA, de sfeer binnen de vereniging, maar ze mogen best wat hulp van buitenaf, van die professional, krijgen. Als je als (lokale) overheid en sportbond die vereniging een belangrijk vehikel vindt, bijvoorbeeld ook uit oogpunt van integratie of gezondheid, heb je daar ook een zekere professionalisering bij nodig. Iemand

zoals de Clubkadercoach kan de vereniging een duwtje in de juiste richting geven. Als we terugkijken op verenigingsondersteuning door de jaren heen, zie je dat de Clubkadercoach meerdere ‘vaders en moeders’ heeft. De sportverenigingen in Nederland draaien traditiegetrouw op vrijwilligers, zo zijn onze clubs – die gezamenlijk een gigantisch netwerk vormen – sinds jaar en dag georganiseerd. De knowhow in de jaren tachtig kwam van afgestudeerden van het CIOS. Zij zorgden voor een stukje professionalisering op de vereniging, zij waren de sport- en spelleiders die opgeleid waren om verenigingen te ondersteunen, aan het vrijwilligersbeleid te werken. Zij stimuleerden, met hun achtergrond, ook de ledenwerving, verspreidden hun trainingsleer. Eind jaren negentig en met name begin deze eeuw kwam de breedtesportimpuls. Organisaties werden in die tijd gestimuleerd om initiatieven te ontplooien die bijdroegen aan een duurzame verbetering van het lokale sportaanbod. De inzet was dat gemeenten meer relaties aan zouden gaan met het sociale domein. Het besef kwam destijds dat ook mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt of een beperking wellicht iets aan sport konden hebben. De opzet was dat de sportverenigingen zich, met hulp van een professional, versterkten door verbinding te zoeken met het onderwijs en bijvoorbeeld de buurthuizen. Lokaal kreeg je toen her en der sportprofessionals die verenigingsondersteuner werden. Ze waren in dienst bij een bond of sportservice en hielpen de clubs met vrijwilligersbeleid, ledenwerving, het vinden van een bestuurlijke, organisatorische en sportieve structuur. Sommige verenigingsondersteuners werden door de clubs tegen vergoeding aangesteld als verenigingsmanager. Een paar jaar later kwam de Combinatiefunctionaris. Die was vaak niet bij een vereniging gestationeerd, maar werd, gestuurd vanuit de gemeente, meer de spin in het web. De Combinatiefunctionaris moest letterlijk combinaties maken. En zorgen dat verenigingen,


INTERVIEW

onderwijs en bijvoorbeeld experts in gedragsproblematiek, artsen of fysiotherapeuten elkaar vonden. De Combinatiefunctionaris stond niet zelf voor de groep, maar maakte de verbinding en begeleidde het proces. Met name het sportdomein en het onderwijs – geen gekke combinatie natuurlijk, want die richten zich immers beide op jongeren – werden met elkaar verbonden door de Combinatiefunctionaris, die soms ook wel verbindingsofficier werd genoemd. De Buurtsportcoach, opvolger van de Combinatiefunctionaris, werkte op dezelfde wijze, als verbinder. Maar de inhoud verschoof ietwat. De Buurtsportcoach ging bijvoorbeeld veel meer aan de slag met senioren. Waar de Combinatiefunctionaris bij wijze van spreken ‘jong geleerd is oud gedaan’ als slogan had, richt de Buurtsportcoach zich meer op ‘een leven lang sport en bewegen’. Voor beide is iets te zeggen natuurlijk. Het leggen van de verbinding bleef, maar de scoop werd met de Buurtsportcoach wat breder. Veel van die ondersteuners hielden zich al bezig met de vraag hoe zij verenigingen konden ondersteunen bij een pedagogisch sportklimaat. Zij probeerden te helpen bij issues als sportiviteit en respect, inclusie. En ze kregen ook vragen hoe ze trainers wegwijs konden maken. Dat waren feitelijk de Clubkadercoaches avant la lettre. Die focust zich, in tegenstelling tot de Buurtsportcoach, weer – de naam zegt het al – echt helemaal op de vereniging. De Clubkadercoach kan het veilige, pedagogische sportklimaat bij de club verduurzamen, het eerst helpen opzetten en daarna borgen binnen de club. Clubs zijn tegenwoordig ontvankelijker voor termen als plezier en meedoen. Het pedagogisch sportklimaat wordt in alle geledingen omarmd, het is goed ook om daar met de Clubkadercoach juist op in te zoomen. Het proces is tegenwoordig bij heel veel verenigingen gelukkig ook al echt belangrijker dan het resultaat. Waarbij niet gezegd is dat je niet mag proberen te winnen. Maar, de weg ernaartoe krijgt veel meer aandacht. Daardoor is de vraag wie voor de groep zet ook echt

veel evidenter geworden. Wat hebben kinderen nodig om er plezier in te hebben? Hoe zorg je dat ze lid blijven? Vragen waarop het antwoord redelijk eenvoudig is. Dat doe je door een trainer neer te zetten die kundig is, en dan niet zozeer technisch, maar vooral op pedagogisch-didactisch gebied.

“Als we terugkijken op verenigingsondersteuning door de jaren heen, zie je dat de Clubkadercoach meerdere ‘vaders en moeders’ heeft” JOHAN STEENBERGEN

Ik denk dat de clubs in Nederland, om duizend-en-een redenen, ook in de toekomst vooral terug zullen blijven vallen op vrijwilligers, van wie allicht een flink deel geen trainersopleiding heeft gevolgd. De vrijwilligers in ons sportlandschap zijn een groot goed. Het is aan de Clubkadercoach om juist díe groep te helpen. De Clubkadercoach moet de geur, het DNA van de club, opsnuiven, de lokale dynamiek begrijpen, en na een tijdje aftasten en kunnen analyseren waar vooral behoefte aan is. Geef de trainers begeleiding, maar help ook het bestuur er beleid van te maken. En zorg voor voorlopers of koplopers die van trainersbegeleiding echt een thema, een constante, binnen de vereniging kunnen maken. Zodat het voortduurt als de Clubkadercoach een vereniging even verderop gaat helpen.”

31


32

CLUBKADERCOACH

Welke clubs komen in aanmer­ king? Clubkadercoaching heeft in korte tijd een grote mate van populariteit bereikt. De betrokken clubs zelf ervaren dat met beter geschoold kader iedereen met meer plezier sport. De sportbonden zien dat clubs een sportieve ontwikkeling doormaken en gemeenten ontdekken dat door Clubkadercoaching ook het maatschappelijk perspectief toeneemt. Goed georganiseerde verenigingen waar mensen zich thuis voelen én sportief bezig zijn en blijven, brengen ons allen veel vreugde. Zulke verenigingen kunnen groeien, qua ledental én impact.

H

et is echter niet mogelijk om in één keer op te schalen en bij elke willekeurige vereniging een Clubkadercoach neer te zetten en dan wonderen te verwachten. Lucinda Schuurman en Sten Verleg laten in dit hoofdstuk zien dat je de clubs goed moet selecteren. Zij doen dat ieder in hun eigen gemeente, respectievelijk

Amsterdam en Den Haag. Het heeft geen zin een Clubkadercoach op pad te sturen met het doel trainers te begeleiden als de vereniging bestuurlijk, financieel en/of organisatorisch andere zaken niet op orde heeft. Dan zijn er namelijk dusdanig veel andere problemen op te lossen, dat het opleiden van sportief kader nauwelijks of geen effect heeft.


HOOFDSTUK 4

Lucinda Schuurman is werkzaam op de afdeling sportstimulering van de gemeente Amsterdam. Zij selecteert met haar collega’s de verenigingen die, mede dankzij Clubkadercoaching, in hun wijk (meer) impact kunnen hebben. En dan niet alleen in sportief opzicht, maar bijvoorbeeld ook dankzij kookcursussen of koffie-uurtjes voor buurtgenoten. Sten Verleg werkt voor WSDH, de werkgever voor Buurtsportcoaches en sportcoördinatoren in Den Haag. De Haagse verenigingen kunnen de komende jaren, mede dankzij een nieuw keuzevak van de Haagse Hogeschool, letterlijk tientallen trainersbegeleiders gaan inzetten. Het streven om in 2030 iedere Hagenaar in beweging te krijgen, wordt zo weer iets realistischer. “Het is vanzelfsprekend een enorme opgave om dat te realiseren, maar we doen er wel al het mogelijke aan. Het is daarom belangrijk de verenigingen te versterken zodat zij maximaal kunnen bijdragen aan dat streven.”

Sten Verleg (WSDH) “WSDH heeft Buurtsportcoaches en sportcoördinatoren in dienst. De Buurtsportcoaches worden ingezet op de Cruyff Courts en de Krajicek Playgrounds. Daar verzorgen zij een structureel sportaanbod voor de wijk. De sportcoördinatoren worden ingezet bij de Haagse sportverenigingen. Het doel is alle Hagenaars in beweging te krijgen én te houden. Al vanaf 2008 versterken sportcoördinatoren het technische kader van de Haagse clubs omdat we weten dat sterke verenigingen veel te bieden hebben: ze kunnen veel meer leden kwijt, weten hun leden te binden en zijn maatschappelijk betrokken. En dat alles begint bij goede trainers.

“We weten dat sterke verenigingen veel te bieden hebben” STEN VERLEG

33


34

CLUBKADERCOACH

Learning #7 COMMITMENT EN URGENTIE

Commitment van de club en de intentie en mogelijkheid om als club zelf te investeren (niet per se met financiering, maar wel met tijd) is noodzakelijk om Clubkadercoaching te laten slagen. Hiervoor moet de urgentie gevoeld worden.

“We selecteren clubs die de potentie hebben om Clubkadercoaching te kunnen borgen, die er samen met ons een succes van weten te maken” STEN VERLEG En bij een positieve sportcultuur! Deze positieve sportcultuur zal in de aankomende jaren een voorname rol hebben in het Haagse sportbeleid en WSDH zorgt hierin voor de uitvoering. In dat besef zijn we aangehaakt bij het project Proeftuinen Clubkadercoaching. Het past perfect in ons straatje. Het is goed om een landelijke regeling te koppelen aan iets wat we lokaal al doen, dat geeft meer bekendheid aan onze doelen. Met de kennis van nu kunnen we dus stellen dat Den Haag eigenlijk al jaren werkt aan Clubkadercoaching en door de landelijke aandacht krijgt deze term nu meer lading. Doordat vrijwel tegelijktijdig bekend werd dat de Haagse Academie Lichamelijke Opvoeding (HALO) nu het keuzevak trainersbegeleiding aanbiedt, hebben we er in 2020 al heel veel nieuwe trainersbegeleiders

bij gekregen. En dat worden er in de aankomende jaren nog veel meer. De studenten lopen eerst mee met onze huidige sportcoördinatoren en kunnen straks zelfstandig als trainersbegeleider aan de slag. In het verleden hadden we een vast bestand van clubs, een stuk of vijftig, waar onze sportcoördinatoren in samenspraak met de gemeente aan de slag gingen. Er kwam weleens een vereniging bij en er viel er wel eens een vereniging af, maar het bestand stond wel zo’n beetje vast. Nu we de sportcoördinatoren inzetten als Clubkadercoaches kunnen we specifieker aan het werk gaan op het gebied van Clubkadercoaching en bij clubs die behoefte ophalen. Zo zal de ene sportclub de hulpvraag stellen hoe trainersbegeleiding op te zetten en is de ander vooral op zoek naar hoe trainersbegeleiding te borgen binnen de club. Dat laatste is wat ons betreft wel de uitgangspositie. De inzet van onze sportcoördinatoren zal projectmatiger worden zodat we uiteindelijk meerdere clubs kunnen helpen met het opzetten en borgen van de trainersbegeleiding. Wij zijn ons er ook van bewust dat het geen zin heeft om binnen te stappen bij een vereniging waar essentiële zaken nog niet goed zijn georganiseerd. Dan heeft de begeleiding van trainers geen prioriteit. In dit geval zal de afdeling verenigingsondersteuning van de Gemeente Den Haag eerst een ondersteuningstraject met de club afstemmen. We selecteren clubs die de potentie hebben om Clubkadercoaching te kunnen borgen, die er samen met ons een succes van weten te maken. In de regel zijn de verenigingen waar we aan de slag gaan verenigingen die wat groter zijn en nog wat te winnen hebben voor wat betreft de pedagogische begeleiding van hun leden. We komen bij uiteenlopende verenigingen, de diversiteit aan verenigingen is enorm. Daarnaast is ook de verdeling onevenredig. Er zijn stadsdelen waar veel verenigingen zijn, terwijl het er in andere stadsdelen juist heel weinig zijn. We zijn al jaren actief bij een grote atletiekvereniging in de stad: HAAG Atletiek. Die vereniging maakt elk jaar mooie stappen, bijvoorbeeld op het gebied van de positieve sportcultuur. Het geeft voldoening wanneer zo’n club mede door onze inzet op dat vlak kan floreren. Maar ook daar hebben we in eerste instantie gewerkt aan de technische kwaliteit van de trainers.


HOOFDSTUK 4

VISIE EN DOELEN

“Een vereniging zou ernaar moeten streven om leden een leven lang aan zich te binden” STEN VERLEG

Verenigingen hebben wat ons betreft een wijkfunctie. Enkele jaren geleden is er in Den Haag bezuinigd op welzijn met de achterliggende gedachte dat verenigingen en hun accommodaties deze buurtfunctie over zouden nemen. Dat zogeheten Buurthuis van de Toekomst, of de Open Club, is op een aantal plekken in de stad inderdaad gerealiseerd. Verenigingen stellen hun kantine doordeweeks overdag open, schenken koffie en organiseren activiteiten voor alleenstaanden of ouderen. Er zijn zelfs verenigingen die inmiddels al meer ‘buurtleden’ hebben dan sportende leden. Dat sociale vangnet is belangrijk, wij hechten daar veel waarde aan. Het past ook in onze filosofie dat een

De capaciteit van Buurtsportcoaches is per definitie schaars. Niet elke vereniging kan dan ook gebruikmaken van Clubkadercoaching. Selecteer de clubs op basis van eigen visie en doelstellingen binnen de organisatie (gemeente, sportservicebureau, sportbond, et cetera).

vereniging ernaar zou moeten streven om leden een leven lang aan zich te binden. Wellicht niet een heel leven als fanatiek sporters, maar wel als actieve leden die op wat voor wijze dan ook een bijdrage blijven leveren aan de club. Zo’n vereniging wordt sterker. De sportcoördinator kan door Clubkadercoaching een mooie bijdrage leveren aan de positieve sportcultuur. Een cultuur waarin respect voor elkaar belangrijk is, één die helpt het niveau van de trainers te verbeteren, het spelplezier te vergroten en daarmee bijdraagt aan een vitale sportvereniging waar je lid van wilt worden en lid van wilt blijven.”

Learning #8 RANDVOORWAARDEN

Het is cruciaal dat een aantal randvoorwaarden bij de club op orde is. Denk aan een visie op het pedagogisch sportklimaat en draagvlak binnen het bestuur en commissies. Als deze randvoorwaarden onvoldoende zijn ingevuld, is de succeskans van een Clubkadercoach niet hoog. Als de randvoorwaarden niet op orde zijn, kan eventueel een verenigingsondersteuner in een paralleltraject met een enkele randvoorwaarde aan de slag gaan.

35


36

CLUBKADERCOACH

Lucinda Schuurman (gemeente Amsterdam) “De afdeling sportstimulering van de gemeente Amsterdam doet, de naam zegt het al, er alles aan om Amsterdammers aan het bewegen te krijgen en te houden. Wij willen, met een schuine blik op het Sportakkoord, zorgen voor zo veel mogelijk vitale, positieve én maatschappelijk betrokken Amsterdamse sportaanbieders. We willen dat meer Amsterdammers terecht kunnen bij de clubs in hun stad, en dat ze daar lid van blijven. Dat is een randvoorwaarde om voldoen­de sport- en beweegaanbod voor de Amsterdammer te creëren. Hoe meer vitale clubs, hoe beter het aanbod. En hoe meer Amsterdammers, die nu nog niet de weg naar het sporten weten te vinden, als­ nog gaan sporten. We doen ons best om als gemeente zo veel mogelijk clubs te kennen. Amsterdam telt tussen de 1.500 en tweeduizend sportaanbieders, waaronder zo’n zeshonderd verenigingen. Er zijn heel veel clubs waar we ons, na een kennismaking, geen zorgen over hoeven te maken, maar er zijn er ook veel die wel wat hulp kunnen gebruiken. Maar, we kunnen natuurlijk niet onbeperkt iedereen helpen, de middelen en mogelijkheden zijn beperkt, er is ook onvoldoende mankracht voor. Met de Clubkadercoachregeling zijn er wel opties bijgekomen natuurlijk.

Voor we ergens aan de slag gaan, kijken we naar de potentie en betekenis van de club voor de buurt of wijk waar het aanbod wordt aangeboden. Wat voor positie neemt zo’n vereniging in de wijk in? Hebben ze aanbod dat niemand anders heeft, houden ze nu al veel Amsterdammers aan het bewegen en kunnen ze hun leden vasthouden? De mate van vitaliteit verschilt enorm. De ene club staat op omvallen, de ander draait al jaren prima. Die laatste categorie heeft dan de potentie om nog beter te worden. Dat zijn clubs die met een beetje extra hulp, bijvoorbeeld van de Clubkadercoach, hun trainers betere trainingen kunnen laten verzorgen en zo hun leden meer plezier bezorgen en die dus ook vasthouden. Die clubs kan je als gemeente ook vragen om, als ze alles op orde hebben, nog meer maatschappelijk betrokken te zijn en bijvoorbeeld de deuren open te zetten voor nog meer doelgroepen. Wij kijken welke clubs dat in zich hebben, kijken naar hun hulpvraag én ontwikkelkracht en helpen ze groeien naar waar ze heen willen. Sommige verenigingen zijn zó sterk, dat we ze stimuleren meer te doen. We zouden het liefst zien dat er in elke buurt een aantal clubs zijn die, naast de sporters, ook verschillende doelgroepen kunnen opvangen. Elke club is natuurlijk in de basis al ‘maatschappelijk bezig’,

Learning #9 KRITISCHE BLIK

“Als we een club ondersteunen, willen we er zeker van zijn de vereniging er voor langere tijd profijt uit trekt” LUCINDA SCHUURMAN

Veel clubs willen graag ondersteuning door een professional en zullen daarom al snel ‘ja’ zeggen tegen Clubkadercoaching. Het is van belang om (liefst met/door de Clubkadercoach) te achterhalen wat de precieze vraag of behoefte van de club is. En of ze inderdaad met Clubkadercoaching aan de slag willen en kunnen.


HOOFDSTUK 4

maar er zijn er ook die meer kunnen en die met een klein zetje of een beetje ondersteuning uit kunnen groeien tot een maatschappelijk betrokken vereniging. Dergelijke clubs doen meer dan sport, ze runnen bijvoor­beeld de kantine met statushouders, faciliteren een spreekuur voor werkzoekenden en verzorgen kookcursussen. Dit past niet bij elke club, en een heleboel zijn er ook echt nog niet op ingericht, maar het zou mooi zijn als een aantal verenigingen hun zaakjes sportief zo goed op orde hebben, dat ze hier ook tijd en energie voor vrij kunnen maken.

“Het moet altijd de intentie zijn dat zaken als trainersbegeleiding ook doorgaan nadat wij vertrokken zijn” LUCINDA SCHUURMAN

We acteren overigens zowel reactief als proactief. Sommige clubs weten ons te vinden met hun hulpvraag, andere benaderen we zelf en bieden we een arrangement aan. Daarin zitten meerdere componenten, zoals ook Clubkadercoaching. Als we merken dat een club, na een vitaliteitsonderzoek, voldoende potentie heeft, en dat er bijvoorbeeld energie in het bestuur zit, gaan we om de tafel. Dan is het de vraag wat wij kunnen betekenen. Soms geven we laagdrem­pelig advies, dan weer verwijzen we verenigingen door naar een sportbond of krijgen ze, bijvoorbeeld bij een bestuurlijk traject, hulp van een andere gemeentelijke afdeling. Ook kan het dan zo zijn dat we besluiten de vraag neer te leggen bij onze subsidiepartner Team Sportservice Amsterdam, die Buurtsportcoaches in dienst heeft en de Clubkadercoach-aanpak aanbiedt.

Al vanaf het begin van de Proeftuinen staat voor ons als een paal boven water dat we bij een vereniging die op omvallen staat niet met met Clubkadercoaching aan de slag gaan. Daar is eerst ander werk te doen. We willen eerst de basis op orde hebben. Is dat zover, dan kan dat een startpunt zijn voor een Clubkadercoach om trainers van die vereniging te gaan begeleiden. In het verleden zijn misschien soms wat al te lichtzinnig clubs gekozen die wel interesse in een dergelijk traject hadden, die dachten dat ze het goed konden gebruiken. Nu weten we allemaal, en wij in Amsterdam hebben zelf in het kader van de Proeftuinen heel lang gedaan over het inventariseren en kennismaken met clubs, dat er niet alleen intrinsieke motivatie moet zijn, maar dat ook de basis op orde moet zijn en de kans op borging groot. Dat vonden wij zelf een belangrijk leermoment. Weliswaar begin je dan wat later aan zo’n traject, de kans van slagen is wel groter. Borging is namelijk echt heel belangrijk. Willen we een club ondersteunen, dan willen we er ook wel zeker van zijn de vereniging – zodra we weg zijn – er voor langere tijd profijt uit trekt. Er zijn altijd voorbeelden waarbij het niet lukt, omdat bijvoorbeeld een sleutelfiguur de club verlaat, maar het moet toch altijd de intentie zijn dat zaken als trainersbegeleiding ook door gaan nadat wij weer vertrokken zijn. Vooralsnog bieden wij als gemeente die ondersteuningsarrangementen gratis aan. Daar zit vanzelfsprekend, budgettair, een limiet aan. Tot op heden vragen wij van de verenigingen alleen maar een investering in tijd, energie en menskracht, maar het zou zomaar kunnen dat we op termijn verenigingen mee laten betalen. Dat zou namelijk betekenen dat we meer clubs kunnen helpen, hetgeen op zich natuurlijk geen slecht vooruitzicht is.”

“We willen bij clubs eerst de basis op orde hebben” LUCINDA SCHUURMAN

37


PROFESSIONEEL BEWEGEN IN 2021

DAG VOL GEDRAG In januari 2022 organiseer t de Calo een n i e u w e e d i t i e v a n d e D a g Vo l G e d ra g : h e t kennisevent voor professionals in de werelden van onderwijs, zorg en spor t. Met een reeks inspirerende webinars geven we je in 2021 al een voorproefje! To p s p r e k e r s o p h e t g e b i e d v a n g e d ra g vertalen

inzichten

in

g e d ra g

deren en jongeren naar

bij

kin-

j o u w p ra k t i j k !

Didactisch DNA 8 februari 2021, Bruno Oldeboom

Voorkom lastig gedrag 11 maar t 2021, Anton Horeweg

Pittige emoties van kinderen 13 april 2021, Tischa Neve

Het puberende brein 11 mei 2021: Jiska Peper

Omgaan met lastgevend gedrag 18 mei 2021, Ber t van Klaveren Schrijf je gratis in op www.dagvolgedrag.nl

PRAKTIJKCOACHES AD-SPORT GEZOCHT De Calo start een nieuwe opleiding. De Associate degree (Ad) Spor t is een 2 - j a r i g e p ra k t i j k g e r i c h t e o p l e i d i n g o p hbo-niveau.

Uitstroomprofielen

clubkadercoach De

Calo

en

zoekt

zijn

s p o r t o n d e r n e m e r.

p ra k t i j k c o a c h e s

die

willen samenwerken in het opleiden van studenten en het ontwikkelen van p ra c t i c a w a a r i n n i e u w e j e u g d s p o r t c o n cepten worden getest. Heb je belangs t e l l i n g ? O f h e b j e e e n v ra a g o f e e n idee? Neem dan contact met ons op.

Contact: adsportopleiding@windesheim.nl

De

Calo

( Zw o l l e ) onderwijs

op

Hogeschool

beweegt en

het

Windesheim

s p e e l ve l d

o n d e r zo e k .

bewegingsonderwijs

en

in

In de

met sport, zo rg .


39

De opleiding van de Haagse Hogeschool Het was 2017 toen Randy Rijke een droom kreeg. CO was net gelanceerd, landelijk werd uitgedragen dat trainersbegeleiding de normaalste zaak van de wereld moest worden. En Rijke dacht: Dat moet kunnen lukken in de gemeente Den Haag. Waarom zouden niet alle 270 sportverenigingen een trainersbegeleider krijgen? “Dromen mag toch? Een droom is natuurlijk geen doelstelling, maar je kan het wel wensen. Misschien is 270 ook wel erg veel, verenigingen moeten er zelf ook klaar voor zijn. Maar toch denk ik dat binnen nu en drie jaar honderd tot 150 clubs in Den Haag een trainersbegeleider hebben.” Rijke heeft daartoe een slim plan uitgedacht. Via een opleiding aan de Haagse Hogeschool kunnen studenten de opleiding tot trainersbegeleider volgen. Dat zij stage lopen bij een échte Clubkadercoach maakt dat ze snel wegwijs worden. En daarna op korte termijn zelf ook inzetbaar zijn. Rijke is al meer dan een decennium bezig met zaken als vitaliteit op de werkvloer, was bovendien in de sportwereld kerndocent Veilig Sport Klimaat. Hij werkte, na gesprekken met de onderwijsinstellingen in Den Haag, een keuzemodule Trainersbegeleiding uit die HALOstudenten (en hopelijk op korte termijn ook studenten van andere opleidingen) kunnen volgen. Daar is veel animo voor. Rijke: “Bureau Coach dat wij hebben opgericht wordt feitelijk gerund door studenten. Zij maken het mogelijk dat op termijn straks misschien wel elke vereniging in Den Haag een trainersbegeleider heeft. Al vanaf 2018 hebben we een projectgroep, en hebben we bij diverse clubs Periodes Trainersbegeleiding georganiseerd. We hebben de kansen van trainersbegeleiding uitgelegd, de mogelijkheden voor de toekomst geschetst. Een aantal verenigingen is daar destijds op ingegaan en heeft onze studenten de kans gegeven mee te lopen. Het is zelfs zo dat één van die allereerste stagiairs inmiddels een betaalde baan heeft bij hockeyclub HDM, eerst als trainersbegeleider en nu als Clubkadercoach. Dat die ontwikkeling zo snel is gegaan, is echt heel tof.

Dit alles is natuurlijk in een stroomversnelling gekomen toen bleek dat we een keuzemodule mochten ontwikkelen voor de Haagse Hogeschool. Zij krijgen een zevental theoretische lessen van 2,5 uur, maar de studenten gaan daarnaast ook direct stage lopen. Zo kunnen ze de theorie meteen in de praktijk toetsen. We krijgen van studenten de feedback dat ze dat met name prettig en zinnig vinden. Ze lopen mee met een Clubkadercoach, doen ook meteen observaties, analyses en houden feedbackgesprekken. De studenten lopen stage bij de verenigingen die aangesloten zijn bij de Stichting Werkgever Sportclubs Den Haag. Zij hebben meegedaan met de Proeftuinen en hebben inmiddels een poule van vijftien tot twintig verenigingen waar Clubkadercoaches actief zijn. Bij al die verenigingen hebben we stageplekken, kunnen studenten – doorgaans derdejaars HALO-studenten – meelopen met de Clubkadercoach. Die match werkt echt heel erg positief. We hopen voor de toekomst meer verenigingen enthousiast te maken, en ze te bewegen ook mee te delen in de financiering van Clubkadercoaching. Daarvanuit kunnen we, ook met het Haagse Sportakkoord in de hand, zaken als trainersbegeleiding groter maken en een breder pedagogisch draagvlak binnen clubs creëren. Daarmee ontstaat dan bovendien een mooi beroepsperspectief voor de studenten van nu die enthousiast zijn geworden door het keuzevak en graag verder willen met trainersbegeleiding. Een aantal van de studenten – we spreken ze geregeld over hun ervaringen, leren daar veel van – heeft verklaard zich specifiek in trainersbegeleiding te willen gaan specialiseren. Anderen zijn met name heel erg enthousiast geworden over de contacten met de verenigingsbesturen, zien in de toekomst juist mogelijkheden in die adviesrol. Allen, en dan heb ik het over ruim vijftig studenten in het afgelopen jaar, vinden het keuzevak sowieso van toegevoegde waarde.”


40

CLUBKADERCOACH

De opstart­ fase binnen de club Juist in de opstartfase moet er veel gebeuren. De Clubkadercoach acteert op vele terreinen tegelijk, legt contacten en is drukdoende om de opdracht – die inmiddels op papier staat, maar nog verder ‘onderzocht’ moet worden – helder te krijgen. Bovenal creëert de Clubkadercoach in deze fase draagvlak binnen de club, bij bestuurders, trainers én leden.

I

n de opstartfase wordt de Clubkadercoach geïntroduceerd binnen de club, een belangrijk moment. De eerste indruk is immers van belang. Leg als Clubkadercoach vooral altijd uit dat je niet komt om anderen te vertellen hoe het moet, maar dat je er bent om te ondersteunen en ontzorgen. Het vergroten van sportplezier bij spelers en trainers staat voorop, dat kan door trainers nóg beter te maken dan ze al zijn. De opstartfase wordt overigens voorafgegaan door de opdrachtformulering, waarover we tot op heden nog niet spraken. Deze opdrachtformulering is echter wel degelijk van groot belang. Als duidelijk is dat een club aan de slag wil en kan met Clubkadercoaching, moeten er heldere afspraken gemaakt worden over de precieze

opdracht van de Clubkadercoach. Idealiter zijn hier de Clubkadercoach, coördinator van de gemeente, de coördinator van de bond en een vertegenwoordiger van de vereniging bij betrokken. In de opdracht komt te staan met welke concrete punten de Clubkadercoach aan de slag gaat, wat het uiteindelijke doel is en wanneer dat moet zijn bereikt. Ook staat in de opdrachtformulering hoeveel uur de Clubkadercoach beschikbaar is en op de club aanwezig. Tot slot staat omschreven welke inspanningen de gemeente, bond en club zelf moeten leveren om de Clubkadercoach zijn of haar werk naar behoren te kunnen laten doen. Soms blijkt al in een vroegtijdig stadium dat de opdracht iets bijgesteld moet worden. Het is zaak dat ook direct te doen, om ruis op de lijn te voorkomen. Een evaluatiegesprek, na bijvoorbeeld drie maanden, met betrokkenen geeft helderheid of de


HOOFDSTUK 5

gekozen opdrachtformulering past bij de (in de opstartfase én daarna) te verrichten werkzaamheden van de Clubkadercoach. Het is in ieders belang dat de Clubkadercoach al vanaf de opstartfase letterlijk zichtbaar is binnen de vereniging. Dat kan door kleding te dragen waarop de functie duidelijk aangegeven staat, maar het is logischerwijs ook belangrijk juist nu je gezicht ‘overal en nergens’ – zoals op trainingen, een informatieavond, bestuursvergadering én nieuwsbrief – te laten zien. In dit hoofdstuk nemen de Clubkadercoaches Jordi Maassen van den Brink en Leontien Thewissen ons mee door dit hele proces. Jordi Maassen is werkzaam bij de Gelderse Sport Federatie en ging aan de slag als Clubkadercoach bij VV Ewijk. Leontien Thewissen vond

haar plek bij korfbalclub Sparta in Zwolle. Zij is in dienst bij SportService Zwolle. Hoe hebben ze het bestuur meegenomen? Welke afstemming heeft plaatsgevonden met de technische commissie? Hoe hebben zij de opdracht helder gekregen? Hoe hebben ze zich geïntroduceerd op de club en hoe zijn de te begeleiden trainer/coaches geselecteerd? Wat ging goed in de opstartfase? En wat hadden ze achteraf liever anders gedaan?

Jordi Maassen van den Brink

“Ewijk is een voetbalvereniging die ik het beste kan omschrijven als een echte dorpsvereniging. Het is ons kent ons, iedereen kent er elkaar. Het is een gezelligheidsvereniging, men houdt er ook van feestjes. Als Buurtsportcoach had ik al contact met de club, en

41


42

CLUBKADERCOACH

ik wist dan ook al dat Ewijk graag aan de slag wilde met trainersbegeleiding. Te vaak kregen trainers die nieuw waren de sleutels van het ballenhok en klonk nog een bemoedigend ‘succes’, maar hield het daarmee eigenlijk wel op. Ze merkten dat trainers vaak na een jaar, hooguit enkele jaren, er weer mee stopten. Toen duidelijk werd dat de gemeente Beuningen met Clubkadercoaching aan de slag ging, ben ik met het bestuur van Ewijk om de tafel gaan zitten. Samen hebben we het toen over de mogelijke opdracht gehad, en meteen ook duidelijk gesteld dat Clubkadercoaching geborgd moest worden binnen de club. Borging is zó belangrijk, daar moet iedereen vanaf het begin van doordrongen zijn. Ik heb wat gesprekken gevoerd met onder meer de voorzitter en enkele leden van de technische commissie en uitgelegd hoe het hele traject eruit zou kunnen komen te zien. Later heb ik nog een gesprek gehad waarbij onder meer ook mensen van de Gelderse Sport Federatie en de gemeente aanwezig waren. Zo raakten we gezamenlijk doordrongen van het belang. Zo ook is duidelijk vastgesteld wat exact de opdracht was. Daarin kwam naar voren dat de behoefte echt bij de vereniging vandaan kwam, dat is belangrijk. Trainers moet dat vooral duidelijk gemaakt worden, dat het niet het ideetje van de gemeente of de Clubkadercoach zelf is, maar dat de vereniging het graag wil.

We hebben daarna met bestuur en de technische commissie een soort van nulmeting gedaan en vastgesteld op welke punten de club de meeste vooruitgang hoopte te boeken. Uiteindelijk besloten we ervoor te gaan en het startmoment in september te kiezen, bij de eerste trainersbijeenkomst van het seizoen. Ewijk hield drie van zulke bijeenkomsten voor de trainers per seizoen. Ik heb bij die gelegenheid een presentatie gegeven, uitgelegd dat Clubkadercoaching vooral over pedagogisch-didactische ondersteuning gaat en verteld over mijn mogelijke rol binnen de vereniging.

“Ik heb meteen duidelijk gesteld dat Clubkadercoaching geborgd moest worden binnen de club” JORDI MAASSEN VAN DEN BRINK

Learning #10 AFSPRAKEN MET PARTIJEN

Als duidelijk is dat een club aan de slag wil en kan (zie randvoorwaarden) met Clubkadercoaching, moeten er afspraken gemaakt worden over de precieze opdracht van de Clubkadercoach. Idealiter zijn de Clubkadercoach, de coördinator van de gemeente, de coördinator van de bond en een vertegenwoordiging vanuit de vereniging (bestuur en TC/trainer) hierbij betrokken. Vaak zijn meerdere gesprekken nodig om tot een goede opdrachtformulering te komen.


HOOFDSTUK 5

Learning #11 LEIDRAAD OPDRACHT­ FORMULERING

In het Proeftuinenprogramma is gewerkt met een leidraad voor de opdrachtformulering. Dit document geeft inzicht in doelstellingen, mijlpalen, uitdagingen en verantwoordelijkheden van de club, vereniging en andere actoren.

“Het is vooral belangrijk coaches zelf na te laten denken over datgene wat ze doen” JORDI MAASSEN VAN DEN BRINK

We hebben toen duidelijk gesteld dat het alleen zou doorgaan als de trainers er zelf ook positief tegenover stonden. Uiteindelijk was er veel respons – zestien van de achttien aanwezige trainers bleken er wel behoefte aan te hebben – en is afgesproken dat ik op de woensdagavond aan de slag zou gaan met zes trainers van de jongste jeugd, eigenlijk allemaal goedwillende vaders, waarvan er slechts één een pedagogische (KNVB-)achtergrond had. Die keuze was een bewuste, het is heel belangrijk dat juist jonge kinderen goed begeleid worden, bovendien hadden zij juist trainers die de hulp goed kunnen gebrui­ken en, juist dankzij die begeleiding, misschien wel voor heel lange tijd trainer blijven. We hebben daar een mail over uit laten gaan en hebben alle andere trainers toen meteen ook de mogelijkheid geboden om met een online cursus aan de slag te gaan. De eerste avonden met die zes ging het overigens totaal nog niet over de trainingen, maar zijn we vooral in gesprek geweest en hebben we een vertrouwensband gecreëerd. Het bleek dat ze eigenlijk allemaal geen pedagogisch-didactische achtergrond hadden, dat ze op dat vlak graag wat wilden leren. Ik heb toen wel heel duidelijk verteld dat ik er vooral was om ze een spiegel voor te houden. Dat ik vragen zou stellen, en dat zij met de antwoorden mochten komen. Het is niet goed om te zeggen hoe het zou moeten, het is belangrijk

dat trainers zelf kritisch naar hun manier van coachen en trainen geven kijken. Pas op het moment dat een trainer vraagt hoe jij het zou doen, kun je tips geven. Het is vooral belangrijk coaches zelf na te laten denken over datgene wat ze doen. In het begin werkte ik, in aanloop naar een nieuwe trainingsavond, veel via de mail. Dat werkte echter niet altijd even goed. Dan had ik een mail naar alle trainers gestuurd, maar hadden sommigen het niet gelezen en waren ze niet voorbereid op het gesprek van die avond. Achteraf gezien hadden we beter gezamenlijk af kunnen stemmen welke vorm van communicatie we zouden hanteren, via de mail of wat informeler via WhatsApp bijvoorbeeld. Op een gegeven moment zijn we daarop overgegaan. Het voordeel is dan ook dat je kunt zien of de ander het gelezen heeft. Uiteindelijk hebben we ervoor gekozen om voor elke training een gesprekje van een minuut of tien te voeren. Daarin kwamen vragen aan de orde als: Hoe heb jij je training voorbereid? En: Waar ga je vandaag extra op letten? Vervolgens keek ik mee met de training en spraken we na afloop over de vooraf bepaalde doelen. Hoe is het gegaan? Die vaste structuur, dat stramien, dat bleek zowel voor de trainers als voor mij prettig te werken.”

43


44

CLUBKADERCOACH

“Het meetrainen met een lager team heeft mij veel gebracht, omdat ik zo de mensen én ook de clubcultuur beter leerde kennen” LEONTIEN THEWISSEN

Leontien Thewissen

“Ik was als Buurtsportcoach al actief in de wijk in Zwolle waar korfbalclub Sparta zat, en ik kwam ook al een tijdje bij de vereniging zelf. Als Clubkadercoach kwam ik dan ook geenszins binnen op onbekend terrein. Dat was natuurlijk wel een prettige binnenkomer. Mijn nieuwe functie was eigenlijk gewoon een logisch vervolg op het werk wat ik al deed. Natuurlijk was deze opdracht wel net een stukje specifieker dan mijn andere werkzaamheden, maar feitelijk deed ik al wat aan trainersbegeleiding bij Sparta. Uiteindelijk was het wel een proces voor het bestuur van Sparta echt om was. Het was eigenlijk al lang duidelijk dat men dit binnen de club wilde, maar hoe dat nu precies ingevuld moest worden, dat nam toch enige tijd in beslag. Bij Sparta kwam trouwens ook de vraag vooral bij de trainers zelf vandaan, die hadden het verzoek om hulp al eerder laten blijken. Ik heb uiteindelijk duidelijk het verhaal over Clubkadercoaching gedeeld en zowel bestuur als technische commissie op één lijn gekregen. Ik merkte dat het voor sommige mensen nog wel een punt was dat ik geen korfbalachtergrond had. Allereerst is het natuurlijk als Clubkadercoach niet mijn taak om de korfballers de techniek bij te brengen, het gaat toch vooral om een pedagogische-didactische visie. Maar, om te integreren en mijn goede wil te tonen, ben ik wel gaan meetrainen met een lager team, waarin al wat leden zaten die training aan anderen gaven. Dat heeft mij veel gebracht, omdat ik zo de mensen én ook de clubcultuur beter leerde kennen.

Er is veel tijd nodig om veranderingen door te voeren. Cultuurveranderingen vragen altijd geduld, en zeker als je er dan als buitenstaander bijkomt duurt het wel even voor je een en ander kunt veranderen. Dat je bij de meeste sportclubs louter met vrijwilligers te maken hebt, moet je ook niet uit het oog verliezen. Die hebben er, net als jij, ook niet de hele dag de tijd voor. Je moet je uren wel heel strategisch en slim inzetten. Ik heb mezelf in mijn functie van Clubkadercoach voorgesteld op de website van de vereniging. Daarbij heb ik uitgelegd wat ik ging doen. En dat heb ik natuurlijk ook nog eens verteld tijdens een introductieavond en bij een trainersbijeenkomst. Bij elke gelegenheid heb ik telkens benadrukt dat ik er kwam om te ondersteunen, niet om te vertellen hoe het beter moest. Want die argwaan proef je toch altijd, dat moet je meteen wegnemen.

BIJDRAGEN VAN CLUB, BOND EN GEMEENTE

Maak afspraken welke bijdrage(n) de club, de bond en de gemeente leveren om Clubkadercoaching tot een succes te maken.


HOOFDSTUK 5

45

“Ik heb telkens benadrukt dat ik er kwam om te ondersteunen, niet om te vertellen hoe het beter moest” LEONTIEN THEWISSEN

Toen de trainersbegeleiding eenmaal in een vorm gegoten was, en duidelijk werd dat ook het uitrollen van het nieuwe technische beleid een belangrijk onderdeel van de transformatie bij Sparta was, kreeg ik hulp. Omdat behalve pedagogische ook sportieve vraagstukken moesten worden besproken, schoven op een gegeven moment twee spelers uit het eerste team aan. We deden toen gezamenlijk de trainersbegeleiding, zij vanuit korfbaltechnisch opzicht. Dat werkt heel fijn en is natuurlijk ook een prima opstap richting borging. Bovendien heb je zo meteen veel meer draagvlak binnen een vereniging. De opdracht, die ik feitelijk ook al in mijn functie als Buurtsportcoach had, was om vooral de trainers van de jongste jeugd te gaan begeleiden. Daar liep men vaak vast. Het waren amper ouders, maar vooral vaak jonge trainers, met weinig ervaring op dat vlak. Voordat ik als Clubkadercoach begon, was op dit terrein al veel winst geboekt. Toen de Clubkadercoach Proeftuinen er kwamen, was de vraag of we binnen Sparta door konden pakken. Dat is wel gelukt. Ik heb vooral gemerkt dat, en dat kwam juist misschien wel omdat ik ook al als Buurtsportcoach bij de club kwam, niet altijd duidelijk was waar mijn verantwoordelijkheden ophielden. Zo nu en dan was de vraag wie de beslissingen moest nemen, de Clubkadercoach of toch de technische commissie of het bestuur. Dat blijft soms lastig. Het is dus zaak, ook in de opdrachtstelling, dat heel helder te krijgen. Als je over zulke dingen goed overlegt, heb je daar later veel profijt van.

Learning #12 GO-/NO-GOMOMENT

Twee tot drie maanden na de opdrachtformulering volgt een go-/nogomoment, waarbij in overleg wordt vastgesteld of Clubkadercoaching de juiste interventie is. Ook wordt gekeken of het nodig is de opdrachtformulering bij te stellen.

Door corona zijn sommige stappen van het proces wel iets vertraagd. Het maakte ook het contact met bijvoorbeeld het bestuur lastiger, je koppelt toch niet zo makkelijk iets terug als je minder vaak op de club komt. Want, dat is wel een punt van aandacht, je moet het bestuur, en bijvoorbeeld ook de technische commissie, voortdurend meenemen, telkens op de hoogte houden van de vorderingen en eventuele knelpunten. Het is belangrijk dat er ook vanuit bestuurlijke kringen enthousiasme blijft.”

“Het is belangrijk dat er ook vanuit bestuurlijke kringen enthousiasme blijft” LEONTIEN THEWISSEN


46

CLUBKADERCOACH

Het veranderkrachtmodel Wat kan een vereniging aan? Houd daar rekening mee als je de cultuur bij een vereniging wilt veranderen. Het realiseren van een sociaal veilig sportklimaat bij de vereniging wordt niet ‘op magische wijze’ bereikt met het plaatsen van tien gedragsregels op de website of met een aantal themabijeenkomsten of workshops. Hoe zinvol die acties ook zijn, het zijn op zijn best goede aanzetten en impulsen met een kortstondig effect: ze leiden niet tot een duurzame cultuurverandering. Als we werkelijk willen bereiken dat iedereen op de club onbezorgd en met plezier kan sporten en dat de actoren binnen de club daar hun bijdrage aan leveren, dan vraagt dit om een goed onderbouwde veranderaanpak. Er zijn veel studies verricht naar de vraag waarom cultuurverandering vaak mislukt. Er worden tal van ‘faalfactoren’ genoemd: het urgentiebesef om als organisatie daadwerkelijk te veranderen ontbreekt; er is niet voldoende duidelijk welke richting de verandering op moet; er is te weinig uitvoeringscapaciteit (executiekracht) om de plannen ook daadwerkelijk uit te voeren; de medewerkers of leden van de organisatie zijn niet tijdig betrokken bij de ingezette veranderambitie en dus ontstaat geen eigenaarschap; successen blijven uit en zijn dus ook niet te vieren; de energie lekt weg; de veranderingen worden niet verankerd/geborgd en er is gebrek aan motiverende leiding. Steven ten Have stelde met collega’s het zogenoemde ‘veranderkrachtmodel’ op. Er zijn vijf factoren die, gezamenlijk, de veranderkracht bepalen (zie de afbeelding).

Rationale De rationale is het waarom van of het idee achter de beoogde verandering. Het is de beweegreden of aanleiding om te veranderen. Dus niet alleen: ‘We willen een vereniging zijn met een op-en-top veilig en plezierig sportklimaat’, ‘We willen over een paar jaar op nationaal niveau presteren’, ‘We willen een open club zijn die samenwerkt met zorg- en welzijnsinstellingen’; hier moet echt het waarom ervan duidelijk worden, het zogenoemde ‘grote

verhaal van de verandering’. Het kan bijvoorbeeld zijn dat er nu een cultuur is waarbij de trainers van de jeugdteams te veel gericht zijn op presteren en winnen en te weinig op de ontwikkeling van de jeugd. Het waarom is dan gelegen in ‘Wij vinden het als sportvereniging belangrijk dat er een klimaat is dat bijdraagt aan de sociale en motorische ontwikkeling van kinderen’.

Effect Effect gaat over de vraag welke concrete, gewenste en ongewenste gevolgen het realiseren van de grote veranderambitie met zich meebrengt. Als pedagogische waarden en sportplezier meer centraal komen te staan, betekent dat misschien dat de beste trainers niet meer op de selectieteams maar juist op de jongere jeugd worden gezet. Of, wanneer de ontwikkeling van de kinderen op de club een leidend principe wordt, ligt het meer voor de hand om spelers op verschillende posities te laten spelen, in plaats van op steeds dezelfde plek in het team. Om zicht te krijgen op de gevolgen van een ingezette verandering, is het belangrijk deze steeds goed te monitoren en te evalueren. Om deze verandervisie te kunnen waarmaken, moet de capaciteit tot verandering op de club wel toereikend zijn.

Focus Waar rationale staat voor beweegreden, staat focus voor de beweegrichting. Deze factor behelst de mate waarin het bestuur in staat is op de gewenste verandering te focussen en die focus te behouden. Hier gaat het er vooral om duidelijkheid te bieden over wat er moet veranderen en hoe precies. Dan komen ook concrete veranderplannen in beeld, en ook de doelen die men wil realiseren en welke prioriteiten zijn aan te brengen. Als het grote verhaal (de rationale) bijvoorbeeld is om te komen tot een club die staat voor een pedagogisch sportklimaat, kan binnen de factor focus worden gekeken hoe men daar kan komen en wat daarvoor nodig is. Bijvoorbeeld het coachen van de trainers, het


HET VERANDERKRACHTMODEL

informeren van de ouders – ‘winnen is belangrijk, maar heeft geen prioriteit’ –, en welke werkzaamheden hierbij horen.

Energie Is er binnen de vereniging voldoende brandstof voor de verandering? Zijn er voldoende leden bereid de handen uit de mouwen te steken (‘willen’), zijn ze daartoe voldoende toegerust (‘kunnen’) en beschikken ze over voldoende tijd? Soms zijn leden niet voldoende toegerust, en ook komt het voor dat de leden het op zich wel zouden kunnen, maar het simpelweg niet willen (‘weerstand’). Energie gaat uit van de mensen of leden die willen meewerken aan de gewenste veranderingen. Als er te weinig brandstof is, kunnen de ambities logischerwijs niet (te) groot zijn.

Verbinding Deze eerste vier factoren mogen niet los van elkaar worden gezien, ze hangen logischerwijs met elkaar samen. De verbinding – als een vijfde factor – vormt het kloppend hart van de verandering en kan zorgen voor de connectie tussen wenselijkheid en haalbaarheid, tussen de visie op veranderen en de uitvoeringscapaciteit, tussen hoge ambities en keuzes maken, en tussen leiding nemen en tegelijkertijd zorgen voor betrokkenheid en eigenaarschap.

Dit is een samenvatting van hoofdstuk 7.4 uit het boek Een pedagogisch sportklimaat. Het realiseren van een positieve clubcultuur van Arnold Bronkhorst dat in 2018 verscheen.

47


48

CLUBKADERCOACH


49


50

CLUBKADERCOACH

De uit­ voerings­fase Er is al een lange weg afgelegd. Maar nu gaat dan toch eindelijk gebeuren waar Clubkadercoaching feitelijk over gaat: het coachen van coaches. In de uitvoeringsfase staan de Clubkadercoaches ook écht met hun voeten in de klei. Een lekker gevoel. Ze kunnen nu beginnen met de begeleiding van de trainers, van jong tot oud, van onervaren tot door de wol geverfd. Clubkadercoaches Danny Bent (Sportservice Doetinchem) en Maaike Tieman (Rotterdam Sportsupport) vertellen er vol enthousiasme over. “De eerste drie maanden moet je reserveren om kennis te maken, een relatie op te bouwen én de vraag op te halen bij de club. Daarna kun je echt aan de slag met de trainers. Heerlijk.”

B

eiden begeleiden ze ‘vogels van diverse pluimage’. Danny Bent is actief bij een tweetal verenigingen in Doetinchem, voetbalvereniging VV Doetinchem en ARGO Atletiek. Bij de atletiekclub wordt een achttal jeugdtrainers begeleid, van een beginnende trainer tot een trainer die volledig geschoold en opgeleid is. “De jongste is zeventien, de oudste eind vijftig.” Bij Maaike Tieman is het leeftijdsverschil nog groter. Dat heeft ook te maken met de sport waarin zij actief is. Tieman, zelf ook afkomstig uit de turnwereld, is Clubkadercoach bij een tweetal, qua omvang bescheiden, turnverenigingen in

Rotterdam: ASV-Advendo (dat driehonderd leden telt) en Gymnastiek- en Turnvereniging TENACO, die er 120 heeft. “Ik ben aan de slag gegaan met ongeveer twintig trainers. Die verschillen nogal in leeftijd. Sommige assistenten zijn tien jaar oud. Maar ik begeleid ook de hoofdtrainers. In het turnen is het normaal dat je al vrij jong een trainer gaat helpen. Er is doorgaans een grote uitval onder turners als ze naar de middelbare school gaan. Slaag je erin ze voor die tijd betrokken te krijgen bij hun sport, bijvoorbeeld door te vragen om de trainer te assisteren, dan maak je meer kans om ze te behouden.”


HOOFDSTUK 6

“Clubkadercoaching is maatwerk” MAAIKE TIEMAN

“Het is natuurlijk flink schakelen, werken met tienjarigen én met een hoofdtrainer. Dat is Clubkadercoaching. Het is maatwerk. Je zou zomaar kunnen denken dat een oudere trainer veel verder is. Maar zelfs het hebben van een diploma zegt weinig.

Omdat dan bijvoorbeeld vooral op turntechnische zaken is gefocust. De pedagogisch-didactische kant is vaak onderbelicht gebleven. Daarom is het juist ook leuk met bijvoorbeeld een hoofdtrainer aan de slag te gaan. Ook hem of haar kan je vaak nog veel

51


52

CLUBKADERCOACH

bijbrengen. Je moet, in overleg met de clubleiding én de trainer zelf, per trainer bekijken waar hij of zij behoefte aan heeft. Het spreekt vanzelf dat de jonge trainers dat in eerste instantie nog niet precies weten. Die hele groep heb ik een paar keer bij elkaar gepakt, voor een gezamenlijke bespreking. Daarin heb ik ze een heleboel uitgelegd, gevraagd ook naar hun ervaringen, hun vragen. Met de meer ervaren trainers spreek je wel een een-op-eentraject af. Bij sommigen betekent dat dat je twee maanden lang elke week meedraait, anderen hebben een enkele vraag en vinden het prettig om eens in de maand met je te overleggen. Het moet wat mij betreft ook een beetje bij de trainers zelf vandaan komen. Een trainer moet zichzelf willen ontwikkelen, en ik ben er om hem of haar daarbij te ondersteunen. Als iemand zegt dat hij daar nu even geen behoefte aan heeft, ga ik met een ander aan de slag. Vaak wil het dan gebeuren dat zo iemand het enthousiasme bij de rest ziet, en alsnog aanklopt.”

AFSPRAKEN MET TRAINERS

Maak in alle gevallen afspraken met trainers over hoe en wanneer je hen begeleidt, observeert en feedback geeft en of en hoe je mag inbreken tijdens een training. Wees als professional zo flexibel mogelijk en probeer je aan te passen aan de behoefte van de trainers.

“Je moet bij ieder individu aanvoelen waar de grens ligt en welk tempo je kunt aanhouden” DANNY BENT

Als handvat voor de begeleiding dienen de ‘Vier inzichten over trainerschap’ (zie kader). Dit pedagogisch-didactische frame, dat in de Clubkadercoach-opleiding een belangrijke rol speelt, geeft houvast. Trainers die er voor het eerst kennis mee maken vertellen ook altijd veel aan de vier inzichten te hebben. Bent: “Nadat ik in het begin van het traject veel energie had gestoken in het opbouwen van een goede relatie, het kennismaken en het bijwonen van een aantal trainingen zonder oordeel en observaties, merkte ik al direct dat je toenadering door de ene trainer beter wordt ontvangen dan door de andere. Dat heeft ermee te maken dat niet iedereen zich kwetsbaar durft op te stellen. Dat is de moeilijkheid voor een Clubkadercoach, je moet bij ieder individu aanvoelen waar de grens ligt en welk tempo je kunt aanhouden. Na een maand of twee, drie had ik het bij ARGO wel aardig door en ontstond een prettige en vertrouwde sfeer om in te werken. Toen heb ik een kick-off georganiseerd, waarin ik het een en ander heb uitgelegd over de vier inzichten.” “We hebben toen ook gesproken over de observaties, over het stellen van persoonlijke doelen. En hebben afgesproken telkens een planning van acht weken te maken. Zo wist iedere trainer wanneer ik wel of niet zou komen, dat gaf veel duidelijkheid. Met de één maak je afspraken elkaar elke week even te spreken, anderen zien dat liever anders. Trainers die zich al goed kunnen redden, hebben natuurlijk ook andere behoeften dan trainers die net komen kijken en zeer onzeker voor de groep staan. Afhankelijk van de


HOOFDSTUK 6

Learning #13 AANVULLENDE ONDERSTEUNING

Uit de pilot bleek dat veel (met name jonge) trainers aanvullende ondersteuning van de Clubkadercoach bij het voeren van lastige gesprekken met ouders erg waardeerden. Het contact met ouders, en het eventueel aanspreken van ouders op hun gedrag, is zeker iets waar een Clubkadercoach bij de trainersbegeleiding aandacht voor moet hebben.

behoefte heb ik mijn inzet afgestemd. Beginnende trainers vragen én krijgen in de regel meer aandacht dan vergevorderde trainers.” “De vier inzichten fungeerden voor mij als kapstok. Het geeft houvast, maakt het makkelijker om gerichter feedback te geven. Voor een trainer maken de vier inzichten op een eenvoudige manier inzichtelijk waar een goede training aan moet voldoen. En waar je als trainer wel invloed op hebt en waar niet. Dat is prettig om te weten.” Ook Tieman stelde de vier inzichten centraal. “Het is geen lastige theoretische stof, maar een simpele, tastbare aanpak. Die je meteen morgen zou kunnen toepassen. Dat maakt het ook zo leuk. Trainers krijgen er, als ze ermee aan de slag zijn gegaan, meteen plezier in. Daarom ook is het een rode draad door mijn trainingsbegeleiding heen. Ik ben bij beide clubs gestart met het geven van die cursus. Aan het eind

“Je wilt voor inspiratie zorgen, maken dat mensen zich ontwikkelen” MAAIKE TIEMAN

daarvan heb ik ze ‘Man in the mirror’, dat zit ook in de toolkit, laten invullen. Daarmee kunnen ze zichzelf scoren op de vier inzichten. Dat is een mooie methode, zo hoef ik niet te zeggen dat ze eventueel ergens minder in zijn, maar stellen ze dat zelf vast. Dan ook komt het inzicht waar ze beter in willen worden. Dat hoeft overigens niet iets te zijn waar ze slecht in zijn. Het kan ook iets zijn waar ze al goed in zijn, maar waarin ze nog beter willen worden.” Bent: “In het hele proces is het essentieel dat de trainer zelf een leerdoel bepaalt, zegt waar hij of zij heen wil. Natuurlijk heb je een sturende, adviserende rol, maar het is belangrijk dat trainers zelf benoemen, aan de hand van jouw observaties en bevindingen, aan welke doelen ze willen werken. Voor de een gaat het dan over de opstelling ten opzichte van de groep, de ander moet juist misschien wat meer ‘uit de groep gaan’ zodat er meer overzicht is. En een derde zal juist wat meer complimenten willen geven. Ik merk als observator dat je altijd heel veel ziet, maar het is een valkuil dat allemaal te benoemen. Als je een trainer zelf een doel laat kiezen, kun je afspreken ook juist daarop te observeren. Het gevolg is dat trainers zich dan wat autonomer voelen, zelf invloed op het proces hebben. Het is dan ook meer een stapsgewijs ontwikkelingsproces. Als je als Clubkadercoach direct zelf tien dingen benoemt, leidt dat maar al te snel tot demotivatie. Wanneer een trainer ze in een gesprek zelf benoemt, wordt het een eigen leerdoel en heb je een voorsprong in het ontwikkelingsproces.”

53


54

CLUBKADERCOACH

Het is van belang in te spelen op de behoefte bij de coaches, juist dat creëert eigenaarschap en draagvlak

Tieman vult aan: “Sommige trainers zie je echt al groeien als je paar weken meeloopt, zeker de jongere trainers. Het is echt heel leuk om met jongelui te werken, die groeien supersnel. Ik heb een groepje meiden van twaalf, dertien en vijftien begeleid. Die kregen er echt energie van. Riepen telkens: ‘Ik heb echt weer zin om training te geven.’ Dat is leuk, daar doe je het voor. Je wilt voor inspiratie zorgen, maken dat mensen zich ontwikkelen.”

FEEDBACK GEVEN

Wees kort maar krachtig in het geven van feedback. Feedback is bovendien het meest effectief als je het direct of meteen na het moment terugkoppelt, bij voorkeur face to face en niet via de app of mail. Sommige trainers vinden het prettig om tips of feedback ook achteraf via mail te ontvangen.

Uit de eerste learnings van het Kenniscentrum Sport & Bewegen is wel al gebleken dat er ook in de uitvoeringsfase nog de nodige uitdagingen liggen. Zo is duidelijk geworden dat veel trainers spreken over tijdgebrek. Met name jonge trainers kunnen óf willen slechts beperkte tijd investeren. Jonge trainers komen vaak vlak voor de training die ze geven naar de club, willen daarna bovendien zelf sporten. Ze kunnen begeleiding door een Clubkadercoach, naar hun gevoel, amper inpassen. Tieman: “Aan de andere kant begeleid ik ook een paar jonge meiden die uit zichzelf vragen of ik wat eerder kan komen, omdat ze het zo leuk vinden om voor de training nog even wat punten door te nemen. Die willen graag hun persoonlijke doelen voor die training nog eens benoemen en bespreken.” Het is sowieso belangrijk, ook vanwege de eigen agenda van de Clubkadercoach en het begrensde aantal uren, de trainersbegeleiding zo efficiënt mogelijk te organiseren. Planningen zijn dan ook belangrijk, afspraken met te begeleiden coaches moeten helder zijn. Daarbij is het belangrijk je ook aan te passen aan het tijdpad én de behoefte van de trainers. Tieman en Bent hebben ervaren dat appen met hun trainers, zowel een-op-een als in een groepsapp, goed werkt. Tieman: “Ook dit blijft maatwerk, je moet samen even afstemmen wat, naast het contact voor, tijdens en na de training, het beste werkt. Mailen, bellen of toch appen.” Feedback is bij voorkeur kort, bijvoorbeeld direct na de training. Al zijn veel trainers er ook bij gebaat als ze later via de mail een uitgebreidere evaluatie ontvangen. Een bezoek aan de wedstrijden werkt ook vaak, voor zowel trainer als begeleider, verhelderend. Het is efficiënt om ook groepsgewijs begeleiding te geven. Thema-avonden maken veel inzichtelijk, bovendien is het goed als trainers – onervaren en ervaren – elkaar beter leren kennen. Zij kunnen veel van elkaar leren.


HOOFDSTUK 6

55

REGIE BIJ TRAINERS

Laat trainers die je gaat begeleiden zelf aangeven op welke punten en op welke manier ze begeleid willen worden. Dit kun je doen via een korte vragenlijst of in persoonlijke gesprekken.

Als Clubkadercoach loop je, leerde het onderzoek van Kenniscentrum Sport & Bewegen ook, de kans op weerstand bij met name oudere coaches te stuiten. En niet alle trainers hebben direct behoefte aan feedback en begeleiding. Het is, zoals ook Tieman en Bent vertellen, belangrijk dat trainers, bijvoorbeeld na een introductie-avond op de club, zelf aan kunnen geven bij de clubleiding of ze begeleiding willen. Trainers moeten zelf aangeven op welke punten ze zich willen verbeteren. Het is belangrijk in te spelen op de behoefte bij de coaches, juist dat creëert eigenaarschap en draagvlak. De kans van slagen is dan veel groter. Het is belangrijk te onderzoeken waar de behoeften van de te begeleiden trainer liggen. Dat is een kwestie van vragen stellen. Met name jonge trainers vinden ondersteuning van de Clubkadercoach bij het voeren van oudergesprekken bijvoorbeeld positief. Contact met ouders verdient, hoewel het niet direct iets met de coaching van de sporters zelf te maken heeft, ook zeker aandacht in de trainersbegeleiding. Ook positief coachen is van groot belang. De opzet is trainers (nog) beter te maken, hun plezier te vergroten. Kijk naar dat wat goed gaat, benoem dat. Laat een trainer zelf inzien hoe hij op andere punten kan verbeteren. Geduld is van belang, forceren heeft geen zin. Leer een trainer eerst kennen voor je je observaties laat volgen door een hele berg feedback. Het tonen van begrip, en het kwetsbaar opstellen, is belangrijk.

Het is, ook in de uitvoeringsfase, belangrijk het bestuur op de hoogte te houden van de vorderingen en eventuele knelpunten ook direct te benoemen en te bespreken. Tieman: “Ik neem het bestuur mee in alle vorderingen, betrek ze overal bij. Dat is belangrijk, je wilt toch dat Clubkadercoaching een cultuurverandering binnen de vereniging teweegbrengt. Het is belangrijk dat ze in het bestuur die begeleiding van coaches en trainer heel normaal gaan vinden, dan is de kans op borging ook groter. Ik deel de voortgang geregeld met mijn contactpersoon van het bestuur. En sluit geregeld aan bij de bestuursvergaderingen. Zo blijf je ook betrokken bij wat er nog meer bij die vereniging speelt, kan ik ze – als er hulpvragen zijn – ook nog eens in contact brengen met mijn collega’s van Rotterdam Sportsupport.” Het is bovendien in deze fase al belangrijk om binnen de club een netwerk in te richten van mensen die zich met de thematiek rond Clubkadercoaching bezighouden en daarin op termijn, als je als Clubkadercoach aan het einde van je aanstelling zit en niet langer aan de vereniging verbonden bent, een belangrijke rol in kunnen gaan vervullen. Over borging hebben we het later in dit magazine nog.

“Je wilt dat Clubkadercoaching een cultuurverandering binnen de vereniging teweegbrengt” MAAIKE TIEMAN


56

CLUBKADERCOACH

De vier inzichten De trainer speelt een sleutelrol bij het creëren van een plezierig sportklimaat. Maar hoe zorg je als trainer voor een sportklimaat waarin ieder kind onbezorgd en met plezier sport én zich persoonlijk en sociaal ontwikkelt? Daartoe zijn de vier inzichten opgesteld. Een trainersbegeleider kan trainers helpen dit onder de knie te krijgen. 1. Structureren Je maakt afspraken en biedt duidelijkheid en structuur. Zo weet iedereen wat er van hem of haar verwacht wordt. Je zorgt dat alle randvoorwaarden voor iedereen duidelijk zijn. Een duidelijke structuur is een basisvoorwaarde voor kinderen om lekker te sporten en nieuwe vaardigheden te leren. Structuur biedt houvast: je kunt erop

terugvallen en elkaar aanspreken. Zorg dat je als trainer steeds uitspreekt wat je van iedereen verwacht, ook van de ouders langs de lijn. Spreek af wat dit precies voor iedereen betekent. En spreek iemand aan als hij zich niet aan de afspraken houdt. Kortom: structureren is uitspreken, afspreken en aanspreken.

2. Stimuleren Je enthousiasmeert, stimuleert, complimenteert en legt de nadruk op wat goed gaat. Fouten maken is juist goed, want daar leer je van. Van nature hebben we de neiging om te benadrukken wat fout gaat. Terwijl het effect daarvan volkomen averechts is. In Nederland worden miljoenen jonge kinderen lid van een sportvereniging, maar voordat

ze volwassen zijn heeft twee derde weer opgezegd. Juist complimenten en positieve aanmoedigingen halen het allerbeste uit een sportend kind, zo blijkt uit jarenlang wetenschappelijk onderzoek. Geef je als trainer complimenten, dan vergroot je zowel het plezier als het zelfvertrouwen van jonge sporters.


DE VIER INZICHTEN

3. Individueel aandacht geven Je zorgt dat ieder kind zich gezien en gewaardeerd voelt. Bovendien probeer je je aanwijzingen af te stemmen op het niveau van ieder kind. Een kind wil natuurlijk graag gezien en gewaardeerd worden. Daarom is het belangrijk dat je ieder kind individueel aandacht geeft, niet alleen de uitblinkers of de lastpakken. Bedenk daarbij: geen kind is hetzelfde, geen kind leert

hetzelfde. Het ene kind is een durfal, het andere voorzichtig. Het ene geeft snel op, het andere is een doorzetter. Binnen een trainingsgroep of team zie je verschillen in achtergrond, normen, karakter, thuissituatie en vaardigheidsniveau. Benadruk het positieve dat ieder kind bijdraagt. Diversiteit is wat een team of groep sterk maakt.

4. Regie overdragen Je stelt vragen, je luistert naar de kinderen en je probeert ze stapsgewijs verantwoordelijk te maken voor hun eigen leerproces. Het is natuurlijk heel verleidelijk om als trainer tijdens trainingen en wedstrijden precies te vertellen wat kinderen moeten doen. Zo hou je de regie en dat geeft overzicht en zekerheid. Maar juist als je een kind zelf laat nadenken

over zijn eigen sportieve groei, draagt dat heel sterk bij aan zijn ontwikkeling. Vaak verbetert het spel als kinderen zelf inzien wat ze beter kunnen doen. Dat hoeven ze echt niet altijd van bovenaf te horen. Op het moment dat je een kind zelf regie geeft, help je het verantwoordelijkheid te nemen voor zijn eigen ontwikkeling.

57


58

CLUBKADERCOACH


INFOGRAPHIC

59


60

CLUBKADERCOACH

De over­ drachtsfase De overdrachtsfase is een zeer belangrijke fase. Met borging van Clubkadercoaching binnen een vereniging is immers de toekomst ervan gegarandeerd. Het is niet voor niks vanaf het begin van de Proeftuinen Clubkadercoaching een belangrijk onderwerp van gesprek geweest. Clubkadercoaches zouden in principe al vanaf hun binnenkomst bij de club bezig moeten zijn met de zoektocht naar hun eigen ‘opvolgers’. Vaak wordt daar echter pas in een later stadium tijd voor gemaakt. Niettemin is het een belangrijk onderdeel: verenigingen zijn er vanzelfsprekend zeer bij gebaat als zij in de toekomst hun eigen trainersbegeleiders hebben, en ook hun opvolging te zijner tijd weer intern oplossen.

C

lubkadercoach Dirk Sparidans, voormalig volleybalinternational, was tijdens de Proeftuinen Clubkadercoaching actief bij twee (volleybal)verenigingen in Rotterdam: Hou Stand en Volley Zuid. Daar besteedde hij heel veel aandacht aan de overdrachtsfase, met als gevolg dat daar nu inmiddels enkele trainersbegeleiders uit eigen kringen aan de slag zijn. Sparidans: “Toen ik er eenmaal mee bezig ging, had ik eigenlijk best snel een groepje mensen bij elkaar. Maar dan gaat het er natuurlijk wel om dat je het proces van borging goed blijft begeleiden. Ook als je te zijner tijd als Clubkadercoach vertrekt bij de club.”

Bij Hou Stand raakte Sparidans in gesprek met een van de trainers van de club die al langere tijd een ambitie bleek te hebben om trainersbegeleiding op te zetten binnen de club. De trainer: “Wij vonden elkaar in waar ik zelf naar op zoek was, trainersbegeleiding. Er speelden al de nodige dingen, maar de Clubkadercoach kon daar zijn expertise in kwijt en dat was heel prettig.” Omdat de vraag zo goed aansloot bij de functie van de Clubkadercoach en omdat de betrokken trainer zelf al de ambitie en het enthousiasme had, verliep het proces daarna heel voortvarend. “Wij hebben elkaar goed gevonden. Aan een half woord hadden we genoeg. Hij vond in mij de ideale persoon


HOOFDSTUK 7

om verder door te trekken en omgekeerd vond ik in hem de ideale begeleider om te helpen dingen nog verder uit te bouwen waar ik voorzichtig mee begonnen was”, aldus de trainer.

Samenwerking Zowel Hou Stand als Volley Zuid is blij dat de trainersbegeleiding binnen de club is opgezet en wil hiermee doorgaan. De trainer van Hou Stand vertelt dat het doel van de vereniging is om de opgeleide trainers bij de trainerscursus ook vanuit de vereniging te gaan begeleiden. “Zodat ze zich kunnen ontwikkelen en kunnen sparren met mensen die naar de training

“Selecteer je opvolgers zorgvuldig. Je moet er een team van zien te maken” DIRK SPARIDANS

61


62

CLUBKADERCOACH

Learning #14 DRAAGVLAK EN OPVOLGERS

Het is belangrijk draagvlak te hebben binnen de vereniging. Ook moet tijdig gezocht worden naar opvolgers. Dit is een voorwaarde voor het slagen als Clubkadercoach. Deze opvolger(s) is (zijn) noodzakelijk voor overdracht en de borging van trainersbegeleiding binnen de club, aangezien de inzet van de Clubkadercoach als professional op de club (meestal) tijdelijk is.

komen kijken, om trainers naar een hoger niveau te brengen.” Het Volley Zuid-bestuurslid vertelt dat ze bij aanvang van het project nog niet met borging bezig was: “Ik dacht: eerst maar eens kijken hoe die samenwerking gaat. In de loop van het seizoen is dat idee van borging een beetje gekomen en gaan leven, maar nog niet aan het begin. We zagen hoe positief erop gereageerd werd door iedereen, en hoe enthousiast mensen ervan werden, en toen zagen we wel wat het kon bijdragen. We wisten: daar moeten we gewoon mee doorgaan.” Clubkadercoach Sparidans beschrijft dat ongeveer halverwege het seizoen het zoeken naar opvolging een speerpunt voor hem werd. Dit past ook bij de aanpak van zijn werkgever, Rotterdam Sportsupport, waarbij ze verenigingen op weg helpen en deze vervolgens leren om het zelf te kunnen. Hij vertelt dat hij dit heeft aangepakt door goed te observeren: “Ik heb alle trainers gezien, gezocht naar enthousiaste mensen die in mijn opzicht betrokken zullen blijven bij de vereniging, die niet snel weggaan. Niet die het alleen wel leuk lijkt. En ik heb gezocht naar mensen die het ook in teamverband kunnen doen, die het goed met elkaar kunnen vinden.” Bij beide verenigingen zijn meerdere trainersbegeleiders gevonden voor de opvolging van de Clubkadercoach. Sparidans heeft er geen moment aan gedacht om per club naar slechts één opvolger te zoeken. Hij zocht direct naar meerdere, en dat komt

“Ongeveer halverwege het seizoen werd het zoeken naar opvolging een speerpunt” DIRK SPARIDANS

goed uit. “Ze hebben nu allemaal een x-aantal trainers onder zich, via een buddysysteem. In die zin kwam het mooi uit, dan kun je verdelen.” Sparidans: “Ik vond het volstrekt logisch om er meerdere te zoeken, dat is een duurzame oplossing. Misschien komt het ook omdat ik zelf uit een teamsport kom. Ik heb in ieder geval naar meerdere dingen gekeken: Wie zijn de belangrijkste mensen binnen de vereniging? Wie blijven er sowieso; hebben hart voor de club. Ik heb een mooi clubje gezocht, met diversiteit. Jongeren én ouderen, mannen én vrouwen. En dan liefst ook mensen met technische en/of pedagogische kennis. Je hebt het natuurlijk nooit helemaal voor het kiezen, maar ik heb wel geprobeerd om een clubje bij elkaar te vinden dat elkaar aanvult. Je moet er een team van zien te maken, ze laten uitspreken dat ze het samen willen gaan doen. Ook als ik straks weg ben.”


HOOFDSTUK 7

Concreet Bij Volley Zuid zijn drie trainersbegeleiders gevonden, waaronder twee bestuursleden. Bij Hou Stand hebben Sparidans en de trainer samen een groep van vier trainersbegeleiders gevonden. Daaronder is een trainer die voor zijn werk voor de klas staat, een vrouwelijke trainer die vanuit haar werk pedagogisch-didactisch onderlegd is en een mannelijke trainer met veel verstand van volleybal. Die trainer wilde een stapje terug doen wat betreft training geven. Sparidans heeft gevraagd of hij een rol als trainersbegeleider wel zag zitten, maar daar zag hij juist wel een uitdaging in. De achtergrond van de trainster, met kennis van pedagogiek, was niet bekend bij iedereen binnen de club. Sparidans merkte dat ze direct enthousiast was toen ze werd gevraagd. “Het was niet iemand waaraan bijvoorbeeld de trainers van Hou Stand zouden hebben gedacht.” De trainer: “Het geeft aan dat het heel belangrijk is om wat meer kennis van de achtergrond van de leden te hebben. Dat maakt het makkelijk om die gedachtesprong te maken als je weet wat iemand doet in het dagelijks leven.” De betrokkenen van de clubs geven beide aan dat ze erg blij zijn dat er opvolgers zijn gevonden, en dat ze nog zoekende zijn in de precieze uitwerking van de rol. Ook Sparidans herkent dit. Hij is van plan het zo concreet mogelijk te maken voor de trainersbegeleiders, hij heeft bijvoorbeeld een centrale documentenopslag voor de trainersbegeleiders: “Ik ga uiteindelijk een concrete lijst maken wanneer begeleiders gaan kijken bij trainers. En ik ga een trainersvisie ontwikkelen, die we samen schrijven. Daarin moet staan waar je op let als trainersbegeleider, wat vinden we belangrijk? Kent iemand alle namen? Is iedereen op tijd? Is er een assistent-trainer? Lachen de kinderen, zweten ze? Ik wil makkelijke vragen die zij als tool kunnen gebruiken bij het observeren van de trainers, zo visueel mogelijk.” Bij Volley Zuid zijn de drie trainersbegeleiders gestart met een opleiding Coach de coach. Verder is het groepje nog zoekende in hoe ze de begeleiding willen vormgeven, zo vertelt het bestuurslid jeugd. “We zijn aan het brainstormen hoe we het willen vormgeven, koppelen we onszelf aan groepjes trainers of delen we

SLEUTELFIGUREN

Zoek sleutelfiguren binnen de club die het pedagogisch sportklimaat en sportplezier belangrijk vinden en die de visie met jou uitdragen. Merk je dat iemand enthousiast reageert op jouw verhaal? Betrek diegene en vraag hem een bijdrage te leveren. Zo verzamel je een clubje ‘ambassadeurs’ om je heen, die de visie en het belang van sportplezier met jou uitdragen en wellicht geïnteresseerd zijn om zelf trainersbegeleider te worden.

het in, afhankelijk van de vraag van de trainers bij wie dat het beste past?” Volley Zuid denkt ook na over het structurele karakter van de trainersbegeleiding. “Welke eisen stel je aan iemand die trainersbegeleider wil worden? Wil je bijvoorbeeld een bepaalde achtergrond? We hebben al besproken een overeenkomstje voor trainersbegeleiders te maken. Het is ook al in het jeugdplan verwerkt, en het bestuur staat er ook achter.”

“We zijn aan het brainstormen hoe we het willen vormgeven, koppelen we onszelf aan groepjes trainers of delen we het in?” DIRK SPARIDANS

63


64

CLUBKADERCOACH

Eigen manier Sparidans geeft aan dat het van belang is dat de rol van trainersbegeleider ook in het algemene beleid wordt opgenomen. Volley Zuid heeft dankzij tussenkomst van de Cubkadercoach nu weliswaar drie trainersbegeleiders gevonden, maar wil er liefst nog meer. “Het is aan ons om te kijken of er nog anderen zijn die geschikt zijn, we kunnen alvast wat mensen meenemen in het proces. Het zou mooi zijn als volgend jaar nog twee mensen de Coach de coach-training gaan volgen, zodat we daar wat steviger in staan.” Bij Hou Stand heeft de groep nieuwe trainersbegeleiders ideeën voor de invulling van de begeleiding, zoals elke drie tot vier weken een trainer bezoeken en een checklist ontwerpen op basis van de vier inzichten voor trainers, waarop een trainer kan worden begeleid. De nieuwe groep trainersbegeleiders wil echter vooral op zoek gaan naar hun eigen manier van werken. Ze willen ontdekken wat voor hen goed werkt, passend bij de club en bij de mogelijkheden van de vrijwilligers. Ze willen vooral ook niet te groot beginnen, maar klein en dan voorzichtig uitbouwen, aldus de trainer: “We willen bewust met een heel selecte groep beginnen voordat we het breder trekken. Dit om het onszelf niet te moeilijk te maken, wij zijn ook lerende en moeten onszelf ontwikkelen. We moeten bijvoorbeeld nog uitwerken welke trainers we kiezen.”

“We moeten zorgen dat na het Clubkadercoach-traject de focus niet verloren gaat” DIRK SPARIDANS

Ook geeft de trainer aan dat hij het belangrijk vindt dat de trainersbegeleiders elkaar blijven opzoeken en intervisie met elkaar houden. Dat de trainersbegeleider een vaste functie binnen de vereniging is, wilde de trainer al langere tijd. Hij heeft de aanwezigheid van de Clubkadercoach ervaren als steun in de rug om daar dichterbij te komen: “Dus één van zijn belangrijkste taken is dat hij mensen binnen de club gaat stimuleren om dat verder uit te werken en te laten opbloeien. Ik zie dat als nadrukkelijke winst, en ik vind dat dat wel gelukt is. Hij moet kennis brengen, maar ook stimuleren dat trainersbegeleiding voor een gezonde vereniging een noodzaak is.”

Learning #15 VANAF DE START BEZIG MET BORGING

De kans op borging is het grootst als de betrokkenen hier vanaf de start mee bezig zijn. Dat kan bijvoorbeeld door bij de selectie van de club de randvoorwaarden te hanteren en door bij de opdrachtformulering borging te bespreken. Het kan ook door het go-/no-gomoment in te bouwen en op dat moment al aandacht te hebben voor de opvolging van de Clubkadercoach.


HOOFDSTUK 7

Learning #16 BENUT BESTAANDE VRIJWILLIGERS EN TRAINERS

De rol van trainersbegeleider kan interessant zijn voor herintreders; zeker wanneer er opleidingsmogelijkheden en een (vrijwilligers) vergoeding zijn. Uit de pilot blijkt dat trainersbegeleiders veelal uit de bestaande vrijwilligers-/trainerspool komen, maar er zijn ook goede ervaringen met leden en ouders van jeugdleden, die nog geen vrijwilliger waren maar zelf bijvoorbeeld een pedagogische opleiding hebben of werken in het onderwijs. Het helpt als je als vereniging weet wat de opleidingsachtergrond of werkervaring is van de leden en ouders, zodat je gericht en persoonlijk mensen kunt benaderen en hen kunt vragen om kennis en kunde in te zetten voor de club.

Intervisie De trainer ziet dat het bestuur erachter staat en de functie in het beleid wil gaan opnemen. Hij denkt ook dat het niet makkelijk zal zijn om altijd voldoende bereidheid binnen de vereniging te vinden, omdat de club al vaak moeite heeft kaderfuncties te vullen. “Op dezelfde manier waarop je op zoek gaat naar een trainer of voorzitter, zul je in de toekomst op zoek moeten naar een trainersbegeleider. Het blijft altijd dat je enthousiaste mensen binnen je vereniging moet vinden die bereid zijn het in te vullen. Als ik de enige was geweest en wij geen andere mensen hadden kunnen vinden, was het heel erg moeilijk geworden. Het draait altijd om tijd en aandacht van vrijwilligers. Ik heb redelijk veel tijd, maar als je een fulltimebaan hebt, kun je er minder tijd in steken. Dat zijn elementen die een rol spelen.” Sparidans: “In de breedtesport moet je er natuurlijk toch alert op zijn dat je mensen niet overbelast, dat ze het leuk blijven vinden. Maar proef je bij mensen enthousiasme, ook bij mensen die het eigenlijk rustiger aan willen gaan doen, dan moet je met hen zoeken naar een manier waarmee ze met lagere belasting toch zichzelf én anderen kunnen ontwikkelen.”

Als de begeleidingsperiode van Sparidans erop zit, beschikken beide verenigingen dus over een groepje nieuwe trainersbegeleiders. De Clubkadercoach heeft al met de verenigingen besproken dat hij ze niet helemaal wil loslaten. Bij beide verenigingen wil hij in 2021 terugkomen om intervisie met de trainersbegeleiders te houden. “Je moet je niet zomaar helemaal terugtrekken, dan stort het misschien wel in elkaar. Daarnaast willen we zelf ook graag leren van de manier waarop we het hebben aangepakt.” Sparidans denkt wel dat hij in een toekomstig traject eerder met borging zou beginnen. “Als ik een conclusie moet trekken, denk ik dat in de toekomst in dit traject wel iets eerder op borging mag worden ingestoken. Eigenlijk zou je er al, ook al is dat best lastig, vanaf het begin mee bezig moeten zijn. Het is goed dat je zulk soort dingen in een pilotproject ontdekt.” In Rotterdam is Sparidans met collega’s momenteel drukdoende clubs voor de tweede fase van Clubkadercoaching te selecteren. “Er zijn veel aanvragen binnengekomen, zeker vijftien. In de eerste gesprekken met deze verenigingen nemen we de borging nu ook heel nadrukkelijk meteen mee.”

65


66

CLUBKADERCOACH

Rotterdam Sportsupport Sinds jaar en dag wordt in Rotterdam gewerkt aan het verbeteren van het pedagogisch klimaat bij sportverenigingen. Onder aanvoering van Ineke Kalkman, projectleider ‘Veilige sportverenigingen met sterke jeugdafdelingen’, zet bij Rotterdam Sportsupport een groep professionals zich in om clubs te versterken. “Ineke is in 2008 gestart als eerste sportpedagoge van Nederland”, zegt Marita Verkaik trots. “We hebben hier al veel ervaring mee en kennis van.” De komst van de Clubkadercoach werd in Rotterdam dan ook direct omarmd. De gemeente ziet samenwerking met sportbonden en NOC*NSF als waardevol en Rotterdam Sportsupport deed vol enthousiasme mee aan de Proeftuinen Clubkadercoaching en zal trainersbegeleiding zelfstandig voortzetten.

De komst van de Clubkadercoach werd in Rotterdam dan ook direct omarmd Verkaik draait er niet om heen. “We hebben als Rotterdams Sportsupport direct gezien welke waarde Clubkadercoaching voor de betreffende verenigingen heeft. Dat trainers er meer plezier in hebben, en daarmee ook de sporters – hetgeen blijkt uit het onderzoek van het Kenniscentrum Sport & Bewegen – onderschrijven wij. De Clubkadercoach heeft een enorm verbindende functie. Ook wij zien hier in Rotterdam dat trainers zich, na hulp van de Clubkadercoach, ontwikkelen en ook veel meer oog hebben voor de ontwikkeling en speelplezier bij de jeugd. Wij geloven daarom ook echt in deze functie.”

Toen duidelijk werd dat er gestart zou worden met de Proeftuinen, haakte Rotterdam Sportsupport direct aan. “We hebben, als zich projecten en pilots als deze aandienen, altijd direct interesse. Willen graag vooroplopen, dragen enthousiast bij aan nieuwe ontwikkelingen en delen onze ervaringen ook met anderen. We zetten als Rotterdam Sportsupport al jaren in op trainersbegeleiding bij de verenigingen en het was voor ons dan ook logisch om meteen mee te doen. Niet vaak hebben we zo intensief kunnen inzetten per club en extra interessant zijn de methodische aanpak en landelijke community. Het is fijn om met collega’s elders uit het land te sparren. Je merkt dat je daar allemaal veel van opsteekt.” Het resultaat in Rotterdam mag er overigens zijn. Bij de verenigingen die tijdens de pilot meedraaiden, is trainersbegeleiding inmiddels geborgd. “De clubs hebben met hulp van de Clubkadercoaching voor borging kunnen zorgen. Ze zijn erin geslaagd om meer dan vijftig trainers pedagogisch-didactische handvatten te geven, trainers een diploma te laten halen en negen vrijwilligers te vinden die de trainersbegeleiding gaan doen, of hebben met succes structureel geld vrijgemaakt om dat door een betaalde kracht te laten verzorgen.

Bij de verenigingen die tijdens de pilot meedraaiden, is trainersbegeleiding inmiddels geborgd


ROTTERDAM SPORTSUPPORT

En zelf hebben we de Clubkadercoaching ook in onze eigen dienstverlening weten te borgen. We hebben binnen onze organisatie nu één fte volledig vrijgemaakt hiervoor. Dat zouden er idealiter meer kunnen zijn, want we zien een enorme overvraag vanuit de verenigingen. Die clubs hebben natuurlijk ook de verhalen gehoord van andere verenigingen en hebben gezien wat het effect is geweest. Met name het feit dat de Clubkadercoaches niet even langskomen, maar voor een periode van één of twee jaar aan de slag gaan, slaat aan. Dat betekent ook echt dat je iets kunt bereiken, dat je impact kunt maken. De Clubkadercoaches bij ons in dienst hebben hun eigen achtergrond in turnen en volleybal. Tijdens de Proeftuinen zijn ze actief geweest bij turn- en volleybalverenigingen. Maar we hebben de voorbeelden uit de rest van het land gehoord en begrepen dat een sportgenerieke aanpak ook kan. Deze twee Clubkadercoaches, die samen één fte in zullen vullen, gaan dus ook bij verenigingen in andere takken van sport aan de slag.” “We kijken überhaupt verder hoe we Clubkadercoaching in de toekomst handen en voeten kunnen geven in Rotterdam. Want het onderwerp is daar belangrijk genoeg voor. Het is echter wel zoeken naar een model, ook financieel. Verenigingen betalen tot op heden niet voor de diensten van Rotterdam Sportsupport. We hebben ruim 350 clubs in Rotterdam en met ruim tweehonderd hebben wij geregeld en vaak intensief contact. We kijken wel naar initiatieven, zoals uit Doetinchem, waar ze verenigingen mee laten betalen aan Clubkadercoaching, maar er is nog geen besluit genomen of wij ook die kant op gaan. Hoe dan ook zullen we de verenigingen blijven helpen. Kan dat op dit moment nog niet met Clubkadercoaching, dan bieden we wel andere dienstverlening aan. Het is sowieso zaak dat het pedagogisch klimaat bij de

“Wij merken dat Clubkadercoaching voor de gemeente een duidelijk toegevoegde waarde heeft” MARITA VERKAIK

verenigingen duurzaam verandert en dit vraagt om continuïteit in ondersteuning.” Met Clubkadercoaching wordt een samenwerking tussen bonden en gemeenten op gang gebracht. Is dat bij andere projecten soms nog wel eens lastig, vanwege de verschillende belangen en invalshoeken, bij Clubkadercoaching is meer synergie waarneembaar. Rotterdam Sportsupport zou echter nóg wel meer verbinding tussen bonden en gemeenten willen zien. “Wij merken dat Clubkadercoaching voor de gemeente een duidelijk toegevoegde waarde heeft, maar Rotterdam moet, zeker nu als gevolg van corona, ook keuzes maken waar zij wel en niet haar middelen in investeert. Hierbij wordt extra scherp gekeken naar waar welke verantwoordelijkheid ligt, zoals in dit geval de vraag of Clubkadercoaching niet een taak is van de sportbond, dan wel wat Clubkadercoaching oplevert voor de stad, bijvoorbeeld voor de persoonlijke ontwikkeling van de jeugd. De financiering verloopt nu via de Buurtsportcoachregeling. De samenwerking landelijk-lokaal tussen partijen verloopt prettig bij Clubkadercoaching, maar kan overall efficiënter en effectiever, in elk geval denk ik voor de grote steden. Dit begint al bij bewust opdrachtgeverschap vanuit het ministerie.”

67


68

CLUBKADERCOACH

Benodigde tijdsbesteding De Clubkadercoach is voor een aantal uren per week bij een vereniging ingeschaald. Veel Clubkadercoaches zijn daarnaast ook nog actief als bijvoorbeeld Buurtsportcoach, of hebben nog een andere functie.

E

en aantal Clubkadercoaches heeft, vanuit de betrokken gemeente, meer uren tot zijn/haar beschikking gekregen en kan daardoor wél méérdere verenigingen helpen. Dit hoofdstuk zal mede ingaan op de voor- en nadelen van clusters, ten opzichte van een-op-eenbegeleiding. We spraken drie Clubkadercoaches over dit thema. Richard Koets is actief bij volleybalvereniging Albatros in Amsterdam, Jolanda van der Linden en Kirsten

“Ik kon relatief veel aanwezig zijn, had echt de tijd om de club en de mensen te leren kennen” RICHARD KOETS

Boshoven hebben meer clubs onder hun hoede. Jolanda van der Linden is, als voormalig turnster en turntrainster, actief bij een viertal turnverenigingen in Utrecht en omgeving, zij kan dus bovendien meer vertellen over een sportspecifieke aanpak, terwijl Kirsten Boshoven een handbalclub, voetbalvereniging en hockeyclub in Doetinchem begeleidt.

Richard Koets “Vanuit mijn functie als Buurtsportcoach bij Team Sportservice Amsterdam ben ik actief als Clubkadercoach bij volleybalvereniging Albatros in Amsterdam, waar een gebrek was aan goed kader én vooral ook een gebrek aan begeleiding van dat kader. Dat ik in de acht uur per week die ik als Clubkadercoach beschikbaar heb, maar één club hoef te bedienen, is wel een voordeel. Ik kon er daardoor relatief veel aanwezig zijn, had echt de tijd om de club en de mensen te leren kennen, mezelf te presenteren en te ontdekken wie waarvoor verantwoordelijk was en bij wie ik moest zijn met vragen. Tuurlijk lukt dat ook als je twee of drie


HOOFDSTUK 8

uur per week hebt, maar dan gaat alles wel veel trager. Ik denk dat je, als je pakweg tien uur per week voor drie verenigingen hebt, je die clubs allemaal half aan het helpen bent. Dat hoeft natuurlijk niet zo te zijn, maar vanuit mijn positie bekeken heb ik dat gevoel wel. Bovendien kan ik, zoals ik al zei, nu ook wat vaker in de avonduren langs, of bij de wedstrijden in het

weekeinde kijken. Als ik drie clubs zou hebben, was het in die uren een stuk lastiger de aandacht te verdelen. Als er bij Albatros een trainersbijeenkomst is, heb ik geen ‘concurrerende’ afspraken, maar kan ik er sowieso bij zijn. Anders moet je een stuk creatiever met je tijd omspringen.

69


70

CLUBKADERCOACH

Learning #17 UREN/FTE

In het Proeftuinenprogramma is gewerkt met een tijdsbesteding van acht tot twaalf uur per Clubkadercoach per vereniging. Mocht een clubkadercoach bij meerdere verenigingen actief zijn, dan zal dit aantal uren relatief afnemen (drie verenigingen is ongeveer twintig uur) omdat er taken gebundeld kunnen worden. Dit alles blijkt een reële indicatie te zijn voor de werkzaamheden van een Clubkadercoach.

Toevallig kom ik uit het volleybal. Dat was geen verplichting voor de functie bij Albatros, zeker niet. Maar het kwam zo uit. Tuurlijk heb je er wel wat voordeel van, weet je bij de start beter hoe zo’n club in elkaar zit, maar net zo vaak werkt het een beetje tegen je. Ik betrap mezelf er bijvoorbeeld weleens op dat ik tijdens het observeren op de volleybaltechniek sta te letten. Terwijl dat voor een Clubkadercoach natuurlijk niet direct interessant is, mijn trainingsdoel is vooral het verbeteren van de uitleg, ik observeer hoe trainers omgaan met kinderen, hoe ze het vanuit pedagogisch oogpunt doen. Dat ik ook uit het volleybal kom, is in gesprek met ervaren trainers soms wél een pluspunt. Je merkt dat je dan net even wat meer respect afdwingt. Daar maak ik soms wel een beetje gebruik van. Met het Clubkadercoach-traject willen we natuurlijk niet alleen de trainers begeleiden, maar vooral ook veranderingen binnen het bestuur teweegbrengen. Je wilt dat de functie straks, als je zelf weer weggaat, wordt ingevuld door iemand van de club. Om dat te bereiken moet je vaker dan eens met het bestuur

“Belangrijkste is om gezamenlijk vast te stellen op welke punten trainers zich willen ontwikkelen” RICHARD KOETS

om de tafel, zij moeten niet alleen het nut van de Clubkadercoach zien, maar ook onderschrijven hoe belangrijk die functie blijft. We zijn daar ook meer energie in gaan stoppen, hebben een vrijwilliger binnen de club gevonden die het traject kan invullen. Van al mijn tijd bij de club ben ik nu ook misschien wel bijna de helft van de uren bezig met het opleiden van de nieuwe Clubkadercoach. De persoon in kwestie heeft geen volleybalverleden, maar wel een pedagogische achtergrond. Het is mooi dat ik genoeg uren heb om haar goed in te werken. Albatros heeft 25 jeugdtrainers, die soms meerdere teams trainen. Een aantal daarvan coachen ook, de meesten niet. Al met al komen er nog eens dertig coaches bij. Het is natuurlijk onmogelijk die trainers en coaches allemaal persoonlijk te begeleiden. Maar, omdat ik best veel uren bij de club heb, kan ik er wel een flink aantal begeleiden. We hebben daarom ook aan het begin bekeken waar de prioriteiten liggen. Welke trainers kunnen nog de meeste ontwikkeling doormaken, waar is de meeste ondersteuning nodig? De vorm van begeleiding is per trainer en coach verschillend. In een startgesprek bepalen we gezamenlijk wat voor begeleiding het wordt. Sommige trainers vinden het heel vervelend als je naast het veld gaat zitten, zijn zenuwachtig omdat je dan letterlijk met ze meekijkt. Andere trainers vinden het geen probleem, vragen of je ze wilt onderbreken en onbeperkt advies kunt geven. Een derde groep wil liever achteraf een appje met wat tips ontvangen. Belangrijkste is om gezamenlijk vast te stellen op welke punten trainers zich willen ontwikkelen en hoe ze dat voor elkaar gaan krijgen.


HOOFDSTUK 8

Het spreekt voor zich dat de beginnende trainers wat meer begeleiding krijgen dan de wat meer ervaren trainers, dat is logisch. Maar ik laat bij de eerste kennismaking altijd wel weten dat de Clubkadercoach er voor ál het kader is. Een ervaren trainer kan ook een groep hebben waarmee het net niet lekker loopt, als Clubkadercoach kan je dan meekijken waar het aan ligt. De coaches vinden het trouwens superfijn dat de club nu meer energie stopt in de begeleiding. Ze voelen zich daardoor meer gewaardeerd.”

Kirsten Boshoven

“Ik had 0,45 fte, oftewel achttien uur per week, als Clubkadercoach, bij drie verenigingen in Doetinchem: handbalvereniging Artemis’15, voetbalvereniging DZC’68 en hockeyvereniging DHC. De uren waren gelijk over de clubs verdeeld, hetgeen betekende dat ik op papier elke week zes uur per vereniging had. Maar, al snel bleek dat ik daar beter, vanwege het programma bij die clubs, zelf een beetje mee kon schuiven. De ene week deed ik iets meer voor DHC, de andere week bijvoorbeeld weer iets meer voor Artemis. Soms moet je wachten, duurt het proces langer dan je lief is. Dat komt natuurlijk ook omdat het werk grotendeels door vrijwilligers wordt gedaan. Het is echter zonde als je werkloos moet zitten wachten. Nu kan ik tegelijkertijd ook iets voor een andere vereniging doen.

Learning #18 FOCUS AANBRENGEN

Maak duidelijk keuzes in de begeleiding van trainers. Clubkadercoaches adviseren om goed te focussen op bepaalde doelgroepen van trainers en coaches. Focus bijvoorbeeld eerst op de F en E trainers en daarna pas op de D en C trainers. Zonder focus zal je verdwalen in je werkzaamheden.

71

Zo was ik op een gegeven moment bij DHC heel druk met het technisch beleidsplan, hetgeen in die periode net even wat meer tijd vroeg. Maar je kunt natuurlijk, als dat nodig is, altijd even overleggen met de andere clubs en wat schuiven. Het is überhaupt wel verstandig, bijvoorbeeld voor de borging, om bij te houden hoeveel uren bepaalde facetten binnen het proces vragen. Het is goed dat – ook voor later – te inventariseren.

“Het is goed om bij te houden hoeveel uren bepaalde facetten binnen het proces vragen” KIRSTEN BOSHOVEN

De drie clubs waar ik actief was, bevinden zich allemaal op Sportpark Zuid in Doetinchem. Dat maakte het wel wat makkelijker. Maar, dat is niet leidend. Je moet uiteindelijk werken bij de clubs die ook bij jou passen, ik vind dat wel een belangrijke voorwaarde. Zelf handbal ik, hetgeen misschien een voordeel was toen ik bij Artemis kwam. Maar ik denk meer dat ik er profijt van had dat ik wist hoe een dergelijke vereniging in elkaar zit. Bij de handbal- en voetbalvereniging was ik al snel wegwijs, terwijl ik bij de hockeyclub – dat toch een andere wereld was voor mij – meer mijn draai moest vinden. Na een aanloopfase is dat ook goed gekomen. Sterker, het was voor de hockeyclub ook een voordeel dat ik niet uit het hockey kwam. We werkten daar aan een technisch beleidsplan en het bleek dat ze een heleboel zaken toch beter op papier moesten zetten, zodat het ook begrijpelijk was voor iemand buiten de commissie of hockeysport. Tuurlijk, hockeyers zelf snapten het allemaal wel, maar stel dat ze een ouder voor een bepaalde technische rol vragen, dan moet die het ook kunnen begrijpen.


72

CLUBKADERCOACH

Sportspecifieke kennis heeft aan de ene kant een voordeel. Je weet hoe het in de handbalwereld eraan toe gaat, beseft bijvoorbeeld dat het werven van scheidsrechters in die sport lastig gaat. Daar kan ik dan makkelijker tips voor vinden, bijvoorbeeld vanuit de club waar ik zelf speel. Ook klop je net wat makkelijker bij je connecties aan. Aan de andere kant heeft het ook een nadeel. Als het gaat om de trainersbegeleiding, ben je snel geneigd om ook naar het technische gedeelte van het spelletje te kijken. En niet specifiek naar hoe die trainer nu voor de groep staat, terwijl het toch vooral om die pedagogisch-didactische kant gaat. Dat kan een valkuil zijn. Uiteindelijk heb ik bij alle drie de verenigingen met name in de eerste maanden heel verschillende dingen gedaan. Artemis’15 is inmiddels afgevallen, bij de voetbal- en hockeyvereniging zetten we nu vol in op de trainersbegeleiding. Dan zul je ook wel wat overlap krijgen. Theoretische zaken, zoals hoe je met trainers omgaat, hoe je ze benadert, de gesprekvoering, die is voor beide verenigingen toch goeddeels gelijk. Je kan veel van jouw werkwijze ook bij de andere vereniging gebruiken, je hoeft het wiel niet opnieuw uit te vinden. Zo was ik bij DZC’68 met het vrijwilligersmanagement bezig geweest en kwamen daar ook bij Artemis’15 vragen over. De informatie die ik voor DZC had verzameld, bleek ook bij Artemis’15 toepasbaar, waardoor ze daar nu ook – en vrij snel – een eerste conceptversie van het vrijwilligersbeleid hebben staan. Dat is een levend document, het moet zich nu meer gaan vormen naar de vereniging zelf. Ook kun je natuurlijk linkjes tussen de verenigingen leggen als ze met bepaalde vragen zitten en mensen met elkaar in contact brengen. Alle

“Ik heb er altijd voor gezorgd dat ik elke week wat voor alle verenigingen deed” KIRSTEN BOSHOVEN

verenigingen willen groeien en doorontwikkelen en het is mooi als je ziet dat ze, met jouw hulp, elkaar daarin ook proberen te versterken. Het is soms wel schakelen natuurlijk. Ik heb het weleens gehad dat ik het ene moment bij Artemis’15 op het veld stond om een trainer te begeleiden en twee uur later een kennismakingsgesprek bij DHC had en er meekeek bij de training. Dat zet je juist op scherp, die uitdaging is leuk. Het drukt je ook met je neus op de feiten: ik ben nu weer bij een heel andere vereniging, heb een ander persoon voor me. Onbewust merkte ik wel dat ik meer focus op een van de verenigingen ging leggen, maar dat had er ook mee te maken dat ik merkte dat daar ook vlot de borging te behalen viel. Op een gegeven moment maak je natuurlijk toch ook een afweging, omdat je weet dat het traject eindig is, en kies je voor de weg waar de meeste winst te behalen valt. Het neemt niet weg dat ik me wel ook voor de volle honderd procent voor de andere verenigingen in ben blijven zetten. Ik heb er ook altijd voor gezorgd dat ik elke week wat voor alle verenigingen deed, zodat je niet bij één van de drie gaat achterlopen. Mijn herkenbaarheid bij de clubs verschilde aanvankelijk wel. Bij DHC en DZC wist iedereen mij heel snel te vinden, bij Artemis’15 was dat lastiger. Na een voorstelstukje in de nieuwsbrief konden ze mij ook wat beter plaatsen. Je merkt wel dat je elkaar dankzij de technologie van vandaag de dag, zoals WhatsApp en Teams, heel snel kunt bereiken. Dat moeten de mensen dan ook wel gebruiken. Ik merkte met name bij DHC en DZC dat dat prima werkte.”

Learning #19 CLUBKADERCOACHING BIJ MEERDERE CLUBS

Als een Clubkadercoach bij meerdere clubs actief is, zijn er taken en werkzaamheden te bundelen, maar het brengt wel grotere afstemmingsvragen met zich mee.


HOOFDSTUK 8

CLUSTERVARIANTEN

In het Proeftuinenprogramma is gewerkt met twee verschillende clustervarianten: sportspecifiek en sportgeneriek. Een cluster met bijvoorbeeld vier turnverenigingen is sportspecifiek en een cluster met bijvoorbeeld hockey, korfbal en voetbal is sportgeneriek.

“Ik heb ook ervaren trainers begeleid. Ik voelde wel wat weerstand, maar heb doorgezet” JOLANDA VAN DER LINDEN

Jolanda van der Linden

“Toen de Proeftuinen Clubkadercoaching er kwamen, werd ik benaderd om vier turnverenigingen in Utrecht en omgeving onder mijn hoede te nemen. Bij twee van die clubs was ik al Buurtsportcoach. Ik had twintig uur voor de vier clubs, dus pakweg vijf uur per club per week. Dat was nog een hele uitdaging, vooral ook logistiek. Een korfbalvereniging traint op één plek, maar turnverenigingen zitten meestal in allerlei verschillende, kleine zaaltjes. Dus die puzzel moest ik eerst leggen, je moet een en ander zo efficiënt mogelijk achter elkaar kunnen doen. Dat bleek eigenlijk bijna niet haalbaar. Aanvankelijk dacht ik daarom de ene week de ene vereniging en de andere week de andere te doen. Maar dat bleek amper te werken, want hoe handel je dan als er urgente vragen zijn? Uiteindelijk heb ik geprobeerd er een weg in te vinden, zeker ook nadat ik ontdekte dat de ene club meer aandacht vroeg dan de andere. Het bleek namelijk dat er ook trainers waren die niet zo veel behoefte hadden aan begeleiding. Hun bestuur vond van wel, maar ze hadden dat onvoldoende gecommuniceerd naar hun mensen toe en de coaches zelf zagen het niet zitten. Dat vond ik in het begin lastig. Want dan kom je binnen en hebben ze zoiets van

‘wat kom jij eigenlijk doen?’ Door eerst gezellig wat te kletsen en mensen gerust te stellen, werd het uiteindelijk voor de meesten wel een win-winsituatie. Maar niet iedereen ziet dat in het begin. Bij de verenigingen waar ik al Buurtsportcoach was, kenden ze mij al en was het natuurlijk makkelijker binnen te stappen. Bij de derde club, die net een fusie achter de rug had en wat zoekende, was het bestuur heel duidelijk naar de trainers. Zij zeiden: ‘Jolanda is er om jullie te helpen, niet om jullie af te kraken. Pak deze kans.’ En dat hebben ze ook gedaan. Bij de vierde vereniging trof ik vooral trainers die al wat langer in het vak zaten, maar daar speelde van alles. Dat hadden ze, voor ik begon, eigenlijk eerst uit de weg moeten ruimen. Er was bijvoorbeeld veel verloop. Dat zorgde voor onrust, er waren elke keer andere prioriteiten. Ik heb ook wat ervaren trainers begeleid. Ik voelde wel wat weerstand, maar heb doorgezet en we hebben uiteindelijk ook kleine stapjes gemaakt. Ik zag wel wat kleine veranderingen in hun aanpak. Maar, je moet ook accepteren dat niet iedereen het oppikt. Dat is maar zo. Uiteindelijk vond ik dat echter voor mijzelf ook wel een mooie reis. Je leert dan toch ook met zo’n situatie om te gaan.

73


74

CLUBKADERCOACH

Soms was er ook wel wat verwarring over mijn rol. Dan kwam de vraag: Kan jij niet even die training geven? Soms voelde ik me net de Verlosser. Zo van: weet je, zij lost onze problemen wel op. Dan moest ik weer uitleggen dat ik er eerst en vooral was om de coaches beter te maken. Ik kom meedenken, maar niet jullie personele problemen oplossen. Als je als Clubkadercoach werkt in de sport waar je veel vanaf weet, heeft dat ontegenzeglijk voordelen. Je kent de sport, bent bekend met het wereldje, weet er veel van af. Het is een voordeel dat je op sommige punten sneller kunt handelen en dat je ook weet waarop je handelt. Maar het kan ook een keerzijde hebben. Het is bijvoorbeeld een valkuil dat je voor een karretje gespannen kunt worden. En gevraagd wordt voor zaken die voor een Clubkadercoach niet van toepassing zouden moeten zijn. Als je technisch ver bent, zie je ook dingen die je zelf liever anders zou zien. Dat moet je loslaten. Je moet gewoon naar de persoon kijken, opletten of zo iemand wel pedagogisch-didactisch goed met de kinderen werkt. Ik heb een keer meegelopen met een collega bij een korfbalclub en daar vond ik het veel makkelijker om goed de focus op de trainer te houden, was ik veel minder afgeleid door andere dingen. Ik wil wel concluderen dat het erg leerzaam was, ook voor mij. Het is belangrijk dat van tevoren goed duidelijk is wat je ‘komt brengen’. Het is een verrijking voor de club om te werken met een Clubkadercoach, maar de vereniging moet dat wel zien. Je moet in ieder geval met kleine stapjes ook al tevreden zijn. Al met al vond ik wel dat vier clubs teveel was. Ik had daardoor toch niet echt focus, twee is misschien wel de max. Dan kun je je ook echt goed richten op een aantal trainers. Bij sommige clubs kreeg ik ook te maken met de begeleiding van heel veel jonge assistentes. Daarmee was het onmogelijk de diepte in te gaan, ze hadden dan geen idee waar ik het over had. Trouwens, die vier clubs doen dan weliswaar allemaal dezelfde sport, maar feitelijk is elke vereniging anders. Bij elke vereniging heerst een andere cultuur. Dat vond ik wel bijzonder om te ervaren. Sommige zijn heel hecht, daar doen ze veel met elkaar, maar bij een andere club zitten de trainers allemaal op eilandjes en weten ze niet van elkaar weten wat ze doen.

OMGAAN MET WEERSTAND

Wees geduldig en oprecht geïnteresseerd. Probeer niks te forceren. Ga niet meteen de eerste training die je observeert volop feedback geven, maar investeer in het leren kennen van de trainers die je begeleidt. Ervaar je toch weerstand bij een trainer, geef vooral complimenten en vermijd negativiteit.

Tuurlijk kan het ook voordelen hebben als je, zoals ik, vier verenigingen begeleidt. Je zou dingen samen kunnen doen, of zorgen dat van één actie meer trainers kunnen profiteren. Zo heb ik in de coronatijd wat digitale initiatieven ontplooid. Samen met andere coaches van Sport Utrecht hebben we een paar filmpjes over de vier inzichten opgenomen. Die zijn ook gedeeld in de groepsapps van de clubs. Iets organiseren voor bijvoorbeeld de vier verenigingen tegelijk, wat digitaal wel zou moeten kunnen, heb ik niet gedaan. Maar dat zou voor de toekomst misschien best een optie zijn.”

“Het is een verrijking voor de club om te werken met een Clubkadercoach, maar de vereniging moet dat wel zien” JOLANDA VAN DER LINDEN


75

De basis op orde voor topsport Kees Rodenburg heeft, zoals zovelen binnen zijn bond, het opleiden van trainers en coaches hoog in het vaandel staan. Korfbalverbond KNKV is dan ook, zoals ze zelf zegt, een bond van onderwijzers, van meesters en juffen. Eind jaren tachtig ontwikkelde Rodenburg, de huidige KNKV-directeur, nota bene zelf een methode waarbij clubs werden geholpen met trainers- en bestuursbegeleiding. “Dat het ruim dertig jaar later nog steeds nodig is om zoiets als trainersbegeleiding op te zetten bij de clubs, zegt dat we met z’n allen een aantal dingen beter hadden kunnen doen.” Rodenburg is echter een optimist en heeft het idee dat trainersbegeleiding nu wel definitief vaste voet aan de grond kan krijgen. Omdat het denkbeeld over sport in het algemeen toch langzaam maar zeker aan het verschuiven is. “En gelukkig maar.” Het hoeft niet altijd over prestaties te gaan, plezier is inmiddels meer en meer geaccepteerd als belangrijk sportief doel. De sleutel van het succes ligt volgens Rodenburg in handen van de trainersbegeleider én de trainer. “Ik denk dat we dat met z’n allen toch al die tijd onvoldoende erkend hebben. Maar, laat ik eens een parallel naar het onderwijs maken. Je kunt de modernste scholen bouwen, de mooiste visies op lesgeven hebben, het draait toch allemaal om de kwaliteit van de leraar. Iedereen weet nog precies welke leraar hem of haar inspireerde op de middelbare school. Je weet nog hoe die persoon lesgaf. Niet welke methode gebruikt werd, en niet of er een krijtbord, whiteboard of digibord werd gebruikt. Nee, het draaide om die, zoals ik het graag noem, meester. Beter een goede meester in de verlaten woestijn dan een slechte meester in het best geoutilleerde klaslokaal van de wereld. En zo is het in de sportwereld ook. Met de beste meester heb je het meeste sportplezier. Slechte ballen? Een minder moderne sporthal? Nou en, als de meester maar goed is.” Wat Rodenburg betreft worden de beste trainers ook niet op de grootste talenten gezet, maar krijgen ze juist teams als de C7 of B5 onder hun hoede. “We hebben in de sport een aantal valkuilen. Een daarvan, waar we al sinds jaar en dag met z’n allen blind intuimelen, is dat we de minst ontwikkelde trainers laten werken met de minst ontwikkelde sporters. En de tweede valkuil, die er vlak achter ligt trouwens, is dat er al veel te vroeg wordt geselecteerd. Veel ‘selectietrainers’ denken al vroeg te zien wie er echt goed

zijn, terwijl technische vaardigheid op jonge leeftijd nog lang niet alles zegt over de mogelijke ontwikkeling, van die sporter én de rest.” Rodenburg ziet liever dat clubs dan ook veel later pas selecteren. “Wij geloven dat als je, mede dankzij de inzet van trainersbegeleiders, zorgt dat meer trainers een goede training kunnen verzorgen, meer kinderen plezier hebben en er uiteindelijk – ook al is dat misschien niet de eerste opzet van Clubkadercoaching – ook meer talent doorstroomt”, aldus Rodenburg. “Breedtesport en topsport bestaan in mijn ogen overigens ook niet als twee aparte werelden. Je hebt sport en daarbinnen zijn er gradaties. Breedtesport en topsport zijn de theoretische uiteinden van een continuüm dat we sport noemen. En iéder kind binnen de sport, op welk niveau ook, heeft recht op een goede meester.” Met dat als stelregel was het ook niet raar dat het KNKV aanhaakte toen de Proeftuinen Clubkadercoaching werden opgezet. “Investeer in de mensen die de vrijwilliger op de werkvloer helpen, dat is zo belangrijk!” Rodenburg is verheugd met de eerste resultaten. En vooral ook met alle aandacht voor het onderwerp. “Ook wij als bond willen coaches liefst op de best mogelijke manier faciliteren. We moeten zorgen dat die man of vrouw voor de groep voldoende tools heeft om een leuke, goede training te geven.” Trainersbegeleiding, en daarmee een verbetering van het pedagogisch klimaat op de club, is in de ogen van Rodenburg ook dé manier om “de skihelling af te vlakken. We zien al sinds jaar en dag dat die skihelling rond de leeftijd van elf het hoogst is, en dat-ie daarna, richting de twintig, steil omlaaggaat. Vanaf hun twintigste haken er niet veel sporters meer af, maar die jaren van elf tot twintig zijn berucht. Dan haken zoveel kinderen weer af, dat moeten we met z’n allen zien te halveren.” Daarom ook de oproep van Rodenburg aan andere sportbonden om zaken als trainersbegeleiding (nog) meer te omarmen. “Het is gewoon belangrijk dat iedereen een leven lang met plezier kan sporten. We kennen, dankzij het Nederlandse verenigingsmodel, de hoogst denkbare sportparticipatie, maar we accepteren te gemakkelijk dat jongeren ook zomaar weer afhaken. Als ze een leuke, goede meester hebben, blijven ze wel leren. Hebben ze meer plezier.”


76

CLUBKADERCOACH

Sportgeneriek of sportspecifiek Het is een constant terugkerend vraagstuk: Moeten Clubkadercoaches sportspecifiek worden ingezet? Oftewel: Moet er een Clubkadercoach met voetbalachtergrond bij een voetbalvereniging actief zijn of is het ook prima als er bijvoorbeeld een Clubkadercoach met historie in en kennis van het korfbal bij de voetbalclub aan de slag gaat?

E

en eenduidig antwoord is er niet. De gemeenten stellen de pedagogische en didactische vaardigheden van een trainer/coach centraal en vinden de inzet van een sportgenerieke Clubkadercoach uitstekend. Terwijl de bij de Proeftuinen Clubkadercoaching betrokken sportbonden verschillen qua visie. De voetbalbond KNVB en hockeybond KNHB zijn voorstanders van de inzet van een sportspecifiek opgeleide Clubkadercoach bij hun clubs. Deze bonden zeggen dat je pedagogisch, didactisch en sportinhoudelijk niet van elkaar kunt scheiden. Andere bonden zien de voordelen van een sportgenerieke Clubkadercoach, zij ervaren het als

een plus dat een Clubkadercoach louter inzoomt op de pedagogisch-didactische kant van de zaak. Wat zijn de voordelen van sportspecifiek? En welke voordelen heeft een sportgenerieke aanpak? Hoe kunnen sportbonden en gemeenten elkaar hierin vinden? Is het niet telkens maatwerk, voor elke club weer? Paul Voois (KNVB), Job van Eunen (KNKV) en Arno de Swart (SportService Zwolle) lichten hun kant van de zaak toe.


HOOFDSTUK 9

Paul Voois (KNVB)

“In de ogen van de KNVB, en daar zal niemand het mee oneens zijn, verdient ieder kind een goede trainer. Daarom hebben wij ook de ambitie uitgesproken om in de komende jaren zo’n 70.000 trainers op te leiden, op verschillende niveaus. Trainersbegeleiding, zoals die bij Clubkadercoaching, past daar goed in. We hebben op de KNVB Academie zelf al menig opleiding vormgegeven, maar doen mee met de Proeftuinen Clubkadercoaching omdat we denken ook van andere bonden, en van de samenwerking met gemeenten, te kunnen leren. Het is goed om concepten als de Clubkadercoaching gezamenlijk door te ontwikkelen.

Learning #20 SPORTTECHNISCHE KENNIS

Sporttechnische kennis is in principe niet noodzakelijk voor de Clubkadercoaches. Voor sporttechnische vragen of ondersteuning kan de Clubkadercoach terecht bij de bond. Clubkadercoaches hebben binnen de pilot enige sporttechnische kennis opgedaan door mee te trainen met een (laag) team of door een korte (scheidsrechters)cursus te volgen.

77


78

CLUBKADERCOACH

Waarom wij de voorkeur hebben voor een sportspecifiek opgeleide Clubkadercoach kan ik het beste uitleggen met een voorbeeld. Stel, je bent bezig met de begeleiding van een trainer en je ziet dat deze weliswaar goede bedoelingen heeft, maar dat de kinderen toch lopen te klieren. Dan heeft dat er vaak mee te maken een oefening te makkelijk of juist te moeilijk is. De oplossing is dan niet alleen dat je pedagogische tips geeft, maar er hoort ook een sportspecifieke, methodische stap bij. Want je moet als trainer, en dus ook als begeleider van die trainer, weten in welke fase het kind zit. En de oefenstof daarop aanpassen. Wij hebben dat als voetbalbond helemaal uitgewerkt, kennen de leeftijdsspecifieke kenmerken van voetballende kinderen. Een Clubkadercoach met een sportspecifieke achtergrond, kent die kenmerken ook, in tegenstelling tot de meeste van zijn sportgeneriek opgeleide collega’s. Vanzelfsprekend is de pedagogische kant van de zaak hartstikke belangrijk. Dit is het hoe. Sterker, het is het allerbelangrijkste. Want ieder kind moet met plezier kunnen sporten. En verdient dus ook een goede trainer. Maar, uiteindelijk wil je ze ook nog wat leren. Dit is het wat. Op het moment dat de Clubkadercoach het niveau van de trainer ten opzichte van de sportieve leeftijd van het kind heeft bepaald, kun je snel meer stappen maken. Als een trainer niet kan inschatten wat het kind aankan, wordt het erg lastig een goede training te geven. Natuurlijk zit pedagogiek ook in al onze eigen opleidingen, en zeker die op de jeugd zijn gericht, verweven. We gebruiken de vier inzichten, besteden aandacht aan speelplezier, maar er zit wel altijd een duidelijke voetbalcomponent bij. Dat gaat in onze ogen samen. Wat ons betreft moeten de Clubkadercoaches dus een stukje voetbalkennis hebben. Toen de Clubkadercoaches begonnen, hebben we degenen die

“Ieder kind verdient een goede trainer” PAUL VOOIS

SPORTTECHNISCHE KENNIS

De sportgenerieke Clubkadercoaches hebben binnen de Proeftuinen enige aanvullende sporttechnische kennis opgedaan door een korte cursus van de bond te volgen.

bij een voetbalvereniging aan de slag gingen ook allemaal, dus niet alleen de Clubkadercoaches met een voetbalachtergrond, maar juist ook die met achtergrond in judo, hockey en de sociaalpedagogische hulpverlening, in Zeist uitgenodigd. We hebben ze toen ook allerlei hulpmiddelen laten zien. Zo is er de Rinus-app, die door KNVB Assist, het kennisplatform van de KNVB, is ontwikkeld voor alle (jeugd)trainers van Nederland. Hierin staan oefeningen, trainingen en filmpjes, die trainers – vaak ook goedwillende ouders – kunnen downloaden en kunnen gebruiken. Die informatie is ook goed voor de Clubkadercoach om te gebruiken, om binnen de vereniging één lijn te creëren. Ook hebben we ze wegwijs gemaakt op www.knvb.nl/assist. Daar staan veel handige documenten, die bijvoorbeeld kunnen helpen bij de borging van trainersbegeleiding op de club. Er is veel informatie te vinden over beleidszaken, maar ook over die leeftijdsspecifieke kenmerken waar ik eerder over sprak. Dat de Clubkadercoach voetbalinhoudelijk geschoold moet zijn, is overigens geen keiharde eis van onze kant. Maar wij streven het wel na, vinden het een pre. Maar het is natuurlijk wel de vraag wie de werkgever van de Clubkadercoach is. Meestal is dat de gemeente, of een sportservice. Wij kunnen advies en onze mening geven, meekijken en meedenken, maar uiteindelijk zijn wij natuurlijk niet de werkgever. Wel werken we aan een opzet waarin Clubkadercaches bij ons modules van de diverse opleidingen kunnen volgen.


HOOFDSTUK 9

Want wij zien wel toekomst in Clubkadercoaching. Als dit vaste grond onder de voeten krijgt, en we krijgen via trainersbegeleiding steeds meer goede trainers, gaat er wat gebeuren. Dan stoppen er minder kinderen, wordt de basis breder en beter. En zou je zelfs kunnen stellen dat, op termijn, het Nederlands elftal beter wordt omdat er meer te kiezen valt. Misschien, ja heel misschien, worden we daardoor zelfs, over pakweg tien, vijftien jaar wel wereldkampioen.”

Job van Eunen (KNKV)

“De korfbalbond KNKV kent een lange traditie van een vrij stevig pedagogisch sportklimaat. Wij zijn een sportbond van onderwijzers, ontstaan vanuit het onderwijs ook. We besteden bovengemiddeld veel aandacht aan het opleiden van trainers, en dan niet alleen op technisch vlak maar zeker ook op pedagogisch terrein. We zijn al jaren bezig binnen de bond om het vak van trainer béter én laagdrempeliger te maken. Dat een Clubkadercoach enige tijd naast je komt staan, meekijkt en ondersteunt, is in ons opzicht ideaal. De laagdrempelige een-op-eenbegeleiding is echt een

Learning #21 SPORTACHTERGROND

Voor Clubkadercoaches die zelf geen achtergrond hebben in de betreffende sport, lijkt het makkelijker om te focussen op de pedagogische kant van trainersbegeleiding en hun rol af te bakenen. Voor Clubkadercoaches met veel sporttechnische kennis kan het een valkuil zijn om toch (vooral) sporttechnische begeleiding te bieden.

“Ik hoef niet per se betere korfballers, ik wil leukere korfballers” JOB VAN EUNEN

krachtig middel. Onze dromen, die wij als bond hebben over de opleiding en begeleiding van trainers, en een goede visie op een gezond pedagogisch klimaat, zien we hierin terug. Bij het KNKV wordt momenteel de discussie sportspecifiek versus sportgeneriek volop gevoerd. Ikzelf ken geen enkele twijfel, zie verreweg de grootste winst in een beter pedagogisch klimaat en ik zet de sportgenerieke aanpak dus op één. En ook op de plaatsen twee en drie. Daarna pas gaat het wat mij betreft over het eventuele sportspecifieke aspect. Er is gewoon heel veel winst te boeken op pedagogisch terrein. Het is belangrijk dat iedereen er vooral plezier in heeft. Dat jongetje, maar ook die trainer. Het belang van de gemeente ligt ook juist daar, dat er meer gesport wordt en met meer plezier, dat er een veilig sportklimaat is. Het belang van de gemeente ligt ook meer bij dat spelertje uit de B5 dan bij dat talentje uit de B1, dat vaak al een betere trainer heeft en er toch al wel plezier uithaalt. Die spelertjes uit de B5 – en vergis je niet, dat zijn de meeste kinderen hè – willen lekker met vriendjes sporten, zo nu en dan een complimentje krijgen en niet eindeloos oefeningen doen maar ook lekker een partijtje spelen. Ik hoef niet per se betere korfballers, ik wil leukere korfballers. En leukere trainers. Leukere mensen betekent leukere sport, en uiteindelijk dan ook nog meer leukere mensen.

79


80

CLUBKADERCOACH

Wij, of in ieder geval ik, zie dan ook liever dat de Clubkadercoaching daarom draait, en de Clubkadercoach dus iemand is die pedagogisch goed onderlegd is en vooral ook daarop inzoomt met de trainer. We hebben, en dat klinkt uit de mond van een vertegenwoordiger van de korfbalbond misschien raar, liever een goede pedagoog die niets van korfbal weet en geen idee heeft wat een doorloopbal is, dan een redelijk tot matig onderlegd pedagoog die alles van onze sport snapt. Tuurlijk, het mooiste is iemand die en-en bezit, maar het gevaar zit er dan ook in dat iemand met een duidelijke korfbalachtergrond het stiekem toch vooral prettig vindt dat het spelniveau flink stijgt. Terwijl dat, in eerste instantie, nu niet de opzet is. Het gaat om betere trainingen, om het spelplezier, van sporter én trainer. Het was fijn om, in het kader van de Proeftuinen Clubkadercoaching, met gemeenten om de tafel te zitten en over deze aanpak van gedachten te wisselen. Eigenlijk hadden we daarvoor betrekkelijk weinig contact. De vereniging zoekt contact met de gemeente, of het sportbedrijf, als er bijvoorbeeld zaken rondom accommodatieproblematiek spelen. En als bond word je door clubs meestal ook alleen maar bevraagd op moeilijke dingen, zaken die mislopen. Dat we elkaar – bonden, gemeenten en clubs – nu ontmoeten voor iets positiefs, geeft veel energie. Iedereen zit er ook met zijn eigen expertise in, dit is het perfecte plaatje: verenigingsondersteuning zoals die zou moeten zijn. De gemeente heeft veel sportgenerieke kennis, weet veel over besturen, wij als bond kunnen meer betekenen op sportspecifiek terrein. Kunnen met gemak aanvullende cursussen, die uitgaan van een veilige leeromgeving, geven.

NATIONAAL SPORTAKKOORD

Aandacht voor samenwerking tussen sportbonden en gemeenten staat prominent in het Nationaal Sportakkoord (2018).

De Clubkadercoach is de spin in dat hele web. Hij of zij maakt trainersbegeleiding op de vereniging gemeengoed, maar kan een bestuur ook wegwijs maken op andere terreinen door naar de juiste instanties te verwijzen. Waar er eerst grote afstand bestond, zitten nu in één gemeente zowel vereniging, de sportservice, de sportbond als de Clubkadercoach in één appgroep. Dat we nu gezamenlijk, met de gemeente, de Clubkadercoach en de bond, bij de vereniging de opdracht formuleren, maakt dat je snel stappen maakt. Iedereen is zich goed bewust van het einddoel, weet wat er van hem of haar verwacht wordt. Niet alleen de trainersbegeleiding, maar ook bestuurlijke zaken, technische zaken, visie en structuur van de vereniging kunnen zo worden besproken en verbeterd. Dat gezegd hebbende vinden wij het wel een bezwaar als de Clubkadercoach erg jong is. De Clubkadercoaches die de afgelopen tijd bij korfbalclubs hebben gezeten waren iets ouder, vaak ook zwaargewichten qua ervaring (bijvoorbeeld als Buurtsportcoach). Vanzelfsprekend is het afhankelijk van de doelgroep, en hangt het er dus ook vanaf of je bijvoorbeeld een groep jonge trainers begeleidt of een stelletje oude rotten, maar het is wel zaak dat Clubkadercoaches al stevig in hun schoenen staan. Zeker als ze geacht worden met het bestuur mee te praten over beleid, is het maar de vraag of je daar met begin twintigers het gewenste resultaat mee bereikt. Al met al zien we, vanwege al die eerdergenoemde succesjes, Clubkadercoaching nu al als kansrijk voor de toekomst. Maar, daarbij gezegd, het is natuurlijk wel van essentieel belang dat dit alles – en dat moet vanaf dag één ook op het netvlies staan – geborgd wordt in de vereniging. Dan pas kunnen we er allemaal op de lange termijn écht de vruchten van plukken.”


HOOFDSTUK 9

Arno de Swart (SportService Zwolle)

“Wij kenden bij SportService Zwolle, voor Clubkadercoaching werd geïntroduceerd, de Trainersacademie. Die is er ter begeleiding van technisch kader bij sportverenigingen. We kregen daar vaak vragen over van clubs, dusdanig vaak dat het de moeite waard was om dat initiatief te nemen. De Trainersacadamie is een platform met een drietal pijlers: a. kennisdeling en inspiratie (bijvoorbeeld in de vorm van workshops of intervisiebijeenkomsten bij de club), b. trainersbegeleiding, met een peda­ gogisch-didactisch uitgangspunt, net zoiets als Clubkadercoaching dus en c. het opleiden van technisch kader, van trainer tot scheidsrechter. Die Trainersacademie kent dus een sportspecifieke én een sportgenerieke component. Wij nemen, als het gaat om een sportspecifieke of sportgenerieke aanpak, dan ook een neutrale houding aan. Wat ons betreft ligt het namelijk aan de vereniging, en aan de vraag die de vereniging heeft. Welke ambitie heeft de club, wat heeft ze nodig? Dat is wat ons betreft het uitgangspunt. In de Proeftuinen Clubkadercoaching zijn Clubkadercoaches specifiek voor de trainersbegeleiding aangesteld, maar we kunnen ons goed voorstellen dat in de toekomst – als de clubs zelf ook mee gaan betalen – veel meer maatwerk geboden gaat worden, en dat dat in de functieomschrijving én het aantrekken van een Clubkadercoach wordt meegenomen. De ene vereniging zal juist iemand zoeken die met een pedagogisch-didactische achtergrond een blik op louter de trainersbegeleiding werpt, terwijl er ook clubs zullen zijn die – omdat ze ook het uitstippelen van nieuw technisch beleid in de opdracht mee willen nemen – liever iemand met een sportspecifieke achtergrond willen hebben. Daar is natuurlijk allebei wat voor te zeggen. Maar, als een voetbalclub zegt dat ze liever een Clubkadercoach met voetbalachtergrond wil omdat die ‘tenminste een beetje begrijpt hoe de sport gaat’, dan vind ik dat argument onvoldoende. Iedere Clubkadercoach, meestal opgeleid aan de ALO, heeft affiniteit met sport. En is, als de functie daarom vraagt, ook echt wel bereid om zich te verdiepen in

81

PEDAGOGISCHE EN DIDACTISCHE VAARDIG­ HEDEN

In het Proeftuinenprogramma Clubkadercoaching stond de begeleiding op pedagogische en didactische vaardigheden van trainers en coaches centraal.

terminologie of kennis van wat technische aspecten. Al blijft vooropstaan dat Clubkadercoaching natuurlijk vooral gaat om het vergroten van het spelplezier, door de trainer in staat te stellen betere trainingen te verzorgen. Dat nu juist niet sportspecifieke elementen in de trainersbegeleiding leidend zijn, maar pedagogischdidactische, vind ik heel verfrissend. Het maakt van een heleboel trainers veel betere trainers. Ik geloof dat wij als SportService Zwolle, en dat geldt allicht ook voor onze collega’s elders in het land, heel veel kunnen betekenen voor de verenigingen, in alle opzichten. Wij zijn er voor de Zwollenaar, zijn verbinder, en willen niets liever dan dat de Zwollenaar een sport of bewegingsvorm vindt die bij hem of haar past. Als lokale aanbieder staan wij dicht op de clubs. We kennen de lokale situatie, kunnen lokaal de verbindingen leggen en zijn veel meer vraag- dan aanbodgericht. Als we merken dat verenigingen, nadat we over nog veel meer zaken hebben gesproken, ondersteuning nodig hebben, zoeken we altijd verbinding met de partij die dat kan bieden. Dat doen we al jaren, dat kunnen we in de toekomst – ook samen met de bonden, met wie we juist dankzij de Clubkadercoaching nu veel vaker om tafel zitten – nog verder uitbouwen.”

“Voor zowel sportspecifiek als sportgeneriek is wat te zeggen” ARNO DE SWART


82

CLUBKADERCOACH

Het Ad-Sport onderwijsprogramma Het belang van professionalisering van de jeugdsport neemt duidelijk toe, en daarmee wordt ook de vraag welke professional dat proces moet begeleiden en welke deskundigheid dat vraagt steeds actueler. Beroepsperspectief voor bijvoorbeeld de Clubkadercoach gloort. Dat betekent automatisch wel dat er aanbod moet zijn in het onderwijs. Daarom is ook het Ad-Sport onderwijsprogramma ontwikkeld. Bas Schutte, programmamanager Innovatie bij Windesheim: “In het beroepsonderwijs zijn we steeds bezig met de vraag welke ontwikkelingen spelen in het werkveld, welke professionaliteit vraagt dit en wat dit betekent voor het beroepsonderwijs. Jeugdsport is hierin een thema dat ons professioneel raakt. We willen kinderen meer en beter laten bewegen en het plezier van sport laten ontdekken. En dat gaat niet vanzelf! Dit vraagt om inzet van deskundigheid, maar zeker om sportarrangementen die aansluiten bij het beweegniveau en beleving van kinderen en jongeren. Wij zijn echt verheugd over de landelijke en lokale politieke steun om meer professionals in de sport te gaan inzetten. Dit zijn steeds meer sportprofessionals met voeten in de klei op het trainingsveld die leiding nemen en steun bieden aan vele enthousiaste vrijwilligers om het pedagogisch-didactisch klimaat te versterken. Dat verdienen onze kinderen. En dat verdienen ook al die bestuurders en vrijwilligers die onze sportverenigingen draaiende houden. Afgelopen twee jaar hebben we met NOC*NSF, sportbonden, sportserviceorganisaties, mbo en hbo diverse experimenten uitgevoerd en gesprekken gevoerd met de zoektocht: Wat vraagt het werkveld? Wie is deze professional? Welke beroepstaken zijn van toegevoegde waarde? En welke opleiding is hiervoor nodig? De zoektocht heeft geleid tot het initiatief van de ontwikkeling van een Ad-Sport onderwijsprogramma. ‘Ad’ staat voor associate degree en is een tweejarige

praktijkgerichte hbo-opleiding op niveau 5. Een niveau tussen het mbo niveau 4 en hbo bachelor niveau 5. In samenwerking met zes sporthogescholen is een landelijk beroeps- en opleidingsprofiel ontwikkeld waarin vier uitstroomprofielen zijn uitgewerkt die opleiden voor de (jeugd)sport, waaronder de topsport- en talentcoach en de Buurtsportcoach. Windesheim heeft ervoor gekozen het profiel Buurtsportcoach te verbijzonderen naar de Clubkadercoach. Dit doen we omdat we de sportcontext qua beroepsperspectief centraal willen stellen. Er zijn vijf beroepstaken ontwikkeld van waaruit het onderwijsprogramma is opgebouwd. De opleiding is met de praktijk ontwikkeld en de werkwijze is ook dat de opleiding met en in het werkveld wordt uitgevoerd, in de vorm van werkplekleren, inzet van praktijkcoaches en gastdocenten en het samenwerken in experimenten om de jeugdsport te versterken. De opleiding kan hier rekenen op ondersteuning van het lectoraat Sportpedagogiek en Bewegen, School en Sport. Mijn toekomstbeeld is dat er meer en meer lokale professionele netwerken gaan ontstaan waarin vakleerkrachten, Buurtsportcoaches en Clubkadercoaches gaan samenwerken. De vakleerkracht als aanvoerder van het leren bewegen, de Buurtsport- en Clubkadercoach als aanvoerders van het organiseren van een meer dynamisch sport- en beweegaanbod dat aansluit bij de interesses en mogelijkheden van kinderen. Ik vind dat vooral in het sportaanbod onze gemeenschappelijke professionele opdracht ligt. Dat moet onze focus zijn. Hoe lukt het ons om binnen elke sportactiviteit deelnemers plezier en leerkansen te bieden? Dit is echt een vak en vraagt om steun en samenspel. Wanneer we dit als onderwijs- en sportsector voor elkaar weten te krijgen, ligt er een ongekend maatschappelijk potentieel. Onze kinderen en jongeren, maar ook onze sportbestuurders en vele sportvrijwilligers, verdienen dit.”


HOOFDSTUK 10

83

Samenwerking tussen gemeente en sportbond Hockeyvereniging DHC in Doetinchem is een van de drie hockeyverenigingen in Nederland die meedraaide tijdens de Proeftuinen Clubkadercoaching. De club, die zo’n 650 leden telt en een regionale functie in de Achterhoek heeft, had in Kirsten Boshoven (zie ook hoofdstuk 8) een bevlogen Clubkadercoach. Zij richtte zich niet alleen op de trainersbegeleiding, maar was in de beginfase vooral erg druk met het technische beleidsplan, door DHC omschreven als het ‘Hockeyhuis’. Want dat moet, zo waren alle betrokkenen het eens, wel eerst stevig staan. “Een vereniging moet eerst goed weten waar ze heen wil.”

O

p deze plek belichten we vooral de samenwerking tussen de gemeente Doetinchem, of meer speciaal Sportservice Doetinchem dat het sportbeleid van de gemeente uitvoert, en de hockeybond KNHB. Hoe verliep die

samenwerking, met Boshoven als spin in het web? Wat hadden Sportservice en bond aan elkaar, hoe stemden ze de belangen af? En wat levert Clubkadercoaching zowel bond als gemeente op?


84

CLUBKADERCOACH

Niels Papen, werkzaam voor de hockeybond, en Manon Zwakenberg (Sportservice Doetinchem) hadden de afgelopen anderhalf jaar veelvuldig contact met elkaar, met Boshoven én met DHC. “We hebben met z’n allen bij DHC een fundament gelegd, zodat de club nu veilig verder kan bouwen.”

“Het heeft vooral opgeleverd dat er bewustwording van het belang van trainersbegeleiding is gekomen” MANON ZWAKENBERG

Manon Zwakenberg (Sportservice Doetinchem)

“Voorheen kregen we vaker vragen van verenigingen over het ondersteunen van de trainers, over trainersbegeleiding, maar tot nu toe konden we daar niet structureel vorm aan geven. Toen duidelijk werd dat we de via de Proeftuinen Clubkadercoaching trainersbegeleiding zouden kunnen aanbieden, vulde dat duidelijk een behoefte in. We kwamen bij Sportservice Doetinchem al snel tot de conclusie dat Clubkadercoaching mooi aansluit bij de verenigings­ ondersteuning zoals wij die hier in Doetinchem al kennen. Samen met de deelnemende bonden uit de pilot hebben we gekeken voor welke verenigingen deelname interessant zou zijn. Zodoende ben ik in contact gekomen met Niels Papen van de KNHB en hebben we samen geïnventariseerd welke kansen er lagen voor DHC. Uiteindelijk hebben we besloten de


HOOFDSTUK 10

club gezamenlijk te benaderen, wat op zich al bijzonder moet hebben gevoeld voor DHC, dat wij er samen al achter stonden. In het eerste gesprek met de club hebben we de behoefte én de kansen geïnventariseerd en – samen met de club en de bond – de opdracht geformuleerd. Hierdoor voelde iedereen zich direct betrokken en verantwoordelijk. Dat is wel heel belangrijk. DHC liep in die fase vast in het vaststellen van het eigen technische beleid. Het was eerst zaak voor de club het technische beleid voor de toekomst te bepalen. In het zoeken van die weg heeft Boshoven een grote rol gespeeld. Zij hield ons geregeld op de hoogte. Ik zag haar, in mijn rol als verenigingsadviseur én coördinator Clubkadercoaching, bij ons op kantoor, zij praatte Papen ook voortdurend bij. Boshoven kreeg waar nodig ondersteuning, vanuit gemeentelijk én sportinhoudelijk perspectief.

“Die meerwaarde, dat we gezamenlijk optrokken, werd duidelijk als een pluspunt en een steun in de rug ervaren” MANON ZWAKENBERG

Als Sportservice Doetinchem merkten wij dat, met Boshoven als Clubkadercoach ter plekke, de lijntjes met DHC duidelijk korter werden. Dat is absoluut, voor beide partijen, heel erg handig. Als Boshoven iets signaleerde, konden wij de club daarover benaderen en passende ondersteuning bieden. Dankzij de Proeftuinen Clubkadercoaching kregen we de mogelijkheid Buurtsportcoaches bij de clubs in te zetten. Als organisatie hebben wij de keuze gemaakt Buurtsportcoachuren vrij te maken voor deze pilot. Dankzij de pilot is dit nu van de grond gekomen, anders waren waarschijnlijk die uren ook niet voor

Learning #22 CLUBKADERCOACHING EN VERENIGINGSON­ DERSTEUNING

Clubkadercoaching kan naadloos aansluiten op de verenigingsondersteuning vanuit gemeenten, sportservicebureaus en sportbonden.

DHC vrijgemaakt. Maar, wat het vooral heeft opgeleverd, is dat er bewustwording van het belang van Clubkadercoaching, van trainersbegeleiding, is gekomen. We zien nu állemaal de meerwaarde ervan. Trainersbegeleiding was geen speerpunt, maar nu wel. De club is door deelname aan de Proeftuinen Clubkadercoaching niet direct veranderd, dat moet je ook niet willen als gemeente of bond. Maar, de club heeft wel duidelijk meer handvaten gekregen om trainers te begeleiden. Uit een evaluatie met de vereniging is ook duidelijk gebleken dat ze er bij DHC heel erg over te spreken zijn. Iedereen was blij en tevreden over de inzet van een Clubkadercoach. Wat we ook merkten was dat de vereniging, die natuurlijk vooral Boshoven zag, ook wist dat daarachter zowel de KNHB als Sportservice Doetinchem stond. Die meerwaarde, dat we gezamenlijk optrokken, werd duidelijk als een pluspunt en een steun in de rug ervaren. Voor ons is het belangrijk dat verenigingen sterk ontwikkeld zijn, dat iedereen met plezier kan hockeyen. Dat zorgt voor behoud en draagt bij aan de sportparticipatie. In de gesprekken met Papen heb ik altijd de indruk gehad dat we op dezelfde lijn zaten, dat we beseften wat de vereniging nodig had en dat we elkaar daarin wel konden vinden. Ons belang is hetzelfde: we willen een vereniging die sterker wordt, waar iedereen in een veilig klimaat kan sporten en waar de trainer zich op zijn gemak voelt en kwalitatief goede trainingen kan geven. Voor ons als Sportservice staan vanzelfsprekend thema’s als veilig sportklimaat en participatie voorop. Het

85


86

CLUBKADERCOACH

is voor ons niet per se belangrijk dat iemand goed kan hockeyen, maar het is wel belangrijk dat iemand met plezier hockeyt én dat de trainer met plezier training kan geven. Voor mij hoeft de Clubkadercoach dan ook geen goede hockeytrainer te zijn. De Clubkadercoach is iemand die kijkt hoe hij of zij met een paar pedagogisch-didactische aanwijzingen trainers vooruit kan helpen. Vanzelfsprekend snap ik, vanuit het oogpunt van de hockeybond, wel het sportspecifieke belang. Maar, en daar zijn we het geloof ik wel over eens, dat is niet de taak van de Clubkadercoach. De Clubkadercoach moet ervoor zorgen dat trainers hun aanwijzingen beter over kunnen brengen naar de kinderen. Voor de sportinhoudelijke kant zijn andere opleidingen, die kan de hockeybond verzorgen.”

Niels Papen (KNHB)

“Behalve DHC doen ook HDM in Den Haag en FIT in Amsterdam mee aan de Proeftuinen Clubkadercoaching, drie heel verschillende hockeyverenigingen. Nederland telt zo’n 320 hockeyclubs, sommige klein, andere weer heel groot. En allemaal met hun eigen uitdagingen. De sport is in Nederland enorm gegroeid, hetgeen ook betekende dat de afgelopen jaren niet voor elk hockeyteam een voldoende opgeleide trainer en/of coach beschikbaar was. Hockeyclubs hebben bij hun jeugdteams vaak te maken met jeugdige trainers, of goedwillende ouders – waar we heel dankbaar voor zijn – die niet altijd een hockeyachtergrond hebben. Bovenal hebben deze personen vaak niet de kennis om met een groep van tien, vaak wel vijftien kinderen om te gaan. Als bond zijn we ons daar van bewust en we geven dan ook steeds meer laagdrempelige basisopleidingen. Vorig jaar is er zelfs een gratis basisopleiding aangeboden. Trainers en coaches kregen toen op drie avonden zowel de visie van de bond op de ontwikkeling van hockeyers, als trainingstechnische en pedagogisch-didactische tips. Ruim 240 verenigingen hebben daar gebruik van gemaakt.

“Goedwillende ouders hebben vaak niet de kennis om met een groep van tien, vaak wel vijftien kinderen om te gaan” NIELS PAPEN Het Clubkadercoach-project hebben we vanaf het begin meteen omarmd, omdat we trainersbegeleiding hoog in het vaandel hebben staan. We leiden zelf technisch coördinatoren en technisch managers op. Dit zijn professionals die op clubs werkzaam zijn om trainersbegeleiding structureel te verankeren. Veel clubs hebben er zelfs al één of meerdere in dienst en de Clubkadercoach is daar een mooie aanvulling op. Het plaatje wordt er completer door, samen kunnen we zo alle aspecten van trainersbegeleiding afdekken. Wat het bovendien oplevert, als je een Clubkadercoach op de vereniging hebt lopen, is dat je als gemeente en bond heel goed weet wat er bij de club speelt, welke vraagstukken om een oplossing schreeuwen. Daar kun je zowel als bond als gemeente je voordeel mee doen. Met een Clubkadercoach op de club zie je echt de dynamiek veranderen, ik heb ook het idee dat de vereniging zich meer gezien voelt. En misschien nu ook wel eerder, via de Clubkadercoach of rechtstreeks, bij de KNHB aanklopt met vragen.

Learning #23 KORTE LIJNEN BOND EN GEMEENTE

Een belangrijke bijvangst in het Proeftuinenprogramma is dat de lijntjes tussen de bond en de gemeente veel korter zijn geworden (ook voor andere programma’s en projecten).


HOOFDSTUK 10

Nadat we bij het project betrokken raakten en bekend werd welke gemeenten mee zouden doen aan de Proeftuinen, zijn we in contact gekomen met Doetinchem, waar mijn contact met Zwakenberg meteen heel prettig verliep. We merkten duidelijk dat Sportservice Doetinchem er echt de schouders onder wilde zetten, voelden direct betrokkenheid. Gaandeweg de tijd is dat contact goed gebleven, we hielden elkaar telkens op de hoogte van ontwikkelingen, hielpen elkaar en schroomden niet om meteen de telefoon te pakken als er vragen waren. Samen zijn we zo opgetrokken om de vraagstukken binnen DHC op te lossen. DHC was ook enthousiast, er was meteen een drang om met trainersbegeleiding aan de slag te gaan. Dat was echter wel het punt waarop we even aan de rem moesten trekken. Want we zagen duidelijk dat de club eerst nog de vraag moest beantwoorden waar zij heen willen met hun vereniging. Bij het bepalen van het technisch beleid, wat ze bij DHC het ‘Hockeyhuis’ noemden, stonden niet alle neuzen dezelfde kant op. Zowel Sportservice Doetinchem als wij hebben direct aangegeven dat dat eerst moest worden opgelost. Het is belangrijk dat je beleid breed gedragen wordt. Je kunt pas gaan bouwen als er een goede fundering ligt. Pas dan ook kun je werken aan de lange termijn, een beeld voor de toekomst scheppen. Er lag daarin een mooie rol voor Boshoven, zij heeft zich ook duidelijk in brede kring binnen de vereniging bekendgemaakt en duidelijk gecommuniceerd wat ze er kwam doen. Haar presentatie aan het bestuur maakte indruk, en in de gesprekken daarna is het gelukt om met z’n allen tegelijk aan tafel te komen, dus met het bestuur, de technische commissie, Sportservice Doetinchem, de hockeybond én Boshoven. Zij heeft de technische commissie begeleid bij het opstellen en vastleggen van het technische beleidsplan, en vooral ook bij het vertalen ervan richting het veld, naar de grote groep trainers. We hebben Boshoven vanaf het eerste moment meegegeven wat haar rol was en laten weten dat we als bond altijd open stonden voor het geven van advies over hockeytechnische opleidingen. Dat zijn de zaken waar onze expertise ligt, waar wij ondersteunend in kunnen zijn.

KERNTAAK SPORT­ BONDEN

Voor sportbonden is het binden en behouden van trainers en coaches van verenigingen een belangrijke kerntaak. Clubkadercoaching is dus voor sportbonden erg interessant.

Als bond beseften wij dat voor de Clubkadercoach de nadruk vooral ligt bij het geven van pedagogisch-didactische tips. De pedagogisch-didactische kant vinden wij vanzelfsprekend óok belangrijk. Maar daarnaast vinden wij natuurlijk ook dat een trainer sportspecifieke, technische kennis hoort te hebben. Het is niet het een of het ander, het vult elkaar aan. Wij zijn er ook van overtuigd dat een trainer dankzij een technische tip niet alleen invloed heeft op het spel, maar ook op het pedagogische klimaat. Door spelers/speelsters bijvoorbeeld uitdagende technische trucjes te leren, kan verveling op een training worden voorkomen. Dit behoudt en bevordert een goede sfeer. Het is dus wat ons betreft niet of-of, maar en-en.”

KERNTAKEN EN MAATSCHAPPELIJKE WAARDE

Sportbonden en gemeenten bewegen dichter naar elkaar toe. Sportbonden erkennen steeds meer de maatschappelijke waarde van verenigingen. Gemeenten aan de andere kant zien ook steeds vaker in dat clubs eerst hun kerntaken op orde moeten hebben.

87


Volg de opleiding tot clubkadercoach De clubkadercoach is een belangrijke schakel voor het verkrijgen van meer vitale sportverenigingen met een positieve sportcultuur. Meer buurtsportcoaches binnen jouw gemeente opleiden tot clubkadercoach? Scan de QR-code voor meer informatie

#wewinnenveelmetsport


89

Jeugdsportcounseling op Hogeschool Windesheim Onze sportverenigingen zijn gebouwd op vrijwilligers. Ze hebben allerlei functies en geven dus ook training. Veel trainers zijn niet geschoold in het aanbieden van sportactiviteiten, maar putten uit eigen ervaringen als sporter. Verenigingen waarderen deze vrijwilligers enorm en dat is terecht. Ze staan voor onze kinderen en dat is erg waardevol. Op verschillende plaatsen bieden verenigingen cursussen en scholing aan om de trainers te ondersteunen. Er is enorm veel keuze omdat er veel waardevolle kennis is ontwikkeld. Neem alleen al de recente inzichten op groepsdynamica, motorisch leren en motivatie. Er is echter vaak sprake van beperkte tijd en weinig mogelijkheid tot praktijkbegeleiding, ook is de vraag of het aanbod altijd goed aansluit bij de behoefte van de trainer. Dit is waar een Clubkadercoach een belangrijke rol kan spelen. Op Hogeschool Windesheim worden studenten opgeleid om hun kennis te kunnen delen met trainers op de sportvereniging als Clubkadercoach. Bas Schutte, programmamanager Innovatie bij Windesheim: “Onze ervaring is dat dit een uitdagende taak is. Hoe helpen we vrijwillige en vaak jonge trainers om de kwaliteit van hun training te verbeteren, zonder dat we ze overladen met kennis die voor velen (nog)

Omdat we het belangrijk vinden dat sporters zich ontwikkelen in hun sportvaardigheid, stellen we de vraag: Hoe lukt ’t? Omdat we het belangrijk vinden dat sporters duurzaam betrokken blijven bij sport, vragen we: Hoe leeft ’t?

niet relevant is? Vanwege de beperkte tijd draaien we de aanpak van scholing om. Niet het aanbod bepaalt wat de trainer voorgeschoteld krijgt, maar de praktijkvragen. In de module ‘Jeugdsport counselor’ leren clubkadercoaches hoe ze eenvoudige taal als didactische kapstok kunnen nemen om samen met een trainer deze praktijkvragen aan het licht te krijgen.” Daarvoor wordt gebruikgemaakt van het model ‘Loopt ’t lukt ’t leeft ’t’, dat is ontwikkeld (ontwikkelaar: Chris Hazelebach) op de sportacademie (Calo) van Hogeschool Windesheim: Omdat we het belangrijk vinden dat sporters goed kunnen samenwerken in de organisatie van een training, stellen we aan trainers de vraag: Hoe loopt ’t?

Vanuit deze drie kernelementen bespreekt de jeugdsportcounselor de training met de trainer (Uit: Walinga & Koekoek, Bewegen loopt lukt en leeft, verwacht in 2021). Zo is het dankzij het model mogelijk om met alle betrokkenen tot een ‘gemeenschappelijke taal’ te komen. Het geeft trainers inzicht in wat er gebeurt, waar ze heen willen en wat ze kunnen doen om daar te komen. Door dit in een coachinggesprek in kaart te brengen, kan de jeugdsportcounselor in samenspraak tot een plan van aanpak komen. Desgewenst brengt de counselor kennis in over bijvoorbeeld, leren bewegen, organisatie of motivatie. Voor deze wijze van coachen leggen Wytse Walinga en Jeroen Koekoek de laatste hand aan een publicatie waarin deze vraaggestuurde coaching en achtergronden worden uitgewerkt. Het boek verschijnt naar verwachting in het voorjaar van 2021 en is onderdeel van de cursus Jeugdsportcounseling op Hogeschool Windesheim.


90

CLUBKADERCOACH

Opleiding voor Club­ kadercoach Ten einde als Clubkadercoach goed beslagen ten ijs te komen, is het mogelijk – en wenselijk – om bij de Academie voor Sportkader van NOC*NSF een specifieke opleiding te volgen. In deze cursus, die een vijftal bijeenkomsten beslaat, wordt zowel de trainersbegeleiding (het Coach de coach-gedeelte) als de procesbegeleiding binnen de vereniging behandeld.

N

a afloop weet de Clubkadercoach hoe trainersbegeleiding op een vereniging kan worden opgezet, uitgevoerd en geborgd. De Clubkadercoaches leren verschillende tools te gebruiken om – procesmatig – trainersbegeleiding op te starten en uiteindelijk te borgen. Daarnaast leren ze (jeugd)trainers tijdens trainingen en wedstrijden te begeleiden en te coachen op pedagogische kwaliteiten. Met uiteindelijk als gezamenlijk doel een veiliger en plezieriger sportklimaat met meer gemotiveerde jeugdsporters neer te zetten. De cursisten krijgen dieper inzicht in de meerwaarde van het structureel begeleiden van trainers en coaches bij verenigingen. En worden wegwijs gemaakt in hoe ze de implementatie ervan én de overdracht (borging) beter kunnen laten verlopen.

Het onderdeel Trainersbegeleiding bestaat uit een drietal bijeenkomsten. Hierin leren de cursisten over het begeleiden van de trainers en coaches. De vier inzichten over trainerschap vormen een belangrijke bouwsteen. Daarnaast is er een praktijksessie om daadwerkelijk trainers en coaches te begeleiden. Voor het onderdeel procesbegeleiding zijn twee bijeenkomsten gepland. Hier komen thema’s als ‘hoe voer je goede bestuursgesprekken over de implementatie van Clubkadercoaching?’, ‘hoe spiegel je de bestuursleden?’ en ‘hoe maak je borging eenvoudiger’ ter sprake. Mathilde Twelkemeijer (SportUtrecht) en Kevin Bosch (Gelderse Sport Federatie) volgden de opleiding en kijken daar met ons op terug.


HOOFDSTUK 11

Mathilde Twelkemeijer (Sport Utrecht)

“Sinds januari 2019, bij de start van de Proeftuinen Clubkadercoaching, ben ik als Clubkadercoach aan de slag gegaan bij korfbalvereniging Fiducia in Vleuten-De Meern, aan de rand van Utrecht. Ik had negen uur per week om de trainersbegeleiding bij de vereniging op te zetten én te borgen. Aan het eind van de zomer van 2020, na een coronapauze, zat ik in de borgingsfase, hetgeen letterlijk het meest uitdagende deel van het traject is. Inmiddels heb ik al enkele opvolgers, opgeleid binnen de vereniging zelf, die het werk als Clubkadercoach gaan doen. Mijn rol was dat proces nog enigszins bij te sturen, maar dat was een interessante uitdaging, want je houdt lang de neiging zelf het voortouw nog te nemen.

“Beide onderdelen van de cursus, trainersbegeleiding en procesbegeleiding, waren erg waardevol” MATHILDE TWELKEMEIJER

91


92

CLUBKADERCOACH

Toen ik net begonnen was bij Fiducia, en feitelijk nog in de verkennende fase was, kon ik in een groepje van vier via de Academie voor Sportkader de opleiding volgen. Dat dat in een dergelijke setting gebeurde, hetgeen een jaar later natuurlijk opeens niet meer ter plekke kon, was wel prettig. We konden met elkaar en de cursusleiding sparren, ervaringen uitwisselen en trainersgesprekken oefenen. Beide onderdelen van de cursus, trainersbegeleiding en procesbegeleiding, waren erg waardevol. Ik kan met zekerheid zeggen dat het zonder die opleidingen echt lastiger zou zijn geweest om te starten. Het is fijn om, als je met zoiets nieuws als Clubkadercoaching start, een basis te hebben. Daarbij is het niet alleen fijn om te weten dat er een structuur is, die aan alles wat je gaat doen ten grondslag ligt, maar ook dat je op een gegeven moment – met je collega’s bij andere clubs – eenzelfde jargon spreekt, hetzelfde stappenplan doorloopt. Dat maakt dat je steviger in je schoenen staat, dat je niet aan jezelf hoeft te twijfelen als je een trainer feedback geeft.

OPLEIDING CLUBKADERCOACH

De Academie voor Sportkader (ASK) biedt de opleiding Clubkadercoach aan. De opleiding bestaat uit vijf dagdelen (twee dagdelen procesbegeleiding en drie dagdelen trainersbegeleiding). De opleiding kan ook worden aangevraagd via de servicelijst van de lokale sportakkoorden en is daarmee ‘gratis’ te verkrijgen voor sportverenigingen en overige sportaanbieders.

“Het is fijn om te weten dat er een structuur is, die aan alles wat je gaat doen ten grondslag ligt” MATHILDE TWELKEMEIJER

Vanzelfsprekend zou je ook zelf je observaties kunnen doen, op je volstrekt eigen manier, maar het is prettig dat er een handleiding bestaat die maakt dat je weet dat jij en je collega-Clubkadercoaches ongeveer hetzelfde pad volgen. Bij het trainersbegeleiding-deel kijk je naar het hele proces. Dus vanaf het moment dat je de trainer benadert en vraagt of je eens mag komen meekijken. Tot het slot, waarbij je feitelijk terugkijkt op je eigen handelen en je afvraagt hoe heb ik nu dit hele proces aangepakt? Wat me, als ik terugdenk aan die opleiding, elke keer weer direct te binnen schiet, is het moment dat je beseft dat die communicatie met de trainer zo belangrijk is. Vraag bijvoorbeeld niet of iemand het begrepen heeft. Meestal is het antwoord dan ja. Nee, vraag de ander in zijn of haar woorden te vertellen wat nu het afgesproken plan is. Dat zijn van die simpele tips, die je echter wel een keer moet horen. Het is ook belangrijk om te beseffen dat er een aantal type trainers zijn, die hebben we tijdens de cursus ook benoemd. Bepaald gedrag, sterke én zwakke punten; je vist ze er tijdens je observaties vaak zo uit. De analyse van de observaties, het feedback geven – wat feitelijk meer een kwestie van zelfreflectie van de trainer is; het zit er allemaal in. Het is, leerden we, ook goed om te zoeken naar het zogeheten ‘gouden labeltje’ van de trainer. Dat is een onderdeel waar hij of zij goed in is, dat belangrijk wordt gevonden, waar de trainer in kwestie voor staat. Als je dat kunt benoemen, en een trainer het idee geeft dat hij ook op andere terreinen naar dat punt kan toegroeien, merk je dat je de juiste snaar raakt.


HOOFDSTUK 11

Wat ik zelf gemerkt heb, is dat het van groot belang is om, en misschien is dat hetgeen ik zelf juist het meest van de opleiding heb opgestoken, je niet af te laten leiden door andere zaken. Er zijn zoveel gespreksonderwerpen waar trainers graag over praten, ouders is bijvoorbeeld altijd wel een thema. Ik heb de neiging om te meegaand te zijn. Ik merkte dat de gespreksmethodiek tijdens de cursus me geleerd heeft dat in te zien en die valkuil te onderkennen. Zo heb ik ook geleerd dat ik vaak iedereen te vriend wilde houden, omdat ik dan het gevoel had het beste benaderbaar te zijn. Maar vaak ben je juist een betere vriend voor iedereen door juist te zeggen hoe het zit, en niet iets achterwege te laten omdat het een moeilijk onderwerp is. Neem grensoverschrijdend gedrag. Soms zie je iets wat onschuldig lijkt maar het eigenlijk niet is, en waarvan je het gevoel hebt dat het niet je taak is om dat te benoemen. Dan kan je er beter toch meteen iets van zeggen. Daarmee wordt de sport veiliger en dat is voor iedereen het beste. Een trainer leert ook van zo’n situatie, het komt niet opeens maanden later als een boemerang terug. Ook het onderdeel procesbegeleiding vond ik erg interessant. Het is goed om te leren hoe je, als het gaat om trainersbegeleiding, nu precies iedereen binnen de vereniging dezelfde kant op kunt laten kijken. En hoe je, als het eenmaal aankomt op borging, anderen het werk over kunt laten nemen. Zelf vind ik dat best nog een uitdagend punt, daar ben ik het langst zoekende geweest. Het is zaak je opvolgers te begeleiden. Maar op een gegeven moment moet je op je handen gaan zitten, anderen het werk laten doen. Dat is best lastig. De cursus gaf echter wel de handvaten die ik nodig had.”

“Het pedagogisch positief coachen is nu de leidraad” KEVIN BOSCH

VIER INZICHTEN OVER TRAINERSCHAP

In de opleiding Clubkadercoach staan de vier inzichten over trainerschap centraal. Dit is een belangrijke en handige tool om trainers en coaches op pedagogisch en didactisch gebied te begeleiden.

Kevin Bosch (Gelderse Sport Federatie)

“In maart 2019 ben ik binnengekomen bij de gemeente Heerde als Buurtsportcoach en de taak als Clubkadercoach zat toen al direct in mijn pakket. Ik ben vrijwel meteen aan de slag gegaan bij voetbalclub SEH. Trainersbegeleiding was voor mij geen onbekend fenomeen, ik had tien jaar lang in de gemeente Nijmegen als Buurtsportcoach gewerkt en daar kenden we het Coach de coach-traject al wat jaartjes. Het grote verschil is dat je toen gewoon aan de slag ging, en probeerde bij de vereniging iets voor elkaar te krijgen, terwijl er nu bij de Clubkadercoach een veel duidelijkere theorie achter zit. Er is goed nagedacht over de manier waarop je zoiets bij een vereniging moet lanceren en waar je vooral aan moet denken als je dit, en dat is een natuurlijk ook een belangrijk punt, wilt borgen. In dat opzicht is de cursus juist ook zo goed. Het betekende duidelijk een verbreding van de kennis die ik al had. Ik ben, mede omdat dat in het verleden – zie het Coach de coach-traject – ook vaak zo werkte, een echte praktijkman. Ik zou een dergelijk programma eerder pragmatisch dan theoretisch insteken en gewoon aan de slag gaan. Maar nu gaat het denkproces net even wat anders. En dat is waardevol. Je beseft dat je een achtergrond hebt, dat je met een hoofd vol bagage naar de vereniging toegaat en dat je nu wél heel overtuigend het nut van trainersbegeleiding kunt onderbouwen en verkopen.

93


94

CLUBKADERCOACH

Dat leer je toch ook op zo’n opleiding natuurlijk. En dat helpt je vooral als je niet alleen de beginnende trainer, maar vooral ook die trainer die al 35 jaar voor een groep staat wilt bereiken. Die man of vrouw is gelouterd en doet alles natuurlijk al 35 jaar vrijwel op de dezelfde wijze. Terwijl jij en ik weten dat je een groep in 1985 heel anders benaderde dan dat je nu doet. Het pedagogisch positief coachen is nu de leidraad. Je wilt als coach dat alle kinderen, dus niet alleen de toptalenten maar ook de bloemetjesplukkers in de groep, plezier beleven aan de training en op hun eigen niveau opdrachten krijgen. Dat vergt een pedagogische vaardigheid die vaak helemaal niet in de trainersopleidingen verstopt zit. Als Clubkadercoach, als vroegere vakdocent die wel de pedagogische component heeft meegekregen, kan ik dat een ander makkelijk overdragen. Maar, het is goed dat de Clubkadercoachopleiding je leert dat trainers dat zelf moeten gaan ervaren, dat je het ze niet voorkauwt.

“Alle kinderen moeten plezier beleven aan de training en op hun eigen niveau opdrachten krijgen” KEVIN BOSCH

Het procesmatig werken, telkens de volgende, juiste stap nemen en niet overhaasten; dat zijn de belangrijkste lessen uit zowel het onderdeel trainersbegeleiding als procesbegeleiding. Als ik dit, als jochie van in de twintig, zonder cursus was gaan doen, dan was ik erin gevlogen, had ik observaties gedaan en had ik allicht heel wat trainers tijdelijk geholpen. Maar de vereniging was er waarschijnlijk per saldo niets mee opgeschoten. Nu wist ik dat ik eigenlijk vanaf dag één moest zorgen dat er iemand met me mee zou lopen die aan het eind van de rit het stokje van me over zou

PROCESBEGELEIDING

In de opleiding Clubkadercoach is voldoende aandacht voor procesbegeleiding. Dit komt omdat de implementatie en uiteindelijke overdracht binnen de vereniging centraal staat. Goede gesprekken met bestuurders en commissieleden zijn dan essentieel.

kunnen nemen. De man in kwestie, een onderwijzer die geen voetbalachtergrond heeft, is pedagogisch sterk onderlegd. Hij kan zo zien hoe een trainer zijn activiteiten, omwille van de groep, kan vergemakkelijken of vermoeilijken. En hij weet nu ook waar Clubkadercoaching om draait. Zelf heb ik een voetbalachtergrond en ik snap ook wel dat de KNVB ervoor pleit om een Clubkadercoach met een dergelijke achtergrond bij de voetbalclubs neer te zetten. Maar dan niet omdat je nou zoveel verstand van het spelletje moet hebben, maar omdat je de specifieke cultuur van een voetbalclub misschien wel beter begrijpt. Wat ik erg prettig vond aan de opleiding, en wat direct toepasbaar was, was dat je leerde om trainers te ‘lezen’. Wat voor type heb je voor je, hoe kun je die het beste bereiken, wat vindt deze trainer de prettigste manier om benaderd te worden? Met elkaar testen we welke vragen de juiste waren, waarmee je iemand op de juiste manier prikkelt en uitdaagt. Het is natuurlijk altijd de kunst om een trainer zelf met de oplossing te laten komen en zo min mogelijk voor te zeggen. Dan is het leereffect ook het grootst. Dat moet je zelf, maar ook het bestuur, blijven benadrukken. Vanaf de eerste kennismaking. Het is belangrijk trainers het vertrouwen te geven, zodat ze – als ze je een training laten observeren – ook precies hetzelfde doen als ze de maanden daarvoor altijd deden. Dan kun je daarna


HOOFDSTUK 11

95

“Het is goed dat de Clubkadercoach-opleiding je leert dat trainers zelf alles moeten ervaren, dat je ze geen dingen voorkauwt” KEVIN BOSCH

samen gaan schaven. Je bent het extra paar ogen dat probeert een trainer verder te helpen in zijn proces. Iedere trainer kan zich, hoelang hij of zij ook in het vak zit, blijven ontwikkelen. Het tweede deel van de opleiding, over procesbegeleiding, is vanzelfsprekend ook erg belangrijk. En brengt me direct ook bij voor mij toch een heikel punt in het hele proces. Want, voor je überhaupt iets kunt bereiken met trainersbegeleiding, moet je er wel van overtuigd zijn dat de vereniging er klaar voor is. Anders heeft het op de korte termijn geen zin, en komt het al helemaal niet van borging. Ik pleit ervoor dat verenigingen altijd eerst een vitaliteitscheck doen. Hoe vitaal zijn ze, op financieel gebied,

EINDDOEL VOOR OGEN

Als je start met Clubkadercoaching, zorg dan dat je het einddoel (doorlooptijd is gemiddeld anderhalf jaar) voor ogen hebt. Hoe zorg je voor duurzame borging op de club? Kortom: Hoe zorg je ervoor dat je na anderhalf jaar een goede implementatie van trainersbegeleiding op de club hebt bereikt?

qua kaderleden, wat ledenbestand betreft en zeker ook bestuurlijk. Als de organisatie niet vitaal is, kun je niet zomaar aan de slag met zaken als sportplezier, maatschappelijke betrokkenheid en trainersbegeleiding, omdat er teveel andere zaken in de weg zitten. Feitelijk wordt dat ook duidelijk als je het tijdens de cursus over procesbegeleiding hebt. In het verleden is er vaak te makkelijk overheen gestapt, ik dook in Nijmegen ook weleens zomaar ergens in het diepe. Het is juist belangrijk eerst wat afstand te nemen, te kijken hoe de club in elkaar zit. Het is ook belangrijk met betrokkenen van de club te praten, als je alleen met het bestuur praat heb je de kans dat ze je het verhaal te rooskleurig voorschotelen.”

“Ik wist dat ik vanaf dag één moest zorgen dat er iemand met me mee zou lopen die aan het eind van de rit het stokje van me over zou kunnen nemen” KEVIN BOSCH


96

CLUBKADERCOACH

Rapportage Mulier Instituut In opdracht van de projectleiding, NOC*NSF en de KNVB, verrichtte het Mulier Instituut eind 2020 een onderzoek naar de Proeftuinen Clubkadercoaching. Van deze Procesevaluatie Clubkadercoaching, verricht door Marieke Reitsma en Mirjam Stuij, verscheen een rapport. Het doel van de procesevaluatie was om inzicht te geven in het doorlopen proces en om succesfactoren en verbeterpunten te formuleren. Dit is een samenvatting, met de voornaamste conclusies uit deze procesevaluatie.

Doel en karakter Alle betrokkenen zien het als belangrijkste doel van het proeftuinproject om zaken uit te proberen en te zien wat wel en wat niet werkt. Met andere woorden: om leerervaringen met Clubkadercoaching op te doen. De achterliggende gedachte van Clubkadercoaching was voldoende helder voor alle partijen, maar de precieze invulling heeft zich gaandeweg het project gevormd. In het begin van het project was het voor sommige coördinatoren nog onduidelijk hoe een profiel van de Clubkadercoach te ontwikkelen. Dit is door betrokkenen soms ervaren als een uitdaging, bijvoorbeeld in de communicatie richting de Clubkadercoaches zelf, maar het wordt vooral gezien als kenmerk van het lerende karakter van de Proeftuin, en in die zin waardevol bevonden.

Structuur proeftuinproject De vooropgezette structuur met een afgebakende planning, indeling in fasen en repeterende en herkenbare bijeenkomsten wordt gewaardeerd door de coördinatoren van gemeenten en bonden. Een aandachtspunt bij de indeling in vier fasen (selectiefase, opstartfase bij de vereniging, uitvoeringsfase en overdrachtsfase) is dat de geplande fasen op landelijk niveau niet altijd goed aansluiten op de fase waarin een individuele Proeftuin of gemeente zich bevindt. Dit omdat het proces in de ene gemeente sneller verloopt dan in de andere. Een ander aandachtspunt is dat met name de fase borging continu aandacht zou moeten krijgen in het proces. De structuur van opeenvolgende fasen bemoeilijkte dat. Het tijdspad wordt als krap ervaren.

Sturing en communicatie Alle betrokkenen ervaren de communicatie door de projectleiding als zeer positief, vooral vanwege de persoonlijke aanpak en de goede bereikbaarheid en bereidheid om in gesprek te gaan. De informatievoorziening voor coördinatoren was in orde. In de informatievoorziening voor Clubkadercoaches merkten de coördinatoren dat niet altijd alles duidelijk was, zowel wat betreft het proces als de invulling van de rol. In de eindfase van het project zijn goede communicatiematerialen over Clubkadercoaching ontwikkeld en gedeeld. De projectleiding heeft bewust gekozen voor veel vrijheid in de invulling op lokaal niveau. Dit is gewaardeerd en wordt door veel coördinatoren als essentieel gezien, vanwege de verschillen in de lokale ondersteuningsstructuren.

Samenwerking en rolverdeling De onderlinge samenwerking wordt door alle partijen als heel prettig omschreven. De rol van de bond blijkt relatief klein te zijn geweest. Dit kwam volgens de partijen vooral doordat de gemeente de werkgever van de Clubkadercoach is en dichter op de verenigingen zit. Dat de rol kleiner was dan die van de gemeente, is niet als een probleem ervaren. De meerwaarde van de bond wordt door zowel gemeente als bondscoördinatoren vooral gezien in het adviseren, meedenken en aanbieden van ondersteuning op sporttechnisch gebied, indien nodig. Het is van belang dat een Clubkadercoach goed op de hoogte is van de mogelijkheden die de bonden hebben om te ondersteunen.

Selectie verenigingen en Clubkadercoaches De selectie van de verenigingen is gemaakt in samenspraak tussen gemeente- en bondscoördinatoren. Deze selectie is relatief snel gemaakt, in sommige gevallen met te weinig kennis over de vereniging. De coördinatoren bevelen aan van tevoren naar criteria voor een deelnemende vereniging te kijken, zoals de aanwezigheid van voldoende sterk kader en een sterke organisatiestructuur. Deze selectiecriteria worden al gebruikt voor het vervolgproject. De werving en aanstelling van


RAPPORTAGE MULLIER INSTITUUT

Clubkadercoaches is verschillend aangepakt, passend bij de voorkeuren en mogelijkheden van de lokale sportserviceorganisaties. Dit vonden alle betrokkenen prettig.

Werkgeverschap en borging van de functie Elke gemeente in het proeftuinproject is enthousiast en wil doorgaan met de Clubkadercoaching. De manier waarop ze de functie van de Clubkadercoach inrichten en financieren is verschillend. Het is belangrijk voor de projectleiding om een goed beeld te hebben van de verschillende manieren waarop het werkgeverschap wordt vormgegeven in verschillende gemeenten en van de beperkingen en mogelijkheden die de Buurtsportcoachregeling in de betreffende gemeenten kent. Meerdere coördinatoren geven aan dat ze de borging van de functie van Clubkadercoach bij hun organisatie een ingewikkeld onderdeel vinden. De structuur in elke gemeente en bij elke bond is anders, waardoor één leidend financieringsmodel onmogelijk lijkt. Bij gemeente­coördinatoren leven vooral nog vragen over de financiële borging en de mogelijkheden voor cofinanciering. Bij bondscoördinatoren leven vooral vragen over de rol van de bond in vervolgtrajecten.

Monitoring en evaluatie Alle betrokken partijen hechten veel waarde aan monitoring. Er zijn verschillende monitorings- en evaluatieonderdelen opgezet door de projectleiding. Dit zijn vragenlijsten, start- en eindfoto’s op verenigingsniveau, het ophalen van learnings op het niveau van de Clubkadercoaches en een procesevaluatie op landelijk projectniveau. Het is belangrijk dat de gebruikte instrumenten goed aansluiten bij de trainer, bestuurder of Clubkadercoach die deze moet invullen, zodat de drempel zo laag mogelijk wordt. De opgehaalde lear­ nings zijn direct gebruikt voor de bijeenkomsten voor coördinatoren en voor aanpassingen van het gehele Proeftuinproject Clubkadercoaching. Betrokken partijen zien meerwaarde in het doorzetten van de monitoring, zeker bij de clubs die in dit proeftuinproject hebben meegedaan. Alle betrokken partijen vinden het wenselijk om

resultaten op langere termijn te blijven volgen en de opbrengsten voor de sporters zelf inzichtelijk te maken.

Onderwijs Er is een afstudeerrichting Clubkadercoach ontwikkeld voor mbo+-studenten, in samenwerking met Hogeschool Windesheim en een aantal mbo-scholen. Dit programma start naar verwachting, na een jaar uitstel, in september 2021. De learnings uit het proeftuinproject zijn meegenomen in de ontwikkeling van de afstudeerrichting. Binnen het proeftuinproject hebben de Clubkadercoaches een opleiding van vijf dagdelen gevolgd. De onderwijsbetrokkene had meer samenwerking tussen deze opleiding en de ontwikkelingen in het onderwijs van meerwaarde gevonden.

Slotbeschouwing en conclusie In de slotbeschouwing worden vier aspecten van het doorlopen proces in het Proeftuinproject Clubkadercoaching uitgelicht: het lerende karakter van het proeftuinproject, het zoeken naar een balans tussen vrijheid en sturing bij de inrichting van het proces, het proeftuinproject in de bredere sportbeleidscontext en de samenwerking tussen bonden en gemeenten. De conclusie gaat in op de belangrijkste randvoorwaarden en de succes- en verbeterpunten in het proces voor het vervolg van het project. Belangrijke randvoorwaarden gaan over het tijdspad, de rollen en taken van Clubkadercoaches en bonden, de verschillen in mogelijkheden tussen gemeenten en aandacht voor overkoepelende monitoring en evaluatie. Belangrijke succesfactoren zijn de persoonlijke aanpak, het lerende karakter van het proeftuinproject, het feit dat gebruik is gemaakt van bestaande structuren en professionals en een heldere structuur van het proeftuinproject. Belangrijke verbeterpunten gaan over de planning van de fasen, wat betreft tijds­ pad en inhoud, de verschillen tussen gemeenten in het doorlopen van de fasen, een heldere rolverdeling en het verspreiden van materialen en bespreken van casussen.

97


HOOFDSTUK 12A

Financiering vanuit de gemeente Tijdens de Proeftuinen Clubkadercoaching was de keuze gemaakt om het werkgeverschap van de Clubkadercoaches, vrijwel zonder uitzondering, bij de gemeente (of de gemeentelijke sportservice) neer te leggen. Bij de procesevaluatie beoordeelden betrokkenen allen dat dit ook de juiste keuze was. Wel is het werkgeverschap door de gemeenten wisselend ingevuld.

I

n de meeste gevallen was het mogelijk de Buurtsportcoachregeling te gebruiken en uren hieruit in te zetten voor Clubkadercoaching. De resterende financiering werd vanuit de Proeftuinen gesubsidieerd. In de toekomst zal een financiering van veertig procent plaatsvinden vanuit de Buurtsportcoachregeling en moeten gemeenten op zoek naar andere financieringsmogelijkheden voor de overige zestig procent. Bovendien bleek in sommige gemeenten het aantal Buurtsportcoachuren al toebedeeld en moest voor een andere oplossing worden gekozen. Om in de toekomst Clubkadercoaching in Doetinchem mogelijk te blijven maken – want van het nut ervan zijn ze bij de gemeente wel doordrongen – heeft Sportservice Doetinchem een businesscase uitgedacht. Tot op heden vroeg Sportservice Doetinchem

“In de toekomst blijven wij graag uren voor de Clubkadercoach vrijmaken” nimmer een financiële bijdrage van de verenigingen. Dat zal nu, om Clubkadercoaching in de toekomst binnen de gemeentegrenzen van Doetinchem te borgen, echter wel gaan gebeuren. Overigens is dat niet alleen om een en ander financieel rond te maken en meer mogelijkheden te creëren, het is ook een manier om de verenigingen van het belang van Clubkadercoaching te doordringen. Het is niet een

99


100

CLUBKADERCOACH

keuze die je zomaar maakt, je moet daar als vereniging echt werk van willen maken. En daar dus ook wat, qua financiën én mankracht, voor over hebben.

Manon Zwakenberg, coördinator Clubkadercoaching bij Sportservice Doetinchem, legt uit hoe de businesscase eruitziet “Afgelopen jaar zijn in Doetinchem mooie resultaten geboekt met de Clubkadercoaches, er zijn dan ook redenen genoeg om er mee door te gaan. Aangezien een deel van de cofinanciering wegvalt door het stoppen van de Proeftuinen, moesten wij op een andere manier het project benaderen. Een groot deel van de kosten zal Sportservice Doetinchem nog altijd voor zich nemen omdat we het onderwerp belangrijk genoeg vinden en wij genoeg redenen zien ermee door te gaan. In de toekomst blijven wij er dan ook graag uren vanuit de Buurtsportcoachregeling voor

vrijmaken. Wij moesten wel op zoek naar middelen voor de resterende financiering. Daarom is er bij ons intern een aantal gesprekken gevoerd die uiteindelijk geleid hebben tot een oplossing waar wij wel in geloven. De financiële bijdrage van de vereniging bedraagt zowel het eerste als het tweede jaar 2.500 euro. Daarvoor krijgt de club in het eerste jaar wekelijks vijf uur Clubkadercoaching en in het tweede jaar drie uur per week. Bovendien kunnen de verenigingen erop rekenen dat we daarna niet zomaar afscheid nemen, maar eventuele opvolging ook nog verzorgen. We willen Clubkadercoaching op twee manieren gaan aanvliegen. Allereerst geven we opvolging aan de pilot door in contact te blijven met de verenigingen die hebben deelgenomen. Deze clubs laten we zien welke kansen er nog liggen als ze samen met ons het traject voortzetten. Er is zeker nog een aantal doelen die met de Clubkadercoach bereikt kunnen worden.


HOOFDSTUK 12A

En we zijn drukdoende met het zoeken naar nieuwe verenigingen. Eind 2020 zaten we nog midden in dat proces. Die nieuwe verenigingen weten dat ze mee moeten gaan financieren. Vanzelfsprekend vraagt dat om een heldere uitleg. Zeker omdat de Clubkadercoach toch nog een relatief onbekend fenomeen is, is het niet eenvoudig om direct een vergoeding voor diens inzet te vragen. Maar dankzij de mooie cijfers die uit de monitor van NOC*NSF zijn gekomen en onze ervaringsverhalen, kunnen we de nieuwe clubs wel een goed verhaal vertellen. Dat laten we ook doen door collega-verenigingen, die meegedraaid hebben met de Proeftuinen. We hebben filmpjes gemaakt met bestuurders en trainers van de betrokken clubs, laten ze vertellen wat Clubkadercoaching heeft opgeleverd. Zo hoeven geïnteresseerde verenigingen niet alleen terug te vallen op mooie, maar landelijke cijfers, maar horen ze ook de lokale verhalen. Het is voor het eerst dat wij als sportservice van verenigingen een vergoeding vragen voor onze diensten. Dat is best spannend, we moeten zien of dat gaat werken. Aan de andere kant is het ook goed om verenigingen te laten zien dat er ook van hun kant een inspanning gevraagd wordt. Het maakt dat ze er niet te lichtzinnig over denken, zorgt ervoor dat ze het onderwerp als club aan de leden ook als heel belangrijk presenteren. Dat ze in alle geledingen het belang ervan onderstrepen. Dat je er dan ook nog wat geld voor moet uittrekken, vindt iedereen logisch. Overigens is het betalen van krachten natuurlijk niet helemaal een onbekend fenomeen bij verenigingen, sommigen hebben een trainer in dienst, en/of betalen

BUURTSPORT­ COACHREGELING

De Clubkadercoach valt binnen de Buurtsportcoachregeling. Dit betekent dat het rijk veertig procent bijdraagt aan de inzet van Buurtsportcoaches/ Clubkadercoaches.

COFINANCIERING VERENIGINGEN

In het Proeftuinenprogramma Clubkadercoach is niet gewerkt met cofinanciering van verenigingen omdat het een nieuw concept was. Inmiddels zijn er situaties waarin wel met cofinanciering van clubs wordt gewerkt. De hoogte van het bedrag hangt af van de grootte en kapitaalkracht van de club.

een vrijwilligersvergoeding. Die vrijwilligersvergoeding bedraagt maximaal 1.700 euro per jaar. Dat wij 2.500 euro vragen voor de inzet van de Clubkadercoach is een duidelijk signaal. Daarmee kun je zien dus dat je echt een professional, voor een x-aantal uren per week, krijgt. Natuurlijk is het een drempel, maar we gaan ervaren of die te hoog is. Wij denken van niet, omdat we ook weten wat verenigingen voor dat geld krijgen. Daarnaast willen we met de verenigingen ook bekijken of er andere partners verbonden kunnen worden aan het project om het aantal uren uit te breiden. We weten dat enkele sportbonden hier ook mee bezig zijn. Zoals de volleybalbond (zie hoofdstuk 12b). Het zou überhaupt mooi zijn als in de toekomst meer partijen gaan meefinancieren, het is goed als iedereen het belang van Clubkadercoaching onderkent en mee gaat doen. Dat we clubs zowel in het eerste als het tweede jaar 2.500 euro laten betalen, terwijl het aantal uren iets wordt teruggeschroefd, heeft een aantal redenen. Vanzelfsprekend betalen wij dus het eerste jaar relatief meer mee. Maar wat we er vooral mee willen bewerkstelligen is dat de vereniging dat bedrag van 2.500 euro structureel vrij gaat maken voor trainersbegeleiding, voor het versterken van het kader. Zodat ze straks, als de Clubkadercoach zijn werk gedaan heeft en voor borging binnen de club gezorgd heeft, dat geld nog altijd in de jaarbegroting hebben staan en daarmee investeren in andere verbeteringen voor het kader op de vereniging.”

101


102

CLUBKADERCOACH

De rol van Kenniscentrum Sport & Bewegen Kenniscentrum Sport & Bewegen draagt met toepasbare kennis over sport en bewegen bij aan een sociale en vitale samenleving in Nederland. Kennis uit de praktijk én wetenschap wordt door medewerkers van het onafhankelijke kenniscentrum beschikbaar én toepasbaar gemaakt voor professionals die in de sectoren sport en bewegen, maar bijvoorbeeld ook zorg, welzijn en onderwijs, werken. Vanuit die taak heeft Kenniscentrum Sport & Bewegen een belangrijke bijdrage geleverd aan het ophalen en formuleren van de learnings die hier worden gepubliceerd. Tijdens de Proeftuinen Clubkadercoaching stond voor de projectleiding juist het ophalen van resultaten en bevindingen vanuit de praktijk centraal. Zodat we in de toekomst met z’n allen nog meer kennis van trainersbegeleiding hebben. Kenniscentrum Sport & Bewegen sprak met coördinatoren, Clubkadercoaches, bonden en gemeenten, organiseerde focusgroepen en stelde een rapport samen op basis waarvan nu – met de ‘community of practise’ – een vervolg aan de proeftuinen wordt gegeven.

“De vraag waarop we het antwoord hebben gezocht: Wanneer is de kans het grootst dat een product als Clubkadercoaching succesvol wordt ingezet?” PAUL VAN DER MEER

Paul van der Meer, accountmanager sociaal veilig sporten, en Marloes Aalbers, specialist inzet Buurtsportcoaches, leggen uit wat het kenniscentrum gedaan heeft. “We worden gefinancierd door de Directie Sport van het Ministerie van VWS en zijn een onafhankelijke, ondersteunende en uitvoerende kennisorganisatie. We waren in het verleden als kennispartner onder meer betrokken bij het rijksbeleid met betrekking tot de Brede Regeling Buurtsportcoaches, Sport en bewegen in de buurt, Veilig Sport Klimaat en de interventie Coach de Coach. We hadden dus al de nodige kennis over de inzet van Buurtsportcoaches, hun competenties en behoeften.” Tijdens én na de Proeftuinen Clubkadercoaching keek het kenniscentrum met betrokkenen bij het project vooral naar dat wat geleerd kan worden van de opzet van het proces van trainersbegeleiding bij sportverenigingen. Zo draagt het kenniscentrum ook bij aan de ontwikkeling van kennisproducten als Clubkadercoaching. “Dat dergelijke producten in de regel vaak prima zijn, dat wisten we onder meer ook vanuit onze werkzaamheden in het beoordelen van de kwaliteit van bij- en nascholingen binnen Veilig Sport Klimaat. De vraag is vooral: Hoe krijg je die boodschap bij de clubs en hoe zorg je ervoor dat ze op de juiste manier wordt ingepast en toegepast? Juist dat ook was wat we bij onze opdracht wilden vaststellen. Uit de gesprekken kwam naar voren dat het met name stukloopt op de implementatie. Dat speelt een grotere rol dan bijvoorbeeld de competentieprofielen. De vraag die ons met name gesteld werd én waarop we het antwoord hebben gezocht: Wanneer is de kans het grootst dat een product als Clubkadercoaching succesvol wordt ingezet en bijdraagt aan pedagogische en didactische vaardigheid van trainers en coaches?”


KENNISCENTRUM SPORT & BEWEGEN

103

Kenniscentrum Sport & Bewegen heeft een belangrijke bijdrage geleverd aan het ophalen en formuleren van de learnings De opdracht ging dus ook over vragen als: Hoe zorg ik voor draagvlak? En: Aan welke voorwaarden moeten clubs voldoen om überhaupt geschikt te zijn voor trainersbegeleiding? In de pilotfase werden vele gesprekken gevoerd, in groepsverband, individueel, en later – vanwege corona – onder meer ook digitaal. De conclusies van die gesprekken zijn in deze publicatie te lezen.

trainers/coaches een proces waarbij je op het veld je hulp aanreikt die men direct kan toepassen en eigen maken. Het is fijn om te constateren dat wij mee hebben kunnen zoeken naar wat er nodig is om zo iemand binnen het ecosysteem van de sportclub zijn draai te laten vinden. En zo de club verder te helpen met verbetering van de kwaliteit van hun trainers/coaches op pedagogisch en didactisch vlak.”

Bij Kenniscentrum Sport & Bewegen werd vooral met plezier teruggekeken op de manier van werken. “Door de manier van werken hebben we met NOC*NSF kunnen ophalen wat we zochten, maar er tegelijkertijd ook voor kunnen zorgen dat deelnemers van elkaar leerden. Er was zodoende maximale betrokkenheid en veel diepgang in de gesprekken.”

Ook tijdens de komende periode zal Kenniscentrum Sport & Bewegen betrokken blijven. “Met name op het punt van het beroepsperspectief voor aanstaande Clubkadercoaches, en met betrekking tot de borging, hetgeen ook altijd een belangrijk vraagstuk is, zijn er nog wel wat vragen te beantwoorden.”

Van der Meer: “Het thema ‘positieve sportcultuur’ is een onderwerp dat heden ten dage dan ook zeker leeft. Toch ligt er nog wel een uitdaging om het op clubniveau een goede impuls te geven. Daarom ook juist zijn die learnings opgesteld, zodat het hele proces van implementatie, van de opstartfase tot de belangrijke borging, beter kan verlopen. De Clubkadercoach is echter wel, naar mijn idee, precies de functionaris die voor blijvende aandacht voor dit thema kan gaan zorgen. Waar in het verleden vanuit overheidsprojecten bij sportverenigingen vaak met hagel werd geschoten, doorloop je nu met club en

“Je doorloopt met de club en trainers/coaches een proces waarbij je op het veld je hulp aanreikt die men direct kan toepassen” PAUL VAN DER MEER


104

CLUBKADERCOACH

Financiering vanuit sportbonden Tijdens de Proeftuinen Clubkadercoaching deden in totaal 52 verenigingen mee. Al die clubs maakten, met instemming van de betrokken sportbonden, gebruik van een tot Clubkadercoach opgeleide professional, vaak een Buurtsportcoach. Acht sportbonden hadden tijdens de Proeftuinen een belangrijke rol binnen de Clubkadercoaching: KNVB, KNKV, NHV, KNGU, Atletiekunie, NTTB, KNHB en Nevobo.

B

ij de laatste, de volleybalbond Nevobo, werd al langer gewerkt aan het versterken van de verenigingen. Door middel van de aanstelling van een professional bij de clubs wordt een stabiele basis gecreëerd. Deze professional houdt zich onder meer bezig met trainersbegeleiding en vervult tijdens dat deel van zijn of haar werk in veel gevallen ook de rol van Clubkadercoach.

De Nevobo heeft, met instemming van de bondsraad, structureel een bedrag van 500.000 euro per jaar vrijgemaakt voor de aanpak. Op termijn wil de Nevobo toegroeien naar vijftig tot zeventig professionals die aan de slag gaan bij zogeheten Superclubs.

“Er ontbrak continuïteit bij de clubs, de vrijwilligers wisselden elkaar steeds af”


HOOFDSTUK 12B

105

COFINANCIERING SPORTBONDEN

Peter van Tarel is manager Sportontwikkeling bij de Nevobo én in die functie ook Coördinator Clubkadercoaching bij de bond. Hij vertelt over de beweegrede­ nen en toekomstvisie van de Nevobo “Enkele jaren terug al constateerden wij dat we als bond weliswaar al langere tijd probeerden om de verenigingen te versterken, en dat we ze daar graag in adviseerden, maar dat we ons verhaal telkens tegen nieuwe mensen moesten afsteken. Er ontbrak simpel gezegd continuïteit bij de clubs, de vrijwilligers wisselden elkaar steeds af. Onze conclusie was dat er een stabielere basis nodig is om die verenigingen vooruit te helpen. Dat kan onder meer door een professional bij zo’n club neer te zetten. Die kan de kwaliteit van de organisatie, en het aanbod van de club, verbeteren. Die kan, kortom, de continuïteit verzekeren. We hebben daartoe enkele pilots gedraaid, waarvan op een gegeven moment de financiering afliep. De conclusie was echter dat een structurele investering nodig was. Daarom ook hebben we een voorstel gedaan aan de bondsraad om de contributie van de leden te verhogen. Dat voorstel is in 2019 aangenomen. Zodoende kunnen wij als bond nu structureel meebetalen aan de aanstelling van professionals bij de clubs. Wij noemen de verenigingen waar zij aan de slag gaan, en dat zijn meestal wat grotere clubs in omvang, Superclubs. Het is de bedoeling dat de professional bij die vereniging veel zaken op orde brengt, en daarna – met hulp van die vereniging – ook de kleinere clubs in de omgeving gaat ondersteunen. Dat is wel een essentieel onderdeel van het plan. Niet alleen moet de betrokken club dus in staat zijn om die regionale rol te pakken, maar omdat alle Nevobo-leden, en dus ook alle clubs meebetalen, willen we dat ook de kleinere vereniging hier iets van terug gaat zien.

Alle sportbonden binnen het Proeftuinenprogramma zijn enthousiast over Clubkadercoaching. De Nevobo heeft daadwerkelijk een uitgewerkt plan om te komen tot cofinanciering voor Clubkadercoaching. De overige bonden zijn aan het onderzoeken of dit voor hen ook mogelijk is.

Onze professionals zetten, ook mede afhankelijk van de behoeften van de vereniging en de omgeving daarvan, op meer terreinen dan alleen trainersbegeleiding in. Maar de pedagogisch-didactische begeleiding van trainers, zoals de Clubkadercoach die verzorgt, is in de meeste gevallen onderdeel van het takenpakket. Wij kiezen er bewust voor dat de professional na de borging van trainersbegeleiding bij de vereniging actief blijft, er zijn nog zoveel meer dingen te doen bij de clubs.

“Er is een stabielere basis nodig om verenigingen vooruit te helpen” Trainersbegeleiding is overigens in onze ogen wel een belangrijk onderdeel van het werk. Trainersbegeleiding is cruciaal. Het is, zo hebben wij door de jaren heen ervaren, niet heel erg ingewikkeld om sporters naar de vereniging te halen. Maar ze ook als lid behouden, dat is veel moeilijker. Leden


106

CLUBKADERCOACH

willen plezier hebben, maar ook iets leren. Ze hebben meestal wel een trainer die zijn best doet, maar vaak weet deze persoon – vanwege zijn jonge leeftijd en gebrek aan kennis of ervaring – niet goed wat hij of zij moet doen. Het geven van een goede training is nog niet eenvoudig, maar met wat begeleiding van bijvoorbeeld een Clubkadercoach kan dat al snel een stuk beter. Als bond betalen wij tienduizend euro per professional per club per jaar. En we vragen om een lokale bijdrage die ongeveer gelijk is. Onze eerste ervaringen hebben ons geleerd dat de bijdrage van de clubs, soms met hulp van de gemeente of een lokale subsidie, zelfs vaak meer is dan dat. Clubs kunnen daarover, bijvoorbeeld met hulp van de gemeente, zelf meedenken. Mogelijk dat ze erin slagen om hun professional onder de buurtsportregeling te laten vallen, dan betaalt dus bijvoorbeeld de overheid een deel mee. Voor ons is het vooral van belang dat het een professional is die aan de slag gaat, voor twaalf of zestien uur of misschien zelfs wel fulltime. Het is voor ons niet per se een must dat deze professional, als het gaat om bijvoorbeeld de trainersbegeleiding, een volleybalachtergrond heeft. Het gaat bij trainersbegeleiding vooral om pedagogisch-didactische aanwijzingen. Maar, in veel gevallen zal de club deze professional ook willen inschakelen voor bijvoorbeeld een technisch beleidsplan, en dan is het wel een meerwaarde als de persoon volleybaltechnische kennis heeft. De verenigingen zelf geven er, mede om die reden, vaak ook de voorkeur aan dat de professional sportspecifieke kennis heeft.

“Voor ons is het vooral van belang dat het een professional is die aan de slag gaat”

SPORTAKKOORDEN

De uitvoeringsbudgetten van de lokale sportakkoorden kunnen gereserveerd worden voor Clubkadercoaching. Uiteraard moeten de pedagogische en didactische vaardigheden van trainers en coaches dan wel een lokaal speerpunt zijn.

Het is, en dat erkennen wij ook, wel een uitdaging om voldoende geschikte personen te vinden. In september 2020 zijn twaalf professionals gestart, het doel is te groeien naar vijftig tot zeventig in 2024. Tot op heden hebben we de professionals gevonden doordat bijvoorbeeld de gemeente iemand kende, of de sportclub of wij een voorstel hadden. Maar als je er meer dan vijftig zoekt, zul je een structurele zoektocht moeten beginnen. Begin 2021 willen we onze plannen nadrukkelijker kenbaar maken en dan hopen we een databank met potentiële professionals aan te kunnen leggen. We merken dat ook andere bonden veel interesse hebben in onze aanpak. We krijgen er geregeld vragen over en zien ook dat andere bonden zelf met initiatieven komen. Met name in de hockeywereld hebben veel clubs bijvoorbeeld al een verenigingsmanager. Andere bonden streven wel eenzelfde idee als ons na, maar moeten nog de nodige stappen zetten. Zij zullen onze aanpak dan ook met belangstelling blijven volgen. Dat het Mulier Instituut, na diepgaand onderzoek, becijferd heeft dat sporters bereid zijn tot wel dertig procent meer contributie te betalen als de kwaliteit van het aanbod omhooggaat, geeft ons het gevoel dat dit kan gaan lukken. Een betere, stabielere basis bij de club, betere trainers, daar wil men wel voor betalen; dat wordt ook voor de verenigingen een interessante businesscase.”


Het project Proeftuinen Clubkadercoaching is uitgevoerd binnen het programma Versterken Sportbonden, gefinancierd door het Minsterie van VWS. Het programma is in 2018 van start gegaan en heeft als doel kennis en inzichten op te leveren die een impuls zouden geven aan thema’s van het Nationaal Sportakkoord. De Proeftuinen Clubkadercoaching zijn gelieerd aan de thema’s 3 en 4 van het Nationaal Sportakkoord: Vitale Sportaanbieders en Positieve Sportcultuur. De projectleiding van de Proeftuinen Clubkadercoaching is namens zeven deelnemende sportbonden belegd bij de KNVB. Deze rapportage is tot stand gekomen met grote inhoudelijke betrokkenheid van het Kenniscentrum Sport & Bewegen.

Profile for Arko Sports Media

Clubkadercoach - 2021  

Clubkadercoach - 2021  

Recommendations could not be loaded

Recommendations could not be loaded

Recommendations could not be loaded

Recommendations could not be loaded