Issuu on Google+

NLCOACH - 5e jaargang - nummer 4 - 2010

5e jaargang - nummer 4 - 2010

COACH van coaches - voor coaches - door coaches

Gertjan Verbeek “Ik geloof erg in het creëren van je eigen geluk” Fedor Hes “Soms moet je even op de kiezen bijten”

Ellen van Langen “Gemakkelijk succes behalen is onmogelijk” Thema

Kies de Coach van het Decennium!

Als ik minister was…

Marc Lammers | Ria Stalman | Jessica Gal | Joukje Versluijs | Hardy Menkehorst


Neem jij je vak als trainer-coach serieus?

Volg dan een van de cursussen van NLcoach én krijg les van toppers als Peter Murphy, Henk Kraaijenhof, Rogier Hoorn en Henk Gemser!

Meer informatie op nlcoach.nl Wat heeft NLcoach jou te bieden? Cursus “Elementaire Fysieke Training” Cursus “Fysieke Training voor gevorderden” Cursus “Basisvaardigheden Mental Coaching” Cursus “Mental Coaching gericht op individuele sporter” Cursus “Mental Coaching gericht teams” Leergang “De excellerende sportcoach” Leergang “Praktisch Coachen met Action Type® voor de sportcoach”

Vol is vol:

schrijf je dan ook snel in op nlcoach.nl. Profiteer van de kennis van ervaren topcoaches!


voorwoord joop alberda

Papieren De prachtige sportzomer van 2010 loopt bijna op zijn einde. Het WK-zilver van het Nederlands voetbalelftal van coach Bert van Marwijk was daarvan ongetwijfeld een van de schitterende hoogtepunten. Het toont maar weer eens aan dat niets onmogelijk is, als je er maar in gelooft, een goed plan hebt, beschikt over spelers van topkwaliteit en het op gezette tijden meezit. Tegelijkertijd is de tweede plaats ook een nieuwe uitdaging, een prikkel om te blijven verbeteren, aan details te blijven werken en zo de ultieme ambitie – eerste worden – te blijven nastreven. Die prikkel moet ongetwijfeld ook de Nederlandse hockeybond KNHB voelen. De aanstelling van Paul van  Ass als opvolger van de in april weggestuurde mannenbondscoach Michel van den Heuvel deze zomer was opmerkelijk, aangezien Van Ass niet over de door de KNHB zelf vereiste diploma’s beschikt. Dat is absoluut geen diskwalificatie van Van Ass, eerder van de hockeybond zelf. Het eigen opleidingssysteem voorzag kennelijk niet in een adequate kandidaat om leiding te geven aan het vlaggenschip richting de Olympische Spelen van 2012. De wens om met Van Ass nu een zogenoemde ‘mensencoach’ in huis te halen in plaats van een ‘trainer’ zou toch ook moeten zijn terug te vinden in de opleidingenstructuur van de hockeybond. Dat nu is aangekondigd dat daarin veranderingen worden aangebracht en meer

nummer 4 - 2010

de nadruk zal worden gelegd op het coachen in plaats van de technische onderlegdheid van coaches, is daarom volstrekt logisch en ook noodzakelijk. Ook als NLcoach proberen we ons te blijven ontwikkelen, vernieuwen en verbeteren. Als kenniscentrum en netwerkorganistatie van, voor en door coaches focussen we steeds verder op onze kernactiviteiten: congressen, cursussen, website, het magazine en de synergie met het bedrijfsleven. Rondom onze belangrijkste thema’s (basisprincipes van het coachen, teambuilding, mentale begeleiding, talentontwikkeling en trainingsleer) organiseren we steeds meer praktische, leerzame en nuttige activiteiten. Zo hebben we zeer recent ons cursusaanbod uitgebreid met de nieuwe leergangen Elementaire Fysieke Training onder leiding van Henk Gemser en Fysieke Training voor Gevorderden onder leiding van Henk Kraaijenhof. Voorts gaat begin september onze volledig vernieuwde en aangevulde website de lucht in. Dan zal www.nlcoach. nl zich nog meer ontwikkelen tot hét kennisplatform van, voor en door sportcoaches, met uitgebreide informatie over ons cursus- en congresaanbod en onze overige activiteiten, maar ook met nieuws en interessante artikelen over ons vak. De website wordt zodoende de onmisbare bibliotheek voor iedere coach die zich wil blijven verbeteren, vernieuwen en ontwikkelen.

COACH

3


FOTO’S: ANP PHOTO

uitgelicht

Zuid-Afrika Na 32 jaar haalde het Nederlands elftal in Zuid-Afrika weer de finale van het WK voetbal. Net als in 1974 en 1978 bleef het bij een tweede plaats. De teleurstelling was groot, maar terug in Nederland kregen spelers en staf in Amsterdam de hulde die ze verdienden.


NLCOACH is een uitgave van NLcoach en Arko Sports Media in samenwerking met NOC*NSF. Het blad verschijnt vijf keer per jaar.

Hoofdredactie Joop Alberda & Joost de Jong Eindredactie Karlijn de Jonge E. karlijn.de.jonge@arko.nl 5e jaargang, nummer 4 augustus 2010 Aan dit nummer werkten mee Mariëlle van Bussel Jan-Cees Butter Guus van Holland Hans Klippus Kees Kooman Sven Remijnsen Toine Rongen Jaap Rozema Mart Smeets John Volkers

Abonnementen Regulier abonnement € 28,60 per jaar (incl. 6% btw). Studentenabonnement € 21,60 per jaar (incl. 6% btw). Voor verzendingen buiten Nederland wordt een jaarlijkse toeslag berekend van € 8,50 (incl. btw). Opzeggingen van het abonnement – uitsluitend schriftelijk – dienen uiterlijk zes weken voor afloop van de abonnementsperiode in het bezit te zijn van Arko Sports Media BV. Lidmaatschap NLcoach Leden van NLcoach ontvangen automatisch vijf keer per jaar het blad NLCOACH. Meer informatie over het lidmaatschap is verkrijgbaar bij NLcoach.

Redactieadres Arko Sports Media NLCOACH Postbus 393 3430 AJ Nieuwegein T. 030 - 600 47 80 F. 030 - 605 26 18

NLcoach Wattbaan 31-49 3439 ML Nieuwegein T. 030 - 751 38 20 F. 030 - 751 38 21 E. info@nlcoach.nl W. www.nlcoach.nl

Uitgever Michel van Troost E. vantroost@arko.nl

Losse nummers € 7,50 per exemplaar (incl. 6% btw)

Marketing Daniëlle de Jong E. marketing@arko.nl

Ontwerp en opmaak Wielaard Studio, Belfeld

Lezersservice Abonnementen/adreswijzigingen Arko Sports Media Postbus 393 3430 AJ Nieuwegein T. 030 - 600 47 80 F. 030 - 605 26 18 E. info@arko.nl

Drukker DeltaHage, Den Haag Coverfoto ANP Photo

Founding father De rubriek Founding father valt niet onder de redactie. NLcoach en Arko Sports Media zijn dan ook niet verantwoordelijk voor de inhoud van deze rubriek.

Reprorecht Het verlenen van toestemming tot publicaties in dit tijdschrift houdt in dat de uitsluiting van ieder ander onherroepelijk door de auteur is gemachtigd de door derden verschuldigde vergoedingen voor kopiëren, als bedoeld in artikel 17 lid 2 van de Auteurswet 1912 en in het Koninklijk Besluit van 20 juni 1974 (Stb. 35) ex art. 16b van de Auteurswet 1912 te innen en/of daartoe in en buiten rechte treden.

©2010 NLcoach/Arko Sports Media, Nieuwegein Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd, opgeslagen in een geautomatiseerd gegevensbestand of openbaar gemaakt in enige vorm of op enige wijze, hetzij elektronisch, mechanisch, in fotokopie of anderszins gereproduceerd door middel van boekdruk, foto-offset, fotokopie, microfilm of welke andere methode dan ook, zonder schriftelijke toestemming van de uitgever. Lid van het Nederlands Uitgeversverbond (NUV), groep uitgevers. ISSN 1871-9813

6

COACH

nummer 4 - 2010

Inhoud

Ellen van Langen: “Gemakkelijk succes behalen is onmogelijk” 14

Gertjan Verbeek: “Ik geloof erg in het creëren van je eigen geluk” 18

Kies de Coach van het Decennium! 34

Fedor Hes: “Soms moet je even op de kiezen bijten” 38


thema

En verder… Oranje weer de op een-na-beste van de wereld Kort nieuws In debat met André Bolhuis, Pieter Winsemius, Ton Boot en Clémence Ross over een ministerie van Sport. “Sport is een belangrijke hoofdzaak” De column van John Volkers Frank Senders: “Ze zien mij als het geheim achter hun succes” Sportontwikkelingen. Maatschappelijke stage voor voetballers? Randy Wiel: “Als coach moet je je altijd aanpassen aan je personeel” Anders bekeken. Willem Kernkamp: “Als je eerste wilt worden, moet je vooral inzicht in jezelf hebben” De column van Mart Smeets

Als ik minister was… Inleiding

25 Excellentie Marc Lammers: “Overdag sporten met school, ’s avonds op de club”

26

10

Excellentie Ria Stalman: “Maak van gymles weer belangrijk schoolvak”

29

13

Excellentie Jessica Gal: “Ander gedrag kan niet zonder (lichte) dwang”

30

4 9

22 40

Excellentie Joukje Versluijs: “Met kijkcijfers heb ik niets te maken” 32

42 46

Excellentie Hardy Menkehorst: “Mentale training voor iedereen”

33

50 nummer 4 - 2010

COACH

7


Voor ďƒžscale, juridische en administratieve vragen voor uw sportvereniging Net als u houden wij bij Ernst & Young van sport. Daarom doen wij er graag alles aan om ervoor te zorgen dat sporters, coaches en verenigingen niets in de weg staat om een topprestatie te leveren. Zo vragen wij als Partner in Sport van NOC*NSF aandacht voor de rol van de coach, en zijn wij nauw betrokken bij het Olympisch Plan 2028 om de Olympische Spelen naar Nederland te halen. Daarnaast ondersteunen wij met onze Sportdesk op praktische wijze sportverenigingen met ďƒžscaal, juridisch en administratief advies. En in de meeste gevallen zijn wij dan ook zo sportief om daar helemaal niets voor in rekening te brengen. Kijk voor meer informatie op www.ey.nl/nocnsf of stel direct uw vraag via sportdesk@nl.ey.com

BEC_95125_Sportdesk_staand_205x276.indd 1

27-7-10 15:09


kort nieuws

Hype rond balansbandje Baat het niet, dan schaadt het niet. Dat dachten de voetballers van het Nederlands elftal tijdens het WK, nadat Wesley Sneijder het inmiddels beroemde balansbandje introduceerde. Ook een aantal Nederlandse atleten is eind juli, tijdens het EK in Barcelona, overgegaan tot aanschaf van het bandje. In februari van dit jaar bracht Herman van den Berg, importeur van windsurfspullen, de Power Balance – zoals het bandje officieel heet – op de Nederlandse markt. Het bandje zou voor kracht, lenigheid en evenwicht zorgen. Een hologram met geprogrammeerde frequenties zou de elektromagnetische balans in het lichaam herstellen, zodat de energie in goede banen wordt geleid. Voor de voetballers gold volgens hem dat ze sterker in de duels zijn, makkelijker aan de bal blijven en meer controle kunnen houden.

Tot eind mei verkocht hij zo’n tienduizend exemplaren, maar na de hype die rondom het WK ontstond kon hij naar eigen zeggen tienduizend bandjes per dag verkopen. Na de voetballers gingen de judoka’s overstag en eind juli dus ook de atleten. Hoewel niet iedereen in de positieve effecten gelooft. Zo toonden zowel kogelstootster Melissa Boekelman en discuswerpster Monique Jansen hun scepsis na een paar mislukte stoten en worpen tijdens het EK. De Vereniging tegen de Kwakzalverij vindt het balansbandje ‘totale nonsens’. Helemaal ‘omdat er niet vermeld wordt waarom het werkt, alsof een medicijn voorgeschreven wordt zonder te vertellen waaruit het bestaat’. Ook de lezers van de Volkskrant zijn niet overtuigd: in een poll geeft driekwart aan niet in de effecten van het bandje te geloven.

Website NLcoach vernieuwd

Begin september zal de website van NLcoach compleet worden vernieuwd. Dan zal www.nlcoach.nl nog meer het interactieve kennisplatform van, voor en door sportcoaches zijn. Met coachnieuws, interessante verhalen uit het magazine, prikkelende columns van topcoaches en uitgebreide informatie over onze cursussen, congressen en andere activiteiten. Verder zal op de site ook allerlei praktische en wetenschappelijke achtergrondinformatie te vinden zijn over het coachvak.

Nieuwe Leergang Talentontwikkeling van start

Talentontwikkeling staat op de kaart. In navolging van Peter Murphy, die talentcoaches opleidde in het kader van het Masterplan Talentontwikkeling, start in november een nieuwe cursus op dit terrein: Leergang Talentontwikkeling. Ook hier wordt uitgegaan van het principe dat talent alleen niet voldoende is. De coach speelt een belangrijke rol bij het maximaal benutten van iemands mogelijkheden. De leergang bestaat uit vier modules die theoretische achtergronden en praktijkvoorbeelden combineren. De cursist krijgt inzicht in de criteria die gebruikt worden om talent te definiëren en te identificeren, de verschillende fasen die een talent doorloopt (zowel fysiek als mentaal) en de gevolgen daarvan voor de begeleiding, de diverse persoonlijkheidstypen van het talent en daaruit voortvloeiend de bijbehorende leer- en denkstijlen. Na afloop van de leergang, die uit vier cursusdagen bestaat, kan men zich verdiepen in bepaalde thema’s door deel te nemen aan een masterclass. Ook is er de mogelijkheid om een tweedaagse accreditatietraining te volgen voor de Jungian Type Index (JTI). Deze training gaat uit van de Jungiaanse typetheorie, aangevuld met de laatste wetenschappelijke inzichten uit de psychologie, neurologie en fysiologie. Zowel de Leergang als de masterclasses en de JTI worden georganiseerd door Lefconsult BV, Coach2score en Arko Sports Media. Voor meer informatie en data: conferences@ arko.nl.

nummer 4 - 2010

COACH

9


debat

“Het belang van een minister van Sport is enorm” Er wordt al jaren over gesproken, maar nu er druk geformeerd wordt, is er dan eindelijk de mogelijkheid. Moet er een minister van Sport komen? Of zelfs een ministerie van Sport? “Moet hij dan in de gymzaal op een bankje gaan zitten klappen?”

“Het is heel goed als er een minister van Sport komt, aangezien het belang van sport groot is in onze maatschappij”, vindt André Bolhuis, voorzitter van NOC*NSF. Maar een compleet ministerie gaat te ver. “Met de huidige bezuinigingen ligt dat niet voor de hand, dus is het niet reëel om dit als wens uit te spreken. Als een minister van Sport ondergebracht wordt bij het Ministerie van VWS of Onderwijs, wordt sport eindelijk als een serieus onderdeel beschouwd.” Hij doelt op de maatschappelijke rol die sport kan vervullen. “Sport doet veel goede dingen: het bevordert de sociale cohesie, met name in de achterstandswijken en het zorgt voor een gezondere samenleving. Sport werkt beter dan bijvoorbeeld het verhogen van de ziektekostenpremies.” Ook nu heeft sport als onderdeel van VWS een rol te vervullen in de samenleving. Zie de initiatieven om obesitas bij kinderen aan te pakken of om kanslozen te laten re-integreren in de maatschappij. Blijkbaar niet voldoende? “Een

staatssecretaris zou deze zaken ook kunnen bewerkstelligen, maar het gebeurt niet. Triest genoeg. Sport wordt op politiek niveau niet belangrijk genoeg geacht, met een minister moet dat wel gebeuren.” Hoewel Bolhuis de breedtesport belangrijker vindt dan topsport, wijst hij ook op de toptienambitie van Nederland als topsportland. Daarnaast is er het plan om de Olympische Spelen in 2028 naar ons land te halen. “Hoewel de OS nog ver weg liggen, kan een minister daar nu al een rol in spelen door van Nederland een sportland te maken. Hij is de persoon die dat moet uitdragen, NOC*NSF kan het uitvoeren.” “Absolute onzin”, reageert Pieter Winsemius op het plan een minister van Sport in het leven te roepen. “Een veel te kleine portefeuille, een budget van minder dan 100 miljoen, terwijl de persoon zelf 95 procent van de tijd uit het raam zit te kijken. Het levert meer schade dan winst op, omdat zo’n minister gefrustreerd het bos wordt

“Sport wordt op politiek niveau niet belangrijk genoeg geacht, met een minister moet dat wel gebeuren” Door: Mariëlle van Bussel

10

COACH

nummer 4 - 2010

[Bolhuis]


FOTO: NORA VAN EENENNAAM

Volgens André Bolhuis doet “sport veel goede dingen. Zo bevordert het met name in de achterstandswijken de sociale cohesie.”

ingestuurd en niks gedaan krijgt.” Winsemius vindt alle aandacht voor dit plan zwaar overdreven. De argumenten van voorstanders die betrekking hebben op het mogen deelnemen aan de wekelijkse ministerraad wuift hij snel weg. “Eén agendapunt per twee maanden, dan heb je het wel gehad als het om sport gaat. Zeker als we teruggaan naar acht ministers, zoals nu geroepen wordt, is degene die over sport gaat een factor vijftig minder belangrijk dan de anderen.” Ook het idee dat een minister meer invloed heeft op maatschappelijke problemen vindt hij overtrokken. “Het probleem van bijvoorbeeld obesitas bestaat zeker, maar een aparte minister aanstellen is niet de oplossing. Zelfs een staatssecretaris van Sport is niet nodig, tenzij ze ook andere portefeuilles beheert, zoals Bussemaker deed.” Winsemius benadrukt dat in Nederland veel zaken al goed geregeld zijn. “Een onderwerp als ‘gymnastiek op school’ kan ook via VWS

“Sport is superbelangrijk, maar je maakt het niet belangrijker door er een minister neer te zetten” [Winsemius] aangepakt worden. Wat is de meerwaarde van een minister dan? Moet hij op een bankje in de gymzaal gaan zitten klappen?” Als het om de ambities gaat die Nederland als topsportland wil uitdragen, is hij ervan overtuigd dat een eventuele minister niet meer dan een halve week per jaar bezig kan zijn met bijvoorbeeld het Olympisch Plan. “Hebben degenen die zo enthousiast zijn over een minister van Sport goede overwegingen gemaakt?”, vraagt Winsemius zich af. Of hebben ze sport overschat? “Sport is superbelangrijk”, laat hij niet na te zeggen, “maar je maakt het niet belangrijker door er een minister neer te zetten.”

Dit zijn precies de uitspraken die Ton Boot, basketbalcoach, al jaren irriteren. Meerdere keren liet hij zich in columns uit over sport als ondergeschoven kindje in de politiek. Zelf pleit hij voor een minister, maar ook voor een ministerie. “Een ministerie van Sport en Bewegen zou te klein zijn? Flauwekul. Het gaat niet om de grootte maar om het belang en de noodzaak. En die is enorm. Er moeten prioriteiten gesteld worden, andere departementen moeten dus verdwijnen.” Boot heeft de taken van de minister al op zijn netvlies staan. “Hij moet sport en bewegen enthousiasmeren en propageren, hij moet een totaalbeleid maken en

nummer 4 - 2010

COACH

11


“Sport is een belangrijke hoofdzaak” [Boot]

uitvoeren voor breedte- en topsport, waarbij infrastructuur erg belangrijk is met het oog op de OS in 2028. En heel belangrijk, hij moet de samenhang met integratie, onderwijs, volksgezondheid en economie tot stand brengen, coördineren en controleren.” Het raakt Boot dat de sportwereld in zijn ogen niet serieus genomen wordt door de politici. “Behalve bij grote en succesvolle sportevenementen die veel publiciteit opleveren. Dan zijn ze er als de kippen bij.” Hij wijst op een draagvlak van 12 miljoen actieve en passieve sportliefhebbers, op de breed gedragen mening dat sport een grote waarde kan hebben op velerlei terreinen. “Sport de belangrijkste bijzaak? Hoe komen ze erbij, sport is een belangrijke hoofdzaak.” Clémence Ross, voormalig staatssecretaris van Sport en nu directeur van het Nederlands Instituut voor Sport en Bewegen, ondervond het zelf. Als de ministers hun wekelijkse ministerraad belegden, mocht de staatssecretaris alleen aanschuiven als ze een belangrijk punt op de agenda had staan. Dat gebeurde slechts een enkele keer, over lopende zaken hoorde ze pas achteraf dat ze ook haar steentje had kunnen

bijdragen áls ze een minister was geweest. “Alleen al om die reden is het goed als er een minister van Sport komt. Het is belangrijk dat sport tot een van de lopende zaken gaat behoren, zodat een minister elke week een koppeling kan maken tussen sport en andere zaken als onderwijs of welzijn. Zeker met het Olympisch Plan, dat ook over onderwijs, economie en arbeidsparticipatie gaat.” Een afzonderlijk ministerie is geen optie voor Ross. “Het is duur, het is een one issue-ministerie, wat geen goede zaak is. Dat geld kun je beter rechtstreeks aan de sport geven. Sport moet in een ander ministerie ingebed worden, zodat verbindingen gelegd worden met al die andere beleidsterreinen.” Het belang van sport wordt onderschat, vindt Ross. “De sportwereld is zelf wel in staat om een toptienpositie als topsportland te bereiken. Maar sport inzetten om andere maatschappelijke doelstellingen te behalen kan niet zonder een minister. Het beleid is er wel – lokaal gebeurt het ook, er is geen wethouder die alléén sport doet – maar er moet meer gewicht in de schaal gelegd worden. Met een minister zetten we een grote stap vooruit.”

Ook internationaal gezien heeft de aanwezigheid van een minister van Sport meer aanzien, weet Ross uit ervaring. “Als je als minister meerdere portefeuilles hebt, heb je meer macht en aanzien dat uiteindelijk voor een betere onderhandelingspositie zorgt. Het gaat er namelijk niet altijd om hoe goed je bent. Met een minister laat je ook zien hoe belangrijk je het onderwerp sport vindt.” Wie die gewenste minister van Sport zou moeten worden? Ross: “Iemand die hart voor de sport heeft en uitstraalt dat er allerlei maatschappelijke doelen te behalen zijn met behulp van sport.” “Iemand die het belang inziet van zijn eigen portefeuille”, voegt Bolhuis toe. “Johan Cruijff”, vindt Boot, die als enige een naam wil noemen. Waarom? “Hij bezit de unieke combinatie van imago en kwaliteit. Hij heeft een positieve uitstraling, hij kan in het buitenland hermetisch gesloten deuren openen en het negatieve imago van ons land opvijzelen. Ik verbaas me erover dat de Haagse politiek nog nooit van het merk Cruijff geprofiteerd heeft.”

“Met een minister laat je zien hoe belangrijk je het onderwerp vindt” [Ross] 12

COACH

nummer 4 - 2010


Coach van het Jaar Daar zat ik dan op de redactie, in mijn eentje voor een tv-scherm. Computer in de aanslag, elk moment van redelijke opwinding direct in het document tikkend. Het was opdracht. De krant van maandag 12 juli moest een ‘van minuut tot minuut’ herbergen en ik was daartoe de aangewezen verslaggever. Zestienhonderd woorden. Enne, veel succes. Om de hoek zaten leden van andere redacties opgewonden mee te leven met NederlandSpanje. Achter me heerste de bekende professionele ingetogenheid van een sportredactie met vele dienstjaren. Een finale hadden de dame en vele heren al vaker gezien. Er was er een van 62 bij die had de finales van 1974 en 1978 live gezien, in München en Buenos Aires. Dus wat zou jij je opwinden? Ik zat in mijn cocon van concentratie. Eén oog op het scherm, andere oog op het toetsenbord. Als ik iets half zag, checkte ik het hardop bij de kijkers tien meter achter me. De Jong op borsthoogte bij Xabi Alonso? Of was het kruishoogte? Nee, borsthoogte. Het ging 116 minuten met alle mogelijke controle mijnerzijds. Dan in die 117de minuut zag ik het opeens gebeuren. Als uit het niets, schreeuwde ik naar het scherm. Dáár, Iniesta. Ik wees nog. Helemaal vrij gelaten, heren. Te laat, Mathijsen en Van der Vaart konden er niet meer bij. De reuzenklauw van doelman Stekelenburg hield onvoldoende tegen. Het was 0-1 voor Spanje en voorbij. Ik leverde mijn verslag één minuut na afloop in. Lang kon ik het WK voetbal met zekere distantie beleven. Als adolescent had ik het WK van 1974 in de finale zien mislopen. Er was nog geen Museumplein, maar het deed pijn als nooit eerder. Verliezen van Duitsers, daar waren we toen als Nederlandse zonen van ouders die de oorlog hadden meegemaakt nog lang niet aan toe. In 1978 was ik als jonge verslaggever bij de terugAlleen dat befaamde zinnetje keer van het Nederlands elftal op Schiphol. Er waren maar een paar honderd mensen. Wie van Michels ‘dit zullen we nooit, maakte zich nou druk over alweer een verloren finale? Voetbal was een gebeurtenis die de sportpagina’s haalde en niet het eerste katern nooit, nooit vergeten’ kon hij niet van een krant bestempelde. In 1988 was er bij terugkeer uit Duitsland de herhalen verwondering over de ontloken Oranjegekte in eigen land. Jetzt fahren sie in dem Land des Europameisters. Ik zie het spandoek nog hangen op de A12, komende van Oberhausen. Daarna maakte ik vier WK-eindronden (’90, ’94, ’98 en ’06) mee als verslaggever. Het Nederlands elftal was soms wel erg favoriet (1990, Italië), maar het leidde nooit tot iets tastbaars. Onverschilligheid beving mij. In 2010 had het anders kunnen zijn. Eindelijk hadden we weer een coach als Rinus Michels die uiterst duidelijk was in zijn plan. Een man met een missie die zei dat je met een team verder kon komen dan met een stelletje loslopende sterren. Bert van Marwijk kleurde een prachtige zomer. Hij nam een ploeg bij de hand en maakte een buiging naar het publiek. Hij werd bij terugkeer luider bejubeld dan wie ook. Alleen dat befaamde zinnetje van Michels ‘dit zullen we nooit, nooit, nooit vergeten’ kon hij niet herhalen. Maar de coach van het jaar hoeven we niet meer te kiezen. Die hebben we al.

nummer 4 - 2010

COACH

column JOHN VOLKERS

John Volkers is ruim twintig jaar sportverslaggever van de Volkskrant. Hij bezocht onder meer alle Olympische Zomerspelen sinds 1984 en acht EK’s en WK’s voetbal. Verder schreef hij boeken over volleybal (De Lange Mannen, 1995), voetbal (De Internationals, 1999) en zwemmen (Zwemmen in goud, 2008). In zijn vrije tijd lijdt hij pijn op de racefiets.

13


coverinterview

‘Meisje van de straat’ Ellen van Langen

Kies voor de weg van de meeste weerstand Reizen maakt vrij, vindt Ellen van Langen. Je leert grenzen verleggen, letterlijk en figuurlijk. Als atletiekmanager zit ze meer in vliegtuigen dan in stadbussen. Een weekje met bestemmingen als Shanghai, Doha en Hengelo is voor haar geen uitzondering. Ze zou, zegt ze, overal in de wereld kunnen wonen. Maar ze komt graag thuis, en dat is Waalwijk, Brabant, Nederland. Voor dit land wil de olympisch kampioene van 1992 zich sterk maken de Spelen in huis te halen. Voor je het weet, is het 2028. “Er zullen nog heel veel stappen moeten worden gezet.” Door: Kees Kooman

Hoeveel mensen zullen er in Nederland zijn die weten wat testosteron en cortison met een getraind sportlijf doen, laat staan wat het verschil is tussen deze twee begrippen uit de medische encyclopedie? Ellen van Langen (44), olympisch kampioene op de 800 meter (Barcelona, 1992) kan het haarfijn uitleggen. Zo moet je volgens haar van alle markten thuis zijn, wil je kans maken op een voorkeursbehandeling door de olympische goden. Je moet even eigenwijs zijn als besluitvol, niet naar links of rechts kijken. Dat is topsport, maar hoe leg je dat uit aan de gemiddelde Nederlander? Talent Wat dat laatste betreft is er erg weinig veranderd sedert 1992. Ja, Nederland maakt tegenwoordig met recht van spreken aanspraak op een plek bij de eerste tien landen van het olympische medailleklassement. Terwijl zijzelf bijna twee decennia geleden als een zeldzame orchidee werd gekoesterd in Barcelona,

14

COACH

nummer 4 - 2010

waar goud alleen nog was weggelegd voor de ruiterequipe. Het sportklimaat is sindsdien enorm verbeterd. Maar toch, zo stelt Van Langen vast, weet de meerderheid van de Nederlanders niet wat er verwacht wordt op het allerhoogste niveau van topsporten als atletiek, zwemmen, turnen, roeien en volleybal, om er een paar te noemen. In de ogen van veel kenners was zijzelf destijds geen begenadigd talent. Van de kleine Ellen gingen er twaalf in een dozijn. Zo voelde dat. “Er was weinig geloof in mij. Van andere atleten, zoals Anneke Schutte, werd veel meer verwacht. We moesten alles zelf uitzoeken. Het had ook te maken met mijn trainer/coach Frans Thuys, in de ogen van de meesten een rare vogel. En zeker een heel eigenzinnige vogel.” Coaches schudden meewarig het hoofd, als ze hoorden wat Ellen van Langen deed in de training. Vier keer 300 meter en niet eens onder de 41 seconden? Dat kon nooit wat worden.


FOTO: SOENAR CHAMID

“Er waren van die vooringenomen denkbeelden en standpunten. Dat is heel erg veranderd hoor, de laatste tijd. Een individuele, afwijkende aanpak wordt tegenwoordig op prijs gesteld. Wij, Frans, trainingsmaatje Christine Toonstra en ik, dachten er destijds helemaal niet bij na wat de Atletiekunie of NOC*NSF voor ons zouden kunnen betekenen. Ik kreeg van de laatste een bijdrage van een paar honderd gulden per maand om van te leven. En toen mijn studiebeurs werd stopgezet, omdat ik koos voor sport, heb ik een paar maanden een WW-uitkering gekregen. Daar is destijds heel veel om te doen geweest.” UWV Ze had open kaart gespeeld met het betreffende UWV-kantoor in Amsterdam. “Daar wisten ze heel goed dat ik voor Barcelona trainde. Alhoewel ik besefte dat die uitkering eigenlijk voor andere doeleinden bestemd is, heb ik geen enkele wroeging gevoeld. Ze vroegen me wel af en toe een

sollicitatiebrief te schrijven voor de vorm. Dat maakte het wat gemakkelijker.” Moeilijker was nog om uit te leggen waarom ze de universiteit plotseling de rug toekeerde. “Ik studeerde economie in Amsterdam. Mijn studievrienden wilden carrière maken in dat vakgebied. Ze vroegen me met veel verbazing wat ik zocht in de sport. Want daar was toch geen droog brood in te verdienen.” En het kleine beetje geld dat Ellen van Langen kreeg van subsidiegevers ging op aan medische

Ellen van Langen vestigt definitief haar naam als ze in 1992 in Barcelona op de 800 meter olympisch kampioene wordt.

“Er was weinig geloof in mij. Dat had ook te maken met mijn trainer/coach Frans Thuys, in de ogen van de meesten een rare vogel” nummer 4 - 2010

COACH

15


debat coverinterview

begeleiding, fysiotherapeuten en sportarts Peter Vergouwen, voor zover de nota’s niet betaald werden door zorgverzekeraars. Zodoende maakte zij kennis met de medische begrippen uit de eerste alinea. “De verhouding tussen testosteron (opbouwend hormoon) en cortison (afbrekend) moesten we voortdurend in de gaten houden om blessures te voorkomen. Aan de hand van deze dure hormoononderzoeken werden mijn trainingsprogramma’s samengesteld.” Met als ultieme prestatie die gedenkwaardige race op een zwoele augustusavond in het olympische jaar 1992 tot gevolg. De kunst van het winnen, titel van het boek dat de kampioene een paar jaar geleden schreef voor Prometheus, is op olympisch niveau voor weinig Nederlanders weggelegd. Minder nu dan toen in 1992, zo is haar stellige overtuiging. Omgekeerd evenredig aan de verbeterde omstandigheden, want daaraan hoeft dus volgens haar ook niet aan getwijfeld te worden. “Ik lijk wel tachtig jaar, als ik het mezelf hoor zeggen. Maar je hebt toch te maken met een andere generatie. En die generatie wil vooral dat het (succes) gemakkelijk tot stand komt. Onmogelijk dus. Probeer maar eens de keuze te maken als puber, terwijl het aantal mogelijkheden oneindig lijkt. Kiezen voor de weg van de meeste weerstand zonder garantie. Dat is een heel heftige keuze.” Diamanten Het is gemakkelijker geworden om als Nederlandse topper te leven voor dat ene doel, maar tegelijkertijd veel lastiger om de stap te maken. Ellen van Langen herkent de nog te slijpen diamanten van verre. Lantaarnpalen van vlees, bloed, de juiste spieren en vooral het juiste gedrag. Wat is dat, juist gedrag? “Heel eigenwijs kiezen voor de voor jou beste begeleiding. Heel hard zijn voor jezelf, erg diep kunnen gaan, je niet laten afleiden.” De prijs van de roem mag niet het hoofddoel zijn. Die krijg je cadeau als het goed is, hoe vervelend zijzelf dat in het verleden ook vond. Broertje dood aan onechte imago’s, altijd gehad. “Ik denk dat ik voor de meeste mensen die mij kennen de nuchtere Nederlandse ben gebleven die ik was.” Maar sportieve roem is in Nederland nogal betrekkelijk wanneer het geen voetbal, wielrennen of schaatsen betreft, de sporten die door de media stilzwijgend zijn uitgeroepen tot paradepaarden waarvoor geen hindernis te hoog is. Dat heeft te maken met cultuur, of liever het ontbreken daarvan. Waar het in een echte sportnatie als Groot-Brittannië vanzelfsprekend is om de ‘moeder der sporten’ nauwgezet met tv-camera’s te volgen, komt atletiek er in Nederland bekaaid van af. Van Langen wordt anno 2010 heel vaak aangezien voor de zwemster Inge de Bruijn.

16

COACH

nummer 4 - 2010

“Om de Spelen te krijgen moet je doen wat nodig is” Andersom gebeurt ook. “Begrijp je dat nou? We lijken helemaal niet op elkaar!” In het sportblad Helden las de voormalige atlete een verhaal over de ‘dubbelganger’ dat op haar een treurige indruk maakte. “Er bleek heel goed uit dat Inge op het moment van het interview niet goed in haar vel zat.” Van Langen heeft vier jaar geleden het geluk gevonden in het Brabantse Waalwijk waar zij het leven deelt met een wethouder die van atletiek alleen maar weet dat je er je benen voor nodig hebt en afhankelijk van de discipline eventueel één van je armen. Huisje, boompje en geen beestje, naast olympisch goud. Zo eenvoudig en mooi kan het leven na de topsport zijn. Karaktertrekken Maar zeker is wel, en het zal ongetwijfeld ook voor de topzwemster gelden: van die ooit tot succes leidende karaktertrekken kom je nooit meer af. Mooie eigenschappen om het ver te schoppen in de maatschappij, niet altijd ten gunste van je privéleven. Voor het managementbureau Global Sports Communication van de voormalige atletiektopper Jos Hermens loopt Van Langen symbolisch nog net zo hard als in 1992. “Als ik echts iets wil, kan ik mezelf iets opleggen. Dan verzet ik ook weer bergen, soms ten koste van mijn eigen gezondheid.” Hoeveel echte toppers op elkaar lijken, bleek uit het samenzijn met Lilja Noeroetdinova en Ana Quirot, de nummers twee en drie van Barcelona voor een documentaire van de NOS in 2008. “We hebben alledrie een heel ander leven. Lilja heeft het na een dopingaffaire van 1994 heel moeilijk gehad. Door de voormalige Russische autoriteiten bijna letterlijk uitgekotst, terwijl Quirot nog altijd een volksheldin is in Cuba. Maar wat betreft sportieve focus precies hetzelfde: willen winnen en ervoor zorgen dat de andere verliest.” Het is het recept voor topsport, in 1992 maar ook in 2010. Prachtige vrouw trouwens, die Noeroetdinova, met de uitstraling van een tropische zomer op de toendra, zo warm. Maar twee decennia geleden bij de start van de olympische finale overtuigend van plan de concurrentie te verpletteren. Net als haar Nederlandse en Cubaanse rivale. Het weerzien van 2008 was bijna emotioneel, zegt Van Langen. “Heel diep gaan, bergen werk verzetten, en precies dezelfde focus. Alle drie.” Het verbaasde haar dat toppers


Ambassadrice Door haar vele reizen is Ellen van Langen een ideale ambassadrice voor het organisatiecomité dat de Olympische Spelen van 2028 naar Nederland wil halen. Een prachtige wens vindt ze, maar of het een realistisch doel is, is een vraag die kleine rimpels in het voorhoofd veroorzaakt. “Ik sta er volledig achter, maar je moet wel heel goede plannen maken. Dan denk ik niet eens in de eerste plaats aan de noodzakelijke infrastructuur. Met geld is alles mogelijk en alles te realiseren. Maar hoe verander je zo snel een hele cultuur? En hoe de hele houding tegenover topsport? Hoe krijg je een land op olympisch niveau, en hoe krijg je het voor elkaar dat het merendeel van de Nederlanders precies begrijpt wat het is om aan topsport te doen?” Ze is gevraagd om in de zogeheten sportcouncil zitting te nemen, het overlegorgaan van voornamelijk (oud-) topsporters. “Ik weet niet wat er precies van me verwacht wordt, maar ik weet wel dat ik er graag energie in wil steken ondanks het feit dat ik het zo verschrikkelijk druk heb met mijn werk en ook heel graag wat vaker bij mijn vriend in Waalwijk wil zijn. Ik vind het belangrijk genoeg om die Spelen naar Nederland te halen. Hetzelfde probleem (van tijdgebrek) doet zich voor bij mijn werk als bestuurslid van de Atletiekunie. Mijn rol is tot dusver te mager, en dat ligt voornamelijk aan mezelf. Maar het is wel goed dat ‘iemand van de straat’ in het bestuur zitting heeft genomen.” Polderen Wat kan ‘iemand van de straat’ betekenen op bestuurlijk niveau, of het nu de atletiekbond betreft of het organisatiecomité dat de Spelen van 2028 wil organiseren? “Ik zou iets kunnen betekenen bij talent­ontwikkeling. Het opzetten van een structuur om kinderen vanuit de schoolsport naar geschikte disciplines te krijgen. Die schoolsport stelt sowieso heel weinig voor in Nederland. De expertise om structuren te veranderen is zeker wel aanwezig in Nederland. Wanneer ik met Frans Thuys spreek [die de sportwereld de rug heeft toegekeerd, red.] komt hij met allerlei ideeën. Maar ook bij hem ontbreken tijd en energie er wat mee te doen.” Om ervoor te zorgen de Spelen in huis te halen, moet je volgens Van Langen in elk geval niet ‘polderen’,

FOTO: ANP PHOTO

zoveel op elkaar lijken, ongeacht afkomst en andere culturele bagage.

schipperen om het maar iedereen zoveel mogelijk naar de zin te maken. Net zoals zij vroeger tijdens de 800 meter ook weleens een duwtje moest geven met een elleboog om de door haar gewenste plek te bezetten, zul je op dit niveau concessies moeten laten varen. “Er is nu een discussie gaande over de vraag of je misschien Rotterdam kandidaat moet laten zijn in plaats van Amsterdam. Dat laatste vanwege het feit dat er geen sportcultuur heerst. Nederland zal nooit de Spelen krijgen met Rotterdam in de hoofdrol. Ja, dat noem ik nu typisch Hollands polderen. Het is een belachelijke discussie en tijdverspilling bovendien om daarover te miauwen. Veel belangrijker is het goede mensen te zoeken en te vinden die de kar willen trekken. Zware jongens en meisjes uit bedrijfsleven, politiek en sportpraktijk. De allerbeste die te vinden zijn in Nederland. Het moeten sowieso de Olympische Spelen van Nederland worden. En dat de eerste misschien meer sportstad is, is een onbelangrijk detail. Dan maak je maar van Amsterdam een sportstad. Om de Spelen te krijgen moet je doen wat nodig is.”

Vanwege haar prestaties in dat jaar werd Ellen in 1992 uitgeroepen tot Sportvrouw van het Jaar.

“Als topsporter moet je heel hard zijn voor jezelf, erg diep kunnen gaan, je niet laten afleiden” nummer 4 - 2010

COACH

17


GLADIATOR VERBEEK

Gertjan Verbeek, de nieuwe gladiator van AZ

“Ik ben geen Harry Potter of zo” Gertjan Verbeek laat zijn teams spelen met een herkenbare, aanvallende stijl. Binnen de methode van de nieuwe AZ-trainer is een cruciale rol weggelegd voor het sturen van mentale processen. Voor NLCOACH ging Verbeek er voor dat onderwerp eens goed voor zitten.

COACH

bij Heracles maakt de geboren Deventenaar dit seizoen weer drie stappen vooruit. Tijdens onze ontmoeting is de inkt van het driejarige contract met AZ amper opgedroogd. “Ondanks de onzekerheid over de toekomst, staat voor mij vast dat er in Alkmaar een topsportmentaliteit heerst waar ik met mijn aanpak prima uit de voeten kan. Het budget zal ook dit seizoen rond de 25 miljoen liggen. Ik krijg er alle kans om mijn methode nog meer te verfijnen.” Inspirator Naast Verbeeks focus op fysieke fitheid en discipline, staat de vertegenwoordigerszoon ook te boek als de trainer bij uitstek die topprioriteit geeft aan mentale coaching en groepsdynamische processen. Huren andere trainers zoals Steve McClaren – die vorig seizoen nog FC Twente naar de lands­titel leidde – specialisten in die met de spelersgroep aan de slag gaan, Verbeek doet alles zelf. De boekenkast in zijn kantoor is gevuld met boeken van auteurs als Stephen Covey, Peter Murphy en Marc Lammers. Verbeeks methode is een combinatie van alle mogelijke prestatiebevorderende technieken. Dat maakt Verbeek tot de moderne

“In Alkmaar heerst een topsportmentaliteit waar ik met mijn aanpak prima mee uit de voeten kan”

Door: Toine Rongen

18

A

ls ware het de openbaring van de Da Vinci Code, zo opent de 47-jarige trainer de deur van de kleedkamer in het Polman Stadion, tijdens de laatste fase van zijn succesvolle seizoen bij Heracles. Hij loopt direct af op een grote tekening van een cirkel met pijlen en steekwoorden, de methode Verbeek op 1,5 vierkante meter. Dat deze effectief is, blijkt uit een ander vel, even verder op. Daarop prijken de inmiddels gerealiseerde doelen zoals het behalen van de play-offs en het kampioenschap voor het tweede elftal van de Heraclieden. “Allemaal bereikt met een instelling waarbij we uitgaan van eigen kracht,” aldus Verbeek. Met de op een-na-laagste begroting van alle eredivisieclubs, speelde SC Heracles vorig seizoen fris en swingend op de aanval. Het publiek herkent de speelstijl uit Verbeeks jaren bij sc Heerenveen. Feyenoord omarmde daarom ook de zoon van een Rotterdamse moeder die het bombardement op de stad overleefde. Hoewel toegejuicht door Het Legioen, kon Verbeek van het bestuur, opgestookt door enkele bepalende spelers, in De Kuip zijn karwei niet afmaken. Na een stapje terug

nummer 4 - 2010


“Ik vind het geweldig om jonge mensen te begeleiden in hun stap naar volwassenheid”

FOTO: SOENAR CHAMID

Gertjan Verbeek zal als nieuwe trainer van AZ vooral de nadruk leggen op mentale processen.

voetbaltrainer van vandaag, een inspirator, een therapeut, een langeafstandloper en een oud-bokser in een Rambo-lijf, zo weggelopen uit de set van Braveheart of Gladiator. Bij de tekening doceert hij: “Waar het allemaal om draait, is dat spelers in focus zijn, geconcentreerd, in het centrum [wijzend naar de kring, red.]. Alleen vandaar kunnen spelers hun taak uitoefenen en alleen dan genereer je de kenmerken die daarbij horen zoals rust, alertheid, ontspannenheid, vertrouwen, optimisme. Alles draait om het beïnvloeden van je stemming. Kom je met 1-0 voor, dan ga je automatisch positief denken, met het gevolg dat je je ook zo voelt en je ook zo gedraagt. Maar tegelijkertijd zijn er allerlei factoren die de spelers direct uit hun focus kunnen halen zoals het

weer, de scheidsrechter, het veld, de tegenstander, het publiek, de media, et cetera. Spelen we slecht dan dreigt er onrust: vooroordeel, zelfonderschatting, agressie, angst, koppigheid, frustratie, gespannenheid, ruis, lawaai in je hoofd. Spelers komen daardoor nog verder van hun kracht te staan, ze kijken angstig naar de klok, gaan schelden, op zichzelf, op medespelers, tegenstanders, de arbitrage.” Focus “Een 0-1 achterstand geeft een pessimistische gedachte, daarna een negatief gevoel en dat uit zich weer in agressief, passief of vluchtgedrag. We maken spelers daarvan bewust. Met het doel uiteraard in de wedstrijd een ommekeer te kunnen bewerkstelligen. Daar werken we voortdurend aan, in de kleedkamer, tijdens individuele

gesprekken, maar ook tijdens trainingen en wedstrijden. Een van onze spitsen blijft na een gemiste kans soms minutenlang hangen in zijn rouwmoment. Zaak is dan om hem bij de les, in focus, te krijgen. De rust is daarvoor een prima moment. Dan vraag ik aan die spits: Waarin ligt nou behalve in scoren je kracht? ‘De ploeg beter laten spelen’, zegt hij dan bijvoorbeeld. Hoe doe je dat? ‘Door aanspeelbaar te zijn en door vrij te lopen.’ Hoe? In of van de bal? ‘Van de bal’, zegt hij weer. Daarmee heeft deze speler al een nieuw focuspunt. Dan: Waar scoor je het meest? ‘Bij de tweede paal.’ Dus, zeg ik, breken we op de flanken door, dan ga je naar de tweede paal. Een van onze verdedigers [bij Heracles, red.] daarentegen haalde zichzelf uit focus door juist te ver vooruit te denken, daarbij was hij ook te kritisch op zichzelf, raakte daardoor te gespannen en kreeg vaak een verkeerde agressie. Met hem sprak ik verschillende woorden af die als trigger kunnen dienen. Woorden die hem direct in focus brengen. Gaat er iets fout en dreigt hij in een rouwmoment weg te vluchten dan roep ik van de kant: ‘Schakelen!’ Of ‘Strijd!’” Drijfveren Terug in zijn werkkamer laat Verbeek vragenformulieren zien die je eerder bij een HR-afdeling van een bedrijf verwacht dan

nummer 4 - 2010

COACH

19


A B N

A M R O

S P O R T & E N T E R TA I N M E N T

F I N A N C I A L M A N A G E M E N T & P L A N N I N G V O O R D E P R O F E S S I O N A L

DE LEVENSLOOP VAN EEN PROFESSIONAL VEREIST EEN ANDERE TOEKOMSTVISIE FINANCIËLE DIENSTVERLENING OP HET HOOGSTE NIVEAU Met toewijding en professionaliteit hebt u zich naar de top gewerkt en duizenden toeschouwers genieten van uw vaardigheden op het veld of op het podium. U staat vaak onder enorme druk om te presteren. En daarom laat u uw belangen behartigen door een team dat u vertrouwt. Wij willen graag een aanvulling op dit team zijn. Daarom bieden wij u een dienstverlening op maat voor financiële vraagstukken die spelen tijdens en na uw carrière als ook in uw priveleven. Wij concentreren ons op maatwerk en verdiepen ons serieus in wat u beweegt.

GA NAAR ABNAMRO.NL/SED

Daardoor kunnen wij u professioneel begeleiden bij het managen van uw vermogen. Wij luisteren, begrijpen, doen en helpen u bij het definiëren van uw behoeften en doelen. Met u stellen wij een plan op om uw financiële doelstellingen te verwezenlijken. En passen dit aan indien veranderingen in uw persoonlijke omstandigheden of op de financiële markten daarom vragen. Neem dus nu contact met ons op voor een vrijblijvend gesprek en bezoek onze site. Wij komen graag met u in contact.


“Ik geloof erg in proactiviteit, in het creëren van je eigen geluk”

bij een voetbalclub. Gedreven: “Spelers dienen vijf drijfveren te omcirkelen waardoor ze met enthousiasme hun bed uitkomen zoals vrijheid, gezondheid, economische zekerheid, vriendschap, roem, genegenheid. Natuurlijk kijken spelers daar in het begin vreemd van op. Vraag lukraak tien mensen op straat wat hun drijfveren zijn en ze kijken je vreemd aan. Maar ze weten het wel, alleen zijn ze er niet bewust mee bezig. Dat doen wij hier wel. Spelers beginnen het ook zinvol te vinden, vooral als ze merken dat ze meer in hun kracht komen en zichzelf beter zien worden. Doordat ze hun drijfveren opsporen, kunnen ze die bewust aanwenden en ze gaan ontwikkelen. Zodat ze scherper, beter worden, privé maar vooral ook als voetballer.” “Ik ben elke dag van ’s ochtends negen uur tot ’s avonds op de club. Dat hou ik niet vol als ik niet bewust ben van mijn drijfveren. Ik vind het geweldig om jonge mensen te begeleiden in hun stap naar volwassenheid. Ze worden van junior senior, van amateur professional, van subtopper topper. Om ze daarin te begeleiden, vind ik geweldig. Ikzelf was vroeger een matige voetballer die echter met zijn aangeboren doorzettingsvermogen en gedrevenheid alles uit zijn mogelijkheden heeft gehaald. Maar andere spelers hadden dat niet, ze hadden geen mentaliteit, zeiden ze dan. Die kwamen te laat op de training en kregen dan een boete. Toen ik als trainer bij de jeugd begon, kwam ik ook niet verder dan een aai over de bol of een schop onder

de kont. Ik zag al snel dat er een braakliggend gebied voor ons lag. Bij het Heerenveen van Riemer en Foppe, onder wie ik jarenlang assistent-coach ben geweest, stond men wel open voor dit soort processen. We consulteerden onder andere Paul van Zwam, een mental coach. Toen ik als hoofdtrainer begon liep Van Zwam het hele seizoen een dag met me mee, samen evalueerden we de groepsdynamische processen en de invloed van de trainers daarop. Die gesprekken waren soms best confronterend maar vooral buitengewoon verfrissend en zinvol. Vooral ook omdat wij zagen dat hiermee niet alleen de staf maar ook spelers flinke stappen vooruit maakten. Eén voorwaarde: ík werd gecoacht door de mental coach, niet de spelers, hij stond dus niet voor de groep. Dat doe ik altijd. Voor de spelers ben en blijf ik het aanspreekpunt.” Synergie “Ik volg nog altijd cursussen, workshops en seminars over neurofeedback, Neuro Linguïstisch Programmeren, de ijsbergtheorie, EMDR, noem maar op. Ook werken we sinds kort met een stresseraser die laat zien dat je met een rustige buikademhaling je hartritme kan reguleren. Hoe meer coherent de hartslag is, hoe beter je met stress kunt omgaan. Verder

lees ik veel op dit gebied: variërend van The Secret, Uw brein als medicijn tot De zeven eigenschappen van effectief leiderschap. Zo geloof ik erg in proactiviteit, in het creëren van je eigen geluk, van je eigen psychologische stemming. En ik werk altijd met het eind voor ogen. Ik wil altijd vanuit onze eigen kracht voetballen, altijd met de wil om te winnen met mooi aanvallend voetbal. Daarom moeten de spelers topfit zijn, fysiek maar ook mentaal. Die positiviteit slaat dan automatisch over naar het publiek, ze vinden het leuk om er naar te kijken, raken enthousiast, dat slaat weer terug naar de spelers en in die win-winsituatie creëer je automatisch een synergie. Het team overstijgt als het ware zichzelf.” “Alles wat zinvol is, maak ik mezelf eigen en integreer ik. Eén voorwaarde: het moet bij me passen. Ik heb bijvoorbeeld niets met dat in groepsverband enthousiasmeren van elkaar. Pal voor de wedstrijd in een kring gaan staan en elkaar vervolgens oppeppen met yells en zo. Als de groep dat wil, moeten ze dat zeker doen. Maar daarvoor ben ik te nuchter. Nee, we geven elkaar voor de wedstrijd allemaal de hand en wensen elkaar een prettige wedstrijd. Aan de methode Verbeek is niets magisch, het is zo nuchter als wat. Ik ben geen Harry Potter of zo.”

“Aan de methode Verbeek is niets magisch, het is zo nuchter als wat” nummer 4 - 2010

COACH

21


TRAININGSSCHEMA’S

Man van de praktijk en de lange adem

fOTO: ELIZABETH REMIJNSEN

“Ze zien mij als het geheim achter hun succes” A Onder de vlag van zijn test- en adviesbureau Stapsport begeleidt Frank Senders zowel beginners als topsporters. De trainingsschema’s die zij krijgen, heb­ben één overeenkomst: de trainer/coach heeft ze allemaal persoonlijk getest.

COACH

Internet Senders houdt zich nog vrijwel dagelijks bezig met hardlopen, fietsen, zwemmen en core stabilitytrainingen. “Daardoor kan ik mijn kennis goed overdragen op de sporters. Als ik dat niet doe, hoe kan ik ze dan vertellen hoe ze moeten trainen? Er zijn te veel coaches die dit niet doen. Dat vind ik

een tekortkoming. Een schema op papier moet wel uit te voeren zijn. Ik weet dat het kan, want ik heb het zelf gedaan. Omdat mijn sporters dat ook weten, gaan ze niet twijfelen aan het schema.” Senders coacht tussen de 45 en 60 sporters, in onder meer Nederland, België, Duitsland, Zwitserland, Engeland, de Verenigde Staten en Canada. Hij kan niet iedereen aannemen, maar staat wel overal voor open. Daarom begeleidt hij zowel beginnende sporters als profwielrenners en -triatleten. “Toen ik eind jaren tachtig begon met Stapsport, was het mijn bedoeling om professionele tests ook beschikbaar te maken voor de gewone man. Ik wil iedereen kunnen optillen naar een hoger niveau, niet alleen de toppers maar ook hobbysporters. Ik begeleid nu iemand die vroeger op school altijd als laatste werd gekozen. Hij is begonnen met fietsen en kon eerst nauwelijks meekomen, maar is inmiddels de snelste van zijn trainingsgroep. Dat geeft me geweldig veel voldoening.” In het begin verstuurde Senders de trainingsschema’s per post en fax. Sinds de intrede van internet heeft hij dag en nacht inzicht in

“Ik wil iedereen kunnen optillen naar een hoger niveau, niet alleen de toppers maar ook hobbysporters”

Door: Sven Remijnsen

22

an de fietstrainer in zijn kantoor is te zien dat Frank Senders er veel kilometers op maakt. Als man van de praktijk begeleidt hij wielrenners en triatleten uit de hele wereld en er gaat in Meerle, net over de Belgische grens, geen schema de deur uit zonder dat Senders (49) het zelf heeft getest. “Er moet een punt komen dat ik minder word”, weet hij. “Dat heb ik nog niet bereikt. Het is voor mij ook een teken dat ik op goede schema’s train. Niet gericht op de korte termijn, maar op langdurig succes.” Senders was jarenlang zelf triatleet. Soms, zoals eind vorig jaar in Arizona, waagt hij zich nog aan een wedstrijd. “Daar heb ik een hele triatlon gedaan, maar dat was meer voor de fun. Voor zover je daar tenminste over kunt spreken bij de triatlon.”

nummer 4 - 2010


fOTO: ELIZABETH REMIJNSEN

de prestaties van zijn sporters. Ze fietsen met een vermogens- en een hartslagmeter en zetten deze gegevens na de training meteen online. “Daardoor kan ik van moment tot moment precies zien wat ze hebben gedaan. Ik zit veel dichter op de sporter en kan direct ingrijpen als er iets aan de hand is.” Prijs Voor Senders vormt vermogen in combinatie met hartslag de belangrijkste bron van gegevens. Hij laat zijn sporters ook cijfers geven in hun online logboek: een cijfer voor hun zojuist afgewerkte training en een cijfer voor hoe ze zich voelen. Ook op die manier kan hij kort op de bal spelen. Hoewel de ex-triatleet veel via internet werkt, noemt hij zichzelf geen online coach. “Ik ben een personal coach. Ik heb contact met iedereen en maak een schema dat op de persoon is gericht. Er zijn onlinecoaches die voor vijf euro per maand een schema maken. Dat lijkt me onmogelijk.” Een goede coach heeft zijn prijs, betoogt Senders. “We zijn in Nederland gelukkig met een inhaalslag bezig. Tot voor kort verdienden alleen voetbalcoaches

hier hun boterham met hun vak. Maar als ik een professionele training kom geven, dan hoort daar een professionele vergoeding tegenover te staan. Vergelijk het met een metselaar. Metselt die je schuurtje, dan vindt niemand het gek als hij daar geld voor vraagt. En hoe meer uren hij er aan besteedt, hoe mooier het schuurtje.” Senders merkt dat steeds meer sporters de meerwaarde van een coach inzien en daar nu ook voor willen betalen. “Als ik vroeger per e-mail de vraag kreeg of ik eens een schema wilde maken, en ik antwoordde met mijn prijs, dan reageerde 99 procent van de Nederlanders nooit meer, evenals 50 procent van de Belgen en 20 procent van de Duitsers. Nu is het andersom. Mensen benaderen me voor een schema en vragen meteen wat het kost.” In Noord-Amerika, waar hij regelmatig is om zijn sporters op te zoeken, ziet de Nederlander hoe het moet. “Daar heeft de coach veel meer status dan hier. Amerikanen geven daarom makkelijker geld uit aan een coach. Dat is zijn werk en daar zit zo veel uur arbeid in, zo redeneren ze.”

Frank Senders met zijn pupil Luuk Goos.

Geheim achter succes Kortetermijnsucces op dubieuze gronden kan de trainer/coach gestolen worden. “Ik ben van de lange adem. Ik wil talenten goed en verantwoord begeleiden, want er is ook nog een leven na de sport. Over doping praten is geen taboe, het gebruiken wel. Als ik merk dat een van mijn mensen die kant op wil, dan valt het doek.” Een paar keer per jaar heeft Senders inzage in de bloedtests van zijn pupillen. Hij denkt dat het wielrennen op de goede weg is, maar ook dat er altijd doping gebruikt zal worden. “Tot een paar jaar geleden wist onder de sporters iedereen van iedereen waar de epo te halen was. Daar wordt nu over gezwegen, het is weer een taboe. Dat komt ook omdat de sport steeds schoner wordt.” Er zijn sporters die een geheim maken van hun samenwerking met Senders. Niet omdat ze iets te verbergen hebben, maar omdat ze hem niet willen delen met anderen. “Ik coach wielrenners die dat niet aan de grote klok willen hangen en daarom zeggen dat ze hun trainingen zelf organiseren. Zij zien mij dan misschien als het geheim achter hun succes.”

nummer 4 - 2010

COACH

23


Start een opleiding bij de KNSB Liefhebber van schaatsen en interesse in een opleiding tot schaatstrainer of jurylid? Dat kan! De KNSB verzorgt opleidingen, voor alle disciplines van de sport. Langebaan, marathon, shorttrack, kunstrijden of inline-skaten; wie als trainer of jurylid aan de slag wil, kan bij de KNSB terecht. Kijk voor meer informatie over de inhoud van de opleidingen op: www.KNSB.nl/bond/opleidingen OPLEIDINGEN SEIZOEN 2010-2011 | INSCHRIJVING GEOPEND!

Trainersopleidingen

Schaatsbegeleider niveau 1 Schaatsbegeleider niveau 1 G-schaatsen Schaatsleider niveau 2 Schaatstrainer-coach niveau 3 Schaatstrainer-coach niveau 4

Alkmaar, Deventer, Den Haag, Utrecht Utrecht Hoorn, Zoetermeer, Tilburg, Deventer, Assen, Nijmegen, Utrecht Enschede, Haarlem, Breda, Utrecht, Heerenveen Amersfoort (januari 2011)

Organisatorische opleidingen Basis jury (LB)

Haarlem, Amsterdam, Zoetermeer, Deventer, Wageningen, Utrecht, Groningen, Hoorn, Breda, Hoogeveen Basis jury (MA) Tilburg, Nijmegen Basis jury (ST) Tilburg Scheidsrechter regionaal/gewestelijk (LB) Tilburg, Haarlem Scheidsrechter regionaal/gewestelijk (ST) Amersfoort Starter regionaal/gewestelijk (LB) Amersfoort Wedstrijdorganisatie (KR) Amersfoort Speaker (LB) Heerenveen Systeem beheerder (MA) Amersfoort

Adv_opleiding_half.indd 14

29-07-2010 09:36:51

A NEW PLATFORM FOR Het International Council for Coach Education (ICCE), NOC*NSF, NLcoach, Academie voor Sportkader en Arko Sports Media nodigen u uit voor hét internationaal congres over (sport) coaching! Het 6th ICCE Continental Coach Conference 2010 vindt plaats van donderdag 2 t/m zaterdag 4 december 2010 in Hotel en Congrescentrum Papendal te Arnhem. Kom ook naar hét internationale congres over (sport)coaching om u te laten informeren over de laatste ontwikkelingen binnen het vak en om zo’n 600 collega’s uit alle delen van de wereld te ontmoeten! Het jaarlijks terugkerende, drukbezochte Nationaal Coach Congres is geïntegreerd in het internationale congres, waarbij buitenlandse én Nederlandse sprekers op het programma staan. Actuele informatie over het programma vindt u op www. icce2010.com of schrijf u via de website in voor onze nieuwsbrief.

www.icce2010.com

THE FUTURE OF

SPORTS COACHING

Call for papers Wilt u uw paper presenteren op het congres? Bekijk dan op www.icce2010.com de Call for papers en stuur voor 15 september 2010 uw abstract in! Inschrijven Pak deze kans en schrijf u direct in via de website www.icce2010.com! Tot 1 oktober 2010 ontvangt u ruim 10% korting op de deelnameprijs voor het 3-daagse congres. Contact en informatie Heeft u vragen over het congres, dan kunt u contact opnemen met het congressecretariaat van Arko Sports Media via telefoonnummer 030 - 707 30 70 of e-mail icce@arko.nl.


Thema

“Sancties op nietbewegen!”

Als ik r e t s i n i m was...

Eerder in dit nummer kon

een van de meest gehoorde en logische eerste antwoorden op

u al lezen over de – al

de vraag: Wat zou u doen als minister? “Ik zou lichamelijke

dan niet – wenselijkheid

opvoeding als de sodemieter weer een belangrijk vak

om in Nederland nu

maken”, aldus ‘excellentie’ Ria Stalman. De olympisch

eindelijk te komen tot

kampioene discuswerpen van Los Angeles 1984 krijgt

een apart ministerie

brede bijval, onder meer van oud-judoka Jessica Gal, die

van Sportzaken en een échte minister van Sport. In het voor u liggende themaonderdeel van NLCOACH nemen we

alvast een voorschot op de bordesscène

nu werkzaam is als sportarts. Zij gaat zelfs nog wel wat verder: “Weer fietsen naar school en rondom scholen flink wat sportfaciliteiten aanbieden. Als we kinderen nu niet massaal aan het bewegen krijgen, zitten we straks met een moddervette bevolking.” Gal is bereid ver te gaan om haar

op paleis Huis ten Bosch en polsen we enkele kandidaten

‘beleid’ succesvol te maken: “Lichte dwang, bijvoorbeeld

voor die – uiteraard zéér nadrukkelijk gewenste – minis-

door sancties te zetten op niet-bewegen.”

terspost.

Als het aan fysiotherapeute Joukje Versluijs ligt, gaat het

In de sfeer van het vrolijke liedje Si j’étais président

mes in het voetbal en wielrennen. Die sporten kunnen

van de Fransman Gérard Lenorman (in het Nederlands

minder geld tegemoet zien, want zijn prima in staat zichzelf

vertolkt door Rudi Carrell), vroegen we aan diverse

te bedruipen. “Dat geld moet naar de paralympiërs en

vertegenwoordigers uit de sport en ‘aanpalende sectoren’

bijvoorbeeld het ambitieuze plan van de basketbalvrouwen”,

als sportgeneeskunde en -psychologie om zichzelf te

aldus mevrouw de minister, voorheen werkzaam bij de

visualiseren als minister van Sport en te verwoorden

Nederlandse volleybalsters. Hockeycoach Marc Lammers,

waar en hoe zij er dan voor zouden zorgen dat sport een

fameus om zijn visionaire innovaties, richt zich op de Spelen

prominentere rol krijgt in de Nederlandse samenleving.

van 2028. “Talentontwikkeling schiet er als eerste bij in als

Want we zeggen nu wel dat we sport belangrijk vinden,

er moet worden bezuinigd. In het hockey bijvoorbeeld, traint

een plek bij de top-10 in de wereld nastreven en de

Jong Oranje veel te weinig. Als je de Olympische Spelen wilt

Olympische Spelen van 2028 naar Nederland willen halen,

binnenhalen, is dat ongehoord. De kinderen die in 2028 voor

maar brengen we die ambities ook echt in praktijk?

ons medailles moeten halen, zijn bijna allemaal al geboren.

“Gym- en zwemlessen moeten weer terug op school”, is

Die moet je dus optimale kansen bieden.”

inhoud thema Excellentie Marc Lammers: “Overdag sporten met school, ’s avonds op de club”. . . . . . . . . . . . . . . . . . . 26 Excellentie Ria Stalman: “Maak van gymles weer belangrijk schoolvak”. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .29 Excellentie Jessica Gal: “Ander gedrag kan niet zonder (lichte) dwang”. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 30 Excellentie Joukje Versluijs: “Met kijkcijfers heb ik niets te maken”. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 32 Excellentie Hardy Menkehorst: “Mentale training voor iedereen” . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 33

nummer 4 - 2010

COACH

25


THEMA

als ik minister was... debat

Stel: u wordt benoemd tot minister van Sport. Wat zijn de aspecten die u het eerst gaat aanpakken? Als eerste aan het woord ‘minister’ Marc Lammers, een innovatieve coach die met de Nederlandse hockeysters onder meer olympisch goud won in 2008.

Schoolsport

Marc Lammers: “De gym- en zwemlessen moeten weer terug op álle basisscholen. Dat is relatief een dure bedoeling. Je hebt een zaal of zwembad nodig, vakkundige leraren en een bus om de kinderen te vervoeren. Dus leek het eenvoudig om in dat budget te snijden. Maar we hebben ons daarmee juist ongelooflijk in de vingers gesneden. Er zijn steeds meer kinderen met overgewicht, die getallen zijn schrikbarend. En omdat de jeugd veel tijd achter de computer, de Wii, PlayStation doorbrengt, zitten ze niet alleen stil, maar zijn ze ook niet meer gewend om dingen met elkaar te doen en om samen te werken.” “Vooral in deze tijd met kinderen uit verschillende culturen is het van groot belang dat dat wel gebeurt. Sport is dan hét middel, en wat is er mooier om daar op school mee te beginnen? Bij het sporten gelden afkomst en kleur niet. Ik was onder de indruk van die film over Nelson

Excellentie Marc Lammers:

“Overdag sporten met school, ’s avonds op de club”

Mandela, met het verhaal van het zeer succesvolle Zuid-Afrikaanse rugbyteam waarin twee culturen bijeenkwamen.” “Scholen zouden veel centraler moeten staan. Ouders zouden daar voorlichting moeten krijgen over sportbeoefening en gezonde voeding. Het schoolplein is letterlijk het middelpunt van onze samenleving, want iedereen moet naar school en ouders halen daar hun kinderen op. Daar zou je veel meer gebruik van moeten maken. Weg dus met die saaie stoeptegel en leg Door: Hans Klippus

26

COACH

nummer 4 - 2010

er interactieve kunstgrasveldjes neer, het liefst natuurlijk een Marc Lammers Plaza.” “In het voortgezet onderwijs zouden standaard door het jaar heen scholencompetities moeten worden gehouden in vele takken van sporten. Dat is enerverend en zo stimuleer je de jeugd. En wie echt goed is, krijgt een beurs en kan naar de universiteit. In de Verenigde Staten werkt dat systeem uitstekend. Wij hebben zelf natuurlijk een prachtig verenigingssysteem. Maar dat kan toch samen? Overdag sporten met school, ’s avonds op de club.”

Talentontwikkeling

Lammers: “Er moet een nieuw Nationaal Sport Centrum komen in de buurt van Amsterdam of Utrecht, dus centraler dan Papendal, waar de grootste talenten in de leeftijd van 16 tot 21 jaar uit alle olympische sporten bijeenkomen. De Jong Oranje-generatie, zeg maar. Ik ben blij met de centrale trainingscentra die door NOC*NSF in het leven zijn geroepen, maar dit is weer een categorie ouder.” “Als ik naar het hockey kijk, dan constateer ik dat Jong Oranje eigenlijk te weinig traint. Die jongens en meisjes horen van maandag tot en met donderdag met elkaar te trainen, vrijdag kunnen ze dat bij hun eigen club doen en dan zaterdag of zondag competitie spelen.” “De talentontwikkeling schiet er in de sport als eerste bij in als er moet worden bezuinigd. Dat is mooi en aardig, maar als je de Olympische Spelen wilt binnenhalen, is dat ongehoord. De kinderen die in 2028 voor ons medailles moeten halen, zijn bijna allemaal al geboren. Die moet je dus optimale kansen bieden. Want we willen als organiserend land ook op sportief gebied goed voor de dag komen. Ja, de Spelen krijg je nu eenmaal niet gratis. Politiek Den Haag moet dus keuzes maken. Ik ben een voorstander van Olympische Spelen in Nederland, maar dan moet er wel een heel goed plan zijn dat veel breder is dan topsport alleen. Als je die Spelen wilt, ga er dan ook echt voor. Er is niets erger dan iets halfbakken doen.”

Topsportbeleid

Lammers: “Hier wil ik een relatief kleine aanpassing doen. Het huidige


FOTO: SOENAR CHAMID

stipendium voor A-sporters is te ouderwets. Er wordt namelijk geen onderscheid gemaakt tussen jonge en oude sporters. En dat zou in mijn ogen wel moeten. Voor jongeren is de maandelijkse vergoeding zeker toereikend, maar voor ervaren mensen die soms een eigen huis hebben en getrouwd zijn, is het gewoon te weinig. Daardoor stoppen ze eerder dan ze eigenlijk wilden. En dat is weer nadelig voor de prestaties. Ik denk bijvoorbeeld dat uit mijn oude team Minke Booij zeker nog makkelijk twee jaar had kunnen doorgaan, maar ze dacht aan haar toekomst. De ouderen zijn vaak bang dat ze maatschappelijk niet meer of moeilijker aan de bak komen. Er moet dus wat extra’s tegenover die jaren staan dat ze zich hebben ingezet. Het mooiste zou zijn als die ervaren sporters worden gekoppeld aan sponsors die ze kunnen inzetten voor commerciële doeleinden. Er zijn landen waar topsporters bij voorbaat al verzekerd zijn van een baan als ze stoppen. Dan hoeven ze zich daar geen zorgen over te maken.’’

In 2008 werden de hockeyvrouwen onder leiding van Marc Lammers olympisch kampioen.

“Als je die Spelen wilt, ga er dan ook echt voor. Er is niets erger dan iets halfbakken doen” Bolhuis of Alberda “Ik ben zeker een voorstander van het in het leven roepen van een minister van Sport. Als we als Nederland het WK voetbal en de Olympische Spelen in huis willen halen, dan heb je absoluut iemand nodig met die status. Bovendien wordt sport steeds belangrijker in onze maatschappij. Dat gaat veel verder dan topsport. Ik denk dan aan de gezondheid van de mensen en aan de integratie. Daarbij speelt de sport nu al een cruciale rol en zit er wat mij betreft een nog veel grotere rol in. Maar dan moet de sport die kans wel worden geboden. Als er nu een staatssecretaris wordt aangesteld, krijgt hij of zij de sport er naast de gezondheidszorg even bij. Dat zegt genoeg.” “Ik durf te stellen dat sport minstens net zo belangrijk is voor dit land als de gezondheidszorg. Als het goed wordt aangepakt, zorgt de sport ervoor dat de kosten in de zorg veel minder zijn. Ik denk zelfs dat de minister van Sport over een jaar of dertig een van de belangrijkste personen in onze politiek is.” “Ik heb ex-sporters als Pieter van den Hoogenband en Richard Krajicek hoog zitten. Ze hebben ook de ambitie om op bestuurlijk gebied iets te betekenen voor Nederland. Om minister van Sport te zijn, hebben ze nu alleen nog te weinig ervaring. Dat zou natuurlijk ook voor mijzelf gelden. Voor (oud-)sporters is het niet eenvoudig om in de politiek de weg te vinden. Dat vergt ervaring en geduld. Daarom denk ik op dit moment meer aan mensen als André Bolhuis en Joop Alberda.”

nummer 4 - 2010

COACH

27


Heel Nederland vitaal in 2016 Zilveren Kruis Achmea zet zich in voor de gezondheid Zilver en vitaliteit van Nederland. Wij doen dit door het vi organiseren van de beste zorg, maar ook door het orga creëren creër van bewustwording over en helpen bij een gezonde levensstijl. Dat doen wij onder meer door gezo samen same te werken met partners binnen en buiten de zorg. Zo kunnen onze verzekerden rekenen op kwaliteit, duidelijkheid en hulp waar nodig om zo gezond en duide vitaal mogelijk te zijn én te blijven. vitaa Als grootste zorgverzekeraar van Nederland hecht A ls g Zilveren Kruis al jaren grote waarde aan vitaliteit en Zilver sport. Daarom ondersteunen wij de ambitie om heel Nederland vitaal te laten zijn in 2016.

www.zilverenkruis.nl


als ik minister was...

Excellentie Ria Stalman:

“Maak van gymles weer belangrijk schoolvak” A Door: Kees Kooman

Geen trots

Over infrastructuur gesproken: die is volgens Ria Stalman dan wel aanzienlijk verbeterd in verhouding tot haar tijdperk, maar nog steeds echte topsport onwaardig. Je kunt (als NOC*NSF) wel

Het hoogtepunt van Stalmans carrière was de gouden medaille die zij tijdens de Olympische Spelen in 1984 in Los Angeles won op het onderdeel discuswerpen.

FOTO: SOENAR CHAMID

ls minister Stalman het voor het zeggen krijgt, zou ik als de sodemieter van lichamelijke opvoeding weer een belangrijk schoolvak maken. Kijk goed om je heen en je ziet wat ik bedoel: veel te dikke kinderen die alleen geïnteresseerd zijn in hun mobiele telefoon en wat er allemaal op de display verschijnt. Een generatie potentiële suikerzieken is in aantocht. Vlakbij mijn huis in Amsterdam is een gymlokaal waar ik weleens een klas naar binnen zie gaan. Die staat drie kwartier later, omgekleed en wel, weer op straat. Dat betekent hooguit een halfuurtje effectieve beweging.” Ria Stalman verbleef, voordat ze olympisch kampioene discuswerpen werd in 1984 (Los Angeles), vijf jaar in het Amerikaanse Tempe (Arizona), gretig gebruikmakend van de faciliteiten die haar door een plaatselijke universiteit werden geboden. “Wat betreft verenigingsleven kunnen de Verenigde Staten nog wat leren van Nederland, maar andersom had je de positieve uitstraling van schoolcompetities in alle sporten. Toen en nu. Ik voel er veel voor om dergelijke wedstrijden hier te propageren. Een kwestie van uitgekiend organiseren.” Het voordeel van een compacte infrastructuur in de stedelijke gebieden moet je volgens haar optimaal benutten, veel meer dan het tot dusver gebeurt. Maar allereerst dus terug naar ogenschijnlijk onbenullige spelletjes als slagbal en ‘reis om de wereld’, waarbij alle verplaatsbare attributen uit een gymnastieklokaal een rol krijgen toebedeeld.

zeggen dat een plaats bij de top-10 van het medailleklassement bij Olympische Spelen uitgangspunt moet zijn, maar daarvoor moet je ook kunnen terugvallen op de onvoorwaardelijke (mentale) steun van je omgeving. “Topsporters worden tegenwoordig veel meer gerespecteerd, terwijl ik nog als een uitslover werd beschouwd. Er is veel gebeurd in Nederland sedert 1980. Volleybal was nog een sport voor geitenwollensokkentypes. En opeens was het: joepie, het gaat hier over presteren!” Maar je moet, zo benadrukt Stalman, beslist niet willen overwegen om de Olympische Spelen naar Nederland te halen. Zeker weten dat er in de loop naar 2028 ‘Boerlages’ opstaan (Saar Boerlage zorgde er met haar aanhangers voor dat Amsterdam kansloos was bij de verkiezing voor 1992) die een redelijke

kans bij voorbaat om zeep zullen helpen. Niets aan te doen. “Wij zijn gewoon niet trots genoeg om de Spelen te kunnen organiseren, in tegenstelling tot bijvoorbeeld de Duitsers. Ik weet dat er over ons Nederlanders in het buitenland wordt gezegd dat wij het enige land in de wereld zijn dat op zichzelf neerkijkt.” En als je dan toch kans wil maken op de Spelen van 2028 moet je daarbij, aldus Ria Stalman nooit een voormalig politicus als Ivo Opstelten (“met alle respect voor zijn kwaliteiten”) de kar laten trekken. “Dan heb je beslist een zakenman nodig, iemand als Peter Ueberroth, de man die de Spelen van 1984 tot een groot succes maakte.” Als minister van Sport besteedt de olympisch kampioene liever alle geld, te spenderen aan promotieactiviteiten, aan een betere infrastructuur. Bestemd voor top én flop.

“Je moet beslist niet willen overwegen om de Olympische Spelen naar Nederland te halen” nummer 4 - 2010

COACH

29


THEMA

als ik minister was... debat

Excellentie Jessica Gal:

“Ander gedrag kan niet zonder (lichte) dwang” V

Door: Kees Kooman

oor hare excellentie minister Jessica Gal, oud-judoka en sportarts sedert 2005, zou het een attractief idee zijn de Olympische Spelen naar Nederland te helpen halen, mede ter aanmoediging van een gezonder sportklimaat. Het evenement zal vooral ten gunste komen van betere (topsport)voorzieningen. Het zou ook een stimulans kunnen zijn voor de bevolking om in beweging te komen. Kinderen die weer op de fiets naar school gaan, zoals tot voor twee decennia heel vanzelfsprekend. Daarvoor betere faciliteiten scheppen in de vorm van meer, veiliger en betere fietspaden. Breng tegelijkertijd de sport naar de jeugd in plaats van andersom is één van haar boodschappen. “Dus mogelijkheden om direct na school te kunnen sporten, in teamverband of individueel. Maar altijd in de nabije omgeving van school of huis.” Heel belangrijk hoor, volgens de voormalige judoka: de Spelen van 2028 in Nederland. “Of je ze ook krijgt, doet er eigenlijk niet eens zoveel toe. Als het maar wel een startsein is voor een betere toekomst op gebied van gezond bewegen en dus ook gezonder leven. Als we niet oppassen, is er straks sprake van een moddervette bevolking. Je zal dus als aspirant-organisatie moeten zorgen voor betere faciliteiten die iedereen ten goede komen. Dat kan door alle sectoren te laten samenwerken. Je zult alle ministeries, zoals die van Economische Zaken en Volksgezondheid, moeten mobiliseren.”

Verleiding en gemakzucht

Laat de Oranjegekte, opgeroepen door de prestaties van het Nederlands elftal bij het WK voetbal, een voorbeeld zijn. Gal: “Die jongens hebben gezorgd voor zoveel positieve uitstraling.” Daarbij waren het

30

COACH

nummer 4 - 2010

toonbeelden van fitheid, springlevende bewijzen van wat lichamelijke oefening met een mens kan doen. “We moeten proberen onze kinderen weer massaal aan het bewegen te krijgen. Door op straat te spelen en niet achter de computer te gaan zitten.” Uit eigen ervaring weet ze dat het voor een jonge, drukbezette moeder, heel verleidelijk kan zijn een kind voor de televisie te zetten. “Dat doe ik zelf ook.” Ze heeft het razenddruk als sportarts die pendelt tussen praktijken in Amsterdam en haar woonplaats Den Haag. Probeer niet toe te geven aan momenten van gemakzucht, hoe verdiend ook. “Je zult voorlichtingcampagnes moeten geven om Nederlanders in beweging te krijgen. Hoe doe je dat, waar moet je naartoe?” Jessica Gal verwijst graag naar trimbanen die in de zestiger jaren van de vorige eeuw als paddenstoelen uit de grond verrezen, inmiddels met mos bedekt. Daarvoor heb je wel bossen of grote parken nodig. Maar, zo zegt ze heel terecht, waarom zijn de meeste moderne atletiekaccommodaties (bijna allemaal voorzien van een peperdure, door subsidies verkregen kunststofbaan) overdag geheel verlaten? In afwachting van de paar fanatieke atleten die er wel gebruik van maken. Hetzelfde kun je zeggen van de vele sporthallen die ook grote delen van de dag ongebruikt blijven. Neem een voorbeeld aan grote steden als Rio de Janeiro en Mexico-Stad, waar in weekeinden grote delen worden afgesloten voor motorvoertuigen. Hardlopers van alle niveaus, wandelaars, rolschaatsers en ook fietsers krijgen ruim baan. Het zijn hele feestelijke gebeurtenissen, waarbij de zon zelden verstek laat gaan. Je moet niet verwachten, aldus Gal, dat je op geheel vrijblijvende wijze voor een kentering kan zorgen. Heel mooi, gezonde

voetballers of andere kampioenen als levende uithangborden, maar vandaag de dag (met de vrijwel onbeperkte keuze aan vermaak) beslist onvoldoende. Misschien klinkt het wat betuttelend uit haar mond, maar gaarne verwijst ze naar een medisch congres dat ze recent bezocht in de Verenigde Staten. “Een specialist hield er een presentatie waarbij de boodschap was dat je ander gedrag enigszins moet forceren. Lichte dwang in ieder geval en misschien wel sancties op niet-bewegen.” Je bereikt niets met een halfzacht rookverbod. Iedereen weet dat door roken de kans op kanker vele malen groter wordt, maar toch wordt in Nederland op grote schaal de hand gelicht met de onlangs ingestelde wetgeving. “Hoe het precies moet, weten we eigenlijk niet. Mogelijk door kortingen te geven bij zorgverzekeringen. Maar zeker is wel dat je verandering van gedrag niet helemaal kunt overlaten aan de goede en vrije wil van het individu. Denk aan het verbod van ongezond voedsel zoals snoep en fastfood in alle openbare ruimtes. Over sancties of bonussen om gezond leven te propageren moet een minister van Sport goed nadenken. Maar één ding is zeker: zonder grootscheepse plannen krijgen zorgverleners binnen niet al te lange tijd overwerk.”

Niet voor vol aangezien

Teken aan de wand is dat haar vakgebied (sportgeneeskunde) in Nederland, dat inmiddels beschikt over een honderdtal sportartsen, nog steeds niet voor vol wordt aangezien. Het is een voor Jessica Gal nauwelijks te verteren feit dat ze voor optimale begeleiding nog afhankelijk is van andere specialisten, zoals orthopeden en cardiologen. “Als sportarts wordt een door mij aangevraagde MRI(-scan)


FOTO: ANP PHOTO

vaak niet door de verzekeraar vergoed. Ik vind het extreem belachelijk en daardoor heel lastig om mijn werk goed te verrichten.” Als volwaardig specialist zou ze preventief veel alerter kunnen optreden. “Denk daarbij ook aan chronische klachten als (over)vermoeidheid of aan patiënten die al jaren gebruikmaken van fysiotherapie zonder dat er ooit een goede diagnose is gesteld. Is de blessure een gevolg van verkeerd bewegen of gebrek aan kracht? De juiste diagnose kan beter en sneller gesteld worden door een bevoegde sportarts. Je moet nu allerlei omslach-

tige constructies bedenken om cliënten optimaal te kunnen begeleiden.” Een goede minister van Sport verklaart haar specialisme morgen nog voor volwaardig. “Nu ben je afhankelijk van zorgverzekeraars, bij wie soms de nota’s wel worden vergoed en soms niet.” Het staat voor Jessical Gal vast dat de topsport zich zal blijven ontwikkelen, wel of geen Olympische Spelen van 2028 in eigen huis. Verwaarloos het grote publiek niet en laat het massaal de verbeterde (en noodzakelijke) infrastructuur benutten. Een slimme overheid is op de toekomst voorbereid.

Jesscia Gal, hier in 2000 in Sydney met haar trainer Cor van der Geest, beëindigde na de Olympische Spelen in Sydney haar actieve judoloopbaan.

“Als sportarts ben je nu afhankelijk van zorgverzekeraars, bij wie soms de nota’s wel worden vergoed en soms niet” nummer 4 - 2010

COACH

31


THEMA

als ik minister was... debat

Excellentie Joukje Versluijs:

“Met kijkcijfers heb ik niets te maken” Door: Kees Kooman

Inhaalslag

“Ik zou ervoor zorgen”, zegt fysiotherapeute Joukje Versluijs, tot voor kort op de bank bij de Nederlandse volleybalvrouwen, “dat heel populaire sporten in de media als voetbal en wielrennen over minder subsidie beschikken. De commercie viert er hoogtij. Die sporten kunnen zichzelf best bedruipen. Het vrijkomende geld besteed ik aan Nederlandse toppers die zich voorbereiden op de Paralympics, totaal oninteressant voor een tvprogramma als Holland Sport. Maar met kijkcijfers heb ik als belangrijke politicus natuurlijk niets te maken.” Besteed ontwikkelingshulp (want anders kun je het onmogelijk noemen) aan de ambitieuze plannen zoals die van de Nederlandse basketbalvrouwen. Een sponsor in geen velden of wegen te zien, maar wel twee keer per dag trainen in Almere. Recent werd Versluijs hier gevraagd als medisch begeleider. De geldstromen zijn nu

32

COACH

nummer 4 - 2010

Je moet dus ook, aldus filosofeert Versluijs hardop, optimaal gebruikmaken van de ervaring van alle begeleiders en niet alleen die van coaches. “Als je vertrekt bij een ploeg die gepresteerd heeft op wereldniveau, kennis overdragen en niet zomaar laten verdampen. Die expertise hoeft echt niet alleen ten gunste te komen van de top. Als ik kijk naar de enorme motorische achterstand die jeugd oploopt door slecht bewegingsonderwijs op scholen, zeg ik als verantwoordelijke politicus: stop het geld dat nu gereserveerd is voor de commerciële sporten zoals schaatsen in programma’s voor naschoolse opvang.” Op een aantal scholen kunnen kinderen zo kennismaken met voor hen nieuwe sporten zonder meteen lid te hoeven worden van een vereniging. Ze kunnen rustig bekijken waarvoor ze uiteindelijk kiezen. “Maar dat gebeurt nu nog op

veel te kleine schaal. We moeten echt een enorme inhaalslag maken, willen we voorkomen dat al het werk dat de afgelopen decennia is gedaan om een sportklimaat op te bouwen teniet wordt gedaan. Door de slechte bewegingsprogramma’s van de jeugd zou dat zomaar binnen één generatie kunnen gebeuren.” Het wordt anno 2010 bijna vanzelfsprekend gevonden dat het bloeiende verenigingsleven in Nederland rust op de inzet van veel vrijwilligers. Gratis en geheel voor niets. “Je moet die begeleiders beter opleiden”, zegt Versluijs. Logisch dus dat zij daar geld voor zal uittrekken. “Dan zou ik ook een beter vangnet realiseren voor voormalige A-sporters die door wat voor reden dan ook niet meer in aanmerking komen voor subsidies. Van de ene op de andere dag kunnen zij bijvoorbeeld geen gebruik meer maken van medische begeleiding en belanden zij tussen wal en schip. Terwijl ze nog lang niet uitgesport zijn op het hoogste niveau.” “Misschien krijgt Nederland in 2028 wel de Olympische Spelen toegewezen. Maar de kans dat de bonus bestaat uit allerlei welvaartsziekten is groot. Laat de jeugd weer gezond bewegen, en vergeet daarbij ook volwassenen niet door, zoals in Japan gebeurt, lichamelijke oefening te stimuleren op de werkplek.”

Versluijs vindt dat de jeugd weer gezond moet gaan bewegen. “Vergeet daarbij ook volwassenen niet door, zoals in Japan gebeurt, lichamelijke oefening te stimuleren op de werkplek.”

zo voorspelbaar, zegt de minister in de dop. Aan die voorspelbaarheid zou zij graag een einde willen maken. “Denk niet alleen aan het binnenhalen van de Olympische Spelen. Maar wat doe je in het voortraject? De sport moet natuurlijk in de breedste zin van het woord profiteren van de uitstraling.”

“Je moet optimaal gebruikmaken van de ervaring van alle begeleiders en niet alleen die van coaches


Excellentie Hardy Menkehorst:

“Mentale training voor iedereen”

Door: Kees Kooman

Mentale training op school

Mogelijk speelt bij het volgende plan opportunisme enige rol, maar Menkehorst zou het niet meer dan redelijk vinden als een vorm van mentale training regelmatige kost wordt op middelbare scholieren. “Bewegen komt natuurlijk op de eerste plaats, maar een mentaal programma mag daarnaast niet ontbreken. Wij leren

omgaan met stress en doelgerichtheid. Topsporters weten hoeveel zelfvertrouwen dat kan opleveren. Waarom zou je dat voorrecht aan fysiek minder talentvolle leeftijdgenoten onthouden?” Laat de waan van de dag niet regeren. Roem en succes zijn meestal van zeer voorbijgaande aard, kijk naar de anonimiteit waarin Nederlandse topsporters kunnen belanden na een olympische titel. “Het meeste regeringsbeleid is ook gebaseerd op periodes van vier of maximaal acht jaar. De meeste professionele verenigingen kijken niet verder dan één jaar vooruit. Ik zou juist zeggen als bijvoorbeeld Amsterdamse vereniging: Wat willen en kunnen wij op lange duur voor Amsterdam betekenen?” Ongezond gedrag wordt anno 2010 bijna letterlijk met de paplepel ingegoten. Wat doet een ouder als je baby huilt? “En zo is het dus niet onbegrijpelijk dat volwassenen troost zoeken in voedsel, meestal ongezond voedsel, of drank wanneer het even wat minder gaat in het leven.” Leer andere keuzes te maken.

“Propageer gezond leven op alle mogelijke manieren. Preventie moet daarbij vooropstaan”

Leer van topsport

Propageer, aldus Hardy Menkehorst, gezond leven op alle mogelijke manieren. Preventie moet daarbij vooropstaan, aangemoedigd in de vorm van bijvoorbeeld kortingen op premie van zorgverzekeraars bij bewezen gezond gedrag. “In de media lees je weleens over de enorme bedragen die blessures kosten. Maar andersom wordt zelden becijferd wat het de overheid en belastingbetaler scheelt door gezond te eten, bewegen en te leven.” Leer de lessen van de topsport. De voetballers hebben in Zuid-Afrika

gebruikgemaakt van wetenschappelijke kennis, gebaseerd op optimaal presteren en herstellen. “Waarom doe je niets met deze kennis voor mensen die in zware ploegendiensten werken? De maatschappij moet net zo goed kunnen profiteren van de expertise. Toppers kunnen in de meeste gevallen heel snel beschikken over de juiste zorg. Waarom tref je geen maatregelen, zodat iedere Nederlander daarvan kan profiteren?”

nummer 4 - 2010

“Ik zou vandaag of liever gisteren nog,” zegt sportpsycholoog Hardy Menkehorst in de rol van aspirant-minister, “wetenschappelijk en grootscheeps onderzoek beginnen naar wat beweging precies doet met de mensen. Als je de juiste uitkomsten weet, hoef je waarschijnlijk nooit meer iets te zeggen om het nut van sportief leven aan te tonen. De cijfers zullen voor zich spreken.” Heel mooi streven om grote sportevenementen naar Nederland te halen zoals de start van de Tour de France en wie weet het WK voetbal, maar vergeet niet ‘ambassadeurs’ zoals Pieter van den Hoogenband of de kersverse vicevoetbalkampioenen op allerlei maatschappelijk gebied in te schakelen. Laat maar zien waartoe gezonde lichamelijke oefening kan leiden. “Wat doen toppers nu eigenlijk terug voor de omgeving waarin ze leven?” Wanneer Menkehorst het voor het zeggen krijgt, moeten ook topcoaches wat ‘terugdoen’, al is het alleen maar om hun maatschappelijke status te verhogen. “Ik zou zeggen: eens in de vijf jaar de verplichting om talentvolle, piepjonge, jeugd te trainen. Ik denk aan de leeftijdsklasse tien tot veertien jaar. Laat die profiteren van de expertise.” Voor wat hoort wat.

COACH

Menkehorst is van mening dat ook topcoaches wat moeten ‘terugdoen’, al is het alleen maar om hun maatschappelijke status te verhogen. “Ik zou zeggen: eens in de vijf jaar de verplichting om talentvolle, piepjonge, jeugd te trainen.”

33


STEMMEN!

Kies de Coach van Nu 2010 bijna ten einde is en het bovendien precies tien jaar geleden is dat de Olympische Spelen van Sydney de succesvolste ooit waren voor de Nederlandse Olympische ploeg, grijpt NLCOACH dit moment aan om de beste Nederlandse coach van het decennium te kiezen. En u FOTO: DREAMSTIME.COM

kunt daaraan meedoen door uw stem uit te brengen op de in uw ogen beste kandidaat!

De vijftien genomineerden: Ton Boot (basketbal) Belangrijkste prestaties: Landskampioen met Amsterdam (2000, 2001, 2002) • Landskampioen met Groningen (2004) • Bekerwinnaar met Groningen (2005) • Coach van het Jaar 2004 Foppe de Haan (voetbal) Belangrijkste prestaties: • Europees kampioen met Jong Oranje (2006, 2007) • Coach van het Jaar 2007 Gerard Kemkers (schaatsen) Belangrijkste prestaties: • Olympisch goud met Jochem Uytdehaage (5 en 10 km, 2002), Sven Kramer (2010) en Ireen Wüst (2006, 2010) • Wereldkampioen allround met Jochem Uytdehaage (2002), Sven Kramer (2007, 2008, 2009, 2010), Renate Groenewold (2004), Ireen Wüst (2007) en Pauline van Deutekom (2008) • Europees kampioen allround met Jochem Uytdehaage (2002, 2005), Sven Kramer (2007, 2008, 2009, 2010) en Ireen Wüst (2008) • Coach van het Jaar 2006

34

COACH

Robin van Galen (waterpolo) Belangrijkste prestaties: • Goud op OS met Nederlandse vrouwen (2008) • Coach van het Jaar 2008 • Supercup met DONK (2008) • Landskampioen met DONK (2009, 2010) • Bekerwinnaar met DONK (2008, 2009) • Bekerwinnaar met De Robben (2001) Louis van Gaal (voetbal) Belangrijkste prestaties: • Landskampioen met AZ (2009) • Coach van het Jaar 2009 • Landskampioen met FC Bayern München (2010) • Bekerwinnaar met FC Bayern München (2010) • Finalist Champions League (2010) Avital Selinger (volleybal) Belangrijkste prestaties: • Landskampioen, winnaar beker, Supercup en Champions League met Tenerife (2003/2004) • Goud in World Grand Prix met Nederland (2007) • Zilver op EK met Nederland (2009)

nummer 4 - 2010

Jacco Verhaeren (zwemmen) Belangrijkste prestaties: • Olympisch goud met Inge de Bruijn (3x, 2000) en Pieter van den Hoogenband (2x, 2000, 2004) en 4x100 meter vrouwen (2008) • Olympisch zilver met 4x100 meter vrij vrouwen (2000), Pieter van den Hoogenband, 4x100 meter vrij mannen (2004) • Olympisch brons met Pieter van den Hoogenband, 4x200 meter vrij mannen (2000) • Wereldkampioen met Inge de Bruijn (3x, 2001), 4x100 meter vrij vrouwen (2009) • Zilver op WK met Pieter van den Hoogenband (3x 2001, 2x 2003, 2007), 4x100 meter vrij mannen (2001) en Marleen Veldhuis (2007) • Brons op WK met Pieter van den Hoogenband (2003), Marleen Veldhuis (2007, 2009), Inge Dekker, 4x100 meter vrij vrouwen (2007) • Diverse (kortebaan)titels EK en WK Bert van Marwijk (voetbal) Belangrijkste prestaties: • UEFA Cup-winnaar met Feyenoord (2002) • Bekerwinnaar met Feyenoord (2008) • Tweede op WK met Nederland (2010)


het Decennium! De verkiezing De redactie van NLCOACH stelt u hieronder vijftien genomineerden voor. Een vak- en publieksjury kiest daaruit vervolgens de Coach van het Decennium. En die publieksjury, dat bent u! Alle lezers van NLCOACH kunnen hun stem uitbrengen op hun favoriete genomineerde en zo bepalen wie de Coach van het Decennium wordt. De uitslag van de verkiezing publiceren we in het volgende nummer van NLCOACH, dat half november verschijnt. De criteria De Coach van het Decennium zou minimaal moeten voldoen aan de volgende criteria:

Jac Orie (schaatsen) Belangrijkste prestaties: • Olympisch goud met Gerard van Velde (2002), Marianne Timmer (2006) en Mark Tuitert (2010) • Coach van het Jaar 2003 • Wereldkampioen sprint met Marianne Timmer en Erben Wennemars (2004) • Olympisch zilver met Annette Gerritsen (2010) • Olympisch brons met Laurine van Riessen (2010) Marc Lammers (hockey) Belangrijkste prestaties: • Olympisch kampioen met Nederland (2008) • Wereldkampioen met Nederland (2006) • Europees kampioen met Nederland (2003, 2005) • Winnaar Champions Trohy (2004, 2005, 2006) • Zilver op OS met Nederland (2004) • Zilver op WK met Nederland (2002) • Zilver op EK met Nederland (2007)

• prestaties: hij of zij moet de afgelopen tien jaar, daarbij de Olympische Spelen van Sydney inbegrepen, één of meerdere aansprekende resultaten in de (inter)nationale topsport hebben geboekt; • representativiteit: hij moet openstaan voor media, publiek en commercie; • meta-coach: hij moet een duidelijke bijdrage hebben geleverd aan de ontwikkeling van zijn sport en/of coachingprincipes. Hoe kunt u stemmen? Stemmen is heel eenvoudig: ga vanaf 1 september naar de compleet vernieuwde website van NLcoach: www.nlcoach.nl en klik op de button ‘Coach van het Decennium’. Maak vervolgens uw keuze uit de vijftien genomineerden.

Chris de Korte (judo) Belangrijkste prestaties: • Olympisch goud met Mark Huizinga (2000) • Olympisch zilver met Edith Bosch (2004) • Olympisch brons met Mark Huizinga (2004) en Edith Bosch (2008) • Wereldkampioen met Edith Bosch (2005) en Marhinde Verkerk (2009) • Europees kampioen met Mark Huizinga (2001, 2008), Edith Bosch (2004, 2005) en Elizabeth Willeboordse (2005, 2009) Guus Hiddink (voetbal) Belangrijkste prestaties: • Vierde plaats WK 2002 met Korea • Landskampioen met PSV (2003, 2005, 2006) • Coach van het Jaar 2002, 2005 • Bekerwinnaar met PSV (2005) • FA Cup-winnaar met Chelsea (2009)

Maurits Hendriks (hockey) Belangrijkste prestaties: • Olympisch goud met Nederland (2000) • Europees kampioen met Spanje (2005) • Zilver op EK met Spanje (2003, 2007) • Winnaar Champions Trophy met Spanje (2004) • Vierde op OS met Spanje (2004) • Brons op WK met Spanje (2006) Robert Eenhoorn (honkbal) Belangrijkste prestaties: • Europacup met Neptunus (2000, 2001) • Europees kampioen met Nederland (2001, 2003, 2005, 2007) • Landskampioen met Neptunus (2000, 2001) • Vierde op WK met Nederland (2005) • Zesde op OS 2004 met Nederland • Coach van het Jaar 2007

Vera Pauw (voetbal) Belangrijkste prestaties: • Eerste vrouwelijke Coach Betaald Voetbal (2005) • Eerste eindronde met Nederlands vrouwenelftal (2009) • Halve finale EK met Nederlands vrouwenelftal (2009)

nummer 4 - 2010

COACH

35


Speel het spel anders en je wint Rules don’t Rule Een verrassende tactiek, techniek of opstelling. In de sport is het vaak de sleutel tot de overwinning. En zo is het ook in het bedrijfsleven. Breken met conventies leidt tot succes. Als accountantsorganisatie dragen we daar graag aan bij. We scheppen ruimte voor de creativiteit van onze klanten. Door onze multidisciplinaire manier van werken. Door te kijken naar het totaal. Door te analyseren, te controleren en te inspireren. Praat eens met Remco Schoonderwoerd, 010 277 15 00 of kijk op www.mazars.nl. Ga verder met Mazars.

0475.02.021 Mazars Sponsor_Sport_A5_FC.indd 1

7/29/10 2:26 PM

Ondernemers zijn erbij gebaat dat hun juridische zaken op orde zijn.

obstakels tijdig signaleren en wegnemen. Wat niet wegneemt dat

Zo voorkomen ze getouwtrek achteraf en dat scheelt tijd en geld.

we ook uitstekend partij geven als het op procederen aankomt. Zoekt

Pellicaan Advocaten brengt de juridische risico’s in kaart op het gebied

u een juridische coach voor uw organisatie? Neem dan contact op

van arbeids- en ondernemingsrecht. Zo kunnen we eventuele

met Eric de Waart, tel. 010 - 277 16 10, of kijk op www.pellicaan.nl

ORDE IN ZAKEN

Kent u de juridische spelregels?


ADVERTORIAL

Coach: freelance of ‘vaste’ aanstelling? Het is voor een coach lang niet altijd duidelijk of hij zijn werkzaamheden als freelancer (door middel van een overeenkomst van opdracht) of op basis van een arbeidsovereenkomst verricht. Soms staat de rechtsverhouding simpelweg niet in de overeenkomst omschreven. Het kan ook voorkomen dat de werkelijkheid niet overeenstemt met de op papier gegeven benaming aan de overeenkomst. De daadwerkelijke kwalificatie van de overeenkomst is echter van groot belang, nu een coach met een arbeidsovereenkomst toegang heeft tot tal van beschermende regels en een freelancer deze bescherming niet of nauwelijks kent.

Uit de wet volgt dat er sprake is van een arbeidsovereenkomst, indien de ‘ene partij’, in dit geval u (de coach), zich verbindt in dienst van de ‘andere partij’ (in dit geval de vereniging), tegen loon gedurende een zekere tijd arbeid te verrichten. Uw arbeidsverhouding moet dus aan drie elementen voldoen, alvorens er gesproken kan worden van een arbeidsovereenkomst: • u moet uw werkzaamheden persoonlijk verrichten. Het is niet toegestaan dat u zich (regelmatig) door een ander laat vervangen; • u moet een vergoeding ontvangen voor de werkzaamheden; • de vereniging is gerechtigd u instructies te geven, hetzij ten aanzien van de inhoud van het werk, hetzij ten aanzien van organisatorische zaken (bijvoorbeeld werktijden, arbeidsduur en de vaststelling van vakantiedagen). Aan de hand van de bovenstaande criteria kan er discussie tussen partijen ontstaan, bijvoorbeeld omdat u van mening bent dat er aan de criteria is voldaan en er sprake is van een arbeidsovereenkomst, terwijl de vereniging van mening is dat u uw werkzaamheden als freelancer verricht. Uit de rechtspraak blijkt dat bij een dergelijke discussie over de kwalificatie van de overeenkomst veel gewicht wordt toegekend aan hetgeen partijen bedoeld hebben overeen te komen ten tijde van het sluiten van de overeenkomst, alsmede aan de manier waarop beide

nummer 4 - 2010

partijen daarna feitelijk invulling hebben gegeven aan de overeenkomst. Een grote mate van zelfstandigheid, een relatief hoge beloning per uur en/of de afdracht van btw over de periodiek te ontvangen vergoeding, duiden allemaal op freelance arbeid. Veel toezicht vanuit de vereniging, een relatief lage beloning per uur, het maandelijks ontvangen van een loonstrookje en/of loondoorbetaling bij ziekte doen juist een arbeidsovereenkomst vermoeden. Indien u werkzaam bent/blijkt te zijn op basis van een arbeidsovereenkomst, heeft u recht op tal van beschermende regels. De vereniging zal de arbeidsovereenkomst (in principe) niet eenzijdig kunnen opzeggen. Daarnaast zal zij u slechts een beperkt aantal arbeidsovereenkomsten voor bepaalde tijd kunnen aanbieden. Voorts kan u aanspraak maken op vakantiegeld en vakantiedagen. Ten slotte heeft u bij werkloosheid of arbeidsongeschiktheid recht op een uitkering aan de hand van de Werkloosheidswet, de Ziektewet en de WAO/WIA. Kortom, het is van groot belang om uw overeenkomst juist te kwalificeren, om zo uw rechtspositie in kaart te brengen. De arbeidsrechtspecialisten van Pellicaan Advocaten zijn u hierbij graag van dienst. Mr. Jasper van der Voet is advocaat arbeidsrecht bij Pellicaan Advocaten (www.pellicaan.nl). Pellicaan Advocaten heeft een strategische alliantie met Mazars Accountants en Belastingadviseurs.

COACH

37


COACH IN DE REGIO

Zwemtrainer Fedor Hes

“Ik ben op dit moment meer meesteropleider dan topcoach” FOTO: WIM HOLLEMANS/KNZB

H

Van 2001 tot 2007 werkte Fedor Hes (40) als coach in het Amsterdamse top­­­ zwemmen. Toen zijn pupil Marleen Veldhuis naar Eindhoven was verdwenen, stopte hij bij NZA. Een halfjaar later begon het te kriebelen en keerde de heao­’er terug op het oude nest:

ij had het met zwemmen even helemaal gehad. Het was januari 2007, er waren twee kapiteins op één schip bij het Nationaal Zweminstituut Amsterdam (NZA) in het Sloterparkbad. Martin Truijens en Fedor Hes moesten het samen rooien. “Het was echt niet leuk meer”, meende Hes over het verstandshuwelijk. Amersfoort En zo was hij, de coach in wie zoveel kapitaal en kennis was geïnvesteerd, op weg naar de uitgang. Voor hij op de vuilnishoop der mislukte projecten belandde, was daar de afslag Amersfoort. “Het had te maken met Lauren van Oosten, een Canadese schoolslagzwemster. Ik ging net weg, maar zij kwam juist voor mij naar Amsterdam.” “Lauren was in 2004, het jaar van de Spelen van Athene, al bij mij in training geweest. Ik kom terug, zei ze. Ze wilde nog één keer de Spelen halen. Ze was geblesseerd en werd door Jacqueline Stoel, onze vaste fysiotherapeute, in Amersfoort behandeld. Lauren zei: ik train twee keer per week in Amersfoort, wil jij de schema’s maken?”

“Dan loop je het oude bad in, waar ik zelf tien jaar had gezwommen, waar ik jaren gewerkt had als assistent van hoofdcoach Ad van de Ven. Je kent de mensen en er is niemand die durft te vragen: ‘Fedor, wil je bij ons komen?’ Want zoiets doe je natuurlijk niet. Een schimmig spel. Enfin, uiteindelijk ging het met Lauren steeds beter en dienden we meer te gaan trainen. Ik zei: laten we dat hier in Amersfoort doen. Hier hebben we de faciliteiten.” “Zo kwam het dat ik contact legde met AZ en vroeg wat mogelijk was. Die waren hartstikke blij dat ik weer wilde komen trainen. Met Lauren en toen kwamen Rieneke Terink en Ewoud Tamminga, met die drie ben ik halverwege 2007 echt weer begonnen bij AZ&PC. Een jaar later kwam Robin van Aggele, die werd eind 2009 zelfs Europees kampioen schoolslag op de kortebaan. Zo is het gegaan.” TZA Hes was een aardige zwemmer die door een aandringende docent, de latere bondscoach André Cats, op het spoor van het trainerschap

het nu honderdjarige AZ&PC in Amersfoort. Door: John Volkers

38

COACH

nummer 4 - 2010

“Zwemmen gaat wel wat dieper dan de twee meter van een bad”


FOTO: ANP PHOTO

Fedor was jarenlang de coach van Marleen Veldhuis. In 2006 maakte ze de overstap naar het Nationaal Zweminstituut Eindhoven.

werd gezet. “André zei: echt iets voor jou Fedor. Hij deed de zomercursus. Ik hield het eerst wat af. Het trainerschap lag niet voor de hand. Toen ik in mijn jeugd mijn schoolpakket moest kiezen, koos ik voor economie. Het werd heao, in plaats van CIOS of ALO. Dat was toen weloverwogen. Maar sport is altijd blijven trekken.” “Bij Ad van de Ven, zonde dat zo’n man met zoveel kennis is gestopt, is mijn interesse voor het vak gewekt. Ad is een meester in het uitleggen van processen. Zwemmen gaat wel wat dieper dan de twee meter van een bad. Ik ben er echt door gegrepen.” “Eerst was er AZ&PC. Toen werd ik gevraagd mee te gaan naar de Europese jeugdkampioenschappen. Zo rol je erin. En dan vragen ze bij de bond: Zijn er nog talentvolle trainers? Zo kwam ik in Amsterdam bij TZA. Ik deed het topsportklasje, met Marcel Wouda, Henri Koek, Martijn van de Maagdenberg, de ons ontvallen Benny Dersigni en Mandy van Rooden.” “Bij TZA kwam ik voor zwemmers te staan die eigenlijk meer ervaring hadden dan ik. Mannen als Kenkhuis en Holst. In één keer in het diepe gegooid. Bij de een gaat

het geleidelijk, bij mij was het boem. Op zich heb ik er veel van geleerd. Het was een stoomcursus, een snelkookpan. Topzwemmen Amsterdam was ambitieus.” “Cees Vervoorn, Michiel Bloem en Hans Elzerman waren de bestuursleden. Zij brachten naar voren dat we in 2004 individuele olympische medailles zouden gaan halen. Dat had ik, denk ik nu, moeten ontkrachten. Het was volkomen onzin. Marleen Veldhuis kwam in 2002, na haar Europese debuut in Berlijn. Zij was een groot talent, maar wist van toeten noch blazen. Ik had de zaken toen nog niet onder controle. Als ik het nu zou moeten doen, zou ik het veel beter doen. Toch was het niet slecht. Je ontwikkelt je snel. Ik werd onder druk gezet. Het had misschien wat geleidelijker kunnen gaan.” Regionaal Trainingscentrum Toen hij zich aan het eind van de Spelen uit de tent liet lokken en zijn gevoelens over de andere vleugel van het Nederlandse zwemmen, het kamp Eindhoven, uitsprak, was er de laatste les als coach. Hij sprak zich uit tegen zijn collega Verhaeren. “Ik had het niet naar mijn zin, maar dat had ik voor mezelf moeten houden. Daar

nummer 4 - 2010

heb ik ook van geleerd. Soms moet je even op de kiezen bijten.” Zijn pupillen hadden hem hoog zitten. Na zijn ontslag bij TZA gingen Veldhuis, Kenkhuis en de hunnen verder met Hes bij het particulier initiatief Xlence en daarna toch weer als bondsonderdeel, bij NZA. In 2007 was de rek uit matige collegiale verhoudingen en streek hij neer bij AZ&PC, de Amersfoortse Zwem & Polo Club. Het bleek na de eerste schrik een warm bad. “AZ was een topclub toen ik daar wegging in 2001. Er werd twintig uur per week getraind, het was echt voor mekaar. Maar het bleek in 2007 een club geworden waar ze drie keer per week trainen al heel wat vonden. Er was geen jeugdopleiding, er waren geen junioren, geen minioren. Er was helemaal niks, een club in verval, een bolwerk met betonrot.” “Potverdikkeme, hoe gaan we dit doen, dacht ik. Ik wilde door. Dat heeft met emotie te maken, het is een mooie club, nu honderd jaar oud, met topsport in de genen. Vijftien jaar op rij werden daar op een gegeven moment de NK gehouden. Amersfoort was dé centrale plaats in het Nederlandse zwemmen. Het was afgetakeld, ze zwommen twee klassen lager dan vroeger, maar vorig jaar waren we als club al weer de nummer twee van Nederland.” “Ik heb zwemmers die internationaal uitkomen, maar ook mensen die van andere clubs komen en tien uur training per week gewend zijn. Die weten niets van slagfrequentie of -lengte. Dat geeft altijd regressie naar het gemiddelde. Ik ben op dit moment meer meesteropleider dan topcoach. Wij zijn na de RTC’s van Eindhoven, Amsterdam, Drachten en Dordrecht de beste club van Nederland. Als je naar de spreiding kijkt, dan zou zo’n Regionaal Trainingscentrum in Amersfoort heel goed passen. We hebben een 50-meterbad. Dat is in het oosten nergens te vinden.”

COACH

39


Maatschappe­lijke stage

voor voetballers? Sport ontwikkelt zich voortdurend. Coaches introduceren nieuwe trainings­ methodes, krachttrainers komen tot andere inzichten en sporters ontdekken nieuwe inspiratiebronnen. In deze rubriek krijgen deze ontwikkelingen aandacht. Dit keer: Helpt een maatschappelijke stage om voetballers contact te laten houden met de ‘gewone’ wereld?

FOTO: KNVB

Door: Jan-Cees Butter

Foppe de Haan: “Spelers vinden zichzelf vaak zó belangrijk, dat ze vinden dat anderen maar naar hun pijpen moet dansen”

FOTO: FC GRONINGEN

FOTO: BEN HAECK

Rico Schuijers: “Uit de praktijk blijkt dat een voetbalcoach vaak alleen maar bezig is met het winnen van de volgende wedstrijd”

40

Marc Lammers: “Het is niet goed om je op één ding te focussen. Dan krijg je blikvernauwing” Ron Jans: “Vaak ontbreekt het bij ouders, vrienden en zaakwaarnemers aan realiteitszin”

COACH

nummer 4 - 2010

I

n het tv-programma Kijken in de Ziel, een serie waarin voetbalcoaches openhartig vertelden over de finesses van hun vak, deed Foppe de Haan onlangs een interessante suggestie. Hij pleitte voor een maatschappelijke stage voor jonge voetballers, zodat ze het contact met de gewone maatschappij niet verliezen. “Zodra een spelertje een contract krijgt, staat alles in het teken van voetbal. Uiteindelijk is dat niet goed”, meende De Haan. “Daardoor komen ze in een te kleine wereld te leven. Je ziet dat ook aan hun gedrag ten opzichte van andere mensen. Spelers vinden zichzelf vaak zó belangrijk, dat ze vinden dat anderen maar naar hun pijpen moeten dansen.” De Haan noemde als voorbeeld spelers die na een training hun sokken op de grond gooiden, omdat ze toch wel opgeruimd werden door de wasvrouw. Waarom werd dat gedrag als normaal verondersteld? De Haan stond erop dat zijn spelers hun

sokken zelf in de wasmand deponeerden. Voetbal lijkt zich in meerdere opzichten te onderscheiden van andere sporten. Het is al jaren de best bekeken sport, waarin commercie en sportief succes om voorrang strijden. Voetballers krijgen steeds vaker een heldenstatus. Als talentvol voetballer ligt het gevaar op de loer de realiteit uit het oog te verliezen. “Als iemand tegen je zegt dat je goed bent, denk je de eerste keer nog: ach, het zal wel. Maar als honderden mensen op hun knieën gaan voor je, dan doet dat iets met je. Dan denk je dat je echt bijzonder bent”, zegt sportpsycholoog Rico Schuijers. Schuijers houdt de voetbalwereld een spiegel voor. “Je moet je afvragen waarom het normaal wordt gevonden dat iemand zijn sokken zomaar op de grond gooit. Kennelijk is er dus ooit een trainer geweest die dat gedrag heeft getolereerd.” Een coach speelt daarin een bepalende rol, vindt Schuijers. Maar de


FOTO: ANP PHOTO

De Portugese Cristiano Ronaldo – hier na de uitschakeling tegen Spanje op het WK voetbal – is een goed voorbeeld van een verwende voetballer.

sportpsycholoog merkt dat voetbalcoaches zich vooral beperken tot het resultaat op korte termijn. “Dan kom je op de vraag: Welke rol heeft een coach? Is dat alleen maar winnen, of is dat ook het opleiden tot goede mensen? Uit de praktijk blijkt dat een voetbalcoach vaak alleen maar bezig is met het winnen van de volgende wedstrijd.” Marc Lammers, succesvol hockeycoach, stimuleerde zijn speelsters altijd om ook iets naast het hockey te blijven doen, zoals een studie of een parttimebaan. Vaak was een bijverdienste ook noodzaak. Lammers: “Persoonlijke ontwikkeling vind ik minstens zo belangrijk. Dat hoort ook bij het vak van een coach. Ik controleerde zelfs of mijn speelsters hun studie wel serieus deden. Het is niet goed om je op één ding te focussen. Dan krijg je blikvernauwing.” Lammers liep de afgelopen twee jaar stage bij onder meer Chelsea en Manchester United. Bij die laatste club kreeg hij goed inzicht in de aanpak van jeugd. “Spelertjes

moesten daar zelf een dienblad pakken voor een maaltijd, net als een mes, vork en lepel. Alles ging heel strikt. In de keuken stond zo’n oud vrouwtje met een pollepel in haar hand, die erop toezag dat iedereen zijn vlees en groente opat. Iedereen had zijn bordje leeg.” Toen Lammers later in die week hoofdtrainer Alex Ferguson tegen het lijf liep, vroeg hij ernaar. ‘Ze zijn toch al zo verwend’, vertelde Ferguson. ‘Dus hier op de club worden ze een beetje opgevoed.’ Lammers merkte dat Engelse clubs wat dat betreft anders omgaan met jeugdspelers dan Nederlandse clubs. “Bij Chelsea worden de ouders ook bij de opleiding betrokken. Ouders krijgen daar vier uur in de week bijscholing. Dat gaat over voeding en sportpsychologie; wat je beter wel en niet kunt zeggen tegen je kind.” Ron Jans, de nieuwe trainer van Heerenveen, staat positief tegenover de suggestie van Foppe de Haan. Hij vindt het als coach belangrijk om zijn spelers

normbesef bij te brengen. “Als coach speel je daarin een cruciale rol. Ik heb een speciale antenne voor spelers die zich op een gegeven moment beter gaan voelen dan een ander. Voor zulke mensen ben ik allergisch. Dan zeg ik er direct iets van.” Volgens Jans ligt er ook een taak voor de sociale omgeving van een speler. Want zodra een voetballer het parkeerterrein afrijdt, staat een coach machteloos. “Ik vind dat het soms wel wat kritischer kan”, meent Jans. “Soms zie ik dat ouders de tas van een jeugdspeler dragen. Echt onbegrijpelijk. Laat die jongen lekker zelf zijn tas dragen. Vaak ontbreekt het bij ouders, vrienden en zaakwaarnemers aan realiteitszin. Het kan geen kwaad om spelers af en toe eens ter verantwoording te roepen.” Jans beseft dat het lastig is om de sport te veranderen. Voetbal krijgt zo veel aandacht, er spelen zo veel financiële belangen. Hij noemt als voorbeeld de busjes die spelers ophalen en thuisbrengen van de training. “Moet je daar dan mee stoppen, omdat ze het zelf maar moeten regelen? Daar heb ik moeite mee. Het zou toch zonde zijn als iemand zijn talent niet kan ontwikkelen omdat hij geen vervoer heeft.”

nummer 4 - 2010

COACH

41


RUN AND GUN

Randy Wiel

Snel basketbal is de nieuwe trend H

Run and gun in het basketbal is weer hip. De Los Angeles Lakers werden vorig seizoen onder leiding van alleskunner Kobe Bryant met een moderne uitvoering van het legendarische Showtime kampioen in de NBA, EiffelTowers Den Bosch herintroduceerde het speltype jaren geleden met succes – twee titels – onder Randy Wiel. “Iedereen vindt het leuker, zowel de spelers als het publiek.” Door: Jaap Rozema Foto’s: EiffelTowers/Vincent Rijkers

42

COACH

nummer 4 - 2010

et is een bekend gezegde in basketballand: een goede aanval levert je overwinningen op, een goede verdediging titels. Randy Wiel constateert echter dat uptempobasketbal, zoals hij het noemt, mondiaal steeds meer aan populariteit wint. “Snel spelen betekent ook niet dat je de verdediging compleet verwaarloost, zoals critici vaak beweren”, oordeelt hij. “Want zonder goede verdediging win je nooit een titel.” Uptempo De tegenstellingen tussen zijn filosofie en die van bijvoorbeeld zijn gelauwerde collega Ton Boot zijn levensgroot. De Amsterdammer, kampioenenmaker van huis uit, zweert bij een betonnen verdediging. Dat is in zijn optiek de basis, daar legt hij altijd het fundament van een team. Wiel heeft, net als veel van zijn Amerikaanse collega’s, een ander uitgangspunt. “Vooropgesteld: ik houd van teambasketbal. Met een goede verdediging én rebound. Maar in aanvallend opzicht wil ik altijd uptempo spelen. Veel teams in Nederland doen dat niet. Of dat de cultuur hier is? Weet ik niet.” “Er is een reden om snel te willen spelen” doceert Wiel. “Je kunt met zo’n speltype bijvoorbeeld meer spelers gebruiken. Want niemand houdt dat veertig minuten lang vol, dat bestaat niet als je het goed doet. Dan gaan spelers hun momenten in

de wedstrijd uitkiezen om uit te rusten. Een goede conditie is daarom essentieel. Zodra je mist, moet je snel terug om te verdedigen. Anders krijg je heel eenvoudige scores tegen. En dat wil je als coach niet.” Een ander voordeel, zo betoogt Wiel, is het simpele feit dat spelers het leuker vinden om te doen en het publiek het leuker vindt om naar te kijken. “Toch doet men het lang niet overal”, heeft Wiel geconstateerd. “Het probleem is dat veel mensen denken dat wanneer je veel scoort, er niet wordt verdedigd. Je speelt nooit vijftegen-vijf, omdat je een voordeelsituatie wilt creëren. Met deze speelstijl ligt de wedstrijd meer open. Een bijproduct is dat je meer balverlies lijdt. Ik streef naar maximaal zeven per helft, dat is goed.” Zelf gruwt hij van het zogenaamde set-play-speltype: lijntjes lopen, blijven passen en de klok herkauwen. “Herman van den Belt speelde dat met Zwolle. Als wij tegen ze speelden, dan hadden beide teams in een hele wedstrijd 87 keer balbezit, 44 om 43 of zo. Bijna elke aanval duurde bij Zwolle en bij ons het maximale aantal van 24 seconden. Tegenstanders kunnen zich vrij gemakkelijk hergroeperen, omdat er op die manier geen vaart in de partij zit. Als je langzaam speelt moet je wel heel goed kunnen schieten, want je krijgt veel minder schotkansen. Ik wil het liefst 125 keer balbezit in

“Je moet weten aan welke kant je de boter moet smeren” [Smith]


een wedstrijd en minimaal negentig punten scoren.” Spelverdelers Volgens Wiel past een snel speltype beter bij het moderne basketbal. “De sport heeft zich de laatste jaren enorm geëvolueerd. Het is veel sneller geworden, individualistischer ook, spelers zijn getalenteerder en er zijn meer schutters. Vroeger had je in een team één echte schutter, nu wel vier. Er wordt tegenwoordig ook amper meer zoneverdediging gespeeld, vroeger heel vaak. Weet je, toen ik zelf nog speelde zei ik in de fastbreak altijd: wacht met schieten tot er rebound is. Dan schoot je niet. Zo’n benadering is in mijn ogen echter gedateerd. Ik heb bij EiffelTowers gewerkt met Travis Young, Gert Kullamaë en Leon Rodgers. Die jongens schoten er op de training van de honderd driepunters minimaal zeventig in. Dat zijn enorm hoge percentages. Dan mogen ze dat schot van mij nemen, ook al is er geen rebound.” Een vaardige spelverdeler is onontbeerlijk voor een team dat graag met vaart wil spelen, stelt Wiel. “Als je in de fastbreak de vleugels hebt gevuld, moeten die spelers de bal wel krijgen. De guard is de dirigent, hij moet de juiste vaardigheden hebben. Het liefst wil je daar een speler hebben die zelf niet in eerste instantie aan scoren denkt, maar anderen beter laat spelen.” In Nederland zijn zulke spelverdelers er bijna niet, meent Wiel. “Daarom halen Nederlandse clubs daarvoor een Amerikaan. Er zou hier echt eens gewerkt moeten worden aan het opleiden van guards. Vaak zijn de spelverdelers hier shooting-guards die op de pointguard-positie spelen. Maar een pointguard word je van kleins af aan. Een goede spelverdeler is vaak geen schutter, hij is een spelmaker. Het woord zegt het al.” Filosofie “Als coach moet je je altijd aanpassen aan je personeel, zonder

talent ben je kansloos. Op college leer je dat iedereen in het team even belangrijk is. Dat klopt, maar je moet wel weten aan welke kant je de boter moet smeren, zei Dean Smith [Wiels legendarische coach op de University of North Carolina, red.] altijd. Hoewel basketbal een teamsport is, is er ruimte voor het individu. Daarom moet je sommige spelers, denk aan Kobe Bryant, Michael Jordan en LeBron James, gewoon meer vrijheid geven. Want zij kunnen puur door hun klasse in een-tegen-eensituaties een wedstrijd voor je winnen.” Met tevredenheid constateert Wiel dat uptempobasketbal een trend

is die voorlopig niet lijkt te stoppen. “In Nederland wordt er nog wel veel op safe gespeeld, vind ik. Misschien vertrouwen veel coaches hun spelers niet om snel te spelen. Toon van Helfteren doet het wel met Leiden. Weet je, het is een filosofie. Maar er zijn duizend wegen die naar Rome leiden. In Europa zie je Barcelona en CSKA Moskou ook veel rennen. De transitie van verdediging naar aanval is supersnel, dat moet ook als je je makkelijke puntjes wilt meepakken. In Nederland wordt er naar mijn smaak te veel over verdedigen gepraat. Basketballen is echter verdedigen én aanvallen.”

Randy Wiel in het kort Randy Wiel werd geboren op de Nederlandse Antillen, was daar politieman en studeerde aan de University of North Carolina (UNC). Hij werd in de jaren zeventig door Theo Kinsbergen naar Nederland gehaald om voor het roemruchte Kinzo Amstelveen te gaan spelen. Wiel speelde 53 interlands voor Nederland en maakte deel uit van het team dat in 1984 vierde werd op het EK. Zijn loopbaan als coach voerde hem langs UNC (assistent van Dean Smith), University of North Carolina of Asheville, Middle Tennessee State en de Los Angeles Lakers voordat hij vijf jaar geleden terugkeerde naar Nederland om eindverantwoordelijke te worden bij EiffelTowers. Hij leidde de Bossche club in 2006 en 2007 naar de nationale titel. Januari vorig jaar werd hij ontslagen als coach. Hij is nog wel in dienst bij de Brabanders als opleider.

nummer 4 - 2010

COACH

43


Omarm je vrijheid. De nieuwe Opel Meriva.

De nieuwe Opel Meriva breekt met het traditionele ontwerp van een auto. Zijn unieke FlexDoors® openen tot bijna 90 graden, zodat in- en uitstappen gemakkelijker en veiliger is dan ooit. Het ruime interieur biedt meer dan 30 opbergvakken, inclusief de veelzijdige FlexRail®-middenconsole. Met het uitgekiende FlexSpace®-zitsysteem is de ruimte achterin in een handomdraai anders in te delen, om meer plaats te maken voor passagiers of juist voor bagage. Ontdek de nieuwe Opel Meriva en omarm een auto met unieke mogelijkheden. FlexDoors®

FlexRail®

FlexSpace®

www.opel.nl

Gecombineerd brandstofverbruik en CO2-uitstoot: liter/100 km: 11,0 – 3,6; kms/liter: 9,1 – 27,8; CO2 gr/km 258 – 94. Opel Meriva vanaf € 17.995,- incl. btw, bpm en energielabelverrekening, excl. kosten rijklaar maken en verwijderingsbijdrage. Wijzigingen voorbehouden.

TopSportLease en Opel, partners in sport.


ADVERTORIAL

Voorkomen is beter dan genezen In deze rubriek beantwoordt mr. Caroline Beekes, jurist privaatrecht en arbeidsconsulent bij Sportservice Noord-Holland, allerhande juridische sportgerelateerde vragen van trainers en coaches. Wilt u reageren of heeft u als coach/trainer zelf een vraag op dit gebied, stuur dan een e-mail naar: cbeekes@sportservicenoordholland.nl.

Even voorstellen Ik ben Caroline Beekes en ik werk sinds 2,5 jaar bij Sportservice Noord-Holland. Ik houd mij bezig met de behandeling en informatievoorziening op het gebied van arbeidsaangelegenheden en juridische vraagstukken in de sport. Zelf ben ik een aantal jaren actief geweest als hockeytrainer en -coach en ik weet dan ook dat je als trainer/coach soms met bepaalde vraagstukken blijft rondlopen omdat er niemand is waar je die vragen aan kwijt kunt. Denk aan vragen als: Heb ik nu recht op een arbeidscontract voor bepaalde of onbepaalde tijd? Kan men zomaar mijn trainingsuren verminderen? Ben ik verplicht een EHBO-cursus te volgen? In deze rubriek in NLCOACH zal iedere editie een vraag van een trainer/ coach worden behandeld.

Vraag van een trainer: “Ik geef training aan een groep van zo’n vijftien jeugdvoetballers. Laatst meldde zich een van de jongens bij mij ziek; hij voelde zich niet goed, benauwd, en hij vroeg of hij vervroegd naar huis mocht. Ik heb hem naar huis laten fietsen, want hij was ook alleen gekomen en hij maakte geen zieke indruk. ’s Avonds echter belde de moeder van deze jongen mij boos op; hoe ik het in mijn hoofd haalde om een kind met astma alleen naar huis te laten fietsen. Mijn vraag is: Waar begint en eindigt mijn verantwoordelijkheid? Met andere woorden: In hoeverre ben ik aansprakelijk als er wat met deze jongen was gebeurd?” Op de vraag of men als trainer aansprakelijk is, kan niet direct antwoord gegeven worden. Van geval tot geval zal dit bekeken moeten worden. De aansprakelijkheid is namelijk afhankelijk van verschillende factoren. De juridische grondslag voor het aansprakelijk stellen en daarmee de schadeclaim is de onrechtmatige daad. Hiervan is onder andere sprake als gehandeld wordt in strijd met de zorgvuldigheidsnorm. Dit is een (juridische) norm die aangeeft wat in het maatschappelijk verkeer betamelijk is. Als iemand schade heeft geleden moet de sportvereniging en/of de trainer aantonen zorgvuldig te hebben gehandeld om aansprakelijkheid met betrekking tot deze schade te voorkomen. Per activiteit zullen de volgende checkpunten nagelopen moeten worden: • H  oe groot is de kans op een ongeval? • Wat is de mate van bezwaarlijkheid om veiligheidsmaatregelen te nemen?

nummer 4 - 2010

Zo vereist een contactsport zoals rugby meer maatregelen dan een individuele sport als tennis. De aansprakelijkheid van een trainer zal per situatie onder meer getoetst worden aan zijn bekwaamheid, de trainingsvoorbereiding, de gegeven instructies, de veiligheidsmaatregelen, de organisatie van de training, het toezicht en de behandeling van eventuele kwetsuren. Dus een uiteindelijke aansprakelijkheid van de trainer in bovengenoemde kwestie is onder andere afhankelijk van: • d  e leeftijd van het kind; • de ernst van de ziekte of het letsel; • het feit of het kind altijd alleen naar de training komt of dat het wordt gebracht; • de woonplaats van het kind (de afstand naar huis); • of een eventueel letsel tijdens het terugfietsen ook ontstaan was als het kind gewoon aan het einde van de training naar huis was gefietst; • of het letsel het gevolg van de ziekte is of dat het op ieder moment had kunnen gebeuren; • of de trainer wist van de astma. De beantwoording van deze vragen bepaalt of en in welke mate de trainer aansprakelijk zou kunnen zijn. Ook hier geldt dat voorkomen beter is dan genezen. Het is daarom belangrijk om preventief de hierboven genoemde checkpunten na te lopen. Ik adviseer dan ook een soort trainingsprotocol te maken waarbij onder andere aan de orde komt wat het maximumaantal kinderen per trainingsgroep per leeftijd is, waar wordt getraind, waar het materiaal aan moet voldoen, wat je moet weten van de leerlingen en wat te doen bij letsel.

COACH

45


Anders bekeken

“Als je eerste wilt worden, moet je vooral inzicht in jezelf hebben” W Vaak wordt de sport

ten voorbeeld gesteld aan het bedrijfsleven.

Met als gevolg lezingen ter lering door coaches en sportleiders ten overstaan van mensen buiten de sport. In deze serie wordt de vraag omgedraaid: Wat kan de sport leren van het bedrijfsleven? Na Salem Samhoud van adviesbureau &Samhoud en Peter de Wit, senior partner van consultancybureau McKinsey & Company, nu Willem Kernkamp, directeur van Sloten Group BV.

Door: Guus van Holland

46

COACH

nummer 4 - 2010

illem Kernkamp laat zijn armen zien. Lange, sterke armen waarmee hij hockey en waterpolo heeft gespeeld. Je zou die armen als een gift kunnen beschouwen, een meegekregen talent dat hij wist te gebruiken om uit te blinken in zijn sport – al was het op bescheiden niveau. Het talent in jezelf, dan wel als coach of bedrijfsleider, in je spelers c.q. werknemers ontdekken én ontwikkelen, daar gaat het om, zegt Kernkamp, nu directeur van Sloten Group BV. In zijn vrije tijd is hij coach van een hockeyteam, eerst van zijn zonen, nu van zijn dochter. Talenten moet je ontdekken en die dan ontwikkelen. In het team van zijn zoons speelde een jongen met wie hij eerst niet goed raad wist. Groot, sterk, corpulent, wat te traag voor de snelheid van het spel, maar erg enthousiast. Als verdediger was hij de juiste man op de juiste plek. “De aanvallers kwamen hem niet voorbij, hij had óf de bal óf de man liep tegen hem aan, zijn lichaam was een sterk wapen, zijn talent”, zegt Kernkamp met een glimlach. Engagement Hij trekt graag de vergelijking tussen zijn passie als sportman en zijn passie als directeur. Engagement is zijn toverwoord. “Engagement is iets persoonlijks. Jij voelt dat, jij wilt dat, jij bent dat, jij kunt wat toevoegen met jouw talenten.

Mensen samenbrengen die allen geëngageerd zijn en hetzelfde doel willen bereiken, elkaar respecteren, elkaar willen inspireren en er veel voor over hebben, dat is de uitdaging.” Kernkamp zou van al zijn medewerkers graag verlangen dat zij een team van bevlogen, geëngageerde sporters vormen. “Maar het bedrijfsleven is anders dan sport. Ik kan niet op maandagmorgen alle werknemers bij elkaar roepen en zeggen: jongens en meisjes, ga er voor! Dat kan misschien wel één keer, maar zeker niet elke dag. Veel moet uit de mensen zelf komen. Maar de een werkt misschien meer voor het salaris, de ander misschien meer voor zichzelf. Het doel kan dus per persoon verschillen. Daarom evalueren wij met ons personeel een paar keer per jaar hun individuele resultaten. Geëngageerde mensen willen iets bereiken, doen daar alles voor en proberen iedere fout te voorkomen. Fouten kun je je op hoog niveau niet veroorloven, hoewel de ene fout zwaarder wordt afgestraft dan de ander. “Een fout van een bergbeklimmer die samen met anderen de K2 bestormt, is zo rigoureus dat die fataal kan zijn. Met niet alleen de mislukking van de expeditie tot gevolg, maar zelfs de dood van vrienden. Dat is dramatischer dan de fout van Sven Kramer op de Winterspelen, maar even onherroepelijk. Een fout kan ook grote gevolgen hebben voor een bedrijf, met


Curriculum vitae Willem Kernkamp Willem Kernkamp (Leiden, 9 juni 1958) is directeur van Sloten Group BV, onderdeel van het beursgenoteerde Nutreco. Een bedrijf actief in jongdiervoeding (babyvoeding voor vee). Sloten heeft 130 man in dienst en filialen in Nederland, Duitsland, Polen, Italië en Brazilië. Voordien was Kernkamp directeur van Trouw Nutrition Hifeed (1997-2006) en onder meer directeur Trouw Nutrition Spanje (1994-1997), beiden ook onderdeel van Nutreco. Hij studeerde aan de Landbouwuniversiteit Wageningen. Willem Kernkamp is getrouwd en heeft drie kinderen.

FOTO: MAURITS VAN HOUT

Vijf tips van Willem Kernkamp

in het meest dramatische geval een faillissement tot gevolg.” Het doel is een tevreden klant. Om dat te bereiken moet van alles ‘top’ zijn: de communicatie met de klant, de kwaliteit van de producten, maar ook inkoop moet op het juiste moment grondstoffen kopen, het personeel moet tevreden zijn, enzovoort. “Je moet je continu afvragen waarom je iets doet zoals je het doet. Als bedrijf, als medewerker, als sporter. Wat en wie heb je nodig om het doel te bereiken? Bij een sport is er één moment waarop het doel bereikt moet en kan worden: de wedstrijd. Dan moet het gebeuren. Bij een bedrijf ontwikkelt het doel zich steeds weer. Er is niet één doel. We stellen steeds nieuwe doelen. Alles goed doen wil ook zeggen alle mogelijkheden gebruiken, alle kennis of technologie aanwenden. Dat mis ik wel eens in de sport.” Vernieuwing Als je iets doet, doe het dan goed. “De weg naar de top is er een van

kleine ontwikkelingen. Alle ontwikkelingen gaan altijd stap voor stap. Je kunt cursussen volgen en mensen vragen om je wijsheid en inzicht te geven. Consultants inzetten, mensen die overal zijn geweest en processen ook elders hebben gevolgd, mensen dus die je nieuwe inzichten kunnen verschaffen. Je wilt toch het hoogste doel bereiken. Wil je dat niet, dan moet je ermee stoppen en gewoon iets anders doen.” Kernkamp wijst op de regels én de techniek van het spel. Je hebt mensen die spelen volgens de regels, je hebt mensen die regels willen veranderen en je hebt mensen die geen regels accepteren. “Natuurlijk moet je je aan bepaalde regels van het spel houden. Als een bal uit is, dan is die uit. Maar vroeger had de scheidsrechter altijd gelijk en nu kan hij worden geholpen door computerbeelden. Een onjuiste beslissing kan een wedstrijd enorm beïnvloeden, vaak ten onrechte. Als je je aan de bestaande techniek en kennis van

• Zorg voor een duidelijk doel. • Zorg voor engagement van jezelf en je team. • Kijk kritisch naar jezelf en anderen. Is alles toegepast wat binnen onze mogelijkheden ligt? • Ontwikkel en vernieuw jezelf elke dag. • Eerlijkheid duurt het langst, evenals openheid en respect.

de sport houdt, is het moeilijk winnen. Dus in sport, maar ook in het bedrijfsleven, moet je zoeken naar nieuwe kennis en methoden, nieuwe manieren, naar aanpassingen die je een voorsprong op de tegenstanders geven. Het spel kun je naar een hoger niveau tillen door gebruik te maken van middelen die op andere gebieden worden gebruikt. Zoeken, nieuwsgierig zijn, open staan.” Kernkamp wijst op een aantal vernieuwingen binnen het bedrijf. “Wij wilden een betere marketing, gewoonweg meer aandacht om ons product bekender te maken. De eerste reactie van ons personeel was: Wat komt zo‘n marketingman hier doen? De tweede: Doen wij het dan nu niet goed genoeg? Voorspelbare vragen die er bovendien toe doen. Dat is vernieuwing. Dat roept weerstand op én dat vraagt om resultaat. Maar je kunt niet hetzelfde blijven doen. Slimme concurrenten gaan verder, gebruiken wel nieuwe inzichten. We hebben nu vier

nummer 4 - 2010

COACH

47


Het doel is de nieuwe Johan Sjakie Marco k n Edwin Dennis a r F Clarence Edgar Patrick Rafael Ryan Wesley 贸f Urby

Eerlijk over De Toekomst.


FOTO: MAURITS VAN HOUT

“Als je iets doet, doe het dan goed”

man op de afdeling marketing. En daarmee komen we nog mensen tekort om aan de vraag te voldoen die vanuit alle markten waar wij actief zijn komt. Of je nu werkgever of werknemer bent van een bedrijf, dan wel coach of speler, het gaat altijd om vernieuwing en dus om jouw nieuwsgierigheid, opnieuw die engagement dus. In het geval van de sport kan ik mij voorstellen dat spelers vooral met zichzelf bezig zijn. Het zijn dan de coach en zijn medewerkers die aan vernieuwingen moeten denken. Dat is hun verantwoordelijkheid, en daar moeten zij op afgerekend worden.” Ruimte Evaluatie is altijd nodig: Wat hebben wij nagelaten? Wat kunnen wij doen om nog beter te worden? In de euforie van een tweede of derde

plaats, wordt dat wel eens vergeten. Dat moet voortdurend benadrukt worden, vindt Kernkamp. “Ik voel me verantwoordelijk voor dit bedrijf en haar personeel. Wij zijn onderdeel van een beursgenoteerd bedrijf, dat beoogt een steentje bij te dragen aan gezonde en voldoende voeding van mensen wereldwijd, met z’n allen. Zo’n verantwoordelijkheid en respect voor alles op deze wereld misstaat niemand. Respect, ook ten aanzien van de tegenstanders, zou topsporters passen. Vooral ook omdat wat zij doen zo zichtbaar is. Er wordt in die mensen geïnvesteerd, veel verwacht, vaak naar gekeken en dan mogen we toch hopen dat die alles uit de kast halen en het goede voorbeeld geven.” Het werk gaat maar door, trainingen kunnen een sleur worden. Moeten we dan ook nog stilstaan

bij wat we doen? We hebben het al zo druk. Kernkamp begrijpt het: “De meeste bedrijven spelen geen topwedstrijden. Spelen ze ooit een finale? Het is een proces, ‘de markt zat wat tegen’, ‘we zien wel over een jaar of zo’. Dat soort reacties. Als je wordt opgeslokt door de dagelijkse zaken, dan kom je niet toe aan nieuwe inzichten. Mensen maken hun hoofd niet gauw vrij in de hoop iets nieuws te zien.” “Het is de taak van een leider, coach of bedrijfsleider ruimtes te creëren in de hoofden van de mensen die je leidt”, meent Kernkamp. “En zeker ook zelf de ruimte in je eigen hoofd vrij te maken. Eerlijk naar jezelf zijn, toegeven dat je fouten hebt gemaakt en dat je daar beter van kunt worden. Als je eerste wilt worden, moet je vooral inzicht in jezelf hebben. Ik wil open staan, ik wil het beste voor het bedrijf, onze mensen en mezelf. Dat is het uitgangspunt. Daar gaat het om bij ons in het bedrijfsleven en in de topsport. Alleen dat leidt tot continu succes.”

Roald van Noort Willem Kernkamp geeft in deze serie het stokje door aan Roald van Noort, directievoorzitter bij CRV Holding BV.

nummer 4 - 2010

COACH

49


FOTO: ANP PHOTO

column Mart Smeets 50

Mart Smeets is vanaf 1967 werkzaam in de (sport)journalistiek, waarvan sinds 1974 bij Studio Sport als presentator, documentairemaker en anchorman. Hij volgde talloze Olympische Zomer- en Winterspelen en vele internationale toernooien en bivakkeert jaarlijks een maand in Frankrijk om de Tour de France te volgen. Daarnaast schrijft hij voor Trouw, het Haarlems Dagblad, Sportweek en de VARAgids en is hij auteur van meerdere bestsellers.

Pluisje De vraag is: Was Pluisje een goede coach? De Argentijnse coach werd bij het vuil gezet en kwam een dag na zijn ontslag met een bijster opvallende persconferentie. Slim zorgde hij er altijd voor dat hij de belangrijkste persjongens van zijn land tot zijn vrienden mocht rekenen. Voor en na zijn persbijeenkomst kreeg hij applaus. Pluisje doet vaak verassende dingen. Zo bestond hij het om tijdens het WK in Zuid-Afrika alle bondsbestuursleden en hun gasten het trainingsveld af te sturen. Ze waren niet welkom bij een training. Wie die gasten waren? De belangrijkste sponsoren van de nationale ploeg. Dat voorval kreeg nog een staartje omdat Maradona even later vrijwel de gehele Argentijnse pers (gemeen lachend) toeliet op het trainingsveld. Deze actie zegt echter nog niet of de voormalige ster zijn vak wel goed verstond. Het zegt iets over zijn manier van denken en doen naar de buitenwereld en je kunt slechts zeggen dat hij een onconventionele aanpak verkoos, die niet bepaald tactisch sterk genoemd kan worden. In de veelheid van berichten stond bijna nergens iets te lezen waaruit je zou kunnen opmaken of hij een goede of slechte coach was. Ik moest naar ESPN uitwijken om er een interessante zin over Pluisje te lezen. Aan sterspeler en wonderkind Messi werd in Zuid-Afrika gevraagd of zijn coach hem ooit verteld had waar hij diende te spelen in dit elftal. Messi dacht even na en schudde zijn hoofd: daar hadden hij en zijn coach nooit een woord over vuilgemaakt. Geen van beiden was er ooit over begonnen. Het ging zoals het ging. De Amerikaanse journalist die Messi dit gevraagd had, stapte vervolgens op Maradona af en stelde dezelfde vraag. Ook de coach groef even in zijn herinnering en schudde zijn hoofd. De vertaalde tekst luidde: “Neen, ik heb vroeger nooit, van welke coach dan ook, te horen gekregen waar ik in de opstelling een plaats had. Ik werd opgesteld en dat was het. Ik vind ook niet dat ik dat met Messi moet doen. Als ik hem opstel en dat doe ik altijd, dan moet hij maar uitzoeken waar hij het beste kan spelen. Zo werkt dat met mij.” Het is een zeer interessante, misschien wel zeer nieuwe visie van hoe je met spelers moet omgaan. Of deed Maradona dit alleen bij Messi? Voormalig wonderkind ziet in opvolger een gelijkwaardig karakter en dus… Zag hij in de kleine man van Barcelona een kopie van hemzelf? En vond hij dat een voetbalgenie niet verteld hoeft te worden waar hij dient te staan? Ik denk inderdaad dat Maradona zo denkt. Dat hij eruit gemieterd werd had waarschijnlijk niets met deze te voeren tactiek te maken, maar alles met ’s mans manier van doen en laten en zijn non-vermogen met bobo’s te communiceren of ze zelfs te bruuskeren. In de eerdergenoemde gedachte zit iets logisch, iets zeer speciaals, maar het is wel te volgen. Genialiteit laat zich niet binden aan een vaste plaats. Denk ik. Toch ging Argentinië tweemaal vet op de plaat. Tegen Bolivia in de kwalificatiewedstrijden (nederlaag: 6-1) en tegen Duitsland op het WK (nederlaag:4-0). Voetbalkenners wezen op het feit dat er geen Argentijns middenveld bestond en dat de linies daardoor niet aansloten waardoor de tegenstander makkelijker kon scoren. Echte kenners merkten op dat Messi, door zijn zwervend bestaan op het veld, juist tekort kwam in het sluitend maken van de linies. Je zou dus kunnen stellen dat Pluisje dat ook had moeten zien en had moeten ingrijpen. Maar waarschijnlijk voelde Maradona dat zijn sterspeler zelf de voetbalintelligentie had moeten hebben om dat gebrek te onderkennen en ook op te lossen. Toen dat niet gebeurde wist Maradona dat hij gefaald had. Of zag hij dat juist niet en schoof hij zijn eigen tactisch falen onder het vloerkleed en ging hij in de contraattaque en beschuldigde hij alles en iedereen van onkunde, de zucht naar macht en zelfverrijking? Pluisje is en blijft een wonderlijk product in de sportwereld. Of hij een goede coach is? Ik ben geneigd daar ernstig aan te twijfelen, maar daar heb ik te weinig specifiek ‘voetbalinzicht’ voor. Algemeen gesproken zeg ik, mijn gevoel geeft me aan dat alles wat de man doet op ‘primair’ en ‘basic’ is afgesteld. Op die eigenschappen kun je geen winnende coach worden. Dat heb ik geleerd in mijn rondreis door de sportwereld.

COACH

nummer 4 - 2010


Innovation is our sport TM

Baanbrekende innovaties kunnen helpen om net dat ene verschil te maken tussen winnen en verliezen. DSM, de Life Sciences en Materials Sciences company is al jarenlang een belangrijke partner van NOC*NSF en sinds kort ook van CervĂŠlo Test Team. Meerwaarde toevoegen aan de sport door innovaties in voeding en materialen, daar gaat het ons om. Geen twijfel mogelijk:'Innovation is our Sport'!

De innovaties van Koninklijke DSM zijn overal te vinden: van voedings- en gezondheidsproducten, geneesmiddelen en producten voor persoonlijke verzorging tot bijvoorbeeld auto's, coatings en verf, elektronica en producten voor de bouw - oplossingen voor betere voeding, betere bescherming en betere prestaties. www.dsm.com

http://sports.dsm.com


De juiste ondersteuning, de basis voor succes Als Official Supplier van NOC*NSF draagt Ricoh de Nederlandse sport al jaren een warm hart toe. We ondersteunen met veel enthousiasme de ambitieuze doelen van de vele sporters die hun dromen gaan verwezenlijken. Want alleen met een goede basis ontstaat topsport van het allerhoogste niveau. Ricoh. Moving Ideas Forward.

Ricoh Nederland B.V., Utopialaan 25, Postbus 93150, 5203 MB ‘s-Hertogenbosch, www.ricoh.nl


NLCOACH 201004