Magazine Schatbewakers 079

Page 1

schatkamers van zoetermeer

magazine

zoektocht naar de ziel van zoetermeer

De Oogst

een overzicht van de eerste serie stadsgesprekken

NIEUW PERSPECTIEF OP DE STAD

Zoetermeer door de ogen van Willem Hermans

Kralenspel

een werkmethodiek uitgelicht

herfst 2016 *


BIJ DE OMSLAG De moderne vitrine van Piet Hein Eek in De Bakkerswinkel verbeeldt op een mooie manier het samengaan van oud en nieuw. In de vitrine bewaart Piet Hekker oud serviesgoed. Kijkend naar het serviesgoed komen de verhalen naar boven. In een verleden tijd kreeg je bij de gemeente nog koffie in een porseleinen kop en schotel met het gemeentelogo erop. Serviesgoed werd zorgvuldig met de hand afgewassen en hoefde nog niet wasmachinebestendig te zijn. Het zondagse servies leverde het rijke beeld op dat we gebruikten voor de omslag. De vitrinekast is gemaakt van sloophout. Herbestemming, transformatie en veranderende zienswijze… de metafoor past, naast de inhoud, ook in de context waarmee we als Schatbewakers bezig zijn. Schatbewakers troffen Piet op zoek naar de ziel van de Dorpsstraat en verleenden assistentie bij het vastleggen van zijn plannen in het rapport; 'Zomerzorg'.


14 Nieuw perspectief op de stad Zoetermeer door de ogen van Willem Hermans

Inhoudsopgave

10

1 inhoud 3 editorial 4 vuurtorenschool... de polder voorbij 7 op weg naar een voorstel 9 stadsgesprekken # 46 plek Zoetermeer 72 nawoord | 150 weken Schatbewakers

................................................

20

STADSGESPREK 'Kunst & Cultuur' 02 april 2015

32

STADSGESPREK 'Landschap in en rond de stad' 16 april 2015

#3

...................................................

38

................................................

52 BIJVANGST

STADSGESPREK 'Cultuurhistorie' 29 oktober 2015

#4

Ontwikkeling Zoetermeerse stadsparken

...................................................

42

................................................

64

'gelukt'?

...................................................

...................................................

voor mensen op zoek naar de ziel van hun stad

58 Is Zoetermeer

#1

#2

26 Van welke cultuur is mijn vader de drager?

34

STADSGESPREK 'Stedenbouw' 19 maart 2015

Socrates, Plato en Kessels' kralenspel Het kralenspel is een inspirerende werkvorm die de persoonlijke, onderliggende stroom bevraagt

STADSGESPREK 'De spelende mens' 12 november 2015

#5

...................................................

48

STADSGESPREK 'Oogstfeest' 14 januari 2016

#6

............................................................................................................................................................................................................... .

1


INSIDE FRONT COVER AD PLACEMENT - RIGHT

ets, vlakdruk '77 Kunstenaar Ries Kleijnen

2


Z Editorial

Van de nood een deugd maken. Wij, Schatbewakers moeten en willen verantwoording afleggen voor de gekregen (financiële) ondersteuning. Hiervoor hebben we continu materiaal bijgehouden en verzameld. Door met een magazine verslag te leggen beogen we een toegevoegde waarde te creëren.

oetermeer vierde in 2012 haar 50-jarig bestaan als groeistad. De taakstelling was gehaald: voor 100.000 inwoners was een nieuwe woon- en leefomgeving gerealiseerd. De ruimtelijke opzet van Zoetermeer bevat een schat aan gedachten over de Nederlandse stedenbouw, landschap en architectuur van de afgelopen halve eeuw. Als respectievelijk architect en stedenbouwkundige hebben wij, Schatbewakers destijds meegewerkt aan de realisatie van Zoetermeer. Als bewoner en vakman voelen we ons schatplichtig. We willen de schat aan gedachten over de realisatie van deze nieuwe stad en haar achtergronden, verzamelen, bewerken, publiekelijk delen en bespreekbaar maken. Hiermee denken we de toekomstige veranderingen van de stad en haar wijken te kunnen aanvullen met voor de verandering relevante historische, sociale en culturele achtergronden. We willen het rijke materiaal van de 'gemaakte' stad delen met de bewoners van de 'geleefde' stad en inzetten voor toekomstige ontwikkelingen. Door het toegankelijk maken willen we het gedachtengoed behouden voor de komende generaties en op deze wijze meebouwen aan het collectief geheugen. Zoetermeer is als nieuwe stad gebaat bij het door bewoners kunnen vertellen en levendig houden van de verhalen. Waar ligt de eigenheid in het samengaan van de gemaakte en de geleefde stad? Wat is de ziel van Zoetermeer? Dat onderwerp werd het motto van onze zoektocht. We verzamelden mensen om ons heen, bespraken onze ambitie en maakten een plan voor een serie van zes stadsgesprekken. Ieder stadsgesprek kreeg een thema, dat door drie gastsprekers werd belicht en onder leiding van een moderator in een open dialoogvorm werd gevoerd. In dit magazine doen we verslag van onze ervaringen, vertellen we over de eerste oogst en de rijke bijvangst. We realiseren ons dat we er met deze eerste aanzet niet zijn. Vandaar dat we een doorzicht bieden op het vervolg en we de door ons gekozen werkwijze nader belichten. Ons initiatief is ondergebracht in een stichting: Stichting Schatbewakers. Informatie treft u aan op onze website. Tevens zijn we actief in de sociale media en hebben we een Face-book pagina. Heb je interesse? Wil je een bijdrage leveren of ons (financieel) ondersteunen? Laat het aan ons weten via een mail: mail@schatbewakers.nl Alcuin Olthof- schatbewaker

.............................................................................................................................................................................................................. 3


Initiatief Schatbewakers

Vuurtorenschool 27.03 | 30.06.2012 De polder voorbij – Zoetermeer 50 jaar groeistad.

Met de expositie in de Vuurtorenschool werd het zaadje van Schatbewakers geplant. Na het bezoek aan de expositie ontstond bij mij de vraag: “Is dit nu de jubileumtentoonstelling onze nieuwe stad en haar ontstaansgeschiedenis waardig?”. Ik miste de verhalen, de laag onder de primaire registratie van de inhoud. Ik ervoer slechts een reproductie van archiefmateriaal en foto’s die destijds in de folders en het wervingsmateriaal gebruikt zijn. Bekend materiaal dus. Er moest toch meer zijn dan dit steeds opnieuw hergebruikte materiaal. Ik veronderstelde dat de ontstaansgeschiedenis meer rijkdom in zich bergt: in beelden, in verhalen over het proces en in de context waarin de plannen destijds vorm kregen. Mijn eigen ontwerpproces wordt beïnvloed door allerlei factoren; muziek die ik beluister, gedichten en boeken die ik lees, vakexposities, gebouwen, steden maar ook dansvoorstellingen, die ik bezoek en vergelijkbare ruimtelijke vraagstukken die ik in het werk van andere ontwerpers bestudeer. Ik zie onze stad als een schat. Een bijna volledig nieuw gemaakte stad. Bedacht en vol ontwerpkeuzes, gemaakt in een politieke, economische en ruimtelijke context. Architectuur en stedenbouw vormen immers een spiegel van maatschappelijke en sociale ontwikkelingen. In Zoetermeer zijn de verschillende decennia bijna volledig .................................................................................................................................................................................................... 4


Vanuit de aanwezigheid van 'boterham-mannetjes' concluderen de Schatbewakers dat Zoetermeer een echte stad is"

te markeren. De op dat moment geldige stedenbouwkundige opvattingen en de architectonische uitwerkingen zijn terug te vinden in het uiterlijk van de verschillende wijken. Wat was de invloed op de gemaakte ontwerpkeuzes van het decor van de provobeweging en de krakersbeweging - met als drijfveer het tegengaan van woningnood in Amsterdam - in de jaren zeventig op de planvorming van de wijk Seghwaert? Was er eigenlijk wel beïnvloeding? Een aantal van de stedenbouwkundigen, die aan de stad gewerkt hebben is nog 'aanspreekbaar'. Op een gegeven moment zaten wij als initiatiefnemers met acht oudstedenbouwers of anderszins bij het (ruimtelijk) inrichten van de stad betrokken ambtenaren rond de tafel. De verhalen waren inspirerend en het recente verleden kwam tot leven. Dit was materiaal dat de rijkdom zichtbaar maakte. Aansluitend vroegen wij hun het ‘persoonlijke’ materiaal, dat verzameld was in het ontwerpproces, krantenartikelen, verkennende schetsen en ander materiaal uit persoonlijke archieven nog even niet weg te gooien. Dit omdat de zij allen in een fase zitten rond het beëindigen van hun werkzame leven. Opruimen en loslaten is een activiteit, die daar vervolgens vaak op volgt. In mijn reactie op de expositie vind ik Willem Hermans, die midden zeventiger jaren als jonge stedenbouwkundige bij de gemeente Zoetermeer werkte als medestander. Sinds die tijd woont hij ook in Zoetermeer en heeft de ontwikkelingen gevolgd. vanzelfsprekend zou ik haast zeggen. Naast zijn bureauwerkzaamheden is Willem altijd in het onderwijs werkzaam geweest. Toendertijd, tijdens mijn eerste studiejaar aan de Academie van Bouwkunst leerde ik hem kennen. Hij was toen mijn docent.

In het vervolg op het aan het licht brengen van de rijkdom van de stad maken we de keuze om de gemaakte stad door te koppelen naar de geleefde stad. We zochten hiervoor aansluiting op het thema van het Jaar van de Ruimte 2015. Dit thema had als onderliggende vraag: Wie maakt Nederland? Als Schatbewakers realiseren we ons dat de stad Zoetermeer niet precies zo geleefd wordt zoals zij destijds bedacht is. We zijn nieuwsgierig naar hoe de gemaakte stad nu geleefd wordt en wat als de eigenheid van Zoetermeer wordt beschouwd. Het idee ontstaat om in stadsgesprekken de dialoog aan te gaan met de bewoners van onze stad. De afgeleide vraag is immers: Wie maakt Zoetermeer? Alcuin Olthof

.............................................................................................................................................................................................................. 5


Kunstwerk van Marus van der Made met de basisschets van Zoetermeer als drager in de hal van ons stadhuis.

.................................................................................................................................................................................................... 6


Op weg naar een voorstel "Ervaren bewoners van deze groeistad op eenzelfde wijze de ruimtelijke kwaliteiten, die door ontwerpers in de plannen voor de stad zijn neergelegd of hebben zij een geheel ander beeld van hun stad"? Met deze vraag van Machiel van Dorst, voorzitter van de sectie Urbanisme van de faculteit Bouwkunde, TUDelft stapten we in juni 2014 voor het eerst als Schatbewakers naar buiten, de publiciteit in. Vanuit onze samenwerking met de werkgroep die de Dag van de Architectuur (DvdA) tweejaarlijks organiseert vroegen we Machiel die dag af te sluiten met een lezing. In de uitwerking van ons initiatief om meer aandacht te vragen voor de rijkdom van de gemaakte stad Zoetermeer hadden we de gemaakte stad tegenover de geleefde stad geplaatst. In de lezing wordt duidelijk dat er naast overeenkomsten ook wezenlijke verschillen liggen in de belevingswereld van de bewoners en de door vakmensen en ontwerpers bedachte leef – en woonomgeving. Vanuit de recente ontstaansgeschiedenis wordt Zoetermeer gekenmerkt door een planmatige aanpak, waarbij het maakbaar zijn van stad en stedelijkheid leidend is. De gebouwde omgeving moet functioneren zoals bedacht; als dat niet langer geschiedt, is sloop de eerste optie. Deze optiek verklaart waarom er al diverse gebouwen in deze nieuwe stad gesloopt zijn (parkeergarages in Meerzicht, ijsbaan stadscentrum, zonnewoningen, wijkcentrum Meerzicht, woningbouw in Palenstein enz. ). Heeft het vertrouwen in de fysieke maakbaarheid inclusief sloop te maken met het imago van het bedachte en ontworpen Zoetermeer? En komen wij daar ooit van af? Daarnaast heeft een nieuw geplande stad zoals Zoetermeer vanaf de jaren zestig het beeld meegekregen dat het een moderne stad zou worden. Het geloof in de vooruitgang en de toename van de welvaart heeft geleid tot de productie van seriematige woningbouw met verworvenheden als centrale verwarming en voor elk gezinslid een eigen kamer. Tesamen met de economisch noodzakelijke dichtheid leidde het credo van lucht, licht en ruimte tot een vrij hoog percentage goed geÍquipeerde hoogbouw en daarmee was het beeld van de stad voor lange tijd bepaald. Sedert die start, vastgelegd in het structuurplan van 1968 in de vorm van een compacte stad met vier woonwijken heeft Zoetermeer als een echte 'groei'-kern gefunctioneerd. Niet alleen wat betreft de woningbouw, maar ook op het vlak van de stedenbouwkunde en het publieke groen is de stad een staalkaart van wat er in de jaren zestig, zeventig, tachtig en negentig van de vorige eeuw in Nederland bedacht en ontwikkeld is. Inmiddels wordt in de stad gewerkt aan de eerste herstructureringen. De ............................................................................................................................................................................................................... 7


woningen zijn verouderd of de stedenbouwkundige opvattingen lijken achterhaald. Tot sloop en herbouw van een groot deel van Palenstein, een stadswijk uit het eerste groeikerntijdperk is al besloten. Hoe staat het met de oorspronkelijke karakteristiek van zo’n wijk en wat voor rol speelt dat in de vernieuwingsplannen? Het blijft zinvol om de huidige, maar zeker de toekomstige ontwikkelingen in te kaderen in het beeld van de stad, zoals dat vanuit het verleden is bedacht. En dan niet alleen vanuit een functionalistische planningpraktijk, maar ook vanuit de tijdgeest en het achterliggende gedachtengoed van ontwerpers en bestuurders. Aandacht voor het andere, het niet gangbare, de experimenten op het gebied van stedenbouw, landschap en architectuur verdienen daarbij extra aandacht. De ontwikkelingen uit het recente verleden hebben hun sporen nagelaten; de groeistad Zoetermeer is daar en wordt nu bewoond door ruim 120.000 burgers. De eerste verbouwingen hebben al plaatsgevonden en de huidige planningpraktijk is in veel opzichten compleet veranderd: van plan naar project, van top down naar bottom-up en in het proces hebben nieuwe opdrachtgevers (van 1 naar 300) hun posities ingenomen. Er ligt geen leeg speelveld meer klaar, maar een in gebruik genomen woonomgeving, waarin kritische bewoners en gebruikers hun gevoelens over de stad bij plannen voor verandering in vele toonaarden uitten. Deze ontwikkelingen hebben mede de stad gevormd zoals zij nu is. Niet alleen in fysieke zin, maar ook in mentale zin. Vandaar dat in de dialoogserie 'Op zoek naar de Ziel van Zoetermeer' vanuit diverse disciplines, vanuit vakgenoten uit verschillende tijdvakken, vanuit bestuurders en bewoners bijdragen worden gevraagd om kennis over de stad te uiten en te delen. Nu een andere ruimtelijke ordening speelt en de stad aan het verbouwen slaat kan een serie stadsgesprekken een waardevolle bijdrage leveren aan een gedragen toekomstvisie voor de voormalige groeistad Zoetermeer.

zomer 2016 Zondag in het park

.................................................................................................................................................................................................... 8


Stadsgesprekken # In 2015 wordt het jaar van de ruimte gevierd. We hebben al jarenlang geen ministerie van VROM (volkshuisvesting, ruimtelijke ordening en milieu) meer, maar de vraag ‘Wie maakt Nederland?’ blijft actueel. Door een aantal organisaties, lokale overheden en actieve burgers is het voornemen geuit om in 2015 een breed maatschappelijk en vakmatig debat over de inrichting van Nederland te organiseren. Ook Zoetermeer wil een bijdrage leveren aan deze manifestatie. Vanuit de gemeente is het project ‘Een nieuwe omgevingsvisie’ voorgesteld. De kern van deze bijdrage is de aandacht die het sociale domein kan krijgen bij de in voorbereiding zijnde structuurvisie. Hoe wordt dat georganiseerd? ‘Schatbewakers’ zijn vakgenoten, die ooit hebben bijgedragen aan het maken van Zoetermeer en zich schatplichtig en betrokken voelen. Als Schatbewaker zijn we het gesprek met de gemeente aangegaan over hoe nu, maar vooral in de nabije toekomst om te gaan met deze nieuwe stad. In de vorm van een ‘community’ - een tijdelijke vorm van samenwerking hebben beide initiatieven, Schatbewakers en gemeentelijk project, elkaar gevonden om in 2015 een gezamenlijke Zoetermeerse bijdrage te leveren aan Het Jaar van de Ruimte. Zoetermeer is bedacht als een nieuwe stad voor 100.000 mensen en is in een halve eeuw gerealiseerd. Met ons, hebben vele anderen daaraan gewerkt, niet alleen met het maken van een nieuwe uitleg, maar ook met het beheren, onderhouden en waar nodig of wenselijk met het verbouwen van die stad. Hebben zij - de vakgenoten - de stad gemaakt, of zijn het de bewoners die de stad maken en van wie is die stad eigenlijk? Is dat in een groeistad zoals Zoetermeer anders dan in een oud-Hollandse stad zoals Haarlem, Delft of Dordrecht? En wat voor stad is Zoetermeer eigenlijk? Is er wel EEN stad ontstaan of bestaan er zelfs in een stad als Zoetermeer, meerdere ‘steden’, bijvoorbeeld de woonstad, de sportstad of de alledaagse stad van de bewoners en de geplande stad van de oorspronkelijke makers? Achter deze vragen ligt een belangrijke kwestie: wat is Zoetermeer nu, na 50 jaar groeistad geweest te zijn. Wat is de eigenheid van deze stad of anders geformuleerd, een beetje filosofisch…. Wat is de ziel van Zoetermeer?

Bewaken heeft voor ons een andere lading dan bewaren. Ons doel is niet om te conserveren"

.................................................................................................................................................................................................... 9


#1

Tekst Willem Hermans

Als Zoetermeer een

schatkist is, wat moet die kist dan bevatten?"

1

O

ogst van het eerste stadsdebat over de stedenbouw van de groeistad Zoetermeer

het is voorjaar 2015 ruim 50 man/vrouw in het CKC drie eigenzinnige inleidingen een actieve moderator het begin van een dialoog op zoek naar de Ziel van Zoetermeer en na aoop twee blije Schatbewakers Als Zoetermeer een schatkist is, wat moet die kist dan bevatten? Zo luidt de centrale vraag van Radboud van der Linden, de moderator van deze avond, zowel gericht aan de zaal als aan de gastsprekers. .................................................................................................................................................................................................... 10


Als eerste is het podium voor Els Bet, stedenbouwkundige, docent aan de TU-Delft en woonachtig in Den Haag. Zij onderscheidt verschillende typen “Schatten”, a omstig vanuit twee verschillende stedenbouwkundige invalshoeken: 1 vanuit de grote schaal, noem het planologenstedenbouw 2 vanuit de dagelijkse ervaring, de gebruikersstedenbouw. Met een serie prachtige tekeningen geeft ze aan dat de ligging van Zoetermeer in het grote spinnenweb van de steden tussen Den Haag en Rotterdam gecombineerd met de landschappelijke inbedding in parken en polders heel waardevol is. Een schat voor Zoetermeer, maar blijf het verschil in de stadsrand aan de zuidzijde (groene tentakels) en aan de noordzijde (breed open front naar het Groene Hart) benutten. De unieke relatie met de grote landschappen wordt op veel plekken nog te veel door dakkapellen en schuttingen gedomineerd. Maak dus meer gebruik van de groene geleding van buiten naar binnen en vice versa zodat je van binnenuit de waarde van het omringende landschap kunt ervaren, zoals bijvoorbeeld bij de Noord-Aa. Daarnaast staat Zoetermeer voor 'lekker' wonen; wees zuinig op woningen met goede plattegronden. Hier is het alledaagse het bijzondere; blijf goed kijken als je onderhoud en beheer uitvoert. De stad kent geen klassiek repertoire van openbare ruimten zoals monumentale boomlanen, maar opvallend zijn wel de grote pluk bomen bij de entree van buurten. Ze werken als een diafragma en zijn waardevol. Maak een (door veel bewoners) gedragen, maar ook stevig bomenplan en betrek ook de (te) grote bomen op de eigen erven erbij. Het afsluitende advies van Els Bet: Gebruik de lokale kennis over goede plekken in de stad. Er zijn vele 'harten' in de stad: schoolpleinen, sportcomplexen, parken en tuinen en clusters van bedrijven naast de bedachte (winkel)centra. En in de stad ligt alles dicht bij elkaar, op loop- en fietsafstand. Wees zuinig op de

informele plekken, koester ze bij hergebruik en kijk waar de ‘boterhammannen” naartoe lopen. Wellicht heeft de stad toch een eigen stadsritme! Piet Hekker presenteert zich als bakker, ondernemer en stadsontwerper. Hij verhaalt vanuit zijn eigen ervaring over 'permanente tijdelijkheid' en aan de hand van de geschiedenis van 'zijn' winkel annex bakkerij illustreert hij het zoeken naar ander gebruik en nieuwe ruimtelijke condities; er blijkt altijd wel ruimte te zijn voor nieuwe activiteiten (feestplek, huiskamerrestaurant) en voor het bouwen of veranderen van opstallen (kas, serre, tuinhuis). Het continue (ver)bouwen aan de kop, het midden en de staart (driedeling) van het oude pand aan de Dorpsstraat heeft plekken gecreëerd, die toen maar nu nog steeds - van waarde blijken te zijn; kinderen van de oudere generatie Zoetermeerders maken er nu gebruik van. Deze ervaringen zijn meegenomen naar andere steden om het concept van De Bakkerswinkel verder te ontwikkelen (A’dam, R’dam en Den Haag). Nu terug in Zoetermeer wil Piet de opgedane kennis en ervaring inzetten voor de toekomst van de Dorpsstraat. Het gebied biedt vanuit zijn optiek ruimte voor acht clusters, variërend van een coöperatieve markt, een theetuin, een B&B tot het hergebruik van de beddenwinkel op de Delftsewallen als 'Huis van de Stad'. Door anders te durven kijken en te handelen worden nieuwe mogelijkheden zichtbaar en maakbaar, zie bijvoorbeeld het evenement 'Zondag in het Park' van Terra Art Projects of 'De luchtsingel' die door bureau Zus in Rotterdam is bedacht voor de verbinding vanaf het Hofplein naar RotterdamNoord. Dit zijn mooie voorbeelden van 'social design', waar mensen en dagelijks gebruik centraal staan. Dus geeft hij als advies mee: Doe meer met mensen samen en ga niet over mensen heen zaken bedenken en regelen. Zo houd je gebieden vitaal en levendig en dragen ze bij aan de stad als geheel. Voor een blik vanuit een extern perspectief is JaapJan Berg, werkzaam bij INTI (International New Town Institute) als onderzoeker, maar ook 11


actief als moderator en journalist, gevraagd een bijdrage aan het gesprek te geven. Zijn bemoeienis met Zoetermeer vanuit het INTI heeft in 2013 mede geleid tot het leveren van bijdragen aan de tentoonstelling 'Dromen van een Stad'; een voortdurend Utopia, geïllustreerd door een reeks tekeningen, die in de wereld van wetenschap, kunst en universiteit wel, maar bij de stadsbewoners nauwelijks op waardering kon rekenen. Zijn adviezen voor ons - Schatbewakers en aanwezigen - : Wees bewust dat de opgave op Zoek naar de Ziel van de stad ook voor Zoetermeer geen unieke opgave is; meer steden zijn daar naar op zoek. Na de periode van het onderzoek naar de wederopbouw staan de monumenten in de groeikernen al op de agenda. Wees natuurlijk trots op de oude kern, maar focus je niet te veel op de 'pareltjes' en de nostalgie; richt je op de verworvenheden als nieuwe stad. Hou de dynamiek vast, ga voorbij aan het Calimero gevoel en maak je druk om plekken die ook van waarde zijn voor de volgende generatie. Bij het INTI is onderzoek verricht naar de urbane toekomst van acht Vinex wijken; Groeten uit Vinexland. Die toekomst kan niet alleen van de overheid a omstig zijn en ook niet alleen vanuit de bewoners. Het betekent samen praten, naar elkaar luisteren en samen handelen. Stedenbouw als zoekmachine laat zien dat in publicaties als de Spontane Stad het de mensen zijn die de stad maken; de ziel zit bij de bewoners van de stad. Kortom, heel veel gewone dingen zijn waardevol in Zoetermeer! Dat blijkt ook uit de gevoerde discussie naar aanleiding van de gehouden inleidingen. Dus ga voor het zichtbaar maken wat de bewoners ervaren als waardevol. Het groen in de woonomgeving, de bomen, maar niet teveel en niet te groot, het aanbieden van ruimte om zelf te benutten en te ontwikkelen (de wijktuinen) en ga voor beter beheer en zorgvuldig onderhoud. Streef ook naar het vasthouden van een buurtidentiteit, leg de woonverhalen van kinderen vast en blijft kijken naar de stad als geheel, niet alleen zo als zij nu is, maar ook hoe ze bruikbaar en waardevol kan zijn voor toekomstige generaties. Zoetermeer voldoet ruim aan de koenorm van Adriaan Geuze: per fiets met kind achterop is binnen een kwartier fietstijd vanuit huis een koe in het landschap waar te nemen. Na een avond is de Schatkist veel schatten rijker: de ligging van de stad, het lekkere wonen, de compactheid van de bedachte stad, de aanwezigheid van veel gewone dingen, pleidooien voor het op orde houden van grote ruimtelijke structuren, het benutten van de eigen “stad ritmes” en het samen praten, handelen en werken aan toekomstige planontwikkeling.

12


2

3

4

5

6

1

Moderator Radboud van der Linden in dialoog met de zaal

2

Gastspreker Els Bet

3

Gastspreker Piet Hekker

4

Radboud van der Linden in gesprek met gastspreker Jaap Jan van den Berg

5

de dialoog met de zaal

6

terugkijkend op het eerste stadsgesprek

.................................................................................................................................................................................................... 13


Nieuw perspectief op de stad Zoetermeer door de ogen van Willem Hermans

Willem Hermans

- door Erik Pool, schrijver en praktisch filosoof -

Willem Hermans zit op de praatstoel. Hij vertelt geanimeerd over de stad waar hij woont en die hij als stedenbouwkundige deels ontwierp. Tijdens een lang zomermiddaggesprek laat hij de stad voor zijn geestesoog oplichten en blikt terug op hoe het destijds ging, met de groei van de stad, hoe Zoetermeer zich nu bij bewoner en bezoeker aandient en wat er nog in het vat zit. Hij is kritisch en hoopvol. We hebben een mooi gesprek in twee delen, waarin ik probeer door Willems ogen naar de stad te kijken. De hele middag is een lange oefening in ‘anders kijken’. .................................................................................................................................................................................................... 14


Anders kijken In het eerste deel van het zomermiddaggesprek wil ik begrijpen wat precies het belang is van Willems inzet als Schatbewaker: waarom moeten er stadsgesprekken zijn, welk belang is daarmee gediend? Dat blijkt nog niet eenvoudig om te achterhalen, we moeten samen diep graven. Willem doet z’n best en gunt me een inkijkje in zijn binnenste, al is dat nog niet gemakkelijk. Toch wil hij in al z’n bescheidenheid maar al te graag praten over ‘zijn’ Zoetermeer. Dat heb ik al vaker mogen ervaren: op verzoek van de Schatbewakers mocht ik enkele stadsgesprekken begeleiden. Dat smaakte naar meer: na de eerste reeks stadsgesprekken werd ik betrokken bij de plannen voor de komende maanden. De bedoeling is de wijken in te gaan om met de mensen van de wijk de onzichtbare achterkant van de zichtbare woonomgeving op te diepen. Het wordt een poging om met Zoetermeerders de diepere lagen van hun stadsdeel te leren kennen, hun levensverhalen op te halen tegen de achtergrond van de stad waarin ze hun dagen doorbrengen. Zal het lukken om samen met Zoetermeerders anders te kijken naar de stad die hen toch zo vertrouwd is? We willen de kracht van elke wijk, de heldenverhalen, de crises uit het verleden en de plannen voor morgen op tafel krijgen. Of is ‘tot leven brengen' beter geformuleerd? Misschien wel. We voelen aan ons water dat er meer leven in de stad zit dan de oppervlakkige passant zou vermoeden. We zijn enorm nieuwsgierig naar al die verhalen die liggen te wachten om verteld te worden - aan elkaar, aan Zoetermeer, aan iedereen die ‘iets’ met de stad heeft. Bij deze aanpak zullen we gebruikmaken van een speciale methodiek, a omstig uit de praktische filosofie: het kralenspel, ontwikkeld door Jos Kessels, filosoof en organisatie-adviseur. In die methode onderzoek je een bepaald onderwerp vanuit tien verschillende perspectieven. Dit hebben we in het voorjaar al uitgeprobeerd tijdens een proefsessie met mensen die betrokken zijn bij het Dorp. Dat leverde een wonderlijk bijzondere avond op. Willem was onder de indruk van de gevoeligheid die in het gesprek naar boven kwam en van de samenhang van het verhaal dat over het

Foto archief gemeente Zoetermeer

Dorp werd verteld. De avond motiveerde ons om dezelfde methode te gaan gebruiken in alle wijken. Misschien ligt het daarom wel voor de hand om in het tweede deel van dit zomermiddaggesprek met Willem de tien perspectieven uit dat kralenspel te volgen. We zullen zien of dat ook in dit gesprek helpt om anders te kijken naar Willem, naar zijn drijfveren en naar zijn persoonlijke betrokkenheid bij Zoetermeer. Deel 1: Waarom toch? Waarom vindt Willem het een goed idee om in de stad gesprekken te voeren, waarom toch al die moeite? Hij start zijn antwoord voorzichtig, nietszeggend eigenlijk. “Het is nodig en belangrijk de stadsgeschiedenis publiekelijk met elkaar te bespreken.” Inderdaad, dat is het uitgangspunt, maar waarom is dat zo belangrijk? “Het euvel van een groeistad is dat zoiets niet vanzelf gebeurt. In steden als Groningen, ik noem waar wat, heb je regentenkamers of stadscafés waar de verhalen rondgaan. In Zoetermeer komen gesprekken over problemen en mogelijkheden niet vanzelf tot stand, die moeten georganiseerd worden. Dat zijn we aan het doen.” Het is een antwoord, natuurlijk, maar ik krijg mijn vingers er nog niet achter. Ik wil Willem beter begrijpen en doe een poging in zijn eigen ziel te kijken. Het blijkt dat hij vaak is geïnterviewd in zijn werkzame leven over concrete projecten en dingen die op stapel stonden. In dit gesprek

.................................................................................................................................................................................................... 15


24 november 2015 bijeenkomst Raadszaal over de Toekomstvisie Dorpsstraat

De kennis van

de stad, hoe die is gemaakt of ontstaan, is daarom aan het verdampen"

wordt hij nu voor het eerst bevraagd op een veel bredere visie op de stad, op hoe sociale processen gaan en welke rol hij daarin ziet voor stadsontwerpers, voor de bewoners en ondernemers van de stad, voor het stadsbestuur. Misschien is dat de verklaring voor het feit dat hij de vraag waarom hij zijn inzet als Schatbewaker belangrijk vindt, niet snel kan beantwoorden. Ken je verleden We hebben de tijd, dus kan ik de waarom-vraag in allerlei soorten en maten nog een paar keer herhalen. Dat helpt. Al zoekend vindt hij steeds meer overwegingen die van belang zijn bij zijn inzet als Schatbewaker. “Dergelijke stadsgesprekken zijn goed voor het sociale klimaat in je stad, maar ook voor basaal historisch geheugen. Dat is hier nauwelijks. Daar komt nog eens bij dat allerlei bouwactiviteiten in het verleden onvoldoende zijn gedocumenteerd. We weten heel veel niet meer over beslissingen en overwegingen die bij het ontwerp van de stad een rol hebben gespeeld. De kennis van de stad, hoe die is gemaakt of ontstaan, is daarom aan het verdampen. Er is geen body of knowledge beschikbaar waar je lering uit kunt trekken. Dat belemmert de groei naar volwassenwording. Net als jong

.................................................................................................................................................................................................... 16


Even was er zicht op een tijdelijke locatie voor de Stadsambassade volwassenen moet een stad zijn identiteit leren kennen en dat kan niet zonder kennis van het verleden. Er zijn wel formele raadsstukken, maar die zeggen eigenlijk niets over het waarom van de stad, waarom de wijken en de publieke ruimte eruit ziet zoals die eruit ziet. Dan wordt het moeilijker om goed te weten hoe je daarmee moet omgaan.” Voorbeelden? “In een parkeergarage was het volgens bewoners te donker. Er moest meer verlichting komen. Er werden gaten in het beton geboord, kabels getrokken en extra lampen opgehangen. Maar in het oude plafond, onzichtbaar aan de oppervlakte, was dat allemaal allang voorbereid bij de bouw. Niemand weet dat meer. Dus wordt er een bedrijf ingehuurd, waarschijnlijk omdat die de laagste prijs offreerde en die gaat zonder kennis van zaken aan de slag. Doodzonde. Dan denk ik: verdiep je even in de achtergronden, neem de moeite je werk voor te bereiden. Maar dat is ook een cultuurkwestie. Als een stad zelf niet zuinig is op het eigen verleden en de stadsherinnering niet koestert, dan gaan dingen zo.” “Een ander voorbeeld is de discussie in Segwaart over de bomen. Er is nu kritiek op de soort bomen die destijds bij de aanleg van de wijk zijn gebruikt. Maar dan moet je even teruggaan in de tijd en de argumenten onder het stof vandaan halen. Daar

was ik zelf bij betrokken. De keus was in die tijd veel beperkter dan nu, deze bomen waren destijds leverbaar tegen een goede prijs, ze zijn goed in te korten, bestand tegen veel boomziektes, enzovoorts. Die bomen vertellen dus iets over het ontstaan van je stad. Je kunt ze nu wel weghalen of vervangen, dat is misschien nodig en prima, maar wéét in elk geval wat je doet. Er zitten motieven achter, verhalen, oorzaken. Leer die kennen, benut ze en wees een beetje trots op wat er is. Vergeleken met steden als Amsterdam of Groningen heeft Zoetermeer geen know how over zichzelf en hoe je met de stad moet omgaan. Dat moet ingebed zijn in de lokale cultuur, gewoonten en gebruiken. Dat moeten we nu samen beter opbouwen en vasthouden.” ‘Wel aardig ja’ In welke hoedanigheid vertelt hij dit nu: als Zoetermeerder, als stedebouwkundige of als Schatbewaker? “Meer als vakman dan als bewoner. Bij mijn afscheid aan de TU Delft heb ik gezegd: ik ga me meer bemoeien met mijn eigen hometown. Maar dat moet niet ontaarden in een hobbyclubje van een paar vakmensen, want wat er over de stad te weten en te vertellen valt moet juist worden gedeeld met het publiek. Dus ik vertel dit soort

.................................................................................................................................................................................................... 17


Schatbewakers

verhalen vooral als Schatbewaker. Wij organiseren stadsgesprekken en gaan op zoek naar de ziel van Zoetermeer vanwege de culturele betekenis van die stad. Het gebruik van de stad willen we leren kennen, we willen de ervaringen van bewoners en bezoekers ophalen en delen. De gebouwde en ontworpen fysieke omgeving roepen bij ons allemaal sfeer en emoties op, maar wat vertelt het ons nu eigenlijk: wat is het verband, hoe beïnvloeden Zoetermeerders hun leefomgeving en wat doet de wijk of straat waar je woont of werkt met jou als gebruiker? Dat begint een beetje te lukken, gelukkig. Ik zie gesprekken ontstaan die voorheen niet werden gehouden. Ook zonder onze bemoeienis gebeurt dat natuurlijk, in de culturele wereld bijvoorbeeld en rondom sport en spel gebeurt van alles.” Maar toch, nog een keer: waarom is dat nou zo belangrijk? “Er zit een soort gelaagdheid in de omgeving, een rijkdom van mogelijkheden, achtergronden, geschiedenis, cultuur. Het zou goed zijn als mensen begrijpen wat een rol heeft gespeeld. Wanneer je in een omgeving verkeert en verblijft en je ziet of weet waarom de dingen zijn zoals ze zijn, krijgt je wereld misschien meer betekenis. Wees je ervan bewust dat er aandacht is besteed aan jouw leefomgeving, niet alleen vanuit technische vragen of constructieproblemen maar ook vanuit de gewenste sfeer of vanuit de bedoeling om er kwaliteit in te stoppen. Het lijkt me aardig als mensen dat soort kennis meedragen.” Aardig? “Ja, wel aardig ja. Ik wil dat niet opleggen, het is niet een soort dogma, maar het is wel zinnig. Het zou goed zijn.” In het zomermiddaggesprek leg ik Willem de tien perspectieven één voor één voor in de vorm van concrete vragen. Dat helpt om zijn verhaal over en zijn visie op de stad met andere ogen te bekijken. Levert dat een beeld op dat nieuw is? In het tweede magazine zal het tweede deel van dit interview geplaatst worden.

Je relaties uit het verleden en je bereidheid te veranderen in het nu vormen samen de relatie van je toekomst." Paul Bles Fragment uit het schilderij dat Pieternel Peltenburg maakte in opdracht van CH&Partners te Den Haag. (januari 1991). In 2009 fuseerde CH&Partners met Rijnboutt Van der Vossen Rijnboutt tot Rijnboutt. Het bureau is gevestigd in Amsterdam. .................................................................................................................................................................................................... 18


Even was er zicht op een tijdelijke locatie in de Dorpsstraat voor de Stadsambassade.

.................................................................................................................................................................................................... 19


#2

Tekst Willem Hermans

Laten we kunstenaars zoeken die dankzij hun natuurlijke talent in staat zijn om de natuur van het fraaie en het mooie op te sporen." Socrates

1

H

et tweede stadsdebat vindt plaats in de BaZtille, op donderdagavond 2 april 2015. Gasten zijn: Anja Hepp van Zpot (Zoetermeers Primair Onderwijs Theater) en adjunct-directeur bij de Meerpaal; Jouetta van der Ploeg, directeur Stadsmuseum Zoetermeer en Dorottya Kiss, cultureel ondernemer. Voor deze avond is Erik Pool, overheidsmanager en praktisch ďŹ losoof, gevraagd als moderator. In de door de kunstenaars van BaZtille beschikbaar gestelde zaal zijn circa 65 bezoekers en de twee Schatbewakers aanwezig. In dit stadsgesprek staat het culturele leven centraal. Als opmaat voor de avond is door de Schatbewakers een aantal vragen gesteld. Willem Hermans licht toe. Draagt het huidige culturele leven in Zoetermeer bij aan de eigenheid van die stad? Wat stelt dat culturele leven voor en is het onderscheidend tov naastliggende gemeenten zoals Delft of Gouda? Vanaf het begin van de groei van dorp tot stad hebben lokale initiatieven aan de basis gestaan van culturele activiteiten (toneelverenigingen, fanfares). Zoetermeer kent een bloeiend lokaal verenigingsleven, maar de grote romans en de meeslepende verhalen zijn uitgebleven. In april 2015

.................................................................................................................................................................................................... 20


verschijnt een nieuwe cultuurnota, waar de ruim tien gevestigde culturele voorzieningen aan hebben bijgedragen; wel continuïteit voor het Stadsmuseum, maar geen nieuwbouw voor het amateurtoneel. Hoe belangrijk blijft cultuur en …..eh kunst, waar was dat ook al weer voor nodig? Het gesprek kan beginnen. Erik Pool wordt door Alcuin Olthof geïntroduceerd en direct daarna wordt op initiatief van Erik de zaal een beetje verbouwd. Wie van de aanwezigen is van de cultuur, wie leeft ervan of zou ervan willen leven? En weten wij – hier vanavond in de BaZtille bij elkaar- wat er in de stad wordt besproken? Liefde, schoonheid, seks, maar vooral welke waarden worden hier geleefd; hoe staat het met de moraal van deze stad? Daar komen we vanavond niet uit, maar het gesprek van nu maakt wel deel uit van de zoektocht van de Schatbewakers en van de aanwezigen naar de Ziel van Zoetermeer. Die ziel moet geleefd, besproken en gedeeld worden. Anja Hepp begint haar bijdrage met een project van Mark de Weijer; de Noord Aa, het landschap, een strandje en zand. Hoe ziet die plek eruit, bedenk er een verhaaltje bij en door het markeren van de locatie is de plek voor jou voor altijd belangrijk geworden. Zo begint iets en het laat voor jaren sporen na. Met dit enthousiasme vertelt Anja over haar ervaringen met het spelen van toneelstukken door docenten voor leerlingen van het basisonderwijs (Zpot). Al ruim 20 jaar worden de grote verhalen uit de wereldgeschiedenis door leerkrachten voorbereid en opgevoerd. Niet alleen door het kennis nemen van die verhalen, maar ook om de magie van het theater en van de verbeelding aan hen mee te geven. Haar verhaal is ook een pleidooi om het amateurtheater, nu in het Kwadrant gevestigd, daar te behouden; zo’n locatie is onmisbaar voor producties van het Zpot (maken en opslaan van decors, rekwisieten en kleding). De activiteiten van Anja roepen reacties op als passie, creativiteit, samenwerken, toekomst gericht, emotie, over je grens gaan, veel omvattend, inspirerend, geluk en…….jeetje.

Jouetta van der Ploeg is directeur van het oudste museum waarin de historie direct verbonden is met de toekomst. Het museum richt zich op de ontwikkeling van de stedenbouw en architectuur en de tijdgeest vanaf de jaren ’50 van de vorige eeuw. Daarbij staan de directe woonomgeving en het huiselijk domein centraal als uitgangspunten voor het organiseren van projecten en tentoonstellingen. Daarnaast ziet het museum de belevingswereld van de stadsbewoner als eigentijds onderzoeksterrein; de bewoners worden zelf aan het woord gelaten. “Een stad zonder ziel, is een stad zonder gezicht”; ter illustratie bespreekt Jouetta twee projecten; Give & take (2008) en Secret City Zoetermeer (2012). In Give & take werd aan bewoners - als experts gevraagd een object aan het museum af te staan dat de eigen aard van Zoetermeer symboliseert. 86 voorwerpen zijn ingeleverd, merendeel nostalgisch van aard, slecht een enkel object refereert aan de moderniteit en de vooruitgang van de jaren zestig vanuit stedenbouw en architectuur. De registratie van de objecten betrof de eerste fase van het project, de verhalen die erbij en erover zijn verteld fase twee, de waarde van de objecten tezamen fase drie en het slotdebat rondde het project de Wonderkamer af. Samengevat gaat het project over verlangen naar identiteit en roept het vragen op naar een mogelijke constructie van identiteit. In Secret city Zoetermeer zijn door Any Brydon en Andrew Brooks honderden foto’s gemaakt en gebruikt om dualiteit van deze stad als moderne geplande stad rondom een verborgen historische kern in beeld te brengen. Bewoners hebben voor deze Engelse fotograaf en curator als reisgids gewerkt en de verhalen van bewoners hebben geleid tot reflecties bij de gepresenteerde beelden. Ook de door vaak jonge deelnemers aan workshops fotografie gemaakte a eeldingen en hun verhalen maken deel uit van het project; de stad op een andere wijze beleven en er een geheimzinnig verhaal over schrijven. Beide projecten illustreren de ambitie van het Stadsmuseum; bijdragen aan en onderdeel uitmaken van de stedelijke identiteit en het besef daarvan bij de bewoners. De nieuwe stad is door

.................................................................................................................................................................................................... 21


goed bedoelde ontwerpers ooit bedacht, maar wordt door de gebruikers vaak op een andere wijze geïnterpreteerd. De eigenheden en verhalen van bewoners, hoe zij zich verhouden tot elkaar en hun omgeving vormen de vertrekpunten voor de programmering van het museum. Welke vragen komen nu op? Trots zijn op, uitdagend, goed kijken, blijven vragen, spanning, het geheim van….hoeveel mensen kennen eigenlijk hun stad, hun eigen stadsmuseum?

de eigenheden en verhalen van de bewoners... vormen de vertrekpunten... "

22

Dorottya Kiss, cultureel ondernemer, wetenschapper, danseres en van Hongaarse a omst, werkt vanuit die ervaringen en altijd met een open mind. Als danseres wens ik geen hiërarchie qua genres te erkennen. Tijden zijn veranderd, dat merkt de cultuursector duidelijk, maar dat vraagt van de geld verstrekkende overheid en van de geld vragende instantie cq kunstenaar een andere houding, andere gereedschappen en nieuwe vaardigheden. Culturele economie bestaat, maar het legitimeren van kunst en cultuur is meer dan een economisch belang. Waarde van kunst & cultuur gaat ook over het beleven van ervaringen, over een rijker gevoel en een creatieve manier om op uitdagingen in te gaan. Is het onmeetbare dan wel meetbaar te maken? K&C hebben economische waarde, en er zit spanning tussen hoe te boekhouden (meten) en waar blijft het onmeetbaar (genieten, relaxen, onrust)? Haar advies: zoek naar ruimte binnen de beperkingen en blijf buiten de lijntjes kleuren (out of the box). Breng de waarden in kaart, sociaalmaatschappelijk, economisch, artistiek en werk van twee kanten samen om iets te bereiken. Besef dat geld slechts een middel is. De tegenstelling, "Jullie moeten het oplossen” en "Is niet ons pakkie aan” blijkt niet werkbaar. Dus niet zeiken, maar in deze ondernemende periode terugvallen op kernwaarden zoals openheid en respect en op avontuur gaan... kortom durf lef te tonen. De eerste oogst resulteert in inspirerende verhalen. Verhalen vanuit de onderwijspraktijk met veel meerwaarde, vanuit de museumwereld met een cri de coeur voor een stads-EIGEN-museum en voor een open houding in de K&C sector van alle betrokkenen. In het gesprek over de inleidingen worden vele “waarheden” aangedragen en van commentaar voorzien: De stad is niet de gemeenteraad, maar is voor en van ons allemaal; van kunst en cultuur moeten we de mensen laten genieten. Beperk K&C niet tot het Stadshart en tot specifieke voorzieningen, maar breng het meer de wijken in. Over wat voor een stad hebben we het nu? Van voorheen een geplande groeistad naar een door bewoners in gebruik genomen stedelijke nederzetting; hoe gaan we om met de culturele initiatieven van de inwoners van Zoetermeer? We moeten meer verbindingen leggen, creativiteit gebruiken om die relaties te maken; tussen de stad en haar regio, de stad en het Groene Hart, de stad en haar bewoners en gebruikers. Vanavond zit hier geen 'Surinaamse samenleving'; ik mis de kleurrijkheid van een gemengde stadsbevolking; waarom ontbreken deze bevolkingsgroepen en hoe kunnen wij hen betrekken bij deze reeks stadsgesprekken? Is er een


rol weggelegd voor Piëzo (platform integratie emancipatie Zoetermeer)? Voor activiteiten is geld soms niet nodig, maar wel een plek. Hoe organiseer je dat? Samen praten, samen werken en samen naar een oplossing (willen) zoeken. Zoetermeer maakt deel uit van een groter geheel; dus niet alles hiernaartoe halen. Wat wel, en wat niet? En waar gaan de mensen uit Zoetermeer naar toe? Consumenten zijn regionale gebruikers. Aandacht voor de platte cultuur, voor de opgroeiende jongeren, die na het hutten bouwen in het park ook een plek willen; spanning, contact, vermaak en ontmoetingen, maar toch anders dan in de Boerderij (waar trouwens niks mis mee is). Jeugd gaat vaak weg om elders te studeren en te wonen en te werken, maar blijft soms ook hier en vraagt om een eigen wijze van leven…..inclusief hún kunst & cultuur.

23


Tot slot van de avond in de Baztille nodigt Erik Pool de aanwezigen uit tot het aan het papier toevertrouwen van een laatste hartekreet en het gesprek met elkaar te vervolgen: Ik wil de ziel van Zoetermeer ontmoeten, omdat het mooi is om die ziel te zien ontwaken. _ Ik wil de ziel van Zoetermeer ontmoeten, omdat Zoetermeer moet weten wat zij IS om te weten waar ze HEEN MOET. _ Ik wil de ziel van Zoetermeer ontmoeten, omdat het na tienen is en het buiten donker is. _ Ik wil de ziel van Zoetermeer ontmoeten, omdat alleen de ziel overleeft. _ Ik wil de ziel van Zoetermeer ontmoeten, omdat er vele culturen en vele zielen zullen zijn (Piezo). _ Ik wil de ziel van Zoetermeer ontmoeten, omdat je je alleen kunt ontwikkelen als je bij de ziel bent. _ Ik wil de ziel van Zoetermeer ontmoeten, omdat daar het sociale, maatschappelijke, economische en het artistieke met elkaar resoneren. _ Ik wil de ziel van Zoetermeer ontmoeten, omdat wie ergens naartoe wil, moet weten waar hij vandaan komt. _ Ik wil de ziel van Zoetermeer ontmoeten, omdat een ziel vele gezichten kent, maar slechts één hart. _ Ik wil de ziel van Zoetermeer ontmoeten, omdat de ziel een “thuis” vormt; daar wil je telkens heen, naar de kern van alles; het is een constante zoektocht naar alles wat je bezighoudt en beweegt. Ik wil de ziel van Zoetermeer ontmoeten, omdat ik een thuis wil voor mijn kinderen. Ik wil de ziel van Zoetermeer ontmoeten, omdat ik het onzichtbare zichtbaar wil maken, het onaantastbare tastbaar, het onhoorbare hoorbaar; ik ontmoet mijn gemoed. Ik wil de ziel van Zoetermeer ontmoeten, omdat een stad zonder ziel een verloren stad is. .................................................................................................................................................................................................... 24


2

3

4

5

6

1

Locatie voor het gesprek de BaZtille (begin artikel)

2

Gastspreker: Anja Hepp

3

Gastspreker: Jouetta van der Ploeg

4

Uitgesproken en geĂŤngageerd publiek

5

Gastspreker: Dorothea Kiss

6

Volle concentratie

.................................................................................................................................................................................................... 25


V

an welke cultuur is mijn vader de drager? voor mensen op zoek naar de ziel van hun stad - Erik Pool -

Op een donderdagavond in april ben ik te gast in Ateliers BaZtille, een half-geïmproviseerde expositieruimte met strak witte muren, gelegen in een tussenruimte in de stad, naast de voorbezinktanken van een rioolwaterzuiveringsinstallatie. We zijn in Zoetermeer. We zien een bijzondere rafelrand in de stad die op het eerste gezicht perfect is uitgetekend door de stadsplanners die al op hun tekentafels het DNA van de groeistad probeerden vast te stellen. Maar aan Ateliers BaZtille zie je dat een stad uiteindelijk z’n gang gaat en doet wat ze niet laten kan: improviseren.

Ik ben er te gast omdat ik een avond zal

begeleiden met zo’n vijftig mensen, zestig misschien, die 'iets’ hebben met de kunst en cultuur van hun stad. Ze zijn op zoek naar de Ziel van Zoetermeer op initiatief van Alcuin Olthof en Willem Hermans, een architect en een stedenbouwer die in de stad hun sporen achterlieten. Ze noemen zich 'Schatbewakers’ en hebben in 2015 een serie van vijf stadsgesprekken belegd, over stadsplanning, cultuurhistorie, sport en spel, het landschap rondom de stad en dus ook over kunst en cultuur. De serie eindigt in een slotgesprek, later dit jaar, maar waar zal dat straks over gaan? Het is pas de tweede avond, dus het doorlopende stadsgesprek over de Ziel van Zoetermeer is feitelijk nog maar net op gang gekomen. Over de uitkomst hoeft niemand zich nu nog zorgen te maken. En het enthousiasme is groot. Er heerst voor aanvang een soort opwinding, alsof men blij is elkaar weer te treffen rond het thema dat iedereen raakt. Is iedereen geraakt? Aangeraakt? Door wat precies?

26

Alles kan doodslaan Misschien is het de locatie die ons allemaal goed doet: zo’n rafelige rand als waarin Ateliers BaZtille ligt, doet iets met je. Met mij in elk geval wel. Als je een biertje te veel op hebt zou je kunnen denken: hier begint de revolutie, de bestorming is aanstaande, en vooral: kan ik meedoen!? Dat wil de naam ook vast gedacht hebben. Namen zijn dragers van het bestaan. Wat zegt de naam Zoetermeer eigenlijk? Wil een naam iets gedacht hebben? Ateliers BaZtille lijkt een plek waar creativiteit en de spanning van het onverwachte meer te vertellen hebben dan papieren conclusies, spreadsheets met getallen en planningen met budgetten. Het stadhuis is hier ver weg. De supermarkt overigens ook. De burgermansmoraal en de politieke correctheid lijken hier niet te tellen. Culturele recalcitrantie


des te meer. „Zo kan het ook!” roept de plek ons toe. Hoor ik dat goed? Ik vertel op deze maanheldere aprilavond aan de verzamelde kunst- en cultuurminners dat mijn vader „dit hier misschien een rommeltje zou noemen, of `een alternatief zooitje`, of gewoon `een hippiebende`.” Hij had het niet op lang haar, hasj en vrije sex. Hij had een burgermansmoraal en zou niet eens weten hoe dat moest, sex met een andere vrouw. „Wie weet dat eigenlijk wel?”, vraag ik plompverloren, op een gewone doordeweekse donderdagavond, aan het nette publiek dat op verzoek even daarvoor de stoelen heeft opgepakt om gezellig dicht bij elkaar rondom het podium te komen zitten. Ze moeten er om lachen. Het is ook een iets te moeilijke vraag, zo aan het begin van de avond. „Maar de vraag is eigenlijk: hoe staat het met de moraal van deze stad?”, zeg ik er ter vergoelijking maar bij. „Welke waarden worden hier geleefd? Wat is de mentaliteit die hier heerst? Daar gaan we het vanavond over hebben.” Misschien hoort de vraag over het seksleven van de Zoetermeerders daar dan ook wel gewoon bij. „Of komt de cultuur van de liefde en de intimiteit aan bod tijdens de vijfde avond, omdat sex in Zoetermeer wordt begrepen als sport en spel, of zelfs als evenement voor wie groot denkt?” Daar gaat immers de vijfde thema-avond over, later in het jaar. Misschien is dit iets teveel gekheid op één stokje. We zullen immers serieus gaan luisteren naar de directeur van het Stadsmuseum, naar een

regisseur van het onderwijstheater en naar een ondernemer / danser / wetenschapper die iets zal vertellen over die andere, niet te meten en niet uit te rekenen waarde van kunst en cultuur. „Het onderwerp liefde en intimiteit zou ook bij de laatste avond kunnen passen”, probeer ik hardop, „als er geoogst wordt, aan het eind van het jaar. Misschien is het wel de bedoeling dat alle deelnemers van de stadsgesprekken elkaar op het eind van de serie in grote verliefdheid om de hals vallen.” De zaal is er nog niet aan toe daar nu inhoudelijk op te reageren. Wat moet je er ook over zeggen? Sex. Intimiteit. Verliefdheid. Waar gaat dit heen, moeten sommigen denken. Misschien is dat ook wel de vraag die de Schatbewakers nog niet kunnen beantwoorden: wat willen ze aan het eind van de stadsgesprekken eigenlijk hebben bereikt, binnengehaald, opgehaald, tot stand gebracht? Zo gek is dat overigens niet, niet weten waar het heen gaat. Want zo gaat dat als je met de ziel van iets of iemand aan de slag gaat. Die laat zich niet grijpen, vastpinnen, in resultaten definiëren, met rendementseisen op papier zetten, naar conclusies toe praten. De Ziel van Zoetermeer moet geleefd worden. En besproken, gedeeld tussen mensen. Dat wordt althans geprobeerd, een jaar lang. Thuis zijn in de taal van de ziel Ik merk dat ik me thuisvoel in Zoetermeer, ook al woon ik er niet. Dat komt vast doordat ik er van 1987 tot 1991 werkte, als beleidsvoorlichter in dienst van de gemeente. Burgemeester Hoekstra was er toen nog. De nieuwste bewoners kennen zijn naam alleen nog van het park dat naar hem is vernoemd. Zo gaat dat met mensen die weggaan, opvolgers krijgen, bij het verleden horen, in de oude doos zitten. Ik kwam bij hem solliciteren voor een parttime functie, drie en halve dag per week. Hij vroeg bezorgd of ik in de rest van mijn tijd misschien ging `lanterfanten?’. Zo noemde hij dat, ja. Het was alsof ik Swiebertje voorbij het raam zag schuieren en Saartje de koffie hoorde binnenbrengen, terwijl de heipalen van de volgende fase van het nieuwe Stadshart aan de overkant van het Stadhuisplein met grote verbetenheid de poldergrond in werden

27


geslagen. De burgemeester en ik konden elkaar niet goed verstaan, wat een aanstelling niet in de weg kwam te staan. Het dorp was bezig stad te worden en zijn nieuwe hart met daadkracht in beton te gieten. Over de groeiende economie mocht ik gaan voorlichten. Parttime - want ik was net vader geworden. „U gaat uw tijd dus goed besteden!” Jazeker, burgemeester. Zou het gaan kloppen, was toen de vraag die we ons op het stadhuis stelden: zou Zoetermeer een stad worden waarin het hart klopt, een stad met het hart op de goede plek, een hart dat verhalen rondpompt, dat leven brengt in de brouwerij, dat het bloed sneller doet stromen in de haarvaten van de prille pioniersgemeenschap die zich toen nog aan het vormen was? De ganzenvoet-plattegrond van de toen nog aanstaande Floriade begon in het Rokkeveense landschap zichtbaar te worden: daar hadden we het wèl over, over de ziel van Zoetermeer spraken we niet. Die taal kenden we toen nog niet. Ik zeker niet. Daar moet je als mens jezelf klaar voor 28

maken, en zover was ik nog niet. Misschien geldt dat ook voor een stad en is er een zekere volwassenheid of levenservaring nodig om met de taal van de ziel te kunnen verblijven. Kent Zoetermeer die taal inmiddels? Ik heb die taal pas goed leren spreken, en leren beluisteren, toen ik me in de klassieke en de praktische filosofie ging verdiepen. Ik noem dat ook wel de taal van de ethiek en van `het goede leven`. Voor wie dat per abuis misverstaat als een leven waarin zoveel mogelijk wordt feestgevierd, vertel ik er vaak bij dat ieders leven ook schaduwkanten kent, met verlies wordt getekend, door pijn en verdriet in de verdrukking kan komen. Het is de kunst juist àlle periodes van je leven tot één geheel te maken en te blijven volharden in je pogingen er iets goeds van te maken. Niet omdat het altijd gemakkelijk is of was, in jouw leven, maar omdat een zware periode niet per se slecht hoeft te zijn, zelfs `goed’ kan gaan heten als je merkt daar is `ie dan! - dat je ziel er door groeit en er tenslotte vrede mee heeft.


De ziel gebruikt doorgaans andere taal dan de bakker om de hoek, de chef op het werk, de ambtenaar op het stadhuis, de bankier die een afspraak wil over je hypotheek. Maar kunstenaars en cultuurmakers zijn op die omgangstaal de uitzondering. Ik zie ze openlijk worstelen met hun eigen zielenroerselen. Ateliers BaZtille laat dat geregeld zien en voelen. Als mijn ziel ervoor openstaat zie ik in hun verhalen de kleuren en vormen, geluiden en dansbewegingen van hun kunstenaarsgeest, zie ik uit hun theaterspel en muziek, uit hun objecten en gedichten en uit hun lijntekeningen en ruimtelijk spel de sprankeling van hun ziel omhoog kringelen. Dat zou je ook graag zien als je naar een stad kijkt. Waar is de lucht in Zoetermeer zwanger van? Het handwerk van de ziel Mijn vader had niets met kunst en met kunstenaars. Hij begreep hun wereld, hun taal, hun beroering niet. Hij was niet op de taal van hun ziel afgestemd. En over zijn eigen ziel sprak hij nooit. Hij kende daar de woorden niet voor. Maar een man met een ziel was hij wel, natuurlijk wel, zoals iedereen dat is en zich soms met zijn ziel onder de arm - onder de mensen begeeft en - soms tegen heug en meug in - verzeild raakt in een zielsgesprek. Herkennen wij dat, wanneer een ontmoeting een zielsgesprek oplevert? Hebben we daar oor voor? Sommige van de gesprekken die wij voerden, mijn vader en ik, ben ik pas later gaan beluisteren als zielsgesprekken. Al klonk het woord ziel niet, vanuit de persoonlijke grondtoon van ons bestaan wisselden we wel degelijk ideeën uit, over wat belangrijk was en wat er toe deed in het leven. Zo was mijn vader blij dat ik hier in Zoetermeer als keurige ambtenaar werd aangenomen. Ik had enkele jaren daarvoor dienst geweigerd als gewetensbezwaarde en hij dacht dat ik daarom een ambtelijke carrière wel kon schudden. Dat viel hem dus alleszins mee. Zou het dan toch nog goed met me komen? De reinheid en regelmaat van zo’n baan, dat zinde hem wel. Van mijn dienstweigering heeft hij nooit veel begrepen, dat ging teveel in tegen zijn waardering van `God, volk en vaderland’. Hij was een keurige man, ik zei het al, maar toch was hij óók een rommelaar. Hij zou zich in Ateliers BaZtille ook best thuis kunnen voelen. Hij was een

verzamelaar, een handige klusser die alles bewaarde `voor het geval dat`. Zo’n man die met z’n handen kon maken wat z’n ogen zagen. Zijn handen, niet zijn lippen, spraken de taal van zijn ziel, precies zoals kunstenaars dat kunnen. Zijn werkzame leven zou ik daarom ook `het handwerk van de ziel’ kunnen noemen. Dat zag ik vroeger niet zo, maar inmiddels beter dan ooit. Dat inzicht heeft zich het afgelopen jaar verdiept, waarschijnlijk omdat hij acht maanden ongeneeslijk ziek was en in de zomer overleed, geveld door de kanker die hem de adem ontnam. Dat haalt het overtollige weg en laat de ziel beter zien. Ik denk dat wij juist in deze moeilijke tijd elkaar beter zagen. Onlangs heb ik met m’n jeugdvriend en zwager Jaap zijn oude schuur en de kruipruimte onder de zelfgebouwde slaapkamer leeggeruimd. Ons oude gezinsleven kwam voorbij, en vooral zijn werkzame leven ging door onze handen. Zijn spullen spraken tot ons in de taal van zijn bestaan. Daar moest ik aan denken toen ik me op die aprilavond in Ateliers BaZtille voorbereidde en voor mijn geestesoog de gezellige rommeligheid van deze rafelplek verscheen. Ik heb wat ik toen overdacht uitgeschreven. Ik maakte er een verhaaltje van, om niet te vergeten van welke cultuur hij de drager was - en ook om achteraf te proberen woorden te vinden bij de taal van zijn ziel. Daar kunnen mensen elkaar toch best bij helpen? Van welke cultuur was mijn vader de drager? Ik zag bij het opruimen van mijn vaders schuur het gietijzeren anker terug, na al die jaren. Het hoorde bij het kleine motorjacht dat de Polyfonie heette en inmiddels al weer meer dan twintig jaar geleden werd verkocht. Wij zijn de familie Pool, mijn ouders, mijn zus en ik, haar man en mijn vrouw en onze kinderen. Op de Polyfonie klonken ooit onze stemmen, ze galmden over het water. Hij bedacht die naam, samen met mijn moeder. Het is denk ik het meest poëtische woord dat hij ooit verzon en toepaste. En precies dat woord ging over ons, onze meerstemmigheid. Mijn vaders stem is inmiddels niet meer te horen. In mijn hoofd wel, dáár nog wel. Klonk hij (stil, even goed opletten) misschien zó?

29


Aan het dak van het schuurtje hing nog zijn oude imkerpak, dat hij na zijn bijenhouderij bleef gebruiken als er in de buurt een wespennest was ontdekt. Hij zette zijn handigheid om in hulpvaardigheid. Hoe zouden ze dat nu doen, daar op de oude Dorpsweg in Hattem? Zouden ze mijn vader alleen missen in wespentijd, of het hele jaar om zijn humor, behulpzaamheid, aanwezigheid in de buurt? Ik struikelde bijna over de attributen van de oude waterpomp die hij gebruikte bij de waterput die hij in de jaren tachtig opzij van het huis had laten slaan. Zou die nieuw geslagen bron nog water geven? Weten de nieuwe bewoners eigenlijk wel dat die bron daar in de grond naast het huis zit? Dat moet ik ze toch nog eens vertellen. Het zou doodzonde zijn als die bron van mijn vader ongebruikt zou blijven. Of zeg ik dat vooral tegen mijzelf? Op de kromme werkbank zat de bankschroef die hij van zijn neef kreeg, meer een hal roer eigenlijk en een naamgenoot, ook een Gerrit Pool. Op de vloer er net voor stond het kleine plastic kinderbadje - mijn kinderbadje. Toen ik een kleine jongen was paste ik daar met mijn blote billetjes nog precies in. Was het zó klein? Hij heeft het al die jaren willen bewaren. Het stond tot voor kort opgeborgen in de kruipruimte onder de gang. Ik heb het nu weggegooid, zonder badwater, dat wel, en zonder kind natuurlijk. Ik ben er nog, ik heb mezelf bewaard, met alle herinneringen die mijn ziel heeft opgetekend. Het vogelkooitje waarmee hij puttertjes ving, en goudvinken, zag ik met een zekere weemoed voor het kleine schuurraam hangen. Dat heb ik wèl meegenomen naar ons huis in Nootdorp. We hielden samen veel van onze gevederde vrienden, mijn vader en ik. Ik heb nog steeds een zwak voor vogels - omdat ze zo vrij kunnen vliegen. En ik ben bang in mijn leven opgesloten te raken - gevangen achter de tralies van de plicht. Dat vertelt die kooi. Dat is wat mijn ziel verbindt, via vogels en een kooi, met het leven van mijn vader. Ook de door hem gevlochten bijenkorf heb ik mee naar huis genomen. Die doet nu dienst als handdoekenmand in het toilet. Ondersteboven kon het een nieuw leven beginnen. Soms moet je

30

de boel op z’n kop zetten en niet bang zijn voor de verandering. Ik heb mijn vader nooit bang gezien, behalve toen het niet goed ging met mijn moeder en hij vreesde haar kwijt te raken. Mag ik hun liefde zoet als honing noemen? Steken waren er ook, maar de trouw aan elkaar en de diepe genegenheid tekenden de zorg die zij de laatste jaren aan elkaar moesten geven. Zielsverwantschap, dat zal het geweest zijn. Ik heb in het oude huis nog lang en tevergeefs gezocht naar een metalen dobbelsteen op statief die hij vroeger op de ambachtsschool al had gemaakt als een proeve van bekwaamheid. Mijn zus bekende later dat ze die in een iets te uitbundige bui had weggegooid - zonder goed te weten wat ze deed, zei ze erbij. Ik ben er niet boos om geweest, verdrietig misschien, melancholisch in elk geval. Ik moet nu beter mijn best doen me dat voorwerp te herinneren, want ik wil niet vergeten hoe goed mijn vader zijn vak verstond. Hij had de ziel van een ambachtsman, en daar ben ìk trots op. Hij was van oorsprong machinebankwerker. Met metaal kon hij dus goed overweg. Tientallen oude stukken gereedschap had hij bewaard, deels vastgeroest of met afgebroken onderdelen. Zijn werk was klaar, het kon allemaal weg. Zoals hij zelf al zei vóór hij ziek werd: ik heb in mijn leven genoeg geklust, dat hoeft niet meer. Vele kilo’s oud ijzer kwamen los: schroeven, spijkers, scharnieren, plafondhaken, klinknagels, moeren, koperen fittingen, stalen kabels. Allemaal bewaard met het idee dat ze ooit nog van pas konden komen. Dit `ooit’ zal nooit meer komen. Al dat spul heeft hem overleefd. Gewicht is niet in kilo’s te meten Zo gaat dat met spullen - die kunnen niet dood. Veel schatten uit het verleden houden langer stand dan wijzelf. Of zijn wij zelf zo’n schat? Verzamelen wij in onze tijd gewichtige krachten om door te geven aan volgende generaties? In welke tijd leeft onze ziel eigenlijk? In het land van ooit, in het bestaan van nu, in het uitzicht van straks? Wat is het verhaal van onze ziel? Kennen we de taal nog die zij spreekt? Ik vraag me af welke verhalen er eigenlijk loskomen als we de culturele zolder van een stad


door onze handen laten gaan. Wat zijn de ankers, de kinderbadjes, de vogelkooitjes en de bijenkorven van de gemeenschap die haar boterdorp in een moderne stad ziet veranderen? Wat gooien we weg? Waar zien we de waarde van in? Welk belang gaat schuil achter de voorkant van de vertelling? Welke ideeën dragen onze stad? Begrijpen we nog wat we zien, bewaren en weggooien? Wat is de ziel van Zoetermeer? Met dank aan mijn vader, weet ik inmiddels hoe wezenlijk het is om door de spullen heen te kijken en hun gewicht niet in kilo’s uit te drukken. Hij zou het nooit in deze woorden vertellen, maar ik denk: een verzamelaar bewaart vooral herinneringen en verhalen, ideeën en toekomstige oplossingen, mogelijkheden en uitkomsten. Zijn schuur was er zwanger van. Hoe weeg je zoiets? De oude zuivering ligt op die donderdagavond in april als een parel te schitteren in het maanlicht. Het is een plek die mijn vader tot leven brengt, want hij verdiende zijn brood (ons brood!) als bedrijfsleider op zo’n rioolwater-

zuiveringsinstallatie. Die functie heette in de jaren zestig nog `klaarmeester’: zuiveraar, helder maker, opschoner. Daarom weet ik waarom ik dit verhaal over die kunst- en cultuurontmoeting in een rafelrand van Zoetermeer moet eindigen met een vraag die recht kan doen aan de zuivere ziel die daar woont. Welke vraag is dat? Deze misschien: wat vertelt het echte verhaal van Ateliers BaZtille over de ziel van de stad die haar gebaard heeft? —Erik Pool is overheidsmanager en praktisch filosoof. Hij specialiseerde zich in veranderprocessen die zich voordoen in de levens van mensen, teams en organisaties. Hij schreef het boek `Aanwijzingen voor het goede leven’ dat in 2014 bij Uitgeverij Boom verscheen en handelt over levenskunst en de zoektocht naar zin. Erik werd geboren in Zwolle, groeide op in Hattem waar zijn vader de zuivering bestierde, en kreeg als journalist een baan in Delft. Na zijn werk bij de gemeente Zoetermeer runde hij in Den Haag zijn eigen communicatiebureau 5D, waarna in 2003 hij voor het Rijk ging werken aan transitieprogramma’s in onder meer het waterbeheer, de zorg en het onderwijs. Hij is 53 jaar en woont met zijn vrouw Ria in Nootdorp. In 2009 richtten zij La Scuola op, de academie voor levenskunst, waar tijd en aandacht is voor de trage en soms vergeten levensvragen, en voor `de taal van de ethiek’, zoals hij dat zelf noemt.

31


#3

Tekst Willem Hermans

1

O

p donderdagavond 16 april vindt het derde stadsgesprek plaats over het landschap in en rondom de stad met als gasten Sabine Geerlings, Christoph Maria Ravesloot en Gijs van den Boomen. Wederom is een bijzondere locatie gevonden; de Innovatiefabriek aan de Bleiswijkseweg. Als moderator opent Radboud van de Linden de avond met de vraag: “Waar willen we naartoe?” Maar dan moet je wel weten waar je vandaan komt. Hiervoor zijn schatten van Zoetermeer nodig en nuttig. Met deze opmaat gaat gast Schatbewaker Ad ten Ham inhoudelijk in op zijn “Ziel” van Zoetermeer. Die ligt besloten in de “bodemplaat”, het al eeuwen bestaande landschap in, onder en nu vooral nabij de stad. Het was Sabine Geerlings, landschapsarchitecte, opgevallen dat de (unieke) relatie van de stad met de omringende groene ruimte nog niet uit de verf komt terwijl dat een grote schat is. De stad is naar binnen gericht en van

.................................................................................................................................................................................................... 32


daaruit is beleving van het landschap nauwelijks mogelijk. Zij houdt een pleidooi voor het beter zichtbaar en bruikbaar maken van die relatie door het sterker vormgeven van groene (loop/fiets) routes, bijvoorbeeld van de Voorweg door de wijk Buytenwegh naar de Meerpolder. Ook benadrukt zij de waarde van de oude landschappelijke structuurelementen in de stad zoals de Delftse- en Leidsewallen en pleit zij voor het in stand houden en waar mogelijk versterken van de groene stadsranden en bestaande wijkparken. En houd in de gaten dat Zoetermeer van origine geen waterstad maar een polderstad is. Gijs van den Boomen, landschapsarchitect, benadrukt dat de identiteit (ziel) van Zoetermeer ook in de toekomst sterk bepaald blijft door de destijds gekozen kenmerkende structuuropzet van de stad. Hij stelt dat de stad helemaal niet af is, maar dat nu pas de uitdagende fase aanbreekt van Zoetermeer als de nieuwe -qua grootte- derde stad in het groene landschap van deze regio. De fundamentele kenmerken moeten in de komende periode worden benut om tot een meer eenduidige en positieve beeldvorming over deze stad te komen. Dat beeld moet herkenbaar zijn voor alle inwoners van de stad, wervend voor hen van buiten de stad en zodanig zijn opgebouwd dat het de eigen identiteit en binding (noem het emotie) kan vergroten. Het groen is vanuit zijn optiek het voegwerk van de nieuwe samenhang. Christoph Maria Ravesloot houdt zich bij de Hogeschool Rotterdam, kenniscentrum Duurzame Havenstad, bezig met het versnellen van de verduurzaming van de bouwindustrie door gebruik te maken van BIM en andere ICT technologieën. Hij houdt een helder betoog over de dakmogelijkheden van Zoetermeer. Begroeide daken leveren een nieuwe, opgetilde bodem op en geven meerwaarde aan de stad. Nieuwe daklandschappen kunnen energie opwekken, water opslaan in beplanting, geluid dempen en mogelijkheden bieden voor groenteteelt. De stad wordt stiller en groene daken leiden tot het verminderen van de waterhoeveelheden in het rioolsysteem. Dus meer geld naar de daken en dakbegroeiing en wellicht ligt de ziel van deze

stad ook op het dak. Aan de Zoetermeerse schatkist kan als schat de sterke landschappelijke kwaliteiten worden toegevoegd; een eigen landschapspark aan de noordzijde en een zich ontwikkelend parksysteem aan de zuidzijde. Zowel extern als intern is het groene woonlandschap mede de drager van de ziel van Zoetermeer. Echter er is meer potentie: niet alleen van alle daken, of het overbouwen van wegen, maar vooral van het versterken van bestaande structurele onderdelen zoals het maken van echte, openbare voorkanten aan de stadsranden. Benut bestaande routes of maak nieuwe groene routes voor fietsers en wandelaars, als deel van het groene voegwerk; koester oude en nieuwe pareltjes zoals het Wilhelminapark, de vele mooie waterpartijen en natuurlijk de oude lintstructuren.

33


Ontwikkeling Zoetermeerse Stadsparken

Het thema van de Dag van de Architectuur 2016 in Zoetermeer is ‘Sport en Spel’. Op deze dag staan sportgebouwen en hun directe, vaak groene omgeving centraal. Hoewel we deze zomer niet op Europees niveau voetballen, staan er genoeg grote sportevenementen op de agenda, zoals de Europese Atletiek kampioenschappen in Amsterdam of de Olympische Spelen in Rio de Janeiro in Brazilië. Los van de grote evenementen hoort sport en bewegen integraal op de ontwikkelingsagenda van een stad te staan. Of zoals Erica Terpstra, het ooit noemde…. ‘het sport-inclusief denken in de ruimtelijke ordening en planvorming’. En sport en spel is goed vertegenwoordigd in de genen van Zoetermeer. Om het sportieve karakter van de stad en haar bewoners te benadrukken zijn deze dag wandelingen rondom een aantal sportgebouwen beschreven en heeft de fietsverbinding tussen de diverse accommodaties bijzondere aandacht. Niet alle parken zijn sportparken en dat parken er nu anders uitzien dan een generatie terug, komt door mensen en hun opvattingen over natuur en landschap. Tot 1960 was Zoetermeer nog een boterdorp. 10.000 inwoners, een paar grote bedrijven (Brinkers, Nutricia) en twee bij die omvang passende parken; het Wilhelminapark, gelegen ten zuiden van de Dorpsstraat van landschapsarchitect J.T.P. Bijhouwer en het Vernède Sportpark nabij de A12, ontworpen door de Nederlandsche Heidemaatschappij. Twee verschillende

34


karakteristieken met hun eigen dynamiek; het Wilhelminapark als een zorgvuldig te koesteren flaneerpark en het Vernède Sportpark als een veelvuldig aan nieuwe eisen aan te passen sport/ spelvoorziening. Vanaf 1960 verandert de visie; het gemeentebestuur neemt het besluit om mee te werken aan het situeren van een nieuwe stad op haar grondgebied en het bestaande dorp in die ontwikkeling op te nemen. In die plannen voor de groeistad wordt uitgegaan van een compacte opzet voor de gehele nederzetting. De inpassing in het omringende landschap vindt plaats door het situeren van de grote stadsparken aan de randen van de nederzetting. In het structuurplan uit 1968 wordt daar vanuit twee invalshoeken over geschreven, vanuit de organisatie van de woonwijk en vanuit de behoeften van de toekomstige bewoners aan stedelijke recreatie. Zo dienen de nieuwe woonwijken ‘ieder op eigen wijze een uitgesproken stadszijde en een uitgesproken buitenzijde te krijgen’; de eerste gericht op de city, lees het stadshart, de tweede via een groene parkzone op het open polderlandschap. Voor stedelijke recreatie worden aan de buitenranden van de woongebieden drie grote thema’s benoemd; aan de westzijde een waterrijk stadspark, aan de noordzijde een open parklandschap rondom de Zoetermeerse Meerpolder met een nieuwe waterplas (zandwinning) en aan de oostzijde een nieuw sportpark. 50 jaar geleden als principe bedacht en in de afgelopen halve eeuw tot een serie karakteristieke groengebieden ontworpen en gerealiseerd. In de Zoetermeerse stadsuitbreidingen van na 1990 verandert de positie van de stadsparken. In de wijken Rokkeveen en Oosterheem liggen ze niet langer aan de rand van de woongebieden, maar worden ze centraal in de wijk geplaatst. De inpassing van de stad in het landschap wordt door grotere regionale groenvoorzieningen geregeld zoals het Balijbos inclusief het Floriadepark aan de zuidwestkant en het Bentwoud aan de noordoostzijde van Zoetermeer.

Los van de verschillende posities zijn in de loop van de jaren ook de ruimtelijke verschijningsvormen aan veranderingen onderworpen. Was het Van Tuyll Sportpark een voornamelijk op functionalistische grondslagen ontworpen sportpark (W.A. Dieleman, tuin- en landschapsarchitect, Arnhem), het Westerpark is een op Engelse landschapsstijl geïnspireerd stedelijk park met grote waterpartijen, inheemse bomen en struiken, gazons en sportvelden en door het park slingerende paden voor wandelaars, fietsers en ruiters. In de uitwerking van het concept door de landschapsarchitecten Jan Harberts en Frank Cardinaal zijn naast het gebruik maken van de onderliggende polderstructuur (richtingen, zichtlijnen) ook het verwerken van puin tot heuvels opgenomen. Nog ruiger wordt het in het westelijk deel van het Buytenpark. Een deel van de opdracht aan Ad ten Ham, landschapsarchitect, was om een enorme hoeveelheid Haags puin, a omstig uit de stadsvernieuwing van de Schilderswijk te verwerken in een parkconcept. In het gebied ontstonden enorme heuvels van puin, die langzaam maar zeker dichtgroeiden met beplanting. Door zijn ruige karakter zijn de heuvels een echte uitdaging voor wandelaars en mountainbikers en bieden deze puinduinen een mooi uitzicht over Zoetermeer, de Meerpolder en de Haagse agglomeratie. Zo’n technische noodzaak (zand winnen in plaats

35


Het is een romantisch park... "

van puin storten) zit ook in de parkplannen voor het noordoostelijke gebied van Zoetermeer; het Zoetermeerse plassengebied. Vanaf de jaren zestig werd al zand gewonnen voor de aanleg van de woonwijken Buytenwegh, De Leyens en Seghwaert. De Zoetermeerse Plas is later nog vergroot met een nieuwe zandputplas en twee ondiepe plassen (Noordhovense en Benthuizerplas), die tezamen tot een open stadsrandlandschap hebben geleid. Dit is het werk van de landschapsarchitecten Jan Harberts en Coen Tückermann. Aan de zuidzijde van de stad ligt tussen de wijkdelen van Rokkeveen het Burgemeester Hoekstrapark (landschapsarchitect Leon Borlee). Het is een romantisch park, met vijvers, een rozenberg en, als verwijzing naar de historie van het landschap, een oude veenkade en veentuinen. In het park richten vele zichtassen zich op watertoren ‘De Tien Gemeenten’ en het park bevat naast groene ruimten voor wandelen, verpozen en picknicken ook specifieke sport- en spelvoorzieningen (de Veur, Dekker).

.................................................................................................................................................................................................... 36


37


#4

Tekst Willem Hermans

1

O

ver de Cultuurhistorie van de Groeistad Zoetermeer, het vierde stadsgesprek in de reeks gesprekken, met als titel “Zoektocht naar de Ziel van Zoetermeer”. Het gesprek vindt plaats op donderdagavond 29 oktober 2015 in het CKC te Zoetermeer en aanwezig zijn circa 45 gasten, 1 moderator, 3 gastsprekers en 2 schatbewakers. Moderator Radboud van der Linden opent: “Na het puberen met de uitgroei inclusief de Vinex locatie Oosterheem moet de stad nadenken over een nieuwe fase in het stad-zijn; op naar volwassenheid. En die ontwikkeling begint op de schouders van het verleden. Kernvraag voor vanavond: Welke schouders zijn het waard om op te staan? Een gebouw kan cultuur-historisch van belang zijn, denk aan de watertoren of de Oude kerk, maar dat geldt ook voor een evenement als de Floriade of een traditie zoals kaarsjesavond. Schatbewaker Willem vult de reeks over het monumentaal kunnen zijn nog aan met de galerijflat; Waarom houden

.................................................................................................................................................................................................... 38


we wel van een huis met een trapgevel, maar niet van de galerijflat ? Maar verdient ook niet het alledaagse wonen (het woonerf) een beschermingsfactor? Opmaat voor het gesprek van vanavond is “Back to the future”, terug kijkend vanaf 2040, wat vertelt u dan aan uw kleinkinderen over “vroeger in Zoetermeer”. Toen hadden we in Zoetermeer…….. * een tram door de stad * heel veel verschillende sporten * fietspaden door het groen * dynamiek van het voortdurend bouwen en heien sedert 1965 * on-ontgonnen Zoetermeer, want (bijna) alles was mogelijk * de Meerpolder als open polder * de Sprong van dorp naar stad * de Mandela brug met gele en blauwe kleuren * de Schatbewakers…… * voldoende parkeergelegenheid voor de auto * de gemeente Zoetermeer nog nodig…… * veel blanke mensen. Wijnand Galema, architectuurhistoricus, lid van de Zoetermeerse commissie Ruimtelijke kwaliteit en waarnemend stadsbouwmeester, verhaalt over zijn allereerste kennismaking met deze nieuwe stad; de sprinter en de baksteen architectuur in Meerzicht uit 1974. In zijn bijdrage ‘De geplande stad versus de geleefde stad, omgaan met Zoetermeers erfgoed”staat de ontwikkeling van het oude dorp naar de moderne new Town centraal. Dat proces heeft geleid tot contrastrijk erfgoed met soms harde confrontaties tussen oud en nieuw en met grote verschillen in de mate van bescherming tussen het organisch gegroeide dorp en de geplande stad, maar ook tot grote verschillen in omvang en aard. In de groeiende stad zie je het architectonisch/stedenbouwkundig denken ook veranderen, van grote bouwkundige structuren naar kleinere meer individuele panden, woonerven en de Hollandse kleinschaligheid. Elke reactie roept een tegenreactie op; een meer rationele ordening, grote lijnen, zichtassen en het teruggrijpen op oude architectuurstijlen. Kortom er is veel te zien in Zoetermeer, maar wat is nu beschermd? Er zijn 16 rijksmonumenten en meer

dan 100 gemeentelijke monumenten. Het blijkt nu dat de oude linten te populair zijn en door intensivering met nieuwe bebouwing dreigt het groene karakter te verdwijnen. De oude voorraad in de linten en het dorp vraagt een eigen regime voor toekomstige ontwikkelingen, gebaseerd op kenmerken als gegroeid, geleefd, verschillende tijdslagen, individuele expressie, kleinschalig, gevarieerd met veel draagvlak voor behoud en weinig ruimte voor verandering. De grote nieuwe voorraad uit de groeistadfase is gepland, grootschalig, uniform, op collectief ideaal gebaseerd, met in elke wijk een dominante tijdslaag, met waardering voor het groen en behoefte aan transformatie; en er is ruimte voor ontwikkeling. Voor de oude voorraad staat openheid, korrelgrootte en beeldkwaliteit centraal; voor het nieuwe deel staat de samenhang tussen architectuur, stedenbouw en landschap centraal. Voor de ontwikkeling van de beschermingswijzen zijn drie kenmerkende perioden te noemen; voor 1995 gericht op behoud, rondom 2000 gericht op behoud door ontwikkeling en vanaf 2010 …management of change. En wat kan je ermee?… proces begeleiden, ruimtelijke casco’s behouden, blijven uitgaan van onderscheidende buurten, nieuwe experimenten stimuleren, generieke oplossingen voorkomen en zoeken naar nieuwe invullingen van collectiviteit. En er mag, nee er moet op ruime schaal getransformeerd worden; van kantoren naar winkels en wonen, van wonen naar werkplekken, van villa naar museum enz. enz. Joosje van Geest, architectuurhistoricus, begint haar verhaal vanuit haar rol bij het opstellen van een nieuwe architectuurgids voor Zoetermeer, te verschijnen in 2016. De stad tot nu toe kent drie fasen; de linten en het boterdorp tot aan de vooravond van de groei, de groeistad ontwikkeling in fase 2 en daarna het “puberen" van de bedachte stad met Vinex extremiteiten. Het vervolg zal ongetwijfeld met de positie van de stad in de regio Rotterdam-Den Haag te maken krijgen. In de stad zelf zijn reeksen van karakteristieke gebouwen en complexen aanwezig die bijdragen aan de bijzondere kwaliteiten van Zoetermeer. Zo wordt de

39


ruimtelijke opbouw van de wijk Palenstein met als “auteurs” Van Embden & Fledderus vergeleken met het Ommoord van Lotte Stam-Beese en de grote hovenwijken in Leidschendam van Wim de Bruin. In de opbouw van Palenstein en ook van Driemanspolder zit een spanning tussen de clusters van flats, een beschermende wand, uitkijkend over een zee van laagbouw. Er is sprake van een driedimensionale compositie en er is een eigen ruimtelijke hoofdstructuur te herkennen. Binnen de hoogbouw flats als bouwsteen voor de stedenbouwkundige structuur ligt een tweede waardevolle laag; ruime woningplattegronden, een brede beukmaat met inbouwpakketten waardoor flexibiliteit mogelijk is met dank aan de grote systeembouwers van destijds. De ruimte tussen de flats is het ontspanningslandschap voor de bewoners door landschapsarchitect Dieleman (Heidemij) vormgegeven. Nieuwbouw vanuit de jaren zestig gaf vorm aan de gedeelde toekomst verwachting van een andere moderne maatschappij; de wereld van Nieuw Babylon, van Constant en andere utopisten. Zoetermeer mag trots zijn op haar experimenten, hoewel er al een paar zijn gesloopt (parkeergarages als gebouw of als daktuin, cultureel centrum Meerzicht), maar een aantal nog steeds in gebruik is: de pleintjes woningen van Leo de Jonge, de eerste woondekken van Alberts en Fiolet (Meerzicht) en de grote woondekken in Buytenwegh van architect Sterenberg. Experimenten die ook tot navolging elders hebben geleid. De waardevolle objecten, stedenbouwkundige en landschappelijke structuren, die in de stad aanwezig zijn, mogen meer worden gewaardeerd en kunnen de stad als “leerstad” op de kaart zetten. Meer zel ewustzijn en inzicht in die eigen kwaliteiten moet tot een ander verhaal over de stad kunnen leiden en kunnen bijdragen aan een ander imago. Waarom zijn we niet meer trots op die stad? In de discussie worden ook de negatieve aspecten van experimenten genoemd; de onderwereld van het parkeren onder de dekken of in de garages, de bouwtechnisch slechte staat van objecten (Koepel van de Olympus) en de benodigde financiën om gebouwen op orde te houden. Maar de afwegingen over behoud, instandhouding, verbouw of sloop moeten ruimte

40

en breder zijn, zoals de waarde voor generatie gebruikers, de uniciteit van het object en de culturele belevingswaarde voor nu en straks. Pareltjes vragen om onderhoud, aandacht en goede verzorging en dat kost geld; met erfgoed moet je behoedzaam willen omgaan. Ton Vermeulen is al heel lang inwoner van de stad, “gewoon” historicus en actief bij oa het Historisch Genootschap, mede oprichter Stadsmuseum, nu eigenaar van historisch bureau Fluitschip. Hij vertelt vanuit zijn eigen ervaringen over het opgroeien in het dorp dat snel een stad wordt onder het motto: Als je niets meer herkent, voel je je niet meer thuis. Zoals met Pieter Henneken overkwam, een oud-Zoetermeerder, die meer dan een halve eeuw geleden naar Australië geëmigreerd was en onlangs weer terugkeerde in het voormalige boterdorp. Verbazing niet alleen over al het nieuwe, maar ook over al het oude dat reeds was verdwenen, zoals zijn school, de schoorsteen van Nutricia en de fabrieken van Hardglas en Brinkers. De stad voelde nu aan als een ongemakkelijke jas. Ton verhaalt uitgebreid en vol enthousiasme over zijn Zoetermeerse “Memory lane"; vanaf de lagere school bij de nonnen, op de fiets naar de mavo/ havo in Voorburg, een boertje uit het dorp, muziek van James Last en elke keer weer een nieuwe stuk fietsroute door het uitgroeiende Zoetermeer. Waar hoorde je nu eigenlijk bij? De omgeving veranderde voortdurend en dat bracht nieuwe mogelijkheden, ook voor de oorspronkelijke bewoners mee, zoals een ruimere woning, nieuwe sport- en spelvoorzieningen (zwembad) en ruimte voor eigen ontwikkeling (organiseren van dansavonden). Groeiende belangstelling, ook vanuit de eigen vakachtergrond, voor het al lang bestaande dorp/ stadsgebied leidde tot stevige bemoeienis met het historisch genootschap. Dus op de bres voor het behoud van het cultureel erfgoed, als tegenwicht voor de zeer ijverige, op volledige functionele nieuwbouw gerichte stadsontwikkeling vanuit het stadhuis. Helaas zijn kenmerkende gebouwen en objecten verdwenen en oude structuren te gemakkelijk aangetast of vernietigd. Gelukkig kent de stad nu sedert 1987


een gemeentelijk beleid voor het instandhouden van monumenten en is er in de planontwikkeling meer aandacht terug te vinden voor het omgaan met de sporen uit het verleden. Zoetermeer is een unieke nieuwe stad met historische elementen en een groot deel van de ziel zit in het oude stadsgebied. Dat blijft de nodige aandacht vragen, zoals het omgaan met de nog aanwezige boerderijen, de toekomst van de oude rioolzuivering (Schuimend vuil) , maar ook met zo’n bijzonder object als de sport/speelhal de Olympus aan de Voorweg. En hoe zit het nu met het monument-waardig zijn van de Zoetermeerse galerijflat? Het behoud van de drie dimensionale ruimtelijke compositie van de wijk Driemanspolder, maar ook van de ongereptheid van de Zoetermeerse Meerpolder? Het bleef nog even druk aan de bar…..over de mogelijke pareltjes, over het erfgoed waar we nu behoedzaam mee willen omgaan.

41


#5

Tekst Willem Hermans

Binnen praten we over sport en spel. Buiten wordt er hard getraind. 1

1 4

S

port, spel en evenementen in Zoetermeer Gaan we voor een sportief imago als nieuwe stad? Maar hoe dan, als pioniers, als broedplaats voor talent of met de grote 5 als leisure stad? (skiën, schaatsen, survival, golfen en water-dreams). Staan daarbij de sportieve mogelijkheden van de “spelende mens” centraal en wat moet je als nieuwe stad daarvoor organiseren; festivals, sportevenementen, een stevige sportclub-infrastructuur? Gasten voor deze bijeenkomst: Stefan Metaal, stadssocioloog Universiteit van Amsterdam Margreet van Driel, directeur Flora avontuur Pim Koenen, voorzitter voetbalvereniging DSO en moderator Laurens de Groot, Man met Koffer. Het vijfde stadsgesprek, op 12 november 2015 gehouden in het nieuwe clubgebouw van de ZMHC te Zoetermeer kan met circa 40 bezoekers beginnen.

.................................................................................................................................................................................................... 42


Intro van schatbewaker Willem Hermans: Zoetermeer als compacte stad is ooit bedacht met het groen inclusief de sportvoorzieningen aan de rand van de stad; dat is nog steeds zo, maar ook in mentaal opzicht? Dragen sport, spel en evenementen bij aan de binding van de bewoners aan hun stad? Is bij het ontwerpen van de stad ooit gedacht aan een plek voor evenementen, festivals en grootschalige manifestaties?

Stefan Metaal Op basis van in 2010-2011 uitgevoerd onderzoek (New Town Roots) moet worden geconstateerd dat in een nieuwe stad aanwezige kwaliteiten te vaak over het hoofd worden gezien. Sport en spelmogelijkheden in een nieuwe stad worden door bewoners als een belangrijk kwaliteitsaspect beschouwd. 520 mensen zijn ondervraagd over de mate van tevredenheid met hun nieuwe stad. Zoetermeer als woonstad wordt gewaardeerd, maar spel/sportvoorzieningen worden beter cq mooier gevonden dan de gerealiseerde nieuwbouw. Er is waardering voor de functionele aspecten, want sport kan je hier gemakkelijk doen en het wordt als een ambassadeur van de nieuwe stad gezien. Daartegenover staat in vergelijking met oude steden het gemis aan ‘gezelligheid”. De Zoetermeerse “Big Five” worden als niet bestemd voor de Zoetermeerders beschouwd. Zij zijn toch meer het visitekaartje voor buitenstaanders en zijn nuttig voor de eigen werkgelegenheid. Een Zoetermeer pas voor de lagere inkomens zou het gebruik en de waardering voor deze voorzieningen kunnen vergroten. Uit reacties in de zaal komt naar voren dat het beeld gezien de onderzoeksopzet wellicht als te positief moet worden beschouwd. Wordt sport niet gezien als een vlucht cq vervanger van het geringe aanbod aan culturele voorzieningen? Is dat terug te voeren op het imago -probleem van deze stad; waar moeten we nu trots op zijn? In ieder geval op het uitgebreide fietspaden systeem in combinatie met de groene kwaliteiten.

Pim Koenen Zoetermeer is te netjes, te aangelegd, te mooi bedacht. Hij mist inspirerende rafelrandjes, maar ook een echte oude kern van waaruit de groei is ontstaan; Zoetermeer mist een eigen smoel! Sport is veelal individueel bezig zijn en illustreert het missen van onderlinge verbindingen, tussen sportvoorzieningen, maar ook tussen onderdelen van deze stad. Waarom doen we niet veel meer dingen samen; leren lopen bij de atletiek, CKC (dans/muziek) in de rust van een voetbalwedstrijd en goede horeca in de kantine. Laten we elkaar helpen om elkaar te verbeteren en verder te brengen, dan kunnen we locaties zoals het DSO complex beter en intensiever benutten; niet een dag per week heel druk en 6 dagen nogal rustig. Zullen we het komend jaar de olympische spelen voor de jeugd organiseren? Een evenement gebruiken om meer mensen te ontmoeten en met elkaar te verbinden. Zoetermeer heeft een smoel nodig; vandaar Pim’s ambitie om betaald voetbal in Zoetermeer te hebben; talent genoeg plus 125.000 inwoners, waarom niet? Dat moet toch tot meerwaarde voor de stad leiden? Deze ambitie roept discussie op; blijf bij de hard-core, goed voetbal, eerste klas amateurs…wat is daar mis mee? Hoezo ook in Zoetermeer betaald voetbal, kijk naar Almere en weet dat Den Haag en Rotterdam om de hoek liggen. Denk na over de mogelijkheid om met Gteams (teams samengesteld uit spelers met verstandelijke en/of een lichamelijke beperking)

2

43


aan de slag te gaan. De bezettingsgraad van bestaande voorziening moet omhoog; waarom staat het CKC in de zomer leeg en is het vaak te rustig op een sportcomplex zoals van DSO. Waarom niet klein beginnen en stapje voor stapje verder gaan? Samenwerken, want sport verbindt en benut wat er als is; looptrainingen door Ilion voor voetballers en hockeyers, maak afspraken over de catering bij grote evenementen en gebruik elkaars faciliteiten (honkbaltrainingen in de tennishal). Margreet van Driel Wil je dit werk goed kunnen doen, dan moet je de stad goed kennen, daar wonen en natuurlijk van die stad houden. Margreet is niet in Zoetermeer geboren, maar woont er al lang en is er veel op uitgetrokken. De stad heeft ze goed leren kennen door het project De Gave Stad; achtergronden worden duidelijk, wandelingen brengen je op nieuwe plekken en leren je op een andere wijze naar naar gebouwen en plekken te kijken. Het zet mensen aan tot nadenken. Zoetermeer was, en is wellicht nog, een saaie stad; er gebeurde niet zoveel. De behoefte ontstond om mensen en activiteiten met elkaar te verbinden en dat te organiseren. Typisch Zoetermeers sedert 2000: het bevrijdingsfestival en nadien Zoetermeer Culinair. Van de door buitenstaanders aangedragen mogelijkheden (stadsmarketing) is slechts een beperkt aantal projecten gerealiseerd. Goede projecten en evenementen moeten uit de stad zelf voortkomen en niet van buitenaf worden ingevlogen. Benut het lokale talent en gebruik bijzondere eigen plekken zoals vanavond hier bij ZMHC. Verbind oud en nieuw met elkaar, zoals met het stadshart en de Dorpsstraat zou moeten; zie de potentie van een Zondag in het Park of het Food-truck festival aan het Marseille pad. Creëer beleving van reeds bestaande plekken, maar met een heel ander programma. In de hardware van de groeistad zijn geen voorzieningen getroffen voor festivals en evenementen, of voor de Kermis of het circus. Zoetermeer mist ook die tradities van de oude stad. Maar er gebeurt wel het nodige zoals het 5 mei festival of Zoetermeer Culinair… om destijds de 6 restaurants die aanwezig waren meer bekendheid te geven. Na 15 jaar is het niet meer weg te denken uit de jaaragenda en met meer dan 20.000 bezoekers. Waar gaan we ons op richten de komende jaren? Het centraal houden van festivals en evenementen of gaan we de wijk in? En vraagt dat naast specifiek software ook nog nieuwe hardware, zowel in de wijken als in het centrumgebied bijvoorbeeld een festival-locatie…….. Margreet leest tot slot het verhaal Dobbepleinvrees voor. In de discussie wordt het eilandenrijk Zoetermeer nogmaals bevestigd; eigen enclaves, buurten en wijken en het schort aan de verbindingen. En de big five… ooit een keer bedacht naar analogie van… omdat er met Snowworld naar een vakantiebeurs moest worden gegaan om de stad te promoten. Op eigen kracht, uitgaan van de eigen mogelijkheden… dat moet de richting zijn!

44


3

4

5

6

1 2

7

Aantekeningen maken... (pg 42) Moderator Laurens de Groot, Man met Koer (pg.43)

3

Gastspreker: Stefan Staal

4

Concentratie

5

Gastspreker: Margreet van Driel

6

Gastspreker: Pim Koenen

7 ... op de bank in het clubgebouw

.................................................................................................................................................................................................... 45


D

e Nicolaasbrug, Brug over de Dobbe

De man zit op zijn knieën en terwijl ik rondom zijn witte bestelbus, mijn fiets richting brug draai, is hij op zijn buik gaan liggen. Geur van vroeger, hoe ik mijn kamer ontdeed van verf met gasbrander. Verbrand hout; met zijn machine op de houten paal gedrukt, freest hij de onderste letters. Nicolaas staat er; Nicolaasbrug Brug over de Dobbe, de titel van een film, met in de hoofdrol de meerkoet in het oog van de fontein. Ik druk mijn voeten op de pedalen, houten spijlen ruiken nog naar beits, op de top schittert asfalt in de zon. Net als ik zonder te trappen met mijn benen vooruit het bos in wil schieten, stop ik en voel ik een zwaai behoefte opkomen naar de man die zijn bloempotten met rode geraniums aan het vullen is. Net op tijd laat ik mijn opgeheven armen langs mijn hoofd zakken en voordoe alsof het een geplande uitrekbeweging was, keer mijn blik van links naar vooruit en bedenk mij dat hij niet zo blij verrast zal zijn. Dat hij niet zal zitten te wachten op zwaaiende mensen, die sinds die Brug uitzicht hebben op zijn eens zo intieme tuin. Aan de andere kant, in de verte, de meerkoet in haar plaatselijke bui. Graag had ik de gemeente daarop aangesproken over die meerkoet in de regen. Kan die fontein tijdens de broed- en kraamtijd niet gewoon even uit. Heb ik de gedachte of het misschien juist de beste keuze is die ze heeft kunnen maken, het de ultieme plek is waar ze hoger en droger zit dan zichtbaar is voor mij. Dat als dat niet zo was geweest ze zelf wel een andere plek was gaan zoeken.

46


Plek Zoetermeer Tekst Pauline Alting von Geusau Maar ook, dat manlief op een dag was thuisgekomen, hij haar had meegetroond naar hun nieuwe nest, ze haar twijfels had gehad, zo’n onderbuikgevoel, maar dat hij haar met zijn enthousiasme had overgehaald. Dat ze vervolgens vol verwachting op haar eieren was gaan zitten, maar op een ochtend wreed verstoord was door het vallende water, ze blij was toen het stopte en ze rustig was gaan slapen, maar ze de dagen die daarop volgden eenzelfde regenbui over zich heen had gekregen. Probeer ik haar luide gekwetter te begrijpen wat wellicht niet de vrolijke roep is van joehoe hier ben ik, maar meer iets in de trant van; Ik had het toch gezegd, jij ook altijd met je goede ideeën, had dan ook naar mij geluisterd dan hadden we nu op de plek van Truus en Piet gezeten. De geur van beits vermengd zich met een vleug van de stilstaande Dobbe onder mij, voor mij en naast mij grote bomen. Als ik afzet en naar beneden suis, alsof ik mijn eigen bos inrijd met mijn eigen nog nauwelijks aangelegde oprijlaan, ik de boomstronken aan weerszijden van het pad goedkeurend toeknik, bedenk ik mij het rondje nog een keer te fietsen, maar dan nu met de wetenschap dat het bos het Pastoorsbosje heet, de Nicolaasbrug een voetgangersbrug is en de meerkoet al jaren haar eieren legt onder het toeziend oog van de fontein.

Geïnspireerd? Maak een beschrijving van jouw favoriete plek in Zoetermeer en stuur hem naar info@schatbewakers.nl We publiceren hem dan op onze website

....................................................................................................................................................................................................

47


#6

Tekst Willem Hermans

Oogsten, terug kijken naar wat geweest is, vooruitkijken naar wat gaat komen, maar vooral vieren in het nu.

1

E

een tijdelijk leegstaand groot winkelpand / gelegen in de Dorpsstraat / drie dagdelen beschikbaar / om het in te richten als ‘werkplaats’ / voor het eerste oogstgesprek van de gehouden vijf stadsgesprekken.

Een winteravond, medio januari 2016 60 personen hebben zich aangemeld om mee te doen, mee te eten en te drinken Smaak & Vermaak zijn de cateraars Erik Pool de moderator de banken en tafels komen van Terra Art Projects de feestelijk bloemen van Aquaflor en de verdere inrichting is a omstig van de stadsambassade Zoetermeer ooit ook tijdelijk in dit pand gevestigd. de Schatbewakers Alcuin & Willem hebben in samenwerking met Erik Pool een draaiboek voor dit festijn opgesteld; oogsten is niet terugkijken, maar in goed gezelschap het vervolg binnen gaan het verleden samen delen en in feestelijke stemming aan een nieuwe etappe beginnen van

.................................................................................................................................................................................................... 48


de Zoektocht naar de Ziel van Zoetermeer

De eerste Oogst van 5 stadsgesprekken is binnen en wordt in het 6de gesprek aan de ruim 60 aanwezigen toegelicht. Om tot verhalen over de stad te komen heeft moderator Erik Pool aan iedere aanwezige gevraagd om drie persoonlijke attributen mee te nemen. Een hoofddeksel, waar je je prettig bij voelt, muziek of de platenhoes, die je verbindt met de buurt waarin je woont en tot slot dat boek, dat je karakteristiek vindt voor jouw ervaring van deze stad. Daarnaast wordt per onderwerp van de gehouden stadsgesprekken al lopend en etend een verhaal verteld waarin de persoonlijke verhouding met een van de gevonden schatten wordt toegelicht. Willem begint….Als je in de stad bent geboren, daar van houdt en er ook je vak van hebt gemaakt, dan blijf je ermee bezig…..als flaneur genieten en als schatbewaker in je eigen home town aan de slag. Wat zijn dan de stedenbouwkundige schatten van Zoetermeer die we in het eerste stadsgesprek hebben opgehaald? Het begint met de ligging van de stad, zowel in het landschap als binnen het stedelijk veld van Den Haag en Rotterdam. Maar ook de compacte opbouw van de bedachte stad; zo zijn binnen en buiten snel te bereiken. En heel veel gewone dingen zijn allemaal aanwezig en voor het dagelijks gebruik waardevol. Kortom Zoetermeer staat voor het “lekkere” wonen, in eigen buurten, met veel plekken en een scala aan mogelijkheden voor het maken van ommetjes (de hond uitlaten, tussen-de-middag-boterham-etend wandelen). Maar er worden ook waarden genoemd, die bij verdere planontwikkeling om aandacht vragen zoals het zorgvuldig omgaan het aanwezige groen, het behouden van de eigen buurtidentiteit en het op orde houden van de grote ruimtelijke concepten, casco’s en structuren (wees zuinig op Driemanspolder). En tot slot een paar goede raadgevingen, zoals het beter gebruik maken van de eigen ritmes, die in de stad leven en het bij toekomstige planontwikkeling niet over de mensen heen gaan, maar het samen doen, met

elkaar….. want er is nu een heel veel gebruikservaring in de stad aanwezig. Maar nu eerst aan de soep. Hoe kom je met cultuur in aanraking? Mijn opa, vertelt Willem Hermans, werkte als suppoost in het stedelijk museum van Schiedam in de jaren 50 en 60. Als stadsjongen ging ik er iedere woensdagmiddag langs, om mijn opa te zien, voor de tien cent snoep en uiteindelijk ook voor de COBRA collectie en wisselende exposities. Wat hebben we als Schatbewakers in de BaZtille opgehaald als waardevolle stads-eigen-waarden? Vooralsnog een achttal bijzondere aandachtspunten, die illustratief zijn voor het zich ontwikkelde culturele leven in een groeistad. 1 Benut en koester wat in de stad is gegroeid en zich nog steeds ontwikkelt, zoals het stadsmuseum, ZPOT, Zondag in het Park of amateurtheater 2 Zie het culturele leven als een onderdeel van het “eigen” profiel 3 De stad is niet van de gemeente (+raad) maar is van ons allemaal; we moeten de mensen van K&C laten genieten 4 Beperk K&C niet tot het stadshart en specifieke voorzieningen, maar breng het in de wijken 5 We moeten meer verbindingen leggen en creativiteit gebruiken om die relaties te maken; tussen stad en regio, tussen de stad en het groene hart en tussen de stad en haar bewoners en gebruikers 6 Meer aandacht besteden aan de “platte” cultuur van opgroeiende jongeren 7 Slimmer organiseren; voor activiteiten is geld soms niet nodig, maar wel een plek. Dat organiseer je door samen te praten en samen te werken 8 Zoetermeer is geen 'witte' stad; hoe ga je om met de kleurrijkheid van een gemengde stadsbevolking? Met eten en drank op de lange tafel wordt een volgende oogst, over het groene aspect van de stad aangekondigd. Het bijzondere aan landschapsarchitecten is dat zij ruimtes kunnen maken zonder daarbij van

49


bebouwing a ankelijk te zijn en dat zij landschap, bomen, parken en tuinen de rust en tijd gunnen om tot wasdom te komen. In het derde stadsgesprek komen voor deze nieuwe stad gelegen op een eeuwen oud landschap als waarden naar voren; oude en nieuwe pareltjes, zoals de reeds lang bestaande landschappelijke structuren (wallen/weteringen), de parken zoals het Wilhelminapark, maar ook de grotere stadsparken aan de randen van de stad. In dit derde stadsgesprek wordt gewezen op veel sluimerende kwaliteiten zoals de verbindingen in de vorm van groene routes tussen het binnen en buiten van de polderstad, het sterker benutten van het landschapspark aan de noordzijde of het zich ontwikkelend parkensysteem aan de zuidzijde. En bezie of je van de randen, die grenzen aan dat grote groen echte voorkanten van de stad kunt maken. Werk aan het versterken van het groene en rode voegwerk van het stedelijk bouwwerk en de verbindingen tussen de wijken. Maak het groene woonlandschap met wellicht alle beschikbare daken tot een van de dragers van de Ziel van de stad. Ondertussen is op deze bijeenkomst de maaltijd aan een volgende gang toe en wordt lopend verslag uitgebracht van het vierde stadsgesprek over de cultuurhistorie in een groeistad. Op de intrigerende vraag waarom mensen wel van een Hollands trapgeveltje houden, maar niet van de galerijflat komen ook deze avond vele argumenten voorbij. Oude en nieuwe architectuur zijn beiden in de stad aanwezig, maar verschillen nogal in aantal, omvang en aard. En er zijn ook een aantal pareltjes; de eerste Zoetermeerse architectuurgids komt eraan. Het zijn niet alleen objecten, maar ook structuren, ensembles en drie dimensionale stedelijke composities en concepten die waardevol zijn. Ze zijn met de nodige volharding in de loop van de afgelopen vijftig jaar gerealiseerd en voor wie daar gevoelig voor is, is het duidelijk: Zoetermeer is een leerstad, een openluchtmuseum voor Architectuur, Stedenbouw en Landschap. Maar voor menig bewoner draagt die karakteristiek nog niet bij aan een eigen identiteit. En als een iconisch bouwwerk (een

50

potentiële schat) is gerealiseerd (wijkcentrum Meerzicht, Sportkoepel Olympisch) is sloop nog vaak het vervolg. Advies vanuit de stadsgesprekken; maak rijkere afwegingen dan alleen de combinatie functionaliteit en geld; denk aan betekenis, beleving, gebruik en aan de herinneringen van duizenden gebruikers. Als we al over zoveel rijkdom beschikken, waarom zijn we eigenlijk niet trots op deze stad? Rennend door de winkel van Bemmel en Kroon naderen we het voorlopig laatste oogstdeel; sport, spel & evenementen in Zoetermeer. Inderdaad, sport in Zoetermeer wordt als een positief en onderscheidend kenmerk van deze stad gezien. Er is er een grote mate van tevredenheid over het aanbod aan sportmogelijkheden, maar ook van afgeleide voorzieningen zoals het fietspadensysteem. Dit is een kwaliteit waar Zoetermeer trots op mag zijn en dat mag ook op de eigen, aan de stad verbonden evenementen zoals het bevrijdingsfestival, Zoetermeer culinair en Zondag in het park. Het stevige advies van de deelnemers aan het vijfde stadsgesprek wordt unaniem overgenomen op deze oogst bijeenkomst: Blijf uitgaan van de eigen kracht en werk aan het versterken van en het leggen van verbindingen tussen al die “eilandjes” waaruit de stad is opgebouwd. We hebben nog een uurtje, roept Erik en samen met de Schatbewakers is een afsluitende sessies voorbereid, waarin de eigenheid van de 10 stadswijken aan de orde wordt gesteld. Per wijk worden de aanwezigen, die daar woonachtig zijn, verzocht gezamenlijk tot een eerste karakteristiek van hun woonwijk te komen. Deze presentaties worden aangevuld met adviezen van de overige aanwezigen om tot een iets breder gedragen typering te komen. De 10 karakteristieken vormen voor de Schatbewakers de opmaat naar het vervolg; een serie wijkgesprekken om de eerste oogst aan te vullen, te laten rijpen en tot meer gesprekken en andere verhalen over het fenomeen Zoetermeer te kunnen komen. Want we blijven nog een tijdje zoeken naar de Ziel van onze stad.


2

3

4

6

5

7 1 Schatbewaker Willem Hermans 'Op de tafel' 2 t/m 7 Sfeerbeelden van de korte presentaties van meegebrachte attributen, geboeide toehoorders en ontmoeten aan tafel

.................................................................................................................................................................................................... 51


Bijvangst

Tekst Alcuin Olthof

Bij de afronding van de cyclus is er het binnenhalen van de oogst. Een feestelijk moment, dat gevierd moet worden.

1

H

et karakter van de gesprekken is steeds interactief geweest. Het thema van deze avond was, 'de oogst van vijf stadsgesprekken'. In dit zesde gesprek wilden we echter naast het bespreken en vieren van 'de oogst' ook doorkijken naar de toekomst. In verband hiermee vroegen we (overigens zonder verplichting) in de uitnodiging van dit stadsgesprek twee voorbereidingen te treffen voor de avond: 1. Neem een hoofddeksel mee waar jij je prettig bij voelt en/of 2. Breng (een a eelding van) de muziek mee die jij treffend vindt voor de wijk waar je woont (bijvoorbeeld een LP-hoes, of CD-hoes of een foto van de betreffende artiest) 3. BONUS: Breng een roman mee die op de een of andere manier de sfeer draagt van Zoetermeer, zoals jij de stad nu ervaart. De opzet van de avond maakte dat we niet aan al het meegebrachte materiaal en de daarbij behorende verhalen zijn toegekomen. Natuurlijk zijn we wel geïnteresseerd in het meegenomen/gekozen materiaal;

.................................................................................................................................................................................................... 52


waarom die pet, dat boek en dat single-tje en schreven de mensen aan met de uitnodiging hun keuze te beschrijven.

HOOFDDEKSEL

“Ik had een groene bolhoed bij me: groen vanwege de plek waar ik woon en bol omdat het, zowel in het tegenover mijn huis liggende park (Stichting Groene Aarde) als op veel plekken in Zoetermeer en ook in mijn eigen hoofd vaak bol staat van de plannen en ideeën”. “De fietshelm representeert voor mij de ideale manier van vervoer naar en door Zoetermeer, de racefiets. Een goed en veilig fietspadenplan doorkruist de stad en zorgt ervoor dat alle wijken gemakkelijk en snel te bereiken zijn. Gezond, milieuvriendelijk en snel”. “Mijn comfortabele pet heeft een vintage look en was niet voorradig in de maat die ik normaal heb. Hij is dus te groot, maar door een inzetrandje passend gemaakt. Ik associeer dit met improviseren en oplossend vermogen en de schoonheid (eigenheid) van imperfectie. Ik mis dit soort rauwe randjes in Zoetermeer. Alles is zo bedacht!” “Ook ik had net als een van de andere deelnemers een fietshelm meegenomen. Zelf relateer ik die combinatie fietshelm-fiets-toegankelijkheid aan het groen en de ruimte, die Zoetermeer nog steeds doorsnijden. Ik woon zelf pal langs de historische Leidsewallenwetering in het Stadscentrum en van daaraf ben je op de fiets in een mum van tijd in de groene ommelanden van Zoetermeer.” “Mijn pet zit lekker en is gekocht in Notting Hill, de Londense wijk waar de gelijknamige film met Hugh Grant en Julia Roberts zich afspeelt. De laatste scène laat Julia Robert zien met een dikke buik: zwanger. De zwangerschap van mijn vrouw (en mij) bracht me in 1986 naar Zoetermeer, waar ik parttime kon gaan werken bij de gemeente zodat ik tijd vrijspeelde voor de vaderzorg. Zo bindt deze pet mijn levensverhaal aan het verhaal van de stad”.

“Als ik op reis ben koop ik vaak een pet die bij mij past. Past, maar mij ook gelijk een soort gevoel geef van bewegen in een omgeving waar ik me prettig voel! VRIJHEID!” “Ik voel mij rijk, een koningin met een kroontje als hoofddeksel in Zoetermeer. De titel van mijn boek is: Rijk leven ( ook als je niet veel geld hebt). Iedere ochtend als ik naar mijn werk ( een basisschool in Palenstein) loop kom ik de omgevingsvaklieden tegen die de rotzooi opruimen. Ik was even in Oost Jeruzalem, de Palestijnse wijk, bij Palestijnen thuis. Het eerste wat opvalt is de enorme vuilnisbelt op straat, waar je doorheen moet om bij hun huis te komen. De hele derde wereld heeft enorme problemen met hun plastic afval. En dan heb ik het nog niet over de constante oorlogsdreiging, oneerlijkheid en bureaucratie. Zoetermeer is een paradijs in vergelijk met de vele plekken waar de kinderen van mijn school vandaan komen. Ik hoor die verhalen iedere dag. Ik hoop dat we Zoetermeer ook door deze bril kunnen zien. En ja... er kunnen altijd dingen beter!

“Ik had een muts bij me. De term ‘muts’ wordt ook wel gebruikt om suf/ saai te beschrijven. Ook Zoetermeer wordt soms als suf en saai beschreven: de slaapstad bij Den Haag. Maar mensen die een muts dragen weten wel beter: het is niet saai, maar juist warm, comfortabel en kan er ook heel leuk uitzien. En mensen die in Zoetermeer wonen/ werken weten ook wel beter: er gebeurt hier van alles, de stad is volop in ontwikkeling en komt meer en meer tot leven. Kortom, laat je niet alleen leiden door de eerste indruk, maar kijk verder…” “Een zomerhoed; als wij na een zomervakantie van vier weken weer terug kwamen naar Zoetermeer, vroegen we ons altijd bij binnenkomst weer af wat er verandert was. Ook in een dynamische groeistad bleek het altijd om kleine veranderingen te gaan, minder ingrijpend dan ooit het kappen van de bomen in de Meerzichtlaan”. 53


“Ik had een slaapmuts meegenomen. Maak van je vermeende zwakte een kracht en wees met humor trots op wat andere van je vinden. Als je dat kunt ben je volgens mij een volwassen stad.”

“De hoed heb ik in Frankrijk gekocht en gebruikt. Vervolgens is ie naar Zoetermeer geëmigreerd en wil nu niet meer weg”. MUZIEK “ONCE, de cd met muziek van de Nederlandse componist Jacob ter Veldhuis. Hedendaagse klassieke muziek die over schoonheid gaat (gemaakt voor een ballet van Hans van Manen) met fragmenten uit speeches en het nieuws (radio, tv) erin verwerkt en daardoor het hier en nu combineert met klassieke klanken en ritmes en zo de eclectische tijdgeest vangt en de verbinding hoorbaar maakt”. “De LP van Robert Long - Dag Kleine Jongen heb ik gekozen vanwege de periode waaruit die komt (jaren zeventig) omdat ik die tijd associeer met de sfeer van de stad, en vanwege de titel: alsof het tijd wordt de jonge jaren los te laten en de volwassenheid in te gaan. De stad is natuurlijk allang volwassen in fysieke zin, maar in de zoektocht naar de ziel kan het de vraag zijn of het puberen nu echt voorbij is en de adolescentie of volwassenheid voor de deur staan”. “Zoetermeer een gemaakte stad… Aan de oevers van de tijd. Kijk ik om mij heen Ik wachtte aan de kant Aan de oevers van de tijd En alles ging voorbij”. Uit het liedje ‘Aan de oevers van de tijd’ van Spinvis

“De muziek is van een vriend en ooit Nederlands top jazz gitarist Jack Kraal. Hij is sedert 01.09.1966 werkzaam en wonend in Zoetermeer”. “De muziek is van Jason Mraz van zijn CD 54

’One Love’ de song: ‘I WON’T GIVE UP’ (tekst zegt voldoende!). Deze muziek gebruikte ik bij mijn installatie 'Sconefabriekje' over hoe je winkeltje kunt spelen tijdens: ‘Meesterlijk’ Westergasfabriek 2013”. De CD is die van Goldplay. Ik kocht hem in 2009 na de kennismaking met La Scuola | Academie voor levenskunst. Het jaar was een voor mij een heftig jaar waarin veel veranderde. Ik verloor mijn baan en we besloten daarom ons huis te koop te zetten… we maakten plannen om te verhuizen. Ik verloor een vriend aan de dood en in dat jaar overleed ook mijn vader. Naast 'Viva La Vida', die de academie als tune gebruikt staat ook het nummer 'Death and all his friends' op de CD.

“Elpee: ‘Do it Yourself ‘(titel). Ben even kwijt welke muzikant. In ieder geval niet 1 waar ik echt warm voor loop, maar ik vond de titel wel passend. Ik zie in Zoetermeer steeds meer bottom-up initiatieven, die ook worden omarmd door gemeentebestuur. Zelfde attitude zie ik bij gemeente aangaande bestaande culturele instellingen: Gemeente faciliteert maar laat organisatie, invulling (zelf organisaties in transitie zoals museum) bij de instellingen zelf. Hulde!” “Voor mij persoonlijk heb ik een singeltje mee genomen met daaraan gekoppeld mijn jeugd ... de eerste discotheek op Dorpsstraat, die na het buurthuis 'Kom Op' de jeugd naar deze plek toe trok... Zoetermeer bestond toen nog uit 'nog niet geïntegreerde Importhageneze' autochtone Zoetermeerders & kampers (zoals wij het zigeunerkamp aan de Bleiswijkse weg noemde) Er was rivaliteit en er werd veel gevochten tussen de groepen kampers als Pipo, de familie Onderwater en de familie Lexmond Namen die indruk maakte in die tijd, want het ging er vaak niet zachtjes aan toe. Het was de tijd van James Brown in de discotheek die achter restaurant de


Meerbloem (Dorpsstraat) zat .... en zodra die uitging begon het matten met elkaar.....de boeren tegen de import stadse mens ... dit heeft nog lang aangehouden, maar uiteindelijk ging ieders zijns weegs en kregen nieuwe interesses aandacht.” “Ik kan me herinneren dat 'de Boerderij' nog echt een boerderij was en dat we in de koeienstal de eerste discoavonden organiseerde. Dat we de zeventiger jaren en de nieuwe muziekstroom Punk New Wave presenteerden aan het jonge publiek van Zoetermeer: Seks, drugs en Rock & Roll, Talking Heads……..Herman Brood ….Gruppo Sportivo… Bob Marley … & Johnny Rotten en… bergen met kapot gegooide bierglazen (I love the sound of breaking glass) vulde de zaterdagavonden. We waren alternatief en vooruitstrevend altijd op zoek naar nieuwe muziek, om daarmee de identiteit en een imago te serveren voor het publiek dat toen op de boerderij a wam... Ik kan zo nog wel even verder met mijn verhaal alleen dan kan ik beter een boek gaan schrijven over de roerige (de seventies) jaren van Zoetermeer.” “Wat mij betreft is de term 'slaapstad' pas na de tachtiger jaren uitgevonden.... en wordt het tijd dat we dit snel van ons afschudden ........ Wake Up!” “Alle popmuziekplaten, vooral uit de jaren zeventig hebben voor mij nog steeds een

band met Zoetermeer; we woonden er en ik werkte bij de gemeente als stedenbouwkundige. Uit de collectie heb ik, ingegeven door de actualiteit van het overlijden, platen van David Bowie meegenomen, in het bijzonder een plaat: David Bowie Stage, 1978, een dubbel elpee, twee gele schijven, met op record two, side two het nummer ‘Heroes’ “. BONUS

“Mijn boek? 'Dit is mijn hof' van Chris de Stoop over de vreugde en pijn van betrokkenheid geaardheid - verandering daar waar je vandaan komt”. “Het boek 'De eeuwige bron' (The Fountainhead) van Ian Rand vertelt het verhaal van twee architecten, die elkaars tegenpolen zijn. Zoetermeer is voor mij (ook) echt een architectenstad: ontworpen en gebouwd door professionals, die tekenend op de kaart en schetsend op de ontwerptafel de stad hebben vormgegeven. Uit het boek is de ene architect de man die zijn eigen koers volgt, niet luisterde naar de markt en tegendraadse standpunten kiest. De andere architect is maatschappelijk succesvol, omdat hij zijn deskundigheid gebruikt om grote groepen mensen en belangrijke beslissers uit het establishment te bedienen met wat zij van hem vragen. Daarmee laat de auteur naar mijn smaak een soort principiële keus zien waar Zoetermeer voor staat: sluiten we aan bij een

.................................................................................................................................................................................................... 55


(maatschappelijke of markt) ontwikkeling, of bouwen we voort op een eigen principe en standpunt? Misschien ligt de waarheid in het midden, of kan uit dit dilemma een gezonde spanning ontstaan waarmee de stad zich de toekomst in kan slingeren, maar de ziel van Zoetermeer zou in deze fase wel eens last kunnen hebben van precies dit groeidilemma. Wat is het verlangen van de ziel van Zoetermeer?” “Het boek dat ik meenam was ‘Ik ga op reis… en laat achter’ van Simone Awhina. In het boek de fotokaart van ons oude huis aan de Julianalaan. We zouden graag naar Leiden of Delft verhuisd zijn. Uiteindelijk is het Zoetermeer gebleven. De reis is ingezet en er moest veel achter- en losgelaten worden. Voldoende differentiatie in huisvesting ontbreekt in de bedachte stad Zoetermeer. Ik zie hierin een uitdaging voor de nabije toekomst”. “Eén boek? Ik kon niet kiezen uit twee als boek. ‘Weerwater’, geschreven door Renate Dorrestein. Wie zou er een roman over Zoetermeer kunnen schrijven, zoals Renate over Almere heeft geschreven? En als tijdschrift ‘het literaire tijdschrift Zoetermeer’, een uitgave van Nijgh & Ditmar. Ik heb boek vijf in mijn bezit en wil jullie de achterflaptekst niet onthouden: ‘Zoetermeer: het enige literaire tijdschrift waar sommige lezers hun boekverkoper de kop gek om zeuren. “Is de nieuwe Zoetermeer er al. Wanneer dan? Kunt u de uitgever niet eens bellen? En welk ander literair tijdschrift is zo diefstalgevoelig?’” “Het boek is de ‘Dertig dagen’ een roman van Annelies Verbeke. Ver weg van het drukke leven in de grote stad gaat de hoofdpersoon op zoek naar eenvoud en rust in het kleine land waar hij is geboren. Gelukkig met het bestaan (zijn klus bedrije), om daarmee mensen te helpen en zo iets te betekenen. Mensen stellen zich open voor hem en luisteren naar wat hij verteld. Maar deze hoofdpersoon wil geen opperhoofd zijn, geen goeroe worden. Hij doet het, omdat hij dat kan!” “Een boek had ik niet meegenomen, maar als ik er een had moeten meebrengen was het Gretchen Rubin geweest met als titel: ‘Steeds Beter’ (over 56

gedragsverandering)... behoeft geen verdere uitleg, lijkt mij”. “Het boekje dat ik meenam was de ‘encyclopedie van de domheid’; ik had een stukje uitgekozen met titel ‘de domheid van de intelligentie’ als aanduiding van een mogelijke valkuil voor jullie Schatbewakers; immers ik ben van mening dat mijn buurvrouw met mavo3 ook alles moet kunnen begrijpen”.

SUPERBONUS

Gedurende de avond keken we terug naar de vijf gesprekken en verbonden de thema’s van die avond aan persoonlijke associaties. Bij het thema architectuur en stedenbouw vroegen we om een beeld. Cultuur van de tweede avond verbonden we aan gevoel en emotie. Welke geur ruik je? ... de vraag bij het thema van de derde avond: landschap. Bij cultuurhistorie (#4) was de vraag welke herinnering roept dit bij jou op? De beweging van sport &spel werd opgeroepen in de interactiviteit van het uitbeelden van achtereenvolgens een stilleven, dans, ritme en de opgave het publiek in beweging te krijgen. * Deze vragen leverden vervolgens weer mooie verhalen op. Zo werd er bijvoorbeeld een terugblik gegeven op de stinkende Brinkers fabriek in Dorpsstraat. Waardoor bij oostenwind de ramen dichtmoeten blijven. Maandag was wasdag. In de buurt van Nutricia kon je bij zuidoostenwind en roetblazende schoorstenen je was echter maar beter binnen te drogen hangen.


2

3

4

5 1

Feestelijke bubbels (pg 52)

2

Hippe stadse hoedjes

3

Een complete gevraagde inbreng

4

Hoeden voor buitenleven

5

En proďŹ el

6

Met muts

6 .................................................................................................................................................................................................... 57


Tekst artikel: Willem Hermans en Simone Langeveld Foto's gesprek: Simone Langeveld

Is Zoetermeer 'gelukt'?

Het symposium ter gelegenheid van het afscheid van Ad ten Ham vonden we een interessante bijdrage leveren aan de serie van de stadsgesprekken die gevoerd werden. Schatbewaker Willem Hermans maakte notities en Simone Langeveld bewerkte ze tot een prettig leesbare tekst.

De dagvoorzitter Hennie Koek, gemeenste secretaris Zoetermeer richt zich bij de opening van het symposium tot Ad ten Ham: “Het is een weemoedige dag. Op deze dag stellen we de vraag: Is Zoetermeer gelukt? Is deze vraag niet zowel onbeantwoordbaar als onbehoorlijk? Mag je je wel afvragen of een stad ‘gelukt’ is? Zonder Ad geen Zoetermeer zoals het nu is. Hij heeft zich lang met het ontwerpen van de stad bezig gehouden: 38 jaar!” Naast Ad ten Ham komen deze middag twee sprekers aan het woord. Prof. Ir. Eric Luiten rijksadviseur Landschap en Water en Prof. Dr. Wim Derksen, hoogleraar bestuurskunde. Ad ten Ham besluit de lezingen van Eric luiten en Wim Derksen met een coreferaat. Zoetermeer, onvoltooid project observaties bij het afscheid van Ad ten Ham Prof. Ir. Eric Luiten “Zoetermeer, het maken van deze groeistad, dat is en was letterlijk een project. De aanpak is planmatig, het volbouwen van een reserveveld bij een grote bestaande stad.” Hij citeert de Curaçaos-Nederlandse architect Carl Weeber: 58

“Zoetermeer is als een ‘versteend tentenkamp’ zoals ook veel Vinex-wijken er vanuit de lucht inderdaad uit zien.” Hoe is dit zo gekomen? Luiten blikt terug naar het eind van de 19de/ 20ste eeuw; oude, vuile industriesteden, armoede en de roep om het anders aan te pakken. Ter illustratie foto’s van de armoede van een arbeidersgezin. Hij noemt visionairs uit die tijd. Le Corbusier met zijn plan Voisin; vanuit de urgentie van verbetering, gebruik maken van een ander, nieuw repertoire op het gebied van architectuur en stedenbouw. Henry Ford vanuit de industrialisatie; de T-Ford, de lopende band en daar horen plannen bij zoals het plan van Tony Garnier; cité industrielle. Maar ook vanuit de landbouwsector was er roep om een andere aanpak. Sicco Mansholt, de grondlegger van het 20ste eeuwse landbouwbeleid komt met plannen om de landbouw geschikt te maken voor de 20ste eeuw. Van kleinschalige verkavelingen met sloten, vaarten en pramen als vervoerswijze naar de grote schaal voor mechanisatie en het gebruik van de auto. Van versnipperde stukjes landbouwgrond via ruilverkaveling naar een betere verdeling. Van een vaarverkaveling naar een rijverkaveling. De tijd na 1945, na de WO II, biedt alle ruimte voor de tekenend visionairen zoals Cornelis van Eesteren. Deze stedenbouwkundige komt voor Amsterdam met het AUP (algemeen uitbreidingsplan) en ontwikkeld New Town Lelystad. Huisvesten en herhuisvesten is het credo. Rotterdam beleefd haar wederopbouw met o.a. Pendrecht en de nieuwe moderniteit in strokenbouw van Dudok krijgt in Den Haag vorm. Er komen nieuwe fenomenen bij; de grootschalige (her)huisvesting in stadswijken als pure woongebieden en grote werkgebieden, zoals de havens bij Rotterdam (Europoort en de Maasvlakte) en de grootschalige landbouwverkavelingen in de Noordoostpolder. Tijd voor een kleine hypothese. De kleuren op de plankaart staan voor politieke belangen; paars is industriegebied en is de kleur van de VVD. Rood is voor de woongebieden en komt vanuit de PvdA en het groen van het platteland


Ad ten Ham, landschapsarchitect, leidinggevende en strategisch adviseur voor de gemeente Zoetermeer vanaf 1977.

Op 26 november 2015 werd met een symposium afscheid genomen na een 38 jarige loopbaan bij de gemeente Zoetermeer met als gastsprekers: Prof. Ir. Eric Luiten rijksadviseur Landschap en Water en Prof. Dr. Wim Derksen, hoogleraar bestuurskunde. Ad ten Ham besloot de lezingen met een co-referaat.

is voor het CDA. Hoe het dan staat met de menging? Zie daarvoor de bekende blokjes kaart uit de tweede Nota RO, jaartal 1966. Wat gebeurt er ondertussen rondom Zoetermeer? Een blik op een oude kaart van Zoetermeer laat een landschap van ‘prothesen’ zien. Zo is daar een ‘eitje’ een oude droogmakerij, de Meerpolder, en Bijhouwer heeft na de oorlog een park aangelegd parallel aan de Dorpsstraat. Er is dan een Plan Wilsveen ontstaan, een stad voor Den Haag, gepland waar nu een landschapspark is. Dit plan red het niet. Vastgroeien was niet goed, er moet gebufferd worden, tussen Delft en Schiedam, rondom Rijswijk en zo hebben we nog steeds een groenblauwe slinger. Zoetermeer bleek na twee jaar geruzie betere papieren te hebben en gaat zich ontwikkelen als groeikern. In 1968 is daar het stuktuurplan. Een plan dat in en om de oude infrastructuren heen gebouwd wordt. Maar ook nieuwe vormen voor een nieuwe samenleving die weinig rekening houden met bestaande landschapsstructuren. Zo is de wijk Noordhove, in de vorm van een ganzenvoet, als een grote ruimtelijke compositie opgevat. Typisch Nederlands, de plannen voor het landschap beperken zich tot het aanleggen van een bosstrook langs de gehele stadsrand, een enkele uitzondering daar gelaten. Het Bentwoud is een mooie uitzondering met een schaalvergroting op het gebied van nieuw bos, maar ligt wel aan de rand van de stad. Recent; veel stadsweefsel, met weinig onderscheid in hoofd- en bijzaken en een paar kloeke landschappen aan de randen. Is stedenbouw een puzzel met 2000 stukjes? Waar is dan het stadspark? Eric hanteert een groene legenda voor groene elementen die altijd in een goede stad aanwezig zijn; stadstuinen, stadsparken, stadsbossen en het stadslandschap. Stadstuinen à la de Hortus in Leiden; het is oud, ligt er toevallig en is toegankelijk onder voorwaarden. Heeft Zoetermeer zo’n stadstuin? Stadspark á la het Vondelpark in Amsterdam: expliciete randen, niet geprogrammeerd en de groene plek om af te spreken. How about this, Zoetermeer? Stadsbos à la de Haarlemmerhout: contrastrijk en 59


lekker groot. Potentie in en om Zoetermeer; tot wellicht de Balij en/of het Bentwoud. Hoe goed zijn deze gebieden eigenlijk met de stad verbonden? Stadslandschappen à la ’s Graveland met diverse buitenplaatsen? Zoetermeer heeft aan de noordrand een troef, de Meerpolder met aangrenzende polders en plassen. Eric Luiten: “Waag het niet daar ‘dat mycelium’ (stadsweefsel) te laten uitbreiden!” Uit de zaal komt een vraag/opmerking naar aanleiding van het betoog van Eric Luiten. Luigi van Leeuwen, oud-burgemeester van Zoetermeer krijgt het woord: ‘Vergeet u niet de politieke werkelijkheid? We hadden een opdracht van minister Bogaers. Tienduizenden woningen bouwen voor 100.000 mensen. Ja, het was lastig, moeilijk om kwantiteitsdoelstellingen te laten kantelen naar kwaliteitsdoelstellingen.” Het project Zoetermeer Prof. Dr. Wim Derksen Wim Derksen, bestuursdeskundige en directeur ruimtelijk planbureau begint met het zetten van een groot vraagteken bij de vraag: ‘Is Zoetermeer gelukt?’ Het is een vreemde vraag, die op onzekerheid duidt. Niet gelukkig deze vraag en dus niet meer stellen. Hij spreekt over Zoetermeer als een ‘project’. Het project Zoetermeer kan je eigenlijk zien als drie projecten: 1. een technocratisch project, 2. een modernistisch project, 3. een gewenst project. Ten eerste Zoetermeer als een technocratisch project. Ruimtelijke ordening is een wetenschap. Binnen deze wetenschap is Zoetermeer vanuit de planologie door ambtenaren bepaald. Dit gaat in een aantal stappen. Vanuit wetenschappers bedacht, vanuit planbureaus en met medeweten van de minister. De planologie is een normatieve wetenschap, sterk sociaal democratisch gericht want ruimtelijke ordening is maatschappelijk en sociaal democratisch; 85% PvdA, 14% links en 1% VVD. Nu hebben we met een andere nationale politiek afscheid genomen van onze ruimtelijke ordening (RO). Het departement is wel blijven bestaan en er komt een nieuwe omgevingsvisie aan. Uit deze nieuwe visie komt het voor Zoetermeer hier op neer: jullie moeten het zelf doen Zoetermeer! Ten tweede Zoetermeer als een modernistisch project. Dus… gebouwd met licht, lucht en ruimte, hiernaast is het autoritair van karakter, vaak met goede bedoelingen, maar het leidt wel tot galerijflats met platte daken. (er is afscheid genomen van de gesloten bouwblokken) De bouw is A-historisch en eenvormig. Tegelijk met de eenvormigheid zie je wel opeenvolgende modes in het bouwen. Zo ontdek je in Zoetermeer een staalkaart van de 20ste eeuwse stedenbouw. Bovendien was de modernistische opdracht: geborgenheid (door architecten) en eigen identiteit ontwikkelen (juridisch: rechtszekerheid). Ten derde was Zoetermeer een gewenst project. Burgers wilden buiten wonen, weg van de vieze stad. De steden waren vies en schijnbaar vol. Er waren volop kansen door het gebruik van de auto. De 60


overheid koos voor gebundelde deconcentratie. Sub-urbanisatie (lees het project Zoetermeer) als/is een afwijkend fenomeen! Ondanks alles trekken mensen trekken al eeuwen naar de steden. Want daar zitten bedrijven, dichtbij hun afzet- en arbeidsmarkt. Bovendien zijn steden productiever, betalen dus beter en dat trekt weer nieuwe mensen aan: het agglomeratie effect van de stad als vliegwiel. Bereikbaarheid is voor het slagen van suburbanisatie cruciaal, per auto en/of per Zoetermeerlijn. Is de burger bereid zoveel of zover te reizen? En waar slaat dan de welvaart neer? In de oude stad of ergens anders? Het blijkt dat die welvaart niet per definitie in de randgemeenten (lees Zoetermeer) terecht komt. Rotterdam bijvoorbeeld blijkt ook vlakbij te liggen. De trein naar Rotterdam is ook de trein naar de Koopgoot! Sedert de jaren 80 zie je een omslag, je ziet je de stad tot bloei komen. De viezigheid is weg, want we gaan van industrie naar een kenniseconomie, beleven face to face contacten en bedrijven zijn minder locatie gebonden geworden. Mensen zijn belangrijker geworden en bedrijven gaan op zoek naar hen. In de plaats van andersom: de mens op zoek naar het goede bedrijf. Kortom de triomf van de stad: met groei, stijgende huizenprijzen (graadmeter voor het succes van een stad), minder stadverlaters met grote gevolgen voor de randgemeenten. Zij zitten met een negatief

migratie saldo, vergrijzing, daling van de inkomens en van het welvaartsniveau. Groei van de steden door komst van 18 tot 30 jarigen, maar ook de welgestelden blijven nu in de stad. Zie Den Haag; studenten en expats. Er zijn duidelijk bestuurlijke veranderingen. TOEN: de centrale stad klaagt over de bijdragen van de randgemeenten om eigen problemen op te lossen. NU: centrale stad doet het allemaal zelf! Zie de wijzigende verhouding tussen Amsterdam en Almere. Het probleem van Almere is dat het minder aantrekkelijk is dan de centrale stad, dus nu hebben de randgemeenten de centrale stad nodig! Maar waarom zou die centrale stad de randgemeenten steun geven? Vandaar opkomende trend van de fusie van de randgemeente. Bijvoorbeeld Voorburg als een groene buitenwijk van Den Haag. Wat moet je nu als Zoetermeer? Hieronder het advies van Wim Derksen. Wees realistisch, dus overdrijf niet met acties als “pioniers en vernieuwers” alleen het gemeentebestuur lijkt dit te willen. Wees eerlijk! Veel mensen wonen met veel plezier in Zoetermeer, hou dat zo, blijf blij en eerlijk; zie je als een voorstad van Den Haag. Trek geen grote broek aan! Hagenaars komen niet in Zoetermeer funshoppen. Den Haag maakt ons compleet en het wonen hier aangenaam. Grijp je kansen Zoetermeer! Het gaat om wonen, wonen en nog eens wonen. Niet verdichten maar verdunnen / verruimen: dus

61


niet bebouwen. Maak het wonen (nog) aangenamer. Breek eens wat meer af; niet bebouwen maar vergroenen. Breek maar eens af die galerijflat en geef de stad historie. Hou op met het modernisme en doe het voorzichtig aan. Volg Jo Coenen (voormalig Rijksbouwmeester): ‘een nieuwe plek, nieuw gebouw moet meerwaarde bieden.’ Zie Zoetermeer als het Amstelveen van Den Haag. Wat is daar nu mis mee? Een kwalitatieve groei is belangrijk. Dus denk na over het fuseren met de grote stad Den Haag of maak Den Haag compleet met een groen woongebied. De 20ste eeuw is de eeuw van de overheid geweest. Het anticyclische gedrag is weg; economiseren van de ruimtelijke ordening, maar laat publieke investeringen niet tot desinvesteringen leiden. Heb je te maken met kleinere aantallen bewoners? Kies voor kwalitatieve groei. Het afglijden van Zoetermeer moet je proberen tegen te gaan. Doe wat burgers willen, doe dat waar zij behoefte aan hebben in hun woonomgeving. Eric Luiten bevestigd het pleidooi van Wim Derksen: “Dit bedoel ik!” Verandering door verbinden Ad ten Ham Ad neemt een aanloop onder het motto ‘veranderingen door verbinden’ en gebruikt zijn inspiratiebronnen voor zijn verhaal over Zoetermeer. De ‘Beklimming van de Mont Ventoux’ is een brief van de Italiaanse dichter Petrarca (1336). Hij schreef over beelden van de Mont Ventoux met het veranderende perspectief. Hij was hiermee misschien wel de allereerste toerist en bergsporter. In de Middeleeuwen had men vooral angst voor het landschap. De tegenreactie hierop tijdens de Renaissance zijn de ideaalbeelden in vaste meeteenheden en verhoudingen. Bij de villa’s in Italië wordt het uitzicht en de horizon juist betrokken en vanuit een stad als Florence trekt men naar buiten voor het vergezicht. Boeken over stad, stedenbouw en landschap zoals de publicatie over de ideale stad van Simon Stevin vormen ook een inspiratiebron. 62

Bijvoorbeeld Delft als dé grachtenstad, als de verstedelijking van het onderliggende landschap (polderstructuur zichtbaar in de stad). Daarbij vergeleken is Amsterdam een “new town”. Dan met een grote sprong naar 1966, de bekende blokjeskaart. Wat ligt nu onder dat vierkantje? Landschap, natuur en de geschiedenis van het landschap, zoals bij Zoetermeer het veen en het belang van het ‘hoge’ land voor de trekvogels a omstig uit Afrika. En vergeet de Rotte niet, dat veenstroompje uit de spons - het grote veenmoeras waarin Zoetermeer ontstond - drager van het landschap en naamgever van nu de grote Nederlandse havenstad. Grote invloeden die tot verstedelijking hebben geleid zijn a omstig uit de tijd van de industriële revolutie. Een tijd waar grote behoefte was aan woningen voor de werknemers in de industrie. Zo waren er in de 19de eeuw verlichte fabrikanten zoals de Franse fabrikant van kachels Godin die zorgden voor een goede huisvesting van hun werknemers. De Famillistere in Cuisse in Noord Frankrijk is daarvan een inspirerend voorbeeld. Een volgende inspiratiebron uit deze tijd is de tuinstadgedachte van Ebenezer Howard waarin de ideale woonwijk het goede van de stad en het goede van het landschap in zich verenigd. In Londen zijn hier prachtige voorbeelden zoals Welwyn Garden City, Een andere manier om met het landschap om te gaan werd in de jaren 20 van de vorige eeuw bedacht door Le Cobusier. In1926 publiceert hij ‘Vijf punten van een nieuwe architectuur’. hij houdt een pleidooi voor hoogbouw ( vergroot letterlijk het perspectief van mensen door een vrij uitzicht te bieden). Hij plaatste zijn gebouwen op ‘pilotis’ (pilaren), zodat het landschap als het ware onder het gebouw kon blijven doorlopen. Het zijn voorbeelden en ideeën die de bedenker van de stad Zoetermeer prof Van Embden kende en gebruik van heeft gemaakt bij het opstellen van Zoetermeer. Het was eerste keer dat in Nederland een stad in een keer werd ontworpen. Op grip te krijgen op een dergelijke proces bediende van Embden zich van rekenmodellen, een rationeel en technocratisch proces. Verbeeldingen hoe de stad er mogelijk uit zou kunnen zien zijn er toen


nauwelijks gemaakt. De kernvraag was welk programma moet deze stad bevatten. Er werd vooral nagedacht over woningaantallen, woningbouwprogramma’s , en niet in het minst over de verkeerstructuur. Dit laatste heel noodzakelijk gezien de enorme groei van de bevolking en de toegenomen mobiliteit.. Een mooie reeks beelden van Zoetermeer volgt, waarbij gebruik gemaakt is van de tentoonstelling ‘Zoetermeer Utopia, Dromen van een stad (25 mei t/m 10 november 2013). Kunstenaars is gevraagd: Hoe kunnen wij de dromen en moderne ideeën van de stedenbouwkundigen van toen in de huidige stad zichtbaar maken? Aan de hand van zeven tekeningen is deze vraag verbeeld. Zo komen onder andere aan de orde, het dilemma hoogbouw/laagbouw, de goede bereikbaarheid en mobiliteit, de intimiteit van de jaren zeventig. Wat dit laatste betreft is een tekening gemaakt die gebaseerd is op het woord ‘knus’. Het verlangen naar knusheid lag ten grondslag aan de Zoetermeerse bloemkoolwijken van de jaren zeventig en tachtig. Het woord ‘knus’ verwijst ook naar het turf (brandstof) dat in het verleden werd afgegraven. In de tekening zijn de bloemkoolwijken opgebouwd uit balen turf. Zo, gaande door de stad kunnen we genieten van de oude veenkaden, de oude weteringen (Voorweg, Zegwaart, Delftse- en Leidsewallen) en hun lange zichtlijnen en kunnen in verwondering het dilemma bezien van hoogbouw en laagbouw en het gevonden nieuwe evenwicht. Vanuit het landschap is en blijft het een zegen dat bijna niets is opgespoten en het watersysteem zo op de polder kon worden aangesloten. Zoetermeer is gericht op Den Haag, maar vanaf de toren van het stadhuis is de skyline van Rotterdam evengoed te bewonderen. De stad is opgenomen in het stedelijk landschap van de metropoolregio Rotterdam-Den Haag en dan is het ontwikkelen van de Bleizo-knoop een logische stap. Deze nieuwe vervoersknoop leidt tot het ontvlechten van de oude openbaar vervoer ‘krakeling’ en biedt het perspectief om bestaande werkgebieden zoals de Siemens locatie als een digitale techno campus op de kaart te zetten.

Afsluitend maakte Ad zijn statement over omgaan met de toekomst. Van Embden wist precies waar hij met Zoetermeer naar toe wilde. Hij tekende een eindbeeld met een daarbij behorend programma. En dat concept is in 50 dan ook uitgevoerd. Alles redelijk maakbaar tot nu toe. Maar is de wereld nog wel zo maakbaar? En is ons beeld van de stad nog wel juist? Wat we kunnen stellen is dat we in een stroomversnelling van veranderingen terecht zijn gekomen, die we moeilijk meer kunnen binden in een alomvattend concept. Maar om die veranderingen toch te kunnen zien valt hij liever niet terug op Plato, die zegt: “Als je niet weet wat je zoekt dan zul je het ook nooit vinden”, maar op Picasso die zegt: “Ik zoek niet, ik vind”. Hij pleit daarmee voor durven om gaan met onzekerheden en lef tonen. Als laatste haalt Ad de Franse filosoof De Rosnay aan die stelt dat we aan het begin staan van een symbiotische tijd. Een tijd waarin de mensen ervaren sterk a ankelijk te zijn van elkaar. Voor dergelijke samenlevingen is volgens hem toekomst. En waarom zou Zoetermeer niet zo’n samenleving kunnen worden. Zaterdag 28 november staat er een interview van Yorick Roos met Ad ten Ham in AD Zoetermeer. Hieruit de laatste alinea: Met de naderende voltooiing van de groeistad die ooit ontstond op de tekentafel, dient de vraag zich aan of Zoetermeer gelukt is. Een lastige vraag, volgens Ten Ham. “Ik denk dat je ‘gelukt’ moet doorvertalen naar ‘gelukkig’. Zijn de inwoners van Zoetermeer gelukkig in deze stad? Ik denk dat dit zeker het geval is. Wat dat betreft kun je zeggen dat Zoetermeer op die manier gelukt is.”

wjah/schatbewakers/voorjaar 2016 saml/kleinjantje/zomer 2016 ad ten ham/herfst 2016

63


In de verbeelding van het kralenspel zien we de vier niveaus: de feiten, de persoon, het speelveld, het idee.

Tekst ERIK POOL (WerkmetLef.nl)

Socrates, Plato en Kessels’ kralenspel Meesterschap in leiderschap

Over leiderschap en bijbehorende competenties zijn boekenkasten vol geschreven. Slechts zelden wordt daarin de eer gegeven aan Plato, de leerling van Socrates. Plato’s filosofie biedt het fundament voor (bijna?) alle managementopvattingen en leiderschapsprogramma’s die 2500 jaar later in de 21e eeuw als ‘nieuwste inzichten’ aan de man worden gebracht. Daarbij kan ook gebruik worden gemaakt van het zogeheten ‘kralenspel’, een leiderschapsmethodiek die op Plato’s denken is gestoeld en recent is ontwikkeld door praktisch filosoof en organisatieadviseur Jos Kessels. Kessels introduceerde in Nederland in de jaren negentig het ‘socratisch gesprek’ op de werkvloer. Zijn kralenspel maakt gebruik van de socratische gespreksprincipes maar structureert het onderzoeksproces van de speler(s) in vier niveaus: de feiten, de .................................................................................................................................................................................................... 64


persoon, het speelveld, het idee. Het spel kan gebruikt worden bij het morele onderzoek van persoonlijke vragen maar ook met teams en afdelingen worden gespeeld om voor de organisatie ‘goede ideeën’ en visies te ontwikkelen. De feitelijke levenspraktijk (uit werk en privé) van de deelnemers is daarbij steeds weer het vertrekpunt: de lastige situaties, moeilijke keuzes en morele dilemma’s zijn het materiaal waarmee elke deelnemer het socratische onderzoek uitvoert. Zo komen bij het spelen van het spel in de context van een organisatie of beroepspraktijk persoonlijke ontwikkeling en professioneel leiderschap op een vanzelfsprekende wijze samen. Dit artikel biedt achtergrondinformatie bij het socratisch onderzoek en het kralenspel. 1) Leiders van gemeenschappen

Het ‘kralenspel’ is een krachtig middel om leiderschapsvragen te onderzoeken. De persoon die er mee werkt en zichzelf en zijn taken of verantwoordelijkheden onderzoekt door middel van het spel, ontwikkelt de eigen leiderschapskwaliteiten. Om te duiden waarin die kracht schuilt, moeten we terug naar de basis: Plato’s filosofie en de socratische dialoog. De socratische dialoog is de grondsetting van het kralenspel. Het spel wordt gespeeld op basis van de socratische onderzoekshouding. Plato’s filosofische geschriften vormen meer in het algemeen het decor van het kralenspel. Dat geldt met name voor de Politeia, het Griekse woord dat door de verschillende vertalers in het Nederlands wordt omgezet naar ‘De Staat’ of ‘Het bestel’ of ‘De Constitutie’. Plato had in deze tekst concreet de Atheense stadspolis voor ogen, de relatief kleine gemeenschap die in Plato’s tijd werd geconfronteerd met concurrentie van andere stadstaten, zoals Spartacus, met afnemend geloof in oude mythen en religieuze verhalen en met instabiliteit binnen de eigen staat. Deze dialoog over ‘De Staat’ geldt als één van Plato’s hoofdwerken en wordt ook wel gezien als het eerste rechtsfilosofische werk uit de Westerse cultuur. Voor managers, bestuurders en andere

leidinggevenden is de Politeia verplichte kost. Het biedt de meest uiteenlopende gedachten over en visies op leiderschap, zet de lezer aan tot zelfonderzoek en stelt vragen die de persoonlijke ontwikkeling stimuleren. In de Politeia schetst Plato ‘ideaaltypisch’ de competenties van leiders en het bestuur en de inrichting van gemeenschappen. Plato gebruikt het bestuur van de gemeenschap als metafoor voor het besturen van het eigen persoonlijke leven, waarmee leiderschap de rode draad wordt. Ook expliciteert Plato in ‘De Staat’ de drie zielsenergieën van buik, hart en hoofd en vertelt hij zijn beroemde grotallegorie met daarin de opeenvolgende stadia van persoonlijke ontwikkeling: eerst geloven, dan weten, daarna kennis en tenslotte het ware inzicht en de keer naar het licht. Hij verklaart uitgebreid dat ‘het goede’ als een ideale mal voor ogen gehouden moet worden door iedereen die zichzelf en een gemeenschap ‘rechtvaardig’ wil leiden. Door dit ‘goede idee’ als referentie te gebruiken, worden leiders niet afgeleid door bijzaken maar houden zij zicht op waar het uiteindelijk om moet blijven draaien. Het werkt als een gewetensvol baken bij het maken van keuzes in soms verwarrende omstandigheden. De achtergrond waartegen Socrates zijn dialogen voerde, is zijn op zelfonderzoek gebaseerde verkenning van wat ‘het goede leven’ inhoudt. Dit werd door de oude Grieken eudaimonia genoemd, wat letterlijk vertaald kan worden met ‘goede geest’. Het vormgeven van een harmonieus, evenwichtig of uitgebalanceerd leven is de inzet daarvan. In de Politeia is het onderzoek gericht op de vraag wat ‘rechtvaardigheid’ inhoudt. Bij een rechtvaardige verdeling (van middelen, aandacht, tijd, macht, bezit) krijgt ieder het zijne en vervult elk onderdeel of elke functionaris de eigen taak op uitmuntende wijze. Maar wat is dat precies? Het kralenspel biedt handvatten om deze en andere moreel geladen keuzes nader te onderzoeken en om te zetten naar visies en aanpakken die ‘goed’ genoemd kunnen worden. 2)

.................................................................................................................................................................................................... 65


Socratisch onderzoek

Het persoonlijke onderzoek naar wat ‘goed’ of ‘rechtvaardig’ zou kunnen zijn, zoals zich dat in een socratisch gesprek of in een platoons kralenspel ontwikkelt, wordt gekenmerkt door wat Socrates ‘geestelijke verloskunde’ noemde: het ter wereld brengen van ‘ware, goede, schone’ inzichten waarover elk mens (van nature) beschikt. Het gaat hier om verborgen of ‘verduisterde kennis’, zoals Leonard Nelson (Duits filosoof, 1882 – 1927) als uitdenker van de socratische gesprekstechniek dat noemde. Deze ‘verduisterde kennis’ zit vaak op onbewust niveau en kan met zorgvuldig zelfonderzoek bewust gemaakt en verhelderd worden. Om dat voor elkaar te krijgen, moet allereerst de herinnering aan een persoonlijke ervaring (van een individu) worden aangewakkerd om daarna gezuiverd te worden van onware gedachten, aannames en (voor)oordelen. Door anamnese, het Griekse woord voor een schone vorm van herinneren, is dat mogelijk. Plato laat in de socratische dialogen zien hoe dit werkt. De dialogen werken in eerste instantie toe naar niet-weten, een fundamentele vorm van twijfelen over alles wat aanvankelijk voor waar werd gehouden. De gedachte vat post, dat het wellicht ook anders zou kunnen zijn. Van daaruit kan de persoon die zijn denken heeft vrijgemaakt van belemmerende gedachten, met (nieuwe) verwondering tot waar weten komen. Cruciaal in dit proces zijn de energieën van de ziel. Ziel is de vertaling van het Griekse psyche. De zielsenergieën die Plato onderscheidt zijn de begeerten van de buik, de verlangens van het hart en de kenniszucht van het hoofd. Deze energieën zijn in zichzelf ongelimiteerd en verleiden de mens tot extreem, te ver doorgeschoten denken, voelen en handelen. Als leiders dit laten gebeuren dreigen hun besluiten niet in balans te zijn en worden zij met moeilijke, onbedoelde neveneffecten geconfronteerd. De grenzeloosheid van de energieën dient daarom beteugeld te worden, zodat er innerlijke harmonie ontstaat en keuzes uitgebalanceerd tot stand komen. Die balans is te bereiken door de aristotelische deugden temperantia (maatvoering, zel eheersing van de buikenergie), fortitudo (moed voor een bekrachtiging van de hartenergie) en prudentia (bezonnenheid, voorzichtigheid om de hoofdenergie in bedwang te houden). Deze deugden of ‘voortreffelijkheden’ dienen ingeoefend en bekrachtigd te worden. Zij zetten maat op de energieën. Dan kan ‘de verstandige wijsheid’ de overhand krijgen en tussen de klippen van de extremiteiten doorzeilen in de richting van de essenties van het bestaan: de goede, ware, schone wereld van de ideale Ideeën. Deze (immateriële) ideeën gaan vooraf aan de (materiële) verschijnselen, aldus Plato. Bij de ontwikkeling van visies voor organisaties gaan we doorgaans uit van dezelfde gedachte: vanuit een visie (op de organisatie, de toekomst, de taakstelling, de markt, de trends, de samenleving, een moreel of inhoudelijk vraagstuk) worden concrete plannen en maatregelen gemotiveerd. Deze managementtraditie stoelt dus op Plato’s filosofie. Deze leerling van Socrates ontwikkelde de krachtige gedachte, dat we ‘het goede’ dicht kunnen naderen door ons denken en handelen te blijven richten op wat we ‘goed’ achten. Hij noemt dat het ‘hemels model’ dat we door nabootsing proberen te realiseren. .................................................................................................................................................................................................... 66


Plato’s inzet ligt dus hoog. Hij is op zoek naar excellentie: alleen het allerbeste is goed genoeg. Daarom vergelijkt hij in de Politeia de kwaliteiten van leiders met die van vakmannen die in hun ambachtelijke vaardigheid het niveau van meesterschap bereiken. Paardenmenners, legeraanvoerders, instrumentenmakers, worstelaars, kunstenaars. Meesters staan boven de materie en boven de techniek en zetten zich met heel hun persoonlijkheid in voor het realiseren van topprestaties. Zij werken op de grenzen van het mogelijke en bereiken excellentie door volledig geconcentreerd te zijn op de essentie van hun taak. Zij houden zicht op de hoofdlijnen maar zijn ook meesterlijk bedreven in het creëren van doorslaggevende details.

Platoons kralenspel Het kralenspel volgt het socratische onderzoek en de bijbehorende persoonlijke ontwikkelgang door in verband met de te onderzoeken ‘kwestie’ te vertrekken vanuit een analyse van de vier oorzaken die Aristoteles onderscheidde (kralen 1-4), vervolgens te verkennen hoe de zielsenergieën aan het werk zijn (kralen 5-7), om tenslotte via de dialectiek van de these en de anti-these (kralen 8-9) uit te komen bij de synthese van het ‘gulden idee’ (kraal 10). De tien kralen zijn in een driehoekige piramide gepositioneerd, volgens de wiskundige ‘tetractys’ die Pythagoras tekende en

waarmee hij op het fresco ‘De Atheense school’ van Renaissanceschilder Rafael staat afgebeeld. De tetractys staat voor de harmonie in de onderlinge verhoudingen en is ook gerelateerd aan de (muzikale) harmonieleer – wat op het fresco zichtbaar is gemaakt. De kralenspelmethode is erop uit deze harmonie te bereiken. Ze verlangt per kraal een zo nauwkeurig mogelijke beschrijving, hoe korter hoe preciezer. Dankzij deze nauwkeurigheid kunnen alle kralen onderling met elkaar ‘precies’ worden vergeleken en consistent gemaakt. Zo werken alle kralen ‘harmonisch’ op elkaar in. Een afgerond kralenspel biedt daarom een samenhangend beeld van de onderzochte problematiek (de kwestie), de ontstaansgronden, de ontwikkelingsdynamiek, de mentale aspecten, de extremiteiten en de kansrijke route. De maker krijgt goed inzicht in zijn eigen positie binnen het grotere geheel en hoe hij zich tot op heden tot de kwestie heeft verhouden en welke nieuwe verstand-houding ten opzichte van de kwestie voor hem heilzaam kan zijn. Een perfect kralenspel is een toonbeeld van harmonie: alles is met alles in balans. Het kan daarmee in zichzelf een afspiegeling zijn van ‘het idee’ dat in kraal 10 gloort. Met name drie dingen springen in het oog als 67


het om de kracht van de methode gaat. Dat is allereerst de ‘inpassing’ van de maximaal subjectieve dimensies van de emoties. Doorgaans blijven die bij beleidsvorming en strategieprocessen buiten beeld. De rationele analyses en beschouwingen voeren de boventoon. Onderlangs zijn uiteraard de emotionele en irrationele processen van de betrokkenen nog steeds aan het werk. Precies daarin ligt het gevaar besloten dat de plannen zich niet – goed genoeg – verhouden tot de werkelijkheid waarin mensen hun werk doen. Het kralenspel ondervangt dat gevaar en maakt expliciet wat op alle lagen ‘van de ziel’ aan het werk is. Het tweede in het oog springende punt, is de consistentie in de afzonderlijke kralen. De methode verlangt en maakt het mogelijk deze onderlinge samenhang te maken. Ook dàt is een verschil met klassieke strategie- en beleidsprocessen: doorgaans zit er een gat, een onverklaarbare sprong, tussen visie en strategie enerzijds en de feitelijke programmering van activiteiten en programma’s anderzijds om de plannen tot realiteit te brengen. Ideeën staan vaak los van maatregelen – ook al worden ze ‘op papier’ naar elkaar ‘toegepraat’. Visies zijn onvoldoende gestoeld op de realiteit, de executie maakt onvoldoende gebruik van de kracht van de goede ideeën. In het kralenspel is dit loszingen van twee werelden niet mogelijk. De maker van een spel herkent de onsamenhangendheid altijd en heeft – vanzelf – de neiging de harmonie alsnog aan te brengen. Tenslotte springt een derde element in het oog als kracht van het kralenspel. Dat betreft de (levens)houding van de kralenpelers. Het spel daagt de spelers uit zichzelf grondig te onderzoeken. Hun (gehele) persoonlijkheid komt in het geding. Eerdere aannames en oordelen komen ter discussie te staan. De socratische twijfel wordt geactiveerd. Aldus groeit een verstand-houding die voorkomt dat ingesleten (denk- en handelings)patronen zomaar kunnen voortwoekeren. Dat opent de blik richting voorheen ongeziene mogelijkheden – in henzelf en in de kwestie die wordt onderzocht. Deze drie elementen karakteriseren de toegevoegde waarden van het kralenspel. Uniek en betekenisvol

Er ligt een kans om voor de ontwikkeling van organisaties, visies en beleidsprogramma’s op basis van het kralenspel een nieuw managementspeelveld te openen dat uniek en betekenisvol is. ‘Uniek’ omdat deze methode organisatie- en besturingskwesties zo persoonlijk maakt – en daarmee de vrijblijvendheid voorkomt die veel andere methoden zo kenmerken: visiedocumenten, organisatiestatements, reorganisatieplannen en strategieprogramma’s staan met hun papieren .................................................................................................................................................................................................... 68


een eerste beproeving van de voorgestelde werkvorm bij het vervolg

geduld vaak te ver af van de reële werkelijkheid en de mensen die er mee moeten werken. ‘Betekenisvol’ omdat het kralenspel geen eendimensionale oplossingsgerichte ‘trukendoos’ is maar de ethiek en waardensets van individuen en organisaties centraal stelt – en daarmee meer funderend en duurzaam doorwerkt in plannen waarop toekomstscenario’s worden gebouwd: enerzijds komen de grenzen van het (ethisch en maatschappelijk) toelaatbare in beeld en anderzijds komen de betekenisvolle motivaties die in organisaties aanwezig zijn als stuwende en aantrekkende krachten meer beschikbaar om de uitvoering van plannen succesvol te maken. Er lijkt grote behoefte te zijn aan zo’n ‘uniek en betekenisvol’ instrument. ‘Governance’ van ondernemingen en overheden is – zeker in het laatste decennium – in het teken komen te staan van mismanagement, fraudeschandalen, bestuurscrises, bankenmoraal, politiek onvermogen, democratisch tekort, zelfverrijking. De ‘schandalen’ zijn symptomen van fundamentele tekorten in de manier waarop organisaties en instituten in de vorige eeuw zijn gegroeid – en hoe zij door mensen worden geleid. De schandaalverhalen brengen systeemcrises aan het licht die in de transitieleer van prof. Jan Rotmans centraal staan. 3) Waar de transitieleer analytisch naar de actuele crises kijkt, is het kralenspel geladen met de ethiek van ‘het goede’. Onze tijd lijkt gekenmerkt door wat Kessels collega Dick Kleinlugtenbelt ‘het ethisch tekort’ noemt. 4)

Dat tekort kan de crises (deels) verklaren en dient ‘gevuld’ te worden indien we duurzame en rechtvaardige vormen van samen leven nastreven. Kessels schrijft: “Betekenis heeft met waarden te maken, met zingeving, en met persoonlijke betrokkenheid, met wat ik de moeite waard vind of waar wij door geïnspireerd worden. Met schoonheid en goedheid dus, iets wat je mooi vindt of zinvol, en niet alleen met waarheid. Betekenis is in organisaties, ondanks de schijn van het tegendeel, vaak een verwaarloosd domein. Er bestaan in organisaties allerlei theorieën – over de markt, manieren van organiseren, leiderschap enzovoort – en heel veel doelstellingen, maar slechts weinig ideeën. Voor ideeën moet je ‘het ware, het goede en het schone’ weten te verenigen in één beeld.” 5) Dàt is de inzet van het kralenspel. (augustus 2013, bewerkt oktober 2014) Note: 1 Voor een heldere uiteenzetting van en toelichting op het kralenspel: Jos Kessel – ‘Spelen met ideeën’ (Amsterdam: Boom 2012). Voor een verdieping van de socratische houding en vertaling daarvan naar het privéleven: Jos Kessels – ‘Scholing van de geest’ (Amsterdam: Boom 2014). 2 Zie Erik Pool – ‘Aanwijzingen voor het goede leven’ (Amsterdam: Boom 2014) 3 Zie Jan Rotmans - ‘In het oog van de orkaan’ (Boxtel: Aeneas 2012) 4 Zie Dick Kleinlugtenbelt – ‘Levenskunst. Bevriend raken met jezelf en de ander’ (Budel: Damon 2010) 5 Zie Jos Kessels – ‘De jacht op een idee’ (Amsterdam: Boom 2009).

.................................................................................................................................................................................................... 69


'wat onder het gras ligt, moet je mij niet vragen' Meta Borgonjen

'vanuit een kas bij een Pijnackerse bloemenkweker met een richtantenne op Zoetermeer' Nils Runge (Tim Meyer)

'wortels en aardappelen werden aangevoerd voor babyvoeding' Ineke Bergwerf

'na verloop van een paar maanden had het stratenplan voor ons geen geheimen meer' Wim Schook

'weer opnieuw beginnen, weer in de klei' Ton Kant

Zoete herinneringen

Voor het 45- jarig jubileum (2008) van de Bibliotheek verzamelde kunstenaar Marijke Wijgerinck herinneringen van Zoetermeerders aan locaties in Zoetermeer. Uit de verzamelde verhalen selecteerde Marijke ook enkele (10) korte fragmenten en plakte die op de ramen van het bibliotheekgebouw als een extra huid. Deze teksten refereerden aan verhalen en kastjes in de bibliotheek. De teksten op de ramen zijn na aoop van het project achtergebleven. Momenteel wordt de bibliotheek ingrijpend veranderd. De teksten op de ramen gaan hierbij verloren.

70


'eerst op de lei, in de tweede met potlood' E.M. van der Slik-Veldhuizen

'het land dat wordt ontsloten begint een stil verzet' Theo van de Wetering

'het centrum bestond uit een kale vlakte' Wim Schook

'zo'n driehonderd Spanjaarden schrokken zich rot en trokken zich terug op de Voorweg' Ton Kant

'een hijskraan tegen de in aanbouwzijnde at van het Fonteinbos' Ton Kant

71


NAWOORD Met de stadsgesprekken is ons initiatief tot leven gekomen. Maar ondertussen gebeurde er meer. We raakte betrokken bij de Stadsambassade, namen zitting in de werkgroep voor de architectuurgids, hielpen mee de Dag van de Architectuur vorm te geven en gaven ons advies bij de Toekomstvisie van de Dorpsstraat | Zomerzorg. Onze activiteiten maken dat we gevraagd werden ons te presenteren in de Raad – de Commissie Samenleving en commissie Stad (21 maart 2016). We plannen een serie van tien wijkgesprekken en ook daar zal opnieuw (publiekelijk ) verantwoording voor afgelegd worden in een tweede publicatie. In een vervolg op het doorkijken naar de mogelijkheden van het Kralenspel als werkmethodiek hebben we een verkennende avond in de Dorpsstraat georganiseerd. De geluiden zijn positief en we gaan ons idee voor een vervolg vanuit deze methodiek concretiseren. We gaan dit magazine gebruiken voor het uitdragen van de eerste oogst, maar ook als één van de bronnen voor die wijkgesprekken. Het Stadsmuseum vroeg onze mening over hun keuze voor de startdatum van de eerste bouwactiviteiten in Palenstein als mogelijke datum voor een stadsfeest. Vanuit één van de verhalen uit het tweede stadsgesprek ontstond het contact met kunstenaar Mark de Weijer en een idee om samen te werken over het thema 'landschap'. Verder vragen gevonden schatten als ‘behoud van de buurtidentiteit’ of ‘het belang van ommetjes’ om reactie van direct betrokkenen. Van de stadsgesprekken maakten we ook digitale registraties die we willen bewerken tot eenvoudig toegankelijke weergaven. Een bij de realisatie betrokken ontwerper maakte ons attent op het feit dat het in 2017 25 jaar geleden is dat de Floriade gehouden werd in Zoetermeer. Destijds voor Zoetermeer een beeldbepalende en vormende opgave. Wapenfeiten die ons bestaan legitimeren. Initiatieven die een uitwerking vragen in het besef dat we de stadsgesprekken nog een vervolg kunnen geven. We geven onszelf voorlopig de tijd om verder te zoeken. Zorgvuldig, open en gedegen. Een houding die resulteert in ‘150 weken Schatbewakers’. De agenda plaatsen we op onze website www.schatbewakers.nl Reacties kunt u sturen naar mail@schatbewakers.nl

72


Dit magazine is een productie van A place - werken aan ruimte Vormgeving en fotograďŹ e (tenzij anders vermeld bij de foto) Alcuin Olthof Met dank aan: Ad ten Ham, Radboud van der Linden, Erik Pool, Laurens de Groot, Cees den Hollander, Jan Smit, Eveline van Aalburg, Robert Verhaaf (Baztille), Ton Santfoort(CKC) , Rien de Vries (Dutch Innovation Fabric), Thijmen de Valk (Wing Pictures), Gerard van den Berg (horeca MHCZ), Bert van Vliet, inleiders en deelnemers aan de stadsgesprekken. Oplage en verspreiding Dit magazine wordt in digitale vorm verspreid. Relaties van Schatbewakers krijgen op verzoek een exemplaar toegestuurd De oplage 150 stuks Meer informatie over stichting Schatbewakers www.schatbewakers.nl Illustratie achterkaft Els Bet Stedebouwkundige

COLOFON

Magazine 1 - herfst 2016 Uitgever Stichting Schatbewakers CC Creative Commons - Some rights reserved Eindredactie Alcuin Olthof

Disclaimer Dit magazine is met de grootst mogelijke zorgvuldigheid samengesteld. Voor onjuistheden en onvolkomenheden met betrekking tot de inhoud kan Stichting Schatbewakers op geen enkele wijze verantwoordelijk of aansprakelijk worden gesteld. Aan de inhoud van dit magazine kunnen dan ook geen rechten worden ontleend.

Redactie Willem Hermans Yvonne Putman Simone Langeveld Erik Pool

Stadsgesprekken mede mogelijk gemaakt door: Fonds 1818, Gemeente Zoetermeer. Publicatie mede mogelijk gemaakt door: Rabobank Stimuleringsfonds Regio Den Haag


www.schatbewakers.nl mail@schatbewakers.nl zoetermeer

Naast nieuwe activiteiten hebben we tenminste ĂŠĂŠn project dat om een vervolg vraagt. Onze Zoektocht naar de Ziel van Zoetermeer heeft pas de eerste etappe achter de rug; de eerste oogst is binnen, maar vraagt de nodige tijd en bewerkingen om tot rijping te komen. Die zoektocht loopt als een rode draad door ons werkplan voor de komende tijd. Daarnaast is er tijd en ruimte voor initiatieven, vragen en kwesties, die ons als Schatbewakers na aan het hart liggen.