Magazine 5 Schatbewakers

Page 1


de fotoserie gebruikt in dit magazine

r lkomenheden met betrekking tot de t en moderne stedenbouw’ in de g Schatbewakers haal is, kan Stichting Schatbewakers op geen ative Commons - Some rights reserved wijze verantwoordelijk of aansprakelijk nstellingcatalogus "Het geheugen erleden kun je niet fotograferen. De foto's in dit magazine komen dus uit gesteld. Aan de inhoud van dit magazine ven en persoonlijke collecties. Wat toen belangrijk was, gezien werd, is nnen we stad' dan ook geen rechten worden ontleend. elegd en het was de moeite waard van het bewaren. actie s het samenstellen van het magazine en het denken over dit thema ontstond Olthof verhaal een ander beeld over herinneren en verleden, die van het verval. Patina, een an slijtage, de laag van gebruik. De beelden die dit oproept hebben een hoge e k maken” Hermans, che waarde en verrijken onze verbeelding tie mede mogelijk gemaakt door:

ctuurNomaden

en n der Burg, Remco Reijke, Paul Meurs, Architecten, Richard Koek

gazine is een productie van tuurNomaden

ving Olthof

afie Olthof

en verspreiding azine wordt in een beperkte oplage fysiek d en in digitale vorm via onze website. formatie over stichting Schatbewakers hatbewakers.nl

e achterkaft Stedenbouwkundige

r maakt onderdeel uit van de serie Patina, g van slijtage, de laag van gebruik. e samengesteld uit het fotoarchief van tuurNomaden.


5 Over het geheugen van de stad - Schatbewakers 7 Als we huizen bouwen - De Nijl Architecten 16 Over de inclusieve stad - Willem Hermans 19 Een reis zonder einde... - Alcuin Olthof 30 Stad en cultuurhistorie - Paul Meurs 34 Werkgeheugen - Willem Hermans 36 Blauw, Zoetermeers blauw, welke blauw? - Schatbewakers 38 Over de podcast | Gesprek met de gemeentearchivaris 44 Stedenbouw Zoetermeer 2021 - 2040 - Richard Koek 46 Waarom Schatbewakers van boeken houden. 48 Philip Spangenberg Travel Grant 54 Dierbaarheid in de stad - Remco Reijke 56 We open - niet open WRKPLTS | Stadsmaquette 64 De erfgoed schat van Zoetermeer - Arjen van der Burg Nawoord - Alcuin Olthof


s zinnigs te ggen over ekomstige ogelijkheden nder de eigen schiedenis te nnen".


dingen in elkaar passen. Leek onze nieuwe maken aantekeningen van rode draad; het geheugen van de stad, niet ervaringen en zienswijzen. eerst een (te) dun draadje? Toen we er voor Met het verslag leggen in de dit magazine mee aan het werk gingen werd vorm van een magazine het een mooie kapstok, die paste bij waar we delen we deze ervaringen en op dit moment mee bezig zijn. En hoewel we beogen we een toegevoegde niet van het bewaren zijn, willen we wel waarde te creëren dingen (kunnen) bewaken en dus willen we weten hoe het eigenlijk zit. Veel uit het verleden bepaalt immers hoe het nu is. Dat geldt voor ons vakgebied, maar ook de kennis en keuzes vanuit anderen vakgebieden heeft daar invloed op gehad. Zo keken we naar het werken in integrale projectteams destijds, maar eigenlijk vanuit de vraag of dat voor nu ook niet een goede werkmethodiek zou zijn. We vonden zoveel dingen, die onze nieuwgierigheid prikkelden, dat we ons sterk moesten beperken bij het samenstellen van dit magazine. Sommige onderwerpen blijven latent aanwezig en vragen nog nader onderzoek. Nieuwe mensen doen hun intrede, oude bekenden gaan met pensioen of veranderen van positie. Het stukje over de werkwijze van De Nijl Architecten haakt daar prachtig op in. Hoe kunnen we omgaan met het geheugen van het vak? Welke keuzes zijn destijds gemaakt en waarom? Hoe kunnen we oude waarde koppelen aan nieuwe initiatieven en ze daarbij koppelen aan de eigenheid en de culturele historie van de Zoetermeerse plek? Vanuit het strenge principe van ‘kill your darlings’ zijn we gekomen tot een evenwichtig opbouw, waarin we anderen ook een plek wilden geven naast onze eigen verhalen. En we vonden de sponsors, die het mogelijk maakte om het magazine ook in gedrukte vorm te kunnen presenteren. Dank u wel! Wordt vervolgd. Alcuin Olthof - schatbewaker


u wel een inhaalslag voor uitgevoerd in het kader van het project over het

gse erfgoed van Zoetermeer betreffende de periode 1946-1990. In de tijd van

tschalige productie aan nieuwbouw is door de druk en de snelheid waarmee

gebouwd moest worden te weinig tijd genomen voor reflectie. Vanuit de

ten -destijds- van de maakbaarheid van de samenleving spreken wij als

ewakers over Zoetermeer als een bedachte ingenieursstad. Maar nu zijn de

bare gronden bebouwd, de eerste wijken aan revisie toe en moeten tal van

happelijke opgaven verwerkt worden. Kortom de opgaven zijn veranderd.

stuur van de stad is niet gespeend van ambitie. De redelijk monotone

pgave van de groeifase -veel goedkope woningen voor gezinnen- is

eider. Er is behoefte aan woningen voor jongeren, woonvormen voor ouderen

assende huisvesting voor middeninkomens. Mobiliteit, werkgelegenheid en

transitie zijn hierbij geen losstaande vraagstukken. Bij de komende

pgaven en de vraag naar verdichting speelt de waarde stelling van dat wat je

bent en belangrijke rol. De stad is nog jong, maar is wel waarde ontstaan. En

n verleden, weliswaar recent, maar toch…Hoe werkt het geheugen in een

stad?

angrijke bron naast het artikel van Willem Frijhoff (zie magazine 4 zomer

ij het onderzoeken van het belang van het geheugen voor de stad is de

us 'Het geheugen van de stad'. Een catalogus, die uitkwam bij de

mige tentoonstelling georganiseerd op de TU Delft (2006).

oud van het artikel van Paul Meurs heeft volgens ons nog niet aan

gskracht ingeboet. Reden om na overleg met de schrijver tot integrale

ng van deze tekst in dit magazine over te gaan. Het essay van De Nijl

cten over ‘het geheugen van het vak’ snijdt een voor ons -Schatbewakers-

ijk thema aan. Van het artikel hebben we na overleg een gedeelte over hun

oeksopzet geselecteerd

hun onderzoek is namelijk steeds opnieuw de wijze waarop de verschillende

an de stad tot stand zijn gebracht met de instrumenten van architectuur en

bouw. Dit vanuit het gezichtspunt dat interventies in de bestaande stad immers

agen oproepen over hoe de vakken architectuur en stedenbouw van dit

t zich verhouden tot de verschillende manieren waarop deze vakken in het

n zijn uitgeoefend.


tussen cultuurhistorie en ontwerp in de eerste structuren en hun potentiële de naaste omgeving, het nieuwe programma); plaats een vraagstuk van transformatie: gebruiksmogelijkheden. Vrijwel altijd is · de topografie in ruimere zin (de locatie als herhaling van oude vormen onmogelijk, omdat onderdeel van het stedelijk gebied geeft nieuwe programma’s voor openbare ruimte en aanleiding de locatie met behulp van de gebouwen om typologische veranderingen interventie opnieuw te positioneren); vragen. De vorm van het vernieuwingsproject · de vaktraditie die het mogelijk maakt de kan dus niet zonder meer aan de locatie opgave op deze manier te interpreteren en worden ontleend. Deze krijgt pas betekenis tevens middelen aanreikt die in de beperkte door de richting waarin het project de verdere context van de locatie niet voorhanden zijn. verstedelijking van het gebied stuurt. Dit doen wij door in te spelen op de specifieke positie Anno 2021 van de locatie in het grotere stedelijke verband Bij het maken van de stad Zoetermeer is weinig en door bebouwingsvormen vanuit de ruimere aandacht besteed aan reflectie en registratie context van het vakgebied in te brengen. Alleen van het (ontwerp)proces. Door het benaderen op die manier wordt de specifieke context van van een ontwerpopgave vanuit de drie vormen elke locatie in architectonische zin helder van context kan echter een zorgvuldige gemaakt en wordt een opening geboden voor benadering van de beoogde verdere ontwikkeling. In onze benadering van transformatieopgave gemaakt worden. Veel van transformatie is het begrip context dus in drie de informatie kan via de bestaande netwerken vormen van belang: van Historische Genootschap Oud Soetermeer (HGOS), Architectuurpunt Zoetermeer en Schatbewakers gevonden worden. Zo zijn we samen al bezig geweest met initiatieven in het kader van het Post 65 erfgoed project Meerzicht. Het vervolg heeft zich al aangediend; gezamenlijk trekken we op als externe begeleidingsgroep bij de inventarisatie van erfgoed uit de periode 1945-1990. En straks heeft Zoetermeer als voormalige groeistad een feestje te vieren…..in 2022 dan is het 60 jaar geleden dat voorheen het boterdorp, (1935) het forensendorp (1950) aan een nieuwe fase is begonnen.


in tijd en ruimte betreft kan geheugen worden ontraadseld gelezen, niet alleen als een ct of een getuige van het eden, maar bovenal als de borgen agenda voor een monieuze ontwikkeling van de .


2022 MARCHAI

komende Zoetermeerse Open Monumentendag 2021? Het landelijk thema is dit jaar erfgoed en inclusiviteit en voor de In een gesprek over de inclusieve

Zoetermeerse situatie kan je wellicht iets doen met de stad met de vraag ‘Wie heeft hier

stadsgesprekken die Schatbewakers de afgelopen jaren hebben verstand van?!’ valt bij Maartje van gevoerd. Veen | Studio MARCHAI het kwartje. Er gaat iets fundamenteel mis in het Wat erfgoed inhoudt, dacht ik al lang te weten, maar door de

debat over de inclusieve stad. Dat bijeenkomsten van de externe begeleidingsgroep over het na-

heeft te maken met de term ‘inclusief’ oorlogse erfgoed in Zoetermeer en de gesprekken met Arjen van en met een breed gedragen blinde der Burg | Historisch Genootschap Oud Soetermeer (HGOS) is vlek.

die wereld toch groter geworden. Arjen wees mij op een mooie omschrijving, afkomstig uit een publicatie van de Rijksdienst lees het artikel op ArchiNed Cultureel Erfgoed uit 2011. Cultureel erfgoed is een onderdeel van onze hedendaagse leefomgeving. Het is belangrijk of van waarde, want we willen het doorgeven aan de volgende generaties en het heeft geschiedenis of een verleden. Gelukkig dacht ik, dat Zoetermeer over een ouder stuk stad inclusief dorpskern beschikt; dat na-oorlogse deel is wel

omvangrijk, maar niet zo ‘aaibaar’ als een klassiek monument of


Negentiende eeuwse wijken zijn lang verketterd, maar

ter Veen

ste zijn inmiddels levendige en begeerde stukken stad ratie is van Maartje van

en. Vooroorlogse woningbouw is thans geliefd bij Studio MARCHAI esprek over de inclusieve ers en makelaars en een inspiratiebron voor

t de vraag ‘Wie heeft hier elaars bij hun nieuwbouwprojecten. En over de

d van?!’ valt bij Maartje van n van de uitleg na 1945 zijn we onlangs met elkaar in

Studio MARCHAI het kwartje.

k geraakt; materiaal en gespreksstof in overmaat.

ets fundamenteel mis in het ver de inclusieve stad. Dat

oe zit het met het begrip inclusiviteit? Een veel maken met de term ‘inclusief’

gde term, de afgelopen corona-tijd, wellicht simpel te een breed gedragen blinde

n in ‘all-in’, maar het begrip vraagt toch om een betere

ijving.

artikel op ArchiNed

omputer:

iteit gaat over onderlinge verbondenheid: het

hangend geheel van mensen die zich tot elkaar

den en zich met elkaar identificeren. Inclusiviteit draagt

j dat mensen oog hebben voor elkaar en elkaar zien

n zitten. Inclusiviteit wakkert saamhorigheid aan als

wij-gevoel. Dat doet mensen goed en verhoogt in

beeld een organisatie het werkgeluk en het

niveau; het is goed voor de levendigheid van de

atie.

nea lang, een mondvol als je er over praat en hoe kan

gen zijn? Het tegenovergestelde -exclusiviteit- roept

ering, selectie, het apart zijn op en dat is niet de insteek

de sociaal-ruimtelijke organisatie van een stad te

. Een stad voor iedereen, maar wie zijn dat dan? In

meer is het aantal inwoners tussen 1965 en 1990 van

toegenomen tot meer dan 80.000 en dat zijn niet alleen

x-Hagenezen. Laat ik maar op onderzoek uitgaan, een

eken opzoeken en weer eens lezen, achter de

er kruipen en een stuk schrijven. Op het eind laat ik

of en hoe ik het thema erfgoed en inclusiviteit met

n verband heb kunnen brengen.

Hermans | stedenbouwkundige & schatbewaker

2021


gehouden in de winkel Proef Zoetermeer, een concept-store gelegen aan de Dorpsstraat. Het werd een geanimeerde bijeenkomst waar inwoners van het Dorp met elkaar in gesprek gingen. Dorpelingen zijn ondertussen stedelingen geworden en is dat hen bevallen? Missen zij de oude sfeer, het eigen karakter en hun eigen dialect? Verhalen komen los, vaak van heel vroeger, zoals; “De paardenmarkt, dat was een begrip. Je kon over de koppen lopen”. Die markt is verdwenen met de opkomst van de tractoren. En dan de drukke koopavonden in de jaren zeventig… Een inwoner, die zich in die jaren in een van de nieuwe wijken vestigde bekende dat hij naar de Dorpsstraat ging om ‘de originele autochtonen’ te bekijken. Boeren, dorpelingen, jongens en meisjes die een eigen taaltje spraken en tussen-de-middag thuis een warme maaltijd aten. Toen zat Brinkers met zijn fabriek nog midden in de Dorpsstraat en rook je een weeë geur van olie. Zoetermeer als dorp was al aan een ontwikkeling begonnen. Van een samengesteld agrarisch-industrieel tweelingdorp (1935) tot een heus forenzen dorp met bijna 10.000 inwoners in 1965. Het oude dorp is dan naar de spoorlijn gegroeid inclusief een station met dank aan de voedingsindustrie (Brinkers, Nutricia)- en een echte Stationsstraat met middenstandswoningen. In het dorp zijn winkels zoals warenhuis Roos, meubelzaak Baxmeier en nieuwe bedrijvigheid (Pieterman glashandel, garage Franx) verschenen. Er is riolering aangelegd en Zoetermeer heeft een aansluiting op Rijksweg 12.



particulieren (vaak bedrijven), de gemeente en woningbouwverenigingen en het woon- en voorzieningenpakket uit te breiden: een klein villa-wijkje, woningen boven winkels, het Wilhelminapark, een sportcomplex en een apart industrieterrein inclusief rioolzuiverings installatie. De dorpsbevolking groeit door natuurlijke aanwas, maar ook door import van buitenstaanders, zoals werknemers van lokale bedrijven en van verzorgende diensten. Zoetermeer is een schoolvoorbeeld van de opkomende suburbanisatie; het langzamerhand verstedelijken van de dorpse samenleving maar ook van het open landschap. Er wordt afscheid genomen van het dorp: Wim Sonneveld zingt: “…ik weet nog hoe het was, de boerenkinderen in de klas, een kar ratelt op de keien, het raadhuis met een pomp ervoor, een zandweg tussen koren door, het vee, de boerderijen…”. Het vervolg als een snel groeiende nieuwe stad…. Toch bleef het in Zoetermeer nog lang naar koeienpoep ruiken en daar moesten de nieuwkomers wel aan wennen. Vanaf het midden van de jaren zestig kwamen Hagenaars hun woongeluk in Zoetermeer beproeven. Was je door de ballotage van de woningbouwvereniging gekomen of door je werkgever (Bijvoorbeeld Philips) uitverkoren, dan kwam een nieuwbouwwoning voor jou in de groeistad beschikbaar. Maar je moest nog wel wennen aan de reeds aanwezige dorpelingen. Volgens een leraar van een school in


ad worden van de nederzetting.

meer als functioneel bedachte stad was het antwoord op de noodzaak veel,

goedkoop te bouwen en goede verbindingen naar werk en voorzieningen in

o te verzekeren voor de overlopende bewoners uit Den Haag. Voor de

van nieuwe bewoners met een stedelijke achtergrond werd een moderne

stad gemaakt, kindvriendelijk en met voorzieningen in de buurt; vier

jken en een nieuw centrum met de bijhorende hoofdwegen, een stadsspoor,

ebieden en zones voor kantoren, bedrijvigheid en stedelijke voorzieningen.

ofdopzet, die ondanks latere uitbreidingen nog steeds goed herkenbaar is als

ealiseerd stadsplan. Alleen de aanvankelijke gedachten over de

pologie worden omstreeks 1970 verlaten. Op velerlei verzoek van bewoners

uurders en door het stoppen van Rijkssubsidie voor industriële (hoog)bouw

e hoogbouw vervangen door meer compacte laagbouw en laag gestapelde

ormen. De interne wijkstructuren zijn bij de opeenvolgende wijken steeds op

dere wijze uitgewerkt conform de dan gangbare stedenbouwkundige

ngen en gewenste bouwvormen. Daarom zijn Buytenwegh de Leyens en

aert zulke andere wijken geworden dan de Palenstein, Driemanspolder en

cht.

randerde de samenstelling van de instroom aan bewoners. Tussen 1970 en

estond meer dan twee derde van het migratiesaldo uit Hagenaars. De

ijkste reden voor vestiging in Zoetermeer was het ontbreken van goede

tingsmogelijkheden in de stad van herkomst, terwijl verder de veilige, groene

one leefomgeving, waar kinderen probleemloos zouden kunnen opgroeien,

angrijke aantrekkingskracht vormde. Aanvankelijk telde Zoetermeer naar

ding een gering percentage allochtone inwoners. In het midden van de jaren

werd het percentage ‘buitenlanders’ op 2,5% geschat, terwijl het landelijk

elde 3,8% bedroeg. Een groot deel van de allochtone inwoners woonde in de

enstein; de aanwezigheid van schotelantennes aan de balustrades gaf aan

woonachtig zijn.

ei van een nieuwe stad leidt niet alleen tot toename van nieuwe bewoners,

orgt ook voor verandering in de samenstelling van de bevolking. De stad

meer divers, omdat nieuwe groepen bewoners ook nieuwe, andere

ningen met zich meebrengen en die winkels, eethuisjes en reisbureaus

de toenemende diversiteit ook zichtbaar. De winkelcentra aan het Piet

in en de Oranjelaan zijn nu ‘by far’ de meest uitheemse winkelstrips in

meer.


groeiend aantal nieuwe inwoners van elders, uit de wijdere omgeving of vanuit het buitenland.

Anders dan de eerste groepen die zich eerst in de grote steden vestigden, komen nieuwe groepen migranten meer en meer nu direct naar Zoetermeer toe. De toenemende verscheidenheid van de bevolking, die het gevolg is van de groei, is vaak nog niet zo goed zichtbaar, maar leidt al wel tot de nodige bezorgdheid. De Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid WRR, signaleert in haar rapport 'De nieuwe verscheidenheid' dat de diverse samenstelling van onze bevolking vraagt om een nieuwe instelling: ‘Publieke en private instellingen zullen zich moeten instellen op een permanente, steeds wisselende culturele veelvormigheid onder bewoners, leerlingen, klanten en werknemers.’ Deze verscheidenheid zal blijven toenemen en tot een structureel kenmerk van de Nederlandse, lees de Zoetermeerse, samenleving leiden. Je wordt stad omdat de mensen 'stedelijker' worden. Erbij horen Bewoners komen en gaan, verhuizen van de ene wijk naar die nieuwe andere wijk of verlaten de stad voor een woonplek elders. Hollandse boeren en Haagse stadsgenoten, Surinamers en Antillianen, Turken en Marokkanen, nieuwe arbeidsmigranten uit Oost-Europa, asielzoekers en economische vluchtelingen; verscheidenheid aan mensen met een grote variatie die allen Zoetermeerders zijn. Verscheidenheid is een indicatie van een bepaalde mate van stedelijkheid van het vroegere dorp, de groeistad uit de jaren 70 en thans het uitgegroeide Zoetermeer.


stperspectief? Integratie via inburgeringsprojecten, extra taal- en

ringscursussen voor hen die al langer in Nederland verblijven ('oudkomers) om

aktijk laten zien hoe de Nederlandse omgangsvormen zijn. In 2000 telde

meer ruim 10.000 'oudkomers' met meer dan 70 verschillende nationaliteiten,

melijk woonachtig in Palenstein en Meerzicht. Destijds was SAAZ (Stichting

onen Adviesraad Zoetermeer) actief om verbinding te maken tussen de

nte en een tiental aangesloten groeperingen, van Hindoestanen tot Irakezen,

rokkanen tot Somaliërs. Dat initiatief is vervolgd in de vorm van de stichting

… een ieder verdient een volwaardige plaats in onze samenleving op basis van

haar individuele talenten. De stichting stelt mensen in de gelegenheid hun

n en vaardigheden te ontdekken en verder te ontwikkelen. De ontwikkeling van

n: die staat al bijna 15 jaar centraal. Sinds kort is Piëzo een

werkingsverband aangegaan met verschillende organisaties op gebied van

en zorg onder de naam InZet. Veelkleurigheid bij bewoners, in de

nteraad, op scholen en bij sportclubs en door allerhande initiatieven zoals

aatjes ruikt het in de stad af en toe exotischer dan ooit …

g

d 70 jaar geleden kunnen denken dat er in Zoetermeer een Surinaamse toko,

kse supermarkt, een Italiaanse pizzeria of een Irakees restaurant zouden

Of een Budo sportvereniging, een Poolse winkel of dat de stichting Piëzo in

ke wijk een eigen centrum heeft? Zoetermeer is op weg een suburbane stad

dereen te worden. Mensen maken de stad en op de dagelijkse leefomgeving

ruimtelijke ingrepen wel een grote invloed. Die leefomgeving heeft een

ijke culturele betekenis. Er zijn geschiedenissen en herinneringen aan

den, soms ook tradities en mythen. Geen twee plekken in Nederland zijn gelijk.

middeleeuwse ontginningslinten zoals de Voorweg tot aan de systeembouw in

we wijken; zelfs als de vorm oorspronkelijk is gebleven, heeft de tijd associaties

kenis toegevoegd.

che ontwikkeling is op allerlei manieren neergeslagen in de ruimtelijke inrichting

draagt bij aan ruimtelijke kwaliteit. Edoch wat in het geval van een tamelijk

ene bevolking uitstekend functioneerde, blijkt soms niet opgewassen tegen de

transformatie die een aantal geleden in gang is gezet. Gedrags- en

gsregels die onder de zittende bevolking waren gegroeid worden door

omers niet zomaar overgenomen. Met het vertrek van de oudere bewoners en

st van nieuwe ingezetenen treedt een differentiatie op in het gebruik en de

ring van de woning en de woonomgeving. Veranderingen, verval of een

de stap op naar verstedelijking?


planvorming, onderhoud & beheer, of Zoetermeer, Rob van Ginkel & Léon Deben, 2002 weldoordachte vernieuwing is het van belang De nieuwe stad, een gebruiksaanwijzing, Arnold dat er een betekenisvolle verhouding ontstaat Reijndorp, stadsessays trancity*valiz, 2018 tussen het oude en het nieuwe: voortbouwen Belvedere, praktijkboek cultuurhistorie en op wat er was en is en tegelijkertijd oog hebben ruimtelijke ontwikkeling, uitgeverij Matrijs i.s.m. voor verandering en vernieuwing. Projectbureau Belvedere, 2009 Geduldig onderzoek naar de potenties van de Samenvatting naoorlogse stad, Stimuleringsfonds voor

Architectuur, Jan Duursma en Rita Brons Zoetermeer is gezegend met een oude dorpskern, een beschermd dorpsgezicht en Schatkamers van Zoetermeer, Magazines 1 t/m 4, een reeks gemeentelijke en rijksmonumenten. uitgegeven door Schatbewakers Bijna allemaal uit de tijd toen het nog een dorp Publicaties van het HGOS (Historisch was met Hollandse ingezetenen. Vanaf de fase Genootschap Oud Zoetermeer) in het bijzonder van het forenzendorp tot aan de groeistadfase van Arjen van der Burg met heel veel verschillende inwoners heeft de stad nu naoorlogs erfgoed beschikbaar: niet zo 'aaibaar', maar wel van waarde. Een nieuwe stad blijkt ruimte te kunnen bieden aan allerhande mensen, van traditionele gezinnen, jonge en oude alleenstaanden en 'samengestelde' gezinnen en mensen met allerlei culturele achtergronden. Voor een ieder blijkt er geschikte ruimte te zijn.


teriaal voor een vervolg

en spiegel voorhoudt en vragen stelt. Met als doel er inzicht en daarmee begrip te krijgen voor n met een andere culturele achtergrond. En zo bij en aan verbinding. ding voor de reis eind 2019 was de uitnodiging van n Bolhuis (ministerie van BuZa), oud IenW-collega ige consul in Istanbul aan Erik Pool om op bezoek en en zo bij te dragen aan de culturele uitwisseling Nederland en Turkije. l vervult een brugfunctie tussen Europa en Azië en oek confronteerde de groep reizigers met nieuwe en en essentiële vragen. Reisgezel en filmmaker Polat maakte een korte documentaire over de reis, et teken staat van waardevolle ervaringen en ectie. rgezelschap dat eind 2019 afreisde naar Istanbul uit Mehmet Akozbek (ministerie van SZWeving en Integratie), Ahmet Polat (fotograaf & ker), Victoria Dekker (adviseur OFL-ministerie van Jannemarie de Jonge (Rijksbouwmeester Fysieke geving), Theo van Bruggen (Programmamanager erheid), Erik Pool (directeur directie participatie – rie van IenW), Imane Assid (adviseur participatie rie van IenW) en Alcuin Olthof (architect/ Stichting ewakers).


reist dus niet alleen..."

Occident, tussen Morgenland en Avondland, het nawoord van het boek Byzantijnse voetreis worden, van onderdrukking en vrijheidsdrang. voetreiziger is ook een tijdreiziger. Hij reist van Gerhard Lentink tref ik een mooie Het zijn verhalen van herders en boeren, van dus nooit alleen. Overal kan hij een tipje van ze zijn de getuigen van verdraagzaamheid en beschrijving, die past bij het thema van dit onvoorstelbare armoede en ongekende de sluier oplichten om steeds weer een ander vreedzame co-existentie naast onverzoenlijke magazine en de brug slaat met het artikel van weelde. Van gruwelijke veldslagen en detail te ontdekken van het grote verhaal dat haat en bittere vijandschap, van de Istanbul uit magazine 4. verwoestende stadsbranden, van slachtoffers geschiedenis heet. Al die details, al die omstotelijke overtuiging van het eigen gelijk slurpende aardbevingen en ander verhalen vormen samen een verwarrend, naast de deemoed van de eigen verpletterend natuurgeweld. heterogeen weefsel dat meeveert onder de “Een voettocht, zoals deze naar Istanbul, tred van de reiziger. wordt gemarkeerd door bergtoppen, boomkruinen, bronnen, bruggen, passen en Alle paden die hij bewandelt zijn al eerder stuwen; door kapellen, kerken, kloosters, belopen, hij treedt in voetsporen. Hij reist synagogen, koepels, karavanserais, klokken mee met heiligen, helden, ridders, schurken, torens, vuurtorens, wachttorens, burchten, verraders, ijlbodes, asceten en atleten (of hij bunkers en kastelen; door masserias, komt ze tegemoet). …” moskeeën, minaretten, monumenten, windmolens, watermolens, mausolea, pagliari, Uit: Byzantijnse voetreis van Gerhard Lentink trulli, türbeler, grafstenen, grafheuvels, sas si, Lentink, Gerhard Byzantijnse voetreis, Een verslag in stèles, standbeelden, obelisken en dertien brieven Uitgegeven door de auteur gedenkzuilen; door kampementen, krottenwijken, gehuchten, dorpen, stadjes, steden en metropolen. /\1 die merktekens, in al hun eenvoud of complexiteit, aangevreten door de· tand des tijds of gaaf en glinsterend, in bloei of verdord, al die merktekens hebben een naam, een verhaal, een geschiedenis. Al die stapstenen in de route zijn stille getuigen van het diepmenselijke streven naar zingeving en duiding, en van het slagen en mislukken daarvan.



De actualiteit van dit essay uit de publicatie die als catalogus verscheen bij de tentoonstelling 'Het geheugen van de stad: cultuurhistorie en stedenbouwkundig ontwerp heeft nog niet aan zeggingskracht ingeboet. Wij maakten de keuze hem opnieuw te publiceren en zo dit gedachtegoed opnieuw onder de aandacht te brengen Paul Meurs

De stedenbouw van de toekomst is niet in het weiland te vinden, maar in de bestaande stad. Hoe meer het bouwen zich richt op de transformatie van het bestaande, des te sterker zullen de bestaande structuren en de zittende belangen een rol in het

stedenbouwkundig ontwerp spelen. De bouwopgave drukt ontwerpers met hun neus op het verleden en dwingt hen een positie ten opzichte van de geschiedenis in te nemen. Ook om andere redenen is cultuurhistorie een actueel thema in de

stedenbouw. Zo bestaat er een vraag naar een leefomgeving met een duidelijke identiteit en een grote herkenbaarheid, die zich gemakkelijk vertaalt in historische vormen en al dan niet geconstrueerde geschiedenissen. Het Belvedère-beleid (‘behoud


keling. Nieuw is vooral de manier ren.

bestuurders en andere wopgave, de behoefte aan enen worden aangesproken op

baarheid en het beleid zorgen stuk voor ak. Het cultuurbehoud zoekt

ting bij de ontwerpende disciplines, t de wisselwerking tussen historie en ontwerp als iets enbouw voorop. Zo kunnen de n die in relicten en bestaande kelijks wordt onderkend. Het blijft

onduidelijk hoe, wanneer en in welk ren verborgen zitten, samen met

d hier invulling aan kan worden verhalen uit het ontwerp een de, ruimtelijke kwaliteit opleveren. n. De stedenbouw is, zo stellen de

kel beschrijft de rol van stellers van deze tentoonstelling, al

historie in het stedenbouwkundig decennialang op zoek naar een eigen p vanuit het perspectief van het g met geschiedenis. Dat heeft

lende benaderingen opgeleverd, in de .

nstelling ingedeeld als ge sprawl bouwkundig (morfologische

sitie), landschappelijk (transformatie ngrijkste ontwikkeling die de historie in de afgelopen eeuw heeft landschap), architectuurhistorisch maakt is de enorme oprekking van rmatie van betekenis) en narratief (het

rip monument. Aan het einde van n van speculatieve geschiedenis). entiende eeuw begon de e als ontwerpthema sec is de atische inventarisatie van

historie van stad en land ook te erlijke gebouwen. Het ging daarbij

uwen in relatie tot de opgave van gtepunten van geschiedenis en zoals kastelen, kerken en behoud. De monumentenzorg ziet zich

rshuizen. Bij restauraties werd het begin van de eenentwintigste eeuw n vaak mooier en ouder voorgesteld n flinke uitdaging gesteld. Het ooit was geweest. In het midden d is verschoven van object naar

twintigste eeuw vond een en strekt zich uit tot de regionale en ering van behoud en ontwikkeling tionale schaal. De inzet is niet langer Transformaties van steden werden ele relicten te sparen en nieuwe udheidkundigen en monumentenkelingen daarom heen te draperen,

m vernieuwing en behoud in als vijandig opgevat. Ze hadden

hang te brengen. Daarbij wordt ns wel een beetje gelijk, gezien de ersteld dat cultuurhistorie een en de impact van

aarde oplevert voor nieuwe sdoorbraken, cityvorming en

kelingen. Het Belvedère-beleid is gezien gsplannen. Het ‘redden’ van enten en stadsgezichten kwam


versimpeling van de werkelijkheid. Erfgoed werd opgevat

stedenbouwkundig ontwerp die van als onderdeel van een denkbeeldige collectie en daarmee 11 oktober t/m 9 november 2006 te zien gereduceerd tot een verzameling objecten in een was op de Faculteit Bouwkunde van de TU Delft. ‘imaginair’ museum. De relatie met de ruimtelijke context

en de maatschappelijke dynamiek werd opgegeven. De Boek en tentoonstelling maken deel uit monumentenzorg manifesteerde zich in deze periode van het meerjarige project "Dutch Urbanism Today'. vooral als een naar binnen gekeerde wereld. De aanpak was echter wel succesvol. Zonder de traditionele

monumentenzorg zouden de stadscentra zoals in Amsterdam, Maastricht of Nijmegen er heel anders uitzien dan vandaag de dag.

In de loop van de twintigste eeuw groeide de

monumentenlijst gestaag verder. Het nationale erfgoed

onderging een verbreding met objecten uit latere periodes en andere verzamelgebieden. De monumentenzorg kreeg bijvoorbeeld belangstelling voor de bouwkunst van alledag, zoals fabrieken, arbeiderswoningen, volkshuisvesting en infrastructurele werken. De behoefte

om recente gebouwen en gebieden te beschermen groeit naarmate de doorlooptijd van de gebouwde omgeving korter wordt. Er bestaan nu encyclopedische overzichten van cultuurhistorisch waardevolle objecten, ensembles,

gebieden en landschappen.[1] Het (potentiële) erfgoed ligt net als urban sprawl uitgesmeerd over het land en is als heritage sprawl te karakteriseren. Backward Utopia

De relatie tussen cultuurhistorie en ontwerp is, behalve door de heritage sprawl, ook veranderd onder invloed van het verdwenen geloof in de toekomst. Ooit was de toekomst utopisch en maakbaar. Als er nu nog sprake is van een utopie, dan zal die eerder in het verleden dan in de toekomst zijn te vinden. Het verleden is bovendien maakbaar. Reconstructies en het ontwerpen van een

gewenst verleden zijn allerminst beperkt tot het niveau van het individuele gebouw, maar ook in gebruik op de schaal van stad en landschap. In de binnensteden worden



uitgraven van gedempte singels, grachten of nu niet als een onneembaar bolwerk, dat

aanvallers buiten de stad moet houden, maar als havens in steden als Utrecht, Breda, Leiden en Amsterdam. Oude vestingen met hun vrije een uitnodiging aan hen, die dit nationale bezit schootsvelden worden gereconstrueerd, zelfs naar waarde weten te schatten om er in alle rust te verwijlen.’ [2] Het stadje werd een ‘levend als dat grootschalige sloop betekent (Sittard). Historiserende nieuwbouw in ‘oude’ stijl is museum’, waarin de historische stadsvorm de dagelijkse praktijk, zowel in als buiten de oude mal werd voor eigentijds wonen en toerisme. steden. Het gevolg van deze ontwikkelingen is Gert Jonker schreef in 1971 in het artikel

‘Heusden en de hachelijkheid’ over de praktische dat de historische binnensteden er geleidelijk aan homogener en ouder uitzien – terwijl onmogelijkheid van deze ambitie.[3] Ten eerste tegelijk de traditionele menging van functies is waren er functies die niet pasten in de vorm van

de vesting. Nieuwe bejaardenwoningen van oude afgenomen. De kenmerkende diversiteit van binnensteden maakt plaats voor de materialen konden nog wel in het beeld van 1774 monocultuur van sectoren voor wonen, worden geknutseld. Maar het politiebureau,

scholen, buurtcentra en voorzieningen voor het winkelen en toerisme. toerisme waren te grootschalig voor de oude

stad en zouden in de skyline het te reconstrueren De hang naar het verleden heeft tot een nieuwe vorm van blauwdrukplanning geleid, stadhuis overstemmen. Het tweede bezwaar was waarbij oude stadskaarten gebruikt worden als dat grootschalig historiserend bouwen een contradictio in terminis betekende. De oude toekomstvisioen. Vroege voorbeelden uit de jaren zeventig zijn de reconstructies van in bebouwing kenmerkte zich door individuele vergetelheid geraakte vestingsteden als accenten, kleine afwijkingen, ‘onlogische’ details Bourtange en Heusden. Bourtange ging terug en een subtiele historische gelaagdheid. In de reconstructie zou teveel gelijkmatigheid en te naar de situatie van 1742. Deze stedenbouwkundige en landschappelijke weinig ambachtelijkheid komen om nog

geloofwaardig te kunnen zijn. Het derde bezwaar reconstructie gaf de regio een economische impuls. Het dorp heeft nu vier musea, was dat de klok onmogelijk terug kon. Het vestinghostels, restaurants en winkels. resultaat zou, volgens Jonker, een puntgave stad zijn in een statische en onwerkelijke toestand. Bij Bourtange is gespecialiseerd in evenementen, zoals trouwarrangementen en simulatiespelen een gezonde stad hoort immers verval, van historische veldslagen (‘re-enactments’). verandering en vernieuwing. Jaarlijks wordt de slag om Bourtange anno 1814 nagespeeld door de Napoleontische Wat na 35 jaar opvalt is dat Heusden niet zozeer

aan 1774 als wel aan 1970 doet denken. Zoals Associatie der Nederlanden. Jonker al voorspelde is het niet gelukt om de tijd Het masterplan voor de reconstructie van te manipuleren. De reconstructie van de vesting heeft wel een aantrekkelijk woonmilieu Heusden dateert uit 1969 en is op de kaart van 1774 gebaseerd. Burgemeester G.M.


hap is goed te ervaren. De herbouwde fortificaties weerspiegelen de militaire

urstraditie en de enorme inspanning die de verdediging vroeger vergde. Kon gemeester van Heusden in 1971 nog hopen op toeristen die in de herbouwde

van de rust kwamen genieten, zijn opvolgers weten wel beter. Toerisme

nt parkeerdruk, wildgroei van terrassen, wildplassers, geluidsoverlast en nte produktvernieuwing.[4]

rhistorie als belevenis

006 heeft het toerisme niet genoeg aan oud ogende gebouwen en happelijke panorama’s. Er moet iets te beleven en iets te verkopen zijn.

ers willen een historische totaalervaring.[5] Dat geeft de historische steden

natuurlijks. In Heusden is de gemeenschap in een Fremdkörper gevangen. De ers gedragen zich niet als trotse gastheren, maar zijn ongemakkelijke acteurs

ecor van hun eigen woonomgeving. Heusden kan gemakkelijk worden

an als een stedenbouwkundig en cultuurhistorisch experiment uit de periode rkverschaffing in de jaren zeventig. Maar uitzonderlijk is de aanpak niet, de

ructie liep vooruit op wat later de dagelijkse praktijk zou worden: de dse annexatie van geschiedenis als leitmotief voor gebiedsontwikkeling, van epark tot Vinexwijk.

stad is een mooi voorbeeld van een oude vestingstad uit 2001 op het Nieuwe ij Lelystad. Het is het eerste Factory Outlet Center van Nederland (‘verliefd op

ken, verleid door de prijzen’), waarin louter retail en horeca is te vinden. Om

werk van massaconsumptie een herkenbare vorm en een goede sfeer te werd een stedenbouwkundige simulatie gemaakt: ‘De bezoeker reist naar een

en kan zijn ogen niet geloven: het silhouet van een ommuurde stad met echte uren op een plek waar kortgeleden water was. Daarbinnen, afgeschermd van e polderklimaat, straten met getimmerde en kleurige huizen die direct

n aan de wereld overzee ...’[6] Nog nieuwer dan Bataviastad is vakantiepark ad bij de Lauwerszee, geopend in 2006. Dit vestingstadje werd volgens de in de middeleeuwen door de golven opgeslokt om pas onlangs te herrijzen antiepark. ‘Alles in Esonstad ademt historie, maar achter de karakteristieke

n klokgeveltjes met hun oude charme, treft de gast alle luxe.’[7] Deze

elden zijn geen ‘levende musea’, waarin wonen en toerisme worden bineerd. Ze vormen hooguit een decor voor ‘living history’ (opvoeringen van

elijkse leven uit het verleden) en ‘re-enactments’ (het naspelen van

che gebeurtenissen, zoals grote veldslagen).

rkwaardige van de op belevenis gerichte historische steden, is dat ze de oude steden niet meer nodig hebben. Bataviastad en Esonstad kunnen een


historische gelaagdheid.[8] De reconstructie

Cultuurhistorie is vooralsnog een immense van het verleden heeft plaats gemaakt voor een constructie van het verleden. De blauwdruk van lappendeken van fragmenten, waarin het verleden is niet historisch maar nieuw gemakkelijk alles als onmisbaar kan worden

betiteld. Het blindelings cultiveren van al het ontworpen - op de ideale locatie, met een gewenste geschiedenis en toegesneden op oude in de steden verandert hen in musea vol hedendaagse normen en eisen. Op rommel, schreef de Braziliaanse architect Lina vergelijkbare wijze ontstaan historische Bo Bardi.[9] Zonder het benoemen van

historische essenties, geredeneerd vanuit het ensembles als buitenplaatsen, ‘jaren-dertigwijken’ of geënsceneerde stadjes. Ze blijven heden, kan er geen keuze worden gemaakt

verstoken van de fricties, spanningen en tussen wat werkelijk waardevol is voor de stad van de toekomst en alles wat gemist of daarmee de niet op programmatische of rationele logica gebaseerde ziel van de ingeruild kan worden. Het is de uitdaging om

historische gelaagdheid. De suggestie van een het geheim van steden en landschappen te vinden en op een eigentijdse wijze in beeld te verleden is voldoende. Met de eigentijdse interpretaties van het verleden krijgt de brengen. De ware kracht van de traditie heeft

weinig van doen met een ‘authentieke’ vorm, negentiende -eeuwse benadering van het verleden een nieuwe invulling. Destijds toonden het gaat om de betekenis die er aan wordt architecten als Viollet le Duc in Frankrijk en gegeven. Pierre Cuypers in Nederland zich meesters in het ontwerp van middeleeuwse bouwkunst. In Nederland is het opnieuw benoemen van Zowel in nieuwbouw als bij restauraties historische essenties noodzakelijk, zowel

maakten ze, in naam van de geschiedenis, ruimtelijk als symbolisch, omdat het historisch

korte metten met de middeleeuwse gebouwen en steden die ze onderhanden namen.

Agenda van de cultuurhistorie De vele supplementen en toevoegingen hebben het nationale erfgoed in Nederland topzwaar gemaakt. Alle oude gebouwen en verouderde stadsdelen lijken a priori behoudens waard. Bij elke vierkante meter Nederland kan een uitgebreid historisch verhaal worden verteld, maar het structurerende kader is vervaagd. Zonder zo’n kader bestaat het onderscheid

tussen hoofd- en bijzaken niet meer. Het hele

Nederlandse cultuurlandschap is te zien als een potentiële bouwput, maar tegelijkertijd ook als van potentieel historisch belang. Analoog aan de ecologische hoofdstructuur is een


afgezet tegen het patroon van oude nederzettingen en landschapspatronen,

gen het cultuurlandschap dat grotendeels in de twintigste eeuw gestalte n dat licht bezien is het merkwaardig dat bij ontwerpers een voorliefde lijkt te

n voor de kaart van 1850 als het gaat om cultuurhistorie; terwijl wat er in de

r na gebeurde een blinde vlek blijft. Ook heeft cultuurhistorie weinig van doen idealiseren van een ver verleden, zoals in de backward Utopia, maar met emen van de restanten van de maakbare samenleving en de grootschalige

n in stad en landschap in het ontwerp voor de toekomst.

immense werkveld van het cultuurbehoud zoals dat zich heeft ontwikkeld, is

e instrumentarium van de monumentenzorg, namelijk het beschrijven en

ief) beschermen van objecten en ensembles ontoereikend. Door zijn aard, en omvang vraagt het (potentiële) erfgoed van de twintigste eeuw om nieuwe

taties van authenticiteit, behoud en cultuurhistorische waardestelling. De

s zo groot en de verwevenheid met de maatschappelijke dynamiek is zo at de monumentenzorg zich niet meer naar binnen kan keren. Meer dan ooit

urhistorie een onderdeel van het ruimtelijke krachtenveld geworden. Erfgoed ectie verandert in erfgoed als onderlegger en kader voor ruimtelijke keling, continuïteit en transformatie. Het cultuurbehoud richt zich daarbij op

pireren van ontwerpers en het vergroten van draagvlak. Dat kan door historische essenties op verschillende schaalniveaus in kaart te brengen. In werp blijft ruimte om keuzen te maken en een houding ten opzichte van de

edenis te bepalen, bijvoorbeelden gericht op de gelaagdheid, versmelting,

t of assimilatie.

ilig is cultuurhistorie in de handen van ontwerpers? leden is als was in de handen van ontwerper, hij kan het kneden en leren zoals het hem blieft. In naam van de cultuurhistorie zijn de meest

opende interventies in de stad te legitimeren. Radicale nieuwbouw is te eren als het continueren van veranderingsprocessen, retro als het uden aan oude vormconcepten en nieuw verzonnen geschiedenis als uiting gevoel voor de eigenheid en de intrinsieke logica van een gebied. Hoe

ar zijn al deze ontwerphoudingen naar de toekomst en doen zij recht aan het

n? Hoe verhoudt de morfologische compositie of de constructie van edenis zich tot onderliggende lagen en betekenissen in stad en landschap?

vaar is niet denkbeeldig dat het ontwerp voorbijgaat aan onzichtbare lagen

eschiedenis, zoals archeologische restanten van de Romeinen, de Limes of de ontwerpthema’s uit een naoorlogse wijk, een bouwsysteem of een

aveling. Nu zijn we teveel overgeleverd aan het toeval – het engagement van werper, zijn kundigheid, gelukkige ontdekkingen en ongelukkige weglatingen.


opmerkelijk dat de Belvedère-projecten daar moderne leven stelt zijn eigen eischen, en vraagt daardoor zijn eigen schoonheid. (..) Maar nauwelijks invulling aan hebben kunnen geven. Zij richten zich te weinig op de kern van de behalve uit schoonheidsoogpunt, wordt de

opgave, namelijk het veranderen van de architect in nog sterker mate door de practische eischen van het moderne leven soms gedwongrondhouding van ontwerpers ten opzichte van de context waarin zij werken. Belvedère heeft gen zich af te wenden van het oude, ja het oude veel betekent voor de agenderen van het te vernietigen.’[11] onderwerp en het draagvlak, maar niet voor

Sinds de tijd van Berlage en Leliman is het het maken van ontwerpen met een duidelijke meerwaarde die de ontwerpcultuur drastisch spanningsveld tussen behoud en vernieuwing veranderen. Wat dat betreft waren het zeven alleen maar groter geworden. Wat wel

veranderde is de relatie van de ontwerpende magere jaren sinds het verschijnen van de nota. Cultuurhistorie lijkt vooralsnog vooral een disciplines met de geschiedenis. Ten eerste smeermiddel voor complexe processen – verhielden de ontwerpers in de tijd van Berlage zich tot de negentiende eeuw en daarvoor, en waarbij identiteitssessies, rituele ceremonies, mental mapping en het collectief maken van stamt de hedendaagse historische context

vooral uit de twintigste eeuw, die echter in de kleine persoonlijke geschiedenissen belanghebbenden aan ondoorzichtige ontwerpopgave van nu verder weg lijkt dan de planvorming compromitteren. Het bewijst eens middeleeuwen of de Gouden Eeuw. Het tweede verschil is dat de vanzelfsprekende kennis van te meer dat geschiedenis en ontwerp, hoezeer ze ook met elkaar te maken hebben, geen en affiniteit met de vormen en waarden van het vanzelfsprekende complementariteit meer verleden is verdwenen, zowel in het onderwijs hebben. Al te gemakkelijk blijft het resultaat als in de beroepspraktijk. Er bestaat een kloof tussen cultuurhistorische kennis en het van de kruisbestuiving steken in een bijzondere verpakking of presentatie van ontwerpen met cultuurhistorie. De studie van

onderdelen van de gebouwde omgeving, zoals uniforme ontwikkeling – gevat in retro vormen en regio-specifieke thema’s of ‘opgespannen’ de morfologische analyse, is ontoereikend om rondom een enkel relict uit vroegere perioden.

De opgave voor ontwerpers om de belangen van de cultuurhistorie te dienen is niet nieuw. Al in 1910 veronderstelde architect H.P. Berlage dat de monumenten bij de ‘moderne

architecten’ in veilige handen zouden zijn.[10] Maar ook toen al bestond er een spanningsveld tussen hun rol bij het

cultuurbehoud en de taak om vorm te geven aan de vernieuwing van de oude steden. Architect J.H.W. Leliman schreef in 1911: ‘Zeker, de architect wil het oude schoon



ideeëngeschiedenis en de

20 nationale landschappen, 2.000 provinciale gebruiksgeschiedenis van een plek. monumenten (in drie provincies) en naar schatting 3.000 gemeentelijke monumenten. De inventarisatie van bouwkunst uit de periode 1850-1940 (MIP) heeft De vele manieren waarop de stedenbouw de een database met 165.000 objecten en 650 geschiedenis in het ontwerp omarmt, vormen ensembles opgeleverd, waarvan zo’n 6% is een prachtige aanleiding om de wisselwerking opgenomen op de monumentenlijst. Inmiddels is de tussen cultuurhistorie en ontwerp te versterken. verkenning van het gebouwde erfgoed uit de Wederopbouwperiode (1945-1965) begonnen. Vanuit het cultuurbehoud kan de stellingname Gegevens: www.monumenten.nl van ontwerpers ten opzichte van de [2] G.M. Scholten, ‘Heusden, verleden, heden en geschiedenis aan kracht en overtuiging winnen, toekomst’, Bouw 26 (1971), 1295. door de inbreng van aanvullende inzichten, [3] Gert Jonker, ‘Heusden en de hachelijkheid’, Bouw 26 (1971), 1300-1301 precisie en een helder afwegingskader. Elke [4] David Lowenthal, The heritage crusade and the opgave vraagt om specifieke cultuurhistorische spoils of history, Cambridge 1998. kennis, waarvan onmogelijk kan worden [5] Dennis R. Judd and Susan S. Fainstein, The tourist city, New Haven and London, 1999 verwacht dat die bij de ontwerpers paraat is. [6] Website www.vhp.nl, ontwerpers van Bataviastad Veel van de achterliggende gedachten, [7] ‘Nieuwste vakantiepark van Nederland geopend, concepten en ideeën van een plek komen pas Landal Esonstad ontvangt eerste gasten bij start met diepgaand onderzoek aan de oppervlakte zomereditie’, persbericht 2006, www.tourpress.nl [8] Het meest perfecte voorbeeld van deze vorm van en daarmee in beeld van de ontwerper. gesimuleerde Hollandse geschiedenis is in Japan te Ontwerpers en cultuurhistorici hebben veel te vinden, waar in 1992 de vakantiestad Huis Ten Bosch winnen bij een intensievere communicatie en verrees. Hier werd 10 miljard dollar geïnvesteerd om een wisselwerking tussen ontwerp en een getrouwe simulatie van een historisch gegroeide Hollandse stad vol grote monumenten, zoals Huis ten onderzoek. Hier ligt een taak voor het Bosch, de Domtoren en de Amsterdamse onderwijs. De vertaalslag van kennis naar grachtengordel. Zie: Paul Meurs, ‘Nederland als ontwerp, van feiten naar beelden en van ideeën utopie, Holland Village in Japan‘ De Architect (1992) 7/8, 22-33 naar kaarten is noodzakelijk om meer dan de [9] Marcelo Carvalho Ferraz (red.), Lina Bo Bardi, São persoonlijke en oppervlakkige inzichten als Paulo 1993, 106-107 input in het ontwerp te maken. [10] H.P. Berlage, rede in Wettelijke monumentenbescherming, adviezen en voorstellen, Den Haag 1910, 31. [11] J.H.W. Leliman, ‘Heemschut’, De Bouwwereld 19(1911) 2, 13.


WERKGEHEUGEN

rale ontwerpteams

aren “70 worden de grote stedenbouwkundige opgaven zoals dingsplannen voor nieuwe woonwijken in handen gelegd van ciplinaire ontwerpteams. 10 verschillende disciplines aan tafel, nerende architecten, beeldend kunstenaar plus eigen secretariaat. Naast de nisatie van de gemeentelijke diensten werd een horizontale organisatie igd. Waar kwam dat vandaan, wie stuurde dit werkmodel voor Zoetermeer tot wat voor producten leiden hun werkzaamheden? En wat er via de teams gebeurde, de gemeente Zoetermeer trok eigen personeel aan en e zo aan een positie als kenniscentrum.

ren zestig was het gemeentelijk apparaat van Zoetermeer beperkt in g. Vanuit een kleine bestuurlijke groep (burgemeester, gemeentesecretaris) kleine technische dienst werd de ontwikkeling en het beheer en onderhoud forensendorp Zoetermeer gemanaged. In die jaren groeide het eelsbestand slechts matig, omdat veel werk werd verricht door externe


laatste fase van het afstuderen in de praktijk Zoetermeer, Instituut Stad en Landschap voor het ontwikkelen van plannen op basis van het laten plaats vinden en hadden door een worp nieuwe structuurplan, Ingenieursbureau Dwars, van een muntje op een topografische kaart Hederik en Verhey voor het maken van bestek van de provincie Zuid-Holland Zoetermeer en tekeningen van rioleringswerken en getroffen. Onze mentor stedenbouwkundige stratenplannen, Koninklijke Nederlandse Heide ontwerpen was professor Niek de Boer en hij Maatschappij voor het ontwerp en de vertelde ons dat vele steden in Zuid-Holland uitvoering van de groenplannen (Van behoeften hadden aan nieuwe Tuyllsportpark), Commissie Grondverwerving stedenbouwkundige bemoeienis. Bij voor de aankoop van gronden en het gemeentewerken konden we direct aan de ontbinden van pachten en Elektriciteitsbedrijf slag. Met onze eigen afstudeeropgave, een Delfland voor de aanleg en het onderhoud van kritische reflectie op het structuurplan uit de openbare verlichting. 1968 en de eerste uitwerkingen en daarnaast met het uitbrengen van gevraagd en De mensen, die bijvoorbeeld bij de dienst ongevraagd advies over lopende zaken. Wat gemeentewerken werden aangetrokken, mij toen verbaasde dat er buiten volop werden mede geselecteerd op hun vermogen bouwactiviteiten plaatsvonden, maar dat er straks leiding te kunnen geven aan nog aan te binnen gemeentewerken aan de stellen medewerkers voor de verschillende Vlamingstraat nauwelijks mensen daarmee taken die in eigen beheer moeten worden bezig waren. Zij vormden wel een kleine uitgevoerd. groep zeer betrokken personen die de In 1968 gaf de nieuwe hoofddirecteur Cnossen veelheid aan externe bureaus aanstuurden in aan dat bijna alle werkzaamheden die voor de afwachting van een nieuwe fase in de ontwikkeling van Zoetermeer tot een stad van ontwikkeling van de stad. 100.000 inwoners te verwachten waren heel goed in eigen beheer konden worden verricht. Zo groeide bij gemeentewerken in 10 jaar tijd Met die potentie werd veel personeel het aantal personeelsleden van ruim 100 naar aangetrokken en moest ook de meer dan 500 in 1980 en dat werd in het organisatievormen worden bijgesteld. Die kader van de aflopende groeitaak destijds als groei werd vanaf 1970 mede verantwoord een maximum gezien. Het gemeentelijk door de noodzaak om voor de Haagse apparaat was dus sterk uitgebreid en woningnood een tweede bouwplaats in te beschikte over een verscheidenheid aan richten. Uit het overleg met Niek de Boer, disciplines, van hoogwaardig niveau. Volgens hoogleraar stedenbouwkundige ontwerpen B&W was dat nodig omdat met de inzet van TU-Delft en tevens directeur van de de voorgestelde projectorganisatie het Planologische Provinciale Dienst Zuid-Holland gehele ontwerp- en ontwikkelingstraject van (PPD-ZH) wordt duidelijk dat een verzwaarde een nieuwe wijk beter beheerst zou kunnen taakstelling alleen uitgevoerd kan worden met worden. Daarnaast waren de opvattingen hoe een nieuwe organisatievorm. Het ontwikkelen een plan tot stand diende te komen aan van plannen moet als een ondeelbaar proces veranderingen onderhevig; niet een te worden gezien en daartoe dienen stedenbouwkundig plan in je eentje tekenen multidisciplinaire teams te worden ingesteld. achter de keukentafel, maar in open gesprek Het overleg met de provincie leidt in met tal van disciplines tot een integraal plan november 1970 tot het instellen van komen. Niet alle disciplines konden door projectteams voor de wijken Noordwest eigen mensen binnen de gemeente worden (Buytenwegh de Leyens), Noordoost ingevuld. Zo werd voor de extern aan te (Seghwaert) en het Stadscentrum alsmede een trekken coördinerende architect, die lid was begeleidingsgroep voor het structuurplan en van het projectteam, een speciale een stuurgroep voor de coördinatie van het taakomschrijving opgesteld om zijn relatie geheel.



verantwoordelijkheid voor het geheel? Buytenwegh de Leyens ingevuld door Jan Sterenberg en in het team Seghwaert door Kwesties die uiteindelijk na 6 jaar geleid Henk Reijenga. Opvallende andere externe hebben tot een aanpassing van de structuur adviseurs betreft het inschakelen van van de projectorganisaties, minder multibeeldende kunstenaars zoals Clara Froger voor disciplinair en met een andere wijze van de wijk Seghwaert. functioneren. Omdat het accent van de Wat alle teams gemeen hadden was de plannen voor de woonwijken nu meer op de multidisciplinaire samenstelling en het feit dat uitvoering kwam te liggen, werd de invloed van de personele bezetting voor zover het geen de lijnorganisatie vergroot en de omvang van externe adviseurs betrof, afkomstig was uit het de projectorganisatie verkleind. In kleinere gemeentelijke apparaat. Het waren hoogtij ontwerp groepen werd de uitwerking van de dagen in het begin van de jaren zeventig wat stedenbouwkundige plannen voortgezet. betreft het benutten van nieuwe In veel opzichten waren de jaren zeventig mogelijkheden in samenwerking. Voor het vruchtbare jaren; het bouwen ging maken van het stedenbouwkundig plan voor onverminderd verder, er werden topproducties een grote woonwijk en de bewerking tot een gehaald van +/_ 3000 woningen per jaar, grote bestemmingsplan aan de ene kant en een infrastructuurwerken zoals de H-structuur en uitvoeringsplan aan de kant was het multide Randstadrail werden realiteit en er was een disciplinaire team een uitkomst. Er waren in dit omvangrijk en veelkleurig ambtelijk apparaat tijdsbeeld geen alternatieve werkwijze voor te beschikbaar. Zal het ooit weer zo mooi stellen. Afgestemd op het politieke en worden… en dat twijfelen begon al in de maatschappelijke denken was de tachtiger jaren. De tijd dat de bomen nog tot projectorganisatie de meest voor de hand in de hemel groeiden was voorbij, no-nonsense liggende, maar ook het best denkbare model. politiek was het motto. Er was veel geleerd van de ’70-er jaren, maar het moest wel betaald Na vijf jaar werd er zowel door de eigen worden. gemeentelijke organisatie als door de politiek Het verhaal over mijn werkgeheugen is op bezinning gevraagd. Niet zozeer de ondersteund door bronnen zoals: opheffing van de teams stond op de agenda, De publicatie Gemeentebedrijven Zoetermeer maar of niet op een andere planningswijze kon 1963-1988, 25 jaar bedrijvigheid in een groeikern, worden overgestapt. Twee redenen lagen aan redactie J.G. van der Leeden, A.J. van der Helm, Ph. deze vragen ten grondslag: hadden de teams P. Van Nes en J. Kraal; door hun werkwijze en samenstelling niet te Technische coördinatie. Den Hollander, 1988, veel macht opgebouwd? En hoe verhouden Hofstad Druktechniek bv zich de verantwoordelijkheden van de Zoetermeer, ontwikkeling van een nieuwe stad, medewerkers uitgeleend aan een team, waar Barth. Van Gent, uitgave gemeente Zoetermeer, de projectleider rechtstreeks aan B&W kan 1999 (het Bekende Blauwe Boek van Barth.) richten zich tot de alledaagse werkwijze waarin Architectuurgids Zoetermeer, auteur Joosje van de chef aan de directie rapporteert, de Geest, fotografie Dick Valentijn, kaarten Alex Berendsen, Richard den Blanken, register Han Orsel lijnorganisatie. In de verhouding lijnorganisatie en redactie Botine Koopmans, 2016, Stokerkade - projectorganisatie - B&W hebben zich over cultuurhistorische uitgeverij verantwoordelijkheden de nodige misvatting en conflicten afgespeeld. Want studies, verkenningen, plannen die uit de projectorganisatie afkomstig waren, waren vaak goed onderbouwd met sterke argumenten en vanuit diverse invalshoeken belicht. Je moest van goeden huize komen om dergelijke adviezen naast je neer te kunnen leggen. Hoe hou je een stevige grip op het


auw, Zoetermeers blauw,

zig is. Waar komt dat specifieke kleurgebruik vandaan? Reden om een kleine

ning te starten…

elke blauw…?

970 groeide niet alleen de stad, maar ook het gemeentelijk apparaat.

ling van de groei door de ontwikkeling van twee wijken tegelijkertijd aan te

, maar ook een groter stadsgebied om in onderhoud en beheer te nemen

tot toename van het aantal ambtenaren. En er werd meer en meer

municeerd, zowel intern als extern. De gemeente besloot een complete, eigen

in te voeren. Doel was om tot een eenheid in alle verschijningsvormen van

eentelijke organisatie te komen. Dus weg van het gebruik van het officiële

en op naar een nieuw vignet en spelregels voor de opmaak van brieven &

en het uiterlijk van het wagenpark. De opdracht werd in 1976 uitgevoerd door

gn Associates (Wim Crouwel) en leidde tot een handboek voor de nieuwe

meerse huisstijl.


onderdeel. De kleur blauw symboliseert het water, de kleur geel de Meerbloem, een dotter soort. Het vignet is een gestileerde meerbloem, afgeleid van de meerbloemen in het gemeente wapen uit 1936; “ in azuur drie gesteelde meerbloemen van goud op een grond van hetzelfde. Het schild bedekt met een gouden kroon van drie bladeren en twee paarlen. Schildhouders: twee leeuwen van goud, getongd en genageld van keel”. Het beeldmerk van de gestileerde meerbloem werd ook wel vergeleken met een “mattenklopper” en werd te weinig als een bloem ervaren. In 1991 werd de gemeentelijke organisatie drastisch gewijzigd en kreeg de Zoetermeerse huisstijl een opknapbeurt. Het logo werd zo vormgegeven dat het minder mattenklopper en meer meerbloem werd.

Tegelijkertijd werden de gemeentelijke kleuren geel en blauw opgefrist. Zo kleurt het blauw nog immer het gemeentelijk wagenpark (of wat er nog van over is), lantaarnpalen van de Hstructuur, hekwerken van gemeentelijke kunstwerken en boeiboorden van openbare gebouwen zoals een reeks scholen.. Bij het uitbesteden van werkzaamheden in de openbare ruimte is het belangrijk om de waarde van dit specifieke kleurgebruik te (onder)kennen. Daarom besteden wij, Schatbewakers, er in dit magazine, dat als leidraad 'Het geheugen van de stad' heeft, aandacht aan. Niet om te bewaren, maar om het gedachtegoed te kennen en dit mee te nemen bij de overwegingen om ervan af te wijken. Rest nog de vraag wie weet welke RAL-kleur hiervoor is voorgeschreven?


Dagelijks rijdt er een bode lles wat naar het oonlijke archief... geeft natuurlijk een prachtig beeld ijven... waard om op te nemen in de het proces ..." iefbewaarplaats?" een en weer..." adsarchief - de chiefbewaarplaats - is vergebracht is openbaar..."


de stad’ en specifiek hoe een nieuwe stad als Zoetermeer daar mee omgaat. Functionalisten Op bezoek bij Leonard Korevaar, zijn al gauw van het weggooien; als de klus is gemeentearchivaris en wel op zijn werklocatie, geklaard, het project af is, het bureau een door de gemeente Zoetermeer gehuurde leegmaken en op naar een nieuwe taak. Maar ruimte in het depot van het Streekarchief daar doe je volgende generaties niet zoveel Midden-Holland in Moordrecht. Dank gaat uit plezier mee. Want wat moet je wel bewaren en naar Marc Waltman van Boegbeeld voor het dus niet weggooien. Bij ‘Het geheugen van de technisch faciliteren van deze podcast en stad’ gaat het over de spanning tussen behoud natuurlijk ook naar Leonard Korevaar voor zijn versus vernieuwing, loslaten versus medewerking. vasthouden, onthouden versus vergeten. Bij het onthouden en bewaren van gebeurtenissen en documenten voor de stad speelt de gemeentearchivaris een belangrijke rol. Bewaren is één, maar dat moet zo gebeuren dat je informatie kunt terugvinden. Wat archiveer je, hoe doe je dat en voor hoe lang? Kortom archiveren vindt plaats in een context, het gearchiveerde staat nooit op zichzelf. Wat is daarbij de rol van de archivaris? Schatbewakers dachten… het is nu tijd voor


.ouwkundige landschapsarchitect partner bij Rijnboutt

ta? Misschien moeten (1963) studeerde van 1981 tot 1988 Stedenbouw aan de accepteren dat dingen che Universiteit in Delft. Direct na zijn afstuderen trad hij toe oren gaan..."

& Partners stedenbouw en landschap. is sinds 2012 ook gekwalificeerd landschapsarchitect. Hij

van Daal | architect Nederland een breed oeuvre opgebouwd in projecten op het

van stedenbouw en landschapsarchitectuur, met name op

svlak tussen beide disciplines, in de openbare ruimte en het

landschap.

cht ligt in de intermediaire schaal van het stadsontwerp. Van at sla je digitaal op? gsplannen tot strategische verkenningen, interventies en zijn 'eentjes en en voor dorp, stad en regio. etjes!"

rijnboutt.nl

Souverijn | architect


bestuurders van stichting Schatbewakers in dialoog met de gemeentelijk ontwerpers, die op het niveau van de stad werkzaam zijn. Zoetermeer als New Town is richtinggevend en kleurbepalend voor alle ontwerpen/ontwerpopgaves. Alles is ontworpen en uitgedacht binnen een maatschappelijke context die velen van ons daadwerkelijk hebben meegemaakt. Dat geeft aan de ene kant herkenning, maar kan ook leiden tot toekennen van te weinig waarde. Ik merk dat het automatische respect voor iets dat 'echt oud' is tegelijkertijd betekent dat alles wat relatief jong is, waardeloos is. Er zal veel energie gestoken moeten worden in de waardering van de stad en haar (oude en relatief jonge) geschiedenis. (Foke de Jong) De nieuwe stad wordt vernieuwd. Na decennia van uitbreiden, en het tussendoor creëren van een Stadshart, is Zoetermeer terloops een nieuwe fase ingegaan, de fase van 'stad-zijn'. De stad zoals die is ontwikkeld, steeds weer, heeft een stroom bewoners zien komen en gaan. Maar steeds meer mensen blijven, zijn geen instromers meer, maar Zoetermeerders. Mensen met een geschiedenis die steeds vaker alleen Zoetermeer als woonplek kennen. Waar hun werk of school is, waar ze winkelen, sporten en recreëren, uitgaan en hun sociale en culturele netwerk hebben. En die mensen veranderen, hun woonwensen veranderen, hun levensstijl verandert. Zoetermeer wordt vernieuwd om die veranderingen een plek te bieden. De afgelopen jaren waren de inmiddels deels afgeschreven flatwijken al aan de beurt. De anonieme flats, gehorig, bouwtechnisch matig, energetisch slecht en sociaal gezien een concept van weleer. Sommige gebouwen konden worden aangepast, vernieuwd of verbeterd, maar voor de noodzakelijke sociale vernieuwing zijn de nodige flats verdwenen. Wat kwam (of komt) ervoor terug? De gesloopte flats gingen 50 jaar, ruim twee generaties, mee; gaan de


an de uitbreidingsgroei ligt de opgave binnenstedelijk. Vernieuwing,

ting, transformatie en herbestemming zijn de sleutelwoorden. Slecht is dat

oor de snelle groei van de stad is ook niet alles goed gelukt, zijn niet overal

me woon- en leefmilieus gemaakt. Binnen de woonwijken is heel wat mogelijk

et de nodige creativiteit en vrijmoedigheid onbenutte plekken, overmatige

voorzieningen en wegen, dode gevels en uitgewoonde garages/

ruimten te vervangen door passende nieuwbouw. Nieuwbouw die aan de

s van een volledige, levende en duurzame stad bijdragen.

enbaarheid van de afzonderlijke tijdsbeelden van de Zoetermeerse wijken met werp en stedenbouwkundige principes heeft een prachtig pallet opgeleverd. De tussen de wijken zijn gevormd door infra, rail of groenstructuren. Deze voegen herkenbaar blijven maar kunnen wel aantrekkelijker en functioneler worden ij naar twee zijden de verbinding tussen de wijken gaan vormen in plaats van iding. Het betekent dat de oorspronkelijke opzet van waarde is en ook in z’n wordt gelaten. Maar het betekent ook dat secuur gekeken moet worden waar zet aangepast kan worden en waar beter aan te laten sluiten op de menselijke Maud Roukens)

l wat plekken in Zoetermeer is de openbare ruimte maar matig:

finieerd, teveel op verkeer gericht, onduidelijk in structuur, gebruik of

nis, onderbenut in ecologische of landschappelijke potentie. Met de stedelijke

wing kunnen bestaande waarden worden versterkt en nieuwe verbindingen

gelegd. En daarmee kan de belangrijkste functie van de openbare ruimte, als

tingsruimte, worden vergroot. Juist in een veranderende stad is die kwaliteit

eel.

iele transformatie moet het experimentele karakter versterken. Een zoektocht is orming met als thema “behoud door ontwikkeling”. Wat fraai is verder uitlichten een verbeterslag geven. Zoeken naar ruimte voor chirurgische ingrepen met ing die de ruimtelijke kwaliteit een boost geeft. Anonimiteit is in de wijk n als gevolg van de introverte buurten en dichte plinten, deze zal langzaam rmd worden. Verharding wordt verminderd, en er wordt een omslag gemaakt groen naar gebruiksgroen voor ontmoeten van mens en dier. Van sleets en mig naar gevarieerd en verfijnd. (Maud Roukens)

aar de openbare ruimte het domein bij uitstek is voor de gemeente, is de

ke vernieuwing een veel complexer opgave. Hier zijn gemeente, eigenaren,

elaars en bewoners/gebruikers samen aan zet. Samen formuleren ze wensen

angens, geven vorm aan verhalen en ontwikkelen plannen voor nieuwe

mma’s. Want de bevolking verandert. Er zijn nieuwe woonwensen, of wensen


gewerkt. leefmilieus, waar duurzaamheid, collectiviteit of Aan diverse vakmensen die als gezondheid bovenaan staan. Er moet worden stedenbouwkundig of landschapsontwerper gebouwd voor de broodnodige doorstroming in werken aan de plannen, zijn zes vragen

de overwegend voor gezinnen gebouwde voorgelegd. Wat ons als Schatbewakers woonbuurten. Er moeten nieuwe voorzieningen intrigeert is hoe het gesprek over die

komen voor andere woonvormen, voor ouderen toekomstige stad vorm krijgt. In het proces voor de Omgevingsvisie zijn bewoners, én voor jongeren. bedrijven, organisaties en deskundigen Om de suburbane groene stedelijkheid van geraadpleegd. Maar daarin heeft hoegenaamd Zoetermeer te versterken zijn er diverse nieuwe geen vakinhoudelijk gesprek plaatsgevonden projecten in ontwikkeling, waarbij een nieuw over de stad zoals die er over 10-15 jaar onderscheidend woonmilieu een aanvullende uitziet. kwaliteit op de stad moet opleveren. Dwarstocht Drie gemeentelijke ontwerpers reageerden (Happy Days) en Kwadrant (Edisonpark) zijn met een sterke bijdrage waaruit ook al in het woningbouwontwikkelingen waarbij kwalitatief voorgaande is geput. Dit artikel zal aan de wonen in een groene setting uitgangspunt is. Juist basis liggen voor een publieke bijeenkomst hier wordt gezocht naar nieuwe woonmilieus die waarin we met ontwerpers en het publiek onderscheidend zijn. Standaard rijwoningen met tuin verder willen ingaan op de stad van de zijn er al volop in Zoetermeer. Het is, ook met het komende generatie. oog op ZM2040, zaak om ook kapitaalkrachtigen in Zoetermeer te houden, door passende woningen aan 1. Wat beoogt jouw plan te bereiken te bieden en door te kunnen stromen van die voor het zelfbewustzijn van Zoetermeer als rijwoning naar een twee-onder-een-kap of stad? vrijstaande woning, met veel collectief groen. Maud Roukens brengt het als volgt: De (Richard den Blanken) Entree is een nieuw concept voor Zoetermeer aangezien tot nu toe functies in de wijken Leegstaande gebouwen kunnen een nieuwe gescheiden werden. Entree zal zelfbewuste bestemming krijgen of plaats maken voor een bewoners en gebruikers aantrekken die deze betere benutting. Het centrum moet steeds levendigheid zoeken. Tot nu toe had Zoetermeer voor hen geen passende ruimte. Deze doelgroep wil beter gaan passen bij de stad die Zoetermeer is gestimuleerd en uitgedaagd worden door de geworden, en daarom worden verdicht en omgeving en alles binnen handbereik hebben. Zo aangepast. Stationsgebieden moeten maximaal dragen deze nieuwe bewoners ook bij aan een worden benut om nieuwbouw van woningen en breder palet van typen Zoetermeerders. Dit alles voorzieningen te accommoderen. De soms maakt de doorontwikkeling van Zoetermeer tot een overmatige verkeersruimte moet worden volwassen stad mogelijk met een breed aanbod aan heringedeeld om meer ruimte te geven aan wonen, functies en activiteiten. Richard den Blanken andere mobiliteit en verblijfsruimte. Parken brengt ook wel een kritische toon in: Zoetermeer moeten het veranderende klimaat beter 2040 heeft een goede analyse gedaan van de stad weerstaan en meer water, koelte en lucht en hoe we er voor staan – de Staat van Zoetermeer bieden. door bureau Louter. Daarin zie je dat de stad als De plannen hiervoor worden nu gemaakt. Voor geheel een ontwikkeling doormaakt die niet op alle de Culturele As en Centraal Park, De Entree, vlakken positief is en aanleiding geeft om de stad de vernieuwing van Palenstein, de kritisch tegen het licht te houden en daar slim, binnenstadsvernieuwing, het Kwadrant en de


de stad te doen, acupunctuur in de wijken en epen. (Maud Roukens) nden met onderscheidende groene suburbane Wat mag er in ieder geval niet misgaan en die deze stad kenmerkt. erdere ontwikkeling en/of uitvoering uw plan? n kritische houding past bij de toekomst m reageren de drie ontwerpers als stad. Kritiek die moet uitmonden in Over de uitvoering maak ik me op dit plannen, nieuwe stedelijke en groene t niet zo’n zorgen. Ook niet over de waarin de volwassenheid van de stad enheid van alle partijen die het voor ar wordt. moeten krijgen. Op termijn maak ik me

orgen over beheer en onderhoud. De Hoe specifiek op Zoetermeer gericht ontwerpvoorstellen uit jouw plan? In gingen en verschraling die bij het re is jouw plan een specifiek op oud van bebouwing en buitenruimten meer gericht antwoord op de toegepast heeft een negatief effect op de popgave? t van steden in het algemeen. (Maud cten komen voort uit de behoeften van s) eerders. Nieuwe doelgroepen aantrekken en ok Zoetermeerders vasthouden door de juiste Welke invloed heeft de Zoetermeerse in woningbouw, woonmilieus en vooral ng gehad in de concept- of ningen in de stad. De traditie van groeien zal rming? worden in een traditie van transformeren. En ticipatie doorwerkt in de wijk- en transformatie zorgt weer voor groei: sociaal, gerichte aanpakken vraagt juist dan om isch en cultureel. (Maud Roukens) Dit geldt atie en denkkracht. (Richard den Blanken) wel de woonwijken als de bedrijventerreinen: s een mooie opgave om ook op dat t van de stad is dat er een gezonde balans is steeds weer nieuwe methoden te wonen en werken. Vanaf het begin van de ken of uit te vinden om met elkaar in eling van Zoetermeer is er aandacht geweest te gaan over de toekomst van de stad. rken. (Richard den Blanken)

e ik een uitdaging voor communicatie n hoeverre heeft de digen. Laat Zoetermeer ook daar haar bouwkundige oor experiment inzetten! (Maud Roukens) kelingsgeschiedenis van Zoetermeer

gespeeld bij jouw ontwerp? ave voor Zoetermeer is groot. De nbouwkundige ontwikkelingsgeschiedenis gde verdichtings- en e basis van ieder plan, vormt het vertrekpunt. wingsopgave is ambitie en noodzaak is nooit af en altijd in ontwikkeling, maar de Kennis van het bestaande en zet staat. Iedere wijk vertegenwoordigt een

teit voor het omgaan met de nieuwe e ‘stedenbouwkundige’ tijdsgeest, iedere wijk orp op zich, met eigen kwaliteiten en n gaan gelijk op. Over 10 jaar zal de t. Zoetermeer 2040 benadrukt dit ook en plaatselijk heel anders uit zien: als het p wijk- en gebiedsgerichte aanpakken, waar aat groener, stedelijker, duurzamer, eeld inzicht in culturele waarden (onderzoek kelijker. Doel is bestaande en naar gebouwen maar ook naar

stige bewoners een bewuste keuze laten ouwkundige structuren) uitgangspunt kan zijn. en trots op het nieuwe élan. (Maud den Blanken) s)

s jouw plan een voorbeeld voor ingrepen in Zoetermeer of is er Roukens, Richard den Blanken en van een unieke opgave en -daarmeee Jong zijn als stedenbouwkundige ingsrichting? aam bij de Gemeente Zoetermeer


Wat opvalt is dat de verdichting vooral in de hoogte gezocht wordt. Belangrijk is om steeds de kwaliteit van de leefomgeving te bewaken. Dat is waardevol voor de huidige bewoners en voor de nieuwe.


C een interview met Richard Ovenden, p een iPad, waarvan ik expres de

oveel van boeken ouden…

ecaris van de Bodleian Libraries, de bijna leeg had gelaten. Die hield er

dden in mijn voordracht mee op. an 28 bibliotheken van de University

rd, waaronder de beroemde Bodleian n moest daarom lachen, maar de

hap was duidelijk: digitale kennis is Hij had onlangs een boek geschreven

maar altijd beschikbaar. En dan ging vernietiging van kennis, maar vooral

om zoiets eenvoudigs als stroom, maatschappelijke waarde van het

r zijn veel fundamentelere gevaren: n van bibliotheken en archieven. Uit

ek komen twee soorten gevaar voor ngssystemen die niet meer werken,

naar voren: bibliotheken verdwijnen die niet langer uitgelezen kunnen

oedwillige vernietiging en , het slijten van digitaal opgeslagen

rlozing. Tal van voorbeelden worden tie: allemaal zaken die je met papier

bt en waarvoor je een oplossing moet even, van de ondergang van de

eek van Alexandrië, plundering van Nu kun je natuurlijk denken: het

rs tot aan de vernietiging van lemaal in een Cloud, dus waar maken

eken en archieven in Bosnië en druk om? Maar die Cloud wordt

d door commerciële bedrijven als ovina in 1992. Ook hier zijn bij de

ging van kennis ideologische en en Facebook. Zij zijn nu eigenaar van

che motieven samengegaan. Het boek eugen van de mensheid en hebben

over kennis die ook tegen ons kan met een hoofdstuk waarin de gevaren

italisering worden beschreven en in gebruikt, zonder dat we daar zicht op

kel in de NRC vat Richard Ovenden .”

boek pleit Richard Ovenden voor het volgt samen.

van een ‘geheugenbelasting’. Grote e pandemie begon, gaf ik hierover in

ogiebedrijven zouden een belasting een lezing. Ik nam een boek mee uit


wordt gesteld aan instituten die het beeld dat alles op het wereld-wijde-web te verantwoordelijk zijn voor het collectief vinden is. Maar hoe vind je iets? En kun je ook geheugen. Met dat geld kan op iets terugvinden?

inhoudelijke basis een selectie gemaakt

worden van de enorme stroom data en die

“De liefde voor boeken en opslaan op een manier die voor iedereen misschien ook wel die toegankelijk is. van de boekenkast erfde "Want archieven zijn ik van mijn vader”. niet neutraal, er wordt Regelmatig als ik voor mijn boekenkast sta stel in opgeschreven wat ik mij de vraag: “Wat verzamel ik hier nu op dat moment van precies?” Het antwoord heb ik nog steeds niet belang wordt gevonden. Toen we verhuisden naar en kleiner appartement moest de boekencollectie geacht..." uit: interview VK |

teruggebracht worden tot het niveau van de 27.10.2021 met Suze Zijlstra over haar ‘kleine slaapkamer’ die ik als werkruimte gebruik. boek; ‘De Voormoeders’ - Een verborgen Hier merkte ik dat het wegdoen van boeken Nederlands - Indische familiegeschiedenis makkelijker is als het op een goede plek terecht – uitgeverij: Ambo Anthos komt.

Ook Willem (mijn mede-schatbewaker) was na Richard Ovenden: Burning the Books. A het bereiken van zijn pensioenleeftijd begonnen History of Knowledge under attack. John met het opschonen van zijn boekencollectie. Murray. 308 blz. Vanuit zijn werk aan de TU-Delft, faculteit

Architectuur introduceerde hij het Philip Alcuin vertelt… Spangenberg Travel Grant. Boeken zijn verbonden aan het in mijn

hoofd opgeslagen beeld van mijn ouderlijk Zo zijn we samen al een paar jaar actief in het huis. Boeken vormden een belangrijke

verzamelen van vakliteratuur voor dit reisfonds. kennisbron, dienden als naslagwerk, maar Onze eigen bibliotheken zijn al teruggebracht tot werden natuurlijk ook gezien als het ‘slaapkamer-omvang’, maar bij oud collega’s etaleren van status. Het kopen van boeken hebben we nieuwe bronnen aangeboord. En nu was niet voor iedereen weggelegd.

worden we ook met enige regelmaat gevraagd of Voor ons als kinderen was de bibliotheek we nog in een voorraad vakboeken zijn de plek voor lezen en bood ons toegang tot geïnteresseerd. Natuurlijk reageren we daar kennis. Tegelijk was de bibliotheek in mijn positief op. Schatbewakers houden nu eenmaal tienerjaren een plek van ontmoeting, een van boeken… publieke plek.


n die met het vak bezig was. Zelfs de al geweest was voor je er zou komen. Calvino het zei ‘iets vreemds in het souterrain wordt voor het nden’ wat je zelf vergeten was. En in e deel in beslag genomen door p zegt over de stad, zie je ook wat dat ctuurtijdschriften. ggooien van zo’n collectie gaat de er Flip. Een betere hommage kunnen m niet wensen. eigenaar, die zelf ooit Engelse literatuur de aan het hart. Onze bekendheid met ereidde zijn reizen altijd uitgebreid ip Spangenberg Travel Grant vormt bouwde zo een grote collectie een uitkomst. op. Na zijn overlijden ging zijn em is dat in verband met de pandemie de e te raden bij zijn collega’s: “Wat moet al die boeken?”. iteit gesloten is. Ook het verzamelpunt, ega’s ontfermden zich over deze kenberging voor het fonds is hierdoor schap. Vulden hun eigen derbaar. otheek aan, die voor het grootste deel n gegaan was bij de grote brand van g heeft de stadsmaquette ondertussen hnische Universiteit (2008) en richtten oie ruimte ter beschikking gekregen. nde ruimte voor een tijdelijke opslaan met Polis het ‘Philip Spangenberg Grant’ op. collecties van Paul van Wel.

Spangenberg s organiseert Polis met het fonds een komst in iedere nieuwe stad vindt de markt. iets van zijn verleden terug waarvan hij ds beoogt met het doorverkopen van atuur: architectuur, stedenbouw en er wist dat hij het had: de vreemdheid hap boeken financiële middelen te wat je niet meer bent... wacht je op het en. t dat je vreemde en niet eerder bezeten ten kunnen een beroep doen op het n betreedt’. boek: ‘Onzichtbare Steden’ van Italo oor een ondersteuning in het fysiek en van hun afstudeerlocatie. .

proken door Helmi Goudswaard op e Flip, februari 2009 te Driehuis) Flip) Spangenberg, stedenbouwkundige, af en gepassioneerd reiziger.

eens: reizen is verliefd zijn. Net als één grootste flaneurs, Baudelaire, wist hij dat verlangen was, en dat dit verlangen nooit t werd maar ook nooit aan kracht



m als parttime lecturer Urban

onze leefomgeving is opgebouwd. Ook de ‘zachte’ werkzaam aan de Hogeschool n bepalen hoe wij de omgeving beleven. En zo’n ng kan heel dierbaar zijn voor mensen. Dat geldt eer dan onze directe leefomgeving. Ook in de stad meestal specifieke plekken, straten, pleinen of parken e goede herinneringen aan hebben. Zoals een in de stad’ waar we vaak kwamen met iemand die we lief tief van oud-student Pimm of een park waar we ons altijd fijn voelen. onderzocht Remco Reijke in n het associaties, verhalen, herinneringen, geluiden, et een groep studenten van de en gedachten die kleven aan de tastbare stenen van elevingswaarde van De k, die maken of zo’n plek ons dierbaar is of niet. En raat. Referentie was ‘De nsen zich hechten aan een plek, dan is dat een rijke kwaliteit. Want als een plek ons dierbaar is, dan waar mensen vrijwillig soms we er meestal goed voor. Een dierbare omgeving is d in de rij staan voor een n duurzame omgeving!

.

duele versus collectieve beleving

et bij onze eigen woonomgeving vaak om een uele beleving, in de stad zijn het de collectieve n en ervaringen die maken of plekken wel of niet deerd worden. De meest geliefde steden zijn vaak waar volop ruimte is voor de bestaande verhalen én et creëren van nieuwe herinneringen. Soms heeft een mpelweg tijd nodig om die verhalen te laten ontstaan n zorgen voor een complexe gelaagdheid die maakt nsen zich er thuis gaan voelen. pgave als ontwerpers is om omgevingen te pen waar mensen zich aan kunnen hechten. Met voor de bestaande verhalen en ruimte voor het roeien van nieuwe herinneringen. Al die oude en plekken die in het individuele en collectieve gen een plaats hebben of krijgen, vormen samen een e stad. En dragen bij aan een duurzame ontwikkeling ze leefomgeving.

oe je dat?

wilt voortbouwen op bestaande kwaliteiten, moet je hebben over wat die kwaliteiten zijn en hoe ze deerd worden. Het gaat dan dus niet alleen om een ijke analyse, zoals de stedenbouwkundige of


cultuurhistoricus ligt. Nee, het gaat ook om de Zoetermeer is onze woonplek aan waardes, waardering en dierbaarheid die de Tichelberg. Daar wonen we nu gevoeld worden door de bewoners en bijna 48 jaar en het bevalt ons gebruikers van een gebied. Die kunnen vaak nog altijd. Het huis zelf, een juist de sleutel vormen om de verbanden te leggen tussen de verschillende analyses en mooie split-level, het woondek prioriteiten aan te kunnen geven. Vervolgens met patio en een groene oase in heb je een methode nodig waarbij die kennis de vorm van de tuin. En natuurlijk integraal deel wordt van de ontwerpopgave. Want met de wetenschap over de kwaliteiten de buurt en daarop aansluitend en waarderingen van plekken, kan het zijn dat het Westerpark. Hoe groen wil je de opgave voor een plek verandert. het hebben… Ruimtelijke ordening gaat namelijk niet alleen over (veranderingen in) de fysieke omgeving; het betekent ook het waarderen van de Willem Hermans | stedenbouwkundige geschiedenis, de verhalen, de betekenissen fotografie: Willem Hermans van een plek.

Dierbaarheidsonderzoek

Dierbaarheid bestaat uit ‘zachte’ waarden als herinneringen, associaties, verhalen en gedachten die kleven aan het tastbare steen van de ‘harde stad’. Op een intuïtieve én actieve manier krijgen bewoners de mogelijkheid om in kaart te brengen wat voor hen de betekenis van hun omgeving is. De verzamelde informatie biedt ontwerpers duidelijk inzicht in wat er in de leefomgeving wel, of juist niet, gewaardeerd wordt. Om daar achter te komen ontwikkelden wij een manier van inventariseren, waarbij zichtbaar wordt wat bewoners in hun leefomgeving waarderen: het dierbaarheidsonderzoek. Een dierbaarheidsonderzoek is géén vervanging van een ruimtelijke analyse, maar een toevoeging daarop. Het kan observaties uit de meer objectieve analyse onderschrijven of juist tegenspreken. In beide gevallen biedt het aanknopingspunten waarmee keuzes in het ontwerpproces gedaan kunnen worden. Op deze manier worden als het ware de ruimtelijke uitgangspunten van de ontwerpopgave ‘geladen’. Het ontwerp is vanaf dat moment een middel – en niet het einddoel – geworden om een passende en betekenisvolle invulling



In de groen ruimte achter de worden de deelnemers gevraagd een enquête plek? in te vullen, waarin bijvoorbeeld gevraagd Toverberg in Meerzicht staan drie Laat het ons weten door wordt naar hun dierbaarste plekken in de stad witte elementen. Een van de het sturen van je verhaal en de plekken waar ze liever niet komen. elementen is een rechthoekig Daarnaast wordt de deelnemers gevraagd een met een goede (HD) foto aantal dagen hun (dagelijkse) routes te tracken frame met daarin een plataan. De en aan te tekenen welke positieve en negatieve spanning tussen de gemaakte ze bij bepaalde plekken op die routes hebben. info@schatbewakers.nl structuur en de boom is Met behulp hiervan wordt een kaartbeeld opgebouwd dat iets zegt over het fascinerend. Voor mij is deze daadwerkelijke gebruik van het netwerk. plataan een dierbare plek. Uiteindelijk geeft het een beeld geeft over de Vaak maak ik op de terugweg van waardering van de verschillende plekken in het een overleg op het huisadres van netwerk, wat is dierbaar en wat niet.

mede-schatbewaker Willem Dierbaar Zoetermeer

Hermans een ommetje om te Wat Zoetermeer zo interessant maakt is dat er kijken hoe de plataan erbij staat. twee werelden lang naast elkaar hebben gelegen. De kleine historische kern en de grote Ik volg de seizoenen en zie hoe uitbreidingswijken. Het zou de moeite waard de boom stoeit met het frame. De zijn te onderzoeken welke plekken in de stad eerste keer deed mij het denken het meest gewaardeerd worden. Is vooral de aan de strip ‘De koorts van historische dorpsstraat mensen dierbaar of zijn er in de loop van de tijd ook andere dierbare Urbicande’ uit de serie ‘De plekken ontstaan? Zijn er in de loop der tijd Duistere steden’ van François herinneringen en verhalen gegroeid die maken Schuiten. Een serie die een grote dat mensen zich zijn gaan hechten aan bepaalde plekken? Waar liggen die plekken en inspiratiebron vormde tijdens mijn waar heeft de waardering mee te maken. Zijn afstuderen aan de Academie van het individuele herinneringen of zijn er Bouwkunst Rotterdam. collectieve waarden die maken dat sommige plekken meer gewaardeerd worden dan Het omgevingsontwerp is van andereh Frank Cardinaal. Rond 2000 heeft Hans Blok met goed gevoel voor het oorspronkelijke ontwerp het landschappelijke deel en buurtgroen opgeschoond. Alcuin Olthof – architect fotografie: Alcuin Olthof


an naar een en vorm n stedelijkheid n voor ormalige eikernen

etermeer nsrijk zijn"



WRKPLTS' el open - Niet open Stadsmaquette Zoetermeer

ewakers te Zoetermeer

ren de mensen om me heen actief in het vroege voorjaar van 2020. Zes

gers, gewapend met eigen gereedschap, die zich met mij weer gingen

en in een ruimte waar ooit de computers zoemden en Engels de voertaal was.

htig werd ik in stukken opgepakt, besproken en liefdevol neergelegd, vaak op

dere plaats, want er werd driftig gepuzzeld en gediscussieerd. Zalig al die

ht, van studenten van de Rotterdamse Academie van Bouwkunst, van mijn

rijwilligers en van ateliermeester Willem: dat het maar nooit zal ophouden.

toen sloeg het Corona virus toe…..werkplaats dicht, CKC gesloten,

meer op slot, Nederland in een slimme lock-down. Stof daalde neer en daar lag

in alle rust: alleen de konijntjes buiten waren nog aan het huppelen.

d het eind juli en daar kwamen de vrijwilligers weer aan. Al mijn spullen zijn nu

BM gebracht en deze zomer wordt volop aan mij gesleuteld. De dag van de

ctuur gecombineerd met de Open Monumentendag komt eraan en dan moet ik

ijn en Coronaproef bijliggen. Ja, die 12de september werd een dag om nooit

eten; ruim zestig 'vreemde bezoekers' kwamen me bekijken, vulden

ijsten in en liepen vrolijk kwebbelend het uitgezette parcours. Zoveel aandacht

verdiend en het deed me goed. Interviews, filmopnamen, bezoek van .mijn

raakte al aardig vol en nog was ik niet compleet. Nog immer ontbraken een

ote stukken en veel kleinspul zoals bouwblokken, windmolens en

agens en had ik door het reizen de afgelopen jaren de nodige beschadigingen

pen. Het luchtte op toen de fotolaag onder mij werd weggehaald en ik direct op

s werd neergelegd. Per tafel werd nu aan mij gewerkt en met kleine

lstreken werd mijn huid, jullie noemen dat de ondergrond aan mijn herstel

t. Je moet er toch mooi bijliggen als de filmploegen hun opwachting komen

Maar eerst kwam die Corona weer op zetten en werd besloten mij de nodige

gunnen. 15 oktober ging Nederland op slot; geen filmopnamen, geen

lassen op bezoek. Rust en gelatenheid daalde neer over de maquette, de

etermeer, het gehele land en daar lag ik weer.


dankzij de nalatenschap van Gerrit Ros, oudMonumentendagen. Als cultureel erfgoed object onderhoudsman bij de gemeente Zoetermeer, moet je van je status gebruik maken en je goed werd een hele lading gereedschap laten zien. binnengebracht. Ik vind dat prachtig; wordt er met degelijk materiaal aan mij gesleuteld. En er Stadsmaquette Zoetermeer, zomer 2021 word ook over mij geroddeld. Dat noem ik zo, omdat het gaat over mijn mogelijke bijdragen PS Was ik in alle opwinding nog vergeten mijn aan een digitale toekomst. 'Digitale eigen trio redders (Alcuin, Peter & Willem) te maquettebouwers' voerden met schatbewakers noemen. een gesprek en wat sowieso al duidelijk werd: ik moet worden gescand en dan kan de gevormde wolk van punten tot een digitaal model worden opgeschoond. Met dat toekomstperspectief werd het begin 2021 weer stil, in de werkplaats, in de stad en de rest van Nederland. Ik raakte in een winterslaap en dacht aan de tijden toen ik onder de vloer in het stadhuis lag. Hier in de werkplaats is het wel veel comfortabeler en mensen besteden aandacht aan mij. Zelfs als de boel op slot zit, wordt er op keukentafels erachter de computer aan mij gesleuteld. Mooi moment om de werkplaats leden nog eens voor te stellen: Geerte, ook van het werk aan de keukentafel, Fietje van de poppenhuizen, Cemile, die samen met John veel speurwerk verricht, Hans van de computer en het Haagse Bos, Paul, de betrouwbare modelbouwer en handige Douwe uit de Dorpsstraat. En op de achtergrond staat er nog een Paul en een enthousiaste Klaas gereed. Opeens werd het voorjaar; het bleef langer licht, het werd warmer en eind mei gingen zowaar de deuren van de culturele werkplaats weer open. Heerlijk om mensen om me heen te hebben, aandacht te krijgen en onderwerp van gesprek te zijn. Ik bloeide op; Joke, nieuw lid van de werkplaats, begon mij te beschilderen en door alle kleine ingrepen voelde ik me steeds beter. Ik heb er


ch Genootschap d…. We bewaren omdat de die dingen allemaal de moeite etermeer (HGOS) oog, werkte bij de vinden, en omdat ze een deel van onszelf zijn. Of in elk Stadsontwikkelingunnen illustreren wat wij denken te zijn (onze identiteit). aken van de nte Den Haag, de uizen worden pakhuizen. Onze dorpen en steden worden anologische Dienst, plaatsen van de reusachtige productie naoorlogse wegen, e Universiteit . Geboren in woningen, scholen en wat allemaal nodig is voor een goed ZH, woonde van nbaar land. Maar wat van die reusachtige hoeveelheid t 2005 in meer (Meerzicht en we allemaal de moeite waard om langdurig te bewaren? aert) en sinds 2015 door te geven aan volgende generaties? Of met andere w, nu in heem] n: verbergt de stad Zoetermeer zoals die vanaf 1945 is

fgoedschat an oetermeer

wd een erfgoedschat? Een schat die nog ontdekt moet rjen van der Burg …

m is het opgraven, tentoonstellen en koesteren van de

edschat van Zoetermeer’ volgens mij nodig?

n heeft wel eens de ervaring gehad dat dingen die lang je

s leven stoffeerden, en waarvoor je weinig interesse

ht, of die je maar gewoontjes vond, ineens weg zijn,

pt, op de vuilnisbelt van de geschiedenis zijn gekomen, en

s je ze ineens. Dinky Toys [afb.1], tutterlappen, oude


naoorlogse steden, daar hebben we er zoveel van - meer dan de helft van wat er nu in Nederland staat is na 1945 gebouwd of aangelegd – dat sloop of verminking ons meestal niets doet. Hoeveel lagere schooltjes, die na de oorlog vanwege de babyboom in hoog tempo en op grote schaal moesten worden gebouwd, zijn alweer verdwenen? Naoorlogse woonwijken, vierhoog, sober, maar toen een grote stap voorwaarts voor de bewoners, zijn vaak al weg. In Zoetermeer: het fraaie wijkcentrum Meerzicht van Alberts, in een handomdraai gesloopt. Dit lijkt wel een traditie.

Toen Zoetermeer net overloopkern was geworden, eind 1962, is er liefdeloos omgegaan met de oude ontginningslinten, de boerderijen, arbeiderswoningen en bedrijven. Ik noem twee voorbeelden. Eerste voorbeeld: De Voorweg. Serieus is onderzocht of de hele Voorweg kon worden afgegraven zodat er één grote nieuwe polder zou ontstaan en wegen en spoorweg makkelijk aangelegd konden worden, zonder bruggen of viaducten. Onder andere omdat de kosten voor het aanpassen van het eeuwen oude systeem van boezems, polders en waterkeringen erg hoog zouden zijn, en omdat het waterschap Rijnland er weinig voor voelde, is dit niet doorgegaan. Pas op het nippertje, in 1968, werd de Voorweg van de ondergang gered, doordat het raadslid Oskam vroeg of er toch niet wat behouden kon blijven. Dat kon: de Voorweg werd als recreatiegebied gezien. Daarna werden wegen en bebouwing nog wel pal langs de Voorweg geprojecteerd, ten koste van de oude bebouwing, terwijl de Sprinter op



was en ging zij in 1978 monumenten en Van het landschap met grote boerderijen is nog beschermde stadsgezichten aanwijzen. Er zijn een hoekje bewaard langs de Voorweg, tussen nu 117 gemeentemonumenten en 5 de Meerzichtlaan en het fietspad naar beschermde stadsgezichten, naast 15 Nootdorp. Weet u wel hoe bijzonder dat is? rijksmonumenten. Er zijn ook 14 Daar zie je nog, bij boerderij Voorzorg, een archeologische monumenten. Deze lijsten zijn oorspronkelijk ‘boerenerf’ met achterliggende daarna niet meer aangevuld. Het Rijk heeft in boomgaard [afb. 4]. Nederland enige monumenten uit de Wederopbouwtijd (1945-1965) aangewezen, Tweede voorbeeld: De Dorpsstraat. Er waren maar daar zit Zoetermeer niet bij. Uit de serieuze plannen, van de gemeente en ook van periode na 1965 zal het Rijk naar verwachten de middenstanders, om de Dorpsstraat van A ook niets meer ter bescherming aanwijzen. Bij tot Z, op de twee grote kerken na, af te breken de provincie Zuid-Holland valt Zoetermeer ook en door een modern, van veel parkeerplaatsen buiten beeld (buiten de zgn. ‘erfgoedlijnen’). voorzien winkelcentrum te vervangen. Dat laatste is niet doorgegaan omdat ‘het Rijk’ Wij Zoetermeerders zijn op onszelf onvoldoende subsidie wilde geven. Zo had het aangewezen als we waardevolle gebouwen en toch opeens heel anders kunnen lopen [afb. 5 ]. plekken aan het nageslacht willen doorgeven. Gelukkig is de gemeente in 2018 begonnen Eind jaren 1960 schrok men in Zoetermeer met een inventarisatie van wat vanaf 1945 aan wakker, zoals overal in Nederland de cultuur-historisch waardevols is gepresteerd. sloopwoede van de wederopbouwtijd verzet op Dat project zal hopelijk in 2021 of 2021 leiden riep, eerst in de stadsvernieuwingsgebieden in tot politieke conclusies over wat de grote steden (zoals de Nieuwmarktbuurt in ‘behoudenswaard’ is en over de wijze van

Amsterdam). Dat leidde tot herwaardering van bescherming. de 19de eeuwse wijken, en in het algemeen Sommige mensen zeggen met een zekere van minder beroemde en meer gewone graagte: Je kunt niet alles behouden. Zeker, gebouwen, zoals woonhuizen en fabrieken. maar bedenk dat veel al vanzelf en ongemerkt Bedenk wel dat pas in 1965 Nederland een verdwijnt. We gooien reusachtige moderne Monumentenwet kreeg! hoeveelheden bruikbare kleding weg; bij In 1971 werd in Zoetermeer deze zgn. ‘tabula verhuizingen worden badkamers en keukens rasa’ - schone lei - benadering geschrapt: oude ongeacht hun staat als prullaria behandeld. landschapselementen en oude gebouwen Branden en andere rampen leveren ook werden in de plannen voor Buytenwegh-De krachtige bijdragen aan het grote vergeten. Leyens en Seghwaert ingepast, zoals sloten en Daarnaast zijn er de gevallen van echte stukjes boomgaard. Van die boomgaarden zijn ouderdom en slijtage, waarbij sloop de beste latere generaties nu dankbaar gebruik gaan optie is. Na de grote golf stadsvernieuwing in maken (De Soete Aarde en Hof van de jaren 1970-1990 is er echter weinig ‘dor Seghwaert). hout’ over in Nederland.



spullen gaat. Terwijl zeker bij gebouwen veel behoorlijk groene stad. Voor veel mensen het hergebruik mogelijk is, als je maar anders kijkt. meest aantrekkelijke van Zoetermeer. Kijk ook Veel kantoren bleken prachtige afmetingen te maar de verschillende facebook-pagina’s met hebben en sterke constructies, onder andere foto’s van Zoetermeer. Ik heb het Westerpark geschikt voor woningen. In Zoetermeer is zien uitgroeien van omgewoeld kleigebied tot bijvoorbeeld het stralende voormalige FNVvolwassen stadsbos, met een unieke gebouw aan het Bredewater geschikt gebleken Natuurtuin. De Floriade van 1992 heeft niet voor kunstenaars en kleine bedrijven. Vele alleen een fraaie woonwijk nagelaten maar ook mensen hebben met plezier in dat gebouw stukken park en een deel van het regiobos gewerkt en bewaren er goede herinneringen (Balijbos). aan. Waarom zou je dat gebouw willen slopen enkel om er meer woningen voor terug te De Nieuwe Driemanspolder is de nieuwste bouwen (zoals de gemeente voorstelt)? [afb. 6] aanwinst met weer een nieuw type groengebied (waterberging, natuur, recreatie). Het Voor een grotendeels nieuwe stad als Heemkanaal is een erg origineel compact Zoetermeer is het moeilijk zijn ‘identiteit’ te wijkpark geworden in Oosterheem. Nu nog de bepalen. Voor mensen is het prettig om met woningen, kantoren, winkelcentra en wegen enige trots te kunnen wijzen op waar ze leren waarderen. vandaan komen, of waar ze nu wonen of Dat vraagt ook van de burgerij interesse in werken. Dat is een deel van hun identiteit. behoud. Er zijn instructieve stadswandelingen (Nutricia was lang het van ver herkenbare (b.v. Rondje Dorp of Rondje Noordhove), het symbool van Zoetermeer.) Goed kijken naar wat Gilde verzorgt veel rondleidingen. Belangrijk is vanaf 1945 is gebouwd en aangelegd is de wat de eigenaar van een pand wil. Gelukkig zijn eerste stap om beter te weten wat je nu zo er sinds de bouwcrisis van 2007 weer waardeert in Zoetermeer. Je weet het pas als je particulieren en projectontwikkelaars die er het ziet. Daarom is het belangrijk dat wij brood in zien: opknappen van oude boerderijen gezamenlijk de erfgoedschat opgraven, en op kleine schaal passende woningen bij zichtbaar maken en koesteren. Een andere bouwen, of het herstellen van oude winkels. reden is dat gemeenten met monumenten Denk aan Hoeve Wildrijk aan de gemiddeld een hogere WOZ-waarde hebben, Zegwaartseweg, aan Dorpsstraat 95 of de dus aantrekkelijker zijn voor mensen met Ottolinenburg (Voorweg 163) [Afb. 7]. hogere inkomens - waar de gemeente naar streeft (Omgevingsvisie Zoetermeer 2040). Dat vraagt liefde voor het erfgoed. En … zonder Bedenk ook dat de WOZ-waarde in de liefde en aandacht gedijt niets. Dorpsstraat gemiddeld hoger ligt dan in de omgeving van het Dorp. [1] In het verleden werd de boerderij Wildrijk aan de Zegwaartseweg gereconstrueerd door Wat zeker nu al hoog wordt gewaardeerd: De particulieren. Zie Wildrijk, HGOS, 1994.


.. sommige dingen vind niet in boeken, maar tten in je hoofd."

ver in the book, but in your mind... lyrics: Wonderful by Geert Jan Hoek


10 kralen. Je speelt alle kralen om een samenhangend beeld van een hebt geoogst, maar ook eens op de kwestie te ontwikkelen. Het spel is gebaseerd op de ideeënleer van Plato en doorontwikkeld door Jos Kessels. zaden die je hebt geplant.'' Robert Louis Stevenson


s actueel en niet alle verzamelde content enschool over 50 jaar groeistad. Daar

en plaats gekregen in dit magazine. d de vraag: Is de

nsgeschiedenis van de gemaakte stad mdat de informatie nog niet compleet

meer niet rijker dan wat we hier te zien was, maar soms ook omdat het gewoon

?was. Hierdoor is er wel weer een vol vervolg mogelijk. Belangrijke zijn we 10 jaar verder en hebben we

orwaarden zijn daarbij de beschikbare t aan de voorbereidingen van het

en. de feestje; 60 jaar New Town.

ken de publicatie in eigen beheer en we elkaar ontmoeten? de kosten daardoor laag houden, maar e: www.schatbewakers.nl n financiële middelen belangrijk voor het

samenstellen, fysiek uitbrengen van het

ctie kunt u ten alle tijden sturen naar: ne en het verder onder de aandacht

chatbewakers.nl

n.

rzichtig en blijf gezond!

eigen beheer opmaken en verzorgen van

out maakt dat we niet de professionele wakers

e nastreven. Daarvoor is het

ietempo met iedere keer een

periode van een ruim jaar niet hoog

. Geleerde lessen zakken in de periode

rug. Iedere keer is het weer ‘een strijd’

context; tekst en beeldmateriaal.

kbare beelden blijken bijvoorbeeld vaak

ogwaardig genoeg voor de drukwerk

ard. Daarmee sluit het natuurlijk wel weer

an op het thema.



magazine

waarderen, bewaren, archiveren, weggooien, het vervolg verhaal van de stadsmaquette erliezen, vergeten, vinden en herinneren.


Millions discover their favorite reads on issuu every month.

Give your content the digital home it deserves. Get it to any device in seconds.