Page 1

INHOUDSTAFEL Inleiding......................................................................................................... 4 1.Nog enkele maanden en je vertrekt‌......................................................6 1.1.Wat betekent dat, uitwisselingsstudent zijn?........................................6 1.1.1.Je rol binnen het gezin...................................................................6 1.1.1.1.Wat is jouw rol binnen het gezin zeker niet?..............7 1.1.1.2.Wat is je rol binnen het gezin dan wel? .....................7 1.1.2.Je rol in de gemeenschap..............................................................8 1.2.Wat heeft je gastgezin je te bieden?.....................................................9 1.3.Verwachtingen....................................................................................11 1.3.1.Je eigen verwachtingen...............................................................11 Verwachtingen van je ouders...............................................................12 1.3.2.Verwachtingen van je gastouders................................................12 1.3.3.Verwachtingen van AFS..............................................................12 1.3.3.1.Wat verwacht AFS van jou?.....................................12 1.3.3.2.Wat verwacht AFS van jouw eigen familie?.............13 1.3.3.3.Wat verwacht AFS van een gastgezin?...................13 1.4.AFS is er voor jou !.............................................................................13 1.5.Je culturele bagage............................................................................15 1.6.Wat je moet weten over cultuur..........................................................18 1.6.1.Red flags ....................................................................................18 1.6.2.Verwachtingen ............................................................................19 1.6.3.Beschrijf, interpreteer, evalueer (in deze volgorde) ....................19 1.6.4.Eigenschappen en stereotiepen .................................................21 1.7.Hoe problemen oplossen? .................................................................21 1.8.Voorbereidingen.................................................................................23 2.Aankomst in je gastland.........................................................................24 2.1.Wat je moet weten‌..........................................................................24 2.1.1.De douane...................................................................................25 2.1.2.Ontmoeting met AFS in je gastland.............................................25


2.1.3.Ontmoeting met je gastgezin.......................................................25 2.1.4.Vermoeidheid en jet lag...............................................................25 2.1.5.Gezondheid en netheid................................................................26 2.1.6.Voeding.......................................................................................26 2.1.7.Afspraken met je gastgezin.........................................................27 2.2.Tips om de relatie met je gastgezin te optimaliseren..........................27 3.De aanpassing......................................................................................... 35 3.1.Je verwachtingen herbekijken............................................................35 3.2.Je eigen plaatsje vinden.....................................................................35 3.3.Je gastgezin past zich aan jou aan.....................................................37 3.4.Aanpassen aan de school..................................................................37 3.5.Reizen................................................................................................ 38 4.Het verdiepingsproces............................................................................39 4.1.Je relatie met je gastgezin verdiepen.................................................39 4.1.1.Regels, uitdrukkelijk vermeld of niet............................................39 4.1.2.Deel jouw cultuur met je gastgezin..............................................40 4.1.3.Gastbroers, gastzussen en vrienden...........................................41 4.1.4.Denk niet dat alles vanzelf goed blijft gaan..................................41 4.2.Cultuurschok.......................................................................................42 4.2.1.Enkele tips om zo’n periode wat makkelijker door te komen.......43 4.3.De feestdagen....................................................................................44 4.4.Intercultureel leren..............................................................................46 4.4.1.Wat heb je geleerd?.....................................................................46 4.4.2.Vrienden zijn belangrijk................................................................47 4.4.3.Je thuis voelen bij je gastgezin....................................................48 4.4.4.Uitdagingen.................................................................................49 5.Je AFS-jaar nadert zijn einde..................................................................51 5.1.Je wil helemaal niet weg!....................................................................51 5.2.Bereid je voor op een omgekeerde cultuurschok................................53 6.Terug thuis............................................................................................... 55 6.1.Opwinding, opluchting, verwarring en verwondering..........................55 6.2.Nieuwe problemen..............................................................................55 2


6.3.Je vecht om een eigen plaatsje te vinden...........................................56 6.4.Je vindt uiteindelijk een middenweg tussen twee culturen..................56

3


INLEIDING Als jongere een jaar in een andere cultuur leven is zeker geen gemakkelijke opgave. Je aanpassen aan een nieuw gezin, een nieuwe school, een andere manier om met mensen om te gaan,… . Je bent opgegroeid in de Belgische cultuur, in je eigen gezin, met eigen leefregels. Je ouders hebben je geleerd bepaalde dingen op een bepaalde manier te doen. Ze hebben je geleerd wat goed en slecht is, juist en fout. Je hebt geleerd van sommige dingen te houden (mensen, plaatsen, eten, kleren,…) en sommige dingen niet prettig te vinden. Je leerde hoe je te gedragen t.o.v. anderen (vrienden, leraars, volwassenen,…) Je hebt zelfs geleerd te denken op een manier die eigen is aan de maatschappij waarin je leeft. Je moet twee dingen goed begrijpen als je praat over wat je tot nu toe geleerd hebt: 1. 2.

Al dit “goed, slecht, juist, fout” wordt bepaald door de cultuur waarin je leeft en zijn dingen die je met je meedraagt Elke cultuur is anders, in elke cultuur leren kinderen wat in die cultuur “goed en slecht, juist en fout” is

Samengevat: verschillende culturen bekijken het leven op verschillende manieren, hechten belang aan andere dingen. Dit maakt een uitwisseling zo waardevol. Door een andere cultuur te ontdekken, te beleven en te ervaren, krijg je een beter inzicht in je eigen cultuur en je eigen kijk op de wereld.

4


Enkele leestips o

Lees deze gids niet in ĂŠĂŠn ruk door

o

Neem deze gids best mee tijdens je AFS-jaar

o

De structuur van de gids volgt je op de voet

o

Tracht de doe-tips uit te voeren en werk ze uit in je plakboek

We hopen voor jou dat het een boeiend jaar mag worden!

5


1. NOG ENKELE MAANDEN EN JE VERTREKT‌ AFS wil je zendorganisatie zijn en je bent volop bezig met de voorbereidingen. Binnenkort krijg je waarschijnlijk nieuws van je toekomstige gastfamilie, de familie waar je een jaar bij zal wonen. Je hebt massa's vragen over hoe het zal zijn. De periode van voorbereiding is voor de meeste AFS-ers een erg opwindende tijd. Je leest alles wat je vindt over jouw land, probeert misschien met mensen van ginder in contact te komen en zo meer. Maak je vooral niet te veel zorgen, het is heel normaal dat je twijfelt en zenuwachtig bent. Indien je nog met heel veel vragen zit, aarzel dan niet een AFS-vrijwilliger op te bellen om eens te babbelen. Hij/zij zal je graag helpen!

1.1. Wat betekent dat, uitwisselingsstudent zijn? Als uitwisselingsstudent ben je toch wel een beetje speciaal. Voor je vertrek vraagt iedereen je wat je gaat doen, bij welk gezin je terecht gaat komen, of je gaat schrijven enz. Je staat meer dan anders in de belangstelling. Alles wat je doet, lijkt te maken te hebben met het feit dat je voor een jaar naar het buitenland gaat. Ook in je gastland zal je anders zijn, wat meer aandacht krijgen dan normaal. Maar je zal ook "anders" zijn omdat je helemaal buiten je gewone leefwereld zal staan. Een nieuw gezin, een nieuwe school, een nieuwe omgeving, ... Je ontdekt dat je tussen vreemden staat. Waar is dan jouw plaats? Waar vind jij iets vertrouwd?

1.1.1. Je rol binnen het gezin

6


Als AFS-er kom je in een gastgezin terecht, je nieuwe familie. Jouw nieuwe gezin is belangrijk en vormt het hart van een cultuur. Van hen kan je heel veel leren en ze zullen je steun geven bij moeilijkheden die je tijdens je jaar kan ondervinden.

1.1.1.1. Wat is jouw rol binnen het gezin zeker niet? Je bent geen gast. De eerste dagen/weken zal je door je gezin wellicht als gast behandeld worden, dat is vrij normaal. Om echt thuis te kunnen zijn, moet je deze rol echter in overleg met je gastgezin zo snel mogelijk opzij schuiven. Je bent geen kostganger. Soms denken studenten dat ze 'betalende gast' zijn in hun gezin. Ze integreren zich niet in het gezinsleven, doen waar ze zelf zin in hebben. Dat dit volledig ingaat tegen de idee van AFS hoeft waarschijnlijk niet gezegd. Je gastgezin wordt NIET betaald om jou in huis te nemen. Ze doen dit vrijwillig. Het is dan ook niet meer dan normaal dat jij inspanningen doet om je plaatsje als gezinslid in te nemen en dat je met de anderen rekening houdt. Je bent geen poetsvrouw/-man en geen babysit. Het spreekt voor zich dat je kleine huishoudelijke karweitjes zal moeten opknappen of af en toe eens op je kleine broertjes of zusjes zal passen. Maar natuurlijk moet je niet meer werkjes op knappen dan redelijk is en ook van de anderen gevraagd wordt. Je bent immers gekomen om te delen in het gezinsleven, niet om enkel huishoudelijk werk te doen.

1.1.1.2. Wat is je rol binnen het gezin dan wel? Ben je een lid van het gezin? In vele opzichten wel: je gastouders zorgen voor jou; dat je genoeg te eten hebt en een bed om in te slapen, ze zijn bezorgd over je gezondheid en over je aanpassing op school, ze interesseren zich voor jou als persoon, ... En toch ben je ook niet echt een lid van het gezin: je deelt hun herinneringen niet, kan niet meepraten als ze over belevenissen van vroeger vertellen, ... Je hebt nog een ander gezin (je eigen familie thuis) dat uiteindelijk verantwoordelijk is voor jouw welzijn, ... Je gastouders zullen zich erg verantwoordelijk voelen t.a.v. je natuurlijke 7


ouders. Ze zijn wellicht wat overbeschermend. Tegelijkertijd zullen ze het moeilijk vinden jou bepaalde regels op te leggen, omdat ze weten dat jij andere dingen geleerd hebt. Voor jou is de situatie soms even moeilijk als voor je gastouders: je kon gemakkelijk tegen je eigen ouders zeggen dat je iets niet prettig vond, of anders wilde, nu durf je dat misschien niet; hoe moet je je gastouders aanspreken? "vader moeder"? Je rol tov de andere gezinsleden is ook niet altijd even makkelijk te bepalen. Het kan soms moeilijk zijn met je gastbroers en/of -zussen een broer-zusrelatie op te bouwen. Zij zijn misschien niet altijd bereid jou die rol te geven, en kunnen jaloers zijn omdat jij in het begin meer aandacht krijgt dan zij, omdat ze nu dingen met jou moeten delen en zo meer. Het kan best zijn dat het wel meteen klikt en dat je gastbroers en -zussen je introduceren in hun eigen vriendenkring. Vergeet echter niet dat het belangrijk is je eigen vrienden te maken. Meestal is een broer-zusrelatie niet die van beste vrienden, en je bent beter niet totaal afhankelijk van hen.

1.1.2. Je rol in de gemeenschap In sommige scholen en gemeenschappen sta je als AFS-er automatisch in het middelpunt van de belangstelling. Het kan zijn dat je komst wordt aangekondigd in de plaatselijke krant, of dat op school iedereen wordt samengeroepen om jou voor te stellen. Het kan echter ook zijn dat je komst totaal onopgemerkt voorbij gaat. Elke cultuur, familie en school heeft zijn eigen manier om nieuwe studenten te ontvangen. Hoe dan ook zal je toch altijd gezien worden als vertegenwoordiger van jouw land. Mensen zullen je heel wat vragen stellen over BelgiĂŤ, dus is het belangrijk om goed voorbereid naar ginder te trekken zodat je de vragen geduldig en nauwkeurig kan beantwoorden. Soms kan je rol als uitwisselingsstudent je een beetje overweldigen. Men vraagt je wellicht speeches te geven over BelgiĂŤ, meer dan je lief is. Het kan zijn dat je schoolwerk meer tijd opslorpt dan normaal, omdat jij alles in een vreemde taal moet studeren. Het kan soms erg vermoeiend zijn de perfecte 'ambassadeur' van je land te 8


zijn. Probeer niet te streng voor jezelf te zijn en doe wat je kan. Je hebt immers af en toe ook tijd voor jezelf nodig. AFS-er zijn betekent jezelf delen met andere mensen. Maar het is belangrijk eraan te denken dat je niet iemand anders moet worden dan wie je bent. De ene AFS-er is misschien goed in sport, de andere kan goed voordrachten geven. Daarom moet jij dat niet allemaal kunnen. Jij hebt je eigen talenten en het is aan jou om te bepalen welke rol jij kan spelen in je gastgezin en je gastgemeenschap. In een aantal landen zal AFS je vragen tijdens je jaar sociaal werk te doen. Het is een ideale gelegenheid om een andere kant van de maatschappij waarin je leeft te leren kennen. Doe Opdracht Blik even terug op de oriëntaties … o

o o o

Beschrijf je eigen familie. Welke eigenschappen (h)erken je in vergelijking met andere gezinnen? In sommige comités werd gevraagd om je eigen identiteitskaart te maken, of een stamboom te tekenen van je familie. Neem dit even opnieuw ter hand. Indien in jouw gezin een gaststudent voor een jaar zou logeren, waaraan zou die zich moeten aanpassen? Wat is eigen, specifiek aan jouw gezin, familie, leefomgeving, vriendenkring, regio, streek, cultuur, land … Als persoon ben je gevormd door verschillende invloeden. Het is heel belangrijk te beseffen wie je bent!

1.2. Wat heeft je gastgezin je te bieden? Gastgezinnen kunnen erg verschillend zijn. Sommige gezinnen hebben kinderen, andere niet. Je kan twee gastouders hebben, of slechts één, ze kunnen jong zijn of ouder; sommigen vinden netheid en orde belangrijk, bij anderen steekt het niet zo nauw, sommigen zijn erg sportief, anderen niet, ... AFS probeert een geschikt gastgezin te zoeken voor jou. Vergeet echter nooit dat geen enkel gezin hetzelfde zal

9


zijn als jouw eigen gezin thuis. Hoeveel punten van overeenkomst er ook mogen zijn, er zullen ook altijd belangrijke verschillen zijn. Leven in een gezin is een totaal andere manier om een land te leren kennen dan wanneer je er op vakantie bent. In een gezin krijg je de kans om de taal te leren en de cultuur van dicht bij te ontdekken. Je gastouders zijn, net zoals jij, geen perfecte ambassadeurs van hun land. Ze zullen soms geschokt zijn door dingen die jij doet, of omgekeerd, maar verschillen betekenen niet noodzakelijk problemen. Jullie zullen je allebei aan mekaar leren aanpassen. Van jou zal echter wat meer aanpassing gevraagd worden dan van je familie. Nochtans zullen ook zij kleine of grote veranderingen aanbrengen in hun dagelijks leven, om samenleven met jou aangenaam te maken. Maar niet elke aanpassing betekent daarom een opoffering; jij als AFS-er draagt ook iets bij tot het gezin. Probeer zoveel mogelijk aan het gezinsleven deel te nemen, probeer interesse en begrip op te brengen voor hun waarden, ook al zijn die anders dan die van jou. Toon interesse in hun activiteiten, vraag naar hun mening over bepaalde dingen en hou er rekening mee. Zo kan je je gastgezin tonen dat je hen aanvaardt en begrijpt. Jij zal waarschijnlijk ook iets van jouw levenswijze willen delen met je nieuwe gezin, hen vertellen hoe jij dingen doet, wat jij belangrijk vindt. Dit betekent niet dat je moet gaan vergelijken. Als je oprecht ge茂nteresseerd bent in het leven van je gastgezin, zullen zij ook spontaan meer over jouw cultuur willen weten. Soms kan taal een enorme beperking voor je zijn. Je zou bepaalde dingen willen zeggen, maar kent er de juiste woorden niet voor. Geef de moed nooit op, blijf proberen, het loont de moeite! Je gastgezin zal je graag helpen bij het leren van de taal. Wees nooit bang hen om hulp te vragen. Dat is in het begin wellicht vervelend, maar het is nog veel vervelender dingen verkeerd te doen, gewoon omdat je het niet durfde vragen. Op dit vlak kunnen ook je gastbroers of -zussen vaak helpen. V贸贸r Jacqueline uit Frankrijk bij hen kwam, had Mary een eigen kamer. Ze was gewend aan privacy en hield ervan 's avonds nog urenlang in bed te lezen. Nu ze haar kamer met Jacqueline moest delen, kon dat niet meer. Ze 10


moest immers rekening houden met Jacqueline en het licht uitdoen als deze wilde slapen. Julia, een Amerikaanse, begreep niet waarom haar Columbiaanse vader boos op haar was als ze blootsvoets door het huis liep. Thuis, in California, deed ze dat toch altijd? Ze besefte niet dat de gewoonten in haar gastland heel wat formeler waren en dat ze verondersteld werd in huis schoenen of pantoffels te dragen. Ze voelde zich verward en beledigd als haar vader een opmerking maakte over haar blote voeten. Tot haar zus haar de situatie uitlegde. Doe Opdracht o Hoe zou voor jou je gastgezin moeten zijn? Beschrijf dat eens. o Wat motiveert een gezin om gastgezin te zijn, denk je? o Beschrijf eens 3 gezinnen uit je omgeving die het fijn zouden vinden om een student in huis te hebben. Beantwoord hierbij volgende vragen: o welke leeftijd heeft iedereen? o zijn er kinderen? o wat doet het gezin in zijn vrije tijd? o leven ze samen of ieder apart? o ken je huisregels van het gezin? o ken je hun politieke of ideologische strekking? o Stel je voor dat je bij een van de hierboven beschreven gezinnen zou wonen. Wat zou dit voor jou betekenen?

1.3. Verwachtingen Zowel jij, je natuurlijke ouders, je gastouders en AFS koesteren verwachtingen. Verwachtingen worden niet altijd uitgesproken. Zorg ervoor dat je duidelijkheid bekomt omtrent ieders verwachtingen.

1.3.1. Je eigen verwachtingen 11


Wat verwacht jij voor: o jezelf o je natuurlijke familie o je vrienden o je gastfamilie o je toekomstige school o ...

Verwachtingen van je ouders Wat verwachten je ouders van jou? Vraag het hen! o reisgedrag o bestedingsgedrag o leerverwachtingen o relatievorming o ‌

1.3.2. Verwachtingen van je gastouders Zorg dat je bij aankomst (of iets later) samen met je gastouders jullie verwachtingen bespreekbaar maakt. Maak nu al een lijstje met topics waarover je de verwachtingen van je gastouders wil vernemen.

1.3.3. Verwachtingen van AFS 1.3.3.1. Wat verwacht AFS van jou? o o o

dat je open en eerlijk bent en bereid om jezelf en jouw cultuur te delen met je gastfamilie dat je een goede ambassadeur van BelgiĂŤ (en Vlaanderen) zal zijn dat je flexibel zal zijn, moeite zal doen je aan te passen, altijd positief zal proberen te denken 12


o o o

dat je actief zal zijn in je gezin, je gastgemeenschap, je school dat je respect zal tonen voor de cultuur van je gastland en deze zal proberen te aanvaarden dat je problemen niet voor jezelf houdt, maar erover praat met je gastgezin, met je begeleider, met AFS

1.3.3.2. Wat verwacht AFS van jouw eigen familie? o o o o o o

dat ze jou zullen steunen tijdens je AFS-jaar dat ze steeds zullen proberen open te staan voor de verschillende kanten van een verhaal en geen voorbarige conclusies zullen trekken dat ze jou en je gastfamilie genoeg ruimte geven om een goede relatie op te bouwen dat ze jou de ruimte geven je aan te passen in je nieuwe land en je dus niet voortdurend opbellen dat ze dit AFS-jaar jouw jaar laten zijn en je NIET KOMEN OPZOEKEN dat ze jou kansen geven fouten te maken om daaruit te leren en volwassen te worden

1.3.3.3. Wat verwacht AFS van een gastgezin? o o o o o

dat ze je opnemen als lid van het gezin dat ze je steunen tijdens het jaar, helpen met taal- en andere problemen dat ze met jou concrete afspraken maken, waar jullie je aan houden dat ze je zeggen als hun iets dwarszit, dat ze open en eerlijk zijn dat ze flexibel zijn, jou de ruimte geven fouten te maken en daaruit te leren

1.4. AFS is er voor jou ! AFS zal steeds proberen jou de steun en hulp te geven die je nodig hebt. In elk land is er wel iemand op wie je kan terugvallen als het wat moeilijker gaat. In de meeste landen hebben de AFS-ers een persoonlijke begeleider. Is dat niet het geval, dan kan 13


je altijd terecht bij de voorzitter van je plaatselijke comitĂŠ of bij de mensen van het AFS-kantoor van je gastland. Wat doet een begeleider? o Regelmatig contact opnemen met jou en je familie om te evalueren hoe je uitwisseling verloopt o de verbindingspersoon zijn tussen de familie & deelnemer en AFS, zodat deze op de hoogte zijn van ontwikkelingen die invloed hebben op jouw welzijn o informatie verschaffen over AFS: de procedure, regels en gewoontes. Wist je dat?: o In sommige landen is het de geplogenheid dat 1 vrijwilliger de contactpersoon is voor alle jongeren in het comitĂŠ. o Een begeleider is niet noodzakelijk iemand van jouw leeftijd, maar kan evengoed iemand van middelbare leeftijd zijn. o Begeleiders zijn niet noodzakelijk zelf ooit op uitwisseling geweest.

14


1.5. Je culturele bagage Heb je er al eens bij stilgestaan wat je allemaal zal meenemen naar je gastland? Natuurlijk heb je al aan kleding en cadeautjes gedacht, maar zoals de meeste mensen heb je waarschijnlijk nog niet stilgestaan bij je culturele bagage. Jouw reacties op dingen die je zal meemaken en mensen die je zal leren kennen, zal grotendeels bepaald worden door de vooronderstellingen die je maakt en door de verklaring die je vanuit jouw gezichtspunt aan bepaalde feiten zal geven. Jouw vooronderstellingen over wat "normaal" en "verkeerd, gek" is, ligt vervat in jouw culturele bagage. Het is echter heel belangrijk, voor je oordelen velt, om te kijken naar wat anderen doen, om vragen te stellen, om zoveel mogelijk te weten te komen over die andere cultuur.

Doe Opdracht Schrijf je reacties op de hieronder beschreven situaties eens op. Sommige zijn voor jou misschien heel gewoon, andere beslist niet!

o

Je gastzus praat tegen haar kat en kust ze Mary, een Kenyaans meisje, kon niet geloven hoe haar Amerikaanse zus Elisabeth deed tegen de kat. Op een morgen zaten ze samen zwijgend aan de ontbijttafel toen de kat binnenwandelde. Elisabeth nam het dier op, kuste het, hield het vast zoals een baby en begon er baby-taal tegen te spreken. Mary walgde ervan en kreeg haar ontbijt nog nauwelijks binnen. Ze kon gewoon niet geloven dat Elisabeth die ‘vieze’ kat kuste en zelfs bij de ontbijttafel bracht; erger nog, dat ze meer aandacht besteedde aan de kat dan aan haar.

Praten tegen de kat was voor Elisabeth een manier om de vervelende stilte aan tafel te breken. Voor Mary was die stilte niet zo vreemd, voor Elisabeth wel en daarom was ze blij dat de poes binnenkwam. Indien Mary ook Amerikaanse was geweest, had ze het binnenkomen van de poes wellicht ook als nieuw gespreksonderwerp 15


aangegrepen, bv. "Zij doet me denken aan de kat van de buren". Mary had dit hele misverstand kunnen oplossen door te vragen wat Elisabeth vond van katten. Ze had gewoon kunnen zeggen "Ik heb nog nooit iemand een kat zien kussen." Elisabeth zou dan waarschijnlijk een beetje verbaasd zijn geweest, en hebben gevraagd naar het omgaan met katten in Kenya. Ze zou ook hebben kunnen vertellen dat Amerikanen dol zijn op katten en die affectie ook tonen. Vragen over beide culturen zou een diepere band hebben geschapen tussen de beide meisjes. o

In je gastfamilie houdt men elkaars handen vast en bidt men voor het eten Dieter, een Duitse jongen, geloofde niet in God en vond het van zijnentwege onoprecht te bidden voor het eten. Hij was dan ook gechoqueerd toen zijn gastfamilie de eerste avond aan tafel elkaar bij de hand nam en voor hem begon te bidden. Het gezin dankte God dat ze hem veilig bij hen hadden laten aankomen. Voor Dieter had God er helemaal niets mee te maken en hij weigerde dan ook verder aan de ceremonie deel te nemen.

Heel wat gezinnen hebben de gewoonte te bidden voor het eten. Ze willen daarmee gewoon hun basisgeloof bevestigen. Het handen vasthouden geeft hen als familie een groter samenhorigheidsgevoel. Het is zeer gewoon dat gasten in de gebeden worden vermeld en op die manier binnen het gezin welkom worden geheten. Dieter had het gevoel dat dit gebed hem dwong deel te nemen aan een religie waar hij niet in geloofde. Voor het gezin was het gewoon een manier om te zeggen dat hij welkom was. Dieter had eigenlijk zijn oordeel moeten uitstellen tot hij de werkelijke bedoeling van het gebed kende.

o

De leerlingen op je school mogen geen make-up of juwelen dragen, ook niet buiten de school Marcella, een Spaanse, droeg al oorbellen sinds haar achtste. Toen ze elf of twaalf was, experimenteerde ze met make-up en haarkleuren. Nu waren make-up en gekleurd haar een deel van haar manier van kleden. Toen haar Japanse gastgezin haar verbood juwelen en make-up te dragen omdat de 16


school dat niet toestond, belde ze onmiddellijk AFS, om een minder conservatieve familie te vragen. Japanse scholen oefenen een strenge controle uit over de kleding en het gedrag van de studenten. Op 16-17 jaar word je in Japan gewoon als te jong beschouwd om make-up en juwelen te dragen. Marcella's familie wist dit en wilde niet dat zij buitengesloten zou worden. Marcella reageerde te snel op een situatie die ze niet begreep en moeilijk te aanvaarden vond. Zoals AFS haar aanraadde, had ze meer tijd moeten nemen om de gewoontes van de Japanse meisjes van haar leeftijd te bestuderen. Ze zou dan gezien hebben dat geen enkel Japanse meisje make-up of juwelen droeg. Ze zou ook iets geleerd hebben over de Japanse ingesteldheid met betrekking tot studeren. o

Je gastouders en -zussen gaan onmiddellijk na het eten naar hun kamer en kijken daar de hele avond TV Steven, een Britse jongen, wilde graag tijd doorbrengen met zijn gastgezin, maar elke avond opnieuw gingen zijn ouders en zussen onmiddellijk na het eten naar de slaapkamer van de ouders. Steven veronderstelde dat ze behoefte hadden aan privacy als gezin, en dat ze daarom niet in de woonkamer bleven. Hij ging dan maar alleen naar zijn slaapkamer, wat lezen of brieven schrijven. Vanuit zijn kamer kon hij de TV horen op de andere slaapkamer. Hij was naar Columbia gekomen om het gezinsleven hier te leren kennen en niet om "op kot" te zitten. Hij vroeg zich af of ze hem niet mochten, dat ze hem misschien probeerden te ontwijken.

Bij Columbiaanse families wordt de woonkamer eigenlijk alleen gebruikt voor formele aangelegenheden. De TV staat meestal in de slaapkamer van de ouders. Dit is ook de plaats bij uitstek waar het gezin samenkomt. Goede vrienden worden ook vaak in de slaapkamer ontvangen. Omdat Steven naar zijn eigen kamer ging, dachten zijn ouders dat hij wilde studeren of tijd voor zichzelf wou. Stevens schuchterheid en onzekerheid hielden hem tegen te doen wat hij eigenlijk het liefste wilde - bij zijn familie zijn. Als hij hen gezegd had dat hij de tijd na het eten graag samen met hen wilde doorbrengen, zou hij heel snel gemerkt hebben dat de slaapkamer geen verboden terrein was. 17


Je kan je onmogelijk voorbereiden op elke situatie die jou kan overkomen. Maar je kan wel steeds bereid zijn misverstanden op te lossen door eraan te denken dat de vooronderstellingen vanuit jouw cultuur niet altijd opgaan in je gastland ĂŠn door je twijfels expliciet uit te spreken.

1.6. Wat je moet weten over cultuur Cultuur is een manier van denken en doen die eigen is aan een bepaalde groep. Cultuur omvat ook de manier waarop je automatisch reageert op verhalen, gebeurtenissen, mensen, situaties, ... Meestal ben je je hier niet van bewust, omdat het allemaal heel gewoon is voor jou en dat schept in het buitenland wel eens problemen. We kunnen een aantal tips geven om deze "culturele problemen" op te lossen of te vermijden.

1.6.1. Red flags Je zal in je gastland heel wat dingen tegenkomen die jij als "anders" bestempelt. Je vindt misschien dat mensen veel liegen, dat ze schijnheilig zijn, of juist supervriendelijk, ... Het is in ieder geval anders dan in je eigen cultuur en je begrijpt het gedrag van de anderen niet. Zoiets noemen we een "red flag". Zo'n cultureel verschil kan inderdaad op je inwerken als een "rode lap op een stier". Je kan er behoorlijk boos van worden, maar gelukkig kan het ook positief of aangenaam zijn. Hoe dan ook, je merkt duidelijk dat dingen anders zijn en dat je hierop reageert. Als er iets gebeurt dat jij "anders" vindt, denk dan eerst even na. Misschien is het een uiting van andere culturele waarden. Als je deze "red flag"-methode toepast kan je, vanuit je eigen reacties, heel veel leren over de cultuur van je gastland. Ivan, een Russische AFS-er in de US dacht dat hij heel snel vrienden had gemaakt omdat de Amerikaanse jongeren van zijn klas hem onmiddellijk mee vroegen naar de film, ... Maar de weken verstreken, en niemand belde hem nog op. Hij begreep dat zijn verbazing over het feit dat hij zo snel 18


vrienden kon maken in de US een "red flag" was. Vriendelijk zijn tegen vreemden is gewoon een uiting van gastvrijheid. Dat betekende echter niet dat deze AFS-er er op termijn niet in slaagde vrienden te maken. Alleen had hij daar wat meer tijd voor nodig dan hij eerst dacht.

1.6.2. Verwachtingen Heel wat aanpassingsproblemen worden veroorzaakt door het feit dat mensen in die andere cultuur zich niet gedragen zoals jij verwacht, dat ze niet binnen jouw waardepatroon vallen, niet aan jouw verwachtingen beantwoorden. Probeer daarom bij alles wat je meemaakt steeds zo open en onbevooroordeeld mogelijk te zijn. Karel, een Nederlander in Thailand, kwam woedend thuis van een uitstap naar de stad. Hij klaagde tegen zijn broer Nihrot over een man die hem de verkeerde weg had gewezen en hem wel 10 straten te ver had laten lopen. "Als hij niet wist waar het museum was, waarom zei hij dat dan niet gewoon? Als er bij mij thuis iemand de weg vraagt, en je weet het niet, dan ga je toch zeker niet liegen en hem de verkeerde kant opsturen!" Nihrot vond hem erg dom omdat hij niet ook aan anderen de weg had gevraagd. Hij kon toch niet verwachten dat iedereen de weg naar het museum kende. Als hij het aan meer mensen zou hebben gevraagd, zou hem dat heel wat problemen hebben bespaard. Karel begreep Nihrots reactie helemaal niet en werd nog bozer. Hij begreep dat niet iedereen de weg kende, maar moesten ze daarom liegen? Nihrot legde hem uit dat de mensen niet logen, maar gewoon beleefd wilden zijn. "Je stelt hen een vraag en zij geven je antwoord." Karel moest uiteindelijk toegeven dat ook in Nederland mensen weleens een "witte leugen" vertellen als ze het antwoord op een vraag niet kennen. De situatie was gewoon anders. In Nederland bijvoorbeeld verwacht je dat men je zegt dat je een mooie trui hebt, of dat je haar goed geknipt is, ook al menen mensen dat niet. Karel begreep dat zijn verwachtingen verkeerd waren, niet de persoon die hem de verkeerde richting had uitgestuurd.

1.6.3. Beschrijf, interpreteer, evalueer (in deze volgorde) 19


Een fout die heel wat mensen maken is dat ze dingen die ze in een andere cultuur zien meteen interpreteren in plaats van ze gewoon te beschrijven. Op deze manier ga je dingen vanuit je eigen cultuur evalueren en sta je niet stil bij de werkelijke betekenis van deze dingen in die bepaalde cultuur. Je blijft vastzitten aan het referentiekader van je eigen cultuur. Kort na zijn aankomst in India, schreef Dan naar huis dat zijn broertje "rotbedorven" was: "als de moeder aan tafel wil gaan zitten, dan schreeuwt hij dat ze nu niet mag eten, maar met hem moet spelen. En dat doet ze nog ook. Als hij dan weer rustig is, wil ze weer gaan eten, maar dan begint hij weer te roepen ..." Dan beschrijft niet gewoon wat hij ziet, hij interpreteert ook "hij is rotbedorven". Dan en zijn gastmoeder zullen misschien beiden dezelfde beschrijving geven van het gebeuren, maar voor haar is het zeker niet zo dat het kind "rotbedorven" is. In de Indiase cultuur is haar gedrag heel normaal. Haar man en broers werden met dezelfde toegeeflijkheid opgevoed, en zij zijn volwassen, verantwoordelijke en zorgzame mannen geworden. Je kan heel wat misverstanden vermijden als je wat je ziet niet meteen vanuit je eigen cultuur interpreteert.

20


1.6.4. Eigenschappen en stereotiepen Stereotiepen zijn sterk vereenvoudigde beweringen over mensen op basis van hun culturele groep of op basis van uiterlijke kenmerken. Iedereen wordt wel eens met stereotiepen geconfronteerd en iedereen heeft bepaalde vooroordelen over mensen. Indien je bewust bent van het feit dat er inderdaad vooroordelen bestaan, maakt het makkelijker een positieve relatie met mensen uit te bouwen. Op deze manier zal je sneller naar een andere verklaring zoeken voor bepaald gedrag. Elena's Amerikaanse gastzus Kirsten was vreselijk boos op haar toen ze op een morgen een paar minuten te laat waren voor de schoolbus. Elena vond het typisch Amerikaans gedrag, overdreven stiptheid. Had ze haar zus gevraagd waarom ze zo reageerde, dan zou ze echter een andere verklaring hebben gekregen: Kirsten had die morgen namelijk een wiskundetest en maakte zich zorgen dat ze het begin van de test zou missen als ze te laat op school kwam. Indien Elena verder had gekeken dan haar stereotiep beeld van de Amerikanen, dan zou ze begrip getoond hebben voor haar zus. Nu kon ze dat niet. Wees voorzichtig met interpreteren; observeer, bevraag, analyseer en probeer te begrijpen. Probeer met een zo open mogelijke kijk de dingen om je heen te benaderen!

Doe Opdracht o Schrijf eens op hoe je denkt dat de mensen zullen zijn in het land waar je heen gaat. o Vraag eens aan vrienden of zij de mensen van je land van bestemming beschrijven o Herken je hierin stereotypen?

1.7. Hoe problemen oplossen? 21


Al die verschillende verwachtingen kunnen oorzaak zijn van problemen. Het volgende schema geeft je een overzicht van de stappen die je best onderneemt als je problemen hebt. Dat kunnen kleine dingen zijn, of grotere. Onthoud echter vooral dat je met zwijgen niets oplost! o

Praat met je gastouders! Dat is werkelijk het allereerste wat je moet doen! Wees niet bang je gevoelens te tonen, zwijgen maakt de dingen alleen maar erger.

o

Praat met een begeleider op school of met een leerkracht als het op school niet zo goed gaat.

o

Kan je echt niet met je gastgezin praten, stap dan naar je persoonlijke begeleider. Hij zal je helpen de problemen met anderen uit te praten en een oplossing te zoeken.

o

Als het echt niet klikt tussen jou en je gezin, als praten en samen naar oplossingen zoeken echt niet helpt, dan zal AFS een nieuwe familie voor jou zoeken. Indien mogelijk blijf je in hetzelfde comitĂŠ wonen en naar dezelfde school gaan.

o

Je kan ook naar het hoofdkantoor in je gastland bellen. We raden je echter aan dit enkel en alleen te doen als je noch met je familie, noch met je begeleider, noch met anderen in je comitĂŠ kan praten.

o

In noodgevallen bel je je begeleider of het hoofdkantoor.

o

Het AFS-kantoor van je gastland en van je eigen land overleggen met elkaar als er probleemsituaties zijn. Contact via het kantoor in je eigen land is immers de beste manier om je ouders op de hoogte te houden. 22


o

Schrijf of bel je ouders niet over problemen v贸贸r je er met iemand over gepraat hebt. Pas ook op met emotionele uitspattingen op Facebook. Voor je ouders is het moeilijk de situatie van op afstand in te schatten. Zij zullen zich alleen nodeloos ongerust maken. Problemen oplossen gebeurt trouwens best daar waar ze zich voordoen.

o

Er is een oplossing voor elk probleem, zolang iedereen maar moeite doet en zolang we eraan denken dat verschillende mensen verschillende gevoelens kunnen hebben over hetzelfde probleem! Praten helpt !

1.8. Voorbereidingen Het is onmogelijk te voorspellen welke situaties je in je gastland allemaal zal tegenkomen. Je kan gewoon niet alle culturele verschillen kennen en weten hoe die jouw dagdagelijkse leven in je gastland zullen be茂nvloeden. Je kan wel proberen je zo goed mogelijk op dit unieke jaar voor te bereiden. Maar hoe? Leer de taal: probeer voor je vertrekt zoveel mogelijk de taal van je land te leren. Dat kan door eenvoudige taalcassettes of echte cursussen, of door gewoon veel naar radio en TV te luisteren. Misschien ken je mensen met wie je kan oefenen? Gewone, eenvoudige zinnetjes, dagdagelijks taalgebruik, ... het zal allemaal heel nuttig zijn, die eerste weken van je AFS-jaar. Het allerbelangrijkste is dat je nooit verlegen of bang moet zijn om fouten te maken! Leer je eigen cultuur kennen. Het is erg belangrijk dat je je eigen cultuur kent als je een andere wil leren kennen. Neem nu het leren van een taal. Als je weet hoe je eigen taal gestructureerd is, kan je makkelijker dingen herkennen in een andere taal, je voelt je er sneller in thuis. Hetzelfde geldt voor de regels achter je cultuur. Let vooral eens op wat ouders tegen kleine kinderen zeggen over wat ze wel en niet 23


mogen doen. Vb. "kijk naar mij als ik iets zeg" geeft aan wat beleefd/onbeleefd is. Je kan zelfs een aantal dingen uit jouw cultuur noteren. Later kan je dan een lijstje maken met regels van de cultuur van je gastland. Als je je ervan bewust bent dat er regels zijn, zal het veel makkelijker worden ze te herkennen en je ernaar te richten. Ook praktische kennis over je eigen land is heel nuttig. Je zal je heel wat meer op je gemak voelen als je kan antwoorden op de vragen die mensen je zullen stellen. Het is in ieder geval een beter gevoel dan wanneer je met je mond vol tanden zou staan. Praat met mensen uit je gastland: probeer in contact te komen met mensen uit je toekomstige land. Zij zullen je heel wat informatie kunnen geven. Als je vroeg genoeg de gegevens van je gastfamilie hebt, neem dan gerust al contact met hen op. Stuur foto's op, vertel hen wie je bent, vertel over je school, je vrienden, je familie, ... Probeer ook enkele woorden in hun taal te schrijven, dat zal hen plezier doen. Je kan al Facebook-vriendjes met je nieuwe gastbroer of -zus worden. Het blijft natuurlijk slechts een virtuele kennismaking, je zal de mensen pas écht leren kennen als je ter plaatse bent. Praat ook vóór je vertrek met je ouders over contact met het thuisfront. Maak er realistische afspraken over. Zoek voor jezelf de balans tussen ‘integreren in je nieuwe land’ en ‘contact houden met je thuisland’. Die balans moet je trouwens ook zoeken in de overweging of je al dan niet je eigen laptop meeneemt, en in het aantal uren dat je achter je computer of op Facebook zit. AFS legt zeker en vast geen regels op, want in het beste geval kan het een prachtig verlengstuk van je uitwisselingservaring zijn. Toch zijn er binnen AFS ook voorbeelden waarbij het overmatig gebruik ervan nefaste gevolgen heeft. AFS hanteert het principe ‘alles met mate’.

2. AANKOMST IN JE GASTLAND 2.1. Wat je moet weten… 24


Het vliegtuig landt, eindelijk! Je kan door de kleine raampjes een eerste blik werpen op "jouw land". Het landschap zal je misschien verbazen, het ziet er groener, droger, saaier, mooier uit dan je verwacht had. Laat je zeker niet misleiden door je eerste indruk. De regio waar jouw gastfamilie woont, kan er totaal anders uitzien. En trouwens, beneden op de grond is het leven altijd heel anders.

2.1.1. De douane Wees niet te zenuwachtig als je bagage gecheckt wordt. Op sommige luchthavens controleert men om zo te zeggen elke tas of koffer, op andere dan weer haast geen enkele. Het ergste dat kan gebeuren is dat men je de chocolade voor je familie afneemt. Je mag in principe immers geen voedingsmiddelen meebrengen. Maar als je er netjes uitziet, geduldig en beleefd bent, dan zal je weinig of geen problemen hebben.

2.1.2. Ontmoeting met AFS in je gastland Aan het begin van je jaar zal je kennismaken met de AFS-vrijwilligers van je gastland. Vaak heb je al meteen bij aankomst een ‘Arrival Orientation’, waar dieper wordt ingegaan op de plaatselijke gebruiken, de AFS-regels van dat land, …. Deze oriëntatie kan nationaal zijn, of lokaal, met enkel de AFS’ers uit je eigen regio. Het kan ook gebeuren dat je eerst naar je gastgezin wordt gebracht en pas enkele dagen later deze aankomst-oriëntatie krijgt.

2.1.3. Ontmoeting met je gastgezin Die eerste ontmoeting is altijd "vreemd". De verwelkoming kan erg anders zijn dan je gewoon bent: misschien een stevige knuffel of een dikke kus, of gewoon een hand, ... Voel je niet te erg op je ongemak, ook je gastfamilie is zenuwachtig om jou de eerste keer te zien. Laat je ook hier weer niet misleiden door een eerste indruk, gun jezelf de tijd hen te leren kennen.

2.1.4. Vermoeidheid en jet lag 25


Misschien ben je niet moe als je uit het vliegtuig stapt, maar de weerslag komt nog wel. Ook als je maar een paar uur gevlogen hebt. Je hebt namelijk al heel wat spanning achter de rug en dan is het normaal dat je meer rust nodig hebt. Ook je concentreren op die vreemde taal is niet eenvoudig en kost, zeker in het begin, enorm veel energie. Probeer dan ook zoveel mogelijk te slapen. Leg aan je gezin uit dat je deze rust nodig hebt en dat het wel zal minderen naarmate je beter aangepast geraakt. Mensen die oververmoeid zijn, raken snel geïrriteerd, jagen zich op over kleine, futiele dingen. Genoeg slaap helpt je over je eerste aanpassingsproblemen heen.

2.1.5. Gezondheid en netheid Elke cultuur heeft zijn eigen regels over wat "proper zijn" is. In de USA bijvoorbeeld moet je niet alleen elke dag douchen, maar ook deodorant gebruiken. In Indonesië is iets maar proper als het nat is, ... Denk niet te snel over je familie of het huis "het is vuil". Denk dan aan de "red flag"-techniek die je aantoont dat hier andere waarden en cultuurverschillen werken. AFS heeft je gastgezin zorgvuldig geselecteerd en zou je niet bij dat gezin geplaatst hebben als hun huis inderdaad "vuil" zou zijn. Je zal je, zoals zovele uitwisselingsstudenten, ook wel zorgen maken over je gezondheid. Je hebt misschien last van diarree, wat vervelend kan zijn, of je hebt meer acné dan vroeger. Meisjes kunnen een abnormale maandelijkse cyclus hebben, of tijdelijk zelfs helemaal geen. Maak je daar niet te veel zorgen over, deze problemen zijn meestal slechts tijdelijk. Ben je toch ongerust, praat er dan over met je gastouders, zij zullen je zeker kunnen helpen.

2.1.6. Voeding Heel veel gezinnen hechten belang aan samen eten, andere misschien helemaal niet. De eerste weken zal je gastmoeder wellicht extra haar best doen om dingen te koken die typisch zijn voor het land. Wees altijd beleefd en probeer alles op zijn minst eens uit. Toon je enthousiasme als je iets lekker vindt, maar pas daarmee op als je het niet elke dag op je bord wil krijgen. Bedank je gastouders wel altijd dat ze je nieuwe dingen laten proeven.

26


Als de voeding in je gastgezin erg veel verschilt van jouw normale voeding, kan je daar wel problemen mee krijgen. Je kan bijvoorbeeld, na een grote maaltijd, toch nog steeds een hongergevoel hebben. Je lichaam heeft tijd nodig om zich aan te passen. Eet gewoon wat meer, liever dan honger te lijden. Bijna alle AFS-ers komen tijdens hun jaar een aantal kilootjes bij. Wees gerust, je raakt ze, eens terug in je eigen land, normaal gezien ook vrij snel weer kwijt.

2.1.7. Afspraken met je gastgezin Zowel jij als je gastfamilie zullen, bij je aankomst, bepaalde verwachtingen koesteren. Als jullie die verwachtingen kennen, zal de aanpassing sneller en beter verlopen. De volgende vragen kunnen je helpen na te denken over aanpassing aan je nieuwe familieleven. In sommige culturen kan je rustig, samen met je gastouders, deze vragen overlopen, in andere culturen is het beter dat niet te doen, maar ze voor jezelf als leidraad te gebruiken. Het is normaal dat jullie andere verwachtingen hebben bij sommige vragen. Denk dan eens na over het waarom hiervan. Is er een cultuurverschil?

2.2. Tips om de relatie met je gastgezin te optimaliseren Vraag naar de huisregels Elke familie bezit tal van expliciete regels en regels waarvan ze zich niet of nauwelijks bewust zijn totdat je ze aantoont door ze te overtreden ‌ En regels overtreden zal de eerste weken zeker gebeuren. Toch kan het “aantonenâ€? van deze impliciete en onbekende regels voor je gastgezin plezierig en verfrissend werken en leiden tot een betere verstandhouding in de familie. Vraag de volgende weken wel regelmatig feedback over de huisregels (vraag of ze gemerkt hebben dat ze bepaalde afspraken achteraf niet verteld hebben, of zoek, indien afspraken aangepast dienen te worden door de gewijzigde familiesfeer, samen naar nieuwe voorstellen). Als bijlage vind je in deze gids een lijst met items waarover jullie afspraken kunnen maken. Pas op voor rolpatronen bij huishoudelijke taken 27


Wassen, plassen, kuisen, koken,… Vraag je gastgezin wie welke taken opneemt en wat er van jou verwacht wordt. Het kan goed zijn dat je in het begin helemaal niets moet doen. Maar dat ze na een tijdje wel van je verwachten dat je een taak opneemt. Bespreek dit goed met je gastgezin. Bedenk dat je gastfamilie er één is net als die thuis … waar ook alles kan gebeuren Stille momenten, vreugde, conflicten,… idealiseer niet en vergelijk ook niet; ze zijn anders, aanvaard hen zoals ze zijn met andere mogelijkheden, temperamenten, wijzen van affectie tonen, enz. Wees open en eerlijk in je relatie tot je gastfamilie Praat misverstanden en onwennige gevoelens onmiddellijk uit. Anders ga jij – of gaan zij - dingen opkroppen en krijg je later een bom-effect! Wees moedig en neem zelf het initiatief tot praten! Krop geen gevoelens op! Consulteer ze bij het maken van afspraken Zij voelen zich verantwoordelijk voor jou. Neem ze dat niet kwalijk, maar bespreek regelmatig dit gegeven zodat je wederzijds ‘aanvaardbare’ grenzen kan bepalen. Vergelijk jouw AFS-ervaring en -gezin niet met dat van andere AFS’ers Elke ervaring, elk gezin is uniek. Er is geen tijdslimiet afgesproken waarop dingen moeten klikken Besef dat het tijd vraagt om in een gezin mee te draaien en dat het moeilijk is om alles onmiddellijk te weten. Denk in het begin niet te vlug dat de gesprekken, waarin jouw naam ter sprake komt, meteen betekenen dat je iets ‘fout’ hebt gedaan Tal van misverstanden zijn hieruit reeds ontstaan (het kan bv. gewoon een vlugge afspraak betekenen). Aanvaard dat de gezinsleden soms in eigen termen gedachten uitwisselen, zonder dat je alles begrijpt. Je kan hen achteraf gewoon vragen wat ze besloten hebben. Gebruik je gastgezin niet als goedkoop basiskamp waar ze je vuile was doen,… terwijl jij als toerist het land afreist AFS is een familiebelevenis, geen reisagentschap!

28


Wees niet bezorgd als je niet de beste vriend bent van je gastbroer of -zus, wees niet steeds zijn/haar schaduw en kies na de eerste weken je eigen activiteiten en vrienden Hou rekening met de mogelijkheid dat je broers of zussen jaloers op jou kunnen zijn. Je staat als AFS’er veel in de belangstelling, betrek hen mee in die belangstelling, zo geef je te kennen dat het ook door hun toedoen is dat je dit kan meemaken en zo verminder je de kans op ‘onwennigheden van hun kant’. Eetgewoonten nagaan en proberen Het gastgezin dient niet speciaal te koken voor de AFS-student; jij bent degene die zich moet aanpassen. Proef een beetje van alles (beleefdheid). Verschillende soorten gerechten en voedsel uitproberen is een belangrijk deel van de integratie in het familieleven. Zeg niet te vlug dat je dit of dat niet lust: je zal gaandeweg ‘smaak’ krijgen in inheemse gerechten (naarmate je loskomt van je eigen, cultureel bepaald ‘smaakpatroon’). Wees ervan bewust dat mensen je soms als zeer bijzonder beschouwen Ze zullen je overal willen meenemen naar familie en vrienden. Toon je gastfamilie dat je ze dankbaar bent voor hun gastvrijheid Een dankwoordje, een glimlach, een kleine attentie kan nooit kwaad en zal je helpen in je relatie tot elk van de familieleden. Ga in het begin mee op familiebezoek, kerkbezoek, … en ga later in op besprekingen over je thuisblijven. Wees diplomatisch met nationale of religieuze gevoelens. Observeer! Let op praktische en technische details (bv. of men deuren sluit, wanneer de hond buiten mag, hoe lang men doucht en wanneer, …) Observatie is de sleutel tot succesvol samenleven! Probeer je gastouders en je natuurlijke ouders met elkaar in contact te brengen Maar zorg ervoor dat de ene familie niet het gevoel krijgt ”gecontroleerd” te worden door de andere. Als je ouders en je gastouders elkaar mailen en af en toe een leuk cadeautje of foto’s opsturen is dat positief. Telefoneren kan heel wat meer 29


problemen scheppen. Voornamelijk je gastouders zullen dan het gevoel krijgen dat je natuurlijke ouders ze voortdurend op de vingers zitten te kijken. Dat vermijd je dus beter!! Doe niet alsof je iets begrijpt als dat niet zo is Als je niet zeker bent van de inhoud, of je verstaat bepaalde woorden niet, vraag dan geduldig het te herhalen of herhaal zelf opnieuw de inhoud in het kort. Toets veelvuldig je ‘begrijpen’, vooral in het begin. Leer de taal ook door gesprekken met kleine kinderen Hun woordenschat is waardevol, ze hebben enorm veel geduld en ze zijn plezierige praatpartners. Ook kinderboekjes of liedjes in de taal van het gastland kunnen je helpen. Wees niet ontmoedigd of verlegen bij het maken van fouten in een andere taal Blijf interesse tonen. De meeste mensen tonen veel begrip en zijn behulpzaam.

30


Schrijf ‘dank u’-kaartjes nadat je bij iemand bent uitgenodigd Het geeft je gastgezin en jou een positief imago. Het kan ook zijn dat het in je gastland de gewoonte is bij elke gelegenheid een kaartje te sturen (verjaardag, …). Blijf daar attent voor. Wees niet bezorgd als je in het begin vroeg moe bent en langer dan gewoonlijk slaapt Deze geestelijke vermoeidheid is een rechtstreeks gevolg van concentratie op een vreemde taal, het opnemen en verwerken van al die nieuwe indrukken enz. Stel in het begin geen torenhoge normen aan verstaanbaarheid Wijzig deze verwachtingen veelvuldig naargelang je eigen ‘overwinningen’ op dit gebied. Haak niet af of verlies de moed niet. Gebruik beeldtaal, gebarentaal, verwijzingen naar bepaalde tekeningen, … Stel ook geen al te hoge verwachtingen in je gastfamilie Teleurstellingen zijn vaak te wijten aan onrealistische verwachtingen. Jouw verwachtingen kunnen niet altijd door je gastgezin worden ingelost. Aanvaard dominantie/leiderschap in je familie Bekritiseer het niet of bevecht het niet. Dit leiderschap is normaal gesproken altijd sterk cultureel bepaald. Bedenk dat je gastgezin, je nieuwe omgeving zich evenveel aan jou moet aanpassen, … Ook bij hen zijn er onzekerheid en “?” Onderschat nooit je eigen oplossingsvermogen Ieder van ons bezit een impliciete portie aan probleemoplossende vaardigheden die wel naar boven komen ‘als het moet’. Zo ben je in staat al een deel van de misverstanden of problemen zelf op te lossen.

31


Verwacht niet dat alle initiatieven van je gastgezin komen Je dient hen ook nieuwe belevenissen te bieden. Neem initiatief en organiseer zelf ook allerlei zaken voor en met hen (een avondje Belgische keuken, samen naar de film, samen een dagje uit,…) Bedenk dat een AFS-verblijf in de eerste plaats een ‘familiebelevenis in een andere cultuur’ is. Een job mag niet. Een kleine bijverdienste aangepast aan ‘t gezinsleven en de lokale jongerencultuur kan eventueel. Extra zakgeld verdienen mag in geen geval een doel op zich worden. Aangezien je AFS-wereldstudent bent, zijn er enkele regels die je moet respecteren Je komt terecht in een gastgezin en gastschool. Er wordt dus van jou verwacht dat je naar school gaat en dat je integreert in je gastland. Je bent hier niet op vakantie, maar je maakt deel uit van een nieuwe cultuur. Respecteer dan ook de regels, normen en waarden van je gastgezin, school, vrienden, … . De grote sleutelwoorden binnen familie-, school- en AFS-verband zijn: observatie, flexibiliteit, aanpassing, doorzettingsvermogen, persoonlijke uitdaging, en open communicatie. Omgaan met sociale media en computer Besef dat in de cultuur van je gastland misschien een andere visie op privacy heerst. Wat gaat je gastgezin denken als ze merken dat je op Facebook over hen klaagt of foto’s van hun interieur op het internet zet? Misschien stoot je mensen voor de borst door alles over hen met iedereen te delen? Vindt je gastgezin het wel leuk dat je zo vaak achter je computer zit? Ook hier geldt het AFS-principe ‘alles met mate’.

De volgende lijst dekt niet alle onderwerpen, maar wil toch een hulp zijn tijdens die eerste dagen: 32


o o o o

o

o o o

o

o o o o o

o

o o

Hoe zal ik jullie noemen? "Vader of moeder" of bij jullie voornaam? Wat zijn de dingen die ik dagelijks moet doen in huis? (bed maken, kamer netjes houden, ...) Zijn er andere karweitjes die jullie van mij verwachten of die ik samen met broers of zussen moet opknappen? Waar moet ik mijn vuile kleren leggen? Wanneer wordt de was gedaan? Moet ik mijn eigen kleren wassen, of meehelpen bij de was, het opplooien, strijken, wegleggen, ... Zijn er tijdstippen waarop iedereen samen eet? Wanneer eten jullie? Mag ik zelf iets te eten nemen uit de koelkast? Zijn er dingen die ik niet mag eten? Mag ik eten meenemen naar mijn kamer? Van welke dingen in huis mag ik gebruik maken? (piano, naaimachine, computer, ...) Wanneer mag ik TV kijken? Mag ik de radio aanzetten? Zijn er plaatsen in huis waar ik niet mag komen? Mag ik in mijn eigen kamer de meubels verplaatsen, posters ophangen, ...? Mag ik spijkers gebruiken, of punaises of plakband, of ...? Is er een studeerkamer in huis? Om hoe laat staan jullie op? Om hoe laat moet ik opstaan tijdens de week (schooldagen) en in het weekend? Is er een wekker of maken jullie mij wakker? Om hoe laat moet ik gaan slapen tijdens de week? En in het weekend? Mag ik tijdens de week/in het weekend 's avonds uitgaan met vrienden? Hoe laat moet ik terug thuis zijn? Mag ik vrienden uitnodigen? Wie, wanneer en waar? Mag ik met vrienden telefoneren? Indien ja, voor hoelang en wanneer? Welke regels zijn er voor buitenlandse telefoons? Moet ik die betalen? Mag ik eventueel mijn ouders bellen om hen te vragen mij op te bellen? Kan ik skypen? Koop ik best een eigen gsm? Wat zijn de dingen die ik zelf moet kopen? Persoonlijke spullen (deodorant, shampoo, tandpasta, ...), schoolmateriaal (papier, schrijfgerief, ...), kleding, postzegels, films , e.a. ... Met welk vervoer kan ik naar school? En als ik wegga met vrienden? Zal de school mijn middageten betalen? Of moet ik gewoon iets meenemen van thuis? Is er lunchgeld voorzien? Kom ik gewoon thuis eten? 33


o

o

o

o o

Zijn er dingen die jullie als gezin graag samen doen? bv. sport beoefenen en/of bekijken, uit eten, naar concerten gaan, wandelen, samen met vakantie, ... Gaan jullie naar religieuze diensten? Verwachten jullie van mij dat ik meega en hoe vaak? (soms, altijd, doet er niet toe) Kan ik diensten bijwonen van mijn eigen geloof? Is het OK voor jullie als ik liever geen diensten bijwoon? Wat vinden jullie prettig? Waar hebben jullie een hekel aan? (kauwgum, harde muziek, stiptheid, netheid, ...). Waar mag ik mijn toiletartikelen laten? Delen jullie shampoo, zeep,... zijn er persoonlijke dingen zoals bv. een kam? Hoe moet ik de badkamer achterlaten als ik klaar ben? Waar laat ik mijn handdoek? Wanneer kan ik douchen of een bad nemen? Hoe vaak per dag/week wordt dat van mij verwacht? Is er een bepaald schema 's morgens wie wanneer de badkamer gebruikt?

34


3. DE AANPASSING Na een paar weken in je gastfamilie, zou je moeheid ongeveer voorbij moeten zijn. Je raakt stilaan vertrouwd met de gewoontes van je familie, je hebt op korte tijd heel wat info over hen verzameld en je hebt je eigen routines aangekweekt. Je loopt niet meer verloren in je buurt; alles begint er bekend uit te zien: je aanpassingsperiode is begonnen.

3.1. Je verwachtingen herbekijken Je begint stilaan te beseffen wat het betekent om een uitwisselingsstudent te zijn. Je past je aan je nieuwe familie aan en je hebt nieuwe vrienden gemaakt. Maar misschien is dat nog niet zo. Iedere AFS-er heeft zijn eigen tempo, gun jezelf tijd en aanvaard het als je nog niet zover bent in je aanpassingsproces. Misschien heb je ondertussen ontdekt dat je verwachtingen niet realistisch waren of dat je je manier van leven moet aanpassen en dat je bepaalde inspanningen moet leveren. Hou daar tijdens de rest van het jaar dan ook rekening mee! Doe Opdracht In deze periode kan het zinvol zijn je oorspronkelijke verwachtingen te herbekijken. o Wat is anders dan je verwachtte? o Waarmee heeft dit te maken, denk je?

3.2. Je eigen plaatsje vinden Ayse, een Turks meisje in Frankrijk, was verbaasd te zien dat haar gastgezin een grote hond in huis had. Voor ze naar Frankrijk kwam, had ze er nooit bij stilgestaan dat mensen een hond in huis zouden kunnen hebben. Ze was bang voor dieren en vond ze vies. In het begin probeerde ze de 35


hond te vermijden en de kamer uit te gaan als hij binnenkwam. Maar dat kon ze natuurlijk niet blijven volhouden. Ze besefte dat ze, als ze echt een lid van het gezin wilde worden, het dier moest leren aanvaarden. Een nieuwe doelstelling werd haar angst te overwinnen en proberen het dier aan te raken. Haar familie hielp haar en vertelde hoe ze het best met de hond kon omgaan. Langzaam maar zeker raakte ze gewoon aan het dier en vergat soms zelfs dat het in de kamer was. Vrienden maken op school is vaak moeilijker dan je denkt. Je zal je makkelijk alleen voelen die eerste dagen op school. Alle andere leerlingen kennen mekaar al lang en hebben heel wat te vertellen na de vakantie. Jij valt buiten deze groep. AFS-er zijn betekent niet dat je onmiddellijk de meest populaire leerling op school bent, zo gemakkelijk is het niet. Laat je niet ontmoedigen door te denken dat de anderen geen behoefte meer hebben om nieuwe vrienden te maken. Misschien durven zij niet naar jou toestappen, omdat ze zich "niet goed genoeg" voelen voor een buitenlandse student ... Gun ook hier jezelf wat tijd om te observeren. Vrienden maken gebeurt niet op één dag. Observeer de vriendengroepen op je school. Probeer te ontdekken met wie je graag bevriend zou zijn. Wie is duidelijk geïnteresseerd in anderen? Wie deelt jouw waarden? Wie lijkt geïnteresseerd in wat er in andere landen gebeurt? Wie kan goed luisteren en wie kan dingen die in vertrouwen gezegd worden voor zich houden? Het zijn deze mensen die je als AFS-er nodig hebt, niet diegenen die "populair" zijn. Meestal domineren zij de anderen en voelen de laatsten zich daar, net zoals jij, niet zo goed bij.

36


3.3. Je gastgezin past zich aan jou aan Ook je gastgezin heeft zich aan jou moeten aanpassen. Deze veranderingen kunnen kleiner of groter zijn, maar vragen toch altijd een zekere inzet. Misschien staat je vader een half uur vroeger op zodat ook jij de badkamer kan gebruiken of heeft je zus een kast moeten afstaan voor jouw spullen, ... Samen leven is een kwestie van geven en nemen. Het betekent ook erkennen dat alles niet altijd even perfect verloopt. Je moet jezelf kunnen zijn, je hoeft niet net zoals je gezin te zijn, je hoeft niet de perfecte ambassadeur van jouw land te zijn. Je hebt recht op kwade buien, dagen waarop je humeurig bent, ... Maar vergeet nooit dat je je altijd over deze slechte momenten heen moet kunnen zetten, dat je altijd inspanningen moet doen om een warme relatie vol wederzijds vertrouwen met je gezin op te bouwen.

3.4. Aanpassen aan de school Aanpassen aan de school of het schoolsysteem is ook niet altijd zo eenvoudig. Door je beperkte kennis van de taal denken leraars soms dat je beter lessen volgt in lagere afdelingen. Dat kan inderdaad positief zijn, maar na een tijdje, als je de taal beter beheerst, kan dat ook zeer saai en vervelend worden. Stap dan naar een leerkracht toe (of je gastouders) en vraag of er mogelijkheden zijn om van klas of leerjaar te veranderen. Meestal kan dat wel. Laat je, zeker de eerste weken/maanden, niet ontmoedigen op school. Het is helemaal niet gemakkelijk lessen te volgen in een vreemde taal. Doe het rustig aan, niemand verwacht van jou het onmogelijke! Na enkele maanden kan je soms ook het omgekeerde gevoel hebben. Je hebt de taal min of meer onder de knie en voor sommige vakken kan het best zijn dat je de leerstof al in BelgiĂŤ behandeld zag. Dit is onvermijdelijk gezien de verschillende schoolsystemen over de hele wereld. 37


Binnen het schoolprogramma zal het onmogelijk zijn om naar een universiteit te gaan. Enkel in Bolivia start je in de secundaire school en ga je na de zomervakantie (halverwege het programma) naar de universiteit. Deelnemers aan het campusprogramma kunnen uiteraard ook niet zomaar terug naar de secundaire school. AFS in jouw gastland zal alle transport van en naar school betalen en ook jouw verplichte schoolboeken zullen zij vergoeden. Voor een eventueel schooluniform moet je zelf zorgen.

3.5. Reizen Als je wil rondreizen in binnen- of buitenland, vraag steeds aan de vrijwilligers of aan het AFS-kantoor wat de regels zijn en de te volgen procedure. Zeker als je zonder je gastfamilie zou reizen, zal je de schriftelijke toestemming van je natuurlijke ouders in BelgiĂŤ nodig hebben. Vraag daarom tijdig (ten laatste 14 dagen voor je vertrek) aan het AFS-kantoor om via het Vlaamse AFS-kantoor de toestemming van je ouders te bekomen. Heb je problemen met vrienden of familie, praat erover met je begeleider of je familie. Dit vermijdt vaak dat kleine problemen grote struikelblokken worden.

38


4. HET VERDIEPINGSPROCES 4.1. Je relatie met je gastgezin verdiepen 4.1.1. Regels, uitdrukkelijk vermeld of niet Hoewel Inga van Zweden buitenshuis altijd netjes gekleed was, liep ze binnenshuis heel gewoon rond - short en T-shirt, zonder BH. Haar Mexicaanse ouders vonden dit helemaal niet gepast. Volgens hen zou Inga zich meer bescheiden moeten kleden, zeker met twee broers in huis. Ze durfden dit onderwerp echter niet aansnijden, omdat ze Inga niet in verlegenheid wilden brengen. Elk gezin heeft zijn eigen regels. Sommige gezinnen zullen echt de tijd nemen om een aantal regels met jou door te nemen. Je vindt dit misschien allemaal vrij kinderachtig, maar het kan je een hoop problemen en frustraties besparen. Het is niet altijd prettig om te leren door fouten. Andere gezinnen zullen het misschien niet expliciet over huisregels hebben. Toch verwachten ze van jou dat je deze regels respecteert. Dat zal soms wel problemen veroorzaken. Maar na een tijdje zal je weten wat kan en wat niet kan, meestal door het eerst verkeerd te hebben gedaan. Gezinnen kunnen je ook gewoon de huisregels niet vertellen, omdat die voor hen vrij evident zijn. Ze veronderstellen dat iedereen dezelfde opvattingen, dezelfde waarden en dezelfde regels heeft. En elk gezin maakt die fout wel eens, daarom is het zo belangrijk over cultuur, veronderstellingen en waarden te praten. Regels van een gezin verkeerd interpreteren of niet naleven kan soms ernstige problemen veroorzaken.

39


In Denemarken was het heel gewoon dat Julie vrienden op haar kamer had, zowel jongens als meisjes. Haar gastouders veronderstelden echter dat ze alleen meisjes op haar kamer zou toelaten, een regel die in de meeste gezinnen geldt. De eerste namiddag dat Julie een jongen op haar kamer liet, was jammer genoeg ook meteen de laatste namiddag in haar gastgezin. Haar ouders waren woedend en belden AFS dat ze Julie onmiddellijk moesten komen halen. Julie begreep absoluut niet wat ze verkeerd had gedaan. Hoewel haar gastouders haar deze regel nooit hadden uitgelegd, hadden ze verwacht dat Julie hem zou naleven. De eerste dag in haar nieuwe gezin had Julie een lang gesprek met haar gastmoeder. Ze kreeg de tijd haar versie van het verhaal te doen en kreeg ook de huisregels te horen. Haar gastmoeder legde haar uit waarom er bepaalde regels waren. Julie mocht nog steeds geen jongens op haar kamer laten, maar nu wist ze tenminste dat dat een regel was en kon ze zich ernaar schikken. Ook als er niet expliciet over regels gepraat wordt, kan je iets meer over je gezin te weten komen door over je eigen cultuur en leefgewoonten te vertellen. Je kan bijvoorbeeld vertellen over jullie eigen gewoontes zoals samen eten, uurregeling, … . Dit stimuleert gastouders vaak over de gewoonten in hun gezin te praten.

4.1.2. Deel jouw cultuur met je gastgezin Regels en gewoonten van jouw eigen land is één thema waarover je je gastgezin kan vertellen. Er zijn echter nog heel wat andere aspecten van jouw cultuur die het vertellen waard zijn. Het kan de band tussen jou en je gastfamilie hechter maken. Inzicht in jouw manier van leven helpt hen vaak jou beter te begrijpen. Vertel bijvoorbeeld wat je thuis in je vrije tijd deed of vertel over onze feestdagen en typische gewoontes. Kook eens een echt Belgisch gerecht voor je gezin. Dit zullen ze erg waarderen. Maak je niet ongerust als je niet alle ingrediënten vindt of als je gerecht er toch anders uitziet dan thuis. Zelfs als ze het niet echt lekker vinden, zal je familie het op prijs stellen dat je dit voor hen gedaan hebt.

40


Vertellen over je thuisland mag je nooit zo doen dat het lijkt alsof daar alles beter is. Toon interesse in beide culturen, dus zeker ook in die van je gastland.

4.1.3. Gastbroers, gastzussen en vrienden De meeste AFS-ers willen graag gastbroers en -zussen hebben. Zij denken dat de aanpassing makkelijker zal verlopen indien er iemand van hun eigen leeftijd is, iemand die hen kan helpen vrienden te maken, die kan helpen bij de introductie op school en zo meer. Dat kan inderdaad zo zijn, maar gastbroers en -zussen kunnen ook vaak een reden zijn voor heel wat moeilijkheden binnen het gezin. De eerste weken zullen je broers en zussen je wel in hun activiteiten betrekken, maar verwacht niet dat ze een heel jaar lang "reisleider" zullen spelen. Daarom is het erg belangrijk dat je je eigen vriendengroep opbouwt en niet totaal van je broers en zussen afhankelijk bent. Het is natuurlijk prettig als jullie goed met elkaar kunnen opschieten, maar dat is niet altijd evident. In de meeste landen krijg je via school (of erbuiten) wel de kans om je aan te sluiten bij clubs (sport, dans, toneel, ...). Doe dat ! Het is een ideale manier om in je gastgemeenschap geĂŻntegreerd te geraken. Ook de kerkgemeenschap is in vele landen een kans om je vriendengroep uit te breiden. Een probleem dat in heel wat gezinnen opduikt, is jaloezie van broers en zussen. Zeker als jullie op dezelfde school zitten en jij alle aandacht krijgt of als je gastouders hun eigen kinderen voortdurend op een negatieve manier met jou vergelijken (“ik wou dat jullie zo behulpzaam, netjes, ... waren als ...â€?). Je kan deze problemen makkelijk oplossen door ervoor te zorgen dat je je broers en zussen voldoende aandacht schenkt en hen betrekt in jouw activiteiten. Lukt dit niet, probeer er dan met hen of je gastouders over te praten.

4.1.4. Denk niet dat alles vanzelf goed blijft gaan Naarmate je langer in je gastgezin woont, zal je een aantal dingen vergeten. Je vergeet aandacht te besteden aan "kleine" dingen, dingen die wel van jou verwacht worden 41


Doe Opdracht Neem af en toe de volgende lijst eens door: o bel je je gastgezin als je later thuis zal zijn dan afgesproken? o breng je voldoende tijd door met je gezin? o doe je regelmatig karweitjes die je opgedragen worden? o zeg je nog wel eens dankjewel? o probeer je zoveel mogelijk de taal van je gastland te spreken? o vertel je je familie over je plannen en verwittig je hen ook als ze veranderen? o help je af en toe eens in het huishouden zonder dat ze je dat moeten vragen?

4.2. Cultuurschok De periode van "cultuurschok" begint meestal op het einde van je eerste maand en eindigt in de vierde maand van je verblijf in het buitenland. Je denkt dat je aanpassing vlot verloopt, maar voelt je toch niet altijd even goed in je vel. Er zijn misschien momenten waarop je, zonder reden, gewoon in je eentje zit te huilen, je kent jezelf niet meer. Je vraagt je dan af wat er mis is met jou, of je toch wel geschikt bent voor zo’n AFS-jaar. Aangezien je je moet aan passen aan een nieuwe cultuur, kan het zijn dat je ook op een bepaald moment “cultuurmoeheid” hebt. Deze periode van "cultuurmoeheid" maakt iedereen door. Je zal ook heel veel over jezelf leren en je eigen karakter beter leren kennen. Je dacht bijvoorbeeld dat je zelfstandig was, geïnteresseerd in andere culturen, dat je makkelijk vrienden kon maken en je aan zowat elke situatie kon aanpassen. Maar zelfs als je aanpassing vlot verloopt, zijn er momenten waarop je aan die kennis over jezelf begint te twijfelen. Deze cultuurschok is gelukkig een tijdelijk verschijnsel, iets dat bijna iedereen de eerste maanden in het buitenland doormaakt. In de meeste gevallen is het ook geen 42


constant gevoel; de ene dag ben je wat depressief en de volgende dag voel je je prima. Als je aanvaardt dat deze tegenstrijdige gevoelens normaal zijn, maak je het jezelf al heel wat gemakkelijker.

4.2.1. Enkele tips om zo’n periode wat makkelijker door te komen o

Geef noch jezelf, noch je gastfamilie de schuld van je verwarde gevoelens. Je kan het vergelijken met reisziekte, dat is iets wat je nu eenmaal overkomt, zonder dat daar iemand, ook jij niet, schuld aan heeft. Ook dit gevoel van cultuurschok is het heel natuurlijke resultaat van je pogingen in een vreemde cultuur te leven.

o

Verwacht niet te veel van jezelf. Heel wat studenten die een cultuurschok doormaken, hebben moeite om zelfs een eenvoudige conversatie gaande te houden. Anderen zijn abnormaal moe, hebben geen eetlust meer of juist te veel. Stel geen onrealistische of hoge eisen aan jezelf. Want dat leidt alleen maar tot ontgoochelingen. Probeer een doel te stellen op korte termijn en beloon jezelf met iets kleins als je dat doel bereikt hebt. Bv. 30 pagina's in een vreemde taal lezen binnen een tijdspanne van 1 uur is niet realistisch. Beperk je tot bv. 2 pagina's per uur en beloon jezelf dan met enkele minuten rust. Je zal zien dat het daarna weer beter gaat, dat je nog eens 2 pagina's kan lezen. Op termijn zal je ook meer aankunnen en verleg je langzaam je grenzen.

o

Probeer meer te rusten. Je zou verbaasd zijn over hoeveel deugd een kort slaapje 's middags kan doen, of een paar uurtjes meer nachtrust. De emotionele druk die constant op je wordt uitgeoefend is vaak veel vermoeiender dan fysieke arbeid. Je incasseringsvermogen zakt ook sterk als je vermoeid bent, alles lijkt dan veel moeilijker, ingewikkelder, ... Men noemt deze "cultuurschok" niet voor niets ook "cultuurmoeheid". Overdrijf ook niet, probeer de aanpassingsproblemen niet te ontlopen door meer te slapen, je meer terug te trekken, dat brengt op langere termijn geen oplossing.

43


o

Zorg dat je gezond en genoeg eet. Vooral in moeilijke periodes heeft je lichaam meer voedingsstoffen nodig. Vermijd dan ook "junk food" en zoetigheden. Sla zeker geen maaltijden over, ook als je helemaal geen zin hebt in eten.

o

Maak plannen, doe dingen die je graag doet. Er zijn altijd wel enkele dingen die je fijn vindt, maar waar je misschien nog niet aan toe was. Probeer ze nu eens. Wees echter realistisch en laat je niet te snel ontmoedigen. Als je bijvoorbeeld graag voetbalt, moet je misschien aan 10 mensen vragen waar en hoe je dit kan doen, maar het zal je uiteindelijk wel lukken.

o

Wees niet bang hulp te zoeken bij je begeleider als je te erg onder deze cultuurschok gaat lijden. De eerste bij wie je hulp kan vinden tijdens deze moeilijkere periode is natuurlijk je gastgezin. Soms raken jullie er samen echter niet uit, of hebben je problemen te maken met dingen die je niet echt met hen kan bespreken. Aarzel dan niet de hulp van je begeleider in te roepen. Hij/zij kan je helpen. Het is niet altijd gemakkelijk je over deze cultuurschok heen te zetten. Je geest en emoties werken hard om zich aan de vreemde situatie waarin je je bevindt aan te passen. Naarmate je je beter aanpast, zal ook je zelfvertrouwen toenemen. En dat is een belangrijke stap in intercultureel leren.

4.3. De feestdagen Tussen de derde en de vijfde maand van je verblijf, vallen altijd wel enkele feestdagen, denk bijvoorbeeld aan Kerstmis. Deze periode kan veel heimwee oproepen. Je hebt ook bepaalde verwachtingen over die dagen, verwachtingen die meestal niet ingelost worden omdat je ze te hoog stelt. Naarmate Kerstmis naderde, begon Jennifer in Japan meer en meer aan thuis te denken. Ze vroeg zich steeds af of haar familie de kerstboom al versierd zou hebben, welke pakjes er onder de boom zouden liggen, ... Toen ze uit Amerika haar kerstpakket kreeg, kon ze er niet eens blij mee 44


zijn, maar voelde ze zich nog depressiever. Gelukkig begreep haar Japanse familie hoe belangrijk Kerstmis voor haar was. Om haar een plezier te doen, bakten ze een kerstcake. Eerst vond Jennifer dat maar een vreemde manier om kerst te vieren. Waar was de kerstboom, waar waren de kerstsokken, de lichtjes, de geschenken? Een cake hoort bij een verjaardag, niet bij Kerstmis, dacht ze. Toch voelde ze dat haar Japanse familie het makkelijker voor haar wilde maken, dat het hun manier was om te zeggen dat ze haar begrepen. Langzaam ging ze zich terug op haar gastland en haar ervaring daar concentreren en zag ze in dat deze Japanse kerst ook heel speciaal zou worden. Een ander probleem bij feestdagen is dat je gastgezin vaak andere familieleden of vrienden op bezoek heeft, of zelf op bezoek gaat. Jij als AFS-er valt buiten deze relaties, het zijn meestal mensen die je helemaal niet kent. Het gevoel van er niet bij te horen wordt alleen maar versterkt door de herinneringen die zij samen ophalen en waar jij niet over kan meepraten. Laat je daar niet door ontmoedigen, maar probeer ge誰nteresseerd te zijn in hun verhalen. Langzaamaan zal je merken dat ook deze nieuwe familieleden en vrienden een grotere interesse voor jou zullen krijgen. Hun vragen zullen dan echt niet meer beperkt blijven tot "En hoe vind je dit land?" Maak niet de fout om zozeer bezig te zijn met wat er thuis, in je eigen land gebeurt, maar geniet van de feestdagen in je gastland. Of je er nu over piekert of niet, je kan toch niets veranderen aan het feit dat je deze ene kerst niet in je eigen land kan vieren, met je ouders en vrienden. Er komen er nog zoveel die jullie wel samen kunnen doorbrengen. Wat kan je doen als je je alleen of depressief voelt tijdens deze periode? o Denk eraan dat elk land zijn eigenheden heeft, dat elke manier van feestvieren zijn charme heeft. De feestdagen die je nu thuis mist, kan je nog vaak beleven; die in je gastland niet. o

Zoek een manier om feestdagen die in je gastland niet of weinig gevierd worden toch voor een stuk te delen met je gastfamilie. Kook bijvoorbeeld iets dat typisch is voor die dag in jouw eigen land en vertel je gastgezin verhalen die samengaan met deze dag. 45


o

Concentreer je op activiteiten die in het hier en nu plaatsvinden en niet op wat er in je eigen land allemaal gebeurt zonder dat jij erbij bent. Als je daar te veel over piekert, mis je alle "fun" van wat er in je gastland gebeurt. Ook de feestdagen vieren zijn een onderdeel van je interculturele ervaring!

4.4. Intercultureel leren Doe Opdracht Nu je ongeveer halverwege bent is het goed om even stil te staan bij volgende vragen: o Hoe staat het met mijn talenkennis? o Welke 5 dingen heb ik geleerd van mijn gastland? o Welke dingen heb ik geleerd van mijn gastfamilie? o Wat heb ik over mezelf geleerd? o Wat was de grootste uitdaging die ik heb aangepakt? o Wat begrijp ik nog helemaal niet van mijn gastland, gastfamilie, gastschool ‌? o Welke verwachtingen heb ik gerealiseerd? o Welke verwachtingen wil ik de komende maanden zeker realiseren? o Welke verwachtingen heb ik over boord gegooid?

4.4.1. Wat heb je geleerd? Op dit moment in je jaar heb je heel wat vooruitgang geboekt in het begrijpen van de taal, de mensen, hun levenswijze. Je bent waarschijnlijk verbaasd hoezeer je veranderd bent sinds het begin van je verblijf. Je voelt je ook thuis in dit nieuwe land. Terugkijkend op haar eerste indrukken over Amerikaanse meisjes, herinnerde Ulla van Finland zich het volgende: "Ze droegen zoveel make-up en leken zo materialistisch en oppervlakkig. Ze praatten over jongens en hard-rock, kleren en kapsels,... Ze leken ook 46


helemaal niet geïnteresseerd in wereldproblemen. Nu zie ik ze anders, ik begrijp wat hen bezighoudt en hoe ze leven. Ik zie de make-up zelfs niet meer, het is zo gewoon geworden." Toen Ulla de meisjes van haar klas beter leerde kennen, ontdekte ze dat ze wel diepere interesses hadden. Dawn bijvoorbeeld deed verschillende uren per dag aan ballet en gaf les aan jonge kinderen. Sandy werkte in een bejaardentehuis waar ze hielp bij de maaltijden. Ulla begon zich vragen te stellen over haar eigen opvattingen over "wereldproblemen" en over de gespreksonderwerpen van meisjes van haar leeftijd. Toen Ulla op een dag meeging met Sandy, zag ze in dat "niet meer zelf kunnen eten" ook een van de wereldproblemen was. Ze leerde ook minder ernstig te zijn in gesprekken en meer plezier te maken. Cultureel leren omvat meer dan talenkennis en een beter begrijpen van de cultuur waarin je je nu bevindt. Cultureel leren reikt ook veel dieper. Naarmate je je eigen manier van dingen bekijken in vraag stelt en je nieuwe dingen ervaart, leer je ook jezelf beter kennen. Je wordt ook meer bewust van de cultuur waarin je bent opgegroeid, je gaat je ideeën en opvattingen van vroeger objectiever bekijken. Als je dit doet, zal je ook nieuwe waarden in jezelf ontdekken. In het ontdekken van de cultuur van je gastland, leer je ook de cultuur van je eigen land beter kennen! Hoe beter je jezelf leert kennen, hoe groter je zelfvertrouwen wordt en hoe gemakkelijker je je in een vreemde omgeving, bij vreemde mensen, zal thuis voelen

4.4.2. Vrienden zijn belangrijk Vriendschap is een cruciaal element in het cultureel leerproces. Je buitenlandse vrienden introduceren je immers in nieuwe ideeën en zienswijzen die je in je eentje nooit zou leren kennen. Je kan van hun ervaringen heel wat leren. Hoe goed je je kan aanpassen aan een land en hoeveel je ervan kan leren, wordt in grote mate bepaald 47


door jouw talent om er vrienden te maken en deze vriendschapsrelaties te onderhouden. De andere AFS-ers zullen zeer waarschijnlijk ook (heel) goede vrienden worden, maar als je je alleen met hen zou bezighouden, zou je heel wat van je gastland missen en dus een boeiende culturele ervaring mislopen. Typisch voor uitwisselingsstudenten is dat ze zich aanpassen en ‘cultureel groeien’. Op deze manier zijn ze kritischer en worden ze onafhankelijker in hun manier van denken. Ze hebben vaak sterke idealen en blijken vaak minder materialistisch te zijn. Ze leren hun eigen land en cultuur (meer) waarderen. Het culturele leerproces eindigt nooit! Ook als je terug in je eigen land bent, gaat het gewoon door.

4.4.3. Je thuis voelen bij je gastgezin Je bent nu grotendeels ingeburgerd in je gezin en de gemeenschap. Je voelt je thuis en op je gemak. Toch creëert dit gevoel van 'je thuis voelen' op zijn beurt problemen. Je bent bijvoorbeeld niet meer zo voorkomend tegen elkaar als in het begin. Ieder kan zichzelf blijven en daardoor gaan jullie, langs beide kanten, soms dingen doen die de ander niet begrijpt. Cultuurverschillen verdwijnen immers niet. Jessika kon erg goed opschieten met Miguel, haar Argentijnse broer. Ze vertrouwde hem volledig en als ze problemen had, kon ze altijd bij hem terecht. Ze vond hem heel wat volwassener dan de jongens in Duitsland. Haar relatie met Miguel veranderde drastisch toen ze hem met een Argentijnse vriend over een rechtszaak hoorde praten. Een man had zijn vrouw vermoord omdat deze laatste overspel had gepleegd. De twee jongens sympathiseerden met de man en maakten grapjes over het hele gebeuren. Jessika was erg gechoqueerd, maar zei niets. Miguel voelde dat er haar iets serieus dwars zat en probeerde zijn standpunt uit te leggen. Tevergeefs, Jessika koos de kant van de vermoorde vrouw. Ze verweet Miguel er een dubbele moraal op na te houden: mannen mogen blijkbaar 48


hun huwelijksbeloften gewoon naast zich neerleggen, maar als een vrouw dat doet, wordt ze daarvoor vermoord. Zowel Miguel als Jessika dachten de volgende dagen na over de rol van man en vrouw. Erover praten met elkaar was niet altijd even gemakkelijk, maar ze bleven proberen. Langzaam groeiden ze weer naar mekaar toe. Miguel begon te begrijpen waarom Jessika, met haar hoge morele waarden, toch sympathiseerde met een 'slechte' vrouw. Jessika besloot dat ze teveel van Miguel had verwacht, aangezien zijn ervaring anders was dan die van haar. In plaats van met hem te discussiëren, begon ze te vertellen wat het betekende om een jonge vrouw in Duitsland te zijn en hoe zij zich had gevoeld bij Miguels reactie op de moordzaak. Miguel vertelde haar op zijn beurt over de rol van man en vrouw in de Argentijnse samenleving. Ook al ben je zeer nauw met je gastgezin verbonden, toch kunnen sommige van jouw reacties of handelingen je gastgezin kwetsen of choqueren. Dat kan je niet vermijden. Maar als jullie allebei bereid zijn hier met elkaar over te praten en naar elkaar te luisteren, dan kan jullie relatie er alleen maar op verbeteren. Respect en begrip voor elkaars anderszijn is het belangrijkste.

4.4.4. Uitdagingen Intense gevoelens Moeilijk, voor zowel gezin als student, is het uiten van diepe emoties. Nochtans is dit ook één van de grootste uitdagingen. Hoe gevoelens te uiten, hoe ze te gebruiken en daarin te groeien, dit maakt deel uit van het leerproces. Ook hier leer je je eigen cultuur beter kennen door bewust te zijn van verschillende waarden en mogelijkheden. Opgesloten gevoel en verveling Naar het einde van de wintermaanden toe, vooral in een koud klimaat, voelen heel wat uitwisselingsstudenten zich opgesloten, geïsoleerd van de buitenwereld. Frustraties en verveling komen boven omdat je verplicht bent lange tijd met dezelfde 49


mensen door te brengen. De enige oplossing is extra moeite te doen om eens de deur uit te gaan. Denk bijvoorbeeld aan de vele wintersportmogelijkheden; skiĂŤn, schaatsen, sleeĂŤn, sneeuwpoppen maken enz. Ook als je de deur niet uit kan, probeer je best nieuwe bezigheden te vinden. Nodig misschien eens een paar vrienden uit. Nieuwe mensen in huis zullen de verveling snel doen verdwijnen, je zal verbaasd zijn over hoeveel energie jij en je gezin hieruit kunnen putten. En, hou voor ogen: ook aan de winterperiode komt een eind.

50


5. JE AFS-JAAR NADERT ZIJN EINDE Het einde van je jaar nadert. Het is normaal dat je hier gemengde gevoelens over hebt. Je bent enerzijds blij omdat je je familie en vrienden thuis terug zal zien, maar anderzijds is er ook verdriet.

5.1. Je wil helemaal niet weg! Je hebt hier je vrienden gemaakt, vrienden die je door moeilijke periodes hebben geholpen, vrienden waarmee je misschien de beste tijd van je leven hebt gedeeld. Je hebt een gastfamilie waar je van hebt leren houden. Je bent aan een nieuw leven begonnen, een leven dat je wel prettig vond. Je voelt je hier thuis. Misschien heb je wel een speciale vriend/vriendin. En nu moet je weer weg. "Waarom? Waarom net nu?" Deze gemengde gevoelens zijn heel normaal. Je mist ook je familie en vrienden thuis, maar realiseert je dat je dit jaar veranderd bent. Je hebt een jaar van je leven gedeeld met andere mensen, mensen die je heel graag ziet en het doet pijn weg te moeten gaan. Zal je familie thuis dat begrijpen? Veel tijd om hierover na te denken is er niet. Je hebt nog zoveel te doen, wil nog zoveel mensen zien, misschien nog met iemand iets goed maken voor je vertrekt. Het is aanlokkelijk te doen alsof je vertrek nog veraf ligt, maar dat zal je niet helpen, integendeel. Weigeren de waarheid onder ogen te zien maakt de dingen alleen maar moeilijker. Die allerlaatste dagen heb je dan voor niets anders meer tijd dan om valiezen te pakken. Afscheid nemen kan dan niet meer en daar krijg je later vast spijt van. Elke grote verandering in een leven betekent nu eenmaal niet alleen iets winnen, maar ook iets verliezen. Je hebt verdriet en spijt over wat je moet afgeven. Dit is 51


heel normaal. Je kan deze gevoelens niet voorkomen, maar er zijn wel een aantal dingen die je het afscheid wat makkelijker kunnen maken. o

Gevoelens erkennen. Naarmate het einde van je jaar nadert, zal je meer en meer je eigen gevoelens moeten proberen te analyseren. Door je eigen gevoelens te erkennen en te zien hoe ze je denk- en handelwijze beïnvloeden, kan je hun impact verzachten.

o

Gevoelens van verlies aanvaarden. Je gezin en vrienden ginds achterlaten doet pijn. Je weet immers dat je nooit meer terug kan naar dit leven, dat je nooit meer op dezelfde manier dingen met hen kan delen. Deze gevoelens verdringen helpt niet, probeer ze te aanvaarden en te begrijpen. Het zal je helpen de pijn te verzachten. Denk er ook aan dat je gastgezin en je vrienden jou even erg zullen missen als jij hen. Dit gevoel delen maakt het draaglijker.

o

Je voorbereiden op de scheiding. Sommige jongeren zijn bang hun gastgezin te kwetsen als ze tonen dat ze eigenlijk blij zijn naar huis te kunnen gaan. Dat kan je vermijden door lang op voorhand aan het afscheid te werken. Vertel je gastfamilie bijvoorbeeld over de plannen die je hebt als je weer in België bent. Vertel hen ook wat je zal missen. Dit kan je hen ook tonen in kleine dingen. Vraag bijvoorbeeld het recept van het gerecht dat je erg graag lust. Of je kan een klein geschenk geven, bijvoorbeeld twee koppen of T-shirts die bij elkaar passen en waarvan je er één aan hen geeft en één zelf houdt. Deze kleine dingen verdiepen je relatie met je gastgezin en tonen je gastouders dat je hen niet zal vergeten.

o

Terugkijken op je ervaring. Er liggen slechts enkele uren tussen het moment dat je op het vliegtuig stapt en voet aan de grond zet in eigen land. Eens thuis, moet je al je aandacht richten op je leven daar. Dit zal gemakkelijker zijn als je voordien de tijd genomen hebt je jaar te evalueren. Zo kan je het immers afsluiten en achter je laten. Maak tijd voor je gastfamilie en vrienden en haal samen met hen herinneringen op. Vertel hoe je je voelde toen je hen voor het eerst zag, welke grappige dingen in het begin gebeurden omdat je hun cultuur nog niet begreep en zo meer. Praat over de 52


hoogtepunten van jullie jaar, maar vergeet ook de mindere momenten niet. Praat over hoeveel je veranderd bent sinds je aankwam. Door je hele ervaring met hen opnieuw door te praten, zal je je minder gemakkelijk blind staren op de dingen waar je geen tijd voor hebt gehad, of die je anders had willen doen. Je jaar is er een van vallen en opstaan geweest, met als belangrijkste pluspunten: nieuwe vriendschappen, nieuwe ontdekkingen, betere zelfkennis. En dat heb je allemaal bereikt aan het eind van een van de belangrijkste jaren uit je leven.

5.2. Bereid je voor op een omgekeerde cultuurschok Tijdens deze laatste weken bereid je je ook best voor op een omgekeerde cultuurschok. Nu je weer thuiskomt denk je wellicht niet dat een nieuwe cultuurschok een probleem zal zijn. Je vergist je! Voor heel wat studenten is de terugkeer naar huis moeilijker dan het vertrek naar het buitenland. Dit komt gedeeltelijk doordat je niet verwacht dat het thuiskomen problemen zal geven en je dus geheel onvoorbereid bent. Maar zowel jij als je familie en vrienden thuis zijn het afgelopen jaar veranderd. Je kan niet thuiskomen en doen alsof alles bij het oude is gebleven. Je stelt je misschien vragen over je toekomstige studies en of je die, na zo'n jaar buitenland, nog wel zal aankunnen. Misschien ben je bang dat ze thuis helemaal niet ge誰nteresseerd zullen zijn in jouw ervaringen. Misschien realiseer je je hoeveel je veranderd bent en ben je bang dat je nergens meer zal bijhoren. En ook thuis kunnen dingen veranderd zijn: je kleine broertje is niet zo klein meer; je zus heeft jouw favoriete zetel ingepalmd; je vader of moeder, die vroeger niet werkte, heeft een job; je moeder heeft haar haar geverfd enz. Op al deze dingen kan je je niet echt voorbereiden. Toch helpt het als je erover nadenkt en ze eventueel bespreekt met je gastfamilie. Denk er aan dat het je gelukt is je in je gastland aan te passen. Als je met diezelfde openheid en flexibiliteit terug naar huis keert, ben je al een heel stuk op de goede weg! Doe Opdracht Een overzicht van dingen die je enkele weken voor je vertrek zou moeten checken 53


Op school: o Lever je schoolboeken terug in als het gaat om geleende spullen. o Zorg dat je schoolresultaten krijgt, of vraag of ze je die willen opsturen. o Verzamel de adressen van iedereen waar je mee in contact wil blijven. o Zorg dat de anderen ook jouw adres hebben. Thuis o

o

Stuur je winterkleren, boeken en andere dingen, die je niet meer nodig hebt, terug naar je eigen land. Je mag slechts 20 kg bagage meenemen op het vliegtuig en je hebt tijdens dit jaar vast heel wat dingen verzameld die je dierbaar zijn. Laat je spullen niet zomaar bij je gastfamilie achter met de vraag of zij het willen versturen, zelfs niet als ze het aanbieden. Dat is gewoon een extra last voor hen. Pakken en versturen is jouw verantwoordelijkheid! Regel je telefoonrekening en betaal andere schulden die je nog bij hen hebt!

Allerlei o Verstuur dankbriefjes of -kaartjes naar vrienden, familie, begeleider e.a. Misschien wil je ook wel iets schrijven voor je schoolkrant of voor een lokaal blad. o Annuleer je bankrekening o Maak massa’s foto’s! o Zorg dat je je paspoort hebt (en je vliegtuigticket, indien AFS dat niet heeft)! o Maak plannen om dingen te doen als je terug in België bent. Kan je een vakantiejob gaan doen? Moet je een ingangsexamen afleggen? Moet je snel inschrijven voor bepaalde studies? Stel dat niet uit! Als je de eerste dagen/weken na aankomst dingen te doen hebt, zal je aanpassing gemakkelijker verlopen.

54


6. TERUG THUIS Een uitwisselingsprogramma eindigt niet bij je terugkeer thuis. Daar begint immers een nieuwe aanpassingscyclus, nl. de heraanpassing in je eigen land. Je moet je een nieuwe plaats ‘veroveren’, want je omgeving is veranderd, maar jij bent zelf ook veranderd!

6.1. Opwinding, opluchting, verwarring en verwondering Dit zijn allemaal gevoelens die door je heen gaan als je je familie en vrienden terugziet, als je weer je eigen taal kan spreken, ... Je valt vrij snel terug in je oude gewoontes, al voelen die vreemd aan. Dingen die vroeger een gewoonte waren en die je automatisch deed, zijn nu raar, verwarrend. Je eigen taal spreken is in het begin helemaal niet zo eenvoudig. Thuis zijn er ook dingen veranderd, kleine dingen misschien: andere gordijnen, een nieuwe kast, je moeder draagt een rok die je nog nooit gezien hebt, je neef heeft een andere vriendin, je hebt nieuwe buren, ... Deze veranderingen zijn niet echt belangrijk, maar ze zijn onverwacht. In jouw fantasie is het leven thuis immers blijven stilstaan tijdens jouw afwezigheid. Het besef dat dat niet zo is, geeft een onprettig gevoel.

6.2. Nieuwe problemen Tijdens je jaar in het buitenland ben je mogelijk van gedachten veranderd over wat je wil worden. Je studiekeuze kan veranderd zijn en dat brengt problemen met zich mee. Je moet je nog inschrijven, had misschien ingangsexamens moeten doen, ... Terug op de schoolbanken zitten en je aanpassen aan de strikte eisen van unief of hogeschool is niet altijd gemakkelijk. En je zit vaak meer met je gedachten in je gastland dan bij je studies. De relatie met je familie en vrienden schept ook problemen: je vindt jezelf misschien meer volwassen dan je vrienden hier, je kan nog over weinig dingen met ze praten, 55


je vindt ze erg oppervlakkig. Ze lijken weinig geïnteresseerd in jouw ervaring en dat frustreert je. Ook met je ouders kan je problemen hebben. Al luisteren ze vaak naar je, toch begrijpen ze niet hoe belangrijk dit jaar wel voor jou geweest is. Ze leggen je misschien weer kinderachtige regels op. Of nog erger, ze zien in dat je veranderd bent en proberen je terug te veranderen in de oude persoon!

6.3. Je vecht om een eigen plaatsje te vinden De meeste AFS-ers voelen zich geprangd tussen twee culturen en hebben het gevoel nergens meer thuis te horen. Je kan niet terug naar je gastland, maar je kan ook hier in Vlaanderen je draai niet vinden. Enerzijds voel je je geïsoleerd omdat je oude vrienden je niet meer begrijpen, anderzijds heb je behoefte aan contact met hen. Je kan proberen te doen alsof je eigenlijk niet veranderd bent, maar dat lost niets op.

6.4. Je vindt uiteindelijk een middenweg tussen twee culturen Contact met andere AFS-ers of met mensen uit andere culturen kan je gevoel van "alleen staan" doorbreken. Je leert de veranderingen die je ondergaan hebt naar waarde schatten. Je bent naar huis gekeerd met nieuwe ideeën, een nieuwe kijk op de wereld en met nieuwe vaardigheden uit je gastland. Die wil je niet opgeven door je hier weer helemaal aan te passen. Na de initiële heraanpassing, krijg je heimwee naar je leven ginder. Hoe kan je een stuk van die cultuur meenemen? Daar zijn honderden manieren voor. Je ontdekt bijvoorbeeld dat er bij jou in de buurt aan Thais dansen wordt gedaan, dat er een club voor American Football is, dat je je actief kan inzetten voor iets dat je tijdens je jaar nauw aan het hart lag, ... Je zal ook verbaasd staan hoeveel contact je in je eigen regio kan hebben met mensen uit andere culturen, terwijl je je daar vroeger nauwelijks van bewust was. De heraanpassing is soms een lange, veeleisende weg die je moet afleggen. AFS kan je helpen hier doorheen te geraken. Het heroriëntatieweekend dat je comité in 56


Vlaanderen voor jou organiseert is daar een voorbeeld van. Je zal merken dat het helpt als je met mensen kan praten die dezelfde ervaring achter de rug hebben, die begrijpen dat het moeilijk kan zijn, die steeds bereid zijn naar je te luisteren. Heel wat studenten vinden het ook prettig hun ervaring verder te zetten via contacten met gastgezinnen en nieuwe AFS-ers. Ook werken met de buitenlandse studenten in Vlaanderen is heel leuk ! Het heroriëntatieweekend, ook wel kompasweekend genoemd, vindt plaats in de zomer van 2013 (eind juli, eind augustus of begin september). Je lokaal comité zal je tijdig uitnodigen zodat je dit weekend kan vrijhouden. Contact houden met je gastgezin, de volgende vakantie terug op bezoek gaan,... het zijn dingen die vaak helpen het verlies te dragen. Anderzijds, het leren gaat door, lang nadat je weer bent aangepast. Je wereldbeeld blijft zich uitbreiden. Je hebt je één keer kunnen openstellen voor de cultuur van je gastland en kan dit nu ook blijven doen voor andere culturen en nieuwe ideeën. En precies daarom zeggen mensen, nog lang na hun AFS-jaar, dat dat jaar één van de belangrijkste gebeurtenissen uit hun leven was.

57

Gids voor wereldstudenten jaar  

Gids voor wereldstudenten jaar

Read more
Read more
Similar to
Popular now
Just for you