Page 1

aan

ge

dacht Nieuwsbrief 16  September  2006

Beste lezer,  Wat een vakantieperiode! Eerst een schitterende maand juli  (tenminste als je geen zware arbeid moest verrichten) en daarna  een rot­natte augustus. Probeer maar je kinderen bezig te  houden als het voortdurend regent; zeker als je weigert van ze zo  maar voor TV of computergame te plaatsen. In huis is de ruimte  beperkter, moet je meer rekening houden met de gezinsleden en  dit alles rijmt zo moeilijk met ADHD. Maar misschien lukte het  toch! Mijn ervaring is dat ouders van een kind met ADHD vaak  sublieme oplossingen vinden voor probleempjes die zich  voordoen …zonder theorie; gewoon met gezond verstand.  Opmerkingen, suggesties  kritieken of vragen …kan je kwijt  Eind juli bezocht ik voor het eerst Hasselt. Het is werkelijk de  op aangedacht@skynet.be  moeite waard om daar een verlengd weekend door te brengen. Ik  Op dit adres kan je in – of  zag daar in een winkelstraat het beeldje dat je hiernaast op foto  uitschrijven 

ziet. “Het Demermanneke”. Het Demermanneke zorgde voor een  propere Demer en ruimde vuiligheid aan de dijken. Zo kon de  * maandag 18 september ‘06  rivier verder stromen! Dit beeld deed me denken aan de mensen  Gedragsproblemen als reactie  die opvoedingsondersteuning bieden. Zij proberen dikwijls de  op leerproblemen  relatie­ en opvoedingsstroom levendig te houden door vuil te  Ria  Van Oyen ,psychologe  ruimen. Want zo lijkt het er wel op.  Centrum ten Berg ,  Halvemaanstraat 94, 9040 Sint­  We vinden een partner en samen leven we als twee rivieren die  samen vloeien. In het begin hevig maar later rustiger – zeker  Amandsberg (gent) 20u  indien kinderen onze verantwoordelijkheid eisen. Meestal slagen  € 4,5 niet leden  ouders er zelf in hindernissen of obstakels te ruimen. Jammer  org. Sprankel  * vrijdag 22 september ‘06  genoeg zien we vaker dat ouders geen tijd meer vrij maken om  Congres 15 Jaar DE TOL  de dijken, het wateroppervlak… te reinigen. Ze stromen hun  “leerstoornissen”  eigen bedding en intussen slibt de rivier toe. Dan is een  multi­dimensioneel  “Demermanneke” uit de opvoedingswinkel of CGGZ …  Stadshallen (Belfort) Markt  handig!Misschien moeten we meer aandacht schenken aan de  Brugge vanaf 9 u tot 16 u  bron, aan de jonge rivier en pleiten om proper water … niet  € 50 (broodjes € 8)  bezoedeld door media, eigen gereidheid, carrièreuitbouw maar  Inr. De Tol 050/34 27 29 of  gesteund op vertrouwen waar opvoeden waarden bijbrengt die  www.tol.be  we al generaties lang doorgeven.  * donderdag 5 oktober  ‘06 

Agenda

Gespreksavond voor ouders  van kleuters of lagere  schoolkinderen met ADHD  't Achterhuis, 's Gravenstraat 14  te Roeselare om 19u 30  € 5  inr vzw Z.O.O.M  0479/881255 voor 20 u 

Maar laat mij duidelijk zijn: wanneer de opvoedingsvraag bij een  ontwikkelingsbedreigd kind (zoals ADHD) zo bijzonder is, dan is  hulp wenselijk ­ zelfs noodzakelijk. Dan is het voor ieder ouder  bijzonder moeilijk om alleen alle hindernissen of drijfhout te  vermijden. Want soms is gezond verstand alleen niet genoeg!  Jan

Aan(ge)dacht nummer 16  september 2006: 

Jan Vanthomme 

aangedacht@skynet.be

1


* dinsdag 10 oktober 2006  Leuker Leren  Caroline Van Vlierberghe  Hogeschool WestVlaanderen  Brugge  20u  € 4,5 niet leden  Org. Sprankel.  * donderdag 12 oktober  ‘06  Gespreksavond voor ouders  van adolescenten en jong  volwassenen met ADHD  't Achterhuis, 's Gravenstraat 14  te Roeselare om 19u 30  € 5  inr vzw Z.O.O.M  0479/881255 voor 20 u  * maandag 16 oktober  ‘06  Leerproblemen bij kleuters?  Hoe de signalen herkennen ?  Prof . Dr. P. Ghesquière,  hoogleraar KULeuven  Centrum ten Berg ,  Halvemaanstraat 94, 9040  Sint­Amandsberg (Gent) 20u  € 4,5 niet leden  org. Sprankel  * donderdag 9 november ‘06  Colloquium Zorgzaam  Omgaan, vzw.: Hoe beleven 

kinderen en jongeren met ADHD  ~ ADD,  hunouders en de ruime  opvoedende omgeving deze  ontwikkelingsstoornis van  binnenuit?  Locatie: Zaal 'Ten Elsberge',  Mandellaan­Roeselare  inschrijven via  zorgzaamomgaan@zorgzaamo  mgaan.com of 0479/881255  voor 20 u  * donderdag 9 november ‘06  “ 10 stellingen over  leerstoornissen”   Prof. dr. Peter van Vugt  Casino Koksijde  Om 20 u org. Soroptimisten,  Sprankel West­Vlaanderen en  de Gezinsbond. 

* maandag 27 november ‘06  * Dinsdag 28 november ‘06  * woensdag 29 november‘ 06  Workshop REFLECTO 

’leren leren’ volgens Gagné  inlichtingen :www.cebco.be 

BOEK Wout is op zijn minst een  moeilijke jongen. De  ochtendrust wordt de ouders  niet gegund. En daarna stapelen 

I nhoud · Naar aanleiding van een bijdrage over melatonine in onze  vorige nieuwsbrief kregen we een vraag van een lezer.  ”Mijn zoon neemt Rilatine MR maar hij heeft nogal wat  bijwerkingen.  En hij kan ook niet zonder medicatie.  Ik heb hem 2  weken zonder medicatie naar school gestuurd en ik kreeg al reactie  van de leraars met de vraag hem terug Rilatine te geven.  Hebben  jullie ervaring met patiënten die melatonine nemen ?”  We zochten wat info…

· Op 12 mei 2006 vierde Dagcentrum De Trompet hun 15 de  verjaardag ze deden dit met een dag rond ADHD. Een kort  verslag volgt in de tweede bijdrage van deze nieuwsbrief. ·  Bij het begin van het nieuwe schooljaar is het goed van de  leerkracht op de hoogte te brengen dat jullie zoon/dochter  ADHD heeft. Je mag er immers niet altijd van uitgaan dat de  info die het jaar ervoor gegeven werd zomaar bij de nieuwe  leerkracht terecht komt. Het zou niet mogen, maar de realiteit  is soms anders. De brief die hierbij aansluit kan misschien van  enig nut zijn. ·  Eindigen doen we met een (wat ingekort) persbericht van  Vlaams Minister van Welzijn Inge Vervotte.  Een lovenswaardig initiatief. 

Enkele berichten  Ouderavonden rond ADHD.  Het samen rond tafel zitten met andere ouders die een kind of  jongere hebben met ADHD kan deugd doen. Daarom organiseren  vzw Z.O.O.M. twee dergelijke avonden. Enkel wie vooraf inschrijft  kan deelnemen. Misschien zien we elkaar daar? Inschrijven kan via  aangedacht@skynet.be of zorgzaamomgaan@zorgzaamomgaan.com  of telefoneren voor 20u naar 0479/881255  Locatie: 't Achterhuis, 's Gravenstraat, 14 te Roeselare  (nabij H.­Hart­Kerk). · 05/10/2006: 19h30, doelpubliek ouders van kinderen met ADHD  Praatavond. Begeleiding: Peter Glorieux en Jan Vanthomme · 12/10/2006: 19h30, doelpubliek: ouders van adolescenten en  jongvolwassenen met ADHD  Praatavond. Begeleiding: Martijn en Peter Glorieux.  Colloquium Zorgzaam Omgaan, vzw.: 

Hoe beleven kinderen en jongeren met ADHD ~ ADD,  hun ouders en de ruime opvoedende omgeving deze  ontwikkelingsstoornis van binnenuit? · Wanneer? Donderdag 09/11/2006, 19h30. · Locatie: Zaal 'Ten Elsberge', Mandellaan­Roeselare. · Voor wie?: Ouders, leerkrachten, hulpverleners en alle  belangstellenden die zich over ADHD ~ADD willen  informeren. · Organisatie: Zorgzaam Omgaan, vzw. · Met medewerking van: Peter Glorieux, auteur van  ‘Gevraagd: Superouders’,  Jan Vanthomme, logopedist en Martijn Glorieux. ·Verzoek uw deelname vooraf te melden via:  zorgzaamomgaan@zorgzaamomgaan.com  of 0479/881255 voor 20 u

Aan(ge)dacht nummer 16  september 2006: 

Jan Vanthomme 

aangedacht@skynet.be

2


de problemen zich op. Wout  verliest zichzelf in elke prikkel  die hem uitdaagt. Zelf Flurk de  poes moet het ontgelden. Tot  papa opstaat en de chaos ziet ’s  morgens om 5 uur. Wout zit nu  ook alles. “Ik heb het niet  gedaan” zegt hij zacht. “ Het  was de leeuw.” De leeuw in  Wout! Samen gaan ze een  leeuwentemmer zoeken. En hier  mee eindigt het boek. Voor  jonge kinderen die vrij  hyperactief zijn is dit een  herkenbaar verhaal. Dit boek  kan dan ook een aanzet zijn om  bij oudere kleuters en kinderen  uit het eerste leerjaar een  gesprek te starten over hun  gedrag. Het beeld van de leeuw  laat hen op een kinderlijke wijze  toe om de gevoelens te  verwoorden die gepaard gaan  met hun rusteloosheid. Als je  dan ook nog het kind zover kan  krijgen dat hij zijn eigen  leeuwentemmer wordt,  is dit  helemaal een succesverhaal. 

Hoe wer kt Strattera?  Strattera ®  (stofnaam Atomoxetine) komt eind september op de  Belgische markt. Het lijkt eerder op een antidepressiva en werkt  24 u..Strattera werkt niet onmiddellijk maar pas na 2­3 weken met  1 dosis per dag. Het is dus geen stimulerend middel zoals Rilatine  of  Concerta. Het helpt het verminderen van de kernsymptomen  van ADHD. Strattera werkt eerder op het afremmen van het  terugopnemen van noradrenaline (een neurotransmitter zoals  dopamine ). Je krijgt geen kick gevoel met Strattera omdat het  niet inwerkt op die gebieden (nucleus accumbens). Strattera werkt  vooral op de voorste delen van de hersenen die instaan voor de  remming en sturing van het gedrag. De prijs zal vermoedelijk  rond de € 80 liggen en wordt niet terugbetaald. Later meer  daarover…  Geboorteperikelen en overbewegelijkheid?  Deense onderzoekers toonden aan dat baby’s geboren voor 34  weken tot drie maal meer kans hebben op hyperkinetische  stoornissen/ADHD. Kindjes geboren tussen 34 en 36 weken  hebben tweemaal meer kans.  Kinderen met een laag geboortegewicht (tussen 1500 gr en 2500  gr.) hebben tot een 2 x meer risico.  In de groep met ADHD waren 90 % jongens. Dr. Linnet  verklaart  dit door de trage ontwikkeling van het dopaminesysteem tijdens  de zwangerschap bij jongens waardoor er dus een langere  kwetsbare periode bestaat. 

Het stond in de krant : kinderpsychiater W VDB dient klacht  in tegen apotheker Haesbrouck. In de vorige nieuwsbrief  hadden we duidelijke kritiek op die apotheker. We willen hier   onze onvolledige steun betuigen aan deze dokter. Zijn reactie  getuigt niet alleen van zelfr espect maar ook van respect voor   de ouders van kinder en met ADHD die het gezwans van deze  Dit boek hoort bij elke therapeut  apotheker best kunnen missen. thuis maar ook ouders van  jonge kinderen kunnen daar op  weg mee. De uitleg achteraan  het boek verklaart wat ADHD  betekent en kadert het verhaal  van Wout in dit verband. Wat  jammer genoeg ontbreekt zijn  enkele suggesties naar  verwerking toe.  De tekeningen zijn mooi  levendig en spreken kinderen  aan. Bovendien werd de  achtergrond wit gehouden wat  de aandacht beter richt!  “ Er zit en leeuw in mij”  van  Kristien Dieltiens en Marijke  Klompmaker uitgeverij Clavis 

Aan(ge)dacht nummer 16  september 2006: 

Jan Vanthomme 

aangedacht@skynet.be

3


Melatonine Uit verscheidene onderzoeken blijkt dat slaapstoornissen ook een invloed hebben op het eetgedrag.  Mensen met slaapstoornissen zouden een grotere neiging hebben voor zwaarlijvigheid. Wie in de  knoop zit met zijn biologisch ritme ervaart dus niet alleen een ander slaappatroon, een verschuiving  van het hongergevoel maar ook een wijziging van het ritme voor plassen en stoelgang maar ook de  cyclus van de lichaamstemperatuur wordt anders. Veel heeft te maken met Melatonine , een hormoon  dat ’s nachts geproduceerd wordt. Melatonine toedienen blijkt bij blinden een gunstig effect te hebben  op het normaliseren van hun slaappatroon. 1 Want juist bij een deel van die personen loopt de  biologische klok niet synchroon met de rest van de wereld. Hiermee blijkt Melatonine dus wel te  werken.! Maar is dit nu zinvol bij ADHD. Een rondvraag bij enkele artsen gaf geen uitsluitsel.  Melatonine bij ADHD werd nog niet toegediend ook niet als er sprake was van (in)slaapproblemen.  Men ging eerder een derde dosis toedienen of de dosering verminderen.  In Pediatric Clinics of North America beschrijft Dokter Anna Baumgaertel enkele alternatieven en  controversele behandelingen voor ADHD. 2  In het onderdeel antioxidanten heeft ze het ook over  Melatonine. Wij citeren haar (in vertaling) “ Melatonine is een krachtig antioxidant 3  met 

immunologische en zenuwbeschermend effect. Het blijkt geen enkele rol te spelen in de behandeling  van de kernsymptomen van ADHD 4  Maar is bewezen als middel bij het behandelen van  slaapritmestoornissen bij kinderen met variëteiten van neuro­ontwikkelingsstoornissen , zoals ADHD.  Een dosering van 0.5 tot 3 mg wordt gewoonlijk aanbevolen.”  In een medisch tijdschrift van dit jaar stond een verslag over een onderzoek naar slaaphygiëne en  Melatonine bij kinderen met ADHD die stimulerende middelen namen. We geven hier een  samenvatting. 5  Zevenentwintig kinderen tussen de 6 en 14 jaar met ADHD die stimulerende middelen namen en  inslaapproblemen kenden (meer dan 1 uur wakker liggen), kregen een begeleiding via een betere  slaaphygiëne. De kinderen die onvoldoende reageerden kregen een behandeling van 30 dagen met  Melatonine. De kinderen wisten niet of ze effectief het medicament kregen of een placebo  (nepmedicament). Het resultaat was een duidelijke verbetering van 16 minuten minder wakker liggen  in vergelijking met de kinderen die geen Melatonine kregen. Bovendien waren de nevenwerkingen  beperkt. Er werd ook een gecombineerde aanpak voorgesteld waarbij naast Melatonine ook aan de  slaaphygiëne werd gewerkt. In vergelijking met het aanvangsniveau en 90 dagen na het experiment  bleek er een verbetering van maar liefst 60 minuten te zijn! Belangrijk om weten is dat alhoewel de  (in)slaapstoornissen verbeterden, de kernsymptomen van ADHD niet verminderden. Conclusie : een  combinatie van slaaphygiëne en Melatonine is een veilig en effectief middel tegen inslaapproblemen  bij kinderen met ADHD die stimulerende middelen nemen. Wij voegen er nog aan toe dat Melatonine  geen goed middel is tegen ADHD.  We willen hier toch een opmerking van een psychiater toevoegen; die stelde dat bij een combinatie  van medicamenten bij een persoon met ADHD men steeds waakzaam moet zijn. Mensen kunnen heel  verscheiden reageren op medicatie (denk maar aan bepaalde hoestsiropen die bij de één slaperigheid  veroorzaken en bij een ander voor gejaagdheid zorgen). Het combineren van Rilatine met andere  vormen van medicatie (zelfs kruiden) kunnen extra verschijnselen veroorzaken.  Het roken van een jointje is op zich al niet zo onschuldig ondanks wat sommigen ook beweren  (politici incluis!?) en samen met Rilatine is dit zeker af te raden. Daarom raden wij iedere ouder aan  zelf niet zomaar  te exper imenter en met aller lei kr uiden naast de gewone medicatie voor ADHD. In  het geval van Melatonine dit enkel maar te doen in samenspraak met de behandelende arts, ook al kan  je Melatonine in de natuurwinkel aanschaffen (in Nederland toch). Tevens bij het innemen van een  hoestsiroop zouden wij het gedrag van het kind in het oog houden . Ben je bezorgd? Raadpleeg je  huisarts!  1 

The New England Journal of Medecine (2000;343:1070­7)  Volume 46 nummer 5 oktober 1999 pagina 986­987  3  Oxidanten zijn  4  Aandachtsstoornissen impulsiviteit en hyperactiviteit  2 

5

J Am Acad Child Adolesc Psychiatry. 2006 May;45(5):512­9”Sleep hygiene and melatonin treatment for children and  adolescents with ADHD and initial insomnia.” Weiss MD, Wasdell MB, Bomben MM, Rea KJ, Freeman RD

Aan(ge)dacht nummer 16  september 2006: 

Jan Vanthomme 

aangedacht@skynet.be

4


Ver slag Symposium De Tr ompet.  Vanuit de Dienst Bijzondere Jeugdzorg zijn er tal van initiatieven die instaan voor de begeleiding van  kinderen en jongeren met een problematische opvoedingsituatie. Zo verzorgt het Dagcentrum “ De  Trompet” in Roeselare een buiten schoolse opvang voor lagere schoolkinderen. Dit jaar bestaan ze 15  jaar en ze wensten dit te vieren met een symposium rond ADHD.  Alhoewel stilaan iedere burger zich een idee gevormd heeft rond ADHD, blijft het zinvol om  deskundigen daarover te laten communiceren. Daarbij moet men natuurlijk  a) de deskundigen aanspreken  b) hem/haar op de hoogte brengen van de medesprekers  c) zich als organisator discreet opstellen.  Jammer maar de organisatie en meer bepaald Dhr. Danhieux heeft het verknald.  Voor eerst bleken de sprekers niet op de hoogte te zijn van elkaars aanwezigheid.  Ten tweede was er naast twee academici en twee ervaringsdeskundigen nog een  vijfde spreker die nog  maar sinds 2003 over ADHD had gehoord (zoals hij zelf meedeelde!). Bovendien bleek deze persoon  er niet voor terug te schrikken om halve waarheden en onjuistheden rond te strooien waardoor hij bij  ondergetekende luisteraar een zeker medelijden opwekte temeer hij elk oogcontact met het publiek  vermeed.  Zijn vrouw constateerde drie jaar terug dat haar Ferdinand ADHD had en zo meende hij  het licht te zien! Zijn vrouw –de brave ziel­  was wellicht niet in staat om de differentiaal diagnose te  maken tussen ADHD en autisme want dit laatste is ontegensprekelijk kenmerkend voor deze vijfde  spreker uit het gezelschap.  Ten derde bleek al van bij het binnenkomen dat we hier te maken hadden met een spelletje dat de  organisatoren hadden bedacht. Relativientjes werden ons aangeboden in de vorm van tic­tac waarbij  in de inleiding verduidelijkt werd dat dit wees op het overdreven voorschrijfgedrag van Rilatine ® . In  het dagcentrum namen de kinderen naschools nooit geen Rilatine (werd gezegd) Men suggereerde dat  wie als ouder wel Rilatine ® gaf blijkbaar verkeerd bezig was. Wat een lef en tekort aan respect voor  de ouders!!!  Dit tekort aan respect bleek uit de folder waarmee de professionelen werden uitgenodigd. Men  poneerde daar enkele stellingen die zogezegd van de sprekers kwamen en waarmee een polemiek werd  uitgelokt. Wat wilde men daar in godsnaam mee bereiken? Is dit de manier om ouders zekerheden aan  te bieden in de opvoeding van hun kinderen? Als dan ook nog blijkt dat men de sprekers foutief citeert  en uitspraken in de mond wil leggen die zij niet deden; dan verdwijnt elke geloofwaardigheid. Je moet  het maar aandurven om een erudiet persoon als Prof. Danckaerts aan te kondigen met valse  beweringen van haar!!!!  Over de inhoud van dit symposium willen we het enkel hebben over de lezing van Pr of  Danckaer ts.  In een eerste schema had ze het over de te simplistische gedachte dat een stoornis leidt tot een  functiedeficit en dat de oorzaak biologisch is. Zo eenvoudig loopt het schema’stoornis ­> tekort’ niet.  Genetische invloed.  ADHD is een conglomeraat ( een geheel) van gedragsbeschrijvingen. Daarom bestaat hèt ADHD kind  niet! Ze haalde wel aan dat 65 tot 91 % van de verschillen in de gedragingen bij ADHD genetisch  bepaald wordt. (2005 Taylor)  Hoe weet je nu dat er een genetische invloed is? Het antwoord wordt ondermeer gevonden via  tweelingonderzoek  Genetisch  Omgeving 6  concordantie 7  Identieke tweelingen  100%  100%  >  Niet ­identiek  50 %  100%  >  In dit onderzoek gaat het om 10 000 tweelingenparen. We zien hier grosso modo een gelijke  omgeving. De erfelijkheidscoëfficiënt varieert tussen 61 en 90 % .Aangezien bij idenetieke tweelingen 

6 7 

Hier wordt ook de baarmoeder beschouwd en d invloed van bijv. roken , stress …  Studie van het gedrag en hoe gelijk het is

Aan(ge)dacht nummer 16  september 2006: 

Jan Vanthomme 

aangedacht@skynet.be

5


de gedragingen veel meer op elkaar lijken dan bij niet­identieke betekent dit dat de genetische factor  wel degelijke een invloed speelt.  Als we kijken naar andere stoornissen betekent dit dat de erfelijke factor bij ADHD hoger is dan bij  intelligentie! Maar minder dan bij autisme waar de erfelijkheid nog hoger ligt. Hieronder vind je een  rangschikking volgens erfelijkheid: ·Autisme 90 % ·Schizofrenie 75 % ·ADHD 75 % ·IQ 60% ·Depressie 40% ·Angst 30%  Ook andere onderzoeken tonen aan dat er naast erfelijkheid sprake is van een genetische aandoening.  Je wordt er als het ware mee geboren (niet noodzakelijk geërfd). Maar ook hier mogen we niet te  simplistisch gaan redeneren. Het is niet zo dat één gen verantwoordelijk is voor ADHD.  Verschillenden genen en hun defecte of vervormingen kunnen een rol spellen. Vooral de genen die  verantwoordelijk zijn voor de neurotransmitters ( stoffen in de hersenen die informatie doorgegeven)  zijn belangrijk. Maar één gendefect is slechts in beperkte mate verantwoordelijk voor het ADHD  gedrag, dikwijls alleen voor impulsiviteit maar niet voor de hyperactiviteit bijv. Naast de genen speelt  ook de omgeving een rol.  Omgeving:  We onderscheiden hier twee aspecten.   Biologisch ð   Maatschappelijk  ð Biologisch:  Pre/perinatale risico: roken, alcohol, druggebruik, stress tijdens de zwangerschap kunnen  aanleiding geven tot ADHD. Want tijdens de zwangerschap wordt 90% van de hersenen  aangemaakt.  Prematuriteit   Laag geboortegewicht ð   Zuurstof tekort  ð Biologische risicofactoren:  Hersenbeschadiging (infecties/trauma’s)  Voedingsallergie (5%): En bij dit laatste staat op plaats 1 citrusvruchten 2 chocolade 3.  kleurstoffen 4 bewaarmiddelen 5 meelspijzen. 

Waarom zien we dan niet bij ieder kind waarvan de moeder tijdens de zwangerschap rookte  ADHD gedrag?  Wel de invloed van die omgevingsfactoren wordt eigenlijk bepaald door de  genen. Het kind wordt namelijk door minder gunstige omgevingsfactoren kwetsbaarder voor  de invloed en de gevolgen van een genetisch mankement. Dus of een kind ­als gevolg van de  alcohol van moeder tijdens de zwangerschap­ ADHD gedrag vertoont is niet enkel afhankelijk  van de hoeveelheid alcohol maar vooral door zijn reactie op die alcohol en die reactie is  genetisch bepaald.  Maatschappelijk  Ø  Leefgewoontes:  o  Stress  o  Prestatiedruk  niet bewezen  o  Gesloten ruimten  Ø  Voedingsgewoonten:  o  Invloed kleurstoffen : studie in Engeland onder meer met placebo  (nepkleurstoffen) gaf een lichte stijging aan van de ADHD kenmerken. Men  bekeek de reacties van kinderen die een periode kleurstoffen kregen en een  periode niet. Men wist niet wat ze kregen. Men stelde bij het innemen van  kleurstoffen een lichte stijging van de ADHD kenmerken.

Aan(ge)dacht nummer 16  september 2006: 

Jan Vanthomme 

aangedacht@skynet.be

6


o Tekort aan poly­onverzadigde vetten: (denk maar aan visolie en omga 3 …) is niet  bewezen  Ø  Psycho­sociale invloeden:  o  Ernstige verwaarlozing – institutionalisering op vroege leeftijd. We zien meer  ADHD­gedrag maar is dat het gevolg van die verwaarlozing of is dit door de  genetische achtergrond van die kinderen (Wat is de kip of het ei?)  o  Opvoeding: “Wat zie je in gezinnen met kinderen met ADHD tov andere  gezinnen.  §  Meer negativiteit­ straffen  §  Minder positiviteit  §  Minder probleemoplossingsvaardig  §  Meer ouder­kind conflicten  §  Meer partnerconflicten  §  Meer instabiliteit , meer psychiatrische problematieken.  Van deze opvoedingskenmerken werd bewezen dat zij het gevolg zijn van  ADHD en een risicofactor vormen voor gedragsstoornissen. Er bestaat maar  weinig bewijs dat opvoeding oorzaak zou zijn voor ADHD. Wel is het zo dat  er 25 % kans bestaat bij ADHD dat er in de eerste graad ook ADHD  voorkomt.  ADHD is een samenspel tussen genen en omgeving.  Zo vader zo zoon, zo zoon zo vader!  Een kind met een genetische aanleg voor ADHD heeft een hogere kans om in een niet ­ optimale  omgeving op te groeien. 

(ed)  Door de grote erfelijke belasting bestaat de kans dat een kind met ADHD een ouder heeft met  dezelfde problematiek. Wie als ouder net zoveel last heeft met regels, structuur, te impulsief is en  graag de kick opzoekt …zal met zo’n houding geen of moeilijk een gepast antwoord kunnen bieden  aan de opvoedingsvraag die een kind met ADHD stelt.  Je zou het ook zo kunnen zien: Als een kind in zekere mate de kenmerken vertoont van ADHD (een  zekere aanleg heeft)  maar een consequente­ gestructureerde en warme opvoeding geniet dan zou het  ADHD­beeld beperkt kunnen blijven. Helaas bestaat ook de omgekeerde redenering. Een milde vorm  van ADHD kan door een “ verkeerde”  opvoeding uitgroeien tot een ernstige vorm waarbij de kans dat  de secundaire gevolgen groter zijn toeneemt. We denken daarbij aan een laag zelfbeeld, depressie en  allerlei gedragsstoornissen.  Maar wat hier gezegd wordt over opvoeding geldt even goed voor andere aspecten uit de omgeving.  Neem nu roken! Een moeder die rookt (of meerookt) tijdens haar zwangerschap zorgt voor een  baarmoeder waarin een ADHD kiem zich kan ontwikkelen.  Prof Danckaerts liet duidelijk verstaan dat ADHD niet veroorzaakt wordt door een opvoedingsfalen.  ADHD heeft wel te maken met essentiële eigenschappen die met een normale variatie in de bevolking  voorkomen. Dus iedereen is wel wat verschillend qua impulsiviteit , hyperactiviteit of aandacht. Maar  wanneer het te extreem wordt zijn er problemen ­  wordt de ontwikkeling bedreigd.  Zo stelt men nu dat er ongeveer 5 % ADHD voorkomt in onze bevolkingsgroep. Wanneer we nu  spreken van ADHD of niet is eigenlijk een stuk maatschappelijk bepaald. En dus nu ligt de afkaping  waar we spreken van ADHD op 5% !  Tenslotte had Prof. Danckaerts het over de Europese richtlijnen (die bestaan sinds 2004) rond  onderzoek en begeleiding van ADHD. Zo is het belangrijk dat ouders correcte info krijgen over  ADHD. Binnen de oudercursussen die zij organiseert spendeert men daar 3 u aan. Deze info wordt ook  wel psycho­educatie genoemd. In dit verband willen we hier nog toevoegen dat dit niet alleen op  niveau van de ouders moet gebeuren maar dat tevens het kind zelf en in sommige gevallen ook de  klasgenoten geïnformeerd moeten worden. Zo werkten we met vzw ZOOM een klassengesprek­model  uit waarbij naast info ook een aanzet gegeven wordt om een zorgzame klas te installeren. Een  basistekst over dit model kan aangevraagd wordt via de website www.peterglorieux.be

Aan(ge)dacht nummer 16  september 2006: 

Jan Vanthomme 

aangedacht@skynet.be

7


Voor diegene die mijn kind onderwijst. 8 

Beste leerkracht: 

Mijn kind kreeg de diagnose ADHD na een grondig onderzoek.  Als  ouder  verwacht  ik  dat  mijn  kind  zich  op  een  goede  manier  gedraagt  zowel  op  school als ergens anders. Toch moet ik erkennen dat bepaalde gedragingen die zo  kenmerkend  zijn  voor  ADHD  ook  bij  ons  kind  voorkomt.  Sommige  van  die  gedragingen  zijn  niet  gepast  en  onverwacht  maar  ze  zijn  daarom  niet  noodzakelijk  onaanvaardbaar of “slecht”. Ze gedragen zich gewoon anders.  De leerstijl van ons kind is ook anders dan bij andere kinderen uit de klas. Opnieuw  is dit niet noodzakelijk een “slecht “iets ; het is gewoon anders.  Alstublieft  hou  rekening  met  die  verschillen  terwijl  je  ons  kind  onderwijst.  Wijs  hem/haar  terecht  als  het  nodig is  maar  pas  je  zelf  aan  en  aanvaard  dit  verschil  als  het  kan.  We  voegen  graag  enkele  tips  toe  die  de  omgang  met  ons  kind  kan  vergemakkelijken. Aarzel niet om ons te contacteren indien je vragen hebt of er zich  problemen voordoen.  Met oprechte dank 

De ouder(s)  van 

8

Vertaald uit ADDitude­ magazine : augustus­ september 2006

Aan(ge)dacht nummer 16  september 2006: 

Jan Vanthomme 

aangedacht@skynet.be

8


Omdat mijn kind ADHD heeft kan je misschien volgend gedrag verwachten.  Lichamelijke gedrag: · · · ·

Frutselen wriemelen of  voortdurend in beweging zijn. Onhandigheid Valt vaak Botst tegen andere kinderen of tegen voorwerpen in klas. 

Klasgedrag: · · · · · · · · ·

Luister misschien niet naar opdrachten. Begint te werken zonder de opdracht af te wachten of volledig te luisteren. Slordig handschrift Verliest papieren, potloden en ander materiaal. Zal meer dan de andere leerlingen naar jouw lessenaar komen. Zal dikwijls vragen stellen die niet met het onderwerp van de les te maken heeft. Zal onverwachte antwoorden geven op vragen. Zal misschien als eerst een werk of toets indienen maar van een bedenkelijke kwaliteit. Zal soms “hyperfocussen” op een onderwerp en zich daarop fixeren. (overdreven aandacht  hebben ) 

Sociaal gedrag: · · · · · ·

Heeft de neiging de baas te willen spleen over ander kinderen. Heeft de neiging of overdreven te reageren op wat als “oneerlijk” wordt ervaren. Onderbreekt anderen in gesprekken Is opdringerig in spelletjes of ander activiteiten. Moeite om in een rij te wachten. Houdt geen rekening met anderen of gaat gewoon weg tijdens een gesprek. 

Emotioneel gedrag: · · · ·

Plotse en soms hevige gemoedswisselingen. Gevoelig en vlug gekwetst. Snel gefrustreerd. Reageert overdreven op een standje of kritiek. 

Andere gedragingen. · · ·

Kan er slonzig uitzien zelfs al komt hij/zij  pas uit bad. (Als ouders doen we echt ons best!) Dikwijls in gedachten verzonken. Kan in zich zelf praten met stille lipbewegingen.

Aan(ge)dacht nummer 16  september 2006: 

Jan Vanthomme 

aangedacht@skynet.be

9


Aanbevelingen binnen de klas om een kind met ADHD te helpen.  Wanneer je dit gedrag merkt: 

Probeer dit even! 

Plaats in de klas  Snel afgeleid door wat er in klas gebeurt of wat  door het venster te zien is.  Misdraagt zich om negatieve aandacht te  winnen.  Is zich niet bewust van de ruimte die hij inneemt.  Hij reikt naar andere banken om te praten of  raakt andere kinderen aan. 

Zet de leerling vooraan, weg van de afleidende  prikkels. 9  Zet de leerling met ADHD naast een  voorbeeldleerling.  Vergroot de ruimte tussen de banken. 

Opdrachten Is niet in staat een opdracht binnen de tijd af te  werken.  Begint goed met een opdracht maar de kwaliteit  daalt duidelijk naar het einde toe.  Heeft moeite om instructies op te volgen. 

10

Geef extra tijd. 

Splits lange opdrachten op in kleinere  onderdelen.  Koppel geschreven opdrachten aan gesproken  opdrachten. 

Afleidbaarheid Is niet in staat om klasgesprekken te volgen of  notie te maken. 

Klaagt dat lessen “vervelend” zijn. 

Is vlug afgeleid. 

Geeft zijn werk in met veel verstrooifouten. 

Voorzie hulp van een medeleerling bij het  noteren en stel de leerling vragen tijdens de  klasgesprekken om hem aan te moedigen deel  te nemen aan de discussies.  Zoek naar middelen om de leerling te betrekken  in de lesuitvoering. (bijv. computer bedienen,  kaart vasthouden…)  Spreek met de leerling een persoonlijk teken af  dat hem eraan herinnert aandachtig te zijn. (bijv.  de leerkracht wrijft over zijn neus ­ de leerling  weet dat hij moet opletten).  Laat de leerling om de vijf minuten zijn/haar taak  inbrengen om te checken of hij/zij “goed” bezig  is. 11 

Gedrag Is voortdurend bezig om aandacht te krijgen. 

Slaagt er niet in om “het waarom” van de les te  zien.  Antwoordt zonder zijn beurt af te wachten of  onderbreekt anderen. 

Heeft nood aan versterking , bevestiging. 

Heeft behoefte aan hulp op lange termijn om  gedrag te verbeteren. 

Negeer minder belangrijk onaangepast gedrag  (bijv. zit met zijn been te wiebelen zonder dat  andere leerlingen er last van hebben).  Beloon sneller goed gedrag.  Laat enkel antwoorden toe wanneer de hand  werd opgestoken. Werk met een stoplicht waarbij  enkel  een hand mag opgestoken worden nadat  het licht op groen stond (een kaart of een  stopbord).  Werk rond één gedragsaspect dat haalbaar is  voor de leerling en rapporteer dagelijks, wekelijks  naar de ouders (liefst zo positief mogelijk).  Werk met een gedragscontract (zie punt  hierboven). 

9

Deze maatregel is vrij goed gekend maar werkt niet altijd. Sommige kinderen zoeken juist prikkels op om hun  aandacht levendig te houden. Wanneer ze geen prikkels meer krijgen gaan ze zelf op zoek en de goed bedoelde  maatregel zorgt voor nog meer rusteloos gedrag. Het vooraan zitten werkt soms tegenovergesteld. Ze zien nu  niet meer wat er gebeurt en willen voortdurend achter zich kijken. Soms is het beter van de leerling achteraan de  klas te plaatsen weliswaar weg van het venster ­  en liefst alleen.  10  Veel zal afhangen van de andere problemen die de ADHD in veel gevallen begeleiden; zoals een leerstoornis.  11  Dit laatst is ook goed om de aandacht levendig te houden.

Aan(ge)dacht nummer 16  september 2006: 

Jan Vanthomme 

aangedacht@skynet.be

10


Organiseren/plannen Houdt moeilijk papieren bij of in de juiste  volgorde. 

Werk met een kaft van de dag waarbij alle  papieren van die dag in gestopt worden. Thuis  ondersteunen de ouders de leerling om de  bladen in de juiste kaft op te bergen. Gebruik  voor ieder vak duidelijk verschillend kaftpapier of  breng een kleur aan. Dit kleur breng je ook aan  op de kalender zodat hij/zij ziet welke vakken die  dag nodig zijn.  Controleer de agenda of de taak goed (leesbaar)  ingeschreven werd. Laat de ouders dagelijks de  agenda ondertekenen.  Stel een tweede exemplaar ter beschikking voor  de ouders. 

Heeft moeite om huiswerk te onthouden. 

Verliest (vergeet) boeken. 

Onrust Heeft behoefte om rond te lopen. 

Heeft moeite om langere tijd de aandacht scherp  te houden. 

Laat de leerling een boodschap doen. Laat hem  even rondlopen in gecontroleerde  omstandigheden bijv. na een ½ u en op teken  van de leerkracht! Laat het jonge kind eventueel  even rechtstaan als dit kan.  Voorzie korte pauzes tussen de opdrachten. Of  wissel de activiteiten wat vlugger af. 

Stemming/Sociaal gedrag  Aangepast sociaal gedrag is twijfelachtig. 

Bepaal doelstellingen naar sociaal gedrag toe,  in  samenspraak met de leerling en voer een  beloningssysteem in.  Moedig het samenwerken aan door met duo’s te  Werkt niet goed samen met andere leerlingen.  werken vooraleer met grotere groepen te werken.  Laat de leerlingen onder elkaar afspraken maken  ( en ze noteren) wie wat doet en controleer dit in  het begin.  Wordt niet aanvaard door de klasgenoten.  Wijs het kind bepaalde (haalbare)  verantwoordelijkheden toe in bijzijn van de  andere klasgenoten. Ga na of een  klassengesprek door een buitenstaander (CLB­  medewerker, zoco …) over ADHD wenselijk is. 12  Beloon regelmatig positief gedrag. Geen  Heeft een laag zelfbeeld.  materiële beloning wel een compliment of een  activiteitsbeloning. Maak ook duidelijk waarom je  beloont en hoe het vroeger ging. Als het over een  handelingsproces gaat laat dan weten waarom  het resultaat goed is zodat het kind bevestigd  wordt in zijn positieve oplossingsgedrag.  Geef het kind verantwoordelijkheid: uiteraard  voor zaken waarvan je weet dat het  dit aankan!  Ziet er eenzaam en teruggetrokken uit.  Zet het kind aan tot contact. Schakel een ander  kind in die poogt hij/zij te betrekken. Plan  groepsactiviteiten onder jouw leiding.  Is snel gefrustreerd , voelt zich snel verongelijkt.  Maak duidelijk ­op een rustige wijze­ waarom iets  niet kan maar ga niet in discussie. Bevestig  vaak positief gedrag en goed werk.  Maakt zich snel kwaad.  Zet het kind aan om situaties, die hem kwaad  maken te verlaten en laat hem over zijn  kwaadheid praten (als hij/zij gekalmeerd is) maar  maak ook duidelijk welke reacties op zijn  kwaadheid kunnen en niet kunnen!  Vertaald en bewerkt door Jan Vanthomme van A Teacher’s “Quick List” van Bob Seay  12 

Zie daarvoor ZOKLA ‘zorgzame klas’ op de website www.peterglorieux.be

Aan(ge)dacht nummer 16  september 2006: 

Jan Vanthomme 

aangedacht@skynet.be

11


Een bericht van de Vlaamse Minister Inge Vervotte:   Hoe vroeger ouders ondersteund worden in het opvoedingsproces, hoe meer opvoedings­,  gedrags­ en emotionele problemen bij hun kinderen op langere termijn kunnen vermeden  worden. Hoe vroeger de info geraadpleegd wordt, hoe vroeger met de adviezen wordt  geëxperimenteerd. Hoe vroeger men beroep doet op de nodige hulpverlening, hoe meer  kans op een positief resultaat. Als we de preventie uitbouwen, dan komen minder jongeren  later terecht in de jeugdhulpverlening.  Vanaf september start in Antwerpen het proefproject rond  Triple P /positief ouderschap, dat 500 hulpverleners traint. Daarnaast zal het decreet  opvoedingsondersteuning het huidige aanbod opvoedingsondersteuning transparanter en  dichter bij de ouders brengen. Er wordt ook jaarlijks een week van de opvoeding  georganiseerd, zodat opvoeding blijvend op de politieke en maatschappelijke agenda  geplaatst wordt.  Triple P gaat uit van positief ouderschap   Positief ouderschap betekent een relatie en communicatie tussen ouders en kinderen best  uitbouwen vanuit een positieve kijk. Een dergelijke open communicatie is cruciaal. Ze zorgt  ervoor dat kinderen minder snel in een problematische opvoedingssituatie belandden. ·De Vereniging voor Alcohol ? en andere Druggproblemen (V.A.D.) gaf al eerder aan dat  een goede ouder­kind relatie een positieve invloed heeft op het uitstellen en ontmoedigen  van het eerste alcohol­, tabak­ en cannabisgebruik en het risico op misbruik van middelen  vermindert (NIDA, 2003 en Duncan et al, 1995) ·Een goede relatie tussen ouders en kind vormt ook een belangrijke buffer, want leidt tot een  grotere weerstand tegen de druk van leeftijdsgenoten (Farell & White, 1998)  Vijf principes van positief ouderschap (zoals benoemd in Triple P)  Positief ouderschap werd in een afgelijnd programma gegoten (Triple P­programma ofwel  Positive Parenting Program) door Matt Sanders.  1.  Creëren van een veilige leefomgeving.  2.  Een positieve, stimulerende omgeving, zodat kinderen geprikkeld zijn om hun  mogelijkheden te ontdekken.  3.  Een adequate discipline hanteren: duidelijke regels en afspraken met een consistente  en voorspelbare aanpak  4.  Realistische verwachtingen hebben over je kinderen.  5.  Voor jezelf zorgen als ouder: de batterijen af en toe opladen.  De 5 principes zijn universele principes, waarvan wetenschappelijk erkend worden dat ze  belangrijk zijn bij de opvoeding. Niet elke ouder zal op dezelfde manier zijn kind stimuleren,  niet elke ouders zal op dezelfde manier regels en afspraken maken, maar het is wel  belangrijk dat deze verschillende aspecten aanwezig zijn in het opvoedingsproces, in dialoog  met de kinderen.  Wat zijn de effecten op ouders en kinderen?   Kinderen ontwikkelen sociale en persoonlijke vaardigheden, waarmee ze weerbaarder zijn  als een crisissituatie zich voordoet (kindermishandeling, echtscheiding,?) Ze leren ook nee te  zeggen tegen negatieve groepsdruk, criminaliteit en verslavingen.  Ouders leren hoe ze grenzen stellen consequent handelen als hun kinderen die overtreden.  Zo kunnen ze bvb vroegtijdig antisociaal gedrag (agressie, pestgedrag) van hun kinderen  herkennen en tegengaan. Ze hebben meer vertrouwen in hun eigen rol als opvoeder en zijn  minder gestresseerd.  Vlaams minister van Welzijn Vervotte wil de 5 principes uit het Triple P­programma lanceren  als basisprincipes voor opvoedingsondersteuning in Vlaanderen.  Voor meer informatie kunt u terecht bij:  Dhr. Hans Seeuws, woordvoerder van minister Vervotte  Tel.: 02­552 64 00  Gsm: 0476­32 30 30  E­mail: persdienst.vervotte@vlaanderen.be

Aan(ge)dacht nummer 16  september 2006: 

Jan Vanthomme 

aangedacht@skynet.be

12

nieuwsbrief aan(ge)dacht 16