Issuu on Google+

3de jaargang nummero 10 1 april 2014 Redactie-adres Buizemontstraat 19

Giesbaergske

9500 Geraardsbergen

Giesbaergen

koleuren gazette giesbaergske gazette vordat de koleuren goe zoan vermingen

Onafhankelijk multicultureel gazetje ter verdubbeling van de integratie die niet enkelvoudig kan werken. Giesbaergske Koleuren Gazette is een realisatie en uitgave van Studio Schrever en Uitg. Eigenbegeer

1 Voorwoord van de redactie Licht op de stad Intussen in de wereld 2 Korte inhoud 3 Jessy Wyffels: nieuw Gent 4 Empowerment: Sihame El Kaouakibi 9 Nico Goethals: Loslaten 10 De eerste fietskoerier in de Vlaamse Ardennen 11 Stampmedia: Cargo Vélo 12 Boeddhistische Blik: Konrad Maquestieau 16 Vormingplus: Babbelonië 20 Valerie Gevaert: Jorsala 22 Kunstenaar en filosoof: Edgard Gevaert 23 Koleurenkaffee: In ‘t Bruggenhuis 24 Ben & Taryn: ‘Funny story’ 27 Bert-Jan Oosterbeek: koud of toch niet? 28 Nahid Mohammadi: Literatuur uit Chili 30 Rosario: De stilte in 32 ‘Ici Bruxelles’ 33 Fietscampagne ‘We Cycle this City’ 35 Walter Aelvoet: Fietsverhaal 36 Evy Duville: Botswana 37 Paddenoverzet: La Houppe 38 Repair Café Geraardsbergen 39 ‘t Uilekot: Lezen in de Lente 40 Fietsen naar de Zomer 41 Wim Schrever: Ploeteren 42 Dana-principe Fotocollage - Colofon Citaat Dalai Lama

Intussen

in de wereld In Kazachstan is de arendjacht een mannelijke traditie. De dertienjarige Ashol Pan is er echter in geslaagd die gewoonte te doorbreken: zij gaat dit jaar als

Licht op de stad

© Studio Schrever

Inhoudst a f e l Editi e L e n t e ‘14

Dankuwel. Dat is het woord dat spontaan in me opkwam, toen ik naar huis fietste van bij een favoriete bakker in een nabijgelegen dorp en ik een oude vrouwtje het fietspad zag schoonvegen. Ze deed het grondig. Ook het stof tussen de voegen moest eraan geloven. Al van ver had ik haar middenop het (zeldzame) afgescheiden fietspad zien staan. Haar

gebaar trof me meteen. Het was duidelijk dat ze dat tegelijk ook deed om een proper stukje fietspad voor de deur te hebben. Niettemin getuigde haar actie ook van verantwoordelijkzijn en van een mededogen naar andere weggebruikers, met name de fietsers. Om haar initiatief van samenhorigheid en responsabiliteit wilde ik haar graag dankuwel

enig meisje mee op pad met de jagers en hun roofvogels. Ze is dan ook door fotograaf Asher Svidensky uitgekozen als symbool voor vernieuwing en emancipatie in de uitstervende traditie van de arendjacht.  In de Oostvlaamse provinciehoofdstad Gent is de vijfentachtigjarige Stefaan Haelterman als gediplomeerd horlogemaker dagelijks begaan met de juiste tijd. Wat hij ook elke dag doet, vanuit zijn winkelraam in de Kortrijksepoortstraat van de Arteveldestad, is de passanten toezwaaien bij wijze van hartelijke groet. Zijn dokter zegt dat hij best gewoon voort moet werken aan horloges, zoals hij dat zijn leven lang al doet.

Eveneens volgens zijn huisarts moet hij blijven zwaaien naar de mensen die passeren aan zijn winkelraam.  Op 25 januari 2013 begon Amerikaans journalist Paul Salopek aan zijn ‘Out of Eden Walk’: een voettocht van zeven jaar en 34.000 kilometer, die hem langs de oudste menselijke migratieroutes over vier continenten brengt, vertrekkend vanuit onze Afrikaanse wieg in Ethiopië tot het uiterste zuiden van Zuid-Amerika. Slow journalism ten top. Met die onderneming wil hij in wandeltempo verhalen verzamelen langs de oudste menselijke migratieroutes. “Wandelen is een heel bezinnende oefening. Je kunt wandelen en dromen tegelijk.

zeggen. En dat deed ik ook, terwijl ik haar gezwind voorbijfietste en haar toezwaaide. Dat kan zo deugd doen, gewoon dankuwel zeggen. Omdat je ziet dat de ander daar ook wat aan heeft. Moet u zeker ‘s proberen, morgen op het fietspad, of ergens anders. (WiSch)

Wandelen is bovenal een heel democratische manier om in de levens binnen te dringen van de lokale mensen die ik ontmoet op mijn tocht. Het creëert gelijkheid.”  Begin maart had in de Grote Hal van het Volk in Peking (China) opnieuw het Nationaal Volkscongres plaats. Afgevaardigden vanuit de verste uithoeken van China kwamen toegestroomd voor het jaarlijske Congres dat twee weken duurde. (Bron: DS Online)

© Asher Svidensky

3 jaargang, nummer 10, 1 april 2014 de

pagina 1

www.giesbaergskekoleurengazette.be


Giesbaergske Koleuren Gazette

V o o r w o o r d Met dankuwel opende deze krant. Dankuwel is wat we ook u als lezers van de Gazette wil zeggen, om het lezen en delen ervan. Uw lezen doet ons deugd. Dat is een extra motivatie om verder te werken aan deze driemaandelijkse vrijwillige en onafhankelijke krant, waarvoor intussen vijftien schrijvers vrijwillig bijdragen insturen over het leven zoals het is. Daarover wil deze Magazette (een kruising tussen een magazine en een gazette) graag berichten, over de gewone dingen des levens. De Gazette poogt ook om mee te werken aan een ander beeld van onze superdiverse samenleving, met een positieve noot van gelijkheid en verdraagzaamheid. Voortaan kan wie dat wil de werking van de Giesbaergske Koleuren Gazette ook financieel steunen door een vrijwillige bijdrage op rekeningnummer BE25 7370 1096 4982, van Uitg. Eigenbegeer, Buizemontstraat 19, 9500 Geraardsbergen, met vermelding ‘bijdrage werking Gazette’. Maar ook zonder zeggen wij u welgemeend dankuwel. Dankuwel. Veel lees-, kijk- & bladerplezier in deze tiende editie van de Giesbaergske Koleuren Gazette! Wim Schrever, eindredacteur (alvast speurend en uitziend naar meer superdivers nieuws voor de volgende Gazette die op 1 juli uitkomt, als meeneemkrant op uw zomervakantie...).

Sihame El Kaouakibie heeft een duidelijke visie én een missie: we gingen haar opzoeken in haar thuisstad Antwerpen: p. 4 In zijn cursiefje heeft Nico Goethals het over loslaten, en hoe dat eigenlijk nog vaak vasthouden betekent: p. 9 Roeland Deriemaeker is de eerste fietskoerier in de Vlaamse Ardennen: we volgden zijn spoor om verslag uit te brengen -per fiets: p. 10 Konrad en zijn echtgenote Annemie bezielen de Dojo van Halle: we ontmoetten hen op hun jaarlijkse sesshin in Rosario: p. 12 Bij Vormingplus Vlaamse Ardennen-Dender loopt een nieuwe taalklas voor anderstaligen, onder de klinkende naam ‘Babbelonië’: p. 16 Valerie Gevaert is betrokken bij Jorsala, een voettocht over de grenzen heen, om de dialoog tussen mensen te bewaren : p. 20 Edgard Gevaert was een van de boegbeelden van de Latemse School. Naast kunstenaar was hij ook een levensfilosoof: p. 22. ‘In ‘t Bruggenhuis’ is de naam van het muziekcafé langs de oever van de Dender, waar Jazz-muziek een thuis heeft: p. 23 We ontmoetten Taryn en Ben, singer/songwriters uit Halifax (Canada) op ontdekking in Europa: p. 24 Literatuur-medewerkster Nahid Mohammadi met een bijdrage over Chileens auteur Alejandro Zambra: p. 28 Veraf kan soms dichtbij zijn: een reportage over Rosario, een voormalig klooster in Bever. Bijdrage van Mieke Herregodts: p. 34 Om de winter (definitief?) af te sluiten, wat sfeerbeelden van het Geraardsbergse Lentefeest, Krakelingen: p.42

www.giesbaergskekoleurengazette.be

pagina 2

3de jaargang, nummer 10, 1 april 2014


Giesbaergske Koleuren Gazette

Englishwoman in New York Jessy Wyffels - Cursief

Geraardsbergen wordt het oude Gent Jessy is een migrante, hoewel je dat niet ziet op het eerste zicht. Toch migreerde ze van haar geboortestad Poperinge over Gent naar Geraardsbergen. Ze kwam niet per boot en is verder net als u en ik op zoek naar de gewone dingen des levens, met een open blik op de wereld, waarin soms verrassende dingen gebeuren.

Jessy Wyffels

Bij een afscheidsfeest hoort een welkomstfuif Bij mijn vertrek uit mijn vorige woonhuis in Gent, was er -zoals het hoort- een laatste afscheidsdrink. Met vertraging weliswaar, meer dan een maand nadat ik uit de studentenstad was vertrokken. Een laatste keer allen samen in het huis in Gent waar ik de voorbije jaren had gewoond. Vrienden, familie en buren, iederéén mocht langskomen…. Om elk stripverhaal af te sluiten, serveert Nero vergebakken wafels: ten huize mijn 3de jaargang, nummer 10, 1 april 2014

voormalige huisgenoot en ik waren er pannenkoeken bij de vleet. Net als Nero’s geestelijke vader, Marc Sleen, meters wafels tekende, zoveel pannenkoeken bakten mijn vroegere huispartner en ik. Er werd gevreten, gelachen en er werden ook een beetje herinneringen opgehaald. Er werd gesproken over de successen die de Gentse wijk bij ‘t UZ, Ottergemse Dries, geboekt had. Het hoofdsucces ten top: teamspirit en buurtverbondenheid, wat geleid had tot de strijd voor een stukje groen en een buurthuis. Tot zover mijn levensverhaal in Gent. Want bij een afscheidsfeest hoort aansluitend ook een nieuw begin met een instuif ten huize ‘Jessy in Geraardsbergen’ dus: een renovatieparty voor vrienden, familie en nieuwe buren. Mijn Gentse ex-buren, die intussen vrienden zijn geworden, heb ik alvast verwittigd: hun eerste bezoek aan de Oudenbergstad zou namelijk wel ‘s een cultuurschok kunnen betekenen. Hen voorbereiden lijkt me dus een noodzaak. Ik doe het als volgt: “De voetpaden zijn er heel smal, dus loop zoals eendjes achtereen -met moedereend voorop-, wanneer jullie vanuit het treinstation van Geraardsbergen-City naar mijn huis wandelen, eventjes verderop, halverwege Uptown. Ontmoet je een tegenligger op het smalle voetpad, dan is het simpelweg de wet van de sterkste.” En ook: “Er rijden weinig fietsers in de stad en gemeente: naast wat legendarische zondagscoureurs is het aantal fietsers héél laag in de stadskern. De fiets is nog niet opgehemeld tot de waarde van de sportauto waarmee Johnnies en Marina’s hier de straten vullen.” Verder: “De bevolking bestaat er niet uit studerende tieners en prille twintigers. Jeugdigheid vertaalt zich door grijze haren al dan niet geverfd en door rimpels en reliëf in de gelaten. Dat deze stad wijs is, vertaalt zich in de wijsheid van de oudere garde.” pagina 3

Daarbij: “Bestel je een pak friet, dan moet je niet verwachten dat dit snel en commercieel aangepakt wordt. Alles op zijn tijd. Als Gent een sneltrein is aan sociaal leven, dan is Geraardsbergen het boemeltreintje waarop je plezier beleeft. Alles gaat hier vier keer trager.” Tenslotte: “Mensen zijn hier sociale wezens, ze spreken je graag aan. Ben je verdwaald, dan zullen ze je weltevree de wandelroute uitleggen om op mijn nieuwe adres te raken. En hou er rekening mee dat de hoofdtaal er géén West-Vlaams is: het échte Giesbaergs is -in tegenstelling tot wereldtaal Westvloets- bovendien onbegrijpbaar! Ik vermeld er gaarne nog bij dat door het toenemend aantal nieuwe bewoners uit West-Vlaanderen, de taalfaciliteiten ook hier kerende zijn en het uniforme Westvlaamsch binnenkort in de Geraardsbergse binnenstad zal heersen.” Op die manier dus wil ik mijn vrienden enthousiast maken om me te komen opzoeken in m’n nieuwe Geraardsbergse stulp. Ze zijn alvast voorbereid. De instuif in de stad van de legendarische Muur kan dan beginnen, alleen ben ik nog één iets vergeten te zeggen. Want ondanks de mankementen van de stad -de rust in zowel de postieve als negatieve zin-, heerst hier net dezelfde dynamiek als in Gent. Er waait iets tussen de heuvels en mattentaarten heen. Net zoals in Gent, willen we hier vooruit en vernieuwing brengen in deze oude structuur. En Rome is ook niet op één dag gebouwd, net als Gent, waar het fietsbeleid een werk van decennia was, net als het verheffen van West-Vlaams als nieuwe uniforme spreektaal (..). Ook in Giesbaergen leeft teamspirit en buurtverbondenheid. Ideeën rijzen hier als paddenstoelen uit de grond en ook in deze stad spreekt iedereen binnenkort dé enige echte wereldtaal van het WestVlaamsch, hé... Geraardsbergen wordt het nieuwe Gent, of het oude Gent, toen Gent nog leefbaar was. Het is al bezig. Dit volk èn de wereld zijn gewaarschuwd: het wordt the place to be…. Wie mailt het nieuws alvast door naar de populaire dikke reisgids Loneley Planet? (JeWy) www.giesbaergskekoleurengazette.be


Giesbaergske Koleuren Gazette

Empowerment Sihame El Kaouakibi

Een visie op lange termijn Vast en zeker mag het ‘not done’ heten om een geïnterviewde meteen met bloemen te overladen. De jonge vrouw die op deze a-typische en druilerige winter-vrijdag in februari voor me zit, noodt me dat wel te doen. Niet alleen ziet ze er stralend, ‘ravisante’ en overtuigend enthousiast uit: met haar project ‘Let’s Go Urban’ dat ze in 2009 opstartte, drukte ze een meer dan ongewone stempel op de grootstedelijke jeugdcultuur van Antwerpen, ze behaalde er in 2011 de Cultuurprijs voor én werd even later -op haar zesentwintigste!- uitgenodigd voor een TedX-toespraak. I bet she rocks your socks off too. Watch it. ‘Op m’n eenentwintigste, na mij studies voor onderwijzeres, begon ik aan ‘Let’s Go Urban’, waarmee ik jongeren wilde aanspreken en hen tools aangeven om zich te ontwikkelen in een diverse samenleving. Het onderwijs was daarin beslist mijn inspiratie maar tegelijk ook mijn frustratie. Want het voldoet geenszins aan de grootstedelijke context en is te veel gericht op cognitie zonder uit te gaan van de persoonlijke talenten van jonge mensen. Daardoor maakt het onderwijs al een rangschikking van mensen op basis van kennis, wat een kortetermijnvisie is. En dat kan volgens mij niet de bedoeling zijn van het onderwijs dat jonge mensen net middelen moet aanreiken om zich volledig te kunnen ontplooien tot waardevolle individuen en zich te integreren in een veranderende maatschappij. Komt daarbij nog het integratiebeleid dat een evenzo kortetermijnvisie heeft, waarin de focus wordt gelegd op mensen met een exotisch kleurtje, een andere religie of een vreemde taal. Dit alles in combinatie met mijn eigen jonge ik die deel uitmaakt van de nieuwe jonge generatie, ging ik me afvragen wat ik daaraan dan zou kunnen helpen veranderen. Ik zag in dat er een langetermijnvisie ontbrak. Langs de ene kant wilde ik niet in het onderwijs gaan, maar ik wilde wel maar al www.giesbaergskekoleurengazette.be

te graag een andere aanpak stimuleren en niet aan de zijlijn blijven staan. Maar ik wilde dat kunnen doen als autonome partner van het onderwijs, van het beleid, van de cultuursector.’ Mogen we daaruit begrijpen dat u wat anders wilde bereiken dan wat de gevestigde instellingen beogen? ‘Goh, ‘anders’ dan bedoeld als dat ik vooral wil tegemoet komen aan de noden van vandaag. Ik stel vast dat veel organisaties zijn blijven steken in de tijd zonder mee te evolueren in die voortdurend veranderende maatschappij. In het middenveld -de culturele sector, de welzijnssecor..- zijn er wel positieve signalen maar de demografie is zo veranderd dat ook de visie moet blijven mee veranderen en dat zag en zie ik niet genoeg gebeuren. De nieuwe generatie is blijven veranderen net als de demografie. Het beleid moet meer gaan over doorstroming. Terwijl het in die instellingen nog te vaak gaat over behoudsgezindheid en cijfers, waardoor ze jongeren wel op een traject op weg helpen, maar daar dan niet verder kunnen in gaan. En dat is net wat nodig is, dat elke persoon de kans krijgt om door te stromen naar verdere ontwikkeling. Die stap ontbreekt vaak in vele organisaties. Het is een moeilijke stap, maar het is beslist mogelijk.’ Authenticiteit Wat ontbreekt er dan aan veel van zulke initiatieven? ‘Het grote probleem is dat we teveel in hokjes blijven denken. Ook het beleid denkt teveel in hokjes, zodat doorstroming moeilijk wordt. We moeten écht out of the box denken en gaan voor doorstroming. Anderzijds wordt er ook teveel gesproken over de thema’s: we spreken over de diversiteit, maar we zijn het niet. Bovendien zijn we ook een bange samenleving die liever geen uitblinkers ziet, wat ook een gevolg is van dat denken in hokjes. Iedereen die boven de lat heen groeit is eigenlijk te ambitieus voor Vlaanderen. Daardoor rendeert de investering niet: we helpen mensen wel op een traject, pagina 4

maar daar stopt het te vaak. Dat is een discrepantie, een gemiste kans in al de talenten die we in huis hebben, en daar heb ik het moeilijk mee. Die investering kan meer renderen als we niet zo versnipperd zouden werken, maar meer met een visie op lange termijn en met ambitie om het potentieel in de rijke regio die Vlaanderen is, ten volle tot ontwikkeling te brengen. Daarin kan elke organisatie haar autonomie behouden, maar met eenzelfde duidelijke visie op lange termijn. Daarom ben ik voorstander van grassroots organisaties zoals Let’s Go Urban, die van onderuit groeien en die niet geïnstitutionaliseerd worden, bottom-up, waarin elk individu de kans krijgt talenten te ontwikkelen. In onze organistatie doen we dat rond dans en urban culture, maar dat kan vanuit elke ander thema zoals een bepaalde sport of een specifieke cultuur of ethnie. Als het maar authentiek blijft waarin elkeen zich ten volle kan ontwikkelen tot een onmisbare persoon die zijn of haar verantwoordelijkheid neemt in de maatschappij.’ Heeft u daarvan dan concrete voorbeelden gezien in andere landen of culturen? ‘Die vraag wordt me vaak gesteld, maar het antwoord is neen. Vanuit andere landen vragen ze het me ook wel ‘s hoe ik het project heb opgebouwd, maar zelf heb ik geen inspiratie geput uit het buitenland. Mijn boek #believe (Uitg. Lannoo, red.) is een naslagwerk van de voorbije vijf jaar waarin ik het project vorm gaf, vanuit mijn eigen ervaring en beleving in onze samenleving, over de confrontatie die ik als persoon en als organisatie dagelijks ervaar. In die vijf jaar ben ik natuurlijk ook zelf veranderd, ik ben harder geworden en ook zakelijker, omdat ik vlug inzag dat dat nodig was om hierin vooruit te raken. Waardoor ons project veel betere groeikansen had, omdat we niet enkel op subsidies bouwen. Wij passen niet in dat hokje van de subsidies. Het boek, dat als draaiboek voor dit proSihame El Kaouakibi 3de jaargang, nummer 10, 1 april 2014


Giesbaergske Koleuren Gazette

3de jaargang, nummer 10, 1 april 2014

pagina 5

www.giesbaergskekoleurengazette.be


Giesbaergske Koleuren Gazette

generatie en daarvoor ga ik graag op pad.’ Hoe kan die dialoog concreet helpen om het project vooruit te stuwen? ‘Wel, zeker in de privésector, die allang zit te wachten op een project dat authentiek is en onafhankelijk van de overheid, krijg ik veel gehoor en dat opent deuren. Het verschil zit er ‘m ook in dat we het ook doen: we praten niet alleen over een visie hoe het moet, we voeren het ook uit, het project is er. Net als het boek niet een aframmelen van een strategie is, maar een concrete casus hoe die uitgebouwd is. Dat bevordert natuurlijk de geloofwaardigheid van ons project. En dan mogen academici er zoveel over praten als ze willen, hier kunnen ze meteen komen meedraaien, wat een totaal ander gegeven is. Laat hen maar ‘s komen proberen in het leven van alledag zoals we het hier meemaken. Dat is iets heel anders.’

Affiche van ‘Shakespeare in Love’, Let’ s Go Urban

ject dient, kan zeker vertaald worden naar andere grootsteden maar het is zeker geen copy-paste verhaal, omdat de context altijd anders is. Ik ga ook vaak naar Amerika waar het onderwijs er veel slechter aan toe is dan hier en er een totaal andere mentaliteit heerst: Let’s Go Urban zou daar ook antwoorden kunnen bieden maar kan er zeker niet letterlijk toegepast worden.’ Het was m.a.w. hard werken om het project gevestigd te krijgen temidden van de bestaande diensten en instellingen? ‘Het zijn vijf harde jaren geweest en het blijft hard werken. We moeten waakzaam blijven. Het wordt niet altijd in dank afgenomen dat we het anders aanpakken. We moeten ons mannetje staan, dat is zeker. En in die eerste jaren heb ik geleerd me hard op te stellen om in te gaan tegen behoudsgezinde mensen en instellingen opdat ze me niet zouden claimen of over me heen zouden lopen. Zeker wel. Ik stond er alleen voor en moest meteen m’n stanpunt blijven benadrukken, want je bent te anders en schopt daarin ook wel ‘s tegen schenen. Mijn visie is dat het anders moet. En dat maakt sommige mensen wel bang. Als nieuwe generatie zijn we het beu en we willen het anders, dus moeten we zelf het heft in handen nemen. Uiteraard ga ik ook veel met bedrijven, beleidsmakers en politici praten, om een dialoog op gang te brengen die het project kan vooruit helpen. Dat is een andere missie van mij, om zoveel mogelijk mensen te bereiken met die visie van de nieuwe www.giesbaergskekoleurengazette.be

Wij/zij Is de superdiversiteit van de organisatie een bewuste keuze? ‘De hele bonte mix van de maatschappij is hier inderdaad vertegenwoordigd. Ik wil niet dat we ons enkel zouden gaan richten naar kansarme jongeren, of mensen met een andere culturele achtergrond zoals ikzelf: hier zijn zowel mensen die nieuwe kansen nodig hadden als mensen uit de rijkere middenklasse. Het mag geen verenging zijn van enkel mensen uit de golf-club, net zoals het geen samenbrengen mag zijn van uitsluitend mensen met Arabische roots die het alleen maar over de organisatie in de moskee zouden hebben. Dat is geenszins de bedoeling. De publieke opinie denkt dat wel vaak, dat we ons enkel richten naar kansarme jongeren, maar dat is dus niet zo. Uiteraard zijn die er, maar ik zal me nooit richten naar één groep omdat ik die mensen daarmee niet vooruit help. Net integendeel is het heel belangrijk dat zij in contact komen met andere netwerken, met andere mensen. En ook net andersom, kunnen mensen uit de rijkere klasse ook beter mensen in armoede leren kennen als evenwaardige mensen. Het is een heel realistische context, waarin niet enkel een bepaalde klasse mensen aanwezig zijn. En dat is heel belangrijk.’ Kan uw initiatief het denken in termen als wij/zij doorbreken? ‘Ik denk het wel, doordat ik ervoor kies om niet te investeren in dertigers, veertigers of vijftigers, waar te vaak nog dat wij/ zij denken heerst. Net integendeel investeer ik in jongeren, van zes tot dertig jaar, die niet in die termen denken. Zij denken niet na over superdiversiteit, zij zíjn dat gewoon. Door evenementen te organiseren voor een publiek waar alle mensen vertegenwoordigd zijn, maken wij daarin het verschil. Op de voorstelling van ‘Shakespeare in Love’ (dansvoorstelling van Let’s Go Urban die momenteel loopt in Culturele Centra in Antwerpen, red.) vorige zaterdag in de Bourla Schouwburg in Antwerpen, zaten zowel minister Turtelboom als the sweet kids around the corner, om het zo te zeggen. Iemand merkte ook op dat het ongezien was om zoveel jongeren te zien staan drummen om de Schouwburg binnen te raken. Je kan jongeren dus wel bereiken, maar je moet er als organisator iets voor over hebben en hen iets aanbieden dat hen aanspreekt.’ U heeft het ook moeilijk met subsidiëring. Hoezo? ‘Subsidiëring is heel gericht op hokjesdenken: ofwel jeugd, ofwel cultuur ofwel welzijn. Wij starten vanuit jongeren, maar richten ons zowel op jongeren als op welzijn, als op cultuur, als op onderwijs en zelfs op ondernemen want we zorgen ook voor een doorstroming in het werkveld. Onze organisatie valt niet onder een enkele noemer. Er is geen eenzijdige visie. Ook niet die van diversiteit.

pagina 6

3de jaargang, nummer 10, 1 april 2014


Giesbaergske Koleuren Gazette

Het is ook een fout uitgangspunt is om aparte subsidies te gaan bedenken voor diversiteit. Als organisatie bén je dat, je neemt je verantwoordelijkheid als organisatie en dan ga je ervoor om dat te bereiken. Extra geld krijgen omdat je je richt op kansarmen of allochtonen, dat is misbruik maken van heel veel mensen. Op een bepaald ogenblik was het inderdaad hoog tijd om vanuit het beleid budgetten te gaan voorzien voor diversiteit en integratie, maar we zijn nu meer dan tien jaar verder en dan is het heus nodig om dat te herzien zodat het kan renderen. En dat kan niet in hokjes, het moet overkoepelend gebeuren. Wat hebben die organisaties die al tien jaar die subsidies gebruiken intussen bereikt? Kan iemand mij de resultaten daarvan tonen? Neen, want die zijn er niet. Diversiteit moet als geheel beschouwd worden en niet in een hokje. Integratie kijkt teveel naar kleur en taal, en dat is niet goed. Integratie moet zich ook richten op de oudere Vlaamse burger die het moeilijk heeft met de veranderende maatschappij. Anders is het weggegooid geld, waar veel betere initiatieven mee ondersteund kunnen worden, waar integratie inherent deel van uitmaakt maar waarmee nog veel meer doelstellingen kunnen bereikt worden.’

in andere sectoren. Sommigen hebben niets meer met LGU te maken maar houden contact met ons en blijven dankbaar voor de kansen die ze hier kregen om zich verder te ontwikkelen. Dat is voor het leven, die erkenning blijft.’ Met hoeveel mensen werkt LGU? ‘In LGU werken we met een veertigtal groepen, 800 jongeren per week, plus ook nog 1500 kinderen op vijftien scholen per week. Maar we blijven een kleine organisatie.’ Waarin verschilt LGU met de commerciële dansprogramma’s? ‘LGU is verschillend omdat we geen dansschool zijn; we werken aan individuele ontwikkeling. We doen geen copy/paste met de visie van de dansleraar. Dans is altijd mijn persoonlijke interesse geweest. En we kozen ervoor om dat uit te bouwen in die Urban Culture omdat dat een samensmelting is van al wat met creativiteit te maken heeft en een levend geheel is dat constant in evolutie is. Dat maakt het ook boeiend.’ Sihame El Kaouakibi

Urban Culture Was het een grote stap om vanuit Boom waar u opgroeide naar Antwerpen te komen? ‘Boom is een kleine gemeente, terwijl de grootstad een bruisende en dynamische omgeving is. Ikzelf ben zelf ook heel dynamisch, dus voelde ik me meteen thuis in de stad. Het is een perfecte match. Vanuit ieder ander land terug thuiskomen in Antwerpen is gewoon zalig. Dan weet ik dat ik thuis ben.’ (ze glimlacht) Hoe reageerde uw eigen familie en omgeving op uw plannen voor Let’s Go Urban (LGU)? ‘Ik ben de tweede jongste uit een gezin van zeven kinderen, waar studie en carrière niet echt belangrijk zijn. Als enige in het gezin ben ik gaan verder studeren en heb ook nog een eigen bedrijf opgericht (A Woman’s View dat o.m. Let’s Go Urban uitbouwt, red.), dus dat was eerst een beetje schrikken voor mijn ouders. Ze zien wel dat die vijf voorbije jaren me veranderd hebben. Ook mijn broers en zussen merken dat: ze zien me opduiken in alle media, wat ook wel impact heeft op mijn privé-leven. Mijn jongere broer Youssef werkt mee in de dansproducties en in het bedrijf, wat een heel fijne ervaring is. We vormen een goed team: hij is heel verschillend waardoor we prima op elkaar kunnen inspelen. Door als broer en zus samen te werken maken we beslist ook binding met de rest van de familie. Zij volgen ons enthousiast en bewonderend op. En dat doet deugd natuurlijk. Maar het is niet zo dat die ondernemersmentaliteit al aanwezig was in onze familie.’ Kon u snel gehoor krijgen bij de jongeren? ‘Jawel, het was ook meteen vernieuwend en uitdagend. De jongeren hadden meteen iets van ‘hier worden we naar waarde geschat’ en daarin wilden ze maar al te graag mee. Ze zagen ook dat er doorstroming was naar andere sectoren zowel in de bedrijfswereld als in het onderwijs. En dat zijn mooie perspectieven voor jonge mensen. Die perspectieven werden meteen vanaf de eerste dag meegegeven: dat was wat de jongeren heel gericht aansprak. Intussen hebben we veertig ambassadeurs, mensen die van onderuit zijn doorgestroomd en die onze visie blijven uitdragen 3de jaargang, nummer 10, 1 april 2014

pagina 7

www.giesbaergskekoleurengazette.be


Giesbaergske Koleuren Gazette

Vrijheid Had u in uw schooltijd zelf ook wel ‘s te maken met racistische opmerkingen? ‘Het is in mijn kindertijd en jeugd wel ‘s gebeurd dat onwetende mensen mij op een foute manier beoordeelden, zeker wel. Maar ik heb daar nooit een punt van gemaakt omdat ik wel beter wist. Ik tilde er met andere woorden niet aan.’ Heeft dat ook met bewustzijn te maken? ‘Zeker wel. Als je er bewust van bent, neem je er ook een andere houding in aan, waardoor je er niet door geraakt kan worden. En daardoor kan je groeien.’ Hebben jongeren in de grootstad daarin ook een voordeel? Dat ze meer gewapend zijn in bewustzijn? ‘Absoluut, omdat ze moeten. Het leven is hier harder, je moet jezelf staande houden, je moet er voor knokken. In mijn boek heb ik de elementen genoemd die mij daarin geholpen hebben. Net zoals bv. de Dalai Lama vertelt wat voor hem geholpen heeft en ieder vrij laat kiezen om eruit te halen wat nuttig kan zijn in zijn specifieke situatie.’ U haalde de Dalai Lama aan, die wereldwijd bekend staat om boeddhistische zingeving, meer bepaald boeddhistisch. Is spiritualiteit voor u dan belangrijk? ‘Eigenlijk niet, althans niet in de strikte zin. Maar ik kijk wel op naar mensen die charisma hebben, en die een boodschap uitdragen. Iconen zoals de Dalai Lama zijn belangrijk om veel mensen te inspireren. Zulke voorbeelden houden ons ook met onze voeten op de grond, dat we onszelf niet zouden voorhouden dat onze ideeën absolute waarheid zijn. Want dat is niet zo. In bepaalde visies en contexten zijn deze ideeën belangrijk terwijl ze dat niet zijn in een andere opstelling.’

En wat met uw culturele spiritualiteit? Hoe belangrijk is de Islam voor u? ‘We zijn opgevoed met de Islam als religie. Ieder moet vrij zijn om dat te beleven op zijn of haar manier, vind ik. Maar verder ben ik daar niet zo erg mee bezig. Ik laat daarin ook ieder ander vrij. De generatie van mijn ouders beleeft de religie nog op een heel andere manier en dat is maar logisch ook.’ U heeft een duidelijke visie. Om af te ronden wil ik nog vragen wat uw grootste droom is? ‘Ik ben volop bezig met mijn droom te realiseren: iets kunnen geven aan deze maatschappij, jongeren aanzetten om te evolueren, ervoor zorgen dat er zoveel mogelijk geïnvesteerd wordt in de nieuwe generatie, dat er niet meer gedacht wordt in termen van wij/zij. En als ik oud zal zijn, zal ik daar ook wel de vruchten van plukken.’ (ze kijkt even voor zich uit) Nog eentje om het af te leren: Waar haalde u het lef en de moed om LGU op te starten vanuit het niets? ‘Wel, ik kan niet toekijken en ben iemand die uitdagingen nodig heeft. Ook daarom ben ik gaan verder studeren aan de VUB als vrije student -wat me gelukt is. Ik heb een bepaalde visie op onze maatschappij en ik wil die uitdragen. Daarvoor heb je wel moed en soms ook voldoende lef nodig, dat is waar. Als je andere mensen wil bereiken met een visie, is het nodig dat je die met hart en ziel uitdraagt. En dat is mijn missie: investeren op korte termijn voor een rendement op lange termijn.’ Uw verhaal zal nog lang nazinderen. Onze succeswensen alvast voor uw komende projecten en dankuwel voor dit gesprek. (WiSch) Alle info over Let’s Go Urban: www.letsgourban.be

Cover van het boek ‘#Believe’ van Sihame El Kaouakibi, uitg. Lannoo. Meer info: www.lannoocampus.be/believe www.giesbaergskekoleurengazette.be

pagina 8

3de jaargang, nummer 10, 1 april 2014


Giesbaergske Koleuren Gazette

Cursief Nico Goethals

Spiegel voor de maan In 2004 verloor Nico Goethals bij een auto-ongeluk zijn linker onderbeen. Sindsdien heeft hij een andere kijk op het leven, waarover hij regelmatig schrijft op zijn persoonlijke blog www.voorbijdepijn.com. Een cursiefje daaruit over loslaten. Ik heb heel wat aan mijn hoofd de laatste dagen, weken, misschien wel maanden. Mijn been of beter gezegd mijn stomp doet het redelijk goed de laatste tijd, lees, heeft weinig wondjes, maar ik had dat onlangs nog maar uitgesproken of lap, daar was er nog eens een wondje zie, maar, ‘t was lang geleden, dat wel. Dus, verzorgen tussendoor, been sparen, verschillende protheses, ik heb er ondertussen drie die nog passen en allemaal anders van vorm en techniek zijn, pijnstillers opdrijven indien nodig enz. Verder heb ik nogmaals een keelontsteking, de vierde op nog geen twee maanden tijd. Dat betekent vier maal dokter, één maal specialist, één maal CT scan met contrastvloeistof, weer bij specialist, vierde maal starten van antibiotica en hopen dat mijn keel het hier zou bij laten. Maar dat deed ze spijtig genoeg niet. Dat betekent, opereren, mijn amandelen moeten eruit. Zij zouden de boosdoeners zijn die elke keer opnieuw nog wat slechte soldaatjes warm en vochtig bewaren om mij van zodra dat antibiotica-mannetjes verdwenen zijn, opnieuw hun slag te slaan. Maar dat betekent een vierde keer afwezig op mijn werk en een even zoveelste keer mijn vrouw alleen voor de kinderen en het huishouden laten zorgen, en alweer op dezelfde mensen beroep doen die ons hier en daar wat kunnen bijstaan en ter hulp schieten. Dat alles samen, als je daar lang blijft bij stilstaan en begint over na te denken, wordt alleen maar erger. Je voelt je lusteloos, rusteloos, probeert te relativeren, maar na een tijdje heb je daar ook geen energie meer voor over. En dan plots, komt de gedachte in mijn hoofd : ‘Leave it, que sera, sera. Wat moet dat moet, wat komt dat komt, wat er is zal ook weer weggaan, en wat er nog niet is zal ooit wel komen.’ Ik laat het allemaal even los. En op dat moment ontstaat plots een enorme openheid, rond mij en in mij; Een rust, een kalmte, zo iets van ‘‘t is allemaal goed zoals het is’. Zalig is dat, zo een moment. Maar het woord zegt het zelf, het is slechts een moment, zoals ons leven uit allemaal kleine momentjes bestaat. En die blijven niet duren. Nog geen twee minuten later zit ik alweer in mijn hoofd met een grote donderwolk vol ergernisssen die mij opnieuw somber maken. Wat betekent dat nu eigenlijk, vraag ik mij dan af. De situatie is volledig hetzelfde gebleven en toch heb ik mij daarnet totaal anders gevoeld dan nu, en dan ervoor. Wat was er veranderd? Alleen mijn ingesteldheid denk ik, ik zei 3de jaargang, nummer 10, 1 april 2014

‘Foert’, de boom in, en alles comprimeerde plots weer tot het nu. Het nu was dat ik aardappelen aan het schillen was en dat mijn kleinste zoontje Leon op mijn schoot zat terwijl hij op de laptop naar filmpjes aan het kijken was hoe hij samen met zijn grotere broer Jona gisteren aan het dansen was. Ik hoorde mijn eigen stem op de filmpjes, dol enthousiast over hoe mijn kindjes de dansvloer in de keuken bezetten. En toen wist ik ook al af van die operatie, en mijn been had toen ook al dat wondje. Iedereen weet het wel ergens, maar weinigen zijn er zich heel bewust van, namelijk van het feit dat je omstandigheden misschien niet kan veranderen, maar wel altijd de manier hoe je met die zaken omgaat, hoe je erover nadenkt, dus. Loslaten lijkt mij belangrijk, ook wat die mooie momenten betreft, en vooral loslaten van alles wat we krampachtig proberen vast te houden. Hmm, even denken over wat ik hier nu schrijf... ‘Loslaten van hetgeen ik vasthou’. Tja, waarschijnlijk kan je niet spreken over loslaten als je niets vasthoudt, het één kan dus niet zonder het ander, ze moeten er allebei zijn, of geen van beiden. Ik denk dat dat het is wat de Boeddha bedoelt met het bewandelen van het middenpad. Veel mensen denken dan echt over het vermijden van extremen en mooi in de midden blijven lopen zonder de grenzen af te tasten. Maar dat is het volgens mij niet. Het middenpad zoals de Boeddha het beschrijft betekent volgens mij dat je de extremen overtreft, dat je voelt, wéét, dat de éen niet kan bestaan zonder de ander. dat de Nico Goethals één daarom niet slechter is dan de andere. Je kan niet het ene willen zonder het andere erbij te nemen, en ik denk dat daar het probleem ligt bij vele mensen, mezelf incluis. We willen enkel de schone momenten meemaken, we willen enkel lachen, zonder ooit te hoeven huilen, we willen kindjes op de wereld zetten en ze zien opgroeien, zonder zelf ouder te worden en te moeten sterven. We willen ons lichaam voorzien van allemaal zalige impulsen zonder dat het ooit pijn doet. We willen alleen maar aan leuke dingen denken zonder ons ooit nog te moeten bekommeren om slechte gedachten die opkomen. Dus misschien is loslaten niet de juiste titel, of boodschap, voor mij en voor jou. Misschien hoort loslaten bij vasthouden, en moeten we beiden omarmen zonder te oordelen. En dan plots, kwam er niets meer, en kon ik een aantal seconden niets meer schrijven, er was enkel nog stilte, -wel relatief dan-, maar wel stilte in mijn hoofd, als een vijver die geen rimpeltje vertoont, als een spiegel voor de maan, die de maan toont zoals die echt is, zonder de maan zelf te zijn, of misschien wel. Laat ik beiden maar aannemen, anders komt er vast weer heibel van. (GoNic)

pagina 9

www.giesbaergskekoleurengazette.be


Giesbaergske Koleuren Gazette

Fietskoerier in Vlaamse Ardennen Roeland Deriemaeker

Oplossingen op vele vlakken

Roeland Deriemaeker mag zich de eerste fietskoerier in de Vlaamse Ardennen noemen. Het heuvelachtig parcours schrikt hem niet af, net integendeel. Met de fiets ‘Mijn job als fietskoerier ben ik twee jaar geleden begonnen, naar aanleiding van een interview met minister Hilde Crevits, over fietskoeriers in de stad. Ze stelde dat fietskoeriers enkel in de stad een groot groeipotentieel hadden. Gezien ik zelf allang een dagelijkse fietser ben, triggerde het me meteen om het te proberen als fietskoerier in onze landelijke regio Maarkedal. Om te bewijzen dat fietsers ook nodig en nuttig zijn in de plattelandsregio.’ Hoeveel fietskilometers leg je dagelijks af? ‘Doordat ik al elke dag naar mijn werk fiets (naast fietswww.giesbaergskekoleurengazette.be

koerier werkt Roeland ook als verzorger in De Dauw, Wortegem-Petegem, red.) kom ik al makkelijk aan zo ‘n honderdtwintig fietskilometers per week. Tel daar dan nog de kilometers bij die ik afleg als fietskoerier en dan resulteert dat in om en bij de tweehonderd kilometer per week. Met uitschieters in de periode van de feestdagen, wanneer er meer pakjes moeten bezorgd worden. Ik vertel er wel graag bij dat mijn start als fietskoerier in het eerder afgelegen Maarkedal waar we wonen, een avontuur was. Met ook veel idealisme. Ik was natuurlijk niet zeker of het me zou lukken maar gedreven als ik ben in ecologische oplossingen wou ik het toch proberen.’ Wat houdt je job als fietskoerier in? Wie zijn je klanten? ‘Wat ik doe als fietskoerier is eigenlijk vaak bodewerk: ik ben meestal een soort postbode voor notarissen, voor de uitleendiensten van bibliotheken, sinds kort ook voor een OCMW. Mijn klanten hebben ook wel oog voor het milieu-aspect. Het spreekt hen aan dat ik een alternatieve koerierdienst aanbied, die écht ecologisch is. En dan gaat dat al snel verder verteld worden en breidt mijn klantenbestand stilaan uit. Altijd wel in eigen regio, maar goed, ik wil die afgelegde ki-

lometers nu ook niet zodanig opdrijven dat ik geen tijd meer zou overhebben voor een familieleven.’ Kinderen Heeft jouw ecologische visie en levenswijze ook invloed op jouw kinderen? ‘Zeer zeker. Onze kinderen zijn opgevoed met de fiets als voornaamste verplaatsingsmiddel. Ze vinden fietsen de normaalste zaak van wereld. We hebben onze kinderen van jongsaf aan steeds per fietskar naar school gebracht. En dat hebben ze op een hele positieve en bewuste manier opgenomen. Mijn zoon van acht vindt het ‘cool’ om nu met zijn eigen fiets naar school te gaan. Net als mijn dochter van twaalf, hoewel zij soms al ‘s meer kritisch begint te zijn. Maar dat heeft veeleer met de leeftijd te maken denk ik’ (maakt draaibeweging met de ogen). ‘We hebben wel een auto in ons gezin, voor de grote boodschappen of als het ‘s echt niet anders kan. We delen die trouwens ook met onze buurvrouw, die ook slechts sporadisch een wagen nodig heeft. Dat autodelen is nog zo iets dat in de grootstad al veel langer leeft. Net als fietskoerierdiensten heeft dat concept natuurlijk evenveel slaagkansen in kleinere steden en gemeenten. Met Milieufront Omer Wattez waarbij ik betrokken ben als vrijwilliger, hebben we daar onlangs nog

pagina 10

Fietskoerier Roeland Deriemaecker

een enquête over opgestart, i.s.m. Vormingplus Vlaamse Ardennen-Dender (Vlad). Die resultaten zijn heel positief: ook in de landelijke Vlaamse Ardennen beginnen mensen echt het nut in te zien van een deel-maatschappij, waarbij niet iedereen hoeft te investeren in een even grote en milieubelastende kost. Uiteraard biedt dat ecologisch, ruimtelijk en kwa nodige infrastrucuur veel oplossingen, waar we allemaal beter van kunnen worden.’ (WiSch) Alle info op de website: www.fietskoerier-fietslicht.be

3de jaargang, nummer 10, 1 april 2014


Giesbaergske Koleuren Gazette

Jongeren in de pers Stampmedia

In het wiel van Cargo Vélo C.H.I.P.S. StampMedia is het eerste persagentschap in Vlaanderen – erkend als ‘algemeen nieuwsmedium’ door de Vlaamse Vereniging van Journalisten – dat een stem geeft aan alle jongeren in de media. En dat niet alleen. StampMedia wil de berichtgeving over jongeren corrigeren en hen vooral zelf aan het woord laten. Zeker daar waar hun mening van belang is en weinig gehoor vindt in de mainstream kanalen. Kortom: StampMedia is een persagentschap door jongeren met nieuws voor iedereen die het wil horen. Door weer en wind brengt de Gentse fietskoerier Sander Vandenberghe broden en diepvriezers naar zijn klanten. Cargo Vélo bestaat net een jaar en Sander heeft nog geen moment spijt gehad van zijn nieuwe bedrijfje. “Ook niet als het koud is, regent of sneeuwt. Je kunt daar slechtgezind van worden of je kunt dat zien als een materiaaltest.” “Ik ben altijd al met fietsen bezig ge
weest”, vertelt Sander. “Enkele jaren geleden leerde ik op Erasmus-uitwisseling in Wenen een bedrijfje kennen, een koerierdienst gecombineerd met een winkel. Daar heb ik de mosterd gehaald. Ik begon daarna zelf mijn idee uit te werken. Allemaal erg vanuit een buikgevoel en zonder businessplan.” Diene me zijne véloOm half tien begint Sander eraan. De eerste halte is de bakker in de buurt, om een lading broden op te halen voor een café. “Dat doe ik bijna elke dag. De eigenaar is een vaste klant en door het brood te laten leve3de jaargang, nummer 10, 1 april 2014

ren, wint hij kostbare tijd.” Onderweg naar het café kijken mensen hem na. Sommigen zwaaien even. “Het gebeurt wel vaker dat ze mij herkennen”, zegt Sander. Nog voor de deur van het café opengaat, horen we een vrouwenstem. “‘t Is diene me zijne vélo”, klinkt het. “De Belg of de Vlaming is nogal verknocht aan zijn auto”, meent Sander. “Het zit er goed ingebakken dat de wagen de enige manier is om zich te verplaatsen, zeker als er ook grote spullen vervoerd moeten worden. Het motto van Cargo Vélo is: ‘alles op ne vélo’. Je kunt het zo gek niet bedenken. Veel mensen vonden het zot dat ik eens een diepvriezer op mijn fiets meegenomen heb. Ook dertig bierbakken leeggoed vervoeren was vrij indrukwekkend.” MastodontSander neemt vier bakken bier ach- terop, voor een toneelvereniging die graag een natje lust tijdens de repetities. Een paraaf op een bonnetje en de zaak is afge-

handeld. Op naar de volgende klant. Als voorlaatste opdracht van de ochtend levert Sander twee flessen wijn bij een immobiliënkantoor. Dat lijkt een schamele lading, maar ook zulke opdrachten brengen geld in het laatje. “Cargo Vélo mag zeker nog groeien, maar ik wil het ook gezellig en persoonlijk houden”, vindt Sander. “Het bedrijf moet geen mastodont worden.” Tot slot fietst Sander nog helemaal naar Sint-Amandsberg voor enkele potten verf. Daarvoor doorkruist hij een flink deel van de stad. “In Gent zijn zeker nog heel wat verbeteringen mogelijk”, meent hij. “Er zitten veel putten in het wegdek en kasseien liggen slecht of ontbreken. Ook zijn er wegenwerken die niet netjes worden afgewerkt of asfalt dat niet gelijk ligt.” Op de goede wegVolgens Sander moet Gent in de toekomst werk maken van betere fietsrou- tes voor mensen die van de ene naar de andere kant van de stad moeten.

pagina 11

“Als iedereen met de fiets zou gaan werken, zouden daar ook files door ontstaan. Maar Gent is als fietsstad zeker op de goede weg.” De mooiste fietsroute vindt Sander een stukje fietspad tussen Mariakerke en Wondelgem. “Een breed pad met mooi aangelegd asfalt en in het groen. Wat wil je nog meer?” © 2013 – C.H.I.P.S. StampMedia – Emily Van Campenhout, foto: Maarten Raes Dit artikel werd eerst gepubliceerd in PIDMAG, het magazine van C.H.I.P.S. StampMedia, Nr. 6, jg 3, p. 10

C.H.I.P.S. StampMedia – jongerenmedia-agentschap p/a Mediahuis voor jongeren Prekersstraat 25 2000 Antwerpen [t] +32 (0)3 294 68 38 www.stampmedia.be www.giesbaergskekoleurengazette.be


Giesbaergske Koleuren Gazette

Boeddhistische Blik Konrad Maquestieau - Dojo Halle

“Het leven zelf is zazen” Konrad Maquestieau beoefent zen sinds vierentwintig jaar, in de lijn van Japans zen-leraar Taisen Deshimaro. Vanaf het eerste contact met de spirituele oefening, voelde Konrad meteen aan dat hij daarmee verder wilde gaan. In het eerste jaar had hij de zenmeditatie op z’n eentje geprobeerd, aan de hand van een boek over zenboeddhisme, maar daarna ging hij op zoek naar verdere ondersteuning en begeleiding in zijn toenmalige woonplaats Brussel. ‘Iemand wist me te vertellen over een zen-monnik die wekelijks de beoefening in Brussel aanbood. Daar ben ik dan ‘s gaan kijken en het voelde meteen goed aan. Enkele maanden nadat ik de sangha had leren kennen, heb ik er ook mijn eigen leraar ontmoet, de franse zen-leraar Roland Yuno Rech.’ Roland Yuno Rech is een rechtstreekse leerling van de Japanse zen-meester Deshimaro, bij wie hij lang heeft kunnen oefenen. Het verhaal van Yuno Rech’s zoektocht naar zenboeddhisme staat ook te boek (‘Zenmonnik in het Westen’, Uitg. Ankh-Hermes), over zijn wereldreis die hij ondernam gedurende lange tijd en waarvoor hij alles had achtergelaten, vastberaden om zen aan te leren in Japan. Bij terugkomst in zijn thuisstad Parijs, bleek dat meester Deshimaru vlak bij zijn woonhuis onderricht gaf. Hij had dus een hele wereldreis gemaakt op zoek naar een leraar, die uiteindelijk om de hoek zat!’ Bij zenboefening is het heel belangrijk dat je een goede leraar ontmoet, die je kan begeleiden op je pad. ‘Na mijn Jukai (inwijding als zen-leerling, red.) en mijn wijding tot zen-monnik die daarop volgde, werd ik verantwoordelijke voor de sangha waarbij ik oefende in Brussel. En toen mijn echtgenote en ik elf jaar geleden verhuisden naar Halle, kon de sangha meteen terecht in de Dojo van Halle, die nog is opgericht door Jo Colruyt, de vader van de huidige bestuurder van warenhuisketen Colruyt. Weinig Konrad Maquestieau en zijn echtgenote Annemie Van Attenhoven. www.giesbaergskekoleurengazette.be

pagina 12

3de jaargang, nummer 10, 1 april 2014


Giesbaergske Koleuren Gazette

mensen weten dat, maar de oprichter van Colruyt was een zenboeddhist en hij had toentertijd aan de zen-beoefenaars van Halle voorgesteld om een zen-ruimte, een Dojo, op te richten in zijn woonhuis (Villa Heulenberg gelegen langsheen de A8, in Halle, vlakbij het bedrijf Colruyt, red.). Sindsdien is de Dojo van Halle nog steeds in de kelderruimte van dat huis, alhoewel Villa Heulenberg nu eigendom is van het bedrijf Colruyt en gebruikt wordt als vergader- en vormingscentrum. Voor de directie maken we als sangha deel uit van de familie Colruyt en hebben we daar onze vaste verblijfpplaats. Ze willen dat graag zo houden, wat natuurlijk een mooi gebaar is zowel naar hun vader en oprichter van het gekende bedrijf als naar ons toe. Wij bieden vier keer per week zazen-beoefening aan, op alle mogelijke tijdstippen. Sinds kort beoefenen we nu ook zazen onder de middag, op vrijdag, terwijl er elders in het gebouw vergaderingen plaatsvinden, maar dat maakt de beoefening net volledig be-leefd! Het gebeurt trouwens wel ‘s dat personeelsleden van Colruyt komen mee-oefenen. Jef Colruyt, huidig CEO van het bedrijf, is tevens betrokken in die zin dat hij regelmatig informeert naar onze werking, of alles naar wens verloopt. Als we elkaar ontmoeten in het gebouw is dat steeds een aangenaam gesprek. Hij zal die geesteshouding zeker van zijn vader meegekregen hebben, maar om zelf te komen oefenen zal hij wellicht tijd te kort hebben. Ik vind het bijzonder stimulerend dat onze Dojo in een werkomgeving is, dicht bij de mensen, middenin het dagelijks leven.’ Hoe pas je de beoefening in je dagelijks leven als leraar in het Kunstonderwijs? Als echtgenoot? ‘Mijn echtgenote is net als ik een beoefenaar en dat is een interessante wisselwerking. We hebben geen kinderen, wat het voor ons wel makkelijker maakt op dat vlak om al onze vrije tijd te besteden aan zazen. Niettemin staan we allebei in het leven met elk een fulltime job. Maar het vraagt wel heus wat engagement om zich toe te leggen op een gedreven beoefening van zazen. Vaak zien we dat mensen daar toch een beetje weerhoudend tegen zijn om zich ten volle te engageren, zich ten volle toe te leggen op een spirituele beoefening. Misschien is dat omdat ze bang zijn om wat ze vrezen te verliezen; omdat ze niets willen opgeven uit hun leven. Terwijl je als beoefenaar net heel veel kunt terugkrijgen door een gedegen spirituele praktijk. Het enige dat je opgeeft is eigenlijk de schelp die je rond jezelf hebt opgebouwd en dat kan natuurlijk heel confronterend zijn ook. Tegelijk is het heel boeiend ook! (hij lacht). Het is beslist een ingrijpende gebeurtenis om je leven toe te wijden aan de beoefening van zazen. Maar eenmaal die stap gezet, 3de jaargang, nummer 10, 1 april 2014

Konrad Maquestieau is verantwoordelijke voor de Dojo Halle

kan het je ten volle belonen met wat je daarvoor terugkrijgt. Ik zeg er wel nog graag bij dat je niet hoeft te kiezen: een spirituele beoefening in het leven van alledag is best mogelijk. Je vindt het nog in andere tradities waarin het leven als leek en een diepgaande beoefening -of zelfs leraarschap- samen kunnen, je vindt dat ook bv. bij de Protestanten. Maar het is niet de gemakkelijkste weg, het evenwicht is niet zo makkelijk te vinden. Het is ook geen toeval dat monniken zich traditioneel wegtrokken uit het dagelijkse leven, weg van hun familie, weg van huis, de thuisloosheid in, net om zich te kunnen toeleggen op die spirituele praktijk. Historisch mochten monniken in Japan huwen vanaf midden negentiende eeuw, in een poging van de Japanse Keizer om hun macht te breken. Wat natuurlijk niet gelukt is. Het feit dat een zenboeddhistische monnik mag huwen ver-

pagina 13

www.giesbaergskekoleurengazette.be


Giesbaergske Koleuren Gazette

klaart waarschijnlijk ook waarom het zenboeddhisme zo in de smaak valt in onze Westerse wereld.’ Geen religie Zien veel mensen zenboeddhisme als een religie? ‘Ik hoop van niet. (hij kijkt nadenkend uit het raam). De grote tragedie hier in het Westen is dat we onze eigen spirituele traditie zo snel hebben opgegeven en met het badwater -de religie- ook het kind -de spiritualiteit- hebben weggegooid. Terwijl een mens fundamenteel nood heeft aan spiritualiteit, aan zingeving. In zenspiritualiteit is alles eigenlijk een ritueel: zazen (zitmeditatie, red.) zelf is een ritueel: vanaf het moment dat je de Dojo binntreedt, voer je alle handelingen uit volgens een welbepaald ritueel, een welbepaalde vorm. Het is een soort pedagogie die we hier niet kennen: leren via de vorm, en niet via het verstand. Waarom zetten we bv. eerst de linkervoet? En je dan niet afvragen waarom, maar het gewoon doen. In Japan zit dat ingebakken om die rituelen uit te voeren, zonder zich daarbij vragen te stellen. We moeten ook inzien dat wij westerlingen dat niet zomaar kunnen overnemen. En daarin was meester Deshimaro ook een prima leraar: hij wist heel goed welke rituelen hier konden overgenomen worden. Het kan gebeuren dat de rituelen in zenboeddhisme bepaalde mensen afschrikken. Misschien is dat omdat het herinneringen oproept aan hoe zij vroeger religie hebben beleefd. Maar op dat moment is het goed zich te bevragen wat je juist zoekt in deze of een andere spirituele beoefening: zoek ik een soort wellness-ervaring? Wil ik me echt toeleggen op een diepgaande zingeving?’ Gebeurt het dat u dat als leraar meemaakt in uw sangha, dat mensen moeite hebben met die keuze en gaan twijfelen aan wat ze begonnen zijn? ‘Absoluut, dat gebeurt. Maar als leraar zal ik daar niet in tussenkomen, tenzij ze mij daar vragen over stellen. In eerste instantie moeten de mensen zelf dat proces gaan en laat ik hen dat zelf ontdekken.’ Is dat dan de grote uitdaging voor het Westen: een nieuwe spiritualiteit die nog steeds vreemd is aan onze cultuur, aannemen? ‘We kunnen het ook zien als een uitnodiging om terug te gaan naar wat we hadden. Dalai Lama stelde het al vaker: we hoeven onze eigen culturele bagage niet op te geven om boeddhisme te kunnen beoefenen. Hij drukt erop dat we onze eigen religie niet zomaar wegduwen voor iets nieuw en dat we Europeanen blijven.

www.giesbaergskekoleurengazette.be

In die zin ga ik als leraar ook niet proberen om mensen te overtuigen van onze zenboeddhistische leer. We geven ook niet zoveel gerucht aan onze Dojo: iedereen is welkom om kennis te maken, en als ze zich aangesproken voelen, is het goed; als niet, is het voor ons even goed.’ Als cineast realiseerde u ook al verscheidene filmprojecten die aansluiten bij uw zen-beoefening. ‘De eerste was ‘Boeddha in de stad’, . En nu pas, enkele weken geleden (januari, red.), is mijn nieuwste visuele project voorgesteld, dat dicht aansluit bij het boeddhisme. Het is een kortfilm op de muziek van componist Luk De Winter, de verantwoordelijke van de Dojo van Antwerpen. Hij had me gevraagd of ik een werk kon maken op de muziek van zijn

Taisen Deshimaru (1914 - 1982)

Taisen werd geboren in Saga, Japan in een oude Samurai familie. Zijn moeder was een fervente Boeddhiste terwijl zijn vader hem voorbestemde voor een zakencarriere. Tijdens zijn studie was hij diep teleurgesteld in het moderne onderricht dat de spirituele dimensie totaal negeerde. Hij was steeds zoekende om de ware zin van het leven te ontdekken en kwam zodoende in contact met het zenonderricht. Tijdens zijn zoektocht kwam hij in contact met Kodo Sawaki en werd zijn discipel. Vlak voor zijn dood vroeg Sawaki hem om zijn taak voort te zetten en het ware zenonderricht naar de westerse wereld te brengen. Na de dood van zijn meester ging Deshimaru in zazen voor negenenveertig dagen. Twee jaar later, op drieënvijftigjarige leeftijd, liet hij de zorg voor zijn familie over aan zijn oudste zoon en trok met zijn monnikskleding en de geschriften van zijn meester naar het westen. In Frankrijk aangekomen betrok hij een kamer in het magazijn van een dieetvoedingszaak en verdiende zijn dagelijks brood met het geven van Shiatsumassage en het houden van voordrachten. Hij wist het onderricht van de grote zenmeesters toegankelijk te maken voor de westerlingen. Meer en meer personen kwamen onder de indruk van zazen en de persoonlijkheid van Deshimaru en kwamen bij hem zazen beoefenen. Hij sticht La Gendronnière, de grootste zentempel in het westen. Begin 1982 wordt hij ziek maar dit weerhoudt hem niet om elke dag zazen te beoefenen met zijn discipelen. In de lente verlaat hij Frankrijk om naar Japan te reizen waar hij sterft op 30 april. Net zoals Bodhidharma veertienhonderd jaar geleden Zen van Indie naar China bracht en Dogen die zevenhonder jaar geleden zen introduceerde in Japan, bracht meester Deshimaru de essentie van het onderricht van Boeddha naar het Westen. (bron: Zazen Gent))

pagina 14

3de jaargang, nummer 10, 1 april 2014


Giesbaergske Koleuren Gazette

laatste CD ‘Canon’s Pillow’. Het is een soort droom geworden, een evocatie van Kanzeon, de boddhisatva (een wezen dat naar verlichting streeft, red.) van mededogen, die zich afspeelt in een luchthaven, met heel surreeële taferelen en ook heel herkenbare situaties uit onze dagelijks leven. In een volgend project zou ik iets willen doen over de ontmoeting met mijn leraar, Roland Yuno Rech, over zijn manier van reizen.’ Zen-lijnen Zijn er grote verschilen tussen de lijn van Meester Deshimaro en de lijn van Maezumi Roshi, beide Japanse zen-leraren die in het Westen onderricht gaven? ‘Maezumi Roshi heeft overdracht gekregen in de twee vormen van zenboeddhisme, Soto- en Rinzai-zen, terwijl Deshimaro enkel onderricht heeft gegeven in zuivere Soto-zen, zonder dat er elementen uit de Rinzai-zen zijn opgenomen. Zo gaan we in de lijn van Deshimaro die wij volgen minder gebruik maken van koans, wat in de lijn van Maezumi Roshi wel de gewoonte is. Maar verder leunen beide zen-lijnen heel dicht bij mekaar aan, ze zijn allebei oorspronkelijk Japans en mahayana-boeddhisme. Wat misschien wel nog een opvallend verschil is, is dat we in onze Deshimaro-lijn vaak een kimono dragen, al is het geenszins verplicht. Meester Deshimaro heeft een duidelijke stempel gedrukt in de vijftien jaar dat hij in Europa was. Hij kon snel aanvoelen wat er nodig was en wie daarin kon helpen. En dat heeft zeker een dynamiek, een bepaalde energie opgewekt, waardoor hij op relatief korte tijd ook heel wat mensen tot monnik heeft gewijd. Ook mijn leraar, Roland Yuno Rech, heeft dat in een eerste fase nog verdergezet, maar legt de nadruk nu meer op een verdieping van onze zen-praktijk. En dat maakt dat er nu minder

3de jaargang, nummer 10, 1 april 2014

mensen tot boeddhistische monnik of non worden gewijd, dan dat in het begin het geval was.’ Hoe stelt het boeddhisme het in Japan? ‘Net als hier bij ons, is de maatschappij in Japan onderhevig aan evolutie en zijn de jongeren niet meer echt geïnteresseerd in zingeving. Maar er zijn wel nog heel veel monniken. Zenspiritualiteit wordt daar al zolang beoefend dat het boeddhisme de maatschappij blijft beïnvloeden. De ingebakken hoffelijkheid in Japan is daarvan een duidelijk gevolg.’ Onze Westerse maatschappij kan nog veel leren van het boeddhisme? ‘Ik denk het wel, volgens mij moeten we dat doen om de situatie niet nog veel erger te maken.’ Is onze moderne samenleving daar klaar voor, om iets te leren van de Oosterse spiritualiteit? Kan u daarvan al iets merken? ‘Het is natuurlijk niet meetbaar, maar er wordt gezegd dat op plaatsen waar gemediteerd wordt, dat de criminaliteit daar vermindert. Dus dat zou wel mooi zijn. (kijkt zwijgend voor zich uit). Stilaan zien we hier en daar initiatieven die duidelijk beïnvloed zijn door het boeddhisme. Het effect van een spirituele oefening is altijd merkbaar. Of om het met de woorden van Meester Dogen te zeggen: ‘Een individu die zazen doet, beinvloedt de hele kosmos’’. Een mooie gedachte voor het heelal, om het gesprek mee af te ronden in de meditatieruimte van Rosario. (WiSch) Interview met zen-leraar Roland Yuno Rech: ‘Maître Roland Yuno Rech - Zen, une quête du sens de la vie (Sagesses Bouddhistes)’: http://youtu.be/Uk3jhw8bWgY

pagina 15

Zazenmeditatie in de kapel van Rosario

www.giesbaergskekoleurengazette.be


Giesbaergske Koleuren Gazette

Een samenleving is voortdurend in evolutie: ze verandert gaandeweg en vraagt om nieuwe ideeën, concepten die antwoorden kunnen bieden op vragen die zich stellen. ‘Babbelonië’ is zo’ n nieuw idee van Vormingplus Vlaamse Ardennen-Dender, waarmee anderstaligen Nederlands kunnen leren op een speelse, ongedwongen manier: door te praten. Reportage door Wim en Nele. Bij Vormingplus Vlaamse Ardennen-Dender loopt sinds oktober vorig jaar een nieuw project om anderstaligen te helpen Nederlands aan te leren. Het concept is eenvoudig en laagdrempelig: iedere anderstalige is er welkom op de lesvoormiddag Nederlands, die begeleid wordt door een leerkracht Nederlands. Naast de anderstaligen zijn ook lokale mensen uitgenodigd om praatgroepjes te vormen rond een vrij gekozen onderwerp.

De babbellessen, onder de passende naam ‘Babbelonië’, verlopen gemoedelijk op de verschillende lokaties van Vormingplus VLAD. Wij gingen een kijkje nemen in Geraardsbergen, waar de lessen wekelijks doorgaan op vrijdagvoormiddag. Lesgeefster Anne De Cubber start de praatklas die morgen op rond het Krakelingenfeest dat enkele dagen later plaatsheeft in de Oudenbergstad. ‘Dat is enkel een aangeven, om het gesprek op te starten tussen de lokale en andersculturele deelnemers. Elk ander onderwerp is eveneens welkom om daarop in te gaan’, vertelt Anne. ‘Aan de hand van enkele verzamelde foto’s over het onderwerp en persoonlijke ervaringen van de geboren Geraardsbergenaars verloopt het gesprek als vanzelf. De interactie heeft meteen plaats door de vragen van de mensen met andere culturele roots. Ze vertellen ook graag over soortgelijke ervaringen uit hun eigen cultuur.’

Babbe Superdiversiteit Babbelonië bij Vormingplus

www.giesbaergskekoleurengazette.be

pagina 16

3de jaargang, nummer 10, 1 april 2014


Giesbaergske Koleuren Gazette

Sfeerbeelden uit de gezellige BabbeloniĂŤ-klas op vrijdagochtend bij Vormingplus Geraardsbergen

eloniĂŤ 3de jaargang, nummer 10, 1 april 2014

pagina 17

www.giesbaergskekoleurengazette.be


Giesbaergske Koleuren Gazette

Tussendoor wordt Anne ingeschakeld in een vijfkoppig panel dat de juiste namen van de stedelijke reuzen opsomt. ‘Gerarda Ghislaine Agnes Frieda is de volledige naam van de reuzin’, vult Anne aan om het geprek weer op eigen poten te laten verdergaan. Herinneringen ‘Het is een heel andere manier van lesgeven: hier zijn geen verwachtingen en ook geen niveaus waaraan de deelnemers moeten voldoen. Het programma als lesgeefster is ook volledig vrij en dat komt mij dus welgelegen in mijn job als leerkracht Nederlands (Anne geeft ook les Nederlands aan anderstaligen in het volwassenenonderwijs, red.).’ Het gespreksonderwerp wordt door de ‘locals’ meteen uitvoerig uitgelegd, over de historie en het verloop van het nakende Krakelingen-feest. De geboren en getogen Geraardsbergenaars vertellen maar al te graag over hun stedelijk Lentefeest, dat sinds oudsher de overgang aankondigt van winter naar lente, waarbij ze met veel plezier putten uit persoonlijke herinneringen uit hun kindertijd. ‘Georgette en Bernard zijn een echtpaar uit Frankrijk: ze zijn heel enthousiaste deelnemers en hebben nog geen enkele les gemist’, vervolledigt Anne. Medewerkster van Vormingplus VLAD, Liesbeth De Scheemaeker, komt ook een kijkje nemen: ‘Babbelonië is met succes opgestart in verschillende steden van de Vlaamse Ardennen (Aalst, Ninove, Denderleeuw, Oudenaarde, Ronse, Geraardsbergen). Telkens nemen er zo’ n twintigtal mensen aan deel. Ook de lokale mensen die vrijwillig participeren in dit interculturele lesmoment zijn graag wekelijks van de partij. Het geeft hen ook de kans om mensen van andere culturen beter te leren kennen op een spontane manier.’ Vrijwillige burgerparticipatie om de superdiversiteit te bevorderen, daar kan iedereen wel bij varen op de oceaan die onze samenleving after all is. (WiSch)

Lesgeefster Anne De Cubber (l.) en medewerkster van Vormingplus Liesbeth De Scheemaeker (r.) www.giesbaergskekoleurengazette.be

pagina 18

3de jaargang, nummer 10, 1 april 2014


Giesbaergske Koleuren Gazette

Bij de deelnemers aan Babbelonië kan je veel overtuigingskracht en gedrevenheid zien. Met begrip en respect voor de ander wordt een gesprek gevoerd. Ervaringen worden uitgewisseld, maar ook cultuurverschillen worden besproken en de rijkdom om dit met elkaar uit te wisselen wordt gezien. We gingen ook enkele deelnemers thuis opzoeken. Ze vertelden enthousiast over hun ervaringen in de taalklas van Vormingplus.

Assia Ayad, leeft zo’n 17 jaar in Geraardsbergen. Ze voelt zich hier goed. Ze kan vooral genieten van de rust. Rust en stilte die je niet kan terugvinden in een stad als Brussel. In Brussel heeft ze twee jaar gewoond, maar de drukte vond ze helemaal niet leuk. Ze serveert ons een typisch Marokkaanse thee met groene thee, een plant met de naam Sheba en andere ingrediënten. Ze heeft zowel de Marokkaanse als Belgische nationaliteit. Doorheen de jaren heeft ze zich aangepast aan de levenscultuur in België. De Marokkaanse keuken blijft ze behouden en vindt ze lekker. Ze haalt haar ingrediënten zoals vlees en bepaalde kruiden

uit Brussel. Sinds 9 jaar woont haar moeder bij haar en zorgen ze voor elkaar. Ook met haar vader die in Marokko verblijft, heeft ze contact. Af en toe gaat ze nog op vakantie in Marokko. Haar interieur in huis is ook typisch Marokkaans, met heel veel kleuren, bloemen en kussens. De mooie dingen uit haar Marokkaanse cultuur integreert ze in haar leven. Assia vindt het Nederlands niet makkelijk, maar ze gaat hiervoor zowel wekelijks naar Babbelonië als naar de avondles in het CVO Sint-Jozef. Ze leert veel bij en ze ontmoet nieuwe mensen. Als moslima praat ze openlijk over haar geloof. ‘Het beeld dat mensen over moslims te zien krijgen via de media klopt niet en is fout’, zegt ze. ‘Ik ben blij dat ik me tot God kan richten. Liefde en vertrouwen zijn waarden die ik haal uit de Koran, waarin je niets kan vinden over geweld of extremisme. Hier in België kan je als vrouw ook onafhankelijk en zelfstandig zijn. Je krijgt als vrouw de vrijheid om te kiezen en om je leven te leiden zoals je dat zelf wil.’ (NeW)

We ontmoeten ook met Anna Zdeba, afkomstig uit Polen. ‘Ik merk dat hoe moeilijker je eigen moedertaal is, hoe makkelijker het is om een nieuwe taal te leren. Mijn moedertaal is niet makkelijk. Er zijn heel veel verbuigingen en meerdere betekenissen voor één

woord. Je krijgt vlugger inzicht in de structuur en typische kenmerken van een nieuwe taal. Een nieuwe taal leren vraagt moed en durf om spreekfouten te maken. Maar hier in deze groep voel ik me prima en zit ik er niet mee om fouten te maken.’ (NeW)

We worden gastvrij ontvangen bij het gezin Jafari. Asef en zijn echtgenote zijn de trotse ouders van vier kinderen: Amir Hussein (16 jaar), Amir Mohammad (14 jaar), Mohadisa (8 jaar) en hun kleine pupil van 1,5 jaar. Deze Afghaanse familie woont bijna vier jaar in Geraardsbergen. Asef woont hier graag, vooral zijn kinderen bevestigen dit. Ze gaan naar school, leren heel veel bij, hebben een grote vriendenkring en spreken vloeiend Nederlands. Ze voelen zich veilig in België en benutten dan ook alle kansen die ze als kind hier krijgen om te studeren en op te groeien als jong-volwassenen. Babbelonië is voor Assef belangrijk om nieuwe mensen te ontmoeten en om zich het Nederlands eigen te maken. Zijn echtgenote volgt Nederlands voor anderstaligen in het avondonderwijs. Assef is opgeleid als kleermaker. Graag wil hij samen met zijn echtgenote zinvol aan het werk hier in deze regio. We

praten een hele tijd met Mohadisa. Een heel openhartig en vrolijk meisje én met een duidelijke levensvisie. Ze vertelt over haar inbreng als jongste deelnemer in het Kids Parlement. ‘Kids Parlement’ werd gecreëerd door een groep van kinderen en jonge migranten en is een beweging die ijvert voor de erkenning van alle kinderrechten in België. Ook haar twee oudere broers bevestigen dat het ‘samen leren leven met andere culturen’ zo een meerwaarde is en helemaal niet moet afschrikken. Het is net boeiend om andere jongeren te ontmoeten, om hun cultuur te ontdekken. Momenteel zitten ze in examenperiode en is het hard studeren. Ze zijn gedreven in hun studies en denken aan een toekomst waarin ze opgroeien als positief, actief-betrokken burger. Vooral hun positieve, vooruitstrevende houding valt ons op. Alweer een fijne ontmoeting met onze multiculturele buren. (NeW)

Babbelonië

3de jaargang, nummer 10, 1 april 2014

pagina 19

www.giesbaergskekoleurengazette.be


Giesbaergske Koleuren Gazette

Reizen Jorsala, voettocht langs culturen

“De ander staat centraal” Omdat het toeval nooit veraf ligt, zijn we op deze zonnige voorjaarsdag te gast in het ouderlijk huis van voormalig schilder van de Latemse School, Edgard Gevaert. De statige woning van de gerenommeerde kunstenaar en wereldburger met een vredesboodschap ligt even buiten de oevers van Oudenaarde-centrum. We hebben er een gesprek met zijn achterkleindochter, Valerie Gevaert, over Jorsala, dat tijd en plaats wil maken voor ontmoetingen tussen mensen. Het begon allemaal in 2005, toen Sebastien de Fooz vanuit Brussel te voet naar Jerazulem vertrok. Het werd een voettocht van meer dan 5.000 kilometer in honderdvierentachtig dagen, waarbij hij twaalf landen doorkruiste, om vanuit Brussel via Centraal-Europa en het Midden-Oosten aan te komen in Israël en Palestina. Doorheen zijn tocht -die ook een persoonlijk zoeken was in het omgaan met zijn eigen onrust- ontmoette hij mensen van alle culturen en godsdiensten. Het viel hem op hoezeer bevolkingsgroepen soms van elkaar vervreemd heten, terwijl elk individu dan telkens weer eenzelfde warmhartig en sympathiek medeleven met de ander in zich droeg. Elk van de ontmoetingen betekende een dialoog tussen mensen, ongeacht hun afkomst, cultuur of religie. ‘Dat zette Sebastien aan het denken’, vertelt Valerie. ‘Hij schreef zijn bedenkingen en ervaringen neer, die na zijn reis In zonnig gesprek met Valerie Gevaert

www.giesbaergskekoleurengazette.be

Het geboorthuis van Edgard Gevaert

gepubliceerd werden in het boek ‘Te voet naar Jeruzalem’ (uitg. Lannoo), dat intussen in vier talen is vertaald en waarover hij nog steeds voordrachten geeft.’ Vanuit die ervaringen en de reacties erop startte hij het plan op om de dialoog tussen mensen vorm te kunnen geven, door een voettocht langsheen breuklijnen. Het concept wil ontmoetingen tussen mensen laten plaatsvinden. ‘Sebastien ontmoette mensen die het concept mee vorm gaven, zoals Bichara Khader (Univ. Cath. de Louvain) en ondernemer Pierre Moorkens als eerste mecenas van Jorsala.’ Het concept kreeg verder vorm en in 2012 had de eerste voettocht van Jorsala plaats, waarbij een zestigtal deelnemers vanuit Brussel te voet naar Aken trokken. ‘Onder de deelnemers telden we mensen uit de diverse bevolkingsgroepen van ons land. Ze legden zo’n 20 à 25 km per dag af en werden telkens onthaald bij lokale vernenigingen. Vaak werden er debatten, concerten of culturele- en historische rondleidingen georganiseerd, pagina 20

om een dialoog tussen mensen te bevorderen. Dat gebeurde steeds in een hartelijke, open sfeer.’ Valerie vertelt als medewerker van het eerst uur enthousiast verder: ‘We konden overnachten op bijzondere plaatsen, zoals in een blindeninstituut, waar we uitgenodigd werden op een concert van mensen met een visuele handicap. We werden ook ontvangen in een moskee en in een asielcentrum. Op die manier maakten we telkens even deel uit van het leven van die mensen en dat was toch wel een bijzondere ervaring. Het opende ook onze ogen voor de dagelijkse wereld van die mensen.’ ‘We merkten dat mensen door die ontmoetingen herontdekten wat ze gemeenschappelijk hebben en dat die culturele, sociale of ethnische verschillen eigenlijk slechts schijn zijn; en dat wanneer je daar voorbij gaat, dat de ontmoeting blijvende indrukken maakt.’ Dialoog Jorsala wil ontmoetingservaringen aanbieden, om de verschillen tussen mensen opnieuw op te heffen. Vele mensen leven teruggetrokken in hun eigen kring 3de jaargang, nummer 10, 1 april 2014


Giesbaergske Koleuren Gazette

zonder dat ze nog contact hebben met mensen uit andere bevolkingsgroepen. De huidige crisis en de toenemende verarming helpen ons daar geenszins in vooruit. Net integendeel. ‘We nodigen mensen uit voor een ontmoetingservaring waarin de ander centraal staat. De ervaring laten we gebeuren in de ontmoetingsruimte van de voettocht. En net in die dialoog met de ander kunnen nieuwe perspectieven zich aanbieden. De ontmoetingsruimte om die dialoog tot stand te brengen is wat we met Jorsala willen aanbieden.’ Jorsala wil daarvoor ook specifiek langs breuklijnen reizen, om daar betrokken mensen uit te nodigen om deel te nemen aan de dialoog.’

Knooppunten Wat staat er dit jaar op het programma van Jorsala? ‘Voor de editie van dit jaar willen we te voet van Brussel naar Jerusalem stappen en, aangezien dit jaar de honderdjarige herdenking is van WO I, waarvan de kiem in Sarajevo ligt, willen we ook die breuklijn bewust opzoeken. Eveneens in het licht van die herdenking, starten we de tocht symbolisch in Ieper, waar belangrijke veldslagen plaatsvonden. Het vertrek is voorzien op donderdag 8 mei, vanuit Ieper, waar we eerst nog ontvangen worden op het stadhuis. Het stadsbestuur wil de deelnemers er ook een symbool meegeven. Van daaruit vertrekken we dan eerst via de Vlaamse Ardennen naar Brussel, om dan verder te stappen richting Sarajevo en ongeveer vijf maand en 3.600 km later in Istanboel aan te komen. De aankomst in Istanboel is voorzien op 17 oktober.’ Organiseert Jorsala de hele tocht? ‘Nee, toch niet. Enkel het traject vanuit Ieper (over Geraardsbergen, red.) tot Brussel is georganiseerd waarbij we slaapplaatsen voorzien voor de deelnemers. Vanaf Brussel is iedereen uitgenodigd om zelf in eten en slapen te voorzien. Jorsala is geen reisorganisatie, we bieden enkel de gelegenheid aan om een voettocht te beleven. Op vooraf bepaalde punten op de tocht voorzien we wel knooppunten,

waar we samen enkele dagen kunnen verblijven. We willen er evenementen en gesprekken opstarten rond een bepaald thema om op die manier de dialoog blijvend vorm te geven.’ Legt iedereen de hele tocht af? ‘Dat is niet de bedoeling. Elke deelnemer kan voor zichzelf uitstippelen waar en wanneer de tocht mee te doen. Er zijn ook organisaties, zoals ACW, die inschrijven om enkele dagen deel te nemen. Zij voorzien voor hun leden alle voorzieningen om enkele dagen in België mee op te trekken. Ook in Italië organiseert ACW voor hun leden enkele dagen, waarbij ACW voorziet in de reis en alle accomodaties. Personen en verenigingen zijn dus vrij om op die manier deel te nemen. De enige voorwaarde is dat het uitgangspunt van de voettocht, het respectvol openstaan voor de dialoog met de ander, gerespecteerd wordt.’ Hoe kunnen mensen de nodige informatie bekomen? ‘Op onze website www.jorsala.org kan je alle praktische informatie over Jorsala terugvinden, met het volledige traject van de voettocht 2014, contactgegevens en andere nuttige links. Maandelijks wordt er ook een Jorsalacafé georganiseerd, om te overleggen over de evolutie van Jorsala, allerhande voorbereidingen te treffen en andere zaken te organiseren, waarbij vaak nieuwe ideeën ontstaan. Als die passen binnen de context kunnen die een welkome insteek zijn voor de organisatie. Daardoor blijft Jorsala een heel dynamisch gegeven.’ Dat was het voor ons ook vandaag, weerom een dynamisch gesprek. En dat lag niet alleen aan de (te) vroege zomerzon, die we genoten in de schaduw van Edgard Gevaert’s levensboom. (WiSch)

Valerie Gevaert

Jorsala is een pad voor dialoog dat Europa doorkruist. Een pad dat ruimte creëert om culturele, religieuze, politieke en etnische verschillen te overbruggen.

3de jaargang, nummer 10, 1 april 2014

Jorsala nodigt iedereen uit om samen op tocht te gaan van Brussel naar Istanbul. Van de hoofdstad van Europa, 3.600 kilometer te voet, langs de breuklijnen van de Balkan tot de poort naar het Oosten.

pagina 21

Honderd jaar na het begin van WO I herdenkt Jorsala de breuklijnen van toen, van Ieper tot Sarajevo. Deze voettocht van 2.230 kilometer staat in het teken van verbondenheid en dialoog, met in Ieper en Sarajevo een moment van stilte en van hoop voor de toekomst. Van daaruit trekken we verder door naar Istanbul, eindbestemming van de editie 2014. Alle info op deze website: www.jorsala.org

www.giesbaergskekoleurengazette.be


Giesbaergske Koleuren Gazette

Koleurenhistorie Edgard Gevaert

Verdraagzaamheid en ecologisch denken Edgard Gevaert

Naar aanleiding van het gesprek met Valerie Gevaert, een achterkleindochter van kunstschilder van de Latemse School, Edgard Gevaert, willen we u in dit artikel graag meer vertellen over wie deze visionair was. Meer dan een schilder Edgar Gevaert (1891-1965), wereldburger, letterkundige, kunstschilder, Nederlands- en Franstalig auteur was als beeldend kunstenaar vooral landschap- en genreschilder maar was bovenal vredesijveraar en volksvriend. Hij liep humaniora in het College van Oudenaarde en de Nijverheidsschool te Gent. In 1916 huwde hij de oudste dochter van beeldhouwer George Minne. Hij kwam zich in 1922 aan de Kapitteldreef in een door hem en George Minne ontworpen landhuis vestigen. Een bijna exacte replica van zijn ouderlijke woning in Oudenaarde. Gevaert volgde lessen aan de Gentse Academie (nu KASK). Hij leidde met zijn familie een eenvoudig buitenleven en was geïnspireerd door de theorieën www.giesbaergskekoleurengazette.be

Einstein, John Steinbeck, de econoom, sociale hervormer en socialistische politicus Lord William Beveridge (1879-1963), Roberto Rosselini, Georges Ohsawa, de Japanse christelijke hervormer Tyohiko Kagawa (18881960), Yehudi Menuhin, de Schotse medicus sociale en voedingshervormer Lord John Boyd Orr (1880-1971, eerste directeur-generaal FAO, Nobelprijs Vrede 1949), Thomas Mann, Albert Camus, l’Abbé Pierre, Edgar Gevaert en de filosoof Jacques Maritain (1882-1973). Tot de militanten behoorden vooral Lord Beveridge, Georges Ohsawa, Lord Boyd Orr, Edgar Gevaert, l’Abbé Pierre en de ‘rode baron’ Antoine Allard, kunstenaar en medestichter van de Belgische Oxfam wereldwinkels. Het was echter Georges Ohsawa (1893-1966) die opmerkte dat men eerst vrede binnen zichzelf moest creëren

van Tolstoï en Rousseau. In 1940 week hij met zijn gezin uit naar de Franse Landes en de Lage Pyreneeën, waar hij leefde als herenboer. Zijn eerste schilderijen leunden aan bij het impressionisme. Door zijn levensfilosofie evolueerde zijn oeuvre naar een dooreenstrengeling van vegetatie, fauna en naaktfiguren, een symbolistische weergave van zijn ecologische, kosmische en religieuze denkwereld. Edgar Gevaert schreef talrijke anti-militaristische pamfletten en essays. In zijn laatste levensjaren schreef hij, getekend door een slepende ziekte filosofische en semiautobiografische werken. Hij was de Vlaamse prediker van het begrip ‘Wereldparlement’ verkozen met algemeen stemrecht. In het kinderrijke kunstenaarsgezin van Edgar Gevaert (1891-1965) en zijn vrouw Marie Minne werd geijverd voor wereldvrede. Een wereldparlement moest daarbij het ultieme hulpmiddel zijn. In de beweging voor een ‘Wereldparlement’ en’ Wereldregering’ waren heel wat vooraanstaanden actief: Albert r.r.

pagina 22

waarbij de macrobiotiek en de daarbij passende voeding centraal stonden. De familie Gevaert was onmiddellijk gewonnen voor dit gedachtegoed. Ze importeerde grondstoffen, bereidden andere zelf in de keuken, ook voor vrienden en kennissen, en zo ontstond in 1957 het biologisch, macrobiotisch voedingsbedrijf ‘Lima’, genoemd naar Ohsawa’s echtgenote Lima (1899-1999) die als honderdjarige nog kooklessen gaf. Het landhuis, nu het pas gerenoveerde ‘Gemeentelijk Museum Gevaert-Minne’, was in de jaren ’60 en ’70 het middelpunt van de multiculturele ‘vzw Werelddorp’, in de volksmond ‘de commune’. Het gedachtegoed en de filosofie van de ‘ijveraar’, Edgar Gevaert, werden gerespecteerd en bewezen hun impact op verdraagzaamheid en ecologisch denken… (AlHa - Albert Haelemeersch)

Les Moissons, Edgard Gevaert

3de jaargang, nummer 10, 1 april 2014


Giesbaergske Koleuren Gazette

Koleurencafé In ‘t Bruggenhuis

Een brug tussen mens en muziek de fuzzy muziekstroom Jazz die in al haar verscheidenheid de kroeg graag vult, by all means & weather. Omdat er sindsdien veel water (én Jazz!) stroomde door de lokale Styx, togen we maar al te graag terug naar het stemmige huisje aan de waterkant. We wilden van Rob en Magda, het koppel dat de kroeg een nieuw leven gaf, wel ‘s horen hoevéél water er intussen door de Dender donderde, en wat dat met die Jazz deed... Er zijn zo van die plekken waar het goed toeven is. Muziekcafé In ‘t Bruggenhuis, aan de oever van de Dender in Geraardsbergen (deeldorp Overboelare om exact te zijn) is er zo een. In het tweede nummer van de kleurige krant die u nu onder uw ogen heeft, hadden we al ‘s eerder een lang gesprek met bewoner en bezieler van ‘t staminee, Rob Meijer van Putten, over

3de jaargang, nummer 10, 1 april 2014

eerst én voor ‘t laatst in onze contreien te zien en te horen was. Hij is een encyclopedie. Of beter een Jazzypedia -want de jongere generatie kent die dikke boeken van papier vast allang niet meer. ‘Van bij het begin dat we het café uitbaatten, zo’ n vijf jaar geleden, programmeerden we maar al te graag muzikanten en bands die spontaan langskwamen, op doortocht naar de grote steden. Omdat

‘Water is er hier inderdaad voldoende doorgestroomd’, zegt Rob. ‘En van Jazz kán ik maar niet genoeg krijgen!’, lacht hij er nog achteraan. Rob is een kenner. Noem de naam van een Jazz-muzikant die u toevallig in een krant of muziektijdschrift las, en Rob weet er een heel verhaal bij te vertellen. Inclusief waar en wanneer hij of zij voor ‘t

pagina 23

www.giesbaergskekoleurengazette.be


Giesbaergske Koleuren Gazette

ik zelf zo’n grote muziekliefhebber heet, gaf me dat steeds meer zin om verder te voorzien in live optredens.’ Hij kijkt even naar Magda, als om op adem te komen van de terugblik. ‘Et voilà’, franst Rob op z’n Hollands, ‘zo komt het dat we nu doorheen het hele jaar een heuse concertkalender kunnen aanbieden’. Alle concertinfo kan u vinden op website www.bruggenhuis.be U kan er natuurlijk ook naar de Dender staren en even wegdromen hoe de wereld er zou kunnen uitzien. Enjoy! (WiSch)

Ontmoeting Taryn & Ben ‘Caplan and the Casual Smokers’

“It’ s a funny story” Op zo’ n avond - ‘It’s one of these nights you hope that nobody dies’, refrase ik Tom Barman’s ‘Nothing Really Ends’,- in Het Bruggenhuis ontmoeten we Ben & Taryn, die er out of the blue enkele van Ben’s popsongs op de gevleugelde piano ten berde geven. Het koppel uit Halifax (Canada) is erg muzikaal. Ben Caplan is een gerenommeerd muzikant. Hij speelde al met zo’n zestien bands waarmee hij de wereld rond tourt. Taryn zoekt intussen haar weg in de muziek, terwijl ze ook wel samen composities maken. De twee planden enkele maanden in Europa om even los te komen van hun everyday life en geïnspireerd te kunnen componeren aan nieuwe nummers. Ze kwamen terecht in Zarlardinge -of all places. Als Canadees wereldburger ga je daar natuurlijk specifiek naar op zoek, om te verblijven in een boerderij ‘ middenin het platteland van de Geraardsbergse deelgemeente. Daar wilden we het fijne van weten.

‘It’ s a funny story’, begint Ben hoe hij het authentieke boerenhof al kende. ‘Met de band hadden we enkele jaren geleden een concert op het Roots & Roses-festival in Lessen (in CC Magritte, red.), hier vlakbij. De organisatoren hadden onze band niet meer kunnen logeren in een hotel ter plaatse en ons een slaapplaats geboekt op deze boerderij. Na het optreden werden we in een camionette, volgeladen met onze instrumenten op weg gestuurd met enkel een wegbeschrijving, www.giesbaergskekoleurengazette.be

de donkere en druilerige avond in. Op zoek naar het juiste adres, kwamen we eerst nog op een kerkhof terecht -’What the f..!’, dachten we nog; maar toen we even later toch onze bestemming bereikten, langs het donker hobbelig weggetje het Hof opreden en de voltallige familie ons op de binnenkoer opwachtte met een goed glas wijn -in de regen!- wisten we ons hier meteen welkom!’ Zoals dat wel vaker gebeurt bij de betere artiesten, is Ben autodidact. Pas op z’n twintigste kreeg hij smaak in de piano. Hij was toen student aan een van de universiteiten van Halifax (Halifax telt vijf universiteiten, red.) waar hij filosofie studeerde. ‘Het waren vooral de westerse filosofen, en meer specifiek de Europese, die daar aan bod kwamen. Maar wat ik daar vooral geleerd heb is kritisch denken. En dat heeft me beslist aangezet om mijn muziek als uitlaatklep uit te bouwen.’

Zelfportret Het is opvallend dat je muziek een boodschap in zich draagt. Haal je die uit je persoonlijke leefwereld? ‘Als een artiest zoek ik er steeds naar mijn publiek een spiegel voor te houden. Dat is ook de taak van ieder kunstenaar, om mensen te doen nadenken. Hoewel ik besef dat slechts hooguit vijf procent van dat publiek de boodschap écht snapt. De overcommercialisering is overal doorgedrongen, en zeker ook in tekstschrijven en in liedjesteksten. Dat vind ik zo schrijnend aan onze samenleving. Daar pagina 24

wil ik steeds weer tegen ingaan. Iemand vroeg me ‘s of ik me wel ‘s blootgeef op het podium. Ik antwoordde resoluut dat ik dat niet zo aanvoel, dat ik het eerder zie als een schilderij dat ik maak op de scene en waarnaar ik de toeschouwers laat kijken. Er is me dunkt een fundamenteel verschil tussen een blootfoto en een naaktschilderij. En dat moet het publiek zelf inzien. Wat dat betreft kan ik me helemaal vinden in een citaat van Joni Mitchell. Toen ze wereldberoemd werd als zangeres klampte men haar vaak aan met ‘Wat knap dat je zo’n lied kan maken over jezelf, dat je zo over je gevoelens kan praten!’. Waarop ze telkens boudweg antwoordde dat het lied niet over háár leven ging maar dat het publiek enkel zichzelf terugzag in de popsongs.’ ‘Ik ben er ook niet de artiest naar om mensen de les te spellen, om te gaan oordelen wat ze wel of niet moeten doen. Daar moeten ze zelf toe in staat zijn.’ Welke artiesten in de muziek hebben je geïnspireerd? Onder hen tel ik zeker Leonard Cohen, op gebied van tekstschrijven dan toch, want muzikaal ging het vaak wat te melig klinken, ‘a bit cheesy’. Verder ook definitely Tom Waits. Maar van hem vind ik dan weer dat hij wel vaak een mooi schilderij presteert, maar niet vaak genoeg een zelfportret. Precies of hij die gevoeligheid niet helemaal aankon en de kans om zich helemaal te geven in zijn werk liet liggen. 3de jaargang, nummer 10, 1 april 2014


Giesbaergske Koleuren Gazette

3de jaargang, nummer 10, 1 april 2014

pagina 25

www.giesbaergskekoleurengazette.be


Giesbaergske Koleuren Gazette

Fietsen in Canada De volgende dag spreek ik met het enthousiaste koppel singer/songwriters af om een eindje te gaan fietsen in de Vlaamse Ardennen. Ze zijn beide geoefende fietsers, zo blijkt meteen. De directe ontmoetingen waarbij je vanop de fiets total strangers op eenzelfde rijtuig kan aanspreken, maken hen opgewekt en blij. Het volkse, aardse karakter van de taalgrensregio zit hen als gegoten. En alsof dat nog niet genoeg is, getuigen ze dat de heuvels in Halifax beslist wel steiler heten. Ge moet het maar durven zeggen, met de legendarische Muur van geraardsbergen binnen wielbereik. ‘In Halifax is fietsen een heel populaire manier om zich te verplaatsen. It’ s so easy. Terwijl er met een auto geen doorkomen aan is. Ook autodelen is wat dat betreft heel populair in alle Canadese steden: naast economisch is dat meteen veel meer ecologisch dan dat iedereen een eigen wagen zou voor de deur hebben. Voor mijn volgende tournee in Nederland (najaar 2014, red.) speel ik met de idee om alle verplaatsingen per fiets te ma-

ken, en op die manier bij te dragen tot een verminderde CO2-uitstoot. De tournee zou dan ‘Zero Emission Tour’ kunnen heten. Ik zie het in ieder geval zitten. En voor mijn manager -die niet zo’ n fietser is- en het transport van de instrumenten zouden we een rijtuig op zonne-energie kunnen nemen. Yeah, cool!’ Intussen hadden we, na wat heuvels fietsen in en rond Everbeek en Vloesberg, de sublieme stee ‘Sanseveria’ bereikt, onder aan de kerktoren van Zarlardinge. Gedrieën nemen we plaats in de gezellige staminee. Ben toont meteen weer aan dat hij de wereld kent -hoe klein die ook is in het land der Belgen- en bestelt gezwind zijn favoriete trappist: een Rochefort van acht graden. ‘Die van tien is zeker niet minder lekker, but a bit too strong though’. Hij is een fijn mens die de wereld met een kritische bril aankijkt. Zijn smakelijke lach vult het dorpscafé, terwijl zijn grote armen zijn geliefde Taryn omhullen aan het kleine tafeltje. Die avond namen we afscheid van de gemiste winter. Het zal gauw weer Kerst zijn. (WiSch)

Giesbaergske Koleuren Gazette maakt voortaan ook deel uit van Zen Peacemakers, waarvan zen-leraar Bernie Galsmann de geestelijke vader is. Zenmeester Bernie Glassman Roshi geeft al jarenlang zenonderricht en is actief in het Sociaal Geëngageerd Boeddhisme. Bernie is stichter en bezieler van de Zen Peacemakers. De Zen Peacemakers gemeenschap gaat uit van het samengaan van spirituele beoefening met sociale actie. Zen Peacemakers eren hun eigen leven door een instrument te zijn voor het bevorderen van vrede (GoWa)

www.giesbaergskekoleurengazette.be

pagina 26

Zen Sangha Geraardsbergen is een zitgroep die wekelijks samenkomt om te mediteren volgens de zenboeddhistische traditie zoals die in de Zen Sangha beoefend wordt. We mediteren in stilte, zittend op een kussen, bankje of stoel. Voorkennis van zen of meditatie is niet vereist. Nieuwkomers krijgen een korte instructie over de zenmeditatie. Kom een kwartier voor het begin. We starten stipt om 19.30u. Draag comfortabele, ruimzittende kledij, liefst in ingetogen kleuren. Zitkussens en matjes zijn ter plaatse beschikbaar, maar je kan ook je eigen kussen of zitbankje meebrengen. Elke laatste donderdag van de maand is er bij Zen Sangha Geraardsbergen een infoavond, waarbij we even tijd nemen om samen the te drinken en wat bij te praten. Het is een ideaal moment voor nieuwkomers om ‘s een kijkje te komen nemen in onze Zendo en ons te leren kennen. Iedereen is welkom. Waar & Wanneer? Kerk Sint-Bavo, Hoge Buizemont 165, Geraardsbergen, wekelijks op donderdag van 19.30u. tot 21.30u. In het eerste deel van 2014 is de groep nog open op donderdagen 9, 16, 23, 30 januari; 6, 13, 20, 27; 13, 20, 27 maart; 3, 24 april; 8, 15, 22 mei; 5, 12, 19, 26 juni. Gesloten tijdens schoolvakanties. Alle info op de websites www.zensangha.be en www.zengaardsbergen.be

3de jaargang, nummer 10, 1 april 2014


Giesbaergske Koleuren Gazette

Cursief Bertjan Oosterbeek

“In wat voor wereld wil ik leven?”

Bertjan Oosterbeek

Bertjan Oosterbeek schrijft reflecties en ervaringen neer in -vaak grappige- verhalen uit het leven van een zenmonnik. Het is even wennen. Afgelopen winter heb ik een experiment gedaan. Ik had me voorgenomen om – zolang als dat het buiten nog niet vroor tenminste – de verwarming niet aan te zetten. Om wat geld te besparen, maar ook om eens te onderzoeken hoe het is om het koud te hebben. Op zich ben ik natuurlijk wel wat gewend. Tijdens mijn verblijf in het Japanse zenklooster Sogenji was er ook geen verwarming. In de wintermaanden stond er dan wel een piepklein kacheltje in de zendo, maar dat was maar net genoeg om de temperatuur boven nul te houden. En bovendien brandde het alleen tijdens zazen – de meditatieperiode. Misschien was het wel vooral het idee van warmte dat het uitstraalde. Waar ik vooral benieuwd naar was: wat als je je huis nou eens niet opwarmt tot 21 ºC? Hoe onaange-

3de jaargang, nummer 10, 1 april 2014

naam wordt het leven dan? En dat valt dus best wel mee. Ik moet wel zeggen: mijn huis is van zichzelf redelijk warm. Zelfs in de slaapkamer – zonder dubbel glas – moet het buiten wel heel koud worden, wil de temperatuur er onder de 10 ºC zakken. En echt koud is het de afgelopen winter natuurlijk niet geweest. Dus nee, zwaar was het niet. Met twee truien aan, Spaanse slofjes en – vooral als ik m’n hoofd net weer eens geschoren had – een mutsje op, was het goed vol te houden. En dan waren er natuurlijk nog de nodige escapes. Ik zal ze voor het goede begrip even op een rijtje zetten: – Een grote kan hete koffie voor jezelf zetten; – Die koffie ergens buiten de deur – waar de verwarming wel aanstaat – gaan drinken; – Pizza bakken, en zo en passant – met de oven – ook meteen het huis verwarmen; – Iemand uitnodigen om die pizza bij je op te komen eten… voor háár zet je de verwarming natuurlijk wel aan; Oh ja, en dan is er nog de workout! Op m’n iPhone heb ik een app met een ‘intensieve’ work-out van precies 7½ minuten. Push-ups, sit-ups, plank; dat soort dingen. En daar word je natuurlijk ook warm van – al hadden die andere

pagina 27

uitvluchten natuurlijk wel mijn voorkeur. Het nut van mijn experiment werd me duidelijk, toen ik een tijdje terug las dat in Argentinië ‘burgers’ woedend de straat op waren gegaan om te protesteren tegen de aanhoudende stroomstoringen. Er was geen elektriciteit om de airco’s te laten draaien en dat nét tijdens een flinke hittegolf. Ironisch genoeg waren het die airco’s zelf die stroomuitval veroorzaakten: het netwerk kon de enorme vraag naar stroom van die dingen namelijk niet aan… Eerst moest ik wat gniffelen om ‘die domme Argentijnen’. Maar toen bedacht ik me, dat wij hier in feite precies hetzelfde doen, maar dan omgekeerd. Wij proberen onze huizen koste was kost de hele winter op een aangename 21 ºC te houden, zodat we ook ’s winters lekker in een T-shirtje kunnen blijven rond lopen. En ondertussen klagen we over de prijzen voor gas en licht. En we willen allemaal het liefst ‘groene stroom’, maar dat dan weer niet van die lelijke windmolens. Dan liever kernenergie importeren uit Frankrijk. Of Russisch gas, olie uit het Midden-Oosten. Zijn wij nou zoveel slimmer bezig? Mijn conclusie: het is even wennen – dat wel – maar bij een graad of zestien vind ik het nog prima uit te houden. En ik kan dus makkelijk 25% op mijn stroomverbruik besparen. Alleen ’s ochtends bij het opstaan is het wel erg koud. Ik wil hier daarom graag al die leuke lezeressen van deze Gazette van harte uitnodigen om komende winter toch vooral pizza bij mij te komen eten. (BeJaO)

www.giesbaergskekoleurengazette.be


Giesbaergske Koleuren Gazette

Literatuur Nahid Mohammadi

Liefde in het hedendaagse Chili In de rubriek ‘Literatuur’ werpen we onze blik op taal- en verhaalkunde doorheen verschillende culturen. Onze literatuur-medewerkster, Nahid Mohammadi, vertelt ons in deze bijdrage wat meer over het boek ‘Manieren om naar huis terug te keren’ van Chileense auteur Alejandro Zambra.

Alejandro Zambra, Manieren om naar huis terug te keren Alejandro Zambra, geboren in Chili in 1975, is een van de meest opvallende Latijns-AmeAlejandro Zambra

r.r. www.giesbaergskekoleurengazette.be

rikaanse romanschrijvers van dit moment. Hij schrijft daarnaast ook gedichten en essays. Hij doceert literatuur aan de Universiteit Diego Portales en werd ondertussen al opgenomen in de Bogotá39, een project in samenwerking met Unesco, waarin 39 van meest veel belovende Latijns-Amerikaanse schrijvers onder de leeftijd van 39 jaar werden gelauwerd. Zijn grote doorbraak behaalde hij met de roman ‘Bonsái’. Deze roman werd ook verfilmd onder dezelfde naam door de Chileense regiseur Christian Jiménez. De film ‘Bonsái ‘werd ook geselecteerd voor het Filmfestival van Cannes in 2011. “Manieren om naar huis terug te keren” is ondertussen zijn derde

roman en werd in vijftien talen vertaald. Zambra werd ervoor beloond met de Premio Altazor en genomineerd voor de Premio las Américas en de Prix Médicis étranger. Jongvolwassen Alejandro Zambra brengt de stem van een generatie aan bod die als kind de dictatuur onder Pinochet beleefde, een generatie die geen hoofdrol heeft gespeeld in de recente Chileense geschiedenis, geen eigen verhaal heeft, maar die wel elke dag leeft met de gevolgen van deze dictatuur. Het gaat om jonge volwassenen die in vergelijking met de moeilijkheden die hun ouders hebben meegemaakt, geen echt recht van spreken hebben in Chili. “Terwijl de volwassenen elkaar vermoordden, zaten wij in een hoekje tekeningen te maken. Terwijl de roman plaatsvond, speelden we verstoppertje, leerden wij hoe we konden verdwijnen.” Zambra geeft zelf aan dat schrijven op hem een therapeutisch effect heeft. Labyrint “Manieren om naar huis terug te keren” is geschreven vanuit twee perspectieven: de ene vanuit de ogen van een negenjarig jongetje; naïef, schattig en vol verwondering, en de andere vanuit de ogen van een jonge dertiger; bezorgd, beschermend, nadenkend, haast melancholisch, soms ook heel bitter. Na een aardbeving ontmoet het negenjarige hoofdpersonage Claudia, die een drietal jaar ouder is, en hem zodanig om haar vinder windt dat hij voor haar zijn buurman Raúl, en tevens

pagina 28

Nahid Mohammadi

haar oom (althans dat dacht hij toen) in de gaten houdt. Elke week brengt hij verslag uit van zijn spionageactiviteiten. Veel heeft hij echter niet te vertellen. Zoals ze plots in zijn leven verscheen, verdween Claudia al even plots. Het lijkt er op dat ze als volwassenen elkaar opnieuw ontmoeten en een tijdlang een relatie hebben. Zeker kan je er niet van zijn, want hij noemt haar niet meer “Claudia”, maar “Eme”, hij wil immers haar naam niet meer vermelden, “om haar te beschermen”, maar tegen wie hij haar wil beschermen, en waarom, blijft redelijk onduidelijk. Zo blijft er heel veel onduidelijk, zoals de vele zaken die voor het hoofdpersonage tijdens zijn volwassenheid helemaal anders blijken te zijn dan wat hij als kind dacht. Niemand is eenduidig “goed” of “slecht” en kinderen zijn ook niet meer helemaal onschuldig te noemen. Het verhaal is een labyrint waarin je verdwaalt, samen met het hoofdpersonage. Ook wanneer het boek uitgelezen is, blijven er tal van vraagtekens bestaan. “Toen ik thuis kwam dacht ik 3de jaargang, nummer 10, 1 april 2014


Giesbaergske Koleuren Gazette

aan de woorden van Eme. Ik dacht dat ze gelijk had. Dat we weinig weten. Dat we vroeger meer wisten, omdat we vol overtuiging, dogma’s en regels zaten. Dat we van die regels hielden. Dat het enige waar we oprecht van gehouden hadden die absurde handvol regels was. En nu begrijpen we alles. We begrijpen vooral de mislukking. “

Naar huis Het is een boek over vele thema’s, over vriendschap, over hoe leven in een dictatuur, over democratie, over de gevolgen voor een land die verscheurd werd door politiek, over ouders en hun kinderen, over generatieconflicten, over het schrijverschap en uiteraard ook over de liefde. Het is in eerste instantie een verhaal over Chili, over Latijns - Amerika en over de verschillende dictaturen die er zijn geweest, tezelfdertijd is het een heel universeel verhaal. Het is in ieder geval een boek die je minstens twee keer moet lezen om het te vatten. Ik moet toegeven dat ook ik af en toe de draad ben kwijt geraakt tijdens het lezen, net zoals Zambra, wellicht af en toe zijn weg verloor bij het schrijven. Het belangrijkste is dat hij door middel van zijn boek toch terug naar huis is geraakt en dat wij er van kunnen genieten en meekijken in de hoofden van de jonge Chilenen, die de spil van het hedendaagse Chili vormen.

Uit het boek Hieronder een passage, net na een aardbeving in 1985, in de stad van het hoofdpersonage. “… Maar ik wilde niet slapen. Ik was nog nooit zo moe geweest, maar het was een nieuw soort vermoeidheid, een die pijn deed aan mijn ogen. Ik besloot dat ik de hele nacht wakker zou blijven en ik probeerde de iglotent binnen te sluipen om met de meisjes verder te kunnen praten, maar het dochtertje van de agent liet me niet binnen omdat ze zei dat ik hen wilde verkrachten. Ik wist niet goed wat verkrachten was en ik beloofde dat ik dat niet met ze zou doen, dat ik alleen maar naar ze wilde kijken, maar zij lachte baldadig en antwoordde dat verkrachters dat ook altijd zeiden. Dus bleef ik buiten en moest aanhoren dat ze speelden dat de poppen de enige overlevenden waren – ze probeerden hun eigenaressen met een por weer tot leven te brengen en braken in gejammer uit toen ze merkten dat ze dood waren, al was er één pop bij die vond dat het zo misschien wel beter was, omdat ze het menselijk ras altijd al walgelijk had gevonden. Vervolgens streden ze om de macht, en al leek het een eindeloze discussie te worden, er werd toch snel overeenstemming bereikt, want tussen alle poppen zat er maar één echte Barbie. En die won. Ik vond een strandstoel tussen het puin en liep timide naar het vuur dat de volwassenen hadden gemaakt. Ik vond het vreemd alle buren, misschien wel voor het eerst, samen te

zien. Ze keken samenzweerderig naar elkaar en spoelden de angst met een paar glazen wijn weg. Iemand kwam een oude houten tafel brengen en gooide die op het vuur alsof het niets was – waarom gooi je niet ook de gitaar erop, zei mijn vader, en iedereen lachte, zelfs ik, een beetje verbluft omdat mijn vader normaal gesproken nooit grappen maakte. Meteen daarna kwam Raúl, de buurman, met Magali en Claudia. Dit zijn mijn zus en mijn nichtje, zei hij. Na de aardbeving was hij ze gaan zoeken, en hij was nu pas teruggekeerd, zichtbaar opgelucht. Raúl was de enige in de wijk die alleen woonde. Ik vond het moeilijk me voor te stellen dat iemand alleen kon leven. Ik dacht dat alleen leven een soort straf of ziekte was. De ochtend dat hij hier met een matras boven op zijn Fiat 500 aan kwam rijden, vroeg ik mijn moeder wanneer de rest van zijn familie zou komen, en zij antwoordde begripvol dat niet iedereen een familie had. Ik vond meteen dat we hem moes-

ten helpen, maar naderhand begreep ik tot mijn verbazing dat mijn ouders er weinig voor voelden Raúl te helpen, dat ze meenden dat het niet nodig was, dat ze zelfs een soort weerzin ten opzichte van die magere zwijgzame man voelden. We waren buren, we deelden een muur en een ligusterheg, maar er gaapte een enorme kloof tussen ons. In een nieuwbouwwijk werd gezegd dat Raúl christendemocraat was en dat vond ik interessant. Het is moeilijk uit te leggen waarom een jongen van negen het interessant vond dat iemand christendemocraat was… “ (NaMo)

Cover van het originele boek ‘Raodi di tornare a casa’

Gazetteproat

Mijn muchos gebrekkig Spaans lokten mijn gesprekspartner van zopas in de krantenwinkel een welgemeend en spontaan ‘Adios, amigo’ uit: hartverwarmend, temeer daar hij het liet klinken alsof we al vele jaren de beste vrienden zijn. Kleine dingen kunnen soms zo groot zijn. Gracias. (Prof. Drs. S. Traatpraat)

3de jaargang, nummer 10, 1 april 2014

pagina 29

www.giesbaergskekoleurengazette.be


Giesbaergske Koleuren Gazette

De stilte in Mieke Herregodts

Bezielde stilte in Bever Om rust te vinden moet je het niet altijd ver gaan zoeken: soms liggen oplossingen zo maar binnen handbereik. Rosario, een voormalig klooster dat omgebouwd is tot retraitecentrum is zulke oplossing, hier vlakbij onder de kerktoren van Bever. Een reportageverslag door medewerkster ‘Reizen’ Mieke Herregodts.

Er zijn zo van die dagen, dat ik er even de stekker wil uittrekken. En gewoon wil stilstaan. Een dag geen stress, niet klokkijken, niet tijdracen, noch deadlinen. Dan wil ik gewoon vroeg opstaan en op blote voeten de natuur intrekken om de dauw tussen mijn tenen te voelen en te luisteren naar alle toonaarden van de stilte. Toen ik jong was en nog maar net onder moeders veren vandaan kwam lukte dit nog. Er waren geen beslommeringen, niks moest, alles mocht. Mijn geest was nog jong en onbezonnen. Ik besefte het niet, maar ik was nog niet bezoedeld door stress en werkdruk. Puur genieten van het leven was een evidentie. Nu is dat soms te veel een luxe geworden. Ik ben er zeker van dat velen van jullie er net zo ver denken. We moeten onszelf de luxe gunnen om even te ontsnappen en terug te keren naar onze ik. Rosario is een atypische B&B waar sereniteit en puurheid centraal staan. Eigenaar en bezieler Johan Vriens gaat er prat op dat de stilte wordt gerespecteerd, maar dat neemt niet weg dat de ruimtes regelmatig gevuld worden met prachtige muziek. De gerestaureerde kapel heeft namelijk zo’n bijzondere akoustiek dat muzikanten hier maar wat graag komen om te oefenen op de vleugelpiano, om te compone-

www.giesbaergskekoleurengazette.be

pagina 30

ren of om zelf opnames te maken. Schrijvers vinden hier in zichzelf woorden terug die ze verloren waanden. U en ik vinden gewoon onszelf terug, en ontdekken opnieuw de kracht van de eenvoud. De stilte en de schoonheid die hier heersen, zalven de ziel. Johan verbouwde dit klooster, -een monnikenwerk van tien jaar- met één doel in gedachten: de ziel van deze plek bewaren. En dat is hem wonderlijk goed gelukt. Hij noemt het ‘monastiek verbouwen’. De religieuze en serene sfeer van het gebouw heeft hij op zulke manier gerespecteerd dat elkeen de helende kracht ervan kan voelen. Hij gaat zelfs nog een stapje verder. Nergens kan je in Rosario televisie of telefoon bespeuren en er wordt samen gegeten aan één lange tafel, op vaste tijdstippen, om halfnegen ontbijt en om halfacht avondmaal. Een kwartier voor etenstijd wordt een bel geluid. Het doet je denken aan de regels van Benedictus. En dat is ook Johans bedoeling. Regelmaat zorgt namelijk voor rust. Sofie, de vrouw des huizes, vinden we veelal met een al even monastieke toewijding terug in de keuken waar ze haar gasten verwent met pure en eenvoudige gerechten zoals Vlaamse karbonnades met appelmoes of kip met citroen. ‘s Morgens serveert ze een stevig ontbijt met verschillende soorten brood, echte boter, havermoutpap, vers fruit, en dies meer. Johan en Sofie streven ernaar zoveel mogelijk bioproducten op tafel te zetten, en hun ecologische voetafdruk zo klein mogelijk te houden. Zo worden de toiletten doorgespoeld met regenwater, wordt het water voorvervarmd door zonnepanelen, gebruiken ze biologisch afbreekbare onderhoudsproducten en wordt de zwemvijver op natuurlijke wijze gezuiverd. In de tuin kan je de rust van de natuur ervaren. Er is een kleine boomgaard, een stiltetuin, een bosgedeelte, en een terras waar je op warmere dagen ook de maaltijd kan nuttigen. Ook hier trachtte Johan de ziel te behouden. Behalve de hazelaar en de leilindes is de volledige tuin 3de jaargang, nummer 10, 1 april 2014


Giesbaergske Koleuren Gazette

opnieuw aangelegd en werden kleine prieeltjes en intieme groene hoekjes gecreëerd om gasten de privacy te gunnen die ze hier zoeken. Het is gezellig vertoeven in de leefruimte die getypeerd wordt door de eenvoudige inrichting en contrasterende kleurrijke cementtegeltjes. Een uitgebreide verzameling cd’s en boeken nodigt je uit om je op de bank tegen de kussens aan te vlijen en te verdwalen in een goed boek. Guido Gezelle zei het ooit: “Min de stilte in uw wezen, min de stilte die bezielt”. Op deze plek kan je dat in onze jachtige maatschappij nog mogelijk maken. Toen me gevraagd werd te schrijven over Rosario bedacht ik: alles gebeurt met een reden. En om me duidelijk te maken dat, ook als ik denk dat ik geen tijd vind om even stil te staan, ze bestaat. Hier. Rosario is perfect om de stilte in onszelf en de schoonheid rondom ons terug te ontdekken. (MiHo) Alle info: www.rosario.be Naast het aanbod aan formules om er te logeren, vindt u er ook een uitgebreide concertkalender. Een kijkboek kan u vinden op deze link. http://issuu.com/studioschrever/docs/ album_rosario___studio_schrever Sfeerbeelden in Rosario

3de jaargang, nummer 10, 1 april 2014

pagina 31

www.giesbaergskekoleurengazette.be


Giesbaergske Koleuren Gazette

Feest Ambassade van Togo

“La fête comme à Togo!” In januari werd onze redactie uitgenodigd op de nieuwjaarsreceptie van de Ambassade van Togo, in Brussel. Het werd een feest zonder weerga. Bij het begin van de receptie kwamen prominenten van de verschillende overheden aan het woord: woordvoerders van België, Europa en Afrika. Daaropvolgend maakte de spreker van dienst de belofte: ‘On va faire la fête come en Afrique! On va faire la fête comme à Togo!’ De belofte werd vervolgens helemaal voldaan, tijdens de eindeloze avond die erop volgde. Watch & See! Enjoy! (NeW)

Actie Muntpunt - Brussel

Other Voices Met ‘Other Voices’ wil activist en politicoloog Bleri Lleshi een debat openen over de problemen in onze superdiverse samenleving. ‘Tijdens de ontmoetingen van Other Voices geven we het woord aan interessante en inspirerende sprekers over een bepaald thema. In de media of de grote debatten komen telkens weer dezelfde mensen aan het woord. Het is geen toeval dat deze menwww.giesbaergskekoleurengazette.be

sen weinig representatief zijn en meestal Alle info over de debatten op www.muntgaat het om een zeer kleine, vooral man- punt.be (NeW) nelijke elite. Wij gaan anders te werk.’ ‘Met ‘Other Voices’ bieden we een podium aan een zeer diverse groep sprekers. De meerderheid van hen heeft een migratieachtergrond, voor de helft zijn het vrouwen en ze komen uit de academische wereld, het middenveld, de sociaal artistieke wereld… Wat ze gemeen hebben zijn hun expertise, engagement en activisme.’ pagina 32

3de jaargang, nummer 10, 1 april 2014


Š Studio Schrever

Giesbaergske Koleuren Gazette

3de jaargang, nummer 10, 1 april 2014

pagina 33

www.giesbaergskekoleurengazette.be


Giesbaergske Koleuren Gazette

www.giesbaergskekoleurengazette.be

pagina 34

3de jaargang, nummer 10, 1 april 2014


Giesbaergske Koleuren Gazette

Fietspraat Walter Aelvoet

Veel liever een fietser In ‘Fietspraat’ brengt Walter Aelvoet, voorzitter van de Fietsersbond Geraardsbergen-Lierde, een stukje met zijn ervaringen als fervent fietser in het dagdagelijkse leven. In dit verhaal kan u lezen hoe hij als dagdagelijkse fietser de ene weg soms voor de andere houdt... Snel in achteruit! Een winter die er geen was, een lente die begon zoals ze altijd zou mogen beginnen. Iedereen tevreden, en toch mis ik een beetje de echte winter. Hij hoeft daarom niet zo lang te duren als vorig jaar, maar wat sneeuw en vorst horen er echt wel bij. Ondanks dat maken die vroege lentedagen van fietsen langs rustige paden een feest, en dat lees je ook af op de blije gezichten van de andere fietsers. Ze mogen dan natuurlijk niet kromgebogen over hun stuur hangen, want dan is hun gelaat niet zichtbaar... Als ook u (zo veel mogelijk) dagelijkse verplaatsingen met de fiets doet, dan komt dat niet alleen ten goede aan uw algemene conditie, maar gaat dit u ook conditioneren in andere omstandigheden, zoals blijkt uit volgend relaas waarbij het fietsgebruik een duidelijke invloed heeft op mijn autogedrag...

als gepensioneerde niet meteen in een zwart gat te vallen. Zo zegt men. Maar ik vraag me eerlijk gezegd wel af waar je zo’ n zwart gat moet zoeken want buiten het heelal heb ik er nog geen kunnen waarnemen of beter gezegd observeren... Opgewerkt en blij van het fietsen van die ochtend, ben ik bij vertrek met de wagen niet helemaal bewust van het feit dat die laatste iets breder uitvalt dan mijn motorloze tweewieler en chauffeur onverhoeds en als het ware automatisch het steegje in, dat enkel voor fietsers toegankelijk is.

Welgezind vertrok ik die ochtend met de auto en aanhangwagen, volgeladen met materiaal, naar de verbouwing van mijn dochter’s huisje in de stad. Zo een onderneming waarbij je vele handen gaat helpen bij de huisrenovatie van je kind,helpt n a t u u rlijk ook o m

Het verbodsteken voor voertuigen is totaal aan me voorbij gegaan! Tot het moment dat het steegje te smal werd en het eensklaps tot me doordrong dat ik eigenlijk niet met de fiets onderweg was! “Oepsie, snel ‘marche arrière’ en het euvel is meteen hersteld”, dacht ik gauw. Maar dit was zonder de aanhanger gerekend die gezellig dwars gaat staan, midden in de smalle straat. Uitstappen lukte ook al niet meer want het portier kon al maar tien centimetertjes open, geklemd als de auto zat tussen tegenoverliggende gevelmuren, en dat is zelfs voor een mens zonder hangbuik te nauw. “Wat nu gezongen?!”. Er zat niets anders op dan het raam open te draaien en langs die weg uit de auto te klimmen, tot jolijt van de omstaanders die snel ter hulp waren gelopen. Het was nogal een schouwspel! Daarna had ik nog de zwaar geladen aanhangwagen af te koppelen, vijftig meter achterwaards de steeg uit te duwen, terug in de wagen te kruipen en een dik half uur later dan verwacht aan te komen op de bestemming. Gelukkig heb ik morgen een dagje rust in het bouwproject van dochterlief en mag de auto weer op stal. Oef, mijn fiets lacht me toe! (WaAe)

Fietsersbond Oude Graanmarkt 63 1000 Brussel Tel. 02 502 68 51 www.fietsersbond.be 3de jaargang, nummer 10, 1 april 2014

pagina 35

www.giesbaergskekoleurengazette.be


Giesbaergske Koleuren Gazette

Het leven zoals het is in...

Botswana

Evy Duville

Na 6 maanden in Zanzibar gewerkt te heben als hostess bij Jetair, was het vrij duidelijk: Evy wou meer van Afrika zien, maar dan op haar eigen manier. Begin mei 2013 vertrok ze naar Ethiopië, met enkel een rugzak van twaalf kilogram met wat spullen. ‘Ethiopie??Ben je helemaal gek??’ Dat was de eerste reactie die Evy van zowat iedereen kreeg. Maar na drie maanden in Afrika reizen, kan ze oprecht zeggen: ‘Ja, ik ben helemaal gek... gek op Afrika!’ Een laatste tussenstap in Uganda. In november was ik reeds 6 maanden aan het reizen door verschillende landen in Afrika en het was een feit, Afrika kruipt onder je huid! Dus de beslissing stond vast, ik moest en zou hier ter plaatse een job vinden want ik wou nog meer van dit gedeelte van de wereld zien. Niet enkel de cultuur opsnuiven, het eten proberen, de mensen leren kennen, maar ook voor een tijdje ter plaatse blijven hangen. Ik had reeds Ethiopië bezocht, met de kindjes in het weeshuis in Kenia gespeeld, de gorilla’s in Uganda gezien, de bergen in Malawi beklommen, lekkere vis in Mozambique gegeten en Swaziland en Zuid-Afrika achter de boeg toen ik in Botswana uitgenodigd werd om een nieuwe job uit te proberen waarvoor ik had gesolliciteerd: als Franse vertaalster bij het safaribedrijf Bush Ways in Maun. www.giesbaergskekoleurengazette.be

Wat me de daaropvolgende zeventien dagen te wachten stond, was een onvergetelijke en fantastische ervaring. Voor de safari-reis doorheen de jungle waren meteen twaalf Franstalige klanten ingeschreven en daarmee zat de jeep al direct vol. Gideon was de gids voor deze safari. Hij bleek een hilarische, hulpvaardige, sympathieke man, waarmee ik het direct heel goed kon vinden. Naar mijn persoonlijke mening na alle safari’s die ik gedaan heb, had hij hij het beste oog voor de kleinste beestjes en was hij net een encyclopedie voor fauna en flaura. Dan was er nog onze kok, Papi, die elke dag zorgde voor lekker eten op een kampvuurtje, en ik, die vertaalde wat Gideon en Papi te vertellen hadden. Wat een leuke trip. Gedurende die zeventien dagen reden we van het ene naar het andere Wildlife park in Botswana, we bezochten het warme, woestijnachtige Kalahari Reserve Park, met een gemiddelde temperatuur van 38 graden, Chobe National park, vanwaar je de grens met Namibië kan zien, de Okavango Delta waar we een panoramische vlucht mochten doen en Savuti en Moremi park met een uitgebreide waaier aan wilde dieren, om te eindigen aan de Victoria Falls in Zimbabwe. Het avontuur kan ik als volgt omschrijven: meer dan twee weken in de bush, waar ik het niet eens erg vond om geen internet- of telefoonbereik te hebben, elke nacht slapen in een tent met enkele kilometer verderop de huilende hyena’s, de brullende leeuwen of een langstrekkende olifant die in ons kamp passeert. Ik hielp enthousiast pagina 36

mee om een douche- en toilettent op te zetten, mee te helpen met het koken. Elke van de zeventien avonden kon ik bovendien een buitengewone zonsondergang bewonderen; ik aanschouwde drie luipaarden, twintig leeuwen, duizenden giraffen, olifanten, oryxen, steen- en springbokken en zoveel meer en genoot volop van elk moment. Op 9 december vloog ik terug naar België, met een heleboel nieuwe vrienden, mooie ervaringen en onvergetelijke herinneringen rijker. En ondertussen is het beslist: op 12 april vertrek ik terug richting Botswana om voor een jaartje de job die mij uitstekend beviel uit te oefenen. En wat daarna? Dat zien we dan wel weer. Mensen vragen me telkens, maar waarom toch Afrika? Tja, ik ben zeker niet blind voor hoe het daar echt is, met de armoede en ellende die ze daar kennen, de luiheid en het laks zijn van de mensen, de corruptie van de politie en regering… ik heb het allemaal gezien. Maar, zeker nu, na vier maanden terug in België, waar iedereen alles heeft wat nodig is en niemand nog echt oprecht gelukkig is, ben ik die Afro-sfeer zo gaan missen dat ik besliste om terug te keren. Het Afrikaanse volk heeft zo’ n prima gevoel voor humor, dat de zon er als het ware nog harder gaat stralen! Want hoe weinig ze ook hebben, en hoe groot hun ellende of armoede ook is, ze maken er een grap over en het is vergeten… Life is beautiful, let’s just enjoy it! (EDu) Zonsondergang in Botswana

r.r. 3de jaargang, nummer 10, 1 april 2014


Giesbaergske Koleuren Gazette

Leven&Latenleven Paddenoverzet

Kleine dieren maken groot verschil Ieder jaar, na hun winterslaap trekken amfibieën er massaal op uit. Moeder natuur roept hen op om naar hun beek of poel van oorsprong te trekken, om zich voor te planten en hun eitjes achter te laten. We namen een kijkje bij vrijwilligers die de paddenoverzet verzorgen in Bois de la Houppe (Vloesberg). Een pad, het is me wat?! Deze optocht is niet altijd zonder risico’s. Heel wat kikkers en padden geraken niet altijd levend op hun eindbestemming. Ook zij doorkruisen onze wegen en komen in aanraking met onze automobilisten. Om dit te voorkomen worden over heel Vlaanderen vrijwilligers en natuurliefhebbers aangesproken om een veilige paddenoverzet te verzekeren. Stand-by blijven is de boodschap. Meestal in de maand februari, worden onze inheemse amfibieën wakker na de eerste buien met hogere temperaturen. (vanaf 7 graden). Instinctief trekken ze naar het water bij duisternis en regen of hoge vochtigheid. Het vraagt om iedere nacht stand-by te blijven en om de padden veilig van de ene kant van de weg naar de overkant te brengen. Soms komen ze met enkele, maar een massale opkomst van meer dan duizend padden op één nacht is niet verwonderlijk. Zo begon Lies Daneels, bij het zien van zo’n hallucinante overtocht, op eigen initiatief met het aankopen van materiaal om de paddenafsluiting op te stellen aan de rand van de weg in Bois de la Houppe (Vloesberg). De afsluiting voorkomt dat padden zelf de weg zouden oversteken. Reeds enkele jaren zorgt ze met overgave en veel liefde voor een veilige overzetvan de amfibie. Dit vraagt ontzettend veel betrokkenheid en vooral weinig uren slaap tijdens deze lange periode. Hiervoor kan ze rekenen op andere buurtbewoners en vrijwilligers om in een beurtsysteem de nachtelijke aanwezigheid te voorzien. De gevangen dieren worden naar de overkant van de weg gebracht en losgelaten zodat ze hun reis naar de geboortepoel veilig kunnen voortzetten. Zorg dat je er eens kan bijzijn en wees er volgend jaar als de kippen bij. Het is 3de jaargang, nummer 10, 1 april 2014

Paddenoverzet in La Houppe

leuk, het is boeiend en je leert heel veel nieuwe soorten amfibieën kennen. We hadden het genoegen om begeleid te worden door natuurgids- en liefhebber Walter Aelvoet die ons een introductie gaf in deze paddenexpeditie. Een leuk weetje … . Mannetjes starten hun trek naar de voortplantingspoelen vroeger dan de vrouwtjes, maar ze doen er langer over. Ze stoppen namelijk onderweg om een partner te zoeken. Als ze een vrouwtje vinden, grijpen ze met de sterk gespierde voorpoten het lichaam van de partner vast in de paargreep en laten zich meevoeren naar de voortplantingspoel. (New) pagina 37

www.giesbaergskekoleurengazette.be


Giesbaergske Koleuren Gazette

Deel-maatschappij Repair Café in Geraardsbergen

Afvalberg helpen verkleinen

Op zaterdag 24 mei 2014 organiseren Fietsersbond Geraardsbergen-Lierde, Vormingplus Vlaamse Ardennen-Dender en Kringwinkel ‘t Vierkant, het eerste Repair Café in Geraardsbergen, met de steun van het stadsbestuur van Geraardsbergen. Wat is Repair Café? Repair Café is een gratis bijeenkomst waar mensen (samen) spullen herstellen. Materiaal en know-how zijn aanwezig, jij brengt je kapotte voorwerp mee naar de reparateurs. Repair Cafés zijn gratis, toegankelijke bijeenkomsten, waarop buurtgenoten elkaar op vrijwillige basis helpen bij het herstellen van allerhande voorwerpen. Dit gaat van kleding tot elektrische apparaten, en zelfs fietsen. Bezoekers nemen van thuis kapotte spullen mee en gaan samen met de (vrijwillige) deskundigen, zoals elektriciens, naaisters, timmerlieden,… aan de slag. In het Repair Café is gereedschap en materiaal aanwezig om alle mogelijke herstellingen uit te voeren.

elkaar op een nieuwe, verrassende ma- Het eerste Repair Café nier. Dat leidt tot nieuwe contacten in de in Geraardsbergen: buurt en bevordert de sociale cohesie. Waar? Het eerste Repair Café in Geraardsbergen heeft plaats in Kringwinkel ‘t Vierkant In Vlaanderen Op 1 december 2012 vond het eerste (Herenveld 4, Geraardsbergen). Vlaamse Repair Café plaats in het Ant- Voor wie met de auto komt is een ruime werpse EcoHuis. Een jaar later staat parking voorzien. De lokatie is ook makde teller al op 46 Repair Cafés in heel kelijk met het openbaar vervoer (Belbus: Vlaanderen, goed voor 4400 geslaagde halte Schendelbeke Herenveld) en per herstellingen. Op 7 december 2013 werd fiets bereikbaar (vanuit alle dorpen is in Antwerpen 1 jaar Repair Café gevierd het Denderpad richting Schendelbeke met de lancering van de allereerste Re- makkelijk per fiets bereikbaar, dat je via de dorpskern van Schendelbeke en de pairKist. Dagmoedstraat naar de Kringwinkel kan leiden). Wanneer? Op zaterdag 24 mei 2014, doorlopend vanaf 10u. tot 17u. Wat? U kan er terecht voor herstellingen aan fietsen, kleine electro en textiel. Iedereen is welkom. De daaropvolgende tweede editie van Repair Café Geraardsbergen is alvast gepland op zaterdag 27 september 2014, met een ev. uitbreiding van het aanbod.

In het Repair Café leren bezoekers dat herstelling een goed alternatief voor weggooien is en dat dit alternatief ook voor hen bereikbaar is. Het Repair Café helpt zo de afvalberg te verkleinen. Daarnaast draagt het bij aan een mentaliteitsverandering, die nodig is om mensen warm te maken voor een duurzame samenleving. Tot slot is het Repair Café ook een sociaal evenement: buurtgenoten ontmoeten www.giesbaergskekoleurengazette.be

De webpagina, social media en krantenberichten houden u op de hoogte. Alle info kan u vinden op de website www.repaircafegeraardsbergen.be We keep you posted! Het RepairCaféGeraardsbergen-team (NeW) pagina 38

3de jaargang, nummer 10, 1 april 2014


Giesbaergske Koleuren Gazette

Alternatief Lezen in de Lente

Twaalfde editie: ‘Ten oorlog?’

Het literair festival ‘Lezen in de Lente’ is dit jaar aan de twaalfde editie toe en loopt van 29 maart tot en met 1 mei 2014. Het is een slagveld van auteurslezingen, muziek en kunst: fictie en non-fictie, tentoonstellingen, videokunst, jazz, geschiedenis, gipsy, video en poëzie houden mekaar in een wurggreep. Literair festival Lezen in de Lente is een jaarlijks, literair festival dat door vzw ‘t Uilekot in de maand april wordt georganiseerd in samenwerking met verschillende partners rond een bepaald thema op verschillende locaties in Zuid-Oost Vlaanderen. Het zal de twaalfde editie zijn. Editie 2014 Naar aanleiding van de herdenking van het begin van ‘de grooten oorlog’ in 1914, en de vele boeken die verschijnen over de eerste wereldoorlog, wil “Lezen in de lente 2014” dieper ingaan op het verband tussen oorlog, vrede en conflict. 3de jaargang, nummer 10, 1 april 2014

Zesentwintig activiteiten betreden het strijdperk dat zich als een vlek verspreidt over elf gemeenten: Brakel, Erpe-Mere, Gent, Geraardsbergen, Herzele, Ninove, Ronse, Sint-Agatha-Berchem, Zottegem én Zwalm. Het buskruit halen we uit het thema ‘oorlog’. We plaatsen er graag een vraagteken achter. Geweld is het gebruik van macht om een verschil op te heffen door de ander te onderwerpen of te vernietigen. Excessief geweld leidt tot oorlog, oorlog tussen de sexen, oorlog tussen beschavingen maar ook tot burgeroorlogen zoals in Syrië of Oekraïne nu of tot een wereldoorlog zoals honderd jaar geleden. Een oorlog is nooit groot. Stilstaan bij het verleden kan niet zonder te kijken naar de toekomst. Zonder blik vooruit verwelkt de klaproos. Blijven we niet met oorlogen worstelen? Boetes en repressie hanteren? Collaboreren met een wurgend economisch systeem? Vechten om een morzel grond te splitsen? Wapens leveren die vluchtelingen opjagen om dan naar de andere kant te kijken en onze grenzen te sluiten? Pesten? pagina 39

Samen met de Giesbaergske Koleuren Gazette organiseert ‘t Uilekot ook een ‘Lezen in de Lente’ in Geraardsbergen: Videoperformance ‘De Chouas’, Saddie Choua, op zondag 6 april om 20u, In ‘t Bruggenhuis (Majoor Van Lierdelaan 50, Geraardsbergen); inkom 5 euro. Saddie Choua baseert haar CHOUAS op een familiefoto: een foto van haar vader en zijn vier broers. Twee van de broers kwamen naar België, één migreerde maar keerde terug, de anderen bleven in Marokko. Saddie wou nagaan wie van de broers er het best van af heeft gebracht: zij die migreerden, of zij die in Marokko bleven. Al snel bleek het materiaal een eigen leven te gaan leiden en gaat het verhaal zich vrij bewegen tussen feit, fictie, tussen persoonlijke en politieke beschouwingen. In de Chouas probeert ze de beeldtaal over ‘migranten’ bij te stellen en krachtig genoeg te maken opdat de kijker een andere waarneming en meer betrokkenheid zal ervaren. Alle info kan u vinden op de website http://uilekot.org/Lezen (SaHu) www.giesbaergskekoleurengazette.be


Giesbaergske Koleuren Gazette

Giesbaergske Koleuren Gazette, Fietscampagne ‘We Cycle this City’ en Fietsersbond Geraardsbergen-Lierde organiseren

Fietsen naar de zomer 1. Infomoment Autodelen in Geraardsbergen, op zaterdag 15 maart van 14u. tot 17u.,

Groen Kruiske, Denderstraat 13-15, Geraardsbergen

2. Nationale fietsapplaudisseeractie, op vrijdag 21 maart van 8u. tot 8.30u.,

in het stadscentrum van Geraardsbergen, een initiatief van de Nationale Fietsersbond

Foto & ontwerp: Studio Schrever

een reeks infomomenten in Geraardsbergen om het fietsen aangenamer te maken:

3. ‘Fietsen naar de Zomer’ & ‘Lezen in de Lente’, op zondag 6 april, vanaf 14u.

in muziekcafé ‘t Bruggenhuis, Majoor van Lierdelaan 50, Overboelare

4. Fietsinfo op Vlaamse Ardennendag, op zondag 27 april 2014,

in de Helix, Hoogvorst 2, Grimminge

Alle info op www.vlaamseardennendag.be

5. Fietsinfo op Repair Café Geraardsbergen, op zaterdag 24 mei 2014, van 10u. tot 17u.

in Kringwinkel ‘t Vierkant, Herenveld 4, Geraardsbergen.

Allle info op www.repaircafegeraardsbergen.be

6. Gezinsfietstocht Moerbeke, op zondag 1 juni 2014,

Sint-Catharinacollege, Zikastraat, Moerbeke

Alle info op www.giesbaergskekoleurengazette.be www.giesbaergskekoleurengazette.be

pagina 40

3de jaargang, nummer 10, 1 april 2014


Giesbaergske Koleuren Gazette

FietsCursief Wim Schrever

Ploeteren in de aarde In de gietende regen fietste ik gisteren weerom langs het uitstekende fietspad dat de Felicien Cauwelstraat verbindt met de Molendreef, om vanuit Geraardsbergen ‘uptown’ Deftinge te bereiken. Bij terugkomst uit het nabijgelegen mattentaarten-dorp, langs dezelfde unieke fietsweg, nog steeds bij een hevige regenbui, zag ik in de afdaling van de fietsweg, een persoon met fluohesje druk doende. Ik kon niet meteen uitmaken wat er aan de hand was en ging er van uit dat de manspersoon een probleem had met z’n fiets -een lekke band of zo- die ernaast stond. Toen ik naderbij was gekomen, zag ik -doorheen het regenscherm dat veeleer toe- dan afnam-, dat de man met z’n handen in de aarde van de weg wroette. Ik dacht ‘hij zoekt iets’ en vroeg meteen of ik helpen kon. ‘Tja’, zuchtte de man, ‘ik wil het fietspad vrijmaken van de modderpartij die hier allang de doorgang wat bemoeilijkt’, terwijl hij me het kleine werktuig -een keitje dat hij gevonden had in de naastgelegen akker- aanwees waarmee hij de klus aan het klaren was. Ik sprong meteen van m’n fiets, nam een soortgelijk steentje en stond een tel later eveneens naarstig in de drek te wroeten, terwijl we wat gemeenheden deelden, over hoe graag we dagfietsers zijn en dat de auto een baarlijke duivel is die de mens meer kwaad dan goed doet. De regen viel met bakken uit de lucht, terwijl twee mannen die elkaar nooit eerder spraken, de draaitijd van de aarde even stil zetten, door te staan ploeteren in de grond. Het werd een warme ontmoeting: waar vindt ge dat nog? Hier vlakbij, langs berg en dal, op de fiets! Wie het nog niet eerder proefde moet het morgen zeker ‘s proberen. Zo eenvoudig kan het zijn. (WiSch)

3de jaargang, nummer 10, 1 april 2014

pagina 41

Wim Schrever

www.giesbaergskekoleurengazette.be


Giesbaergske Koleuren Gazette Hoofdredactie: Wim Schrever

Colofon

Giesbaergen multiculturèl

Eindredactie: Wim Schrever Redactie: Wim Schrever Nele De Winde Nahid Mohammadi Hilke Muyldermans Fotografie & Vormgeving: © Studio Schrever All rights reserved

Productie: Studio Schrever Uitgeverij: Uitg. Eigenbegeer Redactie-adres: Buizemontstraat 19 9500 Geraardsbergen Werkten mee aan dit nummer: Bonniface Agboka Koku

© Studio Schrever

Wie wenst kan de werking van de vrijwillige, onafhankelijke en interculturele Giesbaergske Koleuren Gazette ondersteunen via een vrijwillige bijdrage. Alle bijdragen zijn welkom op rekeningnummer BE25 7370 1096 4982 van Uitg. Eigenbegeer, Buizemontstraat 19, 9500 Geraardsbergen, met vermelding ‘bijdrage werking Gazette’.

“All beings want to live undisturbed in peace and happiness. Therefore, the concept of human rights is universal. It should apply to everyone who experiences pain or pleasure. This is why developing sincere concern for others gives us peace of mind; it brings with it trust and a sense of peace. Cultivating warm-heartedness contributes to our own well-being.”

H. H. Dalai Lama www.giesbaergskekoleurengazette.be

pagina 42

3de jaargang, nummer 10, 1 april 2014

Verantw. uitgever: Wim Schrever, Buizemontstraat 19, 9500 Geraardsbergen

Tekst: Wim Schrever Nele De Winde Nahid Mohammadi Hilke Muyldermans Walter Aelvoet Jessy Wyffels Evy Duville Mieke Herregodts Bertjan Oosterbeek Nico Goethals


Gazette 10