Issuu on Google+

ONDERZEEDIENST REÜNISTENVERENIGING

KLAAR VOOR ONDERWATER

NUMMER 119 JAARGANG 35 MAART 2012


Van de Redactie Colofon Verschijnt 4 maal per jaar in oplage van 1200 exemplaren. Voorzitter D. Heij Bremlaan 14 6866 DP Heelsum 0317-317063 driekusannemaria@gmail.com Secretaris W.R. Segaar Laan van Oud Poelgeest 30 2341 NL Oegstgeest 071-5726472 rob@segaar-beuving.demon.nl Redactie & vormgeving W.P.P. Falkmann Middelzand 5306 1788 HC Den Helder 0223-642668

w.falkmann@quicknet.nl Redactie Jhr. R.A. Snouck Hurgronje Molenweg 9 1766 HL Wieringerwaard 0224-221884 ra.snouckhurgronje@quicknet.nl

1e Penningmeester W.P. van der Veeken Jolstraat 74 1784 NL Den Helder 0223-630265

ledenkvo@hotmail.com 2e Penningmeester A. Schouten Langevliet 7 1759 LE Callantsoog 0223-643848

Een blad willen maken en een blad compleet naar een drukker brengen zijn twee verschillende dingen. Zo is het, voor de redactie, steeds weer een hoop werk onze KVO weer gevuld te krijgen. Terugvallen op oude artikelen is misschien wel de gemakkelijkste manier, maar nieuwe artikelen is toch een wens van elke redacteur. Het terugvinden van de K-XVI heeft mensen, buiten de Onderzeedienst en Reünisten, moed gegeven contact te zoeken met de redactie teneinde hun inspiratie ons te doen toekomen.

Janet van Klink, free Lance journalist bij het AD, was zeer geïnteresseerd in de Onderzeedienst en met name de broer van haar Opa die zijn tijd en leven geschonken heeft aan het vaderland. Zij heeft speciaal voor ons een extra lange aflevering gemaakt. Een korte versie had reeds in het AD gestaan. Het valt de redactie op dat er buiten de OZD vaak meer belangstelling voor ons is dan wijzelf wel denken. Blz. 11

Vice Admiraal Borsboom heeft ons zijn speech van 14 december 2011 beschikbaar gesteld, zodat U kan lezen wat aan nabestaanden en belangstellenden verteld is. Blz. 3

Het is een goeie gewoonte van de Onderzeedienst ons het Wel en Wee van de boten te vertellen. Dit jaar is het ook weer gelukt en heeft Eric Duenk het klaargespeeld ons een prachtig overzicht gegeven waar de Onderzeedienst verleden jaar mee bezig was. Blz 13

De redactie is op bezoek geweest bij Hans Besançon. Hans is voorzitter en medeoprichter van de Stichting Nabestaanden Onderzeeboten 1940-1945. Hij heeft op eigen initiatief het schip van zijn vader de K-XVII gevonden. Doordat Hans zijn hele leven achter de schermen, van de Stichting, gewerkt heeft vonden wij het zinvol deze man eens beter te leren kennen. Blz. 5

Wij kregen super oude foto’s via de mail aangeboden van Aat van Harskamp. Deze foto’s vertellen het verhaal over zijn Opa en oud opvarenden van de K-VI. Zijn Opa leeft niet meer. Toch wilde hij meer over hem weten en heeft hij zijn moeder hierover geïnterviewd. Blz. 17 Veel leesplezier

De Redactie

vb_2058791@wish.nl Vert. COZD LTZ2OC Eric Duenk Onderzeedienst/BUOPS Postbus 10000 1780 CA Den Helder 0223-658195 Contactpersoon voor bestuursaangelegenheden, waaronder aanmelding nieuwe leden, adreswijzigingen en overlijden is de 1e penningmeester W.P. van der Veeken Contactpersoon voor contributie betaling is de 2e penningmeester A. Schouten De redactie behoudt zich het recht voor om artikelen in te korten, te weigeren of te verplaatsen naar een andere editie. Tevens is zij niet verantwoordelijk voor de inhoud van ingezonden kopij. Erelid van de vereniging J.H. van Rede A. Prins

In Memoriam

Met leedwezen geeft het bestuur kennis van het overlijden van onze leden;

B.J. Eijsink

70 jaar

Den Haag

Wij zullen hen in eerbiedige herinnering blijven gedenken

Foto voorpagina Johan Kragten Contributie De minimale contributie bedraagt € 5 per jaar, buitenland leden € 10 per jaar i.v.m. de hoge porto kosten. IBAN: NL57INGB0003928464 BIC: INGBNL2A Betaling moet voor 1 maart overgeschreven zijn, wil men als lid ingeschreven blijven. Zij die reeds lid zijn, krijgen in de december KVO een acceptgiro bijgesloten. Gironummer vereniging: 39.28.464 t.n.v. Onderzeedienst Reünistenvereniging Jolstraat 74 1784 NL Den Helder

PAGINA 1

14 december 2011

Van de Redactie 1 Onderzeeër opzoek naar bodemschatten... 2 We stonden aan de vooravond van een nieuwe... 3 Het is prachtig iets in je handen te kunnen… 5 Het was tij om te begrijpen waarom mijn opa… 11 Wat deden de boten in 2011 13 Mijn vader was een bijzonder mens 17 Reünie 2012 20 Een juweel van High Tech 21 Marinemuseum 23 Trawles get fish, not deploy them 25 Prijs voor oplossing in KVO-118 26 Concept jaarverslag 2011 over de financiën van…26


Onderzeeër Op zoek naar bodemschatten op 5000 meter diepte

PEKING (ANP/AFP) – Een Chinese bemande onderzeeër is dinsdag in de Grote Oceaan naar een diepte van ruim 5000 meter gedoken. Dat meldde staatspersbureau Xinhua. China hoopt met het vaartuig grondstoffen op de zeebodem te vinden en die te kunnen exploiteren. China is naarstig op zoek naar olie, mineralen en andere natuurlijke grondstoffen voor de groeiende economie van het land. China benadrukt dat de extreem diepe expedities puur voor wetenschappelijke en vreedzame doeleinden zijn. Toch wordt er ook met argusogen gekeken naar de acties van China. Zo plantte China vorig jaar een vlag in de bodem van de Zuid-Chinese Zee. Dat werd als provocatie ervaren door andere landen die aan de zee liggen, zoals Taiwan en Maleisië. Ook vreest men dat onderzeeërs communicatiekabels kunnen afluisteren of beschadigen. Het vaartuig, dat is vernoemd naar de mythische zeedraak Jiaolong, kan 7000 meter diep duiken. Die diepte wil China in 2012 halen. De diepste duik ooit (11.000 meter) werd in 1960 gedaan door de Verenigde Staten Reformatorisch Dagblad 26 juli 2011 Foto ANP/AFP PAGINA2


We stonden aan de vooravond Dat is nu niet ning van de K-XVI zijn hier vandaag, ook vele anderen die zich hiermee diep verbonden voelen, de saamhorigheid die zo kenmerkend is voor de Onderzeedienst. Verder heb ik U op 12 oktober aangegeven dat er mij veel aangelegen was om de laatste twee boten, die in de Tweede Wereldoorlog waren vermist, alsnog te lokaliseren n.l. de O-13 en K-XVI.

Vice Admiraal Borsboom en KTZ Elsensohn leggen een krans voor het monument van de Onderzeedienst Geachte aanwezigen, Wat fijn nabestaanden van Hr. Ms. K-XVI dat U in zulke grote aantallen naar Den Helder bent gekomen voor deze belangrijke bijeenkomst. Een bijzonder welkom aan premier de Jong, Marineofficier en beschermheer van de Stichting Nabestaanden Onderzeeboten 1940-1945 en onderzeebootcommandant tijdens de oorlogsjaren.

Ik kon toen absoluut niet bevroeden dat we de volgende dag bericht zouden krijgen vanuit Australië dat Hr.Ms. K-XVI mogelijk was teruggevonden. Ik zeg vaak dat toeval in mijn ogen niet bestaat, maar toch was ik zeer verrast. Wat een fantastisch nieuws op een bijzonder moment! Zou dan die jarenlange zoektocht zo plotseling worden afgesloten? De aanvullende informatie in de week daarop hebben de vondst bevestigd en ik was dan ook zeer blij dat ik U dit op 22 oktober per brief kon laten weten.

A very special welcome to our guests from Australia (divers) Mr. Nigel Sinclair, Prof. Coleman and from Norway (skipper/diver)Vidar Skoglie. Toen ik nog maar 2 maanden geleden op 12 oktober de aanpassing van het onderzeedienstmonument onthulde in aanwezigheid van vele van U, noemde ik twee zaken die vandaag extra betekenis krijgen. Allereerst memoreerde ik de enorme sterke verbondenheid van de Marine, de Onderzeedienst en haar mensen. Het lot van de nabestaanden van één boot raakt allen. Dat blijkt ook weer uit de grote belangstelling voor deze herdenkingsbijeenkomst. Niet alleen U als nabestaanden van de bemanPAGINA 3

Joke Jarman dochter van de commandant van de K-XVI


van een nieuwe expeditie. meer nodig Toch is de vondst niet helemaal toeval. Door de inspanning van velen waren we al aardig "hot" op de K-XVI. Door het enorme speurwerk van de Sichting Nabestaanden Onderzeeboten, de inspanningen van KTZ b.d. Ruurd van Rooijen, de analyses van de Dienst der Hydrografie en de steun van enkele sponsors, waaronder de firma‟s Fugro en Damen, waren we dichtbij. We stonden aan de vooravond van een nieuwe expeditie. Dat is nu niet meer nodig. We zijn veel dank verschuldigd aan Skipper Vidar Skoglie die het wrak heeft gevonden aan de hand van gegevens van een lokale visser: biertje in Kuching. En verder de duikers Mr.Nigel Sinclair and Prof. Ross Coleman. Dames en heren, in de jaren na de oorlog is veel onderzocht en gespeculeerd over de laatste uren van de KXVI. Gezien de gevoelens die bij de nabestaanden leven ben ik verheugd dat juist kort voor de wrakvondst van de K XVI, recent onderzoek heeft uitgewezen dat de Commandant van de K XVI op 24 december 1941 professioneel onder moeilijke omstandigheden zijn taak heeft uitgevoerd. Het staat voor mij vast dat de 36 koppige bemanning, waaronder 6 Indische opvarenden van Hr.Ms. K-XVI onder leiding van LTZ 1 de commandant Jarman tegenover een Japanse overmacht dapper heeft gestreden, grote resultaten heeft geboekt en uiteindelijk het hoogste offer heeft gegeven voor volk en vader/and. Hiervoor hebben LTZ-1 Jarman en twee andere leden van zijn bemanning postuum het hoge ereteken voor dapperheid, de Bronzen Leeuw, ontvangen. Het zijn helden die het verdienen vandaag speciaal geëerd en herdacht te worden. Vandaag zijn we bijeen om stil te staan bij de Hr.Ms. K-XVI, de laatste missie van het schip die op 11 dagen na precies 70 jaar geleden plaatsvond. We krijgen een toelichting van professor Coleman die de vondst heeft gedaan en u zult getuige zijn

Nigel Sinclair biedt de Onderzeedienst en nabestaanden het stuurwiel van de K-XVI aan van de overdracht van het stuurwiel via de nabestaanden terug aan de Onderzeedienst. We hebben daarnaast met name ook ruimte om stil te staan bij het verlies van de bemanning. We zullen de bemanning van de K-XVI herdenken met een kranslegging bij het Onderzeedienstmonument. Ik wens u allen nu een goede bijeenkomst en dadelijk een betekenisvolle herdenking. Vice Admiraal M.J.M. Borsboom Foto’s Albert Vermeulen

Skipper Vidar Skoglie, Prof. Ross Coleman and Mr.Nigel Sinclair PAGINA 4


Het is prachtig iets in je handen te wat je vader maal de oude. We nemen daarom alle tijd om hem eens beter te leren kennen. Hans Besançon: 9 februari 1931 geboren op Java in Soerabaja. Getrouwd:5 februari 1958 met Sophie Zabel in Nieuw Guinea. Kinderen:2 dochters Roline 47 en Heleen 44

Het is 13 januari 2012. De winter wil maar niet doorzetten en we zijn op weg naar de woning van Hans Besançon in Velzen- Zuid voor een interview met hem. De redactie vroeg zich namelijk af wat deze man gedreven heeft om alleen en later met meerdere mensen ’n zoektocht naar vermiste onderzeeboten te maken. De Stichting Nabestaanden Onderzeeboten 1940-1945, waar Hans voorzitter van is, heeft bij de Onderzeedienst vorig jaar 4 belangrijke momenten meegemaakt. De jaarlijkse 4 mei herdenking, het verplaatsen van beide plaquettes naast het monument, het vinden van de K-XVI en de ceremonie bij de overhandiging van het stuurwiel van de K-XVI door Australische duikers aan de Onderzeedienst. Hans is momenteel herstellende van een zware ziekte en voelt zich nog niet helePAGINA 5

Mijn vader diende als marine officier in Soerabaja. Mijn vader en Belgische moeder zijn met mijn 1 jaar jongere broertje, na een term van 3 jaar in Soerabaja, naar Den Helder verhuist. In 1937 zijn we terug naar Soerabaja gegaan en in 1939 zijn we zonder mijn vader naar Holland gevaren om in Rotterdam te gaan wonen. We deden dit met de “Baloeran”, dit was met zijn zusterschip de “Dempo” een van de vlaggen schepen van de roemrijke Rotterdamse Lloyd. Mijn moeder heeft aan boord de administrateur ontmoet die later mijn stiefvader geworden is. Eigenlijk zijn we net op tijd vertrokken anders waren we midden in de Japanse oorlog


kunnen houden, ook in zijn handen gehad heeft

terecht gekomen. Mijn vrouw Sophie, die ik toen nog niet kende, was met haar ouders in die tijd in Batavia gestationeerd en heeft daar als kind in een Jappenkamp gezeten. In Nederland aangekomen kwamen we snel in oorlog met de Duitsers. Mijn ouders waren inmiddels gescheiden, zodat ik samen met mijn broertje door mijn moeder ben opgevoed. In Rotterdam hebben mijn broer en ik nog vanaf een plat dak het grote bombardement kunnen aanschouwen. Daarna ben ik in Bodegraven bij vrienden terechtgekomen zodat mijn moeder meer voedselbonnen kon gebruiken. Op de lagere school was ik een druk baasje, was altijd bezig met meer dan één ding tegelijk, wat resulteerde in diverse tegenslagen. Op de HBS ging het leren een stuk beter. De Marine organisatie was tijdens de oorlog nog aanwezig en

zorgde ervoor dat kinderen, van een overleden vader, konden studeren op kosten van de Marine. Mijn moeder kreeg alleen een wezen pensioen omdat ze van mijn vader gescheiden was. Later is ze getrouwd met de administrateur van de “Baloeran” en werd het leven iets beter. Mijn moeder was erg veeleisend naar anderen toe, eentje met een kort lontje. Mijn broer en ik hebben geen gemakkelijke jeugd gehad omdat ze onze vader miste. Het was zeker geen onbezorgde jeugd. De tijd dat mijn vader nog leefde hield hij contact met ons via mijn grootvader die in Den Haag woonde. In de tijd dat we in Soerabaja woonden zag ik mijn vader ook niet zo vaak, hij was altijd aan het varen. Er was voor mij geen voorlees vader bij het naar bed gaan. Je gaat er PAGINA 6


aan wennen. Mijn moeder was een stevige tante, een echte sergeant majoor, ze compenseerde het gemis van een vader heel erg goed. Mijn vader diende bij de Onderzeedienst in Soerabaja. In 1941 is hij samen met zijn bemanning aan boord van de KXVII gesneuveld. De Marine heeft toen nog diverse zoekpogingen gedaan, echter zonder resultaat. Het laatste wat ik van mijn vader herinner was, dat ik op de voorstang en mijn broer op de bagage drager van zijn fiets zat. We gingen even bij één van de onderzeeboten kijken. Bij het afdalen aan boord sprak mijn vader de woorden “Jongens zachtjes want de commandant slaapt.” Dit was de eerste en tevens de

laatste keer dat ik samen met mijn vader aan boord van een onderzeeboot geweest ben. Het was jammer genoeg niet de KXVII waar hij later zelf commandant van geworden is. Na de HBS heeft mijn moeder mij bij het KIM afgezet zodat ik ook een Marine Officier kon worden. Deze opleiding werd in zijn geheel door de Marine betaald.(Karel Doorman Fonds) Ik ben geslaagd en werd als Officier bij de Mijnendienst geplaatst. In 1969 heb ik als LTZ-1 KM reserve de Marine verlaten. Ik wilde de plek vinden waar mijn vaders boot gezonken was. De marineleiding stond er na de oorlog vrij onverschillig tegenover. Om zelf ‟n zoekactie te gaan ondernemen was één van de redenen waarom ik eerder de dienst ben uitgegaan. De marine was op dat moment niet geïnteresseerd in mijn hoofdprobleem. Mijn mooiste tijd heb ik bij de Mijnendienst gehad. Maar het echte zoeken kwam hier niet van de grond. In mijn marinetijd zat er in Singapore een Nederlandse ambassadeur waarvan ik meer betrokkenheid verwacht had voor het zoeken naar de gezonken onderzeeboten. Ik heb een tijd lang tegen een vloedgolf van onbegrip moeten aanduwen. Ik had verwacht dat zij daar onderzoeken konden doen bij de lokale visserij, want ik heb wel de K-XVII gevonden op aanwijzingen van vissers uit die buurt. Eigenlijk stond ik er helemaal alleen voor. Ook was er geen geld beschikbaar om expedities uit te zetten. Gelukkig heb ik tijdens mijn uitzendperiodes kennis gemaakt met de Australiër Michael Hatcher, een wrakkenduiker van Britse afkomst. Hij kon voor mij contact leggen bij de lokale vissers. Ook heeft hij mij verschillende locaties gegevens van obstakels, die een nader onderzoek nodig


hadden. Deze man had een werkschip en was ge誰nteresseerd in ladingen van gezonken schepen. Via mijn oude contacten bij de marine kon ik gebruik maken van zeekaarten met de vermoedelijke locatie van de K-XVII. De Japanse Onderzeedienst heeft een grote openheid gegeven van de diverse handelingen van hun boten. Hieruit hebben we een schat aan informatie kunnen halen. We komen met onze stichting regelmatig bijeen met de stuurgroep van de onderzeedienst, die nu geleid wordt door de groepoudste van de onderzeedienst Marc Elsensohn, waarbij de voortgang van de zoekacties wordt doorgenomen. Nu de K-XVI door een gelukkig toeval

door een Australisch duikteam gevonden is blijft alleen de O-13 over. De Marine vertoont grote interesse, om samen met offshore bedrijven, de O-13 te lokaliseren. Zij hebben daarvoor de geschikte middelen. Wij en de stuurgroep houden elkaar op de hoogte. 28 mei 1982 De K-XVII wordt op mijn aanwijzingen door duikers van Hatcher gevonden. Op 50 meter boven het wrak nam ik het stuurwiel van de duikers over en bracht het naar de Onderzeedienst waar ik het overhandigd heb aan de commandant Jaap Klein. Het is prachtig iets in je handen te kunnen houden wat je vader ook in zijn handen gehad heeft. Het wordt dan concreet en daar doe je het voor. PAGINA 8


Katje Boonstra– Blom, Klaas Brouwer, Mattheu Borsbvoom, Hans Besançon, Jan Spoelstra Foto: Albert Vermeulen 4 mei 1998 Doordat de herdenking op 4 mei bij het monument van de Onderzeedienst meer aandacht kreeg kwamen er steeds meer nabestaanden om deze herdenking bij te wonen. Katja Boonstra kwam ook ieder jaar. We raakten aan de praat en voelden dat we gelijkgestemd waren en dezelfde bevlogenheid hadden om het schip van onze vaders terug te vinden. Ik nam toen het initiatief om de wrakplaatsen van de O-13, O-20 en K-XVI op te gaan sporen. 2001 Klaas Brouwer heeft in zijn vrije tijd gedoken op de K-XVII. Hij vertelt dit in Nederland aan andere duikers en krijgt toevallig te horen dat er nabestaanden geïnteresseerd zijn in een Nederlands duikteam dat bekendheid geniet in de Zuid Chinese wateren. Klaas belde mij op en zo is het contact gelegd met de IAHD (International Association for Handicapped Divers). 12 juni 2002 Als gevolg van de contacten die zijn ontPAGINA 9

staan tussen de initiatiefnemers en de Japanse Maritieme Informatiediensten lokaliseert de IAHD de Hr. Ms. O-20 binnen drie mijl van de door de Japanners opgegeven vermoedelijke wrakpositie. Juli 2002 De Stichting Nabestaanden Onderzeeboten 1940 – 1945 wordt opgericht. Door de Bevelhebber van de Zeestrijdkrachten Vice Admiraal Cees van Duyvendijk wordt een stuurgroep van de Koninklijke Marine samengesteld die de Stichting ter zijde staat. Deze stuurgroep heeft door de jaren heen voortreffelijk werk verricht, waarvoor ik ze zeer erkentelijk ben. De Stichting Nabestaanden Onderzeeboten 1940 – 1945. De stichting heeft ten doel: a. alle activiteiten te ondernemen die kunnen leiden tot het lokaliseren van de wrakken van Hare Majesteits Onderzeeboten KXVI, O20 en O13, alle verloren gegaan in de Tweede Wereldoorlog.


b. het verrichten van alle verdere handelingen die met het voorenstaande in de ruimste zin verband houden of daartoe bevorderlijk kunnen zijn. Het bestuur van de Stichting bestaat uit: Hans Besançon Voorzitter Jan Spoelstra Vice Voorzitter Katja Boonstra- Blom Penningmeester / secretaris Klaas Brouwer Expeditieleider 2003 Katja Boonstra heeft in 2003 een zoektocht samen met leden van de IAHD naar de K-XVI in de Zuid Chinese zee ondernomen. Bij deze reis waren ook haar beide dochters aanwezig. Helaas werd de boot niet gevonden. 2011 KTZ b.d. Ruurd van Rooyen heeft een studie gemaakt over de laatste dagen van de K-XVI waaruit de stichting en stuurgroep veel gegevens konden halen om een volgende expeditie aan te sturen. Deze nieuwe zoektocht zou in 2012 plaats vinden. Gelukkig is de K-XVI gevonden op 4 oktober 2011 en is die zoek expeditie niet meer nodig. Als we naar de vindplek toegaan is het met een reis die, bij voldoende belangstelling, georganiseerd wordt door de “Oorlogsgravenstichting”. Jan Spoelstra is in 2011 aangetreden als Vice Voorzitter om mij wat te ontlasten. Waar we heel blij mee zijn is dat oud on-

derzeebootcommandant Zijne Excellentie Piet de Jong in 2011 beschermheer van onze stichting geworden is. Op 14 december zijn we als stichting vereerd met de toekenning en daaraan gekoppelde Prins Hendrik- legpenning der Koninklijke Marine uitgereikt door Vice Admiraal Matthieu Borsboom. We zijn daar zeer trots op. 2012 Het grootste gedeelte van mijn doel heb ik bereikt en ben daardoor een stuk rustiger geworden. Ik heb de Marine gewezen op de verplichting om schepen die bij een ongeluk verdwenen zijn met redelijk spoed terug te vinden. Ik ga me nu wijden aan een kleine verzameling porselein van de Geldermalsen die in 1984 mede door mijn aanwijzingen werd ontdekt. De lading van het schip werd geborgen door Michael Hatcher. Dezelfde die mij geholpen heeft de K-XVII te vinden. Het porselein was na 233 jaar nog intact. Het porselein was slechts een bijzaak voor de V.O.C.. In het schip mocht één laag met kisten porselein worden gestouwd tegen zeven lagen met theekisten. Een deel van de geborgen lading van de Geldermalsen werd in mei 1986 bij het veilinghuis Christie's in Amsterdam geveild.

De redactie dankt Hans Besançon voor de tijd die hij voor ons heeft vrijgemaakt. PAGINA 10


+

Het was tijd om te begrijpen waaro

Door Janet van Klink

Man van de wereld Jorinus werd op 31 juli 1906 geboren in de voormalige marinehaven van Nederland, Hellevoetsluis. De boerderij van zijn ouders ‘Stormhoek’ stond aan het Haringvliet. Zijn leven lang was de zee in zijn nabijheid. Hij was de jongste uit een gezin van zes kinderen en kon het vooral goed vinden met zijn enige zus, de dertien jaar oudere Reina. Zij was na het vroegtijdig overlijden van hun moeder als een tweede moeder. Drie broers namen het agrarisch bedrijf van hun vader over. Jorinus was meer een technisch man. Hij ging na de HBS in Brielle in dienst bij de Koninklijke Marine en bezocht de Adspirantenschool der Marine in Dordrecht. In de jaren dertig zat Jorinus enige tijd aan boord van de onderzeeboot K-XVII. Op 3 april 1941 werd hij Officier Marine Stoomvaart Dienst der eerste klasse. Zijn neefjes en nichtjes in Hellevoetsluis zagen oom Jo niet vaak. Hij verbleef voor de oorlog al voor lange tijd in Nederlands-Indië. Alle nog in leven zijnde kinderen van zijn broers en zus koesteren meer dan zeventig jaar later warme herinneringen. Als hij bij hun opa logeerde gingen ze met hem naar het strand en kregen allemaal een ijsje. Een ware traktatie in die jaren. ,,Oom Jo was een heel andere man dan mijn drie ooms op de boerderij. Echt een man van de wereld. Je kon merken dat hij had gestudeerd en veel van de wereld had gezien,’’ vertelt Reina’s dochter Nel de Koning – Touw (86) uit Rhoon.

Ineens merkte ik de heftigheid van mijn verzet. Ik wilde niet dat de enige tastbare herinnering aan Jorinus op zijn geboorte-eiland zou verdwijnen. Gelukkig berichtte de school dat de plaquette in het oude gebouw blijft hangen. Een mensenleven begint met een naam. Altijd heb ik van Jorinus’ lot geweten. Mijn overgrootouders stonden namelijk niet bepaald te juichen toen hun zoon na de oorlog ook wilde gaan varen. Ik had me nooit verdiept in wat er precies was gebeurd. Totdat ik begin 2011 met het verleden werd geconfronteerd. Na het overlijden van mijn oma vond ik in het familiealbum van mijn eerder overleden opa foto’s van die lang geleden overleden marineofficier. Ook zaten er zorgvuldig bewaarde krantenartikelen over de vondst van de O-16 in. Het was tijd om te begrijpen waarom mijn opa niet mocht gaan varen.

Echtpaar in Soerabaja Op 27 juni 1939 trouwde Jorinus met Geertruida Wilhelmina (Trudy) Hoek uit Alkmaar. Hun huwelijk was waarschijnlijk de laatste keer dat de bijna voltallige familie Langerveld bij elkaar was. Op 19 augustus vetrok hij met de ‘Tromp’ naar Nederlands-Indië. Nel de Koning: ,,Oom Jo vertelde mijn moeder Reina vlak voor zijn vertrek dat hij hoopte dat hij niet op een onderzeeboot zou worden geplaatst. Hij vond het niet zo fijn om daarop te moeten werken. Het leek achteraf alsof hij een voorgevoel had.’’ Trudy ging een paar weken later met het nieuwe passagiersschip MS Oranje haar man achterna. Het was 4 september 1939. De dag daarvoor was de Tweede Wereldoorlog uitgebroken. Soerabaja is de enige plaats geweest waar Jorinus en Trudy als echtpaar hebben ge-

Herinneringen aan oom Jo Omgekomen op de Hr. Ms. O 16 Op het monument voor de Gevallenen van de Onderzeedienst in Den Helder staat bij de Hr. Ms.O-16 de naam van de oom van mijn opa, Jorinus Langerveld. Hij wordt ook genoemd op een herinneringsplaquette voor gevallenen in Brielle. Onlangs dreigde dit kleine monument in zijn voormalige school door de komst van een nieuw onderwijscomplex te verdwijnen.

PAGINA 11


om mijn opa niet mocht gaan varen woond. Reina ontving tijdens de eerste maanden van hun verblijf brieven. Ook kreeg ze foto’s van hun woning en haar broer in tropenuniform. Jorinus’ ‘vrees’ werd bewaarheid. Eind 1941 stapte hij aan boord van de O-16. Een paar uur na ‘Pearl Harbor’ brak voor Nederland de Tweede Wereldoorlog in Azië uit. De onderzeeboot boekte succes in de strijd tegen Japan, maar op 15 december liep het schip op een Japanse mijn en zonk binnen één minuut. Zoals bekend overleefde alleen kwartiermeester Cornelis de Wolf dit drama. Verkeerde overlijdensdatum Uit het persoonlijk dossier bij het Nederlands Instituut voor Militaire Historie valt op te maken dat Trudy direct op de hoogte werd gebracht van de ‘vermissing’ van haar man op de O-16. Jorinus’ vader in Hellevoetsluis hoorde op 11 juni 1942 via het Rode Kruis dat zijn zoon niet meer leefde. Merkwaardig genoeg luidde het bericht dat Jorinus op 20 januari 1942 op de Javazee was omgekomen. Hij durfde het nieuws niet persoonlijk aan zijn zieke dochter Reina te vertellen. Toen haar echtgenoot haar van het overlijden op de hoogte bracht was de klap enorm groot. Ze stierf een jaar later. Vader Langerveld sprak weinig meer over zijn zoon en aanvaardde zijn dood. Over het lot van zijn schoondochter bleef de bejaarde man tijdens de oorlogsjaren in het ongewisse. Trudy bleef alleen achter en belandde in een jappenkamp. Zij overleefde de oorlog en ging terug naar haar ouders in Alkmaar. ,,Tante Trudy was een kordate vrouw. Ze sprak nooit over haar kampverleden. Wel had ze het soms over een zeer been: haar jappenbeen,’’ aldus Reina’s dochter Nel. De oorlog zat in haar; ze zou weigeren in een Toyota te stappen. Trudy hertrouwde nooit en overleed in augustus 1998 op 92-jarige leeftijd in Alkmaar. Ze maakte dus nog mee dat de O-16 in 1995 werd gevonden. In de voetsporen Mijn opa, de zoon van Jorinus’ oudste broer, ging na de oorlog toch bij de koopvaardij. Hij trad als scheepswerktuigkundige een beetje in de voetsporen van zijn oom. Tijdens zijn zeereizen deed hij Soerabaja aan en voer op de Zuid-Chinese Zee. Van het feit dat ergens in die zee de laatste rustplaats van zijn oom was, was mijn opa zich zeer zeker bewust. PAGINA 12


Wat deden de

B

ij het ter perse gaan van deze editie van KVO ligt 2011 al weer geruime tijd achter ons. 2011 gaat de archieven in als een druk operationeel jaar. Reeds in 2010 is begonnen met de nodige voorbereidingen die noodzakelijk bleken bepaalde concepten in 2011 gestalte te geven. Hierover later meer. De Nieuwjaarsborrel, aangeboden door de groepsoudste onderzeeboten in gebouw Soerabaja wordt druk bezocht. De Groepsoudste, KTZ Elsensohn is boodschapper van positieve berichten. Bezuinigingen voor de Onderzeedienst vallen alleszins mee. De Onderzeedienst staat vooralsnog niet geoormerkt om wegbezuinigd te worden. Dat dit een vaststaand feit is voor de komende jaren geloofd niemand, maar we zijn ervan overtuigd dat de gemeenschappelijke, grote inspanningen die de Onderzeedienst in zijn geheel ieder jaar weer doet er toe bijgedragen heeft dat ons product goed op de kaart staat bij de beleidsbepalers. In alle eerlijkheid moet gezegd worden dat de Onderzeedienst dit reeds decennia lang doet. We staan voor onze taak, waar ook ter wereld! Toch zijn we bedacht op wat de toekomst gaat brengen. Effectiviteit is hierbij een sleutelwoord. Wat in 2010 nog een idee was, wordt in 2011 verder PAGINA 13

uitgewerkt en ten uitvoer gebracht. Om de inzet van de boten te vergroten, en het aantal vaardagen voor de bemanningen enigszins in balans te houden worden het concept bemanningswissel in 2011 toegepast. Problemen op het personeelsvlak zijn ieder jaar weer een punt van zorg. Gemotiveerde, en goed opgeleide mensen worden nog steeds bij tijd en wijle een goed contract buiten de KM aangeboden. Hierdoor blijkt overduidelijk dat onderzeedienst personeel gewild is. Op personeel wiens keuze tot de onderzeedienst gehandhaafd blijft wordt bij tijd en wijle een grote wissel getrokken. De bovengrens van 40 jaar is hiermee allang doorbroken. Het middenkader aan boord is ruim boven de 40. Over loyaal gesproken! Een andere bijzondere zaak die in 2011 de revue passeerde was de vondst, en de herdenkingsplechtigheid van de K16. Menig actief dienend onderzeebootman was onder de indruk van de plechtigheid die plaatsvond op 14 dec.

Hr. Ms. Walrus De boot heeft het gehele jaar op de rijkswerf gelegen voor het geplande meerjaars onderhoud. Was het aanvankelijk de planning dat de boot nog dit najaar weer aan steiger 19 zou verschijnen , kan op dit moment geconstateerd worden dat de vooruitzichten hierin niet rooskleurig zijn. Naar verwachting zal het nog even op zich laten wachten voordat de Walrus weer aan steiger 19 zal verschijnen. Oorzaken hiervoor zijn divers. Nalevering van onderdelen, tussentijdse spoeddokkingen van andere boten zijn slechts 2 oorzaken die tot uitstel leiden.

Hr. Ms. Bruinvis Onder commando van LTZ1 Veenstra begint de boot op 10 januari aan een opwerktraject met als uiteindelijke doel als


boten in 2011 boot en bemanning inzetgereed verklaard te worden. De eerste varende periode start op 22 maart. De boot gaat voor 1 dag naar zee om een algehele systeemcheck uit te voeren. Op 28 maart vangt een vaarperiode van circa 3 weken aan. De reis gaat richting Noorwegen, en een havenbezoek te Kristiansand is onderdeel van het programma. De reis wordt afgesloten op 14 april. Op 9 mei wordt het opwerktraject vervolgd. Ditmaal gaat de reis naar zuid-engelse wateren waarbij Plymouth en Cardiff worden aangedaan. Het torpedowapensysteem wordt ondermeer beproefd. Op 2 juni meert de boot weer af te Den Helder. Op 20 juni schuift de boot de schepenlift op voor een periodieke dokking. Werd het programma in het voorjaar voornamelijk gebruikt voor materieels beproevingen, zo wordt op 26 september het varende vervolgprogramma opgepakt. Ditmaal om ook de bemanning naar een hoger niveau te brengen. De reis eindigt op 15 october te Den Helder, nadat een havenbezoek aan Stavanger is gebracht. Op 27 october geeft LTZ1 Veenstra het commando over de boot over aan LTZ1 Smit. Met de kersverse commandant vertrekt de boot op 7 november naar zee om het laatste deel van het opwerkprogramma af te werken. Noodgedwongen moet de boot op 21 november terugkeren naar Den Helder voor een spoeddokking. Het programma wordt op 10 december weer opgepakt, echter de tijd ontbreekt om het gehele programma af te werken. Op 16 december meert de boot af te Den Helder. Het opwerkprogramma wordt voortgezet in 2012.

Hr. Ms. Zeeleeuw De Zeeleeuw schuift op 17 januari de schepenlift op voor een periodieke dokking. De boot is eind 2010 teruggekeerd van een antipiraterij missie in de Indische oceaan. Dit heeft het nodige gevergd van de boot. Met een intensief

vaarprogramma in het vooruitzicht wordt de boot optimaal geprepareerd. Geknipt en geschoren en verschijnt de boot op 22 februari tip top in orde weer aan steiger 19. Op 7 maart vertrekt de boot onder commando van LTZ1 Erwin Ruijsink naar zee voor een reis van 7 weken. De reis bevat onder andere een aantal FOST weken, een havenbezoek aan Plymouth, en een havenbezoek aan Faslane. De boot wordt gedurende de eerste weken ingezet ten behoeve van opwerkperiodes van bovenwaterschepen die de status “inzetgereed�moeten verdienen bij de Britse opwerkautoriteit FOST (Flag Officer Sea Training). Voor boot en bemanning is dit een opwarmertje voor het SMCC programma welke op 23 maart begint. De Submarine Command Course staat dan nog onder leiding van KLTZ Platel. In het najaar 2011 zal KLTZ Platel worden afgelost door KLTZ Klein. De Nederlandse deelnemers aan deze commandantenopleiding zijn LTZ1 Woertman en LTZ1 Smit. Vanuit de FOST areas bij Zuid Engeland wordt op 23 maart koers gezet via de Ierse zee richting de noordelijke wateren nabij Schotland en Faslane. Op 17 april wordt uiteindelijk afgemeerd te Faslane voor een havenbezoek, en eindigt de SMCC. De boot meert op 23 april af te Den HelPAGINA 14


der. Hierna volgt een relatief rustige periode. Van 23 tot 27 mei wordt gevaren voor de admiraliteit. Het programma spreekt van VIP varen. CZSK als gastheer maakt gebruik van de boot om op dagbasis een vaartocht te maken. Een diversiteit aan gasten maakt hierbij zijn opwachting. Van 1 tot 3 juli zijn de marinedagen. De boot wordt hiervoor opengesteld, en zoals gewoonlijk genieten de onderzeeboten, in dit geval de Zeeleeuw, een enorme belangstelling. De mystiek rondom een onderzeeboot blijft een enorme motivator om uren voor in de rij te staan. Zoals in de inleiding reeds gememoreerd heeft het fenomeen “bemanningswissel”zijn intrede gedaan bij de Onderzeedienst. Hiervoor zijn 2 weken in september gereserveerd. De bemanningen van de Zeeleeuw en Dolfijn wisselen van boot. De reden waarom nou juist deze 2 boten de wissel uitvoeren heeft alles te maken met het vaarprogramma van de Dolfijn. Hierover later meer. De Zeeleeuw krijgt dus een nieuwe bemanning. De zittende commandant Zeeleeuw, LTZ1 Ruijsink geeft het commando over PAGINA 15

aan LTZ1 Ruizeveld-de Winter. Op 21 september is de bemanningswissel en feit. Het is voor menig bemanningslid toch even wennen aan “zijn” nieuwe boot. Het vervolgprogramma van de Zeeleeuw voor het najaar heeft nog 1 reis in petto. Een 5-weekse reis in zuid Engelse wateren bij FOST wordt op 27 november afgerond. Hiermee zit het varende jaar voor Hr. Ms. Zeeleeuw voor 2011 erop.

Hr. Ms. Dolfijn Op 20 januari geeft LTZ1 Van Beek het commando over aan LTZ1 Ruizeveld de Winter. Boot en bemanning beginnen reis 1 op 5 februari. Op het programma staan een TFX (torpedo firing exercise) en de COQCEX (commanders qualification course exercise). Deze laatste is de eerste varende beproeving voor de SMCC deelnemers (commandanten opleiding) die later dat jaar aan boord van de Zeeleeuw verder vervolgd is. De reis, welke 2 weken in beslag neemt, speelt zich af in Noorse wateren. Een havenbezoek Bergen is opgenomen in het programma. Tijdens de reis blijkt de boot een serieus defect te hebben aan een


brandstoftank. Hiervoor met de boot een spoeddokking ondergaan. De boot meert, regulier, op 21 februari af te Den Helder en schuift op 24 februari de schepenlift op. Het is een spoedklus. De boot staat n.l. gepland voor vertrek op 28 maart naar de oostkust van de Verenigde Staten. De reparaties zijn uitgevoerd, en conform planning vertrekt de boot op 28 maart naar zee. Reis 2 is een mooie trip, en brengt de boot langs de oostkust van de verenigde staten via Puerto Rico naar Curaçao. Van Curaçao gaat de reis door naar Fort de France. Hierna wordt de Atlantische oversteek aangevangen om via La Coruna op 22 juni weer aan steiger 19 af te meren. Op 22 juli wordt de boot verhaald naar de schepenlift. Ditmaal een geplande periodieke dokking. Zoals reeds aangehaald bij de Zeeleeuw is op 21 september de bemanningswissel tussen Dolfijn en Zeeleeuw een feit. Beide bemanning zijn volledig van platform gewisseld. Het programma voor de boot Dolfijn ziet er na 21 september als volgt uit. De boot vertrekt op 7 november naar zee. De reis is richting middellandse zee. Na een havenbezoek Valencia brengen boot en bemanning de kerstdagen door op Malta. Direct na de kerst op 27 december wordt koerst gezet richting Port Said met als doel de Suez kanaal passage uit te voeren op 2 jan 2012. De reis voor de Dolfijn duurt voort tot medio juni 2012.

Hr. Ms. Mercuur Daar waar onderzeeboten varen, daar tref je vaak de Mercuur aan. Het torpedowerkschip biedt ruimte aan torpedo‟s, opstappers en afstappers van onderzeeboten. Kortom het schip is tot veel in staat, en is van groot belang voor de Onderzeedienst. Voor de Mercuur, begint reis 1 op 5 feb. Onder leiding van LTZ1 Eppingbroek wordt gezamenlijk met de Dolfijn een 2 wekelijks programma afge-

werkt in noorse wateren. Een havenbezoek Bergen met de Dolfijn wordt tot wederzijds genoegen afgelegd. Op 28 maart vertrekt het schip wederom naar zee. Ditmaal om de Bruinvis te assisteren bij de geplande beproevingen na onderhoud. De Mercuur legt, samen met de Bruinvis, een havenbezoek af aan het Noorse Kristiansand. Op 14 april wordt afgemeerd aan steiger 19Z. Op 9 mei vertrekt het schip opnieuw, wederom ten dienste van de Bruinvis. Nadat de Bruinvis het programma heeft afgerond vertrekt de Mercuur vanuit zuid Engelse wateren richting het Spaanse Almeria om zich te voegen bij een taakgroep bestaande uit een aantal mijnenjagers. De Mercuur zal gaan fungeren als stafschip over deze taakgroep. Hiermee wordt de veelzijdigheid van de Mercuur nog maar eens een keer aangetoond. De rest van deze reis staat in het teken van een z.g. kruisreis voor adelborsten. Achtereenvolgens worden de havens Cartagena, Lissabon en Portsmouth aangedaan alvorens op 14 juli terug te keren naar Den Helder. Op 26 september vertrekt het schip weer naar zee. Ditmaal wederom ter ondersteuning van de Bruinvis. Deze reis eindigt gelijktijdig met die van de Bruinvis, namelijk op 15 oktober. Dit was tevens de laatste reis voor Hr. Ms. Mercuur voor het jaar 2011. Tot zover mijn bijdrage met betrekking tot de activiteiten die de Onderzeedienst in 2011 op de mat heeft gelegd. Eric Duenk

PAGINA 16


Mijn vader was ee 26 December 2011 kreeg de redactie wat foto’s, via de mail, te zien uit het leven van Willem Pieter Kroes. De foto’s waren gevonden door Aat de kleinzoon van Willem. We hebben uiteindelijk een heel foto album kunnen inzien. Aat had het album in twee delen nar de redactie gestuurd. Het album vertolkte het hele leven van Willem. Voor een interview met de dochter van Willem had de redactie naar Zeeuws Vlaanderen moeten reizen, leuk in de zomer maar in de winter is dat wat anders. De kleinzoon van Willem Pieter Kroes 1884-1964, waar we het deze keer over hebben, bood aan om zijn moeder in dit speciale geval, voor onze “Klaar Voor Onderwater” te interviewen. Interview met: Mw. Willy Dirkje van Harskamp Kroes. U bent 90 jaar, uw zus is zelfs 93 jaar, wat weet U nog over deze tijd te vertellen? “Mijn vader woonde vanaf zijn 7e jaar in een weeshuis in Nijmegen. Rond zijn 20e jaar ging zijn weeshuispak uit en werd dat verruild voor een Marine uniform. Verder studeren mocht niet, hij had verder weinig keus. Dan maar bij de Marine waar hij vanaf 1904 tot 1929 gezeten heeft. Hij heeft bij de marine een leuke tijd gehad. In 1919 werd mijn zus geboren, we woonden toen in Den Helder. Mijn vader ging al spoedig naar Nederlands- Indie. Ik weet niet met welke onderzeeboot hij toen ging. Ik herinner me alleen de K-VI, Ook weet ik nog, dat hij naar de werf in Rotterdam moest en daar ook een tijdje in de kost was, toen de boot nog in aanbouw was. In Maart 1922 ben ik geboren in Vlissingen. Mijn vader was al op weg naar Nederlands- Indie. Wij woonden toen nog PAGINA 17


en bijzonder mens in Den Helder . Kort daarna kocht mijn moeder een huis in Vlissingen om dichter bij haar familie te wonen. Mijn vader kreeg wel een verhuisbericht hoor. Toen hij weer terug kwam was ik inmiddels 2 jaar oud. Mijn vader was een bijzondere man. Iedere week schreef hij een verhaaltje en stuurde dat dan naar Nederland. Mijn hele familie kwam dan langs om het verhaal aan te horen. Ze waren opvoedkundig, als je je nagels niet knipte, dat zouden ze in de grond groeien en daar moest je toch niet aan denken. Thuis werden veel foto‟s gemaakt, door een fotograaf, en naar hem toegestuurd. Ook stuurde hij foto‟s terug. Die drukten ze vaak zelf af. Daar zat vaak wel een lange periode tussen. Hing van de post af. Ging ook per schip. Mijn vader vertelde. dat de onderzeeboot op een gegeven moment niet meer wilde stijgen, de bemanning was reeds ingelicht, maar als een wonder ging hij weer naar boven. Hij is één van de weinigen, die de onderjurk van Koningin Wilhelmina heeft gezien. Ze liep de boot op en de matrozen in het ruim wilden dat niet missen. Ik weet niet op welke reis, het zal de laatst geweest zijn, ze moesten toen Soekarno vervoeren. Hij heeft veel van de wereld gezien, was op Java maar ook op de aanliggende eilanden. Er werd hem daar een baan aangeboden,ik noemde het de “Kraterwachter”. Je moest er alarm slaan als de vulkaan ging blazen, gelukkig heeft hij die baan niet aangenomen. Ook was hij in Nieuw Guinea geweest. Een heel mooi eiland, prachtige mensen, heb daar nog heel mooie foto‟s van.

PAGINA 18


Ooit kocht hij op een markt een broertje voor mij, kinderen stonden daar gewoon te koop. Hij vond dat vreselijk. Dat jong mocht helaas niet mee op de boot terug en zodoende bleef hij daar, bevrijd, dat wel. Ja ……Wat moet ik daar op zeggen. Toen ik 7 jaar was kwam mijn vader terug van zijn laatste reis. Ik zat in de 2e klas en kreeg daar vrij voor. Er waren veel Marine kinderen in Vlissingen. We mochten onze vaders inhalen, dat was een feestdag voor het hele gezin. Nu bekeken heb ik mijn vader van mijn geboorte tot mijn 7e jaar maar weinig gezien. In 1929 kwam hij thuis en ging met pensioen, hij was toen 45 jaar oud. Daarna kreeg hij werk als huismeester op de EMI (Elektrotechnische Mechanische Industrie) in Utrecht. Wij verhuisden met het gezin naar Utrecht en daar begon een heel nieuw ,ander leven. Mijn vader heeft alle schade van het van huis zijn ruimschoots ingehaald. Hij deed van alles met ons, theaters bezoeken, buitenlandse vakanties enz. enz. Ik had die tijd niet willen missen, trouwens mijn zus en ik missen hem nog steeds, zelfs na al die jaren. Mijn zus woont nog op de Boulevard in Vlissingen en ik aan de overkant net achter Breskens. We zien de zee nog regelmatig. Leuk om mee gewerkt te hebben, veel succes met: “Klaar Voor Onderwater” Met vriendelijke groet, W.D. van Harskamp Kroes. Adres kleinzoon: A.J. van Harskamp Goedleven 17 4508 PE Waterlandkerkje

PAGINA 19


REÜNISTENVERENIGING ONDERZEEDIENST

Reünie 2012 De jaarlijkse reünie van onze vereniging zal worden gehouden op dinsdag 24 april 2012 bij het Congres- en reüniecentrum Kumpulan Bronbeek, Velperweg 147 te Arnhem. Programma 24 april 2012 10.00 - 10.45 uur 11.00 - 11.40 uur

Aankomst Reünisten, koffie met spekkoek Algemene ledenvergadering Agenda: 1. Opening door de Voorzitter 2. Mededeling van het Bestuur 3. Financieel verslag over het jaar 2011 3a. Bevindingen van de kascontrolecommissie 3b. Contributieverhoging 4. Rondvraag 5. Gastspreker : Groepsoudste Onderzeedienst KTZ M. Elsensohn Onderwerp : Het terugvinden van de K-XVI 6. Sluiting door de Voorzitter Toelichting agendapunt 3b.: Het bestuur stelt voor om m.i.v. 1 januari 2013 de minimale contributie van € 5,00 per jaar te verhogen naar € 7,50. Voor de leden in het buitenland blijft de contributie gelijk, nl. € 10,00.

11.40 - 13.00 uur 13.00 16.00

Bijpraten onder het genot van een drankje Uitgebreide Indische rijstmaaltijd Tap dicht - Einde reünie.

De kosten zijn gesteld op € 10,00 per deelnemer over te maken op gironummer 3928464 t.n.v.: Reünistenvereniging Onderzeedienst Jolstraat 74 1784 NL Den Helder Onder vermelding van “Reünie 2012”. Mocht u uw overschrijving elektronisch doen, dan verzoeken wij u uitdrukkelijk in de ruimte voor de mededelingen duidelijk uw adres aan te geven, dit om te voorkomen dat niet te achterhalen is van wie de betaling voor deelname is. Ook wanneer u een ander laat betalen, vermeld dan de naam van de deelnemer. Na betaling komt u op de deelnemerslijst. Uiterste datum betaling is 10 april 2012, uw betaling moet dan binnen zijn! Let op: U ontvangt geen uitnodiging zoals in het verleden gebruikelijk was. N.B.: Deze reünie is alleen voor Heren en leden van onze vereniging, medische begeleiding is toegestaan. Huishoudelijke mededelingen: Parkeren: Er is voldoende parkeergelegenheid. Openbaar vervoer: Trein tot Arnhem, buslijn 3 richting Velp, ongeveer 10 min., bushalte nabij Bronbeek Naambadges: Bij binnenkomst zal uw naambadge worden uitgereikt. U wordt vriendelijk verzocht deze na afloop weer in te leveren. Consumpties: U ontvangt 3 consumptiemunten. Verdere consumpties kosten € 2,10 per stuk en kunnen contant afgerekend worden.

PAGINA 20


Een juweel van Hoog mogelijke onderzeeboot missies uit te voeren, zoals het opsporen en aanvallen van vijandelijke onderzeeboten, het aan land brengen van speciale commando‟s, het verzamelen van informatie, etc. Dit succesvolle ontwerp is ook de basis voor de nieuwe conventionele onderzeeboten, die door de marine van Brazilie zijn aanbesteed.

Ignas Burges De „Scorpene”, de laatste toevoeging aan de reeks van conventionele “oceangoing”onderzeeboten welke gebouwd worden door DCNS, is in ieder geval zeer positief ontvangen door de Marines van Chilie, Maleisie en India. Dat is niet zo verbazingwekkend als men de grootste voordelen van deze onderzeeboot in ogenschouw neemt. Zij is in staat om alle PAGINA 21

De Scorpene is uitgerust met het MESMA lucht onafhankelijke voortstuwing systeem en kan hiermee langer dan 3 weken voortdurend onderwater blijven. Er zijn echter nog meer sleutel elementen waardoor de Scorpene zich onderscheidt van haar concurrenten: - de hoge graad van betrouwbaarheid en veiligheid, -het efficiënte vuurleiding systeem dat in staat is om informatie te verwerken van alle mogelijke sensoren en ook om alle types wapens in te zetten, de mogelijkheid om onderwater te communiceren en de kleine bemanning. Vrijwel ondetecteerbaar, kan de Scorpene patrouilles uitvoeren op een diepte van 350 meter en voor langere tijd met hoge vaart voortbewegen waarbij ze nog steeds volledig in staat is om alle contacten in de omgeving te detecteren. De modulaire opbouw van het ontwerp maakt het gemakkelijk om de onderzeeboot te bouwen geheel naar de wensen van de klant en ook om de laatste technologieën toe te passen met het doel om het operationele overwicht te behouden. De komst van de Scorpene betekent het begin van een nieuw tijdperk van conventionele afschrikking. Haar superieur eigenschappen komen vooral door het akoestische voordeel wat de boot heeft, dankzij het ongeëvenaarde sonarsysteem waarin een combinatie van een uitzonderlijk akoestisch onderscheiding vermogen en de mogelijkheden om snelle onderzeeboten te detecteren zijn samen gebracht.


waardige Techniek Lengte 66 - 76 m Oppervlakte verplaatsing 1550 - 1850 ton Submerged verplaatsing 1790 - 2010 ton Snelheid onderwater > 20 knopen Submerged uithoudingsvermogen > 3 weken Duikdiepte > 350 m Lengte van de missies > 50 dagen Crew 31 man Scorpene voor Maleisie: De eerste onderzeeboot die gebouwd is in het kader van het “Scorpene for Malysia” programma is op 23 Oktober 2007 te water gelaten op de scheepswerf van DCNS in Cherbourg. De order voor de bouw van de “Tunku Abdul Rahman”, genoemd naar de Vader van de Maleisische Onafhankelijkheid, werd op 5 Juni 2002 geplaatst en de tewaterlating vond 44 maanden later plaats, inclusief de gedetailleerde ontwerp studies, de fabricage van de drukhuid en de systeem integratie. In maart 2008 voer de boot naar Lorient voor de eerste duik testen. Voorafgaande aan de officiële overdracht in Januari 2009, voerde zij seatrials uit in de Middellandse Zee. De tweede boot voor Maleisie werd in Oktober 2009 operationeel. De beide boten hebben een waterverplaatsing van 1550 ton en lengte van 67,5 meter en zijn de eerste onderzeeboten onder de vlag van Maleisie. DCNS heeft in opdracht van de Marine van Maleisie ook de bemanningen opgeleid en tevens heeft de werf een simulator gebouwd voor platform management en navigatie- en veiligheid. Deze simulator is ontworpen door DCNS Ruelle, Marine Equipment Buisines Unit. PAGINA 22


Marinem de meest gestelde vragen en neemt u mee in de belevingswereld van piraten, slachtoffers en bestrijders. Waarom opereren de piraten voornamelijk vanuit Somalië? Wie zijn de piraten en wat zijn hun motieven? Wie zijn de slachtoffers? Waarom is de Koninklijke marine betrokken bij de bestijding van piraterij? Op welke wijze en met welke middelen vindt de jacht op piraten plaats?

J

acht op Piraten is een spannende en leerzame tentoonstelling over moderne piraterij. Beleef de confrontatie. “Ontmoet“ de piraten en bekijk hun skiffs, wapens en andere in beslag genomen goederen. De getuigenissen van slachtoffers en marinemannen– en vrouwen vertellen de andere kant van het verhaal. Sins 2008 is de Nederlandse marine betrokken bij antipiraterij acties rond de Hoorn van Afrika. Deze operaties illustrerende wereldwijd de inzet van de Koninklijke Marine voor veiligheid op en vanuit zee. De bevrijdingsacties van gekaapte schepen spreken zeker tot de verbeelding. De Tentoonstelling Jacht op Piraten biedt inzicht in de achtergronden van de hedendaagse piraterij, geeft antwoorden op PAGINA 23

Bij de tentoonstelling hoort een educatieve speurtocht die geschikt is voor kinderen in de leeftijd van 10 tot 12 jaar (groep 7 en 8 van het basisonderwijs).


museum

D

en Helder staat bekend als marinestad. Minder bekend is de verwevenheid van de stad met de Rijkswerf. Generaties lang bood de werf werkgelegenheid aan een groot deel van de veelal mannelijke kostwinners. In de piekjaren werkten er 2000 mensen, ongeveer tien procent van de lokale beroepsbevolking. De werf gaf veel Helderse gezinnen bestaanszekerheid. Tegenover het zware werk stond een weliswaar mager, maar 'vast' inkomen. Pas in de loop van de twintigste eeuw verbeterden de arbeidsomstandigheden. Desondanks gaf de werf de arbeiders in goede en slechte tijden een gevoel van geborgenheid. Voor buitenstaanders bleef de werf een gesloten wereld op afstand. Alleen 'wervianen', zoals zij in de volksmond werden genoemd, hadden toegang tot het zwaar bewaakte terrein. Zij haastten zich tweemaal per dag lopend of per fiets door de nauwe straten van Den Helder naar de Rijkswerf. Deze expositie is een eerbetoon aan de wervianen' als onmisbare schakel. Zij zorgden ervoor dat marineschepen konden blijven varen. De volgende uitspraken illustreren hun persoonlijke verhalen. Marine museum Hoofdgracht 3 1781 AA Den Helder 0223-657534 www.marinemuseum.nl

PAGINA 24


Trawlers get fish, not deploy them!

Aan: Rob Segaar, Do you remember these little pesty bastards? Dit zijn foto‟s van een Russische trawler in het droogdok. Dit is een van die “vredelievende” vissersboten, die we altijd tegenkwamen als we de onderzeebootbasis in Holy Loch (Schotland) verlieten op weg naar ons patrouillegebied en als we terug kwamen. Als we ze, aan de oppervlakte varend, tegenkwamen probeerden ze altijd ons zo dicht mogelijk te naderen. We moesten voorzichtig zijn met het overboord gooien van afval. Zij zouden zich wel eens beledigd kunnen voelen! Trawlers get fish, not deploy them!! Ik durf te wedden dat ze niet eens weten hoe ze vis moeten vangen…….. R. Bingman. PAGINA 25

OPROEP Reünie Hr.Ms. "Potvis" 1965 - 1992 PAPO/S804 Het is 50 jaar geleden dat de kiel werd gelegd van de Potvis bij Scheepswerf Wilton- Fijenoord te Schiedam onder werfnummer 782. Dit kan worden herdacht met alle ex-opvarenden. Bij voldoende aanmelding wordt een datum gekozen. Belangstelling kenbaar maken via: hrmspotvis@hotmail.com


Prijs voor oplossing in KVO-118 De prijs voor de goede oplossing in KVO-118

1 fles champagne MoĂŤt & Chandon Brut is gegaan en afgeleverd naar de gelukkige winnaar, de heer:

Hans van de Hoek Kok op de Hr. Ms. Tijgerhaai van 1979 tot 1981. De oplossing was: GOUDEN DOLFIJNEN ! Ook goed gekeurd is: GOUDEN DOLFIJN ! (Met of zonder uitroepteken) De fles is inmiddels op! Dank aan Geniu Kowalski voor deze

PAGINA 26


ONDERZEEDIENST 1e Penningmeester W.P. van der Veeken Jolstraat 74 1784 NL Den Helder 0223-630265 ledenkvo@hotmail.com

B EZOEK

REĂœNISTENVERENIGING Redactie - Vormgeving W.P.P. Falkmann Middelzand 5306 1788 HC Julianadorp 0223-642668 w.falkmann@quicknet.nl

ONZE WEBSITE


kvo-119