__MAIN_TEXT__

Page 1

Arnon Grunberg

Blinde gehoorzaamheid heid

Aldus Arnon Grunberg in de Abraham Kuyper Lezing 2020, waarvan dit boekje de uitgebreide versie bevat. Grunberg is een vaak gelauwerd auteur van romans en essays. In Blinde gehoorzaamheid onderzoekt hij hoe hoop en vertrouwen zich verhouden tot verlies en (mensen)offers in onze cultuur. Lees en huiver!

Arnon Grunberg

Waarom gehoorzaamt iemand? Ik zie vier mogelijkheden. Uit angst voor straf. (Een slechte beoordeling, een pak slaag, hoon, gevangenis, ziekte, dood.) In de hoop op een beloning. (Liefde, rijkdom, roem, gezondheid, een goed cijfer.) Uit de diepe overtuiging dat gehoorzaamheid in dit geval het ethisch juiste is. (Als God het goede is, dan is gehoorzaamheid aan God het goede doen.) Uit gewoonte en gemakzucht. (Men gehoorzaamt omdat ongehoorzaamheid niet de moeite waard is.) Veelal zal het een combinatie van bovenstaande motieven zijn waarom men God, de staat, de baas, de partner, de leraar, de ouder, de geneesheer gehoorzaamt.

Bl nde gehoorzaamheid vu university press


blinde gehoorzaamheid

Blinde gehoorzaamheid.indd 1

1-5-2020 16:37:22


Arnon Grunberg

Blinde gehoorzaamheid

Amsterdam 2020

Blinde gehoorzaamheid.indd 3

1-5-2020 16:37:22


De aanstelling van de Vrije Schrijver aan de VU wordt mede mogelijk gemaakt door VUvereniging en de Faculteit der Geesteswetenschappen. © 2020 Arnon Grunberg De bijbelteksten in deze uitgave zijn – tenzij anders aangegeven – ontleend aan de Nieuwe Bijbelvertaling © Nederlands Bijbelgenootschap 2004. All rights reserved. No part of this book may be reproduced, stored in a retrieval system, or transmitted, in any form or by any means, electronic, mechanical, photocopying, recording, or otherwise, without the prior written consent of the publisher. VU University Press, Amsterdam www.vuuniversitypress.nl Omslagontwerp: Mijke Wondergem Vormgeving binnenwerk: Perfect Service isbn 978 90 8659 807 6

Blinde gehoorzaamheid.indd 4

1-5-2020 16:37:22


And if you call me brother now, Forgive me if I inquire,  “just according to whose plan?”  When it all comes down to dust  I will kill you if I must,  I will help you if I can.  When it all comes down to dust  I will help you if I must,  I will kill you if I can. Story of Isaac, Leonard Cohen

Blinde gehoorzaamheid.indd 5

1-5-2020 16:37:22


Blinde gehoorzaamheid.indd 6

1-5-2020 16:37:22


Ten geleide

Ik beschouw mezelf niet als een religieus persoon. Daar­ mee bedoel ik dat ik geen lid ben van een religieuze ge­ meenschap en niet bewust gehoorzaam aan wetten die als specifiek religieus kunnen worden aangemerkt. Ik zou kunnen betogen dat ik (nog) niemand heb vermoord om­ dat God mij dat verbiedt, omdat de staat mij dat verbiedt, omdat ik een door en door fatsoenlijk mens ben of omdat de gelegenheid zich gewoonweg nog niet heeft voorge­ daan, maar deze overwegingen zouden hoogmoedig zijn; kennelijk meen ik te weten waarom ik het ene doe en het andere nalaat. Men vraagt een moordenaar naar zijn motieven. Men vraagt degene die (nog) niet gemoord heeft begrijpelijker­ wijs zelden naar de oorzaak ervan. Hooguit zal een officier een soldaat ondervragen die weigert op het moment su­ prême te schieten, zijn geweer weggooit en de benen neemt. Er waren tijden dat op dergelijke vergrijpen de kogel stond. Waarmee eens te meer gezegd is dat er geen wetten be­ staan die onder alle omstandigheden gelden. De noodtoe­ stand kan de overtreding van de wet legitimeren, ook de zwaarste overtreding, moord. In deze tekst neem ik het Bijbelse verhaal van Abraham en Isaak serieus. Dat kan ik alleen doen door God serieus te nemen. Dat zal sommige mensen ontrieven. De schrijver 7

Blinde gehoorzaamheid.indd 7

1-5-2020 16:37:22


die vreest te ontrieven is geen knip voor zijn neus waard, maar toch meen ik in dit geval de lezer te moeten waar­ schuwen. Wie allergisch is voor God kan deze tekst beter ongelezen laten. Ter geruststelling, er zijn genoeg andere teksten, ook van mijn hand, die de lezer zullen plezieren. Rest de vraag waarom een niet-religieus persoon God zo serieus neemt. Die verantwoording wil ik de lezer wel ver­ schuldigd zijn. Ik kan mijn bestaan niet loskoppelen van de cultuur die mij gevormd heeft, een cultuur die niet begrepen en niet werkelijk besproken kan worden zonder de aanwezigheid van God in het menselijk denken en handelen erbij te be­ trekken. Of God nu wel of niet bestaat, interesseert me geen zier. Ik constateer slechts dat mensen naar Hem verlangd heb­ ben, naar Hem verlangen en vermoedelijk naar Hem zul­ len blijven verlangen en dat dit verlangen consequenties heeft die vooralsnog geen secularisering ongedaan heeft gemaakt. Dankzij dit verlangen kan Hij allerlei gedaantes aanne­ men. Dat men op die gedaantes niet altijd het woord ‘God’ heeft geplakt en zal plakken, doet niets aan het boven­ staande af. Mensen maken goden, juist ook als ze denken dat ze iets heel anders aan het maken zijn. Arnon Grunberg Amsterdam-New York, voorjaar 2020

8

Blinde gehoorzaamheid.indd 8

1-5-2020 16:37:22


1.  Doodsangst en heldendom

Het verhaal van Abraham en Isaak gaat over de angst voor verlies en het is dan ook toepasselijk dat de Deense filo­ soof en theoloog Søren Kierkegaard (1813-1855) zijn studie over deze episode uit het Oude Testament Vrees en beven1 heeft genoemd. De dood is een extreme en voor de secu­ liere mens onherstelbare vorm van verlies. Het zou onjuist zijn, zoals bijvoorbeeld Gerard Reve stelde, dat alle kunst over de dood gaat. Wat wij mensen hebben geproduceerd en blijven produceren aan kunst en cultuur gaat over voor­ stellingen van het verlies, al dan niet op realiteit gebaseer­ de voorstellingen, en is tegelijkertijd een verdedigingslinie tegen de allesverslindende angst. De angst is alles, het ver­ lies minder, dikwijls weinig, vaak zelfs niets. Abraham beklimt de berg om zijn zoon te offeren, hij moet zich dat offer hebben voorgesteld, hij zal voor zich hebben gezien hoe het mes de hals van zijn zoon door­ klieft, ondanks zijn immense Godsgeloof, maar de dood werd voorkomen, de angst bleef een voorstelling. Waar de angst realiteit wordt, is van angst in de strikte zin van het woord geen sprake meer, immers angst is een 1 Een verwijzing naar 1 Korintiërs 2:3, in de vertaling van de Staten­ bijbel: ‘En ik was bij ulieden in zwakheid, en in vrezen, en in vele beving.’

9

Blinde gehoorzaamheid.indd 9

1-5-2020 16:37:22


combinatie van fantasie en inschatting over wat er voor on­ aangenaams in de nabije toekomst zou kunnen gebeuren.2 Degene die zich verheugt en degene die vreest, zijn allebei in de ban van op de toekomst gerichte voorstellingen, al­ leen de emoties die bij die voorstellingen horen zijn radi­ caal verschillend. De geliefde kan zeggen: ‘Ik was bang dat je van een an­ der zou gaan houden, dat je me zou verlaten en me zou vergeten, en nu is alles waar ik bang voor was gebeurd.’ De angst werd werkelijkheid, juist ook daar begint de rouw. En voor zover de angst een bezwering was, wat angst ten dele vaak ook is, heeft die angst ons op zo’n moment in de steek gelaten, de bezwering heeft gefaald; eens te meer stelde het magisch denken teleur, al wat wij vreesden, is werkelijkheid geworden. De angstige zal zich ook door zijn eigen angst verraden voelen. Hij zal zeggen: ‘Waarom ben ik bang geweest? Waarom heb ik mij gekweld met al die voorstellingen van wat me zou kunnen overkomen, als alles precies zo gebeurde als ik het mij had voorgesteld? Wat had ik beter kunnen doen? Had ik maar anders ge­ handeld. Ik heb gefaald.’ Hij is in de waarste zin van het woord voor niets bang geweest. Die uren, dagen en maanden die hij nog had kun­ 2 Psychiater Damiaan Denys schreef op 3 april 2020 in NRC Handelsblad: ‘Hoewel begrijpelijk is alle angst een leugen. Angst is de emotie voor een zekere verbeelding dat als alternatief moet gelden voor een onzekere realiteit.’ Zover zou ik niet willen gaan. Net als het verlangen kan ook angst werkelijkheid worden. Het blijft zinvol onderscheid te maken tussen reële en minder reële angsten en verlangens. Zonder dat onderscheid zouden wij de waan niet meer kunnen onderschei­ den van een door mensen gedeelde en bewoonde werkelijkheid.

10

Blinde gehoorzaamheid.indd 10

1-5-2020 16:37:23


nen genieten van een betrekkelijk zorgeloos bestaan, heeft hij vergald met voorstellingen van het gruwelijke, dat uit­ eindelijk toch plaatsvond. De angstige is een profeet die de vurige wens heeft dat zijn profetieën niet uit zullen komen. Hij verlangt ernaar een mislukte profeet te zijn. En inderdaad, soms wordt angst géén werkelijkheid, daar kan dan de opluchting beginnen die doorgaans min­ der lang duurt dan de rouw. Abrahams angst, die hij ge­ voeld zou moeten hebben, werd geen werkelijkheid, zijn voorstelling bleef voorstelling. Wat opmerkelijk is in zijn geval, is dat hij anders dan de doorsnee angstige ogen­ schijnlijk niets heeft gedaan om het huiveringwekkende scenario te voorkomen. Integendeel, hij liep er rechtstreeks op af. Als de psychologische roman ergens is geboren dan vermoedelijk toch daar, in de tocht van vader en zoon naar de berg die in de Bijbel wordt beschreven in enkele woor­ den. (‘Vader,’ zei Isaak. ‘Wat wil je me zeggen, mijn jon­ gen?’ antwoordde Abraham. ‘We hebben vuur en hout’, zei Isaak, ‘maar waar is het lam voor het offer?’ Abraham ant­ woordde: ‘God zal zich zelf van een offerlam voorzien, mijn jongen.’ En samen gingen zij verder. Genesis 22:7-83) Abraham is een uitzondering, meestal handelt de ang­ stige anders, hij wil niet uitsluitend vertrouwen op het magische denken, hij heeft heden ten dage statistieken tot zijn beschikking, voor zover die hem helpen, waarschijn­ 3 Statenvertaling: ‘Toen sprak Izak tot Abraham, zijn vader, en zeide: Mijn vader! En hij zeide: Zie, hier ben ik, mijn zoon! En hij zeide: Zie het vuur en het hout; maar waar is het lam tot het brandoffer? En Abraham zeide: God zal Zichzelven een lam ten brandoffer voorzien, mijn zoon! Zo gingen zij beiden samen.’

11

Blinde gehoorzaamheid.indd 11

1-5-2020 16:37:23


lijkheden, mogelijkheden, kansen, ervaringen uit het ver­ leden, hij weet wat hij moet doen om het noodlot te bezwe­ ren. Hij kan in relatietherapie gaan om het vertrek van de partner te voorkomen, hij kan gezond leven om ziekte en dood te voorkomen dan wel uit te stellen, op zijn spullen passen en de deuren op slot doen om diefstal en inbraak te voorkomen, sparen om voorbereid te zijn op een crisis. Abraham deed niet alleen niets, hij liep zoals gezegd rechtstreeks af op datgene wat hij ondanks al zijn geloof ook gevreesd zal moeten hebben, maar hij geloofde, en toen kwam het wonder. Er zijn verschillende manieren om ‘wonder’ te definiëren. Laat ik hier volstaan met: het won­ der is een voor ons gunstige afloop waarop we totaal niet meer hadden gerekend. In het geval van Abraham en Isaak neemt het wonder de vorm aan van een engel en wordt er niet een mens, maar een dier geofferd. Vanwege deze af­ loop kunnen we zeggen dat dit verhaal over de angst voor verlies gaat. Niet over het verlies, want er wordt niets ver­ loren. Niet over God, want wat kunnen wij echt over Hem weten? En ook niet over het geloof, of hooguit in zoverre dat het geloof de angst overwint. Beter gezegd, dit verhaal gaat over de vraag hoe mensen zich tot hun angst verhou­ den, wat een andere manier is om te vragen: aan wie of wat gehoorzamen wij? Er is geschreven: waar de dood is, ben ik niet, en waar ik ben, is de dood niet. Wij mensen zouden moeten zeggen: waar de doods­ angst is, ben ik en waar ik niet ben, is de doodsangst niet. Vermoedelijk worden andere dieren niet in dezelfde mate als wij gekweld door dergelijke angsten, hoewel ze die on­ 12

Blinde gehoorzaamheid.indd 12

1-5-2020 16:37:23


getwijfeld zullen kennen. Alleen al het feit dat andere die­ ren niet al die instituten, strategieën en producten hebben voortgebracht die begrepen moeten worden als bolwerken tegen de doodsangst, als pogingen die angst te overwinnen of eraan te ontkomen, wijst in de richting van een chro­ nisch en allicht gelukzalig gebrek aan reflectie over de ei­ gen doodsangst.4 Kierkegaard meende dat het dier de vrees niet kende omdat het geen geest zou hebben, geen zelf, geen zelfbewustzijn. Ook de engel zou geen vrees kennen, aangezien de engel geen lichaam heeft. Mensen zitten tus­ sen dier en engel in, zijn zich vanwege die conditie, die tus­ senfase, bewust van hun doodsangsten. Zij weten te veel en zij begrijpen te weinig. Niet elke doodsangst heeft uiteraard direct met de dood zelf te maken, men kan bijvoorbeeld doodsangsten uit­ staan in het genoemde scenario dat men verlaten wordt door een geliefde. Ik heb weleens gehoord dat de dood van een geliefde minder erg is dan dat die geliefde van een an­ der besluit te houden. In uitzonderlijke gevallen is de dood het mildere verlies. Culturele verschillen laten zien dat groepen mensen ver­ schillende manieren hebben gevonden om om te gaan met doodsangst, doodsangst trekt zich weinig aan van klasse, etniciteit, religie, nationaliteit, seksuele voorkeur of op welke manier wij onze identiteit heden ten dage dan ook vormgeven. Al zullen er ongetwijfeld mensen zijn die zullen 4 Het zou onjuist zijn de mens te beschrijven als het bangste dier, juister zou zijn: de mens is het wezen dat niet kan ophouden te re­ flecteren over de eigen doodsangst. Een vergelijking met slagroom lijkt me op zijn plaats. Men klopt zijn eigen doodsangst stijf.

13

Blinde gehoorzaamheid.indd 13

1-5-2020 16:37:23


beweren dat vrouwen, omdat zij kinderen kunnen baren, minder doodsangst kennen. Ik heb immers ook weleens mensen horen beweren dat vrouwen omdat zij kinderen kunnen baren minder moordlustig zijn. Men mag het veel­ zeggend vinden dat God Abraham beveelt zijn zoon Isaak te offeren en dat hij dat niet aan Sara opdraagt, daar zullen culturele en religieuze redenen voor zijn – voor zover we een onderscheid kunnen maken tussen die twee – maar of de uitkomst anders zou zijn geweest als Sara de berg op was geklommen, daarover valt niets te zeggen. Hooguit kunnen we opmerken dat Medea haar kinderen doodde. Infanticide door ouders, en de bereidheid daartoe, is zeker niet voorbe­ houden aan de vader. Wel kunnen we vragen: waarom is er gedood? Waar kwam de bereidheid tot doden vandaan? In zijn studie The Denial of Death (1973) heeft cultureel an­ tropoloog Ernest Becker (1924-1974) het over heldensyste­ men (hero-systems). Het is ‘de belangrijkste taak in het mensenleven om heroïsch te worden en de dood te over­ winnen’,5 schrijft de filosoof Sam Keen in een voorwoord bij The Denial of Death. De overwinning op de dood vereist helden en heldensta­ tus, de held moet namelijk wel als zodanig worden erkend om als held te worden betiteld. Wij kunnen in het diepst van onze gedachten een held zijn, maar dat brengt ons als het gaat om de overwinning op de dood, een overwin­ ning die door anderen moet worden erkend, die daarvan afhangt, niet verder. Cultuur moet haar deelnemers voor­ zien van symbolen die het heldensysteem mogelijk ma­ 5 Ernest Becker, The Denial of Death (New York 1997), Foreword XIII.

14

Blinde gehoorzaamheid.indd 14

1-5-2020 16:37:23


ken en die volgens Becker ‘heimelijk’ (covertly) religieus zijn. Pogingen de dood te overwinnen hebben altijd een religieuze bodem, ook als ze geen gebruikmaken van het meest in het oog springende kenmerk van de meeste re­ ligies: God. Onder ‘religieus’ versta ik hier de al dan niet stiekeme opvatting dat onsterfelijkheid, in welke vorm dan ook, kan worden afgedwongen door machten sterker dan wij gunstig te stemmen. De seculiere held is weliswaar een op het oog doodgewone sterveling, maar ook zijn moed is beloond. Als door een wonder slaagde hij erin zijn missie te vervullen. Veel helden zijn echter moedig geweest zonder dat hun moed werd beloond. Om dat gebrek aan beloning goed te maken eren wij hen en zeggen wij dat zij gestorven zijn voor het vaderland, de vrijheid of gewoon om een ‘mede­ mens’ te redden. Voor zij volledig zijn vergeten, eindigen zij in het gunstigste geval als een standbeeld waarop dui­ ven poepen en kinderen spelen. De geseculariseerde vorm van onsterfelijkheid heeft de neiging uit te monden in een object waarop vogels zich ontlasten. Zo zijn de heldensy­ stemen waarover Becker spreekt altijd weer aan verval on­ derhevig en dienen zich nieuwe heldensystemen aan, met frissere en betere helden. Ook de held gaat vooruit. Isaak, stel dat hij wel was geofferd, zou niet zijn gestor­ ven voor het vaderland noch voor de vrijheid en ook niet om een ander mens te redden. Hij zou zijn gestorven voor God, dat wil zeggen dat de reden waarom hij moest sterven en dus ook de reden waarom hij uiteindelijk is gered zich buiten onze redelijkheid bevindt. Hoewel Kierkegaard door bijvoorbeeld Ernest Becker als een psychoanalyticus wordt omschreven – wat hij allicht 15

Blinde gehoorzaamheid.indd 15

1-5-2020 16:37:23


ook was – en hoewel diverse existentiefilosofen op hem leunen, onderzoekt hij telkens weer, met ongekende hard­ nekkigheid, het zich buiten de menselijke rede bevindende geloof. Dat hij de filosofie niet buitensluit, staat buiten kijf, maar lang ook heeft de filosofie het geloof niet buitenge­ sloten, het geloof geprobeerd in te kapselen, de tegenstrij­ digheden tussen het geloof en het denken dat de mens als maatstaf en doel neemt te overbruggen. Voor Kierkegaard echter is God de maatstaf, zoals hij dat elders noemt, en Abraham een held.6 In God ziet Kierkegaard anders dan bijvoorbeeld Becker veel meer dan een menselijke strategie om met fundamen­ tele onzekerheden en oeroude angsten om te gaan, voor Kierkegaard is zijn geloof (het christendom) en God het fundament. Tegelijkertijd doorziet hij dat je een funda­ menteel ironische positie inneemt als je iets wat zich bui­ ten de menselijke rede bevindt systematisch, filosofisch, oftewel op zo’n manier dat het past binnen een traditie van het menselijk denken, wenst te benaderen. Zoals een verliefde ook zijn verliefdheid niet kan analyseren zonder boven die verliefdheid te gaan zweven en er op die manier afstand van te doen. De gelovige kan zien dat zijn geloof ‘waanzin’ is – want waar niet de mens maar God de maat­ staf is, begint de waanzin – en ik meen dat Kierkegaard die waanzin bereid is te aanvaarden, die mogelijkheid al­ thans openhoudt, maar hij kan zich niet van die waanzin 6 In De ziekte tot de dood (Budel 2018), blz. 95: ‘Wat voor oneindige realiteit krijgt het zelf niet door zich bewust te worden dat het bestaat voor God, door een menselijk zelf te worden waarvan de maatstaf God is!’

16

Blinde gehoorzaamheid.indd 16

1-5-2020 16:37:23


distantiëren. Dat is de ironie. Een gelovige die wil weten wat zijn geloof is, is een ironicus. Een gelovige die zijn ge­ loof wil begrijpen, is een gelovige in woorden. Kun je een gelovige zijn? Of is het hoogst haalbare dat je erkent dat je hard op weg bent een gelovige te worden? En betekent dat dat de gehoorzaamheid van deze gelovige uiteindelijk een ironische gehoorzaamheid is? Gehoorzaam onder voorbe­ houd? Als Abraham een held was, dan ook Isaak. Isaak is de held van de gespeelde onwetendheid. Zoals Abraham op God vertrouwt, zo vertrouwt Isaak op zijn vader. Tegenover dit heldendom staat het seculiere heldendom, waar geen iro­ nie past, want het geseculariseerde heldendom is gestoeld op de menselijke rede en die verdraagt geen waanzin. Stel je voor dat een mens zou zeggen: ik heb de menselijke re­ de en de daaruit voortkomende redelijkheid onderzocht en ik heb moeten concluderen, tot mijn spijt dat wel, dat die menselijke rede niets dan waanzin is. Dat gebeurt in de praktijk niet, want wie de menselijke rede waanzinnig vindt, moet zelf wel waanzinnig zijn. Wie bijvoorbeeld bereid is voor zijn vaderland te sterven, moet van mening zijn dat dat vaderland voortreffelijker is dan alle andere vaderlanden, hij kan dat geloof, voor zover dat het woord is, niet bevragen zonder te concluderen dat hij sterft voor een geseculariseerde absurditeit die zichzelf nooit als zodanig kan blootgeven. Hooguit later, achteraf; alleen de oorlogen die voorbij zijn, zijn absurd en nutte­ loos. Abraham zal in de ogen van veel burgers heden ten da­ ge een gevaarlijke gek zijn, een godsdienstwaanzinnige. 17

Blinde gehoorzaamheid.indd 17

1-5-2020 16:37:23


In een voetnoot bij het nawoord van Vrees en beven wordt Paul Cliteur, ideoloog van het Forum voor Democratie, aangehaald die in 2014 in Filosofie Magazine Vrees en beven ‘het gevaarlijkste boek uit de geschiedenis van de wijsbe­ geerte’7 noemde, omdat het ‘religieus gemotiveerd terro­ risme’ zou kunnen legitimeren. Abraham als terrorist. Het is het een of het ander: of onze samenleving, dat wil zeggen, onze cultuur is gebaseerd op de joods-christelij­ ke traditie, dan kan Abraham geen terrorist zijn. Of onze cultuur is in name only gebaseerd op die traditie, wat in praktijk betekent dat men niet weet en vooral dat men niet wil weten waarop die cultuur wél gebaseerd is, hoe vaak er ook Gouden Eeuw wordt gemompeld. Zelfs het chris­ tendom zonder Jezus van Plato zal voor deze lieden al een paar bruggen te ver zijn. Wij hebben de mensenoffers natuurlijk niet afgeschaft, wij hebben ze alleen een andere naam gegeven. In onze cultuur heet het mensenoffer collateral damage. Daarmee is het offer van al zijn waardigheid ontdaan en geredu­ ceerd tot afval. Het gemechaniseerde wereldbeeld ver­ draagt geen mensenoffers, het verdraagt hooguit uitstoot en afval. Zij die in dat wereldbeeld geloven, moeten Abra­ ham wel veroordelen. Niet om wat hij heeft gedaan, maar om de manier waarop hij zich verantwoordde, vanwege de wijze waarop zijn verhaal wordt verteld. Had Abraham zijn zoon collateral damage genoemd en had hij daarna de moeder, zijn vrouw, 200 dollar schadevergoeding aangebo­ den (eigenlijk 1200 dollar maar omdat het slechts bij een poging tot collateral damage bleef, was 200 dollar afdoen­ 7 Søren Kierkegaard, Vrees en beven (Budel 2006), blz. 135.

18

Blinde gehoorzaamheid.indd 18

1-5-2020 16:37:23


de) voor de ongelukkige samenloop van omstandigheden, had ook Cliteur in Abraham een held kunnen zien. Anders dan de seculiere held kan de gelovige, zo begrijp ik Kierkegaard, zeggen dat wat hij gelooft net zo absurd is als de reden waarom de verliefde verliefd is, een kwes­ tie van tijdelijke verstandsverbijstering – in het geval van de verliefde – zonder het geloof te verliezen. Kierkegaard stelt, meen ik, dat het pas echt waanzin zou zijn te ge­ loven dat wij aan de verstandsverbijstering kunnen ont­ snappen, dat wij dan hooguit de ene verstandsverbijste­ ring voor de volgende inruilen. Omdat het streven van de mens identiek blijft, hooguit zijn de middelen die hij aanwendt om dichterbij het beoogde doel te komen ver­ anderlijk. Op dit punt neemt de cultureel antropoloog (Becker) het over van de theoloog Kierkegaard: welke strategieën wen­ den mensen aan om aan de dood te ontsnappen, welke spelen ontwerpen zij en brengen zij in stelling om die dood opzij te schuiven? We kunnen cultuur dus ook zo begrijpen: een uitgekiend systeem om helden te produceren, cultuur is een leer­ school met altijd weer aan veranderingen onderhevige regels die vaststellen waaraan de held moet voldoen om die status te verkrijgen. De held kan uiteraard ook van zijn voetstuk vallen, een spektakel waaraan omstaanders door­ gaans genot ontlenen. Als de dood een permanente mogelijkheid is, dienen po­ gingen die dood te overwinnen continu door te gaan, waar het verlies 24 uur per dag mogelijk is, moet het verlies 24 19

Blinde gehoorzaamheid.indd 19

1-5-2020 16:37:23


uur per dag goedgemaakt kunnen worden.8 De strijd tegen de dood is een 24-uurseconomie. De neuroticus – de 24-uurseconomie is een neurotische economie – mag vertwijfeld zijn maar hij grijpt zich harts­ tochtelijk aan die vertwijfeling vast. Hij kent nog maar één echte hartstocht: controle. De immer aanwezige behoefte om te controleren tekent hem, zichzelf, zijn medemens, het gas, de buren, zijn partner, zijn kinderen, het maakt nauwelijks uit wat, hij wil alles controleren, controle geeft hem de sensatie van houvast. Het noodlot is verbannen, hij is moederziel alleen met zichzelf en zijn vurige verlangen om te controleren, wat hij wil is grip krijgen, op het leven, op de dood, op alles wat zich daartussen bevindt. Hij wil niet weten, hij wil onder de duim houden. Zou er ooit een cultuur hebben bestaan die neurotischer is dan de onze? En zouden die culturele neuroses ooit zo­ veel schade hebben aangericht? Op deze rots hebben de vooruitgang en de verlichting ons neergeworpen, wij zijn alleen met onze laatste hartstocht. De dood als controle­ verlies.

8 De gemeenschap van verzekerden die premies betaalt, zorgt ervoor dat het individu niet ten onder hoeft te gaan aan pech. Vermoedelijk overbodig vast te stellen dat de verzekerde juist geen held is, hij over­ wint niets, zeker niet de dood, de pech betekent enkel niet noodza­ kelijkerwijs zijn ondergang. De held is juist iemand die aan pech ten onder had kunnen gaan, maar die op miraculeuze wijze de pech (de dood) verslaat. Geen held zonder risico’s; hoe groter het risico, hoe groter het heldendom. Bovengenoemde gemeenschap is ook geen echte gemeenschap, de verzekering heeft de gemeenschap vervangen door een polis.

20

Blinde gehoorzaamheid.indd 20

1-5-2020 16:37:23


Wat verloren is, wordt weer teruggevonden of heroverd. De menselijke geschiedenis en de verhalen die mensen be­ dacht hebben, zitten vol met voorbeelden over pogingen verlies (onrecht) ongedaan te maken, soms met gruwelijke gevolgen.9 De populaire Amerikaanse cultuur kan worden gekenmerkt door het woord ‘resilience’ (veerkracht), men komt gesterkt en dikwijls ook moreel gezuiverd uit een serie van tegenslagen. Merk op hoe deze cultuur feitelijk een ge­ vulgariseerde vorm van de monotheïstische religie is. De te­ genslag, het noodlot waarvoor we zelf verantwoordelijk ble­ ken, is een moreel bad, een straf, waarin de hoofdpersoon wordt gezuiverd van zijn slechte gewoontes, zijn zonden. Daarna leeft hij gelukkig en als een veranderd mens verder. Veel van het hedendaagse populaire therapeutische jargon is doordrongen van dezelfde ingrediënten. Men moet de ondankbaarheid, onvrede over het lot dat men zelf creëer­ de, het falen, de baan, de partner, de schoonouders en de staat, afzweren en leren dankbaar te zijn voor wat men wel heeft. Stop met coke snuiven, naar de hoeren gaan en gok­ ken en word dankbaar. In godsnaam, mediteer desnoods. Voilà, daar is de preek, en hier is het recept. De heden­ daagse ster-therapeuten, die nauwelijks verschillen van de 9 Een prachtig, misschien wel het beste voorbeeld blijft de novelle Michael Kohlhaas van Heinrich von Kleist, waarin een paardenhan­ delaar vanwege een klein onrecht dat hem is aangedaan door zijn pogingen dat onrecht te wreken verwordt tot een monster. De novelle begint zo: ‘An den Ufern der Havel lebte, um die Mitte des sechzehn­ ten Jahrhunderts, ein Rosshandler, namens Michael Kohlhaas, Sohn eines Schulmeisters, einer der rechtschaffensten zugleich und ent­ setzlichsten Menschen seiner Zeit.’ Let wel: De meest rechtschapen en tegelijkertijd de vreselijkste mens van zijn tijd.

21

Blinde gehoorzaamheid.indd 21

1-5-2020 16:37:23


minder beroemde therapeuten, hebben alle esthetiek van de religie gestroopt, omdat zij meenden dat hun preken op die manier het predicaat ‘wetenschap’ verdienen. Het verlangen naar dankbaarheid is de neurose van de mens die voor zijn hunkering naar God niet durft uit te ko­ men. Een variatie op deze aloude verhalen in therapeutische vorm is dat de morele zuivering niet werkt en de held ten onder gaat, wat geen negatieve gevolgen hoeft te hebben voor zijn heldenstatus.10 De martelaar is een dode held. En zoals we al hebben gezien, probeert ook de seculiere cul­ tuur haar helden een leven na de dood te gunnen.11 Deze cultuur produceert halfslachtige martelaren, hedendaagse zeemeerminnen, van onder martelaar, van boven falende sterveling. Ondanks eeuwenoude opleidingsinstituten en geloofs­ systemen als stoïcisme en boeddhisme is de held, zeker in het Westen, zelden tot nooit een persoon die zegt: ‘Que se­ ra sera, ik laat het erbij zitten. Deze mensen hebben alles van me afgepakt, mijn dochters en vrouw verkracht, mijn ouders vermoord, maar als ik deze moordenaars een ijs­ je kan verkopen in mijn ijssalon zal ik niet nalaten het te doen, want de huur aan het eind van de maand moet ook worden betaald.’ Wij mogen de opmars van de antiheld hebben gezien, 10 Hoewel Scarface (Al Pacino) in de gelijknamige film van Brian De Palma uit 1983 op gruwelijke wijze aan zijn einde komt, is de hoofd­ persoon nog altijd een held, een voorbeeld voor onder anderen klei­ ne criminelen en jihadi’s. 11 Onder de vogelpoep, maar soit.

22

Blinde gehoorzaamheid.indd 22

1-5-2020 16:37:23


met name overigens in de literatuur en de filmkunst, en in de filmkunst eigenlijk marginaal, maar de held blijft iemand die handelt, actie onderneemt, die iets riskeert, die iets overwint of probeert te overwinnen. Zelfs waar de held de vormen aanneemt van iets wat eerder een ongeluk­ kige clown genoemd moet worden dan een treurige ridder (Don Quichot), is zijn rechtvaardigheidsgevoel boven alle twijfel verheven. Over de middelen die de held aanwendt is discussie mogelijk, soms lijkt de auteur die discussie ook aan te moedigen, maar het doel van de held mag niet al te dubieus zijn. Van Emma Bovary en Humbert Humbert kan worden gezegd dat zij liefde zoeken, zij het dat zij die liefde zoeken in objecten die niet voldoen aan onze morele en juridische normen. Raskolnikov vermoordt weliswaar een bejaarde woekeraarster, maar het leeuwendeel van het boek gaat over pogingen tot geestelijke vernieuwing van de moordenaar, zijn tot mislukken gedoemde verzet tegen die vernieuwing. Lees alleen al het einde van Misdaad en straf: ‘Maar hier begint al een nieuwe geschiedenis, de geschie­ denis van de geleidelijke vernieuwing van een mens, de ge­ schiedenis van zijn geleidelijk herboren worden, van de ge­ leidelijke overgang van de ene wereld in de andere, van de kennismaking met een nieuwe, tot nu toe volkomen onbe­ kende werkelijkheid. Dat zou het onderwerp van een nieuw verhaal kunnen vormen – maar dit ons verhaal is uit.’12 Het systeem van de held berust volgens Becker op ‘de hoop en het geloof dat de dingen die mensen creëren in onze maatschappij van blijvende waarde zullen zijn, dat zij 12 Zo staat het in de vertaling van Jan Meijer. Ik laat het zo staan, dit verhaal is immers ook ons verhaal.

23

Blinde gehoorzaamheid.indd 23

1-5-2020 16:37:23


de dood zullen overleven en overtreffen, dat het gaat om de mens en zijn producten.’13 Een cultuur die de burgerlijkheid viert en op een voet­ stuk heeft geplaatst – het kind, de televisie, altijd en overal internet, de zekerheid, de wijn, het huiselijke geluk – heeft haar verlangen naar heldendom niet om zeep kunnen brengen, want het mag lijken alsof het gevaar in de huiska­ mer is bezworen, maar de onveranderlijke wereld blijft on­ herbergzaam als altijd. Het gevaar zoekt de mens en zal al­ tijd een andere gedaante aannemen dan hij had verwacht. Is het niet een gemeenplaats in militaire kringen om te be­ weren dat wij ons voorbereiden op de oorlog van gisteren? De klop op de deur is uiteindelijk altijd weer de klop van de doodsangst. Vanuit het perspectief van Becker, dat ten dele ook mijn perspectief is, is georganiseerde religie naast al het andere ook een unieke variant op een heldensysteem. Vermoede­ lijk moeten wij religie zelfs in de eerste plaats als heldensy­ steem zien, een geraffineerde poging tot zelfmedicatie om de dood, of beter gezegd de doodsangst mee te overwin­ nen. Het seculiere heldensysteem is, zoals we eerder zagen, feitelijk religieus. Uniek is religie – als ik me beperk tot de monotheïstische religies – vanwege de absolute en ongeëve­naarde almacht14 die aan de held, beter gezegd de superheld, wordt toegeschreven. God en zijn Mensenzoon zijn name­ 13 The Denial of Death, blz. 5. 14 De meeste theologische problemen stuiten op de almacht van het Opperwezen. Hou verhoudt Zijn almacht zich tot de vrije wil, hoe ver­ houdt Zijn almacht zich tot Zijn goedheid? In een parafrase op een zin uit Kafka’s dagboeken lijkt het me juist te stellen dat God goed moet zijn, maar niet noodzakelijkerwijs voor ons.

24

Blinde gehoorzaamheid.indd 24

1-5-2020 16:37:23


lijk helden dat zij niet werkelijk mee kunnen en mogen doen aan de menselijke competitie in heldendom, dat zij als het ware hors concours meedoen, doet daar niets aan af. Men ziet meteen de problemen opdoemen als de func­ ties van God en religie worden verplaatst naar seculiere instituten als de staat, de wetenschap, de mens zelf. Deze instituten missen de mogelijkheden en almacht van God, diepe teleurstelling ligt op de loer. Dat ook God regelmatig teleurstelt, zegt weinig over Zijn almacht. Mensen, zou je kunnen zeggen, kunnen kiezen tussen verschillende vor­ men van teleurstelling, verschillende smaken. Welke wan­ hoop staat u het meeste aan? Welke wanhoop past het best bij de kleur van uw ogen? Het is de almacht van God die dat geloof buiten ‘redelijke verklaringen’ plaatst. Kierkegaard heeft het in zijn studie over Abraham over ‘de ridder der oneindigheid’,15 ‘de ridder van de oneindige resignatie,’16 ‘de ridders van de oneindigheid,’17 daarmee is altijd Abraham bedoeld, Abraham was zoals gezegd een held in de ogen van Kierkegaard of beter gezegd in de ogen van het pseudoniem waarvan hij zich bediende bij het schrijven van deze studie, Johannes de Silentio, Abraham was iemand die ‘groot is geweest’.18 Het geloof dat zich onttrekt aan het redelijke, brengt rid­ ders voort, zeldzame ridders, ridders van de oneindigheid. 15 Vrees en beven, blz. 43. 16 Ibid., blz. 42. 17 Ibid., blz. 45. 18 Ibid., blz. 21.

25

Blinde gehoorzaamheid.indd 25

1-5-2020 16:37:23


Het woord ‘oneindigheid’ geeft aan dat het verlies over­ wonnen is, dat we ons aan gene zijde van het verlies be­ vinden. Het verlies impliceert het tijdelijke, men verliest iets wat men bezat of dacht te bezitten, of dat nu om een werkelijk bezit gaat als een huis of een portemonnee of een geliefde die men eigenlijk niet zou mogen of moeten wil­ len bezitten, een kind, of zeg het eigen leven waarvan het altijd twijfelachtig is of men dat kan bezitten – het bezitte­ lijk voornaamwoord ‘mijn’, dat voor leven, kind en geliefde kan worden gezet, geeft aan hoezeer het dierbare als bezit wordt ervaren, iets waarvan men niet gescheiden wenst te worden.19 Ook de al te menselijke jaloezie, zonder welke de vertelkunst gereduceerd zou worden tot een armzalig hoopje verhalen, illustreert hoezeer men de beantwoorde liefde ervaart als een bezit, ja als een recht, een bezit waar­ van men altijd weer vreest gescheiden te worden. Dit verlangen om te bezitten wat men dreigt te verliezen – kan men iets verliezen wat men niet op een of andere ma­ nier meende te bezitten? – zal voortkomen uit de vroege kindheid. Daar immers begint het verlies, en het gevecht ertegen. Het jonge kind schijnt nog niet goed te beseffen waar de moeder eindigt, waar het eigen ik begint. Het meent dat de moeder van hem is en alleen van hem, dat hij het enige object is dat liefde waard is en dat liefde krijgt. Zijn we­ reld is er aanvankelijk een zonder werkelijke concurrentie. De sensatie van het verlies doet zijn intrede als het kind merkt dat de moeder een eigen leven heeft, andere wen­ 19 Imre Kertész citeert in Ik, de ander (Amsterdam 2002) Kafka: ‘Al­ leen mijn zonden kan ik mijn eigendom noemen.’ Blz. 50.

26

Blinde gehoorzaamheid.indd 26

1-5-2020 16:37:23


sen te vervullen heeft dan alleen die van het kind. Het leven begint met totale en langdurige afhankelijk­ heid – vrijwel geen zoogdier is zo lang afhankelijk van ou­ ders/verzorgers als de mens – en de bijbehorende gift, als het goed is, van liefde, bewondering en overgave aan de pasgeborene van de verzorgers. Daarop volgt de wond, het besef dat de wereld toch niet om het kind draait, dat zijn al­ macht uiterst beperkt is, hij moet concurreren met talloze anderen. De sensatie van nietigheid baart de doodsangst, die onze vaste, onafscheidelijke metgezel zal worden. Onze denkfout blijft dat wij iets zo kunnen bezitten, zo volstrekt, zo volledig, dat wij het niet meer zullen verliezen. De vernietiging van andermans bezit of van het eigen bezit is niet alleen de bevestiging van de almacht van de bezitter, maar ook een poging de angst voor verlies uit te drijven. Vandaar ook dat wij met recht van vernietigende jaloezie kunnen spreken. Uiteindelijk kent de jaloezie maar één programma: wat niet bezeten kan worden, moet vernie­ tigd worden. En zo verklaart dan de jaloerse minnaar in de rechtbank zijn wandaad: ‘Als ik haar niet kon bezitten, dan maar niemand.’ Wij worden voortgedreven door een nauwelijks con­ troleerbare angst voor verlies, het anticiperen op het ver­ lies is onze modus vivendi. De wil tot macht (controle) volgt slechts uit de angst. Waar mensen vernietigend zijn, spreekt dikwijls hun angst voor verlies. Nee, niet spreekt, daar schreeuwt de angst voor het verlies het uit. Het dier dat zijn eigen doodsangst niet verdraagt, heeft in een poging met die doodsangst te leven culturele produc­ ten voortgebracht die in sommige gevallen boven de verde­ 27

Blinde gehoorzaamheid.indd 27

1-5-2020 16:37:23


digingswal en de zelfmedicatie uitstijgen. Zoals de staart van de pauw, feitelijk een handicap voor de pauw, want de­ ze reusachtige staart maakt de pauw minder snel en wend­ baar, een instrument werd om beter competitie mee te ver­ slaan tijdens de paringsdans. Schoonheid was bijvangst. De ware gelovige lijkt de staart van de pauw niet nodig te hebben. In Genesis 15:1 is het God zelf die Abraham maant niet bang te zijn. Tussen de doodsangst en de mens staat de Heer. ‘Wees niet bang, Abram, ikzelf zal jou als een schild beschermen. Je loon zal vorstelijk zijn.’20 Er is een autoriteit die onze angst kan wegnemen. Vergelijk dit met de ouder die tegen het kind zegt: ‘Wees niet bang, dat is slechts de donder en wij hebben een bliksemafleider op het dak. Bliksem en donder zullen ons niets doen.’ De aardse vader belooft een bliksemafleider, de godde­ lijke vader veel meer. De belofte van onsterfelijkheid, van eeuwigheid, mag letterlijk worden genomen. De weten­ schapper, de kunstenaar, de krijgsman kunnen voortleven dankzij hun werken en hun heldendaden, maar dat is een metaforisch voortleven. Het is begrijpelijk als de schrijver roept, ‘wat heb ik eraan dat mijn boeken nog worden ge­ lezen na mijn dood.’ Wie niet kan of wenst te vertrouwen op het voortleven van zijn geest of ziel, vindt betrekkelijk weinig troost in het voortleven van de producten van die geest. De Heer is bij machte die tijdelijkheid op te heffen, al is daar doorgaans wat voor nodig. Tussen de onsterfelijke God en de sterfelijke gelovige vindt ook altijd een vorm van 20 In de Statenvertaling: ‘Vrees niet, Abram! Ik ben een Schild, uw Loon zeer groot.’

28

Blinde gehoorzaamheid.indd 28

1-5-2020 16:37:23


ruilhandel plaats. Met name het christendom heeft van de eeuwigheid niet alleen een beloning maar ook een straf ge­ maakt, het vagevuur en de hel. De dood van God zou dan ook begrepen moeten worden als een ontsnapping aan een eeuwige straf. Onze doodsangst heeft God gebaard en hem ook weer vernietigd. Maar met het verdwijnen van God uit een deel van het publieke discours is de behoefte aan de belofte van de reli­ gie niet verdwenen. De neiging in het noodlot, oftewel in tegenslagen, zeker als het collectieve tegenslagen zijn, beproevingen te zien, is evenmin voorbehouden aan de religieuze medemens. Pogingen de hemelse vader te onttakelen, van kerken toe­ ristische trekpleisters te maken en van religie eerst en voor­ al een esthetische ervaring, hebben ons niet verlost van de angst, niet van de straf en niet van het geloof. De gebeurtenissen rond het Coronavirus in het voor­ jaar van 2020 maakten duidelijk dat ook geseculariseerde mensen in noodlottige gebeurtenissen een beproeving of een straf kunnen zien, bijvoorbeeld een straf voor hoe wij met deze wereld omgaan, hoe wij reizen, hoe wij ‘consu­ meren’.21 Een woord dat een merkwaardig negatieve lading heeft gekregen. Men vergeet dat minder consumeren tot verarming leidt, waar met name de allerarmsten onder lij­ den. Men redt de aarde door hongerkunstenaars te kwe­ ken. We zouden ook kunnen vragen: hoeveel mensen mo­ gen worden geofferd om de aarde te redden? 21 Musicalster Nyassa Alberta in NRC Handelsblad van 8 april 2020: ‘Ik zie het virus als een schreeuw van Moeder Natuur: stop met wat jullie de aarde aandoen.’

29

Blinde gehoorzaamheid.indd 29

1-5-2020 16:37:23


Hoewel minder consumeren, of alleen maar dat con­ sumeren wat geconsumeerd mag worden, door velen als een morele wenselijkheid wordt beschouwd, zullen tege­ lijkertijd nogal wat van deze mensen de goddelijke spijs­ wetten en het offer dat Abraham bereid was te brengen als anachronistische geboden en mythes beschouwen. Merk­ waardig is de mens, bereid in het eigen zelfbedrog de hoog­ ste vorm van de menselijke rede te herkennen. Weinig is voor ons lijders aan doodsangst gruwelijker dan te denken dat er geen relatie bestaat tussen ons gedrag en de tegenslagen die ons treffen. Zonder die relatie zou de hele wereld ons voorkomen als werkelijk niets anders dan een groot casino. En wij zouden lijken op de man die mij vertelde dat hij maandelijks naar het casino ging om roulette te spelen maar pas kon inzetten als hij op het he­ rentoilet drie Chinezen was tegengekomen. Kwam hij die Chinezen niet tegen, dan ging hij onverrichter zake naar huis. In het blinde toeval kunnen mensen niet wonen. Daarom kunnen wij het niet laten hogere wezens te ver­ leiden, desnoods met behulp van een absurd bijgeloof, waarvan wij openlijk erkennen dat het absurd is en toch vertrouwt de bijgelovige op miraculeuze wijze dat de absur­ diteit hem zal redden, op zijn minst zal belonen. Er is altijd iets wat gunstig moet worden gestemd. Ook de allermachtigste mensen zullen beseffen hoe beperkt hun macht is, wat zij allemaal niet controleren. Omdat ook de machtigste mens niet almachtig is, stopt de behoefte 30

Blinde gehoorzaamheid.indd 30

1-5-2020 16:37:23


aan het gunstig stemmen van ‘iets’ wat buiten de mensen ligt nergens. Heden ten dage pretenderen wij verlichte wezens te zijn die geloven in de wetenschap. Hoe kunnen wij fulltime ra­ tioneel zijn en tegelijkertijd erkennen dat de doodsangst ons voortdrijft? Nog afgezien van de vraag hoe wij het ratio­ nele van het irrationele willen afbakenen. Gaat het daarbij alleen om behaalde resultaten? Dit medicijn werkt, want 80% van de mensen die het nam genas, terwijl van de men­ sen die een placebo namen slechts 40% genas. Laten we zeggen dat er een spectrum van rationaliteit is en eentje van irrationaliteit, en dat die elkaar gedeeltelijk overlap­ pen. De beproeving, die we van mijn part ook tegenslag kun­ nen noemen en waarop we – zolang het niet onze eigen tegenslagen zijn – mogen reageren met ‘o wat vreselijk’, baart altijd weer helden. De held is een neveneffect van onze angst. En deze helden, die hedendaagse ridders van kleine of grotere oneindigheid, zijn aan hun tegenslagen te herkennen. Niemand herinnert zich immers die stervelin­ gen die zorgeloos door het leven zijn gegleden en die eer­ lijk hebben moeten antwoorden: ‘Het lijden ken ik alleen van horen zeggen.’ De doodsangst, de beproeving, de held. Dat is de volg­ orde. En de omstaanders uiteraard die zich laven aan het vuur van hun helden. Een zat bij hem in de klas, een twee­ de kende zijn tante, een derde heeft dezelfde nationaliteit als hij en een vierde kent een collega van zijn zwager. Omdat wij slechts zelden de verplichtingen van de held kunnen nakomen – de democratisering van het helden­ dom is onmogelijk, een van de problemen van de democra­ 31

Blinde gehoorzaamheid.indd 31

1-5-2020 16:37:23


tie en een aanwijzing waarom egalitarisme altijd weer op de grenzen van zijn eigen tegenspraak zal stuiten22 – begra­ ven wij onze doodsangsten haastig maar nooit definitief onder andermans heldendom en onder onze nooit aflaten­ de behoefte te controleren. De vooruitgang bracht ons ook de illusie van onkwets­ baarheid, wij kregen immers de kennis en de middelen die onze voorouders ontbeerden, waardoor wij ons konden wapenen tegen vijanden die onze voorouders deden be­ zwijken. Maar die illusie van kwetsbaarheid lijkt de doods­ angst eerder vergroot dan verkleind te hebben. Als leven een recht is en de God, goden en noodlot zijn afgeschaft, waar kan men klagen als het recht wordt geschonden? Oog in oog met het allesverslindende toeval, dat doof is voor onze smeekbedes, kan men weinig anders dan haas­ tig nieuwe goden knutselen die de indruk moeten wekken dat zij geen machten zijn die wij gunstig kunnen stem­ men.23 Deze sterveling die al het heilige heeft afgeschaft, ont­ maskerd en ontheiligd zodat er niets anders is overgeble­ ven dan het naakte leven, dat heilig is, zolang de autoritei­ ten dat ook zo zien althans, heeft niets anders om zich aan vast te klampen dan het feit dat hijzelf nog ademt, dat zijn kinderen nog ademen, zijn vrienden, dat de zon schijnt, 22 Het ten einde gedachte egalitarisme bestaat uit een wereld waarin niemand meer iets te verliezen heeft, waar het leven is afgeschaft in naam van de gelijkheid. 23 De gemiddelde samenzweringstheorie gaat uit de van de opvat­ ting dat net als in de Griekse mythologie de goden zich weer eens vermomd hebben als stervelingen, een selecte groep stervelingen uiteraard.

32

Blinde gehoorzaamheid.indd 32

1-5-2020 16:37:23


dat er terrassen zijn waar men een biertje kan drinken, als nu niet dan later. Zoals we in het volgende hoofdstuk zullen zien, vond Abraham iets beters dan afgoden: God. Dat de huidige sterveling God heeft ingeruild voor zich­ zelf, het heilige leven, heeft implicaties. Het heilige veron­ derstelt altijd mensenoffers; waar iets heilig is, zal er uit­ eindelijk altijd voor gestorven moeten worden. Dat vergat men in de gauwigheid. Men meende dat men op het men­ senoffer kon reageren met geritualiseerde afschuw, die vooral geen gebed mag worden genoemd. Echter, hoe meer men zich van Abraham verwijdert, hoe meer men op hem begint te lijken, vrees ik. In zalige en hard bevochten onwetendheid beklimt men de berg, niet wetend waarom, te afgeleid om te vragen wat dat wapen toch is dat men met zich meedraagt, tegen het kind dat er­ achteraan sjokt, zegt men: ‘We kunnen niet iedereen red­ den, we geven je zachtjes op.’ Het offer werd een ethisch verantwoorde medische beslissing. Men vertrouwt op de eigen ademhaling en behaalde resultaten in het verleden. Huiver en geruststelling hebben als vanouds een en de­ zelfde bron. Dit keer heet die bron: het nieuws.

33

Blinde gehoorzaamheid.indd 33

1-5-2020 16:37:23


2.  Het absurde vertrouwen

Kierkegaard beschouwt de voorgeschiedenis van Abraham als bekend, hij stipt die slechts summier aan. Echter voor een beter begrip van het mensenoffer dat God van Abra­ ham vraagt, zouden we verder terug moeten in het verhaal, waarover Kierkegaard aan het begin van zijn studie schrijft: ‘Hoe ouder hij werd, des te vaker keerden zijn gedachten naar die vertelling terug, zijn geestdrift werd almaar ster­ ker, en toch was hij steeds minder in staat om het verhaal te begrijpen.’24 Dat laatste is interessant, want ogenschijnlijk gaat het om een simpele anekdote, die zoals dat heet rechttoe recht­ aan wordt verteld. Hoe ouder hij werd, hoe minder goed hij het verhaal begreep. Wat zou hij minder goed begrepen hebben? Abraham is geen tragische held, zoals bijvoor­ beeld Agamemnon dat is in Ifigeneia in Aulis, de tragedie van Euripides, hij is volgens Kierkegaard ‘een moordenaar of een gelovige.’25 Moeilijk te begrijpen is die keuze, die Kierkegaard zichzelf en ons stelt, die tussen moordenaar en gelovige. Om het verhaal te doorgronden moeten we we­ ten met wie we te maken hebben. Volgens Kierkegaard kan de gelovige, althans in deze context, geen moordenaar zijn. 24 Vrees en beven, blz. 13. 25 Ibid., blz. 62.

34

Blinde gehoorzaamheid.indd 34

1-5-2020 16:37:23


Daarvoor al heeft Kierkegaard ‘het mooie verhaal’, dat hij als kind te horen had gekregen, zo samengevat: God stelde Abraham op de proef, Abraham doorstond de be­ proeving, hij ‘bewaarde’ zijn geloof en kreeg ‘tegen alle ver­ wachting in’ een zoon. Correcter zou het misschien zijn geweest te zeggen dat Abraham zijn zoon behield. Wie was dus deze Abraham, en moeten we uit de keuze die Kierkegaard maakt begrijpen dat het het geloof was dat hem behoed heeft voor moord? In Genesis 12:1 zegt God tegen Abraham, die toen nog Abram heette: ‘Trek weg uit je land, verlaat je familie, ver­ laat ook je naaste verwanten, en ga naar het land dat ik je zal wijzen. Ik zal je tot een groot volk maken, ik zal je ze­ genen, ik zal je aanzien geven, een bron van zegen zul je zijn. Ik zal zegenen wie jou zegenen, wie jou bespot, zal ik vervloeken. Alle mensen op aarde zullen wensen gezegend te worden als jij.’26 Abraham laat alles achter zich, familie, naaste verwan­ ten. Hij vraagt zich niet af waarom hij is uitgekozen door God om deze missie – voor zover dat het woord is – te vol­ brengen. Al het goede dat ons ten deel valt, menen wij ver­ diend te hebben. Wel neemt hij zijn vrouw, die toen nog Sarai heette, en zijn neef Lot mee, alsmede ‘alle bezittingen die ze hadden 26 Statenvertaling: ‘Ga gij uit uw land, en uit uw maagschap, en uit uws vaders huis, naar het land, dat Ik u wijzen zal. 2 En Ik zal u tot een groot volk maken, en u zegenen, en uw naam groot maken; en wees een zegen! 3 En Ik zal zegenen, die u zegenen, en vervloeken, die u vloekt; en in u zullen alle geslachten des aardrijks gezegend worden.’

35

Blinde gehoorzaamheid.indd 35

1-5-2020 16:37:23


verworven’ en de slaven en slavinnen. Hij laat met andere woorden ook veel níet achter zich, maar toch genoeg om te vermoeden dat Abraham ook daar al een ‘offer’ brengt, kleiner dan dat van Isaak, maar des te reëler. En zelfs als Abraham een nomade zou zijn geweest en hij gewend is aan het achter zich laten van ‘huis en haard’, dan nog blijft de dwang die achter zijn vertrek zit, oftewel Gods opdracht, opmerkelijk en pijnlijk. Had hij de vrijheid ook níet te ge­ hoorzamen, te blijven waar hij was, tegen welke prijs? Om te weten wat vrijheid inhoudt, moet je informeren wat de prijs is die je ervoor geacht wordt te betalen. Abraham vertrouwt God, volstrekt vanzelfsprekend ver­ trekt hij naar het land dat God voor hem heeft uitgekozen. Als dat vertrouwen er niet was geweest, zou hij niet zo mak­ kelijk gehoor hebben gegeven aan wat we een bevel moeten noemen, al was het maar omdat God zich in de bevelende vorm tot Abraham richt. God is een meester die zich niet schaamt voor zijn macht. Abraham vraagt niet om een voorschot of welke garantie dan ook, hij vraagt niet waarom en waartoe. Hij gaat. Je kan ook zeggen dat hij gehoorzaamt zoals een patiënt zijn dok­ ter gehoorzaamt die zegt, ‘als we uw leven willen redden, dan moeten we u opereren.’ Prettig is zo’n operatie niet, maar de keus voor het leven is snel gemaakt. In De ziekte tot de dood, geschreven onder het pseudo­ niem Anti-Climacus, noteert Kierkegaard dat volgens de Schrift zonde altijd ‘ongehoorzaamheid’ is.27 Als dat zo is, dan concludeer ik dat Abraham de keuze heeft tussen ge­ hoorzaamheid en zonde. In dat geval zal de keuze ook snel zijn gemaakt. 27 De ziekte tot de dood, blz. 97.

36

Blinde gehoorzaamheid.indd 36

1-5-2020 16:37:23


Maar er is meer dan alleen de angst voor de zonde, waar­ over nog gezegd moet worden dat een wet alleen overtre­ den kan worden als die wet bekend is aan degenen die de wet dienen op te volgen. De openbaring gaat aan de zonde vooraf. Op dit punt van de Bijbel is er nog geen sprake van ste­ nen tafelen, het verhaal van Mozes moet nog komen, laat staan van het Nieuwe Testament, Abraham was een afgo­ dendienaar die zijn afgoden in de steek liet voor God. Op de vraag, wie was Abraham vóór hij bereid was zijn zoon te offeren, moeten we antwoorden: Abraham was een man die iets beters vond dan zijn afgoden. Als de Bijbel begint met het verhaal hoe een mens ver­ leid werd met de belofte van kennis van goed en kwaad (Adam, Eva en de slang), dan vervolgt de Bijbel met een ver­ haal hoe een mens verleid werd met de belofte van troost, geruststelling en uitverkoren zijn. Het egalitarisme troost niet, op zijn best belooft het egalitarisme ons de troost van de melkkoe. Troostrijk is niet: ieder ander had het kunnen zijn, ieder ander had het kunnen doen. Troostrijk is: alleen jíj had dit kunnen zijn, alleen jij had dit kunnen doen. Bij iets beters vinden hoort altijd verleiding, het was de stem die hem van alles beloofde, die hem verleidde, deze stem noemde Abraham God. Om nog even te recapituleren waaruit de verleiding bestond. De belofte dat Abrahams nakomelingen tot een groot volk zullen worden gemaakt, de toezegging dat zijn vijanden vervloekt zullen worden, het vooruitzicht op aanzien. God bedient zich van de alou­ de combinatie van verleiding en intimidatie. Als God na­ melijk de vijanden van Abraham kan vervloeken, kan hij ook Abraham vervloeken. 37

Blinde gehoorzaamheid.indd 37

1-5-2020 16:37:23


Waarom gehoorzaamt iemand? Ik zie vier mogelijkhe­ den. Uit angst voor straf. (Een slechte beoordeling, een pak slaag, hoon, gevangenis, ziekte, dood.) In de hoop op een beloning. (Liefde, rijkdom, roem, gezondheid, een goed cijfer.) Uit de diepe overtuiging dat gehoorzaamheid in dit geval het ethisch juiste is. (Als God het goede is, dan is ge­ hoorzaamheid aan God het goede doen.) Uit gewoonte en gemakzucht. (Men gehoorzaamt, omdat ongehoorzaam­ heid niet de moeite waard is.) Veelal zal het een combina­ tie van bovenstaande motieven zijn waarom men God, de staat, de baas, de partner, de leraar, de ouder, de geneesheer gehoorzaamt. Geen knecht zonder meester, zo ook geen gehoorzaam­ heid zonder macht. Als alle relaties machtsrelaties zijn, ook die tussen mens en dier, dan kunnen wij de diverse soorten van macht herkennen aan de manier waarop gehoorzaam­ heid wordt afgedwongen of waarop gepoogd wordt aan ge­ hoorzaamheid te ontkomen. Alleen al de gedachte dat men ongehoorzaam kan zijn, geeft aan hoe een machtsrelatie in elkaar steekt. Een rebel is een slaaf die zich laat voorstaan op zijn ongehoorzaamheid. Abraham is onderweg, maar vanwege hongersnood be­ landt hij in Egypte, waar hij zijn vrouw Sara (Sarai) be­ zweert dat ze moet doen alsof ze zijn zuster is, omdat ze een mooie vrouw is en hij vreest dat de Egyptenaren hem zullen doden en Sara, hoewel dat daar niet met zoveel woorden staat, in gebruik zullen nemen als concubine, animeermeisje, in het gunstigste geval echtgenote. Het rol­ lenspel lijkt vooral te zijn opgezet om Abraham te redden. Er staat (Genesis 12:13): ‘... dan kom ik er dankzij jou goed 38

Blinde gehoorzaamheid.indd 38

1-5-2020 16:37:23


vanaf en loopt mijn leven geen gevaar.’28 Dit rollenspel, deze maskerade, die doorgaans geen lang leven beschoren is, treffen we vaker aan in de Bijbel, maar ook in Griekse tragedies, bij Shakespeare, in de vaudeville, in diverse romans en gedichten. De misleiding is een be­ proefde menselijke strategie om de angst voor het verlies te bezweren, om het verlies te voorkomen of ongedaan te maken, om de dood om de tuin te leiden. Natuurlijk is de misleiding, de maskerade, ook een dramaturgische strate­ gie die voor spanning moet zorgen, voor komische en tra­ gische effecten. Maar deze strategie is meer dan alleen dra­ maturgie, in de menselijke conditie woont naast de angst voor het verlies de daaraan verwante vrees misleid te wor­ den, goedgelovig te zijn geweest.29 De farao vindt Sara inderdaad een mooie vrouw, laat haar naar zijn paleis komen, denkt dat Abraham haar broer is en overlaadt Abraham daarom met geschenken: ‘Hij kreeg schapen en geiten, runderen, ezels, slaven en slavinnen, ezelinnen en kamelen.’ (Genesis 12:16)30 Abraham laat zich afschepen met een behoorlijke hoe­ veelheid vee en tot slaaf en slavin gemaakte mensen. Het kan zijn dat hij zijn machteloosheid erkent en beseft dat hij niet in staat is om zijn geliefde vrouw afdoende te be­ schermen. Maar het is ook mogelijk dat de gelatenheid, die 28 Statenbijbel: ‘... opdat het mij wel ga om u, en mijn ziel om uwent­ wil leve.’ 29 De bedrogen echtgenoot is des te erbarmelijker omdat hij iets niet weet wat iedereen om hem heen wel weet. Zie: Charles Bovary. 30 Statenbijbel: ‘... zodat hij had schepen, en runderen, ezelen, en knechten, en maagden, en ezelinnen en kemelen.’

39

Blinde gehoorzaamheid.indd 39

1-5-2020 16:37:23


Kierkegaard ‘resignatie’ noemt, op dat moment al diep in hem zit. Verzet tegen de farao is niet de moeite waard, of zoals het bij Euripides in Ifigeneia in Aulis staat: ‘Een ellen­ dig leven is nog beter dan een mooie dood.’31 Hoeveel Abra­ ham ook van zijn vrouw houdt, hij wenst begrijpelijkerwijs niet voor haar te sterven. In nogal wat hedendaagse films en romans zien we de man die uit angst of onmacht niet in staat is zijn naasten te beschermen en altijd weer blijkt hoe traumatisch dat is,32 maar als het om Abraham gaat, wordt over zijn emoties voornamelijk gezwegen, terwijl het toch moeilijk moet zijn om je geliefde vrouw te verliezen als speeltje aan de farao, al heb je daarvoor vee en slavinnen in de plaats gekregen. Het is niet Abraham die boos wordt, maar God die in woede ontsteekt, plaatsvervangend zou je kunnen zeggen, en de farao en zijn hof met zware plagen geselt, welke pla­ gen wordt niet vermeld. De plagen van God kunnen wor­ den begrepen als een fantasie van de vernederde echtge­ noot die slechts in stilte kan verachten en die in dezelfde stilte fantaseert over wraak op de man die hem vernedert. Als we Kierkegaard echter willen volgen, moeten we de ver­ 31 1253, vertaling J. Humblé. Herman Altena vertaalt het zo: ‘Onwaar­ dig leven is beter dan met ere sterven.’ 32 Ik denk bijvoorbeeld aan de film Turist uit 2014 van Ruben Öst­ lund, waarin een man in een Frans skidorp de benen neemt voor een lawine en vrouw en kinderen achterlaat. Het grootste gedeelte van de film gaat over de consequenties van deze ‘lafheid’. Maar ik denk ook aan de eerste roman van Hans Keilson, Das Leben geht weiter, uit 1933, waarin een Joodse vader, tevens winkelier, als een onmachtig wezen wordt beschreven, niet bij machte wie dan ook van zijn gezinsleden te beschermen tegen het dreigende noodlot.

40

Blinde gehoorzaamheid.indd 40

1-5-2020 16:37:23


telling zo letterlijk mogelijk nemen, pas dan kan de huive­ ring tot ons doordringen. Ook het mes is geen metaforisch mes, het kind is van vlees en bloed en voor Abraham is God net zo reëel als de verzengende hitte, de kou en de hagel. Na de plagen laat de farao Abraham bij zich komen en hij zegt: ‘Waarom hebt u gezegd dat ze uw zuster is? Nu heb ik haar tot vrouw genomen. Hier is uw vrouw weer, neem haar mee en verdwijn!’ (Genesis 12:19)33 Abraham had kennelijk genoeg vertrouwen in God om alles achter zich te laten en naar het land te gaan dat God hem aanwijst, maar niet genoeg vertrouwen dat God hem en de zijnen te eten zal geven als de hongersnood uit­ breekt. Egypte was het initiatief van Abraham, en wat is het resultaat van dat initiatief? Dat hij zijn vrouw bijna verliest aan de farao. De Bijbel laat in het midden of de liefde tus­ sen de farao en Sara geconsumeerd wordt, maar we mogen aannemen dat de farao niet gek is en dat hij Abraham niet overlaadt met geschenken voor niets. Of zouden de plagen hem hebben getroffen vlak vóór de farao voornemens was Sara te ontkleden? Als er een voor ons begrijpelijke reden is dat God Abra­ ham telkens op de proef stelt, dan moet die reden gelegen zijn in het feit dat Abraham steeds weer te kennen geeft maar een klein beetje op God te vertrouwen, naar Gods idee kennelijk niet afdoende. Hoe gehoorzaam hij ook is, er sluipt altijd twijfel in Abraham. Of om dichterbij het denken van Kierkegaard te komen, 33 Statenbijbel: ‘Waarom hebt gij gezegd: Zij is mijn zuster; zodat ik haar mij tot een vrouw zoude genomen hebben? En nu, zie, daar is uw huisvrouw; neem haar mee en ga henen!’

41

Blinde gehoorzaamheid.indd 41

1-5-2020 16:37:23


zijn vertrouwen is niet groot genoeg om aan de vertwijfe­ ling (de zonde) te ontkomen. Abraham is een mens die moet leren boven de vertwijfeling uit te stijgen, wat wil zeg­ gen, bereid zijn alles te verliezen. In De ziekte tot de dood schrijft Kierkegaard dat wie gelooft, niet ten onder gaat: ‘Hoe hij geholpen zal worden, laat hij helemaal aan God over, maar hij gelooft dat voor God alles mogelijk is. In zijn ondergang geloven is onmogelijk.’34 Dat is de kern volgens Kierkegaard van wat God is, dat voor Hem alles mogelijk en niets onmogelijk is. Onze mo­ rele categorieën die we vervolgens op al dat mogelijke kun­ nen loslaten, doen er minder toe. We moeten in elk geval onze behoefte aan medelijden – bij uitstek de troost van de machteloze – niet verwarren met onze voorstelling van God en het mogelijke. En de kern van Abraham volgens Kierkegaard is het ge­ loof van Abraham. We weten inderdaad dat mensen tegen beter weten in niet in hun eigen ondergang konden geloven.35 Of zij hun redding overlieten aan God is onduidelijk, zeker is dat zij niet of slechts zelden, naar aardse maatstaven gemeten, ge­ holpen zijn. Zo tegenstrijdig zijn mensen. Enerzijds drijft de doods­ angst hen voort, anderzijds zijn zij slechts zelden in staat 34 De ziekte tot de dood, blz. 53. 35 Denk aan dagboeken en kampliteratuur uit de Tweede Wereld­ oorlog. Er zijn ook daar uitzonderingen te vinden, bijvoorbeeld Etty Hillesum. Ironisch genoeg krijgt degene die wel in zijn eigen onder­ gang kan geloven dikwijls de status van heilige.

42

Blinde gehoorzaamheid.indd 42

1-5-2020 16:37:23


werkelijk te geloven in hun eigen ondergang. Telkens op­ nieuw worden zij besprongen door het absurde vertrouwen dat zij gespaard zullen worden. Het absurde is niet de kil­ te van een leven dat betekenis noch zin kent, oftewel het leven dat Kierkegaard in het hoofdstuk ‘Lofrede op Abra­ ham’ in Vrees en beven zo beschrijft: ‘Als onder alles slechts een bodemloze niet te verzadigen leegte schuilgaat, is het leven dan iets anders dan vertwijfeling?’36 Het absurde is niet de omarming en benoeming van een bodemloze leeg­ te, maar de dunne draad die mensen aan het leven bindt. De absurditeit stelt ons in staat het leven voort te zetten, niet op te geven, niet aan vertwijfeling ten onder te gaan. Ik kan in veel geloven, goden en samenzweringstheorieën, literatuur en sport, mijn geliefde en mijn land, maar ik kan niet geloven in mijn eigen ondergang, want waar ik ben, is de dood niet. Het lijkt me zelfs aannemelijk dat menige zelfmoordenaar ook niet heeft geloofd in zijn eigen onder­ gang en voor zover de zelfmoord een noodkreet is, een roep om hulp, meen ik dat ook de zelfmoordenaar meent dat hij geholpen zal worden. En de zelfmoordenaar die in de dood het medicijn ziet of de beloning na de dood meent te zien schitteren (denk aan een zelfmoordterrorist) gelooft even­ eens geholpen te worden. De onmogelijkheid te geloven in de eigen ondergang is de essentie van het vertrouwen. Beter gezegd, het besef dat dit onmogelijk is, ís het vertrouwen. Geloof is slechts de overtreffende trap van vertrouwen. Daar waar het vertrouwen absurd wordt, begint het ge­ loof. En dit geloof, waarvoor niet per se een god vereist 36 Vrees en beven, blz. 20.

43

Blinde gehoorzaamheid.indd 43

1-5-2020 16:37:23


is, bindt mij aan het leven. De vraag of God bestaat of niet, is daarom ook een nogal onzinnige en kinderachtige vraag. Men zou net zo goed kunnen vragen: bestaat het vertrouwen? Bestaat het absurde? Bestaat het geloof? In wat neem ik de moeite te geloven? Wat bindt mij uitein­ delijk aan dit leven? Is het niets dan de doodsangst of is er meer? De verwarring begint als men concludeert dat gehoor­ zaamheid en geloof niet van elkaar gescheiden kunnen worden. Men kan gehoorzamen aan wetten zonder in die wetten te geloven, zelfs zonder van mening te zijn dat die wetten goed en rechtvaardig zijn. Wat heden ten dage dis­ cussie over religie wordt genoemd, zijn discussies over ge­ hoorzaamheid waarbij de een tegen de ander zegt: ‘Jouw meester is afwezig, slecht en irrationeel, een kwalijk fan­ toom, mijn meester daarentegen is aanwezig, rationeel en goed, een lieve baas.’ In een poging aan de absurditeit te ontkomen moet het geloof van de gelovige als een kwalijke absurditeit worden voorgesteld. Nogmaals, als Kierkegaard ons iets leert, is het wel dat het dwaasheid is aan de absur­ diteit te willen ontkomen, omdat dat uiteindelijk betekent: ontkomen aan het leven. Men vlucht voor het leven, omdat men meent dat een ander leven beloofd was, of omdat men niet kan stoppen te fantaseren over een ander leven. Deze vlucht kan worden begrepen als zonde. Met de vaststelling dat geloof het absurde vertrouwen is dat mij aan dit leven bindt, zijn de problemen niet opge­ lost. Hoe kunnen wij namelijk de overgave prijzen die dit absurde vertrouwen vereist en tegelijkertijd waarde hech­ ten aan deze door mij vaker aangehaalde woorden van 44

Blinde gehoorzaamheid.indd 44

1-5-2020 16:37:23


schrijver en Auschwitz-overlevende Tadeusz Borowski, die noteerde: ‘Nog nooit in de geschiedenis van de mensheid is de hoop sterker geweest dan de mens, maar nog nooit ook heeft de hoop zoveel kwaad aangericht als in deze oor­ log, in dit kamp. Wij hebben niet geleerd de hoop op te ge­ ven en daarom sterven wij in het gas.’37 Als mijn onkunde en mijn onmacht te geloven in de ei­ gen ondergang het mij mogelijk maken om te schuilen in het absurde vertrouwen dat ik geholpen zal worden, zelfs als de mensen om mij heen bij bosjes dood neervallen, blijf ik geloven, al zal ik dat voor de buitenwereld nog zo ontkennen, dat ik om redenen die mij onbekend zijn, ge­ holpen zal worden en als ik erken dat het deze absurditeit is die mij telkens weer naar het leven voert, die mij ver­ bindt aan dit leven, aan dit nu, het is niet een toekomstig leven waarop ik reken, ik reken slechts op het nu, ik ver­ trouw erop geholpen te worden in het nu, hoe kan ik dan ook nog waarde hechten aan en vertrouwen op de woorden van Borowski dat ik zal sterven in het gas omdat ik niet ge­ leerd heb de hoop op te geven? Hoe kan ik de hoop opgeven en toch blijven erkennen dat ik niet zonder het absurde vertrouwen kan? Hoe ver­ houdt dat absurde vertrouwen zich tot de hoop, waarin Borowski zoveel kwaad ziet? Het is de hoop zegt hij im­ mers, die ons ten onder doet gaan. Is die hoop niet net zo absurd als het vertrouwen dat wij geloof noemen? Zijn die twee eigenlijk van elkaar te scheiden? Is de hoop niet het absurde vertrouwen?

37 Hierheen naar de gaskamer, dames en heren. (Amsterdam 1979)

45

Blinde gehoorzaamheid.indd 45

1-5-2020 16:37:23


Volgens Camus in De mythe van Sisyfus sluit het absurde de hoop uit.38 Camus leunt in dit boek op verscheidene den­ kers, niet in de laatste plaats op Kierkegaard. Als het absurde de hoop uitsluit, dan moet het absurde vertrouwen de hoop ook uitsluiten. Hoop heeft degene die naar het casino gaat en zegt: ‘Ik zet alles in op 25, nog nooit is mijn hoop groter geweest dan vandaag.’ Het absurde vertrouwen is leven zonder verlamd te wor­ den door de twijfel, het absurde vertrouwen begrijp ik in eerste instantie als het inzicht dat de angst onleefbaarder is dan het werkelijke gevaar, en in tweede instantie als het naakte vertrouwen zelf dat wat er ook gebeurt het belang­ rijkste intact blijft, niet per se in een toekomstig leven, zo dat al zou bestaan, in het nu. Het vertrouwen is het besef dat mijn individualiteit dat is wat niet van mij afgenomen kan worden, en wat ik uiteindelijk toch geen ‘vrijheid’ kan of wil noemen. Het absurde vertrouwen veronderstelt vrij­ heid – als ik er niet voor zou kunnen kiezen, als het mij zou overkomen zoals een baksteen op mijn hoofd valt, dan zou het niet meer zijn dan een drift, de klauw van de leeuw waarmee hij uithaalt om het bokje te doden. Hoe ik me ver­ houd tot mezelf, en tot het absurde vertrouwen dat ik in mezelf heb aangetroffen, daaruit blijkt mijn vrijheid. Camus schrijft over de mens zonder hoop die zich daar­ van bewust is, die ‘de puinhopen van de rede’39 heeft ver­ laten, op het absurde stuit, en dan verwijt hij de ‘existen­ tiefilosofen’ die hij tot daar volgt dat ze de ‘vluchtweg’40 38 De mythe van Sisyfus (Amsterdam 2019), blz. 57. 39 Ibid., blz. 53. 40 Ibid., blz. 53.

46

Blinde gehoorzaamheid.indd 46

1-5-2020 16:37:23


aanwijzen en zo opnieuw een ‘reden tot hoop [vinden] in hetgeen hen van alles berooft.’41 Hier nadert Camus Borowski. Wij hebben niet geleerd de hoop op te geven en daarom sterven wij op deze gruwe­ lijke manier, wij zien de vluchtweg in datgene wat ons van alles berooft. Nu moet ik bekennen dat ik het absurde begrijp als het besef dat leven niets anders is dan een verzameling vlucht­ wegen. Beleggers vluchten van de ene belegging naar de ander. Geliefden vluchten van de ene liefde naar de ander. Ouders vluchten van het ene kind naar het volgende. Kin­ deren vluchten van de ene verveling naar de volgende, van het ene toekomstvisioen naar het andere. Missionarissen in al hun diverse vermommingen vluchten van de ene ge­ redde ziel naar de volgende. Hulpverleners vluchten van de ene hulpbehoevende naar de volgende. Kluizenaars op hun eenzame berg vluchten van de ene stilte naar de volgende, van de eerste geit naar de tweede. Schrijvers vluchten van het ene boek naar het volgende, van de ene naar de volgende lezer tot er geen lezers meer zijn en de schrijver een hongerige is geworden die vlucht van de ene maaltijd naar de volgende. Onderwijzers vluchten van de ene gestrande poging tot kennisoverdracht naar de volgen­ de. De angstige vlucht van zijn ene angst naar de volgende zoals de hoer van klant naar klant vlucht en de klant van hoer naar hoer. De geleerde vlucht van het ene boek naar het volgende, van het eerste onderzoek naar het tweede, op de hielen gezeten door het alles overheersende inzicht dat hij verdrinkt in een zee van onwetendheid. De beroemde 41 Ibid., blz. 54.

47

Blinde gehoorzaamheid.indd 47

1-5-2020 16:37:23


vlucht van het ene succes naar het volgende en de waarlij­ ke rijkaard vlucht van honderd naar tweehonderd miljoen om vervolgens de helft weer te verliezen. Het gewoontedier vlucht in zijn gewoontes, de waarheidszoeker vlucht in de ontmaskering van leugens en drogredenen en de heden­ daagse Socrates die meent een vroedvrouw te zijn die de mensen moet helpen bij het baren van hun dwaasheden, vlucht van dwaasheid naar dwaasheid. De crimineel vlucht van misdaad naar misdaad, de heilige van zelfopoffering naar zelfopoffering en de gelovige vlucht van rustdag naar feestdag, van gebod naar zonde waarop een intense poging tot vergiffenis volgt. Wat mij rest, is concluderen dat de ene vluchtweg eerbiedwaardiger lijkt dan de andere, dat er vluchtwegen bestaan die vernietigend zijn, op zijn minst vernietigender dan andere vluchtwegen, dat iedereen een vluchtweg zoekt die bij hem past, die hem in staat stelt zo te leven dat hij een groot gedeelte van de tijd ‘ja’ kan ant­ woorden op de vraag of hij het goede leven kent. Hooguit zou ik daaraan kunnen toevoegen dat ik moet leren te vluchten zonder te hopen, want pas dan vlucht ik naar het leven toe. Er bestaat een betrekkelijk wijdverbreide opvatting dat literatuur en filosofie aardigheden en tijdverdrijven zijn voor zonnige dagen. Als het er werkelijk op aankomt, als de pleuris uitbreekt, heb je er niets aan. Maar als het leven werkelijk als puntje bij paaltje komt, niet anders is dan een praktische vaardigheid – waar haal ik mijn eten vandaan, hoe schil ik een appel, hoe ontloop ik een pak slaag – dan zou de doodsangst niet die vormen hebben aangenomen die ze heeft aangenomen, dan zou er geen verleiding zijn, 48

Blinde gehoorzaamheid.indd 48

1-5-2020 16:37:23


dan zou cultuur het dunne handboek van de jager zijn. Het is inzicht die onze pijn kan doen verminderen, want in ons woont de intuïtie dat het bovenal onze onwetend­ heid is die ons pijnigt. Wat zou kunnen betekenen dat mensen gepijnigd worden door hun onschuld, voor zover we onschuld begrijpen als onwetendheid, iets wat Kierke­ gaard in Het begrip angst suggereert. Het is de schuld die ons niet alleen pijnigt, maar ons ook verlost van pijn. In­ derdaad, men zoekt altijd weer een misdaad bij zijn schuld. Als ik zeg, wat ik lees is een aardige esthetische ervaring of een minder aardige ervaring maar het heeft niets met mij te maken, dan had ik het lezen kunnen laten. Dan ge­ loof ik niet. Misschien is dat wat Abraham werkelijk tot een held maakt, tot een ridder, en dat verbindt hem ook direct met die andere ridder die zoveel weg had van een clown, hij nam het woord serieus. Hij vernietigde zijn afgoden, zijn beelden, om het woord of de stem serieus te nemen, want dat was wat hij God noemde. Vrijwel niemand na hem heeft het woord zo serieus genomen als hij en het is dankzij Vrees en beven dat ik tot het inzicht ben gekomen dat Don Quichot als een commentaar kan worden gelezen op Abra­ ham, als een aanvulling. Wie was Abraham als hij later en onder heel andere omstandigheden had geleefd? Wie was Abraham als zijn God een ridderroman was geweest? Dat Abraham het woord zo ernstig nam, dat maakt hem echter ook zo gruwelijk, daarin zit de huiver, maar ook de redding, voor zover we daarvan kunnen spreken. Daarom zijn hij en zijn verhaal zo moeilijk te begrijpen. Nu moet ik nog vaststellen wat de hoop, die al te mense­ lijke eigenschap, zo kwaadaardig maakt? Abraham hoopte 49

Blinde gehoorzaamheid.indd 49

1-5-2020 16:37:23


niet, hij geloofde. Laten we ons daar voorlopig even aan vasthouden. Hij is als de verteller in Henry Millers De kreeftskeerkring (1934): ‘Het is nu de tweede herfst die ik in Parijs meemaak. Ik moest hierheen om een reden die ik nog steeds niet kan doorgronden. Ik heb geen geld, geen middelen van bestaan, geen hoop. Ik ben de gelukkigste mens ter wereld. Een jaar geleden, een half jaar geleden, meende ik dat ik kunstenaar was. Nu meen ik dit niet meer, ik ben het ook. Al wat literatuur was, is van me afge­ vallen. Ik hoef, god zij dank, geen boeken meer te schrij­ ven.’42 We moeten Abraham als hij met zijn zoon de berg be­ klimt, zo begrijp ik Kierkegaard, voorstellen als de geluk­ kigste mens ter wereld. We moeten hem, zo voeg ik eraan toe, zo voorstellen, of hij nu een gelovige is of een moorde­ naar. We moeten ons het gruwelijkste van het gruwelijkste voorstellen, dat hij een gelukkige moordenaar was. Welk woord nemen wij serieus? Aan Stalin wordt de bon mot toegeschreven: ‘Hoeveel divisies heeft de paus?’ Wij hebben geleerd het woord serieus te nemen dat uit de loop van een geweer komt, uit het zwaaien met de wapenstok. Dit woord noemen wij het wetboek. Dit woord noemen wij de wet. En wij nemen het serieus voor zover we echt niet anders kunnen. De fatsoenlijke burger is een burger die het als hoogste opgave ziet fatsoenlijkheid te veinzen. Hij wenst in zijn eigen fatsoen begraven te worden, zijn doods­ angst heeft zich gericht op uitstoting. Wat Borowski feitelijk zegt, is dat volgens hem de niet van het absurde te onderscheiden hoop mij corrumpeert. 42 Vertaling: John Vandenbergh.

50

Blinde gehoorzaamheid.indd 50

1-5-2020 16:37:23


Dat ik door die hoop tot alles bereid ben, bereid ben mee te werken aan mijn morele vernietiging in de hoop mijn fysieke vernietiging te voorkomen of alleen maar uit te stel­ len. Dat voorkomen blijkt een illusie, want wij sterven in het gas. Het kwaad van de hoop zit echter niet zozeer in mijn fysieke ondergang, als wel in de morele vernietiging die eraan voorafgaat. Als Abraham bereid is zijn zoon te offeren, lijkt hij pre­ cies binnen het kader te vallen dat Borowski schetst van de mede door zijn eigen hoop moreel verwoeste mens. Ik kan moeiteloos in Abraham de mens zien die Kierkegaard zo hartstochtelijk niet in hem wenst te zien, een moordenaar, een moreel verwoest mens. ‘Neem mijn zoon, Herr Obersturmbannführer’, zegt Abra­ ham. ‘Maar laat mij leven.’ Abraham gaat zover dat hij zelfs bereid is zijn zoon eigenhandig te doden, hij doet het des­ noods zelf, met zijn eigen hand en zijn eigen arm, deze Abraham, over wie Kierkegaard stelt dat niemand zo van zijn zoon zal hebben gehouden als hij. ‘Isaak moet hij met heel zijn ziel liefhebben.’43 En ondanks al die vaderliefde is hij bereid te gehoorzamen. Kierkegaard meent dankzij die vaderliefde, het is die ontzaglijke vaderliefde die het offer mogelijk maakt. Zou Abraham niet zoveel van zijn enige zoon hebben gehouden, dan zou het offer geen offer zijn geweest, de beproeving geen beproeving. Hij houdt ziels­ veel van zijn zoon, maar niet genoeg om hem te sparen. Abraham gehoorzaamt als het erop aankomt voorbeel­ dig en Kierkegaard herkent in de gehoorzaamheid het grootse, het ridderlijke, de ‘huivering’ die hoort bij deze 43 Vrees en beven, blz. 79.

51

Blinde gehoorzaamheid.indd 51

1-5-2020 16:37:23


ridderlijkheid. ‘Want niet wat me overkomt maakt me groot, maar wat ik doe’,44 schrijft hij. Abraham is geen moordenaar maar een held, en zo zullen de gelovigen hem zien, de aartsvaders zijn helden, maar nogmaals, met evenveel recht kunnen we in Abra­ ham een van de mannen zien die Borowski beschrijft en waartoe Borowski ook zichzelf rekent.45 ‘God is degene die absolute liefde vraagt’,46 schrijft Kier­ kegaard. Absolute liefde kan een poging tot moord zijn. Maar ook het Nieuwe Testament ontkent de harteloosheid van de liefde niet. Met iets van genoegen citeert Kierke­ gaard Lucas 14:26: ‘Indien iemand tot mij komt en niet haat zijn vader en moeder, zijn vrouw, zijn kinderen, zijn broers en zusters, ja zelfs zijn eigen leven, die kan mijn discipel niet zijn.’47 Kierkegaard bezweert ons dat we die haat seri­ eus moeten nemen. De absolute liefde vereist altijd weer een offer, een beproeving. Dat is wat de staat van zijn solda­ ten vraagt, de sekteleider van zijn volgelingen, de vader van zijn zoon. De liefde, angst voor het verlies, de vernietiging. En als ik hem toch zie als moordenaar, als ik die moge­ lijkheid openlaat, dan moet ik constateren dat die morele vernietiging al eerder begon, namelijk toen Abraham zijn vrouw aan de farao gaf en geschenken van de farao in ont­ vangst nam. Die vernietiging komt stukje bij beetje, stapje voor stapje; anders dan fysieke vernietiging die plaatsvindt als het mes valt, is morele vernietiging doorgaans een slui­ pend proces. 44 Ibid., blz. 69. 45 Borowski pleegde kort na de oorlog zelfmoord. 46 Vrees en beven, blz. 78. 47 Ibid., blz. 77.

52

Blinde gehoorzaamheid.indd 52

1-5-2020 16:37:23


Kierkegaard schrijft in Vrees en beven dat Abraham zijn ‘aardse verstand’48 achterliet toen hij zijn land verliet, maar dat hij zijn ‘geloof’ meenam. Maar uit de episode in Egypte blijkt veeleer dat Abraham zijn aardse verstand heeft mee­ genomen. Hij zoekt redding, denkt dat de list het middel is, hoopt tegen beter weten in en neemt wat morele vernie­ tiging op de koop toe. Want wat anders moeten wij denken van een man die zijn vrouw weggeeft aan de farao om het leven te redden? Zo iemand een held noemen, zou merkwaardig zijn. Op zijn best is hij tragisch, op zijn slechtst een lafaard. Nee, voorlopig zie ik in Abraham een moreel vernietigd mens, en het is niet God die Abraham moreel vernietigt, hij begínt als moreel vernietigd mens, zo komt hij het verhaal binnen, hij gehoorzaamt zonder goede reden, hij geeft veel op voor een reeks van vage beloftes, hij vernietigt zijn afgo­ den, zijn beelden, om te vertrouwen op een stem, een visi­ oen, het woord. Welke redenen had hij? Welke afwegingen maakte hij? Zijn gehoorzaamheid was blind, groots in zijn blindheid. Als die beproevingen hem uiteindelijk iets hebben moe­ ten doen inzien, is het niet zozeer dat hij vertrouwt op God als wel dat hij bereid is tot alles, zo gehoorzaam is als een hond. Zijn familieleden achterlaten, zijn vrouw aan de fa­ rao geven, zijn zoon offeren. Tot wat is hij eigenlijk níet be­ reid? Over deze laatste beproeving schrijft Kierkegaard dat ‘zijn ziel’ nog maar ‘één wens’ had om ‘getuige van die ge­ beurtenis geweest te zijn’. Hoe merkwaardig. Ik kan me hooguit voorstellen dat Kierkegaard daarvan getuige had 48 Ibid., blz. 22.

53

Blinde gehoorzaamheid.indd 53

1-5-2020 16:37:23


willen zijn om de morele vernietiging beter te begrijpen, ik kan me niet voorstellen dat hij daarvan getuige had willen zijn om te zien en te ervaren hoe Abraham ‘geloofde voor dit leven’.49 Kierkegaard zou allicht hebben beweerd, wat ik ook al opperde, dat Abraham wel degelijk de hoop heeft op­ gegeven – of hem dat zou hebben behoed voor het gas is een ander verhaal – als ‘ridder van de oneindige resigna­ tie’ hoopt Abraham immers niet. Over dergelijke ridders schrijft Kierkegaard dat ze gemakkelijk te herkennen zijn, omdat hun gang50 ‘zwevend en vermetel’51 is. Zijn absurde vertrouwen, zijn geloof, waarover Kierkegaard beweert dat het Abraham ‘jong’52 hield, is een overgave aan een stem. En wat hem behoedde voor het lot dat Borowski beschrijft, is het ingrijpen van God. Keer op keer – dat is een andere manier om ernaar te kijken – voorkomt God de totale mo­ rele vernietiging van Abraham. Bij de farao door plagen te sturen waardoor de farao de vrouw van Abraham laat gaan – als een soort voorafschaduwing van wat de nakomelingen van Abraham zou overkomen als God de tien plagen moet sturen om het volk van Abraham en Isaak uit Egypte te be­ vrijden – bij Isaak door een engel te sturen die Abraham oproept het mes te laten vallen. Maar waarom heeft God de morele en fysieke vernieti­ ging van de kampbewoners over wie Borowski schrijft niet 49 Ibid., blz 25. 50 Zeer freudiaans las ik aanvankelijk dat hun ondergang zwevend en vermetel is. 51 Vrees en beven, blz. 42. 52 Ibid., blz. 23.

54

Blinde gehoorzaamheid.indd 54

1-5-2020 16:37:23


voorkomen? Misten zij het geloof dat Abraham wel had? Er zullen ongetwijfeld bepaalde religieuze mensen zijn die deze mening zijn toegedaan, maar ik betwijfel of wij ons zouden moeten willen verzoenen met zo’n interpretatie van God. En daarom alleen al zouden we niet al te mak­ kelijk moeten concluderen dat God de morele vernietiging van Abraham heeft voorkomen. Als voor God alles mogelijk is, betekent dat niet dat het mogelijke dat werkelijkheid wordt, het mogelijke dat noodzakelijk bleek te zijn, ons goedgezind is. Laten we nu terugkeren naar de heldensystemen van Bec­ ker, en dan moeten we nogmaals concluderen dat de held per definitie ontsnapt aan het lot van de massa. Zonder zijn uitzonderlijkheid vervalt zijn heldhaftigheid. Hij is een eenling. Abraham is een held om datgene waaraan hij is ont­ snapt. Of er een logisch verband bestaat tussen zijn daden en zijn lot, daarover is discussie mogelijk. Kierkegaard be­ nadrukt zoals gezegd dat Abraham ontsnapt aan het gruwe­ lijke verlies, omdat hij het geloof weet op te brengen, een geloof dat hem tot een moordenaar had kunnen maken. Toch blijf ik deze vader, hoezeer Kierkegaard die moge­ lijkheid ook verwerpt maar begrijpt hoe ingewikkeld dat is, hoeveel moeite het kost die mogelijkheid te verwerpen, als een moreel vernietigd mens zien wiens gehoorzaamheid en resignatie niet voortkomen uit een absurd vertrouwen maar uit een gebroken-zijn, uit gewoonte allicht. Hij volgt de stem van God niet omdat hij het absurde vertrouwen bezit, maar omdat hij de kracht, de moed en de overtuiging miste om opstandig te zijn. 55

Blinde gehoorzaamheid.indd 55

1-5-2020 16:37:23


Resignatie betekent volgens het notenapparaat in Vrees en beven ‘afstand doen van, prijs geven van, berusting, aan­ vaarding, overgave’. Is het absurde vertrouwen dan uitein­ delijk een kwestie van berusting? Een actief en zelfbewust fatalisme? We kunnen het zo omschrijven: hoop is het vertrouwen dat men slimmer is dan de ander, hoop is de inschatting dat men beter getraind is dan de tegenstander, hoop is het inzicht dat er mazen in de wetten zijn die weinig anderen nog hebben gezien. Hoop bevindt zich binnen de redelijk­ heid, houdt zich nog op in het domein van het praktische, zij kan verklaard en beredeneerd worden. Vertrouwen, ook dat vertrouwen dat nog niet absurd kan worden genoemd, heeft de kiem van het onredelijke in zich, staat aan gene zijde van de menselijke rede. Het is onverklaarbaar. Zodra het vertrouwen beredeneerd kan worden, berust op er­ varing, een gevolg is van afwegingen, de schijn heeft van rationaliteit of misschien ook werkelijk rationeel is, is het hoop. In het vertrouwen zit een overgave die ons moet doen huiveren, wat een andere manier is om te zeggen dat de huivering in het menselijk leven zit, want ik kan mij geen menselijk leven voorstellen zonder vertrouwen. Abraham wordt niet uitsluitend op de proef gesteld omdat God twijfelt aan zijn loyaliteit. Ik kan mij de God van Kier­ kegaard niet voorstellen als een entiteit die op menselijke loyaliteit, zelfs als het gaat om mensen met wie Hij bepaal­ de plannen heeft, zit te wachten. Ik heb het Opperwezen weleens beschreven als een Al­ machtige die behept is met menselijke mankementen waaronder een uit diepe onzekerheid voortkomende ja­ 56

Blinde gehoorzaamheid.indd 56

1-5-2020 16:37:23


loezie.53 Hij vreest afgoden en gebrek aan loyaliteit, en dat maakt Hem keer op keer razend. Maar deze psychologi­ sche interpretatie van God zou Kierkegaard vermoedelijk hebben afgewezen als ‘werelds’. Als we Abraham als held willen zien, moeten we de beproevingen begrijpen als ex­ perimenten die hem tot zelfinzicht brengen. Ook dit is hij. Hij is tevens de man die zijn kind offert. Hij is tevens de man die zijn vrouw aan de farao geeft voor wat geschenken. Hij is een gastvrije gastheer, ook dat. Hij is veel, en hij kan ermee leven. De zonde is geen daad, maar net als de dood een perma­ nente mogelijkheid. Zoals God al het mogelijke is, zo is op veel kleinere schaal Abraham dat ook, en zo is ook de zon­ de altijd mogelijk. Hier naderen we de erfzonde, zonder welke het hele christendom er niet was geweest. De christe­ lijke verlossing vraagt om een schuld die losstaat van onze daden. Beter zou het zijn te stellen dat wij gebroken ter we­ reld komen in een gebroken universum, en dat dit gebro­ ken-zijn niet uitsluitend moet worden gesitueerd in de totalitaire systemen van de twintigste eeuw, het besef ge­ broken te zijn begint veel eerder.

53 In een inleiding bij mijn bloemlezing van de Bijbel, de Grunbergbijbel.

57

Blinde gehoorzaamheid.indd 57

1-5-2020 16:37:23


3.  Onderhandelingen en ironie

Vóór God Abraham verleidt zijn zoon te offeren, wordt het verhaal verteld over de steden Sodom en Gomorra. Abra­ ham onderhandelt met God onder welke voorwaarden die steden mogen worden vernietigd. Daar zien wij dat de ‘rid­ der van de oneindige resignatie’ een gewiekste onderhan­ delaar blijkt te zijn, God zelf ontpopt zich tot een hemelse boekhouder. De held onderhandelt niet, de ridder kan niet afdingen op de prijs van zijn heldendom of van zijn eigen leven. On­ derhandelen is voor mindere goden. En toch zien wij dat ook Abraham bereid is te onderhandelen. Weliswaar niet over zijn eigen vernietiging, maar over die van de inwoners van Sodom en Gomorra. Zelfs over onze vernietiging kunnen wij onderhandelen. Het absurde vertrouwen blijkt als puntje bij paaltje komt al te menselijke hoop, een kwestie van geven en nemen. De geschiedenis is een aaneenschakeling van onderhan­ delingen over eigen en andermans vernietiging. Zolang wij onderhandelen, leven wij nog, zolang wij onderhandelen, geloven wij nog. God heeft gehoord dat de mensen in de steden Sodom en Gomorra buitengewoon zondig zijn. Hij wil erheen gaan om te kijken of die klachten gegrond zijn. Mocht dat in­ derdaad zo zijn, dan is God van plan Sodom en Gomorra 58

Blinde gehoorzaamheid.indd 58

1-5-2020 16:37:23


te vernietigen. Hij vertelt dit allemaal aan Abraham, om­ dat hij Abraham uitgekozen heeft, omdat hij plannen met hem heeft. Wil God ‘verwezenlijken’ wat hij Abraham heeft toegezegd, dan dienen Abraham en zijn nakomelingen ‘de weg te volgen’ (Genesis 18:19)54 die God hun wijst. Quid pro quo. God licht Abraham in over zijn plannen om de zondi­ ge steden en hun zondige burgers te vernietigen als waar­ schuwing, concludeer ik. Hoe reageert Abraham? Hij gaat dichter naar God toe, wat misschien net zo opmerkelijk is als het feit dat God naar Sodom en Gomorra wil gaan, en dan zegt Abraham tegen God: ‘Wilt u dan behalve de schuldigen ook de onschuldi­ gen het leven benemen? Misschien dat er in die stad vijftig onschuldigen zijn. Zou u die dan ook uit het leven wegruk­ ken en niet de hele stad vergeving schenken omwille van die vijftig onschuldige inwoners? Zoiets kunt u toch niet doen, hen samen met de schuldigen laten omkomen! Dan zouden schuldigen en onschuldigen over één kam worden gescho­ ren. Dat kunt u toch niet doen!’ (Genesis 18:23-25)55 54 Statenbijbel: ‘Want Ik heb hem gekend, opdat hij zijn kinderen en zijn huis na hem zoude bevelen, en zij den weg des HEEREN houden, om te doen gerechtigheid en gerichte; opdat de HEERE over Abra­ ham brenge, hetgeen Hij over hem gesproken heeft.’ 55 Statenbijbel: ‘Zult Gij ook den rechtvaardige met den goddeloze ombrengen?’ 24 ‘Misschien zijn er vijftig rechtvaardigen in de stad; zult Gij hen ook ombrengen, en de plaats niet sparen, om de vijftig rechtvaardi­ gen, die binnen haar zijn?’ 25 ‘Het zij verre van U, zulk een ding te doen, te doden den recht­ vaardige met den goddeloze! dat de rechtvaardige zij gelijk de godde­ loze, verre zij het van U!’

59

Blinde gehoorzaamheid.indd 59

1-5-2020 16:37:23


Wat bezielt Abraham om op dat moment met God te gaan onderhandelen over het lot van de inwoners van twee steden? Goed, zijn neef Lot woont er, hij is gehecht aan die neef. En hij meent dat schuldigen en onschuldigen niet over één kam mogen worden geschoren. Als het om die neef ging, had hij ook rechtstreeks kunnen zeggen, nu hij toch zo onbeschaamd is om met God te onderhandelen: ‘Spaar mijn neef, hij is onschuldig.’ Maar het gaat hem niet om de neef, het gaat hem er dus om dat er onderscheid moet worden gemaakt tussen de schuldigen en de onschuldigen. God geeft toe, als er vijftig onschuldigen in Sodom wo­ nen, zal hij de gehele stad sparen. Dit is een opmerkelijke interpretatie van schuld, onschuld en rechtvaardigheid. Een handjevol onschuldigen kan een grote hoeveelheid schuldigen sparen. Men kan zich ook afvragen waarom God, voor wie alles mogelijk is, niet meteen kan antwoorden: ‘Ik zal de on­ schuldigen sparen.’ Dat kan en wil Hij niet antwoorden, omdat Hij weet dat er geen onschuldigen in die steden zijn, op de neef van Abraham na. Ook dit is niets anders dan een test die Abraham moet doorstaan. Maar waarop wordt Abraham dit keer getest? Abraham, ongetwijfeld gesterkt door wat wij maar Gods mildheid noemen, zet de onderhandelingen voort. Hij stelt voor Sodom ook te sparen als er maar 45 onschuldigen zijn, want maken vijf onschuldigen minder uit? En wederom geeft God toe. Maar Abraham is nog niet zeker van zijn zaak, hij zet de onderhandelingen voort. Zijn volgende bod is 40, en God gaat akkoord met 40. 60

Blinde gehoorzaamheid.indd 60

1-5-2020 16:37:23


En dan zegt Abraham, dat hij hoopt dat God niet kwaad wordt maar zou 30 onschuldigen misschien ook voldoende zijn? Abraham biedt 20, God gaat akkoord. Abraham biedt 10 en ook daar gaat God mee akkoord. Abraham gaat terug naar zijn huis en vervolgens lezen we over twee engelen, vermomd als twee heren die So­ dom aandoen. Reizigers. Lot, de neef van Abraham, biedt hun eten en onderdak aan. Dat aanbod nemen ze aan, maar nog voordat ze kunnen gaan slapen, komen ‘alle mannen van Sodom’ (Genesis 19:4)56 en deze mannen ei­ sen de gasten van Lot op. Wat ze met hen willen gaan doen wordt niet gezegd, maar veel goeds zal het niet zijn. Verkrachting is het minste, vermoedelijk zijn deze man­ nen van Sodom ook bereid Lots gasten op een vuurtje te roosteren. Dan doet Lot iets merkwaardigs, wat een vooruitwijzing lijkt te zijn naar Abrahams offer. Hij levert de mannen niet uit, hij gaat het gevecht niet aan, wat eervol zou zijn ge­ weest. Hij had ook kunnen zeggen: ‘Als jullie deze twee mannen willen hebben, moeten jullie eerst mijn familie, mijn knechten en slaven en mij doden.’ Nee, hij begint te onderhandelen. Hij vraagt de mannen van Sodom of ze be­ reid zijn zijn gasten met rust te laten als hij in plaats daar­ van hun zijn twee dochters aanbiedt. ‘Luister, ik heb twee dochters die nog nooit met een man geslapen hebben. Die zal ik bij jullie brengen, doe met hen wat jullie willen. Maar laat die mannen met rust, ik heb hun niet voor niets 56 Statenvertaling: ‘Eer zij zich te slapen leiden, zo hebben de man­ nen dier stad, de mannen van Sodom, van den jongste tot den oudste toe, dat huis omsingeld, het ganse volk, van het uiterste einde af.’

61

Blinde gehoorzaamheid.indd 61

1-5-2020 16:37:23


een veilig onderkomen geboden.’ (Genesis 19:8)57 De mannen van Sodom nemen geen genoegen met dit aanbod, zij willen kennelijk mannen, geen maagdelijke dochters, en dan ontpoppen de gasten zich als de engelen die ze zijn, ze slaan de mannen van Sodom met blindheid en zeggen tegen Lot dat hij moet vluchten omdat God be­ sloten heeft de stad te verwoesten. Om zijn leven te redden moet Lot vluchten. Het kan zijn dat Lot zijn dochters slechts pro forma aan de mannen van Sodom aanbood, wetende dat ze dit aan­ bod zouden afslaan. Misschien is dit wat God kwaad heeft gemaakt, dat de mannen van Sodom allemaal aan mannen de voorkeur geven boven vrouwen. Maar in hoeverre ho­ moseksuele mannen zwaar oververtegenwoordigd waren in Sodom, doet hier niet ter zake. Als Lots aanbod niet oprecht was geweest, dan had hij niet bewezen dat hij een ‘rechtvaardige’ te midden van zondaars was geweest en was er voor God geen enkele re­ den geweest hem en zijn familie te sparen. Nee, hij wilde echt zijn dochters ‘offeren’ om zijn gasten een noodlottige confrontatie met de mannen van Sodom te besparen. Wie weet meende hij dat hij zijn dochters levend zou terugkrij­ gen, hoe onwaarschijnlijk dat ook mag zijn als zo’n massa mannen hen misbruikt heeft. Zeker is dat dit offer, de be­ reidheid daartoe, de seculiere variant is van het offer dat Abraham zal brengen. Lot offert zijn twee dochters op voor 57 Statenvertaling: ‘Ziet toch, ik heb twee dochters, die geen man be­ kend hebben; ik zal haar nu tot u uitbrengen, en doet haar, zoals het goed is in uw ogen; alleenlijk doet dezen man niets; want daarom zijn zij onder de schaduw mijns daks gegaan.’

62

Blinde gehoorzaamheid.indd 62

1-5-2020 16:37:23


zijn gasten, zoals Abraham bereid is zijn zoon te offeren puur voor God. Het offer van Lot, hoe moeilijk ook te be­ grijpen, valt nog binnen de menselijke rede, hij stelt dat de plicht van de gastvrijheid op een hoger plan staat dan de lichamelijke integriteit van zijn dochters. Misschien zegt dit iets over de ‘waarde’ van deze dochters, over de ‘waarde’ van vrouwen in het algemeen op die plek, in die tijd, maar onze wenselijke opvattingen over man-vrouwverhoudin­ gen zal niet tot meer inzicht van deze tekst leiden. Wat mij interesseert, is waarom Abraham met God over het lot van Sodom en zijn bewoners kan onderhandelen, maar niet over zijn eigen zoon. Er is een verband tussen het gedrag van de inwoners van Sodom en hun straf, de vernietiging van stad en inwoners. Over de strafmaat, over de redelijkheid ervan, is discussie mogelijk, ook met de opperste rechter, ook met God. Het gaat erom dat de schuldigen van de onschuldigen worden gescheiden. Als het om Isaak gaat, is dat verband er niet. Isaak wordt ook niet geofferd omdat hij of Abraham iets verkeerds heeft gedaan, maar omdat God het van hem vraagt, omdat God alles kan vragen. Er is geen redelijke grond waarop die onderhandelingen gevoerd kunnen worden. Het gaat, nog­ maals, niet om schuld of onschuld, maar om de erkenning dat God iets vraagt omdat hij dat kan vragen, omdat voor hem alles mogelijk is. Abraham heeft slechts twee keuzes: offeren of niet offeren, gehoorzaamheid of opstandigheid. Of had hij kunnen zeggen: ‘God, kunt U niet genoegen nemen met de linkerpink van Isaak? Altijd als ik zijn ver­ minkte hand zie, zal ik herinnerd worden aan mijn liefde voor U?’ Had Abraham dat kunnen zeggen? Waarom vroeg 63

Blinde gehoorzaamheid.indd 63

1-5-2020 16:37:23


God eigenlijk niet om een pink of een oor? Waarom vroeg hij om alles? Omdat hij niet van verminkte mensen houdt allicht, wij weten het antwoord niet, het denken stuit op de muur die God is. Hier begint het waarlijke geloof, waarover Kierkegaard schrijft dat het de ‘hoogste hartstocht’58 van de mens is. Deze hoogste hartstocht kan ons stervelingen kennelijk tot moordenaar maken waaruit het geloof ons vervolgens redt. Maar wat als de engel níet verschijnt? Is die vraag stel­ len de vertwijfeling van het niet-geloven? Hoe kan ik het absurde vertrouwen opbrengen te moor­ den zonder een moordenaar te worden? Wat moet ik be­ ginnen met de grootste hartstocht als die hartstocht mij voert naar het punt waar ik om zeep ga brengen wat ik het meest liefheb? Hooguit kan ik zeggen dat ik het inzicht heb verkregen dat mijn hoogste hartstocht altijd weer poten­ tieel vernietigend is, dat het vernietigende zich uiteraard juist ook daar bevindt, in die hoogste hartstocht, in die pu­ re liefde. Als ik zeg: ‘Ik houd van jou zoals ik nog nooit van iemand heb gehouden, ik houd van jou met heel mijn ziel en heel mijn hart en heel mijn lichaam, ik houd van jou dwars door alles heen’, dan zeg ik ook, dan moet ik besef­ fen: mijn liefde is jouw dood. Zoals de staat, die seculiere God, tegen zijn burgers zegt: ‘Ik ben de staat die het meest van jullie houdt, daarom zal ik als de noodtoestand daar is enkelen van jullie offeren. Maar het offer zal rationeel zijn en wetenschappelijk verantwoord. En waar het onverhoopt toch misgaat, zullen er onderzoekscommissies in het leven worden geroepen die zullen nagaan waarom er burgers zijn 58 Vrees en beven, blz. 130.

64

Blinde gehoorzaamheid.indd 64

1-5-2020 16:37:23


geofferd die helemaal niet geofferd hadden mogen wor­ den. Dat is mijn garantie aan jullie, als fatsoenlijke, lief­ hebbende staat, lieve burgers.’ Kierkegaard schrijft over het toch wat merkwaardige feit dat Abraham Isaak niet inlicht over zijn lot. Hij noteert: ‘Zijn antwoord aan Isaak heeft de vorm van ironie, want het is altijd ironie als ik iets zeg en toch niets zeg.’59 Een sleutelzin, wat mij betreft. Misschien is God, die al het mogelijke is en die buiten de menselijke rede valt, toch een ironische entiteit, iemand die iets en tegelijkertijd niets zegt. Misschien spreekt God niet meer met ons, misschien is dat de noodsprong. Wat redt mij van het inzicht dat Abraham een moor­ denaar is, en dus verloren? Dat ik in het zwijgen van God geen menselijke stem moet ontwaren die mij beveelt. In het aangezicht van de ironische God, voor wie ik alleen als eenling en enkeling kan staan, los van alle andere mensen, in het aangezicht van deze God, die iets zegt en toch niets zegt, ben ik volledig op mijzelf teruggeworpen. In Ifigeneia in Aulis sterft Ifigeneia, wordt zij geofferd, niet omdat zij schuldig is, dat heeft ze met Isaak gemeen, maar omdat de goden dat vragen, omdat pas dan, als zij geofferd is, een gunstige wind zal waaien waardoor het Griekse le­ ger uit kan varen en oorlog kan voeren. Kierkegaard noemt Agamemnon een ‘tragische held’, en geen ridder. Waarom? Omdat Ifigeneia weet dat ze zal sterven en haar lot aan­ vaardt als een ‘gelukkige weldoenster van Griekenland’.60 59 Ibid., blz. 127. 60 In de vertaling van Herman Altena: ‘1445 ‘Want voorspoed is mijn deel: Griekenlands welzijn dien ik.’

65

Blinde gehoorzaamheid.indd 65

1-5-2020 16:37:23


Het offer dat de goden vragen, mag absurd zijn, maar zij sterft voor haar vaderland, voor haar ouders, voor onsterfe­ lijke roem. Zij sterft opdat er oorlog gevoerd kon worden, een oorlog die begon met liefde trouwens. En zeker toen was oorlog nog een heldhaftige bezigheid. Zij, de stervende, troost haar ouders op weg naar de slachtbank. Zij zal geen graf hebben, want het altaar van de goddelijke dochters van Zeus zal haar grafsteen zijn. Het is de dochter die flink is. Het is de moeder die roept: ‘Laat mij niet alleen!’61 En Ifigeneia zegt dat zij gered is en dat haar moeder beroemd zal worden, omdat zij zich heeft opgeofferd. Zij trouwt niet met Achilles, de dappere en beroemde strijder, maar zij heeft er vrede mee, haar bruidegom is de dood. Eerst beweerde ze nog dat je waanzinnig moet zijn om te willen sterven, nu besluit ze dat de eigen dood eervol kan zijn. Ze omarmt de dood, niet als straf omdat ze schuldig is, maar als offer, als een prachtig offer, en zij troost haar moeder, alsof ze boven haar eigen leven staat, met aardse roem die haar ten deel zal vallen omdat de Grieken vanwe­ ge Ifigeneia’s offer Troje kunnen vernietigen. Van vrijheid is geen sprake, maar wel van vernietiging van de vijand. En dat is ook heden ten dage nog waar vrijheid vanuit het per­ spectief van de staat op neerkomt. Nee, nogmaals, ik kan de sprong niet maken. Ik kijk naar Abraham en zie een moordenaar. Maar ik kan ook niet zeggen dat ik Isaak ben. Ik moet mij verhouden tot mijn angst en tot al het mo­ 61 Vertaling Altena: ‘1468 Laat mij niet achter.’

66

Blinde gehoorzaamheid.indd 66

1-5-2020 16:37:23


gelijke, tot de geschiedenis. Ik moet mij verhouden tot de traditie van het geweld, het geweld is een permanente mogelijkheid, het offer is een constante. En zo, door mij te verhouden tot de traditie van het geweld, waartoe het ver­ haal Abraham en Isaak mij uitnodigt, kan ik zeggen, zon­ der gespeelde schaamte of valse pathetiek, zonder trots: ik ben een potentiële moordenaar tussen potentiële moorde­ naars. Wat een voorzichtige manier is om te zeggen: ik ben een moordenaar tussen moordenaars. Dit is de sprong waartoe het absurde vertrouwen mij heeft verleid: het opgeven van de hoop. Maar ik weet niet eens zeker of ik de hoop echt heb opgegeven. Geen engel zal mij redden, dat weet ik zeker, is dat de hoop opgeven? En ik heb de ironie: ik weet dat ik niets weet, en daar­ om weet ik ook dat de stem van God tot mij spreekt in een taal die ik niet kan verstaan, die ik nooit zal kúnnen verstaan. Hier, op deze plek, op deze berg, moet ik toegeven dat mijn liefde dodelijk is; hoe groter, hoe dodelijker. Abraham kiest voor God en laat Isaak in de steek. Of Isaak dat ooit heeft begrepen, doet er niet toe. Abraham wist het, daarom zei hij iets en toch niets. Vrees en beven eindigt met Heraclitus en de vraag hoe vaak je door dezelfde rivier kunt waden. Heraclitus zegt: één keer. Zijn leerling zegt dat zelfs die ene keer hem niet lukt. Ik zeg, en ik ben zeker niet de enige: telkens weer waad ik door dezelfde rivier, elke dag weer. Ik ben verloren, dat is het uitgangspunt. Vanaf daar is veel mogelijk. Wat hem bezighoudt, was niet de fantasie, schrijft Kier­

67

Blinde gehoorzaamheid.indd 67

1-5-2020 16:37:23


kegaard aan het begin van Vrees en beven, ‘maar de huive­ ring van de gedachte’.62 Wat is er huiveringwekkender dan het besef een gelukki­ ge moordenaar te zijn?

62 Vrees en beven, blz 13.

68

Blinde gehoorzaamheid.indd 68

1-5-2020 16:37:23


Literatuur

Alberta, Nyassa (2020, 8 april), ‘Ik zie het virus als een schreeuw van Moeder Natuur: stop met wat jullie de aarde aandoen’, NRC Handelsblad, www.nrc.nl Becker, Ernest (1997), The Denial of Death, New York: Free Press Borowski, Tadeusz (1979), Hierheen naar de gaskamer, dames en heren, Amsterdam: De Arbeiderspers Camus, Albert (2019), De mythe van Sisyfus, Utrecht: IJzer Denys, Damiaan (2020, 3 april), ‘Je kunt corona ook omar­ men’, NRC Handelsblad, www.nrc.nl Dostojevski, Fjodor (1968), Misdaad en straf, Amsterdam: Van Oorschot Euripides (1950), Ifigeneia in aulis, Antwerpen: De Nederland­ sche Boekhandel. Vertaling: J. Humblé Euripides (2000), Ifigeneia in aulis, Amsterdam: Ambo Anthos. Vertaling: Herman Altena Grunberg, Arnon (2005), De Grunbergbijbel, Amterdam: Nijgh & Van Ditmar Kertész, Imre (2002) Ik, de ander, Amsterdam: Van Gennep Kierkegaard, Søren (2018) De ziekte tot de dood, Budel: Damon Kierkegaard, Søren (2006), Vrees en beven, Budel: Damon Kleist, Heinrich von (2017), Michael Kohlhaas, Stuttgart: Re­ clam Miller, Henry (1980), De kreeftskeerkring, Amsterdam: De Be­ zige Bij

69

Blinde gehoorzaamheid.indd 69

1-5-2020 16:37:23


Blinde gehoorzaamheid.indd 70

1-5-2020 16:37:23


Arnon Grunberg was van juni 2019 tot en met mei 2020 Vrije Schrijver van de Vrije Universiteit Amsterdam. In die hoe­ danigheid schreef hij voor de VU, de VU Faculteit der Gees­ teswetenschappen en de VUvereniging dit essay. Vóór Blinde gehoorzaamheid verschenen als VU-geschenk: • Abdelkader Benali, De soefi (2007, verhaal) • Marcel Möring, Een lange weg (2008, essay) • Christine Otten, Een echt verhaal (2009, verhaal) • Renate Dorrestein, Pas goed op jezelf (2010, verhaal) • Ronald Giphart, De wake (2011, verhaal) • Kristien Hemmerechts, Uitgespuwd (2013, verhaal) • P.F. Thomése, De werkelijkheidsverbeteraar (2014, lezin­ gen) • Joost de Vries, Geometrie (2015, verhaal) • Niña Weijers, Hoe het licht binnenvalt (2016, essay en drie columns) • Ernest van der Kwast, Jouw toekomst is mijn toekomst (2017, vier portretten van vluchtelingen) • Bas Heijne, Vrijheid, gelijkheid, broederschap (2018, es­ say) • Annelies Verbeke, De taal van de wereld (2019, essay) Amsterdam, mei 2020

Blinde gehoorzaamheid.indd 71

1-5-2020 16:37:24


Arnon Grunberg

Blinde gehoorzaamheid heid

Aldus Arnon Grunberg in de Abraham Kuyper Lezing 2020, waarvan dit boekje de uitgebreide versie bevat. Grunberg is een vaak gelauwerd auteur van romans en essays. In Blinde gehoorzaamheid onderzoekt hij hoe hoop en vertrouwen zich verhouden tot verlies en (mensen)offers in onze cultuur. Lees en huiver!

Arnon Grunberg

Waarom gehoorzaamt iemand? Ik zie vier mogelijkheden. Uit angst voor straf. (Een slechte beoordeling, een pak slaag, hoon, gevangenis, ziekte, dood.) In de hoop op een beloning. (Liefde, rijkdom, roem, gezondheid, een goed cijfer.) Uit de diepe overtuiging dat gehoorzaamheid in dit geval het ethisch juiste is. (Als God het goede is, dan is gehoorzaamheid aan God het goede doen.) Uit gewoonte en gemakzucht. (Men gehoorzaamt omdat ongehoorzaamheid niet de moeite waard is.) Veelal zal het een combinatie van bovenstaande motieven zijn waarom men God, de staat, de baas, de partner, de leraar, de ouder, de geneesheer gehoorzaamt.

Bl nde gehoorzaamheid vu university press

Profile for Vrije Universiteit Amsterdam

Blinde Gehoorzaamheid door Arnon Grunberg  

Blinde Gehoorzaamheid door Arnon Grunberg