Page 1

Jaargang 4, nummer 1, september 2010

Uitgave van TKP voor pensioenprofessionals

Punt van Aandacht

Seminar

De kracht van integriteit

‘De kracht van integriteit’ Toezichthouders kijken steeds nadrukkelijker naar gedrag en cultuur binnen financiële instellingen. Integer bestuur is daarmee een ‘hot item’ geworden, ook voor pensioenfondsen. Logischerwijze wordt in het verlengde daarvan tevens de zuiverheid van handelen van partijen aan wie pensioenfondsen werkzaamheden uitbesteden onder de loep gelegd. Niet dat er direct aanleiding is om te veronderstellen dat het slecht is gesteld met de integriteit in pensioenland, maar vooral omdat activiteiten en uitbestedingsverbanden waarmee pensioenfondsen te maken krijgen steeds complexer worden. Het onderwerp integriteit stond centraal tijdens een seminar van TKP. De bijeenkomst, 15 juni gehouden in het Inntel Hotel in Rotterdam, werd door ruim 90 relaties bezocht. Terwijl aan de voet van het hotel de internationale scheepvaart onder de Erasmusbrug doorvoer, hield in de Panoramazaal op de 15e

etage een keur aan sprekers aansprekende beschouwingen rond het centrale thema. Een belangrijke constatering: integriteit maakt deel uit van het fundament van waaruit de uiteenlopende ontwikkelingen en activiteiten moeten worden beheerst. Lees verder op pagina 2

De kracht van integriteit Interview Jelle Mensonides

1 4

Beheersing staartrisico’s hoog op de agenda van pensioenfondsbesturen Column Frans de Beaufort

6 7

Verantwoord beleggen Aanscherping engagement-strategie TKPI opnieuw in de prijzen

8 11 12


2

Vertrouwen te paard vertrokken Als eerste spreker hield Jan Nijssen, directeur Montae en onlangs nog deel uitmakend van de commissie Frijns, zijn toehoorders een Oudhollandse tegeltjeswijsheid voor: ‘Vertrouwen komt te voet, maar gaat te paard’. Aangezien het vertrouwen in de financiële dienstverlening de afgelopen jaren ernstig is geschaad, is het paard uit het spreekwoord al enige tijd geleden vertrokken. Daar zijn de bankencrisis, woekerpolissen, sterk gedaalde dekkingsgraden bij pensioenfondsen, berichtgeving over hoge bonussen en malversaties zoals de piramidespelachtige beleggingsconstructies van Madoff debet aan geweest. Voor de financiële sector is vertrouwen van eminent belang en dat geldt in het bijzonder voor de pensioenbranche, aldus Nijssen. Het gaat bij pensioen immers om een inkomensvoorziening voor een langere periode, waarbij spaargeld voor een lange termijn aan financiële dienstverleners wordt toevertrouwd. Om het verloren gegaande vertrouwen terug te winnen, moet volgens Nijssen aan verschillende voorwaarden worden voldaan: “Meer transparantie, een betere inschatting en beheersing van risico’s, meer deskundigheid bij pensioenfondsbestuurders, en meer integriteit. Maar vooral: het belang van de klant centraal stellen.” Uit onderzoek blijkt dat bijna twee op de drie Nederlanders nog steeds een pensioenuitkering van 70% of meer van zijn laatstverdiende salaris verwacht. Dat beeld moet worden bijgesteld, meent Nijssen. In dat kader bezien heeft integriteit

noodzakelijk om de hervormingsagenda van verschillende dossiers - waaronder het pensioendossier – op een goede manier ter hand te nemen, aldus Eijffinger.

Jan Nijssen alles te maken met eerlijke en snelle communicatie over hoe het pensioen er werkelijk voorstaat. “Doe vooral ook een realistische pensioentoezegging, die daadwerkelijk waar te maken is, dus kies een indexatieambitie die bij het fonds past. En leg altijd eerlijk verantwoording af, ook als dat moeilijk en pijnlijk is,” zo luidt de boodschap van Nijssen. De spreker maakte duidelijk dat integriteit in alle geledingen van pensioenfondsbestuur een rol speelt, of het nu gaat om pensioenambitie, risicobeheer of governance. Zelfreflectie is daarbij van groot belang, vindt Nijssen: “Een bestuurder moet in feite te allen tijde volmondig ja kunnen zeggen op vragen als: Heb ik voldoende tijd voor mijn bestuurswerk, ben ik voldoende deskundig en ben ik voldoende onafhankelijk.”

Pleidooi voor ‘education permanente’ Sylvester Eijffinger, hoogleraar aan de Universiteit van Tilburg, sprak aan het begin van zijn presentatie de hoop uit dat er in Den Haag een stabiele coalitie tot stand komt. Een stabiele regering is

Vanuit zijn ervaring als lid van de Adviescommissie Toekomst Banken (beter bekend als de commissie Maas) gaf de hoogleraar aan waar het in de bankensector fout is gegaan: “De checks and balances klopten niet. Dan heb ik het over aspecten als deskundigheid, onafhankelijkheid en integriteit. Neem als voorbeeld de bonuscultuur, die heel veel publiciteit heeft gehad. Hoewel iedereen dacht dat er van de aandeelhouders een disciplinerende werking uit zou gaan, zoals beschreven in het governancemodel van de commissie Tabaksblat, bleek daar in de praktijk weinig van terecht te komen. Dat had vooral te maken met het feit dat kleine aandeelhouders te weinig macht hadden, terwijl bij grote aandeelhouders bepaalde belangen een goede governancewerking in de weg hebben gestaan, bijvoorbeeld eigenaarschapskwesties.” Omdat ook het verschil in kennisniveau tussen verschillende betrokken partijen een negatieve rol heeft gespeeld bij de zelfregulerende werking van de sector, brak Eiffinger een lans voor ‘education permanente’: het voortdurend verhogen van de deskundigheid van bestuurders. Alleen dan kan er sprake zijn van een evenwichtige relatie met externe partijen, met als bijkomend voordeel dat de besluitvorming op een realistische wijze kan worden geëvalueerd, meent Eijffinger. Als treffend voorbeeld van de geschetste problematiek noemde de hoogleraar het

Sylvester Eijffinger


3 Punt van Aandacht Nummer 1, september 2010

Marion Verheul kennisgebied van riskmanagement: “Riskmanagement-modellen zijn absoluut nuttig, maar uiteindelijk verschaffen ze slechts input. Om die input te kunnen interpreteren moet je boven de modellen uitstijgen. En vanzelfsprekend moet je de business kennen. De praktijk heeft geleerd dat het kennisniveau van veel betrokkenen onvoldoende was. Dan kom je in een situatie waarin je geïmponeerd wordt door alle informatie, maar niet in staat bent om tot een juiste evaluatie en beoordeling te komen.”

Het belang van voldoende kritisch vermogen Marion Verheul, zelfstandig investment consultant, ging op het onderwerp integriteit in aan de hand van een beschrijving van trends en dilemma’s waar pensioenfondsbestuurders in de praktijk mee te maken krijgen. Ze zoomde daarbij met name in op de relatie tussen pensioenfondsen en vermogensbeheerders. Binnen dat kader definieerde ze het begrip integriteit als ‘het weloverwogen tot besluiten komen die de belangen van de deelnemers zo goed mogelijk vertegenwoordigen’. Ingaand op de vraag waarom integriteit juist nu op de agenda staat, stelde Verheul: “De beleggingsportefeuilles (en –wereld) zijn steeds complexer geworden. Ontwikkelingen volgen elkaar zo snel op dat het voor pensioenfondsbestuurders lastig is om voldoende op de hoogte te blijven. Risicomanagement wordt steeds belangrijker en vermenging van fiduciair management en asset management kan tot belangenconflicten leiden. Voor wat dat laatste betreft is het noodzakelijk om nog eens goed naar de inrichting van de fee-structuren te kijken. Daarbij zou niet een fee op basis van alpha, het verschil met de benchmark, het uitgangspunt moeten zijn, maar bijvoorbeeld een beloning op basis van de dekkingsgraad.”

Als één van de dilemma’s waar vermogensbeheerders en pensioenfondsen in de praktijk vaak tegenaan lopen, wees Verheul op het verschil in kennisniveau. “Er is geregeld sprake van discrepantie tussen hoe vermogensbeheerders kennis delen (en die kennisdeling ervaren) en hetgeen wat de klant uiteindelijk van de verstrekte informatie heeft begrepen. Kernvraag hierbij is hoe ver de kennis van portefeuilles en processen bij pensioenfondsbestuurders zou moeten gaan. Feit is dat vooral het waarborgen van het kritisch vermogen binnen het bestuur van belang is. Onafhankelijkheid is daarbij als uitgangspunt zeker zo belangrijk als het kennisniveau. Waar het vooral om gaat is hetgeen DNB ‘countervailing power’ noemt: je moet als pensioenfondsbestuur over voldoende kritisch vermogen beschikken om een goede sparringpartner te kunnen zijn voor vermogensbeheerders.” Als trends constateert Verheul onder andere dat portefeuilles zullen versimpelen en er (nog) meer aandacht zal komen voor deskundigheid in het bestuur, stress scenario’s (“bij ALMscenario’s gaat uiteindelijk toch alles goed’), voor risicomanagement (“welke risico’s wil het pensioenfonds lopen, waarom, en welke prijs is het fonds bereid te betalen om risico’s af te dekken”).

Integriteit onderdeel van fundament interne beheersing Anne Laning, hoofd Investment Accounting & Control bij TKP Investments, sloot de rij sprekers af met een schets van mogelijke integriteitsrisico’s, waarbij hij

van twee analytische modellen gebruik maakte. Aan de hand van het FIRM-model (de Financiële Instellingen Risicoanalyse Methode van DNB) zou kunnen worden geconcludeerd dat van de tien hoofdrisicogebieden het aandachtgebied integriteit een relatief klein risico met zich meebrengt. Het zogeheten COSO-model, dat gebruikt wordt voor inrichting en beoordeling van interne controle en beheersing, maakt echter duidelijk dat integriteit deel uitmaakt van het fundament van de gehele interne beheersing. “Daarbij gaat het bijvoorbeeld om het naleven van gedragscodes, om organisatorische aspecten zoals compliance en intern toezicht én om zaken als beleid ten aanzien van uitbesteding en beloning en de screening van functionarissen,” aldus Laning. Volgens Laning kan bij een analyse van integriteitsrisico’s onderscheid worden gemaakt tussen kwetsbare handelingen (waar onder andere het handelen op financiële markten, beheer van waardepapieren en het toekennen van uitkeringen behoren) en kwetsbare functies, waarbij (misbruik van) machtsposities, beslissingsbevoegdheid, solistisch handelen en tijdsdruk op de loer liggen. “Van belang is dat bij de inventarisatie van integriteitsrisico’s onderscheid wordt gemaakt tussen de plaats waar het gebeurt,” meent Laning. “Gaat het om risico’s binnen het eigen pensioenfondsbestuur, of spelen ze zich af binnen commissies, bij adviseurs, of bij uitbestedingspartners. Om scherp zicht te houden op de beheersing van integriteitsrisico’s, is op verschillende niveaus een periodieke analyse gewenst.”

Integriteit laat zich niet inhuren

Anne Laning

Het TKP-seminar werd besloten met een paneldiscussie, waarbij ook een zetel was ingeruimd voor de heer Van As van De Nederlandsche Bank. Er ontstond onder andere een levendige discussie over de wijze waarop het bewustzijn rond pensioenrisico’s bij deelnemers kan worden vergroot. Terugkomend op het centrale thema van het seminar concludeerde moderator Frans de Beaufort, algemeen directeur TKP: “Je kunt op veel terreinen vaardigheden inhuren, bijvoorbeeld als het om deskundigheid gaat. Maar integriteit kun je niet inhuren. Daar beschik je over, of niet.”


4 Punt van Aandacht Nummer 1, september 2010

Interview

Na operationeel werkzaam geweest te zijn in de pensioenwereld, heeft drs. Jelle Mensonides sinds enkele jaren een adviserende rol via de TKP Beleggingscommissie. In 2009 nam hij de voorzittershamer over van prof. dr. Jaap van Duijn. Jelle Mensonides ziet het als een uitdaging om kennisoverdracht mogelijk te maken. De rol van de Beleggingscommissie bij een pensioenfonds is volgens hem vooral die van aanjager, het out of the box denken en het genereren van externe onafhankelijke ideeën.

Een gesprek met de voorzitter van de TKP Beleggingscommissie over de huidige obligatiecrisis en de uitdagingen voor pensioenfondsen

Jelle Mensonides:

“De obligatieportefeuille is de kurk waar een pensioenfonds op drijft.” Huidige schuldencrisis zorgt voor trendbreuk Als meest opmerkelijke ontwikkeling van de afgelopen jaren, refereert Jelle Mensonides direct aan de huidige situatie op de financiële markten. “Aandelencrashes komen vaker voor. Bijvoorbeeld de val van de aandeelkoersen in 1987 en meer recent de dotcomcrisis in 2001. Dat hoort bij de karakteristieken van aandelen, waarbij de koersen vaak doorschieten naar beide kanten. Een bankencrisis en de huidige crisis op de overheidsobligatiemarkt is echter van een heel andere orde. Er is teveel krediet verleend en er zijn schulden aangegaan die niet meer kunnen worden terugbetaald.”

“Obligaties zijn een andere soort belegging dan aandelen. Als daar op grote schaal iets mee aan de hand is, gaat het om vertrouwen. Het huidige gebrek aan vertrouwen kan leiden tot stagnatie. De ogen van beleggers zijn geopend: risico’s zijn anders dan we dachten.” “ALM studies van pensioenfondsen gaan uit van lange termijn reeksen voor rendementen en volatiliteit. Maar deze crisis breekt dwars door alles heen. Waar in het verleden uitgegaan kon worden van het terugkeren van rendementen naar een lange termijn gemiddelde, ofwel mean reversion, is er nu sprake van


5 Punt van Aandacht Nummer 1, september 2010

een structurele breuk. Het economische herstelproces kost nu veel meer tijd dan we gewend waren in het verleden bij een conjunctuurdaling.”

rendement van -25% tot gevolg. En de kans blijft bestaan dat een land als Griekenland niet aan haar verplichtingen kan voldoen.”

Grote veranderingen voor pensioenfondsen

“De obligatieportefeuille van een pensioenfonds is de kurk waar het pensioenfonds op drijft. Die heb je nodig voor de kortere termijn liquiditeit, maar ook voor het onderpand ten behoeve van andere beleggingen. De obligatieportefeuille is de risicoverlager om andere meer risicovolle activiteiten te doen die een grotere kans op extra rendement opleveren.”

Ook pensioenfondsen hebben de afgelopen jaren te maken gehad met vele veranderingen. Jelle Mensonides: “Zo is het governance model van pensioenfondsen sterk veranderd. Er ligt inmiddels meer nadruk op de eisen voor deskundigheid en er is sprake van meer bestuurlijke aansprakelijkheid. Bovendien is de rol van de sponsor gewijzigd. De werkgever moet zich staande houden in een wereld met grote concurrentie. Een extra premie die gestort moet worden bij een daling van de dekkingsgraden moet ergens vandaan komen. Het is een onderdeel van de loonruimte. En daarmee is pensioen een belangrijk onderwerp voor de CAO tafel.” Ondertussen constateert Jelle Mensonides dat het toezicht op pensioenfondsen ook sterker is geworden. “De kennis en kwaliteit van het toezicht neemt toe en de regelgeving ook. Strenge eisen mogen en zijn noodzakelijk. Wel moet er ruimte zijn voor discussie en aanpassingen. Als je de situatie van onze pensioenfondsen vergelijkt met die in bijvoorbeeld de VS of het VK, dan doen wij het nog goed. Daar zijn de nominale dekkingsgraden in sommige gevallen gedaald tot 50%-60%.” “Daarnaast hebben pensioenfondsen extra lasten door de vergrijzing. In de jaren ’70 en ’80 waren deelnemers nog jong en hadden pensioenfondsen daardoor nog een lange beleggingshorizon. Door de vergrijzing hebben we geen 25 jaar meer om schokken en beleggingsrisico’s op te vangen, maar slechts 10 tot 15 jaar.”

Verwachtingen bijstellen is noodzakelijk Als pensioenfondsen niet meer via het premiebeleid kunnen reageren op dalende dekkingsgraden, welke instrumenten zijn er dan nog meer beschikbaar? Jelle Mensonides geeft aan dat het belangrijk is om richting deelnemers te communiceren dat een volledige indexering bij de huidige lage dekkingsgraden niet of slechts zeer beperkt meer mogelijk is. “De pensioendeelnemers eisen terecht meer transparantie van de uitvoering van het beleggingsbeleid en het risicomanagement. Maar een pensioenfonds kan zich niet isoleren van extreme marktinvloeden zoals we die nu meemaken. Het herstelbeleid van een pensioenfonds raakt alle deelnemers. De schokken die zich hebben voorgedaan zijn zichtbaar in de resultaten. Het gaat nu om het managen van het herstel en van de verwachtingen naar de deelnemers.”

De obligatieportefeuille is de basis, die moet veilig zijn Naast het premie- en indexatiebeleid is het beleggingsbeleid het instrument waar pensioenfondsen op moeten terugvallen. Maar welke invloed heeft de huidige crisis op de Europese obligatiemarkten op het beleggingsbeleid? “Het is zaak dat pensioenfondsen een goede afweging maken tussen rendement en risico. Heel veel pensioenfondsen hebben zich op de risico’s verkeken. De beleggingen in Griekenland zijn daar een voorbeeld van: het illustreert de zucht naar extra rendement, maar zonder besef van de risico’s. De beleggersmarkt wordt nu wakker. De renteschok was nu al enorm, met een negatief

Als we doorpraten over de problemen in Griekenland, analyseert Jelle Mensonides, de oorzaken. “Een fout is natuurlijk geweest om Griekenland, Italië en Portugal toe te laten tot de eurozone. Deze landen hebben tijdelijk kunnen profiteren van de lage rente en een sterke munt. Maar het resultaat is dat de overheden, gezinnen en bedrijven zich diep in de schulden hebben gestoken. De afgelopen tien jaar is de concurrentiepositie van deze landen ten opzichte van Duitsland bijvoorbeeld sterk verslechterd waardoor de euro nu te duur is geworden voor deze landen. Zij hadden hun eigen economie op de nieuwe situatie moeten aanpassen, maar dat is onvoldoende gebeurd. De Europese Commissie had daar op moeten letten, maar heeft blijkbaar niet de positie gehad om een vuist te maken”. Jelle Mensonides verwacht overigens wel dat de euro stand houdt. “De Europese politieke leiders hebben zich hiermee sterk verbonden. Er zullen afschrijvingen op leningen kunnen plaatsvinden. Maar tegelijkertijd moeten noodzakelijke aanpassingen worden doorgevoerd, met negatieve gevolgen voor de economische groei. Wel blijft de vraag of de bevolking van deze landen deze lasten accepteert. Voor een langere termijnbelegger biedt Europa veel onzekerheden; maar dat geldt ook voor de andere regio’s in de wereld!”

Deskundigheid, durf en verantwoordelijkheid Welk advies heeft Jelle Mensonides voor pensioenfondsen over het te voeren beleggingsbeleid? “De gemiddelde rendementen waar we rekening mee houden in de ALM-studies zullen de komende jaren lager zijn. Om hiermee om te gaan, moeten pensioenfondsen hun risicobudget opnieuw inrichten en extra alert zijn op risico’s. De risico’s van de vastrentende portefeuille moeten beheersbaar zijn, de rest kan bewust risicovoller. Daarvoor moet je op zoek gaan naar nieuwe beleggingskansen die er zeker zijn, ook in de huidige markten. Geen korte termijn successen en bewust bepaalde rendementen laten schieten. Dit eist veel deskundigheid en durf en verantwoordelijkheid.” “Het blijft daarbij voor pensioenfondsen belangrijk om goed naar de gehanteerde benchmarks te kijken, zeker ook als je passief, volgens een index, belegt. Je moet niet alleen naar relatieve risico’s kijken ten opzichte van de index. Deze relatieve risico’s zijn vaak afgedekt en worden goed beheerst. Maar het is vooral zaak om naar de absolute risico’s te kijken.” Tot slot: waar liggen de kansen op beleggingsgebied? Jelle Mensonides: “Dat zijn bijvoorbeeld de emerging markets, de opkomende markten. De schuldenposities van deze landen zijn een stuk lager dan die van de ontwikkelde landen. Ook is de groeipotentie van deze landen groot. Wel zijn transparantie en governance in deze landen nog maar beperkt ontwikkeld. Daardoor blijven het volatiele markten.”


6 Punt van Aandacht Nummer 1, september 2010

Beheersing staartrisico’s hoog op de agenda van pensioenfondsbesturen Door Roelie van Wijk en André Broersma

Risicomanagement in al zijn facetten is de ‘tweet’ van deze tijd. Alleen al het afgelopen kwartaal heeft TKP Investments (TKPI) samen met diverse pensioenfondsbesturen zeker twintig bijeenkomsten rond dit thema georganiseerd. Wat kunnen we doen om onze staartrisico’s nog beter te beheersen of te vermijden, zonder dat we ‘in onze eigen staart bijten’?

Aan de bijeenkomsten namen diverse stakeholders deel: actieve en gepensioneerde deelnemers, werkgevers en vakbondsvertegenwoordigers. Gaandeweg hebben de pensioenfondsbestuurders een goed beeld gekregen van de aanvullende mogelijkheden. Helaas kon er geen octopus worden ingezet om, met aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid, de uitkomsten te voorspellen. Maar feit is dat de kansverdeling wél gunstig kan worden beïnvloed. Vandaar dat afgewogen beslissingen konden worden genomen.

Extreme scenario’s

Risicomanagement

Met klanten is gekeken naar de mogelijkheden om de kans op zeer negatieve uitkomsten van de dekkings-

graad te verkleinen. Allereerst werd een analyse gemaakt van de gevolgen voor de dekkingsgraad van enkele extreme economische scenario’s. Daarbij kan worden gedacht aan: een deflatoir crisisscenario, oftewel een structureel lage inflatie, een daling van de rente en van de koersen van zakelijke waarden een stagflatiescenario. Dit houdt in een sterk oplopende inflatie, een meestijgende rente en dalende koersen van zakelijke waarden een inflatoir herstelscenario, dus een sterk economisch herstel met stijgende koersen van zakelijke waarden, maar ook stijgende inflatie en rente Naast de drie genoemde extreme scenario’s werd er ook een economisch scenario meegenomen met neutrale verwachtingen, zowel voor de rendementen van zakelijke waarden als voor de rente en inflatie.

Twee pijnpunten Als vervolgstap werd gekeken naar de gevolgen van de verschillende scenario’s onder het huidige beleggingsbeleid. Samenvattend kwam hieruit naar voren dat er sprake is van twee belangrijke pijnpunten: het risico van een verder dalende dekkingsgraad, bijvoorbeeld onder invloed van een dalende rente en/of dalende koersen van zakelijke waarden

het mogelijk achterwege blijven van indexatie bij een scenario waarbij er juist sprake is van oplopende prijzen, oftewel inflatie. De beide pijnpunten worden veroorzaakt door een drietal belangrijke marktrisico’s: het renterisico, het aandelenrisico en het inflatierisico. Uit analyses bleek dat het uitsluitend beperken van één van deze risico’s onvoldoende was om de door de pensioenfondsbesturen gedefinieerde doelstellingen te halen. Daarnaast werd duidelijk dat de combinatie van het aandelen- en renterisico effectiever te verminderen is door ook gedeeltelijk gebruik te maken van opties dan door alleen de fysieke beleggingen aan te passen. In eerste instantie werden de genoemde risico’s bekeken over een periode van vijf jaar. Vervolgens werd ook onderzocht hoe optiestrategieën zouden uitpakken binnen langere termijn ALM-analyses. Hierna kon de invloed van de beoogde beleggingsstrategie op de koopkracht, de premie en de dekkingsgraad goed inzichtelijk worden gemaakt, van belang voor een heldere belangenafweging.

Effect op indexatietoekenning De nieuwe risicomanagement strategie pakt voor de diverse pensioenfondsen naar verwachting niet ongunstig uit voor de toekomstige indexatietoekenning. Dit komt doordat het genomen beleggings-


7

Integriteit kun je niet inhuren

Roelie van Wijk en André Broersma, respectievelijk Directeur TKPI en Coördinator Investment Strategie bij TKPI.

risico afneemt en daardoor ook het vereist eigen vermogen. Hierdoor kan al bij een lagere dekkingsgraad geïndexeerd worden. Wel wordt door het lagere risicoprofiel een minder snelle stijging van de dekkingsgraad verwacht. De effecten voor de verwachte premieniveaus verschillen per pensioenfonds. De risicomanagement strategie is dan ook niet los te zien van de gehanteerde premiesystematiek. Daarnaast moesten de verwachte effecten op het vereist eigen vermogen getoetst worden bij de toezichthouder De Nederlandsche Bank. En datzelfde geldt gold voor de gevolgen voor het premiebeleid bij de betreffende sponsor.

Vanzelfsprekend werd ook uitvoerig stil gestaan bij de implementatie van het risicomanagement op operationeel niveau. TKPI schakelt voor de uitvoering van vermogensbeheertaken regelmatig externe specialisten in. Zo ook op dit vakgebied. Alle controles en systemen zijn zowel bij externe partijen als bij TKPI ingericht. Zo kunnen posities en waarderingen dagelijks worden gevolgd en worden derivatentransacties hetzelfde uur gecontroleerd. Hierbij wordt tegelijkertijd dagelijks een passend onderpand namens de klant geleverd of gevorderd. En niet onbelangrijk: de rapportages geven de klant inzicht in alle effecten, zoals het een integraal manager betaamt.

“Integriteit kun je niet inhuren, daar beschik je over of niet.” Met die woorden sloot ik onlangs het TKPseminar in Rotterdam af. Doel van de bijeenkomst was om in te zoomen op het fenomeen integriteit. Waar staat het begrip integriteit eigenlijk voor? Onkreukbaarheid. Goede trouw. En vooral ook: onafhankelijkheid. Een authentiek persoon, iemand met een onafhankelijke geest, zal eerder in staat zijn om adequaat te handelen bij – en desnoods weerstand te kunnen bieden aan - diegenen waarmee wordt omgegaan of waarvoor wordt gewerkt. Het mag daarbij niet alleen bij woorden en beschouwingen blijven. Welke uitleg iemand er ook aan geeft, het gaat er bij integriteit om dat je belijdt wat je zegt. Of zoals de Engelsen zo mooi zeggen: practice what you preach. En begin vooral bij jezelf. Pas daarna kan bewustwording volgen van wat integriteit in feite zou moeten inhouden voor je eigen organisatie. Bij jezelf beginnen, je eigen kwetsbaarheden kennen, dat is de kunst. Een open en transparante omgeving creëren zorgt ervoor dat de kans op het maken uitglijders kleiner wordt. Daarom streeft TKP ernaar om continu aan zo’n omgeving te werken. Met authentieke medewerkers, die op een bewuste wijze met de belangen van heel veel mensen omgaan. Elke dag opnieuw. Frans de Beaufort Algemeen directeur TKP

Binnen de vastrentende portefeuille kreeg de economische situatie in Griekenland gedurende het risicomanagement traject de volle aandacht. Verschillende pensioenfondsen hebben op advies van TKPI de invulling van de portefeuille met eurostaatsobligaties heroverwogen. Vanwege het verschillende risicoprofiel is hierbij door pensioenfondsen veelal een onderscheid gemaakt tussen de beleggingen voor rekening en risico van deelnemers (Defined Contribution) en het hoofdvermogen (Defined Benefit). TKPI biedt de mogelijkheid om apart te beleggen in staatsobligaties van eurolanden met de hoogste kredietwaardigheidclassificatie en die met een lagere kredietwaardigheidclassificatie. De fondsen met euro staatsobligaties zijn hiervoor gesplitst, zodat er de keuze is tussen fondsen met obligaties met een AAA rating en fondsen met een niet-AAA rating.

Column

Aandacht voor Griekenland


8 Punt van Aandacht Nummer 1, september 2010

Verantwoord beleggen

‘Economische crisis verdringt verantwoord beleggen ten onrechte naar achtergrond’

‘In een tijd waarin het economisch gezien allemaal wat minder gaat, zie je dat een onderwerp als duurzaam beleggen direct een paar plaatsen op de agenda zakt. De focus ligt nu op de houdbaarheid van het pensioenstelsel, op risicomanagement. Het merkwaardige is: hoewel maatschappelijk verantwoord handelen door pensioenfondsen wel degelijk wordt benoemd in rapporten zoals die van de commissie Frijns, gaat daar op dit moment maar relatief weinig aandacht naar uit.’


9 Punt van Aandacht Nummer 1, september 2010

Elly Kwakkelstein Na jarenlang pensioenervaring te hebben opgebouwd bij een aantal werkgevers, waaronder PME, is Elly sinds twee jaar werkzaam als beleidsadviseur Pensioenen voor FNV Bondgenoten. ‘FNV Bondgenoten heeft maatschappelijk verantwoord ondernemerschap – het leefbaar houden van onze planeet - hoog in het vaandel staan. Daar voel ik me prima in thuis, want het past precies bij mijn eigen politiekmaatschappelijke visie,’ licht ze de keuze voor haar huidige werkgever toe. Elly maakt als bestuurslid deel uit van een drietal bedrijfstakpensioenfondsen, namelijk BPL (Landbouw), MITT (Mode-, Interieur-, Tapijt- en Textielindustrie) en GBP (Groothandel in Bloemen en Planten).

Aan het woord is Elly Kwakkelstein, beleidsadviseur Pensioenen bij FNV Bondgenoten. Samen met collega José Suarez Menendez behoort zij bij de vakbond tot de specialisten op het gebied van verantwoord beleggen door pensioenfondsen. Dat het thema de laatste tijd door de crisis op de financiële markten wat naar de achtergrond wordt verdrongen, noemt Elly onbegrijpelijk. ‘Op de één of andere manier leidt het onderwerp duurzaam in die zin iedere keer weer tot discussies, en dat is vreemd. Verantwoord beleggen had al lang in het beleid van pensioenfondsen geïntegreerd moeten zijn.’ Dat het allemaal nog niet zo ver is, heeft volgens José voor een groot deel te maken met de macht der gewoonte: ‘Sinds de industrialisering wordt welvaart helaas vooral uitgedrukt in termen van geld. Het besef dat we bezig zijn de aardbol uit te putten en we dus meer oog moeten hebben voor people en planet, dringt nog maar sinds enige tijd tot ons door. Als grote kapitaalverschaffers hebben pensioenfondsen daarin hun verantwoordelijkheid te nemen.’

Risicomanagement Het veelgehoorde argument dat een duurzaam beleggingsbeleid rendement zou kosten wuift Elly terzijde: ‘Er zijn genoeg publicaties verschenen waarin je kunt lezen dat die aanname niet klopt. Sterker nog: bedrijven die fatsoenlijk omgaan met mens en milieu zullen uiteindelijk juist méér profit opleveren.’ José merkt aanvullend op dat verantwoord ondernemen onlosmakelijk is verbonden met risicomanagement, ook al wordt daar vaak niet op die manier naar gekeken. Ter illustratie noemt hij een aantal voorbeelden uit het recente verleden, gebeurtenissen waarbij pensioenfondsen zowel rendementsschade als reputatieschade hebben opgelopen: ‘Kijk maar naar de maatschappelijke verontwaardiging die is ontstaan rond de beleggingen in clusterbommen. Of het feit dat veel fondsen een overweging in financials hadden, terwijl de governance daar totaal niet op orde was. En heel actueel: de kwestie BP. De olieramp in de Golf van Mexico is qua rendement voor veel beleggers op een enorme aderlating uitgedraaid.’

Transitiemoment Hoe kan ervoor worden gezorgd dat verantwoord beleggen weer prominenter op de kaart wordt gezet? José: ‘Ik heb het gevoel dat we in een transitiemoment zitten, waarin duurzaam beleggen

‘Duurzaam beleggen moet een tweede vlucht krijgen’.

een tweede vlucht moet krijgen. Driekwart van de pensioenfondsen heeft er beleid voor geformuleerd, maar dat moet nu doorontwikkeld worden, volwassen. Om dat mogelijk te maken, zullen ook de marktpartijen daarin mee moeten gaan. Er zijn heel wat vermogensbeheerders die zich sterk profileren met een verantwoord beleggingsbeleid, maar het moet niet bij mooie woorden blijven. Het kan niet zo zijn dat het vooral de klant is die de kar moet trekken.’ ‘We verwachten dus veel van externe partijen,’ vult Elly aan. ‘Door alleen te beleggen in ondernemingen die de Global Compact Principles* hebben ondertekend, geven ze aan pensioenfondsen het juiste signaal af: “Als u klant van ons wordt, bent u automatisch verzekerd van een verantwoord beleggingsbeleid”. José: ‘Precies. Zo eenvoudig ‘gewoon beleggen’ nu is, moet verantwoord beleggen gaan worden. En om terug te komen bij de pensioenfondsen: vraag iedere willekeurige bestuurder of hij van mening is dat zijn fonds in clusterbommen moet kunnen beleggen en het antwoord is: nee. Vervang je in die vraag de clusterbommen door termen als milieuvervuiling, kinderarbeid of uitbuiting, dan zou het antwoord hetzelfde moeten zijn.’

* De Global Compact Principles zijn tien principes op het gebied van mensenrechten, milieu, arbeidsomstandigheden en anti-corruptie, opgesteld door de Verenigde Naties. Lees verder op pagina 10

José Suarez Menendez Ook José is vrij recent bij FNV Bondgenoten in dienst getreden als beleidsadviseur Pensioenen. Daarvoor was hij onder andere accountmanager bij ING en directeur van het pensioenfonds voor de toeristische sector op Aruba. José heeft namens werknemersvertegenwoordigingen zitting in besturen van bedrijfstakpensioenfondsen voor de Schoenmakerij, voor het Levensmiddelenbedrijf en voor de Groothandel in Vlakglas, Verf, het Glasbewerkings- en Glazeniersbedrijf.


10 Punt van Aandacht Nummer 1, september 2010

‘Vraag iedere willekeurige bestuurder of hij van mening is dat zijn fonds in clusterbommen moet kunnen beleggen en het antwoord is: nee.’

Portefeuille voor kansen Er zijn pensioenfondsen die ondanks de economische tegenwind heel actief bezig zijn met het vormgeven van een duurzaam beleggingsbeleid, zo weet Elly uit eigen ervaring. ‘Het Bedrijfstakpensioenfonds voor de Landbouw heeft duidelijke criteria opgesteld omtrent engagement: als een onderneming zich niet houdt aan MVO-richtlijnen** en er na een dialoog van twee jaar geen verbetering zichtbaar is, volgt uitsluiting. Daarnaast heeft het fonds een specifieke ‘portefeuille voor kansen’. Met die portefeuille wordt geïnvesteerd in innovatieve duurzame bedrijven die aan de landbouw zijn gelieerd, en bijvoorbeeld in vormen van microkrediet.’ José: ‘Ook hier geldt weer dat de vermogensbeheerder bij de uitvoering een belangrijke rol speelt. Ik ken uit de praktijk een voorbeeld waarbij een vermogensbeheerder alleen tegen hogere kosten een verantwoord beleggingsbeleid wil ondersteunen omdat de omvang van de betreffende portefeuille te klein zou zijn. Eigenlijk te bizar voor woorden, want in dat geval is het in feite niet de klant die het beleid bepaalt, maar de externe partij.’

** MVO: Maatschappelijk Verantwoord Ondernemen

MVB-stappenplan FNV Bondgenoten FNV Bondgenoten ondersteunt beleggingsbeleid dat is gericht op het zoveel mogelijk gelijktijdig rekening houden met de triple P: ‘People, Planet en Profit’. Dit is vastgelegd in de FNV-nota ‘Goed belegd’ uit 2000 en ‘Naar een generatieproof pensioen’ uit 2006. Als hulpmiddel voor pensioenfondsen om een maatschappelijk verantwoord beleggingsbeleid (MVB) in te voeren, heeft FNV Bondgenoten een stappenplan opgesteld. Het stappenplan ziet er in grote lijnen als volgt uit: 1. Agendeer MVB in het fondsbestuur 2. Formuleer randvoorwaarden, gebaseerd op de Global Compact Principles 3. Formuleer het beleid en de aanpak 4. Toets de beleggingsportefeuille aan het MVB-beleid 5. Toets nieuwe beleggingen voordat ze in de portefeuille worden opgenomen 6. Communiceer met deelnemers en andere stakeholders 7. Leg verantwoording af 8. Zorg dat het fonds de VN ‘Principles for Responsible Investment (PRI) ondertekent Om fondsbesturen een houvast te geven bij het kiezen van een vermogensbeheerder, heeft FNV Bondgenoten voorts een bijdrage geleverd aan de totstandkoming van de Reference Guide Asset Management and Responsible Investment in the Netherlands. Deze gids, onlangs opgesteld door de VBDO (Vereniging van Beleggers voor Duurzame Ontwikkeling), verschaft informatie over twintig vermogensbeheerders en tien dienstverleners op het gebied van MVB.


11

Verantwoord beleggen

TKP bepleit aanscherping engagement-strategie TKP voert voor haar eigen beleggingsfondsen al vele jaren een verantwoord beleggingsbeleid. De inhoud van dat beleid is in de loop der tijd aangepast aan specifieke klantwensen en actuele ontwikkelingen. Op dit moment staat een aanscherping van de engagement-strategie centraal, gericht op bedrijven die onvoldoende vooruitgang hebben geboekt bij, of niet willen meewerken aan het voeren van een dialoog. Bij het opstellen van een maatschappelijk verantwoord beleggingsbeleid baseert TKP zich op de zogeheten ESG-criteria (Environmental, Social en Governance criteria). De instrumenten die in de uitvoeringspraktijk worden aangewend, zijn screening, engagement, het gebruik maken van stemrecht en uitsluiting van bepaalde ondernemingen. TKP past het verantwoorde beleggingsbeleid toe op aandelenfondsen en op fondsen die beleggen in vastrentende waarden. Daarnaast biedt TKP sinds april 2000 het TKP Socially Responsible Investments Fund aan. Dit fonds belegt wereldwijd in beursgenoteerde aandelen die aan bepaalde eisen van duurzaamheid voldoen: bij de aandelenselectie wordt, naast de financiële doelstellingen, nadrukkelijk rekening gehouden met waarden en normen ten aanzien van mens en milieu.

Screening en engagement TKP streeft ernaar dat alle ondernemingen waarin zij direct voor haar klanten belegt zich gedragen volgens de UN Global Compact Principles (GCP), zoals samengesteld door de Verenigde Naties. Jaarlijks worden de aandelen- en vastrentende waarden portefeuilles gescreend op naleving van deze principes. De screening, uitgevoerd door het gespecialiseerde researchbureau Sustainalytics, resulteert in een lijst van bedrijven die non-compliant zijn met de genoemde Principles. Met een selectie van deze bedrijven voert Sustainalytics namens TKP een dialoog (engagement). Deze dialoog wordt gestart als redelijkerwijs te verwachten is dat dit tot een zodanige gedragsverandering bij het bedrijf zal leiden dat men binnen een termijn van drie jaar alsnog aan de Principles zal kunnen voldoen. Bedrijven waarbij de dialoog niet tot de gewenste resultaten heeft geleid, kunnen uiteindelijk in de portefeuille worden gemeden (uitsluiting).

Voorstel aanscherping beleid Ten aanzien van bedrijven die na de genoemde termijn van drie jaar onvoldoende vooruitgang hebben geboekt bij - of niet willen meewerken aan - het voeren van een dialoog, bepleit TKP het opstellen van een impactanalyse. Deze analyse zal door de portefeuillebeheerder Duurzaam worden opgesteld en worden voorgelegd aan het Management Team van TKP Investments. Het MT TKPI beoordeelt de impactanalyse en neemt het uiteindelijke besluit om het bedrijf uit te sluiten dan wel de engagement voort te zetten. Uiteraard spelen hierbij de inzichten

van de klanten een belangrijke rol. In geval van uitsluiting worden ondernemingen in principe voor een periode van één jaar uitgesloten. Aan het eind van ieder jaar wordt opnieuw research geraadpleegd om na te gaan of het betreffende bedrijf intussen wél voldoet aan de GCP. Als dat het geval is, wordt het betreffende bedrijf van de lijst met uitsluitingen verwijderd. Bij de impactanalyses zal een aantal criteria betrokken worden, zoals: De mate waarin de controversie die centraal stond nog relevant is of zelfs verergert; De mate waarin het bedrijf op het engagement verzoek ingegaan is; De mate waarin het bedrijf concrete veranderingen doorvoert, al dan niet terug te leiden op de specifieke engagement verzoeken; De maatschappelijke kritiek op het bedrijf; Een inschatting van de ESG-gerelateerde beleggingsrisico’s voor de toekomst.

Praktijkvoorbeeld: Vedanta Vedanta, een in India gevestigde onderneming, is actief in de mijnbouw. De organisatie is door de jaren heen betrokken bij vele incidenten, gerelateerd aan ernstige milieuschade of schendingen van mensenrechten. Tevens schiet de onderneming tekort in het beheersen van de risico’s voor bevolking en werknemers en verschaft ze onvoldoende informatie ten aanzien van haar beleid op maatschappelijk verantwoord ondernemen. Vedanta schendt drie UN Global Compact Principles, namelijk Principle 1, 2 en 7. Principle 1 staat voor het bevorderen en waarborgen van mensenrechten. Principle 2 houdt in dat de onderneming zich niet medeplichtig maakt aan overtredingen van mensenrechten en Principle 7 staat voor het zorgvuldig omgaan met het milieu. Tot op heden heeft het voeren van een dialoog met Vedanta onvoldoende resultaat opgeleverd. Op basis van huidige inzichten acht TKPI het verstandig niet langer in Vedanta te investeren en het bedrijf toe te voegen aan de ‘zwarte lijst’ voor 2011. Onderzoek in het volgende jaar zal moeten aantonen of deze uitsluiting tot een jaar beperkt kan blijven.


Colofon

www.tkppensioen.nl www.tkpi.nl

C 30109 a

Redactie: Frank de Olde, Marjolein Hoevers-De Jong, Erik Hof Fotografie: Jelle Witvoet en Ben Verbeek Druk: Centraal Print Management Ontwerp: Vormplan design bno, Amsterdam

TKPI opnieuw in de prijzen bij European Pensions Awards TKP Investments heeft voor de derde achtereenvolgende keer de Multi-Manager of the Year Award gewonnen tijdens de jaarlijkse uitreiking van de prestigieuze European Pensions Award. Daarnaast ging ook de Fiduciary Manager of the Year Award naar TKPI.

De European Pensions Awards zijn een initiatief van het European Pensions magazine. De uitreiking van de prijzen vond op 1 juli plaats in Londen. De eerste prijzen werden uitgereikt in 2008 met als doel de erkenning van uitzonderlijke prestaties op het gebied van pensioenvoorzieningen in Europa. Iedereen die actief is op het gebied van pensioenvoorziening en ondersteunende activiteiten voor pensioenfondsen, waaronder vermogensbeheerders, consultants en pensioenaanbieders, kan meedingen naar de prijzen.

Kort

Roelie van Wijk, CEO van TKP Investments (TKPI) zegt: ‘Als gespecialiseerde leverancier van fiduciaire diensten en vermogensbeheer staat de klant bij alles

wat wij doen centraal. De twee prijzen die TKPI heeft ontvangen – waarvan één voor de derde achtereenvolgende keer – laten zien dat wij met onze klantgerichte diensten steeds weer hoge kwaliteit bieden en tonen ook onze betrokkenheid op de lange termijn op het gebied van pensioenen. Ons succes op de lange termijn kan worden verklaard doordat wij steeds garant staan voor kwaliteit en graag een voortrekkersrol vervullen. Wij waren een van de eerste pensioenaanbieders die eind jaren tachtig kwamen met multi-manager oplossingen en wij boden als eerste aan verschillende klanten de mogelijkheid te beleggen in internationale pensioenbeleggingen in onze multi-manager beleggingsfondsen.’

Punt van Aandacht, jrg 4 nr 1  

Nieuwsbrief voor TKP

Read more
Read more
Similar to
Popular now
Just for you