Skip to main content

Vfonds_Vmagazine-2025-LR ISSUU link

Page 10

Interview | Martijn Eickhoff

“Ik ben optimist, maar ik besef steeds meer dat dat een geprivilegieerde positie is.”

weleens een man gehoord die de donkerste kanten van de Jodenvervolging heeft meegemaakt en vaak de vraag kreeg gesteld wat hij daarvan heeft geleerd. Men hoopt dan op een levensles of soort catharsis. Maar hij antwoordde: ‘Helemaal niets’. Er viel niks te leren, het was gewoon het ultieme kwaad, en dat bestaat.” Tegenwoordig wordt er via sociale media veel over ons heen gestrooid. Het risico bestaat dat men gaat zeggen dat wat het NIOD zegt ook maar een mening is. Hoe gaat Eickhoff daarmee om? “Wij merken vooralsnog dat wat wij zeggen uiterst serieus wordt genomen, maar dat is niet vanzelfsprekend. Daar moeten wij voortdurend aan werken. Wij zien ook dat wat op sociale media verschijnt, steeds geraffineerder wordt. Bepaalde Russische des­ informatie over de Tweede Wereldoorlog bijvoorbeeld dringt zo ook hier en in de Verenigde Staten door. Het gaat bijvoorbeeld over de stelling dat Polen de Tweede Wereldoorlog zou zijn begonnen, of het aandeel van Oe­ kraïense militairen in het Rode Leger bij het verslaan van de Duitsers. Sommige van onze onderzoekers hebben zich daarover uitgesproken. Ondertussen proberen we met onze eigen meerstemmige communicatie de maat­ schappij gericht te voorzien van betrouwbare informatie, bijvoorbeeld met onze longreads.” Ons ware gezicht Eickhoff blijft dus vooralsnog een optimist, maar kent uit zijn werk ook veel kwaad. Wat moet je daarmee? “Tijdens mijn afgelopen vakantie heb ik De Oorlog in Stukjes gelezen van Simon Carmiggelt, met columns - Kronkels – over de bezettingsjaren. Alles komt daarin naar voren; Jodenvervolging, collaboratie, verzet, geweld, het dagelijkse leven in bezettingstijd. Vaak schreef hij over mensen die hij had gekend tijdens de oorlog en die hij weer ontmoette na 1945, maar dan in een andere rol. Wat eruit spreekt is dat voor hem de mensen tijdens de oorlog hun ware gezicht hebben getoond en dat mensen in vredestijd eigenlijk een masker op hebben en daarmee hun ware aard afschermen. Dat moet voor de verzetsman Carmiggelt beklemmend zijn geweest. Het 10

heeft me aan het denken gezet over het mensbeeld van de generatie in de beginjaren van het NIOD. Ik worstel er zelf ook mee. Ik heb drie keer onderzoek gedaan naar de concentratiekampen Neuengamme, Buchenwald en Sobibor. Wat mij steeds opviel is dat het kwade en goede naast elkaar voorkomt. Mensen die soms het laatste korstje brood van een ander pikten en mensen die met hun laatste kracht een ander hielpen op te staan. Het bestaat allebei, naast elkaar.” Wat doet werken bij het NIOD met je? Eickhoff: “Het doet je beseffen hoe geprivilegieerd we zijn hier en nu te leven in relatieve vrede, juist omdat dat allerminst vanzelfsprekend is. Geschiedenis is een reservoir van ervaringen en gebeurtenissen waar je wijsheid uit kunt halen. Dat faciliteren we op individueel niveau, als mensen een persoonlijke historische zoektocht aangaan, maar we helpen ook organisaties. Zo onderzoekt het NIOD bijvoorbeeld de rol van de Nederlandse Spoorwegen tijdens de oorlog - een dappere stap die confronterende inzichten kan opleveren en discussie zal uitlokken. Het laat zien hoe belangrijk het is om als institutie of overheid transparant te zijn over de eigen rol in massaal geweld. Ik denk ook dat mijn collega Hinke Piersma gelijk heeft als zij zegt dat ook bij de politie in de Tweede Wereldoorlog het niet zo is dat het een zwart-witverhaal is. Daarachter zitten ook verhalen van politieagenten die binnen marges van alles hebben gedaan om anderen te helpen. Multiperspectiviteit is cruciaal zodat we niet vooroordeelbevestigende, eenduidige verhalen vertellen over de plaats van massaal geweld in onze wereld. Het is onze taak als NIOD om deze complexiteit toe te laten. En ook om dit met een groter publiek te delen. Veel NIOD-collega’s doen dat, en ikzelf deed dat in mei tijdens een rondetafelgesprek met de Tweede Kamer, waarin ik nader inging op de wetenschappelijke en juridische basis van mijn uitspraken over het genocidaal geweld in Gaza. Dat wordt ons, als gezegd, niet altijd vanzelfsprekend door iedereen in dank afgenomen, maar misschien ontlenen we als NIOD juist daar ons gezag of zelfs bestaansrecht aan.”


Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook
Vfonds_Vmagazine-2025-LR ISSUU link by Vfondsutrecht - Issuu