DNG Juni 2024 02

Page 1

De Nieuwe Gemeenschap – driemaandelijks tijdschrift van het August Vermeylenfonds 07-09/2024 – AFGIFTEKANTOOR GENT X erkenningsnummer P 309 575 – vu: Willem Debeuckelaere - p/a V.F. Tolhuislaan 88, 9000 Gent

PB- PP BELGIE(N) - BELGIQUE
JAMES ENSOR, VUURWERK, 1887

IN VUUR EN VLAM

Binnenkort brandt in Parijs het Olympisch vuur. Dit vuur wordt 100 dagen voor de aanvang van de Spelen in het Griekse Olympia ontstoken, door middel van een parabolische spiegel die de zon op een fakkel richt. Tijdens de hele duur van de Spelen blijft deze vlam branden. Het symboliseert de verbondenheid tussen atleten, culturen en landen. Het brengt een boodschap van hoop, vrede en eenheid. Dat de mensheid ‘vuur’ nodig heeft, was ook voor de Griekse Prometheus (bijgenaamd; ‘hij die vooruitdenkt’) duidelijk. Hij kon het niet aanzien dat de Olympische goden de mensheid ervan onthielden en hij steelt stiekem het vuur om het aan de mensen terug te geven zodat deze kunnen uitstijgen boven zichzelf.

Iemand die ook vooruitdenkt, mensen inspireert en begeestert is Paul Magnette. Met ‘vurige tong’ spreekt hij over het heden en verleden van het socialisme maar vooral

over de toekomst, het ecosocialisme. Een socialisme waarbij ecologie en de bijhorende (transitie)maatregelen evenredig zijn voor alle mensen in onze samenleving, zodat iédereen het volle leven is gegund.

Maar ook een vol leven stopt ooit, al dan niet uit eigen keuze. De vader van Barbara, Jan Ceuleers koos op ‘het juiste moment’ voor de dood. Barbara beschrijft hoe een zelfgekozen levenseinde mooi kan zijn, maar ook vragen oproept. Ligt het zelfbeschikkingsrecht wel écht in onze eigen handen?

‘Vuur’ is een krachtig symbool voor ‘engagement, passie en drijfkracht’. De prachtige biografie van Hans Vandevoorde, over de oorlogsjaren van August Vermeylen, toont ons dat Vermeylen deze eigenschappen ten volle bezat en ons, ook nu nog, in vuur en vlam kan zetten.

Sarah Mistiaen

COLOFON

DE NIEUWE GEMEENSCHAP driemaandelijks ledenblad van het August Vermeylenfonds vzw; verschijnt op 15 maart, 15 juni, 15 september en 15 december.

REDACTIE Peter Benoy, Tom Cools, Willem Debeuckelaere, Chantal De Cock, Sarah Mistiaen, Johan Notte, Kristel Gijbels, Nico Pattyn, Philippe Rombouts, Paul Teerlinck, Eliane Van Alboom, Judy Vanden Thoren, Hans Vandevoorde, Anita Van Huffel en Anne Van De Genachte (+ vormgeving)

ALGEMEEN SECRETARIAAT Tolhuislaan 88, 9000 Gent, 09 223 02 88 - e-mail: info@vermeylenfonds.be - website: vermeylenfonds.be - openingsuren: 9u - 12u en van 13u tot 17u

ABONNEMENT 15 euro (4 nummers)

LIDMAATSCHAPSBIJDRAGE 15 euro per individu. U kunt lid worden door aan te sluiten bij een plaatselijke afdeling of door overschrijving op rek.nr. BE50 0011 2745 2218 van het Vermeylenfonds vzw, Tolhuislaan 88, 9000 Gent. Leden ontvangen gratis De Nieuwe Gemeenschap.

COVER: Detail uit James Ensor, Fireworks, 1887, Oil and encaustic on canvas, Buffalo AKG Art Museum - bron commons.wikimedia.org

51 3/4 × 55 3/4 in | 131.4 × 141.6 cm

VERANTWOORDELIJKE UITGEVER Willem Debeuckelaere, p/a Tolhuislaan 88, 9000 Gent

Auteursrechten personen die we niet hebben kunnen bereiken i.v.m. eventuele auteursrechten kunnen de redactie contacteren.

STEUN HET VERMEYLENFONDS Giften vanaf 40 euro zijn fiscaal aftrekbaar. Reknr. BE50 0011 2745 2218, Vermeylenfonds, Tolhuislaan 88, 9000 Gent. Om reden van milieuvriendelijkheid wordt dit tijdschrift op chloorvrij recycleerbaar papier gedrukt.

INHOUD Juli-September/2024

03 Eyecatcher

04 Het volle leven - Paul Magnette

07 Doodgewoon- euthanasie van Alzheimer tot ZelfbeschikkingBarbara Ceuleers

10 Recentie: Jos Verdegem in perspectief - Willem Elias

12 Boeken

14 Goed Nieuws

16 Vuur

18 BV - Hans Vandevoorde

22 Agenda - Verslag - Oproep

26 Column - Peter

28 Gedicht

30 Column - Anita

Fik

De haard smeult aan Zij koestert de vonkeling

Likt, aarzelt en wacht

Tot de aanjager pookt

Port, rakelt en moert

Het oude vuur bestookt

De rode haan laat kraaien

Zingen, zieden, zengen

Spetter

Brand weer man

Pompier

Blus, blus, blus!

Fien- Julia Beirinckx

Deze pagina is een coproductie tussen het Vermeylenfonds en Creatief Schrijven vzw. Wil je kans maken op publicatie in het volgende nummer?

Post je tekst op azertyfactor.be/wedstrijd.'

Het volle leven

EEN ECOSOCIALISTISCH MANIFEST VAN PAUL MAGNETTE

Het regent boeken van politici. Meestal snel en vlot geschreven apologieën die je meteen weer kunt wegzetten. Af en toe verschijnt dan toch een gedegen overzicht, type memoires.

Een zeldzame uitzondering in die ‘mainstream’, is het boek van Paul Magnette dat met de ondertitel meteen aangeeft waarover het gaat: een ecosocialistisch manifest. Met de uitnodigende “het volle leven/ la vie large” in hoofdletters. Geschreven in een heldere en toegankelijke taal en gebaseerd op een rijke leeslijst én feitenmateriaal.

Het boek hier in zijn totaliteit voorstellen is haast onmogelijk. In vier delen ontvouwt Magnette een analyse en komt tot concrete voorstellen. Het eerste deel gaat in op de ecologische uitdaging

en transitie. Deel twee formuleert de principes uitgaande van “de nieuwe geest van het socialisme”. In het derde deel worden voorstellen gedaan en de titels van de onderdelen spreken voor zich: “De confrontatie met de economische oligarchie”, “Het doorbreken van de spiraal van de ongelijkheid” en “Zorgen voor bestaanszekerheid”. Misschien wel het meest uitdagende en originele deel. Magnette is naast een hoogleraar politieke wetenschappen tevens een politicus dus kan het vierde deel, “Strategie”, niet ontbreken. Hij schuwt daarbij de confrontatie van zijn ideeën met de werkelijkheid niet: tenslotte geeft hij ons tien voorstellen van hervorming waarmee hij de dialoog wil aangaan… Niet opleggen: zonder maatschappelijke hefbomen blijven de voorstellen immers in het ijle zweven.

BIO Paul Magnette (Leuven, 28 juni 1971) is een Belgisch politicus namens de Parti Socialiste (PS). Magnette is sinds 2019 partijvoorzitter van de Parti Socialiste. Hij is burgemeester van de Waalse stad Charleroi.

Magnette was eerder al minister van Klimaat en Energie (20072011) en minister van Overheidsbedrijven, Wetenschapsbeleid en Ontwikkelingssamenwerking (2011-2013). Ook was hij tussen 2014 en 2017 minister-president van Wallonië.

STANDPUNTEN
4

Als ons tijdschrift op zoek gaat naar leesvoer dat je raakt, verrijkt en stuurt, dan mag een presentatie van dit werk niet ontbreken. Voor elke progressieveling die ecologie en socialisme in het hart draagt, is dit een ‘livre de chevet’. Reden te meer om toch even aan te kloppen bij de auteur zelf voor een gesprek.

Rudy Doom en Willem Debeuckelaere:

We waren echt onder de indruk van het werk. Dit is geen simpel boek, geen modieus wervend pamflet, maar een serieus doorwrocht traktaat.

Paul Magnette: “Ik heb mijn best gedaan. Zonder Covid had ik de tijd nooit gevonden om te lezen en te reflecteren, los van de waan van de dag wat de klimaatverandering van ons eist. Wat zijn de oplossingen die wij socialisten op tafel kunnen leggen en welke strategieën kunnen we uitstippelen?

In de eerste fase van de geschiedenis van het socialisme - ten onrechte weggezet als ‘utopisch’ -was deze belangrijke reflectie er wél. Die is soms sporadisch teruggekomen in de jaren 60 als een soort ‘tweede links’. Maar het is nooit een belangrijke pijler van het socialistisch gedachtegoed geworden. Anno 2023 moeten we de moed hebben dit te erkennen en ons op dat vlak te heroriënteren.”

U schreef, ik citeer; ‘Wij weten precies wat ons te wachten staat en hoe we dat kunnen vermijden. Wie is ‘wij’? Wie weet het en wie zal het vermijden?

“In onze geschiedenis zijn de menselijke gemeenschappen vaak geconfronteerd geweest met problemen die zij niet begrepen, maar ze hadden ook de oplossing niet. Wij, de huidige maatschappij, wij begrijpen het, wij kennen alle wetenschappelijke analyses en alle technologie. Het is geen probleem van kennis maar wel van wil en van verdeling van de verantwoordelijkheden en kosten.”

– Er zijn verschillende sociale groepen die verschillende verantwoordelijkheden hebben.

Vooreerst is er de nood aan een eigen analyse die wortelt in een socialistische traditie. De Groenen beweren, het is ‘antropoceen’: mensen zijn de oorzaak. Maar welke mensen?

Voor ons socialisten bestaan we niet alleen als ‘mensen’ maar ook als leden van een bepaalde klasse of sociale groep. We zien dat de rijkste mensen een enorme verantwoordelijkheid hebben en de armste mensen de slachtoffers zijn van die klimaatveranderingen. Dat is iets anders dan het algemeen discours dat wij altijd horen nl. dat ‘de mensen’ en ‘de maatschappij’ iets moeten doen. Nee, er zijn verschillende sociale groepen die verschillende verantwoordelijkheden hebben. Dat moet het begin van de reflectie zijn.

De tweede invalshoek gaat over een herziening van de genese van het socialisme: een soort archeologie van het linkse gedachtegoed. Waarom hebben wij als socialisten zo weinig gezegd over de problematiek van duurzaamheid en klimaat? Onder meer Serge Audier toont aan dat, voordat het socialisme zeer productivistisch geworden is met Marx, de meeste socialisten een visie hadden over klimaatverandering en het belang van de natuur, over het evenwicht tussen werk en privéleven en hoe dit met de natuur verbonden is.

Waarom is het dan zo moeilijk om dat op het verkiezingsprogramma te plaatsen?

“Het is niet zo moeilijk. Ons verkiezingsprogramma zal groener zijn dan ooit tevoren. Het blijft rood, zoals het boek zelf, maar de kwestie van klimaattransitie wordt zeker een van de pijlers. Het verschil met andere politieke bewegingen die ook over klimaatverandering praten is dat wij de sociale en ecologische kwesties niet scheiden. Ecosocialisme gaat voor het ‘volle leven’, maar dan voor iedereen.”

Er blijft een spanning tussen socialisme als moreel principe en socialisme als wetenschappelijke principe. Die twee sporen niet altijd.

“Daarom schreef ik ook een hoofdstuk over Marx. De jonge Marx heeft dat moreel principe gehanteerd, bv. in de strijd voor emancipatie, autonomie, volledige democratie, enz. Op een bepaald moment in zijn leven was hij meer een revolutionaire militant dan wetenschapper of filosoof. Hij zegt ‘oké, we zullen harder moeten werken, meer produceren om in een

betere maatschappij te kunnen leven’. Intussen werd dit productivisme in het corpus van socialisme geïntegreerd. (Het was zelfs het zaligmakend principe in de USSR.) Door die eenzijdigheid verloren wij het idee van een harmonie tussen de mens en natuur.”

U spreekt over kleine collectieve oplossingen. Enerzijds zegt u dat het een mondiaal probleem is en de oplossingen internationaal liggen. Anderzijds legt u de nadruk op kleine collectieve oplossingen. Ook Hans Achterhuis spreekt over die kleine utopieën. Er zit een overeenkomst in wat jullie beiden schrijven. Betekent dat dan een terugkeer naar het 19e -eeuwse coöperatieve denken? Het ‘modèle Gantoise’? (red. Het Gentse systeem voorzag in de oprichting van een werkloosheidsfonds dat gezamenlijk werd beheerd door vakbondsafgevaardigden en vertegenwoordigers van het gemeentebestuur)

“We zijn voorstander van grote programma’s en een sterke organisatie. Het oorspronkelijke idee van het socialisme was actie op macroniveau door bv. grote sectoren te nationaliseren en te investeren in de publieke sectoren. Dat is een beetje doorgeschoten. Het socialisme is te veel ‘macro’ geworden en het micro-element is men vergeten.

Via nieuwe sociale bewegingen uit de jaren 70 is dit teruggekomen. Ze hebben die methode, oorspronkelijk een socialistische methode, op kleine schaal teruggebracht, los van en soms tegen de socialistische beweging in. Ook het concept van zelfredzaamheid werd gekaapt door het neoliberalisme, terwijl het oorspronkelijk tot de culturele wortels van links behoorde.

Wij geloofden te veel in de Staat, de sociale zekerheid, de publieke sectoren … waardoor wij die spontane en autonome acties van burgers die zichzelf organiseren, soms verloren hebben. Dat vind ik spijtig.”

Wat met de tegenmacht binnen de ondernemingen? Ik citeer: ‘alle ondernemingen met meer dan 12 werknemers nemen besluiten over investeringen en beloning gezamenlijk.

“Dat is voor mij de grootste limiet van onze sociale democratie. We hebben een sterke

– Ecosocialisme gaat voor het ‘volle leven’, maar dan voor iedereen.
STANDPUNTEN
5
– De democratie in de bedrijven zelf staat nergens. Mensen werken, maar hebben niks te zeggen.

sociale zekerheid, belangrijke publieke sectoren, een vrij sterk macro-economisch beleid, maar de democratie in de bedrijven zelf staat nergens. Mensen werken, maar hebben niks te zeggen. Covid heeft een heel belangrijk impact gehad. Werknemers willen iets kunnen zeggen over de organisatie van het werk maar ook over ethische doelstellingen. Dat is iets wat wij als socialisten in ons project moeten integreren.”

Jean Jaurès?

“Jaurès probeert vakbonden, de partij, de pers en de intellectuelen te organiseren om zoveel mogelijk eenheid te krijgen en een sterke positie te hebben maar ook om het pluralisme van het socialisme, de biodiversiteit binnen het socialisme te behouden. Onder meer door die interne discussies op kleine schaal niet principieel te versmachten. Neem nu de transitie om koolstofneutraal te worden. Er zijn verschillende manieren om koolstofneutraal te worden maar het moet via een transitie gebeuren. Jean Jaurès zei: ‘ik ben voor een revolutionaire evolutie’. Ik ben voorstander van een samenleving gebaseerd op compleet andere principes, maar geleidelijk aan en met inspraak in de lokale leef- en werkgemeenschappen.”

U schrijft ‘woede kan een motor zijn voor veranderingen’. Maar woede alleen leidt tot ‘steekvlam’ acties. Volgens Rosa Luxemburg komen grondige hervormingen van onderuit, maar om tot een duurzame verandering te komen is er één partij nodig die de leiding neemt. Hoe komt het dat de woede van groepen zoals ‘les Gilets Jaunes’ in Frankrijk, niet gekanaliseerd wordt door de Socialistische Partij?

“Eén van de redenen is het feit dat de vakbonden zwak zijn in Frankrijk. In België kunnen we die woede beter kanaliseren en organiseren. Woede zonder doelstelling of perspectief zal niks teweegbrengen. Maar woede die hoop kan geven en een visie ontwikkelen, geeft zin aan die woede. Het hedendaagse socialisme moet mensen wapenen tegen ‘défaitisme’ en hen een toekomstvisie bieden met oplossingen op

lange termijn, zonder zich te verliezen in dromerij.”

Wat Hans Achterhuis beklemtoont is dat, bij grondige transformatie van de samenleving in beperkte tijd, het gevaar schuilt dat je autoritair gaat denken. Midden in de crisis van de jaren 30, zaten we met een planner en ziener als Hendrik de Man, die de fatale afslag neemt naar uiterst rechts.

“De grootste beperking van de planning van de jaren 30 was dat het niet democratisch was. Het was een soort technocratische visie. Vandaag moeten wij een plan hebben dat meer democratisch is, met brede discussies, met meer betrokken partijen. Ik pleit voor een jaarlijkse discussie in het parlement over de stand van zaken. Die bevraging moet ook binnen links, in de brede zin, plaatsvinden. Een grondige ‘aggiornamento’ van het socialisme. Voor mij is dat het pad van eco-socialisme dat ik niet ga verlaten. Let wel, mijn herbronning is geen verdoken poging om andere groene bewegingen te kapen. Ik denk dat we sterker zijn als wij met verschillende lijsten naar de verkiezingen gaan. Iedereen zo breed mogelijk bijeenbrengen om een zo een groot mogelijke progressieve coalitie te vormen.”

Bart De Wever pleit voor een rechtse frontvorming. Misschien moet links proactief zijn en niet wachten tot dat gebeurt.

“Aan Franstalige kant zijn er veel gemeenschappelijke punten tussen socialisten en Groenen. Maar we hebben wel onze eigen visie. Op sociaal vlak blijven wij veel sterker dan de Groenen. Ook betreft methodologie en planning. We hebben de juiste instrumenten om de transitie te organiseren. De Groenen blijven herhalen ‘het moet veranderen, het moet, het moet’. Ja, maar hoe, wat is hun methodologie?

Politiek moet rekening houden met wat Pascal al zei ‘Le cœur a ses raisons que la raison ne connaît point’ De politiek heeft zijn eigen redenen die de rede niet kent. Politiek is iets passioneels, iets ideologisch. Je kan niet alleen

– Woede zonder doelstelling of perspectief zal niks teweegbrengen.

maar ‘wetenschappelijk’ leiden. Je moet ook kunnen overtuigen en de buik en het hart van de mensen raken, niet alleen maar het brein. Daarom zijn die kleine projecten en spontane organisaties van de burgers voor mij heel belangrijk. Het is een manier om te leren samenwerken maar ook een soort anticipatie van een maakbare toekomst. Mensen moeten het zien, het moet hen raken om het te geloven en te voelen. Kijk bv. naar de vierdagen-week. Zoals ooit de achturendag afgedaan werd als onmogelijk, moeten we durven kijken naar wat anderen blijven omschrijven als ‘onmogelijk’. Omdat ze vastzitten aan een verdienmodel dat gebaseerd is op snel winst maken en elk alternatief à priori afwijzen. Omdat ze ongelijke verdeling van de lasten en de winsten niet in ogenschouw willen nemen en het volle leven willen reserveren voor een kleine elite.”

Interview: Rudy Doom en Willem Debeuckelaere

Foto’s: Paul Teerlinck

Dit interview had plaats in het najaar van 2023, nu alreeds enkele maanden terug en werd afgenomen door Rudy Doom en Willem Debeuckelaere. Eerder heeft Paul Magnette (1971)die naast politicus met een indrukwekkend palmares ook hoogleraar politieke theorie is aan de ULB- ons interessante politieke literatuur bezorgd dat duidelijk boven het maaiveld van de politieke essays uitsteekt: zeker het boek “Onsterfelijk links” (2016) mag niet ontbreken.

En hij blijft erudiet politiek werk leveren. In het meest recente werk, “L’autre moitié du monde, Essai sur le sens et la valeur du travail “ (La découverte, 2024) gaat hij diep in op het aspect “werk, arbeid”.

STANDPUNTEN
6

Het (on)voltooide leven, een doodgewone zaak?

BIO Barbara Ceuleers (1983) is germaniste en journaliste, maar vooral de dochter van haar grote held. Jan Ceuleers was in de jaren 90 directeur televisie van de toenmalige BRTN (nu VRT), maar vooral de papa van Barbara. Hun band werd alleen versterkt door zijn keuze voor euthanasie.

Zopas verscheen Doodgewoon- euthanasie van Alzheimer tot Zelfbeschikking, het noodzakelijke boek van Barbara Ceuleers dat het debat over de uitbreiding van de euthanasiewetgeving aanvuurde. Ik had met haar een warm gesprek over wat haar had aangespoord dit boek te schrijven en wat bij haarzelf het vuur aanwakkert.

Ben je tevreden met de ontvangst van jouw boek?

Barbara Ceuleers: “Ja, absoluut. We zitten aan de vierde druk. Daar ben ik heel blij mee. En ik ben ook heel blij met de reacties op het boek. Ik ben wel geschrokken dat

nog zo veel mensen dáchten dat ze met hun euthanasiepapieren in orde waren. Dat is jammer. Het is wel positief dat dit nu aan de oppervlakte komt. Ineens beseffen mensen dat ze met die wilsverklaring niet veel zijn in geval van dementie of andere vormen van verworven wilsonbekwaamheid. Maar tegelijk is het schrijnend dat veel mensen in de waan waren dat ze alles goed geregeld hadden.”

Heb je ondertussen veel nieuwe getuigenissen te horen hebben gekregen?

“Zeker. Op elke lezing gebruiken de meeste mensen de vragenronde om hun ervaringen te delen. Heel vaak is dat dan toegespitst op euthanasie. Mensen vertellen wat een mooie ervaring het was en dat ze er een heel warm gevoel aan over gehouden hebben. Maar relatief vaak kom je ook mensen tegen wier partner dementie heeft of gehad heeft. Dat zijn toch wel schrijnende verhalen.

Vorige week was er op een lezing een koppel wiens verhaal me enorm heeft geraakt. De man had net de diagnose van Alzheimer gekregen en was nog een beetje zoekende. Waar ben ik aan toe? Hoe pak ik dit aan?

Ze kwamen samen na de lezing naar mij toe. De vrouw vertelde me dat ze haar man voor de volle 100% zou steunen als hij zou kiezen voor euthanasie, maar dat het toch zoveel fijner zou zijn mochten ze niet zo gejaagd moeten beslissen. Dat heeft mij ongelooflijk aangegrepen, dat die mensen kwamen luisteren en het verhaal van mijn papa als voorbeeld namen. Ze vertelden ook dat ze het boek meteen hadden gekocht toen het uitkwam.”

De rechtstreekse aanleiding voor het schrijven van je boek was het overlijden van jouw vader. Hoe is het boek tot stand gekomen?

“Ik ben hier niet aan begonnen met het idee een boek te schrijven. Ik ben eerder begonnen met flarden neer te pennen van herinneringen die ik niet wou vergeten. Dat zijn later dan de persoonlijke verhalen geworden waar ik elk hoofdstuk mee open. Allemaal dingen die ik niet wou vergeten, die ik tastbaar wou houden. Bovendien ben ik iemand die heel graag die schrijft.

STANDPUNTEN
7

Heel onbewust begon ik ook allerlei informatie te verzamelen. Als ik iets las over euthanasie of als Wim Distelmans nog eens ergens ter sprake kwam, dan verzamelde ik dat in een apart mapje. Op een gegeven moment werd ik door palliatieve hulpverlening Antwerpen gevraagd om mijn verhaal over de euthanasie van mijn vader te delen via een online activiteit waaraan mensen konden deelnemen. Daar merkte ik dat er zoveel nood aan informatie was. Ik ben vervolgens op een avond van hen gaan spreken, en ook daar merkte ik hetzelfde. Bij heel veel mensen die ervan overtuigd waren dat alles was geregeld, werd hun ballon doorprikt. Ook bij mensen die zelf in de hulpverlening zitten. Toen dacht ik bij mezelf, dat kan toch niet.”

Je hebt ook met diverse experts gepraat voor dit boek.

“Ja, zoals met de neuroloog van papa voor het stuk over dementie. Maar ik ben ook gaan praten met de arts van Hugo Claus, Peter Paul De Deyn, en met verschillende andere artsen, zowel LEIF-artsen als anderen, om alles goed af te toetsen.

Zoals ik al zei, gaandeweg had ik flink wat info verzameld. In het begin was het voor mij ook niet allemaal duidelijk. Ik wist wel waarom papa er te vroeg voor moest kiezen. Maar hoe de exacte wetgeving in elkaar zat, hoe die wet tot stand was gekomen, dat wist ik allemaal niet. Dat ben ik uit gesprekken en uit opzoekingswerk te weten gekomen. Het is een gans proces geweest om tot het uiteindelijke boek te komen, met dank aan de uitgever die voorstelde mijn verhaal als rode draad te nemen.”

Je bent erin geslaagd een momentum te creëren voor een mogelijke wetswijziging die een humaner levenseinde kan mogelijk maken. Welke reacties heb je gekregen van de verschillende partijen?

“De partijen die het wetsvoorstel zelf al onderschreven hebben, zijn laaiend enthousiast: Open VLD, Vooruit en Groen beseffen hoe belangrijk die uitbreiding is en willen er zelf 100% procent voor gaan. Dan heb je nog twee partijen die doen alsof hun neus bloedt: N-VA en Vlaams Belang. Ethische thema’ zijn voor hen geen prioriteit. Maar op het groot euthanasiedebat dat ik in

mei organiseerde samen met Humanistisch Verbond en mijn uitgever Ertsberg, moesten ze wel kleur bekennen. Ze zijn tegen een uitbreiding van de wet. Verder heb je CD&V, waar ik in mijn boek heel hard tegenin ga. Ik merk dat de reacties daar gemengd zijn. De partijtop is nog echt tegen en laat uitschijnen dat ze het debat willen voeren, maar iedereen die bezig is met euthanasie voelt dat dat verkiezingspraat is om ervoor te zorgen dat ze zeker geen stemmen zouden verliezen omwille van het thema. Ik vrees dat, als er al een debat gevoerd wordt, voor CD&V enkel euthanasie bij vergevorderde dementie bespreekbaar is. Patiënten liggen dan al in foetushouding, dan moeten ze dat hele lijdenstraject ertussen gewoon meemaken.”

Dat kan niet de bedoeling zijn. “Nee, je wilt nog op een waardig moment kunnen afscheid nemen. Maar misschien net niet als je nog 100% wilsbekwaam bent, zodat je tenminste niet zo gejaagd afscheid moet nemen.

Ik heb ook Sammy Mahdi een boek opgestuurd. Hij had naar aanleiding van de polemiek rond mijn boek gezegd dat CD&V nooit had beweerd dat ze het debat niet wilden voeren. Daar denk ik het mijne van. Ze hebben het zelfs in het regeerakkoord laten zetten: er mag niet gepraat worden over de ethische thema’s, zonder een consensus tussen alle partijen. Belachelijk, want dat gebeurt nooit. Punt een. En punt twee, hij en zijn partij houden al vijf jaar de lippen stijf op elkaar als andere partijen een uitbreiding willen aankaarten. Om nog maar te zwijgen over de vertragingsmechanismen die ze hebben ingezet om de abortuswet aan te passen. Om van te walgen.

Twee weken later kreeg ik reactie van een van zijn medewerkers - niet eens van Sammy zelf -, om me te bedanken voor het boek en mee te geven dat Sammy zeker gaat doen wat ik erin had ingeschreven, namelijk dat ik hoop dat het geen verkiezingsgeleuter is en dat hij het debat echt wilt openen. Medio juni heb ik een one-on-one gesprek met hem. Na de verkiezingen dus. Ik heb heel benieuwd welk statement hij dan gaat innemen.

Nu, ik ben daar realistisch genoeg in om te weten dat als we een verandering willen op korte termijn, het zonder CD&V zal moeten.”

Hoever mag die verandering voor jou gaan? Je hebt niet alleen de lacune in de wetgeving wat mensen met dementie betreft? Wat met mensen die hun leven als voltooid beschouwen? Wat met mensen met psychische stoornissen? Hoe sta je daar tegenover?

“Ik denk dat er inderdaad veel hiaten zijn in de wetgeving. We mogen bijvoorbeeld ook mensen met het syndroom van Down, mensen die eigenlijk nooit wilsbekwaam geweest zijn, niet vergeten. Die kunnen ook ongelooflijk ondraaglijk lijden ervaren, dat ze wel kunnen aangeven. Maar die mogen nooit voor euthanasie kiezen. Ouders met baby’s en kinderen, net hetzelfde. Dat laatste is dan geen zuivere euthanasie, omdat het over patiënten gaat die er niet zelf om kunnen vragen, maar zou met een wetsaanpassing behandeld kunnen worden. Dat vind ik ook nog noodzakelijk.

Wat het voltooide leven betreft, twijfel ik. Op oudere leeftijd komt voltooid leven vaak neer op polypathologie. Dat is een van de meest voorkomende redenen om euthanasie aan te vragen én te krijgen. Dus als we spreken over mensen die op leeftijd zijn en die zeggen dat het voor hen niet meer moet, dan denk ik dat we dat op die manier kunnen regelen. Ik heb gewoon een beetje schrik dat het ervaren van een voltooid leven een bevlieging zou kunnen zijn. Je weet hoe het leven soms draait en keert. Iedereen heeft wel eens een moeilijk moment. Sommige mensen zitten ineens heel diep maar zouden er 3 maanden later helemaal anders tegenover kunnen staan. Ik ben een grote voorstander van zelfbeschikking - dat staat niet voor niets in de titel van mijn boek -, dus vind ik dat iedereen zelf over zijn eigen einde zou mogen beslissen. Ik vind wel dat we een soort van buffer zouden moeten kunnen inbouwen. Die maand wachttijd die er nu is bij psychisch lijden vind ik zeker niet slecht. In het geval van lijden aan een psychiatrische ziekte vind ik dat wel noodzakelijk.”

Wat met hulp bij zelfdoding? Zou je zoiets niet beter kunnen regelen met een andere wet dan door de euthanasiewetgeving hieraan aanpassen? Dan kan je het zelfbeschikkingsrecht volledig bij de patiënten leggen.

– Als ik anderen zie uitblinken in zaken die ik zelf niet kan, dan kan ik daar

ongelooflijk content van worden.

STANDPUNTEN
– Je weet
hoe het leven soms draait en keert.
8

“Ik ben daar wel voorstander van, net omdat we de mensen ook hier weer gewoon de keuze geven. Maar dat is een moeilijker kader om te scheppen dan de aanpassing van de euthanasiewet bij verworven wilsonbekwaamheid. Daar wordt nu al zo moeilijk over gedaan. Als dat debat al vastloopt, dan vraag ik mij af hoe we ooit nog een stap verder gaan kunnen zetten. We moeten kleine stappen nemen, zeker?”

Misschien overschakelen naar een iets luchtiger thema. Wie of wat wakkert bij jou het vuur aan?

“Mijn beste vrienden. Een vriendin van mij gaat nu op haar eentje naar Compostela wandelen. Daar neem ik 17.000 petten voor af. Ik vind het schitterend omdat ze zoiets heeft van ‘ik wil dat doen, ik ben 40, nu is het moment aangebroken om dat te doen’. Ze gaat met de trein richting Frankijk en heeft zichzelf een maand gegeven om de tocht te maken. Chapeau daarvoor. Daar krijg ik dan ook wel goesting van. Dat stimuleert mij om ook mijn eigen dromen na te jagen. Of mijn beste vriendin die een prachtige podcast maakt, helemaal alleen, zonder team rond

– Ik heb ook
Sammy Mahdi een boek opgestuurd.

de huisfotograaf van De Morgen. Dat was de krant die wij thuis lazen. Op een of andere manier springt er altijd leven uit zijn portretten. Elke foto spreekt. Ik kon vroeger nooit door de krant bladeren zonder een paar seconden bij zijn foto’s te blijven hangen. Zonder dat ik op dat moment wist dat deze van Stephan Vanfleteren waren. Dat wist ik pas later.

Ik heb 15 jaar geleden het geluk gehad om door hem gefotografeerd te worden voor een interview. Ik had dat zelf afgedwongen. Ik wou dat interview eigenlijk niet zo graag doen, maar had beloofd toe te zeggen als Stephan Vanfleteren de foto’s zou nemen. Tegen alle verwachtingen in was dat snel geregeld. Tijdens de fotoshoot bleek hij dan ook nog eens een warme, aimabele man te zijn. Je kunt iemand hebben met onnoemelijk veel talent die dan de grootste kwal ter wereld blijkt te zijn. Ik ben er zeker van dat ik in dat geval zijn foto’s niet meer tof zou vinden. Zo ben ik dan ook wel. Maar Stephan was een Er staan alleen portretten in.

– Het is schrijnend dat veel mensen in de waan waren dat ze alles goed geregeld hadden.

zich. En dan een Belgian Podcast Award wint en tot twee keer toe genomineerd wordt voor De Oorkondes. Ja, daar word ik blij van. En trots. En dat wakkert mijn vuur aan.

Als ik iemand met heel veel passie hoor vertellen over iets, dan krijg ik zelf zin om me nog eens 100% te geven, er vol voor te gaan. Bij het schrijven van mijn boek had ik dat ook. Het idee om een zaadje te planten, om mensen te helpen in hun zoektocht gaf me echt een drive.

Als ik anderen zie uitblinken in zaken die ik zelf niet kan, dan kan ik daar ongelooflijk content van worden. Daar kan ik echt gelukkig van worden.”

Ik zie het. Je straalt helemaal.

Voor onze expo heb je gekozen voor Portret, een boek van Stephan Vanfleteren. Wat maakt die man voor jou tot een inspiratiebron?

“Ik was al van jongs af aan fan, van toen ik nog een klein Barbaraatje was. Hij was

ongelooflijk fijne man. Mijn respect voor hem is toen alleen maar gegroeid. Hij heeft zoveel talent en doet eigenlijk heel normaal. Tegen mij zei hij nog dat ik het ver zou schoppen. En ik maar glunderen en denken‘maar jij bent zo lief’. Dat was een geweldige ervaring.

Een jaar later heb ik hem op de boekenbeurs gezien en heb ik dit boek laten signeren. Hij bleek mij nog te kennen en dat pakte me wel. Hij krijgt zoveel grootheden voor zijn lens, maar hij herinnerde míj nog. Ongelooflijk!

Portret is mijn salontafel boek. Je ziet dat ook. Dat is doorleefd. Ik kijk er nog heel regelmatig in. Dat is een boek waar ik goed gezind van word. Als ik daarin kijk, dan zie ik gewoon die passie van Stephan Vanfleteren.”

“Ja, van allemaal bekende mensen. Genomen op zijn zeer kenmerkende manier. Schitterend gewoon. Het merendeel van die mensen ken je en toch kan hij van hen een portret maken waardoor je nog een andere kant van die mensen leert kennen. Ik vind het echt prachtig hoe hij daar telkens in slaagt.”

Heb je nog andere boeken van hem? “Ja, toen ik naar zijn expo Surf tribe geweest ben, heb ik ook het boek gekocht. De portretten die hij daarvoor gemaakt heeft zijn ook magistraal.

Maar Portret doet mij meer omdat ik die mensen ken. Het is fijn dat je daar zelf een verhaal van kan maken. Voor mij is dit een boek dat iedereen eens zou moeten vastpakken. En dan opnieuw. En opnieuw.”

Barbara, ongelooflijk bedankt voor het fijne interview.

Interview: Tom Cools

Foto’s: Paul Teerlinck

– Als ik daarin kijk, dan zie ik gewoon die passie van Stephan Vanfleteren
9 STANDPUNTEN

Jos Verdegem in perspectief ⁄ Willem Elias

Waarom bepaalde kunstenaars onterecht lang onderbelicht blijven, is een van de grillen van het lot. De tijdsgeest zit hen niet mee en de poortwachters van dienst hebben net die andere kunstenaars op hun radar staan. Niet zelden duurt het decennia, soms eeuwen, vooraleer de kunstenaar zijn plaats krijgt binnen de kunstcanon.

Iemand met een mooie staat van dienst wat betreft het in de kijker zetten van minder bekende kunstenaars is Willem Elias. Met zijn tweedelige Aspecten van de Belgische kunst na ’45 gaf hij een ruim overzicht van de verschillende kunststromingen en plaatste deze in een internationale context. Bekende en minder bekende kunstenaars kregen er hun plaats.

Geen populariteitsstrijd hier, alleen artistieke merites werden in beschouwing genomen bij de selectie. Voor wie zich wil verdiepen in de Belgische kunst van de afgelopen eeuw, blijft dit, twee decennia na publicatie van het eerste deel, nog steeds een must-read.

In 2015 verscheen dan Camille D’Havé & La Relève, de eerste monografie ooit over deze eigenzinnige schilder die al te lang in de schaduw van ‘partners in crime’ Roger Raveel en Jan Burssens is blijven staan. En nu is het de beurt aan diens leermeester en geestelijke vader om in de kijker gezet te worden door Willem Elias. Met Jos Verdegem in perspectief presenteert hij ons een rijke en prachtig geïllustreerde monografie die alle facetten van het werk van Verdegem in kaart brengt.

Dat Willem Elias nog eens een boek ging schrijven over Jos Verdegem stond in de sterren geschreven. Hij was immers vriend aan huis bij de familie Elias. Voor kunsthistoricus Hendrik Elias, Willems vader, was hij een ‘soort geestelijke vader-vriend’ en zelf beschouwt Willem Elias hem als zijn ‘geestelijke grootvader’. “Zijn kritische geest heeft ongetwijfeld de mijne aangescherpt.” Met dit boek hoopt hij de nieuwsgierigheid aan te wakkeren naar het verscheiden oeuvre van Verdegem.

Jos Verdegem werd op 3 mei 1897 geboren en groeide op in de Muide een Gentse arbeidersbuurt. Van tot 1914 volgde hij les aan de Academie van Gent, eerst bij Frits Van Den Berge en later bij George Minne. Tijdens WOI maakte hij deel uit van de ‘Section

RECENSENT
10

artistique de l’Armée’. Deze kunstcompagnie had als taak het frontleven te tekenen en schilderen. Van 1922 tot 1929 verbleef hij in Parijs, om daarna terug te keren naar Gent. Om in Parijs rond te komen werkte hij als knecht in het circus. Een levenslange liefde voor clowns en circusartiesten vertaalde zich in talrijke werken. Vanaf 1932 was bij professor aan de Gentse academie. Door flink wat van zijn oud-leerlingen werd hij op handen gedragen.

Twee wereldoorlogen en de crisisjaren ertussenin maakten het hem helaas niet gemakkelijk om een succesvolle kunstenaarscarrière op te bouwen. Ook zijn liefdesleven liep niet over rozen. Zijn eerste vrouw, Alice Rigoley, stierf in het kraambed en zijn tweede vrouw, oud-studente Elza Vervaene, ging ervandoor met de filosoof Henri Maldiney. Op 15 september 1957 stierf hij aan de gevolgen van longkanker.

Jos Verdegem was een kind van zijn tijd. Na WOI brak een tijd aan van heropbouw, wat zich ook uitte in de kunstwereld. Vanaf de jaren 20 kreeg je een terugkeer naar een meer realistische aanpak in de schilderkunst. De ‘Neue Sachlichkeit’ toonde de lelijke kant van de realiteit, de werkelijkheid werd gepresenteerd met een nietsontziende scheut maatschappijkritiek. Het surrealisme koos dan weer voor een ideële realiteit, de weergave van onze gedachtewereld. In de SovjetUnie kreeg het socialistische realisme de bovenhand. Kunst stond daar in dienst van

de revolutie. Buiten het surrealisme kon je deze realistische tendensen bezwaarlijk avant-gardistisch noemen. Pas na de Tweede Wereldoorlog werd de avant-gardistische speeltuin terug geopend.

De keuze voor een realistische aanpak, ook door Verdegem gemaakt, is niet de meest gemakkelijke. De kunstenaar is immers altijd gedoemd te falen als hij nastreeft de werkelijkheid picturaal uit te drukken. Het mimetische ideaal is niet meer dan een ‘fata morgana’. Een realistische weergave houdt altijd een reductie in, onderhevig aan de grillen van tijd en cultuur. Dat hoeft de pret niet te bederven. Uitmuntende kunstenaars slagen erin prachtig te falen.

De stijl van Verdegem is duidelijk herkenbaar en wordt gekenmerkt door een meesterlijke tekenvaardigheid. Eens terug uit Parijs ontwikkelde hij een eigen plastische taal. Hij had evengoed net als zijn Vlaamse generatiegenoten het pad van het plattelandsexpressionisme kunnen bewandelen. Maar hij was een stadsjongen en paste bovendien voor de overdreven vervormingen die eigen zijn aan deze stroming. Dan was Rubens meer een inspiratiebron, wiens monumentalisme ook in Verdegems werk te herkennen valt. Nog frappant zijn het gebruik van diverse experimentele technieken zoals collage, montage en complexe mengtechnieken alsook het gebruik van close-ups en aparte perspectieven.

Naast een biografische schets en een stijlanalyse presenteert Willem Elias in 7 hoofdstukken de verschillende leidmotieven die terug te vinden zijn in het eclectische werk van Jos Verdegem. Naast het reeds aangehaalde oorlogsgeweld, zijn fascinatie voor het circus en artistieke interesse in stedelijkheid, vielen de keuze voor karakterkoppen als weergave van de condition humaine op, zijn stillevens die al eens durven te flirten met het abstracte en zijn gevoelige benadering van het vrouwelijke lichaam. Tot slot gaat de auteur dieper in op de vorm- en kleurexperimenten in het latere werk van Verdegem.

Of de kunstenaar op termijn de maatschappelijke erkenning krijgt die hij verdient blijft nog koffiedik kijken, maar met Jos Verdegem in perspectief zet Willem Elias een stap in de goeie richting. Hij slaagt met verve in zijn opzet het verscheiden oeuvre van Verdegem inzichtelijk te maken. Zowel stijlkenmerken als leidmotieven worden helder behandeld en de rijke en intelligente keuze van de getoonde werken maken deze elementen ook visueel bevattelijk.

Dit boek is geen eindpunt in de bekendmaking van het oeuvre van deze intrigerende kunstenaar. Op de zolder van zijn vader vond Willem Elias de persoonlijke documenten van Jos Verdegem. In een volgend boek zullen deze, samen met verder archiefonderzoek, behandeld worden om de persoonlijkheid van Verdegem in al zijn facetten te belichten. Iets om naar uit te kijken.

Tom Cools

Jos Verdegem in perspectief. 1897-1957, Willem Elias, Artha / art & heritage books, 2024

RECENSENT
11

EXC.VOOR AVF-LEDEN! 20 % KORTING OP DEZE BOEKEN.

www.epo.be/nl/12-boekenportaa l

GEBRUIK DE KORTINGSCODE DNG202402 IN JE WINKELMANDJE.

EEN STRAAT ZONDER AMBITIE

PAVEL JURACEK

‘We kweken prachtmensen’ is de komische en misschien wel meest politiek beladen uitspraak in deze verder apolitieke bundel. Pavel Juracek, die deze verhalen in de donkere stalinistische jaren vijftig schreef, weet de sfeer van die tijd prachtig te vangen zonder al te nadrukkelijk te refereren aan het moeilijke maatschappelijke klimaat. De verhalen gaan over alledaagse mensen tijdens alledaagse gebeurtenissen en zijn niet zelden gebaseerd op Juraceks eigen ervaringen.

Pavel Juracek [1935-1989] was als scenarioschrijver en regisseur een sleutelfiguur in de new wave van de Tsjechoslowaakse film van de jaren zestig, waartoe ook een jonge Milos Forman behoorde. Diverse van zijn films wonnen internationale prijzen, maar na het neerslaan van de Praagse lente in 1968 kon Juracek een verdere toekomst in de film vergeten.

EEN VERSCHOPPELING MET VUURKRACHT

RÉMON VAN GEMEREN

Chr.J. van Geel (1917-1974) was niet alleen een belangrijke naoorlogse dichter, maar leidde ook een bijzonder bestaan. Hij leefde afgezonderd in de duinen.

In zijn jeugd was hij beschadigd door een gebrek aan wezenlijke aandacht en erkenning. Bij de zee stelde hij, bijna als een middeleeuwse monnik, zijn leven in het teken van geestelijke arbeid: zijn poëzie. Zo deed hij een vastberaden poging zich te verzoenen met het leven. Toch confronteerde dit hem voortdurend met nieuwe beproevingen. Zijn strijd met de wereld maakte het moeilijk, zo niet onmogelijk voor

hem om volledig rust en vrede te vinden in de mooie gedichten die zijn geest voortbracht.

HET VOORTLEVEN VAN DE VUURVLIEGJES

GEORGES DIDI-HUBERMAN

In De goddelijke komedie van Dante verspreidt het grote licht zich in sublieme cirkels in het Paradijs en dwalen de kleine vuurvliegjes in de Hel. De jonge Pier Paolo Pasolini, die dit werk secuur las, zag tijdens een wandeling in de nacht plotseling een zwerm vuurvliegjes.

Het is 1941, Mussolini is aan de macht. Het onschuldige fonkelen van de vuurvliegjes staat in schril contrast met het felle licht dat de fascistische dictator omhult: Dantes universum in omgekeerde vorm. De vuurvliegjes keren steeds weer terug in de naoorlogse films en geschriften van Pasolini; ze staan voor vormen van verzet in een wereld vol terreur. Maar aan het eind van zijn leven meende Pasolini dat de vuurvliegjes in de neofascistische spektakelmaatschappij ten onder waren gegaan. Volgens Didi-Huberman leven ze ondanks alles voort. Hij laat de vuurvliegjes oplichten in actuele beelden van verzet en daarbij speelt het werk van Giorgio Agamben, Walter Benjamin en Aby Warburg een belangrijke rol.

OVER OORLOG

SIMONE WEIL

Wat bezielt mensen om een gewapend conflict aan te gaan, daaraan, het zij aanvallend het zij verdedigend, deel te nemen

en dat te blijven doen? Wat motiveert hen?

Wat bepaalt je houding in zo’n geval? En wat zou jij doen tegenover een meedogenloze agressor? Hoe ga je dan om met de daaruit voortvloeiende dilemma’s?

Dat zijn fundamentele vragen die Simone Weil in haar tijd voor lastige keuzes stelden, maar waarvoor ze bereid was alle consequenties te nemen.

In het leven van Simone Weil spelen de oorlog en de dreiging daarvan als uiting van het eeuwige conflict tussen onderdrukkers en onderdrukten een belangrijke rol.

In deze bundel is een selectie van essays van Simone Weil uit de periode 1933-1943 over dit onderwerp in chronologische volgorde samengebracht. Deze volgorde stelt de lezer in staat in een kort bestek de bijzondere ontwikkeling van het gedachteleven van Simone Weil in hoofdlijnen te volgen tot in haar laatste levensjaar (1943). In dat oorlogsjaar stelt zij aan de beweging van ‘Vrije Fransen’ van Charles de Gaulle in Londen de cruciale vraag: Waar strijden wij eigenlijk voor?

STANDPUNTEN
verhalen
BOEKEN 12

new season with

chassol plays basquiat schönberg ~ brad mehldau trio robert glasper ~ vox luminis shabaka & many more...

Gebouwd in 1251 als hospitaal

Verrezen in 2020 als akoestische mijlpaal

Seizoen 24 | 25 beleef je in Muziekcentrum De Bijloke

Laat je verwonderen door De Bijloke

Ontdek de vele concerten van seizoen 24 | 25 op bijloke.be

Ledenvoordelen Vermeylenfonds

20% korting op een selectie van concerten.

Info & tickets via vermeylenfonds.be

next
stop
13

Goed nieuws

In deze rubriek leggen we nadruk op het positieve in onze kleine en grote wereld. We brengen enkel goed nieuws met veel zwarte en witte humor, cadeautjes, weggeefacties, twitteroptimisten, facebookclowns en nog veel meer… Heeft u ook heugelijk nieuws te melden, mail dan naar sarah@vermeylenfonds.be want “Optimism is a moral duty!”

WELKOM ERIS!

Ik ben Eris (zij/haar) en ben sinds kort begonnen aan een traject bij het Vermeylenfonds. Taal is voor mij een tool om emoties te verbinden en een maatschapwij te belichten. Tijdens deze samenwerking word ik volledig ondergedompeld in de werking van deze prachtige organisatie, die zich inzet om onderdrukte stemmen een platform te geven en zal ik zelf graag deelnemen aan activiteiten die communities verbinden. Hier zal ik ook mogelijkheid zien om zelf verder mijn stem te ontwikkelen als woordkunstenaar. Met volle curiositeit en openheid, merkte ik zelf meteen hoe dat samenhorigheidsgevoel luidkeels spreekt binnen het team, waarin ik mij mag nestelen. In mijn vrije tijd houd ik me bezig met interieur te kiezen voor mijn huisje en modelleer ik in de kunstacademie.

TIJD VOOR NIEUWE HORIZONTEN...

Lieve vrienden en vriendinnen, Zo’n 25 jaar terug leerde ik via Marieke, de afdeling Vermeylenfonds Nevele kennen. Toffe activiteiten, fijne en warme bestuursleden en na een tijdje ben ik dan ook in het bestuur gestapt. Een paar jaar later kwam er een vacature voor administratief bediende in het Nationaal Secretariaat en ik ben dan gaan solliciteren bij onze toenmalige directeur, Johan Notte. Een vlot gesprek, een goed gevoel met Johan en de toenmalige collega’s en een paar weken later zat ik achter mijn bureau in de Tolhuislaan. Daar ben ik dan 23 jaar gebleven.

Door de jaren heen ontmoette ik jullie, sommigen als stagiair, anderen tijdelijk tewerkgesteld maar enkelen onder jullie werden

nieuwe collega’s. Stuk voor stuk warme mensen met het hart op de juiste plaats. We deelden lief en leed: baby’s werden geboren met de daarbij horende babybezoeken, ziektes slopen binnen en helaas moesten we ook afscheid nemen van dierbaren, maar steeds opnieuw hadden we dat gevoel van samenhorigheid dat zo bijzonder is. Een groot hoofdstuk in mijn leven wordt afgesloten. Nu wordt het tijd om nog meer te genieten en samen met mijn man, Marc, nieuwe horizonten te verkennen en meer tijd te spenderen aan mijn zonen, Sam en Tim en schoondochter, Femke. En ik zie jullie zeker nog terug!

Chantal

Een nieuwe lichting stagiaires van de richting sociale agogiek (VUB) organiseerden een fotoshoot rond het project ‘Vuur’, waarbij bekenden en minder bekenden worden geportretteerd met een boek, gedicht of iets anders dat ‘het vuur’ in hen aanwakkert.

GOED NIEUWS
14
© Paul Teerlinck © Mark Smekens
“Hoera! Mijn innerlijke vuur brandt weer!”

VUUR (ZN):

Animo, begeestering, bezieling, drift, elan, enthousiasme, fut, geestdrift, gloed, hartstocht, heftigheid, hevigheid, ijver, inspiratie, inzet, kracht, levendigheid, poeder, spirit, vervoering, vurigheid.

Welke boek wakkert het vuur aan bij jou?

Door welke auteur word je bezield? Of heb je met veel geestdrift een biografie gelezen over een persoon die jou inspireert?

Met deze vragen stappen we naar lezers, bekende en onbekende, jong en oud. Zij bepalen met welk boek ze op de foto gaan en geven mee waarom ze voor hun specifieke boek hebben gekozen.

Het resultaat is een beklijvende tentoonstelling die mensen aanzet tot nadenken en hen stimuleert zelf de boeken te lezen die door de gefotografeerde lezers werden gekozen.

Deze expo is het vervolg op de expo Brand – lezers gingen hierbij op de foto met verboden en gecensureerde boeken -, die de afgelopen 5 jaar op diverse locaties heeft gehangen met een publieksbereik van ettelijke duizenden mensen en die nog steeds geprogrammeerd wordt (o.a.tot 2 juni in de bibliotheek van Aarschot).

Flink wat bibliotheken waren gewillige lokale partners omdat deze expo mooi aansluit bij hun eigen werking. Het is onze overtuiging dat deze expo bij de bibliotheken dezelfde geestdrift zal teweegbrengen.

Raymonda Verdyck werd gefotografeerd door Paul Teerlinck met een boek over de Belgische Auschwitz-overlever Regine Beer. Paul fotografeerde ook Freddy Mortier met Doctor Faustus van Thomas Mann.

De eerste twee locaties van Vuur liggen al vast. De expo zal te zien zijn te Mechelen in VC De Schakel van 17/01/25 tot en met 23/02/25 en te Hasselt in het Vrijzinnig Punt van 02/06/25 tot 26/06/25.

16
Freddy Mortier © Paul Teerlinck
17
Raymonda Verdyck © Paul Teerlinck

Hans Vandevoorde

‘We moeten fanatiek zijn in de gematigdheid’

Het is dag op dag vijf jaar geleden dat in deze rubriek een interview met Hans Vandevoorde verscheen. Hij was toen nog volop bezig met opzoekingswerk ten behoeve van de biografie van August Vermeylen. In het najaar is het zover: een eerste deel van die biografie verschijnt onder de titel ‘Stil verzet. De oorlogsjaren van August Vermeylen (1939-1945)’. Met andere woorden het eerste deel van de biografie gaat over de laatste fase van Vermeylens leven. Een gelegenheid om met hem opnieuw een gesprek te hebben.

Een eerste vraag: waarom begint u de biografie van Vermeylen aan het einde van zijn leven?

Hans Vandevoorde: “Daar zijn diverse redenen voor. In de meeste biografieën die ik lees, wordt de eindperiode snel afgehaspeld, de man of vrouw is op zijn/haar retour en veel interessants zal er niet meer gebeurd zijn. Zelf heb ik trouwens ook de neiging bij het lezen van een biografie daar snel overheen te gaan. Dat wilde ik bij z’n biografie vermijden en aan zijn laatste jaren de aandacht geven die ze verdienen. Ik wilde ook het cliché vermijden dat het leven van iemand een bepaald doel zou hebben, dat het ergens naartoe leidt. Dat is natuurlijk niet zo want er zijn heel veel toevalligheden in een leven. Als je het leven rechtlijnig van de geboorte naar de dood voorstelt, lijkt het alsof er slechts één weg is die iemand had moeten nemen, dat het leven van bij de geboorte een bepaalde richting moest uitgaan. Vermeylen is vooral bekend om de periode van het tijdschrift ‘Van nu en straks’ (1893-1901) en ook over de jaren ‘20 en ‘30, toen hij op het toppunt van zijn macht stond, is al veel geschreven. Hij was senator, hoogleraar en rector van de universiteit van Gent, zetelend in tal van commissies en stichter van onder meer de Vlaamsche Club in Brussel. Daarom wilde ik beginnen met een periode waarover weinig bekend is. Essentieel voor het leven van August Vermeylen in die tijd

BIO Hans Vandevoorde (1960) is biograaf van August Vermeylen. Hij doceert Nederlandse letterkunde aan de VUB en publiceert over onder meer hedendaagse poëzie.

was dat de Duitsers hem verboden om nog openbare functies uit te oefenen. Hij werd dus ‘Kaltgestellt’ zoals men dat in het Duits zegt.”

Vermeylen heeft zich erg ingezet om die ‘Kaltstellung’ te verhinderen.

“Ja natuurlijk, want hij vreesde erg het isolement. Hij werd immers geschorst als hoogleraar aan de universiteit van Gent, waardoor hij geen contact meer had met zijn vakgenoten en de studenten. Hij werd de toegang ontzegd tot het bestuur van de Koninklijke Vlaamsche Academie voor Taal- en Letterkunde, wat toch zijn biotoop was. Elke functie die enigszins openbaar was, was hem verboden. Bovendien zaten zijn beste vriendinnen in het buitenland: Simonne Dear in Engeland en Gabrielle Errera in Amerika. Brieven schrijven en ontvangen was vrijwel onmogelijk door de oorlog. Vermeylen was aanvankelijk ook bang voor de financiële consequenties maar die vielen achteraf wel mee doordat hij in 1942 met emeritaat kon gaan en hierdoor kon genieten van een toch wel riant pensioen.”

Is die ‘Kaltstellung’ van Vermeylen door de Duitse bezetter niet gebeurd onder druk van het extreemrechtse VNV?

“Het is een feit dat de Duitsers de eindbeslissing hebben genomen. Het is wel zo dat de extreem rechtse Vlamingen van het VNV, de impact van Vermeylen op de publieke opinie vreesden. Denk alleen al maar bij de vele vrienden en oud-studenten die belangrijke

– Het is denk ik ook zijn geluk geweest dat hij zoveel ontzag inboezemde
BV BV
18
© Paul Teerlinck

functies hadden vóór de oorlog. Mooi om zien is een brief die ik teruggevonden heb van Jozef Goossenaerts, verantwoordelijke van de Vereniging voor Wetenschap, aan Raf Vanden Abeele, preses van het Katholiek Vlaamsch Hoogstudentenverbond, waarin echt het parool wordt gegeven ‘laat Vermeylen met rust’. Het is denk ik ook zijn geluk geweest dat hij zoveel ontzag inboezemde.

Naarmate de oorlog vorderde en de verliezen van de Duitsers steeds groter werden, werd de repressie ook harder en brutaler. In juni ’44 ging het zelfs zover dat het militair bewind in België zoals in Nederland omgezet werd in een burgerlijk, dat veel strenger was. Vermeylen vreesde dat hij hiervan ook wel eens het slachtoffer zou worden, dat men hem zou oppakken als gijzelaar. Een getuige vertelde dat Vermeylen rond die tijd een poos ondergedoken heeft gezeten, wat door zijn agenda’s wordt bevestigd.”

Hoe heeft hij dan zijn isolement gedurende de oorlogsjaren beleefd of overleefd? Hij vreesde immers zoals hij zelf schreef dat het geïsoleerde leven ‘mijn geest verdorren zou en mijn hart zijn goedheid zou verliezen’?

“Vermeylen hield zich als intellectueel zonder werk vooral bezig met kunsthistorische en literaire arbeid. De roman die hij al decennialang wilde schrijven ‘Twee vrienden’ heeft hij tijdens de oorlog kunnen voltooien. Verder bezocht hij bijna wekelijks kunsttentoonstellingen. Het kunstleven bloeide immers tijdens de oorlog omdat kunst gezien werd als investering en als een middel voor sommige mensen om zwart geld kwijt te geraken.

– Dat vind ik het mooie aan Vermeylen, dat hij inderdaad zijn vrienden trouw bleef

Vermeylen ging ook geregeld naar concerten op voorwaarde dat ze niet georganiseerd werden door de Duitsers. Vandaar ook dat hij zelden naar filmvoorstellingen ging aangezien bijna uitsluitend Duitse films vertoond werden.

Hij was ook een verwoed wandelaar maar dan vooral met vriendengroepen zoals de Mijol-club van Brusselse Vlamingen of met Franstalige kennissen uit zijn netwerk van de Université libre de Bruxelles. Ook al zijn er weinig intieme uitlatingen over die wandelingen in zijn dagboeken, toch merk je dat hij er nood aan heeft om te overleven, niet in materiële zin maar wel in mentale zin. De gesprekken op de wandelingen, na de concerten of tijdens de vernissages had hij nodig om uit het isolement te blijven.”

Je hebt er al even op gealludeerd en ook in de biografie komt het af en toe aan bod: Vermeylen had een grondige afkeer van alles wat met de Nieuwe Orde en de collaboratie te maken had. Toch blijkt uit uw biografie dat er een vriendschapsband was met Ernest Claes, die wel sympathiseerde met het collaborerende VNV en ook blijk gaf van Duits gezindheid. Claes heeft trouwens na de bevrijding drie maanden in de gevangenis gezeten. “Ja, maar hij is nadien wel vrijgesproken. Claes was een VNV’er en Duitsgezind maar anderzijds liep hij wel het vuur uit zijn sloffen om mensen die om één of andere reden opgepakt waren, vrij te krijgen. In het begin van de bezetting heeft Claes verschillende keren stappen ondernomen om Vermeylen verder te laten werken. Hij bracht

– Hij deed dus wat alle grootvaders deden

Vermeylen ook boter en vis. Tot ’42-’43 zagen ze elkaar geregeld maar nadien is dat sterk verminderd. Dat kan je ook lezen in de dagboeken van Claes, die ik ook gebruik. Hij voelde zich niet meer welkom bij zijn vrienden omdat ze hem zijn ‘Duitsgezindheid’ verweten.

Toch heeft hij Claes niet laten vallen en dat vind ik het mooie aan Vermeylen, dat hij inderdaad zijn vrienden trouw bleef. Hij had een soort naïeve oprechtheid over zich die hem als figuur een zekere rechtlijnigheid gaf. Zo weigerde hij na de bevrijding om voorzitter te worden van een zuiverheidscommissie van de schrijversvereniging.

Er was geen twijfel over: echte collaborateurs zoals Ferdinand Vercnocke en Wies Moens moesten gestraft worden en uit de schrijversvereniging verwijderd worden. Daarnaast was er echter een breed spectrum van twijfelgevallen: Timmermans en Claes aan de rechterkant en in het midden Maurice Roelants en Gerald Walschap, die tijdens de oorlog ook wel banden hadden met de Nieuwe Orde. Die schrijvers wilde Vermeylen niet laten vallen. Hij wou niet dat de Franstaligen zoals na de Eerste Wereldoorlog de collaboratie zouden aangrijpen om de klok terug te draaien, wat mijns inziens toch gebeurd is in Brussel na de Tweede Wereldoorlog. De verfransing van Brussel is eigenlijk heel erg in de hand gewerkt door de collaboratie van de Vlaamse extremisten. Nederlands spreken werd verdacht.”

Nog tijdens de oorlog was er sprake van de oprichting van een nieuw tijdschrift dat Vermeylen graag ‘Diogenes’ had genoemd. In de biografie schrijft u dat Herman Teirlinck de oprichting van ‘Diogenes’ vergeleek met de moeizame vorming van een regering.

“Er was inderdaad een hele discussie tussen Vermeylen en zijn vriend Toussaint van Boelaere. Typisch voor de gematigdheid van Vermeylen: hij wilde ook katholieken in de redactieraad, o.m. Gaston Eyskens, toen hoogleraar in Leuven, die ook nog andere niet-vrijzinnigen suggereerde. En dat was het bezwaar van Toussaint. De verzuiling was toen nog heel sterk. Vermeylen heeft eigenlijk geprobeerd wat twintig jaar later gemeengoed is geworden, nl. de verzuiling te doorbreken en dat werd hem door zijn vriend Toussaint niet in dank afgenomen.

Na het overlijden van Vermeylen heeft Herman Teirlinck de leiding op zich genomen, de naam gewijzigd in ‘Nieuw Vlaams Tijdschrift’ en er een vrijzinnig socialistisch liberaal tijdschrift van gemaakt, minder open dan Vermeylen gewild had. Vermeylen wilde bovendien niet alleen een literair blad maar ook een echt cultuur-maatschappelijk blad.”

We hebben het nu vooral over z’n sociaal engagement gehad maar in zijn biografie vermeldt u ook dat hij een familieman was. “Dat is zeer duidelijk tijdens de eerste maanden van de oorlog toen hij zelf in Frankrijk zat en zich enorme zorgen maakte over zijn zoon Piet, die vermist was. Het was voor hem een hele geruststelling toen hij het bericht kreeg dat Piet veilig in Engeland zat.

– Hij wilde een combinatie van het individuele met het gemeenschappelijke
BV
19

Tijdens de oorlog woonde hij bij het gezin van zijn dochter Jo met haar man en twee kinderen. Omdat er vrijwel geen verwarming was moesten ze dicht bij elkaar leven in een kleine ruimte. Hij was heel attent voor zijn kleindochtertjes Françoise en Lisette: verhaaltjes vertellen, bloemen leren kennen, in kunstboeken kijken en ijsjes eten… Hij deed dus wat alle grootvaders deden.”

Zijn overlijden kwam ook heel plots. Hij had ’s morgens nog aan het artikel ‘De Taak’ en ‘Diogenes’ gewerkt, ’s middags vrolijk de kinderen die van school kwamen, begroet en tien minuten later vond de dienstmeid hem aan de voet van zijn bed. Hij moet ten gevolge van een embolie gevallen en gestorven zijn. “Een document die ik van de kleindochter heb gekregen, een getuigenis van de schoonzoon over z’n overlijden, komt ook als illustratie in het boek. ‘De Taak’ is dus door zijn schielijke dood een soort testament geworden, misschien was het niet zo bedoeld maar het is wel een mooie afronding. Zijn leven en werk was af.”

Om te concluderen: de jonge anarchist en de man in de oorlog: hoe ver ligt dat uit elkaar?

“Er is een wonderlijke continuïteit tussen de tekst van ‘Kritiek der Vlaamse beweging’ uit 1896, de meest anarchistische tekst van hem, en zijn laatste artikel ‘De Taak’.

De ideeën op zich zijn gelijk gebleven: zijn pleidooi voor de eigen verantwoordelijkheid van het individu, maar dat wel ten dienste moet staan van de gemeenschap. Dat standpunt is hij heel zijn leven blijven verdedigen. Het enige wat veranderd is, is dat hij in zijn anarchistische periode geen liefhebber was van België en van de democratie.

Hij heeft evenwel heel snel dat anarchisme losgelaten en zich tot het socialisme bekeerd. Hij wilde een combinatie van het individuele met het gemeenschappelijke zoals ook het nationale alleen als basis kon dienen voor het internationalisme. Dat zijn essentiële ideeën van Vermeylen en die vinden we allemaal terug in latere teksten maar minder polemisch gesteld dan door de jonge Vermeylen, die ik in feite het liefste lees.

Hier past het overgeleverde wachtwoord van Vermeylen uit een necrologie van Herman Vos, dat nu ook vooraan in mijn boek zal komen: ‘We moeten fanatiek zijn in de gematigdheid.’ Dat is de late Vermeylen ten top. Daarom is de titel van mijn biografie ‘Stil Verzet’, een soort van zwijgend of minder luidruchtig verzet tegen wat gebeurt tijdens de oorlog. Het is een soort gematigdheid die men ook merkte in Vermeylens houding tegenover zijn Duitsgezinde vrienden. Dat tekent, denk ik, zijn figuur en dat vind ik ook het actuele in zijn werk. Moeten we nog een verkiezingsslogan verzinnen?”

Hartelijk dank voor dit gesprek en vooral voor de boeiende en vlot leesbare biografie van August Vermeylen. We kijken nu al uit naar het vervolg of moeten we zeggen naar wat voorafging?

Interview: Johan Notte en Paul Teerlinck

Tien januari 1945. August Vermeylen had de ochtend van zijn dood bij het overschrijven nog wat verbeteringen aangebracht in zijn opstel ‘De Taak’ en hij had aan het eerste nummer van het nieuwe tijdschrift Diogenes gewerkt. Na een paar uur ging hij naar zijn ijskoude kamer – er was nog steeds kolennood – om nog wat papieren te ordenen en zich om te kleden, want hij had na de lunch afspraken en wilde uitgaan tegen twee uur. Heel vrolijk had hij om half één de kinderen begroet die van school kwamen, maar al om twintig voor één vond de dienstmeid hem aan de voet van zijn bed, toen ze hem op verzoek van dochter Jo kwam waarschuwen voor het eten. In die tussentijd moet hij ten gevolge van een embolie gevallen en gestorven zijn. Toen Hubert Lampo Vermeylen in december van het voorbije jaar voor het eerst ontmoette, viel hem op dat deze er ‘vermoeider en ouder uitzag’ dan hij zich had voorgesteld en dat hij ‘moeizaam en gebogen’ liep. Hij klaagde ook over ‘een vreemde ijlte in het hoofd’ die dag. Waren de ontberingen van de oorlog hem te veel geworden?

De schrijver Raymond Brulez sprak nog diezelfde avond op de radio een ‘In memoriam’ uit. De ‘tamtam’ had meteen zijn werk gedaan. Vriend Raymond Herreman kreeg telefoon en gaf het nieuws van Vermeylens dood aan vriend Toussaint door. De dichter Jan Van Nijlen vertelde het aan Francois Closset met een krop in de keel. Maurice Roelants en Herman Teirlinck werden opgebeld in de ‘ijskoude bestuurskamer van de Ter Kameren Abdij’. Ze spraken met elkaar nog even wezenloos voort. ‘Maar

BV 20

al de sneeuw van de abdijkom buiten, in de kruinen der boomen tintelde plotseling en scheen te smelten in de oogen van Herman Teirlinck,’ zo schreef Roelants in zijn necrologie in De Standaard.

Ernest Claes noteerde die avond in zijn dagboek: ‘Vermeylen was 72 of 73. Hij is een van de schoonste figuren van Vlaanderen geweest in de laatste halve eeuw. Een kultuurmensch, en een nobel mensch. Een groote figuur die verdwijnt. Hij ruste in vrede, en God weze hem genadig. Hij heeft onlangs nog aan Frans van Cauwelaert een brief te mijnen gunste geschreven. Zijn onverwachte dood treft mij ook zeer, en het zal in Vlaanderen en in Holland vele menschen pijnlijk treffen. Zoo gaan ze allen, de oude leiders van de Vlaamsche Beweging.’

M. Libbrecht maakte een foto van Vermeylen op zijn doodsbed. De beeldhouwer Ianchelevici heeft hem met enkel simpele lijnen getekend. Teirlinck en Roelants hebben dat beeld in woorden weergegeven.

De dag na het bericht ging Roelants het lijk van de opgebaarde Vermeylen groeten: ‘Met zijn hoogen boord en zijn wit ceremoniestrikje leek hij een Spaansche grande. Onder een lange bovenlip lag de mond energiek en rustig toe. Zijn ‘Bourbonneus’ deed meer dan ooit aan den havik denken. De spanning van zijn uitgerokken wangen was verstild. Onder zijn hooggedragen wenkbrauwen waren zijn oogen, die hij reeds eenige jaren tot dunne streepjes samenkneep, gesloten, maar opnieuw in volle, ontspannen sereenheid. Het eer smalle voorhoofd zonder rimpels, met breede inhammen tot hoog onder de nog donkere haren, voltooide het strak maar lang niet gestrenge beeld van dezen groote.’

Teirlinck zag ook de rust van de dode: ‘Het gelaat van mijn vriend is veel rustiger dan het ooit was. Alle rimpels van zijn passie zijn uitgewischt. De oogen, nu niet meer ongelijk, zijn gesloten. Krachtig de neus. Nog iets, als een begin van glimlach naar binnen, blijft zweven om zijn mond. De menschen zeggen: de dood heeft hem verrast. Maar ik weet beter. Ons alleen heeft die dood verrast. Hij, mijn vriend, was volkomen gereed en in regel. [...] Ik raad wel, hij had wellicht nog een droom… Slaap zacht, mijn vriend, gelukkig die sterft met een droom op het voorhoofd.’

Hans Vandevoorde, Stil verzet. De oorlogsjaren van August Vermeylen, 1939-1945. Lannoo, vanaf eind augustus 2024. ISBN: 9789401420648, €34,90.

Uitzonderlijke 10 % vroegboek-korting voor onze leden met de code VMF10! Kijk op www.lannoo.be/stil-verzet De code is enkel geldig via de webshop van Lannoo tot 31/12/2024.

BV
21

AGENDA EN VERSLAG

Een greep uit het aanbod. Voor méér kijk op www.vermeylenfonds.be.

VF Koksijde

13/6/2024 14u30 17u00

Ken Jezelf door Tinneke Beeckman Wat kan je troosten? Is je verlangen gevaarlijk? Waarvoor kun je dankbaar zijn? In een moedige zoektocht naar zelfkennis leidt Tinneke Beeckman ons langs de grootste geesten uit de filosofie en wereldliteratuur: van Socrates, Hannah Arendt en Albert Camus tot Marcel Proust en Virginia Wolff. Inkom: 5 euro/ leden: 3 euro (koffie inbegrepen). Info: depicker.maurits@ skynet.be

Locatie Vrijzinnig Huis Koksijde Galloperstraat 48 Koksijde

VF Oudenaarde

8/09/2024 14u00

Verhalenwandeling Geloof en bijgeloof door “Stones en Stories”

De wandeling start op het Dorpsplein van Volkegem en duurt ca 3 uur. Een goede raad: doe stevige stapschoenen aan!

Prijs: €12 pp, kinderen onder 2 jaar gratis. Inschrijving via trudy.ernste@ telenet.be.

De inschrijving is definitief na betaling van €12.

9/11/2024

Bezoek tentoonstelling “Margaretha, Keizersdochter tussen macht en imago” in het MOU in Oudenaarde. Verzamelen voor het Stadhuis om 10u30. Prijs: €12 pp voor bezoek en gids (Trudy). Inschrijven en info via trudy. ernste@telenet.be. Beperkt aantal plaatsen.

VF Oostende

De verkiezingen naderen met rasse schreden en het is “alle hens aan dek” om de progressieve en linkse krachten een duw in de rug te geven om deze belangrijke verkiezingen te winnen. Het August Vermeylenfonds Oostende organiseert een serie “Rode Avonden” samen met ABVV West-Vlaanderen en ACOD Oostende. Kijk op de website voor meer info. Locatie: ABVV Oostende, Jules Peurquaetstraat 27, 8400 0ostende 26/09/2024

Chris Reniers (voorzitter ACOD)

De aanval van rechts op de openbare diensten is ingezet. De verkiezingen spelen hierin een belangrijke rol. De voorzitter schetst het antwoord van de vakbeweging. Inkom gratis.

07/07/2024 11u30

Vernissage zomertentoonstelling Ensor in een perspectief van actuele kunst. Centrale figuren zijn de kunstcritici Hugo Brutin en Leo Madelein die dit jaar 90 jaar worden. Willem Elias, de curator, spreekt kunstenaars, die door hen aangebracht worden, aan om te participeren. De tentoonstelling loopt tot 31 augustus, te bezoeken tijdens de openingsuren van het VLC. Inkom gratis. VLC De Geuzetorre, Kazernelaan 1, Oostende.

12/09/2024 LIJF-elijk ANDERS met Hilde Braet.

Fototentoonstelling en lezing.

VF Eeklo en VF Lievegem

Geleid bezoek aan de kunsttriënnale in Brugge

8/8/2024

Met de fiets naar Brugge waar we de kunstroute bezoeken. Start in Maldegem. Organisatie i.s.m. Kruy 3

Woonbeleid regio Eeklo. Panelgesprek over de vraagstukken van het sociaal woonbeleid in regio Eeklo 13/09/2024

Locatie: N9 fabriek, Molenstraat 31, Eeklo

Artificiële Intelligentie. AI is niet meer weg te denken in onze samenleving! Een causerie. 10/10/2024

Locatie: N9 fabriek, Molenstraat 31, Eeklo

Organisatie: i.s.m. de Geuzen Eeklo. Vermeylenfonds Waarschoot viert zijn 45ste verjaardag! Hou de agenda in het oog Info: vermeylenfonds.eeklo@gmail.com of vermeylenfonds.lievegem@gmail. com of eliane.bonami@telenet.be.

AGENDA
22

Ampersand #8 . Lust

We vervolgen onze reis met een thema dat de literaire wereld al eeuwenlang doordringt: ‘LUST’. Het werd een betoverend schouwspel, waarin taal, geluid en beeld elkaar innig omarmenden en streelden, alsof de vlammen van literaire verlangens eeuwig zullen branden.

Ampersand #7 Overvloed

Ampersand brengt een combinatie van de meest denkbare literaire genres zoals Slam en Spoken Word, poëzie, kortverhaal, column, stand-upcomedy, theater, kortfilm, verhaal, rap, cross-over en muziek. Kortom: Ampersand zoekt uit wat literatuur overal en voor iedereen kan zijn.

Bezoek aan de Ertveldse brouwerij van Steenbergen afdeling Evergem

We proefden verschillende bieren, zoals Augustijn en Fourcette en kregen er uitleg over de smaken en ingrediënten. De brouwerij heeft een lange geschiedenis en staat bekend om zijn ambachtelijke productie. Na afloop konden we nog wat biertjes inslaan in de winkel om thuis van te genieten. Het etentje na afloop, zorgde voor een gezellige afsluiter van een geslaagde dag. Willem B.

Ilja Leonard Pfeijffer en Erna Sassen winnen de Boon 2024!

Op 26 maart 2024 werden de Boon voor fictie en non-fictie en de Boon voor kinderen jeugdliteratuur uitgereikt op een feestelijk event in de Warande in Turnhout. Elke winnaar ontving 50.000 euro en een op maat gemaakte ring. De jury voor fictie en nonfictie bekroonde ‘Alkibiades’ van Ilja Leonard Pfeijffer als winnaar. De jury voor kinder- en jeugdliteratuur werd een beetje verliefd op laureaat ‘Neem nooit een beste vriend’ van Erna Sassen en Martijn van der Linden.

Er waren heel wat stemmen voor de publieksprijs van de Boon, georganiseerd door Vermeylenfonds en Davidsfonds. Het publiek volgde het oordeel van de vakjury voor fictie en non-fictie en bekroonde Ilja Leonard Pfeijffer voor ‘Alkibiades’.

In de categorie kinder- en jeugdliteratuur had het publiek een andere mening dan de vakjury en stemde het massaal voor ‘Kijk dan toch’ van Elvis Peeters en Sebastiaan Van Doninck. Beide winnaars ontvangen hiervoor 5.000 euro.

VERSLAG
© Paul Teerlinck
23
© Jean-Pierre Drubbels

Nog meer Boeken(k)uren...

In het kader van de Boon voor literatuur richtten de leden van het Vermeylenfonds verschillende leesclubs op o.a. in Gent, Oostende, Zelzate enz. Mensen komen samen om te lezen en te spreken over een boek dat iets met hen doet of nét niet.

Verbinden, verbreden en verdiepen, de slagzin van het Vermeylenfonds, kan niet veel concreter worden. Lees hun ‘oordeel’ en waardering voor het winnende boek ‘Alkibiades’ en de andere genomineerden. Kijk ook op vermeylenfonds.be voor nog meer recensie ‘s van de leesclubs.

Moedertaaldag

In onze superdiverse samenleving - die Vlaanderen en Brussel zijn - is meertaligheid een realiteit. Het is uiterst belangrijk dat we investeren in Nederlands als gemeenschappelijke onderwijstaal en dat andere thuistalen van leerlingen mee kunnen worden ingezet om tot leren te komen. Toch zorgt omgaan met meertaligheid vaak nog voor onzekerheid en vragen.

Daarom is er de Internationale Moedertaaldag om de kracht en de potentie van diversiteit te ervaren.

Vrijspraak 2024 ‘Geestelijk Welzijn’ Vrij-spraak is een veelzijdig, vrijzinnig sprekers-, debat- en ontmoetingsevent in Antwerpen. Centraal staan het vrije woord, verbinding en kritisch denken. Verschillende gasten belichten en benaderen vanuit hun achtergronden of expertises een centraal gekozen thema via sofagesprekken of creatieve expressievormen. Vrij-Spraak 2024 stond in het teken van ‘geestelijk welzijn’ Een initiatief van huisvandeMens Antwerpen, Willemsfonds, Vermeylenfonds, Humanistisch Verbond, Vrijzinnige Dienst UAntwerpen, Humanistische Jongeren, Dwaalzin en De Maakbare Mens.

Moedertaaldag

VERSLAG
© Paul Teerlinck Vrijspraak © Paul Teerlinck
24

Oproep!

De vrijzinnige ontmoetingscentra in de schijnwerpers

‘t Fakkeltje, Huis van de Tolerantie, Vrijzinnig Punt, Mephistopheles, Mozaïek... Het is maar een kleine selectie uit de lange lijst van stopgezette en actieve vrijzinnige ontmoetingscentra.

Ben of was je betrokken bij een bestaand of reeds stopgezet vrijzinnig centrum?

Kan je er wel een en ander over vertellen?

Meld je dan aan bij het Centrum voor Academische een Vrijzinnig Archieven. CAVA is naar jou op zoek in het kader van de realisatie van een boek over de vrijzinnige centra.

Een boek over de vrijzinnige centra

Nog voor de vrijzinnigheid zich min of meer centraal ging organiseren, met de oprichting van koepelvereniging Unie Vrijzinnige Verenigingen (UVV), bestonden her en der al ‘vrijzinnige ontmoetingscentra’, vaak initiatieven van lokale afdelingen en lokale betrokkenen bij verenigingen zoals het Humanistisch Verbond, de Oudervereniging voor de Moraal, Humanistische Jongeren, of culturele verenigingen zoals Willemsfonds, Vermeylenfonds. Voor veel lokaal actieve vrijzinnigen vormden (en vormen) de bijeenkomsten en activiteiten in deze lokale centra het echte hart van de vrijzinnigheid, terwijl ze niet per se een hechte band hadden met nationale bestuursleden en het nationale beleid. In 1988 kwam het tot een Federatie van Vrijzinnige Centra (FVC), een koepelvereniging die lokale centra (met vzw-structuur) ondersteunt en vertegenwoordigt, en die op haar beurt lid is van UVV/deMens.nu.

Als erkenning van die gevarieerde geschiedenis van lokale vrijzinnige activiteit, werkt CAVA in 2024, met projectsteun van deMens.nu en in overleg met de Federatie Vrijzinnige Centra (FVC), aan een boek met een eerste bundeling van basisinformatie over alle bestaande en reeds stopgezette vrijzinnige centra.

Kan CAVA zijn licht bij jou opsteken? Was jij betrokken bij de oprichting van een centrum? Kan jij het oprichtingsverhaal vertellen? Wanneer kwam het centrum er, onder welke vorm, op welke locatie en met welke steun? Of raakte je later betrokken bij de werking? Weet jij meer over de verhuis van het centrum? Kan jij wat vertellen over de eigenheden van een specifiek centrum, over zijn activiteiten of over belangrijke momenten in zijn geschiedenis?

Of heb je weet van bronnen die interessant zijn om de geschiedenis van het vrijzinnig centrum te schrijven en te tonen? Was je zelf niet betrokken, maar kan jij CAVA in contact brengen met personen die iets kunnen bijdragen aan dit project?

Kortom, kan je informatie aanleveren voor de realisatie van het boek? Neem dan contact op met CAVA. Dat kan via het contactformulier op de projectpagina. Je kan het centrum ook bereiken via mail (cava@vub.be) of telefonisch (02 629 24 34). Ze zijn uiteraard steeds bereid om verdere vragen te beantwoorden.

Oproep!

Karam werkt bij Vermeylenfonds en doet de boekhouding. Daarom vragen we je aandacht voor de inzamelactie die hij opzet om zijn ouders, broer en zussen te helpen in Gaza.

Karam zijn familie verblijft noodgedwongen in het midden van Gaza in een tentenkamp. Hun appartement in Gazastad werd vernield door het oorlogsgeweld van Israël. Door de schaarste aan alle mogelijk denkbare levensnoodzakelijke goederen is hun leven heel erg duur. Om je een idee te geven; de verplaatsing van Rafa naar het tentenkamp waar ze nu verblijven kostte 150€ p.p. Water kost 100€ per persoon voor 1 maand. Het eten is enorm duur. Gasflessen om te koken, er is geen diesel, suiker kost 20€ voor een kilo. Er is geen vers vlees, geen kip, enkel het vlees uit de voedselpakketten maar die noodrantsoenen zijn onvoldoende om een gevarieerde maaltijd samen te stellen.

Bekijk de GoFundMe-inzamelingsactie ‘Help my family in Gaza from the genocide war’. Doneer of deel met anderen. Alle hulp brengt Karam zijn familie een beetje steun in deze donkere en moeilijke tijd. Alvast bedankt voor je vriendelijke gebaar en steun.

OPROEP
25

Is er een sjamaan in de zaal? s

Begin jaren ‘80 studeerde ik theaterwetenschappen. Het keuzevak ‘Sociologie van het theater’ werd gedoceerd door iemand die ik al enkele keren in andere omstandigheden had ontmoet.

Ik belde hem en zei dat ik zijn cursus wou volgen. Om alle misverstanden te voorkomen verduidelijkte hij dat het in feite ging om een cursus ‘Antropologie van het Theater’. ‘Dat klinkt nog beter’, zei ik. Hij aarzelde. ‘In feite, verduidelijkte hij opnieuw, gaat het over een cursus ‘sjamanisme’, een kritische lezing van de boeken van de (omstreden) Carlos Castaneda’. Dat was mijn eerste confrontatie met dit woord. Een zekere belangstelling voor het sjamanisme leefde toen in het avantgardetheater en ook op het terrein van de psychodramatische therapieën.

Ik heb toen voor een ander vak geopteerd, maar mijn belangstelling voor dit moeilijk te definiëren fenomeen is vaag blijven rondspoken.

De laatste jaren is er een hernieuwde belangstelling voor het thema. Zo werd Le chamanisme et ses techniques archaïques de l’extase (1968) van Mircea Eliade, één van de standaardwerken, in 2021 bij Payot heruitgegeven. Eind vorig jaar verscheen Le chamane et le médecin (Ed. Odile Jacob) van Arthur Laurent, doctor in sociale wetenschappen, en Stéphane Laurent, cardioloog en farmacoloog aan de universiteit Paris-Cité; een confrontatie van sjamanistische en conventionele geneeskunde. De Stichting Kunstboek publiceerde in 2022 Vivre avec les esprits, culture matérielle chamanique en Mongolie (tweetalig Frans-Engels, rijk geïllustreerd, 152 p.) van Diane De Clerck-Lambin en ingeleid door Jan Van Alphen, o.m. gewezen directeur van het Etnografisch Museum van Antwerpen en van de Exhibitions, Collections and Research at the New York Rubin Museum of Art.

similaire en variërende vormen ook bestaat of bestaan heeft in tribale gemeenschappen in Afrika, Australië en Amerika en zelfs in Europa. Daarmee is niet gezegd dat het zich heeft uitgezaaid vanuit Centraal-Azië, maar dat het, tenzij in uitzonderlijke gevallen, ooit vanuit dezelfde noden en uit dezelfde poging om op de meest elementaire existentiële vragen een antwoord te geven, is ontstaan. Het sjamanisme gelooft dat sjamanen dankzij een trance hun weg kunnen vinden naar de wereld van de geesten en daardoor een geneeskundige kracht kunnen uitoefenen. Het floreert vooral in bevolkingsgroepen die geloven dat in elke berg, rots, boom en dier een eigen persoonlijkheid en een geest huist. Zowel vrouwen als mannen kunnen sjamaan worden.

Hoe verloopt de seance van een sjamaan? Meestal gaat het om een verzoek voor een curatieve of beschermende tussenkomst. Het ritueel heeft meestal ‘s nachts plaats en duurt uren. De verzoeker is vergezeld door familieleden en/of vertrouwelingen. De sjamaan stelt hen vragen voor het ritueel begint.

De Clerck-Lambin: Le comportement physique du chamane (le saut, la danse, le coup de tête, le chant guttural entrecoupé de cris d’animaux sont des éléments courants de la conduite corporelle du chamane en action) est l’expression corporelle de ses rapports avec les esprits. (…) L’état de furie du chamane se termine assez brusquement pour laisser place à l’abandon ; il s’effondre, inerte étendu parfois à plat dos, durant un temps plus ou moins long au cours duquel il est censé se trouver dans la surnature, en contact direct avec les esprits. (…) Revenu à lui, le chamane devra ‘raconter’ ce qu’il a vu, ce qu’il a fait dans la surnature. Il le fera sur un mode mi-parlé mi-chanté. Er wordt ook gebruik gemaakt van kruiden en alcohol gedronken.

functie van een psychotherapeut uitoefent, die in staat is onsamenhangende, onduidelijke symptomen en de oorzaken van de pijnen begrijpelijk en behandelbaar te maken. Hij tracht het evenwicht tussen zijn ‘patiënt’ en de hem omringende natuur te herstellen. Dat impliceert een complexe opleiding waarin toekomstige sjamanen gebruiken, kennis en inzichten moeten verwerven van een traditie die tijdens generaties werd opgebouwd. Psychopathe ou non, zegt Eliade, le futur chaman est tenu de passer certaines épreuves initiatiques et de recevoir une instruction parfois extrêmement complexe.

Over de oorsprong van die traditie tast men in het duister. Sommige paleontologen zien in prehistorische grotschilderingen en vondsten sterke overeenkomsten tussen de religie van de jagers uit het paleolithicum en de latere sjamanistische praktijken. Formele bewijzen zijn er echter niet, alleen gelijkenissen die op de verbeelding werken, maar misschien wel elementen van de oorsprong van het sjamanisme kunnen zijn.

Het sjamanisme werd door westerlingen voor het eerst geobserveerd in Centraal-Azië en Siberië; volgens de Petit Robert werd ‘chaman’ pas in 1699 in het Frans gebruikt. Het woord vindt zijn oorsprong in het Toungous en is als ‘saman’ langs het Russisch tot bij ons gekomen. Dat neemt niet weg dat sjamanisme in

De Clerck-Lambin situeert de eerste vormen van het Mongools sjamanisme 12000 tot 7000 jaar geleden. Het bereikt een hoogtepunt in de 3e eeuw v. Chr. tijdens de dynastie van de Hunnu en wordt zoveel als een officiële godsdienst. Ook in de 12de eeuw onder Dzjengis Khan blijkt het sjamanisme de politiek sterk te beïnvloeden. Later komt het meer en meer onder invloed van het boeddhisme waardoor het ten dele gemarginaliseerd geraakt. Onder het Sovjetregime wordt het verboden, maar toch is het veerkrachtig genoeg om te overleven. Dat heeft o.m. te maken met zijn sterk oraal gerichte traditie, en dus niet aan geschreven teksten gebonden zijn, en met de flexibiliteit en de variabiliteit van zijn verschijningsvormen. Mircea wijst erop dat het over het algemeen goed kan co-existeren met andere vormen van magie en religie. Hij ziet de sjamaan als de grote specialist van de menselijke ziel, maar ook niet meer dan dat: Et là où le sort immédiat de l’âme n’intervient pas, là où il n’est pas question de maladie, de mort, de malchance ou d’un grand sacrifice impliquant une expérience extatique quelconque le chaman n’est pas indispensable. Une grande partie de la vie religieuse se déroule sans lui. COLUMN

Te lang werden sjamanen beschouwd als neuroten of psychoten, maar het verschil is dat zij er vrijwillig voor kiezen om in een extatische trance te geraken met een bepaald doel voor ogen, meestal een genezing of iets in het gemeenschappelijk belang van de ‘tribu’. In de jaren ‘50 heeft de gezaghebbende antropoloog Claude Lévi-Strauss duidelijk gesteld dat de sjamaan geen gek is, maar eerder de

COLUMN 26
onvoltooid verleden tijd – Peter Benoy
De

Eén van de grote verdiensten van het boek Vivre avec des esprits is dat het een boeiende documentatie biedt, niet alleen over het verloop van de sjamaanse seance, maar ook uniek fotomateriaal toont over de collectie De Clerck-Lambin van de mantels, hoofddeksels, laarzen, maskers, muziekinstrumenten en alle andere rekwisieten die de activiteit van een sjamaan ondersteunen.

Elk sjamanenkostuum is uniek. Een heel vroege beschrijving van zo’n kostuum komt uit Driejaarige reize naar China, te lande gedaan, van E. Ysbrants uit 1704:

Hy liet my zyn toverkleed zien, neffens zyne verdere werktuigen, die hy daar by gebruikte. Voor het eerst zag ik zynen rok, die van yzewerk te zaamen gevoegd was, bestaande in allerlei verbeeldzels van vogelen, visschen, ravens, uilen, enz. Ook van veelderlei dier- en vogelklauwen; als mede bylen, zagen, hamers, messen, sabels, ook enige gestalten van dieren, enz. Zoo dat dit duivelskleed alzins lidwyze aan malkanderen gehegt, en over al beweeglijk was. Over zyne scheenen had hy als kousen, ook van yzer, even gelijk de rok, en diergelyk ook alles over zyne voeten, alsook twee groote yzere beereklauwen over de handen.

Van Alphen illustreert de betekenis van het sjamanisme met een voorbeeld. Wie vandaag leeft in een tribale gemeenschap in bv. de jungle van Papouasie of in de bossen van Centraal Siberië, soms honderden kilome-

ters verwijderd van een hospitaal of een medische post, en lijdt aan angsten, depressie of andere kwalen, kan alleen door een sjamaan geholpen worden. Hij is dan de enige die mogelijk het evenwicht tussen de mens en natuur kan herstellen. Hetzelfde geldt voor tribale gemeenschappen in bv. het Amazonegebied, waar Arthur Laurent zijn ervaringen heeft opgedaan. Het grote verschil met de Aziatische seances is dat daar bovendien gebruik wordt gemaakt van kruiden en hallucinogene planten.

Hoe effectief zijn de interventies van sjamanen? Buiten individuele getuigenissen is daarover weinig betrouwbaar materiaal beschikbaar. Dikwijls wordt de vergelijking gemaakt met het placebo-effect waartoe de conventionele geneeskunde ook al eeuwen zijn toevlucht neemt, niet in het minst bij behandeling van psychische problemen. Of is hier eerder sprake van een soort catharsiseffect zoals in de Griekse tragedies?

Binnen het sjamanisme bestaat een grote vrijheid. De Clerck-Lambin: Elle varie non seulement d’une société à l’autre, mais aussi d’un chamane à l’autre au sein d’une société, et même d’un rituel à l’autre d’un même chamane. En plus, chacun revendique son droit à l’improvisation et à la singularité absolue de sa pratique inspirée par son contact avec ses esprits.

Die vrijheid is wellicht ook de kracht van de sjamanistische praktijken die tot ver in de prehistorie reiken en blijkbaar al bestonden voor het wiel werd uitgevonden.

COLUMN 27

Konstantin Paustovski

Een reis die een vereniging werd. In 1997 maakten 24 Nederlanders en 2 Belgen een reis in de voetsporen van de schrijver Konstantin Paustovski (1892-1968) van Kiev tot Odessa. Een jaar later stichtten ze de Vereniging Konstantin Paustovski die geïnteresseerden wil doen kennismaken met het werk van de schrijver en zijn tijdgenoten. Nu de vereniging 25 jaar bestaat, heeft ze onuitgegeven gedichten van een nog jonge Paustovski uit de periode 1914-1920 gepubliceerd in een tweetalige uitgave Russisch-Nederlands: De jonge kleinzoon met de grote dromen (Uitgeverij Benerus, Antwerpen, 2023). De eerste en enige uitgave van zijn poëzie. Slavist Arie van der Ent vertaalde de gedichten en Koenraad Tinel illustreerde ze met zeven expressieve tekeningen. Om verschillende redenen een aantrekkelijke en belangwekkende publicatie, die bovendien ook een interessante documentatie bevat.

Het belangrijkste werk van Paustovski is ongetwijfeld zijn zesdelig autobiografisch Verhaal van een leven, waarvan het eerste deel in 1945 in een tijdschrift werd opgenomen, terwijl de volgende delen pas na de dood van Stalin zullen verschijnen. Vanaf 1967 heeft Arbeiderspers de vertaling door Wim Hartog gepubliceerd. Paustovski heeft het grootste deel van zijn leven als journalist in de Sovjet-Unie rondgezworven en was zo getuige van het einde van het tsarisme, de revolutie, de burgeroorlog, de machtsgreep van Stalin, enz. Hij analyseert die gebeurtenissen niet, maar hij vertelt met zijn sterk observatievermogen, oog voor detail en zijn bijzondere poëtische kracht hoe ze zijn leven beïnvloeden. Zo brengt hij talloze mensen waaronder vele kunstenaars die zijn pad kruisen in beeld, schildert hij landschappen, steden en dorpen, maakt hij ons vertrouwd met fauna en flora, met geuren en gerechten. Zijn herinneringen eindigen wanneer het Stalinisme zijn donkerste periode ingaat. Wel zijn intussen een aantal romans van hem gepubliceerd, o.m. Zee impressies (1925), Kara-Bogaz (1932) en De Zwarte Zee (1936).

Al in zijn gymnasiumjaren in Kiev schreef hij gedichten. Na zijn terugkeer van het front in 1916 redigeert hij zijn vroegere gedichten en schrijft nieuwe, maar hij kan moeilijk kiezen tussen poëzie en proza. Daarom stuurt hij ze naar Ivan Boenin, één van de grote literatoren van dat ogenblik (in 1933 Nobelprijs literatuur) om zijn oordeel te vragen. Boenin antwoordt: U zingt niet met uw eigen stem. Het lijkt mij dat uw lot, uw ware poëzie in het proza ligt. Als u genoeg vasthoudendheid aan de dag kan leggen ben ik zeker dat u daar tot iets van betekenis kunt komen.

De keuze van Paustovski is dan gemaakt; hij legt zich toe op het proza en ontwikkelt een stijl waaronder poëzie smeult. Of zoals de schrijver Michael Prisvin, met wie hij de liefde voor de natuur deelde, ooit aan hem schreef: Ik koester het besef dat u een echte dichter bent en nog meer: een dichter gekruisigd aan het proza.

In zijn recente roman Georges (De Bezige Bij, Amsterdam, 2023) wijdt Koen Peeters enkele pagina’s aan Paustovski, waaruit volgend citaat: Hij was er altijd bij als er iets historisch gebeurde. Paustovski schreef over zichzelf, trappend op de hielen van de grote Russische geschiedenis.

Enkele gedichten uit De jonge kleinzoon met de grote dromen, in de Eerste Wereldoorlog aan het front geschreven, illustreren dat.

Peter Benoy

28 GEDICHT

Van de goudgele Beer kan ik dromen, van de Melkweg, zijn zilveren schicht; van de ijzel door nevel gebroken, met zijn glanzende, breekbare licht.

Alle sneeuw is vermoeid en verdonkerd, op de beek klinkt geritsel, gespat.

Met de berken, naar ochtendlicht lonkend, van de lentegloed drinkend als wat.

Ik dwaal door de dorpen en velden, en geniet van een vrome kapel.

In het bos waar de sneeuw ook gaat smelten staan haar klokjes zo geurig en wel.

En ik hou van de akkers die rillen, van het vage van ‘t noordse verschiet, waar de wind smoest met spiernaakte wilgen, daarmee zorgt voor een heilig verdriet.

Konstantin Paustovski (vertaling:Arie van der Ent)

29 GEDICHT

Vuur

‘Nirwana wordt vaak verbeeld als het doven van een vuur. Als het vuur niet langer brandt, is het ‘in nirwana opgegaan’ de elementen waaruit het bestond, zijn niet langer in staat van ontbranding. Bezien vanuit het vuur, lijkt dat misschien een steriele en levenloze toestand, maar vanuit de elementen betekent het juist leven en kracht. Dat wil zeggen: ‘als de vuren van hebzucht, haat en waan zijn geblust, is de geest vrij om op volle kracht te werken’. Uit ‘Het Wiel der Waarheid in beweging zetten. Commentaar bij het Eerste Onderricht van de Boeddha’, Ajahn Sucitto.

Zo ontvangt Tommy Wieringa de lezer op de eerste pagina van zijn boek ‘Nirwana’. In het Westers denken staat het vuur voor energie en daadkracht. Gedrevenheid, inzet, ambitie en passie zijn er de equivalenten van op persoonlijk vlak. Op wereldvlak staat het ten dienste van vooruitgang en suprematie.

Vooral gevreesd om zijn vernietigende kracht werd het vuur aanvankelijk gezien als de god van de wraak. Het is gaandeweg in onze taal geslopen, evenredig met zijn betekenissen en belang. Van A tot Z duikt het in ons alfabet op in samenstellingen. Van ‘vuuraanbidder’… tot ‘vuurzee’ is het aanwezig, met daarnaast zijn vele adjectieven, spreekwoorden en zegswijzen. De natuur bood ons het vuur gratis aan, vandaar. Als bron van licht en warmte én veiligheid biedend tegenover wilde dieren, werd het vervolgens moeilijk te beheersen en te bewaren, maar onontbeerlijk en kostbaar.

Fakkels en kaarsen werden onze eerste hanteerbare verlichting. Het Romeinse Rijk kende reeds de kaars, ook in China zijn er al bewijzen van gevonden, uit de Tang Dynastie. In religie en kunst kreeg het vuur zijn symbolische betekenissen. De Kerk bracht zo haar gelovigen dichter bij God. Dat mocht met een eenvoudig kaarsje zijn, liefst betalend. ‘We houden het kaarsje brandend’, moest getuigen van de niet aflatende godsvrucht in tempel en kerkgebouw. ‘We zullen een kaarsje branden’ is nog een voorbeeld. Het is een wens, ooit verpakt in een gebed. Zodra we niet zeker zijn van de goede afloop, leggen we onze hoop gemakshalve in de handen van God. Hoop en wens zijn enkel lucht die onmacht ademen.

bedrieglijk veiligheidsgevoel die technologie ons geeft, ervaren we dat niet vaak meer. Ook al verpulveren we onze doden tot as, we zijn niet meer vertrouwd met het laaien. Kunnen wij dat nog: het kookvuur hanteren? Met takjes hout, zonder haard, zoals onze voorouders of mensen in oorlogsgebied en kampen dat doen?

‘Hellevuur’ is uit onze woordenschat verdwenen, nochtans is het van aardse oorsprong. Het doet zich voor tijdens hevige bosbranden, die doden niet alleen bomen, maar tegenwoordig ook de aarde zelf, naast dier en mens. Het doet zich ook voor in oorlogen…

We ontsnappen er niet aan, ook in militaire termen komt het vuur veelvuldig voor. ‘Vuren’ is zelfs een synoniem voor ‘schieten’. Daarin huist de god van de wraak nog steeds. Het is een levensbedreigend bevel. Een oorlog heeft vuurkracht nodig, vuurwapens, vuurmonden… Vandaag zijn er machthebbers die de vuurlinie in het hart dragen, louter en alleen om hun eigen vel te redden. Gezagsdragers wijzen ons op dat gevaar, en dat we ons maar beter voorbereiden op oorlog. Concreet: met water, een radio en veel… kaarsen waarschijnlijk.

Anita

Column – Anita 30 COLUMN
A4 Affiche - Literair zomerlief 2024 (groot) voorstel.indd 1 7/05/2024 13:14:19

Wij zijn er voor jou!

Bij deMens.nu staat de mens centraal. Mensen hebben mensen nodig. En mensen willen verbonden zijn met elkaar. Daarom vind je overal in Vlaanderen en Brussel een huisvandeMens in je buurt.

In een huisvandeMens kan je terecht voor:

Informatie

Bij ons vind je informatie over levensbeschouwelijke onderwerpen, over het vrijzinnig humanisme en zijn waarden, en over ethische en maatschappelijke thema’s zoals euthanasie, abortus, mensenrechten …

Vrijzinnig humanistische plechtigheden

Wil je graag stilstaan bij een belangrijke gebeurtenis in je leven?

Wij helpen je bij de organisatie van een vrijzinnig humanistische plechtigheid bij een geboorte of adoptie, een huwelijk of relatieviering, een overlijden of afscheid …

Gesprekken

Bij ons kan je terecht voor gesprekken omtrent levensvragen en zelfbeschikking, levensbeschouwing en zingeving.

Waardig levenseinde

Wij bieden informatie over euthanasie, patiëntenrechten, palliatieve zorg … en helpen je met het opstellen van een wilsverklaring.

Gemeenschapsvorming

Een huisvandeMens werkt als vrijzinnig humanistische draaischijf en geeft ondersteuning aan onze lidverenigingen. In een huisvandeMens vind je informatie over initiatieven en activiteiten van de lokale vrijzinnig humanistische verenigingen en ontmoetingscentra.

Vrijwilligerswerk

Heb je zin om het vrijzinnig humanistische netwerk te versterken?

Vrijwilligers zijn bij ons meer dan welkom. Wij zorgen voor begeleiding en geven je alle kansen. Zo kan je onder meer plechtigheden verzorgen of meewerken aan gemeenschapsvormende activiteiten.

De huizenvandeMens zijn een initiatief van deMens.nu

deMens.nu vertegenwoordigt Nederlandstalige vrijzinnig humanistische verenigingen in Vlaanderen en Brussel

deMens.nu Magazine

Zoomt in op mensen en maatschappelijke tendensen vanuit een vrijzinnig humanistisch perspectief. Verschijnt viermaal per jaar.

Gratis proefnummer of gratis abonnement?

Mail naar info@deMens.nu

Of schrijf naar deMens.nu-UVV vzw

Brand Whitlocklaan 87 bus 9

Unie Vrijzinnige Verenigingen vzw
Issuu converts static files into: digital portfolios, online yearbooks, online catalogs, digital photo albums and more. Sign up and create your flipbook.