Page 1

NAJAAR 2014

Leidraad

Interview met winnaars Spinozapremie Dossier: Zo maakt Leiden de wereld veiliger

ALUMNIMAGAZINE VAN DE UNIVERSITEIT LEIDEN

Leidraad

1

ALUMNIMAGAZINE NAJAAR 2014

Schrijver Ilja Leonard Pfeijffer

‘Ik neem geen genoegen met dogma´s’


Leidraad

tribuut 2

ALUMNIMAGAZINE VAN DE UNIVERSITEIT LEIDEN

NAJAAR 2014

het zweetkamertje

12 JULI /12.10 UUR ‘Dit is een levende ruimte, iedere nieuwe hand­ tekening voegt iets toe. Het is de bedoeling om het kamertje zo lang mogelijk, voor zoveel mogelijk mensen beschikbaar te houden. Restauratie is nodig: de pleisterlaag is beschadigd, hier en daar ontbreken stukken, en de huid van het stucwerk is gedeeltelijk verdwenen. Ook vind je er barsten, soms tot diep in de muur. Gewoon bijpleisteren kan natuurlijk niet. Hoe zet ik de stukken vast, zonder dat het opvalt? Dat is een kwestie van uitproberen. Hier werk ik aan een tekening uit de jaren ’30, maker onbekend. Het is een kleine kopie van de houtskooltekening op de tegenoverliggende muur: de wachtende student van politiek tekenaar Louis Raemaekers uit 1919. Raemae­ kers heeft nooit gestudeerd en dus zijn eigen

schwung gegeven aan het uiterlijk van een student. Aan de handtekeningen zelf ga ik zo min mogelijk doen. De onderste laag verdwijnt geleidelijk onder nieuwe namen, daar verander je niets aan. De oudste nog zichtbare handtekeningen komen uit de jaren ’20. Niemand hanteert hier een gum, behalve om ruimte te maken voor de belangrijkste handtekeningen. Voor Mandela is er zelfs een nieuw stukje muur ingezet. Gaat je zoon of dochter binnenkort een handtekening zetten, druk hem of haar dan op het hart: “Doe het in potlood.” En: maak een goede foto van zowel het overzicht als van de naam in detail, dan is hij later makkelijker terug te vinden.’ Restauratrice Claudia Thunnissen werkte deze zomer aan de renovatie van het Zweetkamertje


inhoud 6

Spinozapremiewinnaar Dirk Bouwmeester

‘Nu kunnen we een paar goede lasersystemen kopen’ 23

Inrichtingspsycholoog Jeanin Bou Rached

‘Het is een ontdekkingsreis, op zoek naar het waarom. Dit was mijn reden om psychologie te studeren’ 25

Bijzonder hoogleraar Arjan Blokland

‘Criminologie is een van de weinige disciplines waar iedereen verstand van heeft’


inhoud NAJAAR 2014

○ Tribuut

34

Het zweetkamertje / 2

○ Carel houdt woord/ 5 ○ Eén studie,

Schrijver Ilja Leonard Pfeijffer

twee wegen… / 10

○ Kort

‘Er is niets dat me uit Leiden heeft gejaagd’

Berichten van de universiteit / 12

○ De werkplek van

Filmmaker Peter Kasbergen / 14

○ Herinneringen

aan Leidse locaties

Frank Nuyens over de Van der Klaauwtoren / 15

○ Zeker weten dat... / 16 ○ Legaat voor

onderzoekscentrum/ 18

○ Terug in de banken

Huub Teuwen / 19

○ Signalen van faculteiten en

verenigingen / 38

○ Object / 47

○ Lezen, luisteren, doen / 48 ○ Cleveringalezingen

2014 / 50

○ Wat neem jij mee

in je koffer / 52

21

Dossier

Zo maakt Leiden de wereld veiliger

20

De groep van Paul Olden

46

De vondst van Bastiaan Florijn ‘Moet je voelen!’


Leidraad is een uitgave van de directie Strategische Communicatie & Marketing/ Development en Alumnirelaties van de Universiteit Leiden. Het magazine is kosteloos voor de alumnus. Voor andere belangstellenden is een abonnement op aanvraag beschikbaar. Uitgever: Universiteit Leiden, Renée Merkx, directeur Strategische Communicatie & Marketing Hoofdredacteur: Lilian Visscher, hoofd Development en Alumnirelaties Concept en eindredactie: Fred Hermsen (Maters & Hermsen Journalistiek) Art direction en vormgeving: Jelle Hoogendam, Kaisa Pohjola (Maters & Hermsen Vormgeving) Tekst: Marina van den Berg, Bart de Haan, Fred Hermsen, Malou van Hintum, Stefan Klein Koerkamp, Maureen Land, Nienke Ledegang, Sarah Leers, Pjotr van Lenteren, Sebastiaan van der Lubben, Caroline van Overbeeke, Joke van Rooyen, Astrid Smit, Caroline Togni, Harriot Voncken, Fieke Walgreen, Annette Zeelenberg Foto cover: Rob Overmeer Coördinatie Universiteit Leiden: Hanneke Wiessing Adreswijzigingen: adresleidraad@bb.leidenuniv.nl LinkedIn: Alumni Universiteit Leiden Twitter: @leidenalumni Website: www.alumni.leidenuniv.nl Oplage: 62.000 Gehele of gedeeltelijke overname van artikelen, foto’s en illustraties uit Leidraad is alleen toegestaan na overleg met de redactie en met bronvermelding. Universiteit Leiden kan niet aansprakelijk gesteld worden voor eventuele zet- of drukfouten.

‘J

onge alumni nemen bij de start van hun loopbaan heel wat hordes. Via stages, freelance opdrachten en tijdelijke verbanden vinden zij hun weg. Ik zie dat ook aan de beginnende loop­ baan van mijn dochter Sophie – één van mijn drie zeg ik dan als trotse vader. Ze heeft dit jaar na haar studie Rechten in Leiden een baan gevonden als paralegal bij het mooie Haagse advocatenkantoor Delis­ sen Martens. Niet alleen door klassiek met een brief te solliciteren, maar ook via een nuttige aanbeveling van een jonge advocate die ze weer had leren kennen bij een stage in Rotterdam. Hoewel ze het natuurlijk zélf moest doen, werkte haar netwerk goed mee. Hoewel ongeveer 91% van de Leidse alumni anderhalf jaar na het afstu­ deren een baan heeft, blijft het knokken voor hen. De voorspellingen van het CBS geven helaas aan dat het niet veel beter wordt de komen­ de jaren. Dat raakt me; ik zie onze studenten die vaak zo hard heb­ ben gewerkt om hun bul te halen het liefst snel hun eerste carrièrestap maken. We houden ons daarom steeds intensiever bezig met de vraag: wat kunnen we meer doen om onze jonge alumni echt te helpen? Deels hebben we het antwoord g ­ evonden in het helpen tot stand brengen van die netwerken. We gaan meer e ­ venementen organiseren, coach­ cafés en workshops. We delen onze kennis en brengen ervaren alumni als coaches in contact met jonge studenten en afgestudeerden. De vernieuwde Leidraad die u in handen hebt, getuigt van onze ­groeiende aandacht voor alumni. We blijven zoeken naar nieuwe en innovatieve manieren en we helpen studenten al tijdens de studie zich te oriënteren op later. Dat gaan we trouwens ook doen voor onze inter­ nationale studenten. En als afgestudeerden dan eenmaal hun hand­ tekening in het zweetkamertje hebben gezet, wensen we ze niet alleen “het beste” meer toe, en “laat nog eens iets van je horen”. We draaien het liever om: “Wij houden contact met jou!”’ Prof. mr. Carel Stolker is Rector Magnificus & Voorzitter College van Bestuur van de Universiteit Leiden

BEELD: MARC DE HAAN

COLOFON

Carel houdt woord

5


6

Leidraad

Bouwmeester:

Hofman: ALUMNIMAGAZINE VAN DE UNIVERSITEIT LEIDEN

Heeft een omgeving nodig met heel lage trillingen

Maandenlang van huis om opgravingen te doen

NAJAAR 2014


Leidraad

Op zoek naar nieuwe werelden Wat is er leuk aan het winnen van de Spinozapremie? Eer en erkenning, natuurlijk. Maar vooral het feit dat je 2,5 miljoen naar eigen inzicht mag uitgeven. Leiden valt dit jaar twee keer in de prijzen.

BEELD: MARC DE HAAN

‘W

acht even,’ zegt natuurkundige Dirk Bouwmeester, en loopt zijn kamer uit om terug te komen met een enorme donut van klei. Hij grinnikt. ‘Het is de eer­ ste keer dat een van mijn promovendi heeft gevraagd of hij een cursus kleien mocht volgen.’ De pompoengrote creatie stelt een donutvormig plasmawolkje voor. Kun je met behulp van een laserkanon een aantal van die plasmawolkjes aan elkaar haken waar­ door een stabiele, zwevende knoop ontstaat, dan helpt dat het onderzoek naar kernfusie met sprongen vooruit. Het is een van Bouwmeesters drie projecten die hij moeilijk gefinancierd krijgt, en waar­ voor hij een deel van het Spinozageld gaat gebruiken. ‘Nu kunnen we een paar goede lasersystemen kopen. Tot nu toe werken we met geleende lasers.’ Een ander deel van de 2,5 miljoen steekt hij in onderzoek naar zilververbindingen op DNA, een techniek die mogelijk kan helpen om kapotte genen te repareren. ‘Dat onderzoek staat nog in de kinderschoenen.’ Er werkt nu één stu­ dent aan. Ten slotte kan Bouwmeesters kwantum­ mechanische project wel een financiële injectie gebruiken. Hij wil de wetten van de

kwantummechanica toetsen aan ­grotere objecten dan elektronen, en proberen piep­ kleine spiegeltjes bij zeer lage ­temperaturen tegelijk wel en niet te laten bewegen. ‘Een heel moeilijk experiment’, zegt hij, en tekent op het whiteboard in zijn werkkamer uit waar hij tegenaan loopt. ‘We moeten elke stap heel voorzichtig uitwerken en maken elk jaar weer vorderingen, maar ik was wel bezorgd hoe we dat de komende jaren ­konden blijven betalen.’ FONKELENDE DIAMANT

Caraïbisch archeoloog Corinne Hofman was in de Dominicaanse Republiek ­opgravingen aan het doen toen ze hoorde dat ze weer in de prijzen was gevallen. ‘Dat was totaal onverwacht’, vertelt ze in haar werkkamer in Leiden, waar ze decaan is van de faculteit Archeologie. ‘Ik heb eerder de Merianprijs die ik vorig jaar kreeg, de kroon op mijn car­ rière genoemd. Deze prijs noem ik dan graag de fonkelende diamant daarin,’ lacht ze. Vergeleken met de Europese onderzoeks­ subsidie van 15 miljoen euro die ze vorig jaar kreeg, lijkt dit geldbedrag bescheiden. ‘Al het geld dat ik tot nu toe heb gekregen, is geoor­ merkt. Maar’, zegt ze, ’deze 2,5 miljoen kan ik naar eigen goeddunken besteden.’ Hofmans ambitie is een nieuwe versie van de wereldgeschiedenis schrijven, op

7


8

Leidraad

BOUWMEESTER (links): ‘Met dit systeem worden fotonen, deeltjes licht, in en uit glasfibers gekoppeld. Mijn onderzoekers werken er dagelijks mee. Optische uitlijnsystemen zoals deze zijn essentieel voor de optische experimenten die ik heb verricht aan kwantumteleportatie en aan het met licht koelen van mechanische resonatoren.’ HOFMAN (rechts): ‘De troffel is het basisinstrument van elke archeoloog en het symbool van ons werk. Iedereen bij ons heeft een eigen troffel, hij gaat naar je hand staan. Deze troffel heeft mijn initialen. Ik heb er jarenlang mee gewerkt, op verschillende eilanden. Hij is nu echt op, maar ik bewaar al mijn troffels. Dat vind ik leuk.’

NAJAAR 2014

basis van materiaal uit haar opgravingen. ‘De inheemse bevolking van de Caraïbi­ sche eilanden, de Indianen, hebben zelf geen geschreven bronnen achtergelaten. Dus wat we weten, weten we van de over­ heersers. Dat geeft een eenzijdig beeld. Archeologisch onderzoek kan laten zien hoe de inheemse bevolking haar kolonisa­ tie heeft ervaren, en welke processen toen hebben plaatsgevonden.’ Ze doet haar opgravingen samen met lokale mensen. ‘Dat geeft mij heel veel inspiratie. Ze zijn steengoed en herkennen dingen uit hun eigen leven. Zien bijvoor­ beeld dat ze nu nog steeds huizen bouwen volgens de oude Indiaanse traditie. En ze ontdekken dat de geschiedenis helemaal niet pas in 1492 begint. Als ze mee graven, realiseren ze zich: “Dit is ons land”.’ Ook Hofman heeft drie projecten die extra euro’s kunnen gebruiken. ‘Om te beginnen wil ik mijn onderzoek en mijn onderzoeksgroep in Leiden consolideren. We hebben veel expertise opgebouwd, en het is erg belangrijk om die te behouden. Daarnaast wil ik meer investeren in verge­ lijkend onderzoek met andere delen in de wereld waar ook een confrontatie tussen koloniale mogendheden en inheem­ se bevolkingen heeft plaatsgevonden, zoals in de Pacifische regio. En ten slotte wil ik investeren in valorisatie. Ik wil nog meer doen aan het scouten van lokaal talent dat

naar Leiden kan komen voor een master, promotie of postdoc, en mijn onderzoek beschikbaar maken voor het grote publiek.’ Terwijl Hofman elk jaar maandenlang van huis is om opgravingen te doen – ‘dat doe ik het liefst van alles, dan voel ik me in mijn element’ – en Bouwmeester zich de helft van het jaar verheugt op zijn fiets­ tocht naar de Universiteit van Santa Bar­ bara in Californië, zouden ze allebei hun onderzoek niet kunnen doen zonder de

‘Als ze mee graven, realiseren ze zich: “Dit is ons land”’ Leidse universiteit. Want die heeft unieke voorzieningen en kwaliteiten. Bouwmeester heeft Santa Barbara nodig om de cellen voor zijn DNA-project en de spiegeltjes voor zijn lage temperatuur­ opstellingen te maken. Dat kunnen ze in Californië ‘perfect’, zegt hij. Maar zijn experimenten kan hij daar niet uitvoeren, al was het alleen maar omdat de grond in Californië standaard trilt. Hij heeft een omgeving nodig met heel lage trillingen en heel lage temperaturen. ‘In Leiden wor­ den zulke experimenten al honderd jaar


9

gedaan, dat is echt uniek in de wereld. En dat heeft te maken met de enorm goe­ de technische ondersteu­ ning hier.’ Toen natuurkundige Kamer­ lingh Onnes honderd jaar geleden in Leiden voor het eerst vloeibaar heli­ um maakte, realiseerde hij zich dat hij voor zijn expe­ rimenten heel veel techni­ sche ondersteuning nodig had. Hij richtte daarom een school voor fijnmechani­ ca op. ‘Mijn vader heeft die school ook bezocht’, vertelt Bouwmeester. ‘Hij heeft aan de eerste mechanische hartkleppen gewerkt, en aan gyroscopen voor vlieg­ tuigen. Ze maken daar fijn­ mechanische structuren, en er zit ook een glasblazerij. Want voor veel experimenten heb je speciale glasconstruc­ ties nodig. Buitenlanders komen daar vaak ­stage lopen. Zelfs kristaljuwelier Swarovski heeft hier mensen naartoe gestuurd!’ Zijn vrouw, de Oostenrijkse kunstenaar Beatrix ­Salcher, heeft er glasconstructies gemaakt voor haar kunstwerken. Hofman doet haar vondsten ver buiten Leiden: Cuba, Dominicaanse Republiek, Saba, St. Vincent, de kusten van Venezue­ la en de ABC-eilanden. Ze is de enige in Europa die op zo’n grote schaal in het Caraïbisch gebied aan het werk is: momenteel spitten en zeven er zo’n vijf­

tig mensen. Hofman zelf deed haar eer­ ste opgravingen in 1987 op Saba, voor haar master­scriptie. ‘Ik zag meteen in de afvalhopen spullen die niet alleen lokaal waren, maar ook afkomstig van ande­ re eilanden. Wie had destijds contact met wie? Mijn hele onderzoek heeft zich altijd gericht op die communicatienetwerken.’ Leiden is voor haar interessant vanwege de vele experts op haar terrein. ‘Hier zit het KITLV (Koninklijk Instituut voor Taal-, Land- en Volkenkunde) met direc­ teur Gert van Oostindie, gespecialiseerd in de geschiedenis van het Caraïbisch gebied. Collega Eithne Carlin weet alles van Indiaanse talen, met name van Suri­ name. Directe collega Maarten Jansen is gespe­cialiseerd in het inheemse erfgoed van Mexico. En mijn man Menno Hoog­ land, hoogleraar funeraire archeologie, is altijd mijn meest naaste collega geweest.’ VEILIG GESTELD

Wat de twee Spinozaprijswinnaars delen, is hun nieuwsgierigheid naar nieuwe werelden die bij een oppervlakkige blik ongezien blijven. Bouwmeester onder­ zoekt de grenzen van de kwantum- en de vertrouwde (klassieke) wereld, Hofman graaft achter de historische grens van 1492 nieuwe verhalen op. Dankzij de Spinozaprijs is de voortgang en onder­ steuning van hun onderzoek voorlopig veilig gesteld. En de Universiteit Leiden behoudt dankzij hun verkiezing de num­ mer 1-positie van Spinozaprijswinnaars: sinds 1995 is de premie al achttien keer aan een Leidse wetenschapper gegund. (Malou van Hintum)

Eerste winnaar ­Spinozapremie (1995)

BEELD: KENNISLINK.NL

Frits van Oostrom ‘Het beeldje dat bij de prijs hoort, staat op de boeken­ molen naast mijn bureau. Er gaat geen dag voorbij dat ik er niet aan denk. Ik was pas 42 jaar toen ik hem kreeg, en zat in de midden­ fase van mijn loopbaan. Dan

kun je er nog geweldig veel mee doen – zeker een letter­ kundige zoals ik. Ik hoefde geen dure apparatuur aan te schaffen. Ik heb wel twintig mensen kunnen aan­ trekken, ook omdat ik het geld op een slimme manier heb weggezet. Nee, geen beleggingen! Verstandig op rente. Dat tikt lekker aan door de jaren heen. Dank­ zij de Spinozapremie zijn

De prijs in cijfers

sinds 1994

3 of 4

winnaars per jaar

73 x

toegekend

18

Leidse winnaars

2 MILJOEN GULDEN in 1995,

2,5 MILJOEN EURO sinds 2009

LEIDSE TOPJAREN: 1998 (2 van de 3) 2010 (3 van de 4)

13

in totaal vrouwelijke winnaars voor Leiden zijn dat Ewine van Dishoeck (sterrenkunde, 2000), Els Goulmy (transplantatiebiologie, 2002), Naomi Ellemers (sociale psychologie, 2010), Ineke Sluiter (Griekse taal- en letterkunde, 2010) en, Corinne Hofman (archeologie, 2014)

er vijftien boeken en dis­ sertaties verschenen die er anders niet waren geweest. En minstens zo belangrijk is dat je er dankzij die prijs echt toe doet in de universi­ taire wereld. Daar heerst een eercultuur, en de eer van deze prijs draag je de rest van je leven met je mee.’ Frits van Oostrom is hoogleraar Nederlandse letterkunde.


10

Leidraad

één studie

twee wegen

Waar een studie Geschiedenis toe kan leiden…

Franca Verheijen (41) BEELD: ROB OVERMEER

geeft geschiedenis op het Stedelijk Gymnasium in Leiden

H

oe was jij toen jij naar Leiden kwam om geschiedenis te studeren? ‘Oh, ik was ontzettend braaf. Ik door­ liep het atheneum in Heerlen in precies zes jaar en bereidde me uiterst serieus voor op de vervolgstap. Ik wilde psycho­ logie of geschiedenis studeren en liep daarom alle open dagen af. Het verhaal dat toenmalig docent Peer Vries tijdens de open dag in Leiden hield, vond ik zó goed. Hij zei: “Het gaat niet om het ant­ woord, maar om de vraag.” Die woorden hebben zeker een rol gespeeld bij mijn keuze voor Leiden.’ En hoe was dat toen je eenmaal studeerde, bleef je zo braaf? ‘Ja, zeker in het eerste jaar, toen ik bij een hospita in de Merenwijk woonde. In het tweede jaar verhuisde ik naar het centrum, kreeg ik een vriendje en werd ik lid van Augustinus. Toen werd het allemaal wat losser. Maar mijn studie bleef centraal staan. Ik stond bekend als de student die uitstekende aante­ keningen maakte. Die werden dus gre­ tig gekopieerd. Ik hoorde een keer dat twee wildvreemden elkaar waren tegen­ gekomen en na bestudering van elkaars aantekeningen hadden geconcludeerd:

“Hé, jij hebt ook van Franca gekopieerd”. Ik teken namelijk altijd in mijn aanteke­ ningen en in die tijd waren “kleine muis­ jes” mijn handelsmerk.’ Welke docent is je het meest bijgebleven? ‘Dat zijn er eigenlijk twee. Leo Lucassen, bij wie ik afstudeerde op migratiege­ schiedenis, en Herman Obdeijn. Lucas­ sen was een echte intellectueel, die ik bewonderde, maar die minder toegan­ kelijk was. Bij Obdeijn was dat anders. Na de afsluiting van een werkgroep kwam iedereen bij hem thuis eten. Eigenlijk zijn die twee mannen te vergelijken met twee middelbare schooldocentendo­ 1991 - 1996: Geschiede­ nis, Universiteit Leiden 1996 - 1997: Leraren­opleiding ILO, Amsterdam 1997: Stage in Bury-St-Edmunds, GB 1998: Geschiedenis­ docent Willem de Zwij­ ger College, Bussum 1998 - 1999: Geschie­ denisdocent St. Grego­ rius College, Utrecht 1999: Onderzoeker, Stichting Onderzoek

Terugkeer en Opvang Oorlogsslachtoffers 2000: Secretaresse Gemeentesecretaris, Leiden 2000 - 2001: Geschie­ denisdocent Northgo College, Noordwijk 2000 – 2003: Medewerker afdeling buitenland, Anne Frank Stichting 2001 - heden: Geschie­ denisdocent Stedelijk Gymnasium Leiden

centen: Van der Werf, de onbenaderbare geschiedenisleraar die mij de liefde voor geschiedenis bijbracht, en Schutjes, de aardrijkskundeleraar die zijn lessen door­ spekte met persoonlijke verhalen. Die persoonlijke stijl, die heb ik als docent zelf ook. Deze vier docenten zijn belang­ rijke inspiratiebronnen voor mij geweest.’ Hoe dacht jij dat jouw toekomst eruit zou zien? ‘Ik was zó naïef. Ik dacht dat een baan als beleidsmedewerker bij Binnenland­ se Zaken bij me zou passen. Nu weet ik dat dat helemáál niet zo is. Ik heb men­ sen om me heen nodig. Het heeft wel even geduurd voordat ik daar achter was, trouwens. Na heel wat omzwervin­ gen ben ik bij het Stedelijk Gym op mijn plek terechtgekomen. In dit werk kan ik combineren waar mijn interesse als 18-jarige al naar uitging: psychologie en geschiedenis.’ Wat zou je nu anders doen? ‘Toen ik decaan was, vertelde ik leerlin­ gen die geschiedenis wilden gaan stu­ deren: een geweldige studie, maar ga wél stagelopen. Ik heb dat niet gedaan. Maar je ontdekt pas waar je passie en talenten liggen als je de praktijk in gaat.’


11

Jurgen Eijgendaal (49)

is managing director van een mijnbouwbedrijf in Ghana, West-Afrika

B

eschrijf jezelf eens als Leidse student. ‘Ik had een brede maatschappe­ lijke belangstelling, was sportief en vrij individualistisch. Ik ben nooit lid gewor­ den van een vereniging. Ik koos voor een studie waar ik passie voor voelde. Maar waar sommigen allang wisten dat ze het onderwijs, de journalistiek of de politiek in wilden – Mark Rutte liep in die tijd ook in Leiden rond – had ik geen uitgesproken voorkeur. Het enige dat ik zeker wist, was dat ik internationaal wil­ de werken.’ Heb jij je geluk afgedwongen? ‘Misschien. Maar ik geloof veel eer­ der dat de ene deur een volgende deur opent. Via omzwervingen ben ik terechtgekomen waar ik nu zit. Na mijn studie ben ik direct in dienst gegaan. Ik kwam bij de luchtmacht en zat een tijd op het NAVO-hoofdkantoor in Brus­ sel waar ik me met wapenbeheersing bezighield – het was de tijd van de val van het Warschaupact. Ik volgde bij Clingendael de leergang internationa­ le betrekkingen en kwam als trainee bij een trader in België terecht. Na in Zuid-Afrika in de mijnbouw te hebben gewerkt, maakte ik zestien jaar gele­

den de overstap naar het mijnbouwbe­ drijf waar ik nu zit, in Ghana.’ Welke rol speelde jouw Leidse bul in jouw carrière? ‘Laten we wel wezen, geschiedenis leidt je niet echt op voor het specifie­ ke werk dat ik nu doe. Ik ontmoette een keer een Nederlandse jongen die mijn­ bouw had gestudeerd in Delft en in Zuid-Afrika woonde. Daar leidde hij toe­ risten rond in het Krugerpark. We waren over en weer verbaasd: hij dat ik zon­ der technische studie in de mijnbouw werkte, en ik dat hij als Delftenaar reis­ leider was geworden. Maar zo werkt het dus: stippel het niet uit, maar creëer zelf je kansen.’ 1985-1991: Geschiede­ nis, Universiteit Leiden 1991 – 1992: Militaire dienstplicht (ROAG) 1992-1995: Gestatio­ neerd bij het NAVOhoofdkwartier, Brussel 1995: Postdoctorale Leergang Internationale Betrekkingen, Instituut Clingendael, Den Haag 1995-1998: Marketing manager bij handelsfir­ ma, Brussel

1996-1998: Directeur van een ondergrond­ se chroomertsmijn, Zuid-Afrika 1998-heden: Managing director van een man­ gaan-mijnbouwbedrijf en directeur van twee goud-exploratiebedrij­ ven, Ghana 2006-2010: President van de Ghana Chamber of Mines

En welke elementen uit je studie gebruik je nu nog? ‘Geschiedenis biedt veel tools om een goede manager te worden. Hoe analyseer je problemen binnen een groep of bedrijf? Hoe motiveer je mensen? Hoe presenteer je een business case? Dat leerde ik in mijn Leidse periode, in en buiten de colle­ gebanken. Historici lezen veel en op bevlogen wijze, ze maken zich veel details eigen en bouwen een goe­ de dossierkennis op die ze ook vast­ houden.’ Je mooiste Leidse herinnering? ‘De dag dat ik afstudeerde. Ik volg­ de toen al de officiersopleiding in Woensdrecht en kreeg vrijaf om in Leiden mijn bul op te halen. Maar dat niet alleen. Ik posteerde in die tijd voor een standbeeld van Prins Bernhard. Dat was een bijbaantje. Diezelfde dag werd dat standbeeld onthuld in Amersfoort. Ik dus daar­ heen om Bernhard de hand te schud­ den. En eind van de dag weer terug naar Woensdrecht. Veel dingen door elkaar doen. Dat is een beetje mijn verhaal. Heel véél historici voelen zich daar goed bij.’


kort EERSTE BUITENLANDSE KRING IN CHILI In Chili is de eerste buitenlandse kring van Leidse alumni opgericht. De kring zal zich samen met de universiteit inzetten om de band tussen alumni door middel van informele bijeen­ komsten en lezingen in het land te versterken. Rector Carel Stolker benadrukt: ‘Voor de universiteit betekent deze kring een waardevolle uitbreiding van haar netwerk. Hopelijk geeft Chili het startschot voor wereldwijde initiatieven.’ De foto is genomen in de Nederlandse residentie van de ambassadeur in Santiago de Chile, bij de ondertekening van de notariële akte van oprichting en toont leden van het bestuur, met van links naar rechts: dr. Gonzalo de la Maza, Judith Scheele MA (secretaris), dr. Diego Barría (penningmeester), rector magnificus Carel Stolker, prof. dr. Patricio Silva, Pablo Riquelme MA, Soledad Camponovo MA, dr. Rodrigo Márquez en prof. dr. Marco Moreno (voorzitter).

University College T koestert community-

D

it is de diploma-­ uit­reiking van ­Leiden University College (LUC) The Hague’s Class of 2014. Plaats van handeling: de Koninklijke Schouwburg, datum: zaterdag 28 juni. LUC The Hague biedt studenten een driejarig BA/BScprogramma in ‘Liberal Arts &

Sciences’ met een focus op de thema’s van de stad Den Haag en ‘global challenges’ zoals ­vrede, rechtvaardigheid, diversi­ teit, welvaart en duurzaamheid. De studenten volgen dit pro­ gramma volledig in het Engels en stellen zelf hun vakkenpak­ ket samen op basis van hun aca­ demische interesses. Met een


AANTAL LEIDSE STUDENTEN 1946 - 2013

16.000 3300 1946

16.500

6800 1964

Leidraad

17.750

1980

1990

2000

Asian Library:

ontmoe­tingsplek voor Azië

he Hague -gevoel internationale studentenpopu­ latie (circa 40%) bevinden de studenten zich in een uitda­ gende en multi­culturele com­ munity. Dit community-­gevoel wordt nog sterker doordat stu­ denten hun eerste twee jaren onder één dak wonen en stude­ ren, vlak naast Centraal Station Den Haag.

De Universitaire Biblio­ theken Leiden (UBL) viert op 15 oktober de samenvoe­ ging van de collecties van het Koninklijk Instituut voor Taal-, Land- en Volkenkunde (KITLV) en van het Konink­ lijk Instituut voor de Tropen (KIT) met die van de UBL. Door de samenvoeging ont­ staat de grootste collec­ tie ter wereld op het gebied van Indonesië, Suriname en de Antillen. De Indone­ sië collectie wordt onder­ gebracht bij de uitgebrei­ de Azië collecties van de UBL. Om deze topcollec­ tie te huisvesten en een ­ontmoetingsplek te creë­ ren voor iedereen die zich wil verdiepen in Azië heeft de UBL plannen voor een Asian Library in een nieuwe opbouw op de universiteits­ bibliotheek. Een lezing door Adriaan van Dis en een inter­ view met de Engelse schrijf­ ster Elizabeth Pisani vor­ men het startschot voor dit project, waarvoor de UBL op zoek gaat naar fondsen. De UBL ontvouwt op deze ­feestelijke dag tevens haar plannen omtrent de digi­ talisering van de Azië en ­Caraïben collecties en een fellowship programma. Meer informatie: bibliotheek.leidenuniv.nl/ (zoek op “Asian Library”)

13

23.000 2013

3

vragen aan Lilian Visscher Hoofd Alumnirelaties

Waarom een vernieuwde Leidraad? ‘Leidraad is er zowel voor de net afgestudeerde rechtenstudente als de gepensioneerde natuurkundige. Na een lezersonderzoek zijn we met een aantal alumni om tafel gegaan. Het vernieuwde magazine gaat daardoor nu veel gerichter over alumni en hun wereld dan voorheen.’ Wat is er nog meer veranderd aan het alumnibeleid van de universiteit? ‘We gaan regelmatig met alumni in ­gesprek. Zo komen we te weten hoe zij precies ­betrokken willen blijven bij hun alma ­mater. Dat resulteerde al in een nieuwe digitale alumni­-nieuwsbrief, alumnibijeenkomsten in binnen- en buitenland en een crowdfunding ­actie voor het Zweetkamertje. Ook werken we samen met de faculteiten om jonge alumni te helpen bij hun start op de arbeidsmarkt.’ Wie zijn er verder nog betrokken bij de relatie met alumni? ‘De alumnimedewerkers van alle faculteiten, die op hun beurt weer overleggen met hun opleidingen en studieverenigingen. We werken ook intensief samen met het Leids Universiteits Fonds (LUF). En heel bijzonder vind ik de nauwe samenwerking met de rector, die alumnibeleid als een van zijn speerpunten ziet.’


14

Leidraad

ALUMNIMAGAZINE VAN DE UNIVERSITEIT LEIDEN

NAJAAR 2014

Filmmaker Peter Kasbergen (1984) studeerde in Leiden bestuurskunde, politicologie en filosofie.

werkplek van

Denk de camera, MacBook Pro en alle kabeltjes even weg. Wat overblijft – rijkelijk gevulde boekenkasten, klassieke globe, foto van Albert Einstein – misstaat niet in een wil­ lekeurige studentenkamer. Toch bevinden we ons hier op kantoor van Public Cinema, het multimediabedrijf dat bestuurskundige Peter Kasbergen bestiert vanuit een Amsterdams verzamelgebouw voor creatieve onderne­ mers. Zes man sterk is Public Cinema, onder wie vier Leid­ se alumni. Het logo aan de wand vat hun missie samen:

de publieke sector beter laten functioneren door mid­ del van beeld. En dat moet zo duurzaam mogelijk, vindt Peter. Zijn films en animaties maakt hij aan een tafel van hergebruikt steigerhout, op een stoeltje uit de kringloop­ winkel. In zo’n omgeving werkt hij het prettigst. Nieuwe technologie meets academische boekenwijsheid. Prak­ tisch de wereld verbeteren, maar gestoeld op theorie. En na het werk? Gewoon op de tweedehands racefiets weer naar huis. Dat is Peter Kasbergen ten voeten uit.

BEELD: ROB OVERMEER

Peter Kasbergen


Leidraad

15

herinneringen aan Leidse locaties

‘M

et een knoop in mijn maag betrad ik in september 1988 de grote col­ legezaal van het gebouwencomplex aan de Kaiser­ straat. Als kersverse student Biologie dacht ik op deze sombere eerste dag maar één ding: kan ik dit wel? Van Bruggen voedde mijn angst door tij­ dens het eerste college “Inleiding tot de classificatie van het dierenrijk” de ene na de andere Latijnse soortnaam op het bord te krijten. Hoe markant ook, het waren geen architectonische hoogstandjes, het blauwe gebouw langs de singel uit 1962 en het naastgelegen veertig meter hoge Van der Klaauw Laborato­ rium uit 1957. Ze hebben de tand des tijds niet overleefd, maar staan nog recht overeind in mijn geheugen. De

BEELD: FRED HERMSEN

Van der Klaauwtoren

gapende leegte biedt tegenwoordig een vertederend doorkijkje naar de Sterrenwacht. Maar voor mij versterkt dit braakliggende terrein vooral het besef dat de tien meest vormende jaren van mijn leven op deze plek heb­ ben plaatsgevonden. Het Torenge­ bouw aan de Kaiserstraat 63 was mijn thuis. Eerst als student, waar ik in 1989 mijn eerste liefde Saskia leerde kennen en even later mijn andere liefde, dier­ morfologie. Ik kwam bij deze vakgroep voor mijn afstudeeronderzoek in 1991 en vond er een soms dysfunctionele maar vooral hechte familie. Kort voor mijn afstuderen in 1993 voer­ de ik hier mijn eerste sollicitatiege­ sprek, gekleed in een speciaal voor de gelegenheid gekocht groen colbert met gele das. Biologenchique. Ik mocht bij mijn morfologenfamilie blij­ ven voor promotieonderzoek. Veel

heeft dat onderzoek niet opgeleverd, in ieder geval geen promotie. Wel trad ik veelvuldig op in afscheidsfilmpjes voor collega’s. Mijn glansrol was die van doorgedraaide promovendus. In witte schmink zat ik op een vriezer in de kelder van het Van der Klaauwge­ bouw, kluivend op een bevroren duif, een voormalig proefdier. Uiteindelijk school er een journalist in mij, geen wetenschapper. Ik werk nu aan de TU Delft als hoofdredacteur van Delft Integraal en Delta. Maar daar liggen niet mijn fundamenten. Die liggen hier, of moet ik zeggen lagen? Er zat veel van mij in die vernielde stenen, maar wat ik hier heb geleerd adem ik nog elke dag.’ (Frank Nuijens, Biologie, 1988) Ook een suggestie voor deze rubriek? Laat het ons weten: contactleidraad@bb.leidenuniv.nl


16

Leidraad

NAJAAR 2014

zeker weten dat...

pubers van

15 & 16

jaar het gevoeligst zijn voor beloningen

we de associatie tussen migraine en depressie deels kunnen verklaren door overlappende genetische factoren er in Leiden van 17 tot 19 november een internationaal congres wordt gehouden om 25 jaar VN-Kinderrechtenverdrag te vieren, als onderdeel van de Kinderrechtenweek

het menselijk denken te gelimiteerd is om de fundamentele c­ omplexiteit van het universum te begrijpen, ­ net zoals koeien niet kunnen tellen drukke kinderen die zich ongeconcentreerd gedragen het niet per se slechter doen in het (basis)onderwijs

we met nieuwe astrofysische zoektechnieken binnen tien à twintig jaar ­serieuze aanwijzingen voor leven kunnen vinden in het heelal De Leidse astrofysicus Matteo Brogi bracht de zoektocht naar leven in het heelal weer een stuk­ je verder. In zijn proef­ schrift, waarop hij in juni cum ­laude ­promoveerde, demonstreert hij een ­nieuwe methode om verre planeten te onderzoeken. Brogi: ‘Ik vermoed dat we over tien, twintig jaar

s­ erieuze ­aanwijzingen voor leven kunnen vin­ den.’ Toch loopt hij niet te hard van stapel. ‘Iede­ re wetenschapper claimt graag dat hij buitenaards leven heeft gevonden’, aldus de promovendus, ‘maar we moeten voor­ zichtig zijn met het bren­ gen van zulk nieuws. Als er grote dingen worden

gezegd en je hoort er daarna niets meer over, kan de wetenschap haar geloofwaardigheid ver­ liezen. De kans is aanwe­ zig dat we binnenkort een leefbare planeet vinden, maar tot die tijd moeten we sceptisch blijven.’ Ondanks zijn terug­ houdendheid mogen zijn onderzoeksresulta­

ten gerust revolutionair genoemd worden. Zijn onderzoek richtte zich op exoplaneten, planeten die rondom andere sterren draaien dan onze zon. De sterren kunnen we zien, maar de planeten erom­ heen zijn niet met het blo­ te oog via een telescoop te zien. Wel kunnen astro­ fysici de v ­ erandering


17

de universiteit volgend jaar haar

440

jarig bestaan viert en er mooie ideeën in ontwikkeling zijn om dit heugelijke feit te vieren

het makkelijker is om het licht van de sterren uit te leggen, dan de duisternis van de nachtelijke sterrenhemel

zebravinken zeer gevoelig zijn voor intonatie in de menselijke spraak gehandicapt zijn het besef en de waardering vergroten voor dingen die wèl mogelijk zijn tijdens de ElCid-week een record­-aantal van 3.400 eerstejaars studenten van universiteit én hogeschool de stad overspoelden Meer informatie: alumni.leidenuniv.nl

in het licht waarne­ men bij een z­ ogeheten planeet­overgang. Dat is het moment waar­ op een p ­ laneet zich tus­ sen zijn ster en de waar­ nemer op aarde bevindt, en d ­ aardoor iets van het ­sterrenlicht blokkeert. Maar dat is niet het eni­ ge. Doordat elke mole­ cuul een andere hoe­ veelheid licht absorbeert en doorlaat, kan men ook zien of er zich in de ­atmosfeer van zo’n exo­ planeet ­bijvoorbeeld zuurstof­moleculen bevin­ den, een belangrijke voor­ waarde voor leefbaar­

heid. ­Makkelijk is dat niet, want die lichtsignalen zijn erg zwak en lastig waar te nemen, en worden ook nog eens verstoord door onze ­aardse atmosfeer. Vingerafdruk ­Brogi ontwikkelde een nieuwe, betrouwbaar­ der methode om atmo­ sferen van exoplaneten te onderzoeken. Hij maakt gebruikt van grondte­ lescopen met een zeer hoge resolutie. Hierdoor wordt het opgevangen licht veel beter in verschil­ lende golflengten opge­ deeld, en is betere bestu­

dering mogelijk. Brogi: ‘Vergelijk het met een spiegelreflex­fotocamera met een hoge resolu­ tie; die kan ook veel meer details haarscherp afbeel­ den. De “vingerafdruk” van elk soort molecuul is nu exact te bepalen, waar­ door ik onomstotelijk de aanwezigheid van kool­ monoxide en waterdamp in de atmosferen van vijf exoplaneten heb kunnen vastleggen. Dat is een ver­ dubbeling van het aantal planeten waarvoor deze moleculaire gassen tot nu toe met enig v ­ ertrouwen zijn gedetecteerd.’

Revolutionair daarbij is het feit dat Brogi voor het eerst signalen heeft gemeten van planeten die geen planeetover­ gang vertonen. Dat was hiervoor onmogelijk. Het leverde hem dan ook nog tijdens zijn onderzoek een publicatie op in Nature. ‘Door deze nieuwe metho­ de kunnen we veel meer exoplaneten ontdekken en onderzoeken,’ conclu­ deert Brogi. ‘De technie­ ken zijn er al, het is alleen kwestie van bouwen.’


18

Leidraad

NAJAAR 2014

Het gebeurt niet vaak dat wetenschappers ‘zomaar’, zonder complexe subsidieaan­vragen, een flink geldbedrag beschikbaar krijgen voor hun onderzoek. Sinoloog Frank Pieke (Faculteit Geesteswetenschappen) en zijn collega’s overkwam het wel: de erfenis van mevrouw ­Elias-Vaes ter hoogte van 4 miljoen euro werd als fonds ondergebracht bij het Leids Universiteits Fonds (LUF) en geheel geoormerkt voor hun onderzoekscentrum.

Legaat blaast onderzoekscentrum nieuw leven in

Wat zou het mooi zijn om te kunnen vertellen dat er op een dag een telefoontje kwam waarin het heuglijke feit van de schenking totaal onver­ wacht werd meegedeeld. Pieke, hoogleraar moder­ ne Chinese studies in Leiden (Faculteit Geesteswe­ tenschappen) en een van de directeuren van het Modern East Asia Research Centre (MEARC) glim­ lacht. ‘Nee, zo ging het niet. Het was een meerja­ rig proces waarvan de uitkomst lang onzeker bleef. Als MEARC-directeuren wisten we dat dit speel­ de. De details, zoals de hoogte van de schenking, kenden we lange tijd niet.’ Uiteindelijk bleek dat 4 miljoen euro te zijn (zie kader). Dankzij inspan­ ningen van het MEARC-bestuur kozen de bestuur­ ders van de stichting er uiteindelijk voor om het geld voor het MEARC te bestemmen. De onderte­ kening van de overeenkomst in juli 2013 betekende een keerpunt voor het aan de Leidse universiteit verbonden onderzoekscentrum. Pieke: ‘De ambi­ tie om een internationaal kenniscentrum op het gebied van het moderne Oost-Azië te worden, kon­ den we met de schenking van de Stichting Vaes-Eli­ as nieuw leven inblazen.’

Al direct in het eerste jaar kon vanuit het fonds een aantal Oost-Aziatische onderzoekspro­ jecten van veelbelovende Leidse universitair docenten worden gefinancierd. PhD-studenten ­kregen beurzen om naar Azië te reizen en ook de ­recente tentoonstelling “Korea tussen oorlog en ­vrede” in ­Rotterdam ontving steun. Pieke en zijn mede-­directeuren Remco Breuker (hoogle­ raar Korea­studies) en Kasia Cwiertka (hoogleraar ­Japanstudies) willen het geld vooral gebruiken om grotere onderzoeken van de grond te tillen, bij­ voorbeeld over de thema’s “China in Nederland”, “Milieubewustzijn in Oost Azië” of “De huidige betekenis van de Tweede Wereldoorlog in Azië”. Daarbij zoekt het MEARC ook samenwerking met partners in media en bedrijfsleven. ‘Waarom? We willen op die manier maatschappelijke meerwaar­ de creëren’, benadrukt Pieke. Het is moeilijk om voor dergelijke onderzoeken subsidies van instel­ lingen als NWO te krijgen, dus het fonds biedt hier daadwerkelijk ­nieuwe mogelijkheden. ‘We profile­ ren zo niet alleen het MEARC, maar stimuleren het totale veld van ­Aziatisch onderzoek in Leiden.’

Van kunst naar wetenschap Wilhelmina Elias-Vaes (1908-2002) was een van de grootste particuliere kunstverzamelaars in Nederland. Haar collectie bracht zij onder in het Kralings Museum, waar zij met name de jeugd in aanraking wilde brengen met andere culturen. Na haar overlijden in 2002 werd de opbrengst van haar collectie ondergebracht in de Stichting Vaes-Elias die op zoek ging naar een passende bestemming. Het bedrag van 4 miljoen euro is nu ondergebracht bij het LUF in een Fonds op Naam met een speci­ fiek doel: het financieren van wetenschappelijk onderzoek van het MEARC. Het LUF beheert het fonds en beoordeelt samen met een bestedingscommissie de MEARC-aanvragen. Het levenswerk van mevrouw Elias-Vaes is zo verbonden aan een insti­ tuut dat haar fascinatie deelt voor de historie en gebruiken van verschillende culturen.


terug in de banken

Huub Teuwen (71), volgt à la carte colleges

ALUMNIMAGAZINE VAN DE UNIVERSITEIT LEIDEN

Leidraad

19

HET EERSTE ZESJE ‘Ik werkte in de financiële sector en ging in 2000 met vervroegd pensioen. Ik pakte geschiede­ nis op, mijn oude liefde. Mijn eerste ten­ tamen deed ik met bibberende hand. Waar was ik aan begonnen? Ik had veer­ tig jaar geen examen meer gedaan. Dat eerste zesje voelde als een negen.’ GEEN MIDDELBARE SCHOOL ‘Je moet geen “big nose” hebben als je tussen de achttienjarigen in de collegebanken komt. Het leren is nu heel anders, het gaat om inzicht, het waarom. Wij leerden vroeger feiten. Nu leer je de feiten in hun context te beschouwen. Voor die stu­ denten was het net zoals de middelbare school, voor mij niet.’ HARTGRONDIG ONEENS ‘Ook nadat ik afgestudeerd was in 2005, bleef ik met een groep vrienden het ene college na het andere volgen, à la carte. Van film­ geschiedenis tot het Sovjetexperiment. We zijn het soms hartgrondig oneens, ja. Maar dat geeft niks. Een vriend die in een Jappenkamp zat, en dan een college over de politionele acties, dat vraagt om dis­ cussie. Zelf ben ik anders gaan denken over Israël, de NAVO, de Balkankwestie.’ SPIJT? ‘Ik heb een enorme dorst naar kennis. Het geeft gemoedsrust, begrij­ pen hoe iets zit. De wereld kan in brand staan, maar dan snap je daar in ieder geval iets van. Ik heb nergens spijt van, maar nu zou ik voor een wetenschappe­ lijke carrière kiezen. Met het financiële werk had ik geen binding.’

BEELD: TACO VAN DER EB

GRIJZE KOPPEN ‘Ik koos bewust voor Leiden om er geschiedenis te studeren, het heeft een goede naam. Al die Spino­ zaprijzen, dat zegt wel wat. Ik zou het wel mooi vinden als alle colleges voor ieder­ een toegankelijk zouden zijn. Dan kom je als oudere minder snel tussen de grijze koppen terecht.’ MAANDAGMORGEN ‘Sterrenkunde en Chinese geschiedenis, dat wil ik nog wel doen, maar dat is op maandagmorgen hè, en ik hóef niet meer vroeg op. Leren, dat kost mij geen enkele moeite; met mijn hoofd is niks mis. Leren in Leiden, dat is een uitje.’


20

Leidraad

NAJAAR 2014

de groep van alumnus Paul Olden

Paul Olden, wie zie je op deze foto? ‘Een groep vrienden waarmee ik een intense tijd heb beleefd. Het was een gemêleerd gezelschap, waar ik me altijd goed in kon bewegen. Dat was ik ook wel gewend als enige knor in een Minervahuis. En hier was ik Augustijn in een rugbyclub van Quintus, de Harlequints. Op de foto herken ik twee artsen, een gesjeesde arts, veel rechten natuurlijk en iemand die in de keuken van Camino Real is gaan werken. Een andere speler is na een wedstrijd in Ierland blijven hangen en daar in de horeca terechtgekomen. Voor­ aan zit Onno Innemee, de cabaretier. Ik geloof niet dat zijn rugbycarrière erg lang heeft geduurd. Hij was al snel twee voortanden kwijt. Ik zie veel van die mannen nog steeds.’ Welke herinneringen koester je? ‘Vooral de ongecompliceerde lol. Soms werd je met open armen ontvangen bij een Engelse club, stond je tot drie uur ‘s nachts met een team aan de bar, en zag je een paar uur later ineens een heel andere, frisse tegenstander op het veld staan. Deze foto is genomen in Londen, ik schat in 1987. We staan voor een vlag van de Harle­ quins, de beroemde Engelse rugbyclub. We speelden tegen Harlequins 10 of zo. Ik kan wel honderd anekdotes opha­

len, maar ik weet niet of ze geschikt zijn voor publi­ catie. Tijdens een trip naar Heidelberg heb ik oever­ loos ingepraat op de vrouw van de Kneipwirt die ons uit het hotel wilde zetten. Net nadat ze met de hand over haar hart had gestreken, zagen we een speler op de derde verdieping het raam openen om in de gera­ niums te wateren. Terwijl de Kneipwirt eronder door liep. Het was soms een bandeloos clubje.’ Wat heb je geleerd van deze groep? ‘Rugby als sport is sowieso al vormend. Niet mau­ wen, gewoon doorgaan. Respect voor de scheids­ rechter. Ik ben advocaat in de procespraktijk van NautaDutilh, dus ik sta cliënten bij die geschil­ len hebben, met name in het ondernemingsrecht. Strijdlust zit in mij, het wedstrijdelement vind ik leuk. Daar is wel een parallel met rugby te trekken. Je moet vooruitdenken, een strategie uitstip­ pelen. De vraag is natuurlijk of die strijd­ lust is ontvlamd door rugby of dat ik die eigenschap al bezat en daardoor geschikt was voor de sport.’ Ook een suggestie voor deze rubriek? Laat het ons weten: contactleidraad@bb.leidenuniv.nl


DOSSIER Veiligheid

NAJAAR 2014

ALUMNIMAGAZINE VAN DE UNIVERSITEIT LEIDEN

Leidraad

Zo maakt Leiden de wereld veiliger

BEELD: HOLLANDSE HOOGTE

Het is geen eis, maar we vinden het wel fijn als als onderzoek en onderwijs onze wereld veiliger maken. Leidraad licht enkele Leidse alumni en wetenschappers uit die hieraan hun eigen bijdrage leveren.

Hoe controleer je onzichtbaarheid? Constant Hijzen promoveert op AIVD

‘Veiligheid is een illusie’

Vier alumni over hun werk

Klappen uitdelen aan cellen

Bob van de Water op zoek naar veiliger medicijnen

21


22

Leidraad

ALUMNIMAGAZINE VAN DE UNIVERSITEIT LEIDEN

NAJAAR 2014

Onnodige geheimen Te vaak ontsnappen geheime diensten aan journalistieke, politieke en historische aandacht. Logisch, daar zijn het geheime diensten voor. Maar dat hoeft niet, bewijst historicus Constant Hijzen (Faculteit Geesteswetenschappen). Hij promoveert volgend jaar op de AIVD en haar voor­gangers.

E

en geheim Koninklijk Besluit (van 8 augustus 1949) dat uiteindelijk uitlekte naar de Eerste Kamer bevestigde voor het eerst het bestaan van een geheime dienst in Neder­ land. Tot dan waren er wel diensten, maar slechts in de uitvoering; geheim en onzichtbaar. Hoewel, nuanceert ­Constant Hijzen direct, de geheime dienst die er was, de in 1946 opgerich­ te Centrale Veiligheidsdienst, stond al een tijdje op de begroting van Alge­ mene Zaken. Soms stelden parlemen­ tariërs daar vragen over, maar echt diepgravend was die controle niet. Dat veranderde tijdens een debat in de Senaat. Toenmalige PvdA-minister-­ president Drees kreeg in augustus 1949 en plein public de eerste ‘stekeli­ ge ­vragen’. Want waarom was er zo’n dienst? Wat deed die precies en wat zijn dat dan – inlichtingen? POLDEREN

Die vragen zijn hetzelfde gebleven, toch is de structuur van het toezicht op de diensten na 1952 niet wezenlijk veranderd. PvdA-kamerlid Jaap Bur­ ger eiste in dat jaar meer parlemen­ taire controle; politici en ambtenaren polderden de directe voorganger van de huidige Commissie voor de Inlich­ tingen- en Veiligheidsdiensten (in de wandel wel de Commissie Stiekem) in elkaar. Daarin zijn de vijf grootste frac­ ties vertegenwoordigd die hun voor­ zitter afvaardigen om met de minister

van Binnenlandse Zaken in het geheim de dienst te controleren. In het begin betekende “controleren” overigens vooral het afhandelen van individuele klachten van burgers. Dat veranderde door de opstelling van individuele fractievoorzitters die de controle uitbreidden naar het beleid en, soms zelfs, het operationele niveau van de veiligheidsdienst. ‘Joop Den Uyl (PvdA) en Hans van Mierlo (D66) voer­ den eind jaren zestig veel fundamen­ telere discussies over het functioneren van de toen nog Binnenlandse Veilig­ heidsdienst.’

Binnenlandse Zaken, door de toen­ malige Secretaris-Generaal Jozias van Aartsen (nu burgemeester van Den Haag) is aangedrongen op een actieve­ re bemoeienis met de dienst door het parlement. Desinteresse voerde ech­ ter de boventoon. ‘Een geheime dienst, daar scoor je niet mee.’ Hoe anders is dat in bijvoorbeeld Denemarken waar in 1999 een parlementaire commis­ sie werd ingesteld die de bemoeienis van de veiligheidsdienst met politieke partijen ten tijde van de Koude Oorlog moest onderzoeken.

Ed van Thijn (voormalig fractievoorzit­ ter PvdA, voorzitter van de C ­ ommissie Stiekem en in 1980-1981 minister van Binnenlandse Zaken) zette die lijn voort. Hijzen concludeert dat de invul­ ling van het ministeriële en parlemen­ taire toezicht sterk persoonsgebonden blijkt. ‘Sommige ministers of fractie­ voorzitters vullen die verantwoor­ delijkheid actiever in en willen veel weten. Een andere minister wil zo wei­ nig mogelijk weten om problemen in de Kamer te vermijden.’ Plausible deniability, in goed Nederlands. Hijzen stelt ook dat er nauwelijks fun­ damenteel politiek en maatschappelijk debat over het democratisch toezicht op de AIVD is gevoerd. Die mogelijk­ heid was er na de val van de Muur in 1989. Zowel vanuit de dienst door het toenmalige hoofd Arthur Docters van Leeuwen, als vanuit het ministerie van

Beide conclusies moeten volgens ­Hijzen nieuwe discussies over veilig­ heidsdiensten sturen. ‘Bij acute en ­toenemende dreiging kunnen we met de lessen uit het verleden scherper kij­ ken naar de wijze waarop we die con­ trole en verantwoording organiseren.’ Te vaak wordt de dienst achteraf bekri­ tiseerd, terwijl beslissingen zelf niet kritisch genoeg zijn gecontroleerd. ­Hijzen ziet wel steeds meer journalis­ ten hun pijlen op de AIVD richten sinds de onthullingen van Edward Snowden. Maar het parlementaire toezicht op de AIVD is geregeld zoals Jaap Burger het in 1952 voorstelde: voor een select gezelschap en bovenal onzichtbaar voor diegenen die waarschijnlijk nooit zullen weten ooit met geheim agenten van dienst te hebben gehad.

JOURNALISTIEK


Veiligheid DOSSIERLeidraad

NAJAAR 2014

ALUMNIMAGAZINE VAN DE UNIVERSITEIT LEIDEN

23

‘Ik breng de menselijke maat’ aldus alumna Jeanin

FOTO: EDWIN WEERS

‘I

k genees geen gedetineerden, ik leer ze omgaan met hun situatie en bereid ze voor op het moment dat ze naar buiten gaan. Ik wil eer­ lijk zijn tegen gedetineerden en hen aansporen de omstandigheden te accepteren. Zo leren ze omgaan met de spanningen die komen kijken bij een detentie – de angst, de woede, het verdriet. En soms zijn ze ineens weg, terug in vrijheid. Of ze daar dan klaar voor zijn? Vaak niet, helaas. Ik breng de menselijke maat. De confrontatie zoe­ ken – ze zitten hier niet voor niets natuurlijk – maar door respect en warmte in het gesprek, wil ik ze laten beseffen dat hun gedrag abnormaal is. Uiteindelijk kan ik dan alleen hopen dat het, eenmaal buiten detentie, goed zal gaan met hen. Het is een ontdekkingsreis, op zoek naar het waarom. Dit was mijn reden om psychologie te studeren. Met één doel: zorgen dat gedetineerden begre­ pen worden en hierdoor niet gevaar­ lijk zijn, voor zichzelf én voor het gevangenispersoneel.’

JEANIN BOU RACHED (27) 2005 Psychologie in Rotterdam 2008 Overstap naar Leiden (omdat het onderwijs hier me beter ligt) 2011 Afgestudeerd als psycholoog Nu Inrichtingspsycholoog PI Krimpen a/d IJssel


24

Leidraad

ALUMNIMAGAZINE VAN DE UNIVERSITEIT LEIDEN

NAJAAR 2014

‘Een hele groep oprollen is beter’ aldus alumna Xandra

XANDRA WASSENAAR (50) Zette nooit haar naam op de muur in het zweetkamertje. 1984 Propedeuse Frans, daarna Algemene Taalwetenschappen Nu hoofdagent, ­districtsrecherche Amsterdam-Zuid

FOTO: EDWIN WEERS

‘I

k ben rechercheur in Amster­ dam. En ik heb mijn plek gevon­ den. Al weet je dat bij mij nooit zeker. Mijn studie Taalweten­ schappen maakte ik op een haar na niet af. Ik was al stewardess toen na zes jaar de studie­financiering stopte. Maar op mijn 36e ging het vliegen vervelen. Ik koos voor de politie. Als paarden­ meisje in Rijswijk droomde ik al van de bereden politie. Op het paard, dat lukte niet. De politie wel en daar heb ik veel voor gedaan. Ver in de dertig zat ik met 18-jarigen in de schoolban­ ken. Ik liet mijn ogen laseren omdat ik anders afgekeurd zou worden. En na nierklachten schonk mijn man me een transplantatie-nier. Wat ik goed kan? Verder kijken. Een groep oprollen is beter dan die een­ ling grijpen die de verleiding niet kon weerstaan. Enige tijd geleden pakten we vijf jongens op die twee leeftijds­ genoten hebben mishandeld. De slachtoffers waren uit de kroeg van de fiets getrokken en in elkaar geslagen. De daders hadden geen strafblad. Het gebeurde in Kudelstaart en het hele dorp kijkt ze erop aan. Ik denk niet de politie die jongens ooit terugziet. Natuurlijk, ik had rechten moeten gaan studeren. Bij Quintus zat ik als taalwetenschapper al in de ordecom­ missie. Ach, het liep gewoon anders. Of ik wat aan mijn studie heb? Ik kan problemen analytisch benaderen. Aan de taalwetenschappen heb ik weinig. Ja, mijn verbalen zijn geschreven in foutloos Nederlands. Dat doen niet alle dienders me na.’


Veiligheid DOSSIERLeidraad

NAJAAR 2014

ALUMNIMAGAZINE VAN DE UNIVERSITEIT LEIDEN

25

Puzzelaar

Criminoloog Arjan Blokland weet dat zijn onderzoek naar carrières van criminelen soms veel losmaakt. Zo kopte de Volkskrant in juni 2010: ‘Helft Marokkanen pleegt voor 22ste ten minste één misdrijf.’ Consternatie alom.

‘T

ja, zo gaat dat’, relativeert Blokland als hij zich dit herinnert. ‘Je hebt weinig invloed op de nadruk die media leggen. Zo ging het hier om Nederlanders met een allochtone achtergrond in brede zin, niet zoals de kop ­suggereert om Marokkanen alleen. Bovendien geeft de kop geen inzicht in het Nederlandse cijfer (een op de vijf ) waardoor je niets hebt om ‘de helft’ tegen af te zetten. Maar ondanks dat gebrek aan nuancering ontstaat toch een inhoudelij­ ke ­discussie op basis van harde data. Dat politici vervol­ gens de cijfers voor hun politieke agenda gebruiken, is altijd nog beter dan een maatschappelijk debat dat louter is gebaseerd op stemmingmakerij en onderbuik­gevoelens.’ En dát er discussie ontstaat, vindt hij alleen maar goed: ‘Criminologie is een van de weinige disciplines waar ­iedereen verstand van heeft. Het raakt ook iedereen.’ KEUZE AAN HET VOLK

Op de vraag of zijn werk bijdraagt een veiliger Nederland, reageert hij aanvankelijk afwijzend. ‘Dat is niet ons doel. We zijn wetenschappers; onze resultaten geven niet aan wat juist is. Want dan krijg je met zaken te maken die we niet meenemen in ons onderzoek. Zoals: welke prioritei­ ten hanteer je in de praktijk gezien het beschikbare bud­ get, en: welke behoefte bestaat er in de maatschappij om daders te bestraffen? De keuze is uiteindelijk altijd aan het volk, en aan de rechters natuurlijk.’ Dan, toch twijfelend: ‘De grote lijn in mijn onderzoek gaat over de ontwikke­ ling van crimineel gedrag in mensenlevens. En: wat is het effect daarop van interventie? Daar doen professionals, beleidsmakers en politici wel hun voordeel mee.’ Een voorbeeld zijn de effecten van straf. Onderzoek daar­ naar verrichtte hij door registerdata en strafbladen door te spitten. Maar deze zoon van een Rotterdamse politieman die ook zelf in het politie-uniform heeft rondgelopen, blijft graag met zijn “poten in de klei”. Naast het bureauwerk heeft hij ook de veroordeelden zelf opgezocht. ‘Zo krijg je zaken op detailniveau naar boven die door de statisti­ sche methode onderbelicht blijven. Het persoonlijke kan bovendien zinvolle contexten bieden.’ Die aanpak past ook

bij zijn inzichten als sociaal psycholoog. ‘Aan ruim dui­ zend mensen hebben we daarom een levensloopkalender voorgelegd, waarin ze los van de beantwoording van stan­ daardvragen ook zelf topics konden aandragen.’ Ander onderzoek wijst er weer op dat ­gevangenisstraffen geen groter remmend effect hebben op ­misdadige ­carrières dan alternatieve straffen. ‘Soms doen die ­alternatieve straffen het zelfs beter. Als je dan bedenkt dat alternatieve straffen vaak goedkoper zijn dan detentie, en dat budgetten van Justitie krimpen, dan plaats je automa­ tisch kant­tekeningen bij de huidige trend van ­zwaardere gevangenisstraffen. Maar nogmaals: wij doen geen uit­ spraken over de juistheid van politieke keuzes, wij leveren ­feiten, ­empirisch en met open vizier.’ MOTORCLUBS

Momenteel richt hij zijn pijlen op leden van motorclubs. Ook hier houdt hij wetenschappelijke distantie: ‘Ik zeg niets over het al dan niet criminele karakter van de clubs, al weet ik heel goed dat de ene club de andere niet is. Motorclubs voelen zich over één kam geschoren. Ik beoor­ deel niet of dat terecht is. Wel weet ik dat de discussie is gebaat bij differentiatie. Dat kan ik doen door de strafbla­ den van individuen te bestuderen. Daaruit kan blijken dat er clubs zijn zonder leden met strafblad, en andere clubs waar de leden vrijwel allemaal iets op hun kerfstok heb­ ben. Wat ik nu al kan zeggen, is dat leden die crimineel zijn, dat pas op relatief late leeftijd worden, zo rond hun dertigste. Dat is opvallend, want normaal gesproken is het crimineel gedrag op z’n hoogtepunt tussen het achttien­ de en 24ste levensjaar. Voer voor vervolgonderzoek.’ Zo levert Arjan Blokland stukjes van de puzzel, zonder ooit uitgepuzzeld te raken.

Criminoloog en sociaal-psycholoog Arjan Blokland (1973) promoveerde in 2005 op een onderzoek naar de criminele carrières van een veroordeeldencohort uit 1977. Hij is sinds 2010 bijzonder hoogleraar Criminology and Criminal Justice aan de faculteit Rechtsgeleerdheid van de Universiteit Leiden.


26

Leidraad

ALUMNIMAGAZINE VAN DE UNIVERSITEIT LEIDEN

Video-interventie om gedragsproblemen te verminderen

Hoe de camera het kinderleven veiliger maakt Pedagoog Femmie Juffer kan talloze redenen noemen waarom de video-methode VIPP-SD, ontwikkeld aan de Leidse Faculteit Sociale Wetenschappen, bijdraagt aan een veiliger wereld. We geven er vijf. ‘De kracht van video, daarmee begint de veiligheid voor het kind.’

NAJAAR 2014

1

VOOR STEEDS MEER GEZINNEN VIPP-SD (Video-feed­ back Intervention to promote Positive Parenting and Sensi­ tive ­Discipline) is een gedragsinterventie die zich richt op het ­verminderen van gedragsproblemen bij kinderen door ouderlijke sensi­ tiviteit te versterken en grenzen stellen te bevorderen. Juffer: ‘Toen eind jaren tachtig bleek dat video-feedback effectief was in adoptie­gezinnen hebben we VIPP-SD ontwikkeld. We pasten de methode aan voor gezin­ nen die een steuntje in de rug kunnen gebruiken bij het opvoeden.’ Inmiddels zijn er meerdere VIPP’s: Voor bijvoorbeeld kansarme gezin­ nen en gezinnen met een autistisch kind. Een volgende VIPP is zojuist voor pleeggezinnen ontwikkeld.

2

FEEDBACK OP JE HANDELEN Juffer: ‘We wisten: een video met modelgedrag – een voorbeeldmoeder die leuk speelt met haar kind – dat werkt niet. Maar wel: een video-opname van jezelf met je kind, waarin je precies ziet wat er gebeurt. De methode video-feedback was hiermee geboren. De beelden geven ouders zicht op het gedrag van hun kind en hoe ze zelf reageren. Door onze feedback bij het bekijken van de opnames gaan ouders het gedrag van hun kind beter begrijpen en zien ze wat goed werkt bij het opvoeden.‘

3

GAAT UIT VAN GEHECHTHEID EN SENSITIVITEIT Kinderen die veilig zijn gehecht aan hun ouders zijn sociaal vaardiger en hebben minder gedragsproblemen. Juffer: ‘Veilige gehecht­ heid – hebben we ontdekt – heeft alles te maken met sensitiviteit van de ouder of verzorger. Bij VIPP werken we aan sensitief ouderschap: het bekijken en begrijpen van het gedrag van het kind, gevolgd door goed reageren van de ouder en benadrukken waarom dat belangrijk is.’

4

SPREEK VOOR HET KIND Een belangrijk onderdeel van VIPP is speaking for the child, zich verplaatsen in het kind door zijn gedrag in de video-opnames als het ware te ondertitelen. Deze oefening waarin je samen met de ouder steeds bedenkt: wat zou het kind nu denken en voelen, gaat uiteindelijk leiden tot ander gedrag van zowel ouder als kind.

5

STEEDS MEER INSTELLINGEN EN HULPVERLENERS ZETTEN HET IN Het Nederlands Jeugd Instituut gaf de VIPPSD het keurmerk ‘Bewezen Effectief’, met het gevolg dat veel instellingen er gebruik van willen maken. Juffer: ‘Ons werk is erg uit­ gebreid naar de praktijk. We geven trainingen in VIPP-SD in binnen- als buitenland. Aan bijvoorbeeld gedragsdeskundigen in ­GGZ-instellingen, therapeuten, consultatiebureaumedewerkers. En we vertellen ons ­verhaal op congressen en seminars.’ Femmie Juffer, pedagoog (Faculteit Sociale Wetenschappen), is bijzonder ­hoogleraar Adoptiestudies en hoofd van het onderzoekscluster Adoptie en ­Pleegzorg binnen het Program for Emotion Regulation and Attachment R ­ esearch in Leiden (PEARL). Samen met collega’s Marian Bakermans-Kranenburg en Rien van IJzendoorn, beiden hoogleraar pedagogiek, ontwikkelde ze de VIPPSD-­methode. In 2011 ontving Juffer een NWO-Meerwaarde subsidie om de VIPPSD aan te passen voor pleegzorg. En in 2014 kende Stichting Kinderpostzegels een onderzoekssubsidie toe aan Lenneke Alink (bijzonder hoogleraar Kinder­mis­ handeling) en Femmie Juffer om deze VIPP-Pleegzorg te toetsen.


Leidraad Leidraad 27 Veiligheid 2727 DOSSIER

AUGUSTUS NAJAAR 2014 2014

ALUMNIMAGAZINE VAN DE UNIVERSITEIT LEIDEN

Geen angst meer voor autobommen

Hij denkt dat hij de vraag niet goed begrijpt en kijkt verbaasd. Maar uit zijn antwoord blijkt dat Sinan Al Zaeem (29) het Nederlands heel goed verstaat. ‘Of ik mij in Leiden soms onveilig voel? Nee natuurlijk niet. Waarom zou ik? Ook niet ’s nachts. Toen ik vorige week na een biertje op een Leids terras naar huis ging, zag ik een vrouw op straat. Alleen, ’s nachts. Als dat kan, dan is het echt veilig hè.’

D

FOTO: TACO VAN DER EB

rie jaar gelden is de Irakese Sinan, samen met zijn ouders en drie jaar oudere broer en schoonzus, uit Irak gevlucht. Ze verlieten Bagdad, een stad waar het overdag al onveilig is, laat staan na zonsondergang. ‘Elke stap buitenshuis bracht gevaren met zich mee; de kans dat je portemonnee werd gestolen was nog wel de minste van onze zorgen. Zeker voor mijn gezinsleden die als Christenen deel uitmaakten van een minderheid in het land.’ Ze vreesden niet alleen voor hun leven door de autobommen in de hoofdstad, maar vormden de laatste maanden ook doelwit van dreigtelefoontjes en pogingen tot ontvoering. Sinds juli woont de student Informatica op kamers in de Ververstraat achter de Haven en kan hij op de fiets naar college. Alleen dat al bezorgt hem een gevoel van vrijheid. ‘Ik ben niet meer bang dat auto’s om me heen kunnen ontploffen.’ Nog maar vier jaar geleden liep hij

UAF Stichting voor Vluchteling-Studenten UAF, helpt hoger opgeleide vluchtelingen bij studie en werk. Met hulp van UAF deed Sinan eerst een cursus Nederlands en meldde hij zich later aan bij de Universiteit Leiden.

in Bagdad naar de universiteit en trof daar een ravage aan. ‘Een uur daarvoor was er een autobom ontploft.’ Het is wennen, maar nu durft Sinan weer naar de toekomst te kijken. ‘In Irak leef je met de dag. Dat ontstaat als in leven blijven al een kunst is.’ Hij wil zijn studie afronden, daarna werken en een normaal leven leiden. Misschien bij zijn ouders in Hillegom, want over hen maakt hij zich soms zorgen. ‘Ik heb de kans om een nieuwe carrière op te bouwen, zij niet. Maar ze vinden nu wel rust in de wetenschap dat hun kinderen veilig zijn. Meer wensen ze eigenlijk niet.’


Leidraad

RICHARD DE WIT (47)  Zette op 12 oktober 1995 zijn naam op de muur in het zweetkamertje als afgestudeerd bestuurskundige  u N Senior adviseur Crisisplan BV

ALUMNIMAGAZINE VAN DE UNIVERSITEIT LEIDEN

NAJAAR 2014

‘Een crisis kan een wake up-call zijn’ aldus alumnus Richard

‘O

rganisaties die ons in­scha­ kelen, zijn al volop bezig met crisissituaties. Soms bellen ze na een crisis, een urgente en bedreigende situatie die ze met bekende, traditionele oplos­ singen niet te lijf kunnen. Voor hen is een crisis een wake up call. Namen? Nee, die noemen we niet. We werken onder meer voor de overheid, finan­ ciële instellingen, organisaties die kritische infrastructuren beheren, ziekenhuizen. We helpen met ana­ lyses, advies, opleiding, training en simulaties en indien nodig onder­ steunen we tijdens een crisis. Nederland heeft een hoog veilig­ heidsniveau, het risico op natuur­ rampen is klein en de aandacht voor crisismanagement relatief groot. Wat er beter kan? Bijna elke organisatie die overvallen wordt door een ­nieuwe ont­ wikkeling heeft moeite om uit de reac­ tieve stand te raken. Je wilt aan “de voor­ kant” van een crisis komen. Dat vraagt om andere acties en doorgaans een vol­ strekt andere mindset. Daarbij kunnen wij, met onze frisse blik, ­helpen.’ Zeker, Leiden heeft me gevormd. Zo heb ik college gevolgd bij de in 2009 overleden organisatie socioloog Cor Lammers. Die leerde dat iedere ­theorie een model is van de werkelijkheid en dat het draait om de keuze van de bril waardoor je naar die werkelijk­ heid kijkt. Zijn lessen pas ik nog bijna ­dagelijks toe.’

FOTO: EDWIN WEERS

28


NAJAAR 2014

Veiligheid DOSSIERLeidraad

ALUMNIMAGAZINE VAN DE UNIVERSITEIT LEIDEN

29

‘WE DELEN KLAPPEN UIT AAN CELLEN’ Bob van de Water is toxicoloog in Leiden. Samen met zijn collega’s zet hij alles op alles om te achterhalen van welke schadelijke stoffen onze cellen doodgaan. Zodat medicijnen veiliger kunnen worden. Leidraad legt hem drie stellingen voor.

IN DE NABIJE TOEKOMST ZIJN ER GEEN PROEFDIEREN MEER NODIG

‘Dat zou zomaar kunnen kloppen. Wat de mens gebruikt aan medicijnen is tot op heden in principe eerst veilig verklaard met behulp van proefdie­ ren. Nadeel: dit dekt de risico’s op bij­ werkingen nooit volledig af. Daarvoor is een nieuwe methode nodig die nog veiliger is. Zoals onderzoek waarbij gebruik gemaakt wordt van menselij­ ke materialen. Bij het LACDR (Leiden Academic Centre for Drug Research van de Faculteit Wiskunde en Natuur­ wetenschappen, red.) houden wij ons daarmee bezig. Wij testen de uitwer­ king van bepaalde stoffen op men­ selijke levercellen en beoordelen de schade die ze kunnen aanbrengen. We gebruiken hierbij stukjes lever die bij operaties zijn weggenomen. Aan de hand van zogeheten invitro onder­ zoeksmethoden vergaren we ken­ nis over wat bepaalde stoffen doen in de levercel. Simpel gezegd: we delen klappen uit aan de cel en kij­ ken met behulp van lampjes wat er gebeurt. De verschillende type lamp­ jes corresponderen met verschillende types schade. De lampjes lichten op op plekken waar schade aan de lever­ cellen ontstaat. Ons uiteindelijk doel is dat we beter kunnen voorspellen wat de bijwerkingen van stoffen in de lever zijn. Dit willen we voor 150 stof­ fen in kaart brengen.’

‘Nu werken we met platte stukjes lever, maar de lever is natuurlijk niet plat. Het zou nog mooier zijn wan­ neer je de menselijke lever in 3D zou kunnen nabootsen voor onderzoek. Hiervoor zijn we een teststrategie aan het ontwikkelen. Mijn voorspelling? Met dergelijke geavanceerde onder­ zoeksmethodes is het goed mogelijk dat in de toekomst proefdieren voor het testen van medicijnen niet meer nodig zijn.’ OVER TIEN JAAR ZIJN STOFFEN IN MEDICIJNEN VEILIGER DAN NU

‘Ja, niet alleen dankzij ons onder­ zoek, maar ook omdat we van jaren­ lang medicijnengebruik veel leren. Neem het voorbeeld van paraceta­ mol. Een vrij verkrijgbaar middel dat miljoenen mensen gedachteloos slik­ ken. Bij normaal gebruik levert dit geen problemen op, maar de erva­ ring leert dat overdoses zeer giftig zijn voor de lever. Het komt dan ook regel­ matig voor dat iemand met overdosis­ klachten bij een EHBO belandt. Dat levert input op voor de effecten van de stoffen in paracetamol. Mogelijk draagt dat bij aan het verbeteren of vervangen van het middel. Los daar­ van bereiken we met de onderzoeks­ methoden die ik net beschreef ook dat medicijnen minder toxisch wor­ den dan nu. We bevinden ons nu nog

in de testfase, maar het kan al vrij snel toepasbaar zijn. Het is niet voor niets dat de Europese farmaceuti­ sche industrie op non-competitieve basis meewerkt aan het onderzoek en dat de Europese commissie het finan­ ciert. Ze hebben veel belang bij de resultaten.’ GEEN PRIJS TE HOOG VOOR VEILIGE MEDICIJNEN

‘Oneens. Voor verschillende vor­ men van kanker worden weliswaar zogeheten personalized medicines ontwik­keld. Dat zijn ontzettend dure geneesmiddelen die specifiek ingrij­ pen op bepaalde tumoren, geschikt voor zeer kleine patiëntgroepen. Ook onze onderzoeksmethode heeft zijn prijs. Toch kijkt de overheid steeds nadrukkelijker naar de kosten, dus de prijs kan zeker te hoog zijn. Uit­ eindelijk is het aan de samenleving om de prijs te bepalen. We hebben het trouwens over veilige medicij­ nen, maar vergeet niet dat onze onderzoeks­methode ook inzetbaar is voor voedselveiligheid, pesticiden en cosmetische producten.’

Prof. dr. Bob van de Water is hoofd van de divisie Toxicology & Leiden Cell Observatory High Content Imaging Screening van het LACDR.


Leidraad

ALUMNIMAGAZINE VAN DE UNIVERSITEIT LEIDEN

AUGUSTUS NAJAAR 2014

25 jaar

Kinderrechten­verdrag Waar onrecht heerst, zijn kinderen vaak het slacht­ offer. Hoe verbeteren we hun rechtspositie? Rechtsgeleerde en Unicef-hoogleraar Ton Liefaard breekt zich dagelijks het hoofd over die vraag. Van 17 tot 19 november ontmoet hij in Leiden c ­ ollega’s uit de hele wereld voor de viering van 25 jaar ­Kinderrechtenverdrag. Wat valt er precies te vieren? ‘Het verdrag heeft ons beeld van kinderen drastisch veranderd. Door kinderen te erkennen als dragers van mensenrechten zijn zij volwaardig geworden; hebben ze het recht gekregen om zich actief te mengen in zaken die hen direct raken. Deze enorme verandering is wereldwijd zichtbaar in wetgeving, beleid en rechtspraak. Desondanks zijn kinderrechten-schendingen nog steeds aan de orde van de dag. En telkens zien we dat volwassenen niet de beste bewakers van kinderrechten zijn.’ Naar welke gast kijk je het meest uit? ‘Niet naar één persoon in het bijzonder. Ik kijk uit naar de enorm grote groep wetenschappers van over de hele wereld die samen nadenken over de betere implementatie van kinderrechten. Dat is tamelijk uniek. Ik verheug me ook op enkele bijzondere gasten die betrokken waren bij de totstandkoming van het verdrag. Wat is er terechtgekomen van hun verwachtingen? Ook van groot belang vind ik de groep maatschappelijke professionals en vertegen­ woor­digers die actief meedenken.’ Waarom is de Unicef-stoel belangrijk? ‘Tot nu toe werden kinderrechten op incidentele basis ingebed in wetenschappelijk onderzoek en onderwijs. Een kwetsbare situatie waarin deze voltijdsleerstoel verandering brengt. We kennen geen vergelijkbare leerstoel in Nederland en ook internationaal is het aantal hoogleraren dat zich volledig kan toeleggen op kinderrechten schaars. Als leerstoelhouder ontwikkel ik, samen met mijn collega’s van de afdeling Jeugdrecht, een internationaal expertisecentrum kinderrechten in Leiden. In 2015 hopen we te kunnen starten met de enige voltijds juridische Advanced Master International Children’s Rights ter wereld. Het internationale congres in november, waar ook de stad Leiden en Unicef nauw bij betrokken zijn, past ook binnen deze plannen.’

FOTO: GETTY IMAGES

30


Veiligheid DOSSIERLeidraad

NAJAAR 2014

ALUMNIMAGAZINE VAN DE UNIVERSITEIT LEIDEN

31 31

‘Veiligheid eerst is een illusie’ aldus Alumnus Marc

‘M

MARC OTTEN (46)  1992 Studeerde af als politiek ­wetenschapper 2000 Promoveerde als ­bestuurskundige  erkte bijna 8 jaar voor W COT en ondersteunde de overheid ­gedurende crisissituaties Nu Heeft sinds 2005 zijn eigen bedrijf ContainR Media en werkt als ­onafhankelijk consultant

FOTO: EDWIN WEERS

aak ik organisaties vei­ liger? Liever zeg ik dat ik ze begeleid bij het nemen van risico’s. Managers die de hele tijd “veiligheid voor alles” roepen, maken een denk­ fout. Veiligheid eerst? Dat betekent niet in die auto stappen, niet voetbal­ len, niet produceren. Die managers zitten gevangen in een cultuur waarin ze niets anders kunnen zeggen. Als buitenstaander kan ik dat wel. Ik adviseer organisaties, help om kennis te delen en maak audiovisuele media die dat ondersteunen. Dat doe ik voor petrochemische bedrijven, banken, spoorwegen, luchtvaartmaatschap­ pijen en bosbrandbestrijders, maar mijn bekendste klant is de UEFA. Daar werk ik voor sinds het EK in Portugal. Mijn kracht? Ik kan partijen ver­ binden die ogenschijnlijk tegen­ over elkaar staan, zoals voetbalfans, bestuurders en veiligheidsmen­ sen. Hun doel is hetzelfde: een feest maken rond voetbal. En ik denk ver­ der dan klassieke dogma’s. Een voor­ beeld? Elke maatregel waarvan je denkt dat die de wereld veiliger maakt, creëert ook onveiligheid. Denk aan de autogordel. Doe je die om, dan ga je onbewust harder rijden. In de voetbalwereld zijn hekken zo’n voor­ beeld. Hekken voorkomen dat sup­ porters het veld op rennen, maar zorgden er ook voor dat de stadion­ ramp in Hillsborough 96 slachtoffers kon eisen.’


32

Leidraad

ALUMNIMAGAZINE VAN DE UNIVERSITEIT LEIDEN

Zelf medicijnen maken

NAJAAR 2014

Jaarlijks maakt het Leids Universitair Medisch Centrum (LUMC) tweehonderd verschillende medicijnen voor eigen gebruik. Analiste Tineke Quak werkt in een laboratorium met steriele ruimtes waar de veilige productie start en eindigt.

1

2

WEGEN

BEREIDEN

Nadat Quak en haar collega’s in hun lab grond­ stoffen voor een medicijn hebben gecheckt op afkomst, identiteit en zuiverheid, begint de productie met het afwegen van de juis­ te ­hoeveelheden. De weegschaal waarmee dit gebeurt staat in een kast met afzuiging. De stof­ fen die worden gewogen zijn soms giftig, en degene die weegt mag zo’n stof niet inademen. Bovendien voorkom je met die afzuiging dat stofjes achterblijven op de weegschaal en een volgende weging besmetten.

Verwarmen, roeren, stikstof of zuurstof ­toevoegen en veel meer, het kan allemaal in dit bereidingsvat. Inhoud: 100 liter. Hiermee wordt onder meer de vloeistof voor een basisinfuus met suikeroplossing gemaakt. Een computer stuurt de vaten aan zodat het medicijn op de juiste manier wordt bereid. Een aantal genees­ middelen wordt kant en klaar in zakken bereid voor de afdelingen, zodat verpleegkundigen ze niet zelf in de infuuszak hoeven te spuiten – met alle risico’s van dien.


FOTO: EDWIN WEERS

Veiligheid 33 33 DOSSIERLeidraad

3

4

AMPULLEN VULLEN

STERILI­SEREN

Sommige medicijnen, voornamelijk sterk werkzame geneesmiddelen zoals ontstekings­ remmers, moeten in een ampul worden ­uitgevuld. Deze brander voorkomt dat het ­middel of het flesje wordt besmet. In luttele seconden snijdt een steekvlam het kopje van een ampul af, dan wordt de ampul gevuld met vloeistof en weer dichtgeschroeid. Tot slot wordt een hele partij ampullen vacuüm getrokken om te controleren of er flesjes zijn met barstjes.

In de sterilisator – een futuristisch ogende stoompan – worden de producten tot boven 100 graden Celsius verhit om eventueel aan­ wezige bacteriën te doden. Stickers die verkleu­ ren bij hitte helpen medewerkers te bepalen of medicijnen al zijn gesteriliseerd of niet. Eén lading medicijnen steriliseren kost een paar uur, omdat de temperatuur langzaam moet worden op- en afgebouwd. Hierna gaan alle producten weer naar het lab, waar Quak en haar collega’s ze controleren.


34

Leidraad

Ilja

NAJAAR 2014

Leonard Pfeijffer Dit jaar ging de Libris Literatuurprijs een keer niet aan zijn neus voorbij. Zijn ‘La Superba’ leidt ons door de stegen van Genua. Leidraad trekt de alumnus even terug naar de academia.

H

et gesprek moet even uitgesteld wor­ den, Ilja Leonard Pfeijffer is net in een druk gesprek verwikkeld met een Ita­ liaanse vriend. Een half uur later is hij weer de rust zelve, vol aandacht, rijk associërend. Na vijven, als het schrijf­ werk erop zit, laat Ilja zich op de Genuaase terrassen leven. Een beetje zoals je dat mag verwachten van een schrijver in den verre. ‘Ik zie tieners af en aan lopen. Met flessen water, op weg naar een feest. Tieners, waterdragers, feest; vreemde combinatie. Ik schrijf zo’n observatie op, zoals zovele, misschien komt hij ooit nog eens van pas.’ Maar nu nog even niet. Hij werkt aan een brievenboek. ‘Er is nooit iets geweest dat mij uit Leiden heeft gejaagd’, blikt de schrijver, dichter en classicus terug op zijn vertrek uit zijn studentenstad in 2008. Maar verlaten heeft hij de stad wel, zoals Jacques Brel ooit zijn Vlaanderen verruilde voor Zuid-Frankrijk. Het gebeurde met een rugzakje op een zesdehands Bata­ vus racefiets, samen met zijn toenmalige levensgezel­ lin, de fotografe Geyla Bogatishcheva. Op weg naar Rome hadden ze reeds in pleisterplaats Genua het gevoel hun bestemming te hebben bereikt. Gelijk na het einddoel Rome keerde hij weer terug naar de Noord-Italiaanse stad. Om er niet meer weg te gaan. Wie de bizarre en kwetsbaar beschreven tocht wil meebeleven doet er goed aan zijn verslag te lezen,

“De Filosofie van de Heuvel”. Leiden komt er ook in voor (zoals dat eerder ook al in een minder autobio­ grafische context gebeurde, in “Het ware leven, een roman” uit 2006). BURGERZAKEN

Doorgaans schetst Pfeijffer de Sleutelstad als gemoede­ lijk en slim stadje, vol verhalen, met op iedere straat­ hoek een herinnering. Geen bekrompen apenrots om rancuneus de rug toe te keren. Tijdens het inter­ view komt er dan ook geen kwaad woord over zijn lip­ pen: ‘Mijn vrienden wonen er; ik ben er nog steeds eens per maand.’ En dan kun je hem zomaar tegen­ komen aan zijn oude stamtafel in Sociëteit de Burcht, in café De Bonte Koe (zie cover, red.) of op het terras voor restaurant Burgerzaken aan de Breestraat. ‘Het komt erop neer dat ik steeds meer dichter en schrijver werd, en minder wetenschapper. Het ging echt botsen toen ik mijn collega’s bij Klassieke Talen moest vragen mijn werk over te nemen om bij een poëziefestival in Durban te kunnen zijn. Ik dacht: “Dat doen ze nu voor me – heel lief – maar een tweede keer wordt het las­ tiger.” Ik moest mijn hart volgen. Het begin van een afscheid in 2002 waar ik geen moeite mee had.’ Of hij de stad in de zeven jaar sinds zijn fietstocht heeft zien veranderen? ‘Dat is een lastige vraag, want ik ben vooral zélf gegroeid door mijn vertrek. De reis heeft me veranderd, Italië heeft mij veranderd. Je dwingt


Na vijven is de schrijver hier te vinden in Genua.

ALUMNIMAGAZINE VAN DE UNIVERSITEIT LEIDEN

Leidraad

35

FOTO: ROB OVERMEER

NAJAAR 2014


36

Leidraad

NAJAAR 2014

FOTO: HOLLANDSEHOOGTE

Ilja Leonard Pfeijffer viert zijn Libris literatuurprijs.

hier minder af dan in Nederland. Ik ben milder in mijn standpunten, neem mijn planningen minder serieus. En wat is dan nog precies anders: de stad of ikzelf? Maar goed, laat ik een poging wagen. Te beginnen bij Nederland: wat me door de ontstane afstand opvalt, is dat deze maatschappij zich vaak enorm druk maakt over betrekkelijk kleine dingen. Als ik voor mijn column in NRC Next probeer aan te haken bij actuele debatten, besef ik – niet altijd natuurlijk, maar wel vaak- hoe futiel en hyperig die debatten kunnen zijn. Gelijkhebberig nemen de haantjes plaats in de arena van de talkshows. Den­ kend aan Leiden word ik veel vrolijker: een trotse stad met – bijvoorbeeld – een steeds uitbundiger cul­ tureel klimaat. In kunst en cultuur zie je nu jonge mensen opstaan die echt iets te betekenen hebben.

Zoals schilders Casper Faassen en Gijs Donker, en cabaretier Jochem Myjer. De cultuurmakelaar van de stad, Michael Roumen, speelt daar een stimulerende en verbindende rol in, net als literator Onno Blom. Ook het Leidse cultuurbeleid draagt eraan bij. Zo is het gerenoveerde kunstenaarscomplex aan de Haag­ weg 4 een echte broedplaats. Je zult mij Leiden niet snel als bruisende stad horen omschrijven – eerder als stad die rustig is geworteld in mooie tradities – maar op dit vlak borrelt hier echt iets nieuws.’ De toon wordt scherper als hij veranderingen in de universitaire wereld begint te duiden. Hij hekelt de teloorgang van oude academische waarden en het in zijn ogen perverse systeem van financiering, dat de academia als vrijplaats voor wetenschappers ombouwt tot veredelde beroepsopleidingen. ‘Die


37

resultaatgerichtheid in het Nederlandse systeem voert me tot razernij. Hoe kun je studenten nou zo snel door de molen halen? Hoe kun je weten­ schappers afrekenen op publicaties en niet op hun onderwijskwaliteit? Hoe kun je faculteiten belonen op het zo snel mogelijk afleveren van grote aantallen afgestudeerden, of beter gezegd: managers? Wat denk je dat dat de maatschappij oplevert? Kritische geesten, leiderschap? Vergeet het. Ik wil een pleidooi houden voor een radicale koerswijziging: beloon faculteiten die hun stu­ denten zo lang mogelijk weten vast te houden!’ Voor de zekerheid nog even de vraag: hoe houdt ­Leiden zich staande in dit geweld? ‘Hier valt het mee, onderzoek en onderwijs zijn nog steeds van hoog niveau is. Mijn oude collega’s doen het nog heel goed. Maar de trend baart mij zorgen.’ HET WARE INZICHT

Als voormalig universitair docent, in 1996 gepromo­ veerd op de Oudgriekse dichter Pindarus, heeft hij recht van spreken. ‘Ik had – en heb – ­hooggestemde idealen als het om wetenschap gaat. Ik ben van de oude stempel: academische ontwikkeling ontstaat doordat docenten en studenten samen leren. Het ware inzicht krijg je niet door eenrichtingsverkeer, door pure overdracht. Natuurlijk heb je hoorcolleges nodig om een basis te leggen. Maar daarna ontstaat het echte studeren. Dat doe je samen. Als docent wist ik lang niet alle antwoorden, ik liet veel open, had de studenten ook nodig om mijn eigen leerproces vorm te geven. Dikwijls ontstonden in dialogen nieuwe vragen die uitmondden in onderzoek van studenten, en later in wetenschappelijke artikelen. Zo zie ik de academia voor me: als vrijplaats voor wetenschappe­ lijke activiteit.’ STAR TREK

In zijn romans onderzoekt de auteur de paradoxen die ontstaan als de mens op zoek gaat naar zijn authentieke “ik”: ‘We hebben nog nooit zoveel vrij­ heid gekend om te zijn wie we willen zijn, en de roep om authenticiteit heeft nog nooit zo luid geklonken, kijk naar de realityshows en talentenjachten. Ik zie tegelijkertijd dat diezelfde mensen ontzettend op

ken jij de hoge hallen die weergalmen van wereldvreemde erediensten voor een perzisch vers waar ochtendrust verstoord wordt door een hogepriester die op honderd houten koppen hamert met fijne punten van de spijkerschriftgrammatica? Ken jij die zalen waar metafysisch wordt gefluisterd dat elke schijn van schijnbaar praktisch nut niets is dan schijn en dat het wezen van ons wezen is gelegen in het liggen en in het blijven liggen in je ranzige nest tot laat in de middag de verzuurde dorst naar kennis van de vorige nacht kan worden gelest met nieuw debat en bier? nee die heilige vertrekken ken ik niet ik ken tl-verlichte multimediacollegezalen (Fragment uit het gedicht Academia, in: Het glimpen van de Welkwiek, 2001)

elkaar lijken, inclusief baard en moestuin. Fascine­ rend.’ De toetreding tot de gedachtewereld van de medemens heeft hem ook als classicus gevormd. ‘In samenlevingen met andere normen en waarden den­ ken mensen anders. Daar duik ik graag in. Om die reden was ik ook fan van Star Trek. Bij iedere aan­ komst op een andere planeet verbaasde ik me weer.’ Het helpt hem zijn eigen kaders te relativeren; alles kan altijd anders. Postmodern? ‘Welnee, dat je alter­ natieven ziet, impliceert niet dat je onverschillig wordt. Je kunt beter standpunten innemen als je geen genoegen neemt met dogma’s.’ Als hij zo doorgaat worden Ilja Leonard Pfeijffer en zijn werk vast nog eens onderwerp van een promo­ tie. ‘Haha, dan ga ik zelf opponeren. Niet omdat ik toevallig de hoofdpersoon ben, maar als wetenschap­ per. Misschien leer ik er nog iets van.’ (Fred Hermsen) Ilja (met klarinet) speelt in 1988 het M.F. lustrumlied samen met medestudent en nog steeds goede vriend Frans Blom (Classicus aan de Universiteit Leiden).


38

Leidraad

NAJAAR 2014

signalen

van faculteiten en verenigingen SOCIALE WETENSCHAPPEN

Podium voor etnografisch onderzoek

Nieuwe media bij afstuderen Culturele Antropologie

‘M

achtig prachtig’ is de lievelingsuitspraak van Farzad, waarmee hij steevast zijn klasgeno­ ten aan het lachen krijgt. Vier keer een harde g achter elkaar, een gim­ mick onder de leerlingen van een van de twee internationale schakel­ klassen in Utrecht. Hier leren jon­ ge immigranten tussen de 12 en 22 jaar (43 nationaliteiten bij elkaar) onze taal en onze cultuur. De Leidse ­student Hemmo Bruinenberg deed er voor zijn master Visuele Etno­grafie onderzoek. Zes weken lang filmde hij de jongeren en liet hij ze zelf filmpjes maken. Hij plaatste de filmpjes op de web­ site ‘Machtig prachtig’ en geeft daar­ mee inzicht in het leven van Farzad,

die zich hier ‘echt grappig voelt’ – een stuk gelukkiger dan hij in Afgha­ nistan was. En in het leven van Ifrah die tegen Somalische gewoontes in geen jurken meer draagt omdat daar niet mee te fietsen valt. Of van Ben die zijn tas nooit loslaat, bang als hij is voor dieven binnen en buiten de muren van het asielzoekerscentrum waar hij woont. Metje Postma, docent bij de vak­ groep Culturele Antropologie en Ont­ wikkelingssociologie: ‘Websites kun je op twee manieren inzetten. Als onderdeel van het onderzoekspro­ ces, als interactief medium, maar ook – zoals Hemmo deed - als resul­ taat van je onderzoek.’ Een ideaal podium om fotografie, geluidsopna­ mes, film en video bij elkaar te bren­

gen – allemaal middelen die inge­ zet worden bij deze intensieve vorm van antropologisch onderzoek. Post­ ma: ‘Hemmo onderzocht de rol van de school in het leven van de jonge­ ren, hoe het leven is als jonge immi­ grant, de dynamiek en verscheiden­ heid in de groep en het aanleren van taal en cultuur. Een maatschappelijk zeer relevant thema waar veel over is geschreven.’ Beelden zeggen vaak meer dan duizend woorden.’ Deze onderzoeksmethode is niet nieuw. Al sinds de jaren zestig maken etnografische onderzoekers in Lei­ den gebruik van film, video en foto­ grafie. Onderzoek met een lange adem, want vaak maken onderzoe­ kers maandenlang deel uit van het leven van hun onderzoeksgroep. Zo


39

RECHTSGELEERDHEID

Help ­studenten op weg In september gaat na een succesvolle pilot een mentorprogram­ ma van start dat laatstejaars rechtenstudenten en alumni aan elkaar koppelt. Studenten kunnen hierbij een beroep doen op de kennis en levenservaring van alumni bij het maken van hun verdere studie- en loopbaankeuzes. Ook kunnen vragen in de persoonlijke levenssfeer de revue passeren. Wij zoeken hiervoor enthousiaste alumni die stu­ denten een belangrijk steuntje in de rug willen geven. Het is natuur­ lijk gewoon leuk om met huidige studenten en hun belevingswereld in contact te komen. Maar een mooie bijkomstigheid is ook: d ­ eelname levert ervaring op in het coachen. Het mentorprogramma maakt gebruik van een digitaal platform (www.dwillo.com/lls) dat is ontwik­ keld door een jonge startup, Dwillo, die onlangs de P ­ hilips Innovation Award in de wacht sleepte. Interesse? Meld u aan via alumni@law.leidenuniv.nl

RECHTSGELEERDHEID

geven ze inzicht in het perspectief van de mensen zelf, om hun reali­ teit te duiden en te leren begrijpen. Zo kun je groepen een stem geven, en aan een groot publiek tonen. Het inzetten van websites voor onder­ zoek biedt nieuwe mogelijkheden, maar dubbel werk is het vaak wel. Want een website kan nog niet op zichzelf staan als academisch pro­ duct. Internationaal afgestemde wetenschappelijke beoordelingscrite­ ria bestaan nog niet. Dus heeft Hem­ mo, net als al zijn medestudenten zijn onderzoek volgens de geldende acade­ mische normen, ook op papier gezet. Meer zien? www.machtigprachtig.com. Nog meer onderzoeksresultaten op caosleiden.wordpress.com.

Willem van Boom n ­ ieuwe hoogleraar B ­ urgerlijk Recht

Met ingang van dit nieuwe academisch jaar is Willem van Boom (1969) aangetreden als hoogleraar Burgerlijk recht.

Hij komt over van de Erasmus Universiteit, waar hij al hoogleraar was. Van Boom doet onderzoek op het vlak van contracten- en aan­ sprakelijkheidsrecht in brede zin. Hij ­promoveerde in 1999 aan de Universiteit van Tilburg op het proef­ schrift Hoofdelijke verbintenissen. In de afgelopen jaren publiceerde hij op het terrein van het financieel recht, verzekeringsrecht en consu­ mentenrecht. Ook doet hij (empi­ risch) onderzoek naar de effectivi­ teit van het privaatrecht en meer in het bijzonder de vraag hoe het ­privaatrecht gedrag kan beïnvloeden.


40

Leidraad

NAJAAR 2014

SOCIALE WETENSCHAPPEN

Enorme groei Internationale Betrekkingen en Organisaties Internationale Betrekkingen en Organisaties is een afstudeer­ variant van de bacheloroplei­ ding Politicologie. De oplei­ ding is helemaal gericht op de wereld buiten onze grenzen. Oda van Cranenburgh, Direc­ teur Opleidingen Politicologie, verklaart de enorme toena­ me van het aantal aanmeldin­

gen, van 80 in 2011 naar 500 in 2014: ‘De toenemende interna­ tionalisering in ons land wak­ kert de behoefte aan van veel studenten aan een academi­ sche, internationaal gerich­ te opleiding. Daarnaast komen we voortdurend berichtge­ ving tegen over conflicten, interventies en humanitaire

noodsituaties. Studenten zoe­ ken daar achtergrondinfor­ matie bij. Dit zie je ook aan de belangstelling voor Internati­ onal Studies van de Faculteit Geesteswetenschappen. Poli­ ticologie in Leiden heeft een goede reputatie. We zijn hoog op een internationale ranking uitgekomen en ook bij de Else-

vier zitten we goed. Dat speelt mee. Onze opleiding kenmerkt zich door een gedegen sociaal­ wetenschappelijk profiel met aandacht voor theorieën en methoden van de Politicolo­ gie. Onze staf is de laatste jaren sterk geïnternationaliseerd en verjongd. Ook dat zijn zaken die in ons voordeel uitpakken.’

agenda najaar 2014 Faculteit Wiskunde en Natuurwetenschappen 15 oktober SYMPOSIUM 30 JAAR BIO-FARMACEUTISCHE WETENSCHAPPEN, ter ere van zesde lustrum studievereniging Aesculapius, onder voorzitterschap van prof. dr. D.D. Breimer. Locatie: Marekerk, Leiden. Start 12.00 uur. Aanmelding voor alumni niet nodig. Voor meer informatie, mail naar: praeses@aesculapius.nl. 31 oktober REEDIJK SYMPOSIUM Jaarlijkse symposium van het Leids Instituut voor Chemisch Onderzoek (LIC). Meer informatie: lic.leidenuniv.nl/events/ reedijk-symposium-2014 8 januari 2015 SACKLER LEZING Colloquium voor astronomen en natuurkundigen, georganiseerd door de Sterrewacht. Meer informatie en aanmelden: www.strw.leidenuniv.nl Natuurwetenschappelijk Gezelschap Leiden 16 oktober 100 JAAR UITVINDINGEN MADE BY PHILIPS RESEARCH Dr. Ad Maas, curator Boerhave museum

20 november LEZING DOOR PROF. DR. HAN DE WINDE, Institute of Biology en ­ vice-decaan Faculty of Science. Meer informatie over de lezingen en het aanmelden kunt u vinden op: science.leidenuniv.nl/index.php/ngl. Algemeen 19 november COACHCAFÉ VOOR JONGE ALUMNI Wat is je talent, wat is je droom en wat wordt je volgende stap? Het Coachcafé geeft jonge alumni (t/m 35 jaar) de kans te sparren en reflecteren met coaches en medealumni. Uiteindelijk ga je naar huis met nieuwe ideeën over je toekomst én een netwerk van professionals en medealumni. Ook alumni werkzaam als coach kunnen zich aanmelden om (als coach) deel te nemen. Meer informatie en aanmelden: alumni.leidenuniv.nl Faculteit Geneeskunde 20 november DE LAREB BIJWERKINGENDAG Thema: Bijwerkingen in beeld – Diagnostiek van bijwerkingen. Voor meer informatie en inschrijving: www.bijwerkingendag.nl/pages/ bijwerkingendag/Home of www.boerhaavenascholing.nl.

Njord wint bestuurs­ bokaal Het 140e bestuur van K.S.R.V. Njord heeft de Aegon Bestuurbokaal gewon­ nen, samen met de Eindhovense Stu­ dentenroeivereniging Thêta. Njord nam de prijs in ontvangst als beste bestuur van Nederland en Thêta als best bestuurde vereniging. In samenwerking met de Koninklijke Nederlandsche Roei­ bond reikt Aegon deze prijs al zeven jaar lang uit aan de best bestuurde stu­ dentenroeivereniging; dit jaar voor het laatst. Het geldbedrag van dertigdui­ zend euro is onder de twee verenigin­ gen verdeeld. Njord wendt de prijs aan voor een nieuwe boot, ongetwijfeld eentje waarmee nieuwe roeisuccessen geboekt gaan worden.


STUDENTENVERENIGINGEN NEMEN GEEN LEDEN MEER AAN ONDER DE 18 JAAR IN VERBAND MET DE NIEUWE ALCOHOLWET

Dokter ontmoet ingenieur

SIGNALEN

41

GEESTESWETENSCHAPPEN

Islam­ onderwijs verandert

Het islamonderwijs binnen de Univer­siteit Leiden wordt verbreed. Er komt meer islamonderwijs in bestaande programma’s, keuzevakken en minoren. Daar staat tegenover dat de zelfstan­dige bachelor­ opleiding Islamstudies verdwijnt.

De universiteiten en universitair medische centra van Leiden en Rotterdam en de TU Delft hebben sinds 2006 een driehoeksverhouding op medisch en technologisch vlak: de Medical Delta. Honderden wetenschappers, ingeni­ eurs, medici en bedrijven wisselen hun know-how onderling uit. Ze wer­ ken samen aan innovatieve medische technologie, zoals moleculaire micro­ scopen, robotische naalden en 3-D geprinte organen. In juni kreeg deze academische liaison meer gewicht door de – voor Nederland uniekedubbelbenoeming van elf Medical Delta-hoogleraren. Daarnaast start in september de eerste lichting van honderd studenten de studie Klini­ sche Technologie. Zij volgen colleges bij deze hoogleraren in Leiden, Rot­ terdam en Delft om opgeleid te wor­ den tot medisch professional en gaan de brug slaan tussen techniek en patiënt. Professor Frank Willem Jansen is van de elf MedicalDelta-hooglera­ ren de enige medicus. De gynaeco­ loog (werkzaam in het LUMC en

hoogleraar in Leiden, en nu dus ook in Delft) voert al jaren patiënt­ vriendelijke kijkoperaties uit. Bij bedenkers en ontwikkelaars van medische technologie is vaak niet genoeg medische kennis aanwe­ zig. Vandaar ­Jansens benoeming tot Delfts hoogleraar ­Clinical evaluation of minimally invasive surgical instru­ ments. Om de afstand tussen dok­ ters en ingenieurs te ­overbruggen, geeft hij medisch-klinische ­colleges aan TU-studenten en haalt hij soms ingenieurs de operatiekamer in. ­Jansen: ‘In de operatiekamer gaat vaak een wereld voor ze open, omdat daar heel eigen protocollen gelden.’ ­Kennis daarvan is cruciaal voor het succes van technologische innova­ ties, vindt hij. ‘Ingenieurs gaan uit van wetmatigheden die bijvoorbeeld gelden bij het ontwerp van een brug. Maar als chirurg weet je nooit wat je precies zult tegenkomen bij opera­ ties omdat er geen standaard patiënt bestaat,’ licht hij toe. Het is nog even wachten op de nieuwe klinisch tech­ nologen; over vijftien jaar staan ze als het goed is met de chirurg in de ­operatiekamer.

Aanleiding voor deze verandering is dat de faculteit heeft vastgesteld dat studenten meer belangstelling heb­ ben voor islamonderwijs als onder­ deel of aanvulling op een opleiding, maar dat er minder interesse is in een zelfstandige islamopleiding. Daarom wordt de bachelor Islam­ studies met ingang van het komende studiejaar niet meer aan eerstejaars aangeboden. Studenten kunnen dan nog wel islam­onderwijs volgen binnen de onder­wijsprogramma’s van MiddenOostenstudies, Religiewetenschap­ pen en South and South East Asia studies. Het aanbod wordt vergroot binnen deze onderwijsprogramma’s, en thema’s verdiept. Ook op master­ niveau zal de islam vertegenwoor­ digd blijven in het onderwijs van de Universiteit Leiden. Voor studenten van andere opleidingen zal de facul­ teit cursussen en minoren over islam aanbieden die zij in hun vrije keuze­ ruimte kunnen volgen. Zo behoudt het islam­onderwijs een breed ­platform binnen de faculteit en de ­Universiteit Leiden.


42

Leidraad

NAJAAR 2014

GENEESKUNDE

Op zoek naar het levend geneesmiddel

Leden uit de jaren zestig nemen de woelige jaren bij hun vereniging Catena nog eens door tijdens de reünistendag op 17 mei. Het thema was dan ook ‘Catena in de jaren zestig’; het menu droeg de titel ‘Love and Peace’.

Pubquiz voor Catena reünisten De Stichting Reünistenfonds Horus organiseert op 18 oktober een pubquiz met “ouwelullenborrel” voor reünisten en leden van VSL Catena. D ­ eelnemende teams kunnen vooraf voor € 5,- mee-eten met de mensa en ontvangen per ingeschreven team een fles wijn. Het thema van de pubquiz is ‘jong versus oud’. Aanmelden voor de mensa en pubquiz kan tot 17 oktober via secretaris@horusfonds.org. De eerstvolgende “ouwelullenborrel” vindt plaats op 17 januari 2015. De nieuwsbrief niet ontvangen? Stuur een e-mail naar de secretaris met actuele contact­ gegevens. Ook een donatie is meer dan welkom, op rekening NL92TRIO0198422164 t.n.v. S ­ tichting ­Reünistenfonds Horus te Leiden. Er zijn nu ook machtigingsformulieren; vraag er naar bij de secretaris. Meer info: www.horusfonds.org

‘De diagnose kanker komt nog altijd hard aan. Tegen veel vormen bestaan inmiddels medicijnen, maar toch geneest uiteindelijk maar een beperkt aantal patiënten; nieuwe behandel­methodes blijven noodzakelijk. Bij de afdeling Hematologie van het Leids Universitair Centrum zoeken we naar mogelijkheden om afweercellen in te zetten. Samen met onderzoekers in binnen- en buitenland werken we aan de ontwikkeling van het “levend geneesmiddel”. Dit bestaat uit afweercellen van gezonde donoren of patiënten, die we kunnen inzetten tegen de kwaadaardige cellen in de ­patiënt. Als levende cellen vermenigvuldigen zij zich dan in de patiënt en gaan ze in bloed, beenmerg, lymfklieren en andere weefsels op zoek naar kwaadaardige cellen. Om de cellen zover te krijgen, passen we allerlei vormen van ­misleiding toe en laten we de afweercellen “denken” dat tumorcellen een raar soort virus-geïnfecteerde cellen zijn die bestreden moeten worden; het afweersysteem is immers bedoeld om virussen te bestrijden. De juiste afweercellen isoleren, trainen en veranderen; dat klinkt futuristisch. Toch gebeurt het al, binnen een groot programma, met subsidie van KWF Kankerbestrijding, ZonMw en de EU. We kunnen al de eerste patiënten ­behandelen met het “levend geneesmiddel.” Het LUMC produceert dit nieuwe geneesmiddel zelf. Zo’n nieuwe benadering vraagt om creatieve ideeën, nieuwe structuren, en nieuwe financiering. Daarom heeft het LUMC samen met KWF Kankerbestrijding het LUMC Kankerfonds opgericht. Verschillende donateurs – particu­ lieren, maar bijvoorbeeld ook de Leidse studentenvereni­ ging Minerva – steunen de ontwikkeling van het levend geneesmiddel. En er zijn meer therapieën die wachten op ontwikkeling en implementatie in de patiëntenzorg. Via het LUMC Kankerfonds kan iedereen hieraan bijdragen. Uw steun is meer dan welkom.’

FRED FALKENBURG hoogleraar Hematologie www.lumckankerfonds.nl


MEER BACHELOR-STUDENTEN VOOR BIOLOGIE EN STERRENKUNDE. BIOLOGIE: 145 STUDENTEN (125 VORIG JAAR) EN STERRENKUNDE: 63 STUDENTEN (42 VORIG JAAR).

SIGNALEN

43

Studentenverenging Quintus vierde op 7 juli haar zevende lustrum, in de Leidse Hortus Botanicus. Mooi weer, gezellig weerzien en een bevlogen lezing door hoogleraar universiteitsgeschiedenis, Willem Otterspeer, tekenden de memorabele dag.

FOTO: ROBERT HEEZEN

Lustrum Quintus in de Hortus

WISKUNDE EN NATUURWETENSCHAPPEN

Ideeënvrijplaats zoekt netwerk Zoeken staat centraal in het leven van Wouter Bruins (30). Eerst naar de juiste studie. Via Psychologie, Economie en een time-out kwam hij bij Moleculaire biologie uit. Na zijn afstuderen ging hij op zoek naar een idee dat hij kon uitwer­ ken tot ‘iets’. Dat werd zijn bedrijf In Ovo – de naam zegt het al – dat in eie­ ren kijkt en binnen acht dagen het geslacht van een nog ongeboren kui­ kentje kan bepalen. Van groot belang voor de eierenindustrie waar jaarlijks 45 miljoen ‘nutteloze’ haantjes direct na hun geboorte wor­ den vermalen. Het briljante idee bezorgde Bruins de bijnaam ‘haantjesredder’. Terugkijkend was hij eigenlijk altijd al net iets meer ondernemer dan weten­ schapper. Niet het stereotype in pak en met een dikke auto, maar een die zich graag op veel projecten stort.

Liefst met maatschappelijke waarde. Zo’n project is Vrijplaats dat Bruins vorig jaar samen met Rembrandt Don­ kersloot in de avonduren opzette. Bij Vrijplaats kunnen studenten vrijelijk een goed idee ontwikkelen tot iets dat misschien net als In-Ovo een kans van slagen heeft. Wereldwijd bestaan deze vrijplaatsen al, denk maar aan Silicon Valley waar samenwerking tussen stu­ denten en bedrijfsleven gewoon is. Precies wat Leiden ook nodig heeft. Want studenten hebben vaak hele goede ideeën, maar geen netwerk. En daarmee staat of valt een goed idee, weet Bruins inmiddels. Bij Vrijplaats experimenteren twin­ tig studenten – bèta’s vooral maar ook studenten bij letteren, crimino­ logie en rechten – met hun idee. Een ‘levende’ badmat van varens bijvoor­ beeld, interactieve hondenspeeltjes, 3-D-prints op micron-niveau en een online simultaanvertaler Japans. Hoe?

Gewoon door samen te sparren met wat bier en pizza’s erbij die gespon­ sord worden door de universiteit. Het college van bestuur ziet Vrijplaats zit­ ten en geeft het ruimte. Want voor een student is de weg van goed idee naar uitwerking lang. Onderweg heb je eerst honderd vragen, net als Bruins, maar geen netwerk om die vragen aan te stellen. Dat netwerk wil Vrijplaats ook bieden. Er zijn al een paar mento­ ren die hen ­coachen, maar Vrijplaats zoekt er meer. Onder de Leidse alum­ ni met een netwerk, die met dat net­ werk studenten kunnen helpen bij hun eerste honderd vragen. Zodat hun ideeën de wereld kunnen verove­ ren als de eieren van In-Ovo. Bruins kreeg tijdens de opening van het academisch jaar op 1 september de Mr. K.J. Cathprijs 2014. Mentor worden bij Vrijplaats? E-mail Wouter Bruins wouter@inovo.nl


44

Leidraad

NAJAAR 2014

FOTOS: ANONYMOUS GENTLEMEN

Sociëteit Minerva 1814-2014

CAMPUS DEN HAAG

Leergang voor ­toezichthouders Commissarissen en toe­ zichthouders staan voor de belangrijke uitdaging zichzelf opnieuw uit te vinden. Wat is hun rol en c ­ ontrolerend ­mandaat precies, hoe ver­ houden ze zich tot media, pers en de publieke o ­ pinie? Het ­Centre for P ­ rofessional ­Learning (Campus Den Haag) start in oktober een leergang ‘Toezicht in Transitie’ waar­ in deze vraagstukken onder deskundige begeleiding

­ orden onderzocht. In vier w intensieve modules van twee dagen gaan de deel­nemers aan de slag met a ­ ctuele vraag­stukken. Voor meer informatie over leergangen die later zullen starten, neem contact op met programmaleider Jasmijn Mioch j.mioch@cdh.leidenuniv.nl.

In het weekend van 28 en 29 juni vier­ den meer dan zevenduizend r­ eünisten het 200-jarig bestaan van Sociëteit ­Minerva. Het Lustrum werd geopend in de ­Pieterskerk, waar rector-magnificus Carel Stolker, burgemeester Henri Lenferink en ­Alexander Rinnooy Kan de leden en reünis­ ten toe­spraken. Praeses Colllegii Wenneke ­Stikkers verleende aan Sjoerd Zwanenburg en W ­ iltfried Idema het erelidmaatschap. ­Stolker reikte vervolgens de universiteit­ spenning uit aan M ­ inerva ‘vanwege haar verdiensten, haar nauwe betrokkenheid bij de Universiteit L ­ eiden en vanwege het ambassadeurschap voor de Universiteit Lei­ den van haar leden en reünisten sinds 200 jaar’. Na de opening volgde de intocht: na een lunch bij Molen de Valk liep de stoet op anciënniteit via Sociëteit Minerva en Rapenburg naar het Feestterrein aan de Haagweg, waar in huis- en jaarclubverband tot diep in de nacht is geborreld. Op zon­ dag werd dit herhaald in subverenigings- of gezelschapsverband, en konden reünisten deelnemen aan een rally. Traditiegetrouw vond de R ­ eünistengolfdag een week later plaats op de mooiste banen van Nederland: de Kennemer en de Haagsche. Ter gelegenheid van het 40e l­ustrum is een historisch boek uitgebracht, samengesteld door Peter Sigmond en Paul Menken. Het is te bestellen via www.binkserver.nl: 8080/minerva

ARCHEOLOGIE

Archeologie verhuist naar het Bio Science park Verhuizers tilden deze zomer de laatste dozen in de wagens voordat de faculteit definitief afscheid neemt van het Lipsius Complex. Het nieuwe onderkomen is een nieuwbouwcomplex op het terrein van het Bio Science Park, het Van Steenis Gebouw.


NIEUWE LEDEN: AUGUSTINUS 388, CATENA 121, MINERVA 373, QUINTUS 235, SSR 200

SIGNALEN

45

ARCHEOLOGIE

Leidse Egyptoloog ­ontmaskert Perzische spindoctor Het is een van de grootste archeologische mysteriën: de verdwijning van het leger van de Perzische koning Cambyses in de ­Egyptische woestijn rond 524 voor Christus.

Loten om lid te worden van Augustinus De toeloop van nieuwe leden is bij studentenvereni­ging Augustinus zo groot geworden, dat het bestuur een loting heeft ingevoerd. Dit om de eerlijkheid te bevorderen en lange wachttijden tegen te gaan. Voorzitter Rex van der Plas: ‘Je komt niet naar de EL CID-week om uren in de rij te staan.’ In voorgaande jaren konden EL CID-gangers zich tot diep in de vrijdagnacht inschrijven. Veel eerstejaars bezochten eerst een aantal verenigingen voor ze een weloverwogen keuze maak­ ten. Na het invoeren van een ledenstop in 2011 ontstonden er meteen de eerste dag al lan­ ge rijen op de trappen van Ons Eigen Huis aan het Rapenburg. Augustinus is populair omdat de vereniging veel biedt maar weinig verplicht, denkt Van der Plas. ‘Maar alle verenigingen groeien hard. Er komen steeds

meer studenten naar Leiden. Dit jaar doet het HBO mee met de EL CID-week en krijgen we ook meer toeloop door de invoe­ ring van het leenstelsel. Min­ der studenten zullen er eerst een jaar t­ ussenuit gaan, denkt de ­universiteit.’ Volgens Van der Plas is de ledenstop nodig, omdat de vereniging anders te hard groeit. ‘De kwaliteit van onze kennismakingstijd en de verhouding tussen jongere en oudere leden komt onder druk te staan.’ Augustinus heeft 1825 leden en is sinds 2004 de grootste van Leiden. In de jaren daarvoor hadden ­Augustinus en Minerva, traditioneel de grootste, afwis­ selend de meeste leden. De numerus fixus werd in 2011 vast­ gesteld op 385 eerstejaars. Elk jaar mag er een lid meer bij, dus afgelopen zomer mochten er 388 lid worden.

Het moet een zandstorm zijn geweest, lezen we bij de Griekse geschiedschrijver H ­ erodotus. Egyptoloog Olaf Kaper zegt nu: ze zijn versla­ gen. ‘Het leger – vijftigduizend man groot – was op weg was naar de oase Dachla om te vechten tegen de troepen van de E ­ gyptische rebellenleider Petoebastis III. Die lokte het leger van Cambyses in een hinderlaag, en wist vanuit de oase een groot deel van Egypte terug te veroveren. In de hoofdstad Memphis liet hij zich tot farao kronen.’ Twee jaar later sloeg de Perzische koning Darius I de E ­ gyptische opstand bloedig neer. Als een ware spin­doctor schreef hij het beschamende verlies van zijn voorganger toe aan natuurlijke elementen. Hierdoor kon Herodotus 75 jaar later alleen het verhaal van de zandstorm noteren. Kaper deed zijn ontdekking bij toeval. In ­samenwerking met New York University en de Universiteit van Lecce, doet hij al tien jaar opgravingen in de oase Dachla. Begin dit jaar ontcijferde hij op oude tempelblokken de ­volledige titulatuur van Petoebastis III. ‘Toen vielen de puzzelstukjes ineen. De tempel­blokken geven aan dat het een machts­basis moest zijn geweest aan het begin van de P ­ erzische periode. Dat gecombineerd met de geringe kennis die we hadden van ­Petoebastis III, de opgravingslocatie en het verhaal van Herodotus, maakt dat we de geschiedenis ­kunnen reconstrueren’, aldus de Egyptoloog.


46

Leidraad

NAJAAR 2014

de vondst van

Bastiaan Florijn

grootte. Onbewust speelt hij met het materiaal. Ineens voelt hij een ‘knik’, een omslagpunt waarna het materiaal zonder al te veel krachtsinspanning vervormt. En, belangrijker, vervormt met een negatieve Poisson-ratio: het materiaal wordt ook smaller aan de kant waar Florijn niet duwt. Hij voelt dat het materiaal anders reageert, als

‘Moet je voelen!’

hij zijn vingers verplaatst. Een paar tellen laat hij bezinken wat hij zojuist heeft ontdekt. Dan springt hij op en rent het kantoor van professor Martin van Hecke binnen. ‘Moet je voelen!’, is het eureka van Bastiaan Florijn. Van Hecke voelt, Florijn steelt intussen de elastiekvoorraad van de secretaresse om de blokjes op verschillende plaat­ sen samen te drukken. Drie kwartier lang knijpen ze in het zachte, roze rubber en schuiven ze met elastiekjes. Samen openen ze de deur naar een heel nieuw werkveld: designer matter. Programmeerbare materie, die precies reageert zoals de ontwerper het wil.

BASTIAAN FLORIJN (28)

Haalde zijn vwo-diploma in Zutphen en zijn master Natuurkunde cum laude aan de Universiteit Leiden. Deed een studieproject aan MIT in de Verenigde Staten en begon in 2012 met het onderzoek naar een natuurkundig model voor de elastici­ teit van metamaterialen. Buiten het onderzoek om gaat hij graag windsurfen, hardlopen, lezen en uitgaan. Zijn muzieksmaak, 100%NL, is onderwerp van veel discussie op het lab.

FOTO: MARC DE HAAN

B

astiaan Florijn staart naar zijn computerscherm, op de tiende verdieping van het Huygens Laboratorium (Faculteit Wiskunde en Natuurweten­ schappen) aan de Leidse Niels Bohr­ weg. Hij weet dat hij iets groots onder­ zoekt, maar wat? En hoe? Verveeld blijft zijn blik geplakt aan de monitor. Rode, blauwe en groene lijntjes geven de curves weer van het roze rubber dat hij door een machine laat indrukken en uitrekken. In zijn handen heeft hij een van de testblokjes, waarin een ‘BiHolar network’ is aangebracht – een structuur van gaten met verschillende


Leidraad

object

FOTO: EDWIN WEERS

uit een Leidse collectie

Prins Raden Diponegoro (1785-1855) leidde de omvang­ rijke opstand tegen het beleid van Resident Smissaert, bekend als de Java Oorlog (1825-1830). De opstande­ lingen zagen die als heilige Islamitische strijd waar­ in Diponegoro zichzelf als ratu adil of ‘de ware messias’ opwierp. Uiteindelijk legden de twintigduizend opstan­ delingen het af tegen de Nederlandse strijdmacht van dertigduizend man. Vertrouwend op een toegezeg­ de vrijgeleide ging de prins voor onderhandelingen naar het residentshuis in Magelang. Ondanks alle belof­ tes werd de prins gevangen genomen en naar Makas­ sar (Sulawesi) verbannen, waar hij in Fort Rotterdam in 1855 zou overlijden. Het bijschrift van de illustratie

omschrijft de afgebeelde Diponegoro en zijn mannen als wadya brandhal, een leger van bandieten of struik­ rovers. In Indonesië geniet hij nu een andere status: sinds 1973 leeft hij voort als nationale held en eerste onafhankelijkheidsstrijder. De illustratie komt uit een handschrift dat is afgeleid van ‘Buku Kedhung Kebo’, een Javaanse kroniek uit de negentiende eeuw. Zowel het origineel uit 1843 als het hiervan afgeleide werk uit omstreeks 1863 vormen onderdeel van de collec­ tie Universitaire Bibliotheken Leiden. Ze legitimeren de macht van inlandse vorsten en hun samenwerking met de Nederlanders, en keuren het samengaan van religie en politiek leiderschap af. Het schrift is Javaans.

47


48

Leidraad

NAJAAR 2014

lezen, luisteren, doen

Cleveringaoratie door Carol Gluck De Amerikaanse his­ torica en Japanologe Carol Gluck (hoogleraar geschiedenis aan Colum­ bia University) is in het collegejaar 2014-2015 de nieuwe Leidse Cleveringa-hoogleraar. Zij houdt op 26 novem­ ber in het Groot Audito­ rium (Academiegebouw) de Cleveringa-oratie waarin zij zal ingaan op de wijze waarop in Azië de Tweede Wereldoorlog herdacht wordt. Gluck is een zeer gewaar­ deerd wetenschap­ per en schreef onder meer ‘Thinking with the Past: Modern Japan and ­History’ (2013). Aanmelden via leidenuniv.nl

Goddelijke Komedie

De Kinderwet, Ian McEwan

Hoger Onderwijs voor Ouderen organiseert een collegereeks over Dantes De Goddelijke Komedie. In zijn monumentale verhaal beschrijft Dante zijn reis door de Hel, Louterings­ berg en het Paradijs in de Paastijd van het Heilig Jaar 1300. Het boek bevat een schat aan historische, cul­ turele en wetenschappelij­ ke informatie. Tegelijkertijd is elke zang een voor­ beeld van ultieme dicht­ kunst door het gebruik van ritme, rijm, alliteratie en assonantie. De vraag is nu wat Dantes tekst nog te bieden heeft aan ons, de moderne lezer. De col­ legereeks beslaat tien vrij­ dagen, opgedeeld in twee apart te volgen onderde­ len. De eerste serie: 10 t/m 31 oktober; de twee­ de reeks: 14 november t/m 19 december. De colleges vinden plaats op v ­ rijdagen van 11.15 tot 13.00 uur. Meer informatie, ook over andere collegereeksen van HOVO: www.onderwijs@ leidenuniv.nl/hovo

Zou jij je kind redden als de medische behandeling in strijd is met je geloof? Rechter Fiona Maye wordt alom geprezen om haar ethische en weloverwogen uitspraken. Wanneer haar echt­ genoot haar verlaat na een ruzie over een mogelijk open huwelijk, stort ze zich op haar werk. Ze richt zich op een ingewikkelde zaak van een doodzieke 17-jari­ ge jongen die, samen met zijn ouders, een noodzakelijke bloed­ transfusie weigert omdat het in strijd is met zijn geloof als Jeho­ va’s getuige. De vertaling van dit nieuwe werk van de grote Britse schrijver komt van de hand van Rien Verhoef, die bekend staat om zijn uiterst verfijnde verta­ lingen van onder meer Nabokov en Faulkner. Hij ontving in febru­ ari 2013 een eredoctoraat van de Universiteit Leiden. Het boek verschijnt in oktober bij uitgeve­ rij De Harmonie.


Leidraad

49

Sjostakovitsjweekend Stadsge­hoorzaal

Zilveren schaal uit de zevende eeuw Bij opgravingen in het BioScience Park hebben archeologen van de Univer­ siteit Leiden een zeer zeld­ zame zilveren schaal uit de eerste helft van de zeven­ de eeuw gevonden. Zeld­ zaam onder meer omdat de meeste schalen in die tijd van brons waren. De schaal is versierd met dieren plantfiguren in blad­ goud en ingelegd met half­ edelstenen. De vondst wijst op een (tot op heden onvermoede) elite in Oeg­ stgeest met een wijdver­ takt internationaal netwerk. De schaal is te bezichtigen in het L ­ eidse Rijksmuseum voor Oud­heden aan Rapen­ burg 28, als onderdeel van de tentoonstelling Gouden ­Middeleeuwen.

Super­zintuigen In de tentoonstelling Superzintuigen (Museum Naturalis, Leiden) zie, hoor, voel, proef en ruik je dat het een lie­ ve lust is. Sommige dieren zien kleu­ ren, horen geluiden of ruiken geuren waar wij ons amper iets bij kunnen voorstellen. Kom te weten welke frequen­ties je kunt horen en probeer verschillende geuren te herkennen. Tot en met december 2014.

Oktober kindermaand in de Hortus De Stichting Vrienden van de Leidse Hortus bestaat 35 jaar. Om dat te vieren hebben kinderen in oktober 2014 vrij entree op vertoon van een speciale kaart. Wilt u hier ook gebruik van maken? Vraag de kaart aan via hortuskids.nl.

In het weekend van 23, 24 en 25 januari 2015 v ­ ertolkt het Brodsky Q ­ uartet alle vijftien k ­ wartetten van Sjostakovitsj in de L ­ eidse Stadsgehoorzaal. De ­kwartetten weerspiegelen Sjostakovitsj’ ­persoonlijke situatie, zijn privéleven, gevoelens en gedachten die in het Stalin tijdperk niet in de openbaarheid mochten komen. Ze zijn opgedragen aan zijn bes­ te vrienden. Als onderdeel van dit muzikale week­ end organiseert Studium Generale twee lezingen. Leo Samama opent het weekend met een musico­ logische inleiding op vrij­ dag 23 j­anuari om 19.00 uur. Otto Boele zal op zaterdag 24 januari een cultuurhistorische lezing geven over het leven van Sjostakovitsj, eveneens om 19.00 uur. Beide lezin­ gen zijn enkel bij te wonen door kaarten te kopen voor het Sjostakovitsj-weekend in de Stadsgehoorzaal. Het bijwonen van een c ­ oncert kost €25 en een passepartout voor het gehele weekend kost € 100. Meer informatie, ook over ande­ re collegereeksen van Studium Generale: www.voorzieningen. leidenuniv.nl/studium_ generale/


‘“Kaïn en Abel? Geen idee, al sla je me dood!” Heeft het recht het geloof in de Grote ­Verhalen ­verloren?’ Prof.mr. J.H. Nieuwenhuis, Nijmegen, 26 november

‘BACK TO THE ROOTS: WAT IS DE INVLOED VAN NURTURE EN NATURE OP HET VOLWASSEN BREIN?’ Prof.dr. B.M. Elzinga, Haarlem, 26 november

‘Hoe zorgen we samen voor optimale zorg?’

 Mw. prof.dr. A.W.M. Evers, Amersfoort/Utrecht, 26 november

‘Wat te doen met het lange leven dat ons in de schoot is geworpen?’ Prof.dr. R.G.J. Westendorp, Amsterdam, 26 november

‘Waarom maakt een hoogleraar ­Tandheelkunde vreemde ­kunstwerken?’ Prof.dr. S. (Bas) Haring, Breda, 26 november

‘Wat is het goede voorbeeld?’  rof.dr. W. Otterspeer, Den Haag, 26 november P ‘Hoe kunnen we complexe netwerken beter leren begrijpen?’ Prof.dr. W.T.F. den Hollander, Eindhoven, 26 november

‘Hoe belangrijk zijn cultuur en gender in de opvoeding van baby’s?’

Mw. prof.dr. J. Mesman, Friesland, 26 november

‘Wat is Motivatie? Uitkomsten van 25 jaar onderzoek’

Drs. M.A. Mennes, ’t Gooi, 26 november

Alles begint met die ene vraag…

‘Natural resource constraints – towards a fair and conflict-free governance?’ Prof.dr. F.P. Israel, Harderwijk, 23 november

‘Een simpele kwestie van burgerschap? Wat mag men verwachten van een minderheid? De joden in West-Europa als case study’ Mw. prof.dr. J. Frishman, Leiden, 26 november

Cleveringalezingen 2014

‘Pleinburgers: Mogen democraten zich tegen democratische besluiten verzetten?’

Herinnert u zich nog die bevlogen docent die u het belang leerde van een open geest, nieuwsgierigheid, gezonde twijfel en vragen stellen? Met de Cleveringalezingen zetten we u weer helemaal op dat spoor. Met inspirerende sprekers, de vragen die hen wakker houden en de antwoorden die ze graag met u delen.

‘Praesidium Libertatis’

Prof.mr. H.R. van Gunsteren, Limburg, 26 november

Minister mr. I. Opstelten, Rotterdam, 26 november

‘Is er een toekomst voor therapieën gericht op verhoging van het goede HDL-cholesterol?’

Mw. prof.dr. M. van Eck, Twente, 26 november

‘De middeleeuwse Friese V ­ rijheid: Hoeveel feit en h ­ oeveel fictie?’

Prof.dr. R.H. Bremmer, Zeeland, 26 november

‘In hoeverre helpt een blinde microscoop bij academische vorming?’ Prof.dr.ir. T.H. Oosterkamp, Zutphen, 26 november


‘Hoe ziet de Leidse Universiteit, úw Alma Mater, er in 2034 uit? Vier scenario’s’

‘The World Adrift? Russia, the Middle East and the new Global (Dis)order’

‘Staartdelingen, perfecte lichamen en de persoonlijke levenssfeer’

‘Terugkijken in de tijd: Hoe ­worden sterrenstelsels geboren?’

‘Children in armed conflict in Africa – Do the AU organs offer any solutions?’

‘Can we explain the m ­ ysterious collapse of the Mammoth ­Steppe Ecosystem?’

‘Is cryogenic electron ­microscopy taking over the role of X-ray crystallography in structural biology?’

‘Towards more or less diversity in human rights standards in Europe? The case of religious symbols in the public sphere’

‘Wetenschap is geen weetje, kunst is geen kunstje’

‘Natural resource constraints – towards a fair and conflict-free governance?’

Rector Magnificus prof.mr. C.J.J.M. Stolker, Beijing, 2 december

Prof.dr. M. Franx, Bern, 28 november

‘Is our Landscape Guilty? Armando and the Memory of the Holocaust’

Prof.dr. E.J. van Alphen, Boedapest, 27 november

‘The Right to Relate’

Prof.mr. C. Waaldijk, Brussel, 26 november

‘Do the people want bread, or rules and responsibilities? Reflections on development, law and governance in Egypt and Libya’ Prof.mr. J.M. Otto, Caïro, 30 november

‘Innovation: Can we use principles of evolution to guide it?’ Prof.dr. T.H.W. Bäck, Calgary, 26 november

‘Wie was de wiskundige Julius Wolff?’

Prof.dr. S.J. Edixhoven, Chili, 8 december

‘Het Indiaanse erfgoed van Spaanse Water, Curaçao (4000 BP-AD 1550)’

Mw. prof.dr. C.L. Hofman, Curaçao, 28 november

‘Wat betekent big data voor de privacywet?’

Prof.dr.mr. G.J. Zwenne, Genève, 26 november

‘Does education make people happy?’

Prof.dr. C.S. Goto-Jones, Hong Kong, 27 november

‘Indonesië 1952-1971: Het hoofdpijndossier voor Luns als minister van Buitenlandse Zaken?’ Prof.dr. A.E. Kersten, Jakarta, 26 november

Prof.dr. A.W.M. Gerrits, Israël, 26 november

Mw. prof. J.J. Sloth-Nielsen, Kaapstad, 4 december

Prof.dr. M.G. van Heel, Londen, 27 november

Prof.dr. V. Icke, Luxemburg, 27 november

‘Humanitaire assistentie tijdens gewapend conflict: Wat is de juiste balans tussen rechten, plichten en toestemming van de territoriale staat?’ Mw. prof.dr. L.J. van den Herik, Mexico, 27 november

‘De Nederlandse euthanasiewet: Een voorbeeld voor Canada?’ Prof.mr.dr. A.C. Hendriks, Montréal, 20 november

‘De Katwijkse ziekte: Hoe brengt een duistere aandoening licht in het hersenonderzoek bij ouderen?’

Prof.dr. M.A. van Buchem, New York, 1 december

‘Hoe Frans is het nieuwe Franse contractenrecht?’

Prof.mr. A.G. Castermans, Parijs, 26 november

‘Marktwerking en publiek belang: Complementair of tegenstrijdig?’

Prof.mr. T.R. Ottervanger, Rome, 26 november

‘Hoe ziet de Leidse Universiteit, úw Alma Mater, er in 2034 uit? Vier scenario’s’ Rector Magnificus prof.mr. C.J.J.M. Stolker, Shanghai, 1 december

Prof.dr. R.J.F. Cramer, Singapore, 25 november

Prof.dr. M. van Kolfschoten, ­Sint-Petersburg, 26 november

Mw. prof.mr.drs. M.L.P. Loenen, Straatsburg, 24 november

Prof.dr. A. Tukker, Sydney, 27 november

’Wat is de rol van de a ­ ccountant bij boekhoudschandalen en integriteitsinbreuken zoals ­corruptie?’ Prof.dr.mr. M. Pheijffer, Tokyo, 25 november

‘Kinderrechten in het familierecht in Nederland en Canada: Kunnen we iets van elkaar leren?’ Mw. mr.dr. M.J. Vonk, Vancouver, 27 november

‘What is the impact of ­population ageing on European welfare states?’

Prof.dr. K.P. Goudswaard, Warschau, op of rond 26 november

‘Civic courage and the moral imagination’ Prof.dr. M. Ignatieff, Washington, op of rond 26 november

Geeft u zich op via de website van het Leids Universiteits Fonds: www.LUF.nl/Cleveringa. Op deze site vindt u ook actuele informatie over de spreker, de locatie, de kosten en de aanvangstijd. Mocht u niet de beschikking hebben over internet of heeft u vragen, belt u ons dan gerust op ­telefoonnummer 071 513 05 03.


52

Leidraad

Wat neem jij mee in je koffer?

ALUMNIMAGAZINE VAN DE UNIVERSITEIT LEIDEN

Op 26 november 1940 hield rechtsgeleerde en decaan professor mr. R.P. Cleveringa een moedige protestrede tegen het op non actief stellen van zijn Joodse collega en leermeester professor mr. E.M. Meijers. Hij koos in zijn rede voor een ana­ lytische lofrede op de kwaliteiten van Meijers en riep niet op tot fysiek protest tegen de bezetter. En hoewel er in deze donkere dagen meer indruk­ wekkende protesten in Leiden en aan andere uni­ versiteiten klonken, is die van Cleveringa, mede door de snelle verspreiding ervan, het meest in ons collectief geheugen gegrift. Cleveringa is daarmee de verpersoonlijking van het P ­ raesidium Libertatis geworden. We vieren zijn moed om te spreken tot op de dag van vandaag met de ­Cleveringa-leerstoel en met de wereldwijd door het Leids Universiteits Fonds en a ­ lumni georgani­ seerde Cleveringa-lezingen. Wat de universiteit

NAJAAR 2014

en het LUF willen bereiken met de lezingen? Daar­ voor kunnen we misschien het best teruggrijpen op de Cleveringa-rede van rector magnificus pro­ fessor dr. Leertouwer in 1995. Hij refereerde aan de koffer die Cleveringa ‘voor het geval ze hem kwamen halen’ klaar had staan – hij werd later daadwerkelijk afgevoerd naar de Scheveningse gevangenis. Leertouwer vroeg zich af: ‘Wat zit er heden ten dage in de koffer van docenten en in die van studenten? Diezelfde onafhankelijkheid van geestelijke bagage jegens machthebbers, die Cleveringa, Barge en Van Holk uitten in het besef dat universitair onderwijs meer is dan het over­ dragen van geldige kennis. […] Het gaat om leef­ tocht voor een alumnus, waarmee hij of zij het verdere leven als zelfstandig denkende en hande­ lende persoon tegemoet treedt.’ De lezingen zijn nieuwe proviand voor de alumnus.

Kijk voor het overzicht op pagina 50 en 51 en geeft u zich vandaag nog op via www.LUF.nl/Cleveringa.

Leidraad najaar 2014 universiteit leiden  

Alumnimagazine van de Universiteit Leiden.

Read more
Read more
Similar to
Popular now
Just for you