Page 1

NR. 2  2020

Leidraad ALUMNIMAGAZINE VAN DE UNIVERSITEIT LEIDEN

Leidraad

1

ALUMNIMAGAZINE NR. 2 2020

Dossier

Herinneren

Leids licht op corona

Gerdien Verschoor Directeur Westerbork

‘Deze tijd vraagt om herbezinning’


Leidraad

tribuut 2

ALUMNIMAGAZINE VAN DE UNIVERSITEIT LEIDEN

NR. 2  2020

TEKST: JOB DE KRUIFF, FOTO: EDWIN WEERS, MET DANK AAN: HEMELOP.NL LEIDSCHE POSTZEGELS

Benjamin Marius Telders

Hoogleraar Volkenrecht Ben Telders (Den Haag 19 maart 1903 - Bergen-Belsen 6 april 1945) behoorde tot de voorvechters van het verzet aan de Leidse universiteit. Hij was literair begaafd, erudiet en politiek bijzonder actief. Telders was al heel jong (28) hoogleraar, werd in 1935 voorzitter van de Liberale Staatspartij en protesteerde later vaak en openlijk tegen de nazi’s. Aan de beroemde protestrede van Cleveringa tegen het ontslag van hun Joodse collega’s heeft Telders het nodige bijgedragen. Sterker, tijdens het overleg aan de vooravond van 26 november 1940 bood hij nog aan die toespraak te houden. Telders had immers geen gezin te beschermen. Maar decaan Cleveringa vond, na raadpleging

van zijn vrouw, dat hij het moest doen. Telders werd drie weken later, in december 1940, opgepakt en zat gedurende de oorlog vast in onder meer het Oranjehotel, de kampen van Buchenwald en Sachsenhausen en Kamp Vught. De Duitsers hielden hem gevangen tot het eind, omdat hij zo fel en gevaarlijk zijn ‘ongewenste ideeën’ bleef verkondigen. Hij zat vol plannen over hoe de rechtsorde in ons land weer diende te worden opgebouwd. Volgens Cleveringa-biograaf Kees Schuyt was Telders dan ook in veler ogen voor­ bestemd om het naoorlogse Nederland te gaan leiden. Het mocht niet zo zijn. Negen dagen voor de bevrijding van concentratiekamp Bergen-Belsen stierf hij er aan de gevolgen van de vlektyfus.

Voor de (uitgestelde) herdenkingsactiviteit van Telders’ 75ste sterfdag, zie teldersdispuut.wordpress.com


inhoud 15

Sarah Feirabend

‘Waarom berokkenen mensen elkaar zoveel leed?’

24

Yra van Dijk

‘We leven in het tijdperk van de memory boom’

35

Abel de Jong

‘Leiden was in de oorlog mijn veilige haven’

3


inhoud NR. 2  2020

6-9

Leiden strijdt tegen corona

○ Tribuut / 2

○ Carel houdt woord / 5 ○ Ethan Marks bredere

kijk op WOII / 10

○ Eén studie twee wegen / 14 ○ Mijn kamer

Welgelegen / 16

○ Terug in de banken

Podcasts / 22

○ Herinneringen aan / 35

○ Signalen van faculteiten

en verenigingen / 40 ○ Geven / 45 ○ De jonge wetenschapper Femke Reidsma / 46 ○ Rie en haar Heeren / 48 ○ Lezen, luisteren, doen / 50

18

36

De samenwerkende universiteit

Interview Gerdien Verschoor

23

Dossier herinneren


Leidraad is een uitgave van de directie Strategische Communicatie & Marketing/Development en Alumnirelaties van de Universiteit Leiden. Het magazine wordt kosteloos verspreid onder alumni en relaties van de universiteit. Voor andere belangstellenden is een abonnement op aanvraag beschikbaar. Uitgever: Universiteit Leiden, Renée Merkx, directeur Strategische Communicatie & Marketing Hoofdredacteur: Lilian Visscher, directeur Alumni­relaties en Fondsenwerving Concept: Fred Hermsen (Maters & Hermsen Journalistiek) Eindredactie: FC Tekst – Job de Kruiff en Nienke Ledegang Art direction en vormgeving: Stephan van den Burg, Marjolijn Schoonderbeek (Maters & Hermsen Vormgeving) Lithografie: Studio Boon Tekst: Janet van Dijk, Marjolein van Enk, Fred Hermsen, Malou van Hintum, Arno van ’t Hoog, Liza Janson, Marijn Kramp, Job de Kruiff, Nienke L ­ edegang, Wilke Martens, Linda van Putten, Friederike de Raat, Nicolline van der Spek, Foto cover: Hollandse Hoogte Fotografie: Erik Buis, Taco van der Eb, Marc de Haan, Hielco Kuipers, Marius Roos, Edwin Weers Coördinatie Universiteit Leiden: Wendy Persson Reacties: 071-5274050 of contact@leidraad.leidenuniv.nl LinkedIn: Alumni Universiteit Leiden Twitter: @leidenalumni Website: www.universiteitleiden.nl/alumni Oplage: 81.000 Adreswijzigingen: wijziging@alumni.leidenuniv.nl Gehele of gedeeltelijke overname van artikelen, foto’s en illustraties uit Leidraad is alleen toegestaan na overleg met de redactie en met bronvermelding. Universiteit Leiden kan niet aansprakelijk gesteld worden voor eventuele zet- of drukfouten.

klimaatneutraal

5

Herinneren. Daar gaat het dossier in deze Leidraad over. We bedachten het thema zo rond december. Met 75 jaar bevrijding in het vooruitzicht was het een logisch onderwerp, waar veel over te schrijven valt. Binnen onze universiteit wordt volop onderzoek gedaan naar diverse aspecten van het herinneren: oorlogsherinneringen, het verdwijnen van herinneringen, pijnlijke herinneringen... en dan heb ik het nog niet eens over allerlei medisch en technisch onderzoek. Maar hoe konden we weten dat we zo hard zouden worden ingehaald door de actualiteit? Dat ons land kort daarna compleet op zijn kop zou staan? En dat niemand minder dan de koning ons op 20 maart toesprak met de woorden: 2020 wordt een jaar dat ieder van ons zich een leven lang zal herinneren. U ontvangt deze Leidraad aan de vooravond van wat een u ­ itgebreide viering en herdenking had moeten worden. Maar we zitten m ­ idden in de coronacrisis – ik schrijf dit stukje begin april, en ik heb eerlijk gezegd geen idee hoe de wereld er uitziet als u dit leest. Eén ding lijkt wel duidelijk: wij zullen ons opnieuw moeten verhouden met de wereld om ons heen. Ons thuis, ons werk, onze manier van samen­ leven, de geopolitiek. Totaal onthand, opgesloten in onze huizen en kamers, wordt van echt iedereen een megaprestatie verwacht. Het is topsport. Ook voor ons als universiteit. Ik ben trots als ik zie hoe we het met elkaar – medewerkers, studenten, maar ook alumni, die spon­ taan de helpende hand uitsteken – voor elkaar weten te boksen. Met ons onderwijs gingen we in een enkele week van 445 jaren k ­ lassikaal onderwijs naar volkomen digitaal. En het lijkt te lukken. Het klopt wat de koning zegt: ieder van ons zal zich dit jaar voor altijd herinneren. Er zal een periode vóór, en een periode na corona zijn. Het zullen verdrietige herinneringen zijn, en herinneringen aan g ­ rote ­zorgen. Maar ook ben ik ervan overtuigd dat we ons zullen herinneren hoe veerkrachtig we waren, hoe medemenselijk, solidair en creatief. Laat dat in deze tijden ons allemaal tot troost zijn. Prof.mr. Carel Stolker is rector magnificus & voorzitter van het College van Bestuur van de Universiteit Leiden

natureOffice.com | NL-077-863852

gedrukt

Leidraad

FOTO: HIELCO KUIPERS

COLOFON

ALUMNIMAGAZINE VAN DE UNIVERSITEIT LEIDEN

Carel houdt woord

NR. 2  2020

@CarelStolker


kort

Van de redactie Deze Leidraad was al vrijwel af toen het coronavirus ons land in zijn greep kreeg. Ook al komt er helaas geen grote viering, dit meinummer staat nog steeds goeddeels in het teken van herdenken en 75 jaar bevrijding. Daarnaast is een aantal pagina’s ingeruimd voor coronagerelateerde onderwerpen die betrekking hebben op Universiteit Leiden. Zo leest u over de gevolgen voor het onderwijs en over enkele van de vele Leidse wetenschappers die met het virus of met de wereldwijde aanpak en de consequenties ervan bezig zijn. De rubriek Terug in de Banken is gewijd aan podcasts, voor wie vanuit huis bij wil blijven of iets nieuws wil leren. Van veel evenementen, lezingen en bijeenkomsten na 1 juni is bij het ter perse gaan nog onzeker of en wanneer ze doorgaan. Actuele informatie, ook over eventuele online alternatieven, vindt u in de agenda op universiteitleiden.nl. Bovenal wensen wij al onze alumni veel sterkte en gezondheid toe in deze ongekende tijden. Uw alma mater is er ook om in zwaar weer om te zien naar haar oud-studenten.

Centraal Crisis Team:

‘We willen vooral ­duidelijkheid creëren’ Midden in het collegejaar moet de universiteit grotendeels op slot: sinds de oorlog is dat niet voorgekomen. Hoe loodst het Centraal Crisis Team (CCT) de universiteit door tijden van corona? Half maart nam het CCT een ingrijpend besluit: tot het einde van het college­ jaar gebeurt alle onderwijs en toetsing o ­ nline. Voorzitter ­Martijn ­Ridderbos: ‘Docenten moesten het hele curriculum ombouwen naar onderwijs op afstand. We willen niet later dit collegejaar de hele operatie andersom uitvoeren. We willen vooral duidelijkheid creëren.’ Het CCT moest ingrijpende besluiten nemen, ook toen

de ernst van de coronacrisis nog niet overal duidelijk was. Zoals het annuleren van studieverblijven in het buitenland. Ridderbos: ‘Ik begrijp de teleurstelling bij studenten. Maar als we niet één lijn hanteren, weet nie­ mand waar hij aan toe is.’ Een van de andere vraag­ stukken is onderzoek op afstand. ‘Onderzoekers lopen vertraging op en heb­ ben maar tot een bepaald moment financiering. En waar lopen we over een paar maanden tegenaan? Hoe gaan we om met de aanmel­ ding van nieuwe studenten? Wat doen we als de corona­ crisis in het nieuwe college­ jaar nog niet voorbij is?’


Leidraad

NR. 2  2020

Docenten delen ervaringen In een week tijd moesten docenten hun vak omvormen tot online onderwijs. Op de website van Universiteit Leiden vertellen ze erover en delen hun adviezen. Alexander Pleijter, docent Internetjournalistiek: ‘De hoorcolleges werk ik om naar versies van 15 minuten, omdat geadviseerd wordt ze niet te lang te maken. Ik zorg dat elke video een afgerond geheel is. Opnemen doe ik met Screencastify, dat een opname maakt van je computer­ scherm. Je spreekt tekst in terwijl je door je slides gaat. Ik zet de video’s op You­ Tube, waar mijn studenten ze kunnen bekijken.’ Suzan Verberne, docent en onder­ zoeker bij het Leiden Institute of ­Advanced Computer Science: ‘Online tentamens zijn een uitdaging. Voor mijn bachelorvak heb ik normaal een gesloten-boek-tentamen in combina­ tie met computerpractica. Het praktische deel gaat op afstand gewoon door, maar het tentamen moeten we aanpassen.’ Haar tip voor collega’s: ‘Probeer je studenten regelmatig te spreken, en informeer ook naar hun persoonlijke omstandigheden.’

DRIE VRAGEN AAN

Michaël Roumen over Leiden 400 Het is 400 jaar geleden dat de Pilgrims koers zetten naar Amerika, na 11 jaar in Leiden. De stad herdenkt dit samen met de Britten, de VS en de Wampanoag, de oorspronkelijke bewoners van Amerika.

1

Waarom moeten we stilstaan bij de oversteek van de Pilgrims? ‘Omdat Leiden een unieke rol speelt in de wereldberoemde geschiedenis van de Pilgrims. In die tijd liep hier een 14-jari­ ge Rembrandt rond, bloeide de universi­ teit enorm en kweekte Clusius in de hortus zijn eerste tulp. Daarnaast is het een urgen­ te herdenking. Voor het eerst staan we stil bij de desastreuze consequenties van de komst van de Pilgrims voor de Wampa­ noag. We werken nauw met hen samen en brengen ook hun perspectief voor het voetlicht. Ook trekken we de lijn door naar hoe we tegenwoordig naar migratie, tole­ rantie en onderdrukking kijken.’

2

 Hoe wordt het jaar ingevuld? ‘Onze redding in coronatijd is dat we vanaf het begin hebben inge­ zet op een breed programma met impact op de lange termijn. Er zijn veel partners bij betrokken, zoals musea en de univer­ siteit. De academische conferenties en tentoonstellingen gaan, soms in aange­ paste vorm, grotendeels door.’

3

Deze illustratie verscheen eerder in universiteitsblad Mare.

7

 Kun je een voorbeeld uit het ­programma noemen? ‘Heel bijzonder wordt de tentoon­ stelling in Museum Volkenkunde waarin contemporaine kunstenaars met een Ame­ rikaanse achtergrond reflecteren op de komst van de Pilgrims. Eind augustus heeft de universiteit een groot congres (pag. 43, red.). En wat ook prachtig is: je kunt de rou­ te volgen die de Pilgrims naar Delfshaven aflegden, waar de Mayflower vertrok. Op je telefoon kun je zien hoe Leiden er toen uit­ zag. Een Breestraat vol geiten, kroegen en het oude stadhuis. Heel indrukwekkend.’ www.leiden400.nl


corona

NR. 2  2020

LUMC onderzoekt virusremmers AI tegen corona Kunstmatige intelligentie (AI) biedt zowel aan de frontlinie van de crisis als bij de te verwachten nasleep daarvan grote mogelijkheden. De Leidse hoogleraar machine learning Holger Hoos is een van de initiatiefnemers van het Europese AI-netwerk CLAIRE. In een open brief aan de EUregeringsleiders geven Hoos en zijn collega’s voorbeelden hoe zij kunnen bijdragen aan het bestrij­ den van het coronavirus. CLAIRE is het grootste Europese netwerk van AI-deskundigen. ‘Denk aan de enorme hoeveelheden gezond­ heidsdata die op een intensive care (IC) gegenereerd worden. Zelflerende algoritmes kunnen artsen helpen bij de moeilijke ­keuzes die soms nodig zijn of bij pro­actiever handelen. Van welke ­patiënt kunnen ze verwachten dat die opknapt en wie heeft er in de toekomst juist meer zorg nodig?’ Naast hulp aan IC-artsen zou AI ook kunnen helpen met het voor­ spellen van het verloop van de epidemie. Of bij het zoeken naar moleculen die mogelijk gebruikt kunnen worden voor medicijnen en vaccins. ‘Dat gebeurt al, maar wij denken dat het beter kan.’

Het Leids Universitair Medisch Centrum doet samen met zeven Europese partners onderzoek naar antivirale geneesmiddelen die de verspreiding van het coronavirus kunnen tegengaan. Dat onderzoek vindt plaats binnen het zogeheten SCORE-project (Swift Coronavirus ­Therapeutics Response) met steun van de EU en samen met onder andere de universiteiten van Utrecht, Leuven en Bern. De bedoeling is om de komen­ de zes à negen maanden combinatie­ behandelingen te ontwikkelen voor patiënten die besmet zijn met corona. Prof.dr. Eric Snijder van het Leiden University Center of Infectious Diseases coördineert het onderzoeksproject. Hij is expert op het gebied van medi­ sche microbiologie. ‘SCORE gaat op

zoek naar antivirale geneesmiddelen die op korte of middellange termijn kunnen worden ingezet om patiënten te behandelen en de verspreiding te beperken’, aldus Snijder. Het LUMC-onderdeel van het project beslaat hoofdzakelijk het testen van de middelen, kandidaat-vaccins en ont­ wikkelingen die door partneruniversi­ teiten worden gedaan. Vooral de ont­ wikkeling van een vaccin kost tijd. ‘Een prototype dat in een lab werkt heb je zo, maar daarna moet je het nog tes­ ten op cellen en dieren, en dan pas op mensen. Dan moet het ook nog gepro­ duceerd worden, dus voor het einde van dit jaar is zo’n vaccin er niet.’ Het onderzoek is ook bedoeld om te kijken hoe het coronavirus op bepaal­ de geneesmiddelen reageert en om kennis op te doen om toekomstige ­uitbraken vroegtijdig te herkennen en te bestrijden.

Coassistenten worden onderzoekers Een groep LUMC-­ studenten doet samen met buitenlandse wetenschappers een grootschalig enquête­ onderzoek naar de maatregelen rondom het coronavirus. Het idee begon bij stu­ denten geneeskunde die aan hun coschap­ pen bezig waren en

hier door de corona-­ uitbraak mee m ­ oesten stoppen. Ze wilden in hun vrije tijd toch een bijdrage leveren en besloten een onder­ zoek op te zetten. Al snel sloten ervaren epi­ demiologen, master­ studenten en buiten­ landse wetenschappers uit onder meer Berlijn

zich aan om het onder­ zoek ook internationaal uit te zetten. Doel is om inzicht te krijgen in de informa­ tiebronnen die men­ sen gebruiken. Zo wordt respondenten gevraagd naar hun mening over de geno­ men maatregelen en of ze er naar handelen.


FOTO: HOLLANDSE HOOGTE

LEES MEER IN ONLINE CORONADOSSIER

Hoe kunnen gezinnen de coronacrisis doorstaan? Opeens is iedereen thuis, maar werk en school gaan ‘gewoon’ door. Drie adviezen van Lenneke Alink, hoogleraar Forensische Gezinspedagogiek. Voor ouders: ‘Opvoeding, school­­ werk en werk kan niet allemaal op het ­normale niveau. Verwacht dat ook niet van jezelf en zoek steun bij andere ouders of collega’s.’ Voor kinderen: ‘Het is belangrijk dat ze invloed hebben in deze o ­ nzekere

situatie. Laat ze meedenken over de dagindeling en maak daar afspraken over.’ Voor werkgevers: ‘Wees ervan doordrongen dat medewerkers met kinderen thuis niet op hetzelfde niveau presteren als normaal. Communiceer dat expliciet en ga met ze in gesprek over hoe ze hun werk zo goed mogelijk kunnen doen.’ Zie het interview op universiteitleiden.nl/corona

App helpt artsen met de juiste dosering corona-medicatie Leidse onderzoekers ontwikkel­ den een app waarmee artsen makke­lijker de juiste dosering van mogelijke medicijnen voor corona­ patiënten kunnen bepalen. Omdat het ontwikkelen van een nieuw geneesmiddel tegen coro­ na lang duurt, gebruiken artsen vaak bestaande medicijnen. Maar bij veel van die middelen is niet duidelijk welke dosering effectief en veilig is bij gebruik tegen COVID-19. De onderzoeksgroep van Coen van H ­ asselt, verbonden aan het L ­ eiden ­Academic Centre for Drug

Research (LACDR), heeft daar­ om een app ontwikkeld waarmee artsen kunnen bekijken welke dose­ ringen van verschillende middelen het meest geschikt zijn. De groep doet normaliter onderzoek naar anti­ biotica, maar is nu tijdelijk omge­ schakeld naar COVID-19. ‘Met wiskundige modellen k ­ unnen we onze kennis van medicijnen in het lichaam combineren met alles wat we weten over de concentraties die COVID-19 kunnen r­ emmen’, ver­ telt Van Hasselt. De k ­ omende maan­ den zullen de makers de a ­ pplicatie blijven uitbreiden met n ­ ieuwe geneesmiddelen die mogelijk ­worden ingezet tegen COVID-19.

Het coronadossier op de site van de universiteit wordt dagelijks aangevuld met wetenschappelijke informatie en verdieping. Zo zijn er interviews te lezen met Leidse onderzoekers die zich met de medische en virologische, maar ook met de p ­ sychologische of de politieke aspecten van de pandemie bezighouden. Daarnaast vindt u er ver­ wijzingen naar de media-­ optredens en blogs waar­ in Leidse wetenschappers de coronacrisis van duiding voorzien en hun bevindingen delen. Een paar voorbeelden: Epidemioloog Frits Rosendaal (LUMC) fungeerde als gastpresen­ tator van tv-programma De Kennis van Nu. Staatsrechtgeleerde Wim Voermans blogt over de maatregelen van de regering. Een interview met econoom Wimar Bolhuis over het steunpakket voor bedrijven en zzp’ers. ‘Piekerpro’ Bart Verkuil deelt tips om je veiliger te voelen. Psycholoog Aukje N ­ auta schrijft over thuis­werken: het belang van dag­ structuur, pauzes en een hobby. Carsten de Dreu: Ook hamsteren kan sociaal gedrag zijn.

universiteitleiden.nl/ corona


10

Een bredere kijk op de oorlog


NR. 2  2020

ALUMNIMAGAZINE VAN DE UNIVERSITEIT LEIDEN

Leidraad

11

Leids onderzoeker Ethan Mark heeft een missie. Hij wil dat we onze euro­ centrische bril afzetten als we het over de Tweede Wereldoorlog hebben. Lang hebben we onszelf centraal gesteld. Na 75 jaar wordt het tijd om naar de verhalen van de rest van de wereld te luisteren.

I TEKST: NICOLLINE VAN DER SPEK, FOTO’S: WORLDWAR2DATABASE.COM, MARIUS ROOS

n 2015 begon Japanoloog Ethan Mark een groot internationaal onderzoek: Global Histories of WWII: Imperial Crises and Contested Loyalties. Het doel is om onze kijk op de Tweede Wereldoorlog te verruimen, misschien zelfs te kantelen. Tot op heden zien we de T ­ weede Wereldoorlog vooral als een oorlog tussen landen, maar je kunt het ook bekijken als een transnationale oorlog tussen k ­ oloniale grootmachten. Waarom laten we de ­mensen op Java niet aan het woord over de oorlog, de man en vrouw in Ethiopië en India? De Europeaan hebben we lang genoeg gehoord. Laten we de oorlog eens bekijken vanuit niet-­westers perspectief. Blijven goed en fout dan nog overeind? Een zoektocht naar nieuwe nuance. Zo zou je zijn missie kunnen noemen.

Wat is typerend voor de Europese kijk op de oorlog? ‘In onze ogen was de Tweede W ­ ereldoorlog een oorlog waarin alle goede mensen van de wereld zich hadden verenigd in de strijd tegen alle foute mensen van de wereld. Het onrecht moest worden bestreden. Dat was de slogan. Paradoxaal genoeg was het Amerikaanse leger nog gesegregeerd. En hoe ­verschrikkelijk het ook was wat Duitsland en Japan deden, ze hadden in wezen geen absoluut ongelijk toen ze verklaarden dat ze niets anders deden dan wat Europa al honderden jaren deed: de wereld koloniseren. Duitsland en Japan wilden ook een stukje van de taart. Mensen uit Azië en Afrika hadden veel meer oog voor de pijnlijke en ironische overeenkomsten. De oorlog als zodanig was voor hen veel minder zwart-wit.’ Maar Japan was toch gewoon de agressor en dus fout? ‘Zeker, dat waren ze in China en uiteindelijk ook Zuidoost-Azië en de Stille Oceaan, maar er speelde ook een koloniale voorgeschiedenis mee die wij liever vergeten. We omarmen in Europa maar wat graag de slachtofferrol als het om de Tweede Wereldoorlog gaat, zonder na te gaan wat de oorlog betekende voor de eigenlijke bevolkingen van


12

Leidraad

NR. 2  2020

de bezette of betwiste gebieden elders in de wereld. Voor hen waren de Duitsers, ­Italianen of Japanners niet veel meer dan de laatste overheerser in een l­ ange rij koloniale over­heersers.’

Waar blijkt dat uit? ‘Er is in Azië bijvoorbeeld meer begrip voor mensen die hadden gecollaboreerd. De Bengaalse politicus Subhas Chandra Bose werkte met Japan samen omdat hij India wilde bevrijden van de Britse overheersing. Hij vocht mee tijdens de invasie van Indië in 1944. Het was een ramp, hij overleed in 1945. Maar wat interessant is: het wordt hem tot op de dag vandaag niet kwalijk genomen dat hij voor de foute kant had gekozen. Mensen in India snappen dat het een strategische keuze was. Veel landen – niet toevallig de koloniën – twijfelden. Ze waren in ieder geval niet meteen op de hand van ‘ons’. Streefde je als kolonie naar onafhankelijkheid, dan was het misschien wel slimmer om je aan te sluiten bij de asmogendheden, in onze Europese ogen de bad guys. Maar wat is fout? Er is een mooi citaat van een nationalist uit Indië, ­K rishna Menon. In het begin van de oorlog werd hem in Londen gevraagd waarom hij maar geen kant kon k ­ iezen. Waarom steun je ons niet in de strijd tegen nazi-Duitsland en Japan? Zijn antwoord luidde: je kunt net zo goed aan een vis vragen of hij liever in boter of in margarine gebakken wil worden.’ Wat zien we nog meer als we onze ­eurocentrische bril afzetten? ‘Dan zien we dat de meeste Japanners niet alleen maar cynisch waren en leugens verkochten, maar net als veel Nederlandse soldaten die naar Indië afreisden om de ‘rust en orde’ te herstellen, oprecht meenden dat het goed was wat ze deden in Azië. Hun oorlog was gerechtvaardigd om Azië te bevrijden van het imperialistische westerse juk. We zien ook dat in 1944-1945 tussen de 3 en 4 miljoen mensen in Nederlands-­ Indië stierven van de honger, uitputting en ziekten. Waarom herdenken we deze mensen niet op 4 mei? Dat verbaast me. Het waren toch Nederlandse onderdanen?’ Omdat het te ver weg is misschien? Alleen wat dichtbij is vinden we doorgaans belangrijk. ‘Mensen willen zich kunnen identificeren, dat klopt, en stellen zichzelf graag centraal.

‘We omarmen in Europa maar wat graag de slachtofferrol’

Europa staat niet voor niets pontificaal in het midden op de meeste wereldkaarten. Gek genoeg staat Europa ook op veel Japanse kaarten in het midden. Daaraan zie je dat E ­ uropa lange tijd een dominante rol heeft gespeeld in de wereld. Maar dat is nu aan het verschuiven. Europa is niet langer het centrum van de wereld, maar een deel van de wereld. Het zou mooi zijn als we de geschiedenis ook op die manier zouden bekijken.’

U wilt met uw onderzoek de ongeletterden buiten Europa een stem geven. Bent u de nieuwe Eric Wolf? De schrijver van de bestseller Europe and People without ­history over de Europese expansie en de reactie daarop van volken ‘zonder geschiedenis’. ‘Daarmee leg ik de lat wel heel hoog voor mezelf, het boek van Wolf was baanbrekend. Maar mijn onderwerp verdient het zeker om veel aandacht te k ­ rijgen, niet alleen in de academische wereld, maar ook daarbuiten. Het zal alleen niet m ­ akkelijk ­worden. Boeken die niet over Europa gaan, ­verkopen altijd moeilijker. Met u ­ itzondering van P ­ rovincializing ­Europe van Dipesh C ­ hakrabarty uit 2000. Maar dat boek had dan weer ‘Europa’ in de titel.’


Meer Leids onderzoek Gaat het wel lukken, aandacht voor een mondiaal onderwerp? Mijn indruk is dat er momenteel juist veel meer aandacht is voor de kleine geschiedenis. ‘Dat is nooit anders geweest. Kijk in de boek­ winkels, daar liggen altijd veel biografieën. Of luister naar OVT in het weekend, daarin worden meestal persoonlijke verhalen verteld. Niets mis mee. Kleine verhalen maken de grote geschiedenis toegankelijk. Ik doe het ook. Ik ben me ervan bewust dat mijn onderzoek nogal ­overweldigend kan zijn. Om het behapbaar te maken zoom ik in. Ik vertel bijvoorbeeld het verhaal van Frits van Hall, die tijdens de oorlog een actieve rol heeft gespeeld in het kunstenaarsverzet. In 1935 was hij de ­beeldhouwer van het Amsterdamse monument van de beroemdste gouverneur-­generaal uit de Nederlands-Indische ­geschiedenis, Jo Van Heutsz. Hoe komt het dat uitgerekend Van Hall, een Indische Nederlander die verrassend genoeg ook sympathisant was van de ­Indonesische onafhankelijkheidsstrijd, degene was die dit monument ontwierp? En waarom zijn we dit verhaal vergeten? Het doet me denken aan het prachtige citaat van de Italiaanse h ­ istoricus Benedetto Croce: All history is, in the end, a ­history of the present.’ Over het heden gesproken. Dit jaar vieren we 75 jaar bevrijding. Een goed idee? ‘Zeker. Dat moeten we blijven doen, maar als het aan mij ligt horen daar ook de verhalen over Azië en Afrika bij. We moeten de Tweede Wereldoorlog breder trekken en voortaan herinneren als een transnationale oorlog. Maar dan moet wel eerst die eurocentrische bril af.’

Ethan Mark

1965 Geboren in Princeton (USA). 2003 Studie Moderne ­Japanse geschiedenis, Columbia Uni­ versity. 2006–nu Universitair docent in ­Leiden, o.a. Japanstudies. 2011-nu Diverse radio-optredens, o.a. te gast bij OVT en Met het

Oog op Morgen. 2015 Gestart met groot internationaal onderzoek naar de Tweede Wereldoorlog Global Histories of WWII: Imperial Crises and Contested Loyalties. 2018 Publicatie Japan’s Occupation of Java in the Second World War: A Transnational History, London, Bloomsbury.

Indonesië 1945-1950 ‘Onafhankelijkheid, dekolonisatie, geweld en oorlog in Indonesië, 1945-1950’ is een gezamenlijk onderzoeks­ programma van het Koninklijk Instituut voor Taal-, Landen Volkenkunde (KITLV), het Nederlands Instituut voor Militaire Historie (NIMH) en het NIOD Instituut voor Oor­ logs-, Holocaust- en Genocidestudies. Centraal staat de vraag naar de dynamiek van de gebeurtenissen rond het geweld, vanaf de uitroeping van de Republiek op 17 augustus 1945 en de chaotische periode van augus­ tus 1945 tot begin 1946, tot het einde van de oorlog in 1949. Daarbij gaat het om militaire, politieke en justiti­ ële aspecten, en om de gevolgen van het geweld voor verschillende bevolkingsgroepen. Ook is er aandacht voor de politieke en maatschappelijke nasleep in Neder­ land. De Leidse hoogleraar Koloniale en postkolonia­ le geschiedenis Gert Oostindie voert als KITLV-directeur mede de regie over het onderzoeksprogramma.

Joodse Raad Universitair docent Bart van der Boom doet onderzoek naar de Joodse Raad. Dat was een op last van de ­Duitse bezetter in februari 1941 opgerichte ­vertegenwoordiging van de Joden in Nederland. In de praktijk fungeerde deze als doorgeefluik van opdrachten en bevelen en als bestuur van een onder dwang geïsoleerde groep; een staat in de staat. Zo werd de Joodse Raad een werktuig van de vervolger en werkte deze uiteindelijk mee aan massamoord. Na de oorlog was moeilijk te begrijpen hoe de raad dat ooit had kunnen doen. Die vraag wil Van der Boom beantwoorden.

War Studies Waarom slagen of falen vredesmissies? Welke ­nieuwe technologieën gaan de strijd bepalen? De afgelopen decennia is kennis over moderne oorlogsvoering onvol­ doende benut, terwijl die cruciaal is voor de veiligheid van Europa. Dat stelde Frans Osinga, bijzonder hoogle­ raar War Studies, in zijn oratie in november. ‘We houden ons vooral bezig met vredesoperaties, maar helaas moet ook het risico op een grote oorlog serieus worden geno­ men’, aldus Osinga, officier bij de luchtmacht. Zijn leer­ stoel is tot stand gekomen om internationale veiligheid en moderne oorlogvoering te onderzoeken. Wat gebeurt er als de diplomatie er niet uitkomt? Wanneer heeft het zin het leger in te zetten? Het primaire doel van de leer­ stoel is het doen en bevor­ deren van wetenschappe­ lijk onderzoek naar het militaire instrument in hedendaagse conflicten en het vergro­ ten van de kennis daar­ over in de maatschappij. 

13


14

Leidraad

ALUMNIMAGAZINE VAN DE UNIVERSITEIT LEIDEN

één studie

twee wegen Waar een studie toe kan leiden: Geschiedenis

NR. 2  2020

Arabella Bosscher (36) CV Politiek campagneleider bij Greenpeace 2001-2009 Studie Geschiedenis, Leiden 2008-2019 Lobbyist, achtereenvolgens bij een lobbybureau, de griffie van de Eerste Kamer, voor dertien natuur- en milieuorganisaties. Daarna 1 jaar bestuursadviseur bij Waternet. April 2019-nu Politiek campagneleider bij Greenpeace.

W

at voor student was je? ‘Ik was heel nieuwsgierig, naar mijn studie én naar het leven in Leiden. Ik ben meteen op kamers gaan wonen en wilde overal van proeven. Ik ging naar musea, concerten, naar het café. Na twee jaar haalde ik mijn propedeuse en kreeg mijn studie meer prioriteit. In mijn derde jaar ben ik begonnen aan Egyptologie, maar daar ben ik na een jaar mee gestopt. Twee studies was te veel.’

Heb je alles uit je studie gehaald wat erin zat? ‘Als ik wat sneller focus had aangebracht, was ik wellicht eerder afgestudeerd. Anderzijds heb ik veel gedaan: ik heb een half jaar gestudeerd in Granada, ben voorzitter geweest van de Leidse Studenten Zwemvereniging en voor mijn scriptie over de geschiedenis van ontwikkelingssamen­ werking ben ik zes weken in Benin geweest. Ik woonde daar bij een gezin, in een huis zonder douche en toilet: een van de meest waardevolle ervaringen in mijn leven. Het leerde me hoe goed we het hebben in Nederland.’ Heb je nog een band met Leiden? ‘Zeker. Ik heb er tijdens mijn studie mijn vriend leren kennen en we wonen nog steeds in de stad.’

TEKST: FRIEDERIKE DE RAAT, FOTO’S: MARIUS ROOS

Zijn er mensen die belangrijk zijn geweest in je studie? ‘Toen ik merkte dat Egyptologie te veel werd, adviseerde een vriendin die ook geschiedenis had gestudeerd me om meer focus aan te bren­ gen. Ik heb toen gekozen voor Contemporaine Geschiedenis, omdat dat naar mijn idee de mees­ te kans gaf op de arbeidsmarkt. Mijn bijvakruimte heb ik gevuld met EU-studies. Daarin leerde je ­bijvoorbeeld hoe je een beleidsnota schrijft. Een goede aanvulling naast het vele lezen en analyseren in de hoofdstudie. Toen ik bijna klaar was, ging ik werken als lobbyist en bleef mijn scriptie liggen. Mijn leidinggevende heeft me toen gestimuleerd om die af te ronden. In een week was-ie klaar.’


15

Feirabend (37) CV Sarah Educatief medewerker bij Nationaal Comité 4 en 5 mei 2001-2007 Studie Geschiedenis, Leiden 2005 Stage bij het Museon 2008-2011 Educatief medewerker/ Floormanager Hollandsche Schouwburg 2011-2015 Werkzaam bij o.a. Amnesty International, Joods Maatschappelijk Werk, rondleider in het Joods Cultureel Kwartier, trainer voor de Stichting Interculturele-Alliantie en docent op een middelbare school in Den Haag. 2015-nu Educatief medewerker bij Nationaal Comité 4 en 5 mei.

B

eschrijf jezelf eens als student. ‘Ik nam mijn studie serieus. Ik zong daarnaast in een band, paste op kinderen en werkte bij koffiehuis ’t Suppiershuysinghe op het Gerecht. Lid worden van een studentenvereniging sprak me niet zo aan. Bovendien ben ik in Leiden geboren en ­getogen, dus ik had er genoeg vrienden.’ Wat is een bepalend moment geweest in je studie? ‘Mijn stage bij het Museon. Ik ontwikkelde daar lesmateriaal bij tentoonstellingen, onder andere over de Tweede Wereldoorlog. Daar is de kiem gelegd voor mijn latere carrière. Mijn stagebege­ leidster noemde mijn naam bij De Hollandsche Schouwburg in Amsterdam waar ze een educatief medewerker zochten. Ik organiseerde daar onder meer de 4 mei-herdenking en Jom Hasjoa, de ­herdenking van de Holocaust. Een heel bijzondere baan, waar ik veel contact had met eerste gene­ ratie overlevenden, maar ook met kinderen en buurtbewoners. Zelf heb ik geen Joodse achter­ grond, maar wel veel affiniteit met de Tweede Wereldoorlog. En met de vraag waarom mensen elkaar zoveel leed berokkenen.’

Welke docent is belangrijk voor je geweest? ‘Chris Quispel, gespecialiseerd in antisemitisme en Amerikaanse geschiedenis, was mijn scriptie­ begeleider. Ik ben afgestudeerd op de zwarte Amerikaanse muziekgeschiedenis, een grote ­interesse van me. Ik heb zelf twee jaar jazz-zang gedaan aan het conservatorium, ook als minor bij mijn studie. Mijn liefde voor soul, blues, jazz en geschiedenis kon ik delen met Chris.’ Wat vind je van de stelling: een studie moet beroepsgericht zijn? ‘Toen mijn baan bij De Hollandsche Schouwburg werd wegbezuinigd, heb ik er vier jaar over gedaan om weer een vaste plek te vinden, als ­educatief medewerker bij het Nationaal Comité 4 en 5 mei. Toen heb ik vaak verzucht ‘had ik maar een vak geleerd!’ Toch blijf ik geloven in de combinatie van interesse en studie.’


16

Leidraad

ALUMNIMAGAZINE VAN DE UNIVERSITEIT LEIDEN

NR. 2  2020

Het beroemde balkon uit ‘Soldaat van Oranje’


mijn kamer

‘Het is bijzonder, maar ook gewoon je huis’ De film Soldaat van Oranje maakte dit een van de beroemdste kamers van Leiden. Want hier woonde de verzetsstrijder, Engelandvaarder en schrijver. Nog altijd is Rapenburg 56 een studentenhuis, al staan er vaak toeristen naar te wijzen.

TEKST: LIZA JANSON, FOTO’S: MARIUS ROOS, VIRTUS NITOR

E

en paar grote banken, asbakken en foto’s aan de muur. Bij binnenkomst lijkt Huize Welgelegen op een studentenhuis als vele andere. Toch valt al snel iets bijzonders op. Verschillende attributen herinneren aan oud-bewoner Erik Hazelhoff Roelfzema. Het originele ‘Leids manifest’ – waarin studenten zich tegen de bezetter keerden – dat Hazelhoff Roelfzema in 1941 schreef, hangt ingelijst aan de muur. Boven de schouw ­hangen zijn oude skistokken. ‘Die heeft hij ooit langsgebracht en achtergelaten toen hij naar Hawaï vertrok’, zegt student Michiel van Waasbergen. Zwier Hadderingh, een van zijn negen huisgenoten, lachend: ‘In Hawaï kun je natuurlijk niet skiën.’ De jongens zitten aan tafel voor het raam met zicht op het Rapenburg. ‘In de zomer staat de brug vaak vol met mensen die foto’s maken’, zegt Michiel en kijkt naar buiten. Zo nu en dan belt er iemand aan die binnen wil komen kijken. Zwier: ‘Afgelopen najaar nog, toen was er een man die het heel graag wilde zien. Toen hij wegging gaf hij ons 20 euro voor een kratje bier.’ Michiel: ‘Veel mensen willen het zien. Dat maakt het vrij bijzonder om hier te wonen.’ Zwier vult hem aan: ‘Er plakt een hele geschiedenis aan dit pand vast.’ Toch hadden de studenten dat besef niet voordat ze in het huis kwamen wonen. ‘Ik wist niet dat het het huis van Soldaat van Oranje was’, bekent Uri van Diepen. Zijn huisgenoten lachen. Julius Vlassenroot: ‘De eerste keer dat ik hier was, zag

ALUMNIMAGAZINE VAN DE UNIVERSITEIT LEIDEN

Leidraad

17

ik op de wc van alles hangen. Toen dacht ik: oooh, dat is dit huis.’ Inmiddels weten ze alles van de geschiedenis. ‘Je hoort het vanzelf als je hier woont’, zegt Michiel. Afgelopen najaar deden ze onofficieel mee aan Open Monumentendag. Mensen mochten voor een euro naar binnen, kregen een biertje en konden het huis zien. ‘Dat vond de organisatie niet leuk, omdat we niet officieel waren aangemeld. Maar we gaan het volgend jaar zeker weer doen’, lacht Michiel. ‘Het hoort erbij dat je als student op een leuke manier met regels omgaat, het is een beetje een studentengrap.’ Zwaaiende toeristen

Een foto van een wat oudere Hazelhoff Roelfzema met een Hawaïslinger om zijn nek hangt ingelijst op een hoekmuur. ‘Die echte bloemenkrans die eraan hangt, heeft hij ooit meegenomen tijdens een oud-huisgenotenborrel. Die blijft daar altijd hangen’, zegt Michiel. Het mag dan een bijzonder pand zijn, dat is niet iets waar ze elke dag bij stilstaan. Uri: ‘Het wordt op een gegeven moment normaal. Het is je huis.’ En die zwaaiende toeristen? ‘Soms zwaai je terug, soms niet. Het is wel eens irritant, maar dan doe je gewoon het gordijn dicht’, zegt Zwier. Uri: ‘Vorig jaar sliep ik in deze kamer en dan stond ik hier weleens met een handdoekje om me af te drogen. “Oh, daar zijn ze weer”, dacht ik dan.’ Heel af en toe proberen ze zich voor te stellen wat er zich destijds heeft afgespeeld in hun huis. ­Julius: ‘Vooral toen ik naar de film keek. Daar zit een scène op het balkon in, dan denk je: dit is echt gaaf.’ Michiel heeft dat gevoel vooral als hij in het donker naar huis loopt en het pand ziet staan, ­verlicht door speciale spotjes. ‘Dan bedenk ik hoe bijzonder het is om er te wonen. Dat ga ik het meest missen als ik hier niet meer woon.’

Bewoners van Huize Welgelegen, Rapenburg 56.


18

Leidraad

ALUMNIMAGAZINE VAN DE UNIVERSITEIT LEIDEN

‘Ik kan meer met vragen

NR. 2  2020

dan met uitroeptekens’


NR. 2  2020

ALUMNIMAGAZINE VAN DE UNIVERSITEIT LEIDEN

Leidraad

Kunsthistorica, schrijfster en Leids alumna Gerdien Verschoor (1963) volgde een opmerkelijk pad voordat zij in 2019 directeur werd van Herinneringscentrum Kamp Westerbork. De vrouw met diep bewustzijn van historische plaatsen ziet er toeval in, maar de puzzelstukken vallen wel goed op hun plek.

TEKST: FRED HERMSEN, FOTO’S: HOLLANDSE HOOGTE

Wat voor Herdenkingscentrum Kamp Westerbork het drukste jaar ooit had moeten worden, lijkt door de sluiting als gevolg van corona uit te monden in een ontwrichtende stilte. Directeur ­Gerdien Verschoor: ‘We hadden op 12 april een grote bevrijdingsherdenking op het programma staan. Die zal – als het dan wel lukt – verschoven worden naar 13 september, de dag dat in 1944 de laatste trein met Joden uit Westerbork vertrok, met 279 mensen op weg naar Bergen-Belsen. Ook voor de 4 mei-herdenking zoeken we een andere invulling.’ Is het al pijnlijk genoeg dat deze keerpunten niet in bijeenkomsten kunnen worden herdacht, ook de financiële pijn laat zich voelen: ‘We zijn groten­ deels afhankelijk van ticketverkoop, en zouden in deze maanden alleen al zo’n dertigduizend scholieren hebben ontvangen. 250 Gastsprekers die namens ons in de klas zouden staan, blijven ook thuis.’ Toch wil ze de toekomst niet te somber tegemoetzien: ‘Nee, de vergelijking met een oorlog die sommigen wel maken, gaat niet op. Dat is veel erger. We gaan wel door een crisis heen, en zoals iedere crisis biedt ook deze nieuwe kansen. Je komt toe aan herbezinning en leert omdenken.’ Veerkracht

De flexibiliteit en veerkracht die ze hiermee toont, was voor het herinneringscentrum een ­belangrijke reden om de Leidse alumna vorig jaar aan te nemen als opvolger van Dirk Mulder. ‘Het is voor mij een droom die uitkomt. Toen ik in de jaren negentig cultureel attaché in Polen was, ­leidde Dirk mij rond in het herinneringscentrum. “Ooit ga ik jou opvolgen”, heb ik toen gedacht. Of dat kenmerkend voor mij is, dat ik al zolang van

tevoren mijn plannen smeed? Haha, nee hoor, het was een gedachte die net zo snel verscheen als verdween, een flits. En zo kijk ik naar mijn hele levensloop; mijn carrière lijkt misschien plan­ matig, maar ik heb keuzes gemaakt die pasten bij een moment, en die brachten me ergens. Maar er blijven altijd verschillende levens mogelijk waarin je gelukkig kunt zijn.’ Ze onderstreept dit met een herinnering aan de periode na haar afstuderen. ‘Ik ben van de generatie X, kwam eind jaren tachtig op de arbeidsmarkt. Eigenlijk was je toen al blij met ieder baantje. Ik solliciteerde bij alle boekhandels en probeerde een beurs voor promotie­ onderzoek in Warschau te krijgen. Die kreeg ik, maar voor hetzelfde geld was ik in een b ­ oekwinkel aan de slag gegaan. Ik ben ervan overtuigd dat ik ook een mooi leven tussen de schrijvers had gehad.’ Cultureel bevlogen

Gerdien groeide op in een gereformeerd m ­ ilieu in Boskoop. Haar vader was op zijn twaalfde begonnen als timmerman, en schopte het tot mede-­ eigenaar van een architectenbureau. Haar m ­ oeder zat iedere middag met de thee klaar voor G ­ erdien, haar broer en haar zus, en combineerde dat met een sociaal bewogen leven als vrijwilliger bij Amnesty International en in vluchtelingenwerk. ‘Ik kom uit een warm en open gezin. En voor mij heel belangrijk: cultureel bevlogen. We lazen veel en gingen naar Italië op vakantie. Daar werkten we iedere vakantie een straf cultureel ochtendprogramma af.’ Bezoek aan Etruskische opgravingen bracht haar in de ban van dit Italiaanse volk in het huidige Noord-Italië. Toen ze na de havo en het vwo tot twee keer was uitgeloot voor de School voor Journalistiek in Utrecht, koos ze voor de ­enige universiteit in Nederland waar de Etruskische cultuur systematisch werd bestudeerd, als onderdeel van de studie Kunstgeschiedenis. ‘Het was een idee van mijn vader, die opperde dat ik beter een jaar kon gaan studeren voordat ik het weer eens in Utrecht zou proberen.’

19


20

Leidraad

ALUMNIMAGAZINE VAN DE UNIVERSITEIT LEIDEN

NR. 2  2020

‘Er blijven altijd verschillende levens mogelijk waarin je g ­ elukkig kunt zijn’

Gerdien Verschoor woont in Zutphen met haar partner Gert en werkt daar aan een nieuw boek, een liefdesbrief aan de Żelaznastraat. Tip: lees haar blogs op www.gerdienverschoor.nl

Gerdien besloot Etruskoloog te worden. ‘Bij het maken van een schoolwerkstuk had ik al eens ­contact gehad met hoogleraar Bouke van der Meer; hij was verrast mij in 1981 in de collegebanken aan te treffen.’ De Etrusken liet ze los, de kunst­geschiedenis bleef. Leiden bleek een goede keuze: ‘Dicht bij Boskoop, veilig, compact en historisch.’ Ze vond een kamer boven een snackbar in de ­Hansenstraat en stortte zich op haar studie, toen de vakgroep nog in de Kloksteeg ­huisde. ‘Prachtig om daar in de rustieke Pieterswijk ­naartoe te fietsen.’ Teruggetrokken

De studente werd lid van Augustinus, maar voelde zich niet aangetrokken tot het studentikoze leven. ‘Ik was toen nogal – hoe zal ik het noemen – teruggetrokken, verlegen. Ik ging ook niet uit, het bleef bij een borrel in de Uyl van Hoogland met studiegenoten. Als een professor me aansprak, sloeg ik dicht. Maar ik was de eerste in mijn familielijn die ging studeren, en veronderstelde dat een ­ studentenvereniging er gewoon bij hoorde. Toen ik er geen aansluiting kreeg, dacht ik na een jaar: “Dit kan ook anders.”’ Ze voelde zich beter op haar plek bij de studentenecclesia en raakte daar betrokken bij een studiegroep over

Polen. Met mensen die ze nog steeds tot haar beste vrienden rekent. Tijdens haar eerste studiereis naar Warschau ­raakte ze onder de indruk van de culturele vitaliteit waarmee Poolse jongeren zichzelf staande hielden in de verstikkende dictatuur van Generaal Jaruzelski. Ze bezocht het land steeds vaker en raakte in de ban van de magie van de cultuur en natuur. Een studiebeurs stelde haar in de gelegenheid om in die stad onderzoek te verrichten naar een kunstenaarsgroep uit de jaren dertig van de vorige eeuw. ‘Ik studeerde hierop in 1988 in L ­ eiden af bij Nico Brederoo, maar als stad was ­Leiden toen al uit beeld. Ik woonde in A ­ msterdam, waar ik werkte bij Ten Have Hoofdstad boek­ handel in de Kalverstraat.’ Het Joodse lot

Het epicentrum van haar bestaan verschoof na haar studie naar Polen. Ze kreeg een beurs voor promotieonderzoek, werd assistent-curator in Muzeum Sztuki in Łódź, en solliciteerde een jaar later met succes naar een net gecreëerde baan van cultureel attaché op de Nederlandse ambassade in Warschau. Ze woonde in de Żelaznastraat. Midden in het voormalige Joodse Getto, vlakbij de straat


NR. 2  2020

waar de schrijver en Nobelprijswinnaar Isaac Bashevis Singer – ooit had ze zijn The ­Slave van haar moeder gekregen – veel over had g ­ eschreven. Haar liefde voor Polen kreeg in deze sfeer een nieuwe dimensie; ze raakte geïntrigeerd door het Joodse lot. ‘Ik ben me altijd heel bewust van de historie van plaatsen, ook al is die onzichtbaar. Ik begrijp de term “schuldig landschap” van de kunstenaar Armando dan ook heel goed. Poolse Joden zijn in deze wijk alom aanwezig, ondanks de sloop van de meeste oude huizen.’ In 1998 promoveerde ze in Warschau op een ander kunstenaarscollectief uit het Interbellum, de Kapisten. Toen ze in 2001 afzwaaide als cultureel attaché, verliet ze ook Polen. Ze werd curator bij Kasteel het Nijenhuis bij Heino (het huidige Museum De Fundatie in Zwolle) van 2001 tot 2005, waarna ze tot 2019 directeur zou zijn van CODART, een internationaal netwerk van curatoren van Vlaamse en Nederlandse kunst. Poolse gravin

Dat is nog niet alles: Gerdien is ook actief als schrijfster. Naast essays, korte verhalen en interviews schreef ze twee gelauwerde romans en een non-fictie boek. Het meisje en de geleerde – kroniek van twee verloren gewaande Rembrandts volgt de opmerkelijke zwerftocht door Europa van twee panelen van Rembrandt. Al in haar vroege jeugd wist Gerdien wat je met een kundig gehanteerde pen kon bereiken. Regelmatig leverde ze een verhaal in bij de Haagsche Courant. ‘De krant had dinsdagmiddag een kinderkatern. Als je verhaal werd geplaatst, kreeg je een boek toegestuurd. Meidenromans van Kluitman. Ik verslond ze.’ Dat het toch nog tot 2011 heeft geduurd voordat haar eerste roman in de boekwinkels lag, verbaast haar zelf ook een b ­ eetje. ‘Ik heb het blijkbaar lang weten uit te stellen.’ En dat is misschien wel jammer, als we deze meesterlijke karakterschets van het uitroep­teken uit De Draad en de vliegende Naald goed laten bezinken: ‘Het heeft zo’n rechte rug dat alles langs hem heen glijdt. Het gaat kaarsrecht door het leven en kan veel sneller en hoger springen dan het vraagteken. Het hoeft nooit iets mee te torsen, het is gewichtsloos, en door zijn vorm is de kans dat het altijd weer op zijn punt terechtkomt veel

ALUMNIMAGAZINE VAN DE UNIVERSITEIT LEIDEN

Leidraad

groter. Het uitroepteken neemt nauwelijks ruimte in, maar geeft zelf ook nergens ruimte aan, het biedt geen bescherming en ook geen troost.’ Zo beschreven klinkt het bijna als een levensmotto. ‘Ik laat door een beschrijving van het uitroepteken zien dat ik gehecht ben aan het vraagteken, ja. Ik kan daar meer mee. Goede vragen zijn interessant en empathisch, zetten niets vast en dagen je uit na te denken, romans gaan over vraagtekens, schrijven gaat over vraagtekens. Westerbork is in wezen ook een vraagteken.’ Toch moet ze als directeur ook uitroeptekens plaatsen. ‘Ik ben begonnen met vragen stellen, heb bijvoorbeeld heel veel kopjes thee gedronken met mensen die bezorgd waren over de koers van Westerbork. Ik hoorde hen aan en ging met iedereen in gesprek. Maar er komt een moment dat je beslissingen moet nemen en daar stellig in moet zijn.’ Het herinneringscentrum staat voor g ­ rote uitdagingen. Zo moeten het kampterrein, het museum en het kenniscentrum beter met elkaar worden verbonden en staat een verbouwing van het museum voor de deur. Het gelaagde verhaal van de plek moet ook aan de nieuwe generaties worden verteld. Soberheid en stilte

Gerdien: ‘Het meest urgente is dat we de jeugd willen blijven boeien, met behoud van soberheid en stilte. Ik denk dat we daar al hele mooie s­ tappen in maken. Zo willen we met een d ­ igitale tool zichtbaar gaan maken wat er op specifieke plekken in het kamp is gebeurd, en wat de levensloop was van bepaalde kampgevangenen. Ook willen we bezoekers nog meer “op maat” gaan bedienen. Als er een mbo-klas komt, dan nemen we b ­ eroepen als invalshoek. Komt er een vwo-klas uit Rotterdam, dan vertellen we welke mensen uit de W ­ itte de Withstraat hier terecht zijn gekomen en wat hen daarna is overkomen. Altijd vanuit persoonlijke verhalen, want die zorgen dat je pas echt gaat voelen wat de geschiedenis van deze plek is. En dat je er ­v ragen aan blíjft stellen.’

Gerdien bij het getto­ monument in Warschau. ­Tijdens haar eerste studiereis verloor ze haar hart aan Polen.

21


22 Leidraad terug in de banken ALUMNIMAGAZINE VAN DE UNIVERSITEIT LEIDEN

met podcasts

Een podcast is een ontspannen manier om ‘terug in de banken’ te gaan. Leren door te luisteren. Tijdens het autorijden, thuis op de bank of tijdens een wandeling... Nu we fysiek afstand moeten houden: vijf podcasts van Leidse wetenschappers. ENKELTJE WETENSCHAP In 2019 bestond Universiteit Leiden 444 jaar. Wetenschappers van alle faculteiten maakten in de reeks Enkeltje wetenschap podcasts over Leids onderzoek. Zo vertelde Nikki Sterkenburg over extreemrechtse groeperingen, en dook Roos van Oosten in de beerputten van het oude Leiden. De podcasts duren minder dan 15 minuten. Ideaal als tussendoortje. www.universiteitleiden.nl LEVENS REDDEN Drie handjes noten per dag redden je leven! Waar of niet waar? Onderzoek naar gezondheid belandt met regelmaat een tikkeltje ­overdreven in de krant. In dit college vertelt hoogleraar wetenschapscommunicatie Ionica Smeets hoe dit soort nieuws ontstaat en hoe je overdreven bevindingen kunt herkennen. www.universiteitvannederland.nl

TEKST: NIENKE LEDEGANG, FOTO: TACO VAN DER EB

DOMME DINGEN Vuurwerkbommen maken, met z’n ­vieren naast elkaar fietsen of je identiteitskaart ­vervalsen. Pubers lijken zich telkens weer in de nesten te werken. Ze zijn een kei in het nemen van domme beslissingen. Waarom gedragen pubers zich zo? Professor Eveline Crone is dé expert als het gaat om het puberbrein. Zij vertelt waarom we in deze levens­fase vaak ondoordachte risico’s nemen. www.universiteitvannederland.nl ERWTENSOEP Tandpasta, een motorhelm, zonnebrand en ­erwtensoep. Ogenschijnlijk producten die niets met elkaar te maken hebben. Maar door nano­ technologie is dit toch wel het geval. Nanotoxicoloog ­Martina Vijver legt uit waarom. www.universiteitvannederland.nl PEILEN OF NIET PEILEN? Als we het over verkiezingen hebben, gaat het automatisch ook over peilingen. Blijkbaar hét instrument om voorspellingen te doen. Maar hoe betrouwbaar is dit precies? Politicoloog Tom Louwerse is er geen fan van en vertelt waarom. www.universiteitvannederland.nl

NR. 2  2020


NR. 2  2020

ALUMNIMAGAZINE VAN DE UNIVERSITEIT LEIDEN

Leidraad

DOSSIER

Herinneren Boeken

‘Herinneringen geven betekenis aan het heden’

Erfgoed

Hoe maya’s het verleden leven met mais

Geheugen

‘Hervonden herinneringen zijn niet zelden vals’

23


24

Leidraad

Herinneringen geven ons bestaan betekenis

TEKST: FRIEDERIKE DE RAAT, FOTO: ERIK BUIS

Yra van Dijk, hoogleraar Moderne Nederlandse Letterkunde, legt zich toe op onderzoek naar culturele herinnering in literatuur en andere tekstuele media. ‘Gebeurtenissen in het verleden bepalen onze individuele en collectieve identiteit. We gebruiken en manipuleren ze om het heden van betekenis te voorzien.’ Waarom zijn herinneringen zo’n krachtig fenomeen? ‘Gebeurtenissen in het verleden ­bepalen onze individuele en collectieve identiteit. We gebruiken en manipuleren ze om het heden van beteke­ nis te voorzien. De ­herinnering aan de rede van ­professor ­Cleveringa ­bijvoorbeeld is altijd gebruikt om de identiteit van de Leidse universiteit te vormen: de nadruk op vrijheid. De vraag is of dat verhaal anno 2020 nog voldoet. Cleveringa kreeg een buste, een plaquette, een plein, een ­leerstoel en een lezing, maar voor de Joodse studenten en hoogleraren die vermoord zijn in de oorlog was er lang niets aan de Universiteit ­Leiden. Daarom gaan we voortaan elk jaar op 4 mei een Uur van ­Herinnering organiseren, met een lezing over een actueel onderzoek over oorlog

en conflict, de herdenking van één ­specifiek slachtoffer en een wedstrijd voor studenten.’

In de literatuur zijn oorlogs­ herinneringen heel belangrijk. Hoe komt dat? ‘Juist literatuur over oorlogstrauma’s is in staat om iets uit te drukken wat zich niet op een meer directe manier laat vertellen. Om te begrijpen en te blijven herinneren wat de concentratiekampen hebben betekend, moeten we deze verhalen blijven lezen en analyseren. Mijn belangstelling voor die vorm van herinnering werd gewekt door het werk van Arnon Grunberg. Zijn werk is doordrenkt van het trauma van zijn moeder, die Auschwitz overleefde. In zijn romans ensceneert hij steeds opnieuw andere figuren in een zelfde ­traumatische

setting, een soort oerscène. Daarin figureert dan bijvoorbeeld de ‘bewaker’ in een dubbelrol: degene die ervoor zorgt dat je niet wegloopt én die over je waakt. Dat komt bij ­Grunberg tot uiting in een destruc­ tieve zorgrelatie tussen ouders en kinderen. Ook gebruikt hij ­iconische beelden van de Holocaust, die we allemaal kennen: bergen gedragen kleding bijvoorbeeld liggen dan in de keuken van de hoofdpersoon in De Asielzoeker. Zo maakt de schrijver zijn lezers getuige van het trau-


DOSSIER herinneren

NR. 1  2020

Yra van Dijk

Prof.dr. Yra van Dijk onderzoekt ­Nederlandse literatuur, ­culturele ­herinnering en media & materialiteit. Momenteel doet zij onderzoek naar herinneringen in de Nederlands-Caribische literatuur. In 2018 verscheen haar mono­ grafie Afgrond ­zonder vangnet. Liefde en geweld in de romans van Arnon Grunberg. Het vergelijkend perspectief en culturele herinnering vormen een constante in Van Dijks publicaties. Ook in haar onderwijs, zoals in de minor C ­ ultural Memory of War and ­Conflict, richt Van Dijk zich op moderne herinneringscultuur en met name de Shoah in literatuur en beeldende kunst.

ma van zijn ouders en het ­nieuwe ­trauma van door hen te zijn opgevoed en poogt hij door die lezer te ontsnappen aan de eenzaamheid die dat oplevert.’

U doet momenteel onderzoek naar culturele herinnering in de Nederlands-Caribische literatuur. Wat is het verschil met de Nederlandse literatuur? ‘Mijn volgende boek gaat over onder anderen Astrid Roemer, Cola Debrot en Boeli van Leeuwen. Voor zulke

koloniale of postkoloniale schrijvers is culturele identiteit nog veel belangrijker, en ook ambivalenter. Zo is die zowel met Nederland als met het eigen land en de eigen taal verbonden. Een ander groot verschil is dat hun herinneringen vaak gaan over het landschap dat is afgepakt door de kolonisator. Het verkrachte paradijs. Ook speelt etniciteit daarin een rol, evenals de slavernij-herinnering. Deze schrijvers vertellen vaak allegorische verhalen, gedeeltelijk door de ­orale tradities van het Caribisch

25

gebied, maar ook omdat het een heel adequate vorm is voor een kritische verhouding tot een gewelddadig ­verleden.’

Welke conclusies kunt u trekken na diverse onderzoeken naar de rol van culturele herinnering in literatuur? ‘De mens wil altijd betekenis geven aan zijn bestaan en de gedeelde culturele herinnering speelt daar een hoofdrol in. Neem het dagboek van Anne Frank. Dat lezen we niet massaal omdat we dat ene meisje ­w illen herdenken, maar omdat zij symbool staat voor de vernietiging van de onschuld en het intellect. Daarmee is zij in de culturele herinnering geworden tot hét symbool van de ­T weede Wereldoorlog in Nederland. Het lezen van zo’n verhaal wijst ons op de morele rol die wij moeten spelen in het leven, op het onderscheid dat we moeten blijven maken tussen goed en fout.’ Vindt u dat die herinnering in Nederland voldoende wordt gekoesterd? ‘Dankzij de digitalisering leven we in het tijdperk van de memory boom. We kunnen nu alles bewaren, opzoeken en delen met anderen. Herinneringen zijn echt een obsessie geworden. De ontlezing speelt daarbij een grote rol: vroeger lazen we boeken om ons verleden te leren kennen en betekenis te geven, dat doen ­nieuwe generaties steeds minder. De ­g rote belangstelling voor herinneren – of het nu gaat om de oprichting van nieuwe oorlogsmonumenten of een tv-programma als Verborgen Verleden – is niets meer dan een woeste poging om betekenis te geven aan ons naar mijn idee hedonistische heden.’


Leidraad

ALUMNIMAGAZINE VAN DE UNIVERSITEIT LEIDEN

2

1 Linkerraam 1 Staand links een Japanse soldaat. 2 In het midden een aantal slachtoffers. 3 Rechts (in blauw) een ­Duitse soldaat.

NR. 2  2020

3

Ramen van eer Precies tien jaar na de rede van Cleveringa, op 25 november 1950, werden in het Academiegebouw twee grote gebrandschilderde ramen onthuld. Enerzijds als monument voor het verzet vanuit de Leidse academische gemeenschap. En anderzijds ter herinnering aan alle omgekomen Leidse ‘Academieburgers’.

Op het rechterraam wordt de oprichting van de universiteit verbeeld en prijkt een aantal wetenschappelijke helden uit de Leidse geschiedenis. Het linkerraam is gewijd aan het verzet. Aanvullend verscheen In Memoriam 1940-1945 – een overzicht met namen van alle studenten, alumni en personeel van de Universi-

teit die tijdens de oorlog het leven lieten. In totaal gaat het om 663 personen. Adriënne Baars-Schuyt, die als b ­ uitenpromovendus sinds 2017 onderzoek doet naar geschreven concentratiekampervaringen van vrouwen, heeft de afgelopen jaren de namen op de lijst bestudeerd. ‘En dan vind je altijd een groter ver-

TEKST: JOB DE KRUIFF, FOTO’S: MARC DE HAAN

26


Leidraad DOSSIER herinneren

NR. 2  2020

ALUMNIMAGAZINE VAN DE UNIVERSITEIT LEIDEN

4 haal.’ In het In Memoriam stonden de slacht­offers alleen met hun naam en aankomstjaar, Baars achterhaalde van velen ook wat ze studeerden, waar ze omkwamen en soms ook een persoonlijke geschiedenis. Ze raadpleegde NIODen kamparchieven, maar bijvoorbeeld ook dagboeken. Opvallend noemt ze het relatief grote aantal zelfmoorden en het feit dat ongeveer de helft van de genoemde slachtoffers uit

5 Nederlands-Indië kwam of daar om het leven kwam. Leiden had indertijd een grote studie Indologie. Al even bijzonder is het dat ‘anders dan bij de meeste oorlogsherdenkingen’ de slachtoffers die hier en in Duitsland vielen samen worden herdacht met de Indische gevallenen. Op het hier afgebeelde deel van het linkerraam is dat verbeeld door een Japanse en een Duitse soldaat, met tussen hen in de slachtoffers.

6

Rechterraam 4 Linksboven het Academiege­­ bouw. Daaronder zet Van Hogendorp de kroon op het Hollandse wapen. 5 Middenboven Willem van Oranje als stichter van de universiteit. Daaronder

27

Snouck Hurgronje, Thorbecke en Van Vollenhoven en onder Huizinga en Lorentz. 6 ­Rechtsboven zien we de rechtsgeleerde Grotius en midden rechts Dousa, de e ­ erste curator van de universiteit.


Mais bindt   generaties   Dat mais van grote betekenis was in de Maya-cultuur heeft Genner Llanes Ortiz, zelf een Maya uit de Mexicaanse provincie Yucatan, altijd geweten. Dat werd hem letterlijk met de paplepel ingegoten. Maar hoe groot de rol van mais is in de collectieve herinnering van zijn volk, is een van de onderwerpen van zijn onderzoek.

Z Luistertip

TEKST: MARIJN KRAMP

Spotify Maya playlist spoti.fi/2TYRwfP

Leestip

Lees de b ­ ijdrage van Llanes Ortiz aan Google Arts & Culture: bit.ly/2vrB0vi

o’n 10 jaar geleden begon Llanes Ortiz’ fascinatie voor de rol van mais in de Mayacultuur. Het viel de antropoloog aan de Archeologiefaculteit op hoeveel mais-festivals er wel niet waren in Mexico en dat de Maya-traditie om te bidden voor de maisvelden uitgroeide tot massa-gebeden op die festivals. Ook als die festivals midden in de stad plaatshadden. Inmiddels heeft het onderwerp hem zo gegrepen dat hij grootschalig onderzoek voorbereidt. Door de relatie van de Maya’s met mais te onderzoeken in het verleden én heden, wil hij inzicht krijgen in hoe de Maya’s omgaan met hun culturele erfgoed, hoe ze hun cultuur doorgeven en wat die vandaag de dag voor hen betekent. Mais kent een rijke traditie in de keuken van Latijns-Amerika. Het aantal gerechten alleen al in Mexico, is immens. En ook de variëteit in soorten – 60 – is gigantisch. Ze zijn allemaal afkomstig van dat ene plantje, teosinte. Een Mexicaanse grassoort waaruit de Maya’s 8.000 tot 14.000 jaar geleden mais hebben gecultiveerd. Hoe ze dit onkruid tot een eetbare plant maakten hebben biologen al eens gereconstrueerd, maar hoe mais vervolgens onder alle inheemse volkeren in Zuid- en Noord-Amerika is verspreid is onbekend. Fascinerend, vindt Llanes, en ook de

sociale herinneringen die de Mayavolken delen rondom de teelt van mais interesseren hem zeer. Mais is voor de Maya’s veel meer dan voedsel, die is heilig. Ze zijn er volgens het Maya-scheppingsverhaal uit gecreëerd; geboetseerd uit maismeel. En nog altijd speelt mais een belangrijke ­religieuze en spirituele rol in het leven van de Maya’s. Archeologen hebben zich ­vooral beziggehouden met het ­klassieke Maya-­ erfgoed. De geschiedenis van de inheemse volkeren kreeg niet veel aandacht. Daar was immers ook niet veel over bijgehouden. ‘Maar dat een geschreven geschiedenis ontbreekt wil niet zeggen dat er niks werd doorgegeven. Dat gebeurde wél, via tekeningen, verhalen, toneelstukken en beelden.’ Cultuur vernietigd

De Maya’s, haast Llanes toe te voegen, hebben overigens wel een geschreven geschiedenis. Ze gebruikten hiëroglyfen om hun religieuze verhalen, geschiedenis en astronomische inzichten vast te leggen op beeldwerken en in boeken. Die boeken zijn alleen stelselmatig vernietigd door de kolonisator tijdens de inquisitie. ‘Door de kolonisatie zijn de herinneringen van de Maya’s gemarginaliseerd. Veel van hun cultuur is vernietigd, en dat heeft een impact op hoe hun geschiedenis is overgebracht. Na de koloniale tijd werd het


niet veel beter. Met het onderzoek naar mais wil ik in die collectieve herinneringen duiken, die helpen te herstellen.’ Want de oude klassieke Mayasteden mogen dan verlaten ruïnes zijn, de Mayavolken en hun cultuur bestaan nog steeds. Er zijn ongeveer 6 miljoen Maya’s en zij geven hun verhalen nog steeds aan elkaar door. Llanes bespeurt zelfs een opleving. Op sociale media zijn veel jonge Maya’s bezig met hun identiteit. ‘Jonge Maya’s benutten Instagram, Facebook en YouTube volop om hun cultuur aan elkaar door te geven. Ze leren elkaar om de oude hiëroglyfen te lezen, maken Maya-memes, en in hun muziekteksten zit veel Maya-symboliek.’ Maya-hiphop

Hij pakt zijn mobiele telefoon erbij en scrolt wat op zijn scherm, op zoek naar zijn Maya-Spotify-lijst. ‘Hiphop is heel populair onder jonge Maya’s. Het past ook heel goed bij de orale tradities van hun voorouders. Die moderne uitingsvormen, en de dialoog tussen de ouderen en de jongeren, vind ik net zo interessant als de oude verhalen.’ Hij zet het geluid wat harder, rappe Mayateksten vullen zijn werkkamer. Hij glimlacht. ‘Ze zingen zelfs over mais.’

Genner Llanes Ortiz

(45) is geboren en getogen in de provincie Yucatan in Mexico. Hij studeerde sociale antropologie aan de Universidad Autonoma de Yucatan (UADY) en promoveerde aan de uni­versiteit van Sussex. Sinds 2016 is hij universitair docent aan de Archeologiefaculteit van de Universiteit Leiden en lid van het Centre for Indigenous Americas Studies.

29

‘EMDR haalt de angel uit nare herinneringen’

aldus alumnus Michelle

‘I

n mijn werk als GZ-psycholoog merk ik hoe groot de impact is geweest van de #MeToo-beweging. Het heeft mensen over een drempel geholpen. Soms lopen ze al jaren rond met herinneringen aan seksueel misbruik. Nooit hebben ze erover gepraat. Nu wel. Ik zie bijvoorbeeld vrouwen in mijn praktijk die al gepensioneerd zijn. Ze willen weten of EMDR misschien wat voor ze is. Ik pas het dagelijks toe, een bewezen therapie voor mensen die kampen met problematische herinneringen. Ze kunnen niet goed slapen, zijn depressief of hebben een negatief zelfbeeld als gevolg van een traumatische gebeurte­ nis. Dat kan van alles zijn, jarenlang misbruik, maar ook een enkelvoudig trauma, zoals een auto-ongeluk. Tijdens een sessie vraag ik mensen deze herinnering op te halen. Zo komt de herinnering uit het langetermijngeheugen in het werkgeheugen. Terwijl ze erover vertellen vraag ik hen mijn hand te volgen die ik snel voor hun ogen heen en weer beweeg. Hoe dat precies zit met die oogbewe­ ging is nog altijd niet helemaal duidelijk, wel weten we dat het werkt. EMDR haalt de angel eruit. De herinnering verliest haar emotionele lading en neemt minder ruimte in in het brein. De nare herinnering is bewerkt en verwerkt.’

MICHELLE ERNST (38) 2000-2005 Master opleiding Klinische & Gezondheidspsychologie 2005-2013 Psycholoog bij Parnassia Groep en PsyQ 2013-2017 Werkzaam in vrijgevestigde eerstelijns­ praktijk 2017-HEDEN Eigen praktijk: FIT psychologie

TEKST: NICOLLINE VAN DER SPEK, FOTO: EDWIN WEERS

vele     Maya’s

DOSSIER herinneren

NR. 2  2020


30

‘In de rechtszaal zijn details juist cruciaal’ Ons geheugen kan ons in de steek laten, ons voor de gek houden en het heeft minder oog voor detail dan we zouden wensen. Gezinus Wolters verdiept zich er al een halve eeuw in.

TEKST: JANET VAN DIJK, FOTO: FLICKR

J

e kunt je geheugen niet trainen. Er zijn wel trucjes en technieken om bijvoorbeeld namen gemakkelijker te onthouden, zegt Gezinus Wolters, de Leidse expert in geheugen en herinneringen. Maar muziek maken of een nieuwe taal leren maakt niet dat je op alle gebieden meer onthoudt. ‘Het is natuurlijk wel goed om mentaal actief te blijven en om nieuwe uitdagingen te vinden. Dat geeft je toekomstperspectief. Dat is beter dan in je eigen hoekje blijven zitten.’ Wolters is er het levende voorbeeld en bewijs van. Zijn kamer in het Pieter de la Courtgebouw ligt vol met stapels boeken en paperassen. Hij zit er bijna elke dag, niet zelden ook in het weekeinde. In 2008 ging hij met pensioen. Twaalf jaar later werkt hij nog als gastdocent bij de sectie Cognitieve Psychologie en als editor van het online tijdschrift Frontiers in Psychology. Maar hij is vooral actief als getuige-deskundige voor Justitie. In die functie beoordeelt hij of verklaringen van getuigen of aangevers betrouwbaar zijn. ‘Vaak gaat het om zedenzaken met kinderen. Er is dan heel weinig informatie, want niemand was erbij. We kijken

hoe het verhaal tot stand is gekomen. Kwam het kind er spontaan mee, of is het op het spoor gezet door een verontruste ouder? Is het verhaal consistent, en ­worden aannemelijke details genoemd?’ ‘Je bedenkt er nieuwe feiten bij’

Wolters begon met dit werk rond 2000, kort nadat er, zoals hij dat noemt, een ‘hausse’ was aan aangiften van zedenmisdrijven door volwassenen, die ­tijdens therapieën herinneringen ‘hervonden’. Een expertgroep waarvan Wolters deel uitmaakte onderzocht dergelijke aangiftes en adviseerde het openbaar ministerie over vervolgstappen. De expertgroep werd ingesteld omdat uit onderzoek bleek dat ‘hervonden’ herinneringen niet zelden valse herinneringen zijn. ‘Vaak komen deze herinneringen boven als er bepaalde suggesties zijn gewekt. Als je te horen krijgt dat je als kind ooit verdwaald bent in het winkel­centrum, en een mevrouw je toen een snoepje gaf, dan kan het gebeuren dat je steeds zekerder weet: o ja, dat was zo. En het volgende is dan dat je er ­nieuwe feiten bij bedenkt – en toen was er een meneer die me meenam.’ Het kan wel voorkomen dat je oude trauma’s vergeet,


DOSSIER herinneren

NR. 2  2020

maar erg aannemelijk is dat niet, volgens Wolters. ‘Zaken die veel impact hebben vergeet je niet zo snel.’ Dat jonge kinderen zich seksueel misbruik niet altijd kunnen herinneren kan komen doordat de dader het kind ‘inpalmt’, en er geen sprake is van agressie of bedreiging. ‘Het klinkt misschien raar, maar dan hoeft het voor een kind niet traumatisch te zijn. Kinderen hebben later meestal vooral last van de reactie van hun omgeving. Een moeder die begint te huilen, een vader die gaat schreeuwen. Tegen ouders zou ik willen zeggen: hou je alsjeblieft rustig. En ga het eerst allemaal uitzoeken. Schiet niet onmiddellijk in de emotie, want dát is traumatisch voor je kind.’ Heel vaak is de juistheid van getuigenverklaringen lastig in te schatten. Iedereen ziet iets anders, er gebeuren veel dingen tegelijk en het menselijk geheugen is er niet voor gemaakt om details op te slaan. ‘En in de rechtszaal zijn details juist cruciaal.’ Er zijn grote verschillen in wat mensen zich herinneren, weet Wolters. ‘Mijn vrouw is ontzettend goed in het zich herinneren van bepaalde sociale situaties. Zij weet precies wat er gebeurde, wat mensen aan hadden en wat ze deden. Ik heb daar vaak geen flauw benul van. De enige verklaring die ik daarvoor heb is dat die zaken voor haar relevant zijn en dat ik er totaal niet op let.’

‘Mensen willen herinnerd worden zoals ze hebben geleefd’ aldus alumnus Saskia

‘A TEKST: NICOLLINE VAN DER SPEK, FOTO: EDWIN WEERS

‘Je bent je herinneringen’

Herinneringen zijn belangrijk. ‘Als je vanaf dat je kind bent alleen maar hoort hoe goed je alles doet en als iedereen je altijd naar de mond praat, dan word je naar en egoïstisch, iemand die altijd alles beter weet en kan dan anderen.’ Zelf kreeg hij als kind te horen dat het niet de bedoeling was om erg op te vallen, Gezinus was een verlegen jongen en bleef dat ook. Nog altijd voelt hij enige spanning als hij college gaat geven. ‘Je bent je herinneringen’, zegt Wolters. Daarom zou hij het allerliefst een ontdekking doen die dementie voorkomt. ‘Dat je geheugen minder wordt als je ouder wordt, dat hoort erbij. Maar die versnelde achteruitgang, die vind ik moeilijk. Ik zou willen dat iedereen tot het einde een zinvolle interactie kan hebben met zijn naasten. Maar dat is nog een utopie.’

fscheid nemen is altijd verdrietig, maar een uitvaart organiseren en afscheid nemen ­tijdens de huidige coronacrisis lijkt haast ondraaglijk. De maatregelen vanuit de over­ heid om de verspreiding van het coronavirus tegen te gaan, hebben ook grote gevolgen voor de uit­ vaartbranche. Grote, verdrietige gevolgen voor nabestaanden die afscheid moeten nemen van hun dierbare. Het is mijn taak als uitvaartbegeleider om mensen duidelijk te informeren over de huidige richtlijnen, over wat er niet kan, maar vooral ook over wat er nog wél kan. Ik ben er van overtuigd dat we met alle beperkingen die zijn opgelegd, nog steeds een mooi en persoonlijk afscheid kunnen vormgeven waar mensen een goed gevoel bij hebben. Al ­moeten er concessies worden gedaan en zal een afscheid er anders uitzien dan van tevoren bedacht of gewenst, mensen willen herinnerd worden zoals ze hebben geleefd, ook in tijden van c ­ orona. Het blijft belangrijk om een uitvaart vorm te geven waarin nabe­ staanden troost en herkenning vinden. Een afscheid waar zij mee v ­ erder kunnen.’

Dr. Gezinus Wolters

(1943) studeerde in Groningen en werd in 1971 docent en onderzoeker bij de sectie Cognitieve Psychologie van de Universiteit Leiden. Hij deed onder meer onderzoek naar de betrouwbaarheid van ­herinneringen, naar autonoom lerende netwerken en naar de ­cognitieve neurowetenschap van werkgeheugen.

31

SASKIA WESTER (32) 2006-2011 Rechten 2012-2019 Coördinator kaart­ verkoop Leidse Schouwburg en Stadsgehoorzaal. 2019-HEDEN Eigenaar Rouwloods uitvaart­ begeleiding.


32

Leidraad

TEKST: ARNO VAN ’T HOOG, FOTO: HOLLANDSE HOOGTE

Computerbeeld van hersen­ weefsel bij de ziekte van Alzheimer: ophoping van eiwit-plaques (geel) leidt tot aftakeling van zenuwcellen (grijs), die vervolgens worden vernietigd door opruimcellen (paars).

Speuren naar de bron van vergeetachtigheid


DOSSIER herinneren

NR. 2  2020

33

Vergeten en vergissen zijn kenmerken van de ziekte van Alzheimer. Twee natuurkundigen ontwikkelen nieuwe technieken die de medische wetenschap helpen deze sluipende aandoening beter te doorgronden.

H

et was geen vooropgezet plan, maar de ziekte van Alzheimer blijkt een terugkerend onderwerp in de loopbaan van natuurkundige Serge ­Rombouts, hoogleraar cogni­ tieve neuroimaging bij het LUMC en het Instituut Psychologie van de universiteit. Hij promoveerde in 1999 op een techniek die met een MRI-scanner hersenactiviteit in Alz­heimerpatiënten in beeld kan brengen, en dementie is daarna in veel van zijn projecten blijven terugkeren. Het ultieme doel: met een hersenscan bepalen of iemand kenmerken van dementie vertoont, als aanvulling op gesprekken en ­geheugentestjes die artsen gebruiken om een diagnose te stellen. ‘Probleem is dat in een vroeg stadium de ziekte van Alzheimer allerlei overeenkomsten vertoont met andere soorten dementie’, zegt ­Rombouts. ‘Je wilt zo vroeg mogelijk een onderscheid kunnen maken, en die diagnostiek is ook handig als je nieuwe behandelingen wilt uittesten. De ziekteprocessen in de hersenen zijn al tien à vijftien jaar aan de gang voordat de symptomen als vergeetachtigheid merkbaar worden. En wellicht heeft een behandeling veel meer effect als je jaren eerder begint.’ Een scan-diagnose is er nog niet, maar wetenschappers als Rombouts zien met de juiste methodes inmiddels wel verschillen tussen hersenscans van Alzheimerpatiënten en die van gezonde proefpersonen. ‘Alleen is dat het duidelijkst te zien als we de twee groepen onderling met elkaar vergelijken. Je kunt helaas nog geen betrouwbare diagnose stellen als je een indivi­ duele patiënt in de scanner legt.’ De techniek waarmee Rombouts het brein in beeld brengt kijkt via een omweg naar hersenactiviteit. Door actieve hersengebieden stroomt namelijk wat meer zuurstofrijk bloed en dat ­signaal kan de scanner oppikken. Met alle meetgegevens kun je vervolgens kleurrijke plaatjes maken met grijze hersendoorsnedes waarin sommige gebieden rood of groen oplichten. Die kleuren betekenen op zich niet veel, zegt Rombouts, het is een manier om de meet­

gegevens overzichtelijk in beeld te brengen. Vroeger werd vrijwilligers gevraagd een taak uit te voeren in de scanner, maar tegenwoordig mogen ze gewoon stilliggen op hun rug. Dan is er op de scans toch van alles te zien, want ons brein rust nooit en zit altijd vol gedachten, plannen en herinneringen. Van ons energieverbruik in totale rust nemen de hersenen twintig procent voor hun rekening, zegt Rombouts. Dat drukke verkeer tussen hersengebieden is ook in een scan te zien. ‘We hopen dat geleidelijke verandering in spontane hersenpatronen bruikbaar is voor het stellen van een Alzheimer-diagnose. De hoop is dat artificial intelligence daarbij een rol kan spelen. Krachtige computers kunnen duizenden hersenscans onderling vergelijken en misschien nieuwe verbanden leggen die mensen niet kunnen zien.’ Serge Rombouts:

‘Krachtige computers kunnen misschien verbanden leggen die mensen niet kunnen zien’ Martina Huber:

‘Wij kunnen zien welke stukjes van het eiwit elkaar opzoeken’ Martina Huber, werkzaam bij het Leiden Institute of Physics, gebruikt eenzelfde type meettechnologie als Rombouts, alleen brengt zij geen hersenen maar moleculen in kaart. Zo is van het eiwit amyloïd-bèta bekend dat het samenklontert en neerslaat in de hersenen, en waarschijnlijk een rol speelt in het verloop van de ziekte. Bij mensen met een vergevorderde vorm van Alzheimer zijn zulke eiwit-plaques zelfs zichtbaar onder de microscoop. Hoe en waarom amyloïd – dat iedereen van nature heeft – eigenlijk gaat samenklonteren is nog niet goed opgehelderd. En daarvoor biedt Hubers spinresonantie-apparaat uitkomst: dat kan bij 263 graden onder nul tot op de halve nanometer nauwkeurig bepalen hoe eiwitten


34

Leidraad

DOSSIER herinneren

Vervolg ‘Speuren naar de bron van vergeetachtigheid’

Prof. dr. S.A.R.B. Rombouts

(1970) studeerde ­Natuurkunde in Utrecht, promoveerde in 1999 aan de VU. Sinds 2009 hoog­leraar ­Cognitieve N ­ euroimaging, LUMC en Universiteit Leiden (­ Instituut Psychologie).

Dr. M.I. Huber

(1961) studeerde Scheikunde (1984), promoveerde in 1989. Is u ­ niversitair hoofddocent, Leids Instituut voor Onderzoek in de N ­ atuurkunde (LION).

aldus alumnus Frank

‘E TEKST: NICOLLINE VAN DER SPEK, FOTO: EDWIN WEERS

elkaar opzoeken en samenklitten. Omdat het onmogelijk is dat in de hersenen van mensen te bestuderen, werkt Huber in de reageerbuis. Die stopt ze in een mans­hoge, ijskoude meetopstelling, die in samenwerking met de fijnmechanische dienst doorlopend wordt verbeterd. Huber: ‘We weten inmiddels dat kleinere ophopingen van enkele tot tientallen amyloïde-eiwitten, die nog geen plaques vormen, erg schadelijk zijn voor hersencellen. Natuurkundigen proberen dat proces in een reageerbuis in kaart te brengen. Wij kunnen zien welke stukjes van het eiwit elkaar opzoeken, en hoe eiwitten van vorm veranderen als ze gaan samenklonteren.’ Het lastige van veel eiwitten is dat ze van nature geen vormvaste legoblokjes zijn, maar eerder hyperactieve spaghetti: een losse kluwen die per seconde honderd verschillende gedaanten aanneemt. Stevig koelen met vloeibaar helium brengt die beweeglijkheid flink omlaag. ‘Om in deze wanorde te meten heb je gewoon andere methoden nodig. Met kennis van natuurkunde plus nieuwe technieken kunnen we die wanorde wel in kaart brengen. Onze drijfveer is om de apparatuur steeds verder te verbeteren om dit soort vragen uit de medische wereld te beantwoorden.’ Uit het lab van Huber komt straks geen nieuw Alzheimer-medicijn, maar kennis van hoe eiwitten zich gedragen helpt artsen en farmaceuten wel ­degelijk in hun zoektocht naar een behandeling, ­bijvoorbeeld naar een middel dat ­samenklontering tegengaat. ‘Maar dat is al een grote stap’, zegt Huber. ‘Je wilt ook niet te veel beloven. In het grote veld van Alzheimer-onderzoek werken wij aan één ­puzzelstukje. Er is uiteraard geen garantie waar een doorbraak of nieuw middel tegen Alzheimer straks ­vandaan zal komen.’

‘Dodenherdenking is met één man begonnen’ r is ontzettend veel aandacht voor de oorlog, zelfs meer dan vroeger. Een goede indicatie is het aantal oorlogsmusea. Dit is gestegen van rond de vijftien in de jaren tachtig tot meer dan negentig nu. De eerste generatie had geen musea nodig, de oorlog zat in hun hoofd. De tweede en derde generatie, de kinderen en kleinkinderen, kennen de oor­ log uit de verhalen van familie. Zo vormen zich ‘sociale herinneringen’ die verankerd worden, bijvoorbeeld in musea, van kleine bunkers tot grote herdenkingsplek­ ken. Voor de vierde generatie wordt de oorlog pas echt ‘geschiedenis’, maar door de levende sociale herinne­ ringen zal de oorlog de komende twintig tot dertig jaar een belangrijke plek in onze cultuur behouden. Doden­ herdenking vinden we als Nederlanders zelfs belangrij­ ker dan voetbalwedstrijden en het koningshuis. Op 4 mei, zo is onderzocht, voelen we ons het meest verbon­ den met de samenleving. Het mooie is dat deze dag ooit met één man is begonnen. Bevrijdings­ dag was er al en kwam van de overheid, maar dodenherdenking is ontstaan uit een burgerinitiatief, van Jan Drop, wiens vader en broer in de oorlog waren gedood. Het is dus van onderaf gegroeid en vindt plaats op allerlei plekken in het land. Ambtshalve ben ik op de Dam aan­ wezig, maar voorheen was ik meestal op kleinere plekken te vinden, in de geest van hoe het in 1946 begon.’ FRANK VAN VREE (66) 1979 Moderne geschiedenis en filosofie in Groningen 1989 Dissertatie in Leiden: De Nederlandse pers en Duitsland 1930-1939 1989-2016 Universitair hoofddo­ cent Culturele Studies, hoogleraar Mediastudies en decaan Faculteit Geesteswetenschappen aan de UvA. 1998-2001 Bijzonder hoog­leraar Persgeschiedenis, Erasmus Univer­ siteit 2016-HEDEN Directeur van het NIOD en bijzonder hoog­leraar geschiedenis, UvA.


NR. 2  2020

ALUMNIMAGAZINE VAN DE UNIVERSITEIT LEIDEN

Leidraad

35

Rijnsburgersingel 86

herinneringen aan

Onderduiken in Leiden

TEKST: NIENKE LEDEGANG, FOTO: MARC DE HAAN

‘D

e oorlog bracht mij naar ­Leiden. Daar hervond ik een thuis. Ik ben in 1940 geboren in Amsterdam, als kind van Joodse ouders. Een angstige en onze­ kere tijd. Mijn vader was arts en werd te werk gesteld als kamparts in Wester­ bork. Mijn moeder bleef thuis, bij ons. In 1943 hebben ze samen geprobeerd naar Zwitserland te vluchten en daar­ om brachten ze mij en mijn broertje naar onderduikadressen. Via dominee Koch uit Leiderdorp kwam ik bij een echt Leidse binnenstadsfamilie terecht, de familie Harteveld. Het ­kinderloze echtpaar woonde schuin boven café Klein Bellevue aan de Rijns­ burgersingel, nu café de Pomerans. Mijn broertje kwam bij een Zeeuwse familie terecht. Het contrast kon niet groter. Mijn broertje was vrij eenzaam in Zeeland. Mijn pleegouders echter hadden een groot netwerk: veel Leidse familie, vrienden, buren. Ik was er veilig

en ben in de oorlog niet bovenmatig bang geweest. Mijn pleegvader was in dienst van drukkerij Sijthoff en had zodoende veel contact met mensen uit de universitai­ re wereld. Hij werd kort na de oorlog pedel aan de universiteit. In die tijd was ik nog klein, en interesseerde het me niet zo. Later, toen ik zelf aan de univer­ siteit studeerde, heeft zijn positie me wel wat voordeeltjes o ­ pgeleverd. Die keuze voor Leiden ging vanzelf. Toen mijn ouders niet terugkeerden – ze zijn gepakt en overleefden

Tijdens de Open Joodse Huizen op 4 mei zou Abels onderduikverhaal verteld worden. De Open Joodse Huizen biedt een aangepast online programma aan. Zie openjoodsehuizen.nl en facebook.com/openjoodsehuizen

­ uschwitz niet – ben ik bij de Harte­ A velds gebleven, ik heb in die jaren zelfs hun achternaam aangenomen. Tot ik op mijn 18de mijn eigen naam terug wilde, Abel de Jong. Als pleegkind van de Hartevelds ben ik helemaal ingeburgerd geraakt in Leiden. Ik doorliep er het Stedelijk Gymnasium en ben daarna Neder­ lands recht gaan studeren. Op mijn 26ste ben ik uit huis gegaan en in Oegstgeest gaan wonen. De band met de stad en de universiteit is nog altijd sterk, ook nu ik sinds mijn pensioen in Israël woon. Ik ben er nog altijd trots op dat mijn loopbaan als planologisch jurist eindigde in de Leidse binnen­ stad, waar ik door de gemeente als coördinator was aangesteld. Leiden, de plek die zo belangrijk voor mij is geweest. Mijn veilige haven.’ Abel de Jong Nederlands recht 1960-1967


36

Universiteit MĂźnchen

Universiteit Birmingham

Astellas Leiden

Universiteit Leuven

LUMC Leiden

Universiteit Milaan

Bio Science Park Leiden

Universiteit Heidelberg

Universiteit Oxford

Universiteit Barcelona

Universiteit Amsterdam

Universiteit Bologna

Janssen Biologics Leiden

Universiteit Jakarta

Universiteit Londen

Universiteit Freiburg

Universiteit Edinburgh

Universiteit Praag

TU Delft

Universiteit Genève

Erasmus MC Rotterdam

Universiteit Mexico-Stad

Universiteit Krakau

Gemeente Leiden

Universiteit Parijs

Universiteit Keulen

Universiteit Cambridge

Hal Allergy Leiden

Universiteit Kopenhagen

Universiteit Helsinki


NR. 2  2020

ALUMNIMAGAZINE VAN DE UNIVERSITEIT LEIDEN

Leidraad

‘Aan onze universiteit gaat de zon nooit onder’ Samenwerken doet de Universiteit Leiden in de regio, in eigen land, in Europa en met landen op vrijwel alle continenten. Daar profiteren studenten en onderzoekers van, maar vooral de samenleving, zegt rector Carel Stolker.

TEKST: MALOU VAN HINTUM, FOTO’S: HIELCO KUIPERS, ISTOCKPHOTO, WIKIPEDIA

H

ij maakt zich geen zorgen over de liefdesverklaring van de rectoren van de TU Delft en de Erasmus Universiteit Rotterdam en de CEO van het Erasmus MC in NRC eerder dit jaar, zegt r­ ector Carel Stolker. ‘De samenwerking Leiden-Delft-­ Erasmus (LDE) bestaat sinds 2012, maar de ­banden tussen Leiden en Delft zijn er al veel langer en waren altijd al sterk. We hebben een gezamenlijke onderzoeksschool en een aantal gemeenschappelijke bèta-opleidingen. De Erasmus Universiteit was nog wat minder zichtbaar aangehaakt’, licht hij toe. Stolker wijst ook naar die andere Leids-Delfts-Rotterdamse connectie, Medical Delta, waarin behalve de universiteiten van Leiden, Delft en Rotterdam ook de medische centra van Leiden en de Maasstad intensief samenwerken.

Heeft u een concreet voorbeeld van iets wat door die samenwerking is verbeterd? ‘De scheikunde-opleiding in Leiden liep niet goed, maar nu we samen met Delft de opleiding Molecular Science & Technology hebben, die chemie en technologie combineert, looptie als een speer. Hetzelfde zie je bij Life S ­ cience & Technology, ook dat is een gecombineerde opleiding. Een ander goed voorbeeld is klinische technologie, die technologie en geneeskunde combineert; daarin werkt het LUMC samen met de TU Delft en het Erasmus MC.’

Levert u door samen te werken ook een ander soort studenten af? ‘In de samenleving kom je ook mensen tegen met een heel andere wetenschappelijke achtergrond dan jijzelf. Daar bereiden wij onze studenten op voor met onze gezamenlijke minors, en met de keuzevakken die we openstellen voor elkaars studenten. Ruim tweeduizend studenten van de drie universiteiten maakten daar dit jaar al gebruik van. Zij zullen ervaren dat zowel de sociale als de wetenschappelijke omgeving van de drie universiteiten van elkaar verschilt. Daardoor kunnen ze straks gemakkelijker interdisciplinair denken.’ Worden maatschappelijke vraagstukken daardoor beter aangepakt? ‘Jazeker! Zie bijvoorbeeld het Centre for F ­ rugal Innovation in Africa, waarin specialisten uit Leiden, Delft en de Erasmus Universiteit samenwerken. Voor frugal innovations – slimme oplossingen die weinig kosten en ter plekke zijn te maken – heb je technici nodig, maar bijvoorbeeld ook antropologen en mensen die verstand hebben van economie. Allemaal stellen ze vragen die de ander niet bedenkt, maar die wel nodig zijn om een probleem goed op te lossen. Op die manier kun je bijvoorbeeld een eenvoudig röntgenapparaat maken dat niet stuk gaat wanneer het valt en dat een Afrikaanse gezondheidswerker kan gebruiken om, bijvoorbeeld, vast te stellen of iemand long­ontsteking heeft.

37


38

Of neem onderzoek naar kolonialisme. Iemand uit Delft wil alles weten over de constructies van de schepen toen, hoeveel mensen erop konden en hoe snel ze konden varen. De Rotterdamse student kan de economische kant goed uitrekenen. En de Leidse student onderzoekt welke effecten kolonialisme had op de samenleving.’

Raakt Leiden in samenwerkingsverbanden ook wat kwijt? Om goed te kunnen samen­ werken, moet je in de regel ook iets inleveren. ‘Tot nu toe heb ik het gevoel dat s­ amenwerken de opbrengst alleen maar verdubbelt. Ieder van ons heeft gezocht naar m ­ aatschappelijke en wetenschappelijke vragen waarvoor we de ander nodig hebben. En onze typisch L ­ eidse disciplines houden we: de enorme k ­ ennis over talen en culturen van Azië, Afrika en Latijns-Amerika, en alle contacten en samenwerkingen die daaraan vasthangen. Denk bijvoorbeeld aan China, Indonesië, Korea, Brazilië, Mexico. En vergeet ook ons Afrika-­ Studiecentrum niet. We krijgen voortdurend de vraag of we niet te veel doen, of we geen keuzes moeten maken. Maar zouden wij bijvoorbeeld ophouden met Chinees of Japans, neemt niemand het van ons over. Onze unica kunnen we niet kwijt en willen we ook niet kwijt, juist omdat we daarin de enigen zijn. Bovendien zijn ze heel sterk verwe-

Tim van der Hagen, rector van TU Delft: e grote actuele maatschappe­ lijke vraagstukken kun je niet beantwoorden vanuit één spe­ cialisme, die vragen om een multidisciplinaire aanpak. Wij hechten dan ook veel w ­ aarde aan onze samenwerking met de Universiteit Leiden; de experti­ se van Leiden en die van Delft vullen elkaar mooi aan. In een krachtenbundeling van L ­ eiden, Delft en de Erasmus Universi­

teit en de UMC’s van Leiden en Rotterdam, gaan we de muren slechten tussen alles wat bèta, gamma, medisch en techniek is. Met deze partners gaan we bijvoorbeeld 25 n ­ ieuwe labs in Delft inrichten, en 5 in Lei­ den. Hier zullen wetenschap­ pers werken aan AI – artificiële intelligentie – in technologi­ sche contexten. Ook zullen ze het gebruik van AI in andere gebieden onderzoeken, zoals recht, taalkunde, ethiek en filo­ sofie, logistiek, financiën, ener­ gie, gezondheid en klimaat. En kunstmatige intelligentie krijgt een plaats in het onderwijs van alle 85 duizend studenten aan de universiteiten van Leiden, Delft en de Erasmus.’

ven met onze collecties, die van wereldformaat zijn. Wij bestuderen het oosten en het westen. Aan de Universiteit Leiden gaat de zon nooit onder.’

Naast Delft en Rotterdam zijn buitenlandse universiteiten ook belangrijke samenwerkingspartners. ‘Zeker. Wat de buitenlandse universiteiten betreft is LERU (League of European Research Universities) voor ons het belangrijkst. De verschillende professionals binnen die 23 universiteiten – denk aan de vicerectoren Research, de HR-mensen, de marketingmensen, de directeuren fondswerving en alumnibeleid, de vicerectoren Teaching & Learning – zien elkaar met grote regelmaat. We wisselen ervaringen uit op het gebied van bijvoorbeeld fondsenwerving, wetenschappelijke integriteit, citizen s­ cience, ondernemerschap, en we kijken samen hoe we goed kunnen reageren op de Brexit. We hebben een gezamenlijke lobby in Brussel voor ons onderzoeksbudget – en niet alleen voor de LERU-partners. Binnen LERU is Leuven traditioneel een heel goede partner. We delen dezelfde taal en hebben een vergelijkbaar profiel. Edinburgh is belangrijk omdat die universiteit op ons lijkt.’ En dan heb je nog het Europaeum. ‘Een prachtig Europees netwerk van zeventien universiteiten waaraan ook Midden-Europese universiteiten deelnemen. Het Europaeum is vooral interessant voor jonge SSH (Social Sci-


NR. 2  2020

ences & Humanities)-wetenschappers die Europees gericht onderzoek doen. Dat kan juridisch zijn, sociaal-politiek, economisch en historisch. Promovendi zitten zes weken op een bepaalde locatie waar ze congressen kunnen volgen en een aantal instellingen kunnen bezoeken. Een ander, nieuw project is EuniWell, de European University of Well-being, waarin Leiden samenwerkt met zes andere Europese universiteiten. Dat netwerk, waaraan vicerector Hester Bijl keihard heeft gewerkt, is vooral gericht op samenwerking tussen studenten. Doel is het welzijn van Europese burgers te verbeteren.’

Tot nu toe bent u heel positief, maar samenwerking is vast ook weleens ingewikkeld. ‘Iran kan een ingewikkeld land zijn om mee samen te werken. En China kan lastig zijn. Er waait een killere wind door de Chinese universiteiten, en we moeten oppassen met ons beleid van Open Science en Open Access: welke informatie komt in Chinese handen? Daarbij kijken drie ministeries met ons mee: OCW, Buitenlandse Zaken en Economische Zaken. Met zulke landen samenwerken kan lastiger zijn door politieke factoren, niet door de plaatselijke universiteiten. Ik heb zelf als rector altijd benadrukt hoe belangrijk wereldwijde wetenschappelijke samenwerking is, en daar houden we aan vast.’ Hoe zijn de relaties met de directe buren, het Bio Science Park? ‘Die samenwerking is intensief, maar kan nog veel sterker worden: onze onderzoekers, voor-

ALUMNIMAGAZINE VAN DE UNIVERSITEIT LEIDEN

Bart van Zijll Langhout, hoofd Janssen Campus Nederland: ‘De Universiteit Leiden is belangrijk voor ons omdat er veel fundamenteel onder­ zoek wordt gedaan waarop wij ­kunnen voortbouwen. Bedenk bovendien dat we zo goed zijn als de mensen die we in dienst hebben; de UL schoolt onze toekomstige werknemers. We werken samen in het Leiden Leadership Programme. Dat is honoursonderwijs voor master­ studenten uit Leiden, Rotter­ dam en Delft. Studenten van verschillende faculteiten voe­ ren samen opdrachten uit. Verder doen we veel samen in het Leiden Bio Science Park. Ik ben Leids alumnus en werk­ te ooit in het biochemisch ­laboratorium van professor

Leidraad

39

Rob Schilperoort, oprichter van het Bio Science Park. Nu werk ik namens Janssen samen met de universiteit om ervoor te zorgen dat er meer innovatieve bedrijven komen, nieuwe labo­ ratoria en meer wetenschappe­ lijke congressen. Nederland moet aantrekkelijk blijven om te studeren, te innoveren en onderzoek te doen. Alleen dan kunnen we in internationaal ­verband concurrerend blijven.’

al van de faculteit Wiskunde en Natuurwetenschappen en van Geneeskunde, werken nauw samen met ondernemers en onderzoekers in bedrijven op het park. Ook doen onze studenten er stages en andere projecten, onder supervisie van onze docenten en hoogleraren. Wetenschap en praktijk komen hier samen, en dat levert directe winst op voor de samenleving. Zo zijn er diverse bedrijven die aan belangrijke medicijnontwikkeling werken. Ook hieraan trekt H ­ ester Bijl met veel succes, samen met decaan P ­ ancras Hogendoorn van het LUMC en met Martijn R ­ idderbos, die vanuit ons college van bestuur de gebiedsontwikkeling en het vastgoed bestiert.’

Het is een lange lijst van samen­ werkingspartners. Zijn we nog mensen vergeten? ‘Waar het uiteindelijk om draait, zijn vormen van samenwerking waar wij helemaal geen zeggenschap over hebben: die van onze drieduizend wetenschappers. Als je die bij elkaar optelt – dat is natuurlijk enorm. Als er op een globe een lampje zou branden op elke plaats waar op dat moment een student of wetenschapper uit Leiden actief is, staat die helemaal in het licht!’


40

Leidraad

NR. 2  2020

AUGUSTINUS

Ad Wamelink (68) zwaait deze zomer af als kok van het Augustinus­ restaurant. Hij begon in 1968 in de keuken van Holiday Inn en kookte sinds 1998 voor de studenten. Zijn de eetgewoonten van ­Augustijnen in die tijd veranderd? ‘Nee, hun smaak is al die jaren hetzelf­ de gebleven. Je moet het niet wagen om saté of spareribs van de kaart te halen. Variëren doe ik daarom alleen met de dag- of w ­ eekschotel. Tegen­ woordig zijn er wel veel meer vege­ tariërs. Ik denk dat een d ­ erde nu iets vegetarisch bestelt. Ik ben geen ­vleesmijder, mijn vader was s­ lager, maar ik snap het wel als mensen ­minder vlees eten.’ Had u een favoriet recept? ‘Hamburgers vinden ze allemaal lek­ ker, en ik ook. Daar verkoop ik er wel zestig of zeventig van. Zeker op maan­ dag, want het is een goede bodem voor de borrel.’

AGENDA In verband met de coronacrisis zijn alle aankondigingen onder voorbehoud. Zie www.universiteitleiden.nl/ agenda voor actuele informatie over afgelastingen – en ook voor eventuele online alternatieven, zoals webinars en masterclasses voor jonge alumni. Faculteit Sociale Wetenschappen 9 juni NASCHOLINGS­PROGRAMMA De sleutel tot behandelsucces: Innovatieve toepassingen van placebo- en nocebo-effecten. Programma o.l.v. Andrea Evers. Planetarium, Amsterdam

ARCHEOLOGIE

Partnerschap tussen faculteit en magazine

Zien ze u nog terug na uw pensioen? ‘Officieel bén ik al met pensioen, ik werk nog twee dagen. En ik ga door tot en met de werkweek van de n ­ ieuwe sjaarzen, 28 augustus. Ik zal best nog een keer bij Augustinus langskomen, en ik ben bijvoorbeeld altijd bij de inauguratie, maar de ver­ nieuwing gaat natuurlijk snel, hè. Na een paar jaar kent de meerderheid me al niet meer.’

6 november BREIN EN RECHT De publieksdag van het Leiden Institute for Brain and Cognition in de Stadsgehoorzaal heeft dit jaar als thema Brein & Recht.

Studies en MA Russian and Eur­ asian Studies. Van 13 tot 18 uur. Tevens afscheid van Titia Bouma. bit.ly/alumnidagrussisch

Faculteit Geesteswetenschappen

UITGESTELD De lustrumviering van VVSL en LSC 1970 is i.v.m. corona uitgesteld. Nieuwe datum nog niet bekend. Contact: jaarlustrum1970@gmail.com

25 juni RONDVAART Georganiseerd door de Histo­ rische Studievereniging Leiden voor alumni Geschiedenis. bit.ly/Geschiedenis25-06 10 oktober ALUMNIDAG Voor alumni Slavische Taalen ­Letterkunde, Ruslandkunde, Russisch-Duits, Russische

Minerva

Hortus 21 juni MIDZOMERNACHT Met bloemen die alleen ’s avonds geuren, muziek, voor­ stellingen, wijn en meer. Van 19.30 uur tot middernacht.

De faculteit Archeologie en Archeologie Magazine zijn een ­vaste samenwerking aangegaan. In het februari­ nummer was als aftrap van dat partnerschap een groot interview te lezen met Jan Kolen, de decaan van de faculteit. Voortaan zullen zowel op de website van het blad (archeologieonline.nl) als in het blad zelf regel­matig berichten staan vanuit de Leidse faculteit, verhalen van studenten en onder­zoekers en verslagen van archeolo­ gische projecten.

11 en 12 juli OPEN IMKERIJDAGEN Met rondleidingen, imkerde­ monstraties, honing slingeren, kaarsen maken etc. 12 en 13 september OPEN MONUMENTENDAGEN Het thema is dit jaar Leer-­ moment. Vrije entree, beide dagen van 10 tot 18 uur. FGGA 11 juni MASTERCLASS De Nieuwe PA-Professional   Uitnodigingen ontvangen? Geef uw e-mailadres door: info@alumni.leidenuniv.nl

FOTO: ESA/P. CARRIL

Afscheid van kok Ad


SIGNALEN

41

WISKUNDE EN NATUURWETENSCHAPPEN

Ruimterotsen op ramkoers Drie sterrenkundigen van de Universiteit Leiden ­hebben aangetoond dat er tussen bekende, ongevaarlijk ­geachte planetoïden toch ruimterotsblokken ­zitten die in de toekomst met de aarde kunnen botsen. Ze deden hun onderzoek met behulp van een

SOCIALE WETENSCHAPPEN

kunst­matig neuraal netwerk. De resultaten verschenen in het v ­ akblad Astronomy & ­Astrophysics en haalden wereldwijd het nieuws. De ontdekking betreft elf plane­toïden die ­tussen het jaar 2131 en 2923 ­dichterbij dan tien keer de

afstand aarde-­maan komen en groter zijn dan honderd meter in doorsnee. Volgens sterrenkundige en simulatie-­expert Simon ­Portegies Zwart was dit onderzoek slechts een eerste oefening: ‘We weten nu dat onze methode werkt, maar we zouden het zeker

RECHTEN

GEESTESWETENSCHAPPEN

‘Ook jong kind in juridische procedures horen’ Kinderen zouden al vanaf de leeftijd van acht jaar – in plaats van twaalf – moeten worden uitgenodigd om in familie- en jeugdprocedures gehoord te worden. Vanaf twaalf zouden ze zelfstandig procedures moeten kunnen starten. Dat staat in het onderzoeksrapport Kind in proces: van c ­ ommunicatie naar effectieve participatie. Het onderzoek gebeurde in opdracht van het ministerie van Justitie en Veilig­ heid en werd in samenwerking gedaan door verschillende Leidse vakgroepen, name­ lijk de afdelingen Jeugdrecht (Rechten) en de afdelingen Forensische Gezinspeda­

verder willen ­uitzoeken met een beter neuraal netwerk en met meer input.’ Door planetoïden op ramkoers eerder op te merken, zo zeggen de onderzoekers, kunnen o ­ rganisaties eerder een strategie bedenken om een inslag te voorkomen.

gogiek en Jeugdhulp­verlening en Ontwikkelings- en Onderwijspsycho­ logie (FSW). Daisy Smeets en Mariëlle Bruning schreven erover op het Leiden Peda­ gogiek Blog. Het is tegenwoordig normaal, zeggen zij, dat kinderen meebeslissen over wat hen aangaat. Zo gaat het ook bij de dokter en op veel basisscholen zijn de oudere kin­ deren aanwezig bij de 10-minuten­ gesprekken, die voorheen alleen met ouders werden gevoerd. Op het Leiden Pedagogiek Blog gaat het over thema’s rond onder­ wijs en opvoeding in maatschap­ pelijk perspectief. Wetenschap­ pers delen er hun inzichten. leidenpedagogiekblog.nl

Bilderdijkkamer in ­Academiegebouw Het Academie­ gebouw heeft sinds eind april een ‘Bil­ derdijkkamer’, met schilderijen en voor­ werpen met betrek­ king tot de Leidse dichter Willem Bil­ derdijk (1756-1831). De Vereniging ‘Het Bilderdijk-­Museum’ heeft haar collectie Bilderdijkiana in bruikleen gegeven aan de Universiteits­ bibliotheek Leiden en de Maatschap­ pij der Nederlandse Letterkunde. Daardoor heeft Leiden nu ’s werelds grootste Bilderdijk-collectie. Recent verscheen hierover het boek Een sublieme nalatenschap. De erfenis van Willem Bilderdijk, onder redactie van Rick Honings en Gert-Jan Johannes. Zie bit.ly/Bilderdijk


42

Leidraad

NR. 2  2020

RECHTEN

Leiden Revisited in Sterrewacht Een cadeautje, noemde een van de aanwezigen het vorig jaar. Op vrijdag 28 augustus is in de Oude ­Sterrewacht de volgende editie van ‘Leiden Revisited’: een middag terug in de collegebanken, georga­ niseerd door de Rechtenfaculteit, in samenwerking met het Juridisch Postacademisch Onderwijs (PAO) van de Universiteit Leiden. Er zijn sessies over arbeidsrecht,

argumentatie, burgerlijk recht, inno­ vatie & ethiek, fiscaal recht, onder­ handelingsvaardigheden, criminolo­ gie en nog veel meer. ’s Avonds geeft alumnus Samantha Boel een lezing. Zij is director Compliance & Ethics van Uber. Naast het inhoudelijke programma is er veel ruimte voor gezelligheid: van borrel en diner tot en met livemuziek van een soulband. Aanmelden: alumni@law.leidenuniv.nl

GEESTESWETENSCHAPPEN

Video’s met alumni

UNIVERSITAIRE BIBLIOTHEKEN

Digitalisering Chinese poëzie dankzij schenking De Universitaire B ­ ibliotheken ­Leiden (UBL) heeft een schenking ont­ vangen van dr. Freerk Heule voor de digitalisering en o ­ ntsluiting van een inter­nationaal unieke c ­ ollectie ­on­­­officiële (min­jian) poëzietijd­ schriften uit C ­ hina. Deze tijdschrif­ ten worden gemaakt b ­ uiten de ­officiële infrastructuur voor lite­ ratuur in China en zijn extreem moeilijk ­vindbaar. Door digitali­ sering worden de tijdschriften

breed t­ oegankelijk gemaakt voor onderzoek, onderwijs en belang­ stellenden. De UBL heeft recent twaalf ­beroemde titels van in totaal zo’n 1000 pagina’s gedigitaliseerd en online beschikbaar gemaakt. Dankzij de schenking kan de ­digitalisering worden uitgebreid en kunnen unieke u ­ itgaven worden toegevoegd aan de online collectie.

Waar komen alumni van de Facul­ teit Geesteswetenschappen terecht na hun studie? En hoe kun­ nen ze zich het beste voorberei­ den op de arbeidsmarkt? Drie alumni en hun werkgevers vertel­ len: ‘Kijk naar de grootste uitdagin­ gen in de wereld, die bieden heel veel mogelijkheden voor ambiti­ euze mensen.’ Bekijk de video op bit.ly/FGWalumnivideo. In ‘Wij zijn Geesteswetenschappen’ (15 minu­ ten) hoor je de verhalen van zes Leidse studenten, alumni, weten­ schappers en docenten. Persoon­ lijke verhalen over wat hen drijft, inspireert en waarom de samen­ leving niet zonder de kritische en nuancerende blik van de geestes­ wetenschapper kan. Te zien via universiteitleiden.nl/ wijzijngeesteswetenschappen


SIGNALEN

MINERVA

log herdacht en wordt de vrijheid gevierd. Zo zal de geschiedenis van de ver­ eniging, maar ook van alle studenten en van de stad Leiden door middel van symposia en filmvertonin­ gen worden herontdekt. De

oorspronkelijke data voor deze Bevrijdingsweek waren 2 t/m 5 mei, maar in verband met het coronavirus is het programma uitgesteld. www.lsvminerva.nl of op de Facebookpagina van de Bevrijdingscommissie

A. WILLAERTS, VERTREK VAN DE PILGRIMS IN 1620 UIT DELFSHAVEN, ROSE-MARIE AND EIJK DE MOL VAN OTTERLOO COLLECTION, PHOTOGRAPH COURTESY OF HABOLDT & CO., AMSTERDAM

Bevrijdingsweek

Minerva organiseert later dit jaar ter ere van 75 jaar vrij­ heid de Bevrijdingsweek, toegankelijk voor leden, niet-leden, alumni, stadsbe­ woners, en andere geïnte­ resseerden. Op meerdere manieren wordt de oor­

43

GEESTESWETENSCHAPPEN

Internationaal Pilgrimscongres In 1620 vertrokken 100 Engelse geloofsvluchtelingen met het schip de Mayflower naar Amerika om daar een Engelse kolonie te stichten. Later kregen deze zogeheten Pilgrims een bijna mythische status als (­religieuze) vrijheidsstrijders en grond­leggers van de Amerikaanse natie. De helft van de Pilgrims kwam uit ­Leiden, waar zij zich in 1609 hadden gevestigd op de vlucht voor geloofs­

vervolging in Engeland. De universiteit organiseert van 26-28 augustus een internationaal congres: ‘Four N ­ ations Commemoration, 1620-2020: The Pilgrims and the Politics of Memory’. ‘Four Nations Commemoration’ verwijst naar de vier ‘naties’ die betrokken zijn bij de reis van de Pilgrims in 1620 en de herdenking van 2020: naast Engeland, de VS en Nederland ook de o ­ orspronkelijke

bevolking voor wie de k ­ olonisering van New England ingrijpende gevol­ gen had en heeft. De twee k ­ eynote lezingen zullen toegankelijk zijn voor een breed publiek. Voor i­nformatie, zie universiteitleiden.nl/leidenmay­ flower400conference of neem ­contact op met dr. Joke Kardux (North American Studies, Universiteit ­Leiden), j.c.kardux@hum.leidenuniv.nl Zie voor het (aangepaste) programma van het pilgrimsjaar: leiden400.nl


GEESTESWETENSCHAPPEN

Classici op de planken Al 35 jaar voeren studenten van de opleiding Griekse en Latijnse taal en cultuur klassieke tra­ gedies en komedies op. Daarover verschijnt dit voorjaar het boek Van Kikkers tot Kindermoord. 35 jaar toneel door Leidse classici. Van 4 tot 6 juni (als dat door kan gaan) brengen s ­ tudenten van de studievereniging Sophia Aeterna de Thyestes van Seneca op de planken. Het stuk, ­vertaald en geproduceerd door studenten en geregisseerd door Bart Vieveen, wordt viermaal opgevoerd. Tickets en boek zijn te bestellen via sophiaaeternatoneel.wordpress.com

UNIVERSITAIRE BIBLIOTHEKEN

Onderdrukking en Vrijheid Met het themaprogramma ‘Onderdrukking en Vrijheid’ belicht Universitaire ­Bibliotheken Leiden de visies op identiteit, relaties en interactie tussen indi­ viduen en groepen in het verle­ den. Er zijn verspreid over het jaar diverse tentoonstellingen, workshops en lezingen rond onderdrukking en vrijheid. Daar­ naast worden er blogs, video’s en podcasts rond stukken uit de bij­ zondere collecties uitgebracht. Een van de onderdelen is de ten­ toonstelling Keuzes in oorlogs­ tijd, over het einde van WOII. Aan de hand van bijzondere boe­ ken, foto’s, objecten en ander mate­riaal worden dilemma’s uit de oorlogstijd belicht. Waarom tekenden sommige studenten de loyaliteitsverklaring om hun stu­ die voort te kunnen zetten? Om welke reden meldden sommige kunstenaars zich aan bij de com­ promitterende Kultuurkamer? De tentoonstelling zou lopen van 30 april tot 20 september.

Studium Generale

Parallel aan de tentoonstelling zou er een lezingenreeks zijn van Studium Generale. Die zou lopen van 12 mei tot 2 juni en moest helaas worden uitgesteld. Zie de agenda voor het aangepaste programma.

SOCIALE WETENSCHAPPEN

Waarom kritiek de een meer raakt dan de ander In haar promotieonderzoek onderzocht psycholoog Charlotte Van Schie de wisselwerking tussen zelfbeeld en feedback. ‘Krijg je kritiek van anderen en dacht je er zelf ook al zo over, dan raakt dat je minder dan wanneer die kritiek onverwacht komt’, licht ze toe. Haar onderzoeksfocus ligt bij mensen met borderline persoonlijkheidsstoornis (BPS) die geen duidelijk zelfbeeld hebben en moeite hebben met relaties. Gezonde mensen ervaren een verbin­ dend effect met een ander van wie ze een compliment krijgen. Daarentegen

gaat de aandacht van mensen met BPS juist veel sterker uit naar de ander bij negatieve feedback, ontdekte Van Schie via hersenonderzoek. Omdat complimenten niet werken, koestert Van Schie de ambitie om het zelfbeeld van mensen met BPS te ver­ stevigen door hen positieve herin­ neringen te laten herbeleven. ‘Veel mensen halen van nature positie­ ve herinneringen op, maar dat is voor mensen met BPS een stuk lastiger’, weet Van Schie. ‘Bovendien weten we uit eerder onderzoek dat mensen met BPS meer negatieve herinneringen hebben.’


NR. 2  2020

ALUMNIMAGAZINE VAN DE UNIVERSITEIT LEIDEN

geven In het lustrumjaar van het Leids Universiteits Fonds is voorzitter Aletta Stas bezig met de voorbereidingen van het Sleuteldragersdiner. ‘Leiden is van oudsher een onderzoeks­universiteit. Die waarde moeten we koesteren.’

TEKST: MARJOLEIN VAN ENK, FOTO: HIELCO KUIPERS

S

tas is sinds januari voor­zitter van het LUF, dat nu 130 jaar op de teller heeft. ‘Wij hadden net ons bedrijf verkocht en waren nog niet zo lang weer terug in Nederland. Dan verandert er iets in je leven. Ik wilde iets terugdoen voor de maatschappij, maar hoe doe je dat? Toen kwam dit op mijn pad. Ik heb in Leiden gestudeerd en heb een brede belangstelling. En ik was al Sleuteldrager van het LUF.’ Naast haar Sleuteldragerschap steunde Stas het project van cardioloog Monique Jongbloed, die 3D-­­geprinte hartmodellen heeft ontwikkeld. Daarmee kunnen artsen aan kinde­ren met hartziektes en -afwijkingen laten zien wat er aan de hand is en wat een behandeling of ingreep inhoudt. Dat verlaagt stress en neemt angst weg. ‘Ik heb affiniteit met projecten die de levenskwaliteit ver­beteren van kinderen.’ Tijdens haar eerste honderd dagen is het haar opgevallen hoe groot de saamhorigheid is binnen de Universiteit Leiden en bij de alumni. ‘Maar velen beseffen niet hoe belangrijk hun steun feitelijk is. Onze universiteit onderzoekt een diversiteit aan ook vaak maatschappelijke vraag­ stukken. Met teruglopende geld­ stromen van de overheid wordt de steun van alumni nog belangrijker. Zij kunnen écht het verschil maken. Leiden is van oudsher een onder-

‘Als schenker kun je echt het verschil maken’ zoeksuniversiteit. Dat is een unieke en relevante waarde die we moeten koesteren.’ Lustrumdiner

Speciaal voor Sleuteldragers, die voor langere tijd een groter bedrag doneren, vindt dit jaar een lustrumdiner plaats in de Pieterskerk. ‘We hopen dat het kan doorgaan, gezien alle akelige ontwikkelingen rondom het coronavirus. Wij willen deze groep bijzondere schenkers graag bedanken. En uitbreiden: een ­speciaal comité van jonge Sleutel­dragers gaat zich, zodra het weer kan, inzetten om jonge alumni enthousiast te maken. Verder werken we aan ­nieuwe vormen van doneren, zoals de mogelijkheid om rechtstreeks aan een project bij te dragen.’

Over Aletta Stas

Na haar studie Rechten in Leiden bekleedde Aletta Stas diverse functies bij Nationale Nederlanden. Met haar man begon zij in 1988 het Zwitserse horlogebedrijf Frederique Constant. Sinds de verkoop van het bedrijf in 2016 werkt ze er nog als co-president.

Het kenmerkt de ondernemende, ­creatieve Stas. ‘Naast mijn werk voor het LUF ben ik samen met mijn echtgenoot nu bezig met het maken van personal health-horloges die ook nog mooi zijn. Ik ben een doorzetter, die graag wil vernieuwen. Ik hoop dan ook veel nieuwe Sleuteldragers te ontmoeten in de Pieterskerk op 9 oktober!’

Wilt u ook als Sleuteldrager ons Sleuteldragersdiner op 9 oktober in de Pieterskerk bijwonen? Word dan Sleuteldrager of kijk op www.luf.nl naar de andere mogelijkheden om het LUF te steunen. Neem voor meer informatie contact op met Heiltje Boumeester via Sleuteldragers@luf.leidenuniv.nl.


46

de jonge wetenschapper

TEKST: WILKE MARTENS, FOTO: TACO VAN DER EB

Femke Reidsma

‘Ik maak archeologie ingewikkelder’


NR. 2  2020

ALUMNIMAGAZINE VAN DE UNIVERSITEIT LEIDEN

Lange tijd werd aangenomen dat verbrand materiaal op dezelfde manier de grond uitkwam als het er was ingegaan. Onderzoek van archeoloog Femke Reidsma toont aan dat het wel verandert in de bodem. Dit betekent dat veel van haar collega’s hun interpretaties moeten herzien. ‘Daar is niet iedereen even blij mee.’

A

ls kind al speelde ­Femke Reidsma (30) met vuur. In de grote achtertuin van haar ouderlijk huis gooide ze van alles in de vuurkorf om te zien wat ermee gebeurde. ‘Ik wilde echt snappen wat er gebeurde als iets in vlammen opging’, lacht ze. ‘Dat wil ik nog steeds, maar nu doe ik experimenten in een gecontroleerde omgeving. Het komt erop neer dat ik scheikunde gebruik om te achterhalen wat mensen vroeger met vuur deden.’ Reidsma speelt niet alleen letterlijk met vuur, maar ook figuurlijk. Waar lang werd aangenomen dat verbrand materiaal de bodem uitkwam zoals het erin ging, toont Reidsma aan dat het wel degelijk kan veranderen. ‘Met fundamenteel onderzoek in het lab heb ik gekeken wat temperatuur doet met de chemische samenstelling van bot’, legt ze uit. ‘Vervolgens heb ik onderzocht wat er in de bodem met dat materiaal gebeurt. Hiermee hoop ik niet alleen bij te dragen aan duidelijkheid over waar en wanneer onze voorouders vuur gingen gebruiken, maar ook over hoe ze dat deden en waarvoor het werd gebruikt.’ Uit haar genuanceerde data blijkt

Wat is... organische chemie? Organische chemie is een tak van scheikunde die zich bezighoudt met

dat de aanname dat verhit ­materiaal altijd op dezelfde manier bewaard blijft, te kort door de bocht is. ‘Mijn onderzoek geeft informatie over het verleden die we zonder chemie niet gehad zouden hebben’, licht ­Reidsma toe. ‘We zijn nu bijvoorbeeld in staat om direct en indirect verhit bot van elkaar te onderscheiden. Bij vuurplaatsen waar veel verhit bot en ­weinig houtskool gevonden werd, werd gesuggereerd dat bot gebruikt was als brandstof. Het is echter ook mogelijk dat het bot indirect verhit werd, begraven onder een houtskoolvuur, maar dat de houtskool door fragmentatie slecht terug te vinden is. Dit kan betekenen dat archeologen hun interpretaties van onderzocht materiaal moeten herzien. Daarmee maak ik archeologie wat ingewikkelder; en daar is niet iedereen even blij mee.’ Kloof tussen alfa en bèta

Onbegrip over haar vernieuwde inzichten komt volgens Reidsma vooral doordat natuurwetenschappen niet altijd op de juiste manier in geesteswetenschappen worden geïntegreerd. ‘Na een presentatie over mijn onderzoek aan archeologen

organische ­verbindingen. Reidsma wil achter­halen wat mensen vroeger met vuur deden en hoe vuurresten bewaard blijven. Door experimenten onderzoekt ze wat temperatuur doet met de che-

Leidraad

47

krijg ik vaak vragende blikken, omdat niet iedereen de scheikundige processen begrijpt waar ik uitgebreid op inga. Ik vind het jammer als er conclusies worden getrokken die aan dat scheikundige proces voorbijgaan.’ Deze kloof tussen alfa en bèta is Reidsma niet vreemd. ‘Op de middelbare school was ik degene met een alfa-profiel die ook ­bètavakken volgde. Bij beide heb ik me nooit helemaal thuis gevoeld’, vertelt ze. ‘Gelukkig kwamen in het vuuronderzoek alfa en bèta perfect samen: het gaat over de ontwikkeling van dieet, zelfs taal en cultuur; en tegelijkertijd om een scheikundig proces.’ Nieuwe generatie

Reidsma hoopt dan ook dat fundamenteel onderzoek zoals zij in het lab heeft gedaan, een prominentere plek krijgt binnen de archeologie. ‘Als we die kennis zelf in huis hebben, hoeven we niet steeds chemici, biologen of genetici van buitenaf erbij te halen om materiaal te interpreteren. Er is een specifieke manier van denken nodig over een archeologisch probleem dat zich op veel verschillende niveaus afspeelt. Ik zie nu veel miscommunicatie tussen archeologen en onderzoekers uit andere disciplines met wie we samenwerken.’ Bèta beter integreren in de opleiding is volgens Reidsma de oplossing. ‘Het zou mooi zijn als een nieuwe generatie archeologen de schakel kan ­vormen tussen alfa en bèta. Het is wel een droom om hieraan bij te dragen, hopelijk kan ik in de toekomst een archeo-chemisch lab opzetten.’

mische samenstelling van bot. Vervolgens kijkt ze naar de invloed van de bodem op dit materiaal. Op basis van de chemische samenstelling van verhit materiaal reconstrueert ze de tempera-

tuur en de aan- of afwezigheid van zuurstof in een vuur, wat meer zegt over de manier waarop het vuur is gebruikt: om te koken, ter verwarming of als lichtbron.


48

Leidraad

ALUMNIMAGAZINE VAN DE UNIVERSITEIT LEIDEN

NR. 2  2020

Fonds op Naam van schoonmaakster Rap 110

Rie en haar Heeren TEKST: LINDA VAN PUTTEN, FOTO: TACO VAN DER EB

Als een ware moeder waakte Rie Schild-de Groen zeventig jaar lang over ‘haar’ Heeren, de bewoners van Minervahuis ’t Heerenhoeckje, Rapenburg 110. Verhalen van voormalige bewoners die dierbaren verloren aan kanker, grepen haar aan. Met een paar oud-huisgenoten hielp Jaap Koster bij het instellen van haar fonds voor kankeronderzoek. Jaap Koster: ‘Ik studeerde Rechten en woonde van 1978 tot 1983 in het Heerenhoeckje. Ons huis had een heel k ­ arakteristieke cultuur en dat kwam mede door onze Rie. Al vanaf 1947 maakte ze hier schoon, zeventig jaar lang. Ze was één van ons en we ­droegen haar op handen. Vijf dagen per week hadden we een heilig ritueel: om 9.30 uur koffie drinken met Rie. Alle Heeren moesten daarbij aanwezig zijn, ook al sliep je nog maar net. Als je te laat was liep

ze je kamer binnen en gooide ze een pets ammoniak op je bed. Vrouwen die bleven slapen mochten niet aanschuiven. Die moesten in bed blijven of Rie stuurde ze weg. Tijdens de koffie informeerde Rie altijd naar onze studieresultaten en ze kon je heel vermanend t­ oespreken als het niet goed ging. Ze liet zich door niemand van de wijs brengen – ook niet door prins Willem-­Alexander, die een paar huizen verderop ­woonde en die zij rustig van repliek diende.’

‘Maar Rie was ook altijd in voor een gebbetje. Op haar verjaardag trakteerde ze op een biertje bij de koffie; zaten we om 9.30 uur aan het bier en zij zelf ook. Ze had een goed oog voor mensen en had het snel door als een van ons het moeilijk had. Die kreeg dan extra aandacht. Ze had zelf niet kunnen studeren, vond onderzoek heel belangrijk en ze had een warm hart voor de universiteit. Haar man werkte bij de – toen nog bestaande – faculteit Geologie. Al die factoren


NR. 2  2020

Rie Schild-de Groen (1923-2017) vervulde een belangrijke rol in de studietijd van bewoners en oud-bewoners van Rapenburg 110. Ze kreeg daar in 2007 de Universiteits­ penning voor.

ALUMNIMAGAZINE VAN DE UNIVERSITEIT LEIDEN

Leidraad

49

‘We hopen dat dit fonds kan groeien’ Meer over het Schild-de Groen Fonds Dit LUF-fonds steunt onderzoek ter preventie en behandeling van kanker door het jaarlijks toekennen van één projectsubsidie aan een jonge wetenschapper. Daar­ naast kent het fonds prijzen toe aan studenten voor een publicatie over kankeronder­ zoek. Help het fonds verster­ ken en bekijk de mogelijkhe­ den op www.luf.nl/rie. Neem voor meer informatie contact op met Juliette Nieuwland via 071 513 05 03 of nieuwland@LUF.leidenuniv.nl

tezamen moeten haar aan het denken hebben gezet om haar geld na te laten aan onderzoek.’ Steun aan research

‘Toen ze al lang niet meer schoonmaakte kwam Rie ook als 90-plusser nog vaak koffie drinken op Rap 110. Ik zag haar nog jaarlijks tijdens een etentje met oud-huisgenoten, waar zij natuurlijk ook altijd bij was. Bij een van die etentjes vertelde Rie, die zelf geen kinderen had, dat ze na haar dood al haar geld wilde n ­ alaten aan kankeronderzoek. Het bleek dat zij door heel zuinig te leven en door de overwaarde van haar huis een substantieel bedrag zou nalaten. Dat wilde zij besteden aan kanker­ bestrijding. Verhalen van voor­malige bewoners die dierbaren verloren

­hadden bleken haar enorm te hebben aangegrepen. Rie vond het belangrijk dat vooral de research van j­ onge L ­ eidse onderzoekers op het gebied van kanker gesteund zou worden.’ ‘Ze vroeg de vrouw van een oudhuisgenoot, een juriste, om testament-­executeur te worden. Ik ben ook jurist en heb samen met een paar andere oud-huisgenoten geholpen om via het LUF een fonds op naam in te stellen. In 2017 overleed Rie, ze werd 94 jaar. Eind 2019 hebben we met veel bewoners, oud-huisgenoten en het LUF tijdens een feestelijke bijeenkomst in het Academiegebouw het instellen van het Schild-de Groen Fonds gevierd. Ik weet zeker dat Rie apetrots zou zijn geweest.’

Een speciaal fonds voor kanker­ onderzoek door jonge medici. Hans Gelderblom, hoofd Medische Oncologie van het LUMC, noemt het Schildde Groen Fonds een ‘fantastische aanvulling’. ‘Allereerst is het natuurlijk belang­ rijk voor de patiënten. Bij vroeg­ tijdig overlijden is kanker helaas nog altijd doodsoorzaak nummer 1 in Nederland. Er is veel onderzoek nodig om nieuwe ­medicijnen te kunnen ontwikkelen. In het LUMC zijn we onder andere gespecia­ liseerd in innovatieve immuunt­ herapieën en zeldzame tumoren. Daarnaast behandelen we patiën­ ten met sarcomen zoals bottumo­ ren die vooral voorkomen bij jonge mensen – de gemiddelde leeftijd is 17 jaar. Een gespecialiseerd ziekenhuis als het Antoni van Leeuwenhoek­ ziekenhuis krijgt standaard sub­ sidie van KWF Kankerbestrijding maar het LUMC niet. Daarom is het heel fijn dat jonge Leidse onder­ zoekers nu in aanmerking komen voor het Schild-de Groen Fonds en meer kans maken om hun onderzoek uit te voeren. De com­ petitie voor subsidies is groot en voor ­jonge onderzoekers is het extra moeilijk om er een te krijgen. Ik vind het heel mooi dat dit fonds voortkomt uit Rie, deze ­bijzondere vrouw, en de bewoners van het Minervahuis, met wie ze zo’n war­ me band had. We hopen dat dit fonds kan groeien dankzij meer giften. Dan kunnen we er belang­ rijke projecten mee financieren in de strijd tegen kanker.’


50

Leidraad

NR. 2  2020

lezen, luisteren, doen

Podcast over de hortus Hortusmedewerkers Robbert en Mathilde wandelen elke twee weken door de Hortus en doen verslag van alles wat hen daar opvalt. Geniet mee van hun verwondering en hun nieuwste ontdekkingen in de podcast Radio Hortus. hortusleiden.nl/de-hortus/podcast

FOTO: TACO VAN DER EB

Workshop creatief schrijven met Jeroen Windmeijer Jeroen Windmeijer is een bestseller­ auteur die bekendheid ver­ wierf met zijn ‘Leidse trilogie’: De bekentenissen van Petrus, Het Pauluslabyrint en Het Pilgrim Fathers Complot. Tijdens vier schrijfdagen zal hij ingaan op enkele schrijftechnie­ ken. De dag staat echter vooral in het teken van het zelf schrijven aan de hand van kleine opdrach­ ten. De hortus is het decor van deze workshop en is een belang­ rijke bron van inspiratie, evenals het boeiende verhaal van de Pil­ grims die onlosmakelijk met Lei­ den verbonden zijn. 13 en 19 juni, 29 augustus en 10 oktober van 10 tot 16 uur. Inschrijven via de website van het LAK.

Pilgrims in de Lakenhal... De Tentoonstelling 'Pilgrims naar Amerika - en de grenzen van vrijheid', te zien in de Lakenhal, onderzoekt de grenzen van vrijheid. De tentoonstelling toont de opmerkelijke reis van de Pilgrims aan het begin van de zeventiende eeuw. Van het Engeland waar ze vandaan kwamen, via de stad Leiden waar ze elf jaar in vrijwillige ballingschap verbleven, naar de wereld van de Native Americans die ze koloniseerden. In de tentoonstelling zijn onder meer 32 bruiklenen van de Universiteitsbibliotheken Leiden te zien. De looptijd van de tentoonstelling wordt nader bepaald vanwege de tijdelijke sluiting van het museum in verband met het coronavirus. Meer informatie: www.lakenhal.nl/nl/verhaal/pilgrims-naar-amerika

... en in de Hortus Ook in de Hortus botanicus is een pilgrims-­ gerelateerde tentoon­ stelling te zien. In de tentoonstelling Van Columbus tot May­flower komt de bezoeker meer te weten over de Amerikaanse planten die op

dat moment bekend waren in onze streken. Van mais, tomaat, tabak, pompoen en zonnebloem; met de informatieve wandel­plattegrond ontdek je ze allemaal. Te zien tot en met 26 november.


Extra leesvoer

Besmet! Twee jaar werkte Rijksmuseum Boer­ haave aan de voorbereidingen voor een tentoonstelling over besmettelijke ziek­ ten en hoe die het leven kunnen ont­ wrichten. ‘Besmet!’ zou 15 april door Koning Willem-Alexander geopend wor­ den. De makers konden niet vermoeden dat hun werk zou worden ingehaald door de werkelijkheid. Door de c ­ oronacrisis moest het museum dicht en werd de opening afgeblazen. Boerhaave gebruikt de tijdelijke sluiting om Besmet! aan te passen aan de nieuwe werkelijkheid. ‘De tentoonstelling wordt op een aantal punten ingehaald door de actualiteit. Tegelijk biedt dit de gelegen­ heid om de tentoonstelling aan te vullen met persoonlijke verhalen en objecten uit deze turbulente tijd, die onze geschiede­ nis markeert. En dat is wat wij als muse­ um willen bieden: een podium voor de toekomst’, aldus museumdirecteur Amito Haarhuis. Zolang het museum gesloten is, blijft het verhalen delen over de col­ lectie via zijn socialmediakanalen. Houd de website in de gaten voor nieuws over de nieuwe openingsdatum. www.rijksmuseumboerhaave.nl

Heukels’ Flora van Nederland is een standaardwerk, met in één band de wetenschappelijk ­betrouwbare en meest complete flora. De­­nieuwe ­editie, verzorgd door de Leidse plant­ kundige Leni Duistermaat, bevat de spectaculaire uitbreiding van de Nederlandse flora met 2.500 soorten.

51

In Den Haag staan van station Hollands Spoor tot Chinatown spreuken op stoepranden in de vele talen die de Hofstad rijk is. Een project van de Leidse hoog­ leraar Engelse taalkunde Ingrid Tieken. De route is te lopen met hulp van de website haagsespreuken.nl. Hier vindt de gebruiker meer informatie over de spreuk en de betreffende taal.

Verschenen

Apothekerspot, Jo

hannis Pennis, 1724 1 7 6 -

3

Niemand zoals hij Lucia van den Brink, alumnus Japans en journalistiek, publi­ ceerde dit voorjaar haar debuutroman Niemand zoals hij. Een ont­ roerend verhaal over een opa, zijn eenzame kleindochter Renke, karate en origami.

Colombia: Vrede tegen elke prijs Gerjan Ekenhorst (alumnus Latijns-Ame­ rikastudies) schreef een boek over het Colombia van na het vredesakkoord. Hij deed ter plaatse onderzoek.

Steeg Arnold Schalks schreef Steeg, kroniek van een zere plek. De roman gaat over vijf mannelijke bewoners, geboren rond 1900, van de Leidse Klok­ steeg. De universiteit speelt er een promi­ nente rol in.


FOTO: MARC DE HAAN

Steun de strijd tegen corona Wereldwijd werken onderzoekers dag en nacht om het dodelijke coronavirus een halt toe te roepen. In het LUMC wordt hard gewerkt aan potentiële virusremmers en nieuwe behandelopties tegen de ziekte COVID-19. Eric Snijder, hoogleraar moleculaire virologie: ‘Het uitvoeren van deze proeven is extreem duur. Het kan alleen gedaan worden door specifiek getrainde mensen in goed beveiligde laboratoria. Er is een dodelijk virus uit­gebroken: ik moet aan de slag, maar ben dagelijks vele uren kwijt met het schrijven van subsidieaanvragen.’ De Universiteit Leiden is in samenwerking met het Leids Universiteits Fonds en de ­Bontius Stichting van het LUMC een crowdfundingsactie ­begonnen om onderzoek naar oplossingen voor corona nog sneller mogelijk te maken.

Met dank aan vele gulle schenkers is er al een enorm bedrag opgehaald. Elke euro hiervan is goed besteed. Namens de onderzoekers van het LUMC veel dank ­daarvoor. Er is veel meer geld nodig voor onderzoek dat op korte termijn – én op de langere termijn – een oplossing biedt voor de levensgevaarlijke coronavirussen. De tijd dringt en elke dag telt.

Uw bijdrage maakt het verschil: www.wakeuptocorona.nl

Profile for Universiteit Leiden

Leidraad mei 2020  

Recommendations could not be loaded

Recommendations could not be loaded

Recommendations could not be loaded

Recommendations could not be loaded