__MAIN_TEXT__
feature-image

Page 1

Leidraad Dossier Klein maar fijn Kanker opsporen met één druppeltje bloed

‘Schoonheid heeft vele gezichten’

Fashion activist Janice Deul

ALUMNIMAGAZINE NR. 1 2018


Leidraad

tribuut 2

ALUMNIMAGAZINE VAN DE UNIVERSITEIT LEIDEN

NR. 1  2018

Janus Doeza

Er zullen niet veel bevelhebbers in de wereld­ geschiedenis zijn die zo’n veelzijdige carrière hebben gehad als Janus Doeza, ofwel Jan van der Does (1545-1604). De man die een hoofdrol speelde tijdens het Beleg van Leiden was in de eerste plaats dichter, humanist en filoloog. Met politiek hield Doeza zich nauwelijks bezig, totdat hij tijdens de opstand tegen de Spaanse koning Filips II de kant koos van Willem van Oranje. Toen de Spanjaarden Leiden omsingel­ den, kreeg Doeza het bevel over een klein leger vrijwilligers, dat in juni 1574 een aanval uitvoerde op de Boshuizer schans. Verder was Doeza vooral lid van het crisisteam in de stad.

Hij was een fervent tegenstander van overgave, hoe moeilijk de Leidenaren het ook hadden. Na het ontzet pakte Doeza zijn oude metier weer op: dat van dichter en intellectueel. Hij schreef de bundel Nova Poemata en maakte deel uit van de commissie die de stichting van de universi­ teit voorbereidde. Doeza werd bibliothecaris van de universiteit en haalde in die hoedanig­ heid Justus Lipsius en Josephus Justus Scaliger naar Leiden, grote geleerden in hun tijd. Doeza overleed in 1604 op zijn landgoed in Noordwijk. Het zou nog tot 1861 duren voordat hij in eigen stad werd geëerd: toen werd de gedempte Koepoortsgracht omgedoopt tot Doezastraat.

Dit reliëf is onderdeel van het monument op de hoek van het Plantsoen en de Geregracht in Leiden ter herinnering aan de hoofdpersonen rond het ontzet van Leiden.

TEKST: FRIEDERIKE DE RAAT, FOTO: MARC DE HAAN

VEELZIJDIG BEVELHEBBER


inhoud 28

Ariane Briegel

‘Iedere keer als ik de microscoop ­ aanzet, zie ik een nieuwe wereld’

32

Jaap Hijma

‘Ik lees de kleine lettertjes eerlijk gezegd ook nooit’

35

Eric Povel

‘Het is net of je weer aan de bar staat van de Branderij, de Uyl of de Bonte Koe’


inhoud NR. 1  2018

○ Tribuut

Janus Doeza / 2

○ Carel houdt woord / 5 ○ Eén studie,

twee wegen… / 10 ○ Kort nieuws

Berichten van de universiteit / 12

○ Geven / 14

○ Terug in de banken

Ellen Lock / 15

○ Object

Uit een Leidse collectie / 20

○ Werkplek van

Thomas van der Pijl / 21

○ Herinneringen aan

Leidse locaties

Jongbloed Juridische Boekhandel / 22

○ De groep van

36

Studeren op de studentenvereniging

Eric Povel / 35

○ Signalen van faculteiten

en verenigingen / 40

○ Dies voor alumni / 48

○ Lezen, luisteren, doen / 50

6

Vroege opsporing kanker

16

Janice Deul ‘Ik ben altijd een beetje anders dan de rest geweest. En dat bevalt me’

23

Dossier

Klein maar fijn


Leidraad is een uitgave van de directie Strategische Communicatie & Marketing/Development en Alumnirelaties van de Universiteit Leiden. Het magazine wordt kosteloos verspreid onder alumni en relaties van de universiteit. Voor andere belangstellenden is een abonnement op aanvraag beschikbaar. Uitgever: Universiteit Leiden, Renée Merkx, directeur Strategische Communicatie & Marketing Hoofdredacteur: Lilian Visscher, directeur Alumni­relaties en Fondsenwerving Concept: Fred Hermsen (Maters & Hermsen Journalistiek) Eindredactie: FC Tekst – Job de Kruiff en Nienke Ledegang Art direction en vormgeving: Jelle Hoogendam, Marjolijn Schoonderbeek (Maters & Hermsen Vormgeving) Lithografie: Mark Boon Tekst: Jos Damen, M ­ arjolein van Enk, Fred Hermsen, Malou van Hintum, Eric de Jager, Mirjam Jochemsen, Job de Kruiff, Nienke L ­ edegang, Linda van ­Putten, Friederike de Raat, Nicolline van der Spek, Christi Waanders, Caroline Wellink Foto cover: Patricia Nauta Fotografie: Mona van den Berg, Taco van der Eb, Marc de Haan, Suzanne van de Kerk, H ­ ielco Kuipers, Patricia Nauta, Ilvy Njiokiktjien, Rob Overmeer, Marius Roos, Monique Shaw, Edwin Weers Coördinatie Universiteit Leiden: Wendy Persson Reacties: 071-5274050 of contact@leidraad.leidenuniv.nl LinkedIn: Alumni Universiteit Leiden Twitter: @leidenalumni Website: www.universiteitleiden.nl/alumni Oplage: 74.000 Adreswijzigingen: wijziging@alumni.leidenuniv.nl Gehele of gedeeltelijke overname van artikelen, foto’s en illustraties uit Leidraad is alleen toegestaan na overleg met de redactie en met bronvermelding. Universiteit Leiden kan niet aansprakelijk gesteld worden voor eventuele zet- of drukfouten.

Leidraad

5

FOTO: MONIQUE SHAW

COLOFON

ALUMNIMAGAZINE VAN DE UNIVERSITEIT LEIDEN

Carel houdt woord

NR. 1  2018

‘Het kleine’ vinden we vaak aandoenlijk, lief, schattig. Dat is niet altijd zo. Een van de onderzoeksterreinen die ik nog bijhoud is de aansprakelijkheid voor letselschade. Een niet onbelangrijk onderdeel van dit vakgebied is de aansprakelijkheid voor asbest. Boeken vol zijn er over geschreven. En er is eindeloos over geprocedeerd. De vraag die in de internationale juridische literatuur steeds meer gesteld wordt, is of het gebruik van nanodeeltjes in producten het nieuwe asbest wordt. Al in 2013 schreef sterrenkundige en Leids alumnus George van Hal in New Scientist over de enorme inspanning die onderzoekers l­everen om de gevaren van het gebruik van nanodeeltjes in kaart te b ­ rengen. Gebruikt worden deze piepkleine deeltjes volop, over de gezondheidsrisico’s weten we weinig, maar wel steeds meer. Ook in Leiden is er volop aandacht voor deze risico’s. Onderzoekster Martina Vijver focust in haar gelauwerde onderzoek op de zogeheten ‘nano-­ecotoxicologie’. Het allerkleinste als veroorzaker van grote (gezondheids)problemen. We proberen het in Leiden bloot te leggen. Toch ben ik blij dat ik nog altijd geraakt kan worden door de pracht van het kleine. Ook daarvan zijn de voorbeelden in Leiden talrijk. ­Kleine boekjes, kleine kunstschatten, kleine vondsten. Ons onderzoek begint soms letterlijk met een peperkorrel en datzelfde onderzoek kan uiteindelijk tot grootse inzichten leiden. Ook bestuderen we op ­Leidse bodem een aantal kleine vakgebieden die niettemin toonaangevend zijn in de wereld. In het dossier van deze Leidraad leest u bijvoorbeeld het verhaal van universitair docent Hittitisch Alwin Kloekhorst, die wereldwijd maar vijf collega’s heeft. Hij is daar volkomen gelukkig mee. ‘Ik mis nooit iets’, zo vertelt hij. Luidde de tekst van een bekend liedje niet ‘Het zijn de kleine d ­ ingen die het doen?’ Het klinkt zo simpel, maar uit het dossier van deze ­Leidraad blijkt dat er veel waarheid in schuilt. Prof.mr. Carel Stolker is rector magnificus & voorzitter van het College van Bestuur van de Universiteit Leiden @CarelStolker


)niegewueiN( tsmokeot ed roov groZ :7102 tabedgroZ etorG teH letseg sezuek eprehcs roov nedrow nedelremaK edeewT-taadidna

6

Leidraad

ALUMNIMAGAZINE VAN DE UNIVERSITEIT LEIDEN

TEKST: CAROLINE WELLINK, FOTO’S: TACO VAN DER EB

Kanker opsporen met simpele bloedtest Mede dankzij volhardendheid van een Leidse onderzoeksgroep wordt kanker in de nabije toekomst m ­ ogelijk opgespoord met slechts een simpel druppeltje bloed. De eerste resultaten van deze methode lijken veelbelovend. Niet alleen kan hierdoor de diagnose in een vroeger stadium worden ­vastgesteld, ook is de bloedtest goedkoop, snel en patiëntvriendelijk.

NR. 1  2018


7

L

ange tijd heeft het onderzoeks­ team van Rob Tollenaar, hoog­ leraar Heelkunde – werkzaam op de subafdeling ­Oncologische ­Chirurgie van het LUMC, en ­Wilma ­Mesker, hoofdonderzoeker bij dezelfde vakgroep, tegen de stroom opgeroeid. Wereldwijd geloofden maar weinig deskundi­ gen dat kanker met een simpele bloedtest in een vroeg stadium kan worden opgespoord. Maar de Leidse onderzoekers waren er stel­ lig van overtuigd dat dit mogelijk moest zijn, door de werking van ontspoorde eiwitten in het bloed inzichtelijk te krijgen. En zo langza­ merhand lijkt dit het geval. ‘Maar we zijn nog steeds heel erg zoekende’, vertelt Tollenaar: ‘De black box rondom kankerspecifieke eiwit­ ten krijgen we maar moeizaam ontcijferd. Toch durf ik, op basis van onze eerste onderzoeks­ resultaten, ­voorzichtig na te denken over kli­ nische toepassing van onze bloedtest.’ Ook de meeste sceptici ­lijken er inmiddels in te gelo­ ven. Dat wordt bevestigd door het groeiend aantal onderzoeks­g roepen dat bloedtesten aan het ontwikkelen is. En het is ook financieel te merken. Moesten de onderzoekers tot voor kort via crowdfunding hun onderzoek financieren omdat de gevestigde geldschieters er hun vin­

gers niet aan durfden te branden, nu worden ook steeds vaker subsidie-aanvragen door fond­ sen, ­patiëntenorganisaties en overheid geho­ noreerd. ‘Als onze bloedtest werkelijk op grote schaal toepasbaar blijkt, dan kun je het baan­ brekend noemen’, zegt Mesker: ‘Dan zou de test diverse bevolkingsonderzoeken kunnen ver­ vangen of er een aanvulling op kunnen zijn.’ Eiwitten

De bloedtest is gebaseerd op het gegeven dat van een actief gen een kopie wordt gemaakt (RNA) die, aangekomen in het cytoplasma, wordt vertaald in een eiwit. Eiwitten zijn voor de mens onmisbaar; ze worden onder ­andere gebruikt als bouwstenen, brandstof, ­enzymen en afweerstoffen. Een belangrijke eigen­ schap van eiwitten is dat het afweersysteem er kanker­cellen mee opruimt. Veranderingen ergens in het proces van DNA naar RNA naar eiwit staan aan de basis van tumorvorming. Om die reden vindt wereldwijd onderzoek plaats naar het opsporen van kanker op het niveau van DNA, RNA en eiwitten. ‘Wij richten ons op de eiwitten’, vertelt Mesker: ’Omdat deze de werkelijke en actieve status van een muta­ tie aangeven; DNA is statisch, RNA is het werk­ paard, maar uit eiwitten kun je afleiden wat

Wilma Mesker en Rob Tollenaar: ‘Onze test zou verschillende ­bevolkingsonderzoeken kunnen vervangen.’


8

Leidraad

ALUMNIMAGAZINE VAN DE UNIVERSITEIT LEIDEN

NR. 1  2018

er na de mutatie in het lichaam gebeurt. Door de eiwit­ ten uit het bloedserum te onttrekken, kunnen ze worden geanalyseerd. Waargenomen afwijkingen, zo weten we nu, duiden op tumorvorming of een voorsta­dium daar­ van.’ Tollenaar vult aan: ‘We zijn nu zover dat we ook wil­ len onderzoeken welke kankerspecifieke ­eiwitten ken­ merkend zijn voor een meer agressief ziekte­beloop en waarom. Als we dat ook uit ons bloedonderzoek kunnen afleiden, kunnen we niet alleen tumorvorming opsporen, maar ook gerichter behandelen.’ Pionierswerk

Zoals Mesker en Tollenaar het uitleggen, lijkt het wor­ dingsproces van de bloedtest kinderlijk eenvoudig. Maar het blijkt verre van dat; de ontwikkeling ervan puilt uit van het pionierswerk. Menig onderzoeker in Leiden en in samenwerkende academische centra heeft zijn her­ senen de afgelopen jaren laten kraken op slechts een klein onderdeeltje van het hele proces. Diverse disserta­ ties zijn eruit voortgekomen. Tollenaar: ‘Het bijzondere aan ons onderzoek is de breed gedragen samenwerking tussen kliniek, diverse onderzoeksgroepen en laborato­ ria. Ook uniek is dat we zijn begonnen aan de tekentafel, met de intentie een simpele, betrouwbare, goedkope en ­uitvoerbare test te ontwikkelen en dat we stap voor stap dichter bij de klinische toepassing hiervan komen; achter elk van deze vier kernwaarden zit een wereld aan denk­ werk en onderzoek.’ Het onttrekken van de eiwitten aan het serum was bijvoorbeeld een hele puzzel. Mesker: ‘De vraag die essentieel was: naar welke eiwitfragmenten zijn we eigenlijk op zoek? Omdat we in het LUMC al jarenlang systematisch bloed afnemen bij gezonde vrijwilligers en patiënten, beschikken we over een unieke collectie bloed­ monsters. Met deze bloedmonsters hebben we eiwitpro­ fielen in kaart gebracht van gezonde en ­zieke mensen. In de uitslag van de bloedtest worden deze in grafiekvorm gepresenteerd; op basis van de eiwitexpressie kunnen wij beoordelen of er sprake is van tumorvorming.’ Filtreerpapiertje

Een andere noot die de onderzoekers moesten kraken was de infrastructuur voor het verzamelen en analyse­ ren van de bloedmonsters. Tollenaar: ‘In de testfase ver­ zamelen we bloed in buisjes en dat wordt dan door de ­massaspectrometer geanalyseerd. Deze methode werkt echter niet als het om grote aantallen bloedmonsters gaat; de techniek is daar niet op berekend. Het LUMC is vooralsnog het enige ziekenhuis in Nederland dat deze bloedmonsters kan analyseren. Als het bloed na afname niet meteen naar het lab wordt gebracht, of op een ver­ keerde temperatuur wordt bewaard, dan krijg je al ande­ re uitkomsten.’ Maar ook dit probleem werd getackeld. De onderzoekers ontwikkelden een passend antwoord

dat bovendien goedkoper en betrouwbaarder blijkt, namelijk bloedafname op een filtreerpapiertje. Doordat het druppeltje bloed op het papiertje meteen opdroogt, wordt de samenstelling ervan gefixeerd en worden aller­ lei afbraakenzymen in het serum meteen uitgeschakeld. Een ander groot voordeel van deze methode is dat de huisarts of patiënt zelf het bloeddruppeltje kan afnemen, dit op het papiertje veegt en dan opstuurt. Dankzij robo­ tisering en automatisering van het proces is het aantal bloedmonsters dat uit de diverse studies komt nu boven­ dien hanteerbaar. Bevolkingsonderzoek

Onderzoeken lopen er momenteel naar drie vormen van kanker waarin het LUMC gespecialiseerd is: borst-, darmen alvleesklierkanker. Rondom borstkanker loopt inmid­ dels de tweede TESTBREAST-studie, naar de vroege opsporing van borstkanker bij mensen met een erfelijke of familiaire aanleg, zogenoemde BRCA1- en BRCA2- gen­ dragers. Meer dan tien centra nemen deel aan deze lan­ delijke studie. Mesker: ‘In het standaard bevolkingson­


9

‘De uitslag blijft spannend, maar met deze test wordt de ziekte op het vroegst mogelijke moment opgespoord’

zich mogelijk bij haar dochters gaat manifesteren. We merken het ook tijdens lezingen die we over ons onder­ zoek geven; de zalen zitten vol met patiënten en overige belangstellenden. Na afloop worden we overspoeld met vragen welke bijdrage ze kunnen leveren. Daaruit merken we dat niet alleen de hoop groot is op een bloedtest waar­ mee kanker vroeg kan worden opgespoord, maar ook het geloof dat het mogelijk moet zijn.’ Schouders eronder

derzoek met mammografie wordt één op de vijf vrouwen met borstkanker gemist. Dit is nog schrijnender bij jonge vrouwen die het BRCA1- of BRCA2-gen dragen; het mam­ mogram spoort slechts veertig procent van deze tumoren op. Terwijl de overlevingskans bij borstkanker beduidend groter is als de tumor nog heel klein is en de lymfe­ klieren niet zijn aangetast. Van de drieduizend patiën­ ten in Nederland die weten dat ze een van de twee BRCA-­ genen dragen, doet bijna de helft mee aan het onderzoek. Uit onze eerste studie blijkt dat we met de bloedtest nage­ noeg alle mensen kunnen identificeren bij wie sprake is van tumorvorming. In een tweede studie hopen we bij een grotere groep hetzelfde resultaat te kunnen laten zien.’ De betrokkenheid van patiënten bij de studies, zo geeft de onderzoekster aan, is enorm groot. ‘Zeker bij mensen die erfelijk belast zijn met een vorm van kanker. Vaak krijgen we de vraag of hun bloed bruikbaar is voor een van onze studies. In de TESTBREAST-studie hebben we een deelneemster die de afgelopen jaren al meer dan twintig buisjes bloed heeft afgestaan. Omdat ze zo graag wil dat er een oplossing komt, voordat de aandoening

Als blijkt dat kanker met de bloedtest in een vroeg sta­ dium kan worden opgespoord, dan komt het moment dichterbij dat de methode kan ­worden ingezet voor bevolkingsonderzoeken. De voordelen hiervan zijn onge­ kend. Uitslagen van bevolkings­onderzoeken zouden dan betrouwbaarder zijn: een hoger percentage mensen met tumorvorming zou geïdentificeerd worden en er zou­ den beduidend minder foutmeldingen worden gemaakt. Bovendien hoeft dan niet meer voor alle mensen een dure mammografie te worden ingezet en hoeven mensen niet meer onnodig aan straling te worden blootgesteld. Ook endoscopisch onderzoek zou dan niet meer standaard worden gedaan. Frequenter testen zou vooral voor erfe­ lijk belaste patiënten een voordeel zijn. Mesker: ‘Je moet je voorstellen: je kunt thuis of bij de huisarts met een bepaalde regelmaat een klein druppeltje bloed op een papiertje doen. Dit stuur je op en na een korte tijd hoor je of een vroege vorm van kanker, of een voorstadium daar­ van, is geïdentificeerd. De uitslag blijft altijd spannend, maar je kunt er in ieder geval op vertrouwen dat de ziek­ te op het vroegst mogelijke moment wordt opgespoord. Kans op overleving wordt daarmee beduidend groter. De gedachte dat we dat met onze bloedtest kunnen bereiken, is de reden waarom we hier met z’n allen onze schouders onder zetten.’ Tijdens de dies voor alumni op 10 februari geeft Wilma Mesker een lezing over dit onderwerp. Voor meer informatie zie pagina 48-49 van deze Leidraad.


10

Leidraad

ALUMNIMAGAZINE VAN DE UNIVERSITEIT LEIDEN

NR. 1  2018

één studie

twee wegen

Waar een studie Politicologie toe kan leiden…

Roger van de Wetering (47) CV plaatsvervangend hoofd bij het ministerie van Defensie, bureau secretaris-generaal

W

1988-1994: politicologie 1995-2001: hoofd afdeling Internationale Zaken bij de VVD 2001-2010: verschillende functies bij het ministerie van Defensie 2010-2012: politiek adviseur minister van Buitenlandse Zaken 2013-2016: Plaatsvervangend hoofd bureau secretaris-generaal bij het ministerie van Defensie

aarom politicologie? ‘Ik heb gekeken bij studies als geschiedenis, archeologie en economie. Het werd politicologie omdat dat een brede studie is waar ook aspecten van andere studies aan bod komen. En ik vond politiek altijd al heel interessant. Als puber keek ik urenlang naar de verhoren in het kader van de RSV-enquête in de jaren 80 en ik wilde geen detail missen van de val van het kabinet-Lubbers II.’

Logisch dus dat je ging werken in de Haagse ­politieke wereld. ‘Nou, dat was nog niet zo makkelijk. De werkloosheid was hoog toen ik afstudeerde, maar met geduld lukte het uiteindelijk toch. Ik was tijdens mijn studie actief lid geworden van de VVD en leerde daarbij Hans van Baalen kennen. Door hem kreeg ik mijn ­eerste baan.’

En hoe ging het daarna verder? ‘Ik ben naar Defensie gegaan, met tussendoor nog een uitstapje van twee jaar naar Buitenlandse Zaken. Toenmalig minister Rosenthal had me gevraagd als zijn politiek assistent. Dat vond ik een hele eer. Toen het kabinet viel, ben ik weer bij Defensie gaan werken.’ Wil je niet zelf politicus worden? ‘De politiek fascineert me enorm, maar een politicus ben ik niet. Ik heb onvoldoende drive om op het ­podium staan. Ik weet hoe politiek werkt en wat bestuurders nodig hebben om hun werk te kunnen doen. Werken midden in die politieke wereld is een droombaan. Dáár gebeurt het, dát is het bestuur van ons land.’

TEKST: CHRISTI WAANDERS, FOTO’S: TACO VAN DER EB

Wat was die eerste baan? ‘Ik ging werken op de afdeling Internationale Zaken van de VVD. Ik kwam op dinsdag in dienst en op donderdag vertrok ik met Frits Bolkestein naar Slowakije en Hongarije. Het was de periode na de val van de Muur en nieuwe democratieën waren zich aan het vormen. Wij stonden daar namens de VVD de lokale politici bij.’


11

Tiggeloven (48) CV Carin dagvoorzitter en ‘stem’ bij Carin Spreekt

1987-1988: propedeuse geschiedenis 1988-1994: politicologie 1995-2005: redacteur/verslaggever Radio Nederland Wereldomroep 2006-2011: docent Communicatie Hogeschool Rotterdam 2006-nu: eigenaar Carin spreekt, dagvoorzitter en ‘stem’

J

e bent dagvoorzitter en ‘stem’? ‘Ik werk als zelfstandige en je kunt mij onder andere inhuren om bijeenkomsten voor te zitten. Ik vind het leuk om ingewikkelde discussies in goede banen te leiden. Verder maak ik samen met een collega informatieve filmpjes voor bedrijven. Ik ben de stem en spreek ze in. Daar ben ik in de loop der tijd ingerold.’ Niet iets waarvoor je geleerd hebt… ‘Ik ben begonnen met de studie geschiedenis, dat vond ik op de middelbare school een erg leuk vak. Op de universiteit was dat anders, ik miste het verhaal en de politieke actualiteit. Daarom stapte ik over naar politicologie. Ik herinner me nog steeds de colleges rond de periode van de val van de Berlijnse Muur. We gingen in op de verschillende politieke systemen van Oost-Europa. Heel actueel natuurlijk. Spannend.’ Heb je ooit iets met de politiek gedaan? ‘Tijdens mijn studie was ik politiek actief bij de Jonge Democraten. Ik ben zelfs nog als waarnemer bij de eerste vrije verkiezingen geweest in Roemenië in 1990. Maar qua werk liep het anders. Heel toevallig kon ik als student vrijwilliger worden bij Omroep Rijnland. Dat was een goeie zet, want daardoor werd ik na mijn ­studie aangenomen bij de Wereldomroep.’ En dat beviel dus goed? ‘Ja, ik vind radio een mooi medium, heel intiem. Als redacteur heb ik mooie reportages mogen maken in binnen- en buitenland, die ook regelmatig met politicologie te maken hadden. Tijdens mijn radiowerk kreeg ik te horen dat ik een goede stem had. Ik heb toen de opleiding tot stemacteur gevolgd en doe het werk nu regelmatig.’ Je hebt niet het standaard pad gevolgd. Raad je dat de huidige student aan? ‘Ik heb veel naast mijn studie gedaan en dat heeft me ontzettend veel gebracht. Zo was ik toen al eens ­congresvoorzitter bij de Jonge Democraten, en dat is nu mijn werk. Mijn tip is: doe iets naast je studie, ondanks de weinige ruimte die er misschien financieel is. Ga niet alleen voor een carrière, maar ontwikkel jezelf. Er is meer in de wereld dan geld verdienen.’


kort Leidse slachtoffers WOII krijgen een gezicht In de Tweede Wereldoorlog kwamen tenminste 663 studenten, medewerkers en alumni van Universiteit Leiden om. Over deze slachtoffers was weinig bekend. Promovendus Adriënne Baars achterhaalde van velen hoe ze omkwamen. Doodgeschoten tijdens een razzia, vermoord in een kamp of uit wanhoop zelfmoord gepleegd. Baars stuitte op vele tragische v ­ erhalen van de Leidse slachtoffers. De ­buitenpromovendus onderzoekt verschillende beschreven ervaringen. ‘Tijdens een vooronderzoek stuitte ik in dagboeken, biografieën en kamparchieven op diverse slachtoffers die een band hadden met de Leidse universiteit.’ Haar promotor Yra van Dijk, hoog-

leraar Moderne Nederlandse letterkunde, pleit al langer voor meer onderzoek naar de brede ‘­Leidse’ groep die de Tweede Wereld­ oorlog niet overleefde. Persoonlijke verhalen Baars kon over ongeveer 500 slachtoffers belangrijke informatie achterhalen. Zoals hun geboorteplaats, hun studie en van sommigen zelfs heel persoonlijke verhalen. Baars: ‘Alleen de namen van slachtoffers zeggen buitenstaanders nog niet zoveel. Maar als je meer over hen weet, komen ze ook tot leven.’ Naast dagboeken en (auto)biografieën bestudeerde ze ook de archieven van het NIOD, en online archieven als Joods Monument en Oorlogs­ gravenstichting.

Oud én jong centraal tijdens ­oraties dies natalis De 443ste dies natalis van de Universiteit Leiden is op donderdag 8 f­ ebruari om 15.00 uur in de Pieterskerk. Prof. dr. Thomas Hankemeier, hoog­leraar ­Analytische biowetenschappen, houdt er zijn diesoratie over Meta­bolomics: de weg naar gezond oud worden. Ook Prof.dr. Bernet Elzinga, hoogleraar Stress-gerelateerde psycho­ pathologie, houdt haar diesoratie. Die lezing gaat over Back to the roots: de jeugd als bron van kwetsbaarheid en veerkracht.

Bagage van Ram Katzir is een oorlogsmonument aan de Vliet voor de opgepakte Joden in Leiden.

Aanmelden graag voor 25 januari via www.universiteitleiden.nl/agenda


NR. 1  2018

ALUMNIMAGAZINE VAN DE UNIVERSITEIT LEIDEN

Wolkers­biograaf gepromoveerd Leidse universiteit op bezoek in Japan Een delegatie van de Universiteit Leiden bracht afgelopen najaar een bezoek aan een aantal Japanse universiteiten en onderzoeks­ instellingen. Het doel was meer samenwerking op het gebied van onderzoek en onderwijs. ‘We willen de bestaande banden met Japanse universiteiten aanhalen en ook nieuwe relaties aangaan’, aldus rector magnificus Carel Stolker. ‘Dat is voor ons onderzoek belangrijk. Daarnaast hopen we meer mogelijkheden te creëren voor Leidse stu-

denten om in Japan onderwijs te volgen. Omgekeerd zijn s­ tudenten uit Japan hier natuurlijk ook welkom.’

Leidraad

Schrijver Onno Blom ­promoveerde ­afgelopen najaar op de biografie van schrijver en kunstenaar Jan Wolkers. Hij deed dat op 19 oktober, de tiende sterfdag van ­Wolkers. Blom werkte ruim tien jaar aan de biografie. Als paranimfen stonden twee van zijn beste vrienden hem bij: cabaretier Jochem Myjer en kunstenaar ­Casper Faassen. Die eerste meldde op social media zeer vereerd te zijn om zijn goede vriend Onno Blom bij te staan. En: ‘Drie kwartier stilzitten en niet praten. Is een persoonlijk record.’ De biografie van Onno Blom is getiteld ‘Het litteken van de dood’ en verscheen bij De Bezige Bij.

Duurzame universiteit De afgelopen tijd zijn er weer flinke stappen richting een duurzamer Universiteit Leiden gezet. Zo werden er dertig watertappunten ­geopend in diverse gebouwen van de universiteit met het doel plastic vervuiling tegen te gaan. De dertig watertappunten zijn een initiatief van het Leiden ­University

Green Office (LUGO). LUGO is de studentenorganisatie die duurzaamheid stimuleert op Universiteit Leiden. Zij vroegen de organisatie Join the Pipe om de kranen te plaatsen om op die manier het gebruik van plastic wegwerpflesjes te verminderen. De dertig kranen staan verspreid over de gebouwen van Universiteit Leiden.

13


14

Leidraad

geven Het LUF Internationaal StudieFonds (LISF) geeft studenten de kans hun horizon te verbreden. Patrick van Berlo:

‘Mogelijkheid om uniek onderzoek te doen’

TEKST: MARJOLEIN VAN ENK, FOTO’S: HIELCO KUIPERS EN SUZANNE VAN DE KERK

I

n 2014 reisde Patrick van Berlo af naar Australië, voor onderzoek naar de manier waarop dat land omgaat met bootvluchtelingen. ‘Zij worden onderschept en direct naar het soevereine Nauru of Papua Nieuw-Guinea gebracht’, vertelt Van Berlo. ‘In mijn subsidieaanvraag ging ik uit van onderzoek in Nauru, maar mijn visum werd vlak voor vertrek ingetrokken. Ik week uit naar Australië, want de LISF-beurs kreeg ik wel. Die is voor mij een heel belangrijke spring­ plank geweest. Mijn eerste onderzoek, bedoeld voor mijn master­thesis, resulteerde in een wetenschappelijke publicatie. Daarnaast heb ik een goed inter­ nationaal netwerk opgebouwd en nieuwe mensen leren kennen. En ­misschien wel het belangrijkste: ik kwam in aanmerking voor een promo­ tieplek binnen de faculteit. Inmiddels ben ik in het laatste jaar van mijn onderzoek naar mensenrechten in detentie. Dankzij het LISF heb ik de basis kunnen leggen voor mijn dissertatie: de Australische casus is een van de belangrijkste case studies in mijn promo­ tieonderzoek. Ik ben blij dat ik deze kans heb gekre­ gen. Zo’n beurs geeft ruimte aan uniek onderzoek: je krijgt de mogelijkheid om buiten de gebaande paden te gaan en je eigen onderzoekslijnen te volgen.’

Het LUF ­Inter­nationaal ­StudieFonds • Opgericht in 1990, alumnigeschenk voor de 100e ver-

jaardag van het LUF. • Doel: het stimuleren van onderzoek, stage en studie door Leidse studenten in het buitenland. Per jaar wordt circa

Lenneke Schrier:

‘Ervaringen die normaal niet op je pad komen’

L

enneke Schrier, kinderarts in opleiding en werkzaam bij het Willem Alexander kinder­ ziekenhuis van het LUMC, kreeg tijdens haar studie twee keer een LISF-beurs. ‘In mijn tweede jaar kon ik dankzij de beurs in Mala­ wi onderzoek doen naar bilharzia, een ziekte die door parasieten wordt overgedragen. Ik zat daar letterlijk in de klei, tussen de patiënten. Het heeft mijn ‘onder­ zoek-knop’ aan gezet. Ik ontdekte bovendien dat veel ziektes ontstaan of in ieder geval niet worden gehol­ pen door omstandigheden. Als arts kun je daar ook op politiek niveau aandacht voor vragen. Dat besef kwam in Malawi. Met mijn reisverslag won ik ook nog de LISF-prijs. Later kon ik dankzij een LISF-beurs stage lopen bij de WHO in Genève. Hier zat ik aan de andere kant, waar het beleid wordt gemaakt. In mijn huidige werk komen die twee ‘stromen’ samen. Ik werk als behandelend arts én doe onderzoek dat erop gericht is het behandelbeleid kindvriendelijker te maken. Ik begeleid bijvoorbeeld onderzoek naar het gebruik van micronaaldjes voor het ­minder pijnlijk ­kunnen ­toedienen van medicijnen bij chronische kinder­ ziektes zoals jeugd­ reuma. Dat het LUF ambities tot bloei laat komen is in mijn geval echt zo: ik heb ­ervaringen opgedaan die gewoonlijk niet zomaar op je pad komen. Erva­ringen die ervoor hebben gezorgd dat ik doe wat ik nu doe.’

€ 50.000 aan beurzen uitgekeerd voor ongeveer 80 studenten. Bestemmingen lopen uiteen van Kopenhagen tot Cambodja, van

­ ydney tot Siberië, S van Oxford tot ­Harvard. • Donaties van ­alumni maken deze beurzen mogelijk. • Sinds 1999 wordt

jaarlijks het winnende reisverslag ­beloond met de LISF-prijs. Meer informatie: www.LUF.nl/LISF


terug in de banken NR. 1  2018

ALUMNIMAGAZINE VAN DE UNIVERSITEIT LEIDEN

Leidraad

Ellen Lock (49)

TEKST: FRIEDERIKE DE RAAT, FOTO: HIELCO KUIPERS

Voor communicatiemedewerker Ellen Lock is de taalcursus Italiaans een lichtpuntje in de week.

EEN BETERE UITSPRAAK ‘In 2003 ben ik begonnen met een cursus Engels bij het Acade­ misch Talencentrum in Leiden. Ik doe fulltime communicatie- en redactiewerk voor de SVB-afdeling ­Verzetsdeelnemers en Oorlogs­ getroffenen. Hoewel ik tijdens mijn studie Geschiedenis, met als spe­ cialisatie de Tweede Wereldoor­ log, veel vakliteratuur in het Engels had gelezen, vond ik het belangrijk om een betere uitspraak te krijgen en meer te leren over de grammati­ ca. De cursus was bedoeld als voor­ bereiding op de buitenlandse inter­ views die ik maak voor Aanspraak, het magazine van de ­Sociale Ver­ zekeringsbank en de Pensioen- en Uitkeringsraad. D ­ aarna volgde ik

ook een cursus Frans om het bij te schaven voor een paar mooie interview­opdrachten in Parijs. Ik merk dat mensen je meer vertellen als jij hun taal goed spreekt.’

de een officieel Europees taaldi­ ploma. Met het oog op toekomstig werk ging ik ook Spaans en Itali­ aans doen. Op dit moment volg ik de cursus ­Conversatie Italiaans.’

LICHTPUNTJE IN DE WEEK ‘Naast de zwaar beladen maar inte­ ressante interviews die ik voor mijn werk maak, is zo’n taalcur­ sus een lichtpuntje in de week. Je krijgt les van enthousiasmerende native speakers die je als het ware even rond­leiden door hun land, geschiedenis en cultuur. Een half­ jaarlijkse cursus duurt twaalf les­ sen van twee uur per week, met twee uur voorbereiding. Voor bei­ de talen behaalde ik aansluitend bij de Engelse en Franse ambassa­

VERLANGLIJSTJE ‘De cursussen bij het Talencentrum zijn van academisch niveau, het tempo ligt hoog, je krijgt veel schrijf­ opdrachten en houdt ­presentaties over ­actuele onder­werpen. Je wordt heel reislustig van die taalcursus­ sen, met medecursisten ging ik op reis naar Rome. Deens en Chinees staan zelfs nog op mijn verlanglijst­ je, want elke vreemde taal opent nieuwe werelden.’ www.universiteitleiden.nl/talencentrum

15


Leidraad

ALUMNIMAGAZINE VAN DE UNIVERSITEIT LEIDEN

Janice Deul

‘Diversiteit is geen modegril’

TEKST: FRED HERMSEN, FOTO’S: PATRICIA NAUTA

16


NR. 1  2018

ALUMNIMAGAZINE VAN DE UNIVERSITEIT LEIDEN

Leidraad

17

Neerlandica Janice Deul zet zich in voor meer diversiteit in de modewereld en de creatieve industrie. Het levert pittige discussies op op plaatsen waar ze haar pleidooi voert. Het tij begint ten goede te keren, vindt de Leidse. Een interview over haar studietijd en de kansen van diversiteit.

D

at Janice Deul (1962) koos voor een studie in ­Leiden, lag voor de hand. De Rotterdamse van geboorte ­g roeide op in ­A lphen aan den Rijn, vierde op haar ­v ijftiende 3 oktober en ging in de Leidse V&D leuke jongens spotten. ‘De roltrap op en af, haha.’ Later zou ze bij h ­ etzelfde warenhuis haar eerste bijbaantje hebben en vond ze in Leiden haar eerste vriendje. ‘Ik hield dus al van de stad. En de universiteit, dat was toch iets heel bijzonders. Ik heb dat, ook al studeerde mijn broer in Amsterdam, toch altijd als dé universiteit in Nederland ­ervaren. Ik weet nog goed, het openingscollege met de rector magnificus Ton Kassenaar. Hij zei: “Kijk goed links en rechts van u; de kans bestaat dat u naast de toekomstige minister-­president zit. U bent de ­ crème de la crème van Nederland.” Best elitair, maar s­ tiekem gaf dat wel een heerlijk gevoel.’

Voelde je je geen eenling in Leiden? ‘Ik was wel verlegen tijdens mijn studietijd, maar nooit onzeker. En nogal braaf. Aanvankelijk zat ik op Quintus in een echt schreeuw­meidendispuut. Kwam er op borrelavonden weer een blad bier voorbij met één glas jus. Dat was dan voor mij. Dat vonden ze wel f­ unny. Maar ik voelde me er al met al toch niet op m’n plek, dus na een paar jaar stapte ik over op een ander dispuut: Cassis. Ook meiden met een grote mond, maar met een klein hartje. Ik had het op Quintus best naar m’n zin. Net als in mijn studie; ik had een leuke groep docenten: Ton Anbeek, Frits van Oostrom, Ludo Jongen, maar ik was het meest gecharmeerd van Peter van Zonneveld. Toch ben ik altijd wel een beetje anders dan de rest geweest. Ik beweeg mezelf makkelijk in allerlei sociale omgevingen, vind het leuk om nieuwe mensen te leren kennen. Maar uiteindelijk heb ik toch iets van een loner. Da’s altijd al zo geweest. En dat bevalt me best.’

Je kwam er met je Surinaamse wortels in een witte wereld terecht. ‘Ja, en zeker bij de vakgroep Nederlands, daar liep enkel een half Indonesisch meisje rond. Ook op Quintus was ik het eerste zwarte meisje. Ik viel dus wel op, ook in de stad. Maar ik wist niet anders hoor. In Alphen was het ook al zo geweest. Het heeft me nooit belemmerd. Ik kreeg van huis uit mee: werk hard, doe je best, dan kom je er wel. Heel eenvoudig. Dat p ­ akte voor mijn vader en moeder goed uit, ook voor mijn broers en zus, en voor mij dus. Ik heb mijn afkomst nooit verloochend, me voor m’n gevoel nooit anders hoeven gedragen om in het plaatje te passen. Ik was altijd mezelf. Net als mijn ouders en de rest van ons gezin. Van huis uit kreeg ik nog iets belangrijks mee: hou van jezelf. Een mooi credo. En niet tegen d ­ ovemansoren gezegd. Ik ben dol op mezelf, en vind dat iedereen dat gevoel over zichzelf zou ­moeten hebben.’

Met die basis stapte je na je studie dus de wereld van de glossy’s in… ‘Ja, en ook dat was weer een compleet w ­ itte wereld. Dat viel me niet op doordat ik mijn eigen weg er gemakkelijk in vond. Ik was mede door mijn achtergrond een uitstekende eind­redacteur, ook al zullen weinig mensen hebben geweten dat ik heb gestudeerd. Dat heb ik nooit van de daken geschreeuwd, omdat een academische achtergrond in de bladenwereld de indruk kan wekken dat je minder creatief zou zijn. ­ Ik schakelde van opiniebladen naar computer­ magazines en glossy’s, die ik uiteindelijk het allerleukst vond. Later ging ik ook zelf schrijven. Ik had het prima naar m’n zin, onder meer als eindredacteur van het personalityblad van Annemarie van Gaal, AM Magazine, dat redactie hield in de P.C. Hooftstraat. De c­ hampagne stond steevast koud. Een campagne van de overheid om de media diverser te maken in de jaren negentig ging aan me


18

Leidraad

ALUMNIMAGAZINE VAN DE UNIVERSITEIT LEIDEN

NR. 1  2018

­ oorbij. “Prima, maar val mij hiermee niet las­ v tig”, zoiets voelde ik erbij.’ Wanneer kantelde dat beeld? ‘Ik denk dat het begon bij terloopse observa­ ties. Een wand vol titels met witte m ­ odellen die je aanstaarden. Een blik op de volledig ­w itte groep redacteuren in de kantine van De ­Telegraaf. Ik zag het en dacht: het zal ooit wel veranderen. Een jaar of vijf geleden roerde ik mezelf steeds actiever op social media. Ik post­ te veel over fashion. En kreeg daardoor veel contacten met zwarte en gekleurde model­ len en fashion-lovers. Mede daardoor kreeg ik de scheefgroei steeds duidelijker voor ogen. Ik sprak een aanstormend model op de Amster­ dam Fashion Week, ze had vlak daarvoor te horen gekregen bij een modellenbureau: “We hebben al een zwart model.” Terwijl d ­ atzelfde bureau wel vijftig tinten blond in de kaarten­ bakken had. Dat bracht het balletje aan het rol­ len, en gaandeweg ben ik me steeds meer gaan inzetten om de bladenwereld en feitelijk de hele ­creatieve industrie diverser te maken.’ Wat houdt de media tegen? ‘Het argument is traditioneel dat zwarte model­ len op de cover de oplagecijfers zouden druk­ ken. Dat kwam ook weer naar voren bij een tafelgesprek bij Pauw waar ik vorig voorjaar voor was uitgenodigd. Maar dat is nooit goed onderzocht of eenduidig aangetoond. En denk eens aan de enorme potentiële lezersgroep die modebladen kunnen aantrekken met een diversere uitstraling. Als Marokkaanse of zwar­ te vrouwen bijvoorbeeld ook beauty tips voor hun huid en kledingstijl in Marie-­Claire of Vogue zouden terugvinden? En wat zouden de maat­ schappelijke implicaties zijn als we vrouwen met een hoofddoek vieren omwille van hun schoonheid?’ Je kunt zeggen: zet een blad of website voor die specifieke groepen op. ‘Goed dat ook dat gebeurt, maar ik vind dat geen inclusief uitgangspunt. Het gaat erom dat juist in de generieke bladen een diverser beeld ontstaat. Een aanpak die niet uitgaat van één dominant schoonheidsideaal. We moeten toe naar meer soorten modellen, ook vrouwen met maat 42, oudere modellen, mensen met een handicap of bouw die niet per se als typisch mannelijk of vrouwelijk wordt ervaren. Man­ nen die schoenen met hoge hakken dragen. In alles schuilt schoonheid, als je dat weet over te

CV ­ Janice Deul •Geboren in ­Rotterdam (1962) •VWO in Alphen aan den Rijn (1975-1981, Ashram ­College) •Nederlandse Taal en Letterkunde in Leiden (19821988) •Lid van A.L.S.V. Quintus •Voerde eindredactie en schreef voor diverse glamour en lifestyle magazines (onder meer AM Magazine, Glamour Magazine, FAB Magazine en ­Residence) •Oprichter van platform Diversity Rules (onder meer te vinden op ­Facebook) •Co-auteur van ­Little Black Hair Book (2015) •Schrijft columns, blogt en is schrijvend journalist voor onder meer Coiffure.nl, NRC Handelsblad en OneWorld

brengen, krijgen mensen uiteindelijk een beter beeld van zichzelf en van anderen. Die maat­ schappelijke invloed heb je gewoon als mode­ blad. We kunnen dat wel gebruiken in een tijd vol polarisatie. Vier de diversiteit dus. Hoofd­ redacteuren spreken zich er gelukkig over uit, de bakken van modellenbureaus worden kleur­ rijker, Holland’s Next Top Model komt met een curvy-editie, voor plus size vrouwen. Het tijd­ schrift Vogue organiseerde een tweedaags semi­ nar over diversiteit. Het besef dat je ook die weg kunt volgen, begint dus te ontstaan. Nu moeten we ervoor waken dat diversiteit een marketing­ tool of een modegril wordt.’ Wat is jouw rol daarbij? ‘Als fashion activist en creative consultant praat en schrijf ik hierover. Ik geef ook workshops en organiseer bijvoorbeeld talkshows over t­ hema’s als schoonheid of black hair, de internationaal gangbare benaming voor kroes en krul. Daar­ naast zet ik, met ontwerper Peet Dullaert, een stichting op: The Dutch Diversity Council. Een platform dat verbindt, onderzoekt, informeert


19

en documenteert. Ik ben geen vijand van de bladen; ik ben een bondgenote. Samen kun­ nen we de creatieve industrie mooier en beter maken. Niet alleen door te praten, maar voor­ al ook door te doen. Laat meer soorten schoon­ heid zien, in alle kleuren en maten, zorg dat je redactie of bedrijf net zo divers is als het straat­ beeld. Omarm inclusiviteit.’ Is het echt zo simpel? ‘Ja, zo simpel is het, maar je moet natuur­ lijk meer doen dan dat. Als een witte redac­ tie uitsluitend werkt met witte fotografen en ­v isagisten, dan blijft het een lastig verhaal. En zomaar een donker model op de cover knallen, kan ook verkeerd uitpakken. Als je een zwart model kiest, plaats hem of haar dan niet in een afwijkende styling in de marge van het beeld­ kader, of liggend aan de voeten van een blond model. En als je elementen van een subcultuur wilt belichten, doe dat dan respectvol, zon­ der het meteen te claimen. Toon meisjes met een hoofddoek in een context van schoonheid, voer ze op als beauty-icoon. Als je dat een aan­ tal keren doet, dan raakt zo’n hoofddoek genor­ maliseerd en denkt men niet in de eerste plaats aan terrorisme of onderdrukking. ­Begrippen waarmee de hoofddoek in de media veelal ­geassocieerd wordt.’

aan creatieve bedrijven en bladen, zoals LINDA. Om aan te geven dat er alternatieven voor nude zijn. Poeder, pink of oyster bijvoorbeeld. In bla­ denland zijn we nu eenmaal gek op Engels.” Maar uiteindelijk moeten de redacties gewoon diverser worden? ‘Ja, pas dan ben je echt inclusief. Het wachten is op de eerste zwarte hoofdredacteur van een groot modeblad. Zoals Edward Enninful van de Britse Vogue.’ Heb je ooit zelf de ambitie gehad om model te worden? ‘Nee, ik poseerde wel voor fotografen en kun­ stenaars. Maar de mode, nee. Ik wilde schrijver worden, leerde mezelf al lezen toen ik drie was, als ik mijn moeder mag geloven. Om die reden koos ik ook voor Nederlands, hoewel Letterkun­ de uiteindelijk mijn afstudeerrichting werd, niet Taalkunde. Ik studeerde af op ­Biesheuvels In de Bovenkooi, waarin ik op zoek ging naar aspec­ ten van schizofrenie. Ik heb Psychologie en PR & Massacommunicatie als bijvakken gevolgd. Je ziet, weinig wees toen nog op de mode, hoe­ wel ik altijd wel heel erg met mijn uiterlijk bezig was. Mode heb ik altijd gezien als een vorm van zelfexpressie. Net als literair schrijven trouwens, maar die ambitie moet nog even wachten.’

Je hebt het over beeld, zijn er ook andere Nog iets opvallends: je bleef in Leiden aandachtspunten? ‘Ja, het is een knusse stad, niet zo hysterisch als ‘Ook de taal vraagt om v ­ eranderingen. Een Amsterdam. Er is natuurlijk een periode geweest voorbeeld? Je moet het niet over “blank” heb­ dat ik in de hoofdstad wilde wonen, de ­meesten ben, daar schuilt een positief waardeoordeel gaan door die fase heen. Mede omdat die stad in. Ik praat liever over het neutrale veel internationaler is. Maar uiteinde­ lijk b ­ leven mijn man en ik hier, en ‘wit’, en raad dat redacties aan. daar ben ik blij om. We heb­ Verbeteringen schuilen ook ben een monumentaal pand vaak in productnamen: in het c­ entrum en de stad creolen-­oorringen, sla­ venarmbanden, kleding is heerlijk. Het nadeel met een “koloniaal is dat ik nu voor iede­ re lancering en elk karakter”. Die termen event naar Amsterdam zijn kwetsend en wer­ ken stigmatiserend. moet. Misschien zou ik Vaak is het ook subtie­ die stichting in Leiden ­ ler. Magazines maken moeten huis­vesten, melding van lippen­ dan komen de Amster­ stift in een nude-kleur dammers maar eens als het gaat om roze lip­ ­hierheen.’ penstift. Maar mijn nude is niet het nude van w ­ itte of Aziatische mensen. Natuurlijk Janice Deul in gebeurt dat allemaal vaak onbe­ haar studietijd, wust. Daarom geef ik workshops begin jaren 80.


20

Leidraad

ALUMNIMAGAZINE VAN DE UNIVERSITEIT LEIDEN

NR. 1  2018

object

TEKST: JOS DAMEN, FOTO: JACK DE NIJS (ANEFO)

uit een Leidse collectie

Wie via zijn mobiele telefoon kijkt waar hij zich op aarde bevindt, maakt gebruik van satellieten. De ­eerste kunstmaan was de Sputnik, een ­satelliet die door de Russen in 1957 in een baan om de a ­ arde werd gebracht. De wetenschap is met tussen­stappen naar die satellieten toegegroeid – en astronomen gebruiken altijd diverse apparaten om de stand van de hemellichamen te bepalen. De drie m ­ annen op deze foto kijken in de L ­ eidse Sterre­ wacht naar een azimutkijker, een ­meetinstrument voor de positie van de sterren. Die azimutkijker werd ­tussen 1931 en 1951 door d ­ iverse L ­ eidse sterren­kundigen in Kenia gebruikt

voor de meting van de positie van 1500 hemellichamen. De expedities vonden plaats in Kenia omdat de omstandigheden voor de obser­vatie van het heelal daar het b ­ este leken: dicht bij de evenaar, op redelijke hoogte en met een a ­ ardig klimaat. Deze foto werd gemaakt in mei 1961, toen de ­Leidse Sterrewacht 100 jaar bestond. Links staat Jan Oort, beroemd Leids ­astronoom, die iets over de azimut­ kijker lijkt uit te leggen; in het m ­ idden de toen­malige L ­ eidse rector Gerhard ­Sevenster. Het apparaat was op dat moment al h ­ istorisch en had zijn taak ­vervuld, als t­ ussenstap op weg naar de satellieten en ons ­mobieltje.


werkplek van

ALUMNIMAGAZINE VAN DE UNIVERSITEIT LEIDEN

Thomas van der Pijl Tweeëntwintig talentvolle voetballertjes onder de elf. Hun adem ontsnapt als wolkjes uit hun mond. Onder de schijnwerpers van complex De Aftrap, de jeugd­ opleiding van ADO Den Haag in het Zuiderpark, buite­ len ze in hun enthousiasme over elkaar heen. Aan de zijlijn roepen de trainers, weggedoken in dikke winter­ jassen, aanwijzingen. Dit is de plek waar Thomas van der Pijl het liefst is. De sportpsycholoog ondersteunt de jeugdtrainers van ADO Den Haag. Vaak geeft hij work­ shops of voert hij één-op-één-gesprekken. Maar ook

Leidraad

21

maakt hij opnames langs de kant. Dan legt hij de trai­ ners vast en bespreken ze naderhand wat goed ging en wat niet. ‘Het klimaat dat ik samen met de trainers neerzet. Dat is eigenlijk het hoofdbestanddeel van mijn werkplek. Iets anders is er niet. Alleen in een goed sportklimaat kan een speler het maximale uit zich­ zelf halen. Dat er een prachtig nieuw complex staat, is mooi. Maar mijn werk was niet wezenlijk anders in de oude situatie. Het plezier, de bereidheid en betrokken­ heid op het veld, dát is wat telt voor mij.’

Thomas van der Pijl BSc Psychologie 2010-2013

TEKST: NIENKE LEDEGANG, FOTO: HIELCO KUIPERS

NR. 1  2018


22

Leidraad

ALUMNIMAGAZINE VAN DE UNIVERSITEIT LEIDEN

NR. 1  2018

herinneringen aan

Jongbloed Juridische ­Boekhandel

TEKST: JOB DE KRUIFF, FOTO: MARC DE HAAN

‘S

inds kort zit er een hotel in wat voorheen mijn winkel was, Jongbloed Juridische Boekhandel. Er zal geen Rechten­ alumnus zijn die het pand niet kent. In een van de huidige hotelkamers hadden wij vroeger onze voorraad staan. En de lift was waar nu de keuken is. Die lift liet ik aanleggen omdat de filiaalhouder last kreeg van zijn knieën. Hij moest steeds over die zestiende-­ eeuwse trap. Het boekenvak is een vak van sjouwen. De winkel ben ik in 1981 begonnen, op 2 augustus. Ik had na mijn afstuderen vier jaar gewerkt als belastingconsulent en was daarna bij mijn vader in de zaak aan het Noordeinde in Den Haag gekomen. Ik vroeg hem: wat zou je vinden van een winkeltje in Leiden? Daar had hij zijn leven lang van gedroomd, zei hij. Het liep meteen heel goed. Dat kwam doordat wij op rekening verkochten. Je kon hier als student je boeken halen, en de rekening ging naar papa. Dat werkte. Het leek wel of die ouders dachten dat ze door snel te betalen bij-

In dit pand aan de Kloksteeg zat decennialang Jongbloed Juridische ­Boekhandel. Sinds begin oktober is boutiquehotel Ex Libris – vijf kamers – er gevestigd. De naam verwijst naar de bekende voorganger.

droegen aan het succes van hun kind. Het hielp ook dat we mooie kleurenfolders lieten drukken. Die deelde ik in de El Cidweek uit. En vanaf mei belden we al met de faculteit om te vragen welke boeken ze gingen voorschrijven. Dat soort dingen deed je, je moest voorraad hebben. Regelmatig ging ik zelf op en neer naar Kluwer in Deventer om boeken te halen. Ik ben zelfs nog eens naar Engeland gereden, toen een nieuw Engelstalig boek voor criminologie opeens verplicht was voor eerstejaars. Dat was een dikke pil – mijn ­Peugeot zakte bijna door zijn assen. Twee keer per jaar na de eerste rechtencolleges stonden ze hier in rijen, soms wel tot aan de brug. En allemaal vrolijk, hoor. Studenten hadden tijd genoeg. In 2013 heb ik het bedrijf verkocht. Ik was 69, had geen opvolgers onder

mijn kinderen, en ik was niet optimistisch over het vak. De koper van ons bedrijf ging een jaar later totaal onverwacht failliet. De curator heeft gelukkig Jongbloed Juridische Boekhandel kunnen doorverkopen aan Managementboek.nl. Als je nu googelt op Jongbloed kom je terecht in een moderne online winkel. Het is een troost dat het bedrijf op niveau is voortgezet. Met het verkopen van dit pandje heb ik tot 2016 gewacht. Misschien doen we er nog wat mee, dacht ik aanvankelijk, maar dat is er niet van gekomen. Ik ben ontzettend opgetogen over het feit dat de buren het gekocht hebben en het zo mooi verbouwd en ingericht hebben. En verdomd aardig dat ze die naam, Ex Libris, hebben gekozen.’ Ab Jongbloed, Rechten 1966-1975


DOSSIER

Klein maar fijn

Quantumcomputer

Van kleine deeltjes die tegelijk 0 en 1 zijn

Peperkorrel Over de wereld achter een kleine vondst

Hittitisch

Onderzoek in een piepklein vakgebied


24

Leidraad

ALUMNIMAGAZINE VAN DE UNIVERSITEIT LEIDEN

TEKST: MALOU VAN HINTUM, FOTO: ILVY NJIOKIKTJIEN, ILLUSTRATIES: JELLE HOOGENDAM (MATERS & HERMSEN)

Over elegante deeltjes en nanometers Hij heeft wel een antwoord op de vraag wat het kleinste deeltje is. Carlo Beenakker, hoogleraar Theoretische natuurkunde aan de Universiteit Leiden: ‘Dat is een puntdeeltje. Zo’n deeltje is altijd nul. Elektronen zijn puntdeeltjes; ze zijn zo klein dat je ze niet k ­ apot kunt slaan.’ Maar: Beenakker geeft leiding aan de Nanophysics groep. En de nanowetenschap gaat, zo zegt hij, niet over het kleinste deeltje. ‘Die gaat over de kleinst mogelijke schakelingen.’

P

iepklein zijn ze, nanometers: niet groter dan een miljoenste millimeter, honderdduizend keer dunner dan een haar. Fabrikanten troeven elkaar af met de kleinste nanometerchip; IBM heeft het record in handen met een chip niet groter dan 5 nanometer. Waarom moet het zo vreselijk klein? Hoe klei­ ner de schakelingen zijn, hoe meer er op een chip kunnen, hoe sneller die chip kan rekenen, hoe krachtiger ze wordt, en hoe meer bijvoorbeeld je smartphone kan. En dat wil­ len we graag. Maar we stuiten een keer op een grens, legt Beenakker uit: ‘Ga dat maar eens solderen, zulke dunne draadjes. Dat is lastig. Er mag geen kortsluiting ontstaan, de draad­ jes mogen niet kapotgaan, alles moet blijven werken...’ Er is ook nog een ander probleem: ‘Al die draadjes produ­ ceren warmte. Hoe meer je ze op elkaar propt, hoe war­ mer het wordt, en hoe moeilijker het wordt om die warm­


NR. 1  2018

te af te voeren. Het urgentste probleem met computers is niet dat ze niet snel genoeg zijn, maar dat ze enorm veel energie verbruiken. Vijf procent van het energie­ verbruik in Nederland gaat op aan het koelen van com­ puters in grote datacentra van grote bedrijven.’

DOSSIER klein maar fijn

25

pen, hoopt hij. ‘Die hebben we dan uitgerekend, dat is dan klaar.’ Aan de quantumcomputer wordt nu gebouwd; in Delft, niet in Leiden. Dat is prima zo, zegt hij: ‘Ik ben niet degene die eraan sleutelt. Ik heb geen lab, maar ik heb wel een grote groep, en die zit de helft van de tijd in Delft.’ Beenakker werkt dan ook nauw samen met Delfts natuurkundige Leo Kouwenhoven, maar heeft geen behoeft om naar Delft te verkassen. ‘Lei­ den heeft een Instituut theoretische natuur­ kunde, Delft niet. Ik werk hier in een intel­ lectuele omgeving die ik prettig vind: ik heb veel collega’s die allemaal verschillende din­ gen doen en die allemaal in elkaar zijn geïn­ teresseerd. Een verdieping hierboven zit het Lorentzcentrum, waar wetenschappers van over de hele wereld workshops volgen, dat vind ik ook leuk. Dat is er in Delft allemaal niet.’

Een oplossing voor dit probleem: de quantumcomputer. Die maakt geen gebruik van gewone elektrische velden die warmte produceren, maar van quantummechanica, de natuurkundige theorie die de microscopische wereld van atomen en elektronen beschrijft. Terwijl een gewo­ ne computer werkt met nullen en enen, kan een quan­ tumcomputer veel efficiënter werken: met kleine deel­ tjes die tegelijk nul en een zijn. ‘Dat is lastig te begrijpen omdat het tegen-intuïtief is,’ zegt Beenakker, ‘maar we snappen er voldoende van om het te kunnen toepassen. We kunnen er sommen mee maken, dingen uitrekenen, voorspellen.’ Dankzij die ’dubbele gedaanten’ kan een quantum­ computer in relatief korte tijd heel ingewikkelde reken­ problemen oplossen op een manier die minder energie Elegant deeltje Hij is zijn ‘hele wakende leven’ bezig met zijn vak. Altijd, verbruikt. Zo kan ze de huidige computer op snelheid en overal, en hij pepert zijn studenten in dat het ook niet duurzaamheid verslaan, hopen wetenschappers. Zo’n anders kán. We weten in de natuur­ computer kan dus onvoorstelbaar grote kunde heel veel, zegt hij, maar er hoeveelheden big data verwerken – of niet? zijn nog altijd heel mooie, eenvoudi­ ‘Dat is niet de meest voor de hand liggen­ de toepassing,’ zegt Beenakker. ‘Data beho­ ge dingen waar niemand ooit op is CV Carlo Beenakker ren tot de gewone wereld, dat zijn wij. De gestuit. Neem nou het majorana-deel­ Beenakker (1960) is de tje. ‘Ik wou dat ik het had bedacht, ik quantumwereld is de wereld van de elek­ zoon van twee natuur­ tronen. Enzymen en DNA, dat is de quan­ zat er bovenop, maar iemand anders kundigen. Hij studeerde in 1982 cum laude af aan tumwereld, daar ­vinden chemische reac­ was me net voor. Een heel elegant de Universiteit L ­ eiden, ties plaats.’ deeltje. Het representeert en symbo­ waar hij in 1984 promo­ liseert op allerlei manieren de nul, Quantumtechnologie zou het mogelijk moe­ veerde. Sinds 1991 is hij ten maken om voor mensen personalised het totale niets. Een niets-zijn dat hoogleraar ­Theoretische medicine te ontwikkelen, zegt hij: ‘Vlieg­ toch weer heel gevuld is, en zwan­ natuur­kunde aan de tuigen kunnen we helemaal op de compu­ ger van mogelijkheden. De wiskundi­ ­Universiteit Leiden. ter ontwerpen, daar hebben we geen wind­ ge theorie erachter is van een enor­ Beenakker won vele tunnel meer voor nodig. Het zou mooi zijn me schoonheid en eenvoud. Je hebt ­prijzen, ­waaronder de als dat met medicijnen ook mogelijk wordt. maar heel weinig nodig om het te prestigieuze Spinoza­ Want dan kun je, omdat het zo snel kan, snappen, ik kan het mijn derdejaars premie van NWO (1999) en de AKZO Nobel op een kosteneffectieve manier medicijnen studenten uitleggen, en toch is het ­Science Award (2006). maken die veel beter op het individu zijn pas kortgeleden ontdekt.’ Hij sleepte in 2009 en toegesneden dan de huidige.’ Alle ontdekkingen in mijn vakgebied 2012 twee ERC Grants die de moeite waard zijn, gaan zo, binnen, grote E ­ uropese Over 50 jaar zegt hij. ‘Die zijn schitterend, die zijn onderzoeksubsidies. Die zogeheten quantumchemie is nog toe­ ongelofelijk mooi, en als je ze een­ Beenakker begeleid­ komstmuziek, relativeert hij, maar op ter­ maal ziet, zijn ze ook volkomen evi­ de tot nu toe meer dan mijn ziet hij geweldige mogelijkheden. ‘We dent. Als je boft, heb je in je loopbaan ­dertig promovendi en is hopen dat we nu iets in gang zetten dat een handjevol van dat soort momen­ een veelgevraagd spre­ ten. Daar doe je het voor.’ over vijftig jaar effect heeft. Dat is eerder ker op internationa­ le conferenties, lid van ook gelukt. Als je vroeger een nare infec­ ­talloze wetenschaps­ tieziekte had, ging je eraan dood. Nu niet adviesraden, editor meer, dankzij antibiotica. Pest, polio, tbc – van verschillende tijd­ ze komen niet meer voor, of we overlijden schriften. er niet meer aan.’ Zo kunnen we over vijf­ tig jaar ook een lijstje ziektes van nu afstre­


26

Leidraad

TEKST: NIENKE LEDEGANG, FOTO: ROB OVERMEER

D

ALUMNIMAGAZINE VAN DE UNIVERSITEIT LEIDEN

it is Yara, prematuur geboren in het LUMC na 28 weken zwangerschap. Ze ligt in een couveuse op de neonatale intensive care unit (NICU) in een ‘single room’. Het LUMC beschikt sinds een half jaar over 17 van dit soort eenpersoonskamers voor prematuur geboren baby’s. Het is het eerste academische ziekenhuis in Nederland met zulke kamers voor de allerkleinsten. Daarnaast zijn er in Leiden nog eens vier tweelingenkamers, omdat het LUMC fungeert als landelijk centrum voor gecompliceerde tweelingzwangerschappen. Prof.dr. Enrico Lopriore is hoofd van de afdeling neonatologie in het LUMC en vertelt over de snelheid waarmee de ontwikkelingen gaan. ‘De kansen voor baby’s worden steeds beter. Dan bedoel ik ook niet alleen de overlevingskansen maar ook hun kwaliteit van leven. Onderzoek is daarbij een belangrijk middel. Zo zullen we zeker onderzoeken wat de komst van de single rooms met de baby’s doet. Maar ook loopt nu een onderzoek naar wat er gebeurt als we bij een neonaat bij de geboorte niet direct de navelstreng doorknippen en hem meenemen naar onze NICU, maar de baby eerst nog een paar minuten bij de moeder laten. Onze theorie is dat de baby dan een betere start heeft. Die betere start, daar gaat het ons hier om.’

NR. 1 2018


DOSSIER klein maar fijn

Goedemorgen, Yara

27


28

Leidraad

ALUMNIMAGAZINE VAN DE UNIVERSITEIT LEIDEN

TEKST: ERIC DE JAGER, FOTO: MONIQUE SHAW

Het neusje van de bacterie Ariane Briegel, hoogleraar ultrastructuurbiologie, bestudeert ­bacteriën. Dat is al priegelwerk, maar de Duitse wil verder kijken, naar de allerkleinste deeltjes. Ze onderzoekt hoe de ­receptoren, zeg maar ‘de neus’ van de bacterie, werken én samenwerken.

D

aarvoor maakt zij in Leiden gebruik van elektronencryo­ tomografie. Een elektronen­ microscoop geeft een veel scherper beeld dan de ouder­ wetse lichtmicroscoop. Maar het preparaat moet dan wel van water ontdaan worden, en dat kan de struc­ tuur wijzigen. ‘Ik leg het altijd zo uit: we willen een originele aardappel zien en geen chips’, zegt Briegel. Bij elektronencryotomografie wordt het preparaat zo snel bevroren dat er geen ijskristal­ len kunnen ontstaan. Van de tweedimensionale beelden van de microscoop wordt een 3D-afbeel­ ding gegenereerd die alle structuren en syste­ men van de bacterie toont. Die kennis kan wel­ licht worden gebruikt om nieuwe behandeling van ziektes te ontwikkelen. Voor Ariane Briegel is haar werk een voortdu­ rende ontdekkingsreis. ‘Iedere keer als ik de microscoop aanzet, zie ik een nieuwe wereld.’


DOSSIER klein maar fijn

Ariane Briegel aan het werk met de elektronenmicroscoop

Haar fascinatie voor het kleinste werd geboren tijdens een stage. ‘Ik studeerde zoölogie in Mün­ chen en daar mocht ik met de microscoop wer­ ken om de ultrastructuur van dieren bloot te leg­ gen. Ik wist meteen dat ik in dit vakgebied wilde blijven werken en ben er aan het Max Planck Instituut in Duitsland op gepromoveerd. Des­ tijds waren de vakgenoten op de vingers van één hand te tellen.’ Via elf jaar Caltech in de VS kwam de Beier­ se terecht in Leiden. ‘Een leuke stad, die het Netherlands Center for Electron Nanoscopy – NeCEN – huisvest, waar ik direct toegang heb tot twee van de beste microscopen ter wereld.’ Het vakgebied van ultrastructural biology is inmid­ dels ‘geëxplodeerd’. ‘Dát is niet meer klein. Al blijft de cryotomografie daar iets bij achter, voornamelijk omdat de apparaten waanzinnig duur zijn. Maar alle grote universiteiten werken aan faciliteiten en de techniek ontwikkelt zich razendsnel.’

29

‘Zoeterwoude is dat k ­ leine Gallische dorpje’

‘M

aldus alumna Myriam

ijn loopbaan is letterlijk van groot naar klein gegaan. Tijdens mijn ­studie heb ik stage gelopen op de Nederlandse ambassade in Parijs. Daarna heb ik bij de gemeente Den Haag gewerkt. Nu ben ik beleidsmedewerker Onderwijs & Jeugd in Zoeterwoude, het kleine zusje van Leiden met maar 8100 inwoners. Bepaald geen Parijs of Den Haag, maar het voelde als een verademing om bij een kleine gemeente te werken. De verantwoordelijkheid ligt veel lager in de organisatie. Daardoor sla je veel sneller s­ pijkers met koppen. In mijn Haagse tijd heb ik slechts één keer de wethouder gesproken. Nota bene voor het over­handigen van een bosje b ­ loemen. Hier heb ik elke week overleg met de burgemeester. Er zijn ook nadelen natuurlijk. Als eenpitter met een breed takenpakket is er weinig tijd voor diepgang. Gelukkig werken we inhoudelijk goed samen in de regio, bijvoorbeeld op het gebied van de inkoop van Jeugdzorg. Ander nadeel: als kleine gemeente word je soms niet serieus genomen. Het leuke is dat we na twee jaar vaak alsnog gelijk krijgen. Als kleine gemeente kun je beleid nu eenmaal sneller toetsen. Zoeterwoude blijft dan ook geloven in zijn eigen kracht, ondanks alles wat er op ons afkomt. Net als dat kleine Gallische dorpje houden de inwoners van Zoeterwoude dapper stand.’ MYRIAM VAN DIJK (40)

1999-2001 H ­ ogere ­Europese Beroepen­ opleiding, Den Haag 2001 Bestuurskunde ­Leiden 2001-2003 Junior beleidsmedewerker Dienst OCW bij de gemeente Den Haag Nu Beleidsmede­werker Onderwijs & Jeugd, gemeente Zoeterwoude.

TEKST: NICOLLINE VAN DER SPEK, FOTO: EDWIN WEERS

NR. 1  2018


30

Leidraad

ALUMNIMAGAZINE VAN DE UNIVERSITEIT LEIDEN

TEKST: ERIC DE JAGER, FOTO: MARC DE HAAN

Taalwetenschapper Alwin Kloekhorst onderzoekt de positie van een aantal A ­ natolische talen ten opzichte van de Indo-­ Europese moedertaal. Hij kreeg daarvoor in 2014 een Vidi-beurs. De enthousiaste onderzoeker werkt in een relatief klein vakgebied.

‘Ik mis ­ zelden iets’

NR. 1  2018


‘Klein is snel’

31

aldus alumnus Jan Leendert

‘Z

o’n vijftig jaar geleden voorspelde Gordon Moore het al: ongeveer elke twee jaar bevatten geïntegreerde circuits dubbel zo veel transistors. Dit kan door met name de structuren steeds kleiner te maken. Dat tempo hebben we tot nu toe aardig weten vol te houden. Zaten we eind jaren zestig op zo’n 20 micrometer, nu op minder dan 14 nanometer. Het heeft ervoor gezorgd dat onze computers en telefoons in de loop der jaren steeds sneller zijn geworden. Want dát is de kracht van klein: klein is snel. De machines die nodig zijn om deze kleine ­structuren te maken, zijn juist opvallend groot en complex. In het extreme geldt dat voor CERN, de organisatie die onderzoek doet naar elementaire deeltjes in Zwitserland. Maar ook binnen mijn eigen onderzoeksterrein gaat die regel op: hoe kleiner de structuren, des te complexer de meet- en fabricageapparatuur. Ik ben verantwoordelijk voor een flink deel van de research die TNO ter beschikking stelt aan Nederlandse en internationale bedrijven, waaronder ASML, bij het ontwikkelen van machines voor de halfgeleiderindustrie en dan met name de lithografiemachines. We doen complexe experimenten, onderzoeken materialen en proberen schoon en slim te ontwerpen. Elk contact met een stofdeeltje groter dan 14 nanometer – en daar zit je al snel aan – kan een minuscule kortsluiting opleveren en dat moet je natuurlijk zien te voorkomen. Anders kan de klant straks een deel van zijn chipproductie weggooien.’ JAN LEENDERT JOPPE (53) 1982-1986 Experimentele Natuurkunde in ­Leiden 1986-1998 Onder­zoeker en project­leider TNO 1998-heden Diverse management­functies TNO Nu Research manager Nano-­ Instrumentation TNO

TEKST: NICOLLINE VAN DER SPEK, FOTO: EDWIN WEERS

‘D

e vergelijkende Indo-Europese taalwetenschap is een klein vak­ gebied, maar het is niet zo dat ik elke dag in mijn eentje bij de kof­ fie-automaat sta. Leiden is het grootste centrum van de wereld, ik werk hier met vijf collega’s met wie ik goed kan spar­ ren. Ik geef twee uur per week college over het Hitti­ tisch (een antieke uitgestorven Indo-Europese taal die werd gesproken door de Hettieten in Anatolië, red), voor zo’n vijftien studenten. En dankzij de Vidi-beurs heb ik nu twee aio’s om te praten over de specialistische dingen die ik doe. Omdat ons vakgebied zo klein is, ken ik iedereen en iedereen kent mij. Veel dingen hangen daardoor af van persoonlijke verhoudingen. Dat remt de snelheid van ontwikkelingen. Het is belangrijk wat de grootheden vinden. Ik vind het jammer dat het vak soms zo conser­ vatief is. Aan de andere kant is het in grote vakgebieden vaak lastig om ongepubliceerd materiaal op te vragen. Bij ons niet, omdat niemand de angst heeft: hij gaat met mijn onderzoek aan de haal. Ik weet precies wat ieders idee is over het uiteenvallen van het Indo-Europees. En dankzij die kennis kan ik mijn argumenten van tevoren al slijpen. En er zijn meer voordelen: Ik heb een vriend in de medische wetenschap, die begint maandagochtend met het lezen van nieuwe publicaties. Dat zijn er zo drie­ honderd. Dan kun je alleen scannen en proberen er de belangrijkste uit te vissen. Ik mis zelden iets. Ideaal zou zijn als ons vakgebied net iets groter was dan het nu is. Dan zou het minder op personen hangen en zou de omlooptijd wat korter zijn. Met twee aio’s merk ik opeens dat we samen dingen doen die ik alleen nooit had gekund. Samenwerken is heel goed voor de creati­ viteit. Mijn interesse werd op de middelbare school gewekt bij de klassieke talen. Ik ben Indo-Europese taalweten­ schap gaan studeren en werd gegrepen door de direct­ heid van het Hittitisch. De kleitabletten zijn beschreven door de mensen die de taal spraken, je ziet hun vinger­ afdrukken nog zitten. Het werd me al snel duide­ lijk dat dit gebied, omdat het zo klein is, nog niet heel goed bestudeerd was. Wij onderzoeken de positie van Anatolische talen ten opzichte van het Indo-Europees. Dat levert ook inzichten over het Nederlands op. We dachten dat we dat konden terugvoeren tot 3000 voor Christus, maar als het Anatolisch een zuster­ taal is zoals we nu denken, kunnen we minstens 1200 jaar verder terug. De oorsprong ervan werd altijd een beetje in het midden gelaten: “We weten het niet pre­ cies”, maar ik heb altijd gezegd: “We kunnen het weten als we heel methodologisch te werk gaan.” Dat vind ik gaaf, dat is wetenschap.’

DOSSIER klein maar fijn


32

Leidraad

ALUMNIMAGAZINE VAN DE UNIVERSITEIT LEIDEN

Kleine lettertjes

‘Madurodam is niet alleen groot in klein’

‘A

onder een vergrootglas

aldus alumnus Pieter

Jurist Jaap Hijma * reageert op vijf stellingen over de kleine lettertjes. ‘Ik lees ze zelf ook niet.’ # 1 De kleine lettertjes zijn er om mensen dwars te zitten. ‘Dat idee leeft inderdaad, maar de kleine let­ tertjes werken ook in het voordeel van de con­ sument. Ze hebben bijvoorbeeld invloed op de prijsstelling van een product. Met het hanteren van algemene voorwaarden bouwt een bedrijf zekerheden in voor zichzelf. Dat drukt de prijs. Dat we denken dat we erin geluisd worden door de kleine lettertjes, komt doordat her en der uit­ wassen voorkomen. Denk aan enorme boetes, of aan contracten die bijna niet opzegbaar blijken.’

# 2 Niemand leest ze, dus kun je ze net zo goed afschaffen.

PIETER DE HULLU (39) 1996-2003 Studie Nederlands Recht in Leiden 2004 Financieel en juridisch adviseur Robein Leven 2009 Oprichter en mede-eigenaar SiteGurus Nu Online marketeer en sales bij Madurodam

TEKST: NICOLLINE VAN DER SPEK

TEKST: NICOLLINE VAN DER SPEK, FOTO: EDWIN WEERS

ls online ­ marketeer bij Madurodam ken ik niet alle aantallen uit mijn hoofd, maar ik weet dat het er veel zijn. Er staan bijvoorbeeld meer dan 3.000 straatlantaarns in Madurodam en er rijden bijna 4.500 auto’s en vrachtwagens rond. Vroeger werd alles met de hand gemaakt in het eigen atelier. De gebouwen waren allemaal van hout. Met een mesje ­werden in de gevels baksteentjes getrokken, daarna werd er zand ingeblazen om het wat ouder te laten lijken. Ik heb het over 1952, toen Maduro­dam als herinnering aan oorlogsheld George Maduro werd opgericht. Dat we een miniatuurstad zijn, is niet meer uit de hoofden van Nederlanders te krijgen. Maar Madurodam is niet alleen groot in klein. In 2012 is het park helemaal op de schop gegaan. We moesten wel. Kinderen willen niet alleen maar statisch kijken. Ze willen beleving. Madurodam is zich vanaf die tijd op de verhalen van Nederland gaan richten, op de vaderlandse ­helden en hoogte­punten. We laten zien waar een klein land groot in is. Vandaar ook onze nieuwe slogan: Nederland op zijn grootst.’

‘99% van de mensen leest ze inderdaad niet, maar de kleine lettertjes verbieden, daar ben ik geen voorstander van. Zolang alles wat erin staat redelijk is, zijn algemene voorwaarden nuttig. Ze zijn een soort smeerolie in het handelsverkeer. Bedrijven kunnen hun positie beter inschatten en hoeven niet bij elk contract opnieuw het wiel uit te vinden. De vraag is: wat is redelijk? Volgens het Euro­


DOSSIER klein maar fijn

33

de wet afgestraft. Zo’n beding kan dan gewoon de prullenbak in.’

# 4 De kleine ­lettertjes vergroten de kloof ­tussen hoog- en ­laag­opgeleide mensen. ‘Dan overschat je de bovenlaag. Ik hoor bij de hoogopgeleiden, maar lees ze eerlijk gezegd ook nooit. Ik bekijk ze pas achteraf, als er een pro­ bleem is. Dat doen de meeste mensen. In het ­algemeen is het een misverstand te denken dat je beter af bent als je ze wel leest. Bedrijven gaan er toch niet met je over onderhandelen, en voor het recht maakt het niet uit of je de kleine letters al dan niet gelezen hebt.’

# 5 We zijn veel te bang voor de kleine lettertjes.

pese Hof moeten de algemene voorwaarden zo zijn opgesteld dat je ze ook in een gewoon gesprek had kunnen voorleggen aan je klant. Durf je dat niet, dan is er iets mis met je voor­ waarden. Een rechter zal ze dan al snel oneer­ lijk vinden, met als gevolg dat de consument er niet aan is gebonden.’

# 3 Je moet zelf een jurist zijn wil je de kleine lettertjes kunnen begrijpen. ‘De wet zegt daar wel iets over: bedingen moe­ ten duidelijk en begrijpelijk zijn opgesteld. Zijn ze niet helder geformuleerd, dan kan de consument ze vernietigen. Het criterium is: had het helderder gekund? Soms zijn dingen gewoon complex, denk aan iets technisch, maar je mag niet bewust de cryptiek opzoe­ ken. Wollig formuleren met allemaal uitzon­ deringen, bijzinnen en tangconstructies om de consument het bos in te sturen, wordt door

*) Jaap Hijma (1955) is sinds 1988 hoog­leraar in het burgerlijk recht aan de ­Leidse universiteit. Hij is geïnteresseerd in het vermogensrecht, met als zwaartepunten het contractenrecht, het verdere verbintenissenrecht en het consumentenrecht.

‘Precies. Mijn tip: vertrouw wat meer op de wet­ telijke bescherming. Juist de consument wordt goed beschermd. Het Burgerlijk Wetboek heeft een zwarte lijst en een grijze lijst opgenomen, met samen 34 bedingen. Een mooi voorbeeld: er was een stel dat de trouwsuite had gereser­ veerd in een duur Haags hotel. Uiteindelijk ging de mooiste nacht van hun leven daar niet door, omdat het hotel die suite liever gaf aan een pop­ ster die toen in de stad was. Ergens in de klei­ ne lettertjes stond dat het hotel daar het recht toe had. Daar steekt de wet een stokje voor: een beding dat de consument zijn recht op de afge­ sproken prestatie helemaal ontneemt, staat op de zwarte lijst. De consument is daar dus niet aan gebonden, ook al heeft hij zijn handtekening gezet. Naast die zwarte lijst heb je de grijze lijst. Daarop staan verdachte bedingen. Een onderne­ mer kan dan nog proberen aan te tonen dat het beding in zijn geval toch redelijk was. Enfin, dat wordt discussie. Bij de zwarte bedingen is het over en uit, en sta je als consument in je gelijk.’


34

Leidraad

ALUMNIMAGAZINE VAN DE UNIVERSITEIT LEIDEN

DOSSIER klein maar fijn

NR. 1  2018

De archeologische waarde van een halve peperkorrel Kleine voorwerpen uit de archeologie die een groter ­verhaal vertellen. Zoals een enkele peperkorrel. Of eigenlijk, een halve. Emeritus hoogleraar archeologie Corrie Bakels kan er groots en meeslepend over vertellen.

TEKST: NIENKE LEDEGANG

‘D

ie ene halve peperkor­ rel. Mijn Duitse leermees­ ter Karl-Heinz Knörzer liet hem mij ooit zien. Opge­ graven net over de Duitse grens, in Xanten. Wat die ons vertelt? Veel, zo zal later blijken. Hij is één van de zes die ooit ten noorden van de Alpen zijn gevonden. De korrel dateert uit de Romein­ se tijd, ik schat de derde eeuw, en is van het zuidwestpuntje van India in Duitsland terecht­ gekomen. En daar raak je aan het grotere ver­ band. Want: welke reis heeft die korrel afgelegd? In de archeologie leggen we, om zo’n vraag te beantwoorden, puzzelstukjes bij elkaar. Zoals het loden label van ook maar 2,9 centimeter lang, dat in 1982 in de Moezel bij Trier is gevon­ den, en waarop te lezen valt: Pipir (peper). Met daarbij prijs en gewicht. Waarschijnlijk ooit ach­ teloos in het water gegooid door de koopman, toen hij zijn lading in goede orde had ontvan­ gen. Ook het onderzoek van René Cappers, bij­ zonder hoogleraar in Leiden, is zo’n belang­

rijk puzzelstuk. Hij groef bij de Rode Zee, op de plek waar ooit de Romeinse havenstad Berenike lag, en vond er een pot met 7,5 kilo peper. Van­ uit Berenike als overslaghaven ging peper de hele wereld over. Op kamelen werd de specerij naar de Nijl vervoerd, waar deze op riviersche­ pen naar Alexandrië ging en verder via de Mid­ dellandse Zee naar de Romeinse haven Ostia en Rome zelf. Van daaruit werd de peper verspreid over de rest van het Romeinse Rijk. Zo kwam die korrel uiteindelijk in Xanten terecht, in die dagen een bekend Romeins legerkamp. De vondst van zo’n korrel is natuurlijk heel bij­ zonder. Maar bovendien leert het ons veel. Uit geschriften van bijvoorbeeld Plinius waren de intensieve handel van de Romeinen en hun net­ werken wel bekend. Maar ineens werden hypo­ thesen ook fysiek onderbouwd. Door kleine stapjes te zetten en vondsten met elkaar te lin­ ken, krijgen we er steeds meer greep op. Dat is de kracht van archeologie: kleinigheidjes tellen op en maken samen een verhaal.’


NR. 1  2018

ALUMNIMAGAZINE VAN DE UNIVERSITEIT LEIDEN

Leidraad

35

de groep van

Eric Povel (60)

TEKST: JOB DE KRUIFF

Het kerstdiner van Leidsch Belegh in 1988. Maar ­beleggen was toen toch nog niet in de mode, Eric Povel? ‘Het was ook maar een middel. De harde kern is een groep huisgenoten van Hartesteeg 2A. De rest kenden we via de studie, het hockey of Minerva. Rond ons afstude­ ren zochten we iets waardoor we elkaar nog eens in de maand zouden blijven zien. Dat werd die beleggingsclub, met aanvankelijk vijftien leden. De beurs ging heel erg omhoog toen. Eens per jaar gingen we een weekend weg, en jarenlang hebben we dat volledig kunnen financieren uit de winst op beleggingen.’ In slechte beursjaren sneuvelde het uitje? ‘Dan lapten we zelf bij. We zijn eens op champagnereis geweest, legendarisch. Er is wel wat drank mee terug­ gekomen, maar het merendeel ging onderweg op. Later werden het familieweekends, bijvoorbeeld in de Arden­ nen. Feesten en wandelen, allemaal met partners en kinderen. Inmiddels is het weer ‘heerenweekend’. We gaan naar bestemmingen als Dublin, Barcelo­ na. En we noemen het elk jaar ons lustrumweek­ end, zodat we extra groots mogen uitpakken.’ En die maandelijkse frequentie? ‘Die hebben we nog steeds, al 35 jaar. ­Volgende week hebben we een ‘belegging’, zo heet dat dan, in Vught, bij Daan Hollander, die in het

midden op de tweede rij staat. Dan gaat een man of vijf ’s middags golfen bij hem op de club, en de rest komt ’s avonds. Ik ben ervan overtuigd dat we met de elf die nog over zijn de rest van ons leven bij elkaar blijven komen.’ Wat is er zo leuk aan jullie bijeenkomsten? ‘Het is meteen alsof het 1980 is en we weer twintig zijn. De sfeer, de grappen, we zijn gewoon broertjes. De een is arts, een ander had een ‘stiltecentrum’, ik ben interna­ tionaal ambtenaar bij de NAVO. Maar wat je bent maakt geen donder uit, het is weer net als toen, alsof je weer aan de bar staat in de Branderij, de Uyl of de Bonte Koe.’ En het beleggen? ‘Daar wordt meestal met geen woord over gesproken. We hebben nog wel een potje, maar we hebben al jaren niets meer verkocht of gekocht. Vroeger hadden we twee wisselbekers, voor degenen met het ­beste en het slechtste beleggingsadvies van het jaar. Daar doen we niets meer mee. Geen idee waar die nu zijn. O, mijn vrouw zegt dat ze allebei bij mij zijn geëindigd.’ Eric Povel, Rechten en politieke wetenschappen 1978-1988


36

Leidraad

ALUMNIMAGAZINE VAN DE UNIVERSITEIT LEIDEN

NR. 1  2018

TEKST: LINDA VAN PUTTEN, FOTO’S: MONA VAN DEN BERG EN MARIUS ROOS

Hard studeren in de sociëteitsbieb of aan de bar Een uitbundig studentenleven en tegelijkertijd ­succesvol ­studeren. Kan dat in een tijd waarin de studiebeurs is ­afgeschaft en ­studenten snel hun eerste jaar ­moeten halen? De ­Leidse ­studentenverenigingen ­helpen hun leden: met tentamen­ trainingen, ­vervroegde borrels, studieruimtes, s­ ociale controle of juist meer vrijheid.

M

aandagochtend, 11.00 uur, ­ tentamenperiode eerste semester. Wie denkt dat een vereniging als Minerva dan ­u itgestorven is, vergist zich. In de ­statige bibliotheek van de ­sociëteit – antieke tafels, Wimbledongroene stoe­ len – krijgt een groep leden tentamentraining van een jurist. De docent wijst op de juridische haken en ogen van genotsrechten. Na afloop ­vertelt praeses Ivo Dorresteijn over de verande­ ringen op Minerva. De sociëteit had al bijna 200 jaar een bibliotheek, maar deze bood meer een fraai decor voor diners en overleggen dan dat er ­serieus gestudeerd werd. ‘Het eten zat er bij ­wijze van spreken achter de boeken.’ Intellectuele verbreding

De omslag kwam toen in 2013 de studie­ druk flink werd opgevoerd door de aanscher­ ping van het bindend studieadvies: eerstejaars moeten nu 45 van de 60 studiepunten halen, anders moeten ze de studie staken. Daar boven­ op kwam de afschaffing van de basisbeurs in 2015. Dorresteijn: ‘Leden vroegen of de vereni­ ging niet meer studiefaciliteiten kon aanbie­ den, en dat hebben we gedaan.’ De bibliotheek werd gerenoveerd, is uitgebreid met gewilde


37

handboeken en doet overdag dienst als studie­ zaal. Bestuurslid Isabelle van Wassenaer, ver­ antwoordelijk voor ‘de intellectuele verbreding van de leden’, vult aan: ‘Minervanen worden op basis van hun studie tegenwoordig ingedeeld in faculteiten waarvoor relevante activiteiten ge­or­ ganiseerd worden, er is een studiefonds voor ­studenten die naar het buitenland willen en we overwegen ouderejaars bijles te laten geven.’ Ook Augustinus heeft tegenwoordig een biblio­ theek met een groeiende collectie boeken. Want ook hier zat de schrik er flink in toen de basis­ beurs in 2015 sneuvelde, vertelt voorzitter Myr­ na van Dijk. ‘De angst heerste dat bijna niemand nog lid zou worden.’ Maar die vrees bleek onge­ grond. Sterker nog, het maximum van 390 eer­ stejaars is de laatste vijf jaar moeiteloos gehaald. Bij de andere vier grote Leidse studentenvereni­ gingen is het aantal leden de laatste jaren even­ eens stug doorgegroeid. Augustinus, Minerva en Quintus denken dat hun extra studiefacilitei­ ten zoals tentamentrainingen en studiesubs (zie tabel) een rol spelen. SSR en Catena schuiven hun vrijblijvendheid als troef naar voren. SSR-voorzitter Melcher van Nieuwkoop: ‘Het karakter van SSR speelt waar­ schijnlijk een grote rol speelt bij onze ledengroei.

Bij ons is niets verplicht, alles mag.’ Catena doet ook niet aan extra’s als tentamentraining. ‘Bij ons geldt het verenigingscliché Catena is je moeder niet’, zegt voorzitter Didier van Someren. ‘Leden moeten hier vooral vrijheid hebben om te doen wat ze willen.’ Wel kunnen Catenianen zeven dagen per week in het pand studeren en sommigen doen dat dan ook. ‘Daarvoor hebben we geen aparte bibliotheek. Studeren gebeurt hier gewoon op de bank, aan de bar of in het rookhok.’ Dat het lidmaatschap van een gezelligheids­ vereniging bevorderlijk is voor de studie wordt bevestigd door een al wat ouder onderzoek van onderwijsinstituut ICLON. In het rapport Over verenigingslidmaatschap en studiesucces (2006) is de conclusie: Leidse studenten die destijds in 1998 lid werden van een studentenvereniging studeerden iets sneller af en bleken minder vaak hun studie te staken dan studenten die geen lid waren. Sociale controle

Maar dat waren andere tijden. In hoever­ re v ­ inden ook de ‘gewone’ leden van nu dat ­studeren en een actief verenigingsleven prima samengaan? Nicky Westveer, student Orthope­ dagogiek, verhuisde van het Zeeuwse Goes naar


38

Leiden, waar ze bijna niemand kende. Ze werd lid van Quintus en dat was ook een goede beslis­ sing voor de studie, meent ze. ‘Je stapt gemakke­ lijker op studiegenoten af en durft bijvoorbeeld eerder om een samenvatting te vragen omdat je ze al kent van de vereniging.’ Westveer heeft veel aan haar dispuut Illustra. Met de UB-app­ groep als trillende wekker gaan de dames vaak samen studeren. ‘Dat gaat veel beter dan alleen thuis studeren want dan ga ik wasjes draaien of even Netflix kijken. Voor mij werkt sociale con­ trole: tijdens een tentamenperiode wordt van mij juist niet verwacht dat ik mee ga borrelen.’ In Minervahuizen, zo vertelt rechtenstudent Nathan Oosthoek, hoort studiecontrole tot de huismores. In zijn huis, Breestraat 163, moe­ ten de eerstejaars regelmatig vertellen hoe het met de studie gaat. En tijdens tentamenperio­ des sleuren huisgenoten elkaar van de bank: hup, studeren! Als de UB vol is of gesloten, stu­ deert hij in de bibliotheek ‘op de tent’. ‘Dit soort voorzieningen helpen, maar misschien wel het belangrijkste is dat studenten tegenwoordig niet beter weten: de norm is dat je je P op tijd haalt en snel doorstudeert. Dat doe je dan ook.’ Minder slempen

Vierdejaarsstudent Oosthoek heeft de borrel­ cultuur zien veranderen. Lang doorslempen gebeurt minder vaak. Minerva heeft zelfs een beperkt borrelverbod. Tijdens de allereerste ten­ tamenperiode is de vereniging verboden terrein voor eerstejaars. Ook de ouderejaars laten zich in tentamenweken een stuk minder zien. Prae­ ses Dorresteijn: ‘We stonden hier laatst met z’n tienen in de grote De jongste studenten­ zaal. Dat zal vroeger, toen je nog gewoon zes of acht jaar over je verenging: Dinsdag Avond studie kon doen, wel niet gebeurd Club zijn. Maar die stille tijd duurt Vijf vrienden richtten in maar een paar dagen. Daarna 2014 de nieuwste studenten­ barst het weer los.’ vereniging van Leiden op: de Augustinus en Quintus vervroeg­ Dinsdag Avond Club (DAC). den de borrel voor eerstejaars. Studenten hebben geen tijd Voorheen kwamen de eerste bor­ meer voor een fulltime verenigingsleven, aldus de oprichrelaars pas om 23.00 uur bin­ ters. De enige verplichting nen druppelen, vertelt bestuurs­ lid Roosmarijn van de Velde van hier is de contributie. Thuisbasis is café Odessa waar de Augustinus. Vanaf 2015 krijgen de eerstejaars de instructie: de bor­ leden – inmiddels al 450 –op rel begint om 21.07 uur – het ver­ dinsdagavond kunnen samenkomen. DAC organiseert van meende tijdstip waarop Augus­ tinus zou zijn opgericht. De alles, van feesten tot reisjes, instructie werkt, met als gunsti­ maar de leden hoeven dus ge bijvangst dat de ouderejaars nu alleen bij te dragen als ze tijd ook vroeger borrelen, want het hebben.

DAC

is eerder gezellig druk. Ook op SSR is het goed merkbaar als er studiepunten gescoord moeten worden. Voorzitter Van Nieuwkoop: ‘Leden ver­ trekken eerder of komen helemaal niet langs. Niemand kijkt daarvan op, we hameren erop dat de studie belangrijker is dan de vereniging.’ Cv-building voor de arbeidsmarkt

De borrelcultuur is dus wel iets minder uitbun­ dig geworden. En hoe zit het met de commissies en besturen: zijn die niet moeilijker te vullen? De verschillende verenigingsbesturen zeggen van niet. Cv-building is juist nog belangrijker geworden omdat de arbeidsmarkt veel sneller dichterbij komt voor deze generatie studen­ ten, stelt Van de Velde van Augustinus. Vooral de commissies die een ‘inhoudelijke’ activiteit ­organiseren, zoals een symposium of een groot aansprekend event, zijn gewild. Ook op Minerva zijn commissies meestal gemakkelijk te vullen, maar voor de Tapco (de tapcommissie) is dat wel


NR. 1  2018

ALUMNIMAGAZINE VAN DE UNIVERSITEIT LEIDEN

‘Studeren gebeurt hier gewoon op de bank, aan de bar of in het rookhok’

iets ­lastiger. Terwijl je juist heel goed leert ­ organiseren als je voor bijna tweeduizend leden de borrel verzorgt. Kan het helpen de Tapco een Latijnse naam te geven of eentje die meer ‘werkgeversproof’ is? ‘Misschien wel’, zegt ­Dorresteijn. Quint Westveer werkt ook al hard aan haar cv. Ze organiseerde voor haar vereniging een groot boekenbal en werkt als student-assistent op de universiteit. De dames van haar dispuut Illustra hebben een online database met daarin de con­ tactgegevens van reünisten en hun werkervaring. Een dispuutsgenoot heeft haar al kunnen hel­ pen met statistiek en een ander heeft ze benaderd voor een mogelijke stage. ‘Bovendien tippen we elkaar over interessant vrijwilligerswerk en gewil­ de bijbaantjes. Zo prikkelen we elkaars ambities.’ Alle grote verenigingen, behalve Catena, orga­ niseren tegenwoordig arbeidsmarktdagen en bezoeken aan werkgevers zoals advocaten­

kantoren. Hoe ver willen de gezelligheids­ verenigingen gaan in het aanbieden van al deze ­‘serieuze’ diensten? Dorresteijn: ‘Daar discussi­ ëren wij ook over. We bieden veel van dit soort faciliteiten aan, maar onze core business blijft gezelligheid.’ Van de Velde van Augustinus merkt op: ‘We kunnen nog meer doen, maar we zijn natuurlijk geen studievereniging. We willen vooral mensen samenbrengen zodat we elkaar kunnen helpen. Maar uiteraard staat niet alles hier in het teken van de studie. Het gaat hier ook nog steeds over wie het met wie doet.’

Leidraad

39


40

Leidraad

NR. 1  2018

AGENDA

overheid om dit te voorkomen?’

Algemeen

29 januari LEERGANG Public Affairs: voor iedereen die écht wil weten wat het vakgebied inhoudt.

10 februari DIES VOOR ALUMNI Zie pagina’s 48/49. Faculteit Wiskunde en Natuurwetenschappen 18 januari, 15 feb, 15 mrt LEZINGEN Bij alumnigezelschap het Natuurwetenschappelijk Gezelschap Leiden (NGL) geeft natuurkundige Michel Orrit, Spinozaprijswinnaar, een lezing. Later volgen sterrenkundige Ignas Snellen (15 feb) en Ariane Briegel, hoogleraar ultrastructuurbiologie (15 mrt). Faculteit Governance and global affairs 23 januari, 30 jan, 6 feb MASTERCLASS In de Masterclass Terrorisme 2018 bespreken Edwin Bakker en Jeanine de Roy van Zuijdewijn vragen als ‘Wie zijn de terroristen die in Europa aanslagen plegen?’ en ‘Wat is het beleid van de Nederlandse

8 maart LEERGANG Terrorisme, Recht en Veiligheid voor Practitioners: speciaal voor mensen uit het werkveld van terrorisme en contraterrorisme. 15 maart MASTERCLASS De Nieuwe Public Affairs Professional. 23 april VERDIEPINGSLEERGANG Verdieping in Public Affairs voor gevorderden op dit vakgebied. Meer info: universiteitleiden.nl/ governance-and-global-affairs Faculteit Geesteswetenschappen 5 april FACULTEITSSYMPOSIUM Alumni zijn uitdrukkelijk

SOCIALE WETENSCHAPPEN

Chillende pubers vertrouwen ‘Pubers minder egocentrisch dan gedacht’. En: ‘Trust your smart kids when it comes to public behavior’. Het promotieonderzoek van ontwikkelingspsycholoog Rosa ­Meuwese heeft tot krantenkoppen geleid, ook inter­ nationaal. Pubers blijken veel te leren over sociaal gedrag van hun leeftijdsgenoten, aldus Meuwese. Meer kennis over het puberbrein kan ouders helpen om op de ­sociale ontdekkingstocht van hun pubers te vertrouwen.

welkom. universiteitleiden.nl/ geesteswetenschappen 9 juni ALUMNIDAG Griekse en Latijnse taal en cultuur (BA) & Classics (MA/ Research). Van 10.30 tot 17.30 uur. Meer informatie: bit.ly/ alumnidag-gltc Augustinus 14 juli REÜNISTENDAG Augustinus bestaat 125 jaar en viert dat deze zomer een hele week. Op zaterdag 14 juli is de Lustrum Reünistendag voor alle oud-leden. Blijf op de hoogte via www.lustrumaugustinus.nl

Kijk voor meer informatie en activiteiten op universiteitleiden.nl/agenda Uitnodigingen ontvangen? Zorg dat uw gegevens bekend zijn: universiteitleiden.nl/wijziging

STUDIUM GENERALE

Nederland en het geweld van de 20e eeuw

H

istoricus en voormalig directeur van het NIOD Hans Blom houdt in februari voor S ­ tudium Generale een driedelige collegereeks over Nederland en het massaal geweld van de 20e eeuw. De Holocaust wordt a ­ lgemeen als het dieptepunt daarvan beschouwd, maar stond zeker niet alleen. In een reeks van drie avonden zal deze massale geweldsuitoefening in grote lijnen worden geschetst en geanalyseerd. Kan deze worden

‘begrepen’ en hoe dan? De eerste avond gaat over ‘De Europese burgeroorlogen van de 20e eeuw’, in het tweede college staat de vraag centraal ‘De Holocaust: hoe was het mogelijk?!’ en de laatste avond wordt gesproken over ‘Gevolgen voor de tweede helft van de 20e eeuw’. In april geeft Noord-Koreadeskundige Remco Breuker een reeks lezingen. Zie voor precieze informatie de website: www.universiteitleiden.nl/ studium-generale


SIGNALEN

41

GEESTESWETENSCHAPPEN

StepTalks in Den Haag De zogeheten ‘Spaanse Trap’ van het Wijnhavengebouw leent zich bij ­uitstek voor lezingen, presentaties en debatten.

T

ijdens de serie StepTalks, een nieuw initiatief, sprak afgelopen najaar schrijver en dichter Alfred Schaffer (gastschrijver 2017 van de Universiteit Leiden) over schrijverschap en poëzie, en vertelde Bas Cloo, duurzame Dutch cuisine chef, over het eten van de toekomst. De sprekers van de StepTalks komen van binnen of buiten de universiteit. De bijeenkomsten zijn toegankelijk voor alle studenten, mede­werkers en alumni. Volgende Talks: w ­ ww.universiteitleiden.nl/­ agenda

HORTUS

Eten uit het bos Voor kinderen van 8 tot 12 jaar worden bij ­verschillende musea en instellingen lezingen gegeven onder de noemer Museum Jeugd Universiteit. De Leidse hortus heeft dit voorjaar een serie van vier colleges, met ­planten en eten als onderwerp. Deelnemers ­krijgen een hoorcollege van een half uur, en daarna gaan ze zelf aan het werk. De serie gaat van start op zondagmiddag 11 februari, dan met als onderwerp ‘Eten uit het tropenbos’. Inschrijven via museumjeugduniversiteit.nl

SSR

Carrièredag bij SSR SSR-Leiden houdt zaterdag 24 februari een carrièredag, voor leden maar nadrukkelijk ook voor oud-leden. De bedoeling is dat iedereen van elkaar en van de sprekers kan leren. Gedurende de dag wordt een scala aan workshops gehouden, variërend van communicatie tot hulp met om­scholing. Afsluitend is er een interactieve netwerkborrel met onder meer een veiling waar de aanwezigen hun talenten kunnen uitwisselen. Informatie en aanmelden: carrieredag.ssr-leiden.nl


42

Leidraad

WISKUNDE EN NATUURWETENSCHAPPEN

NR. 1  2018

SOCIALE WETENSCHAPPEN

Motivatie stijgt bij meer ­eigen inbreng vmbo’ers

E Plastic tussen je tenen Het zand op Europese stranden mag er dan maagdelijk uitzien, dat is het vaak niet. In iedere kilo zand zitten gemiddeld zo’n 250 stukjes microplastic. Dat ontdekten student Froukje Lots en haar begeleider Thijs Bosker met hulp van strandgangers uit heel Europa. Plaatselijk kon het aantal micro­ plastics oplopen tot 700 (IJsland) of zelf 1500 (Italië) stuks per kilo. Bosker vond eerder al 500 plasticstukjes per kilo op het strand bij Den Haag. Die microplastics ontstaan doordat grotere plasticproducten langzaam afbreken. De resultaten zijn onderdeel van een groter onderzoek naar micro­ plastics op de Europese stranden. De Leidse wetenschappers, beiden verbonden aan het Leiden University College en het Centrum voor Milieuwetenschappen, analyseerden in totaal 23 locaties in 13 verschillende Europese landen. Ze maakten hun resultaten bekend in het vakblad Marine ­Pollution Magazine. Lots en Bosker verzamelden hun zandmonsters met behulp van ­citizen science. Via hun website en social mediakanalen riepen ze mensen op zandmonsters mee te brengen of in te sturen. Veel strandgangers, collega’s en vak­ genoten reageerden op de oproep.

en leerlinggerichte leeromgeving motiveert vmbo-­ leerlingen meer dan een traditionele docentgerichte leeromgeving. Onderzoek van onderwijskundige Karin Smit toont aan dat de leerlingen dan meer vrijheid ervaren, zich competenter voelen en meer verbinding ervaren met de docent. Dit komt hun plezier, interesse, inzet en doorzettingsvermogen ten ­goede. Bovendien zijn jongens minder absent. Smit promoveerde afgelopen najaar op dit onderwerp. Het thema is v ­ olgens haar van belang omdat er zorgen zijn over de motivatie van leerlingen in het vmbo. Motivatie ligt hier lager en schooluitval is hoger dan in andere vormen van voortgezet onderwijs.

HORTUS

Eetbaar ­herbarium In het herbarium van de Leidse ­ Hortus sluimeren allerlei planten, soms al honderden jaren. Ze komen uit alle windstreken, zijn zorg­vuldig verzameld en gedroogd. Een aantal van die planten is voor­vader van belangrijke voedingsgewassen. Christel Schollaardt – auteur, hobbykok en hoofd collectie botanie – vertelt hierover in het wintercollege ­ge­titeld ‘Eetbaar ­Herbarium’ op z ­ ondag 28 januari om 14.30 uur. ­Deelname kost 1,50 plus entree, graag aanmelden vooraf. Ook zijn er op 14 j­ anuari, 11 f­ ebruari, 11 maart en 8 april w ­ inter- en voorjaars­ wandelingen onder begeleiding. De wandelingen beginnen om 12 uur. Het complete programma van de ­hortus staat op: www.hortusleiden.nl/programma


SIGNALEN

43

MINERVA

Leiden 1967

Meer dan de helft leerde zijn ­eerste vaste partner kennen bij het corps. En hoewel het de flowerpowertijd was, deed ruim 60% tijdens de s ­ tudie in Leiden geen enkele ervaring op met drugs, anders dan bier en sigaren. Dat zijn de uitkomsten van een onderzoek onder alle reünisten die in 1967 aankwamen in ­Leiden en lid werden van LSC of VVSL, de twee verenigingen die enkele jaren later zouden samengaan in Minerva.

M

Het boekje bevat veel oude foto’s. Deze stond in het Leidsch Dagblad van 17 september 1970 bij een artikel over een ‘sexuologisch’ onderzoek onder Leidse studenten.

et steun van het LUF en in samenwerking met de Faculteit Sociale Wetenschappen is een uitgebreide enquête gehouden. Daarin kwamen thema’s aan de orde als: achtergrond van betrokkene, de k ­ euze voor Leiden en de studie, s­ tudieduur, motivatie, huisvesting, ambities, rol van verenigingen, p ­ olitieke interesse, drugsgebruik, homoseksualiteit, werk na de studie etc. Het is de bedoeling dit onderzoek in de komende jaren uit te v ­ oeren onder latere jaargangen, zodat ook longitudinaal onderzoek mogelijk wordt. Daartoe is een Stichting Reünistenonderzoek Minerva in het leven geroepen. Op basis van de onderzoeksresultaten en interviews met vele jaargenoten heeft NRC-columniste Carolien Roelants een fraai geïllustreerd boek geschreven. Het is getiteld If you’re going to… Leiden 1967 en is verkrijgbaar via c.n.vanderspek@gmail.com. Ook de uitkomsten van het onderzoek zijn verkrijgbaar. De meeste geënquêteerden kijken positief terug op ‘Leiden’. Slechts tien procent zou nu een andere keuze maken.


44

Leidraad

ALUMNIMAGAZINE VAN DE UNIVERSITEIT LEIDEN

NR. 1  2018

Ferdinand Bol, De vredes­­ onderhande­ lingen tussen Claudius Civilis en Cerealis, ca. 1660-1670. Dat waren besprekingen tussen onder andere Cananefaten en Romeinen.

ARCHEOLOGIE

Zuid-Hollands volk behield zijn ­identiteit in de Romeinse tijd Uit opgravingen blijkt dat de vroege bewoners van Zuid-Holland – de Cananefaten – tijdens de Romeinse overheersing sterk vasthielden aan hun eigen identiteit. ‘De Cananefaten wilden hun eigen spullen en werkwijze houden, in plaats van de ‘mooiere’ Romeinse spullen’, vertelt promovendus ­Jasper de Bruin. Toch gingen ze op zeker moment overstag. Rond 150

na Chr. gebruikten ze Romeins aardewerk, huizen met dakpannen en andere landbouwmethoden. Maar betekent dat het eind van hun identiteit? ‘Dat niet‘, zegt De Bruin. ‘100 jaar na de veranderingen w ­ orden de Canane­faten als afzonderlijke groep genoemd in een officiële stenen inscriptie. Een heel leuke vondst! Het toont dat de groep nog steeds duidelijk te onderscheiden en van betekenis is. Het is dus van alle tijden om als

groep je eigen identiteit vast te willen houden’, stelt de promovendus. ‘Het Romeinse Rijk lijkt een s­ uccesvolle integratiemachine, waar volken in gaan en Romeinen uitkomen, maar in de praktijk is het anders. En dat blijkt ook oké. Iedereen kon meedoen in het Romeinse Rijk, en toch zijn eigen identiteit behouden. Ik zie zeker ­lessen voor onze h ­ uidige samen­ leving.’


SIGNALEN

45

ONLINE MENTORNETWERK

Mentoren gezocht GEESTESWETENSCHAPPEN

ARCHEOLOGIE

De inheemse bevolking als onderzoekspartner Stel, je doet onderzoek naar de ­eeuwenoude beeldhandschriften van de Mixteken. Dan kun je natuurlijk als ­Leidse wetenschapper naar Meso-Amerika gaan om daar archeologische vondsten te onderzoeken of de lokale talen te bestuderen. Maar je kunt er ook voor kiezen om dat samen met de lokale bevolking te doen.

N

aar dat laatste streven Leidse archeologen en taalkundigen. Sinds kort werken zij samen in het Centre for Indigenous American Studies (CIAS), een virtueel centrum voor onderzoek naar de inheemse bevolkingen van Latijns-Amerika. Doel is onder meer om inheemse onderzoekers een grotere stem te geven in het wetenschappelijk onderzoek naar hun regio van afkomst. ‘Het betrekken van de huidige inheemse bevolking is essentieel als je een goed begrip wil krijgen van de taal en cultuur’, zegt Maar-

Carrière­ café voor de ­volgende stap Heeft u al een aantal jaren werkervaring en bent u toe aan een volgende stap, hoe groot, klein of spannend ook?

ten Jansen, hoogleraar Erfgoed van Inheemse Volkeren. ‘Neem de bestudering van een M ­ ixteekse codex, een beeldhandschrift dat voor leken nog het meest wegheeft van een stripverhaal. Het is voor een Leidse onderzoeker moeilijk in te schatten welke waarden bepaalde symbolen of gebaren in die afbeeldingen hebben, omdat je er vanuit een westers referentiekader naar kijkt. Maar betrek je de ongeveer 500.000 Mexicanen die nu nog Mixteeks spreken erbij, dan gaat er een wereld voor je open.’ De faculteiten Archeologie en Geesteswetenschappen proberen de werkwijze van Jansen nu te verankeren in al hun onderzoek naar inheemse bevolkingsgroepen. Inmiddels zijn twee universitair docenten en twee promovendi aangenomen om – naast hun onderzoek – de interdisciplinaire samenwerking te coördineren. Drie daarvan komen zelf uit inheemse gemeenschappen in M ­ exico en Guyana.

Kom dan naar het e ­ erste Carriere­café van de ­Universiteit Leiden, ­speciaal voor alumni van 35 jaar en ouder. U gaat deze avond met getrainde coaches in gesprek over de volgende stap in uw c ­ arrière. Waarom? Omdat veel mensen vanaf deze ­leeftijd op een keuze-

Om studenten voor te bereiden op de arbeidsmarkt en jonge alumni op weg te helpen aan het begin van hun loopbaan is er het Universiteit Leiden ­Mentornetwerk. Op dit online platform leggen studenten en jonge ­alumni op een laagdrempelige manier contact met ervaren alumni. Zij kunnen er terecht voor advies en tips over zaken als stages en solliciteren. Uw kennis en ervaring, als Leids alumna of alumnus, kan voor studenten en jonge alumni erg waardevol zijn. Er is met name nog behoefte aan alumni van de volgende opleidingen en faculteiten: Archeologie • Biomedische wetenschappen • Geneeskunde • Faculteit Governance and Global Affairs • Faculteit Wiskunde en Natuur­ wetenschappen Voor meer informatie en aanmelden: universiteitleiden.nl/alumni/ mentornetwerk

moment in hun loopbaan belanden, en zich afvragen: ‘Wat wil ik nou echt?’ en ‘Komt mijn talent hier tot zijn recht?’. De coaches zijn ervaren Leidse alumni. ­Sommigen hebben zelf na hun 35e een carrière­ switch gemaakt.

Informatie: universiteit­ leiden.nl/carrierecafe Dinsdag 20 ­februari, 19-23 uur in Leiden. ­Deelname: 30 euro (incl. drankjes en ­hapjes).


46

Leidraad

NR. 1  2018

Masterclass

‘De Kunst van overtuigen’

H

LUF

Annah Neve neemt afscheid Na 16 jaar nam op dinsdag 14 november 2017 Annah Neve afscheid van het Leids Universiteits Fonds (LUF) in het Groot Auditorium van het Academie­ gebouw. Annah Neve was sinds 2001 actief voor het LUF, waarvan ruim 15 jaar als directeur. Haar afscheid stond in het teken van het LUF Internationaal Studiefonds (LISF), dat zij een warm hart toedraagt. Keer op keer werd Neve geraakt door de bevlogenheid en de w ­ etenschappelijke nieuwsgierigheid van de studenten die met een beurs van het LISF

de kans krijgen vorm te geven aan hun toekomstdroom. Het was dan ook Neve’s wens om haar afscheids­ cadeau door te geven aan talentvolle studenten. Zij vroeg de ­genodigden om een gift aan het LISF zodat nog meer s­ tudenten ondersteund kunnen worden bij hun onderzoeksproject in het buitenland. ‘Het LUF is Annah Neve dankbaar voor haar jaren­lange ­tomeloze inzet. Haar ­kennis en kunde zijn van onschatbare waarde geweest voor het onderzoek en onderwijs aan de Universiteit L ­ eiden’, aldus het bestuur van het LUF tijdens de afscheids­bijeenkomst.

et Alumnibureau van de Universiteit Leiden ­organiseert op 13 maart een masterclass over over­ tuigingskracht en de kunst van argumentatie. Tijdens deze avond geven Jaap de Jong, hoogleraar ­Journalistiek en Nieuwe Media, en Roderik van Grieken, op­richter en directeur van het Nederlands Debat Instituut, aan hoe je je gehoor boeit, ideeën to-thepoint overbrengt en overtuigend omgaat met lastige vragen. Daarnaast komt aan de orde hoe selectie van argumenten bijdraagt aan je geloofwaardigheid. Immers: gelijk hebben is nog geen gelijk krijgen.

Dinsdag 13 maart 19.00-22.00 uur Kamerlingh Onnes Gebouw Leiden Informatie en inschrijving: universiteitleiden.nl/masterclasses

HOVO

HOVO nu ook in Den Haag

H

et Hoger onderwijs voor ouderen (HOVO) organiseert tegenwoordig per semes-

ter ook één of twee collegereeksen in Den Haag, aan de Schouwburg­ straat of in het Wijnhaven­ gebouw. Dit voorjaar is dat de cursus ‘­Moderne ­Franse Literatuur’, op ­dinsdagmiddag van

21 februari t/m 11 april. In Leiden is er onder meer een collegereeks over de stad Nineveh, in samenhang met de tentoon­ stelling in het Rijks­ museum van Oudheden. Het complete aanbod van

HOVO, met reeksen rond ­Machia­velli, priemgetallen, Latijn, het China van de 21ste eeuw en de geschiedenis van het antisemitisme, is te v ­ inden op: www.universiteitleiden.nl/ hovo.


SIGNALEN

47

UNIVERSITEITSBIBLIOTHEKEN

D

e ­Universitaire Bibliotheken ­Leiden (UBL) hebben samen met Museum De Lakenhal het voornemen om de nalatenschap van Jan Wolkers (1925-2007) aan te kopen. De wens van de schrijver en kunstenaar om de collectie in Leiden onder te brengen zou hiermee in vervulling gaan. Het werk van een van Nederlands belangrijkste en meest veelzijdige naoorlogse kunstenaars blijft dan

beschikbaar voor expositie, onderwijs en onderzoek. Voor de UBL gaat het om de literaire nalatenschap, waaronder het persoonlijke archief van Wolkers, dat bestaat uit brieven, dagboeken, familiefoto’s, aantekeningen, ­typoscripten en drukproeven. Een belangrijk deel van het materiaal is gerelateerd aan literair werk als Kort Amerikaans, Een roos van vlees, Terug naar Oegstgeest, De walgvogel, De doodshoofdvlinder en de vroege ver-

FOTO: HOLLANDSE HOOGTE

Terug naar Leiden

halenbundels. Museum De Lakenhal, waar Wolkers op dit moment met drie werken slechts spaarzaam is vertegenwoordigd, hoopt op het verwerven van een

representatieve selectie van 18 beeldende werken. Beide instellingen nemen een jaar de tijd om de financiering geheel rond te krijgen.

‘De regering moest het opereren verbieden’, riep de Leidse professor Polano zo’n anderhalve eeuw geleden uit, nadat hij zich met ether en carbol door een buikoperatie had geworsteld. Maar het liep anders. Nog geen eeuw na Polano werd een nier getransplanteerd door zijn opvolgers Terpstra en Vink.

LUMC

Boek over twee eeuwen Leidse academische geneeskunde

Over twee eeuwen Leidse academische geneeskunde verschijnt eind 2019 een boek. Het wordt een rijk geïllustreerd overzichtswerk over de ontwikkelingen in onderzoek, onderwijs en patiëntenzorg. Maar ook over de verschillende academische ziekenhuizen die Leiden gekend heeft, de professoren en hun klinieken, de studenten en de verpleegsters. De schrijver, Mieke van Baarsel, zoekt in archieven en spreekt met mensen die de laatste halve eeuw actief beleefd hebben. Heeft u familie die tussen 1900 en 1950 aan het AZL of de medische faculteit was verbonden? En heeft u papieren en/of foto’s? Misschien zijn ze van belang voor het onderzoek. U kunt contact opnemen met Mieke van Baarsel, 071-5263323, mvbaarsel@lumc.nl.


48

DIES VOOR ALUMNI 10 februari

LEZING

Slechts één zekerheid in een crisis: onzekerheid is troef

TEKST: MIRJAM JOCHEMSEN, FOTO’S: MONIQUE SHAW

De oratie van Arjen Boin, kersvers hoogleraar ­Publieke Instituties en Openbaar Bestuur, droeg als titel ‘De ­grenzeloze crisis: uitdagingen voor politiek en beleid’. De samenleving wordt steeds complexer, kleine ­fouten hebben al snel grote onvoorziene gevolgen. Een ­ineffectieve respons zet de geloofwaardigheid van de overheid op het spel. Wat is een crisis eigenlijk? ‘Een uitzonderlijke situatie. Dat kan een epidemie zijn, een cyberattack of een grote overstroming. Een crisis is al snel grensoverschrijdend. En dan gaat het niet alleen over landsgrenzen, maar ook over beleidsgrenzen. Dat maakt de beheersing ingewikkeld. Bovenal is een crisis een en al onzekerheid: je weet nooit van tevoren wanneer hij komt en hoe hij eruitziet. En toch moet je snel besluiten nemen.’ We hebben toch allerlei coördinatiestructuren? ‘Jawel, maar die zijn niet toe-

gesneden op crisissituaties. Het begint al bij het begin: wie mag bepalen of er sprake is van een crisis? Bij de Romeinen deed de Senaat dat, en die wees dan ook iemand aan die de leiding kreeg: de dictator. Met het activeren van een crisis­ organisatie doorkruis je de dagelijkse gang van zaken. Maar de beslissingsbevoegdheid bij één persoon of instantie leggen betekent dat anderen zeggingsmacht moeten opgeven, tijdelijk of ­structureel. Dat is moeilijk.’ Hoe urgent is het nadenken ­hierover? ‘Heel urgent. Het is een race tegen de klok. De samen­ leving ontwikkelt zich snel, de complexiteit en de kwetsbaarheid nemen snel toe. We verwachten dat de staat ons beschermt, maar kan die nog een geloofwaardig a ­ ntwoord geven als zich een ramp voordoet? Voor mij als wetenschapper gaat het niet alleen om hoe te reageren op een ramp, maar ook om de legitimiteit van de o ­ verheid.’


NR. 1  2018

ALUMNIMAGAZINE VAN DE UNIVERSITEIT LEIDEN

programma

JUNIOR

Op zaterdag 10 februari 2018 vindt de dies voor alumni plaats. Het Leids Universiteits Fonds (LUF) en de Universiteit Leiden nodigen u van harte uit voor deze feestelijke dag voor alumni. Tijdens de dies voor alumni kunt u jaargenoten en andere alumni ontmoeten en uw kennis uitbreiden door naar de bevlogen verhalen van Leidse wetenschappers te luisteren. De lezingen gaan over uiteenlopende actuele onderzoeken. Ook

Het Juniorprogramma laat (klein)kinderen (8 t/m 14 jaar) van deelnemende alumni dit jaar kennismaken met de bijzondere wereld van de vleesetende planten. In de Hortus Botanicus worden de kinderen welkom geheten door prof.dr. Paul Keßler, LUF Bijzonder

DIES VOOR ALUMNI

twee jonge onderzoekers die een Veni-subsidie in de wacht sleepten, vertellen over hun onderzoek. Bovendien maakt het LUF met het Jonge Alumni Netwerk (JAN) plannen voor een workshop speciaal voor alumni tot en met 35 jaar. Van 12.30 tot 16.30 uur bent u van harte welkom in het Kamerlingh Onnes Gebouw om de dies voor alumni bij te wonen. U kunt zich opgeven via www.LUF.nl/dies2018

lezingen PROF.MR.DR. JANNEMIEKE OUWERKERK ‘Strafrechtspleging in de Europese Unie, wat mag het kosten?’ PROF.DR. YRA VAN DIJK ‘Literatuur als overlevingsmechanisme. Schrijven over trauma.’ DR. WILMA MESKER ‘Een stap vooruit in de diagnostiek van kanker’ PROF.DR. MIRJAM VAN REISEN ‘Data zijn het nieuwe goud’ PROF.DR. ARJEN BOIN ‘Grenzeloze crises en eroderende instituties’ PROF.DR.ING. DIRK DE VRIES ‘Historische rampen in de gebouwde omgeving’ PROF.DR. BERNARD STEUNENBERG ‘Schone lucht in Europa: Beter dan China maar minder dan gewenst?’ 2 VENI-WINNAARS: DR. STEPHANIE RAP ‘Kwetsbaar en niet gehoord: vluchtelingenkinderen en hun recht op effectieve participatie in de asiel procedure’ DR. JASPER VAN DER STEEN ‘Vorstelijke macht als familiebedrijf’ Meer informatie over het programma: WWW.LUF.NL/DIES2018 Leids Universiteits Fonds 071-5130503 dies@LUF.leidenuniv.nl

Leidraad

49

programma Hoogleraar en prefect van de Hortus, die onderzoek doet naar onder andere vleesetende planten. Kaschef Rogier van Vugt geeft een lezing hierover. Na de lezing gaat iedereen onder begeleiding de Hortus in om op interactieve wijze nog meer over carnivore planten te weten te komen.

LEZING

Data zijn het ­nieuwe goud

Wie kan zich nog een leven voorstellen zonder Facebook, ­Google, internetbankieren? Maar in veel regio’s is de toegang tot internet (connectiviteit) beperkt. Dat heeft onbedoelde effecten, zegt hoog­leraar Computing for Society­ ­Mirjam van Reisen

‘E

pidemieën, misoogsten door droogte, geld- en ­goederenstromen, we voorspellen en volgen van alles met behulp van big data. In het beeld van de wereld dat we zo krijgen zitten echter ook gaten, doordat niet overal de connectiviteit hetzelfde is. De ebolacrisis had eerder ­ingedamd kunnen worden als artsen infecties centraal hadden kunnen melden. ­Echter, interconnectiviteit stelt ­leiders ook voor politieke dilemma’s. De Arabische lente liet zien dat toegang tot sociale media politieke onrust kan versterken. Maar als er geen connectiviteit is, wat doen mensen dan? Vanuit ­Afrikaanse vluchtelingen­kampen (zonder connectiviteit) trekken mensen via de grote steden naar ­Europa; ze v ­ olgen het digitale spoor naar betere oorden. Wat is de rol van overheden en bedrijven in connectiviteit? Hoe ­kunnen ze de stabiliteit van de samenleving ­beïnvloeden?’


50

Leidraad

ALUMNIMAGAZINE VAN DE UNIVERSITEIT LEIDEN

lezen, luisteren, doen

Nineveh in Oudheden Nineveh, 2700 jaar ­geleden de grootste stad ter wereld, herrijst in het Rijksmuseum van Oudheden. Een tentoonstelling over Nineveh neemt de bezoeker mee naar de bloeitijd van de Nieuw-­ Assyrische hoofdstad in Noord-Irak, rond 700 voor Christus. Er zijn meer dan 250 objecten te zien uit

binnen- en buitenlandse musea, zoals het British Museum en het Louvre, waaronder reliëfs, beelden, kleitabletten en rolzegels. Bijzonder zijn de grote reliëfs uit de stadspaleizen en de reconstructie van een zaal uit het paleis van koning Sennacherib. De tentoonstelling loopt tot 25 maart 2018.

Bloot! in de UBL Is iemand naakt als zij geen draad aan haar lijf heeft of is ‘naakt’ al van toepassing op iemand met onbedekte haren of een blote pink? De mensheid heeft een lange weg afgelegd van niets om het lijf naar hedendaagse religieuze voorschriften en mondiale modegrillen. Lokaal zien mensen hun eigen kleedgewoontes graag als dé norm. Er was uiteraard geen sprake van naaktheid, zolang er geen kleren waren: de begrippen bloot en bedekt krijgen pas inhoud op het moment dat mensen al kleren hebben die ze, om welke reden dan ook, aan- of uittrekken.

� 25

KORTING VOOR ALUMNI

Matthäus Passion

Op 29 en 30 maart is de Pieterskerk het decor van de Leidse paastraditie bij ­uitstek: de uitvoering van de beroemde Matthäus Passion van Johann Sebastian Bach. Het Nederlands Kamerkoor en het Residentie Orkest zullen onder leiding van d ­ irigent Jan Willem de Vriend het oratorium over de lijdensweg van Jezus uitvoeren.

Speciaal voor alle alumni van de Universiteit Leiden is er een korting van € 25 per eersterangskaart. Die kosten daarmee geen €95 maar €70. De k ­ orting is geldig voor het concert op Witte Donderdag. Kaarten zijn online te bestellen via www. pieterskerk.com/mp onder vermelding van kortingscode: ALUMNIMP.


Boerhaave ­vernieuwd Museum Boerhaave is sinds 16 december na een flinke verbouwing weer open. Drie vragen aan directeur Dirk van Delft.

1 

FOTO: ILSE PHOTOGRAPHY

De geschiedenis van bloot naar bedekt (en omgekeerd) is van 25 j­ anuari tot en met 27 mei te zien in de tentoonstelling Bloot! in de Universiteitsbibliotheek Leiden.

Wat is er aan de vaste tentoonstelling ­veranderd? ‘We behandelen nu de geschiedenis van de natuurwetenschappen en de genees­kunde aan de hand van vijf t­ hema’s. Op de afdeling ziekte en gezondheid bijvoorbeeld vertellen we het verhaal aan de hand van v ­ oorwerpen van de vroegste geneeskunde tot en met de laatste technieken. Met oog voor de menselijke factor, zoals ­filmpjes van p ­ atiënten. We hebben veel multimediale toepassingen, maar zonder dat je het

Studenten­talent op het podium In Leiden lopen bijna 70 getalenteerde studenten rond die naast hun studie ook nog een programma aan het Koninklijk Conservatorium volgen. Iedere laatste donderdag van de maand is er een concert van deze studenten in de Leidse Lokhorstkerk. De combinatie van een universitaire studie in Leiden en een kunst­ opleiding in Den Haag is een initiatief van de Academy of C ­ reative and Performing Arts (ACPA). Toegang is ­gratis, een ­vrijwillige bijdrage wordt gewaardeerd. 25 januari, 22 februari, 29 maart, 26 april, 31 mei en 28 juni, 17.00-18.00 uur, ­Lokhorstkerk.

­ idee hebt dat je in een tv-winkel loopt. De collectie staat ­voorop.’

2 

Wat vindt u de mooiste ­aanwinst? ‘Ik ben het meest trots op de lijntjes naar het heden en naar morgen. We hebben van ASML een spiegel in bruikleen gekregen, die extreem ultraviolet licht reflecteert. Die spiegel wordt gebruikt bij de productie van de kleinste computerchips.

Hij is gladder dan één atoom, dat is echt een technisch hoogstandje.’

3 

Boerhaave is dus klaar voor de toekomst? ‘Ja. Ik hoop dat het ­museum verder groeit. Een van de plannen is de aankoop van het pand hiertegenover, waar nu het Kijkhuis zit. Dat verhuist over twee jaar naar de Lammermarkt. Voor ons een geweldige kans.’

Verschenen

Het Sleutel­geheim Roland Mans Leopold

Ik brul, dus ik ben Peter Wierenga Boom uitgevers

Spannend jeugdboek van Leids alumnus Roland Mans over de twee jongens Lourens en Faes ten tijde van het bezet van Leiden door de Spanjaarden.

Alumnus Peter Wierenga sprak met een aantal vooraanstaande filosofen en ­denkers over populisme.

Een tachtiger. Een hommage aan H.L. Wesseling Mai Spijkers De Leidse historicus H.L. Wesseling werd in augustus tachtig. Zijn uitgever Mai Spijkers gaf daarom een feestbundel uit.


Veel alumni ontvangen regelmatig nieuwsbrieven en uitnodigingen voor alumni-evenementen.

U nog niet?

Ga dan naar www.universiteitleiden.nl/alumni-update en geef uw e-mailadres door. Zodat u er de ­volgende keer ook bij bent.

Profile for Universiteit Leiden

Leidraad januari 2018  

Alumnimagazine van de Universiteit Leiden Leidraad verschijnt 3 maal per jaar en wordt kosteloos verspreid onder oud-studenten en relaties v...

Leidraad januari 2018  

Alumnimagazine van de Universiteit Leiden Leidraad verschijnt 3 maal per jaar en wordt kosteloos verspreid onder oud-studenten en relaties v...