__MAIN_TEXT__
feature-image

Page 1

WINTER 2015

Leidraad ALUMNIMAGAZINE VAN DE UNIVERSITEIT LEIDEN

Leidraad

1

ALUMNIMAGAZINE WINTER 2015

Robots Je moet ze ook alles leren Joost Karhof

Al journalist tijdens zijn studie

Dossier: Proeven van vrijheid


tribuut

Monument voor Nobellaureaten

‘Bij het lustrum van Minerva, afgelopen jaar, wilde de vereniging een kunstwerk schenken aan de universiteit. Het moest een monument worden voor de zestien Nobelprijswinnaars die verbonden zijn geweest aan de Leidse universiteit. Minerva dacht zelf aan portretten, het is een afgeleide daarvan geworden, een werk dat inspireert. Het is een naar buiten gekeerd stadion van kunststof, dat symboliseert hoe mensen de wijde wereld in kijken. Zoals dat bij de

universiteit gebeurt.Daarnaast zijn er zestien kijkers in verwerkt, als eerbetoon aan de zestien laureaten met hun unieke kijk op de werkelijkheid. Als je goed kijkt, zie je hoe in elke kijker gekleurde vormpjes zitten. Die zijn losjes geïnspireerd op het werk van de laureaten. Daar hangt het nu, in de Universiteitsbibliotheek. Een plek tussen de boeken, waar studenten kennis opdoen. Heel symbolisch wat mij betreft.’

Beeldend kunstenaar Yasser Ballemans maakte het ‘Monument voor Nobellaureaten van Universiteit Leiden’ dat vorig najaar door Minerva werd aangeboden aan de universiteit.

TEKST: NIENKE LEDEGANG, FOTO: ROB OVERMEER

5 NOVEMBER/14.32 UUR


inhoud 17

Alumna Anneke Schutte

‘Daar was-ie dan: een sissende stellage van voor mij onbegrijpelijke apparaten’ FOTO: BARBARA KERKHOF

24

Schrijver Abdelkader Benali

‘Mijn ogen werden een meer waarin een droom kopje onder kon gaan’ 36

LTA-docent Marjo de Graauw

‘Met digitale leermiddelen zowel studenten als docenten helpen’


inhoud WINTER 2015

○ Tribuut

Monument / 2

○ Carel houdt woord / 5 ○ Eén studie,

twee wegen… / 10

○ Fonds voor

onderzoeksapparatuur / 12

○ De werkplek van

Familierechter Annelies ­ Sutorius-Van Hees / 13

○ Kort

18

Berichten van de universiteit / 14

○ Geachte redactie / 16

○ Herinneringen aan Leidse

Joost Karhof: ‘Ik had een behoorlijke aversie tegen al dat studentikoze gedoe’

locaties

Kamerlingh Onnes Laboratorium / 17

○ Terug in de banken

Lonneke van Berkel / 22

○ Object / 35

○ Ruim baan voor

onderwijsvernieuwers / 36 ○ Signalen van faculteiten en verenigingen / 40 ○ Dies voor alumni Met op de zeepkist en Job Cohen / 48 ○ Lezen, luisteren, doen / 50 ○ Wapenfeiten / 52

23

Dossier

Zijn er grenzen aan het vrije denken?

39 De groep van Henk Heuzeveldt

6

Een slimme robot kiest zelf


Leidraad is een uitgave van de directie Strategische Communicatie & Marketing/ Development en Alumnirelaties van de Universiteit Leiden. Het magazine wordt kosteloos verspreid onder alumni en relaties van de universiteit. Voor andere belangstellenden is een abonnement op aanvraag beschikbaar. Uitgever: Universiteit Leiden, Renée Merkx, directeur Strategische Communicatie & Marketing Hoofdredacteur: Lilian Visscher, hoofd Development en Alumnirelaties Concept: Fred Hermsen (Maters & Hermsen Journalistiek) Eindredactie: FC Tekst – Job de Kruiff en Nienke Ledegang Art direction en vormgeving: Jelle Hoogendam (Maters & Hermsen Vormgeving) Tekst: Jan Joost Aten, Marina van den Berg, Malou van Hintum, Arno van ‘t Hoog, Eric de Jager, Job de Kruiff, Nienke Ledegang, Astrid Smit, Nicolline van der Spek Foto cover: Rob Overmeer Fotografie: Emile van Aelst, Taco van der Eb, Marc de Haan, Hielco Kuipers, Rob Overmeer, Edwin Weers Coördinatie Universiteit Leiden: Hanneke Wiessing Adreswijzigingen: adresleidraad@bb.leidenuniv.nl LinkedIn: Alumni Universiteit Leiden Twitter: @leidenalumni Website: www.alumni.leidenuniv.nl Oplage: 62.000 Reacties: 071-5273237 of contact@leidraad.leidenuniv.nl Gehele of gedeeltelijke overname van artikelen, foto’s en illustraties uit Leidraad is alleen toegestaan na overleg met de redactie en met bronvermelding. Universiteit Leiden kan niet aansprakelijk gesteld worden voor eventuele zet- of drukfouten.

Leidraad

P

raesidium Libertatis – een mooier motto kan een u ­ niversiteit ­nauwelijks hebben. Maar een motto moet niet alleen “mooi” zijn; het is ook een opdracht. Miljoenen mensen leven in een wereld die het ­tegengestelde is van vrij, en het lijkt alsof die wereld in omvang alleen maar toeneemt. De rampvlucht boven de Oekraïne en het conflict in die regio, de Krimstudent die vorig jaar januari als O ­ ekraïner bij onze faculteit Wiskunde en Natuurwetenschappen aan een u ­ itwisselingsprogramma begon en als “Rus” lijkt terug te keren; de maar niet te stoppen strijd tussen de Palestijnen en Israël, de ellende in Zuid-Soedan, het g ­ rootschalige drugsgeweld in Midden-Amerika met zijn gruwelijkheden en wreed­heden, nu weer jegens een grote groep studenten – en het gaat maar door. Wij leven in een bezeten wereld, schreef Johan Huizinga, en inderdaad: wij weten het – beter en sneller dan ooit in deze tijd van ongeëvenaarde ­communicatie en ict. Wat kan een universiteit doen? Veel! Zij doet wat zij is: een gaaf, ­eeuwenoud, academisch netwerk dat inmiddels onze hele aardbol omspant: een fijn weefsel van wetenschappers, docenten en studenten die elkaar blijven opzoeken, elkaar blijven lezen en elkaar blijven spreken. We respecteren ieders opvattingen, we koesteren de academische vrijheid en we hebben contacten óver de grenzen van alle conflicten en zorgen heen. Waar de internationale politiek lijkt vast te lopen, vormen universiteiten nog een van de weinige netwerken die werkelijk blijven verbinden, van land tot land en van regio tot regio. Een netwerk, kortom, van heel veel van die “bolwerken van vrijheid”. Onze universiteit voelt, elke dag weer, haar verantwoordelijkheid om bij te dragen aan een eerlijker, gezonder, rechtvaardiger, veiliger en duur­zamer wereld. We hopen die opdracht als agenten van vrijheid te kunnen uitvoeren. Uw steun en uw betrokkenheid bij uw alma mater helpen d ­ aarbij enorm. Prof.mr. Carel Stolker is rector magnificus & voorzitter van het college van bestuur van de Universiteit Leiden

5

FOTO: MARC DE HAAN

COLOFON

Carel houdt woord

ALUMNIMAGAZINE VAN DE UNIVERSITEIT LEIDEN


6

Leidraad

ALUMNIMAGAZINE VAN DE UNIVERSITEIT LEIDEN

WINTER 2015

Een slimme robot kiest ‘R zelf Robots waren ooit dommekrachten die je moest voorprogrammeren om een eenvoudige taak uit te voeren. Maar wat als we ze intelligent, flexibel en zelf lerend kunnen maken? En wat als de basis daarvoor in Leiden gelegd wordt? Onderzoekers George Kachergis en Roy de Kleijn van het Leids Instituut voor Psychologie proberen die ontwikkelingen mogelijk te maken.

obotisering bedreigt lagere ­inkomens”, kopten diverse media deze herfst. Minister Lodewijk Asscher van Sociale Zaken gooide een bommetje over de gevolgen van robotisering op de arbeidsmarkt. Die gevolgen zullen zich laten voelen, voorspelt Asscher. Korte tijd later illustreerde accountantskantoor Deloitte zijn woorden met een rapport dat becijfert dat de komende decennia mogelijk twee tot drie miljoen banen in Nederland op de tocht staan. Het regende ­ingezonden brieven en analyses. De een ziet structurele werkloosheid opdoemen, de ander droomt juist van een 15-urige werkweek, met ­minder stress, meer welvaart en ruimte voor ­zelfontplooiing. ‘Ik denk dat bezorgdheid over het verlies van banen op de korte termijn terecht is’, zegt George Kachergis over het recente robotdebat. Kachergis werkt als postdoc aan kunstmatige intelligentie en robotica in de groep van professor Bernhard Hommel bij het Instituut Psychologie van de Faculteit Sociale Wetenschappen. Maar volgens Kachergis mogen we ook dromen van een wereld waarin we kunnen ­kiezen of robots ons werk doen, of samen met ons. Maar voordat robots zover zijn dat ze menselijke taken kunnen uitvoeren, moeten er heel wat ­achterliggende vragen worden opgelost. Hommels groep onderzoekt hoe mensen – van baby tot volwassene – nieuwe vaardigheden leren, zich ­oriënteren in de wereld en alledaagse problemen oplossen. De inzichten die dat onderzoek oplevert, worden vertaald in algoritmen en software en ­vervolgens getest in een computer of robot. Het onderzoek levert zowel kennis over de ­menselijke cognitie als, op termijn, beter werkende robots.


TEKST: ARNO VAN ‘T HOOG, FOTO: BENEDICT CAMPBELL

Leidraad 7


8

Leidraad

ALUMNIMAGAZINE VAN DE UNIVERSITEIT LEIDEN

De koppeling tussen observaties bij mensen en het testen in computers en robots kenmerkt Hommels groep en het verklaart de aanwezigheid van robotica in Leiden, die je eerder bij een technische universiteit zou verwachten. Volgens Kachergis’ collega Roy de Kleijn moeten we ons vooral niet blindstaren op de robot als mechanische mens, inclusief armen en benen. Een robot is namelijk niets meer dan een behuizing van waar het werkelijk om draait: slimme software oftewel artificial intelligence. Juist op dat vlak vinden snelle ontwikkelingen plaats. De Kleijn: ‘Denk aan spraak- en tekstherkenning. En er zijn al door software geschreven nieuwsartikelen die behoorlijk lijken op wat mensen schrijven.’ Artificial intelligence is iets anders dan de brute rekenkracht van een snelle computer of een strak voorgeprogrammeerde robotarm in een fabriek die eindeloos auto-onderdelen aan elkaar last en aflakt. Artificial intelligence draait volgens De Kleijn om complex gedrag in nieuwe, onverwachte situaties. Menselijk gedrag is namelijk ook niet voorgeprogrammeerd, we verzinnen het afhankelijk van wat de situatie vraagt. ‘Jij en ik zijn creatief, flexibel en we kunnen onverwachte, nieuwe problemen oplossen. Dat kunnen computers op dit moment nog niet.’ De Kleijn en Kachergis willen zulke intelligen-

WINTER 2015

Roy de Kleijn

(1982, Den Haag) 2008 – 2011 Cognitive Neuro­science and Artificial Intelligence, Universiteit Leiden. 2011 – HEDEN Promotieonderzoek bij Bernhard Hommel aan lerende robots b ­ innen Europees RoboHow ­project.

PANNENKOEKEN BAKKEN

George Kachergis

FOTO’S: FRED HERMSEN

(1984, Pittsboro, North Carolina)

FOTO: GETTY

te software ontwikkelen door te kijken naar de werking van het brein. De Kleijn kijkt nu vooral naar hoe mensen taal omzetten in een algemeen plan, zoals een mens een eenvoudig recept vertaalt in complexe handelingen in de keuken. ‘Wat George en ik geloven, is dat als we het probleemoplossend vermogen van de menselijke hersenen kunnen namaken in software, een computer ook intelligent gedrag gaat vertonen. Het menselijk brein is namelijk heel goed in generaliseren van opgedane kennis. Leer mij één keer een pizza bakken en ik kan vervolgens iedere pizza maken die je maar wilt.’ De mens kan zo’n handeling ophakken in onderdelen en vervolgens weer toepassen in andere taken. Die veelzijdigheid kenmerkt onze intelligentie, aldus De Kleijn, en die eigenschap zou computers en robots veel efficiënter maken. De bouwstenen van de menselijke cognitie – leren, herinneren, plannen, beslissen – namaken in computertaal blijkt vooralsnog bijzonder ingewikkeld, zegt Kachergis. ‘Dat komt doordat we ondanks decennia onderzoek de menselijke cognitie gewoon nog niet goed genoeg begrijpen. Zonder dat we snappen hoe mensen hun wensen en informatie uit hun omgeving omzetten in planning en acties, is het lastig om robots hetzelfde gedrag te laten vertonen.’

2003 – 2007 Cognitive Studies and ­Computer Science, ­Carleton College, Northfield, Minnesota. 2007 – 2012 Promotieonderzoek bij afdeling Psychological and Brain ­Sciences and ­Cognitive Science P ­ rogram, ­Indiana University. 2013 – HEDEN Postdoc bij groep van ­Bernhard Hommel, ­onderzoek aan taal­ begrip binnen Europees ­RoboHow Project.

Kachergis noemt het bakken van pannen­koeken als voorbeeld. In het Europese onderzoeks­ programma waaraan hij meewerkt, RoboHow, proberen onderzoekers die ogenschijnlijk simpele huishoudelijke taak aan een robot te leren. De robot moet uiteindelijk de hele handeling zelfstandig kunnen uitvoeren, van eieren b ­ reken tot beslag maken en de pannenkoek op tijd omkeren. De robot moet dus objecten herkennen, zoals de ingrediënten en de beslagkom, en informatie uit z’n omgeving gebruiken, zelfs als een eierschaal per ongeluk in het beslag valt. Een enorme uitdaging, aldus Kachergis. Tot nu toe kunnen onderzoekers wel een ­aardige ­bakdemonstratie in elkaar zetten, maar mist de robot flexibiliteit. De meeste robots ­kunnen bijvoorbeeld maar een beperkt aantal objecten herkennen, namelijk alleen die waarvoor ze geprogrammeerd zijn. De robot loopt vast als de spatel een andere kleur heeft. De Kleijn onderzoekt ook hoe het interpreteren van informatie, bijvoorbeeld recepten, werkt. ‘Stel, een robot weet hoe hij een spekpannenkoek moet maken. Maar wat doet hij als blijkt dat er geen spek in de koelkast ligt? Is het plan


9

dan mislukt? Of herkent hij de kaas in de koelkast en weet hij uit een receptendatabase dat dat ook een lekker ingrediënt is, en biedt hij vervolgens een kaaspannenkoek aan? Dat soort flexibiliteit is wat je eigenlijk zoekt in robotische systemen: het verzinnen van oplossingen bij onverwachte situaties.’ TOCH EEN BEETJE ENG

Een robot die zoiets kan, dat zou een wereldprestatie zijn. Tegelijkertijd vinden we het een beetje verontrustend, zoveel intelligentie en flexibiliteit in een machine, merkt De Kleijn. ‘Zodra een robot echt menselijke trekjes krijgt en zich gedraagt alsof hij menselijke eigenschappen heeft, vinden we het een stuk enger ­worden. We zijn wel geneigd om simpele taken over te laten aan robots. Veel mensen zouden er geen enkele moeite mee hebben als een robot tijdens de vakantie voor de planten en de huisdieren zorgt, maar een robot die op de kinderen past terwijl jij gaat werken, dat vinden we geen goed idee.’ Volgens De Kleijn komt dit wantrouwen deels voort uit onbekendheid. ‘Mensen weten niet goed wat robots kunnen. Er is nog weinig

outreach van de robotica-onderzoekers naar de maatschappij. Dat kan echt beter. Laat mensen maar zien wat robots allemaal kunnen.’ De komst van robots en artificial intelligence heeft hoe dan ook grote gevolgen voor hoe we gaan werken en ons geld gaan verdienen, stelt Kachergis. Toch is er volgens hem een breder perspectief dan het verlies van banen. ‘Er zijn vaker claims geweest bij de ontwikkeling van nieuwe technologie, dat ze de economie op haar kop zouden zetten: denk aan de drukpers, de stoommachine of de textielfabriek. Maar in feite hebben deze technologieën geleid tot economische groei in compleet nieuwe sectoren.’ NIET EMOTIONEEL

Aan mensen die vrezen dat robots ooit de macht zullen grijpen, zou Kachergis willen vragen of ze die angst ook hebben voor hun smartphone, computer of auto. ‘Aan zulke apparaten geven we graag allerlei taken uit handen. Ik denk dat we robots meer en meer zullen leren vertrouwen. En zelfs als we intelligente robots met bewustzijn ontwikkelen is er geen reden om te verwachten dat ze agressief zullen zijn – of zelfs maar emotioneel.’


10

Leidraad

ALUMNIMAGAZINE VAN DE UNIVERSITEIT LEIDEN

één studie

twee wegen

WINTER 2015

Waar een studie Sterrenkunde toe kan leiden...

Christopher Bonnet (32)

TEKST: JAN JOOST ATEN

PhD bij het Institut de Fisica d’Altes Energies in Barcelona.

W

at voor onderzoek doe je daar in ­Barcelona? ‘Heel simpel gezegd: ik voer experimenten uit, door anderen bedacht, die meten hoe snel het heelal uitdijt.’

Is het werk wat je je ervan had voorgesteld toen je nog studeerde? ‘Ik ga er met heel veel plezier naartoe, dus in die zin: ja. Maar tijdens een groot deel van mijn studie had ik nog niet zo’n beeld van onderzoek doen, dat kwam pas in het laatste gedeelte. Ik heb nooit spijt gehad van mijn studie. Van kleins af aan ben ik gefascineerd door het heelal, ik wilde astronaut worden. Geld, of de zekerheid van een baan, dat interesseerde me niet zo toen ik voor Sterrenkunde koos. Mijn ouders hebben zich wel zorgen gemaakt over

mijn carrièremogelijkheden, maar tot nu toe gaat het goed.’ Hoe was je als student? ‘De eerste drie jaar heb ik vooral op Minerva rondgehangen en miste ik regelmatig colleges. Soms was dat wel zonde, want er waren inspirerende docenten. Tijdens mijn onderzoek hebben vooral Anthony Brown en Koen Kuijken me enorm beïnvloed. Maar er waren ook docenten die alleen maar voorlazen wat ze op hun sheet hadden staan. Dan ging ik liever met vrienden op de bank hangen. Die tactiek betekende meestal de eerste keer een tentamen niet halen en dan de UB in om het met behulp van de boeken allemaal zelf uit te pluizen. Ik denk dat dat zelfstandig werken me later wel enorm heeft geholpen, toen ik onderzoek ging doen.’

Wat is je favoriete herinnering aan je studie? ‘Met een flinke kater met ­studiegenoten samenwerken om ­problemen op te lossen.’ Van welke elementen uit je studie heb je het meeste profijt? ‘Het probleemoplossend ­vermogen dat je ontwikkelt. Ook als je niet in de Sterrenkunde verdergaat – en die kans is groot omdat er heel ­weinig banen beschikbaar zijn – heb je daar heel veel plezier van. Ouders die een kind hebben dat Sterrenkunde wil studeren, kan ik geruststellen. Bij heel veel organisaties worden hoge posities ingenomen door mensen met een technische graad (sterrenkunde, wiskunde, natuurkunde) op zak, omdat ze in staat zijn om ingewikkelde materie in stukjes op te breken.’

CV 2000 – 2007: ­Sterrenkunde, ­Universiteit Leiden 2007 – 2011: ­Promotieonderzoek, Institut d’Astrophysique de Paris, Université Pierre et Marie Curie 2011 – 2013: Post-doc Institut d’Estudis Espacials de Catalunya 2013 – heden: Post-doc Institut de Fisica d’Altes Energies in Barcelona


TEKST: JAN JOOST ATEN, FOTO: HIELCO KUIPERS

11

Marten Hamelink (32)

Senior beleidsmedewerker Duurzaam ondernemen bij het ministerie van Economische Zaken.

CV 2000 – 2008: Sterrenkunde, Universiteit Leiden 2008 – 2010: Rijkstrainee 2010 – heden: Beleidsmedewerker ministerie van Economische Zaken

W

at trok jou aan in Sterrenkunde? ‘Het gaat over de grote vragen van het leven. Hoe zit de wereld in elkaar, waar komt de mens vandaan, hoe verliep de oerknal? Op dat soort onderwerpen zoom je in, tot in het kleinste detail.’ Maar je bent er niet in verder gegaan. Waarom niet? ‘Tijdens mijn onderzoek in de laatste fase van de studie werd ik geconfronteerd met de dagelijkse praktijk van de onderzoeker: eenzaam werk, waarbij je vooral computerproblemen aan het oplossen bent. Dat was niks voor mij, ook al vind ik Sterrenkunde nog steeds de mooiste studie die je kunt doen. Gelukkig heeft de studie een minor Science Based Business. Die leert je om bruggen te slaan tus-

sen je u ­ niversitaire kennis en het bedrijfsleven. Door die minor kon ik vervolgens alle kanten op met een beroepskeuze.’ Dus je past jouw studie nog wel toe in je huidige werk? ‘Bij Sterrenkunde leer je om analytisch naar de wereld te kijken, vanuit wiskunde en natuurkunde. Je krijgt gevoel voor cijfers. Je kunt steeds sneller orden van grootte inschatten. In mijn huidige baan richt ik me op biomassa die fossiele grondstoffen kan vervangen en breng ik onder meer adviezen uit over het nut van technieken en apparaten. Dankzij mijn studie kan ik vrij eenvoudig de haalbaarheid van scenario’s of voorstellen inschatten.’ Was je een goede student? ‘De eerste twee jaar was ik een

lousy student. Ik haalde het ­bindend studieadvies met de hakken over de sloot, in het tweede jaar heb ik twee studiepunten verdiend. Ik was druk met andere dingen, zoals het voorzitterschap van onze studievereniging. Van die nevenactiviteit heb ik wel ontzettend veel geleerd: hoe ga je om met mensen als de samenwerking niet lekker loopt? Wat doe je als de vereniging opeens tienduizend euro in de min blijkt te staan? De laatste anderhalf jaar heb ik de knop omgezet. Ik adviseer jonge studenten Sterrenkunde om het andersom te doen. Houd alles in de eerste twee jaar goed bij, zorg daarna dat je ook van je ­studietijd geniet.’


Leidraad

ALUMNIMAGAZINE VAN DE UNIVERSITEIT LEIDEN

WINTER 2015

In 1956 overleed haar broertje na een operatie aan een aangeboren hartafwijking. Jaren later zocht Esther Elkerbout een manier om iets te betekenen voor ‘kinderen en harten’, zoals ze het zelf zo mooi zegt. Ze wendde zich tot het Leids Universiteits Fonds (LUF), dat haar hielp met het opzetten van een persoonlijk fonds, een Fonds op Naam. Hieruit financierde Elkerbout kostbare onderzoeksapparatuur die gebruikt wordt voor stamcelonderzoek. ‘Verleden en toekomst komen hier prachtig bij elkaar’, aldus Elkerbout.

‘Ik wil iets geven dat geen pijn doet’ Op een koude, maar zonnige terecht bij het LUF. Mevrouw ­vrijdagmiddag stapt Elkerbout Neve van het LUF nodigde in het onderzoeksgebouw van allerlei deskundigen aan tafel het LUMC de werkkamer binnen uit om met mij mee te denken van stamcelprofessor Christine over een mogelijke bestemming. Ik sprak met hartchirurMummery. Een stralende Christine Mummery, kun je wel gen, kinderartsen, onderzoekers, maar we kwamen niet op zeggen. Nadat er eerst uit stamcellen kloppende hartcellen het juiste idee. Tot ik iets las waren gemaakt, heeft Mummery over stamceltherapie. Dat leek nu het maken van bloedvaten in mij prachtig. Ik wilde niet dat ontwikkeling. Dankzij de bijdramijn geld terecht zou komen bij ge van Elkerbout kon zij recent een therapie die kinderen pijn voor haar afdeling Anatomie en zou doen. Bij de ontwikkeling Embryologie twee apparaten van stamceltherapie is dat niet Christine Mummery (links) en Esther Elkerbout kopen die de permeabiliteit van aan de orde, terwijl bloedvaten kunnen meten. ‘Er was in geen tijden juist de jeugd erbij gebaat is. Toen ik die vraag geld voor een dergelijke aanschaf geweest. We zijn voorlegde aan het LUF, bracht mevrouw Neve mij er enorm mee geholpen.’ in contact met professor Mummery. Toen viel alles Mummery vertelt enthousiast over het onderzoek op zijn plek.’ Mummery besluit: ‘Voor ons is de bijdrage van dat onder haar leiding wordt uitgevoerd en waar mevrouw Elkerbout het verschil tussen een diner de twee recent aangeschafte apparaten bij ondersteunen. ‘We gebruiken ze om de kwaliteit van zonder wijn of een diner mét. Het kan allebei, bloedvaten te bepalen. Dat is belangrijk, het helpt maar het eerste is behelpen en het tweede is completer en beter.’ ons bij allerlei bloedvataandoeningen. Bijvoorbeeld bij een vorm van hersendementie die genetisch bepaald is, of vasculitis, de beschadiging aan bloedvaten die kan optreden bij diabetes. Het ene apparaat helpt om vast te stellen hoe door- Voorrecht laatbaar de bloedvaten zijn die uit stamcellen zijn Annah Neve, directeur van het LUF, vertelt hoe het mes aan twee kanten snijdt bij het maken van gemaakt, het andere om te zien hoe ze te beïnvloede match tussen degene die een wens tot schenden zijn door bloedstroming.’ ken heeft en de wetenschapper die op zoek is naar Elkerbout is heel blij met de toelichting van ondersteuning. ‘Mijn ervaring is dat de beweeg­ ­Mummery. Ook mag zij een kijkje nemen bij de redenen van een gever bijna altijd heel persoonapparaten in de steriele ruimte. Het is de tweede keer dat zij een groot bedrag doneert, de eerste lijk zijn, net als bij mevrouw Elkerbout. En met een schenking vanaf 20.000 euro kun je écht iets keer werd een microscoop gekocht die hard nodig ­betekenen, zo’n bedrag kan tot grote ontwikkewas bij de kweek van hartcellen. Geen gemakkelijke materie, maar het sluit precies aan bij wat Elker- lingen leiden. Ik zie het als mijn belangrijkste taak en als een voorrecht om twee partijen bij elkaar te bout voor ogen had. ­brengen op een manier waarvan ze allebei blij en ‘Jaren geleden kwam ik met mijn wens om iets beter ­worden.’ voor kinderen met hartafwijkingen te betekenen

TEKST: NIENKE LEDEGANG, FOTO: EDWIN WEERS

12


Leidraad

13

Annelies Sutorius-Van Hees, Rechten, 1989

Annelies Sutorius-Van Hees Het contrast met de dag dat zij thuis, in Breda, werkt kan niet groter zijn. Daar omringt familierechter Annelies Sutorius-Van Hees zich met comfort, kunst en bloemen. Hier, bij het Gerechtshof in Den Haag, is het Spartaanse “luxe”, zoals ze zelf zegt. Maar ach, het gaat toch om de inhoud? En je eigen werkkamer, al is-ie klein, met het functionele meubilair en een systeemplafond, daar máák je gewoon iets van. Dus hing Sutorius-Van Hees een favoriet kunstwerk aan de muur – een foto van Man Ray.

En staat er in de boekenkast een ansichtkaart van het resort in Turkije, waar ze al komt sinds haar dochter twee jaar is. Is ze in de verder anonieme zittingszaal, dan nog draagt ze iets van zichzelf bij zich. Haar opschrijfboekje, waarin ze alle afgehandelde zaken noteert. Vóór in het boekje een wisselende foto. Nu een recente foto van de reünie van haar Minervahuis. Elf meiden die op de Vollersgracht woonden. Dierbaar.

TEKST: NIENKE LEDEGANG, FOTO: ROB OVERMEER

werkplek van


kort Leiden epicentrum van Kinder­ rechtenweek

H

FOTO: MONIQUE SHAW

et Internationaal Verdrag voor de Rechten van het Kind bestond afgelopen najaar 25 jaar. Daarom vierde Leiden van 17 tot en met 21 november 2014 de Kinderrechtenweek. Met onder andere een Kinderrechtentop, een conferentie, een filmfestival en de uitreiking van het Leids jeugdlintje. Prinses Beatrix was aanwezig bij de top, gehouden in de Hooglandse kerk. Op de Kinderrechtentop werd stilgestaan bij de invloed van het kinderrechtenverdrag op de positie van het kind. Er werd gesproken over wat de afgelopen jaren is bereikt en wat nog moet gebeuren. Kinderen en jongeren discussieerden en hielden werksessies met onder meer wetenschappers en andere professionals over de mogelijkheden om het kinderrechtenverdrag verder te verankeren in de maatschappij. Leiden is een natuurlijke plek voor een Kinderrechtenweek. Hier wordt veel aandacht besteed aan het waarborgen van rechten voor kinderen wereldwijd. Aan de Hooglandse Kerkgracht staat het Kinderrechtenhuis, een centrum waar alle kennis over kinderen en hun rechten samenkomt. Daarnaast heeft de universiteit een masteropleiding Jeugdrecht en een Unicef Kinderrechtenleerstoel. Ruim 5.000 kinderen uit Leiden maakten in de weken in aanloop naar de top op creatieve wijze kennis met het Kinderrechtenverdrag. Hun kunstwerken stonden in het Museum Volkenkunde, het Kinderrechtenhuis en waren te zien tijdens de KinderrechtenKunstroute.

DIES NR 440 De Universiteit viert maandag 9 februari niet zomaar een dies, het is haar 88ste lustrum, oftewel haar 440ste verjaardag. De feestelijkheden zijn vanaf 14.30 uur in de Pieterskerk, waar onder meer drie eredoctoraten worden verleend. Het geheel wordt simultaan vertaald in het Engels en is live te volgen via www.leidenuniv.nl (zie ook de agenda op pagina 40).

Taal­ museum Leidens nieuwste museum moet later dit jaar ‘open’ gaan. Het Taalmuseum heeft alleen geen gebouw. Het is een geheel van tentoonstellingen op openbare plekken in de stad, een jaarlijks festival, een app en een virtuele community. De universiteit was in 2013 een van de initiatiefnemers van het museum. Onder meer het Leiden University Centre for Linguistics, het Leiden University Institute for Area Studies en het Interfacultair Centrum voor Lerarenopleiding, Lerarenontwikkeling en Nascholing zijn erbij betrokken. De plannen zijn uitgewerkt onder leiding van Erik Schilp, Leids alumnus en oud-museumdirecteur.

‘Excellence through ‘Start with your plan’, was het advies dat Harvard’s diversity officer Lisa Coleman dit najaar haar Leidse publiek gaf. En dat plan is: zorgen dat een diverse samenstelling van de universiteitsbevolking de normaalste zaak van de wereld wordt in Leiden. Bestuurders, medewerkers en ­studenten van de Universiteit Leiden spraken hierover tijdens een symposium op 11 november 2014, Excellence through diversity. Dit jaarlijkse symposium is een initiatief van vice-rector Simone Buitendijk die aan dit thema veel belang hecht. De vraag stond centraal welke bijdrage diversiteit en ­inclusiviteit – het rekening houden met mensen die onderling van elkaar verschillen – kunnen leveren aan onderzoek en onderwijs, en aan de universiteit als organisatie. ­Coleman was slechts een van de vele sprekers die


WINTER 2015

ALUMNIMAGAZINE VAN DE UNIVERSITEIT LEIDEN

Leidraad

15

vragen aan Lucienne Boehmer Medewerker Communicatie en Jong Alumninetwerk

Wat doe je precies bij de afdeling Alumnirelaties? Een van de dingen die ik doe is het onder de loep nemen, verbeteren en onderhouden van contact met alumni. Denk bijvoorbeeld aan de nieuwe maandelijkse nieuwsbrief Alumni Nieuws, de alumni-website en het beheer van onze social media. Daarnaast ligt bij mijn werkzaamheden de focus op het contact met en de diensten voor jonge alumni.

diversity’ een inspirerend verhaal hielden over de kansen en mogelijkheden van diversiteitsbeleid. Coleman benadrukt dat dergelijk beleid niet alleen kansen biedt aan mensen met een afwijkende achtergrond, maar positief is voor iederéén. ‘In een in toenemende mate globale wereld worden studenten geacht te kunnen werken in een complexe, diverse en multiculturele samenleving. Dan is het een groot voordeel als je in een diverse omgeving studeert. Daar leer je van.’

Onderscheiding voor Van Rompuy Herman van Rompuy, scheidend voorzitter van de Europese Raad, heeft de Willem van Oranje-penning ontvangen, de hoogste onderscheiding die de Universiteit Leiden kent. Hij kreeg deze van rector magnificus Carel Stolker, bij de Europa-lezing die Van Rompuy op 10 oktober in Leiden hield. De onderscheiding is, aldus Stolker, een erkenning voor Van Rompuys ‘grootse bijdrage aan het Europese project’.

Waarom die specifieke focus op jonge ­alumni? We willen graag in contact blijven met alle alumni van de universiteit, maar betrokkenheid begint op het moment dat mensen de universiteit verlaten. De wensen van jonge alumni zijn duidelijk anders dan die van alumni die al langere tijd afgestudeerd en aan het werk zijn. Ze hebben bijvoorbeeld meer behoefte aan loopbaanbegeleiding, netwerkmogelijkheden en het leggen van contact met elkaar en met bedrijven en organisaties. Dit zijn zaken waarbij de universiteit veel voor hen kan betekenen. Kun je al wat vertellen over de plannen voor komend jaar? Er gaat veel gebeuren voor jonge alumni. Het Coachcafé waarmee we afgelopen jaar zijn gestart is erg succesvol en zal ook dit jaar weer een aantal keer worden gehouden. De wisselwerking tussen oudere en jonge alumni werkt bovendien erg goed. Dit komt ook terug in het mentorplatform voor jonge alumni dat dit voorjaar start. Verder hebben we recent een loopbaanplatform gelanceerd speciaal voor deze doelgroep, met vacatures, testen en andere nuttige carrière-informatie. Ook starten we met een Jonge Alumni Netwerk, met nog meer actviteiten voor hen.


16

Leidraad

ALUMNIMAGAZINE VAN DE UNIVERSITEIT LEIDEN

Geachte redactie, LEEST PRETTIG EN HET BLAD HEEFT IETS

FRIS

Mijn reactie luidt: in één keer uitgelezen! Zegt dat genoeg?

Mooie mix tussen wat langere artikelen en ‘snack’stukjes, goeie cover en

heerlijk papier. Ik beschouw de veranderingen als een groot succes. Volhouden en op dezelfde manier blijven doorgaan.

cool Mensen die Rechten hebben gedaan

vonden het vast om te weten dat je met Geschiedenis directeur van een mijn kunt worden.

Verfrissend. De buitenkant vond ik vroeger sprekender. Vroeger stond er eveneens een persoon op de cover, niet altijd met een glimlach, maar nooit (voor zover ik me herinner) zo’n negatief kritische figuur. Wat maakt dat ik het blad omgekeerd wegleg.

HET IS GEWONER GEWORDEN. Waar waren de gewone student, de hardwerkende docent en de oer-Leidse hospita gebleven? ­Bestonden die ook nog? Maar opeens rolde er weer een ouderwets leuk blad in mijn brievenbus!

Een gevoel van nostalgie & trots

Mij moet van het hart dat ik eerst meende een proefexemplaar van Panorama ontvangen te hebben. Hoe is het mogelijk dat u deze kroegscène als uithangbord voor Leiden kunt nemen?

om in Leiden te hebben gestudeerd.

@

#

Irenka van den Hout @ivandenhout

Zit met vernieuwde Leidraad in de zon. Wat is het magazin e verbeterd zeg! @leidenalumni #lekkerlezen #fb

Ik kan eigenlijk alleen maar ­complimenten ­geven: het papi er is prettig, ­vormge ving en ­lay-out doen goed aan.

De toon,

vormgeving, pagina-indeling en ook de inhoud van het magazine is verbeterd. GEEF MIJ MAAR DE OUDE LEIDRAAD. WIE HEEFT ER VERZONNEN DAT ER ZO NODIG VERNIEUWD

MOEST WORDEN?


Leidraad

WINTER 2015

17

herinneringen aan Leidse locaties

Kamerlingh Onnes ­Laboratorium

FOTO: LEIDEN INSTITUTE OF PHYSICS

‘H

et was in de zomer van 1969, ik was net geslaagd voor mijn eindexamen HBS-A. Hoewel ik in Wassenaar woonde, dus dichtbij, was ik nog nooit in Leiden geweest. Mijn broer wel, die was daar aan de universiteit net afgestudeerd in natuur- en wiskunde en stond op het punt te beginnen aan een promotieonderzoek dat hij, in samenwerking met de universiteit in Genua, Italië, zou gaan verrichten. Op een mooie zondagmorgen fietsten we samen naar Leiden. Voor mijn broer niets bijzonders, hij moest even iets doen in het laboratorium. Wat dat was weet ik niet meer. En ik, zijn ‘kleine’ zusje, mocht mee, naar de stad waar ook ik zou gaan studeren. Na een voor mij best lange fietstocht kwamen we aan in het, nu oude, Kamerlingh Onnes Laboratorium. Hoe het kan weet ik niet, maar wij konden, wel door een achterdeur, zo naar binnen in het overigens heel stille gebouw, er was niemand. Hij pakte wat hij nodig had en vroeg me toen of ik nog iets bijzonders wilde zien. Ja, dat wilde ik wel. We liepen een heleboel traptreden af en kwamen in de kelder. Onooglijk kleine ruimtes in mijn herinnering, wat moest daar nou voor bijzonders te zien zijn? Maar daar was het dan: een sissende stellage van voor mij onbegrijpelijke apparaten. Mijn eerste kennismaking met de wetenschap en natuurkundig ooit de bijzonderste plek op aarde en misschien wel in het heelal: de ruimte waarin vloeibaar helium, min 269 graden Celsius, stond. Ik was een alfa, ben psychologie gaan studeren en wist weinig af van natuurkunde. Maar dit moment en deze plek maakten een hele grote indruk op mij en deze

Hoogleraar Gorter bij een magneetopstelling in de kelder van het KOL in 1969.

gebeurtenis is mij altijd dierbaar gebleven. Vooral omdat mijn broer bijna drie jaar daarna, aan het eind van zijn promotieonderzoek (over de vorming van waterstofmoleculen op koude oppervlakten) in Genua op een tragische manier overleed. Wat zou ik het fijn

­ inden deze plek nog eens terug te v ­kunnen zien.’ (Anneke Schutte, Psychologie, 1976) Ook een bijzondere herinnering aan een plek in Leiden? Mail naar: contact@leidraad.leidenuniv.nl


Journalist Joost Karhof

‘Ik heb mijn ­studie ­gemodelleerd naar wat ik wilde worden’


ALUMNIMAGAZINE VAN DE UNIVERSITEIT LEIDEN

Leidraad

19

Hij was geen typisch Leidse student. Daarvoor zat Joost Karhof toen al te diep in het journalistieke werk. Maar gaan zijn ogen nou glimmen als hij spreekt over de stad waar hij zijn bul haalde?

TEKST: MALOU VAN HINTUM, FOTO: ROB OVERMEER

ven door schiet hij af en toe snel een jas aan en neemt de lift naar beneden, om buiten een sigaret te roken.

‘Nou, gelukkig is alleen je jasje te zien!’ Herman van der Zandt heeft het NOS Journaal achter de rug en is alweer afgeschminkt. Hij kijkt grinnikend naar het opvallende grijsgeruite pak dat Joost Karhof heeft aangetrokken om Nieuwsuur te presenteren. De visagiste slaat een kapmantel om de presentator heen en zoekt een kwast uit. Het gezicht van Karhof krijgt een lichtbruine teint, zijn oogopslag maakt ze sprekender met een vleugje mascara. Joost Karhof (1969) studeerde rechten in Leiden en werkt al sinds zijn 17de als journalist. ‘Mijn ultieme droom was werken bij Den Haag Vandaag, al vanaf mijn veertiende.’ Dat lukt als hij dertig jaar is. De jongen die altijd tienen haalt voor zijn opstellen, begint in 5 vwo als verslaggever bij de Voorburgsche Courant – ‘op verzoek van de buurvrouw die daar hoofdredacteur was’. Tegenwoordig is Karhof bekend van Kunststof TV, een wekelijkse live talkshow over kunst en cultuur, en van Nieuwsuur. Daar loopt hij op een dinsdagavond in november rusteloos rond op de redactie, tussen een kolossale blauwe letter N, zijn bureau en twee televisieschermen. ‘Even kijken wat RTL heeft.’ ‘Even kijken hoe het Journaal het doet.’ Tussen de bedrij-

LERAAR GESCHIEDENIS Karhof is een journalist in hart en nieren. Wilde nooit kinderen omdat die zijn carrière in de weg zouden staan. Is getrouwd met een vrouw die begrijpt dat werk altijd vóór gaat. Een vrouw die hobbykok is en dat komt goed uit, want ‘het eten hier in de kantine is niet te vreten’, zegt hij, terwijl hij de maaltijd die zijn vrouw heeft klaargemaakt in de redactiemagnetron zet. Joost Karhof studeerde van 1988 tot 1996 in Leiden omdat ‘ik weliswaar journalist wilde worden, maar het zonde was als ik met mijn vwo-diploma de hbo-opleiding journalistiek ging doen.’ Hij twijfelde tussen geschiedenis en rechten. ‘Geschiedenis was oud nieuws, ook leuk. Maar als ik als journalist niet zou slagen, zou ik als leraar geschiedenis door het leven moeten. Dat leek me niks. In dat geval kon ik maar beter advocaat worden.’ Het werd dus rechten, in Leiden. ‘Leiden had de beste rechtenfaculteit in het land. En Leiden was dicht bij mijn woonplaats. Dat moest ook, want daar was mijn werk.’ Het eerste jaar van zijn studie is Karhof volledig gericht op het halen van de propedeuse. ‘Ik wilde altijd al presteren.’ Pas daarna verhuist hij naar de Oude Herengracht, maar daar is hij weinig. ‘Ik zat vaak in Den Haag en omdat ik als journalist niet veel verdiende, werkte ik ook bij Van der Valk.’ Hij blijft maar een jaar in Leiden wonen. Als zijn ouders naar Curaçao vertrekken, kopen ze een appartement voor hem in Voorburg. Vanaf die tijd pakt hij de auto naar college. ‘Ik was altijd een eenling tussen de andere studenten. Ik had gewoon een heel ander leven.’ Toch glimmen zijn ogen wanneer hij vertelt over de gebouwen aan de Hugo de Grootstraat, het Gorlaeus, het Gravensteen, het Rapenburg – ‘jaaaa, dat roept nostalgische


20

Leidraad gevoelens op. Ik vind het echt geweldig dat ik de jaarlijkse Grote Geschiedenis Quiz mag presenteren in de Pieterskerk, de plek waar ik zo vaak met honderden andere rechtenstudenten tentamen heb gedaan.’

Joost Karhof bij zijn af­­ studeren.

FOTO: PRIVÉBEZIT JOOST KARHOF

AVERSIE TEGEN STUDENTIKOOS GEDOE Hij zal acht jaar in Leiden rondlopen, maar het studentenleven gaat grotendeels aan hem voorbij. ‘Ik ben kort lid geweest van Quintus omdat mensen om me heen dat ook deden. Maar ik had een behoorlijke aversie tegen al dat studentikoze gedoe.’ Hij maakt zich al tijdens de ontgroening uit de voeten. ‘Veel te flauw. Ze hebben me wel teruggehaald. Dat vonden ze interessant, dat ik een grote mond had en tegen ze in ging. Ik kon me bij verschillende disputen aansluiten, maar ik had het wel gezien. Ik vond mezelf geen stereotiepe student, omdat ik werkte, na een aantal jaren zelfs meer dan fulltime. Ik maakte carrière in de journalistiek, en daar leed mijn studie natuurlijk onder.’ Maar die studie afkappen is, met de eindstreep in zicht, geen optie. Dus ziet zijn leven er een jaar lang zo uit: van 9.00 tot 18.30 uur werken, daarna eten, en vervolgens van 19.30 tot 2.00 uur studeren. Geen drank, geen drugs. Karhof studeert af op mediarecht bij Gerard Schuijt, zelf oud-journalist, onderwerp: de verkoop van voetbalrechten aan televisie. ‘En ik heb een groot keuzevak Schrijven en redigeren gedaan. Ik heb mijn studie gemodelleerd naar wat ik wilde: journalist worden.’ Toch solliciteert Karhof na zijn afstuderen bij twee advocatenkantoren, ook al werkt hij inmiddels fulltime voor de radio. ‘Je bent toch meester in de rechten, en om daar nou helemaal niets mee te doen... Maar bij de sollicitatiegesprekken zeiden ze: “Weet je zeker dat je dit wilt? Je hebt hartstikke leuk werk.” Dat was ook zo.’ Hij houdt van alle aspecten van het vak. ‘Interviewen vind ik het meest uitdagend. Daarom wilde ik naar Den Haag Vandaag, daar werd echt hard geïnterviewd. Bij Kunststof gaat het er heel anders aan

toe. Kunstenaars en schrijvers moet je vooral verleiden om hun verhaal te vertellen, daar werkt de confrontatie niet.’ Van een geslaagd interview kan hij echt genieten. ‘Als ik uit iemand heb gekregen wat ik wil horen, ben ik tevreden. Dat lukt maar af en toe. Meestal is het ongeveer wat je had verwacht, en niet bijzonder. Met Nina Brink had ik een echt goed interview. Ze liep tijdens de uitzending weg, ik heb enorm ruzie met haar gemaakt. Bij Kunststof lukte het me om Remco Campert, een heel gesloten man, zo goed op zijn gemak te stellen dat hij helemaal loskwam.’ GEEN VOORZICHTIG COMMENTAAR De interviewer is belangrijk voor het verloop van het interview, maar de gast ook. ‘Een item van Nieuwsuur duurt zes minuten, te kort voor iemand met een heel wollig taalgebruik. Die kun je bellen voor achtergrondinformatie, maar in de studio heb je er niets aan.’ Nieuwsuur geeft wetenschappers graag een podium om gebeurtenissen uit te leggen en te duiden. ‘Zij voegen inzicht en kennis toe, zijn vaak niet bang om hun zegje te doen, en wagen zich weleens aan voorspellingen. Dat vind ik prettig. Ik houd niet van al te voorzichtig commentaar,


WINTER 2015

ALUMNIMAGAZINE VAN DE UNIVERSITEIT LEIDEN

Karhof op de set van Nieuwsuur. ‘Ik houd niet van al te voorzichtig commentaar, daar wordt een kwestie niet duidelijker van.’

Leidraad

Joost Karhof (1969) 1987-1992 Voorburgsche Courant 1989-1992 Dagblad Het Binnenhof 1988-1996 studie Rechten, Leiden 1992-2000 RTV West 2000-2008 Den Haag Vandaag 2006-2010 Presentator Nova 2008-heden Presentator Kunststof TV 2010-heden Presentator Nieuwsuur

FOTO: HANNEKE WIESSING

Daarnaast presenteert hij de jaarlijkse Grote Geschiedenis Quiz en de NTR Boekenquiz. Joost Karhof is getrouwd en heeft twee stiefdochters van 17 en 24 jaar.

daar wordt een kwestie niet duidelijker van.’ Als er een jurist aan tafel zit, moet hij zich extra inleven in het kijkerspubliek. ‘Een valkuil is dan dat ik het snap of zelfs logisch vind, terwijl dat voor de kijker niet zo is. Daar moet ik voor waken.’ De redacteuren bereiden de gesprekken voor. Gasten belt Karhof dan ook zelden zelf – behalve als hij verschil kan maken. ‘Dat Mark (premier Rutte, red.) en Melanie (minister van Verkeer Schultz van Haegen, red.) ook in Leiden hebben gestudeerd, geeft wel een gemakkelijkere ingang. Maar als er gewoon gedoe is en ze willen geen camera’s, dan maakt het geen bal uit waar je vandaan komt. Die gemeenschappelijke achtergrond kan soms helpen om ze bij ons te krijgen in plaats van bij De Wereld Draait Door – maar dat komt waarschijnlijk ook doordat ik heel lang in Den Haag heb rondgelopen. Dat is belangrijker dan dat we aan dezelfde universiteit hebben gestudeerd.’ Daarmee wil hij niet suggereren dat journalisten en politici in Den Haag bij elkaar op schoot zitten. Integendeel. ‘Ik ben van de school Ferry Mingelen: afstand houden. Zodra de camera draait, speelt iedereen zijn rol. Wij stellen onze vragen, en zij ontwijken ze. We vergeten elkaars rol nooit, ook niet aan de bar van Nieuwspoort.’

WORKAHOLIC Karhof is nog steeds een workaholic. ‘Mijn leven komt na mijn werk, altijd. Ik werk zes dagen per week, en ook nog als ik thuis ben. Een boek lezen voor Kunststof, of een voorstelling bekijken. Daarvoor kom ik trouwens nog regelmatig in de Leidse Schouwburg. Ik ga wel twee keer per week naar de sportschool om in vorm te blijven. Ik roei heel veel, en train met gewichten. Als ik echt iets leuks wil doen, ga ik met vrienden tennissen. En ik ga graag met mijn vrouw uit eten. We gaan wel eens naar een sterrenrestaurant, maar dat vind ik eigenlijk te gemakkelijk. Het is juist leuk om iets te ontdekken zonder ster waar ze het heel goed doen.’  Hij is niet bang voor de plannen die staatssecretaris Dekker met de publieke omroep heeft. ‘Nu leveren de omroepen de programma’s aan. Als in 2016 de markt opengaat, zullen veel meer mensen tv gaan maken. Dat vind ik gezond. Als iedereen programma’s mag leveren, kan de Telegraaf dat ook gaan doen. Ik ben heel benieuwd.’ Hij snelt de gang over, naar de studio. De camera’s staan al klaar.

21


terug in de banken

WINTER 2015

Lonneke van Berkel (40) volgt Boerhaave nascholing bij het LUMC ONTSPANNING ‘Leren is voor mij ook ontspanning, al volg ik de bijscholing verplicht. Je bent er even uit, je ziet je collega’s op een andere manier. Als huisarts moet je jaarlijks studiepunten halen, maar daar doe ik het niet voor. Ik zou het misschien ook doen als het niet hoefde. Het is altijd wat nieuws, soms intensief, soms theoretisch, maar het voelt nooit als een verplichting.’

TEKST: MARINA VAN DEN BERG, FOTO: TACO VAN DER EB

HEEL ENG ‘Moedervlekken, die vond ik altijd heel eng. Je zult maar tegen een patiënt zeggen ‘dit is gewoon een moedervlek’, en het blijkt later uitgezaaide huidkanker. Je wilt als arts geen grote fouten maken en je ziet zo wat over

het hoofd. Dus die bijscholing Dermatoscopie - beoordeling van moedervlekken - is me wel bijgebleven. Twee dagen alleen maar moedervlekken bekijken. Die LUMC-dermatologen zijn zo enthousiast over hun werk! Ik kreeg totaal nieuwe inzichten en leerde andere technieken. In mijn studie kreeg ik maar drie criteria mee; die dermatologen beoordelen moedervlekken heel anders dan ik toen geleerd heb.’ AVONDSPREEKUUR ‘Ik wil een eigen praktijk, dan kan ik invulling geven aan mijn eigen ideeën. Zelf kwaliteit leveren. Ook wil ik meegaan met de maatschappelijke trends, zoals een avondspreekuur

of betere telefonische bereikbaarheid. Daar zoek ik nu de bijscholing echt op uit. Die vind ik vooral bij landelijke organisaties, Leiden is medisch-inhoudelijk heel goed, maar voor een cursus Personeelsbeleid moet ik de stad uit.’ DOENER ‘Moeilijke moedervlekken blijf ik spannend vinden, het liefst snij ik ze meteen weg, ik ben een echte doener. Dat vind ik ook de leukste bijscholing, de praktische, en die zijn er genoeg in Leiden. Zware wetenschap moet soms, maar ik doe liever iets praktisch. Als ik ooit wat buiten het artsenvak zou doen, zou het iets creatiefs doenerigs zijn. Iets met naald en draad.’


WINTER 2015

ALUMNIMAGAZINE VAN DE UNIVERSITEIT LEIDEN

Leidraad

DOSSIER Vrijheid

Zijn er grenzen aan het vrije denken?

FOTO: GETTY

Proeven van vrijheid: Praesidium libertatis in woord en daad

Is het wel relevant?

Jos Engelen (NWO) over vrijheid in onderzoek promoveert op AIVD

Vrij om jezelf te zijn Diversiteit op de universiteithun werk

Beslissen over je eigen dood

Drie alumni over hun werk

23


24

Leidraad

ALUMNIMAGAZINE VAN DE UNIVERSITEIT LEIDEN

ESSAY

DOOR ABDELKADER BENALI (39), SCHRIJVER

Opstel baant de weg naar vrijheid De 19-jarige slagerszoon Abdelkader Benali uit Rotterdam had geen cent te makken, tot hij in 1994 een opstelwedstrijd won van de jubilerende Universiteit Leiden. Zijn essay (te zien op alumni.leidenuniv.nl) droeg de licht provocerende titel ‘Het verlangen naar de tijd van postkoets en diligence’ en werd afgedrukt in Mare. Hij kreeg daarnaast een cheque van 10.000 gulden uit handen van rector Lammert Leertouwer, die eerst nog wel navraag had gedaan bij Benali’s leraar Nederlands of deze tekst, welhaast een filosofische beschouwing, echt wel door hem geschreven was. Zulks bleek het geval. Dus kreeg de jongen een bedrag waarvan hij een jaar kon studeren. Hij schreef zich in voor Geschiedenis, kocht bij de kringloopwinkel zijn uitzet en betrok een kamer van 4 bij 4 meter in de Prins Frederikstraat. De poort naar vrijheid stond wagenwijd open. In 1996 debuteerde Benali met ‘Bruiloft aan zee’, zijn studie staakte hij na het behalen van zijn propedeuse. In het essay hiernaast, dat Benali schreef in opdracht van Leidraad, denkt hij terug aan toen. Hoe een opstel, lonkend Leiden en de wenkende academia een leven veranderden…

woorden naar de vrijheid

M

et een zachte plof verdween de envelop in de brievenbus. De enige brievenbus op de West-Kruiskade had de inzending voor de essaywedstrijd ontvangen. Een plofje ten teken dat het woord was geland. Zo klonk de voorbode van geluk. 750 woorden en geen woord meer, het aantal voorgeschreven woorden en geen woord meer. Traditie als vernieuwing, vernieuwing als traditie. Mijn oog was boven die zin blijven hangen bij het doorbladeren van een tijdschrift over hoger onderwijs, een van de vele tijdschriften die met hun opzichtige koppen, hun voorbode van succes, hun weidse academische vergezichten de jonge middelbare scholier verleidden de overstap te maken naar deze of gene universiteit. Dit dus: een essaywedstrijd van de Leidse Universiteit die haar lustrum vierde. Gefeliciteerd, bij voorbaat. Fantastische manier om je universiteit te promoten, een kans voor de jonge schrijver om zijn bonte veren te laten zien. Ik had me zorgen te maken. De deadline voor inzending was niet ver meer. Onder lichte tijdsdruk een exposé wijden aan de rol van de oude universiteit in een complexe wereld, prikkelde

me. Zonder deadline was het leven een gepasseerd station. De deadline dwong me mijn schrijfdrift in te perken, de gestelde tijdslimiet hield de creativiteit in bedwang. Kom maar op. Het vooruitzicht dat de winnaar gelauwerd zou worden met een dikke cheque die hem in staat zou stellen een jaar lang zorgeloos te studeren bezorgde me een droge mond. Ik maakte mijn lippen nat. Hier schreef je voor. Loon naar werk. Alles kan sneller. Zoals altijd was het stuk veel te lang. Goethe indachtig, die Schiller een lange brief schreef omdat hij geen tijd had voor een korte. Het geheel moest ingekookt worden tot er een dikke, vloeibare tekst overbleef die zacht en romig verteerd kon worden door de heren en dames jury. Om die bondigheid te bereiken moest ik zinnen schrappen, alinea’s verkorten en dat alles in sneltreinvaart. Lichter moest het worden, steeds lichter. In het uur tussen hond en wolf werkte ik als een duivel. Een belletje klonk. Ik had nog een etmaal! Snel dan maar, waar de geest faalde moest de pen me verder dragen. Wordperfect (ah, nostalgie!) gaf aan dat ik op 751 woorden stond. Er moest er nog een af. Een woordje. Welk? Alle onnodige bijvoeglijke naamwoorden waren


DOSSIER Vrijheid

WINTER 2015

al gesneuveld. Ik kon geen woord missen. Het redactionele geweer werd nog een keer geladen om een tegenstribbelend woord te executeren. Toch. Ergens. Deze. De trekker werd overgehaald, het spijt me, vriend. Weg ermee. Nakijken op taal- en spelfouten, want wanneer ik opging in mijn gepassioneerd uiteenzetten spatte de grammatica uit haar knellende jasje. De losgesprongen knopen naaide ik weer terug op hun plek, het jasje werd afgestoft tot het weer goed en recht zat. Een postzegel torpederen op de envelop. Raak en rennen! Met nog een paar minuten op de klok rennen richting de brievenbus die, hoe dichter ik die naderde, verder weg ging staan. Met elke stap die ik zette, groeide mijn zelfbewustzijn over wat ik had gedaan. De prijs kon me absoluut niet ontgaan, want wie zou er in dit universum ooit op het idee komen om precies hetzelfde essay te schrijven als ik? Die kans was oneindig klein. Deze statistische vergelijking gaf me het laatste beetje lef dat ik nodig had om de brief door de bus te duwen. “Daar ga je, veel geluk!” Plofje. Wanneer ik schreef, vergat ik mezelf. Wat ik schreef herinnerde me aan mezelf. Dit was ik: onstuimig, handig, sluw, hoogdravend, bewust. Ik wilde zo graag. De macht van het woord bezorgde me die identiteit waar ik zo naar op zoek was. Hoe kortstondig ook het geluk van het schrijven, het was genoeg om me mens te voelen. Ik schreef dus ik was. Dagen van wachten braken aan die werden opgevuld met naar de brievenbus lopen en W.F. Hermans en Stephen King lezen. Het moest wel heel vreemd lopen kon ik niet rekenen op tenminste een uitnodiging. Voor wat? Een kopje thee drinken? Dat nooit. Duimen draaien was niks voor mij, dus doodde ik de tijd door rondjes te lopen om het huis. De rondjes werden steeds groter, ik kwam steeds later thuis. Tussen ongeduld en verveling bromden vliegen, werd een eitje gebakken. De telefoon ging. Een voorname meneer die op voorname toon mij voornaam

uitnodigde dan en dan aanwezig te zijn in de Pieterskerk. Dit was dus echt. “Ja, natuurlijk,” stamelde ik. Ik was die Abdelkader Benali waar hij naar vroeg. “Of ik acte de présence kon geven?” “Vanzelfsprekend,” en erachteraan nog meer gestamel van de jongeman die door de spanning wordt beheerst. Dat ze me hadden uitgenodigd wees erop dat ik serieus werd genomen. De verzekering van de prijs had ik natuurlijk niet. Tot nu toe draaide alles om de eer. Die avond sliep ik met open ogen. In de aanloop naar de uitreiking (het zou een mooie dag worden, geen wolkje aan de lucht) werd ik opgebeld door een heuse journalist die me vragen stelde over het hoe en waarom van mijn deelname. Wie wordt bevraagd over zijn drijfveren gaat drijfveren bedenken, ook als ze er niet zijn. Wat ik zei klonk me pedant, overdreven en aanstellerig in de oren. De journalist humde aan de andere kant van de lijn. Wat hij hoorde stemde hem tevreden. “Dan nog die ene vraag: ‘Wat heeft u met de Leidse?’” Voortvarend stak ik van wal. “Studeren aan de Leidse Academie zou een grote eer zijn. Zoiets als naar de maan mogen reizen. Daar een vlag planten. Onderdeel zijn van het instituut, een droom. Ik wil niet arrogant doen, maar ik verdien die prijs.” Het was aan mijn lippen ontglipt, de zucht naar erkenning. Alweer. Bij alles wat ik zei moest ik mijn mondhoeken dwingen te gaan liggen, geen ironie laten blijken. Je vindt dit heel belangrijk. De avond voor de uitreiking vergat ik waar het ook alweer om ging. Zoals eerder gememoreerd: het was een mooie dag. Daar in die Pieterskerk kwamen we bij elkaar: een klein gezelschap van kanshebbers, hun ouders en leraren, de jury en vertegenwoordigers van de universiteit, waarbij ook die voorname man die me had opgebeld want ik herkende hem aan zijn stemgeluid. Een liberaal zoals ze alleen rond de Witte Singel leken te bestaan. Hoffelijk, vaderlijk, tikkeltje wereldvreemd.

Toen hij zijn openingsrede afgestoken had, ging hij statig en voornaam naast me zitten. Hij boog over naar mijn zus die met mij was meegekomen om getuige te zijn van het spektakel. Ook zij van harte welkom. Een echte gentleman. Goed kijken hoe hij theater in zijn verschijning legt, dacht ik, kan ik nog veel aan hebben. Dat hij pijp rookte gaf hem het voorkomen van een oude alchemist die van binnen borrelde en bruiste. De levensrook vond via zijn pijp een uitweg naar buiten. Een wijsheidsmachine. Zoals gebruikelijk moest de spanning ouderwets worden opgebouwd. Men kan dat goed in Leiden, kreeg ik de indruk. Het hoe en het wat van de prijs werd uitgelegd alsof we totaal niet wisten waarvoor we hier zaten. De kwaliteit van de essays werd benoemd. Woorden galmden door de kerk, nestelden zich in de nok, naast een verdwaalde duif of in een stofnest. Het voorgelezen worden uit het juryrapport duurde een eeuwigheid. De spanning die zich in me opbouwde kon geen kant op. “We komen bij de drie besten.” Fijn. Goed. Nu. Wat zich samenbalde was een naam met daaraan verbonden een titel. In de palm van mijn kletsnatte hand las ik mijn noodlot, in mijn samengebalde vuist mijn drang naar zelfstandigheid. Van open hand naar dichte vuist, een felhelder ogenblik. Moeder, dat jij hier naast me zat om je zoon te zien slagen. Je missie is geslaagd. Mijn ogen werden een meer waarin een droom kopje onder kon gaan. Hoorde ik daar een koor zingen? De rector magnificus, deze aardige, stoffige alchemist die zo handig met zijn pijp in de weer was geweest, overhandigde mij de prijs, sprak woorden van lof. Toen moest ik leren handen schudden. Leren m’n zegje te doen. Leren trots uit een kerk te lopen. 750 woorden, en geen woord meer.

Abdelkader Benali


26

Leidraad

ALUMNIMAGAZINE VAN DE UNIVERSITEIT LEIDEN

Worden onderzoekers in hun vrijheid beknot door de eisen die politiek, maatschappij, universiteit en bedrijfsleven stellen? Ja. Is dat erg? Niet altijd. Maar wel als een complete wetenschappelijke discipline het onderspit delft.

Vrijheid in onderzoek:

feit of fictie?

O

nderzoekers die een voorstel indienen bij de Nederlandse organisatie voor wetenschappelijk onderzoek, NWO, moeten altijd antwoord geven op de vraag: wat kunnen we ermee? ‘Maar ze mogen ook zeggen dat ze het perspectief nog niet aan kunnen geven’, zegt Jos Engelen, voorzitter van NWO. ‘Als het onderzoek fantastisch is, mag de valoriseerbaarheidshorizon best nog wat verder weg liggen.’ Wat NWO niet pikt, is als een onderzoeker er niet eens over wíl nadenken, zegt hij. ‘Maar neem ­bijvoorbeeld een sterrenkundige die nieuwe röntgenbronnen in het heelal zoekt. De valoriseerbaarheid van die kennis is er niet onmiddellijk. Maar hij kan wel aangeven dat de technische grenzen van wat we kunnen, ontdekt moeten worden om zulk onderzoek verder te brengen. En daar zitten wel mogelijke verbanden. Denk dan aan hightech-­

systemen die het bedrijfsleven kan gebruiken om zijn profiel te versterken.’ WILDE IDEEËN NWO wil de aanvragers van onderzoeksgeld ‘verleiden wat verder door te denken over die mogelijke valorisatie’ om het draagvlak voor publiek gefinancierde wetenschap te behouden, legt hij uit. ‘Eenzijdige nadruk op “ivoren toren-vrijheid” voor onderzoekers kan dat draagvlak ondermijnen, en dat betekent uiteindelijk dat er minder geld in het laatje komt voor alle onderzoek. Als de maatschappij vraagt “waar is het goed voor?”, dan kun je niet volstaan met “ik ga iets slims verzinnen”.’ Maatschappelijke relevantie is dus voor NWO een belangrijke maatstaf voor wetenschappelijke activiteit, zoals dat ook in de Wetenschapsagenda zal staan die minister Bussemaker later dit jaar hoopt vast te stellen. Dat die ‘maatschappij’ vaak het bedrijfsleven is, vindt ­Engelen niet meer dan logisch: ‘Dat ­verdient ons BNP, en


DOSSIER Vrijheid

WINTER 2015

moet zich kunnen ontplooien, dat is voor ons ­allemaal ­belangrijk. Dat impliceert niet dat het bedrijfsleven de wetenschaps­ agenda mag domineren, maar omgekeerd moet de wetenschapsagenda wel openstaan voor vragen of suggesties uit die hoek.’ Geruststellend: ‘Er is nog altijd ruimte om wilde ideeën te faciliteren. Dat bewaken we. Onze Vernieuwingsimpuls is onaantastbaar, en de diverse NWO-onderdelen hebben budgetten voor vrij onderzoek.’ DE TUCHT VAN DE WETENSCHAP Huub de Groot (hoogleraar Biofysische organische chemie in ­Leiden) wijst erop dat universiteiten al sinds 1100 drie taken ­hebben: onderwijs, onderzoek en dienstverlening aan de maatschappij. ‘Het hangt van een vakgebied af hoe groot die dienstverlening is ten opzichte van de andere taken. Bij een ziekenhuis is die heel groot, bij chemie behoorlijk groot, en bij natuurkunde weer veel minder.’ Voor alle wetenschappers geldt dat de tucht van de wetenschap veel strenger is dan de tucht van de markt. Uiteindelijk zal ook de maatschappij wetenschappelijke integriteit boven maatschappelijk nut stellen. Want als ik mijn wetenschap verkwansel, word ik straks met Diederik op een stapel gegooid, stelt hij. Bovendien is dat nut er óók, zegt hij, en wijst naar het Bio Science Park (BSP) vlakbij. Daar weten onderzoekers, ondernemers, verschillende gemeenten en de provincie Zuid-Holland elkaar te vinden om baanbrekend onderzoek te doen en innovatieve toepassingen te ontwikkelen – ‘een initiatief waarmee de Leidse universiteit, een zeer liberale universiteit, voorop loopt. Daar bruist het van de activiteit.’ VEEL TE VEEL De Groot ziet een heel ander probleem als het over vrijheid van onderzoek gaat: ‘Net zoals in de cultuur is de sector erg groot geworden. Ik denk dat veel hoogopgeleiden een wetenschappelijke baan willen, omdat ze dan geld krijgen om artikelen te schrijven.’ Tegelijk ziet hij de creatieve vrijheid gevaar lopen: ‘Mensen die met echt

27

‘Mensen die met echt creatieve ideeën komen, worden weggezet als weirdo’s’ creatieve ideeën komen, worden weggezet als weirdo’s: “Wie zit dáár nou op te wachten?”’ Wat deze innovatieve denkers moeten doen, is doorzetten, doorzetten, en nog eens doorzetten. ‘Vrijheid moet je bevechten en zelf verdienen. In de praktijk betekent dit dat de Leidse universiteit onderzoekers de kans geeft om zich te ontplooien, maar dat ze het geld dat daarvoor nodig is voor een groot deel van buiten moeten halen. Degenen die dat succesvol doen, zoals de jonge garde op het BSP, waar universiteit en bedrijfsleven elkaar vinden, zijn onderzoekers die wetenschap als topsport bedrijven.’ BREDE BACHELORS De Groot heeft het over hoogwaardige technologische vindingen die hun nut vroeger of later kunnen bewijzen in bedrijfsmatige­toepassingen. ‘Maar’, zegt Roberta ­D’Alessandro (hoogleraar ­Italiaanse taal en cultuur in ­Leiden), ‘wat was de impactfactor van Kant?’ Ze is geschrokken van de bezuinigingen die de Universiteit van Amsterdam wilde doorvoeren bij de geestes­ wetenschappen en die na een stroom van ­protest weer zijn ingetrokken. De Rijksuniversiteit ­Groningen schrapte vorig jaar al de helft van de banen en acht leerstoelen bij haar faculteit geestes­wetenschappen. Beide ­universiteiten zien meer in‘brede’ bachelors zoals ‘Europese talen en culturen’, maar dat is volgens ­D’Alessandro de dood in de pot. Want juist in een wereld die een dorp is geworden, is het vreselijk belangrijk elkaars cultuur te begrijpen, zegt ze. HUMANISTISCHE TRADITIE En bovendien, vervolgt D’Alessandro: ‘Zijn de Nederlanders vergeten dat Galileo hier boeken kon publiceren die door de Inquisi-


28

Leidraad

ALUMNIMAGAZINE VAN DE UNIVERSITEIT LEIDEN

tie in Rome waren verboden? Nederland is veel te klein om als economisch voorbeeldland te dienen. De kaas, de tulpen, daar gaat het niet om. Nederland is het land van tolerantie, van mensenrechten. Een liberale maatschappij die als rolmodel kan dienen, die beter is dan andere maatschappijen. En dat komt door de humanistische traditie hier. Het is belangrijk om die te behouden en te koesteren. Hugo de Groot, Cleveringa, Spinoza – al deze mensen hebben Nederland gemaakt tot wat het nu is.’ Geschiedenis, filosofie en talen zijn manieren om de wereld te zien, zegt D’Alessandro. ‘Maar in het topsectorenbeleid is geen plaats voor de “softe” geesteswetenschappen, want die leiden niet tot snelle en meetbare resultaten. Ze zijn daarom in de ogen

Geesteswetenschappen zorgen niet voor snelle en meetbare resultaten TEKST: MALOU VAN HINTUM, FOTO: MARC DE HAAN

van politici nutteloos. Dat er geen topsector geesteswetenschappen is, betekent niet alleen dat je excellente geesteswetenschappers verliest. Het betekent ook dat middelmatige onderzoekers wél financiering krijgen omdat ze binnen dat beleid passen – dat daardoor minder excellent is dan het zou kunnen zijn. Dit beleid levert dus twee keer verliezers op.’ Dus ja, knikt D’Alessandro, natuurlijk beperken deze visie en de ermee

gepaard gaande bezuinigingen de vrijheid van onderzoekers in haar discipline, met alle gevolgen van dien. Dat laatste lijkt ook de Universiteit Leiden zorgen te baren. Op initiatief van haar, 157 andere universiteiten en LERU (League of European Research Universities) ondertekenden op 21 november 2014 sociale wetenschappers en geesteswetenschappers uit de hele wereld een verklaring waarin staat dat deze disciplines ‘in belangrijke mate bijdragen aan noodzakelijke kennis over complexe en mondiale problemen, zoals economische crises, religieus extremisme of vergrijzing’, en die oproept ‘deze wetenschappen te steunen en te versterken’. UNKNOWN UNKNOWNS Bedrijfsleven en politiek snijden zich in de vingers door bekende vragen te stellen en, ook dat gebeurt, het wetenschappelijke antwoord daarop te verwachten binnen een bepaalde termijn – daar zijn ze het alledrie over eens. Dat lijkt misschien nuttig, maar dat is het niet. ‘Wetenschap is veel meer een kwestie van de juiste vraag stellen dan de vraag beantwoorden, want dat lukt je wel’, zegt De Groot. ’Je hebt de known unknowns en de unknown unknowns. Wetenschap gaat over dat laatste. Echte ontdekkingen worden gedaan als je de vraag nog niet weet.’ Maar ja, zie voor die vrijheid maar eens geld te krijgen.

TIJDLIJN | Praesidium Libertatis in 8 sleutelfiguren Janus Dousa en Jan van Hout. Gezworen vrienden. Horen tot de kleine groep onverzettelijken die weigeren Leiden in Spaanse handen over te laten gaan. Van Hout staat aan de wieg van wat nog steeds het belangrijkste Leidse volksfeest is: 3 oktober, Leidens Ontzet. Dousa wordt de eerste curator van de universiteit.

1574

Hugo de Groot komt, elf jaar oud, in Leiden studeren. Hij wordt een beroemd rechtsgeleerde. Behalve vanwege zijn spectaculaire ontsnapping uit slot Loevestein, bekend van het standaardwerk Mare Liberum. ‘De zee moet voor allen toegankelijk zijn om de communicatie tussen volkeren in stand te houden.’

1594

Gerard Noodt houdt als rector magnificus een oratie die tot ver in Europa ophef geeft. Hij pleit, vermoedelijk als eerste vanachter een publiek katheder, voor de vrijheid van religie.

1706


DOSSIER Vrijheid

WINTER 2015

29

‘Over je eigen dood moet je zelf kunnen beslissen’ aldus alumnus Rob

ROB JONQUIÈRE (70) 1972 Studie Geneeskunde, Huisartsenopleiding 1985 Hoofd Huisartsen­opleiding VU 1999 Directeur NVVE (Nederlandse Vereniging voor Vrijwillig Levenseinde) Nu Communications Director van The World ­Federation of Right to Die Societies

Johan Rudolph Thorbecke’s Grondwet wordt ingevoerd. Ter ere van een van haar beroemdste alumni en hoogleraren reikt de Leidse universiteit sinds 1992 jaarlijks de Thorbeckeprijs uit aan de meest welsprekende ­politicus.

1848

Hendrik Lorentz en Cornelis van Vollenhoven. Respectievelijk natuurkundige (tevens Nobelprijswinnaar) en hoogleraar Rechten (tevens rector). Beiden geroemd om hun grote inzet voor internationale samenwerking tussen wetenschappers, over lands- en oorlogsgrenzen heen.

JAREN ‘20

Rudolph Pabus ­Cleveringa maakt zich onsterfelijk als hij zich uitspreekt tegen het o ­ ntslag van zijn Joodse ­collega’s op de universiteit. In 2004 wordt Cleveringa door de lezers van Mare gekozen tot “de grootste universitaire Leidenaar”.

1940

TEKST: NICOLLINE VAN DER SPEK, FOTO: EDWIN WEERS

‘A

ls huisarts heb ik twee keer meegewerkt aan het verzoek tot euthanasie. Beide keren heb ik de patiënt diep in de ogen gekeken. ‘Weet je zeker dat je dit wilt?’, vroeg ik voordat ik de injectie gaf. Geen enkele arts werkt graag mee aan de beëindiging van iemands leven. Ik ook niet. Maar door je bereidheid te uiten mee te zullen werken aan euthanasie wanneer het lijden echt ondraaglijk wordt, maak je als arts voor je patiënt die terminaal ziek is het lijden dragelijker. Je neemt de angst voor onwaardig sterven weg. Alleen daarom al is het goed dat er in Nederland sinds 2002 een wet is die euthanasie legaliseert. Het taboe is doorbroken. De verzoeken tot euthanasie zijn door legalisering niet zo explosief gestegen zoals aanvankelijk werd gevreesd. Het gaat niet om dood wíllen, het gaat om de vrijheid te kunnen beslissen over je eigen dood. Zoals bij de veelbesproken pil van Drion. Stel dat ik er vandaag 300 zou mogen uitdelen en ik kom over dertig jaar terug, dan durf ik te wedden dat er nog 299 over zijn.’


30

Leidraad

ALUMNIMAGAZINE VAN DE UNIVERSITEIT LEIDEN

WINTER 2015

‘Een toekomst kunnen opbouwen is niet vanzelfsprekend’

aldus alumna Janneke

‘M

et ruim 45 miljoen vluchtelingen en ontheemden bevinden we ons momenteel in de ergste crisis sinds de Tweede Wereldoorlog, aldus Guterres, de hoge commissaris van de VN-vluchtelingenorganisatie UNHCR. Ik bezoek regelmatig vluchtelingenkampen, ook in de buurlanden van Syrië, dat met 3,5 miljoen vluchtelingen de grootste brandhaard in de wereld is. Ik houd me bezig met de hervestiging van de meest kwetsbare vluchtelingen, onder wie alleenstaande moeders en mensen met ernstige trauma’s. Nederland neemt jaarlijks vijfhonderd van hen op. Ze komen naar Nederland op voordracht van de UNHCR, die de situatie ter plekke grondig onderzoekt. Gemeenten zijn niet verplicht deze mensen op te nemen, maar mijn ervaring is dat het geen probleem is om huisvesting te vinden; iedereen lijkt zich van de ernst van de problematiek bewust. Zelf realiseer ik me door mijn werk dat het niet vanzelfsprekend is om in vrijheid op te groeien. Zeker niet als vrouw. Dat maakt dit werk ook zo fantastisch. Mensen die in de meest erbarmelijke situaties hebben moeten leven, zie je opnieuw een toekomst opbouwen, een toekomst in vrijheid.’ JANNEKE VAN ETTEN (46)  1994 Studie Internationaal Recht 1 996-1998 Juridisch medewerker landsadvocaat Pels Rijcken en Droogleever Fortuijn

 u N Senior Beleidsmedewerker Migratiebeleid van het ministerie van Veiligheid & Justitie

TEKST: NICOLLINE VAN DER SPEK, FOTO: EDWIN WEERS

1999-2008 Beleidsmedewerker PvdA Tweede Kamerfractie


Vrijheid Leidraad DOSSIER

ALUMNIMAGAZINE VAN DE UNIVERSITEIT LEIDEN

31 31

Uiteenlopende talenten, ­verschillende invalshoeken en afwijkende meningen zouden nergens zo moeten floreren als op de universiteit. Zo logisch als het lijkt dat de ­Universiteit Leiden een warm thuis biedt aan alle geesten, zo weerbarstig is de praktijk soms. Daar moet het werkplan Diversiteit en Inclusiviteit ­verandering in brengen.

Een universiteit voor iedereen

D TEKST: ERIC DE JAGER, FOTO’S: HIELCO KUIPERS

Vrijheid om te zijn wie je bent WINTER 2015

e universiteit is al lang geen bolwerk meer van blanke, bevoorrechte mannen. Meer dan een derde van de studenten heeft een niet-Nederlandse achtergrond. Er zijn mannen en vrouwen, er studeren en werken mensen met verschillende seksuele voorkeuren en uit verschillende sociale lagen. Dat is mooi en weerspiegelt het motto van de universiteit: bolwerk van vrijheid. Toch voelt niet iedereen zich meteen thuis. Sommigen haken voortijdig af, voelen zich niet op hun plek. En dat is de Universiteit Leiden een doorn in het oog. Want alle talent moet worden benut. Drie jaar geleden, vertelt vice-rector magnificus Simone Buitendijk, heeft zij wetenschappers bij elkaar gebracht die iets deden met diversiteit. ‘Dat werd een fantastische discussie, over wat wij als universiteit zijn, waar wij staan in de wereld, waarom we dit belangrijk vinden. De uitkomsten vormden de basis voor onze position paper. We willen een afspiegeling zijn van de maatschappij, we willen als universiteit ook leiderschap tonen in de maat-


32

Leidraad

ALUMNIMAGAZINE VAN DE UNIVERSITEIT LEIDEN

WINTER 2015

schappij. En diversiteit, dat is bekend, draagt bij aan de kwaliteit van ­onderzoek en onderwijs.’ Een duidelijke visie, vervolgens moest er beleid komen, en straks ook ­concrete activiteiten. Want diversiteit en inclusiviteit – het streven dat er veel verschillende groepen op de universiteit studeren en werken en dat ze zich daar ongeremd kunnen ontplooien – is niet iets dat je aan het toeval moet overlaten. Daarom is een jaar geleden dr. Isabel Hoving begonnen als diversity officer. Zij werkt aan bewustwording en beleid om minder vertegenwoordigde groepen aan de universiteit dezelfde kansen te geven. TUNNELVISIE Hoving: ‘Voor studenten is het bijvoorbeeld leerzaam om in een diverse groep te zitten, het opent de ogen. De kans op tunnelvisie verkleint. Voor het wetenschappelijk debat is het noodzakelijk dat je elkaar blijft uitdagen.’ De universiteit kan daarmee nog bruisender, creatiever en kosmopolitischer worden. En vanzelf ook beter, zegt Hoving, ‘in alles wat zij doet: onderwijs, onderzoek, overleg, samenwerking.’ Uitspreken dat je het belangrijk vindt, helpt al, maar natuurlijk komen er ook concrete activiteiten. En geen voorzichtige probeersels, zegt Buitendijk. ‘We willen alleen doen wat bewezen effectief is.’ De komende jaren zal de universiteit de begeleiding verbeteren van studenten met een migrantenachtergrond en van studenten die de eerste zijn in de familie die studeren, om hun studiesucces te vergroten. Er zijn, voegt Buitendijk daaraan toe, bovendien nog altijd veel te weinig vrouwen in hogere staffuncties.

Parisa Elah-Madadzadeh:

‘Debatteren met verschillende ­mensen helpt me verder denken, uitgedaagd worden’ ‘Daar moet echt iets aan gebeuren. Het ­percentage ­vrouwelijke hoog­ leraren is één op vijf. Terwijl we meer vrouwen dan mannen hebben die hun master halen. Ze studeren sneller en maken vaker hun studie af dan de mannen.’ VOOROORDELEN Workshops moeten medewerkers van de universiteit inzicht bieden in het belang van ‘gender awareness’ - aandacht voor mogelijke verschillen in onderzoeksuitkomsten tussen mannen en vrouwen - bij het opzet-

ten en uitvoeren van onderzoek. Het probleem, zegt Hoving, is dat we te maken hebben met vooroordelen. ‘Vooroordelen heeft iedereen, bewust of onbewust, zelfs als je je voorneemt ze niet te hebben. Neem benoemingsprocedures voor bestuurders. Bij twijfel zijn we geneigd een kopie van onszelf te kiezen. Maar als je dat doet, kom je nooit vooruit. Je wilt juist diversiteit van opvattingen. We leven in de 21ste eeuw, met veel uitdagingen en vragen waar we geen antwoord op hebben. We kunnen daar niet met de ogen van de 20ste eeuw naar kijken. Dan loop je achter. We willen de beste mensen aantrekken en het beste uit onze studenten halen. Als je de vooroordelen eruit filtert, dan is talent en deskundigheid doorslaggevend. Dus niet meer zeggen: ‘ik heb een goed gevoel bij deze kandidaat’. Nee, je moet jezelf te slim af zijn en ‘business as usual’ voorkomen.’ Benoemingsprocedures worden straks dan ook anders ingericht, zodat iedereen evenveel kans heeft op de hogere academische posities. ERBIJ HOREN Iedereen dezelfde kansen geven dus, en iedereen moet er ook echt bij horen, benadrukt Buitendijk. ‘Over de homo- of biseksuelen, of over de studenten met een handicap, wordt soms gezegd: wat is het probleem? Maar het is belangrijk dat je als organisatie begrijpt wat er mis gaat wanneer bepaalde groepen zich minder thuis voelen. Als je gaat studeren, het huis uit gaat, wil je erbij horen. Dat moeten wij ze bieden, in ieders belang. Want mensen die zichzelf kunnen zijn, presteren beter.’ Het lijkt allemaal zo vanzelfsprekend, maar dat is het niet. Student-assistent Parisa Elah-Madadzadeh onder-


DOSSIER Vrijheid

WINTER 2015

‘Je kunt een land niet naar vrijheid bombarderen’ aldus alumnus Ruud

vond het. ‘Er zijn geen concrete drempels, maar het gaat om de sfeer, het gevoel dat je erbij hoort of niet. Dat zit in heel subtiele dingen’, zegt de bachelor in Pharmaceutical Sciences en Tax Law. ‘Mijn niet-moslimvrienden willen bijvoorbeeld iets weten over de ramadan. Dan vragen ze direct en bot: “Hoe zit dat nou met die ramadan, je mag geen seks hebben en overdag niets eten?” Eerst dacht ik: daar moet ik tegen kunnen, maar ik merkte toch dat ik me ergerde. De toon waarop iets wordt gezegd, het moment waarop... In dit geval in de fusie. Ik voel me dan gekleineerd. Terwijl de vraag rijst uit interesse. Zij willen hem stellen, maar durven het niet goed en maken er dan maar een geintje van. Ik weet dat wel, maar toch ontstaat er frictie. Terwijl iedereen de beste bedoelingen heeft.’

TEKST: NICOLLINE VAN DER SPEK, FOTO: EDWIN WEERS

BEELDVORMING Parisa Elah-Madadzadeh voelde zich aanvankelijk ook maar moeilijk thuis in Leiden. ‘Ik ben van Iraanse afkomst en ging op mijn 18de het huis uit om te studeren. Dat is al iets dat je niet snel doet. Ik wilde het studentenleven in, maar tijdens de ontgroening merkte ik dat ik me niet thuisvoelde in de verenigingswereld. En mede daardoor ook niet op de universiteit. Ik heb het geluk gehad dat ik makkelijk contacten leg, maar het moet niet van dat toeval afhangen.’ Inmiddels is zij zelf ook bij het diversiteitsprogramma betrokken. ‘Wat we aan het doen zijn, is echt iets groots. We maken duidelijk dat dit een issue is. De universiteit werkt aan de beeldvorming, onder meer door folders met andere studenten te drukken. Onderschat het effect daarvan niet. Het begint altijd met benoemen en erover praten. Zo ging het ook met de homorechten.’

‘E

en rechtsstaat van de grond krijgen vergt een lange adem. Vaak ga je twee stappen vooruit en één achteruit, als het er geen twee zijn. Een land naar vrijheid bombarderen is een illusie. Kijk naar Irak. Je kunt een land niet in drie jaar democratiseren. Dat duurt jaren, weet ik door mijn werk bij Amnesty International: Misschien gebeurt het wel nooit. Voor mij persoonlijk betekent vrijheid kunnen zeggen wat je wilt, uiteraard binnen de grenzen van de wet. Hier in Nederland ben ik vrij te gaan en staan waar ik wil. Ik kan vandaag een concert en morgen een demonstratie bijwonen. In 150 van de 200 landen in de wereld is dit minder vanzelfsprekend. Of vrijheid de laatste tijd in steeds meer landen onder druk komt te staan, kun je zo niet zeggen. Het gaat in golfbewegingen, maar dat er nu veel loos is in het Midden-Oosten is een feit. Als woordvoerder en senior persvoorlichter van Amnesty Nederland – een functie die ik al veertien jaar bekleed – schrik ik echter niet van de onthoofdingen door IS. Het gebeurt al jaren. Nergens zijn er zoveel onthoofdingen als in Saudi-Arabië, waar de autoriteiten zelf de meeste hoofden afhakken.’

33

RUUD BOSGRAAF (57)  1988 Studie Politieke Wetenschappen (Internationale betrekkingen) 1989 Persvoorlichter Komitee Zuidelijk Afrika 1997 Persvoorlichter Nederlands Instituut Zuidelijk Afrika Nu Senior persvoorlichter Amnesty Nederland


Leidraad

DOSSIER Vrijheid

Eindelijk de baas De vrijheid van het studentenleven in cijfers

0,7

studiepunt meer dan de niet-sporters. (Bureau Beweeg, 2013)

Leiden hanteert het bindend stu­ die-advies. Na een jaar moet je minstens 45 van de 60 studiepunten gehaald hebben. In je tweede jaar moet je niet alleen het eerste jaar afhebben, maar ook 30 studiepunten van de overige 120 studiepunten van de bachelor hebben behaald.

53% van de studenten die zich opgeven voor de studie Geneeskunde in Leiden wordt toe­ gelaten. (Elsevier, 2012)

10.000

Leidse studenten (van de 26.000) wonen in de stad. Gemiddeld is hun kamer 326 euro en 17 m2. (ABF Research, 2012) Een student in Amsterdam betaalt gemiddeld 493 euro voor 15 m2. (LSVb, 2014)

71%

van de studenten staat nooit rood op de betaalrekening, 9% (vrijwel) altijd. (Nibud, 2012)

11,3 uur besteden studenten gemiddeld per week aan betaald werk. (Ministerie van OCW, 2013)

1/5

van de studenten verschoont zijn beddengoed minder dan eens per maand. (studenten. net, 2014) Na afloop van een etentje in een restaurant be­ taalt 60% van de studenten precies wat hij zelf genuttigd heeft. De rekening delen door het aantal aanwezigen doet 36%. (Vouchercloud.nl, 2014)

2,1

kilo komen studenten die lid worden van een vereniging gemiddeld aan in de eerste drie maanden. (UMC Groningen, 2011) Van de Leidse alumni die afstudeerden in de studiejaren 2010/11 en 2011/12 had 44% meteen een baan. Na zes maanden was 84% van hen aan het werk, weer een jaar later 91,3%. Gemiddeld verdienen zij

2448 euro per maand. (VSNU, 2013)

schuld hebben studenten gemiddeld. Hun ouders weten daar vaak niets van. (Nibud, 2014)

€15.000

Studenten die het universitair sportcentrum bezoeken halen gemiddeld

20%

van de studenten rookt. Van de thuiswonende studenten gebruikt 16% wel eens drugs. Onder leden van een studentenvereniging is dat 31%. Van alle studenten heeft 72% nog nooit een soa-test gedaan. (studenten. net, 2014)

FOTO: MARC DE HAAN

34


WINTER 2015

ALUMNIMAGAZINE VAN DE UNIVERSITEIT LEIDEN

Leidraad

35

object

TEKST: JOB DE KRUIFF, FOTO: EDWIN WEERS

uit een Leidse collectie

Een nachtmerrie was het. Is het. Een kwarteeuw werk ligt letterlijk op de vuilnisbelt van de Islamitische Staat (IS). Onder leiding van Peter Akkermans, Leids hoogleraar Archeologie van het Nabije Oosten, deed een team van zo’n honderd mensen 25 jaar lang opgravingen in Tell Sabi Abyad, Noord-Syrië. Dertig man Leidse staf, zeventig lokale werknemers. De mooiste vondsten gingen naar het museum in provinciehoofdstad Raqqa. Duizenden minder gave objecten werden opgeslagen in de depots van het museum, aan de rand van de stad. Een jaar geleden bleken de depots geplunderd. Op foto’s, die hij met tranen in de ogen bekeek, zag Akkermans hoe alle dozen zijn omgekieperd. Geldelijke waarde zullen de plunderaars niet gevonden

hebben. Wel veel scherven, dierlijke en menselijke botten. Dat daarmee archeologisch goud door hun handen ging, daar hadden ze geen oog voor. Dit potje nam Akkermans 25 jaar geleden met toestemming van de Syrische autoriteiten mee naar Nederland voor materiaalonderzoek. Het dateert van ongeveer 5900 voor Christus en komt uit de Halaf-cultuur, waar tot aan deze opgravingen zeer weinig van bekend was. Het staat in de faculteitskamer van Archeologie in het Academie­ gebouw. ‘Niet groot, niet compleet, niet eens een museum­stuk, daarom mochten we het meenemen’, zegt Akkermans. ‘Waarschijnlijk is het straks het enige wat over is van 25 jaar opgravingen.’


Marjo de Graauw wil het onderwijs verbeteren met digitale methoden.


Lancering Leiden University Teachers’ Academy

Leidraad

37

Ruim baan voor onderwijsvernieuwers Een selecte groep topdocenten gaat aan de slag met onderwijsvernieuwingsprojecten. Het is de bedoeling dat projecten met bewezen effectiviteit een voorbeeld en inspiratiebron zijn voor iedereen die onderwijs geeft aan de Leidse universiteit.

TEKST: ASTRID SMIT, FOTO: MARC DE HAAN

O

p de Faculty Club in het Academiegebouw werd eind oktober een feestje gevierd. In bijzijn van vice-rector magnificus prof.dr. Simone Buitendijk werden tien topdocenten van de Universiteit Leiden geïnaugureerd als LTA-fellow. Ze vormen nu de Leiden University Teachers’ Academy (LTA), een select gezelschap van onderwijsvernieuwers. Ze krijgen ieder 25.000 euro van de universiteit. Dat bedrag mogen ze de komende vijf jaar besteden aan hun onderwijsvernieuwingsproject. ‘Ik verheug me op wat gaat komen. Ik hoop dat jullie mij gaan inspireren en ik jullie’, zei Buitendijk, verantwoordelijk voor onderwijs aan de universiteit, tegen de docenten. Met de oprichting van de LTA wil de Universiteit Leiden het onderwijs versterken. Buitendijk legt uit dat ze verwacht dat de Teachers’ Academy bevorderlijk zal zijn voor de algehele kwaliteit van het onderwijs door de werking die ervan uitgaat: onderwijsvernieuwing en de verspreiding daarvan. Kritisch mogen de fellows ook zijn: gevraagd en ongevraagd kunnen ze de vice-rector aanbevelingen doen over onderwijsvernieuwing. Kortom,

de fellows moeten gaan fungeren als vliegwiel. HELSINKI

Tot nu toe draaide het in de academie veel om het onderzoek. ‘Dat krijgt veel aandacht, dat wordt gewaardeerd en soms gelauwerd met geldprijzen. En hoewel veel wetenschappers net zo hard werken aan het onderwijs, is er te weinig aandacht en waardering voor’, aldus Buitendijk. Deze situatie wil de universiteit veranderen. Met de oprichting van de LTA en een groter plan om het onderwijs de komende jaren te stimuleren en innoveren, aldus de vice-rector magnificus. ‘Voortaan krijgen onderwijsprestaties een groter gewicht in het universitair benoemings- en bevorderingsbeleid. Ook zullen er carrièrepaden komen voor medewerkers die excelleren in het onderwijs en krijgen de opleidingen de ruimte om te experimenteren met online onderwijs.’ De Universiteit van Helsinki heeft al geruime tijd een Teachers’ Academy. Dat werkt uitstekend, aldus Buitendijk. Het Onderwijsberaad van de universiteit liet zich tijdens een werkbezoek in Helsinki in 2012 uitgebreid voorlichten. ‘Mede op basis van de goede ervaringen daar hebben we een dergelijk instituut ook in Lei-

den opgezet’, aldus Buitendijk. Ook de Universiteit Utrecht en het AMC in Amsterdam hebben sinds enige tijd een Teachers’ Academy in huis. Net weer iets anders van opzet dan in Leiden, maar met hetzelfde achterliggende idee: het onderwijs vernieuwen met een kleine groep koplopers. Voor de LTA is tot en met 2016 een half miljoen euro uitgetrokken. De komende vijf jaar komen er elk jaar vijf nieuwe topdocenten bij. Daarna stabiliseert het aantal, want dan ronden de eerste tien LTA-fellows hun vernieuwingsprojecten af en maken ze plaats voor nieuwe kandidaten. Deze docenten van het eerste uur blijven dan nog wel betrokken bij de LTA, maar op afstand. ALOM GEWAARDEERD

De geselecteerde tien fellows zijn voorgedragen door de faculteiten die ieder twee kandidaten mochten aandragen. De fellows hebben gemeen dat ze al succesvolle onderwijsvernieuwingsprojecten hebben uitgevoerd, dat ze goede studentevaluaties hebben gekregen en alom gewaardeerd worden om hun onderwijskwaliteit. Zo won fellow Beerend Hierck al twee onderwijsprijzen van het LUMC (Leids Universitair Medisch Centrum) en kreeg hij begin dit jaar ook


38

Leidraad

nog eens de onderwijsprijs van de hele universiteit. Zijn aanpak? ‘Niet zomaar je verhaal afdraaien, maar heel goed peilen wat studenten willen leren en hoe’, aldus de docent Anatomie en embryologie. En dan blijkt dat studenten heel graag concrete voorbeelden willen hebben: hoe ziet iets eruit, hoe werkt iets in de praktijk? ‘Ik neem heel vaak een oranje schuimrubberen zwembadstaaf mee naar colleges. Daarmee laat ik zien hoe embryo’s zich krommen of hoe bijvoorbeeld holtes ontstaan. Daardoor kunnen studenten zich beter een voorstelling maken van de embryonale ontwikkeling.’ FEEDBACK

Hierck wil met de 25.000 euro onder meer een 3D-platform voor studenten opzetten. ‘Ze vinden het lastig om van een tweedimensionaal beeld – een MRI-foto bijvoorbeeld, of coupe van een weefsel – een driedimensionale voorstelling te maken. Ik heb nu software waarmee ze dat kunnen leren. Ze kunnen thuis met MRI-beelden bouwen aan een 3D-beeld. En dan bijvoorbeeld van het hart laten zien waar de vernauwingen in de kransslagaderen zitten. Heel leerzaam, denk ik, maar dat ga ik in een onderzoek ook toetsen.’ Verder wil Hierck de studenten elkaars werk laten beoordelen. Uit onderzoek is gebleken dat studenten daar heel veel van leren. ‘Met behulp van software zijn er nu talloze mogelijkheden voor peer feedback, ook in grote groepen.

Je kunt bijvoorbeeld goede en minder goede studenten aan elkaar koppelen en de docenten kunnen telkens meekijken. Hoe ver zijn de studenten, moet ik nog ingrijpen?’ Fellow Marjo de Graauw van het LACDR, het Leiden Academic Centre for Drug Research, wil het onderwijs eveneens verbeteren met digitale methoden. Haar project bestaat uit de ontwikkeling van een digitaal feedbackplatform voor docenten, een feedback-app en een e-portfolio voor studenten. Het feedblack-platform is een database voor docenten waarin al het onderwijsmateriaal staat dat betrekking heeft op digitale feedback. Zoals de manier waarop verslagen worden beoordeeld, maar bijvoorbeeld ook instructievideo’s voor studentassistenten. Met de feedback-app waarderen en evalueren studenten direct de presentaties van studiegenoten. De e-portfolio is een digitaal dossier van een student, waarin alle verslagen, beoordelingen, cijferlijsten van de hele studie staan. De student en de docent kunnen daardoor snel inzien wat er goed gaat en waar verbeterpunten liggen. ‘Ik hoop dat deze middelen zowel de docenten als studenten helpen’, aldus De Graauw. Als deze onderwijsvernieuwing werkt, is dit systeem heel goed toepasbaar op andere faculteiten, verwacht ze. Ook fellow Ethan Mark van het Leiden Institute of Area Studies grijpt naar digitale middelen om het onderwijs op zijn vakgebied verder te ont-

‘Onderwijs is meer dan zomaar je verhaal afdraaien’

wikkelen. Mark ontwikkelt een online cursus voor een kleine groep studenten uit diverse werelddelen. De hoop is dat deze zogenoemde Small Private Online Course (SPOC) leidt tot de vorming van een internationale groep wetenschappers die de oorlog bestudeert vanuit een mondiaal perspectief, aldus Mark. MEESTE EFFECT

Digitale media inzetten en feedback van collega’s organiseren, lijken de buzzwoorden van de meeste nieuwe fellows. Toch investeren sommigen ook in “ouderwets” contactonderwijs of onderwijs met het krijtje. Juist omdat ook deze klassieke onderwijsvormen heel leerzaam en verhelderend kunnen zijn voor studenten. Uiteindelijk gaat het erom welk onderwijs het meeste effect heeft bij de studenten. ‘We willen de komende jaren zoveel mogelijk samenwerken en kennis en ervaring uitwisselen’, zegt fellow Hierck, die het komend jaar voorzitter is van de LTA. Het is de bedoeling dat de vernieuwingsprojecten die de effectiviteit van het onderwijs aantoonbaar verbeteren, zich als een olievlek over de universiteit verspreiden. Hoe? Daar gaan de fellows zich nog over buigen, aldus Hierck. In elk geval houdt de LTA ieder jaar een onderwijsconferentie waar de fellows de vorderingen van de vernieuwingsprojecten presenteren. En er komt een online onderwijsplatform waar alle onderwijsprojecten staan beschreven, LTA-nieuws wordt gebracht en er komt een toolbox. Die bevat online leerprogramma’s, goede voorbeelden en de do’s en don’ts van onderwijsvernieuwing. Er zal ook extra financiering nodig zijn wanneer faculteiten de geslaagde onderwijsmethoden willen invoeren. ‘Daarvoor is nu nog geen budget gereserveerd’, aldus Buitendijk. ‘Maar daar gaan we ons uiteraard sterk voor maken. Voor het breed invoeren van bewezen effectieve onderwijsinnovatie moet geld kunnen worden gevonden.’


WINTER 2015

ALUMNIMAGAZINE VAN DE UNIVERSITEIT LEIDEN

Leidraad

de groep van alumnus Henk Heuzeveldt (87)

TEKST: JOB DE KRUIFF

Kent u deze foto nog, meneer Heuzeveldt? Hij hangt in café l’Espérance. ‘Zeker, ik heb daar levendige herinneringen aan. Dit is het pan-provinciaals congres (PPC), een feest dat al tientallen jaren werd gehouden. Je had in Leiden studenten die in het weekend naar huis gingen, die noemden wij kortweg ‘de Hagenaars’, ook als ze uit Rotterdam of ’t Gooi kwamen. Daartegenover stonden de streekgezelschappen, die vaak in het weekend in Leiden bleven. Limburgia, Frisia, Transisalania. Zelf was ik lid van Batouwe, ik kwam uit Nijmegen. Eens per jaar kwamen we met al die gezelschappen samen. Eerst feestkleding huren bij Hoppezak, verzamelen in café l’Espérance, waar deze foto is genomen, en daarna naar Minerva.’ Maar dit keer kreeg het feest een staartje. ‘Het was 31 januari 1953. Ik weet nog dat ik om een uur of twee naar mijn huis aan de Pieterskerkgracht ging, en dat de pannen van het dak woeien. Er raasde die nacht een onvoorstelbare storm. De volgende ochtend moest iedereen naar de sociëteit komen. Daar waren ze druk bezig met bussen regelen om ons naar Zeeland te brengen, waar het die nacht was mis­ gegaan. De rector magnificus sprak ons voor vertrek nog toe: “U gaat naar iets toe wat een nationale ramp schíjnt te zijn.” Hij geloofde dat nog niet.’

En? ‘Nou, ik kwam ergens op de Zuid-Hollandse eilanden terecht. Daar hebben we paarden uit een onder­ gelopen stal kunnen halen. En we hebben zand­ zakken staan vullen. Ergens in een scheepswerf hebben we overnacht. Pas later die week, terug in Leiden, hoorden we hoe ernstig het was. Een ramp inderdaad.’ Ziet u deze mensen nog? ‘Ik kom nog enige malen per jaar in Leiden. Twee keer voor een diner op Minerva, met de Dies en met de Leidse oud-Indië-militairen, dat is een ander gezelschap waar ik in zit. Dat begon ooit met 30, 35 man, maar daar zijn er nog maar een stuk of tien van over. Zo zal het met deze groep ook wel zijn, ik ben ook 87, hè. Ik zie Dieter Hüpscher, die woont in Portugal, Dolf van Rechteren herken ik, een familielid van hem heeft het PPC in 1913 opgericht. Verder Schermers, dat was de man van Transisalania, van over de IJssel dus. Jan Jager. Ruurd Hazewinkel en Henk Hartgrink uit Groningen. De man vooraan op de foto met dat biertje is Pesch, die is later onder meer ambassadeur geweest.’ Henk Heuzeveldt studeerde Rechten in L ­ eiden. Ook een suggestie voor deze rubriek? contact@leidraad.leidenuniv.nl

39


40

Leidraad

WINTER 2015

agenda

BORREL

Algemeen

Faculteit Geneeskunde

9 februari DIES De Universiteit viert haar 440ste verjaardag. Vanaf 14.30 uur, Pieterskerk. Diesorator: Hanna Swaab, decaan Faculteit der Sociale Wetenschappen. Verlening eredoctoraten. Uitreiking Leidse Onderwijsprijs 2015. Muziek en lichtkunst door Frans de Ruiter/Paul Koek (Veenfabriek). De plechtigheid is live te volgen via www.leidenuniv.nl Meer informatie en aanmelden: diesnatalis.leidenuniv.nl

11 februari REÜNIE voor cohort 1950-1970. In gebouw 3, van 17.30 tot 22.00 uur. Eerst inloop met borrel tot 18.30 uur. Tegelijk kunnen alumni een rondleiding krijgen door het Anatomisch Museum. Daarna diner, met een ‘stand-up’ lezing over Image Guided Surgery. Onderzoekers en artsen laten recente resultaten zien. Na afloop borrel. Informatie op: lumc.nl/org/lag

Campus Den Haag 19 januari HAAGSCH COLLEGE MET JAN PETER BALKENENDE over ‘Maatschappelijk Verantwoord Ondernemen’
Van 20.00 tot 21.30 uur in Nieuwspoort, Lange Poten 10 in Den Haag.
€17,50 incl. drankje. Meer informatie en aanmelden: newscollege.nl Faculteit Wiskunde en Natuurwetenschappen 15 januari LIEGEN MET CIJFERS heet de Lezing die Ionica Smeets geeft, ter ere van het 145-jarig bestaan van het Natuurwetenschappelijk Gezelschap Leiden. Ook voor niet-leden van het NGL. Aanvang 19.30 uur, in het Gorlaeus Laboratorium. Meer informatie en aanmelden: science. leidenuniv.nl/index.php/ngl Faculteit Sociale Wetenschappen 24 april ALUMNIBIJEENKOMST PEDAGOGIEK Het Instituut Pedagogische Wetenschappen houdt voor de zesde keer de tweejaarlijkse alumnibijeenkomst. Het thema is: ‘Actuele ontwikkelingen binnen de Leidse Pedagogische Wetenschappen’. Meer informatie en aanmelden: fsw. leidenuniv.nl/pedagogiek/alumni

16 april LAGERHUISDEBAT voor alumni Geneeskunde en Biomedische wetenschappen. Inloop en borrel van 17.00 tot 18.00 uur (Foyer van Gebouw 3), Dan de uitreiking van de scriptieprijs voor het beste stageverslag Geneeskunde en Biomedische Wetenschappen. Van 18.30 tot 19.15 uur is het LAGerhuisdebat over selectie aan de poort (geneeskunde en biomedische wetenschappen. De centrale loting is afgeschaft en er is selectie aan de poort. Hoe selecteer je in de toekomst? Van 19.15 tot 21.15 uur een diner-buffet. Informatie op: lumc.nl/org/lag Verenigingen MINERVA 10 januari – 1983 t/m 1992 17 januari – 1993 t/m 2004 Jaardies: 24 januari – VVSL 115e Dies 28 maart – LSVM 1974 QUINTUS 10 januari: Diesborrel voor reünisten en leden 27 maart: Qarrièredag: Quintusreünisten helpen leden met de start van hun carrière 17 april: Juffermanslezing 13 mei: Hemelvaartsborrel CATENA De reünistendag 2015 gepland is op zaterdag 9 mei – en dus niet zoals normaal de 3e zaterdag van mei.

Kijk voor het laatste nieuws over evenementen op www. alumni.leidenuniv.nl

Horus De Stichting Reünistenfonds Horus organiseert op zaterdag 17 januari 2015 een Nieuwjaarsouwelullenborrel in de Soos van VSL Catena. De daaropvolgende ouwelullenborrel is op zaterdag 11 april 2015. Houd er rekening mee dat de reünistendag 2015 gepland staat op zaterdag 9 mei en dus niet zoals normaal de derde zaterdag van mei.

De diagnose kinder­ mishandeling Gemiddeld één kind in elke schoolklas heeft te maken met een vorm van kindermishandeling of -verwaarlozing. Het kan gaan om fysieke mishandeling, emotionele en fysieke verwaarlozing, seksueel misbruik, het getuige zijn van huiselijk geweld of het lijden onder de gevolgen van vechtscheidingen.
Om artsen, specialisten en verpleegkundigen bij te spijkeren in de laatste ontwikkelingen binnen de kinder- en jeugdpsychiatrie, biedt Boerhaave Nascholing op 16 januari in het LUMC een cursusdag aan. www.boerhaavenascholing.nl




LENNEKE ALINK, LEIDS HOOGLERAAR KINDERMISHANDELING, IS BENOEMD TOT LID VAN DE JONGE AKADEMIE VAN DE KNAW

SIGNALEN

41

UNIVERSITEITSBIBLIOTHEEK

Bevlogen en miskend Visionair kunstenaar en wereldvreemd kamer­ geleerde, pionier in de ­lithografie, avantgardistisch theoreticus, museumdirecteur en politiek gevangene. De Leidse kunstenaar David

Humbert de ­Superville (1770-1849) was het allemaal. Weinig kunstenaars in de negentiende eeuw waren zo veelzijdig, zo bevlogen en uiteindelijk zo miskend als hij.

De Leidse Universiteits­ bibliotheek belicht zijn ­oeuvre in een bijzondere tentoonstelling. Tekeningen, van reusachtig formaat tot piepkleine schetsjes, handschriften over een veelheid

aan onderwerpen, ontwerpen voor musea en gedenktekens, brieven en prenten werpen een licht op deze unieke kunstenaar. 29 januari t/m 2 juni 2015

SOCIALE WETENSCHAPPEN

Europese benoeming Andeweg Hoogleraar Empirische Politicologie Rudy Andeweg is de komende vier jaar voorzitter van het European Consortium for Political Research (ECPR), de Europese

beroepsorganisatie voor politicologie. Andeweg was sinds 2012 al lid van het bestuur. Het ECPR organiseert congressen, workshops, summer schools en

geeft drie wetenschappelijke tijdschriften uit. Leiden was een van de acht oprichters; tegenwoordig zijn er 336 onderzoeksinstituten bij het ECPR aangesloten.


42

Leidraad

CAMPUS DEN HAAG

Herman Schaper nieuwe hoogleraar op Kooijmans-leerstoel De speciale gezant van de regering voor de Nederlandse kandidatuur voor de Veiligheidsraad, drs. Herman Schaper, volgt Jaap de Hoop Scheffer op als bekleder van de Kooijmans-leerstoel voor vrede, recht en veiligheid. Op de Faculteit Campus Den Haag zal hij doceren op het terrein van de internationale politiek en de diplomatieke praktijk. Schaper (65) was in het verleden onder meer permanent vertegenwoordiger bij de VN in New York en de NAVO in Brussel. De Peter Kooijmans-wisselleerstoel is ingesteld als eerbetoon aan emeritus hoogleraar Internationaal Publiekrecht prof.dr. P.H. Kooijmans, die in de periodes 1978-1992 en 1995-1997 aan de Universiteit Leiden verbonden was.

RECHTSGELEERDHEID

Beste artikel in politieblad

WINTER 2015

SOCIALE WETENSCHAPPEN

Sociale wetenschap is overal Het maatschappelijk belang van de sociale wetenschappen is groot. In sectoren als politiek, onderwijs, openbaar bestuur en gezondheidszorg draait het vaak om vraagstukken waar sociaal wetenschappers wel raad mee weten. Ziedaar de bijdrage van al die studenten – 20% doet een sociale wetenschap – aan onze ‘lerende economie’. Het niveau van het onderzoek in de sociale wetenschap is in Nederland bovendien hoog.

Dat allemaal staat in het Sectorplan Sociale Wetenschappen in Nederland, dat minister Bussemaker eind oktober kreeg overhandigd. Het rapport is geschreven door een onafhankelijke commissie van deskundigen onder leiding van dr. Paul Schnabel, socioloog en universiteitshoogleraar in Utrecht. Een van de aanbevelingen uit het rapport is om meer talentvolle sociale wetenschappers voor het onderzoek te interesseren, lees: een promotietraject aan te bieden.

In het artikel betogen de auteurs dat stellige conclusies over de mate van etnisch profileren – lees: allochtonen sneller verdenken – door de politie in Nederland niet gedragen worden door bestaand onderzoek naar selectieprocessen op straat. Mensen ervaren het echter wel als zodanig. Dit maakt het een belangrijk thema voor de politieorganisatie, want alleen al het ervaren van etnisch profileren (terecht of onterecht) werkt ondermijnend voor het vertrouwen in, en medewerking met de politie. Mede op basis van het onderzoek vanuit het Instituut voor Strafrecht & Criminologie zijn al vele debatsessies en bijeenkomsten georganiseerd in de Haagse politiepraktijk.

FOTO: RENÉ DE GILDE.

Het artikel ’Etnisch profileren in Nederland: Wat weten we nou echt?’ door Joanne van der Leun en Maartje van der Woude, beiden werkzaam bij het Instituut voor Strafrecht & Criminologie, heeft op 7 november de prijs gewonnen voor het beste artikel in het Tijdschrift voor Politie.

Overhandiging van het sectorplan door dr. Paul Schnabel (midden) aan minister Jet Bussemaker (links) en aan Carel Stolker (rechts), aanwezig namens de Nederlandse universiteiten.


51

DIT STUDIEJAAR BEGONNEN AAN DE LEIDSE UNIVERSITEIT 11 VROUWEN AAN EEN STUDIE NATUURKUNDE EN 51 MANNEN.

SIGNALEN

43

WISKUNDE EN NATUURWETENSCHAPPEN

PHYSICS LADIES’ DAY Ruim 80 meisjes uit 4, 5 of 6 vwo waren op 31 oktober in Leiden voor de Physics Ladies’ Day van de universiteit. Deze nieuwe voorlich-

tingsdag is speciaal bedoeld om meisjes kennis te laten maken met de natuurkunde en wat je er allemaal mee kunt. De deelname van vrouwelijke studen-

ten in bèta-, technische en ict-vakken is al aan het stijgen maar mag nog wel wat verder omhoog. Bezoeksters konden in het Huygens Laboratorium onder

meer speeddaten met vrouwelijke afgestudeerden, een college volgen van prof.dr. Doris Heinrich en zelf in het lab onderzoek doen. De dag eindigde met een high tea.

Roeibaan.com geeft bedrijven goud in handen De Leidse Koninklijke roeivereniging Njord biedt met roeibaan.com Nederlandse bedrijven de mogelijkheid in contact te komen met – bijna afgestudeerde – studentroeiers.

Roeibaan.com is een landelijk online platform en cv-database waarin werkgevers cv’s van studentroeiers van Nederlandse roeiverenigingen kunnen inzien. Voor bedrijven zijn studentroeiers aantrekkelijke werknemers omdat zij bekendstaan om hun door-

zettings- en samenwerkingsvermogen, hun weerbaarheid en hun goed ontwikkelde time-management. Het voor-

deel voor de deelnemende studenten is dat zij op de huidige, lastig te betreden arbeidsmarkt de kans krijgen zich ook als roeier te profileren. Roeistudenten kunnen hun cv gratis plaatsen; bedrijven betalen voor de toegang tot de database. De opbrengsten gaan voor 75% naar de verenigingen. Voor de roeiverenigingen betekent dit platform een mooie bron van inkomsten. Voor bedrijven is het een manier van sponsoren die hen helpt bij het werven van jong talent.


44

Leidraad

WINTER 2015

ARCHEOLOGIE

Veldwerk vanuit de lucht Op luchtfoto’s die ze door drones lieten maken, hebben studenten tijdens een masterclass in de Italiaanse streek Molise bijzondere vondsten gedaan. De onbemande vliegtuigjes legden op 1100 meter hoogte een nog niet eerder ontdekt oppidum – een vesting op een bergtop – vast. Dat bouwwerk dateert uit de Hellenistische/vroeg-Romeinse tijd. Op andere foto’s zijn bij een al bekende archeologische site structuren zichtbaar, die nu op de grond nader worden onderzocht. De masterclass ‘Archaeology from the Sky’ van dr. Tesse Steks onderzoeksgroep samen met het Koninklijk Nederlands Instituut Rome vond plaats in Leiden, Rome en in de Apennijnen van Molise. CAMPUS DEN HAAG

Leergang Public Affairs Public Affairs gaat over het behartigen van de belangen van uw organisatie. Om beleid- en besluitvormingsprocessen effectief te beïnvloeden is het handig om beleidsmakers en besluitvormers

in een vroeg s­ tadium te informeren over de impact van voorgesteld beleid. Of hen te vertellen welke maatregelen zouden helpen de doelstellingen van uw organisatie te realiseren. De media

zijn daarbij in toenemende mate een factor van belang. Om in deze dynamische omgeving effectief invloed uit te kunnen oefenen moet de public affairs professional beschikken over inzicht in

politieke en bestuurlijke processen. De Leergang Public Affairs, die 5 maart begint, helpt daarbij.

Voor meer informatie: m.j.stadhouders@ cdh.leidenuniv.nl


VOOR ZIJN BIOGRAFIE VAN MULTATULI KREEG ALUMNUS­ DIK VAN DER MEULEN IN 2003 DE AKO LITERATUURPRIJS.

SIGNALEN

45

FOTO: STEFAN VAN RUIJVEN

Alumni slaan brug tussen universiteit en maatschappij

ALUMNI

Coachcafé voor jonge alumni krijgt vervolg

De eerste editie van het Coachcafé voor jonge alumni op 19 november is enthousiast ontvangen. Zowel bij alumni-coaches als bij jonge alumni was er zeer veel animo en het maximum aantal deelnemers voor deze avond werd in korte tijd bereikt. Geïnteresseerde jonge alumni moesten daarom

al snel op een wachtlijst w ­ orden geplaatst. Vanwege de grote belangstelling komen er zowel in het voorjaar als in het najaar van 2015 weer een aantal Coachcafés, waarvan het eerste op 28 januari. Via de alumni-website, ­alumni-nieuwsbrief en onze social media worden de volgende data bekendgemaakt.

Librisgeschiedenis­prijs voor Dik van der Meulen Dik van der Meulen heeft de Libris-geschiedenisprijs gewonnen voor zijn biografie Koning Willem III (18171890). Van der Meulen studeerde geschiedenis in Leiden en promoveerde in 2002 op een biografie van Multatuli.

Luris, de organisatie die Universiteit Leiden en LUMC ondersteunt bij het bouwen van bruggen tussen wetenschap en maatschappij, roept alumni op hun kennis ter beschikking te stellen. Wetenschappers van de Universiteit Leiden en het Leids Universitair Medisch Centrum (LUMC) doen hun onderzoek steeds vaker met bedrijven en andere partners. Ook het resultaat van wetenschappelijk onderzoek vindt op steeds nieuwe manieren zijn weg naar de maatschappij. Universiteit Leiden wil haar partners direct in staat stellen kennis te gebruiken en daarop voort te bouwen. Luris ondersteunt wetenschappers van de Universiteit Leiden en het LUMC en hun partners bij het leggen van verbindingen. Directeur Ivo de Nooijer van Luris benadrukt dat alumni een belangrijke rol spelen bij het slaan van de brug tussen universiteit en partners. ‘Zij bevinden zich immers op alle plaatsen in de maatschappij. Zij kunnen beoordelen of een bepaald plan uitvoerbaar is, of het concrete problemen oplost.’ Door de eigen ervaring ter beschikking te stellen aan de studenten van nu, biedt een alumnus hen de kans meer te halen uit studie en studententijd. Alumni die actief zijn in het bedrijfsleven kunnen studenten of wetenschappers coachen bij het ontwikkelen van ondernemersvaardigheden. Deze vorm van coaching is onderdeel van het Leiden Academic Entreprise Program dat in 2015 van start gaat en het Valorisation Grant Program waarvan momenteel een pilot loopt. Enthousiaste alumni die hier een bijdrage aan willen leveren, kunnen contact met Luris opnemen: Sanna Fennet, s.c.c.fennet@luris.nl.

Meer informatie over Luris vind je op www.luris.nl


46

Leidraad

WINTER 2015

Zowel LSC jaargang 1964 (boven) als LSC jaargang 1949 (onder) bood een cheque aan voor het Academiegebouw.

BIJDRAGEN VAN ALUMNI

Donaties Minerva voor Academiegebouw De jaargang LSC Minerva 1964 heeft 3311 euro ingezameld voor de restauratie van het Zweetkamertje in het Academiegebouw. Met het geld kan de restauratie van de linkerwand betaald worden. De cheque werd 25 oktober, vijftig jaar nadat deze lichting aan de studie begon, overhandigd aan de vice-voorzitter van het College van Bestuur van de Universiteit Leiden, Willem te Beest. Baas boven baas: Minerva-jaargang

1949 overhandigde 1 november een cheque van 3500 euro aan rector magnificus prof.mr. Carel Stolker. Dit geld is bestemd voor de restauratie van de tekening van Vrouwe Justitia en Medicina. ‘Fantastisch dat alumni deze projecten mogelijk maken met hun donaties’, aldus Lilian Visscher, hoofd Development en Alumnirelaties. Beide initiatieven zijn een reactie op de crowdfundingactie voor het zweet-

kamertje en de Gradus ad Parnassum (de muurtekening in het trappenhuis) van de universiteit. Hieraan is ruim gehoor gegeven: niet alleen de tekeningen in de traptoren zijn gered, ook andere restauratieprojecten in het Academiegebouw kunnen nu gerealiseerd worden. De Vereniging van Hoogleraren van de Universiteit Leiden heeft de restauratie van de muurtekening Lasciate ogni speranza voor haar rekening genomen.


07/03/15

DE OPEN DAG VAN UNIVERSITEIT LEIDEN OP 8 NOVEMBER WERD BEZOCHT DOOR 5000 SCHOLIEREN. DE VOLGENDE OPEN DAG IS OP 7 MAART.

SIGNALEN

47

GEESTESWETENSCHAPPEN

Van koeienhuid tot Twitteraccount over correcties en versieringen. En hij laat zien hoe de techniek voortschreed, en boeken aldus bereikbaar werden voor een steeds groter publiek. De website biedt links naar Twitter, Facebook en Flickr en verwijst naar de blog die Kwakkel bijhoudt over middeleeuwse manuscripten. Daarmee is de site een platform waar de oudst denkbare wijze van schriftelijke communicatie en de modernste met elkaar verbonden zijn. Want het begon allemaal met het beschrijven van een koeienhuid, zo leert Kwakkel ons…

FOTO: GIULIO MENNA, HANDSCHRIFT: COLLECTIE UNIVERSITEITSBIBLIOTHEEK LEIDEN

Wat is het effect van technische ontwikkelingen op lezen, schrijven en kennis? Die vraag is niet alleen relevant in het huidige internettijdperk. Die speelt al veel langer. In de twaalfde eeuw voltrok zich een revolutie, toen in Europa papier zijn intrede deed. Dr. Erik Kwakkel, onderzoeker aan de Faculteit der Geesteswetenschappen en gespecialiseerd in middeleeuwse manuscripten, lanceerde dit najaar een website waar de lezer stapje voor stapje wordt meegenomen in het fascinerende handwerk dat het maken van een boek was. De Engelstalige site verhaalt over de kunst van het boekbinden,

www.quill.leiden.edu

Wiskunde en islam bij Hovo Hovo (Hoger Onderwijs voor Ouderen) biedt dit voorjaar weer zo’n 30 verschillende cursussen aan. Onder meer ‘De laatste stelling van Fermat’ (docent: prof.dr. Frans Oort, emeritus-hoogleraar zuivere wiskunde), ‘Constantijn en de christelijke revolutie in het Romeinse Rijk’ (docent: dr. Henk Singor, oud-docent Oude Geschiedenis) en ‘In het huis van de islam’ (docent: dr. Herman Obdeijn, gepensioneerd universitair hoofddocent Noord-Afrikaanse geschiedenis, werkte twaalf jaar als ontwikkelingswerker en diplomaat in Tunesië en Marokko).

Voor het complete aanbod: zie www.onderwijs.leidenuniv.nl/hovo

ALUMNI MENTOR NETWERK

Leren van je voorgangers Waar kun je als jonge alumnus beter advies inwinnen dan bij ervaren alumni? Natuurlijk, er zijn zaken waarvoor ongetwijfeld andere geschikte(re) raadgevers te bedenken zijn. Maar als het gaat om kwesties die betrekking hebben op je loopbaan en professionele ontwikkeling, dan zijn Leidse alumni zo gek nog niet. Begin februari lanceert de afdeling Alumnirelaties daarom een mentorprogramma dat jonge alumni en ervaren alumni met elkaar in contact brengt. Dit in navolging van de rechtenfaculteit, die dit programma al in 2014 startte voor laatstejaars studenten. Het nieuwe mentorprogramma richt zich specifiek op jonge alumni van alle opleidingen. Via het mentorplatform Dwillo krijgen

zij de mogelijkheid zich aan te melden als mentee en contact te leggen met een alumnimentor. Alumni die mentor willen worden, kunnen zich ook aanmelden en eenvoudig aangeven of zij zowel jonge alumni als ook studenten willen helpen. Ook de Faculteit der Wiskunde & Natuurwetenschappen bereidt zich voor op het lanceren van een mentorprogramma in het voorjaar van 2015. Dit is net als bij Rechten gericht op mentorrelaties tussen laatstejaars studenten en ervaren alumni. Andere faculteiten volgen op een later moment. Mentoren en jonge alumni kunnen zich vanaf februari aanmelden; houd hiervoor de website www. alumni.leidenuniv.nl in de gaten.


48

Leidraad

ALUMNIMAGAZINE VAN DE UNIVERSITEIT LEIDEN

DIESVIERING VOOR ALUMNI

Caspar van den Berg, onderzoeker en universitair docent aan het Instituut Bestuurskunde, ontving dit najaar een Veni-subsidie van 250.000 euro van de Nederlandse ­organisatie voor wetenschappelijk onderzoek (NWO) voor zijn internationaal vergelijkend onderzoek naar politisering onder topambtenaren. ­ Hij klimt op de zeepkist om ­ zijn onderzoek toe te lichten.

Yes Minister en Borgen in het echt Over de politisering van topambtenaren in 14 landen

FOTO: HIELCO KUIPERS

‘D

e populariteit van ­kwaliteitsseries als ­Borgen en Yes Minister geeft aan dat de verhouding tussen politici en hun topambtenaren voor velen tot de ver­ beelding spreekt. Maar waarom worden ambtenaren in sommige landen geacht politiek neutraal te zijn, terwijl ze in andere landen gepolitiseerd zijn en fungeren als een soort schaduwpolitici? Is de klassieke, onpartijdige topambtenaar uitgestorven? En: wie leveren uiteindelijk betere beleids­ resultaten en meer vertrouwen in de overheid op: gepolitiseerde of neutrale topambtenaren? Ik doe vergelijkend onderzoek naar de oorzaken en gevolgen van politisering in 14 landen in Europa, Noord-Amerika en OostAzië.’


Leidraad

WINTER 2015

programma DIESVIERING VOOR ALUMNI Op zaterdag 14 februari 2015 vindt de dies voor alumni plaats. De Universiteit Leiden en het Leids Universiteits Fonds organiseren deze bijzondere dag voor alumni. Komt u voor de coryfeeën van onze universiteit, zoals Carel Stolker en Job Cohen? Of wordt u meer aangesproken door jonge onderzoekers die een Venisubsidie kregen, zoals Freek Vonk en Tsolin Nalbantian? U kunt er ook voor kiezen om meer te leren over

archeologisch onderzoek, taalontwikkeling bij baby’s, het heelal en de sterren of parasieten. En u krijgt de kans kennis te maken met de tien studenten die de beste scripties schreven in collegejaar 2013-2014. Voor de junioren (8t/m14 jaar) is er een Pre Pre-University waar ze zelf ontdekkingen doen. Vanaf 12.30 uur bent u van harte welkom in het Kamerlingh Onnes Gebouw voor deze afwisselende middag, die om 16.30 uur afgesloten wordt met een borrel.

lezingen PROF.MR.DR. JOB COHEN Decentralisaties: kansen en bedreigingen 3 Veni-winnaars DR. CASPAR F. VAN DEN BERG Yes Minister en Borgen in het echt: Over de politisering van topambtenaren in 14 landen TSOLIN NALBANTIAN PH.D. Connecting Citizens: Fused Identities in the Contemporary Middle East DR. FREEK VONK Evolutie en oorsprong van het gifsysteem van slangen PROF.DR. ANNELOU VAN GIJN De levensloop van prehistorische kralen en de identiteit van de doden PROF.DR. MARIA YAZDANBAKHSH Bestrijding van allergieën en diabetes: in de leer bij parasieten PROF.MR. CAREL STOLKER Over de toekomst van de Universiteit Leiden (interview) PROF.DR. SIMON PORTEGIES Waar zijn de brusjes van de zon? PROF.DR. CLAARTJE LEVELT Van infans tot praatjesmaker Voor meer informatie over het programma verwijzen wij u naar onze website www.LUF.nl/dies2015 en naar de bijlage die bij deze Leidraad is meegezonden. Leids Universiteits Fonds | www.LUF.nl | 071-5130503

‘gaat Ditveel

mensen aan’

‘Er gaat veel veranderen’, zegt prof.mr.dr. Job Cohen over de decentralisatie van jeugd- en ouderenzorg en participatie. In zijn lezing tijdens de diesviering voor alumni op 14 februari vertelt hij hierover. Cohen houdt 9 januari zijn oratie, die hoort bij zijn benoeming tot bijzonder hoogleraar op de Thorbecke-leerstoel. Deze leerstoel gaat om de leer van de gemeente en provincie als bestuurlijk, politiek en juridisch systeem en is ingesteld in 1988 om een brug te slaan tussen wetenschap en gemeenten. De Thorbecke-leerstoel wordt gefinancierd door de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) en het Interprovinciaal Overleg (IPO). Waar spreekt u over op 14 februari? ‘De lezing is voor mij een uitgelezen mogelijkheid om in te zoomen op de belangrijke veranderingen in de zorg vanaf 1 januari 2015: dan komt de verantwoordelijkheid voor jeugdzorg, ouderenzorg en participatie bij de gemeenten te liggen in plaats van bij de centrale overheid.’ Vanwaar die veranderingen? ‘Een belangrijke reden is dat decentralisatie meer mogelijkheden biedt om maatwerk te leveren en zo beter op behoeftes in te spelen. De zorg komt dichter bij de mensen.’ Waarom spreekt u juist hierover? ‘Het is een belangrijk onderwerp dat veel mensen aangaat. Er komen andere regelingen en andere aanspreekpunten en dat heeft impact. Ik merk dat zelf ook in mijn dagelijks leven. Niet alleen als voorzitter van Cedris, de sociale werkvoorzieningsorganisatie, maar ook privé, omdat mijn vrouw invalide is.’ Wilt u aanwezig zijn bij de lezing van prof.mr.dr. Job Cohen of een van de andere lezingen, dan kunt u zich opgeven voor de diesviering voor alumni via www.LUF.nl/dies2015 U bent van harte welkom!

49


50

Leidraad

lezen, luisteren, doen

De Islam in Europa Wat eten we straks? Het eten van de toekomst en de innovaties die onze dagelijkse voeding (gaan) beïnvloeden zijn vanaf februari onderwerp van een tentoonstelling in Museum Boerhaave, getiteld Foodtopia. Studium Generale sluit daar dit voorjaar bij aan met een aantal lezingen over ‘futuristische en utopische visies’. De eerste is op woensdagmiddag 11 februari in het museum. Voortaan is er ook in Den Haag een maandelijks Studium Generale, in samenwerking met het Leiden University College aldaar. De reeks heet Global Challenges and Conflicts. Lezingen gaan onder meer over de Islamitische Staat en over de positie van Korea in Azië. Meer informatie en een ­compleet programma op www.studiumgenerale. leidenuniv.nl

Hoe reageert Europa op zijn moslimgemeenschap? Is die reactie typisch voor deze tijd? Deze actuele vragen beantwoordt jurist en Arabist Maurits Berger in het onlangs verschenen ‘A Brief History of Islam in Europe. Thirteen centuries of Creed, Conflict and Coexistence’. Berger beschrijft hoe moslims in de loop van de geschiedenis het Europese toneel betraden in verschillende rollen en hoedanigheden: als aanvaller, antichrist, geleerde, goedaardig heerser, zeerover, handelaar en mede-burger. Toch is het beeld dat Europa van de islam heeft door de eeuwen heen consequent negatief geweest. Maurits Berger (1964) is hoogleraar Islam in de Westerse wereld aan de Universiteit Leiden. Daarnaast is hij als onderzoekspartner verbonden aan Instituut Clingendael in Den Haag. Hij werkte als jurist in Amsterdam, en als onderzoeker en journalist in Caïro en Damascus.

Alledaagse portretten maken bijzonder geheel Museum De Lakenhal wacht een flinke verbouwing en is daarom vanaf medio 2015 tot in 2017 gesloten. Om het publiek nog even te laten genieten van al het moois dat het museum in de opslag heeft staan, mocht kunsthistoricus Rudi Fuchs een eigen tentoonstelling samenstellen. Het werd ‘Een deftige parade’, een rondgang langs portretten. Fuchs: ‘Een portrettententoonstelling is iets unieks, dat zie je nooit. Portretten zijn feitelijk niks bijzonders, zij waren wat fotografie nu is. Het mooie vind ik dat door deze werken bij elkaar te hangen je toch een samenhangend beeld krijgt. Voor mij geeft het de indruk van ernst en degelijkheid. Dat beeld past bij Leiden – een beetje deftig, maar niet echt. Dit is Leiden, de burgerstad.’ Fuchs dacht bij het samenstellen van de tentoonstelling regelmatig aan een van de vele lessen die de door hem bewonderde hoogleraar Kunstgeschiedenis Van de Waal hem leerde: ‘Doe wat je leuk vindt. Dat heb ik gedaan. In dat opzicht speelde mijn eigen Leidse tijd ook een rol bij het maken van deze tentoonstelling.’ Een Deftige Parade, de selectie van Rudi Fuchs t/m 31 mei in de Lakenhal


‘Een portretten­ tentoonstelling, dat zie je nooit’

FOTO: EMILE VAN AELST

51

Leidse collectie in Rembrandthuis

jaar Hortus Ook de Hortus viert dit jaar feest: die bestaat op 9 februari precies 425 jaar. Op een aantal zondagen deze winter zijn er colleges en workshops met een toepasselijk of feestelijk tintje. Zo kunt u op 18 januari ‘s morgens meedoen aan de workshop ‘Feestboeket binden’ onder leiding van oud-hortulana Carla Teune en ‘s middags naar een ‘wintercollege’ van dr. Renske Ek, conservator op Paleis Het Loo, die vertelt over de rol van boeketten in het paleis en over de taal van bloemen sinds Clusius. Op 22 februari gaan workshop en college over de brieven van Clusius, in 1593 hoogleraar in Leiden en de eerste directeur van de hortus. Het laatste college is op 22 maart. Dan vertelt Marc van der Zwet, die betrokken was bij de aanleg van de Sterrewachttuin en nu bij de plannen voor een Chinese kruidentuin, over de ontwerpen en de veranderingen van de hortus door de eeuwen heen. Aanmelden en informatie via hortus.leidenuniv.nl

Stamhouder Het autobiografische boek ‘De Stam-

houder’ van Alexander Münninghoff (journalist, schaker en Leids alumnus Slavische taal- en letterkunde) laat op overweldigende wijze zien wat oorlog met een familie doet. Zijn opa werd rijk in Letland, maar liet alles achter om naar Nederland te vluchten. Zijn vader zat bij de Waffen SS. Zelf werd hij geboren in Polen, te midden van bombardementen. Die familiegeschiedenis deed Maarten ‘t Hart (ook uit 1944) opmerken dat hij als jongetje uit Maassluis eigenlijk nooit iets heeft meegemaakt.

Een stukje Leiden in Amsterdam. Het Rembrandthuis toont nog tot en met 25 januari vijfenzeventig 17e-eeuwse tekeningen uit het bezit van de Universiteit Leiden. Het betreft werken van onder anderen Rembrandt, Jan Lievens, Govert Flinck, Jan van Goyen en Isaac van Ostade. Het is dit jaar 200 jaar geleden dat de Universiteit Leiden in het bezit kwam van een verzameling tekeningen, nagelaten door de weduwe van de Haagse jurist Jean Theodore Royer. Bij de tentoonstelling is een catalogus verschenen onder redactie van Jef Schaeps en Jaap van der Veen waarin alle tekeningen worden beschreven en in kleur afgebeeld zijn. Het boek is door Leiden University Press uitgegeven en is te koop in de museumwinkel, bij de boekhandel en bij de uitgever. Leiden viert feest! Hoogte­ punten uit een academische collectie. Museum Het Rem­ brandthuis, t/m 25 januari dagelijks van 10 tot 18 uur. + 26 wrd


440 jaar

Wapenfeiten

Minerva staat in het hart van het zegel. Om háár gaat het. De Romeinse godin van de wijsheid en van oorlog. Minerva is: denken en doen, theorie én praktijk. Haar speer ligt ‘geveld’ aan haar voeten. De godin leest. Ze heeft haar blik naar binnen gericht. Losjes houdt ze haar schild vast, met het afschrikwekkende hoofd van Medusa erop. Wees op uw hoede: versteen niet! Een tweede blik leert ons: hier gaat het vooral om wetenschap en minder om krijgskunst.

Naast en onder de nis van Minerva staan de (belangrijke) wapens van Holland (links), Willem van Oranje (rechts) en Leiden (onder). Deze wapens geven de sterke band weer van de universiteit met: ZuidHolland, het huis van Oranje en de stad Leiden.

Praesidium libertatis, bolwerk van vrijheid. Dat verscheen in 1917 als randtekst op het zegel. Al veel langer was vrijheid een gevleugeld begrip aan de Leidse universiteit. Vrijheid in de zin van politieke zelfstandigheid – de geuzen hadden immers gewonnen van de Spanjaarden. Later

bezongen we hiermee de vrijheid na de oorlog en de Duitse bezetting. Vandaag de dag is het vooral de academische vrijheid die ons (ver)bindt. Geest, denken en spreken zijn vrij. De universiteit is een vrijplaats waar we iedere vraag kunnen stellen en in vrijheid beantwoorden.

FOTO: MARC DE HAAN

Een sterk merk heeft maar weinig nodig. Aan het ontwerp zijn in 440 jaar slechts twee kleinigheden veranderd: de randtekst en de vorm. Het is Johan Huizinga, hoogleraar Geschiedenis en goede tekenaar, die het zegel ovaal maakte, nadat het precies 350 jaar rond was geweest.

Profile for Universiteit Leiden

Leidraad Winter 2014 - 2015  

Leidraad is het alumnimmagazine van de Universiteit Leiden. Het blad komt 3x per jaar uit en wordt in een oplage van 62.000 stuks wereldwijd...

Leidraad Winter 2014 - 2015  

Leidraad is het alumnimmagazine van de Universiteit Leiden. Het blad komt 3x per jaar uit en wordt in een oplage van 62.000 stuks wereldwijd...

Recommendations could not be loaded

Recommendations could not be loaded

Recommendations could not be loaded

Recommendations could not be loaded