Page 1

Origin Origin

Jaargang 1 Oktober 2005 Nummer 1

Bio-farmaceutische wetenschappen Biologie LS&T Scheikunde SMS&T, Universiteit Leiden

▲ Organen op bestelling...?

Medicijnen via de huid

Hofvijver wordt

Biofysische Structuurchemie

nachtmerrie


Origin

2

Origin - Universiteit Leiden


Origin

Redactioneel Inhoud Onderwijsoffensief Deze Origin staat boordevol met interessante wetenschappelijke artikelen, geschreven door studenten of promovendi. Ik weet uit eigen ervaring dat je een goede basis nodig voor het schrijven van zo’n artikel. Deze basis wordt vooral gelegd tijdens het volgen van college en practica en door een goede begeleiding tijdens stages. Al deze dingen hebben gemeen dat ze niet kunnen zonder enthousiaste docenten. Om de meest enthousiaste docent in het zonnetje te zetten en te belonen voor zijn inzet looft de Universiteit Leiden sinds 2000 de LSr-onderwijsprijs uit. Aan deze prijs zijn een flink geldbedrag en uiteraard eeuwige roem verbonden. Natuurlijk lopen er bij onze studies veel enthousiaste docenten rond die de LSr-onderwijsprijs méér dan verdienen. Ik roep jullie op om deze docenten voor te dragen. Laat je studievereniging weten wie volgens jou de beste docent is, zodat deze de voordracht kan doorgeven en de docent kans maakt op de onderwijsprijs. Doe het wel voor 4 november anders is het voor dit jaar te laat. Joris Berkhout Student-lid faculteitsbestuur

Colofon

Nieuws

4

Organen op bestelling…? De ontwikkelingen en beloftes van tissue engineering

5

Interview Praeses Leidse Biologen Club

8

Interview Praeses Aesculapius

10

Needle-array enhanced iontophoretic delivery of Cascade Blue labeled dextrans : toediening van geneesmiddelen via de huid

12

Hofvijver wordt nachtmerrie: De introductie van de Nijlbaars in het Victoriameer leek een droom

15

Interview Praeses LIFE

18

Interview Praeses Chemisch Dispuut Leiden

20

Astrobiologie: wie zijn we en waar komen we vandaag?

22

Biofysische structuurchemie: de functie van microtubuli bij celdeling 24 Eerstejaarsweekenden studieverenigingen

26

Puzzel

31

5

12

15

22

Origin O rigin, jaargang 1, nummer 1, oktober 2005 Oplage:

4500

Redactieadres: Origin Magazine Einsteinweg 55 2333 CC Leiden Origin@science.leidenuniv.nl

Aan Origin 1 werkten verder mee: Daniël de Geus, Barbara Vreede, Merijn Doop, Marjolein van der Linden, Arnold Sneekes, Suzan Commandeur, Zan Peeters, Suzanne Bal, Sanne de Ridder, Sascha Hoogendoorn, Sander Griepsma, Jos van de Broek, Frans Witt Drukker: Drukkerij Groen, Leiden Opmaak: Taste Design

Redactie:

Hoofdredactie: Gert Jan van Helden Eindredactie: Joris Berkhout, Johan Detollenaere

Origin en al haar inhoud © Faculteit der Wiskunde en Natuurwetenschappen, Universiteit Leiden. Alle rechten voorbehouden.

Origin - Universiteit Leiden

3


Origin NIEUWS NIEUWSNIEUWS NIEUWS NIEUWS NIEUWS NIEUWS

De Technologiestichting STW heeft prof. Dr. Joke Bouwstra tot Simons Stevin Meester 2005. Ze ontvangt voor haar grote verdiensten in het onderzoek naar geneesmiddelentoediening een half miljoen Euro die ze vrij mag besteden aan toepassingsgericht onderzoek. Op woensdag 12 oktober 2005 had in het hal van het Gorlaeus Laboratorium een receptie plaats ter ere van prof. Dr. Bouwstra.

Ook prof. Dr. G.J. Mulder, hoogleraar Toxicologie en Wetenschappelijk Directeur van het LACDR geeft op 4 november zijn afscheidscollege met als titel: “Hoe gevaarlijk zijn die chemische stoffen nu eigenlijk? Over chemofobie en chemofilie.“

De Faculteit der Letteren organiseerde voor de tweede keer op de eerste dag van het nieuwe academiejaar het Eerstejaars Boekproject. Nieuw dit jaar was dat ook de eerstejaars studenten van de Faculteit der Wiskunde en Natuurwetenschappen aan het project deelnamen. De studenten bespraken ‘De Katalinstraat’ van de Hongaarse schrijfster Magda Szabó in groepjes in de Pieterskerk waarna een interview met de schrijfster volgde.

Op 4 oktober 2005 sprak prof. Dr. M. Noteborn zijn inaugurele rede “biomoleculaire interacties” uit in het Academiegebouw. Prof. Noteborn is een grote aanhanger van de gedachte dat kunst en wetenschap onlosmakelijk met elkaar verbonden zijn. Zijn rede werd dan ook voorafgegaan door een moleculaire dans, opgevoerd door Esther Klinkers op het pleintje van het academiegebouw.

▲ Dinsdag 11 oktober 2005 gaf prof. Dr. P. Baas zijn afscheidcollege getiteld “Bewaargoed”. Prof. Baas die in 1962 ‘de minst exacte der exacten’, namelijk Biologie, in Leiden kwam studeren heeft 14 jaar als directeur aan het hoofd gestaan van het Nationaal Herbarium Nederland.

4

Origin - Universiteit Leiden

De voormalige Leidse Biologiestudente en assessor Monique Wesselink krijgt de Unilever Researchprijs uitgereikt ten bedrage van 2500 Euro. De Leidse biologe die momenteel werkzaam is bij het Nederlands Forensisch Instituut werd door haar studieadviseur en begeleidende vakgroepdocent voorgedragen voor de prijs. Wesselink heeft stage gelopen bij de afdeling microbiologie waar ze de invloed van omgevingsfactoren op de productie van een schimmelwerende stof nazine-I-carboxamide heeft onderzocht.


Origin

Organen op bestelling...? De ontwikkelingen en beloftes van tissue engineering Cellen uit een jong menselijk embryo hebben de mogelijkheid om uit te groeien tot één van de vele celtypen van het menselijke lichaam en bieden de medische wetenschap ongekende mogelijkheden. Stamcellen lijken de voorbode te zijn van een nieuw tijdperk waarin dodelijke ziekten succesvol worden bestreden met op maat gemaakte weefsels en organen.

bijvoorbeeld de potentie van stamcellen om uit te groeien tot hartspiercellen voor toepassing in slachtoffers van hartinfarcten, waarbij een stukje van het hart afsterft. Anderen zien mogelijkheden in het maken van transplanteerbare hoornvliezen en weer andere onderzoek behelst de isolatie van stamcellen teneinde onderdelen van het zenuwstelsel te reconstrueren. Het moge duidelijk zijn dat de tissue engineering een multidisciplinair vakgebied beslaat waarin life scientists, medici en chemici actief zijn. Echter, de toepassing van stamcellen brengt felle discussies op gang die een breed ethisch vlak bestrijken. Om dergelijk onderzoek maatschappijbreed bespreekbaar te maken en deze wetenschappelijke vlucht in goede banen te leiden, behoeft deze kwestie zeker ook de aandacht van ethici en politici.

Door Suzan Commandeur Wat zijn stamcellen? Multidisciplinaire wetenschap Eén van de meest opwindende ontwikkelingen in de biologische wetenschappen van het afgelopen decennium is de ontdekking van menselijke embryonale stamcellen. Deze bijzondere voorlopercellen hebben zich nog niet ontwikkeld tot één van de ongeveer tweehonderd celtypen die ons lichaam vormen, zoals hersencellen, niercellen, huid-, bot- en spiercellen. Hun capaciteit om tot zeer veel verschillende celtypen uit te groeien biedt mogelijkheden tot toepassing van deze cellen binnen het vakgebied van de tissue engineering. Onder tissue engineering verstaat men het benutten van het zelfherstellende vermogen van het lichaam door het op de juiste plaats toedienen van moleculaire signalen, cellen en ondersteunende structuren. Wanneer het lichaam ertoe bewogen kan worden om nieuwe orgaancellen te maken daar waar ze nodig zijn, is een medische revolutie het gevolg. Wetenschappers bestuderen

Stamcellen zijn primitieve cellen die de capaciteit hebben om zich te delen en daarmee identieke stamcellen voort te brengen of om zich te specialiseren en daarmee te verworden tot cellen met specifieke functies die uiteindelijk de basis vormen van verschillende weefseltypen. Stamcellen zijn te onderscheiden in twee typen: embryonale stamcellen en volgroeide stamcellen. Zoals de naam al aangeeft zijn embryonale stamcellen afkomstig uit de kern van embryo’s van slechts vijf dagen jong (blastocyst, zie figuur 1). Volgroeide stamcellen worden in een verscheidenheid aan menselijke weefsels aangetroffen. Embryonale stamcellen worden gekenmerkt als pluripotent, een term die aangeeft dat deze cellen kunnen uitgroeien tot alle weefseltypen in het menselijke lichaam. Volwassen stamcellen kunnen daarentegen met hun multipotentie tot een beperkter scala van weefsels uitgroeien. In theorie kunnen menselijke embryonale stamcellen gebruikt worden voor vele doeleinden.

Origin - Universiteit Leiden

5


Origin Figuur 1: Een blastocyst, de bron van embryonale stamcellen. Rechtsonder bevindt zich de zogenaamde kernmassa, waaruit zich veel later in de embryonale ontwikkeling de foetus vormt.

Voorbeelden van fundamenteel wetenschappelijk onderzoek zijn de zoektocht naar de oorzaken van zwangerschapsproblemen en aspecten van embryonale groei. Een tweede categorie is toxicologisch onderzoek binnen de drug screening. In het bijzonder geldt hier het onderzoek naar de mogelijke toxische effecten van nieuwe medicijnen op vroege embryonale cellen die vaak gevoeliger zijn dan volwassen cellen. Echter, het belangrijkste potentieel voor embryonale stamcellen ligt op het klinische vlak van de transplantatiegeneeskunde, waar deze bijzondere cellen gebruikt kunnen worden voor de ontwikkeling van celvervangende therapieën. Voorbeelden van ziekten die veroorzaakt worden door het (functie)-verlies van een of meerdere celtypen zijn diabetes, de ziekte van Parkinson, artritis, multiple sclerose (MS), beroerte, hartfalen en aantastingen van het ruggenmerg. Celvervangende behandelingen met embryonale stamcellen kunnen bij deze ziekten uitkomst bieden.

Ethische kwesties Het gebruik van menselijke embryo’s voor het onderzoek naar embryonale stamcellen staat in veel landen hoog op de politieke agenda. Ondanks de revolutionaire mogelijkheden van het gebruik van menselijke embryonale stamcellen bij de behandeling van tot op heden relatief slecht behandelbare ziekten, blijft het gebruik van deze cellen een erg gevoelig onderwerp dat een immense controverse opwerpt. Het al of niet accepteren van dergelijk onderzoek begint bij de bron waaruit de stamcellen afkomstig zijn. Wanneer de stamcellen uit reeds bestaande embryonale stamcellijnen komen die speciaal ontwikkeld zijn voor wetenschappelijk onderzoek, zijn de meningen veel minder sterk ver-

6

Origin - Universiteit Leiden

deeld dan wanneer de cellen uit ‘overtollige’ embryo’s komen van in vitro fertilisatie (IVF) behandelingen (figuur 2) of uit geaborteerde foetussen. Hoewel vernietiging het lot van de meeste van deze embryo’s is, roept het gebruik ervan voor wetenschappelijk onderzoek gevoelige kwesties op over toestemming van de ‘donateur’ van de cellen en de mogelijke toekenning van financiële waarde aan materiaal afkomstig uit menselijke embryo’s. Een nog heftigere discussie laait op wanneer de embryonale stamcellen afkomstig zijn uit IVF embryo’s die speciaal voor wetenschappelijk onderzoek zijn gecreëerd. Dit is voor veel mensen op basis van religieuze en morele gronden onacceptabel, vooral in kringen waar het begin van het menselijk leven wordt gedefinieerd vanaf het moment van bevruchting, een opinie die in de katholieke kerk veel navolging vindt. Aan de basis van de felle discussie die gevoerd wordt over het gebruik van embryonale stamcellen staat de definitie van de zogenaamde ontologische status van deze cellen, waarin het ongrijpbare begrip ‘zijn’ gedefinieerd tracht te worden. Moeten embryonale stamcellen op een gelijk moreel niveau beschouwd worden als complete embryo’s die al verder ontwikkeld zijn of zijn ze geen potentiële menselijke individuen? Geïsoleerde embryonale stamcellen zijn afkomstig uit een blastocyst van slechts vijf dagen oud, zonder uiterlijke kenmerken van een embryo en zonder enig spoor van een zenuwstelsel. Ze hebben daarbij geen potentie om uit te groeien tot een menselijke foetus omdat zogenaamde trofoblasten, die nodig zijn voor nesteling en voeding van het embryo, afwezig zijn.


Origin Figuur 2: Schematisch en stapsgewijs overzicht van het in vitro kweken van embryonale stamcellen.

Hieruit volgt echter niet noodzakelijkerwijs dat embryonale stamcellen geen morele waarde hebben. Een in wetenschappelijk opzicht aanvaardbare kwalificatie lijkt het definiëren van embryonale stamcellen als uitgeschakelde embryocellen. Echter, op meer religieuze gronden worden de embryonale stamcellen vaak als gelijkwaardig aan een menselijk embryo beschouwd, berustend op de opinie dat elke cel waaruit in principe een menselijk wezen kan voortkomen ook als zodanig beschouwd dient te worden, zelfs wanneer vergevorderde manipulerende technieken benodigd zijn om dit te bereiken, zoals bij embryonale stamcellen het geval is. De heersende opinies variëren dus tussen de hierboven genoemde uitersten. Aan de ene kant van het spectrum heersen de conceptualistische kijk (‘een embryo is een individu’) en het zogenaamde potentie-argument (‘omdat een embryo potentieel kan uitgroeien tot een individu, moet het als zodanig beschouwd worden’). Helemaal aan de andere kant ligt de gedachte dat een embryo (en zelfs een foetus) niet beschouwd mag worden als een individu en daarom ook geen enkele morele status toegekend dient te krijgen. Echter, de meeste meningen liggen ergens tussen deze extremen. Een vaak overlappende opinie is dat een embryo zeker een echte, hetzij lage morele waarde heeft. Als belangrijkste argument hiervoor geldt de opinie dat het embryo bescherming verdient door de potentie om uit te groeien tot een individu. Daarnaast heeft een embryo een symbolische waarde, die een zekere mate van

respect afdwingt als zijnde het begin van menselijk leven. Het gebruik van embryo’s voor wetenschappelijk onderzoek kan binnen deze opinie onder bepaalde voorwaarden gerechtvaardigd worden. Meningsverschillen ontstaan echter wanneer aan beide argumenten gewicht moet worden gegeven en de voorwaarden gedefinieerd moeten worden. Dit vormt de focus van het internationale debat op het gebied van embryonaal stamcelonderzoek.

De toekomst van het stamcelonderzoek De uiterst veelbelovende toepassing van stamcellen ligt binnen het vakgebied van de tissue engineering om het lichaam waar nodig vervangende cellen en organen te bieden. Voor de behandeling van ernstige ziekten als diabetes, Parkinson en MS biedt een dergelijk revolutionair medisch vooruitzicht veel hoop. Echter, stamcellen en hun potentie in de kliniek worden onherroepelijk geassocieerd met heftige discussie. Daarom is het van belang dat de ethische, legale en sociale aspecten van dit voortschrijdende onderzoek in een vroeg stadium aandacht moeten krijgen. Medici moeten maatschappelijke normen en waarden in acht nemen bij hun inspanningen om patiënten te helpen en bestaande en dreigende orgaantekorten aan te pakken. Daarnaast hebben zij de verantwoordelijkheid om het publiek te betrekken bij hun wetenschappelijke bezigheden om het publiek inzicht te bieden en maatschappelijk draagvlak te krijgen, terwijl de regelgevende autoriteiten veel belang dienen te hechten aan de publieke opinie Alleen op deze manier kunnen de veelbelovende mogelijkheden die het voortgaande stamcelonderzoek ons kunnen bieden binnen de orgaantransplantatie op een maatschappelijk verantwoorde wijze gerealiseerd worden. ◆

Origin - Universiteit Leiden

7


Origin

Interview met...

Praeses Leidse Biologen Club, Barbara Vreede

PERSOONLIJK: Naam:

Vreede

Voornaam:

Barbara

Opleiding:

Biologie

Jaar:

vierdejaars

VERENIGING: Naam:

Leidse Biologen Club

Gesticht op:

23 november 1923

Aantal leden:

280

Aantal ereleden: 4

Waar komt je fascinatie voor je studie vandaan? Ik stond al bijna een jaar ingeschreven voor psychologie. Tot ik op een ochtend wakker werd en dacht, psychologie, nee, toch maar niet! Op de middelbare school heb ik een werkstuk over epilepsie gemaakt en dat beviel me wel. Toen ik moest gaan nadenken over een studie kwam ik dan ook bij geneeskunde terecht. Helaas was het toen al te laat om me nog aan te melden voor geneeskunde Toen heb ik voor het eerst in mijn leven naar mijn vader geluisterd. Hij heeft mij aangeraden om biologie te gaan studeren en dat bevalt me prima. In het eerste jaar heb ik een

8

Origin - Universiteit Leiden


Origin

projectje gedaan naar de sex-ratio van verschillende populaties brandnetels. Kijk, dan ben je bezig met iets heel specifieks, maar biologie is zo breed en dat maakt het onderzoek wel zo interessant. Wat je ook bekijkt in de biologie, je komt altijd terug bij evolutie en dat onderzoek fascineert me enorm. De uitdaging is om met zeer specifieke onderwerpen bezig te zijn, maar nooit het grote beeld uit het oog te verliezen. Hoe ben je in Leiden terechtgekomen? Ik heb in mijn jeugd op verschillende plekken gewoond, de laatste keer in Limburg. Ik had geen zin om in Maastricht te gaan studeren en Groningen, dat was toch wat te ver weg. Toen ik Leiden rondliep dacht ik, hier zie ik mezelf over een jaar rondlopen. Leiden gaf me een goed gevoel. Later bleek nog eens mijn hele familie in Leiden te hebben gestudeerd, studeren levert soms onverwachte kennis op.

Welke functie moet de LBC volgens jou vervullen? Naast de specifieke taken die de vereniging vervult op het vlak van het onderwijs, helpen we nieuwe studenten ook op weg. Aan het begin van het collegejaar organiseren we ons Eerstejaarsweekend waar studenten elkaar en de vereniging leren kennen. We organiseren jaarlijks een studiereis, zoals het afgelopen jaar naar Duitsland: Berlijn en de natuurgebieden Rügen en het Harz gebergte. Verder organiseren we feesten, filmavonden en borrelsEen studievereniging hoort zo opgezet te zijn dat zij de studie ondersteunt. We hebben bijvoorbeeld een commissie die de opleiding helpt met promotie, bijvoorbeeld op open dagen, studiefestivals en ook op middelbare scholen zelf. Verder hebben we sinds kort ook een dispuut voor internationale studenten, om ook hen bekend te maken met de opleiding en Leiden. ◆

Wanneer ben je voor het eerst in contact gekomen met de LBC? Ik kwam bij het begin van mijn studie natuurlijk in contact met de studievereniging, maar was niet heel erg actief met de feesten en dergelijke. Halverwege mijn eerste jaar werd ik gevraagd voor de redactie van ‘Kameleon’, het blad van de studievereniging. Afgelopen jaar werd ik gevraagd voor het bestuur van de Leidse Biologen Club en nu ben ik praeses. De studievereniging is een contactpunt voor de studenten die op verschillende manieren bijdraagt om de opleiding te maken tot wat ze is.

Origin - Universiteit Leiden

9


Origin

Interview met...

Praeses „Aesculapius”, Merijn Doop

PERSOONLIJK: Naam:

Doop

Voornaam:

Merijn

Opleiding:

Bio-farmaceutische wetenschappen

Jaar:

derdejaars

VERENIGING: Naam:

Leidsche Pharmaceutische StudentenVereeniging „Aesculapius”

Gesticht op:

16 november 1885

Aantal leden:

250

Aantal ereleden: 7

Waar komt je fascinatie voor je studie vandaan? Ik ben twee keer uitgeloot voor geneeskunde. Op zoek naar een alternatief ben ik bij bio-farmaceutische wetenschappen (BFW) terechtgekomen. Intussen ben ik de studie bijzonder gaan waarderen. De studie is een mix van biologie, scheikunde en geneeskunde. Ondertussen heb ik de geneeskunde-droom dan ook bewust laten varen. In mijn studie heb ik nog steeds het ideaalbeeld voor ogen van het vinden van een oplossing voor een ziekte. Ik wil dan ook zeker verder in het medisch onderzoek.

10

Origin - Universiteit Leiden


Origin bevat ons archief stukken die teruggaan tot 1890. Deze rijke traditie spreekt me bijzonder aan.

Hoe ben je in Leiden terechtgekomen? Ik kom oorspronkelijk uit Oudewater. Omdat dit in de buurt van Utrecht ligt, hoopte ik daar ingeloot te worden voor geneeskunde. Toen ik werd uitgeloot, heb ik voor BFW in Leiden gekozen, omdat ik het wel leuk vond een jaartje in een andere stad te studeren. Toen ik voor de tweede keer werd uitgeloot ben ik in Leiden gebleven. De stad Leiden bevalt me prima. Ondanks dat Leiden de reputatie heeft een ‘ballenstad’ te zijn, valt het mij ontzettend mee. Voor mijn gevoel is het in Utrecht veel erger.

Welke functie moet „Aesculapius” volgens jou vervullen? De functie van een studievereniging is tweeledig. Aan de ene kant ondersteunen we de studie, bijvoorbeeld met onze onderwijscommissie. Ook willen we bijdragen aan de verbreding van de kennis van onze studenten. Hiervoor hebben we een speciale actualiteitencommissie ingesteld. Deze commissie houdt het nieuws op het gebied van de bio-farmacie in de gaten en houdt korte presentaties over actuele onderwerpen. Daarnaast organiseren we ieder jaar een buitenlandreis. Het afgelopen jaar ging deze reis naar Instanbul. Het andere waar een studievereniging in voorziet is ontspanning. Zo organiseert onze eerstejaarscommissie ‘Panacea’ diverse feestjes, houden we iedere derde dinsdag een borrel en vieren we ieder jaar onze dies. Dit jaar zullen we in januari zelfs ons 24ste lustrum vieren. Bij het organiseren van activiteiten werken we veel samen met andere studieverenigingen. Wij maken deel uit van de Koninklijke Nederlandse Pharmaceutische Studenten Vereniging (K.N.P.S.V.). Hiervan maken ook de studieverenigingen farmacie uit Utrecht en Groningen deel uit. Deze intensieve samenwerking levert veel activiteiten op zoals een gezamenlijk congres, een sportdag en symposia. Daarnaast biedt deze landelijke organisatie de mogelijkheid om internationaal contacten te leggen. ◆

Wanneer ben je voor het eerst in contact gekomen met „Aesculapius”? Op het eerstejaarswekend kwam ik voor het eerste echt in aanraking met „Aesculapius”. En ik was meteen bijzonder onder de indruk. Tot diep in de nacht werd er gedronken en gefeest. De volgende ochtend stond iedereen weer om acht uur strak in pak klaar voor het symposium. Het gezegde ‘s nacht een vent, overdag een vent ging hier dus echt op. Vanaf het eerstejaarswekend heb ik alle activiteiten gevolgd. Het jaar daarna heb ik zelf het eerstejaarsweekend georganiseerd. Dat leidde er toe dat ik ben gevraagd om dit jaar praeses te worden. „Aesculapius” is een oude vereniging en kent dan ook een heel rijke traditie. Zo

Origin - Universiteit Leiden 11


Origin Needle-array enhanced iontophoretic delivery Ik heb negen maanden stage gelopen bij de afdeling Drug Delivery Technology van het Leiden Amsterdam Center of Drug Research (LACDR) in de Gorleaus Laboratoria te Leiden. Hier wordt onderzoek gedaan naar nieuwe manieren om geneesmiddelen toe te dienen. Op dit moment gaat veel aandacht uit naar transdermale toediening, ofwel toediening via de huid.

Door Suzanne Bal

Schematische opbouw van de huid.

Transdermale toediening van geneesmiddelen heeft veel voordelen boven de traditionele orale toediening. Ten eerste is het zo dat na orale toediening het geneesmiddel eerst in je maag komt waar een groot deel al afgebroken wordt. Voor sommige geneesmiddelen is dit een groot probleem. Ten tweede is het zo dat je graag wilt dat je een gecontroleerde afgifte hebt van het geneesmiddel. Dit is via de orale weg moeilijk te bereiken. Met transdermale toediening heb je veel minder last van deze problemen. Het metabolisme in de huid is namelijk verwaarloosbaar ten opzichte van dat in de maag. Het grootste nadeel van toediening via de huid is dat de natuurlijke functie ervan is om je te beschermen

12

Origin - Universiteit Leiden

Foto van een naaldenarray vergeleken met een gewone naald (A) en een schematische tekening van de applicator (B).

tegen binnendringende bacteriën en stoffen. De bovenste laag van de huid, het stratum corneum, is de grootste barrière. Deze 10-20 µm dikke laag bestaande uit dode cellen is zeer moeilijk doordringbaar voor geneesmiddelen. Als je een geneesmiddel via de huid wilt toedienen, zul je dus eerst hiervoor een oplossing moeten vinden. Kleine moleculen kunnen nog wel zonder hulpmiddelen de huid in, maar verbindingen met een groter molecuulgewicht, zoals de meeste geneesmiddelen niet.

Naalden die door de huid heen steken en licht dat door de gaten in de huid heen schijnt.

Het doel van mijn onderzoek was om grote moleculen de huid in te krijgen met behulp van micronaalden en iontoforese. Het voordeel van micronaalden is dat ze erg klein zijn en daarom ook pijnloos, maar dat de gaatjes die ze maken groot genoeg zijn om transport toe te laten. Ik heb naalden gebruikt van 550, 700 en 900 µm lang. Eerst heb ik gekeken of deze naalden wel in staat waren om gaatjes te prikken in de huid. Dit heb ik gedaan door een stukje huid te strekken op piepschuim en daarna met de naalden te prikken. Onder de microscoop kon gezien worden dat de naalden door de huid heen staken en dat er gaat-


Origin of Cascade Blue labeled dextrans

TEWL waarden na het prikken van gaatjes in de huid.

jes in de huid zaten. Deze resultaten werden nog verder bevestigd toen de transepidermal waterloss (TEWL) gemeten werd. Na één minuut prikken met de naaldenarrays werd gedurende één uur gemeten hoeveel water er door de gaten uit de huid kwam.

Dit is een techniek waarbij een kleine spanning over de huid wordt gezet en hierdoor worden geladen en neutrale moleculen de huid in getransporteerd. Door de stroomsterkte en tijd dat de stroom aanstaat te variëren kan je met deze techniek een heel gecontroleerde dosis toedienen. De micronaalden werden gebruikt om de huid voor te prikken voordat de iontoforese gestart werd. Hierna werd negen uur de stroom aangezet, gevolgd door zes uur passieve diffusie. Er werd gekeken naar het transport van Cascade Blue gelabelde dextranen met een grootte van 10 kDa. Dit zijn negatief geladen moleculen die dienen als voorbeeldstof voor grote geneesmiddelen. Het transport werd vergeleken met het transport door iontoforese alleen en met het passieve transport.

Transport van D-CB 10 over de huid na voorbehandeling met micronaalden.

Het bleek dat de TEWL waarden na het prikken met de naalden van 700 en 900 µm net zo hoog waren als na het volledig doorprikken van de huid met een hypodermale naald. De waarden na het prikken met de naaldenarray van 550 µm waren lager, maar nog steeds hoger dan de blanco. Gedurende een uur bleef de TEWL stabiel. Voor de transportexperimenten werden de micronaalden gebruikt in combinatie met iontoforese.

Iontoforese bleek een goede methode te zijn om grote moleculen over de huid te transporteren (zie figuur hierboven). In alle gevallen was het passieve transport verwaarloosbaar laag. Zowel zonder als met voorbehandeling met de naaldenarrays gaf iontoforese een toename van transport. De verschillen tussen het transport na voorbehandeling met de naaldenarrays en zonder voorbehandeling was niet significant, maar er

Origin - Universiteit Leiden 13


Origin

Schematische voorstelling van iontoforese.

was een trend dat het transport hoger was met de naaldenarrays. Helaas was er geen duidelijk verband tussen het transport over de huid en de lengte van de micronaalden: de kortste naalden leken het hoogste transport te geven en de langste het laagste transport.

Concentratie D-CB 10 en CB in de donoroplossing na een transportexperiment.

So far, so good.. Maar onderzoek zou geen onderzoek zijn als alles gaat zoals je wilt. Tijdens de transportstudies waren er een aantal observaties die leidden tot de vraag of m’n stof wel stabiel was. Ten eerste waren de donoroplossing na afloop van de transportexperimenten troebel en zat er aanslag op de cathode. Bovendien was het transport veel hoger dan vermeld in de literatuur. Dit leidde tot het idee dat er degradatie opgetreden kon zijn. Dextranen zijn

14

Origin - Universiteit Leiden

grote polymeren waar via een peptidebinding een fluorescerend label aan gekoppeld zit. Door de stroom of door enzymen in de huid kan deze binding verbroken worden. Hierdoor komt het Cascade Blue label vrij en dit zal door zijn veel lagere molecuulgewicht snel getransporteerd worden door de huid. Het overgebleven dextraan is positief geladen en kan reageren met het cathodemateriaal en voor neerslag zorgen. De donor en receiveroplossingen werden gescheiden over een PD-10 kolom en daarna geanalyseerd door middel van HPLC. Door de kolom werden het grote Cascade Blue gelabelde dextraan en het kleine Cascade Blue label van elkaar gescheiden. Het bleek dat er zowel in de donor als in de receiveroplossingen degradatie optrad. In totaal was er 30% degradatie tijdens een experiment. De degradatie bleek ook op te treden zonder iontoforese, hoewel er in dat geval wel minder degradatie optrad. Blijkbaar zorgen zowel de stroom als de enzymen in de huid voor het verbreken van de peptidebinding tussen het dextraan en het label. Uit dit onderzoek kan worden geconcludeerd dat er zeker een toekomst is voor micronaalden en dat de combinatie van micronaalden en iontoforese zeker veel mogelijkheden biedt. Ook is het duidelijk dat de keuze van je verbinding erg belangrijk is en er altijd aandacht besteed moet worden aan de mogelijkheid dat degradatie optreedt. Voor vervolgonderzoek zal daarom gezocht moeten worden naar een stabielere verbinding.

Begeleiding: Dr. F.J. Verbaan en Prof. Dr. J.A. Bouwstra


Origin

Hofvijver wordt nachtmerrie

Het grootste meer in Afrika, het Victoriameer, wordt gedeeld door drie landen: het noordelijke deel

Zonsondergang op de Mwanzagolf

is Oegandees, het zuidelijke behoort Tanzania toe en het noordoostelijke deel ligt op Keniaans grondgebied. Het meer ontstond ongeveer een miljoen jaar geleden, en is rond 14.000 jaar geleden volledig opgedroogd. Ondanks deze jonge levensduur bevatte het Victoriameer halverwege de vorige eeuw een zeer uitgebreide visfauna, die gedomineerd werd door een groep baarsachtige visjes: cichliden van het geslacht Haplochromis, waarvan naar schatting 500 soorten aanwezig waren in het meer. Een droom voor iedere bioloog: hier was soortsvorming nog in volle gang, konden vele evolutionaire hypotheses worden getest en kon men in alle rust het ecosysteem uitpluizen. Door de introductie van de nijlbaars in de jaren vijftig veranderde deze droom in een nachtmerrie.

Door Barbara Vreede Foto's: Dr. Frans Witte Zoals Tijs Goldschmidt het beschrijft in zijn boek Darwins Hofvijver: ‘het recept is in wezen eenvoudig. Laat in de aarde een kom ontstaan, of scheur het aardoppervlak voorzichtig open. Laat de kom of spleet vollopen met rivierwater. Zorg dat er enkele rivierbewonende cichliden, liefst behorend tot een allesetende soort, terechtkomen in het maagdelijke meer. Dat is alles, de rest gaat vanzelf. Na hoogstens enkele honderdduizenden jaren zullen er tientallen tot honderden kleurrijke soorten cichliden ontstaan zijn, die in hun grote

lijnen sterk op elkaar lijken, maar zijn toegerust met adequaat anatomisch gereedschap en gedrag voor de verwerking van sterk uiteenlopend voedsel.’ Deze soorten zullen zich verder ontwikkelen en specialiseren, de verschillen zullen steeds uitgesprokener worden en de soorten steeds stabieler. In het Victoriameer werd dit proces ruw afgebroken door de plotselinge verschijning van de nijlbaars halverwege de vorige eeuw. De talloze soorten cichliden kregen plotseling geen kans meer om zich verder te evolueren, maar verdwenen in de magen van deze vraatzuchtige giganten. Naar schatting verdween in korte tijd 50%

Origin - Universiteit Leiden 15


Origin van de haplochromine cichliden uit het meer en vele andere soorten werden in aantal zeer sterk verminderd. Toen de aantallen van de nijlbaars in de jaren ‘80 explosief stegen was 95% van de inheemse cichlidensoorten uitgeroeid. Slechts 1% van de vissen in het meer behoorden nu nog tot de cichliden, in tegenstelling tot de 80% van vóór de introductie van de nijlbaars.

Eutrofiëring Deze verandering van samenstelling van de vissoorten had grote gevolgen voor de rest van het meer. Al sinds het begin van de vorige eeuw vond gestage eutrofiëring plaats in het meer door de afzetting van nitraten en fosfaten, zure regen en een veranderend klimaat. Het verschijnen van de nijlbaars had ook gevolgen voor de eutrofiëring van het meer. Een van de oorzaken hiervan was de toenemende houtkap rondom het Victoriameer. De kleine cichliden die voorheen de visvangst domineerden werden meestal in de zon gedroogd. Bij de grote nijlbaars was dit echter niet mogelijk maar was het roken van de vis één van de opties. Hiervoor werden aanzienlijke hoeveelheden hout gehaald uit de bossen rondom het meer. De afname van de hoeveelheid bos veroorzaakte erosie van de kuststroken, en hierdoor een toename in de eutrofiëring van het Victoriameer. Een stijging in algengroei was het gevolg van de eutrofiëring, waardoor het zicht in het water afnam. Dit effect werd versterkt door de afname van de hoeveelheid fytoplanktivore cichliden, die in het oorspronkelijke systeem de algen opaten. Ook trad er een verandering op in de soorten algen die in het meer voorkwamen, en waren niet alle fytoplanktivore cichliden in staat om met een aanpassing in hun dieet adequaat op deze verandering in te springen. De grote hoeveelheden algen die niet werden gegeten gingen rotten, en verbruikten hiermee veel van de zuurstof in het water. Zo ontstonden grote gebieden zuurstofarm (hypoxisch) of zelfs zuurstofloos (anoxisch) water.

Vislanding in 1997, Haplochromis pyrrhocephalus tussen dagaa (karperachtigen).

16

Origin - Universiteit Leiden

Lokale vissers die een strandzegen uitzetten voor haplochromisvangst in 1984

De soortendiversiteit had ook direct te lijden onder de eutrofiering van het meer. Soortvorming is een precair proces waarvoor een aantal belangrijke eisen van toepassing is. Een van deze eisen is dat de vis het onderscheid kan maken tussen soortgenoten en andere vissen, bijvoorbeeld door een bepaald kleurpatroon. Bij verminderd zicht in het water, zoals het geval was in het Victoriameer, komt dit mechanisme in gevaar, waardoor hybridevorming op kan treden tussen verwante soorten. Ook op deze manier kwam de soortendiversiteit dus in gevaar.

Hypoxie Ook vóór de ingrijpende veranderingen in de ecologie van het meer waren er periodes in het jaar waarin hypoxische gebieden ontstonden. Dit was met name in de regentijd, wanneer er weinig wind was. Na de veranderingen werden deze periodes echter langer, soms zelfs het hele jaar door, waren de hypoxische gebieden groter en kwamen steeds dichter bij de oppervlakte te liggen. Opwellingen van hypoxisch water kwamen vroeger sporadisch voor maar werden steeds frequenter en waren verantwoordelijk voor enorme vissterfte. Wederom werd de soortendiversiteit verminderd, door het uitsterven van cichliden waarvan het habitat hypoxisch was geworden en die zich niet konden aanpassen aan deze nieuwe omstandigheden. Wonderbaarlijk genoeg lukte het meerdere soorten om, zelfs onder zeer lage zuurstofverzadiging van het water, in leven te blijven. Door bijvoorbeeld het aanpassen van hun gedrag: minder activiteit vertonen en zo minder zuurstof verbruiken. Ook op fysiologisch niveau vonden aanpassingen plaats, bijvoorbeeld een toename in de hoeveelheid hemoglobine in het bloed. Door deze adaptaties bleken de vissen in staat om langere periodes te verblijven in sterk hypoxisch water. Vissen die onder hypoxie opgroeien hebben, naast het veranderen van hun gedrag of een fysiologische aanpassing, zelfs de mogelijkheid om de bouw van hun lichaam aan te passen. Dit tot verrassing van de Leidse biologen die de vissen onderzochten. Dit verschijnsel werd duidelijk bij het onderzoeken van de cichlide Haplochromis pyrrhocephalus, waarvan exemplaren gevangen in 1970 vergeleken werden


Origin

Nijlbaarsvangst in 1984

met exemplaren uit 1990. De kieuwoppervlakte van deze vissen bleek met 60% vergroot te zijn! Dit is in het laboratorium verder onderzocht, en het verschijnsel bleek niet alleen gebaseerd te zijn op een genetische verandering in de soort, maar ook op een mechanisme dat fenotypische plasticiteit wordt genoemd. Hierbij ontwikkelt het fenotype van een dier zich op een bepaalde manier als reactie op omgevingsfactoren. Een vis met exact hetzelfde genotype in een zuurstofrijke omgeving, zal minder grote kieuwen ontwikkelen omdat de eis vanuit het milieu voor het hebben van grote kieuwen ontbreekt. Interessant is ook de manier waarop verschillende soorten andere manieren hebben om zich aan te passen aan hun hypoxische omgeving. Onderzoek naar de verschillende aanpassingsvormen is in volle gang in verschillende laboratoria over de wereld, waaronder de sectie Integratieve ZoĂślogie van het Instituut Biologie Leiden. Hier wordt onder meer gekeken naar de exacte manier waarop de kieuwen onder hypoxie aangepast worden, en de verschillen tussen soorten in dit opzicht. Ook is er onderzoek gaande naar de ontwikkeling van embryo's die vanaf dag 1 onder hypoxie worden geplaatst: is er een verschil in de timing van de aanleg van verschillende organen, bijvoorbeeld het hart?

Darwin's nightmare Over de exacte gebeurtenissen rondom de oorzaak van deze ecologische veranderingen, de introductie van de nijlbaars bestaat nog veel onduidelijkheid. Britse koloniale beambten die waren aangesteld om de visserij in Oeganda te verbeteren, overwogen de uitzetting van de roofvis, maar daartegen werd fel geprotesteerd door ecologen. De gevolgen van het verschijnen van een vreemde predator in een nagenoeg onbekend ecosysteem zouden, zo voorspelden zij, naar alle waarschijnlijkheid dramatisch zijn. Ondanks het protest zijn er in 1962 toch nijlbaarzen uitgezet, met als belangrijkste argument dat het niet zo veel verschil zou maken, aangezien er toch al nijlbaarzen in het meer rondzwommen. Deze mysterieuze verschijning zou verklaard kunnen worden door de goede bedoelingen van een man die in 1954 het heft in eigen handen nam en, om de visserij in het meer te stimule-

ren, een emmer nijlbaarzen losliet in het Victoriameer. De visserij werd inderdaad gestimuleerd: na een tijdje regende het enthousiaste verhalen over gestegen vangsten, en de grote nijlbaars bleek ook veel eenvoudiger te verkopen dan de duizenden kleine cichliden. Volgens de regering van Tanzania is de export van de nijlbaars momenteel goed voor 25% van de totale export uit het ontwikkelingsland, een behoorlijke bron van inkomsten dus. Er zit echter een duistere kant aan deze zaak: met dezelfde transportvliegtuigen waarmee de nijlbaars wordt geĂŤxporteerd naar het Westen, worden ladingen wapens het land binnengevlogen, bestemd voor de conflicten in de regio. Daarnaast heeft de bevolking zelf nauwelijks voedsel: de nijlbaarsfilets zijn onbetaalbaar geworden, en de bevolking leeft van de rottende viskarkassen. De recent verschenen film 'Darwin's Nightmare' van Hubert Sauper schetst van deze wanhopige situatie een indringend portret. Recentelijk staat de nijlbaars bloot aan overbevissing en lijkt er een einde te zijn gekomen aan zijn alleenheerschappij. Zijn aandeel in de vangst daalt, en aantallen van enkele soorten die eerder nagenoeg uitgestorven leken, worden almaar groter. Het lijkt er op dat er weer ruimte is voor de inheemse cichliden in het meer, en hoop voor de toekomst. Hoewel het ecosysteem drastische en onomkeerbare veranderingen heeft ondergaan, zou met goede afspraken zowel de visserij als de biodiversiteit in de toekomst op een goed peil gehouden kunnen worden.

Meer weten? Darwin's Nightmare, een film van Hubert Sauper. Kijk voor theaters op www.cinemadelicatessen.nl. Tijs Goldschmidt: Darwins Hofvijver, een drama in het Victoriameer. Uitgeverij Prometheus Amsterdam http://biology.leidenuniv.nl/ibl/S7a/

Vangst van de strandzegen, 1978

Origin - Universiteit Leiden 17


Origin

Interview met...

Praeses LIFE, Arnold Sneekes

PERSOONLIJK: Naam:

Sneekes

Voornaam:

Arnold

Opleiding:

Life Science & Technology

Jaar:

vijfdejaars

VERENIGING: Naam:

LIFE

Gesticht op:

9-9-1999

Aantal leden:

400

Aantal ereleden: 1

Waar komt je fascinatie voor je studie vandaan? Op de middelbare school was ik geĂŻnspireerd door het grensvlak van religie en wetenschap. Dit werd zeker gestimuleerd door mijn biologieleraar, die het creatonisme aanhing. Ik heb lang getwijfeld of ik theologie zou gaan studeren, tot ik op de Studiebeurs in Utrecht was. Daar zag ik de stand van Life Science and Technology (LST) en was direct geĂŻnteresseerd. Eenmaal begonnen aan mijn studie bleek LST een goede keuze te zijn. LST gaat over leven en de cel, een onderwerp dat interessant is voor de wetenschap, maar waar je ook rustig een theologische discussie over kunt houden. Ik praat met mijn studiegenoten veel over deze kwestie. Als je naar een cel en

18

Origin - Universiteit Leiden


Origin al zijn mechanismen kijkt, dan kan ik bijna niet geloven dat dit is ontstaan zonder iets groters. Ik ben overigens geen aanhanger van de Intelligent Design theorie. Ik zie een strikte scheiding tussen geloof en wetenschap. Ik denk dat er vroeger iets was, maar dat het product daarvan vervol-

gens is losgeraakt en verder is ontwikkeld. Meer als een schilder die een schilderij maakt en een stapje terugdoet om het resultaat te bekijken. Na mijn Bachelorstage heb ik besloten dat ik niet verder wil in het wetenschappelijk onderzoek. Wel wil ik verder in de bestuurlijke richting. LST biedt uitstekende mogelijkheden om dit te bewerkstelligen, de studie is multidisciplinair en vanuit Delft wordt een bepaalde, innovatieve manier van denken aangeleerd, bijvoorbeeld door vakken als ‘Ethiek in de techniek’. Hoe ben je in Leiden terechtgekomen? Ik kom oorspronkelijk uit Diemen. Hoewel ik Amsterdam een topstad vind wilde ik toch eens wat anders bekijken. Omdat LST in Leiden én Delft wordt aangeboden, was de keus dan ook snel gemaakt. In mijn eerste jaar ben ik thuis blijven wonen, maar daarna heb ik via via een kamer gevonden en ben in Leiden gaan wonen. Leiden is een erg gezellige studentenstad, waar bijna iedere kroeg leuk is. In Delft ben je toch meer afhankelijk van de studentenverenigingen. En omdat ik niet lid ben, heeft Leiden dan ook mijn voorkeur.

rels en de feesten. Wel heb ik toen nog een stukje geschreven over de verkiezingen van 2002, over de positie van Pim Fortuyn, overigens vlak voordat hij werd vermoord. In mijn tweede jaar ben ik meegegaan op studiereis naar Engeland. Vanaf dat moment ben ik steeds meer betrokken geraakt bij de vereniging. Ik vind het nog steeds allemaal prachtig. Welke functie moet LIFE volgens jou vervullen? De functie van een studievereniging is tweeledig. Aan de ene kant draagt het bij aan de verbreding van de interesse van de studenten. Aan de andere kant zorgt een vereniging ook voor gezelligheid en een sterkere onderlinge band tussen de studenten. De verbreding proberen we vooral te bereiken door het organiseren van excursies, bijvoorbeeld naar DSM en Organon, maar ook naar Heineken, waar de productconfrontatie één van de mooiste onderdelen is. Verder organiseren we ieder jaar een studiereis en proberen we iedere twee jaar een Masterreis te organiseren. Vorige keer ging deze reis naar Brazilië en ook de komende reis zal naar een nog geheime, exotische bestemming gaan. Naast uitstapjes organiseren we ook lunchlezingen, speciaal afgestemd op de vier profielen binnen de studie en zullen we proberen om de interne colloquia beter te organiseren. De band tussen de studenten proberen we te verbeteren door het organiseren van borrels in de Borrelbunker, feesten en uitjes naar bijvoorbeeld het Tikibad en de schaatsbaan. LIFE is nog jong en profiteert hier ook van. De vereniging is dynamisch en inbreng van de leden is meer dan welkom. ◆

Wanneer ben je voor het eerst in contact gekomen met LIFE? In mijn eerste jaar was ik eigenlijk niet zo heel actief. Ik ging eigenlijk alleen maar naar de bor-

Origin - Universiteit Leiden 19


Origin

Interview met...

Praeses Chemisch Dispuut Leiden, Marjolein van der Linden

PERSOONLIJK: Naam:

Van der Linden

Voornaam:

Marjolein

Opleiding:

Scheikunde

Jaar:

Derdejaars

VERENIGING: Naam:

Chemisch Dispuut Leiden

Gesticht op:

20 mei 1926

Aantal leden:

214

Aantal ereleden: 3

Waar komt je fascinatie voor je studie vandaan? Op de middelbare school had ik altijd een duidelijke voorkeur voor exact. Ik had dan ook het profiel Natuur en Techniek aangevuld met biologie. Mijn studiekeuze heb ik hier volledig op afgestemd, het moest รณf natuurkunde รณf scheikunde worden. Uiteindelijk heb ik voor scheikunde gekozen omdat dit meer in het midden ligt. Scheikunde biedt de mogelijkheid om af en toe een uitstapje te maken naar de biologie en de natuurkunde. Het leuke aan een exacte studie is dat je (bijna) alle verschijnselen er mee kunt verklaren, dat je het kunt vangen in een formule. Dit

20

Origin - Universiteit Leiden


Origin

begrip is het belangrijkste doel van mijn studie en ik wil dan ook zeker verder in het wetenschappelijk onderzoek. Hoe ben je in Leiden terechtgekomen? Ik ben via een omweg in Leiden terechtgekomen. Ik ben begonnen in Wageningen met de studie moleculaire wetenschappen, een meer biochemische studie. Ik wist van tevoren niet precies welk gebied van de scheikunde ik interessant vond. Omdat er geen natuurkundeopleiding is in Wageningen, heb ik besloten deze stad te verruilen voor een andere. Uiteindelijk ging mijn keuze tussen Leiden en Utrecht. In Utrecht viel me op dat de studie vrij schools is en daarom heb ik uiteindelijk voor Leiden gekozen. En in tegenstelling tot mijn eerste verwachting is Leiden helemaal niet zo corporaal als men vaak zegt. Wanneer ben je voor het eerst in contact gekomen met CDL? In Wageningen had ik goede ervaringen met de studievereniging. Ik leerde door mijn lidmaatschap van de vereniging snel veel mensen kennen. Ik ben dan ook actief betrokken geweest bij de vereniging en heb onder andere het eerstejaarsweekend georganiseerd. Toen ik in Leiden ging studeren ben ik direct lid geworden van het Chemisch Dispuut Leiden. Weer heb ik hierdoor veel mensen leren kennen. En toen ik gevraagd werd om bestuur te gaan doen, vond ik dit hartstikke leuk en heb ik geen moment geaarzeld.

Welke functie moet CDL volgens jou vervullen? Zonder studievereniging zou een opleiding bestaan uit geĂŻsoleerde jaren. Juist de studievereniging zorgt voor onderling contact. Wanneer je ouderejaars leert kennen kun je ervaringen uitwisselen en elkaar helpen bij het kiezen van vakken en stages. Verder zorgt de vereniging voor het wij-gevoel, wat de sfeer alleen maar verbetert. Onze activiteiten zijn dan ook in twee categorieĂŤn in te delen: studiegerelateerde activiteiten en gezelligheidsactiviteiten. De studiegerelateerde activiteiten bestaan uit lezingen en excursies. Verder organiseren we ieder jaar een buitenlandreis. Het afgelopen jaar ging deze reis naar Moskou en Sint Petersburg. De gezelligheid wordt vooral gewaarborgd door de wekelijkse borrels en regelmatig terugkerende feesten. Onze leukste activiteit blijft toch het ledenweekend. Op dit weekend leer je iedereen een beetje kennen zodat er zo af en toe iemand gedag zegt, als je rondloopt op het Gorlaeus. â—†

Origin - Universiteit Leiden 21


Origin

Astrobiologie Wie zijn we en waar komen we vandaan? Dat heeft iedereen zich wel eens afgevraagd. Mogelijke antwoorden worden je van alle kanten aangereikt: vanuit de religie, door spirituelen, ja zelfs door de E. Ratelbanden van deze tijd. Binnen de vakgroep Astrobiologie proberen wij een wetenschappelijk antwoord te vinden op deze vragen. Figuur 1: Een stukje van de Murchison meteoriet. Kleine samples daarvan worden onderzocht op de aanwezigheid van verschillende soorten organische stoffen, zoals aminozuren, nucleobasen en carbonzuren.

Door Zan Peeters

Het nieuwe, interdisciplinaire vakgebied Astrobiologie is ontstaan om de kennis van onder andere sterrenkundigen, natuurkundigen, chemici, biologen en geologen te combineren in een poging uit te zoeken hoe het leven op aarde is ontstaan en of dit leven ook ergens anders zou kunnen ontstaan. Voordat we op zoek kunnen naar leven moeten we ons eerst afvragen: “Wat is leven? Waar zijn we precies naar op zoek? Zou leven er misschien ook anders uit kunnen zien, dan het leven dat wij kennen op aarde?” Er zijn dus genoeg vragen om een heleboel wetenschappers een lange tijd bezig te houden. Maar voordat we de hoofdvragen kunnen beantwoorden, moeten er een aantal basale, simpelere problemen worden opgelost. Binnen de vakgroep Astrobiologie houden wij ons bezig met `prebiotische’ moleculen. Dat zijn de moleculen die nodig zijn om leven te vormen, maar die niet door levende organismen gemaakt zijn. Voorbeelden van prebiotische moleculen zijn aminozuren, nucleobasen, suikers en vetzuren. In de jaren ‘50 hebben Stanley Miller en Harold Urey een experiment uitgevoerd, waarbij ze gas-

22

Origin - Universiteit Leiden

sen in een glazen bol onder invloed van elektrische vonken met elkaar lieten reageren. Daarbij ontstond een bruine smurrie waarin allerlei organische moleculen zijn aangetoond, zoals aminozuren. Miller en Urey gingen ervan uit dat dezelfde reacties ook in de atmosfeer van de jonge aarde hebben plaats gevonden en zo is de theorie van de oersoep ontstaan. Miller en Urey gingen daarbij uit van een gereduceerde atmosfeer, bestaande uit CH4, NH3, H2O en H2. Tegenwoordig denkt men echter dat de atmosfeer van de aarde nooit gereduceerd is geweest. Met een mengsel van CO2, N2 en H2O en geen H2 in de opstelling van Miller en Urey vinden er nauwelijks reacties plaats en worden er vrijwel geen nieuwe producten gevormd. Hoe zijn prebiotische moleculen dan op aarde gekomen? Naast enkele alternatieven voor endogene vorming, is het mogelijk dat de prebiotische moleculen buiten de aarde zijn gevormd en vervolgens op aarde terecht zijn gekomen via exogeen transport, bijvoorbeeld door de inslag van kometen en meteorieten (figuur 1). In meteorieten wordt een grote verscheidenheid aan organische moleculen gevonden (ongeveer 3-5% van


Origin

een meteoriet bestaat uit oplosbaar organisch materiaal), waaronder 90 (!) verschillende aminozuren. Binnen de vakgroep Astrobiologie wordt onderzoek gedaan naar de verschillende groepen organische moleculen die op de verschillende klassen meteorieten voorkomen, specifiek de aminozuren en de Figuur 2: Een moleculaire wolk. nucleobasen. In dergelijke, interstellaire wolken Recente ontdekkinworden moleculen gevormd. Er zijn inmiddels zoín 137 interstellai- gen zijn het voorkomen van nietre moleculen ontdekt. gebonden carbonzuren1 en de link tussen aminozuren en het voorkomen van water op de asteroïde2. Buiten ons zonnestelsel zijn op dit moment 137 verschillende moleculen aangetoond, waaronder zeer recentelijk het eerste aminozuur glycine (figuur 2). Hoe moleculen in de ruimte ontstaan en of ze kunnen overleven, is het tweede onderzoek binnen de vakgroep Astrobiologie. In een hoogvacuümopstelling worden moleculen bij 10 K bestraald met hard UV licht. Met behulp van infrarood spectroscopie wordt dan gekeken of, en hoe snel de betreffende moleculen afbreken. Door de resultaten te extrapoleren naar verschillende interstellaire omgevingen, in combinatie met modellen over de vorming van moleculen in de gasfase, wordt een beeld gevormd van de chemische netwerken in de interstellaire ruimte.

Behalve op aarde kan organisch materiaal ook terecht komen op andere planeten, zoals Mars. Het derde onderzoek binnen de vakgroep zoekt naar afbraakprocessen die organisch materiaal op het oppervlak van Mars kunnen afbreken. In de jaren ‘70 hebben de Viking-landers gezocht naar de aanwezigheid van organisch materiaal op Mars. Ondanks de vele tonnen organisch materiaal die jaarlijks in de vorm van stof op het oppervlak neerkomen, is er niks gevonden. Er wordt gezocht naar de beste methode om het oppervlak en de atmosfeer van Mars na te bootsen. Dit gebeurt in samenwerking met ESTEC in Noordwijk, waar een Mars-simulatiekamer staat. Het hierboven beschreven onderzoek moet leiden tot beter inzicht in de moleculaire processen die zich buiten de aarde afspelen en die mogelijk geleid hebben tot het ontstaan van leven op aarde. ◆

Referenties 1

2

3

4

5 Recente ontdekkingen zijn de afbraak van benzeen met UV en MeV protonen3, de afbraak van nucleobasen en hun precursors4,5 en de verklaring van spectroscopische banden in interstellaire spectra door grote polycyclische aromatische koolwaterstoffen6.

6

Z. Martins, J. Watson, M. Sephton, O. Botta, P. Ehrenfreund, I. Gilmour, MAPS, 2004, submitted O. Botta, Z. Martins, P. Ehrenfreund, Geochem. Geophys. Acta, 2004, in preparation R. Ruiterkamp, Z. Peeters, M. Moore, R. Hudson, and P. Ehrenfreund, Astron. & Astrophys, 2004, 440, 391 Z. Peeters, O. Botta, S. Charnley, R. Ruiterkamp, P. Ehrenfreund, Astrophys. J, 2003, 593, L129 Z. Peeters, O. Botta, S. Charnley, Z. Kisiel, Y.-J. Kuan, P. Ehrenfreund, Astron. & Astrophys, 2005, 433, 583 R. Ruiterkamp, T. Halasinski, F. Salama, B. Foing, W. Schmidt, P. Ehrenfreund, Astron. & Astrophys, 2004, 390, 1153

Origin - Universiteit Leiden 23


Origin

BioFysische Structuur Chemie Alle eukaryote organismen van gisten, vliegen en wormen tot en met planten en dieren gebruiken microtubuli voor het sorteren en verdelen van de chromosomen tijdens de celdeling. Als de microtubule functie verstoord wordt tijdens de deling kan de cel zich niet meer vermenigvuldigen en dat geeft al wel duidelijk aan dat deze structuren essentieel zijn in het leven van zowel een- als meercellige organismen. Maar ook buiten de celdeling om, dus

Figuur 2: Microtubuli (MT) zijn dynamisch (Molecular Biology of the Cell, 4th edition). In levende cellen vindt groei en krimp van microtubuli voornamelijk plaats aan het plus uiteinde. Alleen GTPgebonden tubuline kan geassembleerd worden. Eenmaal ingebouwd in een microtubulus wordt de GTP in fl-tubuline gehydrolyseerd tot GDP, waardoor er op een groeiende microtubulus altijd een GTP-cap ontstaat. Als de groei stopt, verdwijnt de GTP-cap ook doorhydrolyse en ontstaat er een minder stabiele microtubulus die dan begint te krimpen.

tijdens de rustfase waarin de cel de meeste tijd doorbrengt, heeft het microtubule systeem in de cel verschillende belangrijke functies. Zo worden celorganellen of eiwit moleculen via motor eiwitten langs de tubili getransporteerd en zorgen de tubili voor migratie van cellen, bijvoorbeeld fibroblasten en macrofagen. Door Daniël de Geus

rijke intrinsieke eigenschap, niet alleen vanwege de in vivo groei die begint vanaf het microtubule min eind in de microtubule organizing centers (MTOCs), meestal het centrosome, maar ook vanwege het dynamische gedrag dat vooral de pluseindjes vertonen. Door afwisselende perioden van groei en krimp (Fig. 2) tasten deze de intracellulaire ruimte af, op zoek naar hun doelwitten, bijvoorbeeld de kinetochoren op chromosomen net voor de celdeling of het celmembraan. Hoewel tubuline subunits onder bepaalde omstandigheden in vitro spontaan assembleren tot microtubuli, wordt het dynamische gedrag in vivo geregeld door cellulaire eiwitfactoren die binden aan de plusuiteinden van de tubulus. Het is duidelijk dat deze eindpositie ideaal is om de dynamica te reguleren, maar over de manier waarop dit precies gebeurd is nog veel onzeker.

Figuur 1: Tubuline en microtubulus structuur (Molecular Biology of the Cell, 4th edition). Links, structuur van het a- en btubuline dimeer, met de positie van de gebonden GTP moleculen in rood. Midden, tubuline dimeren vormen protofilamenten met een bijbehorende polariteit. Rechts, 13 protofilamenten vormen een microtubulus.

24

Microtubules zijn holle buizen op nanoschaal die zijn samengesteld uit zogenoemde protofilamenten. Dat zijn polymeren van ·- en ‚-tubuline dimeren die in een kop-staart serie zijn gerangschikt. Ongeveer 13 van deze protofilamenten associëren parallel tot een microtubule wand waardoor er twee microtubule uiteinden ontstaan met verschillende eigenschappen: een plus- en min kant (Fig. 1). Deze polariteit is een belang-

Origin - Universiteit Leiden

Figuur 3: Gecombineerde EB1 (groen) en EB3 (rood) kleuring in neuronen maakt het groeiende microtubule eind zichtbaar.


Origin In de vakgroep Biofysische Structuur Chemie willen we, samen met onderzoekers van de Electronen Microscopie groep van het LUMC en de vakgroep Celbiologie en Genetica van het Erasmus Medisch Centrum in Rotterdam, verschillende 3D-structuuranalytische methoden combineren met moleculair celbiologische technieken om een beter model te kunnen opstellen van het groeiende plus eind van de microtubulus. Technieken die we gebruiken zijn bijvoorbeeld live cell imaging analysis (Fig. 3), immuno-EM, cryo-EM en X-ray kristallografie aan speciaal geselecteerde cellijnen en/of gezuiverde (fluorescent gelabelde) eiwitten. Van twee belangrijke eiwitfamilies die betrokken zijn bij de regulatie van microtubule dynamics is de structuur van het domein verantwoordelijk voor de pluseind binding tot hoge resolutie (lees: atoomniveau) bekend. De eerste familie bestaat uit de CLIPs (cytoplasmic linker proteins) die als gemeenschappelijk kenmerk het CAP-Gly motief van CLIP-170 hebben. Dit motief is geconserveerd van de eencellige eukaryoot Saccharomyces cerevisiae tot de mens en kan

Figuur 5: Structuur van het MTB domein. a, schematisch diagram dat in ball-and-stick vorm (blauw) de basische residuen laat zien. Hydrofobische interacties in oranje. b, stereo view van de experimenteel bepaalde elektronen dichtheid in de hydrofobe kern, samen met het uiteindelijke eiwitmodel. De oriÎntatie is hetzelfde als in a.

van de microtubule dynamiek en chromosoom scheiding, maar het regulatiemechanisme is nog niet bekend. Wel is recent de kristal structuur van het N-terminale EB1 gedeelte opgehelderd. Dat is verantwoordelijk voor de binding aan de microtubules en heeft een CH (calponin homology) domein vouwing, dat opvallend genoeg gevonden wordt in veel eiwitten betrokken bij het actine cytoskelet. Door een combinatie van elektrostatische en hydrofobe interacties associeert dit domein aan de tubulus (Fig. 5).

Door de aanpak van de combinatie van verschillende Figuur 4: De CAP-Gly structuur. Links, schematische weergave van het CAP-Gly domein van C. eletechnieken hopen we met dit gans. De fl-ketens zijn weergegeven met pijlen en vormen samen 3 fl-sheets (3, 3 en 2 ketens, respectieveonderzoek een completer lijk). De keten bestaande uit fl2a en fl2b is continu. Rechts, een ribbondiagram dat de bijbehorende 3D beeld te kunnen schetsen van structuur aangeeft. De kleurcodering in beide figuren komt overeen. de structuren die een rol spelen bij de dynamiek van de plus eindjes en een één of meerdere malen voorkomen per eiwit. idee te krijgen hoe de regulatie in de tijd (cel Opvallend is dat de structuur van het CAP-Gly cyclus afhankelijk) verloopt. ◆ domein een nieuw soort eiwitvouwing is (Fig. 4). De tweede belangrijke familie is die van de EB Dit artikel is eerder gepubliceerd in Chimica, (end binding) eiwitten. EB1 hoort bij deze famijaargang 39, nummer 1 lie en heeft een belangrijke rol in de regulering

Origin - Universiteit Leiden 25


Origin

Het wel en wee van „Aesculapius” Bio-Farmaceutische Wetenschappen is een opleiding die zich richt op het ontwikkelen of verbeteren van medicijnen. De studie telt gemiddeld 45 eerstejaars studenten. „Aesculapius” is sinds 1885 een studie ondersteunende vereniging, maar heeft naast de serieuze activiteiten als lezingen en het regelen van de boeken ook tijd voor gezellige en ontspannende activiteiten.

Door Sanne de Ridder Een goed voorbeeld daarvan is het eerstejaarsweekend. Dit is een mooie gelegenheid voor alle eerstejaars om elkaar beter te leren kennen. Dit jaar vond het weekend plaats van 16 tot en met 18 september 2005. Met 25 eerstejaars en een even groot aantal ouderejaars werd dit jaar vertrokken naar Someren in Brabant. Het weekend heeft ook altijd een thema en dit jaar was gekozen voor het thema ‘Wazig’. Het weekend werd, na het voorstellen van enkele commissies, ’s avonds geopend met een spectaculair W-feest. Iedereen was verkleed als iets wat begon met de letter W. Dit resulteerde natuurlijk in een aantal wc-borstels, een wortel, een waarzegster en er waren mensen als woordenboek verkleed. De volgende ochtend was het alweer vroeg tijd voor het minisymposium, een lezing. Remco van Woezik hield een korte presentatie over zijn stage over stress en het stresssysteem. Vervolgens legde Dennis de

26

Origin - Universiteit Leiden

Mik uit hoe de universiteit is begonnen en verder is gegroeid tot wat het nu is. ’s Middags werd het onder Aesculapen beroemde K.N.P.S.V.-spel gespeeld. Na een jenever te hebben gedronken en 15 keer een rondje om een fles te hebben gedraaid, moet er een stukje worden gelopen en koek happen. Dit wordt in een estafette vorm gespeeld en zoals je kunt begrijpen leidt dat tot hilarische momenten en zeer genante foto’s. Ook is er die middag traditioneel touwgetrokken, heeft de jaarlijkse bierestafette plaatsgevonden en is een alternatieve vorm van twister gespeeld. Natuurlijk was er die avond weer een feestje met als thema ‘Wat je vroeger later wilde worden’. Dit was een gezellig feest waar iedereen het naar zijn of haar zin had. Bijgevoegde foto’s kunnen dit duidelijk illustreren. Zondag heeft iedereen z’n spullen weer ingepakt en is terug gegaan naar Leiden om daar weer wat uurtjes slaap in te halen. Natuurlijk was het de dinsdag erop tijd voor de derde dinsdag borrel, ook wel DDB, waar de meeste eerstejaars in geuren en kleuren de ervaringen van het afgelopen weekend met elkaar konden delen. Het eerstejaarsweekend is, zoals je zult begrijpen, een van de hoogtepunten in een jaar is vol colleges en practica. Maar dit is natuurlijk niet de enige activiteit. „Aesculapius” wordt dit jaar 120 jaar oud en dat gaat gepaard met een week vol festiviteiten. Dit is na een eerstejaarsweekend zeker iets waar naar wordt uitgekeken. ◆


Origin

Eerstejaarsweekend van het Chemisch Dispuut Leiden Door Sascha Hoogendoorn Aan het begin van dit collegejaar, in het weekend van 16 t/m 18 september om precies te zijn, werd geheel volgens de traditie van het Chemisch Dispuut Leiden een Eerstejaarsweekend georganiseerd. Om alvast goed in de stemming te komen was er eerst een opleidingslunch. Tijdens deze lunch waren niet alleen de eerstejaars SMST en Scheikunde uitgenodigd, maar ook diverse docenten, zodat deze alvast kennis konden maken met de nieuwe lichting. Na de lunch stond er iets educatiefs maar toch ook leuks op het programma: een bezoek aan het natuurhistorisch museum Naturalis. Vooral de tentoonstelling “Jakkes, kriebelbeestjes!”, waar in detail kon worden aanschouwd wat er in een beschimmelde (studenten)keuken allemaal krioelt, leverde de nodige hilariteit op. Na dit bezoek gingen we op weg naar Delft, waar de rest van het weekend zou plaatsvinden. Het avondprogramma bestond uit het nuttigen van een maaltijd en het doen van kennismakingsspelletjes. Toen iedereen een globaal idee had van de naam en hobby’s van z’n buurman of buurvrouw, was het tijd om de zaklampen tevoorschijn te toveren. In het recreatiegebied het Delftse Hout was een speurtocht uitgezet speciaal voor de eerstejaars. Helaas bleken de lintjes een beetje aan de kleine kant (zeg maar gerust onzichtbaar in het donker), waardoor het geen enkel groepje lukte om alle opdrachten te vinden en te beantwoorden. Dit mocht de pret echter niet drukken. Zaterdagochtend werd iedereen op gepaste wijze gewekt door middel van het altijd leuke “Wakker met een wijsje”. Na het ontbijt was het tijd “de Dillenburg” te verlaten, aangezien deze overdag gebruikt zou worden door scouts. Ondanks de regen die af en toe met bakken uit de hemel kwam, besloten we het buitenprogramma door te laten gaan. Na regen komt immers zonneschijn! En dus togen we met z’n allen naar het strand waar een gevarieerd programma van sport en spel wachtte. Er werd begonnen met een competitie van volleybal en voetbal, slechts eenmaal onderbroken door een wolkbreuk.

L D C

Na de lunch kon gekozen worden uit roeien en waterfietsen. Door de hevige regenval stond er bijna net zoveel water in de waterfietsen als dat er in de sloot lag, maar dit leidde er alleen toe dat de eerstejaars besloten een duik te nemen in het meer; nat waren ze toch al. De dag werd afgesloten met een aantal spellen, waaronder een “zandkasteel bouwen” wedstrijd, waar de meest prachtige bouwsels uit voortkwamen.

Moe maar voldaan keerden we terug naar “de Dillenburg”. ’s Avonds werd er gebarbecued, bier of fris gedronken en gekletst. De eerstejaars werden nog eenmaal aan het werk gezet; het befaamde CDL lied werd geleerd. Tot in de vroege uurtjes werd doorgegaan met (on)zinnige discussies en gesprekken, totdat iedereen uitgeteld zijn (lucht)bed opzocht. De volgende ochtend mocht iedereen even bijkomen bij het ontbijt, maar daarna moest er toch echt opgeruimd en schoongemaakt worden. Vele handen maken echter licht werk en alles zag er binnen no time uit als nieuw. En zo kan er teruggekeken worden op een zeer geslaagd Eerstejaarsweekend! ◆

Origin - Universiteit Leiden 27


Origin

28

Origin - Universiteit Leiden


Het EersteJaarsWeekend 2005 van de Leidse Biologen Club:

Origin

THE DARK AGES…

Door Sander Griepsma Vrijdagmiddag 23 september verzamelde een steeds groter wordende stapel bagage zich op het parkeerterrein van het Van Steenisgebouw. In een warm zonnetje waren de eerstejaars biologen aan het bijkomen van een drukke ochtend practica. Iedereen had enorm veel zin in het weekend, zoveel zelfs dat er al enkele ridders, tovenaars en hofnarren rondliepen. Eenmaal aangekomen op de locatie in Bruinisse kon iedereen even rustig bijkomen van de lange zit. Daarna konden de mentoren en eerstejaars elkaar beter leren kennen door middel van een aantal kennismakingsspelletjes. Na het koude buffet was het tijd voor nog een paar rustige spelletjes samen. ’s Avonds werden de eerstejaars op pad gestuurd

om een koningin haar ketting terug te laten vinden. Deze was namelijk gestolen. De dappere ridders werden het hele veld over gestuurd, van boeren naar tovenaars. Daarnaast was het nog oppassen, er slopen duistere figuren rond in het donker. Dark Rogues die alleen maar trouw waren aan de slechte koning. Gelukkig was iedereen uiteindelijk wel in staat om bij de Draak te komen en een ketting te bemachtigen. Terug bij het kamp werd de muziek aangezet en werd er tot diep in de nacht gepraat, danst en natuurlijk gedronken. De volgende dag moest iedereen vrij

Origin - Universiteit Leiden 29

vroeg op. Gelukkig was er ochtendgymnastiek, zodat iedereen fris en wakker bij het ontbijt kon aanschuiven. Het volgende punt op de agenda zou de Stormbaan zijn. Op hetzelfde veldje als de avond daarvoor het bosspel had plaatsgevonden, werd een parcours uitgezet. Zo waren er ‘standaard’ posten als een Tijgerbaan en Zaklopen. Er was Ringsteken, waarbij de groepjes van 4 eerstejaars en twee mentoren een stok door een stroopwafel moesten steken. Natuurlijk waren de LBC-klassiekers ook aanwezig, het Spekkies-stouwen en de Meelbak. De middag werd afgesloten met boogschieten. Met behulp van een zelfgemaakte boog werd er een toernooitje gehouden, om te zien wie de beste schutter was. Maar het mooiste zou nog moeten komen, de bonte avond… De bonte avond werd gepresenteerd door een heuse Koningin, onze eigen Barbara. Er werden verschillende acts opgevoerd, waaronder Kopspijkers, de Roodkapjes, Boer zoekt vrouw en tot schrik van menig toeschouwer Thomas en Willem die samen K3 speelden. Tussen de bedrijven door waren er wat Candlelight-gedichten en de avond werd afgesloten door de Lama’s. Op dat moment, kon de muziek weer aan en genoot iedereen van de muziek en drank. De volgende ochtend was er wat tijd om te sporten of rustig iets voor jezelf te doen. Langzaam werden alle tassen verzameld en alle spullen ingepakt. Om de tijd te doden werd MegaTwister uit de doos gehaald, ons twisterspel van 8 bij 8 meter. Maar de tijd van vertrek begon te komen, alle bagage werd gezamenlijk naar de bus gebracht en terwijl de een in slaap viel en de ander druk aan het napraten was, kwam er een einde aan het weekend. ◆


Origin

Een Spannend Avontuur met je Favo Stripfiguur! Door Arnold Sneekes Dit jaar begon het introweekend uiterst vroeg voor de Introcie. Stipt om acht uur kwam de melding binnen dat de gehuurde bus total loss was. Het eerste, maar gelukkig ook enige grote stressmoment werd met hulp van Sjaak vlot overwonnen. Met een nieuwe bus en een legertent in ruil voor een fles sterk kon het weekend echt beginnen. Toen om twaalf uur de nullen van 2005 zich op het station verzamelden, werden zij enthousiast ontvangen door de mentoren en een fikse regenbui. Na deze eerste bui werd er als vanouds naar de Brasserskade gefietst, waar de pret kon beginnen. Natuurlijk was het eerste spel krantenmeppen, de enthousiaste kreten en doffe ploffen waren niet van lucht. Na een lunch, om even op adem te komen, werd het op-een-na-belangrijkste doel van het introweekend gepresenteerd: het LIFE lied leren!

tot gevolg had dat de 1e groep terug was voordat de laatste gedropt was. Nog tot diep in de nacht werd er in de tent bier gedronken en gepraat. Al om acht uur werden de nullen gewekt met een vrolijk Asterix en Obelix deuntje en een intensieve workout door sergant Bart. Na een lekker glaasje sinaasappelsap was het tijd om richting de grote markt te fietsen. Hoewel daar een ‘gigantisch’ evenement aan de gang was, hebben we toch een stukje markt kunnen veroveren om een knoop te maken, bokje te springen, LIFE te zitten en Delft te laten horen hoe leuk we LST vinden. Hoewel het gezang die ochtend nog wat te wensen over hield (sorry dames), gingen de nullen nu echt los. Het gezang was zelfs tot boven in de kerktoren te horen!!! De Introcie pinkte een traantje weg. Toen was het tijd om iedereen in Delft los te laten, een stripboek moest dit jaar omgeruild worden tot een bank en een koffiezetapparaat voor het nieuwe LIFE hok in Leiden. Na een paar uurtjes kwam de buit binnen; een kast, een radio, verschillende koffiezetapparaten, een headset, een naaimachine een sjoelbak en het is gelukt, een gele bank en stoel! ‘s Avonds werd de tent haastig troepvrij gemaakt en begon de regen toch wel heel doortastend te worden. Maar toen het feest (en de bui) in alle hevigheid losbarstten, werd het toch hartstikke gezellig. Op de deuntjes van DJ Mauw werd er gezongen, geblèrd en gedanst in de regen. Een tikje brak toog men aan het werk de volgende dag. Alle zooi moest worden opgeruimd, en natuurlijk moest er nog een daverend LIFE lied door de buurt klinken. Toen was het alweer over, moe maar voldaan konden we allemaal weer naar huis. ◆

E F LI Met schormakend volume werd dit eerst voorgedaan door alle niet-nullen, waarna een voorzichtige poging door cohort 2005 werd gewaagd. Na wat oefening kwam de tekst er al bijna correct uit. Genomo Species E.coli, het blijft lachen. Na nog veel meer spelletjes was het alweer tijd om bij Virgiel een hapje te eten. Toen alle buikjes weer gevuld waren, begon het avondprogramma. Gelukkig was het mooi weer, dus werden de nullen in groepjes heeeeel ver weg gedropt. Wat

30

Origin - Universiteit Leiden


Origin

PUZZEL

Studenten op de faculteit zijn verenigd in vijf studieverenigingen. Vijf bestuursleden van de verschillende verenigingen ontmoeten elkaar. Wie hoort bij welke vereniging, welke functie bekleedt hij en waar is zijn bestuurskamer? (De gegevens berusten niet altijd op waarheid.)

Praeses

Vice-praeses

Ab-actis

Assessor

Quaestor

Van Steenis

Functie

Gorlaeus

Huygens

Oort

Snellius

Locatie

LIFE

LBC

DLF

CDL

Aesculapius

Vereniging

Kirsten

Naam

Jelmer Dave Maarten Anna Quaestor

Functie

Assessor Ab-actis Vice-praeses Praeses Snellius

1. Anna vindt u in het Oort. Het LBC heeft haar bestuurskamer in het Snellius. 2. De bestuurskamer van Aesculapius, de vereniging van Kirsten, bevindt zich niet in het Van Steenis. Kirsten is geen assessor. De assessor hoort bij het bestuur van het CDL. 3. Jelmer is ab-actis. 4. De praeses is een man. Zijn vereniging, niet het CDL heeft haar bestuurskamer in het Huygens. 5. Het bestuurslid van LIFE is vice-praeses. 6. Maarten is geen bestuurslid van DLF.

Locatie

Oort Huygens Gorlaeus Van Steenis

Oplossing: Naam

Vereniging

Locatie

Functie

Kirsten Jelmer Anna Maarten Dave

Origin - Universiteit Leiden 31


Origin

32

Origin - Universiteit Leiden

20052006 origin