Page 1

accent

Spelling

Werkwoordenblok 6

Filip Casier Coรถrdinatie Pieter Van Biervliet


Tijd voor Taal accent Spelling 6 - werkschrift - werkschrift correctiesleutel - Z-schrift - Z-schrift correctiesleutel - stappenboek - stappenboek correctiesleutel - Z-blok - Z-blok correctiesleutel - handleiding met cd - oefenkaarten - wandplaten Tijd voor Taal accent – Spelling – Werkwoordenblok 6 Filip Casier Coördinatie: Pieter Van Biervliet Omslag: Nancy Kers Lay-out: CAT, Lieve Lenaerts Zetwerk: Lieve Lenaerts Fotokopieerapparaten zijn algemeen verspreid en vele mensen maken er haast onnadenkend gebruik van voor allerlei doeleinden. Jammer genoeg ontstaan boeken niet met hetzelfde gemak als kopieën. Boeken samenstellen kost veel inzet, tijd en geld. De vergoeding van de auteurs en van iedereen die bij het maken en verhandelen van boeken betrokken is, komt voort uit de verkoop van die boeken. In België beschermt de auteurswet de rechten van die mensen. Wanneer u van boeken of van gedeelten eruit zonder toestemming kopieën maakt, buiten de uitdrukkelijk bij wet bepaalde uitzonderingen, ontneemt u hen dus een stuk van die vergoeding. Daarom vragen auteurs en uitgevers u beschermde teksten niet zonder schriftelijke toelating te kopiëren buiten de uitdrukkelijk bij wet bepaalde uitzonderingen. Verdere informatie over kopieerrechten en de wetgeving met betrekking tot reproductie vindt u op www.reprobel.be. De uitgever heeft ernaar gestreefd de relevante auteursrechten te regelen volgens de wettelijke bepalingen. Diegenen die desondanks menen zekere rechten te kunnen doen gelden, wordt verzocht zich tot de uitgever te melden. © Uitgeverij Van In, Wommelgem, 2013 Alle rechten voorbehouden. Behoudens de uitdrukkelijk bij wet bepaalde uitzonderingen mag niets uit deze uitgave worden vermenigvuldigd, opgeslagen in een geautomatiseerd gegevensbestand of openbaar gemaakt, op welke wijze ook, zonder de voorafgaande en schriftelijke toestemming van de uitgever.

Eerste druk 2013 ISBN 978-90-306-6474-1 D/2013/0078/51 Art.nr. 547019/01 NUR 191


accent

Werkwoorden identificeren Naam:

Klas:

1 In elke rij staat een werkwoord. Omcirkel het. 1 kippen – rokken – voetballen – honden – peren 2 stripverhalen – schapen – lampen – klassen – lezen 3 wedstrijden – kinderen – treinen – tikken – jongeren 4 lenen – dozen – muren – truien – ongelukken 5 oren – gezichten – horen – wenkbrauwen – wangen 6 palingen – goudvissen – haringen – vissen – kabeljauwen 7 hengelen – netten – kinderen – eenden – dieven 8 zussen – spelen – damborden – schaakborden – handen 9 bladen – boeken – woorden – gitaren – papieren 10 mannen – vrouwen – baarden – knallen – seringen

Duid het werkwoord in de zin aan. 11 Ik zing veel onder de douche. 12 Vandaag genoten we van de zon. 13 Mijn broer vergat zijn schooltas. 14 Koop jij een geschenk voor mama? 15 Mijn papa is ziek. 16 Julie beantwoordt de vraag. 17 Aanvaardt de directeur het voorstel? 18 We verwelkomen de nieuwe leerlingen in de klas. 19 Club Brugge won opnieuw van Anderlecht. 20 In de kerstvakantie trekken we op skivakantie. Tijd voor Taal accent – Spelling – Werkwoordenblok 6

1


accent

Werkwoorden identificeren Naam:

Klas:

2 Omcirkel of onderstreep alle werkwoorden in de zinnen. 1 Mama bakt een lekkere cake. 2 Helena heeft gisteren de kippen gevoederd. 3 Pieter gelooft niet wat mama hem vertelt. 4 De jongens willen in die hoge boom klimmen. 5 De wedstrijd is stipt op tijd begonnen. 6 Zullen we een bijdrage leveren voor het goede doel? 7 Wie een put graaft voor een ander, valt er zelf in. 8 Ik verbied je nog iets te zeggen. 9 Opa heeft veel pijn geleden. 10 Heb je de deur gesloten? 11 Heb je genoten van de zomer? 12 Skeeler je graag? 13 Elise trekt op stage naar Peru. 14 De zon schijnt eindelijk. 15 Ik fiets graag in de Vlaamse Ardennen. 16 We plantten bomen op onze speelplaats. 17 Help je soms met je ouders? 18 De trein komt opnieuw te laat aan … 19 Mama loopt wekelijks twee maal 10 kilometer. 20 Papa schilt aardappelen. 21 Kan Youssef hoger springen dan jij? 22 Ik heb net een kopje koffie gezet. 23 Morgen komt de bakker taarten brengen.

Tijd voor Taal accent – Spelling – Werkwoordenblok 6

2


accent

De persoonsvorm identificeren Naam:

Klas:

3 Maak van de zinnen een ja-neevraag en schrijf die op. Zet de persoonsvorm tussen schuine strepen en omcirkel het onderwerp. Stel de ja-neevraag. Het eerste woord van de vraagzin is de persoonsvorm. Onmiddellijk erna hoor je het onderwerp. 1 Ik trek elke morgen mijn fluojasje aan.

2 De autobestuurders zien mij goed in het verkeer.

3 Wij zullen straks voetballen tijdens de speeltijd.

4 Ik smulde tijdens de speeltijd mijn sappige appel op.

5 We hebben met de hele klas een tof spel gespeeld.

6 Na school fietste ik vlug naar huis.

7 Wij moeten vanavond weinig huiswerk maken.

8 Verkeersveiligheid en gezondheid zijn belangrijk op onze school.

9 De fietsenmaker herstelde mijn fietslicht.

10 Heel wat sportievelingen rijden de Mont Ventoux op.

11 Wij aten gisteren mosselen met frieten. Tijd voor Taal accent – Spelling – Werkwoordenblok 6

3


accent

De persoonsvorm identificeren Naam:

Klas:

4 Zet de persoonsvorm tussen schuine strepen en omcirkel het onderwerp. Maak eerst de ja-neevraag in je hoofd. 1 De kinderen stoeien in de speeltuin. 2 In de krant las ik het overlijdensbericht van een oude vriend. 3 De leerlingen van onze school stuurden een lange brief naar de burgemeester. 4 We zullen vanavond een stevige training krijgen. 5 Op woensdagnamiddag is er geen school. 6 De kinderen gingen naar de opening van het filmfestival. 7 We schaatsen met de hele klas op de overdekte ijspiste. 8 Gisteren vertelde juf een schitterende mop. 9 Op het einde van de vakantie is er een kennismakingsmoment voor de nieuwe kinderen van de school. 10 We maken dit jaar een klasuitstap naar de IJzertoren en de Dodengang. 11 Onze meester trad vorig jaar voor het laatst op. 12 Wij hebben een digitaal bord in onze klas. 13 Sociale netwerksites zorgen soms voor problemen op school. 14 Vorig schooljaar gingen we op plattelandsklassen naar Vleteren. 15 Heb jij al ooit in het gips gezeten? 16 Tijdens de zomer ga ik graag op kamp. 17 Op de meeste stranden staan er enkel in juli en augustus redders. 18 Een goede nachtrust is heel belangrijk. 19 Karen heeft een nieuwe tent gekocht. 20 Opa gaf me € 10 voor mijn goed rapport.

Tijd voor Taal accent – Spelling – Werkwoordenblok 6

4


accent

Van persoonsvorm naar infinitief Naam:

Klas:

5 Schrijf van de volgende persoonsvormen de infinitief op. bv. belt  bellen 1 betaalt

2 snijdt

3 wandelden  4 waarschuwt 

5 sprong

6 liep

7 glinstert 

8 zei

9 bereidt

10 trek aan  11 maakte

12 zochten

13 prutst

14 gingen

15 bereidt voor  16 zitten

17 brachten

18 sluit af

19 openden

20 benijdt

21 vierden

22 schreven

Tijd voor Taal accent – Spelling – Werkwoordenblok 6

5


accent

Van persoonsvorm naar infinitief Naam:

Klas:

6 Zoek in de volgende zinnen de persoonsvorm door de ja-neevraag te stellen. Zet de persoonsvorm tussen schuine strepen en schrijf daarna de infinitief op. 1 We lachten heel wat tijdens onze daguitstap met de klas. 2 Gisteren ontving ik een brief van mijn neef. 3 Papa behangt in de vakantie mijn kamer. 4 Waarom schreef je mij geen brief? 5 In de garage herstelt men mijn auto. 6 Piet bereidt een lekker gerecht voor ons.

7 Stan staat altijd flink in de rij.

8 De nieuwe leerling past zich goed aan.

9 In de bioscoop zit mijn zus altijd achteraan.

10 Voor Vaderdag kocht ik een schitterend cadeau.

11 Na mijn valpartij bloedde mijn elleboog.

12 We kijken uit naar de vakantie.

13 Morgen viert Hussam zijn verjaardagsfeest.

14 Mijn grootouders verhuizen volgende maand.

15 De ruitenwassers wasten vandaag de ramen van de school.

16 Volg jij de voetbalcompetitie?

17 Hij zette zijn tentje in vijf minuten op.

18 Sliep jij goed op de luchtmatras? 19 De postbode kwam vandaag pas laat. 20 Gisteren reed ik het gras af. Tijd voor Taal accent – Spelling – Werkwoordenblok 6

6

Tijd voor Taal accent - Spelling Werkwoordenblok 6  
Tijd voor Taal accent - Spelling Werkwoordenblok 6