Page 1

6

Zorg en evaluatie 72296_TALENT 6_ZORG EN EVALUATIE 6A_580267_2.indd 1

14/01/19 09:00


TALENT 6 - Differentiatie en evaluatie Bij TALENT voor het 6e leerjaar horen volgende materialen: Voor de leerling: • Taalschrift A • Taalschrift B • Taalschrift C • Spellingschrift • Projectbundel - Een blik op de wereld • Projectbundel - Van pool tot evenaar • Projectbundel - Talent • Werkwoordenblok Voor de leraar: • Handleiding A • Handleiding B • Handleiding C • Correctiesleutel Taalschrift A • Correctiesleutel Taalschrift B • Correctiesleutel Taalschrift C • Correctiesleutel Spellingschrift • Correctiesleutel Projectbundel - Een blik op de wereld • Correctiesleutel Projectbundel - Van pool tot evenaar • Correctiesleutel Projectbundel - Talent • Zorg- en evaluatiemap A • Zorg- en evaluatiemap B • Zorg- en evaluatiemap C • Map curriculumdifferentiatie Voor de klas: • Talentbib • Wandplaten • Cd- en dvd-box Digitale ondersteuning (zie ook www.talentvoortaal.be/digitaal) • Bingel Max • Bingel Plus • Bingel Start

Fotokopieerapparaten zijn algemeen verspreid en vele mensen maken er haast onnadenkend gebruik van voor allerlei doeleinden. Jammer genoeg ontstaan boeken niet met hetzelfde gemak als kopieën. Boeken samenstellen kost veel inzet, tijd en geld. De vergoeding van de auteurs en van iedereen die bij het maken en verhandelen van boeken betrokken is, komt voort uit de verkoop van die boeken. In België beschermt de auteurswet de rechten van die mensen. Wanneer u van boeken of van gedeelten eruit zonder toestemming kopieën maakt, buiten de uitdrukkelijk bij wet bepaalde uitzonderingen, ontneemt u hun dus een stuk van die vergoeding. Daarom vragen auteurs en uitgevers u beschermde teksten niet zonder schriftelijke toestemming te kopiëren buiten de uitdrukkelijk bij wet bepaalde uitzonderingen. Verdere informatie over kopieerrechten en de wetgeving met betrekking tot reproductie vindt u op www.reprobel.be. Ook voor het digitale lesmateriaal gelden deze voorwaarden. De licentie die toegang verleent tot dat materiaal is persoonlijk. Bij vermoeden van misbruik kan die gedeactiveerd worden. © Uitgeverij VAN IN, Wommelgem, 2019 De uitgever heeft ernaar gestreefd de relevante auteursrechten te regelen volgens de wettelijke bepalingen. Wie desondanks meent zekere rechten te kunnen doen gelden, wordt verzocht zich tot de uitgever te wenden.

Eerste druk 2019 Art. 580267/2

72296_TALENT 6_ZORG EN EVALUATIE 6A_580267_2.indd 2

14/01/19 09:00


THEMA

3

In het heetst van de strijd

72602_TALENT_THEMAPAGINA 6A.indd 5 579469 TAL6_ZEM_A.indb 1

14/12/18 11:25 14:35 11/01/19


72602_TALENT_THEMAPAGINA 6A.indd 2 579469 TAL6_ZEM_A.indb 2

14/12/18 11:25 14:34 11/01/19


18 14:34

Inhoud thema 3 Portfolio - In het heetst van de strijd . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .

DIFFERENTIATIEBLOK LES 16 - H1 Taal: begrijpend lezen non-fictie LES 16 - H2 Taal: begrijpend lezen fictie LES 16 - H3 Spelling: woorden met een vrije klinker in een open LES 16 - H4 LES 16 - H5 LES 16 - H6 LES 16 - H7 LES 16 - H8 LES 16 - H9 LES 16 - H10 LES 16 - H11

. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .

5

. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .

12

lettergreep . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .

16

Spelling: woorden met oo als eau geschreven . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . Spelling: woorden met oe als ou geschreven . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . Spelling: woorden met een vrije klinker ai . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . Taal: afleidingen en samenstellingen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . Spelling: hoofdletters . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .

20

Taal: zinsdelen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . Spelling: woorden met vrije klinker ie als i geschreven (net als fabrikant) . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .

38

Spelling: woorden met vrije klinker ie als i geschreven (net als serieus of kampioen) . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .

LES 16 - H12 Taal: betekenissen – woordenschat uit het thema LES 16 - Taaltaak LES 16 - Taak zelfstandig werk A Taal: basisniveau LES 16 - Taak zelfstandig werk B Taal: plusniveau LES 16 - Taak zelfstandig werk C Spelling: integratieoefeningen

23 26 29 34

43 47

. . . . . . . . . . . . . . . . . .

50

. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .

55

. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .

61

. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .

66

. . . . . . . . . . . . . .

70

EVALUATIEBLOK LES 17 Taal: begrijpend lezen fictie LES 17 Taal: begrijpend lezen non-fictie LES 17 Taal: taaldenken: afleidingen, samenstellingen en woorden uit het thema

LES 17 LES 17 LES 17

2

. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .

77

. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .

83

. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .

89

Spelling: kortetermijndictee . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 95 Spelling: controledictee 1 . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 102 Correctiesleutels toetsen evaluatieblok thema 1-3 . . . . . . . . . . . . . . . . . 109

REMEDIËRING NA CONTROLEDICTEE LES 17 Spelling: remediëringsbladen: zie zorg- en evaluatiemodule LES 17 Spelling: integratiebladen: zie zorg- en evaluatiemodule L6 - Thema 3 - inhoud

579469 TAL6_ZEM_A.indb 1

1

11/01/19 11:25


2

579469 TAL6_ZEM_A.indb 2

Domein

schrijven lezen spelling

taaldenken

lezen schrijven lezen

schrijven

spreken spelling

Les 5

Les 6

Les 8

Les 9

Les 10

Les 4

Algemeen lezen Les 3 schrijven lezen

Les

Doelen Nederlands

Naam: 

 Nr.

Je las spontaan een of meerdere boeken gedurende het thema. Je kunt de vijf w-vragen en de hoe-vraag bij een krantenartikel beantwoorden. Je kunt de verschillende onderdelen van een krantenartikel aanduiden (krantenkop, datum en plaats, inleiding, alinea’s, slot). Je kunt de extra kenmerken van een krantenartikel onderzoeken. Je kunt de vijf w-vragen en de hoe-vraag bij een gebeurtenis uit een verhaal beantwoorden. Je kunt de extra kenmerken van een verhaal onderzoeken. Je kunt woorden met een vrije klinker in een open lettergreep correct schrijven. Je kunt woorden met een vrije klinker o als eau geschreven correct schrijven. Je kunt woorden met een vrije klinker oe als ou geschreven correct schrijven. Je kunt woorden met een vrije klinker ai correct schrijven. Je kunt de grondwoorden in een samenstelling vinden. Je kunt het grondwoord in een afleiding vinden. Je kunt samenstellingen met bepaalde grondwoorden maken. Je kunt afleidingen met een bepaald grondwoord maken door een voor- en/of achtervoegsel toe te voegen. Je weet wat voor- en achtervoegsels zijn. Je kunt de kenmerken van een dagboekfragment onderzoeken. Je kunt fragmenten in maximaal twee zinnen samenvatten. Je kunt de kenmerken van een striproman onderzoeken. Je kunt het verschil tussen fictie en non-fictie uitleggen. Je kunt de vijf w-vragen en de hoe-vraag bij een gebeurtenis in een verslag verwerken. Je kunt de verschillende kenmerken van een verslag gebruiken in je tekst. Je kunt de items in je verslag die nog niet in orde zijn verbeteren. Je kunt het verslag van een klasgenoot beoordelen volgens de gegeven criteria. Je kunt woorden met hoofdletters correct schrijven.

Doel

 Datum:

Onvoldoende beheerst

H8

H2

H3 H4 H5 H6 H7

H2

H1

H

215 118 171 171 133bis 168 168 106 801

215 214 215 214

126 171 118

171 126

HT*

Portfolio - In het heetst van de strijd

L6 - Thema 3 - portfolio

11/01/19 11:25


L6 - Thema 3 - portfolio

579469 TAL6_ZEM_A.indb 3

3

11/01/19 11:25

spreken muzisch taalgebruik schrijven spelling

Les 12

Je kunt het onderwerp in de zin vinden. Je kunt de rest van de zin vinden. Je kunt de persoonsvorm in de zin onderstrepen. Je kunt de werkwoorden die zeggen wat het onderwerp doet of wat ermee gebeurt, aanduiden. Je kunt de werkwoorden (en woorden) die zeggen wat of hoe het onderwerp is of wordt, aanduiden. Je kunt je goed voorbereiden op het voordragen van je gedicht. Je kunt geconcentreerd luisteren naar een gedicht dat voorgedragen wordt door een medeleerling. Je kunt het verslag van een klasgenoot volgens criteria beoordelen. Je kunt woorden met een vrije klinker ie als i geschreven (bv. fabrikant) correct schrijven. Je kunt woorden met een vrije klinker ie als i geschreven (bv. serieus of kampioen) correct schrijven. Je kunt de woorden uit dit thema verklaren en ze gebruiken. Je kunt woorden en uitdrukkingen opzoeken in het woordenboek.

Doel

Algemeen, les 1 Algemeen, les 3, 4, 6, 8, 9, 12 Les 4 Les 6 Les 9 Les 12

228 228 243 3 232 102

Je werkte samen met een partner en kwam tot een compromis. Je speelde een spel sportief. Je luisterde aandachtig toen een groepslid zijn verslag voorlas. Je maakte het gevoel van je gedicht duidelijk door de manier waarop je het gedicht voordroeg. Je genoot van het lezen in een gedichtenbundel.

197 195

176

46 814

192

189 189 192 192

HT*

Je werkte goed samen met een partner of in groep.

H12

H10 H11

H9

H

246

Onvoldoende beheerst

Je voelde je aangesproken door het onderwerp van het thema.

Leergebiedoverschrijdende doelen

* HT = hulptips

Les 15

taaldenken betekenissen

taaldenken

Les 11

Les 14

Domein

Les


4

579469 TAL6_ZEM_A.indb 4

11/01/19 11:25

72602_


Zorg- en evaluatiemodule: differentiatieblok De correctiesleutels van de herhalingsbladen vind je op het lerarengedeelte van bingel.be.

72602_TALENT_THEMAPAGINA 6A.indd 2 579469 TAL6_ZEM_A.indb 5

14/12/18 11:25 14:34 11/01/19


72602_TALENT_THEMAPAGINA 6A.indd 2 579469 TAL6_ZEM_A.indb 6

14/12/18 11:25 14:34 11/01/19


18 14:34

les 16 - H1

Differentiatieblok Domein: Onderwerp: Lesduur:

lezen begrijpend lezen non-fictie 25 minuten

Samenhang

Materialen

In deze les herhalen leerlingen die het nodig hebben de inhoud van les 3: begrijpend lezen non-fictie.

Folio > herhalingsblad 1

Lesdoelen

Diversen > (online)woordenboek

Hoofddoel van de les In voor hen bestemde informatieve teksten: gewenste informatie afleiden, hoofdgedachte afleiden, conclusies formuleren. Andere doelen In voor hen bestemde informatieve teksten: informatie classificeren. Schriftelijk antwoorden op vragen over verwerkte inhouden (volgorde van belangrijkheid bepalen, informatie weergeven aan de hand van schema’s, informatie vergelijken, informatie samenvatten).

Voorbereiding Kopieer voor elke leerling het herhalingsblad.

Lesgang Verlengde instructie onder begeleiding van de leraar 1 Laat de tekst van het krantenartikel hardop lezen (oefening 1). Lees ook een stukje voor. 2 De leerlingen proberen de woorden die ze niet begrijpen aan elkaar uit te leggen door de betekenis uit de context af te leiden. Ze gebruiken indien nodig een (online)woordenboek. Bespreek samen deze woorden: statie, drummen, slierten. > In de tekst staat het woord ‘statie’. Welk soort taal is dit? (dialect uit Antwerpen) > Wat betekent het? (statie = station) > Je kent misschien drummen als spelen op de drums. Dat is het hier niet. Wat betekent ‘de mensen drummen’? (Er komen heel veel mensen samen op een kleine plaats.)

herhalingsblad 1 TIP! Als je de tekst correct en expressief verklankt, wordt de betekenis duidelijker.

L6 - Thema 3 - differentiatieblok - H1

579469 TAL6_ZEM_A.indb 5

5

11/01/19 11:25


>> Wat is de letterlijke betekenis van ‘slierten’? (een sliert = iets wat dun, lang en slap is) >> Hier hebben we te maken met de figuurlijke betekenis. Wat betekent ‘slierten wandelaars’? (over een lange weg lopen verschillende groepjes wandelaars, alsof ze slierten vormen) 3 Lees de taalweter ‘Hoe ziet een krantenartikel eruit?’ (oefening 2). Pas de taalweter toe op het krantenartikel door oefeningen 3a en b met de leerlingen te maken. Los de vijf w-vragen en de hoe-vraag van oefeningen 3c en d samen op. >> Welke gebeurtenis wordt hier beschreven? Waarover gaat het artikel? (Er komt opnieuw leven in Antwerpen na de oorlog.) >> Over wie gaat het? (wandelaars, fietsers, auto’s, werkende mensen ...) >> Waar? (in het centrum van de stad Antwerpen) >> Wanneer? (het artikel is in de krant verschenen op 18 juli 1940, maar het leven komt al een tijdje weer op gang) >> Waarom komt er terug leven in de stad? Het antwoord op die vraag staat niet letterlijk in de tekst. Je moet het afleiden uit de context. (Tijdens de overname van de stad door de Duitsers heerste er chaos en bleven de mensen binnen. Nu is het opnieuw veiliger en kunnen de mensen weer opnieuw naar hun werk, gaan wandelen ...) >> Hoe voelden de mensen zich? (Ze voelen zich veiliger en durven terug buiten te komen.) 4 Model hoe de leerlingen een samenvatting moeten maken. >> Voor je een samenvatting maakt, markeer je de sleutelwoorden. >> Welke zijn belangrijke sleutelwoorden? Vul aan als de leerlingen onvoldoende sleutelwoorden vinden. Laat de sleutelwoorden markeren. (Antwerpen, wijziging in stadsbeeld, meer beweging (er is weer openbaar vervoer), mensen voelen zich veiliger, Scheldestad opnieuw normaal, althans uiterlijk) >> Maak met de sleutelwoorden vier of vijf zinnen die het verhaal samenvatten (oefening 4).

6

5 In de lessen 3, 4 en 8 van dit thema leerden jullie dat teksten verschillende doelen kunnen hebben. >> Welke zijn de mogelijke doelen? (De lezer laten ontspannen en genieten, hem een manier geven om vrije tijd in te vullen, hem snel en zo volledig mogelijk informeren, hem de gevoelens leren kennen van anderen.) Laat het doel van deze tekst aanduiden bij oefening 5 en bespreek.

TIP! Laat de mogelijke doelen opzoeken in het taalschrift bij les 3, 4 of 8.

6 Bereid oefening 6 voor met de leerlingen. >> Waar staan de sleutelwoorden die we gemarkeerd hebben om de samenvatting te kunnen maken? (de titel gaf al voldoende informatie om te weten waarover de tekst gaat, het artikel legt uit wat er in de titel samengevat staat) Laat de leerlingen de juiste keuze aanduiden.

TIP! Laat de leerlingen in het taalschrift bij les 3, 4 of 8 opzoeken waar ze de belangrijkste informatie vinden.

L6 - Thema 3 - differentiatieblok - H1

579469 TAL6_ZEM_A.indb 6

11/01/19 11:25


7 Bereid oefening 7 voor met de leerlingen. >> We leerden tijdens dit thema dat de titel van een krantenartikel verschillende doelen heeft. Welke? (De titel moet informatie geven over de inhoud van het artikel, moet de lezer nieuwsgierig maken, moet geen volledige zin zijn.) Laat de leerlingen de juiste keuze aanduiden.

TIP! Laat de leerlingen in het taalschrift bij les 3, 4 of 8 opzoeken wat de kenmerken zijn van de titel van een krantenartikel.

L6 - Thema 3 - differentiatieblok - H1

579469 TAL6_ZEM_A.indb 7

7

11/01/19 11:25


Naam:  1

 Datum:

 Nr.

Lees het krantenartikel.

HET LEVEN TE ANTWERPEN Wat wijziging bracht in het stadsbeeld ER KOMT MEER BEWEGING

Antwerpen, 18 juli 1940 – Stilaan wordt het leven in de Scheldestad terug normaal, althans uiterlijk. Aan de haven is het wel treurig en troosteloos stil. In de stad is de drukte verminderd, vooral in de kantoorwijken, en de straten staan niet langer vol geparkeerde auto’s. Maar ’s avonds en vooral ’s zondags lopen bij goed weer slierten wandelaars “van de statie naar de werf” en terug. De herbergen krijgen weer hun gezellige levendigheid. Voor het Koninklijk Paleis, aan de Meir, drummen wandelaars samen om de vele bloemen te bewonderen die er, als huldenblijken aan onze vorst, worden neergelegd. Behalve door de grote toename van fietsers ziet het stadsbeeld er ook anders uit door de vreemde uniformen en door de burgeragenten die de stedelijke politie zijn komen versterken. Zowat tweehonderd rijkswachters doen in de omgeving dienst als verkeerspolitie en als bewakers van het havengebied. De meeste bioscopen hebben hun deuren heropend. De trams rijden weer in Groot-Antwerpen. De autobussen en de buurttrams hernemen hun diensten voor zover de herstelling van de opgeblazen bruggen het mogelijk maakt. Om elf uur, Torenuur, zo heet hier de Duitse Tijd, moet iedereen van de straat en slaapt het leven in. Naar: Oorlogskranten Het Laatste Nieuws, 18 juni 1940

8

L6 - Thema 3 - differentiatieblok - H1

579469 TAL6_ZEM_A.indb 8

11/01/19 11:25


Naam:  2

 Datum:

 Nr.

Lees de taalweter.

Hoe ziet een krantenartikel eruit? Dit zijn meestal de delen van een krantenartikel: >> krantenkop   Een titel (geen echte zin) vat het artikel samen. >> datum, plaats en bron >> inleiding   Dit is een samenvattend blokje (wie, wat, waar, wanneer, waarom en hoe). >> tekst   De tekst is verdeeld in alinea’s.   Het beschrijft de feiten die er gebeurd zijn in de 3e persoon enkelvoud of meervoud.  Alles wat iemand heeft gezegd, wordt aangehaald (bv. “Ik was doodsbang”, vertelde A.H. uit Kuurne). >> slot   Er is één zin als besluit of één zin die belangrijke achtergrondinformatie geeft.

Minder pesten? School kort speeltijd in 29/06/2017 door jvde, De Standaard Basisschool De Stap in het West-Vlaamse Lauwe kort de middagpauze met veertig minuten in. Dat betekent dat de leerlingen nog één uur hebben om al hun boterhammetjes te verorberen én te ravotten.

krantenkop datum, plaats en bron inleiding

“Tijdens die lange middagpauze begonnen sommige kinderen zich te vervelen”, zegt directeur Maarten Samyn. “Zo ontstaan pesterijen. Kinderen blijven kinderen en als ze niks omhanden hebben, kan het fout lopen.” Experts erkennen de link tussen verveling en pestgedrag, maar hebben vragen bij de remedie. “Het is een zwaktebod om de speeltijd in te korten”, zegt pestexpert Gie Deboutte van hogeschool UCLL. “Met zo’n ingreep verbeter je de sfeer op school niet. Je kunt ook meer spelletjes aanbieden en op een goede manier toezicht houden.” “De nieuwe regeling heeft wel het voordeel dat de school een halfuur vroeger uit is”, zegt Samyn. “Dus hebben de kinderen dan meer tijd om te spelen.”

tekst

slot

L6 - Thema 3 - differentiatieblok - H1

579469 TAL6_ZEM_A.indb 9

9

11/01/19 11:25


Naam:  3

 Datum:

 Nr.

a Kleur in het krantenartikel: GEEL

de krantenkop.

BLAUW

de datum en de plaats.

ROOD

de inleiding.

GROEN

het slot.

b Nummer de verschillende alinea’s. c Beantwoord voor het artikel de vijf w-vragen.

Wat?

Wie?

Waar? ?

?

Wanneer? ? Waarom?

Wie? ?

?

  Wat?

Hoe?



 Waar?





 Wanneer? 

Waarom? 





d Hoe voelen de mensen zich?  

4

Vat het artikel samen in maximaal vijf zinnen.     

10

L6 - Thema 3 - differentiatieblok - H1

579469 TAL6_ZEM_A.indb 10

11/01/19 11:25


Naam:  5

 Datum:

 Nr.

Wat is de bedoeling van de tekst?  

6

Waar vind je de belangrijkste informatie om te weten waarover het artikel gaat? 

7

Welke kenmerken heeft de titel van een krantenartikel?   

L6 - Thema 3 - differentiatieblok - H1

579469 TAL6_ZEM_A.indb 11

11

11/01/19 11:25


les 16 - H2

Differentiatieblok Domein: Onderwerp: Lesduur:

lezen begrijpend lezen fictie 25 minuten

Samenhang

Materialen

In deze les herhalen leerlingen die het nodig hebben de inhoud van les 4 en les 8: begrijpend lezen fictie.

Folio > herhalingsblad 2 > taalschrift A p. 106 en p. 117

Lesdoelen

Diversen > (online)woordenboek

Hoofddoel van de les In voor hen bestemde verzonnen teksten: gewenste informatie afleiden, hoofdgedachte afleiden, vergelijkingen afleiden, persoonlijke gevoelens en mening weergeven over handelswijze hoofdpersoon, verklaren waarom de tekst niet waarheidsgetrouw is. Andere doelen > Schriftelijk antwoorden op vragen over verwerkte inhouden (informatie weergeven aan de hand van schema’s, informatie vergelijken, informatie samenvatten). > Bereid zijn hun waardering uit te spreken over geschreven teksten. Reflecteren op tekstsoorten: fictie en non-fictie onderscheiden. Aangeven dat verschillende tekstsoorten verschillende functies hebben.

Voorbereiding Kopieer voor elke leerling het herhalingsblad.

Lesgang Verlengde instructie onder begeleiding van de leraar 1 Laat de tekst hardop lezen. Lees ook een stukje voor. 2 De leerlingen proberen de betekenis van woorden te achterhalen aan de hand van de context en aan elkaar uit te leggen. Indien nodig gebruiken ze een (online)woordenboek.

herhalingsblad 2 TIP! Als je de tekst correct en expressief verklankt, wordt de betekenis duidelijker.

3 Stel vragen om de verhaalinhoud te kaderen: > Wie is het hoofdpersonage? > Waarom is dat zo?

12

L6 - Thema 3 - differentiatieblok - H2

579469 TAL6_ZEM_A.indb 12

11/01/19 11:25


>> Wie zijn de andere personages? >> Wat doen ze? 4 Maak oefening 2 samen. Laat de leerlingen verklaren waarom ze een bepaald gevoel aanduiden. 5 Laat zelfstandig de antwoorden op de vragen van oefening 3 markeren. Bespreek de antwoorden. >> Wie? Wijs de leerlingen erop dat ook de vader van Michiel doodgeschoten is. Misschien hebben enkele leerlingen ‘hem’ gemarkeerd. Op zich is dat niet fout, verwoord dat ‘hem’ verwijst naar de vader van Michiel of de burgemeester. >> Wanneer? De leerlingen moeten het uur niet markeren. De executies gebeuren op 23 november (half zeven) en een dag later, dus op 24 november om half zes. Michel ziet de mannen om half zeven door de straat strompelen. Die vertellen hem dat zijn vader een uur vroeger werd geëxecuteerd. >> Hoe? De leerlingen mogen salvo of executiepeloton markeren. 6 Maak oefening 4 samen. >> Tijdens de lessen 3, 4 en 8 van dit thema leerden jullie dat teksten verschillende doelen kunnen hebben. Lees in het taalschrift welke doelen dat voor een verhaal zijn. (De lezer laten ontspannen en genieten van een tekst, de lezer een manier geven om vrije tijd in te vullen, de lezer snel en zo volledig mogelijk informeren over wat er in de wereld tijdens de Tweede Wereldoorlog gebeurde, de lezer de gevoelens leren kennen van anderen in de wereld.) >> Welk doel past bij deze tekst? (De lezer laten ontspannen en genieten van een tekst.)

taalschrift A p. 111

7 Maak oefening 5 samen. >> Wie had verwacht dat de vader van Michiel gedood was? Wie niet? 8 Je hoopt dat de vader van Michiel bij de vrijgelaten krijgsgevangenen is, maar hij blijkt ’s ochtends als enige geëxecuteerd te zijn. Geef de leerlingen de vrijheid om te noteren dat het verhaal voor hen geen plotse wending had.

L6 - Thema 3 - differentiatieblok - H2

579469 TAL6_ZEM_A.indb 13

13

11/01/19 11:25


Naam: 1

Datum:

Nr.

Lees het verhaalfragment.

Oorlogswinter

5

10

15

20

25

30

Om half zeven, die ochtend, waren er schoten gehoord in de kazerne. Een heleboel tegelijk, zoals wanneer een executiepeloton een salvo afvuurt. Michiel en zijn moeder en Erica liepen met gezichten bleek van de doorwaakte nacht en van de spanning, door het huis. Ook zij hadden het gerucht gehoord. W “Ik ga naar de kazerne”, zei mevrouw Van Beusekom. “We moeten het salvo zekerheid hebben.” geweren die samen afgaan Het bleek niet nodig te zijn. Voor ze weg was, om acht uur, plakten soldaten een bekendmaking op de muur van de kerk. Er stond op dat die ochtend vier van de tien gijzelaars waren doodgeschoten. Indien de volgende morgen de dader van de moord op de Duitser niet bekend was, zouden de andere zes volgen. De vier ongelukkigen waren: de gemeentesecretaris, de dierenarts, het hoofd van de school en een meneer uit de stad. In de huizen van de families van de zes overgebleven gijzelaars had de angst de mensen lamgeslagen. Ze waren moe. Ze konden niet meer ordelijk nadenken. Iedere dag gaat voorbij, ook deze drieëntwintigste november 1944. Opnieuw een slapeloze nacht. Om half zeven was Michiel op. Hij deed de verduisteringsgordijnen omhoog. Het was nog donker, maar toch kon hij de straat zien. Terwijl hij de kachel aanmaakte, keek hij af en toe naar buiten. Wat was dat? Er liep een groepje mannen, donkere silhouetten in het vage licht. Die voorste, die zo gebogen liep, was dat niet de rijke Schiltman, een van de tien gijzelaars? Michiel stormde naar buiten, naar de mannen toe. Het was Schiltman en de notaris en de belastinginspecteur en, en ... waar was zijn vader? “Waar is mijn vader?” schreeuwde hij, terwijl hij Schiltman bij een arm greep. “Jongen, je laat me schrikken. Wie ben jij ook weer?” “Dat is Michiel van de burgemeester”, zei notaris Van de Hoeven aarzelend. “Van de burgemeester?” Waarom zei Schiltman dat nou ineens zo zachtjes? “Waarom is vader niet bij jullie?” Michiels stem sloeg over van drift. “Ze hebben hem doodgeschoten, nog geen uur geleden. Wij mochten met z’n vijven naar huis, maar hem schoten ze dood, de moordenaars.” Michiel liet de arm van Schiltman los. Zwijgend draaide hij zich om en liep naar huis. Daar waren zijn moeder en Erica. Ze hadden zijn geschreeuw gehoord en kwamen hem met bange ogen tegemoet. Oorlogswinter behoort tot de klassiekers van de Nederlandse jeugdliteratuur. Het boek werd in 1973 bekroond met een Gouden Griffel. Als je dit leest ben ik in handen van de Duitsers. Er is iemand die hulp moet hebben. Herinner je je het luchtgevecht boven de Vlank, drie weken geleden, waarbij een Engels vliegtuig werd neergeschoten? De piloot is er met zijn parachute uitgesprongen. De Duitsers hebben vergeefs naar hem gezocht. Ik had meer succes. Ik heb hem gevonden. Hij bleek verwondingen aan zijn been en aan zijn schouder te hebben. Ik heb hem meegenomen. De wond is verzorgd en het been is in het gips gezet, door een deskundige. Door wie, dat doet er niet toe. Het probleem was daarna om hem te verbergen.

OORLOGSWINTER | JAN TERLOUW

I N E E N D O R P J E aan de IJssel maakt de vijftienjarige Michiel de koude oorlogswinter van 1944 -’45 mee. Aanvankelijk is hij slechts toeschouwer, maar langzamerhand raakt Michiel meer en meer betrokken bij het ondergrondse verzet. Hij kan niemand in vertrouwen nemen, iedereen kan een verrader zijn. Met zijn eenzaamheid groeit zijn onafhankelijkheid.

Jan Terlouw

Meer lezen? Oorlogswinter, Jan Terlouw, Talentbib 6

6

14

L6 - Thema 3 - differentiatieblok - H2

579469 TAL6_ZEM_A.indb 14

11/01/19 11:25


Naam: 2

Nr.

Michiel ondergaat verschillende gevoelens in dit fragment. Kleur: welke van deze gevoelens bij het fragment horen.

GEEL

angst

3

Datum:

opluchting

ontspanning

verdriet

woede

hoop

blijdschap

In dit fragment wordt de executie van een aantal burgers beschreven. a Kleur in de tekst het antwoord op de vraag: GEEL GROEN

wie? waar?

ROZE

wanneer?

BLAUW

waarom?

b Onderstreep het antwoord op de vraag Hoe?

4

Wat is de bedoeling van de tekst?

5

Krijgt het verhaal een plotse, verrassende wending? Leg uit.

L6 - Thema 3 - differentiatieblok - H2

579469 TAL6_ZEM_A.indb 15

15

11/01/19 11:25


les 16 - H3

Differentiatieblok Domein: Onderwerp: Lesduur:

spelling woorden met een vrije klinker in een open lettergreep 25 minuten

Samenhang

Materialen

In deze les herhalen de leerlingen die het nodig hebben de inhoud van les 5: verenkeling van de lange klank oo.

Folio > herhalingsblad 3 > wandplaat: verdubbelen, verenkelen, gewoon schrijven

Lesdoelen Hoofddoel van de les Woorden met een vrije klinker in een open lettergreep correct schrijven.

Voorbereiding Kopieer voor elke leerling herhalingsblad 3.

Lesgang Verlengde instructie onder begeleiding van de leraar 1 Oefen het verdelen in klankgroepen. Reik deze woorden met de lange oo-klank aan: wanhopig, woordenboek, persoonlijk, overhaast, logisch. Sta stil bij elke klankgroep en focus op de klankgroepen die eindigen op de lange oo: in deze stukjes wordt de lange klank verenkeld.

TIP! Laat de woorden op de schrijflei schrijven.

2 Laat de aanpak van woorden waarbij je een lange klank hoort op het einde van de klankgroep modellen: Ik schrijf 1 klinker en 1 medeklinker. Bespreek de spellingweter en het verkorte schema.

wandplaat: verdubbelen, verenkelen, gewoon schrijven

3 Laat de woorden van oefening 1 hardop lezen. Bespreek dat de letter o kan staan voor de korte klank of voor de verenkelde lange klank. Laat de woorden met de verenkelde lange klank kleuren. > Waarom is de lange klank in die woorden verenkeld? (Hij staat op het einde van de klankgroep.)

herhalingsblad 3

4 Laat de gekleurde woorden van oefening 1 bekijken, bedekken en opschrijven.

16

L6 - Thema 3 - differentiatieblok - H3

579469 TAL6_ZEM_A.indb 16

11/01/19 11:25


5 Start oefening 2 met de groep. Laat de aan te vullen woorden in klankgroepen splitsen en de aanpak modellen: Hoor je de lange klank op het einde van de klankgroep, dan moet je verenkelen. Laat verder werken in duo’s.

TIP! Laat het verkorte schema inzetten.

6 Laat oefening 3 in duo’s maken. Laat beslissen hoe ze de oefening aanpakken: elkaar dicteren, woorden lezen en bedekken per woord of per groepje woorden ...

L6 - Thema 3 - differentiatieblok - H3

579469 TAL6_ZEM_A.indb 17

17

11/01/19 11:25


Naam: 

 Datum:

 Nr.

Zo moet je verenkelen (bv. apen)

Hak het woord in klankgroepen. Pas de regel toe op de laatste klank van elke klankgroep. Hoor je op het einde van de klankgroep een lange klank, schrijf dan 1 klinker en 1 medeklinker. Ik luister naar het einde van de klankgroep.

Ik hoor een lange klank.

Ik schrijf 1 klinker en 1 medeklinker.

apen kopen dure kleren

Luister en zing het verenkel- en verdubbellied! spellingweter 42

1

a Kleur in elk woordpaar: GROEN

het woord waarin je een lange klank hoort maar één klinker schrijft.

b Bedek het woord en schrijf het op. 1

verwonding – poging

  een ernstige

2

roman – ochtend

  een spannende

3

18

oververmoeid – onvermoeibaar

4

wondermiddel – horloge

  een duur

5

wanhopig – betrokken

6

boterham – vermomming

  de lekkere

7

choco – hondenbrokken

  een pot

8

ondergronds – tropisch

 een

9

overhaast – onbezonnen

10

slachtoffers – procent

 vijftig

zijn

zijn

zwembad beslissen

L6 - Thema 3 - differentiatieblok - H3

579469 TAL6_ZEM_A.indb 18

11/01/19 11:25


Naam: 2

Datum:

Nr.

Schrijf de zinnen over en vervang ⌂ door de lange klank o of oo. 1 Ze is wanh⌂pig omdat haar hond d⌂dziek is.

2 Zoek pr⌂fessor maar eens op in het w⌂rdenboek.

3 Hij was sm⌂rverliefd en dr⌂mde van een r⌂mantisch etentje.

4 Ze kregen een pers⌂nlijke uitn⌂diging voor de v⌂rstelling.

5 De p⌂litie zoekt naar een m⌂tief voor de m⌂rden.

3

Schrijf de woorden op de juiste plaats in de zin. 1

2

gekropen langsgekomen rondlopen gekomen logisch gesproken

Gisteravond zijn er vrienden

en papa is laat in .

zijn bed

dat hij vanmorgen op het laatste . Ik zag

nippertje naar beneden is

, maar heb hem niet

hem gehaast .

3

4

wanhopig procent hopelijk doorkomen choco overhaast boterhammen

“Mijn gsm is maar voor twaalf geladen.

kan ik daar de dag mee !” riep hij wat

Hij heeft snel een paar

. met

gesmeerd en is vertrokken.

L6 - Thema 3 - differentiatieblok - H3

579469 TAL6_ZEM_A.indb 19

19

11/01/19 11:25


les 16 - H4

Differentiatieblok Domein: Onderwerp: Lesduur:

spelling woorden met oo als eau geschreven 25 minuten

Samenhang

Materialen

In deze les herhalen de leerlingen die het nodig hebben de inhoud van les 5: woorden met oo als eau geschreven.

Folio > herhalingsblad 4

Lesdoelen Hoofddoel van de les Woorden met een vrije klinker o als eau geschreven correct schrijven.

Voorbereiding Kopieer voor elke leerling het herhalingsblad.

Lesgang Verlengde instructie onder begeleiding van de leraar 1 Maak oefening 1 samen. Bespreek het stukje eau en link aan de spellingweter: in sommige woorden hoor je oo, maar schrijf je eau. Die woorden moet je onthouden. Woorden met oo als eau schrijf je net als bureau.

herhalingsblad 4

2 Bespreek dat woorden met eau een deel kunnen zijn van een langer woord. Laat enkele voorbeelden zoeken en bespreken. 3 Bespreek de samengestelde woorden en het verkleinwoord in de zinnen bij oefening 2 met de groep. Laat de zinnen opschrijven. 4 Laat oefening 3 in duo’s maken.

TIP! Laat de leerlingen een rijmpje maken met woorden met eau dat ze op hun schrijflei schrijven.

5 Laat om de beurt een woord met eau aanbieden, dat kan ook een samenstelling of een verkleinwoord zijn.

20

L6 - Thema 3 - differentiatieblok - H4

579469 TAL6_ZEM_A.indb 20

11/01/19 11:25


Naam: 

 Datum:

 Nr.

Woorden met oo als eau geschreven

In sommige woorden hoor je oo, maar schrijf je eau. Die woorden moet je onthouden.

Woorden met oo als eau schrijf je net als bureau.

spellingweter 27 1

Schrijf de letters op de juiste plaats. Schrijf de woorden op. a b c d eau i l n p, r, t, u, v

                 

tweede letter van woord 2, derde letter van woord 4 eerste letter van woord 1 eerste letter van woord 2 derde letter van woord 2 laatste letters van alle woorden tweede letter van woord 3 tweede letter van woord 4 eerste letter van woord 3 zoek zelf het passende plekje

1

 het

2

 het

3

 het

4

 het

L6 - Thema 3 - differentiatieblok - H4

579469 TAL6_ZEM_A.indb 21

21

11/01/19 11:25


Naam: 2

Datum:

Nr.

Maak goede woorden en schrijf de zin op. Kies uit: cadeau – bureau – niveau – plateau 1 De wielen van mijn (

2 Mama heeft een (

+ stoel) maken krassen.

+ bon) voor de sauna.

3 Hij wil nog een paar jaar op (top +

3

) spelen.

4 Oeps, ons (

+ tje) ligt nog in de auto.

5 Die (kaas +

) ziet er lekker uit.

Lees de keuzewoorden. Dek ze af en vul de tekst aan. cadeau – plateau – reisbureau

We hebben prijs! Ja, het is zo, af te halen op het

.

Misschien een reis naar Marokko of naar het verre Mexico? Daar ligt het, ons met een strik errond mooi op een

.

Wat is het? Ho, ho! Oh, een ticket voor de zoo.

22

L6 - Thema 3 - differentiatieblok - H4

579469 TAL6_ZEM_A.indb 22

11/01/19 11:25


les 16 - H5

Differentiatieblok Domein: Onderwerp: Lesduur:

spelling woorden met oe als ou geschreven 25 minuten

Samenhang

Materialen

In deze les herhalen leerlingen die het nodig hebben de inhoud van les 5: woorden met oe als ou geschreven.

Folio > herhalingsblad 5

Lesdoelen Hoofddoel van de les Woorden met een vrije klinker oe als ou geschreven correct schrijven.

Voorbereiding Kopieer voor elke leerling het herhalingsblad.

Lesgang Verlengde instructie onder begeleiding van de leraar 1 Laat de woorden bij oefening 1 hardop lezen en laat aanbrengen dat het woorden zijn waarbij de hoorbare oe als ou geschreven wordt. Bespreek de spellingweter en benadruk dat het woorden zijn die ze moeten onthouden. Laat de woorden bedekken, de passende stukjes kleuren, nakijken en de woorden volledig schrijven.

herhalingsblad 5

2 Laat de zinnen bij oefening 2 hardop lezen. Kunnen de leerlingen de woorden met oe als ou discrimineren? Laat de woorden kleuren en laat de zinnen overschrijven met het woord met oe als ou. 3 Laat oefening 3 in duo’s maken. Ze stimuleren elkaar om de keuzewoorden te bedekken voor ze gaan schrijven.

TIP! Laat de andere leerlingen de woorden op hun schrijflei schrijven.

4 Laat om de beurt een woord met oe als ou aanbrengen.

L6 - Thema 3 - differentiatieblok - H5

579469 TAL6_ZEM_A.indb 23

23

11/01/19 11:25


Naam:

Datum:

Nr.

Woorden met oe als ou geschreven In sommige woorden hoor je oe, maar schrijf je ou. Die woorden moet je onthouden. Woorden met oe als ou schrijf je net als journalist. spellingweter 28 1

a Lees het woord en bedek het. Kleur: GROEN

de juiste woordstukjes.

b Kijk na en schrijf het woord op.

24

1 de journalist

joer

2 enthousiast

an

3 de souvenirs

sou

soe

4 de douchekop

doe

dou

5 de limousine

li

6 de fietsroute

stief

jour en

mou fiets

jaur thoe ve

na thou ne

che moe rau

an siast nirs

sje si rou

sast de

virs

kop ti

de

list

pok

de

ne de

de

te

de

L6 - Thema 3 - differentiatieblok - H5

579469 TAL6_ZEM_A.indb 24

11/01/19 11:25


Naam: 2

Datum:

Nr.

a Kleur in elke zin: GROEN

het woord met oe als ou geschreven.

b Schrijf de zinnen op met het woord met oe als ou. 1 De nieuwe verkoper is heel enthousiast/betrouwbaar.

2 Straks luisteren we naar wat de journalist/juffrouw vertelt.

3 Met de fiets volg je beter een andere kabouter/route.

4 Ga maar naar de poetsvrouw/douche, want je bent te vuil.

5 Ze brachten een souvenir/touwladder mee uit Portugal.

3

Vul de tekst aan. Kies uit: wandelroute – souvenirwinkel – douane – douanehokje – journalist – enthousiast – enthousiasme

We gaan op stap met een

! Via een

komen we aan een oud

. Daar vertelt de vriendelijke man vol over de

die er nu geen grenscontroles

meer houdt. Daarna brengt hij ons naar de stad. Over de oude weet hij ook heel wat te vertellen. Leuk is dat, al die weetjes over een winkel die je dagelijks voorbijloopt. Heel

wandelen we weer naar school. Straks bekijk ik

die winkel met andere ogen!

L6 - Thema 3 - differentiatieblok - H5

579469 TAL6_ZEM_A.indb 25

25

11/01/19 11:25


les 16 - H6

Differentiatieblok Domein: Onderwerp: Lesduur:

spelling woorden met een vrije klinker ai 25 minuten

Samenhang

Materialen

In deze les herhalen de leerlingen die het nodig hebben de inhoud van les 5: woorden met ai.

Folio > herhalingsblad 6

Lesdoelen

Diversen > schijfjes/pionnen

Hoofddoel van de les Woorden met een vrije klinker ai correct schrijven.

Voorbereiding > Kopieer voor elke leerling het herhalingsblad. > Voorzie voor elke leerling 5 schijfjes of pionnen van dezelfde kleur.

Lesgang Verlengde instructie onder begeleiding van de leraar 1 Laat het spel van oefening 1 in duo’s spelen.

herhalingsblad 6

2 Laat de spellingmoeilijkheid van de woorden van oefening 1 verwoorden en verwijs naar de spellingweter. Het zijn woorden net als militair die ze moeten onthouden. 3 Maak samen de woorden van oefening 2 los en focus op de ai. Verklaar de woorden en sta ook stil bij de andere moeilijkheden in de woorden. Memoriseer de woorden samen en laat ze bedekken. Laat in duo’s de zinnen passend aanvullen en opschrijven. Indien nodig bekijken ze de losgemaakte woorden nog eens. 4 Laat het spel van oefening 1 nogmaals spelen. Laat bij oefening 3 de drie woorden van de rij opschrijven en met één woord een zin vormen en opschrijven. 5 Bespreek de zinnen die ze opgeschreven hebben bij oefening 3 met de groep. 6 Laat zoveel mogelijk woorden met ai aanbrengen.

26

L6 - Thema 3 - differentiatieblok - H6

579469 TAL6_ZEM_A.indb 26

11/01/19 11:25


Naam:

Datum:

Nr.

Woorden met ai In sommige woorden hoor je ij, maar schrijf je ai. Die woorden moet je onthouden. De ai schrijf je net als militair. spellingweter 29 1

a Speel het spel.

Spelregels Dit heb je nodig: – per speler vijf schijfjes of pionnen van dezelfde kleur Zo speel je het (boter-kaas-en-eieren): 1 Leg om de beurt een schijfje. Probeer drie schijfjes op een rij te leggen: horizontaal, verticaal of schuin. 2 Als niemand drie schijfjes op een rij heeft nadat alle schijfjes zijn gelegd, begin dan opnieuw. 3 Heb jij drie op een rij? Dicteer dan de drie woorden aan je medespeler. Jij schrijft de woorden over.

militair

populair

documentaire

parlementair

mayonaise

meubilair

sanitair

secundaire

familiair

L6 - Thema 3 - differentiatieblok - H6

579469 TAL6_ZEM_A.indb 27

27

11/01/19 11:25


Naam:

Datum:

Nr.

b Schrijf de woorden op. Na de eerste keer drie op een rij

Na de tweede keer drie op een rij

Na de derde keer drie op een rij

2

Maak de woorden los. Schrijf de zinnen over en vervang de bloem door een woord met ai. militairenmayonaisepopulairsanitairdocumentaire 1 Het

van de sporthal wordt vernieuwd.

2 Waarom zijn er

3 Oeps, de pot

4 Ik zag een

in de luchthaven?

glijdt uit mijn handen.

over de Tweede Wereldoorlog.

5 De drummer van dat groepje is heel

3

.

Speel het spel van oefening 1 opnieuw. Schrijf de drie woorden uit de rij op. Maak een zin waarin ĂŠĂŠn woord voorkomt. Woorden Zin

28

L6 - Thema 3 - differentiatieblok - H6

579469 TAL6_ZEM_A.indb 28

11/01/19 11:25


les 16 - H7

Differentiatieblok Domein: Onderwerp: Lesduur:

taaldenken afleidingen en samenstellingen 25 minuten

Samenhang

Materialen

In deze les herhalen leerlingen die het nodig hebben de inhoud van les 6: afleidingen en samenstellingen herkennen en vormen.

Folio > herhalingsblad 7

Lesdoelen Hoofddoel van de les Reflecteren op de structuur van afleidingen: het grondwoord, het voor- en achtervoegsel. Andere doelen Termen gebruiken: samenstelling, afleiding, grondwoord, voorvoegsel, achtervoegsel.

Voorbereiding Kopieer voor elke leerling het herhalingsblad.

Lesgang Verlengde instructie onder begeleiding van de leraar 1 Lees en bespreek het eerste deel van de taalweter over samenstellingen (oefening 1).

herhalingsblad 7

2 Maak twee voorbeelden bij oefening 2 samen. Laat zelfstandig de grondwoorden opschrijven. Bespreek welk soort samenstelling het is. > Uit welke grondwoorden bestaat ‘tafelkleed’? (tafel en kleed) > Welk soort woorden zijn ‘tafel’ en ‘kleed’? (zelfstandige naamwoorden) > Welk soort samenstelling is het? (nummer 1, samenstelling bestaande uit meerdere zelfstandige naamwoorden) > Uit welke grondwoorden bestaat ‘pc-tafel’? (pc en tafel) > Welk soort woorden zijn ‘pc’ en ’tafel’? (zelfstandige naamwoorden) > Welk soort samenstelling is het? (nummer 4, want pc is een afkorting van personal computer)

L6 - Thema 3 - differentiatieblok - H7

579469 TAL6_ZEM_A.indb 29

29

11/01/19 11:25


>> Uit welke grondwoorden bestaat ‘rodekool? (rode en kool) >> Welke soorten woorden zijn ‘rode’ en ‘kool’? (rode is een bijvoeglijk naamwoord, kool is een zelfstandig naamwoord) >> Welk soort samenstelling is het? (nummer 2, samenstelling met een bijvoeglijk naamwoord) >> ‘Leerboek’ bestaat uit de grondwoorden ‘leer’ en ‘boek’. >> Welke soorten woorden zijn ‘leer’ en ‘boek’? (boek is een zelfstandig naamwoord, leer is de stam van het werkwoord ‘leren’) >> Welk soort samenstelling is het? (nummer 5, samenstelling met als eerste deel de stam van een werkwoord) >> ‘Website’ bestaat uit de grondwoorden ‘web’ en ‘site’. >> Welke soorten woorden zijn ‘web’ en ‘site’ (zelfstandige naamwoorden) >> Welk soort samenstelling hebben we hier? (nummer 3, een samenstelling met anderstalige delen) 3 Laat oefening 3 zelfstandig maken. Bespreek de oplossingen. 4 Lees en bespreek het deel over de afleidingen in de taalweter. 5 Bij oefening 4 zoeken we de grondwoorden in afleidingen. Maak twee voorbeelden samen. Laat daarna zelfstandig werken en bespreek de oplossingen. >> Wat is het grondwoord in ‘ongeluk’? (geluk) >> Wat is het voorvoegsel? (on-) >> Wat is het achtervoegsel? (geen) >> Wat is het grondwoord in ‘waardeloos’? (waarde) >> Wat is het voorvoegsel? (er is er geen) >> Wat is het achtervoegsel? (-loos) >> Wat is het grondwoord in ‘onzekerheid’? (zeker) >> Wat is het voorvoegsel? (on-) >> Wat is het achtervoegsel? (-heid) >> Wat is het grondwoord in ‘gebouw’? (bouw) >> Wat is het voorvoegsel? (ge-) >> Wat is het achtervoegsel? (er is er geen) >> Wat is het grondwoord in ‘oneven’? (even) >> Wat is het voorvoegsel? (on-) >> Wat is het achtervoegsel? (er is er geen) 6 De leerlingen maken oefening 5 zelfstandig. Laat de zin hardop lezen. Vaak kennen ze het woord dat gezocht wordt. Ze vinden het allicht makkelijker zo dan door er geconcentreerd over na te denken. 7 De leerlingen maken oefening 6 zelfstandig. Bespreek nadien klassikaal wat de grondwoorden, voorvoegsels en achtervoegsels zijn: >> kaftpapier (samenstelling, grondwoorden: kaft en papier) >> deurtje (afleiding, grondwoord ‘deur’, achtervoegsel -tje) >> mistig (afleiding, grondwoord ‘mist’ achtervoegsel -ig) >> zichtbaar (afleiding, grondwoord ‘zicht’, achtervoegsel -baar) >> tarwe (grondwoord)

30

L6 - Thema 3 - differentiatieblok - H7

579469 TAL6_ZEM_A.indb 30

11/01/19 11:25


Naam:  1

 Datum:

 Nr.

Lees de taalweter.

Wat zijn grondwoorden, samenstellingen en afleidingen? We bedenken niet voor elk nieuw ding een nieuw woord. In plaats daarvan voegen we bestaande woorden samen (bv. muis + mat = muismat) of voegen we voor- en achtervoegsels toe (bv. bruikbaar, waterachtig). Nu je dat weet, kan het je helpen om de betekenis van bepaalde woorden te achterhalen of om ze correct te schrijven.

Wat is een grondwoord? Een grondwoord is de allerkortste vorm van een woord. Je kunt een grondwoord dus niet meer in afzonderlijke woorden splitsen. Bv.  bus, tand, werk, tapijt, douche ...

Wat is een samenstelling? Als je grondwoorden samenvoegt, krijg je een samenstelling. Bv.  brood + mager sport + artikelen + fabrikant

 broodmager  sportartikelenfabrikant

Er zijn verschillende soorten samenstellingen: >> >> >> >> >>

met meerdere zelfstandige naamwoorden (bv. televisieaansluiting, netwerkkabel ...) met een bijvoeglijk naamwoord (bv. goedemorgen, rodekool ...) met anderstalige delen (bv. harddisk, webcam, webmaster ...) met een afkorting (bv. tv-programma, cd-speler, USB-stick ...) met als eerste deel de stam van een werkwoord (bv. springplank, looprek ...)

Wat is een afleiding? Een afleiding ontstaat als je aan een woord een voorvoegsel en/of een achtervoegsel toevoegt. Bv.  on + eer aap + in ver + werk + ing

 oneer  apin  verwerking

Let op! Voorvoegsels en achtervoegsels krijgen pas hun betekenis wanneer je ze combineert met een grondwoord.

L6 - Thema 3 - differentiatieblok - H7

579469 TAL6_ZEM_A.indb 31

31

11/01/19 11:25


Naam:  2

32

 Nr.

Haal de grondwoorden uit de samenstellingen. Zet het nummer van het soort samenstelling in het vakje voor het woord.

1 2 3 4 5

3

 Datum:

een samenstelling met meerdere zelfstandige naamwoorden uit het Nederlands een samenstelling met een bijvoeglijk naamwoord een samenstelling met anderstalige delen een samenstelling met een afkorting een samenstelling met als eerste deel de stam van een werkwoord

  1 tafelkleed

  2 pc-tafel

  3 rodekool

  4 leerboek

  5 website

Maak samenstellingen. Verbind een grondwoord uit de linkerkolom met een grondwoord uit de rechterkolom. Let op: je mag elk woord maar één keer gebruiken. water

slang

dvd-

tocht

boot

blauw

tuin

speler

donker

straal

L6 - Thema 3 - differentiatieblok - H7

579469 TAL6_ZEM_A.indb 32

11/01/19 11:25


Naam:  4

 Datum:

Haal het grondwoord uit de afleidingen. Kruis aan of er een voorvoegsel of een achtervoegsel werd gebruikt. Grondwoord

5

6

 Nr.

ongeluk



waardeloos



zekerheid



gebouw



oneven



Voorvoegsel

Achtervoegsel

Gebruik in de zin een afleiding van het grondwoord. Tip: het grondwoord staat tussen haakjes. 1 (kaart)

  Hij stuurde dit

2 (Indië)

  Mijn ouders koken graag met

3 (even)

  Je hebt twee soorten getallen: even en

4 (zon)

  Deze zomer was het heel

5 (smaak)

  Die ijsjes zien er

naar huis. kruiden. getallen.  . uit!

Zet de passende letter bij elk woord: grondwoord (G), samenstelling (S) of afleiding (A). 1 kaftpapier

2 deurtje

3 mistig

4 zichtbaar

5 tarwe

L6 - Thema 3 - differentiatieblok - H7

579469 TAL6_ZEM_A.indb 33

33

11/01/19 11:25


les 16 - H8

Differentiatieblok Domein: Onderwerp: Lesduur:

spelling hoofdletters 25 minuten

Samenhang

Materialen

In deze les herhalen de leerlingen die het nodig hebben de inhoud van les 10: hoofdletters gebruiken.

Folio > herhalingsblad 8

Lesdoelen Hoofddoel van de les Hoofdletters gebruiken en erover reflecteren bij het begin van een zin, bij aardrijkskundige namen en afleidingen van aardrijkskundige namen, bij namen van feestdagen, bij namen van personen en zaken die als heilig beschouwd worden en bij eigennamen.

Voorbereiding Kopieer voor elke leerling het herhalingsblad.

Lesgang Verlengde instructie onder begeleiding van de leraar 1 Laat de hoofdletter aan het begin van de zinnen in de tekst van oefening 1 kleuren. Bespreek de spellingweter. Sta stil bij de zinnen die beginnen met een woord met een apostrof: bij het begin van de zin schrijf je een hoofdletter bij het eerste volledige woord. Bespreek de spellingweter.

herhalingsblad 8

2 Laat opmerken dat in de tekst nog woorden met een hoofdletter staan. Overloop de verschillende categorieÍn en link aan de spellingweter. 3 Laat de woorden met een hoofdletter op de juiste plaats schrijven. 4 Bespreek dat namen van dagen, maanden, seizoenen en windrichtingen geen hoofdletter krijgen. Laat de woorden in de tekst zoeken en opschrijven. 5 Laat oefeningen 2 en 3 in duo’s maken en bespreek.

34

L6 - Thema 3 - differentiatieblok - H8

579469 TAL6_ZEM_A.indb 34

11/01/19 11:25


Naam: 

 Datum:

 Nr.

Hoofdletter aan het begin van de zin en bij persoonsnamen

Je schrijft een hoofdletter aan het begin van een zin. Ook de eerste letter van een persoonsnaam schrijf je met een hoofdletter (bv. Jan, Piet, Karel).

Bv.  Gisteren gingen Jan en Piet naar de kermis.

Let op! Alle eigennamen schrijf je met een hoofdletter, uitgezonderd bij: >> >> >> >>

weekdagen (maandag, dinsdag ...) maanden (januari, februari ...) seizoenen (herfst, winter ...) windrichtingen (noordoosten ...) spellingweter 54

Hoofdletter bij aardrijkskundige namen: straten, steden, landen, talen en nationaliteiten

Aardrijkskundige namen (straten, steden, landen ...) schrijf je met een hoofdletter. Ook afleidingen van aardrijkskundige namen (talen, nationaliteiten) schrijf je met een hoofdletter. Je schrijft een hoofdletter bij aardrijkskundige namen net als: >> >> >> >>

Jan woont in de Zeeweg in Rotterdam. Rotterdam is een grote stad in Nederland. Jan heeft de Nederlandse nationaliteit. Hij spreekt Nederlands. spellingweter 55

Hoofdletter bij namen van feestdagen

Feestdagen schrijf je met een hoofdletter.

Feestdagen schrijf je met een hoofdletter net als Kerstmis, Pasen, Suikerfeest, Moederdag ... spellingweter 56

L6 - Thema 3 - differentiatieblok - H8

579469 TAL6_ZEM_A.indb 35

35

11/01/19 11:25


Naam:

Datum:

Nr.

Hoofdletter bij personen en zaken die als heilig worden beschouwd Personen en zaken die als heilig worden beschouwd, schrijf je met een hoofdletter. Personen of zaken die als heilig worden beschouwd, schrijf je met een hoofdletter net als God, Jahwe, Allah ... spellingweter 57

Apostrof aan het begin van een woord Op de plaats waar je letters weglaat, schrijf je een ' (apostrof ). De ' (apostrof ) bij het begin van een woord of zin schrijf je net als 's Ochtends. Tip

1

Bij het begin van de zin schrijf je een hoofdletter bij het eerste volledige woord. Bv. 's Ochtends gaat Ali naar de moskee. spellingweter 45

a Kleur in de tekst: GROEN

de woorden met een hoofdletter aan het begin van een zin.

Let op: na een apostrof komt de hoofdletter bij het tweede woord (= het eerste volledige woord van de zin).

5

De Oostenrijkse troonopvolger Franz Ferdinand kwam op 28 juni 1914 in Sarajevo om het leven bij een aanslag. ’t Zou de aanleiding worden voor zware conflicten. Op 4 augustus 1914 probeerden de Duitsers de Franse hoofdstad Parijs te bereiken. Zo kwamen ze in onze streek. Na de zomer van 1914 ontstond in het zuidwesten van België een front. ’t Werd een felle strijd voor vrijheid, God, vaderland en volk. Veel soldaten leefden in de loopgraven. Een opvallend lichtpuntje in die strijd: op Kerstmis vochten ze niet. Op maandag 11 november 1918 eindigde de strijd en sloot men wapenstilstand.

b Schrijf de andere woorden met een hoofdletter op de juiste plaats. 1 Persoonsnamen 2 Aardrijkskundige namen en hun afleidingen

3 Feestdagen 4 Personen die als heilig worden beschouwd

36

L6 - Thema 3 - differentiatieblok - H8

579469 TAL6_ZEM_A.indb 36

11/01/19 11:25


Naam:

Datum:

Nr.

c Merk op: geen hoofdletters bij namen van dagen, maanden, seizoenen en windrichtingen. Schrijf de voorbeelden uit de tekst.

2

3

Vul aan met de juiste letter: gewone letter of hoofdletter. Schrijf de zinnen over. 1

a of A

lle familieleden van

2

n of N

a

3

v of V

Mijn

4

z of Z

Na de

ssiya bidden tot

ovember komt

riend

llah.

ieuwjaar er vlug aan.

ince komt

rijdag naar

omer trekken veel kleine

eurne.

angvogels naar het

uiden.

a Schrijf de namen op de juiste plaats in de tabel. b Zoek nog voorbeelden van namen waarbij je een hoofdletter gebruikt. Jahwe – Pesach – Moederdag – Spaans – Kjento – Pasen – Dupont – Jezus – Limburgs – Amélie

Persoonsnamen

Aardrijkskundige namen en hun afleidingen

Feestdagen

Personen die als heilig worden beschouwd

L6 - Thema 3 - differentiatieblok - H8

579469 TAL6_ZEM_A.indb 37

37

11/01/19 11:25


les 16 - H9

Differentiatieblok Domein: Onderwerp: Lesduur:

taaldenken zinsdelen 25 minuten

Samenhang

Materialen

In deze les herhalen de leerlingen die het nodig hebben de inhoud van les 11: zinsdelen.

Folio > herhalingsblad 9

Lesdoelen Hoofddoel van de les Reflecteren op de structuur van zinnen: een aaneenschakeling van woorden, verschillende woorden en/of woordgroepen, één woord. Andere doelen Het onderwerp herkennen en verwoorden als het zinsdeel waarover iets wordt verteld.

Voorbereiding Kopieer voor elke leerling het herhalingsblad.

Lesgang Verlengde instructie onder begeleiding van de leraar 1 Lees en bespreek de taalweters ‘Wat is een persoonsvorm?’ en ‘Welk zinsdeel zegt wat het onderwerp doet of wat ermee gebeurt?’ (oefening 1).

herhalingsblad 9

2 Maak de eerste twee zinnen van oefening 2 samen. Zin 1: > Over wie of waarover wordt er iets gezegd in deze zin? Wat is het onderwerp? (Michiel) > Als je het onderwerp niet meteen vindt, kun je de ja-neevraag stellen. Het onderwerp staat op de tweede plaats. > Markeer het onderwerp geel. > Nu zoeken we het zinsdeel (dat bestaat uit één of meerdere werkwoorden) dat zegt wat het onderwerp doet of wat ermee gebeurt. Wat doet Michiel of wat gebeurt er met Michiel? (Michiel wilde verstoppen) > In dit geval zijn er twee werkwoorden die zeggen wat Michiel doet. Markeer ze groen.

38

L6 - Thema 3 - differentiatieblok - H9

579469 TAL6_ZEM_A.indb 38

11/01/19 11:25


>> Als je de persoonsvorm niet meteen vindt, kun je de ja-neevraag stellen, dan krijg je de persoonsvorm vooraan. Onderstreep de persoonsvorm. Zin 2: >> Wat is het onderwerp in deze zin? (Michiel) >> Markeer het onderwerp geel. >> Vaak staat het onderwerp in zin vooraan, maar niet in deze zin. De ja-neevraag helpt je om het onderwerp te vinden. >> Nu zoeken we het zinsdeel (dat bestaat uit één of meerdere werkwoorden) dat zegt wat het onderwerp doet of wat ermee gebeurt. Wat doet Michiel of wat gebeurt er met Michiel? (Michiel keek) >> In dit geval is er slechts één werkwoord dat zegt wat Michiel doet. Markeer het groen. >> Als je de persoonsvorm niet meteen vindt, kun je de ja-neevraag stellen, dan krijg je de persoonsvorm vooraan. Onderstreep de persoonsvorm. De leerlingen maken de andere zinnen zelfstandig. Bespreek.

3 Lees en bespreek taalweter ‘Welk zinsdeel zegt wat of hoe iemand is of wordt?’ (oefening 3). 4 Maak de twee eerste zinnen van oefening 4 samen. Zin 1: >> Wat is het onderwerp in deze zin? (Hij) >> Markeer het onderwerp geel. Zoek nu het zinsdeel (dat bestaat uit een werkwoord (zijn of worden) en andere woorden) dat zegt wat of hoe het onderwerp is of wordt. (was het enige belangrijke) >> Let op: in deze zin wordt het de werkwoord in de verleden tijd gebruikt. Als je de persoonsvorm niet meteen vindt, kun je de ja-neevraag stellen, dan krijg je de persoonsvorm vooraan. >> Markeer het werkwoord en de woorden die zeggen wat het onderwerp is roze. Zin 2: >> Wat is het onderwerp in deze zin? (zijn twee zusjes) Wijs erop dat het onderwerp ook in deze zin niet vooraan staat. >> Markeer het onderwerp geel. >> Zoek nu het zinsdeel (dat bestaat uit een werkwoord (zijn of worden) en andere woorden) dat zegt wat of hoe het onderwerp is of wordt. Wat of hoe zijn of waren de twee zusjes? (waren dood) >> Wat is de persoonsvorm in deze zin? (waren) >> Onderstreep de persoonsvorm. Als je de persoonsvorm niet meteen vindt, kun je de ja-neevraag stellen, dan krijg je de persoonsvorm vooraan. Ook deze persoonsvorm staat in de verleden tijd. >> Markeer het werkwoord en de woorden die zeggen wat het onderwerp is roze. De leerlingen maken de andere zinnen zelfstandig. Bespreek. 5 Maak de eerste twee zinnen van oefening 5 samen. Zin 1: >> Wat is het onderwerp? (Michiel)

L6 - Thema 3 - differentiatieblok - H9

579469 TAL6_ZEM_A.indb 39

39

11/01/19 11:25


40

>> Zeggen de werkwoorden wat Michiel doet of wat er met hem gebeurt? (A) Of zegt het werkwoord + andere woorden wat of hoe Michiel is of wordt? (B) (De werkwoorden zeggen wat Michiel doet, dus A: zocht) >> In welke kolom moeten we deze zin schrijven? (linkerkolom) Zin 2: >> Wat is het onderwerp? (het postverkeer) >> Zeggen de werkwoorden wat het postverkeer doet of wat ermee gebeurt? (A) Of zegt het werkwoord + andere woorden wat of hoe het postverkeer is of wordt? (B) (Het werkwoord + andere woorden zeggen hoe het postverkeer is, dus B) >> Welk zinsdeel zegt wat het postverkeer is? (is minimaal) >> In welke kolom moeten we deze zin schrijven? (rechterkolom) De leerlingen maken de andere zinnen zelfstandig. Bespreek.

L6 - Thema 3 - differentiatieblok - H9

579469 TAL6_ZEM_A.indb 40

11/01/19 11:25


Naam: 1

Datum:

Nr.

Lees de taalweter.

Welk zinsdeel zegt wat het onderwerp doet of wat ermee gebeurt? Welke werkwoorden herken je in de zin? Zeggen ze wat het onderwerp doet of wat ermee gebeurt? In een zin kan ĂŠĂŠn werkwoord staan (de persoonsvorm). Bv. De meester geeft ons vandaag geen huiswerk. Soms staan in een zin ook twee of meer werkwoorden. Bv. De meester heeft ons vandaag geen huiswerk gegeven. Duid dit werkwoord of deze werkwoorden altijd aan met een groene markering. Onderstreep de persoonsvorm.

2

a Markeer in elke zin: GEEL GROEN

het onderwerp. het werkwoord of de werkwoorden die zeggen wat het onderwerp doet of wat ermee gebeurt.

b Onderstreep telkens de persoonsvorm. Tip: maak een ja-neevraag om de persoonsvorm te vinden. 1 Michiel wilde de brief onder zijn trui verstoppen. 2 Onderzoekend keek Michiel naar haar. 3 Een ernstige trek lag op haar anders vrolijke gezicht. 4 Ze gaf hem een kneepje van verstandhouding in zijn hand. 5 Hij zal thuis een hartig woordje met haar praten.

L6 - Thema 3 - differentiatieblok - H9

579469 TAL6_ZEM_A.indb 41

41

11/01/19 11:25


Naam: 3

Datum:

Nr.

Lees de taalweter.

Welk zinsdeel zegt wat of hoe iemand is of wordt? Welk werkwoord (zijn of worden) + welk ander woord zeggen wat of hoe het onderwerp is of wordt? Bv.

Ik ben ziek. Ik word morgen kampioen.

Duid dit werkwoord + het andere woord (of woorden) altijd aan met een roze markering. Onderstreep de persoonsvorm.

4

a Markeer in elke zin: GEEL

het onderwerp.

ROZE

het werkwoord en de andere woorden die zeggen wat het onderwerp is of wordt.

b Onderstreep telkens de persoonsvorm. Tip: maak een ja-neevraag om de persoonsvorm te vinden. 1 Hij was het enige belangrijke in het leven van zijn moeder. 2 Bij hun geboorte waren zijn twee zusjes dood. 3 Zijn moeder was steeds ongerust. 4 Hij was sterk genoeg. 5 Dit verhaal is fictie.

5

Schrijf het nummer van de zin in de juiste kolom. 1 2 3 4 5

Michiel zocht een handlanger. Het postverkeer is sinds de bezetting door de Duitsers minimaal. Hij praatte met de mensen van de ondergrondse. De brief ging naar Engeland. Oom Ben is misschien de juiste persoon. In deze zinnen zegt het werkwoord of zeggen de werkwoorden wat het onderwerp doet of wat ermee gebeurt.

42

In deze zinnen zegt het werkwoord samen met ĂŠĂŠn of meer andere woorden wat het onderwerp is of wordt.

L6 - Thema 3 - differentiatieblok - H9

579469 TAL6_ZEM_A.indb 42

11/01/19 11:25


les 16 - H10

Differentiatieblok Domein: Onderwerp: Lesduur:

spelling woorden met vrije klinker ie als i geschreven (net als fabrikant) 25 minuten

Samenhang

Materialen

In deze les herhalen de leerlingen die het nodig hebben de inhoud van les 14: woorden met vrije klinker ie als i geschreven (net als fabrikant).

Folio > herhalingsbladen 10a en 10b

Lesdoelen Hoofddoel van de les Woorden met een vrije klinker ie als i geschreven (bv. fabrikant) correct schrijven.

Voorbereiding Kopieer voor elke leerling herhalingsblad 10a en 10b.

Lesgang Verlengde instructie onder begeleiding van de leraar 1 Laat de woorden bij oefening 1 hardop lezen. Bespreek de ie die als i geschreven wordt. Laat toelichten met de spellingweter.

herhalingsblad 10a

2 Laat de woorden van oefening 1 juist aanvullen. Laat daarbij opmerken dat naast de ie als i ook een gewone ie in elk woord voorkomt. Laat de aangevulde woorden bedekken en volledig opschrijven. > Staan de ie en de i op de juiste plaats in het woord? 3 Start oefening 2 samen en laat verder werken in duo’s. 4 Laat de keuzewoorden en de tekst bij oefening 3 hardop lezen. Overloop de volledige tekst en bespreek samen hoe die aangevuld wordt. Laat daarna de woorden in de tekst schrijven.

herhalingsblad 10b TIP! Bij deze oefening komen een aantal woorden met ie als i (cfr. fabrikant) uit thema 1 les 10 aan bod. Je vindt ze op herhalingsblad 10b. Laat ze herhalen voor je met oefening 2 start.

L6 - Thema 3 - differentiatieblok - H10

579469 TAL6_ZEM_A.indb 43

43

11/01/19 11:25


Naam:

Datum:

Nr.

Woorden met ie als i geschreven In sommige woorden hoor je ie maar schrijf je i. Die woorden moet je onthouden. Woorden met ie als i schrijf je net als fabrikant. spellingweter 13 1

2

Vul de woorden aan en schrijf ze op. 1 de positie

de pos

2 de kliniek

de kl

3 artistiek

art

st

k

4 positief

pos

t

f

5 definitief

def

n

t

6 de linies

de l

n

s

7 de subsidie

de subs

8 de politiek

de pol

t

k

de

9 de familieleden

de fam

l

leden

de

10 de traditie

de trad

t

de

n

k

de

f de

d

de

de

Vul de woorden aan met i of ie. Schrijf de zinnen over. s

1 Je loopt het r

2 De fabr

3 In het inst

co dat je die pap

kant zet een def

n

tuut kon ik goed opsch

4 Hou je pedalen hor

44

t

ren kwijtraakt.

t

f punt achter zijn pol

t

ke loopbaan.

ten met Mauro.

zontaal bij het bepalen van je

deale zadelpos

t

.

L6 - Thema 3 - differentiatieblok - H10a

579469 TAL6_ZEM_A.indb 44

11/01/19 11:25


Naam: 3

Datum:

Nr.

Vul de tekst aan. Kies uit: militairen – georganiseerd – definitief – activiteiten

In 2018 werden veel

om het

einde van de Grote Oorlog te herdenken. Het was immers honderd jaar geleden dat een einde kwam aan een oorlog die het leven kostte aan meer dan .

negen miljoen

subsidies – kwaliteitsvolle – risico – activiteiten – kritisch

De regering wil het

niet lopen dat deze oorlog vergeten wordt, staan tegenover gruwelijk

ze wil dat ook de komende generaties voorzien om

geweld. Daarom werden mogelijk te maken.

familieleden – artistieke – positieve – georganiseerd

Op veel plaatsen werden ontroerende, . Er werd op een de hoop op duurzame vrede. Vraag maar eens na bij je

herdenkingen manier ingezet op of zij een

herdenking bijgewoond hebben.

L6 - Thema 3 - differentiatieblok - H10a

579469 TAL6_ZEM_A.indb 45

45

11/01/19 11:25


46

detective

machine

opinie

f iguren

individu

diploma

vitamine

kandidaat

minimum

cilinder

ideaal

citroen

tribune

dirigent

piramide

olifant

ministerie

piloot

f ile

uniform

literatuur

kantine

alinea

sirene

horizontaal

kilo

L6 - Thema 3 - differentiatieblok - H10b

579469 TAL6_ZEM_A.indb 46

11/01/19 11:25


les 16 - H11

Differentiatieblok Domein: Onderwerp: Lesduur:

spelling woorden met vrije klinker ie als i geschreven (net als serieus of kampioen) 25 minuten

Samenhang

Materialen

In deze les herhalen de leerlingen die het nodig hebben de inhoud van les 14: woorden met ie als i voor eu of oe.

Folio > herhalingsblad 11

Lesdoelen

Diversen > schrijflei

Hoofddoel van de les Woorden met een vrije klinker ie als i voor eu of voor oe correct schrijven.

Voorbereiding Kopieer voor elke leerling het herhalingsblad.

Lesgang Verlengde instructie onder begeleiding van de leraar 1 Laat samen zoeken naar de woorden bij oefening 1. Bespreek de woorden. Het zijn woorden met ie als i geschreven: woorden met het stukje ieu of ioe. Bespreek de spellingweter. In deze les komen woorden net als serieus en woorden net als kampioen aan bod.

herhalingsblad 11

2 Laat de woorden van oefening 1 opschrijven. 3 Bespreek samen de zinnen van oefening 2 en laat zoeken naar de samenstelling. Laat de zin telkens opschrijven. 4 Laat oefening 3 in duo’s maken. 5 Laat in duo’s zoveel mogelijk woorden net als serieus of woorden net als kampioen op de schrijflei schrijven. Bespreek samen.

schrijflei

L6 - Thema 3 - differentiatieblok - H11

579469 TAL6_ZEM_A.indb 47

47

11/01/19 11:25


Naam:

Datum:

Nr.

Woorden met ie als i geschreven Soms hoor je na de ie een j, maar je schrijft een i. Bv. materiaal, radio, serieus en kampioen Die woorden moet je onthouden. Woorden met ie als i schrijf je net als materiaal. Woorden met ie als i schrijf je net als radio. Woorden met ie als i schrijf je net als serieus. Woorden met ie als i schrijf je net als kampioen. spellingweter 14 1

Schrijf de woorden op. Vervang de bloem door ioe of ieu. n

= de kamp

2 ernstig zijn

= ser

3 trendy, hip zijn

= mod

s zijn

zijn

4 godsdienstig zijn

= relig

s zijn

zijn

5 spinachtig dier

= de schorp

6 veel willen bereiken

= ambit

s zijn

7 een droombeeld

= een vis

n

s zijn

zijn

n

8 geheimzinnig, vreemd zijn = myster

2

de

1 de grote winnaar

de zijn een

s zijn

zijn

Schrijf de zinnen over. Vervang de vetgedrukte woorden door een samenstelling. 1 Mijn oom is ingenieur van de landbouw.

2 Veel mensen doen moeite om vervuiling van het milieu tegen te gaan.

3 Wat is de leeftijd waarop je met pensioen mag gaan?

4 Die zwemmer wil kampioen van de wereld worden.

48

L6 - Thema 3 - differentiatieblok - H11

579469 TAL6_ZEM_A.indb 48

11/01/19 11:25


Naam: 3

Datum:

Nr.

Vul het versje aan. Kies uit: serieus – milieu – pensioen – schorpioen – ambitieus

“Ik ga met

”, .

zegt de “Echt, ik ben heel

, .

Ik ben al die vervuiling beu: vanaf nu kom ik op voor het

!”

L6 - Thema 3 - differentiatieblok - H11

579469 TAL6_ZEM_A.indb 49

49

11/01/19 11:25


les 16 - H12

Differentiatieblok Domein: Onderwerp: Lesduur:

taaldenken – betekenissen woordenschat uit het thema 25 minuten

Samenhang

Materialen

In deze les herhalen de leerlingen die het nodig hebben de inhoud van les 15: betekenissen.

Folio > herhalingsblad 12 > kopieerblad 1 les 15

Lesdoelen Hoofddoel van de les Reflecteren op het gebruik van het alfabet om alfabetisch gerangschikte bronnen op adequate en functionele wijze te hanteren. Andere doelen Reflecteren op de betekenis van woordgroepen en zinnen zoals uitdrukkingen en vergelijkingen.

Voorbereiding Kopieer voor elke leerling het herhalingsblad en laat kopieerblad 1 van les 15 nemen.

Lesgang Verlengde instructie onder begeleiding van de leraar 1 Lees de taalweter ‘Hoe vind ik snel een woord in het woordenboek?’ (oefening 1). Model het opzoeken van het woord ‘dwepen’. Kijk naar de letters in de marges van de pagina’s. Heb je de juiste letter gevonden, dan let je op de trefwoorden bovenaan de pagina’s. ‘Dwepen’ staat tussen ‘duplicaat’ en ‘d.w.z.’. Zoek nu in de kolommen naar het woord ‘dwepen’.

herhalingsblad 12

2 Laat oefeningen 2 tot 7 zelfstandig maken.

kopieerblad 1 les 15 TIP! Laat de leerlingen kopieerblad 1 van les 15 gebruiken.

3 Bespreek de antwoorden van oefeningen 2 tot 7. > Laat bij oefening 5 vertellen welke eigenschappen Berend heeft en waarom. > Laat de leerlingen bij oefening 6 vertellen wat ze barbaars vinden en waarom. > Laat bij oefening 7 een aantal personages noemen die geslepen zijn en uitleggen waarom ze dat zijn.

50

L6 - Thema 3 - differentiatieblok - H12

579469 TAL6_ZEM_A.indb 50

11/01/19 11:25


4 Laat leerlingen die nog te veel fouten maakten, zinnen opschrijven met een themawoord waaruit de betekenis blijkt. Bv. De Duitse soldaten hielden een razzia in de joodse wijk. Vorm duo’s. De ene leerling leest zijn zin voor waarin het themawoord vervangen wordt door ‘piep’: De Duitse soldaten hielden een ‘piep’ in de joodse wijk. De andere leerling vult het woord in de zin in.

L6 - Thema 3 - differentiatieblok - H12

579469 TAL6_ZEM_A.indb 51

51

11/01/19 11:25


Naam: 1

Datum:

Nr.

Lees de taalweter.

Hoe vind ik snel een woord in het woordenboek? Je leerde het woordenboek gebruiken. Weet je nog? 1 In het woordenboek staan de woorden in alfabetische volgorde.

2 1

5

2 Het eerste en laatste woord van elke pagina staan bovenaan op die pagina. Dat zijn de trefwoorden. 3 Van werkwoordsvormen zoek je de infinitief.

3

4 Bij een zelfstandig naamwoord zoek je altijd het enkelvoud op. 5 De betekenis van zegswijzen, uitdrukkingen en spreekwoorden vind je door het belangrijkste woord op te zoeken.

2

4

Zoek de betekenis van de woorden en uitdrukkingen op in het woordenboek. Schrijf ze op. 1 dwepen 2 genadeloos 3 dat staat als een paal boven water 4 een storm in een glas water

52

L6 - Thema 3 - differentiatieblok - H12

579469 TAL6_ZEM_A.indb 52

11/01/19 11:25


Naam: 3

Datum:

Nr.

Vul de juiste woorden in de zinnen in. Kies uit: aanstellerig – bedachtzaam – geslepen – in het harnas jaagt – zijn hart lucht – de mond te snoeren

Op het schoolplein loopt Stijn naar Chiara toe. “Ik moet je iets vertellen.” , maar hij kan niet voorkomen dat

Ashiq probeert zijn vriend nog Stijn

. “Chiara, ik vind je

. Je doet altijd zo

overdreven.” Chiara knikt

. “Je denkt dat je me nu tegen je , maar ik weet dat je

bent. Je probeert

natuurlijk het omgekeerde te bereiken. Ja, ik wil wel verkering met je!”

4

Bekijk de foto’s. Vul de juiste woorden in. Kies uit: achterdochtig – de beul – de razzia – de tiran

L6 - Thema 3 - differentiatieblok - H12

579469 TAL6_ZEM_A.indb 53

53

11/01/19 11:25


Naam: 5

Datum:

Nr.

a Lees de tekst over Berend.

5

Toine zit bij Berend in de klas. Toine is klein en niet erg sterk. Hij heeft wel een mooie vulpen. Die pen wil ik hebben, denkt Berend. Hij overhaalt zijn vriend Siem om Toine te bedreigen. Dan gaat hij naar Toine. “Siem is een gevaarlijk ventje”, zegt hij. “Maar ik ben je vriend. Ik kan je beschermen.” Toine gelooft Berend. “Je moet me wel je pen geven”, zegt Berend. Toine geeft hem de pen. Na schooltijd wacht Siem Toine op. Hij geeft hem een schop. “Help me Berend!” roept Toine. Berend doet niets.

b Kruis aan. Berend is: berekenend geslepen verraderlijk c Leg uit waarom je het woord of de woorden aankruiste.

6

a Kruis aan wat jij barbaars vindt.

b Leg een van je antwoorden uit.

7

54

Welk personage uit een boek, een film of een televisieserie is geslepen? Leg uit.

L6 - Thema 3 - differentiatieblok - H12

579469 TAL6_ZEM_A.indb 54

11/01/19 11:25


les 16 - taaltaak

Differentiatieblok Domeinen: Onderwerp: Lesduur:

lezen, schrijven taaltaak 50 minuten

Samenhang

Materialen

Leerlingen die de leerstof van het thema voldoende onder de knie hebben, maken een taaltaak.

Folio > taaltaak > correctiesleutel taaltaak

Lesdoelen Hoofddoel van de les Op basis van op hun leeftijd afgestemde teksten: hoofdgedachte, relaties (deel-geheel, oorzaak-gevolg, middel-doel), chronologie afleiden, persoonlijke gevoelens en mening weergeven over handelswijze hoofdpersoon, verklaren waarom de tekst niet waarheidsgetrouw is. Andere doelen > Een verslag schrijven van een gebeurtenis, eigen belevenissen en ervaringen ... (persoonlijke indruk, eigen mening, passende illustraties). > Bereid zijn spellingregels te gebruiken bij schriftelijke communicatie. > Schriftelijk antwoorden op vragen over verwerkte inhouden (informatie vergelijken, informatie samenvatten). Reflecteren op tekstsoorten: fictie en non-fictie onderscheiden. Aangeven dat verschillende tekstsoorten verschillende functies hebben.

Voorbereiding Kopieer voor elke leerling de taaltaak en de correctiesleutel van de taaltaak.

Lesgang Verlengde instructie onder begeleiding van de leraar 1 Overloop de taak met het oog op een zelfstandige verwerking door de leerlingen. Spreek af waar en hoe leerlingen die vastlopen hulp kunnen inroepen.

taaltaak

2 Laat de leerlingen de taak zelfstandig verwerken en verbeteren met de correctiesleutel.

correctiesleutel taaltaak

L6 - Thema 3 - differentiatieblok - taaltaak

579469 TAL6_ZEM_A.indb 55

55

11/01/19 11:25


Naam: 1

Nr.

taaltaak

Lees de brief.

Brief van vader aan Georges 5 mei 1940 Lieve zoon, Het leven hier in het fort verloopt rustig. We staan om vijf uur op. Na het ontbijt en het verplichte bezoek aan de dokter is er het appel. Je zou ons moeten zien, rechtop in uniform. De zon blinkt in de trompet als de groet aan de vlag weerklinkt. Daarna is er training en sport. We hebben al gevoetbald. Onze oďŹƒcier zegt dat het ons kan helpen als er oorlog komt: in groep sporten, zodat we in groep leren vechten. Wist je dat het fort van Eben-Emael het sterkste van heel Europa is? We zijn er heel trots op. Stel je voor: zeventien bunkers, diep in een heuvel ingegraven om veilig te zijn tegen Duitse bommen. Door de steile wanden is het bovendien oninneembaar voor grondtroepen. Laat die nazi’s maar komen! Georges, maak je geen zorgen. De oorlog is nog niet voor morgen. Volgend weekend heb ik opnieuw verlof. Dan zien we elkaar weer. Zorg goed voor je moeder en je zusters! Je vader

Bron: Zonneland, 2011

2

Is deze tekst fictie of non-fictie? Verklaar je antwoord.

3

Welke gebeurtenissen worden in de brief beschreven?

56

L6 - Thema 3 - differentiatieblok - taaltaak

579469 TAL6_ZEM_A.indb 56

11/01/19 11:26


Naam: 4

Datum:

Nr.

Vul de vijf w-vragen en de hoe-vraag bij de brief in. Kies daarbij een van de gebeurtenissen beschreven in de brief. Wat?

Waar?

Wat?

?

?

2

Wanneer? ? Waarom?

Wie? ?

1

3 Wie?

? Waar?

Hoe? Wanneer? Waarom?

Hoe?

5

Lees de liefdesbrief.

Brief van Henri (12 jaar) 13 mei 1940 Liefste Françoise,

DOODL E H EA R T C

Vannacht vertrekken we. Ik mag maar een klein koffertje meenemen, want we hebben alleen onze kruiwagen en een fiets. Mijn voetbal moet ik achterlaten. Moeder heeft de kinderwagen volgepropt met eten en dekens. De kleine Martha kan er nog nauwelijks bij! We moeten tot in Frankrijk stappen. Stel je voor! Als echte scout zie ik niet op tegen die tocht. Maar dat ik jou misschien nooit meer ga zien, doet pijn. Ik mis je nu al. Heb je gisteren de Duitse stuka’s gehoord boven Leuven? Overal was er paniek. Die vliegtuigen maakten zo’n angstaanjagend geluid dat al mijn haren rechtop stonden. Maar ik heb niet gehuild! Hoe die piloten neerdoken en dan terug naar boven, telkens weer ... Ik stond er met open mond naar te kijken. Dag, lieve Françoise. Ik zie je graag. Ik hoop dat deze oorlog gauw gedaan is. Dan kom ik terug. Van je lief, Henri Bron: Zonneland, 2011

L6 - Thema 3 - differentiatieblok - taaltaak

579469 TAL6_ZEM_A.indb 57

57

11/01/19 11:26


Naam: 6

Datum:

Nr.

a Hoeveel regels heeft de brief? b Schrap wat niet past. Volgens mij is de brief lang / kort.

7

Worden er vooral feiten of vooral gevoelens beschreven in de brief? Zoek voorbeelden om je antwoord aan te tonen. Feiten

8

Gevoelens

Vul aan. Schrijf de kenmerken van de brief in een samenvattende tabel. Tip: je vindt enkele kenmerken terug in de vorige oefeningen, de andere zoek je zelf. De kenmerken van een

58

a

Lengte

kort / lang

b

Inhoud bestaat vooral uit

een verslag van feiten / een beschrijving van gevoelens

c

Persoon waarin tekst werd geschreven

eerste / tweede / derde

d

Doel van de titel

e

Doel van de tekst

L6 - Thema 3 - differentiatieblok - taaltaak

579469 TAL6_ZEM_A.indb 58

11/01/19 11:26


Naam: 9

Datum:

Nr.

Schrijf een brief. STAP 1:

Aan wie schrijf je een brief?

STAP 2: Over welke gebeurtenis(sen) schrijf je? Denk eraan om per gebeurtenis een antwoord te geven op de vijf w-vragen en de hoe-vraag.

STAP 3:

Schrijf de brief. De taalweter hieronder vertelt je hoe je dat het beste doet.

Welke vorm heeft een brief? Datum van vandaag 1 Aanspreking Bv. Geachte mevrouw of Beste mijnheer Laat een witregel tussen de aanspreking en de inleiding van je brief. 2 Inleiding van je brief

Dat is de inleiding.

Vertel kort wie je bent en op welke school je zit. Laat een regel open tussen de inleiding en het midden van je brief. 3 Midden van je brief

Dat is het midden.

Vertel de reden waarvoor je de ontvanger schrijft (uitnodigen, iets meedelen ...) en geef de nodige gegevens. Laat een regel open tussen de kern en het slot van je brief. 4 Slot van je brief

Dat is het slot.

Formuleer in een korte zin hoe je wilt dat de ontvanger reageert. Laat een witregel open tussen het slot en de groet. 5 Groet Bv. Groetjes! Hier laat je enkele witregels open om je naam of handtekening te zetten. 6 Je naam en voornaam Je straat en nummer Je postcode en je gemeente

L6 - Thema 3 - differentiatieblok - taaltaak

579469 TAL6_ZEM_A.indb 59

59

11/01/19 11:26


Naam:

60

Datum:

Nr.

L6 - Thema 3 - differentiatieblok - taaltaak

579469 TAL6_ZEM_A.indb 60

11/01/19 11:26


les 16 - taak A

Differentiatieblok Domeinen: Onderwerp: Lesduur:

lezen, schrijven taak zelfstandig werk A: basisniveau 25 minuten

Samenhang

Materialen

Leerlingen die de leerstof van het thema voldoende onder de knie hebben, maken zelfstandig een taak op basisniveau.

Folio > taak A > correctiesleutel taak A

Lesdoelen Hoofddoel van de les In voor hen bestemde verzonnen teksten: gewenste informatie afleiden, hoofdgedachte afleiden, vergelijkingen afleiden, persoonlijke gevoelens en mening weergeven over handelswijze hoofdpersoon, verklaren waarom de tekst niet waarheidsgetrouw is. Andere doelen In voor hen bestemde informatieve teksten: informatie classificeren. Schriftelijk antwoorden op vragen over verwerkte inhouden (volgorde van belangrijkheid bepalen, informatie weergeven aan de hand van schema’s, informatie vergelijken, informatie samenvatten).

Voorbereiding Kopieer voor elke leerling taak A en voor elk duo de correctiesleutel van taak A.

Lesgang Verlengde instructie onder begeleiding van de leraar 1 Overloop de taak met het oog op een zelfstandige verwerking door de leerlingen. Spreek af waar en hoe leerlingen die vastlopen hulp kunnen inroepen: moeilijke woorden kunnen ze in een woordenboek opzoeken, ze kunnen met elkaar overleggen of uitleg vragen aan de leraar.

taak A

2 Laat de leerlingen de taak zelfstandig verwerken en verbeteren met de correctiesleutel.

correctiesleutel taak A

L6 - Thema 3 - differentiatieblok - taak A

579469 TAL6_ZEM_A.indb 61

61

11/01/19 11:26


Naam: 1

Nr.

taak A

Lees de tekst.

Adolf Hitler

De mislukte kunstenaar die dictator werd

5

10

15

20

25

30

35

Na de Tweede Wereldoorlog vond ik, Paula Hitler, het niet meer prettig om de jongere zus van Adolf Hitler te zijn. Tijdens de oorlog wilde ik gewoon niet geloven wat er over hem en zijn partij werd verteld. Hij was en bleef mijn broer, al heeft hij me niet altijd vriendelijk behandeld en al noemen ze hem nu de grootste oorlogsmisdadiger van de moderne tijd. Toen ik in 1896 op de wereld kwam, was Adolf al zeven jaar oud. Adolf werd in april 1889 geboren in Oostenrijk. Moeder verafgoodde haar zoontje Adolf, en dat was wederzijds. Later zou haar portret in al zijn woon- en werkverblijven hangen. Ze was rustig, zachtaardig en liefdevol. Misschien is ze wel de enige mens ter wereld van wie hij echt heeft gehouden. Vader daarentegen was een norse, bazige, driftige man die zich liever met zijn bijenkorven dan met zijn kinderen bezighield. Adolf hield niet van hem. Ik ook niet. Op zijn zesde ging Adolf naar een dorpsschooltje dat maar uit één klas bestond. Hij haalde er altijd hoge cijfers. Later zong Adolf in een koor van een klooster en hij droomde er zelfs van later monnik te worden! Onder zijn klasgenoten was hij altijd haantje-de-voorste. Het liefst speelde hij oorlogje of politie-en-boef. Op de middelbare school presteerde Adolf slecht, misschien wel als protest tegen vader die onvoorwaardelijke gehoorzaamheid eiste en hem bijna elke dag sloeg. Zijn leraar Frans getuigde later: “Hij was begaafd, maar tegendraads, eigenwijs, driftig en lui.” Op zijn veertiende stierf vader. Op zijn zestiende werd Adolf verliefd op ene Stefanie. Hij aanbad haar in stilte, vanuit de verte, vier jaar lang. Hij heeft nooit een woord met haar gewisseld, want hij was verlegen tegenover meisjes. Op zijn zestiende ging hij ook van school, zonder diploma. Daarna bleef hij twee jaar lang in huis rondhangen. Werken voor de kost wou hij niet doen. Liever ging hij laat naar bed en sliep hij een gat in de dag, terwijl moeder hem verwende. Ik zag hem tekenen, lezen, schilderen, gedichten schrijven en ’s avonds vaak naar een concert of de opera gaan. Hij begon ervan te dromen een groot kunstenaar te worden. “Ik ga wereldberoemd worden”, zei hij eens tegen mij. Ja, maar dan op een andere manier dan hij zich toen had voorgesteld ... Op zijn achttiende verhuisde hij naar Wenen om het toelatingsexamen aan de Weense Kunstacademie te doen. Maar hij slaagde niet wegens gebrek aan talent. Hij ging naar huis en verzorgde moeder die aan borstkanker leed. Ze stierf in 1907. Adolf was toen achttien, ik elf. Ik ging bij mijn getrouwde halfzus Angela wonen en Adolf vertrok terug naar Wenen. Hij bleef daar ongeveer vijf jaar terwijl hij sliep in parken en onder bruggen of in een tehuis voor daklozen. Hij deed losse klusjes zoals sneeuwruimen bij hotels en koffers dragen in het station. Hij begon met het schilderen van toeristische plekken op postkaarten. Hij verkocht zijn kaartjes in cafés en op straat. Op zijn vierentwintigste verhuisde hij naar München. Ook daar bleef hij zijn postkaartjes verkopen. Tot in 1914 de Eerste Wereldoorlog uitbrak. Adolf meldde zich als vrijwilliger voor het Duitse leger en werd koerier.

Naar: Wereldberoemde dwarsliggers, ettertjes en doordouwers, Ed Franck, Manteau 2010

62

L6 - Thema 3 - differentiatieblok - taak A

579469 TAL6_ZEM_A.indb 62

11/01/19 11:26


Naam:

Datum:

2

Is deze tekst fictie of non-fictie? Verklaar je antwoord.

3

Beantwoord de vijf w-vragen en de hoe-vraag voor deze tekst.

Wat?

Wat?

Waar? ?

?

Wanneer? ? Waarom?

Wie? ?

Nr.

?

Wie? Wanneer? Waar? Waarom?

Hoe?

Hoe?

4

a Hoeveel regels heeft het fragment? b Schrap wat niet past. Volgens mij is het fragment lang / kort.

L6 - Thema 3 - differentiatieblok - taak A

579469 TAL6_ZEM_A.indb 63

63

11/01/19 11:26


Naam: 

 Datum:

 Nr.

c Zoek voorbeelden in de tekst en vul de tabel aan. Feiten

Gevoelens





























































d Omcirkel het juiste antwoord. De tekst beschrijft vooral feiten / gevoelens. e Leg uit waarom je die keuze maakte.    f Vat het fragment samen in maximaal vier zinnen.    

64

L6 - Thema 3 - differentiatieblok - taak A

579469 TAL6_ZEM_A.indb 64

11/01/19 11:26


Naam:  5

 Datum:

 Nr.

Vul aan. Schrijf de kenmerken van de tekst in een samenvattende tabel. De kenmerken van een a

Lengte

kort / lang

b

Inhoud bestaat vooral uit

weergave van feiten / beschrijving van gevoelens

c

Belangrijkste informatie: waar?

d

Persoon waarin tekst werd geschreven

e

Doel van de titel

 eerste / tweede / derde 1  2 

f

Doel van de tekst

 

L6 - Thema 3 - differentiatieblok - taak A

579469 TAL6_ZEM_A.indb 65

65

11/01/19 11:26


les 16 - taak B

Differentiatieblok Domeinen: Onderwerp: Lesduur:

lezen, schrijven taak zelfstandig werk B: plusniveau 25 minuten

Samenhang

Materialen

Leerlingen die de leerstof van het thema voldoende onder de knie hebben, maken zelfstandig een taak op plusniveau.

Folio > taak B > correctiesleutel taak B

Lesdoelen Hoofddoel van de les In voor hen bestemde informatieve teksten: gewenste informatie afleiden, hoofdgedachte afleiden, conclusies formuleren. Andere doelen In voor hen bestemde informatieve teksten: informatie classificeren. Schriftelijk antwoorden op vragen over verwerkte inhouden (volgorde van belangrijkheid bepalen, informatie weergeven aan de hand van schema’s, informatie vergelijken, informatie samenvatten).

Voorbereiding Kopieer voor elke leerling taak B en de correctiesleutel van taak B.

Lesgang Verlengde instructie onder begeleiding van de leraar

66

1 Overloop de taak met het oog op een zelfstandige verwerking door de leerlingen. Spreek af waar en hoe leerlingen die vastlopen hulp kunnen inroepen: moeilijke woorden kunnen ze in een woordenboek opzoeken, ze kunnen met elkaar overleggen of uitleg vragen aan de leraar.

taak B

2 Laat de leerlingen de taak zelfstandig verwerken en verbeteren met de correctiesleutel.

correctiesleutel taak B

L6 - Thema 3 - differentiatieblok - taak B

579469 TAL6_ZEM_A.indb 66

11/01/19 11:26


Naam: 1

taak B

Nr.

Lees de tekst.

Dieren in oorlog

5

10

15

20

25

30

35

40

Tijdens de Eerste Wereldoorlog werden heel wat paarden, honden en duiven gebruikt in de strijd tegen de vijand. In de Tweede Wereldoorlog werden er veel minder paarden gebruikt, zij werden vervangen door auto’s, tanks ... Honden werden wel nog regelmatig ingezet om de wacht te houden, gewonden te redden, munitie te vervoeren en ze namen deel aan aanvals- of spionageacties. Zo maakte War Dog Rob 471/322, een Engelse parachutistenhond, in Italië en Afrika twintig sprongen achter vijandelijke linies. Hoewel tegenwoordig veel ratten worden getraind om mijnen te detecteren, lees je in The Dog’s Tale. A History of Man’s best friend dat ook honden goede mijndetectoren zijn. The Dog’s Tale is een boek geschreven door de Engelse Loyd Grossman waarin hij vertelt over de evolutie die de hond heeft doorgemaakt: van wild beest tot beste vriend van velen en zelfs tot Hollywoodster. Hij beschrijft hoe honden gezien werden tijdens de middeleeuwen, wat hun rol was binnen het geloof en hun nut bij het uitvoeren van werk, sport, oorlog en ontdekkingsreizen. Zo staat in het boek te lezen: ‘Het geurvermogen is ongeveer een miljoen keer beter dan dat van de mens (...) en hij is zelfs de modernste technologie de baas.’ Honden hebben overal ter wereld voorkomen dat er tienduizenden slachtoffers vielen door achtergebleven mijnen. Een dier dat je niet zo snel verwacht had als vriend in een oorlog, is een beer. Een Poolse soldaat ruilde Wojtek als een klein, jong beertje voor wat geld. Het beertje bleef sinds dat moment steeds in de buurt van ‘moederbeer’ zoals ze de soldaat voortaan noemden. Hij betrapte eens luid grommend een vijandelijke soldaat die ’s nachts in het legerkamp op zoek was naar de wapenopslag. Wojtek, als volwassenen beer van bijna twee meter hoog, hielp ladingen uit vrachtwagens lossen. Hij bleek zich niet te storen aan het geluid van rondvliegende kogels en granaatinslagen. Na de oorlog werd hij in een dierentuin in Engeland ondergebracht. Hij leefde tot 1963 en werd 22 jaar oud. Duiven bleven ook tijdens de Tweede Wereldoorlog nuttige dieren, vooral om boodschappen rond te brengen. Tijdens de Eerste Wereldoorlog hadden vooral Duitse kogels en gifgas het gemunt op de duiven. Tijdens de Tweede Wereldoorlog waren het getrainde haviken die hen achterna zaten. Een Amerikaans psycholoog B.F. Skinner wilde duiven door training leren geleide projectielen te besturen. Ze werden met drie tegelijk voorin het projectiel gestopt en moesten met hun snavel op een scherm tikken waarop de omgeving stond afgebeeld om de koers van het projectiel bij te stellen. Hoewel de training goed lukte, werd het project toch als onpraktisch afgeblazen. Vele van deze oorlogspaarden, -honden of -duiven kregen medailles voor de hulp en de moed die ze boden tijdens verschillende veldslagen.

Naar: www.g-geschiedenis.eu

L6 - Thema 3 - differentiatieblok - taak B

579469 TAL6_ZEM_A.indb 67

67

11/01/19 11:26


Naam:  2

 Datum:

 Nr.

a Is deze tekst fictie of non-fictie? Verklaar je antwoord.  b Welk soort tekst is dit? 

3

Beantwoord de vijf w-vragen en de hoe-vraag.

Wat?

Wat?  

Waar? ?

?

Wanneer? ? Waarom?

Wie? ?

?

 Wie?     Waar?  

Hoe?

 Waarom?   Hoe?    

4

a Hoeveel lijnen heeft de tekst? b Schrap wat niet past.

68

Volgens mij is de tekst lang / kort.

L6 - Thema 3 - differentiatieblok - taak B

579469 TAL6_ZEM_A.indb 68

11/01/19 11:26


Naam: 

 Datum:

 Nr.

c Worden er vooral feiten of vooral gevoelens beschreven? Zoek voorbeelden om je antwoord aan te tonen. Feiten

Gevoelens









































d Vat de tekst samen in maximaal vier zinnen.    

5

Vul aan. Schrijf de kenmerken van de tekst in een samenvattende tabel. De kenmerken van een a

Lengte

kort / lang

b

Inhoud bestaat vooral uit

een verslag van feiten / een beschrijving van gevoelens

c

Belangrijkste informatie: waar?

d

Persoon waarin tekst werd geschreven

e

Doel van de titel

 eerste / tweede / derde 1  2 

f

Doel van de tekst



L6 - Thema 3 - differentiatieblok - taak B

579469 TAL6_ZEM_A.indb 69

69

11/01/19 11:26


les 16 - taak C

Differentiatieblok Domein: Onderwerp: Lesduur:

spelling taak zelfstandig werk C: integratieoefeningen 25 minuten

Samenhang

Materialen

Leerlingen die de leerstof van het thema voldoende onder de knie hebben, maken zelfstandig een integratietaak over alle reeds behandelde spellingleerstof.

Folio > taak C

Lesdoelen Hoofddoel van de les > Woorden met een vrije klinker in een open lettergreep correct schrijven. > Woorden met een vrije klinker o als eau geschreven correct schrijven. > Woorden met een vrije klinker oe als ou geschreven correct schrijven. > Woorden met een vrije klinker ai correct schrijven. > Hoofdletters gebruiken en erover reflecteren bij het begin van een zin, bij aardrijkskundige namen en afleidingen van aardrijkskundige namen, bij namen van feestdagen, bij namen van personen en zaken die als heilig worden beschouwd, bij eigennamen, bij apostrof aan het begin van een woord. > Woorden met een vrije klinker ie als i voor een medeklinker correct schrijven. > Woorden met een vrije klinker ie als i voor eu of voor oe correct schrijven.

Voorbereiding Kopieer taak C voor elke leerling.

Lesgang Verlengde instructie onder begeleiding van de leraar 1 Overloop de taak met het oog op een zelfstandige verwerking door de leerlingen. Spreek af waar en hoe leerlingen die vastlopen bij de taak hulp kunnen inroepen.

taak C

2 Laat de taak zelfstandig verwerken.

70

L6 - Thema 3 - differentiatieblok - taak C

579469 TAL6_ZEM_A.indb 70

11/01/19 11:26


Naam: 1

Nr.

taak C

Vul de woorden aan met ioen of ieus. Maak er een zin mee die past bij een van de foto’s. 1 pens 2 ser 3 mod 4 schorp 5 relig 6 ambit

2

Schrijf de limericks over. Let daarbij op de hoofdletters.

ER WAS EEN BANKIER UIT NOORD-SPANJE. DIE KOCHT ROND PASEN ENKEL ORANJE. OP MAANDAG EEN SCHOEN. OP DINSDAG MELOEN. EN ZO WAS ZIJN LENTE VOL FRANJE.

L6 - Thema 3 - differentiatieblok - taak C

579469 TAL6_ZEM_A.indb 71

71

11/01/19 11:26


Naam:

Datum:

Nr.

ER WAS EENS EEN MEID, LIESELOT. ZIJ BAD OP EEN DAG TOT GOD. “OH, GOD”, ZEI ZE TOEN. “IK HOOP OP EEN ZOEN. EEN ZOEN VAN DIE KNUL, ELIOT.”

‘K ZIE IN HET NOORDEN EEN VROUWTJE. ‘T WIL GRAAG EEN HOND AAN EEN TOUWTJE. EEN HONDJE MET STIJL. EEN HOND ZONDER KWIJL. DAT BEEST GAF HAAR DIRECT EEN KNAUWTJE.

72

L6 - Thema 3 - differentiatieblok - taak C

579469 TAL6_ZEM_A.indb 72

11/01/19 11:26


Naam: 3

Datum:

Nr.

a Vul de ontbrekende letters in. lim

sine r

mayon

tine se

famili m

ververmoeid

r horl

tief

meubil

r

volk

ge

s men

bur venir cad

tje

b Schrijf de vetgedrukte woorden bij de juiste foto.

c Schrijf de schuingedrukte woorden in de tekst.

Eerst vond ik het juiste ritme niet, zo vlak na de vakantie, maar nu wordt naar school gaan stilaan een

. De juf was in het begin streng en kordaat. Nu is ze

veel liever. Soms doet ze zelfs een beetje te klasgenoten. Ik geef hen

vinden sommige ongelijk. Ik hou net van een juf die dicht

bij haar leerlingen staat.

d Maak met de rest van de woorden een zin.

L6 - Thema 3 - differentiatieblok - taak C

579469 TAL6_ZEM_A.indb 73

73

11/01/19 11:26


Naam:  4

5

 Datum:

 Nr.

Kleur in elk woord: ROOD

de ie als i voor een medeklinker.

GROEN

de ie als i voor een klinker.

BLAUW

een verenkelde o. zodanig

absolute

het instituut

de anekdote

de Amerikaan

ambitieus

het comité

de epidemie

het pensioen

de economie

de visite

de dialoog

de factoren

de familie

de kliniek

regionaal

sociale

openlijk

het stadium

de oppositie

het principe

de producent

het vermogen

gepensioneerd

Zoek vijftien van de twintig verstopte woorden en schrijf ze op. Tip: de eerste letter is al gemarkeerd. R

Q

V M R

B

S

U

E

I

R

E

S

C

D



O

S

V W S M D

P

E

N

S

I

O

E

N W F W



Y

F

Y

E M E

G O

B

Z

X W Y

J

N D

T

A

T

O N

I

L

X

C

G

E

T

O N

E

G

T

H

C

E

S

S

G

T

J

E

D U

Z

H D

E

F

I

N

I

T

I

E

F

N



J

N

T

K

U N

F

S

Y

B

V

U A

E

T

A

L

P



V

P

U

P

T

C D A

R

T

I

S

T

I

E

K

P

K

L

R

U U M R

E

A

R

Q

E

V

Q H

L

D A

R

X O

T

Q

O Z

I

D Q

P

N

X

F

L

J



K

B

I

U U Q

R

H

R

O

R

U O G



E

L

T

C

T

G H U

E

O U O

V

E

T

U

C

V

I

E

S

F

F

J

A

J

C

N M E

L

I

R

K

Z

C

T M N O

V

N

E

E

H A

P

L

J

N O

R

O







R

I

N N

E

U M U



F

K W N



I

A

I

W E

B

N W N

I

G

E

A

I

L

T

B

P

S

T

G

C

G

I

N

L

L

X O H G Q

O

I

O H

P

I

L

E

E

K

I

D

Y M B

P

E

Q W

I

I

N U

V

S

Y

Q Z

G O O

K

L

T

K W G

V

S

S W T

R

C

P

S

I

E

O

I

X T

D A

   

74

L6 - Thema 3 - differentiatieblok - taak C

579469 TAL6_ZEM_A.indb 74

11/01/19 11:26


Naam: 6

Datum:

Nr.

Maak een woordzoeker voor je klasgenoot. Gebruik tien woorden uit oefeningen 1, 3 en 4. Laat je klasgenoot de woordzoeker oplossen en invullen.

L6 - Thema 3 - differentiatieblok - taak C

579469 TAL6_ZEM_A.indb 75

75

11/01/19 11:26


76

579469 TAL6_ZEM_A.indb 76

11/01/19 11:26

72602_


Zorg- en evaluatiemodule: toetsen evaluatieblok De correctiesleutels van de toetsen vind je achteraan in deze map.

72602_TALENT_THEMAPAGINA 579469 TAL6_ZEM_A.indb 77 6A.indd 2

14/12/18 11:26 14:34 11/01/19


72602_TALENT_THEMAPAGINA 579469 TAL6_ZEM_A.indb 78 6A.indd 2

14/12/18 11:26 14:34 11/01/19


18 14:34

les 17

Evaluatieblok Domein: Onderwerp: Lesduur:

lezen begrijpend lezen fictie 25 minuten

Lesdoelen

Materialen

Getoetste doelen In voor hen bestemde verzonnen teksten: gewenste informatie afleiden, hoofdgedachte afleiden, vergelijkingen afleiden, persoonlijke gevoelens en mening weergeven over handelswijze hoofdpersoon, verklaren waarom de tekst niet waarheidsgetrouw is. > Schriftelijk antwoorden op vragen over verwerkte inhouden (informatie weergeven aan de hand van schema’s, informatie vergelijken, informatie samenvatten). > Bereid zijn hun waardering uit te spreken over geschreven teksten. Reflecteren op tekstsoorten: fictie en non-fictie onderscheiden. Aangeven dat verschillende tekstsoorten verschillende functies hebben.

Folio > toetsblad 1

Voorbereiding Kopieer voor elke leerling toetsblad 1. Je vindt de toets in een aanpasbaar Wordbestand in de zorg- en evaluatiemodule.

Lesgang Instructies voor verbetering door de leraar Algemeen Schrijffouten worden niet als fout gerekend. Vraagspecifiek Vraag 1: Staat niet op punten. Vraag 2: De vragen wie en waar leveren elk 0,5 punt op. De andere vragen leveren elk 1 punt op. Vraag 3: Een juist voorbeeld van figuurlijk taalgebruik levert 1 punt op. Vraag 4: Een goed verantwoorde uitleg levert 1 punt op. Vraag 5: De keuze voor ‘gevoelens’ levert 0,5 punt op, een goed voorbeeld levert ook 0,5 punt op.

/5 /1 /1 /1

L6 - Thema 3 - evaluatieblok - begrijpend lezen fictie

579469 TAL6_ZEM_A.indb 77

77

11/01/19 11:26


Vraag 6: De volgende antwoorden in de samenvatting leveren 0,5 punt op: 1 Lily moet helpen om dingen uit de kerk te verhuizen, 2 ze kijkt hoe de Yankees werken, 3 ze herkent een van hen, 4 ze babbelt met hem en vindt hem leuk. Vraag 7: Een juist antwoord levert 1 punt op. Vraag 8: Een juist antwoord levert 1 punt op. Vraag 9a: Een juist antwoord levert 0,5 punt op. Vraag 9d: Een juist antwoord levert 0,5 punt op. Vraag 9b, 9 c en 9e: Deze antwoorden leverden punten op in respectievelijk vraag 5, 6 en 8. Hier moeten de antwoorden enkel overgenomen worden. Vraag 10: Een goed verantwoorde uitleg levert 1 punt op. Vraag 11: Een goed verantwoorde uitleg levert 1 punt op.

/2 /1 /1 /0,5 /0,5

/1 /1 /15

78

L6 - Thema 3 - evaluatieblok - begrijpend lezen fictie

579469 TAL6_ZEM_A.indb 78

11/01/19 11:26


Naam:  1

 Datum:

 Nr.

Lees de tekst.

Lily en haar moeder wonen op de boerderij van grootvader in het zuiden van Engeland. Lily’s vader vecht mee op het vasteland. Lily en haar vrienden ontmoeten Amerikaanse soldaten die zich in het zuiden van Engeland klaarmaken om de Duitsers uit de bezette landen van Europa te verdrijven. Ze schrijft een dagboek over haar avonturen. Zondag, 26 december 1943 Het is al lang geleden dat ik zo’n rare en gelukkige dag heb meegemaakt. Ik heb iemand ontmoet die zo anders is. In alle opzichten. Hij ziet er anders uit, hij klinkt anders, hij is anders. En het mooiste is, hij is mijn vriend. Het was de bedoeling dat we zouden helpen met dingen uit de kerk te verhuizen, maar het grootste deel van de tijd keken we alleen maar toe omdat de yanks (Amerikanen) het allemaal voor ons deden. Opa heeft gelijk. Ze kauwen veel kauwgom. Maar ze zien er heel blij uit, lachen voortdurend en maken grapjes. Een paar van hen droegen zandzakken de kerk in terwijl anderen de kerkbanken en stoelen, gezangboeken en knielbankjes naar buiten brachten. Ineens herkende ik een van hen. Het was dezelfde zwarte soldaat die ik een tijdje geleden in de jeep had gezien. En hij herkende me ook. “Hé, hallo! Hoe gaat het?” vroeg hij. Ik heb nog nooit iemand zo zien lachen als hij. Zijn hele gezicht begon te stralen. Hij zag er te jong uit om soldaat te zijn. “Thuis in Atlanta – dat ligt in Amerika – heb ik drie zusjes”, zei hij. “En die zijn net zo knap als jij.” Toen kwam er een andere soldaat aan, ik denk een sergeant of zo, want hij had een heleboel strepen op zijn arm. De sergeant zei hem dat hij zandzakken moest sjouwen, niet met kinderen moest kletsen. Dus hij zei: “Yessir.” Toen ging hij weg en lachte over zijn schouder naar me. De volgende keer dat ik hem zag, liep hij langs me heen met onder elke arm een zandzak. Hij bleef bij me staan. “Hoe heet je, meisje?” vroeg hij. Dus dat vertelde ik hem. Toen zei hij: “Ik heet Adolphus T. Madison (de T staat voor Thomas). Soldaat eerste klas in het Amerikaanse leger. Mijn vrienden noemen me Adie. Ik vind het leuk om kennis met je te maken, Lily. Een zonnestraaltje uit Atlanta, dat ben je, een zonnestraaltje uit Atlanta.” Niemand heeft ooit zoiets tegen me gezegd. Hij keek me recht aan terwijl hij sprak, dus ik weet dat hij elk woord meende. Maar de sergeant schreeuwde weer naar hem, en hij moest gaan. Het was een heel leuke dag. Ik hoop dat Adie in de oorlog niet wordt doodgeschoten. Hij is zo aardig. Ik ga vanavond voor hem bidden, en ook voor papa.

Bron: Het verbluffende verhaal van Adolphus Tips, Michael Morpurgo

L6 - Thema 3 - evaluatieblok - begrijpend lezen fictie

579469 TAL6_ZEM_A.indb 79

79

11/01/19 11:26


Naam:  2

 Datum:

 Nr.

Beantwoord de vijf w-vragen en de hoe-vraag./5

Wat?

Wat?  

Waar? ?

?

Wanneer? ? Waarom?

Wie? ?

?

 Wie?   Waar?   Wanneer?  Waarom?  

Hoe? Hoe?

   

3

Schrijf een voorbeeld van figuurlijk taalgebruik in de tekst op./1 

4

Geeft dit fragment je zin om het boek te lezen? Leg uit waarom (niet)./1 Ja / Nee, omdat   

5

a Schrap wat niet past./1

Er worden vooral feiten / gevoelens beschreven.

b Geef een voorbeeld.  

80

L6 - Thema 3 - evaluatieblok - begrijpend lezen fictie

579469 TAL6_ZEM_A.indb 80

11/01/19 11:26


Naam:

Datum:

Nr.

6

Vat de tekst samen in vier zinnen.

/2

7

Kruis aan wat je moet lezen om de kern van de tekst te begrijpen.

/1

In de titel vind je al voldoende informatie om te weten waarover het verhaal gaat. Behalve de titel moet je minstens ook de inleiding lezen om te weten waarover het verhaal gaat. Om te weten waarover het verhaal gaat, moet je de hele tekst lezen. Om te weten waarover het verhaal gaat, volstaat het om het einde van het verhaal te lezen.

8

Kruis aan wat het doel is van de tekst.

/1

leren over de Tweede Wereldoorlog ontspannen, genieten van een verhaal feiten uit het leven van Lily te weten komen

9

Vat de kenmerken samen in de tabel.

/1

De kenmerken van een verhaal

a

Lengte

kort / lang

b

Inhoud bestaat vooral uit (zie oefening 5)

een weergave van feiten / een beschrijving van gevoelens

c

Belangrijkste informatie: waar? (zie oefening 6)

d

Persoon waarin tekst werd geschreven

e

Doel van de tekst (zie oefening 8)

eerste / tweede / derde

L6 - Thema 3 - evaluatieblok - begrijpend lezen fictie

579469 TAL6_ZEM_A.indb 81

81

11/01/19 11:26


Naam:  10

 Datum:

 Nr.

Stel, je gaat een film maken van dit boek. Wie van de klas geef je de hoofdrol van Lily? /1 Waarom?  

11

Stel dat Adolphus Tips op bezoek komt in de klas. Welke vraag zou je hem willen stellen?/1   

Ik heb mijn toets nagekeken. Ik denk dat ik voor mijn toets behalen. Ik vind dat voor mij: zeer goed. goed. niet goed.

/15 zal

/15 op je toets. Je behaalde Ik vind dat voor jou: zeer goed. goed. niet goed.

Dit wil ik over de toets vertellen: Ik vind de toets moeilijk/gemakkelijk. Ik begrijp oefening niet.  

Ik geef je de volgende tips: Lees de opdrachten aandachtig. Lees de tekst aandachtig en herlees delen als je het antwoord niet weet. Herhaal de taalweter ‘Wat betekent letterlijk? En figuurlijk?’  

82

L6 - Thema 3 - evaluatieblok - begrijpend lezen fictie

579469 TAL6_ZEM_A.indb 82

11/01/19 11:26


les 17

Evaluatieblok Domein: Onderwerp: Lesduur:

lezen begrijpend lezen non-fictie 25 minuten

Lesdoelen

Materialen

Getoetste doelen > In voor hen bestemde informatieve teksten: gewenste informatie afleiden, hoofdgedachte afleiden, conclusies formuleren. > In voor hen bestemde informatieve teksten: informatie classificeren. Schriftelijk antwoorden op vragen over verwerkte inhouden (volgorde van belangrijkheid bepalen, informatie weergeven aan de hand van schema’s, informatie vergelijken, informatie samenvatten).

Folio > toetsblad 1

Voorbereiding Kopieer voor elke leerling toetsblad 1. Je vindt de toets in een aanpasbaar Wordbestand in de zorg- en evaluatiemodule.

Lesgang Instructies voor verbetering door de leraar Algemeen Schrijffouten worden niet als fout gerekend. Vraagspecifiek Vraag 1: Staat niet op punten. Vraag 2: Elk juist antwoord levert 0,5 punt op. Vraag 3: De vragen waar en wanneer leveren elk 0,5 punt op. De andere vragen leveren elk 1 punt op. Vraag 4: De keuze voor ‘feiten’ levert 0,5 punt op, een goed voorbeeld levert ook 0,5 punt op. Vraag 5: Deze antwoorden leveren elk 0,5 punt op: 1 Japan valt Pearl Harbor aan, 2 vele Amerikaanse doden, 3 schepen en vliegtuigen vernietigd, 4 oorlogsverklaring tussen Japan en Verenigde Staten. Vraag 6: Een juist antwoord levert 1 punt op. Vraag 7: Elk juist antwoord levert 0,5 punt op. Vraag 8: Een juist antwoord levert 1 punt op.

/2,5 /5 /1

/2 /1 /1,5 /1

L6 - Thema 3 - evaluatieblok - begrijpend lezen non-fictie

579469 TAL6_ZEM_A.indb 83

83

11/01/19 11:26


Vraag 9a: Een juist antwoord levert 0,5 punt op. Vraag 9d: Een juist antwoord levert 0,5 punt op. Vraag 9b, c en e: Deze antwoorden leverden punten op in respectievelijk vraag 4, 6, 7 en 8. Hier moeten de antwoorden enkel overgenomen worden.

/0,5 /0,5

/15

84

L6 - Thema 3 - evaluatieblok - begrijpend lezen non-fictie

579469 TAL6_ZEM_A.indb 84

11/01/19 11:26


Naam:  1

 Datum:

 Nr.

Lees het krantenartikel.

Japan valt Amerikaanse marinebasis Pearl Harbor aan 2400 Amerikanen komen daarbij om het leven

VERENIGDE STATEN EN JAPAN VERKLAREN ELKAAR DE OORLOG

Pearl Harbor, 7 december 1941 – Zonder enige oorlogsverklaring vielen Japanse bommenwerpers deze ochtend de marinebasis Pearl Harbor aan. De mariniers bereidden zich op dat moment voor op een vlaggenparade en zondagsdienst. Ongeveer 2 400 Amerikanen kwamen om het leven en 1 100 anderen raakten gewond. Vele vliegtuigen en schepen werden vernietigd. De Verenigde Staten verklaren Japan de oorlog. Het was nog vroeg op zondagochtend 7 december 1941 op de Amerikaanse vlootbasis Pearl Harbor, Oahu, Hawaï. Het leek een dag als alle andere te worden in dit tropische paradijs. De bemanning van de vele schepen en de manschappen op de militaire vliegvelden bereidden zich voor op de komende vlaggenparade en hun zondagsdienst. Om 07.55 u werd de rust verstoord door het geronk van 184 Japanse vliegtuigmotoren. Nadat de eerste golf Japanse vliegtuigen de bommen en torpedo’s had afgeworpen verdween zij, maar een tweede aanvalsgolf volgde meteen. Alle vliegtuigen vielen doelen aan die door de eerste golf gemist of nog niet als doelwit gekozen waren. De Japanse luchtaanval duurde nauwelijks twee uur, maar veroorzaakte veel schade. Meerdere schepen stonden in brand en de overlevenden die in het water wilden springen, werden bedreigd door drijvende, brandende olie. Een van de slagschepen was omgerold en een gedeelte van de bemanning zat opgesloten in de romp. Nog twee slagschepen waren gezonken en vier andere beschadigd. De helft van de Amerikaanse vliegtuigen werd op de grond vernietigd en de enkele jagers die erin slaagden op te stijgen, haalden verschillende Japanse bommenwerpers uit de lucht voordat ze zelf werden neergehaald. Er waren ruim 2 000 doden en meer dan 1 100 Amerikaanse gewonden. De aanval was een complete verrassing omdat Japan op dat moment de oorlog nog niet aan de Verenigde Staten verklaard had. Die oorlogsverklaring kwam enkele uren na de aanval. Nog diezelfde dag verklaarden de Verenigde Staten de oorlog aan Japan. Zo werd de aanval op Pearl Harbor een van de grote keerpunten in de Tweede Wereldoorlog.

Naar: www.historiek.net

2

a Kleur in het krantenartikel:/2,5 GEEL

de krantenkop.

BLAUW

de datum en de plaats.

ROOD

de inleiding.

GROEN

het slot.

b Nummer de verschillende alinea’s. L6 - Thema 3 - evaluatieblok - begrijpend lezen non-fictie

579469 TAL6_ZEM_A.indb 85

85

11/01/19 11:26


Naam:  3

 Datum:

 Nr.

Beantwoord de vijf w-vragen en de hoe-vraag./5

Wat?

Wat?  

Waar? ?

?

Wanneer? ?

 Wie?  

Waarom?

Wie? ?

?

 Waar?   Wanneer? 

Hoe?

Waarom?    Hoe?

 

4

a Schrap wat niet past./1

Er worden vooral feiten / gevoelens beschreven.

b Geef een voorbeeld.   

5

Vat het artikel samen in vier zinnen./2    

6

Kruis aan wat je minstens moet lezen om de kern van het artikel te begrijpen./1

86

In de titel vind je al voldoende informatie om te weten waarover het artikel gaat. Naast de titel moet je minstens ook de inleiding lezen om te weten waarover het artikel gaat. Om te weten waarover het artikel gaat, moet je de hele tekst lezen. Om te weten waarover het artikel gaat, volstaat het om het einde van het artikel te lezen.

L6 - Thema 3 - evaluatieblok - begrijpend lezen non-fictie

579469 TAL6_ZEM_A.indb 86

11/01/19 11:26


Naam: 7

Datum:

Kruis drie mogelijke doelen van de titel aan.

Nr. /1,5

De titel: moet informatie geven over de inhoud van het artikel. moet de lezer nieuwsgierig maken. moet mooi zijn. moet een volledige zin zijn. moet geen volledige zin zijn. mag niet te veel informatie over de inhoud weergeven.

8

Kruis het doel van het krantenartikel aan.

/1

De lezer laten ontspannen en genieten van een stuk tekst. De lezer een manier geven om vrije tijd in te vullen. De lezer snel en zo volledig mogelijk informeren over wat er in de wereld gebeurt. De lezer de gevoelens leren kennen van anderen in de wereld.

9

Vat de kenmerken samen in de tabel.

/1

De kenmerken van een krantenartikel

a

Lengte

kort / lang

b

Inhoud bestaat vooral uit (zie oefening 4)

een weergave van feiten / een beschrijving van gevoelens

c

Belangrijkste informatie: waar? (zie oefening 6)

d

Persoon waarin tekst geschreven is

eerste / tweede / derde

e

Kenmerken van de titel (zie oefening 7)

1 2 3

f

Doel van de tekst (zie oefening 8)

L6 - Thema 3 - evaluatieblok - begrijpend lezen non-fictie

579469 TAL6_ZEM_A.indb 87

87

11/01/19 11:26


Naam: 

 Datum:

 Nr.

Ik heb mijn toets nagekeken. Ik denk dat ik voor mijn toets behalen. Ik vind dat voor mij: zeer goed. goed. niet goed.

/15 zal

/15 op je toets. Je behaalde Ik vind dat voor jou: zeer goed. goed. niet goed.

Dit wil ik over de toets vertellen: Ik vind de toets moeilijk/gemakkelijk. Ik begrijp oefening niet.  

Ik geef je de volgende tips: Lees de opdrachten aandachtig. Lees de tekst aandachtig. Herhaal de taalweter ‘Hoe ziet een krantenartikel eruit?’  

88

L6 - Thema 3 - evaluatieblok - begrijpend lezen non-fictie

579469 TAL6_ZEM_A.indb 88

11/01/19 11:26


les 17

Evaluatieblok Domein: Onderwerp: Lesduur:

taaldenken (incl. betekenissen) afleidingen, samenstellingen en woordenschat uit het thema 50 minuten

Lesdoelen

Materialen

Getoetste doelen > Reflecteren op de structuur van afleidingen: het grondwoord, het voor- en achtervoegsel. > Termen gebruiken: samenstelling, afleiding, grondwoord, voorvoegsel, achtervoegsel. > Reflecteren op het gebruik van het alfabet om alfabetisch gerangschikte bronnen op adequate en functionele wijze te hanteren. > Het onderwerp herkennen en verwoorden als het zinsdeel waarover iets wordt verteld.

Folio > toetsblad 1

Voorbereiding Kopieer voor elke leerling toetsblad 1. Je vindt de toets in een aanpasbaar Wordbestand in de zorg- en evaluatiemodule.

Lesgang Instructies voor verbetering door de leraar Algemeen Schrijffouten worden niet als fout gerekend. Vraagspecifiek Deel 1 – Samenstellingen en afleidingen Vraag 1: Staat niet op punten. Vraag 2a: Elk juist antwoord levert 0,5 punt op. Vraag 2b: Elk juist antwoord levert 0,5 punt op. Verbeter ‘runds’ in ‘rund’ maar reken het niet fout. Vraag 3: Elk juist ingevuld woord levert 0,5 punt op. Deel 2 – Nadenken over zinnen Vraag 4: Elke zin staat op 1 punt. Trek 0,5 punt af per item dat fout aangeduid werd. Bij twee fouten in dezelfde zin krijgen de leerlingen geen punten meer voor die zin.

/3 /4 /2

/5

L6 - Thema 3 - evaluatieblok - taaldenken (incl. betekenissen)

579469 TAL6_ZEM_A.indb 89

89

11/01/19 11:26


Deel 3 – Woorden uit het thema Vraag 5: Elk juist ingevuld woord levert 0,5 punt op. Vraag 6: Elk juist antwoord levert 1 punt op. Vraag 7: Een juist antwoord levert 0,5 punt op.

/2,5 /3 /0,5 /20

90

L6 - Thema 3 - evaluatieblok - taaldenken (incl. betekenissen)

579469 TAL6_ZEM_A.indb 90

11/01/19 11:26


Naam: 

 Datum:

 Nr.

Deel 1 Taaldenken: samenstellingen en afleidingen 1

Lees het dagboekfragment.

Herinneringen van Gaston, twaalf jaar in 1944, over de dagen van de bevrijding Wij hoorden het nieuws over de landing in Normandië op de radio. Ook al zijn die uitzendingen moeilijk te volgen, want de Duitsers verstoren alle radiogolven uit Londen. Het is heerlijk nieuws: de oorlog zal nu weldra gedaan zijn! De dag dat de Engelsen ons dorp binnenrijden, word ik wakker van het helse lawaai van de tanks op het kerkplein. Mijn moeder denkt dat er zal gevochten worden, dus mogen mijn broers en ik niet naar buiten. We gaan toch en juichen en joelen van geluk! Op aanraden van meester Lode trekken mijn oudere broers van café tot café om de Britse soldaten een goed bed aan te bieden. Een van die Britten, Charlie, raakt bevriend met onze familie, hij komt op verlofdagen met zijn kameraden uitblazen in ons dorp. Voor ons brengt hij dan altijd cornedbeef, dat is rundsvlees in blik, chocolade en sigaretten mee. Naar: Zonneland, 2011

2

a Zet de vetgedrukte woorden uit het dagboekfragment op de juiste plaats in de linkerkolom. /3 b Noteer het grondwoord naast de afleiding of de samenstelling./4 Afleiding

Grondwoord







 Samenstellingen

Grondwoord 1

Grondwoord 2



















Grondwoord 

L6 - Thema 3 - evaluatieblok - taaldenken (incl. betekenissen)

579469 TAL6_ZEM_A.indb 91

91

11/01/19 11:26


Naam: 3

Datum:

Nr.

Maak van het grondwoord een afleiding en een samenstelling. Grondwoord

vrouw

/2 bloed

Afleiding Samenstelling

Deel 2 Taaldenken: nadenken over zinnen 4

a Markeer in elke zin: GEEL GROEN

ROZE

/5

het onderwerp. het werkwoord of de werkwoorden die zeggen wat het onderwerp doet of wat ermee gebeurt. het werkwoord en de andere woorden die zeggen wat het onderwerp is of wordt.

b Onderstreep telkens de persoonsvorm. 1 Wij hoorden het nieuws op de radio. 2 Op aanraden van meester Lode trekken mijn oudere broers van cafĂŠ tot cafĂŠ. 3 Geen nieuws is goed nieuws. 4 Charlie komt op verlofdagen uitblazen in ons dorp. 5 De uitzending is moeilijk.

92

L6 - Thema 3 - evaluatieblok - taaldenken (incl. betekenissen)

579469 TAL6_ZEM_A.indb 92

11/01/19 11:26


Naam:

Datum:

Nr.

Deel 3 Taaldenken: woorden uit het thema 5

Zet de woorden en begrippen op de juiste plaats in de tekst. Kies uit:

/2,5

geslepen – razzia – het zwaar te verduren krijgen – barbaars – risico

Het verzet Vrije tijd wordt zeldzaam tijdens de oorlog, ook voor kinderen. Als er geen school is, moeten de kinderen hun gezin helpen overleven: voor eten zorgen, tuinieren, kleren naaien, hout sprokkelen. Sommige jongeren gaan nog verder. Zij worden lid van een verzetsbeweging. Die organisaties werken met geheime acties tegen de Duitse bezetting. Daarvoor moeten zijn om niet gepakt te worden. Ze spioneren, laten

ze heel

mensen onderduiken, smokkelen neergestorte piloten terug naar Engeland. Ze lopen het om betrapt te worden. En wie betrapt wordt, eindigt vaak in de .

gevangenis en

De nazi’s deinzen er niet voor terug de gevangenen te folteren om meer informatie over het verzet te verzamelen. Met een

worden dan nog andere leden van

de groep opgepakt. Vaak worden verzetslui daarna geëxecuteerd. Anderen worden op een trein gezet naar concentratiekampen in Duitsland. De kampbewaarders zijn onredelijk en . Ouders zijn daarom zeer ongerust wanneer ze weten dat hun kinderen lid zijn van een verzetsbeweging.

L6 - Thema 3 - evaluatieblok - taaldenken (incl. betekenissen)

579469 TAL6_ZEM_A.indb 93

93

11/01/19 11:26


Naam:  6

7

 Datum:

 Nr.

Zoek het juiste woord of de juiste uitdrukking bij de foto’s./3

 

 

 







Kruis de gezichtsuitdrukking aan die verbijstering uitstraalt./0,5

Ik heb mijn toets nagekeken. Ik denk dat ik voor mijn toets behalen. Ik vind dat voor mij: zeer goed. goed. niet goed.

/20 zal

/20 op je toets. Je behaalde Ik vind dat voor jou: zeer goed. goed. niet goed.

Dit wil ik over de toets vertellen: Ik vind de toets moeilijk/gemakkelijk. Ik begrijp oefening niet.  

Ik geef je de volgende tips: Lees de opdrachten aandachtig. Herhaal de taalweter ‘Welk zinsdeel zegt wat of hoe het onderwerp is of wordt of wat het onderwerp doet of wat ermee gebeurt?’ Herhaal de taalweters ‘Wat is een samenstelling?’ en ‘Wat is een afleiding?’ Herhaal de woorden van het thema. Gebruik kopieerblad 1 van les 15.  

94

L6 - Thema 3 - evaluatieblok - taaldenken (incl. betekenissen)

579469 TAL6_ZEM_A.indb 94

11/01/19 11:27


les 17

Evaluatieblok Domein: Onderwerp: Lesduur:

spelling kortetermijndictee thema 3 25 minuten

Samenhang

Materialen

Dit dictee gaat over de inhouden van de spellinglessen van thema 3. > Vrije klinker o als eau, oe als ou, ai en o enkel geschreven (les 5). > Hoofdletters bij het begin van een zin, bij aardrijkskundige namen en hun afleidingen, bij namen van feestdagen en eigennamen en na een apostrof (les 10). > Woorden met een vrije klinker ie als i (les 14).

Folio > toetsbladen 1 en 2

Hoofddoel van de toets > Woorden met een vrije klinker in een open lettergreep correct schrijven. > Woorden met een vrije klinker o als eau geschreven correct schrijven. > Woorden met een vrije klinker oe als ou geschreven correct schrijven. > Woorden met een vrije klinker ai correct schrijven. > Hoofdletters gebruiken en erover reflecteren bij het begin van een zin, bij aardrijkskundige namen en afleidingen van aardrijkskundige namen, bij namen van feestdagen, bij namen van personen en zaken die als heilig worden beschouwd, bij eigennamen, bij apostrof aan het begin van een woord. > Woorden met een vrije klinker ie als i voor een medeklinker correct schrijven. > Woorden met een vrije klinker ie als i voor eu of voor oe correct schrijven.

Voorbereiding > Kopieer voor elke leerling toetsblad 1. > Kopieer voor heel zwakke spellers toetsblad 2 met het zorgdictee (dispenserende maatregel).

L6 - Thema 3 - evaluatieblok - kortetermijndictee

579469 TAL6_ZEM_A.indb 95

95

11/01/19 11:27


Lesgang Kortetermijndictee (25 minuten) 1 Woorden Dicteer de zin Herhaal het woord dat de leerlingen moeten opschrijven. De leerlingen herhalen het woord hardop en noteren het in de zin. In zin 14 en 15 herhalen en noteren de leerlingen het onderwerp en de pv. 1 Wil jij mijn echtgenote worden? 2 Je bureau moet dringend opgeruimd worden! 3 Aan de douane werd de reiziger tegengehouden. 4 Mag ik een beetje mayonaise op mijn frietjes? 5 Ik ben jarig in november. 6 We gaan wellicht naar Zuid-Amerika op reis. 7 Ga jij op Allerheiligen ook naar het kerkhof? 8 Die Afrikaanse gerechten worden met grote zorg door de kok klaargemaakt. 9 Ken jij het verhaal van Mozes die het volk uit Egypte leidde? 10 ’s Nachts was het ijskoud in de tent. 11 In die show heeft de goochelaar een konijn met een hoedje getoverd. 12 Krijg je vaak cadeautjes van hem? 13 Na de vierde overstroming heeft ze al het meubilair op hoge blokken gezet. 14 Vaart die kapitein naar het noorden? 15 Mijn lievelingsseizoen is de winter.

TIP! Heel zwakke spellers kun je laten werken met het zorgdictee. Bij het zorgdictee worden de transferwoorden als kopieerwoorden aangeboden en worden geen leestekens beoordeeld (dispenserende maatregel). Verduidelijk voor deze leerlingen de werkwijze van een visueel dictee: lezen – bedekken –schrijven – controleren.

Correctie dictee - woorden Deze vraag staat op 15 punten. Elk vetgedrukt woord staat voor 1 punt. Uit spellingles

Transfer

Woorden

echtgenote, bureau, douane, mayonaise, cadeautjes, meubilair, winter

november, Zuid-Amerika, Allerheiligen, Afrikaanse, Mozes, ’s Nachts, getoverd, noorden

Totaal /15

/7

/8

2 Zinnen Lees de zin (niet de leestekens, die moeten de leerlingen zelf identificeren). Lees de zin nogmaals, maar traag en in zinsdelen. De leerlingen schrijven ondertussen de zin op. Als het nodig is, kun je de zin nogmaals traag dicteren. 1 ‘k Heb een kleine explosie gehoord in de motorkap van de limousine. 2 In de herfst vertrok ze enthousiast naar Noord-Spanje, een populaire plek voor toeristen. 3 De journalist vraagt aan de militair of hij in God gelooft. 4 Op zondag nam de parlementair oververmoeid een douche en las daarna in zijn roman. 5 Het Suikerfeest, Hemelvaart, carnaval en Pinksteren worden dit jaar in de lente gevierd.

96

L6 - Thema 3 - evaluatieblok - kortetermijndictee

579469 TAL6_ZEM_A.indb 96

11/01/19 11:27


Correctie dictee - zinnen Deze vraag staat op 25 punten. Voor elk fout geschreven vetgedrukt woord verliest de leerling 1 punt. Voor elke hoofdletter die vergeten werd, verliest de leerling 0,5 punt. Voor elk fout of vergeten leesteken, verliest de leerling 0,5 punt.

In zinsverband

Uit spellingles

Transfer

limousine, enthousiast, populaire, journalist, militair, God, zondag, parlementair, oververmoeid, douche, roman

explosie, motorkap, herfst, Noord-Spanje, Suikerfeest, Hemelvaart, carnaval, Pinksteren, lente

Hoofdletters

‘k Heb, In, De, Op, Het

Leestekens

5x een punt op het einde van de zin

Totaal /25

/11

/14

Correctie zorgdictee - woorden en zinnen De vraag over zinnen staat op 20 punten. Voor elk fout geschreven vetgedrukt woord verliest de leerling 1 punt.

L6 - Thema 3 - evaluatieblok - kortetermijndictee

579469 TAL6_ZEM_A.indb 97

97

11/01/19 11:27


Naam: 

 Datum:

 Nr.

Dictee thema 3 Woorden

/15 worden?

1 Wil jij mijn 2 Je 3 Aan de

moet dringend opgeruimd worden! werd de reiziger tegengehouden. op mijn frietjes?

4 Mag ik een beetje  .

5 Ik ben jarig in

op reis.

6 We gaan wellicht naar 7 Ga jij op 8 Die

ook naar het kerkhof? gerechten worden met grote zorg door de kok klaargemaakt. die het volk uit Egypte leidde?

9 Ken jij het verhaal van 10

was het ijskoud in de tent.

11 In die show heeft de goochelaar een konijn met een hoedje 12 Krijg je vaak

van hem? op hoge blokken gezet.

13 Na de vierde overstroming heeft ze al het

98

 .

14 Vaart die kapitein naar het

 ?

15 Mijn lievelingsseizoen is de

 .

L6 - Thema 3 - evaluatieblok - kortetermijndictee

579469 TAL6_ZEM_A.indb 98

11/01/19 11:27


Naam: 

 Datum:

Zinnen

 Nr. /25

1 



2 



3 



4 



5 



Ik denk dat ik voor mijn toets behalen. Ik vind dat voor mij: zeer goed. goed. niet goed.

/40 zal

Dit wil ik over de toets vertellen:     

Je behaalde /40 op je toets. Ik vind dat voor jou: zeer goed. goed. niet goed.

Ik geef je de volgende tips:     

L6 - Thema 3 - evaluatieblok - kortetermijndictee

579469 TAL6_ZEM_A.indb 99

99

11/01/19 11:27


Naam: 

 Datum:

 Nr.

Zorgdictee thema 3 Woorden

/15

1 Wil jij mijn

2 Je

3 Aan de

4 Mag ik een beetje

november

5 Ik ben jarig in

Zuid-Amerika

6 We gaan wellicht naar

Allerheiligen

7 Ga jij op

Afrikaanse

8 Die klaargemaakt.

Mozes

9 Ken jij het verhaal van

’s Nachts 10 getoverd

worden? moet dringend opgeruimd worden! werd de reiziger tegengehouden. op mijn frietjes?  . op reis. ook naar het kerkhof? gerechten worden met grote zorg door de kok die het volk uit Egypte leidde? was het ijskoud in de tent.

11 In die show heeft de goochelaar een konijn met een hoedje  .

100

van hem?

12 Krijg je vaak

13 Na de vierde overstroming heeft ze al het blokken gezet.

noorden

14 Vaart die kapitein naar het

 ?

15 Mijn lievelingsseizoen is de

 .

op hoge

L6 - Thema 3 - evaluatieblok - zorgdictee

579469 TAL6_ZEM_A.indb 100

11/01/19 11:27


Naam: 

 Datum:

 Nr.

Zinnen

/20

explosie, motorkap gehoord in de

1 ‘k Heb een kleine

van de

 . herfst, Noord-Spanje vertrok ze

2 In de

naar

 , een

plek voor toeristen.

vraagt aan de

3 De

of hij in

gelooft. nam de

4 Op

een  .

en las daarna in zijn Suikerfeest, Hemelvaart, carnaval, Pinksteren, lente  ,

5 Het

 ,

en

worden dit jaar in de

Ik denk dat ik voor mijn toets behalen. Ik vind dat voor mij: zeer goed. goed. niet goed.

/35 zal

gevierd.

Dit wil ik over de toets vertellen:     

Je behaalde /35 op je toets. Ik vind dat voor jou: zeer goed. goed. niet goed.

Ik geef je de volgende tips:     

L6 - Thema 3 - evaluatieblok - zorgdictee

579469 TAL6_ZEM_A.indb 101

101

11/01/19 11:27


les 17

Evaluatieblok Domein: Onderwerp: Lesduur:

spelling controledictee 3 (thema 1-3) 25 minuten

Samenhang

Materialen

Dit dictee gaat over de inhouden van de spellinglessen van thema 1, 2 en 3.

Folio > toetsbladen 1 en 2

Hoofddoel van de toets > Woorden met k als c correct schrijven. > Woorden met verenkeling correct schrijven. > Woorden met verdubbeling correct schrijven. > Woorden met een trema na i of e correct schrijven. > Woorden met een vrije klinker ie als i geschreven (bv. fabrikant) correct schrijven. > Woorden met een vrije klinker ie als i geschreven (bv. radio, materiaal, serieus, kampioen) correct schrijven. > Woorden met een vrije klinker ie als y geschreven (bv. baby) correct schrijven. > Woorden met een gedekte klinker i als y geschreven (bv. Egypte) correct schrijven. > Woorden die eindigen op d of t correct schrijven. > Woorden met een vrije klinker ee als er geschreven (bv. diner) correct schrijven. > Woorden met een vrije klinker ee als ai geschreven (bv. trainen) correct schrijven. > Persoonsvormen in de tegenwoordige tijd correct vervoegen. > Persoonsvormen in de verleden tijd correct vervoegen. > Werkwoordsvormen die geen persoonsvorm zijn correct schrijven. > Woorden met een vrije klinker o als eau geschreven correct schrijven. > Woorden met een vrije klinker oe als ou geschreven correct schrijven. > Woorden met een vrije klinker ai correct schrijven. > Woorden met hoofdletters correct schrijven.

Voorbereiding > Kopieer voor elke leerling toetsblad 1. > Kopieer voor heel zwakke spellers toetsblad 2 met het zorgdictee (dispenserende maatregel).

102

L6 - Thema 3 - evaluatieblok - controledictee

579469 TAL6_ZEM_A.indb 102

11/01/19 11:27


Lesgang Langetermijndictee (25 minuten) 1 Woorden Dicteer de zin. Herhaal het woord dat de leerlingen moeten opschrijven. De leerlingen herhalen het woord hardop en schrijven het op in de zin. 1 Ik volg notenleer en speel piano. 2 Ze was haar horloge thuis vergeten. 3 Hij turnt op hoog niveau. 4 Ik kijk uit naar de start in het secundair onderwijs. 5 Ze is Belg, maar ze heeft ook de Turkse nationaliteit. 6 Die ruzie had gelukkig een positieve afloop. 7 Greenpeace zet zich dagelijks in voor het milieu. 8 Wanneer gaat je opa met pensioen? 9 De jury besliste dat hij toch naar de finale mocht. 10 Ik vind dat vraagstuk erg ingewikkeld; wil je me helpen? 11 Jeroom droomde over ruimtewezens die hem kwamen kidnappen. 12 De stof voor die rok is te doorschijnend. 13 Er wordt weer een waarneming van een ufo gemeld, nu al de derde op rij! 14 Mijn ribben hebben nog lang pijn gedaan na dat verkeersongeval. 15 Mijn lievelingsdier is een hyena, ook al vind jij dat misschien gek.

TIP! Heel zwakke spellers kun je laten werken met het zorgdictee. Bij het zorgdictee worden de transferwoorden als kopieerwoorden aangeboden en worden geen leestekens beoordeeld (dispenserende maatregel). Verduidelijk voor deze leerlingen de werkwijze van een visueel dictee: lezen – bedekken – schrijven – controleren. De woorden die ze niet op die manier kunnen schrijven, zijn woorden die ze al schreven in de spellinglessen.

Correctie dictee - woorden Deze vraag staat op 15 punten. Elk vetgedrukt woord staat voor 1 punt.

Woorden

Uit spellingles

Transfer

piano, horloge, niveau, secundair, positieve, milieu, pensioen, jury, waarneming, ribben, hyena

Turkse, ingewikkeld, ruimtewezens, doorschijnend

/11

/4

Hoofdletters Totaal /15

2 Zinnen Lees de zin (niet de leestekens, die moeten de leerlingen zelf identificeren). Lees de zin nogmaals, maar traag en in zinsdelen. De leerlingen schrijven ondertussen de zin op. Als het nodig is, kun je de zin nogmaals traag dicteren. 1 De kampioen brandde een kaars en hoopte op een goede wedstrijd. 2 Door een slechte hygiëne lijdt dat weeskind aan een hardnekkige allergie. 3 Een enthousiaste journalist verstoorde de training. 4 ’s Avonds belooft hij samen met haar die documentaire over buitenaards leven te bekijken. 5 Deed een vreemd angstaanjagend dier hem stotteren?

L6 - Thema 3 - evaluatieblok - controledictee

579469 TAL6_ZEM_A.indb 103

103

11/01/19 11:27


Correctie dictee - zinnen Deze vraag staat op 25 punten. Voor elk fout geschreven vetgedrukt woord verliest de leerling 1 punt. Voor elke hoofdletter die vergeten werd, verliest de leerling 0,5 punt. Voor elk fout of vergeten leesteken, verliest de leerling 0,5 punt.

In zinsverband

Uit spellingles

Transfer

kampioen, hygiëne, enthousiaste, journalist, training, ’s Avonds, documentaire, vreemd, stotteren

brandde, wedstrijd, lijdt, weeskind, hardnekkige, allergie, verstoorde, belooft, buitenaards, deed, angstaanjagend

Hoofdletters

De, Door, Een, ’s Avonds, Deed

Leestekens

4x een punt op het einde van de zin 1x een vraagteken op het einde van de zin

Totaal /25

/9

/16

Correctie zorgdictee - woorden en zinnen De vraag over zinnen staat op 20 punten. Voor elk fout geschreven vetgedrukt woord verliest de leerling 1 punt.

Na de les Maak een foutenanalyse voor elke leerling in de zorg- en evaluatiemodule. De zorg- en evaluatiemodule biedt: >> een overzicht van de behaalde scores, gekoppeld aan percentielen en zones (leerlingvolgsysteem). >> een takenpakket per leerling om onvoldoende beheerste inhouden bij te werken (incl. verlengde instructie).

Je kunt de foutenanalyse ook op papier maken (met het foutenrooster). Op basis daarvan kun je een takenpakket per leerling samenstellen. Let op! In het rooster wordt verwezen naar de H-bladen uit de differentiatieblokken van de voorbije drie thema’s. Het is dus mogelijk dat een leerling twee keer hetzelfde blad maakt. De zorg- en evaluatiemodule biedt voor de remediëring nieuw remediërend oefenmateriaal.

104

L6 - Thema 3 - evaluatieblok - controledictee

579469 TAL6_ZEM_A.indb 104

11/01/19 11:27


Naam: 

 Datum:

 Nr.

Controledictee 1 Woorden

/15  .

1 Ik volg notenleer en speel 2 Ze was haar

thuis vergeten.  .

3 Hij turnt op hoog

onderwijs.

4 Ik kijk uit naar de start in het

nationaliteit.

5 Ze is Belg, maar ze heeft ook de

afloop.

6 Die ruzie had gelukkig een

 .

7 Greenpeace zet zich dagelijks in voor het  ?

8 Wanneer gaat je opa met 9 De 10 Ik vind dat vraagstuk erg 11 Jeroom droomde over 12 De stof voor die rok is te 13 Er wordt weer een 14 Mijn 15 Mijn lievelingsdier is een

besliste dat hij toch naar de finale mocht.  ; wil je me helpen? die hem kwamen kidnappen.  . van een ufo gemeld, nu al de derde op rij! hebben nog lang pijn gedaan na dat verkeersongeval.  , ook al vind jij dat misschien gek.

L6 - Thema 3 - evaluatieblok - controledictee

579469 TAL6_ZEM_A.indb 105

105

11/01/19 11:27


Naam: 

 Datum:

Zinnen

 Nr. /25

1 



2 



3 



4 



5 



Ik denk dat ik voor mijn toets behalen. Ik vind dat voor mij: zeer goed. goed. niet goed.

/40 zal

Dit wil ik over de toets vertellen:     

Je behaalde /40 op je toets. Ik vind dat voor jou: zeer goed. goed. niet goed.

Ik geef je de volgende tips:     

106

L6 - Thema 3 - evaluatieblok - controledictee

579469 TAL6_ZEM_A.indb 106

11/01/19 11:27


Naam: 

 Datum:

 Nr.

Controlezorgdictee 1 Woorden

/15  .

1 Ik volg notenleer en speel

2 Ze was haar

3 Hij turnt op hoog

4 Ik kijk uit naar de start in het

Turkse

5 Ze is Belg, maar ze heeft ook de

6 Die ruzie had gelukkig een

7 Greenpeace zet zich dagelijks in voor het

8 Wanneer gaat je opa met

9 De

ingewikkeld

10 Ik vind dat vraagstuk erg

ruimtewezens

11 Jeroom droomde over

doorschijnend 12 De stof voor die rok is te

13 Er wordt weer een op rij!

14 Mijn verkeersongeval.

15 Mijn lievelingsdier is een

thuis vergeten.  . onderwijs. nationaliteit. afloop.  .  ? besliste dat hij toch naar de finale mocht.  ; wil je me helpen? die hem kwamen kidnappen.  . van een ufo gemeld, nu al de derde hebben nog lang pijn gedaan na dat  , ook al vind jij dat misschien gek.

L6 - Thema 3 - evaluatieblok - controlezorgdictee

579469 TAL6_ZEM_A.indb 107

107

11/01/19 11:27


Naam: 

 Datum:

 Nr.

Zinnen

/20

wedstrijd een kaars en hoopte op een goede

1 De  . weeskind, hardnekkige, allergie

dat

2 Door een slechte

 .

aan een de

3 Een  . buitenaards hij samen met haar die

4 over

leven te bekijken.

angstaanjagend een

5

dier hem

 ?

Ik denk dat ik voor mijn toets behalen. Ik vind dat voor mij: zeer goed. goed. niet goed.

/35 zal

Dit wil ik over de toets vertellen:     

Je behaalde /35 op je toets. Ik vind dat voor jou: zeer goed. goed. niet goed.

Ik geef je de volgende tips:     

108

L6 - Thema 3 - evaluatieblok - controlezorgdictee

579469 TAL6_ZEM_A.indb 108

11/01/19 11:27


Zorg- en evaluatiemodule: correctiesleutels toetsen evaluatieblok thema 1-3

72602_TALENT_THEMAPAGINA 579469 TAL6_ZEM_A.indb 109 6A.indd 2

14/12/18 11:27 14:34 11/01/19


72602_TALENT_THEMAPAGINA 579469 TAL6_ZEM_A.indb 110 6A.indd 2

14/12/18 11:27 14:34 11/01/19


18 14:34

Naam:  1

 Datum:

 Nr.

Lees de tekst.

Lily en haar moeder wonen op de boerderij van grootvader in het zuiden van Engeland. Lily’s vader vecht mee op het vasteland. Lily en haar vrienden ontmoeten Amerikaanse soldaten die zich in het zuiden van Engeland klaarmaken om de Duitsers uit de bezette landen van Europa te verdrijven. Ze schrijft een dagboek over haar avonturen. Zondag, 26 december 1943 Het is al lang geleden dat ik zo’n rare en gelukkige dag heb meegemaakt. Ik heb iemand ontmoet die zo anders is. In alle opzichten. Hij ziet er anders uit, hij klinkt anders, hij is anders. En het mooiste is, hij is mijn vriend. Het was de bedoeling dat we zouden helpen met dingen uit de kerk te verhuizen, maar het grootste deel van de tijd keken we alleen maar toe omdat de yanks (Amerikanen) het allemaal voor ons deden. Opa heeft gelijk. Ze kauwen veel kauwgom. Maar ze zien er heel blij uit, lachen voortdurend en maken grapjes. Een paar van hen droegen zandzakken de kerk in terwijl anderen de kerkbanken en stoelen, gezangboeken en knielbankjes naar buiten brachten. Ineens herkende ik een van hen. Het was dezelfde zwarte soldaat die ik een tijdje geleden in de jeep had gezien. En hij herkende me ook. “Hé, hallo! Hoe gaat het?” vroeg hij. Ik heb nog nooit iemand zo zien lachen als hij. Zijn hele gezicht begon te stralen. Hij zag er te jong uit om soldaat te zijn. “Thuis in Atlanta – dat ligt in Amerika – heb ik drie zusjes”, zei hij. “En die zijn net zo knap als jij.” Toen kwam er een andere soldaat aan, ik denk een sergeant of zo, want hij had een heleboel strepen op zijn arm. De sergeant zei hem dat hij zandzakken moest sjouwen, niet met kinderen moest kletsen. Dus hij zei: “Yessir.” Toen ging hij weg en lachte over zijn schouder naar me. De volgende keer dat ik hem zag, liep hij langs me heen met onder elke arm een zandzak. Hij bleef bij me staan. “Hoe heet je, meisje?” vroeg hij. Dus dat vertelde ik hem. Toen zei hij: “Ik heet Adolphus T. Madison (de T staat voor Thomas). Soldaat eerste klas in het Amerikaanse leger. Mijn vrienden noemen me Adie. Ik vind het leuk om kennis met je te maken, Lily. Een zonnestraaltje uit Atlanta, dat ben je, een zonnestraaltje uit Atlanta.” Niemand heeft ooit zoiets tegen me gezegd. Hij keek me recht aan terwijl hij sprak, dus ik weet dat hij elk woord meende. Maar de sergeant schreeuwde weer naar hem, en hij moest gaan. Het was een heel leuke dag. Ik hoop dat Adie in de oorlog niet wordt doodgeschoten. Hij is zo aardig. Ik ga vanavond voor hem bidden, en ook voor papa.

Bron: Het verbluffende verhaal van Adolphus Tips, Michael Morpurgo

L6 - Thema 3 - evaluatieblok - correctiesleutel begrijpend lezen fictie

579469 TAL6_ZEM_A.indb 109

109

11/01/19 11:27


Naam:  2

 Datum:

 Nr.

Beantwoord de vijf w-vragen en de hoe-vraag.

Wat?

Wat?

Waar? ?

?

Wanneer? ? Waarom?

Wie? ?

/5

?

Lily kijkt hoe de yankees de kerk leegruimen.

Wie?

Lily, Adolphus Tips

Waar?

in/aan de kerk

Wanneer?

(Zondag) 26 december 1943

Waarom?

het meubilair moet uit de kerk

Hoe?

ze dragen zandzakken naar

Hoe?

binnen en kerkbanken en stoelen, gezangboeken en knielbankjes naar buiten

3

Schrijf een voorbeeld van figuurlijk taalgebruik in de tekst op.

/1

bv. Zijn hele gezicht begon te stralen. / Een zonnestraaltje uit Atlanta

4

Geeft dit fragment je zin om het boek te lezen? Leg uit waarom (niet).

/1

Ja / Nee, omdat bv. Ja, omdat ik benieuwd ben naar wat er tussen Lily en Adolphus gaat gebeuren: worden ze vrienden .../ bv. Nee, het lijkt me te veel een boek over vriendschap en volgens mij is het niet spannend.

5

a Schrap wat niet past.

/1

Er worden vooral feiten / gevoelens beschreven. b Geef een voorbeeld. bv. het is een rare en gelukkige dag / hij is anders, hij praat anders / ze zien er blij uit, ze lachen / hij noemde Lily een zonnestraaltje

110

L6 - Thema 3 - evaluatieblok - correctiesleutel begrijpend lezen fictie

579469 TAL6_ZEM_A.indb 110

11/01/19 11:27


Naam: 6

Datum:

Nr.

Vat de tekst samen in vier zinnen.

/2

Lily moet samen met anderen de kerk ontruimen, maar kijkt liever hoe de Amerikaanse soldaten dat doen. Ze herkent een van de soldaten en hij begint een gesprek met haar. Lily is heel blij dat ze Adolphus ontmoet heeft.

7

Kruis aan wat je moet lezen om de kern van de tekst te begrijpen.

/1

In de titel vind je al voldoende informatie om te weten waarover het verhaal gaat. Behalve de titel moet je minstens ook de inleiding lezen om te weten waarover het verhaal gaat. x Om te weten waarover het verhaal gaat, moet je de hele tekst lezen. Om te weten waarover het verhaal gaat, volstaat het om het einde van het verhaal te lezen.

8

Kruis aan wat het doel is van de tekst.

/1

leren over de Tweede Wereldoorlog x ontspannen, genieten van een verhaal feiten uit het leven van Lily te weten komen

9

Vat de kenmerken samen in de tabel.

/1

De kenmerken van een verhaal

a

Lengte

kort / lang

b

Inhoud bestaat vooral uit (zie oefening 5)

een weergave van feiten / een beschrijving van gevoelens

c

Belangrijkste informatie: waar? (zie oefening 6)

d

Persoon waarin tekst werd geschreven

e

Doel van de tekst (zie oefening 8)

in de hele tekst

eerste / tweede / derde ontspannen, genieten van een verhaal

L6 - Thema 3 - evaluatieblok - correctiesleutel begrijpend lezen fictie

579469 TAL6_ZEM_A.indb 111

111

11/01/19 11:27


Naam:  10

 Datum:

 Nr.

Stel, je gaat een film maken van dit boek. Wie van de klas geef je de hoofdrol van Lily? Waarom?

/1

geel

blau

11

Stel dat Adolphus Tips op bezoek komt in de klas. Welke vraag zou je hem willen stellen?

/1

rood

Bv. Waarom zijn jullie/ben jij in Engeland? / Waarom moet de kerk leeggemaakt worden? / Wat vind je leuk aan Lily? / Waarom eet je steeds kauwgom? / Waarom ben je soldaat geworden?

Ik heb mijn toets nagekeken. Ik denk dat ik voor mijn toets behalen. Ik vind dat voor mij: zeer goed. goed. niet goed. /15 op je toets. Je behaalde Ik vind dat voor jou: zeer goed. goed. niet goed.

112

/15 zal

Dit wil ik over de toets vertellen: Ik vind de toets moeilijk/gemakkelijk. Ik begrijp oefening niet.

Ik geef je de volgende tips: Lees de opdrachten aandachtig. Lees de tekst aandachtig en herlees delen als je het antwoord niet weet. Herhaal de taalweter ‘Wat betekent letterlijk? En figuurlijk?’

groe

L6 - Thema 3 - evaluatieblok - correctiesleutel begrijpend lezen fictie

579469 TAL6_ZEM_A.indb 112

11/01/19 11:27


Naam: 1

Datum:

Nr.

Lees het krantenartikel.

Japan valt Amerikaanse marinebasis Pearl Harbor aan

geel

2400 Amerikanen komen daarbij om het leven

VERENIGDE STATEN EN JAPAN VERKLAREN ELKAAR DE OORLOG blauw/rood rood

Pearl Harbor, 7 december 1941 – Zonder enige oorlogsverklaring vielen Japanse bommenwerpers deze ochtend de marinebasis Pearl Harbor aan. De mariniers bereidden zich op dat moment voor op een vlaggenparade en zondagsdienst. Ongeveer 2 400 Amerikanen kwamen om het leven en 1 100 anderen raakten gewond. Vele vliegtuigen en schepen werden vernietigd. De Verenigde Staten verklaren Japan de oorlog.

1

Het was nog vroeg op zondagochtend 7 december 1941 op de Amerikaanse vlootbasis Pearl Harbor, Oahu, Hawaï. Het leek een dag als alle andere te worden in dit tropische paradijs. De bemanning van de vele schepen en de manschappen op de militaire vliegvelden bereidden zich voor op de komende vlaggenparade en hun zondagsdienst. Om 07.55 u werd de rust verstoord door het geronk van 184 Japanse vliegtuigmotoren.

2

Nadat de eerste golf Japanse vliegtuigen de bommen en torpedo’s had afgeworpen verdween zij, maar een tweede aanvalsgolf volgde meteen. Alle vliegtuigen vielen doelen aan die door de eerste golf gemist of nog niet als doelwit gekozen waren.

3

De Japanse luchtaanval duurde nauwelijks twee uur, maar veroorzaakte veel schade. Meerdere schepen stonden in brand en de overlevenden die in het water wilden springen, werden bedreigd door drijvende, brandende olie. Een van de slagschepen was omgerold en een gedeelte van de bemanning zat opgesloten in de romp. Nog twee slagschepen waren gezonken en vier andere beschadigd.

4

De helft van de Amerikaanse vliegtuigen werd op de grond vernietigd en de enkele jagers die erin slaagden op te stijgen, haalden verschillende Japanse bommenwerpers uit de lucht voordat ze zelf werden neergehaald. Er waren ruim 2 000 doden en meer dan 1 100 Amerikaanse gewonden.

groen 5

De aanval was een complete verrassing omdat Japan op dat moment de oorlog nog niet aan de Verenigde Staten verklaard had. Die oorlogsverklaring kwam enkele uren na de aanval. Nog diezelfde dag verklaarden de Verenigde Staten de oorlog aan Japan. Zo werd de aanval op Pearl Harbor een van de grote keerpunten in de Tweede Wereldoorlog.

Naar: www.historiek.net

2

a Kleur in het krantenartikel: GEEL

/2,5

de krantenkop.

BLAUW

de datum en de plaats.

ROOD

de inleiding.

GROEN

het slot.

b Nummer de verschillende alinea’s. L6 - Thema 3 - evaluatieblok - correctiesleutel begrijpend lezen non-fictie

579469 TAL6_ZEM_A.indb 113

113

11/01/19 11:27


Naam:  3

 Datum:

 Nr.

Beantwoord de vijf w-vragen en de hoe-vraag.

Wat?

Wat?

Waar? ?

?

/5

Wanneer? ?

De aanval van Japan op Pearl Harbor

Wie?

Japan tegen Amerikaanse mariniers

Waar?

Pearl Harbor, Hawaï

Wanneer?

7 december 1941

Waarom?

Om de oorlog te verklaren aan de

Waarom?

Wie? ?

?

Hoe?

Verenigde Staten.

Hoe?

4

met bommenwerpers

a Schrap wat niet past.

/1

Er worden vooral feiten / gevoelens beschreven. b Geef een voorbeeld. Feiten: bemanning maakte zich klaar voor de vlaggenparade en de zondagsdienst, Japan viel in twee golven aan, de luchtaanval bracht veel schade, schepen en vliegtuigen werden verwoest, er vielen 2 000 doden en 1 100 gewonden. Er staan geen gevoelens in het artikel vermeld.

5

Vat het artikel samen in vier zinnen.

/2

Op zondagochtend 7 december 1941 vielen Japanse vliegtuigen de haven van Pearl Harbor onverwacht aan. Zij vielen aan in twee golven waarbij schepen en vliegtuigen vernietigd werden. Er stierven 2 000 Amerikanen en er vielen 1 100 gewonden. De Verenigde Staten verklaarden hierna de oorlog aan Japan.

6

Kruis aan wat je minstens moet lezen om de kern van het artikel te begrijpen.

/1

x In de titel vind je al voldoende informatie om te weten waarover het artikel gaat.

Naast de titel moet je minstens ook de inleiding lezen om te weten waarover het artikel gaat. Om te weten waarover het artikel gaat, moet je de hele tekst lezen. Om te weten waarover het artikel gaat, volstaat het om het einde van het artikel te lezen.

114

L6 - Thema 3 - evaluatieblok - correctiesleutel begrijpend lezen non-fictie

579469 TAL6_ZEM_A.indb 114

11/01/19 11:27


Naam: 7

Datum:

Kruis drie mogelijke doelen van de titel aan.

Nr. /1,5

De titel: x moet informatie geven over de inhoud van het artikel. x moet de lezer nieuwsgierig maken.

moet mooi zijn. moet een volledige zin zijn. x moet geen volledige zin zijn. mag niet te veel informatie over de inhoud weergeven.

8

Kruis het doel van het krantenartikel aan.

/1

De lezer laten ontspannen en genieten van een stuk tekst. De lezer een manier geven om vrije tijd in te vullen. x De lezer snel en zo volledig mogelijk informeren over wat er in de wereld gebeurt. De lezer de gevoelens leren kennen van anderen in de wereld.

9

Vat de kenmerken samen in de tabel.

/1

De kenmerken van een krantenartikel

a

Lengte

kort / lang

b

Inhoud bestaat vooral uit (zie oefening 4)

een weergave van feiten / een beschrijving van gevoelens

c

Belangrijkste informatie: waar? (zie oefening 6)

d

Persoon waarin tekst geschreven is

eerste / tweede / derde

e

Kenmerken van de titel (zie oefening 7)

1

informatie geven

2

nieuwsgierig maken

3

moet geen volledige zin zijn

f

Doel van de tekst (zie oefening 8)

in de titel

informeren

L6 - Thema 3 - evaluatieblok - correctiesleutel begrijpend lezen non-fictie

579469 TAL6_ZEM_A.indb 115

115

11/01/19 11:27


Naam: 

 Datum:

 Nr.

Ik heb mijn toets nagekeken. Ik denk dat ik voor mijn toets behalen. Ik vind dat voor mij: zeer goed. goed. niet goed. /15 op je toets. Je behaalde Ik vind dat voor jou: zeer goed. goed. niet goed.

116

/15 zal

Dit wil ik over de toets vertellen: Ik vind de toets moeilijk/gemakkelijk. Ik begrijp oefening niet.

Ik geef je de volgende tips: Lees de opdrachten aandachtig. Lees de tekst aandachtig. Herhaal de taalweter ‘Hoe ziet een krantenartikel eruit?’

L6 - Thema 3 - evaluatieblok - correctiesleutel begrijpend lezen non-fictie

579469 TAL6_ZEM_A.indb 116

11/01/19 11:27


Naam: 

 Datum:

 Nr.

Deel 1 Taaldenken: samenstellingen en afleidingen 1

Lees het dagboekfragment.

Herinneringen van Gaston, twaalf jaar in 1944, over de dagen van de bevrijding Wij hoorden het nieuws over de landing in Normandië op de radio. Ook al zijn die uitzendingen moeilijk te volgen, want de Duitsers verstoren alle radiogolven uit Londen. Het is heerlijk nieuws: de oorlog zal nu weldra gedaan zijn! De dag dat de Engelsen ons dorp binnenrijden, word ik wakker van het helse lawaai van de tanks op het kerkplein. Mijn moeder denkt dat er zal gevochten worden, dus mogen mijn broers en ik niet naar buiten. We gaan toch en juichen en joelen van geluk! Op aanraden van meester Lode trekken mijn oudere broers van café tot café om de Britse soldaten een goed bed aan te bieden. Een van die Britten, Charlie, raakt bevriend met onze familie, hij komt op verlofdagen met zijn kameraden uitblazen in ons dorp. Voor ons brengt hij dan altijd cornedbeef, dat is rundsvlees in blik, chocolade en sigaretten mee. Naar: Zonneland, 2011

2

a Zet de vetgedrukte woorden uit het dagboekfragment op de juiste plaats in de linkerkolom. /3 b Noteer het grondwoord naast de afleiding of de samenstelling.

/4

Afleiding

Grondwoord

Duitsers

Duits

bevriend

vriend

Samenstellingen

Grondwoord 1

Grondwoord 2

radiogolven

radio

golven/golf

kerkplein

kerk

plein

rundsvlees

rund (runds)

vlees

Grondwoord familie

L6 - Thema 3 - evaluatieblok - correctiesleutel taaldenken (incl. betekenissen)

579469 TAL6_ZEM_A.indb 117

117

11/01/19 11:27


Naam: 3

Datum:

Nr.

Maak van het grondwoord een afleiding en een samenstelling. Grondwoord Afleiding Samenstelling

/2

vrouw

bloed

vrouwelijk, vrouwtje

bebloed, bloederig

poetsvrouw, weervrouw

bloedgroep, bloedbad

Deel 2 Taaldenken: nadenken over zinnen 4

a Markeer in elke zin:

/5

het onderwerp.

GEEL

het werkwoord of de werkwoorden die zeggen wat het onderwerp doet of wat ermee gebeurt.

GROEN

het werkwoord en de andere woorden die zeggen wat het onderwerp is of wordt.

ROZE

b Onderstreep telkens de persoonsvorm. 1 Wij hoorden het nieuws op de radio. geel

groen

2 Op aanraden van meester Lode trekken mijn oudere broers van cafĂŠ tot cafĂŠ. groen

geel

3 Geen nieuws is goed nieuws. geel

roze

4 Charlie komt op verlofdagen uitblazen in ons dorp. geel

groen

groen

5 De uitzending is moeilijk. moeilijk geel

118

roze

L6 - Thema 3 - evaluatieblok - correctiesleutel taaldenken (incl. betekenissen)

579469 TAL6_ZEM_A.indb 118

11/01/19 11:27


Naam:

Datum:

Nr.

Deel 3 Taaldenken: woorden uit het thema 5

Zet de woorden en begrippen op de juiste plaats in de tekst. Kies uit:

/2,5

geslepen – razzia – het zwaar te verduren krijgen – barbaars – risico

Het verzet Vrije tijd wordt zeldzaam tijdens de oorlog, ook voor kinderen. Als er geen school is, moeten de kinderen hun gezin helpen overleven: voor eten zorgen, tuinieren, kleren naaien, hout sprokkelen. Sommige jongeren gaan nog verder. Zij worden lid van een verzetsbeweging. Die organisaties werken met geheime acties tegen de Duitse bezetting. Daarvoor moeten geslepen

ze heel

zijn om niet gepakt te worden. Ze spioneren, laten

mensen onderduiken, smokkelen neergestorte piloten terug naar Engeland. Ze lopen het risico

gevangenis en

om betrapt te worden. En wie betrapt wordt, eindigt vaak in de krijgt het zwaar te verduren

.

De nazi’s deinzen er niet voor terug de gevangenen te folteren om meer informatie over het verzet te verzamelen. Met een

razzia

worden dan nog andere leden van

de groep opgepakt. Vaak worden verzetslui daarna geëxecuteerd. Anderen worden op een trein gezet naar concentratiekampen in Duitsland. De kampbewaarders zijn onredelijk en barbaars

. Ouders zijn daarom zeer ongerust wanneer ze weten dat hun

kinderen lid zijn van een verzetsbeweging.

L6 - Thema 3 - evaluatieblok - correctiesleutel taaldenken (incl. betekenissen)

579469 TAL6_ZEM_A.indb 119

119

11/01/19 11:27


Naam:  6

 Datum:

 Nr.

Zoek het juiste woord of de juiste uitdrukking bij de foto’s.

de beul

iemand de mond snoeren

/3

iemand tegen je in het harnas jagen

7

Kruis de gezichtsuitdrukking aan die verbijstering uitstraalt.

/0,5

x

Ik heb mijn toets nagekeken. Ik denk dat ik voor mijn toets behalen. Ik vind dat voor mij: zeer goed. goed. niet goed. /20 op je toets. Je behaalde Ik vind dat voor jou: zeer goed. goed. niet goed.

120

/20 zal

Dit wil ik over de toets vertellen: Ik vind de toets moeilijk/gemakkelijk. Ik begrijp oefening niet.

Ik geef je de volgende tips: Lees de opdrachten aandachtig. Herhaal de taalweter ‘Welk zinsdeel zegt wat of hoe het onderwerp is of wordt of wat het onderwerp doet of wat ermee gebeurt?’ Herhaal de taalweters ‘Wat is een samenstelling?’ en ‘Wat is een afleiding?’ Herhaal de woorden van het thema. Gebruik kopieerblad 1 van les 15.

L6 - Thema 3 - evaluatieblok - correctiesleutel taaldenken (incl. betekenissen)

579469 TAL6_ZEM_A.indb 120

11/01/19 11:27


Naam: 

 Datum:

 Nr.

Dictee thema 3 Woorden

/15 echtgenote

1 Wil jij mijn

bureau

2 Je

worden? moet dringend opgeruimd worden!

douane

3 Aan de

werd de reiziger tegengehouden. mayonaise

4 Mag ik een beetje

november

5 Ik ben jarig in 6 We gaan wellicht naar

Afrikaanse

8 Die

’s Nachts

op reis.

ook naar het kerkhof? gerechten worden met grote zorg door de kok klaargemaakt. Mozes

9 Ken jij het verhaal van 10

.

Zuid-Amerika

Allerheiligen

7 Ga jij op

op mijn frietjes?

die het volk uit Egypte leidde?

was het ijskoud in de tent.

11 In die show heeft de goochelaar een konijn met een hoedje 12 Krijg je vaak

cadeautjes

15 Mijn lievelingsseizoen is de

.

van hem?

13 Na de vierde overstroming heeft ze al het 14 Vaart die kapitein naar het

getoverd

meubilair

noorden

?

winter

.

op hoge blokken gezet.

L6 - Thema 3 - evaluatieblok - correctiesleutel kortetermijndictee

579469 TAL6_ZEM_A.indb 121

121

11/01/19 11:27


Naam: 

 Datum:

 Nr.

Zinnen 1

‘k Heb een kleine explosie gehoord in de motorkap van de limousine.

2

In de herfst vertrok ze enthousiast naar Noord-Spanje, een populaire plek voor toeristen.

3

De journalist vraagt aan de militair of hij in God gelooft.

4

Op zondag nam de parlementair oververmoeid een douche en las daarna in zijn roman.

5

Het Suikerfeest, Hemelvaart, carnaval en Pinksteren worden dit jaar in de lente gevierd.

Ik denk dat ik voor mijn toets behalen. Ik vind dat voor mij: zeer goed. goed. niet goed.

Je behaalde /40 op je toets. Ik vind dat voor jou: zeer goed. goed. niet goed.

122

/25

/40 zal

Dit wil ik over de toets vertellen:

Ik geef je de volgende tips:

L6 - Thema 3 - evaluatieblok - correctiesleutel kortetermijndictee

579469 TAL6_ZEM_A.indb 122

11/01/19 11:27


Naam: 

 Datum:

 Nr.

Zorgdictee thema 3 Woorden

/15 echtgenote

1 Wil jij mijn

bureau

2 Je

worden? moet dringend opgeruimd worden!

douane

3 Aan de

werd de reiziger tegengehouden. mayonaise

4 Mag ik een beetje

op mijn frietjes?

november

november

5 Ik ben jarig in

Zuid-Amerika

6 We gaan wellicht naar

Allerheiligen

7 Ga jij op

Afrikaanse

Afrikaanse 8 Die klaargemaakt.

gerechten worden met grote zorg door de kok

Mozes

9 Ken jij het verhaal van

Mozes

’s Nachts

10

getoverd

11 In die show heeft de goochelaar een konijn met een hoedje

Zuid-Amerika

Allerheiligen

’s Nachts

ook naar het kerkhof?

die het volk uit Egypte leidde?

. cadeautjes

van hem?

13 Na de vierde overstroming heeft ze al het blokken gezet. noorden

op reis.

was het ijskoud in de tent.

getoverd

12 Krijg je vaak

.

14 Vaart die kapitein naar het 15 Mijn lievelingsseizoen is de

meubilair

noorden

?

winter

.

op hoge

L6 - Thema 3 - evaluatieblok - correctiesleutel zorgdictee

579469 TAL6_ZEM_A.indb 123

123

11/01/19 11:27


Naam: 

 Datum:

 Nr.

Zinnen

/20

explosie, motorkap 1 ‘k Heb een kleine limousine

explosie

motorkap

gehoord in de

van de

.

herfst, Noord-Spanje herfst

2 In de

Noord-Spanje journalist

3 De

God zondag

4 Op

douche

enthousiast

vertrok ze

populaire

, een

plek voor toeristen. militair

vraagt aan de

naar

of hij in

gelooft. parlementair

nam de

oververmoeid

roman

en las daarna in zijn

een

.

Suikerfeest, Hemelvaart, carnaval, Pinksteren, lente Suikerfeest

5 Het

Pinksteren

,

Hemelvaart

worden dit jaar in de

Ik denk dat ik voor mijn toets behalen. Ik vind dat voor mij: zeer goed. goed. niet goed.

/35 zal

/35 op je toets. Je behaalde Ik vind dat voor jou: zeer goed. goed. niet goed.

124

,

carnaval

lente

en

gevierd.

Dit wil ik over de toets vertellen:

Ik geef je de volgende tips:

L6 - Thema 3 - evaluatieblok - correctiesleutel zorgdictee

579469 TAL6_ZEM_A.indb 124

11/01/19 11:27


Naam: 

 Datum:

 Nr.

Controledictee 1 Woorden

/15 piano

1 Ik volg notenleer en speel horloge

2 Ze was haar

thuis vergeten.

niveau

3 Hij turnt op hoog

. secundair

4 Ik kijk uit naar de start in het

9 De

jury

10 Ik vind dat vraagstuk erg 11 Jeroom droomde over 12 De stof voor die rok is te 13 Er wordt weer een 14 Mijn

ribben

15 Mijn lievelingsdier is een

nationaliteit.

positieve

7 Greenpeace zet zich dagelijks in voor het 8 Wanneer gaat je opa met

onderwijs.

Turkse

5 Ze is Belg, maar ze heeft ook de 6 Die ruzie had gelukkig een

.

afloop. milieu

pensioen

.

?

besliste dat hij toch naar de finale mocht. ingewikkeld ruimtewezens doorschijnend waarneming

; wil je me helpen? die hem kwamen kidnappen. . van een ufo gemeld, nu al de derde op rij!

hebben nog lang pijn gedaan na dat verkeersongeval. hyena

, ook al vind jij dat misschien gek.

L6 - Thema 3 - evaluatieblok - correctiesleutel controledictee

579469 TAL6_ZEM_A.indb 125

125

11/01/19 11:27


Naam: 

 Datum:

Zinnen

/25

1

De kampioen brandde een kaars en hoopte op een goede wedstrijd.

2

Door een slechte hygiëne lijdt dat weeskind aan een hardnekkige allergie.

3

Een enthousiaste journalist verstoorde de training.

4

’s Avonds belooft hij samen met haar die documentaire over buitenaards leven te bekijken.

5

Deed een vreemd angstaanjagend dier hem stotteren?

Ik denk dat ik voor mijn toets behalen. Ik vind dat voor mij: zeer goed. goed. niet goed.

/40 zal

Je behaalde /40 op je toets. Ik vind dat voor jou: zeer goed. goed. niet goed.

126

 Nr.

Dit wil ik over de toets vertellen:

Ik geef je de volgende tips:

L6 - Thema 3 - evaluatieblok - correctiesleutel controledictee

579469 TAL6_ZEM_A.indb 126

11/01/19 11:27


Naam: 

 Datum:

 Nr.

Controlezorgdictee 1 Woorden

/15 piano

1 Ik volg notenleer en speel horloge

2 Ze was haar

thuis vergeten.

niveau

3 Hij turnt op hoog

. secundair

4 Ik kijk uit naar de start in het Turkse

9 De

jury

ingewikkeld

10 Ik vind dat vraagstuk erg

ruimtewezens

11 Jeroom droomde over

doorschijnend

12 De stof voor die rok is te 13 Er wordt weer een op rij! ribben 14 Mijn verkeersongeval.

15 Mijn lievelingsdier is een

nationaliteit.

positieve

7 Greenpeace zet zich dagelijks in voor het 8 Wanneer gaat je opa met

onderwijs.

Turkse

5 Ze is Belg, maar ze heeft ook de 6 Die ruzie had gelukkig een

.

afloop. milieu

pensioen

.

?

besliste dat hij toch naar de finale mocht. ingewikkeld ruimtewezens doorschijnend waarneming

; wil je me helpen? die hem kwamen kidnappen. . van een ufo gemeld, nu al de derde

hebben nog lang pijn gedaan na dat hyena

, ook al vind jij dat misschien gek.

L6 - Thema 3 - evaluatieblok - correctiesleutel controlezorgdictee

579469 TAL6_ZEM_A.indb 127

127

11/01/19 11:27


Naam: 

 Datum:

 Nr.

Zinnen

/20

wedstrijd kampioen

1 De

wedstrijd

brandde

een kaars en hoopte op een goede

.

weeskind, hardnekkige, allergie 2 Door een slechte weeskind

hygiëne

aan een

enthousiaste

3 Een

training

lijdt hardnekkige journalist

dat allergie verstoorde

. de

.

buitenaards ’s Avonds

4

documentaire

belooft

hij samen met haar die

over

buitenaards

een

vreemd

leven te bekijken.

angstaanjagend Deed

5

stotteren

dier hem

?

Ik denk dat ik voor mijn toets behalen. Ik vind dat voor mij: zeer goed. goed. niet goed.

/35 op je toets. Je behaalde Ik vind dat voor jou: zeer goed. goed. niet goed.

128

angstaanjagend

/35 zal

Dit wil ik over de toets vertellen:

Ik geef je de volgende tips:

L6 - Thema 3 - evaluatieblok - correctiesleutel controlezorgdictee

579469 TAL6_ZEM_A.indb 128

11/01/19 11:27


580267/2

72296_TALENT 6_ZORG EN EVALUATIE 6A_580267_2.indd 3

vanin.be

14/01/19 09:00

Profile for VAN IN

TALENT 6 - Zorg & Evaluatie  

TALENT 6 - Zorg & Evaluatie