Taalweb 1 (editie 2024) - Leerwerkboek

Page 1

1 Nederlands voor het 1ste jaar B

a Sanoma company

64888_TAALWEB1_COV_v3.indd 1

4/12/14 14:16



IN

1

N

Annemie Blomme Tine Calon

Kristof Desmet

©

VA

Katrijn D’Herdt

Virginie Vermeersch Lotte Vermeir

Stefanie Verstraete Pieter Wyffels

Francky Lannoo


Via www.diddit.be heb je toegang tot het onlineleerplatform bij Taalweb. Activeer je account aan de hand van de onderstaande code en accepteer de gebruiksvoorwaarden.

1

N

IN

Let op: activeer deze licentie pas vanaf 1 september; de licentieperiode start vanaf activatie en is 365 dagen geldig.

VA

Fotokopieerapparaten zijn algemeen verspreid en vele mensen maken er haast onnadenkend gebruik van voor allerlei doeleinden. Jammer genoeg ontstaan boeken niet met hetzelfde gemak als kopieën. Boeken samenstellen kost veel inzet, tijd en geld. De vergoeding van de auteurs en van iedereen die bij het maken en verhandelen van boeken betrokken is, komt voort uit de verkoop van die boeken. In België beschermt de auteurswet de rechten van deze mensen. Wanneer u van boeken of van gedeelten eruit zonder toestemming kopieën maakt, buiten de uitdrukkelijk bij wet bepaalde uitzonderingen, ontneemt u hen dus een stuk van die vergoeding. Daarom vragen auteurs en uitgevers u beschermde teksten niet zonder schriftelijke toestemming te kopiëren buiten de uitdrukkelijk bij wet bepaalde uitzonderingen. Verdere informatie over kopieerrechten en de wetgeving met betrekking tot reproductie vindt u op www.reprobel.be. Ook voor het onlinelesmateriaal gelden deze voorwaarden. De licentie die toegang verleent tot dat materiaal is persoonlijk. Bij vermoeden van misbruik kan die gedeactiveerd worden. Meer informatie over de gebruiksvoorwaarden leest u op www.diddit.be.

©

© Uitgeverij VAN IN, Wommelgem, 2024

De uitgever heeft ernaar gestreefd de relevante auteursrechten te regelen volgens de wettelijke bepalingen. Wie desondanks meent zekere rechten te kunnen doen gelden, wordt verzocht zich tot de uitgever te wenden. Met dank aan productiehuis De Chinezen voor het gebruik van het beeldmateriaal uit Manneken Pis, thema 13 p.352.

Eerste druk 2024 ISBN 978-94-647-0616-1 D/2024/0078/124 Art. 606362/01 NUR 110

Lay-out en omslagontwerp: B.AD Zetwerk: B.AD Tekeningen: Hans Dijckmans en Dirk Vandamme p. 252-253: © 2019 Standaard Uitgeverij


INHOUD

N

Beestige start

IN

THEMA 1 

LES 1 Harig, stekelig of liever glibberig? 12 LES 2 Beestig stripgedicht 14 LES 3 Beestige verhalen 19 LES 4 Van ia tot balken 22 LES 5 In één oogopslag 25 LES 6 Gek op dieren 30 KEUZELES 1 Beestige gedichten 32 KEUZELES 2 Beestige taal 36 KEUZELES 3 IJsbrekers 38 OEFENEN MAAR! 39

©

VA

LES 1 Sportcocktail 48 LES 2 Zin in sport? 51 LES 3 Inspanning of ontspanning? 54 LES 4 Goed communiceren 57 LES 5 Goed in vorm? 61 LES 6 Spel- en woordweb 65 KEUZELES 1 Top! 68 KEUZELES 2 Rare sprongen 71 KEUZELES 3 Wie-wat-hoe-spel 73 OEFENEN MAAR! 74 ZELFTOETS thema 1 en 2 85

THEMA 3  Techniek

THEMA 2 

Sport op je bord

LES 1 Nu de stam 90 LES 2 Zeg me wat ik moet doen 94 LES 3 Teksten van A tot Z 97 LES 4 Abracadabra 101 LES 5 Snap je het (niet?) 103 LES 6 Vleugels boven de Regte hei 108 KEUZELES 1 De wetenschapsquiz 112 KEUZELES 2 Techniekclub is de toekomst 114 KEUZELES 3 Een verzorgd handschrift 115 OEFENEN MAAR! 116

3


THEMA 4 Bangelijk

IN

LES 1 Alles gezond? 168 LES 2 Lachen is gezond! 170 LES 3 Gezonde klasgenoten 173 LES 4 Tessa vecht terug 175 LES 5 Kerngezond! 179 LES 6 Zeg het met een beeld 182 KEUZELES 1 Dik? Buitenspel! 185 KEUZELES 2 Dokter, dokter! 188 KEUZELES 3 Wie-wat-hoe-spel OEFENEN MAAR! 191

N

LES 1 Mijn angsten 122 LES 2 Om van te griezelen … 125 LES 3 Een akelig avontuur 129 LES 4 Gebibber op je stoel 132 LES 5 Een onvergetelijke Halloween 137 LES 6 Spel- en woordweb 142 KEUZELES 1 Griezelige gedichten 146 KEUZELES 2 Griezelige verhalen voor het slapengaan 148 KEUZELES 3 Klinkerdomino 150 OEFENEN MAAR! 151 ZELFTOETS thema 3 en 4 163

THEMA 5 

VA

Lekker gezond

©

LES 1 Helden van nu 198 LES 2 Enkel of dubbel? 203 LES 3 Bekende en onbekende helden 207 LES 4 Wie is jouw held? 210 LES 5 De loserlijst 213 LES 6 Spel- en woordweb 217 KEUZELES 1 Mijn papa is een held 221 KEUZELES 2 Ontwerp je eigen held! 223 KEUZELES 3 Wie-wat-hoe-spel 224 OEFENEN MAAR! 225 ZELFTOETS thema 5 en 6 235

4

THEMA 6 

Superheld!

190


Strips

VA

N

LES 1 Afblijven! 280 LES 2 Wij hebben de pest aan pesten! 284 LES 3 Lastige werkwoorden 287 LES 4 Regels volgen? 291 LES 5 Wat vertelt je lichaam? 293 LES 6 Spel- en woordweb 298 KEUZELES 1 Theater Bullebak 301 KEUZELES 2 Thijs of Vincent? 304 KEUZELES 3 De werkwoordenladder 304 OEFENEN MAAR! 305 ZELFTOETS thema 7 en 8 315

IN

THEMA 7 

LES 1 Ben jij een echte stripkenner? 242 LES 2 Hang de held uit 247 LES 3 De tijd staat niet stil 249 LES 4 Kiekeboe 252 LES 5 De wereld van Urbanus 255 LES 6 De allesweters 259 KEUZELES 1 Vraag het aan Urbanus 262 KEUZELES 2 Liever een boek? 265 KEUZELES 3 Vrouwen in ’t Wit 269 OEFENEN MAAR! 271

THEMA 9

©

Avontuur in  de natuur

THEMA 8  Conflict

LES 1 De natuur in 320 LES 2 Doe het (z)elf 324 LES 3 Knabbelgroentjes 327 LES 4 Niet voor groentjes 331 LES 5 Natuur in cijfers 335 LES 6 Niet voor twijfelaars 338 KEUZELES 1 Sporen 341 KEUZELES 2 Breek de code 345 KEUZELES 3 Woordenboekspel OEFENEN MAAR! 348

347

5


LES 1 Allez, Eddy! 356 LES 2 Naar school in 1950 360 LES 3 Dubbelspel 364 LES 4 De kindertijd van mijn (groot)ouders 367 LES 5 Meer dan bijzonder ... 372 LES 6 Spel- en woordweb 376 KEUZELES 1 Snufjes uit de oude doos 380 KEUZELES 2 Niet welkom 383 KEUZELES 3 Bijna hetzelfde 386 OEFENEN MAAR! 388 ZELFTOETS thema 9 en 10 400

De tijd van toen

THEMA 11

VA

N

LES 1 Wat zullen we spelen? 406 LES 2 Ik schrijf me in voor … 410 LES 3 Hij, zij of het 415 LES 4 Speel je spel(ling) 419 LES 5 Spelen over de hele wereld 423 LES 6 Nieuwe woorden maken 427 KEUZELES 1 Het grote zoekspel 431 KEUZELES 2 Computerspelletjes 433 KEUZELES 3 Meervoudenbingo 435 OEFENEN MAAR! 436

IN

THEMA 10 

THEMA 12 

©

Schermtijd

6

Spelen

LES 1 Wat moet groot? Wat moet klein? 446 LES 2 Wij willen beroemd worden! 449 LES 3 Wie is jouw favoriet? 451 LES 4 Verslaafd aan gamen? 453 LES 5 Kampioen zijn is plezant! 459 LES 6 Spel- en woordweb 464 KEUZELES 1 De max op Ketnet 467 KEUZELES 2 Quiz, soap of journaal? 468 KEUZELES 3 Spelprogramma 471 OEFENEN MAAR! 473 ZELFTOETS thema 11 en 12 479


THEMA 13 Over de grens

IN

LES 1 Welke vakantiegenieterd ben jij? 516 LES 2 Superheld 519 LES 3 Hallo? 523 LES 4 Het eiland van de goden 525 LES 5 Grasduinen in reisbrochures 529 LES 6 Spel- en woordweb 535 KEUZELES 1 Vakantieplannen 539 KEUZELES 2 In beeld 540 KEUZELES 3 Woordenbingo 541 OEFENEN MAAR! 542 ZELFTOETS thema 13 en 14 546

N

LES 1 Twee polen 484 LES 2 Vreemde landen 488 LES 3 Waar komt het vandaan? 492 LES 4 Manneken Pis 495 LES 5 Verwijzen 497 LES 6 Heer Hansaemon en de vlieg 501 KEUZELES 1 Eet eens iets anders! 504 KEUZELES 2 Zoek het niet te ver 507 KEUZELES 3 Sprookjes 507 OEFENEN MAAR 508

THEMA 14 

©

VA

Vakantie

7


OP VERKENNING DOORHEEN JE BOEK Taalweb 1 neemt je dit schooljaar in Nederlandse taal.

leuke thema’s mee op pad doorheen de

Hoe herken je een thema?

N

IN

Elk thema heeft een eigen herkenbare kleur en foto. Zie je bij welk thema de foto hoort? Noteer het themanummer bij zes foto's.

la

rk

ve

rd

hrijv en

sc

rvie w,

ik en

n

bru

ge

lfje

k

te

oe

he

en b

rd

n

re

iste

n:

inte

7A 6 5 A 8EAM A! d eldEMgA HictTHEhM ez4on 3 EMHEM TH rTHEMA TH T nTtfrl iuppsLeer kkeng elTijk HEM THAE 2 Ba Techniek CoS S MA SpoBrt eeospt je 1 ige bord star t -w oo

ijven

tief schr

n, crea

,w oo

na tu

n re iste len lu stel en or vo en ur ijk ijven gu hr ,k pfi ng f sc stri tie lari n: ea rk cr tijd ve reke n,e rd sp keig rerd woo spoo ies, tijd ct n w en lu n! r? en ed struie rage en ste nne teg n: incuss verl W-v en pe ke ng: tere: disgen e en kersng redn, tij kijk isete n ra rdigl an rip elli luiske-v iew luig lari n, rd eklin n, oostaa t a st sp en, n,reW rk zeoo terv med tijd leze ze eschte n -kijk n ve lenw sp genw mg: n in - - le lin le rd -ge ige n, !ee enpe ordueit nu vorm l steren re - telichelaa stelwooldenteee n drd werp bij en g: n luira ge ede oons oldvan istestil ? -- sp heen en en ewtijoo , onder en ik linen e w to lijv nbejinj ig ag -v e el t ? lu n g pers el ag : g bru kh en orm nd kijk n , W rdgnsv iebbam n: vrnd vrlge en oo keli?n - spijv edrede n?t-ndu Afb hBeeb H ar: in soo te keenper kltaa a kezo erp ijk be el s - hr gwel re ! ge - nwng: er eaaof les rw ijven s figuurl on - spanu- ,scspnd ch rege n el 1 S 1Wij S 1H li n ctieen gaen nk ordvhr p lezen Alli- sp en eb rb onde st fiek olgst ? nzo g: te leelze S hardo wo sc lijk E LE asti Evjd inge ru , gra tek rm rs, onsvo ze lin -dspletter Uheisldlege ng enven, schrij en LE L2 ejet?de chwnen nrukk lsti S 1 lt ten, lez een en inst- lin perso in linke ze - spel r! -ten et angs rd ksend le S ES 2L S 2gDeeLE werp, te er leze te tehen La ek va n: del td ni ek Mijn e uw o is onder kt E iet k r B d ach 1 e re ui … d L sp L arst, do n -iegen 3 LE3 R en n, ofdeged veelen - ged iste -tegriez med vieeS 2 LES ber wisoldjo ete ring, S 3W te tLE S la, van ze ho elvantend lezen eb at genietle-en ere Dollkt LES ijs ieug lutwter Nu woordverkla de n1 e3nie bb het W w LE LE4 LE4SWa u 2erl Om teksten, eve enform -stam drp stam - genie menwerkwoord du rd ench e we LES se g atieve sw ltuur B S S ld en jk D rd der e - in he S en togram lo 4pe ig avon kiwoo ss o- a lezen: inform LE LE5 LE5S SLE n: 2t?zeakel aellr Te niet kele ik ol LES Zeg me n! - on enween Een moet - pic doen- - lezen en luisteren: nd eaDte w3 ge- enwat instructies S aen 4 ta zoee LES eld scHallo e-nle hrijv lijke eken en 1-rgete is l be rk- rn hDeS LES LE LES6 S 5LE !cge Spo eel - end lez kt?pe oord Sp en, spr eenLE Ke 3 oonve Een eTeksten S LE 6 T Str werkw A tot wip Voinepa Z - soorten em -s 4fbLES iet teksten, rs ld!rten van tekstdoel Svan pa bme tLES klinke A tot 6 DSe 5LESijn oevan2hetn he stam LE LES1 S LE ng:opn koe g he l! - 1gen - spelli l int Zin Ha e4n-h Van M erview Z - alfabet pe stoe ring LE LES in ijs Ze ge rig abc ES LE spo op alfabetisch S 1 1 STKh6ie S je r eat n - -rt? eins ite woordverkla bber ,-st LES 2tot xyz engrangschikken Gebi ie Buje ng EL LES 2 SLE hoof lezen ve-wk? 3 ekrin enote dlett - spelli W 2 LES Bees ie5 Insp eligers, eind n - genietend verkla sg Di 5 LES dweb UZ ZELE LE erp Snap ann ord je3 het woor kla ngaa (niet?) - lezen: informatieve ESS 3 S ES w ing of tig en wo lees 2 1L LES e teksten, slape handleiding LES L of teke KE KEUZEEUZE l het ont strip ns O6ntGeSpel zond4LE Goe voor spanninliever EL3 UK ZELEUZ -sdpeBe alen estig glib ES LES 6 E ZELLE g? - ja-n Vleugels com S oe boven 3 2 LES LES dich KE KEUEZKE deeRegtege elige t-h hei 4 verh U - genietend mu rs lezen SES beaag, Griez eevr veklinke 5 ng: KU ZEUZLE rig?pers e-wa ren EL Van- spellinice rhal- zendt - genie Sportie ZELES 1 Wi KEKEUKE ZE KEUZELES - spoonsvorm Serdo ia 1 LE Abracadabra er-b en -lezen UKEU f gen - spreken: 5 mino instructies to oodsten geven reken tend Klink ES 3S 2 LES iete d lez t - genie chap KE 6 EL -ont , ko LE genietengenieten en,vang ZELE Spel-Ingedi éénchtenbanlk- en UZ KEU S 6wetenschapsquiz piëren KEUZELES KEUKE rijmer KE 2 Griez De elige en woo lezen, d op oordw ZEL - he d zoeken - informatie lezen het internet gops spre d sc 3 ES t we Gek SUZ ELES 1 ken: gepa eb ZELE hrijve - spelling, Sportsp rkwo lag KEU op di KEU KEZEL KEUZELES 3 1 Techniekclub n elle ord, en kijken ste taal woo is toekomst! UZEL - luisteren ner rdve ES 2 -de taals de infi rkla en - pelle voorspe ring estig ES SpoBe llend KEZEL rtco kijke n nitief KEU 2 ckta e il UZEL lez n, ge-di ES 3 Be en, geni es ES etend luisteren chte opma lezen, 3 Wie-watig e ta n - ge ak va luisteren e-s IJsb t-ho alpel n nie een reke werkwoo ten taalsp tekst rs lezen ellen rdend, alfab sprek et, eind leesteke en ns

A 14 THEM THEMA e EM13 antiTH VakOver A 12 de grens TeleTvHisEie M Spe THEA 11 DelenTHMA 1 AtvijdEvMA0 on an 9 tu toe ur n in de

©

rin g

ur

jij? - leze eterd ben iegeni vakant Welke rek grammen LES 1 foongesp ld - picto In bee ken: tele slot en spre - lezen: inleiding, midden, polen eren LES 2 LES 1 Twee en luist - luisteren - kijken Hallo? goden- spelling: hoofdletters landen Vreemde folders LES 3 LES 2 LES van de nd - lezen: 1 Wat moe Het eila chures ring bro tegenwoordige spelling: rond t-gro wereld LES 4LES 3 LESDeine rdverkla tijd ot? Wat n in reis en woo 2 sdu moe ling Gra t klei spel LEQuiz soa inte eb-p-kijken n?rnet S , Pis en luisterenop het - hoofdlett LES 5LES 4LESManneken of jour en woo1rdw naa ers en zoekl? 3 W lie at Wie LE mat soor is zulle 6 5Spe Pret Sop2 het - infor jouw - verwijswoorden ten tv-progra strand LES LES nen favo lan mma's, LES ant w ? - spre 4LEiep LEIk sc lezennriet lezen spel ken: vers hrdijfen de evlieg SVer slaa S 1eten 1 6VakHeer 3Hansaemon lezen genietendlag -en ESLES aan genifd geven m LES 5 erheld LE- M KEUZEL anne A de etv? in -vokijken ? - kijke Kam Sup S ll ling en wo n plaatsnamen, pioe lijk,ez, oreidingen 2 1 LE en lui hoofdletters van n- spel eren - afl vandaan? komt2orohet Waar zijn … - luist de KEUZELES , tabe S 4Lenb ZELES LES stellen Eou KEU lez ES ing LE Nnbaoekisvrplez 6 ord ddwant! ren, Spe Wo Sp - kijken en en el a l3 genie teksten y! S 3 LE en ijk ee r s - kijken- enofluisteren, en lezen: schr informatieve KEUES anders! S L eens LietsDlwoo 2 Eet 1 rdw KEUZELES ZELES ZEL ch ijven ebo - spel leze onzi luisteren , genieten tend lez KEU E je sp 1 5 ES Sp : ins d lezen en 4 el S 2ubb elD(ling ol ling n,enkiwoorjdig LES L De max , inf ch L en op e in KEU internet het op - ge opzoeken rijvin : strip jk dver te ver Ket orma KEZEL ls e-ninformatie KEUZELES ) 6ES het E niet N ov net ES3 2 Zoek UZEL sla ngch gsfor 95ing en en klari tie or atu -nsp1enell Spdepe-lkijke We5NogSm3 iet wer t va mulie 0 -: eren luist dene luis KE ESL1E LEwill en n ze mu or he-le KEU elk KEUZ leein r n ZEL te r in lfstan S 6 HeS 4Meeeeber r oem UES w edn woree om rv erouel zedle ZES EL n: estek ren LE t gr r Krsp dige E 3 Spe den da iebelen --- ge d-dgeni -!ze - kijeteninformens, kli naam otNe mm KEKUZ Sp gra ge EUKE LE2S S 5lpro taa n d ke nker ni nlsp woor LE1 Com el- iezoekabeij-letaalspelle lf n enluist Z EL ateren ieeten s en ieve den, luiste ZL tenellen sta KEK UEES pu ent v spzo S n mede rete UEZU EELS3E2 M6 Snu Nte ooo elne-dneinfor ndd leze ndig w rs a n, kli ks pe fj tu lez le n, n nker ortje t, en krn...matie S Deerv KE EZLEE ze sy a stru g : inf s N oues uur llerd n, zo no am orma denb it din rwosee-bge ab-b meeop UZ LSE 3 1 e k ie ctuu kijekenniem w t S in nie tie EL r coiju ntj- sp tenedle rvou ke op oen orde 2 M Br devrtoo inego o nen ijn e ES fe-dme es ellin lez n end n en intrderne r t, uit voud Do (gerok d ijdtwva res der - w g en - le 3 lu o druk - o ijnfe iste e kinge m dia s - dioord woozen h ot)e oc W re n oo et (z ouddee laaijn (g gram gita enb rd:veinrk n fo al o rs rs ro rd rm lari ek en )elf - in'stijd - li ot)men woo rden atinge tru - dw ou bo ve bo cti spre oo ders ek sch te ek es ke rd rijv ks sp - sp le n en te en el reke ze n :

VA

Welk thema lijkt jou het leukst?

Elk thema bestaat uit 6 basislessen en 3 keuzelessen.

13

Onderaan de pagina kun je met behulp van de bollen goed volgen in welk thema je zit en waar je in het thema beland bent.

LES 5 | In één oogopslag

8

8


Hoe weet je wat er inc een les aanzijn bod komt? van twee stripfiguren. Deze afbeeldingen een combinatie Bij welke stripreeksen horen ze? Kies uit:

Bij de start van elke nieuwe les staat in een blauw kadertje opgesomd wat je gaat leren.

Les 4

Asterix – F.C. De Kampioenen – Suske en Wiske – Jommeke – De Smurfen – Kuifje – Urbanus – The Simpsons

Van ia tot balken

IN

Je kunt de inhoud van een tekst voorspellen. Je kunt verschillende opmaakmiddelen in een tekst herkennen. Je kent het verschil tussen fictie en non-fictie.

Wat betekenen de blauwe woorden en de geel gemarkeerde woorden in je boek?

De woorden die in het vet staan, zijn moeilijke woorden die je vooral op school hoort. In de cirkel bij het woord vind je de betekenis. De

gemarkeerde woorden zijn woorden die je misschien niet meteen

foutloos kunt schrijven.

N

d - Bekijk de stripprentjes op de volgende bladzijde. Ze komen uit de reeks Vrouwen in 't Wit. Dat is een humoristische stripreeks met korte, grappige verhaaltjes. Ze spelen zich af in de medische wereld. - Noteer het nummer van de juiste zin in de lege tekstballonnetjes.

VA

Kies uit:Bekijk de plaatjes.

zich afspelen: gebeuren

Per twee thema’s krijg je één les om alle speciale woorden nog eens extra in te oefenen. Hoe heet die les?

©

TIP! Je herkent de les aan de twee fotootjes onderaan de jijpagina. LES 1 | Ben een echte stripkenner?

9

255

THEMA 8 | Conflict

Wat moet je onthouden (kennen/leren)?

In de besluitkaders staat alles voor je opgesomd. Aan het begin van een zin schrijf je een hoofdletter. Ook namen van personen krijgen een hoofdletter.

9


5

3

6

8

1

HE

6

FIC HE

7

8

6

7

7

E8

Een teks t FIC lezen HE

8

ors 7 • Elk pel wa arover He • De e tekst tm gaat de tek inh eerv a de oud van altijd st gaat. een ergens b de titel; FIC oud tekst over. kun Je van c de tussenti HE je voo noem zelf d de afbeeldi tels; rspell t dat ng on sta en als het on 6 en schu derstree (foto’ ndig je kij derwerp s en inge pte, kt na Vvan /of tek 2 Me dru en ve er de tek ar: tkte t we ening aam woord of en st. • Elk lke be en); en. wo ke e tek doeli ord st he ng lee Een le tek s je eft ee en n de tek a inf st ka of n je: n bedo or st? eling b van mere ve n: H.e rd c on iets ov je lee rt iet ertui t ve tsp ub an d on s rs Omnen: je gen: je bij; be troer ch genie gaat 1 il tu na enhe 3 Wa le : de iet t W am t mtek sodo gewo t we n O V ss et je-s aa woo eest roept 2 on vanorden wat en rdenrvou U R TIJDE al n d va bijWjou deentek je eeerst So ovehe NS e r t o m n te heen m t on knie voe est; kede vormn zelfsordge na s m ort t zo lvourw en taen lenst éé am oe e o u doen 1 De opn. t of d.erp? , sc ndme ; kla f la ee woord je bi me hrijf iget m nm j he nk ng Soms esda teartek ed en e t gro voste je ek or eklin op -e mee -en er d Bijat De inl sta la ep ik sode inl finchhebb of an nk ke n ee rvou eid : eind eid e en ingig mm n kl d va éé pa je h ku vertelige ing6.in reevenrd n inleid inke h n ze n Onde De le en op kla ard oort ve w t wa ub je r oo lfs tte De – arrdde t, cursi being. Da ho -e oo ta r In he r de len. vetrre leinl ka nkg paarof je ef of re iseenk tteeid ‘f’ w n ve entek k in mer ro n t ndig t he de d n. Ge ordt rand diestinover ort elen schr Somi ep n e dden r ‘sing eerste eebr sta m n – ’ e Ik za kli ijver m kri ve at ee uikde e ta ik ka : ve k an ig n jglujera hent miert de het l gaan Het nk merrd re let dekel–van is nder ‘v’.dd m mee la.n mi overe m atee er tergro takkde ar teme witreWoodden ehe sc ott en tek s eel en r ert uitleg en. edek rvou k stra rv hde is in on he st. ou erpin hri e. ke ee bij -a,gel rd lin d at en klamedes e et rw de tw nik‘z de lo –jf st -i, van elk vertel nk vatal hoofd ker. in n nd oo 1k fd -o dieaa rate Het t. ’. grroge n d tekeistd rd geda ub li du laatst , -u eind ig Z e sc n en a ige heide h ele in chte 2 mif – nk en be Het onde : kip tte kla slot e tekstd -y pen van ed duer n. oo n op lm rverde iven en geeft eel krijg op de Er rka nk vaas de etek bu pen vett een oo-ere k oe van li B n. gro een e 2 Omij en la klin ss n k ee eld. t sc nst, he beslu eenintek n en sto ep wat n tus ik De tek – vaze kebij -e ee t hri hegste kers pp it of . de en std wor n m tek senti a Ov n rs ee en jve een t mkisla kind het . tel bo elen wo dt strvgo korteeenrv n. b Wa er wide k ouslot. rden ven e /-s oudedvate be sc ei - - kind same ee dnv‘eier hri n gri c Wa t gebeur wa erar erenn tekstd door ee aaoverwoo jpen, s. att en ca jf t ar n ing er? n ge ikgard eel ge d Wa 1 . via at de kun je staan schr en enke 1 klin ski – – ca nnee beurt he Ap ditek . le vram auke sk via’ r ge t? even e eist? en to i’s o e s beur hoo nd gem r ve dneen . igen t he r e ste –enau r m zwe ba kliun lle n. to’s op an t? en ure ven by k– m d e – en of ere n. ba r u’ ik tant by’s s ve twe kla etal e – tant nk m rsch e ag sc e – es hri na ede ille etal jf de klin nd wa ag kli ke e es t ik Zie nk rs ho er m ke or ru oete sch il st en n ge ders . n FICHE oeg

FICH

1 Vo

O V U R VOOR

2

FIC

Ook op de fiches die achteraan in je boek op dikker papier staan, vind je die informatie terug. Weet je welk logo naar de fiches verwijst? Teken het hieronder.

4

. ning win over de ar taak. na urts een d n sper en kt or rde leerttg maa nte rangschikk renn ta wo woo lin ooefd alfabetisch H er, l d D ke leer alfabet/ ten. am erk bro 3 Het o, o ze et D ur a am lu . e tl W 2 r, e st E l spFICH en E po ke aai, d ,do ,g f –kCH en te a Ik za l mak n! g anis tieFI FICHE 1 Persoonsvorm en onderwerp l og za fini - b apeiem hu digE 4 orge oe l, voor Ik ho – in nm -tsp of te t, zal’ urt. enst an H rden ie at ie - ze rie tege k.d stFIC Ik sp aa oo d .w rdr je ‘ik ad ak lf m p n n kw ta en ve e er n e Ikde - waa die Ze rd gg e o1rd W . odioe zeoemen. el, aak oord wo k. n rd k. orm nsto uisM enw g oo m mel erkw tief. h 5 mel e zirdjn in ik-v aa t wn. d kw n wer en Weoo dd et glas heme infini en n is de HE pa is, h glaz een van neis deen. ord zifjnee dig e.n hu oord ink stn, ord wo r o an twee FIC vorm va - e en m en stam erkw Ik dr t tte wo lfst aa die De ieze zin. de tw -e d ster Ze nt n am he een e n een k je ku k gi tij a 1 je van van on dig on, en n en bruidig gin am an ku Ik dr het be eck rled in gestan st rso t de d (tt). n ndigDe st n: urt. ve bij lz lf e e Verbe . aa me a lf g en st na Ze n p e tij de letter bu beve ze in lfst Jens taak ige eigen ige . n urt, rdig aatofd ho ee e d k ze Lore, een bij Y Z ee oord ee, nst d? ig In st urt ren, mijn er gebe nwoo ijftde V W X letter or nw m oo et Flipp e tij t n ru bu ande S T U m jn alfabe vo ge n. ing nu te pt. e m hoofd en ? ge schr bby, Het ig beur), t). P Q R O , Vla n Te e ce mBo So t zi ee ige deig 1 Jer geig (otijd (vook een 1 oord M Nrtrijk ord ee 2 . rd ndel in jd re en st in J K L ë, Ko nw en ge jd enhrijft He wo ru of en wooha rmonzi G uHwheIlp at oe zied jv d de Belgi en, Alp tege zin. B stCa Deen E F nieen et Lid t. Je sc ans onrl nsvoof ing vr 2ve nn cht. de A is de n en , h hri Allis nd p 2 b. ers. erika Arde raklink in eien rece t. en . lu de sc zijn persooelijk ndel innde vans rd. hu at in vr Am e l me rd tc t d p mede sh n jn n ord en psc orh,t. . w ha a ers .en lgi oofwnevaner kwoo Het sta Mteijnst uatw uitcrklink ku ) zi e ku wo ol Be kwme ous de nsvorm o derw er e osp ch nd rlands , urt). n de trbesta ren Het alfabe ge niepersoonsvorm Je am t en ro de ngen r (yogh , vrAl schors.ear klinke oo rde jk (v .nawerena k1e eDe ilijk pdra , gNe Het lijkt on het w die n is mi mede e k klinke a jk t. rs am na ar o li een van e a e i oru zijnnana je o ig npn he n ,h li pe wo we jejdee d soms en, Vla en e o )pns t.ats vann r he m s ne e b ssta epute pla a name De De Dletter etsn ril(baby o ijk Fra o m ouhrijfnzi tr te meen afisheteen fiklinke meebstam Frans ak. atsen an o ders aa f vrsc do Ik gen ft eeaag? M el cr oe valtja lgen, ars y nis soms HijEen va dpla ij.De letter neetakunt Kun jij goed dansen? e gr mje met e n )Hooe en n van 3 g Beof met ge Mor waarop e co vraagzin zijn On fw r de ou ejij na mijn n de h f id zijn Dantwoorden, n 1 jn o otee ng me rv is s enja-neevraag. dig na isgs een nin or tieele Gente crva mee met s varstmi an jk (m rdSte ap zi 2 N Fiset ft e edie d. Hij re erd do afg ni ve ) = me n,eeKe ra gee sb lfst eli oo enap ↓ infi en en ronja-neevraag ost endie je (o lpt Pasevlis Het eerste de Je vindt judo een gde cavialastige sport. )chikkd in de g Th Ze ann et-w oordSt ap 3 - uis e le ewoord n erp ↓ woord eroel beer en an= etischDrangs ing, uk f gOp (z tan de nd he aap tal d ku rw Vind-on je lastige sport? rvv) m e h e-w . St 2 Alfab persoonsvorm. 5 st ra, tijger . judo een o n de Zij afs op vrie ve(p j n van na de wenk - lam Za rm All e d elijk unen, t eon euduif iend lt ijn rangschikk en rm rszi je me De tisch he ord ) d akk . n na) = ik of jij nsvooner va Mte nsvo De Le rmoe All ouw oo wo alfabe ku e p (o = je b het ewoord Ze ooinw n dwoord epie, is ve vane (m rsoo - droom 2 en Het onderwerp e van n vr Jo rs er letter g n Om e e d pe ig dag - doos nn mepe ge k dat s … agen de eerst de ord derw - muis je naar zijd t te rie an am f na fstu feestd mes - mos ,bilse hetzelfde, rv stkijk wot on On vind uk. ennwoord ieek e van he ve één = k. gaan naar Londen. b in n Het onderwerp vertelt over wie of waarover er dan ↓ Mijn vrienden rsen in meer s, bo ove t je(pv) nd k le ? lijk stee derk naunme - vloknaar Londen? letter me ne film gezegd wordt. bndeordletter.vrie letie dig.5Gaan vlek mijn vrienden g krm 4 vanIsandieietsje vlak en, de volge saai... letter an ijn in denaar welHE Het at an waltijd - maat nvo men ietsdan kijk tift n M d M ns et hr vliegtuig maakt een perfecte ge maan e e Het onderwerp staat net voor of net na de = + nd l t pe sc IC ni maag vierd oord h na (o) -dderde tijdam rd he in deop Ik viof de je lo voetba atF me landing. zin. de persoo k naar ooje eook erp ↓ n van= stpersoonsvorm nd t n perfecte wtwee igthelpen de e w n. je Vi Maakt het vliegtuig een moet Deze vragen om vi het - slage nd onderwerp in la derwi name (pv)Soms jk am is, zo eind oege erk nd sla - slag eli t on Je landing? te - plakw na.vinden: vorm kijken ig stam t toev vrie uw he plak4 - plakt ijn en. dig -jd Wie oe iets in de zin? Mwoord oons de doet HE Vro ). an onzian -t m e pers FIC - Wat doet er iets in delange zin? n voor op (z lfst w ofaarv de een en kome igt ze jkKorte p. jewoord nd n rdelien oer ei ! f ee oo k Het monster is erg gevaarlijk. Zinnen met het werkwoord zijn, noemen we w al oe ne t op o ou an Is het monster3erg gevaarlijk? vr etenwb IS-zinnen. Je vindt Le l jewer,kw stam het onderwerp in deze de ni zinnen door ijfeBij elijk jeord an deze hulpvraag te stellen: FICHE Tw annhoorwo aarvoftowat e. is iets in de zin? - wWie m een -t en in oord geen kw je eg wer Bij -t, vo een

en

3

2

FICHE 2

FICHE 1

1

Wat als de opdrachten een beetje moeilijk lijken?

IN

Geen nood! Spreek-, lees, luister-, kijk- en schrijftips helpen je om de oefening tot een goed einde te brengen. 1 Lees eerst de vragen zodat je goed weet waarop je moet letten. 2 Laat je door niets afleiden. 3 Kijk en luister aandachtig.

Hoe weet je of je een oefening goed hebt uitgevoerd?

N

Evaluatiekaders helpen je om na te kijken of je alle stapjes van de opdracht correct hebt uitgevoerd. ja

nee

2 Ik heb de overbodige woorden of zinnen geschrapt.

ja

nee

3 Ik heb de tekst netjes geschreven.

ja

nee

4 Elke zin begint met een hoofdletter.

ja

nee

5 Ik heb duidelijke leestekens geschreven.

ja

nee

VA

1 Ik heb de vraagjes vooraf beantwoord.

Waar vind je extra oefeningen?

Op het einde van elk thema vind je de rubriek 'Oefenen maar'. Hier kun je nog extra oefeningen maken.

©

Vraag je leraar welke oefeningen je moet maken. Er zijn blauwe en oranje oefeningen.

Duid hier jouw kleur aan:

Maar ook op diddit kun je naar hartenlust oefeningen maken die de computer meteen voor je verbetert. Word jij de taalkampioen van je klas?

Hoe test je of je alles begrepen hebt? Met de korte zelftoets die je na elke twee thema’s in je leerwerkboek terugvindt, test je of je alles goed begrepen hebt. 10


IN N

VA

THEMA 1 Beestige start

Harig, stekelig of liever glibberig? - spreken, kopiërend schrijven

LES 2

Beestig stripgedicht - genietend lezen, rijm

LES 3

Beestige verhalen - genietend lezen

LES 4

Van ia tot balken - het werkwoord

LES 5

In één oogopslag - voorspellend lezen, opmaak van een tekst

LES 6

Gek op dieren - kijken, luisteren

©

LES 1

KEUZELES 1

Beestige gedichten - genietend lezen

KEUZELES 2

Beestige taal - taalspellen

KEUZELES 3

IJsbrekers - spreken

OEFENEN MAAR!

11


Les 1

Harig, stekelig of liever glibberig? Je kunt voldoende luid en duidelijk voor de klas spreken.

O konijn

VA

O schoothond

O naaktkat

O slimme hond

O cavia

O hamster

O muis

O rat

O vis

O kanarie

O parkiet

O papegaai

O kip

O pony

O geit

O schaap

O aap

O schildpad

O slang

O leguaan

O spin

O wandelende tak

© 12

O vechthond

N

O kat

IN

a Kijk naar de afbeeldingen. Welk dier zou je het liefst als huisdier hebben? Kleur het bolletje bij dat dier.

THEMA 1 | Beestige start


b Hieronder staan kenmerken van dieren. Markeer wat bij jouw lievelingsdier past.

IN

dingen waaraan je - Mijn dier roept. iets herkent - Mijn dier blaat. - Mijn dier mekkert. - Mijn dier fluit. - Mijn dier praat soms. - Mijn dier krast. - Mijn dier sist. - Mijn dier hoor je niet. - Ik weet niet of mijn dier een geluid maakt. - Ik weet niet welk geluid mijn dier maakt. - Mijn dier loopt vrij in huis rond. - Mijn dier is buiten. - Mijn dier zit in een aquarium. - Mijn dier zit in een terrarium. (een bak met aarde, bv. voor slangen, kikkers … ) - Mijn dier zit in een kooi. - Veel mensen vinden mijn dier griezelig. - Veel mensen vinden mijn dier vies. - Veel mensen vinden mijn dier leuk.

N

- Mijn dier heeft haren. - Mijn dier heeft veren. - Mijn dier heeft schubben. - Mijn dier is glad. - Mijn dier is kaal. - Mijn dier heeft één kleur. - Mijn dier heeft meerdere kleuren. - Mijn dier is gestreept. - Mijn dier is gevlekt. - Mijn dier heeft vier poten. - Mijn dier heeft twee poten. - Mijn dier heeft meer dan vier poten. - Mijn dier heeft geen poten. - Mijn dier is gevaarlijk. - Mijn dier is niet gevaarlijk. - Mijn dier is groot. - Mijn dier is klein. - Mijn dier blaft. - Mijn dier miauwt. - Mijn dier piept.

kenmerken:

VA

c Denk goed na hoe je favoriete beest eruitziet, wat het doet … Noteer op een apart blad vijf kenmerken die het best bij jouw dier passen. d Vertel de klas welke kenmerken je noteerde. Je klasgenoten raden over welk dier je het hebt. Wie raadt jouw dier het snelst?

©

Spreek voldoende luid en duidelijk. Gebruik standaardtaal.

Ik vond het gemakkelijk / moeilijk om vijf kenmerken te vinden. Ik vond het gemakkelijk / moeilijk om de kenmerken aan de klas te vertellen. Mijn klasgenoten konden mijn dier snel / moeilijk / niet raden.

LES 1 | Harig, stekelig of liever glibberig?

13


Les 2

Beestig stripgedicht Je kunt van een stripgedicht genieten. Je herkent rijm. Je kunt geconcentreerd luisteren. Je kunt zelf rijmwoorden vinden.

ons

IN

a Lees het stripgedicht.

dag

hondje

huisje

©

VA

N

zag

gekeken

14

THEMA 1 | Beestige start


praten

IN

verlaten

gegaan

N

gedaan

VA

weggescheurd

©

treurt

fout

goud

Uit: Edward van de Vendel en Floor de Goede, Draken met stekkers en andere stripgedichten, Uitgeverij Querido 2010

Wat is een stripgedicht?

LES 2 | Beestig stripgedicht

15


- Bekijk de omkaderde woorden in het stripgedicht. Wat valt op?

opvallen:

dingen waaraan je - Woorden die op dezelfde klank eindigen, zijn woorden die rijmen. iets herkent - Heb jij al eens afscheid van een dier moeten nemen? Hoe voelde jij je toen? - Wat willen de broers doen als ze weer thuis zijn? Vind je dat een goed idee? b Luister naar het gedicht.

Een hond gaat op reis Een hond verdwaalde keer op keer. Ach, hij verdwaalde steeds maar meer / weer.

IN

- Markeer de juiste rijmwoorden.

N

Op alle straten scheen de zon. De hond kwam aan op een perron / station. Dat lange ding … wat zou dat zijn? Hij dacht: misschien is het een trein / lijn.

VA

Hij zocht een plaatsje eerste klas. Omdat het daar zo rustig was / las. Die avond had het jeugdjournaal Een vreemd reisverhaal / verhaal:

Een hond ging helemaal alleen En eerste klas naar Amstelveen / Heerenveen. Nu heeft zijn baas hem afgehaald En ook de lange reis nabetaald / betaald.

©

En zit de hond op zijn gemak Weer bij zijn eigen etensbak / drinkbak.

En hij vertelt aan ieder beest: ‘Ik ben in geweest'.

Uit: Willem Wilmink, Fluit zoals je bent, Uitgeverij Prometheus / Bert Bakker

- Waar is de hond geweest? Noteer het op de invullijn.

16

THEMA 1 | Beestige start


c Lees het gedicht. - Vul zelf passende rijmwoorden aan. De uil met zeven zuurtjes De uil zat op een dikke tak Met zeven zuurtjes in .

De egel riep van bij de haag: 'Ik lust die zuurtjes ook zo

!'

De tor riep van een grote steen: 'Ach, lieve uil, mag ik er

?'

IN

een

ben ik

N

't Konijntje riep vanuit zijn hol: 'Op zulke zuurtjes !'

!'

VA

De hagedis riep uit de hei: 'Toe uiltje, geef er één aan

En wat deed de uil? Hij schudde zijn gierige uilenkop En at vlug ALLE zuurtjes

!

Uit: Diet Huber, De uil met zeven zuurtjes. Ploegsma, Amsterdam 1959

©

- Luister naar het gedicht. Misschien vulde jij iets anders in.

- Schrijf de rijmwoorden die anders zijn in het groen. - Hoeveel tekstblokjes tel je in dit gedicht?

- Wat zie je tussen elk tekstblokje?

LES 2 | Beestig stripgedicht

17


Een tekstblokje in een gedicht is een strofe. Tussen elke strofe is er witruimte.

IN

d Hoe zullen andere dieren op de uil reageren? - Ga per twee zitten. - Kies per duo een dier. - Verzin één strofe met een reactie op het gedrag van de uil. - Zorg ervoor dat er twee rijmwoorden in de strofe staan, net als in het gedicht ‘De uil met zeven zuurtjes’. - Verzorg je handschrift. Zo kun je straks goed lezen wat je schreef. - Lees de strofe voor. - Pas aan waar nodig.

©

VA

N

18

THEMA 1 | Beestige start


Les 3

Beestige verhalen Je kunt van een jeugdboekfragment genieten. Je kunt een instructie lezen en uitvoeren.

a Bekijk de kaften van de drie jeugdboeken. - Lees de inhoud.

N

IN

In Los Angeles woont een prettig gestoorde hond bij zijn baasjes Marie en Steve. Hij leidt er een verwend luxeleventje. Het liefst speelt hij met Steve en zijn bal in het park. Op een dag trapt Steve hard tegen de bal. Als een gek rent de hond achter zijn lievelingsspeelgoed aan. Dat is het begin van een reeks avonturen.

VA

Linda is dol op huisdieren, maar haar broertje heeft een allergie. Daarom krijgt ze geen huisdier. Op een dag vindt Linda een gewond poesje. Stiekem verzorgt ze het in hun tuinhuis. Nu heb ik eindelijk mijn eigen kat, denkt ze. Maar kan ze het beestje wel houden? Is er niemand die het beestje mist?

©

Suzy zeurt al een hele tijd om een huisdier: geen pluizig katje, geen slimme hond, geen vrolijke kanarie, geen oranje goudvis, maar een rat! Haar moeder ziet dat helemaal niet zitten. Zal Suzy ooit haar lievelingsdier krijgen?

LES 3 | Beestige verhalen

19


b Kies een fragment uit jeugdboek 1, 2 of 3. c Lees het fragment uit het boek dat je koos.

N

IN

d Hieronder zie je tekeningen over elk fragment. - Zet een kruisje in het vakje bij de tekeningen die bij jouw fragment horen. - In die tekeningen zitten vijf fouten. - Zet een rood kruis door de fouten. Vertel hoe het wel in de tekst staat.

©

VA

20

THEMA 1 | Beestige start


IN N VA

© LES 3 | Beestige verhalen

21


Les 4

Van ia tot balken Je kunt dieren en het geluid dat ze maken, correct benoemen. Je herkent een werkwoord.

fragment: deel, stuk

©

VA

N

IN

a Beestenpraat - Luister naar de dierengeluiden. - Zet het nummer van het fragment bij de juiste dieren.

- Noteer onder elke foto welk geluid de dieren maken. Kies uit:

hinniken – blaffen – blaten – kraaien – kwaken – kakelen – piepen – huilen – knorren – loeien – balken – miauwen

Je vulde aan wat de dieren

22

THEMA 1 | Beestige start

.


Woorden die zeggen wat iets of iemand doet, zijn werkwoorden.

vergelijken:

bekijken wat de verschillen en de overeenkomsten zijn

IN

b Lees de zinnen. - De wolf huilt in het donkere bos. - De koe loeit in de wei. - ’s Morgens kraait de haan van de buren. - Het paard hinnikt als het een ander paard hoort. - Die kikker kwaakt erg luid. - De muis piept van schrik. - De ezel balkt. - Het schaap blaat als de herdershond komt. - Het varken knort. Vergelijk de werkwoorden uit opdracht a en b. Wat gebeurde er met de werkwoorden?

N

c Lees de zinnen in de eerste kolom. Markeer het werkwoord. Vul de zinnen in de tweede kolom aan. Doe zoals in het voorbeeld.

VA

Bv. Ik geef mijn kat een snoepje. Ik zal mijn kat een snoepje geven. Ik aai haar over haar kop.

Ik zal haar over haar kop

2

Ik schenk een kom melk.

Ik zal een kom melk

3

Ik bereid een lekker hapje.

Ik zal een lekker hapje

4

Ik borstel haar vacht.

Ik zal haar vacht

5

Ik verzorg haar elke dag.

Ik zal haar elke dag

. . . . .

©

1

LES 4 | Van ia tot balken

23


d Wat doen deze dieren? Doe zoals in het voorbeeld. De tekening helpt je om de zinnen in te vullen. - De katten

krabben

aan mijn hand.

- De goudvissen

in een bokaal. een ei.

- De duiven

een nest.

- De kikkers

in de vijver.

- De kanaries

een vrolijk liedje.

- De konijnen

een hol.

- De spinnen

een web.

- De paarden

met hun staart.

IN

- De kippen

De vorm van het werkwoord waar je ‘ik zal’ voor kunt zetten, is de infinitief.

N

e Wat als mensen zoals dieren waren? Markeer eerst alle werkwoorden. Onderstreep daarna alle werkwoorden waar je ‘ik zal’ voor kunt zetten. Dat is de infinitief. Een bepaalde soort van vissen gebruikt scheten om met elkaar te spreken.

VA

Gelukkig praten wij niet zo!

Of wil jij toch een les Nederlands voor een les schetentaal ruilen? Een mossel maakt een lijmachtige stof. Een klein beetje van die stof is voldoende om zich meer dan vijftig jaar ergens aan vast te kleven.

Best dat jij dat plakkerig spul niet kunt maken.

©

Als je per ongeluk aan het plafond plakt, dan moet je daar tot je zestigste blijven hangen. Een huiskat gedraagt zich dikwijls heel haar leven als een jong katje. Een wilde kat leert haar jongen voor zichzelf te zorgen. Een huiskat doet dat meestal niet. Wil jij in een wereld leven waar je je als een kind mag gedragen? Je kunt dan de hele dag in het park spelen. Je moet niet voor een toets leren. Je moet nooit een job zoeken.

24

THEMA 1 | Beestige start


Les 5

In één oogopslag Je kunt de inhoud van een tekst voorspellen. Je kunt verschillende opmaakmiddelen in een tekst herkennen.

a Bekijk de twee teksten zonder ze te lezen.

Tekst 2 Zes tekenen van ernstige ziekte bij hond of kat

Huisdieren kunnen niet spreken. Daardoor is het moeilijker om te weten wanneer ze ziek zijn. We zetten enkele alarmerende tekenen op een rijtje. Overgeven of diarree Elke kat of hond geeft wel eens over. Vaak zijn ze dan niet ernstig ziek. Een puppy speelt wel eens buiten en eet dan bladeren of afval op en geeft dan over. Als het dier enkele keren per dag braakt, lusteloos is en niet eet, dan heeft het verzorging nodig. Bloed in het braaksel is ook een teken van een ernstig probleem. Ook bloed in de stoelgang duidt op weinig goeds. Geen honger of lusteloosheid Dit zijn vage tekenen, maar als het aanhoudt, moet de dierenarts de oorzaak controleren.

N

Zes tekenen van ernstige ziekte bij hond of kat Huisdieren kunnen niet spreken. Daardoor is het moeilijker om te weten wanneer ze ziek zijn. We zetten enkele alarmerende tekenen op een rijtje. Overgeven of diarree Elke kat of hond geeft wel eens over. Vaak zijn ze dan niet ernstig ziek. Een puppy speelt wel eens buiten en eet dan bladeren of afval op en geeft dan over. Als het dier enkele keren per dag braakt, lusteloos is en niet eet, dan heeft het verzorging nodig. Bloed in het braaksel is ook een teken van een ernstig probleem. Ook bloed in de stoelgang duidt op weinig goeds. Geen honger of lusteloosheid Dit zijn vage tekenen, maar als het aanhoudt, moet de dierenarts de oorzaak controleren. Plassen Heel veel drinken en plassen kan wijzen op suikerziekte of op een lever- of nierziekte. Te weinig plassen kan een gevolg zijn van blaasproblemen of blaasstenen. Zeker bij katten moet je snel naar de dierenarts. Bij mannelijke katten kunnen kristallen de plasbuis volledig verstoppen. Dat kan dodelijk zijn. Hoesten Hoesten kan in verband staan met hartziekten, hartwormen of longziekten. Bij de meeste honden verdwijnt het binnen de twee weken. Bij honden met een korte snuit komt dit vaker voor. Zij krijgen sneller ademhalingsmoeilijkheden en longontsteking. Haarverlies Vlooien, teken en oormijten veroorzaken dikwijls haarverlies en een jeukende huid. Haarverlies kan ook op hormonale problemen duiden. Stijfheid, lamheid of moeite met rechtstaan Huisdieren die stijf of lam zijn of waarbij hun poten bezwijken onder hun gewicht, kunnen problemen aan de ruggenwervels of gewrichten hebben. Hoe groter de hond, hoe groter de kans op problemen met de gewrichten. Bij kleinere honden valt het vaak minder op, omdat ze vaker gedragen worden. Daarnaast kan het ook wijzen op de ziekte van Lyme, die veroorzaakt wordt door teken. Ben je een zorgzaam baasje? Dan merk je het zeker als er iets met je favoriete beest mis is.

IN

Tekst 1

©

VA

Plassen Heel veel drinken en plassen kan wijzen op suikerziekte of op een lever- of nierziekte. Te weinig plassen kan een gevolg zijn van blaasproblemen of blaasstenen. Zeker bij katten moet je snel naar de dierenarts. Bij mannelijke katten kunnen kristallen de plasbuis volledig verstoppen. Dat kan dodelijk zijn. Hoesten Hoesten kan in verband staan met hartziekten, hartwormen of longziekten. Bij de meeste honden verdwijnt het binnen de twee weken. Bij honden met een korte snuit komt dit vaker voor. Zij krijgen sneller ademhalingsmoeilijkheden en longontsteking. Haarverlies Vlooien, teken en oormijten veroorzaken dikwijls haarverlies en een jeukende huid. Haarverlies kan ook op hormonale problemen duiden. Stijfheid, lamheid of moeite met rechtstaan Huisdieren die stijf of lam zijn of waarbij hun poten bezwijken onder hun gewicht, kunnen problemen aan de ruggenwervels of gewrichten hebben. Hoe groter de hond, hoe groter de kans op problemen met de gewrichten. Bij kleinere honden valt het vaak minder op, omdat ze vaker gedragen worden. Daarnaast kan het ook wijzen op de ziekte van Lyme, die veroorzaakt wordt door teken. Ben je een zorgzaam baasje? Dan merk je het zeker als er iets met je favoriete beest mis is.

Naar: www.hln.be

-

Welke tekst zou je het liefst lezen? Waarom? Waarover gaan de teksten volgens jou? Bij welke tekst weet je dat ook zonder de tekst volledig te lezen? Waardoor weet je dat?

LES 5 | In één oogopslag

25


b Bekijk de teksten. - Probeer de inhoud te voorspellen. - Lees de artikels.

Zingende nachtegaal

VA

N

Zingende nachtegaal

IN

De inhoud van een tekst kun je voorspellen door: - de titel - de tussentitels - de afbeeldingen (foto’s en/of tekeningen) De auteur maakt een tekst aantrekkelijk door: - verschillende lettertypes - verschillende lettergroottes - witruimte tussen de tekstdelen Dat noemen we de lay-out of opmaak van de tekst. Daardoor kun je de tekst gemakkelijker lezen.

Marica van der Meer / www.Yasomusic.com

Aan de Kustweg bij het Lauwersmeer hebben meerdere vogelspotters de heel zeldzame noordse nachtegaal gezien. De noordse nachtegaal komt over de hele wereld voor. In Nederland is de vogel echter heel zeldzaam.

De Vlaamse nachtegaal Yaso zong de sterren van de hemel in het Arnhemse park Sonsbeek. Daar sloot ze haar muziekopleiding af. ‘Normaal studeer je in een concertzaal af. Ik vond het veel leuker om examen in een park te doen.’

©

© Daniel Bastaja

Naar: www.westerwoldegroen.nl

Naar: www.gelderlander.nl

- Wat heb je zeker nodig om de inhoud van de teksten juist te voorspellen?

26

THEMA 1 | Beestige start


c Plaats de juiste titel bij de volgende teksten zonder ze te lezen. Kies uit:

Kraaiende haan – Skatend schaap – Beste vrienden – Haan met laarsjes – Geit op skateboard – Hond rijdt paard

IN

Iedereen opzij, daar komt Happie! Deze geit sjeest van opritten en scheurt over de stoepen van Florida, Amerika. Haar baasje Melody kwam achter het skatetalent van haar geit toen Happie achterop haar fiets wilde springen. Melody gaf het dier een skateboard en de rest is geschiedenis!

VA

N

Flipper de haan is stijlvoller dan de meeste vogels: hij draagt een paar superschattige laarsjes. Die zijn niet alleen superhip, maar ook handig, want dankzij die laarzen loopt Flipper niet meer mank! En dus scharrelt de haan nu weer vrolijk tussen de kippen door.

Uit: National Geographic Junior

Uit: National Geographic Junior

©

Lucy de hond heeft geen zadels en teugels nodig. Ze rijdt zonder hulpmiddelen rond op de rug van paard Brenda Lee. De viervoeter wandelde graag met haar vriendin, maar hun baasje was bang dat Brenda per ongeluk op Lucy zou gaan staan. Daarom zette hij de hond op de rug van zijn paard. En dat leek de ideale oplossing: Lucy wil nu niets anders meer.

Uit: National Geographic Junior

LES 5 | In één oogopslag

27


d Bij elke tekst ontbreekt één tussentitel. Vul die aan zonder de teksten te lezen. Kies uit:

Koe in de gang – Speciaal verkeersbord – Verzekering betaalt schade – Katten verboden

GEEN PAARD IN DE GANG, MAAR TWEE KOEIEN DOOR HET DAK

IN

Het overkwam de Britse kunstenares Sue Marshall. Mevrouw Marshall was in haar kunstatelier aan het stofzuigen. Plots donderde een koe door het dak. De vrouw had het dier nog maar net naar buiten geleid, toen er een tweede exemplaar door het gapende gat in de zoldering naar beneden duikelde. De ravage in het atelier was aanzienlijk. Niemand raakte gewond. Ook de onfortuinlijke koeien bleven ongedeerd.

N

Onderzoek wees uit dat de dieren via een hellende weide op het dak van het schuurtje waren geklauterd. Dat bleek niet bestand tegen het gewicht van de dieren. De schade zal door de verzekering worden vergoed. Naar: www.hln.be

Pas op! Spelende katten

VA

In de straat van de 10-jarige Luck Sprock uit het Nederlandse Driebergen werden al twaalf katten doodgereden. Tijd voor actie, vond Luck.

Brief aan tv-show

©

Luck schreef zijn favoriete televisieprogramma, de BZT-show. Dat is een programma waarin wensen van kinderen vervuld worden. Luck wil een verkeersbord zodat de katten niet meer doodgereden worden. De programmamakers konden de wethouder, Bert Homan, van Lucks idee overtuigen.

Luck maakte thuis al een voorbeeld van een verkeersbord. Daarop staat een afbeelding van een overstekende poes. Sinds gisteren staan er nu twee dezelfde borden aan beide kanten Naar: www.hln.be van de straat waar Luck woont.

Wat hielp jou bij het achterhalen van de juiste titel of tussentitel?

28

THEMA 1 | Beestige start

achterhalen: vinden


e Lees de teksten.

IN

‘Broer’, zei de gans. ‘Nu moet je eens goed naar me luisteren. Nu moet je me eens uitleggen waarom ganzen dat hele eind naar Spanje vliegen, uitgerekend als het hier gezellig begint te worden.’ ‘Omdat,’ zei zijn broer, ‘ganzen niet op de winter gekleed zijn.’ ‘Maak mij niets wijs’, zei de gans. ‘Er zijn er die wel blijven, al vriest het dat het kraakt, en sneeuwt het bergen tegen de schuur.’ ‘Toch moeten we denken aan vertrekken,’ zei de broer. ‘In Vila do Bispo is het warm vanzelf.’ ‘En de kalkoenen dan?’, zei de gans. De broer zuchtte ongeduldig. Zijn stem kwam van diep: ‘Kalkoenen kunnen niet vliegen. Als ze dat wel konden, vertrokken ze ook.’ ‘Zij zijn net zomin op de winter gekleed als wij. En toch blijven ze hier. En ze vriezen niet dood.’ ‘Wat weet jij ervan. Tot nu toe zaten wij ’s winters altijd in Spanje. Wij daar in de zon, en zij evengoed warm, maar dan op een vuur, met een ui in hun kont.’ ‘Hoe bedoel je?’, zei de gans.

N

Uit: De gans en zijn broer, Bart Moeyaert

VA

De grauwe gans is een grote grijze watervogel met roze poten. Hij heeft zwarte vlekjes op de buik. De kop is lichtgrijs, de voorvleugel is grijswit. De snavel kan roze of oranje zijn. Het is een planteneter. Sommige vogels trekken weg, sommige blijven in het broedgebied. In België en Nederland komen 's winters grauwe ganzen uit Noord-Europa. Tijdens de vogeltrek vliegen grauwe ganzen in een V-vorm, waarbij ze gak-gak roepen. De kalkoen is een hoenderachtige. Het mannetje heeft een typisch blauwe, kale kop met rode lellen. Kalkoenen komen bij ons niet meer in het wild voor. De kalkoen wordt hoofdzakelijk voor het vlees gekweekt. Opgevulde kalkoen is een typisch gerecht met Kerst. Kalkoen kun je op heel veel manieren tot een lichte en gezonde maaltijd bereiden.

Naar: Wikipedia

©

- Over wie of wat gaan de teksten?

- Wat is het verschil tussen beide teksten?

In fictie verzint de schrijver een verhaal. In non-fictie beschrijft de schrijver wat echt is.

LES 5 | In één oogopslag

29


Les 6

Gek op dieren Je kunt informatie uit een kijk- of luisterfragment halen.

Straks luister je naar de tekst Chihuahua gaat eten in sterrenzaak.

1 Lees de vragen eerst aandachtig. 2 Laat je door niets afleiden. 3 Stoor zelf je klasgenoten niet.

IN

a - Wat is een chihuahua? - Wat is een sterrenzaak? - Vind je het normaal dat een chihuahua in een sterrenzaak eet? Waarom wel of waarom niet?

b Beantwoord na het luisteren de volgende vragen.

N

1 Over wie gaat de tekst? O Annemie Loncke O Chihuahua Bas O Filip Claeys

VA

2 Wat is er gebeurd? O Chihuahua Bas mag met zijn baasje Annemie in een tweesterrenrestaurant eten. O Chihuahua Bas mag met zijn baasje Annemie in een driesterrenrestaurant eten. O Chihuahua Bas mag met zijn baasje Annemie in een restaurant met één ster eten. 3 Waar is het gebeurd? O In het restaurant De Jonkheer in Brugge. O In het restaurant De Jonkman in Brugge. O In het restaurant De Jonkvrouw in Brugge.

©

4 Wanneer is het gebeurd? O Vorige zondag O Vorige zaterdag O Vorige vrijdag

5 Waarom is het gebeurd? O Voor Bas zijn tiende verjaardag. O Voor Bas zijn elfde verjaardag. O Voor Bas zijn twaalfde verjaardag.

c Is dit verhaal fictie of non-fictie?

30

THEMA 1 | Beestige start


d Bekijk het fragment Charlotte is geitenboerin voor één dag. Waarover zal het fragment gaan? Zou jij geitenboer of -boerin willen zijn? Waarom wel/niet? e Zijn de volgende uitspraken juist of fout? Het kleine geitje is 10 minuten geleden geboren.

juist

fout

2

Ze brengen een klein geitje in een grijze bak naar de couveuse.

juist

fout

3

Onder de lamp kunnen de kleine geitjes goed opwarmen.

juist

fout

4

De boer staat elke dag om kwart over zes op.

juist

fout

5

Niet alle melkgeiten zijn volledig wit.

juist

fout

6

De boze geit trapt met haar rechterpoot.

juist

fout

7

De boer heeft ongeveer 5000 melkgeiten.

juist

fout

IN

1

N

Bekijk het fragment een tweede keer. Verbeter de foute zinnen.

zeggen wat je ervan vindt

VA

Beoordeel je luisteropdracht.

beoordelen:

- Kon je alle vragen correct beantwoorden?

O ja O nee

- Wat kun je bij een volgende luisteropdracht beter doen?

©

LES 6 | Gek op dieren

31


keuzegedeelte Keuzeles 1

Beestige gedichten

Je kunt van een gedicht genieten.

IN

a Lees de gedichten. 1 bevrijde

vlinder

N

vanmorgen heb ik een vlinder gered het was verstrikt geraakt in een web het rag gaf zich niet zo maar gewonnen spinnen hebben dat niet voor niets gesponnen een draad hield de arme drommel in bedwang de stakker bleef nog steeds gevangen

VA

uiteindelijk kon ik het beestje bevrijden want zijn situatie was niet echt te benijden eenmaal vrij ging de vlinder op de vlucht niets meer dan 'n stipje in de lucht bleef er over aan onze ontmoeting (een bedankje wel een idee ge-

kon er niet af) voor dit dicht

©

Harry Dentinger

Uit: www.poezie-in-beweging.nl

32

THEMA 1 | Beestige start


2

3

N

IN

Vis Visje wil iets zeggen, visje kijkt me aan. Visje tuit zijn lippen, maar ik kan hem niet verstaan – nooit en nergens kan ik horen wat visje van me wil: ik ben waterdoof, visje mensenstemmenstil.

Uit: Edward van de Vendel, Superguppie, Uitgeverij Querido 2003

VA

4

©

Haan Wie zet de kippen aan? Waar zit het knopje van de haan? Ze lopen langzaam, raar, met hikjes, alsof iemand ze met tikjes van een afstand zit te sturen. Eierwekkers bij de buren. ’s Ochtends vroeg dat kraaigeluid, en papa’s kreunen: ‘Zet ze uit.’

Uit: Edward van de Vendel, Superguppie, Uitgeverij Querido 2003

Als kat en muis Alle botjes helpen, zei de kat, die toen net een muis op had. Maar één botje bleef hardnekkig heel en zat daar koppig in zijn keel. Zo kan een muis, zo klein als wat, een einde maken aan een kat.

Uit: Nora Eeckels, Dit varken wil een everzwijn, Uitgeverij Atlas 2010

KEUZELES 1

33


Dooie mus Mijn poes denkt dat ik jarig ben. Dus geeft ze mij een mus cadeau: een mooie dooie met wat bloed en losse donzen veertjes. Ze zit er likkebaardend bij en kijkt hoe blij ik ben. Ik geef haar snel een zoen en zeg: 'Lieve, lieve poes van mij dat had je nu écht niet hoeven doen.'

IN

5

Uit: Ted Van Lieshout en Linda Vogelesang, Vijf draken verslagen, Uitgeverij Querido 2011

7

VA

N

6

Een rups weet niet goed wat ze is. Of wie ze is. Of hoe ze is.

Ze denkt: Eerst was ik een ei. En straks ben ik een pop.

©

Ja, dat weet ze wel. Maar wat is ze nu? Nou? Een worm? Een slang? Een touw?

Uit: Geert De Kockere, Een vink zegt sus, Uitgeverij Lannoo 2011

34

THEMA 1 | Beestige start

Niks Ik zou zo graag een huisdier hebben. Het geeft niet wat: een hond, een muis, een kanarie of een hamster. Mama zegt: Niet in mijn huis! Ik ben nu twaalf, zeur van mijn achtste: Mag een schildpad? Mag een kat? Als ik zo hoor op school, mam, allemaal hebben ze wat. Ik alleen krijg niks, verdomme. Ik was nog liever zelf een hond! Zou ik dan ook zo moeten wachten voordat ik een baasje vond?

Uit: André Sollie, Fluit zoals je bent, WPG Uitgevers België nv


b Beantwoord de vragen. - Welk gedicht valt het meest op? - Waarom?

Een gedicht dat de vorm van een figuur heeft, is een beeldgedicht of een vormgedicht.

- Rijmen alle gedichten?

IN

- Bestaan alle gedichten uit strofen?

c Wat vind je van de gedichten? Kleur de smiley die het best bij jouw gevoel past. supergrappig triest

niet zo mooi lelijk

N

mooi

VA

d Welk dier uit de gedichten zou je willen zijn? Waarom? Welk dier zou je zeker niet willen zijn? Waarom?

©

e Maak bij een van de gedichten een kunstwerkje. Je kunt kiezen wat en hoe je het wilt maken: - een tekening - een collage - een schilderwerk - een beeld van klei, plasticine, papier-maché, hout of met legoblokjes - … Laat je klasgenoten achteraf raden bij welk gedicht je kunstwerk past.

KEUZELES 1

35


Laat je klasgenoten achteraf raden bij welk gedicht je kunstwerk past Keuzeles 2 Beestige taal

Je kunt dieren in een woordrooster zoeken. Je kunt een woordslang met dieren maken. Je kunt dierenfamilies samenstellen. Je kunt de verborgen dieren in een zin ontdekken. Je kunt een kruiswoordraadsel oplossen.

IN

a Woordrooster - Markeer de 14 dieren in het beestige rooster. - Schrijf die dieren naast het rooster over. De beginletter van elk dier staat er al. P

P

F

V

G

S

C

M

X

W

R

F

O

G

1g

G

P

P

U

J

F

Y

H

L

S

U

S

Y

I

M

2h

E

G

H

A

M

S

T

E

R

A

R

N

W

L

I

R

E

Z

V

X

Q

I

K

L

O

D

D

Z

T

K

Y

T

Y

V

G

J

H

A

G

E

D

I

W 3h N 4h

V

A

R

K

E

N

N

D

J

M

U

I

S

T

W

P

T

P

O

N

Y

N

U

V

A

G

V

O

D

T

A

V

Z

R

U

X

I

K

Z

N

C

Q

V

H

F

P

K

F

V

V

A

Z

A

A

D

J

R

W

H

J

E

F

N

M

O

P

Q

T

Y

E

E

A

R

G

G

G

L

A

V

C

T

J

R

W

R

P

U

H

G

Y

A

B

T

V

M

O

F

W

W

D

R

B

O

I

O

A

S

P

I

N

D

R

L

B

M

O

Y

N

Q

F

I

A

G

S

C

H

A

A

P

O

H

L

D

E

X

K

M

G

E

P

W

T

Y

F

L

Z

S

T

C

T

VA

N

Z

S

5k 6m 7p 8p 9r 10 s 11 s 12 s 13 v 14 v

©

b Dierenwoordenslang - Maak een woordslang met dieren. - Begin telkens met de laatste letter van het voorgaande dier. 1 h

2 o

3 n

4 d

5 u

6 i

7 f

8

9

10 11 12 13 14 15 16 17

18 19 20 21 22 23 24 25 26 27 28 29 30 31 32 33 34

35 36 37 38 39 40 41 42 43 44 45 46 47 48 49 50

36

THEMA 1 | Beestige start


c Verborgen dieren In elke zin zit een dier verborgen. Markeer het. Voorbeelden: Lies lakt de nagels van haar poedel roze. Onze buurman is verlamd aan de onderste ledematen.

d Beestig kruiswoordraadsel 1 Wat doen katten als ze blij zijn? 2 Het jong van een leeuw is een … 3 Welk geluid maken olifanten?

IN

1 In het zachte bed van het hotel kon Ivo slapen als een roos. 2 Ik at een lekker bakje friet in de frituur. 3 Het is lang geleden dat ik in de dierentuin was. 4 Het jonge paar danst vrolijk rond. 5 Ik heb je al honderd keer gezegd dat je voor dit beest moet oppassen!

4 Welk geluid maken slangen?

N

5 Welke dieren tsjilpen?

6 Welke dieren klepperen?

©

VA

7 Een spin vangt vliegen in een

KEUZELES 2

37


e Enkele dieren zijn hun moeder kwijt. Help het jong en het vaderdier om het moederdier in de doolhof te vinden. Vul de juiste benaming van de moeder in. Kies uit de woorden onder de doolhof. De beer en de big zoeken de

.

De haan en het kuiken zoeken de

.

De kater en de kitten zoeken de

.

De hengst en het veulen zoeken de

. .

De ram en het lam zoeken de

.

© Keuzeles 3

IJsbrekers

Je kunt je mening verwoorden. Je hebt respect voor de mening van je klasgenoten. Je kunt standaardtaal gebruiken.

38

THEMA 1 | Beestige start

ooi

teef

kattin

kip

zeug

merrie

VA

N

IN

De reu en de puppy zoeken de


Oefenen maar! Het werkwoord

Les 4 Van ia tot balken

a Kijk naar de tekening. Markeer de woorden die zeggen wat de dieren doen. De paarden springen over de balk. De leeuwen bijten in het vlees. De vissen zwemmen in het water. De honden lopen aan de leiband. De katten slapen in hun mand.

3

IN 2

VA

N

4 Nummer:

1 2 3 4 5

1

5

kasten groeien vernieuwen wolven lampen

vertellen krukken hinniken ravotten schrijven

Naam:

©

zwerven klimmen poorten straten schriften

Klas:

b Markeer de werkwoorden. Dat zijn woorden die je kunt doen. spelen boten bloemen knutselen versieringen

Datum:

1

Duid hier jouw kleur aan:

OEFENEN MAAR!

39


c Schrijf de werkwoorden waar je 'ik zal ...' (= infinitief) voor kunt zetten in de eerste kolom. De woorden waar je ‘ik zal ...’ niet voor kunt zetten, schrijf je in de tweede kolom.

proberen, gevonden, geeuwen, muren, kasten, leerden, werk, vernisten, slapen, reizen, schreven, veranderen

Naam:

N

d Lees de zinnen in de eerste kolom. Markeer het werkwoord. Vul de zinnen in de tweede kolom aan. Doe zoals in het voorbeeld.

‘ik zal ...’ past hier niet voor

IN

ik zal … (= infinitief)

Ik zal mijn huisdier goed verzorgen.

1 Ik poets de kooi zelf.

Ik zal de kooi zelf

2 Ik wandel elke dag met de hond.

Ik zal elke dag met de hond

3 Ik dweil de vloer, als er pootjes op staan.

Ik zal de vloer op staan.

4 Ik stofzuig alle haren.

Ik zal alle haren

5 Ik voer het beest elke dag lekkere hapjes.

Ik zal het beest elke dag lekkere hapjes .

6 Ik ververs de voederbakjes.

Ik zal de voederbakjes

7 Ik zorg ervoor dat de slang niet wegkruipt.

Ik zal ervoor niet wegkruipt.

8 Ik houd de rat uit de kasten.

Ik zal de rat uit de kasten

Klas:

VA

Bv. Ik verzorg mijn huisdier goed.

Datum:

©

Nummer:

40

THEMA 1 | Beestige start

. . , als er pootjes .

. dat de slang .


e Er zijn een aantal woorden onderstreept. Welke zijn werkwoorden? Markeer ze.

Wat als je in een berg poep woonde?

N

Wandel jij wel eens met een paard in de supermarkt? Nee, natuurlijk niet! De winkelbediende gooit je vast en zeker meteen uit de winkel. Confetti, een Amerikaanse minipony gaat wel overal: door drukke winkelstraten, in warenhuizen, vliegtuigen, boten en zelfs naar popconcerten. Confetti werkt namelijk als blindengeleidepaard! Net als een hond begeleidt ze haar blinde bazin. De pony trekt veel aandacht.

Datum:

f Markeer de werkwoorden.

Nummer:

Naar: Wat als … mensen zoals dieren waren?

IN

Jij woont in een huis of een appartement of misschien in een caravan of een woonboot. Als je een termiet was, zou je je huis met wat fijngekauwd hout, een beetje modder en een grote portie poep bouwen. Op die manier maken termieten hun heuvels. Die kunnen wel negen meter hoog zijn. Dat staat voor een mens gelijk aan een huis van 3000 meter hoog! Kun je je dat voorstellen?

VA

g Markeer eerst alle werkwoorden. Onderstreep daarna alle infinitieven. Dat zijn de werkwoorden waar je 'ik zal ...' voor kunt zetten.

Klas:

Naar: National Geographic Junior

©

Wat als … je in een vogelnest woont? Iedereen vindt een boomhut leuk om in te spelen. Maar vindt iedereen het ook leuk om erin te wonen? Een republikeinwever (een soort musachtige vogel) bouwt enorme nesten. Het nest lijkt op een hooiberg. Zo’n nest neemt soms een hele boom in. Vind je regen vervelend? Dan leef je waarschijnlijk liever niet in een boom. De regen maakt je anders kletsnat! Een snijdervogel maakt nesten door twee bladeren aan elkaar te naaien. Hij gebruikt plantenvezels als draad en zijn bek als naald. Als jij zo goed kunt naaien, dan kun je je eigen tent maken.

Naam:

Naar: Wat als ... mensen dieren waren?

OEFENEN MAAR!

41


h Markeer alle werkwoorden in de tekst groen.

12 Vindt hij de brokken niet lekker? 13 Moet hij iets anders? 14 Ik ga naar de kelder om een blik hondenvoer. 15 Hij snuffelt even aan het vlees. 16 Onverwacht draait hij zich naar mij. 17 Hij bijt me in de arm. 18 Ik verga van de pijn. 19 Hij wandelt onverstoord weg. 20 Van een valse kat verwacht ik zulke manieren, maar niet van een hond …

IN

Naam:

Hond met kattenmanieren Bv. Mijn hond zit voor de glazen deur. 1 Mijn hond gromt. 2 Ik open de deur. 3 Hij komt naar binnen. 4 Hij bekijkt me niet. 5 Hij loopt recht naar zijn etensbak. 6 Ik zie niets in zijn bak. 7 Vlug doe ik er wat hondenbrokken in. 8 Hij blaft weer. 9 Ik besta al even lang als die hond. 10 Ik versta hem nog altijd niet. 11 Wat bedoelt hij?

Bv. ik zal zitten 1

N

Noteer de infinitieven van de gemarkeerde werkwoorden in de tabel. Noteer er ‘ik zal ...’ voor. Doe zoals in het voorbeeld.

11

2

12

3

13 14

Klas:

VA

4

15

6

16

7

17

8

18

9

19

10

20

©

Nummer:

5

i Meestal eindigt de infinitief op -en. Markeer in de vorige oefening alle infinitieven die niet op -en eindigen.

Datum:

42

THEMA 1 | Beestige start


j Welk geluid maken deze dieren? Kies uit:

gonst - trompet - klokt - sjilpt - sist - zoemt - kirt - mekkert - tjirpt - brult - blaft Let op: pas het werkwoord aan. Doe zoals in het voorbeeld. Bv. blaft: honden blaffen 6 slangen

2 olifanten

7 muggen

3 mussen

8 bijen

4 duiven

9 krekels

IN

1 geiten

10 leeuwen

k Vul zelf werkwoorden aan. Zorg dat ze in de zin passen.

Datum:

5 kalkoenen

driemaal per dag een flinke wandeling.

N

Ik zal altijd voor eten Ik

.

de etensbak elke dag.

.

VA

Met een kam zal ik dagelijks de haren Een bad

mijn huisdier elke week.

Voor een hond zou ik het perfecte baasje Hij mag op mijn schoot Dan

.

ik zijn kopje.

Dan begint hij heel luid te Ik

©

Zijn etensbakje

Ik

.

Klas:

Ik

Nummer:

Voor welk dier ben jij het perfecte baasje?

.

hem elke dag een kommetje melk. altijd goed gevuld.

de ideale kattenbaas.

Naam:

l Markeer de infinitieven in oefening k.

OEFENEN MAAR!

43


2

Voorspellend lezen

Les 5 In één oogopslag

a Vul een passende titel in. Kies uit:

Honden verzorgen – We zien onze honden als onze kinderen – Waarom honden onze beste maatjes zijn – Wandelwagens voor honden

IN

N

Naam:

Honden reageren op emoties in de stem op dezelfde manier als mensen. Dit kan verklaren waarom de band tussen hond en mens zo hecht is. De Hongaarse onderzoekster Attila Andics en haar collega’s trainden elf honden om doodstil in een hersenscanner te liggen. Een aantal mensen en die honden luisterden tijdens een hersenscan naar 200 hondenen mensengeluiden: janken, wenen, speels blaffen, lachen … Daaruit bleek dat het stemgebied in de hersenen van honden en mensen op dezelfde plaats ligt. Er waren veel gelijkenissen in de manier waarop de breinen reageerden op geluiden. Dankzij dit onderzoek begrijpen we beter waarom we onze hond als een beste vriend zien.

VA

Naar: hln.be

Klas: Datum:

©

Nummer:

Trotse baasjes spreken wel vaker over hun viervoeters zoals ouders over hun kinderen. Tijdens een experiment aan de Weense universiteit voor Diergeneeskunde werd het gedrag van honden onderzocht wanneer die honden bij hun baasjes waren. Achteraf werden de eigenaars door wildvreemden vervangen. De honden © John And Penny / Shutterstock.com bleken bij een onbekende veel minder geïnteresseerd in de opdrachten die lekkere beloningen opleverden. Uit die studie blijkt dat de band tussen honden en baasjes opvallend lijkt op de relatie tussen baby’s en hun ouders.

Naar: hln.be

44

THEMA 1 | Beestige start


b Vul een passende tussentitel in. Kies uit:

Banaan als dieet – Verwende chimpansee – Deken als schuilplaats

Getraumatiseerde chimpansee

Chimpansees zijn door stropers bedreigd. Jongen worden verhandeld, terwijl oudere dieren op een wrede manier afgemaakt worden.

N

c Vul de passende tussentitels in. Pas op: er zijn twee titels te veel. Let op hoofdletters. Kies uit:

VA

Kattin – Blind en doof –180° wendbaar – Unieke neus – Oormijt bij katten – Oogleden – Links, rechts

Datum:

Het dier is zo getraumatiseerd dat het zich verstopt onder een deken. Ze lijkt bovendien niet van plan haar veilige cocon snel te verlaten.

Nummer:

Klas:

IN

Aap in een zak Een vrouwtjeschimpansee uit Congo werd door stropers gekidnapt. Even daarvoor was haar moeder voor haar ogen afgemaakt. De kidnappers stopten haar in een plastic zak en wilden haar verkopen. Gelukkig werd ze gered.

Wist je dit al over katten?

Naam:

©

Katten zijn niet alleen boeiend omwille van hun persoonlijkheid en gedragingen. Ook hun lichaam heeft best een aantal eigenaardigheden. Wist je dit al over onze pluizige viervoeters?

OEFENEN MAAR!

45


Net als vingerafdrukken bij de mens, heeft het neuskussentje van een kat een uniek patroon.

Naam:

IN

Katten kunnen hun oren 180 graden draaien. Ze gebruiken daarvoor twaalf van de dertig verschillende spieren die ze in ieder oor hebben.

N

Net als wij hebben poezen een onderste en bovenste ooglid om de oogballen te beschermen. Ze kregen daarnaast nog een derde ooglid als extraatje. Dat zorgt voor de bevochtiging van de ogen. Het voorkomt vuil in het hoornvlies. Dat is een vlies dat rond de hele oogbol zit.

Klas:

VA

Katten zijn samen met giraffen en kamelen de enige gekende dieren die wandelen door beide linkerpoten samen te bewegen, gevolgd door beide rechterpoten. Door die aanpak kunnen ze snel, wendbaar en stil zijn.

Datum:

©

Nummer:

Kittens worden zonder zicht en gehoor geboren. Ze moeten zich baseren op het gespin van de moederkat. Gelukkig kunnen ze dat voelen. Zo weten ze bijvoorbeeld dat het tijd is om te drinken.

Naar: demorgen.be

46

THEMA 1 | Beestige start


IN N

VA

THEMA 2 Sport op je bord

Sportcocktail - genietend lezen, luisteren

LES 2

Zin in sport? - hoofdletters, soorten zinnen, eindleestekens

LES 3

Inspanning of ontspanning? - ja-neevraag, persoonsvorm

LES 4

Goed communiceren - zender-boodschap-ontvanger-kanaal-doel

LES 5

Goed in vorm? - standaardtaal, tussentaal en dialect, spreken: gepaste taal

LES 6

Spel- en woordweb - spelling, woordverklaring

©

LES 1

O V U R

O V U R

KEUZELES 1

Top!

KEUZELES 2

Rare sprongen - genietend lezen

KEUZELES 3

Wie-wat-hoe-spel - werkwoorden, eindleestekens

OEFENEN MAAR! ZELFTOETS

47


Les 1

Sportcocktail

Je kunt van een fragment uit een jeugdboek genieten. Je kunt enkele tips formuleren om een luisteroefening goed aan te pakken. Je kunt tijdens het luisteren informatie uit een sportverslag halen. Je kunt jezelf na de luisteroefening beoordelen.

a Dug-out

IN

- Lees de tekst.

N

Amadu komt uit Sierra Leone. Zijn favoriete sport is voetbal. Hij is al geruime tijd lid van de lokale voetbalploeg, FC Loberge. Amadu is een fantastische voetballer en een goede middenvelder. Jammer genoeg bakt de rest van zijn team er niet veel van. Het elftal speelde de laatste tijd zo slecht dat de coach vervangen werd door mijnheer François. - Luister naar het fragment. - Beantwoord de vragen.

VA

1 Waar woont Amadu?

2 Waar speelt het verhaal zich af?

3 Waarom voelt Amadu zijn buik verkrampen? 4 Waarom zou Amadu niet aan de match mogen deelnemen? 5 Wat zal Amadu volgens jou doen?

6 Hoe zou jij je voelen als je in de schoenen van Amadu stond?

7 Wanneer heb jij je al eens afgewezen gevoeld?

©

Hoe reageerde je toen?

- Luister naar het vervolg van het fragment. - Beantwoord de vragen. 1 Wie is Matthias? 2 Waarom vindt Amadu dat Matthias niet zo’n goede speler is? 3 Waarover praten de andere jongens tijdens de busrit?

48

THEMA 2 | Sport op je bord


4 Waarom wil Amadu zijn vrienden niet zien? 5 Klopte de inhoud van het fragment met je voorspelling? Wat loopt er anders dan je dacht? 6 Zou je graag het volledige boek lezen? Waarom wel/niet? b Een spannende zomer op Paardenheuvel - Lees de tekst.

- Luister naar het fragment. - Beantwoord de vragen.

IN

Nina en Finn wonen op Paardenheuvel. Dat is de manege van hun ouders. Nina en haar beste vriendin Rozemarijn trekken er regelmatig met hun pony's Cato en Twinkel op uit. Opeens gebeuren er vreemde dingen op Paardenheuvel. Een spannend avonturenverhaal dat af en toe een tikkeltje griezelig wordt ...

N

1 Welke personages komen in het verhaal voor? 2 Waar speelt het fragment zich af?

3 Waarom zegt Finn dat de wedstrijd niets voor meisjes is? 4 Hoe reageert Nina?

VA

5 Hoe zou je het karakter van Nina beschrijven?

6 Zou jij graag aan zo’n wedstrijd deelnemen? Waarom wel/niet?

- Luister naar het vervolg van het fragment. - Beantwoord de vragen.

1 Wie heeft volgens jou de chipszakjes laten slingeren? 2 Hoe denk je dat dit verhaal afloopt?

aflopen:

c Op de radio

©

eindigen

Luister naar de sportverslagen. Beantwoord ondertussen de vragen. 1 Lees eerst de vragen zodat je goed weet waarop je moet letten. 2 Laat je door niets afleiden.

LES 1 | Sportcocktail

49


Fragment 1 1 Over welke sport ging het? 2 Hoe oud is Nicola Philippaerts? 3 Hoe heet Nicola’s broer? 4 Wanneer is de finale van de Wereldbeker? Fragment 2 1 Welke sport kwam in dit fragment aan bod?

O handbal

2 Tegen welke ploeg speelde Oostende?

O Valencia

O basketbal

IN

O volleybal

O Unics Kazan

3 Met welke score eindigde de match?

O 31-34

O Zielona Gora

O 63-69

Fragment 3 1 Welke sport kwam hier aan bod?

O 78-75

N

2 Uit welk land is Seppe Smits afkomstig? 3 Op de hoeveelste plaats belandde Seppe?

- Welke sport zou jij graag eens een dagje beoefenen. Waarom?

VA

d Overloop jouw antwoorden met je buur. Vul je antwoorden met een andere kleur aan.

- Heb je nog extra antwoorden kunnen invullen?

overlopen: snel bekijken

O ja

O nee

- Indien nee, hoe komt dat?

©

1 Welke score heb je behaald?

/10

2 Wat vind je van dit resultaat?

O heel goed

O goed

O voldoende

O niet goed

3 Was je tijdens de luisteroefening afgeleid?

O ja

O nee

Zo ja, waardoor? 4 Wat kun je bij een volgende luisteropdracht beter doen?

50

THEMA 2 | Sport op je bord


Les 2

Zin in sport? Je weet wanneer je een hoofdletter moet schrijven. Je kunt het passende leesteken op het einde van een zin schrijven.

a Lees deze getuigenis.

IN

welke sport ik het liefst doe? ik kan echt niet kiezen. ik woon in een kleine stad aan een rivier. tijdens de zomer ga ik samen met mijn zus marie regelmatig kanoën. op het water is het rustig. het water klotst lekker om je heen. in de winter schaats ik veel. ik rijd ook wedstrijden. meestal train ik op de ijsbaan. als het vriest, kun je hier in de omgeving ook op natuurijs schaatsen. dat vind ik geweldig! om het hele jaar door in conditie te blijven, doe ik aan skeeleren en hardlopen. dat verveelt nooit! niels (13 jaar) b Wat valt je op bij het lezen van het tekstje? Er staan geen

.

N

Markeer de letters die een hoofdletter moeten krijgen.

VA

Aan het begin van een zin schrijf je een hoofdletter. Ook namen van personen krijgen een hoofdletter. c Bekijk de cartoons.

Hoe dikwijls moet ik het nog zeggen? Op tijd loslaten!

©

Het allereerste startschot was geen groot succes.

Wanneer gebruik je een punt, een vraagteken en een uitroepteken? Op het einde van een zin schrijf je een leesteken. Na een mededelende zin schrijf je een punt. Na een vragende zin plaats je een vraagteken. Na een uitroepende zin zet je een uitroepteken.

LES 2 | Zin in sport?

51


d Je leraar geeft je een zin. Spreek die zin op de juiste manier uit: mededelend, vragend of uitroepend. Het eindleesteken bepaalt hoe je de zin uitspreekt. Dat noem je intonatie.

bepalen:

aangeven, tonen

e Schrijf een punt, een vraagteken of een uitroepteken.

VA

N

IN

Een aantal mannen kleedt zich in de kleedkamer van de golfclub om Opeens gaat er een gsm af Een van de mannen begint een gesprek Iedereen in de kleedkamer luistert mee MAN: ‘Hallo ’ VROUW: ‘Schat, ik ben het Ben je op de club ’ MAN: ‘Ja ’ VROUW: ‘Ik ben aan het winkelen en ik heb een mooi leren jasje gezien Het kost maar 1000 euro Mag ik het kopen ’ MAN: ‘Natuurlijk Als je het mooi vindt, moet je het kopen ’ VROUW: ‘Ik ben ook nog even langs de garage gegaan Ik heb de nieuwe Mercedes gezien Zo mooi ’ MAN: ‘Hoeveel kost die wagen ’ VROUW: ‘Hij kost 60 000 euro ’ MAN: ‘Oké, maar voor die prijs wil ik wel alle accessoires erbij ’ VROUW: ‘Oh, geweldig O, ja nog één ding Het huis dat we vorig jaar zo graag wilden, staat weer te koop Ze vragen 950 000 euro ’ MAN (enthousiast): ‘Breng maar een bod uit ’ VROUW: ‘Goed, ik zie je vanavond ‘ De man hangt op De andere mannen in de kleedkamer kijken hem vol verbazing aan Dan vraagt de man: ‘Weet iemand van wie deze gsm is ’

f Beantwoord deze vragen met een volledige zin. Let op het gebruik van hoofdletters en leestekens.

©

1 Hoe heet jij?

2 Wat doe jij graag in je vrije tijd?

3 Speel je graag buiten of liever binnen?

52

THEMA 2 | Sport op je bord


4 Hoeveel keer per week doe jij aan sport? 5 Welke sport bekijk je het liefst op tv?

IN

g Schrijf de tekst volledig over. Gebruik hoofdletters en leestekens zodat de boodschap duidelijk wordt.

VA

N

ik voetbal al zes jaar voetbal is voor mij meer dan een sport winnen is niet het belangrijkste de sfeer in de ploeg moet goed zitten ik train hard om mezelf te verbeteren weet je wat mijn droom is ik zou graag op hoog niveau voetballen duim je voor mij super ine (13 jaar)

©

LES 2 | Zin in sport?

53


Les 3

Inspanning of ontspanning? Je kunt een ja-neevraag maken. Je kunt de persoonsvorm in een zin herkennen.

voorstellen:

a Welke sporten stellen de foto’s voor? Schrijf telkens een werkwoord.

©

VA

N

IN

uitbeelden

54

THEMA 2 | Sport op je bord


b Beantwoord de vragen met ‘ja’ of ‘nee’. 1 Vind jij boksen een lastige sport? 2 Ken jij meisjes die voetballen? 3 Zou jij graag leren schermen? 4 Kwam jij tijdens het kajakken ooit al eens in het water terecht? 5 Kun jij goed dansen?

c Maak ja-neevragen.

IN

Een vraag waarop je met ja of nee kunt antwoorden, is een ja-neevraag.

Een ja-neevraag begint met een hoofdletter en eindigt met een vraagteken. Voorbeeld: Judo is een Japans woord.

➔ Is judo een Japans woord?

N

1 Het betekent ‘zachte weg’.

2 Je start met een witte gordel.

VA

3 Daarna krijg je een andere gordel.

4 De club nodigt jou binnenkort uit.

©

1 Begint elke zin met een hoofdletter? O ja 2 Staat er een vraagteken op het einde van elke zin? O ja 3 Pas je zinnen indien nodig aan.

O nee O nee

d Markeer het eerste woord in de ja-neevragen van oefening c. Het eerste woord in de ja-neevraag is een werkwoord. Dat is de persoonsvorm.

LES 3 | Inspanning of ontspanning?

55


e Maak ja-neevragen. 1 Peter Sagan doet aan wielrennen. 2 Hij rijdt belangrijke wedstrijden. 3 Dikwijls wint hij de eindsprint.

4 Veel jongeren bewonderen hem.

IN

Markeer de persoonsvormen eerst in de vraagzin, daarna ook in de mededelende zin. f Markeer de persoonsvormen. Let op: maak eerst de ja-neevraag. 1 Kitesurfen is een leuke watersport.

N

2 De sporter hangt zijn surfplank aan een vlieger. 3 Je bent verplicht om een pak te dragen.

4 Door de golven en de wind maak je hoge sprongen.

VA

5 Sommige surfers halen snelheden tot 100 km per uur. g Lees de tekst. Markeer alle persoonsvormen.

Heb je ooit al van een sportpretpark gehoord? Sportopia is een Antwerps sportpretpark. De enorme zaal bestaat uit verschillende zones. Binnen probeer je bekende en minder bekende sporten uit. Behalve een partijtje voetbal leer je ook andere sporten kennen.

©

De Bounz is een aaneenschakeling van trampolines. Je maakt er spectaculaire salto’s. Buiten leef je je op de bobsleepiste uit. In de sportbar kan iedereen even uitblazen. Daar heb je een mooi uitzicht op het hele sportpark.

56

THEMA 2 | Sport op je bord


Les 4

Goed communiceren Je kent de begrippen zender, boodschap, ontvanger, kanaal en bedoeling. Je kunt deze begrippen op een situatie toepassen.

VA

N

IN

a Bekijk de tekening. Beantwoord de vragen.

(= de zender)

2 Wat zegt hij/zij?

(= de boodschap)

©

1 Wie zegt iets?

3 Aan wie wil hij/zij iets duidelijk maken?

(= de ontvanger)

Bij elke vorm van communicatie geeft de zender een boodschap aan de ontvanger.

LES 4 | Goed communiceren

57


b Bekijk de volgende situaties. Vul in wie de zender en wie de ontvanger is. Zeg ook wat de boodschap is.

situatie:

toestand, gebeurtenis

1

2

Ik ben met Tiany naar de tandarts. Om 17.30 uur ben ik zeker terug. Er ligt nog een stukje taart in de koelkast. Tot straks! mama

IN

Diego

zender = zender =

N

ontvanger = ontvanger =

VA

3

4

© Federale politie - Polimagery

©

zender = zender =

ontvanger = ontvanger =

58

THEMA 2 | Sport op je bord


c Bekijk de situaties op de vorige bladzijde. Hoe brengt de zender de boodschap over? 1

overbrengen:

2

meedelen, vertellen

3 4

IN

De zender geeft de boodschap op een bepaalde manier aan de ontvanger door. Hij/zij doet dat via: - een geschreven tekst; - een gesproken mededeling; - zijn/haar gezichtsuitdrukking; - gebaren. Dit is het kanaal.

1 2 3

VA

4

N

d Bekijk opnieuw de situaties in opdracht b. Welke bedoeling heeft de zender?

De zender heeft altijd een bedoeling met zijn/haar boodschap.

©

e Bekijk de foto. Beantwoord de vragen.

LES 4 | Goed communiceren

59


1 Wie is de zender? 2 Wat is de boodschap? 3 Wie is de ontvanger? 4 Wat is het kanaal? 5 Welke bedoeling heeft de zender?

zender 1

puber

2

dokter

3

klant in kledingwinkel

4

jongere

5

voetbalsupporter

IN

f Je kent de zender en de ontvanger. Wat zouden de boodschap, het kanaal en de bedoeling kunnen zijn?

leraar

zieke man

verkoopster

kassierster in Kinepolis

voetballer van het nationale elftal

N

VA

© 60

ontvanger

THEMA 2 | Sport op je bord


Les 5

Goed in vorm? Je kunt de gepaste taal in elke situatie gebruiken. Je kunt verschillen tussen standaardtaal, tussentaal en dialecten geven.

zender 1

IN

a Luister naar de situaties en bekijk het filmpje. Vul de tabel in. ontvanger

boodschap

taal

O dialect O standaardtaal

VA

3

N

2

b Begrijp je alle mededelingen?

O dialect O standaardtaal

O dialect O standaardtaal

O ja O nee

Hoe komt dat?

©

Het is belangrijk dat je in elke situatie de gepaste taal gebruikt. Tegen je vrienden, familie of bekenden kun je dialect praten. Als je tegen een onbekende persoon praat of tegen iemand die uit een andere streek komt, gebruik je het best standaardtaal.

LES 5 | Goed in vorm?

61


IN

c Bekijk het filmpje en beantwoord de vragen.

1 Waarom wil Bart De Wever niet op de vraag van de journalist antwoorden? 2 Hoe zou jij deze term omschrijven?

N

VA

Soms praat iemand niet volledig dialect, maar ook geen 100 % standaardtaal. Dat is tussentaal. d Stel de vraag!

O V VOOR U R

©

Je moet op school iets aan een leraar, een opvoeder of een persoon aan het onthaal vragen. Beantwoord de vragen mondeling. 1 Heb je op school al eens iets aan een leraar, opvoeder of persoon aan het onthaal gevraagd? 2 Wat was het probleem? Wat wou je graag weten? 3 Vond je het moeilijk om die leraar / opvoeder / persoon aan het onthaal aan te spreken? Leg uit waarom je dat (niet) moeilijk vond.

62

THEMA 2 | Sport op je bord


O V U R

Lees het kaartje dat je van je leraar krijgt. Noteer kort het antwoord op de vragen. Markeer wat past. Aan wie leg je de situatie uit?

persoon aan het onthaal – leraar in klas – leraar in lerarenkamer – opvoeder

Wat is het probleem? Wat is er gebeurd?

Wat is jouw vraag?

IN

Welke taal gebruik je? Vul het spreekbriefje in.

dialect – tussentaal – standaardtaal

N

Excuseer mijnheer/mevrouw (schrap wat niet past)

VA

(naam leraar / opvoeder / persoon aan het onthaal)

Mag ik u iets vragen?

(jouw probleem)

©

(jouw vraag)

(bedank de leraar / opvoeder / persoon aan het onthaal)

Oefen je tekst in zodat je vlot kunt spreken.

LES 5 | Goed in vorm?

63


O V TIJDENS U R Breng jouw situatie voor de klas.

O V NA U R

IN

1 Zorg voor een aanspreking. 2 Gebruik standaardtaal. 3 Spreek voldoende luid. 4 Bedank de leraar / opvoeder / persoon aan het onthaal.

1 Markeer in het evaluatieschema wat jij van je spreekopdracht vond.

Ik begon met een aanspreking.

Ik bedankte de leraar / opvoeder / persoon aan het onthaal. Ik vond deze opdracht moeilijk. Ik bereidde me goed voor.

2

Ik gebruikte gepaste taal.

3

Ik sprak voldoende luid.

VA

N

1

O ja O ja O ja

2 Vul aan.

- Ik geef mezelf een

voor

- Dit zou ik de volgende keer anders doen:

©

3 Beoordeel de spreekopdracht van een andere klasgenoot. Gebruik hiervoor het evaluatieschema dat je van je leraar kreeg.

64

THEMA 2 | Sport op je bord

O nee O nee O nee


Les 6 6.1

Spel- en woordweb

Spelweb Je kunt de woorden uit dit spelweb correct schrijven.

a Lees de woorden hardop. b Schrijf de woorden zonder fouten over. wedstrijd

2

handschrift

3

conditie

4

rijmen

5

loeien

6

favoriet

7

getuigenis

8

misschien

9

trainen

IN

1

10 club

11 aandachtig 12 correct

N

c Duid de moeilijkheden in het woord aan. d Spel de woorden hardop.

e Zoek het juiste woord aan de hand van de omschrijving tussen haakjes. De gekleurde letter is de eerste letter van het woord. T

(oefenen)

2 C R O T R C E

C

(zonder fouten)

I N E L E O

L

(geluid van een koe maken)

4 N T O C I D E I

C

(fitheid)

J D S D E W R I T

W

(spel)

6 N M S I S H E C I

M

(het zou kunnen)

VA

1 N A E N I R T 3

5

f Vul de ontbrekende woorden in. Kies uit de woorden uit oefening b. ingeschreven.

2 Ken je woorden die op ‘sport’

?

©

1 Bjorn is al jaren bij een tennis

3 Wat is jouw lievelingskleur? Groen is mijn

.

4 Sommige dokters hebben een onduidelijk

.

5 De dief legde een valse 6 Heb je

af. naar de spelregels geluisterd?

LES 6 | Spel- en woordweb

65


6.2

Woordweb Je begrijpt de woorden uit dit woordweb.

Reeks 1 a Lees de zes woorden en de voorbeeldzinnen. aflopen

Over het algemeen lopen sprookjes goed af.

2

fragment

In dit thema hebben we een fragment uit een jeugdboek gelezen.

3

beoordelen

Moet jij soms het werkstuk van een klasgenoot beoordelen?

4

kenmerk

Een typisch kenmerk van een ezel is zijn koppigheid.

5

achterhalen

Als het vloed wordt, kun je niet meer achterhalen wat je met een stok in het zand schreef.

6

voorstellen

Ik weet niet wat dat moderne kunstwerk moet voorstellen.

IN

1

b Vul het kruiswoordraadsel in. Gebruik de woorden uit oefening a.

1

VA

N

Horizontaal 3 stukje tekst 4 dat waaraan je iets of iemand kunt herkennen 5 te weten komen 3 6 zeggen wat je over iets of iemand denkt Verticaal 1 eindigen 2 uitbeelden

2

4

5

6

©

Reeks 2

c Lees de zes woorden en de voorbeeldzinnen.

66

1

bepalen

Je leraar bepaalt wat je voor een toets moet studeren.

2

overlopen

Enkele dagen voor de toets overloopt je leraar wat je moet kennen.

3

situatie

Daklozen bevinden zich in een moeilijke situatie.

4

overbrengen

Elke leraar probeert de leerstof zo eenvoudig mogelijk over te brengen.

5

vergelijken

Zie je verschillen als je de teksten met elkaar vergelijkt?

6

opvallen

Die tweeling valt op doordat ze altijd dezelfde kleding dragen.

THEMA 2 | Sport op je bord


d Combineer elke zin met de juiste uitleg.

3 4

De leraar had moeite om de slechte boodschap aan de ouders over te brengen. ’s Ochtends maak ik wat tijd om de krant te overlopen. De kleur in je woning helpt de sfeer bepalen. Ik bevind mij in een moeilijke situatie.

5

Wat valt op als je die foto bekijkt?

e

6

Samira vergelijkt de twee smartphones voordat ze beslist welke ze koopt.

f

1

2

2

3

4

5

a

aanduiden, aangeven, tonen

b

de aandacht trekken

c d

snel bekijken meedelen, vertellen bekijken wat de verschillen en wat de overeenkomsten zijn omstandigheid waarin iemand zich bevindt

IN

1

6

e Vul de zinnen met het juiste woord aan. Let op: soms moet je het woord een beetje aanpassen. Kies uit:

N

bepalen – overbrengen – situatie – voorstellen – overlopen – kenmerk – opvallen – aflopen – achterhalen – vergelijken – fragment – beoordelen

Die arme man bevindt zich in een moeilijke

.

2

Dat meisje wil met haar felgekleurde kledij

.

3

Het meest opvallende zwarte strepenpatroon.

4

De leraar

wie extra oefeningen moet maken.

5

Ik kan niet

of hij toen afwezig was.

6

In de cinema toonden ze een

7

Die afbeeldingen

©

VA

1

van de zebra is zijn wit met

uit die nieuwe film.

bekende sporters

.

8

Appels en peren kun je niet met elkaar

.

9

Het journaal op VTM

.

om 19.40 uur

10 Het is niet zo gemakkelijk om jezelf na een spreekoefening te . 11 De coach moest het bericht doorging.

dat de transfer niet

12 Vanavond moet ik de leerstof

en instuderen.

LES 6 | Spel- en woordweb

67


keuzegedeelte Keuzeles 1

Top!

IN

Je kunt informatie uit een beeldfragment halen. Je weet wanneer je een hoofdletter moet schrijven. Je kunt het passende leesteken op het einde van een zin schrijven.

O V VOOR U R

N

Sinds verschillende jaren worden Olympische Spelen voor de jeugd georganiseerd. De Olympische Jeugdspelen hebben hun eigen mascotte. Het is een figuurtje dat de jeugd moet aanmoedigen om de sport in te zetten om van deze wereld een betere plek te maken.

- Bekijk het filmpje en beantwoord de vragen.

VA

1 Hoe heet de mascotte van de Olympische Spelen voor de jeugd?

2 Wanneer vonden de Olympische Spelen voor de jeugd plaats?

3 Waar vonden de Olympische Spelen plaats?

©

4 Noem twee sporten die je in het filmpje herkent. * *

- Bekijk het filmpje eventueel een tweede keer en vul de ontbrekende antwoorden aan.

68

THEMA 2 | Sport op je bord


O V U R

Tijdens de Olympische Jeugdzomerspelen komen een aantal vaste sporten aan bod. Welke sport mag volgens jou niet ontbreken op de volgende Olympische Spelen? Schrijf een tekst waarin je jouw favoriete sport voorstelt. Beantwoord de vragen. Vul de zinnen aan. 1 Wat is jouw favoriete sport? Mijn favoriete sport is

.

2 Is dat een bekende sport? .

IN

Dat is

3 Doe je die sport zelf of bekijk je die sport op tv? Ik

.

4 Waar beoefen je die sport? (in een zaal, buiten…) Je beoefent die sport

.

Je

N

5 Sport je alleen of zit je in een ploeg?

.

6 Wat draag je om die sport te beoefenen?

VA

Om die sport te beoefenen draag je

.

7 Waarom is die sport top?

.

Die sport is top, want

O V TIJDENS U R

Schrijf de antwoorden op de vragen uit de vorige oefening op een apart blad over. Noteer elke zin op een nieuwe regel. Let op de hoofdletters en de leestekens. Schrijf je naam onder de tekst.

©

2

1 Gebruik hoofdletters waar nodig. 2 Schrijf het juiste leesteken op het einde van elke zin. 3 Gebruik geen afkortingen. 4 Schrijf netjes.

KEUZELES 1

69


O V NA U R Controleer jouw tekst aan de hand van de checklist. Duid het passende antwoord aan. Ik heb alle zinnen overgeschreven.

£ ja

£ nee

2

Ik heb voor elke zin een nieuwe regel genomen.

£ ja

£ nee

3

Ik heb mijn naam onder de tekst geschreven.

£ ja

£ nee

4

Ik heb hoofdletters gebruikt waar nodig.

£ ja

£ nee

5

Ik heb na elke zin het juiste leesteken geschreven.

£ ja

£ nee

6

Ik heb geen afkortingen gebruikt.

£ ja

£ nee

7

Ik heb netjes geschreven.

£ ja

£ nee

N

IN

1

©

VA

Pas je tekst aan waar nodig.

70

THEMA 2 | Sport op je bord


Keuzeles 2

Rare sprongen

Je kunt van een fragment uit een jeugdboek genieten.

a Lees het fragment.

IN

Tim gaat voor enkele dagen bij zijn nichtje Sterre logeren. Hij kijkt er enorm naar uit. In het gezin van Sterre gaat het er anders aan toe dan bij hem thuis. Zijn tante schildert en z’n oom is goochelaar. Sterre en Tim hebben één ding gemeen: ze zijn allebei gek op sport!

Tim liet Sterre allerlei trucjes zien. Hij begon natuurlijk gemakkelijk. Maar daarna maakte hij het steeds een tikkeltje1 moeilijker. Sterre was vol bewondering. Maar na een paar keer oefenen deed ze 5 de trucjes met het grootste gemak na. ‘Heb je het echt nooit eerder gedaan?’ vroeg Tim. ‘Echt eerlijk echt waar niet’, hield Sterre vol. ‘Maar hoe kan het dan dat je alles zo snel kunt?’ ‘Tja’, zei Sterre. ‘Dat komt, denk ik, door mijn training. Ik doe namelijk 10 drie keer in de week aan topsport.’ ‘O ja?’ zei Tim verbaasd. ‘Welke topsport dan?’ Maar misschien had hij dat beter niet kunnen vragen. ‘Ja, ja’, zei Tim, op zo’n het-zal-wel-toontje. ‘Topsport! En dat moet ik geloven, zeker?’ 15 ‘Nou, dan geloof je het niet’, zei Sterre. Ze liet het skateboard onder haar voet heen en weer gaan. ‘Wat voor sport dan?’ vroeg Tim. ‘Voetbal of zo?’ ‘Pfuh!’ blies Sterre. ‘Voor mijn sport moet je veel harder trainen.’ ‘Maar wat doe je dan? Turnen? Zwemmen? Worstelen?’ 20 ‘Nee, nee en nee’, zei Sterre. ‘Veel zwaarder nog. Ik zit op … ballet.’ ‘Ha!’ lachte Tim. ‘Noem je dat sport? Beetje op je tenen trippelen2 en

©

VA

N

1

1 2

en tikkeltje: een beetje e trippelen: kleine stapjes zetten

KEUZELES 2

71


VA

N

IN

rondjes draaien.’ ‘Lach maar. Echte dansers zijn topsporters.’ ‘Hm,’ zei Tim. ‘Dansen een topsport. Nou, dat wil ik dan wel eens zien.’ 25 ‘Sterre.’ Tante Olleke kwam de kamer binnen. Haar kleren, haar handen, haar gezicht, alles zat onder de verfspatten. Ze leek wel een wandelend schilderij. ‘Vergeet je niet dat je straks naar ballet moet?’ ‘Nee, mam,’ stelde Sterre haar gerust3. ‘En Tim gaat ook mee.’ 4 30 Het was alsof er bij Tim een elastiekje knapte . Zijn onderkaak zakte een heel stuk naar beneden. Met open mond staarde hij zijn nichtje aan. ‘Hè?’ zei hij. Zijn neus rimpelde5 van verbazing. ‘Ik? Mee? Hoezo? Moet dat?’ Tim zag het al voor zich. Moest hij een heel uur naar een 35 clubje ballerina’s kijken? Meisjes met van die roze hoepelrokjes aan, die op hun tenen lopen? ‘Je wou het zelf’, zei Sterre. ‘Je hebt zelf gezegd dat je het wel eens wou zien. Toen ik zei dat het topsport was, weet je nog?’ ‘Ja maar, wacht even’, protesteerde Tim. ‘Zo bedoelde ik het niet.’ 40 ‘Huh!’ Sterre sloot haar ogen en stak haar kin in de lucht. ‘Watje! Beetje stoer doen met je skateboard. Maar naar ballet durf je niet eens te kijken.’ Toen ze hem weer aankeek, zag Tim aan haar ogen dat ze echt boos was. Of in elk geval teleurgesteld. 45 Zij deed wel met mij mee skateboarden, bedacht Tim. Dan is het zo’n beetje flauw om nu niet met haar mee te gaan. i emand geruststellen: iemand zeggen dat hij/zij niet bezorgd of bang hoeft te zijn knappen: uiteenspringen 5 rimpelen: rimpels of plooien krijgen 3 4

Uit: Rien Broere, Rare sprongen

©

b Beantwoord de vragen.

1 Waar speelt het fragment zich af? 2 Welke personages komen in de tekst voor? 3 Heeft Sterre talent voor skateboarden? Hoe weet je dat?

4 Waarom is Sterre teleurgesteld? 5 Waarom zegt Sterre dat Tim een watje is?

72

THEMA 2 | Sport op je bord


6 Hoe komt het dat Tim toch beslist om mee te gaan? 7 Is skaten typisch voor jongens? Waarom wel/niet? 8 Vind jij dat ballet alleen maar voor meisjes is? Waarom wel/niet? 9 Is dit verhaal echt gebeurd of niet? c Luister naar het vervolg van het fragment.

VA

N

IN

d Beantwoord de vragen. 1 Ga je akkoord met Tim? Is dansen een sport? 2 Hoe denk je dat dit verhaal afloopt?

©

Keuzeles 3

Wie-wat-hoe-spel

Je kunt goed met je klasgenoten samenwerken. Je hebt respect voor (de mening van) je klasgenoten. Je herhaalt de leerstof over het werkwoord (infinitief en persoonsvorm) en de eindleestekens.

KEUZELES 3

73


Oefenen maar! 1

Duid hier jouw kleur aan:

De leestekens en de hoofdletters

Les 2 Zin in sport?

Naam:

IN

a Wat doet de spreker? Lees de voorbeeldzinnen. Duid het juiste antwoord aan. voorbeeldzin

Wat doet de spreker? Welk leesteken gebruik je?

1

Jij bent goed in sport.

2

Doe je de deur even dicht?

3

Blijf daar eens af!

O iets meedelen O iets vragen O iets uitroepen O iets meedelen O iets vragen O iets uitroepen O iets meedelen O iets vragen O iets uitroepen

N

VA

b Plaats een punt, een vraagteken of een uitroepteken. 1 Ik weet niet of ik vanmiddag kom

Klas:

2 Au, je doet me pijn

3 Hoe laat vertrekt de volgende bus

4 In de bocht gleed de wielrenner uit

5 Morgen krijg ik mijn eerste tennisles

7 Kun je me even met die moeilijke oefening helpen

©

Nummer:

6 Wauw, wat een mooie tekening

8 Mijn favoriete sport is skeeleren 9 De volleybalploeg speelde niet zo goed

10 Ach, houd nu toch eens op

Datum:

74

O een punt (.) O een vraagteken (?) O een uitroepteken (!) O een punt (.) O een vraagteken (?) O een uitroepteken (!) O een punt (.) O een vraagteken (?) O een uitroepteken (!)

THEMA 2 | Sport op je bord


©

Klas:

VA

Nummer:

N

IN

zaterdag gaan youssef en ik schaatsen in antwerpen is er een overdekte piste heb je zin om mee te gaan met mijn broer drinken we daarna een warme chocolademelk laila

Datum:

c Lees de berichten. Duid met een schuine streep (/) aan tot waar elke zin loopt. Schrijf daarna de berichten over. Gebruik hoofdletters en leestekens zodat de boodschap duidelijk wordt.

heb je het al gehoord gisteren sloeg mijn tegenspeler met een hockeystick op mijn hoofd heb ik nu een dikke bult kom je een keertje langs matthieu

Naam:

OEFENEN MAAR!

75


2

De ja-neevraag en de persoonsvorm

Les 3 Inspanning of ontspanning?

a Beantwoord de vragen met ‘ja’ of met ‘nee’. 1 Doe jij graag aan sport? 2 Vind jij schaatsen een leuke sport? 3 Ken jij beroemde golfers? 4 Zou je graag leren tennissen?

Naam:

IN

b Maak ja-neevragen. Schrijf een hoofdletter aan het begin van elke zin.

Bv. Formule 1-racen is de duurste sport ter wereld. Æ Is formule 1-racen de duurste sport ter wereld? 1 De coureurs wachten tot de lichten doven.

de coureurs tot de lichten doven? 2 Dat is het teken dat ze vol gas kunnen geven.

N

dat het teken dat ze vol gas kunnen geven? 3 De racewagens schieten met 360 kilometer per uur voorbij.           de racewagens met 360 kilometer per uur voorbij? 4 Het snelheidsrecord bedraagt 369,9 kilometer per uur.

Klas:

VA

het snelheidsrecord 369,9 kilometer per uur? c Maak ja-neevragen. Vergeet de hoofdletters en de leestekens niet.

Bv. Meryem kijkt elke week naar ‘So you think you can dance’. Æ Kijkt Meryem elke week naar ‘So you think you can dance’?

©

Nummer:

1 Meryem danst vijf uur per week. 2 Meryem is bang voor blessures.

3 Later wil ze in het buitenland dansen.

Datum:

4 Haar klasgenoten zijn enorm fier op haar.

76

THEMA 2 | Sport op je bord


d Markeer het eerste woord in de ja-neevragen van oefening c. Dat is de persoonsvorm. e Maak ja-neevragen. 1 Touwtjespringen bestaat al duizenden jaren. 2 Rope skipping is iets voor jou.

- Markeer de persoonsvormen in alle zinnen van oefening e.

N

f Markeer de persoonsvormen. Bedenk eerst een ja-neevraag.

5 Een flauw zonnetje schijnt over het hockeyveld. 6 Selma zit op een houten bank op de tribune. 7 Ze supportert voor haar vriendin Elena.

Datum:

4 De jury telt jouw sprongen.

Nummer:

IN

3 De sport kent twee onderdelen.

VA

8 Snel lopen de spelers het veld op.

Klas:

9 Na tien minuten krijgt Elena een stick tegen haar been.

g Markeer alle persoonsvormen.

©

Tradities zijn er om in ere te houden. In de Britse stad Gloucester hebben ze dat goed begrepen. Daar houden ze elk jaar een wedstrijd 'kaasrollen'. De wedstrijd bestaat al minstens 100 jaar. Bij het begin van de race staan twee tot twintig deelnemers aan de startlijn. Een gastroller laat opeens een Double Gloucester-kaas rollen. Die bol kaas rolt met een hoge snelheid van de heuvel af. Bij het startsignaal lopen de deelnemers als een gek achter de kaas aan. De winnaar mag de kaas houden.

Naam:

Naar: www.hln.be

OEFENEN MAAR!

77


h In deze zinnen staat de persoonsvorm niet op de juiste plaats. Schrijf de zin over en zet de persoonsvorm op de juiste plaats. 1 Eigenlijk de 15-jarige Tim is een skateboarder. 2 Nu hij doet aan wakeskaten. 3 Weet je wat is dat? Naam:

IN

4 Een wakeskate net is een groot skateboard.

5 Je achter een speedboot hangt met je wakeskate. i Vul zelf een passende persoonsvorm in.

1 De trainer              zijn team na de slechte match streng toe.

N

2 Ik              helemaal niets van zeilen. 3              jullie sportieve kleding aan?

4 Het pluimpje              net naast de lijn.

Klas:

VA

5 Odjidja en Lukaku              allebei een doelpunt.

Datum:

©

Nummer:

78

THEMA 2 | Sport op je bord


3

Communicatie

Les 4 Goed communiceren

a Bekijk deze situaties. Vul in wie de zender en de ontvanger is. Noteer ook de boodschap, het kanaal en de bedoeling. 1

- zender: - ontvanger:

IN

- boodschap:

- bedoeling:

- ontvanger:

N

Mag ik twee kaartjes voor de film in zaal 2?

- zender:

- boodschap:

- kanaal:

Nummer:

2

Datum:

- kanaal:

VA

Klas:

- bedoeling:

b Bekijk de tekst.

1 Beantwoord de vragen zonder de tekst te lezen. - Hoe kun je weten waarover de tekst gaat zonder de tekst te lezen?

©

- Waarover gaat deze tekst?

-

Er bestaan Olympische Spelen voor de jeugd. De Jeugd Olympische Spelen gingen door in Buenos Aires. Om te sporten heb je speciale kledij nodig. Twee Belgische sporters behaalden een gouden medaille in Buenos Aires. In deze landen kun je aan de Olympische Winterspelen deelnemen.

OEFENEN MAAR!

Naam:

2 Lees deze zinnen. Markeer de zinnen die in de tekst kunnen voorkomen.

79


3 Lees de tekst en beantwoord de vragen.

Zomerspelen in Argentinië

Jeugd Olympische Spelen

Naam:

Zomerspelen in Buenos Aires

IN

Iedereen kent de Olympische Spelen. Er bestaan ook Olympische Spelen voor de jeugd. Het is een wedstrijd voor sporters van 15 tot en met 18 jaar. Elke wedstrijd gebeurt in de zomer of in de winter. Ze organiseren de Spelen om de vier jaar.

De Jeugd Olympische Spelen gingen door in de stad Buenos Aires. Jonge sporters uit 206 landen namen eraan deel. Sommige sporten kwamen voor het eerst aan bod. Breakdance, karate en kitesurfen zijn voorbeelden van die nieuwe sporten.

Medailles

Klas:

VA

N

Er waren ook Belgische sporters in Argentinië. Onze atleten deden het heel goed. Ze brachten vier zilveren en drie bronzen medailles mee naar huis. Daarnaast behaalden twee Belgen een gouden medaille. Maite Beernaert bezorgde ons land goud in het verspringen. Quentin Mahauden won de tweede gouden medaille in een onderdeel van karate. Blink jij ook in een bepaalde sport uit? Stel je dan kandidaat voor de volgende Olympische Spelen in Dakar. Waar wacht je nog op? Actie!

Naar: Het Nieuwsblad

de zender:

©

Nummer:

Wie is …:

de ontvanger:

de boodschap:

Datum:

het kanaal:

de bedoeling:

80

THEMA 2 | Sport op je bord


4

Spelling en woordenschat

Les 6 Spel- en woordweb

4.1 Spelweb

7

rijmen

2 misschien

8

wedstrijd

3 trainen

9

club

4 handschrift

10

loeien

5 getuigenis 6 aandachtig b Zoek het woord uit oefening a.

IN

1 favoriet

11

correct

12

conditie

1

d–a–h–g–i–a–c–t–n–a

2

r–t–v–f–o–a –i–e

3

n–i–g–s–u–e–t–e–i–g

g

4

f–c–i–n–r–h–s–h–d–t –a

h

5

n–r–j–m–e–i

r

6

b–c–l–u

c

a

Nummer: Klas:

VA

N

f

c Vul de zinnen aan met een woord uit oefening a. 1

Wie aan topsport wil doen, moet hard

2

Hoeveel woorden heb jij

3

Maha doet nooit aan sport. Ze heeft een slechte

4

Als een kalf bij zijn moeder weggehaald wordt, begint de koe luid te .

5

Ik wacht al een kwartier op mijn beste vriend. is hij onze afspraak vergeten.

6

Heb jij al eens aan een

.

geschreven? .

‘gsm werpen’ deelgenomen?

Naam:

©

Datum:

a Schrijf de woorden juist over.

OEFENEN MAAR!

81


d Schrijf het woord in de laatste kolom over en vul de ontbrekende letter in. 1

Heb jij ooit al een opera

ie ondergaan?

2

Onderweg naar huis hield de poli

ie me tegen

omdat mijn achterlicht niet werkte. 3

Als je een tekst typt, zet je na elk woord een spa

4

De wintercollec

5

Dit jaar gaan we op vakan

ie.

ie ligt nu al in de winkelrekken.

Naam:

e Vul de ontbrekende woorden in. Kies uit:

IN

ie naar Turkije.

attractie – positie – definitie – infectie – directie – competitie – advertentie 1

Wie op school iets mispeutert, moet bij de

komen.

2

Racing Genk was tweede in de voetbal

3

De Boomerang is een heel bekende

4

In de herfst hebben heel wat mensen last van een van de luchtwegen.

5

Ik wil mijn oude smartphone verkopen. Daarom heb ik een op internet gezet.

6

Ken jij de

.

N

in Bellewaerde.

VA

van een vierkant?

7

Bij ballet is het belangrijk dat je je armen en voeten in de juiste houdt.

Klas:

f Vul aan met een zelfstandig naamwoord dat op -tie eindigt. Doe zoals het voorbeeld. Bv. repeteren -> Volgende week kan ik niet naar de repetitie komen.

©

Nummer:

1 selecteren

Bij ‘The Voice Kids’ is er een strenge kandidaten.

2 inspecteren Zou jij graag

van auto's doen?

3 combineren Appelmoes en worst zijn een lekkere

Datum:

82

van de

.

4 installeren

Ik kreeg een foutmelding bij de

van de printer.

5 reageren

Waarom geef jij zo’n onbeleefde

?

6 informeren

Ik heb nog meer

over die reisbestemming nodig.

THEMA 2 | Sport op je bord


gevoel

ernst

geduld

evenwicht

pracht

verstand

eenvoud

grond

angst

4.2 Woordweb Lees deze woorden. Gebruik ze voor de volgende oefeningen. opvallen

aflopen

overbrengen

beoordelen

overlopen

Nummer:

bepalen

N

achterhalen

IN

verdriet

situatie

fragment

vergelijken

voorstellen

VA

kenmerk

Datum:

g Maak een woord dat op -ig eindigt. Doe zoals het voorbeeld. Bv. list -> listig

Klas:

a Vul de zinnen aan.

Moeten die drie kubussen een kunstwerk (uitbeelden)

2

De dronken chauffeur veroorzaakte een gevaarlijke Hij reed door het rood licht. (toestand, gebeurtenis)

3

Ik weet niet of dat verhaal goed zal (eindigen)

©

1

? .

.

4

Kun je even of Jens vorige week afwezig was? (opsporen, vinden)

5

Er zijn twee zaken die (de aandacht trekken)

6

Bij het ontbijt heeft vader net de tijd om snel de krant te (bekijken)

als je de foto’s met elkaar vergelijkt.

Naam:

.

OEFENEN MAAR!

83


b Schrap het woord dat niet in de zin past.

Naam:

IN

1 Tijdens de spreekoefening zal je leraar jou op vlotheid en uitspraak achterhalen/beoordelen. 2 We lezen vandaag een fragment/kenmerk uit een spannend jeugdboek. 3 Een Fitbit kan precies bepalen/opvallen wat je hartslag is of hoeveel stappen je gezet hebt. 4 Wie de beste smartphone wil kopen, moet verschillende merken met elkaar overbrengen/vergelijken. 5 Die jongen heeft duidelijke situaties/kenmerken van zijn vader: zwart haar en blauwe ogen. 6 Ik moet de slechte boodschap aan mijn moeder overbrengen/aflopen. c Vul het kruiswoordraadsel in.

HORIZONTAAL 3 De leraars nog altijd wat er in de klas gebeurt. 5 Als je niet oplet, zal de emmer . 6 Ronan is de clown van de klas. Hij wil altijd .

Klas:

VA

N

VERTICAAL 1 Bij het begin van het schooljaar moeten we onszelf . 2 Brede schouders en gespierde armen zijn de waaraan je een geoefend zwemmer herkent. 4 Wanneer laat jij jouw wekker ’s morgens ?

2

4

5

Datum:

©

Nummer:

3

6

84

THEMA 2 | Sport op je bord

1


Zelftoets thema 1 en 2 De werkwoorden

Thema 1 Les 4 Van ia tot balken

/10

a Lees de zinnen in de eerste kolom. Markeer het werkwoord. Vul de zinnen in de tweede kolom aan. Doe zoals in het voorbeeld. Een dier zal met andere dieren praten.

1 Een dier maakt verschillende

Een dier zal verschillende geluiden .

geluiden.

.

2 Een dier gebruikt geluiden.

Een dier zal geluiden

3 Een dier bezorgt ook informatie via

Een dier zal ook informatie via geuren,

geuren, bewegingen en kleuren.

Een kat zal overal tegen

N

4 Een kat plast overal tegen.

bewegingen en kleuren

5 Een hond kwispelt met zijn staart.

Een hond zal met zijn staart

VA

b Er zijn een aantal woorden onderstreept. Welke zijn werkwoorden? Markeer ze. Wat als je een mantelschelp was?

.

. . /5

Nummer:

Bv. Een dier praat met andere dieren.

Datum:

IN

/5

Klas:

1

©

Met een beetje geluk heb je twee ogen. Een mantelschelp bezit honderd ogen. Hij gebruikt ze om roofdieren te zien aankomen. Met honderd ogen op je hoofd, kijk je tv, lees je deze tekst, check je je e-mails, staar je uit het raam, bekijk je je eigen rug … allemaal op hetzelfde moment. Je kunt dus heel veel op hetzelfde moment uitvoeren.

Naam:

Naar: Wat als … mensen zoals dieren waren?

THEMA 1 & 2 | ZELFTOETS

85


2

Teksten

Thema 1 Les 5 In één oogopslag

/7

a Bekijk de tekst Kat bezoekt elke dag graf van baasje.

Kat bezoekt elke dag graf van baasje

IN

Naam:

Al meer dan een jaar bezoekt een kat haar overleden baasje elke dag op het kerkhof van Montagnana in Toscane. Nog merkwaardiger: de poes daagt nooit met lege pootjes op. Telkens heeft Toldo een geschenkje mee.

Blijkbaar kan Toldo de dood van haar baasje, Renzo, maar niet verwerken. De man overleed ruim een jaar geleden op 71-jarige leeftijd. Drie jaar eerder ontfermde hij zich over het toen nog jonge katje. Het was achtergelaten aan de kant van de weg.

N

Cadeautje Toldo is haar baasje hier nog altijd erg dankbaar voor. In die mate dat ze elke dag naar zijn graf trekt. Wat meer is: telkens brengt ze een cadeautje mee. Het pakje laat ze op de graftombe van Renzo achter. Dat kan van alles zijn: een papieren zakdoekje, een plastic bekertje, een takje of een ander gevonden voorwerp.

Klas:

VA

Voor de inwoners van Montagnana is de kat intussen uitgegroeid tot de mascotte van het dorpje. Zij zorgen ervoor dat Toldo in alle veiligheid naar en van het kerkhof kan trekken.

Naar: Het Laatste Nieuws

/6

Datum:

©

Nummer:

b Auteurs zorgen ervoor dat je de inhoud van een tekst kunt voorspellen met: - een titel A , - tussentitels B , - illustraties C . Auteurs letten ook op de lay-out van de tekst door: - witruimte te laten D , - verschillende lettertypes te gebruiken E , - verschillende lettergroottes te gebruiken F . Vul A, B, C, D, E en F in de vakjes in de tekst in.

c Geef een ander woord voor lay-out.

86

THEMA 1 & 2 | ZELFTOETS

/1


3

Communicatie

Thema 2 Les 4 Goed communiceren

a Bekijk deze situaties. Vul in wie de zender is en wie de ontvanger is. Noteer ook de boodschap, het kanaal en de bedoeling. 1

/5

/5

- zender: - boodschap:

Lieve Sint

Ik wil graag een

el braaf geweest.

IN

Ik ben dit jaar he

- ontvanger:

- bedoeling:

VA

(4 jaar)

december?

©

ien! 3 doosjes kope n, eentje gratis

- zender: - boodschap: - ontvanger: - kanaal: - bedoeling: Naam:

Lekkere aardbe

Klas:

2

Nummer:

Sien

N

Krijg ik dit op 6

Datum:

- kanaal:

THEMA 1 & 2 | ZELFTOETS

87


4

Leestekens en de persoonsvorm

Thema 2 Les 2 Zin in sport?

/11

a Noteer een punt, een vraagteken of een uitroepteken.

/5

Een oud mannetje op een fiets vraagt aan de bestuurder van een Ferrari of hij een stukje mee mag rijden Hij maakt zijn fiets aan de trekhaak vast en zegt: 'Ik bel wel als u te hard gaat

'

Even later wordt de Ferrari door een Porsche ingehaald Naam:

IN

Dat kan de bestuurder van de Ferrari niet hebben Hij geeft plankgas en gaat achter de Porsche aan

Een verkeersagent staat toevallig langs de kant van de weg Hij belt met het hoofdbureau Hij zegt: 'Weet je wat er gebeurd is Dit geloof je NOOIT

Hier racen net twee auto's voorbij met minstens 200 km per uur met daarachter '

N

een oud opaatje hard bellend of hij er langs mag

b Maak een ja-neevraag.

/2

VA

1 Soms danst ze vijf uur per dag.

2 De beste surfers gaan graag naar Hawaï.

Klas:

c Markeer de persoonsvormen.

/4

2 Tijdens de winter schaats ik veel. 3 Ballet is echt fun.

©

Nummer:

1 Kitesurfers gooien hun vlieger moeiteloos in de lucht.

4 De allersnelste kajakkers halen een snelheid van meer dan tachtig kilometer per uur.

Datum:

88

TOTAAL

/33

THEMA 1 & 2 | ZELFTOETS


IN N

VA

THEMA 3 Techniek

Nu de stam - stam van het werkwoord

LES 2

Zeg me wat ik moet doen - lezen en luisteren: instructies

LES 3

Teksten van A tot Z - soorten teksten, tekstdoel

LES 4

Abracadabra - spreken: instructies geven

LES 5

Snap je het (niet?) - lezen: informatieve teksten, handleiding

LES 6

Vleugels boven de Regte hei - genietend lezen

©

LES 1

O V U R

KEUZELES 1

De wetenschapsquiz - informatie zoeken op het internet

KEUZELES 2

Techniekclub is de toekomst! - luisteren en kijken

KEUZELES 3

Een verzorgd handschrift - leesbaar schrijven

OEFENEN MAAR!

89


Les 1

Nu de stam Je kunt een stam vormen.

3

a Kiki wil de richting elektrische installaties volgen, ze vertelt waarom ... Lees de tekst.

Naar: What's up? Het magazine voor elektrocracks

IN

Ik kies voor een opleiding elektriciteit. Later wil ik in mijn job mensen helpen. Als huishoudelijk installateur zal ik ook veel afwisselend werk krijgen. In de praktijklessen kan ik van alles testen. Ik gebruik ook formules om dingen te berekenen. Ik raad deze richting zeker aan andere meisjes aan.

ik zal ... (infinitief) volgen

N

- Noteer de gemarkeerde werkwoorden in de linkerkolom van de tabel. - Noteer in de rechterkolom nog eens het werkwoord, maar laat nu -en weg. ik ... nu volg

VA

©

De stam van het werkwoord is de ik ... nu-vorm.

b Lees de tekst. Bekijk de gemarkeerde werkwoorden. Geef de ik ... nu vorm of de stam. Wat merk je op? Ik mag mijn inschrijving niet vergeten, die mag niet blijven liggen. Gelukkig kan ik in dezelfde school blijven. Ik zal veel leren. Ik zal 's morgens heel blij aan de bushalte staan! Ik moet nog een schooltas kiezen.

90

THEMA 3 | Techniek


IN

Let op bij het vormen van de stam. - Hoor je in de laatste klankgroep van een woord een lange klank? Schrijf dan wat je hoort. vergeten ➔ vergeet ➔ leren leer - Schrijf nooit een dubbele medeklinker op het einde van een woord. liggen ➔ lig - Een v wordt f. blijven ➔ blijf - Een z wordt s. ➔ kiezen kies - Bij sommige werkwoorden kun je geen 'en' weglaten. Schrijf dan nooit twee dezelfde klinkers op het einde van een werkwoord. ➔ staan sta

c Noteer van de onderstreepte werkwoorden in de tweede kolom, de vorm waar je 'ik zal …' kunt voorzetten (infinitief). Noteer de stam in de derde kolom.

N

ik zal ... (infinitief)

Ik vrees dat meisjes beter zijn in multitasken.

2

Ze doen dan meerdere dingen tegelijk.

3

Dat helpt bij een richting als elektriciteit.

4

Waarom meisjes elektriciteit moeten kiezen?

5

Je moet eerst goed denken.

6

Daarna werk je met je handen.

7

Je verdient later goed je boterham.

8

Later start ik graag een bedrijf.

9

En ... ik wil in een klas zitten met alleen jongens.

10

Ik herstel dingen tegen heel betaalbare prijzen.

©

VA

1

stam

Naar: What's up? Het magazine voor elektrocracks

LES 1 | Nu de stam

91


d Markeer alle werkwoorden in de tekst.

Benodigdheden - 1 vel stevig A4-papier - 2 pareltjes - 1 spijker van 5 cm - 1 stokje (1 x 1 x 40 cm)

Windmolentje - 1 hamertje - gekleurd glanspapier - kleurpotloden of stiften - lijm

Werkwijze 1

Teken op het blad 4 stippellijnen zoals op de tekening. Knip de lijnen tot op 3 cm van het midden. Boor voorzichtig met de spijker een gaatje in het midden en in de vier hoeken. Kleur je windmolentje met stiften of kleurpotloden.

N

Knip het A4-blad op de volgende grootte: 15 cm x 15 cm (of 17 cm x 17 cm).

IN

2

VA

3

©

Steek een parel op de spijker. Vouw de eerste hoek naar het midden. Schuif hem over de spijker. Doe dit ook met de drie andere hoeken. Houd goed vast. Druk dan goed aan. Steek de spijker door het gaatje in het midden. Schuif vervolgens de tweede parel over de spijker.

Naar: www.technopolis.be

92

THEMA 3 | Techniek

4

Bevestig de spijker op het stokje. Sla de spijker zachtjes ca. 0,5 cm in het stokje. Maak het molentje niet te strak vast.


- In welke vorm staan de werkwoorden in deze zinnen? - In welke soort zin staan de werkwoorden?

e Vul de stam in de zinnen aan. Vergeet de hoofdletters niet.

IN

In een bevelzin gebruik je de stam. Dit noem je de gebiedende wijs of imperatief.

ik ... nu (stam)

smeren

een boterham.

boren

gaten waar de kruisjes staan.

gebruiken

een mixer.

schaven

deze planken glad.

steken mengen

de touwen door de gaatjes.          de eieren door de bloem.          de muur een derde keer.

©

VA

schilderen

N

ik zal ... (infinitief)

LES 1 | Nu de stam

93


Les 2

Zeg me wat ik moet doen Je kunt een instructie uitvoeren..

a Volg de instructie en maak een vliegtuig. Bekijk ook de tekeningen.

uitleg over hoe je iets moet doen

IN

Stap 2: Vouw de linkerpunten naar de middenlijn.

N

Stap 1: Leg een A4-blaadje in de breedte voor je. Vouw het papier dubbel van onderen naar boven. Vouw het daarna weer open.

instructie:

©

VA

Stap 3: Vouw de boven- en onderkant dubbel. De schuine randen moeten op de middenlijn liggen.

94

THEMA 3 | Techniek

a

b

c

d


Stap 4: Vouw het papier dubbel naar achteren langs de vouwlijn die je maakte in stap 1.

Stap 6: Draai vervolgens je vliegtuig. Doe hetzelfde aan de andere kant voor de rechtervleugel.

VA

N

Stap 5: Vouw alleen de bovenste laag dubbel. De bovenste schuine rand ligt nu op de onderste rand en vormt de linkervleugel.

b

IN

a

a

©

Stap 7: Vouw de vleugels iets terug omhoog en het vliegtuig is af!

b

vervolgens: daarna

Naar: www.origamivoorkinderen.nl

LES 2 | Zeg me wat ik moet doen

95


Herken je in jouw vouwwerk een vliegtuig? - Vond je dit gemakkelijk of moeilijk? - Ken je nog zulke vouwspelletjes? - Zo ja, leg dan uit hoe je te werk gaat.

herkennen:

(weer) weten wie iemand is of wat iets is

beschrijving:

de woorden waarmee je zegt hoe iets er uit ziet of hoe je iets moet doen

b Luister naar de beschrijving van deze klas. Kijk ondertussen goed naar de tekening.

IN

Noteer het nummer bij de leerling over wie je iets hoort in de tekening. Tip: Niet iedere leerling krijgt een nummer. 1

Maarten

6

Freya

2

Melissa

7

Joeri

3

Mike

8

Jonas

4

Millie

9

Lara

5

Sofie

10

©

VA

N

Aron

96

THEMA 3 | Techniek


Les 3

Teksten van A tot Z Je kunt verschillende teksten herkennen. Je kunt het tekstdoel bepalen.

IN

a Bekijk de twee teksten. Geef drie kenmerken. Welk tekst herken je? 1

2

België: Coca-Cola steunt diëtisten

©

VA

N

17/04/2013 De Vlaamse Beroepsvereniging van Voedingsdeskundigen en Diëtisten (VBVD) lanceert een campagne om suiker te eten. Volgens de VBVD kan suiker horen bij een gezonde voeding. Coca-Cola sponsort de campagne. De Hoge Gezondheidsraad is niet blij. En niet alle diëtisten keuren de campagne goed. Patrick Mullie is een deskundige van voeding. Hij reageerde op de radio. "Mensen meer suiker laten eten, is belachelijk. Ook de link met Coca-Cola is gevaarlijk."

kenmerken:

kenmerken:

1

1

2

2

3

3

Welke tekst herken je?

Welke tekst herken je?

LES 3 | Teksten van A tot Z

97


b 1 Geef 1 kenmerk per tekst. 2 Welke tekst herken je? Kies uit:

dienstregeling - boodschappenlijst - bidprentje - folder - bijsluiter - klantenkaart kassaticket - checklist - sms - mop 4

IN

3

1 2

N

6

1 2

VA

5

Liefdevolle herinnering aan

MEVROUW Alice VENEUR

Sterven doe je niet ineens, maar elke dag een beetje. En alle beetjes die je stierf, 't is vreemd, maar die vergeet je. Het is je dikwijls zelfs ontgaan, je zegt: 'Ik ben wat moe!' Maar op een keer, dan ben je aan het laatste beetje toe. Toon Hermans

©

echtgenote van Linard Fatoux geboren te Keerbergen op 25 juni 1968 en daar overleden op 27 maart 2019.

Haar echtgenoot en kinderen danken u voor uw medeleven.

Uitvaartcentrum Eraly - Tremelo

1 2

1 2

98

THEMA 3 | Techniek

1 2

7


9

8

1

IN

2 1

10

2

11

VA

N

Messages

1

Clear

Wij gaan naar de film met Staf en Cyrille. Jij komt toch ook?

Send

1

2

12

2

Er lopen twee mollen over straat. Zegt de ene tegen de andere: ”Shit, het regent”.

©

Zegt de andere: “Het wordt vannacht een modderbad bij mij thuis.”

1 2

LES 3 | Teksten van A tot Z

99


bedoeling:

c Elk soort tekst heeft een bedoeling. Kies het belangrijkste tekstdoel. Zet een kruisje in de juiste kolom.

reclame

2

krantenartikel

3

folder

4

checklist

5

bidprentje

6

dienstregeling

7

kassaticket

8

klantenkaart

9

bijsluiter

10

boodschappenlijst

11

sms

12

mop

je van iets overtuigen

VA

Een tekst kan je … - informeren: je leert iets bij; - van iets overtuigen: iemand wil dat je iets doet; - ontspannen: je geniet gewoon van de tekst; - ontroeren: de tekst roept bij jou gevoelens op.

©

Bij sommige teksten zijn er meerdere mogelijkheden.

100

je ontspannen je ontroeren

N

1

je over iets informeren

IN

Dit soort tekst wil …

wat je wilt bereiken of doen

THEMA 3 | Techniek


Les 4

Abracadabra Je kunt een instructie lezen. Je kunt een instructie aan iemand anders uitleggen.

O V VOOR U R

O V U R

Lees je tekst.

IN

Je krijgt een tekstje waarin een proef of een truc uitgelegd wordt. Laat je proefpersoon de proef uitvoeren. Gebruik hiervoor instructies.

ereid je spreekoefening voor. B Noteer de belangrijkste woorden die je nodig hebt om de proef uit te leggen. Hoeveel mensen heb je nodig?

1/ 2

N

Welk materiaal heb je nodig?

Wat moet je proefpersoon doen? Zet de instructies in de juiste volgorde. Gebruik bij iedere zin de stam als eerste woord. Bv. Neem een stuk touw.

VA

©

LES 4 | Abracadabra

101


O V TIJDENS U R Je leraar duidt aan met wie je samenwerkt. - Gebruik je spiekbriefje. - Zeg stap voor stap wat je proefpersoon moet doen. - Leg de proef uit. O V NA U R

De belangrijkste woorden stonden in je schema.

IN

- Leg je proef aan de klas uit. - Vul daarna de evaluatiefiche in.

ja

nee

helemaal

iet n helemaal

ja

nee

Je sprak niet te snel en niet te traag.

ja

nee

Je kon je proef vlot uitleggen.

ja

nee

Je sprak duidelijk.

ja

nee

Je was rustig tijdens de oefening.

ja

nee

De proefpersoon begreep wat hij/zij moest doen.

VA

N

Je sprak luid genoeg.

eleh maal niet

Wat kun je volgende keer beter doen?

©

- Na je proef vult je partner deze evaluatie in.

102

Je begreep wat je moest doen.

ja

nee

Hij/zij sprak luid genoeg.

ja

nee

Hij/zij sprak te snel of te traag.

te snel

te traag

Hij/zij kon de proef vlot uitleggen.

ja

nee

Hij/zij sprak duidelijk genoeg.

ja

nee

Hij/zij kwam rustig over.

ja

nee

THEMA 3 | Techniek


Les 5

Snap je het (niet)? Je kunt een handleiding begrijpen. Je kunt informatie in een zakelijke tekst zoeken.

a Zijn de verhalen volgens jou waar of niet waar?

Het opgewarmde poedeltje

IN

1

N

Een oude vrouw woonde al jaren alleen, samen met haar poedeltje. Ze deed haar poedel een keer per week in bad. Daarna stopte de vrouw haar hondje in een niet al te hete oven, om het dier te laten drogen. Dat ging jarenlang goed. Tot de vrouw van haar kinderen een microgolfoven kreeg. Na het wekelijkse bad stopte ze de hond in de microgolfoven op de ontdooistand. De haren van het hondje stonden al gauw in brand. Voor de vrouw kon ingrijpen, explodeerde de poedel. Ze klaagde de fabrikant van de microgolfoven aan. Nergens in de handleiding stond er dat je er geen levende dieren in mag stoppen! De vrouw won en ontving een miljoen euro.

VA

Naar: www.broodjeaap.nl

2

Ei koken in de microgolfoven

Khaled wou snel een ei klaarmaken, maar had geen zin in veel afwas. Hij zette het ei in de microgolfoven en gaf een draai aan de knop. Kort daarna ontplofte het ei en heel de microgolfoven hing vol ei. Naar: www.eierenkoken.info

Kattenvrienden

©

3

Nancy, de kat, heeft al betere tijden gekend. Het arme diertje werd door haar straalbezopen baasje gedurende enkele seconden in de microgolfoven gestopt nadat ze hem krabde. De poes overleefde de gruwelijke marteling, maar liep wel zware brandwonden op. De twintigjarige Brit kreeg een voorwaardelijke celstraf en mag voor de rest van zijn leven geen huisdieren meer bezitten. Naar: www.kattenvrienden.com

LES 5 | Snap je het (niet)?

103


b Bekijk de tekst van oefening c zonder hem te lezen. - Lees de titel, bekijk de afbeelding en lees de tussentitels. Waarover gaat de tekst? - Uit hoeveel delen bestaat de tekst? - Hoe weet je dat?

O je over iets informeren. O je van iets overtuigen. O je ontspannen. O je ontroeren.

IN

- Waarom lees je de tekst? De tekst wil:

- Hieronder staan enkele zinnen uit verschillende teksten. Voorspel welke zinnen uit deze tekst komen.

ja

nee

Daarom is de microgolfoven van een plaat voorzien.

ja

nee

De deur is zo gemaakt dat ze stralen tegenhoudt.

ja

nee

In een microgolfoven worden golven gemaakt.

ja

nee

c Lees de tekst.

N

Om aardappelen te koken, moet je ze in kleine stukken snijden.

VA

HOE WERKT EEN MICROGOLFOVEN?

Waarom wordt het voedsel in een microgolfoven warm, maar de glazen plaat waarop het staat, niet?

©

In een microgolfoven worden golven gemaakt. Die doen de waterdeeltjes bewegen. Daardoor ontstaat er wrijving. Het is de wrijving die ervoor zorgt dat je voedsel wordt opgewarmd. Alles wat rechtstreeks in aanraking komt met het voedsel, warmt ook op. De stralen kunnen samenvallen op een bepaald gebied en je gerecht doen aanbranden. Soms zijn ze net niet aanwezig waardoor een deel van je gerecht helemaal niet opwarmt. Daarom is de microgolfoven voorzien van een plaat. Die draait rond en zorgt ervoor dat de golven worden verdeeld en zo het hele gerecht opwarmen. Is er kans op ‘stralingsgevaar’ wanneer je dichtbij een werkende microgolfoven staat? De ovenruimte bestaat uit een metalen constructie die ervoor zorgt dat de straling niet naar buiten kan ontsnappen. De deur is zo gemaakt dat ze de stralen tegenhoudt. Je kunt dus nooit in contact komen met stralen. Opgelet: plaats nooit aluminium voorwerpen in je microgolfoven. Omdat dit een metaal is, zal het de golven niet doorlaten. Zo wordt het onmogelijk om een gerecht op te warmen.

Naar: www.krefel.be

104

THEMA 3 | Techniek


d Vink het juiste antwoord aan. 1

aanvinken:

met een tekentje (vinkje) zichtbaar maken wat je kiest uit een lijst

Door de wrijving van de bewegende waterdeeltjes warmt het eten op.   Door de wrijving van de bewegende luchtdeeltjes warmt het eten op.

2

Het bord waarop je eten ligt, warmt niet op. Het bord waarop je eten ligt, warmt wel op.

3

Het is belangrijk dat de ovenplaat kan ronddraaien.

4

IN

Het is niet erg als de ovenplaat niet kan ronddraaien.   Naast een microgolfoven staan, is gevaarlijk.

Naast een microgolfoven staan, is niet gevaarlijk. 5

Je mag eten in een metalen schaal in een microgolfoven verwarmen.

Je mag nooit eten in een metalen schaal in een microgolfoven verwarmen.

Korte aanwijzingen voor direct gebruik

Stoomreiniging gebruiken (

Ik wil een gerecht bereiden

De stoom van het stoomreinigingssysteem ovenruimte. Na gebruik van de stoomrein ovenruimte moeiteloos reinigen.

1. Zet het gerecht in de oven. Druk op de toets Microgolf (

).

VA

NL

N

e Zijn de uitspraken waar of niet waar? Omcirkel. Zoek de antwoorden in de tekst hieronder.

2. Druk op de toets Microgolf ( vermogen verschijnt.

) totdat het gewenste

©

3. Stel de bereidingstijd in met behulp van de draaiknop.

Gebruik deze functie pas wanneer (kamertemperatuur) Gebruik alleen gewoon water, geen Voor een nog beter resultaat kunt u geurverdrijvingsfunctie gebruiken. Als de deur tijdens het stoomreinig melding “E-47”. (Het water in de oven zal zeer heet stoomreinigingsfunctie.) 1. Open de deur.

4. Druk op de toets Start ( ). Resultaat: De bereiding begint Wanneer de bereidingstijd om is, laat de oven viermaal een geluidssignaal horen en knippert er een "0". Daarna geeft de oven één keer per minuut een geluidssignaal.

Ik wil 30 seconden extra toevoegen

Laat het gerecht in de oven staan. Druk een of meerdere keren op de toets +30s om telkens 30 seconden toe te voegen.

2. Vul de waterschaal me Tot aan de lijn is onge

3. Bevestig de waterscha

4. Sluit de deur.

Ik wil een gerecht automatisch ontdooien

1. Zet het diepvriesgerecht in de oven. Druk op de toets Automatisch ontdooien (

).

2. Selecteer het type gerecht door de toets Automatisch ontdooien ( ) in te drukken totdat de gewenste categorie verschijnt. 3. Stel het gewicht in met behulp van de draaiknop.

LES 5 | Snap je het (niet)?

5. Druk op de toets Steam (Tijdens de stoomreinig 6. Open de deur.

7. Reinig de oven met ee Verwijder het draaiplate met keukenpapier.

105


Laat het gerecht in de oven staan. Druk een of meerdere keren op de toets +30s om telkens 30 seconden toe te voegen. 4. Sluit de deur.

Ik wil een gerecht automatisch ontdooien

1. Zet het diepvriesgerecht in de oven. Druk op de toets Automatisch ontdooien (

5. Druk op de toets Steam (Tijdens de stoomreinig

).

6. Open de deur.

2. Selecteer het type gerecht door de toets Automatisch ontdooien ( ) in te drukken totdat de gewenste categorie verschijnt.

7. Reinig de oven met een Verwijder het draaiplate met keukenpapier.

3. Stel het gewicht in met behulp van de draaiknop.

Waarschuwing! • Gebruik de waterschaal alleen tijdens de • Tijdens het bereiden van vaste gerechte deze anders beschadigingen en brand in

IN

4. Druk op de toets Start ( ). Resultaat: Het ontdooien begint Wanneer de bereidingstijd om is, laat de oven viermaal een geluidssignaal horen en knippert er een "0". Daarna geeft de oven één keer per minuut een geluidssignaal.

2

Naar: www.samsung.com

waar

niet waar

2 Je gebruikt een ronde knop om het toestel te starten.

waar

niet waar

3 Als de bereidingstijd om is, knippert er een knop met 'klaar'.

waar

niet waar

4 Als je iets ontdooid hebt, hoor je drie keer een geluidssignaal.

waar

niet waar

N

1 Als je iets wilt bereiden, moet je eerst het vermogen instellen en dan de bereidingstijd.

VA

f Je wilt iets verwarmen. Zet de instructies in de juiste volgorde. Druk op start.

Druk op de knop ‘microgolfoven’ tot het juiste vermogen verschijnt. Stel de bereidingstijd in.

©

Zet je gerecht in de oven.

106

THEMA 3 | Techniek


g Zijn de uitspraken waar of niet waar? Omcirkel. Zoek de antwoorden in de tekst hieronder. 1 Je moet gedistilleerd water* gebruiken om de oven schoon te maken.

waar

niet waar

2 Je moet de oven stoomreinigen als hij nog warm is.

waar

niet waar

3 Het lampje zal blijven branden tijdens het stoomreinigen.

waar

niet waar

4 Je mag de waterschaal altijd in de microgolf laten.

waar

niet waar

* gedistilleerd water: zeer zuiver water, o.a. zonder zout

IN

Stoomreiniging gebruiken (CE1000A)

De stoom van het stoomreinigingssysteem trekt in de wanden van de ovenruimte. Na gebruik van de stoomreinigingsfunctie kunt u de ovenruimte moeiteloos reinigen.

Gebruik deze functie pas wanneer de oven geheel is afgekoeld. (kamertemperatuur) Gebruik alleen gewoon water, geen gedistilleerd water. Voor een nog beter resultaat kunt u na de stoomreiniging de geurverdrijvingsfunctie gebruiken. Als de deur tijdens het stoomreinigen wordt geopend, verschijnt de melding “E-47”. (Het water in de oven zal zeer heet zijn als gevolg van de stoomreinigingsfunctie.)

et gewenste

N

e draaiknop.

1. Open de deur.

m is, laat de oven horen en knippert oven één keer per

VA

2. Vul de waterschaal met water tot aan de vullijn. Tot aan de lijn is ongeveer 30 ml.)

3. Bevestig de waterschaal aan de rechterzijde van de oven

0s om telkens 30

4. Sluit de deur.

(

5. Druk op de toets Steam clean ( ). (Tijdens de stoomreiniging blijft het lampje aan.)

).

6. Open de deur.

©

Automatisch ewenste

7. Reinig de oven met een droge theedoek. Verwijder het draaiplateau en reinig de onderkant van de oven met keukenpapier.

aiknop.

m is, laat de oven horen en knippert oven één keer per

Waarschuwing! • Gebruik de waterschaal alleen tijdens de “stoomreiniging ”. • Tijdens het bereiden van vaste gerechten de waterschaal verwijderen, omdat deze anders beschadigingen en brand in de microgolfoven kan veroorzaken.

Naar: www.samsung.com

2

LES 5 | Snap je het (niet)?

107


Les 6

Vleugels boven de Regte Hei Je kunt van een fragment uit een jeugdboek genieten.

a Lees de tekst en beantwoord de vragen.

IN

De vader van Herman heeft vogels. Herman is onder de indruk van de manier waarop vogels vliegen. Zijn nieuwe buurjongen Tom legt Herman uit dat vliegtuigen door dezelfde techniek in de lucht blijven. Tom geeft Herman tijdschriften waarin hij alles over vliegtuigen leert. Hij praat er met zijn broer over en samen lezen ze de tijdschriften helemaal uit. Ze ontdekken een advertentie1 over modelvliegtuigen ...

Het idee van de modelvliegclub laat Herman niet los. Regelmatig bladert hij door de tijdschriften van Tom. Ook leest hij andere boeken van zijn nieuwe vriend. Boeken die Tom over de schutting2 aangeeft. Op een avond praat Herman erover met zijn broer Theo. 5 'Kijk, om dit vliegtuigje gaat het’, zegt hij en hij wijst op de advertentie. 'De Vink, dat is het kleinste pakket.' Theo leest de tekst aandachtig. 'Dat is niet gek', zegt hij dan. 'En elf gulden, dat is ook niet zo veel, toch?' Theo gaat rechtop 10 zitten. 'Ik zou dan liever deze hebben. Die lijkt mij echt tof, moet je kijken!' Theo wijst op een andere advertentie. 'De Mentor, die is een stuk groter. 15 Dan heb je ook wat!' 'Hé, broertje lief', zegt Theo lachend. 'Ik werk bij de fietsenmaker, weet je nog. Als ik in de vakantie nog meer kan

©

VA

N

1

1 2

108

advertentie: reclame schutting: afsluiting (van de tuin)

THEMA 3 | Techniek


werken, heb ik geld genoeg!' Hij kijkt Herman aan. 'En als je zo graag wilt vliegen, ga je toch ook werken! Doe klusjes, ga boodschappen doen voor mensen. Weet ik veel.' Theo legt het tijdschrift apart. 'Morgen schrijf ik het adres wel op', zegt hij. 'Nu ga ik slapen. Doe jij het licht uit?' 25 Maar Herman is klaarwakker. 'Theo, nog even', zegt hij. 'Meen je dat? Ga je dat vliegtuig echt kopen?' 'Ik wel', antwoordt Theo. 'Zodra ik geld heb. Dit heb ik altijd willen doen.' Verbaasd kijkt Herman zijn broer aan. Daar heeft hij nog nooit iets 30 over gezegd! 'Zullen we dan samen een club oprichten?' vraagt hij. 'Een modelbouwclub?' 'Als je me nu met rust laat, vind ik het prima', zucht Theo. 'Maar hoe moet die club dan heten?' 35 'Weet ik veel', zegt Theo ongeduldig. 'Voor mijn part de Club van Linke Loetje. En nu gaan we slapen.' Theo draait zich om en even later snurkt hij. Herman doet het licht uit. Maar het duurt een tijd voor hij slaapt. De Club van Linke Loetje! Maar wie moet hij nog meer vragen?

N

IN

20

1 Wie is het belangrijkste personage?

VA

2 Wie zou Herman nog kunnen vragen om lid te worden van de club? 3 Ben jij ook lid van een club? Welke?

4 Lag jij al ooit eens wakker omdat je een spannend plan had? Vertel. 5 Heb jij al eens klusjes gedaan om snel geld te verdienen? Welke klusjes? 6 Welke jobs zou jij daarvoor willen doen?

Als de club eenmaal opgericht is, doen de vijf jongens allemaal klusjes om geld te verzamelen. (Toms vriend Dré en zijn broer Guus zijn ondertussen ook lid.) Een tijdje later hebben ze het geld bij elkaar en kopen ze het vliegtuig in de Speciaalzaak voor al uw modelbouw. Daarna gaan ze snel naar huis. 45 De rest van de middag zitten de jongens op het zolderkamertje. De bedden zijn opzij geschoven. Aan de muur hangt de bouwtekening van de Vink. Die van de Mentor hangt ernaast. 'Zo kunnen we vergelijken', zegt Theo. Al snel hebben de jongens in de gaten hoe het moet. Maar ook dat

©

40

LES 6 | Vleugels boven de Regte Hei

109


je niet met z'n vijven tegelijk kunt werken. Ze verdelen de klus. De vleugels apart, de romp ook. Zorgvuldig buigen ze de stukken pitriet3 . Die lijmen ze vast op de latjes. Tegen de avond staat er een vliegtuigje. Nou ja, alleen het binnenwerk. Onderaan zit een klein haakje. Dat is om het vliegtuigje aan een touw op te laten. 55 'Morgen kunnen we het papier om de romp plakken', zegt Tom. 'Eerst moet de rest drogen.' 'Ik denk het niet', zegt Guus. Hij leest de handleiding nog eens. 'Hier staat het. De lijm moet vierentwintig uur drogen. Morgenavond is het dus pas zover.' 60 'Oké', zegt Herman. 'Maandag na school gaan we verder.' Die nacht slapen Herman en Theo in een rommelige kamer. Maar tussen hen in staat hun eerste model. Op maandag zijn ze snel thuis. Het papier erop plakken doen de jongens samen. Niet op de zolderkamer, maar in de keuken. Vader 65 en moeder komen om de beurt kijken. 'Moet dat nou vliegen?' vraagt moeder bezorgd. 'Knap werk, kerels!' is de commentaar van vader. Aan het eind van de middag is het model geplakt. 'En nu?' vraagt Dré. 'Zijn we nu klaar?' 70 'Nog niet', zegt Guus. Hij leest de handleiding voor. 'Spuit met een verstuiver water over het papier. Dat zal zich dan spannen.' Theo spuit het papier nat. Dat is al snel droog. 75 'Beschilder het papier daarna met spanlak4 ', leest Guus verder. Tom neemt dat werk op zich. Gespannen kijkt de 80 rest toe. 'Het papier staat mooi strak!' zegt hij, als de lak droog is. 'Ons vliegtuig is af!' 85 'Klaar voor de eerste vlucht!' zegt Herman trots.

©

VA

N

IN

50

3 4

110

pitriet: rotan spanlak: lak die ervoor zorgt dat het materiaal krimpt als ze opdroogt

THEMA 3 | Techniek


1 Waar komen de jongens met hun club samen? 2 Denk je dat het vliegtuig zal vliegen? Waarom (niet)? 3 Ken jij mensen die modelbouw doen? Vertel erover.

VA

N

IN

Die zaterdag vertrekken ze naar de Regte Hei. Hun broodtrommels zitten achterop de fiets. Ook heeft ieder een fles water mee. Om de 90 beurt dragen ze de Vink. Na een uur rijden zijn ze er. 'Het is al flink warm', zegt Dré. Hij veegt het zweet van zijn voorhoofd. 'Is er nu ook al thermiek5?' Tom knikt. 'Kijk maar daarboven. Zie je die vogel?' Een grote vogel 95 zweeft in lange cirkels door de lucht. Hij beweegt zijn vleugels niet. 'Als hij het kan, kan onze Vink het ook!' Om de beurt laten ze het vliegtuigje op. Een van hen houdt het model vast. De ander wikkelt het touw af en rent weg. Soms komt de Vink heel hoog. De ring schiet dan los en het vliegtuigje zweeft 100 een eind. Vaker gaat het mis. Dan smakt de Vink al snel op de grond. 'Gelukkig dat het stevig in elkaar zit', zegt Herman. 'Dat komt door de spanlak', zegt Tom. 'Die zorgt dat hij tegen schokken kan.' 105 'Laten we gaan eten', stelt Dré voor. 'Ik heb wel trek nu.' 'Nog één keer', zegt zijn broer. 'Daarna houden we pauze.' Guus trekt de Vink op. Het vliegtuigje stijgt hoger en hoger. Als het touw bijna recht staat, schiet de ring los. 'Wow!' roept Guus. 'Zo hoog is hij nog niet gekomen!' 110 Ademloos turen de jongens naar de Vink. Het vliegtuigje glijdt naar beneden en stijgt dan opeens. 'We hebben thermiek!' roept Tom. 'We moeten hem wel in de gaten blijven houden! Anders zijn we hem kwijt!' thermiek: een bel warme lucht waardoor het vliegtuig heel hoog de lucht in geduwd wordt

©

5

Naar: Hans Petermeijer, Vleugels boven de Regte Hei

b Luister naar het vervolg en beantwoord de vragen. 1 Hoe weten de jongens dat er thermiek is? 2 Waarom zijn de jongens verbaasd dat de soldaten zwaaien? 3 Wanneer speelt het verhaal zich af? 4 Hoe weet je dat?

LES 6 | Vleugels boven de Regte Hei

111


keuzegedeelte Keuzeles 1

De wetenschapsquiz

IN

Je kunt de belangrijkste woorden in de opdracht markeren. Je kunt informatie op internet opzoeken.

Los deze quiz op. - Bekijk het voorbeeld. - Markeer de belangrijkste woorden in de vragen. - Typ telkens het gemarkeerde woord in de zoekmachine in. De zoekmachine zoekt alle websites die iets zeggen over dat ingetypte woord. Tik een ander woord in als je niets vindt. Wie vond de elektronenmicroscoop uit?

2

Wie vloog op 20-21 mei 1927 van New York naar Parijs?

3

Wie vond de stethoscoop uit?

4

Wanneer werd de eerste vlucht met een heteluchtballon uitgeprobeerd?

VA 5

Wie vond de computermuis uit?

6

Wat vond de Hongaar Lászlo József Bíró uit in de jaren 30 van vorige eeuw?

7

Wanneer vond Whitcomb Judson de ritssluiting uit?

8

Welke Amerikaan vond in 1871 de spijkerbroek of jeansbroek uit?

© 112

Ernst Ruska

N

1

THEMA 3 | Techniek


Welke nationaliteit had Alexander Graham Bell, de man die de telefoon uitvond?

10

Welk nieuw soort puzzel vond Arthur Wynne in 1913 uit?

11

Wanneer vond Bill Moggridge de eerste laptop uit?

12

Welk muziekinstrument vond de Belg Adolphe Sax uit?

13

Wanneer gingen de eerste mensen met een raket naar de maan?

14

Wanneer werd het internet uitgevonden?

15

Richard Knerr en Arthur Melin verkochten 100 miljoen stuks van hun uitvindingen. Welk speelgoed vonden ze uit?

16

Welke nieuwe uitvinding werd voor het eerst gebruikt op 3 december 1992?

17

Welk drankje vond John Pemberton uit?

18

Spencer Silver en Arthur Fry waren op zoek naar nieuwe lijmsoorten. Per ongeluk plakten ze papierafval vast aan hun tafel. Zo kwamen ze op het idee van ...

19

Robert Adler en Eugene Polley zorgden ervoor dat we konden zappen. Wat vonden ze uit?

20

Harry Coover vond iets uit dat heel veel doe-het-zelvers vaak gebruiken. Je moet contact met de huid vermijden als je zijn uitvinding gebruikt.

©

VA

N

IN

9

KEUZELES 1

113


Keuzeles 2

Techniekclub is de toekomst

Je kunt informatie uit een beeldfragment halen. O V VOOR U R

O V U R

1 Lees de vragen aandachtig. 2 Concentreer je tijdens het kijken. Lees eerst de vragen.

N

O V TIJDENS U R

IN

Wat is een techniekclub? Zat jij in een techniekclub op de lagere school? Vond je dat leuk of niet? Leg uit waarom (niet). Wat leerde je daar?

Bekijk het fragment. Vul de antwoorden aan.

In welke gemeente bezoeken ze de techniekclub? Ze bezoeken een club in

2

Wat gaan de kinderen in deze workshop leren?

VA

1

.

Ze zullen leren om

3

Wat gebeurt er als je een koperdraad met de hand vastneemt? Je voelt alle

4

.

Hoeveel deelnemers komen er in het totaal naar deze techniekclub? .

5

Wat vindt Juliette het tofste aan de club? Je kunt

.

6

Wat doen de begeleiders in de techniekclub?

©

In totaal komen er

Ze stimuleren de kinderen

7

.

Met welk instrument verwijder je de isolatie van de koperdraad?

Je doet dat

.

8

Hoeveel meisjes komen er naar de techniekclub?

9

Vindt Celeste dat een techniekclub alleen voor jongens is? Waarom?

114

.

van de deelnemers zijn meisjes. .

THEMA 3 | Techniek


O V NA U R Wat was je score?

/9

Ben je daarmee tevreden?

ja

nee

Wat deed je goed? Wat kon beter?

IN

- Werkt deze techniekclub op dezelfde manier als die van jou?

- Vind je dat je iets gemist hebt als je niet in een techniekclub zat? Waarom wel/niet?

Keuzeles 3

Een verzorgd handschrift

©

VA

N

Je kunt een goede schrijfhouding en pengreep aannemen. Je kunt alle kleine letters en hoofdletters goed leesbaar vormen. Je kunt correct en goed leesbaar overschrijven.

KEUZELES 2

115


Oefenen maar! 1

Duid hier jouw kleur aan:

De stam

Les 1 Nu de stam

a Vul de stam in de tabel in. Dat is de vorm die je invult bij 'ik ... nu.'. ik ... nu (stam)

Naam:

IN

ik zal ... (infinitief) 1 wandelen 2 staan 3 proberen 4 beweren 5 liggen 6 schrijven

N

7 kiezen 8 meten 9 zetten 10 haten

VA

11 willen 12 zeven

Klas:

13 spuiten 14 drijven

15 klimmen 17 gaan

©

Nummer:

16 lezen

18 meten

19 blijven

20 antwoorden

Datum:

116

THEMA 3 | Techniek


b Lees de tekst.

Noteer de gemarkeerde werkwoorden in de linkerkolom. Noteer ik ... nu (stam) in de rechterkolom. woord uit de tekst: ik zal ... (infinitief)

Datum:

Naar: Wablieft

IN

In de stad Gent is het op een zondagochtend nog heel stil, behalve in de universiteit. In een gebouw in de Sint-Pietersnieuwstraat lopen 100 kinderen rond. Een hele voormiddag volgen ze les. In Gent of Brugge organiseren ze bijna elke maand een 'kinderuniversiteit'. Kinderen tussen 5 en 12 jaar volgen les aan de universiteit. Elke keer staan er andere thema's in de kijker. Waarom organiseren ze de kinderuniversiteit? Hopen ze dat de deelnemers hier later komen studeren? Dat is niet echt het belangrijkste. We willen kinderen met wetenschap en techniek in contact brengen. We hopen dat ze zin krijgen in onderzoek. Er is een zekere schrik rond wetenschap en techniek. Die schrik willen we laten verdwijnen door kinderen zelf dingen te laten ontdekken. 'Hup, wees verwonderd!' Dat doen kinderen. Die kijken naar alles. Ze zijn nieuwsgierig en willen alles testen. Hier mag dat in de juiste omgeving en met goede begeleiding.

ik ... nu (stam)

3 4

VA

5

Nummer:

2

N

1

Klas:

6 7 8 9

10 11

©

12 13 14 15 16

Naam:

17

OEFENEN MAAR!

117


c Pannenkoeken bakken Vul de zinnen aan met een imperatief. Gebruik de stam. Kies uit:

maken - mengen - laten - roeren - voegen - zeven 1

het bakmeel in een ruime kom en

er de suiker,

vanillesuiker, zout en olie of boter bij.

in het midden een kuiltje voor

eieren en de helft van de melk. dit alles geleidelijk tot je een stevig beslag krijgt.

Naam:

er dan de rest van de melk onder. 20 minuutjes rusten.

het beslag vervolgens 15 à

IN

2

gieten - keren - smelten - verdelen (2 x) 3

een klontje boter in de bakpan en

dit goed over

een pollepel beslag in de pan en

het al

draaiend.

de pannenkoek even om als hij droog gebakken is.

N

de bodem.

4 Dien met suiker, boter, fruit of dessertsausen op. Naar: Imperial

VA

d Cake bakken Vul de zinnen aan met een imperatief. Gebruik de stam. Kies uit:

Klas:

blijven - doen - gieten - laten - mengen - nemen - proberen

1

eerst de suiker met de boter.

het zout en twee

eieren en daarna de helft van de bloem bij het mengsel. Voeg het laatste ei of de

Nummer:

laatste eieren en de resterende bloem toe.

lucht in het deeg te

©

krijgen.

2 Meng het deeg goed met een elektrische klopper en

lang genoeg

mengen.

Datum:

3

het deeg in een met boter ingevette springvorm waarvan de bodem

is bedekt met bakpapier. voorverwarmde oven. Laat afkoelen op een rooster.

118

Naar: www.tiensesuiker.com

THEMA 3 | Techniek

30 minuten bakken in een op 150 °C de cake na 5 minuten uit de vorm.


2

Teksten van A tot Z

Les 3 Teksten van A tot Z

VA

Datum:

©

jij bent nu van mij, jij maakt mij blij. het gaat over jou en mij, ik voel me nu zo vrij. dankzij jou schat, dat is toch wat.

Wat is het tekstdoel van een gedicht? ontroeren overtuigen ontspannen informeren

Nummer:

Wat is het tekstdoel van een vlog? ontroeren overtuigen ontspannen informeren

Klas:

N

10 RAARSTE WETTEN! Dylanhaegens 541K weergaven • 4 dagen geleden

IN

a Bekijk de teksten. Duid het tekstdoel aan.

door Samantha

Naam:

Naar: www.geschenkwensen.be

OEFENEN MAAR!

119


Het is groen en erg moe. Een krop slaap.

Wat is het tekstdoel van een mop? ontroeren overtuigen ontspannen informeren

b Kies het belangrijkste tekstdoel. Zet een kruisje in de juiste kolom. Deze tekst wil …

je over iets informeren

je van iets overtuigen

je ontspannen je ontroeren

Naam:

folder open dag van de school kruiswoordraadsel uitnodiging benefiet verjaardagskaart blog

IN

overlijdensbericht

N

c Lees de voorbeelden. Welke tekst gebruik je hiervoor? Vul het doel aan. Welke tekst?

Killiën wil een verhaal lezen waarin veel prentjes staan.

Klas:

VA

1

Marie wil weten hoeveel calorieën er in die snoepjes zitten.

3

Mijn broer wil de betekenis van ‘galvaniseren’ weten.

4

Jonas wil weten wat er vanavond op televisie is.

5

Ik wil een interview met een knappe volleyballer lezen.

6

Samen met papa wil ik de lekkere taart maken die Jeroen Meus op televisie bakte.

7

De buurjongen en jij willen naar de speelpleinwerking in het dorp.

8

Ik wil weten wat ik in dat restaurant kan eten.

Datum:

©

Nummer:

2

120

THEMA 3 | Techniek

Doel?


IN N

VA

THEMA 4 Bangelijk LES 1

Mijn angsten - schrijven, hardop lezen

LES 2

Om van te griezelen … - onderwerp, persoonsvorm

LES 3

Een akelig avontuur - genietend lezen

LES 4

Gebibber op je stoel - spelling: klinkers en medeklinkers

LES 5

Een onvergetelijke Halloween - lezen: informatieve teksten, woordverklaring,

LES 6

Spel- en woordweb - spelling en woordverklaring

©

O V U R

O V U R

stam van het werkwoord

KEUZELES 1

Griezelige gedichten - genietend lezen

KEUZELES 2

Griezelige verhalen voor het slapengaan - genietend lezen

KEUZELES 3 Klinkerdomino - spelling: klinkers OEFENEN MAAR! ZELFTOETS 121


Les 1

Mijn angsten

©

VA

N

IN

Je kunt een tekst vlot voor de klas voorlezen. Je kunt goede zinnen bouwen en je schrijft hoofdletters aan het begin van de zin.

122

THEMA 4 | Bangelijk


O V VOOR U R Ben jij snel bang? Schrik je meteen wanneer het onweert of als je rare geluiden in huis hoort? Kijk je elke avond voorzichtig onder je bed voor je gaat slapen? Wat kan jou echt bang maken? Of ken je helemaal geen angst? Wat is jouw bibbermoment? Schrijf hierover een korte tekst, die je daarna voorleest.

O V b Wat is jouw bibbermoment? Beantwoord deze vragen. U R 1 Waarvoor ben jij bang? Ik ben bang voor 2 Waarom ben je er bang voor?

IN

a Bekijk de afbeeldingen. Wat zie je allemaal? Welke afbeeldingen maken jou bang? Waarom?

N

Ik ben er bang voor, want 3 Hoe reageer jij als je bang bent? Als ik bang ben dan

VA

4 Wat helpt jou om je angst(en) onder controle te krijgen? Ik probeer

O V TIJDENS U R

©

c Schrijf je antwoorden volledig over, op een apart blad. Houd rekening met deze tips. 1 Schrijf een hoofdletter aan het begin van een nieuwe zin. 2 Zorg ervoor dat elke zin eindigt met een eindleesteken. Dit is meestal een punt. 3 Bouw goede zinnen. rekening 4 Schrijf netjes.

houden met: denken aan

LES 1 | Mijn angsten

123


O V NA U R d Controleer of jij rekening hield met de tips.

ja

meestal

nee

1 Staat er een hoofdletter aan het begin van elke zin?

3 Maakte je goede zinnen? 4 Schreef je netjes?

IN

2 Eindigt elke zin met een leesteken?

e Lees jouw bibbermoment aan je klasgenoten voor.

N

1 Lees vlot, zonder haperingen. 2 Verzorg je uitspraak. 3 Spreek luid en duidelijk.

VA

f Hoe verliep het voorlezen van jouw ‘angsten’ aan je klasgenoten? Je leraar beoordeelt je. Beoordeel ook jezelf door de juiste smiley aan te duiden.

uitspraak:

©

de manier waarop je spreekt

Ik las vlot, zonder haperingen.

Ik verzorgde mijn uitspraak. Ik sprak luid en duidelijk.

124

THEMA 4 | Bangelijk

aanduiden:

kenbaar maken met een bepaald symbool zoals onderstrepen, markeren, omcirkelen …

super

goed

niet goed


Les 2

Om van te griezelen … Je kunt het onderwerp in een zin herkennen. Je kunt de persoonsvorm in een zin markeren. Je kunt een zin met een passend onderwerp aanvullen.

a Lees de krantenkoppen. Plaats de nummers van de krantenkoppen bij de juiste foto. 2

1

IN

e neus g n la t e m is lv e Griez n aquarium ontsnapt uit zij

Griezelige tweeling draagt altijd dezelfde kledij

4

Furby pest het hele gezin!

Jonge pingu

ïn bedreigt

mensen.

N

3

Krantenkop

VA

Krantenkop

Krantenkop

©

Krantenkop

1

b Markeer de persoonsvorm met groen. Stel de ja-neevraag. Het eerste woord in de ja-neevraag is de persoonsvorm. c Onderstreep in elke krantenkop over wie iets gezegd wordt. Deze hulpvraag maakt het je gemakkelijker: Wie doet er iets in de zin?

LES 2 | Om van te griezelen …

125


d Markeer de persoonsvorm in elke zin van het artikel met groen. Onderstreep daarna in elke zin waarover iets gezegd wordt. Stel deze hulpvraag: Wat doet er iets in de zin?

Wandelende sleutelhanger: de meeste piercings ter wereld in het lichaam

2 In haar lichaam zitten 7000 stukjes metaal!

IN

3 Dit record bestaat al sinds het jaar 2000. 4 De piercings wegen meer dan drie kilogram. 5 Tatoeages staan ook op haar lichaam. Naar: www.allerecords.nl

N

Het onderwerp vertelt over wie of waarover er iets gezegd wordt. Het onderwerp staat altijd net voor of net na de persoonsvorm in de zin. Deze twee vragen helpen je om het onderwerp te vinden: 1 Wie doet er iets in de zin? 2 Wat doet er iets in de zin?

VA

e Markeer de persoonsvorm met groen. Onderstreep het onderwerp in elke zin.

1 Vlucht 447 verdween enkele jaren geleden spoorloos. 2 Het toestel vloog op dat moment boven open zee.

3 Onderzoekers vonden geen enkel brokstuk van het vliegtuig. 4 Ze zagen de staart van het vliegtuig

©

uiteindelijk op het water drijven.

5 Wetenschappers vonden het wrak pas twee jaar later terug.

6 Het toestel lag op de bodem van de oceaan. 7 Niemand overleefde de crash.

Naar: www.hln.be

126

© nevenm / Shutterstock.com

1 720 piercings zitten in haar gezicht.

THEMA 4 | Bangelijk


f Markeer de persoonsvorm met groen . behoren tot: Onderstreep het onderwerp in elke zin. deel uitmaken van Let op: het onderwerp kan zowel voor als na de persoonsvorm staan. 1 De goliathvogelspin behoort tot de grootste spinnen ter wereld. 2 Deze spin weegt tussen de 160 en 180 gram. 3 Haar lichaam meet ongeveer 12 centimeter. 4 Op haar poten staan lange haren. 5 In Zuid-Amerika leven deze diertjes.

IN

6 Het gif schaadt ons niet.

7 Haar beet voelt zoals een bijensteek. Naar: www.allerecords.nl

g Markeer de persoonsvorm met groen. Onderstreep het onderwerp in elke zin. Is het onderwerp alleen (enkelvoud) of met meer (meervoud)? Zet een kruisje in de juiste kolom.

N

onderwerp staat in het … enkelvoud (alleen)

meervoud (met meer)

1 Mijn vrienden gaan mee naar Londen.

VA

2 Het monster leeft in ondiep water.

3 Ondertussen verblijven mijn ouders in Zwitserland. 4 Morgen praten de onderzoekers met mij.

5 Jij vertelt mijn gruwelijke geheim aan niemand, hè!

h Lees deze drie zinnen.

©

Een rat kan in het toilet kruipen. Meestal leidt een overstroming tot dit enge verhaal. Je laat best de toiletbril naar beneden. - Markeer de persoonsvorm met groen. - Onderstreep het onderwerp. Over wie of waarover wordt er in elke zin iets gezegd? - Zet het onderwerp van deze zinnen in het meervoud. Doe zoals in het voorbeeld: Ratten kunnen in het toilet kruipen.

LES 2 | Om van te griezelen …

127


- Markeer opnieuw de persoonsvorm met groen. - Het onderwerp onderstreep je. - Wat merk je? Wanneer je in een zin het onderwerp in het meervoud plaatst, verandert de persoonsvorm mee. Die schrijf je ook in het meervoud. Wanneer je het onderwerp in het enkelvoud plaatst, schrijf je de persoonsvorm ook in het enkelvoud.

IN

i Je krijgt verschillende onderwerpen. Plaats ze in de juiste zin.

ze – een briefje – het beestje – de badkamerdeur – Een jonge vrouw Haar lievelingshond - bloedvlekken Hondenbrokken 1

woont alleen met haar hond.

2 Dag en nacht bewaakt

het huis.

3 Wanneer de vrouw gaat slapen, hoort

N

4 Kraakt

5 De volgende ochtend liggen er 6

een beetje? op haar donsdeken.

ligt in stukken gehakt naast haar.

©

VA

7 Op het dekbed ligt

128

wat gestommel.

THEMA 4 | Bangelijk

van de hondenmoordenaar.


Les 3

Een akelig avontuur Je kunt van een fragment uit een jeugdboek genieten.

a Lees de tekst.

IN

Ivo is op kamp in de Ardennen. ’s Avonds is er een dropping1.

In een rustig tempo lopen Rafik, Mette en Ivo de helling op. Telkens blijven ze even staan om Rafik op adem te laten komen. Zijn zware rugzak maakt het Rafik ook niet gemakkelijker. 5 ‘Mooi hè, zo ’s nachts in het bos’, probeert Ivo Rafik op zijn gemak te stellen. ‘Je hoort veel meer geluiden dan overdag. Dat komt doordat je bijna niks ziet.’ ‘Wat was dat voor schreeuw?’ Mettes stem klinkt geschrokken. 10 ‘Een uil, niks om bang voor te zijn. Wat zijn jullie meisjes toch snel angstig.’ ‘En dat ritselen2 dan?’ fluistert Mette. ‘Gewoon een nachtdiertje’, antwoordt Ivo luchtig. ‘Het kan een muisje zijn of een eekhoorntje. Of misschien wel een hert. Wat zijn 15 jullie meisjes toch snel bang! ‘Ik vind het eng, al dat geritsel en gekraak in het donker. Van mij mogen we verder lopen.’ ‘Gaat het weer, Rafik?’ Rafik ademt moeilijk, maar begint toch weer te lopen. ‘Vorige week was ik op kamp met de verkenners in Friesland’, 20 begint Ivo te vertellen. ‘Daar hebben we een dropping gedaan. Maar dan met volle maan. Uren hebben we lopen dwalen3. Tot we bij een breed kanaal kwamen en er geen brug te bekennen was. Een jongen zei: “Ik ga niet terug.”

©

VA

N

1

dropping: mensen op een onbekende plaats afzetten, waarna ze de weg moeten terugvinden ritselen: het geluid dat je hoort als bladeren bewegen doordat iemand erop stapt 3 dwalen: niet meer weten waar je bent 1 2

LES 3 | Een akelig avontuur

129


Hij sprong in het water en zwom naar de overkant. Een paar andere jongens gingen achter hem aan. Opeens zag ik in het weiland achter hen een groot beest bewegen. “Pas op, een stier!” schreeuwde ik. Ze keken alle drie om en bleven stokstijf staan. En dat beest kwam dichter- en dichterbij.’ 30 ‘En toen?’ vraagt Rafik. Gelukt! denkt Ivo. Verhalen vertellen werkt, Rafik lijkt minder benauwd. ‘De jongens doken tegelijk het water in. Ze zijn het kanaal weer over gezwommen. Toen moesten ze alsnog een heel eind omlopen.’ 35 ‘Lekker koud in je natte kleren!’ zegt Mette. Ze lacht vrolijk en Rafik en Ivo lachen mee. Zonder Mario en Danny in de buurt is het best leuk, denkt Ivo. ‘Heb jij het eigenlijk niet koud, met zo’n kapot T-shirt aan?’ vraagt Mette aan Ivo. 40 ‘Nee hoor, en het is gelukkig opgehouden met regenen. Maar stil eens!’ Ivo houdt de anderen aan hun arm tegen. ‘Wat is er?’ Mette speurt4 gespannen met haar zaklamp in het donker. 45 ‘Nee, toch niet’, zegt Ivo. ‘Wil je dat nooit meer doen, Ivo? Ik krijg de zenuwen van je!’ Ivo grinnikt en wil verder lopen, maar weer blijft hij staan om te luisteren. ‘Wat hoor je dan?’ fluistert Mette. 50 ‘Ssst!’ ‘Maaariskaaa, Jahan.’ ‘Dat moeten Mario en Danny zijn’, zegt Mette. ‘Zouden ze verdwaald zijn?’

VA

N

IN

25

speuren: zoeken

©

4

Naar: Els Rooijers, Een akelig avontuur

b Beantwoord de vragen. 1 Wat betekent 'akelig'? 2 Waarover gaat het in dit fragment (het thema)? Geef dit in één woord. 3 Wie zijn de drie belangrijkste personages in dit fragment? Noteer hun namen.

130

THEMA 4 | Bangelijk

personage:

persoon die een rol speelt in een verhaal of film


VA

N

IN

4 Zet de naam van de personages uit oefening a onder de juiste tekening.

5 Waar speelt het verhaal zich af?

6 Wie is volgens jou de leider? Hoe weet je dat? 7 Waarom begint Ivo over het kamp van afgelopen week te vertellen? 8 Welke personages komen nog in het verhaal voor?

©

9 Wat is er met hen aan de hand, denk je?

10 Ging jij ooit al op dropping? Wat vond je ervan?

afgelopen: vorige

c Beluister het vervolg van het verhaal. Beantwoord dan de vragen. 1 Hoe weet je dat Mario en Danny niet echt geliefd zijn bij de groep? 2 Waar bevinden Mario en Danny zich? 3 Wie blijft tijdens de zoektocht het rustigst? Mette, Rafik of Ivo? Hoe weet je dat? 4 Wat zal er met Ivo gebeuren? 5 Welke akelige gebeurtenis maakte jij al met jouw vrienden mee? Vertel erover.

LES 3 | Een akelig avontuur

131


Les 4

Gebibber op je stoel Je kunt het verschil tussen een lange en korte klank horen. Je kunt de spellingregels over verenkelen en verdubbelen toepassen.

a Bekijk de woorden bij opdracht b. Hoe noem je de letters die vetgedrukt en onderstreept zijn?

IN

Hoe noem je de andere letters?

b Luister goed naar de woorden. Zijn de klanken kort of lang? Markeer het juiste antwoord. kort

lang

paard

kort

lang

bomen

kort

lang

vette

kort

reeks

kort

lang

putten

kort

lang

grote

kort

lang

N

kat

lang

muren

kort

lang

VA

Je vormt woorden met klinkers (a, e, i, o, u, y) en medeklinkers. Met klinkers kun je korte en lange klanken vormen. Het verschil tussen een korte of lange klank kun je horen.

©

c Bekijk de tien tekeningen. Noteer het woord onder elke tekening.

Het is drie

132

THEMA 4 | Bangelijk


d Lees de woorden. Bestaan ze uit één of meerdere klankgroepen?

ketting

2

vuur

3

knap

4

stappen

5

drogen

6

potje

VA

e Bekijk de woorden.

N

1

meer dan één klankgroep

IN

één klankgroep

baan – knappe – duren – stop – room – putten – wegen – droge – melk – botten – brede – bes – spook – glas – stuur – boten – kus – beest – drukke – katten

- Markeer de woorden die uit één klankgroep bestaan met geel. - De overgebleven woorden plaats je op de juiste plaats in de tabel. korte klank

©

slappe

lange klank

ramen

LES 4 | Gebibber op je stoel

133


- Hoeveel medeklinkers hoor je achter de korte klank? Wat valt op bij woorden met een korte klank? - Hoeveel medeklinkers hoor je achter de lange klank? Wat valt op bij woorden met een lange klank?

¢

Ik hoor een lange klank en 1 medeklinker erna.

¢

¢

Zatte vette kippen stoppen bussen.

IN

¢

Ik schrijf de medeklinker dubbel.

Apen Ik schrijf zweven de klinker over enkel. muren.

N

Ik luister naar het einde van de klankgroep:

Ik hoor een korte klank en 1 medeklinker erna.

VA

f Noteer de woorden die je hoort. 1 Er bestaan heel wat

films voor mensen die

niet van bloed houden.

2 In de film American Psycho maak je

met Patrick

die wildvreemde mensen vermoordt.

3 The Addams Family is een

en

familie.

©

4 In The Ritual besluiten een aantal vrienden te wandelen in de Zweedse

. Overleven ze hun tocht?

5 In Escape Room moeten zes personen

puzzels

om uit het levensgevaarlijke spel te geraken.

134

THEMA 4 | Bangelijk


g Noteer de woorden die je hoort. 1

Geloof jij in

?

2

In het bos hoor je ’s nachts veel

geluiden.

3

Hoelang zal de Halloweenparty

?

4

In Amerika en Canada leven nog heel wat wilde

5

Welke kostuums zijn met Halloween in de

6

Het zijn drukke

7

De

8

Ik geloof niks van die griezelige

9

Weet jij hoe je een pompoenlantaarn moet

.

?

voor de winkels.

10 Dat meisje met het

!

IN

boze wolf at het meisje met huid en haar op. ?

gezicht jaagt me de stuipen op het lijf.

VA

N

h Bekijk de afbeeldingen. Noteer het passende woord eronder. Je krijgt de eerste letter.

Een giraf heeft lange

©

Wauw, drie

Dat is een

. jongen, zeg!

Ik zie twee vuurspuwende

Dit zijn geen natte ! maar

.

Sara gaat graag in haar eentje

.

handdoeken.

LES 4 | Gebibber op je stoel

135


i Enkele of dubbele klinker? Schrijf het volledige woord nog eens over. a of aa? 1 m

gen

4 r

re

2 v

rt

5 h

kken

3 w

rme

6 h

nden

1 p

litie

4 b

ze

2 b

gen

5 br

d

3 k

rden

6 dr

gen

IN

o of oo?

j Enkele of dubbele medeklinker? Schrijf het volledige woord over.

1 a

oord

2 rui

en

3 ongelu

en

m of mm? el

VA

1 krui

er

5 keu

ens

6 su

el

4 dui

en

2 tro

el

5 boterha

3 ka

en

6 e

© 136

4 le

N

k of kk?

THEMA 4 | Bangelijk

en

ers


Les 5

Een onvergetelijke Halloween Je kunt de stam van een werkwoord geven. Je kunt informatie uit een tekst halen.

5.1 7

Vijf tips om Halloween te vieren

a Bekijk de tekst zonder hem te lezen. - Waarover gaat de tekst? - Uit hoeveel delen bestaat de tekst? - Hoe weet je dat?

IN

- Lees de titel, bekijk de afbeeldingen en lees de tussentitels.

N

- Waarom lees je de tekst? De tekst wil … O je over iets informeren. O je van iets overtuigen. O je ontspannen. O je ontroeren. b Lees de tekst heel aandachtig.

VA

Vijf tips om Halloween te vieren

©

Tip 1 Versier je huis Halloween is een feestdag die op 31 oktober gevierd wordt. Vooral in Ierland, het Verenigd Koninkrijk, de VS en Canada is Halloween een belangrijke dag. In België worden veel huizen met pompoenen en lichtjes versierd. Er hangen spinnenwebben en grote spinnen aan de ramen. Ook Belgen besteden dus steeds meer aandacht aan dit feest op de avond voor Allerheiligen.

LES 5 | Een onvergetelijke Halloween

137


IN

Tip 2 Schrijf een griezelverhaal Heb je zin om je vrienden de stuipen op het lijf te jagen? Schrijf dan een griezelverhaal! Bedenk een verhaal over vampiers die mensen aanvallen. Of over de diepvriezer die jou op een nacht wil opeten. Of over de tv die achter je aan zit. Alles is mogelijk! Is je verhaal af? Nodig je vrienden dan uit en maak het donker in huis. Wie schrikt het ergst?

N

Tip 3 Bekijk een griezelfilm Kun je geen verhaal verzinnen? Kijk dan naar een griezelfilm. Een leuke, angstaanjagende film is The Omen 666. Baby Damien is geen gewone baby. Er is iets vreemds aan de hand met de geadopteerde zoon van de man en de vrouw ... Je kunt ook kijken naar Jennifer's Body. Jennifer is een vrolijk meisje uit Amerika. Op een dag merkt haar vriendin iets griezeligs: Jennifer verandert in een monster dat jongens opeet.

VA

Tip 4 Ga op zoek naar griezeldieren In de Zoo van Antwerpen kun je reptielen bewonderen. Je vindt er bij de varanen, gekko’s, leguanen en slangen genoeg griezelige figuren. Zoek maar eens een foto van de Neushoornadder, de Blauwe stekelleguaan, de Muurgekko, de Pijnappelskink of het Gilamonster.

©

Tip 5 Verkleed je als zombie of spook Verkleed je als zombie en ga op pad. Maak je gezicht volledig wit. Breng zwarte make-up aan onder je ogen. Doe rode lippenstift aan. Doe wat ketchup op je bloes of hemd. Dat lijkt net op echt bloed. Je kunt je ook als spook verkleden. Hiervoor heb je een groot, wit laken nodig. Knip drie gaten in het midden: twee voor je ogen en één voor je mond.

Naar: Wablieft

138

THEMA 4 | Bangelijk


c Kijk goed naar de afbeeldingen. Wat is de juiste betekenis van de vetgedrukte woorden in de zinnen? Duid telkens het passende antwoord aan. We willen onze vrienden de stuipen op het lijf jagen.

O er totaal niet

O heel erg doen

Het zijn griezelige figuren.

IN

Ook de Belgen besteden aandacht aan Halloween.

N

O vormen O afbeeldingen O gedaantes

schrikken O je spieren die samentrekken door hoge koorts O spierpijn hebben

VA

geïnteresseerd in zijn O er aandacht voor hebben en er geld aan uitgeven O er goed tegen kunnen

In de Zoo van Antwerpen kun je heel wat reptielen zien.

Je kunt er reptielen bewonderen.

O erg geliefde O beschermende O een kind dat niet van

O koudbloedige

O iets met eerbied,

©

Er gebeurt iets raars met de geadopteerde zoon.

jou is als jouw kind aannemen

gewervelde dieren met vinnen, zoals slangen of krokodillen O koudbloedige, kruipende dieren O koudbloedige dieren die niet in het water kunnen leven

verwondering bekijken O iets gruwelijks bekijken O iets niet graag zien

LES 5 | Een onvergetelijke Halloween

139


d Waar vind je het antwoord op deze vragen in de tekst terug? Zet een kruisje in de passende kolom. tip 1

tip 2

tip 3

tip 4

tip 5

1 Hoe heet het hoofdpersonage in de film The Omen 666? 2 In welke landen is Halloween een feestdag? 3 Waar kun je reptielen bekijken?

IN

4 Hoe verkleed je je als zombie? 5 Hoe kun je jouw vrienden de stuipen op het lijf jagen? 6 Waarmee kun je bloed op jouw hemd of bloes nabootsen?

7 Welke feestdag valt er op de dag na Halloween?

Hoe ziet jouw ideale Halloweenavond eruit?

N

5.2 O V VOOR U R

VA

Wat is voor jou een ideale Halloweenavond? Beschrijf dat in 6 zinnetjes.

©

O V Noteer hieronder enkele ideeën. U R

140

THEMA 4 | Bangelijk


O V TIJDENS U R Verwerk jouw ideeën in zinnen.

2

1 Elke zin begint met een hoofdletter. 2 Elke zin eindigt met een leesteken. 3 In elke zin staat een onderwerp en een persoonsvorm. 4 Je let op voor woorden waarbij de klinker/medeklinker enkel of dubbel geschreven moet worden.

5

IN

1

N

O V NA U R

VA

- Markeer de persoonsvorm in elke zin met groen. - Onderstreep het onderwerp in elke zin. Over wie of waarover gaat het in elke zin? - Controleer ook dit: ja

meestal

nee

1 Staat er een hoofdletter aan het begin van elke zin? 2 Eindigt elke zin met een leesteken?

3 Staat er in elke zin een onderwerp en een persoonsvorm?

©

4 Noteerde je klinkers/medeklinkers enkel of dubbel, waar nodig?

- Niet elke zin mag met het onderwerp beginnen. Pas dat aan waar nodig. - Typ jouw definitieve versie uit. - Zoek er ook een passende afbeelding bij.

LES 5 | Een onvergetelijke Halloween

141


Les 6 6.1

Spel- en woordweb

Spelweb Je kunt de woorden uit dit spelweb correct schrijven.

a Lees de woorden hardop.

1

formule

2

elektriciteit

3

contact

4

bereiden

5

mixer

6

wrijving

IN

b Schrijf de woorden juist over.

7

controle

8

drijven

9

record

10 wrak

11 belangrijk

12 voorzichtig

N

c Duid de moeilijkheden in het woord aan. d Spel de twaalf woorden hardop.

e De woorddelen staan door elkaar. Maak de woorden heel en noteer ze op de invullijn.

VA

1 le – for – mu

2 rei – be – den

3 tro – le – con

4 lang – be – rijk

5 zich – voor – tig

6 ci – lek – e – teit – tri

f Vul de zinnen aan. Kies uit de woorden uit oefening b.

©

1 In de Dode Zee zit zoveel zout, dat je op het water kunt blijven 2 Het

van de Titanic werd pas 70 jaar nadat het zonk, ontdekt.

3 Wij zullen

met u opnemen zodra uw microgolfoven hersteld is.

4 De vrouw brak een

nadat ze vijftig tatoeages liet zetten.

5 Voer een grondige

van je toets uit, voor je hem afgeeft.

6 Mama mixt de soep met de

142

.

.

THEMA 4 | Bangelijk


6.2

Woordweb Je begrijpt de woorden uit dit woordweb.

Reeks 1 a Lees de eerste reeks woorden. Lees ook de voorbeeldzinnen. Schuif de eerste parel over de spijker. Doe dit vervolgens ook met de tweede parel.

instructie

De leraar geeft ons bij elke oefening instructies, zodat we weten wat we moeten doen.

aanvinken

Je moet het juiste antwoord aanvinken.

bedoeling

De bedoeling van reclame is dat mensen het product kopen.

herkennen

Ik herken die gsm niet. Het is waarschijnlijk de mijne niet!

beschrijving

Bij mijn nieuwe kast zit een beschrijving. Zo weet ik hoe ik de kast in elkaar moet steken.

N

IN

vervolgens

b Plaats telkens een woord uit reeks 1 bij de juiste betekenis van dat woord.

VA

1 iets zien wat je bekend is 2 hoe iets eruit ziet

3 wat je moet doen, aanwijzing

4 met een V-vormig teken aanduiden 5 daarna, later

©

6 plan, doel

Vorm met de gemarkeerde letters de titel van dit thema:

LES 6 | Spel- en woordweb

143


Reeks 2 c Lees de tweede reeks woorden. Lees ook de voorbeeldzinnen. Je moet dat moeilijke woord met je stift aanduiden.

afgelopen

Afgelopen weekend ben ik naar de zee gegaan. Het was prachtig weer!

behoren tot

Sommige vogelspinnen behoren tot de gevaarlijkste spinnen ter wereld.

rekening houden met

Je moet rekening houden met slecht weer wanneer je naar Ierland reist.

personage

De zusjes Kriegel zijn drie personages uit een boek van Marc de Bel.

uitspraak

Verzorg je uitspraak wanneer je spreekt tijdens de les Nederlands!

IN

aanduiden

N

d Welke betekenis past bij het onderstreepte woord? Duid het juiste antwoord aan. 1 Afgelopen week hebben we een sportdag gehad. Het was heel leuk!

VA

O Volgende O Voorbije O 14 dagen geleden

2 Wanneer je spreekt of leest, moet je rekening houden met een aantal tips.

O aanduiden O in de juiste volgorde plaatsen O denken aan

3 Met welk personage uit het boek zou jij het best overeenkomen?

©

O figuur, persoon in een verhaal O iemand die anderen afluistert

4 Duid de belangrijkste woorden met een markeerstift aan.

O Draai … om. O Omcirkel, onderstreep of markeer O Wis

5 Krokodillen behoren tot de gevaarlijkste dieren. Wist je dat?

O ondervragen O deel uitmaken van 144

THEMA 4 | Bangelijk


6 Verzorg je uitspraak tijdens het spreken.

O oordeel O manier van spreken O wat je tegen iemand anders zegt e Vul het juiste woord in. Kies uit:

uitspraak – aanduiden – afgelopen – aanvinken – bedoeling – beschrijving – vervolgens – behoren tot – herkennen – instructie – personage – rekening houden met Ik maakte eerst mijn huistaak wiskunde. wat tv. 2

Ik begrijp de

van deze oefening niet. Kun je het mij

nog eens uitleggen? 3

In mijn agenda kan ik telkens

welke opdrachten ik al

voor de volgende les maakte. D e

week had ik drie basketbaltrainingen en een

wedstrijd.

N

4

keek ik nog

5

Walvissen

6

Toen mama van de kapper terugkwam, was ze bijna niet

de grootste dieren ter wereld.

7

. Haar haar was totaal anders!

VA

meer te

IN

1

Hermelien vind ik het leukste

in de Harry

Potterfilms.

8

Je moet

heel wat stappen om een papieren vogeltje

te kunnen maken.

9

Ik volgde de

en zo kon ik, samen met mijn zus, het

©

kastje in elkaar knutselen.

10 De directeur vroeg me om een

van het meisje dat

mijn boekentas kapotgemaakt had.

11 De leraar zei me dat mijn

niet altijd verzorgd is.

12 Van de leraar moesten we dat moeilijke woord met een

Ik moet er extra op oefenen. markeerstift

.

LES 6 | Spel- en woordweb

145


keuzegedeelte Keuzeles 1

Griezelige gedichten

a Lees de gedichten. Eendjes voeren

‘Kleine Draak!’ roept mama Draak. ‘Ga je mee de eendjes voeren?’ ‘Welke eendjes, mama Draak?

Welke eendjes gaan we voeren?’

IN

Je kunt van gedichten genieten. Je kunt een passende tekening / collage / … bij een gedicht maken.

Heksensneks

‘Aan tafel!’ roept de toverheks.

en die witte wiebelstaartjes.

‘Wat gaan we eten, mama heks?’

‘Maar aan wie dan, mama Draak?’

een zoete zwammenwafel

N

‘Nou, die leuke, witte eendjes

met die mooie, rooie teentjes

‘Kom kinderen, aan tafel.’

Zijn het niet net slagroomtaartjes?’

‘We eten hete heksensneks:

VA

‘Nou gewoon, aan papa Draak.’ Kwáááák!!!

©

Bette Westera

Uit: Bette Westera, Appeltje, eitjes, Uitgeverij Zwijzen België nv 2008

146

THEMA 4 | Bangelijk

wat drakendrab, wat druivendrek, drie dunne plakjes paddenspek, vier verse sliertjes slakkenslijm …’ ‘Hoe maak je dat?’ ‘Dat is geheim.’ Bette Westera


IN

Ik ben niet bang van monsters! Ik ben voor niets en niemand bang, ook niet voor gezichten op ’t behang. ‘t Is elke avond dikke pret, met het skelet onder mijn bed. Ook heb ik helemaal geen last, van al die monsters in mijn kast.

De lelijke heks In een donker huis met één klein raam ging Trien de heks voor de spiegel staan. Zij had zichzelf nog nooit gezien en dacht: 'k Ben vast wel mooi, misschien nog mooier dan een zeemeermin met krullerig haar met goud erin, zachte wangen, teer en rond en witte tanden in mijn mond.

VA

N

En springt er 's nachts om twaalf uur, alweer een mummie uit de muur, dan zeg ik: Jammer beste vent, dat jij zo ingewikkeld bent.

Ze bekeek de vrouw in het spiegelglas en kon niet geloven dat zij het was. Zo'n mormel met een haviksneus. Was zij dat echt, was zij dat heus? Eén grote tand in een brede mond en vierkante wangen, in plaats van rond. ‘Bah, wat een griezel!’ riep zij luid, ‘Weg met die spiegel, het venster uit!’

Uit: www.1001gedichten.nl

Uit: www.1001gedichten.nl

b Welk gedicht spreekt je het meeste aan?

vind ik

het leukste gedicht, want

.

©

c Welk gedicht spreekt jouw klasgenoten het meest aan? Noteer van één klasgenoot de reden waarom hij/zij dit het leukste gedicht vindt.

d Maak een passend(e) tekening / collage / kunstwerk bij je favoriete gedicht. Je mag hiervoor je kleurpotloden, stiften of zelfs verf gebruiken. Gebruik ook verschillende andere materialen zoals wol, hout, plastic … e Toon je werkje aan je klasgenoten. f Welke werkjes van klasgenoten vind je mooi? Waarom?

KEUZELES 1

147


Keuzeles 2

Griezelige verhalen voor het slapengaan

Je kunt van korte fragmenten uit jeugdboeken genieten. Je kunt de korte inhoud van een boek aan de cover linken. Je kunt achterhalen waar en wanneer het verhaal zich afspeelt. Je kunt het belangrijkste personage uit een korte inhoud halen.

©

VA

N

IN

a Bekijk de covers van de vijf griezelverhalen.

148

THEMA 4 | Bangelijk


b Lees de korte inhoud van elk boek. - Plaats het nummer van elk fragment bij de juiste cover. - Beantwoord onder elke korte inhoud ook deze vragen: 1 Over wie gaat het in het fragment? 2 Waar speelt het verhaal zich af? 3 Wanneer speelt het verhaal zich af? Korte inhoud 1

Waar? Wanneer? Korte inhoud 2

N

Wie?

IN

Lana verhuist van de stad naar het platteland. Leuk? Niet echt, want ze zal Jorien, haar beste vriendin, moeten missen. Bovendien is het nieuwe huis vervallen en hangt er een griezelig sfeertje. Mama leest letter per letter: ‘H E L P O N S.’ Ze kijkt naar mij, maar op dat moment knalt de lamp stuk en waait de deur met een klap dicht. Er klinkt een gil. Mama stommelt in het donker naar de deur en doet ze weer open. Ik blijf naar de schreeuw op de muur kijken.

VA

Marco is een angstige slaapwandelaar met hoogtevrees. Maar op een dag lijkt Marco veranderd. Als een stuntman springt hij opeens van de hoogste duikplanken en maakt zo indruk op zijn beste vriendin Mona. Komt het door het drankje dat hij van zijn huisdokter, Dr. Rippen, moet innemen tijdens het slaapwandelen? Marco komt te weten dat zijn brave huisdokter ’s nachts als de monsterlijke Mr. Hank de straten onveilig maakt. Maar Marco wordt ook monsterlijker door het drankje. Wordt hij een slaapslachter in plaats van een slaapwandelaar?

Wie?

Waar?

Wanneer?

Korte inhoud 3

©

Roel gaat schaatsen op de Grote Leemput. Hij is de enige, want het ijs is nog niet sterk genoeg. Als het donker wordt, merkt hij dat hij verdwaald is. Het wordt steeds kouder. En er zijn veel wakken (= gaten) in het ijs. Hoe vindt hij de weg terug?

Wie?

Waar?

Wanneer?

KEUZELES 2

149


Korte inhoud 4

Lien heeft nachtmerries over een angstaanjagend skelet in een zwarte kapmantel. In de kerstvakantie gaat ze met haar tweelingzus Tessa bij tante Nicole logeren. In Liens slaapkamer hangt een schilderij met de figuur uit Liens nachtmerries erop. Klasgenoot Tobias stelt voor raad te vragen aan zijn tante, die de tarotkaarten legt. Zij waarschuwt Lien voor een dreigend gevaar. Al gauw stapelen de mysterieuze gebeurtenissen zich op: waarom krijgen de meisjes de zoon des huizes niet te zien? Wie is de man in de zwarte Golf? En wat is de rol van de wereldvreemde schilder Grimoire?

Wie?

IN

Waar? Wanneer? Korte inhoud 5

N

Stijn is gek op griezelen. Als in de bioscoop de bloedstollende film over graaf Dracula draait, gaat Stijn ernaartoe. Daar ontmoet hij Roderik. Die vraagt hem meteen te logeren in het kasteel waar de spannende Draculafilm is opgenomen. Het blijkt een heel gewoon kasteel te zijn. Al blijft het voor Stijn griezelig dat hij in de toren logeert waarin hij graaf Dracula heeft zien rondsluipen. Dat in het kasteel niet alles pluis is, heeft hij al snel in de gaten. Want wat betekent het briefje waarop HELP is geschreven? En van wie is het afkomstig? Het wordt allemaal nog vreemder als Elfie, de zus van Roderik, een vriendinnetje meebrengt dat ook blijft logeren: Lizzy.

Wie? Waar?

VA

Wanneer?

c Welk boek lijkt jou het leukst? Waarom? Ik zou graag verder lezen in het boek

want

©

d Lees het keuzefragment dat je van je leraar krijgt en beantwoord de vragen.

Keuzeles 3

Klinkerdomino

Je kunt het verschil tussen een korte en een lange klank horen. Je weet wanneer je een klinker enkel of dubbel moet schrijven. Je toont respect voor elkaar en je speelt het spel eerlijk.

150

THEMA 4 | Bangelijk

,


Oefenen maar! 1

Duid hier jouw kleur aan:

Het onderwerp

Les 2 Om van te griezelen …

1 De tovenaar geeft de fee een drankje.

2 De vampier staat vandaag naast het geschrokken meisje.

Datum:

3

N

2

Nummer:

1

IN

a Lees de zin bij elke tekening. - Markeer de persoonsvorm met groen. De persoonsvorm is het eerste woord van de ja-neevraag. - Onderstreep het onderwerp in elke zin. Deze vraag helpt je daarbij: Wie doet er iets in de zin?

VA

b Markeer de persoonsvorm met groen. Stel hiervoor de ja-neevraag Onderstreep het onderwerp. Stel daarbij deze vraag: Wie doet er iets in de zin?

Klas:

3 De piraat overvalt de nietsvermoedende kapitein.

1 De vampier bijt met messcherpe tanden. 2 Hij drinkt enorm graag bloed.

3 De vampier bijt meisjes heel graag in de nek. 4 Dit monsterachtige wezen bestaat gelukkig niet in het echt.

©

5 Mensen hebben hem uitgevonden.

c Markeer de persoonsvorm met groen. Onderstreep het onderwerp. Stel daarbij deze vraag: Wat doet er iets in de zin? 1 Het huis staat aan de rand van het bos. 2 De grafsteen blinkt heel fel in het maanlicht. Naam:

3 De boom viel door de wind op de straat.

OEFENEN MAAR!

151


d Markeer de persoonsvorm met groen. Onderstreep het onderwerp. 1 Rare zaken gebeuren in Engeland. 2 De tafel verplaatst zich telkens opnieuw. 3 De kastdeur opent zonder hulp.

IN

Naam:

4 De computer ontvangt ook bizarre boodschappen.

5 Die boodschappen komen van een man uit de 16e eeuw.

N

e Verander de persoonsvormen uit oefening d. Als die in het enkelvoud staat, zet je hem in het meervoud. Staat de persoonsvorm in het meervoud, dan schrijf je die in het enkelvoud. Schrijf alle zinnen opnieuw.

VA

f Markeer de persoonsvorm met groen. Onderstreep in elke zin het onderwerp. Let op: het onderwerp kan zowel voor als na de persoonsvorm staan. 1 In 1971 verscheen een spook op de roze vloertegels van een keuken. 2 De inwoners schrokken heel erg.

Klas:

3 Met water probeerden ze alles weg te schrobben. 4 De ogen van het spook openden zich traag.

5 De persoon kreeg een droevige uitdrukking op het gezicht. 7 Hij stortte ook een nieuwe betonvloer. 8 Toch hielp niets.

©

Nummer:

6 Daarop hakte de eigenaar in de tegels.

9 Het huis stond op een oud kerkhof.

Datum:

152

THEMA 4 | Bangelijk


g Bij welk spookje staat het onderwerp van de zin? Omcirkel de letter.

D

A

wolven

bijten

geen mensen

2 Toch schrikken we er van.

P toch

IN

Z

M

I

schrikken

we

Datum:

1 Wolven bijten geen mensen.

bij volle maan

sommige mensen

in weerwolven

E

D

I

hun tanden

worden

scherper

©

4 Hun tanden worden scherper.

Nummer:

W

Klas:

R

VA

V

N

3 Bij volle maan veranderen sommige mensen in weerwolven.

E

H

L

op hun gezicht

op hun handen

haar

OEFENEN MAAR!

Naam:

5 Op hun gezicht en op hun handen groeit haar.

153


6 Weerwolven gaan op jacht naar mensenbloed.

E

O

P

weerwolven

op jacht

naar mensenbloed

Naam:

IN

7 Gelukkig is dit verhaal verzonnen.

R gelukkig

G

U

dit verhaal

verzonnen

Noteer de omcirkelde letters hieronder.

N

Zet de letters in de juiste volgorde en je vindt het woord:            h Zet de woorden in de juiste volgorde en schrijf de zin over. Let op hoofdletters en leestekens. 1 wekken - heel wat - Spoken - op. - bij mensen - angst

VA

Klas:

2 vertelden - rond het - De - vele griezelverhalen - Chiroleiders - kampvuur.

3 jij - alleen - te lopen? - Durf - op het - ’s nachts - kerkhof

©

Nummer:

4 het bloed - heel lekker. - vinden - hun slachtoffers - Vampieren - van

Datum:

5 met - de mensen - De heks - gezond. - maakte - een toverdrankje

154

THEMA 4 | Bangelijk


i Vul een passend onderwerp in. Pas het onderwerp aan, zodat het in de zin past. Let op hoofdletters. Kies uit:

computer - heks - inwoner - vampier - tand - spin - geest - huis - witte haai 1             spoken door jouw huis, maar je ziet ze niet. 2             jagen me veel angst aan. Als ik er één in huis zie, dood ik ze onmiddellijk.

IN

3 Het bloed zuigen             uit de nek van hun slachtoffer. Ze werden van hekserij beschuldigd.

5             viel de surfer voor de kust aan. De jongeman overleefde de aanval niet.

Korte en lange klanken

a Korte of lange klank? Markeer het juiste antwoord. das

lang

bus

kort

lang

kort

lang

buur

kort

lang

VA

baard

kort

mes

kort

lang

kop

kort

lang

dik

kort

lang

meer

kort

lang

koor

kort

lang

bes

kort

lang

Nummer:

N

Les 4 Gebibber op je stoel

Klas:

2

Datum:

4 In de middeleeuwen kwamen             op de brandstapel terecht.

b Markeer de woorden die uit één klankgroep bestaan met geel. laan - dure - vod - groot - kannen - bussen - bos - drukken - man - teen - boze - graat doof - spoken - roken - grof - dunne - koppen - pot - zure

meer dan één klankgroep kort

lang

drukke

beren Naam:

©

c Zet de niet-gemarkeerde woorden uit opdracht b op de juiste plaats in de tabel. Zijn de klanken kort of lang?

OEFENEN MAAR!

155


d Vul aan. Doe zoals in het voorbeeld. twee katten

1 een mug

twee

2 een put

twee

3 een gek

twee

4 een bom

twee

5 een kan

twee

6 een pot

twee

7 een zak

twee

8 een tas

twee

9 een mot

twee

10 een bus

twee

e Vul aan. Schrijf het woord nog eens over.

IN

Naam:

een kat

2 een laan – twee l  nen

3 een kraan – twee kr  nen

4 een beer – twee b  ren

5 een peer – twee p  ren

6 een veer – twee v  ren

7 een boon – twee b  nen

8 een toon – twee t  nen

9 een zoon – twee z  nen

10 een buur – twee b  ren

11 een muur – twee m  ren

12 een vuur – twee v  ren

Klas:

VA

N

1 een baan – twee b  nen

Datum:

©

Nummer:

156

THEMA 4 | Bangelijk


f Vul de woorden aan. Enkele of dubbele medeklinker?

leu en

die en

ke

en

ka en

du

e

loe en

re

en

ki

en

dui

en

keu en

o of oo?

appar ten landk rten ten

vr

gen

p

rdje

overl pen

k

len

spr

kje

pil

ten

N

m

tussend rtje

Nummer:

a of aa?

IN

g Vul deze woorden aan.

h Vul de zinnen aan. Schrijf je de medeklinker / klinker enkel of dubbel?

ter (a/aa) van mijn zus, toonde zijn

vlijmscherpe tan en (d/dd) en kaken door h rd (a/aa)

in mijn vinger te bijten.

VA

1 Filou, de gitzwarte k

2 Heks Anita spr m

k (a/aa) haar toverspreuk uit en

kte (a/aa) een toverdrankje kl

r (a/aa) om haar

vijanden een lesje te leren.

3 In onze dor

en (p/pp) zit er een wasb r (e/ee) die

©

voor nogal wat pr

blemen (o/oo) zorgt.

Datum:

r of rr?

Klas:

n of nn?

4 Wa

eer (n/nn) je br

kbare (e/ee) bo en (t/tt)

hebt, is het belangrijk om v

l (e/ee) melkproducten tot je

te nemen. boze stiefzu

kje (o/oo) van Assepoester en haar

en (s/ss)?

OEFENEN MAAR!

Naam:

5 Ken jij het spr

157


6 In mijn dr rui

men (o/oo) d l (o/oo) ik altijd door

e (m/mm) str

ten (a/aa) en vind ik mijn

weg niet terug. 7 Wist jij dat roken voor zwarte l z

ngen (o/oo)

rgt (o/oo)?

8 Na dat g

re (u/uu) weer kwamen onze buren

buiten om over hun avont

r (u/uu) te verte en (l/ll).

Naam:

9 Wij pu les

IN

en (f/ff) omdat onze juffen ons tijdens het volgende

r (u/uu) veel werkjes zu en (l/ll) laten uitvoeren.

10 Met deze sluwe list wist de jongen aan zijn v te ontsna

en (p/pp). rvast (u/uu),

dus moest ik hulp aan een van mijn buren

vr

p (o/oo) van mijn drinkbus zat m

N

11 De d

rdoop (u/uu)

gen (a/aa).

12 W

rom (a/aa) plassen onze ka

dr

d (a/aa) van mijn buurma

en (t/tt) altijd tegen de

en (n/nn)?

VA

Klas:

3

Spelling en woordenschat

Les 6 Spel- en woordweb

3.1 Spelweb

1 formule

7 controle

2 elektriciteit

8 drijven

3 contact

9 record

4 bereiden

10 wrak

5 mixer

11 belangrijk

6 wrijving

12 voorzichtig

Datum:

©

Nummer:

a Schrijf de woorden over.

158

THEMA 4 | Bangelijk


b Zoek het woord uit de bovenstaande lijst. 1 c–r–d–e–r–o 2 e-o–n–o–c–t–l–r 3 ij – i – r – g – w – n – v 4 i-c–e–l–i-t-e–k–t–i-r–t–e5 i–x–r–e–m 6 r–u–o–f–m–e–l

dat je goed meewerkt tijdens de lessen.

3 Wij

mee omspringen.

het avondmaal voor onze ouders.

4 De bootjes

op het water, net voor de kust.

5 Heb jij nog veel

met vroegere klasgenoten?

lag al enkele jaren in de haven te roesten.

N

6 Het scheeps

Datum:

2 Wanneer je met een mes snijdt, moet je daar

d Lees onderstaande woorden waarvan de 'c' als een 'k' uitgesproken wordt. Noteer het juiste woord in het rooster.

Nummer:

1 Het is

IN

c Vul de zinnen aan met een woord uit oefening a.

©

1 Jouw antwoord is juist of 2 Wij gaan elke zomer op vakantie met onze 3 De politie maakte beelden van de onvoorzichtige chauffeur met een 4 In Aalst vieren ze een hele week lang. Er is zelfs een stoet. 5 Wanneer je een vakantiejob doet, vraag dan altijd om een . Zo kom je niet voor onaangename verrassingen te staan. 6 Wij hebben niet zoveel met de leraren als vroeger. 7 De formule 1-rijder lag enkele maanden in een na een zwaar ongeval. Hij kwam niet meer bij.

Klas:

VA

contact – caravan – controle – camera – carnaval – coma – record – advocaat – direct – contract – alcohol – actief – correct

1 2 3 4 5

Naam:

6 7

OEFENEN MAAR!

159


e Bij deze woorden spreek je de 'w' als een 'v' uit. Vul ze in de zin aan.

wrak - wraak - wrat - wrede - wrijven - wringen - wroeten De koning nam

omdat een van zijn dienaars vermoord werd.

Mijn neef had een Wat een

op zijn voet. film ben jij aan het bekijken! Ik hou niet van horrorfilms.

Volgend jaar zullen ze naar een

uit WOII duiken.

De hond wil zich door een gat in de omheining Naam:

De varkens

als je het koud hebt.

IN

Je moet je handen tegen elkaar

.

in de modder.

3.2 Woordweb Lees de woorden uit thema’s 3 en 4. herkennen

aanvinken

instructie

afgelopen

personage

N

aanduiden

bedoeling

rekening houden met

behoren tot

uitspraak

vervolgens

VA

beschrijving

a Vul de zinnen met het juiste woord aan.

Klas:

1 De witte haaien de gevaarlijkste roofdieren. (deel uitmaken van) 2

week gingen wij op sportkamp. Ik vond het zeer leuk en heb veel vrienden gemaakt. (Vorige) .

Datum:

©

Nummer:

3 De opdrachten die je moet maken, moet je (met een tekentje zichtbaar maken)

160

4 Luister goed naar elke voor je aan de luisteroefening begint. Zo weet je wat er van jou verwacht wordt. (uitleg over hoe je iets moet doen) 5 Eerst eten we. mogen jullie nog wat computerspelletjes spelen. (Daarna) 6 ‘Bij een volgende spreekopdracht moeten jullie jullie gaf’, zei de lerares. (denken aan)

THEMA 4 | Bangelijk

de tips die ik


b Zoek het passende woord bij elke uitleg. Let op: de woorden uit oefening a mag je niet meer gebruiken. 1 het juiste antwoord omcirkelen of onderstrepen 2 een persoon of figuur in een verhaal 3 zeggen hoe iets eruitziet 4 de manier waarop je spreekt 5 een plan, een doel 6 iets zien wat je al eens zag

Let op: per foto mag je maar één moeilijk woord gebruiken. Hetzelfde woord moet dus in de twee of drie zinnen passen.

Datum:

IN

c Bekijk de foto’s. Vul het juiste woord in de zinnen aan. Kies een woord uit het lijstje op de vorige bladzijde.

1 De voetbalmatch is         .

N

2 Ik vond het heel leuk dat we          maandag geen school hadden.

3 We hebben met onze klas heel wat

Nummer:

De thuisploeg won met 2-1.

VA

kilometers          Klas:

. 1 De rechter gaf een harde          voor de gevangene: 15 jaar cel.

2 Wat voor een          doe jij nu? Zoiets zeg je toch niet!

3 Jouw          laat te wensen over,

1 Wat is jouw          ? Waarom wil je zo opvallen? 2 Ik begrijp de          van deze spelletjesnamiddag niet.

Naam:

©

Sofie.

OEFENEN MAAR!

161


1 Het hoofd          in deze film werd gespeeld door mijn favoriete acteur: Louis Talpe. 2 Welk          kwam er in jouw boek voor?

1 De leraar zal enkele leerlingen          voorlezen.

IN

Naam:

die straks voor de klas hun tekstje komen

2 De leerling kon Brussel niet op de kaart van België         .

3 De lerares zal de fouten zeker met rode balpen         .

N

1 Geef me eens een          van jouw lievelingsdier.

2 De politie vroeg om een grondige

Klas:

VA

nadat de jongen verdwenen was.

Datum:

©

Nummer:

162

THEMA 4 | Bangelijk


Zelftoets thema 3 en 4 1

De stam

Thema 3 Les 1 Nu de stam

a Noteer de stam van de gemarkeerde werkwoorden.

/10

/10

zin

ik ... nu (stam)

IN

1 Wij trekken ons niets aan van commentaar. 2 Wij denken dat onze ouders trots zijn op ons. 4 Doen jullie de deur dicht? 5 Zeggen jullie je naam nog eens? 6 Proberen jullie deze oefening maar.

Datum:

3 Zij weten dat ze snel werk zullen vinden.

7 Twijfelen jullie maar niet aan jezelf. 9 Zetten jullie dat geld aan de kant?

VA

10 Ze willen een huis opknappen.

2

Teksten en tekstdoelen

Thema 3 Les 3 Teksten van A tot Z

a Bekijk de afbeeldingen op de volgende pagina. Welke tekst is dit? Wat is het doel van de tekst? Vul in de tabel aan. Welke tekst is dit?

/20

Klas:

Nummer:

N

8 Mijn opa's denken veel aan de toekomst.

/10

Wat is het doel van de tekst?

1

©

2 3 4

Naam:

5

THEMA 3 & 4 | ZELFTOETS

163


1

2

'n Beetje Sterven doe je niet ineens, maar af en toe een beetje en alle beetjes die je stierf, ’t is vreemd, maar die vergeet je,

IN

Naam:

het is je dikwijls zelfs ontgaan, je zegt ik ben wat moe, maar op een keer dan ben je aan je laatste beetje toe.

Toon Hermans

3

Klas:

VA

N

4

5

Datum:

©

Nummer:

Sinaaspunch met passievrucht

Ingrediënten • 0.5 ananas • 1 mango • 2 kiwi's • 0.5 plantje munt (vers) • 1 l sinaasappelsap • 1 l spuitwater • 8 eetlepels passievruchtensiroop • 20 ijsblokjes

Voorbereiding Laat het fruit 10 minuten koelen in de koelkast. Snijd de mango in blokjes, de ananas in driehoekjes en de kiwi’s in halvemaantjes. Bereiding (5 min.) Verdeel het fruit over een grote bowl en voeg de ijsblokjes toe. Giet eerst de passievruchtensiroop over het fruit en daarna het spuitwater en het sinaasappelsap. Afwerking Serveer erg koel en werk af met de muntblaadjes.

Naar: www.colruyt.be

164

S

THEMA 3 & 4 | ZELFTOETS


b Welk doel hebben deze teksten? Noteer het nummer op de juiste plaats.

overtuigen

ontspannen

ontroeren

De persoonsvorm

IN

informeren

Thema 4 Les 2 Om van te griezelen …

/8

Datum:

6 brief met data Night of the Proms 7 horoscoop 8 brief over wegenwerken in de straat 9 zoekertje in de krant 10 stadskrant

1 gedicht 2 uitnodiging voor een feestje 3 geboortekaartje 4 stripverhaal 5 krantenartikel

3

/10

1 In ons eten zitten allerlei dieren. 2 Visjes zitten in fruitsap.

3 In onze chips mengen de fabrikanten rundvlees.

Nummer:

N

a Markeer de persoonsvorm met groen. /8 Onderstreep het onderwerp.

4 Het Nederlandse Foodwax trekt aan de alarmbel.

6 Heel wat dierenproducten zitten dus op ons voedsel. 7 Durf jij nog ongewassen voedsel te eten?

Klas:

VA

5 Appels blinken dankzij een product op basis van luizen.

8 Sommige mensen doen dit alvast niet meer.

Naam:

©

Naar: www.nieuwsblad.be

THEMA 3 & 4 | ZELFTOETS

165


4

Korte en lange klanken

Thema 4 Les 4 Gebibber op je stoel

/10

a Vul de zinnen aan met de ontbrekende klinkers en medeklinkers. 1 u – uu

/10

rtje door mijn lijf.

De zenuwen gierden als een v

Na het bekijken van die vreselijke verh niet v tten.

len kon ik de sl

3 r – rr 4 n - nn

Met ko els leidde de boze heks de kinde De vriendi en waren kwaad omdat hun ma waren.

5 e – ee

Het vruchtvl s van een pompoen snijd je het best met een mes of een l pel weg.

6 o – oo 7 t - tt

Elke avond was ik alle b rden, k pjes en sch tels netjes af. organiseren? De skele en rammelden met hun bo en waardoor ik bang werd.

en naar haar huisje. en aan het autoracen

IN

8 m – mm

Ik moet van mama dringend mijn kamer oprui

9 d – dd

We mogen niet veel lui

10 e – ee

Was het een idee van die k

5

p

en.

er spreken om de bospa

en niet te storen.

rel om een griezelig f

stje te organiseren?

N

Naam:

2 a – aa

Spelling en woordenschat

Thema 4 Les 5 Een onvergetelijke Halloween

/5

VA

a Vervang het vetgedrukte gedeelte. Kies uit:

/5

stuipen – besteden – lijf – geadopteerd – jagen – reptielen – figuren – bewonderen

Klas:

1 We

2 Slangen en krokodillen zijn koudbloedige dieren.

2 Slangen en krokodillen zijn

3 In de VS en Ierland hebben de mensen veel aandacht voor Halloween.

3 In de VS en Ierland

4 Stiene Ster is één van de belangrijkste personages uit het boek ‘Stiene en de Bultgriezel’ van Marc de Bel.

4 Stiene Ster is één van de belangrijkste

5 Khuyen is door haar pleegouders als hun eigen kind aangenomen.

5 Khuyen is een

Datum:

©

Nummer:

1 Met eerbied en verwondering kijken we naar de grote vogelspinnen in hun terrarium.

TOTAAL

166

de grote

vogelspinnen in hun terrarium.

. de mensen aandacht aan Halloween. uit het boek ‘Stiene en de Bultgriezel’ van Marc de Bel. kind.

/53

THEMA 3 & 4 | ZELFTOETS


IN N

VA

THEMA 5 Lekker gezond

Alles gezond? - kijken en luisteren

LES 2

Lachen is gezond! - persoonsvorm, onderwerp

LES 3

Gezonde klasgenoten - interview opnemen, spreken

LES 4

Tessa vecht terug - genietend lezen, grafiek

LES 5

Kerngezond! - onderwerp en hoofdgedachte in een tekst

LES 6

Zeg het met een beeld - pictogrammen

©

O V U R

LES 1

KEUZELES 1

Dik? Buitenspel! - genietend lezen

KEUZELES 2

Dokter, dokter! - letterlijk en figuurlijk taalgebruik

KEUZELES 3

Wie-wat-hoe-spel - woordverklaring

OEFENEN MAAR!

167


Les 1

Alles gezond? Je kunt informatie uit een reportage halen.

a Lees de woorden in deze collage.

collage:

N

IN

knutselwerk van prenten, foto’s of woorden

b Plaats elk woord in de juiste kolom. gezond

ongezond

VA

©

c Bespreek je resultaat met je buur. Zijn jullie het over alles eens? Waarover niet?

d Is alle yoghurt gezond? Zijn alle pizza’s ongezond? e Welke aandacht is er bij jullie thuis voor gezonde voeding?

168

THEMA 5 | Lekker gezond


f Ken jij Karrewiet? Welk soort programma is dat? Hoe vaak kijk je ernaar? Bekijk de titel van het fragment uit Karrewiet. Waarover gaat het volgens jou?

Recht op gezonde voeding g Bekijk het fragment uit Karrewiet. Beantwoord daarna de vragen.

IN

1 Lees eerst de vragen. 2 Laat je door niets afleiden en leid ook je klasgenoten niet af. 3 Beantwoord de vragen tijdens het kijken.

VA

N

1 Welke bevolking bezoekt Niels? O indianen uit het kustgebied O hooglandindianen O jungle-indianen 2 In welk land leven ze? O Chili O Peru O Argentinië 3 Waarom kweken ze daar alleen maar aardappelen? O Omdat de dorpen hoog in de bergen liggen en de grond er heel onvruchtbaar is. O Omdat de dorpen hoog in de bergen liggen en het te zwaar is om zakken aardappelen van de markt mee te brengen. O Omdat de dorpen hoog in de bergen liggen, zijn er geen supermarkten. 4 Niels bezoekt een die op meter hoogte ligt. 5 De leerlingen kunnen toch nog andere groenten dan aardappelen telen dankzij die ze maakten. 6 Naast het telen van groenten om te eten, kweken ze daar ook als voedsel. 7 Op welke speciale gelegenheden eten ze die diertjes? 8 Wat leren de kinderen nog op school over gezond voedsel?

©

1 Hoeveel antwoorden had je juist?

/8

2 V ond je dit moeilijk? Ja / Nee, want

3 W at kun je doen om een volgende keer beter te scoren?

h Waarom heet de reportage ‘Recht op gezonde voeding’? Wat heb je uit het fragment geleerd? Wat zul je onthouden? Welke vreemde eetgewoonten leerde jij tijdens een reis kennen?

LES 1 | Alles gezond?

169


Les 2

Lachen is gezond! Je kunt de persoonsvorm en het onderwerp in de zin aanduiden.

a Lees de tekst. Weetjes over lachen

IN

Lach jij om grapjes en komische dingen? Of breng jij anderen aan het lachen? Lachen maakt deel uit van een taal. Alle mensen op de wereld gebruiken de lachtaal. Deze verborgen taal zit in ons lichaam. Maar wist je dit al over lachen? Enkele feiten op een rij. 1 Meisjes lachen over het algemeen meer dan jongens.

N

2 Dagelijks gebruiken tieners hun lachspieren meer dan twee keer zoveel als mensen boven de 65 jaar.

VA

3 Mannen schateren het meest om moppen en leuke verhalen.

4 Een goed gevoel voor humor kan maar liefst acht jaar aan je leven toevoegen.

5 Ook krijgen lachende mensen een betere weerstand.

©

6 Kleuters glimlachen 400 keer per dag.

Naar: www.beinggirl.nl

b Hoe vaak lach jij? Om welke dingen lach je vooral? Wat vind je niet grappig?

170

THEMA 5 | Lekker gezond


1

c Markeer de persoonsvorm in de genummerde zinnen van oefening a. Het eerste woord in de ja-neevraag is de persoonsvorm. Onderstreep het zinsdeel dat zegt over wie of waarover het gaat. Dat is het onderwerp. d Markeer de persoonsvorm in de volgende zinnen met groen. 1 Humor is een belangrijk onderdeel van het dagelijkse leven. 2 Bij alle mensen zijn lachspieren aanwezig. 4 Humor is helemaal niet duur. 5 De voordelen zijn enorm.

IN

3 Lachende mensen zijn volgens wetenschappers gelukkiger.

Bekijk de persoonsvormen. Wat valt je op?

Vergelijk de persoonsvormen uit oefening d met de persoonsvormen uit oefening a. Wat stel je vast?

N

VA

e In sommige zinnen is het onderwerp iets. Onderstreep het onderwerp in de zinnen van oefening d. Gebruik de hulpvraag Wie of wat is er iets in de zin?

In sommige zinnen is de persoonsvorm het werkwoord zijn. Je vindt het onderwerp in die zinnen door de hulpvraag te stellen: Wie of wat is er iets in de zin?

©

f Markeer de persoonsvorm met groen. Onderstreep het onderwerp.

1 Kalendermopjes zijn dikwijls heel plezant. 2 Ben jij ook elke morgen fan van de kalender? 3 De scheurkalender is al heel oud. 4 Jommekesmoppen zijn bij kinderen het meest geliefd.

5 Bij vrouwen zijn moppen over dieren het populairst.

LES 2 | Lachen is gezond!

171


g Markeer de persoonsvorm in de Jommekesmop met groen. Onderstreep het onderwerp. 1 Met een wedstrijd winnen Kwak en Boemel vliegtickets. 2 Tijdens de vlucht voert een passagier een gesprek met iemand anders. 3 Kwak onderbreekt hem met deze vraag. 4 'Duurt deze reis nog lang?' 5 De passagier antwoordt: ‘Een minuutje alstublieft.’ 7 Hij is zo blij.

IN

6 De stripheld springt van vreugde in de lucht.

h Lees elke zin en markeer de persoonsvorm. Pas de persoonsvorm in de tweede zin aan en schrijf de rest van de zin over. 1 Xander is de hele week ziek. Xander en Timo

.

De jongens

N

2 Hij ligt met koorts in bed.

.

3 Ik ben bijna nooit afwezig.

VA

Wij

.

Lees elke zin en onderstreep het onderwerp. Pas het onderwerp in de tweede zin aan. 1 Een goede knuffel is altijd fijn.

zijn altijd fijn.

2 Je wordt er gelukkig van.

©

worden er gelukkig van.

3 Regelmatig knuffelt mijn vriendin mij. Regelmatig knuffelen

172

THEMA 5 | Lekker gezond

mij.


Les 3

Gezonde klasgenoten

O V VOOR U R

IN

Je kunt een interview van een klasgenoot afnemen. Je kunt een collage maken over de gezonde en ongezonde eet- en leefgewoonten van je klasgenoten. Je kunt een presentatie geven.

N

Ga bij een klasgenoot zitten. Stel hem / haar de volgende vragen over zijn / haar eet- en leefgewoonten. Je klasgenoot doet daarna hetzelfde bij jou.

VA

1 Geef twee voorbeelden van gezonde voeding die je eet.

2 Geef twee voorbeelden van ongezonde voeding die je eet.

3 Geef twee voorbeelden van gezonde drank die je drinkt.

4 Geef twee voorbeelden van ongezonde drank die je drinkt.

©

5 Geef twee voorbeelden van hoe je gezond beweegt.

6 Geef twee voorbeelden van activiteiten waarbij je niet beweegt.

O V U R

Zoek bij je interview passende foto’s, tekeningen … Zoek daarvoor in tijdschriften, kranten, op het internet … Maak een collage. Plak alles op een groot blad. Zoek ook passende pictogrammen die gezond / ongezond / beweging / geen beweging voorstellen.

LES 3 | Gezonde klasgenoten

173


O V TIJDENS U R Vertel twee minuten voor de klas over de eet- en drinkgewoonten van je klasgenoot. Gebruik daarbij je collage. 1 Lees eerst de spreektips.

IN

1 Gebruik standaardtaal. 2 Spreek luid genoeg. 3 Verzorg je houding. 4 Begroet je klasgenoten en je leraar voor je begint. Sluit je presentatie met een goede zin af. 5 Verwijs af en toe naar je collage, maar sta niet met je rug naar de klas.

2 Bekijk je werkpunten van je vorige spreekoefening. 3 Ga voor de klas staan. 4 Hang je collage aan het bord. 5 Vertel iedereen wat er op je collage staat. Gebruik de collage als een spiekbriefje.

N

O V NA U R

1 Markeer in het evaluatieschema wat jij van je spreekopdracht vond.

Ik begon met een begroeting.

2

Ik gebruikte standaardtaal.

3

Ik praatte luid en duidelijk.

4

Mijn houding voor de klas was goed.

5

Ik gebruikte de collage.

6

Ik had een goede afsluiter.

©

VA

1

7

Ik hield rekening met mijn werkpunten uit vorige spreekoefeningen.

2 Vul aan.

- Ik geef mezelf een

voor

- Dit zou ik de volgende keer anders doen: 3 Beoordeel de collage en de presentatie van een andere klasgenoot. Gebruik hiervoor het evaluatieschema dat je van je leraar kreeg.

174

THEMA 5 | Lekker gezond


Les 4

Tessa vecht terug Je kunt van een fragment uit een jeugdboek genieten. Je kunt informatie uit een grafiek halen.

a Bekijk de cover van het boek en lees de titel. Beantwoord de vragen.

IN

1 Waarover zal het boek gaan? 2 Waarom denk je dat? 3 Lees je graag zulke verhalen? Waarom (niet)? b Lees het fragment. Beantwoord de vragen.

N

Tessa is een normale tiener die graag sport en gezond eet. Haar grootste probleem is haar broer die haar pest met haar te kleine borsten. Gelukkig heeft ze een leuke nieuwe vriend, Marcel. Dat scheelt. Ze is alleen erg moe. Het zal wel niets bijzonders zijn. De dokter zal wel zeggen dat alles oké is. Als Marcel en Tessa thuiskomen, is Tessa heel verbaasd. Haar vader en moeder zitten allebei in de kamer. Hoe kan dat nou? Haar vader moet deze week werken van drie uur tot wel half twaalf ’s avonds. En het is nu kwart voor vier. 5 ‘Is er iets gebeurd?’ vraagt Tessa. ‘Waarom ben je thuis?’ Dan kijkt ze naar haar moeder. Die heeft gehuild. ‘Moet ik weg?’ vraagt Marcel beleefd. 10 ‘Nee!’ roept Tessa. ‘Ik wil niet dat je weggaat. Ik wil weten wat er aan de hand is.’ Haar vader loopt naar haar toe. Hij neemt haar in zijn armen.

©

VA

1

‘Tessa, we moeten om half vijf in het ziekenhuis zijn. Omdat je zestien bent, gaan we naar het kinderziekenhuis. Het gaat om je 15 bloed. Dokter Martens heeft gebeld.’ Dan weet haar vader even niet wat hij zeggen moet. ‘Het is dus een foute boel’, zegt Marcel. Tessa’s vader zucht.

LES 4 | Tessa vecht terug

175


‘Ja, jongen. Dat heb je goed gezien. Tessa, het spijt me voor je. 20 Maar je gaat heel erg schrikken. Je hebt leukemie.’ ‘Leukemie?’ ‘Ja, Tessa. Leukemie. Er zit kanker in je bloed.’

IN

Tessa wil graag dat Marcel meegaat naar het ziekenhuis. Ze weet niet wat ze ervan moet denken. Misschien is het een fout. 25 Hoe kan ik nu kanker hebben? denkt Tessa onderweg naar het ziekenhuis. Ik rook niet, ik drink niet, ik sport veel. Heel vet eten doe ik ook niet. Goed, een patatje met mayo gaat er altijd wel in. Maar ze eet ook veel groente en fruit. 30 Het lijkt ineens heel lang geleden dat ze bij dokter Martens was. En dat ze met Ikram en Patricia over GTST* sprak.

©

VA

N

Om half vijf zitten Marcel, Tessa en haar ouders bij dokter Engelen. Dokter Engelen is een vrouw en ze heeft zwart haar. Haar witte jas hangt open. Zo kan Tessa zien wat ze aan heeft. Een leuke trui en 35 een jeansbroek. ‘Tessa, waar denk jij aan bij kanker?’ vraagt dokter Engelen. ‘Weet ik niet’, zegt ze eerlijk. ‘Ik zou aan doodgaan denken’, zegt dokter Engelen. ‘Veel volwassenen gaan dood aan kanker. Maar jongeren meestal 40 niet. Meer dan 80 % van de jongeren met leukemie blijft leven. Dus je hebt een goede kans om beter te worden.’ Tessa staart even voor zich uit. ‘Ik snap er niets van’, zegt ze. ‘Ik sport veel. Ik drink en rook niet. Ik blow niet eens. Wat doe ik dan 45 fout?’ Tessa begint bijna te huilen. Marcel slaat zijn arm om haar heen. ‘Jij doet niks fout’, vindt Marcel. ‘Dit is gewoon pech.’ * GTST is een Nederlandse reeks op tv, zoals Thuis of Familie

1 Wat betekent de uitdrukking ‘er is iets aan de hand’? 2 Op welke plaats(en) speelt het verhaal zich af? 3 Welke personages komen er – naast Tessa – in het fragment voor? 4 Hoe weet Tessa dat er iets niet in orde is als ze thuiskomt? 5 Welke ziekte heeft Tessa?

176

THEMA 5 | Lekker gezond

uitdrukking:

zegswijze, een manier van spreken die altijd figuurlijk is


6 Hoe voelt Tessa zich als ze te horen krijgt dat ze kanker heeft? 7 Op welke manier leeft Tessa gezond? 8 Welke geruststelling heeft de dokter voor Tessa? 9 Wat heeft Tessa verkeerd gedaan waardoor ze nu ziek is? 10 Wat betekent de titel ‘Tessa vecht terug’? c Lees het vervolg. Beantwoord de vragen.

©

VA

N

IN

Het is weken later. Tessa ligt even op haar bed. Haar eigen bed in haar kamer in haar eigen huis. Tessa wil even rusten. Het is zaterdagmiddag, dus ze hoeft niet naar school. Ze is nu kaal. Ze vindt het erger dan ze gedacht had. Maar ze wil 55 geen pruik! Dat ziet ze echt niet zitten. Ze gaat nu halve dagen naar school, vier dagen per week. Meer lukt niet. Af en toe snapt Tessa niets van zichzelf. Vroeger was ze weleens blij als ze ziek was. Lekker thuis blijven. Goeie smoes. 60 En nu wil ze zo graag naar school! Misschien omdat ze ‘gewoon’ wil zijn. Sinds ze ziek is, gebeuren er soms gekke dingen. Bij hen op school zit een jongen die Abdel heet. Veel leerlingen zijn bang voor Abdel. Hij is groot en sterk. Hij vecht met je als je boos 65 wordt. Zijn ouders moeten vaak naar school komen. Een paar dagen geleden stond Abdel ineens tegenover Tessa. Ze was best bang. Ze dacht dat hij ruzie wilde zoeken omdat ze kaal is. Maar dat deed hij niet. ‘Jij hebt kanker, hè?’ vroeg hij zachtjes. 70 ‘Ja, ik heb leukemie’, antwoordde Tessa. ‘Ik bid voor je in de moskee’, zei hij toen. ‘Maar tegen niemand zeggen, hoor.’ Toen liep hij weer weg. Nou, ja! Wat moest ze daar nu mee? De grootste vechter van de school bidt voor haar. Doet hij eindelijk 75 iets goeds, en dan mag niemand het weten! Tessa heeft het aan haar vader verteld. Die begon te lachen. ‘Weet je hoe ze dat noemen? Een grote mond en een klein hartje. Die Abdel is niet slecht. Maar hij wil niet dat iedereen weet hoe aardig hij is.’ 80 Tessa vindt het allemaal wat vreemd.

Naar: Anne-Rose Hermer, Tessa vecht terug

LES 4 | Tessa vecht terug

177


1 Welke gevolgen heeft de ziekte voor Tessa? 2 Waarom snapt Tessa zichzelf soms niet? 3 Wat maakt ze met Abdel mee? 4 Wat betekent de uitdrukking ‘een grote mond en een klein hartje’? 5 Waarom vindt Tessa Abdel een beetje vreemd? d Luister naar het slot. Beantwoord de vragen. 1 Waarom is de dokter positief over de genezingskansen van Tessa?

IN

2 Waarom moet ze dan toch nog twee jaar chemo krijgen? e Lees de titel en bekijk de grafiek.

Kans op genezing leukemie bij kinderen jonger dan 15 jaar (in %) 100 90 80 70 60

40 30 20 10 0

1970

2012

VA

JAARTAL

N

50

Naar: www.hln.be

- Waarover gaat deze grafiek?

- Vul het krantenartikel bij deze grafiek aan.

Jaarlijks krijgen ruim 300 Belgische kinderen jonger dan

jaar te horen

©

dat ze aan kanker lijden. Toch zullen niet al die kinderen sterven.

% van de kinderen.

Sinds het jaar

ligt het cijfer op

De grafiek hierboven laat dit zien. Het teken % in de titel betekent Dit wil zeggen: op

.

.

De eerste meting die deze grafiek toont, is van het jaar Toen genas

.

Sindsdien is de kans op genezing sterk gedaald/gestegen. Bijna alle kinderen genezen dus.

Naar: www.hln.be

178

THEMA 5 | Lekker gezond

%.

ruim:

meer dan


Les 5

Kerngezond! Je kunt het onderwerp en de hoofdgedachte van een tekst herkennen.

a Bekijk de drie teksten. 1

Meer gezonde aperitiefhapjes

Naar: www.hln.be

2

IN

Bij een feestje serveren steeds meer mensen gezonde aperitiefhapjes. Ongezonde chips en nootjes blijven vaker in de kast. Ook jongeren maken voor verjaardagsfeestjes dikwijls gezonde hapjes. Dokters zijn hier blij om. Ook gezond kan lekker zijn, zeggen ze. Voor wie geen idee heeft hoe je gezonde aperitiefhapjes kunt maken, geven we hier een eenvoudig voorbeeld. Een kommetje yoghurt met kruiden, en daarbij worteltjes, selder, komkommer, radijsjes, tomaatjes en/of olijfjes. Smakelijk!

VA

N

3

©

Uit: www.njam.tv

- Welke teksten heb je bekeken of gelezen?

- Bekijk de titels van de drie teksten. Welk woord keert telkens terug? - Waarover gaan de verschillende teksten? Markeer roze in de tekst. Elke tekst gaat ergens over. Dat is het onderwerp van de tekst. Het onderwerp is het korte antwoord op de vraag over wie / waarover gaat de tekst?

LES 5 | Kerngezond!

179


b Lees de drie teksten.

oorsprong:

begin, herkomst, bron

Tekst 1 De oorsprong van de pizza ligt in het Middellandse Zeegebied. In veel landen rond de Middellandse Zee worden al duizenden jaren ronde broden gebakken. Die broden dienden ook als borden. Soms hadden de mensen grote honger. Dan aten ze de ‘borden’ ook op.

IN

Naar: nl.wikipedia.org

Tekst 2

Pizza is helemaal niet gezond. Ja, er liggen meestal groenten op een pizza. En veel tomaat. Maar pizza bevat ook veel vet en vooral veel smaak- en kleurstoffen en bewaarmiddelen. Pizza's bevatten bovendien erg veel zout. Eén pizza telt met gemak 1200 calorieën. Dat is meer dan de helft van de aanbevolen dagelijkse hoeveelheid calorieën.

N

Naar: www.dieetvandaag.nl

Tekst 3

VA

In Italië maken ze de meeste pizza’s met analoogkaas. Dat is geen echte kaas, maar een product van palmolie, melkeiwit en zetmeel. Die analoogkaas is goedkoper dan echte kaas. Dat is voor de fabrikant natuurlijk een voordeel. Analoogkaas smelt ook iets anders dan echte kaas. Daardoor ziet het er voor de klant ook mooier uit.

Naar: www.mens-en-gezondheid.infonu.nl

- Wat is het onderwerp van de drie teksten? Markeer roze in de tekst.

- Wat vertelt de schrijver over het onderwerp? Een tip: lees goed de eerste zin.

©

Tekst 1: de schrijver vertelt over de

Tekst 2: pizza

.

Tekst 3: in Italië maken ze pizza’s

.

Markeer blauw in de tekst.

Wat de schrijver over het onderwerp vertelt, is de hoofdgedachte. Meestal vind je de hoofdgedachte in de eerste zin van een tekst.

180

pizza.

THEMA 5 | Lekker gezond


c Lees het krantenartikel. Markeer het onderwerp in het roze. Markeer de hoofdgedachte in het blauw.

ONZE DAGELIJKSE GEWOONTES

IN

Sommige van onze dagelijkse gewoontes zijn niet zo gezond. We brengen heel wat van onze vrije tijd aan de computer door. Dat is een ongezonde gewoonte. Die tijd had je anders kunnen doorbrengen. Verder is het ook niet gezond om lange tijd naar een beeldscherm te staren. Elektronische toestellen hebben een invloed op de gezondheid van kinderen.

doorbrengen:

Naar: www.goedgevoel.be

d Lees deze vreemde weetjes. Markeer het onderwerp in het roze. Markeer de hoofdgedachte in het blauw.

tijd besteden, beleven

Vers brood

N

Vreemd weetje 1

VA

Er zitten haren en eendenveren in brood. Ja, je hoort het goed. Er zit haar in het verse brood dat je deze morgen bij de bakker haalde. Dat haar is daar niet per ongeluk in terechtgekomen. Nee, het is een heus ingrediënt: een soort zuur dat van eendenveren en haar gemaakt wordt. Dat ingrediënt wordt gebruikt om rijzend brood een mooie vorm te geven.

Naar: www.mens-en-gezondheid.infonu.nl

Vreemd weetje 2

©

Dat mooie roze kleurtje op je donut is eigenlijk kleurstof uit geplette insecten. Waar dacht je dat het roze vandaan kwam? Van zoiets onschuldigs als aardbeiensap? Helaas. De werkelijkheid is dus minder smakelijk. Veel producten worden roze gekleurd met een kleurstof van vrouwelijke luizen uit Zuid-Amerika. Onschuldig is de roze stof niet. Sommige mensen kunnen er een allergie voor ontwikkelen. Heb jij geen zin in een hapje luis? Vermijd dan producten met het E-nummer E120.

Naar: www.mens-en-gezondheid.infonu.nl

vermijden:

proberen te ontwijken, er niet aankomen

LES 5 | Kerngezond!

181


Les 6

Zeg het met een beeld Je weet wat pictogrammen zijn. Je kent de betekenis van pictogrammen.

a Bekijk de afbeeldingen. Wat valt je op?

3

1

N

IN

2

©

VA

4

- Waarom gebruikt de fabrikant een afbeelding in plaats van tekst?

- Hoe noem je zo’n afbeelding? - Leg de betekenis van elke afbeelding uit.

182

THEMA 5 | Lekker gezond

5


b Op veel verpakkingen staan pictogrammen. Bekijk dit voorbeeld. Schrijf de betekenis van de pictogrammen naast de nummers.

1 2

IN

5

3

4

1

N

2 3

VA

4 5

c Wat betekenen deze pictogrammen? Verbind elk pictogram met de juiste uitleg. a

Als dit pictogram voorkomt, dan bevat het spel beelden die aanzetten tot discriminatie en haat.

2

b

Een spel met dit pictogram bevat grof taalgebruik.

3

c

Dit spel kan online gespeeld worden.

4

d

Het spel bevat afbeeldingen van geweld.

5

e

Dit spel is geschikt voor spelers vanaf 16 jaar.

©

1

1

2

3

4

5

LES 6 | Zeg het met een beeld!

183


d Wat betekenen deze pictogrammen? Noteer de betekenis in de eerste kolom. Waar vind je deze pictogrammen? Noteer dat in de tweede kolom. Kies uit:

tablet − luchthaven − openbaar gebouw − cinema − flatgebouw − wasmiddel − winkel − verfpot − marktplein − tankstation

2

6

7

3

4

5

8

9

10

IN

1

N

betekenis

1 2

VA

3

vindplaats

4 5 6 7

©

8 9

10

Met een pictogram maak je een boodschap duidelijk door een tekening of een beeld. Zo begrijpt iedereen, overal in de wereld, om welke boodschap het gaat.

184

THEMA 5 | Lekker gezond


keuzegedeelte Keuzeles 1

Dik? Buitenspel!

Je kunt van een fragment uit een jeugdboek genieten. Je kunt aan een groepsgesprek deelnemen.

IN

a Bekijk de covers van de boeken. Lees de korte inhoud en het korte fragment van beide boeken.

Boek 1

N

Pier heeft een geweldig leven. Hij is een groot voetbaltalent. Het is de bedoeling dat hij later profvoetballer wordt. Zo zal hij bij een topclub en bij het Nederlands elftal kunnen spelen ... Dan ontmoet hij de knappe Amber en worden ze een koppel. Het leven lacht hem toe.

‘Maar nu ga ik naar bed’, zegt Pier. Zijn moeder kijkt verbaasd. Naar bed? Het is negen uur. Dat is niets voor Pier. Ze kijkt eens goed naar hem. ‘Je oog is ontstoken’, zegt ze tegen hem. 5 Ze voelt aan zijn voorhoofd. ‘En je hebt koorts. Heb je wel goed voor jezelf gezorgd?’ ‘Ja, echt’, zegt Pier. ‘Ik begrijp het ook niet. Ik heb elke dag fruit gegeten. En groente. Ik ben elke dag buiten geweest. Ik heb lang genoeg geslapen.’ 10 ‘Misschien is het morgen weer over’, zegt zijn moeder.

©

VA

1

Maar de volgende dag voelt Pier zich nog zieker. Zijn moeder is ongerust. Ze belt de dokter op. Die komt meteen. ‘Ik stuur je naar het ziekenhuis’, zegt de dokter. ‘Ik vertrouw het niet.’

Uit: Marian Hoefnagel, Buitenspel, einde van een droom

KEUZELES 1

185


Boek 2 Pleuns vriendje houdt van slanke meisjes. Daarom wil Pleun afvallen. Haar vriendin Lexie doet ook mee. Maar Lexie sport heel veel en praat alleen nog maar over eten. Lexie denkt dat ze nog steeds te dik is. Pleun begrijpt haar niet. ‘Je was wel heel verdrietig op het schoolfeest’, zegt Pleun. Lexie kijkt Pleun boos aan. ‘Iedereen is wel eens verdrietig’, zegt ze. 5 ‘Toen jij verdrietig was over Bart, stuurden je ouders je toch ook niet naar een therapeut!’ Pleun haalt haar schouders op. ‘Nee, dat is waar’, mompelt ze. Lexie pakt haar waterfles uit haar tas. De waterfles is leeg. 10 ‘Ik ga even mijn waterfles vullen op de wc’, zegt ze. En ze loopt weg.

N

IN

1

VA

De volgende dag is Lexie niet op school. En de dag daarna ook niet. Als Pleun aan het eind van de middag thuiskomt, zegt Pleuns moeder: 15 ‘Ik moet je iets vertellen.’ En ze neemt Pleun mee naar de bank in de woonkamer. Ze gaan zitten. ‘Lexies moeder heeft gebeld’, zegt Pleuns moeder.

Uit: Marieke Otten, Dik?

©

b Welk fragment spreekt jou het meest aan? Zet een kruisje bij jouw favoriete fragment.

c Vorm een groepje met de leerlingen die hetzelfde fragment gekozen hebben. d Lees het vervolg en beantwoord de vragen.

186

THEMA 5 | Lekker gezond


e Lees de gedichten.

Beste medicijn Deze kaart en deze bloemen doen hun warme werk ze fleuren je op ze laten je leven

ze maken je weer gezond en sterk het is geen pretje om ziek te zijn maar lachen is toch het beste medicijn

Gehandicapt

IN

N

Gehandicapt Wat is dat voor een woord? Die letters verstijven in mijn mond Ook al draait de wereld voor jou niet even gemakkelijk rond Voor mij ben jij gezond

Vliegen wat ben ik gezond had ik maar vleugeltjes dan kon ik vliegen als een engeltje in het rond

VA

Niet gezond Chocola gekregen, en suikerspul en drop. Ik hoor het te bewaren maar ‘t is al bijna op.

Papa zegt: ‘Doe rustig, niet zo fanatiek! Als je zo blijft snoepen, ben je morgen ziek.’

©

Ik kijk naar mijn snoepgoed en neem er nog maar een ... Als ik toch ziek moet worden, dan liever nu meteen!

Uit: www.gedichtenstad.nl en www.123lesidee.nl

f Wat vond je van de gedichten? Kleur de

.

= niet leuk

= heel leuk

KEUZELES 1

187


Keuzeles 2

Dokter, dokter!

Je kent het verschil tussen letterlijk en figuurlijk taalgebruik. Je kunt vergelijkingen aanvullen. Je kent een aantal uitdrukkingen.

N

IN

a Bekijk de cartoons. Wat valt je op?

VA

Sommige woorden hebben een letterlijke of figuurlijke betekenis. Letterlijk wil zeggen: zoals het echt is. Bijvoorbeeld: Ik kook een lekker menu. Bij figuurlijk krijgen de woorden een andere betekenis. Bijvoorbeeld: Ik kook van woede.

b Letterlijk of figuurlijk? Zet een kruisje in de juiste kolom. Soms begint mijn pa tegen mij te blaffen als ik mijn kamer niet wil opruimen.

2

Onze hond Woefie was de hele nacht aan het blaffen.

3

Tijdens de vakantie reizen we altijd naar een land waar het zonnetje zeker schijnt.

4

Mijn grote zus is het zonnetje in huis.

5

Op familiefeestjes stelen onze twee honden altijd de show.

6

Mijn neefjes stelen soms Woefies speeltje.

7

Als je onze hond plaagt, laat hij snel zijn tanden zien.

8

Morgen zullen we tijdens de voetbalwedstrijd opnieuw onze tanden laten zien.

©

1

188

THEMA 5 | Lekker gezond

letterlijk

figuurlijk


c Lees de situaties. Vul de vergelijkingen met het juiste woord aan. 1 Ik heb buikgriep en ik voel me heel slap. Ik ben zo             als een

.

2 Mijn oudere broer draagt zonder moeite een zware zak aardappelen op zijn schouder.            .

IN

Hij is zo             als een

3 Onze buurvrouw klaagt altijd over pijn, maar eigenlijk mankeert ze niets. Ze is zo             als een

.

4 Na een namiddag fietsen in de felle zon is mijn gezicht helemaal verbrand. Ik ben zo             als een

.

N

5 Dat fotomodel eet echt heel weinig.

Ze is zo             als een

.

VA

6 De muis liep gisteren in de val.

Ze is zo             als een

.

7 Na de zware volleybaltraining viel ik aan tafel bijna in slaap. Ik ben zo             als een

.

©

8 Mijn vader kan echt niet tegen alcohol.

.

Na twee glazen wijn is hij zo          als een

9 Op de kermis ging mijn jongste zusje in het spookhuis. Ik hoorde haar gillen. Toen ze eruit kwam, was ze zo           als de

.

10 De marathonloper raakte ’s ochtends bijna niet uit zijn bed. Hij was zo             als een

.

KEUZELES 2

189


d Verbind de betekenissen met de uitdrukkingen. Zet de letters in de juiste vakjes.

a Iets moeilijk vinden, als een probleem ervaren. b Doen alsof je nergens vanaf weet. c Elkaar niet kunnen verdragen. d Een geruststelling zijn. e Iets leuk gaan vinden. f Ergens maar net aan ontkomen, op het nippertje ontsnappen. g Het niet leuk vinden, er boos om worden. h Ergens erg je best voor doen, maar niet het gewenste resultaat behalen.

VA

N

IN

1 Het meisje skateboardt voor het eerst. Zal ze de smaak te pakken krijgen? 2 De scheidsrechter geeft de speler onterecht rood. Bij de supporters zal dit zeker in het verkeerde keelgat schieten. 3 Dat mijn beste vriend zomaar een ander pest, blijft mij zwaar op de maag liggen. 4 Tussen twee lesuren zetten we graag de klas op stelten. Piet staat dan aan de deur om ons voor de leraar te waarschuwen. Zo kunnen we telkens door het oog van de naald kruipen. 5 Piet zegt: ‘Als de leraar je op iets betrapt, dan moet je doen alsof je neus bloedt.’ 6 Bijt jij ook altijd je tanden stuk op die wiskundeoefeningen? 7 Het zal een pak van mijn hart zijn als ik het werkstuk voor techniek af zal hebben. 8 Mijn jongste zusje en mijn broertje zijn als water en vuur.

2

3

©

1

Keuzeles 3

4

5

6

7

Wie-wat-hoe-spel

Je kunt moeilijke woorden verklaren. Je kunt goed met je klasgenoten samenwerken.

190

THEMA 5 | Lekker gezond

8


Oefenen maar! 1

Duid hier jouw kleur aan:

De persoonsvorm en het onderwerp

Les 2 Lachen is gezond!

IN

a Markeer de persoonsvorm met groen. Het eerste woord in de ja-neevraag is de persoonsvorm. Onderstreep het zinsdeel dat zegt over wie of waarover het gaat. Dat is het onderwerp.

3 Zij vinden de brievenbesteller heel vriendelijk. 4 De honden blaffen naar hem. 5 De postbode vindt pakjes niet leuk.

N

b Markeer de persoonsvorm met groen. Wie of wat is iets in de zin? Onderstreep het onderwerp. 1 Deze gebeurtenis is heel grappig.

Nummer:

2 Hij kent de mensen door en door.

Datum:

1 Een postbode doet al jaren dezelfde ronde.

VA

2 Sommige bewoners zijn bij de levering van een pakje niet thuis. 4 De pakjes zijn te groot voor de brievenbus.

5 De dakgoot is volgens hem de beste brievenbus voor pakjes.

Klas:

3 De postbode is daarover heel boos.

Naar: www.hln.be

c Markeer de persoonsvorm met groen. Onderstreep het onderwerp.

©

1 Een student schrijft een brief aan de dief van zijn fiets. 2 Hij is razend na een nieuwe diefstal. 3 Een zendertje verklapt de woonplaats van de dief. 4 De jongen stopt dezelfde dag de brief in de brievenbus. 5 Ik ben heel teleurgesteld over je daden. 6 Je krijgt van mij een week om de fiets terug te geven. Naam:

Naar: www.hln.be

OEFENEN MAAR!

191


d Markeer de persoonsvorm. Onderstreep het onderwerp. 1 Een dolfijn met twee koppen ligt op het strand van de Turkse stad Izmir. 2 Sportleraar Tugrul Metin doet de vreemde ontdekking tijdens zijn strandwandeling. 3 Meteen verwittigt hij de politie. 4 Even later komen de agenten ter plaatse. 5 Ze brengen het dier naar een laboratorium.

Naam:

7 De ogen zijn nooit open geweest.

IN

6 Volgens specialisten is het dier ongeveer een jaar oud. 8 Voor professor Mehmet Gokoglu is deze vondst heel belangrijk. Naar: www.hln.be

e Markeer de persoonsvorm. Onderstreep het onderwerp.

1 Ons land heeft een kersverse wereldkampioen.

N

2 De 18-jarige Dries Feremans is de nieuwe wereldrecordhouder gsm-werpen. 3 Tijdens zijn tweede poging gooit hij zijn mobieltje 110,42 meter ver. 4 Die worp is bijna tien meter verder dan het vorige record van de Brit Hughff. 5 Normaal beoefent de sportieveling speerwerpen.

VA

6 Deze wedstrijd is een leuk tussendoortje.

7 Openklapbare Samsung-gsm’s zijn de favorieten van de jongeman. 8 Voor de zekerheid plakt hij ze wel met tape dicht.

Klas:

2

Het onderwerp en de hoofdgedachte van een tekst

Les 5 Kerngezond!

©

Nummer:

a Lees de vier teksten. Wat is het onderwerp? Waarover gaat elke tekst? Zet een kruisje in het juiste bolletje. Tekst 1

Datum:

Bij een kettingbotsing zo'n halve kilometer voor de afrit Torhout op de E403 richting Brugge zijn zes voertuigen op elkaar gebotst. Een daarvan ging over de kop. Het ongeval gebeurde rond 09.30 u. vanmorgen. De precieze omstandigheden zijn nog onduidelijk.

Naar: www.hln.be

192

THEMA 5 | Lekker gezond


zes voertuigen kettingbotsing onduidelijk Tekst 2

Tekst 3

VA

N

Een chihuahuahondje stierf een vreemde dood. Een honkbal heeft het diertje het leven gekost. Het hondje werd in de buurt van honkbalclub Blue Devils uit Meppel uitgelaten. Het kreeg de bal precies op zijn kop. Het dier was op slag dood. Een speler uit de eerste ploeg sloeg tijdens de training een homerun. De bal vloog over de twee meter hoge hekken heen en kwam 120 meter verder op de chihuahua terecht. De club is verzekerd en zal een regeling met het baasje van de hond treffen.

Klas:

Naar: www.hln.be

Datum:

in de mond YouTube spin als huisdier

Nummer:

Naar: www.hln.be

IN

Een Amerikaans meisje houdt een spin als huisdier … in haar mond! Als wij een spin zien, gaan we meestal op zoek naar een schoen. Geen haar op ons hoofd dat eraan denkt om het ding aan te raken, laat staan in onze mond te stoppen. Toch vindt deze Amerikaanse tiener het een goed idee om de spin nader kennis te laten maken met haar tong en tanden. Haar filmpje vind je op YouTube.

de dood van een hondje honkbal 120 meter

Tekst 4

©

Facebook is een gratis website om online contact te maken of te houden. Gebruikers kunnen er een persoonlijk Facebookprofiel aanmaken. Zo kun je informatie en interesses delen. Facebook bestaat sinds 2004. Pas in mei 2008 kwam er een Nederlandstalige versie. Facebook groeide sindsdien elke dag. In 2018 had Facebook al 2,23 miljard gebruikers over de hele wereld.

Naar: www.wikipedia.org

Naam:

contact Facebook Nederlandstalige versie

OEFENEN MAAR!

193


b Lees de vier teksten. Tekst 1 Een energiedrank is een oppeppend drankje. Er zijn twee soorten energiedrankjes: sportdrankjes en drankjes die je wakker houden. Die laatste heeft een hoeveelheid cafeïne die vergelijkbaar is met koffie. Naar: www.wikipedia.org

Naam:

IN

Tekst 2 Energiedrankjes komen uit Japan. Daar kregen piloten na de Tweede Wereldoorlog een drankje na een lange, vermoeiende vlucht. Dat idee sloeg over naar Thailand. Daar vond iemand Red Bull uit. Door veel reclame werd het drankje populair bij de jeugd. Naar: www.wikipedia.org

N

Tekst 3

Klas:

VA

Energiedranken zijn geen gezonde keuze. Het is beter om ze niet te drinken. Vanwege de cafeïne krijgen kinderen boven de 13 jaar, zwangere vrouwen en vrouwen die borstvoeding geven het advies niet meer dan 1 blikje per dag te drinken. Kinderen onder de 13 zouden het helemaal niet moeten nemen. Het is af te raden om energiedrankjes met alcohol te drinken. Verder is het af te raden om energiedrankjes te drinken voor of tijdens het sporten. Energiedrankjes zijn namelijk geen dorstlessers. Je kunt ervan uitdrogen en dat kan gevaarlijk zijn.

Naar: www.voedingscentrum.nl

Tekst 4

Datum:

©

Nummer:

Dokters, specialisten, tandartsen en voedingsdeskundigen vinden het erg dat steeds meer jongeren aan energiedrankjes verslaafd zijn. De drankjes kunnen zelfs tot hartritmestoornissen leiden, waarschuwen ze. ‘Het spul kan een overbelasting voor je hart geven. Als je er gevoelig voor bent, kan er een dodelijke hartritmestoornis ontstaan’, zegt een hartspecialiste. ‘Kinderen reageren ook heftiger op de cafeïne en de suiker die erin zitten.’ Ze krijgt dikwijls kinderen en jongeren over de vloer die van het spul moeten afkicken. Op blikjes zou een waarschuwing moeten komen, vindt ze.

Naar: www.nu.nl

194

THEMA 5 | Lekker gezond


1 De vier teksten hebben allemaal hetzelfde onderwerp. Wat is het onderwerp van de teksten? 2 Elke tekst zegt iets anders over het onderwerp. Wat zeggen ze? Wat is de hoofdgedachte? Een tip: lees goed de eerste zin. - Tekst 1: Een energiedrankje - Tekst 2:

c Lees het krantenartikel.

Klas:

VA

N

Dodelijke gerechten Van sommige gerechten kun je sterven als ze fout klaargemaakt zijn. Niet elke maaltijd is dus even onschuldig. Zeker op vakantie is de verleiding groot om plaatselijke gerechten uit te proberen. Vakantiegangers zijn in een goede stemming. Ze willen wel eens iets anders proberen. Dikwijls weten ze niet dat er gevaarlijke gerechten bestaan. In het buitenland kun je niet altijd weten of een restaurant een goede naam heeft. Soms zijn de koks die de gerechten serveren niet voldoende opgeleid. Pas dus op met maniok, kogelvis of babyoctopussen. Een goede tip: ga op reis altijd eten in een restaurant waar veel plaatselijke bewoners zitten te eten.

Datum:

Nummer:

- Tekst 4: Kenners vinden

IN

- Tekst 3: Energiedranken

Naar: www.hln.be

1 Wat is het onderwerp van deze tekst?

2 Wat is de hoofdgedachte? Markeer ze eerst in de tekst.

3 Om welke redenen eten toeristen graag die gerechten?

©

4 Over welke drie gerechten heeft de schrijver het?

5 Welke tip geeft de schrijver nog mee?

Naam:

OEFENEN MAAR!

195


d Lees deze teksten. Wat is het onderwerp en de hoofdgedachte? Vul de tabel aan. Tekst 1

IN

Naam:

De Japanse kogelvis staat bekend om zijn dodelijke eigenschappen. Als je de kogelvis niet op de juiste manier bereidt, kun je ervan sterven. Verscheidene toeristen vonden zo al de dood. In Japan zijn er meer dan 38 000 restaurants waar koks jarenlang getraind worden om de vis te mogen bereiden. Kogelvis wordt vaak rauw opgediend. Juist dan kan hij een gif bevatten. Wie fout bereide Japanse kogelvis eet, zal zich duizelig voelen. Plots zal hij/zij moeite hebben met spreken. Uiteindelijk verlammen de spieren, waardoor de persoon kan stikken en dus sterven. Naar: www.hln.be

Tekst 2

Klas:

VA

N

In bepaalde Afrikaanse gebieden is de stierkikker een ware lekkernij. Vooral in Namibië eten ze de stierkikker graag. Dit dier kan heel wat stoffen bevatten die voor mensen dodelijk kunnen zijn. Avontuurlijke koks moeten daarom met de leeftijd van de kikker rekening houden. Een jong dier dat zich nog moet voortplanten, draagt de dodelijke stof met zich mee.

Naar: www.hln.be

onderwerp

Tekst 1

©

Nummer:

Tekst 2

Datum:

196

THEMA 5 | Lekker gezond

hoofdgedachte


IN N

VA

THEMA 6 Superheld!

Helden van nu - lezen, W-vragen

LES 2

Enkel of dubbel? - spelling: medeklinkers

LES 3

Bekende en onbekende helden - lezen, luisteren, W-vragen

LES 4

Wie is jouw held? - schrijven, W-vragen

LES 5

De loserlijst - genietend lezen

LES 6

Spel- en woordweb - spelling en woordverklaring

©

LES 1

O V U R

KEUZELES 1

Mijn papa is een held - genietend lezen

KEUZELES 2

Ontwerp je eigen held! - schrijven

KEUZELES 3 Wie-wat-hoe-spel - enkele en dubbele medeklinkers, onderwerp en persoonsvorm OEFENEN MAAR! ZELFTOETS

LES 1 | Titel

197


Les 1

Helden van nu Je kunt vragen over een tekst beantwoorden. Je kunt zelf vragen over een tekst stellen.

a Beantwoord de vragen bij elke tekst.

IN

Papegaai krijgt award voor heldendaad

Naar: www.gva.be

VA

- Wie is de held?

N

In het Amerikaanse Denver is een papegaai voor zijn heldendaad beloond. Papegaai Willie redde in november een baby van de verstikkingsdood. Zijn baasje Megan verliet haar ontbijtende baby even om naar het toilet te gaan. Toen het kind zich verslikte, sloeg de papegaai meteen alarm: ‘Mama, baby!’ Moeder Megan was zo net op tijd om haar kind van een gruwelijke dood te redden. ‘Willie is de echte held’, zei ze nog.

- Wat heeft de held gedaan?

Jonge helden

©

Drie jongens van 15 hebben een ereteken van moed en zelfopoffering gekregen. In december vorig jaar haalden ze hun vriend Boris uit het Albertkanaal in Herentals. De jongen dreigde te verdrinken. De vrienden deden dat zonder nadenken en zonder enige vrees voor hun eigen leven.

Naar: www.rtv.be

- Wie zijn de helden? - Wat hebben de helden gedaan?

198

THEMA 6 | Superheld!


b Beantwoord de vragen bij elke tekst.

Held voor één dag De vijfjarige Miles heeft gisteren de dag van zijn leven gehad. Hij mocht voor één dag ‘Batkid’ zijn. Aan de zijde van de echte Batman ging hij de misdaad in de Amerikaanse stad San Francisco te lijf. Miles Scott heeft leukemie. Dankzij de organisatie Make-a-wish mocht hij een dag doorbrengen als ‘Batkid’. Make-a-wish laat de wensen van erg zieke kinderen uitkomen. © Mike Koozmin S.F. Examiner

- Waar gebeurde de heldendaad? - Wanneer gebeurde de heldendaad?

IN

Uit: www.ketnet.be

verrichten:

doen, uitvoeren

N

Olifantje bevrijd uit benarde situatie

VA

Inwoners van een dorpje in het noorden van India hebben tijdens het regenseizoen een heldendaad verricht. Een olifantenkalfje zat in de buurt van het dorp, in een greppel die met water gevuld was, vast. Nadat twee andere olifanten tevergeefs hadden geprobeerd het kalf te redden, schoten de bewoners in actie. Ze trokken het dier uit het water en brachten het naar de dierenarts.

Naar: www.hbvl.be

tevergeefs:

zonder resultaat

- Waar gebeurde de heldendaad?

©

- Wanneer gebeurde de heldendaad?

Om een tekst goed te begrijpen, kun je enkele vragen stellen: 1 Over wie gaat de tekst? 2 Wat gebeurt er? 3 Waar gebeurt het? 4 Wanneer gebeurt het?

LES 1 | Helden van nu

199


c Markeer in de volgende tekst de antwoorden op de vier vragen: - ‘wie’ met oranje - 'wat' met groen - 'waar' met blauw - 'wanneer' met roze.

IN

Nala blaft baasjes net op tijd wakker

VA

N

Heist-op-den-Berg heeft een nieuwe held: Nala, de golden retriever van Johan Van Hoogten en Nancy Hendricx. Zondag, rond middernacht, brak in de Bruggeneindse Heirbaan in Heist-op-den-Berg in de woonkamer van Johan en Nancy brand uit. In de woonkamer was er een rookmelder. Die hoorden ze niet. Nala blafte haar baasjes net op tijd wakker voor de brand de rest van het huis kon vernielen. De bewoners hadden de houtkachel ’s avonds nog even aangestoken. Toen ze gingen slapen, doofden ze het vuur. Vermoedelijk raakte de afvoerpijp van de houtkachel oververhit en vatte de bekisting vuur. Dat het koppel hun verhaal nog kan navertellen, hebben ze aan niemand anders dan hun superhond Nala te danken.

Naar: www.hln.be

d Vul het schema in.

©

Titel:

200

Wie?

Wat?

Waar?

Wanneer?

THEMA 6 | Superheld!


e Markeer ook in de volgende tekst de antwoorden op de vragen wie, wat, waar en wanneer.

Robotten als lokaas

IN

De politie van een stad in de Amerikaanse staat Florida is in volle voorbereiding om nog dit jaar robotten tegen stropers te gebruiken. Stropers zijn mensen die op dieren jagen, maar dat eigenlijk niet mogen doen. De politie wil drie robotten gebruiken. Die lijken op een hert. Ze kunnen hun kop en staart bewegen. Als de stropers op de robot schieten, loopt dat hert natuurlijk niet weg. Schieten op de robot is strafbaar. Betrapt de politie de jagers? Dan pakt de politie hen op.Ze zullen ook de kosten moeten betalen om de robot te herstellen. f Vul het schema in.

Wie?

Wat?

Waar?

Wanneer?

N

VA

g In de volgende zinnen ontbreekt het vraagwoord. Markeer eerst in de antwoorden - oranje als het over een persoon gaat; - groen als het over iets / een ding gaat; - blauw als het over een plaats gaat; - roze als het over een tijdstip gaat.

Vul daarna het passende vraagwoord in. Vergeet de hoofdletter niet. Kies uit:

wie – wat – waar – wanneer.

1       ga jij die film bekijken? Ik ga naar Kinepolis Gent. is jouw favoriete filmheld? Superman is mijn favoriete filmheld.

©

2

3       is jouw lievelingsfilm? Star Wars is mijn lievelingsfilm.

4       keek samen met jou naar Star Wars? Mijn twee beste vrienden keken met mij naar Star Wars.

5       ging jij naar de bioscoop? Ik ging vorige zaterdag naar de bioscoop.

6       zouden we nu eens kunnen doen? We kunnen een spannend spel spelen. 7       ligt dat spel nu toch? Ik vind het nergens! 8       spreken we nog eens af? Morgen of overmorgen.

LES 1 | Helden van nu

201


h Lees het interview met een superheld. Alleen de antwoorden zijn gegeven. Markeer eerst in de antwoorden: - oranje als het over een persoon gaat; - groen als het over iets / een ding gaat; - blauw als het over een plaats gaat; - roze als het over een tijdstip gaat.

IN

Stel daarna de juiste vragen. Begin de vraag met wie, wat, waar of wanneer. Vergeet de hoofdletter niet. Maak de opdracht eerst alleen. Overleg daarna met een medeleerling. 1 Begin elke zin met een hoofdletter. 2 Zet het passende leesteken na elke zin.

N

Ik werd in 1962 als stripfiguur geboren. Ik ben dus al een beetje oud.

VA

Ik woon bij mijn tante in New York.

Mijn belangrijkste superkracht is dat ik als een insect aan muren kan kleven.

©

Ik ben Spiderman!

Wat vond je moeilijk aan deze opdracht?

202

THEMA 6 | Superheld!


Les 2

Enkel of dubbel?

a Lees de woorden. ruiken graven redden geuren sneeuwen stikken honden leven

stokken neuzen doden uren kaarten putten natte

IN

Je kunt de spellingregels over verenkelen en verdubbelen toepassen.

© GEORGID / Shutterstockcom

b Welke woorden schrijf je zoals je ze hoort? Markeer ze hierboven met geel.

lange klank

VA

korte klank

N

c Schrijf de woorden die je niet markeerde in de juiste kolom over.

Hoeveel medeklinkers hoor je achter de korte of lange klank?        Wat valt op bij de woorden met een korte klank?

©

Wat valt op bij de woorden met een lange klank?

LES 2 | Enkel of dubbel?

203


¢

¢

Ik hoor een lange klank en 1 medeklinker erna.

Zatte vette kippen stoppen bussen.

¢

Ik schrijf de medeklinker dubbel.

¢

Apen Ik schrijf zweven de klinker over enkel. muren.

IN

Ik luister naar het einde van de klankgroep:

Ik hoor een korte klank en 1 medeklinker erna.

d Schrijf de woorden over. l of ll?

e of ee?

eboog

gori

a

stoe

en

opste

ing

b

sten

dieptem

ter

N

e

t

nen

verd

len

VA

e Luister goed. Schrijf de volledige woorden op. 1 De ki

en van onze b

ren houden nooit hun bek!

2 De voormalige directeur kreeg een gr r

te bos

zen cadeau.

©

3 Dit is de dru

el die de e

er doet

verl

en en gran

ten !’ riep de ge

pen.

4 ‘Duizend bo

5 Nog twee w

204

ken en het is vakantie!

THEMA 6 | Superheld!

e kapitein.

voormalig: vroeger


6 De pil de b

ten st

rden het vliegtuig net b

ven

men.

7 Timo is verl

gen en Yasmina is da

er.

8 Heb jij het tel

foonnummer van de ba

er?

els gaat mijn kleine zus nooit sl

10 De p

litie achtervolgt de inbr

ker.

vervolledigen:

f Luister goed.

compleet maken

Vervolledig de zinnen.

gaan elke maand minstens één keer

.

N

1 Alle

pen.

IN

9 Zonder knu

2 In de vijver zitten

en

.

op de

VA

3 Weet jij hoeveel verschillende

gesproken worden?

4 De vier

kregen een

voor hun hulp op het feest.

5 Vorige week leek het wel

6 Elke dag brengen de

met dat mooie weer.

de kinderen naar de

.

©

7 Eet jij

met slagroom of met

?

8 Denk jij nu echt dat

kippen

kunnen

?

LES 2 | Enkel of dubbel?

205


g Een letter meer of minder maakt veel verschil uit. Welk woord past in de zinnen? Kies uit:

lader of ladder – manen of mannen – wenen of wennen – tonen of tonnen – bestelen of bestellen – speling of spelling – kwalen of kwallen – zonen of zonnen – roken of rokken – slaken of slakken

1 De zangeres kan hele hoge

van mijn smartphone is?

3 Op restaurant kan iedereen zijn lievelingsgerecht 4 Zoek de juiste 5 Er zitten

.

op het strand.

heeft die man?

ongezond is?

9 Ze moest aan de nieuwe school

.

N

8 Jullie weten toch dat

6 We moeten opletten voor

.

©

VA

10 Het paard heeft lange

206

van dat woord eens op. op de sla.

7 Hoeveel

IN

2 Weet jij waar de

zingen.

THEMA 6 | Superheld!


Les 3

Bekende en onbekende helden Je kunt vragen beantwoorden bij een luisterfragment. Je kunt vragen stellen bij een leestekst. Je kunt vragen beantwoorden bij een leestekst.

a Kijk naar de fragmenten en beantwoord de vragen.

Fragment 1 1 Wie heeft Joke gered? 2 Wat was er met Joke gebeurd?

IN

1 Laat je door niets afleiden. 2 Kijk en luister aandachtig naar het fragment. 3 Noteer tijdens het luisteren enkele kernwoorden.

N

3 Wanneer werd Joke gered?

4 Waar was ze, toen ze gered werd?

Fragment 2

1 Wie zijn de helden in dit fragment?

VA

2 Wat hebben zij gedaan?

3 Wanneer hebben ze hun heldendaad verricht? 4 Waar hebben ze hun heldendaad verricht?

Fragment 3

1 Wie mag op dit WK meespelen? 2 Wat doen de spelers tussen de wedstrijden door?

©

3 Wanneer is het WK begonnen? 4 Waar vindt het WK plaats?

Fragment 4

1 Wie is de held in dit fragment? 2 Wat doet deze jongen zoal voor zijn mama? Geef twee voorbeelden. 3 Waar woont dit gezin?

LES 3 | Bekende en onbekende helden

207


b Lees de teksten. Vul op de juiste plaats in: wie, wat, waar, wanneer. Christoffel Columbus ① wist dat de aarde rond was. Hij besloot via het westen naar het Verre Oosten van de wereld te gaan. Dat was in de tegengestelde richting dan andere zeevaarders. Het zou een spannende en gevaarlijke reis ② worden. Columbus moest al zijn kennis en ervaring gebruiken. Maar op 12 oktober 1492 ③ ontdekten Columbus en zijn bemanning Amerika ④!

IN

In 1961① was Joeri Gagarin② de eerste mens in de ruimte! Deze ruimtevlucht ③ duurde van de lancering tot de landing 108 minuten. In die tijd cirkelde hij één keer rond onze planeet ④. Hij keerde terug als een held. Over de hele wereld haalde hij de voorpagina van de kranten.

① ② ③ ④

N

① ② ③ ④

VA

c Lees de teksten. Markeer het antwoord op de vragen: - ‘wie’ met oranje - 'wat' met groen

©

David Livingstone reisde jarenlang door Afrika. Uiteindelijk bereikte hij in mei 1856 de kust. Zo maakte hij de eerste tocht van west naar oost . Toen Livingstone in Engeland terugkeerde, was hij beroemd. Hij kreeg een medaille en werd een nationale held.

- 'waar' met blauw - 'wanneer' met roze. In mei 1932 vertrok Amelia Earhart met haar vliegtuig vanuit Canada. Ze wilde de eerste vrouw zijn die op haar eentje over de Atlantische Oceaan vloog. Ze vloog 's nachts bijna vijftien uur non-stop. Haar brandstoftank lekte, vlammen kwamen uit de motor en de vleugels van het vliegtuig waren bedekt met ijs. Ze kon maar net voorkomen dat ze in de golven stortte. Uiteindelijk landde ze in een weide in Ierland. Het was haar gelukt: de eerste vlucht van een vrouw over de oceaan !

Naar: Deborah Kespert, Op expeditie! Op reis met de dapperste ontdekkingsreizigers aller tijden.

208

THEMA 6 | Superheld!


d Lees de teksten. Op welke vraag krijg je geen antwoord (wie, wat, waar, wanneer)? Vul aan welke W ontbreekt.

- Welke W kun je hier aanvullen?

IN

In Antwerpen gaat de nieuwste superheldenfilm X-Men in première. X-Men: Days of Future Past is het zevende deel in de reeks. De films zijn op stripverhalen gebaseerd. Filmliefhebbers kunnen ze zowel in 2D als in 3D gaan bekijken.

N

Een tijdje geleden hield Justin Bieber een straatrace en zat hij dronken achter het stuur. Van het gerecht mag het tieneridool zelf kiezen wat zijn straf is. Hij kan kiezen tussen de gevangenis of een werkstraf. Als Bieber toegeeft dat hij fout was, dan hoeft hij niet naar de gevangenis. Het popidool moet dan wel 40 uur gaan werken zonder ervoor betaald te worden. Bovendien moet hij een cursus over alcohol volgen. Hij krijgt ook een alcoholslot op zijn auto. Zo kan hij niet meer met de auto rijden als hij alcohol gedronken heeft. Benieuwd wat Justin Bieber zal kiezen … de gevangenis of een werkstraf? Naar: www.ketnet.be

VA

- Welke W kun je hier aanvullen?

©

In april moest een koe uit een beerput gered worden. Dat is de put waar alle uitwerpselen van de dieren in terechtkomen. Vier dieren vielen in de put nadat ze uit hun wei losgebroken waren. Drie dieren raakten gemakkelijk uit de beerput. Voor de vierde was een duik tussen de koeienvlaaien noodzakelijk. Na de reddingsactie was een goede douche geen overbodige luxe, want zo'n beerput ruikt niet bepaald lekker!

Naar: www.ketnet.be

- Welke W kun je hier aanvullen?

e Vul het antwoord aan dat past bij de vragen die je hierboven noteerde. Kies uit:

in Miami – op zaterdag 22 mei – duikers van de brandweer

LES 3 | Bekende en onbekende helden

209


Les 4

Wie is jouw held? Je kunt een korte schrijfoefening voorbereiden. Je kunt vragen over jouw gekozen held beantwoorden.

O V VOOR U R

O V U R

Beantwoord de vragen.

IN

Kies een held, een persoon naar wie je opkijkt. Het kan een bekende persoon zijn, zoals een sporter of een zanger. Of iemand van je familie of vrienden. Hoe heet jouw held?

Wie?

N

Hoe oud is je held?

Is het een man of een vrouw?

VA

Is dat zijn/haar beroep?

Wat doet jouw held?

©

Wat? Wat is er zo super aan jouw held?

210

THEMA 6 | Superheld!


Waar woont jouw held?

Waar?

Waar doet jouw held zijn/haar heldendaden?

Wanneer doet jouw held zijn/ haar heldendaden?

Wanneer?

IN

schrappen:

O V TIJDENS U R

Schrijf een korte tekst over jouw held. Vul de zinnen hieronder aan. Schrap de woorden en zinnen die niet in jouw verhaal passen.

weglaten, doorstrepen

Mijn held heet

N

Wie is mijn held?

Mijn held is (ongeveer)

.

jaar oud.

Wat doet mijn held?

VA

De belangrijkste heldendaden van (Vul de naam van je held in.)

zijn:

Hij/zij doet dit (niet) voor zijn/haar beroep. Deze held vind ik zo super, omdat

©

Waar doet mijn held zijn/haar heldendaden? Hij/Zij doet deze dingen in

.

Hij/Zij woont in

.

Wanneer doet mijn held zijn heldendaden?

Mijn held is vooral (Vul een tijdstip in.) met zijn/haar daden bezig.

LES 4 | Wie is jouw held?

211


Begin met een titel: Mijn held. Laat de vetgedrukte vragen weg. In de plaats van die vragen laat je een regel tussen. Laat de overbodige woorden weg: die mogen niet in je tekst voorkomen. Begin elke zin op een nieuwe regel.

voorkomen:

1 Begin elke zin met een hoofdletter. 2 Vergeet de leestekens niet. 3 Schrijf of typ juist over. 4 Werk netjes.

1 Ik heb de vragen vooraf beantwoord.

IN

O V NA U R

gebeuren, er zijn

ja

nee

ja

nee

ja

nee

4 Elke zin begint op een nieuwe regel.

ja

nee

5 Ik heb de tekst juist overgeschreven of overgetypt.

ja

nee

6 Elke zin begint met een hoofdletter.

ja

nee

7 Ik heb passende leestekens gezet.

ja

nee

2 Ik heb de titel 'Mijn held' genoteerd.

©

VA

N

3 Ik heb de vragen niet overgeschreven. Ik liet op die plaats een regel tussen.

212

THEMA 6 | Superheld!


Les 5

De loserlijst Je kunt genieten van een fragment uit een jeugdboek.

©

VA

N

a Lees het fragment uit De loserlijst.

IN

Dennis Koning kan heel goed tekenen en houdt zijn dagboek bij. Hij heeft het niet gemakkelijk op school. Tot overmaat van ramp komt Dennis op de loserlijst in de meisjes-wc terecht. Iedereen noemt hem een nerd. Het blijkt nog niet zo eenvoudig om weer van die lijst af te komen. Spike, de grootste pestkop van de school, kan daarbij helpen. Spike is de leider van De Schedels, een heel gemene bende... Dennis slaagt erin Spike aan zijn kant te krijgen. Maar dan steelt Spike een stripboek in de winkel van Dennis' vriendin Loekie.

Uit: De loserlijst, Uitgeverij De Fontein 2014

LES 5 | De loserlijst

213


IN N VA

© 214

THEMA 6 | Superheld!


IN N VA

© LES 5 | De loserlijst

215


IN N VA b Beantwoord de vragen mondeling.

1 Waarom zegt Spike dat ze ‘dit samen geflikt’ hebben? Wat bedoelt hij? 2 Wat betekenen de woorden 'doekoe' en 'piek'? Gebruik jij deze woorden?

©

Waar worden deze woorden gebruikt? Gebruik jij hier andere woorden voor? Welke?

3 Wat betekenen de woorden 'whizzkid' en 'nerd'? Zijn deze woorden een belediging? Gebruik jij hier andere woorden voor? Welke?

4 Gebruik jij soms woorden die volwassenen niet begrijpen? Welke? 5 Waarom speelt Dennis het spelletje mee? Vind je dat een goed idee? 6 Vind je Dennis moedig? Waarom (niet)?

7 Wat zou jij doen als je Dennis was?

216

THEMA 6 | Superheld!


Les 6 6.1

Spel- en woordweb

Spelweb Je kunt de woorden uit dit spelweb juist schrijven.

a Lees de woorden hardop.

1

yoghurt

2

pizza

3

feit

4

beeldscherm

5

fabrikant

6

pictogram

IN

b Schrijf de woorden juist over. Let op de juiste schrijfhouding. 7

gruwelijk

8

bevrijden

9

actie

10 voorbereiding 11 bereiken

12 oceaan

N

c Duid de moeilijkheden in het woord aan. d Spel de twaalf woorden hardop.

VA

e Vul de ontbrekende letter(s) in. Schrijf daarna het volledige woord over. yo

urt

pi

togram

bevr

den

o

eaan

ber

ken

k

gruwel

©

f Puzzel de letters in de juiste volgorde. Schrijf het volledige woord over. De eerste letter krijg je cadeau! Kies uit de woorden uit oefening b. azpiz

p

tiaec

a

bideeoovrrngi

v

tnakibrfa

f

bmreeeldshc

b

tfie

f

LES 6 | Spel- en woordweb

217


6.2

Woordweb Je begrijpt de woorden uit dit woordweb.

Reeks 1 a Lees de eerste reeks woorden en de voorbeeldzinnen. Welke prenten of tekeningen kunnen we allemaal voor de collage gebruiken?

IN

collage

doorbrengen We willen het weekend aan zee doorbrengen.

De ontdekkingsreizigers gingen tot aan de oorsprong van de rivier.

uitdrukking

Ken jij de uitdrukking 'doen alsof je neus bloedt'?

vermijden

Om alle problemen te vermijden, kom je maar beter niet te laat op school.

ruim

Jullie zijn ruim op tijd, zelfs een halfuur te vroeg!

VA

N

oorsprong

b Noteer het passende woord uit oefening a bij de betekenis. 1 een zegswijze, een manier om iets te zeggen die altijd figuurlijk is:

3 een verzameling prenten, tekeningen en woorden op één blad:

4 meer dan:

5 tijd besteden, beleven:

6 het begin, de herkomst, de bron:

©

2 proberen te ontwijken, er niet aankomen:

218

THEMA 6 | Superheld!


Reeks 2 c Lees de tweede reeks woorden en de voorbeeldzinnen. De leraar schrapt alle foute woorden. Alleen de juiste woorden blijven over.

tevergeefs

We hebben tevergeefs geprobeerd de auto te starten. We zullen met de fiets moeten gaan.

verrichten

Deze man heeft een grote heldendaad verricht.

vervolledigen

Vandaag heb ik mijn collectie voetbalstickers vervolledigd. Nu heb ik ze allemaal!

voorkomen

Weet jij of er hier wolven voorkomen?

voormalig

Mijn opa is de voormalige directeur van dat bedrijf. Nu is hij met pensioen.

IN

schrappen

1 doen, uitvoeren 2 er zijn

A voormalig

B tevergeefs

C vervolledigen

VA

3 vroeger

N

d Welk woord hoort bij welke verklaring? Vul de tabel aan.

4 compleet maken

D verrichten

5 wegdoen, weglaten

E voorkomen

6 zonder resultaat

F schrappen

2

3

4

5

6

©

1

LES 6 | Spel- en woordweb

219


e Vul het passende woord in. Kies uit:

collage – oorsprong – doorbrengen – uitdrukking – vermijden – ruim – schrappen – tevergeefs – verrichten – vervolledigen – voorkomen – voormalig 1 Waar willen jullie graag de vakantie 2 Eddy Merckx is een

?

wereldkampioen

wielrennen. 500 bezoekers op de opendeurdag

aanwezig. 4 Iedereen kan zijn zelfgemaakte

IN

3 Er zijn

aan de

muur hangen.

5 Hoeveel figuurtjes heb je nog nodig om je collectie te

?

6 We proberen

om droog te blijven, maar het

regent te hard.

van de Schelde is?

N

7 Weet jij waar de 8 De betekenis van die

kun je in het

woordenboek opzoeken.

9 Als jullie samenwerken, kunnen jullie prachtig .

VA

werk

10 Sommige mensen geloven dat vampiers echt kunnen

.

11 Met een omweg kunnen we de file misschien 12 Je kunt die huistaak uit je agenda

©

niet meer nodig.

220

THEMA 6 | Superheld!

. Ze is

.


keuzegedeelte Keuzeles 1

Mijn papa is een held

Je kunt vragen over de achterflap van een boek beantwoorden. Je kunt vragen over een fragment uit een boek beantwoorden.

IN

a Lees de achterflap van het boek Mijn papa is een held. Beantwoord de vragen.

Mijn papa is een held, Berti Persoons

VA

N

Joost mist zijn vader, die een jaar geleden gestorven is, heel erg. Samen met zijn moeder probeert hij er het beste van te maken. Mijn papa is een held, vindt Joost, want als brandweerman heeft hij veel mensen geholpen. Maar zelf vond zijn vader op het einde van zijn leven dat hij niet genoeg gedaan had. Joost vraagt zich af waarom. En wie is die man die opeens bij zijn moeder op bezoek komt? Ze zijn toch niet verliefd op elkaar? De vragen over zijn vader en de angst zijn moeder kwijt te raken aan een vreemde man, maken Joost onzeker, verdrietig en boos.

1 Wat is er met de papa van Joost gebeurd?

2 Denk je dat het een vrolijk boek is? Waarom denk je dat? 3 Zou je het boek willen lezen? Waarom (niet)?

b Lees het fragment. Beantwoord de vragen.

'Hoe was papa ook alweer?' polst Joost. Zijn moeder kijkt hem aan. Ze verbleekt. 'Zoals jij.' Ze slaat haar handen voor haar gezicht. 'Een lieve papa', mompelt ze. 'En dapper.' 5 Joost vermoedt al langer dat er meer is, iets wat hij niet weet. Zijn moeder vertelt er nooit over. De mensen op straat wel, in vage bewoordingen. 'Je vader,' zeggen ze dan, 'was een echte held.' Meer niet. 'Vertel!' dringt Joost aan. 'Over zijn heldendaad.'

©

1

KEUZELES 1

221


10

'Nu niet', zegt mama. 'Een andere keer.' Ze staat op en begint de tafel af te ruimen. Haar handen trillen. 'Altijd aan papa blijven denken', zegt ze nog met een warme stem. Joost knikt en bijt op zijn onderlip. Heel hard. Hij verdringt zijn tranen. Zo veel vragen zonder antwoord.

1 Waaraan denk je bij dit fragment?

15

IN

2 Welke gevoelens heeft Joost?

Even later komt Walter op bezoek bij de mama van Joost. Walter blijft eten.

VA

N

Het gesprek valt stil. Niemand vindt nog de juiste woorden. Walter nipt ongemakkelijk van de wijn. Gejaagd ruimt mama de tafel af. Joost kijkt verveeld toe. 'Ga maar even naar je kamer, Joost', stelt 20 mama voor. 'Dan kan ik nog wat met Walter praten.' 'Liever niet', moppert Joost. 'Een uurtje maar', houdt mama vol. Joost loopt de trap op, stap voor stap, tegen zijn zin. Boven blijft hij voor het kleine werkkamertje staan. De deur staat op een kier. 25 'Hier zat papa dikwijls', treurt Joost. Hij aarzelt, maar duwt de deur toch verder open. Op het bureau staan enkele dozen, netjes dicht. Eronder blinkt een ijzeren kistje. Het is gesloten, maar de sleutel zit in het slot.

Aan de muur hangt een foto van papa. Met een zwart lint onder aan 30 de lijst. Het hart van Joost begint sneller te bonzen. Hij wil weg. Halsoverkop naar beneden rennen. Naar mama. Maar hij blijft.

©

Papa's brandweerlaarzen staan onder het raam. Zwarte laarzen. Ze zijn gepoetst en blinken. Maat vijfenveertig. De helm hangt aan de leuning van de stoel. Joost zet hem op. Te groot natuurlijk. Hij 35 droomt er al jaren van om brandweerman te worden, zoals papa. 'Dan ga ik deze helm dragen', zegt Joost hardop. 'Dan word ik ook een held, zoals papa.' Later, als zijn hoofd in de brandweerhelm past.

222

3

Waaraan denk je bij dit fragment?

4

Vind jij een brandweerman een held? Waarom (niet)?

THEMA 6 | Superheld!


5

Welke andere beroepen vind jij heldhaftig? Waarom?

6

Heb je familieleden of vrienden met een heldhaftig beroep? Wie?

Waarom vind je dat beroep heldhaftig?

Keuzeles 2

Ontwerp je eigen held!

IN

Je kunt een kort tekstje over jezelf als superheld schrijven. Je kunt bij dat tekstje een creatieve tekening maken.

a Wat weet je over Superman, Batman, Wonder Woman of Catwoman?

Wie ben je?

N

b Stel dat jij zelf een superheld bent. Welke held zou jij zijn? Beantwoord de vragen met een volledige zin. Let op hoofdletters en leestekens. Zet in twee antwoorden het onderwerp niet vooraan.

- Wat is je heldennaam?

- Hoe ziet je heldenpak eruit?

VA

Wat doe je om de wereld een beetje beter te maken?

©

Waar doe je je heldendaden?

Wanneer doe je heldendaden? Schrijf of typ de antwoorden op een apart blad over. Maak een tekening van jezelf als superheld.

KEUZELES 2

223


ja

nee

2 Elke zin begint met een hoofdletter.

ja

nee

3 Elke zin eindigt met een passend leesteken.

ja

nee

4 Twee zinnen beginnen niet met het onderwerp.

ja

nee

5 Ik heb mezelf als superheld getekend.

ja

nee

Keuzeles 3

IN

1 Ik heb de vragen met een volledige zin beantwoord.

Wie-wat-hoe-spel

©

VA

N

Je kunt enkele en dubbele medeklinkers in een woord invullen. Je kunt de persoonsvorm en het onderwerp in de zin aanduiden. Je toont respect voor je klasgenoten en voor de spelregels.

224

THEMA 6 | Superheld!


Oefenen maar! 1

Duid hier jouw kleur aan:

Verenkelen en verdubbelen

Les 2 Enkel of dubbel?

a Zet de woorden in de juiste kolom: apen - stokken - tassen - bomen - bussen - goden meter - bedden - kikker - koffie - tunnel - letter - honing - trommel - wagen - kuren

Nummer:

b Enkel of dubbel? Vul aan. Schrijf het volledige woord nogmaals over. d of dd? en

t of tt? ka

en

VA

be

en

ka

er

pa

enstoel

ke

ing

mi

el

be

on

bei

e

hu

en

bui

el

bei

el

©

Klas:

baar

o of oo?

Datum:

Bv. vakken

N

Bv. ramen

Dubbele medeklinker

IN

Enkele klinker

a of aa?

b

rden

handv

g

ien

ban

br

den

d

delijk

h

nden

sp

ren

g

ten

d

der

v

gel

sp

rpot

rdig

Naam:

nen

OEFENEN MAAR!

225


c Enkel of dubbel? Vul aan. Schrijf het volledige woord nogmaals over. e of ee?

k of kk?

zel

blo

en

str

ken

hin

en

b

lden

breu

en

b

zem

ki

erbil

g

sten

kur

en

rui

en

digen

Naam:

IN

bel

p of pp? sta

en

ko

el

pom

f of ff?

en

twij

el

ko

ie

reisko

regendru

el

sto

er

en

elboom

panto

ki

enhok

tromgero

els el

N

a

Klas:

VA

d Vul aan met woorden die rijmen. Geef daarna telkens zelf een rijmwoord. jassen

tenen

dromen

plukken

kl

w

b

dr

d

l

str

st

matr

b

losk

ongel

©

Nummer:

e Enkel of dubbel? Kijk goed naar de tekeningen en vul aan. 1 De

van de schilders staan tegen de hoge gevels.

2 Ik zag twee

lekkere nootjes rapen. a

Datum:

3 Mijn kleine zus speelt graag met het

en haar

4 Het cadeautje zat in een mooie verpakking met twee grote

226

l

THEMA 6 | Superheld!

.

p k s


5 Die grappige professor draagt twee verschillende 6 In mijn boekentas zitten een

.

en mijn

.

s p b

f Verenkelen of verdubbelen? Vul passende klinkers en medeklinkers in. Schrijf het woord op de invullijn. 1 Op mijn bed heb ik het liefst een lekker warm en.

2 Mijn broer leest graag spannende verh maar ik kijk liever naar films. 3 De dappere ma

len,

en hebben alle tra

van de hoge t

ren beklommen.

4 Zijn grote zu

en willen altijd de wi

en

/

Datum:

ken en een zacht ku

IN

donsd

aars

5 Kunnen jullie straks even helpen de lege fle en de karto

ven varen de hele dag tonnenzware

en af en aan.

7 Op de vr

genlijst wordt ook naar je ho

Klas:

sche

en

en dozen te verzamelen?

VA

6 In de h

Nummer:

N

van het spel worden.

y's

gevraagd.

8 Aan de ka

a van het w

de klanten min

/

tenlang in de rij.

pitein schenkt zijn matr

©

9 De k

renhuis staan

zen een

vrije dag. 10 Vorige z

mer werden heel hoge temperat

ren

Naam:

gemeten.

OEFENEN MAAR!

227


2

De W-vragen

Les 1 Helden van nu – Les 3 Bekende en onbekende helden

a Vul het juiste vraagwoord in: wie - wat - waar - wanneer. Let op de hoofdletters. 1

woon jij?

3

ben jij? Simon of Tom?

2

doe je graag?

4

ben je geboren? Op 1 of 2 april?

1

gaan jullie op vakantie? Naar Frankrijk.

2

doe je graag? Ik doe graag judo.

3

heeft de afwas gedaan? Papa natuurlijk.

4

is jouw verjaardag? Op 12 december.

5

staat onze auto geparkeerd? Op het marktplein.

6

gaat je broertje naar bed? Rond 20 uur.

7

komt morgen naar het feest? De hele familie.

8

N

Naam:

IN

b Vul het juiste vraagwoord in: wie - wat - waar - wanneer. Let op de hoofdletters.

eet jij het allerliefst? Frietjes!

VA

c Vul de uitnodiging voor het verjaardagsfeestje aan: wie - wat - waar - wanneer. Let op de hoofdletters.

Klas:

: vrijdag 18 november, 18:00 uur : Party! We vieren mijn verjaardag! : alle klasgenoten : bij mij thuis

Tot dan! Sandro

Datum:

©

Nummer:

d Welke vraag past bij welk antwoord?

228

1 Wanneer komen onze vrienden op bezoek? A In het noorden van Spanje. 2 Wie heeft de ramen gepoetst? B De glazenwasser natuurlijk. 3 Waar ligt zijn geboortedorp? C Nina Derwael. 4 Wat hebben jullie dit weekend gedaan? D Op 21 december. 5 Wie is een bekende Belgische turnster? E Overmorgen komen ze langs. 6 Wanneer begint de winter? F Alstublieft. 7 Wat betekent de afkorting a.u.b. ook weer? G In het westen. 8 Waar gaat de zon onder? H We hebben de hele dag in het zwembad gespeeld.

THEMA 6 | Superheld!


1

2

3

4

5

6

7

8

e Lees de tekstjes en beantwoord de vraag.

Naar: www.hln.be

N

- Wat wil de robot doen?

VA

3 Vorige week woensdag beefde de aarde in het noorden van Chili in Zuid-Amerika. Het ging om een sterke aardbeving met een kracht van 8,2 op een schaal tot 12. Het centrum van de beving lag in de zee. Daarom volgde na de aardbeving een alarm voor een tsunami. Chili ligt vlak bij een grote lijn van breuken in de korst van de aarde. Op die lijn beeft de aarde regelmatig. Bij de aardbeving zouden zes doden gevallen zijn.

Datum:

2 Wie in Canada een ritje met de wagen maakt, maakt kans om een wel heel speciale lifter te ontmoeten: HitchBOT. De eenzame robot wil al liftend het hele land doorkruisen, een traject van 6.000 kilometer. En met succes, want de schattige HitchBOT is al halverwege.

Nummer:

- Wie viert vandaag het Suikerfeest?

Klas:

Naar: www.ketnet.be

IN

1 Vandaag vieren de moslims in heel de wereld het Suikerfeest. Daarmee sluiten ze de ramadan af. De ramadan is de periode waarin de moslims een maand lang vasten. Volgens hun geloof mogen de moslims tijdens de ramadan niet eten of drinken tussen zonsopgang en zonsondergang. Nu de ramadan voorbij is, is het tijd voor feest! Daar horen typisch zoete gerechten bij. Daarom noemen ze dat het Suikerfeest of in het Arabisch 'id-oel-fitr'.

Naar: Wablieft

- Waar beefde de aarde?

©

4 De edelherten op de Hoge Veluwe hebben er zin in. Ze begonnen dit jaar extra vroeg met burlen. Ze maken dan een vreemd laag geluid om vrouwtjesherten aan te trekken. Normaal gesproken begint het geburl pas eind augustus of begin september. Dat de herten er dit jaar zo vroeg mee beginnen, komt doordat het afgelopen winter niet zo koud was. Daardoor zijn de herten goed in vorm en extra vroeg klaar voor de paartijd. Die begint met veel burlen en knokken om vrouwtjesherten te versieren. Uit: www.kidsweek.nl

- Wanneer beginnen de edelherten normaal gezien te burlen?

Naam:

OEFENEN MAAR!

229


f Lees de tekstjes en beantwoord de vragen. 1 De politie van Californië heeft waarschijnlijk de traagste achtervolging ter wereld gedaan. De agenten moesten een ontsnapte schildpad door de stad achtervolgen. Dat ging met een snelheid van 1,6 km/u. De Afrikaanse schildpad 'wandelde' zaterdag op het gemak op straat. De buren zagen de ontsnappingspoging en verwittigden de politie. "De schildpad probeerde te ontsnappen, maar onze agenten zijn redelijk snel", stond er op de Facebookpagina van de politie. "Er waren twee agenten nodig om deze grote jongen van 75 kg te arresteren. Onze handboeien ... tja, die waren in dit geval ook niet zo praktisch."

Naam:

IN

Naar: www.hln.be

- Wie heeft de schildpad gearresteerd? - Wat moesten de agenten doen?

- Wanneer wandelde de schildpad in de stad? - Waar wandelde de schildpad?

VA

Naar: Het Nieuwsblad

N

2 Een diameter van ruim vijf meter, zeven centimeter dik en anderhalve ton zwaar. Twaalf koks hebben afgelopen weekend in het noorden van Spanje de grootste tortilla ter wereld bereid. De enorme aardappelomelet wordt in het Guinness Book of Records opgenomen. Volgens de organisatoren kunnen ongeveer 10.000 mensen proeven. De bereiding van de tortilla nam drie uur in beslag. Er werden 15.000 eieren, 1,6 ton aardappelen, 30 uien, 10 kilogram zout en 150 liter olijfolie gebruikt.

- Wie heeft de tortilla bereid?

- Wat hebben de koks bereid?

Klas:

- Waar werd de tortilla bereid?

- Wanneer werd de tortilla bereid?

©

Nummer:

3 Nova Arnouts is pas elf, maar toch is ze al een heldin. Tijdens een zwempartijtje in de Gentse Blaarmeersen heeft ze een meisje (3) van de verdrinkingsdood gered. De elfjarige heldin was op kamp met de jeugdbeweging. Plots zag ze dat een kind in nood verkeerde. Ze aarzelde geen seconde en hielp het meisje uit haar benarde situatie. ‘Voor ons is ze een heldin’, zegt de leider. ‘We zijn ontzettend trots op haar.’ Naar: Het Nieuwsblad

Datum:

- Wie is de heldin? - Wat heeft ze gedaan? - Waar heeft ze de heldendaad gedaan? - Wanneer heeft ze de heldendaad gedaan?

230

THEMA 6 | Superheld!


g Noteer het juiste vraagwoord bij de onderstreepte woorden in de zin. Bv. Ik vind het mooi als in de herfst de bladeren van de bomen waaien. 1 Mijn broer vergeet altijd zijn boeken naar school mee te nemen. 2 We zoeken al een kwartier een parkeerplaats in de stad. 3 Hij kamt straks het haar van de hond wel. 4 Ik lees graag een boek voor het slapengaan. 5 Papa haalt elke zondagochtend verse broodjes bij de bakker. 6 's Morgens staat mijn zus uren in de badkamer.

Spelling en woordenschat

3.1 Spelweb a Schrijf de woorden over.

gruwelijk

N

yoghurt

Datum:

Les 6 Spel- en woordweb

pizza

bevrijden

feit

actie

beeldscherm

Nummer:

3

IN

7 In de vakantie gaat de hele familie enkele dagen naar zee.

voorbereiding bereiken

VA

fabrikant

oceaan

Klas:

pictogram

b Vorm woorden uit de lijst van oefening a. Kleur de puzzelstukken die bij elkaar horen, in dezelfde kleur. Schrijf het volledige woord over.

be

be

rei

den

vrij

we

voor

scherm

gru

ding gram

to ld bee

yo

Naam:

©

pic

lijk

ghurt

OEFENEN MAAR!

231


c Vul een passend woord uit de lijst van oefening a in. Noteer het woord. 1 In de

zwemmen grote dieren, zoals haaien en walvissen.

2 Langs welke weg kunnen we dat pretpark

?

3 Nu hebben we genoeg geluierd en niks gedaan. Tijd voor 4 Het is voor de

!

goedkoper als hij met ander materiaal werkt.

5 Lachen is gezond. Dat staat vast, het is een 6 Bij de Italiaan eten we allemaal het liefst

. met salami.

Klas:

VA

N

Naam:

IN

d Wat zie je op de foto? Noteer het woord onder de foto.

allebei - afscheid - voorbereiding - schoolreis - plein - geheim - einde - keizer

©

Nummer:

e Noteer het passende woord. Kies uit:

Let op: er zijn woorden te veel! 1 Luister goed. Ik moet je een

Datum:

2 Wat gebeurt er aan het

van de film?

3 Voor de spreekoefening moeten we een goede 4 Waar zouden we dit jaar op 5 Ik hou echt niet van

232

vertellen.

gaan?

nemen!

THEMA 6 | Superheld!

maken.


f Doe zoals in het voorbeeld. Je schrijft fabrikant, want je hoort een t in fabrikanten. 1 Je schrijft bees  , want je hoort een    in bees  en. 2 Je schrijft kor  , want je hoort een    in kor    e. 3 Je schrijft gerech   , want je hoort een    in gerech    en. 4 Je schrijft apparaa   , want je hoort een    in appara    en. 5 Je schrijft pun   , want je hoort een    in pun    en. 6 Je schrijft automaa   , want je hoort een    in automa    en.

IN

7 Je schrijft pren   , want je hoort een    in pren    en.

3.2 Woordweb

Lees de woorden. Gebruik ze voor de oefeningen hieronder. uitdrukking

doorbrengen

vermijden

schrappen

vervolledigen voorkomen voormalig

VA

tevergeefs

Nummer:

ruim

verrichten

Klas:

oorsprong

N

collage

a Vul een passend woord in.

1 Met die foto's kun je een prachtige (een verzameling prenten op één blad)

maken!

2 Willen jullie de speeltijd echt in de toiletten (tijd besteden, beleven)

©

3 Er kwamen (meer dan)

Datum:

8 Je schrijft klan   , want je hoort een    in klan    en.

?

vierhonderd toeschouwers naar de match kijken.

4 Om foutjes te , kun je de leerkracht om hulp vragen. (proberen te ontwijken, proberen dat het niet gebeurt) 5 In welk land ligt de

van de Maas?

(het begin, de bron)

OEFENEN MAAR!

Naam:

6 De betekenis van die vind je in het woordenboek. (zegswijze, iets op een figuurlijke manier zeggen)

233


b Vul een passend woord in. 1 Alle overbodige woorden moeten we

. (wegdoen, weglaten)

2 We hebben geprobeerd haar op te bellen, ze neemt niet op. (zonder resultaat) 3 Aan de kust kunnen in de zomer soms orkanen 4 Vandaag komt een

. (er zijn)

televisiepresentator op bezoek in de klas.

(vroeger) 5 Ik daag je uit elke dag een goede daad te

. (doen)

(compleet, heel maken)

.

IN

Naam:

6 Zonder dat stripverhaal lukt het me nooit mijn collectie te

c In deze zinnen staat een verkeerd woord. Schrap dat verkeerde woord in elke zin. Vervang de foute woorden door een ander woord uit het woordweb. Kies uit:

N

collage - doorbrengen - oorsprong - ruim - schrappen - tevergeefs - uitdrukking vermijden - verrichten - vervolledigen - voorkomen - voormalig 1 Dat is een tevergeefs klooster. Nu is het een museum. 2 Niemand kent de betekenis van die oorsprong.

VA

3 We kunnen de omgeving van de wegenwerken beter verrichten. 4 Tijdens de zomer willen we veel tijd buiten vervolledigen. 5 We denken niet dat er bij ons nog weerwolven schrappen.

Klas:

6 Als er honderd mensen langskomen, dan is dat collage voldoende.

Datum:

©

Nummer:

234

THEMA 6 | Superheld!


Zelftoets thema 5 en 6 1

De persoonsvorm en het onderwerp

Thema 5 Les 2 Lachen is gezond!

a Markeer de persoonsvorm in elke zin met groen. Wie of wat is iets in de zin? Onderstreep het onderwerp.

/20

/10

1 Dit bericht is heel vreemd. 3 Meteen is de eigenaar aanwezig.

IN

2 In de staat California zijn medewerkers ’s morgens verbaasd over het afval op de vloer.

5 Hij is als dakloze vier dagen de nachtelijke bewoner in de supermarkt.

/10

N

b Markeer de persoonsvorm met groen. Onderstreep het onderwerp in elke zin.

1 Een boer uit Kansas is een hit op internet.

2 Hij blaast het liedje 'Royals' van Lorde op zijn trombone.

Nummer:

Naar: www.hln.be

Datum:

4 Uiteindelijk is het mysterie een jongen van 14 jaar.

3 Op zich is dit nieuwtje niets speciaals.

5 Hij speelt het liedje voor zijn kudde koeien. 6 Die beesten zijn daardoor helemaal kalm.

Klas:

VA

4 Zijn publiek bestaat echter niet uit mensen.

7 Verschillende televisiezenders contacteren Derek. 8 Zelfs in Japan hebben ze interesse.

9 Hij speelt verschillende liedjes op zijn trombone voor zijn koeien.

10 Op die manier komen ze sneller naar hun stal.

Naam:

©

Naar: www.hln.be

THEMA 5 & 6 | ZELFTOETS

235


2

Het onderwerp en de hoofdgedachte in een tekst

Thema 5 Les 5 Kerngezond!

/8

a Lees de teksten en beantwoord de vragen.

/8

Tekst 1

IN

Naam:

De bidsprinkhaan is een heel speciaal insect. De bidsprinkhaan is een diertje dat in warme gebieden leeft. Hij kan ongeveer 5 tot 10 centimeter lang worden. Zijn kleur is groen of bruin. Wat is er nu zo speciaal? Het mannetje wordt na de paring vaak door het vrouwtje opgegeten. Zo heeft het vrouwtje meteen na de paring een voedzame maaltijd. Dat is goed voor de ontwikkeling van haar eitjes. Naar: www.wikibooks.org

Een speciaal insect De bidsprinkhaan Dood na de paring

VA

N

1 Wat is het onderwerp van deze tekst? Zet een kruisje in het juiste bolletje.

2 Wat is de hoofdgedachte van de tekst? Zet een kruisje in het juiste bolletje.

Klas:

Het vrouwtje van de bidsprinkhaan eet het mannetje na de paring op. De bidsprinkhaan is een diertje dat in warme gebieden leeft. De bidsprinkhaan is een heel speciaal insect.

Twee jonge brandstichtertjes gaven als straf hun knuffeldieren aan het slachtoffer. In Dordrecht (Nederland) stichtten twee jongens van 6 en 8 jaar donderdag brand bij een woning. Ze staken met een aansteker een speelgoed Goofy in de fik. Die stond op een stoel bij de voordeur van het huis. Door het vuur is de voordeur volledig verwoest. Omwonenden wisten het vuur snel te blussen. De politie kon de daders snel vatten. Als straf stelden de ouders voor dat de brandstichters hun knuffeldieren zouden afgeven. Het slachtoffer heeft de excuses en de knuffeldieren aanvaard. De knuffels zitten nu in de stoel bij de voordeur.

Datum:

©

Nummer:

Tekst 2

Naar: www.hln.be

236

THEMA 5 & 6 | ZELFTOETS


1 Wat is het onderwerp van deze tekst? Zet een kruisje in het juiste bolletje.

Knuffeldieren als straf Brandstichting Jongen van 6 jaar

2 Wat is de hoofdgedachte van de tekst? Zet een kruisje in het juiste bolletje.

Naar: www.hln.be

N

Een team mecaniciens heeft een snelheidsrecord met een mountainbike gevestigd. Het snelheidsrecord staat nu op 263 km/u. De mecaniciens hebben jaren voorbereiding gehad om dit snelheidsrecord te vestigen. De mountainbike werd speciaal aangedreven. Het snelheidsrecord werd opgetekend door het gps van de machine. De topsnelheid werd gehaald op een piste in de Franse stad Mulhouse.

Nummer:

Tekst 3

Datum:

In Dordrecht (Nederland) stichtten twee jongens van 6 en 8 jaar donderdag brand bij een woning. Twee jonge brandstichtertjes gaven als straf hun knuffeldieren aan de slachtoffers van hun daad. Omwonenden wisten het vuur snel te blussen.

IN

team mecaniciens snelheidsrecord topsnelheid

Klas:

VA

1 Wat is het onderwerp van deze tekst? Zet een kruisje in het juiste bolletje.

2 Wat is de hoofdgedachte van de tekst? Zet een kruisje in het juiste bolletje.

Het snelheidsrecord werd door het gps van de machine opgetekend. De topsnelheid werd op een piste in de Franse stad Mulhouse gehaald. Een team mecaniciens heeft een snelheidsrecord met een mountainbike gevestigd.

©

Een nieuw onderzoek over het gebruik van digitale apparaten toont een verrassend resultaat. Zo gaat een kind van 6 jaar beter om met digitale apparaten (tablets, smartphones) dan zijn ouders. Ze zijn opgegroeid met breedbandinternet en gebruiken elke dag deze moderne technieken. Jongeren van 14-15 jaar zijn het best met de digitale maatschappij mee.

Naam:

Tekst 4

Naar: www.hln.be

THEMA 5 & 6 | ZELFTOETS

237


1 Wat is het onderwerp van deze tekst? Zet een kruisje in het juiste bolletje.

nieuw onderzoek breedbandinternet kind van 6 jaar

2 Wat is de hoofdgedachte van de tekst? Zet een kruisje in het juiste bolletje.

3

IN

Naam:

Jongeren van 14-15 jaar zijn het best met de digitale maatschappij mee. Een nieuw onderzoek over het gebruik van digitale apparaten toont een verrassend resultaat. Een kind van 6 jaar gaat beter om met digitale apparaten dan zijn ouders.

Pictogrammen

Thema 5 Les 6 Zeg het met een beeld

2

3

VA

1

N

a Wat betekenen deze pictogrammen?

Betekenis

Klas:

1 2

©

Nummer:

3 4

Datum:

238

5

THEMA 5 & 6 | ZELFTOETS

4

/5

/5

5


Verenkelen of verdubbelen

Thema 6 Les 2 Enkel of dubbel?

a Vul één of twee klinkers of medeklinkers in. Schrijf het woord volledig over. 1 u - uu

Geef je me eens de t

2 n - nn

Dat vrachtschip is met to

3 p - pp

De vos drong in het ki

4 t - tt

Ik moet dringend naar bui

5 e - ee

Met die auto hebben we enkel maar probl

6 d - dd

Welk geneesmi

7 l - ll

In de vakantie kunnen we de hele dag spe

8 u - uu

De kinderen van onze b

9 o - oo

Ik moet dringend naar de ap

10 s - ss

Vele lieve ku

en containers geladen. enhok binnen. en. men ...

IN

el heeft de dokter je gegeven?

etjes spelen.

theker

en uit Spanje!

Thema 6 Les 3 Bekende en onbekende helden

a Noteer het juiste vraagwoord bij de onderstreepte woorden.

VA

De Olympische Winterspelen in Sotsji in Rusland zijn voorbij. Vorige week startten op dezelfde plaats de Winterparalympics. Dat zijn de Olympische Winterspelen voor topsporters met een handicap. België stuurde twee deelnemers naar Sotsji: Jasper Balcaen en Denis Colle. Jasper Balcaen start donderdag in de slalom skiën. Hij is gedeeltelijk verlamd. In het snowboarden hebben we Denis Colle. Hij gaat vrijdag de piste op. Colle mist een onderbeen. Hij staat zesde in de wereldranglijst van zijn sport.

Datum:

ren zijn even oud als wij.

/8

/4

Nummer:

De W-vragen

/10

be tandpasta?

N

5

/10

wat Klas:

4

Naam:

©

Naar: Wablieft

THEMA 5 & 6 | ZELFTOETS

239


b Lees de tekst. Markeer het antwoord op de vragen: - wie met oranje - wat met groen - waar met blauw - wanneer met roze.

/4

Naar: www.eo.nl

1 Wie is de persoon met een missie?

N

2 Wat is het doel van deze persoon?

IN

Naam:

Inspirerend! De 99-jarige Lilian Weber heeft een missie: dagelijks een jurk naaien voor een arm, klein meisje in Afrika. Ze gebruikt één patroon, maar geeft elke jurk iets unieks: een speciaal lintje, een strik of een bijzonder stofje. Volgend jaar in mei wordt Lilian honderd jaar oud. Tegen die tijd hoopt ze duizend jurkjes af te hebben. ‘Als ik de duizend bereik, stop ik niet met naaien’, vertelde ze aan een Amerikaanse nieuwszender. ‘Ik begin gewoon weer opnieuw.’ De jurkjes die Lilian af heeft, worden onder scholen, weeshuizen en kerken in Afrika verspreid.

3 Waar worden de jurkjes verspreid?

4 Wanneer wil deze persoon de jurkjes klaar hebben?

VA

TOTAAL

Klas: Datum:

©

Nummer:

240

THEMA 5 & 6 | ZELFTOETS

/51


IN N

VA

THEMA 7 Strips

Ben jij een echte stripkenner? - spreken, creatief schrijven

LES 2

Hang de held uit - kijken, luisteren: instructies, spreken: stripfiguur voorstellen

LES 3

De tijd staat niet stil - verleden, heden, toekomst

LES 4

Kiekeboe - lezen

LES 5

De wereld van Urbanus - spelling: werkwoorden

LES 6

De allesweters - spelling: werkwoorden

©

O V U R

LES 1

KEUZELES 1

Vraag het aan Urbanus -

KEUZELES 2

Liever een boek? - genietend lezen, uitdrukkingen

KEUZELES 3

Vrouwen in ’t Wit - creatief schrijven

lezen: informatieve teksten, schrijven: vragen bij een interview

OEFENEN MAAR!

241


Les 1

Ben jij een echte stripkenner? Je kunt vragen aan een klasgenoot stellen. Je kunt je eigen mening verwoorden. Je kunt informatie uit een filmpje halen.

1.1

Striphelden

IN

a Test je stripkennis! Deze striphelden lieten blijkbaar hun kleren liggen.

blijkbaar:

VA

N

zoals je kunt merken

©

b Wat is jouw favoriete stripreeks? Welke reeksen ken je nog meer? Van welke reeksen zijn er films gemaakt? Welke strips zijn gebaseerd op films of tv-series?

1 Denk eerst na over wat je wilt vertellen. 2 Geef je mening op een respectvolle manier. 3 Wacht tot het jouw beurt is om te spreken. 4 Luister naar diegene die aan het woord is. 5 Spreek voldoende luid.

242

THEMA 7 | Strips

gebaseerd: gemaakt aan de hand van


c Deze afbeeldingen zijn een combinatie van twee stripfiguren. Bij welke stripreeksen horen ze? Kies uit:

IN

Asterix – F.C. De Kampioenen – Suske en Wiske – Jommeke – De Smurfen – Kuifje – Urbanus – The Simpsons

VA

N

Namen krijgen een hoofdletter.

©

d - Bekijk de stripprentjes op de volgende bladzijde. Ze komen uit de reeks Vrouwen in 't Wit. Dat is een humoristische stripreeks met korte, grappige verhaaltjes. Ze spelen zich af in de medische wereld. - Noteer het nummer van de juiste zin in de lege tekstballonnetjes.

zich afspelen: gebeuren

LES 1 | Ben jij een echte stripkenner?

243


Kies uit:

1 Eh … Je hebt toch aan de naamplaatjes gedacht, hoop ik? 2 Ben jij de stagiaire? 3 Haal misschien eerst even alle kunstgebitten op, maak ze schoon en geef ze dan weer terug. 4 Dag mevrouw! Zal ik uw kunstgebit schoonmaken? 5 Eh … Ik heb jullie allemaal samengebracht omdat we … nou ja, we hebben een probleempje ... 6 Die wordt hier vast niet oud! 7 Naamplaatjes? Welke naamplaatjes?

©

VA

N

IN

Een nieuwe kracht

Uit: Vrouwen in 't Wit, Nachtdienst, Uitgeverij Dupuis 2000

244

THEMA 7 | Strips


1.2

Striptaal

a Blik terug op een vorige luisteropdracht. Wat waren je werkpunten? Houd er rekening mee bij deze luisteropdracht.

IN

1 Laat je niet afleiden. 2 Berg het overbodige materiaal op. 3 Lees de vragen vooraf aandachtig. 4 Noteer tijdens het kijken of luisteren voorlopige antwoorden met potlood. b Bekijk het filmpje. Lees eerst de tips. Beantwoord daarna de vragen. Werk per twee.

N

1 Luister naar elkaar. 2 Fluister terwijl je de antwoorden bespreekt. 3 Kijk elkaars werk na. 4 Geef vriendelijk feedback.

VA

1 Dit figuurtje is geslagen. Hoe drukt de tekenaar dit uit? Teken dit nu zelf.

2 Deze broek moet er versleten uitzien. Teken het.

©

3 Deze man ligt te slapen. Welk geluid maakt hij? Teken het.

4 Deze man draagt een pruik. Hoe laat je dat zien? Teken het.

LES 1 | Ben jij een echte stripkenner?

245


5

Iemand met een

op zijn kop is altijd gek.

6

Een zwerver draagt een

7

Een boef heeft

8

Hoe boots je een ontploffing na?

.

IN

kleding.

Kruis aan wat past.

VA

N

Ik ben tevreden met het resultaat. Ik hield rekening met mijn werkpunten van de vorige luisteropdracht. Ik had geen overbodig materiaal op mijn bank liggen. Ik las de vragen vooraf. Mijn partner en ik luisterden naar elkaar. Mijn partner en ik fluisterden bij het bespreken van de antwoorden. Mijn partner en ik keken elkaars werk na. Mijn partner en ik gaven elkaar vriendelijk feedback.

Dit zal ik de volgende keer op dezelfde manier aanpakken:

Dit zal ik volgende keer anders doen:

©

246

THEMA 7 | Strips


Les 2

Hang de held uit Je kunt informatie uit een gesproken boodschap halen. Je kunt informatie geven voor de klas.

O V VOOR U R Denk terug aan je vorige luisteropdracht. Hoe verliep die opdracht? Waar zul je deze keer meer aandacht aan besteden?

IN

besteden: geven

Nu ben je zelf aan de beurt: je doet jezelf voor als een striptekenaar. Volg het voorbeeld uit het instructiefilmpje. Teken jouw figuur op een blad papier.

VA

O V U R

N

Met behulp van een instructiefilmpje ga je een nieuw figuurtje voor je favoriete stripreeks uitwerken. Daarna ga je je stripfiguur aan de klas voorstellen. - Welke figuur zou je dan het liefst ontwerpen: een slechterik of iemand uit het goede kamp? - Hoe zou die er dan uitzien? - Zou je een grappige rol kiezen, of liever een ernstige?

uitwerken:

nauwkeuriger maken

zich voordoen als: doen alsof

Beschrijf hoe je figuur eruitziet. Bereid je voor met dit spreekplan. Stel het figuurtje voor.

Hoi / Hallo De naam van mijn stripfiguurtje is

©

Vertel in welke stripreeks jouw figuurtje meespeelt.

Vertel welke stripreeks je gekozen hebt en waarom.

Hij/zij speelt mee in de stripreeks Ik koos de reeks omdat

LES 2 | Hang de held uit

247


Vertel iets over jouw figuurtje: is het een grappig personage, een ernstig …? Een goeie of een slechterik? Heeft het een bepaald beroep?

Mijn stripfiguurtje is

O V TIJDENS U R

IN

Stel je stripfiguur voor aan de klas. Houd rekening met de spreektips.

1 Oefen de spreekopdracht eerst voor jezelf. 2 Lees je spreekplan niet af. 3 Let op je uitspraak. 4 Spreek standaardtaal.

N

O V NA U R Evalueer je spreekbeurt.

VA

1 Ik oefende de spreekopdracht vooraf in.

2 Ik kon de opdracht uitvoeren zonder mijn spreekplan af te lezen.

ja

nee

ja

nee

3 Dit vonden de leraar en mijn klasgenoten van mijn uitspraak:

4 Hieraan zal ik bij een volgende spreekopdracht extra aandacht besteden:

©

248

THEMA 7 | Strips


Les 3

De tijd staat niet stil Je kent het verschil tussen heden, verleden en toekomst.

a Bekijk de volgende teksten. Lees de titels en bekijk de afbeeldingen.

Vandaag is Jommeke een van de populairste strips van eigen bodem in Vlaanderen. De strip heeft jammer genoeg geen succes in het buitenland. Nog altijd wordt Jommeke trouw bijgestaan door papegaai Flip, zijn goede vriend Filiberke en de Miekes. En ook Anatool ligt tegenwoordig nog steeds op de loer om Jommeke te vlug af te zijn.

VA Uit het album De zingende aap, 1959

©

In 1955 vroeg het blad Kerk en Leven aan Jef Nys om een kinderpagina op te vrolijken. Na wat denkwerk ontstond toen een jongetje van 5 jaar. Het beleefde dolle fratsen. Jef noemde het figuurtje Jommeke. Drie jaar later stapte Jef Nys over naar uitgeverij Het Volk. Daar werd hij gevraagd om een proefverhaal te maken. Hij wilde zijn Jommeke nog meer avonturen laten beleven. Jef maakte hem meteen zes jaar ouder (11 jaar). Het succes bleef niet uit. Jommeke veroverde al snel zijn plaats in stripland.

© Ballonmedia

N

De allereerste Jommeke in het parochieblad Kerk en Leven, 1955

HIPPER DAN OOIT

IN

MEER DAN ZESTIG JAAR OUD

JOMMEKE ZAL FILMSTER WORDEN

Binnenkort zullen de opnames voor de eerste Jommeke-film starten. De film zal De wraak van Shennong heten. Het verhaal zal zich in China afspelen. Jommeke zal met zijn vrienden naar China afzakken. Daar zullen ze een probleem gaan bestrijden. Het wordt wel nog even wachten. Als alles volgens plan verloopt, zal de film volgend jaar in de bioscoop verschijnen.

LES 3 | De tijd staat niet stil

249


b Onderstreep in de teksten over Jommeke de woorden die iets over de tijd zeggen.

Woorden als toen, vroeger, lang geleden, in 1912 ... tonen aan dat de zin over het verleden vertelt. Woorden als nu, tegenwoordig, momenteel, vandaag ... tonen aan dat de zin over het heden vertelt. Woorden als straks, binnenkort, volgend jaar ... tonen aan dat de zin over de toekomst vertelt.

IN

c Markeer de persoonsvorm met groen. Markeer de tijdsaanduiding (als die er is) met blauw. Zet een kruisje in de juiste kolommen.

verleden heden toekomst

Jommeke zag er in het begin helemaal anders uit.

2

Je herkent Jommeke gemakkelijk aan zijn strooien dakje.

3

Vanaf album 214 beschikt Jommeke over een gsm.

4

Enkele albums verschenen ook in een andere taal.

5

In de Spaanse versie heet Jommeke Ubenso.

6

De stad Middelkerke onthulde een standbeeld van Jommeke.

7

Op 1 juli 2011 opende Koksijde het IJslandvaardershuisje Nys-Vermoote.

8

In dit museum gidst Jommeke de bezoeker door de geschiedenis van Koksijde.

9

In album 200 werd Jommekes kapsel geknipt door het plaatsen van een soepkom op zijn hoofd.

VA

N

1

©

10 De meeste avonturen beleeft Jommeke samen met Filiberke en de tweelingzusjes Annemieke en Rozemieke. 11 Binnenkort zal de uitgeverij een nieuwe reeks voor beginnende lezers op de markt brengen.

12 In deze reeks zal de naam van Jommeke veranderen in Jom. 13 Dit gaat ongetwijfeld een groot succes worden bij jonge lezers. 14 Wat zullen ze in China van de nieuwe film vinden?

250

THEMA 7 | Strips


d Lees de zinnen. Markeer de persoonsvorm met groen. Wat valt je op? In de stripreeks Jommeke spelen dieren een belangrijke rol.

In 1959 verscheen het eerste lange verhaal: De purperen pillen.

De wraak van Shennong zal vooral jonge bezoekers naar de bioscoop lokken.

IN

N

Als de zin over het verleden vertelt, dan staat de persoonsvorm in de verleden tijd. Als de zin over het heden vertelt, dan staat de persoonsvorm in de tegenwoordige tijd. Als de zin over de toekomst vertelt, dan is de persoonsvorm zal, zult of zullen. De zin staat dan in de toekomende tijd.

VA

e Lees de zinnen. Markeer de persoonsvorm. Zet een kruisje in de juiste kolom.

verleden tijd

tegenwoordige tijd

toekomende tijd

De striptekenaar Jef Nys creëerde ook een reeks over kabouters. Deze reeks heet Langteen en Schommelbuik.

©

Langteen en Schommelbuik wonen in Kabouterland.

In de strip De zonnebol werd Kabouterland door een gemene tovenaar bedreigd. Het zal hem gelukkig nooit lukken om de kabouters te verslaan.

LES 3 | De tijd staat niet stil

251


Les 4

Kiekeboe Je kunt informatie uit een strip halen.

a Lees het fragment uit album ‘Joyo de Eerste’ uit de stripreeks Kiekeboe.

©

VA

N

IN

1

1

252

een gat in de markt: iets waar er te weinig van is

THEMA 7 | Strips


b Welke eigenschap past bij deze personages? Kies uit:

IN

vriendelijk – vrolijk – ontevreden – onsympathiek – nieuwsgierig

Buurman Van der Neffe

Kiekeboe

VA

N

Fanny

Charlotte

Moemoe

©

c Wat betekenen de vetgedrukte woorden? Kruis het juiste antwoord aan.

1 Er is een groot tekort aan onthaalmoeders. O Een onthaalmoeder past overdag op de kinderen van ouders die gaan werken. O Een onthaalmoeder is de moeder van je man of vrouw.

2 Een georganiseerde trip naar Tantzanin met de gepensioneerden van Mestwalle. O Een trip is een opdracht in een ander land. O Een trip is een uitstap of een reis.

LES 4 | Kiekeboe

253


3 Wil je rustig in de tuin zitten, word je de hele tijd gestalkt door die joelende etterbakjes. O Stalken betekent veel lawaai maken. O Stalken betekent iemand voortdurend lastigvallen. 4 Wil je rustig in de tuin zitten, word je de hele tijd gestalkt door die joelende etterbakjes. O Een joelend kind maakt al roepend plezier. O Een joelend kind is heel hard aan het huilen. d Beantwoord de vragen.

2 Waar bevindt nonkel Vital zich? 3 Wat maakt Moemoe zo ontevreden? 4 Waarom is de buurman zo boos?

IN

1 Waarom zijn Fanny en Charlotte op kleine kinderen aan het passen?

N

VA

e Zoek in de tekst twee zinnen die vertellen over het verleden. Markeer ze met blauw.

©

f Zoek in de tekst twee zinnen die vertellen over het heden. Markeer ze met geel.

254

THEMA 7 | Strips


Les 5

De wereld van Urbanus Je kunt de stam van een werkwoord vormen. Je kunt de werkwoorden correct spellen.

3

a Lees de tekst.

opera: gezongen toneelstuk

VA

1

N

IN

Willy Linthout wordt in Lokeren op 1 mei 1953 geboren. Al vlug blijkt dat kleine Willy voor niet veel deugt. Hij wil graag astronaut, operazanger1 of balletdanser worden, maar dat mislukt. Alleen tekenen kan hij goed en dus wordt dat al heel snel zijn grote passie. Toch wordt hij niet meteen als striptekenaar ontdekt. In het begin blijft het enkel een hobby, tot Willy met eigen personages wil starten. De Urbanusstrip wordt geboren! Willy ontmoet ook tekenaar Luc Cromheecke. Ideeën voor een nieuwe reeks groeien. Ze krijgen vorm in de figuur van Roboboy. Dat is een bizar robotje dat niets liever doet dan olie drinken en alles verslinden wat van metaal is.

- Noteer de werkwoorden in de eerste kolom. Noteer de stam ernaast. Ik ... nu (stam)

©

Ik zal ... (infinitief)

LES 5 | De wereld van Urbanus

255


b Lees de tekst. Schrijf de werkwoorden in de juiste volgorde over in de linkerkolom van de tabel. Noteer de stam ernaast.

Ik zal ... (infinitief)

Ik zal ... (infinitief)

stam (ik ... nu)

VA

N

stam (ik ... nu)

IN

© Standaard Uitgeverij / WPG Uitgevers België nv

In de Urbanusstrips volgen we de avonturen van een jong ventje: Urbanus. Al van bij de geboorte heeft hij een baard. Zijn vader Cesar houdt zich vooral bezig met roken en bier drinken. Zijn moeder Eufrazie vult haar tijd met bidden en breien. Urbanus heeft ook twee huisdieren: een hond die uit twee delen bestaat. Elk deel heeft zijn eigen naam: Nabuko en Donosor. Verder ontmoeten we ook nog een sprekende vlieg, Amedee, en een pastoor die niet van de miswijn kan blijven. Misschien zul je de personages niet altijd even goed verstaan. Soms gebruiken ze dialectische woorden, zoals matotteke en pollekes ... Je zult het snel merken: strips lezen zal nooit meer hetzelfde zijn, nadat je een avontuur van Urbanus hebt gelezen!

c Markeer in de volgende titels de persoonsvorm met groen. Onderstreep het onderwerp. Over wie of waarover wordt er iets gezegd?

©

1

- Staan de onderwerpen in het enkelvoud of in het meervoud? - Hoe schrijf je de persoonsvorm? het onderwerp (o) = meervoud de persoonsvorm (pv) = de vorm van het werkwoord waar je ik zal … (infinitief) voor kunt zetten

256

THEMA 7 | Strips


d Onderstreep het onderwerp in de zinnen. Noteer de persoonsvorm steeds in de rechterkolom. zin

persoonsvorm

1

zijn

René en Modest twee niet al te snuggere politieagenten.

2

proberen

Zij Urbanus voortdurend te pakken als hij kattenkwaad uithaalt.

3

zien

Meestal deze agenten zulke kleine zaken als een zware misdaad.

4

laten

Echte criminaliteit liggen.

5

hebben

Deze twee de gewoonte om met hun knuppel elke verdachte flink te slaan.

IN

werkwoord

ze vaak links

N

e Markeer de persoonsvormen met groen. Onderstreep telkens het onderwerp.

VA

Beste fan Ik plaats al jaren heel wat informatie op mijn website. Daarvoor surf je naar www.urbanusstrips.be. Daar krijg je een overzicht van alle albums. Ik laat je er ook kennis maken met alle personages. Af en toe voeg ik er links bij naar andere sites. Of ik schrijf een nieuwsberichtje. En natuurlijk kun jij me ook op Facebook volgen!

©

- Staan de onderwerpen in het enkelvoud of in het meervoud? - Het onderwerp is telkens

,

of

.

- Staat die ‘je’ of ‘jij’ voor of na de persoonsvorm? - Hoe schrijf je de persoonsvorm dan? Het onderwerp (o) = ik = je of jij na de persoonsvorm de persoonsvorm (pv) = stam

LES 5 | De wereld van Urbanus

257


f Markeer de persoonsvorm met groen. Onderstreep het onderwerp.

Wieske valt van haar suuske - Staan de onderwerpen in het enkelvoud of in het meervoud?

IN

- Noteer de persoonsvormen: - Markeer de stam. - Welke uitgang voeg je toe:

- Hoe schrijf je de persoonsvorm (pv) hier? het onderwerp (o) = iets anders

N

de persoonsvorm (pv) = stam + t g Onderstreep het onderwerp in de zinnen. Noteer telkens de persoonsvorm in de rechterkolom. stam

zin

VA

werkwoord

krijgen

Wieske, het varken van Urbanus, in een van de albums 108 biggetjes.

2

wonen

De schooier Jef Patat onder een brug.

3

terroriseren

Meester Kweepeer zijn leerlingen.

©

1

258

4

drinken

Meneer Pastoor graag miswijn.

5

lezen

Meestal Cesar de krant in zijn zetel.

THEMA 7 | Strips

persoonsvorm


Les 6

De allesweters Je kunt de werkwoorden correct spellen.

a Bekijk de voorbeeldzinnen. stam

voorbeeldzin

openen

open

Urbanus opent een pretpark in De pretparkprutsers.

besluiten

besluit

Eddy Wally en Urbanus besluiten Radio Salami op te richten.

hangen

hang

Hang jij ook zo graag de plezante uit?

o = meervoud

o = enkelvoud

ik je/jij na de pv

iets anders

pv = stam

pv = stam + t

N

pv = meervoud

IN

werkwoord

VA

b Onderstreep het onderwerp in de zinnen. Noteer de stam in de tweede kolom. Vul in de rechterkolom de juiste vorm van het werkwoord (pv) in. Schrijf een hoofdletter als de persoonsvorm het eerste woord van de zin is. werkwoord

1

lezen

stam

zin

persoonsvorm

je graag éénpaginastrips?

krijgen

3

veranderen

In Het lustige kapoentje Urbanus in een brave robot.

4

maken

In album 32 reclame.

geven

Misschien je de voorkeur aan fotostrips?

trouwen

Urbanio en Oktaviëtte in album 38.

©

2

In Het Vlooiencircus je er een aantal voorgeschoteld.

5

6

Urbanus

LES 6 | De allesweters

259


c Onderstreep het onderwerp in de zinnen. Noteer de stam in de tweede kolom. Vul in de rechterkolom de juiste vorm van het werkwoord (pv) in. Schrijf een hoofdletter als de persoonsvorm het eerste woord van de zin is. werkwoord

stam

zin

persoonsvorm

teisteren

In album 45 vettige vampiers de gemeente Tollembeek.

2

denken

jij ook dat de Urbanusstrips een beetje overdreven zijn?

3

raken

Ik ze in elk geval nooit beu.

4

wensen

In De flopschepper Urbanus een gokautomaat die hem altijd laat winnen.

5

verzamelen

6

kopen

7

krijgen

IN

1

N

jij stripverhalen? Ik er af en toe van mijn zakgeld.

VA

Op mijn verjaardag ik er ook altijd wel een paar.

raken

Binnenkort je mijn kamer niet meer binnen.

9

sparen

Misschien jij andere dingen dan stripverhalen?

10 lezen

Mijn vriend de Urbanusstrips niet graag.

11 geven

Hij Asterix.

12 krijgen

De Romeinen altijd van langs.

©

8

13 trommelen

14 merken

260

Obelix

de voorkeur aan

er vrolijk op los.

Je dat hij dit fantastisch vindt.

THEMA 7 | Strips

er


d Sommige werkwoorden laten zich niet gemakkelijk vervoegen. Vul de juiste persoonsvorm in. kunnen

willen

hebben

zijn

zullen

ik

je

... je

hij

IN

mogen

e Onderstreep het onderwerp in de zinnen. Vervoeg de werkwoorden in de tegenwoordige tijd.

1

Ik (zijn)

2

De leraar (zijn)

3

(Hebben)

4

Je (kunnen)

altijd wel een stripverhaal van mij lezen, hoor.

5

Ik (mogen)

niet meer lezen na tien uur ‘s avonds.

6

Waarom (willen)

7

Jij (zijn)

al een hele tijd naar dat stripverhaal aan het zoeken. vandaag heel slecht gehumeurd.

N

je dat nieuwe album al gekocht?

hij daar geen geld aan uitgeven?

VA

duidelijk verslaafd aan stripverhalen!

8

Ik (willen)

9

Mijn neef (mogen)

10 Ik (kunnen)

niet mee naar Parc Astérix.

wel goedkopere tickets vinden. je klaar zijn met deze opdracht?

heel blij zijn met de nieuwe strip van De Kiekeboes.

©

12 Liz (zullen)

daar nu niets over zeggen.

11 Wanneer (zullen)

LES 6 | De allesweters

261


keuzegedeelte Keuzeles 1

Vraag het aan Urbanus

a Bekijk de tekst op de volgende bladzijde.

IN

Je kunt een interview herkennen. Je kunt w-vragen bij een interview plaatsen. Je kunt zelf vragen voor een interview opstellen.

- Wat voor soort tekst is dit? Markeer het juiste antwoord. Kies uit:

verhaal – grap – interview – recept – brief – uitnodiging – krantenartikel

- Waaraan zie je dat?

N

- Wat ontbreekt er in de tekst?

VA

b Lees de tekst. De vragen die de journalist aan Urbanus stelde, zijn weggelaten. Noteer het cijfer van de vragen bij het passende tekstdeel. Kies uit:

Wat doe je het liefst?

2

Wanneer ben je met de Urbanusreeks gestart?

3

Waarom niet?

4

Waar staat dat beeld?

5

Wanneer ben je gestopt met optreden?

6

Wanneer ben jij begonnen met je optredens als komiek?

©

1

262

THEMA 7 | Strips


Ik hou wel van afwisseling’

Urbanus: In 1973 stond ik voor het eerst op de planken. Met een paar vrienden vormde ik een groepje. We wilden samen muziek maken. Dat lukte niet zo goed. We waren te slecht. We hebben wel enkele optredens gedaan. Maar dat was nooit een succes. Ik begon dan maar tussen de liedjes grappen te vertellen. Het publiek vond dat wel leuk. Na een halfjaar stapte ik uit de groep. Ik ging alleen optreden en maakte grappen en een beetje muziek.

N

Je begon als komiek en zanger. Ondertussen maakte je ook programma's voor tv. En je maakte films en strips.

IN

Urbanus is vooral als komiek bekend. Hij ging met zijn shows langs bijna alle theaters in Vlaanderen en Nederland. Hij maakte ook tv-programma's, films en strips.

Urbanus: Met de Urbanusreeks ben ik in 1983 gestart.

Urbanus: In 2001 stopte ik met optreden. Pas tien jaar later kwam er plots weer een show in het Sportpaleis in Antwerpen. Die was zo snel uitverkocht dat er nog drie extra shows volgden. Dat was wel bijzonder. Maar ik stond er niet echt op mijn gemak.

©

VA

Urbanus: Geen idee. Kiezen vind ik moeilijk. Ik hou vooral van de afwisseling. Als ik moe ben van het optreden, dan maak ik strips. Dat kan ik gewoon thuis doen. Tussen 2001 en 2011 was ik vooral met de Urbanusstrips bezig. Ik bedacht en maakte in die jaren ook drie andere reeksen. Ik zat dus zeker niet stil. Sinds 2001 bestaat er zelfs een standbeeld van Urbanus.

Urbanus: Die zaal is veel te groot. Toch wou ik het eens proberen. Komiek Alex Agnew had al getoond dat het kon. In Groot-Brittannië spelen alle bekende komieken in grote stadions. Dat kan hier dus zeker ook. Maar het kost wel veel geld en moeite. Je moet grote schermen hebben. Je moet ook het geluid vertragen. Anders horen de mensen achteraan in de zaal je later dan de mensen vooraan. Daarom treed ik toch liever in theaters op.

Urbanus: In Middelkerke, op de zeedijk. Daar staan heel wat stripstandbeelden.

Naar: Wablieft

KEUZELES 1

263


c Werk per twee. Deze keer krijg je de vragen niet. Markeer eerst in de antwoorden - oranje als het over een persoon gaat; - groen als het over iets / een ding gaat; - blauw als het over een plaats gaat; - roze als het over een tijdstip gaat. Vul het interview met passende vragen aan. Begin de vraag met wie, wat, waar of wanneer.

IN

1 Begin elke zin met een hoofdletter. 2 Eindig elke vraag met een vraagteken.

Interview met Merho

Mijn echte naam is Robert Merhottein. Rob voor de vrienden. Zo weet je meteen waar mijn pseudoniem1 Merho vandaan komt.

N

Ik ben geboren op 24 oktober 1948.

VA

Ik leerde tekenen in de tekenschool, het Sint-Lucasinstituut in Brussel. Daar volgde ik na het middelbaar vier jaar les.

Ik heb geen favoriet personage. Ik zou echt niet kunnen kiezen tussen Konstantinopel, Marcel Kiekeboe, Moemoe of Fanny … Het zijn mijn kindjes en als een goede vader zie ik ze allemaal even graag.

pseudoniem: schuilnaam, artiestennaam

1 Ik gebruikte de vraagwoorden: wie, wat, waar of wanneer.

ja

nee

2 Ik zette een hoofdletter aan het begin van elke vraag.

ja

nee

3 Ik zette een vraagteken na elke vraag.

ja

nee

©

1

Welke vragen zou je Merho nog kunnen stellen? Bedenk er nog drie, samen met een klasgenoot. 1 2 3

264

THEMA 7 | Strips


Keuzeles 2

Liever een boek?

Je kunt genieten van een verhalende tekst. Je kunt enkele uitdrukkingen vanuit de context verklaren.

N

IN

a Lees de tekst. Beantwoord daarna de vragen.

‘Mag een stripverhaal ook, meneer?’ Chenzy zuchtte. Een boek lezen was niet meteen iets waar hij storm voor liep. Meneer Verberck keek kwaad in zijn richting. 5 ‘Nee, Chenzy, met zulke kinderachtige zaken houd ik mij niet bezig’, zei de leraar Nederlands. Ik wel, dacht de jongen. Toch hield hij zijn mond. ‘Het wordt een boek. En niet het dunste wat je kunt vinden, oké?’ ‘Maar meneer, er zijn toch ook goeie strips?’ Chenzy gaf zich 10 duidelijk niet zomaar gewonnen en probeerde alsnog zijn slag thuis te halen. ‘Zoals?’ De leraar keek spottend in zijn richting. ‘Urbanus, Jommeke …’ begon Chenzy zijn favoriete albums op te sommen. 15 ‘Juist’, zei de leraar terwijl hij het hoofd schudde. ‘Hééél erg interessant!’ Hij bedoelde duidelijk het omgekeerde. ‘Strips lezen doe je maar in je vrije tijd!’ ‘Vrije tijd …’ Chenzy deed alsof hij diep nadacht. ‘Wat was dat ook 20 alweer …’ Na schooltijd was er dikwijls voetbaltraining. En dan ging hij ook nog eens tweemaal per week zwemmen. Of klussen met zijn

©

VA

1

KEUZELES 2

265


©

VA

N

IN

vader en ervoor zorgen dat die niet te veel op zijn vingers sloeg. Nee, voor boeken lezen was er niet meteen veel tijd meer over. 25 Trouwens, daarvoor moest hij helemaal naar de bib. En dat zag de jongen niet zitten. ‘Het is al goed, Chenzy, je leest een boek. Punt!’ En daarmee was de kous af. Iedereen wist dat de leraar Nederlands weinig of geen tegenspraak duldde. Niet voor niets 30 was zijn bijnaam ‘De Stier’. Als je hem durfde tegen te spreken, kreeg hij een rode kop en kwam er stoom uit zijn neus. ‘Over een paar weken kom je het verhaal voor de klas vertellen. Nu dit in kannen en kruiken is, gaan we verder met de les. Neem jullie werkboek op pagina 78.’ 35 Toen het belsignaal rinkelde, stormden de leerlingen het leslokaal uit. De Stier had het de hele verdere les over werkwoorden gehad. Hoe saai kon een mens eigenlijk zijn? ‘Een boek, verdomme!’ vloekte Chenzy terwijl hij met Bjorn de trap naar de speelplaats afliep. ‘Straks een boek tegen zijn kop!’ 40 ‘Ik lees ook liever stripverhalen’, lachte Bjorn. ‘En dan noemt hij stripverhalen kinderachtig …’ bromde Chenzy verder. ‘Maar het hoeft toch niet altijd kinderachtig te zijn’, gniffelde Bjorn. ‘Hoezo niet?’ vroeg Chenzy. 45 Hij kende zijn vriend al langer dan vandaag. Als Bjorn zo’n gezicht trok, zat hij op iets te broeden. ‘Kijk …’ Bjorn opende zijn rugzak en haalde er een stripverhaal uit. ‘Oliver Twist …’ las Chenzy. ‘Nou en?’ ‘Dit is een stripverhaal van een boek.’ 50 Chenzy keek zijn vriend niet-begrijpend aan. ‘Mijn oom heeft een stripwinkel. Sommige bekende boeken bestaan ook in stripvorm.’ Er ging Chenzy een licht op. ‘Wow!’ Dit had Chenzy niet verwacht. 55 ‘In het zesde leerjaar heb ik de lerares ook een poets gebakken’, ging Bjorn trots verder. ‘Ik las zogezegd het boek van Oliver Twist, geschreven door … euh … nou ja, door een of andere schrijver, zeker?’ Chenzy gierde het uit. ‘En dan las je het stripverhaal en vertelde je 60 het verhaal.’ ‘Knap, hé! Ik gaf de titel al op aan De Stier. De sukkel vond het goed.’

266

THEMA 7 | Strips


‘Je neemt hetzelfde als vorig jaar?’ ‘Tuurlijk. Dat verhaal ken ik. Ik ga me niet moe maken, hoor. Maar 65 ik heb er nog wel eentje voor jou ook, als je wilt …’

IN

Dat hoefde Bjorn natuurlijk geen tweede keer te vragen. Diezelfde avond stond Chenzy in de kamer van Bjorn. Bewonderend bekeek hij de adembenemende stripcollectie van zijn vriend. ‘Hier!’ Bjorn duwde Chenzy een stripverhaal in de handen. 70 ‘Romeo en Julia?’ ‘Ja, leuk liefdesverhaal. Er bestaat ook een boek van. Ik vond het al op het internet. Het zit ook in de bib. Je hoeft het alleen maar te lenen en naar de klas mee te brengen. Tijdens je spreekbeurt toon je het boek aan de klas. Je doet alsof je het helemaal gelezen 75 hebt.’ ‘Geweldig!’ Chenzy had zijn vriend wel kunnen kussen … Van: Kristof Desmet

VA

N

1 Wat vindt de leraar Nederlands van Chenzy van stripverhalen? 2 Waarom vindt hij dat? 3 Wat vindt jouw leraar van stripverhalen? 4 Zijn stripverhalen kinderachtig? Waarom (niet)? 5 Lees jij wel eens een boek? b Werk per twee. Beantwoord de vragen hieronder. 1 Hoe loopt dit verhaal verder volgens jou? 2 Loopt het allemaal zoals gepland? Wat zou er kunnen mislopen? 3 Speelde jij ook al eens vals? Wanneer? En waarom? c Wat is de betekenis van de uitdrukkingen die gemarkeerd zijn in de tekst? A Er viel niet meer over te praten.

2 Zijn slag thuis halen.

B Hij begon het te begrijpen.

3 Daarmee was de kous af.

C Ergens enthousiast over zijn.

4 Het is in kannen en kruiken.

D Ergens over nadenken.

5 Ergens op broeden.

E Het is geregeld.

6 Er ging hem een licht op.

F Zijn doel bereiken.

7 Iemand een poets bakken.

G Een grap met iemand uithalen.

©

1 Ergens storm voor lopen.

1

2

3

4

5

6

KEUZELES 2

7

267


d Vul aan met de passende uitdrukking. 1 Toen de leraar alles voor de derde keer uitlegde, begreep Jan eindelijk opeens alles.

.

2 Ik heb de directeur gevraagd of we met de klas op excursie mogen. Eerst twijfelde hij. Daarna heb ik over mijn plan verteld. Toen hij merkte dat alles goed voorbereid was,

.

3 Mohammed dacht al de hele dag na hoe de klas iets speciaals kon doen op de .

IN

opendeurdag. Hij

4 Lore en Norah waren heel enthousiast om aan het project mee te werken. Ze

.

5 We probeerden nog de lerares om te praten, maar het lukte niet. Ze schreef de opdracht op het bord en

.

6 De leerlingen van 1Ba zeiden dat er een onverwachte toets wiskunde was. Dat was

N

verzonnen. Ze hebben ons een

.

7 In de andere klas had de lerares de opdracht wel verplaatst. Daar hebben ze dus wel .

VA

268

THEMA 7 | Strips

© Standaard Uitgeverij / WPG Uitgevers België nv

©

EINDE


Keuzeles 3

Vrouwen in ’t Wit

Je kunt de tekstballonnen van een stripverhaal invullen. a Ga met een klasgenoot samenzitten. Bedenk welke tekst er in de tekstballonnetjes moet komen. 2

IN

1

1

VA

2

N

Uit: Vrouwen in 't Wit, Verlos ons van de kwaal, Uitgeverij Dupuis 2001

5

4 6

©

3

Uit: Vrouwen in 't Wit, Verlos ons van de kwaal, Uitgeverij Dupuis 2001

3 4 5 6

KEUZELES 3

269


8

7

9

IN

Uit: Vrouwen in 't Wit, Verlos ons van de kwaal, Uitgeverij Dupuis 2001

1 2 3

N

10

VA

11

Uit: Vrouwen in 't Wit, Verlos ons van de kwaal, Uitgeverij Dupuis 2001

©

4

5

6

270

THEMA 7 | Strips

12


Oefenen maar! 1

Duid hier jouw kleur aan:

Verleden, heden en toekomst

Les 3 De tijd staat niet stil

IN

a Lees de zinnen. Vertellen ze over het verleden, het heden of de toekomst? Markeer de woorden waaraan je dat kunt zien. Zet vervolgens een kruisje in de juiste kolom.

2

Tijdens de Tweede Wereldoorlog hadden we dikwijls honger.

3

Morgen zullen we naar de schouwburg gaan.

4

Misschien keren we vandaag al naar huis terug.

5

We vertrekken volgende week naar zee.

6

Eergisteren keek ik naar een film op Vitaya.

7

Onze kat zal straks wel naar huis terugkeren.

8

Het orkestje speelde op het vorige feest wel een uur aan een stuk.

9

Zijn eerste boek zal binnen twee jaar verschijnen.

10

De kunstenaar leefde in de middeleeuwen.

Naam:

©

Klas:

VA

Datum:

In de jaren '90 moesten we elke maand een boek lezen.

N

1

toekomst

Nummer:

verleden heden

OEFENEN MAAR!

271


b Lees de zinnen. Vertellen ze over het verleden, het heden of de toekomst? Markeer de persoonsvorm in het groen. Zet een kruisje in de juiste kolom. verleden heden toekomst 2

Brahim las een gedicht.

3

De leraar zal het hele weekend toetsen verbeteren.

4

Pa en ma sliepen in de caravan.

5

De buren zullen volgende zomer verhuizen.

6

De kinderen mochten niet op de ijspiste.

7

Mijn zus reed met haar fiets in de gracht.

8

Oma bereidt een feestmaaltijd.

9

Sami zal in het tweede trimester hard studeren.

10

De schrijver schreef al tien boeken.

IN

De vakantie nadert snel.

N

Naam:

1

c Schrijf de zin over, maar vul zelf een duidelijke tijdsaanduiding aan. Let op de werkwoordsvorm.

Klas:

VA

Bv. De leraren wonnen de voetbalwedstrijd tegen de leerlingen. Vorig jaar wonnen de leraren de voetbalwedstrijd tegen de leerlingen. 1 We maakten vele daguitstapjes in het hele land.

2 Zullen we het pretpark bezoeken?

©

Nummer:

3 Het elftal verloor met 3-0.

4 Onze buren eten barbecue.

5 De leerlingen van 1B gingen op sportdag.

Datum:

6 De leraren zullen spaghetti klaarmaken. 7 De directeur kwam een les meevolgen.

272

THEMA 7 | Strips


8 Mijn oom en tante kwamen overnachten. 9 Ons gezin gaat op reis naar het eiland Kos. 10 We verzamelden aan het snoepwinkeltje naast de school.

IN

a Lees de tekst.

Les 5 De wereld van Urbanus - Les 6 De allesweters

N

De kolibrie kan door de snelle vleugelslag (tot wel 80 slagen per seconde) in de lucht stil hangen, en loodrecht omhoog of naar beneden vliegen. De kolibrie kan als enige vogel ook achteruit fladderen. Dit vraagt echter heel veel energie. Hart en longen zijn daardoor in verhouding heel groot. In rust slaat het hartje ongeveer 1000 keer per minuut. De kolibrie moet de hele dag schransen om voldoende energie binnen te krijgen. Welk soort woorden zijn gemarkeerd?

VA

Schrijf de gemarkeerde werkwoorden in de eerste kolom van de tabel over. In de tweede kolom noteer je de stam. ik ... nu (stam)

Klas:

ik zal ... (infinitief)

Datum:

Spelling van werkwoorden

Nummer:

2

©

b Lees de tekst. Markeer de persoonsvorm in elke zin met groen. Onderstreep het onderwerp. Over wie of waarover wordt er iets gezegd?

- Staat het onderwerp in deze zinnen in het enkelvoud of het meervoud?

Naam:

Onze leraren houden van lezen. Ze willen dat wij dat ook doen. Wij hebben daar meestal niet zo veel zin in. De meeste leerlingen houden wel van stripverhalen. De leraren vinden strips ook een goede keuze. Toch moeten alle leerlingen dit schooljaar minstens een jeugdroman lezen.

- Hoe schrijf je de persoonsvorm dan?

OEFENEN MAAR!

273


c Onderstreep het onderwerp. Noteer de stam in de tweede kolom. Lees de zin. Noteer de juiste vorm van het werkwoord in de laatste kolom. werkwoord

stam

zin

persoonsvorm bloemen bij het graf van de

2 heffen

Die jongens op.

met z’n drieën dat autootje

3 moeten

Na de turnles komen.

we altijd even op adem

4 gamen

Veel leerlingen

5 genieten

Na afloop biertje.

IN

De toeristen soldaat.

tot in de late uurtjes.

de bezoekers van een lekker

N

Naam:

1 leggen

d Lees de teksten. Markeer de persoonsvorm in de zinnen met groen. Onderstreep het onderwerp. Over wie of waarover wordt er iets gezegd?

VA

betere punten

Aan: meneermerckx@school.be betere punten

Klas:

Dag meneer

Ik wil graag betere punten halen voor Nederlands. Wat kan ik hiervoor doen?

Datum:

©

Nummer:

Met vriendelijke groeten Eve uit 1B

274

Verzenden

Opgeslagen

THEMA 7 | Strips

Cc Bcc


betere punten Aan: eve.wouters@hotmail.com

Cc Bcc

betere punten

Beste Eve

Veel succes. Met vriendelijke groeten Meneer Merckx

Verzenden

VA

e Onderstreep het onderwerp. Noteer de stam in de tweede kolom. Lees de zin. Noteer de juiste vorm van het werkwoord in de laatste kolom. Schrijf een hoofdletter als de persoonsvorm het eerste woord van de zin is. zin

persoonsvorm

Waarom

2 wensen

Misschien

3 goochelen

Ik

4 melken

Straks

ik alle koeien machinaal.

5 flansen

Waarom

je dit allemaal zo snel in elkaar?

©

1 treiteren

6 tennissen

jij de kat altijd? je nu wel dat je thuis bent.

graag met kaarten.

jij goed?

7 bouwen

Wanneer

je een nieuw tuinhuis?

8 kijken

Elke les

ik door het raam naar buiten.

9 drinken

Ik

10 bundelen

Morgen

graag ananassap. ik de blaadjes voor Nederlands.

OEFENEN MAAR!

Naam:

stam

Klas:

N

- Hoe schrijf je de persoonsvorm dan?

Nummer:

Opgeslagen

- Wat is het onderwerp in de vetgedrukte zinnen?    ,     of

werkwoord

Datum:

IN

Ik raad je aan om meer te oefenen in je oefenbundel. Dan leer je alles beter te begrijpen. Zo scoor jij betere punten. Ook op Diddit krijg je nog wat extra oefeningen.

275


f Markeer de persoonsvorm met groen. Onderstreep het onderwerp. Het monster komt uit de grot tevoorschijn.

De duiker duikt van 20 m hoog.

- Schrap wat niet past: Het onderwerp is telkens een meervoud / ik, je of jij na de persoonsvorm / iets anders. - Hoe schrijf je de persoonsvorm.

stam

zin

IN

werkwoord

persoonsvorm

1 springen

Zonder nadenken

2 dansen

Liam

3 veroveren

De filmster

de duiker van de rots.

al de hele avond zonder ophouden. het hart van alle meisjes.

N

Naam:

g Onderstreep het onderwerp. Noteer de stam in de tweede kolom. Lees de zin. Noteer de juiste vorm van het werkwoord in de laatste kolom. Schrijf een hoofdletter als de persoonsvorm het eerste woord van de zin is.

de verpleger de oude man Snel overeind.

4 helpen 5 trainen

In dat fitnesscentrum week.

6 harken

de bladeren netjes bij elkaar.

Klas:

VA

De tuinman

7 zingen

Mijn buurman verkouden kat.

8 rijmen

Een gedicht

9 behangen

10 tekenen

zo vals als een

soms.

die vakman onze woonkamer?

Mijn vader telefoneert.

Datum:

©

Nummer:

276

mijn broer elke

THEMA 7 | Strips

graag droedels als hij


h Onderstreep het onderwerp. Noteer de stam in de tweede kolom. Lees de zin. Noteer de juiste vorm van het werkwoord in de laatste kolom. Noteer de stam in het blauw en de uitgang in het groen. zin

persoonsvorm

1 lachen

Mijn vader

zich een breuk.

2 morsen

Waarom

jij altijd je koffie?

3 toeteren

De chauffeur fietser.

4 werken

Ik me te pletter aan die taak voor wiskunde.

5 verdienen

Die arme man toegesnauwd.

het niet om zo te worden

6 stapelen

De werknemer elkaar.

alle dozen netjes op

7 harken

Wanneer elkaar?

8 toveren

De leerling-tovenaar zijn hoed.

IN allerlei diertjes uit

Elke les

die leraar naar me.

Waarom

jij toch altijd zo luid?

Naam:

©

Klas:

VA

10 roepen

je tuinman alle bladeren bij

N

9 snauwen

naar de onvoorzichtige

Datum:

stam

Nummer:

werkwoord

OEFENEN MAAR!

277


i Lees de zinnen. Onderstreep het onderwerp. Vul de persoonsvorm in. 1 Eerst (plaatsen)

je een paar basisvormen

en -lijnen. Je (schetsen)

een rondje

voor het hoofd van het figuurtje. Daarna (plaatsen) je een paar lijnen voor haar lichaam. Je (eindigen)

deze stap met twee kleine

Naam:

2 Je (tekenen)

IN

rondjes voor haar voeten.

vervolgens een deel van

het gezicht. Dan (geven)

je het figuurtje

twee grote vriendelijke ogen, een mopsneus en een

hierbij

lachende mond. Je (gebruiken)

3 Daarna (geven)

N

de lijnen die je in de vorige stap gezet hebt.

je het lijf van het

figuurtje meer detail: je (veranderen)

de

basisvorm in een jurkje. Ook (tekenen)

je

VA

de benen en armen.

4 Ze (hebben)

Klas:

Je (voorzien)

mooi lang golvend haar. dat in deze stap.

Ook aan het jurkje (voegen)

er een paar

rondjes op. Dan (hebben)

ze precies

mooie schoentjes aan.

©

Nummer:

details toe. Je (tekenen)

5 Je (trekken)

ten slotte de lijnen

met een stift over. Uiteraard (gummen)

Datum:

278

je wat meer

je de hulplijnen uit.

THEMA 7 | Strips


IN N

VA

THEMA 8 Conflict

Afblijven! - lezen, kijken, luisteren en bespreken

LES 2

Wij hebben de pest aan pesten! - woordverklaring, kijken en luisteren

LES 3

Lastige werkwoorden - spelling: werkwoorden

LES 4

Regels volgen? - luisteren, hoofdgedachte formuleren

LES 5

Wat vertelt je lichaam? - lichaamstaal

LES 6

Spel- en woordweb - spelling en woordverklaring

©

LES 1

O V U R

KEUZELES 1

Theater Bullebak - lezen, spreken: toneel

KEUZELES 2

Thijs of Vincent? - genietend lezen

KEUZELES 3

De werkwoordenladder - spelling: werkwoorden

OEFENEN MAAR! ZELFTOETS

279


Les 1

Afblijven! Je kunt informatie halen uit de flaptekst van een boek. Je kunt informatie uit een filmfragment halen. Je kunt tips geven om een conflict op te lossen. Je kunt verschillen tussen talen geven.

a Bekijk de tekst en beantwoord de vragen.

IN

1

conflict (het; o; meervoud: conflicten) 1 strijd, verschil van mening - Wat voor tekst is dit? - Waaraan kun je dat zien? - Markeer de betekenis van ‘conflict’.

N

- Geef een aantal andere woorden voor ‘conflict’. - Waarover heb jij al eens een conflict gehad?

samenvatting op de achterkant van een boek

©

VA

b Bekijk de kaft van het boek Afblijven. Lees de flaptekst. Voer daarna de opdrachten uit.

flaptekst:

Melissa springt een gat in de lucht als haar gevraagd wordt mee te dansen in een videoclip. Jordi, die al jarenlang veel met Melissa optrekt, is ook razend enthousiast. Melissa kan zo keigoed dansen dat ze vast en zeker ontdekt wordt. Maar al snel blijkt dat het niet goed gaat met Melissa. Om haar onzekerheid te verbergen en om beter te kunnen dansen, slikt ze pillen. En dat worden er steeds meer. Haar vrienden staan machteloos. Wat kunnen ze doen om Melissa te helpen?

Carry Slee schreef ook een complete herziene filmeditie van Afblijven. Kijk voor meer informatie over de film en andere boeken van Carry Slee op www.carryslee.nl. Carry Slee (1949) is een van de succesvolste schrijvers van kinderen jeugdboeken in Nederland. Haar boeken, waarvan er al meer dan 4 miljoen exemplaren over de toonbank gingen, werden vele malen door de Nederlandse Kinderjury en de Jonge Jury bekroond.

280

THEMA 8 | Conflict


1 Wie is de auteur van het boek? 2 Wie zijn de hoofdpersonages in het verhaal? 3 Waarover gaat het verhaal? Markeer de woorden in de flaptekst die het antwoord op deze vraag geven. 4 Waar vind je meer informatie over de boeken van Carry Slee? 5 Zou je dit boek willen lezen? Waarom (niet)?

© Shooting Star Filmcompany

IN

c Straks bekijk je drie fragmenten uit de film Afblijven. Bekijk de foto’s van de personages.

N

1 Lees de vragen vooraf. Vraag uitleg wanneer iets niet duidelijk is. 2 Concentreer je terwijl je luistert. 3 Laat je niet afleiden. 4 Stoor je medeleerlingen niet.

VA

d Bekijk het eerste filmfragment. Beantwoord de vragen. Fragment 1

1 Tussen wie is er een conflict?

2 Waarover gaat het conflict?

3 Waar zijn ze?

4 Hoe komt het dat Melissa’s vader zo’n slecht humeur heeft?

©

5 Is Melissa echt naar klassieke muziek aan het luisteren? 6 Hoe worden de woorden 'rotzooi, omgeving en gezellig' in het fragment uitgesproken? 7 Hoe verklaar je het verschil in uitspraak?

1 Luister naar elkaar. 2 Laat elkaar uitspreken. 3 Durf je mening te geven.

LES 1 | Afblijven!

281


e Bespreek het fragment. 1 Wie heeft volgens jou gelijk? Leg uit waarom. 2 Geef twee tips aan Melissa en haar vader om dit conflict op te lossen. f Bekijk het tweede filmfragment. Beantwoord de vragen. Fragment 2 1 Waar zijn Jordi en Melissa? 2 Waarom neemt Melissa pillen?

IN

3 Waarom zijn die pillen gevaarlijk volgens Jordi?

4 Hoe voelt Jordi zich tegenover Melissa?

5 Waarover heeft Melissa een conflict met zichzelf?

N

6 Hoe zeggen ze dit in Nederland?

Vervang het onderstreepte woord door het woord dat ze in het fragment gebruiken.

VA

- Melissa: Jim heeft pillen waardoor je je geweldig voelt.

- Jordi: Die rommel is gevaarlijk.

- Jim: Brainpower had plotseling een grote opdracht in het buitenland. - Jordi: Beloof me dan dat je er niet naartoe gaat.

©

Elke taal heeft taalvariëteiten. De taalvariëteit die jij spreekt, hangt af van de streek waar je opgegroeid bent. Bijvoorbeeld: Belgisch Nederlands of Vlaams, Hollands, Limburgs, Brussels ... Het kan ook afhangen van de situatie of de personen waarmee je spreekt. Bijvoorbeeld: standaardtaal in de klas, jongerentaal met je vrienden, dialect met je grootouders ...

g Bespreek het fragment. 1 Begrijp jij Melissa? Leg uit waarom wel of niet. 2 Hoe zou jij Melissa helpen om haar conflict met zichzelf op te lossen?

282

THEMA 8 | Conflict


h Bekijk het derde filmfragment. Beantwoord de vragen. Fragment 3 1 Voor wie is er een conflict? 2 Waarover gaat het conflict? 3 Waar was Melissa volgens haar ouders? 4 Hoe bewijst Jordi dat hij Melissa gezien heeft in de Florida?

IN

5 Hoe neemt Melissa wraak op Jordi? 6 Kies uit het fragment twee voorbeelden van een andere taalvariëteit. i Bespreek het fragment.

1 Wie heeft volgens jou gelijk? Leg uit waarom.

N

2 Geef twee tips aan Melissa en Jordi om dit conflict op te lossen. j Evalueer de luisteropdracht.

VA

Hoe ging deze luisteropdracht? goed / kon beter / slecht Wat zul je volgende keer op dezelfde manier doen? Wat zul je volgende keer anders aanpakken? Bij het bespreken van de fragmenten

luisterde ik naar andere leerlingen;

liet ik andere leerlingen uitspreken;

©

durfde ik mijn mening te geven.

LES 1 | Afblijven!

283


Les 2

Wij hebben de pest aan pesten! Je kunt de betekenis van onbekende woorden zelf achterhalen.

a Lees de tekst.

Waarom moeten we over pesten praten?

IN

Veel kinderen hebben met pesten te maken. Als een pestkop tegen je zegt: ‘Ik zal je na school wel krijgen’, is dat behoorlijk beangstigend. Het kan ervoor zorgen dat je de hele dag bang rondloopt. Sommige kinderen hebben een hekel aan de pauzes op school vanwege dat pesten. Ze vinden het verschrikkelijk om naar de speelplaats of het toilet te moeten gaan. Andere kinderen zijn zelfs zo bang dat ze spijbelen. Ze blijven thuis van school om de pestkoppen te ontlopen.

N

Naar: Bruce Sanders, Wat je moet weten over pesten

- Kreeg jij al met pesten te maken? - Hoe reageerde je daarop?

VA

- Bekijk de onderstreepte woorden in de tekst. Wat betekenen ze? - een hekel hebben aan: - spijbelen:

- Hoe heb je de betekenis van deze woorden gevonden?

©

Je kunt de betekenis van een woord dikwijls in de zin terugvinden. Dan vind je de betekenis in de context. Soms vind je de betekenis in de zin ervoor of in de volgende zin.

context:

de zin of de tekst waarin een woord staat

284

THEMA 8 | Conflict


b Markeer de betekenis van de onderstreepte woorden in de teksten.

WIST JE DAT … … pestkoppen het plezier op school helemaal kunnen vergallen? Een verpeste sfeer zit iedereen dwars. Niet alleen degenen die gepest worden, vinden het vervelend.

IN

… je pesten niet mag negeren? Als jij iemand kent die gepest wordt, doe dan niet alsof je het niet merkt. Praat er met een volwassene over.

… je bij Tele-Onthaal op het nummer 106 anoniem over pesten kunt praten? Je hoeft dus je naam niet te zeggen.

N

Naar: Bruce Sanders, Wat je moet weten over pesten

c Markeer de betekenis van de onderstreepte woorden in de tekst.

©

VA

WAT KUN JE TEGEN PESTEN DOEN?

Deze tips kunnen je helpen.

1 Probeer de pestkop te negeren. Zeg vastberaden ‘nee’. Laat duidelijk merken dat je het meent. 2 Probeer niet te laten zien dat je van streek bent. Pestkoppen vinden het leuk als je bang of verdrietig wordt. 3 Vecht niet terug. Daarmee maak je alles alleen maar erger. 4 Blijf in de buurt van je vrienden of vriendinnen. Pestkoppen pikken er graag iemand uit die alleen is. 5 Besef dat het altijd het beste is om het aan een volwassene te vertellen. Het is belangrijk dat je dat weet, want zij kunnen je het beste helpen.

Naar: Bruce Sanders, Wat je moet weten over pesten

LES 2 | Wij hebben de pest aan pesten!

285


IN

d Bekijk de woorden.

- Markeer de woorden die je al kent.

- Een aantal woorden komen uit andere talen. Herken je ze?

- Hoe kun je de betekenis van de woorden 'haatmail' en 'cyberpesten' gemakkelijk achterhalen?

N

VA

Je kunt de betekenis van een woord vinden als je al een of meer stukjes van het woord kent. e Bekijk de reportage over cyberpesten. Vul de tabel aan met de juiste betekenis. A iemand verdrietig maken, kwetsen met woorden

2 online

B het zorgt ervoor dat je je schaamt

3 mood

C op het internet

4 raken

D iemand die gepest of gekwetst wordt

5 loser

E pesten op het internet, via chat, Facebook, e-mail of gsm

6 wreed

F stemming, hoe je je voelt

7 gênant

G verstoppen

8 verbergen

H scheldwoord waarmee je wilt zeggen dat die persoon niets kan

9 slachtoffer

I voor jezelf houden, er niet over praten

10 opkroppen

J zonder medelijden

©

1 cyberpesten

1

286

2

3

4

THEMA 8 | Conflict

5

6

7

8

9

10


Les 3

Lastige werkwoorden Je kunt werkwoorden correct schrijven.

a Noteer de passende vorm van het werkwoord in de rechterkolom. 1 luisteren

Ik

aandachtig naar de leraar.

2 storen

Ik

de les nooit.

3 werken

Ik

altijd heel geconcentreerd.

4 antwoorden

Ik

beleefd op elke vraag van de leraar.

5 worden

Ik

niet snel boos.

6 vinden

Ik

spieken onaanvaardbaar.

IN

1

Welke vorm van het werkwoord gebruikte je bij deze oefening? b Vul de naam van iemand uit jouw klas in. 1

N

luistert aandachtig naar de leraar. stoort de les nooit.

2 3

werkt altijd heel geconcentreerd.

antwoordt beleefd op elke vraag van de leraar.

4 5

VA

wordt niet snel boos.

vindt spieken onaanvaardbaar.

6

telkens:

- Wat moest je telkens aanvullen?

elke keer

- Wat is het gemarkeerde woord?

©

- Wat valt op?

o = meervoud

pv = meervoud

o = enkelvoud

ik je/jij na de pv

iets anders

pv = stam

pv = stam + t

LES 3 | Lastige werkwoorden

287


c Onderstreep het onderwerp in de zin. Noteer de stam in de tweede kolom. Vul de juiste vorm van het werkwoord in de laatste kolom in. werkwoord

stam

zin

persoonsvorm

beantwoorden

Leonie elke vraag van de leraar correct.

2

vinden

Ze haar schoolwerk uiterst belangrijk.

3

houden

Ze enorm veel van rekensommen.

4

melden

Slecht gedrag de leraar.

5

laden

Op het einde van de dag ze keurig haar spullen in haar tas.

IN

1

ze altijd bij

keurig:

netjes en voorbeeldig

VA

N

d Onderstreep het onderwerp in de zin. Noteer de stam in de tweede kolom. Vul de juiste vorm van het werkwoord in de laatste kolom in. Let op: de persoonsvorm is in deze oefening telkens het eerste woord van de zin. Je schrijft een hoofdletter.

werkwoord

1

schudden

zin

jij de hand van mensen die je voor het eerst ontmoet?

2

rijden

je nooit in het midden van de straat met je fiets?

3

bieden

je je verontschuldigingen aan wanneer je tegen iemand aanbotst?

4

onthouden

jij de verjaardag van al je vrienden?

5

raden

je het wanneer iemand zich slecht voelt?

© 288

stam

THEMA 8 | Conflict

persoonsvorm


e Onderstreep het onderwerp in de zin. Noteer de stam in de tweede kolom. Vul de juiste vorm van het werkwoord in de laatste kolom in. Schrijf een hoofdletter als de persoonsvorm het eerste woord van de zin is. werkwoord

stam

zin

persoonsvorm

laden

Moeder uit.

de boodschappen

2

bevinden

je je in een moeilijke situatie?

3

overtreden

Jij telkens de regels van de leraar.

4

landen

het vliegtuig in Zaventem of in Charleroi?

5

melden

je je vaak ziek op school?

6

vermoeden

hij het als je je les niet gestudeerd hebt?

7

doden

jij spinnen of zet je ze gewoon buiten?

8

binden

9

zenden

N

IN

1

De stoute jongen zijn broertje aan een boom vast.

VA

Tante Mie me altijd een cadeautje met Kerst.

vergoeden

de verzekering de schade aan mijn fiets?

©

10

LES 3 | Lastige werkwoorden

289


f Onderstreep het onderwerp in de zin. Noteer de stam in de tweede kolom. Vul de juiste vorm van het werkwoord in de laatste kolom in. werkwoord

stam

zin

persoonsvorm

1

verbieden

De Arteveldehogeschool horloges tijdens een examen.

2

vermijden

De school spieken.

3

zoeken

Met een smartwatch je informatie op het internet.

4

vinden

Zo je gemakkelijk antwoorden op examenvragen.

laten

Die informatie je snel verdwijnen wanneer er een leraar langskomt.

vermoeden

Men dat heel wat studenten op deze manier bedrog gepleegd hebben.

7

IN

6

N

5

Op deze manier het natuurlijk heel moeilijk om het bedrog te bewijzen.

worden

De directeur nu in de krant dat alle horloges tijdens het examen verboden zijn.

melden

9

zorgen

De school wel voor een klok in elk examenlokaal.

komen

Voor elk examen er een controle op het bezit van een horloge of gsm.

VA

8

©

10

290

zo dat studenten

THEMA 8 | Conflict


Les 4

Regels volgen? Je kunt informatie uit een luistertekst halen. Je kunt gericht luisteren.

a Lees de krantenkoppen.

2

IN ROKJE NAAR DE KLAS OM KORTE BROEK TE EISEN

IN

1

LAAT LEERLINGEN ZELF REGELS VOOR GSM OP SCHOOL OPSTELLEN

3

N VOOR BETALE AMMEN BOTERH

N

b Luister naar de teksten die bij de krantenkoppen horen. Markeer de woorden uit: - tekst 1 met groen, - tekst 2 met blauw, - tekst 3 met roze.

VA

1 Lees eerst alle woorden in het woordenveld. 2 Concentreer je terwijl je luistert. 3 Laat je niet afleiden. 4 Stoor je medeleerlingen niet.

©

rokje oproep Don Bosco Genk opvang jongens aanpassen gsm-beleid boterhammentaks betalen

protest

schoolreglement ouders

LES 4 | Regels volgen?

291


c Duid aan welke zinnen het best formuleren waarover de tekst gaat.

IN ROKJE NAAR DE KLAS OM KORTE BROEK TE EISEN

formuleren:

zeggen of schrijven

O De actie heeft succes. De directrice geeft de jongens hun zin. O In Don Bosco Genk moeten jongens in de zomer een lange broek dragen. O Als protest daartegen gaan ze in een rokje naar school.

IN

LAAT LEERLINGEN ZELF REGELS VOOR GSM OP SCHOOL OPSTELLEN

O De Vlaamse Scholierenkoepel roept leerlingen op om de regels rond de gsm in het

schoolreglement te bekijken. Ze willen de regels laten aanpassen. O Gsm’s maken nu eenmaal deel uit van ons leven. Sommige schoolreglementen zijn daar totaal niet op afgestemd.

N

d Formuleer de hoofdgedachte van de derde tekst.

VA

e Beluister de tekst ‘In rokje naar de klas om korte broek te eisen’ opnieuw. Vul het schema aan.

Titel:

School:

Probleem? - Meisjes:

©

- Jongens: Protest:

Resultaat:

292

THEMA 8 | Conflict


Les 5

Wat vertelt je lichaam? Je kunt je lichaamstaal gebruiken om een boodschap duidelijk te maken. Je kunt de lichaamstaal van anderen begrijpen.

IN

a Bekijk de tekeningen. - Zet een kruisje bij de zin die het beste bij de tekening past. - Waaraan kun je dat zien?

O Elias en Yassin kunnen het goed met

N

O Cian is gek op spruitjes. O Cian vindt spruitjes vreselijk.

©

VA

elkaar vinden. O Elias en Yassin hebben ruzie.

O Lina en Axel zijn stapelgek op elkaar. O Lina en Axel kunnen elkaar niet uitstaan.

O Toms favoriete team heeft een doelpunt gescoord. O Toms favoriete team krijgt een doelpunt binnen.

Je stem, houding, gebaren en gezichtsuitdrukkingen geven heel veel ­informatie. Dat is je lichaamstaal. Lichaamstaal helpt je om een boodschap duidelijk over te brengen.

LES 5 | Wat vertelt je lichaam?

293


b Bekijk de fragmenten uit Thuis. 1 Judith en Tom

- Hoe voelt Judith zich?

IN

- Waaraan merk je dat? - Hoe zegt Tom in het fragment: 'Waar ben jij zo lang gebleven?'

N

2 Frank, Simonne en Yvette

- Hoe voelt Yvette zich?

- Waaraan merk je dat?

VA

- Hoe zegt Yvette in het fragment: 'Vooruit! Neem maar.'

©

3 Femke en Peter

- Hoe voelt Femke zich? - Waaraan merk je dat?

- Hoe zegt Peter in het fragment: 'Ik ben echt blij dat ik niet naar de rechtbank moet gaan.'

294

THEMA 8 | Conflict


4 Peggy en Waldek - Hoe voelt Peggy zich? - Waaraan merk je dat?

5 Jana, Lowie en Olivia - Hoe voelt Jana zich? - Waaraan merk je dat?

IN

- Hoe zegt Peggy in het fragment: 'Zo lang ga je mij wel kunnen missen, toch?'

N

- Hoe zegt Lowie in het fragment: 'Jij bent gewoon slechtgezind omdat ik die job heb aangenomen.'

©

VA

Tussentaal is een taalvariëteit tussen standaardtaal en dialect. In soaps wordt vaak tussentaal gebruikt om gesprekken realistischer te maken.

LES 5 | Wat vertelt je lichaam?

295


c Welk gevoelens zie je? Noteer het juiste gevoel onder de foto’s. Kies uit:

VA

N

IN

verdrietig - enthousiast - nieuwsgierig - gelukkig - woedend - jaloers - verveeld moe - teleurgesteld - verliefd - trots - verrast - in paniek - opgelucht - ziek wanhopig

©

296

THEMA 8 | Conflict


d Lees de gevoelens in het raster. - Kies een gevoel dat je wilt uitbeelden. Duid het aan. - Denk na hoe je dat gevoel zult uitbeelden. - Raad welke gevoelens je klasgenoten uitbeelden.

het raster:

tabel vol woorden of afbeeldingen

enthousiast

nieuwsgierig

woedend

jaloers

onverschillig

hooghartig

moe

teleurgesteld

verliefd

trots

verbaasd

in paniek

opgelucht

ziek

boos

IN

verdrietig

e Breng de boodschap zonder woorden over. Tot morgen!

2

Ik bel je straks nog.

3

Ik moet dringend naar het toilet.

4

Het is lekker.

5

Kom, we gaan iets drinken.

6

Hoe laat is het?

7

Hoeveel kost dit?

8

Kom eens hier!

9

Laat mij met rust.

N

1

©

VA

10 Ik zit hier!

LES 5 | Wat vertelt je lichaam?

297


Les 6 6.1

Spel- en woordweb

Spelweb Je kunt de woorden uit dit spelweb correct schrijven.

b Schrijf de woorden zonder fouten over. combinatie

2

humoristisch

3

medisch

4

slechterik

5

succes

6

terroriseren

7

conflict

8

duidelijk

9

gevaarlijk

10 nieuwsgierig 11 wreed

12 examen

N

1

IN

a Lees de woorden hardop.

c Duid de moeilijkheden in de woorden aan. d Spel de woorden hardop.

VA

e Vul het woord verder aan. 1 2

REED

TE

O

I

3

OMBINA

4

U

EREN

IE

E

5

E

AMEN

6

ONFLI

7

GEVAARL

8

HUMORI

T K TI

f Vul de ontbrekende woorden in. Kies uit de woorden uit oefening b. Ik ben heel

2

Skateboarden kan erg

zijn.

3

Spreek eens

, alsjeblieft.

4

Op het secretariaat kun je ook met een

probleem terecht.

5

In de godsdienstles keken we naar een

filmpje.

©

1

naar mijn verjaardagscadeau.

We moesten heel hard lachen.

6

298

Gargamel is de

THEMA 8 | Conflict

bij de Smurfen.


6.2

Woordweb Je begrijpt de woorden uit dit woordweb.

Reeks 1 a Lees de woorden en de voorbeeldzinnen. gebaseerd op

Die film is gebaseerd op een waargebeurd verhaal.

2

afspelen

De film Lucy speelt zich in de toekomst af.

3

zich voordoen als

De directeur doet zich als een heel strenge man voor, maar eigenlijk is hij heel vriendelijk.

4

blijkbaar

Blijkbaar is de leraar Frans afwezig.

5

uitwerken

Tijdens het klasuur zullen we een plan tegen pesten uitwerken.

6

besteden

Yasmina besteedt heel veel geld aan kleren en schoenen.

IN

1

N

b Zet de woorden uit reeks 1 bij de juiste verklaring. 1

gebeuren

2

geven

3

zoals je kunt merken

4

VA

gemaakt aan de hand van

5

nauwkeuriger maken

6

doen alsof

Reeks 2

c Lees de tweede reeks woorden en voorbeeldzinnen. de flaptekst

Lees de flaptekst van het boek Afblijven.

2

de context

Je kunt de betekenis van een woord vaak in de context terugvinden.

3

telkens

Ik struikel telkens over dat trapje vooraan in de klas.

4

keurig

Oona houdt haar mappen keurig in orde.

5

formuleren

Formuleer een zin die deze tekst samenvat.

6

het raster

Zet de woorden op de juiste plaats in het raster.

©

1

LES 6 | Spel- en woordweb

299


d Zoek een woord uit reeks 2 dat bij de verklaring past. 1 netjes en voorbeeldig

2 tabel vol woorden of afbeeldingen

3 de zin of de tekst waarin een woord staat

4 zeggen of schrijven

5 elke keer

6 samenvatting op de achterkant van een boek

IN

e Vul de zin met een passend woord aan. Let op. Soms moet je het woord een beetje aanpassen. Kies uit:

afspelen - gebaseerd op - besteden - blijkbaar - uitwerken - voordoen - flaptekst context - telkens - keurig - formuleren – raster

1

Marie krijgt

veel zakgeld,

2

Jordi en Esra

N

want ze koopt vaak snoep en nieuwe kleren.

elke avond

een uur aan hun huiswerk. 3

We moeten het antwoord op de vraag

VA

in een volledige zin

4

Wat staat er in de

5

Ik vergeet mijn naam

6

Als je een woord niet begrijpt, moet je eerst

naar de

7

van dat boek? op mijn toets te schrijven.

kijken.

Voor Frans moeten we een dialoog tussen een leraar

en een leerling

Na het belsignaal gaan alle leerlingen

©

8

.

in de rij staan.

9

Teken dat schilderij in het

over.

10 De figuren uit de strip van F.C. De Kampioenen zijn de personages uit de tv-reeks.

11 De serie Violetta

zich

in Buenos Aires

.

12 De boze heks zal zich als een lief, oud vrouwtje

300

THEMA 8 | Conflict

.


keuzegedeelte Keuzeles 1

Theater Bullebak

IN

Je kunt samenwerken in groep om een toneelstuk voor de klas te brengen. Je kunt je lichaamstaal, taalgebruik en intonatie verzorgen.

O V VOOR U R

Luister naar het verhaal. Beantwoord daarna de vragen. - Wat zal Julle doen? Hoe zou jij reageren?

- Hoeveel personages zijn er in het verhaal?

- Waarom mag Julle meedoen met Gill en Arun?

N

- Hoe weet je dat Gill eigenlijk geen respect heeft voor Julle?

VA

O V Bekijk de tekst. Beantwoord de vragen. U R - Wat voor een tekst is het? - Hoe weet je dat?

Lees de tekst.

Julle kijkt ongelovig. Arun en Gill schateren het uit en geven elkaar een high five. Het zal hen leren, de rotzakken! luide, vette lach

©

GILL:

Gill kijkt naar Julle. GILL:

En jij zult ons helpen, fazantenkop …

JULLE: Heu? Julle rilt, kijkt bang en geschrokken. GILL:

Jouw moeder heeft een sleutel. Jij zult ons die bezorgen.

Julle slikt. GILL:

We slaan een paar klassen kort en klein, draaien een paar kranen open …

KEUZELES 1

301


Arun geeft een harde schop tegen het bushokje. Hij vloekt omdat het niet lukt om een gat in de wand te stampen. JULLE: Dat doe ik niet! Arun en Gill gaan snel en dreigend naast Julle staan. Arun neemt hem in een wurggreep en draait zijn arm op zijn rug. JULLE: Aaauuww! gil GILL:

Wablieft? Gill houdt zijn gezicht vlak bij dat van Julle.

Arun grinnikt.

Julle wordt duidelijk bang. GILL:

Wel?

IN

GILL: Wat zei je daar? Weet jij wel wat ik met een aansteker kan doen? driftige toon

Gill slaat zijn aansteker een paar keer na elkaar aan en uit en komt er dreigend mee in de buurt van Julles gezicht.

N

JULLE: Oké. Julle haalt diep adem. Ik zie wel wat ik kan doen. Gill knikt naar Arun om te zeggen dat het genoeg is.

GILL: Jij bent bij ons. Gill steekt een sigaret op. Als je dit aan iemand vertelt, deel je zelf ook in de klappen.

VA

ARUN: Doen we nog iets? zeurderig Gaan we nu eindelijk naar het winkelcentrum?

Gill lacht zijn tanden bloot.

GILL: Kom … Gill geeft Julle een klap op zijn rug en slaat zijn arm rond Julles schouder. Zo hoort het. Je bent niet voor niets een nerd. Wij de spieren, jij de brains. Een ideaal team. En jou verdenken ze toch nooit. De dag daarna stop je die kleresleutel gewoon terug in je moeders schortje.

©

Julle kijkt weg, ongelukkig.

GILL: Misschien … Gill wacht even en trekt van zijn sigaret. Misschien mag je dan wel officieel bij The Knicks.

Julle kijkt verrast. JULLE: Ik? Een Knick? GILL:

Waarom niet? Gill blaast sigarettenrook in Julles gezicht.

Julle kijkt dromerig.

302

THEMA 8 | Conflict


Bereid in een groepje van drie het toneelstuk voor. Volg de stappen. 1 Verdeel de rollen. 2 Spreek af welk materiaal je zult meebrengen. 3 Oefen je toneelstuk samen in.

O V TIJDENS U R

IN

Breng je toneelstuk voor de klas. 1 Spreek luid en duidelijk. 2 Gebruik intonatie. 3 Zorg voor een houding die bij je personage past. 4 Oefen je tekst grondig in. Zo kun je vlot en zonder haperen spreken.

N

O V NA U R

Beoordeel jezelf, iemand uit je groepje en een andere klasgenoot.

groepsgenoot

klasgenoot

VA

jijzelf

Je had voldoende ingeoefend.

Je sprak luid en duidelijk. Je zorgde voor de juiste intonatie in je stem.

©

Je houding paste bij de rol die je speelde.

KEUZELES 1

303


Keuzeles 2

Thijs of Vincent?

Je kunt van een fragment uit een jeugdboek genieten. Je kunt deelnemen aan een groepsgesprek.

a Lees de flapteksten.

Carry Slee

IN

De smoezenkampioen

N

Thijs heeft altijd een smoesje klaar als hij iets hardop moet lezen. Dan heeft tenminste niemand in de gaten dat hij dat niet goed kan. Maar meester Koen heeft hem door. Thijs maakt zich zorgen. Moet hij soms naar een speciale school? Gelukkig gebeuren er ook leuke dingen. Daantje Doelpunt en Kim hebben een voetbalclub opgericht: de Turboos. En Thijs wordt hun keeper!

Breek je nek voorzichtig

VA

Chris Winsemius

Vincent is dol op springen en salto’s maken op zijn bed. Jammer genoeg zijn die dingen thuis streng verboden. In de klas mag Vincent ook geen kunsten uithalen. Als hij dat toch doet, krijgt hij straf van de juf. Dan ontmoet hij Bram, een aardige jongen uit een hogere klas. Die leert hem skateboarden. Vincent blijkt talent te hebben en gaat steeds vaker oefenen. Natuurlijk mag zijn moeder dat niet weten.

©

b Markeer de titel van het boek dat je het liefst wilt lezen. c Lees het fragment. Maak de opdrachten die bij het fragment horen.

Keuzeles 3

De werkwoordenladder

Je kunt werkwoorden correct schrijven.

304

THEMA 8 | Conflict


Oefenen maar! 1

Duid hier jouw kleur aan:

WOORDVERKLARING

Les 2 Wij hebben de pest aan pesten

a Vul de tabel aan. Volg het voorbeeld. werkwoord

2 spelen

ik werk

jij werkt

ik

je

ik

ze

ik

oma

VA

3 fluisteren

stam+t

4 lopen

ik

Nummer:

1 zingen

stam

N

Bv. werken

Les 3 Lastige werkwoorden

Kim

b Vul de tabel aan.

werkwoord

stam

stam+t

ik

jij

2 vinden

ik

je

3 snijden

ik

u

4 zenden

ik

hij

5 leiden

ik

het

6 antwoorden

ik

zij

7 bieden

ik

ze

Naam:

1 worden

©

Datum:

Spelling van de werkwoorden

Klas:

2

IN

a Lees de tekst. Noteer de betekenis van de onderstreepte woorden. De betekenis staat letterlijk in de tekst.

OEFENEN MAAR!

305


c Pas het werkwoord uit de eerste kolom aan het onderwerp in de tweede kolom aan. Het vliegtuig om 8 uur op de luchthaven van Zaventem.

2 Ik verbrand mijn tong aan de warme chocolademelk.

Papa zijn tong aan de warme chocolademelk.

3 Ik vind mijn boek Nederlands niet.

Ze haar boek Nederlands niet.

4 Ik wind de leraar rond mijn vinger.

Daoud vinger.

5 Ik verbied je om in mijn kamer binnen te komen.

Je me om in jouw kamer binnen te komen.

de leraar rond zijn

IN

Naam:

1 Ik land om 8 uur op de luchthaven van Zaventem.

d Onderstreep het onderwerp. Noteer de stam in de tweede kolom. Lees de zin. Noteer de juiste vorm van het werkwoord in de laatste kolom. Schrijf een hoofdletter als de persoonsvorm het eerste woord van de zin is. werkwoord

zin

persoonsvorm

Je na school toch wel rechtstreeks naar huis?

2 melden

N

1 rijden

stam

Je het me onmiddellijk als er een probleem is.

3 onthouden

echt alles.

4 bieden

Jij

je gasten altijd een drankje aan.

1 worden

jij graag door iets nieuws uitgedaagd?

Klas:

VA

Jij

2 aanvaarden

jij je oma naar de winkel?

3 begeleiden

Wanneer

4 snijden

je soms wel eens in je vingers bij het koken?

Datum:

©

Nummer:

306

je mijn excuses?

1 schudden

De directeur alle ouders de hand op het oudercontact.

2 bespieden

De dief het oude dametje terwijl ze haar boodschappen doet.

3 vergoeden

Hij de schade die hij met zijn auto veroorzaakt heeft.

4 snijden

Zelfs de beste kok in zijn vingers!

THEMA 8 | Conflict

af en toe eens


e Onderstreep het onderwerp. Noteer de stam in de tweede kolom. Lees de zin. Noteer de juiste vorm van het werkwoord in de laatste kolom. Schrijf een hoofdletter als de persoonsvorm het eerste woord van de zin is. stam

zin Papa

de ochtendfiles.

2 rijden

Waar

opa heen?

3 vinden

een briefje van 100 De zwerver euro op het trottoir.

4 landen

Het papieren vliegtuigje vlak voor de voeten van de leraar.

IN

1 vermijden

5 laden

8 zenden

VTM dit jaar veel nieuwe programma’s uit.

10 broeden

Waar

de kip haar eieren uit?

Vader

een succesvol bedrijf.

VA

1 leiden

ze de spin?

2 binden

de kleine Jasper zijn veters al zelf?

3 verbind

Je de vraag met het juiste antwoord.

4 beelden

jij je soms in wat je later zult worden?

5 worden

jij dit jaar ook 13?

6 verzenden

nog regelmatig brieven Oma met de post.

7 bieden

De rijke man een miljoen euro voor een echte Picasso.

8 beantwoorden

Ik

9 watertanden

als zijn mama Nadir pannenkoeken bakt.

10 broeden

Gargamel telkens weer op gemene plannen.

©

Nummer:

De leraar een leerling aan om de klas te poetsen.

Klas:

7 duiden

N

telkens het juiste Axel antwoord.

Datum:

je elke avond je boekentas uit?

6 raden

9 doden

persoonsvorm

elke quizvraag juist.

OEFENEN MAAR!

Naam:

werkwoord

307


f Onderstreep het onderwerp. Noteer de stam in de tweede kolom. Lees de zin. Noteer de juiste vorm van het werkwoord in de laatste kolom. Schrijf een hoofdletter als de persoonsvorm het eerste woord van de zin is. werkwoord

stam

zin

1 ontbijten

persoonsvorm

jij elke ochtend? geen koffie met melk.

Ik

3 watertanden

Mijn broer koffie.

4 verbranden

Mama haar vingers aan de waterkoker.

bij de geur van verse

IN

Naam:

2 lusten

g Onderstreep het onderwerp. Lees de zin. Noteer de juiste vorm van het werkwoord in de laatste kolom. Schrijf een hoofdletter als de persoonsvorm het eerste woord van de zin is. werkwoord 2 wedden

Brent

4 bekennen

Jaro

elke betrokkenheid.

Eefje

alles.

me iets op de mouw.

Dat meisje

VA

5 spelden

me uit.

dat jij ook schuldig bent aan deze ruzie.

Ik

3 ontkennen

persoonsvorm

N

1 schelden

zin

jij dat ook?

6 verwachten

Klas:

Hij

8 vermoorden

De vos

9 wennen

Je

het konijntje.

wel aan je nieuwe schoenen.

jij nog altijd in de Sint?

10 geloven

h Onderstreep het onderwerp. Lees de zin. Noteer de juiste vorm van het werkwoord in de laatste kolom. Schrijf een hoofdletter als de persoonsvorm het eerste woord van de zin is.

Datum:

©

Nummer:

308

me alweer de les.

7 lezen

werkwoord

zin

1 glijden

De prinses

in de sneeuw uit.

2 galopperen

Het paard

over het veld.

3 houden

De jongen

zich aan de manen vast.

THEMA 8 | Conflict

persoonsvorm


4 melden

Ik

me vandaag ziek op school.

5 trakteren

De leraar

6 beledigen

Uw zoon is erg brutaal. Hij voortdurend.

7 hoeden

Ik

de klas op een heerlijk stuk vers fruit. de leraar

me voor domme fouten.

8 besteden

jij veel geld aan nieuwe kleren?

9 worden

de trainer snel boos? de vos uit de val.

De jager

IN

10 bevrijden

i Lees de zin. Noteer de juiste vorm van het werkwoord in de laatste kolom.

1 verdienen

De dief gsm’s.

2 beginnen

De vakantie

binnen twee weken.

3 luiden

De kerkklok

enkel nog op zondag.

4 verbranden

Ik

6 vinden

De leraar Dat

of de leerlingen alles begrepen hebben.

ik nu eens een schitterend idee!

De buurvrouw

voorbijgangers door de haag.

VA

7 bespieden

alle liefdesbrieven die ik ooit kreeg.

N

5 testen

veel geld met het verkopen van gestolen

8 verstuiken

Serena

haar hand in de turnles.

9 wenden

Mama

haar hoofd af bij geweld op de televisie.

jij ook geen pesterijen?

Naam:

©

10 dulden

Datum:

persoonsvorm

Nummer:

zin

Klas:

werkwoord

OEFENEN MAAR!

309


Berichtjes maken kinderen bang Veel jongeren kregen berichtjes met enge foto’s en boodschappen op hun gsm. Die krijgen ze vooral via sociale media als Facebook, WhatsApp, Instagram of Snapchat. Vaak maken die berichten kinderen echt bang.

Naam:

IN

Kinderen krijgen de berichten meestal van iemand die ze niet kennen. De verzender zegt dat ze een opdracht moeten doen. Doet het kind dat niet? Dan zal er iets ergs gebeuren. Dat maakt veel kinderen bang. De berichten zijn natuurlijk nep. Maar steeds meer kinderen krijgen zo’n valse berichten. Politie Vaak vraagt de verzender ook om het bericht door te sturen naar zo veel mogelijk anderen. Zo raken de berichten steeds meer verspreid. Kenners en de politie vragen om vooral niet te doen wat de verzenders vragen. Het beste is om met zo een bericht naar de politie te gaan.

sociale media: nep: verspreiden:

N

Naar: wablieft.be

Klas:

VA

b Lees de tekst. Markeer de betekenis van de onderstreepte woorden.

Dochter krijgt sneeuwbal in het gezicht: papa slaat leerlingen in elkaar.

Datum:

©

Nummer:

Op de middelbare school Sint-Laurens in Zelzate kijken de scholieren voortaan wel uit naar wie ze sneeuwballen gooien. Vanaf nu denken ze wel twee keer na voor ze dat doen. Een meisje dat gistermiddag een sneeuwbal tegen haar hoofd kreeg, belde haar papa, die even later op de speelplaats stond. Hij schold leerlingen uit en begon zelfs klappen uit te delen aan de kinderen. ‘Hij schreeuwde lelijke woorden en sloeg iedereen die in zijn buurt stond’, vertelt een leerling. Eén tiener was even buiten bewustzijn en reageerde niet meer. Hij werd met de ambulance afgevoerd. Minstens vijf anderen raakten lichtgewond en werden op school verzorgd. De politie kwam ter plaatse en pakte de vader meteen op. De school ‘betreurt de feiten’. Dit was de reactie van de directie: ‘We vinden het enorm jammer. Kinderen moeten ongestoord kunnen ravotten in de sneeuw. Samen lekker wild doen, smeedt vriendschapsbanden. We denken nu wel na over strengere veiligheidsmaatregelen.’

Naar: hln.be

310

THEMA 8 | Conflict


c Lees de tekst bij b opnieuw. Probeer de betekenis van de schuingedrukte woorden te achterhalen. Doe zoals het voorbeeld. een sneeuwbal: een bal gemaakt van sneeuw een tiener: iemand tussen     en     jaar lichtgewond: maar een beetje veiligheidsmaatregelen: acties om de           te verbeteren Wat betekent het?

IN

Welk woord uit de tekst komt uit een andere taal?

Klas:

VA

N

‘Wanneer één iemand met een slaaptekort kampt, is dat een recept voor ruzie of zelfs een breuk’, aldus slaapexperts. De reden: je relatie botst tegen meer negatieve gevoelens, zoals iemand die humeurig, onverschillig, prikkelbaar en dus sneller boos is. ‘Dat wordt ook bevestigd door een experiment van de Ohio University. Voor die proef hadden de wetenschappers een aantal koppels opgetrommeld die al lang samen waren. Een van de twee partners moest een week lang elke dag minder dan 7 uur slapen, de andere gelukzak kreeg voldoende nachtrust. In no time hadden de stellen ruzie over de kleinste futiliteiten. Voor de meest onbelangrijke dingen kon de persoon met een slaaptekort al boos worden.’

Nummer:

Te weinig slaap zorgt voor conflicten

Datum:

d Lees de tekst. Markeer de betekenis van de onderstreepte woorden.

Naar: hln.be

Wat betekent in no time?

e Lees de tekst. Beantwoord vervolgens de vragen.

Er was een regenworm in Sneek die altijd naar de sterren keek, en fluisterde: hoe schoon, hoe schoon! Zijn moeder zei: Doe toch gewoon, kijk naar beneden naar de grond, dat is normaal, dat is gezond, kijk naar beneden, zoals ik.

En toen? Toen kwam de leeuwerik! Het wormpje dat naar boven staarde, zag hem op tijd en kroop in d’ aarde maar moe die naar beneden keek, werd opgegeten (daar in Sneek). Dus doe nooit wat je moeder zegt, dan komt het allemaal terecht. Annie M.G. Schmidt

OEFENEN MAAR!

Naam:

©

De regenworm en zijn moeder

311


Naam:

IN

Wat is een leeuwerik? Noteer leeuwerik onder de juiste afbeelding.

Hoe weet je dat?

Wat betekent de laatste zin uit het gedicht?

Spelling en woordenschat

N

3

3.1 Spelweb

Les 6 Spel- en woordweb

Klas:

VA

a Schrijf de woorden zonder fouten over.

duidelijk

terroriseren

nieuwsgierig

medisch

combinatie

wreed

conflict

examen

succes

humoristisch

gevaarlijk

b Welke woorden vind je in de woordslang?

©

Nummer:

slechterik

SLECHTERIKDUIDELIJ

Datum:

312

KNIEUWSGIERIGHUM

THEMA 8 | Conflict

ORISTISCHGEVA

ARL

IJKMEDISCH


c Vul de ontbrekende woorden in. De eerste letter krijg je al. die arme muis doden.

1 Hoe kun je nu zo w 2 Veel s

met je e

!

3 Meneer Peeters probeert de hele klas met moeilijke toetsen te t 4 Eva en Arianne hebben hun c

.

eindelijk opgelost.

5 Ik vind kaas en confituur een heerlijke c

.

blijkbaar

lijk

natuurlijk

mogelijk

slijk

eigenlijk

avontuurlijk

wonderlijk

gelijk

moeilijk

vriendelijk

IN

belachelijk

e Vul de zinnen met een van de gemarkeerde woorden uit oefening d aan.

.

1 Ik vind Nicki Minaj niet mooi. Haar schoonheid is niet .

N

2 Pfff! Die toets is veel te

om 100 % op je rapport te halen.

4 Tieners vinden kinderprogramma's vaak

.

verhaal over een meisje

VA

5 Alice in Wonderland is een heel dat in een konijnenpijp valt.

Nummer:

3 Het is niet

2

3

4

5

6

7

8

a

b

c

d

e

f

g h

Klas:

f Kraak de code. Noteer de codewoorden achter de zin. 1

Datum:

d Markeer de woorden waarbij je –lijk uitspreekt als in duidelijk en gevaarlijk.

9 10 11 12 13 14 15 16 17 18 19 20 21 22 23 24 25 26 i

j

k

l m n

o

p

q

r

s

t

u

v w x

y

z

1 Het is toch 1 2 1 5 7 9 1 9 3 8 dat je altijd de waarheid spreekt.

©

2 De tovenaar gooit 1 3 1 7 9 1 9 3 8 poeder over het konijn. 3 Hou jij van 5 2 4 1 5 2 0 9 1 9 3 8 fruit?

4 Wist jij dat Kuifje 2 5 1 2 7 9 1 9 3 8 is?

Naam:

5 Mijn familie eet uitsluitend 2 2 5 7 5 20 1 18 9 19 3 8.

OEFENEN MAAR!

313


3.2 Woordweb Lees deze woorden. Gebruik ze voor de oefeningen hieronder. gebaseerd op

besteden

keurig

blijkbaar

raster

context

telkens

flaptekst

uitwerken

formuleren

zich voordoen als

IN

Naam:

afspelen

a Vul de zin aan. 1 De nieuwe misdaadreeks is waargebeurde feiten.

(vond inspiratie bij)

2 Jullie vinden die toets

(zo lijkt het) heel moeilijk.

3 In thema 7 mochten we zelf een stripfiguurtje (nauwkeuriger maken).

(doen alsof) iemand die heel dom is.

N

4 Hij wil Toch is hij het niet. Hij begrijpt alles. 5 Kinderen

(doorbrengen) te veel van hun tijd voor het scherm.

6 Wat is zich daar voor de schoolpoort aan het

(gebeuren)?

Klas:

VA

b Schrap het woord dat niet in de zin past. 1 Jitse vult haar agenda keurig/telkens en netjes in. 2 De leraar vergeet keurig/telkens het licht uit te doen in de klas. 3 De context/flaptekst staat op de achterkant van een boek. 4 Je mag mijn woorden niet zomaar uit de context/flaptekst halen. 5 Formuleer/raster een mooie zin waarmee je aantoont dat je het woord ‘keurig’ begrijpt. 6 De leraar wiskunde tekent een formuleer/raster vol cijfers op het bord.

©

Nummer:

c Welk woord past in de twee zinnen?

gekleed naar school.

1 Naomi komt altijd heel

Robbe antwoordt

met twee woorden.

2 Waarom

Datum:

David

hij zoveel aandacht aan zijn uiterlijk? al zijn zakgeld aan chips en snoep.

3 Ik vind het niet goed dat jij

te laat in de les aankomt.

Nathan vergeet 4 De leraar is

314

zijn gsm op te laden. vergeten dat we vandaag een toets hebben. heeft hij een slecht humeur vandaag. Hij wordt voor alles boos.

THEMA 8 | Conflict


Zelftoets thema 7 en 8 1

Tijden

Thema 7 Les 3 De tijd staat niet stil

a Zet een kruisje in de juiste kolommen. Markeer de tijdsaanduiding(en) als die er is (zijn). heden

verleden

/20

/10 /10 toekomst

2 Volgend jaar zal deze reeks de langstlopende in Vlaanderen worden.

3 In het eerste album speelden tante Sidonia, Wiske en haar oudere broer Rikki mee.

Datum:

IN

1 Op 30 maart 1945 verscheen de eerste aflevering van ‘De avonturen van Rikki en Wiske’ in ‘De Nieuwe Standaard’.

N

5 In de krant verscheen op 19 december 1945 het eerste verhaal van 'Suske en Wiske' met Suske erin.

Nummer:

4 Vandaag is er van Rikki geen spoor meer.

7 Momenteel zijn er al meer dan driehonderd albums op de markt.

8 Een aantal albums zullen misschien ook in andere talen vertaald worden.

Klas:

VA

6 In dat allereerste verhaal is Suske een schaars geklede woesteling.

9 In het verleden verschenen enkele verhalen als animatiefilm.

Naam:

©

10 Binnen enkele jaren zullen nog dertien verhalen als animatiefilm verschijnen.

THEMA 7 & 8 | ZELFTOETS

315


2

Werkwoorden in het heden Thema 7 Les 5 De wereld van Urbanus – Les 6 De allesweters

/56

a Lees de tekst. Vul de gemarkeerde werkwoorden in de eerste kolom van de tabel in. Vul de stam in de tweede kolom in.

/6

Mijn broer houdt er niet van boeken te lezen. Stripverhalen verslinden is echter zijn grootste hobby. Als hij eenmaal begint, is hij niet meer te houden. Dan kan hij soms uren na elkaar op die plaatjes zitten kijken. Boeiend om te zien.

IN

Ik ... (stam)

N

Naam:

Ik zal ... (infinitief)

b Noteer de stam van het werkwoord. Onderstreep daarna het onderwerp in de zin. Vul dan het werkwoord in. stam

Klas:

VA

werkwoord

Ik

2 verzamelen

Een vriend vooral Suske en Wiske-albums.

3 groeien

Mijn collectie

4 krijgen

Voor mijn verjaardag albums.

5 nemen

Daarnaast mijn oma me af en toe mee naar een rommelmarkt.

Datum:

©

Nummer:

1 verzamelen

316

stripverhalen.

6 kopen

Daar

7 slagen

Mijn oma dingen.

8 durven

Dat

9 treinen

Morgen

10 organiseren

Stripliefhebbers stripbeurs.

haast elke week aan. ik telkens enkele

ik veel albums voor een spotprijsje. erin soms nog wat af te

ik nog niet echt. we zelfs naar Antwerpen.

THEMA 7 & 8 | ZELFTOETS

er een heuse

/10 /10 /10 werkwoord


c Onderstreep het onderwerp in de zin. Vul dan het werkwoord in. Schrijf een hoofdletter als de persoonsvorm het eerste woord van de zin is. werkwoord

werkwoord Ik

er schoon genoeg van!

2 Willen 3 mogen

Die wildebras

niet in onze kamer komen.

4 hebben

De leraar

5 kunnen

Ik

6 zijn

De jongen uit de andere klas

7 zijn

Op onze school

8 willen

Hij

graag wat extra frietjes.

9 zijn

Ik

niet zo’n goeie voetballer.

10 willen

Je

echt niet met mij ruilen.

onze toetsen bij zich.

IN

nog niet zo goed lezen.

verkozen tot voorzitter.

Thema 8 Les 3 Lastige werkwoorden

werkwoord

stam

werkwoord

1 vinden

Ik

2 worden

Semih

3 vermoeden

mama dat we een verrassing voor haar hebben?

4 rijden

Wat

5 landen

Om hoe laat

6 zenden

Ik een cadeautje naar mijn nicht in Frankrijk.

7 vermijden

Eda

8 bieden

De directeur water aan.

9 schudden

Waarom

©

/10 /10 /10 Klas:

VA

a Noteer de stam van het werkwoord. Onderstreep het onderwerp in de zin. Vul dan het werkwoord in. Schrijf een hoofdletter als de persoonsvorm het eerste woord van de zin is.

/30

Nummer:

Lastige werkwoorden

Datum:

de directeur een echte grapjas.

N

3

je ook een snoepje?

mijn schoolwerk uiterst belangrijk. later zeker kok.

jij snel, zeg! het vliegtuig uit New York?

ruzies in de klas. de bezoeker een glas

je je hoofd?

THEMA 7 & 8 | ZELFTOETS

Naam:

1 hebben

/10 /10

317


4

Woordverklaring

Thema 8 Les 2 Wij hebben de pest aan pesten.

/4

a Lees de tekst. Markeer de betekenis van de onderstreepte woorden.

/4

Verdwijnen dolfijnen in Brugge?

IN

Naam:

Er moet een verbod komen op dolfijnen houden. Minister Ben Weyts van NVA zegt dat dat niet meer mag. Hij is Vlaams minister voor Dierenwelzijn. Hij is er mee verantwoordelijk voor dat het goed gaat met de dieren in ons land. Zijn plan is slecht nieuws voor Boudewijn Seapark in Brugge. Dat is het enige dolfinarium in België. Boudewijn Seapark heeft een groot aquarium waar dolfijnen worden gehouden. Er leven zes volwassen dolfijnen en twee kalfjes. Het park laat de dieren optreden in shows. Ze moeten dan kunstjes doen. Groepen voor rechten van dieren zijn tegen die shows. Minister Weyts kiest nu de kant van de dierenrechtenorganisaties. Toch wil hij het park niet meteen sluiten. De dolfijnen hebben nooit in het wild geleefd. Ze kunnen niet overleven in de zee. Het park kan open blijven tot de laatste dolfijn sterft. Er mogen dan geen nieuwe dolfijnen komen.

Klas:

VA

TOTAAL

N

Naar: Wablieft

Datum:

©

Nummer:

318

THEMA 7 & 8 | ZELFTOETS

/110


IN N

VA

THEMA 9 Avontuur in de natuur De natuur in - zelfstandig naamwoord

LES 2

Doe het (z)elf - schrijven: het elfje

LES 3

Knabbelgroentjes - lezen: informatieve teksten, woordverklaring

LES 4

Niet voor groentjes - woordenboek

LES 5

Natuur in cijfers - diagrammen

LES 6

Niet voor twijfelaars - lidwoorden

©

O V U R

LES 1

KEUZELES 1

Sporen - genietend lezen, kijken en luisteren

KEUZELES 2

Breek de code - lezen: instructies

KEUZELES 3

Woordenboekspel - woordenboek gebruiken

OEFENEN MAAR!

319


Les 1

De natuur in Je weet wat een zelfstandig naamwoord is. Je kunt een zelfstandig naamwoord in een tekst herkennen.

a Bekijk wat een klasgenoot tekent. Noteer elk geraden woord met potlood. 6

IN

1 2

7

3

8

4

9

10

N

5

VA

b Markeer de dieren in de vorige oefening met groen. Markeer de personen met blauw. Markeer de dingen met oranje.

Zelfstandige naamwoorden zijn woorden die een persoon, een dier of een ding noemen.

Let op! Woorden als verdriet, gezondheid, woede, hoogte … zijn dingen die je niet kunt vastnemen. Het zijn ook zelfstandige naamwoorden.

©

c Geven deze woorden een persoon, een dier of een ding weer?

320

1

zetel

6

overstroming

2

papegaai

7

bakker

3

tante

8

deegrol

4

geluk

9

garnaal

5

rat

10

lucht

THEMA 9 | Avontuur in de natuur


d Lees de tekst.

Wolken verschillen niet alleen van vorm, maar ook van kleur. Soms is wolk wit, soms is hij grijs. kleur hangt af van hoe dik wolk is en hoe groot waterdruppeltjes zijn. Ook hoek waarin zon op elke wolk schijnt, is belangrijk. Hoe meer zonlicht er op wolk kan schijnen, hoe witter hij lijkt! Alle waterdruppeltjes in wolk weerkaatsen zonlicht. Dat geeft kleur wit. Als wolken laag hangen, houden ze veel zonlicht tegen.

Naar: Zo zit dat

IN

Daardoor lijken wolken grijs.

vaststellen:

- Kun je deze tekst vlot lezen?

merken, besluiten

N

- Wat stel je vast? - Markeer de woorden die er een woordje bij moeten krijgen.

De woorden een, de en het zijn lidwoorden. Je kunt een lidwoord voor elk zelfstandig naamwoord schrijven.

VA

e Lees de zinnen. Beantwoord de vragen door in elk vakje ja of nee te markeren. Kun je er een lidwoord voor schrijven?

Is het een zelfstandig naamwoord?

1 Ik wist niet dat paddenstoelen veel vitamines bevatten.

ja – nee

ja – nee

ja – nee

2 We hebben veel last van wespen in onze tuin.

ja – nee

ja – nee

ja – nee

3 Yarno en Omar doen graag een uitstap in de natuur.

ja – nee

ja – nee

ja – nee

4 Boswachters beschermen natuurgebieden in hun buurt.

ja – nee

ja – nee

ja – nee

5 Gisteren heb ik radijzen geplant.

ja – nee

ja – nee

ja – nee

©

Is het vetgedrukte woord een persoon, een dier of een ding?

LES 1 | De natuur in

321


f Welk woord is geen zelfstandig naamwoord en hoort dus niet in het rijtje thuis? Doorstreep de indringer. 1 konijn - wortel - hok - knabbelen - vacht 2 vriendschap - plezier - gevoel - samen - klasgenoot 3 tussen - bloem - aarde - tuin - boeket 4 regendruppel - storm - mistig - hagel - wind 5 boot - zee - landschap - matroos - uitgestrekt g Zijn deze zinnen volgens jou waar of niet waar? Duid het juiste antwoord aan. Sommige slangen kunnen vliegen.

waar

niet waar

2

Je kunt in de Dode Zee niet zinken.

waar

niet waar

3

In Italië bracht 900 gram groenten 105 miljoen euro op.

waar

niet waar

IN

1

N

Lees de artikels. Welke vetgedrukte woorden zijn zelfstandige naamwoorden? Markeer de zelfstandige naamwoorden.

VA

Er bestaan slangen die kunnen vliegen. Eén bepaalde soort (chrysopelea) zweeft soms wel meer dan tien meter door de lucht. Zo gaan ze van de ene boom naar de tak van een andere boom. De slanke beesten draaien hun ribben tijdens hun vlucht iets naar voren. Hun lijf wordt hierdoor platter en lijkt dan een beetje op een vliegtuigvleugel.

©

Was je voorspelling juist of fout?

fout

Naar: Zo zit dat

Elk mensenlichaam bestaat voor het grootste deel uit zoet water. In de Dode Zee zit heel veel zout. Zoet water is veel lichter dan zout water. Op die manier blijf je drijven!

Was je voorspelling juist of fout?

322

juist

juist

THEMA 9 | Avontuur in de natuur

fout

Naar: Zo zit dat


Was je voorspelling juist of fout?

IN

Onder de grond zitten soms kostbare spullen verstopt. Truffels bijvoorbeeld. Dat zijn een soort paddenstoelen. Mensen kunnen ze moeilijk vinden, maar varkens hebben er een neus voor. Die snuffelen de lekkernij op. De witte truffel is nog duurder dan zijn zwarte broertje. In Italië bracht 900 gram van deze groente 105 miljoen euro op. Zou jij dat betalen voor iets wat varkens onder de grond vandaan halen? juist

fout

Naar: Zo zit dat

h In deze tekst zijn acht woorden vetgedrukt. Vier ervan zijn zelfstandige naamwoorden. Markeer de zelfstandige naamwoorden.

Gefopt!

VA

N

Een prooidier doet er alles aan om roofdieren af te schrikken. In Australië zijn kleine visjes gevonden die daar wel een heel bijzondere methode voor hebben. Als er roofdieren in de buurt zijn, ontstaat er een vlek in de vorm van een oog op de staart van het kleine gele visje. Tegelijkertijd worden zijn echte ogen kleiner. Hierdoor denken vijanden dat het visje een andere kant op zwemt. Naar: Zo zit dat

i Markeer de veertien zelfstandige naamwoorden in de tekst.

Oneindig onweer

©

In België onweert het af en toe. Boven het meer van Maracaibo in Venezuela is het altijd hondenweer. Daar dondert en bliksemt het tussen 140 en 160 nachten per jaar. Dit geweld duurt wel 10 uur. Per uur schieten er 280 bliksemflitsen naar beneden. Heel soms stopt de bliksem. Enkele jaren geleden was het voor de laatste keer 5 weken helemaal stil. Daarna begon het gedonder gewoon opnieuw. Naar: Zo zit dat

LES 1 | De natuur in

323


Les 2

Doe het (z)elf Je kunt een elfje schrijven.

O V VOOR U R Lees de gedichtjes.

IN

blauw fonkelende zon geen zuchtje wind precies een grote spiegel zee

stam heel dik vol met takken wortels in de grond boom

VA

N

regen blauwe hemel met prachtige kleuren zomer in mijn hart regenboog

Beantwoord de vragen.

- Uit hoeveel regels bestaat elk gedicht?

- Uit hoeveel woorden bestaat elk gedicht? - Vul het schema aan.

woord

r. 2 =

woorden

r. 3 =

woorden

r. 4 =

woorden

r. 5 =

woord

©

r. 1 =

Een elfje is een gedicht dat uit elf woorden bestaat. Die elf woorden zijn over vijf regels verdeeld.

324

THEMA 9 | Avontuur in de natuur


O V U R

Beantwoord de vragen. - Van welk seizoen houd jij het meest?

N

IN

- Waarom? Noteer dit seizoen in het midden van de woordspin.

VA

- Waaraan denk je bij dit seizoen? Noteer deze woorden rond de woordspin. Tip: denk aan typische kleuren, het weer, bloemen, planten, insecten, vruchten, bomen, vogels, geuren … O V TIJDENS U R

Selecteer een aantal woorden uit je woordspin en schrijf zelf een elfje.

©

1 Raadpleeg je woordenboek als je aan de schrijfwijze van een woord twijfelt. 2 Schrijf alle woorden met een kleine letter.

(Waarover gaat het?) (Hoe ziet het eruit?) (Wat gebeurt ermee?) (En?) (Welk woord maakt het af?)

Lees je tekst na.

LES 2 | Doe het (z)elf

325


IN

N

O V NA U R

VA

Wissel van blaadje met je buur. Beoordeel zijn/haar werk. Zet een kruisje in de juiste kolom.

vorm

ja

nee

Je respecteerde de vorm van het gedicht. (r. 1: één woord / r. 2: twee woorden / r. 3: drie woorden / r. 4: vier woorden / r. 5: één woord)

ja

nee

Alle woorden zijn correct gespeld.

ja

nee

ja

nee

ja

nee

©

Het gedicht bestaat uit elf woorden.

Alle woorden zijn met een kleine letter geschreven. inhoud

Alle woorden passen bij het gekozen seizoen.

Pas je tekst indien nodig aan.

326

THEMA 9 | Avontuur in de natuur


Les 3

Knabbelgroentjes Je kunt belangrijke opmaakkenmerken in een tekst herkennen. Je kunt de betekenis van moeilijke woorden uit de context afleiden. Je kunt de nodige informatie uit een tekst halen. Je kunt twee tekstdelen met elkaar vergelijken.

7

a Bekijk de tekst zonder hem te lezen. - Waarover gaat de tekst?

IN

- Lees de titel en de tussentitels. Bekijk de foto’s. - Uit hoeveel tekstdelen bestaat de tekst? - Wat is het tekstdoel? Deze tekst wil:

O je over iets informeren; O je van iets overtuigen; O je ontspannen; O je ontroeren.

N

Start je eigen moestuin!

1

Droom jij er ook van om je eigen groenten te kweken, maar heb je thuis te weinig plaats? Met deze handige tips kun je zelfs op de kleinste plek tuinieren.

VA

2 3 Moestuinzakken Er bestaan speciale, recycleerbare moestuinzakken die het eenvoudig maken om wat lekkers in te kweken. Onderaan zitten gaatjes die ervoor zorgen dat het overtollige water weg kan. Deze zakken zijn uit kunststof gemaakt. Ze hebben handvaten. Daardoor kun je ze gemakkelijk verplaatsen. Zo'n moestuinzak heeft nog andere voordelen: er komt minder onkruid in gewaaid en ze zijn goedkoper dan een bak of pot. Zo'n moestuinzak neemt weinig plaats in.

©

8 4 De vierkantemeterbak De vierkantemetertuin is precies dat wat het begrip zegt: tuinieren in een houten bak van 1 op 1 meter. Deze bak heeft een pak voordelen. Ten eerste heb je er weinig plaats voor nodig. Zo'n bak is gemakkelijk te vullen en door de vakjes is het heel overzichtelijk. Je kunt bijvoorbeeld in elk vakje een andere groente zetten. Daarnaast moet je zelden onkruid wieden: doordat je de vakjes zo goed mogelijk gebruikt, heeft onkruid nauwelijks plaats om te groeien. Eens de bak gevuld is, is het moeilijk om hem nog te verplaatsen. Is de bak versleten? Dan kun je hem gemakkelijk recycleren.

7

LES 3 | Knabbelgroentjes

327


VA

N

IN

5 Sommige groenten in de moestuin trekken allerlei insecten en slakken aan. Het kan goed zijn om een gaas over je moestuin te spannen zodat je plantjes niet door ongewenste bezoekers geplaagd of opgegeten worden. Probeer zeker snijsla, spinazie en radijzen uit. Die groeien snel en ze worden niet te groot. 6 Beleef vooral veel plezier aan het werken in je minimoestuin. Als beloning voor je werk krijg je een rijkelijke oogst. Lekkere, verse en gezonde groenten uit de eigen tuin, wat wil je nog meer? 9

b De auteur van deze tekst heeft voor een duidelijke tekst gezorgd. Noteer het nummer van het kenmerk in deze tabel. Let op: er staan meer woorden dan je nodig hebt! foto’s

tekeningen

belangrijke woorden vet

tussentitels in ander lettertype

cursief

andere lettergrootte

belangrijke woorden onderstreept

andere lettergrootte en vet

belangrijke woorden in kleur

©

witruimte

c Lees de volledige tekst Start je eigen moestuin.

328

THEMA 9 | Avontuur in de natuur


d Wat betekenen de vetgedrukte woorden? Combineer elke zin met de juiste uitleg. 1

Wil je ook je eigen groenten kweken?

a

bijna geen

2

Gaatjes zorgen ervoor dat het overtollige water weg kan.

b

overhouden

3

Deze bak heeft een pak voordelen.

c

laten groeien

4

Je spaart er heel wat tijd mee uit.

d

ruime, grote

e

stof die grof geweven is zodat je erdoorheen kunt kijken

f

teveel aan

g

veel

h

lokken, naar zich toe trekken

6

IN

Onkruid heeft nauwelijks plaats om te groeien. Sommige groenten trekken allerlei insecten aan.

5

7

Span een gaas over je moestuin.

8

Als beloning krijg je een rijkelijke oogst. 1

2

3

4

5

6

7

8

N

e Beantwoord de vragen.

1 Welke twee zaken worden in de tekst met elkaar vergeleken?

VA

2 Waarvoor dienen de gaten in moestuinzakken?

3 Wat is een vierkantemetertuin?

©

4 Wat gebeurt er als je geen gaas over je vierkantemeterbak spant?

LES 3 | Knabbelgroentjes

329


f Vergelijk een moestuinzak met een vierkantemeterbak. Markeer het juiste antwoord. moestuinzak

vierkantemeterbak

veel – weinig

veel – weinig

Materiaal?

kunststof – hout

kunststof – hout

Gemakkelijk te verplaatsen?

ja – nee

ja – nee

Hoeveelheid onkruid?

veel – weinig

veel – weinig

Gemakkelijk te recycleren?

ja – nee

ja – nee

IN

Nodige ruimte?

g Geef twee andere voordelen van een moestuinzak en twee andere voordelen van een vierkantemeterbak. moestuinzak voordeel 1

©

VA

N

voordeel 2

330

vierkantemeterbak

THEMA 9 | Avontuur in de natuur


1 Les 4

Niet voor groentjes Je weet wat een trefwoord is. Je kunt trefwoorden opzoeken. Je kunt woorden met verschillende betekenissen opzoeken.

Een insectenhotel

IN

a Lees de tekst en beantwoord de vragen.

N

Vele insecten verstoppen zich tijdens de koude wintermaanden. Bij sommige dieren zoals naaktslakken of regenwormen mag je dit letterlijk nemen. Ze kruipen diep onder de grond. Andere insecten zoeken beschutting bovengronds. Voor hen kun je een insectenhotel bouwen.

Voor wie? Niet enkel wespen en bijen nestelen zich in een insectenhotel. Ook andere insecten zoals kevers en spinnen vinden dit een magnifieke plaats om zich te verstoppen.

VA

Stappenplan Neem een stuk boomstam en boor gaatjes van verschillende breedte. Maak de gaten zo diep als de lengte van de boor.

©

Tip Zet het insectenhotel op een plek waar de zon schijnt. Insecten houden van warmte en zonlicht!

Veel succes!

-

Begrijp je alle groene woorden? Vind je de betekenis van de woorden letterlijk in de tekst terug? Ken je al één of meer stukjes van het woord? Hoe kun je de betekenis van deze woorden te weten komen?

LES 4 | Niet voor groentjes

331


b Bekijk de bladzijden uit de twee woordenboeken. Beantwoord de vragen mondeling. - Hoe zijn alle woorden gerangschikt? - Welke twee woorden staan bovenaan de bladzijde? - Wat betekent magnifiek? - Welke verschillen zie je tussen beide woordenboeken?

IN

In een woordenboek staan alle woorden alfabetisch gerangschikt. Bovenaan elke bladzijde staat het beginwoord en in sommige woordenboeken ook het eindwoord. Een woord dat in een woordenboek uitgelegd wordt, is een trefwoord.

c Zoek de betekenis van deze trefwoorden in de bladzijden van de woordenboeken op. 1 magnolia: 2 maggi: 4 muskiet:

©

VA

5 magnum:

N

3 myoom:

332

THEMA 9 | Avontuur in de natuur


IN N VA

©

Uit: Prisma woordenboek

Uit: Van Dale Basiswoordenboek Nederlands

LES 4 | Niet voor groentjes

333


d Zoek de betekenis van het woord magazijn op. Wat valt op?

.

Noteer de gevonden uitleg. - -

Een trefwoord kan meerdere betekenissen hebben.

IN

e Zoek de verschillende betekenissen van de woorden op. 1 majesteit: 2 muur:

N

3 musket: 4 mager:

VA

f Zoek de vet gedrukte woorden in je eigen woordenboek op. Noteer de juiste betekenis. Let op bij woorden die meer dan één betekenis hebben. 1 Lust jij graag klappermelk?

©

2 Er moet toch een andere weg zijn om dat probleem op te lossen? 3 Die afbeelding van onze aarde is heel natuurgetrouw.

4 Als je de ballon te hard opblaast, zal hij klappen.

5 Aan de bar zitten mensen vaak op een kruk.

334

THEMA 9 | Avontuur in de natuur


Les 5

Natuur in cijfers Je weet wat een diagram is. Je kunt informatie uit diagrammen halen.

IN

a Je leraar verdeelt de klas in twee groepen. De ene groep leest de tekst en lost de vragen op. De andere groep bekijkt het cirkeldiagram en beantwoordt de vragen. Je leraar geeft het startsein.

Eetgewoonten van wolven (in %)

VA

N

Wolven jagen in Duitsland op reeën, edelherten, wilde zwijnen, hazen en konijnen. Het lievelingsgerecht op het menu van de wolf is de ree. In ruim de helft van de gevallen eet de wolf dit dier. Wolven zijn ook dol op het vlees van het edelhert. Dit dier neemt 21,3 % van het wolvenmenu in. Op de derde plaats staat het wild zwijn. In 18,3 % van de gevallen eet de wolf wilde zwijnen. Daarna volgen de hazen en konijnen. 3,9 % van het wolvendieet bestaat uit hazen en konijnen. De wolf jaagt nauwelijks op dieren die door de mens gehouden worden. Schapen en ander vee nemen slechts 0,8 % van het wolvenmenu in. In 3,1 % van de gevallen staat iets anders op het menu.

Naar: www.natuurmonumenten.nl

1 Van welk dier worden de eetgewoonten besproken?

©

2 Wat eet dat dier voornamelijk? 3 Vul aan.

- Het dieet van de wolf bestaat voor

% uit wilde zwijnen.

- 3,9 % op zijn menu bestaat uit

4 Kleur het passende bolletje. Wolven vormen:

O een grote bedreiging voor schapen en ander vee. O bijna geen bedreiging voor schapen en ander vee.

voornamelijk:

vooral, hoofdzakelijk, voor het grootste deel

LES 5 | Natuur in cijfers

335


Ik heb de vragen opgelost aan de hand van Ik had

min.

de tekst. het cirkeldiagram.

sec. nodig

5 Wie kon deze oefening het snelst oplossen? Hoe komt dat?

IN

Een diagram is een schema of een grafiek waarin informatie aan de hand van cijfers voorgesteld wordt. In een diagram vind je sneller informatie terug dan in een tekst. b Bekijk het staafdiagram over de bosoppervlakte (in hectare1) in Vlaanderen. Beantwoord de vragen.

58.455

61.253 53.701

54.287

N

50.000

van links naar rechts (>)

40.000

32.166

30.000

22.551

24.884

VA

20.000

34.166

10.551

10.000

en

p wer

1

g bur

Lim

n

dere

aan

t-Vl Oos

n

dere

aan

t-Vl Wes

van onderen naar boven ( )

11.146

0

Ant

verticaal: >

Oppervlakte in hectare

60.000

horizontaal:

2011 2013

70.000

nt

aba -Br

ms Vlaa

weergeven:

tonen, uitbeelden

hectare = een gebied van 10 000 m2

1 Welke informatie vind je op de horizontale as?

©

2 Welke informatie geeft de verticale as weer? 3 Zijn deze uitspraken juist of fout? Zet een kruisje in de passende kolom.

336

-

In elke provincie is er in twee jaar tijd bos bij gekomen.

-

De bosoppervlakte in Antwerpen is het minst gestegen.

-

In Vlaams-Brabant is er minder bos dan in Oost-Vlaanderen.

THEMA 9 | Avontuur in de natuur

juist

fout


c Bekijk de lijngrafiek over de jaarlijkse zomerse2 dagen en vorstdagen3.

Jaarlijkse zomerse dagen en vorstdagen 80 74

70 60

60

58

50 37

36

37

IN

40

47 45 31

30

27 23

20

25

10 0 2006

2007

2008

29

30

28

2009

2010

2011

24

2012

2013

N

zomerse dagen vorstdagen

zomerse dag = dag waarop de maximumtemperatuur 25 °C of meer bedraagt

3

vorstdag = dag waarop de minimumtemperatuur onder 0 °C ligt

Naar: statbel.fgov.be

VA

2

1 Noteer deze woorden bij de juiste as: dagen - jaartal. 2 Hoeveel vorstdagen waren er in 2012?

3 In welk jaar waren er de meeste zomerse dagen? 4 In welk jaar lagen het aantal zomerse dagen en het aantal vorstdagen het dichtst bij elkaar?

5 Hoeveel dagen verschil was er in 2013 tussen het aantal zomerse dagen en het aantal

©

vorstdagen?

LES 5 | Natuur in cijfers

337


Les 6

Niet voor twijfelaars Je kunt het juiste lidwoord voor een zelfstandig naamwoord schrijven.

a Lees deze tekst.

IN

De Siberische tijger

De Siberische tijger is één van de zeldzaamste

tijgersoorten op aarde. Dat is de grootste katachtige.

Een mannetje kan meer dan drie meter lang worden, de staart niet inbegrepen!

Het dier eet zoogdieren. Buffels, herten, wilde geiten, everzwijnen, elanden en zelfs beren staan op zijn menu.

De tijger komt nog heel weinig in het wild voor. Volgens recente schattingen zouden er

N

maar driehonderd exemplaren meer zijn. De meeste tijgers leven in Rusland en China. Er leven wel nog heel wat exemplaren in gevangenschap.

Omdat de Siberische tijger in extreme koude leeft, heeft hij een dikke wintervacht die hem tegen ijskoude temperaturen kan beschermen.

VA

Naar: Metro

b Markeer het lidwoord een telkens met groen. Markeer het lidwoord de telkens met blauw. Markeer het lidwoord het telkens met roze. c Vul de zinnen met de of het aan. 1

Ken je

antwoord op die moeilijke vraag?

©

2

walvis is een zoogdier.

3

Op het einde van

weg in tweeën.

4

ontbijt is de belangrijkste maaltijd van

5

jonge meisje wacht in

6

warme sjaal beschermt je tegen

7

zwarte paard hinnikte en begon te steigeren.

8

touw en ________ slaapzak zitten al in mijn rugzak.

9

Moeder legt

10 Met veel lawaai laat

338

straat splitst

fruit op

dag.

regen op

trein. slechte weer.

taart. kind

vork op

THEMA 9 | Avontuur in de natuur

grond vallen.


d Lees de mop. Vul de zinnen met de of het aan. Het is herfst.

indianen in een

reservaat vragen hun opperhoofd of het komende winter volgens hem koud of zacht zal worden. Aangezien hij een modern opperhoofd is, heeft hij nooit

IN

oude geheimen van zijn voorouders geërfd. Hij kijkt naar

lucht en bedenkt vervolgens met een natte vinger in

lucht dat

winter wel eens koud kan worden. al

opperhoofd raadt aan

hout te verzamelen dat voorhanden is.

Onzeker van zijn zaak loopt hij stiekem naar een telefooncel. weerman. ‘Wel,’ zegt

lokale weerman,

N

telefoneert naar

opperhoofd

‘we verwachten een heel koude winter’.

opperhoofd loopt terug naar zijn stam. Hij moedigt

indianen aan om nog veel meer hout in te slaan. indiaan nog een keer.

VA

Een maand later belt ‘Ja hoor, ik denk dat

winter zelfs extreem streng gaat worden.’

‘Hoe kun je zo zeker zijn?’ vraagt weerman, ‘

opperhoofd. ‘Wel,’ zegt

indianen sprokkelen momenteel hout als gekken!’

e Noteer het juiste lidwoord voor de woorden. Kies uit de of het. Raadpleeg eventueel je woordenboek.

©

weerman zegt:

1

venster

6

boot

2

biefstuk

7

papier

3

dal

8

beton

4

wolk

9

ongemak

5

lunchpakket

10

deken

momenteel:

op dit moment, nu

LES 6 | Niet voor twijfelaars

339


f Vul de tekst met de of het aan.

De kop van

reuzenpanda

is wit met grote zwarte vlekken rond

ogen, zwarte oren

en een zwarte neus.

lijf is

wit met een zwarte band over zwarte voorpoten. van

IN

schouders die overgaat in

voedsel

reuzenpanda bestaat

vrijwel uitsluitend uit bamboe. Panda’s leven in

bergen van Centraal-China. Ze zijn heel zeldzaam.

Volgens een recente telling zijn er nog maar 1600 exemplaren.

vrouwtje krijgt normaal één jong. Dat jong blijft bij haar tot hij drie grond. Als hij bedreigd

N

jaar is. Meestal leeft de reuzenpanda op

wordt, klimt hij in een boom. De reuzenpanda ziet er lief uit, maar toch kan hij mens aanvallen.

©

VA

gevaarlijk zijn en

340

THEMA 9 | Avontuur in de natuur

Naar: www.wnf.nl


keuzegedeelte Keuzeles 1

Sporen

1.1

Avonturen in het Hoge Noorden

a Lees de tekst.

IN

Je kunt van een fragment uit een jeugdboek genieten. Je kunt informatie uit een gesproken boodschap halen. Je kunt informatie uit beelden halen.

N

Torak is een natuurmens in hart en nieren. Bovendien beschikt hij over het talent om met wolven te kunnen praten. In het gezelschap van Wolf en zijn vriendinnetje Renn zwerft Torak soms urenlang in het woud rond. Tijdens de strenge winter raken ze Wolf kwijt. Torak en Renn zijn razend als ze ontdekken dat Wolf ontvoerd is …

Wie Wolf ook had gevangen, het was met een heel eenvoudige val gedaan. Ze hadden een kuil gegraven en die verborgen onder een dunne laag van met sneeuw bedekte takjes. 5 Zoiets had Wolf niet lang gevangen kunnen houden, maar in de omgewoelde sneeuw rondom de kuil vond Torak stukjes gevlochten reepjes huid. ‘Een net …’ bracht hij ongelovig uit. ‘Ze hadden een net.’ ‘Maar … er zitten geen gepunte stokken in de kuil’, zei Renn. ‘Ze 10 wilden hem levend in handen krijgen.’ Dit lijkt wel een nachtmerrie, dacht Torak. Straks word ik wakker en dan komt Wolf tussen de bomen door aangesprongen. En toen zag hij het bloed. Een angstaanjagend grote vlek in de sneeuw. 15 ‘Misschien heeft hij hen gebeten’, mompelde Renn. ‘Ik hoop dat dat zo is. Ik hoop dat hij hun handen eraf heeft gebeten!’ Torak raapte een plukje bebloed haar op. Zijn handen trilden. Hij dwong zichzelf om goed naar sporen in de sneeuw te zoeken.

©

VA

1

KEUZELES 1

341


©

VA

N

IN

Wolf was de kuil behoedzaam genaderd. Hij had niet meer gerend, 20 maar gelopen. Dat zag Torak aan de pootafdrukken, die naast elkaar stonden. Maar toch was Wolf wel degelijk naar de kuil toe gegaan. O Wolf, dacht Torak, waarom heb je niet beter uitgekeken? Toen besefte hij dat Wolf misschien mensen vertrouwde omdat hij 25 bevriend met Torak was. Misschien was het allemaal Toraks schuld. Hij keek naar het spoor in de sneeuw, dat in noordelijke richting liep. Er had zich al een laagje ijs in gevormd. Degenen die Wolf hadden gevangen, lagen een heel eind op hen voor. 30 ‘Hoeveel voetsporen zie je?’ vroeg Renn, die zich er niet mee wilde bemoeien. Torak kon veel beter spoorzoeken dan zij. ‘Twee. Bij het wegrennen zijn de voetsporen van de grootste man dieper.’ ‘Dus dan moet hij Wolf hebben gedragen. Maar waarom zou hij hem 35 meenemen? Wie wil Wolf nou kwaad doen? Dat zou niemand durven wagen.’ Het was een strenge wet onder de stammen dat niemand een jager in het Woud kwaad mocht doen. ‘Torak!’ riep ze terwijl ze bij een jeneverbessenstruik knielde. 40 ‘Ze hebben zich hier verstopt. Maar ik snap niet …’ ‘Beweeg je niet!’ waarschuwde Torak. ‘Wat?’ ‘Daar! Bij je laars!’ Ze verstarde. ‘Wat … Wat heeft dát gemaakt?’ 45 Hij knielde erbij neer om het eens goed te kunnen bekijken. Zijn vader had hem leren spoorzoeken. Hij had gedacht dat hij elk spoor in het Woud wel kende, maar zulke vreemde sporen had hij nog nooit gezien. Ze waren licht en klein, als van een vogel. 50 Maar toch ook weer niet. De achterpoten leken op gekromde handjes met vijf klauwen, en er waren geen afdrukken van voorpoten. ‘Vreemde prooi …’ mompelde Torak voor zich uit.

Uit: Michelle Paver, Torak en Wolf, Avonturen in het Hoge Noorden

b Beantwoord de vragen mondeling. 1 Waar speelt het verhaal zich af? 2 Wie is Wolf?

342

THEMA 9 | Avontuur in de natuur


3 Welke andere personages komen er in het verhaal voor? 4 Hoe gaan de jongeren op zoek naar Wolf? 5 Wat zou de reden van de ontvoering kunnen zijn? 6 Zou jij de achtervolging in de sneeuw inzetten? Waarom wel/niet? 7 Van wie/wat zouden de vreemde sporen zijn? 8 Kan dit verhaal echt gebeurd zijn? Waarom wel/niet? 9 Hoe denk je dat dit verhaal afloopt?

1.2

Speuren naar sporen

O V VOOR U R

IN

10 Kijk je uit naar een ander boek van dezelfde schrijfster? Waarom wel/niet?

Torak is heel goed in het herkennen van sporen. Vandaag leer je zelf hoe je de perfecte spoorzoeker wordt. Beantwoord de vragen mondeling.

N

- Welke sporen van dieren vind je in het bos terug?

- Wanneer ben jij al eens naar sporen op zoek gegaan?

- Wat denk je te weten te komen tijdens het bekijken van het filmpje? Neem de luister- en kijktips door.

VA

O V U R

1 Lees eerst de vragen zodat je goed weet waarop je moet letten. 2 Laat je door niets afleiden. 3 Kijk en luister aandachtig.

O V TIJDENS U R

©

Bekijk het filmpje. Noteer ondertussen de antwoorden op de vragen met potlood. 1 Waarom krabt een das met zijn poten tegen een boom? 2 Welke pootafdruk is van een das? Zet een kruisje.

O

O

O KEUZELES 1

343


3 Hoe heet de woning van een das? 4 Wat zit er in braakballen? Markeer de juiste antwoorden. Kies uit:

vlees – haren – botten – bessen – gras – kiezen 5 Welke kleur heeft een wild zwijn? 6 Juist of fout? Zet een kruisje in de juiste kolom. juist Braakballen van een uil vind je vooral in het midden van het bos.

2

Als je een dassenspoor wilt volgen, moet je kijken in welke richting het gras ligt.

3

Een wild zwijn woelt de aarde met zijn voorpoten om.

IN

1

O V NA U R

N

Vul het evaluatiekader in. 1 Welke score behaalde je?

/10

2 Wat vind je van dit resultaat? heel goed / goed / voldoende / niet goed

VA

3 Duid aan wat past.

Ik was heel geconcentreerd.

Ik was tamelijk geconcentreerd. Ik was aan het prutsen.

Ik was door de anderen in de klas afgeleid.

Het was voor mij geen probleem om te luisteren naar wat ze zeiden en ondertussen goed naar de beelden te kijken.

©

Ik keek te veel naar de beelden en luisterde te weinig naar wat ze zeiden. Ik luisterde te veel naar wat ze zeiden en keek te weinig naar de beelden.

- Wat zou je bij een volgende kijk- en luisteropdracht anders doen?

- Waarom?

344

fout

THEMA 9 | Avontuur in de natuur


Keuzeles 2

Breek de code

Je kunt instructies lezen en uitvoeren.

2.1

Mysterie

VA

N

IN

a Overloop de tips en vul de tabel in. - Samir woont in het derde huis. - Het meisje met de bruine haren houdt van kruiden verzamelen en drankjes maken. - Het meisje in het tweede huis is 13 jaar oud. - De eerste jongen uit de straat is dol op boshutten bouwen. - De jongen die vogels spot, neemt op survival altijd zijn zakmes mee. - De jongen die in zijn vrije tijd graag boshutten bouwt, heet Jonathan. - Elise is net 11 jaar geworden. - De broer van Jonathan heet Bjorn. - Amina woont naast Samir. - Elise kan niet zonder haar knuffel. - Samir is 14 jaar oud. - De jongen die tussen Amina en Elise woont, is 1 jaar ouder dan Amina. - De zwartharige jongen houdt ervan om tijdens zijn vrije tijd vogels te spotten. - Het oudste meisje is ’s nachts bang. Op survival kan ze niet zonder zaklamp. - Bjorn en zijn broer zijn een 12-jarige tweeling. - Het meisje met de hoofddoek houdt van survivalrun. - Op overlevingstocht neemt de 12-jarige zijn kompas mee.

©

naam

leeftijd

favoriete activiteit

leukste survivalvoorwerp

KEUZELES 2

345


b Beantwoord de vragen mondeling. 1 Houd jij van de natuur? Waarom wel/niet? 2 Welk voorwerp zou jij op survival meenemen? Waarom?

2.2

Natuurwonderen

IN

Neem telkens de eerste letter van wat je op elke afbeelding ziet. Noteer de letters onder de afbeeldingen. Met de gevonden letters vorm je een natuurwonder.

1 1

N

VA

2 2

t weede klinker van het alfabet

3

©

4

346

jong

t waalfde letter van het alfabet

THEMA 9 | Avontuur in de natuur

boven

mooi


vijftiende letter van het alfabet

5

oma en ...

7

N

lang

IN

6

©

VA

8

Keuzeles 3

ja

Woordenboekspel

Je kunt woorden in je woordenboek opzoeken. Je kunt goed met je klasgenoten samenwerken. Je hebt respect voor (de mening van) je klasgenoten.

KEUZELES 3

347


Oefenen maar! 1

Duid hier jouw kleur aan:

Het zelfstandig naamwoord

Les 1 De natuur in

a Wat stellen deze illustraties voor: een persoon, een dier of een ding? 6

Naam:

IN

1

7

N

2

8

Klas:

VA

3

4

9

©

Nummer:

5

10

Datum:

348

THEMA 9 | Avontuur in de natuur


Kun je er een lidwoord voor schrijven?

Is het een zelfstandig naamwoord?

Herken jij gemakkelijk de afdruk van een hondenpoot?

ja – nee

ja – nee

ja – nee

2

Er bestaan verschillende soorten vliegende vissen.

ja – nee

ja – nee

ja – nee

3

Bartel Van Riet leert je hoe je in het bos kunt overleven.

ja – nee

ja – nee

ja – nee

4

Trek een T-shirt met lange mouwen aan als je niet door een teek gebeten wilt worden.

ja – nee

ja – nee

ja – nee

5

Een waterdicht kompas is onmisbaar als je de natuur in trekt.

ja – nee

ja – nee

ja – nee

N

IN

1

c Noteer de woorden in de juiste rugzak.

Nummer:

Is het vetgedrukte woord een persoon, een dier of een ding?

Datum:

b Lees de zinnen. Beantwoord de vragen door in elk vakje JA of NEE te markeren.

GEEN ZELFSTANDIG NAAMWOORD

Naam:

©

ZELFSTANDIG NAAMWOORD

Klas:

VA

gemakkelijk – enthousiast – rivier – snel – woestijn – mooi – eiland - nestkastje – prettig – droogte

OEFENEN MAAR!

349


d Welk woord is geen zelfstandig naamwoord en hoort dus niet in het rijtje thuis? Doorstreep het woord dat niet past. 1 zon – aardig – planeet – ster – maan 2 wit – sneeuw – ijs – bergtop – gletsjer 3 pop – ei – rups – onverwachts – vlinder 4 aardbeving – drijfzand – vulkaan – hitte – bliksemen 5 plant – dier – natuurlijk – milieu – bloem

Naam:

IN

e In deze tekst zijn tien woorden vetgedrukt. Vijf ervan zijn zelfstandige naamwoorden. Markeer de zelfstandige naamwoorden.

VA

N

Kleurrijk Denk je dat dit een foto is die op de computer is ingekleurd? Dat heb je mis. Dit kleurrijke plaatje bestaat echt. Het is een hete bron die in het Yellowstone National Park in Amerika ligt. De bron heeft een felblauwe kleur doordat het water heel zuiver is. Aan de rand leven bijzondere bacteriën die zorgen voor de groene, gele en oranje kleur. Een duik in dit mooie bad zit er jammer genoeg niet in. Het water is 85 graden Celsius. Daar wil je je grote teen nog niet insteken! Naar: Zo zit dat

Klas:

f In welke zin is het vetgedrukte woord een zelfstandig naamwoord? Markeer de juiste zin.

2 – In dat natuurreservaat vind je veel slikken. – Het is even slikken als je een onvoldoende voor Nederlands krijgt.

©

Nummer:

1 – De wind waait door de bomen. – Ik wind regelmatig de klok op.

3 – Met een schreeuw valt de leeuw zijn prooi aan. – Schreeuw niet zo, ik hoor je wel!

Datum:

4 – Ik hol al de hele dag als een gek. – Heel voorzichtig steekt de vos zijn kop uit zijn hol. 5 – Die soldaat staat al uren op wacht. – Wacht jij hier op de bus?

350

THEMA 9 | Avontuur in de natuur


g Markeer de 16 zelfstandige naamwoorden in de tekst.

Stekelig visje

h Vul aan met een passend zelfstandig naamwoord. Ik zal jullie een spannend

vertellen. Op een regenachtige

fietste ik naar mijn

Datum:

Naar: Zo zit dat

IN

De egelvis lijkt op een doodgewone vis. Het waterdier heeft een speciaal verrassingselement om zijn vijanden af te schrikken. Ruikt hij gevaar? Dan zuigt hij zijn lijf vol met water. Zijn lichaam wordt een bol en de stekels gaan overeind staan. Binnen een paar seconden is een lekker hapje in een reusachtig speldenkussen veranderd. Reken maar dat niemand hem nog in zijn mond stopt!

. Op het einde van onze

werd donker en de regen kletste in mijn Naast de

. Ik trapte hard door.

zag ik een verlaten

. Een oude

kwam net buiten. Hij waggelde over de had hij een

VA

Zag ik dat goed? In zijn Van schrik liet ik mijn

.

Nummer:

N

sloeg ik – zoals gewoonlijk – rechtsaf. De

vast.

vallen. Als een gek fietste ik terug naar Klas:

.

i Maak een zo lang mogelijke woordenketting met zelfstandige naamwoorden. De laatste letter van het eerste woord is tegelijkertijd de eerste letter van het volgende woord. Bv.

vleermuis – ster – reptiel – lawine – everzwijn – noorderlicht - …

Naam:

©

natuur -

OEFENEN MAAR!

351


2

Het woordenboek

Les 4 Niet voor groentjes

a Zoek de betekenis van deze woorden op in je leerwerkboek, bij thema 9 les 4. Noteer enkel de betekenis. 1 magazine: 2 muurvast: 3 muzak: 4 magnifiek: Naam:

IN

5 magenta:

b Soms heeft een woord meer dan één betekenis. Noteer de drie betekenissen van magnetiseren. Zoek de betekenis op in je leerwerkboek, bij thema 9 les 4. betekenis 1:

N

betekenis 2: betekenis 3:

VA

c Zoek de verschillende betekenissen van deze woorden op in je leerwerkboek bij thema 9 les 4. 1 magazijn:

Klas:

2 majeur:

d Wat betekent het woord paard in de volgende zinnen? Noteer de juiste betekenis onder elke zin.

©

Nummer:

1 De turner springt heel lenig over het paard.

Datum:

2 Tijdens het spel kan het paard over andere pionnen heen springen.

3 ’s Zomers maak ik lange ritten met mijn paard.

352

THEMA 9 | Avontuur in de natuur


mak

matig

2

Overeenkomend met de werkelijkheid is

waarschijnlijk

waarheidsgetrouw

3

Een borstel aan een lange stok is een

stokpaard

ragebol

4

Een synoniem voor appelwijn is

ciabatta

cider

5

Vallen is

kukelen

klungelen

f Noteer de betekenis van deze woorden. Zoek de betekenis in je woordenboek op. 1 saffier: 2 ijverig: 3 cockpit:

3

N

4 meevallen:

De lidwoorden

Les 6 Niet voor twijfelaars

Nummer:

Een ander woord voor tam is

IN

1

Datum:

e Welk woord past bij de omschrijving? Zet een kruisje bij het juiste antwoord.

De zebra

©

Zebra’s behoren tot de familie van de paardachtigen. Ze zijn afkomstig uit het midden en het zuiden van Amerika. Je herkent de zebra meteen aan zijn zwart-witte strepen. Wetenschappers weten nog niet precies waarom een zebra er zo uitziet. Sommigen denken dat het streepjespatroon verwarrend is voor de leeuw, de grootste vijand van de zebra. Anderen stellen dat de strepen dienen om vervelende vliegen af te schrikken. Elke zebra heeft een uniek strepenpatroon, zoals een vingerafdruk bij de mens. De zebra is een sociaal dier. Hij leeft in een klein groepje dat een harem genoemd wordt.

Klas:

VA

a Markeer alle lidwoorden in de tekst.

Naam:

Naar: Metro

OEFENEN MAAR!

353


b Vul de of het in de zinnen in. Let op de hoofdletters. kledingstuk in

1 Met 2

hand trekt ze naar

pashokje.

witte konijn ontsnapt regelmatig uit zijn hok.

3 Hier stroomt 4

water naar

huis staat aan

5 Ken jij

rivier. rand van

betekenis van

6 Ik moet voor

stad.

woord ‘puntdraad’?

toets van morgen studeren. melk even aan.

8 Lees jij

gedicht even voor?

9 Felix is

dikke, zwarte kat van onze buren.

IN

Naam:

7 Geef me

c Schrijf de of het voor de volgende woorden. Gebruik eventueel je woordenboek. 1 De rivier stroomt door     vallei.

2 Het konijn komt pas uit zijn hol als     gevaar is geweken.

N

3 Pa en ik zaten aan     oever te vissen. 4 De vlieg zit vast in     spinnenweb.

5 Verbleef jij al eens in     ziekenhuis?

VA

d Vul de zinnen met de of het aan.

zeeschildpad is één van     langst levende diersoorten op aarde.

Klas:

Hun aantal neemt    laatste 50 jaar drastisch af. Natuurlijke bedreigingen vormen maar een klein deel van     probleem.

grootste bedreiging wordt door     mens veroorzaakt.

verkopen.

©

Nummer:

In veel landen worden     nesten geroofd om     eieren op te eten of door te

Schildpaddensoep is een lekkernij in veel landen.     vlees gaat in     soep en     schild wordt gebruikt om sieraden en

beeldjes van te maken.

Datum:

Veel schildpadden sterven als ze in een visnet komen vast te zitten. Daardoor kan     diertje niet naar boven om adem te halen en stikt hij. Naar: www.worldofwildlife.nl

354

THEMA 9 | Avontuur in de natuur


IN N

VA

THEMA 10 De tijd van toen LES 1

Allez, Eddy! - lezen, kijken en luisteren

LES 2

Naar school in 1950 - lezen: informatieve tekst, structuur

LES 3

Dubbelspel - meervoud

LES 4

De kindertijd van mijn (groot)ouders - schrijven: interview, spreken

LES 5

Meer dan bijzonder ... - meervoud

LES 6

Spel- en woordweb - spelling en woordverklaring

KEUZELES 1

Snufjes uit de oude doos - digitaal woordenboek

KEUZELES 2

Niet welkom - genietend lezen

KEUZELES 3

Bijna hetzelfde - synoniemen

©

O V U R

O V U R

OEFENEN MAAR! ZELFTOETS

355


Les 1

Allez, Eddy! Je kunt informatie uit een dvd-hoes halen zoals thema, personages, tijd en plaats. Je kunt tijdens het kijken en luisteren informatie uit een filmfragment halen.

IN

O V VOOR U R

©

VA

N

Bekijk de dvd-hoes en beantwoord de vragen. - Wat is de titel van de film? - Wat zie je allemaal op de cover? - Waarover zal de film gaan? Wat is het onderwerp? - Welke acteurs spelen er in de film mee? - Welke acteurs ken je? Vanwaar ken je ze?

356

THEMA 10 | De tijd van toen


IN N VA

© LES 1 | Allez, Eddy!

357


O V U R

Bekijk opnieuw aandachtig de dvd-hoes van de film Allez, Eddy! Lees de korte inhoud op de achterkant nog niet! Schrap wat fout is. Noteer het juiste woord onder de zin. 1 Het drama gaat over het elfjarige jongetje Freddy, zoon van een slager. 2 Peter Blommaert en Jelle Cleymans zijn twee acteurs die in de film meespelen.

IN

3 De maker van de film heet Pieter Embrechts. 4 De film kan in het Nederlands, het Duits en het Engels ondertiteld worden. 5 De film duurt ongeveer 60 minuten.

Lees nu de korte inhoud op de dvd-hoes. Vul de antwoorden aan. 1 Wie is het hoofdpersonage?

.

N

2 In welk jaar opent de eerste supermarkt in het dorp? In 3 Wat organiseert de supermarkt voor de opening?

.

De supermarkt organiseert

4 Wat krijgt de winnaar van de wielerwedstrijd als cadeau?

VA

Hij mag

O V TIJDENS U R

vervolledigen: volledig maken, aanvullen

©

Bekijk een eerste fragment uit de film. Beantwoord de vragen door: - het juiste bolletje te kleuren, - een zin te vervolledigen. Let op: de vragen staan door elkaar.

1 Café ’t Eeuwige leven is niet alleen een café. Wat is het ook nog? O een sportzaal O een feestzaal O een restaurant 2 Waarom gaan de mannen op café naar het wielrennen kijken? O Poulidor rijdt de tijdrit in de Ronde van Frankrijk. O Molteni rijdt de tijdrit in de Ronde van Frankrijk. O Merckx rijdt de tijdrit in de Ronde van Frankrijk.

3 Wat is het beroep van André Dermul? Hij is … O een bakker O een slager

358

THEMA 10 | De tijd van toen

O een kruidenier


4 Kijk goed naar de televisie die in het café staat. Hoe zie je dat de film zich ‘vroeger’ afspeelt? Vul de zinnen aan. - Het beeld is

.

- Er is geen

.

- Het beeld is niet altijd

.

5 Welke gevolgen zal de komst van de supermarkt voor de winkel van André hebben, denk je? De winkel van André zal

1 Wat is de naam van de supermarkt?

IN

Bekijk een tweede fragment uit de film Allez, Eddy!

.

2 Hoe zie je dat de winkel van André verplicht moet sluiten?

3 Waarom gaat André met de baas van de supermarkt praten? - -

N

4 Werken in de supermarkt heeft twee voordelen. Welke?

Verbeter je antwoorden met een groene balpen.

VA

O V NA U R

©

1 Welke score heb je behaald? / 10. 2 Wat vind je van dit resultaat? O heel goed O goed O voldoende 3 Kleur het juiste bolletje. a Het luisteren ging O heel goed O goed O voldoende b Het kijken verliep O heel goed O goed O voldoende c Wist je wat er van je verwacht werd? O heel goed O goed O voldoende 4 Waar liep het fout? O het luisteren O het kijken O het niet weten wat er van mij verwacht werd

O niet goed O niet goed O niet goed O niet goed

Hoe kwam dit? 5 Hoe kun je dit bij een volgende opdracht beter doen?

LES 1 | Allez, Eddy!

359


Les 2

Naar school in 1950 Je kunt het onderwerp en de hoofdgedachte uit een tekst halen. Je kunt informatie uit een tekst selecteren. Je kunt je eigen mening geven.

7

a Bekijk de tekst en de afbeeldingen. Lees de tekst nog niet! - Welke tekst herken je? - Waaraan zie je dat? - Waaruit komt deze tekst?

N

- Wat is de bedoeling van deze tekst? O informeren O overtuigen O ontspannen O ontroeren

verlopen:

gebeuren, zich ontwikkelen

IN

De overgrootvader van Felix zat in 1950 op de schoolbanken. Hoe verliepen de schooldagen in zijn tijd?

wat afgebeeld staat; dit kan een foto of tekening zijn

- Uit hoeveel tekstdelen bestaat deze tekst?

VA

- Wat is het onderwerp van deze tekst? Hoe weet je dat?

- Wat weet jij al over dit onderwerp?

b Lees het interview van Felix met zijn overgrootvader. Felix: ‘Hoe was het vroeger bij jou op school?’

©

Opa: ‘Nu is het heel anders dan vroeger. Vroeger hadden wij geen pennen en schriften. Wij schreven toen met griffels op een lei. Een lei was gemaakt van een bepaald soort steen. Er zat een lijst omheen. De griffel was een soort krijtje. Ieder kind had een eigen lei, griffel en sponzendoos. In die doos zat een vochtig sponsje. Daarmee kon je onmiddellijk fouten wegvegen of je lei schoon vegen als hij vol was. Later kwamen er ook wel schriften en kroontjespennen (stalen schrijfpennen die werden gebruikt tot in de jaren 60). In alle schoolbanken zat een potje met inkt. Over het potje zat een schuif. Als je niet aan het schrijven was, moest het dicht. Iedereen had ook inktlappen. Daaraan veegde je de kroontjespen af als je klaar was.’

360

THEMA 10 | De tijd van toen

afbeelding:


Felix: ‘Is het waar dat de meisjes leerden breien en dat de jongens dan gingen turnen?’

IN

Opa: ‘Dat klopt! De meisjes kregen in die tijd andere lessen dan de jongens. Zij leerden breien en naaien. Als je acht jaar was, moest je sokken kunnen breien en gaten kunnen stoppen. Jongens hadden vaker gym. Dat gebeurde op het schoolplein, want gymzalen waren er toen nog niet. In de klas hadden we ook geen centrale verwarming. Er stond een kachel in de klas waar kolen in werden gestookt. Ik ging vroeger samen met een paar andere jongens wat vroeger naar school om de kachel te vullen of om de as weg te brengen. Daarvoor kregen wij dan een paar centen per dag.’

Felix: ‘Gingen de arme kinderen vroeger ook naar school?’

N

Opa: ‘Ja hoor. Vroeger had je een armenschool en een burgerschool. Kinderen van rijke ouders gingen naar de burgerschool en de arme kinderen gingen naar de armenschool. Die was gratis. Voor de burgerschool moest je schoolgeld betalen.’

VA

Felix: ‘Onze juffen vertelden dat de kinderen vroeger met zijn vieren naast elkaar in banken zaten en dat je de tafels niet kon verplaatsen. En als je straf kreeg, moest je ezelsoren dragen en dan in de hoek van de klas gaan staan. Of de meester sloeg met de regel op jullie vingers.’

©

Opa: ‘Daar heeft jullie juf gelijk in. De ramen waren heel hoog, naar buiten kijken kon haast niet. Ook foto’s hingen er niet in de klas. Daarnaast moesten wij altijd heel netjes zitten met onze armen over elkaar, voeten naast elkaar en de rug recht.’

Felix: ‘Kregen jullie wel dezelfde lessen als wij nu hebben?’

Opa: ‘Ja, dat wel, alleen ging het toen wel een beetje anders dan nu. Lezen gebeurde altijd hardop. Er waren ook niet zoveel boeken, zoals er nu zijn. Dus werden de boeken vaak nog een keer gelezen. Ook waren de verhalen minder leuk dan nu. Schrijven was vroeger veel belangrijker dan nu. Iedereen moest zijn pen op dezelfde manier vasthouden. Vaak werd er aan schoonschrijven gedaan. Dan moesten we met onze vinger in de lucht gaan schrijven.

Naar: www.klasjufevy.classy.be

LES 2 | Naar school in 1950

361


c In elke zin zit een fout. Onderstreep de fout en noteer de verbeterde zin eronder. 1 Meisjes kregen in 1950 dezelfde lessen als de jongens. 2 Sommige jongens gingen ’s morgens vroeger naar school om gratis de kachel te vullen of de as weg te brengen. 3 Schoonschrijven wil zeggen dat je woorden netjes tussen twee lijntjes moet schrijven. 4 Lezen gebeurde altijd in stilte.

IN

5 Vroeger zaten de kinderen met z’n tweeën op een bank. Die kon je niet verplaatsen.

N

d Geef enkele verschillen tussen naar school gaan in 1950 en jouw schoolleven nu. Vul de tabel aan met informatie uit de tekst. school in 1950

schoolgerei

VA

- geen -e en

:

een soort krijtje

- een

:

soort steen om met de griffel op te schrijven

- een

:

met een vochtig sponsje erin

©

schrijven

turnen

-e en

in de schoolbank

-e en k

-e en i

-

kregen

dit vaker dan - niet in maar op het

362

THEMA 10 | De tijd van toen

,

school in 20..


school in 1950

straf

- er stond een

in de klas

- er werd verwarmd met

- e

- in de

staan

- met een de vingers slaan Wat is er sindsdien op school gewijzigd?

op

IN

verwarming

school in 20..

Wat zal er zeker niet meer gebeuren bij jou op school?

veranderen, aanpassen

©

VA

N

Wat is nu ondenkbaar? Waarom?

wijzigen:

© Goudriaan

LES 2 | Naar school in 1950

363


Les 3

Dubbelspel Je kunt het meervoud van zelfstandige naamwoorden vormen.

a In het interview Naar school in 1950 uit les 2 staan een aantal woorden onderstreept. Bekijk die woorden aandachtig. .

Ze staan in het

.

IN

Al deze woorden zijn

Noteer het enkelvoud van de eerste twee onderstreepte woorden in de linkerkolom. Noteer het meervoud in de rechterkolom.

meervoud

N

enkelvoud

VA

Om het meervoud van zelfstandige naamwoorden te vormen, schrijf je -en of -s achter het enkelvoud. Zoek in de tekst naar andere onderstreepte woorden die op dezelfde manier in het meervoud gevormd worden. Voeg achter het enkelvoud enkel -en of -s toe. Je krijgt al een voorbeeld. meervoud eindigt op -en

meisjes

fouten

©

meervoud eindigt op -s

364

THEMA 10 | De tijd van toen


b Meervoud op -en of -s? Zet de woorden in het meervoud. 1

stoel

6

cijfer

2

vinger

7

kast

3

speelplaats

8

markeerstift

4

lijst

9

hoek

5

kachel

10 regel

c Zoek het meervoud van de woorden in de tekst. Noteer het meervoud in de rechterkolom. meervoud

IN

enkelvoud inktlap juf les sok Wat stel je vast?

N

Je hoort één medeklinker na een      klank, dan schrijf je de

.

d Geef het meervoud van deze woorden. Let erop dat je de medeklinker verdubbelt! pen

6

mes

2

jas

7

stok

3

as

8

kapstok

4

straf

9

lerares

5

vak

10 klas

VA

1

e Zoek het meervoud van de woorden in de tekst. Noteer dat in de rechterkolom. enkelvoud

meervoud

gymzaal

©

kool

ezelsoor raam

Wat stel je vast? Je hoort één medeklinker na een      klank, dan schrijf je de klinker

LES 3 | Dubbelspel

.

365


f Zet de woorden in het meervoud. Let erop dat je de klinker verenkelt! 1

buur

6

stuur

2

school

7

zoon

3

verhaal

8

haar

4

maan

9

maat

5

noot

10 steen

5

IN

Bij het meervoud van zelfstandige naamwoorden op -en moet je de regels van verenkelen en verdubbelen toepassen.

illustratie:

afbeelding, tekening, foto …

VA

N

g Welk woord wordt er op de illustratie afgebeeld? Noteer het meervoud onder de foto.

g

v

m

b

i

z

b

p

m

m

©

t

t

366

THEMA 10 | De tijd van toen


Les 4

Wat spookten mijn (groot)ouders in hun kindertijd uit?

4.1

IN

Je kunt met behulp van een stappenplan informatie verzamelen. Je kunt de verzamelde informatie in een voorgestructureerd schrijfplan verwerken. Je kunt op een gepaste manier voor de klas spreken. Je kunt iemand anders beoordelen. Je kunt op een gepaste manier jouw mening aan iemand anders geven.

Wat spookten mensen vroeger in hun kindertijd uit?

O V VOOR U R

VA

N

Wat weet jij over de kindertijd van jouw (groot)ouders, buur, een oudere persoon uit de buurt of je kennissenkring?

Hoe beleefden zij hun kindertijd? Wat hield hen bezig? Stel ze de volgende vragen. - Hoe vond jij jouw schooltijd? Wat was leuk / niet leuk? - Wat deed je in je vrije tijd tijdens het schooljaar? - Welk spel speelde je soms wel eens? Hoe ging dat in zijn werk? - Wat was jouw favoriete jongerenprogramma? - Waarom keek je er zo graag naar? - Wat deed je in de grote vakantie?

©

O V U R

Noteer de antwoorden op een kladpapier en breng het mee naar school. Deze opdracht maak je tegen

LES 4 | Wat spookten mijn ...

367


O V TIJDENS U R Verwerk je gegevens tot een tekst. Houd rekening met de tips.

6

1 Schrijf volledige zinnen. 2 Maak geen al te lange zinnen. 3 Gebruik hoofdletters waar nodig. 4 Noteer het gepaste leesteken op het einde van elke zin. 5 Gebruik geen afkortingen.

De vrije tijd van mijn Mijn

IN

2

vond zijn / haar* schooltijd leuk / niet leuk*,

want

N

De vrije tijd tijdens het schooljaar gebruikte mijn

VA

Het gezelschapsspel

als volgt:

speelde hij / zij* soms.

Bij dit spel moet je

was het favoriete programma van mijn

Hij / zij* keek graag naar dit programma, want

©

Tijdens de zomervakantie *schrappen wat niet past

368

THEMA 10 | De tijd van toen


Laat een andere leerling jouw tekst aan de hand van deze checklist controleren. Hij/zij zet een kruisje in de passende kolom.

ja

nee

meestal

1 Je volgde het schrijfplan. 2 Je schreef volledige zinnen. 3 Je maakte geen al te lange zinnen. 4 Je schreef hoofdletters waar nodig. 6 Je gebruikte geen afkortingen.

IN

5 Je noteerde een leesteken op het einde van elke zin.

Pas je tekst waar nodig aan. Typ je tekst uit.

O V NA U R Beantwoord de vragen of kleur het passende bolletje in. 1 Vond je dit een leuke opdracht?

VA

N

2 Wat vond je gemakkelijk? O het vinden van een persoon aan wie ik mijn vragen kon stellen O het stellen van de vragen O het invullen van het schrijfplan O het beoordelen van iemand aan de hand van de checklist Waarom?

3 Wat vond je moeilijk? O het vinden van een persoon aan wie ik mijn vragen kon stellen O het stellen van de vragen O het invullen van het schrijfplan O het beoordelen van iemand aan de hand van de checklist

©

Waarom?

4 Ben je tevreden over het resultaat? Leg uit waarom. Ik ben

, want

5 Wat zal je een volgende keer anders aanpakken? Gebruik dingen uit de vorige vragen om jouw antwoord te formuleren.

LES 4 | Wat spookten mijn ...

369


4.2

Uit de oude doos

O V VOOR U R Bekijk nog even de beoordeling van jouw vorige spreekopdrachten. - Wat liep goed? Wat liep minder goed? - Hoe kwam dat? - Hoe zou je dit kunnen verbeteren?

IN

O V Tijd om aan jouw klasgenoten te vertellen wat jouw (groot)ouders, buren, kennissen ... U R in hun jeugd allemaal uitspookten!

- Lees jouw uitgetypte versie enkele keren goed door. Zo kun je hem beter onthouden. - Probeer de tekst vlot te vertellen. Oefen tot het echt goed lukt. Jouw tekst is je spreekbriefje. Probeer het zo weinig mogelijk te gebruiken!

N

1 Spreek luid en duidelijk. 2 Spreek standaardtaal. 3 Kijk naar het publiek. Zorg voor oogcontact. 4 Gebruik jouw spreekbriefje enkel als hulp wanneer het niet meer lukt. 5 Verzorg je houding voor de klas.

VA

O V TIJDENS U R

©

Vertel jouw verhaal voor de klas.

370

THEMA 10 | De tijd van toen


O V NA U R Beoordeel jezelf. Geef jezelf een score door vakjes in te kleuren. Elk onderdeel bestaat uit vijf vakjes. Hoe meer vakjes je inkleurt, hoe beter je dit onderdeel kon! 1 Algemeen Ik vond dit een leuke opdracht. 2 Voorbereiding van de oefening.

3 Uitvoering van de oefening

IN

Ik heb de spreekbeurt vooraf heel goed ingeoefend.

Ik heb tijdens de spreekbeurt luid en duidelijk gesproken.

Ik heb tijdens de spreekbeurt Standaardnederlands gesproken.

N

Ik heb het publiek veel aangekeken terwijl ik aan het vertellen was.

Ik gebruikte mijn spreekbriefje enkel als het niet meer lukte om verder te vertellen.

VA

Mijn houding voor de klas was goed.

Waaraan wil jij de volgende keer extra aandacht besteden? Kleur het / de passende bolletje(s) in.

©

O beter en meer inoefenen van de spreekbeurt O luider en duidelijker spreken O standaardtaal gebruiken O publiek aankijken O minder mijn spreekbriefje gebruiken O betere houding voor de klas O andere:

LES 4 | Wat spookten mijn ...

371


Les 5

Meer dan bijzonder … Je kunt het meervoud van zelfstandige naamwoorden vormen.

a Schrijf de onderstreepte woorden op de juiste plaats in de tabel over. 1 Vroeger gebruikten de mensen duiven als postbodes. 2 In oma’s tuin stonden enorm veel rozen.

IN

3 De graven van soldaten uit de Eerste Wereldoorlog blinken in de zon. 4 Mama gooide een aantal vazen in de container omdat ze er nog zoveel op zolder staan had. enkelvoud

meervoud

duif

enkelvoud

meervoud

roos

graf

vaas

De letter ‘s’ verandert in een

N

De letter ‘f’ verandert in een

VA

Bij sommige woorden in het meervoud die eindigen op -en verandert de medeklinker. De letter ‘f’ wordt een ‘v’ (duif – duiven). De letter ‘s’ verandert in een ‘z’ (vaas – vazen). b Geef het meervoud van de woorden. druif

5

wolf

2

dief

6

kaas

3

baas

7

brief

4

huis

8

muis

©

1

372

THEMA 10 | De tijd van toen


c Zet het onderstreepte woord in het meervoud. Markeer wat je aan het onderstreepte woord toevoegde.

toevoegen:

1 Het kind was vroeger heel erg schuchter. De __________________ waren vroeger heel erg schuchter.

bijvoegen, bijplaatsen

2 Vroeger at de mens elke dag een ei. Vroeger aten de mensen elke dag __________________

d Noteer het meervoud van de woorden. 1

rund

2

blad

3

lied

IN

Sommige meervouden eindigen op -eren.

4

kind

5

volk

N

e Noteer het enkelvoud van de onderstreepte woorden. Markeer wat er in het meervoud bijkomt. 1 De agenda’s lagen op de bank van de strenge leraar.

2 Mijn eerste ski’s gingen kapot toen ik een lelijke val maakte.

3 De auto’s uit de jaren 50 reden zeker de helft minder snel dan nu.

VA

4 De paraplu’s waaiden weg door de hevige wind die plotseling opstak. 5 De baby’s droegen vroeger geen pampers, maar katoenen doeken.

Woorden waarvan de laatste klank met één -a, -i, -o, -u of -y geschreven is, krijgen in het meervoud -'s.

f Geef het meervoud van de woorden. radio

6

moto

2

kiwi

7

bikini

3

menu

8

opa

4

hobby

9

pony

5

camera

10 mini

©

1

LES 5 | Meer dan bijzonder …

373


g Noteer het enkelvoud van de woorden. enkelvoud

meervoud machines garages

Wat stel je vast? Hoe wordt het meervoud gevormd? Welke letter is dit telkens? De klinker

IN

Kijk naar de laatste letter van de woorden in het enkelvoud. Markeer die.

Bij het meervoud van woorden die eindigen op -e wordt de -s eraan geschreven.

1

methode

2

formule

3

geboorte

4

cake

5

reclame

N

h Geef het meervoud van de zelfstandige naamwoorden.

VA

i Noteer het meervoud bij het woord. paraplu

7

brief

2

garage

8

bikini

3

framboos

9

fuif

4

blad (boom)

10 huis

5

polo

11 hobby

6

kalf

12 agenda

©

1

374

THEMA 10 | De tijd van toen


j Zet de gekleurde woorden in het meervoud. Let op: alle meervouden die je in dit thema leerde, komen aan bod.

Een kind (1) offert zijn woensdagnamiddag (2) niet graag meer op Al een tijdje zit Koninklijke Muziekmaatschappij Sint-Cecilia in Koolskamp met een tekort aan koperblazers. Maar dat is niet het enige probleem.

Naar: Het Nieuwsblad

Om naar de academie te gaan, moeten ze een namiddag (7) en soms een avond (8) afstaan. 'En nu hebben de kinderen vaak wat anders te doen tijdens die vrije tijd. Vroeger hadden ze niets, maar nu hebben ze een game (9), sporten als hobby (10) en televisie.'

N

'Vroeger hadden we hier in de gemeenteschool (3) nog een leraar (4) die ook muzikant was bij ons. Hij gaf tijdens de les (5) muzikale opvoeding nog notenleer. Nu zie je dat niet meer. Het

IN

enige wat de jongere (6) nog doet in de school, is het zingen van liedjes.'

VA

offeren hun niet graag meer op

Al een tijdje zit Koninklijke Muziekmaatschappij Sint-Cecilia in Koolskamp met een tekort aan koperblazers. Maar dat is niet het enige probleem.

(6) nog doen in de school, is het zingen van liedjes.'

©

'Vroeger hadden we hier in de (3) nog (4) die ook muzikant waren bij ons. Ze gaven tijdens de (5) muzikale opvoeding nog notenleer. Nu zie je dat niet meer. Het enige wat de

Om naar de academie te gaan, moeten ze (7) en soms (8) afstaan. 'En nu hebben de kinderen vaak wat anders te doen tijdens die vrije tijd. Vroeger hadden ze niets, maar nu hebben ze (9), sporten als (10) en televisie.'

Naar: Het Nieuwsblad

LES 5 | Meer dan bijzonder …

375


Les 6 6.1

Spel- en woordweb

Spelweb Je kunt de woorden van dit spelweb correct schrijven.

a Lees de woorden hardop.

1

dieet

2

diagram

3

vijand

4

potlood

5

startsein

6

lekkernij

IN

b Schrijf de woorden juist over.

7

cadeau

8

café

9

restaurant

10 gratis

11 onmiddellijk

12 schuchter

N

c Duid de moeilijkheden in het woord aan. d Spel de woorden hardop.

VA

e Bekijk de afbeeldingen. Vul het passende woord in.

©

376

THEMA 10 | De tijd van toen


f Vul de zinnen aan. Noteer de woorden in de kolom achter de zinnen. Kies uit de woorden uit oefening b. 1 Ik ben een heel erg

meisje.

Ik zal nooit uit mezelf met iemand beginnen te praten. 2 Mijn broer wil dat ik

met hem ga spelen.

Hij kan geen twee minuten meer wachten. 3 Op onze school krijg je

soep tijdens de pauze.

Je hoeft er niets voor te betalen. 4 Aan het begin van de basketbalwedstrijd gaf de . De tijd begon te lopen.

5 Wij gaan bijna nooit op

.

IN

scheidsrechter het

Wij gaan veel liever ergens picknicken.

6 Papa wil vermageren, dus daarom volgt hij een

Woordweb

N

6.1

.

Je begrijpt de woorden uit het woordweb.

VA

Reeks 1

a Lees de eerste reeks woorden. Lees ook de voorbeeldzinnen. Ik ben momenteel op het voetbalveld aan het trainen. Vanavond maak ik mijn huiswerk.

horizontaal

In dit kruiswoordraadsel moet je alle woorden horizontaal invullen, van links naar rechts dus.

verticaal

Bij een sudoku mogen de getallen 1 tot en met 9 zowel horizontaal als verticaal, van boven naar beneden dus, maar één keer voorkomen.

voornamelijk

In mijn vrije tijd houd ik mij voornamelijk met computerspelletjes bezig.

vaststellen

De lerares stelt vast dat de leerlingen de leerstof niet begrepen hebben.

weergeven

Met een cirkeldiagram kun je de gegevens gemakkelijk en duidelijk weergeven.

©

momenteel

LES 6 | Spel- en woordweb

377


b Noteer een woord uit reeks 1 achter de juiste betekenis van dat woord. 1 in de eerste plaats, vooral

2 op dit ogenblik, nu

3 een beeld geven van, afbeelden 4 recht van links naar rechts

5 als feit waarnemen, zien

6 recht van boven naar beneden

IN

Reeks 2 c Lees de tweede reeks woorden en de voorbeeldzinnen.

Je moet de tabel vervolledigen; er ontbreken nog enkele woorden.

verlopen

Kun je mij vertellen hoe een normale schooldag bij jullie verloopt?

afbeelding

Op de afbeelding zie je een aantal schoolartikelen met de prijzen erbij.

N

vervolledigen

In het boek staan heel wat mooie illustraties. Zo kan ik het verhaal beter volgen.

illustratie

Wanneer je jouw antwoord wilt wijzigen, schrap je eerst het foute antwoord. Daarna noteer je het juiste antwoord eronder.

VA

wijzigen toevoegen

Om zelfstandige naamwoorden in het meervoud te zetten, moet je meestal -en of -s toevoegen.

d Welke betekenis past bij het onderstreepte woord? Kleur het juiste bolletje in. 1 Op de afbeelding staan de zusjes Kriegel.

O het standbeeld O de tekening

©

2 Weet jij welke uitgang je in het meervoud moet toevoegen?

O te hulp snellen O toestaan O bijvoegen, bijplaatsen

3 Hoe verloopt een schooldag bij Zuid-Amerikaanse kinderen?

O wat er gebeurt O ten einde loopt, eindigt O van de een naar de ander overgaat

378

THEMA 10 | De tijd van toen


4 Mevrouw, ik wil mijn antwoord nog wijzigen, want ik noteerde iets verkeerds.

O verwijderen O veranderen O met de wijsvinger tonen 5 Welke tekenaar maakte deze mooie illustraties voor het boek?

O tekeningen, foto's O gevoelens van teleurstelling O uit het oog verliezen O woorden weglaten O aanvullen e Noteer het ontbrekende woord. Kies uit:

IN

6 Je moet de zin vervolledigen; je kreeg enkel het onderwerp en de persoonsvorm.

N

illustratie – horizontaal – vaststellen – vervolledigen – voornamelijk – wijzigen – verlopen – momenteel – verticaal – afbeelding – toevoegen – weergeven

1 Hoe zouden de schooldagen in andere landen

?

Zouden ze dezelfde lessen als wij hebben? 2 Noteer bij de

een woord uit het spelweb,

VA

dat je nog niet in de vorige oefening noteerde.

3 In mijn kruiswoordraadsel is nog geen enkel woord van boven naar beneden ingevuld; de woorden

4 Ik beluister

ontbreken nog.

hiphopmuziek op mijn smartphone.

5 Alle leraren konden

dat we slechte resultaten

hebben doordat wij te weinig opletten tijdens de lessen.

6 Bij deze saus moet je nog wat peper en zout

,

©

anders smaakt ze niet lekker.

7 De antwoorden moeten we met groene balpen

.

Zo ziet de leraar wat we veranderden.

8 Bij een sudoku moet je zowel

als verticaal cijfers

van 1 tot 9 invullen.

9 Ik lees enkel die krantenartikels waar een

bijstaat.

Zo weet ik al een beetje waarover het artikel zal gaan. 10 Met een grafiek kun je gegevens heel gemakkelijk

.

Zo ziet iedereen onmiddellijk waarover de grafiek gaat.

LES 6 | Spel- en woordweb

379


keuzegedeelte Keuzeles 1

Snufjes uit de oude doos

a Lees de drie tekstjes.

1

IN

Je kunt via een digitaal woordenboek de betekenis van woorden opzoeken.

Voor de komst van de gsm belde iedereen met een vast toestel. Bij de allereerste telefoontoestellen kon je niet op een rechtstreekse manier naar iemand bellen. Een telefoniste verbond je met degene die je wilde spreken.

N

Daarna kwamen de toestellen die met een kiesschijf functioneerden. Vanaf de jaren 70 kwamen de elektronische toestellen die met drukknoppen werkten. Deze knoppen waren eenvoudig te bedienen waardoor je gemakkelijker een nummer kon intoetsen.

©

VA

Vandaag verdringt de mobiele telefoon stilaan het vaste telefoontoestel. Zo kun je van om het even waar iemand bellen of een berichtje sturen. De eerste gsm’s wogen wel een kilo en waren heel groot.

380

THEMA 10 | De tijd van toen


2

3

N

IN

Vandaag beluister je gedownloade muziek via je smartphone. Vroeger kon je muziek beluisteren met je walkman. Dat was een apparaat dat op batterijen werkte. Met een hoofdtelefoon en je favoriete muziek op cassettes kon je tijdens het wandelen of fietsen genieten van muziek. De eerste walkman kwam op 21 juli 1979 op de markt. Hij was ontzettend geliefd bij jongeren. Later had je de discman: de cassettes werden vervangen door cd’s. Ook de hoofdtelefoon maakte plaats voor de oortjes.

©

VA

Vanaf 2007 kwam de dvd-recorder en recent de harddiskrecorder. Maar de voorlopers van deze toestellen waren de videorecorders. De oudste videorecorder voor thuisgebruik werd gemaakt door Sony. Hij werkte met twee spoelen en registreerde alleen zwartwitbeelden. Hij werd al snel opgevolgd door de videocassetterecorder, die ook in kleur werkte. Hiervan werden er verschillende types ontworpen. Met de recorder kon je programma’s op videocassettes opnemen. Je kon tevens een film op videocassette huren en die bij jou thuis laten afspelen.

KEUZELES 1

381


b In de tekst staan enkele moeilijke woorden onderstreept. Als je geen woordenboek in de buurt hebt, kan een digitaal woordenboek je op weg helpen.

IN

- Bekijk de afbeelding van het digitale woordenboek. Het gaat over het eerste woord uit tekst 1.

- Wat is de betekenis van het woord ‘rechtstreekse’?

- Hoeveel betekenissen heeft het woord ‘rechtstreekse’?

N

- Kun je beide betekenissen als uitleg bij het woord gebruiken of niet?

VA

Bij een digitaal woordenboek tik je het woord in, waarvan je de betekenis wilt achterhalen. Je mag het woord intikken zoals het in de tekst voorkomt. Let er wel op dat je enkel de betekenis geeft die in de tekst past. c Zoek de betekenis op van de andere onderstreepte woorden in de tekstjes. Ga naar www.vandale.be om deze oefening te maken. 1 functioneerden:

3 gedownloade:

4 favoriete:

5 geliefd:

©

2 mobiele:

d Zoek ook de betekenis van deze woorden op. Vul het ontbrekende woord in. 1 recent:

het is nog maar pas

2 voorlopers: iets dat 3 spoelen:

aan iets anders voorwerp dat dient om er iets op te winden

4 registreerde: beeld en geluid 5 tevens:

382

daarbij,

THEMA 10 | De tijd van toen

, ook


Keuzeles 2

Niet welkom

Je kunt van een fragment uit een jeugdboek genieten. Je kunt synoniemen herkennen en geven.

©

VA

N

IN

a Bekijk de cover en lees de flaptekst van het boek. Beantwoord daarna de vragen.

1 Wat is de titel van dit boek? 2 Wie is de auteur? 3 Wanneer speelt het verhaal zich af? 4 Wat wordt met de ‘Groote Oorlog’ bedoeld? 5 Wat weet jij over die oorlog? 6 Hoe ben jij dat te weten gekomen?

KEUZELES 2

383


b Lees de tekst. Beantwoord de vragen mondeling.

Rik staat op straat te kijken naar de mensen die voorbijkomen. Ze dragen bagage en duwen karren en kruiwagens vol huisraad. Een kleine jongen heeft een deken in zijn armen en het lijkt alsof hij een heel dikke buik heeft. Dit heeft ook met de oorlog te maken, denkt Rik. Iedereen spreekt over de 5 oorlog, alsof er niets anders meer bestaat. Rik had zich de oorlog wel anders voorgesteld, met geweren en kanonnen. ‘Onze soldaten kunnen niet mikken met hun kanonnen’, roept een vrouw. ‘Hoe moeten zij ons vaderland verdedigen?’ Opa roept hem binnen. 10 ‘Ik heb veel te doen’, zegt hij. ‘Wil je me helpen?’ ‘Waar gaan al die mensen naartoe?’ vraagt Rik. ‘Ze wonen dicht bij de kazerne’, zegt opa. ‘Daar zal zeker gevochten worden.’ ‘Komen de Duitse soldaten ook hiernaartoe?’ vraagt Rik. ‘Maak je geen zorgen, jongen, wij wonen ver van de kazerne en ver van de 15 stad’, zegt opa. Rik en opa maken samen de kelder schoon: ze halen de spinnenwebben weg en vegen de vloer. Samen halen ze de matras uit de logeerkamer. Ze slepen hem over de trappen naar de kelder. Dan volgen een tafeltje, een stoel en ander huishoudgerei, en zelfs een spel kaarten. Rik is moe. 20 ‘Ga maar even uitrusten bij oma’, zegt opa. Oma is blij dat Rik bij haar komt zitten. Ze haalt de krant onder het kussen op haar stoel vandaan. Opa en mama verstoppen de krant voor Rik omdat ze denken dat al dat slechte nieuws hem van streek zal brengen. ‘Lees je me nog eens voor uit de krant van gisteren?’ vraagt oma. 25 Oma heeft nooit naar school kunnen gaan omdat ze haar ouders moest helpen op de boerderij. In juli stond er: De Serviërs zijn een volk van bandieten. Duitsland en Oostenrijk hebben groot gelijk dat ze Servië aanvallen. Begin augustus waren de rollen omgedraaid. De Duitsers waren verraders en 30 lafaards omdat ze zomaar kleine landen aanvielen. Op 6 oktober las hij: De vijand heeft de fortengordel doorbroken en nadert de stad. Wie zich aan de vijandelijkheden wil onttrekken, moet de stad zo snel mogelijk verlaten. ‘Wat bedoelen ze daarmee?’ vraagt Rik. 35 ‘Als je niet wilt dat ze je overhoopschieten, maak dan dat je wegkomt’, zegt oma. Ze horen voetstappen in de gang. Oma moffelt de krant snel onder het kussen en gaat erbovenop zitten.

©

VA

N

IN

1

Naar: Detty Verreydt, Niet welkom

384

THEMA 10 | De tijd van toen


1 Wie zijn de twee hoofdpersonages in dit fragment? 2 Waar speelt dit fragment zich af? 3 Waarom moet Rik opa helpen? 4 Waarom leest Rik de krant aan oma voor? 5 Oma verstopt snel de krant onder het kussen als ze voetstappen in de gang hoort. Waarom doet ze dat?

IN

6 Zou je nog een fragment uit dit boek willen lezen? Waarom (niet)?

c Vervang het onderstreepte woord door een vetgedrukt woord uit de tekst.

1 Rik had zich de oorlog wel anders voorgesteld, met pistolen en kanonnen.

N

2 'Onze soldaten kunnen niet mikken met hun kanonnen', zegt een vrouw. 3 Rik en opa maken samen de kelder proper.

VA

4 Oma is vrolijk omdat Rik bij haar komt zitten.

5 'Waar gaan al die mensen naartoe?' zegt Rik.

6 Rik staat op straat te kijken naar de mensen die passeren.

©

KEUZELES 2

385


Keuzeles 3

Bijna hetzelfde

Je kunt synoniemen herkennen en geven.

a Je kunt op verschillende manieren iets ‘zeggen’. Noteer telkens een ander woord voor ‘zeggen’ achter de zin. Kies uit:

1 Aan het treinloket

ze ons over de gewijzigde treinen.

2 Omdat niemand het mocht horen, waren ze aan het 3 De mensen

.

nogal wat af na dat ongeval.

De vreemdste verhalen doen de ronde.

4 Vroeger kwam mijn mama me elke avond een verhaaltje 5 Je moet niet zo 6 De leraren

. Ik ben niet doof, hoor!

N

dat we goed opletten tijdens de lessen.

.

In opa’s tijd was dat ook al zo.

VA

b Je kunt op verschillende manieren ‘lopen’. Vul de zinnen met een ander woord aan. Kies uit:

stommelen – slenteren – dribbelen – rennen – stappen – marcheren

1 Op het einde van het schooljaar

alle leerlingen uit school.

De vakantie kan niet snel genoeg beginnen.

©

2 In het leger leren soldaten

.

Iedereen maakt dezelfde beweging op hetzelfde moment.

3 Wanneer we winkelen,

4 Op vakantie

we graag door de winkelstraten.

we graag in de bergen. Het is er rustig.

5 Mijn broertje en zus

elke morgen de trap af.

Ze zijn al goed wakker! 6 Bij basketbal

386

IN

vertellen – eisen – fluisteren – schreeuwen – kletsen – informeren

we met de bal naar het doel.

THEMA 10 | De tijd van toen


Woorden die bijna dezelfde betekenis hebben, noem je synoniemen.

c Geef een synoniem / ander woord voor … Kies uit:

knap – vies – onmiddellijk – opgewekt – verlegen – kwaad – tof – enorm – verdrietig – slordig – klaar – tevreden – dik 6 gelukkig

IN

1 helder 2 droevig

7 groot

3 onverzorgd

8 direct

4 schuchter

9 leuk

5 vuil

10 slim

N

d Geef het synoniem van de onderstreepte woorden. Kies uit:

enorm – verlegen – verdrietig – onmiddellijk – slordig – knap – tevreden – tof – vies – klaar

VA

1 Wat heb jij een onverzorgd handschrift. Schrijf netter!

2 Ik durf tegen niemand te spreken; ik ben erg schuchter. 3 Mama zei dat ik direct naar boven moest komen.

Wat had ik gedaan?

4 De lucht is helder. Je ziet geen enkel wolkje aan de hemel. 5 Ik vind dat wel een leuk groepje. Ze zijn met iedereen bevriend. 6 Mijn ouders zijn gelukkig dat ik goede punten behaal. 7 Toen mijn hondje stierf, was ik heel droevig.

©

Niets kon me troosten.

8 Een varken vind ik een vuil dier. Het rolt graag in de modder. 9 Dat meisje is altijd de eerste van de klas. Ze is heel slim.

10 Voor mijn feest kreeg ik een groot cadeau van mijn grootouders.

KEUZELES 3

387


Oefenen maar! 1

Duid hier jouw kleur aan:

Informatie uit een tekst selecteren

Les 2 Naar school in 1950

a Lees de tekst aandachtig.

IN

Naar: www.wikipedia.org

N

Naam:

Vandaag heb je USB-sticks om jouw documenten op te bewaren. Vroeger moest je de bestanden op diskettes opslaan. Die diskettes of floppydisks kwamen in de jaren 1960 voor het eerst uit. Ze werden tot in 2011 geproduceerd. De diskette was een dun, flexibel, rond stukje plastic. Het zat in een vierkant omhulsel, dat ongeveer 9 cm op 9 cm groot was. Op de diskette kon je 1,44 MB opslaan. Sinds het jaar 2000 slaan we gegevens op een USB-stick op. In 2018 kon je tot 2TB aan gegevens opslaan. Dat is maar liefst 2000 GB of 2 000 000 MB. Een gigantisch verschil met de diskette dus! De stick is ook heel wat kleiner. Hij kan allerlei vormen hebben. Ondertussen heeft de USB-stick of memorystick plaatsgemaakt voor bijvoorbeeld Dropbox of de Cloud.

VA

b Markeer wat over de diskette gaat met groen. Alle informatie over de USB-stick markeer je met blauw.

c Vul de tabel aan. Gebruik hiervoor wat je markeerde in de tekst.

Klas:

diskette

USB-stick

of

of

ontstaan

in de jaren

in de jaren

afmetingen

-      cm op

- een stuk

- v

- allerlei

tot

tot

©

Nummer:

ander woord

opslagruimte

Datum:

erna

= 2000    of        MB komst van de

komst van: - -

388

THEMA 10 | De tijd van toen


d Zoek de betekenis van de onderstreepte woorden in de tekst op. Ga naar www.vandale.be om deze oefening te maken. Noteer bij elk woord een woord dat ongeveer dezelfde betekenis heeft (een synoniem). 1 geproduceerd: 2 flexibel: 3 gigantisch:

N

VA

Een belangrijk voordeel van vliegen is dat je snel op je bestemming bent. Tegenwoordig worden vliegtuigtickets tegen zeer lage prijzen aangeboden. Daardoor is het soms niet duurder meer dan wanneer je met de auto gaat. Alhoewel je reis veel minder lang duurt dan met de auto, moet je wel lang van te voren op de luchthaven zijn. Meestal is dit 2 à 3 uur. Daarnaast moet je soms nog een huurauto betalen. Daarmee kun je op je bestemming rondtrekken. Dat zorgt opnieuw voor extra kosten.

Datum:

Als je naar een bestemming in het buitenland reist, is het vaak logisch om voor het vliegtuig te kiezen. Er zijn verschillende voor- en nadelen aan het reizen met het vliegtuig.

Nummer:

Reizen met het vliegtuig?

Klas:

IN

e Lees de tekst ‘Reizen met het vliegtuig?’. - Markeer de voordelen van het vliegtuig met groen. - De nadelen markeer je met een andere kleur. - Vul ten slotte het schema aan.

©

Aan de andere kant is een voordeel van reizen met het vliegtuig wel dat je niet meer in de file staat. Of je moet geen uren in de auto zitten vooraleer je de bestemming bereikt. Kortom, je komt beter uitgerust aan op de plaats van bestemming. Helaas is een vlucht niet altijd comfortabel: weinig zitruimte, beperkte bagage om mee te nemen, bagage die achterblijft … Ook voor het milieu is reizen met het vliegtuig niet ideaal. De uitstoot van de kerosine zorgt voor veel milieuvervuiling. Zo zie je maar dat reizen met het vliegtuig niet alleen voordelen heeft. Een moeilijke keuze dus.

Naam:

Naar: www.vakantie-xl.nl

OEFENEN MAAR!

389


voordelen

nadelen

op je bestemming lang niet

= extra kosten voor een

zeer niet meer

weinig

geen

beperkte

beter

bagage die

Naam:

2

IN

veel

Het meervoud van zelfstandige naamwoorden

a Geef het meervoud. Bekijk eerst het voorbeeld. meervoud op -en

meervoud op -s

Bv. teken - tekens

N

Bv. doek - doeken

Les 3 Dubbelspel

balk

klinker

mens

ouder

poort

raadsel titel

Klas:

VA

vriend

document

knikker

boek

moeder

kleur hand land

enkelvoud

Datum:

©

Nummer:

b Geef het enkelvoud van deze woorden.

meervoud poppen koppen klassen tassen

Vergelijk jouw woord in het enkelvoud met dat in het meervoud. De gemarkeerde letters helpen jou op weg.

390

THEMA 10 | De tijd van toen


c Geef het meervoud van deze woorden. 1 bus

6 rug

2 klus

7 tak

3 bos

8 zak

4 vos

9 stip

5 mug

10 kip

veer zwaan

meervoud

Datum:

enkelvoud

IN

d Vul de kolom aan met de vetgedrukte woorden. De eerste pennen waren van veren gemaakt. Die veren waren van zwanen afkomstig. Aan één kant maakte men ze scherp. Zo kon je er gemakkelijk strepen mee trekken.

Vergelijk jouw woord in het meervoud met dat in het enkelvoud. De gemarkeerde letters helpen jou op weg.

Nummer:

N

streep

1 verhaal

5 boom

2 kanaal

6 droom

3 been

7 buur

4 steen

8 muur

Klas:

VA

e Geef het meervoud. Doe zoals in oefening d.

f Lees de zin. Zet het meervoud van de woorden tussen haakjes in het woordrooster.

OEFENEN MAAR!

Naam:

©

1 De (parel) vielen één voor één op de grond toen de ketting brak. 2 Op vakantie sliepen we in (hut). 3 Heel wat stenen vielen van de (rots) na de aardverschuiving. 4 Papa vroeg me om de zware (rol) van de woonkamer naar het tuinhuis te brengen. 5 Vroeger leefden er heel wat rare (wezen) op onze planeet. 6 Toen de brandweer aankwam, sloegen de (vlam) uit het dak. 7 Mensen hebben een hoofd; dieren hebben (kop). 8 Na dat zware ongeval had hij heel wat (litteken) op zijn benen. 9 Mama bewaart haar (juweel) op een geheime plaats. 10 De wielrenner hield enkel wat (schram) aan die valpartij over.

391


1 2 3 4 5 6 7

Naam:

IN

8 9 10

Als je alles goed hebt, vind je het sleutelwoord dat in deze zin past. .

Vroeger sliepen veel mensen op

Klas:

VA

N

g Geef het meervoud. De eerste letter krijg je al.

b

s

b

v

o

m

v

b

Datum:

©

Nummer:

k

392

THEMA 10 | De tijd van toen


h In dit woordrooster zitten 10 ‘school’-woorden verborgen. De eerste letter van elk woord staat vetgedrukt. Markeer de ‘school’-woorden. Je vindt ze van boven naar onderen (en van onderen naar boven) en van links naar rechts (en van rechts naar links). Noteer naast het rooster ook het meervoud van deze woorden. R

T

U

C

R

N

I

E

I

1

J

T

F

S

L

E

E

J

K

D

2

C

Z

R

E

Q

T

P

K

U

R

3

N

K

O

A

C

S

J

U

F

W

4

G

T

E

L

F

E

U

X

G

L

5

S

M

O

O

X

E

N

Z

E

O

X

C

V

O

B

M

O

C

G

O

K

Z

F

K

A

C

H

E

L

H

M

A

H

R

E

T

O

B

Y

C

S

U

S

R

U

C

G

X

I

S

IN

S

7 8 9

VA

1 Het alfabet bestaat uit medeklinkers en . 2 Je leraar duidt ze met rood of groen aan. 3 Deze volg je 7 of 8 uren per dag. 4 Hiermee maak je oefeningen eerst, zodat je de fouten nog kunt uitgommen. 5 Hiermee typ je een tekst en druk je die voor je leraar af. 6 Zij zitten op school. 7 Alle leerlingen hebben er één. Je stopt er je boeken in.

Nummer: Klas:

N

10

i Lees de omschrijving. Zoek het woord en noteer het in het meervoud in het rooster.

K

2

F

3

L

4

P

5

C

6

L

7

B Naam:

©

1

Datum:

6

OEFENEN MAAR!

393


3

De speciale gevallen bij het meervoud

Les 5 Meer dan bijzonder

a Geef het meervoud van deze woorden. 1 ei

4 blad (van een boom)

2 rund

5 kind

3 volk

b Noteer de onderstreepte woorden en hun meervouden in de passende kolom.

roos → rozen

N

graf → graven

IN

Naam:

1 Een raaf vloog in de schoorsteen en kwam er vast te zitten. Twee raven vlogen in de schoorsteen en kwamen er vast te zitten. 2 In onze straat staat er een huis. In onze straat staan er veel huizen.

Klas:

VA

Plaats ook deze woorden in de passende kolom. neus – golf – druif – laars Noteer ook hun meervoud erbij.

c Lees deze zinnen. Noteer het enkelvoud van de onderstreepte woorden. 1 De panda’s stellen het goed in Pairi Daiza. 3 Wat een mooie foto’s maakte jij op reis!

©

Nummer:

2 Ik lust geen kiwi’s, enkel maar appels.

4 Je hebt de keuze uit twee menu’s in dat restaurant.

5 Welke hobby’s heb jij?

Datum:

394

d Geef het meervoud. 1 auto

5 labo

2 mini

6 mama

3 bikini

7 pony

4 baby

8 camera

THEMA 10 | De tijd van toen


e Noteer het meervoud van deze woorden in de juiste kolom. Bekijk eerst het voorbeeld.

papa - polo - oplage - lavabo - lolly - rage - menu - ski - game - moni - marge dia - garage

f Lees deze woordenrij aandachtig. Welke zelfstandige naamwoorden krijgen in het meervoud -'s? Markeer ze.

Datum:

meervoud op -‘s Bv. auto – auto’s

IN

meervoud op -s Bv. dame – dames

bikini – methode – logo – baby – teken – uiteinde – pagina – schedel – radio – pony

(Paperclip) zijn handige

stukje ijzerdraad dat in twee

(voorwerp). Het is een

Nummer:

Feit 1

N

g Plaats de ontbrekende woorden in het meervoud.

(bocht) is gedraaid. Het ziet er eenvoudig

VA

uit, maar je kunt er slim een aantal

(stuk) papier mee samenhouden Klas:

zonder ze te beschadigen. De uitvinder was de Noor Johan Vaaler. Feit 2

Er zijn heel wat

(alfabet) op deze wereld. Het langste alfabet is dat

van de Khmer in Cambodja: het telt 74

(letter). Het kortste is dat van

de Rotokas van de Solomonseilanden met maar 11 (medeklinker) en 5

©

Ons alfabet telt 21

(teken). (klinker).

Feit 3

Steno is een manier om snel te schrijven met

(symbool) in plaats van

letters. De Romeinen vonden een soort steno uit om (toespraak) te noteren. Hedendaagse

(stenosysteem) kennen

(stip),

(streep),

kromme en rechte lijnen die klanken in plaats van letters weergeven. Naar: Reis door de tijd, Van spijkerschrift tot tekstverwerker

OEFENEN MAAR!

Naam:

of

(redevoering)

395


4

Spelling en woordenschat

Les 6 Spel- en woordweb

4.1 Spelweb a Schrijf de woorden over. 7 cadeau

2 diagram

8 café

3 vijand

9 restaurant

4 potlood

10 gratis

Naam:

IN

1 dieet

5 startsein

11 onmiddellijk

6 lekkernij

12 schuchter

Klas:

VA

N

b Noteer bij de afbeeldingen een woord uit oefening a.

©

Nummer:

c Vul de zinnen aan met een woord uit oefening a. De woorden uit oefening b kun je hierbij niet meer gebruiken. 1 Die jongen is mijn

; ik kan hem totaal niet uitstaan.

2 Als je een allergie hebt, moet je soms een

Datum:

3 Welk

heb jij voor jouw verjaardag gekregen?

4 Kinderen kleiner dan 1 meter krijgen Ze moeten niet betalen.

toegang tot de attractie.

5 Ik durf in de klas niets te zeggen; ik ben erg 6 Je moet

396

volgen.

hier komen, binnen de seconde.

THEMA 10 | De tijd van toen

.


d Doe zoals het voorbeeld. Vul de ontbrekende letter in. Schrijf het woord daarna over. Bv.

d i amant

dure edelsteen

diamant

omschrijving 1

p

ano

2

m

auwen geluid dat een kat maakt

3

b

oscoop

ander woord voor ‘cinema’

4

p

on

figuurtje dat je bij gezelschapsspellen over het bord verplaatst

5

d

eet

regels voor wat je wel en niet mag eten en drinken

6

r

ool

ondergrondse afvoerbuis

Datum:

IN

muziekinstrument

N

dialect – kiosk – diagonaal – via – fiasco – dialoogje – viool – krioelt 1 Mijn toets wiskunde ging helemaal niet goed. Het was een echt 2 Ik heb altijd moeite met woorden die

in een woordzoeker staan.

4 Kom jij thuis binnen

de voordeur of de achterdeur?

5 Tijdens de koopjesperiode winkelstraten.

het van de mensen in de

6 De meeste leerlingen praten thuis

.

7 Tijdens de Franse les moest ik met mijn buur een

voorbereiden.

spelen’?

Naam:

©

8 Ken je de uitdrukking ‘de eerste

Klas:

is een gebouwtje waar je kranten of snoep kunt kopen.

VA

3 Een

!

Nummer:

e Vul het ontbrekende woord in elke zin in. Kies uit:

OEFENEN MAAR!

397


f Vul in: eau, é of au. Schrijf de woorden over. Kies uit:

bureau – chauffeur – paté – fauteuil – plateau – privé – politiebureau – café – cadeau – restaurant – logé – applaus – niveau 1 bur

7 niv

2 priv

8 appl

3 ch

ffeur

9 f 10 cad

5 caf

11 log

Naam:

6 pat

teuil

IN

4 plat

s

12 rest

4.2 Woordweb

rant

Lees deze woorden. Gebruik ze voor de oefeningen hieronder. verlopen

horizontaal

verticaal

illustratie

vervolledigen

N

afbeelding

momenteel

voornamelijk

toevoegen

weergeven wijzigen

VA

vaststellen

a Vul de zinnen met het juiste woord aan.

Klas:

1 Hoe

(gebeuren) de weekends voor jou? Wat doe je zoal?

2 Ik ben (op dit moment) mijn huiswerk aan het maken. Daarna ga ik buiten spelen. 4 Met een

(van links naar rechts) aanduiden.

(foto) kun je jouw opstel mooier maken.

5 Je moet nog een ingrediënt aan het deeg

©

Nummer:

3 Je moet de woorden

of de pizza mislukt.

6 Als je alles horizontaal juist hebt ingevuld, vind je (van onder naar boven) nog een woord.

Datum:

398

THEMA 10 | De tijd van toen


b Noteer het juiste woord bij de uitleg. Let op: de woorden uit oefening a kun je niet meer gebruiken. 1 vooral, in de eerste plaats 2 veranderen 3 zien dat iets er is 4 het afgebeelde, een tekening 5 afbeelden 6 volledig maken, aanvullen

VA

2 Hoeveel nummers worden er op die cd weergegeven? Hoeveel nummers worden er afgespeeld? (A) Hoeveel nummers worden er overgezet? (E) Hoeveel nummers worden er gratis gegeven? (I)

3 De kok voegde op het einde kruiden aan het recept toe. De kok zei dat er kruiden bij het recept moesten. (T) De kok deed kruiden bij het recept. (E) De kok gaf uitleg over het recept. (S)

Datum: Nummer:

N

1 Er was een week verlopen en nog altijd had hij die opdracht niet ingediend. Het wordt smaller. (R) Het is niet meer geldig. (E) Er is al een week voorbijgegaan. (A)

Klas:

IN

c Wat is de juiste betekenis van het onderstreepte woord? Zet een kruisje in het juiste bolletje. Met de letters vorm je een woord uit het woordweb. Je krijgt al een letter.

©

4 Ik hou me voornamelijk bezig met computerspelletjes als ik een moment vrij heb. Ik ben heel beleefd als ik een moment vrij heb. (G) Ik ben er hoofdzakelijk, in de eerste plaats mee bezig. (C) Ik heb het computerspel een naam gegeven. (D) 5 De leraar kon vaststellen dat alle leerlingen de les kenden. iets waarnemen, merken (U) een datum afspreken (T) iets nieuws maken (I) Gevonden letters: D Naam:

Gevonden woord:

OEFENEN MAAR!

399


Zelftoets thema 9 en 10 1

Het zelfstandig naamwoord

Thema 9 Les 1 De natuur in

/10

a Zijn deze woorden een persoon, een dier of een ding? Noteer. colablikje

2

matroos

3

verliefdheid

4

zeepbel

5

koala

IN

Naam:

1

/5

b In deze tekst staan tien gekleurde woorden. Vijf ervan zijn zelfstandige naamwoorden. Markeer de zelfstandige naamwoorden.

/5

Klas:

VA

N

Het lieveheersbeestje is een knuffeldiertje onder de insecten. Lieveheersbeestjes hebben er enkele moeilijke jaren opzitten. Pesticiden zijn al lang een grote boosdoener, maar ook de komst van een Aziatische soort heeft verschrikkelijke gevolgen gehad. Naast bladluizen eten die ook de larven van het tweestippige lieveheersbeestje. Hun aantal ging erg achteruit. Eigenlijk horen we de uitheemse soort weer te verwijderen, maar het risico bestaat dat we ook ineens onze eigen soort lieveheersbeestjes laten verdwijnen.

2

Het woordenboek

Thema 9 Les 4 Niet voor groentjes

a Zoek de betekenis van de volgende woorden in het woordenboek op.

/7

/4

2 componist:

©

Nummer:

1 pico bello:

3 vertoeven:

4 hoogslaper:

Datum:

b Zoek het vetgedrukte woord in het woordenboek op. Noteer de betekenis die in de zin past. 1 Door die witte kasten hebben wij een lichte keuken.

400

THEMA 9 & 10 | ZELFTOETS

/3


2 Tijdens dat spelletje heeft hij mijn witte dame veroverd. 3 In die leegstaande fabriek is het niet pluis.

Diagrammen

Thema 9 Les 5 Natuur in cijfers /6

a Bekijk het staafdiagram. Beantwoord de vragen.

Meest getelde vogels in Vlaanderen

60.000

41.917

30.000

0

26.611

22.689

20.196

14.902

VA

10.000

29.420

26.092

r s if ste utdu smu k i e ho hu

Nummer:

36.020

N

aantal

40.000

11.960

s s rel uw ee ee eeuw e ka m m m r l ol sp pe ko m i p

Datum:

50.660

50.000

20.000

IN

/6

k el vin tort se rk Tu vogelsoort

Klas:

3

Naar: www.natuurpunt.be

1 Vul aan.

- Op de horizontale as staat

©

- Op de verticale as staat

. .

2 Hoeveel soorten vogels werden geteld?

3 Juist of fout? Zet een kruisje in de passende kolom. juist

fout

Vlamingen telden meer huismussen dan koolmezen. De merel staat op de derde plaats van meest getelde vogels.

THEMA 9 & 10 | ZELFTOETS

Naam:

In Vlaanderen werden het meest vinken geteld.

401


4

De lidwoorden

Thema 9 Les 6 Niet voor twijfelaars

/5

a Schrijf de of het voor deze woorden. Let op de hoofdletters. 1 Maite is

grootste meisje van de klas.

2 Na mijn operatie genas 3

litteken snel.

soldaat leert hoe hij moet kaartlezen.

4 Plotseling hoorde ik

geluid van een trein.

rits van mijn slaapzak zit vast.

IN

Naam:

5

5

/5

Het meervoud van zelfstandige naamwoorden

a Geef het meervoud. 1 valk

/5

4 koek

5 raadsel

N

2 teken 3 kikker

Thema 10 Les 3 Dubbelspel /15

Klas:

VA

b Geef het meervoud. Let op voor het verenkelen of verdubbelen. taak

6

beer

2

vis

7

kar

3

steen

8

bos

4

bus

9

rug

5

pop

10

vuur

De speciale gevallen bij het meervoud

©

Nummer:

6

1

Thema 10 Les 5 Meer dan bijzonder

a Geef het meervoud van deze woorden.

Datum:

402

/10

/15

/10

1 kind

6 hobby

2 duif

7 mini

3 gans

8 doos

4 dame

9 auto

5 volk

10 garage

THEMA 9 & 10 | ZELFTOETS


b Vul de tekst aan. Zet de woorden in het meervoud.

/5

Eén van de eerste kranten verscheen in de Romeinse tijd. Het waren handgeschreven

(nieuwsbrief) die Acta Diurna of ‘dagelijks nieuws’

heetten. Ze werden in alle

(dorp) opgehangen en bevatten

oorlogsnieuws, aankondigingen van

(geboorte), sterfgevallen en

huwelijken.

(reclame) kwamen er

(Foto) en

Nummer: Klas: Naam:

©

VA

Datum:

/58

N

TOTAAL

IN

nog niet in voor!

THEMA 9 & 10 | ZELFTOETS

403


VA

© N IN


IN N

VA

THEMA 11 Spelen

Wat zullen we spelen? - kijken en luisteren, genietend lezen, informatie ordenen

LES 2

Ik schrijf me in voor … - lezen en schrijven: inschrijvingsformulier

LES 3

Hij, zij of het - lidwoorden, verwijswoorden

LES 4

Speel je spel(ling) - spelling: eindleestekens, klinkers en medeklinkers

LES 5

Spelen over de hele wereld - kijken en luisteren, lezen

LES 6

Nieuwe woorden maken - samenstellingen

©

LES 1

KEUZELES 1

Het grote zoekspel - informatie opzoeken op internet, uitdrukkingen

KEUZELES 2

Computerspelletjes - genietend lezen

KEUZELES 3

Meervoudenbingo - meervoud

OEFENEN MAAR!

405


Les 1

Wat zullen we spelen? Je kunt van een fragment uit een jeugdboek genieten. Je kunt informatie uit teksten en luisterfragmenten selecteren.

a Lees de tekst. Beantwoord daarna de vragen.

We zitten met z'n allen rond de houten kist in Victors schuur. Ik tel de nerven in de kist, maar eigenlijk hoor ik na te denken. Want dat doet iedereen. Nadenken en wachten tot iemand iets zegt. 5 'Het moet iets groots zijn', heeft Ben een halfuur geleden gezegd. 'Iets anders dan alle andere dingen die we ooit deden', vond Mies. 10 'Beter', zei ik. Maar in al de jaren dat we in Victors schuur samenkomen, hebben we zowat alles al gedaan. Toen we acht waren, speelden we brandweerkazerne, circusgezelschap en gemeentelijke bibliotheek met de doos 15 tweedehandsboeken die Stans vader op de rommelmarkt op de kop had weten te tikken. Omdat we de zomer daarop, via het werk van Doriens vader, ineens over een loodzware rol plastic beschikten, begonnen we zelf windvliegers te maken. We wisten er zelfs een paar te 20 verkopen aan wat kinderen uit de buurt. Van de winst kochten we kilo's snoep die we niet opaten, maar verkochten in onze snoepwinkel. We bouwden vlotten en openden, om de meisjes een plezier te doen, een kapperszaak. Twee jaar geleden hadden we een beautysalon en daarna een winkelcentrum dat de hele tuin in 25 beslag nam. Laatst maakten we zelfs een film. Het enige spel dat we niet afmaakten en waar we erg veel spijt van kregen. Heel in het begin deden we nog kleine dingen. Het wereldrecord kaartenhuizen bouwen, bijvoorbeeld. Al wisten we niet of daar al

©

VA

N

IN

1

406

THEMA 11 | Spelen


een record van bestond. En of het dan om het hoogste huis of om de meeste kaarten ging. Of was dat misschien hetzelfde? 'Vast niet,' zei Mies, 'want je kunt met een miljoen kaarten een lang, plat huis maken dat nooit omvalt.' 35 'Ook dat is een record', zei Ben. 'Ja, maar een makkelijk', vond Victor. We kregen er haast ruzie om. Als Dorien toen niet met de puzzel van drieduizend stukjes was gekomen, was ons clubje misschien aan de spanningen rond het wereldrecord ten onder gegaan. 40 Toen de puzzel al na eenentwintig dagen klaar was, een besneeuwde bergtop en wat wolken, hielden we een kippenkwekerijtje met twee stokoude klokhennen van mijn vader. Maar met stokoude klokhennen en zonder haan kun je niet kweken. We maakten van onze kwekerij toen maar een rusthuis 45 voor oude kippen. Na enkele weken ging de eerste dood. Nog geen drie dagen later de andere. Daar waren we zo verdrietig om dat we er gedichten over gingen schrijven en later hele verhalen. Zo kwam Ben op het idee een clubkrant te maken. Maar omdat het zijn idee was, kwamen alleen zijn artikels erin. Dat vonden we niet eens 50 erg, want Ben was het best in opstellen maken en iedereen had wel íéts te doen. Mies maakte de tekeningen bij de teksten omdat we geen fototoestel hadden. Dorien verbeterde de teksten omdat zij de minste fouten schreef. Ben had een schrijfmachine van zijn oom gekregen, een oude Olympia. Dat kwam goed uit. En als het 55 ging vervelen, vonden we wel weer wat anders. In die zeven jaar speelden we politiekorps, Italiaans restaurant, detectivebureau, winkelcentrum en nog honderd andere dingen. En altijd speelden we het zo ernstig dat het geen spel meer leek, maar bijna echt. Soms tot we het zelf gingen geloven. 60 Maar nu moet het dus iets groots, anders en beters zijn. Omdat het misschien het allerlaatste spel zal zijn dat we ooit zullen spelen. We worden allemaal twaalf en Victor zelfs dertien. Hij gaat na deze zomer heel ver van hier studeren. Mies gaat misschien op internaat. We worden ook te oud om als kinderen spelletjes te 65 spelen. Het mag dan nog zo erg op echt lijken. Niet dat we dat al hardop gezegd hebben tegen elkaar. Maar ik voel het. Iedereen voelt het. Dat weet ik gewoon.

©

VA

N

IN

30

Uit: Do van Ranst, Ravenhaar

LES 1 | Wat zullen we spelen?

407


1 Waarover gaat de tekst? 2 Wie bevindt zich allemaal in Victors schuur? Geef hun namen. 3 Hoe oud is iedereen nu? 4 Waarom komen ze samen? 5 Waarom is het zo belangrijk dat ze nog een allerlaatste spel spelen? 6 Markeer alle spelletjes die ze ooit speelden. Welke speelde jij ook? 7 Maak een top 3 van hun spelletjes en een top 3 van jouw favoriete spelletjes. mijn persoonlijke top 3 van spelletjes

IN

top 3 van spelletjes uit de tekst 1

1

2

2

3

3

8 Vergelijk jouw top 3 met die van je klasgenoten. b Bekijk het fragment over een vreemde pompoen.

N

Wat heeft de jongen gedaan?

VA

c Bekijk het fragment over speelplaatsspelletjes. Noteer de verschillende spelletjes. 1

2 3 4

d Bekijk het fragment over een school in Nederland. 1 Welke variant van pakkertje speelden de kinderen?

©

2 Wat heeft de school beslist?

3 Om welke drie redenen? 4 Vind jij ook dat het verboden moet worden? Ja / Nee omdat

408

THEMA 11 | Spelen

variant:

andere vorm


e Lees het krantenartikel. Jongeren geven vooral de voorkeur aan multimedia in hun vrije tijd. Ze sporten steeds minder. Dat blijkt uit een onderzoek naar de top 10 van hun vrijetijdsbesteding.

De grote meerderheid van de jongeren houdt van multimedia. Ze spelen games op console of op pc. Dat heeft uiteraard te maken met de vele updates en telkens nieuwe snufjes van gsm’s, smartphones, enzovoort. Op 6 en 7 van de top 10 staan iets gaan drinken en een pretpark bezoeken. Boeken lezen staat pas op de tiende plaats in de lijst. In kleine Waalse dorpen is boeken lezen populairder.

IN

Tv-kijken, surfen op het internet, muziek beluisteren, dvd’s bekijken en naar de cinema gaan. Dat is de volgorde van de top 5 waar de meeste jongeren zich mee bezig houden.

Uitgaan staat op plaats 9. Een minderheid bezoekt tentoonstellingen of musea, of gaat naar een jeugdbeweging. Slechts een kwart speelt een muziekinstrument.

VA

Naar: www.netto.tijd.be

N

Sport blijft wel populair, maar zakt naar de achtste plaats. Jongeren beoefenen steeds minder sport als ze ouder worden.

de voorkeur geven aan:

1 Noteer een passende titel bij het krantenartikel.

iets boven iets anders kiezen

2 Wat is volgens het artikel de top 10 van de vrijetijdsbesteding van jongeren? Plaats het juiste nummer van 1 tot 10. vrijetijdsbesteding

©

naar de cinema gaan

plaats in top 10

vrijetijdsbesteding

plaats in top 10

muziek beluisteren

tv-kijken

iets gaan drinken

pretpark bezoeken

boeken lezen

dvd’s bekijken

surfen op het internet

sporten

uitgaan

3 Komt dat overeen met jouw vrijetijdsbesteding? 4 Wat is er anders bij jou?

LES 1 | Wat zullen we spelen?

409


Les 2

Ik schrijf me in voor … Je kunt informatie uit teksten selecteren. Je kunt een inschrijvingsformulier correct invullen.

a Lees de aankondiging van vier verschillende kampen.

aankondiging: bekendmaking, advertentie, melding

IN

1

VA

N

Ben je 14 jaar of jonger? Kom dan deze zomer naar de Spiegelstraat 62 in 1800 Vilvoorde. Samen met de Portaelsschool voor Beeldende Kunsten organiseren wij onze Dolle Zomerdagen, een creatief zomerkamp. Van 25 augustus tot 29 augustus kun je vijf dagen creatief zijn. Wat er precies op het programma staat, kunnen we nog niet verklappen. Wat wel al met zekerheid vaststaat, is dat het allemaal opnieuw tof, cool, leuk en bangelijk zal zijn. En dat alles voor maar 120 euro.

2

©

De trein

410

JCW voegt een extra kamp aan haar aanbod toe: een praktisch doekamp in het stoomcentrum in Maldegem. Een kamp voor 13-plussers met deze ingrediënten: inleiding in de wereld van treinen, meewerken aan het spoor en aan het herstellen van oude treinen, basis in het besturen van stoom- en dieseltreinen. Technische voorkennis is niet vereist, enkel technische interesse. Het kamp vindt van 6 tot 11 juli plaats. Voor 350 euro krijg je vijf overnachtingen, alle maaltijden en ... gereedschap.

THEMA 11 | Spelen


3

Hersenkronkels

IN

Dit uitvinders- en wetenschapskamp is een uitdaging voor meisjes en jongens van 10 tot 14 jaar met vindingrijke ideeën, originele hersenkronkels en veel gevoel voor techniek en technologie. Bedenk jij nieuwigheden en plannen die de wereld verbeteren? Brainstormen, schetsen, bouwen, technisch inzicht, probleemoplossend denken … Het komt allemaal aan bod in de loop van 27 juli tot 2 augustus! We overnachten en vinden uit in het Vormingscentrum ’t Kasteeltje in Wijgmaal. Het kamp kost (met alle maaltijden) 290 euro.

4

N

Vraagstukken

VA

Van 10/08 tot 16/08 vindt dit wetenschapskamp voor meisjes en jongens plaats (13-16 jaar) in Gent. Je gaat op zoek naar het hoe en waarom van wetenschappelijke vraagstukken. Elke dag beleef je een andere wetenschap waarbij je zelf actief op zoek gaat naar het antwoord. Steeds onder begeleiding die je uitdaagt en prikkelt. En je ontdekkingen in vraag stelt. Na het werk is er ook nog tijd voor sport en spel! (Let op: voor dit kamp moet je zelf een veldbed of luchtmatras voorzien. Kosten: 270 euro. In de prijs is het eten inbegrepen.)

Naar: www.jcw.be/kampen

©

b Zoek de informatie uit de teksten. Markeer de antwoorden eerst in de teksten. Gebruik verschillende kleuren. naam kamp

1 Dolle Zomerdagen

2 De trein

3 Hersenkronkels

4 Vraagstukken

soort kamp plaats datum prijs

LES 2 | Ik schrijf me in voor …

411


c Lees de uitleg bij het inschrijvingsformulier voor de kampen.

JEUGD, CULTUUR EN WETENSCHAPPEN vzw Inschrijvingsformulier voor activiteiten

IN

Lees eerst grondig onderstaande informatie. Vul het inschrijvingsformulier juist en volledig in. Je ontvangt nadien van de verantwoordelijke JCW-medewerker een mailtje met de bevestiging van je inschrijving. Zo weet je meteen of er nog plaatsen beschikbaar zijn. En kun je overgaan tot de betaling. De inschrijving voor een kamp is definitief na betaling van het voorschot. Dit bedraagt € 90,00. Je stort het op bankrekeningnummer IBAN BE76 0013 3997 7295 (BIC GEBABEBB) van JCW, Vlaanderenstraat 101, 1800 Vilvoorde. Vermeld de naam van de deelnemer.

N

Naar: www.jcw.be/inschrijvingsformulier-voor-activiteiten

VA

d Wat betekenen de vetgedrukte woorden in de tekst? Kleur het bolletje voor de juiste uitleg. Let op: sommige woorden hebben verschillende betekenissen. Kies steeds de uitleg die bij de zin past. 1

Als je je voor een kamp inschrijft, lees dan eerst grondig onderstaande informatie.

O Je moet snel lezen. O Je moet goed, nauwgezet lezen. O Je moet traag lezen.

2

Als je je voor een kamp inschrijft, lees dan eerst grondig onderstaande informatie.

©

O De informatie volgt hieronder. O De informatie is moeilijk te begrijpen. O De informatie staat helemaal onderaan de pagina.

3

Je ontvangt nadien een mailtje.

O Het mailtje komt eerst. O Het mailtje komt daarna.

412

THEMA 11 | Spelen


4

Je ontvangt een mailtje met de bevestiging van je inschrijving.

O de montage O de aanvaarding O het vastmaken Er zijn nog plaatsen beschikbaar. Wat bedoelen ze daarmee?

O Er zijn nog plaatsen vrij. O De plaatsen zijn goed geschikt. O De plaatsen zijn bezet. 6

Je kunt tot de betaling overgaan.

O oversteken O doen O verdwijnen 7

IN

5

De inschrijving is definitief na betaling van het voorschot.

VA

N

O Je kunt je inschrijving niet meer veranderen. O Als je belt, krijg je je voorschot terug. O Ze zullen zelf het voorschot terugbetalen. 8

De inschrijving is definitief na betaling van het voorschot.

O een deel dat je nu betaalt en op het einde van het kamp terugkrijgt O een deel van de totaalsom dat je vooraf moet betalen O het volledige inschrijvingsgeld

9

Je stort het voorschot op het bankrekeningnummer.

©

O vuilnisbelt, afvalhoop O gieten O betalen

10 Vermeld de naam van de deelnemer en de code van het kamp.

O zeggen O vastleggen O opschrijven

LES 2 | Ik schrijf me in voor …

413


e Kies een van de vier kampen bij oefening a uit. Vul het inschrijvingsformulier in.

Persoonlijke gegevens van de deelnemer Voornaam Naam Geboortedatum

Geslacht ja

nee

T-shirt maat

small

medium

Contactgegevens Straat en huisnummer Postcode

large

meisje

extra large

IN

Vegetariër

jongen

Gemeente

Telefoon- of gsm-nummer

E-mail

Kies uit onderstaande lijst één of meer activiteiten waarvoor je je wilt

N

inschrijven. 1 Dolle Zomerdagen 2 De trein

3 Hersenkronkels

VA

4 Vraagstukken

Opmerkingen Allergieën Medicatie

In geval van nood (naam + gsm-nummer) Handtekening ouder(s)

©

Handtekening deelnemer

Naar: www.jcw.be/inschrijvingsformulier-voor-activiteiten

f Laat je inschrijvingsformulier door een klasgenoot nakijken. Laat je ouders nadien ook het formulier ondertekenen.

414

THEMA 11 | Spelen


Les 3

Hij, zij of het Je kunt lidwoorden in een tekst markeren. Je kunt in een woordenboek opzoeken of een woord mannelijk, vrouwelijk of onzijdig is. Je kunt een zelfstandig naamwoord door hij, zij of het vervangen.

IN

a Lees de uitleg over het beroemde UNO-spel.

VA

N

UNO is het kaartspel van Mattel voor 2 tot 10 spelers. Het gezelschapsspel bestaat uit 108 kaarten. De deler deelt een aantal kaarten uit. De bedoeling is om als eerste alle kaarten kwijt te raken. Een speler kan zijn tegenspelers het leven zuur maken met speciale pestkaarten. Wanneer een speler een kaart legt en daarna maar één kaart overhoudt, moet hij hardop ‘UNO’ zeggen. Anders moet hij twee kaarten pakken. Wie al zijn kaarten kwijt is, wint de wedstrijd.

Naar: www.nl.wikipedia.org/wiki/UNO_(kaartspel)

- Markeer het lidwoord het in de uitleg van UNO in een groene kleur.

©

- Markeer het lidwoord de in de uitleg in een rode kleur. - Bij welk soort woorden staan ze?

Zelfstandige naamwoorden kunnen onzijdig (o), mannelijk (m) of vrouwelijk (v) zijn. Alle het-woorden zijn onzijdig. De-woorden kunnen mannelijk of vrouwelijk zijn.

LES 3 | Hij, zij of het

415


1 een bordspel

2 een leeftijd

3 een ganzenbord

4 een autootje

5 een draaischijf

6 een vak

7 een opleiding

8 een loon

9 een winnaar

10 een levensweg

IN

b Vervang een door de of het. Schrijf de woorden opnieuw. Bij twijfel raadpleeg je het woordenboek.

c Vervang het gemarkeerde zelfstandige naamwoord in de zin door het. Een UNO-spel bestaat uit 108 kaarten.

N

d Vervang het gemarkeerde zelfstandige naamwoord in de zinnen door hij of zij. De jongen deelt een aantal kaarten uit.

VA

De speelster roept hardop ‘UNO’.

Onzijdige woorden kun je vervangen door het. Mannelijke woorden kun je vervangen door hij. Vrouwelijke woorden kun je vervangen door zij (ze).

e Lees de uitleg.

Betekenis 'computer'

©

U heeft gezocht op het woord: computer.

com·pu·ter (de; m; meervoud: computers) 1 elektronisch apparaat voor het

opslaan en verwerken van gegevens; personal computer, zelfstandig werkende computer voor eigen gebruik (afkorting: pc)

Uit: www.vandale.be

- Welk lidwoord staat bij computer? - Is het woord mannelijk of vrouwelijk? - Zeg je over een computer dat ‘hij’ of ‘zij’ gecrasht is?

416

THEMA 11 | Spelen


f Lees de uitleg.

Betekenis 'bingo' U heeft gezocht op het woord: bingo.

bin·go (de/het; m en o) 1 spel waarbij de spelers zo snel mogelijk afgeroepen

nummers moeten leggen op een kaart, die voor iedere speler anders is Uit: www.vandale.be

- Wat stel je hier bij het lidwoord vast?

IN

- Zoek in je woordenboek twee voorbeelden waar ook m en o staat, of v en o, of m en v.

N

Twijfel je of een zelfstandig naamwoord mannelijk, vrouwelijk of onzijdig is, zoek het dan in een woordenboek op. g Vervang wat onderstreept is door een verwijswoord: hij, zij of het. Bij twijfel raadpleeg je het woordenboek. 1 Een landbouwer vond de oudste dobbelsteen in Iran.

VA

2 Schaak is een bordspel dat in de zesde eeuw in India ontstond. 3 Een speelkaart was in de middeleeuwen duur omdat een vrouw die kaart met de hand moest maken.

4 De uitvinder zorgde ervoor dat je alle spellen ook online kunt spelen. 5 Het bordspel bestond al in Egypte en is meer dan 4500 jaar oud. 6 De lerares geeft wiskundeles in spelvorm.

7 De dobbelsteen bepaalt hoeveel stappen je vooruit mag.

©

8 De computer doet het niet meer.

Verwijswoorden gebruik je om niet altijd dezelfde woorden te herhalen.

LES 3 | Hij, zij of het

417


h Maak nieuwe zinnen. Vervang de verwijswoorden het, hij, zij door een zelfstandig naamwoord. Bijvoorbeeld: Hij brengt de stok terug. De hond brengt de stok terug. 1 Het is op de grond gevallen. 2 Zij heeft een mooi optreden gegeven. 3 Hij speelde tijdens de wedstrijd vals. 4 Het loopt slecht af. 5 Mijn ouders vonden het heel goed. 6 Hij werd in de auto achtergelaten.

©

VA

N

IN

418

THEMA 11 | Spelen


Les 4

Speel je spel(ling) Je kunt de juiste eindleestekens gebruiken. Je kunt klinkers en medeklinkers enkel of dubbel schrijven.

a Lees de tekst. Probeer je in de situatie in te leven. Zet overal de juiste eindleestekens.

zich inleven:

IN

zich voorstellen hoe het is om iemand anders te zijn of om in een andere situatie te zijn

©

VA

N

Hallo, kan iedereen eens luisteren Zeg, zwijg nu eens allemaal Dat was snel, dankjewel Welkom op onze tweede spelnamiddag Vandaag spelen we het spel Alarmbel opnieuw Gisteren probeerden we het al, maar dat lukte toen niet zo goed . Zijn jullie vandaag meer in vorm - Jaaaaaaaaa Oké, prima Ik zie op mijn blad dat er vandaag geen nieuwe mensen zijn Moet ik de spelregels opnieuw uitleggen, of niet - Nee Dat is mooi in koor Oké, ik stel voor dat iedereen zijn plaats inneemt zodat we kunnen beginnen Is iedereen klaar - Momentje, iemand van ons team moet zijn veters nog strikken - Krijgen we nog eventjes de tijd Veters strikken duurt niet lang Ik tel af 3, 2, 1 … start

Vergelijk jouw tekst met die van je buur. Lees elk om de beurt de tekst aan elkaar voor.

LES 4 | Speel je spel(ling)

419


b Schrijf je de klinker enkel of dubbel? Noteer het volledige woord opnieuw in de rechterkolom. 1 Een aantal dr den waren uit de computer getrokken, waardoor die niet meer werkte.

2 Mijn kleine broer kan die spelconsole al goed best ren.

3 Het is br dnodig om de spelregels goed te kennen vooraleer je het spel speelt.

4 Omdat we geen appel in huis hadden, speelden we appeltje-snapje met een p r.

5 Zijn l rzen zijn erg vuil door in de modder te spelen. Dat vindt mama niet leuk!

6 Ik ondervind heel wat pr blemen met het opstarten van die nieuwe game.

7 Zet je de r dio even wat luider? Ik hoor de muziek niet.

8 Hoe avont

rlijk ben jij?

IN

5

10 Wanneer haalt mijn broer zijn zwemdipl

N

9 Mama wist niet hoe snel de nieuwe smartphone leverb r was.

ma?

VA

c Vul de medeklinker enkel of dubbel aan. Schrijf het volledige woord opnieuw in de rechterkolom.

2 Het kui

entje zat stilletjes in de hoek van de doos.

3 De stoe endans vind ik niet zo leuk om te doen. Ik verlies altijd.

4 Ik ga jou straks in dit spel verple Ik win zeker en vast!

eren.

5 De winkel verkocht allerlei hou

en spelletjes.

©

1 Mijn kleine zus speelde deze namiddag be etjetrek bij onze buren.

6 Tijdens de les Nederlands mogen wij veel ba

elen.

7 De hon en kregen een nieuw hok omdat het vorige kapot was.

8 De deu en van het spookhuis gingen niet meer open omdat er een defect was.

9 Wat vinden jullie van de kla

10 Hou je co

420

enleraar?

entaar voor jezelf en laat ons verder spelen.

THEMA 11 | Spelen


d Vul de ontbrekende letter in de namen van jeugdbewegingsspelletjes enkel of dubbel aan. Schrijf het volledige woord opnieuw in de rechterkolom. Let op hoofdletters. 1 Voor al nodig. 2

rmbel heb je enkel een hoepel en een bal

penkooien is een spel waarbij je mag klimmen, klauteren en zwaaien.

4 Bij het tikspel ‘Chin se muur’ moet je naar de overkant lopen zonder aangetikt te worden.

5 Het smo elspel speel je best in een bos of op een groot terrein.

6 Bij een estafe e leg je in groep een parcours af. Wie eerst klaar is, wint.

7 Het bosspel ‘H zen in de sneeuw’ is een combinatie van een kleine speurtocht en verstoppertje.

8 Wanneer spelen we nog eens j Dat vind ik leuk!

IN

3 Voor kinderen tussen 7 en 11 jaar bestaat het spel ‘Avont ren op Dolfijneneiland’.

N

9 Bij de scouts h

gersbal?

ten ze spelletjes spelen zeker niet!

10 Bij slecht weer kun je ‘Ratten en r spelen.

ven’ ook binnen

12 Je mag maar één andere stam achtervolgen tijdens ‘Strijd der sta en’.

13 Op de speelplaats spelen wij dikwijls ti

VA

11 Je vormt een groepje met de jongeren die hetzelfde ste enbeeld hebben.

14 Als kind vond ik versto

ertje.

ertje spelen best wel leuk.

15 Het spel dat de scouts het liefst spelen, is vla

enroof.

©

Naar: www.nl.scoutswiki.org

LES 4 | Speel je spel(ling)

421


e Luister naar de uitleg van AAAAAAAAAAAA-tikkertje. Vul de ontbrekende woorden in.

SPELREGELS AAAAAAAAAAAA-tikkertje AAAAAAAAAAAA-tikkertje is een luidruchtig tikspel waarbij de tikker heel hard mag . dat de tikker een lange adem heeft.

Voordat je begint, moet je twee

velden afbakenen. Daarna

IN

We hopen

verdeel je de groep in twee ploegen en moet je elke ploeg in een vierkant opstellen. Laat de groepen

wie het eerst mag

.

Eén speler van de startende ploeg neemt diep adem en begint AAAAAAAAAAAA te roepen. Zolang deze

dit roept, heeft hij de kans om in het vak

van de tegenstanders te lopen. Hij moet zoveel

N

spelers tikken.

Maar deze speler moet

dat hij niet buiten adem raakt

wanneer hij zich nog in de tegenspelende ploeg bevindt! Als hij namelijk ophoudt met

, mag hij zelf getikt worden. En dan zijn ook

VA

spelers die door hem getikt werden, opnieuw vrij.

Haalt hij echter de eigen ploeg op tijd (dus nog steeds AAAAAAAAAAAA roepend), dan zijn alle getikte tegenspelers lid van deze aanvallende ploeg. Nu mag een

hetzelfde

en zoveel

mogelijk mensen in zijn veld proberen te krijgen. Je speelt dit spel tot alle team-

©

deel van één ploeg zijn. Dit is ook de

ploeg.

afbakenen:

begrenzen, zeggen waar iets begint en stopt

opstellen:

neerzetten, ordenen, plaatsen, schikken

422

THEMA 11 | Spelen


Les 5

Spelen over de hele wereld Je kunt informatie uit teksten selecteren.

a Bekijk de foto’s. Lees de teksten die erbij staan.

Kim uit Myanmar

IN

De tienjarige Kim woont in Myanmar, een van de armste landen van Azië. In zijn huis is er geen elektriciteit en er is geen postbode die brieven bestelt. Kim gaat te voet naar school, wat wel een halfuurtje lopen is.

Het gezin

VA

N

Kim woont bij zijn moeder, vader en opa. Hij heeft vijf broers en zussen en een heleboel neven en nichten. Kim heeft ook nog een hond, die Dok heet.

©

Warme wandeling

Kim loopt met zijn neefjes en nichten en zijn zussen Yamin en Victoria, een tweeling van elf, naar school. Hij draagt zijn hemd over zijn broek, want zo heeft hij het in het warme en vochtige klimaat minder warm.

Klas in actie Op Kims school zitten ongeveer honderd kinderen. Op de muren van de school staan mooie tekeningen. Kim heeft les in de namiddag, van 13 uur tot 17 uur. Zijn lievelingsvak is wiskunde.

LES 5 | Spelen over de hele wereld

423


Kunnen we het maken? Kim haalt graag dingen uit elkaar om ze dan opnieuw in elkaar te zetten. Samen met zijn opa sleutelt hij uren aan zijn fiets.

N

IN

Teamsporten staan niet op het lesprogramma, maar de kinderen voetballen tijdens de pauze. Thuis voetbalt Kim met de jongens uit het dorp op het plaatselijke voetbalveld. De mannen van het dorp spelen er elke week een wedstrijd.

Kinderen springen en duiken in het ondiepe water. De rivier is een plek om te spelen, en zichzelf en de kleren te wassen.

VA

Teksten naar: Jouw school – mijn school, Uitgeverij Lannoo Foto’s: Shutterstock

b Vervolledig de fiche.

Naam:

©

Leeftijd:

Woonplaats:

Belangrijkste dagelijkse activiteit: School:

Vrije tijd, spelen:

424

THEMA 11 | Spelen


c Bekijk de tabel. Kijk na waar je iets moet invullen. Vul de tabel aan terwijl je naar het fragment kijkt. Let op: niet alles staat in de juiste volgorde. 1 Lees eerst de vragen zodat je goed weet waarop je moet letten. 2 Laat je door niets afleiden. 3 Kijk en luister aandachtig.

fragment 1 Jason en Miria (Marian) uit Peru

2 leeftijd 3 belangrijkste dagelijkse bezigheid

Jackline uit Bunga Buga in Oeganda

IN

1 naam en woonplaats

fragment 2

Zij is

- zorgen voor al haar

met hun ouders

,

want haar mama en papa

.

N

-

om te verkopen

4 school

Ze kan wel / niet naar school gaan.

VA

5 vrije tijd, spelen Spelen kan enkel om de

weken.

Activiteiten zijn voetbal,

,

Voor spelen heeft ze wel / geen tijd.

maken.

©

1 Hoeveel antwoorden had je juist?

/10

2 Vond je dit moeilijk? Ja / Nee, want

3 Wat kun je doen om een volgende keer beter te scoren?

LES 5 | Spelen over de hele wereld

425


d Maak een tekst over jezelf voor die kinderen. Vervolledig het schrijfkader. 1 Gebruik hoofdletters waar dat nodig is. 2 Vergeet de leestekens niet. 3 Gebruik geen afkortingen, maar schrijf alle woorden voluit. 4 Controleer de schrijfwijze van je woorden.

Ik ben

jaar en woon in

IN

Mijn naam is Mijn belangrijkste dagelijkse bezigheid is Ik ga naar school van Later zou ik

uur tot

willen worden.

In mijn vrije tijd

©

VA

N

426

uur. Daar leer ik

THEMA 11 | Spelen


Les 6

Nieuwe woorden maken Je kunt samenstellingen herkennen. Je kunt samenstellingen vormen. Je kunt de spellingregels over verenkelen en verdubbelen toepassen.

IN

a Lees de tekst.

Nieuw spel Leeuwentoren voor groter publiek

©

VA

N

Stefaan Vanoplynes (31) bedacht een buitenspel. Het is een combinatie van Kubb en petanque. Het gelijkt op de Leeuwentoren van de Ieperse vestingen. Een geldinzameling moet het spel bekend maken. ‘Ik kreeg vorig jaar het slechte nieuws dat het spel onbetaalbaar was’, vertelt Stefaan. ‘Na contact met 35 houtdraaiers kwam de kostprijs uit op 85 euro. Ik besloot mijn hout en cilinders © www.leeuwentoren.be zelf te zagen en te schuren.’ Stefaan maakte zo 200 spellen. ‘Ik mocht uiteindelijk een Leeuwentoren naar een Zweedse spelletjesproducent opsturen. Die maakte een eerste versie in Italië. Toch vonden de Zweden het een te groot risico. Hierdoor moest ik opnieuw naar een oplossing zoeken om het spel betaalbaar te houden. Het spel zit ondertussen in een Ieperse stadswandeling verwerkt. Op 14 juli wordt een eerste Leeuwentorentornooi georganiseerd.’ ‘Na alle leuke reacties wil ik mijn levenswerk niet zomaar opgeven’, aldus Vanoplynes.

Naar: www.nieuwsblad.be

LES 6 | Nieuwe woorden maken

427


b Hoe staat het in de tekst? - een spel dat je buiten speelt: - een inzameling van geld: - een wandeling in de stad:

c Zeg het met een samenstelling. 1 een pad om op te fietsen:

IN

Soms bestaat een woord uit twee of meer woorden die samengevoegd werden. Zo een woord is een samenstelling. Voorbeeld: domino + spel = dominospel, spel + regel = spelregel

2 vuil dat mensen overal laten zwerven:

3 een bal om mee te tennissen:

4 een bel om alarm mee te slaan:

5 een tocht waarbij je naar iets moet speuren:

N

d Vorm een samenstelling met de gegeven woorden.

2 voet + pad

3 kok + muts

VA

1 hond + hok

- Wat stel je vast?

Bij sommige samenstellingen moet je een tussenletter -s of -en toevoegen.

©

e Maak samenstellingen. Voeg een tussenletter -s of -en toe.

428

1 woord + boek

4 bloem + tapijt

2 voorjaar + zon

5 beuk + boom

3 bruid + jurk

6 dorp + plein

THEMA 11 | Spelen


f Bekijk deze samenstellingen. banaan + schil = bananenschil kat + bak = kattenbak - Hoe klinkt de klinker bij ‘banaan’? - Hoe klinkt de klinker bij ‘kat’? - Waarop moet je dus letten als je de samenstelling maakt?

IN

g Vul de zinnen aan met een samenstelling. Gebruik telkens de tussenletter -en. Schrijf de medeklinker dubbel of de klinker enkel.

2 Tijdens de winter dragen heel wat Russen een (beer + muts).

3 Na dat spel kregen we een glas fris (bes + sap) te drinken.

4 Onze volgende spelopdracht bevond zich in een (peer + boom).

5 Tijdens de uitstap zorgde elk groepje voor een (pen + zak).

6 Elke nacht hoort hij luide (kat + geluiden) in de tuin.

7 Let op! Sommige (pad + stoelen) zijn giftig!

N

1 Op de dropping stapten wij (uur + lang) door het bos.

VA

h Combineer een woord uit de linkerkolom met een woord uit de rechterkolom. Let op de schrijfwijze van de samenstelling, indien nodig. avontuur

a

lied

2

speur

b

pakket

3

vlag

c

vuur

4

liefde

d

neus

5

tent

e

tocht

6

kamp

f

kamp

7

overleving

g

stok

©

1

1

5

2

6

3

7

4

LES 6 | Nieuwe woorden maken

429


i Woordenslang -

Maak een zo lang mogelijke slang met woorden. Begin met het woord 'korfbal'. Noteer samenstellingen. Het beginwoord moet telkens het laatste woord van het vorige woord zijn. Gebruik je woordenboek om juiste woorden te vinden.

Bijvoorbeeld: huisvuil

vuilnisbak

paddenstoel

IN

fietspad

stoeltjeslift

©

VA

N

korfbal

430

THEMA 11 | Spelen

bakfiets


keuzegedeelte Keuzeles 1

Het grote zoekspel

Je kunt informatie opzoeken.

IN

Hoe ga je te werk? 1 Ga naar www.google.be. 2 Tik deze zoekterm in: uitdrukkingen met spelen. 3 Zoek in de lijst naar www.woorden.org. 4 Klik op de link.

a Zoek de betekenis van deze uitdrukkingen met het woord spelen.

N

1 onder één hoedje spelen: 2 de vermoorde onschuld spelen:

3 in de kaart spelen:

VA

b Welke uitdrukking met het woord spelen hoort bij deze uitleg? Zoek het op. 1 het hoogste woord hebben en de baas spelen:

2 iemand voor de gek houden:

©

3 eerlijk zijn, niets verbergen:

KEUZELES 1

431


c Welke uitdrukking met het woord spel hoort bij deze uitleg? Zoek het op. 1 alles inzetten en mogelijk alles verliezen: 2 veel inzetten, gevaarlijk spel spelen: 3 proberen er niets mee te maken te hebben: d Zet de juiste uitdrukking uit de vorige oefeningen bij deze situaties.

IN

1 Eerst moesten we zaterdag om 11 uur aan het scoutslokaal zijn voor de repetities van

het ouderfeest. Dan lieten de leiders weten dat het 10 uur was. Nu krijgen we een sms dat de feestzaal niet vrij is die dag. Ze

2 Mijn beste vriend zei tegen de leraar dat hij niets wist over het vliegtuigje dat door de klas vloog. Terwijl hij het zelf gegooid had. Hij betrokken zijn. Ik

N

3 Op school is er een grote ruzie tussen twee klassen. Ik doe er niet aan mee. Ik wil niet

4 Tijdens de pauze moet Jan altijd voor iedereen beslissen wat we spelen.

VA

Hij

5 Op het einde van de wedstrijd roept de trainer naar de doelman en verdedigers dat ze allemaal vooraan moeten gaan spelen. Hij wil zo zorgen voor een overwinning. Maar de andere ploeg kan dan wel gemakkelijker tegenscoren.

©

De trainer

432

THEMA 11 | Spelen


Keuzeles 2

Computerspelletjes

Je kunt van een fragment uit een jeugdboek genieten.

a Jij en computerspelletjes - Hoeveel tijd per dag speel je computerspelletjes? - Wat is je favoriete computerspelletje? - Wat moet je in het spel doen? b Lees de tekst.

IN

- Welk soort spelletje is het (vechten, sport …)?

Gefeliciteerd!, stond er in lichtgevende, witte letters. Je bent member van PlanetLords. Verzin een spelersnaam en maak je eigen piloot en schip. Klik hier. Have fun. Ik had een grijns op mijn smoel, niet gewoon. Bijna 5 tot aan mijn oorlelletjes. Ik kon het niet helpen, ik was blij, hartstikke blij. Achter me kraakte Stijns kamerdeur. Ik herkende Chris. In een donkerpaars T-shirt met PlanetLords erop. CoolMickey 10 dus. Te gaaf. ‘Dit is Thomas’, zei Stijn, nogal overbodig. Chris had me wel eens gezien. ‘Thomas is Titan22 op PlanetLords’, voegde Stijn eraan toe. ‘Ja. Leuk. Je komt dus bij de clan?’ vroeg CoolMickey. 15 ‘Ja’, zei ik. ‘Ik haal nog even een extra stoel.’ Stijn verdween. Ik schoof een stukje op en CoolMickey ging achter Stijns computer zitten. ‘Eerst moeten we een piloot aanmaken’, zei hij. Hij klikte op een 20 button. Ben je een jongen of een meisje? vroeg de computer. ‘Nou?’ Ik grinnikte. CoolMickey vulde het in en drukte op enter.

©

VA

N

1

KEUZELES 2

433


Stijn kwam binnen en plofte op een keukenstoel neer. ‘Hoe ver zijn jullie?’ vroeg hij. ‘We weten dat hij een jongen is’, zei CoolMickey droog. ‘Ah,’ zei Stijn, ’nooit wat van gemerkt.’ Ik lachte. 30 Op Stijns monitor draaide een avatar rond. Ernaast zag ik vlakken, waaruit je kon kiezen. Kleur haar, ogen, gezicht, spierbundels van benen en armen. En het pak voor in je ruimteschip. ‘Hoe wil je dat je Titan eruitziet?’ vroeg CoolMickey. Even later hadden we Titan klaar. Met lang, zwart haar dat schuin 35 over zijn voorhoofd viel. Felle ogen en een breed en bruinig gezicht. Voor zijn ruimtepak nam ik donkerpaars leer met gele, slangachtige vlekken. Een lichtblauwe helm met zwart reflectieglas. Hij was gaaf, echt supergaaf. CoolMickey klikte op finish. 40 ‘Nu je schip,’ zei hij, ‘dat is het belangrijkste.’ Er kwam een scherm waar je je ruimteschip kon bouwen. Weer kon ik kiezen: nu uit ijzer en aluminium en uit allerlei onderdelen. Een cockpit met metertjes, rompvormen, vleugels, brandstof … Het zag er knap ingewikkeld uit. 45 ‘Als je wilt, maak ik het’, zei CoolMickey. ‘Dan krijg je gegarandeerd het sterkste’, zei Stijn. Ik twijfelde nog een seconde. Zelf een schip maken was eigenlijk leuker. Maar een beter schip … ‘Doe maar’, zei ik. 50 CoolMickey haalde een sleutelbos uit een van de zijzakken van zijn legerbroek. ‘Weet je wat dit is?’ Hij draaide er een donkerrood dingetje af, dat aan een sleutelhanger hing. Het had iets van een klein rond kokertje, en dan platter. 55 ‘Ja,’ zei ik, ‘een usb-stick.’ ‘Klopt, maar niet zomaar een …’

©

VA

N

IN

25

Uit: Roel de Jong, CoolMickey

434

THEMA 11 | Spelen


c Beantwoord de vragen. 1 Wat is de echte naam van de ik-persoon? 2 Wat is de echte naam van CoolMickey? 3 Waar bevinden de vrienden zich? 4 Welke spellen met levels speel jij? Wat is het hoogste level dat je ooit behaalde? 5 Bestaan er manieren om gemakkelijker naar een volgende level te gaan? 6 Waarom twijfelde Thomas bij het maken van het schip? 7 Wat staat er volgens jou op de usb-stick? 9 Hoe heet de avatar van Thomas?

VA

N

Welke avatar is die van Thomas?

IN

8 Heb jij een avatar? Hoe ziet die eruit?

A

©

Keuzeles 3

B

C

D

Meervoudenbingo

Je kunt het juiste meervoud vormen. Je kunt goed met je klasgenoten samenwerken. Je toont respect voor elkaar en je speelt het spel eerlijk.

KEUZELES 3

435


Oefenen maar! 1

Duid hier jouw kleur aan:

Lidwoorden, verwijswoorden

Les 3 Hij, zij of het

a Markeer de lidwoorden de en het.

IN

N

Naam:

De langste, de kleinste, de dikste, de dunste: we moeten altijd gieren en brullen met de Guinness World Records. In het jaar 2014 verscheen een overzichtsboek naar aanleiding van de zestigste verjaardag van het boek. Hierbij de twee laatste en mafste toevoegingen. De Deen Karsten Maas (49) is gespecialiseerd in golftrucs. Hij heeft een plek in het nieuwe recordboek veroverd met de langste bruikbare golfstok. De stok is 4,37 meter lang. Maas sloeg er een balletje 165,46 meter ver mee. Je dacht dat de kwebbelende klasgenoot een lange tong had? Denk maar opnieuw. Nick Stoeberl (24) uit Californië heeft alleszins de langste tong: 10,1 centimeter van de top tot het midden van zijn bovenlip. En de poes Alley, uit de VS, ten slotte. Het beestje kan verder springen dan welke kat ook. Het diertje springt 1,83 meter. Naar: www.hln.be

Klas:

VA

b Vul het juiste lidwoord de of het in.

Braziliaanse tiener Marcel Fernandes heeft in New York

sms'en verbeterd.

wereldrecord

16-jarige student natuurkunde typte in 18,19 seconden

opgelegde 25 woorden met zijn Samsung Galaxy S4.

prestatie komt

overeen met een typesnelheid van 82,5 woorden per minuut. vorige recordhouder.

In januari zette

werknemer van Microsoft nog een record neer in

©

Nummer:

Fernandes tokkelde 0,25 seconden sneller dan

record 35,54 seconden.

18,44 seconden. Ter info: in 2010 bedroeg

's Werelds snelste sms'er is een fervente gebruiker van tiener doet al sinds 2009 een beroep op

smartphone om allerhande

Datum:

taken uit te voeren. In

jaar 2009 vernielde Fernandes uit frustratie zijn pc.

Hij had geen geld om

nieuwste versie te kopen. Dus moest hij

telefoon wel gebruiken.

436

app Fleksy.

THEMA 11 | Spelen


Tijdens

recordpoging in

Verenigde Staten waren autocorrectie

en andere hulpmiddelen verboden. sms'en, luidde in en Pygocentrus zijn werkelijkheid vallen ze

stukje tekst dat Fernandes moest

Engels: “

piranha’s met

wreedste vissen van

naam Serrasalmus wereld. Maar in

mensen bijna nooit aan.”

Naar: www.hln.be

1 De balletdanser maakte indruk op de jury.

2 Het sprookje boeit de kleine kinderen nog altijd.

Datum:

IN

c Maak een nieuwe zin. Vervang het onderstreepte door hij, zij of het. Bij twijfel raadpleeg je het woordenboek.

4 De directrice riep alle laatkomers naar haar bureau.

Nummer:

N

3 De stoere bink doet het hart van veel meisjes smelten.

6 De kapster won de wedstrijd voor het mooiste kapsel.

Klas:

VA

5 Het team speelde een beresterke partij.

7 De klas komt goed overeen.

8 Het stadhuis is dringend aan renovatie toe.

©

9 De koningin is heel geliefd bij de bevolking.

10 Het bedrijf zal binnenkort een nieuwe winkel in onze stad openen.

Naam:

OEFENEN MAAR!

437


d Vervang deze zelfstandige naamwoorden door hij, zij of het. Markeer het juiste. Gebruik de website www.vandale.be bij je zoektocht. 1 biefstuk 2 internet 3 tablet 4 leerboek 5 gsm

Het/Hij/Zij is perfect gebakken. Het/Hij/Zij kent geen geheimen meer voor de jongeren. Het/Hij/Zij is nu zo dun en licht. Vroeger waren tablets veel zwaarder. Het/Hij/Zij is uitgegeven door uitgeverij Van In. Het/Hij/Zij is op de grond gevallen. Nu is het glas gebarsten.

Naam:

IN

e Vul de zinnen met de of het aan. Als je twijfelt, raadpleeg dan je woordenboek.

Tip: Bij sommige woorden kun je zowel DE als HET schrijven. Die woorden hebben een andere betekenis. Bv. In het bos vind je mooie paddenstoelen. Mama zet de bos rozen in een vaas.

1 Neem

blik limonade maar uit de koelkast! blik in zijn ogen dat hij van zijn harde woorden spijt had.

N

2 Ik zag in

3 Tijdens warme zomerdagen houden we van een wandeling in 4 Onze buurvrouw schikt

bos tulpen in een mooie vaas.

bal na een wedstrijdje zomaar buiten liggen?

VA

5 Laat jij

6 Yoeri verkleedt zich als Robin Hood om naar te gaan.

Klas:

7

koper van die dure villa komt uit Antwerpen.

8 Grootmoeder poetst regelmatig

koper.

portier van de auto niet te hard dicht!

9 Sla

10

portier laat geen minderjarigen in de discotheek binnen. stof.

stof van dat jurkje kreukt heel snel.

©

Nummer:

11 Na de wandeling zaten mijn bergschoenen onder 12

gemaskerde bal

pad deed mij heel erg schrikken toen ik in de tuin aan het 13 werken was.

Datum:

438

14 Volg jij altijd

15

pad in het bos?

luxueuze jacht komt in de haven aan.

16 Torak overleeft in het woud door

THEMA 11 | Spelen

jacht op kleine dieren.

bos.


2

Klinkers en medeklinkers

Les 4 Speel je spel(ling)

2 g-gg

ploe

en

3 p-pp

a

eltaart

4 r-rr

zeu

en

5 r-rr

ste

en

6 b-bb

krie

elen

7 k-kk

keu

en

8 d-dd

be

enlakens

9 m-mm

ste

en

10 m-mm

hel

en

pr

ten

2 u-uu

d

rder

3 o-oo

v

gel

4 e-ee

v

gen

5 o-oo

dassenr

6 e-ee

kl

dij

7 o-oo

biz

ns

8 u-uu

st

r

9 e-ee

v

rte

10 a-aa

langz

f

m Naam:

©

1 a-aa

Klas:

VA

b Schrijf je de klinker enkel of dubbel? Schrijf het volledige woord over.

Datum:

eboog

Nummer:

e

N

1 l-ll

IN

a Vul de medeklinker enkel of dubbel aan. Schrijf het volledige woord over.

OEFENEN MAAR!

439


c Vul aan met het juiste woord. 1 een warm, zwart drankje

k

2 Wanneer je niet slaapt, ben je

.

w

3 Een weg onder de grond of doorheen een berg noem je een 4 Brieven krijg je bezorgd door de

.

. t p

.

w

Naam:

6 Wauw, een nieuwe gsm. Krijg ik je

?

7 Ons alfabet telt 26

IN

5 Mijn vriendinnetje is de liefste van de hele

.

t l

8 Treinen komen aan op een

.

p

9 ’s Avonds staan de sterren aan de 10 In een tent overnachten noem je

.

h

.

k

bal

le

lo

ster

ra

ham

len

be

ra

wa

ke ta

ren

Klas:

VA

al

ga

N

d Maak zo veel mogelijk verschillende woorden met deze woorddelen. Je mag een aantal woorden meer dan een keer gebruiken.

Datum:

©

Nummer:

440

THEMA 11 | Spelen

ten men

weg

snel

sa

fel

bu

er

men

fel

spo

e sen


3

Samenstellingen

Les 4 Speel je spel(ling)

a Lees de tekst.

Van hoelahoep tot pingpong In de vakantie geeft de gemeente Olen jongeren elke dag de kans om zich uit te leven met sport of spelletjes in de sporthal. Zowel kleuters als kinderen uit de lagere school zijn welkom.

‘We komen zeker nog terug, het is hier zeer leuk’, zeggen Milan (9) en Milan (11).

VA

Naar: www.hln.be

- het kasteel van een ridder:

- een boerderij voor kinderen:

- de afdrukken van jouw vinger:

- iemand die tafeltennis speelt:

©

- het springen op de trampoline:

Datum: Naam:

Hoe staat het in de tekst? Welke samenstelling gebruikt de schrijver? Markeer het woord in de tekst. Noteer het daarna hieronder.

Nummer:

N

Detective De leerlingen uit de lagere school konden vandaag zelf detective worden. Tijdens de workshop was acteur Roland Van Rillaer te gast. Hij probeerde samen met de kinderen een misdaad op te lossen. De kinderen konden aan de slag met geheime codes, vingerafdrukken en bewijsmateriaal. Na de middag konden ze zich een echte tafeltennisspeler wanen.

Klas:

IN

Kleuters kunnen in de vakantie carnavalsmaskers knutselen, een initiatie trampolinespringen volgen of hun eigen ridderkasteel knutselen. Op vrijdag trekken de kleuters naar kinderboerderij het Ollemanshoekje waar ze de dieren zelf mogen eten geven.

OEFENEN MAAR!

441


b Markeer de samenstelling in elke zin. Uit welke twee woorden bestaat de samenstelling? Noteer dit onder elke zin. 1 De laatste schoolnamiddag voor de vakantie stond in het teken van het klimaat.                    + 2 Voor de leerlingen van de tweede graad was er een klimaatquiz.                    + 3 Leerlingen konden ook een gesprek voeren met milieuschepen De Vuyst.                    +

IN

Naam:

4 De leerlingen toonden zich ook creatief met verpakkingsmateriaal.                    +

5 Als afsluiter van de dag werd er nog een bosonderzoek gedaan.                    + c Zeg het met een samenstelling.

2 een vat waarin je zout doet:

3 water dat ik drink:

4 een nest waarin een vogel leeft:

N

1 het smeer dat ik uit mijn oor haal:

Klas:

VA

d Maak zelf samenstellingen. Voeg een tussenletter -s toe. Doe zoals het voorbeeld. varken + pest

varkenspest

1 stad + centrum

2 staat + bank

3 bruid + boeket

4 gebruiker + naam

1 krant + artikel

2 toets + bord

3 kers + boom

4 vrouw + naam

Datum:

©

Nummer:

e Maak samenstellingen. Voeg een tussenletter -en toe. tent + kamp

442

THEMA 11 | Spelen

tentenkamp


f Maak samenstellingen. Let op het verenkelen en verdubbelen. 1 Wij liepen verloren in het den + bos.

2 Mijn aansteker leek wel een vlam + werper toen ik de kaarsjes

wilde aansteken. 3 Onze hazelnoot + struik is helemaal kapot na die droge zomer.

7 Ik breng mijn taak naar de leraar + kamer.

8 Ik werd deze nacht wakker van een buur + ruzie naast ons.

sport

kleding

rek

sterren

rijk

appel

tuin

eind

zak

woorden

tas

bad

jas

stoom

want

©

voet

Naam:

VA

g Welk woord ontbreekt? Jouw woord is het laatste deel van de eerste samenstelling en het eerste deel van de tweede samenstelling.

Datum:

6 Voor mij liep een kleine krul + bol met een druiventros in haar handjes.

Nummer:

N

5 Wat heeft dat meisje een nachtegaal + stem! Ik word er helemaal stil van.

Klas:

IN

4 Ik zag de spin niet in het spin + web en liep er zomaar doorheen.

OEFENEN MAAR!

443


h Welke samenstellingen kun je met deze woorden maken? Gebruik het gegeven woord als eerste deel van de samenstelling. 1 liefde:                                                          2 hand:

Naam:

3 beer:

IN

4 bal:

N

5 dorp:

VA

Klas: Datum:

©

Nummer:

444

THEMA 11 | Spelen


IN N

VA

THEMA 12 Schermtijd

Wat moet groot? Wat moet klein? - hoofdletters

LES 2

Wij willen beroemd worden! - genietend luisteren

O V U R

LES 3

Wie is jouw favoriet? - spreken: verslag geven

O V U R

LES 4

Verslaafd aan gamen? - kijken en luisteren, tabellen

LES 5

Kampioen zijn is plezant! - kijken en luisteren, genietend lezen: strip

LES 6

Spel- en woordweb - spelling en woordverklaring

©

LES 1

KEUZELES 1

De max op Ketnet - kijken en luisteren

KEUZELES 2

Quiz, soap of journaal? - soorten tv-programma's, lezen

KEUZELES 3

Spelprogramma - taalspellen

OEFENEN MAAR! ZELFTOETS

445


Les 1

Wat moet groot? Wat moet klein? Je weet wanneer je een hoofdletter moet schrijven.

a Lees de teksten. Border Security

1

F.C. De Kampioenen

3

Dublin zoo

2

IN

2

N

omschrijven:

©

VA

beschrijven

Familie

446

5

THEMA 12 | Schermtijd

belanden:

terechtkomen

The Voice Kids

4

belanden

Labyrinthus

6


b Zet de vetgedrukte woorden uit de teksten op de juiste plaats in de tabel.

namen van plaatsen

woorden die van een plaatsnaam zijn afgeleid

namen van tijdschriften, films, boeken, series ...

namen van talen

IN

namen van personen en dieren

afleiden:

een besluit uit iets trekken

Je schrijft een hoofdletter aan het begin van een zin.

VA

N

Je schrijft ook een hoofdletter bij: - namen van mensen en dieren: Jef, Amina, Flipper - namen van plaatsen: België, Frankrijk, Londen - woorden die van een plaatsnaam zijn afgeleid: Turks brood, Spaanse kust, Luikse wafel - namen van tijdschriften, films, boeken, series …: Flair, De Leeuwenkoning, Sigi, Thuis - namen van talen: Nederlands, Italiaans, Portugees

c Markeer de woorden die een hoofdletter moeten krijgen. joris kijkt heel graag naar de belgische reeks mega mindy.

2

wanneer gaat marie naar groot-brittannië op reis?

3

drink jij graag chinese soep?

4

spreekt je mama frans en engels?

5

wij gaan zaterdag naar gent om met een bootje op de leie te varen.

6

in welk journaal brachten ze het nieuws over de nieuwe wereldkampioen?

7

at jij al eens turkse pizza? ja, toen we in turkije op vakantie waren.

8

het nieuwsblad is bekend om zijn sportbladzijden.

9

mijn tante kreeg een tweeling: yoko en yin.

©

1

10 kijk jij naar de quiz blokken?

LES 1 | Wat moet groot? Wat moet klein?

447


IN

d Markeer alle woorden in de tekst die je met een hoofdletter moet schrijven.

in d5r gaan we hand in hand door het leven met de vijf beste vrienden:

wout, kyra, leyla, vincent en amber. heb jij een ketnetprofiel? kijk dan op vrijdag 12 september als allereerste naar de eerste aflevering van d5r.

bovendien leer je de personages op www.ketnet.be beter kennen, want jij

Naar: www.ketnet.be

N

kunt in hun smartphones meegluren.

VA

e Markeer alle woorden in de tekst die je met een hoofdletter moet schrijven. the voice

kleine performers met grote talenten betreden het podium in the voice kids. ze zijn tussen zeven en veertien jaar oud.

ze proberen, gesteund door laura tesoro, gers pardoel, sean dhondt en k3, om vlaanderen van hun zangkunsten (in het frans en in het engels) te overtuigen. de eerste stap: coaches laura tesoro, gers pardoel, sean dhondt en k3 wegblazen

©

met een straffe blind audition.

de beste zangers nemen het tegen elkaar op. daarna stoten slechts zes van hen naar de grote finale door. de beste stem wordt uiteindelijk dé voice van vlaanderen onder de kids. je kunt ook alles volgen in het laatste nieuws.

Naar: www.vtm.be

448

THEMA 12 | Schermtijd


Les 2

Wij willen beroemd worden! Je kunt voor- en nadelen van beroemd zijn opnoemen. Je kunt je mening over beroemd zijn geven. Je kunt naar de mening van anderen luisteren. Je kunt informatie uit een voorgelezen verhaal halen.

IN

a Beluister het fragment. Beantwoord daarna de vragen. Let er op dat je niet herhaalt wat iemand anders al zei. Luister goed naar elkaar. 1 Wat willen Ruben en Rebecca doen? 2 Hoe willen ze dat doen? 3 Waar zoeken ze informatie? 4 Welk advies kiezen ze? 5 Hoe bereiden ze zich voor? 6 Is de première zoals ze dachten? Hoe komt dat? 7 Waarom worden ze niet vaak gefotografeerd?

N

b Bereid de volgende vragen voor. Bespreek ze daarna met de klas.

VA

1 Luister naar de mening van anderen zonder hen te onderbreken. 2 Toon respect voor de mening van anderen. 3 Laat elkaar uitspreken. 4 Doe moeite om te begrijpen wat de anderen willen zeggen.

Wat lijkt je niet leuk aan beroemd zijn?

©

Wat lijkt je leuk aan beroemd zijn?

LES 2 | Wij willen beroemd worden!

449


c Beluister het vervolg. Volgens hun leraar moeten Ruben en Rebecca meedoen aan een talentenjacht als ze beroemd willen worden. Ruben wil proberen om tovenaar te worden. Hij steekt zijn konijn in een kleine doos en de kleine doos in een grote doos. Daarna steekt hij zwaarden door de grote doos. De buurvrouw maakt er foto’s van ... Ze roept dat ze het dier niet mogen mishandelen. Ook die poging om beroemd te worden lijkt niet zo'n goed idee … Hoe kunnen ze ook beroemd worden?

2

Wat besluiten ze te doen?

3

Is het slachtoffer blij met zijn helden?

4

Waarom dragen ze een zonnebril als ze naar school gaan?

5

Welke fout maakte de leraar?

6

Wat staat er in de krant?

7

Hoe reageren de kinderen op school?

8

Welke dingen uit het verleden komen in de krant ook aan bod?

9

Hoe voelt Rebecca zich nu ze in de krant staat?

IN

1

N

10 Is beroemd zijn zo leuk als ze dachten?

11 Wat houdt hun laatste poging in om beroemd te worden? 12 Is dat volgens hen gelukt?

VA

d Werk samen met je buur. Neem een naam van een tv-personage in gedachten. Je klasgenoot mag alleen vragen stellen waar je met ja of nee kunt op antwoorden. Wissel af. Hoeveel vragen zijn er nodig om de naam te raden?

©

tv-personage

450

THEMA 12 | Schermtijd

aantal vragen


Les 3

Wie is jouw favoriet? Je kunt zeggen naar welke zenders en programma’s je kijkt. Je kunt zeggen waarom je een programma mooi vindt. Je kunt uitleggen wie je favoriete personage of tv-persoonlijkheid is.

O V VOOR U R

IN

Bekijk de evaluatie van je vorige spreekopdracht. Kleur het bolletje groen bij wat je goed deed, rood bij wat beter kon. articulatie volume standaardtaal spiekbriefje gebruiken niet alles aflezen de klas aankijken houding voor de klas

N

Neem je tv-gids en markeer de programma’s waar je graag naar kijkt. Naar welke zender(s) kijk jij vooral? Welk soort programma’s heb je vooral aangeduid? Wie is je favoriete personage of tv-persoonlijkheid (dit kan een acteur zijn of een presentator)? Waarom? Gebruik dit schrijfkader om je spreekoefening voor te bereiden.

VA

O V U R

Mijn favoriete tv-avond

Ik kijk vooral naar (zender)

,

want

Ik kijk heel graag naar (programma)

,

©

want

Dit is een (soort programma)

Mijn favoriete personage is

,

want

LES 3 | Wie is jouw favoriet?

451


O V TIJDENS U R Vertel over je favoriete tv-avond.

O V NA U R

IN

1 Gebruik standaardtaal. 2 Vertel je verhaal vlot. 3 Verzorg je houding. 4 Praat luid en duidelijk. 5 Vertel alles wat op je spiekbriefje staat. 6 Lees niet letterlijk van je blaadje af.

Beoordeel je eigen prestatie. Markeer wat past.

volledig dialect

veel dialect

Praatte je vlot?

helemaal niet vlot

voldoende vlot meestal vlot

heel vlot

onvoldoende

voldoende

goed

heel goed

Verzorgde je je houding?

volledig standaardtaal

onvoldoende heel onduidelijk en duidelijk en stil stil

voldoende duidelijk en luid

heel duidelijk en luid

Vertelde je alles wat op je spiekbriefje stond?

bijna niets

te weinig

bijna alles

ja

Las je van je briefje af?

ja

een beetje

bijna niet

nee

VA

Praatte je luid en duidelijk?

Wat lukte er deze keer beter?

©

452

meestal standaardtaal

N

Sprak je standaardtaal?

THEMA 12 | Schermtijd


Les 4

Verslaafd aan gamen? Je kunt informatie uit een tekst halen. Je kunt informatie uit tabellen aflezen.

4.1

Een leven zonder gamen?

IN

O V VOOR U R Kun jij je een leven zonder gamen voorstellen? Waarom wel/niet? O V U R

Bekijk de tekst zonder hem te lezen.

voorstellen: inbeelden

- Lees de titel en de tussentitels. Bekijk de afbeelding. - Waarover gaat de tekst? - Waaruit komt deze tekst?

- Is deze tekst bedoeld voor ouders of voor kinderen?

N

Hoe weet je dat?

- Wat is het tekstdoel? Deze tekst wil:

VA

O je over iets informeren; O je van iets overtuigen; O je ontspannen; O je ontroeren.

O V TIJDENS U R

Lees de tekst.

Zo game je veilig

©

(en weten je ouders dat het oké is)

De meeste Belgische ouders met gamende kinderen tussen acht en zestien jaar volgen het gamegedrag van hun kinderen. De meerderheid van die ouders wil nog meer weten over de videogames die hun kinderen spelen. Dat is belangrijk, want gamen kan slechte gevolgen hebben. De campagne en de website speelhetslim.be helpen ouders op weg om hun kinderen veilig te laten gamen.

LES 4 | Verslaafd aan gamen?

453


IN

Waarom moet dat dan? Gamen is leuk. Je trekt op avontuur of maakt een hele nieuwe wereld. Je moet zo veel mogelijk snoepjes verzamelen. Gamen kan ook minder fijn zijn. Dat zijn dan dingen waar jij misschien niet bij stilstaat. Je ouders maken er zich wel zorgen over. Dat is niet altijd onterecht. Je schoolwerk kan eronder lijden. Je hebt misschien weinig tijd meer voor andere hobby’s terwijl die net zo leuk zijn of goed zijn voor je gezondheid. Er zijn nog zaken waar je aan moet denken. ‘Achter heel wat gratis games zit een verdienmodel’, legt Elke Boudry van Mediawijs uit. ‘Zo verdienen die spellen geld met reclame, of je moet betalen om bepaalde rugzakjes te kopen. Je koopt in de game soms iets met een digitale munt. Dat denk je, maar in werkelijkheid gaat er toch geld van de rekening omdat de kredietkaart van mama of papa aan de app werd gekoppeld.’

N

En dan is er nog privacy. Werk je met je eigen naam of met een nickname? En hoeveel van jezelf moet je delen? ‘Heel veel games vragen gegevens over jezelf terwijl dat niet echt nodig is om de game te kunnen spelen. In chatrooms let je maar beter op met wat je deelt over jezelf. Let erop dat niet iedereen je vriend is.’

VA

Wat kan jij doen? Veilig gamen hoeven we niet alleen aan de ouders over te laten. Je kunt zelf ook helpen om ze gerust te stellen. Zo zijn er ook minder discussies en ruzies thuis. ‘Maak goede afspraken met je ouders’, zegt Elke Boudry. ‘Wanneer is nu een goed gamemoment? Beslis om eerst je huiswerk te maken en dan pas een uurtje te gamen.’

©

‘Wat we ook merken, is dat ouders niet goed weten hoe het is om te gamen. Probeer ook eens samen te spelen, zodat ze begrijpen waarom je iets leuk vindt en waarom het soms moeilijk is om plots te stoppen. Stoppen gaat niet altijd meteen, omdat je meer tijd nodig hebt om het spel af te ronden. Je ouders kunnen daar dan rekening mee houden. Als je merkt dat je niet altijd hoort wat iemand zegt en beseft dat dat vervelend is, spreek dan een signaal af. Zo weet je wanneer ze jouw aandacht nodig hebben.’

Naar: De Jommekeskrant

Beantwoord de vragen. 1 Wat zijn de minder leuke kanten van gamen?

454

THEMA 12 | Schermtijd


2 Welke nadelen van gamen zie je waarschijnlijk niet onmiddellijk? 3 Wat betekent een verdienmodel?

IN

4 Hoe kun je je ouders geruststellen? O V NA U R

N

Ik heb 1 2 3 4 vragen juist beantwoord. Ik vond de opdracht makkelijk / moeilijk, omdat

Dit zal ik bij de volgende leesopdracht anders aanpakken:

VA

4.2

Enquête

421 jongeren tussen 12 en 14 vulden een enquête over gamen in. Bekijk de resultaten en beantwoord de vragen.

enquête: vragenlijst

©

1 Hoeveel game je ongeveer per dag, tijdens een schoolweek? (bijna) nooit

110

minder dan 1 uur

80

tussen 1 en 2 uur

129

tussen 2 en 3 uur

49

meer dan 3 uur

53

- Tot welke groep behoor jij tijdens een schoolweek? Markeer.

LES 4 | Verslaafd aan gamen?

455


2 Hoeveel game je ongeveer per dag, tijdens het weekend? (bijna) nooit

48

minder dan 2 uur

99

tussen 2 en 3 uur

86

tussen 3 en 4 uur

73

meer dan 4 uur

115

IN

- Tot welke groep behoor jij tijdens het weekend? Markeer. - Zijn er daar thuis soms discussies over?

3 Wanneer game je tijdens een schoolweek? (meerdere antwoorden mogelijk) 29

’s middags

56

tussen 17 en 21 uur

268

tussen 21 en 24 uur

29

na 24 uur

9

250 200 150

127

100 50 0

VA

(bijna) nooit

300

N

’s morgens

- Markeer het juiste antwoord. Meer dan / minder dan de helft van de jongeren gamet tussen 17 en 24 uur.

- Markeer het juiste antwoord. De meerderheid / minderheid van de jongeren gamet na 24 uur.

©

4 Hoeveel geld geef je gemiddeld per maand uit aan gamen?

456

250

0 euro

217

tussen 0 en 5 euro

42

tussen 5 en 10 euro

46

150

tussen 10 en 20 euro

48

100

tussen 20 en 50 euro

49

50

meer dan 50 euro

19

0

THEMA 12 | Schermtijd

200

gemiddeld:

het midden tussen twee uitersten


- De meerderheid / minderheid van de jongeren geeft meer dan 50 euro per maand uit aan gamen.

ja

270

nee

151

IN

5 Zou je een dag zonder gsm kunnen?

- Welk antwoord zou jij op de vraag hierboven geven? Markeer. Waarom? 6 Hoe vaak vind je het moeilijk om met gamen te stoppen? 22,09 %

zelden

28,27 %

soms

32,30 %

vaak zeer vaak

N

nooit

9,74 % 7,60 %

VA

- Hoeveel procent van de jongeren vindt het soms moeilijk om te stoppen met gamen? - Hoeveel procent van de jongeren vindt het vaak of zeer vaak moeilijk om met gamen te stoppen.

7 Hoe vaak ga je langer door met gamen, terwijl je je voorgenomen had om te stoppen? 23,52 %

zelden

31,59 %

soms

27,32 %

vaak

11,64 %

zeer vaak

5,93 %

©

nooit

- Hoeveel jongeren gamen langer door, zelfs als ze wilden stoppen? meer dan de helft minder dan de helft

LES 4 | Verslaafd aan gamen?

457


8 Hoe vaak denk je dat je eigenlijk minder zou moeten gamen? nooit

35,87 %

zelden

28,27 %

soms

23,75 %

vaak

9,26 %

zeer vaak

2,85 %

IN

- Hoeveel procent denkt dat hij/zij eigenlijk minder zou moeten gamen? Let op: Je moet meerdere antwoorden optellen.

9 Hoe vaak maak je snel-snel je huiswerk om te kunnen gamen? 48,46 %

zelden

26,37 %

soms

15,91 %

vaak

N

nooit

6,65 %

zeer vaak

2,61 %

VA

- Hoeveel procent van de jongeren maakte al eens snel-snel huiswerk om te kunnen gamen? Let op: Je moet meerdere antwoorden optellen.        - Komt dit overeen met wat je in de tekst las of niet?

©

Vragen enquête naar: www.druglijn.be/test-jezelf

458

THEMA 12 | Schermtijd


Les 5

Kampioen zijn is plezant! Je kunt de verschillen tussen de strip en het fragment bespreken. Je kunt ervan genieten om een stripverhaal te lezen en een fragment uit een serie te bekijken.

©

VA

N

IN

a Lees het stripverhaal.

LES 5 | Kampioen zijn is plezant!

459


IN N VA

© 460

THEMA 12 | Schermtijd


© 2012 Standaard Uitgeverij / WPG Uitgevers België nv

IN

Beantwoord de vragen.

1 Weten Carmen en Xavier dat de andere Kampioenen aan boord zullen zijn? - Hoe weet je dat?

2 Weten Bieke en Pascale dat Maurice en Markske met een lijkkist onderweg zijn? - Hoe weet je dat?

3 Wat loopt er mis in deze strip met de lijkkist?

N

- Wie heeft daar voor gezorgd, denk je? - Hoe weet je dat?

b Bekijk het fragment uit F.C. De Kampioenen. Beantwoord de vragen.

VA

1 Wie komen er in het fragment het eerst op de boot aan?

2 Wie komt in de strip het eerst op de boot aan?

3 Welk plan voert Fernand uit?

4 Waarom wil Carmen niet in het restaurant eten?

©

5 Wat denkt Xavier dat er van hem verwacht wordt als er iets misloopt?

6 Wat verwacht Carmen dat hij doet? 7 Waarom steekt de ober zijn hand uit naar Xavier?

LES 5 | Kampioen zijn is plezant!

461


©

VA

N

IN

c Lees het volgende stuk van het stripverhaal.

462

THEMA 12 | Schermtijd


IN N VA © 2012 Standaard Uitgeverij / WPG Uitgevers België nv

d Beantwoord de vragen.

1 Hoe toont de tekenaar dat Fernand slaapt?

2 Waarom zegt de officier aan boord 'klakklakklakklak...'?

©

3 Wat bedoelt de tekenaar met de woorden ‘klopklopklopklopklop…’?

4 Markeer de zin die bewijst dat Bieke en Pascale niets wisten van het lijk.

5 Markeer de zin die toont dat Markske het, zoals altijd, verkeerd begrepen heeft. 6 Wie is de verstekeling die ze aan boord brachten?

463


Les 6 6.1

Spel- en woordweb

Spelweb Je kunt de woorden van dit spelweb correct schrijven.

a Lees de woorden hardop. b Schrijf de woorden juist over. Let op je schrijfhouding en je pengreep. bezigheid

2

circus

3

informatie

4

praktisch

5

speciaal

6

volledig

7

jaloers

8

journaal

9

nieuws

IN

1

10 presentatie 11 quiz

12 verblijf

VA

N

c Duid de moeilijkheden in het woord aan. d Spel de woorden hardop. e De woorddelen staan door elkaar. Vorm zes hele woorden met de delen en noteer ze in de tabel. Kies uit de woorden uit oefening b.

tisch

cir

464

blijf

jour

©

ja

ciaal naal

cus

prak

THEMA 12 | Schermtijd

ver

loers spe


f Vul de zinnen aan. 1 Deed je tante mee aan de nieuwe 2 Keek je gisteren naar het

5 Bekijk je de

nu ze alleen is?

over die zelfbouwauto?

reeks van D5R op één avond?

voor de leerlingenraad?

6 Gaf jij al eens een

Woordweb

IN

6.2

?

3 Wat is je oma haar grootste 4 Waar haal je al die

op Vier?

Je begrijpt de woorden uit het woordweb. Reeks 1

a Lees de eerste reeks woorden en ook de voorbeeldzinnen.

Zag je de aankondiging van het concert van Justin Bieber?

afbakenen

Wie zal die nieuwe weide afbakenen?

voorkeur

Welke voorkeur van film heb je?

inleven

Jij moet je in de rol van Roodkapje inleven.

opstellen

Hoe gaat de trainer de spelers opstellen?

variant

Is dit toneelstuk een variant op de tv-serie van W817?

VA

N

aankondiging

b Verbind de woorden met de juiste betekenis.

A een omheining, afsluiting ... plaatsen

2 afbakenen

B je voorstellen om iemand anders te zijn of in een andere situatie te zitten

3 inleven

C een plaats geven

©

1 variant

4 voorkeur

D bekendmaking, boodschap, mededeling

5 opstellen

E iets boven iets anders kiezen

6 aankondiging

F iets dat een beetje anders is dan het origineel 1

2

3

4

5

6

LES 6 | Spel- en woordweb

465


Reeks 2 c Lees de tweede reeks woorden en de voorbeeldzinnen. Kun jij de formule afleiden?

belanden

Hoe zijn die Hongaarse beren hier beland?

gemiddeld

Wat is de gemiddelde leeftijd van de mensen hier?

enquête

Heb jij de enquête van de jeugdbeweging al ingevuld?

omschrijven

Hoe zou jij het schilderij omschrijven?

voorstellen

Kun jij je een leven zonder auto voorstellen?

d Vul een van de woorden uit oefening c in.

IN

afleiden

1 Waarover gaat dat programma? Kun je het eens 2 Moet ik daaruit 3 Ik haal

?

dat je toch niet meegaat op reis?

14/20 voor Frans.

4 Kun jij je een leven zonder elektriciteit 5 Hoe zullen zij daar

?

N

?

6 Sommige mensen laten zich betalen om een

in te vullen!

e Vul het goede woord in. Zag jij de

van hun huwelijk al?

2

Hoeveel

vulde jij al in?

3

Hoe moet ik me

4

Wil jij je gevoelens eens

5

Hoeveel kost een nieuwe auto

6

Leg eens uit hoe volleybalspelers zich op het veld

7

Uit de kledij van de lerares kun je

VA

1

in de toneelrol van een kleine jongen? ?

?

.

dat

©

ze naar een feestje gaat.

8

Ik bedacht een nieuw recept en maakte een

9

op tomatensoep.

De overburen zijn hun stuk grond aan het

.

10 Hoe kan huiswerk van wiskunde in mijn map van Frans 11 Wat is jouw

?

van auto’s? Ik hou van Volvo.

12 Gaan jullie te voet op kamp? Hoe moet ik me dat

466

THEMA 12 | Schermtijd

?


keuzegedeelte Keuzeles 1

De max op Ketnet

Je kunt informatie uit een reportage halen.

IN

1 Lees eerst aandachtig de vragen. 2 Let op de woorden die op het scherm komen. 3 Concentreer je goed.

a Bekijk het eerste fragment. Beantwoord de vragen. 1 Wat doen de decorbouwers? 2 Geef een synoniem voor wrapper. 3 Wat is een rekwisiet?

N

4 Wat betekent 'op locatie opnemen'?

b Bekijk het volgende fragment. Beantwoord de vragen mondeling. 1 Waarom presenteert Frank voor een scherm dat niet werkt?

VA

2 Hoe weet Frank dan waarnaar hij moet wijzen?

c Bekijk het derde fragment. Beantwoord de vragen mondeling. 1 Wat betekent ‘prikken’ als je in een televisiestudio bent? 2 Wat doen ze bij de eindregie?

d Zet de juiste naam bij de tekening. Kies uit:

©

redactie - decorafdeling - make-uplokaal - montagekamer - rekwisietenmagazijn kostuumatelier - nieuwsstudio - bluekeystudio

LES 6 | Spel- en woordweb

467


Keuzeles 2

Quiz, soap of journaal?

Je kunt soorten programma's benoemen. Je kunt voorbeelden van de verschillende programma's geven. Je kunt informatie opzoeken op dvd-hoezen.

a Vul het soort televisieprogramma in. Kies uit:

N

IN

journaal of nieuws - sportprogramma - serie - komische reeks - soap spelprogramma of quiz - talkshow - tekenfilmserie - realityreeks

VA

©

b Geef nog een voorbeeld van elk soort programma. Denk aan de hoofdletters! tekenfilmserie:

serie:

komische reeks: sportprogramma:

468

THEMA 12 | Schermtijd


talkshow:

soap:

journaal:

quiz:

realityreeks:

c Bekijk de teksten bij oefening d en e. - Welke teksten herken je? - Waarom lees je deze teksten?

IN

- Wat is het tekstdoel? - Zou jij deze dvd’s kopen met je zakgeld? Waarom wel of niet?

©

VA

N

d Lees de tekst en beantwoord de vragen. Gebruik indien nodig je woordenboek.

KEUZELES 2

469


1

Hoeveel verhalen staan er op de dvd?

2

Hoe lang duurt de dvd?

3

In welke taal spreken de Smurfen op deze dvd?

4

Wie heeft de Smurfen gemaakt?

5

Wanneer tekende hij de Smurfen voor het eerst?

6

Wat betekent generatieconflict? Wat betekent nors?

8

Is een gewillig oor vinden letterlijk of figuurlijk taalgebruik? Wat is de betekenis?

9

Wat betekent vertolking?

10 Wat betekent onbehouwen?

IN

7

©

VA

N

e Lees de tekst en beantwoord de vragen. Gebruik indien nodig je woordenboek.

1 Wat betekent AL op de dvd-hoes van De Kampioenen? 2 Wat betekent met straatlengtes voorsprong? 3 Geef een ander woord voor hilarisch. 4 Leg uit wat bloopers zijn. 5 Wat betekent cast?

470

THEMA 12 | Schermtijd


Keuzeles 3

Spelprogramma

Je kunt verbanden tussen woorden vinden. Je kunt een personage omschrijven. Je kunt passende vragen stellen om een personage te vinden.

wrapper Blokken

W817

journaal

vooravond

IN

a Bekijk de tabel. Er horen telkens vier woorden samen. Markeer de woorden die samen horen met dezelfde kleur. 6 uur

nieuwsanker

Ben Crabbé

1000 punten

Karrewiet

Sponge Bob

voetbaluitslagen

N

De Kotmadam

Ketnet

H2O VTM

Sportweekend

studentenkamers

Sam en Cat

Nickelodeon

zondagavond

Odilon

VA

b De letterwinkel. Noteer zoveel mogelijk namen in de tabel. Gebruik je tv-gids of kijk op het internet. letter tv-personage B

Ben Affleck

televisieprogramma Blokken

D E

©

F

G

H K

M T V

KEUZELES 3

471


c Lingo! Kies een woord van vijf letters. Je buur mag het woord raden. Hij/zij schrijft telkens een woord van vijf letters op. - Als een letter juist is én op de juiste plaats staat, zet jij er een cirkel rond. - Als een letter niet in het woord voorkomt, schrap je hem. - Als de letter in het woord voorkomt, maar hij staat op een verkeerde plaats, dan onderstreep je de letter. Jouw beurt:

S

T

O

E

L

H

A

V

E

N

S

T

A

A

F

T

A

F

E

L

IN

Bekijk het voorbeeld:

©

VA

N

Als het woord geraden is, draai je de rollen om.

472

THEMA 12 | Schermtijd


Oefenen maar! 1

Duid hier jouw kleur aan:

Hoofdletters

Les 1 Wat moet groot? Wat moet klein?

4 Namen van tijdschriften, films, boeken, series ...

5 Namen van talen

Nummer:

3 Woorden die afgeleid zijn van een plaatsnaam

N

1 Namen van 2 Namen van personen en dieren plaatsen

IN

1 Laurens leert nu Portugees. 2 Volgende zomer gaat Gaëlle naar de Spaanse kust. 3 Staat Niels Destadsbader op de cover van Dag Allemaal? 4 Ligt Perth aan de Britse kust? 5 Las je het interview in Flair?

Datum:

a Zet de vetgedrukte woorden in de juiste kolom.

Klas:

VA

b Markeer in de krantenkoppen de woorden die een hoofdletter moeten krijgen. belg opgepakt voor moord op deense in madrid fransman komt om bij arbeidsongeval in textielbedrijf fiets voor niets met het laatste nieuws

stad ieper geeft info op maat over doortocht van de wielerwedstrijden

©

nieuwe ierse pub open op 1 oktober flair toont foto's van ian thomas romelu lukaku schittert in fifa

flipper werd wereldberoemd door de film

Naam:

neroke is een bekende hond helft van de leerlingen spreekt niet goed frans

OEFENEN MAAR!

473


c Schrijf de zinnen opnieuw. Zet een hoofdletter waar het nodig is. 1 leest je zus clickx? 2 of leest ze nest misschien? 3 toska is het paard van anna.

5 zag jij de film van nachtwacht? Naam:

6 volg jij sportweekend op televisie? 7 las jij de boeken van patrick lagrou? 8 kijkt je kleine zus naar diego of dora?

IN

4 eet je hond graag brokken van frolic?

N

9 ga jij naar noorwegen op reis?

10 wij gaan naar polen op bouwkamp.

VA

2

Spelling en woordenschat

Les 6 Spel- en woordweb

Klas:

2.1 Spelweb

a Schrijf de woorden over.

7 jaloers

2 circus

8 journaal

3 informatie

9 nieuws

4 praktisch

10 presentatie

5 speciaal

11 quiz

6 volledig

12 verblijf

Datum:

©

Nummer:

1 bezigheid

474

THEMA 12 | Schermtijd


b Vul het juiste woord in. in de vakantie?

1 Wat is jouw favoriete 2 Waar haalde jij de 3 Voelde jij je

voor je spreekoefening?

toen je aan het dansen was?

4 Mijn zus is heel 5 Is er nog

. Als ik iets krijg, wil zij ook iets.

over de slachtoffers?

6 Wie organiseerde de

in de Chiro?

P

Y

E

L

Q

Q

O

R

I

I

E

B

T

F

S

R

I

M

P

B

Q

L

V

J

G

I

S

T

J

T

Z

K

W

N

U

N

J

A

D

Z

L

C

T

M

V

P

P

A

L

F

L

E

R

W

U

L

W

Q

Y

T

O

X

S

T

R

U

T

R

U

A

D

C

F

V

E

J

H

L

V

P

C

A

Y

N

E

H

A

B

C

J

O

U

Q

M

C

I

K

U

E

N

G

N

C

Z

I

L

I

N

R

T

Q

S

A

K

R

M

W

L

L

J

I

C

I

I

E

G

S

U

S

W

B

E

F

J

I

U

S

G

R

S

H

O

S

X

R

D

M

A

T

W

S

C

N

P

W

T

J

A

Z

E

I

Q

Q

P

A

X

G

H

G

S

Y

R

M

V

G

E

U

R

U

W

N

O

P

J

N

U

R

V

G

E

U

R

U

U

J

R

Q

N

H

B

I

X

X

C

X

R

H

A

Y

S

B

P

C

M

Naam:

©

Klas:

F

VA

I

Datum:

C

N

V

Nummer:

IN

c Markeer zes woorden uit oefening a in de ster. Noteer ze in de tabel.

OEFENEN MAAR!

475


Naam:

1 afwezig

2 beleefd

3 gezond

4 fit

5 waar

6 vrij

7 werkloos

8 liefdadig

e Woorden met ij

IN

d Maak zelfstandige naamwoorden door -heid toe te voegen. Doe zoals het voorbeeld. Bv. bezig  bezigheid

Vul de zinnen aan met woorden met ij. Noteer ze in de kolommen naast de zin. fz

2 W

sm

de mandar

ntjes eens aan.

3 M

n vr

heid is voorb

.

4 De w

n na het sporten is niet f

zer staat op v dig.

f over zes.

Klas:

VA

Vertrek t

n.

N

1 St

5 Bl___f voorzichtig r___den, je komt wel op t___d.

Datum:

©

Nummer:

476

THEMA 12 | Schermtijd


2.2 Woordweb Lees de woorden uit thema 11 en 12. inleven

afbakenen

omschrijven

afleiden

opstellen

belanden

variant

enquête

voorkeur

gemiddeld

voorstellen

IN

aankondiging

1 Kreeg jij al een ___ voor de verkiezingen van de klasburgemeester? 2 Kun jij een ploeg ___?

Datum:

a Vul de zin aan. Noteer het juiste woord in de tweede kolom.

3 Hoe moet ik een volleybalveld ___ met linten? Nummer:

N

4 Wat geniet jouw ___? Chocoladetaart of een ijsje?

5 Een acteur of actrice moet zich in de rol kunnen ___. 6 De nieuwe auto is een ___ op de vorige versie.

Klas:

VA

b Verbind het woord met de juiste betekenis.

a besluiten uit iets trekken

2 Omschrijf je gevoelens eens bij het overlijden van je oma.

b vragenlijst

3 Vulde je de enquête al in om te zeggen wat je van de uitstap vond?

c terechtkomen

4 Hoelang gamen de leerlingen van de klas per dag gemiddeld?

d het midden tussen twee uitersten

5 Zal de moordenaar in de gevangenis belanden?

e beschrijven

6 Kunnen we uit de vele zieken afleiden dat griep in het land is?

f inbeelden

1

2

3

4

5

6 Naam:

©

1 Kun je je een mooiere verjaardag voorstellen?

OEFENEN MAAR!

477


c Lees de zin en vul het juiste woord uit het woordweb in. Tip: Onder de letters staat een cijfer, dezelfde letters krijgen hetzelfde cijfer.

2 3

1

2

3

4

1

8

3

4

9

4

9

4

17

2

5

6

7

10

11

6

7

10

12

13

14

6

15

16

10

11

18

19

19

18

2

VA

4

1

IN

1

N

Naam:

1 Wat zal er op de staan? 2 Van waar is de mango ? 3 Hoe zou je de reis ? 4 Kun je een tweede ploeg of heb je niet genoeg spelers? 5 Hoe moet ik me een dagtocht ? 6 We moeten het speelveld nog ? 7 Wanneer zullen we in bed ? 8 Is deze soep een op de soep van Jeroen Meus? 9 Zou je veel geld verdienen met het afnemen van ? 10 Welke drank heeft jouw ? Water of fruitsap?

5

Klas:

6 7

4

4

14

10

11

18

19

19

1

8

20

1

3

18

2

18

2

20

18

19

1

2

5

18

2

16

1

14

6

1

2

11

18

2

22

23

18

11

18

10

16

4

4

14

3

18

23

14

©

Nummer:

8

16

9

Datum:

478

10

THEMA 12 | Schermtijd

6

2

18

2

18

2

7


Zelftoets thema 11 en 12 1

Lidwoorden, verwijswoorden

Thema 11 Les 3 Hij, zij of het

/15

a Vul het juiste lidwoord de of het in. Let op hoofdletters.

/10

9-jarige Pete is zaterdag met een lege bus gaan rijden in grootste stad van een Canadese provincie.

IN

jongetje ging 's ochtends langs bus waarvan

motor aan was en gaf gas.

reed zeker drie stratenblokken ver. Journalist Steve merkte

stelplaats. Hij kroop in

knul

bus op en zette onmiddellijk

achtervolging in. Zijn vrouw zag hoe

kind

gevaarte

gaspedaal in te

rechtopstaand bestuurde. Hij was te klein om al zittend

gekaapte bus te volgen.

N

drukken. Ook andere automobilisten besloten een andere stadsbus. Er vielen geen gewonden. deuren en kwam uit

kereltje opende

licht beschadigde bus. Volgens

kereltje simpelweg te jong om vervolgd

VA

plaatselijke politie is

politie naar zijn ouders gebracht. Klas:

te worden. Hij werd door

Nummer:

voertuig botste enige tijd later tegen een geparkeerde truck en zelf

Datum:

straten van

Naar: www.hln.be

b Maak een nieuwe zin. Vervang het onderstreepte door hij, zij of het. Bij twijfel gebruik je het woordenboek.

/5

©

1 De jongen stapte in de bus.

2 Hij drukte het gaspedaal in. 3 De automobilist volgde de bus. 4 De politie bracht de jongen naar huis.

Naam:

5 De moeder kon er niet om lachen.

THEMA 11 & 12 | ZELFTOETS

479


2

De eindleestekens

Thema 11 Les 4 Speel je spel(ling)

/5

a Markeer het juiste eindleesteken. .

?

!

2 Ja, ik kom zeker

.

?

!

3 Komen er veel klasgenoten

.

?

!

4 Ja, bijna iedereen komt

.

?

!

5 Waauw, te gek

.

?

!

IN

1 Kom je naar mijn verjaardagsfuif

Naam:

3

/5

Enkele en dubbele medeklinkers

Thema 11 Les 4 Speel je spel(ling)

a Vul de medeklinker enkel of dubbel aan. Schrijf het volledige woord over in de laatste kolom. a

erlei

2 g - gg

leu

3 p - pp

da

4 t - tt

schi

N

1 l - ll

en

er

Klas:

VA

erend

en

toe

6 t - tt

hi

e

7 k - kk

lui

en

8 g - gg

wielerploe

9 n - nn

rei

10 m - mm

toeste

en

igen

ing

Datum:

©

Nummer:

5 r - rr

480

THEMA 11 & 12 | ZELFTOETS

/20

/10


b Vul de klinker enkel of dubbel aan. Schrijf het volledige woord over in de laatste kolom. sch

pen

2 u - uu

avont

3 o - oo

br

dd

4 e - ee

r

p

5 a - aa

k

rs

6 e - ee

st

nen

7 o - oo

k

rden

8 u - uu

nat

9 e - ee

l

raar

10 e - ee

m

rvoud

ren

Thema 11 Les 6 Nieuwe woorden maken

Datum:

/10

a Maak samenstellingen. Voeg een tussenletter -s of -en toe. /5

Nummer:

Samenstellingen

IN

rlijk

s

N

4

1 a - aa

/10

1 koopje + periode

VA

2 huwelijk + aankondiging

Klas:

3 leerling + raad

4 nieuwjaar + brief

5 boek + plank

b Maak samenstellingen. Let op voor het verenkelen of verdubbelen.

©

1 Ik stond uur + lang in de file op de Brusselse Ring.

/5

2 Mijn kleine zusje speelt heel graag in het bal + bad.

3 In Egypte maak je soms een kameel + tocht door de woestijn.

4 De artiest kreeg geen nieuw plaat + contract, waardoor hij geen werk meer had.

Naam:

5 Weet jij hoeveel uren praktijk er in ons nieuw les + rooster voorzien zijn?

THEMA 11 & 12 | ZELFTOETS

481


5

Hoofdletters

Thema 12 Les 1 Wat moet groot? Wat moet klein?

a Zet de hoofdletters waar dat nodig is. Schrijf het woord over.

/25

/25

justin drew bieber is een canadese zanger. hij begon als kleuter met drummen en gitaarspelen. hij zong voor het eerst in het openbaar toen hij twaalf jaar oud was. eerst zette

Naam:

IN

bieber filmpjes van zijn deelname aan een lokale zangwedstrijd op YouTube voor familie en vrienden. twee jaar later tekende hij zijn eerste platencontract. hij werd snel een tieneridool. bieber is de zoon van jeremy en pattie. hij groeide op in ontario in canada.

zijn ouders zijn gescheiden. in de zomer verblijft hij meer in de verenigde staten.

N

naast zijn muzikale carrière doet justin ook nog andere dingen om geld te verdienen. zo is hij het vaste model bij calvin klein.

VA

Naar: nl.wikipedia.org

TOTAAL

Klas: Datum:

©

Nummer:

482

THEMA 11 & 12 | ZELFTOETS

/75


IN N

VA

THEMA 13 Over de grens

Twee polen - lezen: de structuur van een tekst

LES 2

Vreemde landen - spelling: hoofdletters

LES 3

Waar komt het vandaan? - afleidingen van plaatsnamen, hoofdletters

LES 4

Manneken Pis - kijken en luisteren

LES 5

Verwijzen - verwijswoorden

LES 6

Heer Hansaemon en de vlieg - genietend lezen

©

LES 1

O V U R

KEUZELES 1

Eet eens iets anders! - kijken en luisteren, lezen: informatieve teksten

KEUZELES 2

Zoek het niet te ver - informatie opzoeken op het internet

KEUZELES 3

Sprookjes - genietend lezen

OEFENEN MAAR!

483


Les 1

Twee polen Je kunt informatie uit een tekst halen.

7

a Bekijk de tekst. Lees de titel en het cursief gedrukte deel. 1 Wat is het onderwerp van deze tekst? 3 Hoe weet je dat? 4 Welke tekst is dit? 5 Wat is de bron van de tekst? 6 Waarom lees je deze tekst? Deze tekst wil je:

N

O over iets informeren O van iets overtuigen O ontspannen O ontroeren

IN

2 Wat is de hoofdgedachte?

VA

b Lees nu ook de rest van de tekst.

©

De Noord- en de Zuidpool zijn poolgebieden. Ze liggen aan tegenovergestelde kanten van de aarde. Het zijn beide koude gebieden. Toch zijn er belangrijke verschillen.

Twee polen

Met de Noordpool wordt het hele gebied ten noorden van de noordpoolcirkel bedoeld. Dat gebied heet ook Arctica. De Zuidpool of het zuidpoolgebied is het gebied boven de zuidpoolcirkel. Een andere naam is Antarctica.

484

THEMA 13 | Over de grens

de bron:

het boek, de krant of de website waar je een tekst gevonden hebt


Land en zee

De Noordpool is een stuk bevroren oceaan. Daaronder ligt geen land. De Zuidpool, daarentegen, is een continent. Het is een land dat bedekt is met ijs en sneeuw. Daardoor verschilt de dikte van de laag ijs. Op de Noordpool is het ijs tussen één en vier meter dik. Op de Zuidpool is die laag gemiddeld twee kilometer dik.

Temperatuur

IN

Op de Noordpool schijnt de zon ononderbroken tussen maart en september. Daarna is het zes maanden donker. In de zomer is het er gemiddeld nul graden Celsius. Dan smelt een deel van het ijs. In de winter groeit dat ijs weer aan en is het er gemiddeld min 30 graden Celsius. Op de Zuidpool is het veel kouder. Daar is het gemiddeld min 50 graden Celsius. In de zomer wordt het er niet warmer dan min 20 graden Celsius.

Mensen

VA

N

Op de Noordpool leven mensen. Vroeger werden ze Eskimo’s genoemd, maar die naam werd veranderd naar Inuit. Ze dragen dikke kleren om zich te beschermen tegen de koude. Hun voedsel bestaat vooral uit vlees en vis. Door de extreme weersomstandigheden leven er geen inheemse mensen op de Zuidpool. De enige mensen die er wonen, zijn de wetenschappers in de zestig poolstations.

©

Dieren

Er leven verschillende soorten dieren op de Noord- en de Zuidpool. Op de Noordpool komen ijsberen, rendieren en sneeuwhazen voor. Pinguïns en reuzenalbatrossen komen op de Zuidpool voor. Sommige walvissoorten en zeehonden vind je op de beide polen. Helaas zijn heel wat van deze pooldieren bedreigd. Door de opwarming van de aarde smelt het ijs en wordt hun leefgebied steeds kleiner. Ze vinden ook steeds minder voedsel. Bovendien wordt er jacht op hen gemaakt. De Noord- en Zuidpool lijken erg veel op elkaar, maar zijn tegelijkertijd heel anders. De mens moet er alles aan doen om deze natuurgebieden te beschermen.

Naar: Kits

LES 1 | Twee polen

485


c Verbind de onderstreepte woorden uit de tekst met de juiste betekenis. A tegenovergesteld B het continent C inheems D ononderbroken E extreem A

1 buitengewoon 2 zonder te stoppen 3 het werelddeel 4 uit het land zelf 5 omgekeerd B

C

D

E

Noordpool

Land en zee

Temperatuur

Mensen

Dieren

VA

©

Je noteerde de hoofdpunten van de tekst.

486

Zuidpool

N

Twee polen

IN

d Noteer bij elke tussentitel de verschillen tussen de Noord- en de Zuidpool.

THEMA 13 | Over de grens


In de alinea's worden de hoofdpunten van de tekst uitgewerkt. Hoofdpunten geven meer uitleg over de hoofdgedachte van de tekst. e Lees de twee laatste zinnen van de tekst. Horen deze zinnen bij het deel 'Dieren'?

IN

Artikels uit kranten en tijdschriften hebben een inleiding. Dat is het eerste deel van de tekst. Vaak staat de inleiding in vet of cursief. De inleiding vertelt waarover de tekst zal gaan.

Onder de inleiding staat het midden. Het midden is meestal onderverdeeld in alinea's. Die worden van elkaar gescheiden door een witregel of een tussentitel. In het midden worden de hoofdpunten van de tekst uitgewerkt.

©

VA

N

Het laatste deel van een tekst kan een slot zijn. Het slot geeft een besluit of een korte samenvatting. Sommige teksten hebben geen slot.

LES 1 | Twee polen

487


Les 2

Vreemde landen Je kunt hoofdletters schrijven waar dat nodig is.

a Markeer in de landenfiches de woorden die met een hoofdletter geschreven zijn.

Z

M

J

w

a

e

p

d hoofdstad:

n

Stockholm

n

x i

hoofdstad:

c

hoofdstad:

Tokyo

o

Mexico-City

taal:

taal:

taal:

Zweeds

Japans

Spaans

inwoners:

N

e

a

e

IN

2

inwoners:

inwoners:

de Japanners

de Mexicanen

staatshoofd:

staatshoofd:

keizer Naruhito

president Andrés

de Zweden staatshoofd:

VA

koning Karl Gustav munt:

munt:

Obrador

Zweedse kroon

Japanse yen

munt:

bekende feestdag:

bekende feestdag:

Mexicaanse peso

Luciafeest (feest van

Kersenbloesemfeest

bekende feestdag:

het licht)

Dodendag

typisch Japans:

Abba, Volvo, IKEA,

sushi, Toyota,

typisch Mexicaans:

gehaktballetjes,

Suzuki, karate, judo

chili con carne,

©

typisch Zweeds:

H&M, Björn Borg

cacao, mais, rode

typisch:

wat kenmerkend of bijzonder aan iets of iemand is

488

Manuel López

THEMA 13 | Over de grens

bonen


b Vul het schema aan met voorbeelden uit de landenfiches. Deze woorden schrijf je met een hoofdletter: woorden die zijn afgeleid van een plaatsnaam

plaatsnamen

talen

voorbeelden: België, Magnolialaan

voorbeelden: Belgisch, Antwerpenaar

voorbeelden: Nederlands, Arabisch

merken

namen van feestdagen

IN

inwoners van een land voorbeelden: Belgen, Fransen

voorbeelden: Louis Vuitton, Sloggi, Axe

voorbeelden: Kerstmis, Wapenstilstand

VA

N

Aan het begin van een zin schrijf je altijd een hoofdletter. Je schrijft ook een hoofdletter bij: - namen van personen en dieren; - plaatsnamen; - woorden die zijn afgeleid van een plaatsnaam; - talen; - inwoners van een land; - namen van feestdagen; - merken.

c Schrijf de woorden die je met een hoofdletter moet schrijven over. 1 het grootste kunstmatige eiland van de wereld is flevoland in nederland.

2 de inwoners van noorwegen noemen we noren, ze spreken noors.

©

3 ik vind de kauwgom van stimorol lekkerder dan die van mentos.

kunstmatig:

door de mensen gemaakt

4 zara en bershka zijn twee spaanse kledingketens.

5 men betaalt soms meer dan een miljoen euro voor een auto van het britse merk bentley.

LES 2 | Vreemde landen

489


d Verbeter de landenfiche. Schrijf de woorden die een hoofdletter moeten krijgen over. I

I

e

e

r

r

l

l

n d

a

hoofdstad:

n

dublin taal: iers, engels inwoners: ieren staatshoofd: president

d

hoofdstad: taal:

IN

a

inwoners:

staatshoofd: president

munt:

munt:

euro

euro

bekende feestdag:

bekende feestdag:

saint patrick’s day

typisch iers:

typisch

klaver, harp,

klaver, harp,

guinness bier,

tapdans

tapdans

©

VA

N

michael higgins

490

THEMA 13 | Over de grens

:


e Markeer de woorden in de tekst die je met een hoofdletter moet schrijven. Noteer ze nog eens onder elke tekst.

De chinese muur

IN

De chinese muur is de langste muur ter wereld en daarom is het een officieel ‘wereldwonder’. Eigenlijk zijn het twee muren met een weg ertussen. De muur loopt van de gobiwoestijn tot aan de beihaizee. Ze werd gebouwd om china te verdedigen tegen indringers zoals de hunnen en de mongolen.

N

chrysler building

VA

het chrysler building in new york werd gebouwd door walter chrysler, de eigenaar van de autofabriek chrysler. het gebouw telt 77 verdiepingen. in 1930 werd het gebouw voltooid. het was toen het hoogste gebouw ter wereld.

©

LES 2 | Vreemde landen

491


Les 3

Waar komt het vandaan? Je schrijft hoofdletters waar het nodig is.

a Wat vind jij het lekkerst?

Griekenland

Holland

N

IN

Wenen

Berlijn

VA

Turkije

b Hoe noem je:

2 yoghurt uit Griekenland?

3 kaas uit Holland?

4 snoepjes uit Turkije?

5 een gebakje uit Berlijn?

6 gehaktballetjes uit Zweden?

©

1 worstjes uit Wenen?

492

THEMA 13 | Over de grens

Zweden


c Vul de tabel in. Welke taal spreken ze er?

Hoe noemen we een inwoner van dit land?

©

VA

N

IN

In welk land staat dit monument?

LES 3 | Waar komt het vandaan?

493


d Welke taal spreek ik? 1 Ik ben Sora. Ik kom uit Suriname. Op school spreek ik

.

2

2 Mijn naam is Nacho. Ik woon in Toledo. Dat is een

1

Spaanse stad. Ik spreek

.

3

3 I k ben Lucas. Ik ben geboren in Frankrijk, maar nu woon ik in Genève

IN

in Zwitserland. De meeste Zwitsers spreken Duits, maar gelukkig spreken ze ook mijn moedertaal

.

4

4 Ik heet Erin. Ik ben geboren in Dublin in Ierland. .

Ik spreek

N

5 Mijn naam is Lio. Mijn ouders zijn geboren in China, maar ze wonen al 20 jaar in Duitsland. Met mijn ouders spreek ik op school spreek ik

.

VA

e Vul de zinnen aan.

, maar

1

Chocolade uit België noemen we

2

Een Spaanse toreador komt uit

3

In Japan maken ze

4

Een

5

Kant uit Brugge heet

6

Een echte

7

Een

8

Een Australische kangoeroe komt uit

9

Woont Frans in Frankrijk? Dan is hij een

5

chocolade. . auto’s.

spreekt Italiaans. kant.

heeft thuis een Amerikaanse vlag.

©

is een inwoner van Duitsland. . .

10 De dierentuin van Antwerpen is de

zoo. kan de Vlaamse Leeuw zingen.

11 Een echte

12 Russische wodka komt uit

. woont in een land in Afrika.

13 Een

14 De meeste Portugezen blijven tijdens hun vakantie gewoon in .

494

THEMA 13 | Over de grens


Les 4

Manneken Pis Je kunt informatie uit een tv-programma halen. Je kunt een beeldfragment met een tekst vergelijken.

O V VOOR U R

O V U R

IN

Wat vind jij typisch Belgisch? Wat zou jij uit België meenemen naar een ander land? Welke plaatsen wil jij aan een buitenlander laten zien?

ekijk de fragmenten uit een tv-programma. B Het programma toont de belevenissen van vier reporters die een land bezoeken. Ze logeren bij mensen thuis. Die mensen tonen hoe het er in hun dagelijks leven aan toe gaat. Waarom bekijk je dit programma? Het programma wil je:

VA

N

O informeren O overtuigen van iets O ontspannen O ontroeren

1 Lees de vragen op voorhand. 2 Kijk en luister aandachtig. 3 Laat je door niets afleiden. 4 Leid ook zelf je klasgenoten niet af.

op voorhand:

van tevoren, voor je eraan begint

©

O V TIJDENS U R

Beantwoord de vragen. 1 Markeer uit welke landen de bezoekers van de trailer komen. Spanje  –  Venezuela  –  Cuba  –  Hongarije  –  Bulgarije  –  Fiji  –  India  –  Thailand  –   Verenigde Staten  –  Argentinië  –  China  –  Chili  –  Zuid-Afrika  –  Schotland 2 Hoe heten de reporters? 3 Waar gaat Elke deze aflevering heen?

LES 4 | Manneken Pis

495


4 Wat betekent ‘de skyline’?

O het uitzicht over een stad O een heel hoog gebouw 5 Wat is een voetzoeker?

O een verkoper van nieuwjaarscadeautjes O een vuurwerkbommetje in een mooie verpakking 6 Hoeveel mensen leven er in het gezin waar Elke te gast is? 7 Waarin verschilt de familie van de moeder met andere gezinnen in China?

IN

8 Lees de tekst. Markeer de informatie die je ook in het beeldfragment zag. Hoe wordt het Chinese Nieuwjaar gevierd?

- Het nieuwe jaar begint al aan de buitenkant van de

huizen. Chinezen hangen lange stroken rood papier met

wensspreuken erop naast de voordeur. Rood is namelijk de gelukskleur in China.

N

- Chinezen schrobben hun keuken grondig schoon voor de keukengod. -H et nieuwjaarsetentje wordt vooraf klaargemaakt. Tijdens het feest mag je geen mes gebruiken. Je zou het geluk ermee kunnen wegsnijden. -D e etensresten worden pas op de tweede dag van het nieuwe jaar opgeruimd,

VA

anders vegen ze het geluk mee weg.

-H et feest duurt drie dagen, maar de meeste Chinezen nemen een of twee weken vrij. - In China wil iedereen met Nieuwjaar bij zijn familie zijn. China is een enorm land. Familie kan dus heel ver weg wonen.

- Tijdens het Chinese Nieuwjaar is het heel moeilijk om trein- en vliegtuigtickets te pakken te krijgen. Iedereen wil op dat moment op reis naar zijn familie.

grondig:

Naar: Kristien Dreesen, Ik ga naar China en ik neem mee …

©

heel erg goed

O V NA U R

Heb je goed gewerkt? Vul het schema in. Markeer de vragen die je juist beantwoordde:

496

1

2

3

4

5

6

7

8

Wat vind je van dit resultaat?

heel goed / goed / voldoende / niet goed

Hield je rekening met de luistertips?

heel goed / goed / voldoende / niet goed

THEMA 13 | Over de grens


Les 5

Verwijzen Je herkent verwijswoorden. Je weet waarnaar ze verwijzen.

a Lees de tekstjes. Beantwoord daarna de vragen.

Tekst 1 Tekst 2

IN

Vakantie in Nederland In Nederland is er een heel andere vakantieregeling dan bij ons. Daar verschillen de data van de schoolvakanties per regio. Er zijn drie regio’s. De zomervakantie (zes weken) wordt vastgelegd door de overheid. Die zorgt ervoor dat in de zomervakantie de vakantiedrukte gespreid wordt. De datum van de herfst- en de voorjaarsvakantie kunnen de scholen zelf kiezen. Ze houden daarbij rekening met tradities en wensen van ouders en leerlingen. De kerstvakantie en de meivakantie kunnen ze niet zelf kiezen.

VA

N

Vakantie in Nederland In Nederland is er een heel andere vakantieregeling dan bij ons. In Nederland verschillen de data van de schoolvakanties per regio. Er zijn drie regio’s. De zomervakantie (zes weken) wordt vastgelegd door de overheid. De overheid zorgt ervoor dat in de zomervakantie de vakantiedrukte gespreid wordt. De datum van de herfst- en de voorjaarsvakantie kunnen de scholen zelf kiezen. De scholen houden daarbij rekening met tradities en wensen van ouders en leerlingen. De kerstvakantie en de meivakantie kunnen de scholen niet zelf kiezen.

Naar: Wablieft

- Markeer de verschillen in de teksten. - Wat is het probleem met tekst 1?

©

- Hoe wordt dat probleem in tekst 2 opgelost?

Verwijswoorden vervangen een woord dat al eerder gezegd of geschreven is. Je gebruikt verwijswoorden om ervoor te zorgen dat je niet steeds hetzelfde herhaalt.

LES 5 | Verwijzen

497


- Welke tekst is dit?

17 juli Vandaag was het prac htig weer. Mama, papa, mijn zus en ik gingen naar het stran d. We laa dden onze tassen vol met stran ds pullen. Het is een heel ein d van bij ons thuis naar zee. We waren heel lan g on derweg. Wat was het druk! Oo k op het stran d! We vonden gelukkig no g een plaatsje vo or onze handdoeken . De dag was zo vo orbij. Vo or we het wi sten was het alweer tijd om naar hu is te gaan. 's Avon ds sloten we de dag af met een heerlijke barbecue .

IN

b Lees de tekst. Beantwoord daarna de vragen.

- Waarnaar verwijst het woordje ‘we’ telkens?

verwijzen:

N

c Lees de nieuwsberichten. Zet een kruisje waarnaar het onderstreepte woord verwijst.

naar een andere persoon of plaats wijzen

VA

Zuid-Korea Een man werd verliefd op zijn hoofdkussen. Inmiddels is hij ermee getrouwd. O een man O zijn hoofdkussen India

Verschillende weggebruikers pikten een liftende robot op. Ze gingen met hem op de foto. O verschillende weggebruikers O een liftende robot

©

Canada

In 2011 trok Rani Raikwar een vrachtwagen van 8 835,5 kilo vooruit. Daarmee brak zij een record. ‘We zijn zo fier op haar’, lieten haar ouders weten. O Rani Raikwar O haar ouders

GrootBrittannië

Een vrouw maakte een jurk uit loom-bandjes. Zij verkocht de jurk voor 214 840 euro. O een jurk O een vrouw O loom-bandjes

Naar: www.kits.be

Naar personen verwijs je met ik, je/jij, u, hij, ze/zij, jullie of we/wij.

498

THEMA 13 | Over de grens


d Lees de nieuwsberichten. Zet een kruisje bij de woorden waarnaar het onderstreepte woord verwijst.

Verenigde Staten

In Barcelona kwamen gisteren duizenden Catalanen op straat. Ze waren gekleed in rood en geel. Dat zijn de kleuren van de Catalaanse vlag. O rood en geel O duizenden Catalanen

Vanmorgen stelde computerfabrikant Apple zijn nieuwste snufjes voor. De blikvanger daarbij was de Apple Watch. Het is een zogezegd 'slim horloge' waarmee je onder meer je sms-berichten kunt checken. O computerfabrikant Apple O de blikvanger O de Apple Watch

De beste ijsjes van de wereld vind je in Enmore. Dat blijkt uit het resultaat van een wedstrijd voor ijsmakers. Die vond plaats in Italië. O een wedstrijd voor ijsmakers O de beste ijsjes van de wereld O Enmore

VA

Australië

O de planeet Mars O de robotjeep Curiosity

IN

Spanje

Twee jaar geleden landde de robotjeep Curiosity op de planeet Mars. Die heeft nu het doel van zijn reis bereikt.

N

planeet Mars

Naar: www.kits.be

Naar dingen verwijs je met die, dat of het.

e Lees de nieuwsberichten. Zet een kruisje bij de woorden waarnaar het onderstreepte woord verwijst.

©

Zwitserland

Indonesië

De voormalige wereldkampioen Formule 1 Michael Schumacher heeft het ziekenhuis van Lausanne mogen verlaten. Hij lag er na zijn ski-ongeval. O de wereldkampioen Formule 1 O in het ziekenhuis van Lausanne

In Indonesië werd de 14-jarige Jannah met haar ouders herenigd. Ze werden daar van elkaar gescheiden bij een tsunami. O in Indonesië O met haar ouders

LES 5 | Verwijzen

499


Nicaragua

Zondagavond sloeg in Managua (de hoofdstad) een meteoriet in. Dat is een brokstuk dat uit de ruimte komt. Er waren gelukkig geen doden en gewonden. O zondagavond O in Managua O de ruimte

Naar: www.kits.be

IN

Naar plaatsen verwijs je met er of daar. f Lees de krantenartikeltjes. Markeer telkens waarnaar het onderstreepte woord verwijst.

Zeehondje gestrand

Dode potvis

Gisteren spo elde aan het strand van K nokke-Heist een potvis aan. H ij was 13 me ter lang en 20 to n zwaar. Het dier leefde n og, maar kon niet meer worden gered. Vanda ag wordt het in stukken gesn eden en weggevo erd.

N

Op het strand van Oostduinkerke is het afgelopen weekend een babyzeehondje aangespoeld. Vermoedelijk raakte het in de storm zijn moeder kwijt. Het diertje wordt nu opgevangen in Sealife Blankenberge.

l is nuttig

VA

fie Potvis Theo

©

n het ie onlangs aa d l, e fi o e h T Potvis oelde e-Heist aansp k k o n K n a v strand n, is d kon worde re e g r e e m t en nie in erd omgezet w t e v n ij Z . nuttig n zullen ijn beendere Z . ie rg e n e e groen teriaal. als studiema n e rd o w t ik gebru

Strand vol bananen

De Nederlandse Waddeneilanden werden deze week overspoeld met groene bananen. De container met bananen brak open op het schip Duncan Island. Ze kwamen in de Noordzee terecht en spoelden aan.

Naar: www.kits.be

500

THEMA 13 | Over de grens

Milieuramp dreigt Een week geleden strandde het vrachtschip Rena voor de kust van Nieuw-Zeeland. Het schip was daar op een rif gelopen. Het dreigt nu in tweeën te breken.

Vliegtuigje maakt noodlanding In Florida (Amerika) kreeg een piloot van een klein vliegtuigje ineens motorpech. Hij maakte een succesvolle landing op een strand vol badgasten. Niemand raakte gewond.


Les 6

Heer Hansaemon en de vlieg Je kunt van een verhaal genieten. Je kunt zelf een einde bij een verhaal verzinnen.

a Maak een woordspin over Japan.

IN

JAPAN?

N

b Hieronder vind je het begin van een Japans sprookje. - Wat is een sprookje? - Welke sprookjes ken jij? - Hoe begint een sprookje meestal? - Hoe eindigt een sprookje dikwijls?

VA

c Lees de tekst en beantwoord de vragen.

Heer Hansaemon heeft een vlieg ingeslikt!

In de stad Nagoja in Japan leefde eens een rijke handelaar in zijde1, Hansaemon genaamd. Heer Hansaemon was allesbehalve bescheiden. Zijn liefste bezigheid was rijstwijn drinken. Hij hield zoveel van die wijn dat de gewone porseleinen wijnkommetjes voor 5 hem veel te klein waren. Daarom liet hij een speciale kom maken, groot genoeg voor een hele kruik sake2!

©

1

Op een dag liet heer Hansaemon zijn lievelingskom weer met sake vullen. Hij nam hem tussen zijn beide handen, sloot zijn ogen en dronk ... en dronk. Op dat ogenblik cirkelde er juist een vlieg 10 nieuwsgierig om zijn hoofd. De vlieg viel recht omlaag in de grote wijnkom. Het beestje werd met de wijn en al door het keelgat van de gulzige3 heer gespoeld!

LES 6 | Heer Hansaemon en de vlieg

501


IN

De zijdekoopman was in een opperbeste stemming. Dat was hij altijd na het drinken van zijn geliefde wijn. Maar de vlieg zat in zijn 15 buik! Die vloog in het rond, zoemde luidruchtig en dat was voor heer Hansaemon helemaal niet plezierig. Hij ging in zijn draagstoel zitten en liet zich naar de beroemde dokter Hori brengen. Toen de dokter hem vroeg wat er scheelde, klaagde heer Hansaemon: ‘Ach dokter, ik heb vandaag toch zo’n verrukkelijke 20 sake gedronken! Maar toen is er per ongeluk een vlieg mee naar binnen gegaan. Die danst nu maar steeds zoemend door mijn buik en dat is erg onaangenaam. Wat kan ik hiertegen doen?’ De dokter keek eens naar de dikke buik, schudde peinzend4 zijn hoofd en zei toen: ‘Het beste lijkt mij dat u een kikker inslikt. Die 25 vangt de vlieg en u krijgt rust.’

N

Heer Hansaemon bedankte hem hartelijk, liet zich vlug naar huis dragen en stuurde dadelijk een paar knechten de tuin in om een kikker te vangen. Dapper5 slikte hij het dier in en even later hield het zoemen op.

Maar nu had heer Hansaemon in plaats van een vlieg een kikker in zijn buik en dat was nog erger. Met grote sprongen bewoog het beest in zijn buik en schreeuwde ‘kwak, kwak, kwaaak!’ Daarom liet heer Hansaemon zich weer naar de beroemde dokter brengen. Daar klaagde hij: ‘Dokter, ik heb uw raad opgevolgd en een kikker 35 ingeslikt. Nu zoemt de vlieg niet meer, maar springt er een kwakende kikker in mijn buik rond. En dat is ook verschrikkelijk. Wat kan ik ertegen doen?’

VA

30

zijde: fijne en kostbare stof sake: wijn die gemaakt wordt van rijst 3 gulzig: heel veel en snel etend of drinkend

4

2

5

©

1

Naar: www.beleven.org

502

THEMA 13 | Over de grens

peinzend: denkend dapper: flink, zonder angst


IN

1 Met welk vervoermiddel ging heer Hansaemon naar de dokter? 2 Waarom moet hij naar de dokter? 3 Wat moet heer Hansaemon van de dokter doen? 4 Gaf de dokter goede raad? Waarom (niet)? 5 Vertel hoe het verhaal verder gaat. De tekeningen helpen je op weg.

©

VA

N

d Luister naar het einde van het sprookje. Was je voorspelling juist?

LES 6 | Heer Hansaemon en de vlieg

503


keuzegedeelte Keuzeles 1

Eet eens iets anders!

a Bekijk het filmpje. - Waarover gaat het filmpje?

IN

Je kunt vragen bij een filmpje en een tekst beantwoorden. Je kunt je mening over teksten die je leest geven.

- Zou jij dit willen eten? Leg uit waarom. - Hoe smaakt het? b Lees het artikel.

N

7

Eind september werd in de Belgische supermarkten voor het eerst insectenvoedsel verkocht. Dat zijn vleesvervangers op basis van insecten. Tien soorten Niet alle insecten zijn geschikt om op te eten. In ons land heeft het Federaal Voedselagentschap voorlopig tien insectensoorten goedgekeurd. De buffaloworm en de meelworm zijn er twee van. Bij de meeste nieuwe producten zijn de wormen zo verwerkt dat ze niet herkenbaar zijn in het voedsel. Maar er is ook een snack bij waar je de wormen in herkent. Lekker? Test het zelf maar uit!

VA

Raar? Veel mensen in het westen vinden het raar om hun tanden te zetten in een wormenburger of een schnitzel op basis van insecten. Toch worden er wereldwijd op grote schaal insecten gegeten. In meer dan 98 landen staan sprinkhanen, krekels en rupsen regelmatig op het menu. Ze zijn bijzonder voedzaam: ze bevatten veel mineralen en eiwitten.

©

Toekomst Insectenvoedsel wordt ook wel ‘het voedsel van de toekomst’ genoemd. Sommigen vinden dat we beter meer insecten en minder vlees zouden eten. Insecten zijn minder belastend voor het milieu dan andere dieren die gekweekt worden voor hun vlees. Hun mest stoot minder broeikasgassen uit. Insecten kweken is gemakkelijker, goedkoper en milieuvriendelijker dan de kweek van koeien en varkens.

Naar: Kits

504

THEMA 13 | Over de grens


c Verbind de woorden uit de tekst met de juiste betekenis. 1 de schnitzel

A dieren laten opgroeien om ze daarna te verkopen voor hun vlees

2 voedzaam

B je lichaam haalt er veel energie uit als je het opeet

3 mest

C passend, goed voor

4 kweken

D een dun lapje vlees met een korstje eromheen

5 geschikt

E uitwerpselen van dieren 2

d Beantwoord de vragen. - Waarom is insecten eten niet raar?

3

4

5

IN

1

- Welke dieren worden voor hun vlees gekweekt?

N

- Waarom noemen ze insectenvoedsel 'het voedsel van de toekomst'? - Wie controleert in ons land of voedsel verkocht mag worden?

VA

e Lees de tekstjes.

In Indonesië kun je vleermuizen op de markt kopen. Het is een tussendoortje om tijdens het shoppen de honger te stillen.

In Cambodja houden ze van gebakken spinnen. Gebakken tarantula smaakt blijkbaar heel krokant.

In Korea is het eten van hondenvlees de normaalste zaak van de wereld. Toch is dit volgens de wet niet toegelaten.

Kibbie is het nationale gerecht in Syrië en Libanon. Het bestaat uit rauw lamsvlees gemengd met graan en heel veel rode pepers. Zo proef je het rauwe vlees niet.

In Italië, en dan meer bepaald in Toscane, eet de bevolking graag hanenkam. De kam wordt er meestal gegeten met bonen.

Cavia is de specialiteit van Peru. Als toerist kun je er eerst persoonlijk je cavia uitkiezen. De meeste toeristen vinden cavia’s vies van smaak.

1

©

3

5

2

4

6

KEUZELES 1

505


In Spanje en de Verenigde Staten is de bevolking gek op het eten van stierenballen. Wil je dat ook eens proberen, zoek dan op het menu naar criadillas (voor Spanje) en naar Cowboy Caviar of Rocky Mountain Oysters (in de Verenigde Staten).

In China staan er geregeld slangen op het menu. Eerst wordt het gif uit de slangen gehaald en daarna worden ze gebakken of gefrituurd. Soms worden ze ook in soep gegeten.

7

8

Naar: www.eten-en-drinken.infonu.nl

VA

N

IN

f Noteer de nummers van de tekstjes onder de juiste afbeelding.

©

g Welke gerecht zou jij wel eens willen eten? Ik zou

wel willen eten, omdat

Welk gerecht zou jij nooit eten? Ik zou

nooit willen eten, omdat

506

THEMA 13 | Over de grens


Keuzeles 2

Zoek het niet te ver

Je kunt snel informatie op het internet opzoeken. Je kunt de gevonden informatie correct overschrijven. Je kunt met anderen samenwerken.

IN

Internetquiz - Je leraar verdeelt jullie in groepjes. Er zijn vijf rondes met telkens vijf vragen. 1 Toon respect voor je groepsgenoten. 2 Verdeel het werk eerlijk. 3 Help elkaar. 4 Controleer elkaars werk. 5 Geef elkaar vriendelijk feedback.

N

- Zoek de antwoorden zo snel mogelijk op het internet.

VA

1 Typ in de zoekbalk enkel kernwoorden in. 2 Zoek enkel in het Nederlands. 3 Zoek bij afbeeldingen als je een woord niet begrijpt.

- Het groepje dat zijn antwoordblaadje als eerste volledig ingevuld afgeeft, krijgt een extra punt.

©

Geef jullie samenwerking een score. Omcirkel wat past. 5 4 3 2 1 Kruis aan wat past: O We toonden respect voor elkaar. O We verdeelden het werk eerlijk. O We hielpen elkaar. O We controleerden elkaars werk. O We gaven elkaar vriendelijk feedback. Geef jezelf een tip voor een volgend groepswerk.

Keuzeles 3

Sprookjes

Je kunt van verhalen genieten.

KEUZELES 3

507


Oefenen maar! 1

Duid hier jouw kleur aan:

Onderwerp, hoofdgedachte, hoofdpunten

Les 1 Twee polen

Tekst 1

IN

Naam:

JONGSTE WINNAAR OOIT VAN DE NOBELPRIJS VOOR DE VREDE

Malala yousafzai uit Pakistan en Kailash Satyarthi uit India wonnen de Nobelprijs voor de Vrede in 2014. Ze kregen de prijs voor hun strijd voor de rechten van kinderen. Het meisje was toen 17 jaar. Daarmee was ze de jongste winnaar van de Nobelprijs ooit.

©JStone/Shutterstock.com

N

Onderwijs Malala Yousafzai vocht al jaren om kinderen onderwijs te geven. In Pakistan hadden de taliban veel macht. Ze verboden meisjes om naar school te gaan.

Klas:

VA

Aanslag Malala Yousafzai voerde actie aan scholen en schreef een blog op het internet. In 2012 werd ze bekend in de hele wereld. Een lid van de taliban schoot haar in het hoofd. Malala overleefde de aanslag. Ze woont nu in Groot-Brittannië. Ze blijft strijden voor het recht op onderwijs voor meisjes. Kinderarbeid Kailash Satyarthi was 60 jaar toen hij de Nobelprijs in ontvangst nam. Hij streed al sinds 1980 tegen kinderarbeid. In India moeten nog heel veel kinderen werken. Satyarthi wilde kinderen er weer kind laten zijn.

Datum:

©

Nummer:

Tegen extremisme Malala Yousafzai is een moslima uit Pakistan en Satyarthi is een hindoe uit India. Dat is geen toeval. Tussen de buurlanden India en Pakistan zijn er vaak spanningen. Ook tussen verschillende godsdiensten gaat het mis. Het comité voor de Nobelprijs koos met Yousafzai en Satyarthi tegen extremisme.

508

Naar: Wablieft

THEMA 13 | Over de grens


Tekst 2

MALALA YOUSAFZAI ACTIVIST

Er was eens een meisje dat graag naar school ging. Ze heette Malala. Malala woonde in een vredige vallei in Pakistan. Op een dag nam een groep gewapende mannen, de taliban, er de macht over. Ze maakten de bewoners van de vallei bang met hun wapens.

N

Malala werd snel naar het ziekenhuis gebracht. Gelukkig overleefde ze de aanslag. Duizenden kinderen stuurden beterschapskaarten. Niemand had gedacht dat ze zo snel weer zou opknappen.

VA

‘Ze dachten dat kogels ons wel zouden laten zwijgen. Dat is ze niet gelukt,’ zei ze. ‘Laten we boeken en pennen pakken. Dat zijn onze machtigste wapens. Een kind, een leraar, een boek en een pen kunnen de wereld veranderen.’

Datum:

Een paar dagen later stapte Malala net als altijd in de schoolbus. Plotseling lieten twee mannen van de taliban de bus stoppen. Ze schreeuwden: ‘Wie van jullie is Malala?’ Haar vriendinnen keken naar haar. De mannen begonnen te schieten en ze kreeg een kogel in haar hoofd.

Nummer:

Malala vond dat niet eerlijk. Ze schreef erover op het internet. Ze wilde zo graag naar school. Op een dag zei ze op tv: ‘Onderwijs geeft vrouwen macht. De taliban sluiten de meisjesscholen omdat ze niet willen dat vrouwen machtig worden.’

Klas:

IN

Van de taliban mochten de meisjes niet meer naar school. Veel mensen waren het daar niet mee eens. Toch hielden ze hun dochters thuis. Dat leek hen veiliger.

Van alle mensen die de Nobelprijs voor de Vrede hebben gekregen, is Malala de jongste.

Naar: Elena Favilli en Francesca Cavallo, Bedtijdverhalen voor rebelse meisjes

©

a Bekijk tekst 1. Lees de titel, het vetgedrukte deel, de tussentitels en de bron. 1 Wat is het onderwerp van de tekst? 2 Wat is de hoofdgedachte van de tekst?

3 Waarom lees je deze tekst? Deze tekst wil je ontspannen; ontroeren. Naam:

over iets informeren; van iets overtuigen;

OEFENEN MAAR!

509


b Lees tekst 1 aandachtig. 1 Noteer bij elke tussentitel de hoofdpunten van dat tekstdeel. Onderwijs: Aanslag: Kinderarbeid: Tegen extremisme: Naam:

IN

2 Waarnaar verwijzen de onderstreepte woorden? Markeer het antwoord in de tekst. c Lees tekst 2. 1 Wat is het onderwerp van de tekst? 2 Waarom lees je deze tekst? Deze tekst wil je

ontspannen; ontroeren.

N

over iets informeren; van iets overtuigen;

3 Waarnaar verwijzen de onderstreepte woorden? Markeer het antwoord in de tekst.

Klas:

VA

d Beantwoord de vragen. In welke tekst vond je het antwoord? Zet een kruisje in de juiste kolom.

1 Wanneer kreeg Malala Yousafzai de Nobelprijs voor de Vrede?

2 Wat is de taliban?

3 Welke aanslag pleegde de taliban op Malala?

©

Nummer:

4 Waarom pleegde de taliban een aanslag op haar?

Datum:

510

5 Waarvoor kreeg Kailash Satyarthi de Nobelprijs?

THEMA 13 | Over de grens

tekst 1 tekst 2


6 Waarom is de keuze voor Malala en Kailash een keuze tegen extremisme? 7 Wat zijn volgens Malala de beste wapens? 8 Waarom sluit de taliban scholen volgens Malala?

Hoofdletters

a Markeer in de krantenkoppen de woorden die je met een hoofdletter moet schrijven.

egyptische f arao toetancham on gereconstru eerd

N

prinses elisabeth praat in het frans, nederlands en duits

sneeuwstormen in d

e himalaya

Klas:

VA

hondje filou wordt 25 nd sta stil pen wa kt den her europa disneyland parijs in de schulden

Datum:

Les 2 Vreemde landen

Nummer:

2

IN

5 nieuwe winkels voor superdry

at

somaliërs krijgen eerste geldautoma

Deze woorden schrijf je altijd met een hoofdletter:

©

- namen van personen of dieren: - plaatsnamen:

- woorden die zijn afgeleid van een plaatsnaam: - talen:

- inwoners van een land: - merken: - namen van feestdagen: Naam:

- eerste woord van een zin:

OEFENEN MAAR!

511


b Markeer de woorden die je met een hoofdletter moet schrijven. Schrijf ze onder de tekst over. fundi wordt bijna twaalf en zit op internaat in richmond in zuid-afrika. de dertienjarige michael woont in het plaatsje tullydonnell. zoals alle ieren volgt hij les in het engels. ksenia is twaalf en woont in sint-petersburg. ze gaat niet naar een typisch russische school, maar ze gaat naar een speciale kunstschool. ze krijgt ook schilderles.

IN

Naam:

de achtjarige flora woont in brussel. dat is de hoofdstad van europa. haar oudere broer heet raphael. ze volgen lessen in het frans en het engels.

c Maak een landenfiche voor België. Kleur zelf de vlag in. hoofdstad:

N

taal:

staatshoofd: munt:

bekende feestdag:

VA

typisch:

Klas:

3

Verwijswoorden

a Zet een kruisje bij de woorden waarnaar het onderstreepte woord verwijst.

Datum:

©

Nummer:

512

Les 5 Verwijzen

1 De Libanese minister van Gezondheid heeft in zijn land een rel veroorzaakt. Hij zei dat het Libanese eten in restaurants en supermarkten vol ziektekiemen zit. de Libanese minister van Gezondheid een rel 2 In Brussel vond er gisteren een betoging plaats van mensen zonder papieren uit Guinee, Liberia en Sierra Leone. Zij willen niet naar hun land teruggaan. Ze vinden het daar niet veilig. Guinee, Liberia en Sierra Leone mensen zonder papieren

THEMA 13 | Over de grens


3 De Rode Duivels hebben hun oefenmatch met 3-1 gewonnen. Zondag spelen ze een kwalificatiematch. hun oefenmatch de Rode Duivels 4 Net zoals bij de oefenwedstrijd zal de kapitein er niet bij zijn. Hij is geblesseerd. de oefenwedstrijd de kapitein

Naar: www.kits.be

IN

5 De Amerikaanse zangeres Taylor Swift heeft haar muziek van Spotify laten verwijderen. Ze vindt dat de vergoeding per gedraaid nummer veel te laag is. de Amerikaanse zangeres Taylor Swift Spotify

VA

3 Wat zijn de hipste landen volgens de reisgids Lonely Planet? Er werd een lijst gemaakt van tien topbestemmingen. Aan de top staat Singapore. Het wordt gevolgd door Namibië en Litouwen. reisgids Lonely Planet Singapore

Nummer:

N

2 Een werktrein van Infrabel is met lage snelheid op een reizigerstrein gebotst. Die was van Eigenbrakel op weg naar Aalst. een reizigerstrein Infrabel

Klas:

1 Le chat touille is een Brussels café. Vijf poezen lopen er rond terwijl je iets kunt eten of drinken. Het is het eerste kattencafé van België. vijf poezen het café Le chat touille

Datum:

b Zet een kruisje bij de woorden waarnaar het onderstreepte woord verwijst.

4 Zaterdagavond is er in een pas vernieuwde kerk in West-Vlaanderen brand uitgebroken. Er zijn geen gewonden, maar er is wel schade. Dat zorgt ervoor dat de kerk een lange tijd niet gebruikt zal kunnen worden. een pas vernieuwde kerk schade

6 Gisteren was er een sciencefictionbeurs in Gent. Daar kwamen wel 40 000 bezoekers op af. Sommigen waren verkleed als hun favoriete personage uit een film of reeks. een sciencefictionbeurs in Gent gisteren

OEFENEN MAAR!

Naam:

©

5 Wereldwijd wordt ongeveer een derde van het voedsel weggegooid. Zo zijn er boeren die hun groenten niet kwijtraken omdat die te lelijk zijn voor de verkoop. De organisatie 11.11.11 strijdt tegen deze voedselverspilling. groenten boeren

513


7 In het Indiase plaatsje Deshnok vind je de bijzondere tempel van Karni Mata. Ratten lopen er vrij rond. Indiërs wensen dat er een rat over hun voeten loopt. Dat zou geluk brengen. geluk de tempel van Karni Mata Naar: www.kits.be

c Markeer de woorden waarnaar het onderstreepte woord verwijst.

N

Naam:

IN

LAAG VLIEGEN De zomervakantie is niet ver weg meer. Ze begint binnen enkele weken. Maak je liever geen vliegtuigreis? Maakt dat je bang? Reis dan zeker niet naar het eiland Sint-Maarten. Dat ligt in de Caraïbische Zee net ten noorden van Zuid-Amerika. Het hoort bij Nederland. Daarom heet de luchthaven daar Prinses Juliana. Ze ligt heel dicht bij het strand. De vliegtuigen vliegen erg laag over de zwemmers. Dat is heel gevaarlijk. Naar: Wablieft

©Solarisys / Shutterstock.com

VA

d Herschrijf de vetgedrukte zinnen. Vervang ‘Butterfly’ door verwijswoorden. Kies uit:

Klas:

Vorige maand werd een heel uitzonderlijk dier op een Amerikaanse boerderij geboren. Het heet Butterfly. Butterfly is een gaap. Butterfly is het resultaat van een kruising tussen een schaap en een dwerggeit. Butterfly heeft de poten en de kop van een geit. De wollen vacht kreeg Butterfly van Butterfly’s schapenmoeder.

©

Nummer:

Datum:

514

haar - ze

THEMA 13 | Over de grens


IN N

VA

THEMA 14 Vakantie

Welke vakantiegenieterd ben jij? - lezen, creatief schrijven

LES 2

Superheld - genietend lezen

O V U R

LES 3

Hallo? - luisteren en spreken: telefoongesprek

O V U R

LES 4

Het eiland van de goden - kijken en luisteren

LES 5

Grasduinen in reisbrochures - lezen: folders

LES 6

Spel- en woordweb - spelling en woordverklaring

©

LES 1

KEUZELES 1

Vakantieplannen - informatie zoeken op het internet

KEUZELES 2

In beeld - pictogrammen

KEUZELES 3

Woordenbingo - spelling

OEFENEN MAAR! ZELFTOETS

515


Les 1

Welke vakantiegenieterd ben jij? Je kunt informatie vinden in jongerentijdschriften en die beoordelen. Je kunt een korte tekst schrijven.

©

VA

N

IN

a Hoe breng jij het liefst je zomer door? Doe de test uit het tijdschrift Yeti.

516

THEMA 14 | Vakantie


b Tel je resultaten op. Lees de uitleg die bij je score hoort.

O ja O nee

IN

Ga je akkoord met de uitleg? Waarom (niet)?

magazine:

tijdschrift

©

VA

N

c Het magazine Yeti trakteert je op enkele tips zodat je je niet zou vervelen… Lees ze aandachtig. Omcirkel de tip die je wel ziet zitten.

LES 1 | Welke vakantiegenieterd ben jij?

517


IN N VA

©

d Verzin zelf nog een allerlaatste gouden tip. Maak er ook een passende tekening bij.

518

THEMA 14 | Vakantie


Les 2

Superheld Je kunt van een fragment uit een jeugdboek genieten.

a Lees de tekst.

N

IN

Daan S. gaat bijna naar de middelbare school, maar eerst is er nog de zomervakantie: naar een ecologische1 camping in Frankrijk. Dat wordt vast een rampzalige zomer. Daan had liever naar een populaire camping gewild, met gamehal en disco. En dertien uur naast zijn jongere broertje Ivan en zijn oudere zus Roos (beter bekend als Lellebel of Miss Lukt) op weg naar de ecocamping is ook geen pretje. Sinds Roos veertien is, is ze onuitstaanbaar en eist ze alle aandacht op in het gezin.

Wanneer je op zomervakantie gaat naar Zuid-Frankrijk, heb je de volgende dingen bij je: alleen één schone onderbroek, een tandenborstel, 5 een zwembroek, een fles zonnebrand en een handdoek. De rest heb je niet nodig, want je zit twee weken aan het zwembad of op het strand. Het is tenslotte Zuid-Frankrijk! 10 Naast bovenstaande zwemoutfit, heb je een trui nodig voor als het kouder is en een nette broek (of rok) met shirt voor als je uit eten gaat. Verder, wanneer je een meisje bent, één hele weekendtas vol met make-up, haarattributen en sieraden. En die leuke nieuwe pumps heb je ook bij je! 15 Regenlaarzen, een regenpak, sneeuwkettingen voor de auto, zes paar extra kleding om je om te kleden, veel antimuggenspray, een kist vol boeken en spelletjes om je te vermaken tijdens plensbuien, paraplu’s, zelfbruinende crème zodat je toch een beetje bruin terug naar huis gaat.

©

VA

1

1

ecologisch: milieuvriendelijk

LES 2 | Superheld

519


Ze stonden bij de receptie. Nou ja, dacht Daan, receptie? Het was een klein, houten gebouwtje, het rook er muf en ook een beetje naar mest. Op de stenen vloer lag her en der wat modder en stro. Er stond een houten tafel met folders van bezienswaardigheden in de regio, een kast vol boeken die je mocht 25 lenen (de boeken, niet de kast) – maar Daan zag alleen maar Franse titels – en een houten balie met een grote koeienbel erop. ‘Zullen we die dan maar even rinkelen?’ vroeg pap en hij pakte de bel op. Hij sloeg de bel woest op en neer. 30 ‘Mag ik dat ook doen?’ vroeg Ivan. Lellebel was demonstratief in de auto gebleven. ‘Ik ga écht niet door de stromende regen naar dat … dat hutje daar rennen. Als we bij het huisje zijn, dan kom ik er pas uit.’ Daan keek nu uit het raam. De receptie lag helemaal alleen op een 35 landweggetje. Hij zag een bordje waarop LA FERME stond met een pijl naar rechts. Verderop stonden grote zwarte paarden in een wei en overal waren bomen. Geen caravans, geen tenten, niets van dat alles. ‘We zijn denk ik verkeerd gereden, pap,’ zei Daan, ‘ik zie nergens 40 huisjes of tenten.’ ‘Nee, dit is het. Nog maar eens die bel rinkelen. Misschien moet ik dat even buiten gaan doen.’ Pap liep naar buiten. ‘Wat enig is het hier!’ riep mam uit. ‘Zo rustig en groen en weids!’ ‘Mam, het giet. Geen wonder dat het rustig is, wie zou er nou 45 buiten willen zijn met dit weer?’ Rustig was ook niet het woord waarmee Daan de sfeer zou willen beschrijven. Uitgestorven. Doods. Op dat moment kwam er een vrouw aangelopen door de regen. Ze hield een paraplu vast en droeg een keukenschort boven haar 50 rubberlaarzen. Ze zwaaide naar pap, die nog steeds in de regen stond, en samen kwamen ze naar binnen. ‘Ah! Bienvenue! Welkom bij ‘La Ferme’, zoals wij dit noemen. Iek ben Martine. Welkom, welkom! Goede reis kehad? Wat een weer, hé? Maar het komt goed, de weerberichten voorspellen droge 55 tijden en zon. Veel zon!’ Ze schudde de plu uit en liep naar de balie. ‘U spreekt Nederlands!’ zei mam. ‘Wie’, zei de vrouw blij. ‘Nou, u’, zei mam weer. ‘Wie.’ De vrouw knikte vriendelijk lachend.

©

VA

N

IN

20

520

THEMA 14 | Vakantie


‘U. U spreekt Nederlands!’ Mam klonk al een beetje ongeduldiger. ‘Wie, wie’, herhaalde de vrouw, nu ook een beetje ongeduldig. ‘Liefje, ze bedoelt “oui”. Dat is “ja” in het Frans.’ Pap keek haar lachend aan. ‘O! Ha ha!’ riep mam. 65 ‘Mijn man is Nederlander. En iek heb de taal ook een beetje gelierd.’ ‘Ah! Wie!’ zei mam. ‘Nou, iek’, zei de vrouw gedecideerd. ‘Wie’, zei mam weer knikkend en Daan rolde met zijn ogen.

IN

60

Er was een probleempje. Doordat het zo lang geregend had, en de camping weinig aangelegde wegen en paden had, en vooral paden van steentjes en zand, was het pad naar hun huisje te modderig voor de auto. Martine legde verontschuldigend uit dat ze de bagage naar het huisje zouden moeten dragen en dat dit huisje onder het 75 pad naar het zwembad lag. ‘O jee, dus we moeten alles door de regen dragen?’ Mam beet op haar lip. ‘Dan is alles al nat voordat we het uitgepakt hebben. En het meeste ligt ook min of meer los in de auto …’ ‘Jij wilde eco,’ zei pap een beetje venijnig, ‘dus nu krijg je eco. 80 Lekker één met de natuur, Syl.’ ‘Is het ver lopen?’ vroeg hij aan Martine. ‘Zeven eh… minuutjes maar. Net onder het zwembad. Niet ver.’ Zeven minuten?! Daan liet zijn schouders zakken. Zeven minuten ploegen door modderpaden met zware tassen en dozen en losse 85 spullen… Hij dacht aan de camping van vorig jaar, toen ze de auto gewoon pal voor hun huisje hadden kunnen plaatsen. Toen hij, Roos en Ivan gelijk het zwembad in mochten springen terwijl mam en pap het huisje inrichtten en alles uitpakten. Pap haalde diep adem. Hij keek even naar mam, die net deed alsof 90 ze dat niet zag. ‘Nou, goed dan maar. Zeven minuutjes door de regen. Sylvia, als jij eens de eerste koffer haalt?’ ‘Nee!’ Martine keek hen aan. ‘Non! Eerst even mee naar de auberge, het … restaurant. Even lekkere koffie of thee en voor de 95 kienders een limonade.’

©

VA

N

70

Uit: Marlies Slegers, De rampzalige geweldige zomer van Daan S.

LES 2 | Superheld

521


IN

b Daan maakt in het begin van het fragment een lijstje. Misschien ga jij in de zomer ook op reis? Maak een lijstje met spullen die je zeker niet mag vergeten. Denk ook aan een reisapotheek. Werk op een apart blad. Bekijk daarna het lijstje van je buur. Wat heeft hij/zij vergeten?

N

c Ik ga op reis en ik neem zeker NIET mee … Je kent dit spel ongetwijfeld. Probeer zoveel mogelijk de voorwerpen te onthouden die in de klas opgesomd worden. Als je een fout maakt, mag je niet meer meespelen.

©

VA

Voorbeeld: Leerling 1 begint en zegt: ‘Ik ga op reis en ik neem zeker geen leraar mee.’ Leerling 2 gaat verder en zegt: ‘Ik ga op reis en ik neem zeker geen leraar en geen waterkoker mee.’ Leerling 3 zegt: ‘Ik ga op reis en ik neem zeker geen leraar, geen waterkoker en geen toilet mee.’

522

THEMA 14 | Vakantie


Les 3

Hallo? Je kunt een telefoongesprek voeren. Je kunt je in een herkenbare situatie inleven.

O V VOOR U R

IN

a Luister aandachtig naar de telefoongesprekken. Welke fouten hoor je?

Waarop let je bij een goed telefoongesprek? - groeten als je belt of opneemt, - beleefd zijn,

N

- je naam zeggen, - duidelijk praten, voldoende luid en niet te snel,

- je taal aanpassen aan de persoon met wie je belt, - met woorden reageren, want je ziet elkaar niet,

VA

- groeten voor je de hoorn neerlegt,

Als je afspraken maakt, kan dit belangrijk zijn: - duidelijk afspreken,

- eventueel vooraf opschrijven wat je moet zeggen of vragen, - eventueel belangrijke dingen tijdens het gesprek opschrijven.

Je speelt een rollenspel waarin je een telefoongesprek voert. Vul eerst het schema aan. Vul in wat je moet zeggen. Oefen het gesprek met je buur.

©

O V U R

Wie is de zender?

Wat is de boodschap?

Wie is de ontvanger?

Wat is de bedoeling?

Welke taal gebruik je?

rollenspel:

spel waarbij iedereen een personage speelt

standaardtaal - dialect - tussentaal

LES 3 | Hallo?

523


O V TIJDENS U R Speel het gesprek voor de klas. Een klasgenoot of je leraar helpt je.

O V NA U R Vul de tabel in.

IN

1 Spreek standaardtaal. 2 Spreek luid en duidelijk. 3 Lees vooraf nog even de telefoontips.

ja

1 Je begroette de ander. 2 Je noemde je naam.

N

3 Je was beleefd.

4 Je sprak duidelijk, voldoende luid en niet te snel. 5 Je paste je taal aan.

6 Je reageerde met woorden.

©

VA

7 Je sloot het gesprek op een gepaste manier af.

524

THEMA 14 | Vakantie

nee


Les 4

Het eiland van de goden Je kunt informatie uit een tv-uitzending halen.

a Kennismaking met Kreta O V VOOR U R

IN

- Wie Kreta zegt, denkt aan heerlijk weer, gezellige terrasjes, olijven en zee. Het grootste en meest zuidelijk gelegen Griekse eiland is één van de populairste vakantiebestemmingen van de Middellandse Zee. Een reporter gaat er op zoek naar het echte Kreta. Hij laat zich daarbij leiden door oude familiefoto's.

- Dadelijk bekijk je een filmpje. Ken je het eiland Kreta? Bij welk land hoort dit eiland? Ken je nog een ander eiland? Ben je nog op Kreta geweest?

N

- Je krijgt tien foto’s uit het filmpje. Bekijk die goed. In welke volgorde moeten de foto’s staan? Nummer de foto’s terwijl je het filmpje bekijkt. Houd een potlood in je hand. Leg je boek open zodat je de foto’s goed kunt bekijken.

©

VA

O V U R

LES 4 | Het eiland van de goden

525


O V TIJDENS U R

©

VA

N

IN

1 Laat je door niets afleiden. 2 Concentreer je goed.

526

THEMA 14 | Vakantie


Hoeveel foto’s had je correct? Vond je dit moeilijk? Ja / Nee

IN

O V NA U R

Als je het moeilijk vond, wat was er dan precies moeilijk?

N

Wat zou je de volgende keer anders doen?

VA

b Bekijk het filmpje nog een keer.

O V VOOR U R

In het filmpje hoor je heel veel getallen. Dadelijk krijg je een aantal vragen waarin je getallen moet invullen. Lees de vragen vooraf al eens door.

©

O V U R

LES 4 | Het eiland van de goden

527


O V TIJDENS U R Beantwoord de vragen. 1 Hoeveel keer is Vincent al op het eiland Kreta geweest?

O 2 keer O 3 keer O 4 keer O 5 keer 2 De vrouw op de foto hiernaast woont nu in jaar in

België.

IN

Rethymnon, maar woonde

3 De bladerdeegbakker voert zijn beroep al bijna

jaar uit.

4 Vincent bezoekt een klein kerkje in

Kato Valsamonero. Dit plaatsje bevindt zich ____ km van Rethymnon. 5 De honing die Vincent langs de weg koopt, kost continenten in.

zich bevinden:

N

6 Kreta zweeft tussen

euro.

Het was vaak de inzet van vreselijke oorlogen. 7

In het Arkadi-klooster brandt al

jaar lang de kaars

in de kandelaar van geloof en gebed. In het Arkadi-klooster wonen nog

monniken.

VA

8 9

De reporter daalt

treden af, naar het strand van Préveli.

10 De graven in Arméni dateren van

11 Hotel Apollonia heeft 12

voor Christus.

dateren:

van een bepaalde datum afkomstig zijn

sterren.

jaar geleden nam Vincent de foto van de eend in de souvenirshop.

©

O V NA U R

Hoeveel vragen had je correct? Vond je dit moeilijk? Ja / Nee Indien je het moeilijk vond, wat was er dan precies moeilijk?

Wat zou je de volgende keer anders doen?

528

op een bepaalde plaats zijn

THEMA 14 | Vakantie


Les 5

Grasduinen in brochures Je kunt informatie in folders vinden.

IN

Pairi Daiza en Bobbejaanland behoren tot de top van de Belgische parken. Op de volgende pagina’s vind je informatie over beide parken.

DE LAGUNE

VA

N

Het eiland Madidi is het koninkrijk van de doodshoofdaapjes. Iets verderop geeft een mysterieuze brug de ingang van het Mura Mura Territory aan. Daar springen de kangoeroes rond. De papegaaien vliegen vrolijk rond. Het groene loof van de boomvarens voert ons mee naar de Jura. Je kunt er de wallaby’s en de kasuarissen bewonderen. In het hart van de Lagune ligt de grote boot Mersus Emergo met zijn schildpadden, slangen, spinnen en kameleons. Aan stuurboord luieren de zeeleeuwen op het witte strand. Ze genieten van de zon, terwijl aan bakboord de gibbons van tak tot tak slingeren.

DE VALLEI VAN DE BRON

©

De trein van Pairi Daiza reist doorheen de continenten1. In de Vallei van de bron ontdekt u een geheime bron. Die was in de middeleeuwen beroemd om zijn magische krachten. Onder de scherpe blik van de roofvogels heeft Pairi Daiza de Brouwerij van Cambron weer tot leven gebracht. Een buitengewoon gewelf, prachtige muurschilderingen die de geschiedenis van de brouwerij vertellen, een middeleeuwse sfeer ... en engelen en duivels die ons ertoe willen verleiden2 om het legendarische abdijbier van Cambron te proeven.

OPENINGSDAGEN

Pairi Daiza is 7 dagen op 7 open, vanaf de paasvakantie tot het einde van de herfstvakantie.

OPENINGSUREN

Pairi Daiza is open van 10 uur tot 18 uur (van mei tot oktober in het weekend tot 21 uur; in juli en augustus tot 21 of 23 uur).

1

continenten: werelddelen

2

verleiden: overhalen

3

locatie: plaats

LES 5 | Grasduinen in brochures

Foto's: © Pairi Daiza

529


HET KONINKRIJK VAN GANESHA

ROOFVOGELSHOW

STEPPE EN SAVANNE

Welkom in het land van de vijf meest symbolische dieren van Afrika: de leeuw, de olifant, de Kaapse buffel, de neushoorn en het luipaard. Deze dieren wandelen rond op acht hectare steppe- en savannegrond. Hier komen giraffen, neushoorns, antilopen en jachtluipaarden in aanraking met wrattenzwijnen, hyena’s, apen en tal van andere diersoorten. Onder de ritmes van djembés ontdekken we een groot Tambermadorp. In een vissersdorp op palen kunt u een kijkje nemen in de hut van het opperhoofd, het schooltje, de kruidenierszaak, het huis van de voodoopriesters, de muziekschool, de spreukenhut en de kapperszaak.

VA

N

U raakt zeker onder de indruk van zoveel snelheid, zowel van arenden, buizerds, valken, gieren als de condor. En wie weet, misschien vliegt er wel eentje rakelings6 langs uw hoofd. Deze demonstratie, bij de abdijtoren, is één van de grootste publiekstrekkers van Pairi Daiza. De valkeniers betrekken u zoveel mogelijk bij de voorstelling. De arenden en gieren overvliegen de arena.

IN

Machtige rijstvelden, bananenbomen, exotische4 bloemen, tempels van de andere kant van de wereld … het Koninkrijk van Ganesha voert ons mee naar Azië. De olifanten zijn de meesters van deze wereld. De otters, makaken, neushoornvogels en stekelvarkens vrolijken het landschap op. De Bloementempel zorgt voor kleur. Het Huis van de Ambachtsman5 toont ons de wonderen van de Thaise ambachtskunst. Er staat een tempel gewijd aan de olifantengod Ganesha en een tweede voor Boeddha.

Voorstellingen

- Van opening tot 15 mei: 14.30 uur. - Van 16 mei tot 30 juni: 11 uur

(behalve op woensdag, zaterdag en zondag),

©

14.30 uur en 16.30 uur (enkel op zondag). - Van 1 juli tot 31 augustus: 11 uur, 14.30 uur en 16.30 uur. - Van 1 september tot 30 september: 14.30 uur (behalve op zondag). - Van 1 oktober tot einde seizoen: 14.30 uur (behalve op zondag).

NAUTILUS

4

530

Het Aquarium toont een toverachtig schouwspel: duizenden vissen met felle kleuren en wonderlijke vormen, een ballet van kwallen, haaien, zeepaardjes, een inktvis … In de onderzeese grot aan de voet van het Aquarium ontdekt u een kolonie grappige zeehonden en mollige pinguïns. Iets verderop ravotten kinderen in de grote openluchtspeeltuin van Pairi Daiza.

exotisch: door een ander klimaat voortgebracht

THEMA 14 | Vakantie

5 6

ambachtsman: vakman rakelings: zodat er bijna aanraking is


Bobbejaanland, dat is fun voor groot en klein. Met meer dan 40 attracties, vindt iedereen er wel eentje die zijn hart sneller doet slaan. We stellen er enkele voor, voor elk wat wils …

IN

Een boottochtje door het oerwoud. Vergeet je safari-outfit niet aan te trekken. Langs de oevers van de Indiana River zitten de duistere geheimen van het oerwoud verborgen. Je ontdekt ze terwijl je in een boomstam de rivier verkent. Reuzespannend, want de rivier is onvoorspelbaar en je weet nooit wat je zult tegenkomen! Opgepast: op deze attractie kun je nat worden. Er zijn lichtflitsen en onverwachte geluiden in een donkere omgeving.

➸ Let op: verboden voor kinderen onder 1,00 m;

N

tot 1,40 m enkel onder begeleiding.

Voor de allerkleinsten is er de binnenspeeltuin Kinderland. Daar kunnen de kleintjes naar hartenlust ravotten in een van de vele speeltuigen en miniattracties.

➸ Alle kinderattracties zijn ook toegankelijk voor kinderen met

VA

een handicap en hun begeleiders.

Wie op zoek is naar een kick, moet zeker de Sledge Hammer proberen. De snijdende wind, de snelheid én de kracht van deze attractie doen je alles vergeten. Euhhhh… wat was mijn naam weer?

➸ Let op: verboden voor kinderen onder 1,30 m;

©

tot 1,40 m enkel onder begeleiding.

Als je wilt weten waar het gekrijs in Bobbejaanland vandaan komt, moet je niet ver zoeken. De Typhoon neemt je mee voor de loopings van je leven, ongelofelijke dubbele schroeven, snel draaiende, onstuimige7 bewegingen en de scherpste bochten. Laat je maar horen!

➸ Let op: verboden voor kinderen onder 1,25 m; tot 1,40 m enkel onder begeleiding.

LES 5 | Grasduinen in brochures

531


De Aztek Express, een prachtige Mexicaanse carrousel, dompelt je onder in een indrukwekkende en kleurrijke lichtshow. Vooruit, achteruit, snel, traag ... En dat in een prachtige kleurrijke omgeving: overweldigend!

➸ Let op: verboden voor kinderen

➸ Let op: verboden voor kinderen

VA

N

onder 1,10 m; tot 1,30 m enkel onder begeleiding.

onder 1,00 m; tot 1,40 m enkel onder begeleiding.

IN

De rollercoaster van je dromen, zo kun je de Dreamcatcher best omschrijven. En meer dan dat. Voel je een echte indiaan en laat de energie door je lijf stromen ... Hierna zal niets nog hetzelfde zijn.

©

Als nietsvermoedende toerist heb je in het Nightmare Motel gereserveerd om er een nachtje te verblijven. Na het inchecken ontdek je dat je allesbehalve een rustige nacht tegemoet gaat. Je krijgt een sleutelbos mee maar raakt nergens meer buiten, alle deuren blijken gesloten te zijn. Past deze sleutel? Misschien eens een andere proberen! Ben jij stressbestendig genoeg om binnen de acht minuten aan de oude hotelbewoners te ontsnappen?

➸ Let op: Verboden onder

11 jaar. Je kunt de attractie met maximum vier andere hotelgasten betreden. Een poging om het Nightmare Motel op tijd te verlaten kost € 5.

7

532

onstuimig: heftig

THEMA 14 | Vakantie

Scheep in voor een tochtje op de Amazone in de Banana Battle. Hebben we gezegd dat het een rustig of romantisch tochtje wordt? Onderweg kom je allerlei gevaren, waaronder krokodillen, tegen. Als enige wapen heb je waterkanonnen. Kijk uit voor de watervallen!

➸ Let op: verboden voor kinderen onder 0,90 m.

reserveren:

vooraf bespreken

verblijven:

ergens een tijdje blijven logeren

Foto's: © Bobbejaanland


a Zoek in de folders in welk park je de activiteiten vindt. Pairi Daiza

Bobbejaanland

Je kunt een vissersdorp op palen bezichtigen.

O

O

2

Je maakt een boottochtje door het oerwoud.

O

O

3

Met de trein reis je doorheen de continenten.

O

O

4

Er is een roofvogelshow.

O

O

5

In een onderzeese grot ontdek je pinguïns.

O

O

6

Kinderen kunnen er ravotten in een speeltuin.

O

O

7

Een Mexicaanse carrousel dompelt je onder in een kleurrijke lichtshow.

O

O

8

Je vindt er het huis van de voodoopriesters.

O

O

9

Je maakt een onrustig tochtje op de Amazone in de Banana Battle.

O

O

IN

1

N

10 In het hart van de Lagune ligt de grote boot Mersus Emergo.

O

O

b Beantwoord de vragen of vul aan.

De vijf meest symbolische dieren van Afrika zijn de leeuw, de

VA

1

, de Kaapse buffel, de neushoorn en het luipaard.

2

Je broer is 1,35 m groot. Mag hij met jou mee op de Sledge Hammer? Ja / Nee

3

Op de attractie

4

Bobbejaanland bevat meer dan

5

De

6

Onder de ritmes van

gebruik je waterkanonnen als wapen. attracties.

neemt je mee voor de loopings van je leven. ontdekken we in Pairi Daiza een

©

groot Tambermadorp.

7

Om uit het Nightmare Motel te ontsnappen krijg je slechts

minuten.

8

De toegang tot de attractie Nightmare Motel is inbegrepen in de toegangsprijs van het park. Ja / Nee

9

Kun je in Pairi Daiza een Boeddhatempel bezichtigen? Ja / Nee

10 In Pairi Daiza kun je het abdijbier van

proeven.

LES 5 | Grasduinen in brochures

533


c Is er in Pairi Daiza een roofvogelshow op de volgende momenten? ja

nee

1 op 15 mei in de voormiddag 2 op woensdag 21 juni om 16.30 uur 3 op zaterdag 28 juni om 16.30 uur 4 op zondag 2 oktober om 14.30 uur 5 op woensdag 5 juli om 11 uur

IN

d Je broer is 1,23 m groot. Mag hij in Bobbejaanland mee op volgende attracties? ja

1 Dreamcatcher 2 Aztek Express 4 Indiana River 5 Typhoon

N

3 Banana Battle

e Ben je al in een van de parken geweest?

VA

Welke attracties die niet vermeld staan vielen je op?

©

534

THEMA 14 | Vakantie

nee

ja, maar alleen met begeleiding


Les 6 6.1

Spel- en woordweb

Spelweb Je kunt de woorden van dit spelweb correct schrijven.

a Lees de woorden hardop. b Schrijf de woorden zonder fouten over. toilet

2

kauwgom

3

populair

4

terwijl

5

bescheiden

6

miljoen

7

barbecue

8

akkoord

9

schouwspel

IN

1

10 gezellig

11 beide

12 logeren

N

c Duid de moeilijkheden in het woord aan. d Spel de woorden hardop.

e Zoek het juiste woord. De gekleurde letter is de eerste letter van het woord.

2 K O A K O D R

3 L E Z I G L E

4 O L G E N E R

5 S L P E H O S WU C

6 I E B E D

VA

1 R A I P O U P L

©

f Vul de ontbrekende woorden in. Kies uit de woorden uit oefening b. 1 Door de hevige buikpijn, moest Hans op zoek naar een

.

2 Komen

ouders naar het oudercontact? Of slechts één iemand?

3 Ik ga

met de leraar als hij vindt dat we te veel huiswerk krijgen.

4 Mijn stoute broertje plakte

in mijn haar. Ik moest het plakkerige

goedje eruit knippen. 5 Die achtergrondmuziek maakte de sfeer in de bar extra 6 Ging je al ooit naar een

.

over de middeleeuwen?

LES 6 | Spel- en woordweb

535


6.2

Woordweb Je begrijpt de woorden uit het woordweb.

Reeks 1 a Lees de eerste reeks woorden en ook de voorbeeldzinnen. Onderaan de tekst staat meestal de bron vermeld.

typisch

In dat restaurant serveren ze typisch Belgische gerechten.

verwijzen

De huisarts verwijst mijn broer naar de hartspecialist.

op voorhand

Gelieve op voorhand even te telefoneren. Zo weet u zeker of er nog plaats is.

grondig

Heb je de lijst met de Franse werkwoorden grondig herhaald?

kunstmatig

Voor de kust van Dubai heeft men een kunstmatig eiland gemaakt.

VA

N

IN

bron

b Noteer de woorden uit reeks 1 bij de juiste betekenis.

©

1 degelijk, zorgvuldig

536

2 naar een andere persoon of plaats doorsturen

3 het boek, de krant of de website waar je een tekst gevonden hebt

4 vooraf

5 niet natuurlijk

6 wat kenmerkend is voor iets of iemand

THEMA 14 | Vakantie


Reeks 2 c Lees de tweede reeks woorden en ook de voorbeeldzinnen. We bevinden ons momenteel op de bovenste verdieping.

dateren

Die speerpunten dateren uit de Romeinse tijd.

magazine

Zijn foto staat op de cover van dat magazine.

reserveren

Vergeet niet om de tennisbaan voor 15 uur te reserveren!

rollenspel

De mishandeling kwam via een rollenspel aan het licht.

verblijven

Elke zomer verblijven onze bejaarde buren een tijd in Spanje.

IN

bevinden

d Combineer de zinnen met de juiste uitleg. Noteer de juiste letters onder de nummers. 1 Via een rollenspel zullen we leren hoe we op een goede manier kunnen telefoneren.

a op een bepaalde plaats zijn

b ergens een tijdje blijven, logeren

3 We bevinden ons momenteel twintig meter onder de zeespiegel.

c spel waarbij iedereen een personage speelt

4 In dat magazine vind je veel interviews met topsporters.

d gebeurd zijn op een bepaalde datum

VA

N

2 Het ongeval dateert van 10 augustus laatstleden.

5 De klassen verblijven in een luxueuze e vooraf bespreken, vastleggen jeugdherberg in het centrum van Parijs. 6 Ik zou graag een kamer voor twee nachten in dat hotel reserveren. 2

3

4

5

6

©

1

f tijdschrift

LES 6 | Spel- en woordweb

537


e Vul de zinnen aan met het juiste woord. Let op: soms moet je het woord een beetje aanpassen. Kies uit:

dateren – bron – op voorhand – magazine – rollenspel – verwijzen – zich bevinden – grondig – reserveren – verblijven – typisch – kunstmatig 1

Hoelang zullen we eigenlijk in dat vakantiepark

2

Het

3

We moeten de leerstof nog eens

viel goed mee. Ik kende mijn tekst perfect. studeren, zodat

IN

we niet altijd diezelfde fouten maken. 4

?

Dit is een artikel uit Het Nieuwsblad van vorige week. Het staat in de

.

me graag in een deftig restaurant.

5

Ik

6

Uit welke eeuw

7

Meneer, ik wil graag voor volgend weekend een kamer .

in uw hotel

Elke week koopt ze Flair, Libelle, Story of een ander .

9

Die drank is

N

8

die potscherf?

voor deze streek.

10 Ik hoor dat je morgen die taak van mij overneemt? Ik wil al bedanken.

VA

je daarvoor

11 Je

naar alle boeken die hij geschreven heeft.

12 Dit meer is door mensen aangelegd, het is dus een

©

meer.

538

THEMA 14 | Vakantie


keuzegedeelte Keuzeles 1

Vakantieplannen

Je kunt op het internet gericht informatie zoeken. a Zoek via Google informatie over pretparken. Noteer de informatie in de tabel.

website adres openingsuren op 1 juli van dit jaar Plopsa fun-card online:

euro

Adventure Pass

verjaardagsformule mogelijk?

Walibi Belgium

Walibi pass:

Bellewaerde Park:

N

prijs van een jaarabonnement

Bellewaerde

IN

Plopsa De Panne

euro

euro

ja / nee

ja / nee

ja / nee

VA

b Het is beslist: de volgende vakantie gaan jullie van 1 tot 8 augustus met het gezin naar Lloret de Mar. Jullie vliegen met Tui. Help je ouders bij de keuze van een hotel. Surf naar www.tui.be. Welk hotel heb je gekozen? naam

aantal sterren

sterren

aantal kamers in het hotel

kamers

©

all-informule mogelijk?

afstand van het hotel tot het centrum van Lloret de Mar

afstand van het hotel tot het strand positieve punten

negatieve beoordelingen

KEUZELES 1

539


Keuzeles 2

In beeld

Je kunt pictogrammen lezen. a Lees de tekst.

'Deze luchthaven heeft de vrouwvriendelijkste toiletten'

IN

vrouwentoiletten. Daar worden de wc’s namelijk niet alleen aangeduid met een standaard icoontje, maar wel met tientallen pictogrammen die erkennen dat iedere vrouw er anders uitziet. De mannentoiletten zijn al even geweldig. Van ons mogen Belgische luchthavens het Amerikaanse voorbeeld snel volgen.

VA

N

De damestoiletten op de luchthaven van Jacksonville (USA) toveren ongetwijfeld een lach op het gezicht van heel wat vrouwelijke reizigers. Daar wordt namelijk wel heel duidelijk gemaakt dat vrouwen in alle vormen en maten er even welkom zijn. Op de Amerikaanse sociale nieuwswebsite Reddit postte een gebruiker een opvallende foto van de Naar: www.hetnieuwsblad.be

b Wat is een pictogram?

Waar vind je veel pictogrammen?

Waarom gebruiken we pictogrammen?

©

c Hoe zien de pictogrammen er in het vrouwentoilet volgens jou uit? Teken er enkele. Daarna krijg je een foto van het toilet in Jacksonville zien.

540

THEMA 14 | Vakantie


d Noteer het cijfer van de uitleg bij de passende pictogrammen. Ze bevinden zich in een station. 1

Hier kun je een plaats reserveren.

2

Wie op reis gaat, moet natuurlijk weten waar hij reisbiljetten moet kopen.

3

Wil je je bagage in het station laten terwijl je de stad gaat verkennen? Dan kun je die achterlaten in het bagagedepot. In een station kun je geld wisselen. Daarvoor bestaat er een wisselkantoor.

5

Als je met iemand in het station afspreekt, kun je dat bij het trefpunt doen.

6

Moet je nog vlug een brief posten of zegels kopen, dan doe je dat in het postkantoor.

7

Ben je iets kwijt, dan ga je kijken bij verloren voorwerpen.

8

Wie inlichtingen wil, kan terecht bij de informatiedienst.

9

Soms ben je te vroeg of is de trein te laat. Dan kun je wachten in de wachtzaal.

N

IN

4

VA

e O p websites vind je ook heel wat pictogrammen. Deze pictogrammen staan op de website van Plopsaland. Zet de letter van de juiste betekenis eronder.

©

A verblijven B dagprogramma C personen met een handicap D parkplan

Keuzeles 3

E informatie F scholen G feestformule

Woordenbingo

Je kunt woorden correct schrijven. Je kunt goed met je klasgenoten samenwerken.

KEUZELES 2

541


Oefenen maar! 1

Duid hier jouw kleur aan:

Spelling en woordenschat

Les 6 Spel- en woordweb

1.1 Spelweb

Naam:

IN

a Schrijf de woorden over. 1 barbecue

7 akkoord

2 beide

8 gezellig

3 bescheiden

9 populair

4 kauwgom

10 terwijl

5 logeren

11 toilet

12 vrouwelijk

N

6 miljoen

b Vul de zinnen met een passend woord aan. Noteer het woord in de tweede kolom. 1 Ik bang? Nog in geen

ouders zijn leraar.

VA

2 Mijn

jaar.

3 Vanavond is er een buurtfeest. Er is een enorme

Klas:

4 Elke vakantie ga ik bij oma aan zee 5 Wees toch niet altijd zo 6

.

. Je kunt meer dan je denkt.

in je mond hebben, is niet erg beleefd.

©

Nummer:

c Vul de zinnen met een passend woord aan. Noteer het woord in de tweede kolom. 1 Er komt een onbedaarlijke stank uit het laatste 2 Wij werken snel. De pasfoto’s zijn klaar

Datum:

3 Ga jij 4 De

.

je wacht.

om dit jaar naar Nederland op reis te gaan?

kandidaten moeten de groene pijl volgen.

5 We maken het dan altijd super 6 De voetballer is heel

542

.

.

. Hij scoorde al veel goals..

THEMA 14 | Vakantie


d Vul de zinnen met het passende woord aan. Noteer het woord in de tweede kolom. Let op de hoofdletters. Kies uit:

pauw - augustus - automaat - blauw - spaghettisaus 1

is mijn lievelingskleur.

2 De

heeft een hele mooie staart.

3 Haal jij voor mij een blikje cola uit de 4 Mijn mama maakt de lekkerste

.

in Frankrijk.

IN

5 Wij zijn heel de maand

?

1 Het publiek bestond voornamelijk uit vrouwen.

Datum:

e Markeer de woorden met ou. Schrijf de woorden in de rechterkolom over.

2 Denk je dat mijn ouders dit zullen begrijpen?

N

4 Waarom maakten de toeschouwers zoveel lawaai?

5 Zwarte Piet klimt door de schouw alsof het niets is.

Nummer:

3 Die hond is heel erg trouw aan zijn baasje.

6 Ik lust dit smerige, stinkende brouwsel niet.

8 Wat ik je zeg, blijft vertrouwelijk. Vertel het aan niemand. 9 Hij heeft twee verschillende kousen aan vandaag.

Klas:

VA

7 Mijn broer volgt het derde jaar houtbewerking.

10 Mijn ouders zullen volgend jaar een nieuw tuinhuis bouwen.

1.2 Woordweb

bevinden

op voorhand

bron

reserveren

dateren

rollenspel

grondig

typisch

kunstmatig

verblijven

magazine

verwijzen

Naam:

©

Lees de woorden uit thema 13 en 14.

OEFENEN MAAR!

543


a Combineer elke zin met de juiste uitleg. De cijfertjes verwijzen naar de voetnoot, onder aan de bladzijde.

a

kenmerkend

2

Deze huisjes zijn typisch voor de Normandische bouwstijl.

b

naar een andere plaats of persoon wijzen

3

Volgens de bron is dit een artikel uit het tijdschrift Knack.

c

onnatuurlijk

4

Heb jij die woordenlijst grondig gestudeerd?

d

vooraf

5

De varkens worden kunstmatig bevrucht. Hier komt de natuur weinig of niet aan te pas.

e

zorgvuldig

6

Uiteraard moet je in dit restaurant op voorhand reserveren.

f

het boek, de krant of de website waar je een tekst gevonden hebt

2

3

4

5

6

N

1

IN

Naam:

1

b Combineer elke zin met de juiste uitleg.

Mijn grootmoeder is slechts op één magazine geabonneerd.

a

uit de tijd zijn van

2

Hallo, oma? We bevinden ons op de luchthaven.

b

tijdschrift

3

Dit boek is erg oud. Het dateert uit de middeleeuwen.

c

gespeelde gesprekssituatie

4

Reserveer jij voor mij een plaatsje bij het raam?

d

ergens een tijdje blijven logeren

5

In de Franse les moesten we een brood leren kopen. We speelden daarvoor een rollenspel.

e

op een bepaalde plaats zijn

Tijdens de winter verblijven alle dieren in een speciaal verwarmde ruimte.

f

vooraf vastleggen

Klas:

VA

1

©

Nummer:

6

Datum:

544

1

2

3

THEMA 14 | Vakantie

4

5

6


c Wat is de juiste betekenis van het onderstreepte woord? Zet een kruisje in het juiste bolletje. Met de letters na de juiste uitleg vorm je een woord uit spelweb. 1 Tijdens de bergwandeling ontdekten we plots een bron. Dat kwam goed uit, want we hadden grote dorst.

het boek, de krant of de website waar je een tekst gevonden hebt (Z) plaats waar water uit de grond borrelt (L) oorsprong (A)

3 Jan heeft zijn lijst met werkwoorden grondig gestudeerd. Nu haalt hij zeker goede punten. wat de grond betreft (R) oppervlakkig (C) degelijk (E)

N

4 De leraar Nederlands zal morgen voor ons het computerlokaal reserveren. vooraf vastleggen (O) bewaren (U) in reserve houden (G)

Klas:

VA

Datum:

wat kenmerkend is aan iets of iemand (T) soort (K) een speciaal iemand (B)

Nummer:

IN

2 Het is typisch voor Spanjaarden dat ze na de middag een siësta houden.

5 We zullen die laatste boterham voor later reserveren. Wie weet krijgen we nog honger.

van tevoren bespreken (J) op de juiste plaats leggen (M) in reserve houden (I)

©

6 Draag jij echt zo’n hoed? Dat is toch gedateerd?

een datum plaatsen (L) uit de tijd zijn van (O) verouderd zijn (T)

Gevonden letters: Naam:

Gevonden woord:

OEFENEN MAAR!

545


Zelftoets thema 13 en 14 1

Hoofdletters

Thema 13 Les 2 Vreemde landen

/17

a Markeer de woorden die je met een hoofdletter moet schrijven. Schrijf ze nog eens onder de tekst over.

IN

Naam:

/7 1 pandadrieling china – in de zoo van de stad kanton werd drie maanden geleden een pandadrieling geboren. het is de eerste pandadrieling die zo lang blijft leven. een naam hebben ze nog niet. het worden ongetwijfeld chinese namen. Naar: Kits

Naar: Kits

Verwijswoorden

Thema 13 Les 5 Verwijzen

VA

2

N

2 zwart broodje /10 japan – de japanse fastfoodketen burger king wilde meer variatie in haar aanbod. daarom biedt ze nu twee soorten zwarte hamburgers aan. benieuwd of dit ook in europa en amerika een succes wordt?

/10

a Markeer het woord of de woorden waarnaar de onderstreepte woorden verwijzen.

/10

Klas:

©

Nummer:

Hoi! Ik ben Sara. Ik woon in Antwerpen. Samen met mijn vader, moeder, broers en zusje. Ik heb ook nog familie in Marokko. Ze wonen in de stad Fes. Mijn nicht Samira gaat trouwen. Daarom gaan we op bezoek. We nemen een heleboel cadeautjes voor onze familie mee. Voor Samira hebben we make-up spullen. Dan kan zij zich nog mooier maken voor het feest. De reis naar Marokko duurt lang. Opa wacht ons aan de luchthaven op. Hij vindt het leuk om ons te zien. Opa vertelt over zijn moestuin. Hij kweekt er de heerlijkste groenten.

Datum:

We bezoeken oom Faissal. Die heeft een kraampje in de Medina. Dat is het oude gedeelte van de stad. We lopen daar eerst onder een mooie poort door. De poort heeft wel duizend blauwe tegeltjes. De Medina van Fez is wereldberoemd. Maar kijk goed uit, het is een echt doolhof!

TOTAAL

546

/27

THEMA 13 & 14 | ZELFTOETS


Issuu converts static files into: digital portfolios, online yearbooks, online catalogs, digital photo albums and more. Sign up and create your flipbook.