Page 1

Losse verkoopprijs â‚Ź 2,95

MEI 2014

Angst voor verbrande hondenpootjes Hightech museumzaal

kunstenaar: rommert boonstra

Oom Chuck en de anderen


Door een deel van onze winst terug te geven aan de lokale gemeenschap hopen we bij te dragen aan een gezonde samenleving voor onze klanten.

Benut digitaal drukwerk optimaal. ONLINE BESTELLEN pERSONaLISEREN CROSS MEDIa

Ontdek de kostenbesparende en rendementsverhogende voordelen!

Het Stimuleringsfonds geeft terug aan de gemeenschap. Rabobank. Een bank met ideeën.

Onze vestigingen zijn een levende etalage van passie en betrokkenheid. Die inzet ziet u terug in uw drukwerk.

Kijk voor meer informatie op rabobank.nl/enschede-haaksbergen.

ENSCHEDE | GORINCHEM | GRONINGEN | ZWOLLE

Netzo snel & flexibel

NETZODRUK.NL

Huur ‘n vergaderruimte met het hart! Een originele locatie voor uw vergaderingen, cursus of brainstormsessie nodig? Boek een ruimte in Prismare! Een inspirerende omgeving, voorzien van alle denkbare faciliteiten én u draagt bij aan de toekomst van mensen met een achterstand op de arbeidsmarkt of met een sociale of fysieke uitdaging.

prismare.nl/zakelijk

VOORWOORD

Het idee is dat een nieuw speeltoestel ook winst is.

Unieke ervaring De meest grappige uitspraak die ik ooit hoorde over het gebrek aan belangstelling voor musea bij tieners en vroege twintigers was de volgende. “Tussen 12 en 22 is men alleen geïnteresseerd in seks en voetbal. Dus vergeet die groep maar in je museum.” In de werkelijkheid ligt dat natuurlijk genuanceerder. Het valt me op dat jongeren, eenmaal in ons museum beland, zeggen dat het in ons geval wel meevalt. “Eigenlijk best leuk!”, hoor je dan. Ik stel me zo voor dat dit wel voor meer musea geldt. Dus er is hoop. Natuurlijk kun je liefde voor musea niet afdwingen. Er zijn nu eenmaal mensen die er niets mee hebben, zoals er anderen zijn die niet van voetbal houden... Dus ook bij oudere mensen ontmoet je desinteresse voor musea. Laatst liet ik een cabaretier en liedjesschrijver uit het midden van het land - boven de zeventig - het museum zien. Hij gaf met enige schroom aan niet zo van musea te houden. Maar in Museum TwentseWelle raakte hij onder de indruk. De verschillende tentoonstellingen en het bijzondere gebouw ontlokten hem regelmatig ‘ooh’s’ en ‘aah’s’. Ons museum is blijkbaar een uitzondering voor hem. Dat TwentseWelle een museum is dat mensen verrast, blijkt telkens weer en hoe meer mensen dat weten hoe beter. De cabaretier heeft een groot netwerk uiteraard. We belandden uiteindelijk in de nieuwe Wunderkammer waarin beeldend kunstenaar en fotograaf Rommert Boonstra zo mooi het boek Horizon City van Jaap Scholten heeft verbeeld. Een bizarre ruimte vol verhalen en verrassingen. Geen tentoonstelling in de traditionele zin van het woord, maar een museale ervaring. Een compact kabinet vol curiositeiten met een dubbele bodem. Het is, na Thuis, waarin de bezoeker mensen van verschillende culturen ontmoet, de nieuwe attractie van TwentseWelle. Binnenkort komt de cabaretier een hele dag. Museum TwentseWelle staat voor het onverwachte. Iedereen die voor het eerst komt, roept namelijk uit dat hij dit niet had verwacht. Dat is behalve een compliment ook een probleem. We gaan daarom veel meer uitventen dat ons museum over de vindingrijkheid van de mens gaat en natuurlijk dat het verrast. De vindingrijkheid van mensen is een belofte voor de toekomst, staat in onze missie. En zo is het. Museum TwentseWelle staat ook voor nu en de toekomst. Daarmee willen we afrekenen met het beeld dat een museum uitsluitend over lang vervlogen tijden gaat. Ons museum richt de aandacht ook op vandaag en morgen. Met ons modeproject Twenter Fashion verzamelen we vandaag ontworpen kleding. Ook hebben we meegewerkt aan een tentoonstelling van nieuwe producten in The Gallery, het schitterende gebouw op het terrein van de universiteit waar nieuwe bedrijven zijn gevestigd en dat onlangs feestelijk door onze koning werd geopend. De producten waarvan we verwachten dat ze een rol in het dagelijkse leven gaan spelen, nemen we op in onze collectie. Het terrein van onze conservator innovatie, die uiteraard nauw bij het The Galleryproject betrokken is. Museum TwentseWelle is het enige museum in Nederland waar een conservator innovatie werkt. Het gaat goed met TwentseWelle. De bezoekersaantallen nemen toe, het aantal arrangementen loopt op en we krijgen steeds meer samenwerkingspartners met wie we mooie projecten ontwikkelen. Binnen Twente, zoals met de partners van Roombeek Cultuurpark, maar ook daarbuiten. De VPRO en Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, met wie we de schitterende tentoonstelling O’Hanlons Helden hebben gemaakt, zijn daar goede voorbeelden van.

In ‘t kort

4

Waarom het ‘kofferproject’ van Jaap Scholten uit de hand liep

6

Icarus met een Harley

8

Nieuwsgierige avonturiers

Angst voor verbrande hondenpootjes14

Hightech museumzaal16

Podium voor rebelse archeologen 19

Herinneringen aan vroeger22

Op grootmoeders wijze24

Museum TwentseWelle Het Rozendaal 11 7523 XG Enschede Tel. 053 480 76 80 www.twentsewelle.nl Redactie Wilma Tempelman Eindredactie Loes Schippers Teksten Marco Krijnsen, Kees van der Meiden, Wilma Tempelman Fotografie Annina Romita, Fotostudio TwentseWelle Vormgeving buroBAM!, www.burobam.nl Uitgever Museum TwentseWelle

Hoort en zegt het voort. Museum TwentseWelle is een unieke ervaring. Samen met de andere musea in Twente een reden voor minstens één dag culturele inspiratie.

Directie Kees van der Meiden

Ik wens u veel leesplezier.

Raad van Toezicht Herman Spenkelink, Ton Wennink, Marc Altink, Wim Boomkamp, Han ten Broeke

Kees van der Meiden Directeur Museum TwentseWelle

11

mei 2014


t/m 25 januari 2015 Paden naar het Paradijs Een roman in twaalf zalen van schrijver Atte Jongstra.

za 5 april t/m zo 22 juni Nothing comes to mind Littlewhitehead

9 februari 2014 t/m 24 augustus 2014 Maria Blaisse. The emergence of form

vrijdag 27 juni t/m zondag 31 augustus AKI Finals

16 maart t/m 24 augustus 2014 Jan Fabre. Insectentekeningen en insectensculpturen 1975-1979

Museum TwentseWelle t/m 31 augustus 2014 O’Hanlons Helden

6 april 2014 t/m 28 september 2014 Rubens, Jordaens en Van Dyck - de Vlaamse barok

t/m 22 maart 2015 Horizon City

Tetem kunstruimte www.tetem.nl Tot eind 2014 Coenraad ter Kuile 17 juni 2014 Modeshow ROC ‘de maere’ Twenter Fashion 26 september t/m 5 januari 2015 European Art Quilt VIII

Jaap Scholten arrangement In het kader van de tentoonstelling Horizon City heeft TwentseWelle samen met Landgoedhotel De Wilmersberg in De Lutte een Jaap Scholten arrangement samengesteld. Wie het arrangement boekt (inclusief een overnachting, ontbijt en driegangendiner), vindt op de kamer het boek Horizon City van Jaap Scholten inclusief de boekenlegger die gratis toegang geeft tot Museum TwentseWelle. Hier is tot en met 31 december de expositie op basis van het boek te zien. Het arrangement kost 295 euro voor twee personen. Verderop in dit magazine meer over het boek en de expositie Horizon City.

In de maand mei serveert museumrestaurant bijRozendaal Eten & Drinken het lezersmenu van de Twentsche Courant Tubantia. Het lezersmenu betekent doorgaans een maand lang volle bak voor het restaurant. bijRozendaal heeft een driegangenmenu samengesteld met o.a. een filodeegbakje met gamba’s, varkensoesters met een mousseline van knolselderij en voorjaarsgroenten en een bijzonder dessert. Het lezersmenu kost 27,50 euro p.p., waarbij twee consumpties en een kop koffie/thee zijn inbegrepen. Gasten worden ontvangen in het museum. Speciaal voor deze gelegenheid krijgen dinergasten er ook nog een museumvoucher bij: een kortingskaart voor een bezoek aan TwentseWelle. Voor meer informatie en reserveringen: www.tubantia.nl/lezersmenu.

Streektaalschrijver en verteller Jan Swennenhuis is winnaar van de Twentse Taalprijs. Hij kreeg de onderscheiding voor de manier waarop hij al tientallen jaren zijn liefde voor het Twents uitdraagt en promoot. Swennenhuis (84) is onder meer columnist van de rubriek Doemspiekers in de Twentsche Courant Tubantia. Vorige winnaars van de Twentse Taalprijs waren André Hottenhuis, Herman Finkers, Anne van der Meiden, revuegezelschap Boer’n Leu, Gerard Vaanholt en Goaitsen van der Vliet.

t/m 22 juni 2014 Born Again. Solo Abner Preis

Aanmoedigingsprijs voor Marieke Dannenberg

22 mei t/m 22 juni 2014 Dreamscapes Mixed-Up 26 juni t/m 13 juli 2014 AKI ArtEZ eindexamen tentoonstelling

11 t/m 14 september 2014 GOGBOT Spaceship earth 18 september t/m 16 november 2014 Groepstentoonstelling iii initiative 18 september t/m 19 oktober 2014 Groepstentoonstelling Kunstenaarscollectief ZT

Twentse taalprijs naar Swennenhuis

Lezersmenu in museumrestaurant

t/m 18 mei 2014 Wunderkammer 2014

17 juli t/m 7 september 2014 Multi Solo zomereditie

1.520 bezoekers. De overige deelnemende musea zijn: Cobra Museum voor Moderne Kunst, Gemeentemuseum Den Haag, Hermitage Amsterdam, Joods Historisch Museum, Kröller-Müller Museum, Mauritshuis, Museum Boijmans Van Beuningen, Museum Het Valkhof, Nederlands Openluchtmuseum, Rijksmuseum en Van Gogh Museum.

harry nijenhuis van twentsewelle

Concordia, expositieruimte 21rozendaal

Nieuws

winnaar jan swennehuis (rechts) met streektaalconsulent

Rijksmuseum Twenthe

o’hanlon bezoekt wunderkammer tetem

INTKORT

Kalender

Museum Plus Bus blijft rijden De Museum Plus Bus blijft ook de komende jaren TwentseWelle aandoen. Dankzij een bijdrage van 500.000 euro van de BankGiro Loterij is het voortbestaan van deze voorziening voorlopig gegarandeerd. De Museum Plus Bus is een samenwerkingsproject van twaalf Nederlandse musea, waaronder TwentseWelle, en rijdt voor de senioren die niet meer in staat zijn om zelfstandig een museum te bezoeken vanwege hun lichamelijke en/of geestelijke conditie. Het verzorgde dagarrangement kost deze groep niets, dankzij de steun van de BankGiro Loterij. De bus bracht in 2013 in totaal 39 bezoeken aan TwentseWelle, samen goed voor

Marieke Dannenberg uit Rijssen heeft de Aanmoedigingsprijs Twentse Taal gekregen. De 24-jarige docente en studente Nederlands publiceert regelmatig verhalen en staat op het podium bij evenementen en voorstellingen waar het dialect centraal staat.

Dit najaar Art Quilts in TwentseWelle Op 26 september wordt Art Quilt VIII geopend in TwentseWelle. De expositie loopt tot en met zondag 5 januari 2015. Het is een expositie van art-quilt kunstenaars uit alle streken van Europa. In de jaren negentig is het quilten geëvolueerd van een creatieve uiting naar een serieuze kunstvorm. Door toevoeging van nieuwe materialen en technieken zijn de quilten diverser en explicieter geworden. Het eind van deze ontwikkeling is nog lang niet in zicht. Bij deze expositie worden verschillende workshops georganiseerd. Op vrijdag 31 oktober vind er een symposium plaats over Art Quilts.


klaar met zijn Twentse familie. Hij voorziet een vervolg op zijn nieuwste boek Horizon City, want er is nog zoveel meer te vertellen. ‘Laat werknemers van Stork en Van Heek hun spullen naar mij sturen. Ik wil over die kant van het verhaal graag meer schrijven.’

In november 2012, na een optreden in het Wilminktheater, kreeg Jaap Scholten een geheimzinnig stewardessenkoffertje toegeschoven. Afzender onbekend. Het bleek een schatkist vol archiefstukken van zijn eigen familie te zijn. Brieven, dagboeken en ander uniek materiaal van de Twentse industriefamilies Scholten (textiel, Enschede) en Stork (metaal, Hengelo). Toen hij de inhoud had bekeken, wist Scholten dat hij er iets mee moest doen. Het zou een boekje worden van enkele tientallen pagina’s, meer niet. Maar Horizon City is uiteindelijk een lijvige familiekroniek geworden van 480 pagina’s. ‘Ik werd meegesleurd door mijn eigen familie’, bekent de auteur. ‘Als die expositie er niet was geweest, was ik doorgegaan met schrijven en was het boek met gemak twee keer zo dik geworden. Dat is trouwens ook te danken aan Chris Brand van TwentseWelle. Hij heeft ongelooflijk veel aanvullend materiaal gevonden. Door die context ben ik alles steeds beter gaan begrijpen.’

Klein Engeland De textiel maakte van Twente een soort klein Engeland, is Scholten bij het schrijven opgevallen. ‘Alle fabrieken werden gebouwd naar het voorbeeld van Lancaster, waar de fabrikanten regelmatig op werkbezoek kwamen. Hun villa’s waren een kopie van de Victoriaanse landhuizen. Ze brachten voetbal, hockey en cricket naar Nederland. De jacht en de liefde voor de natuur, die zag je juist bij de Twentse textielfabrikanten terug. Het was hier allemaal heel erg Engels. Zelfs

auteur jaap scholten

25 euro

Jaap Scholten is nog lang niet

de Twentse humor heeft veel overeenkomsten met de Britse humor. Dezelfde tongue in cheek.’ Scholten heeft de smaak te pakken en wil graag verder schrijven over zijn familie. ‘Eerst ga ik bezig met een novelle, daarna duik ik graag weer het koffertje in. Daar zitten nog zeker twee of drie boeken in. Ik wil daarvoor graag een oproep doen, mag dat? Ik hoop dat mensen hun materiaal beschikbaar willen stellen voor het volgende boek. Ik zou het interessant vinden als mensen van Stork of Van Heek dat zouden doen. Laat ze hun spullen naar TwentseWelle brengen. Ik wil ook hun kant van het verhaal leren kennen. Want wat in Twente is gebeurd, zo’n industriële explosie in een boerensamenleving, is uniek.’

museumwinkel voor

Oom Chuck en de anderen

Enschede Naast oom Chuck trekken in Horizon City nog negen andere kleurrijke familieleden voorbij, uit zowel de Stork- als de Scholtenfamilie. ‘Wat me trof was de ontzettende energie van al die mensen, hun ondernemerszin. Ze hadden een drang om iets voort te brengen in het leven. Ik herken mezelf daar wel enigszins in. In de onrust dat je iets wilt doen zonder dat je nog precies weet wat.’ De titel van het boek slaat niet alleen op het dorpje in Texas maar ook op Enschede, zegt Scholten. ‘Het was vóór de stadsbrand van 1862 nog een boerendorp met dampende mestvaalten en godsvruchtige burgers. Vijftig jaar later had het na Lancaster het grootste textielproducerende centrum van de wereld, goed voor twintig procent van het Bruto Nationaal Product in het Nederland van voor de oorlog. De Twentse Bank was de grootste bank van ons land, Van Heek het grootste bedrijf. Dat is voor mij het andere Horizon City: de stad die na de brand zo’n ongelooflijke groei doormaakte en zijn grenzen verlegde.’

Enschede is voor mij het andere Horizon City

het boek horizon city is te koop in de

Waarom het ‘kofferproject’ van Jaap Scholten uit de hand liep

New York Vooral één man heeft ervoor gezorgd dat het ‘kofferproject’ zo uit de hand liep: Chuck Stork. De pionier van de familie die in bittere armoede eindigde in Horizon City, een dorpje in de Texaanse woestijn. ‘Een enorme avonturier. Hij brak uit de familie en joeg zijn eigen dromen achterna. Als eerste in Europa importeerde hij de Harley Davidson. Emigreerde in 1917 naar Amerika waar hij onder meer een vliegtuigwinkel in New York opende. Bouwde een schip samen met Anthony Fokker. En trouwde vijf keer met vrouwen van vijf verschillende nationaliteiten. Oom Chuck was een man die naar de horizon streefde.’ Het leven van Chuck Stork zou op zich al een boek waard zijn. In New York werd hij schatrijk dankzij de handel in vliegtuigen. Stork behoorde tot de absolute elite van de stad en was waarschijnlijk zelfs de naamgever voor de beroemde Stork Club, de nachtclub waar drie decennia lang iedereen zou komen die iets voorstelde (van Charlie Chaplin en Orson Wells tot Marilyn Monroe en Frank Sinatra). Maar het succes was tijdelijk. In het boek staat oom Chuck op een foto uit 1962 tussen de Mexicaanse president en prins Bernhard, toen deze Stork Werkspoor opende in Mexico. Stork was er op eigen houtje naar toe gereisd vanuit Texas. Hij was op dat moment portier in een hotel en maakte een wat shabby indruk. Daarna ging het verder bergafwaarts met hem, blijkt uit de mailwisseling tussen Jaap Scholten en de stiefzoon van Chuck. Stork woonde in mobile homes, had schulden en leefde van de verkoop van accuvloeistof. In 1966 kwam hij om bij een eenzijdig auto-ongeluk, dat erg veel weg had van een zelfmoord.


rommert boonstra

‘Kunstcollectie terug naar familie’

Icarus met een Harley

De wonderbaarlijke combinaties van Rommert Boonstra

Rommert Boonstra gaf zijn eigen interpretatie aan het boek Horizon City. Het resultaat is een wonderbaarlijke mix van kunst en geschiedenis. ‘Ik ben altijd op zoek naar het theatrale.’

Het nieuwe paviljoen in het museum is een soort fabrikantenvilla geworden met verschillende vertrekken. Iedere Wunderkammer heeft een thema: Twente en de wereld, de jacht, Arcadia (de buitenverblijven van de families), verzamelen (de kunstcollectie van de familie Scholten) en Chuck Stork (de hoofdpersoon uit het boek). De entreehal van de villa ontvangt de bezoeker met een wand vol foto’s en de stambomen van de families Scholten en Stork. Daar is met een podcast het verhaal van auteur Jaap Scholten te beluisteren. Hij vertelt over de tien familieleden uit zijn boek: van tante Anna Scholten tot overgrootvader Ludwig van Heek. De thema’s kwamen tot stand in goed overleg tussen Scholten en kunstenaar Rommert Boonstra, maar bij de inrichting ging laatstgenoemde vooral z’n eigen gang. Zo

Oudoom Bernhard Scholten, een van de tien hoofdpersonen in het boek, was voor de oorlog een fanatiek kunstverzamelaar. Na zijn dood liet hij een indrukwekkende collectie na met 59 werken van o.a. Hobbema, Breughel, Ruijsdael, Jan Steen en Albert Cuyp. Zijn zusje tante Ida besloot de schilderijen te schenken aan het Rijksmuseum Twenthe. Jaap Scholten is daar achteraf niet blij mee. Hij wil graag dat het museum de collectie teruggeeft aan de familie. ‘Het zijn topstukken die bijna allemaal liggen opgeslagen in de kelder van het museum. Ze zijn tot nu toe in Twente één keer samen te zien geweest. Ik zou graag zien dat de collectie van Bernard Scholten als een geheel getoond wordt. Anders kan de collectie beter aan de familie teruggegeven worden. Dan kijken er meer mensen naar en kunnen ze bijvoorbeeld één keer in de vijf jaar worden tentoongesteld voor iedereen

Jaap Scholten schrijft in Horizon City: Ik weet niet wat Tante Ida bewogen heeft. Vermoedelijk wilde zij de collectie bij elkaar houden, ter nagedachtenis van haar broer en tot meerdere glorie van de familie en om iets goeds voor Twente te doen. Daar is niets van terecht gekomen. Het museum heeft de schilderijen niet als collectie gerespecteerd.

ontstond bijvoorbeeld de bonte verzameling in de kamer over Twente en de wereld, met wajangpoppen, tjaps (keurmerken voor de export van katoen naar Nederlands-Indië), garens en kleurrijke fotocollages. ‘De kamer van het grote mysterie: Enschede kwam door de textiel opeens midden in de wereld te liggen, tussen Nederlands-Indië en Amerika. Wat ik heb gedaan, is spullen en beelden combineren die wel bij elkaar horen maar die je nooit bij elkaar ziet. Dat geldt ook voor de collages van oude foto’s en nieuwe beelden. Die tjaps zijn fantastisch. Dat is kunst. Popart avant la lettre.’ Vleugels In de Wunderkammer over Chuck Stork staat de Harley Davidson centraal, de motor die hij een eeuw geleden naar

Jaap Scholten zou beter moeten weten. En hij hád beter geweten als hij de feiten bij Rijksmuseum Twenthe had opgevraagd. In de afgelopen paar jaar zijn maar liefst 39 van de 59 werken uit de schenking van zijn oudoom gedurende langere tijd in verschillende presentaties getoond. Een aanzienlijk aantal werken is voortdurend te zien in onze collectiepresentatie. Ook vier van de vijf met name door Jaap Scholten genoemde werken hangen al tientallen jaren onafgebroken op zaal. Alleen de Hobbema hebben we in onze collectieregistratie niet terug kunnen vinden. Mogelijk dat hij het schilderij ‘Linnenbleek’ van een navolger van Hobbema bedoelt? Hoe dan ook, de schilderijen van oudoom Bernhard Scholten vormen een prachtige deelcollectie waar we volgend jaar, in onze nieuwe collectiepresentatie, wederom uitgebreid aandacht aan zullen besteden. Graag zal ik Jaap Scholten dan persoonlijk rondleiden om samen het resultaat te bewonderen. Arnoud Odding, directeur Rijksmuseum Twenthe

Europa haalde. Naast het voertuig een kostuum met vleugels, dat symbool staat voor de Amerikaanse vliegtuighandel van oom Chuck. ‘Hij was toch een beetje de Icarus van de familie’, zegt Boonstra. ‘Hij vloog te hoog, kwam te dichtbij de zon en verongelukte. Het was allemaal te veel. Dat maakt hem tegelijk zo interessant. Ik vond dat pak toevallig bij een tweedehandswinkel in Enschede. Een geschenk! Ik ben altijd op zoek naar het theatrale. Dit paste precies bij Chuck Stork.’ Het handelsmerk van Boonstra zijn de fotocollages, waarvan er eentje meteen opvalt. Een oude foto van Chuck Stork verandert in vier fases langzaam in het eigentijdse portret van nazaat Jaap Scholten. ‘Wonderlijk hè? Dat ze zo op elkaar lijken.’


Heeft u onze vernieuwde website al bezocht?

De dramatische verhalen achter de helden van O’Hanlon

Nieuwsgierige avonturiers In het kielzog van Redmond O’Hanlon hebben Alexander Reeuwijk en Marc Argeloo de vaak dramatische levens van diens helden nageplozen. Ze raakten gefascineerd door de onbedwingbare ontdekkingsdrang van deze avonturiers. Het resultaat is een boek met adembenemende verhalen over bizarre expedities. ontdekkingsreizigers werden ook de niet ontwikkelde foto’s aangetroffen. Daarop is de gestrande ballon te zien, evenals de twee andere expeditieleden Frænkel en Strinberg bij een geschoten ijsbeer. Hun tragische lot lijkt zich op de foto al aan te kondigen. De dramatische afloop van de poolexpeditie heeft schrijver Alexander Reeuwijk geraakt. ‘Vooraf zag ik niet zoveel in een verhaal over Andrée. Ik vroeg me af hoe ik in godsnaam het hoofdstuk over hem vol moest krijgen. Maar bij mijn onderzoek ontdekte ik hoe fascinerend die reis moet zijn geweest. De Noordpool was een nieuwe onbekende wereld die openging voor de mens. Andrée wilde als eerste die wereld ontdekken.’

auteurs marc argeloo (links) en alexander reeuwijk

Schrijf u in voor onze nieuwsbrief en blijf op de hoogte van actuele ontwikkelingen: informatie waar u écht wat aan heeft...

De foto’s van de poolexpeditie van Salomon August Andrée zijn uniek. En het verhaal erachter ook. De Zweed steeg op 11 juli 1897 met twee andere expeditieleden in zijn waterstofballon De Adelaar op vanaf Spitsbergen. Hij wilde de Noordpool bereiken. Het begin was nog feestelijk, met een glas champagne en een ‘Hoera voor Zweden’. Maar al meteen na de start raakte de ballon beschadigd: de stuurtouwen braken af en er lekte waterstof. Na drie dagen strandde de expeditie en niet lang daarna overleden de drie bemanningsleden. Hun laatste levensdagen staan beschreven in de dag- en logboeken die 33 jaar later werden gevonden op het Witte Eiland (niet ver van Spitsbergen). Bij de vergane en door ijsberen aangevreten lichamen van de onfortuinlijke

Eeftinksweg 11 • 7541 WE Enschede • T 053 434 48 44 • info@smeltcoster.nl • www.smeltcoster.nl


tc-tubantia redacteur theo hakkert leidde het gesprek de gestrande ballon van andrée op het witte eiland

De verloren stad Beide auteurs zijn bepaald geen groentjes in het vak. Bioloog Marc Argeloo (1959) was nauw betrokken bij de totstandkoming van de tv-series Beagle en O’Hanlons Helden. Alexander Reeuwijk (1974) schreef eerder Darwin, Wallace en de anderen en Reizen tussen de lijnen. Toch leek het onderzoek voor hun nieuwste boek ook voor hen soms op een ontdekkingsreis. ‘Bij al die dertien ontdekkers is iets bijzonders aan de hand’, zegt Reeuwijk. ‘Van de een is niet bekend waar hij is geboren, bij de ander is onduidelijk hoe en wanneer hij gestorven is. Dat maakt het ontzettend spannend. Neem Percy Harrison Fawcett, die in 1925 in het Amazonewoud op zoek ging naar de verloren stad Z en niet meer terugkeerde. Je vraagt je af waar hij is gebleven. Het enige wat van hem is teruggevonden, zijn z’n naamplaatje en een kompas.’ Scheurbuik en stormen Voor coauteur Marc Argeloo was de expeditie van Georg Wilhelm Steller een openbaring. Deze Duitse natuurwetenschapper vergezelde Vitus Jonassen Bering in 1741 op diens ontdekkingsreis vanuit Kamtsjatka naar het oosten. Met twee

schepen werd de oversteek van Azië naar Amerika gemaakt. Bering en Steller bereikten de eilanden voor de kust van Alaska, keerden terug en strandden – geteisterd door stormen, watergebrek en scheurbuik – op een eiland vlakbij Kamtsjatka. Bering overleed hier aan scheurbuik. Steller doorstond alle ellende en zag ook nog kans om natuurwetenschappelijk onderzoek te verrichten. Zo ontdekte hij een nieuwe zoogdiersoort: de naar hem vernoemde (en daarna snel uitgestorven) zeekoe. ‘Ongelooflijk welke ontberingen Steller allemaal heeft moeten doorstaan’, vindt Argeloo. ‘Hij moest eerst vanuit Sint-Petersburg heel Siberië door, waar hij enkele maanden strandde omdat de rivier was dichtgevroren. Later moest hij overwinteren op het eiland bij Kamtsjatka, terwijl om hen heen de mannen wegvielen. Alles en iedereen raakte hij onderweg kwijt, totdat hij zelf omkwam. Zijn reis was een bizarre onderneming, in een tijd met een zeer gebrekkige communicatie en infrastructuur. Daarom vind ik dat je het tijdperk van de ontdekkingsreizigers gerust met een eeuw mag verlengen. Het begint al halverwege de 18e eeuw met Steller.’

Lucide geesten De dertien helden in de twaalf verhalen hebben allemaal iets gemeen, is de conclusie van Argeloo. ‘De omstandigheden waren, zeker met de ogen van nu, onvoorstelbaar. Hoeveel dood en verderf ze moesten meemaken… Ongelooflijk! Deze ontdekkers hadden stuk voor stuk een enorm doorzettingsvermogen. Ik denk dat ik zelf het al lang had opgegeven.’ ‘Verder valt op dat bijna niemand z’n opleiding heeft afgemaakt. Het waren lucide geesten met een andere manier van denken’, vult Reeuwijk aan ‘Wat hen ook bindt, is een onwaarschijnlijke nieuwsgierigheid. Ze hadden een enorme drang om te ontdekken. Zelfs Alexine Tinne, (de puissant rijke adelijke dame uit Den Haag, die werd vermoord in de Noord-Afrikaanse woestijn), al zal in haar geval misschien ook verveling een rol hebben gespeeld.’

Info Het boek ‘In het spoor van de grote ontdekkers O’Hanlons helden’ van Marc Argeloo en Alexander Reeuwijk bevat twaalf verhalen over de dertien helden die ook centraal staan in de expositie O’Hanlons Helden in TwenteWelle. Verder is een hoofdstuk gewijd aan Redmond O’Hanlon, geschreven door Emile Brugman. Het boek is voor € 39,99 te koop in de winkel van Museum TwentseWelle. De expositie is nog te zien tot en met 31 augustus.

Publiek is gek op O’Hanlon Redmond O’Hanlon is zelf ook een held. Dat blijkt uit de grote belangstelling voor de maandagavonden waarop hij speciale gasten ontvangt in TwentseWelle. De eerste drie avonden in februari, maart en april (o.a. met schrijvers Aleander Reeuwijk, Marc Argeloo en Hans Dorrestijn) waren snel uitverkocht. Bezoekers stonden tijdens de pauze in een lange rij om hun boek door O’Hanlon te laten signeren of met de kleurrijke avonturier/auteur op de foto te gaan. Tijdens de bijeenkomst op 12 mei ging O’Hanlon in gesprek met bijzondere vrouwen. Een van hen is Arita Baaijens (schrijfster, fotograaf en bioloog), met wie hij voor de tv-serie door de woestijn van Soedan trok in het spoor van de Nederlandse ontdekkingsreizigster Alexandrine Tinne. De laatste avond met O’Hanlon is op maandag 26 mei, dan staat het Papoea-hoofd van d’Albertis centraal. De expositie O’Hanlons Helden is ook voor jongeren extra interessant gemaakt met educatieve programma’s voor zowel basisals voortgezet onderwijs. Naast een rondleiding zijn er workshops en opdrachten die de leerlingen op het spoor van de ontdekkingsreizigers zetten. Ook hierover is alle informatie te vinden op: www.twentsewelle.nl.


radicaler dan latere edities, die de bioloog onder druk van zijn omgeving inhoudelijk afzwakte. De opgezette grijze kiekendief, ook onderdeel van de expositie, verzamelde Darwin op de Falklandeilanden. ‘Darwin is mijn grootste held. Een doorzetter, een volhouder. Tot dat moment was de wetenschap doordesemd met het geloof. Wetenschappers waren naturalisten, ze verzamelden om God te eren. De wereld was een paradijs waar alle dieren en mensen gelukkig leefden. En opeens kwam Darwin met zijn theorie over the survival of the fittest. In de natuur was er geen harmonie meer, maar competitie. Dat was voor veel mensen een bedreigende gedachte. Het idee van een paradijs op aarde stond ineens ter discussie.’

Topstukken van z’n helden doen hart Redmond O’Hanlon sneller kloppen

Angst voor

verbrande hondenpootjes Als Redmond O’Hanlon langs de topstukken van zijn expositie loopt, voelt het voor hem alsof hij oog in oog staat met zijn helden. ‘Ongelooflijk dat dit allemaal onder één dak te zien is!’

Voordat hij deze maandagavond optreedt in zijn uitverkochte talkshow in het amfitheatertje van TwentseWelle, maakt Redmond O’Hanlon graag een rondje langs zijn helden. Met bewondering bekijkt hij de vitrines met zeldzame objecten. De tastbare herinneringen aan zijn negentiende-eeuwse helden ontroeren hem. De wetenschapper voelt zich even het kind in de snoepwinkel. Een selectie van zijn master pieces. Botten van de Triceratops (Edward Drinker Cope) De Amerikaanse wetenschapper Edward Drinker Cope vond deze botten van de Triceratops, een grote dinosauriër, rond 1867 in de buurt van Denver. Hij was daar in een concurrentiestrijd verwikkeld met Othniel Charles Marsh. De twee bevochten elkaars ontdekkingen met zo’n hevigheid, dat van een heuse bottenoorlog werd gesproken. O’Hanlon: ‘Het was een ongelooflijk moment: dit waren de

eerste ontdekkingen van Amerikaanse wetenschappers. Hiermee wilden ze de Europeanen imponeren. Men dacht toen dat de dinosauriërs nog zouden leven aan de andere kant van de Rocky Mountains. God zou immers zijn eigen schepping niet vernietigen? Die enorme competitie tussen Cope en Marsh was typisch Amerikaans. Ze haatten elkaar en joegen elkaar op. Daardoor hebben ze allebei een grote bijdrage aan de wetenschap geleverd. De twee mannen waren obsessief: alles voor de wetenschap. Hun familie heeft er zwaar onder geleden.’ De eerste editie van The Origin of Species en de grijze kiekendief (Charles Darwin) In 1859 publiceerde Charles Darwin Het ontstaan van soorten, het spraakmakende boek met zijn ideeën over de evolutie op basis van natuurlijke selectie. De eerste editie was

Schetsboek met aquarellen (Alexine Tinne) Alexine Tinne, een puissant rijke jonge vrouw uit Den Haag, reisde in de jaren zestig van de negentiende eeuw met haar moeder en tante door Soedan. Als eerste westerse vrouwen drongen de drie door in Centraal-Afrika. ‘Alexine Tinne maakte prachtige aquarellen, ze was een kunstenares. Een verbazingwekkende vrouw. Er wordt over haar gezegd dat ze naar Afrika ging omdat ze zich verveelde. Onzin! Ze was nieuwsgierig. In Den Haag woonde ze naast de koninklijke bibliotheek, waar ze als jong meisje vele dagen urenlang de grote atlas bestudeerde. Op de kaart van Afrika zag ze nog grote witte vlekken, het was onontgonnen gebied. Ze wilde die plekken ontdekken, haar doel was de bron van de Nijl. Of ze verwend was? Ze trok de woestijn in met een karavaan kamelen en een leger bedienden. Zelfs haar hond werd in een kooi gedragen door drie bedienden. Alexine was bang

dat haar lievelingsdier zijn pootjes zou branden aan het hete zand. Maar het was ook een sterk vrouw. Na de dood van haar moeder ging ze door. Ze stond met haar reis nog maar aan het begin, maar ze heeft het niet gehaald. Uiteindelijk is ze in de Nubische woestijn vermoord.’ Het dagboek van Percy Harrison Fawcett Kolonel Percy Fawcett ging op zoek naar de verloren stad Z in het Amazonegebied. Hij kwam niet meer terug. Zijn laatste levensteken was een telegram aan zijn vrouw in 1925. Het dagboek van de expositie is door Fawcett geschreven tijdens zijn onderzoeken in 1913 in Bolivia (Tuichi Rivier). Hij moest de rivieren in kaart brengen voor de Royal Geographical Society of London. ‘Wat gebeurde er met hem tijdens zijn laatste expeditie? We weten het niet. Dat maakt het verhaal natuurlijk extra mysterieus. Maar Fawcett had wel gelijk met zijn stad Z. Die is er, heb ik ontdekt toen ik jaren geleden zelf in het Amazonegebied was. Alleen is het niet een stad met gebouwen, zoals je zou verwachten. Stad Z staat voor de gemeenschap langs de oevers van de rivier. Het is een beschaving van bij elkaar wel tienduizenden mensen. Fawcett had in zijn tijd te kampen met allerlei ziektes waarvoor de Zuid-Amerikaanse volkeren immuun waren geworden. Die zijn ooit vanuit Azië de Beringstraat overgetrokken en hebben in die kou een afweersysteem ontwikkeld. En dan heb je nog de anaconda, die ik zelf ook heb meegemaakt. Je denkt eerst dat het een waterrat is. Maar als hij zijn bek opendoet, kan-ie zo een visser van z’n boot trekken. Iedereen was er doodsbang voor. Fawcett moet dat ook zijn geweest, dat kan niet anders.’


Expositie The Gallery brengt innovatie naar TwentseWelle nancy trip: ‘vorm en inhoud van deze expositie zullen voortdurend veranderen.’

Hightech

museumzaal

TwentseWelle heeft er een etalage bij. Achttien zuilen vol ICT-snufjes vormen samen een bijzondere expositie in The Gallery, het hoofdgebouw van Kennispark Twente. De showcases van Twentse innovatie zijn straks ook te zien in het museum.

koning willem alexander opent de expositie in the gallery

onderzoek en kennisintensief ondernemerschap. The Gallery is de plek waar dat allemaal bij elkaar komt, met naast ons de universiteit en de vele spin-offs van UT en Saxion. Dit is een innovatiecentrum met veel interactie en dynamiek. We organiseren hier honderden events per jaar, die veel bezoekers trekken. Vanuit bedrijven en kennisinstellingen’, zegt directeur Nancy Trip van Powered by Twente Innovation Events (de organisatie voor events over innovatie en ondernemerschap op en rond Kennispark Twente).

Toen koning Willem-Alexander in april The Gallery officieel in gebruik nam, opende hij meteen de expositie in het gebouw aan de Hengelosestraat in Enschede. De achttien zuilen zijn te beschouwen als het visitekaartje van Kennispark Twente. Het initiatief van Universiteit Twente, Saxion, Provincie

Overijssel, Regio Twente en gemeente Enschede wil 10.000 hoogwaardige arbeidsplaatsen in de regio realiseren. Innovatie en hightech zijn daarbij sleutelbegrippen, die ook moesten gelden voor de expositie. ‘We willen graag laten zien wat Twente in huis heeft op het gebied van innovatief

Sensoren Elke bezoeker stuit in de hal van het gebouw meteen op achttien showcases vol techniek, die met de hand op afstand zijn te bedienen dankzij de nieuwste generatie sensoren. De zuilen zijn tot stand gekomen in samenwerking met TwentseWelle. ‘Het moet museaal verantwoord zijn’, zegt Trip. ‘Het moet er aantrekkelijk uitzien en we wilden ook graag een bijzondere vorm. Zo is het contact met TwentseWelle ontstaan.’ Namens het museum was Edwin Plokker betrokken bij het ontwikkelen van de expositie. Hij schakelde het Enschedese bedrijf 100%FAT in, dat in TwentseWelle al meerdere innovatieve concepten op zijn naam heeft staan (zoals de interactieve huiskamer Thuis). ‘Het is een jong creatief bedrijf dat prima past bij The Gallery en heel goed snapte wat de bedoeling was’, aldus Plokker. Naar Het Grote Verhaal De samenwerking tussen Powered by Twente en TwentseWelle smaakt naar meer, zegt Trip. ‘Deze expositie blijft hier een half jaar staan en wordt dan vernieuwd op inhoud. Een deel van de content krijgt in aangepaste vorm een plek in het museum. Vorm en inhoud van deze expositie zullen dus voortdurend veranderen. Dat hoort bij innovatie. En TwentseWelle is daarbij onze partner.’

Innovatie in achttien showcases De achttien showcases in The Gallery hebben ieder een eigen thema: • 100% FAT (creatieve technologie) • Pentair (innovatieve membraanfiltratie voor het zuiveren van vloeistoffen) • Koninklijke Ten Cate (thermoplastisch composiet voor de luchtvaart) • Greensource (drinkwatervoorziening met kunstgras) • SolarTeam Twente (zonnewagen van UT/Saxion) • Stichting Applied Piezo (nanotechnologie) • zes onderzoeksinstituten van de Universiteit Twente (MESA+, CTIT, GEI, MIRA, IGS en ITC) • zes projecten van Saxion (slimme vloeren, Sax Cell, SaxShirt, Virtual reality games voor gehandicapten, TechYourFuture en Tech For Future) De zuilen zijn afzonderlijk te bedienen en te bekijken, maar ook is er een centraal bedieningspaneel dat een overzicht van alle showcases bevat.

‘Voor ons is het een mooie manier om Twentse innovatie naar het museum te brengen als onderdeel van onze permanente expositie Het Grote Verhaal’, zegt Edwin Plokker van TwentseWelle. ‘We kunnen telkens wisselende voorwerpen laten zien die symbool staan voor innovatie. Het is de bedoeling dat we kunstenaars gaan vragen om daarna een artistieke twist te geven aan deze voorwerpen. Dat doen we in samenwerking met TETEM kunstruimte. Zo ontstaan straks verrassende productontwerpen.’


evert ulrich

We zijn meer mensen van de praktijk dan van de theorie

Podium voor

rebelse archeologen

Amateurarcheologen worden door de wetenschap niet altijd serieus genomen, vinden ze zelf. De expositie ‘35 jaar reuring in de archeologische wereld’ geeft hen een podium. ‘We nemen niet voetstoots aan wat in boekjes staat.’

De geschiedenis van de moderne mens zou er zomaar heel anders uit kunnen zien door Ab Lagerweij. De voormalige stadsarcheoloog van Amsterdam vond in de jaren tachtig tussen het opgespoten zand van de tweede Maasvlakte een groot aantal rolsteenwerktuigen (vuistbijlen). Het zand was afkomstig van de kust bij Norfolk. Lagerweij en zijn collegaarcheologen gingen in Engeland op zoek naar aansluitende vondsten en stuitten daar op een zogeheten Stone Bed, waar veel meer van dergelijke artefacten lagen. Het Stone Bed is geologisch gezien zo’n 1,8 miljoen jaar oud. Toen al moeten

De Ridder van Borne Vrijwilliger Evert Ulrich is een van de samenstellers van de expositie 35 jaar APAN, Reuring in de Archeologische Wereld. Hij is zelf ook amateurarcheoloog en heeft in die hoedanigheid aan de basis gestaan van een bekende vondst: de Ridder van Borne. Tijdens een opgraving in 1987 bij Borne kwam het graf van een edelman uit de tijd van Karel de Grote (rond 800) tevoorschijn. Bijzonder was dat in het graf ook zestien zilveren munten werden gevonden, die afkomstig zijn uit verschillende delen van het Karolingische rijk (Frankrijk, België, Italië, Duitsland en Nederland). De munten, evenals het zwaard en de lans van de edelman, zijn te zien in TwentseWelle.

daar mensachtigen (de homo erectus) hebben geleefd. Dat is dus veel langer geleden dan altijd is aangenomen. ‘Maar de vondsten worden nog steeds niet erkend door wetenschappers. Er heeft sindsdien nooit een proefonderzoek plaatsgevonden. Ze doen er helemaal niks mee!’ Evert Ulrich, vrijwilliger bij TwentseWelle, kan zijn verbazing daarover maar moeilijk verbergen. Het gevoel van miskenning deelt hij met vele collega-amateurarcheologen. Een gevoel dat aan de basis staat van de tijdelijke expositie in het museum.


Sabeltandtijger Acht leden van de Aktieve Praktijk Archeologie Nederland (APAN) krijgen dankzij de expositie een podium om hun (voor de wetenschap soms omstreden) theorieën te delen met het publiek. Ab Lagerweij is een van hen. Ook douaneambtenaar Dick Mol mag op film en met vondsten zijn verhaal doen. Hij vond op dezelfde Maasvlakte veel dierenbotten en prehistorische werktuigen. Ze ondersteunen de theorie dat de Noordzee vroeger een soort grassteppe moet zijn geweest met dieren als de mammoet, de steppenwisent, de wolharige neushoorn en de sabeltandtijger. Door de expositie waart ook de geest van Tjerk Vermaning. De amateurarcheoloog staat symbool voor de ongemakkelijke verhouding tussen wetenschap en amateurarcheologie. Hij ontdekte op Drentse akkers vuurstenen werktuigen, die de bewoningsgeschiedenis van deze streek met 50.000 jaar naar voren zouden halen. Na de aanvankelijke euforie over de vondsten kwam het grote wantrouwen. Vermaning werd ervan beschuldigd dat hij de werktuigen zelf had gemaakt. Tot op de dag van vandaag kleeft aan hem de twijfel over zijn oprechtheid. Van de praktijk Uit de expositie blijkt dat de APAN nog altijd achter Vermaning staat. Andere vondsten van APAN-leden zouden dat ondersteunen. Ook Evert Ulrich denkt dat de voorwerpen van de inmiddels overleden Vermaning authentiek zijn en erop duiden dat hij geen bedrieger was. ‘Wij zijn meer mensen van de praktijk dan van de theorie. We nemen niet voetstoots aan wat in boekjes staat. We gaan zelf op onderzoek uit en zien dan dingen die soms haaks staan op wat wetenschappers beweren.’ De expositie is niet bedoeld om bezoekers te overtuigen van het gelijk van de amateurarcheologen, zegt Ulrich. ‘We willen de mensen tot nadenken stemmen. We laten ze kennismaken met andere theorieën, die we staven met de bijbehorende vondsten. Het is een overzicht van de 35 jaar reuring die we met APAN hebben veroorzaakt. Uiteindelijk hopen we dat het mensen extra nieuwsgierig maakt.’

buro voor strategie creatie realisatie

Zwollestraat 8, Oldenzaal, +31 (0)541 760 760, www.burobam.nl

De expositie ‘35 jaar reuring in de archeologische wereld’ is te zien in TwentseWelle tot en met 31 augustus.


De Twentse bruiloft van Thea Kroese en de mammoet van Jan Willem de Vriend

jan willem de vriend

Herinneringen

aan vroeger

Het museum haalt je uit de sleur van het normale kijken

Bruine teen Een onuitwisbare indruk maakte die ene mummie in het Rijksmuseum van Oudheden. Het windsel van een van zijn tenen was versleten, waardoor een bruine teen de bezoeker aanstaarde. ‘Je wilt niet weten hoe spannend dat was. Zo’n mysterieuze oude teen van een echte farao!’ Als dirigent komt De Vriend in veel grote steden in binnen- en buitenland. En tussen de repetities door maakt hij altijd tijd om even een museum te bezoeken. In Rome (waar hij zelfs verdwaalde in het museum en te laat kwam voor de repetitie), Parijs, Londen of Enschede, het maakt niet uit in welke stad. ‘In TwentseWelle voel ik me altijd prettig. Dat komt waarschijnlijk door de architectuur van die oude fabriek. Het mooie aan musea vind ik dat je erdoor leert kijken. Het haalt je uit de sleur van het normale kijken. Je wordt altijd wel door iets geroerd of geraakt.’

Op De Brulfteneugers van L.J. Bruna zien we twee feestelijk geklede mannen op bezoek bij een boerenfamilie ergens in Twente. Het tafereel op het schilderij uit 1868 is uit vervlogen tijden, maar voor Thea Kroese bevat het een actuele boodschap. ‘Het laat zien welke betekenis een bruiloft in de gemeenschap van toen had. De familie ontvangt deze mannen en weet dat er een gezamenlijke taak wacht. Een trouwerij was een sociaal gebeuren waarbij de hele buurt betrokken was. Er werd samen iets georganiseerd. Van dat aspect kunnen we juist in deze tijd van individualisering iets leren.’ Omkijken naar elkaar Toen Thea Kroese directeur van het Van Deinse Instituut was (vóór de vorming van TwentseWelle), was ze al getroffen door De Brulfteneugers. In die tijd liet het instituut het schilderij restaureren, waarbij op het doek opeens de klok linksboven tevoorschijn kwam. Een verrassing. Het kunstwerk heeft volgens Kroese dankzij de restauratie aan zeggingskracht gewonnen. ‘Als ik het bekijk, zie ik allemaal verhalen. Over de knipmutsen die van plaats tot plaats verschilden: in Markelo waren ze anders dan in Ootmarsum. Over de versierde hoeden. Over oud en jong die zich samen verantwoordelijk voelden voor het organiseren van de bruiloft. Over het huis waarin ze samen woonden. Over de neugers, die persoonlijk bij de mensen langsgingen om ze uit te nodigen voor de brui-

de brulfteneugers van l.j. bruna

De een is geroerd door een geschilderd symbool van Twente. De ander voelt zich thuis tussen mammoet en edelhert. Streekcultuurkenner Thea Kroese en dirigent Jan Willem de Vriend, beiden lid van het Comité van Aanbeveling van TwentseWelle, over hun favoriete plek in het museum. En hun verhaal erachter.

Tweede huis Zodra dirigent Jan Willem de Vriend TwentseWelle binnenloopt, voelt hij zich weer dat kleine jongetje uit Leiden. De mammoet, het edelhert, de bizon aan het begin van de permanente tentoonstelling: ze voeren hem terug naar zijn jeugd. ‘We woonden vlakbij het natuurhistorisch museum en we gingen daar dus vaak naar toe. Mijn eerste herinneringen aan het museum zijn die grote opgezette dieren. Zoiets maakt op een jochie van een jaar of acht een enorme indruk. Nu ga ik regelmatig met mijn kinderen naar Naturalis. Ik ken de conservator. Als er iets nieuws is, krijg ik van hem een sms’je en gaan we kijken.’ De Vriend is opgegroeid met musea. Ze waren vroeger z’n tweede huis. ‘Leiden kent een groot aantal geweldige musea, dan is de drempel heel laag. Ik ging soms zelfs alleen, of met een vriendje. In het Legermuseum stonden al die harnassen. Het was in de tijd van de tv-serie Floris. Dan kwam je binnen en dacht je bij jezelf: Ongelooflijk dat ze die dingen ooit echt hebben gedragen! Fascinerend vond ik dat.’

thea kroese

loft in plaats van het sturen van een kaartje. Over omkijken naar elkaar, iets wat nu de participatiemaatschappij wordt genoemd. Ik zou daar met gemak een avondvullende lezing over kunnen houden.’ Dat laatste - het geven van lezingen - doet Kroese trouwens regelmatig. ‘Er is ontzettend veel vraag naar. Mensen krijgen juist in een tijd van mondialisering behoefte om meer te weten over hun eigen omgeving. Die verhalen moeten dus verteld worden. Dat is een van de taken van TwentseWelle, want zo sla je een brug tussen toen en nu. Ik wil echt niet het verleden verheerlijken. Maar het is wel goed dat we er meer over weten en dat we de goede dingen meenemen naar het heden. Dat is voor mij de symbolische betekenis van dit schilderij.’


grootmoeders Het komt vooral door zijn grootmoeder. Zij heeft hem de liefde voor cultuur bijgebracht. Vier decennia lang bracht ze jaarlijks een bezoek aan het Louvre in Parijs. Telkens bezocht ze een ander deel van het museum om haar kleinzoon na afloop in geuren en kleuren te vertellen wat ze allemaal had gezien. Oma’s verhalen maakten diepe indruk op de jonge Frans Bakx. Haar wijze lessen zijn hem altijd bijgebleven. ‘Je moet je in de kunst niet overeten, zei mijn grootmoeder altijd. Als je in één dag het hele museum wilt bekijken, doe je zoveel impressies op dat je ze niet kunt navertellen. Het is beter telkens te kiezen voor een ander gedeelte, voor behapbare brokken. Pas dan neem je het echt tot je. Kunst

We hebben qua culturele educatie wat in te halen in Twente

kleinkinderen in twentsewelle: ‘iedere keer zie ik iets nieuws.’

Op grootmoeders wijze

Frans Bakx is behalve succesvol zakenman een gepassioneerd cultuurliefhebber. Hij ondersteunt TwentseWelle, omdat hij een missie heeft: ‘Genieten van cultuur moet je leren. En dat begint bij kinderen.’

zakenman en cultuurliefhebber frans bakx met zijn

Genieten van cultuur leerde Frans Bakx door de verhalen uit het Louvre

beleven is discipline tonen. Je moet het regelmatig doen. Mijn grootmoeder bepaalde altijd vooraf wat ze wilde gaan zien en bereidde zich goed voor op haar jaarlijkse bezoek aan het Louvre. Dat is de reden dat ik zo vaak in TwentseWelle kom. Ik zie iedere keer iets nieuws.’ Het eerste schilderij De liefde voor cultuur, geboren dankzij grootmoeder, is in de loop der jaren alleen maar groter geworden. Liefde die tastbaar is in Bakx’ huidige kantoor in het Tromphuis, een statig bedrijfsverzamelgebouw in hartje Enschede. Aan de muur hangen werken van kunstenaars als Bart ten Bruggencate. ‘Ik ben een collectioneur. Heb ontelbare tentoonstellingen en veilingen bezocht. Mijn eerste schilderij? Een linoleumsnede van Johan Dijkstra, grondlegger van De Ploeg. Ik hou vooral van moderne kunst, maar heb ook werken uit de 18e en 19e eeuw.’ Voor de opening van zijn vorige kantoor, iets verderop aan de Tromplaan, liet Bakx ooit vier etsen maken door Bert Henri Bolink. Inderdaad: de Bolink van de Twentsche Kunstkring, waarover recentelijk een expositie te zien was in TwentseWelle. ‘Het was een relatiegeschenk voor onze gasten. Onze opdracht aan Bolink was om een artistieke voorstelling te maken van ons beroep, belastingadviseur. Om van iets saais iets spannends te maken. We wilden graag een origineel cadeau en dat is gelukt. ’ Ondergeschoven De belangstelling voor cultuur gaat ver. Voor zijn bijna wekelijkse bezoek aan een klassiek concert of operavoorstelling beperkt Bakx zich niet tot Twente. Hij gaat daarvoor graag op pad, heeft zelfs een jaarabonnement bij de Staatsoper in Berlijn. Verder kunnen ook de Nederlandse musea op een regelmatig bezoek rekenen. Het sponsorschap van TwentseWelle, sinds de start in 2008, is dus eigenlijk een logische stap. ‘Als je er financieel toe in staat bent, moet je een bijdrage leveren aan de cultuur’, vindt Bakx. ‘Zeker in deze regio, want Oost-Nederland heeft bij de rijksoverheid altijd een ondergeschoven positie gehad. Er gaat veel geld naar de Randstad, maar juist voor Twente is een goed cultureel klimaat van wezenlijk belang. De aanwezigheid van voldoende culturele voorzieningen is cruciaal voor de economische aantrekkelijkheid van de regio. Daarmee trek je nieuwe mensen aan, of je weet werknemers te behouden. De belangstelling voor kunst is hier van oudsher nooit zo groot geweest, door de aanwezigheid van veel laagopgeleid personeel in de maakindustrie. We hebben dus wat in te halen. Die interesse moet ontwikkeld worden en dat begint bij kinderen. Daarom vind ik educatie voor een museum als TwentseWelle zo belangrijk.’


ULTIMATE HIGH PERFORMANCE

Kleinkinderen ‘TwentseWelle laat zien hoe bijzonder de Twentse geschiedenis is. Dat is goed, het zijn toch je wortels. De verbreding naar een museum van het menselijk vernuft, waar het steeds meer naar toe gaat, juich ik toe. Er is op dat gebied veel moois uit Twente te melden. In die zin zie je een ontwikkeling zoals ook het Evoluon in Eindhoven heeft doorgemaakt. Dat is al lang geen Philips-museum meer. Ik hoop dat TwentseWelle erin slaagt om meer nationale betekenis te krijgen, dat verdient het. Het staat nog onvoldoende op de landelijke kaart, maar ik verwacht dat het met deze directeur binnen enkele jaren wel gaat lukken.’ ‘Het is ontzettend leuk om met mijn kleinkinderen door TwentseWelle te lopen en te laten zien waar hun vaders vandaan komen. Om ze op een ongedwongen manier kennis te laten maken met kunst en cultuur. Zelf heb ik het tegenovergestelde meegemaakt. Mijn moeder sleepte ons altijd mee de musea in, omdat ze vond dat het moest. Maar dwingelandij werkt niet. Het risico bestaat zelfs dat kinderen zich helemaal afwenden van de kunst. Bij mij viel de schade uiteindelijk mee. De verhalen van mijn grootmoeder over het Louvre hebben het allemaal goedgemaakt… Dat wens ik mijn kleinkinderen toe: TwentseWelle beleven zoals mijn grootmoeder het museum heeft beleefd.’

Zakenman met cultureel hart Frans Bakx is mede-eigenaar van UGL Capital, de investeringsmaatschappij die TwentseWelle sponsort. UGL Capital investeert in vastgoed en deelnemingen in bedrijven in de foodindustrie, medische sector, biofarmaceutische industrie, nanotechnologie en opleidingen. Zakenman Bakx, tevens eigenaar van investerings- en beleggingsmaatschappij Thrinon Invest, is als persoon maatschappelijk zeer actief. Zo fungeerde hij bijna een jaar als interim-directeur van het Cremer Museum in oprichting, was hij meer dan twintig jaar voorzitter van de Commissie van Toezicht van de Penitentiaire Inrichtingen in Almelo en is hij nog altijd voorzitter van de Stichting Synagoge Enschede. Daarnaast ondersteunt hij onder meer Rijksmuseum Twenthe, het Nederlands Symfonie Orkest, Historisch Museum het Palthehuis, de Nationale Reisopera en de Stichting Bach Sociëteit.

ULTRAC VORTI R .

W W W.V R E D E S T E I N . C O M


CULTUUR MA AK T JE RIJKER PARTNER VAN DE MUSEUMKAART

Sleutel tot 400 schatkamers Geef ‘m cadeau De Museumkaart biedt toegang tot 400 musea. Met de Museumkaart steunt u de deelnemende musea. Verkrijgbaar à € 44,95/€ 22,50* (excl. adm. kosten) online, via 0800-0203388 en bij 150 grotere musea.

www.museumkaart.nl

TwentseWelle Magazine mei 2014  

Lees online het nieuwe magazine van TwentseWelle met interviews met Redmond O'Hanlon, Jaap Scholten en Rommert Boonstra.

Read more
Read more
Similar to
Popular now
Just for you