Page 1

Leerdoelen Talen Nederlands Engels Duits Frans


Nederlands Spreken

1F (groep 7 en 8)

Datum / bewijzen

2 F (klas 1 en 2)

Algemeen

Ik kan in eenvoudige taal een beschrijving geven, verslag uitbrengen, uitleg en instructie geven in alledaagse situaties in en buiten school.

Ik kan redelijk vloeiend en helder een monoloog houden over alledaagse onderwerpen. Ik kan daarbij ervaringen, gebeurtenissen, meningen, verwachtingen en gevoelens onder woorden brengen.

Een monoloog houden

Ik kan alledaagse dingen beschrijven, zoals een persoon, een voorwerp of een plaats. Ik kan verslag uitbrengen van een gebeurtenis, een activiteit of een persoonlijke ervaring. Ik kan een korte, voorbereide presentatie houden. Ik kan vragen beantwoorden over deze presentatie.

Ik kan een kort verhaal vertellen. Ik kan een verklaring geven voor mijn meningen, plannen en de dingen die ik doe. Ik kan informatie verzamelen om over een interessant onderwerp een voorbereide presentatie te geven. Ik kan vragen beantwoorden over deze presentatie.

Samenhang

Ik kan mijn gedachten vertellen op een manier die de luisteraar begrijpt (maar de volgorde van mijn verhaal is niet altijd logisch).

Ik kan een duidelijk verhaal vertellen met een samenhangende opsomming van punten. Ik kan daarbij duidelijk maken welke punten ik het belangrijkst vind. Ik verbind zinnen door de juiste verbindingswoorden en voegwoorden.

De afstemming op het doel

Ik zorg ervoor dat mijn doel duidelijk is.

Ik zorg ervoor dat mijn publiek het spreekdoel van mijn verhaal herkent.

Datum / bewijzen

2


Spreken

1F (groep 7 en 8)

De afstemming op het publiek

Ik pas mijn taalgebruik aan de luisteraar(s) aan. Ik gebruik formele of informele taal in de juiste situatie. Ik gebruik toepasselijke voorwerpen, plaatjes of ander materiaal bij een voorbereide presentatie.

Ik gebruik de taal die past bij mijn luisteraars en de situatie waarin ik spreek. Ik kan bewust variĂŤren in de taal die ik gebruik Ik kan mijn luisteraars boeien door middel van concrete voorbeelden en ervaringen.

Woordgebruik en woordenschat

Ik beschik over voldoende woorden om te kunnen spreken over alledaagse onderwerpen uit mijn leven (maar ik zoek soms nog naar woorden)

Ik beschik over voldoende woorden om mijn verhaal te kunnen vertellen (maar het komt soms voor dat ik een onbek end woord moet beschrijven). Ik varieer in mijn woordgebruik om storende herhaling te voorkomen

Vloeiendheid en Ik gebruik complete, verstaanbaarheid. samengest elde zinnen. Ik spreek duidelijk genoeg (maar soms leg ik de klemtoon verkeerd of spreek ik een woord verkeerd uit). Ik kan mijn houding, intonatie en mimiek ondersteunen de dingen die ik zeg.

Datum / bewijzen

2 F (klas 1 en 2)

Datum / bewijzen

Ik gebruik korte en lange zinnen correct. Ik herstel fouten in de zinsbouw. Ik spreek duidelijk verstaanbaar. Ik spreek meestal zonder haperingen, pauzes en valse starts (behalve als ik even moet nadenk en over hoe ik iets zeg, of als ik mezelf verbeter.)

3


Schrijven

1F (groep 7 en 8)

Datum / bewijzen

2 F (klas 1 en 2)

Ik kan korte teksten schrijven over alledaagse onderwerpen.

Ik kan samenhangende teksten schrijven met een logische en duidelijke opbouw over verschillende vertrouwde onderwerpen binnen school, werk en maatschappij.

Correspondentie

Ik kan een persoonlijke of zakelijke brief, kaart of e-mail sturen om informatie te vragen, iemand te bedanken, uit te nodigen, te feliciteren, etc.

Ik kan informele e-mails of brieven schrijven Ik kan zakelijke brieven en schriftelijke verzoeken schrijven waarin standaardzinnen en woorden gebruikt worden. Ik kan mijn mening en gevoel in een tekst uitdrukken.

Verslagen, werkstukken, artikelen

Ik kan een verslag of een werkstuk schrijven volgens een vaste opzet.

Ik kan informatie verzamelen en een verslag of een werkstuk schrijven volgens een vaste opzet die ik op school geleerd heb.

Vrij schrijven

Ik kan een verhaal schrijven, een gedicht, een informatieve tekst zoals een dagboek of een persoonlijk verslag.

Ik kan eigen ideeĂŤn, ervaringen, gebeurtenissen en fantasieĂŤn opschrijven in een verhaal, in een informatieve tekst of in een gedicht.

Overige schrijftaken

Ik kan een bericht of een duidelijke boodschap schrijven. Ik kan eenvoudige formulieren invullen. Ik kan overzichtelijke aantekeningen maken.

Ik kan notities, berichten en instructies schrijven voor vrienden, familie of kennissen. Ik kan een advertentie schrijven om bijvoorbeeld spullen te verkopen Ik kan schematische aantekeningen maken tijdens een uitleg of een les.

Datum / bewijzen

4


Schrijven

1F (groep 7 en 8)

Samenhang

Ik kan de informatie op een overzichtelijke manier opschrijven. Ik gebruik voegwoorden in mijn tekst, zoals en, maar, want, omdat, etc. (maar soms maak ik nog fouten).

Mijn teksten zijn logisch opgebouwd (bijvoorbeeld in een inleiding, kern en slot, of in hoofdstukken en paragrafen). Ik kan deelonderwerpen in een logische volgorde zetten. Ik verdeel mijn tekst in alinea’s. Ik kan verbanden in de tekst duidelijk maken met behulp van signaalwoorden, verbindingswoorden of overgangszinnen. Ik heb soms de hulp van anderen nodig om de verwijzingen in de tekst duidelijk te maken en de tekst logisch op te bouwen.

Afstemming op publiek

Ik weet wat het verschil is tussen informeel en formeel. Ik gebruik de juiste woorden en de juiste toon, die passen bij een formel e of een informele tekst. Ik gebruik de juiste aanhef en afsluiting in een formele of een informele brief, zoals Geachte/Hoogachtend of Beste / Met vriendelijke groet.

Ik zorg ervoor dat de inhoud van de tekst en het taalgebruik passen bij het doel dat ik wil bereiken. Ik kan overtuigen met argumenten.

Woordgebruik en Ik beschik over voldoende woordenschat woorden om informatie over te brengen.

Datum / bewijzen

2 F (klas 1 en 2)

Datum / bewijzen

Ik gebruik de juiste woorden en de juiste toon, die passen bij het publiek. Ik kan een tekst schrijven die inhoudelijk interessant is voor mijn publiek.

5


Schrijven

1F (groep 7 en 8)

Datum / bewijzen

2 F (klas 1 en 2)

Spelling en interpunctie

Ik weet dat het belangrijk is om spelfouten uit mijn teksten te halen. Ik gebruik hoofdletters en punten correct. Ik plaats vraagtekens, uitroeptekens en aanhalingstekens op de juiste plaats.

Ik kan veel voorkomende en eenvoudige woorden goed spellen (maar maak af en toe fouten in woorden met een afwijkende of ingewikkelde spelling). Ik beheers de werkwoordspelling. Ik pas de leestekens op de juiste manier toe (maar maak af en toe fouten met hoofdletters, komma’s en dubbele punten).

Leesbaarheid

Ik gebruik een titel. Ik gebruik de juiste regels voor de opmaak van een brief of werkstuk. Ik zorg ervoor dat mijn tekst er netjes en verzorgd uitziet.

In korte teksten gebruik ik een overzichtelijke lay-out. Ik gebruik titels en tussenkopjes in mijn teksten. Bij langere teksten (langer dan 2 A4-tjes) gebruik ik tussenkopjes en een titel.

Verwerking van bronnen

Ik kan stukjes informatie uit een bron samenvatten.

Ik kan informatie uit verschillende bronnen hal en Ik kan bepalen welke informatie uit bronnen ik in een tekst wil gebruiken Ik kan informatie uit bronnen correct citeren en parafraseren.

Datum / bewijzen

6


Lezen

1F (groep 7 en 8)

Algemeen

Ik kan korte teksten lezen over alledaagse onderwerpen. Ik kan verhalen lezen

Tekstkenmerk en

Tekstsoorten

De teksten zijn niet te lang (maximaal 2 pagina’s). De zinnen zijn kort en er staan kopjes boven de alinea’s. Er staat niet te veel informatie in de tekst, wat belangrijk is valt op of wordt herhaald. Er komen niet steeds ni euwe dingen bij. In de teksten staan over het algemeen vooral bekende woorden uit de gewone taal. Bij de tekst staan meestal plaatjes of figuren die met de tekst te maken hebben. Ik begrijp en onthoud de inhoud van de volgende soorten teksten: Informatieve teksten, zoals informatie uit schoolboeken, kranten, tijdschriften, ‘opzoek-boeken’ en internet Teksten met uitleg en instructie, zoals: opdrachten in schoolboeken en recepten

Datum / bewijzen

2 F (klas 1 en 2)

Datum / bewijzen

Ik kan teksten lezen over bekende en onbek ende onderwerpen die passen bij mijn leefwereld. Ik kan teksten lezen over onderwerpen di e wat verder van mij afstaan De teksten hebben een duidelijke opbouw, bijvoorbeeld een alinea-indeling Alles wordt goed uitgelegd met verhaaltjes en voorbeelden Er staat niet te veel informatie in de tekst. In de tekst staan ook onbekende woorden. De teksten hebben tussenkopjes

Ik begrijp en onthoud de inhoud van onderstaande tekstsoorten: Informatieve teksten, zoals: informatie uit schoolboeken, tijdschriften, formulieren, mailberichten en teksten van internet. Teksten met uitleg en instructie, zoals: opdrachten uit schoolboeken, recepten, gebruiksaanwijzingen, formulieren.

7


Lezen

1F (groep 7 en 8) Betogende teksten, zoals: advertenties, reclames, persoonlijke brieven, mailberichten en kranten waarin een mening staat. Schema’s en tabellen Verhal en en gedichten

Datum / bewijzen

2 F (klas 1 en 2)

Datum / bewijzen

Betogende teksten, zoals: reclametekst en, folders of brochures of artikelen uit tijdschriften die een mening geven. Schema’s, tabellen, grafieken waarin meerdere gegevens gecombineerd worden Verhal en en gedichten

Woordenschat

Ik kan de teksten lezen en snappen, ook al staat er wel eens een moeilijk woord in. Ik kan zelf bedenk en wat een nieuw woord in een tekst ongeveer betekent als ik kijk naar de zinnen erom heen. Woorden die ik niet ken, kan ik opzoeken in een woordenboek of navragen aan een klasgenoot of de docent.

Ik ken voldoende woorden om de meeste teksten op dit niveau te begrijpen Ik kan zelf bedenk en wat een woord ongeveer betek ent als ik kijk naar hoe het woord gevormd is of hoe het in de tekst wordt gebruikt Ik kan woorden die ik niet ken opzoeken of navragen

Structuur begrijpen

Ik kan een korte tekst in alinea's verdelen. Ik kan een tussenkopje boven een alinea bedenken.

Ik kan de inleiding, de kern en het slot in een tekst aanwijzen Ik kan verbanden in de tekst herkennen en beno emen. Daarbij gebruik ik ook signaalwoorden als: voordat, want, omdat, terwijl

Inhoud begrijpen

Ik kan het onderwerp van de tekst benoemen. Ik kan antwoord geven op vragen over de tekst.

Ik kan de hoofdgedachte van de tekst weergeven Ik weet wat de hoofdzaken en de bijzaken zijn Ik begrijp figuurlijk taalgebruik in een tekst (grapjes, spot, ironie, spreekwoorden) 8


Lezen

1F (groep 7 en 8)

Datum / bewijzen

2 F (klas 1 en 2)

Inhoud begrijpen en verbinden aan eigen kennis

Ik kan wat ik al weet gebruiken bij het lezen. Ik kan de belangrijkste dingen die gez egd worden over het onderwerp navertellen in eigen woorden. Ik kan de mening in de tekst navertellen in eigen woorden.

Ik kan de hele tekst in eigen woorden samenvatten

Beoordelen en terugkijken

Ik kan mijn mening geven over het onderwerp in een tekst en uitleggen waarom ik dat vind.

Ik kan een eigen beargumenteerde mening geven over het onderwerp van de tekst. Ik kan een mening geven over de vraag of een tekst logisch in elkaar zit. Ik kan teksten met elkaar vergelijken en er een oordeel over geven

Opzoeken

Ik kan informatie opzoeken in ‘opzoekboeken’ zoals een woordenboek, atlas. Ik kan schema’s lezen en uitleggen wat ermee bedoeld wordt.

Ik kan handig en logisch met goede trefwoorden informatie op internet en in de bibliotheek zoeken

Datum / bewijzen

9


Engels, Duits en Frans Groep 7 en 8 Subdomein A1: Zie B /K Gesprekken tussen Evt. G/T moedertaalsprekers verstaan

Subdomein A2: Luisteren als lid van een live publiek

Datum / bewijzen

B/K

G/T

H/V

E D F Ik begrijp het wanneer anderen zich voorstellen aan elkaar.

E D F Ik kan het onderwerp bepalen van een langzaam en duidelijk gesproken gesprek.

E D F Ik volg de hoofdpunten van gesprekken over een voor hem/haar interessant onderwerp. E D F Ik volg de hoofdlijnen van discussies over actuele en vertrouwde thema's.

Datum / bewijzen

E D F Ik begrijp een beschrijving van iets wat vertrouwd is of wat mij persoonlijk interesseert. E D F Ik begrijp hoofdpunten in korte praatjes over vertrouwde onderwerpen.

10


Groep 7 en 8

Datum / bewijzen

B/K

G/T

H/V

Subdomein A3: luisteren naar aankondigingen en instructies

Zie B/K

E D F Ik begrijp in vertrouwde situaties korte, duidelijke instructies die gericht zijn aan de luisteraar; E D F Ik versta in korte, duidelijk gesproken teksten, getallen en bek ende woorden die gericht zijn aan de luisteraar E D F Ik begrijp korte, eenvoudige waarschuwingen die gericht zijn aan de luisteraar

E D F Ik begrijp in vertrouwde situaties eenvoudige feitelijke informatie. E D F Ik begrijp een korte uitleg over de werking van vertrouwde apparaten, bijvoorbeeld 'smart phones', mits het apparaat voorhanden is.

E D F Ik begrijp eenvoudige, duidelijke informatie van algemene aard. E D F Ik begrijp concrete aanwijzingen en opdrachten. E D F Ik begrijp eenvoudige technische informatie zoals de uitleg van de werking van een apparaat.

Subdomein A4: Luisteren naar tv, video- en geluidsopnames

Zie B/K

E D F Ik bepaal het onderwerp van korte kijk/luisterteksten.

E D F Ik begrijp relevante informatie uit korte, voorspelbare luisterteksten.

E D F Ik begrijp hoofdpunten in radioprogramma’ s als er eenvoudig, langzaam en duidelijk gesproken wordt.

Datum / bewijzen

11


Groep 7 en 8

Datum / bewijzen

B/K

Subdomein A4: Luisteren naar tv, video- en geluidsopnames (vervolg)

Subdomein B1: Correspondentie lezen

Zie B/K

E D F Ik begrijp korte mededelingen, bijvoorbeeld via sociale media. E D F Ik begrijp voorgedrukte kaarten met standaard boodschappen.

G/T

H/V

E D F Ik herken wat de hoofdpunten zijn van nieuwsberichten, als er een duidelijke visuele ondersteuning is E D F Ik begrijp korte, duidelijke berichten van computers en antwoordapparat en.

E D F Ik begrijp belangrijke details in tv-programma's over vertrouwde onderwerpen als er betrekkelijk langzaam en duidelijk gesproken wordt E D F Ik begrijp de handeling en volg het verloop van de gebeurtenissen in films als het verhaal door beeld en actie duidelijk wordt en de taal niet te moeilijk is.

E D F Ik begrijp een korte, eenvoudige (standaard)bri ef, e-mail of (algemene) kennisgeving, bijvoorbeeld van een offi ciĂŤle instantie over een tijdelijk parkeerverbod.

E D F Ik begrijp persoonlijke brieven, e-mails en vormen van sociale media voldoende om met iemand te kunnen corresponderen.

Datum / bewijzen

12


Groep 7 en 8

Datum / bewijzen

B/K

G/T

Correspondentie lezen (vervolg)

Subdomein B2: OriĂŤnterend lez en

H/V

Datum / bewijzen

E D F Ik begrijp een eenvoudige formele brief of email voldoende om juist te kunnen reageren. Zie B/K

E D F Ik zoek dingen op in een lijst of kies ze daaruit. E D F Ik lees eenvoudige informatie op een poster, mededelingenbor d of brochure lezen.

E D F Ik vind en begrijp specifieke informatie in eenvoudig, alledaags materiaal. E D F Ik begrijp eenvoudige advertenties met weinig afkortingen. E D F Ik vind en begrijp in lijsten, overzichten en formulieren specifieke informatie. E D F Ik begrijp veelvoorkomende borden en mededelingen.

E D F Ik vind en begrijp relevante informatie in brochures en korte officiĂŤle documenten op internet of in andere media. E D F Ik zoek in langere teksten op internet of in andere media informatie over thema's binnen het eigen interessegebi ed.

13


Groep 7 en 8

Datum / bewijzen

B/K

G/T

H/V

Subdomein B3: Lezen om informatie op te doen

Zie B/K doel 1 Evt. doel 2

E D F Ik vorm mij een idee van de inhoud van een korte tekst die waar mogelijk visueel ondersteund wordt. E D F Ik begrijp korte informatieve teksten over personen en plaatsen.

E D F Ik begrijp specifieke informatie in eenvoudige teksten. E D F Ik begrijp de hoofdlijn van eenvoudige teksten in een tijdschrift, krant of op een website. E D F Ik begrijp korte, beschrijvende teksten over vertrouwde onderwerpen.

E D F Ik begrijp belangrijke feitelijke informatie in korte verslagen en artikelen. E D F Ik begrijp het hoofdthema en de belangrijkste argumenten in eenvoudige teksten op internet of in andere media. E D F Ik lees eenvoudige jeugdliteratuur.

Subdomein B4: Instructies lezen

Zie B/K

E D F Ik begrijp zeer eenvoudige, korte en goed gestructureerde instructies.

E D F Ik begrijp eenvoudige, goed gestructureerde instructies.

E D F Ik begrijp duidelijk geschreven, ondubbelzinnige instructies.

Subdomein C1: Informele gesprekken

Zie B/K doel 1. Evt. doel 2

E D F Ik kan op een eenvoudige manier groeten en afscheid nemen.

E D F Ik kan in alledaagse situaties op eenvoudige manier bekenden en onbek enden aansprek en.

E D F Ik kan gevoelens uiten en op gevoelens van anderen reageren.

Datum / bewijzen

14


Groep 7 en 8 Subdomein C1: Informele gesprekken (vervolg)

Datum / bewijzen

B/K

G/T

H/V

E D F Ik kan mijzelf en anderen voorstellen en reageren als iemand voorgesteld wordt. E D F Ik kan eenvoudige informatie vragen en geven over welbevinden

E D F Ik kan groeten en mij voorstellen. E D F Ik kan mij voor iets verontschuldigen. E D F Ik kan op eenvoudige wijze een voorkeur en mening uitdrukken over vertrouwde alledaagse onderwerpen. E D F Ik kan in beperkte mate meedoen aan eenvoudige gesprekken over alledaagse, bekende onderwerpen. E D F Ik kan iemand correct ontvangen en op zijn/haar gemak stellen, passend bij de situatie.

E D F Ik kan persoonlijke standpunten, commentaar en meningen geven over onderwerpen binnen de eigen belevingssfeer.

Datum / bewijzen

15


Groep 7 en 8

Datum / bewijzen

B/K

Subdomein C2: Bijeenkomsten en/of vergaderingen

Subdomein C3: Zaken regelen

Zie B/K doel 1 en 2

E D F Ik kan om dingen vragen, iets aanbieden, voor iets bedanken en reageren wanneer om iets gevraagd wordt. E D F Ik kan een aantal getallen uitspreken en verstaan E D F Ik kan een aantal bekende woorden spellen en de spelling ervan verstaan.

G/T

H/V

E D F Ik kan indien dat rechtstreeks gevraagd wordt, tijdens een groepsgesprek een mening geven, mits ik om herhaling mag vragen en ik hulp krijg bij het formuleren van een antwoord.

E D F Ik kan in beperkte mate deelnem en aan routinematige groepsdiscussies over praktische zaken, om een voorstel te doen of een standpunt over te brengen.

E D F Ik kan getallen uitspreken en verstaan. E D F Ik kan woorden spellen en de spelling verstaan. E D F Ik kan Iets bestellen, reserveren en ergens naar vragen in een vertrouwde situatie. E D F Ik kan eenvoudige voorstellen doen en op voorstellen reageren.

E D F Ik kan mijn mening geven en voorstellen doen voor het oplossen van problemen en het nemen van praktische beslissingen. E D F Ik kan me redden in minder routinematige situaties, zoals het terugbrengen van een aankoop naar een winkel. E D F Ik kan een klacht uiten, aannemen en doorgeven.

Datum / bewijzen

16


Groep 7 en 8 Subdomein C3: Zaken regelen (vervolg)

Datum / bewijzen

B/K

G/T

H/V

E D F Ik kan eenvoudige informatie vragen over reizen en gebruikmaken van het openbaar vervoer. E D F Ik kan iemand uitnodigen en op uitnodigingen ingaan of ze afslaan. E D F Ik kan een eenvoudig gesprek aan een balie voeren. E D F Ik kan een eenvoudig telefoongesprek voeren. E D F Ik kan afspraken maken. E D F Ik kan communicatie in stand houden.

E D F Ik kan overweg met voorspelbare situaties die zich kunnen voordoen tijdens een reis.

Datum / bewijzen

17


Subdomein C4: Informatie uitwisselen

Groep 7 en 8

B/K

G/T

H/V

Zie B/K doel 1 t/m 3

E D F Ik kan eenvoudige informatie over vertrouwde, concrete onderwerpen vragen of geven. E D F Ik kan met een kort en eenvoudig antwoord reageren op korte, eenvoudige vragen over mijzelf en andere mensen. E D F Ik kan in eenvoudige bewoordingen zeggen wat ik wel en niet leuk vind en vragen wat anderen wel en niet leuk vinden. E D F Ik kan om verduidelijking vragen, eventueel ondersteund met gebaren.

E D F Ik kan eenvoudige aanwijzingen en instructies geven en opvolgen. E D F Ik kan beperkte informatie uitwisselen over eenvoudige en concrete zaken. E D F Ik kan informatie van persoonlijke aard vragen en geven.

E D F Ik kan eenvoudige feitelijke informatie achterhal en en doorgeven. E D F Ik kan meer gedetailleerde informatie achterhal en. E D F Ik kan in gesprekken informatie uitwisselen over vertrouwde onderwerpen. E D F Ik kan meer gedetailleerde aanwijzingen vragen en ze opvolgen. E D F Ik kan in beperkte mate initiatieven nemen in een vraaggesprek. E D F Ik kan telefonische informatie opvragen en doorgeven.

18


Groep 7 en 8

B/K

G/T

H/V

Subdomein D1: Monologen

Zie B/K doel 1

E D F Ik kan eenvoudige informatie over mijzelf geven E D F Ik kan in losse woorden en simpele, korte zinnen iets of iemand beschrijven

E D F Ik kan vertrouwde zaken en personen op een eenvoudige manier beschrijven E D F Ik kan in eenvoudige, korte zinnen vertellen over ervaringen, gebeurtenissen en activiteiten E D F Ik kan op een eenvoudige manier vertellen hoe iets gedaan moet worden

E D F Ik kan met enig detail verslag doen van ervaringen, en meningen en reacties beschrijven E D F Ik kan echte of verzonnen gebeurtenissen beschrijven en verhalen vertellen E D F Ik kan vertellen over mijn dromen, verwachtingen en ambities E D F Ik kan naar aanleiding van mijn monoloog desgewenst zaken uitleggen en toelichten

Subdomein D2: Een publiek toespreken

Zie B/K

E D F Ik kan een korte, vooraf geoefende mededeling voorlezen aan een gro ep

E D F Ik kan voor een groep in korte, vooraf ingestudeerde zinnen iets aankondigen of meedelen

E D F Ik kan in alledaagse of vertrouwde situaties duidelijke mededelingen en aankondigingen doen aan een groep 19


Groep 7 en 8

B/K

Subdomein D2: Een publiek toespreken (vervolg)

Subdomein E1: Correspondentie

Zie B/K doel 1

E D F Ik kan een korte, eenvoudige (digitale) kaart met een wens of groet schrijven E D F Ik kan een kort, eenvoudig berichtje schrijven om een afspraak te bevestigen of af te zeggen via sms, e-mail of via andere sociale media

G/T

H/V

E D F Ik kan een kort, eenvoudig, vooraf ingestudeerd praatje houden voor een groep

E D F Ik kan een eenvoudige spreekbeurt of presentatie houden

E D F Ik kan een eenvoudig persoonlijk briefje schrijven via de post, e-mail of via andere sociale media E D F Ik kan aan een eenvoudige chatsessie deelnemen

E D F Ik kan feitelijke zaken beschrijven en nieuwtjes uitwisselen via brieven, e-mails of via andere vormen van sociale media E D F Ik kan over persoonlijke zaken schrijven via brieven, e-mails of via andere vormen van sociale media E D F Ik kan eenvoudige brieven schrijven aan instanties en zakelijke contacten E D F Ik kan op advertenties reageren

20


Groep 7 en 8

B/K

G/T

Subdomein E1: Correspondentie (vervolg)

Subdomein E2: Aantek eningen, berichten, formulieren

H/V E D F Ik kan deelnemen aan discussies over bekende thema's of over thema's uit het interessegebi ed via sociale media zoals internet

E D F Ik kan een eenvoudig formulier invullen E D F Ik kan eenvoudige aantekeningen maken, bijvoorbeeld het noteren van het huiswerk in het Engels een eenvoudige lijst met vragen over zichzelf invullen

E D F Ik kan standaardformulie ren invullen E D F Ik kan eenvoudige notities en aantekeningen maken E D F Ik kan korte, eenvoudige berichten schrijven over zaken van direct belang

E D F Ik kan formulieren waarin wat meer informatie gevraagd wordt, gedetailleerd invullen E D F Ik kan telefonische boodschappen opschrijven en doorgeven E D F Ik kan memo's maken waarin eenvoudige informatie wordt doorgegeven aan mensen in de directe omgeving E D F Ik kan een korte, eenvoudige advertentie opstellen. 21


Groep 7 en 8

B/K

G/T

Subdomein E3: Verslagen en rapporten

Subdomein E4: Vrij schrijven

H/V E D F Ik kan een kort, eenvoudig verslag schrijven volgens een vast format E D F Ik kan feitelijke informatie over vertrouwde onderwerpen samenvatten en becommentariĂŤren E D F Ik kan de informatie die ik belangrijk acht, duidelijk opschrijven

E D F Ik kan een paar eenvoudige zinnen opschrijven over mijzelf of over andere mensen E D F Ik kan in korte, eenvoudige zinnen vertrouwde zaken beschrijven

E D F Ik kan gedetailleerde beschrijvingen geven van bekende onderwerpen binnen het eigen interessegebi ed

22


Groep 7 en 8 Subdomein E4: Vrij schrijven (vervolg)

B/K

G/T

H/V

E D F Ik kan in korte, eenvoudige zinnen een persoon beschrijven E D F Ik kan kort en eenvoudig een gebeurtenis of een ervaring beschrijven

E D F Ik kan verslag doen van ervaringen en daarbij gevoelens en reacties op gebeurtenissen beschrijven E D F Ik kan een eenvoudig verhaaltje of opstel schrijven over een onderwerp dat mij interesseert

Bronnen: tule.slo.nl leerplaninbeeld.slo.nl

23

Leerdoelen talen  

leerdoelen talen

Read more
Read more
Similar to
Popular now
Just for you