Intro bovenbouw havo-vwo

Page 1

Digitaal in eDition Digitaal in eDition

MUZIEKGESCHIEDENIS

MUZIEKLEER

LUISTEREN

MUZIKALE

BEGRIPPEN

Vernieuwd voor het Centraal Examen vanaf 2026

Vernieuwd voor het Centraal Examen vanaf 2026

1
verkennen kennen 1
muziek voor de bovenbouw havo/vwo

Auteurs Auteurs 1 1

joost overmars

ruth van de putte gerwin van der werf

1
verkennen kennen

INTRO MUZIEK VOOR DE BOVENBOUW HAVO I VWO

Deel 1 Verkennen - Kennen

Deel 2 Musiceren - Componeren

Digitaal in eDition

REDACTIE

Op schrift, Enschede

VORMGEVING

Neo & Co, Velp

MET DANK AAN

WERKVORMEN

Mix: boeken + totaallicentie 100% digitaal

Leerling Boek + totaallicentie Leerling totaallicentie

Voor de docent is er een Docent totaallicentie.

Sandra van Kalken, Hans Mooij, Wilfred Reneman, Koen Strunk, Simon Wienke, Michiel Zweers

ILLUSTRATIEVERANTWOORDING

Notenschrift: Ruth van de Putte

Foto omslag: Jörg Carstensen

Zie de Intro Docentenstartpagina voor de illustratieverantwoording van het binnenwerk.

OVER THIEMEMEULENHOFF

ThiemeMeulenhoff ontwikkelt slimme flexibele leeroplossingen met een persoonlijke aanpak. Voor elk niveau en elke manier van leren. Want niemand is hetzelfde.

We combineren onze kennis van content, leerontwerp en technologie, met onze energie voor vernieuwing. Om met en voor onderwijsprofessionals grenzen te verleggen. Zo zijn we samen de motor voor verandering in het primair, voortgezet en beroepsonderwijs.

SAMEN LEREN VERNIEUWEN.

www.thiememeulenhoff.nl

ISBN 978 90 06 50444 6

Derde druk, eerste oplage, 2024

© ThiemeMeulenhoff, Amersfoort, 2017

Alle rechten voorbehouden. Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd, opgeslagen in een geautomatiseerd gegevensbestand, of openbaar gemaakt, in enige vorm of op enige wijze, hetzij elektronisch, mechanisch, door fotokopieën, opnamen, of enig andere manier, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgever.

Voor zover het maken van kopieën uit deze uitgave is toegestaan op grond van artikel 16B Auteurswet 1912 j° het Besluit van 23 augustus 1985, Stbl. 471 en artikel 17 Auteurswet 1912, dient men de daarvoor wettelijk verschuldigde vergoedingen te voldoen aan Stichting Publicatie- en Reproductierechten Organisatie (PRO), Postbus 3060, 2130 KB Hoofddorp (www.stichting-pro.nl). Voor het overnemen van gedeelte(n) uit deze uitgave in bloemlezingen, readers en andere compilatiewerken (artikel 16 Auteurswet) dient men zich tot de uitgever te wenden. Voor meer informatie over het gebruik van muziek, film en het maken van kopieën in het onderwijs zie www.auteursrechtenonderwijs.nl.

De uitgever heeft ernaar gestreefd de auteursrechten te regelen volgens de wettelijke bepalingen. Degenen die desondanks menen zekere rechten te kunnen doen gelden, kunnen zich alsnog tot de uitgever wenden.

Deze uitgave is volledig CO2-neutraal geproduceerd. Het voor deze uitgave gebruikte papier is voorzien van het FSC®-keurmerk.

Dit betekent dat de bosbouw op een verantwoorde wijze heeft plaatsgevonden.

inhoud 1 Middeleeuwen 6 2 Renaissance 17 3 Barok 24 4 Classicisme 40 5 Romantiek 59 6 Twintigste eeuw 75 7 Jazz 93 8 V roege popmuziek 1 12 9 Afro-Amerikaanse popmuziek 123 10 Rockmuziek 132 11 Reggae, hiphop, R&B 145 12 Dance, EDM 154 1 Toonhoogte 166 2 Toonduur 172 3 Ritme 175 4 Maat 183 5 Toonladder 195 6 Toonsoort 211 7 Interval 223 8 Akkoord 231 9 Melodie 241 10 Compositietechniek 257 11 Vorm 266 12 Tempo 278 13 Dynamiek 283 14 Uitvoeringspraktijk 287 15 Ensembles en stemmen 297
1
Verkennen
1
Kennen
verkennen

Middeleeuwen Middeleeuwen

Het leven in de middeleeuwen is bikkelhard, onvoorspelbaar en gemiddeld erg kort. De mensen zijn weerloos tegen altijd terugkerende rampen: oorlog, honger, brand, overstroming en dodelijke ziektes zoals de pest. Vaste gewoonten, leven in kleine gemeenschappen en een sterk geloof in God geven de mensen houvast. Geen wonder dus dat het christelijk geloof het leven in de middeleeuwen beheerst.

De grote kathedralen uit de middeleeuwen imponeren nog steeds. De kerkelijke ceremonies en de muziek die al meer dan duizend jaar gezongen wordt kunnen ons nog steeds ontroeren. Op de mens uit de middeleeuwen zal de katholieke kerk met haar rituelen grote indruk gemaakt hebben. Maar vergeet niet, de kerk is in de middeleeuwen een machtig instituut.

De kerk predikt onderwerping aan de ‘wil van God’, en de kerkleiders kennen die wil natuurlijk het beste. Heb je een andere mening, dan word je als ketter veroordeeld. Het centrum van de kerkelijke macht is Rome, waar de paus zetelt. Heel Europa staat onder zijn invloed. Kruistochten worden georganiseerd om ‘Jeruzalem te bevrijden van de islam’, maar in werkelijkheid vooral om de macht en invloed van de kerk nog groter te maken.

6 VERKENNEN RENAISSANCE
Een vroege voorloper van ons moderne notenschrift.

Muziek en kunst hebben een duidelijke taak: ze moeten de leer van de kerk uitdragen en het geloof sterker maken. Kunst en muziek zijn dus heel belangrijk voor de kerk.

De middeleeuwen beslaan honderden jaren. In de periode van pakweg 500 tot 1400 na Christus verandert Europa langzaam van een samenleving met kleine, geïsoleerde boerendorpen in een complexe maatschappij met bloeiende steden en handel. Ook de muziek verandert langzaam. Toch gebeurt er veel.

Het notenschrift krijgt vorm. De toonladders die we nu nog kennen ontstaan. Er komt meerstemmige muziek. Troubadours worden de eerste ‘singer-songwriters’. Kortom, de westerse muziek wordt in de middeleeuwen geboren.

7
Glas-in-lood raam van de Sainte Chapelle in Parijs.

BEGRIPPEN

GREGORIAANS

SYLLABISCH

MELISMATISCH

VRIJ RITME

KERKTOONSOORTEN

‘Bid onophoudelijk’ schrijft de Bijbel voor. In de kloosters worden die woorden letterlijk genomen. Met een ijzeren regelmaat worden de hele dag door op vaste tijden gebedsdiensten gehouden, zelfs in het holst van de nacht (de eerste dienst begint om 3 uur in de ochtend). Zingen is een vorm van bidden. Na een week zijn de verplichte 150 psalmen en alle gezangen, die in het jaargetijde passen, afgewerkt. Dan begint het weer opnieuw, dag in dag uit, jaar in jaar uit.

De middeleeuwse kerkgezangen noemen we gregoriaanse gezangen. Ze zijn vocaal, eenstemmig, in het Latijn, en worden uitsluitend door mannen gezongen (in de vrouwenkloosters werd niet gezongen).

Ze kennen een vrij ritme, wat wil zeggen dat er geen maatsoort is en geen exact voorgeschreven toonduur.

De liederen zijn bewaard gebleven in oude handschriften. In de oudste kun je het op en

neer gaan van de melodie zien, maar de precieze toonhoogte kun je er niet uit aflezen. Deze eerste ‘noten’ (het zijn meer krabbeltjes) dienen als geheugensteuntje voor de koorleider. Hij gaf met handbewegingen de richting van de melodie aan voor de anderen. In latere handschriften is de toonhoogte wel vastgelegd: een blokvormig notenschrift op vier lijnen, met een sleutel vooraan de notenbalk (zie ill. p. 6). De melodieën van de gezangen maken gebruik van de kerktoonsoorten, toonsoorten gebaseerd op toonladders van zeven tonen maar (nog) geen majeur of mineur.

De psalmen worden bijna op één toon voorgedragen. Iedere lettergreep krijgt een noot. Dit heet syllabisch. Andere gezangen zijn melodischer, beweeglijker. Er worden meer noten op één lettergreep gezongen. Dit heet melismatisch

Het verhaal gaat dat God zelf in de gedaante van een duif op de schouder van paus Gregorius de Grote zat om de hemelse gezangen in zijn oor te zingen. De paus schreef ijverig mee. In werkelijkheid is Gregorius geen musicus, maar een slimme bestuurder die deze mythe zelf in stand houdt. Door God ingefluisterde liederen kunnen natuurlijk niet ter discussie staan, iedereen in Europa moet ze zingen, en ook op hetzelfde moment. Er worden koorscholen opgericht om te zorgen dat de gregoriaanse gezangen correct worden uitgevoerd. Er worden zelfs controles gehouden. Waarom al die moeite? Om eenheid in christelijk Europa te krijgen. Uniformiteit in de liturgie vormt de basis van de pauselijke macht.

8 VERKENNEN MIDDELEEUWEN
gezangen 1.1 1.1 Gregorius en de duif gregoriaanse Handschrift uit de tiende eeuw: De toonhoogte is globaal aangegeven boven de tekst.

Luister naar het introitus Resurrexi. Welke kenmerken van gregoriaans hoor je?

Hieronder staat de eerste regel van het Resurrexi in modern notenschrift (de klank is lager dan de notatie). De tekst van die regel is: Resurréxi, et adhuc tecum sum, allelúia (Ik stond op en ben nog steeds met u, prijs de Heer).

INT_BB_V_01_N_01

De tekst staat niet volledig onder de noten. Schrijf de ontbrekende woorden onder de juiste noten: (Resurréxi) et ad – huc te – cum sum, al – le – lú – ia.

Zoals je hoort, is het ritme niet hoorbaar gegroepeerd in een maat(soort). Wat is de term daarvoor?

Het Resurrexi komt uit een feestelijke mis. Voor welke gelegenheid?

 Kerstmis

 Goede Vrijdag

 Pasen

 Hemelvaart

Tip: kijk naar de tekst bij vraag 1b.

Luister naar het Alleluia pascha nostrum. Welke vorm van gregoriaans hoor je?

 Syllabisch.  Melismatisch.

Gregoriaanse melodieën zijn gebaseerd op kerktoonsoorten. Welke kerktoonsoort wordt hier gebruikt?

Zoek eerst de grondtoon (de toon waarop het fragment begint en eindigt) en leid vervolgens af welke kerktoonsoort het is. (De klank is lager dan de notatie maar daar hoef je geen rekening mee te houden.)

De grondtoon is . Dat is de toon in de toonladder van C; de kerktoonsoort is dus

9
& ‹
œœ œ œ œœœœ œ œ œ œ œ œ œœœ œ œ œ œ œ œœ œœœ œ œ œœ œ œœœ œ 1a 1b 1c 1d 2a 2b ANONIEM INTROITUS:
ZIE OOK KENNEN 6
& ‹ Alle-lu-ia. œœœ œ œ œ œ œ œœœ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œœ œ ANONIEM ALLELUIA
NOSTRUM VWO
Resur - ré - xi, -
RESURREXI Opdrachten Opdrachten
INT_BB_V_01_N_02
PASCHA

De Notre Dame in Parijs, geboorteplaats van de meerstemmige muziek.

BEGRIPPEN ORGANUM

CANTUS FIRMUS

PARALLELLE BEWEGING

TEGENBEWEGING

HANDSCHRIFT VAN EEN

ORGANUM VAN PEROTINUS, EEN VAN DE EERSTE

COMPONISTEN DIE WE

BIJ NAAM KENNEN.

Alle kunst in de middeleeuwen is ter ere van God: het kerkgebouw, de glas-in-lood ramen, de schilderingen en beelden, en dus ook de muziek. De goddelijke stem klinkt door in de gregoriaanse gezangen. Van muziek genieten omdat je het zelf zo mooi vindt is niet de bedoeling. Maar het bloed van een muzikant kruipt waar het niet gaan kan. De eerste experimenten met meerstemmigheid vinden plaats in de elfde eeuw. Die worden met argwaan bekeken. Hoe kun je Gods eigen gezangen nu verbeteren? Kerkleiders proberen de experimenten tegen te houden, maar de ontwikkeling van de meerstemmige muziek is niet te stoppen.

De eerste meerstemmige muziek heet organum meerstemmigheid

De oudste vorm is het parallel organum. Het is een eenvoudige vorm van meerstemmigheid waarbij een extra stem precies hetzelfde zingt als de eerste stem (het originele gregoriaans), maar dan een kwart lager of een kwint hoger.

Bij het vrije organum zingt de extra stem soms parallel maar soms ook in tegenbeweging

Het melismatisch organum gaat nog een stapje verder: de tegenstem zingt meerdere noten terwijl de tenor het gregoriaanse gezang in lang aangehouden noten zingt. Het originele gregoriaans wordt bij deze meerstemmige muziek cantus firmus genoemd.

God of genot?

Zo nu en dan moet de paus in actie komen om al te wilde experimenten met meerstemmigheid een halt toe te roepen. ‘Door het te veel opstapelen van noten bedwelmen ze het gehoor in plaats van het te stichten. Zo wordt de godsvrucht opzij gezet en de wellust bevorderd’, aldus een pauselijk bevel uit 1320. Het klinkt ons wel heel wereldvreemd in de oren, maar de reactie van de paus is in die tijd wel te begrijpen. In sommige meerstemmige stukken is het originele gregoriaans onhoorbaar, soms wordt er maar een enkel woord van gezongen in zeer lange noten. Boven die cantus firmus zingt de tweede stem bijvoorbeeld een drinklied en de derde stem een liefdesliedje. Dat is natuurlijk niet meer ‘zingen als bidden’, zoals het is bedoeld.

10 VERKENNEN MIDDELEEUWEN
1.2
1.2

Opdrachten Opdrachten

PANGE LINGUA

ZIE OOK KENNEN 7

&

Pange Lingua is de naam van een gregoriaans gezang. Het wordt in het kerkelijk jaar twee keer in een processie (optocht) gezongen. Luister naar het fragment.

Het gregoriaans is:  (overwegend) syllabisch.  (overwegend) melismatisch.

Dit Pange Lingua is een tweestemmig organum. De organumstem ligt een kwart boven de gregoriaanse melodie en loopt helemaal parallel daaraan. Schrijf de organumstem erboven. De eerste paar noten zijn gegeven.

N.B. Je hoeft geen kruizen of mollen toe te voegen.

œ œ œ œ œ œ œ œœ œ œœœ œ œœ œ œ œ œ œ

‹ In In su de pre nacht - mae vanhet noc hoog te stecoe avondnae maalre aanligcum - bens gend- cum met fra zijn tri broe - bus.ders. -

Verderop in het fragment wordt een tweede organumstem toegevoegd. Deze stem ligt boven / onder de eerste twee stemmen.

Hoe noem je in meerstemmige muziek de oorspronkelijke gregoriaanse melodie?

VWO

PEROTINUS

ALLELUIA PASCHA NOSTRUM

Je kunt het Alleluia Pascha Nostrum (‘Halleluja, ons paaslam’) in drie gedeeltes splitsen. Het eerste gedeelte (op de tekst Alleluia) is eenstemmig gregoriaans. Dit gregoriaans is:  syllabisch.  melismatisch.

Het tweede gedeelte (op de tekst Pascha) is een organum. Dit is een:  parallel organum.  melismatisch organum.

Het derde gedeelte (op de tekst Nostrum) is ook een organum. Noem één opvallend verschil met het vorige (tweede) gedeelte.

11
1a 1b 1c 2 3a 3b 3c
ANONIEM HYMNE

BEGRIPPEN

MOTET

KWART

KWINT

OCTAAF

MIS

REQUIEM

mis en motet

Langzaam maar zeker worden de meerstemmige composities echte kunststukjes. Componisten (dit zijn zelf monniken) die verbonden zijn aan de Notre Dame in Parijs maken drie­ en vierstemmige stukken, ze noemen dat een motet. De nieuw gecomponeerde stemmen krijgen zelfs andere teksten, in het Frans. De samenklanken die in de middeleeuwen de voorkeur krijgen zijn kwart, kwint en octaaf

De mis is het hoogtepunt in de eredienst van de katholieke kerk. De mis dankt zijn naam aan de woorden die de priester spreekt ter afsluiting: ‘Ite, missa est’, oftewel: ‘Dit was het, u kunt gaan’ (‘you are dismissed’). De zondagse mis is de feestelijkste, die wordt bijgewoond door alle gelovigen. Het is een kerkelijk spektakel

waar arm en rijk zich aan kan vergapen. Processies van priesters in prachtige gewaden, wierook, zonlicht door de gekleurde vensters, hemels gezang.

De mis kent een aantal vaste gezangen zoals het Kyrie (‘Heer ontferm u’), Gloria (‘Ere zij God’), Credo (‘Ik geloof’), Sanctus (‘Heilig’) en Agnus Dei (‘Lam van God’).

Guillaume de Machaut, koorleider van de kathedraal van Reims, maakt rond 1360 van deze gezangen een vierstemmige zetting. Hij noemt de compositie ‘La messe de Nostre Dame’. Later, in de renaissance, wordt de meerstemmige mis een heel populair genre. Nog veel later componeren Bach, Mozart en Beethoven missen met een heel orkest erbij, bijvoorbeeld een requiem (mis voor de doden).

12 VERKENNEN MIDDELEEUWEN
1.3 1.3
Een engel op de gevel van de kathedraal van Reims. GUILLAUME DE MACHAUT.

GUILLAUME DE MACHAUT

KYRIE UIT: LA MESSE DE NOSTRE DAME

Het motet J’ai mis tout ma pensee/Je n’en puis/Puerorum is een meerstemmige compositie.

Hoeveel stemmen heeft deze compositie? Welke stem zingt de cantus firmus Puerorum?

 Twee stemmen.  De bovenstem.

 Drie stemmen.  Een tussenstem.

 Vier stemmen.  De onderstem.

Hoe weet je dat dit een motet is en niet een oudere vorm van meerstemmigheid?

Het Kyrie (voluit: Kyrie eleison; Heer ontferm u over ons) is een gezang dat in elke mis voorkomt. Noem nog een gezang dat in elke mis gezongen wordt en zoek de vertaling op.

Dit Kyrie is een meerstemmige compositie. Hieronder staat de eerste regel (de klank is lager dan de notatie).

De componist laat de zangers heel lang op één lettergreep zingen. Welke lettergreep van Kyrie Eleison is dat?

Je ziet in dit Kyrie een maatsoort staan. Waarom is dat voor de vroegste gregoriaanse gezangen niet en voor deze muziek wel noodzakelijk?

Bij de derde balk staat de afkorting c.f. Waar staat die voor?

De compositie is gebaseerd op de volgende toonladder:

Welke kerktoonsoort is dit?

13
1a 1b 2a 2b 2c 2d 2e ANONIEM J’AI MIS TOUT MA PENSEE / JE N’EN PUIS / PUERORUM
° ¢ INT_BB_V_01_N_04 6 2 6 2 6 2 6 2 & Kyrie & Kyrie & ‹ Kyrie c.f. ? Kyrie w ™ ˙ ˙ ˙ w œ œ ˙ ˙ w ˙ ˙ w w w ˙ ˙ ˙ w ˙ w ˙ ˙ ˙ œ œw# ˙ ˙ w ˙ w w ∑ ™ w ™ ˙ w w w ™ Ó w ˙ w œ œ ˙ ˙ w ˙ ˙ w INT_BB_V_01_N_05 & w w w w w w w w ZIE OOK KENNEN 15 ZIE
KENNEN 6
Opdrachten Opdrachten
OOK
VWO

Muzikanten worden in de hel gemarteld met hun eigen instrumenten

(detail uit: de tuin der lusten van Jeroen Bosch).

BEGRIPPEN

ESTAMPIE TROUBADOUR

VEDEL, FLUIT, TROM, DOEDELZAK, LUIT, HARP

BOURDON

KUNSTLIED EN VOLKSLIED

troubadours

In de middeleeuwen is de kerkelijke muziek strikt gescheiden van de wereldlijke muziek. Een goede zanger of componist van kerkmuziek geniet enig aanzien, in tegenstelling tot muzikanten buiten de kerk. Rondreizende muzikanten worden als onbetrouwbaar en minderwaardig bestempeld. Hun huwelijk is onwettig, bij ziekte krijgen ze geen hulp. Maar zolang ze voor amusement zorgen op de stadsmarkten worden ze enthousiast ontvangen. Dansmuziek zoals de estampie is het meest geliefd. De estampie is een muziekstuk met een steeds terugkerend refrein. Vaak wordt in de begeleiding een bourdon gespeeld (een samenklank van grondtoon en kwint, meestal in de bas). Weinig van deze muziek is bewaard gebleven. De muziek werd gespeeld op de vedel, fluit, trom of doedelzak.

Triootje

De sociale status van de troubadour is iets beter. Dat komt doordat sommige troubadours zelf van adel zijn. Andere troubadours verblijven aan de adellijke hoven, zij maken kunstliederen met een poëtische tekst en een goed uitgewerkte (en opgeschreven) melodie. Vermaak op hoger niveau dus, niet voor het gewone volk, maar voor de elite. Troubadours zingen in de eerste plaats over de liefde, de ridderlijke (hoofse) liefde waarbij meestal een onbereikbare jonkvrouw wordt aanbeden. Ze bemoeien zich ook met politiek, bijvoorbeeld in liederen over de kruistochten. Voor de troubadours zijn de teksten het voornaamste, maar ook de muziek maken ze zelf. Het zijn dus eigenlijk de eerste singer­songwriters. Ze begeleiden zichzelf op luit of harp.

Willem IX (1071-1126), de hertog van Acquitanië, is de eerste troubadour die we van naam kennen. Zijn hof in Poitiers is in die tijd een van de meest invloedrijke van Europa, kunst en muziek nemen er een belangrijke plaats in. Niet altijd tot genoegen van de paus, die Willem een paar keer in de ban doet vanwege zijn ongehoorzaamheid en losbandige gedrag. Willem is in de eerste plaats dichter, zijn verzen zijn soms nogal pikant. In een van zijn liefdesgedichten beschrijft hij een ménage-a-trois, een triootje inderdaad, waarin de dichter vertelt hoe hij 188 keer met twee dames de liefde bedreef. In Ab la Dolchor del Temps Novel slaat hij een gevoeliger toon aan, hij bezingt de natuur, maar beschrijft later toch weer hoe zijn hand onder de mantel van een dame verdwijnt ...

14 VERKENNEN MIDDELEEUWEN
1.4 1.4

La Tierche Estampie Real is een hofdans (real = royal). Welke middeleeuwse instrumenten worden bespeeld?

In een estampie wordt een couplet telkens afgewisseld met een refrein. Hoe maakt de instrumentatie (= de gebruikte instrumenten) duidelijk dat een refrein begint?

Een puzzeltje. De kracht van een estampie zit in de vorm: een couplet waarin een muzikant kan soleren afgewisseld met refreinen die voor herkenning zorgen. Máár: de vorm is iets complexer. Elk solocouplet wordt twee keer gespeeld en er zijn twee refreinen die elkaar afwisselen.

Schrijf in de lege hokjes boven de noten deze vorm op.

• De coupletten krijgen hoofdletters A, B, etc.

• De twee refreinen noem je X1 en X2.

Een paar letters zijn al ingevuld.

INT_BB_V_01_N_06

15
1a 1b 1c
Opdrachten Opdrachten
A 1 X1 A 7 X2 14 20 27 33 6 4 & ## & ## & ## & ## & ## & ## œ œ œ œ ˙ œ œ œ œ œ œ œ ˙ œ œ œ œ œ œ œ œ œ ˙ ˙ ™ œ œ œ ˙ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ ˙ œ œ œ œ œ œ œ œ ˙ œ œ œ œ œ œ œ œ œ ˙ ˙ ™ œ œ œ ˙ œ œ œ œ œ œ œ ˙ ™ œ œ œ œ ˙ ™ œ œ œ ˙ œ œ ˙ œ œ ˙ œ œ œ œ œ ˙ œ œ œ œ œ ˙ œ œ œ ˙ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ ˙ œ œ ˙ œ œ ˙ œ œ œ œ œ ˙ œ œ œ œ œ œ œ ˙ œ œ œ ˙ œ œ œ œ œ œ œ ˙ œ œ œ œ ˙ ˙ œ œ œ œ œ œ ˙ œ œ ˙ œ œ œ œ ˙ œ œ œ œ œ ˙ œ œ œ œ ˙ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ ˙ œ œ œ œ œ œ ˙ œ œ ˙ ™ œ œ œ œ ˙ œ œ œ œ œ œ ˙ œ œ œ œ ˙ œ œ œ œ œ œ œ ˙ œ œ œ œ ˙ ANONIEM LA TIERCHE ESTAMPIE REAL >

WILLEM VAN AQUITANIË

AB LA DOLCHOR

DEL TEMPS NOVEL

Ab la Dolchor del Temps Novel is een middeleeuws kunstlied. Een kunstlied is complexer en subtieler dan een volkslied; moeilijker om uit te voeren en je moet er aandachtiger naar luisteren. De begeleiding van dit lied is ook subtiel; gespeeld op een luit. Een luit lijkt op een gitaar maar er zijn verschillen. Welk verschil hoor je? 1

So the memory of that dawn to me When we ended our hostility, And a most precious gift she gave, Her loving friendship and her ring: Let me live long enough, I pray, Beneath her cloak my hand to bring.

ZIE OOK KENNEN 7

7

I’ve no fear that tongues too free Might part me from Sweet Company, I know with words how they can stray In gossip, yet that’s a fact of life: No matter if others boast of love, We have the loaf, we have the knife!

Tussen de twee coupletten speelt de luit een tussenspel. Hij varieert de melodie die zojuist gezongen werd en improviseert met daaronder een bourdon. Op de luit zijn dat bassnaren die los aangeslagen worden. Welke tonen speelt hij? Vul in: Een bourdon is een samenklank van grondtoon en in dit geval een C met daarboven een

De tekst gaat over de fysieke liefde tussen Willem en zijn vrouw, met wie hij nogal eens onenigheid had, en over anderen die wel kletsen maar niet doen. De luit begeleidt spaarzaam. De twee belangrijkste regels springen eruit doordat de luit daar nadrukkelijk en luid de bourdon speelt. Welke twee regels zijn dat? Regels

In het intro van Er, Quan Vei Chanjar Lo Senhoratge hoor je een bourdon in de begeleiding. Hoe wordt de bourdon gespeeld? Kruis het juiste alternatief aan.

Welk instrument speelt de bourdon in Domna, Pos Vos Ai Chausida?

16 VERKENNEN MIDDELEEUWEN 2a 2b 2c 3 4
DI MANTOVA ER, QUAN VEI CHANJAR LO SENHORATGE
Opdrachten Opdrachten SORDELLO
Enquer me menbra d’un maiti
Que no fezem de guerra fi, 3 E que-m donet un don tan gran, 4 Sa drudari’e son anel;
Enquer me lais Dieus viure tan
C’aja mas manz soz so mantel!
2
5
6
Qu’eu non ai soing d’estraing
Que-m parta de mon Bon Vezi 9 Qu’eu sai de paraulas com van 10 Ab un breu sermon que s’espel 11 Que tal se van d’amor gaban, 12 Nos n’avem la pessa e-l coutel.
lati 8
ANONIEM DOMNA,
CHAUSIDA INT_BB_V_01_N_07 4 4 4 4 6 8 6 8 & ## & ## & ## & ## œ j œ œ œ œ j œ œ j œ œ œ œ œ œ œ œ j œ j œ œ j œ œ j œ œ œ j    
POS VOS AI

Renaissance Renaissance

Sandro Botticelli, De Geboorte van Venus (±1485). Dit schilderij werd het symbool van de Renaissance: Een heidense godin, een frisse wind, bloemen en bloot.

In de renaissance ontstaat een nieuwe levenshouding. Niet God maar de mens staat in het middelpunt: humanisme. Deze levenshouding gaat gepaard met een grote belangstelling voor de klassieke oudheid, voor de Griekse en Romeinse denkers en kunstenaars. Tegelijk predikt Maarten Luther een nieuw geloof, vrij van corruptie en uitbuiting. Luther spijkert in 1517 zijn ‘95 stellingen’ op de kerkdeuren in Wittenberg, een aanklacht tegen machtsmisbruik binnen de katholieke kerk. De reformatie (oprichting van de protestantse kerk) is daarmee een feit. De rooms-katholieke kerk blijft het grootste machtsbolwerk in Europa, maar er is dus ook kritiek. De renaissance is de tijd van grote ontdekkingen. De drukpers wordt uitgevonden, het kompas en het buskruit, en Columbus ontdekt Amerika. De renaissance (wedergeboorte) begint rond 1450 in Florence en spreidt zich in een kleine eeuw uit over heel Europa.

De kunst beleeft een enorme bloei in de renaissance. Naast de kerk zijn ook rijke vorsten van steden als Florence en Milaan belangrijke opdrachtgevers. Dat geeft kunstenaars betere verdiensten, meer bekendheid en vrijheid in de keuze van hun onderwerp. Schilderijen krijgen diepte door het gebruik van perspectief. Ook de muziek krijgt diepte door de ontwikkeling van meerstemmigheid.

17
Florence, hoofdingang van het Palazzo Vecchio.

BEGRIPPEN

MIS EN MOTET

A CAPELLA

CANTUS FIRMUS

IMITATIE, DOORIMITATIE EN CANON

POLYFONIE EN HOMOFONIE

STEMPAREN

TACTUS

TERTS EN SEXT

TEKSTUITBEELDING

MADRIGAAL

DISSONANT

Het enig bekende portret van Josquin des Prez.

De kerk blijft de belangrijkste werkgever voor componisten. In de liturgie van de katholieke kerk is de mis het hoogtepunt. Grote composities worden gemaakt op de teksten van de mis, zoals het Kyrie, Gloria en Sanctus. Het zijn vocale composities, meestal voor vier stemmen a capella (zonder begeleiding): sopraan, alt, tenor, bas. Alle stemmen werden door mannen en jongens gezongen, want vrouwen mochten niet zingen in de kerk. Tegenwoordig worden de hoge stemmen meestal gewoon door vrouwen gezongen. Componisten gebruiken voor hun meerstemmige missen vaak bestaande liederen als melodisch materiaal. Bijvoorbeeld een oud gregoriaans gezang of een populair volksdeuntje. De cantus firmus noem je zo’n lied dan. Wat ze met zo’n melodie doen grenst aan het onwaarschijnlijke! In alle vier stemmen komen motieven uit het bestaande lied terug, vaak door imitatie toe te passen: stemmen ‘doen elkaar na’. Als dat imiteren lang door blijft gaan, noem je het door-

imitatie. De meest strenge vorm van imitatie is een canon. Bij een canon zing je immers allemaal precies hetzelfde, maar dan net na elkaar. Canon en (door)imitatie zijn vormen van polyfonie. De techniek van stemparen komt ook vaak voor. Twee stemmen (bijvoorbeeld sopraan en alt) gaan dan samen en vormen zo een paar tegenover twee andere stemmen (bijvoorbeeld tenor en bas).

De muziek heeft nog geen maatsoort (met hoofd- en nevenaccenten) zoals wij die kennen. Om de groep zangers goed samen te laten musiceren, geeft een van de zangers met een op en neer gaande beweging de tactus (puls) aan. Als je naar deze polyfone muziek luistert lijkt het alsof de stemmen vrij van elkaar bewegen en toch samen ‘toevallig’ goed klinken. Maar toeval bestaat niet in deze composities. De componist zorgt ervoor dat er vooral tertsen en sexten klinken. Daardoor krijg je akkoorden die veel voller en rijker klinken dan de open kwinten uit de middeleeuwen.

Kardinaal Sforza is dol op muziek. Hij is dol op zijn Nederlandse zangers en ‘zijn’ componist Josquin. Maar hij is ook gek op zijn geld, en de betaling van de musici schiet er nog wel eens bij in. Als Josquin komt smeken om zijn salaris - zo gaat het verhaal - wuift de kardinaal hem weg met de woorden ‘Lascia fare a me!’. Dat betekent ’laat dat maar aan mij over’, oftewel: dat komt wel goed. En weer zien de zangers geen cent! De uitspraak ‘lascia fare a me’ tovert Josquin vervolgens om in het muzikale motief la-sol-fa-re-mi (in noten: a g f d e), om zijn baas fijntjes aan te spreken op zijn wanbetalingen. Het motief la-sol-fa-re-mi gebruikt hij als basis voor een complete mis.

RENAISSANCE
versierd handschrift van een imitatie-mis van
vocale muziek Mooi
Josquin. 2.1 2.1
Komt wel goed!

Een ander vocaal werk (muziekstuk voor zangstemmen) voor gebruik in de kerk is het motet. Een motet is een op muziek gezette Latijnse, kerkelijke tekst. In het motet gebruikt de componist dezelfde technieken als bij de mis – dus imitatie, canon en stemparen – maar het motet is korter. In het motet probeert de componist muziek te componeren die goed bij de sfeer en de lading van de tekst past. Dat noemen we tekstuitbeelding Tekstuitbeelding kan soms heel letterlijk zijn, bijvoorbeeld een dalende melodie als het gaat over het sterven en begraven van Jezus of een springerige, stijgende melodie als hij ‘ten hemel vaart’.

Onafhankelijk Onafhankelijk

Componisten in de renaissance zijn allesbehalve vrij. Ze zijn gebonden aan een (kerk)vorst en aan ijzeren compon eerregels. Carlo Gesualdo is een uitzondering, want hij is prins van Venosa. Onafhankelijk van het oordeel en de centen van anderen componeert hij madrigalen.

Zijn muziek is extreem en schokkend voor de zestiende eeuw – en in sommige opzichten (bijvoorbeeld de bizarre samenklanken) ook nog wel voor ons in de 21e eeuw. Het gaat vandaag de dag nog steeds op: wie niet ‘commerci eel’ hoeft te denken, heeft meer ruimte voor het muzikale experiment.

Gesualdo is trouwens ook shockerend in zijn privéleven. Als hij zijn vrouw in bed betrapt met een andere kerel hakt hij de geliefden letterlijk in mootjes. Hij wordt vrijgesproken van de gruweldaad.

Gesualdo wordt later depressief en laat zich (uit schuldgevoel?) afranselen door zijn bediendes.

Het madrigaal is een vocale compositie voor buiten de kerk. Een wereldlijk stuk dus. De tekst is Italiaans. Er zijn ook Engelse madrigalen. Madrigalen werden vaak aan het hof gezongen. Het madrigaal bood amusement op hoog niveau. Vooral in de late renaissance (dat is vanaf 1500) was het madrigaal hét muziekstuk om te experimenteren met meer dissonante, ‘vreemde’ harmonieën die in de kerkmuziek verboden waren. De muziek staat helemaal in dienst van de tekst, dus tekstuitbeelding wordt door de componisten tot kunst verheven. In madrigalen wisselen polyfonie en homofonie elkaar af. In homofone stukjes hebben alle stemmen (vrijwel) hetzelfde ritme en dezelfde tekst tegelijkertijd.

19
Portret van Carlo Gesualdo (1566-1613). THE TALLIS SCHOLARS: EEN ZANGGROEP DIE AL JAREN
UITBLINKT IN HET REPERTOIRE UIT DE RENAISSANCE.

° ¢

Josquin gebruikt in het Kyrie voortdurend het thema ‘la sol fa re mi’.

Do – re – mi – fa – sol – la – ti – do staat gelijk aan c – d – e – f – g – a – b – c.

‘Vertaal’ het thema ‘lasolfaremi’ in onze notennamen.

La sol fa re mi =

Welke stem heeft het thema lasolfaremi? De

INT_BB_V_N 2_001

In de noten zie je geen echte maatstrepen maar wel een soort ritmische eenheid/ puls. Wat is de term daarvoor?

Sopraan Alt 3 1 3 1 & Ky ri e - e lei & ‹ Kyri - e - e le i son, - ele - i - sonW w W w w w w W w ˙

Het Kyrie is een vierstemmige compositie. Luister naar het hele fragment. (De klank is hoger dan de notatie.) De noten van de laatste samenklank staan hiernaast.

Luister eerst en bekijk daarna de noten. Wat is waar? De samenklank is:

 unisono: alleen grondtoon

 een tweeklank: alleen grondtoon en kwint (open samenklank)

 een tweeklank: alleen grondtoon en terts

 een drieklank: grondtoon, terts en kwint

Het Credo (‘ik geloof’) is de gezongen geloofsbelijdenis, deze vind je in elke mis. Het begin van het fragment staat hieronder. (De klank is lager dan de notatie.)

Dit is een compositie voor vijf stemmen: twee stemparen en een vijfde stem die de cantus firmus in lange notenwaarden zingt.

• Welke stem is de cantus firmus?

• Welke stemmen vormen stempaar 1?

• Welke stemmen vormen stempaar 2?

Stempaar 2 imiteert stempaar 1. Wat wordt geïmiteerd?

 Vooral het ritme.  Vooral de melodie.  Zowel ritme als melodie.

20 VERKENNEN RENAISSANCE
W ˙ ˙ w ˙ ˙ ˙ ˙ w œ œ w ˙ ˙ œ w œ œ ˙ 1a 1b 1c 1d 2 JOSQUIN DES PREZ KYRIE UIT: MISSA LA SOL FA RE MI Opdrachten Opdrachten
¢
Tenor
w w ° ¢
1 Sopraan Alt Tenor 1 Tenor 2 Bas 3 2 3 2 3 2 3 2 3 2 & EtinSpiri - tum - Sanctum - Domi - num,& EtinSpiri - tum - Sanctum - Do mi num,& ‹ ∑ EtinSpiri - tum - Sanctum - Do mi - num,& ‹ Et in Spi ri ? ∑ EtinSpiri - tum - Sanctum - Do mi - num,w ˙ ˙ œ ˙ w ˙ w ˙ ˙ œ œ œ w w ˙ ˙ ™ œ ˙ w ˙ ˙ ™ œ ˙ œ œ ˙ ˙ w ™ w ˙ ˙ ™ œ ˙ w ˙ w ˙ ˙ ™ œ ˙ w w w w w w w ˙ ˙ œ ˙ w ˙ w ˙ w ™ GIOVANNI DA PALESTRINA CREDO
°
INT_BB_V_2_N_002 Sopraan Alt
Bas & ? w w
INT_BB_V_2_N_003
UIT: MISSA L’HOMME ARMEE

JOSQUIN DES PREZ

ABSALON FILI MI

In Absalon Fili Mi (‘Absalom, mijn zoon’) zingt koning David over zijn zoon Absalom die op tragische wijze overlijdt. Het is een verhaal uit het oude testament van de bijbel.

Dit is een  mis  motet  madrigaal.

Omdat:

Beluister het fragment en lees de noten hieronder mee. De stemmen zetten na elkaar in.

Imiteren de stemmen elkaar?

 Ja, het is dus polyfoon.

 Nee, de bovenstem is het belangrijkst. Het is dus homofoon.

Er is sprake van tekstuitbeelding. Op welke manier?

Letterlijk: Door een dalende / stijgende melodie bij sed descendam / in infernum / plorans

Figuurllijk: Door kleine / grote toonsafstanden bij sed descendam / in infernum / plorans

CARLO GESUALDO MILLE VOLTE IL DI MORO

De dood en doodgaan waren een obsessie voor Gesualdo; hij schreef er veel liederen over. Zo ook Mille Volte Il di Moro: duizend maal per dag sterf ik.

Dit is een  mis  motet  madrigaal.

Omdat:

Luister naar het hele fragment van Mille Volte Il di Moro. De tekst en vertaling staan hieronder.

Mille volte il dì moro Duizendmaal per dag sterf ik, E voi, empi sospiri, En jullie, kwaadaardige zuchten, Non fate, oimè, che in sospirando io spiri? Laten jullie niet toe, ach, dat ik in zuchten sterf?

Kies één woord uit waarbij je duidelijk tekstuitbeelding hoort. Leg uit hoe Gesualdo dat uitbeeldt.

Bij welk(e) woord(en) hoor je dissonante samenklanken?

21 ° ¢ INT_BB_V_2_N_004 1 Sopraan Alt Tenor Bas C C C C & # sed maar de af scen da - dam len - in in in het fer graf - num - plo hui rans. lend. & # ∑ seddescen - dam - ininfer - num - plo rans. ?# seddescen - dam - ininfer - num - plo rans. ?# ∑ seddescen - dam - ininfer numplo rans. Ó ˙ ˙ œ œ ˙ Œ œ ˙ œ ˙ œ ˙ ˙ œ œ œ œ œ œ ˙ w Ó ˙ ˙ œ œ ˙ Œ œ ˙ œ ˙ œ ˙ œ œ œ œ œ ˙ w ˙ ˙ œ œ ˙ Œ œ ˙ œ œ œ ˙ œ œ œ œ œ w ww ˙ ˙ œ œ ˙ Œ œ ˙ ™ œ œ œ ˙ w w w 3a 3b 3c 4a 4b 4c

BEGRIPPEN

ORGEL, LUIT

BLOKFLUIT

TROMBONE

KROMHOORN

VIOLA DA GAMBA

PAVANE EN GAILLARDE

TWEEDELIGE MAAT

DRIEDELIGE MAAT

instrumentale muziek

Aanvankelijk wordt er maar weinig muziek speciaal voor instrumenten gecomponeerd. De stem is het instrument dat door God zelf is geschapen. Alle andere instrumenten zijn door mensenhanden gemaakt en dus wat geluid betreft slappe aftreksels van de ‘goddelijke’ stem. Toch wordt muziek die eigenlijk voor zangstemmen is geschreven, heel vaak gespeeld door instrumenten, zoals orgel, luit, blokfluiten, trombones, kromhoorns en viola da gamba’s Later in de renaissance worden muziekinstrumenten populairder en komt er dus

ook meer instrumentale muziek. Om op te dansen bijvoorbeeld.

Aan de Europese hoven zijn de pavane en de gaillarde een tijd lang in de mode. De pavane is statig, in een tweedelige maat. De pavane wordt altijd direct gevolgd door de gaillarde.

De gaillarde heeft dezelfde melodie, maar in een driedelige maat en een flink stuk sneller. Dat was dolle pret op de dansvloer want ouderen en overdadig aangeklede gasten – vooral bewapende mannen –konden het tempo dan niet meer bijbenen.

Trouwfeestje

‘Trompetfanfares vormen de inleiding. Een zevenstemmig motet van Di Lasso begeleidt het voorafje. Zes trombones blazen een madrigaal bij de tweede gang. Tijdens het verorberen van de vis spelen viola da gamba’s een motet van De Rore. Tijdens de wildschotel een twaalfstemmig stuk van Padovana. Zes viola da gamba’s, zes fluiten en een klavecimbel laten zich horen tijdens de vijfde gang. Een complete kapel begeleidt dessert en suikergoed.’ Dit is een koninklijk bruiloftsfeest van de Beierse troonopvolger in 1568, beschreven door de hofmusicus. Een ratjetoe van instrumenten en soorten stukken (zelfs kerkelijke motetten), en veel, heel veel eten. Het lijkt wel een festival.

22 VERKENNEN RENAISSANCE 2.2 2.2
Componist Orlando di Lasso met het instrumentale ensemble van het Beierse hof in München. SANDRO BOTTICELLI, HET BRUILOFTSMAAL.

Opdrachten Opdrachten

PIERRE PHALÈSE PAVANE & GAILLARDE PAVANE GAILLARDE

Pavane

C & b hallo

Gaillarde

3 4 & b

Je hoort een pavane en gaillarde van Pierre Phalèse. Je ziet hieronder het begin van beide delen. De maatstrepen ontbreken. Zet die op de juiste plaats tussen de noten.

INT_BB_V_2_N_006

Doe hetzelfde voor het begin van de gaillarde.

INT_BB_V_2_N_007

ANTOINE BUSNOIS FORTUNA DESPERATA

Luister naar het hele stuk. Je hoort de pavane, gevolgd door een herhaling die gevarieerd is. Daarna (vanaf 1:40) de gaillarde die ook weer gevarieerd herhaald wordt. In de herhaling (variatie) zijn vooral de instrumenten anders. Vul de tabel in.

Maatsoort  tweedelig  driedelig  tweedelig  driedelig

Tempo  langzaam  snel  langzaam  snel

Instrumenten 1e keer 2e keer 1e keer 2e keer

 blokfluit(en)  blokfluit(en)  blokfluit(en)  blokfluit(en)

 trombone(s)  trombone(s)  trombone(s)  trombone(s)  luit  luit  luit  luit

 viola da  viola da  viola da  viola da gamba’s gamba’s gamba’s gamba’s

In Fortuna Desperata hoor je hoe zangstemmen en instrumenten gecombineerd worden in de renaissance. De instrumenten spelen stemmen die ook gezongen hadden kunnen worden; geïntegreerd gebruik van stemmen en instrumenten noem je dat.

• Welke stemsoort zingt?

• Welke instrumenten spelen?

23
w ˙ œ ™ œ J œ œ œ ˙ w w ˙ œ ™ œ J œ œ œ ˙ w 1a 1b 1c 2
œ œ œ œ ™ œ J œ œ œ œ ˙ ™ œ œ œ œ ™ œ œ œ œ œ œ œ œ ™

Barok Barok

De zeventiende eeuw is een tijd van oorlogen en ruzies tussen katholieken en protestanten. Maar het is ook een tijd van pracht en praal. De kunst en de architectuur van deze tijd worden in 1750 door een criticus omschreven als ‘barok’, wat wil zeggen expressief, flamboyant, rijk versierd, en hier en daar een tikje overdreven. De drijvende kracht achter de kunst van de barok is het absolutisme. In Frankrijk laat Lodewijk XIV het Louvre en het paleis van Versailles bouwen. Imposant en luxe, zodat er geen misverstand over kan bestaan: de koning is de absolute heerser, zijn gezag is onomstreden. Kunst moet de vorst verheerlijken. Een andere kracht achter het ontstaan van de barok is de contrareformatie. In Italië doet de katholieke kerk zijn uiterste best terrein terug te winnen van de protestantse kerk. Kunst die macht uitstraalt en bewondering afdwingt, moet daarbij helpen. Om te beginnen moet Rome de mooiste stad op aarde worden door de bouw van talloze kerken, met als topper de gigantische Sint-Pieter. De monumentale bouwstijl vol decoraties en de uitbundige, theatrale schilderkunst vol actie verspreidt zich over heel Europa. De kunst uit de barok is een belevenis, een emotionele achtbaan.

BAROK
Sint Pieter, Rome.

De muziek uit de barok heeft een heel eigen geluid. Kenmerkend is de basso continuo-begeleiding van klavecimbel en (vaak) cello, de techniek van voortspinning in de melodie – waarbij veel sequensen en versieringen worden gespeeld –, terrassendynamiek door afwisseling van solo- en tuttispel, en het motorische ritme (bij snelle stukken). Vanaf nu staat een compositie in majeur of mineur. De barok in de muziek begint met de opvoering van de eerste opera’s (rond 1600) en eindigt met de dood van de grootste componist uit de barok: Johann Sebastian Bach (1750).

25
Barok kerkinterieur, Gesù-kerk, Palermo. Paleis van Versailles.

BEGRIPPEN

van de opera 3.1 3.1 het ontstaan

OPERA RECITATIEF

BASSO CONTINUO

MAJEUR

MINEUR

Rond 1600 is er een groepje intellectuelen in Florence, waaronder ook enkele componisten, dat het plan heeft om theater te maken zoals (volgens hen) de oude Grieken het deden. Het resultaat is een gezongen toneelstuk, dat later de naam opera krijgt. Een opera wordt geacteerd en er zijn decors. Uitgangspunt is dat de tekst verstaanbaar moet zijn, anders begrijpt niemand het verhaal. De muziek moet de tekst ondersteunen. In de polyfone stukken uit de renaissance is de verstaanbaarheid niet best. Iedereen zingt immers door elkaar heen. Daarom verzint het groepje iets nieuws: het recitatief. Recitatief komt van reciteren, een soort zingend spreken. Het houdt in dat maar één zanger de melodie voordraagt, met een eenvoudige begeleiding van bijvoorbeeld een klavecimbel of een luit. De componist schrijft alleen de melodielijn en de baslijn op. Het klavecimbel (of de luit) speelt boven de baslijn de akkoorden. Een cello of gamba speelt de baslijn vaak mee als extra ondersteuning. Deze manier van begeleiden heet basso continuo. Het recitatief is een

belangrijke muzikale vernieuwing, want de muziek is nu veel meer vanuit de akkoorden gedacht. Majeur en mineur worden daardoor de overheersende toonladders.

Orfeo van Monteverdi is de eerste opera die in zijn geheel bewaard is gebleven. Het stuk gaat over de mythe van Orpheus die zijn geliefde uit de onderwereld haalt, maar haar dan toch weer kwijtraakt.

Orfeo ging in première in 1607 aan het hof van Mantua, en wordt nu nog steeds uitgevoerd over de hele wereld.

De eerste opera’s zijn geschreven voor de adel, om uitgevoerd te worden aan de rijke hoven van Italië. Maar er blijkt een veel groter publiek te zijn voor zo’n avondvullend muziekevenement.

Opera wordt mateloos populair in de zeventiende eeuw. Alle grote steden in Europa krijgen een eigen operagebouw.

Opera is een sociale gebeurtenis, een echt ‘avondje uit’ voor rijkelui waarbij gezien worden, roddelen, eten en drinken vaak nog belangrijker zijn dan de muziek.

26 VERKENNEN BAROK
Een moderne uitvoering van Orfeo in Londen. CLAUDIO MONTEVERDI, GROTE MUZIEKVERNIEUWER.

Opdrachten Opdrachten

In de proloog (voorwoord) van de opera Orfeo komt de muze van de muziek uit de hemel naar beneden en belooft de toeschouwer een verhaal omlijst met muziek. De zang wordt vooraf gegaan door een instrumentale inleiding: het ritornello (refrein). Die instrumentale regel wordt twee keer gespeeld. Wat is er de tweede keer anders?

Dal Van mio mijnge per liefmes deso a Per - ma mesto susa kom voi ik ne naar ve u gno - in be cli roemti e deroi helden, san vor gue stegen lijk? & til bloed de van Re ko gi ningendi o cui vernar wie ra roem - la ver fa teltma van - ec glo cel riesi euzepre da gi denne de ? & giun waarheid ge al tekort - ver doend perch' zo è ver trop hep'al vento il is het - se the gno. ma.?

Na het ritornello begint La Musica te zingen. Ze start het verhaal op een eenvoudige melodie, ritmisch niet strak in de maat en met een eenvoudige begeleiding. Hoe heet een dergelijk stuk?

In de barok is het heel gebruikelijk om de noten op eigen wijze uit te voeren, bijvoorbeeld door af en toe versieringen toe te voegen. La Musica doet dat op twee plaatsen. In welke maten is dat?

De onderste balk is bedoeld voor een begeleidingspartij die typerend is voor de barok. De partij wordt uitgevoerd door een luit en een toetsinstrument dat eveneens typerend is voor de barok.

• Hoe heet die partij?

• Welk toetsinstrument speelt de partij?

Na het recitatief komt het ritornello weer. Maar niet helemaal vanaf het begin. Zet een pijl in de noten waar deze keer begonnen wordt. Ritornello

27
1 La Musica 5 8 2 2 4 2 4 2
&
&
œ œ œ œ œ ˙ œ œ œ œ œ œ œ œ J œ œ œ œ œ œ œ ˙ œ œ œ œ œ œ œ ˙ ˙ ÓŒ œ ˙ œ œ œ ™ œ ˙ ˙ Œ œ œ œ w Œ ˙ œ œ ˙ œ œ œ ww w ˙ œ œ w w ˙ ˙ ˙ ˙ œ œ J ˙ ˙ Œ œ ™ œ j œ œ œ Œ œ œ œ j ˙ ˙ Œ ˙ w ˙ ˙w ˙ ˙ w ˙ ˙ ™ ˙ ‰ œ j œ ˙ ™ œ w w ∑ ˙ ˙ w w w w ∑ 1a 1b 1c 1d 1e

BEGRIPPEN

OUVERTURE

RECITATIVO SECCO

RECITATIVO ACCOMPAGNATO

ARIA

KOOR

Bij het recitatief is de muziek ondergeschikt aan de tekst, de melodie volgt het ritme van de woorden en de begeleiding is eenvoudig. Een recitatief heet ‘recitativo secco’ (droog) als er alleen een begeleiding in akkoorden 3.2

van de opera de structuur

Een opera bestaat uit een opeenvolging van korte ‘nummers’: een ouverture, veel recitatieven en aria’s, en enkele koorstukken. Een opera in de barok kan wel honderd van die nummers hebben. Sommige (recitatieven) zijn heel kort, andere (aria’s) duren enkele minuten. Een ouverture is de instrumentale opening van de opera. Hij begint vaak langzaam en statig. Het is namelijk ook de entreemuziek voor de koning of andere hoge gast, die altijd als laatste binnenkomt, zodat iedereen hem kan zien. Daarna volgt een snel gedeelte: het stuk kan beginnen, de vorst is binnen.

is. Spelen er ook andere instrumenten mee, bijvoorbeeld strijkinstrumenten, dan heet dat ‘recitativo accompagnato’ (begeleid). In het recitatief wordt het verhaal verteld of vindt de handeling plaats.

Een aria is een lied. De componist moet zorgen dat hij een lied schrijft waarmee de zanger een emotie zoals vreugde, verdriet, angst, twijfel kan overbrengen op het publiek. Muzikaal gezien zijn de aria’s het belangrijkst in de opera. In de aria laat de zanger ook zien wat hij kan, hoe virtuoos hij is en hoeveel emotionele lading hij een melodie kan geven. Het koor reageert op de gebeurtenissen. De koorzangers zijn als het ware de omstanders in het stuk. Ze vieren of lijden mee, hebben een mening of een moralistisch praatje. De koorstukken kunnen homofoon of polyfoon zijn.

Sterren

De grote sterren van de opera zijn de castraatzangers. Ze worden aanbeden, vooral door dames. Sommigen raken al buiten zinnen als de castraat, de sterzanger, het toneel op loopt. Hun stem is met niets te vergelijken: een bereik van drie octaven, een geluid als een trompet en een fenomenale techniek. De grootste castraatzanger was Farinelli. Als hij een aria had gezongen, scandeerde het publiek: ‘Eén God, één Farinelli’. Bij Farinelli waren de zaadleiders van de teelballen doorgesneden toen hij acht jaar was. Dat werd gedaan bij duizenden jongens, van wie de ouders hoopten dat hun zoon een beroemde zanger zou worden. Het was een macabere gok: een derde stierf aan de ingreep die vaak door de plaatselijke kapper werd gedaan. Van de overlevenden kreeg een klein deel een carrière als zanger. Een enkeling werd beroemd. Farinelli had geluk. En heel veel muzikaal talent.

28 VERKENNEN BAROK
3.2
FARINELLI, SCÈNE UIT DE FILM (1994). Scène uit La Traviata van Giuseppe Verdi, een opera uit de romantiek.

Opdrachten Opdrachten

G.F. HÄNDEL

FRONDI TENERE / OMBRA

MAI FU, UIT: SERSE

Xerxes, de koning van Perzië, zit in een prachtige tuin en bewondert een grote plataan (een boom die je in het zuiden van Europa veel vindt, maar ook in Nederland).

1 Frondi tenere e belle

Teder en bekoorlijk; het bladerdak

Del mio platano amato Van mijn dierbare plataan

Per voi risplenda il fato. Laat het lot je gunstig zijn.

Tuoni, lampi, e procelle Donder, bliksem en stormen

Non v’oltraggino mai la cara pace, Jouw rust niet verstoren, Nè giunga a profanarvi austro rapace. Noch waaiende winden jou ter aarde slaan.

2 Ombra mai fu di vegetabile, Nooit was de schaduw van welke plant ook Cara ed amabile, soave più. Me dierbaarder, lieflijker en zachter.

Je hoort twee gezongen delen uit de opera Serse van Händel. Bepaal welk onderdeel van een opera de twee delen zijn. Schrijf achter elk deel de juiste beschrijvingen. Kies uit: tekstherhaling – geen tekstherhaling – emotie – verhaal – eenvoudige begeleiding –uitgewerkte begeleiding – tekstuitbeelding – tekst belangrijker dan muziek –muziek belangrijker dan tekst – ritmisch vrij – basso continuo – luit – klavecimbel – aria –recitativo secco – recitativo accompagnato.

COMPOSITIE KENMERKEN

Frondi tenere

Ombra mai fu

R. BROSCHI

SON QUAL NAVE CH’AGITATE, UIT: ARTASERSE

VAN J. HASSE

De aria Son Qual Nave Ch’Agitate werd geschreven door Ricardo Broschi (de broer van Farinelli) en aan een opera van Johann Adolph Hasse toegevoegd. Het fragment dat je hoort, wordt door een man gezongen. Het fragment is relatief kort; de aria gaat in een moordend tempo meer dan 13 minuten zo door. Omcirkel het juiste antwoord.

• De omvang van de stem (laagste tot hoogste toon) is enorm: 1 / 2 / 3 / 4 octaven.

• Hij zingt veel snelle figuren. Dit zijn voornamelijk toonladders / drieklanken

• Zo’n uitvoering is technisch heel pittig (want het zijn veel noten en het gaat snel).

Dit noem je authentiek / virtuoos / reciterend / secco

29 1 2

BEGRIPPEN ORATORIUM PASSIE CANTATE

Het enorme succes van de opera ontgaat de kerk niet. Het brengt sommigen op een idee. De verhalen uit de Bijbel zijn net zo spannend en dramatisch als de Griekse mythen. Door die verhalen op muziek te zetten maak je de kerkdiensten levendiger en het geloof van de kerkgangers krijgt een flinke ‘boost’. Het gezongen bijbelverhaal, het oratorium, heeft dezelfde onderdelen als de opera en is eveneens avondvullend. Het grote verschil is dat er niet in geacteerd mag worden en dat er geen decors zijn. Dat leidt teveel af van de boodschap. Een speciaal oratorium is de passie. Een passie gaat over een specifiek bijbelverhaal, namelijk het lijden en sterven van Jezus aan het kruis. De passies van Johann Sebastian Bach worden nog steeds ieder

jaar rond Pasen uitgevoerd op veel plaatsen in Nederland. De Mattheus Passie is de bekendste. De verteller van het verhaal is de evangelist Mattheus. De zanger van die rol zingt alleen recitatieven. Er zijn teksten aan het bijbelverhaal toegevoegd die geschikt zijn voor aria’s, gezongen door solisten. Het koor speelt de rol van het volk of van de priesters, net wat er in het verhaal voorkomt op dat moment.

Een cantate is een korter vocaal werk, een soort oratorium in het klein. De lengte, een klein halfuur, is geschikter voor een gewone kerkdienst. Bach schreef zo’n driehonderd cantates in de tijd dat hij in Leipzig werkte. Voor iedere zondag één. Een kleine tweehonderd stuks zijn bewaard gebleven.

Herr Musikdirektor

In 1723 krijgt Bach de functie van muziekdirecteur in Leipzig, in die tijd een stad van zo’n dertigduizend inwoners. Hij is in dienst van de gemeente, dus eigenlijk ambtenaar. Wat houdt het baantje in? Iedere dag vier uur lesgeven aan de jongensschool van de Thomaskerk, niet alleen muziek maar ook Latijn. Repeteren met vier kerkkoren en een orkest. Nieuwe leden voor koor en orkest opleiden. De muziek voor de kerkdiensten verzorgen, met iedere week een nieuwe compositie (meestal een cantate). Tijdens de diensten orgel spelen en het koor leiden in de Thomaskerk. Zowel de koor- als de orkestleden zijn bijna allemaal amateurs. Een kwart van hen is bekwaam volgens Bach, een kwart kan er niets van en de helft, tja, gaat wel zo’n beetje. Hij leeft in een appartementje aan de school vast en mag niet de stad uit zonder toestemming van de burgemeester. Zo ziet het leven van een van de grootste componisten aller tijden eruit. Een bescheiden, werkzaam en anoniem bestaan van een man met een grijze pruik die fantastische muziek schreef.

30 VERKENNEN BAROK
3.3 Een uitvoering van de Mattheus passie in leiden.
werken 3.3
grote vocale
JOHANN SEBASTIAN BACH.

Opdrachten Opdrachten

Je hoort het begin van Blute Nur, Du Liebes Herz. Omcirkel de juiste antwoorden.

• Dit is een recitativo secco / recitativo accompagnato / aria / koordeel

• De stemsoort is een sopraan / alt / tenor / bas

• De basso continuo wordt gespeeld door een klavecimbel / luit / orgel, aangevuld met cello / fagot

• Dit is een deel uit een opera / passie / oratorium / cantate

• Het orkest bestaat uit voornamelijk blazers / strijkers / slagwerk, aangevuld met twee houten blaasinstrumenten / koperen blaasinstrumenten / strijkers

J.S. BACH

SIND BLITZE SIND DONNER, UIT: MATTHÄUS-PASSION

Jezus is in de hof van Getsemane met een kus verraden door Judas en wordt opgepakt. Het koor zingt als commentaar de volgende tekst:

1 Sind Blitze, sind Donner in Wolken Zijn bliksem en donder in de wolken verschwunden? verdwenen?

2 Eröffne den feurigen Abgrund, o Hölle Open de vurige afgrond, o hel!

3 Zertrümmre, verderbe, verschlinge, Verniel, verderf, verslind, vernietig zerschelle

4 Mit plötzlicher Wut, Met plotselinge drift

5 Den falschen Verräter, De valse verrader, das mördrische Blut! het moorddadig bloed!

In dit koorgedeelte wordt op buitengewone wijze de tekst in muziek vertaald. Beschrijf deze tekstuitdrukking door de juiste woorden te omcirkelen in de beschrijving van drie regels.

• Regel 1: De bliksem door het om de beurt, steeds hoger / lager inzetten van de stemmen en een melodie met uitschieters naar beneden / boven

De donder door het door elkaar zingen van de stemmen (het is homofoon / polyfoon), de korte / lange notenwaarden en de hoge / lage instrumenten.

• Regel 2:

Het openen door een melodielijn die telkens omlaag / omhoog gaat. De afgrond door het steeds lager / hoger inzetten van die melodielijn.

• Regel 5:

De laatste regel wordt kracht bijgezet en moet verstaanbaar zijn; die is dus homofoon / polyfoon

G.F. HÄNDEL

HALLELUJAH, UIT: MESSIAH

Messiah van Händel gaat over het leven van Christus, van geboorte tot hemelvaart. Wat is de naam van een dergelijk groot vocaal werk?

Händel speelt met de meerstemmige schrijfwijze; elke regel schrijft hij op zijn eigen manier. Schrijf achter de regels welke schrijfwijze hij gekozen heeft.

Kies uit: eenstemmig, homofoon, polyfoon

Hallelujah

For the Lord God omnipotent reigneth

(regel 1 en 2 gecombineerd)

The Kingdom of His world has become the kingdom of the Lord and of his Christ

And He shall reign for ever and ever

King of Kings (forever and ever, hallelujah) and Lord of Lords

31 1 2 3a 3b J.S. BACH BLUTE NUR, UIT: MATTHÄUS-PASSION

3.4 3.4

BEGRIPPEN

CONCERT

BAROKKE MOTORIEK

SEQUENS

VOORTSPINNING

VERSIERINGEN

TERRASSENDYNAMIEK

AFFECTENLEER

instrumentale

muziek

Instrumentale muziek is ontstaan uit vocale muziek. In de renaissance verdubbelen muziekinstrumenten vaak gewoon de zangpartijen, soms vervangen ze die. In de barok verandert er veel: er komen steeds meer puur instrumentale stukken, waarbij de klankkleur en de technische mogelijkheden van een instrument de componist inspireren. Een steeds grotere technische beheersing van het instrument is nodig om die stukken te kunnen spelen. Vooral het klavecimbel en de viool worden populair. Er komen talloze stukken voor grote ensembles (zoals het concert), maar nog veel meer voor solo-instrumenten, duo’s en kleine groepjes (zoals de triosonate).

In al die instrumentale muziek zijn typische kenmerken van barokmuziek aan te wijzen. Er is altijd een basso continuo, een begeleidingsvorm die is overgenomen uit de opera. De doorgaande beweging die daardoor ontstaat, de stevige ritmische basis, wordt barokke motoriek genoemd. Majeur en mineur worden de overheersende toonladders. De melodieën starten altijd met een motief, waaruit als vanzelf een ononderbroken stroom van

San Marco

Instrumentale ensembles in de barok bestaan vaak uit musici en instrumenten die min of meer toevallig voorhanden zijn op de plaats van uitvoering. De componist begeleidt en leidt het groepje vaak zelf op het klavecimbel. Langzaam ontstaat er wel een standaardbezetting, om een goede balans te krijgen in de klank. Er is een groep strijkinstrumenten (viool, altviool, cello) meervoudig bezet, dat wil zeggen dat er meerdere spelers dezelfde partij spelen. De houtblazers zijn fluit, hobo en fagot. Bij feestelijke en spectaculaire stukken spelen koperblazers mee: hoorn en trompet kunnen de luide passages extra kracht geven.

muziek ontstaat, met motiefherhalingen en sequensen. Deze techniek wordt voortspinning genoemd. In de melodie zitten ook veel versieringen, die de speler er vaak gewoon bij improviseert. Door de afwisseling van tutti (hele ensemble) en solo ontstaat er terrassendynamiek De tekstuitbeelding uit de renaissance maakt plaats voor ‘affecten’ (emoties). De affectenleer beschrijft welke intervallen en akkoorden welke emotie oproepen.

Venetië speelt een belangrijke rol in de ‘emancipatie’ van de instrumentale muziek. Het bestuur van Venetië investeert enorme bedragen in het muziekleven, waarvan de oeroude kathedraal van San Marco met het plein ervoor het hart vormt. Het kan allemaal niet groots en indrukwekkend genoeg zijn. Componisten stellen enorme koren (meestal twee of drie) op, op verschillende balkons van de San Marco. Die koren zingen beurtelings, dan weer tegelijk, dan weer elkaar snel afwisselend. Het geeft een spectaculair stereo-effect, met veel klanktegenstellingen zoals hoog-laag en hardzacht (piano en forte). Vaak spelen er groepen instrumenten met de zangers mee: trombones, trompetten en andere blaasinstrumenten. Een overweldigend geluid. Deze klank en dit idee verspreiden zich vanuit Venetië door heel Europa.

32 VERKENNEN BAROK
Gentile Bellini, Processie op de Piazza San Marco in Venetië. BAROKORKEST. KLAVECIMBEL.

A. CORELLI

OPUS 9, NO. 9

Welke instrumenten voeren deze compositie uit?

Giovanni Gabrieli (geboren en getogen in Venetië) was organist in de San Marco. Hij kon dus als geen ander experimenteren met het tegenover elkaar plaatsen van koren. In veel van zijn composities buit hij dit ‘meerkorige’ element uit, ook in instrumentale composities zoals deze sonate. Je kunt dan de koren elkaar laten afwisselen én samen laten spelen.

• Als de koren elkaar afwisselen, doen ze elkaar na. Dit noem je

• Het ‘piano’ en ‘forte’ in de titel betekent en

• De dynamiek waarin blokjes hard en zacht elkaar afwisselen, noem je

Welke vier instrumenten spelen deze compositie?

Er spelen vier instrumenten, maar het is een triosonate. Dat komt omdat de derde partij (met ondersteunende akkoorden) eigenlijk altijd door twee instrumenten wordt uitgevoerd. Hoe noem je die partij?

Je ziet hieronder de noten van het eerste instrument staan. Zet eerst een pijl waar het tweede instrument inzet. Zet daarna nog een pijl waar de laatste twee (tegelijkertijd) inzetten.

Het is in de barok gebruikelijk om noten te versieren, bijvoorbeeld door een triller. Bij een triller ga je snel heen en weer tussen twee noten. Omcirkel hierboven in de eerste vier maten een noot waar dit eerste instrument een triller speelt.

Tussen de eerste en tweede partij hoor je af en toe een dissonant (een wrange samenklank). De eerste keer is dat op de lange toon in maat 22-23. In welke maat hoor je nog zo’n dissonant?

33
1a 1b 2a 2b 2c 2d 2e
SONATA
Opdrachten Opdrachten G. GABRIELI
PIAN’ E FORTE
1 5 10 15 20 25 30 3 4 & ### & ### & ### ˙ œ œ ™ œ J œ ˙ œ ˙ œ J œ œ ˙ ˙ œ ˙ œ ˙ Œ ˙ Œ œ œ J œ ˙ œ œ ™ œ J œ ˙ œ œ œ J œ œ ˙ œ ˙ œ œ ™ œ J œ œ ˙ œ ™ œ J œ œ ˙ œ œ J œ œ œ ™ œ J ˙ ™ œ ™ œ J œ ˙ œ ˙ œ ˙ ™
TRIOSONATE

3.5 3.5 concerten

BEGRIPPEN

DUBBELKORIG CONCERT

CONCERTO GROSSO

CONCERTINO

TUTTI

SOLOCONCERT

De meerkorige stukken uit de San Marco in Venetië zijn de voorlopers van de zogenaamde concerten in de late barok (begin achttiende eeuw). Het idee om twee groepen tegenover elkaar te plaatsen en ze een soort muzikale concurrentiestrijd te laten voeren, spreekt erg aan. Uiteindelijk ontstaat hieruit het soloconcert, waarbij er een solist wordt geplaatst tegenover een groter orkest. Een tussenvorm is het concerto grosso.

Het dubbelkorige concert lijkt het meest op de Venetiaanse meerkorige muziek. Er zijn twee (en soms zelfs meer) groepen instrumenten die tegenover elkaar geplaatst worden. Er is vaak een groep met hoge en een groep met lage instrumenten. Je krijgt dan een duidelijke klanktegenstelling. Het lijkt alsof de groepen ‘in gesprek’ zijn en elkaar in de rede vallen. De bindende factor is de basso continuo die ononderbroken een begeleiding in akkoorden doorspeelt. Het concerto grosso is een vorm waarbij

een kleinere groep solisten tegenover een groter ensemble wordt geplaatst. De kleine groep bestaat uit drie of vier solisten. Het idee is verder hetzelfde: de kleine groep (het concertino) en het grotere ensemble (tutti) wisselen elkaar af in een muzikale discussie. Bij het soloconcert moet één solist het opnemen tegen een orkest. Deze solist moet technisch veel in huis hebben, want zijn partij is meestal zeer virtuoos. Vooral het concert voor viool en orkest is mateloos populair. Dat is ook te danken aan fantastische vioolbouwers zoals Stradivari (Stradivarius), die het instrument perfectioneerden.

Het concert (als stuk) bestaat uit drie delen. Het eerste deel is snel (allegro), het tweede langzaam (adagio) en het derde weer snel. Alle componisten in de late barok schreven concerten. Maar niemand componeerde er zoveel als Antonio Vivaldi. Hij heeft er meer dan vijfhonderd op zijn naam staan, waaronder de beroemde Vier Jaargetijden.

CARNAVAL IN VENETIË.

Meisjesschool

Negen maanden na het carnaval van Venetië volgt er in de regel een geboortegolf. Ongewenste baby’s, vooral meisjes, worden stiekem in een bootje in de gracht gezet. Het weeshuis haalt zoveel mogelijk meisjes het water uit en brengt ze onder in de meisjesschool Pièta (medelijden). Vivaldi is muziekleraar aan die school. Muziek is het belangrijkste vak. Er wordt de hele dag gezongen en gemusiceerd in het gebouw, en de concerten zijn van een hoog niveau. Veel reizigers schrijven over de grappige aanblik van een groot koor en orkest dat louter uit tienermeisjes bestaat. Maar de klank doet ze omvallen van verbazing. De meeste van Vivaldi’s vioolconcerten worden hier uitgevoerd. Veel van zijn muziek wordt gedrukt in Amsterdam, waar hij met groot gejuich wordt ontvangen tijdens een bezoek in 1738. Hij componeert nog even een concert voor de gelegenheid, speelt zelf de vioolpartij en vertrekt weer.

De ‘roodharige priester’, zoals hij liefkozend door de Venetianen wordt genoemd, sterft in 1741, wordt totaal vergeten en een eeuw later weer ontdekt. Het blijkt dat hij het grote voorbeeld is geweest voor niemand minder dan Bach.

34 VERKENNEN BAROK
Janine Jansen speelt op een Stradivari-viool.

Dit Brandenburgs Concert is een meerkorig concert. Er zijn drie ‘koren’, allemaal dezelfde instrumentengroep, verdeeld over hoog, midden en laag. Welke instrumenten zijn dat?

• Instrumentengroep:

• Hoog: midden:

laag:

Het thema van dit deel ontstaat uit het beginmotief en ontwikkelt zich dan door herhaling en toonladderfiguren, zonder rustpunt.

Hoe noem je deze compositietechniek?

Dit Brandenburgs Concert heeft een groepje solisten.

• Hoe heet zo’n concert?

• Hoe heet het groepje solisten?

In het fragment wordt telkens het tutti-thema afgewisseld met het solo-thema. Elke solist komt aan bod in de volgende volgorde: tutti – solist 1 – tutti – solist 2 (+ solist 1) – tutti –solist 3 (+ 2) – tutti – solist 4 (+ 3) – tutti.

De solo-instrumenten zijn: blokfluit, hobo, trompet, viool. In welke volgorde zetten zij in?

Solist: 1 = 2 = 3 = 4 =

Dit concert van Vivaldi is een dubbelconcert, namelijk een concert voor twee dezelfde instrumenten.

Welke instrumenten zijn dat?

Je hoort het begin van La Primavera. La Primavera (De Lente) is één van Le Quattro Stagioni (De Vier Jaargetijden). Elke jaargetijde is een compleet soloconcert voor viool. En ieder concert bestaat weer uit drie delen.

Dit deel begint met het tutti-thema. De noten van de eerste viool zie je hierboven. In dit thema is sprake van terrassendynamiek. Het eerste dynamiekteken is gegeven. Zet op nog drie plaatsen de juiste dynamiektekens.

Ook worden enkele noten versierd met een triller, een aantal trillers staat er al. Zet op nog drie plaatsen boven de juiste noten de aanduiding tr

35
5 9 4 4 & #### f Ÿ & #### Ÿ & #### Ÿ œ J œ œ œ œ œ œ ™ œ œ œ œ œ œ œ œ ™ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ ™ œ œ œ œ œ œ œ œ ™ œ œ œ œ œ œ œ œ ‰ œ . J œ œ œ œ œ œ J œœ . J œ œ œ œ œ œ J œœ . J œ J œœ J œ . œ œ œ œ ‰ œ . J œœ œ œ œ œ J œœ . J œ œ œ œ œ œ J œœ . J œ J œœ J œ . œ œ œ œ ‰ 1a 1b 2a 2b 3 4a 4b J.S. BACH DEEL 1, UIT: BRANDENBURGS CONCERT NO. 3 Opdrachten
ZIE OOK KENNEN 9 J.S. BACH DEEL 1, UIT: BRANDENBURGS CONCERT NO. 2 A. VIVALDI DEEL 1, UIT: CONCERT IN G
VIVALDI LA PRIMAVERA,
UIT: LE QUATTRO
Opdrachten
A.
DEEL 1
STAGIONI

BEGRIPPEN

SUITE

SARABANDE

MENUET

FUGA

FUGA-EXPOSITIE

DOORWERKING

DIVERTIMENTO

STRETTO

ORGELPUNT

de suite

en de fuga

Zoals gezegd is in de barok de instrumentale muziek sterk in opkomst. Er is veel vraag naar, zowel aan de grote invloedrijke hoven als in de lagere adelijke kringen. Veel hoven hebben hun eigen orkesten, lage adel bezit op zijn minst een muzieksalon met een klavecimbel. Zo ontstaan er nieuwe karakteristieke genres, zoals de suite en de fuga.

Een suite is een verzameling dansen die contrasteren in tempo. Dans was aan de adellijke hoven meer dan vermaak, het hoorde tot de deftige en nogal ingewikkelde omgangsvormen. Zodoende werd er veel dansmuziek gecomponeerd die voldeed aan de modes van de tijd.

In de achttiende eeuw waren de sarabande (langzaam tempo, driedelige maat, van oorsprong Midden-Amerikaans) en het menuet (gematigd tempo, driedelige maat) zeer modieus. Die twee dansen zijn in de meeste suites te vinden. Niet alle suites zijn trouwens bedoeld om op te dansen, suites werden ook geschreven als ‘luistermuziek’, vooral voor het klavecimbel.

De fuga is een polyfone vorm met strenge regels. Een fuga is een drie- of vierstemmig

stuk. Het begint met een eenstemmig thema. Het thema wordt beantwoord door een tweede stem, die hetzelfde thema speelt, maar dan een kwint hoger (op de dominant). Ondertussen speelt de eerste stem een tegenmelodie. Als alle stemmen het thema een keer gespeeld (ingezet) hebben, is de expositie van de fuga afgelopen.

Daarna kan de componist het thema in alle stemmen laten terugkomen en op allerlei manieren verwerken in het gedeelte dat de doorwerking genoemd wordt. Soms is er een stukje waarbij het thema in geen enkele stem gespeeld wordt. Dat heet een divertimento (tussenspel). En soms is er een stukje waar de stemmen niet op elkaar wachten, maar de thema-inzetten elkaar overlappen. Dat heet een stretto

Een fuga eindigt vaak met een lang aangehouden bastoon, een orgelpunt, waarboven het thema een laatste keer gespeeld wordt.

Ook in concerten en vocale werken duikt de fuga op. Veel verder dan een fuga-expositie komt het dan niet. Johann Sebastian Bach is – zoals bij zoveel genres uit de barok – de grootmeester van de fuga.

36 VERKENNEN BAROK
3.6 3.6
Giovanni Tiepolo, Een menuet.

Schematisch overzicht

van de fuga-expositie.

 = fugathema

 = tegenstemmen

 = divertimenti (tussenspelen)

Stem 1 (sopraan)

Stem 2 (alt)

Stem 2 (tenor)

Stem 3 (bas)

Goedgestemd

Bach componeerde in 1722, toen hij nog werkte aan het hof van de Duitse stad Cöthen, 24 fuga’s in alle mogelijke toonsoorten (majeur en mineur). Aan iedere fuga gaat een prelude (voorspel) vooraf. Hij noemde de bundel Das Wohtemperierte

Klavier, oftewel Het Goedgestemde Klavecimbel. Dat ‘goedgestemd’ slaat op de manier waarop de snaren van het instrument zijn gestemd.

Voorheen werden bij alle klavecimbels en orgels de kwinten rein gestemd, vanaf C. Als je vanaf C twaalf kwinten stemt (dan heb je immers alle tonen), komt dat overeen met zeven octaven. Maar helaas, daar gaat iets mis. Let op: de frequentieverhouding van een octaaf is 2:1 (als de a 440 Hz is, dan is de a een octaaf hoger 880 Hz) en die van een kwint 3:2.

7 oct aven = (2/1) 7 = 128

12 kwinten = (3/2) 12 = 129,746

Na twaalf kwinten kom je dus hoger uit dan na zeven octaven.

Om het verschil te ‘temperen’ stem je alle kwinten iets lager. Bach stemde zijn instrumenten vaak zelf, en experimenteerde met andere stemmingen, zoals velen in die tijd deden.

Zo kwamen zij terecht bij een ‘goede stemming’ waarbij de kwinten niet helemaal rein werden gestemd, maar getemperd. Dit kan als voorloper beschouwd worden van de ‘gelijkzwevende stemming’ waarin tegenwoordig alle piano’s worden gestemd.

Let wel: de kwinten op onze piano’s zijn dus met opzet allemaal een tikkeltje vals, om het spelen in alle toonsoorten mogelijk te maken.

37
HANDSCHRIFT VAN EEN FUGA VAN BACH.

J.S. BACH MENUET, UIT: SUITE NO. 2

Je hoort het begin van het Menuet uit Suite no. 2 voor orkest van Bach. Bepaal de maatsoort, schrijf die op de juiste plek en zet maatstrepen.

ZIE OOK KENNEN 6

J.S. BACH CONTRAPUNCTUS 4, UIT: DIE KUNST DER FUGE

Dit Menuet komt uit een suite voor orkest. Het barokorkest bestaat uit strijkers, basso continuo en een solo-instrument. De hele suite staat in dezelfde toonsoort.

• Welke instrumenten spelen de basso continuo?

• Wat is het solo-instrument?

• Wat is de toonsoort? (Kijk naar het begin van de regel).

Contrapunctus 4 is een fuga voor vier stemmen op het thema dat hieronder staat. In een fuga is het gebruikelijk om die stemmen de namen van de stemmen te geven (sopraan, alt enz.).

J.S. BACH EXPOSITIE FUGA NO. 2, UIT: DAS WOHLTEMPERIERTE KLAVIER I

ZIE OOK KENNEN 6

ZIE OOK KENNEN 5

In welke volgorde zetten de stemmen in?

Het fragment is de expositie van de fuga. In die expositie zit een divertimento. Tussen welke steminzetten? Tip: volg de noten van het thema hierboven bij elke inzet.

Beluister het fragment en bekijk de noten.

• Wat is de toonsoort van deze fuga?

 Es majeur  G mineur  C mineur

• Wat is de betekenis van de (herstelde) b?

Dat is de:  grondtoon  leidtoon  dominant

38 VERKENNEN BAROK
™ ™ & ## Ÿ œ œ œ œ œ . œ œ ˙ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ . # œ . œ œ œ œ œ . œ . œ œ œ œ œ œ . œ . œ ˙ 1a 1b 2a 2b 3a
Opdrachten Opdrachten
C & b ˙ ˙ ˙ ˙ ˙ œ œ ˙ œ œ œ œ c & bbb ‰ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ r

J.S. BACH EXPOSITIE FUGA NO. 2, UIT:

Fuga no. 2 is een fuga voor drie stemmen. In welke volgorde zetten de stemmen in en waar zit het divertimento? Vul het onderstaande diagram in.

• Kies een kleur voor het thema en kleur die maten in elke stem in.

• Kies een andere kleur voor het divertimento en kleur die maten in.

• Kies een derde kleur voor de tegenstemmen en kleur ook die maten in bij elke stem.

Maat 1 2 3 4 5 6 7 8

Sopraan

Alt Tenor

De regel in een fuga-expositie is dat de eerste inzet op de grondtoon (tonica) is, de tweede op de dominant, de derde weer op de tonica, enzovoort.

Schrijf in het schema elke keer dat het thema begint, de juiste beginnoot in die maat.

Na de expositie (in de doorwerking) komt het thema vaak terug. Soms in zijn geheel, maar vaak ook alleen het motief waarop het thema gebaseerd is. Dat motief vind je aan het begin van het thema en is een stukje dat ook op zichzelf kan staan. Luister naar de hele fuga. Stel vast wat in dit thema het motief is en omcirkel dat in de noten hieronder.

Sluit de fuga af met een orgelpunt?  Ja.  Nee.

Je hoort de Kanon und Gigue van Pachelbel. De B.C. begint.

• Waar staan de letters B.C. voor?

• Welke instrumenten spelen deze partij?

• Deze baslijn van twee maten wordt voortdurend herhaald. Hoe noem je zo’n bas?

In een canon zetten de stemmen na elkaar in met precies dezelfde melodie. De eerste viool begint. Het begin van de melodie staat hierboven.

• Na hoeveel maten zet de volgende stem telkens in?

• Hoeveel inzetten zijn er in totaal?

39
3b 3c 4a 4b 5a 5b
‰ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ r
PACHELBEL KANON UND
Viool B.C. c c & ## ∑∑ ?## & ## Ÿ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ ™ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ
DAS WOHLTEMPERIERTE KLAVIER I c & bbb
J.
GIGUE

Classicisme Classicisme

De achttiende eeuw is de tijd van de Verlichting. Door de vooruitgang in de wetenschap ontstaat een groot optimisme over de mogelijkheden van het menselijk verstand. Een ‘verlicht’ mens is tolerant, redelijk, belezen en op zoek naar vernieuwing. Blind geloof in God en je zonder kritiek onderwerpen aan het gezag van een koning passen daar niet meer bij. Kerk en adel krijgen het moeilijk. De Verlichting is een opstand van de geest, van geleerden, filosofen en kunstenaars. Aan het einde van de achttiende eeuw slaat de opstandigheid over op het volk dat de uitbuiting zat is, zoals in de Franse Revolutie (1789). Het classicisme is de heersende kunststroming in de tijd van de Verlichting. Jonge kunstenaars en componisten gaan zich afzetten tegen de barok. Eigenlijk wordt ‘barok’ een scheldwoord dat grotesk en opgeblazen betekent. Vooral de overdreven afbeeldingen op schilderijen en veel te overdadig versierde gebouwen worden verafschuwd. De strakke vormen van de ‘klassieken’, zoals de oude Griekse tempels, worden veel hoger gewaardeerd. In Wenen, op dat moment het culturele hart van Europa, werken drie grote componisten: Haydn, Mozart en Beethoven. Omdat zij zo’n enorme invloed hebben gehad op de muziek ná hen, worden zij samen de Weense School genoemd.

40 VERKENNEN CLASSICISME
De bruiloft van Figaro van Mozart is een opera over bediendes die hun adellijke bazen te slim af zijn; helemaal in de geest van de Verlichting.

In de muziek van het classicisme vind je de voorliefde voor strenge en symmetrische vormen terug. Dat begint al bij de melodiebouw, die lijkt op de structuur van eenvoudige volksliedjes, met een voorzin en een nazin. Tonaliteit (majeur/mineur) wordt ingezet om de vorm te benadrukken, de tonica en de dominant zijn het belangrijkst. Ook grotere muzikale vormen krijgen hun vaste regels, zoals de symfonie. Dramatische ontwikkeling is belangrijk in het classicisme, daarom zit deze muziek vol contrasten. Luister naar het begin van Mozarts Symfonie no. 41, en je hoort deze dingen allemaal terug.

HET STRIJKKWARTET:

EEN GENRE DAT IN

HET CLASSICISME

IS ‘UITGEVONDEN’.

JOSEPH HAYDN

SCHREEF ER 68.

DIT IS HET

MATANGI QUARTET.

41
Salzburg, geboorteplaats van Mozart.

BEGRIPPEN

THEMA

MUZIKALE ZIN

PERIODISCHE ZINSBOUW

VOORZIN EN NAZIN CADENS

GEBROKEN DRIEKLANK

UNISONO CONTRAST

Eenvoud, evenwicht en natuurlijkheid: deze klassieke idealen vind je terug in de manier waarop Haydn, Mozart en hun tijdgenoten melodieën componeren. Ze maken gebruik van eenvoudige motieven die makkelijk in het gehoor liggen, zoals gebroken drieklanken. Met die motieven maak je een muzikale zin van acht maten, die onder te verdelen is in tweemaal vier.

De eerste vier maten noem je de voorzin (de ‘vraag’) en de laatste vier maten de nazin (het ‘antwoord’). De voorzin eindigt meestal op de dominant. De nazin eindigt vaak met een cadens, een afsluiting in de hoofdtoonsoort. Deze melodische structuur heet periodische zinsbouw. Je vindt hem ook in volksmuziek, popmuziek en kinderliedjes. Zo’n ‘klassiek’ opgebouwde melodie vormt de basis van een langer stuk. Je noemt het dan het thema van het stuk.

Concerten worden openbare evenementen, voor een steeds groter publiek. Een adellijk of in ieder geval rijk en beschaafd publiek, dat graag mooie en verfijnde muziek hoort. De uitdaging voor componisten is om heel toegankelijke muziek te schrijven waarin toch het nodige gebeurt, muziek waar drama in zit. Anders verliest het publiek de aandacht. Muziek moet elegant zijn, maar ook expressief. Door het gebruik van contrasten kan de componist spanning maken in een stuk, of zelfs in één enkele melodie. Denk aan een contrast in instrumentatie, dynamiek, toonhoogte of ritme. In het openingsthema van de Symfonie nr. 41 van Mozart zijn zulke contrasten direct te horen en te zien. Bovendien maakt hij gebruik van een speciaal effect: het unisono spelen. Alle instrumenten van het orkest spelen een motief of enkele motieven precies hetzelfde, waardoor zo’n passage extra krachtig wordt.

42 VERKENNEN CLASSICISME
thema, s 4.1 4.1 muzikale Tom Hulce als Mozart in de film Amadeus
De periodische zinsbouw in schema. 1 5 c & I voorzin a b V nazin a' V b' I 3 3 3 3 œ ‰ œ œ œ œ ‰ œ œ œ œ ŒŒ‰ œ J œ œ J œ ˙ ˙ ˙ œ J ˙ œ Œ œ œ ‰ œ œ œ ‰ œ œ œ ŒŒ‰ œ J œ œ J œ ™ J ˙ ˙ ˙ ˙ œ œ Œ W.A. MOZART THEMA VAN SYMFONIE NO. 41, ‘JUPITER’ voorzin nazin a b a’ b’
KLASSIEKE BOUWKUNST: HET PANTHEON IN PARIJS.

Opdrachten Opdrachten

VIVACE, UIT: SYMFONIE NO. 41, ‘JUPITER’

L. VAN BEETHOVEN RONDO, UIT: VIOOLCONCERT, OP. 61

Op de linkerpagina zie je het thema van deze symfonie. In het schema boven de noten zie je hoe evenwichtig het thema is (periodische zinsbouw). In het schema zie je de contrasten binnen het thema niet. Beschrijf de contrasten tussen de delen a/a´ en b/b´ door het schema in te vullen.

a / a’ b / b’

Dynamiek  piano  piano  forte  forte

Articulatie  legato  legato  geaccentueerd  geaccentueerd

Schrijfwijze  eenstemmig (unisono)  eenstemmig (unisono)  meerstemmig  meerstemmig

Instrumentatie  strijkers  strijkers  tutti  tutti

Dit is het thema van het derde deel uit het vioolconcert van Ludwig van Beethoven. Dit thema heeft een periodische zinsbouw.

L.

UIT: VIOOLCONCERT, OP. 61

Analyseer de periodische zinsbouw van het thema door het schema in te vullen.

Thema: maat t/m maat

Voorzin: maat t/m Nazin: maat t/m

a: maat t/m b: maat t/m a: maat t/m b: maat t/m

• In welk onderdeel is het motief een gebroken drieklank?  a  b

• Welke drieklank is dat?  A majeur  D majeur

• Wat is (dus) de toonsoort?  A majeur  D majeur

• Wat is de juiste vorm van het thema?  a-b-a-b  a-b-a’-b  a-b-a-b’  a-b-a’-b’

Schrijf (in Romeinse cijfers) de akkoordfuncties onder de eerste en laatste (bas)noot van de voorzin én de nazin. Vier cijfers dus.

Er is nauwelijks contrast in dit thema. Het contrast komt later, door de twee herhalingen van het thema. Wat is het grootste contrast bij die herhalingen? (Let op: tussen de herhalingen zitten telkens twee overgangsmaten).

• Herhaling 1:

• Herhaling 2:

43 ZIE OOK KENNEN 8 1 2a 2b 2c 3 W.A. MOZART
ALLEGRO
° ¢ Viool Cello 6 8 6 8 & ## p 1 2 3 4 Ÿ 5 6 7 8 ?## œ j œ œ j œ œ œ œ œ j œ œ œ . œ œ j œ œ j œ œ œ œ œ œ j ‰ œ j œ œ j œ œ œ œ œ j œ œ œ . œ œ j œ œ j œ œ œ œ j‰ ‰‰ œ œ œ ‰‰ œ œ œ ‰‰ œ œ ‰ œ œ . ‰ œ œ œ ‰‰ œ œ œ ‰‰ œ œ œ ‰‰ œ œ ‰ œ œ . ‰ œ œ œ
VWO

BEGRIPPEN

HOOFDVORM

EXPOSITIE

THEMA 1 EN 2

OVERGANGSZIN

SLOTGROEP

DOORWERKING

MODULATIE

REPRISE

VERBINDINGSZIN

CODA

hoofdvorm

De symfonie, het concert, de sonate en het strijkkwartet zijn allemaal genres die in de tijd van het classicisme een vaste vormstructuur krijgen. Wie streeft naar evenwicht en harmonie, moet namelijk zoeken naar een heldere structuur. De belangrijkste vormstructuur is de hoofdvorm. Praktisch ieder openingsdeel uit een symfonie, sonate, concert of strijkkwartet is geschreven in de hoofdvorm. De essentie van de hoofdvorm is vrij eenvoudig: het gaat om muzikale spanning tussen toonsoorten en spanning die ontstaat door contrasten tussen muzikale thema’s en motieven. De hoofdvorm heeft drie onderdelen: expositie, doorwerking en reprise.

In de expositie worden twee muzikale thema’s gepresenteerd. De thema’s verschillen van elkaar in toonsoort en karakter. Thema 1 staat in de hoofdtoonsoort, thema 2 in de dominanttoonsoort. Thema 1 is krachtig en vaak gebaseerd op motieven met gebroken drieklanken, thema 2 is vloeiend en

zangerig. Een overgangszin verbindt thema 1 met thema 2. De expositie eindigt met een slotgroep in de dominanttoonsoort. De expositie wordt meestal herhaald.

De doorwerking is het spannendste onderdeel. De componist gaat aan de slag met één of beide thema’s of met nieuw materiaal. Hij kan motieven uit de thema’s gebruiken en die variëren, boven elkaar plaatsen, of de toonsoort veranderen. Er zijn geen vaste regels voor de doorwerking. De componist moet zo creatief en origineel mogelijk zijn. In de doorwerking leeft de componist zich ook uit in modulaties: veranderingen van toonsoort.

De reprise is een moment van ontspanning. Het is eigenlijk een herhaling van de expositie, met dit verschil dat de hoofdtoonsoort niet meer wordt verlaten. De overgangszin is een verbindingszin geworden naar thema 2 dat dus ook in de hoofdtoonsoort gespeeld wordt, evenals de slotgroep. Na de reprise kan nog een coda volgen, een passende afsluiting van het stuk.

Het

Esterházy, aquarel van het toneel en orkest tijdens een opvoering van L’incontro improvviso van Haydn (1775).

44 VERKENNEN CLASSICISME
4.2 4.2
Gustav Klimt, Das Alte Burgtheater (1888). Het theater in Wenen waar Haydn, Mozart en Beethoven hun concerten uitvoerden. operahuis in slot

Expositie

thema 1 – overgang –thema 2 – slotgroep

hoofdtoonsoort> dominant of majeur/mineur parallel

Doorwerking

verwerken van materiaal uit de expositie

modulaties

Reprise

thema 1 – verbinding –thema 2 – slotgroep

hoofdtoonsoort

Deze indeling zegt weinig over de lengte van het deel. Het hele verhaal kan in twee minuten verteld worden, maar bij de grote werken van Haydn, Mozart en Beethoven duurt het toch vaker tien tot twintig minuten.

In dienst

Joseph Haydn wordt beschouwd als de vader van de symfonie. Niet dat hij de eerste componist was die er een schreef, maar wel de beste in het beginstadium, rond 1770. Hij was een lichtend voorbeeld voor Mozart en Beethoven. Toch sleet de grote componist zijn dagen op een landgoed ver buiten Wenen. Hij behoorde tot het personeel van prins Esterházy, wat betekende dat hij in uniform moest lopen, dat hij niet mocht reizen (hij mocht zelfs het landgoed niet af zonder toestemming) en zijn composities niet mocht verkopen. Hij componeerde dagelijks nieuwe muziek voor het orkest van de prins, leidde de repetities, kopieerde partijen en moest zelfs als ‘kamerdienaar’ allerlei kleine klusjes opknappen. De prins beloonde hem ruimhartig, maar het bleef een slavenbestaan. Pas op pensioengerechtigde leeftijd werd het hem toegestaan enkele reizen te maken om van zijn roem te genieten. Haydn was een van de laatste grote componisten die in dienst was van rijke adel.

Onlangs ontdekt manuscript van een pianosonate van Mozart.

Mozart kreeg zijn stukken altijd in één keer foutloos op papier.

45 hoofdvorm
Joseph Haydn. Wolfgang Amadeus Mozart.

Dit eerste deel uit een strijkkwartet van Haydn is maar kort en toch is het helemaal in de hoofdvorm geschreven.

Je analyseert de vorm aan de hand van de eerste vioolpartij. Dat doe je van groot naar klein. Als je dat prettig vindt, kun je alle onderdelen in de partituur zetten.

46 VERKENNEN CLASSICISME
1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11 12 13 14 15 16 17 18 19 20 21 22 23 ™ 24 25 26 27 28 29 30 31 32 33 34 35 36 37 38 39 40 41 42 43 44 45 46 47 48 49 50 51 52 53 54 55 56 57 58 59 60 61 62 6 8 & bb f p f p f & bb & bb & bb Ÿ p ŸŸ & bb 1 2 ä ä & bb ä & bb â 3 4 & bb f p f p f & bb & bb Ÿ p ŸŸ œ j œ œ j œ œ j œ œ J œ œ . J œ œ œ œ œ œ œ J œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ j œ œ j œ œ j œ œ J œ œ J œ œ œ œ œ œ œ J œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ J œ œ œ . n œ œ œ . œ œ . œ œ œ . œ œ œ . œ œ œ œ œ œ œ œ . œ œ œ . n œ œ œ . œ œ . œ œ œ . œ œ œ œ œ œ . œ œ œ ‰ œ œ œ . œ . œ œ ‰ œ œ œ . œ . œ œ ‰ œ œ œ . œ . œ œ œ œ œ œ œ . œ œ œ . œ . œ œ œ j œ . œ œ œ œ œ . œ . œ . nœ œ j ‰ œ j œ j ‰ œ j œ œ œ œ j ‰‰Œ œ J œ œn œ œ œ . nœ œ œ œ œ n J œ œ œ n œ œ œ n œ œ œ œ œ œ n œ J œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ J œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ J œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ J œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ J œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ J œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ J œ œ J œ œ J œ œ J œ œ j œ œ j œ j œ œ œ J œ œ œ œ œ œ œ j ‰‰Œ œ j œ œ j œ œ j œ œ J œ œ J œ œ œ œ œ œ œ J œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ j œ œ j œ œ j œ œ J œ œ J œ œ œ œ œ œ œ J œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ J œ œ nœ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ . œ œ œ . œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ ‰ œ œ œ œ œ œ œ ‰ œ œ œ œ œ œ œ ‰ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ j œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ J ‰ œ J œ J ‰ œ J œ œ œ œ‰Œ
Opdrachten Opdrachten
J. HAYDN PRESTO (DEEL 1), UIT: QUARTETT OP. 1, NR. 1

DE HOOFDVORM

Noteer de maatcijfers van elk onderdeel in de tabel. Let op het volgende.

• In de hoofdvorm wordt de expositie meestal herhaald. Zoek daarom de herhalingstekens; daar eindigt de expositie.

• De reprise herken je doordat die precies hetzelfde begint als het allereerste begin.

• Opmaten reken je niet mee; je neemt het maatcijfer van de eerste volledige maat in elk onderdeel.

Expositie maat 1 t /m

Doorwerking maat t /m

Reprise maat t /m

ZIE OOK KENNEN 6

DE EXPOSITIE

Vul het schema in met de juiste onderdelen (links) en de juiste toonsoort(termen) (rechts).

ONDERDELEN TOONSOORTEN

maat 1 t/m 8

maat 9 t/m 16

maat 17 t/m 20

maat 21 t/m 24

DE DOORWERKING

Kijk naar voortekens en laatste noot van het hele stuk. De toonsoort is:

Je ziet een herstellingsteken. De toonsoort verandert, dit noem je een:

De nieuwe toonsoort is F majeur. Dit is ten opzichte van de hoofdtoonsoort de:

De expositie sluit af in de toonsoort:

In een doorwerking wordt materiaal verwerkt en er wordt gemoduleerd.

• Materiaalverwerking: je ziet vier keer een haak staan. Ze zijn genummerd. Schrijf voor elke haak op uit welk onderdeel van de expositie dat ‘materiaal’ (die melodie) komt.

• Modulaties: kijk precies op het punt dat genoemd wordt (er staat ook een pijltje) en schrijf op welke toonsoort je daar ziet. Dat doe je door te kijken welke drieklank er staat.

MATERIAAL TOONSOORTEN

Haak 1 maat 26, 2e helft

Haak 2 maat 28, 2e helft

Haak 3 maat 34, 2e helft

Haak 4 heel maat 37

DE REPRISE

In de reprise wordt de expositie ‘hernomen’. Maar nu ontspannen, want er wordt niet meer gemoduleerd tussen thema 1 en 2. Dat betekent dat de reprise vanaf een bepaald punt niet meer hetzelfde is als de expositie. Vul de tabel in:

Vanaf welke maat wijkt de reprise af van de expositie?

Is er een coda? (vergelijk de slotgroepen)

In welke toonsoort sluit het stuk af?

47 1a 1b 1c 1d

BEGRIPPEN

MENUET

RONDO

Behalve de hoofdvorm bestaan er ook andere muzikale structuren, zoals het menuet en het rondo. Het menuet en het rondo zijn luchtiger van karakter dan de hoofdvorm. Bij de hoofdvorm draait het om spanning en drama, bij het menuet en het rondo meer om ontspannen vermaak.

Iedere tijd heeft zijn modes en trends, zeker als het gaat om dansen. In de late barok is het menuet in de mode aan het Franse hof. Het menuet is een sierlijke dans in driekwartsmaat, niet te snel, zodat probleemloos met hoepelrokken en bepoederde pruiken gemanoeuvreerd kan worden. Zoals met veel dansmuziek gebeurt, wordt het menuet steeds meer luistermuziek. In het classicisme is het een populaire instrumentale vorm, die een vaste plaats weet te veroveren in de symfonieën van Haydn en Mozart (als derde deel). Ook worden er eindeloos veel menuetten

Tournee menuet en rondo

geschreven voor de piano, bedoeld als studiestukjes. De structuur van het menuet is een wonder van eenvoud: het is driedelig in de vorm A-B-A. Het A-gedeelte heet menuet, het contrasterende B-gedeelte trio. Dan komt een letterlijke herhaling van het A-gedeelte.

Bij een rondo hoor je één pakkend thema dat steeds wordt herhaald. Dit thema of ‘refrein’ wordt afgewisseld door contrasterende ‘coupletten’. In letters krijg je dan het schema A-B-A-C-A-D-A-F-A (enzovoort). Het rondo is een oude vorm die al opduikt in de instrumentale muziek van de middeleeuwen. De Weense klassieken (oftewel Haydn, Mozart, Beethoven) doen iets speciaals met die oude vorm. In de eerste plaats maken ze hem symmetrisch: A-B-A-C-A-B-A. In de tweede plaats zijn de A-gedeeltes niet meer precies gelijk, maar worden allerlei variaties bedacht.

Het grootste wonderkind aller tijden moet wel Wolfgang Amadeus Mozart zijn. Hij wordt in 1756 geboren in Salzburg (Oostenrijk). Vanaf zijn derde krijgt hij pianoles. Hij componeert zijn eerste pianostukje op zesjarige leeftijd en zijn eerste complete opera als hij twaalf is. Zijn vader sleept hem jarenlang mee op lange reizen door Europa. De familie verdient geld door de kleine Wolfgang voor prinsen en pausen te laten optreden. De eindeloze tournees langs alle hoven van Europa leiden in 1765 ook naar Nederland. Bijna overlijdt hij in Den Haag aan de tyfus. Na twee maanden hevige koortsen is de negenjarige ‘vel over been’, zoals zijn vader schrijft in een brief aan moeder thuis. Weer opgekrabbeld geeft hij concerten in Den Haag, Amsterdam en Utrecht. Daarna reizen vader en zoon Mozart weer verder, naar Engeland, Duitsland, Frankrijk en Italië. Dat was een uitputtingsslag die hem waarschijnlijk de rest van zijn leven met een kwakkelende gezondheid opgezadeld heeft.

48 VERKENNEN CLASSICISME
4.3 4.3
Het Wiener Mozart Orchester speelt, in kostuums en pruiken, alleen muziek van Mozart. WOLFGANG AMADEUS MOZART MET ZIJN VADER LEOPOLD EN ZUSJE NANNERL.

Het menuet heeft als vorm: menuet – trio – menuet. Van beide onderdelen zie je hier het thema staan.

MENUET, THEMA

TRIO, THEMA

Het trio contrasteert met het menuet op talloze manieren. Beschrijf die contrasten door bij elk onderdeel de juiste woorden te plaatsen.

Kies uit: strijkers – blazers – tutti – eenstemmig – meerstemmig – unisono – afgemeten –lieflijk – g mineur – g majeur – piano – forte.

N.B. Alle woorden moeten minstens één keer worden gebruikt.

• Menuet:

• Trio:

Het vierde deel uit het Divertimento van Mozart staat in rondo-vorm. De melodie van het A-gedeelte staat hieronder.

Is dit een gewoon rondo (A-B-A-C-A-D-A enz.) of een Weens rondo (A-B-A-C-A-B-A)?

Schrijf de juiste letters op de open plekken.

Let op: Zorg dat je eerst de refreinmelodie (A) goed herkent en laat je niet in de war brengen door de herhalingen!

ABAAACoda(A)

Dit divertimento is geschreven voor een klein ensemble van zes spelers die een aantal verschillende instrumenten bespelen.

• Elk instrument is dubbel bezet. Hoeveel (verschillende) instrumenten zijn er?

• Welke instrumenten zijn het?

• Wat is de hoofdtoonsoort van het divertimento?

• Het C-gedeelte staat in F majeur. Wat is de verwantschap met de hoofdtoonsoort?

49
1 2a 2b 2c
MENUET, UIT: SYMFONIE
Opdrachten
™ 3 4 & bb f pfp fp f œ œ œ ˙ œ œ œ œ œ œ Œ œ œ œ ™ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ ˙ Œ ™ 3 4 & # p ˙ ˙ ˙ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ Œ œ œ œ œ œ J œ œj œ œ œ ˙ Œ ™ 3 8 & bb p Melodie
f Ÿ p f Ÿ œ . J œ œ œ . œ œ œ . œ œ œ . œ œ œ . œ œ . œ . œ œ œ œ œ œ . œ œ œ . J œ œ œ . œ œ œ . œ œ œ . œ œ œ . œ œ . œ . œ œ œ œ œ œ œ J ‰
W.A. MOZART
NR. 25
Opdrachten
A
W.A. MOZART PRESTO, UIT: DIVERTIMENTO NO. 14

BEGRIPPEN

SYMFONIEORKEST

HOUTEN BLAASINSTRUMENTEN

KOPEREN BLAASINSTRUMENTEN SLAGWERK STRIJKERS

In de tweede helft van de achttiende eeuw krijgt het orkest zijn vaste vorm. In de barok bestaat een orkest meestal nog uit een samengeraapt groepje musici. Alleen de belangrijke Europese hoven kunnen zich grote en evenwichtig samengestelde orkesten veroorloven. In de tijd van de Weense klassieken verandert dat. Het orkest krijgt een standaardbezetting, die in korte tijd in heel Europa wordt overgenomen. Dat is een groot voordeel voor componisten die hun stukken ook wel eens in een andere stad of in een ander land willen uitvoeren.

De standaardbezetting van het orkest, dat al snel de naam symfonieorkest krijgt, bestaat uit vier instrumentgroepen:

1 Strijkers (van hoog naar laag): eerste viool, tweede viool, altviool, cello en contrabas. Deze strijkerspartijen worden door een groepje uitgevoerd.

2 Houten blaasinstrumenten (van hoog naar laag): twee fluiten, twee hobo’s, twee fagotten. Later voegt Mozart daar als eerste twee klarinetten aan toe. Dat wordt door Beethoven en iedereen na hem overgenomen.

3 Koperen blaasinstrumenten: twee trompetten, twee hoorns.

4 Slagwerk: twee pauken.

In de achttiende eeuw zagen de blaasinstrumenten er nog niet zo uit als tegenwoordig. De fluit, de hobo en de klarinet hadden nog vingergaten in plaats van kleppen. De trompetten en hoorns hadden nog geen ventielen, zodat je niet alle noten gemakkelijk kon spelen. Een symfonieorkest met instrumenten uit de tijd van Haydn en Mozart klinkt daardoor anders dan een modern symfonieorkest.

50 VERKENNEN CLASSICISME
4.4 4.4
orkest
...
De standaardbezetting van het klassieke symfonieorkest.
het symfonie
DE FAGOT HOORT BIJ DE HOUTEN BLAASINSTRUMENTEN. De hoorn hoort bij de koperen blaasinstrumenten.

W.A. MOZART

ALLEGRO MOLTO, UIT: SYMFONIE NO. 40

Je ziet een stukje uit de partituur van het eerste deel van Symfonie no. 40 van Mozart. Deze symfonie is geschreven voor symfonieorkest. Dit stukje partituur is niet het begin. Het luisterfragment begint wel aan het begin.

De maatsoort is . Wat is dat in cijfers? 1a

De orkestinstrumenten staan in de partituur met hun Italiaanse naam.

• Schrijf ze in het Nederlands per instrumentengroep op:

Instrumentengroep

Instrumenten

Instrumentengroep

Instrumenten

Instrumentengroep

Instrumenten

• Welke instrumentengroep ontbreekt?

Drie instrumenten zijn ‘transponerend’. Die herken je doordat zij andere voortekens hebben dan de andere instrumenten.

• Welke instrumenten zijn dat?

• Wat is een transponerend instrument?

Hoe kun je aan de bezetting (de gekozen instrumenten) zien dat dit een latere symfonie van Mozart is?

51
1d
1b 1c
° ¢ ° ¢ ° ¢ Flauto Oboi Clarinetti in B b Fagotti Corno in B b Corno in G Violino I Violino II Viola Violoncello e Basso C C C C C C C C C C & bb f & bb f ∑ p & f ∑∑ ∑ ? bb f # # ∑ & f ∑∑ ∑ & f ∑∑ ∑ & bb f p & bb f B bb f p ? bb f p Œ ˙# œ Œ œ Œ œ œ œ ˙ Ó Ó ˙ ˙ œ Œ ˙ ˙ œ Œ ˙ ˙ œ œ œ œ œ œ œ ˙ Ó w w w w Œ ˙ ##˙ œ #œ Œ ˙ ##˙ œ #œ Œ ˙ ##˙ œ #œ œ ##œ œ œ œ œ ˙ #˙ Ó Œ ˙ ˙ n œ œ # Œ ˙ ˙ n œ œ # Œ ˙ ˙ n œ œ # œ œ n œ œ œ œ ˙ w ˙ ˙ ˙ ˙ ˙ œ œ ŒÓ Ó ˙ œ Œ ˙ œ Œ ˙ œ œ œ œ ˙ Ó Ó ˙ œ Œ ˙ œ Œ ˙ œ œ œ œ ˙ Ó ˙ Œ œ œ ˙ Œ œ œ ˙ Œ œ œ œ œ œ œ œ œ ˙ Œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ Œ œ œ œ œ œ œ œ œ ˙ Œ œ œ ˙ Œ œ œ ˙ Œ œ œ œ œ œ œ œ œ ˙ Œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œŒ œ œ œ œ œ œ œ œ ˙ Œ œ œ ˙ Œ œ œ ˙ Œ œ œ œ œ œ œ œ œ ˙ Ó œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ ˙Œ œ œ ˙Œ œ œ ˙Œ œ œ œ œ œ œ œ œ ˙Ó œ ŒÓ œ ŒÓ C ZIE OOK KENNEN 7
Opdrachten Opdrachten

BEGRIPPEN SYMFONIE ALLEGRO ADAGIO THEMA MET VARIATIES

de symfonie

Als je nu in een concertzaal naar een orkest gaat luisteren, is de kans groot dat je een symfonie te horen krijgt. Een symfonie is een groot instrumentaal werk dat uit vier delen bestaat die los van elkaar staan, maar toch een geheel vormen.

Het woord ‘symfonie’ betekent ‘samen klinken’ en is afgeleid van ‘sinfonia’, het Italiaanse woord voor de instrumentale stukken in een opera (zoals de ouverture). De symfonie had eerst drie delen, in de volgorde snel - langzaam - snel. Haydn en Mozart voegden daar nog een menuet aan toe, zodat je vier delen krijgt in deze volgorde.

• Deel 1: allegro (snel en levendig). Dit openingsdeel staat altijd in de hoofdvorm. Het heeft dus een expositie, een doorwerking en een reprise.

Er gebeurt veel in dit deel en het zit vol contrasten.

• Deel 2: adagio (langzaam).

Dit is een rustmoment in de symfonie. De componist kan zijn bekwaamheid in het schrijven van mooie gedragen melodieën tonen. De vorm van het deel is vaak een uitgebreide ABA-vorm of een thema gevolgd door een aantal variaties

• Deel 3: menuet.

Luchtige en elegante dansmuziek in 3/4-maat in een ABA-vorm (menuet-triomenuet).

• Deel 4: finale (allegro of presto).

Dit is de uitsmijter van de symfonie, een uitbundig stuk in een vaak moorddadig snel tempo. Het staat in de hoofdvorm of de rondovorm.

52 VERKENNEN CLASSICISME
4.5 4.5
Gouden zaal van de Musikverein, het concertgebouw in Wenen. symfonieorkest.

In een halve eeuw heeft de symfonie een grote ontwikkeling doorgemaakt. Haydn heeft er meer dan honderd geschreven, Mozart eenenveertig. Beethoven schreef slechts negen symfonieën, maar overtrof zijn voorgangers in lengte, complexiteit en dramatiek.

Zijn Symfonie nr. 5 is de beroemdste symfonie aller tijden; ‘de Vijfde’ wordt hij eerbiedig genoemd. Iedereen kent de openingsmaten van het eerste deel. Beethoven wijst de weg naar een nieuw tijdperk, dat van de romantiek waarin de expressie van het gevoel belangrijker wordt dan de vormstructuren en de regels.

Ta-ta-ta-tááá

Op een ijskoude avond in december 1808 gaat de Vijfde Symfonie van Beethoven in première. Verkleumd zitten de mensen in de zaal te luisteren naar het overdonderende stuk. Ze vinden het niks. Herrie. Slecht gespeeld. Een paar jaar later begint het stuk aan een zegetocht door alle nieuwe concertzalen in Europa. Het maakt Beethoven ‘wereldberoemd’. Niets zal vanaf nu meer hetzelfde zijn; Beethoven heeft de muziek voorgoed veranderd. Wat maakt de Vijfde zo bijzonder? Het eerste deel in de hoofdvorm is helemaal opgebouwd uit één enkel motief: ta-ta-ta-taaa: het klinkt net alsof er op de deur geklopt wordt. In alle onderdelen, expositie, doorwerking en reprise, hoor je niets anders dan dit motief, tot je na tien minuten murw gebeukt in je stoel hangt. In de triomfantelijke Finale, het vierde deel, voegt Beethoven drie trombones en een contrafagot toe aan de klassieke orkestbezetting. Het maakt een ongehoord kabaal. Een recensent spreekt van ‘een onmetelijk rijk van felle lichtstralen en reuzenschaduwen die alles in ons vernietigen’. De muziek van deze man is onontkoombaar. Hij werpt inderdaad een ‘reuzenschaduw’ vooruit. Na hem is er niemand die zomaar een symfonie durft te componeren zonder eerst heel goed die van Beethoven te bestuderen.

53 De Vijfde Symfonie van Beethoven, maat 1-4.
2 4 & bbb ‰ œ j œ œ ˙ U ‰ œ j œ œ ˙ U
Ludwig van Beethoven.

Opdrachten Opdrachten

L. VAN BEETHOVEN

DEEL 1, ALLEGRO CON BRIO, UIT: SYMFONIE NO. 5

Je ziet het eerste thema uit Symfonie no. 5. Het thema begint na een ff gespeelde inleiding.

ALLEGRO CON BRIO (DEEL 1) - THEMA 1

L. VAN BEETHOVEN

DEEL 1, ALLEGRO CON BRIO, UIT: SYMFONIE NO. 5

• Met het beroemde motief bouwt Beethoven in maat 6 tot en met 9 een drieklank op. Welke drieklank is dat?

• In maat 10 tot en met 13 doet hij hetzelfde. Welke drieklank nu?

• De drieklanken geven de toonsoort van het stuk aan: de eerste is de grondtoon, de tweede de kwint. Andere namen daar voor zijn: en

De toonsoort is

Na het eerste thema volgt een overgang met modulatie (met gebruik van de melodie van het eerste thema) naar thema 2.

ALLEGRO CON BRIO (DEEL 1) - THEMA 2

• Thema 2 heeft ook een ff gespeelde inleiding (vier maten). Door welk instrument wordt die gespeeld?

• Thema 2 is heel kort (maar vier maten) en wordt drie keer achter elkaar gespeeld. Door welke instrumenten? 1: 2: 3: en

• In welke toonsoort staat thema 2?

• Hoe word je toch aan thema 1 herinnerd?

54 VERKENNEN CLASSICISME
1 5 10 15 20 2 4 & bbb Inleiding ff Thema p & bbb p cresc. f ‰ œ œ œ ˙ U ‰ œ œ œ ˙ ˙ U ‰ ˙ œ œ œ ˙ ˙ œ œ œ ˙ ˙ œ œ œ ˙ ˙ ˙ ˙ ‰ ˙ œ œ œ œ œ œ ˙ ˙ œ œ œ ˙ ˙ ˙ ‰ œ œ œ œ ˙ œ œ œ ˙ œ œ œ œ ˙ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ Œ œ œ Œ ˙ ˙ U
1a 1b 2 4 & bbb ff Thema 2 p ‰ œ œ œ ˙ ˙ ˙ œ œ œ œ ‰ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ ‰ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ ‰ œ œ œ œ œ œ œ œ

L. VAN BEETHOVEN DEEL 2, ANDANTE CON MOTO, UIT: SYMFONIE NO. 5

Cello en altviool 3 8 ? bbbb p dolce contrabas

ZIE OOK KENNEN 14

L. VAN BEETHOVEN DEEL 3, ALLEGRO, UIT: SYMFONIE NO. 5

Cello en contrabas

L. VAN BEETHOVEN DEEL 4, ALLEGRO, UIT: SYMFONIE NO. 5

Je ziet het thema van deel 2 uit Symfonie no. 5

ANDANTE CON MOTO (DEEL 2) - THEMA

• In het tweede deel spelen de cello en altviool samen dezelfde melodie. Wat is de technische term daar voor?

• De contrabassen begeleiden. Ze strijken niet, maar tokkelen. Hoe noem je die speelwijze?

• Het thema eindigt met een drieklankmotief (zie haak). Dat motief wordt daarna twee keer (gevarieerd) herhaald. Door welke instrumentengroepen?

Herhaling 1:

Herhaling 2:

Je ziet het thema van deel 3 uit Symfonie no. 5

ALLEGRO (DEEL 3) - THEMA

Beethoven kende de muziek van Mozart natuurlijk. Hierboven staat de voorzin van het thema van het derde deel, met daarnaast het begin van Symfonie no. 40 van Mozart. Noem (minstens) twee overeenkomsten tussen beide thema’s.

Nadat het thema twee keer gespeeld is, vervolgen de hoorns heel luid met een tweede thema. Dat thema verwijst naar een eerder deel. Naar welk deel precies?

Beethoven staat met dit vierde deel al met één been in de romantiek. Om verschillende redenen. Bijvoorbeeld:

• 1 Instrumenten. Beethoven maakt één instrumentengroep heel belangrijk aan het begin van het thema. Welke instrumentengroep is dat?

• 2 Toonsoort. De regel is dat de begintoonsoort (zie vraag A) de hoofdtoonsoort van de hele symfonie is; een symfonie begint en eindigt daarmee. Wat valt op aan de toonsoort van dit deel? (Een antwoord als ‘die is anders’ is niet genoeg).

55
2 3a 3b 4
n n œ œ ™ œ
œ œ œ œ œ œ ‰ œ œ ™ œ œ œ œ œ œ œ ™ œ œ œ œ œ œ ™ œ ‰ œ œ œ œ œ œ œ ‰ œ œ œ ™ œ œ œ ‰ œ œ œ œ ™ œ J ‰‰ œ J œj ‰
3 4 4 4
œ œ œ œ ˙ œ
˙ œ œ œ œ œ ˙ œ
? bbb voorzin thema & bb Thema Mozart Symfonie no. 40
˙

BEGRIPPEN OPERA

STRIJKKWARTET

SOLOCONCERT

PIANOFORTE

Het strijkkwartet is net als de symfonie typisch een uitvinding van de Weense klassieken. Een strijkkwartet bestaat uit twee violen, een altviool en een cello. De klank van deze vier strijkinstrumenten is helder en transparant. Iedere stem apart is goed te horen en toch klinkt het als een eenheid. Haydn schreef talloze strijkkwartetten en werd het grote voorbeeld voor Mozart en Beethoven. Net als de 4.6

van opera

De opera blijft populair in de klassieke tijd, maar ook deze ondergaat veranderingen. Men vindt de opera uit de barok overdreven en te veel gericht op show. Het klassieke ideaal van natuurlijkheid en eenvoud is ver te zoeken bij de ongeloofwaardige heldenverhalen en het virtuoze gekweel van de castraten. Mozart is een meester van de komische opera, waarin hij veel satire en maatschappijkritiek laat doorklinken. Hij breekt ook met de traditie dat opera altijd in het Italiaans gezongen moet worden, bijvoorbeeld met Die Zauberflöte

Overleven tot soloconcert

symfonie heeft het strijkkwartet meestal vier delen.

Ten slotte blijft ook het soloconcert erg populair. Het bestaat uit drie delen: snel, langzaam, snel. De piano wordt als soloinstrument steeds belangrijker. Dat heeft te maken met de grote technische verbeteringen aan het instrument. Het klavecimbel heeft zijn tijd gehad, de nieuwe piano (ook wel ‘hammerklavier’ of pianoforte genoemd) krijgt een mechaniek met hamertjes die tegen de snaren aan slaan. Hierdoor wordt sneller en dus virtuozer spel mogelijk. In tegenstelling tot het klavecimbel is de pianoforte ‘aanslaggevoelig’.

Dat wil zeggen dat je bij het indrukken van de toetsen zelf kunt bepalen of de toon zacht (piano) of hard (forte) klinkt. Ook heeft het instrument een verder dragende klank. Dat is precies wat grootmeesters op de piano, zoals Mozart en Beethoven, willen. Hun uitvoeringen van zelf gecomponeerde concerten voor piano en orkest zijn een belevenis in Wenen.

In 1781 verhuist Mozart naar Wenen. Hij wil zich vestigen in het culturele hart van Europa als vrij kunstenaar, dus zonder vast dienstverband. Geld verdienen met het componeren lukt nauwelijks, maar door concerten te geven als pianovirtuoos (met zijn eigen soloconcerten) kan hij enigszins rondkomen. Na een paar jaar neemt zijn populariteit in Wenen af. Daarom schrijft hij de opera Don Giovanni voor het operahuis van Praag. Een haastklus. De avond voor de première componeert Mozart nog even de ouverture. Praag is enthousiast, maar in Wenen wordt het stuk na een paar voorstellingen al afgevoerd. Het verhaal over de vrouwenversierder Don Juan die op gruwelijke wijze moet boeten voor zijn daden, wordt te bizar gevonden. Mozart raakt financieel aan de grond en ook zijn gezondheid holt achteruit. In 1792 sterft hij, vijfendertig jaar jong, berooid en uitgeput. Mozart slaagde er niet in te overleven als vrij kunstenaar.

56 VERKENNEN CLASSICISME
4.6
Enscenering van Die Zauberflöte door De Nederlandse Opera in 2015.
ORIGINEEL AFFICHE VAN DE WEENSE PREMIÈRE VAN DON GIOVANNI

Opdrachten Opdrachten

MOZART PAPAGENO, UIT: DIE ZAUBERFLÖTE

Papageno is een vogelvanger en niet al te slim. In de komische opera Die Zauberflöte is hij de tegenpool van de held van het verhaal: Tamino. Aan het einde van het verhaal verklaren Papageno en Papagena elkaar de liefde in dit beroemde duet.

Wat is het overduidelijke komische element in dit duet?

Pa Papageno (bariton): pa Papagena (sopraan): pa Papapa papapapa papapapa papapa

9 C & #

& # papapapapa papapapapapapapa papapa papa papapa papa papapapa paPapa - gepapa na!papa paPapa - ge - no! -

Hierboven staan de eerste twee muzikale zinnen van het duet.

• Zet een streep in de noten waar de tweede zin begint.

• Verdeel zin 1 én zin 2 in een voorzin en een nazin. Zet daarvoor haken boven de noten.

Don Giovanni is Don Juan, de legendarische vrouwenversierder. In Mozarts opera Don Giovanni loopt het niet goed af met de hoofdpersoon. In het begin van de opera doodt hij in een vuurgevecht Il Commendatore, de vader van Donna Anna, een vrouw die hij probeert te veroveren. Niet bereid om zijn kwalijke praktijken te veranderen, wordt hij in de slotscène van de opera door de geest van Il Commendatore de hel en het vagevuur in getrokken.

De ouverture zet meteen de sfeer neer van de horror die gaat komen. Daarvoor gebruikt Mozart een aantal stijlmiddelen:

1 een mineur toonsoort;

2 een chromatisch dalende lijn;

3 forte gespeelde akkoorden op de tonica en de dominant;

4 een melodie in lange tonen op de steunpunten van de toonsoort (tonica en dominant);

5 een melodie met het ‘duivelse’ inter val (overmatige kwart op de grondtoon), in syncopen.

Geef in de noten heel precies (met haken en pijlen) aan waar je deze vijf middelen ziet. Schrijf de cijfers erbij.

In zijn overmoed nodigt Don Giovanni de geest van Il Commendatore uit voor een diner. Aan het einde van de opera is het zo ver: de geest klopt op de deur: “Don Giovanni, u hebt mij uitgenodigd te dineren met u. Ik ben gekomen.”

Welke van de vijf stijlmiddelen uit de ouverture hoor je hier weer?

57
1a 1b 2 3
œ ŒÓ œ Œ œ Œ œ ŒÓ œ Œ œŒ œ Œ œ Œ œ Œ œ Œ œ Œ œ Œ œ Œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ ‰ œ œ J œ œ œ œ œ œ œ ‰ œ œj œ œ œ œ œ œ œ œ
{ { 1 10 C C & b #n b# # ? b & b ∑ ? b œ œ œ œ œ œ œ ˙ ˙ ˙ ˙ ˙ ˙ ˙ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ ŒÓ œ œ œ œ œ # ˙ ˙ ˙ ˙ ˙ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ ŒÓ œ œ œ ™ ™ w œ œ œ J œ œ œ ™ ™ w œ œ œ J œ œ œ ™ ™ œ œ œ J œ œ œ ™ ™ œ œ œ J œ œ ™ w œ œ J œ œ ™ w œ œ J œœ œ ™ ™ œœ œ J œœ œ ™ ™ w œ œœ J œ œ œ ™ œ œ œ J œ œ œ ™ œ œ œ J ˙ ˙ ˙ ˙ ˙ ˙Ó ˙ # ˙ ˙ ˙ # Ó œ œ ™ œ œ j œ œ ™ œ œ j œ œ ™ œ œ j œ œ ™ œ œ j œ # ™ ™ œ œ j œ œ ™ ™ œ œ j œ œ ™ ™ œ œ j œ œ ™ ™ œ œ j œ n ™ ™ œ œ j œ œ ™ ™ œ œ j w œ œ œ œ J œœ œ # ™ œœ œ J w w œ j œ œ œj w w œj œ œ œ J œj œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œj œj œ œ œ œ œ œ œ œ# œ œ œ œ œ œ œ œ œ œj œ J œ b ™ œ œ j œ œ ™ œ œ j ˙ ˙ œ œ œ # œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ # œ œ œ œ œ œ œ œ j { { 1 10 C C & b #n b# # ? b & b ∑ ? b œ œ œ œ œ ˙ ˙ ˙ ˙ ˙ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ ŒÓ œ œ œ œ œ # ˙ ˙ ˙ ˙ ˙ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ ŒÓ œ œ œ ™ ™ w œ œ œ J œ œ œ ™ ™ w œ œ œ J œ œ œ ™ ™ œ œ œ J œ œ œ ™ ™ œ œ œ J œ œ ™ w œ œ J œ œ ™ w œ œ J œœ œ ™ ™ œœ œ J œœ œ ™ ™ w œ œœ J œ œ ™ œ œ J œ œ ™ œ œ J ˙ ˙ ˙ ˙ ˙ ˙Ó ˙ # ˙ ˙ ˙ # œ œ œ œ j œ œ œ œ j œ œ œ œ j œ œ œ œ j œ # ™ œ œ j œ œ ™ œ œ j œ œ ™ œ œ j œ œ ™ œ œ j œ n ™ ™ œ œ j œ œ ™ ™ œ œ j w œ œ œ œ J œœ œ # ™ œœ œ J w w œ j œ œ œj w w œj œ œ œ J œj œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œj œj œ œ œ œ œ œ œ œ# œ œ œ œ œ œ œ œ œ œj œ J œ b ™ œ œ j œ œ ™ œ œ j ˙ ˙ œ œ œ # œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ # œ œ œ œ œ œ œ œ j W.A. MOZART SLOTSCÈNE, UIT: DON GIOVANNI >
W.A. MOZART OUVERTURE, UIT: DON GIOVANNI

Opdrachten Opdrachten

MOZART DEEL 1 (BEGIN), UIT: PIANOCONCERT NO. 23

Pianoconcert no. 23 begint met thema 1 in de strijkers:

MOZART DEEL 1 (EINDE), UIT: PIANOCONCERT NO. 23

J. HAYDN

POCO ADAGIO (DEEL 2), UIT: STRIJKKWARTET OP 76, NO. 3

Poco adagio; cantabile

Na enige tijd zet de piano in. Ook met thema 1. Welk gedeelte is gewijzigd?  De voorzin.  De nazin.

De melodie in de rechterhand wordt begeleid door een speciale begeleidingsfiguur in de linkerhand. Zo’n begeleidingsfiguur heet de Albertijnse bas . In een Albertijnse bas speel je de noten van de drieklank in een bepaalde volgorde. Hoe is die volgorde?  hoog-midden-laag-midden  laag-midden-hoog-midden  laag-hoog-midden-hoog  hoog-laag-midden-laag

De solist speelt aan het einde van een eerste deel altijd een cadens waarin hij zijn virtuositeit kan showen. In de noten staat enkel dit: Luister naar het fragment. Wat zou een ander woord voor ‘cadens’ kunnen zijn?

Het tweede deel van een strijkkwartet (en ook van een symfonie) is vaak een thema met een aantal variaties. Je hoort het thema (zie hieronder) met twee variaties.

De bijnaam van dit strijkkwartet is ‘Kaiser Quartett’. Luister naar het thema en verklaar die bijnaam.

Luister nu naar de variaties. In elke variatie speelt één instrument het thema en een ander een vrije tegenstem. Wie speelt wat? Zet kruisjes op de juiste plaatsen.

VARIATIE 1

VARIATIE 2 thema vrije tegenstem thema vrije tegenstem

viool 1

viool 2

altviool cello

Vooral in de tweede variatie hoor je de strijkers dynamisch geleidelijke overgangen maken van zacht naar hard. Hoe noem je dat type dynamiek?

58 VERKENNEN CLASSICISME
4a 4b 5 6a 6b 6c
™ ™ ™ ™ ™ C & # p dolce T & # sf sf p œ œ j œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ ˙ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ ™ œ J œ œ ˙ U œ œ J œ œ œ œ œ J œ œ œ œ ™ œ œ œ œ œ œ œ œ j œ œ ˙ c & ### Voorzin Nazin ˙ ˙ œ œ J œ œ œ œ œ œ œ œ œ ™ œ œ œ Œ ˙ œ œ œ œ . ˙ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ J œ œ
{ c
### ˙ ˙ œ œ œ œ œ œ œ W.A.
{ 4 4 4 4 & ### Ÿ~~~~~~~~~~~~~~ & ### Cadenza w U œ œ œ Ó U ˙ ˙ ˙ œ œ
W.A.
c & ### &

een zee van mist. Dit schilderij verbeeldt de Romantiek: de mens ontvlucht de wereld in de ruige natuur.

Romantiek Romantiek

De negentiende eeuw begint met revoluties en oorlogen. De strijd voor een betere wereld van vrijheid, gelijkheid en broederschap ontaardt in een chaos. In de Franse Revolutie grijpen de burgers de macht, die ze kort daarna in handen geven van een dictator (Napoleon), die vervolgens weer met heel Europa oorlog voert. Kortom, de wereld lijkt onbegrijpelijker dan ooit, de mens lijkt gedreven door emoties als woede en angst in plaats van door het verstand.

De Verlichting, waarin het verstand heerste, is voorbij. Aan het einde van de negentiende eeuw is Europa geïndustrialiseerd, is er een klasse van arbeiders ontstaan, rijden er treinen en zijn de steden vele malen groter geworden.

De negentiende-eeuwse kunstenaar wil het liefst vluchten uit deze barre wereld. De werkelijkheid doet pijn (‘Weltschmerz’). De ruige, onbedorven natuur is een grote bron van inspiratie, net als het verleden, sprookjes en droomwerelden. Romantiek betekent het uiten van persoonlijke gevoelens in de kunst. De artiest laat zien wie hij is en wat hij voelt door middel van zijn kunst. Originaliteit wordt hoog aangeschreven. De artiest weigert zich aan te passen aan de maatschappij, wordt niet begrepen en voelt zich dan een miskend genie.

59
Handschrift van een mazurka van Chopin. Caspar David Friedrich, Wandelaar boven

Het Concertgebouw in Amsterdam is gebouwd in 1888.

De zaal voldoet aan de eisen die in de romantiek gesteld worden: veel zitplaatsen, een groot podium en een fantastische akoestiek.

BEGRIPPEN

KLANKKLEUR

SEPTIEMAKKOORDEN

CHROMATIEK

TERTSVERWANTSCHAP

OVERGANGSDYNAMIEK

ACCELERANDO

RITENUTO

ARTICULATIE

CLIMAX

LINKS DE NATUURHOORN, WAARMEE JE MAAR IN ÉÉN TOONSOORT KUNT SPELEN. RECHTS DE MODERNE HOORN, MET VENTIELEN.

Voor het eerst in de geschiedenis zijn componisten niet meer in loondienst van adel of kerk. De rol van de adel is uitgespeeld en de kerk is zijn macht kwijt. Die ongebondenheid geeft componisten de ruimte voor muzikale experimenten. Emoties zijn moeilijk in te passen in de strenge vormen en regels van de klassieke stijl en daarom worden die regels naar believen aangepast of verworpen. Alle muzikale kenmerken van de romantiek zijn terug te voeren op deze basishouding: de componist in de romantiek gaat over grenzen heen en zoekt naar extreme uitdrukkingsvormen.

Op het gebied van klankkleur ontstaan er veel nieuwe mogelijkheden. Allereerst wordt het symfonieorkest groter. Van alle instrumenten komen er meer, en er komen nieuwe bij. De strijkersgroep groeit tot vijftig instrumenten om tegen het geweld van de blazers op te kunnen. De houten blaasinstrumenten worden versterkt met de contrafagot in het lage register en de piccolo in het hoge register. Bij de koperen

blaasinstrumenten komen er meer hoorns (vier is gebruikelijk, acht niet ongewoon) en worden de trombones (ook vaak vier) standaard. Hoe verder we komen in de negentiende eeuw, hoe meer bijzondere instrumenten er worden toegevoegd: harp, althobo, basklarinet, tuba, allerlei slaginstrumenten (grote trom, bekkens, triangel, klokkenspel) en soms de pas uitgevonden saxofoon.

Veel blaasinstrumenten worden in de negentiende eeuw sterk verbeterd. Houten blaasinstrumenten krijgen kleppen in plaats van vingergaten. Ze worden makkelijker bespeelbaar en er is technisch veel meer mogelijk. Trompetten en hoorns krijgen ventielen. Daardoor kunnen ze chromatische loopjes spelen en bovendien in alle toonsoorten. Ook een hoorn kan nu een melodie krijgen.

Cello’s spelen niet langer uitsluitend baspartijen maar ook melodieën, trombones moeten zeer zacht kunnen spelen, violen moeten razendsnelle loopjes en andere technische hoogstandjes kunnen uitvoeren.

60 VERKENNEN ROMANTIEK
kenmerken 5.1 5.1 muzikale

Maestro Maestro

Romantische melodieën zijn veel vrijer, vloeiender en langer dan die uit de klassieke stijl (Haydn, Mozart). De vrij stromende emoties van de componist laten zich niet vangen in het strakke keurslijf van de periodische zinsbouw. De structuur van voorzin en nazin is meestal nog wel herkenbaar, maar de klassieke eenvoud en symmetrie is niet meer de norm. Soms zit de melodie verstopt in een tussenstem of in de bas. In de samenklank (akkoorden) zoekt de componist naar expressie en originaliteit. Daarvoor gebruikt hij meer verschillende akkoorden, meer bijzondere akkoorden, zoals allerlei soorten septiem-

De Franse componist Hector Berlioz schrijft in 1850 dat veel componisten hun stukken ruïneren omdat ze denken dat ze ook kunnen dirigeren. Als voorbeeld noemt hij Beethoven. Door zijn doofheid hoorde hij het orkest in de zachte gedeelten niet, waardoor hij uit de maat raakte. Hij lag soms maten voor op de musici die hem wanhopig probeerden bij te benen. Het is duidelijk dat een orkest van tachtig tot honderd man leiding nodig heeft. Niet alleen om de maat te slaan, maar ook om inzetten aan te geven, te letten op de correcte uitvoering van de aanwijzingen van de componist en om de musici te inspireren. Door de complexiteit van de orkestmuziek uit de romantiek is een dirigent onmisbaar. De dirigent leidt de repetities en de uitvoering. Het moet een inspirerende en gezaghebbende figuur zijn, een echte maestro. Dirigeren is een vak geworden, en het is zeker niet altijd de componist die dat het beste kan.

Tertsverwantschap wordt als een nieuw tonaal verband beschouwd, naast de bekende relaties tonica-dominant en tonica-parallel. Zo zijn bijvoorbeeld C-E en C-Es verwant omdat er een terts tussen de tonen zit.

Ook als het gaat om muzikale elementen als dynamiek, tempo en articulatie zoekt de romantische componist naar grotere uitdrukkingsmogelijkheden. Zo wordt naar een muzikale climax toe werken een kunst op zich. Overgangsdynamiek wordt een belangrijk middel. Een crescendo van ppp tot ffff (oftewel aanzwellen van zo zacht mogelijk tot zo hard mogelijk) met een groot orkest kan een enorm effect hebben. Ook geleidelijke tempowisselingen, accelerando (steeds sneller) en ritenuto (steeds langzamer), worden populair als expressiemiddel. Articulatie is de manier waarop je een toon speelt: legato, staccato, portato, tremolo of met een accent. Ook deze speelwijzen legt de componist vast in zijn partituur door middel van tekens, boogjes en aanwijzingen. Kortom, de componist in de romantiek heeft de touwtjes strak in handen en laat niets aan het toeval over: zijn bedoeling moet overkomen en hij gebruikt alle middelen om die bedoeling duidelijk te maken.

61
De componist Richard Wagner was ook als dirigent succesvol. JAAP VAN ZWEDEN DIRIGEERT.

De ‘Walküren’ zijn de negen dochters van Wodan, de oppergod. In dit fragment komen ze in volle wapenuitrusting op paarden aangevlogen.

• Welke instrumentengroep verbeeldt het vliegen van de Walküren?

 Houten blaasinstrumenten.  Koperen blaasinstrumenten.  Strijkers.  Slagwerk.

• Hoe wordt het vliegen uitgebeeld?

 Door op-en-neer gaande loopjes met korte noten.

 Door hoge en lage trillers.

 Door een heldhaftige melodie.

Toch is de melodie evenwichtig te verdelen in een voor- en nazin (net als bij de klassieken). Zet een komma waar de nazin begint. 9 8 & ##

Hierboven staat het thema van de Walküren. Dit thema is heel heroïsch, wat past bij de goddelijke natuur van de Walküren.

• In de romantiek wordt zo’n heroïsch thema vaak – ook hier – door een bepaalde instrumentengroep gespeeld. Welke instrumentengroep is dat?

 Houten blaasinstrumenten.  Koperen blaasinstrumenten.  Strijkers.  Slagwerk.

• Hoe begint het fragment?  In majeur.  In mineur.

• Hoe eindigt het fragment?  In majeur.  In mineur.

• Hoe vaak heb je het thema dan gehoord (min of meer gevarieerd)?

 Twee keer.  Drie keer.  Vier keer.  Vijf keer.

Na een inleiding door de strijkers wordt onderstaand thema gespeeld.

• Door welk instrument?

• Vanaf maat 9 imiteert een instrument de melodie. Welk instrument is dat?

• Vanaf maat 16 wordt de melodie door een ander instrument overgenomen. Welk?

• Welk instrument imiteert deze melodie?

De spanningsopbouw in de melodie is romantisch. Zo zijn er twee climaxen. In welke maten?

62 VERKENNEN ROMANTIEK
œ j œ ™ œ œ œ ™ œ ™ œ ™ œ œ œ œ ™ œ œ œ œ œ ™ œ ™ œ œ œ œ ‰ 1a 1b C 2a 2b 2c R. WAGNER DER WALKÜRENRITT
1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11 12 13 14 15 16 12 8 & & mf p & mf p 2 œ œœ > œ œ œœ ™ ˙ œ œ œ #- œ ™ œ œ j œ ™ œ œ j œ ™ ™ Œ‰ œ œœ > œ œ œœ ™ ˙ œœœ #- ™ œ œ j œ ™ œ œ j œ œ˙ ™ œ #- œn œœ ™ ˙ œœ #- œœ ™ ˙ œœœ #™ œ œ j œ ™ œ œ j œ œ œ œ œ œ # œ œ . œ #- œœœ ™ ˙ œœ #- œœ ™ ˙ œœœ #- ™ œ œ j œ ™ œ œ j œ P.I. TSJAIKOVSKI ANDANTE CANTABILE, UIT:
5
Opdrachten Opdrachten
SYMFONIE NO.

M. MOESSORGSKI

PROMENADE,

UIT: DE SCHILDERIJENTENTOONSTELLING

Lees de tekst over de muzikale kenmerken nog eens aandachtig. Welke kenmerken van romantische muziek herken je in dit fragment?

In de Schilderijententoonstelling is elk schilderij een apart deel. Tussen die delen door loopt de kijker/luisteraar naar het volgende schilderij. Die tussendelen noemt Moessorgski ‘promenade’. Het thema van de Promenade is één frase die daarna herhaald wordt, als een soort vraag-en-antwoord.

C. SAINT-SAËNS

DANSE MACABRE

Elke Promenade is anders op muziek gezet. Ze verschillen qua tempo, dynamiek maar ook qua meerstemmige schrijfwijze en instrumentatie. Vul de tabel in.

VRAAG

ANTWOORD

Promenade 1  eenstemmig  houtblazers  eenstemmig  houtblazers

 meerstemmig  koperblazers  meerstemmig  koperblazers

 tutti  tutti

Promenade 2  eenstemmig  houtblazers  eenstemmig  houtblazers

 meerstemmig  koperblazers  meerstemmig  koperblazers  tutti  tutti

Promenade 3  eenstemmig  houtblazers  eenstemmig  houtblazers

 meerstemmig  koperblazers  meerstemmig  koperblazers  tutti  tutti

Promenade 4  eenstemmig  houtblazers  eenstemmig  houtblazers  meerstemmig  koperblazers  meerstemmig  koperblazers  tutti  tutti

Danse Macabre van de Franse componist Camille Saint-Saëns is een symfonisch gedicht op het gelijknamige gedicht van Henri Cazalis. Het is een ‘dodendans’ en speelt zich midden in de nacht af op een kerkhof.

Hoe hoor je dat het midden in de nacht is?

‘De dood’ wekt de beenderen tot leven. Als instrument voor de dood of de duivel wordt in muziek vaak de viool gebruikt. Zo ook hier. De viool speelt het volgende:

De viool speelt dit op ‘open snaren’ (zonder de vingers van de linkerhand te gebruiken) waardoor een extra rauwe klank ontstaat. Daarvoor moet wel één snaar omgestemd worden. De normale stemming van de vier vioolsnaren is:

Welke snaar is omgestemd?

De  G. 

63 2d 3 4a 4b
A.
E. 5 4 6 4 5 4 6 4 & bb vraag antwoord œœœœ - œ œœ - œ œœœœœœœœœ - œ œœ - œ œœœœœ3 4 & bb ˙ ˙ ™ ˙ ˙ ™ ™ ˙ ˙ œ œ ˙ ˙ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ & œ œ œ œ
D. 

orkestmuziek

De symfonie blijft in de romantiek een belangrijk orkestwerk. Over het algemeen is de romantische symfonie langer dan de klassieke. Het eerste deel staat nog steeds in de hoofdvorm, maar heeft soms meer thema’s in de expositie. Ook is de doorwerking langer. Verder zijn er plotselinge wisselingen van majeur naar mineur en wordt er gemoduleerd naar minder verwante toonsoorten dan dominant of de mineurparallel. De reprise verschilt vaak flink van de expositie en er kan een lang coda volgen waarin eigenlijk opnieuw sprake is van doorwerking van de thema’s.

VOLGENS DE TEKENAAR

VAN DEZE SPOTPRENT

MAAKT BERLIOZ

WEL ERG VEEL HERRIE.

Kortom, de hoofdvorm wordt aangepast aan de individuele wensen van de componist. Zijn gevoel is de leidraad en niet de regels. De structuur van de hoofdvorm is daardoor moeilijker herkenbaar in een romantische symfonie. Niet de regels, maar de expressie staat voorop.

Programmamuziek is muziek met een buitenmuzikale inhoud. Er wordt een verhaal verteld zonder woorden, een sfeer of een gemoedstoestand neergezet zonder beelden, alleen met muzikale middelen. Er gaat een wereld van gevoelens achter schuil, van angst of verdriet, hoop of wanhoop, opstandigheid of berusting. Het is muziekdrama zonder woorden. Deze vorm is ideaal voor de componist die de regels van de symfonie niet ziet zitten en toch graag voor een groot orkest wil schrijven. Bij programmamuziek is de componist vrijer dan in welke andere muzikale vorm ook. Zijn eigen verbeeldingskracht bepaalt de vorm. Inspiratie haalt een componist uit zijn eigen leven, uit de natuur of uit andere kunstvormen zoals een gedicht, een schilderij of een oude legende. Alles kan de fantasie prikkelen en tot een muzikale verwerking leiden. Die vrijheid maakt programmamuziek bij uitstek geschikt voor de romantiek.

Drank & drugs

De romantische componist lijdt aan de wereld. Het leven is een grote ellende. Maar ellende brengt grote gevoelens en dus grote romantische kunst voort. Hector Berlioz is een mooi voorbeeld. Hij is hopeloos verliefd op een actrice, wordt afgewezen en neemt zijn toevlucht tot drugs. Zijn hallucinaties krijgen hun weerslag in zijn muziek: hij componeert de beroemde Symphonie Fantastique. In de muziek schept hij een droomwereld, compleet met een nachtmerrie over zijn eigen onthoofding. Drie jaar later trouwt hij nota bene met de actrice die hij zo heeft aanbeden, maar het huwelijk wordt een ramp.

Ook de Russische componist Moessorgski kent weinig geluk in zijn leven. Na enig succes met een opera over een Russische tsaar gaat het bergafwaarts met hem. Om rond te komen moet hij een kantoorbaantje nemen. Hij raakt verslaafd aan de drank. Wroeging en schuldgevoel over de dood van zijn beste vriend, een schilder/ontwerper, leiden tot de Schilderijententoonstelling, een programmatisch pianostuk dat pas in de twintigste eeuw populair wordt in de orkestversie van Maurice Ravel.

64 VERKENNEN ROMANTIEK
BEGRIPPEN
5.2 5.2
SYMFONIE De Moldau stroomt onder de bruggen van Praag.

Romantische zielen

Beethoven is de eerste componist wiens leven romantische trekjes heeft. Hij is eigenwijs en radicaal. Hij wenst zich niet te voegen naar de wensen van rijkelui en schrijft muziek zoals hij het wil. Zijn genie wordt wel erkend, maar hij maakt zich steeds onmogelijk door zijn lompe gedrag. Een tragedie dient zich aan in zijn leven: hij wordt doof. Zijn carrière als pianist is voorbij voordat hij vijfendertig is. Hij trekt zich verbitterd terug in zijn wanordelijke huis, omringd door etensresten, vieze kleren en plassen water. Met een paar trouwe vrienden communiceert hij via een notitieboekje. De muziek die in zijn hoofd speelt, blijft hij gelukkig opschrijven, zoals de befaamde Negende Symfonie die hij schreef toen hij volledig doof was.

Franz Schubert kun je de eerste echte romantische componist noemen. Zijn genie werd miskend; hij werd in Wenen beschouwd als een onbeduidende componist van liederen en pianowerkjes. Dat hij een wereldschokkend mooie Achtste Symfonie schreef, heeft niemand tijdens zijn leven geweten. Het stuk bleef namelijk onvoltooid. Waarom is nog steeds een raadsel. Misschien omdat Schubert wist dat het stuk toch nooit uitgevoerd zou worden. Niemand had immers belangstelling voor zijn orkestmuziek. Pas veertig jaar na zijn dood wordt de ‘Onvoltooide’ gevonden in een ladekast. Het leven van Schubert laat de keerzijde zien van de nieuw verworden positie van de romantische kunstenaar. Hij is vrij en ongebonden, maar ook onbegrepen en miskend. Straatarm, ziek, altijd verlangend naar de horizon (‘daar waar ik niet ben, daar is het geluk’, zoals hij het zelf uitdrukte). De onvoltooide symfonie maakt zijn romantische ziel zichtbaar en hoorbaar.

De eerste componist die nadrukkelijk een ‘verhaal’ vertelt binnen het genre van de klassieke symfonie, is natuurlijk weer Beethoven. In zijn Zesde Symfonie schetst hij scènes uit het boerenleven, inclusief een dorpsfeest en een heftig onweer. Nog vernieuwender is de programmamuziek van Hector Berlioz. In 1830 componeerde hij zijn Symphonie Fantastique, waarin hij de luisteraar trakteert op vijf scènes uit zijn leven, met een ongelukkige liefde als

leidraad. Een ander beroemd orkestwerk is De Moldau, waarin de componist Smetana uitbeeldt hoe een klein stroompje in de bergen uitgroeit tot de machtige rivier die door Praag loopt. Het is tegelijkertijd een liefdesverklaring aan zijn vaderland, Tsjechië. Luisterend naar de Schilderijententoonstelling van de Rus Moessorgski, waan je jezelf op een expositie. De muziek laat als het ware de schilderijen tot leven komen.

65
Chefdirigent Riccardo Chailly dirigeert Beethoven.
Beethoven in zijn werkkamer.

Beethoven bouwt het begin van de Negende Symfonie op vanuit het bijna niets: één enkel motief op een eenvoudige begeleiding, allemaal heel zacht.

Welk interval is het motief?

Beschrijf hoe Beethoven het motief ontwikkelt (wat hij ermee doet) in de eerste zestien maten tot het fortissimo.

THEMA

In het begin is het door de triolen in de begeleiding en door dat enkele inter val op en onder de toon a voor de luisteraar (zonder partituur) lang onduidelijk wat de maatsoort en de toonsoort is. Dat wordt pas duidelijk als het thema fortissimo inzet.

Wat is de toonsoort?

Welke akkoordfunctie werd dus uitsluitend gespeeld voorafgaande aan het thema?

Schuberts ‘Onvoltooide’ begint met een thema in de inleiding (zie hieronder).

Geef een reden waarom dit thema zo romantisch klinkt.

Na de inleiding volgt thema 1 (zie hierboven).

• Beschrijf met één enkel woord de sfeer

• Waardoor wordt die sfeer veroorzaakt? Noem in je antwoord muzikale elementen.

66 VERKENNEN ROMANTIEK
° ¢ 2 4 2 4 & b∑ motief ? b pp 3 3 3 3 3 3 3 3 3 3 3 3 3 3 3 3 3 3 3 3 Œ‰≈ œ R Ô œ ‰≈ œ K r œ ‰≈ œ K r œ Œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ 1a 1b 1c 1d 2a 2b L. VAN BEETHOVEN DEEL 1, UIT: SYMFONIE NO. 9 Opdrachten Opdrachten 2 4 & b ff œ R Ô œ œ ™™ œ œ œ œ ™ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ J ≈ œ œ œ œ # ™ ™ j ≈ œ œ œ ™ ™ j ≈ ZIE OOK KENNEN 7 VWO 3 4 ?## ˙ ™ ˙ œ ˙ ™ œ œ œ ˙ œ ˙ ™ ˙ ™ ˙ ™ F. SCHUBERT DEEL 1, UIT: SYMFONIE NO. 8 INT_BB_V_05_N_06 3 4 & ## pp ˙ ™ œ ™ œ œ ˙ ™ œ ™ œ œ ˙ ™ œ ™ œ J œ ˙ œ

J. BRAHMS

DEEL 4, UIT: SYMFONIE NO. 4

L. VAN BEETHOVEN

DEEL 4, UIT: SYMFONIE NO. 6

H. BERLIOZ MARCHE AU SUPPLICE

Het thema van het vierde deel uit deze symfonie van Brahms is niet een melodie, maar een serie akkoorden: acht akkoorden in acht maten. Na het thema volgen (in dit fragment) vier variaties, ook ieder acht maten lang.

B. SMETANA DE MOLDAU

Brahms schrijft boven dit deel: ‘Allegro energico e passionato’ (snel, energievol en gepassioneerd). Welke variatie is het meest gepassioneerd?  Variatie 1.  Variatie 2.  Variatie 3.  Variatie 4.

In dit deel van de Zesde Symfonie (bijgenaamd ‘Pastorale’) beeldt Beethoven een heftige onweersbui uit. Hoe hoor je dat het onweer eraan komt, je er middenin zit en het weer wegtrekt? Gebruik in je beschrijving muzikale termen. Dus niet woorden als ‘gerommel’ of iets dergelijks.

In de Symphonie Fantastique beschrijft Berlioz het verhaal van de kunstenaar die ervan overtuigd is dat zijn liefde niet beantwoord wordt. Hij vergiftigt zichzelf met opium, maar de dosis is niet hoog genoeg. Hij sterft niet maar vervalt in angstdromen. Hij droomt dat hij zijn geliefde vermoord heeft en dat hij onthoofd gaat worden. Dit fragment is het einde: de onthoofding. In die tijd door de guillotine.

• Hoe beeldt Berlioz het optrekken van het guillotinezwaard uit?

• En hoe hoor je dat het zwaard valt? Gebruik muzikale termen in je antwoord.

De Moldau is het tweede deel uit Ma Vlast (Mijn Vaderland) van de Tsjechische componist Bedrich Smetana. Lees eerst de tekst hierover in de paragraaf ‘Orkestmuziek’ (5.2) en ook de paragraaf ‘Nationale scholen’ (5.4).

• Is dit fragment het begin of juist het einde van dit deel?

• Geef ten minste twee redenen voor je antwoord.

Waarom past een dergelijke compositie in de romantiek? Noem twee redenen.

M. MOESSORGSKI

GNOMUS, UIT: DE SCHILDERIJENTENTOONSTELLING

In Gnomus beeldt Moessorgski het schilderij van een gnoom uit, een soort aardmannetje (zoals in Lord of the Rings). Het is een nogal geniepig en schrikachtig gedrocht.

Luister eerst naar de originele pianoversie, daarna naar de orkestversie.

Met een orkest zijn veel meer kleuren mogelijk dan met alleen een piano. Bijvoorbeeld door de inzet van een instrumentengroep die ook voor allerlei effecten kan zorgen.

• Welke instrumentengroep is dat in dit fragment?

• Noem drie instrumenten uit die groep die je in dit fragment hoort.

67 3 4 5 6a 6b 7
3 4 3 4 & # ?# ˙ ˙ ˙ ˙ ™ ™ ˙ ˙ ˙ ™ ˙ ˙ ˙ ˙ ™ ™ ˙ ˙ ˙ ˙ ™ ™ ™ ˙ ˙ ˙ ˙ # # # # ™ ™ ˙ ˙ ˙ ™ ™ ˙ ˙˙ # ™ ˙ ˙ ˙ ˙ # ™ ™ ˙ ˙ ™ ˙ ˙ ˙ ™ ˙ ˙ ™ ˙ ˙ ™ ˙ ˙ ˙ ˙ ˙ ˙ ˙ n ˙ ˙ ˙ #

5.3

BEGRIPPEN LIED COUPLETLIED

GEVARIEERD COUPLETLIED

DOORGECOMPONEERD LIED

WALS

RUBATO

pianomuziek

In de romantiek ontstaat er een grote behoefte aan muziek voor de huiskamer, of liever: voor de salon, de chique huiskamer. Rijke families met muzikale belangstelling verzamelen graag kunstliefhebbers, componisten en musici in hun salons voor een gezellig samenzijn in het teken van de muziek. Het biedt componisten een podium voor hun kleinere werken. Ze bereiken hiermee weliswaar slechts een klein publiek, maar de beslotenheid is ook een voordeel.

In de kleine kring van vrienden vind je begrip en steun, ook financieel!

Het lied met pianobegeleiding is een vorm die in de romantiek zeer populair is. Franz Schubert is hier een pionier, hij componeert alleen al in het jaar 1815 honderdveertig liederen (hij is dan achttien). De succesformule bestaat hieruit: je neemt een romantisch gedicht, bij voorkeur over een ongelukkige liefde, lijden

Erlkönig

en verlangen. Je voorziet de tekst van een mooie, zangerige melodie. Dan komt het belangrijkste, de begeleiding. De pianobegeleiding moet de sfeer van het lied versterken, de tekst en het gevoel erachter uitdrukken. Veel componisten uit de romantiek schrijven liederen, naar het voorbeeld van Schubert. De bekendste is Robert Schumann.

Liederen zijn er in allerlei vormen. De eenvoudigste is het coupletlied, waarbij ieder couplet dezelfde melodie krijgt.

In een gevarieerd coupletlied zijn de coupletten varianten van het eerste couplet en in een doorgecomponeerd lied krijgt ieder couplet andere muziek. Dat geeft de componist meer mogelijkheden voor expressie, want dan kan hij de ontwikkelingen of sfeerveranderingen in de tekst beter volgen in de melodielijn en de begeleiding.

Een van de eerste liederen van Schubert is de ballade Erlkönig

Een ballade is een gedicht waarin een compleet verhaal wordt verteld.

In deze ballade van de dichter Goethe wordt het verhaal verteld van een vader die met zijn zieke zoontje naar huis rijdt op zijn paard.

Het zoontje heeft koorts en ijlt, hij ziet de boze Erlkönig die hem probeert het bos in te lokken. Zijn vader probeert hem gerust te stellen, maar het kind wordt steeds koortsiger en banger.

De (denkbeeldige?) Erlkönig wordt steeds opdringeriger. Hij trekt het kind naar zich toe. Geeft het kind zich aan hem over? De vader rilt.

Als hij eindelijk zijn huis bereikt, is het te laat ...

68 VERKENNEN ROMANTIEK
Avond in een salon in Wenen,
5.3 liederen en
kamerconcert van Franz Schubert.

Idolen

Twee pianisten, allebei immigranten, maken de tongen los in de upper class van Parijs rond 1830. De één komt uit Polen, de ander uit Hongarije.

De Pool is gevoelig, een beetje ziekelijk, en hij heeft een fluwelen aanslag op de piano. Zijn naam: Frédéric Chopin.

De Hongaar heeft een vurig karakter, handen zo groot als etensborden en hij speelt menig piano volledig aan barrels.

Zijn naam: Franz Liszt. Ze spelen in de salons altijd hun eigen composities en ze groeien uit tot supersterren.

BINNENWERK VAN EEN PIANO: VIA EEN INGENIEUS MECHANIEK BRENGEN DE TOETSEN DE HAMERTJES IN BEWEGING, DIE SLAAN TEGEN DE SNAREN EN VALLEN DIRECT WEER TERUG IN HUN UITGANGSPOSITIE.

In de negentiende eeuw heeft iedere zichzelf respecterende familie met een flink huis en wat geld wel een piano in de salon staan, of liever een vleugel. De vraag naar piano’s is groot en de fabrieken draaien op volle toeren. In de eerste helft van de negentiende eeuw wordt het instrument op nog een paar punten verbeterd. Door een betere hamertechniek is snelle toonherhaling mogelijk. Een extra pedaal zorgt ervoor dat het hele blok met dempers opgetild wordt zodat de pianist vloeiender kan spelen en de toon lang doorklinkt als hij dat wil. Het gietijzeren frame zorgt ervoor dat de snaarspanning verhoogd kan worden.

Daardoor is het mogelijk een

Rijke bankiersvrouwen willen pianoles van Chopin en de vingertoppen van Liszt kussen. Ze drinken zelfs het laatste slokje thee uit zijn kopje als hij even niet kijkt. Met Chopin loopt het niet goed af. Hij wordt doodziek en sterft in 1849, negenendertig jaar oud. Een idool blijft

hij: nog steeds bezoeken veel mensen zijn graf in Parijs – al is zijn hart naar Polen gesmokkeld en ingemetseld in een kerkpilaar in Warschau. Liszt wordt op latere leeftijd het sterrendom beu.

Hij laat zich tot priester wijden en wordt voorvechter van vooruitstrevende muziek. Zijn dochter trouwt met een ander idool, de vooruitstrevende componist Richard Wagner.

instrument te bouwen, dat dus een vollere klank heeft en een groter bereik. Zo worden grote dynamische verschillen en virtuozer spel mogelijk en dat is precies wat de componisten van romantische pianomuziek, zoals Chopin en Liszt, willen.

Chopin componeert bijna uitsluitend pianomuziek. Zijn stukken hebben sfeervolle titels, zoals Nocturne, Ballade en Berceuse. Ook schrijft hij dansen zoals de wals, mazurka en polonaise (waarmee hij zijn Poolse afkomst verraadt).

De pianowerken roepen altijd een bepaalde sfeer of emotie op. Typerend voor Chopin is het gebruik van rubato. Dat betekent: vrij in tempo of letterlijk: ‘geroofd’, dus als je ergens vertraagt, moet je verderop in de maat weer iets versnellen.

Liszt is de grootste pianovirtuoos van de romantiek. Veel van zijn stukken hebben als voornaamste doel het tonen van zijn fabelachtige techniek. Ze laten ook mooi zien wat er mogelijk is op een moderne piano.

69
De dames in katzwijm bij een optreden van Liszt.

Opdrachten Opdrachten

Wer reitet so spät durch Nacht und Wind? Wie rijdt daar zo laat door nacht en wind?

Es ist der Vater mit seinem Kind. Het is de vader met zijn kind.

Er hat den Knaben wohl in dem Arm, Hij draagt de jongen in zijn arm, Er faßt ihn sicher, er hält ihn warm. houdt hem stevig vast, houdt hem warm.

Mein Sohn, was birgst du so bang dein Je gezicht zo bang, wat is het dat je ziet?

Gesicht?

Siehst Vater, du den Erlkönig nicht! Maar vader, zie je de Erlkoning dan niet!

Den Erlenkönig mit Kron’ und Schweif? De Erlkoning met kroon en staart?

Mein Sohn, es ist ein Nebelstreif. Mijn zoon, het is mist die rondwaart.

Du liebes Kind, komm geh’ mit mir! Och lief kind, kom laten we gaan!

Gar schöne Spiele, spiel ich mit dir, Ik heb leuke spellen voor je staan, Manch bunte Blumen sind an dem Strand, Het strand is met bonte bloemen overladen

Meine Mutter hat manch gülden Gewand. Mijn moeder heeft vele gouden gewaden.

Mein Vater, mein Vater, und hörest du nicht, Mijn vader, mijn vader, hoor je niet

Was Erlenkönig mir leise verspricht? Wat de Erlkoning mij zachtjes aanbiedt?

Sei ruhig, bleibe ruhig, mein Kind, Wees rustig, blijf kalm, mijn kind, In dürren Blättern säuselt der Wind. In het dorre blad ruist de wind.

Willst feiner Knabe du mit mir geh’n? Wil jij, lieve knaap, niet met mij gaan?

Meine Töchter sollen dich warten schön, Mijn dochters wachten niet ver hier vandaan,

Meine Töchter führen den nächtlichen Reihn Mijn dochters leiden de dans in de nacht

Und wiegen und tanzen und singen dich ein. Wiegen je, dansen en zingen heel zacht.

Mein Vater, mein Vater, und siehst du nicht Mijn vader, mijn vader, word je niet daar dort

Erlkönigs Töchter am düsteren Ort? Erlkonings dochters in het duister gewaar?

Mein Sohn, mein Sohn, ich seh’s genau: Mijn zoon, mijn zoon, ik zie het heel goed: Es scheinen die alten Weiden so grau. Het zijn oude weiden met een grauwe gloed.

Ich lieb dich, mich reizt deine schöne Gestalt, Ik hou van je, ben erg op je gestalte gesteld,

Und bist du nicht willig, so brauch ich Gewalt! En kom je niet gewillig, dan gebruik ik geweld!

Mein Vater, mein Vater, jetzt faßt er mich an, Mijn vader, mijn vader, nu raakt hij me aan, Erlkönig hat mir ein Leids getan. De Erlkoning heeft mij pijn gedaan.

Dem Vater grauset’s, er reitet geschwind, De vader gruwelt, hij rijdt gezwind, Er hält in den Armen das ächzende Kind, In zijn armen het kreunende kind, Erreicht den Hof mit Mühe und Not, Hij bereikt het erf met moeite en in nood, In seinem Armen das Kind war tot. In zijn armen zijn kindje: dood.

1a

In de tekst ‘spreken’ drie personages.

• Noteer voor de tekst wie er spreekt: de vader (V), het kind (K) of de Erlkoning (E). Laat het eerste en laatste couplet buiten beschouwing.

• Hoe hoor je in de zang wie van de drie personen spreekt? Denk aan de feitelijke noten, maar ook aan hoe de zanger het zingt.

70 VERKENNEN ROMANTIEK

Welk type lied is dit?

 Een (gevarieerd) coupletlied.  Een doorgecomponeerd lied.

De pianobegeleiding is voor de sfeer van het lied erg belangrijk. Welk element uit het lied hoor je het meest in de pianobegeleiding?

 Het verleiden van de Erlkoning.

 Het haastige rijden van de vader.

 De pijn van het zieke kind.

Fremd bin ich eingezogen, fremd zieh’ ich wieder aus

Der Mai war mir gewogen mit manchem Blumenstrauss

Das Mädchen sprach von Liebe, die Mutter gar von Eh’

Das Mädchen sprach von Liebe, die Mutter gar von Eh’

Nun ist die Welt so trübe, der Weg gehüllt in Schnee

Nun ist die Welt so trübe, der Weg gehüllt in Schnee.

Je ziet de eerste strofe van Gute Nacht, een lied uit de liedercyclus Die Winterreise van Franz Schubert.

Zet voor elke regel een vormletter. Gebruik ook accenten als dat nodig is.

Luister naar het hele lied. Welk type lied is dit?

 Een (gevarieerd) coupletlied.

Welke uitspraak over de toonsoort is juist?

 Een doorgecomponeerd lied.

 Die is het hele lied majeur.  Die is majeur, maar één couplet mineur.

 Die is het hele lied mineur.  Die is mineur, maar één couplet majeur.

In deze romantische compositie voor piano zit de melodie in de middenstem, verstopt in de akkoorden (zie de rode noten).

Vergelijk de middenstem met de bovenstem. Wat is juist?

 De bovenstem is precies hetzelfde als de middenstem.

 De toonhoogte van de bovenstem is hetzelfde, het ritme niet.

 Het ritme van de bovenstem is hetzelfde, de toonhoogte niet.

 De bovenstem verschilt van de middenstem, zowel in het ritme als in de toonhoogte.

Beluister de hele prélude.

De pianist speelt met het tempo. Hij vertraagt en versnelt om het spel expressiever te maken. Dit heet:

 rubato.  chromatiek.  accelerando.  articulatie.

De compositie eindigt met een gebroken drieklank. Welke toon wordt als laatste gespeeld?  De grondtoon.  De terts.  De kwint.

Liszt beeldt in Chasse-neige een sneeuwstorm uit. Het is een van de etudes uit Etudes d’exécution transcendante. Dit betekent zoveel als: etudes voor bovenaardse prestaties.

Leg uit waarom deze muziek alleen op een moderne piano of vleugel gespeeld kan worden.

De etudes van Liszt zijn bovenaards moeilijk. En, hoewel het in de eerste plaats een mooi stuk is, blijft het een etude, een oefenstuk voor je techniek. Welk technisch aspect wordt in deze etude vooral geoefend? Het spelen van:  versieringen.  rubato.  toonladders.  akkoorden.

71 1b 1c 2a 2b 2c 3a 3b 3c 4a 4b F. CHOPIN PRÉLUDE NO. 1, OP. 28 F. LISZT CHASSE-NEIGE { 2 8 2 8 & 3 3 3 ? mf 3 ≈ œ œ œ œ œ œ œ ≈ œ œ œ œ œ œ œ ≈ œ œ œ œ œ œ œ ≈ œ œ œ œ œ œ œ ≈ œ œ œ œ œ œ œ ≈ œ œ œ ‰ œj œ œ ≈ œ œ œ ‰ œj œ œ ≈ œ œ œ ‰ œj œ œ ≈ œ œ œ ‰ œj œ œ ≈ œ œ œ ‰ œj œ œ

BEGRIPPEN

TONALE MUZIEK CADENS

NATIONALE STIJLEN/SCHOLEN

LEITMOTIV

SYMFONISCH GEDICHT

OPPERGOD WODAN STRAFT

ZIJN DOCHTER BRÜNNHILDE

MET EEN RING VAN

ONDOORDRINGBARE VLAMMEN

en de grenzen van nationale scholen
tonale muziek

In de laatste dertig jaar van de negentiende eeuw zijn er twee belangrijke trends: een groeiend nationaal bewustzijn en een langzame afbrokkeling van de tonale muziek. We noemen deze periode de laat-romantiek.

De tonale muziek (majeur en mineur) heeft de muziek eeuwenlang beheerst. In de muziek uit de barok en het classicisme zijn de harmonische functies (tonica, dominant, subdominant) altijd duidelijk hoorbaar. Om de zoveel maten hoor je wel weer een cadens. Maar in de romantiek komt de tonaliteit onder druk te staan door experimenten met bijzondere akkoorden, chromatiek en ‘vreemde’ modulaties.

Een componist als Richard Wagner stelt de terugkeer van de tonica soms zo lang uit dat de luisteraar zijn gevoel voor de grondtoon kwijtraakt. Na Wagner verleggen componisten als Mahler en Richard Strauss 5.4

IN DE RING DES NIBELUNGEN VAN RICHARD WAGNER.

de grens nog een stukje. Uiteindelijk leidt dit tot de breuk met de tonaliteit in de twintigste eeuw.

Het opkomende nationalisme in Europa maakt dat jonge componisten uit bijvoorbeeld Rusland, de Slavische landen en Scandinavië belangstelling krijgen voor de volksmuziek van hun land. Door het gebruik van volksliederen geven ze hun composities een heel eigen geluid. Er ontstaan daardoor nationale stijlen in plaats van de internationale ‘eenheidsworst’. Daarmee zetten ze zich af tegen de heersende muziek uit West-Europa (met name Duitsland). Tegelijk promoten ze de cultuur van hun eigen land. Hun muziek slaat aan, ook buiten de grenzen van hun land, juist vanwege het exotische element. Wat van ver komt, is aantrekkelijk, zeker in de romantiek.

In 1876 gaat de langste en grootste opera ooit in première: de Ring des Nibelungen van Richard Wagner. Het stuk duurt in totaal zestien uur en is over vier avonden uitgesmeerd. Het stuk (een bewerking van een Noorse mythe) is een sensatie. Heel Europa raakt in de ban van ‘de Ring’, of liever: in de ban van Wagner. Het publiek dweept met zijn muziek of walgt ervan. Componisten bewonderen het genie Wagner, maar proberen tegelijkertijd zijn muziek niet te imiteren. ‘Kwalijke dampen waar iedereen door wordt besmet’, zegt de Franse componist Debussy over Wagners muziek. Wagner is bedwelmend, extatisch, onontkoombaar; het toppunt van romantiek. Maar ook het einde ervan. Het einde van de tonaliteit bijvoorbeeld wordt al ingeluid met Tristan und Isolde, een muziekdrama uit 1859. Het stuk begint met een bizar akkoord waar geen muziektheoreticus raad mee weet. In de vier uur muziek die volgt wordt de grondtoon niet één keer gespeeld; onbereikbaar en onvervuld zoals de onmogelijke liefde tussen Tristan en Isolde.

72 VERKENNEN ROMANTIEK
5.4 In de ban van Wagner de
Russische dans uit De Notenkraker, ballet van Tsjaikovski.

Opdrachten Opdrachten

R. WAGNER VORSPIEL,

UIT: TRISTAN UND ISOLDE

Tristan en Isolde zijn geliefden. Doordat ze (per ongeluk) van een liefdesdrank gedronken hebben, zullen ze voor eeuwig naar elkaar verlangen. Maar ze zullen elkaar nooit ‘krijgen’, want Isolde is getrouwd met een ander.

Wagner is de eerste componist die in zijn opera’s ‘leitmotiven’ gebruikt. Een leitmotiv is een muzikaal motief dat verbonden is aan een personage, een voorwerp of een gebeurtenis. Sindsdien hebben velen hem dat nagedaan (bijvoorbeeld het motief voor Darth Vader in de Star Wars-films).

Tristan und Isolde begint met het volgende leitmotiv:

R. WAGNER ISOLDES LIEBESTOD,

UIT: TRISTAN UND ISOLDE

Dit leitmotiv staat voor het verlangen dat nooit vervuld wordt; een typisch romantisch onderwerp. Dat komt door de halve toonsafstanden in de melodie, eerst dalend in de celli dan stijgend in de hobo. En ook door de akkoorden. Het eerste akkoord bijvoorbeeld –onder musicologen bekend als het Tristan-akkoord –, is heel merkwaardig in de toonsoort (lees hiervoor ‘In de ban van Wagner’).

Luister alleen naar dit eerste begin.

• Het stuk staat in a mineur. Kijk naar het laatste akkoord. Dit is een:

 Am.  Em.  E.  E7.

• Dat is in a mineur de:  tonica.  subdominant.  dominant.

Zo’n akkoord wil terug naar de grondtoon (oplossen). Maar dat doet Wagner niet. Sterker nog, hij laat een lange rust vallen: onvervuld verlangen!

Luister nu naar het hele fragment. Daarin hoor je drie keer het leitmotiv, van elkaar gescheiden door rusten. Er zijn verschillen tussen die drie keer.

• Wat is een verschil tussen de eerste en de tweede keer?

• De derde keer verschilt flink van de eerste twee. Noem twee verschillen.

Aan het einde van de opera worden Tristan en Isolde eindelijk verenigd – in de dood. Tristan is zwaar gewond en sterft. Isolde sterft daarop een dramatische (maar heel romantische!) ‘liefdesdood’.

Als Isolde sterft, wordt het leitmotiv nog één keer gespeeld.

• Welk gedeelte?

 De dalende chromatische lijn van de celli.

 De stijgende chromatische lijn van de hobo.

• Deze laatste keer volgt er wel een oplossing; het verlangen is beëindigd.

Het slotakkoord brengt rust. Dit slotakkoord is:  majeur.  mineur.

73
1 2
1a 1b 2
{
8
8 & ä celli hobo ä ## n# ? ∑ ∑ œ J œ ™ œ œ œ J ˙ ™ œ œ j œ ™ œ j œ œ J œ j ‰‰Œ Œ ‰ ˙ ˙ ™ œ #œ œ œ J ‰‰
6
6
>

Opdrachten Opdrachten

De serie Slavische dansen (acht stuks) die de Tsjechische componist Antonin Dvorak componeerde in 1878, maakte hem in één klap beroemd. Met deze dansen gaf hij blijk van zijn eenvoudige boerenafkomst en zijn trots op zijn land. Deze dans, nummer 1 uit de serie, heet Furiant

Hier staan vier kenmerken van de eerste dans. Welke van die kenmerken is belangrijk voor elke dans?

 De eenvoudige melodie.  Het strakke ritme.  De luide dynamiek.  Het hoge tempo.

Het begin van de dans bestaat uit deel A en deel B. De A staat al in de partituur. Schrijf de B op de juiste plek.

R. STRAUSS

ALSO SPRACH ZARATHUSTRA

Noem een contrast tussen de A en de B, gelet op:

• dynamiek:

• instrumentatie:

Een ander contrast tussen de A en de B is de maatsoort. Er staat 3/4 aan het begin. Maar: als je meetikt lijkt het alsof één gedeelte in een 2/4-maat staat.

Zo’n accentverschuiving in een 3/4-maat noem je een hemiool . In welk gedeelte zitten die hemiolen?

 Het A-gedeelte.  Het B-gedeelte.

Er is ook een contrast in toonsoort tussen de A en de B. Het A-gedeelte staat in C majeur, het B-gedeelte in A majeur. Hoe noem je de relatie tussen die twee toonsoorten?

Wat is de vorm van de hele dans?

 A – B – A – A  A – B – A´ – A  A – B – A´ – A´´  A – B – A

Also Sprach Zarathustra is een symfonisch gedicht van Richard Strauss (niet die van de walsen), vrij naar een gedicht van Nietsche. Zarathustra is een man die op zijn dertigste zijn thuis verlaat en de bergen in trekt. Daar verblijft hij tien jaar. In die jaren krijgt hij er geen genoeg van zijn ziel te onderzoeken en van zijn eenzaamheid te genieten. Maar dan ontwaakt hij op een morgen bij zonsopgang en hij spreekt de zon aan.

In dit fragment ‘hoor’ je het opkomen van de zon, zo beeldend op muziek gezet dat je het bijna voor je ziet. Hoe heeft Strauss dat gedaan? Gebruik muzikale termen.

74 VERKENNEN ROMANTIEK 3a 3b 3c 3d 3e 3f 4
– B
A. DVORAK SLAVISCHE DANS NO. 1, OP. 46 1 ™ ™ A 10 ™ ™ 18 1. ™ ™ 2. 3 4 & & & ˙ ˙ ˙ ˙ ˙ ˙ ˙ U ™ ™ ™ ™ ™ ™ ™ œ œ œ œ œ ˙ > œ > œ > œ > œ ˙ > œ œ œ œ œ ˙ > œ œ œ œ ˙ > œ œ œ œ œ ˙ > œ > œ > œ > œ ˙ > œ œ œ œ œ ˙ > œ œ œ œ J‰ œ > œ > œ J ‰ ˙ > œ œ œ . œ œ œ œ œ œ . ˙ œ œ œ . œ œ œ œ œ ˙ œ œ œ œ œ œ œ ˙ VWO

Twintigste eeuw Twintigste eeuw

Rond 1900 is Europa de motor van de wereld. Geen ander deel van de wereld is technisch, economisch en cultureel zo dynamisch als Europa. Maar dan komt de catastrofe. Nog geen halve eeuw later ligt het werelddeel in scherven door een vernietigende kracht die de wereld nog nooit gezien heeft. In twee wereldoorlogen worden meer mensen gedood dan in alle eerdere oorlogen bij elkaar. Economische ellende en de verschrikkingen van fascistische en communistische dictaturen hebben Europa verlamd. Amerika neemt de rol van politieke en culturele grootmacht over.

De kunst van de twintigste eeuw breekt met het verleden. Kijk hoe Picasso in het schilderij Viool en Druiven de viool ‘uit elkaar trekt’ waardoor hij nog net herkenbaar is, maar niet meer echt lijkt op een viool. De schilderkunst wordt abstract. Mondriaan gaat heel ver in die abstractie: er blijven alleen een paar lijnen over. Hoe nu verder? Dat is de vraag die steeds opnieuw gesteld wordt en die iedere kunstenaar op zijn eigen manier beantwoordt.

In de muziek is er ook een grote breuk. De tonaliteit, die sinds de barok vorm en richting heeft gegeven aan de muziek, lijkt uitgeput en wordt overboord gezet. In de zoektocht naar nieuwe vormen en nieuwe klanken duikt de ene na de andere stijl op: impressionisme, expressionisme, neoclassicisme.

75
Piet Mondriaan, Victory boogie woogie (1943). pablo Picasso, Viool en druiven (1912).

6.1 6.1 impressionisme

BEGRIPPEN

IMPRESSIONISME

PENTATONISCHE TOONLADDER

HELETOONSTOONLADDER

KERKTOONSOORTEN

OVERGANGSDYNAMIEK

PULS

VRIJE RITMIEK

DEMPER

Aan het begin van de twintigste eeuw zit de muziek op een dood spoor. De componisten uit de romantiek hebben vrijwel alle mogelijkheden om expressieve muziek te maken binnen de grenzen van de tonaliteit verkend. Er moet een nieuw geluid komen en daarvoor moet eerst gebroken worden met de dwang van de majeur- en mineurtoonladders. Een nieuwe generatie componisten ervaart die tonaliteit als een beperking.

Het eerste echt nieuwe geluid komt uit Frankrijk. Op de Wereldtentoonstelling van 1889 hoort Claude Debussy een Javaans

Het impressionisme in de muziek heeft een aantal kenmerken.

• Het gebruik van andere toonladders dan majeur en mineur, zoals de pentatonische toonladder, de heletoonstoonladder en kerktoonsoorten Met deze vreemde toonladders worden geen afgeronde melodieën gemaakt, maar melodische flarden die zomaar ineens verschijnen en weer verdwijnen.

• Een voorkeur voor zachte dynamiek. Overgangsdynamiek wordt veel toegepast, dat wil zeggen dat de toonsterkte aanzwelt en weer afneemt.

• De afwezigheid van een duidelijke puls

gamelanorkest

gamelanorkest dat uit gongs en metallofoons bestaat. Het lijkt wel muziek van een andere planeet. De bijzondere klank en de pentatonische toonladders maken diepe indruk op de jonge componist. Zijn muziek wordt er sterk door beïnvloed, en gaat ook echt anders, nieuw en fris klinken. De muziek van Debussy is sfeervol en vaak rustig. Het is muziek die beelden oproept en mede daardoor in verband wordt gebracht met het impressionisme in de schilderkunst. Net als de impressionistische schilders zoals Monet ‘schildert’ Debussy de zee, wolken, het maanlicht met muzikale middelen.

Vrije ritmiek en maatwisselingen maken het moeilijk om de tel te vinden. Ook dit draagt bij aan het dromerige karakter.

• Bij een stuk voor orkest is het gebruik van de instrumenten bijzonder. Er is een groot orkest nodig, maar het speelt zelden op volle kracht. De strijkers worden gesplitst in soms wel twaalf partijen. Fluit en hobo spelen vaak solo’s en de koperen blaasinstrumenten spelen met een demper. De harp en allerlei soorten slagwerk geven een speciale klankkleur.

• Impressionistische stukken hebben een heel vrije vorm; ze zijn zelfs bijna vormloos. Het is vaak programmamuziek.

76 VERKENNEN TWINTIGSTE EEUW
Claude Monet, Impressie, zonsopgang (1872).
AFFICHE VOOR DE WERELDTENTOONSTELLING 1889 IN PARIJS, MET DE GLOEDNIEUWE EIFFELTOREN ALS BLIKVANGER.

Nuages (wolken) is één van de drie nocturnes die de Franse componist Claude Debussy schreef voor orkest.

Welke kenmerken van het impressionisme herken je? Omcirkel de juiste woorden. geen afgeronde melodieën – zachte dynamiek – overgangsdynamiek – vrije ritmiek – solo voor hobo – solo voor fluit – dempers – strijkers uitgesplitst over veel partijen – harp – programmamuziek

Aan het einde van het fragment wordt onderstaande melodie gespeeld:

Welke toonladder wordt hier gebruikt?  Majeur.  Mineur.  Pentatonisch.  Chromatisch.

Ravel componeerde Pavane pour une Infante Défunte (pavane voor een overleden prinses) met alle kleuren van een groot orkest. Het begin van het fragment staat hieronder.

• Welk instrument speelt in maat 2 (niet zichtbaar in de noten) een arpeggio?

• Hoe bewegen de strijkersakkoorden onder haak 1 zich?

• De klarinetten spelen onder haak 2 een chromatisch loopje. Welke toon ontbreekt?

Na bovenstaande regel eindigt de pavane met het hoofdthema:

De violen spelen het thema, maar gemengd met een ander instrument.

• Welk instrument is dat in regel 1?

• En in regel 2 (eerste helft)?

Luister naar de begeleiding van de eerste regel. Wat speelt de harp?  Melodie.  Arpeggio’s.  Gebroken akkoorden.

De strijkers eindigen met flageoletten (boventonen); dat geeft een extra dromerige klank. Hoe herken je de flageoletten in de notatie?

77
1a 1b 2a 2b 2c 2d
6 4 & ##### ÓŒ ˙ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ ˙ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œw
RAVEL PAVANE POUR UNE INFANTE DÉFUNTE 1 2 3 4 5 6 c 2 4 & bb 1 b 2 b ∑ 3 œ J œ œ œ œ œ œn œ œn œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œœnœ ™ œ J œj œ œj œ œ œ œ œ œ œ œ j œ Œ œ 1 5 10 c & # pp & # 3 ˙ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ ˙ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ w œ œ œ œ Œ ˙ œ ˙ œ œ œ œ œ œ œ œ ˙ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ ˙ ˙ œœ~ ~
Opdrachten Opdrachten
M.

6.2 6.2

BEGRIPPEN

DISSONANTEN

MAATWISSELINGEN

SYNCOPEN

ACCENTEN

SLAGINSTRUMENTEN

volksmuziek inspiratie uit

Het impressionisme wordt niet door veel componisten overgenomen. Iedereen probeert op zijn eigen manier een nieuw geluid te creëren. Zo ontstaat er een grote verscheidenheid aan stijlen in de twintigste eeuw. De Russische componist Igor Stravinsky en de Hongaarse componist Béla Bartók hebben het niet zo op de zachte, gladgestreken klanken van het impressionisme. De rauwe, primitieve volksmuziek van hun land inspireert hen tot nieuwe geluiden. Bartók struint zelfs met een opnameapparaat het Roemeense en Hongaarse platteland af om in afgelegen dorpjes volksliederen te verzamelen. Stravinsky gebruikt flarden van volksmelodieën in zijn beroemde Le Sacre du Printemps (het lenteoffer), muziek voor een ballet: bij een primitieve volksstam moet een meisje zich dood dansen om het begin van de lente te vieren. De op volksmuziek geïnspireerde compo-

Première

sities van Stravinsky en Bartók zijn niet voor gevoelige oortjes. Er klinken veel dissonanten en de akkoorden zijn complexe ‘meerklanken’ van soms wel acht verschillende tonen. Van afgeronde melodieën is geen sprake, eerder van melodische fragmenten. De muziek is heel ritmisch, maar de ritmes zijn zeer onregelmatig: door maatwisselingen, syncopen en accenten op onverwachte momenten word je steeds op het verkeerde been gezet. Door de nadruk op ritme worden de slaginstrumenten steeds belangrijker. De piano wordt ook vaak als een slaginstrument gebruikt, bijvoorbeeld als een soort xylofoon. De tijd van de vloeiende en gevoelige romantische pianomuziek is ten einde. Hard, ruw op het barbaarse af, maar ook opzwepend en vitaal. Aan het begin van de twintigste eeuw wijst de muziek van componisten als Bartók en Stravinsky in een nieuwe richting.

In de lente van 1913 gaat in Parijs het ballet Le Sacre du Printemps in première. Het loopt uit op een rel. Al bij de eerste maten klinkt er hoongelach en gefluit. Het rumoer zwelt aan tot een gebulder dat nog oorverdovender is dan Stravinsky’s muziek. Voor- en tegenstanders van de componist vliegen elkaar in de haren. De technici laten de zaallichten aan- en uitgaan om orde te scheppen. In de coulissen staan Stravinsky en de choreograaf Nijinsky (ook de beroemdste danser uit die tijd) op een stoel de maatcijfers en dansfiguren naar de dansers te schreeuwen omdat ze door het kabaal de muziek niet kunnen horen. Het beschaafde Parijse publiek blijkt ineens barbaarser en primitiever dan de Russische volksstam die Stravinsky in dans en muziek wil laten zien.

78 VERKENNEN TWINTIGSTE EEUW
IGOR STRAVINSKY.
Sacre du Printemps.
Dansers uit Le

Opdrachten Opdrachten

DANSE DES ADOLESCENTES, UIT: LE SACRE DU PRINTEMPS

De Danse des Adolescentes (dans van de jonge meisjes) is een deel uit Le Sacre du Printemps van de Russische componist Igor Stravinsky.

Aan de basis van de dans ligt een samenklank in de strijkers. Die samenklank wordt heel ritmisch gespeeld met veel accenten.

Welk teken wordt in muzieknotatie gebruikt om een accent aan te geven?

B.

DELLE COPPIE, UIT: CONCERT VOOR ORKEST

• Zijn de accenten regelmatig?  Ja.  Nee.

• Wie versterken de accenten?

 Houten blaasinstrumenten.  Koperen blaasinstrumenten.  Slagwerk.

• Uit hoeveel verschillende tonen bestaat de samenklank?

 Vier.  Vijf.  Zes.  Zeven.  Acht.

• De samenklank is:  consonant.  dissonant.

Boven dit ritmische patroon worden allerlei motieven gespeeld. Bijvoorbeeld door de trompet:

Beschrijf dit motief door één melodisch en één ritmisch aspect te noemen:

Melodie:

Ritme:

Bartók componeerde zijn Concert voor Orkest in 1943, vlak na zijn vlucht uit Hongarije naar Amerika tijdens de Tweede Wereldoorlog. De naam ‘concert voor orkest’ is opmerkelijk. Een concert is immers meestal voor een solist en een symfonie voor een orkest. Hij koos deze naam vanwege de solistische en virtuoze rol die hij verschillende orkestinstrumenten gaf, bijvoorbeeld in dit tweede deel.

Het deel begint met een ritmische inleiding. Door welk slaginstrument?

Gioco delle Coppie betekent ‘spel der paren’. Na de introductie speelt telkens een instrumentenpaar een thema (begeleid door strijkers). Elk paar speelt parallel in een interval dat de hele solo hetzelfde blijft.

Hierboven staat het begin van elk instrumentenpaar. Vul de tabel in.

79 1a 1b 1c 2a 2b
     
PAAR
PAAR
PAAR
PAAR
PAAR
Instrument Interval (volledige benaming) { Strijkers 2 4 2 4 & bbb ? bbb œ œœ b œ œœ œ œœ œ œœ œ œ œ bœœbb œ œ œ œœ œ œ œ œœ œ œ œ œœ 2 4 & 3 3 œ œ œ œ œ œ 2 4 & Paar 1 Paar 2 Paar 3 Paar 4 Paar 5 3 œ œ # œ œ # œ œ œ œ œ œ œ œ . b œ œ #- ™ œ #œ œ œ œ œ œ œ œ œ ≈ œ œ # # œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ # # œ # ™ œ # œ œ ™ œ œ œœœœ . bb j ‰ œ œ > œœ U œ ≥ œ ∏ ∏ ∏
1
2
3
4
5

Wassily Kandinsky, Eerste abstracte aquarel (ca. 1910).

De ontwikkeling in muziek en beeldende kunst gaat gelijk op. De muziek van het expressionisme is atonaal en de beeldende kunst wordt abstract.

BEGRIPPEN

EXPRESSIONISME

ATONAAL

DISSONANT

SFORZANDO

TWAALFTOONSMUZIEK

CHROMATISCHE TOONLADDER

TWAALFTOONSREEKS

KREEFTGANG

OMKERING

ARNOLD SCHÖNBERG, FOTO DOOR MAN RAY.

en twaalftoons ... expressionisme muziek

‘Expressionisme’ is een term uit de schilderkunst, net als impressionisme. Het impressionisme laat de buitenwereld door de ogen van de schilder of de componist zien. Het expressionisme laat de innerlijke wereld van de kunstenaar zien. In die zin is het expressionisme een vervolg op de romantiek, waar de uitdrukking van persoonlijke gevoelens ook centraal stond. Het gaat alleen om heel andere gevoelens, namelijk die van de moderne mens in een moderne wereld: machteloosheid, verlatenheid en diepe angst.

Het expressionisme heeft een aantal kenmerken, die je ook in de muziek van Stravinsky aantreft.

• De muziek is atonaal, dat wil zeggen dat er geen grondtoon is. Ook andere toonladders, zoals de impressionisten gebruikten, worden vermeden.

• De s amenklanken zijn zeer dissonant

• De dynamiek is vaak luid, er zijn harde en onverwachte accenten, zoals sforzando.

Het expressionisme geeft een pessimistische kijk op de mens en de wereld. De psychologie aan het begin van de twintigste eeuw leert dat de mens wordt geleid door primitieve driften die hij tevergeefs probeert te verstoppen. De gruwelen van de zinloze en mensonterende Eerste Wereldoorlog geven voeding aan die gedachte. Het expressionisme is een Duitse stijl. De belangrijkste componisten van het expressionisme zijn Arnold Schönberg en zijn leerlingen Alban Berg en Anton Webern. Ze werken alle drie in Wenen.

• De melodieën zijn fragmentarisch, grillig en nauwelijks na te zingen (ze zijn niet op ‘logische’ volksmelodieën gebaseerd zoals bij Stravinsky en Bartók).

• De ritmes zijn complex.

• De muzikale vorm is vrij en volgt vaak een tekst.

• Er is (bij orkestmuziek) een grote bezetting met veel slagwerk.

80 VERKENNEN TWINTIGSTE EEUW 6.3 6.3

Hieronder:

Edvard Munch, De Schreeuw (1893).

Munch was een voorloper van het expressionisme.

Alweer Wenen

Haydn, Mozart en Beethoven zijn de geschiedenis in gegaan als de Weense klassieken. Na honderd jaar is hun naam en faam nog altijd wijdverspreid. Maar in de jaren twintig van de twintigste eeuw is er in Wenen een nieuw trio componisten actief: Schönberg en zijn leerlingen Berg en Webern. De Weense modernen zou je ze kunnen noemen, want hun muziek is nieuw, anders en in geen enkel opzicht vergelijkbaar met die van de Weense klassieken. Liever noemen ze zichzelf de Tweede Weense School. Een ‘school’, want ze wijzen immers de weg naar de toekomst van de muziek en ze weten zeker dat ze volgelingen zullen krijgen met hun twaalftoonsmuziek. Veel waardering krijgen ze niet. Enkele reacties zijn: ‘Dolle-kattenmuziek’ en: ‘Die Schönberg kan beter gaan sneeuwruimen dan notenpapier bekrassen’. De geplaagde Schönberg verdedigt zich als volgt: ‘Het verstand van musici en luisteraars moet rijpen voor ze mijn muziek kunnen begrijpen. Succes of niet, het is mijn historische plicht te componeren zoals het noodlot mij beveelt.’

Hij schilderde De Schreeuw na een traumatische ervaring.

Twaalftoonsreeks.

&

12345678910 11 12

De totale vrijheid en het gebrek aan vormstructuur breekt de expressionisten een beetje op. Daarom ontwikkelt Schönberg een systeem waardoor het componeren van atonale muziek gestructureerd wordt. Hij noemt het de twaalftoonstechniek, gebaseerd op alle twaalf tonen van de chromatische toonladder. De componist zet deze twaalf tonen eerst in een bepaalde volgorde. Deze twaalftoonsreeks is het basismateriaal van de compositie. De tonen van de reeks kunnen na elkaar in de vastgestelde volgorde gespeeld worden (als een melodie), of tegelijk (als een akkoord of tegenstem), in ieder

gewenst ritme en in ieder octaaf. De reeks kan ook van achteren naar voren (kreeftgang) of in omkering gespeeld worden. Bij omkering van de reeks wordt een stijgend interval dalend en een dalend interval wordt stijgend; het interval blijft hetzelfde. Verder is de reeks te transponeren naar iedere gewenste toonhoogte. In de twaalftoonsmuziek is elke toon even belangrijk: functies als dominant en leidtoon ontbreken.

Een twaalftoonsreeks kan de basis zijn van een kort pianostukje (zoals de reeks hierboven van Anton Webern), maar ook van een complete opera (zoals Wozzeck van Alban Berg).

81
Alban Berg (links) en Anton Webern.

A. SCHÖNBERG VORGEFÜHLE

A. BERG

WOZZECK, DERDE AKTE, SCÈNE 2 EN 3

A. WEBERN VARIATIONEN OP. 27, NO. 1

Vorgefühle (‘voorgevoel’) is de eerste van vijf orkeststukken van Schönberg uit 1909.

Dit stuk is expressionistisch. Welke kenmerken van het expressionisme herken je?

 Atonaal.  Luide dynamiek.  Dissonant.

 Fragmentarische melodieën.  Complex ritme.

De opera Wozzeck van Alban Berg is helemaal met de twaalftoonstechniek gecomponeerd. In deze scène vermoordt de arme, sukkelige soldaat Wozzeck zijn vrouw Marie die overspel heeft gepleegd. Berg beeldt de handeling op het toneel nauwgezet uit in de muziek.

Hier staan zes beschrijvingen van de muziek. Plaats het juiste cijfer achter elke handeling.

1 Twee enorme crescendi door het hele orkest op één toon.

2 Een barpiano met een vrolijk deuntje.

3 Laag, heel zacht, uitster vende muziek.

4 Tremolo’s in strijkers, korte motieven in houtblazers en xylofoon.

5 Grote tromslagen, crescendo, schreeuw

6 Dalende strijkers, glissandi.

HANDELING MUZIEK

Marie: Was zitterst? (Wat beef je?)

Wozzeck: Ich nicht, Marie! Und kein Andrer auch nicht! (Ik niet, Marie! En een ander ook niet!) Hij steekt toe met zijn mes.

Marie zijgt neer

Wozzeck: Tot.

Wozzeck loopt met bebloede handen weg, zijn lot is bezegeld.

Hij loopt een café in om alles even te vergeten.

De Variationen van Anton Webern uit 1936 zijn helemaal gebaseerd op een twaalftoonsreeks. De reeks staat op pagina 81. Hieronder staan de eerste zeven maten.

Kijk naar de eerste helft van de regel (de genummerde noten). Welke tekening past bij hoe Webern de reeks deze eerste keer gebruikt?

Kijk heel goed naar het notenbeeld en vergelijk de tweede helft van de regel (de tweede reeks) met de eerste helft. Teken de pijl die past bij deze reeks.

Vergelijk reeks 1 met reeks 2. Wat is de technische term voor de tweede reeks?

82 VERKENNEN TWINTIGSTE EEUW
   
1 2 3a 3b 3c
Opdrachten
{ 3 16 3 16 & 2 1 3 46 5 ∑ ? 12 11 10 9 8 & 7 ? ≈ œ œ n n ≈ ≈≈ œ n œ n ≈≈ ≈ œ œ n n ≈ ≈≈ œ n ≈≈ œ œ b n ≈ ≈ œ ≈ œ œ b n ≈≈ œ ≈≈
Opdrachten

Propaganda uit de voormalige Sovjet-Unie: kunst moet de arbeider en de staat verheerlijken.

6.4 6.4 neoclassicisme

BEGRIPPEN

NEOCLASSICISME

TONALITEIT

BITONALITEIT

POLYTONALITEIT

Stijlen wisselen elkaar snel af in de twintigste eeuw, maar bestaan vaak ook naast elkaar. De nogal lawaaierige atonale muziek van het expressionisme roept weerstand op, ook bij componisten. Het neoclassicisme is een reactie op de chaotische periode in de muziek tussen circa 1910 en 1920. De gedachte achter het neoclassicisme is dat vernieuwing en experimenten best hand in hand kunnen gaan met strakke, beheerste vormen. De klassieke idealen van natuurlijkheid, helderheid en evenwicht worden weer nieuw leven ingeblazen en dat levert beter toegankelijke muziek op.

Kenmerkend voor het neoclassicisme in de muziek is het gebruik van oude vormen en van tonaliteit. Dansen uit de barok, het concert, de fuga en zelfs de hoofdvorm

Dictaturen

keren terug. Een voorbeeld van een neoclassicistisch werk van Stravinsky is de suite Pulcinella. Dat is eigenlijk een bestaand stuk in een nieuw jasje. Je denkt dat je luistert naar barokmuziek, maar je wordt steeds op het verkeerde been gezet door een ‘vreemd’ akkoord of een maatwisseling. De Russische componist Prokofiev schrijft veel symfonieën en concerten die modern klinken, maar toch duidelijk herkenbare structuren hebben. De Franse componist Milhaud verwerkt graag elementen uit de jazz in zijn muziek. In het ballet La Création du Monde maakt hij gebruik van een saxofoon, jazzy ritmes met syncopen en blue notes. In zijn composities kom je ook bitonaliteit en polytonaliteit tegen: het componeren in twee (of meer) toonsoorten tegelijkertijd.

Fascisme en communisme drukken hun stempel op de muziek in de eerste helft van de twintigste eeuw. In Duitsland verbiedt het fascistische regime van Hitler alle zogenaamde ‘Entartete Musik’ (ontaarde muziek). De muziek van het expressionisme bijvoorbeeld vindt hij ‘ontaard’. Schönberg vlucht naar Amerika, omdat hij ontslagen wordt aan het conservatorium (hij is Joods). Zijn muziek wordt verboden. Heel anders vergaat het Prokofiev in de Sovjet-Unie. Daar is het de dictator Stalin die de kunst ‘zuivert’ van verderfelijke invloeden. Prokofiev wordt min of meer ingelijfd door het regime. Hij moet net als zijn collega-componisten ‘communistische sovjetmuziek’ schrijven, muziek die kracht en optimisme uitstraalt, muziek die de staat verheerlijkt. De herkenbare structuren en tonaliteit van het neoclassicisme passen daar beter bij dan het chaotische expressionisme. Wie weigert het regime te plezieren, wordt door Stalin vermoord.

83
SERGEJ PROKOFIEV.

Opdrachten Opdrachten

D. GALLO TRIO SONATE NO. 1

I. STRAVINSKY OUVERTURE, UIT: PULCINELLA SUITE

D. MILHAUD

LA CRÉATION DU MONDE, DEEL 2

Stravinsky gebruikte composities van allerlei barokcomponisten om een nieuwe suite te maken: Pulcinella. Je luistert naar de ouverture van de suite , eerst in de originele versie van Domenico Gallo, daarna de versie van Stravinsky.

Welk verschil tussen beide versies valt je als eerste op?

• Geef voor Gallo één argument waarom het typisch barok is:

• Geef voor Stravinsky één argument waarom het niet barok kan zijn:

Dit deel uit La Création du Monde (de schepping van de aarde) van Milhaud is een fuga op het thema dat hieronder staat.

S. PROKOFIEV MARS

Het fugathema wordt achter elkaar door vier instrumenten ingezet. Daarna volgt een tussenspel.

• Welke vier instrumenten spelen het thema achtereenvolgens?

• Welk instrument zet het thema na het tussenspel nog een keer in?

Uit welke periode van de geschiedenis stamt de fuga?

Behalve de ‘oude’ fuga gebruikt Milhaud allerlei moderne twintigste-eeuwse elementen. Welke? Vul de juiste woorden in.

• Meer maatsoorten tegelijkertijd, de term daar voor is

• Meer toonsoorten tegelijkertijd, de term daar voor is

• Het expres verlagen van tonen, die noten noem je (in jazz en pop)

Deze Mars komt uit de opera Liefde voor de Drie Sinaasappelen van Prokofiev. De opera is een sprookje waarin een prins verliefd wordt op drie reusachtige sinaasappels, niet wetende dat in elke sinaasappel een prinses zit.

De Mars is geschreven voor een groot symfonieorkest met veel slagwerk. Noem vier slaginstrumenten die je in dit stuk hoort.

Lees de kadertekst ‘Dictaturen’. Waarom beviel deze mars Stalin beter dan bijvoorbeeld Vorgefühle (uit de vorige paragraaf) van Schönberg volgens jou?

84 VERKENNEN TWINTIGSTE EEUW
1a 1b 2a 2b 2c 3a 3b
C ? 3 œŒ‰ œ J œ œ œ œ J ‰‰ œ J œ œ œ‰ œ J œ œ œ œ œ ™ œ‰ j œ j ™ ‰ œ j œ œ œ j œ œ j œ Œ

Karel Appel, Mens en dieren (1949). Appel hoorde bij de Cobragroep, een avant-gardebeweging van kunstenaars.

BEGRIPPEN

AVANT-GARDE

SERIËLE MUZIEK

ELEKTRONISCHE MUZIEK

GRAFISCHE PARTITUUR

avant ... garde

Het einde van de Tweede Wereldoorlog luidt een nieuwe periode in. Europa is bevrijd. Dat betekent ook vrijheid voor de kunst, want tijdens de Duitse bezetting zijn alle moderne kunstuitingen de kop in gedrukt. Met de avant-garde wordt een groep componisten bedoeld die vooraan wil staan bij de vernieuwing van de muziek. ‘Avant-garde’ betekent letterlijk ‘voorhoede’. Eigenlijk is het geen groep; avant-garde is meer een verzamelnaam voor alle componisten die verder willen experimenteren en vernieuwen. Ieder doet dat op zijn eigen manier, maar er zijn wel enkele tendensen aan te wijzen.

Ten eerste zijn er componisten die verder willen met de twaalftoonsmuziek.

Anton Webern is hun grote held. Door zijn muziek komen ze op het idee om behalve de toonhoogte ook alle verschillende toonduren, dynamische tekens en manieren van articulatie in een reeks te zetten. Composities volgens dit procédé noem je seriële muziek omdat er series (reeksen) gemaakt worden van alle muzikale elementen. Die kan de componist dan weer op dezelfde manieren bewerken als Schönberg en Webern deden. De Fransman Olivier Messiaen is de eerste die dit probeert. Hij krijgt veel volgelingen, zoals zijn leerling Pierre Boulez. Later gaan beide componisten weer wat minder streng om met het systeem. Het creëren van een nieuw geluid is het belangrijkste, niet het systeem zelf.

6.5 6.5
OLIVIER MESSIAEN (RECHTS) EN PIERRE BOULEZ.

Ten tweede zijn er componisten die gebruik gaan maken van elektronica. Deze elektronische muziek is ook een bevrijding, namelijk van het klassieke instrumentarium en van de uitvoerder(s). In grote studio’s nemen componisten allerlei geluiden op die ze bewerken met elektronische middelen. De ‘klassieke’ elektronische muziek uit de avant-garde is heel invloedrijk geweest, ook

GRAFISCHE PARTITUUR

VAN EEN FRAGMENT

UIT KONTAKTE

VAN STOCKHAUSEN.

voor popmuzikanten en makers van ‘electronic dance music’ (EDM). Een belangrijke componist is de Duitser Karlheinz Stockhausen. Hij combineert in zijn stukken elektronische muziek met echte instrumenten (en echte musici). Elektronische muziek wordt meestal genoteerd in een grafische partituur. In een grafische partituur wordt (soms naast gewoon notenschrift) gebruik gemaakt van zelfbedachte tekens, grafieken en tekeningen. Met zo’n partituur kan de componist beter duidelijk maken hoe de muziek moet klinken of wat de musici moeten doen dan met alleen traditionele notatie.

4´ 33´´

De muziek van de Amerikaanse componist John Cage is het meest radicaal van alle moderne componisten. Zijn stukken gaan eigenlijk over de vraag wat muziek precies is. Cage rekt de definitie van muziek flink op met zijn Imaginary Landscape no. 4: vier radio’s die allemaal op een ander station zijn afgestemd, worden door vier ‘musici’ aan en uit gedraaid. In het beruchte stuk 4´33´´ gaat het begrip muziek helemaal op zijn kop. De uitvoerende zit 4 minuten en 33 seconden lang achter een piano met gesloten klep. Het omgevingsgeluid is het muziekstuk. Trouwens, zo zegt de componist, het mag ook best korter of langer duren dan 4´33´´, en het mag ook met een fluit, een viool of ergens op straat ‘gespeeld’ worden. Het stuk is eigenlijk een periode stilte en Cage zegt dus eigenlijk dat stilte ook muziek is. Hoe stil is het eigenlijk in een concertzaal of op straat?

86 VERKENNEN TWINTIGSTE EEUW
Studio voor elektronische muziek in de jaren ‘70 (links) en de jaren ‘90 (rechts).

Opdrachten Opdrachten

O. MESSIAEN QUATUOR POUR LA FIN DU TEMPS

Olivier Messiaen was een zeer gelovig mens. In zijn Quatuor pour la Fin du Temps beeldt hij de apocalyps uit zoals beschreven in het boek Openbaringen in de Bijbel.

K.H. STOCKHAUSEN KONTAKTE

Dit deel klinkt zo krachtig omdat de vier instrumenten het hele deel unisono spelen. Het ritme van de melodie is onregelmatig. Messiaen gebruikt de door hem ontworpen techniek ‘valeur ajoutée’ (toegevoegde waarde): elke maat zou een gewone maat zijn als er niet één noot (één waarde) was toegevoegd die de maat uit zijn verband trekt.

Kijk hierboven naar de maten 1 en 2. Omcirkel in beide maten de noot die is toegevoegd.

Het thema wordt herhaald. Vanaf welke maat is de melodie de tweede keer anders?

Bij een ‘quatuor’ ( kwartet ) denk je in de klassieke muziek al snel aan een strijkkwartet. De samenstelling van dit kwartet is echter anders. Welke vier instrumenten hoor je?

 Piano – fluit – klarinet – cello.  Piano – fluit – viool – cello.

 Piano – klarinet – saxofoon – viool.  Piano – klarinet – viool – cello.

Karlheinz Stockhausen was een leerling van Messiaen. Kontakte is zijn eerste totaal seriële compositie: alle klankeigenschappen (klankkleur, hoogte, dynamiek en lengte) zijn geordend. Als luisteraar hoor je dat niet een-twee-drie. Wat je wel hoort zijn de ‘contacten’, op drie gebieden.

• Contact 1: ontmoetingen tussen echte instrumenten en elektronisch gemaakte klanken. Welke ‘echte’ instrumenten herken je?

• Contact 2: ontmoetingen tussen klankmomenten. Wat hoor je tussen die ‘klankmomenten’?

• Contact 3: ontmoetingen in de ruimte. Kontakte is over vier kanalen gecomponeerd, als luisteraar word je omringd door vier luidsprekers op de hoeken van een vierkant.

Le Marteau sans Maître (‘de hamer zonder meester’) is een van de bekendste werken van de Franse componist Pierre Boulez. De bezetting was indertijd (1954) vernieuwend, met bijvoorbeeld niet-westerse slaginstrumenten zoals de gamelan en geen basinstrument. Hij streeft een doorlopende stroom in de helderheid van klank na. Dit doet hij door instrumenten met een gemeenschappelijke eigenschap aan elkaar te koppelen.

stem 1 altdwarsfluit 2 altviool 3 akoestische gitaar 4 vibrafoon 5 xylorimba

Welke eigenschap hebben de met elkaar verbonden instrumenten gemeen? Schrijf de juiste omschrijving achter het nummer. Kies uit: getokkelde snaren – aangeslagen tonen – adem –lange naklank – eenstemmig.

1:

2:

3:

4:

5:

Welke twee van de genoemde instrumenten hoor je in dit eerste deel niet?

87 1a 1b 1c 2 3a 3b
1 2 3 4 5 6 & & œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ ™ ˙ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ ˙
P. BOULEZ LE MARTEAU SANS MAÎTRE

BEGRIPPEN

MINIMAL MUSIC

minimal music

en meer...

In de jaren zestig ontstaat in Amerika een stroming die minimal music genoemd wordt. Voortdurende herhaling van korte motieven vormt de basis van de minimal music. De motieven veranderen heel geleidelijk, wat een hypnotiserend effect heeft. De samenklanken zijn vaak maar op één akkoord gebaseerd. Ritme en tempo zijn heel strak. Met minimale middelen bereikt de componist een maximaal effect. De minimal music heeft redelijk wat succes bij een groter concertpubliek.

Ook in de opera en filmmuziek wordt de stijl succesvol toegepast.

De Amerikaanse componist Steve Reich ontwikkelt in de minimal music nog een eigen techniek, die hij ‘phasing’ noemt. Bij ‘phasing’ spelen twee muzikanten voortdurend hetzelfde motief, waarbij de een langzaam uit de maat (uit fase) raakt ten opzichte van de ander door sneller te gaan spelen of door het motief iets langer te maken.

88 VERKENNEN TWINTIGSTE EEUW
6.6 6.6
SPEELT
PERCUSSIEGROEP
Net als minimal music is veel werk van de pop-artkunstenaar Andy Warhol gebaseerd op herhaling. Zo ook deze serie details uit De geboorte van Venus van Botticelli.
STEVE REICH (RECHTS)
SAMEN MET
NEXUS.

Er is in de late twintigste en vroege eenentwintigste eeuw natuurlijk veel meer te beluisteren in de moderne muziek dan minimal music, maar het is moeilijk om individuele stijlen onder een noemer te brengen. Een van de beroemdste componisten ter wereld in deze tijd was een Nederlander: Louis Andriessen. Hij gaf les in compositie aan het Koninklijk Conservatorium in Den Haag. In zijn muziek zijn kenmerken van minimal music te horen: de herhalingen en langzame veranderingen. Maar ook invloeden van Bach, Stravinsky, de jazz en de funk zijn

aanwezig in de stijl van Andriessen.

Componisten als Reich en Andriessen bewijzen dat je vooruitstrevende muziek kunt maken en tegelijk een brug kunt slaan naar het concertpubliek. De componist Arvo Pärt uit Estland is daar ook een goed voorbeeld van. Als je naar zijn stukken luistert, word je meegezogen in een verstilde klankwereld. Dat concept slaat aan. Ook avontuurlijke Nederlandse componisten zoals Merlijn Twaalfhoven gaan de uitdaging aan een groter publiek te winnen voor hun muziek door alle bevolkingsgroepen, leeftijden en culturen aan te spreken.

UITVOERING VAN

SYMPHONY ARABICA VAN

MERLIJN TWAALFHOVEN.

Nederlands talent

In deze eeuw is er een nieuwe generatie Nederlandse componisten die flink aan de weg timmert en ook internationaal opvalt met allerlei nieuwe initiatieven. Merlijn Twaalfhoven (1976) bijvoorbeeld noemt zich liever ‘ontwerper van interactieve muziekervaringen’ dan componist. Hij wint tal van prijzen, waaronder de Unesco Award. Hij treedt net zo gemakkelijk op in het Concertgebouw als in de Amsterdam Arena bij Sensation. Zelfs in de straten en op daken van huizen op Cyprus en in een vluchtelingenkamp worden zijn stukken uitgevoerd. Zijn Symfonie voor Iedereen is bedoeld om professionele musici, amateurs, scholieren en zelfs het publiek met elkaar muziek te laten maken. Het stuk krijgt een bijzondere uitvoering in Amman (Jordanië) onder de titel Symphony Arabica. Muzikanten uit zeven landen spelen mee, in de leeftijd tussen 10 en 50 jaar. Er spelen zelfs kinderen uit vluchtelingenkampen mee. Muziek wordt zo een middel om de kloof tussen arm en rijk, tussen oost en west te overbruggen.

89
Louis Andriessen voor een ensemble.

Je hoort eerst een blazersakkoord en daarna twee keer het volgende thema:

Na die eerste twee keer komen er partijen bij die ook het thema spelen. Beschrijf wat er in dat samenspel gebeurt met het thema en de motieven.

De melodie van het thema gebruikt maar vijf tonen. Wat is de technische term daarvoor?

Waarom is dit minimal music?

Check it Out is het eerste deel van een groter werk, getiteld City Life. Welke stadse geluiden verwerkt de componist?

Louis Andriessen componeerde De Staat als commentaar op de verhouding tussen politiek en muziek. De belangrijkste vraag is: heeft muziek invloed op de politiek? Hij baseerde De Staat op teksten uit Politeia (‘De Staat’) van Plato. Aan de ene kant spreekt hij Plato tegen, want Andriessen gebruikt voor De Staat een toonsoort die volgens Plato een schadelijke invloed op het karakter heeft. Aan de andere kant zou hij willen dat Plato gelijk had met zijn bewering dat muziek invloed kan uitoefenen op de politiek.

Alles in De Staat gaat in vieren. Dat geldt allereerst voor de bezetting: vier hobo’s (twee gewone en twee althobo’s), vier trompetten, vier hoorns, vier zangers bijvoorbeeld. Maar het geldt ook voor het toonmateriaal.

De Staat begint met vier hobo’s (zie hierboven). Welke vier tonen gebruiken zij?

Hoe bewegen de stemmen zich?

• De twee hobo’s:  parallel.  in tegenbeweging.

• De twee althobo’s:  parallel.  in tegenbeweging.

• De hobo en althobo:  parallel.  in tegenbeweging.

Welke twee intervallen worden gebruikt tussen de twee hobo’s (en tussen de althobo’s ook)?

90 VERKENNEN TWINTIGSTE EEUW
2 4 3 4 & bbb œ œ œ ≈≈ œ œ œ œ r ‰ œ œ œ ≈ œ œ œ ≈ œ œ ≈ œ ≈ œ œ ≈ 1a 1b 1c 1d 2a 2b 2c S. REICH CHECK IT OUT Opdrachten Opdrachten Hobo Althobo 10 8 10 8 5 8 5 8 & & œ œ ™ œ œ J œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ J œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ J œ œ œ œ œ œ ™ ™ œ œ j œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ j œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ j œ œ œ œ
L. ANDRIESSEN DE STAAT

Na het gedeelte dat voortborduurt op wat hierboven staat, volgen (vanaf 0:48) twee akkoorden en het volgende:

Beschrijf de overeenkomst tussen de stemmen of geef de technische term daarvoor.

Hoe vaak wordt dit notenbeeld gespeeld?

Je hoort het begin van Fratres (broeders) van Arvo Pärt. Pärt componeerde seriële muziek, gebruikte collagetechnieken en ontwikkelde vervolgens zijn ‘tintinnabuli’-stijl, ofwel klokjesstijl. Deze stijl is gebaseerd op het grondprincipe van de westerse klassieke muziek: de drie noten van de drieklank, die klinken als bellen, ‘tintinnabulations’.

De drieklank die Arvo Pärt in Fratres gebruikt is die van a mineur. Welke tonen zitten in die drieklank?

Hierboven staat het thema (een octaaf lager dan het klinkt). Het is driestemmig: er zijn twee melodische stemmen en één stem die uitsluitend de tonen van de drieklank speelt. De stemmen hebben ieder hun eigen kleur.

• Welke stem heeft de tonen van de drieklank?

 De onderstem.  De middenstem.  De bovenstem.

• Tussen de andere twee stemmen ligt een vast interval. Welk interval is dat?

 Secunde.  Terts.  Kwart.  Kwint.

Voorafgaand aan én na het thema hoor je een slaginstrument. Welk instrument is dat?

Het thema wordt ondersteund door de aanhoudende kwint A – E in de bassen.

Wat is de technische term voor zo’n samenklank in de begeleiding?

91 2d 2e 3a 3b 3c 3d
PÄRT FRATRES
A.
° ¢ INT_BB_V_06_N_14 Hobo 1 Hobo 2 Althobo 1 Althobo 2 8 8 8 8 8 8 8 8 9 8 9 8 9 8 9 8 4 8 4 8 4 8 4 8 & f ∑ & mf & mf & p œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ ˙ œ ‰ ‰‰ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ ˙ œ j œ j ‰Œ ŒŒ œ œ œ œ œ œ œ œ œ j ˙ œ Œ ÓŒ œ œ œ œ œ œ œ œ œ j œ ˙ INT_BB_K_06_N_15 7 4 9 4 11 4 7 4 7 4 9 4 11 4 & & # b # # b ## b # b ˙# ˙ ˙ œ œ œ œ œ ˙ ™ ˙ ™ ˙ ™ ˙ ˙ œ œ œ œ œ œ œ œ ˙ ™ ˙ ™ ˙ ™ ˙# ˙ ˙ œb œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ ˙# ™ ˙ ™ ˙ ™ ˙ ˙ ˙ œ œ œ œ œ œ ˙ ˙ ™ ™ ˙ ™ ˙ ˙ ˙ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ ˙ ˙ ™ ™ ˙ ™ ˙ ˙ ˙ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ ˙ ˙ ™ ™ ˙ ™ >

Opdrachten Opdrachten

M. TWAALFHOVEN SYMPHONY ARABICA

Je hoort een lang fragment uit Symphony Arabica Lees het kader ‘Nederlands talent’. Dit fragment laat horen hoe Merijn Twaalfhoven bruggen bouwt tussen twee werelden: de Arabische traditionele muziek en de hedendaagse avant-garde (‘klassieke’) muziek uit het westen.

Na twee minuten hoor je een scherpe overgang. Welk gedeelte past bij welke wereld?

• Eerste gedeelte:

• Tweede gedeelte:

Het eerste gedeelte is gebaseerd op één melodie die door een aantal instrumenten unisono herhaald wordt. Welke lagen hoor je nog meer?

 Tegenstemmen.  Akkoorden.  Ritme.  Bas.

92 VERKENNEN TWINTIGSTE EEUW
4a 4b

Jazz Jazz

Jazz is van oorsprong een Amerikaanse muziekstijl. Jazzmuziek komt voort uit de ontmoeting van twee culturen in Amerika. De witte cultuur is meegebracht door de Europese immigranten, de zwarte cultuur door de Afrikaanse tot slaaf gemaakten. Na de afschaffing van de slavernij komen de twee culturen regelmatig met elkaar in botsing. Dat leidt tot sociaal onrecht, onbegrip en vaak ook rassenhaat. Maar in de muziek is er een wonderlijke chemie. In de straten en kroegen van New Orleans vermengen zwarte muzikanten Afrikaanse ritmes, de blues, ragtime en Europese folkmuziek tot een nieuwe stijl, die swingt en vol improvisatie zit. Die stijl verspreidt zich over heel Amerika en wordt ook door witte muzikanten overgenomen. Jazz beleeft hoogtijdagen als het ook op witte radiostations wordt gedraaid en in de concertzalen gespeeld wordt. Met de opkomst van rock-’n-roll in de jaren vijftig van de twintigste eeuw wordt de jazzmuziek minder populair. Desondanks blijft jazz volop in beweging. In ruim een eeuw zijn er talloze stijlen ontstaan, die allemaal anders klinken.

93
Kamasi Washington, een hedendaagse jazz-ster.

BEGRIPPEN

IMPROVISATIE SWING

SYNCOPEN

JAZZCOMBO

RITMESECTIE

BRUSHES

MELODIESECTIE

kenmerken van

jazz

Het is lastig om precies te zeggen wat jazz is. Jazz is een muzieksoort die zich in een eeuw enorm heeft ontwikkeld en zich niet makkelijk laat vangen in stijlkenmerken. Jazzmusici houden ook niet van hokjes en definities. ‘It’s all music’, zei bandleider Duke Ellington eens, oftewel: waar zou je je druk om maken? Toch hebben alle jazzstijlen een duidelijke gemeenschappelijke oorsprong, een traditie waar alle jazzmusici zich van bewust zijn. Uit die traditie komen de volgende kenmerken van jazz naar voren.

Improvisatie: jazz is voor een groot deel geïmproviseerde muziek. De spontaniteit en creativiteit van de muzikant staan voorop. Vaak wordt eerst het thema van een nummer gespeeld, waarna de muzikanten improviseren op het akkoordenschema. De improvisaties maken de compositie levend en expressief. Daardoor klinkt een jazznummer nooit twee keer hetzelfde.

Swing: jazz is van oorsprong dansmuziek en het moet dus ‘swingen’. Om die swing te krijgen spelen jazzmuzikanten achtste noten niet even lang: je noteert twee

gewone achtste noten, maar je speelt de eerste noot langer en de tweede korter. Het is eigenlijk een heel vrije timing waarbij je een ‘triolenfeel’ krijgt.

wordt gespeeld als:

Dit vrije, stuwende ritme heet ‘swing’. Behalve het swingritme worden er ook voortdurend syncopen gespeeld, accenten die niet op de ‘beat’, de tel zitten. Door die syncopen ontstaat een interessant en ingewikkeld ritmisch weefsel waar je de Afrikaanse oorsprong in terug hoort.

Jazzinstrumentatie: bij jazz heb je altijd een ritmesectie. De ritmesectie bestaat minimaal uit drums – soms bespeeld met brushes – en (akoestische) bas. Piano of (elektrische) gitaar kunnen daaraan worden toegevoegd. Dit is het jazzcombo of small band. De melodiesectie bestaat veelal uit blazers en zang. Trompet en saxofoon zijn de meest gangbare solo-instrumenten, maar in principe kan ieder instrument soleren, ook de zang.

94 VERKENNEN JAZZ
7.1
7.1
Wynton Marsalis and Igor Butman Quartet.
œ œ 3 œ œ j
CHET BAKER.

SARAH VAUGHAN MY FAVORITE THINGS

Cute van Lionel Hampton begint met een chorus met breaks waarin Lionel Hampton solo’s speelt. Daarna volgen improvisaties.

• Welk instrument bespeelt Lionel Hampton?

• Uit welke instrumenten bestaat de ritmesectie?

• Welk blaasinstrument is verder nog toegevoegd aan het combo?

• Wat is de technische term voor het ritme?

• Wat is de technische term voor de baspartij tijdens de improvisaties?

• Welke instrumenten improviseren achtereenvolgens?

Wat gebeurt er aan het eind van dit nummer?

De naam van een jazzcombo bestaat vaak uit de naam van de ‘frontman’ (de bekendste muzikant van het gezelschap) met daarbij het aantal mensen dat speelt en/of zingt. Bijvoorbeeld het Branford Marsalis Quartet (vier personen) of het Miles Davis Quintet (vijf personen).

Luister naar de volgende fragmenten en:

• bepaal de samenstelling. Kies uit: duo – trio – kwartet – kwintet.

• schrijf de instrumenten (of zang) op. Vermeld bij bas en gitaar of die akoestisch of elektrisch is.

ART BLAKEY MOANIN’

CHET BAKER TIME AFTER TIME

BILL EVANS

I’M GETTIN’ SENTIMENTAL OVER YOU

WAYNE SHORTER

FEE-FI-FO-FUM

COUNT BASIE ORCHESTRA EASY LIVING

Samenstelling:

Instrumenten:

Samenstelling:

Instrumenten:

Samenstelling:

Instrumenten:

Samenstelling:

Instrumenten:

Samenstelling:

Instrumenten:

Easy Living wordt gespeeld door een bigband. In het intro van vier maten spelen de trompetten in elke maat een motiefje van drie tonen.

Analyseer het motief en de herhalingen ervan.

• Het ritme van de motieven is telkens hetzelfde / telkens anders / soms anders

• Er worden in elke maat geen / een / twee / drie syncopen gespeeld.

• De vorm van de vier maten is aabb / abab / abac

95 1a 1b 1c 2 3
CUTE
LIONEL HAMPTON
Opdrachten Opdrachten

BEGRIPPEN

FIELDHOLLAR

WORKSONG

CALL-AND-RESPONSE

BLUES

SLIDETECHNIEK

DIRTY INTONATION

BLUE NOTE

RAGTIME

RAGGED TIME

De oorsprong van de jazz ligt in de muziek van de tot slaaf gemaakten in het zuiden van de Verenigde Staten. Op de katoenvelden rond de rivier de Mississippi leven en werken zij onder mensonwaardige omstandigheden.

Na het verbod op de slavernij in 1865 wordt de situatie voor de zwarte bevolking nauwelijks beter. Muziek is voor hen het middel om waardigheid en hoop te behouden, of gewoon om het werk draaglijk te maken. Tijdens het werk op de katoenvelden of aan de spoorweg zingen ze fieldhollars en worksongs, iemand zingt een regel, de hele groep herhaalt die. Dit heet call-and-response. Na het werk is de blues een uitlaatklep voor gevoelens van onrecht en onderdrukking.

De blues is somber van toon en vaak langzaam. De zanger vertelt over zijn ellende in een call-and-response met zijn gitaar: hij zingt een regel, de gitaar antwoordt. Bij het gitaarspel gebruikt de muzikant soms de slidetechniek: met een glazen of metalen buisje om de wijsvinger over de snaren glijden, zodat er een klagend, huilend geluid ontstaat. De blues gebruikt dirty intonation, dat houdt in dat een toon expres onzuiver wordt gespeeld of gezongen. Dat heet een blue note. De blue note is meestal de (iets lager gespeelde of gezongen) terts of kwint van een akkoord. Blues is geïmproviseerd, maar wel in een

bluesschema. I

vast bluesschema van twaalf maten, met een eenvoudig akkoordenschema gebaseerd op de tonica, dominant en subdominant. Bluesmuziek is niet opgeschreven, maar mondeling overgeleverd. Niemand weet daarom hoe de oudste blues klonk. Pas in de jaren twintig zijn er voor het eerst opnames van bluesartiesten gemaakt in de platenstudio’s.

Een heel andere, maar net zo belangrijke bron voor de jazz is ragtime. Ragtime is een swingende compositie voor piano, waarbij de pianist met de linkerhand zware bastonen en akkoorden speelt, vaak in 2/4 maat. Met de rechterhand speelt hij een snelle, pakkende melodie vol syncopen. Omdat de bas en akkoorden steeds op de tel zitten en de melodie steeds accenten voor of na de tel kent, is het alsof de maat uit elkaar getrokken is, en dat wordt ragged time (verscheurde maat) genoemd.

Ragtime is veel meer dan de blues gebaseerd op de Europese muziektraditie. De populaire ragtimes zijn opgeschreven in muzieknotatie. De bladmuziek van populaire rags zoals The Entertainer van Scott Joplin wordt in het begin van de twintigste eeuw goed verkocht. Ragtime is zowel kunst als vermaak. Dat ‘hoge’ en ‘lage’ cultuur, en Europese en Afrikaanse muziektradities hand in hand gaan, vind je steeds terug in de geschiedenis van de jazz.

In akkoordsymbolen bijvoorbeeld:

96 VERKENNEN JAZZ
Zwarte arbeiders op een katoenplantage. 7.2 7.2
de oorsprong
I I I I E E E E IV IV I I A A E E V IV I I B A E E
= tonica
= subdominant
= dominant
IV
V

Deze blues staat in B majeur. De toonladder van B majeur is:

Vul – voordat je gaat luisteren – hieronder het lege bluesschema in met de juiste akkoordsymbolen. De eerste maat is al ingevuld.

B

Luister naar het fragment van Cross Road Blues. Na een kort intro begint het bluesschema. Robert Johnson neemt het twaalfmatenschema niet zo nauw. Elke regel heeft een afwijkend aantal maten. Hoe lang is de eerste regel?  3 maten  4 maten  5 maten  6 maten

• Wat is de term voor de relatie tussen zang en gitaarspel?

• Wat is de term voor het opzettelijk iets te hoog of laag aanzetten van de toon?

• Hoe noem je de tonen die zo ontstaan?

Luister naar het fragment van The Entertainer

Welke kenmerken van ragtime herken je in dit fragment? Linkerhand:

Rechterhand:

Scott Joplin gebruikt twee ritmische figuren die de melodie syncopisch maken.

• Hoe vaak zie je de volgende ritmische figuren in het notenbeeld hierboven? keer keer

• In welke maat wordt het syncopische ritme anders uitgevoerd dan in de noten staat? Maat

INT_BB_V_07_N_04

INT_BB_V_07_N_05

97 1a 1b 1c 2a 2b
JOHNSON CROSS ROAD BLUES
THE ENTERTAINER { INT_BB_V_07_N_03 1 2 3 4 5 6 7 8 2 4 2 4 & œœ œ œ œ œ œ ? œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œœœ œ j ‰ œ œ œ œ ^ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ ##œ # œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ ™ ™ œ œ œ œ œœœ œœ œ œ œ œ œ œ j ‰ œ œ ^ œ œ œ œ œ œ œ œ œœ œ b œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œœ œ œ œ œ œ œ œ
ROBERT
Opdrachten Opdrachten SCOTT JOPLIN
œ œ œ œ œ r
soms
œ œ & œ œ œ
langer

BEGRIPPEN

SPIRITUAL

COLLECTIEVE IMPROVISATIE

NEW ORLEANSJAZZ

De geboorteplaats van de jazz is New Orleans. New Orleans is aan het einde van de negentiende eeuw een echte smeltkroes van culturen. Er is veel meer verdraagzaamheid dan elders in Amerika en een strikte scheiding tussen wit en zwart is er niet. Er wonen mensen van Franse, Spaanse, Indiase en Afrikaanse komaf. Een grote bevolkingsgroep in New Orleans is creools, dat wil zeggen gemengd van afkomst. Ondanks de rassenscheidingspolitiek die op dat moment in heel Amerika geldt, is er in New Orleans een ontspannen houding tegenover mensen met een andere huidskleur dan wit. Dit tolerante klimaat is belangrijk voor de acceptatie van allerlei soorten muziek. New Orleaners zijn sowieso gek op muziek. Er zijn talloze parades en festivals die worden opgeluisterd met blaasorkestjes. Bovendien spelen overal in de stad bandjes, vooral in en rond de bordelen van Storyville, het uitgaansdistrict.

De bandjes van meestal gekleurde muzikanten bestaan uit een aantal blaasinstrumenten: klarinet, trompet en trombone komen het meest voor. Daarbij is er

Uitvinder van de jazz vroege jazz

een ritmesectie met drums, banjo en akoestische bas of tuba. En in de kroegen staat vaak een piano. De typische jazzbezetting ontstaat hier al. De muziek is een samensmelting van blues, ragtime en spirituals, de kerkliederen van de tot slaaf gemaakten. In de muziek zitten swing en de syncopische ritmes van de ragtime. Het element improvisatie is van de bluesmuziek overgenomen en de pentatonische melodieën van de spirituals. Het is heel gewoon dat de blaasinstrumenten allemaal tegelijk een improvisatie spelen. Dit heet collectieve improvisatie. Dat is eigenlijk een mooi woord voor lekker door elkaar heen toeteren. ‘Jazz’ betekent ook eigenlijk ‘rommeltje’, maar echt rommelig is het niet. Wel heel vrij. Ieder instrument speelt zijn eigen melodische en ritmische laag.

Deze oudste jazzstijl heet New Orleansjazz De bloeitijd van de New Orleansjazz is tussen 1910 en 1920. Van deze muziek bestaan al een paar plaatopnames, maar die zijn voornamelijk van witte bands. Deze witte, iets meer opgepoetste versie van New Orleansjazz wordt dixieland genoemd.

‘Jelly Roll Morton, uitvinder van de jazz, ’s werelds beste hot tune writer.’ Zo ondertekent deze creoolse jazzmuzikant zijn brieven in de jaren twintig van de twintigste eeuw. Bescheidenheid is hem vreemd. De jazz heeft hij zeker niet ‘uitgevonden’, maar legendarisch is hij wel! Op tienjarige leeftijd speelt hij al in de clubs van New Orleans. Hij groeit daar op en voelt zich daarom op zijn gemak tussen prostituees, pooiers, dealers, moordenaars en gokkers (en oefent enkele van deze beroepen zelf trouwens ook uit). Morton is een opvallende verschijning met zijn diamanten tand, vier keer per dag een andere outfit en koffers vol contant geld. Mede daardoor krijgt hij veel aandacht als hij met zijn band in Chicago neerstrijkt. Maar de meeste aandacht krijgen zijn meesterlijke jazzstukken waarin de New Orleansstijl op zijn best te horen is.

98 VERKENNEN JAZZ
7.3
7.3
EEN JAZZBAND, CA. 1925. Jazzband in Bourbon Street, New Orleans.

MORTON

BLUES

Er spelen drie blaasinstrumenten in Jungle Blues. Welke?

Welke termen zijn van toepassing op dit fragment? Leg uit waarom je die gekozen hebt.  Collectieve improvisatie.  Unisono.  Ostinato.  Polyfonie.  Bluesschema.

Omdat

ORIGINAL DIXIELAND JAZZ BAND LIVERY STABLE BLUES

De Livery Stable Blues staat bekend als de eerste commerciële opname van een jazznummer. Het werd opgenomen door de Original Dixieland Jazz Band in 1917. Wie het oorspronkelijk gecomponeerd heeft, is onbekend. Verschillende mensen claimden het nummer, de rechter moest uiteindelijk beslissen. Hij oordeelde dat de Livery Stable Blues een al bestaand wijsje was (‘public domain’) en dat mensen die niet kunnen lezen of schrijven zeker niet kunnen componeren (?!).

Intro iq = q e

• Je hoort een veelvoud aan instrumenten. Welke instrumenten spelen de hoofdmelodie die je hierboven ziet?

• Welk instrument improviseert daar bovenuit?

Welk toonmateriaal is gebruikt? Kies de juiste woorden. De toonsoort is Es majeur / Bes majeur / G mineur / C mineur. De b / e / g / d wordt regelmatig ‘blue’ gespeeld. Dat is de secunde / terts / kwint / septime in de toonladder.

Luister naar het hele fragment. Wat is de vorm? Je moet nog vijf hoofdletters opschrijven. Accenten hoeven niet.

Intro – A – – – – – .

Op een gegeven moment hoor je breaks waarin geluiden van dieren in de stal worden nagedaan.

• In welk onderdeel uit vraag 2c hoor je de breaks?

• Welke techniek wordt voor de stalgeluiden het meest gebruikt? Kies uit: triller – arpeggio – glissando – dempen – orgelpunt.

99
1a 1b 2a 2b 2c 2d
A C
JELLY ROLL
JUNGLE
Opdrachten Opdrachten
& bbb
&
œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œŒ‰ œ J œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ ˙ ‰ œ j œ œ œ œ œ œ œ œ œ j œ œ j œ œ ˙ œ ™ œ j œ œ œ j œ j œ Œ‰ j œ œ œ w ˙ œ j
bbb & bbb & bbb

BEGRIPPEN SCATTEN BIGBANDS

SWING (STIJL)

RIFF

CALL-AND-RESPONSE

DRIEKLANKEN MET TOEVOEGINGEN

HALF TIME STANDARD

jazztijdperk het gouden

Rond 1920 is het centrum van de jazzwereld verschoven naar de grote steden in het noorden van de USA. Het is de tijd van elektriciteit, spoorwegen en zware industrie. In Chicago bloeit de platenindustrie en opnamestudio’s schieten als paddenstoelen uit de grond. De radio speelt hier een belangrijke rol in, want daardoor heeft iedereen gemakkelijk toegang tot de nieuwe jazzmuziek, die opwindend, opzwepend, swingend, kortom ‘hot’ is.

Louis Armstrong is de grootste artiest uit deze tijd. Armstrongs manier van solospelen is zeer vernieuwend. Hij combineert een

perfecte techniek met een ongekend gevoel voor timing. Zijn solo’s lijken, door hun frasering, vrij te zweven boven de strakke ritmische begeleiding van bas, drums en piano.

Het gaat verder dan het syncopisch spelen in rags en New Orleansjazz. Zijn solo’s zijn maatgevend voor de komende generaties jazzmuzikanten.

Hij introduceert ook het scatten, het zingen van klanken zonder betekenis (zoals ‘doo be doo ah’) in plaats van tekst, zodat ook de stem gebruikt kan worden om te improviseren.

Depressie

De vroege jaren dertig van de twintigste eeuw staan bekend als de Great Depression. Het is een tijd van grote economische malaise, ingeleid door de beurskrach (het instorten van de aandelenhandel) van 1929. De muziekindustrie wordt zwaar getroffen en de platenverkoop daalt met 90 procent. Het verbod op alcohol (de ‘drooglegging’) helpt ook niet bepaald, want de jazzclubs blijven leeg en de muzikanten raken werkeloos. Dankzij de radio klimt de muziekindustrie weer uit het dal. Door dit medium wordt de luisteraar een passieve consument van muziek, iemand die liever thuisblijft dan een concert bezoekt. Zo ontstaat een situatie waarin platenbonzen en radiobazen bepalen wat ‘de smaak van het publiek’ is. Dat is vandaag de dag nog zo. Toch is de bloei van de jazz in de jaren dertig te danken aan de inspanningen van radiostations en de platenindustrie. Het is het gouden tijdperk van de jazz; nooit zal jazzmuziek meer zo populair zijn en populaire muziek nooit meer zo jazzy!

100 VERKENNEN JAZZ
7.4 7.4
GREAT DEPRESSION, CHICAGO: WERKLOZE MANNEN STAAN IN DE RIJ VOOR GRATIS SOEP. Cotton club, een beroemde jazzclub in New York.

Als in de jaren dertig de jazz commercieel is doorgebroken, komen er grote jazz orkesten, de bigbands. Ze spelen in drukbezochte danszalen en hebben een volle, gepolijste klank. Bovendien spelen de bigbands songs met een duidelijke structuur, die het publiek aanspreken. De bezetting van een bigband bestaat uit een ritmesectie (contrabas, drums, gitaar en piano) en drie blazerssecties: trompetsectie, trombonesectie en saxofoonsectie. De saxfonisten spelen vaak ook klarinet of dwarsfluit. Verder is er vaak een zanger(es) bij. Het is duidelijk dat de muziek voor zo’n grote groep uitgeschreven is, gecomponeerd dus. Er zijn zeker ook improvisaties, maar de begeleiding is nauwkeurig genoteerd en de spelers worden strak geleid door een bandleider. De muziek van de bigbands is bedoeld om op te dansen. Daarom wordt deze jazzstijl swing genoemd, het ritme is óók in swing!

Een beroemde bandleider uit die tijd is Duke Ellington. Hij is een meester in het instrumenteren voor jazzorkest. Daarbij stelt hij vaak verschillende secties tegenover elkaar: een vloeiende melodie in de saxofoons kan bijvoorbeeld plotseling onder broken worden door schelle riffs in de trompetten. Zo ontstaat ook een vorm van call-and-response. De akkoorden worden ‘voller’: er worden allerlei noten toegevoegd aan de standaard drieklank, waardoor de akkoorden meer kleur krijgen en er meer variatie mogelijk is.

In plaats van de IV - V - I akkoorden van de New Orleans jazz wordt hier II - V - I gebruikt. De ritmesectie speelt een basisbeat van kwartnoten in half time, afgewisseld met syncopen en de bas speelt vaak een walking bass.

Door de bigbands komt er in Amerika een heuse jazzrage. Jazz is hot en iedereen in de muziekbusiness wil wel een graantje meepikken van het succes. In het kielzog van de overwegend zwarte bigbands komen daarom (vooral witte) jazzorkesten op die de ruige kantjes van de jazz afhalen. Ze spelen ‘liedjes’ met weinig of geen improvisaties, zodat de nadruk veel meer ligt op de structuur en veel minder op spontaniteit. Ook de musicalindustrie wil meeprofiteren. De grote musicalshows op Broadway, het theaterdistrict in New York, nemen allemaal elementen uit de jazzmuziek over.

Een van de componisten die er in deze tijd in slaagt de jazz succesvol in de musical te brengen, is George Gershwin. Zijn songs zijn zo goed, swingend en melodieus dat ze bijna allemaal door ‘echte’ jazzmuzikanten worden gespeeld. Het worden standards: uitgangspunt voor bewerkingen en improvisaties. Gershwin krijgt het zelfs voor elkaar de ‘serieuze’ klassieke muziek met jazz te vermengen. Sommige van zijn stukken zijn ook bedoeld voor de klassieke concertzaal. Dat is heel wat anders dan een zweterige nachtclub! Dankzij zijn stukken wordt jazz in de jaren dertig acceptabel voor het behoudende concertpubliek.

COUNT BASIE

EN ZIJN BIGBAND.

trompetsectie

trombonesectie

saxofoonsectie

101
ritmesectie

LOUIS ARMSTRONG & HIS HOT SEVEN

POTATO HEAD BLUES

DUKE ELLINGTON

TAKE THE A-TRAIN

DUKE ELLINGTON

IT DON’T MEAN A THING

COUNT BASIE JUMPIN’ AT THE WOODSIDE

Het fragment begint met een instrument dat akkoorden speelt. Welk instrument is dat?

• Hierna speelt de band ‘breaks’. Wat is een break?

• Aan het aantal breaks is te horen hoe lang het akkoordenschema van de Potato Head Blues is. De breaks zijn namelijk telkens op de eerste tel. Hoeveel maten is het schema?

Louis Armstrong improviseert op de trompet. Zijn improvisatiestijl wordt als gloeiend ‘hot’ ervaren. Leg uit wat er met ‘hot’ bedoeld wordt.

Take the A-train wordt door een orkest uitgevoerd. Hoe noem je een dergelijk jazzorkest?

Luister naar de contrabas. Wat is de technische term voor die partij?

In de tweede helft van het fragment improviseert ‘Queen of Jazz’ Ella Fitzgerald. Hoe heet deze stijl van zingen?

Dit fragment uit It Don’t Mean a Thing begint met een solo. Door welk instrument?

Na het gedeelte waarin de blazers meerstemmig de melodie spelen, soleert de zangeres. Welke drie instrumenten begeleiden haar tijdens de solo?

Het fragment eindigt met een gezongen couplet en het ‘doo-wah’ (in een fade-out) door de trompetten. Hoe krijg je dit specifieke geluid (‘wahwah’) van de trompetten?

Jumpin’ at the Woodside is in de typische bigband-stijl geschreven. Iedere sectie uit de band heeft een eigen rol.

Hierboven staan drie motieven. Welk(e) instrument(en) spelen welk motief?

Motief 1:

Motief 2:

Motief 3:

De toonhoogtes van twee van de drie motieven veranderen tijdens de inleiding. Welk motief blijft qua toonhoogte telkens hetzelfde?

 Motief 1  Motief 2  Motief 3

102 VERKENNEN JAZZ
1a 1b 1c 2a 2b 2c 3a 3b 3c 4a 4b C & bb Motief 1 Motief 2 Motief 3 œ œ œ œ œ œ œ ‰ œ œ œ w ˙ Œ œ œœ œ œ œœ œ Œ œ œœ œ ‰ œ œœ œ j Ó
Opdrachten Opdrachten

GEORGE

Je hoort een vrij lang fragment van het begin van Rhapsody in Blue van Gershwin. De klarinet opent met het volgende thema:

Luister naar de hele inleiding waarin de klarinet speelt. Welke twee opvallende technieken gebruikt de klarinet? Omcirkel: triller – arpeggio – pizzicato – glissando – demper.

Dit thema komt (na de inleiding) nog een aantal keren terug. Hoe vaak?

En door welk instrument wordt het gespeeld?

Voor de ‘klassieke concertganger’ is dit een merkwaardig pianoconcert. Voor de ‘jazzliefhebber’ is het een vreemd bigbandstuk. Leg uit wat verschillende bezoekers van de première er volgens jou vreemd aan vonden.

Concertganger:

Jazzliefhebber:

Oh, Lady, Be Good! was in 1924 de eerste Broadway-hit voor George en Ira Gershwin. Je hoort het intro en het eerste couplet, gezongen door Frank Sinatra.

Het intro start met alleen . Vervolgens speelt er een instrument dat in de jazz tot de ritmesectie gerekend wordt, maar hier een heel andere rol heeft.

• Welk instrument is dat?

• Welke rol heeft dit instrument?

Frank Sinatra wordt begeleid door een aantal instrumenten. Vul het aantal (trio, kwartet, kwintet enz.) en de naam van de instrumenten in. Tel ook de – zeer zacht spelende –gitaar mee.

Frank Sinatra wordt begeleid door een jazz

bestaande uit:

Waarom is dit ‘nette witte’ jazz, als je het vergelijkt met het – ook gezongen – It Don’t Mean a Thing van Duke Ellington (vraag 3)?

103 5a 5b 5c 6a 6b 6c
GERSHWIN RHAPSODY IN BLUE c & bb 3 3 ˙ >  œ œ œ . b œ œ . œ œ . œ .œ .œœ b- œ œ .œ .n œœ œ œ œ œ œ > b œ œ > w
GEORGE & IRA GERSHWIN OH, LADY, BE GOOD!

BEGRIPPEN

BEBOP

WALKING BASS COOLJAZZ FREEJAZZ

moderne jazz

Het swingtijdperk is na de Tweede Wereldoorlog over zijn hoogtepunt heen. Maar jazz is voortdurend in beweging en na de oorlog wordt die beweging veroorzaakt door een jonge generatie zwarte jazzmuzikanten. Zij vinden de stroperige bigbands commerciële nepjazz. Echte jazz moet wild, spontaan en vernieuwend zijn. Terwijl de bigbands in grote concertzalen nog steeds een massapubliek laten smullen van hun licht verteerbare swingmuziek, spelen jonge jazztalenten alweer in een nieuwe, radicale stijl: bebop.

Bebop betekent een terugkeer naar de kleine bezetting van de vroege jazz: ritmesectie, trompet en saxofoon is de meest voorkomende combinatie. Bebop is jachtig en druk door het razende tempo en de snelle akkoordwisselingen. Improvisaties zijn weer het hart van de muziek. In plaats van de ‘gewone’ melodische lijnen (in swing en met syncopen) spelen beboppers liever een onafgebroken stroom van achtste noten, met tussendoor plotselinge rusten, onverwachte accenten of watervlugge chromatische loopjes. Altsaxofonist Charlie Parker maakt deze virtuoze stijl van improviseren beroemd.

Een belangrijk verschil tussen bebop en swing zit in de begeleiding, de ritmesectie.

De drummer speelt het basisritme op de bekkens, het maakt de sound heel licht en vrij. De bassist speelt een ‘walking bass’, een doorgaande baslijn in kwartnoten die bijdraagt aan het jachtige karakter. De pianist (of gitarist) speelt complexe akkoorden met allerlei toevoegingen. Die akkoorden moet hij ‘gedoseerd’ spelen: op goed gekozen momenten slaat hij er een

paar aan. De vorm van bebop is eenvoudig: de blazers spelen eerst unisono het thema van een standard (een bestaand liedje) of een original (een eigen compositie) en daarna gaat iedere solist na elkaar los met improvisaties over de akkoorden van de song. Ook de ritmesectie (drums, bas, piano of gitaar) krijgt solo’s. Ze eindigen weer samen met de hoofdmelodie.

Bebop is muziek met een hoog energieniveau. Aanvankelijk wordt het gespeeld in kleine jazzclubs, maar binnen een paar jaar tijd is het de belangrijkste stroming in de jazz. Bebop is geen makkelijke amusementsmuziek, het is een kunstvorm. Bebop maakt de jazz weer modern en vernieuwend.

In de jaren vijftig komen er alternatieven voor de onrustige en virtuoze bebop. De makkelijker in het gehoor liggende cooljazz is er één van. Een van de uitvinders van de cooljazz is trompettist Miles Davis, die in de jaren ‘50 met een groep muzikanten de plaat Birth of the Cool opneemt in New York. Relaxed, mooi verzorgd en minder opgewonden dan bebop, dat is waar ‘cool’ voor staat. De ritmesectie speelt ingehouden en zonder accenten. Er zijn uitgewerkte arrangementen met smaakvolle dissonanten (geïnspireerd op de muziek van Debussy en Stravinsky), vloeiende solo’s en zachte klanken van bijvoorbeeld tuba, hoorn, vibrafoon en fluit. Trompetten gebruiken vaak dempers voor een zachtere klank. Dit alles maakt de sound van deze muziek cool in plaats van het in de jazz gangbare hot. Klankkleur en sfeer worden belangrijker dan razendsnel en technisch spel.

104 VERKENNEN JAZZ
7.5 7.5
Birdland, een jazzclub in New York, opgericht in 1949 ter ere van Charlie Parker.

Freejazz is een heel experimentele stijl, nog radicaler dan bebop. Het zijn de jaren zestig, de tijd waarin Martin Luther King vrijheid en gelijkheid voor zwarte Amerikanen predikt. Vrijheid is voor de zwarte bevolking iets om voor te leven of te sterven als dat moet. Freejazz is niet los te zien van deze politieke achtergrond. De meest radicale freejazz heeft geen regels, geen akkoordenschema,

geen toonsoort, geen vaste beat. Het lijkt alsof iedereen door elkaar heen speelt in een atonale brij van noten met veel dissonanten en extreme klanken uit de instrumenten. Collectieve improvisatie dus. Freejazz stelt alles ter discussie, net als de avant-garde in de klassieke muziek. Het is echte ‘muzikantenmuziek’: leuker om te spelen dan naar te luisteren.

Bird

Charlie Parker, alias ‘Bird’, is het grootste genie uit de jazz. Hij groeit op in Kansas City, een echte jazzstad, waar hij met zijn altsax terechtkomt in de bigband van Count Basie. Hij is geen wonderkind en als hij op een kwaad moment in de band het tempo niet kan bijbenen, krijgt hij onder hoongelach een drumbekken naar zijn hoofd. Hij gaat nog harder oefenen, vastbesloten de beste altsaxofonist te worden. Bovendien wil hij samen met zijn maatje Dizzy Gillespie (trompet) de jazzmuziek veranderen. Bird slaagt in allebei die missies. Door zijn fantastische techniek en scherpe, hoekige sound wordt hij de meest invloedrijke en best herkenbare saxofonist aller tijden. En hij is met Gillespie de grondlegger en frontman van de bebop. In tien jaar tijd (tussen 1945 en 1955) vliegt Bird tot grote hoogte, viert triomfen en gaat ten onder, gesloopt door zijn drugs- en alcoholverslaving. Bij zijn dood schat een dokter Parkers leeftijd tussen de vijftig en zestig jaar, maar in werkelijkheid is hij vierendertig.

105
Charlie Parker, oftewel ‘Bird’. John Coltrane (rechts).

Night in Tunesia is, mede door het tempo (tel snel), bebop.

In dit fragment hoor je eerst blazers en vibrafoon gebroken drieklanken spelen.

Daarna volgt de saxofoonsolo van Charlie Parker.

Luister naar de solo en wat de instrumenten daar spelen. Noem van ieder van de volgende instrumenten nog één kenmerk van bebop.

• Saxofoon:

• Bas:

• Piano:

Hieronder staat het thema van Boplicity van Miles Davis. Dit thema wordt twee keer gespeeld.

Welke twee maten wijken de tweede keer af? Hoe wijken ze af?

 Maat 1 en 2.  De toonhoogte is anders.

 Maat 3 en 4.  Het ritme is anders.

 Maat 5 en 6.  Zowel toonhoogte als ritme zijn anders.

 Maat 7 en 8.

Welke twee uitspraken zijn waar, gelet op het samengaan van de blazers in het thema?

 De blazers spelen unisono.  De blazers spelen parallel.

 De blazers spelen drieklanken.  De blazers spelen in tegenbeweging.

 De blazers spelen vierklanken.

Onder welke jazzstijl valt Boplicity? Waarom heb je daarvoor gekozen?

 Bebop,  Cooljazz,  Freejazz, omdat:

Moanin’ is een nummer van Art Blakey and the Jazz Messengers. Art Blakey is de drummer van het ensemble.

Het thema (zie het notenbeeld) bestaat uit vier korte frasen en wordt gespeeld door de piano.

De blazers reageren op elke frase; een vorm van samenspel (dialoog) afkomstig uit de gospel. Wat is de technische term hiervoor?

106 VERKENNEN JAZZ
1 2a 2b 2c 3a 1 2 3 4 5 6 7 ™ ™ 8 4 4 & b 3 & b 3 3 œ œ ‰ œ J œ œ ‰ œ j œ œ œ œ ‰ œ j œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ ™ œ j œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ j ‰ œ œ œ j ‰ œ œ œ œ œ œ œ œ œ ˙ ™ Œ
BOPLICITY
MOANIN’ 1 2 3 4 5 6 7 ™ ™ 8 4 4 & b 3 & b 3 Œ œ œ œ œ œ ˙ Œ œ œ œ œ œ œ ˙ Œ  œ j œ œ œ œ œ ˙ Œ œ œ œ œ œ ˙
CHARLIE PARKER NIGHT IN TUNESIA Opdrachten Opdrachten
MILES DAVIS
ART BLAKEY

ART BLAKEY MOANIN’ (2)

Het thema wordt herhaald en dan is de verhouding tussen piano en blazers anders. Hoe?

Luister naar het hele fragment, dat is één ‘verse’. Maak met nog twee letters de vorm van dit verse compleet.

A – A’ – –

Na het ‘verse’ volgen improvisaties op een ‘turnaround’-schema. Een turnaroundschema is een akkoordenschema dat eindeloos herhaald kan worden. Omcirkel wat juist is. Het akkoordenschema is 2 / 4 / 8 maten lang en gebruikt 1 / 2 / 3 / 4 akkoorden.

Hieronder staat het thema met akkoordsymbolen van Giant Steps. Het akkoordschema is heel opmerkelijk, want het loopt door meerdere toonsoorten heen.

4 4 & BŒ„Š7D7GŒ„Š7B¨7E¨Œ„Š7 A‹7D7 & GŒ„Š7B¨7E¨Œ„Š7F©7BŒ„Š7F‹7B¨7E¨Œ„Š7A‹7D7GŒ„Š7 & C©‹7F©7BŒ„Š7F‹7B¨7E¨Œ„Š7C©‹7F©7

John Coltrane speelt het thema twee keer. Welke maat wordt de tweede keer niet gespeeld?

Na het thema komt een solo. Luister naar het hele fragment. Giant Steps heeft kenmerken van bebop én van freejazz. Noem van elke stijl één kenmerk dat je in dit fragment hoort.

Bebop:

Freejazz:

De bas is voor het grootste gedeelte een walking bass, maar niet in maat 1-2 en maat 5-6. Daar is het een dalend loopje, dat gebruikmaakt van de akkoordtonen. Maat 1-2 is gegeven. Schrijf maat 5-6 op. Let op eventuele mollen en kruizen. Tip: kijk in maat 1-2 goed naar welke toon uit het akkoord de bas speelt.

GŒ„Š7B¨7E¨Œ„Š7F©7BŒ„Š7

Welke toonladder wordt voor het basloopje gebruikt?

107 3b 3c 3d 4a 4b 4c 4d
1 5 12
˙ ˙ œ J w œ œ j ˙ ˙ ˙ ™ j w ˙ œ ™ J w ˙ œ œ J w œ ™ J w ˙ œ ™ œb J w ™ œ J Ó
4 4
JOHN COLTRANE GIANT STEPS VWO 1 5
?
BŒ„Š7D7GŒ„Š7B¨7E¨Œ„Š7 ?
˙ ˙ ˙ ˙

7.6 7.6

BEGRIPPEN

LATINJAZZ

CONGA’S COWBELL

CLAVES

MARACAS

TIMBALES

JAZZROCK

RIFF

DISTORTION

FUSION

latinjazz

en jazzrock

Latinjazz is jazz die gekruid is met de ritmes van Zuid-Amerikaanse (latin) dansen zoals de samba, de bossa nova (beide uit Brazilië), de mambo en de salsa (uit Cuba). Latinjazz bestaat eigenlijk al sinds de jaren dertig naast de swing, de bebop enzovoort. Vooral de muziek van Cuba speelt een grote rol in de latinjazz. ‘Afro-Cubaanse muziek’ noemen de uit Cuba afkomstige jazzmuzikanten hun muziek daarom liever. Bij latinjazz is de ritmesectie meestal uitgebreid met een arsenaal aan latin percussion zoals conga’s, cowbell, claves, maracas en timbales. De trompetten hebben een grote rol in latinjazz en spelen vaak samen in tertsen, Ook de timbales zijn belangrijk, twee trommels met een cowbell op statief, waarop virtuoze solo’s gespeeld worden.

Met de bebop en vooral de freejazz is de jazz een subcultuur geworden met een klein publiek. Sommige artiesten proberen de jazz weer toegankelijk te maken door die te vermengen met rockmuziek. Deze stijl heet jazzrock. Elektrische gitaar en bas worden in jazzrock veel gebruikt, maar vooral de elektrische piano en synthesizers vallen op. Bij jazzrock is het typische swingritme nogal eens ingewisseld voor het ‘rechte’ rockritme: de achtste noten zijn allemaal even lang. Net als in de funk en de soul spelen de blazers strakke riffs en gebruiken de gitaren – net als in rock – distortion. Jazzrock is dus een fusie van jazz, rock, funk en soul en later ook van latinjazz. Daarom wordt jazzrock ook wel fusion genoemd. Met de jazzrock bereikt de jazz in de jaren zeventig weer een miljoenenpubliek en schiet de platenverkoop omhoog.

Is dit nog wel jazz?

Als Miles Davis in 1969 het album Bitches Brew uitbrengt, zijn veel jazzliefhebbers onaangenaam verrast. ‘Is dit nog wel jazz?’ is een veelgehoorde verzuchting. De ‘kenners’ vinden dat Miles Davis ‘sold out to the public’, dat hij zichzelf en zijn muziek in de uitverkoop gedaan heeft. Maar Davis vindt dat jazz lang genoeg elitair is geweest. En hoezo uitverkoop? Geen nummer op de plaat duurt korter dan tien minuten, waardoor hij zo goed als zeker weet dat de muziek niet op de radio gedraaid zal worden (drie of vier minuten is het maximum voor de radio). Bovendien is het zeker geen makkelijke muziek: geen pakkende melodietjes, geen dreunende beat en geen aansprekende teksten. Toch verkoopt Davis een half miljoen exemplaren in één jaar.

De jonge muzikanten met wie hij de plaat opneemt, streven Davis daarna snel voorbij. Toetsenist Herbie Hancock scoort zelfs een hit met zijn Watermelon Man. Joe Zawinul (toetsen) en Wayne Shorter (altsax) vormen de fusiongroep Weather Report. Ze maken een grote klapper met het nummer Birdland. Of het nog wel jazz is? ‘Who cares’?

108 VERKENNEN JAZZ
Weather Report.

Opdrachten Opdrachten

ASTRUD GILBERTO / STAN GETZ

ONE NOTE SAMBA

One Note Samba van António Carlos Jobim is een van de bekendste latinjazz nummers. Dit fragment is een liveopname uit 1964 van zangeres Astrud Gilberto en saxofonist Stan Getz.

Luister naar het begin. Verklaar de titel.

Luister naar het hele fragment. Het bestaat uit drie gedeeltes met het vormschema: A - B - A’. Waarom krijgt de tweede A een accent? Geef twee redenen.

1

2

In de A - B - A’ vorm van dit fragment contrasteert de B met de A. Leg uit op welke twee manieren het B-gedeelte contrasteert.

• Melodie/zang:

• Instrumentatie:

TITO PUENTE OYE COMO VA

In Oye Como Va speelt een aantal slaginstrumenten. Noem er twee.

Midden in het fragment hoor je een break waar iedereen hetzelfde ritme speelt. Wat verandert er na de break?

Tot welke jazzstijl behoort Oye Como Va?

WEATHER REPORT/ QUINCY JONES BIRDLAND

Het intro van Birdland bouwt langzaam op; telkens komt er iets nieuws bij. Het intro gebruikt een kort akkoordenschema met maar een paar akkoorden.

Hoeveel maten lang is het akkoordenschema?

Hoe vaak hoor je dit zelfde akkoordenschema voordat er een nieuw motief wordt gespeeld?

Dit is jazzrock. Waarom?

109 1a 1b 1c 2a 2b 2c 3a 3b 3c

jazz in de

21 e eeuw

De hedendaagse jazz heeft vele gezichten. Zo is er een jazzpraktijk gekomen die vooral naar het verleden kijkt. Er zijn bandjes die muziek maken in de stijl van New Orleans (dixielandbands), er zijn echte bigbands die de muziek van Duke Ellington uitvoeren en er zijn jazzmusici die bebop spelen en iedere noot van Charlie Parker zo precies mogelijk naspelen. Maar er zijn ook muzikanten die creatief omgaan met de muziek uit het rijke verleden van de jazz, en iets nieuws proberen te maken terwijl ze zich bewust zijn van de traditie. Een voorbeeld hiervan is de saxofonist Kamasi Washington, die met zijn album The Epic laat zien dat hij durft: lange nummers in allerlei verschillende stijlen en muziekculturen.

Ook in Nederland is een levendige jazzscene, met aan de top een aantal muzikanten en componisten die zich van

hokjes weinig aantrekken. De bekroonde trompettist Eric Vloeimans bijvoorbeeld schrijft filmmuziek, werkte samen met Armin van Buuren en speelt met symfonieorkesten.

In veel hedendaagse jazz worden allerlei andere muziekstijlen gebruikt, uit de hele wereld. Er wordt gebruik gemaakt van computers, draaitafels, loops en beats. Sommige typische jazzkenmerken vallen daardoor weg. Er is bijvoorbeeld geen swingritme of geen improvisatie. Jazz heeft zich ook vermengd met funk, dance (EDM) en hiphop. De vraag of het nog wel jazz is, is niet zo interessant. Het gaat erom dat kenmerken van de jazz in veel stijlen terug te vinden zijn. Zo heeft de jazz een blijvende invloed op de muziek van vandaag. Jazz is een levende en levendige muziekstijl die zich nooit beperkingen laat opleggen.

North Sea Jazz

Jazz is al lang niet meer uitsluitend een Amerikaanse stijl, jazz is een wereldstijl geworden. Nederland bijvoorbeeld staat ieder jaar drie dagen lang in het centrum van de jazzwereld met het North Sea Jazz Festival (Ahoy Rotterdam). Alle jazzgrootheden hebben er opgetreden, maar er is ook altijd aandacht voor nieuwe stijlen en jonge muzikanten. Jazz wordt er bovendien heel ruim genomen. Op het festival van 2023 traden onder meer freestyle rapper Stormzy op, de Ierse singer-songwriter Van Morrison, de crooner Tom Jones, de stokoude bluesgitarist Buddy Guy, soullegende Gregory Porter en het Nederlandse Metropole Orkest met jazz uit Curaçao.

110 VERKENNEN JAZZ
7.7 7.7
North Sea Jazz Festival.
BLUESGITARIST BUDDY GUY OP NORTH SEA JAZZ 2023.

Opdrachten Opdrachten

ERIC VLOEIMANS FUN IN THE SUN

In Fun in the Sun spelen drie instrumenten. De baspartij wordt gespeeld door een cello met een elektronisch effect. Welke andere twee instrumenten spelen?

Je kunt de stijl van Fun in the Sun omschrijven als ‘worldjazz’, een fusion van wereldmuziek en jazz. Waarom?

ST. GERMAIN LATIN NOTE

KAMASI WASHINGTON CHANGE OF THE GUARD

KIKA SPRANGERS BUILDING CASTLES IN THE AIR

St. Germain is het pseudoniem van de Franse muzikant Ludovic Navarre. Latin Note (van het album Tourist) is opgebouwd uit vele (ritmische en melodische) lagen, net als latinjazz. De piano en shaker beginnen.

In welke volgorde komen de volgende instrumenten er daarna bij? Conga’s – bass drum – vibrafoon + basgitaar – ride cymbal + handclaps. Volgorde:

Je zou dit nog een soort fusionjazz kunnen noemen door bijvoorbeeld het patroon in de piano en het gebruik van de vibrafoon. Bij de inzet van welk instrument (uit het rijtje hiervoor) is het echt geen jazz meer?

Kamasi Washington is een Amerikaanse tenorsaxofonist, componist en bandleider. In 2015 kwam zijn album The Epic (3 cd’s) uit, met daarop het nummer Change of the Guard

Change of the Guard klinkt beslist ‘episch’. Dat komt onder andere door de grote bezetting. Wat is bijzonder aan de bezetting en niet gebruikelijk in jazz?

Toch heeft dit nummer een aantal nadrukkelijke jazzkenmerken. Noem er twee.

De Nederlandse saxofoniste Kika Sprangers trad op tijdens het North Sea Jazz festival van 2023. Zij experimenteert volop met allerlei stijlen en instrumenten. Zo speelt ze onder meer met harpist Remy van Kesteren. Building Castles in the Air (2022) is opgenomen met een band en zoals veel hedendaagse jazz moeilijk onder één stijl te vangen.

Kies het juiste antwoord: Building Castles in the Air is voornamelijk gecomponeerd / geïmproviseerd Waaraan hoor je dat?

Stel, je moet Building Castles in the Air toch indelen bij een jazzstijl. Welke zou je dan kiezen en waarom? Kies uit één van de stijlen uit dit hoofdstuk.

, omdat

111
1a 1b 2a 2b 3a 3b 4a 4b

Vroege Vroege

popmuziek popmuziek

In de twintigste eeuw ontstaat de massacultuur. Dankzij de radio (later de televisie) en geluidsdragers (grammofoonplaten) komt muziek vanaf nu rechtstreeks de huiskamer in. De massamedia maken alle soorten muziek toegankelijk voor alle lagen van de bevolking.

In de jaren vijftig van de twintigste eeuw komt daar nog een ontwikkeling bij: er komt muziek die speciaal gericht is op de jeugd, de rock-’n-roll. Rock-’n-roll is meer dan alleen muziek, het schudt de maatschappij door elkaar en heeft invloed op de leefwijze van jongeren.

Popmuziek betekent actie, plezier, opstand. Het werkt door in het gedrag, de manier van kleden. Kortom, het leven van jongeren verandert door de muziek. Dat is nieuw!

Rock-’n-roll is daarom niets minder dan een revolutie en Elvis Presley is daarvan het boegbeeld.

112 VERKENNEN VROEGE POPMUZIEK
elvis presley.

Rock-’n-roll is als muziekstijl niet als een donderslag bij heldere hemel gekomen, het is het resultaat van een ontwikkeling waarin Afro-Amerikaanse muziek een belangrijke rol speelt. Voor Afro-Amerikanen is muziek een belangrijke uitlaatklep. De blues (en de ruigere rhythm & blues) gaat over onderdrukking, sociaal onrecht en armoede. Gospelmuziek geeft extase, bevrijding, hoop en verbondenheid. Blues en gospel zijn de voorouders van de rock-’n-roll en ook de witte countrymuziek uit Amerika heeft een belangrijke bijdrage geleverd. De mix van blues, country en gospel levert een explosieve nieuwe stijl op: rock-’n-roll.

113
THE BEATLES.

8.1 8.1

BEGRIPPEN FOLK COUNTRY

AKOESTISCHE INSTRUMENTEN

FIDDLE, BANJO, ACCORDEON

Duizenden kolonisten, vooral Ieren en Schotten, vestigen zich in de negentiende eeuw in de heuvels en bergen van de zuidelijke staten van de VS, waar ze een eenvoudig boerenbestaan opbouwen. ‘Hillbilly’s’ worden ze genoemd, boerenkinkels. Ze leven tamelijk geïsoleerd van de ‘beschaafde’ wereld en sommigen hebben nog nooit een gekleurde medemens gezien. De muziek die zij maken, leunt op de traditionele Europese (en vooral Ierse) volksmuziek. De hillbillymuziek – ook wel folk of ‘bluegrass’ genoemd – staat aan de wieg van de country. In de countrymuziek worden akoestische instrumenten gebruikt: gitaar, viool (‘fiddle’), banjo en accordeon. Countrymuziek gaat net als blues meestal over de dagelijkse ellende van de muzikant.

Cowboys country en folk

Country is in de vroege twintigste eeuw de meest gedraaide muziek op de Amerikaanse radiostations, en is daardoor hét symbool van de witte Amerikaanse cultuur. Ver weg van het mondaine New York en het bruisende Chicago groeien de provinciesteden Nashville en Memphis uit tot de centra van de countrymuziek. Hier, midden in het boeren-Amerika, wordt van de country een commercieel product gemaakt.

Menig zingende boerenzoon komt zijn geluk beproeven en doet auditie bij de radiostations of de platenstudio’s van Nashville en Memphis. Zo ook de jonge vrachtwagenchauffeur Elvis Presley. Dit is de wereld waar de latere (witte) rock-’n-rollsterren vandaan komen.

De Amerikaanse cultuur zit ernstig verlegen om een eigen identiteit, eigen muziek en eigen symbolen. Amerika is jong en de (witte) bewoners komen uit alle windstreken. Daarom zoeken ze naar gemeenschappelijke symbolen en mythes. De cowboy is zo’n symbool. De stoere ‘good guy’, die geen geweld schuwt om onrecht te bestrijden, is een verzinsel van de filmindustrie, maar het werkt wel. De countrymuziek krijgt daarom een cowboy-imago opgedrongen, een imago dat de artiesten zelf trouwens maar al te graag overnemen. Zo komt de zingende cowboy in uitzinnige westernkleding op het podium, met de grote gleufhoed en het leren pak met franjes, het prototype van de country-artiest.

114 VERKENNEN VROEGE POPMUZIEK
Mumford & Sons: hedendaagse band met country- en folkinstrumenten: contrabas, gitaar, mandoline, banjo.

ALISON

JOHNNY CASH

A BOY NAMED SUE

ILSE DELANGE WORLD OF HURT

In Rain Please Go Away spelen zes instrumenten. Eén daarvan is de dobrogitaar. Een dobrogitaar heeft een scherp geluid door de metalen plaat op de klankkast. Noem drie andere instrumenten.

Luister naar het eerste couplet. Onderstreep de woorden (of lettergrepen) waar het akkoord wisselt.

Rain, please go away

Leave me alone, come another day

My love is gone, this time to stay

Rain, please go away

Het nummer gebruikt drie verschillende akkoorden: B majeur, E majeur en Fis majeur. Hieronder staat het akkoordenschema van het intro. In het schema is elk akkoord één maat.

B B B E B E Fis B B

Luister naar het intro en het gezongen couplet daarna. In het gezongen couplet wordt één maat (één akkoord) niet gespeeld. Omcirkel in het schema hierboven dat akkoord.

Luister nu naar de solo na het couplet. Welk schema is dat? Dat is:

 het schema van het intro.  het schema van het couplet.  een nieuw schema.

De beste countryzanger van de wereld was Johnny Cash († 2003). Een van zijn bekendste hits is A Boy Named Sue over een conflict tussen een jongen en zijn vader.

Well my daddy left home when I was three and he didn’t leave much to ma and me Just this old guitar and an empty bottle of booze. Now, I don’t blame him cause he run and hid but the meanest thing that he ever did Was before he left, he went and named me ‘Sue’.

Well, he must’ve thought that it was quite a joke and it got a lot of laughs from a lots of folks

It seems I had to fight my whole life through. Some gal would giggle and I’d get red and some guy’d laugh and I’d bust his head, I tell ya, life ain’t easy for a boy named ‘Sue’.

Luister naar de eerste twee coupletten. Waarom is de begeleiding geschikt om zo’n lang verhaal op te vertellen?

Ilse DeLange is een van de weinige Europese artiesten die als countryzanger voet aan de grond heeft gekregen in ‘countryhoofdstad’ Nashville. Haar stemgeluid is heel karakteristiek voor country: met ‘twang’. Twang is een onomatopee (het woord zelf doet het geluid na) voor een nasaal stemgebruik.

Noem – naast twang – nog een kenmerk van country dat je hoort in World of Hurt

115 1a 1b 1c 1d 2 3
KRAUSS RAIN PLEASE GO AWAY Opdrachten Opdrachten

8.2 8.2

BEGRIPPEN

GOSPEL

HAMMONDORGEL

SPIRITUAL

GEESTELIJK LIED

RHYTHM & BLUES

BACKBEAT

BLUESTOONLADDER

CALL-AND-RESPONSE

gospel en

rhythm & blues

Gospel is Afro-Amerikaanse muziek uit de kerk. De zwarte bevolking is niet welkom in de witte kerken en daarom stichten ze eigen kerken. Een zwarte kerkdienst is een uitbundig feest. Met muziek en dans proberen de zwarte gelovigen in vervoering te raken, een spirituele bevrijding van de dagelijkse ellende. De predikant stookt het vuurtje op met zijn steeds herhaalde kreten. De mix van opzwepende muziek en het roepen van religieuze teksten brengt de gelovigen in extase. Kenmerkend voor de gospelmuziek is de meerstemmige zang, vaak begeleid door het hammondorgel. Het gospelkwartet (vier zangers, waarvan er één soleert) of het gospelkoor zingt spirituals: de oude geestelijke liederen die al op de plantages werden gezongen. Het belang van de gospelmuziek is moeilijk te overschatten. Er is een directe lijn van gospel naar zwarte

muziek zoals soul en funk, en ook de rock-’n-roll is erdoor beïnvloed.

Een andere muziekstijl die veel invloed op de rock-’n-roll heeft, is de rhythm & blues. In de jaren dertig trekken veel blueszangers naar Chicago, net als duizenden AfroAmerikanen die werk zoeken in de grote stad. In de zwarte clubs en kroegen klinkt een ruigere, hardere versie van de blues, want de elektrische gitaar doet zijn intrede. Drums, (elektrische) bas en saxofoons worden toegevoegd en zo ontstaat een vorm van blues met een sterke nadruk op ritme en de backbeat: rhythm & blues. Het 12-matige bluesschema krijgt steeds vastere vorm en de solo’s zijn gebaseerd op de bluestoonladder. De rhythm & blues is even extatisch en opzwepend als de gospel, maar de teksten zijn seksueel getint, ze zitten vol ‘slang’ (straattaal) en dubbele bodems.

House-wrecking

In de kerken van de zwarte Amerikanen is de predikant een echte performer die de gemeente opzweept met zijn preken en pakkende kreten. De muziek (hammondorgel) ondersteunt hem daarbij. Die techniek heeft zelfs een naam gekregen: ‘house-wrecking’. De predikant stuwt naar het moment waarop de gemeente zich één voelt. De kerkgangers deinen mee op de heftige ritmes en beantwoorden de uitroepen van predikant: Do you see the light, say Amen! Amen! I can’t hear you people! AMEN! Het publiek wordt opgezweept met deze vorm van call-and-response . De zwarte predikanten zijn eigenlijk de artiesten en deze kerkdiensten zijn te beschouwen als voorlopers van het popconcert.

116 VERKENNEN VROEGE POPMUZIEK
Ray Charles. JAMES BROWN ALS PREDIKANT IN THE BLUES BROTHERS.

Opdrachten Opdrachten

In het begin van The Old Landmark ben je getuige van een ouderwets staaltje housewrecking van James Brown die in de film The Blues Brothers de rol van voorganger in de kerk speelt.

Wat is de rol van het orgel in dit house-wrecking?

Als het nummer losbarst, begint er een call-and-response tussen solist en koor in een moordend tempo.

Het koor zingt:  eenstemmig unisono.  meerstemmig.

Hoe wordt aan het einde van het tweede couplet de muzikale spanning nog verhoogd?

Wat is de technische term voor de baslijn vanaf het begin van het couplet?

RAY CHARLES MESS AROUND

Bij welke stijl hoort Whirlaway?

 Gospel.  Spiritual.  Blues.  Rhythm & Blues.  Rock-‘n-roll.

Noem twee kenmerken waaraan je kunt horen welke stijl dit nummer heeft.

Na een kort intro van twee maten hoor je het eerste couplet. Wat is het akkoordenschema van dat couplet?

Let op: de drums spelen in double-time

 F Bes F F  F F F F  F F F F

Bes Bes F F Bes Bes F F Bes Bes F F

C C F F C Bes F F C C7 F F

Aan het begin van Mess Around hoor je de linkerhand van de piano vier keer hetzelfde loopje spelen. Welk notenvoorbeeld is de beste weergave van dat loopje?

4

  

Mess Around gebruikt het bluesschema. Het schema begint meteen, ook al klinkt het begin als een intro.

Hoe vaak hoor je het schema in het hele fragment? keer.

Waarom is de bezetting typerend voor rhythm & blues?

117 1a 1b 1c 1d 2a 2b 2c 3a 3b 3c
JAMES BROWN THE OLD LANDMARK ALLEN TOUSSAINT WHIRLAWAY
4 ? bbb ? bbb ? bbb œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ

BEGRIPPEN

BLUESSCHEMA

TONICA, SUBDOMINANT, DOMINANT

AKKOORDENSCHEMA

STRAIGHT

Om de impact van rock-’n-roll in de jaren vijftig goed te kunnen begrijpen moet je iets weten van de maatschappelijke achtergrond. Veel witte Amerikanen wonen in ‘suburbs’. Ze zijn burgerlijk en braaf. De rolpatronen liggen vast: vader heeft een saaie kantoorbaan en luistert naar duffe countrymuziek op de radio terwijl hij de auto wast. Moeder is gelukkig met haar nieuwe wasmachine en stofzuiger. Lang leve de welvaart. Maar de tieners zoeken een manier om aan de verveling te ontkomen. Ze willen verandering. En dan is daar opeens die jongen met die vetkuif, Elvis. Hij schudt met zijn heupen, zwaait met het microfoonstatief en rolt ermee over de grond. De geest is uit de fles, om er nooit 8.3

BREAK

WALKING BASS

BACKBEAT

Rock ... , n ... roll

meer in terug te gaan. ‘Hearing Elvis for the first time was like busting out of jail’, zei Bob Dylan. Elvis’ podiumact is geen namaak, het is spontaan en echt, zoals rhythm & blues en gospel. Muziek om op te dansen! De ouders kijken verbijsterd toe. Rock-’n-roll is de witte versie van de zwarte rhythm & blues. De nummers maken gebruik van het bluesschema van twaalf maten. Het schema is verdeeld in drie (tekst)regels van ieder vier maten. De eerste tekstregel wordt altijd herhaald. Er worden drie akkoorden gebruikt: tonica (I), subdominant (IV) en dominant (V). Het akkoordenschema ziet er zo uit, met de tekst van Statesboro Blues van Taj Mahal:

Regel 1 (a): I IV (of I) I I I woke up this morning, I had them Statesboro blues

Regel 2 (a): IV IV I I I woke up this morning, I had them Statesboro blues

Regel 3 (b): V IV I V (of I) Well, I looked over in the corner, and Grandpa seemed to have them too

Rock-’n-roll heeft meestal een hoog tempo en is vaak niet ‘in swing’ (zoals bij de blues) maar ‘straight’. Achtste noten worden dan ook echt gespeeld als achtsten. De bezetting van een rock-’n-rollband is tot de essentie teruggebracht: gitaar, bas (eerst nog akoestisch, later elektrisch), piano en drums. Dit blijft de standaard voor

The King

latere rockbands. Rock-’n-roll maakt veel gebruik van breaks, en de gitaar of de blazers spelen riffs en solo’s. De bas speelt vaak een walking bass. Een ander kenmerk is de sterke backbeat, een stevige slag op de snaredrum op de tweede en vierde tel. De backbeat wordt het handelsmerk van de popmuziek.

Elvis Presley is nog altijd de best verkochte soloartiest aller tijden, met meer dan een half miljard verkochte platen. Zijn bijnaam, The King, is daarom meer dan verdiend. Veel mensen kennen hem alleen als de wat pafferige zanger die in Las Vegas optreedt in een kitscherig jumpsuit. Maar dat is in de jaren zeventig van de twintigste eeuw, als zijn carrière eigenlijk voorbij is – en zijn leven ook, want hij sterft op 42-jarige leeftijd aan de gevolgen van drugs en ongezond eten. Zijn glorietijd ligt tussen 1955 en het moment dat hij in militaire dienst moet, 1958. Dat is slechts een paar jaar, maar er gebeurt veel. Hij neemt talloze platen op die allemaal goud worden en het geluid van de rock-’n-roll bepalen, hij verschijnt in tv-shows en brengt zijn eerste film uit, Jailhouse Rock. Elvis wordt het eerste wereldwijde popidool.

118 VERKENNEN VROEGE POPMUZIEK
8.3
Rock-’n-roll dans.
ELVIS IN JAILHOUSE ROCK TAJ MAHAL STATESBORO BLUES

LITTLE RICHARD TUTTI FRUTTI

Tutti Frutti gebruikt het bluesschema. Schrijf – voordat je luistert – het bluesschema op. Het eerste akkoord is een F-akkoord.

ELVIS PRESLEY HOUND DOG

ELVIS PRESLEY DON’T BE CRUEL

In een bluesschema heeft de eerste regel twee opties.

1: vier maten hetzelfde akkoord (I – I – I – I).

2: in de tweede maat een wisselakkoord (I – IV – I – I).

Luister naar Tutti Frutti. Welke optie is hier gebruikt?

Het schema heeft drie regels. In welke regel van het eerste couplet hoor je een break? In regel

Luister naar het hele fragment. Wat is het verschil tussen de breaks van het eerste couplet en die van het tweede couplet?

Hieronder staat een rijtje kenmerken van rock-‘n-roll. Omcirkel de kenmerken die je in Hound Dog hoort.

bluesschema – ‘straight’ ritme – elektrische gitaar – bas drums – blazers – breaks – riffs – backbeat

Don’t Be Cruel werd in hetzelfde jaar uitgebracht als Hound Dog (1956), maar heeft een totaal andere sfeer. Dat komt onder andere door het achtergrondkoortje.

Het koortje zingt akkoorden op ‘pa-pa’. Welk ritme zingen ze?

   

Don’t Be Cruel gebruikt het bluesschema met een aanpassing in de derde regel. Naast deze aanpassing zijn er nog twee regels die echt van het schema afwijken.

Zet een kruis voor die regels.

You know I can be found sitting home all alone

If you can’t come around, at least please telephone

Don’t be cruel to who a heart that’s true

Baby, if I made you mad for something I might have said Please, let’s forget the past the future looks bright ahead

Don’t be cruel to who a heart that’s true

I don’t want no other love, baby it’s just you I’m thinking of

Don’t stop thinking of me, don’t make me feel this way

Come on over here and love, you know what I want to say

Don’t be cruel to who a heart that’s true

Why should we be apart? I really love you baby, cross my heart

119 1a 1b 1c 1d 2 3a 3b
Opdrachten Opdrachten
4 4 Œ œ Œ œ Œ œ Œ œ 4 4 Œ œ Œ œ ‰ œ j Œ œ Œ
4 4 Œ œ Œ œ ‰ œ j œ ŒŒ 4 4 Œ œ Œ œ ‰ œ j ŒŒ œ

De Cavern Club in Liverpool: de plaats waar het allemaal begon voor The Beatles.

8.4 8.4

merseybeat en

the beatles

BEGRIPPEN

MERSEYBEAT

BRIDGE

GITAARRIFF

De rock-’n-roll wordt in de jaren vijftig van de vorige eeuw heel snel een commercieel succes. Begin jaren zestig heeft de rock-’nroll ook Europa veroverd. In Engeland spelen talloze bandjes – vaak een stelletje tieners – de muziek van rock-’n-rollartiesten na. Hun eigen nummers klinken dan ook als rock-’n-roll. Men noemt het beatmuziek. In de haven-stad Liverpool ontstaat een vorm van beatmuziek die geschiedenis gaat schrijven: de Merseybeat (de Mersey is de rivier waaraan Liverpool ligt). De helden in deze geschiedenis zijn John Lennon, Paul McCartney, George Harrison en Ringo Starr: The Beatles.

De vrolijke en open manier waarop The Beatles voor de dag komen op de radio en televisie zorgt ervoor dat ze heel snel populair worden. Rond 1964 is er sprake van een wereldwijde ‘Beatlemania’. Als ze de hysterie rond hun verschijning en optredens beu zijn, duiken ze de studio in en gaan

volop experimenteren met studio-effecten en aparte instrumenten zoals de sitar. Het zijn geen simpele rock-’n-roll liedjes meer, maar serieuze composities. Pop wordt volwassen, vernieuwend en muzikaal interessanter. Zo groeien de Beatles uit tot de meest invloedrijke popband die ooit heeft bestaan.

De songs van de ‘vroege’ Beatles onderscheiden zich van die van de concurrenten doordat ze nét even anders klinken, vooral in de bridge, een contrasterend deel van een song. Een ongebruikelijk akkoord, een aparte tweede stem, een gitaarriff of een afwijkend drumritme. En er wordt vaak meerstemmig gezongen.

Het zijn niet alleen Lennon en McCartney, het is de creatieve inbreng van alle vier de Beatles – en van hun producer George Martin – die het verschil maakt met andere bands. De spontaniteit van de bandleden zorgt ervoor dat ze met kop en schouders boven de rest uitsteken.

Beatlemania

Overal waar de Beatles komen zie je hetzelfde tafereel: huilende en flauwvallende meisjes en aanhoudend gegil, in Amerika, in Japan, Nederland en Australië. Als eerste Engelse band breken ze door in Amerika. Daar bezetten ze in 1964 lange tijd de eerste vijf plaatsen van de hitparade, een unieke prestatie die nooit meer geëvenaard is. Amerika spreekt van een ‘British invasion’. In 1965 treden ze als eerste band ter wereld op in een enorm stadion voor 60.000 mensen, het Shea Stadium in New York. Het gekrijs tijdens het concert is zo oorverdovend dat de muziek van de ‘fab four’ nauwelijks te horen is. Het maakt niets uit. ‘Ze kwamen nooit om naar ons te luisteren, ze kwamen om ons te zien’, vertelt Ringo Starr dertig jaar later. In 1966 zijn de Beatles moe van het toeren en de hordes schreeuwende fans. Daarmee is de Beatlemania over het hoogtepunt heen. Nooit zag de wereld een grotere hysterie rond een popgroep.

120 VERKENNEN VROEGE POPMUZIEK
FANS GAAN UIT HUN DAK BIJ HET CONCERT VAN DE BEATLES IN HET SHEA STADIUM IN NEW YORK.

Een kenmerk van de vroege Merseybeat is het benadrukken van de backbeat (de 2 en 4), met vaak twee achtstes op de tweede tel:

Door welk onderdeel van het drumstel wordt de backbeat gewoonlijk gespeeld?

Luister naar fragmenten uit drie vroege nummers van The Beatles. In elk fragment wordt de backbeat in de drums versterkt door nóg een instrument. Welk instrument is dat?

• Love Me Do:

• From Me to You:

• I Want to Hold Your Hand:

I Feel Fine begint heel merkwaardig. Het was de eerste plaat waarin ‘feedback’ (bewust) werd gebruikt. Wat is feedback (in muziek)?

Na de feedback hoor je de volgende riff:

Op hoeveel verschillende toonhoogtes hoor je de riff?

Dit fragment uit I Feel Fine bestaat uit de volgende vormonderdelen: intro – couplet 1 – couplet 2 – bridge (‘I’m so glad’) – couplet 3 – solo. In welk onderdeel hoor je de riff niet ?

The Beatles zelf noemen de bridge de middle eight. Geef twee redenen voor die benaming. 1 2

Day Tripper is – net als I Feel Fine – gebaseerd op een riff:

Welk(e) instrument(en) spelen de riff?

Maakt Day Tripper gebruik van het bluesschema?  Nee, helemaal niet.  Ja, maar niet helemaal.  Ja, helemaal. 4

121 1 2 3a 3b 3c 3d 4a 4b
DAY TRIPPER
THE BEATLES Opdrachten Opdrachten THE BEATLES
4 Œ œ œ Œ œ THE BEATLES I FEEL FINE
& # œ œ œ œ œ œ œ J œ œ J œ œ œ
4 & ‹ œ œ j œ œ œ œ œ œ œ œ œ >
C
4

Onderstreep in de tekst die regels (of gedeeltes van regels) die meerstemmig gezongen worden.

Got a good reason for taking the easy way out

Got a good reason for taking the easy way out now

She was a day tripper, one way ticket, yeah

It took me so long to find out and I found out

Wat is waar over de backing vocals? De backing vocals zingen:

 boven de leadzang.

 onder de leadzang.

 soms boven, soms onder de leadzang.

122
4c 4d
Opdrachten Opdrachten

popmuziek popmuziek Amerikaanse Amerikaanse AfroAfro-

Muziek discrimineert niet. Afro-Amerikaanse of ‘zwarte’ muziek is weliswaar muziek die voornamelijk door gekleurde muzikanten gemaakt is, terwijl ‘witte’ muziek voornamelijk door witte mensen gemaakt is, maar de muziek is voor iedereen. Dat er toch een scheiding is tussen witte en zwarte muziek, is een historisch gegroeid feit dat helaas wel met discriminatie te maken heeft.

In de jaren twintig, dertig en veertig zijn de zwarte blues en de witte folk en country strikt gescheiden van elkaar. Een wit persoon luistert niet naar zwarte muziek en een Afro-Amerikaan niet naar country. De voormalige tot slaaf gemaakten zijn rechteloos en hebben geen kans op een baan. De zuidelijke staten van de Verenigde Staten kennen tot in de jaren zestig strenge rassenwetten. Afro-Amerikanen mogen niet stemmen en niet in (witte) bars, winkels en bussen zitten. Overal zie je borden met ‘Whites only’. De rassenscheiding leidt tot rellen in de jaren vijftig en zestig. Er komt een burgerrechtenbeweging die vecht voor de burgerrechten van de zwarte bevolking, waarin Martin Luther King en Malcolm X een belangrijke rol spelen. Er heerst optimisme, want er worden overwinningen geboekt. Er komen antidiscriminatiewetten, er komt stemrecht. Zwarte popmuziek, met name soul en funk, verovert de wereld.

123
Stevie Wonder. Martin Luther King tijdens een demonstratie voor gelijke burgerrechten.

9.1 9.1

BEGRIPPEN

SOUL RIFF GROOVE

CALL-AND-RESPONSE

soul

Soul komt van oorsprong uit het zuiden van de Verenigde Staten, waar vroeger de tot slaaf gemaakten werkten en waar nog heel lang de rassenscheiding en discriminatie het meest voelbaar is. De ‘southern soul’ gaat verder waar de gospel en de rhythm & blues gebleven waren. Net als rhythm & blues is soul dansmuziek met ruige kantjes en net als gospel heeft soul de opzwepende zang die het publiek in extase moet brengen. Het woord ‘soul’ zegt al genoeg: het is bezielde muziek, die uit het hart komt en tot het hart spreekt. Dat was de blues ook al, maar nu is de boodschap optimistischer (‘I feel good’, zingt James Brown) en het wordt met meer muzikaal vuurwerk gebracht.

In soulmuziek spelen blazers mee. Die blazers, meestal saxofoon en trompet, spelen riffs: korte motieven die vaak herhaald worden. De bassist en de drummer

spelen heel strak samen, met veel syncopen. De gitaar speelt ook heel ritmisch, met staccato slagen. Daarnaast hoor je vaak een hammondorgel (een elektronisch orgel) ritmische lijnen spelen, dus niet de statige, plechtige akkoorden die je verwacht van een van oorsprong kerkelijk instrument. Deze strakke, swingende ritmische basis noem je de groove. De ‘groovy’ begeleiding staat geheel in dienst van de zang.

De zang is heel expressief en improviseert rond de melodie: net als in gospel bouwt de zanger op naar een climax waar alles in vuur en vlam gezet wordt, het befaamde ‘house-wrecking’. Het achtergrondkoor doet meerstemmig mee in een call-andresponse en dat helpt om de boel op te zwepen. Op het hoogtepunt wordt de zang echt extatisch. Soulzangers hebben vaak een fantastische zangtechniek en zijn echte showmensen. Maar het overbrengen van een emotie staat voorop.

CONCERTAFFICHE

MET OTIS REDDING IN HET PROGRAMMA.

Stax

Zwarte platenmaatschappijen spelen een cruciale rol in de ontwikkeling en verspreiding van de soul. Beroemd is het platenlabel Stax uit Memphis. Stax trekt alle grote soulartiesten, zoals Otis Redding, naar zich toe en laat hen platen opnemen met de huisband van Stax, een groep fantastische studiomuzikanten die zich de MG’s (Memphis Group) noemen. Zowel witte als zwarte muzikanten spelen in die groep. Stax heeft in de begintijd geen moderne opnameapparatuur, dus alles wordt na een paar keer oefenen ‘live’ opgenomen, in één ‘take’. Dat is nou precies het echte soulgevoel: je bouwt samen een climax op, de magie van het samenspel blijft bewaard.

124 VERKENNEN AFRO-AMERIKAANSE POPMUZIEK
Aretha Franklin.

Boybands en girlbands Boybands en girlbands

De southern soul, de authentieke soulmuziek, is niet voor een doorsneepubliek. Daarvoor is de muziek te ruw en te emotioneel, te ‘zwart’ als het ware. Er komt een voor de witte markt acceptabelere versie van soul uit het noorden, uit de stad Detroit. Het vermaarde platenlabel Motown heeft hier een grote studio, waar aan de lopende band soul wordt geproduceerd volgens een vaste formule. Liedjes duren precies drie minuten, zodat ze op een singletje passen en geschikt zijn voor de radio. Er zit altijd een pakkend refreintje in dat snel in je hoofd blijft zitten. De arrangementen worden volledig uitgeschreven en er worden orkestinstrumenten als strijkers en fluiten toegevoegd. De zangers en zangeressen zijn de sterren (net als bij southern soul), maar er is meer aandacht besteed aan hun presentatie: kostuums vol glitter en glamour, gestyled haar en gelikte danspasjes. Voeg verder de ingrediënten van de soulmuziek toe – de strakke ritmische band, de blazers en de emotionele zang – en je hebt een gouden formule. Motown maakt echt pop voor massaconsumptie. Omdat ook witte mensen massaal vallen voor deze gepolijste versie van soul, is Motown ongelooflijk belangrijk voor de emancipatie van de zwarte popmuziek. De formule van Motown brengt de zwarte muziek eindelijk in het centrum van de belangstelling, een plek die zij al veel langer verdiende.

Door de strakke formule hebben de artiesten zelf weinig in te brengen. Ze moeten precies doen wat de producent van ze verlangt. Motown werkt graag met groepjes van drie of vier zangers: ‘meidengroepen’ en ‘jongensgroepen’. Dat blijkt te verkopen: The Three Degrees, The Four Tops, The Jackson Five zijn goed voor talloze hits. De begeleiders zijn anoniem. Ook Motown heeft een ‘huisband’ die alle begeleidingen speelt, maar die is zelf nooit in beeld. De blikvangers zijn de zangers die met stem, kleding, dans en ‘personality’ de show stelen. De hele act is door de producers bedacht. Motown heeft zelfs een speciaal team in dienst dat de artiesten nette danspasjes, hartveroverende glimlachjes en elegante manieren aanleert. Het hele imago van de groep wordt ontworpen. Swingend maar stijlvol. Deze formule voor ‘boybands’ en ‘girlbands’ is vandaag de dag nog altijd actueel.

Sommige artiesten staan echter op zichzelf. Stevie Wonder is een artiest uit de Motown-stal die zich langzaam aan het keurslijf van de formule ontworstelt. De blinde pianist en zanger is zo goed dat hij alle vrijheid krijgt om zijn eigen muziek en eigen show te maken. Een uitzonderlijke situatie in de popindustrie!

125
HET EERSTE HOOFDKANTOOR VAN PLATENLABEL MOTOWN, BIJGENAAMD ‘HITSVILLE’, IS NU EEN MUSEUM.
DIANA ROSS (RECHTS) & THE SUPREMES.

I Can’t Turn You Loose heeft een typische soulbezetting. Eén instrument ontbreekt echter. Welk instrument is dat?

In het intro worden een gitaarriff en een blazersriff gespeeld. De blazersriff staat hieronder:

BOOKER T. & THE M.G.’S

ARETHA FRANKLIN RESPECT

De blazersriff wordt twee keer gespeeld. Wat is er de tweede keer anders?

Noem twee verschillen: 1 2

Het nummer is gebaseerd op het bluesschema. Hieronder staat het standaard bluesschema waarin elk akkoordsymbool een maat is. Het schema van I Can’t Turn You Loose start als de zang invalt.

C C C C

F F C C

G F C C

Wat is het verschil tussen het standaard bluesschema en het schema dat hier uitgevoerd wordt?

Aan het einde van het schema komt de riff uit het intro weer. Omcirkel in het schema van vraag C het akkoord waar de riff start.

Time is Tight begint – net als I Can’t Turn You Loose – met een riff. Sterker nog: die riff lijkt heel erg op één van de twee riffs uit I Can’t Turn You Loose. Op welke?

 De gitaarriff.  De blazersriff.

Over deze riff speelt een typisch soulinstrument een melodie. Welk instrument is dat?

Couplet 1

What you want, baby I got

What you need, do you know I got it?

All I’m askin’ is for a little respect

Refrein

When you come home, hey baby

When you get home, mister

Couplet 2

I ain’t gonna do you wrong while you’re gone

Ain’t gonna do you wrong ‘cause I don’t wanna

All I’m askin’ is for a little respect

Refrein

When you come home, baby

When you get home, yeah

In Respect zingt Aretha Franklin samen met achtergrondzangeressen. De achtergrondzang is:

 eenstemmig in couplet en refrein.

 eenstemmig in het couplet, meerstemmig in het refrein.

 meerstemmig in het couplet, eenstemmig in het refrein.

 meerstemmig in couplet en refrein.

Wat is het verschil tussen de achtergrondzang tijdens het couplet en tijdens het refrein? (Laat meerstemmigheid nu buiten beschouwing.)

126 VERKENNEN AFRO-AMERIKAANSE POPMUZIEK
CAN’T
1a 1b 1c 1d 2a 2b 3a 3b ™ 4 4 & ∑ ˙ œ J œ œ J Ó œ œ œ œ ˙ œ J œ œ J
OTIS REDDING I
TURN YOU LOOSE Opdrachten Opdrachten
IS TIGHT
TIME

DIANA ROSS & THE SUPREMES/THE TEMPTATIONS

AIN’T NO MOUNTAIN

STEVIE WONDER

LIVIN’ FOR THE CITY

Welk slaginstrument hoor je (behalve de drums)?

Welke kenmerken van soul vind je in dit nummer terug? Omcirkel de juiste woorden. expressieve zang – blazers – strakke groove van bas en drums –staccato gitaarslagen – hammondorgel – achtergrondzang – call-and-response

In Ain’t No Mountain zingen Diana Ross & the Supremes samen met The Temptations. De lead wordt gezongen door Diana Ross en Dennis Edwards.

Couplet

Listen baby, ain’t no mountain high, ain’t no valley low, ain’t no river wide enough baby

If you need me call me no matter where you are, no matter how far, don’t worry baby

Just call my name, I’ll be there in a hurry, you don’t have to worry ‘cause baby there

Refrein

Ain’t no mountain high enough

Ain’t no valley low enough

Ain’t no river wide enough

To keep me from getting to you babe

In welke stem herken je het meest de authentieke ‘soulsound’?  De vrouwenstem.  De mannenstem.

Noem één verschil tussen de samenzang van de leadzangers in het couplet en in het refrein.

• Couplet:

• Refrein:

De Motown-sound klinkt gelikter dan de oorspronkelijke soul. Dat komt onder andere door het gebruik van andere instrumenten. Welke instrumentengroep is toegevoegd?

De basgitaar speelt in het couplet een belangrijke rol in de begeleiding. Hij speelt een (voornamelijk) dalende lijn.

Hoe vaak hoor je die dalende lijn tot het refrein?

De basis van Livin’ for the City is een riff in de Fender Rhodes (een elektromechanische piano met een zeer herkenbaar geluid). De toonsoort van dit nummer is Fis majeur.

Dat betekent veel zwarte toetsen. De toonsoorten van Stevie Wonder zijn altijd (voor ons) ingewikkeld, maar voor hem prettig (hij moet immers alles op de tast doen). Hieronder staat die Rhodes-riff. Voor het gemak is de riff een halve toon hoger genoteerd, in G majeur.

Stevie Wonder speelt met majeur en mineur door de terts soms ook klein (als een blue note) te spelen. Omcirkel in het notenbeeld waar het akkoord mineur is.

Na twee coupletten volgt een solo. In welke maatsoort wordt de solo gespeeld?

In welk opzicht is dit nummer moderner dan de soul uit de jaren zestig (zoals de vorige nummers)?

127 3c 3d 4a 4b 4c 4d 5a 5b 5c
{ ™ 4 4 4 4 & # ?# œ œ œ œ ‰ œ œ œ j œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ

BEGRIPPEN FUNK GROOVE

SLAPPEN/SLAPPING

COMPLEMENTAIR RITME

SYNCOPEN

Op het moment dat de soul successen viert, komt er uit de soul een nieuwe stijl voort: funk. Funk is eigenlijk een radicale vorm van soul. Funk is nóg strakker en opzwepender dan soul. Funk is dampende feestmuziek, waarbij lichaam en geest in hogere sferen raken. De dansen zijn seksueel geladen, bijna imitaties van ‘de daad’. Funk is een enorm invloedrijke muziekstijl. Disco, dance en hiphop zijn allemaal voortgekomen uit de funk.

Bij funk draait alles om de groove, de strakke ritmische begeleiding. Die is in een aantal opzichten anders dan bij soul of welke andere muziek dan ook. De kenmerken van de funkgroove zijn als volgt samen te vatten: gebaseerd op 16e noten, er is veel herhaling en er worden heel weinig akkoorden gebruikt, soms zelfs maar één. De eerste tel wordt in de funk eerbiedig ‘The One’ genoemd. In alle andere popmuziek wordt de backbeat (de tweede en de vierde tel) juist benadrukt. Bij funk is ‘de één’ het punt waarop alle ritmische lagen weer samenkomen. Bij funk zijn alle instrumenten eigenlijk ritme-instrumenten. Bas en gitaar bijvoorbeeld spelen geheel

eigen ritmische lijnen. De bassist slaat soms met zijn duim op de snaren, alsof hij een ritme-instrument speelt. Dit heet ‘slappen’. De gitaar speelt korte, felle slagen en gedempt (‘muted’). Blazers spelen korte riffs met accenten. Zij beantwoorden de zangmelodie die ook uit korte stukjes bestaat. Kortom, alle instrumenten spelen een andere partij en ze zijn allemaal ritmisch gedacht. Zo ontstaat een weefsel van ritmische lagen dat vaak complementair is. Syncopen, verschuivingen van het accent in een maat, worden door alle instrumenten gespeeld. Maar op ‘de één’ komt alles weer bij elkaar.

In de jaren tachtig van de twintigste eeuw is er één artiest die de funk op eigen houtje vernieuwt. Zijn naam is Prince, hoewel hij ook onder allerlei andere bizarre namen opereert (zoals The Artist Formerly Known As Prince, of The Symbol). Prince maakt zijn funknummers in zijn eigen studio en speelt alle instrumenten zelf. Hij maakt ook gebruik van synthesizers en drumcomputers. Als live-artiest is hij ruim dertig jaar een sensatie. De funkstijl blijft zijn basis. In 2016 overlijdt hij plotseling.

James Brown noemt zich de Godfather of Soul, maar Godfather of Funk zou een betere titel zijn. Hij is de uitvinder van ‘The One’ en daarmee van de funk en de breakbeat. Als een generaal heerst hij over zijn troepen. De bandleden moeten iedere beweging van hun zanger en bandleider volgen. Als ze een fout spelen, krijgen ze een boete! James Brown is ook een echte ‘house-wrecker’: hij jut het publiek op met oerkreten als: I feel so good I wanna scream, Get up! en Say it loud: I’m black and I’m proud! Met die laatste uitroep profileert hij zich als een zwarte vrijheidsstrijder, die zijn (zwarte) volgelingen een gevoel van eigenwaarde en trots geeft. Geen wonder dat James Brown een held is voor veel rappers, die in hun hiphopnummers veelvuldig zijn beats samplen als begeleiding onder hun eigen raps.

128 VERKENNEN AFRO-AMERIKAANSE POPMUZIEK
funk 9.2 9.2
prince.
James Brown JAMES BROWN.

THE METERS PEOPLE SAY

• Wat is de term voor de act die James Brown aan het begin van Sex Machine uitvoert?

• Uit welke muziekstijl is dat afkomstig?

• Uit hoeveel ritmische lagen bestaat de groove?

• Welke instrumenten spelen?

In People Say van The Meters wordt de groove langzaam opgebouwd door steeds meer instrumenten toe te voegen, in de volgende volgorde: gitaar – drums – basgitaar – piano/ blazers – zang.

Zowel bij de drums als bij de basgitaar beginnen ook slaginstrumenten.

• Welke bij de drums?

• En welke bij de basgitaar?

De motieven van de piano en blazers vullen elkaar ritmisch aan. Wat is de technische term daarvoor?

Hoeveel maten lang is de basisgroove die met al die instrumenten is opgebouwd?

Couplet 1

In France a skinny man

Died of a big disease with a little name

By chance his girlfriend came across a needle

And soon she did the same

At home there are seventeen-year-old boys

And their idea of fun

Is being in a gang called the disciples

High on crack, totin’ a machine gun

Time, time

Couplet 2

Hurricane Annie ripped the ceiling of a church

And killed everyone inside

U turn on the telly and every other story

Is tellin’ u somebody died

Sister killed her baby cuz she couldn’t afford 2 feed it

And we’re sending people 2 the moon

In september my cousin tried reefer 4 the very first time

Now he’s doing horse, it’s june

Hierboven staat de tekst van het fragment. In het tweede couplet zijn woorden vervangen door cijfers. Nu vindt iedereen dat heel gewoon. Prince was in de jaren tachtig de eerste die dat deed.

In het intro hoor je een basmotief, een synthesizermotief met springende octaven, een drum- en cabassaritme.

Alleen de bassdrum en de cabassa spelen ‘de één’. Wanneer beginnen de andere twee motieven?

• Basmotief: na de  1e  2e  3e  4e tel.

• Synthesizermotief: na de  1e  2e  3e  4e tel.

• Welk motief of ritme valt weg in het eerste couplet?

• Welk motief of ritme is in dit couplet als enige hetzelfde als in het intro?

Noem één verschil (niet de tekst!) tussen het eerste en het tweede couplet.

129 1a 1b 2a 2b 2c 3a 3b 3c
SEX
JAMES BROWN
MACHINE Opdrachten Opdrachten
PRINCE SIGN O’ THE TIMES

Midden jaren zeventig komt de disco op. Het woord ‘disco’ is afgeleid van discotheek, de dansclubs waar de muziek waanzinnig populair wordt. Het is een commerciële, gepolijste vorm van funk, gericht op een vooral wit uitgaanspubliek. Het is meer studiomuziek dan livemuziek. De disco gaat uit van de grooves van de funk, maar de beat is veel mechanischer en simpeler. Eigenlijk wordt er in de disco maar één soort beat gebruikt, een vierkwartsmaat in een tikje slepend tempo van rond de 120 bpm (beats per minute) en een monotone drumpartij met de bassdrum op iedere tel: four on the floor. Voor een discohit heb je 9.3

disco

verder nog deze ingrediënten nodig: een pakkende zangmelodie, een meerstemmig refreintje, een arrangement met strijkers, blazers (steeds vaker uit de synthesizer getoverd), een leuk uitziende artiest en een aardig dansje in een glitterpak.

Gelukkig zijn er genoeg artiesten die dit niveau ontstijgen. De grootste van hen is Michael Jackson. Hij is al vanaf zijn vijfde jaar beroemd als zanger van een ‘boyband’ van Motown (de Jackson Five, dat zijn Michael en zijn vier broers), maar hij verlaat Motown en maakt op twintigjarige leeftijd de ultieme discoplaat Off the Wall, in 1979.

Saturday Night Fever

Tony werkt de hele week in een suffe verfwinkel. Thuis moet hij naar het gebrom van zijn werkloze vader luisteren. Op straat hangt hij rond met een stelletje losers. Maar op zaterdag is hij de ster van de dansvloer en draait de wereld om hem! In de film Saturday Night Fever is de discomuziek de bevrijding voor de kansloze witte jeugd. Net als bij de rock-’n-roll wordt van oorsprong Afro-Amerikaanse muziek ingezet om de problemen van witte jongeren een stem te geven, en met succes. Miljoenen komen kijken hoe John Travolta als Tony zijn saaie leven kleur geeft op de dansvloer, op de muziek van de Bee Gees. Het is de ultieme overwinning van de discomuziek. Dit is pop op zijn best: amusementsmuziek, gelikt, gemaakt om miljoenen platen van te verkopen, maar wel van hoog niveau.

Wacko Jacko

In 1983 slaat Michael Jackson toe met Thriller. Het album is het beste wat (zwarte) pop te bieden heeft: soul, funk, disco en ballads in een ‘poppy’ jasje van topproducer Quincy Jones. Inmiddels zijn er bijna 70 miljoen exemplaren van de plaat verkocht. Mede dankzij de spectaculaire videoclips worden bijna alle songs van het album een hit. Jackson wordt meteen gekroond tot de King of Pop. Maar dan gaat het mis: hij bouwt een privépretpark, laat zijn neus rechtzetten en zijn huid wit maken. Hij wordt doodsbang voor de media die hem altijd belagen, en daar zingt hij ook over (leave me alone). In de jaren negentig komen er nog seksschandalen en rechtszaken bij. Het lijkt gedaan met ‘Wacko Jacko’. Maar steeds staat hij weer op en maakt hij weer nieuwe muziek, tot hij in 2009 overlijdt aan een overdosis medicijnen.

130 VERKENNEN AFRO-AMERIKAANSE POPMUZIEK
9.3
DISCO FOUR
JOHN TRAVOLTA IN SATURDAY NIGHT FEVER
BEGRIPPEN
ON THE FLOOR
Michael Jackson in de videoclip van Thriller

Dit fragment van You Should be Dancin’ uit de film Saturday Night Fever begint met alleen drums en percussie. Noem drie slaginstrumenten die – naast de drums – spelen.

Daarna vallen eerst de zang en vervolgens blazers in. Zij hebben ieder hun eigen motief.

• Welk motief hoort bij de zang, welk bij de blazers?

 zang  blazers

 zang  blazers

• Welke uitspraak over de zang en de blazers is juist?

 De zang is ritmisch regelmatig, de blazers verschuiven het ritme.

 De blazers zijn ritmisch regelmatig, de zang verschuift het ritme.

De beat van Don’t Stop ‘Till You Get Enough is heel strak, en doet mechanisch aan. Er is een groot aantal instrumenten dat die beat gestalte geeft, ieder met hun eigen functie.

Don’t Stop ‘Till You Get Enough begint met alleen een bas en shaker. Luister naar dit begin. De bas speelt een syncopisch riffje met twee tonen. Wat is juist?

 De basriff blijft de hele tijd hetzelfde.

 De basriff varieert af en toe.

 De basriff heeft een contrast aan het einde.

Dan vallen hoge en lage strijkers in. Hieronder staan de twee melodieën die zij spelen (niet in het juiste octaaf). Wie speelt welke partij?

 hoge strijkers  lage strijkers

 hoge strijkers  lage strijkers

Tegelijk met de strijkers vallen blazers in. Welke twee uitspraken over de blazers zijn juist?

De blazers spelen:  unisono  telkens crescendo.

 een akkoord  telkens diminuendo.

Na het intro volgen twee coupletten. In het couplet wordt – aan de bestaande riffs – nog één belangrijke riff toegevoegd. In welk instrument?

Vergelijk de rol van de strijkers in het couplet met die in het refrein. Wat is het verschil?

• Couplet:

• Refrein:

131 1a 1b 1c 2a 2b 2c 2d 2e
BEE GEES YOU SHOULD BE DANCIN’ Opdrachten Opdrachten
4 4 & bb œ œ œ œ œ J œ œ J w 4 4 & bb ‰ œ j‰ œ j œ œŒ‰ œ J ‰ œ œ œ œ Œ 4 4 & ##### œ œ œ œ ≈ œ œ œ ≈ œ œ œ ≈Œ 4 4 & ##### œ œ œ œ œ œ œ Œ
MICHAEL JACKSON DON’T STOP ‘TILL YOU GET ENOUGH

Rockmuziek Rockmuziek

Sinds de rock-’n-roll heeft popmuziek altijd voor opwinding gezorgd, vooral bij jongeren, want popcultuur is jongerencultuur. De muziek waar je als tiener naar luistert, blijft je altijd bij en brengt herinneringen boven. Maar er zit ook een andere kant aan. Popmuziek is vluchtig: wat het ene moment een hype is, kan de volgende maand alweer volledig achterhaald zijn. De popindustrie is gebaseerd op het creëren van een snelle hype, waardoor in korte tijd veel platen verkocht worden. Na een maand gaat de storm meestal weer liggen. Maar de winst is binnen en de volgende hype in de maak.

Dit commerciële circus draait in de jaren zestig van de vorige eeuw al op volle toeren. Maar er komt ook een tegenbeweging op gang. De term ‘rock’ ontstaat voor de muziek die artistieker, serieuzer en blijvender wil zijn. De gladgestreken rock-’n-roll van witte jongensgroepen heeft weinig te maken met de doorleefde zwarte muziek waar de rock-’n-roll uit voortkwam, zo vinden de rockartiesten. Rock komt van binnenuit, je moet het voelen en echt menen. Rockartiesten schrijven hun eigen teksten en muziek, in plaats van te spelen wat de liedjesschrijvers van de platenindustrie hun toeschuiven. Om verwarring te voorkomen: rock onderscheidt zich dus van pop door de creatievere en authentieke benadering. Zowel rock als pop horen echter bij het fenomeen populaire muziek (‘popmuziek’). Rockmuziek kent allerlei stijlen en stromingen. Iedere band of artiest heeft immers zijn eigen geluid.

Pete TownsHend (The Who) doet de ‘windmill’. woodstock, 1969.

10.1 10.1

BEGRIPPEN

BLUESROCK

DISTORTION

FEEDBACK

GITAARRIFF

bluesrock

Al in de vroege jaren zestig is er een band die de concurrentie met The Beatles aan durft te gaan. De Rolling Stones komen ook uit Engeland en profileren zich als de ruige broertjes van The Beatles. Hun muziek is veel meer op de blues en de rhythm & blues gebaseerd dan de melodieuze songs van The Beatles. De Stones spelen en zingen niet alleen ruiger, ze gedragen zich ook ruiger.

gitaarheld. ‘Clapton is God’ wordt er met graffiti op de muren gespoten.

JIMI HENDRIX BESPEELDE ZIJN STRATOCASTER

ONDERSTEBOVEN OMDAT

HIJ LINKSHANDIG WAS.

‘Britse rhythm & blues’ wordt hun muziek genoemd. Muzikaal gezien gaat de Britse ‘supergroep’ Cream een stap verder. Deze band bestaat maar een paar jaar, maar is even invloedrijk als de Rolling Stones. Onder leiding van gitarist Eric Clapton maakt Cream een veel progressievere vorm van bluesrock. Bas, drums en gitaar is de bezetting van de band: ‘back to the basics’. Ze spelen lange virtuoze improvisaties op de oude blues. Clapton groeit uit tot een echte

Jimi Hendrix is de grootste Amerikaanse gitaarlegende uit de late jaren zestig. Hij is Afro-Amerikaans en speelt bluesrock met veel expressie, op zijn Fender elektrische gitaar. Hij voegt ook nieuwe elementen aan de bluesrock toe met behulp van zijn Marshall versterkers: distortion (vervorming) van het geluid en feedback Dit ‘rondzingen’ van de gitaarversterker is normaal gesproken een storend geluid dat pijn doet aan je oren, maar Hendrix maakt er een heel scala aan nieuwe geluiden mee die door generaties gitaristen na hem worden nagedaan. Kenmerkend voor zijn songs zijn de rauwe gitaarriffs en (net als bij Cream) de uitgebreide improvisaties. Hendrix sterft al op 27-jarige leeftijd, door pillen en drugs gesloopt.

Woodstock

Popfestivals in de jaren zestig zijn een logisch uitvloeisel van de hippiecultuur. Lekker met z’n allen een paar dagen bivakkeren op een terrein waar de wetten van de maatschappij niet gelden. Blowen, vrijen en naar muziek luisteren. Monterey (Californië) 1967 is het eerste grote festival. Het betekent de doorbraak voor Jefferson Airplane, maar ook voor Jimi Hendrix en Otis Redding. Twee jaar later vindt het meest legendarische popfestival aller tijden plaats in Woodstock. Voortdurende regen, modderpoelen en een half miljoen bezoekers (tien keer zoveel als verwacht), en geen enkele wanklank. Woodstock wordt een nooit meer te evenaren evenement. Muzikaal hoogtepunt: de tot superster uitgegroeide Jimi Hendrix speelt het Amerikaanse volkslied met zware distortion en feedback, bedoeld als aanklacht tegen de Vietnam-oorlog.

133
Eric Clapton en B.B. King.

Overeenkomsten: ROLLING STONES

Luister naar het intro. Hieronder zie je de drie gitaarpartijen van het begin van het intro. Schrijf voor elke balk welk instrument die partij speelt. Kies uit: gitaar (clean), gitaar (distortion), basgitaar.

Hierna volgt nog een stuk intro. Welke uitspraken over het ritme van de drums zijn waar?

• Snaredrum:  backbeat  elke tel.

• Bekkens:  achtstes op de bekkens  achtstes op de hi-hat.

• Bassdrum:  alleen op de eerste tel  variërend.

Na het intro volgen een couplet en een refrein. Welk gedeelte maakt gebruik van dezelfde twee akkoorden als het begin van het intro?

 Het couplet.

 Het refrein.

Dit nummer is een bewerking van de Crossroad Blues van Robert Johnson. Je hoort eerst een gitaarsolo, daarna het laatste couplet.

Luister naar de solo. Eigenlijk kun je in het sologedeelte spreken van ‘collectieve improvisatie’. Leg dit uit.

Tijdens het couplet dat volgt op de solo wordt de volgende riff gespeeld:

• Welke instrumenten spelen die riff?

• Hoe vaak hoor je de riff tijdens het couplet?

• Blijft de toonhoogte van de riff hetzelfde of verandert die?

Luister nu naar het couplet en vergelijk dat met het couplet van Robert Johnson. Noem twee verschillen en twee overeenkomsten tussen beide uitvoeringen.

(Laat de instrumentatie buiten beschouwing).

Verschillen:

134 VERKENNEN ROCKMUZIEK
BROWN
1a 1b 1c 2a 2b 2c 4 4 & ### œ œ œ œ œ œ œ CREAM
CROSSROADS ™ ™ 4 4 & œ œ œw ˙ ‰ ™ 4 4 & Œ œ œ œ œ œ œ ‰ œ œ œj ‰ œ œ œj ‰ œ œ œj œ œ œ œ œ œ ™ 4 4 & œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ
CROSSROAD
SUGAR Opdrachten Opdrachten
( met ERIC CLAPTON)
ROBERT JOHNSON
BLUES

nummer worden drie verschillende gitaarriffs gebruikt:

135 3a 3b
De tekst van het fragment staat hieronder. Omcirkel waar welke riff gespeeld wordt. RIFF Intro 1 2 3 Alright, now listen, baby, 1 2 3 You don’t care for me, I don’t-a care about that 1 2 3 Gotta new fool, ha! I like it like that 1 2 3 I have only one burning desire. Let me stand next to your fire 1 2 3 Let me stand next to your fire (4x) 1 2 3 Hoe vaak wordt elke riff gespeeld? Riff 1: Riff 2: Riff 3: JIMI HENDRIX FIRE 4 4 4 4 4 4 & b Riff 1 & b Riff 2 & b Riff 3 œ œ œ œ ŒÓ œ œ œ œ œ œ œ œn œ œ œ œ# œ œ Ó œ œ œ œ Ó
In dit

BEGRIPPEN

FOLKROCK

SINGER-SONGWRITER

VERSE

CHORUS BRIDGE

Folkrock is rockmuziek die zijn wortels heeft in de Amerikaanse volksmuziek, folk en country (zie Verkennen 8.1). Het grote genie van de folkrock is Bob Dylan. Dylan begint zijn carrière als een echte folkzanger. Hij zingt zelfgeschreven songs met kritische teksten over onrecht, oorlog, armoede en generatieconflicten. Blowin’ in the Wind en The Times They are a-Changin’ worden klassiekers. Hij begeleidt zichzelf met akoestische gitaar en mondharmonica. Als Bob Dylan in 1965 een elektrische gitaar om zijn schouder hangt, is de folkrock geboren. Het publiek gooit rotte tomaten, want deze rauwe vorm van folk bevalt hun niets. Maar die mening moeten ze herzien en rock gebaseerd op folk en country wordt een belangrijke stroming in de popmuziek. Bob Dylan is ook een echte singer-songwriter. Gewapend met gitaar, mondharmonica en een bijzondere stem brengt hij zijn eigen boosheid, angsten en twijfels over in korte, pakkende songs. Hij wordt Singer-songwriter 2.0

het voorbeeld van vele generaties singersongwriters, tot op de dag van vandaag. In 2016 krijgt hij voor zijn vernieuwende invloed de Nobelprijs voor literatuur. Een singer-songwriter schrijft zijn of haar eigen songs (tekst en muziek) en voert ze ook zelf uit. De teksten gaan over persoonlijke gevoelens en ervaringen. De muziek is eenvoudig gehouden en moet goed passen bij de tekst. Singer-songwriter is niet echt een muzikale stijl zoals blues-rock of folkrock. De muzikale invloeden kunnen overal vandaan komen. Maar wat de singer-songwriters gemeen hebben met de rockartiesten, is de drang om eerlijke en oprechte muziek te maken. ‘Keep it simple’ is het motto van singer-songwriters. Dat geldt ook voor de structuur van het liedje. Eigenlijk hebben alle popsongs een eenvoudige vorm, die draait om de afwisseling van couplet en refrein. Meestal worden de Engelse termen gebruikt: verse (couplet) en chorus (refrein). Soms is er nog een bridge

De tijd van de singer-songwriter die met alleen een akoestische gitaar prachtige liedjes schrijft is wel voorbij. Met je laptop is er zoveel meer mogelijk. En songwriting kun je tegenwoordig aan het conservatorium studeren.

Dat deed ook Froukje Veenstra. Tijdens de coronacrisis schreef ze thuis op haar laptop het protestlied Onbezonnen over het klimaat, dat via streaming miljoenen keer beluisterd werd. Met de computer kun je instrumenten, stemmen, beats, samples en loops eindeloos combineren in muzikale lagen. Zo gaan allerlei stijlen door elkaar lopen. Froukje laat zich beïnvloeden door Stromae, rapper Typhoon en kleinkunstenaar Maarten van Roozendaal. Met de kritische en persoonlijke teksten, maar vooral de muzikale creativiteit gecombineerd met moderne technieken zou je kunnen zeggen dat Froukje en haar generatie singer-songwriters 2.0 zijn.

136 VERKENNEN ROCKMUZIEK
songwriters
Bob Dylan, rond 1965.
10.2 10.2 folkrock, singer...
FROUKJE OP LOWLANDS.

Opdrachten Opdrachten

BOB

In het intro van I Want You worden de onderstaande melodie en baslijn gespeeld. Daaroverheen speelt de mondharmonica een improvisatie.

EMMYLOU HARRIS & GRAM PARSONS LOVE HURTS

1a 1b

1c 2a 2b

JONI MITCHELL BIG YELLOW TAXI

Wat is waar? De improvisatie in het intro:  staat helemaal los van de melodie.

 is een vrije imitatie van de melodie.

 is de melodie in canon.

Zet een kruisje voor de regels waar je bovenstaande melodie en baslijn hoort.

The guilty undertaker sighs, the lonesome organ grinder cries

The silver saxophones say I should refuse you

The cracked bells and washed-out horns blow into my face with scorn

But it’s not that way, I wasn’t born to lose you I want you, I want you, I want you so bad Honey, I want you

Wat is de vorm van het hele fragment?

 Intro – couplet – couplet.  Intro – couplet – refrein.  Intro – refrein – couplet.

Love Hurts wordt tweestemmig gezongen door Emmylou Harris en Gram Parsons.

De tweede stem is echt een tweede stem, bedoeld voor de mooie samenklank. Wat is de hoofdstem?

 De vrouwenstem.  De mannenstem.

De melodie is gebouwd op een motief van twee verschillende tonen. Hoe vaak hoor je dit motief in de leadzang op precies dezelfde toonhoogte in de eerste regel?

Het couplet en refrein van Big Yellow Taxi zijn heel contrastrijk. De tekst van het refrein luidt:

Don’t it always seem to go

That you don’t know what you’ve got ’til it’s gone They paved paradise, and put up a parking lot

Op welke manier contrasteert het refrein met het couplet gelet op:

• de toonhoogte:

• de instrumenten:

• de zang(ers):

FROUKJE GROTER DAN IK

4a 4b

Groter dan Ik heeft een heel persoonlijke tekst maar is ook een protestsong. Leg dat uit.

Waaraan kun je horen dat dit lied op de computer gecomponeerd is?

137
YOU
DYLAN I WANT
3
Bas 4 4 4 4 & b ? b ‰ œ œ j œ œ œ œ œ ‰ œ œ j œ œ œ œ œ ‰ œ œ j œ œ œ œ œ œ ™ œ œ ™ œ ˙ ˙ ˙ ˙ ˙ ˙ ˙ ˙ ˙

10.3

10.3

BEGRIPPEN

MULTITRACK RECORDING

SYMFONISCHE ROCK

SYNTHESIZER

CROSSFADING

symfonische rock psychedelische en

Tegelijk met blues- en folkrock ontstaan in de jaren zestig en zeventig rockstijlen met een heel ander uitgangspunt: grenzen verleggen en een nieuwe horizon zoeken. Popmuziek moet maar eens af van het imago van luchtige amusementsmuziek, en uitgroeien tot een volwassen kunstvorm. Psychedelische rock en symfonische rock zijn het resultaat. De psychedelische rock ontstaat uit de bluesrock, het gaat meer om een levenshouding dan om een duidelijk muzikaal uitgangspunt. Verruim je geest (met behulp van drugs), laat je meevoeren op een trip, sta experimenten toe. Er zijn lange solo’s, gebruik van effecten en vreemde klanken uit nieuwe instrumenten. Toetsen (zoals clavinet, orgel en stringssynthesizer) worden net zo belangrijk als gitaar. De opkomst van de psychedelische rock is dus niet los te zien van de tijdgeest van de late jaren zestig. Maar ook de opkomst van de meersporen opnametechniek (multitrack recording) is belangrijk: in de studio kun je

vele lagen van instrumenten over elkaar heen leggen en eindeloos experimenteren.

Symfonische rock is een stijl met grote muzikale ambities: het is de bedoeling om lange en ingewikkelde composities te schrijven in plaats van liedjes van drie minuten. De arrangementen zijn uitgewerkt, de akkoordenschema’s zijn ingewikkeld en er kunnen maat- en tempowisselingen in voorkomen. Ook worden veelvuldig orkestinstrumenten aan de standaard rockband toegevoegd – vooral strijkinstrumenten – en allerlei soorten synthesizers. Het woord ‘symfonisch’ komt dus niet uit de lucht vallen. Je hoort in deze rockmuziek de orkestrale klank en de vormen van klassieke muziek (denk aan de symfonie) terug. Symfonische rockbands zoals Pink Floyd maken van hun optredens grote spektakels van licht en geluid en treden zelfs op met een compleet symfonieorkest.

Sergeant Pepper

The Beatles houden in 1966 op met live-optredens, maar niet met muziek maken. Integendeel, hun grote revolutie in de muziek moet nog komen! Vlak voor de zomer van 1967 brengen ze een nieuw studioalbum uit: Sergeant Pepper’s Lonely Hearts Club Band. Het is het eerste ‘conceptalbum’: een muzikale eenheid met één idee en niet een verzameling losse liedjes. Het slaat in als een bom. Het album luidt de ‘summer of love’ in, het hoogtepunt in de hippiebeweging. De hele wereld ziet op tv dat ook The Beatles met bloemenkransen lopen, mediteren bij een Indiase goeroe en toegeven dat ze drugs gebruiken. Het muzikale belang van ‘Sgt. Pepper’ is nog veel groter dan het maatschappelijke. De songs zijn vernieuwend, maar de opnametechniek ook. Nieuwe technieken die voor het eerst op Sergeant Pepper’s Lonely Hearts Club Band worden toegepast zijn ‘dubbing’ (vier sporen van een track worden weer op één spoor opgenomen, waarna je weer drie sporen kunt toevoegen), ‘vari-speeding’ (toonhoogte van de opname veranderen), ‘ crossfading ’ (het ene nummer gaat over in het andere) en gebruik van de eerste synthesizers. Dit alles wordt de nieuwe standaard voor ambitieuze muzikanten zoals Roger Waters van de symfonische rockgroep Pink Floyd.

138 VERKENNEN ROCKMUZIEK
in de jaren zeventig.
Concert van Pink Floyd
POPSTER EN STIJLICOON DAVID BOWIE (1947-2016).

THE BEATLES LUCY IN THE SKY WITH DIAMONDS

THE BEACH BOYS GOOD VIBRATIONS

Het intro van Lucy in the Sky with Diamonds is een van de bekendste intro’s uit de geschiedenis van de popmuziek. Er wordt een speciaal orgeltje gebruikt met heel veel effecten. Dat geeft een bijzondere – ‘psychedelische’ – sfeer.

Lucy in the Sky with Diamonds is een vrij complex nummer. Elk onderdeel heeft zijn eigen sfeer. Dat komt onder andere doordat er telkens gemoduleerd wordt. Waarin verschillen couplet en refrein nog meer van elkaar? Er is een:  maatwisseling.  tempowisseling.  maat- en tempowisseling.

Het arrangement dat ‘Beach Boy’ Brian Wilson van Good Vibrations maakte, is helemaal uitgewerkt en voor een popliedje behoorlijk complex. Zowel couplet als refrein hebben daardoor een heel eigen sfeer.

Met welke muzikale middelen wordt die sfeer bereikt? Beschrijf in de tabel voor couplet en refrein de partij van de zang, bas en drums.

Couplet

I, I love the colorful clothes she wears

And the way the sunlight plays upon her hair

I hear the sound of a gentle word

On the wind that lifts her perfume through the air

COUPLET

Zang

Bas

Drums

PINK FLOYD SHINE ON YOU CRAZY DIAMOND

Refrein

I’m pickin’ up good vibrations

She’s giving me excitations

I’m pickin’ up good vibrations

(Oom bop bop good vibrations)

REFREIN

De LP Wish You Were Here heeft maar vijf nummers. Het eerste en laatste nummer zijn getiteld Shine On You Crazy Diamond (Part One en Part Two). Ze zijn ieder rond de 13 minuten (!) lang en voornamelijk instrumentaal. Pas na 9 minuten wordt er gezongen.

Luister naar het begin van Shine On You Crazy Diamond Part One. Welke kenmerken van symfonische rock herken je?

Na enige tijd (3:45 min.) hoor je de gitaar-‘hook’ die het nummer zo bekend heeft gemaakt. Het is niet meteen duidelijk hoe dat motief in de maat staat. Welk alternatief is correct?

Luister naar het fragment van Life on Mars? Is dit psychedelische rock of symfonische rock? Verklaar je antwoord.

139 1 2 3a 3b 4
Opdrachten Opdrachten
12 8 12 8 12 8 12 8 & ‹ bb & ‹ bb & ‹ bb & ‹ bb œ œ œ ˙ Œ ™ œ œ œ Ó ™ œ œ œ œ œ œ    
DAVID
BOWIE LIFE ON MARS?

Led Zeppelin: Robert Plant (zang) en Jimmy Page (gitaar).

10.4

hardrock en 10.4

BEGRIPPEN

HARDROCK

GITAARRIFF

POWERCHORD

DISTORTION

VIRTUOOS

HEAVY METAL

THRASHMETAL

STACCATO

Rond 1970 wordt de bluesrock een stapje verder gebracht door drie legendarische bands: Led Zeppelin, Deep Purple en Black Sabbath. De muziek die zij maken wordt hardrock genoemd. Het geluid van hardrock wordt bepaald door strakke gitaarriffs en powerchords. Powerchords klinken krachtig omdat er geen terts in zit. Een powerchord is dus niet majeur of mineur. Het geluid van de gitaren is sterk vervormd (distortion). De basgitaar speelt vaak unisono met de gitaarriffs mee. De hardrock is weer het startpunt voor de heavy metal. Deze rockstijl is in alle opzichten extreem: snel, hard en schreeuwerig. Zeer strakke drumritmes, zeer hoge, gillende zang en gierende virtuoze gitaarsolo’s zetten de toon. Heavy metal zet zich af tegen de naïeve boodschap van ‘peace’ en de ‘flower power’ van de hippies. De harde muziek heeft teksten over dood, verderf, oorlog en vernietiging. Metalbands houden van de grote thema’s: goed en kwaad, licht en donker, hoop en wanhoop. Black Sabbath is de eerste echte heavy metal-

Ozzy heavy metal

band. Vooral dankzij de spraakmakende zanger Ozzy Osbourne is Black Sabbath het grote voorbeeld van alle ‘metalheads’ (liefhebbers van metal).

Show en spektakel worden een steeds belangrijker ingrediënt van hardrock en metal. Rond 1980 ontstaat de thrashmetal als een reactie op de heavy metal, die naar de smaak van jonge metalheads te commercieel en te veel op uiterlijk en show gericht is. Thrashmetal is extremer dan heavy metal: nog harder en nog sneller. Het moet ongelooflijk strak gespeeld worden, anders wordt het een rommeltje. Een totale technische beheersing van je instrument is dus een vereiste. Zware gitaren spelen staccato-ritmes. Met de palm van de hand worden de snaren gedempt om een ritmisch effect te krijgen. De gitaar is ook vaak een toon lager gestemd, zodat het geluid zwaarder wordt. De drumpartij is virtuoos en razendsnel. Ook de zang is extreem: het is meer schreeuwen dan zingen (‘grunten’). De bekendste thrashmetalband is Metallica.

Ozzy Osbourne is een fenomeen. Lang na zijn muzikale carrière werd hij nog de ster van een real-life soap op MTV, waarin hij te zien is als warrige vader van een chaotisch gezin. Begin jaren tachtig vervult hij vriend en vijand met afgrijzen als hij zijn tanden zet in een levende vleermuis (hij dacht dat het beest van rubber was). Maar zijn cultstatus verwerft hij begin jaren zeventig als zanger van Black Sabbath. Hij noemt zich de Prince of Darkness en zingt onheilspellende teksten over doem, dood en duivel. Ozzy is daarmee de grondlegger van de metal en de sfeer van occultisme eromheen. Hij is veel geïmiteerd, maar nooit geëvenaard. Maar hoe serieus moet je hem nemen? In een interview met muziektijdschrift Oor zegt hij over de begintijd van Black Sabbath: ‘We repeteerden tegenover een bioscoop waar wekelijks een horrorfilm draaide.

Ik dacht: is het niet vreemd dat mensen geld betalen om zich de stuipen op het lijf te laten jagen? En zou het interessant zijn om dat gegeven naar de muziek te vertalen?’

En dat deden ze: ‘Als je een bluesje speelde, praatte iedereen erdoorheen. Maar ditmaal viel het helemaal stil. We hadden geen idee of ze het goed vonden of niet, maar het viel in elk geval op. Dus zijn we ermee doorgegaan.’

VERKENNEN ROCKMUZIEK

Opdrachten Opdrachten

LED ZEPPELIN BLACK DOG

Black Dog is een hardrocknummer. Welke van de onderstaande drie kenmerken van hardrock hoor je in het fragment niet?

 Gitaarriff.

 Distortion.

 Powerchords.

De elektrische gitaar speelt grotendeels unisono met een ander instrument. Welk instrument is dat?

Luister naar die gitaarpartij. Beschrijf met nog vijf letters de vorm van het fragment. (Accenten hoeven niet).

(zang) – a – (zang) – a – (zang) – – – – – – (zang)

Paranoid van Black Sabbath is een heavy metalnummer; de sound is aanzienlijk ruiger dan het hardrocknummer Black Dog. De tekst van dit fragment uit Paranoid staat hieronder. Het woord ‘browning’ in de tekst verwijst naar heroïnegebruik.

Finished with my woman ’cause she couldn’t help me with my mind People think I’m insane because I am browning all the time All day long I think of things but nothing seems to satisfy Think I’ll lose my mind if I don’t find something to pacify

Waarom past de tekst meer bij heavy metal dan bij hardrock?

METALLICA DYERS EVE

Vergelijk de gitaarpartij van Paranoid met die van Black Dog. Noem twee opvallende verschillen.

1

2

Dyers Eve van Metallica begint met zwaar vervormde gitaarriffs. Aan het einde daarvan volgt een vertraging. Door welke drumonderdelen wordt die vertraging gerealiseerd?

Na de vertraging volgen razendsnelle speedriffs. Stel, je speelt in een thrashmetalband. Wat is muzikaal gezien – behalve een goede technische beheersing van je instrument –nog meer erg belangrijk voor een goede uitvoering?

141 1a 1b 1c 2a 2b 3a 3b
BLACK SABBATH PARANOID

10.5 10.5 punk

BEGRIPPEN

PUNK

Symfonische rock wordt rond 1975 hevig bekritiseerd: het is pretentieus, gebakken lucht, stomvervelend, en je moet zowat een conservatoriumopleiding hebben afgerond om het te kunnen spelen. De reactie heet punk. Punk is agressief, wild, puur en simpel. Een drumstel en een paar gitaren in een garage is alles wat je nodig hebt. Sommige punkers kunnen nog geen A-akkoord van een G-akkoord onderscheiden. De songs klinken daardoor rommelig en luidruchtig en dat is precies de bedoeling. Kenmerkend voor punk is de pompende bas (veel toonsherhaling), een eenvoudig monotoon ritme op de drums,

Anarchie!

Wie punk zegt, zegt Sex Pistols. In 1976 brengen zij de single Anarchy in the UK uit. Ineens weet iedereen waar punk voor staat: anarchie. Punkers schoppen tegen de maatschappij en roepen dat ‘het systeem’ verrot is. De jongeren zijn pessimistisch en ze zijn kwaad, kwaad op de politici en op hun ouders, die deze verrotte welvaartsstaat opgebouwd hebben. En ze zijn kwaad op de volgevreten miljonairs die zich rockmuzikanten noemen. Hun bombastische symfonische rock is net zo leeg, net zo inhoudsloos als hun belachelijke outfits en geplamuurde gezichten. Allemaal ‘bollocks’ (gelul), zeggen de Sex Pistols, onder leiding van zanger en antiheld Johnny Rotten.

SEX PISTOLS: SID VICIOUS (BAS) EN JOHNNY ROTTEN (ZANG).

drie powerchords op een scheurende gitaar en schreeuwerige zang. Het is eigenlijk antimuziek met veel kritiek op maatschappelijke misstanden, maar de emoties zijn echt, de bedoelingen zuiver en de ‘roots’ liggen in de rock-’n-roll.

De invloed van punk is blijvend. Sommige bandjes vermengen punk met andere muziekstijlen. Zoals The Police, een groep die punk, reggae en zelfs jazz tot een heel eigen geluid weet te maken. In de jaren negentig lijkt de ‘punk-attitude’ opnieuw te worden uitgevonden door bands zoals Nirvana. Hun album Nevermind (1990) zet het geluid van grunge neer: eerlijke rockmuziek zonder poespas. Kenmerkend zijn de zware gitaarriffs, ruige zang en veel kabaal op de drums (bekkens). Een bekende truc in de grunge is zachte coupletten met gekwelde zang afwisselen met keiharde, geschreeuwde refreinen.

Vandaag de dag zijn er nog altijd talloze bandjes die in basisbezetting (gitaar, bas en drums) gitaarrock spelen die voortborduurt op de punk. De powerchords, de gitaren met vervormd geluid en afwisseling van harde en zachte gedeelten, je hoort ze vaak terug.

Kurt Cobain

Kurt Cobain wordt het symbool van Generation X, de generatie die niets wil en niets kan (volgens de ouderen). De zanger van Nirvana is een tobber, een depressieve jongen die niet kan omgaan met het succes. Hij blijft een wat verlegen ogende, mooie, maar onverzorgde jongen. In die zin is Cobain ook het prototype van de authentieke rockmuzikant: lak aan succes, doen wat je wilt doen. Het succes van het album Nevermind kwam als een verrassing. Cobain kan en wil de status van popheld niet aan, waaronder de voortdurende aandacht van de pers en de gillende fans voor zijn huis. Hij pleegt zelfmoord in 1994. Men vreest een golf aan zelfmoorden bij de fans. Die blijft gelukkig uit, maar Cobain wordt opgenomen in het legendarisch rijtje van de ‘groep van 27’: Jimi Hendrix, Jim Morrison (van The Doors), Janis Joplin, Kurt Cobain, Amy Winehouse en Avicii. Zij overleden allemaal op hun zevenentwintigste, gesloopt door drank, drugs of de zware tol die het leven als popidool eist.

142 VERKENNEN ROCKMUZIEK

SEX PISTOLS ANARCHY IN THE UK

1 I am an antichrist

I am an anarchist

Don’t know what I want but I know how to get it

I wanna destroy the passer by cos

2 I wanna be anarchy! No dogs body

3 Anarchy for the UK

it’s coming sometime and maybe

I give a wrong time stop a traffic line

Your future dream is a shopping scheme cos I

4 I wanna be anarchy! In the city

Anarchy in the UK van de Sex Pistols is het symbool van de punk geworden. Wat maakt dit nummer een typisch punknummer? Noem drie kenmerken.

THE POLICE

I CAN’T STAND LOSING YOU

Na het intro speelt de drummer een vrij rechttoe rechtaan basisritme met fills.

Hij varieert alleen met zijn bekkens. Welke gedeelte (ze zijn genummerd in de songtekst hierboven) speelt hij op de hi-hat en welk op de ride?

Hi-hat: Ride:

I Can’t Stand Losing You van The Police is een nummer waarvan ieder onderdeel anders klinkt. Je zou kunnen zeggen dat het in verschillende stijlen gespeeld is.

Hieronder staat achter elk instrument wat het speelt. Maar in de verkeerde volgorde. Schrijf boven elke maat in welk onderdeel het thuishoort.

Kies uit: 1 (intro) – 2 (couplet a) – 3 (couplet b) – 4 (refrein).

Eigenlijk worden twee verschillende stijlen gebruikt: reggae en rock. Welk onderdeel is reggae en welk is rock? Kruis de juiste onderdelen aan.

Reggae:  intro  couplet a  couplet b  refrein.

Rock:  intro  couplet a  couplet b  refrein.

143
2a 2b
Opdrachten Opdrachten 1a 1b
Bas
?
œ J œ œ œ œ œ ? b œ ™ œ j œ Œ ? b œ œ œ œ œ œ œ œ ? b ‰ œ J œÓ Drums 4 4 / ‰ ¿ œ J œ ¿ Œ ¿ ¿ œ / œ œ œ ¿ ¿ ¿ ¿ œ ¿ ¿ ¿ ¿ / b œ ¿ ¿ œ œ ¿ ¿ œ / b ä ride œ ¿ ¿ œ œ ¿ ¿ œ Gitaar 4 4 & bŒ ¿ Œ ¿ & ¿ ¿ ¿ ¿ & b ¿ ™ ¿ j ¿ Œ / b ¿ ¿ ¿ ¿ ¿ ¿ ¿ ¿
4 4
b ‰

Al in het intro van Smells Like Teen Spirit hoor je twee verschillende gitaargeluiden. Wat zijn de technische termen voor beide sounds van de elektrische gitaar? Eerst dan

Het akkoordenschema is beroemd geworden want het wordt door iedere beginnende gitarist gespeeld en door iedere niet-gitarist herkend.

• Hoeveel verschillende akkoorden zijn het?

• Het zijn akkoorden zonder terts (je schuift over de hals met je hand in dezelfde stand. Dat maakt het zo makkelijk om te spelen). Wat is de technische term voor dergelijke akkoorden?

Het intro is in drieën te verdelen. In het derde gedeelte speelt de gitaar het volgende motief:

RADIOHEAD

Dit motief wordt ook in het couplet gespeeld.

• Hoe vaak wordt het precies op bovenstaande manier gespeeld (intro en couplet)?

• Hoe verandert het motief in het pre-chorus?

Het fragment bestaat uit: intro – couplet – pre-chorus – refrein. Voor een groot deel is het gewoon gitaarrock. Welk gedeelte is grunge?

Radiohead brengt in Paranoid Android onverenigbare stijlen bijeen: punk en grunge aan de ene kant en symfonische rock aan de andere kant.

Hieronder staan enkele beschrijvingen van dit fragment. Welke beschrijving hoort bij welke stijl?

rustig afgewisseld met ruig – koor – gecompliceerde vorm – gitaarriffs –maatwisselingen – synthesizer – uitgewerkte partituur – distortion Punk en grunge is:

Symfonische rock is:

Het fragment is in drie gedeeltes te splitsen. In het midden hoor je twee keer een (luide) gitaarriff. Daarvoor zit een lang gedeelte met koor, daarna een wat langer, ruig gedeelte. Eén van de gedeeltes staat in 7/4-maat. Welk gedeelte is dat?

 Het gedeelte voor de gitaarriffs.

 De gitaarriffs.

 Het gedeelte na de gitaarriffs.

The Black Keys hebben binnen en buiten de Verenigde Staten al allerlei prijzen gewonnen voor hun muziek die eigenlijk een cross-over is van allerlei stijlen.

Luister naar een langer fragment en noem van elk van de genoemde stijlen één kenmerk dat je herkent in Gold on the Ceiling

Blues:

Gospel:

Symfonische rock:

Hardrock:

144 VERKENNEN ROCKMUZIEK 3a 3b 3c 3d 4a 4b 5
PARANOID ANDROID
4 4 & ‹ bbbb Œ œ œ ˙w
NIRVANA SMELLS LIKE TEEN SPIRIT
THE BLACK
KEYS
GOLD ON THE CEILING

hiphop,Reggae,R&B hiphop,Reggae,R&B

Popmuziek komt uit het Westen, en dan vooral uit Amerika. Popmuziek die uit andere culturen komt, noemen we wereldmuziek. Er is echter één uitzondering: reggae. Reggae komt uit Jamaica, een eiland in de Caraïbische zee met een kleinere oppervlakte dan Nederland. Maar reggae is een zo invloedrijke en wereldwijd succesvolle stijl dat het in de popmuziek een plaats heeft gekregen, als de enige wereldmuziek die de wereld ook echt veroverd heeft. De muziek uit Jamaica heeft ongelooflijk veel invloed gehad.

De hiphop die in de jaren tachtig ontstaat in de zwarte getto’s in Amerikaanse steden, heeft wortels in de Jamaicaanse ‘sound systems’, een soort rijdende disco’s met een mc (‘master of ceremony’) die plaatjes aan elkaar praat en ook zelf teksten improviseert op een bestaande plaat. De muziek komt dus voort uit de straatcultuur. De R&B, eigenlijk een moderne vorm van soul, neemt van de hiphop de strakke, funky beats over, maar ook de ‘attitude’, de stoere zelfbewuste houding van de Afro-Amerikaan die zich aan het kansarme getto heeft ontworsteld en dat graag laat zien in woord en gebaar. Reggae, hiphop en R&B zijn alle drie ‘zwarte’ muziekstijlen die uitdragen wat hun grote voorbeeld James Brown al riep: ‘I’m black and I’m proud’.

145
Rapper Snoop Dogg. reggaefestival.

BEGRIPPEN

Jamaica heeft al vanaf 1950 geheel eigen popmuziekstijlen. Het succes in het buitenland komt pas met de reggae in de jaren zeventig. Reggae is niet zomaar een muziekstijl, het is gekoppeld aan een geloof. Het geloof van de rastafari is een uniek verschijnsel uit Jamaica, het bestaat nergens anders. De rastafari geloven in de goddelijke status van Rasta Fari, oftewel Haile Selassie, die lange tijd keizer van Ethiopië was. De gedachte is dat alle Afrikanen die in ballingschap leven in ‘Babylon’ (de Verenigde Staten en Jamaica) ooit terugkeren naar het ‘beloofde land Zion’ (Ethiopië). Meer in het algemeen staan de rastafari voor geloof in een betere wereld, broederschap en spirituele kracht. Het roken van marihuana hoort erbij, net als het dragen van dreadlocks en mutsen met de kleuren van de vlag van Ethiopië: rood, geel en groen. De waarden van de rastafari worden in de muziek uitgedragen. Reggae is dus muziek met een boodschap, een missie.

Dancehall

Reggae is heel herkenbare muziek. Het heeft een ‘laidback’, oftewel rustig, relaxt tempo met een sterk accent van gitaar of toetsen op de backbeat (de 2e en 4e tel). De bassdrum slaat de eerste tel (the ‘one’) vaak over en speelt luid op de 3e tel, dat noem je de ‘one drop’. De basgitaar speelt lage riffs met veel rusten tussen de noten. Dat is eigenlijk alles. Houd het simpel, is de boodschap. Er is een leadzanger die zijn tekst heel vrij, bijna los van de beat voordraagt. Een achtergrondkoor geeft tussen de regels door antwoord, een typisch voorbeeld van Afrikaanse call-andresponse.

Reggae is ‘roots’-muziek: de artiesten zijn zich sterk bewust van de Afrikaanse oorsprong en willen daar recht aan doen. De beroemdste reggae-artiest is Bob Marley. Met zijn groep The Wailers is hij persoonlijk verantwoordelijk voor de verspreiding van reggaemuziek over de wereld.

Jamaica is heel lang een Engelse kolonie geweest, waar Afrikaanse tot slaaf gemaakten naar toe werden gebracht. De bevolking is dus net als in de Verenigde Staten een mix van mensen, alleen niet met een witte maar met een zwarte meerderheid. De zwarte bevolking is arm en woont in grote sloppenwijken. Daar is muziek alomtegenwoordig in de open lucht, op pleinen en straathoeken. Typerende verschijnselen in het straatbeeld zijn de ‘sound systems’: je laadt een paar speakers op een open truck, sluit een platenspeler en een microfoon aan en je kunt op iedere hoek van de straat een feestje bouwen. Draai een plaatje en breng het publiek in de stemming met praatjes tussendoor en je hebt een Jamaicaanse ‘dancehall’. Op Jamaica vind je daarom ook de eerste dj’s en mc’s. De dj (disc jockey) draait de platen, de mc (master of ceremony) praat de boel aan elkaar. Door de populariteit van de dancehalls kent Jamaica een enorme muziekproductie.

De Jamaicaanse muziektraditie is niet alleen de oorsprong van de reggae, maar ook van de hiphop. Rap draait immers ook om een mc (de rapper) en een deejay die de ‘backing track’ verzorgt.

146 VERKENNEN REGGAE, HIPHOP, R&B
sound system.
reggae 11.1 11.1
REGGAE BACKBEAT Bob Marley.

Opdrachten Opdrachten

BOB MARLEY & THE WAILERS NO WOMAN NO CRY

DOE MAAR

SMOORVERLIEFD

One love! One heart!

Let’s get together and feel all right

Hear the children cryin (one love!)

Hear the children cryin (one heart!)

Sayin’: give thanks and praise to the Lord and I will feel all right

Sayin’: let’s get together and feel all right

Let them all pass all their dirty remarks (one love!)

There is one question I’d really love to ask (one heart!)

Is there a place for the hopeless sinner

Who has hurt all mankind just to save his own beliefs?

One love! what about the one heart? one heart!

What about ... ? lets get together and feel all right

As it was in the beginning (one love!)

De tekst van dit fragment uit One Love van Bob Marley staat hierboven. In welk opzicht past deze tekst bij het rastafari-geloof?

Noem een reggaekenmerk voor de zang, de gitaar en de drums in dit fragment. Gebruik daarvoor technische termen waar mogelijk.

• Zang:

• Gitaar:

• Drums:

Welke twee slaginstrumenten spelen – naast de drums – in dit fragment?

Welk toetsinstrument speelt een belangrijke rol in No Woman No Cry?

Het akkoordenschema van het refrein beslaat twee regels (voor het gemak een halve toon lager genoteerd):

Regel 1: C G/B Am7 F

Regel 2: C F C G

Wat is juist?

• Het intro gebruikt:  alleen regel 1  alleen regel 2  beide regels.

• Het couplet gebruikt:  alleen regel 1  alleen regel 2  beide regels.

Smoorverliefd van Doe Maar is een nummer dat qua stijl voortkomt uit de reggae. Een aantal kenmerken is hetzelfde, bijvoorbeeld het ritme van de gitaar (op de offbeat ).

Deze stijl heet ska. Wat is het meest opvallende verschil met reggae?

De basgitaar speelt een belangrijke rol in Smoorverliefd. De partij heeft een aantal motiefjes, maar speelt ook soms unisono met de zang. Onderstreep in de tekst de woorden waar dat gebeurt.

Couplet

Mijn oh mijn oeh ik heb pijn

O zo’n pijn tot over mijn oren smoorverliefd op jou

Keer op keer stort ik weer neer ik kan niet meer

Tot over mijn oren smoorverliefd op jou

Refrein

Veel te vrij (te vrij, te vrij) wat moet ik met een meisje zoals jij

Veel te vrij (te vrij, te vrij) je hebt niemand nodig

Tot over z’n oren smoorverliefd op jou

147
1a 1b 1c 2a 2b 3a 3b

11.2 11.2

BEGRIPPEN

HIPHOP, RAP

BREAKBEAT

DEEJAY

SAMPLE, LOOP

TURNTABLISM

SCRATCHEN

hiphop

Vanaf het midden van de jaren tachtig is hiphop de dominante stroming in de zwarte popmuziek. In de jaren negentig kent de populariteit van hiphop geen grenzen, en dat is eigenlijk tot nu toe zo gebleven. Het is dus geen rage, maar een sterke en dynamische muziekstijl, net als soul en funk. Hiphop is meer dan een muziekstijl, het is een levenswijze, een cultuur.

De geboorteplaats van hiphop is New York, om precies te zijn de zwarte wijken van New York: Harlem en de Bronx. Deze wijken liggen dicht tegen het rijke Manhattan aan, maar het lijken wel andere steden.

Hier geen blinkende wolkenkrabbers, maar vervallen woonblokken. De economisch achtergestelde zwarte bevolking leeft hier in een eigen wereld, in ‘no-go areas’ met eigen wetten. Witte mensen durven geen voet te zetten in deze getto’s. De straat is de plek waar het allemaal gebeurt. Op straat creëren zwarte jongeren met muziek, dans, kleding en gedrag een geheel eigen identiteit. Op straathoeken in de getto’s

worden muziek- en dansfeestjes gehouden als een soort flashmobs: ‘block parties’. Er wordt in een mum van tijd een verrijdbare geluidsinstallatie neergezet. Stroom wordt ergens illegaal afgetapt. Een dj bouwt vervolgens met funkplaten een feestje. Een mc (master of ceremony) rapt erbij. Het is afgekeken van de Jamaicaanse dancehall en het heeft hetzelfde effect.

Deze block parties vormen de oorsprong en de voedingsbodem van de rapmuziek.

Op straat je plaats bevechten betekent dat je altijd anderen moet overtreffen.

Breakdancers dansen beurtelings in een cirkel van toeschouwers en proberen de beste te zijn. Rappers bevechten elkaar met woorden en wie de bijdehandste, snelste en ruigste is, verwerft status. Ook met het spuiten van graffiti kun je laten zien hoe handig en brutaal je bent, vooral als je de prachtigste tekeningen maakt op verboden plaatsen. Zonder het element van competitie is hiphop niet goed te begrijpen.

Fight for your right (to party)

De onderwerpen voor de raps liggen letterlijk op straat. Rappers beschrijven het leven van de straat, geven uiting aan hun onvrede en boosheid. Maar hiphop is boven alles muziek om te feesten en te dansen. Het is een merkwaardige combinatie: je ventileert je woede over onrecht, om het publiek te vermaken. De Beastie Boys rappen strijdbaar: ‘fight for your right!’, maar zeggen er bijna terloops achteraan: ‘to party’. Eind jaren tachtig is het vooral rapperscollectief Public Enemy dat de hiphop naar een hoog niveau brengt. Hun raps zijn opruiend. Ze associëren zich met de Black Powerbeweging, een politieke groep die desnoods met geweld de rechten van zwarten wil bevechten. Public Enemy kleedt zich ook in camouflagepakken en schreeuwt de (zwarte) revolutie van de daken. Daarbij houden ze ervan te parafraseren: Rebel Without a Cause, een bekende film uit de jaren vijftig, wordt bij hen: ‘Rebel Without a Pause’. Public Enemy is rebels en hard, het komt zo uit het getto. Maar ook zij weten dat hiphop geen politiek is, maar amusement. De titel van de rap van Beastie Boys parafraseren ze tot: Party for Your Right to Fight

148 VERKENNEN REGGAE, HIPHOP, R&B
PUBLIC ENEMY.

Hiphop wordt als muziekstijl ook vaak rap genoemd. Rap is een essentieel kenmerk van de hiphopmuziek. De begeleiding is een ander belangrijk element. Hiphop is feitelijk: een deejay die beats draait en een mc (de rapper) die teksten improviseert.

De beats zijn vaak afkomstig van oude funkplaten. Vooral de breakbeats van James Brown worden vaak gebruikt. Een breakbeat is een maat waarin de muziek stopt, maar de beat (drums) doorgaat. De deejay of producent (mixer) gebruikt een breakbeat als sample. Een sample is een stukje muziek, tekst of geluid dat opnieuw wordt opgenomen, meestal van een bestaande plaat. De sample wordt op allerlei manieren bewerkt. De deejay kan bijvoorbeeld een sample in een loop zetten (eindeloos herhalen) en er met een andere platenspeler geluiden doorheen mixen. De deejay gaat de draaitafel (turntable) als instrument gebruiken: turntablism. Vooral het scratchen (ritmisch heen en weer bewegen van de draaitafel) is populair. Zo ontstaan nieuwe breakbeats. De breakbeat gecombineerd met een zware bas is dé begeleiding voor de rap. Bij de meeste rapnummers die je op de radio hoort, zijn de breakbeats in een studio op de computer gemaakt.

Gangsta’s Gangsta’s

De raps bestaan doorgaans uit een spervuur van woorden, ritmisch ‘uitgespuwd’ op rijm of met alliteratie (beginrijm) en woordspelingen, zoals ‘real eyes, realize, real lies’ (Tupac Shakur). De kunst is afgekeken van funkartiesten zoals (alweer) James Brown die ook gesproken tekst in zijn songs had. Dit is weer terug te voeren op de preek van de voorganger in de zwarte kerken. Zo zijn we weer bij de gospel beland. Kortom, rap heeft diepe wortels in de zwarte muziektraditie.

Een goede rap is ook een betoog. De rapper heeft iets te vertellen en met de heftige, soms agressieve manier waarop hij dat doet, moet hij de aandacht trekken en overtuigen. Tegelijkertijd gaat het om het ego van de rapper: hij moet stoer overkomen, de beste zijn en iedereen vermaken. Inhoudelijk is de hiphop dus altijd op zoek naar de balans tussen feesten en stoerdoenerij enerzijds en betrokkenheid en protest anderzijds. De twee kunnen niet zonder elkaar.

Het succes van de New Yorkse Eastcoast-rappers wekt wrevel in andere getto’s. Het duurt dan ook niet lang voor de rappers uit Los Angeles van zich laten horen. De hiphop van de Westcoast bemoeit zich niet met politiek, maar rapt over wapens, ‘bitches’ en drugs. Grof taalgebruik is de norm. Het komt voort uit de rauwe realiteit van bendes (‘gangs’) die elkaar naar het leven staan in de door geweld geteisterde getto’s van Los Angeles. De rappers spelen niet het slachtoffer van al die ellende, integendeel, ze gaan er prat op er niet alleen aan mee te doen, maar ook nog de gevaarlijkste, stoerste en door de politie meest gezochte gangster te zijn. Rap is hun ticket naar roem en rijkdom. De trots het gemaakt te hebben vanuit een crimineel en kansloos milieu, leidt tot schaamteloos machogedrag. In videoclips omringen de rappers zich met dure auto’s, vrouwen en ‘bling-bling’. Gangsterrap drijft de competitiesfeer die bij hiphop hoort wel heel ver door. Het om beurten rappen en elkaar ‘dissen’ (bespotten) is oorspronkelijk een straatfenomeen: de ‘rap battle’. In gangsterrap is het inmiddels gebruikelijk collegarappers te dissen met zoveel mogelijk grove beledigingen. De rivaliteit wordt ook buiten de muziek voortgezet in trieste vetes met vuurwapens.

De grootste artiest die dit genre heeft voortgebracht, Tupac Shakur, wordt op 25-jarige leeftijd doodgeschoten.

149
TUPAC SHAKUR.
KENDRICK LAMAR TREEDT OP BOVENOP EEN POLITIEAUTO.

Opdrachten Opdrachten

PUBLIC ENEMY PARTY FOR YOUR RIGHT TO FIGHT

TUPAC & SNOOP DOGG

2 OF AMERICAZ MOST WANTED

Party for Your Right to Fight komt van het zeer invloedrijke hiphop album It Takes a Nation of Millions to Hold Us Back van Publick Enemy (in 1988 uitgebracht). In dit fragment hoor je alle kenmerken van hiphop.

Hieronder zie je een aantal beschrijvingen staan. Schrijf achter iedere beschrijving de technische term die daarbij hoort.

• Ritmisch een plaat op de draaitafel bewegen:

• Een bestaand fragment (muziek, tekst, geluid) dat hergebruikt wordt:

• Een kort fragment dat constant herhaald wordt:

• Een drumbeat die als basis voor een hiphopnummer dient:

• Ritmisch zingen of spreken van een rijmende tekst:

Er gebeurt veel in dit fragment. Tijdens welk gedeelte is alleen de breakbeat te horen?

 Tijdens de rap.

 Tijdens het refrein.

‘Ain’t nothin’ but a gangsta’ party’ hoor je in de tekst.

Wat maakt dit nummer overduidelijk een gangsterrap?

De begeleiding blijft het hele nummer hetzelfde. Alhoewel het op een computer gemaakt is, zijn er overeenkomsten met funkmuziek zoals die van James Brown. Een belangrijke overeenkomst is de gelaagdheid van die begeleiding. Beschrijf zo nauwkeurig mogelijk welke lagen je hoort.

KENDRICK LAMAR

KING KUNTA

King Kunta verwijst naar Kunta Kinte, de opstandige tot slaaf gemaakte en hoofdpersoon in Alex Haley’s boek Roots, the Saga of an American Family (verfilmd als simpelweg Roots).

King Kunta ‘leent’ – zoals gebruikelijk in hiphop – meerdere elementen uit andere nummers, waaronder: tekst van Smooth Criminal van Michael Jackson, stukjes uit The Payback van James Brown en een sample uit We Want the Funk van Ahmed Lewis.

Het nummer is gebaseerd op een basriff die het hele nummer doorgaat. Hoeveel maten is die basriff?

King Kunta is één lange rap met alleen aan het einde ‘we want the funk’ gezongen. Maar er is wel een vorm. De tekst hieronder fungeert als refrein (of ‘hook’) en komt enkele keren terug:

Bitch where you when I was walkin’?

Now I run the game got the whole world talkin’ (King Kunta)

Everybody wanna cut the legs off him (King Kunta) Kunta

Black man taking no losses

Bitch where you when I was walkin’?

Now I run the game, got the whole world talkin’ (King Kunta)

Everybody wanna cut the legs off him

De vorm van dit fragment is: couplet 1 – refrein 1 – couplet 2 – couplet 3 – refrein 2 – couplet 4 (stukje). Er is geen intro.

150 VERKENNEN REGGAE, HIPHOP, R&B
1a 1b 2a 2b 3a

DE JEUGD VAN

Hoe vaak hoor je de basriff in couplet 1?

 Twee keer.  Drie keer.  Vier keer.  Zes keer.

Kendrick Lamar speelt met de toonsoort. Hoe wordt er gemoduleerd

• aan het begin van couplet 3?  Niet.  Een toon hoger.  Een toon lager.

• aan het begin van refrein 2?  Niet.  Een toon hoger.  Een toon lager.

• aan het begin van couplet 4?  Niet.  Een toon hoger.  Een toon lager.

In het tweede refrein wordt een belangrijk motief toegevoegd. In welk instrument?

Aan het begin van het intro van Sterrenstof speelt een toetsinstrument de volgende melodie:

De melodie wordt vier keer gespeeld. De vorm is: a – a – a´ – a.

• Waarom staat er een accent bij de derde a?

Daarna wordt de melodie weer vier keer gespeeld. Nu met een tegenmelodie in synthesizer erdoorheen.

• Is de vorm van deze tweede serie net als de eerste keer a – a – a´ – a?  Ja.  Nee.

Aan het einde van het eerste couplet (voor ‘Kaleidoscoop in zijn oogst’) hoor je de melodie weer. Wat is het verschil met de vorige keren?

De Jeugd van Tegenwoordig maakt – net als andere hiphopbands – gebruik van materiaal van andere bands. Aan het einde van het fragment verwijzen ze met de tekst ‘Loessoe in de sky met diamonds’ naar Lucy in the Sky with Diamonds van The Beatles. Ook het trompetje dat ze daar gebruiken, verwijst naar trompetjes die The Beatles gebruikten (bijvoorbeeld in Penny Lane).

Waardoor is dit gedeelte nog extra opvallend?

Aan het begin van The Monster van Eminem zingt Rihanna de volgende hook:

Omcirkel in het notenbeeld de noot waarvan de toonhoogte de tweede keer anders is.

Rihanna zingt de regel vier keer. Geef in kleine letters met accenten de vorm aan:

Hoeveel verschillende akkoorden gebruikt de begeleiding bij de hook?

Luister naar het rapcouplet na de hook. Zijn de akkoorden hetzelfde?  Ja.  Nee.

151 3b 3c 3d 4a 4b 4c 5a 5b 5c 5d
– – –
™ ™
4 & bbbb œ œ œ ≈ œ œ œ œ œ ≈ œ œ EMINEM
4 & #### œ j œ œ œ œ œ J œ œ j œ œ œ œ
TEGENWOORDIG STERRENSTOF
4
THE MONSTER 4

Beyoncé in concert met haar echtgenoot rapper

BEGRIPPEN

R&B

LEADZANG

ADLIB

BACKING VOCALS

R&B

R&B staat voor ‘rhythm & blues’, maar met de oude rhythm & blues uit de jaren vijftig heeft het niet veel te maken. R&B is een moderne versie van soul, met sterke invloeden uit de funk en de hiphop. Artiesten zoals Rihanna, Justin Timberlake en Beyoncé worden tot deze stroming gerekend.

R&B heeft een strakke beat, die lijkt op de beats uit de hiphop. Hiphop en R&B halen beide hun materiaal uit de breakbeats van de funk, maar dan gemoderniseerd en vooral zwaarder gemaakt (door de bas sterker te maken). Boven die beat kan de zang goed uit de verf komen, net als bij de ‘echte’ soul. Dat geldt voor zowel de leadzang, vaak uitgevoerd met virtuoze ad libs, als de mooi gearrangeerde backing

vocals met rijke harmonieën. Soms wordt er in de nummers ook gerapt.

Eigenlijk zijn R&B-songs gepolijste popnummers met hitgarantie, volgens de formule die we kennen van Motown. Er ligt een kant-en-klare song, gemaakt door componisten en arrangeurs van de platenmaatschappij. Het zijn hightech producties die hip klinken en de artiest hoeft het alleen nog maar in te zingen. Vol overgave, dat wel.

Net als indertijd bij Motown zijn er ook nu artiesten die de vrijheid krijgen te doen wat ze willen en zelf hun materiaal schrijven, zoals Beyoncé en d’Angelo.

152 VERKENNEN REGGAE, HIPHOP, R&B
11.3 11.3
Jay Z. JUSTIN TIMBERLAKE.

Opdrachten Opdrachten

Dit fragment van Fallin’ van Alicia Keys begint met de zin ‘I, I, I, I’m falling’. Daarna wordt het woord ‘fallin” vele keren herhaald.

• Hoe beeldt ze de betekenis van het woord ‘fallin” in de muziek uit?

• Beschrijf hoe de melodie verwerkt wordt bij de herhalingen van het woord ‘fallin”.

Daarna wordt het refrein ‘I keep on falling in and out of love with you’ een aantal keren door het achtergrondkoor gezongen. Dit is meerstemmig. De meerstemmigheid van het koor is:  homofoon.  polyfoon.

BEYONCÉ DEJA VU

Aan het begin van Deja Vu kondigt Beyoncé elk nieuw element aan: ‘bass…. hi-hat…. 808…. Jay’. Met 808 verwijst ze naar een – in hiphop vaak gebruikte – drumcomputer uit de jaren tachtig. ‘Jay’ is rapper Jay Z., met wie ze getrouwd is.

Noem ten minste vier kenmerken van R&B die je hoort in dit fragment van Deja Vu

Van het gezongen gedeelte staat de tekst hieronder. Geef met een letter voor elke regel de vorm van dit gedeelte aan. Accenten hoeven niet.

Baby, seems like everywhere I go I

See you, from your eyes I smile, it’s like I

Breath you, helplessly I reminisce, don’t

Want to compare nobody to you

Boy, I try to catch myself, but I’m out of control

Your sexiness is so appealing, I can’t let it go

Know that I can’t get over you

Cause everything I see is you

And I don’t want no substitute

Baby I swear it’s deja vu.

Uit welke achtereenvolgende onderdelen bestaat het gezongen gedeelte?

 Couplet - couplet – refrein.

 Couplet – pre-chorus – refrein.

 Couplet – refrein – couplet.

 Couplet – refrein – bridge.

Really Love van D’Angelo won een Grammy Award voor de beste R&B-song in 2016. Dat is opmerkelijk want juist in dit nummer combineert hij allerlei muziekstijlen; het is veel meer dan alleen R&B.

Noteer van alle genoemde stijlen één kenmerk dat je hoort in dit fragment van Really Love.

Klassiek:

Wereldmuziek:

Jazz:

R&B:

153 1a 1b 2a 2b 2c 3
ALICIA KEYS FALLIN’
& THE VANGUARD REALLY LOVE
D’ANGELO

Dance / EDM Dance / EDM

Dance, of electronic dance music (EDM), is ontstaan in de uitgaanscultuur. Dance is een verzamelnaam en er bestaan talloze soorten dance, zoals house, hardcore, techno, dubstep en trance. Al die stijlen hebben één ding gemeen: het is muziek die geproduceerd is voor de dansvloer. Het is de bedoeling dat de muziek je in een bepaalde sfeer brengt. Om dat te bereiken moet je je laten meevoeren door het effect van de stampende bassen, de kolkende mensenmassa, de stroboscopische lichteffecten, de rook (en voor sommigen de pillen). Dance is dus niet los te zien van de dansvloer, van de club of het evenement waar een grote massa de muziek beleeft. Het is een sociale gebeurtenis: je gaat helemaal op in de muziek, samen met honderden anderen. Zonder dit ritueel op de dansvloer is de muziek eigenlijk ook niet te begrijpen. In de dansclub heeft de muziek een magische kracht, die verloren gaat als je thuis luistert.

Dance is ontstaan in het clubcircuit. Het werd veel gedraaid op illegale feestjes op geheime plaatsen. Later werden dit gereguleerde feesten in loodsen en op festivalterreinen. De festivals groeiden uit tot enorme openlucht-happenings, zoals Dance Valley en Tomorrowland. Dance is op die manier uitgegroeid tot een bedrijfstak met een grote commerciële waarde. Door slimme marketing wordt een bepaald ‘festivalgevoel’ gecreëerd, waardoor enorme hoeveelheden publiek worden getrokken.

154 VERKENNEN DANCE
afrojack.

De centrale persoon in de dance is de deejay. De deejay is de verbindende schakel tussen de muziek en het publiek. Er zijn immers geen artiesten die live spelen. De deejay neemt die rol over en zweept het publiek op. Vaak produceert de deejay de muziek zelf of mixt hij verschillende dansplaten aan elkaar. In de commerciële popmuziek is het geluid van de dancemuziek doorgedrongen doordat bekende popartiesten samenwerken met danceproducers. De producers van dancemuziek (vaak ook bekende deejays) zorgen voor een hippe elektronische backing track. De sound van dancemuziek is dus alomtegenwoordig in de populaire muziek van nu.

155
ARMIN VAN BUUREN.

BEGRIPPEN

DANCE KICKBEAT

FOUR ON THE FLOOR

BEATS PER MINUTE (BPM)

RISER

BUILD UP

DROP

SAMPLE LOOP

SPOOR / TRACK

DAFT PUNK SHOW

IN COACHELLA 2006

Hoeveel stijlen er ook zijn, dance heeft een aantal gemeenschappelijke muzikale kenmerken. Het meest opvallende muzikale kenmerk is de kickbeat. De kickbeat is een harde dreun op de bassdrum op iedere tel van de maat (four on the floor), doorgaans in een tempo tussen de 120 tot 200 beats per minute (bpm). Tussen de beats door hoor je vaak een sissende hi-hat. Let op: je hoort geen echt drumstel, want dance wordt met de computer gemaakt. De beats zijn dus elektronisch. De kickbeat is de ‘hartslag’ van de muziek, die het danspubliek vaak letterlijk overneemt.

Een ander kenmerk dat typisch is voor dance, is de gelaagdheid en de opbouw daarin. In de muziek hoor je die gelaagdheid aan het feit dat er steeds een nieuw geluid of ritme wordt toegevoegd aan een nummer, waarmee de intensiteit van de muziek steeds toeneemt. Daarnaast wordt vaak gebruik gemaakt van een riser: een synthesizertoon (of gewoon ruis) die langzaam stijgt in toonhoogte terwijl tegelijkertijd de klank steeds feller wordt. Al

The Robots

deze middelen vormen de build up naar de drop: het moment waarop het ritme of de baslijn verandert, na een lange opbouw en een plotselinge break.

Doordat dancemuziek op de computer wordt gemaakt kan de producer naar believen samples, loops, geluiden en muzikale motieven in een dancetrack zetten, zonder rekening te houden met beschikbare instrumenten of muzikanten. Je zou de producent ook best ‘componist’ kunnen noemen maar die titel is ongebruikelijk in het genre. Dancenummers zijn niet gedacht vanuit een coupletrefreinstructuur maar vanuit ‘sporen’ (tracks): muzikale lagen.

Een laatste kenmerk van dancemuziek is het gebruik van herhaling. Herhaling hoort bij het bereiken van een soort trance op de dansvloer, te veel contrast zou je uit de flow halen. Het betekent niet dat motieven zonder onderbreking herhaald worden, maar wel dat de beat continu is en dat motieven en samples steeds opnieuw kunnen opduiken in de track.

Coachella Valley Arts and Music Festival, kortweg Coachella, is een van de grootste en meest winstgevende popfestivals ter wereld. Het vindt plaats midden in de Coloradowoestijn in Californië, waar het overdag gemakkelijk 38 graden in de schaduw is. Het is niet speciaal een dancefestival, want alle grote artiesten traden er op, maar het meest legendarische optreden dat er volgens de kenners ooit is gegeven, was dat van twee robots! De robots – althans zo noemen de mannen zichzelf – zijn de twee producers die samen de Franse danceformatie Daft Punk vormen. Ze laten letterlijk nooit hun gezicht zien, zijn niet graag op televisie en als ze een prijs moeten ophalen, doen ze dat met maskers op en handschoenen aan.

In Coachella torenen ze hoog boven alles uit in een enorme lichtgevende piramide, en zonder een woord te spreken strooien ze hun beats uit over het publiek.

Dat publiek is heus wel wat gewend, maar spreekt hier massaal van ‘the best show on earth’. Dat is in de zomer van 2006. In 2014 wint Daft Punk opnieuw alle prijzen in het dancegenre, plus de prijs voor de beste single van het jaar, Get Lucky

156 VERKENNEN DANCE / EDM
van
kenmerken 12.1 12.1
dance
Zo ziet een dance track er op de computer uit: verschillende sporen (lagen) worden toegevoegd of weer weggehaald.

DAFT PUNK

HARDER, BETTER, FASTER, STRONGER

Pump Up the Volume van M.A.R.R.S. is een vroeg dancenummer.

Pump Up the Volume heeft een voor house betrekkelijk traag tempo. Hoeveel bpm is het ongeveer?

Welke kenmerken van dance herken je in dit fragment?

Daft Punk gebruikt in Harder, Better, Faster, Stronger een zogenoemde vocoder. Dat is een apparaat dat de toonhoogte-informatie uit de stem weghaalt. De overgebleven medeklinkers worden gecombineerd met een synthesizersound. Je zingt in een microfoon en tegelijkertijd speel je op een keyboard de toonhoogte met een vette sound (dat kunnen ook akkoorden zijn).

Het fragment begint met drie keer bovenstaande melodie, de tekst staat eronder. De melodie is één zin die bestaat uit een voor- en nazin (a en b), gescheiden door twee maten rust.

Vergelijk de melodie van deel a (maat 1-4) met die van deel b (maat 5-8). Noem – voordat je gaat luisteren – twee verschillen tussen de a en b gelet op:

• Melodieopbouw:

• Melodierichting:

• Ritme:

Luister nu naar de drie zinnen in het fragment.

• De tweede keer wordt de zin anders gezongen dan de eerste keer Welk gedeelte is anders?  Deel a.  Deel b.

• De derde keer is (qua melodie) hetzelfde als:  zin 1.  zin 2.

Luister nu naar het hele fragment. Wat gebeurt er vanaf 0:45 met de drie zinnen? Beschrijf drie manieren waarop ze verwerkt worden.

157 1a 1b 2a 2b 2c M.A.R.R.S. PUMP UP THE VOLUME
Opdrachten Opdrachten
1 2 2 3 5 6 2 ™ ™ 7 4 4 & ### 1. Work 2. More
Work it than it Make Hou Make it it rDo Ou Do it it
aMakes Ne Makes us ver us∑ Hard Ev Hard er er -erBet Af Bet ter ter ter-Fast Work Fast er is er bStrong O Strong er ver er-∑ œ œ Œ œ œ Œ œ œ Œ œ œ ŒŒ œ œŒ œ œ Œ œ œ Œ œ œ
3.
r

De elektronische dancemuziek (EDM) begon in de jaren tachtig met house. House is een revolutionaire muziekstijl. Net als rock-’n’-roll in de jaren vijftig en punk in de jaren zeventig zorgt de housemuziek eind jaren tachtig voor een enorme schokgolf. De keiharde stampende beat in combinatie met de nieuwe drug XTC brengt veel dansende jongeren in extase. Tegenstanders verafschuwen de muziek en de cultuur eromheen. Eigenlijk is house een radicalisering van de disco: dezelfde mechanische beats, maar dan harder en zonder dat het een ‘liedje’ wordt; het moet een continu doorgaande stroom zijn. House dankt zijn naam aan een hippe danstent in Chicago, de Warehouse Club. Deejays in deze club laten het publiek voor het eerst kennismaken met deze nieuwe muziek. De house slaat aan en verspreidt zich snel. Het ene na het andere houseplaatje dendert de hitlijsten in, ook in Nederland.

Techno is het antwoord op de vervlakking in de housemuziek. Techno wil geen smakeloos serieproduct zijn, maar

opwindende en authentieke dansmuziek, gericht op de ervaring op de dansvloer. Geen flauwe hooks en geen voorspelbare beat, maar een creatievere benadering. Technomuziek wordt vaak geproduceerd door deejays en die willen een persoonlijk stempel op de muziek drukken.

Ze gebruiken daarvoor graag ‘vintage’ analoge synthesizers en programmeerbare drumcomputers die in de jaren tachtig al het geluid bepaalden. (Een voorbeeld is de befaamde Roland TR-808, met zijn diepe, donkere bassdrumgeluid.) In Nederland en Duitsland ontstaat een variant van techno, de trance. Trance is techno met een bombastische orkestrale of koorachtige sound.

Andere stijlen waarbij vernieuwing en creativiteit voorop staan, zijn ‘drum and bass’ en ‘dubstep’. Beide genres ontstaan in de undergroundscene in Engeland. Bij drum and bass spelen de drums drukke ritmes met veel bekkens, maar juist een trage lijn in de bas. De dubstep gebruikt veel drum and bass-breakbeats, met een reggae-achtig accent op de derde tel.

Dance speelt zich van oorsprong af in clubs en discotheken, waarbij de deejays verscholen zitten achter hun apparatuur. Maar de deejay komt steeds centraler te staan. Bij livetechno staat de deejay zelfs als een superster in een cirkel van apparaten en instrumenten. Hij draait niet langer simpelweg een plaatje, met computertechnologie wordt de muziek steeds meer ter plekke in elkaar gezet of gemanipuleerd. Licht, lasershows en videowalls maken van livetechno een happening zoals een rockconcert. Uiteraard gebeurt dit niet meer in clubs maar in grote stadions, voor een massapubliek. Nederlandse deejays zijn trendsetters en behoren tot de wereldtop in livetechno. Tiësto (de artiestennaam van Tijs Verwest) wil zijn publiek een muzikale ‘trip’ bezorgen. Zijn muziek wordt gerekend tot de trance. Armin van Buuren en Hardwell zijn jongere collega’s van Tiësto die ook over de hele wereld draaien. Ook andere Nederlandse top-deejays, waaronder Afrojack en Martin Garrix, zetten internationaal de toon.

158 VERKENNEN DANCE / EDM
BEGRIPPEN EDM HOUSE TECHNO TRANCE
12.2 12.2 DE ROLAND TR-808 DRUMCOMPUTER. TIËSTO EN HARDWELL IN TOMORROWLAND.
Livetechno NL
dancestijlen

Traffic van Tiësto is aanmerkelijk sneller dan bijvoorbeeld Pump Up the Volume uit de vorige paragraaf. Hoeveel bpm is dit ongeveer?

Bijna het hele fragment lang gebruikt Tiësto het ritmische motief dat hierboven staat. Het motief wordt op twee toonhoogtes gespeeld. Zet een pijl onder de noot waar de toonhoogte verandert.

Vanaf het begin van het fragment tot de drop gebruikt hij het ritmische motief om een opbouw te realiseren. Beschrijf hoe hij dat doet.

Wat gebeurt er na de drop met het motief?

Hoe heet deze dancestijl?

Aan het begin van Third Stream van 4Hero spelen bas en piano veelvuldig het motief dat hieronder staat, de bas in noten, de piano in akkoorden.

Het motief is vier maten lang, waarvan er twee genoteerd zijn. Welke uitspraak over de toonhoogte in maat 3-4 is juist?

 Voor zowel de bas als de piano hetzelfde.

 Voor de bas hetzelfde, voor de piano een octaaf lager.

 Voor de bas een octaaf lager, voor de piano hetzelfde.

 Voor zowel de bas als de piano een octaaf lager.

Nadat dit motief enige tijd gespeeld is (met en zonder strings), treedt er een drastische verandering op in het motief. Wat is die verandering?

Noem van het gedeelte dat volgt op het motief (vanaf 0:58) een kenmerk van drum and bass.

Gastmuzikante Sirah One voert in Bangarang van Skrillex de volgende tekst uit:

Shout to all my lost boys, we rowdy

Shout to all my lost boys, bangarang!

De tekst verwijst naar de ‘verloren jongens’ en hun aanvalsroep ‘bangarang’ in de film Hook

Bangarang is dubstep, maar gebruikt ook elementen van hiphop. Noem er twee.

159 1a 1b 1c 1d 1e 2a 2b 2c 3
TRAFFIC
TIËSTO
Opdrachten Opdrachten
4HERO THIRD STREAM SKRILLEX BANGARANG
™ 4 4 / œ œ œ œ œ ‰ œ j ‰ œ j ‰ œ j ‰ œ j ‰ œ j œ ? ? 12 8 ? œ ™ œ ™

commercieel

In de dancemuziek volgt nog steeds de ene vernieuwing op de andere. In een paar jaar tijd zijn veel nieuwe stijlen ontstaan en terwijl je dit leest, wordt er ergens op de wereld in een muziekstudiootje of op een underground dansfeest vast weer iets gedaan waaruit een nieuwe stroming ontstaat.

Die undergroundscene is de motor van de dancemuziek, maar het zijn de populaire deejays die ervoor zorgen dat de muziek een commercieel succes is en dat de festivalterreinen van Tomorrowland, Dance Valley, Awakenings en Defqon blijven volstromen. Een trend is de terugkeer van de ‘song’ in de dancemuziek, en de ‘authentieke’ zangpartijen. De Zweedse DJ Avicii bijvoorbeeld liet zijn nummer Hey Brother inzingen door Dan Tyminksi, een bluegrasszanger die ook speelde in de folkband van Alison Krauss (zie Verkennen 8.1). Voeg daar een elektronische beat bij en een pakkende hook (melodietje dat goed

blijft hangen) en je hebt een megahit. Populaire DJ-producers zoals Kygo, Flume en Axwell werken ook met deze formule.

Ook de huidige popmuziek heeft veel te danken aan de ontwikkelingen in de dance. Platenlabels die het moeten hebben van miljoenenverkoop, huren vaak producers van dansmuziek in. Pharrell Williams bijvoorbeeld was voor hij als soloartiest doorbrak (met o.a. Happy) al jarenlang producer voor veel popsterren, waaronder Justin Timberlake en Britney Spears. Een nummer componeren is één ding, maar het perfect en toch weer nét even anders laten klinken in een hightech studioproductie is een vak apart. Zo kun je in de muziek van superster Taylor Swift invloeden horen uit country, rock, soul én dancemuziek.

En ondertussen broeit er in de underground weer iets. Dance heeft nog steeds toekomst. Dance is in beweging.

160 VERKENNEN DANCE / EDM
BEGRIPPEN HOOK succes 12.3 12.3
TAYLOR SWIFT. PHARRELL WILLIAMS KREEG EEN STER OP DE WALK OF FAME IN HOLLYWOOD.
dance valley.
AVICII.

AVICII

HEY BROTHER

Toxic van Britney Spears begint met een laag motief, dat met een hoog motief wordt beantwoord.

vraag antwoord “”

™ 4 4 & bbb

œ œ œ œ œ œ ‰ œ r œ œ œ œ œ œ œ

• Wat is de toonsoort van Toxic?

• Het intro heeft een beetje een oosterse sfeer. Dat komt doordat één toon in het notenbeeld niet in de toonsoort thuishoort. Welke noot is dat?

Het hoge antwoord is de belangrijkste hook van het nummer. In welke onderdelen van het nummer hoor je het? (Je mag meer dan één antwoord aankruisen).

 Het intro.  Het couplet.  Het pre-chorus.  Het refrein.

Helemaal aan het einde hoor je nog één keer het lage en het hoge motief. Alleen is er nu met het hoge motief iets gebeurd. Wat is dat?

 Het is getransponeerd.

 Het is ondersteboven gespeeld (als omkering).

 Het is achterstevoren gespeeld (als kreeft).

 Het wordt door andere instrumenten gespeeld.

Hey Brother van Avicii begint heel leeg, met alleen een gitaartokkel van twee tonen. Wat is het interval tussen de twee tonen?

 Een terts.  Een kwint.  Een octaaf.

Hieronder staat de tekst van het eerste couplet. Onderstreep in de tekst de woorden waar je de gitaartokkel op precies dezelfde toonhoogte hoort. De eerste streep is gegeven.

Hey brother! There’s an endless road to rediscover

Hey sister! Know the water’s sweet but blood is thicker

Oh, if the sky comes falling down, for you

There’s nothing in this world I wouldn’t do

De vorm van het fragment is: couplet 1 – couplet 2 – refrein – instrumentaal gedeelte. Het instrumentale gedeelte is het meest ‘dance-achtig’.

Het instrumentale gedeelte herhaalt voortdurend dezelfde hook. Uit welk gedeelte is die hook afkomstig?  Het couplet.  Het refrein.

TAYLOR SWIFT

Taylor Swift gebruikt in het nummer 22 elementen van allerlei stijlen. Noem van elk van de volgende stijlen één kenmerk dat je in dit fragment hoort.

• Countr y:

• Dance:

• Rock:

161 1a 1b 1c 2a 2b 2c 3
BRITNEY SPEARS TOXIC Opdrachten Opdrachten
22

BEGRIPPEN

DUBBEN

MONO, STEREO PANNING

REVERB, DELAY

MIXEN, MULTITRACK

MIDI, QUANTIZING, DAW

VIRTUELE INSTRUMENTEN

AUTOTUNE, REMIX 12.4

De opkomst van EDM is niet los te zien van de ontwikkelingen in de studiotechniek. De Beatles moeten het in de jaren ‘60 nog doen met 4-sporen taperecorders waarmee ze door te dubben (vier sporen worden op één spoor samengevoegd opgenomen, zodat je weer drie sporen over hebt) toch heel veel verschillende tracks kunnen opnemen. Met die tracks experimenteren ze met mono en stereo panning (links of rechts uit de boxen laten klinken). Al snel worden de recorders uitgebreid naar 8, 16 en zelfs 24 sporen, zodat elk instrument op een apart spoor kan worden opgenomen en apart bewerkt kan worden met effecten zoals reverb (nagalm) en delay (echo). Vervolgens worden deze sporen met een mengtafel of mixer gemixt tot een mooi eindresultaat. Deze multitrack taperecorders waren kolossale en peperdure machines, in bezit van de studio’s van de grote platenmaatschappijen. Je moest een platencontract hebben om daar te mogen opnemen, en dat was alleen voor de grote acts weggelegd.

De werkelijke revolutie begint in de jaren ’80 van de vorige eeuw met de uitvinding van MIDI. Met MIDI (Musical Instruments Digital Interface) wordt het mogelijk om toetsaanslagen van synthesizers, drumcomputers en elektronische piano’s met een eenvoudige computer op te nemen, te bewerken en weer af te spelen.

Zo kun je bijvoorbeeld alle noten exact in de maat zetten (quantising), handig voor het rechttrekken van slordig ingespeelde partijen, maar vooral voor het maken van de enorm strakke beats van EDM. Voor het eerst kun je thuis je eigen muziek opnemen!

Als het vervolgens mogelijk wordt om ook audio digitaal op te nemen op meerdere sporen, is de sky the limit. Met DAW (Digital Audio Workstation) software krijg je een complete studio ter beschikking en dat kan, naarmate de computers krachtiger werden, ook op een gewone laptop. Je kunt eindeloos plakken en knippen en corrigeren tot alles goed is. Virtuele instrumenten (stukjes software die bestaande instrumenten imiteren) geven elke creatieve muzikant de mogelijkheid om een complete band of een heel symfonieorkest samen te stellen. En er komen steeds meer mogelijkheden bij, waaronder het corrigeren van valse noten (autotune) en het combineren van nummers en ze opnieuw mixen (remix). Tenslotte kun je alles zelf uitbrengen en verspreiden op platforms als YouTube, Spotify en Soundcloud. Je hebt geen platencontract of dure studio meer nodig om zelf een professionele muziekproductie te maken en die te delen met je publiek. De meeste EDM muzikanten en singer-songwriters van nu beginnen op hun zolderkamer met een laptop, een microfoon en een koptelefoon.

Tot leven gewekt met AI

Eind jaren ’70 nam John Lennon van The Beatles een demo op van een nieuw nummer: Now and Then. Hij zong en speelde piano en nam het op met een simpele cassetterecorder. Na zijn dood in 1980 gaf zijn vrouw Yoko Ono het bandje aan de overige bandleden. In 2023 besloten Paul McCartney en Ringo Star het liedje af te maken en uit te brengen. Alleen: de kwaliteit van de demo was belabberd. Er zat een brom in en je hoorde de TV op de achtergrond. Met behulp van AI (artificial intelligence - kunstmatige intelligentie) werden de stem van John Lennon en zijn pianospel gescheiden van alle storing en tot studiokwaliteit opgewerkt. Paul, Ringo en andere muzikanten voegden nieuwe partijen toe en ziedaar: het allerlaatste Beatlenummer met de stem van John Lennon zoals hij klonk tijdens de hoogtijdagen van The Beatles.

162 VERKENNEN DANCE / EDM
Een 24 sporen multitrack taperecorder.
12.4 Muziekproductie
EEN VIRTUEEL STRIJKORKEST.

THE BEATLES DAYTRIPPER

EDEN MARY

I FEEL IT COMING (ACOUSTIC VERSION)

THE WEEKND

I FEEL IT COMING

FLUME HOLDING ON

In de jaren ’60 verschenen voor het eerst stereoplaten. In Daytripper experimenteerden

The Beatles volop met panning: ze lieten instrumenten en stemmen alleen uit de linker of rechter luidspreker klinken.

Geef van elk instrument en de zang aan uit welk kanaal ze klinken. Sommige klinken uit beide kanalen.

TIP: luister met oortjes en zorg dat ze niet verkeerd om zitten.

INSTRUMENTEN LINKS RECHTS

Gitaar 1 (riff)

Bas

Beatring

Gitaar 2 (akkoorden)

Drums

Zang

Op welk instrument is tevens een delay effect toegepast?

Je hoort het intro, couplet, pre-chorus en een deel van het refrein.

In het intro speelt een (elektrische) gitaar een melodie. In welk onderdeel hoor je die melodie terugkomen?

In het:  couplet.  pre-chorus.  refrein.

Zowel op de zang als op de elektrische gitaar zitten twee studio-effecten. Welke zijn dat?

Je hoort twee keer het refrein, luister eerst alleen naar de eerste keer.

Behalve de zang is deze productie helemaal met elektronische middelen tot stand gekomen. Noem drie dingen waaraan je dat kunt horen.

Luister nu naar het tweede refrein, daar is iets bijzonders met de stemmen gedaan.

 Is dit effect bereikt met autotune of met een vocoder?

 Waaraan hoor je dat?

TIP: lees de verklarende tekst bij opdracht 2 van paragraaf 12.1.

Holding On is – met uitzondering van de zang – helemaal elektronisch geproduceerd. Het staat bol van de effecten.

Hieronder staat een tijdlijn in secondes. Op de genoemde tijden hoor je telkens een (nieuw) effect. Verbind door middel van lijnen het juiste effect aan de tijd.

0’00

0’14

0’21

0’43

• vertraagde akkoorden met ‘trillend’ effect (= snelle delay)

• stijgende synthesizerklank

• akkoorden die zweven in toonhoogte

• achterstevoren gespeelde akkoorden

163 1a 1b 2a 2b 3a 3b 4
Opdrachten Opdrachten
kennen

INLEIDING

TOONHOOGTE IS DE ERVAREN HOOGTE VAN EEN TOON, ZOWEL OP JE GEHOOR (HET AANTAL TRILLINGEN) ALS DE PLAATS OP DE NOTENBALK.

Een noot is wat je ziet, een toon is wat je hoort.

Een gedrukte of geschreven noot vertelt je twee dingen:

1 Hoe lang die noot duurt, dus: hoe lang de toon moet klinken.

2 Hoe hoog die noot is, dus: hoe hoog de toon moet klinken.

Alles rond de hoogte van tonen wordt in dit hoofdstuk uitgelegd. De duur van tonen wordt in hoofdstuk 2 behandeld.

De namen van de noten zijn: a, b, c, d, e, f, g. Je noemt dit de absolute notennamen.

Het zijn de witte toetsen van de piano.

De zwarte toetsen hebben namen die afgeleid zijn van de witte toetsen.

ab cd ef ga bc de fg a

Voor het schrijven van noten wordt een notenbalk gebruikt: vijf horizontale lijnen. De noten worden tussen en op de lijnen geschreven.

Er past maar een beperkt aantal noten op een notenbalk. De meeste instrumenten kunnen meer noten spelen. Voor noten hoger en lager dan de notenbalk gebruik je hulplijntjes.

Schrijf de namen van de witte toetsen op.

Schrijf alle noten op de notenbalk van laag naar hoog. De eerste en laatste noot zijn gegeven.

166 KENNEN TOONHOOGTE
w w 1.1 1A 1B
Opdrachten toonhoogte 1 1
Opdrachten
ZIE OOK KENNEN 1.3
˙ ˙ ˙ ˙ ˙ ˙ ˙ ˙ ˙ ˙ ˙ ˙ ˙ ˙ ˙ ˙ ˙ ˙

1.2

SLEUTELS

EEN SLEUTEL IS EEN TEKEN OP DE NOTENBALK DAT DE PLAATS VAN EEN BEPAALDE NOOT OP DE NOTENBALK AANGEEFT. JE VINDT DE SLEUTEL AAN HET BEGIN VAN IEDERE NOTENBALK EN SOMS OP EEN ANDERE PLAATS ALS DE SLEUTEL VERANDERT.

De noten op de notenbalk betekenen nog niets: er moet een sleutel voor staan om je te vertellen welke noot het is.

De meest voorkomende sleutels zijn:

G-sleutel

• geeft de noot g boven de centrale c aan.

• andere naam: vioolsleutel.

Wordt gebruikt voor:

• de zangstemmen sopraan en alt;

• hoger klinkende instrumenten zoals viool, dwarsfluit en de rechterhand van de piano.

F-sleutel

? f w

C-sleutel

B c w

• geeft de noot f onder de centrale c aan.

• andere naam: bassleutel.

Wordt gebruikt voor:

• de zangstem bas.

• lager klinkende instrumenten zoals basgitaar, fagot, cello en de linkerhand van de piano.

• geeft de noot c (de centrale c) aan.

• andere naam: altsleutel.

Wordt gebruikt voor:

• instrumenten die niet speciaal hoog of laag zijn maar in het midden, zoals altviool.

Welke sleutel er gebruikt wordt, hangt af van het instrument. Het idee hierachter is dat een instrument de sleutel gebruikt die ervoor zorgt dat zoveel mogelijk noten die dat instrument kan spelen op de notenbalk passen (hulplijntjes lezen is lastiger). Instrumenten met een grote omvang (ze kunnen heel hoog en heel laag) kunnen daarom meer sleutels gebruiken. Pianomuziek bijvoorbeeld wordt bijna altijd op twee balken geschreven: de bovenste balk voor de rechterhand met een G-sleutel (de hogere tonen), de onderste balk voor de linkerhand met een F-sleutel (de lagere tonen).

1 Opdrachten Opdrachten & ?

De centrale c staat bij alle sleutels op een andere plek. Schrijf de centrale c op in de G-sleutel en in de F-sleutel.

167
> VWO
& g w

2A

Schrijf de notennamen onder de noten.

& œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ

2B

Schrijf de notennamen onder de noten.

E. GRIEG PEER GYNT SUITE

Je hoort drie fragmenten uit de Peer Gynt Suite van Grieg. Luister telkens naar de melodie.

Welke sleutel is volgens jou gebruikt voor het noteren van de melodie?

Fragment 1:

Fragment 2:

Fragment 3: 3

4A

Schrijf de notennamen onder de noten.

B œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ

4B

Hieronder zie je de altvioolpartij van het begin van een menuet van Mozart. Schrijf deze partij op precies dezelfde toonhoogte over in de G-sleutel. Denk aan de voortekens.

168 KENNEN TOONHOOGTE
? œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ
3 4 3 4
bb & bb œ œ œ ˙ œ œ œ œ œ œ Œ VWO
B

1.3

VOORTEKENS

VOORTEKENS ZIJN TEKENS DIE EEN TOON WIJZIGEN; EEN KRUIS VERHOOGT, EEN MOL VERLAAGT DE TOON.

Er zijn zeven witte toetsen: a, b, c, d, e, f, g.

De zwarte toetsen hebben namen die zijn afgeleid van die zeven. Voor het schrijven van deze noten heb je voortekens nodig. Voortekens verhogen of verlagen een noot.

Kruis: verhoogt een noot. Naam: toon + is, bijvoorbeeld fis.

Mol: verlaagt een noot. Naam: toon + es, bijvoorbeeld ges. (Uitzonderingen: de a met een mol wordt as, de e met een mol wordt es).

Herstellingsteken: maakt een mol of kruis ongedaan.

Voortekens worden op twee manieren gebruikt.

1 Een toevallig voorteken verandert de noot waar hij voor staat, maar dat geldt slechts voor één maat. Zo’n toevallig voorteken wordt op precies dezelfde plaats op de notenbalk geschreven als de noot die het betreft.

2 Vaste voortekens zijn kruizen of mollen die bij de sleutel staan (elke regel van de compositie) en die gelden voor het hele stuk. Zo’n vast voorteken betreft niet alleen precies dezelfde noot, maar alle noten met dezelfde naam. Bijvoorbeeld: er staat een mol bij de sleutel. De b wordt daardoor een bes, en alle b’s in dat stuk (hoge en lage) worden bessen.

Vaste voortekens staan altijd in een vaste volgorde. Dat wil zeggen: één kruis is altijd de fis, twee mollen zijn altijd de bes en de es.

Die vaste volgorde is:

Verhoog je een noot met een kruis, dan speel je de zwarte toets rechts van de witte.

Verlaag je een noot met een mol, dan speel je de zwarte toets links van de witte.

Hieruit volgt dat de zwarte toetsen allemaal twee namen hebben: één met een kruis en één met een mol.

169
# b n
4 & cis ciscbesb bgisg gis œ œ œ# œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ w
4 &
bbeses
œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ & #######
& bbbbbbb
cis # cd des b b # >
4
4
bb besbes beses esb
bes
?#######
? bbbbbbb cd

Tussen tonen zitten toonsafstanden. Als je alle toetsen (dus witte én zwarte) speelt van links naar rechts dan is die afstand telkens ½. Ga je bijvoorbeeld van c naar d, dan is de afstand 1 (twee keer ½). Wat valt op bij het toetsenbord? Tussen de tonen e – f en b – c zit geen zwarte toets. Dat is dus maar een halve toonsafstand.

Opdrachten Opdrachten

Schrijf bij alle toetsen de naam van de toets. N.B. Schrijf bij de zwarte toetsen twee namen.

Schrijf de notennamen onder de noten.

Schrijf de notennamen onder de noten.

Vul in: De bis klinkt als de De fes klinkt als de De ces klinkt als de De eis klinkt als de

170 KENNEN TOONHOOGTE
cd ef ga bc 11111 ⁄ 1 2 1 2 1 2 3 3 4 ? œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ 1 2 3 4 6 8 & ### œ œ J œ œ œ œ œ œ j œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ ™
3 1
2A
2B

Een puzzeltje: Alban Berg gebruikt voor het thema van zijn vioolconcert alle twaalf tonen op één na.

Welke toon ontbreekt in het afgedrukte fragment?

Schrijf op welke toonsafstand tussen de tonen zit. Kies uit ½ en 1. Probeer dit eerst te doen zonder naar het toetsenbord te kijken.

e – fis = bes – c = b – cis =

f – g = cis – d = e – f =

Hieronder zie je telkens twee noten naast elkaar staan. Schrijf op welke toonsafstand tussen die noten zit. Kies uit ½ of 1.

171
{
Orkest 4 4 4 4 4 4 & ∑ & ? œn œ œ œ œ œ w ‰ œ j œn œ œ œ œ œ# œ œn œ œ œ œ j ‰ œ ™ œ j w œ ™ œ j A. BERG VIOOLCONCERT 1 2 3 4 5 6 7 8 & ? œ œ œ œ œ œ œ œ œœb œb 5 4 6 2 3 4 5 6 7 8 ? œ œ œ œ œ œ œœb œb œ
Viool

NOTENWAARDEN EN RUSTWAARDEN

TOONDUUR IS HETZELFDE ALS DE LENGTE VAN EEN NOOT, MET ANDERE WOORDEN:

HOE LANG EEN TOON DUURT. TOONDUUR KUN JE HOREN, MAAR OOK ZIEN AAN DE VORM

VAN DE NOOT EN DE BREEDTE DIE HIJ INNEEMT OP DE NOTENBALK.

Om de toonduur aan te geven, worden noten van verschillende vorm gebruikt. Ook de stiltes tussen tonen (de rusten) worden met verschillende tekens aangegeven.

Noten Rusten

= hele noot

= halve noot

= zestiende noot w

= kwartnoot

= achtste noot

= hele rust

= halve rust

= kwartrust

= achtste rust

= zestiende rust

Noten hebben meestal stokken (behalve de hele noot) en soms vlaggetjes (zoals de achtste en de zestiende).

Voor het schrijf- en leesgemak kunnen de vlaggetjes van achtstes en zestienden met elkaar verbonden worden door waardestrepen. Bijvoorbeeld:

Aan het aantal waardestrepen kun je de toonduur zien: één vlaggetje is één streep, twee vlaggetjes is een dubbele streep enzovoort.

In de tabel hierboven staan uitsluitend de waarden van de noten. Hoe lang de noten duren hangt af van de maatsoort.

In de volgende tabel zie je hoe de noten zich tot elkaar verhouden.

1 hele noot

16 zestiende noten w

j

j

2 halve noten

4 kwartnoten

8 achtste noten

172 KENNEN TOONDUUR
œ œ œ œ œ œ œ œ œ
KENNEN
2.1 toonduur 2 2
ZIE OOK
4
œ œ j œ r ˙
Ó Œ ‰ ≈
œ œ œ œ œ
œ
œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ ˙ ˙ ˙ ˙ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ

Opdrachten Opdrachten

Vervang in het ritme hieronder elke noot met een rust van dezelfde waarde. Schrijf de rusten op de lijn eronder.

Schrijf de volgende noten op:

• Maat 1: één halve noot, twee kwartnoten.

• Maat 2: twee achtste noten, vier zestiende noten, twee kwartnoten.

• Maat 3: één hele noot.

N.B. Gebruik de breedte van een maat om te laten zien dat de ene noot langer is dan de andere.

Je hoort het begin van Pastime Paradise van Stevie Wonder. Het staat in 4/4-maat, tel rustig.

Welke notenwaarden worden voornamelijk gebruikt door de:

• cowbell:

• guiro (rasp, samen met de hoge strijkers):

• lage strijkers:

2.2 PUNT EN VERBINDINGSBOOG

EEN PUNT ACHTER EEN NOOT VERLENGT DE WAARDE VAN DIE NOOT MET DE HELFT.

EEN VERBINDINGSBOOG MAAKT VAN TWEE NOTEN (MET DEZELFDE TOONHOOGTE)

ÉÉN NOOT; DE WAARDEN WORDEN BIJ ELKAAR OPGETELD.

Noten kunnen op twee manieren verlengd worden: door een punt en door een verbindingsboog.

Je kunt elke noot verlengen door een verbindingsboog te plaatsen naar de volgende noot.

De verbindingsboog maakt van de twee noten feitelijk één noot. Je zingt of speelt dus ook maar één (langere) noot. In het laatste voorbeeld hierboven blijft de fis dan ook een fis (ook al staat de tweede noot in de volgende maat).

173
STEVIE WONDER PASTIME PARADISE
1A 4 4 4 4 œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ ˙w 1 2 3 4 4 1B 2
& & & & ˙ œ œ œ ‰ œ j œ œ œ œ œ œ œ œ ˙ >

Een punt achter een noot verlengt die noot met de helft van de waarde. Een noot met een punt noem je een gepunteerde noot

In de voorbeelden hieronder staan telkens noten met een punt met daarnaast dezelfde lengte geschreven met verbindingsboog.

Verwar een verbindingsboog niet met een legatoboog.

Opdrachten Opdrachten

Welke ‘vertaling’ is niet correct? Vink de juiste hokjes aan.

 

 

 

In het ritme hieronder worden verbindingsbogen gebruikt. Schrijf het ritme over op de balk eronder en vervang waar mogelijk de overbindingsbogen door punten.

174 KENNEN TOONDUUR
1
2 & & & & w w ˙ ˙ ™ ˙ œ œ œ œ j œ ™ j œ j œ r ZIE OOK KENNEN 14 F. CHOPIN PRÉLUDE NO. 6 3 4 ?## verbindingsboog 2 legatoboog 3 verbindingsboog 2 ˙ œ œ œ œ œ œ ™ œ œ ™ œ œ œ ˙ ™ œ ŒŒ = ˙ œ ˙ ™ = œ ™ œ œ = œ œ j œ = œ œ œ j = w œw ™ = œ ™ œ r ˙ 1 2 3 4 4 4 4 4 œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ ˙ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ ™ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ

3.1

INLEIDING

RITME IS ALLES WAT IN MUZIEK MET ‘TIJD’ TE MAKEN HEEFT: TOONDUUR, GROEPERING VAN NOTEN, ACCENTEN, PATRONEN ENZOVOORT.

Net zoals toonhoogtes pas betekenis krijgen in een melodie, zo krijgen toonduren pas betekenis in een ritme. Dit hoofdstuk gaat over ritmes.

Eigenlijk beslaat de term ‘ritme’ alles wat met tijd te maken heeft in muziek en hoe die tijd wordt ingedeeld, dus: toonduur, teleenheid, ritmische figuren, maar ook maat en maatverdeling. Voor de duidelijkheid scheiden we hier deze elementen van elkaar. Het vorige hoofdstuk ging over de toonduur, dit hoofdstuk over ritmische figuren, het volgende hoofdstuk over maat en maatverdeling.

Er bestaat geen muziek zonder ritme. In elke muziek wordt een vorm van ritme toegepast. Dat kan vrij ritme zijn (zoals het ritme dat gebaseerd is op woorden in het gregoriaans), strak ritme (zoals in de meeste popmuziek) of zeer complexe ritmes (zoals in sommige niet-westerse muziek). Maar ritme-loos is geen enkele muziek.

Iemand kan ‘gevoel voor ritme’ of gevoel voor ‘timing’ hebben. Hiermee bedoel je dat iemand goed in staat is het ritme uit te voeren (op accurate wijze) in de strakheid die vereist is voor de muziek en tegelijkertijd op artistieke wijze het ritme gebruikt; het is niet zo maar een mechanische reproductie.

Opdrachten Opdrachten

M. DE FALLA

I. STRAVINKSY

Het ritme van een compositie kan ritmisch strak of ritmisch vrij uitgevoerd worden.

Luister naar vier fragmenten uit composities van de Spaanse componist Manuel de Falla.

Is het ritmisch strak of vrij?

Fragment 1  strak  vrij

Fragment 2  strak  vrij

Fragment 3  strak  vrij

Fragment 4  strak  vrij

Ritmes kunnen gelijkmatig zijn (veel dezelfde notenwaarden of hetzelfde patroon) of ongelijkmatig.

Luister naar vier fragmenten uit composities van de Russische componist Igor Stravinsky.

Is het ritme gelijkmatig of ongelijkmatig?

Fragment 1  gelijkmatig  ongelijkmatig

Fragment 2  gelijkmatig  ongelijkmatig

Fragment 3  gelijkmatig  ongelijkmatig

Fragment 4  gelijkmatig  ongelijkmatig

F. CHOPIN

Sommige ritmes worden met accenten (felle aanzetten) uitgevoerd, andere ritmes zijn gelijkmatiger.

Luister naar vier fragmenten uit composities van de Poolse componist Frederic Chopin.

Wordt het ritme geaccentueerd of niet geaccentueerd?

Fragment 1  geaccentueerd  niet geaccentueerd

Fragment 2  geaccentueerd  niet geaccentueerd

Fragment 3  geaccentueerd  niet geaccentueerd

Fragment 4  geaccentueerd  niet geaccentueerd

175
3
ritme 3
1
2
3 >

3.2

RITMISCHE FIGUREN 1 ( METRISCH )

EEN RITMISCHE FIGUUR IS EEN BEPAALDE COMBINATIE VAN TOONDUREN DIE SAMEN EEN TEL OF EEN KLEINE EENHEID RITME VORMEN.

De duur van tonen is gebaseerd op halveren: hele, halve, kwart, achtste enzovoort. Ritmische figuren die een tel in tweeën, vieren, achtsten enzovoort verdelen, noem je metrische figuren. Dat is te zien in alle voorbeelden hieronder.

In een maatsoort waarin de kwart de tel is (bijvoorbeeld een 4/4-maat of een 3/4-maat), kunnen allerlei (metrische) ritmische figuren voorkomen. Bijvoorbeeld de volgende:

en ook: of

Er kunnen ook combinaties met gepunteerde noten zijn:

en ook:of

In een maatsoort waarin de achtste de tel is (bijvoorbeeld een 3/8-maat of een 6/8-maat), komen de volgende ritmische figuren vaak voor:

Opdrachten Opdrachten

Ritmische figuren kun je niet vaak genoeg oefenen. De volgende ritmes gebruiken alleen kwartnoten, achtsten en zestienden.

1

Oefen elke regel door hem heel vaak te herhalen. Gebruik de audiofragmenten om mee te oefenen of om te controleren.

Tip: zeg het ritme mee terwijl je klapt.

176 KENNEN RITME
œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ
œ ™ œ œ ™ œ
˙ ™ œ œ ™ œ œ œ ™ œ œ œ œ j œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ
j
1 2 3 4
™ ™ ™ ™ ™ ™ ™ ™ 4 4 4 4 4 4 4 4 stamp klap tafel œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ
177 2 3 De volgende ritmes gebruiken gepunteerde noten. 1 2 3 4 Oefen elke regel door hem heel vaak te herhalen. Voor gevorderden: de volgende ritmes gebruiken allerlei ritmische figuren door elkaar. 1 2 3 4 Tip: oefen een bepaalde ritmische figuur eerst een paar keer los. ™ ™ ™ ™ ™ ™ ™ ™ 4 4 4 4 4 4 4 4 stamptafel klap œ ™ œ j œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ j œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ j œ ™ œ œ ™ ™ ™ ™ ™ ™ ™ ™ ™ ™ ™ ™ 4 4 4 4 6 8 4 4 tafel stamp dij œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ ™ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ ™ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ >

G. BIZET

Je hoort het begin van vier composities van de Franse componist Georges Bizet. Het ritme van de melodie is opgeschreven, maar in elke regel ontbreekt telkens één en dezelfde (kenmerkende) ritmische figuur een paar keer. Schrijf deze ritmische figuur ertussen. Kies uit:

RITMISCHE FIGUREN 2 ( ANTIMETRISCH )

EEN RITMISCHE FIGUUR IS ANTIMETRISCH WANNEER DE FIGUUR EEN ANDERE VERDELING

Voor de verdeling van de tel in tweeën of in vieren gebruik je de gewone noten. Als je een andere verdeling wilt, moet je de bestaande noten aanpassen. Dan krijg je antimetrische figuren

De meest voorkomende antimetrische figuur in een 4/4 of 2/4-maat is de triool, dit is een verdeling in drieën. Er zijn dan drie noten in plaats van twee. Ze worden opgeschreven in dezelfde waarde, alleen met het cijfer 3 erbij om duidelijk te maken dat het om een triool gaat. Bij het spelen of zingen van een triool moet je ervoor zorgen dat elke noot van de triool even lang is.

Alle andere verdelingen die niet in tweeën (of een veelvoud daarvan) zijn, zijn in een 4/4 of 2/4-maat ook antimetrisch. Bijvoorbeeld een kwintool (5 in plaats van 4), septool (7 in plaats van 4). Daar zie je dan het cijfer 5 of het cijfer 7 bij staan.

Een figuur is dus antimetrisch wanneer de verdeling van de tel anders is dan in de maatsoort gebruikelijk.

178 KENNEN RITME VWO
4
2 4 c 6 8 3 8 1 2 3 4 œ œ œ œ œ œ œ œ œ ˙ ˙ œ ™ œ j œ ™ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ ˙ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ ™ œ ™ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ
EEN TRIOOL.
VAN DE TEL HEEFT DAN IN DE MAATSOORT GEBRUIKELIJK IS. BIJVOORBEELD
3.3 3 3 3 œ œ œ œ œ œ ˙ ˙ ˙ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ ™ œ œ 1 2 3 4 VWO

I. STRAVINSKY

SACRE DU PRINTEMPS

Opdrachten Opdrachten 1A 1B

H. BERLIOZ

MARCHE AU SUPPLICE, UIT: SYMPHONIE FANTASTIQUE 2A

QUEENS OF STONE AGE NO ONE KNOWS 2B

G. GERSHWIN RHAPSODY IN BLUE

De Sacre du Printemps begint met een fagotmelodie die heel vrij klinkt. Dat komt door de antimetrische figuren en de voorslagen (de kleine nootjes). Als je wilt weten hoe dat klinkt, kun je luisteren naar het bijbehorende fragment. Voor het beantwoorden van de vraag is dat niet nodig.

N.B. De kleine nootjes tel je niet mee in een ritmische figuur, die zijn versiering.

In welke maat zie je een triool? Maat

In welke maat zie je een kwintool? Maat

In het begin van de Mars naar het Schavot spelen de pauken een belangrijke rol. Ze spelen telkens één 4/4-maat plus de eerste tel van de volgende maat.

Wat spelen zij?

(Tip: tel snel).

 Zestienden triolen.  Achtsten triolen.  Kwarten triolen.

In No One Knows wordt enkele keren een antimetrische figuur gespeeld.

Welke antimetrische figuur is dat?

(Tip: tel snel).

 Een achtsten triool.  Een kwarten triool.  Een halven triool.

Rhapsody in Blue begint met een klarinetmelodie met een aantal antimetrische figuren.

Zoek die antimetrische figuren op, tel het aantal noten en schrijf het juiste cijfer erbij.

3.4 OVERIGE RITMISCHE TERMEN

Een ritme-ostinato is een ritmisch patroon dat voortdurend herhaald wordt.

179
Ritme ostinato 4 4 4 4 & bb We willwewillrockyou / (stamp)(klap) œ œ œ œ œ œ ŒÓ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ 3 1 2 3 Fagot 4 4 3 4 4 4 & œ U œ œ œ œ œ œ œ œ œ U œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ  œ j œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ j ‰ 2 3 4 5 c & bb Ÿ~~~~~~~~~~~~~~~~ & bb ˙ U œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ ˙  œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ > b œ œ > w > VWO VWO

In swing iq = q e

C & bbbb

In een swing-ritme worden twee achtsten gespeeld alsof ze onderdeel zijn van een triool: de eerste langer, de tweede korter. Je noemt het daarom ook wel ‘triolenfeel’.

In veel jazz- en popmuziek zie je aan het begin van het stuk ‘in swing’ staan. Dit betekent dat er voor het gemak achtsten genoteerd zijn, maar dat je feitelijk vrijer en meer in triolenfeel moet spelen of zingen.

Lulla - by of - ofBird-land, that'swhatI & bbbb

Klinkt als:

Lul

la - by - ofBirdland, - that'swhatI 3 3 3 3

Een duool is eigenlijk het tegenovergestelde van een triool. Dit komt voor in maatsoorten waarin de groepering in drieën is (zoals in een 3/4-maat of een 9/8-maat). Dan staan er opeens twee noten op de plaats waar er normaal drie staan. De notatie is dezelfde als die van de triool: de twee noten worden met dezelfde waarden geschreven, maar nu met het cijfer 2 erbij.

Een complementair ritme is een ritme waarin een lange noot (of rust) in de ene partij wordt opgevuld door een ritme in de andere partij. Je hebt dus minstens twee partijen nodig die elkaars complement kunnen zijn (elkaar aanvullen).

Er is sprake van polyritmiek als er tegelijkertijd metrische en antimetrische figuren zijn. Polyritmiek wordt veel gebruikt in twintigste-eeuwse muziek (bijvoorbeeld van Stravinsky en Bartók), maar ook in niet-westerse muziek.

Het meest voorkomend is ‘twee tegen drie’, dat wil zeggen een triool tegen de gewone tweedeling, maar andere vormen komen ook voor zoals in deze compositie van B. Godard.

180 KENNEN RITME
œ œ œ œ œ
œ œ ˙ œ œ J œ œ j œ œ j œ œ j ˙ VWO
8 & b 2 2 œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ ˙ ° ¢ Altviool1 Altviool2 B B œ ≈ œ œ œœb œ ™ ≈ œ œ œ œ ™ œ œ œ œ œ ™ œ œ œ œ œ ≈ œ œ œ ≈ œ œ œ œb œ œ œ œ œ œ œœb œ œ œ œ œ { Fluit Piano 3 4 3 4 3 4 & bb ∑ polyritmiek: 3 tegen 4 33 3 & bb ? bb Œ‰ œ j œ œ œ œ œ œ J œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ ≈ œ œ ™ œ œ œ œj œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ ˙ ˙ ™ ™ ˙ ˙ ™ ™ ˙ ˙ ™ ™
j
6

Opdrachten Opdrachten

In het intro van White Rabbit hoor je twee ostinato’s: één melodisch ostinato en één ritmisch ostinato.

Welk instrument speelt het melodische ostinato en welk instrument speelt het ritmische?

Melodisch ostinato:

Ritmisch ostinato:

P.I. TSJAIKOVSKI ANDANTE CANTABILE, UIT: SYMFONIE NO. 5

Je hoort het begin van vier nummers van de Amerikaanse jazz-zangeres Norah Jones.

Bepaal telkens of er sprake is van swing.

Tip: let niet alleen op de zangeres, maar ook op de begeleidende instrumenten en tik of zeg de achtsten mee, dan voel je of ze ‘recht’ of in triolenfeel (beetje huppelend) zijn.

Fragment 1  ja  nee

Fragment 2  ja  nee

Fragment 3  ja  nee

Fragment 4  ja  nee

In dit deel van de vijfde symfonie van Tsjaikovski speelt de hoorn het thema dat hieronder staat. Het thema staat in een 12/8-maat. Een 12/8-maat tel je zo:

In de melodie staat een duool die niet is aangegeven. Zet het cijfer 2 op de juiste plek in het notenbeeld. Als je het moeilijk vindt om te horen, kun je ook naar een maat zoeken waar het ritme niet klopt.

Vanaf maat 16 wisselen de hobo en de hoorn de melodie af. In welke twee maten spelen zij uitsluitend duolen? Let op: je hebt daar geen noten meer van. Je moet dus zelf doortellen.  maat 16 en 17  maat 17 en 18  maat 18 en 19

181
NORAH
2 12 8 1ne - te - 2 ne - te -
œ œ œ œ œ œ œ œ 3A 1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11 12 13 14 15 16 12 8 & ## & ## & ## mf p & ## mf & ## p œ œ œœ > ™ ˙ ™ œ œ œœ ™ ˙ ™ œ œ œœ œ œ j œ œ œ j œ ™ œ ™ Œ œ œ œœ > ˙ œ œ œœ ™ ˙ œœœ™ œ œ j œ ™ œ œ j œ œ˙ ™ œœn œœ ™ ˙ ™ œœœœ ™ ˙ ™ œœœœ œ œ j œ œ œ j œ œ œ œ œ . œ . œ œ œœœœ ˙ ™ œœœœ ˙ ™ œœœœ ™ œ œ j œ ™ œ œ j œ ™ 3B VWO
>
JEFFERSON AIRPLANE WHITE RABBIT 1
JONES
3 (ne-te) 4 (ne-te)

CONCERT NO. 5, DEEL 1

F. CHOPIN

PRÉLUDE NO. 4, OPUS 28

In dit concert van Bach spelen twee solo-instrumenten een complementair ritme.

Welke instrumenten zijn dat?

In dit couplet van Strawberry Fields Forever is één regel polyritmisch. Welke regel is dat? Regel 4B

Geef met een haak boven de noten precies aan waar er sprake is van complementair ritme. Let op: laat de haak op een (muzikaal) logische plek beginnen.

Je hoort de tweede helft van Prélude no. 4 van Frederic Chopin. De noten van de melodie in de rechterhand staan hieronder.

• Welke notenwaarden speelt de linkerhand in maat 1-10?

• Wat is de kleinste notenwaarde in maat 4?

• In welke maat hoor (zie) je polyritmiek?

• Welke maat heeft de climax van dit fragment?

1 Always no sometimes think it’s me

2 But you know I know when it’s a dream

3 I think a “no” will mean a “yes” but it’s all wrong

4 That is I think I disagree

182 KENNEN RITME VWO 4A 1 2 3 4 5 6 7 C C & ## 333 3 33 & ## 3 3 3 3 3 3 3 3 3 & ## 3 3 3 & ## 3 3 3 œ œ œ œ œ œ œ œ Œ‰ œ œ œ œ œ œ œ œ ˙ œ œ œ œ œ œ œ œ œ ˙ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ ˙ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ ˙ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ . œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ ™ œ œ ˙ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ ‰ œ j œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ ™ œ œ
1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11 12 13 C & # 3 & # ˙ ™ œ ˙ ™ œ ˙ ™ œ œ ™ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ j ˙ ™ œ œ ˙ ™ œ ™ œ ˙ ™ œ ˙ ™ œ ˙ Ó U ˙ w 5A
BEATLES
5B
THE
STRAWBERRY FIELDS FOREVER
VWO J.S. BACH BRANDENBURGS

INLEIDING

DE MAAT IS DE REGELMAAT WAARIN GEACCENTUEERDE EN NIET-GEACCENTUEERDE TELLEN ELKAAR AFWISSELEN IN MUZIEK.

Als je naar muziek luistert is het – in de meeste muziek – vrij makkelijk om de puls op te pakken en mee te klappen. Als je dat doet, merk je dat sommige tellen sterker (geaccentueerd) zijn, waardoor groepjes ontstaan die even lang zijn. Eén zo’n groepje noem je een maat. Het aantal tellen in de maat wordt aangegeven door de maatsoort.

In geschreven muziek herken je de maat aan de maatstrepen.

De laatste maat van een compositie geef je aan met een dubbele maatstreep

maatstreep ä

THE BEATLES YESTERDAY & b

Oh

Ibelieve maat - in yesterdubbele maatstreep: einde dayä

De maatsoort zie je aan het begin van een compositie staan: twee cijfers boven elkaar.

Maten kun je tellen. Je zet het maatcijfer aan het begin van de maat boven de maatstreep.

Yes ä maatsoort -ter -day allmytrou -bles seemed maatcijfer so ä far away, -

Je ziet het einde van Rather Be van Clean Bandit.

When

withyouthere's

noplaceI'd

rather - be

Schrijf de naam op van de tekens die met pijlen worden aangegeven.

1 = 2 =

3 = 4 =

183
4.1 maat 4 4 Opdrachten Opdrachten
œ œ œ œ œ œ œ œ œ ˙
1 2 3 4 4 & b
œ œ
œ œ œ
œ ˙
40 41 4 4
˙ ™ Œ œ
œ
39
& #####
ä 1
3
3 2 ä
3
3 3 ä ∑ 4
œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ
1
Iam
ä
CLEAN BANDIT RATHER BE
>

4.2

MAATSOORTEN

DE MAATSOORT BEPAALT DE ACCENTUERING VAN DE TELLEN EN WORDT AANGEGEVEN DOOR TWEE CIJFERS BOVEN ELKAAR. HET BOVENSTE CIJFER GEEFT HET AANTAL TELLEN PER MAAT AAN, HET ONDERSTE CIJFER GEEFT AAN WELKE NOOT DE TEL IS.

De meest voorkomende maatsoorten zijn: 2/4, 3/4, 4/4, 3/8 en 6/8. In elke maatsoort is de eerste tel (de 1) belangrijk: die krijgt een accent.

Maatsoorten waarin de kwartnoot de tel is, hebben een 4 als onderste cijfer:

• 2/4-maat (tweekwartsmaat): de kwartnoot is de teleenheid en er zitten twee tellen in elke maat. Het is een tweedelige maat

• 3/4-maat (driekwartsmaat): de kwartnoot is de teleenheid en er zitten drie tellen in elke maat. Het is een driedelige maat

Maatsoorten waarin de achtste noot de tel is hebben een 8 als onderste cijfer:

• 3/8-maat (drie achtste maat): de achtste noot is de teleenheid en er zitten drie tellen in elke maat. In een 3/8-maat worden de achtsten in een groepje van drie geschreven. Het is een driedelige maat.

184 KENNEN MAAT 2 Kijk
1: 2: 3: 33 34 35 36 & ##### œ œ œ œ ‰ œ J œ J ‰Œ œ œ œ œ ‰ œ . J œ J ‰ œ J ‰ œ œ œ œ ‰ œ J œ J ‰≈ œ œ œ œ œ œ œ ‰ œ . J œ J ‰ œ J ‰
naar het volgende notenbeeld. Noem drie dingen waaruit blijkt dat je midden in het stuk zit.
4 œ > œ œ > œ œ œ œ > œ œ œ œ œ œ > j œ œ j ˙ >
4 œ > œ œ ˙ > œ œ > œ œ œ œ > ™ œ j œ ˙ > ™
8 œ > œ œ œ > œ j œ > œ œ œ œ > œ > œ œ œ >
2
3
3

Maatsoorten waarin de halve noot de teleenheid is, hebben een 2 als onderste cijfer:

• 2/2-maat (twee tweede maat), ook geschreven als: De halve noot is de teleenheid en er zitten twee tellen in elke maat. Het is een tweedelige maat. In jazz- en popmuziek wordt deze maatsoort half-time genoemd.

of:

De zojuist genoemde maatsoorten hebben allemaal maar één accent in de maat en dat is de eerste tel.

Alle andere maatsoorten zijn een samenstelling. Als het bovenste cijfer hoger dan 3 is, is het altijd een samenstelling (optelsom) van bijvoorbeeld 2 + 2 of 3 + 2.

In die maatsoorten zitten dan twee accenten: het hoofdaccent op de eerste tel en één of meerdere nevenaccenten (zwakkere accenten) op andere tellen. Twee voorbeelden:

• 4/4-maat (vierkwartsmaat), ook geschreven als: Een 4/4-maat (= 2 + 2) heeft een hoofdaccent op de eerste tel en een nevenaccent op de derde tel.

• 6/8-maat (zes achtste maat): een 6/8-maat (= 3 + 3) heeft een hoofdaccent op de eerste en een nevenaccent op de vierde tel.

In een 6/8-maat worden (net als in een 3/8-maat) de achtsten in groepjes van drie geschreven. Het is een tweedelige maat omdat je deze maatsoort ook zo kunt tellen: 1-ne-te 2-ne-te.

Opdrachten Opdrachten

Zet maatstrepen in de volgende ritmes hieronder. Vergeet de dubbele maatstrepen niet. 1

185
C 2 2 ˙ > ˙ ˙ > œ œ œ > œ œ œ œw > C ˙ > ˙ ˙ > œ œ œ > œ œ œ œw > 4 4 <><> <> œ > œ œ > œ œ > œ œ œ ˙ > œ > j œ œ j œ > œ œ œ œ œw > c 6 8 < > <> < > œ > œ œ œ > œ œ œ > œ j œ > œ œ œ œ > œ œ œ > ˙ >
2 4 3 4 3 8 6 8 3 3 3 ˙ œ œ œ ™ œ j œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ ˙ ˙ ™ œ œ œ œ œ œ œ œ ˙ œ œ ™ œ j œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ ˙ ™ œ ™ œ œ œ œ œ j œ œ œ œ œ ™ œ œ œ œ œ œ œ ™ ˙ ™ œ œ œ œ ™ œ œ j œ œ œ œ ™ œ œ œ ™ œ œ œ œ œ œ ™ ˙ ™ >

2A

In dit ritme klopt geen enkele maat. Er is telkens een noot teveel of te weinig. Streep weg wat teveel is of vul aan wat ontbreekt.

2B

Ook in dit ritme is er in elke maat een noot teveel of te weinig. Maak de maten kloppend.

In Ma Mère l’Oye (Moeder de Gans) beeldt de Franse componist Maurice Ravel een serie sprookjes uit, zoals Belle en het Beest en Klein Duimpje.

Bepaal van ieder fragment of de maatsoort twee- of driedelig is.

MAATSOORT

TWEEDELIG DRIEDELIG

1 Pavane de la Belle au Bois Dormant  

2 Les entretiens de la Belle et de la Bête  

3 Petit Poucet  

4 Laideronette, Impératrice des Pagodes  

5 Le Jardin Féerique  

Somebody to Love staat in een snelle 6/8-maat; je telt dus in tweeën. Na het begin met ‘anybody find me somebody to love’ komt een couplet waarin Freddie Mercury afwisselend met de achtergrondzangers zingt. De tekst staat hieronder.

FREDDIE MERCURY

ACHTERGRONDZANG

Got no feel, I got no rhythm, I just keep losing my beat You just keep los-ing and los-ing

I’m ok, I’m alright

I just gotta get out of this prison cell

One day I’m gonna be free, Lord

He’s al-right, he’s al-right, yeah yeah

Ooh, ooh, this pri-son cell

One day I’m gon-na be free, Lord!

Onderstreep in de tekst van de achtergrondzang elk woord of elke lettergreep waar de tel valt.

186 KENNEN MAAT
1 2 3 4 5 6 8 3 œ ™ ‰ œ j œ œ œ œ œ œ œ j œ Œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ ™ œ 1 2 3 4 4 4 3 œ ™ œ j ‰ œ œ œ œ œ œ ‰ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ j œ œ œ œ Œ œ œ œ œ œ M. RAVEL MA MÈRE L’OYE 3 QUEEN SOMEBODY TO LOVE 4

Je hoort drie delen uit de eerste Peer Gynt Suite van de Noorse componist Edvard Grieg.

Noteer vooraan (na de sleutel) de maatsoort en plaats vervolgens maatstrepen in het notenvoorbeeld.

Tip: luister of je hoofd- en nevenaccenten hoort, of alleen hoofdaccenten.

4.3 OPMAAT

EEN OPMAAT IS EEN ONVOLLEDIGE MAAT AAN HET BEGIN VAN EEN COMPOSITIE.

Niet elke compositie begint op de eerste tel van de eerste maat. Soms begint een compositie met een onvolledige maat. Zo’n maat noem je een opmaat.

Als je eenmaal een opmaat in een stuk hebt, zie je die opmaat meestal ook verderop in de compositie terugkeren. Het begin van de compositie is tenslotte meestal het thema. Als het thema herhaald wordt, zal het weer een opmaat hebben. Zoals in dit voorbeeld van Mozart: 3 4 & Ziegindskomtdestoomboot - uitSpanje - weer aan.

Als een compositie met een opmaat begint, dan wordt die opmaat gecompenseerd met de laatste maat. De laatste maat vormt samen met de opmaat een hele maat. De opmaat tel je ook niet mee. In maatcijfers is de eerste volledige maat pas maat 1.

opmaat de opmaat en de laatste maat vormen samen een volledige maat maat 1 is de eerste volledige maat

opmaat 3 nazin thema begint ook met een opmaat

187 E. GRIEG PEER GYNT SUITE 1 a & #### œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ ™ b & Ÿ Ÿ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ ˙ Œ c ?## œ . œ . œ . œ . œ > œ œ œ > # œ œ œ > n nœ œ œ . œ . # œ . œ . œ œ œ œ . œ œ œ œ ˙ >
œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ ˙
2 3 4 4 &
œ œ œ
œ œ œ œ
œ œ
C & bb 3
œ œ œ . œ . œ ˙ œ œ œ œ œ œ ˙ Œ œ #œ œ œ ˙ œ œ œ œ œ œ œ œ œ ˙ Œ 5
1
j
j
˙
>

Je hoort het begin van vier delen uit verschillende symfonieën van Franz Schubert.

• Wat is de maatsoort? Schrijf bij elk stuk de maatsoort op de juiste plek.

• Is er een opmaat? Zet in elk stuk maatstrepen.

COLE PORTER SONGS

Heel veel melodieën beginnen op een andere tel dan de eerste tel van de maat.

Je hoort vijf liedjes van de Amerikaanse componist Cole Porter, gezongen door beroemde jazz-zangers. Ze staan allemaal in 4/4-maat.

Op welke tel van de maat begint de zanger(es) te zingen? Omcirkel de juiste tel.

188 KENNEN MAAT
Opdrachten Opdrachten
a ?## & ˙ ™ ˙ œ ˙ ™ œ œ œ ˙ œ ˙ ™ ˙ ™ ˙ ™ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ ™ ™ b & bbb œ œ œ ˙ œ ˙ œ œ œ œ œ œ J œ œ œ ˙ œ ˙ œ œ œ œ œ‰ c & bbb œ J œ œ œ œ œ j œ œ œ œ œ œ j ‰ œ j œ œ œ œ ™ œ œ œ œ œ œ œ ™ œ œ j ‰ d ? œ j ‰‰ œ j œ œ œ œ œ œ œ œ œ ™œ œ ™œ œ œ ™ œ œ ™ œ œ œ ™ œ œ œ œ œ œ j ‰Œ 2
ZANGER(ES) BEGINT OP DE Helen Merrill – You’d Be So Nice To Come Home To 1 2 3 4 Ella Fitzgerald – Night and Day 1 2 3 4 Billie Holiday – Easy To Love 1 2 3 4 Dinah Washington – I Get A Kick Out Of You 1 2 3 4 Louis Armstrong – Let’s Do It 1 2 3 4 1

4.4

MAATWISSELING

EEN MAATWISSELING IS HET VERANDEREN VAN DE MAATSOORT GEDURENDE EEN COMPOSITIE.

Het veranderen van het metrum (of de maatsoort) is een gebruikelijke manier om een contrast te krijgen. Soms duurt zo’n maatwisseling enige tijd, soms is het ook maar één maat.

In America van de Amerikaanse componist Leonard Bernstein wisselt de maatsoort eigenlijk elke maat.

In We Can Work It Out van de Beatles wordt het wisselen van de maatsoort echt als een contrast gebruikt.

Lifeisvery - shortandthere'snotime forfuss maatwisseling voor contrast -ing and 3 fight 3 -ing myfriend.

Een lied dat bijna iedereen kent, maar waarvan bijna niemand beseft dat het vol maatwisselingen staat is het Wilhelmus. Een fragment:

denvader - land - getrou - we - blijfik totinden dood.EenPrin se - vanOran - je - benik, vrijonver - veerd

Opdrachten Opdrachten

Je ziet de melodie van het refrein van Strawberry Fields Forever van The Beatles. In dat refrein zit een groot aantal maatwisselingen.

Letmetake youdown'cosI'mgo ing - toStrawber - ry 3 - Fields, Nothing - is 3 & bb

realandnothing - togethung a - bout

Strawber - ry - Fields forev er& bb

Strawber - ry - Fields forev - er - Strawber - ry - Fields forev - er. -

Jij moet zelf bij alle maatwisselingen (zeven in totaal) nog de correcte maatsoort aan het begin van de maat zetten. De maatstrepen zijn al voor je ingevuld. Luister nog een keer als je alle maatsoorten hebt ingevuld en probeer de maat mee te tellen.

189
6 8 3 4 6 8 3 4 & Iliketobe inAmer - i - ca! - O.K.byme inAmer - i - ca!œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ
& ##
œ œ œ
œ œ
Œ‰ œ
œ
œ œ
œ œ œ
œ œ j œ ‰ œ j œ œ œ œ œ œ ˙
4 4 3 4
j
j
j
j
j
j
4 2 4 4 4 3 4 2 4 4 4
œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ ˙ œ œ ˙ œ ˙ œ œ œ œ œ œ œ œ ˙
L. BERNSTEIN AMERICA THE BEATLES WE CAN WORK IT OUT 4
&
1 1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11 12 13 14
4 4 & bb
Œ œ œ œ J œ œ J œ œ œ œ J œ ™ œ œ œ w Ó œ œ ˙ Œ‰ œ j œ œ œ œ œ œ œ Ó œ œ œ œ œ œ œ œ ˙Œ œ œ œ œ œ œ œ œ œŒ œ œ œ œ œ œ œ œ œÓ >
THE BEATLES STRAWBERRY FIELDS FOREVER

CLAUDE-MICHEL

SCHÖNBERG

HEEL ALLEEN

2A

Heel Alleen (‘On My Own’) is één van de meest bekende en geliefde solo’s uit de musical Les Misérables. Het is een nummer vol maatwisselingen. Je hoort een couplet.

Dit couplet staat voor het grootste deel in 4/4-maat. Onderstreep in de tekst de woorden of lettergrepen waar de 1 valt. Drie streepjes zijn gegeven. Tip: tel langzaam.

1 Het trot – toir lijkt zil – ver in de re – gen

2 De ri – vier krijgt licht – jes in de ne – vel

3 In ’t duis – ter zijn bo – men vol met ster – ren

4 Wij lo – pen voort zon – der een woord naar een le – ven in de ver – te.

2B

• Welke regel eindigt met een 2/4-maat?

• Welke regel begint met een 3/4-maat?

ONREGELMATIGE MAATSOORTEN

EEN ONREGELMATIGE MAATSOORT IS EEN SAMENGESTELDE MAATSOORT WAARVAN DE DELEN ONGELIJK ZIJN.

Als van een samengestelde maatsoort de delen ongelijk zijn, spreek je van een onregelmatige maatsoort. Voorbeelden van onregelmatige maatsoorten zijn de 5/4-maat (2 + 3 of 3 + 2) en 7/8-maat (bijvoorbeeld 2 + 2 + 3 of 3 + 2 + 2).

PAUL DESMOND TAKE FIVE

• Een 5/4-maat (vijfkwartsmaat) is samengesteld uit 2 + 3 of 3 + 2. Een beroemd voorbeeld van een 5/4-maat is Take Five van Paul Desmond (uitgevoerd door het Dave Brubeck Quartet).

DAVE BRUBECK UNSQUARE DANCE

• Een 7/4-maat (zevenkwartsmaat) heeft meer mogelijkheden. Bijvoorbeeld 2 + 2 + 3, zoals in Unsquare Dance, ook van het Dave Brubeck Quartet.

Contrabas 7 4 ? clap Etc.

190 KENNEN MAAT
4.5 { Swing Altsax Piano 5 4 5 4 5 4 & bbbbbb ∑ ∑ ∑ & bbbbbb E¨‹B¨‹7 ?
ÓŒ œ œ œ œ œ œ œ œ œ ‰ œ œ œ j Œ œ œ œ Œ œ œ œ ‰ œ œ œ j Œ œ œ œ Œ œ œ œ ‰ œ œ œ j Œ œ œ œ Œ œ œ œ ‰ œ œ œ j Œ œ œ œ Œ œ œ œ ‰ œ œ œ j Œ œ œ œ Œ œ œ œ œ ‰ œ j Œ œ Œ œ ‰ œ j Œ œ Œ œ ‰ œ j Œ œ Œ œ ‰ œ j Œ œ Œ œ ‰ œ j Œ œ Œ
bbbbbb
œ ¿ œ ¿ œ ¿ ¿ œ ¿ œ ¿ œ ¿ ¿ œ ¿ œ ¿ œ ¿ ¿ œ ¿ œ ¿ œ ¿ ¿

Take Five staat in 5/4-maat. Een 5/4-maat kan maar twee samenstellingen hebben: 2 + 3 of 3 + 2.

Hoe is de verdeling in Take Five? Luister naar de maataccenten.

Blue Rondo a la Turk staat in 9/8-maat (zie de noten hieronder). Een 9/8-maat kan regelmatig maar ook onregelmatig zijn.

• Als een 9/8-maat regelmatig verdeeld is, hoe is die verdeling dan?

• Er is in dit notenbeeld maar één maat zo regelmatig. Welke maat is dat?

• De andere maten zijn onregelmatig. Hoe is de verdeling?

4.6 SYNCOPE

EEN SYNCOPE IS EEN RITMISCH VERSCHIJNSEL WAARBIJ HET NORMALE MAATACCENT

VERSCHUIFT NAAR EEN ANDERE TEL.

Een manier om variatie in maataccenten te krijgen is door een syncope te gebruiken. Je spreekt dan van een syncopisch ritme. Er zijn verschillende manieren om te syncoperen.

W.A. MOZART SYMFONIE NO. 25

In een 4/4-maat hebben de 1 en de 3 een accent. Als je een achtste noot gebruikt aan het begin van de maat, verleg je het accent naar wat de Engelsen de offbeat noemen (tussen de tel). Mozart doet dat in het thema van zijn Symfonie no. 25.

Een tweede manier is het verleggen van de maataccenten naar de andere tellen in de maat: de 2 en de 4. In popmuziek wordt dit de backbeat genoemd. De backbeat zit meestal niet in de melodie, maar wordt door de begeleiding gespeeld. Bijvoorbeeld door de gitaar in het intro van I Can’t Stand Losing You.

191
DESMOND TAKE FIVE 1
BRUBECK BLUE RONDO A LA TURK 2 { 1 2 3 ™ ™ ™ 4 9 8 9 8 & b ? b œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ b œ œ œ œ # ™ œ œ n œ œ # œ œ œ œ # ™ œ œ œ œ b œ œ œ œ b ™ œ œ ™ œ œ # ™ œ œ ™
Opdrachten Opdrachten PAUL
DAVE
4 4 & bb syncopes œ J œ œ œ œ J œ J œ œ œ œ J œ J œ œ œ œ J j œ œ œ œ j ° ¢ Slaggitaar Bas 4 4 4 4 ⁄ backbeat D‹ A‹ ? b Œ 0 2 3 1 Œ 5 3 3 3 Œ 0 2 3 1 Œ 5 3 3 3 ‰ œ J œ œ œ J ‰ œ œ ‰ œ J œ œ œ J ‰ œ œ
POLICE I CAN’T STAND LOSING YOU >
THE

Een derde manier is het opzettelijk missen van de eerste tel (het zwaarste accent in de maat).

Bijvoorbeeld door een achtste rust op de 1 te zetten; het accent komt dan vlak na de eerste tel. Of door een noot naar de 1 te verbinden; het accent komt dan vlak voor de eerste tel.

Zoals in de blazersriff in Jailhouse Rock

Opdrachten Opdrachten

In Birdland speelt de bas de hele tijd het onderstaande lijntje. Die baslijn is syncopisch.

Hoeveel syncopen zie je in de regel?

The Entertainer is ragtime en ragtime is bij uitstek syncopische muziek. Hieronder staat de melodie, maar ritmisch niet volledig. Terwijl de linkerhand achtste noten speelt, speelt de rechterhand een melodie met veel syncopen. Die hoor je wel, maar je ziet ze niet omdat de verbindingsbogen zijn weggelaten.

Plaats in het notenbeeld van de melodie in totaal zes verbindingsbogen.

Welke ritmische figuur is syncopisch van zichzelf?

192 KENNEN MAAT
™ 4 4 & ## Swing syncope & ## œ œ œ œ œ œ ‰ œ J Ó‰ œ œ œ œ œ œ ‰ œ J Ó‰ œ œ œ œ œ œ ‰ œ J Ó‰ œ œ œ œ œ œ ‰ œ J Ó‰ œ œ œ œ œ œ œ ‰ œ J Ó‰ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ J THE BLUES BROTHERS JAILHOUSE ROCK 1 WEATHER REPORT/ QUINCY JONES BIRDLAND 1 2 3 4 5 6 7 8 2 4 & & œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œb œ j ‰ œ œ œ œ J œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ# œ œ œ œ œ œ œ œ ™ 2A
THE ENTERTAINER 2B
SCOTT JOPLIN
    ™ 4 4 ?# œ j ˙ œ œ J ˙Œ‰ œ j ˙ œ œ œ ˙ ™ ‰ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ

Beluister het begin van So Lonely van The Police.

Welk instrument speelt de backbeat en welk de offbeat? Tip: tel langzaam.

Backbeat:  gitaar  basgitaar  snaredrum  hi-hat

Offbeat:  gitaar  basgitaar  snaredrum  hi-hat

4.7 OVERIGE TERMEN

Vrij ritme is ritme dat niet in een maatsoort ingedeeld is, maar dat zijn accenten ontleent aan bijvoorbeeld woorden (woordritme). Je vindt vrij ritme in het gregoriaans in de middeleeuwen maar ook in twintigste eeuwse muziek. In de muziek zie je soms wel een klein verticaal streepje staan om een komma aan te geven (een nieuwe zin of een ademhalingsplaats).

‹ Resur - ré - xi, - et ad huc - tecum - sum, al le - lú - ia -

Polymetriek is het gebruik van meer maatsoorten tegelijkertijd. Soms is dat ook te zien in de partituur doordat de maatsoorten per partij aangegeven zijn. Veel vaker worden de partijen wel in dezelfde maatsoort geschreven, maar is de accentverdeling binnen de maatsoort zo dat er eigenlijk sprake is van een andere maatsoort. Dan moet je dus het ritme van de partij goed bekijken om te zien waar de accenten vallen.

In Le Sacre du Printemps van Igor Stravinsky vind je veel polymetriek. De volgende passage heeft Stravinsky in een 6/4-maat geschreven, maar eigenlijk zijn er enkele maatsoorten tegelijkertijd. Hieronder staat een fragment (niet alle instrumenten zijn weergegeven).

Dit fragment staat in 6/4, maar de trompet en de fluit spelen eigenlijk in 4/4-maat (en niet gelijk) en de pauken eigenlijk in 3/8.

193 3
THE
SO LONELY
POLICE
œœ œ œ œœœœ œ œ œ œ œ œ œœœ œ œ œ œ œ œœ œœœ œ œ œœ œ œœœ œ Fluit Trompet Pauken 6 4 6 4 6 4 & ŸŸŸŸŸŸŸ & ? Œ j ‰ œ Œ œ œ j ‰ Œ œ j ‰ œ ˙ ™ œ ˙ ˙ ™ œ > œ œ œ > œ œ œ > œ œ œ > œ œ œ > œ œ œ > œ œ œ > œ œ œ > œ œ Fluit Trompet Pauken & 44 44 ŸŸŸ ŸŸ ŸŸ & 44 44 ? 33 88 Œ j ‰ œ Œ œ j ‰ Œ œ œ j ‰ œ ˙ ˙ œ ˙ œ > œ œ œ > œ œ œ > œ œ œ > œ œ œ > œ œ œ > œ œ œ > œ œ œ > œ œ VWO
&

Hieronder staat de tekst van het koorgedeelte van het Resurrexi. De vertaling luidt: Ik ben opgestaan en nog steeds met u, halleluja: gij hebt mij uw hand opgelegd, halleluja: uw kennis is wonderbaarlijk, halleluja, halleluja.

Resurrexi et adhuc tecum sum, alleluia; posuisti super me manum tuam, alleluia: mirabilis facta est scientia tua, alleluia, alleluia.

De tekst wordt in vrij ritme gezongen. Er zijn komma’s waar adem gehaald wordt. Volg de tekst en zet een streepje tussen de woorden waar je zo’n ademhaling hoort.

Aan het begin van het tweede deel uit La Création du Monde van Milhaud staat geen maatsoort. Dat is omdat er verschillende maatsoorten tegelijkertijd gebruikt worden.

Wat is de technische term voor het gebruik van verschillende maatsoorten tegelijkertijd?

Er staan wel maatstrepen, dus er is wel een maatsoort voor de notatie gebruikt. De contrabas is de enige instrument dat die maatsoort gebruikt.

• In welke maatsoort staat de contrabas?

• In welke maatsoort staat de piano? (De kleine nootjes – dat zijn voorslagen – tel je niet mee.)

• De snaredrum en tamboerijn zijn één speler; die partijen horen bij elkaar. In welke maatsoort staat deze partij? (Kijk goed naar het patroon en wanneer het herhaald wordt.)

• Blijft over de bassdrum. Die heeft dezelfde maatsoort als een ander instrument. Welk instrument is dat?

Milhaud trekt die verschillende maatsoorten weer gelijk door de ritmes iets te wijzigen. Dat gebeurt in dit notenvoorbeeld twee keer. In welke maten? Maat en maat

194 KENNEN MAAT
1
INTROITUS:
{ ° ¢ { ° ¢ 1 2 3 4 Piano Snare drum Tamboerijn Bass
Contrabas 5 6 7 8 ?  œ œ œ  œ œ œ  œ œ œ  œ œ œ  œ œ œ ? / œ J / ? ∑ ∑ ?  œ œ œ œ  œ œ œ  œ œ œ œ  œ œ œ œ  œ œ œ œ ? / / ? & ? 3 œ J ‰ŒŒ œ J ‰Ó œ J ‰ŒŒ œ J ‰Ó œ J ‰ŒÓ ‰ œ œ Œ‰ œ J œ Œ‰ œ J œ œ Œ‰ œ J œ Œ‰ œ J œ œ œ œ Œ œÓ œÓ œ ŒŒ œÓ œ Œ œ Œ‰ œ J œ œ œ > œ J ‰‰ œ J œ œ œ J ‰ŒŒ œ J ‰Ó œ J ‰ŒŒ œ J ‰Ó œ J ‰ŒÓ ‰ œ J œ œ Œ‰ œ J œ Œ‰ œ J œ œ Œ‰ œ J œ Œ‰ œ J œ œ œ œ Œ œÓ œÓ œ ŒŒ œÓ œ Œ œ > # œ ‰ œ j œ œ œ > œ œ œ ‰ j œ j œ > n ‰ œ J œ œ œ > J œ œ J œ Œ 2A 2B 2C
VWO
Opdrachten Opdrachten
ANONIEM
RESURREXI
drum
D. MILHAUD LA CRÉATION DU MONDE

INLEIDING

EEN TOONLADDER IS EEN REEKS TONEN DIE SAMEN EEN OCTAAF VORMEN, GEORDEND IN VASTE TOONSAFSTANDEN.

Een toonladder is een reeks van tonen, dalend of stijgend. De eerste toon van een toonladder noem je de grondtoon of tonica. Een toonladder loopt door tot de herhaling van de grondtoon. Bijvoorbeeld van c tot c of van fis tot fis.

Er zijn veel verschillende soorten toonladders. De soorten toonladders verschillen van elkaar op twee manieren:

• het aantal tonen dat in de toonladder zit;

• de afstand tussen de tonen van de toonladder.

De volgende toonladders worden in westerse muziek het meest gebruikt:

• majeur- en mineurtoonladders: zeven tonen, toonsafstanden 1 en ½;

• pentatonische toonladders: vijf tonen, toonsafstanden 1 en 1½;

• bluestoonladders: zes tonen, toonsafstanden ½, 1 en 1½.

De volgorde van de afstanden tussen de tonen kan wisselen. Daardoor heb je verschillende varianten van deze toonladders. Ze worden hierna elk afzonderlijk beschreven. Naast deze drie types toonladder vind je in composities soms fragmenten waarin een chromatische of heletoonstoonladder gebruikt wordt.

Opdrachten Opdrachten

Om de toonladders te leren kennen, moet je heel goed de afstanden tussen tonen weten. Schrijf hieronder op welke afstand er telkens tussen de tonen zit. Kies uit ½, 1 en 1½.

195
5 5
5.1 toonladder
1 1 2 3 4 5 6 7 8 & œ œ œ œœ œ œ œ œ > cd e f ga bc

2 Hieronder staan vier toonladders.

• Bepaal bij elke toonladder de toonsafstanden tussen de noten.

• Bepaal ver volgens welk type toonladder het is. Kies uit: majeur/mineur, pentatonisch, blues. Let op: toonladders lopen altijd van grondtoon tot de herhaling daarvan. Die laatste noot (de herhaling) tel je dus niet mee als je het aantal tonen telt.

In een melodie staan de noten van een toonladder meestal niet in volgorde, maar door elkaar. De volgende melodie gebruikt een mineurtoonladder. Schrijf op het balkje ernaast de gebruikte toonladder op. De begintoon is gegeven.

196 KENNEN TOONLADDER
3 & 1 & 2 & 3 & 4 œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œœ# œ œ œ œ œ œ œ œ 4 4 & œ œ ˙ œ œ œb œ ˙ ™ & œ 1 2 3 4

5.2

MAJEURTOONLADDER

EEN MAJEURTOONLADDER IS EEN TOONLADDER MET EEN GROTE (MAJEUR) TERTS OP DE GRONDTOON. ER ZIJN ZEVEN TONEN, MET DE OPBOUW: 1 – 1 – ½ – 1 – 1 – 1 – ½.

ANDERE NAAM: GROTETERTSTOONLADDER.

Het woord ‘majeur’ betekent ‘groot’. In de Nederlandse taal wordt majeur ook op die manier wel eens gebruikt. Bijvoorbeeld: een majeure beslissing is een belangrijke of grote beslissing.

Het woord ‘majeur’ wordt hier gebruikt om aan te geven dat de terts (de derde toon van de toonladder) op de grondtoon groot is. Een andere naam voor de majeurtoonladder is daarom grotetertstoonladder.

De regels voor een majeurtoonladder zijn:

1 Vaste afstanden tussen de tonen: 1 – 1 – ½ – 1 – 1 – 1 – ½.

2 Elke notennaam (a, b, c, d, e, f, g) komt één keer voor.

Met deze twee regels kun je elke majeurtoonladder bouwen en controleren. Om de afstanden kloppend te maken moet je regelmatig kruizen of mollen toevoegen.

Twee voorbeelden:

cd ef ga bc 11111

De toonladder van C majeur is: De toonladder van D majeur is:

Je kunt nagaan of de toonladders kloppen door de twee regels te controleren:

1 De afstanden tussen de tonen moeten kloppen.

2 Elke notennaam zit er één keer in (daarom zitten in D majeur een fis en cis en geen ges en des).

Let op: de laatste toon van elke toonladder is weer de grondtoon (begintoon)!

Hoeveel mollen of kruizen heeft een majeurtoonladder?

De enige toonladder zonder mollen of kruizen is de toonladder van C majeur.

Twee ezelsbruggetjes voor de andere toonladders:

• Toonladders met kruizen:

Geef Die Armen Een Bord Fissies.

De toonladder van G heeft 1 kruis, die van D 2 kruizen, A heeft 3 kruizen en zo verder tot en met Fis.

Welke mollen of kruizen zijn dat?

Houd de vaste volgorde aan:

• Kruizen: fis-cis-gis-dis-ais-eis-bis

• Toonladders met mollen: Friese Boeren Eten Alle Dagen Gort.

De toonladder van F heeft 1 mol, die van Bes 2 mollen, Es heeft 3 mollen en zo verder tot en met Ges.

• Mollen: bes-es-as-des-ges-ces-fes

197
⁄ 1 2 1 2 & œ œ œ œ œ œ œ œ
ga b
⁄ 1 2 ⁄ 1 2 d fis cis & œ œ œ œ œ œ
#######
bbbbbbb
de
11111
&
&
>

De verschillende tonen in een majeurtoonladder hebben allemaal een naam. De volgende zijn belangrijk om te kennen.

• Grondtoon: de eerste toon van de toonladder, de toon waarnaar de toonladder is genoemd. Andere naam: tonica.

• Leidtoon: de zevende toon van de toonladder, deze is een halve toon onder de grondtoon en hij ‘leidt’ je er als het ware naar toe.

• Dominant: de vijfde toon van de toonladder.

• Subdominant: de vierde toon van de toonladder.

Opdrachten Opdrachten

Schrijf alle afstanden tussen de tonen van een majeurtoonladder in de juiste volgorde op.

Schrijf (in notennamen) een majeurtoonladder op de volgende tonen. Check jouw toonladder door de regels na te lopen.

• A:

• F:

Schrijf (in noten) een majeurtoonladder op de volgende tonen. Schrijf mollen en kruizen gewoon voor de noot (als toevallig voorteken).

Schrijf op:

• De majeurtoonladders met één tot en met drie kruizen, in de juiste volgorde.

• De vaste volgorde van (alle) kruizen.

• De majeurtoonladders met één tot en met drie mollen, in de juiste volgorde.

• De vaste volgorde van (alle) mollen.

198 KENNEN TOONLADDER
1A 1B 1C
& & w 2A

Schrijf een majeurtoonladder op de gegeven toon. Schrijf nu de mollen of kruizen als vaste voortekens bij de sleutel. Je werkt als volgt:

• Noem het juiste ezelsbruggetje op tot de gevraagde toon. Dan weet je hoeveel kruizen of mollen de toonladder heeft.

• Noem de volgorde van de kruizen of mollen op tot het aantal dat je nodig hebt.

• Schrijf die kruizen of mollen naast de sleutel.

• Noteer de toonladder van grondtoon tot octaaf.

• Controleer de toonladder aan de hand van de twee regels.

Je ziet telkens een ‘setje’ voortekens. Welke majeurtoonladder hoort bij die voortekens?

Welke toonladder gebruikt deze melodie?

Schrijf op:

• De majeurtoonladders met vier tot en met zes kruizen, in de juiste volgorde.

• De majeurtoonladders met vier tot en met zes mollen, in de juiste volgorde.

Schrijf een majeurtoonladder op de gegeven tonen. Schrijf de mollen of kruizen als vaste voortekens bij de sleutel.

199 2B 2C 3 4A 4B C & Berend - Botje - ginguitvaren - metzijnscheepje - naarZuidLaren, - deweg wasrecht,dewegwaskrom,nooitkwamBerendBotje - weerom. œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ J œ œ ˙ œ ™ œ J œ œ œ ˙ VWO >
?#?
& & w & & w
& ### & bb
b

Welke toonladder gebruikt deze melodie?

4 c & he'sgotthewhole world inhishands,he'sgotthewhole wideworld & inhishands,he'sgotthewhole world inhishands,he'sgotthewhole worldinhishands.

Noem van de gegeven majeurtoonladders de grondtoon, subdominant, dominant en leidtoon.

TOONLADDER GRONDTOON SUBDOMINANT DOMINANT LEIDTOON

C majeur

F majeur

A majeur

Bes majeur

J.S. BACH BRANDENBURGS

CONCERT NO. 5

Je ziet (en hoort) het begin van het Vijfde Brandenburgs Concert van Bach.

Omcirkel de juiste antwoorden.

• In dit stuk wordt gebruik gemaakt van de toonladder van Bes majeur / G majeur / D majeur / A majeur

• De viool speelt (bijna) de hele toonladder (dalend) in maat 1 / 2 / 3 / 4.

• De cello speelt de hele toonladder in maat 1 / 2 / 3 / 4

• De cello eindigt deze regel op de grondtoon / subdominant / dominant / leidtoon

In het intro van I Want You speelt de bas de toonladder van F groot (gedeeltelijk) naar beneden. De noten staan hieronder, maar niet compleet.

VWO 200 KENNEN TOONLADDER
4C 5 6 ° ¢ 1 2 3 4 Viool Cello C C & ## ?## œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ ‰ œ J œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ‰ œ J œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ 1 2 3 4 4 4 ? b ˙ ˙ ‰ œ œ œ
7
Maak met alleen halve noten het notenbeeld af.
BOB DYLAN I WANT YOU
œ œ ˙ j œ ™ œ J œ J œ œ œ œ œ j ™ œ J œ J œ œ œ ˙ j œ œ J œ J œ œ œ œ œ œ ˙ ‰

5.3

MINEURTOONLADDER

EEN MINEURTOONLADDER IS EEN TOONLADDER MET EEN KLEINE TERTS. ER ZIJN

ZEVEN TONEN, MET DE OPBOUW: 1 – ½ – 1 – 1 – ½ – 1 – 1. ANDERE NAAM: KLEINETERTSTOONLADDER.

Het woord ‘mineur’ betekent ‘klein’. In de Nederlandse taal wordt het woord ook wel gebruikt in de betekenis van je ‘klein’ voelen of je ‘droevig’ voelen. Als je dus zegt ‘ik ben vandaag wat in mineur’, dan bedoel je dat je een beetje droevig bent. Veel mensen vinden muziek in mineur ook wat droeviger klinken dan muziek in majeur.

Het woord ‘mineur’ wordt hier gebruikt om aan te geven dat de terts op de grondtoon klein is. Een andere naam voor de mineurtoonladder is daarom kleinetertstoonladder

Je vindt de voortekens van een mineurtoonladder door de parallel in majeur te zoeken. Elke mineurtoonladder heeft een parallelle majeurtoonladder en omgekeerd. Dat betekent dat die twee toonladders hetzelfde toonmateriaal gebruiken en dus ook dezelfde voortekens hebben.

De parallel vind je door van de majeurgrondtoon een kleine terts (= 1½) omlaag te gaan. Bijvoorbeeld: C majeur  1½ omlaag  a mineur. De parallel van C majeur is dus a mineur; allebei geen voortekens.

Let wel op dat je altijd een kleine terts omlaag gaat om de juiste parallelle grondtoon te vinden. Parallel aan E majeur is daarom cis mineur en niet des mineur.

Je ziet dat die eerste terts in majeur- en mineurtoonladders zijn naam geeft aan de toonladder:

• C majeur = C groot = C grote terts;

• a mineur = a klein = a kleine terts.

Het is gebruikelijk om majeurtoonladders met een hoofdletter te schrijven en mineurtoonladders met een kleine letter.

Een mineurtoonladder heeft dezelfde vaste voortekens als de parallelle majeurtoonladder. Maar soms staan er ook nog toevallige voortekens in de toonladder. Dat komt doordat een mineurtoonladder drie varianten heeft.

1 Oorspronkelijk mineur: de voortekens van de parallelle majeurtoonladder worden overgenomen en er verandert verder niets.

2 Harmonisch mineur: de voortekens van de parallelle majeurtoonladder worden overgenomen, maar daarbij wordt de zevende toon van de mineurtoonladder een halve toon verhoogd.

3 Melodisch mineur: de voortekens van de parallelle majeurtoonladder worden overgenomen maar daarbij worden de zesde en de zevende toon van de mineurtoonladder een halve toon verhoogd. Als je deze toonladder stijgend speelt, speel je de verhogingen. Als je hem dalend speelt, haal je de verhogingen weer weg (speel je hem dus oorspronkelijk).

201
& C majeur (groot) is parallel aan & a oorspronkelijk mineur (klein) & a harmonisch mineur (klein) 7 & a melodisch mineur (klein) 67 œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ

Om de mineurtoonladder te vinden die hoort bij een majeurtoonladder, moet je vanaf de majeurgrondtoon 1½ omlaag gaan. Maar: die afstand van 1½ moet wel een terts zijn.

Van a naar ges is dus niet goed, van a naar fis wel. Kruis aan welke van de volgende parallellen goed zijn:

 G en e  E en des  As en f  Bes en g  D en b  Es en d

Schrijf van de volgende toonladders de parallel op.

• Parallel aan C majeur is:

• Parallel aan d mineur is:

• Parallel aan A majeur is:

• Parallel aan e mineur is:

• Parallel aan Es majeur is:

• Parallel aan D majeur is:

Omcirkel wat juist is:

• De mineurparallel ligt 1½ toon lager / hoger dan de majeur.

• De majeurparallel ligt 1½ toon lager / hoger dan de mineur.

• In melodisch mineur wordt de 6e / 6e en 7e / 7e toon verhoogd.

• In harmonisch mineur wordt de 6e / 6e en 7e / 7e toon verhoogd.

Schrijf de toonladder van D majeur op. Daarnaast de mineurparallel (drie varianten) met de juiste vaste voortekens en de juiste toevallige voortekens.

202 KENNEN TOONLADDER
1B 1C 2A
& & & &
Opdrachten Opdrachten 1A

Schrijf de toonladder van Bes majeur op. Daarnaast de mineurparallel (drie varianten) met de juiste vaste en toevallige voortekens.

& & & &

Noteer de toonladder van a mineur melodisch (stijgend). Gebruik vaste en toevallige voortekens waar nodig.

Noteer de toonladder van c mineur harmonisch. Gebruik vaste en toevallige voortekens waar nodig.

Noteer de toonladder van f mineur melodisch (stijgend). Gebruik vaste en toevallige voortekens waar nodig.

& & &

203 2B 3A 3B 3C
VWO >

4 Je ziet telkens een ‘setje’ voortekens. Schrijf bij dat setje welke twee toonladders (één majeur en één mineur) bij dat setje horen.

IBRAHIM FERRER

EL CUARTO DE TULA

El Cuarto de Tula is een liedje in mineur. In het intro speelt de trompet de volgende melodie twee keer:

R. WAGNER

DIE WALKÜRE

Vul in:

• De toonladder is:

• Er ontbreekt in de noten een kruis. Er moet een kruis staan voor noot nummer

• Die kruis maakt het mineur

In dit fragment uit Die Walküre spelen de violen telkens een stukje van de toonladder van b mineur. Daarnaast spelen de houtblazers voortdurend een triller op dezelfde toon (hoog en laag).

Vul telkens in: grondtoon, subdominant of dominant.

• In b mineur is de b de de fis de de e de

• De toon waarop de triller wordt gespeeld, is de

204 KENNEN TOONLADDER
5
6 & ### & bb ?#? b ™ ™ 4 4 & 1234 5678 œ œ œ ™ œ J ˙Ó œ œ œ ™ œ J ˙ Ó

5.4

PENTATONISCHE TOONLADDER

EEN PENTATONISCHE TOONLADDER IS EEN TOONLADDER MET VIJF TONEN.

Een pentatonische toonladder (van het Griekse ‘penta’: vijf) bestaat uit vijf verschillende tonen. In de meeste pentatonische toonladders komt de afstand ½ niet voor; alleen maar 1 of 1½.

Er zijn veel culturen en muziekstromingen die pentatoniek gebruiken. Je vindt het bijvoorbeeld in kinderliedjes, in volksmuziek en ook in klassieke muziek. Maar Chinese muziek en blues staan erom bekend.

Je kunt een pentatonische toonladder op elke toon beginnen; er zijn er dus heel veel.

Meestal leid je de pentatonische toonladder af uit een majeurtoonladder. Je gebruikt dan de vierde en de zevende toon niet. Bijvoorbeeld: c – d – e – g – a – c.

Een pentatonische toonladder in mineur krijg je door diezelfde reeks te beginnen op de mineurparallel: a – c – d – e – g – a. Anders gezegd: het is een mineurtoonladder zonder de tweede en de zesde toon.

De pentatonische majeurtoonladder is makkelijk te onthouden doordat de zwarte toetsen van de piano zo’n toonladder zijn.

Een opvallend kenmerk van een pentatonische toonladder is het ontbreken van een leidtoon.

Opdrachten Opdrachten

1A Noteer D majeur pentatonisch. Gebruik de juiste (vaste) voortekens.

Noteer d mineur pentatonisch. Gebruik de juiste (vaste) voortekens.

205
& majeur
& 1 majeur pentatonisch 23 (4)56 (7)8 & 1 (2) mineur pentatonisch 345 (6)78 œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ
pentatonisch
>
1B & &

De Noorse componist Edvard Grieg maakte gebruik van de Noorse volksmuziek voor zijn composities. In volksmuziek vind je vaak pentatoniek. Zo ook in Morgenstimmung

LED ZEPPELIN WHOLE LOTTA LOVE

Welke toonladder is het? 2

Kijk naar de melodie. Welke vijf tonen worden gebruikt?

Is de begeleiding ook pentatonisch?

In Whole Lotta Love begeleidt een bas- en gitaarriff de zang. Het begin zie je hieronder. Dit nummer maakt gebruik van mineurpentatoniek.

CHROMATISCHE TOONLADDER

Je komt in composities vaak kleine stukjes tegen die chromatisch zijn. In een liedje kan bijvoorbeeld een kort chromatisch ‘lijntje’ zitten. In sommige twintigste-eeuwse muziek worden melodische reeksen gemaakt die gebaseerd zijn op alle twaalf tonen. 5.5

EEN CHROMATISCHE TOONLADDER IS EEN TOONLADDER DIE ALLE TWAALF TONEN GEBRUIKT. ELKE TOON VERSCHILT EEN HALVE TOON VAN DE TOON ERBOVEN OF ERONDER.

De chromatische toonladder gebruikt alle twaalf tonen. Daarom is er geen grondtoon; je kunt de toonladder dus op elke toon beginnen.

Een chromatische toonladder wordt stijgend met kruizen geschreven en dalend met mollen.

206 KENNEN TOONLADDER
œ j œ j œ ™ œ œ œ œ Ó Œ œ j œ œ j œ œ ¿ ¿ ¿ œ ¿ ¿ ¿ 3 E. GRIEG MORGENSTIMMUNG 6 8 6 8 & #### ?#### œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ ™ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ‰ ˙ ˙ ˙ ™ ˙ ˙ ˙ ™ œ œ œ ™ œ œ œ ™ ™ œ œ œ ™ œ ‰ œ œ œ
Zang Riff 4 4 4 4 & # You needcoolin'?# Œ‰
œ œ# œœ# œ œœ# œœ# œœ# œ œœ œœb œœb œœb œ œœb œœb œ
& &

Opdrachten Opdrachten

1 Schrijf een chromatische stijgende én dalende toonladder op de aangegeven toon.

W.A. MOZART

SYMFONIE NO. 40, 1 E DEEL C & bb

Je ziet hieronder het tweede thema uit Symfonie no. 40 van Mozart. In dit thema wordt gebruikt gemaakt van chromatiek.

Geef met haken boven de noten aan waar je een chromatische reeks ziet (dat zijn minstens drie noten op een rij).

Let op: kijk nauwkeurig en zet de haken heel precies.

In dit ballet van ‘de kuikentjes die uit hun ei komen’ wordt veel gebruikgemaakt van chromatiek. Dat kun je al zien aan de vele voortekens bij de noten.

Kijk naar de linkerhandpartij. In de tweede regel komt een stijgend loopje voor. Geef met twee haken heel precies aan waar het chromatisch is (minstens drie noten op een rij). Let op de sleutel.

Hierna speelt de piano hetzelfde nog eens, maar met een variatie. Welke regel is anders?

207
& œ
˙ ™ ™ œ œ œ œ œ œ œ œ œ ™ œ J œ Œ ˙ ™ œ œ ˙ œ œŒÓ 2 3B { { 2 4 2 4 & b œ œ œ œ œ œ œœ œ bn œ œ b œ œ œ n œ œ œ œ œ œ œ œ œ œœ œ bn œ œ b œ œ œ n œ œ œ œ œ b œ œnb & b & b “” & b œj œj œj œ œ b J œj œj œ œ œ n J œj œj œ œnb j ‰ ‰  j œ œ j ‰  œ j œ j ‰  j œ J ‰ œj œ bœ J ‰ œj œ bbœ J ‰ œj œ œ J‰ œj œ œ œ b J‰ œj œ œ œnn J œ œ œ œ œ
3A
M. MOUSSORGSKI BALLET DES POUSSINS DANS LEURS COQUES

ZIE OOK KENNEN 7

5.6 BLUESTOONLADDER

EEN BLUESTOONLADDER IS EEN TOONLADDER VAN ZES TONEN, AFGELEID VAN DE MINEUR PENTATONISCHE TOONLADDER EN AANGEVULD MET ‘BLUE NOTES’.

De bluestoonladder is een toonladder van zes tonen en de toonsafstanden zijn het meest gevarieerd van alle toonladders, namelijk ½, 1 of 1½. De bluestoonladder is afgeleid van de mineur pentatonische toonladder. Die pentatonische toonladder wordt aangevuld met een blue note, hierdoor onstaat een toonladder van zes tonen. De blue notes zorgen ervoor dat je kunt spelen met majeur en mineur. De oorsprong ligt waarschijnlijk in de bluesbegeleiding op de gitaar: de snaar wordt opgeduwd zodat een halve toon hoger kan ontstaan.

Op C is de bluestoonladder: c – es – f – fis – g – bes – c. Hierin zijn de es, de fis en de bes de blue notes. Je kunt deze toonladder natuurlijk ook op elke andere toon beginnen. Let dan op de kleine terts (de es), de ‘doorgangsnoot’ tussen noot 4 en 5 (de fis) en de kleine septiem (de bes). & mineur pentatonisch kan weg & bluestoonladder

Opdrachten Opdrachten

1A

Schrijf een bluestoonladder op de aangegeven toon. Schrijf de voortekens voor de noten.

Schrijf een bluestoonladder op de aangegeven toon. Schrijf de voortekens voor de noten.

In het intro van Respect speelt de gitaar een motiefje op twee verschillende toonhoogtes. Het is een heel duidelijk voorbeeld van het opduwen van een blue note op een gitaar.

4 4 & kan weg

Omcirkel in het notenvoorbeeld de blue notes.

Ook Aretha Franklin zingt blue notes. Onderstreep in de tekst hieronder welke woorden ze ‘blue’ zingt.

What you want, baby I got it

What you need, do you know I got it

All I’m askin’ is for a little respect

208 KENNEN TOONLADDER
œ
œ
œ œ
œ œ œ
œœ#
™ ™
Œ œ œ ˙Œ œ œ ˙
VWO
ARETHA FRANKLIN RESPECT 2A 2B 1B &œ & œ

HELETOONSTOONLADDER

DE HELETOONSTOONLADDER IS EEN TOONLADDER VAN ZES TONEN MET TUSSEN ELKE TOON DE AFSTAND 1.

De heletoonstoonladder bestaat uit zes tonen en alle afstanden zijn gelijk, namelijk 1.

De toonladder wordt ook wel eens de Debussy-toonladder genoemd, naar Claude Debussy, een componist uit het impressionisme die de toonladder veel gebruikte in zijn composities. De heletoonstoonladder is buiten het impressionisme niet veel gebruikt.

Er zijn twee heletoonstoonladders:

1 c – d – e – fis – gis – ais(bes) – c;

2 cis – dis – f – g – a – b – cis.

Het bijzondere aan de toonladder is dat hij geen leidtoon heeft. Er is ook geen reine kwart of kwint die de toonladder zou doen lijken op majeur of mineur. Het maakt zelfs niet uit op welke toon van de toonladder je begint. Omdat alle toonsafstanden gelijk zijn, klinkt dat allemaal hetzelfde. Er is dus geen grondtoon. Een heletoonstoonladder geeft daarom een heel bepaalde sfeer.

Opdrachten Opdrachten

Schrijf een heletoonstoonladder op de aangegeven toon.

Schrijf een heletoonstoonladder op de aangegeven toon.

209
œ œ œ œ œ œ œ
5.7 & & œ
VWO
1A 1B & & œ œ & & œ œ
VERKENNEN
>
ZIE OOK
6

Een heletoonstoonladder is heel overheersend qua klank. Meestal is maar een fragment in een compositie heletoons. Dat in een compositie vrijwel alleen zo’n toonladder gebruikt wordt, zoals in Voiles (zeilen) van Debussy, is zeldzaam.

Uit welke tonen bestaat de toonladder?

Leg uit waarom het niet uitmaakt dat Debussy dezelfde noot op de piano soms met een kruis schrijft en soms met een mol (zoals de gis en de as).

210 KENNEN TOONLADDER
2A 2B { { 2 4 2 4 & p très
p
? pp expressif ? ∑∑∑∑
toujours
? & & ? Œ œ œ #- œ œ œ #œ œ œ œ œ œ œ b Œ œ #œ œ œ œ #œ œ œ œ œ œ œ œ # œ œ œ œ ˙ ˙ œ œ Œ‰ J œ œ œ J ‰ Œ œ b œ b œ ‰ œ j œ . b ‰ Œ j œ œ œ b œ ‰ œ j ‰ œ . J ‰ J œ œ œ œ #- œ œ œ #œ œ œ œ œ Œ œ œ #- œ œ œ #œ œ œ œ œ œ bœ œ #bœ œ bœ œ œ œ œœ œ Œ œ b ‰ Œ j œ œ œ . b œ . ‰ œ œœ J œ b Œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ b b œ œ b b œ œ ‰ œ œ J ˙ ˙b b œ b œ J ‰ ˙ ˙b b œ b œ J
doux
più p
pp
pp
C. DEBUSSY VOILES VWO

INLEIDING

TOONSOORT IS VERBONDENHEID VAN (EEN GEDEELTE VAN) EEN COMPOSITIE MET HET

TOONMATERIAAL VAN EEN VAN DE MAJEUR- OF MINEURTOONLADDERS.

De meeste composities staan in een toonsoort. Dat wil zeggen dat als basis voor die compositie het toonmateriaal van een van de majeur- of mineurtoonladders is gebruikt. Maar andere tonen kunnen wel voorkomen.

Je zegt bijvoorbeeld van een passage dat hij ‘in G majeur’ staat. Dan is de grondtoon van die toonladder ook de grondtoon (en belangrijkste toon) van die passage. Als je hetzelfde van een hele compositie zegt, betekent dit dat het stuk begint en meestal ook eindigt in die toonsoort en dat het de overheersende toonsoort is. Als een compositie met meer delen (zoals een symfonie) in een bepaalde toonsoort staat, dan is in ieder geval het eerste (en meestal ook laatste) deel in die toonsoort.

Opdrachten Opdrachten

• De toon f is de dominant in de toonladder van 1A 1B 1C

Mozarts laatste symfonie is Symfonie no. 41 in C majeur, bijgenaamd Jupiter. Wat zegt de titel over de toonsoort van de delen?

Geef andere woorden voor de termen ‘majeur’ en ‘mineur’. Majeur is Mineur is

Je moet de majeur- en mineurtoonladders goed kennen om met toonsoorten te kunnen werken. Kijk of je basiskennis voldoende is door de juiste woorden in te vullen.

• Parallel aan G majeur is

• De eerste drie mollen zijn

• Drie kruizen aan de balk is de toonladder van of

• Parallel aan d mineur is

• B harmonisch mineur heeft als voortekens

6.2

TOONSOORT BEPALEN

JE BEPAALT DE TOONSOORT VAN EEN COMPOSITIE DOOR TE KIJKEN WELKE MAJEUROF MINEURTOONLADDER IS GEBRUIKT ALS TOONMATERIAAL VOOR DIE COMPOSITIE.

De toonsoort bepalen wil zeggen dat je gaat kijken welke majeur- of mineurtoonladder gebruikt is om de compositie te schrijven (het toonmateriaal). Daarvoor moet je de toonladders dus goed kennen.

De voortekens van een compositie geven je twee mogelijkheden: majeur en mineur. Je kunt proberen te horen of het majeur of mineur is, maar niet iedereen vindt dit even makkelijk. Dan moet je op zoek naar de grondtoon.

211
6
6.1 toonsoort 6
>

Aan het einde van de compositie is deze het eenvoudigst te zien. De grondtoon is de laatste en laagste toon. Je kijkt dus altijd naar de baspartij of een basinstrument.

Drie mollen: Es majeur of c mineur

Laagste toon: Es. Toonsoort dus: Es majeur.

Als je alleen het begin van de compositie hebt, is het iets moeilijker. Je kijkt naar de eerste maat (als er een opmaat is, kijk je naar de eerste volledige maat). In die maat kun je vaak de grondtoon ontdekken of een drieklank op de grondtoon.

HeyJudedon'tmakeitbad. Takeasad songandmakeitbet ter& b ? b 2 1 mol: F majeur of d mineur 2 drieklank op F: F majeur

Als je midden in een compositie de toonsoort moet bepalen, kijk je naar het akkoord en de voortekens op die plaats. Dan bepaal je de toonsoort op dezelfde manier als je dat met een drieklank zou doen.

Noten: es-g-bes

Grote drieklank op Es

Toonsoort: Es majeur

212 KENNEN TOONSOORT
{ Piano Contrabas 3 8 3 8 3 8 & bbb ∑ & bbb ∑ ? ? bbb 2
2 œ œ œ J ‰‰ ‰ œ œ œ œ œ ‰ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ . > œ œ œ > J ‰‰ œ œ j ‰‰ ‰ œ œ œ œ œ ‰ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ > J œ œ > j ‰‰ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ > œ J œ > œ j œ œ . n œ œ . > œ . > J ‰‰
{
C. SAINT-SAËNS DE OLIFANT THE BEATLES HEY JUDE
Piano 4 4 4 4 4 4 & ‹ b
œ ˙ œ œ œ œ ˙ Œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ ˙ Œ Œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œœ œ œ œœ œ œ œœ œ œ œœ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ Œ w w w w
PROKOFIEV PETER EN DE WOLF ° ¢ 4 4 4 4 4 4 & ? ?
S.
œw œ ™ œ œ œ w œ > œ œ œ œ > œ œ œ œ œ œ œ b> œ œœ œœ œœ œœ œœ œ > b œ œ œ ™ œ j œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ ˙ ˙ ˙ ˙

L. VAN BEETHOVEN FÜR ELISE

Je hoort en ziet het einde van drie composities. Bepaal de toonsoort (probeer het eerst op het gehoor) en schrijf die onder het notenbeeld.

Idon't know why

De toonsoort is:

G. BIZET LES TORÉADORS

De toonsoort is:

De toonsoort is:

Je hoort en ziet het begin van een aantal composities. Bepaal de toonsoort (probeer dat weer eerst op het gehoor te doen) en schrijf die onder het notenbeeld.

De toonsoort is:

213
1A 1B 1C
Opdrachten Opdrachten
NORAH JONES DON’T KNOW WHY
De toonsoort is: 2A 2B
DE LA BELLE ET DE LA BÊTE DEEP PURPLE SMOKE ON THE WATER 4 4 4 4
bb
M. RAVEL LES ENTRETIENS
&
n
‰ œ
œ œ œ œ b œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ j ‰ œ œ œ œ œ œ œ œ œ ˙ Œ œ œ ˙ ˙ ˙ ˙ ˙ ˙ { 3 8 3 8 & ? ∑ œ œ œ œ œ œ œ j ≈ œ œ œ œ J ≈ œ œ œ œ j ‰ ‰ ™ œ œ œ ≈‰ œ œ ≈‰ œ œ j ‰ 2 4 2 4 & ### ?### 3 3 œ œn œ œ n œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ ˙ ˙ œ œ œ œœ œ œ œ œ œ œ . J ‰ œ œ j ‰ nœ œ nœ n œ œ . œ œ . œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ J ‰ œ œ j ‰ 3 4 3 4 & b & b ? Œ ˙ ˙ Œ œ ˙ ˙ œ Œ œ œ ˙ Œ œ œ ˙ ˙ œ Œ ˙ ˙ ˙ ˙ ˙ ˙ ˙ ˙ ™ 4 4 & ‹ bb b b b œ œ œ œ œ œ œ œ œ ‰ œ œ J œ j ‰ œ œ J œ j ‰ œj œ œ œ J œ œ Œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ ‰ œ œ J œ j ‰ œ j ˙ œ œ J ˙ ˙
I didn't - come. ? bb
j

6.3

MODULEREN

MODULEREN IS HET VERANDEREN VAN TOONSOORT IN DE LOOP VAN EEN COMPOSITIE.

Een kort, simpel stukje kan in één toonsoort staan. Maar in een langere compositie is het wel erg saai om voortdurend van hetzelfde toonmateriaal uit te gaan. Een verandering van toonsoort kan dan bijdragen aan de contrastwerking. Het veranderen van toonsoort in de loop van een compositie noem je moduleren. Meestal wordt er geleidelijk naar zo’n modulatie toe gewerkt, maar soms verandert een componist van de ene maat op de andere van toonsoort.

Een geleidelijke overgang naar een andere toonsoort is het makkelijkst als de toonsoort dicht bij de originele toonsoort ligt; we spreken dan van verwantschap (familie). Bijvoorbeeld:

• van majeur naar de parallelle mineur (en andersom);

• van majeur naar de toonsoort op de dominant.

Een andere verwantschap is wanneer de oude en de nieuwe toonsoort een terts van elkaar af liggen. Bijvoorbeeld van C majeur naar E majeur, of van G mineur naar Es majeur. Dit noem je tertsverwantschap

Moduleren naar een toonsoort die niet verwant is – en vooral als de toon helemaal niet in de toonsoort zit (bijvoorbeeld van C groot naar fis klein) – is veel ingewikkelder en daarom ook dramatischer.

In de periode van de barok en de Weense klassieken vind je vooral modulaties naar verwante toonsoorten. In de romantiek gingen componisten juist op zoek naar meer dramatiek en werd er dus ook gemoduleerd naar niet-verwante of verderaf gelegen toonsoorten. In de popmuziek vind je vaak een gedeelte (bijvoorbeeld het refrein of de bridge) in een andere toonsoort.

Een modulatie herken je doordat in de bladmuziek toevallige kruizen of mollen opduiken: kennelijk is daar iets aan de hand met de toonsoort. Als de passage in de nieuwe toonsoort lang duurt, zal de componist voor het gemak die hele passage nieuwe voortekens geven.

214 KENNEN TOONSOORT
F. CHOPIN ETUDE OP. 10 NO. 3 PAUL DESMOND TAKE FIVE { 2 4 2 4 & #### ?#### œ j œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ ‰ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ { ™ ™ 5 4 5 4 & bbbbbb ? bbbbbb ‰ ™ œ œ œ r Œ œ œ œ Œ œ œ œ ‰ ™ œ œ œ r Œ œ œ œ œ œ œ œ ™ œ œ œ œ ‰ œ r Œ œ Œ œ ‰ œ r Œ œ Œ VWO VWO 2C 2D De toonsoort is: De toonsoort is:

Opdrachten Opdrachten

R. SCHUMANN TRÄUMEREI

In Träumerei van Robert Schumann wordt in de eerste acht maten al gemoduleerd.

THE BEATLES WE CAN WORK IT OUT

1A

Wat is de toonsoort aan het begin van Traümerei?

Een geleidelijke modulatie heeft altijd een beginmoment.

• In welke maat van de nazin hoor je voor het eerst een akkoord dat opvalt? In maat

• Wat is de toonsoort aan het einde?

• Wat is de relatie met de toonsoort aan het begin? Het is de

In We Can Work It Out hebben het A- en het B-gedeelte een verschillende toonsoort.

Thinkofwhat you'resay ing: - youcanget itwrong andstillyouthink thatit's alright. - Thinkofwhat I'msay ing, -

wecanwork itout andget itstraight, orsay goodnight. We canwork itout, wecanwork itout.

Lifeisvery - shortandthere'snotime forfussing - and 3 fighting, - myfriend.

• Wat is de toonsoort van het A-gedeelte?

• En van het B-gedeelte?

• Verklaar in dat verband het voorkomen van de ais in die regel.

• Wat is de relatie tussen de twee toonsoorten?

215
>
2
1B A B c 3 4 & ‹ ##
& ‹
& ‹
‰ œ œ œ œ œ œ ‰ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ Œ‰ œ œ œ œ œ œ ‰ œ œ œ œ œ œ œ ™ œ œ ™ œ œ œ œ œ œ ™ œ œ œ œ œ œ œ ˙ œ œ œ œ œ œ œ Œ œ œ œ œ œ œ J œ œ œ œ J œ œ ™ ™ œ œ J œ œ J œ œ œ œ J œ œ œ œ œ œ J œ œ œ J œ œ œ œ j œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ ˙ ˙ ™ 2 3 4 6 7 8 c c & b Voorzin Nazin ? b & b ? b œ ˙ œ œ œ œ œ œ ˙ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ ˙ œ Œ w œ  œ œ ˙ œ ˙ œ œ œ œ œ œ œ œ œ ˙ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ ™ J œ œ ™ œ œ w œ  œ ˙ œ œ J œ œ J ˙ œ
##
##

W.A. MOZART

In Rondo alla Turca van Mozart kun je goed zien hoe een componist door verschillende toonsoorten heen kan wandelen. Mozart moduleert in elke regel. En elke nieuwe toonsoort is verwant aan de voorafgaande en de volgende. Om die nieuwe toonsoorten makkelijker te herkennen is telkens een drieklank erbij geschreven.

3A

• Wat is de hoofdtoonsoort van Rondo alla Turca (het begin)?

• Aan het einde van de regel is er gemoduleerd naar

• Die nieuwe toonsoort is verwant aan de oude, het is namelijk de

• In welke toonsoort begint de tweede regel?

• Ook die is verwant aan de hoofdtoonsoort, het is namelijk de

• In welke maat in die regel ben je weer terug in de hoofdtoonsoort? Maat

• In welke toonsoort begint de vierde regel?

• Die toonsoort is verwant aan de hoofdtoonsoort, want hij heeft dezelfde

• In welke toonsoort begint de vijfde regel?

• Waar is die toonsoort verwant aan?

• In welke toonsoort eindigt de compositie in maat 40?

• Waar is die toonsoort verwant aan?

216 KENNEN TOONSOORT
RONDO ALLA TURCA
5 ™ ™ ™ ™ 10 15 20 ™ ™ ™ ™ 25 30 ™ ™ ™ ™ 35 ™ ™ 40 2 4 & & # & Ÿ ### & ### & ### & ### œ œ œ œ œ œ œ j ‰ œ œ œ œ œ J ‰ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ #œ œ œ œ œ œ œ œ œ #œ œ œ œ œ œ œ œ œ #œ œ œ œ #œ œ œ œ œ œ œ . œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ . œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ . œ œ . œ œ œ œ œ #œ œ œ œ œ œ œ œ œ j ‰ Œ œ œ œ œ œ J ‰ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ ™ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ# œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ 3B 3C 3D

ZIE OOK

KENNEN 5

6.4

TONALE MUZIEK

TONALE MUZIEK IS MUZIEK WAARBIJ JE OVERAL IN DE COMPOSITIE EEN MAJEUR- OF MINEURTOONSOORT KUNT BEPALEN. OP ELK MOMENT IS ÉÉN TOON – DE GRONDTOON –HET CENTRUM.

Het hele systeem van majeur en mineur, de toonladders en de toonsoorten wordt tonaliteit genoemd. In tonale muziek wordt de tonica (de grondtoon) erkend als de belangrijkste toon, met daarnaast de dominant en de subdominant.

Muziek die in majeur of mineur staat wordt dus tonale muziek genoemd. Daartegenover staat muziek die niet tonaal is, maar bijvoorbeeld modaal (gebruikmakend van een kerktoonsoort, zie Kennen 6.7)of atonaal (geen verbondenheid met een toonsoort).

Opdrachten Opdrachten

In het Hallelujah van Händel kun je zien hoe belangrijk de tonica, subdominant en dominant (en de drieklanken op die tonen) in een toonsoort zijn.

Halle - lu - jah - Halle - lu - jah - Halle - lu - jah - Halle - lu - jah - Halle - lu - jah?##

• De toonsoort is:

• In die toonsoort is de tonica , de subdominant en de dominant

Schrijf op de lijntjes onder de noten de grondtoon van de drieklank. Schrijf in hoofdletters, dan zijn het meteen akkoordsymbolen.

Schrijf in de hokjes de akkoordfuncties. Kies telkens uit: T (tonica), S (subdominant) en D (dominant). 1C

217
° ¢ ° ¢ 1 Sopraan Alt Tenor Bas 5 c c & ##
Halle - lu - jah - Halle - lu - jah - Halle - lu jah - Halle - lu - jah - Halle lu jah?## & ##
œ œ ™
œ œ œ
œ ™ œ j œ œ œ œ ‰ œ œ œ œ œ œ œ œ ‰ œ œ œ œ œ œ œ œ ‰ œ œ
œ
œ œ œ œÓ œ œ
œ œ Œ œ
œ ™
œ œ
œ œ œ œ œ œ œ‰ œ œ œ œ œ œ œ œ‰ œ œ J œj œ œj œ œ œ œ œŒ œ œ ™ œ j œ œ œ œ Œ œ œ ™ œ j œ œ œ œ ‰ œ œ œ œ œ œ œ œ ‰ œ œ œ œ œ œ œ œ ‰ œ œ J œ œ œ œ J œ œ Œ œ œ ™ œ œ J œ œ œ Œ œ œ ™ œ œ J œ œ œ ‰ œ œ œ œ œ œ œ ‰ œ œ œ œ œ œ œ ‰ œ œ J œ œ œ œ œ œ œ œ Œ G.F. HÄNDEL HALLELUJAH 1A 1B VWO >
œ j œ
Œ œ
J
j
j
œ ™ œ œ J œ œ œ œŒ œ
œ œ J œ
œ‰ œ

JONI MITCHELL

2A 2B

Big Yellow Taxi staat in E majeur.

• In E majeur is de tonica (I) , de subdominant (IV) en de dominant (V)

• Schrijf die tonen (in hoofdletters als een akkoordsymbool) in het akkoordenschema hieronder | IV = | V = | I = | I |

In het intro wordt het akkoordenschema uit vraag 2a gespeeld. Daarna volgt een couplet met twee regels:

1 They paved paradise and put up a parking lot

2 With a pink hotel, a boutique and a swinging hot spot.

• Welke regel heeft hetzelfde schema als het intro?  Regel 1.  Regel 2.

• Hoeveel akkoorden gebruikt de andere regel?  1  2  3

ATONALE MUZIEK

ATONALE MUZIEK IS MUZIEK ZONDER GRONDTOON. ER IS GEEN VERBONDENHEID MET EEN TOONLADDER OF TOONSOORT, ELKE TOON STAAT OP ZICH.

Muziek waarin geen enkele binding met welke toonladder of toonsoort dan ook is, noem je atonaal. Dit geeft natuurlijk een geweldige vrijheid, maar ook een uitdaging want hoe weet je als componist of luisteraar nu waar de muziek naar toe wil?

Atonale muziek stamt uit het begin van de twintigste eeuw. Na een lange geschiedenis waarin het tonale systeem tot het uiterste was opgerekt (met overvloedige en bizarre modulaties), was atonaliteit een bijna onvermijdelijk vervolg.

De tonen van de reeks worden steeds in dezelfde volgorde in de compositie verwerkt. Dat lijkt heel saai, maar er zijn talloze mogelijkheden die de reeks interessant kunnen maken. Zo kunnen de tonen in elk octaaf voorkomen (na een heel lage es een heel hoge g) of kunnen ze verdeeld worden over de instrumenten van het ensemble. 6.5

Uit atonaliteit ontwikkelde zich de dodecafonie (of twaalftoonsmuziek) als nieuw structuurbepalend element. Als uitgangspunt in de dodecafonie dienen alle twaalf tonen van een octaaf. Die twaalf tonen zijn allemaal even belangrijk, in tegenstelling tot de tonale muziek waar de grondtoon, de dominant en de subdominant centraal staan. Atonale muziek kent geen tooncentrum, elke toon staat op zich.

Om ervoor te zorgen dat die twaalf tonen allemaal even belangrijk zijn, worden ze in een reeks geplaatst, achter elkaar. In zo’n twaalftoonsreeks worden de tonen bij voorkeur zo geplaatst dat er nergens een opeenvolging van tonen is die lijkt op een drieklank, want zodra je een drieklank hoort, loop je het risico dat als een tooncentrum te ervaren. Daarom vind je in een dodecafone reeks veel secundes en septiemen.

Hieronder staat zo’n reeks. De reeks is afkomstig uit een compositie van Arnold Schönberg, de ‘uitvinder’ van de dodecafonie.

218 KENNEN TOONSOORT VWO VWO
œ œ œ œ#œn œ
& 12345678910 11 12

De reeks zelf kan ook gevarieerd worden. Bijvoorbeeld getransponeerd naar een andere toon, van achter naar voren (de kreeft) of ondersteboven (de omkering). Uiteraard klinkt deze muziek totaal anders dan de tonale muziek die de meeste mensen gewend zijn. Voor de componist ligt daar de uitdaging om er iets moois van te maken.

Uit de twaalftoonsmuziek ontwikkelde zich de seriële muziek. Na het in een reeks plaatsen van toonhoogtes bedachten componisten dat het ook mogelijk was om andere muzikale componenten in reeksen (of series) te plaatsen, zoals dynamiek of ritme. Het combineren van verschillende reeksen levert een eindeloos aantal mogelijkheden op.

Opdrachten Opdrachten

OPUS 26, 3 E DEEL

Opus 26 van Arnold Schönberg is een blaaskwintet. De componisten van dodecafone muziek vinden vorm erg belangrijk. Dit kwintet heeft daarom – net als een strijkkwartet – gewoon vier delen met dezelfde vormen als bij de klassieken (hoofdvorm, rondo enz.). Met dat verschil dat het thema nu een reeks is.

Alle delen van dit blaaskwintet van Schönberg zijn gebaseerd op de reeks die hierboven is afgedrukt. Schrijf de notennamen onder de reeks.

Dit is het langzame deel uit het kwintet. De hoorn en fagot beginnen, ze spelen samen de reeks. In het notenbeeld hierboven wordt de reeks twee keer gespeeld. Het luisterfragment is langer. De tweede keer dat de reeks gespeeld wordt, worden twee noten anders geschreven dan oorspronkelijk. Welke twee noten zijn dat?

In dodecafonie maakt het niet uit of je een noot fis of ges noemt. Leg dat uit.

219
1A & 12345678910 11 12 œ œ œ œ#œn œ
A. SCHÖNBERG
Hoorn Fagot 6 4 6 4 & p ? ™ œ ™ ™ ˙b œ œ œ j œ œ ™ œ j ™ ‰ j œ ™ œb j ˙ Œ œ ™ ™ ™ œ œ œn œ 1B 1C VWO

6.6

BITONALE EN POLYTONALE MUZIEK

BITONALE MUZIEK IS MUZIEK MET TWEE TOONSOORTEN TEGELIJKERTIJD.

POLYTONALE MUZIEK IS MUZIEK MET MEER DAN TWEE TOONSOORTEN TEGELIJKERTIJD.

In tonale muziek is er één centrum: de grondtoon. De muziek speelt zich rond die toon af en keert ernaar terug op belangrijke momenten. De muziek kan natuurlijk moduleren, maar er is op elk moment in de compositie maar één toonsoort te onderscheiden.

In bitonale muziek is er sprake van twee toonsoorten tegelijkertijd. Bepaalde instrumenten kunnen bijvoorbeeld in de ene toonsoort spelen, andere in de andere toonsoort.

In polytonale muziek vind je meer dan twee toonsoorten tegelijkertijd. Het is een voorloper van het loslaten van de toonsoort, de atonaliteit.

Opdrachten Opdrachten

De Franse componist Darius Milhaud woonde een tijdje in Brazilië. Het verblijf daar heeft zijn composities sterk beïnvloed. Hieronder zie je het begin van Copacobana, een deel uit Saudades do Brasil (verlangen naar Brazilië).

De Braziliaanse invloed hoor je vooral in de:  viool  piano.

Je ziet in de noten geen voortekens; er is dus geen toonsoort aangegeven. De compositie is namelijk bitonaal: de instrumenten hebben ieder hun eigen toonsoort.

Het stuk staat in majeur. Welke twee toonsoorten worden hier gebruikt?

• Viool:

• Piano:

• Hoe noem je de verwantschap tussen de twee toonsoorten? Viool

220 KENNEN TOONSOORT
4 2 4 &
? & ppp ## # p ? Œ œ ™ œ œ œ œ ™ œ œ œ ™ œ œ œ œ ™ œ œ œ ™ œ œ œ œ ™ œ œn œ œ ™ œ œ œ œ ™ œ œ œ œ œ œ ˙ œ ˙ ˙ œ œ# œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œn œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ
Piano 2
p
D. MILHAUD SAUDADES DO BRASIL
1A
1B VWO

6.7

MODALE MUZIEK

MODALE MUZIEK IS MUZIEK IN EEN KERKTOONSOORT.

Kerktoonsoorten zijn toonsoorten die gebaseerd zijn op toonladders die lijken op een majeur- of mineurtoonladder, maar beginnen op een andere toon. Kerktoonsoorten werden in de middeleeuwen in het gregoriaans gebruikt. Uit de kerktoonsoorten zijn later (in de barok) majeur en mineur ontstaan. In impressionistische muziek en andere stijlen uit het begin van de twintigste eeuw worden de kerktoonsoorten weer toegepast en ook in de jazz en de popmuziek worden ze gebruikt. Het bijzondere van kerktoonsoorten is gelegen in de manier waarop ze afwijken van het ‘gewone’ majeur en mineur. Ze geven daardoor een speciale sfeer aan de muziek.

Een ander woord voor kerktoonsoort is modus. Vandaar dat muziek in een kerktoonsoort modale muziek wordt genoemd.

Net als majeur en mineur verschillen kerktoonladders van elkaar wat betreft de opeenvolging van halve en hele toonsafstanden. Ze zijn eenvoudig op te bouwen: neem de witte toetsen van een piano en speel telkens acht opeenvolgende toetsen. Dorisch is d tot d, frygisch is e tot e, lydisch f – f en mixolydisch g – g.

& Dorisch & Frygisch & Lydisch & Mixolydisch

Ook kerktoonladders kun je op elke toon beginnen. Als je moet vaststellen om welke kerktoonladder het gaat, is het volgende handig. Het uitgangspunt is: een kerktoonladder begint op een andere toon van de majeurtoonladder: dorisch op de tweede, frygisch op de derde, lydisch op de vierde, mixolydisch op de vijfde trap.

• Kijk naar de voortekens en stel vast welke majeurtoonladder daarbij zou passen.

• Zoek de grondtoon. Stel vast welke toon dat in die majeurtoonladder is.

• Noem de kerktoonladders op tot je bij die toon bent.

Bijvoorbeeld:

• Voortekens: twee kruizen. De majeurtoonladder zou zijn: D majeur.

• De grondtoon is g. G is de vierde toon van D majeur.

• De toonsoort is G lydisch.

221
VWO
œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ >

Opdrachten Opdrachten

Je ziet telkens een setje voortekens en een grondtoon. Welke kerktoonsoort is het?

So What van Miles Davis staat in een kerktoonsoort.

Welke kerktoonsoort is het?

Je ziet (en hoort) het begin van Watermelon Man van Herbie Hancock.

Watermelon Man staat in een kerktoonsoort.

Welke?

Tip: de eerste bastoon is de grondtoon.

222 KENNEN TOONSOORT
1 2 3
{ ™ ™ ™ ™ ™ ™ Trompet Piano 4 4 4 4 4 4 &
∑∑ &
bb w œ œ œ œ J œ œ j ‰ œ j œ œœ œ œ œ œ j œ œ œ ™ ‰ œ j œ œœ œ œ œ œ j œ œ œ ™ ‰ œ j œ œœ œ œ œ œ j œ œ œ ™ ‰ œ j œ œœ œ œ œ œ j œ œ œ ™ œ ŒŒ œ œ ŒŒ œ œ ŒŒ œ œ ŒŒ œ
HANCOCK WATERMELON MAN VWO ™ ™ 4 4 4 4 & ∑ ∑ ∑ ∑ ? Ó œ œ œ ™ œ œ œ j Ó œ œ œ ™ œ œ œ j Ó œ œ œ ™ œ œ œ j Ó œ œ œ ™ œ œ œ j ‰ œ j œ œ œ œ œ œ w œ œ ™ ‰ œ j œ œ œ œj œ œ œ œ œ œ ˙ œ œ ™ ‰ œ j œ œ œ œj œ œ œ œ w œ œ ™ ‰ œ ™ œ œ œ ™ œ j ˙ œ œ ™ œ œj œ œj & b œ & bbbb œ & ## œ
MILES DAVIS SO WHAT
bb
bb ?
HERBIE

INLEIDING

EEN INTERVAL IS HET VERSCHIL IN TOONHOOGTE TUSSEN TWEE TONEN.

Het verschil in toonhoogte tussen twee tonen noem je een interval. Dit kan zijn:

• twee tonen tegelijk (je hoort een tweeklank of je ziet twee noten boven elkaar staan): een harmonisch interval.

• twee tonen na elkaar (bijvoorbeeld twee opeenvolgende noten in een melodie): een melodisch interval.

4 4 & # ä harmonisch interval Fame! & # Ba melodisch interval by - lookat me

Alle intervallen hebben een naam. Dat zijn Latijnse namen: prime, secunde, terts, kwart, kwint, sext, septiem en octaaf.

Er zijn consonante (prettig in het gehoor liggende) intervallen en dissonante (wringende) intervallen. Consonant zijn de prime, terts, kwart, kwint, sext en het octaaf. Dissonant zijn de secunde en het septiem.

Opdrachten Opdrachten

Schrijf op C de gevraagde intervallen.

Om een interval te benoemen tel je simpelweg van de onderste tot de bovenste noot. Let wel op dat je de onderste noot meetelt (dat is de ‘1’). Vervolgens geef je het interval de Latijnse naam.

Welke intervallen staan hieronder?

223
7.1 interval 7 7
œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ
œ œ œ œ
œœ œ œ œ œ œ œ œ œ >
1 2A & primesecundetertskwartkwintsextseptiemoctaaf
& primesextkwartoctaafsecundekwintterts œ œ œ œ œ œ œ &
#
Œ ˙ ˙ ™ ™ Ó œ œ œ œ œ œ ˙

2B

In een melodie doe je hetzelfde. Je telt vanaf de onderste van de twee tonen. Welke intervallen worden met de haken aangegeven?

Aan het begin van Symfonie no. 1 van Gustav Mahler wordt twee keer hetzelfde dalende interval gespeeld.

Welk interval is dat? Schrijf de tweede noot op.

Daaronder ligt een lage toon. Welke toon is dat? (Eén van de twee uit het interval.)

In Há uma Música do Povo speelt de gitaar onderstaande melodie (het ritme is vereenvoudigd weergegeven).

M. RAVEL PAVANE POUR

UNE INFANTE DÉFUNTE

Je kunt die melodie in vier zinnen verdelen. Elke zin eindigt met hetzelfde stijgende interval. Welk interval is dat?

 Secunde.  Terts.  Kwart.  Kwint.

De Pavane pour une Infante Défunte van Maurice Ravel begint met een hoornsolo. Een hoorn is een transponerend instrument. Dat betekent dat de klank anders is dan de notatie. Deze hoorn is een instrument in G. Dat wil zeggen dat een C klinkt als de G daaronder; een kwart lager.

Schrijf op de balk onder de melodie op hoe deze klinkt.

224 KENNEN INTERVAL
1: 3: 5: 2: 4: 6:
4 4 & bb 1 2 3 4 5 6 ˙ œ œ œ ™ œ J œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ ˙ ° ¢ Hoorn in G Klinkt als: c c & & # ˙ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ ˙ œ œ œ œ G.
SYMFONIE
E
3A 3B & w MARIZA HÁ UMA MÚSICA DO POVO C & bbb 3 3 & bbb 3 3 œ J œ œ œ œ œ œ w ‰ œ J œ œ œ œ œ œ w ‰ œ J œ œ œ œ œ w ‰ œ j œ œ œ œ œ w 4 5 VWO
MAHLER
NO. 1, 1
DEEL

7.2

GROOT EN REIN

IN EEN MAJEURTOONLADDER ZIJN DE PRIME, KWART, KWINT EN OCTAAF REIN. DE SECUNDE, TERTS, SEXT EN SEPTIEM ZIJN GROOT.

De intervalnaam (prime, secunde, terts enz.) is soms niet voldoende. Zo is d – f een terts, maar d – fis ook. Om onderscheid te maken en nog nauwkeuriger te zijn, moet je iets toevoegen aan de naam.

De prime, kwart, kwint en octaaf van een majeur toonladder zijn reine intervallen. Ze hebben een bepaalde ‘reinheid’ van klank, de klank wordt als open ervaren. Je zegt bijvoorbeeld reine kwart of rein octaaf.

De andere intervallen (secunde, terts, sext en septiem) van een majeurtoonladder zijn grote intervallen. Je zegt bijvoorbeeld grote terts of groot septiem.

Opdrachten Opdrachten

Hieronder staan de acht intervallen in de toonladder van C majeur. Benoem elk interval. Geef de volledige benaming (dus intervalnaam en groot/rein).

Om vast te stellen welk interval je ziet, beschouw je de onderste noot van het interval als de eerste toon (grondtoon) van een majeurtoonladder. Als de tweede toon van het interval niet in die majeurtoonladder zit, is het interval niet rein of groot.

Welke van de volgende intervallen komen in een majeurtoonladder niet voor? Kruis ze aan.

Maak de intervallen op de gegeven toon. Let op: je mag de grondtoon dus niet veranderen!

225
& œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ 1A 1B > & œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ # 1C & grote secundereine kwartgroot septiemreine primegrote sextreine kwint & grote tertsgrote secundegrote sextgroot septiemreine kwartgrote terts œœb œ œ œœb œ œœ œ œ

PACO DE LUCIA

ENTRE DOS AGUAS 2

3 EELS

I. STRAVINSKY

PULCINELLA SUITE, DEEL 7

4

Het intro van Entre Dos Aguas begint met vier dalende akkoorden.

• De vier akkoorden zijn telkens hetzelfde melodische inter val lager. Welk interval is dat?

• De akkoorden zijn op de volgende tonen: E – – –

• Het inter val tussen de eerste en laatste toon is een (volledige benaming)

Je hoort het eerste couplet van Wooden Nickels, de tekst staat hieronder. Went down by the old courthouse

Stumblin’ through the streets

Had to get out of the house

Had to use my feet

• Hoeveel verschillende tonen worden in de melodie gebruikt?

• Wat is het interval tussen de laagste en hoogste toon? Geef de volledige benaming.

In dit deel uit de Pulcinella Suite is de melodie van de trombone op een speciale manier opgebouwd.

Beschrijf die opbouw van de melodie. Gebruik in je antwoord een intervalnaam.

7.3

KLEIN

KLEINE INTERVALLEN ZIJN EEN HALVE TOON KLEINER DAN GROTE INTERVALLEN.

De secunde, terts, sext en septiem zijn grote intervallen in een majeurtoonladder. Daar kun je kleine intervallen van maken door de afstand tussen de twee noten een halve toon kleiner te maken. Dat kan op twee manieren.

& sext grote sext kleinekleine sext & terts grote terts kleinekleine terts

œ œ œ œ œ œ œn

Een interval benoemen

Bij het benoemen van een interval gebruik je altijd twee woorden. Je zegt dus altijd: een reine kwart of een kleine terts. Het benoemen gaat als volgt.

1 Tel van de laagste noot van het interval tot de hoogste. Let op: reken de laagste noot mee!

2 Benoem de afstand door het cijfer te ‘vertalen’ in een intervalnaam: 1 is prime, 2 is secunde, 3 is terts enzovoort.

3 Beschouw de laagste noot als de grondtoon van een majeurtoonladder om te bepalen of het interval rein, groot of klein (of verminderd of overmatig) is.

4 Zit de hoogste noot in de toonladder, dan is het interval rein of groot. Zo niet, kijk dan of het interval kleiner of groter is.

226 KENNEN INTERVAL
WOODEN NICKELS

Opdrachten Opdrachten

1A

Maak de volgende intervallen klein door de bovenste toon te veranderen (een mol of kruis toe te voegen of te schrappen). Schrijf daarna de volledige naam eronder.

Maak de volgende intervallen klein door de onderste toon te veranderen (een mol of kruis toe te voegen of te schrappen). Schrijf daarna de volledige naam eronder.

Maak op de gegeven tonen eerst het grote, dan het kleine interval.

& grote tertskleine tertsgroot septiemklein septiemgrote sextkleine sext

Benoem de volgende intervallen en geef daarbij de volledige benaming. De intervallen kunnen groot, rein of klein zijn.

JELLY ROLL MORTON JUNGLE BLUES

In het intro van Jungle Blues speelt een trompet (met demper) een melodie.

• Hoeveel verschillende tonen gebruikt die melodie?

• Wat is het interval tussen de laagste en hoogste toon (volledige benaming)?

Een klarinet speelt een lange, lage Es. Op welke toon begint de trompet?

Tip: zing beide tonen na en probeer (met een piano of keyboard) vast te stellen welk interval het is.

J.S. BACH

O HAUPT VOLL BLUT UND WUNDEN

O Haupt voll Blut und Wunden is een koraal uit de Mattheus Passie van Bach.

Schrijf de sopraanpartij van dit fragment op. Het ritme is gegeven.

Tip: beluister het een aantal keren en zing de partij mee. Vooral het eerste interval is belangrijk.

227
œœ œœ
œ œ œ
œ œ œ œb œ œ
œ
œ 1D 2A
&
œ &
&œœ œ œ œ
1C 1B
œœ &
œœ
b b
#
2B c
b qqqqh q
œ œ œ œ #
b
3 >

H. PURCELL RONDO

Luister naar het Rondo van Purcell.

Benoem de melodische intervallen die met haken zijn aangegeven en geef de volledige benaming. Let daarbij op het voorteken aan de sleutel!

Het motief van maat 3 wordt sequensmatig herhaald.

• Hoe vaak wordt het motief in totaal gespeeld?

• Op welke toon begint de laatste herhaling?

• Op welke toon eindigt de laatste herhaling?

7.4

VERMINDERD EN OVERMATIG

EEN VERMINDERD INTERVAL IS EEN HALVE TOON KLEINER DAN EEN REIN INTERVAL.

EEN OVERMATIG INTERVAL IS EEN HALVE TOON GROTER DAN EEN REIN INTERVAL.

Verminderde intervallen zijn reine intervallen die een halve toon kleiner zijn. Overmatige intervallen zijn reine intervallen die een halve toon groter zijn.

& reine kwint verminderde kwint

œ œ œ œ œ œ

& reine kwart overmatige kwart

Een overmatige kwart en een verminderde kwint klinken hetzelfde. Welke naam het interval krijgt, hangt af van de notatie. Houd je aan het stappenschema in paragraaf 7.3 en tel eerst de tonen. Dan noem je bijvoorbeeld f - b correct een overmatige kwart.

1/2

1/2

Verminderd - Reine intervallen + Overmatig

Klein - Grote intervallen

228 KENNEN INTERVAL
1: 4: 2: 5: 3: 6:
4A 4B 1 2 3 4 3 2 & b 1 2 3 4 5 6 ˙ ˙ ˙ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ ˙ œ œ œ œ œ œ ˙

Benoem de volgende intervallen. Geef de volledige benaming.

Het thema van Giant Steps van John Coltrane is heel bijzonder opgebouwd uit motiefjes die herhaald worden.

Maat 1 en 2 worden letterlijk herhaald in maat 3 en 4, maar dan een grote terts lager. Schrijf die herhaling in maat 3 en 4. Let op: de herhaling is letterlijk, alle intervallen blijven dus hetzelfde.

Ook in maat 6 en 7 staat een motief (zie haak) dat nu een grote terts hoger letterlijk herhaald wordt. Schrijf die herhaling op de daarvoor bestemde plaats.

7.5

OVERIG

In vroege (middeleeuwse) wereldlijke muziek, maar ook in latere volksachtige muziek, komt het voor dat als begeleidende baspartij langere tijd een kwint wordt gespeeld of gezongen. Dit heet een bourdon

Als iedereen dezelfde noot speelt of zingt, noem je dat unisono (‘één klank’). Het maakt niet uit in welk octaaf die toon gespeeld wordt (hoog, laag of midden), dus of het een prime of een octaaf is of dat er zelfs twee of meer octaven tussen zitten. Zolang het dezelfde toon is, noem je het unisono.

229
Opdrachten Opdrachten 1
JOHN COLTRANE GIANT STEPS
1 2 3 4 5 6 7 8 4 4 & & œ œ œ œ œ ˙ œ 2A 2B
& œ œ œ œ #œ œ œ œ œ >

In Morgenstimmung speelt de dwarsfluit een melodie, waarbij de fagotten een bourdon spelen.

Schrijf de tweede bourdonnoot op in de fagotpartij.

De bourdon wisselt even van toonhoogte. Zet heel precies een pijl in de dwarsfluitpartij waar dat gebeurt.

Hierna speelt de hobo de melodie. Wie spelen de bourdon dan?

Het nummer Cool komt uit de musical West Side Story van de Amerikaanse componist Leonard Bernstein. In het intro spelen een aantal instrumenten een melodie die daarna gezongen wordt.

Wat is de technische term voor het samengaan van de melodie-instrumenten in het intro?

Dan volgt een gezongen couplet: Boy, boy, crazy, boy, get cool, boy!

Got a rocket in your pocket, keep coolly cool, boy!

Twee instrumenten spelen dezelfde melodie mee. Eén daarvan is de elektrische gitaar.

Het andere instrument is een melodisch slaginstrument. Welk instrument is dat?

Dit hele nummer is gebouwd op één enkel motief, waarvan het interval opmerkelijk is.

• Geef de volledige benaming van het inter val.

• Hoe vaak zie je precies dat inter val in de eerste regel?

Regel 2 gebruikt andere toonhoogtes. Omcirkel in die regel datzelfde interval, elke keer dat het gebruikt wordt.

230 KENNEN INTERVAL
1A ° ¢ 1 2 3 4 Dwarsfluit Fagot 6 8 6 8 & #### ?#### œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ ˙ ™ 1B 1C E. GRIEG MORGENSTIMMUNG L. BERNSTEIN COOL 2A 2B 1 2 3 4 5 6 C 3 2 C & motief & s œ ‰ œ j œ œ ‰ œ j œ œ œ œ œ ‰ œ j œ ‰ œ J œ œ ‰ œ j œ œ œ œ > b ‰ œ . J ‰ œ b> J ‰ œ > b J œb œ . œ > # œ ‰ œ > J ‰ œ . J ‰ œ b> J ‰ œ > b J œ . œ > # œ ‰ œ > J œb œ #œ œ > œ j ‰Œ 2C 2D
Opdrachten Opdrachten

8.1

INLEIDING

EEN AKKOORD IS EEN SAMENKLANK VAN DRIE OF MEER TONEN.

Een akkoord is een samenklank van drie of meer tonen. Een ander woord voor samenklank is harmonie. Akkoorden kun je spelen op akkoordinstrumenten zoals piano, keyboard of gitaar. Maar een akkoord kan ook klinken doordat verschillende instrumenten (of stemmen) tegelijkertijd een verschillende noot spelen (of zingen).

Je kunt de akkoordtonen tegelijk spelen, maar ook achter elkaar. Dat noem je gebroken. Als van een drieklank de tonen achter elkaar worden gespeeld, noem je dat een gebroken drieklank

In pop en jazz staan akkoorden vaak in een vaste volgorde die herhaald wordt, bijvoorbeeld in de coupletten van een liedje. In zo’n geval spreek je van een akkoordenschema. In een akkoordenschema worden de akkoorden opgeschreven met behulp van akkoordsymbolen. Een akkoordsymbool is een notatie van het akkoord in één of meer letters, eventueel cijfers en andere tekens.

In jazz staan de akkoorden meestal op een leadsheet: een blad met in noten de melodie en daarboven de akkoordsymbolen.

Opdrachten Opdrachten

Wat is een akkoord?

Wat is een ander woord voor samenklank?

Wanneer spreek je van een gebroken akkoord?

De melodie van The Lion Sleeps Tonight wordt ondersteund door een (akkoorden)schema van een paar akkoorden dat de hele tijd herhaald wordt.

themight

Wat is het akkoordenschema van The Lion Sleeps Tonight ?

231
8 8
akkoord
1A 4 4 & #
G
-
C -y jun gle, - theli G on - sleeps tonight.D In G thejun gle, - the & # might C y - jun gle, - theli G on - sleeps tonight.D Wee GC & # G owim - o - weh.D7 Wee GC G owim - o - weh.D œ œ œ œ J œ œ J œ œ œ œ j œ œ j œ œ œ œ œ œw œ œ œ œ j œ œ J œ œ œ œ j œ œ j œ œ œ œ œ œw w œ J œ œ œ œ J œ J œ œ œ j œw w œ J œ œ œ œ J œ J œ œ œ j œw & ä akkoord w w w ° ¢ Hobo Klarinet Fagot 4 4 4 4 4 4 & & akkoord ? w w w & ä gebroken drieklank œ œ ˙ 1B 1C SOLOMON LINDA THE LION SLEEPS TONIGHT 1D
In
thejungle,

DRIEKLANKEN

EEN DRIEKLANK IS EEN SAMENKLANK VAN DRIE TONEN.

8.2 &

Een akkoord van drie tonen noem je een drieklank. Elk akkoord is een stapeling van tertsen.

In een drieklank stapel je dus twee tertsen.

De eerste toon van het akkoord noem je de grondtoon.

Je weet al dat een toonladder majeur of mineur genoemd wordt, al naar gelang de aard van de derde toon (de terts) van de toonladder. Hetzelfde geldt voor de drieklank: de eerste terts kan groot (majeur) of klein (mineur) zijn.

Grote drieklank of majeurdrieklank: grondtoon – grote terts – kleine terts Kleine drieklank of mineurdrieklank: grondtoon – kleine terts – grote terts

majeur drieklank mineur drieklank œ œ œ œ œ bœ

De naam van een drieklank bevat altijd twee elementen: de grondtoon én het karakter (majeur of mineur). De voorbeelden hierboven heten dus: C majeur en c mineur. Hoe bepaal je of een akkoord majeur of mineur is? Bepaal of de terts op de grondtoon groot of klein is. Dan weet je of het akkoord majeur of mineur is.

In akkoordsymbolen is een majeurdrieklank alleen de grondtoon in hoofdletters. Een mineurdrieklank krijgt de toevoeging ‘m’. De akkoordsymbolen voor de voorbeelden hierboven zijn dus: C en Cm.

Akkoorden speel je op akkoordinstrumenten zoals piano, gitaar, (hammond)orgel. In de bas hoor je meestal de grondtoon van een akkoord, maar niet altijd!

Als de bas een andere toon moet spelen dan de grondtoon geef je dat in akkoordsymbolen aan als (bijvoorbeeld) C/E of Cm/F. De toon na de schuine streep is de bastoon.

Als de bas gedurende een langere tijd dezelfde toon speelt (terwijl daarboven de akkoorden wisselen) noem je dat een orgelpunt. Die bastoon kan dan ‘wrang’ (dissonant) klinken met de akkoorden omdat hij niet altijd in het akkoord past. Dit heeft een vertragend effect. Vandaar dat zo’n orgelpunt vaak aan het einde van een compositie gebruikt wordt. J.S. BACH FUGA NO. 2

1A Vul in:

• Een akkoord is een stapeling van

• De opbouw van een majeurdrieklank is: grondtoon – – terts – – terts.

• De opbouw van een mineurdrieklank is:

grondtoon – – terts – – terts.

232 KENNEN AKKOORD
{
c
n n n bn n n n ? bbb orgelpunt â œ j œ J œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ ‰ œ œ œ œ J œ ‰ œ œ œ œœ œ œ J œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ J ‰ œ œ œ œ œ J ‰ œ œ ˙ ˙ ˙ œ J œ œ œ œ ˙ ˙ w w w w
c
& bbbn
Opdrachten Opdrachten

In de drieklanken hieronder zijn de tonen door elkaar gehusseld. Schrijf de tonen nog eens maar dan in de juiste stapeling.

• g - c- e moet zijn: – –

• a - c- f moet zijn: – –

• d - f - bes moet zijn: – –

• cis - e - a moet zijn: – –

Schrijf een drieklank op de gegeven tonen. Je hoeft je (nu nog) niks aan te trekken van mollen en kruizen.

De drieklanken bij vraag 2a zijn genummerd. Welke akkoorden zijn grote drieklanken?

Nummers:

Schrijf de akkoordsymbolen onder de drieklanken van vraag 2a.

Benoem de volgende drieklanken. Schrijf daarna het akkoordsymbool erbij.

Noteer de volgende drieklanken. Gebruik nu wel kruizen of mollen als dat nodig is.

majeurBes majeurFis majeur œ œ œ œ œb

233 &
œ œ œ œ œ œ
2A 2B 2C
œ œ
œ
œ œ # œ œ #œ œ œ bb œ œ œ
123456
1B
& œ
#
bb 3A 3B & f mineurd mineurg mineurA
>

Je ziet het begin van de Mondscheinsonate van Beethoven.

De rechterhand speelt gebroken drieklanken. Leg uit wat daarmee bedoeld wordt.

De tonen van de drieklanken zijn soms door elkaar gehusseld (er is geen tertsenstapeling).

Bij welke van de genummerde drieklanken is dat het geval?

 Drieklank 1.  Drieklank 2.  Drieklank 3.

Wat is de grondtoon van de genummerde drieklanken?

• Drieklank 1: • Drieklank 2: • Drieklank 3: de grondtoon is de grondtoon is de grondtoon is

Schrijf voor de genummerde drieklanken het akkoordsymbool op: 1 = 2 = 3 =

In Traffic wordt telkens hetzelfde motief gebruikt. Het ritme van dit motief staat hieronder.

Het motief is gebaseerd op twee akkoorden. Zet een pijl onder de noot waar het akkoord verandert.

Há uma Música do Povo is een fado (Portugese muziekstijl) in 4/4-maat. Het wordt gespeeld in een zeer langzame 4/4-maat. Je hoort eerst een gitaarsolo, daarna een gezongen couplet. Strijkers spelen lange, ondersteunende akkoorden.

Hoe vaak wisselen de strijkersakkoorden (bijna de hele tijd)? Tip: Let daarbij niet op de bas.

• Tijdens de gitaarsolo:  elke tel.  per halve maat.  per hele maat.  per twee maten.

• Tijdens het gezongen couplet:  elke tel.  per halve maat.  per hele maat.  per twee maten.

Also Sprach Zarathustra begint met een ‘natuursignaal’ in de trompet. Dat signaal is maat 1 en 2 in de noten. Daarna valt het hele orkest in, dat zijn de noten die als x geschreven staan. Het signaal wordt herhaald (maat 5, 6) en weer zet het hele orkest in.

Zowel In maat 3 als in maat 7 speelt het hele orkest een drieklank. Maar ze verschillen wel. Welke maat is majeur en welke is mineur? Maat 3: Maat 7:

234 KENNEN AKKOORD TIËSTO TRAFFIC 5 MARIZA HÁ UMA MÚSICA DO POVO 6
STRAUSS ALSO SPRACH ZARATHUSTRA 7
R.
4A 4B 4C 4D
MONDSCHEINSONATE { C C & #### 1 2 3 3 ?#### œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ# œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ w w w w ˙ ˙ ˙ ˙ ˙ ˙ ˙ ˙ 4 4 œ œ œ œ œ ‰ œ j ‰ œ j ‰ œ j ‰ œ j ‰ œ j œ 1 2 3 4 5 6 7 c & ∑ ˙ ˙ ˙ œ ™™ ¿ r Y ˙ ˙ ˙ œ ™™ ¿ r Y
L. VAN BEETHOVEN

Op je gehoor majeur en mineur onderscheiden is niet voor iedereen even makkelijk. Maar je kunt het trainen. Je hoort zes keer het einde van een Beatlesnummer.

Eindigt het nummer met een majeur- of een mineurdrieklank?

Eight Days a Week  majeur  mineur

Yesterday  majeur  mineur

We Can Work It Out  majeur  mineur

Eleanor Rigby  majeur  mineur

Let It Be  majeur  mineur

I Me Mine  majeur  mineur

De Bruiloftsmars van Mendelssohn is onderdeel van de toneelmuziek die hij schreef bij het toneelstuk

A Midsummer Night’s Dream van Shakespeare. Maar het stuk is vooral bekend doordat het vaak klinkt op trouwerijen. Je ziet hieronder het begin.

Beschrijf de opbouw van dit begin, gebruikmakend van de kennis die je nu hebt van intervallen en drieklanken.

STEVIE WONDER LIVIN’ FOR THE CITY

De eerste vijf maten worden door trompetten gespeeld. In maat 6 zet het hele orkest in met het akkoord dat je ziet staan. Leg uit waarom (behalve dat het hele orkest inzet) dat akkoord een verrassing is.

Je hoort het einde van vier delen uit Das Wohltemperierte Klavier van J.S. Bach.

Eindigt het deel met een orgelpunt?

Fragment 1:  ja  nee

Fragment 2:  ja  nee

Fragment 3:  ja  nee

Fragment 4:  ja  nee

A boy is born in hard time Mississippi

Surrounded by four walls that ain’t so pretty

His parents give him love and affection

To keep him strong, moving in the right direction

Living just enough, just enough for the city!

In Livin’ for the City speelt de Fender Rhodes (het toetsinstrument) lange tijd een orgelpunt (onderbroken door een opmaatje af en toe).

• Onderstreep in de tekst hierboven het woord waar je voor het eerst een andere grondtoon in de bas hoort.

• Onderstreep ook het woord waar de eerste grondtoon terugkeert.

235
THE BEATLES 8
MENDELSSOHN BRUILOFTSMARS c & 3 3 3 3 3 3 3 ÓŒ œ œ œ ˙ Œ œ œ œ ˙ Œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ ˙ ˙˙ ˙ ˙ # 9A 9B 10A
10B
F.
J.S. BACH DAS WOHLTEMPERIERTE KLAVIER

8.3

SEPTIEMAKKOORDEN

EEN SEPTIEMAKKOORD IS EEN AKKOORD WAARIN AAN DE DRIEKLANK EEN SEPTIEM IS TOEGEVOEGD.

Op de drie tonen van een drieklank kan nog een terts gebouwd worden zodat er een vierklank ontstaat. Vanaf de grondtoon bekeken krijg je dan: prime – terts – kwint – septiem. Door de toevoeging van het septiem wordt zo’n vierklank ook wel septiemakkoord genoemd.

Akkoordsymbool voor C Opbouw

C7 Grote drieklank + kleine terts

Cmaj7 Grote drieklank + grote terts

Cm7 Kleine drieklank + kleine terts

Cdim7 of Co7 Allemaal kleine tertsen

C7 CŒ„Š7 C‹7 Cº7

Septiemakkoorden zijn ook tertsenstapelingen. Vandaar dat je in de noten ziet dat bij het laatste akkoord de laatste noot met een dubbele mol wordt geschreven: een b twee keer verlaagd (beses; je speelt een a).

Je kunt natuurlijk nog meer tertsen stapelen; dan krijg je 9-, 11- of 13-akkoorden. Dit soort akkoorden wordt in de jazz en blues (en het impressionisme) vaak gebruikt om de klank te kleuren.

Opdrachten Opdrachten

1 Schrijf de gevraagde septiemakkoorden op G.

F. CHOPIN

PRÉLUDE NO. 4

Prélude no. 4 wordt hier uitgevoerd op de oude vleugel van Chopin zelf. De prelude maakt bijna uitsluitend gebruik van septiemakkoorden.

VWO

In deze eerste regel wordt maar op één plek een drieklank gebruikt. Omcirkel die ene plek in het notenvoorbeeld. (Kijk goed naar zowel linkerhand- als rechterhandpartij).

236 KENNEN AKKOORD
{ C C & # ?# œ ™ œ ˙ ™ œ ˙ ™ œ ˙ ™ œ ˙ ™ Œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ b œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ b œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œœ # œ œœ œ œ #œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ nœ œ œ œ œ œ œ # œ œ œ
& G7GŒ„Š7G‹7Gº7 œœœœ
2A
&
œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ b œ œ œ
bb

In de melodie worden maar drie verschillende noten gebruikt. Dat zou saai kunnen zijn als die melodie niet ondersteund werd door verschillende akkoorden. Hoeveel verschillende akkoorden worden gebruikt? Kijk alleen naar de linkerhandpartij.

8.4

AKKOORDFUNCTIES

EEN AKKOORDFUNCTIE IS DE FUNCTIE OF ROL DIE EEN AKKOORD HEEFT IN EEN TOONSOORT.

Een majeur- of mineurtoonladder heeft zeven (verschillende) tonen. Die tonen hebben allemaal namen en drie daarvan zijn belangrijk: de tonica (de 1e toon), subdominant (de 4e toon) en dominant (de 5e toon).

Als je een drieklank bouwt op die tonen van de toonladder, vind je in majeur drie majeurdrieklanken en in mineur drie mineurdrieklanken.

Die tonica-, subdominant- en dominantakkoorden zijn belangrijk: zij bepalen het karakter van de compositie (majeur of mineur). Ze worden aangeduid met Romeinse cijfers: I (tonica), IV (subdominant) en V (dominant).

C majeur

In tonale muziek staan alle akkoorden in een toonsoort in relatie tot elkaar. Het tonica-akkoord geeft een gevoel van thuiskomen. Het dominantakkoord ‘wil’ terug naar de tonica; je vindt dat akkoord daarom vaak vlak voor het slotakkoord. Door deze relaties heeft elk akkoord een akkoordfunctie: het akkoord ‘wil’ iets. Waarom wil het dominantakkoord naar de tonica?

Dat komt doordat in dat akkoord de leidtoon zit. Dat levert leidtoonspanning want een leidtoon leidt je naar de grondtoon.

Als je – in plaats van een drieklank – een septiemakkoord speelt op de dominant (het dominant septiemakkoord) wordt die spanning nóg sterker: er zijn dan twee leidtonen. Zie het voorbeeld hieronder in C majeur. Als je het speelt hoor je het duidelijk.

De f wil omlaag naar de e, de b wil omhoog naar de c.

237
VWO
2B
& I tonica
œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ
œ œ œ œ œ œ œ >
IV subdominant V dominant I tonica & I tonica a mineur IV subdominant V dominant
VWO & dominant septiemakkoord (V) G7 tonica akkoord (I) C

Schrijf een drieklank op I, IV en V in G majeur en in F majeur. Plaats eerst de bijbehorende voortekens aan de sleutel.

Aan het begin van Dreadlock Holiday wordt twee keer het volgende gespeeld:

Welk instrument speelt de bovenste balk?

 klokkenspel  marimba  vibrafoon

Wat is de toonsoort van dit fragment?

Schrijf met Romeinse cijfers de akkoordfuncties onder de akkoorden.

Je ziet het einde van het Rondo alla Turca van Mozart.

Noteer in de hokjes met Romeinse cijfers de akkoordfuncties.

238 KENNEN AKKOORD
1 & G majeur IIVV & F majeur IIVV
DREADLOCK HOLIDAY { ™ ™ ™ ™ ™ 4 4 4 4 4 4 & bb & bb ? bb æ æ æ w w æ æ æ w w ˙ ˙ ˙ ™ ™ œ œ œ w w w ˙ ™ œ w W.A. MOZART RONDO ALLA TURCA 2A 2B 2C { { 2 4 2 4 & ### ∏ ∏ ∏ ∏ ∏ ∏ ∏ ∏ ∏ ∏ ?### & ### ?### ˙ ˙ ˙ ˙ ˙ ˙ ˙ ˙ œ œ œ œ . œ œ œ œ . ˙ ˙ ˙ œ r ˙ ˙ ˙ œ r œ r œ r œ r œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ ™ ™ œ œ J œ œ ™ œ œ J œ œ ™ œ œ J œ œ œ œ . œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ Œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ Œ 3 VWO
Opdrachten Opdrachten
10CC

8.5

OVERIG

Een speciale samenklank is de cluster. Een cluster is niet een stapeling van tertsen (het is dus geen drieklank of vierklank) maar een stapeling van kleine en grote secundes. De notatie is wisselend. Soms wordt heel precies aangegeven welke tonen gespeeld moeten worden, soms ook staat er alleen een zwart blokje.

Een powerchord is een typische uitvinding voor de gitaar en wordt gebruikt in verschillende stijlen van popmuziek. Met een powerchord wordt een akkoord bedoeld dat eigenlijk maar uit twee verschillende tonen bestaat: de grondtoon en de kwint.

Door het ontbreken van de terts is het powerchord qua karakter neutraal: het is geen mineur en geen majeur. Dit is handig wanneer het gitaargeluid vervormd wordt, door die reine kwint blijft het open klinken.

Powerchords zijn op de gitaar makkelijker te spelen dan gewone akkoorden. Je gebruikt één greep (over twee of drie snaren) en door te schuiven over de hals heb je een powerchord op elke toon die je maar wenst. Een powerchord wordt in een akkoordenschema meestal aangegeven door een ‘5’ bij het akkoordsymbool te plaatsen.

Een cadens is een opeenvolging van akkoorden die tot een voorlopig of een definitief rustpunt leiden. Bijvoorbeeld de akkoorden aan het einde van een voorzin. Of de akkoorden aan het einde van een compositie.

In het thema van de Pastorale van Bizet zie je twee cadensen: aan het einde van de voorzin én aan het einde van de nazin.

Het is gebruikelijk om van een cadens de akkoorden in akkoordfuncties (dus met Romeinse cijfers) op te schrijven.

239
&& å å å œœ œœ œ c & ### Voorzin V E7 IV cadens 1 D V E7 & ### Nazin I A IV cadens 2 D I A ˙ ˙ ˙ ˙ œ œ œ œ œ œ œ œ ™ ™ ™ œ j œ œ œ œ œ œ œ œ ™ ™ ™ œ œ œ œ œ œ œ œ œœ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œœ œ œ œœ œ œ j ‰ ˙˙ ˙ ˙ œ œ œ œ œœ ™ ™ ™ œ J œ œ œ œ œœ ™ ™ ™ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ ™ ™ ™ ‰ VWO G. BIZET PASTORALE >

L. ANDRIESSEN DE STAAT

In dit fragment uit De Staat van Louis Andriessen wordt een aantal keren een cluster opgebouwd.

Hoe vaak wordt een cluster opgebouwd?

Welke tekening geeft de op- en afbouw van de cluster het best weer?

De riff van Smells Like Teen Spirit bevat vier powerchords. De noten staan hieronder in een vereenvoudigd ritme (zonder tussenslagjes) maar niet compleet.

W.A. MOZART PAPAGENO

UIT: DIE ZAUBERFLÖTE

Vul akkoord 2 en 3 aan met de juiste noten.

• Op welke toon is akkoord 4?

• Wat is het akkoordenschema in akkoordsymbolen?

Luister naar het thema van Papageno uit Die Zauberflöte

Wat is de toonsoort van deze compositie?

Schrijf in de hokjes boven de noten de akkoordsymbolen. Let op: zoek bij elk akkoord eerst de grondtoon op.

Schrijf in de hokjes onder de noten de akkoordfuncties in Romeinse cijfers.

240 KENNEN AKKOORD
Opdrachten Opdrachten 1A 1B
   
NIRVANA SMELLS LIKE TEEN SPIRIT ™ ™
œ œ ™ ™ œ œ œ
œb
œ œb ™ œ œ 2A 3A 3B 3C 2B { C C & # 3 ?# Œ Ó œ œ œ œ Œ œ œ œ Œ œ œ ™ œ œ œ œ œ œ Œ œ œ œ Œ œ œ œ Œ œ œ ™ œ œ œ œ œ œ Œ œ œ œ Œ œ œ œ Œ œ œ œ Œ œ œ œ Œ œ œ ™ œ œ œ œ œ œ œ Œ œ œ œ Œ œ œ œ ŒÓ œ ŒÓ œ ŒÓ œŒÓ œ ŒÓ œ ŒÓ œ ŒÓ œŒÓ œ
4 4 & 1 23 4?
œ ‰
j
VWO

INLEIDING

EEN MELODIE IS EEN OPEENVOLGING VAN TONEN, VAN VERSCHILLENDE TOONHOOGTE, MET EEN GEORGANISEERDE EN HERKENBARE VORM.

Toonhoogtes op zich betekenen nog niets. Ze gaan pas wat betekenen wanneer ze geordend worden in bijvoorbeeld een reeks of een melodie. Dit hoofdstuk gaat over melodieën. Het woord melodie komt van het Griekse ‘melos’ en betekent ‘tros’ (druiven).

Een melodie is ‘horizontaal’, dat wil zeggen: je hoort de tonen na elkaar. Daar tegenover staat harmonie (of akkoord) waarin je de tonen tegelijkertijd (‘verticaal’) hoort.

Ritme is een belangrijk element in melodieën. Of het nu gaat om het woordritme van het gregoriaans of het metrische (‘in de maat’) ritme van de meeste andere muziek. Wanneer je van een populair liedje de toonhoogtes behoudt, maar het ritme drastisch verandert, herken je het liedje nauwelijks meer.

Vanaf het moment dat harmonie een dominant muzikaal element werd (in de barok), heeft het ook de melodie beïnvloed. Melodieën worden gebaseerd op akkoordtonen (met of zonder afwijkingen of versieringen).

In hoeverre muziek melodisch is, het ritme belangrijk is of de melodie gebaseerd is op akkoordtonen, is afhankelijk van de stijlperiode waarin de muziek geschreven is. Vandaar dat in het hier volgende af en toe verwezen wordt naar een bepaalde stijlperiode uit Verkennen.

Opdrachten Opdrachten

Omcirkel de juiste woorden in de omschrijving.

Een melodie is horizontaal / verticaal : je hoort de tonen na elkaar / tegelijkertijd

Een akkoord is horizontaal / verticaal : je hoort de tonen na elkaar / tegelijkertijd

Wat zie je? Schrijf het juiste woord onder de regel. Kies uit: melodie, ritme, akkoord.

Thisisjustalit tle - samba - builtupon - asin gle - note

INT_BB_K_09_N_01

There'ssomany - peo ple - whocantalk andtalkandtalk andjustsaynoth ing -

241
9
9.1 melodie 9
1B
1A
C & bb
œ œ j œ œ œ œ
œ œ
œ œ
‰ œ œ
œ œ œ œ
œ œ
{
j
j
j
j
j
j
C
œ œœ œ ‰ œ œœ œ b j œ œœ œ œ œ œ Œ œ œ œ œ œ œ j œ œ œ # ™ ™ œ œœ œ ‰ œ œœ œ b j œ œœ œ œ œ œ Œ œ œ œ j ‰ œ œ œ # j ‰Œ œ ‰ J œ ™ œ j œ œ j œ j œ ‰ J œ ™ œ j œ œ j j ‰Œ
INT_BB_K_09_N_02 C
& bb ? bb
INT_BB_K_09_N_03 C & bb
œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ j
A.C. JOBIM ONE NOTE SAMBA

9.2 MOTIEF

EEN MOTIEF IS DE KLEINSTE MELODISCHE OF RITMISCHE FIGUUR IN EEN COMPOSITIE, ZO KARAKTERISTIEK DAT JE DE COMPOSITIE ERAAN HERKENT.

Een motief bestaat uit tenminste twee tonen en moet een herkenbaar ritme hebben om het tot leven te brengen.

Meestal bestaat een motief uit drie, vier of zelfs meer noten. Hieronder staan nog een paar voorbeelden.

ZIE OOK KENNEN 9.3

Zo’n motief is in alle gevallen de bouwsteen voor de hele compositie. Het is met het motief en de verwerking ervan dat de componist eerst zijn idee presenteert en daarna uitlegt. Maar om het uit te leggen is het in muziek, net als in taal, noodzakelijk om begrijpelijke zinnen te maken.

Opdrachten Opdrachten

Wat zijn de kenmerken van een motief? Vink de juiste antwoorden aan.

 Een motief is de bouwsteen van een compositie.

 Een motief wordt altijd alleen letterlijk herhaald.

 Een motief heeft minstens twee tonen.

 Een motief heeft altijd toonhoogte.

 Een motief is karakteristiek voor een compositie.

 Een motief kan een ritme of een melodie zijn.

 Een motief heeft maximaal zeven tonen.

 Een motief kan herhaald en gevarieerd worden.

J.S. BACH BADINERIE

Je ziet het begin van de Badinerie van J.S. Bach. Het motief is omlijnd.

Hoe vaak zie je het motief (letterlijk of gevarieerd) in deze regel? keer.

242 KENNEN MELODIE L. VAN BEETHOVEN SYMFONIE NR. 9 INT_BB_K_09_N_04 2 4 & b motief Œ‰≈ ™ œ R Ô œ ‰≈ ™ œ K r œ Œ INT_BB_K_09_N_05 4 4 & bb Heysista, - go motief sista, - soul sista, - flow sista,œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ INT_BB_K_09_N_06 2 4 & bbb motief ‰ œ œ œ ˙ U ‰ œ œ œ ˙ U L. VAN BEETHOVEN SYMFONIE NR. 5
MARMALADE
4 & ## motief œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ 1 2
NOLAN/CREWE LADY
INT_BB_K_09_N_07 4

TITO PUENTO

OYE COMO VA 9.3

Aan het begin van Oye Como Va zetten de instrumenten als volgt in:

• eerst basgitaar – orgel – handclaps;

• dan cowbell – timbales – trompetten – conga’s;

• als laatste de dwarsfluit.

Elk instrument heeft zijn eigen motief. Is dit een ritmisch of een melodisch motief?

Basgitaar  ritmisch motief  melodisch motief

Orgel  ritmisch motief  melodisch motief

Handclaps  ritmisch motief  melodisch motief

Cowbell  ritmisch motief  melodisch motief

Timbales  ritmisch motief  melodisch motief

Trompetten  ritmisch motief  melodisch motief

Conga’s  ritmisch motief  melodisch motief

Dwarsfluit  ritmisch motief  melodisch motief

MOTIEFVERWERKING

MOTIEFVERWERKING IS HET GEBRUIKEN VAN EEN MOTIEF IN EEN COMPOSITIE OP ZO’N MANIER DAT HET MOTIEF (MIN OF MEER) HERKENBAAR BLIJFT.

Er zijn verschillende manieren om een motief in een compositie te verwerken. De meest voor de hand liggende is het motief herhalen

MOZART SYMFONIE NR. 25

Halle motief - lu - jah, - Halle herhaling - lu - jahœ œ j œ œ Œ œ œ j œ œ Œ

INT-BB-K-9-N-009

INT_BB_K_09_N_09

Als je het motief – zonder er verder iets aan te veranderen – herhaalt op een andere toonhoogte, noem je dat transponeren

motief herhaling (transpositie)

Zodra je iets verandert aan een motief spreek je van een variatie. Een motief kan gevarieerd worden qua toonhoogte (de toonsafstanden tussen de verschillende tonen van het motief veranderen), ritme of lengte. Voorwaarde is natuurlijk dat het motief herkenbaar blijft.

INT_BB_K_09_N_14

243
3
G.F. HÄNDEL THE MESSIAH
4 4 & bb
œ J œ œ œ œ J œ J œ œ œ œ J œ J œ œ œ œ J j œ œ œ œ j
W.A.
INT_BB_K_09_N_08 c & ##
4 & #
motief islove. Allyouneed herhaling islove. & #
is variatie love love. Œ œ œ œ J œ œ J œ ŒÓŒ œ œ œ J œ œ J œ ŒÓŒ œ œ J œ œ J œ ‰ œ J œŒ
BEATLES
YOU NEED IS LOVE >
4
Allyouneed
Allyouneed
THE
ALL

Als het herhalen gedurende lange tijd onveranderd door blijft gaan, spreek je van een ostinato. Een ostinato kan een ritme zijn, een melodie, of het kan in één speciaal instrument liggen, bijvoorbeeld de bas.

In de Bolero van Ravel hoor je twintig minuten lang het volgende ritmisch ostinato:

INT_BB_K_09_N_11

In Gangsta’s Paradise van Coolio spelen de strings het hele nummer het volgende melodisch ostinato:

4 4 & bbb

P.I. TSJAIKOVSKI

DANSE ARABE

INT_BB_K_09_N_12

In de Danse Arabe uit de Notekrakerssuite van Tsjaikovski spelen de celli (de laagste instrumenten in dit stuk) bijna de hele compositie de volgende ostinate bas:

3 8 ? bb

Een bijzondere vorm van herhaling op andere toonhoogtes is de sequens. In een sequens wordt een motief trapsgewijs een aantal keren op een andere toonhoogte herhaald. Het is dus eigenlijk een serie transposities. In een dalende sequens is dat telkens een toon lager, in een stijgende sequens telkens een toon hoger.

In de barok was het gebruik van sequensen zeer geliefd. Meestal wordt zo’n motief niet meer dan drie of vier keer herhaald om saaiheid te voorkomen.

Als er langere tijd op een motief voortgeborduurd wordt noem je dat voortspinnen Voortspinnen kun je vergelijken met een gedachte die in je hoofd zit en maar door blijft malen. In muziek wil het zeggen dat er één motief is en met dat motief wordt maar doorgegaan, er is geen rustpunt. Hieronder zie je een voorbeeld van voortspinning.

Onder de notenbalk zie je a, a’, b en b’ staan. Dit zijn de twee motieven waaruit het thema is opgebouwd. Je ziet dat ze telkens herhaald worden zonder dat daar een rustpunt tussen zit.

244 KENNEN MELODIE
œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œn œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ COOLIO
GANGSTA’S PARADISE
œ œ œ . œ œ œ œ œ œ . œ œ œ œ œ œ . œ œ œ œ œ œ . œ œ œ c & bbbb motief sequens & bbbb œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œœœœœœœ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œœœœœœœ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ A. VIVALDI L’INVERNO M. RAVEL BOLERO INT_BB_K_09_N_10 3 4 / 3 3 3 3 3 3 œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ J.S. BACH BRANDENBURGS CONCERT NO. 3 INT_BB_K_09_N_40 C & # a a' a enz. b b' enz. œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ

Opdrachten Opdrachten

In Peter en de Wolf wordt elk personage verbeeld door een bepaalde melodie (en een bepaald instrument). Dit is de ‘Peter’-melodie die telkens door violen wordt gespeeld. In deze melodie zit een herhaling.

Wat is juist? Kruis aan en vul in.  de herhaling (op een andere toonhoogte) is exact, een

 de herhaling (op een andere toonhoogte) is net iets anders, een

Aan het begin van El Cuarto de Tula speelt de trompet twee keer een melodie van vier maten. Die melodie is gebaseerd op een motief van twee maten. Dat motief wordt daarna herhaald.

Welk alternatief geeft die herhaling weer?

G. VERDI MISERERE UIT: IL TROVATORE

Een vrouwenstem wordt door het orkest met een ritmisch ostinato begeleid.

Welk ritme is dat?

 ritme 1  ritme 2  ritme 3  ritme 4  ritme 5

Het begin van Birdland gebruikt een ostinate bas:

Hoe vaak hoor je deze baslijn in het fragment? keer.

245
WEATHER REPORT & QUINCY JONES BIRDLAND
1 5 4 4 & & œ œ œ œ œ œ > ™ œ œ œ œ > ™ œ œ œ œ œ . œ > # œœœœœœ > b œ œ j œ b- œ b- ™ œ œ b œ . œ > ™ œ œ b œ . œ > œb œ œ bœ œ œ #- œœœœœœ > œ œ ‰ S. PROKOFIEV PETER EN DE WOLF IBRAHIM FERRER EL CUARTO DE TULA INT_BB_K_09_N_020 3 œ œ œ ® œ œ œ œ œ≈ œ œ œ œ œ œ INT_BB_K_09_N_021 ™ 4 4 ?# œ j ˙ œ ™ œ J ˙Œ‰ œ j ˙ œ œ œ ˙ ‰ INT_BB_K_09_N_16 1 2 C & œ œ ™ œ J ˙Ó 3 4 & œ œ ™ œ J ˙Ó 3 4 & œ œ ™ œ j ˙ Ó 3 4 & œ œ œ œ J ˙ Ó 1 2 3A 3B >
INT_BB_K_09_N_15

De melodie van dit gedeelte van Take Five is gebaseerd op één motief. Dit motief wordt verwerkt in een sequens.

• Hoeveel herhalingen en variaties van het motief zie je in totaal?

• De sequens zit in regel 1 én in regel 2. Waar stopt de sequens in beide regels?

In regel 1 na 2 / 3 herhalingen, in regel 2 na 2 / 3 herhalingen.

• De herhalingen zijn telkens één toon lager. Dit noem je een dalende

De Trepak, een Russische dans uit de Notekrakerssuite van Tsjaikovski, begint met een motief en zijn herhaling. Daarna volgt een sequens.

• Maat 1 en 2 worden herhaald in maat

• De herhaling is een terts / kwart / kwint lager.

INT_BB_K_09_N_23

• Het begin van de sequens staat aangegeven. Trek de lijn door en sluit af met een haak waar de sequens eindigt.

• Op welk stukje van het beginmotief (maat 1-2) is de sequens gebaseerd? Omcirkel dat stukje.

De melodie van La Primavera bestaat uit drie stukjes.

Stukje 2 is een:  herhaling Stukje 3 is een:  variatie van stukje 1

 transpositie  variatie van stukje 2  variatie  contrast

246 KENNEN MELODIE
4 & bbbbbb motief & bbbbbb œ J œ œ J œ œ œ œ œ J œ œ J œ œ œ œ œ J œ œ J œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ J œ œ J œ œ œ œ œ J œ œ J œ œ œ œ œ J œ œ J œ œ œ œ œ ˙ŒÓ
FIVE
INT_BB_K_09_N_22 5
PAUL DESMOND TAKE
1 2 3 4 5 6 7 8 2 4 ?# sequens ä œ œ œ œ n œ > œ > œ œ œ nœ œ > # œ > œ œ œ œ œ œ œ œ œ #œ œ œ œ œ œ # œ œ œ # œ œ # œ . œ œ œ > P.I. TSJAIKOVSKI TREPAK INT_BB_K_09_N_24 c & #### 1 2 3 œ J œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ A. VIVALDI LA PRIMAVERA ZIE OOK KENNEN 7
4A 4B 5

A. VIVALDI

CONCERTO GROSSO

OPUS 3 NO. 8

Het voortspinnen op een motief vind je in de meeste composities uit de barok. Zo ook in dit Concerto Grosso van Vivaldi.

• Omcirkel het motief dat voor de voortspinning gebruikt wordt. (Tip: kijk waar het motief precies eindigt).

• Is in de voortspinning gebruik gemaakt van een sequens?  Ja, omdat

 Nee, omdat INT_BB_K_09_N_42

247
3 4 & ‰ œ j œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ j œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ J œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œj œ J
6

9.4 CONTRAST

EEN CONTRAST IS EEN SCHERPE TEGENSTELLING.

Zeker voor een langere compositie kan het noodzakelijk zijn om niet van maar één gegeven (één motief) uit te gaan maar om afwisseling te creëren. Een manier om de luisteraar scherp te houden is een contrast te gebruiken.

Een contrast kan op alle muzikale elementen betrekking hebben, bijvoorbeeld:

• tempo (eerst langzaam, dan snel);

• ritme (eerst lange noten, dan korte);

• melodie (eerst laag, dan hoog);

• dynamiek (eerst zacht, dan hard);

• instrumentatie (eerst houtblazers, dan strijkers). Het contrast is het grootst wanneer je zoveel mogelijk elementen erin betrekt.

INT_BB_K_09_N_25

De Spaanse componist Turina schreef vijf zigeunerdansen. Het begin van de eerste dans

– Zambra – is uitzonderlijk contrastrijk. Bijna alle mogelijke contrasten kun je erin vinden. Op één na: het is geschreven voor piano en dus is een instrumentaal contrast niet mogelijk.

Contrasten

• Tempo: de eerste regel is Adagio de tweede regel is Allegretto (snel maar niet te snel).

• Ritme: in de eerste regel worden lange notenwaarden gebruikt, in de tweede regel korte;

• Melodie: in maat 1 en 2 staat het motief. Maat 3 en 4 hebben een variatie van dat motief maar veel en veel hoger (let op de sleutels!);

• Dynamiek: de eerste regel is pp de tweede regel is f ;

248 KENNEN MELODIE
J. TURINA ZAMBRA
{ { Adagio
Allegretto 2 4 2 4 ? pp & ? & ? & ? & ? & f ? ˙ ˙ ˙ œ œ œ J œ œ œ ™ ™ ˙ ˙ ˙ ˙ b bb œ J œ ™ ˙ ˙ ˙ œ œ œ J œ œ œ ™ ™ ˙ ˙ ˙ ˙ b ˙ ˙ ˙ ˙ b bb ˙ ˙ ˙ œ œ œ j œ œ œ ™ ˙ ˙ ˙˙ b bb ˙ ˙ ˙˙ ˙ ˙ ˙ œ œ œ j œ œ œ ™ ˙ ˙ ˙˙ b bb ˙ ˙ ˙˙ b bb œœ œ œ œ œœ œ œ œ œœ œ œ œ œœ œ œ œœ œ b œœ œ œ œ œœ œ œ œ œœ œ œ œ œœ œ œ œœ œ b œœ œ œ # œ œœ œ œ œ œ œœ œ œ # œ œœ œ œ œ œœ nb œ œ œ j ‰ œ œ œ j ‰ œ œ œ j ‰ œ œ œ œ œ b œ œ œ j ‰ œ œ œ j ‰ œ œ œ j ‰ œ œ œ œ œ b œ œ œ j ‰ œ œ œ j ‰ œ œ œ j ‰ œ œ œ œ œ b

Opdrachten Opdrachten

F. CHOPIN

SCHERZO NO. 2

De eerste acht maten van het tweede Scherzo voor piano van Chopin zijn al meteen rijk aan contrasten.

ELVIS PRESLEY JAILHOUSE ROCK

Deel de acht maten doormidden in A en B. Benoem de contrasten tussen A en B door de juiste vakjes aan te kruizen.

GEDEELTE A

GEDEELTE B

Dynamiek  zeer zacht  zeer luid  zeer zacht  zeer luid

Notenwaarden  korter  langer  korter  langer

Ligging  laag  hoog  laag  hoog

Compositorische schrijfwijze  eenstemmig  meerstemmig  eenstemmig  meerstemmig

Hoe heeft Chopin ervoor gezorgd dat het contrast extra opvalt?

Couplet

The warden threw a party in the county jail

The prison band was there and they began to wail

The band was jumpin’ and the joint began to swing You should’ve heard those knocked out jailbirds sing

Refrein

Let’s rock, everybody, let’s rock Everybody in the whole cell block Was dancin’ to the jailhouse rock

Na het intro hoor je het couplet en refrein waarvan hierboven de tekst staat. Het couplet contrasteert met het refrein. Noem de contrasten.

249 { INT_BB_K_09_N_26 1 2 3 4 5 6 7 8 9 3 4 3 4 & bbbbb ∑ “” 3 3 ? bbbbb pp ∑ ff & 3 3 ˙ œ œ œ Œ œ œ œ ŒŒ œ ŒŒ ˙ ˙ ˙ ™ ™ ˙ ˙ ˙ ™ ™ œ œ œ ™ œ œ œ J œ œ œ œ œ œ Æ Œ ˙ œ œ œ Œ œ œ œ ŒŒ œ œ ŒŒ ˙˙ ˙ ˙ ˙ ™ ™ ˙˙ ˙ ˙ ˙ ™ ™ œœ œ œ œ ™ ™ œœ œ œ œ j œœ œ œ œ œ œ œ œ ' Œ
1A 1B 2

9.5 RIFF

EEN RIFF IS EEN OSTINATO; EEN KORTE MELODIE, EEN AANTAL AKKOORDEN OF EEN RITMISCH PATROON DAT HERHAALD WORDT.

De term riff komt uit de jazz en de popmuziek en is vermoedelijk afkomstig uit de zich herhalende ‘call-and-response’-patronen (vraag en antwoord) van West-Afrikaanse muziek. Vanaf het allereerste begin is het een belangrijk onderdeel geweest van de zwarte Amerikaanse muziek; in vroege blues vind je al riffs. Het contrast tussen een melodische riff die onveranderd blijft, terwijl de akkoorden van het bluesschema wel veranderen, is een van de meest kenmerkende factoren van de blues en de stijlen die daarvan afstammen.

INT_BB_K_09_N_27

Swing Riff de riff verandert niet maar het akkoord in de begeleiding wel

4 4

4 4 & ##

Ook in de latere stijlen van popmuziek vind je overal riffs, zoals de blazersriffs in soul en funk.

Of de gitaarriffs in talloze andere stijlen.

250 KENNEN MELODIE
{ {
7 ™ ™ ™
?## D G & ## ?## D A G D œ œ œ œ œ œ ‰ œ J Ó‰ œ œ œ œ œ œ ‰ œ J Ó‰ œ œ œ œ œ œ ‰ œ
œ œ ‰Œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ ‰ œ J Ó‰ œ œ œ œ œ œ œ ‰ œ J Ó‰ œ œ ‰ œ œ ‰ œ œ œ ‰ œ œ ‰ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ J THE BLUES BROTHERS JAILHOUSE ROCK INT_BB_K_09_N_28 4 4 & ### Riff œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ Ó‰ œ J œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ Ó‰ œ J œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ STEVIE WONDER ANOTHER STAR INT_BB_K_09_N_29 4 4 & ‹ bb œ œ œ œ œ œ ‰ œ œ j ‰ œ œ j ‰ œ œbbJ œ œ Œ œ œ œ œ œ œ ‰ œ œ j ‰ œ œ j ˙ ˙ ™ DEEP PURPLE SMOKE ON THE WATER
J Ó‰

Opdrachten

Jumpin’ at the Woodside begint met enkele maten intro waarna de saxofoons de volgende riff spelen:

Wat is juist?

Je hoort de riff onveranderd: Daarna verkort (snel achter elkaar):  drie keer.  drie keer.  vier keer.  vier keer.  vijf keer.  vijf keer.

I Feel Fine is gebouwd op een gitaarriff die op drie verschillende toonhoogtes gespeeld wordt:

In het intro hoor je achtereenvolgens riff: 1 – 2 – 3 – 3.

Schrijf boven de tekst op welke toonhoogte je de riff hoort: 1, 2 of 3.

Baby’s good to me you know, she’s happy as can be you know, she said so

(1)

(2)

I’m in love with her and I feel fine

THEMA

Een thema is een afgesloten melodie die aan de basis van een compositie ligt. Het thema is meestal de openingszin van een compositie: er wordt meteen duidelijk gemaakt waar het om zal gaan. In langere composities wordt vaak nog een thema geïntroduceerd: de componist verwerkt eerst het eerste thema en komt dan met een tweede thema dat vaak een contrast is met het eerste. In composities die nog langer zijn (zoals bijvoorbeeld romantische symfonieën) vind je zelfs nog meer dan twee thema’s. In het thema vind je het voor de compositie kenmerkende motief. 9.6

EEN THEMA IS EEN HERKENBARE, MUZIKALE ZIN (MEESTAL EEN MELODIE) DIE ALS UITGANGSPUNT VOOR EEN COMPOSITIE DIENT.

Net als in geschreven taal kun je een compositie indelen in zinnen. Zinnen met een begin en een einde en regelmatig een komma. Is zo’n zin heel belangrijk voor een compositie (komt hij vaak terug), dan spreek je van een thema.

INT_BB_K_09_N_32

251 COUNT BASIE JUMPIN’ AT THE WOODSIDE 1 2 INT_BB_K_09_N_31 C & # 1 2 3 œ œ œ œ œ œ œ J œ œ J œ œ œ œ œ œ œ œ J œ œ J œ œ œ œ œ œ œ œ œ J œ œ j œ œ œ œ THE BEATLES I FEEL FINE
3 8 & motief Thema œ œ œ œ œ œ j ≈ œ œ œ œ J ≈ œ œ œ J ≈ œ œ œ œ œ œ œ j ≈ œ œ œ œ J ≈ œ œ œ œ j ‰
C & bb œ œ œ œw ˙ ™ >
Opdrachten
L. VAN BEETHOVEN FÜR ELISE INT_BB_K_09_N_30

Na vijf inleidende maten waarin het motief stevig neergezet wordt, volgt het thema van Symfonie no. 5 van Beethoven.

• Het thema begint in maat 6. In welke maat eindigt het? In maat

• Hoe vaak heb je dan het motief (inclusief variaties) gehoord? keer.

• De drie maten na het thema zijn niet nieuw. Waar lijken zij op?

De Ouverture van Le Nozze di Figaro (de bruiloft van Figaro), een opera van Mozart, opent met het volgende thema:

Alle instrumenten spelen eenstemmig dit thema.

• Wat is de technische term daarvoor?

• In welke maat wordt het beginmotief herhaald? In maat

• Is dit een transpositie of een variatie? Dit is een

• Het thema begint en eindigt op de grondtoon. Wat is de toonsoort?

252 KENNEN MELODIE
INT_BB_K_09_N_33 1 5 10 15 20 25 2 4 & bbb Inleiding ff Thema p & bbb p cresc. & bbb f ff p ‰ œ œ œ ˙ U ‰ œ œ œ ˙ ˙ U ‰ ˙ œ œ œ ˙ œ œ œ œ œ œ ˙ ‰ ˙ œ œ œ ˙ œ œ œ œ œ œ ˙ ‰ œ œ œ œ ˙ œ œ œ ˙ œ œ œ œ ˙ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ Œ œ œ Œ ˙ ˙ U ‰ œ œ œ ˙ ˙ U ‰ œ œ œ ˙ œ œ œ œ œ œ ˙ œ œ œ œ Œ L. VAN BEETHOVEN SYMFONIE NO. 5 INT_BB_K_09_N_34 1 2 3 4 5 6 7 C & ## motief & ## œ œ œ œ œ Œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ Œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ ŒÓ W.A. MOZART LE NOZZE DI FIGARO 1 2 ZIE OOK KENNEN 6
Opdrachten Opdrachten

F. CHURCHILL & L. MOREY HEIGH-HO

VOORZIN EN NAZIN

EEN VOORZIN EN NAZIN ZIJN RESPECTIEVELIJK HET EERSTE EN HET TWEEDE GEDEELTE VAN EEN MUZIKALE ZIN.

Je kunt een thema ‘ontleden’: het bestaat vaak uit een voorzin en een nazin. In de voorzin wordt de spanning opgebouwd (bijvoorbeeld door een stijgende melodie) en in de nazin weer afgebouwd; er is ontspanning (bijvoorbeeld door een dalende melodie). Je kunt een vooren nazin ook beschouwen als een muzikale vraag en antwoord. Meestal lijken de voor- en nazin op elkaar, bijvoorbeeld allebei evenveel maten of allebei hetzelfde opgebouwd. De voorzin en de nazin zijn allebei opgebouwd uit één motief of meer motieven.

In Heigh-Ho is de nazin bijna helemaal gelijk aan de voorzin. Alleen de opmaat en het einde zijn anders.

Heigh Motief 1 Ho - HeighHo - It'shomefrom

Motief 2 work we Voorzin go (whistle) HeighHo - HeighHo& bb

HeighHo - HeighHo - HeighHo - It'shomefromwork we go Nazin (whistle) HeighHo - HeighHo. -

F. CHOPIN NOCTURNE NO. 2 OPUS 9

Het thema van de Nocturne no. 2 van Chopin kan – heel evenwichtig – verdeeld worden in een voor- en een nazin. In dit geval word je ook geholpen door de fraseringsbogen die er staan.

• Zet een grote haak boven de voorzin en ook één over de nazin. Let goed op de opmaten.

• Verdeel nu de voorzin weer in tweeën door twee haken onder de noten te zetten. Doe hetzelfde met de nazin. Let weer op de opmaten.

• Slechts één van de stukjes begint niet met een opmaat. Welk stukje is dat?

Het couplet van Good Vibrations van de Beach Boys is één lange muzikale zin die je in stukjes kunt verdelen.

Zet tussen de woorden van de tekst telkens een streep waar de nieuwe frase (het nieuwe stukje) begint.

I, I love the colorful clothes she wears and the way the sunlight plays upon her hair

I, I hear the sound of a gentle word on the wind that lifts her perfume through the air.

Wat is het vormschema van dit couplet? Geef elk stukje een letter.

253 INT_BB_K_09_N_35
4 &
4
bb
œ j œ‰ œ j œ ‰ œ J œ œ œ œ œ ‰ œ j œ œ œ œ œ œ œ œ œ ‰ œ J œ J œ œ œ œ‰ œ j œ ‰ œ J œ œ œ œ œ ‰ œ j œ œ œ œ œ œ œ œ œ ‰ œ J œ‰
a
12 8 & bbb T b § œ J œ œ œ œ œ œ œ J œ œ J œ œ J œ ™ œ œ J œ œ œ J œ œ ™ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ Œ
BEACH BOYS GOOD VIBRATIONS
ZIE OOK KENNEN 4 ZIE OOK KENNEN 11 1 2A 2B
9.7 INT_BB_K_09_N_36
Opdrachten Opdrachten

9.8 PERIODISCHE ZINSBOUW

PERIODISCHE ZINSBOUW IS DE OPBOUW VAN EEN THEMA (VAN EEN EVEN AANTAL MATEN) IN EEN VOOR- EN NAZIN DIE EVEN LANG ZIJN EN DIE IEDER WEER OP TE DELEN ZIJN IN TWEE GELIJKE DELEN.

Een periode is een muzikale zin die bestaat uit twee evenwichtige frasen (de voorzin en de nazin).

Er is sprake van periodische zinsbouw als het thema (de periode) een even aantal maten heeft, de voor- en nazin ieder de helft daarvan zijn en zelfs elk weer in twee gelijke delen ingedeeld kunnen worden.

Veel thema’s zijn periodisch opgebouwd, maar niet alle. In het classicisme hadden componisten een voorkeur voor periodische zinsbouw. Het maakt de muziek helder, transparant. Thema’s die zo opgebouwd zijn onthoud je makkelijk, kun je makkelijk meezingen. Het kwam tegemoet aan het klassieke schoonheidsideaal van symmetrie.

W.A. MOZART

SYMFONIE NO. 40

Hieronder zie je een klassiek voorbeeld van periodische zinsbouw.

voorzin nazin

C & bb

INT_BB_K_09_N_37

vraag antwoord gevarieerde vraag gevarieerd antwoord motief a motief b motief c motief a’ motief b’ motief c’

p motief a voorzin vraag motief b f motief c antwoord motief a' gevarieerde vraag nazin p motief b' f motief c' gevarieerd antwoord

ZIE OOK KENNEN 8

ZIE OOK KENNEN 8

Het thema is (precies halverwege) te verdelen in een voor- en een nazin. De voorzin is opgebouwd uit twee gedeeltes: vraag en antwoord. In de nazin zie je dezelfde gedeeltes maar nu gevarieerd. Dit is een typisch klassieke vorm van periodische zinsbouw. Daaronder zie je motief a, b en c staan. Dit zijn de drie motieven waaruit de frase is opgebouwd. Motieven waarin (vooral in motief a) gebruik gemaakt wordt van een gebroken drieklank zijn ook typisch klassiek.

Klassiek is ook de wijze waarop er gebruik wordt gemaakt van contrast tussen de frases. Je vindt bijna alle mogelijke contrasten tussen de vraag en het antwoord:

• ritme: de vraag heeft langere notenwaarden, het antwoord kortere;

• richting van de melodie: de vraag is stijgend, het antwoord is om eenzelfde punt heen;

• omvang van de melodie: de vraag heeft een grote omvang, het antwoord een kleine;

• dynamiek: de vraag is p (zacht), het antwoord is f (hard);

• instrumentatie (niet te zien): de vraag alleen strijkers, het antwoord tutti (iedereen).

Harmonisch gezien is zo’n thema meestal ook evenwichtig.

De voorzin begint op de grondtoon (of een drieklank op de grondtoon: I) en eindigt op de dominant (V). Hierdoor klinkt de voorzin ‘onaf’, het is een komma, er moet een vervolg achter.

De nazin begint dan op de dominant (V) en eindigt op de grondtoon/tonica (I). Door op de I te eindigen klinkt het thema ‘af’, het is een punt, het thema is een op zichzelf staand geheel geworden.

254 KENNEN MELODIE
œ œ œ œ œ ˙ œ œ œ œ œ œ ˙ Œ œ #œ œ œ ˙ œ œ œ œ œ œ œ œ œ ˙ Œ
VWO

Opdrachten Opdrachten

A.

SLAVISCHE DANS OPUS 46, NR. 1

De Slavische Dans van Dvorak komt uit de romantiek en heeft een thema dat periodisch is opgebouwd. Het thema is kort, vandaar dat het wel vier keer achter elkaar gespeeld wordt. Het openingsakkoord valt buiten het thema maar geeft wel de grondtoon aan.

J. HAYDN PRESTO UIT: STRIJKKWARTET LA CHASSE

Analyseer de periodische zinsbouw van het thema. Beantwoord daarvoor de volgende vragen:

• Wat is de toonsoort?

• De voorzin is maat – ; de nazin is maat – .

• De voorzin kun je indelen in a [maat – ] en b [maat – ].

• De nazin kun je indelen in en

Het Presto van Haydn begint met het volgende thema:

INT_BB_K_09_N_39

Dit is een compositie uit het classicisme. Zoals gebruikelijk in het classicisme, is het thema evenwichtig (door de periodische zinsbouw) en tegelijkertijd contrastrijk.

Analyseer de periodische zinsbouw. Dat doe je door het schema in te vullen.

PERIODISCHE OPBOUW

Thema maat t/m maat

Toonsoort

Voorzin: maat - Nazin: maat -

a: maat - b: maat - a’: maat - b’: maat -

Analyseer nu de contrasten in dit thema.

255 INT_BB_K_09_N_38 ™ ™ 1 2 3 4 5 6 7 ™ ™ 8 3 4 & ff ˙ ˙ ˙ ˙ ˙ ˙ ˙ U ™ ™ ™ ™ œ œ œ œ œ ˙ > œ > œ > œ > œ ˙ > œ œ œ œ œ ˙ > œ œ œ œ ˙ >
1 2A 2B
/
’ b / b’ Dynamiek  zacht  luid  zacht  luid Compositorische schrijfwijze  eenstemmig  meerstemmig  eenstemmig  meerstemmig Melodische lijn
VWO
CONTRASTEN a
a
 stijgend
dalend
stijgend
dalend
1 2 3 4 5 6 7 8 6 8 & bb f p f p œ j œ œ j œ œ j œ œ J œ œ œ J œ œ œ œ . œ œ J œ œ œ œ J œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ j œ œ j œ œ j œ œ J œ œ œ J œ œ œ œ œ œ J œ œ œ œ J œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ
>

EELS WOODEN NICKELS

Het refrein van Wooden Nickels is één muzikale zin die periodisch is opgebouwd.

Refrein

Don’t take any wooden nickels

When you sell your soul

A devil of a time awaits you

When the party is over you’re on your own.

ZIE OOK KENNEN 11

• Schrijf voor elke regel de vormletter. Let daarbij alleen op de melodie. Accenten hoeven niet.

• Luister nog eens maar let nu alleen op de begeleiding. De begeleiding heeft niet hetzelfde vormschema als de melodie. Schrijf na elke regel de vormletter die bij de begeleiding hoort.

256 KENNEN MELODIE 3
VWO

INLEIDING

COMPOSITIETECHNIEK OMVAT ALLE MANIEREN EN MIDDELEN WAARMEE DE COMPONIST

HET MUZIKALE MATERIAAL VAN EEN COMPOSITIE KAN VORMEN EN RANGSCHIKKEN.

Als je een cover van een bekend nummer hoort, herken je het origineel direct: de tekst, de melodie, de akkoorden komen grotendeels overeen. Maar de akkoorden worden bij de cover bijvoorbeeld anders gespeeld, er is een tweede stem bij, er zijn blazers toegevoegd en de gitaar speelt een geïmproviseerde solo. Het muzikale materiaal van beide nummers is overeenkomstig, maar het is anders gerangschikt, anders gespeeld, anders geïnstrumenteerd. Kortom: er zijn andere compositietechnieken toegepast.

In een bepaalde periode worden vaak dezelfde compositietechnieken gebruikt. Zo is de muziek uit bijvoorbeeld barok snel te herkennen aan de technieken imitatie, sequens, polyfonie en het gebruik van een klavecimbel voor het spelen van de akkoorden.

Je gebruikt compositietechnieken om van het muzikale materiaal (motief, toonsoort, maatsoort, instrumenten en dergelijke) een compositie met één of meer partijen te maken. Een ander woord voor partij is stem. Muziek met maar één partij (één melodie) noem je daarom eenstemmige muziek. Muziek met meer (verschillende) partijen noem je meerstemmige muziek.

Eenstemmig of meerstemmig zegt dus niet alles over het aantal mensen dat aan het spelen of zingen is; een heel koor kan eenstemmig zingen.

Opdrachten Opdrachten

• Wat wordt verstaan onder eenstemmige muziek?

• En wat onder meerstemmige muziek?

In de Schilderijententoonstelling beeldt Moussorgsky in elf delen schilderijen uit. Tussen de delen door componeert hij ‘promenades’, delen waarin je als het ware van het ene naar het andere schilderij loopt. Die promenades hebben allemaal dezelfde melodie, maar de componist gebruikt verschillende compositietechnieken.

Let op het begin van elke promenade. Geef aan of het eenstemmig, dan wel meerstemmig begint. Promenade no. 1 :  eenstemmig  meerstemmig

Promenade no. 2 :  eenstemmig  meerstemmig

Promenade no. 3 :  eenstemmig  meerstemmig

Promenade no. 4 :  eenstemmig  meerstemmig

Promenade no. 5 :  eenstemmig  meerstemmig

Je hoort drie fragmenten uit verschillende symfonieën van Franz Schubert. De noten zijn afgedrukt. De fragmenten hebben gemeen dat ze allemaal eenstemmig beginnen.

Geef in de noten aan vanaf waar het meerstemmig is.

257 10.1
10 10
compositietechniek
1 2
SYMFONIEËN 3A Largo INT_BB_K_10_N_01 C & ## ˙ œ ™™ œ œ œ œ œ J ‰ œ J ‰ œ J ‰ >
M. MOUSSORGSKY SCHILDERIJENTENTOONSTELLING
F. SCHUBERT

Allegro

3 4 & bbb

INT_BB_K_10_N_02

b bœ

INT_BB_K_10_N_03

Vivace

3 4 & ##

fz fz p

10.2

EENSTEMMIGE MUZIEK

EENSTEMMIGE MUZIEK IS MUZIEK MET MAAR ÉÉN PARTIJ.

Alle meerstemmige muziek is ooit eenstemmig begonnen. Voor de westerse kunstmuziek is dat het gregoriaans in de middeleeuwen. Er werd gezongen, en ook samen, maar ze zongen hetzelfde en werden niet begeleid door instrumenten. Hiermee wordt meteen duidelijk dat met eenstemmige muziek niet wordt bedoeld dat er maar één stem – één persoon – zingt, maar dat er maar één melodie (één partij) is. Veel volksmuziek is nog steeds eenstemmig. In alle andere muziek zitten vaak stukjes die eenstemmig zijn.

Als eenstemmige muziek daadwerkelijk door één persoon uitgevoerd wordt, noem je dat solo. Als meer mensen dezelfde stem zingen of spelen, noem je dat unisono. Het maakt niet uit in welk octaaf er gezongen of gespeeld wordt. Als een koor unisono zingt, doen de mannen dat een octaaf lager dan de vrouwen, maar het blijft dezelfde melodie, dus het is nog steeds unisono.

Opdrachten Opdrachten

Wat betekent ‘unisono’?

ANONIEM

INTROITUS: RESURREXI

Het Resurrexi wordt eenstemmig uitgevoerd. Van dit fragment staat hier de tekst met vertaling.

1 Resurrexi, et adhuc tecum sum, alleluia Ik ben verrezen en ben nog bij U, alleluia

2 Posuisti super me manum tuam, alleluia Gij legt uw hand op mij, alleluia

3 Mirabilis facta est scientia tua, Zo wonderbaar is voor mij Uw wijsheid

4 Alleluia, alleluia Alleluia, alleluia

5 Domine probasti me, et cognovisti me Heer, Gij doorgrondt mij en Gij kent mij

6 Tu cognovisti sessionem meam Gij kent mijn zitten

7 Et resurrectionem meam en mijn opstaan

8 Resurrexi Ik ben verrezen

Omcirkel de regelnummers waar unisono gezongen wordt.

1 2
œ œ œ
œn œ œ
œ
œ œ œ œ
œ œ
b
b
.
œ œ . œ œ œ œ . œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ 3B 3C 258 KENNEN COMPOSITIETECHNIEK

DREAM THEATER LEARNING TO LIVE

Aan het begin van het fragment hoor je een aantal instrumenten unisono de hier afgedrukte melodie spelen. Na enige tijd verandert de melodie.

Hoe vaak wordt de melodie precies zo gespeeld als in de hier afgedrukte melodie?

Na het gedeelte met de hier afgedrukte melodie volgt een break met daaropvolgend een pianogedeelte. Later vallen andere instrumenten in.

• Welke instrumenten spelen de rechterhandpartij van de piano unisono mee?

• Welk instrument speelt de linkerhandpartij unisono mee?

10.3

MEERSTEMMIGE MUZIEK

MEERSTEMMIGE MUZIEK IS MUZIEK MET VERSCHILLENDE STEMMEN (PARTIJEN).

Uit eenstemmige muziek is langzamerhand meerstemmige muziek ontstaan. Meerstemmige muziek is muziek met meer stemmen (partijen) die verschillend zijn.

Een belangrijk element van meerstemmige muziek is wat de verschillende stemmen met elkaar te maken hebben, wat hun melodische relatie is. Zijn ze zelfstandig, bootsen ze elkaar na, hebben ze hetzelfde ritme? Vandaar dat er onderscheid wordt gemaakt tussen verschillende vormen van meerstemmigheid. De belangrijkste daarvan zijn homofonie en polyfonie. Die worden in de paragrafen hierna besproken.

Als je meerstemmige bladmuziek bekijkt, heb je altijd met een partituur te maken waarin alle partijen onder elkaar opgeschreven zijn. Omdat die verzameling van notenbalken best ingewikkeld kan zijn, heb je een zekere handigheid nodig om een partituur te kunnen lezen.

Opdrachten Opdrachten

De regel

Find me somebody to love wordt vier keer gezongen.

Kruis bij elke regel aan welke compositietechniek is toegepast.

1 Find me somebody to love  solo  unisono  meerstemmig

2 Find me somebody to love  solo  unisono  meerstemmig

3 Find me somebody to love  solo  unisono  meerstemmig

4 Find me somebody to love  solo  unisono  meerstemmig 1

259 >
3A
™ 12 8 & # œ œ j œ œ œ œ œ œ œ œ œ 3B
INT_BB_K_10_N_04
TO LOVE
QUEEN SOMEBODY

Opdrachten Opdrachten

W.A. MOZART

SYMFONIE NO. 41

Je ziet een heel klein stukje van de partituur van het menuet uit Symfonie no. 41 van Mozart.

Een aantal instrumenten speelt unisono. Welke instrumenten zijn dat? (Wanneer er twee partijen op één balk staan, moet je precies aangeven of je de bovenste (1) of de onderste partij (2) bedoelt).

Viool 1 speelt unisono met

Viool 2 speelt unisono met

De altviool speelt unisono met

De cello en contrabas spelen unisono met

Bij het luisteren moet je beslissen welke partij in de partituur je gaat volgen. Je kiest de partij die het meest overheerst (meestal de melodie).

Beluister het fragment nogmaals. Welke partij valt het meeste op?

 hobo  fagot  hoorn  trompet  viool 1  viool 2

Het audiofragment is langer dan het stukje partituur hierboven. Waar hoor je dit stukje partituur?

 Aan het begin.  In het midden.  Aan het eind.

260 KENNEN COMPOSITIETECHNIEK
VWO 2A 2B ° ¢ ° ¢ ° ¢ ° ¢ INT_BB_K_10_N_05 Hobo 1, 2 Fagot 1, 2 Hoorn 1, 2 Trompet 1, 2 Pauken Viool 1 Viool 2 Altviool Cello en Contrabas 3 4 3 4 3 4 3 4 3 4 3 4 3 4 3 4 3 4 & # #n b ? ∑ & & ∑ ∑ ? ∑ ∑ & & & ∑ ? ∑ ∑ ˙ ˙ œ œ ˙ ˙ œ œ ˙ ˙ œ œ ˙ œ œ œ œ Œ œ œ œ ˙ ˙ œ œ Œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ ŒŒ œ œ ŒŒ œ ŒŒ œ ŒŒ ˙ ˙ œ ˙ œ œ ˙ ˙n œ ˙ œ œ œ œ Œ œ ˙ œ Œ œ œ ŒŒ œ ŒŒ 2C

10.4

HOMOFONIE

HOMOFONIE (LETTERLIJK: ‘GELIJKE KLANKEN’) IS EEN MEERSTEMMIGE COMPOSITIETECHNIEK WAARIN ALLE STEMMEN HETZELFDE RITME HEBBEN. DE STEMMEN HEBBEN IEDER HUN EIGEN MELODIE, MAAR JE HOORT DE WOORDEN OF HET RITME TEGELIJKERTIJD.

Uit eenstemmige muziek is (onder andere) homofonie ontstaan. In homofone muziek hebben de verschillende stemmen hetzelfde ritme.

Als vocale muziek homofoon is, kun je de tekst goed verstaan. Het ritme van elke stem is immers hetzelfde en alle zangers zingen de woorden tegelijkertijd. Daarom gebruikt een componist vaak homofonie voor gedeelten waarvan de tekst belangrijk is.

Als je meezingt met homofone muziek, zul je automatisch de hoofdstem meezingen (dat is meestal de bovenste stem). De andere stemmen zijn qua melodie minder belangrijk, dat wil zeggen dat ze het akkoord opvullen met akkoordtonen. Homofone muziek is dus echt akkoordenmuziek: de samenklank is belangrijk. Je zegt ook wel dat de verticale structuur het belangrijkst is.

A T

° ¢ S

Hal akkoord le - lu - jah& ##

B c c c c & ##

Halle - lu - jah& ‹ ##

Halle - lu - jah?##

Hal

het ritme is gelijk le - lu - jahœ œ j œ œ Œ

In popmuziek is de meerstemmigheid meestal homofoon. De tweede (en andere) stemmen zijn echt een tweede (in de betekenis van minder belangrijke) stem; ze zijn er voor de mooie samenklank.

Zoals gezegd: homofone muziek is echt akkoordenmuziek. Muziek waarbij een melodie (bijvoorbeeld zang) begeleid wordt met akkoorden (bijvoorbeeld op een piano of gitaar), noem je ook homofoon. Zelfs als het gebroken akkoorden zijn, of getokkeld op de gitaar. Deze homofone compositietechniek noemen we ‘melodie met begeleiding’.

Opdrachten Opdrachten

BUENA VISTA SOCIAL CLUB

EL CUARTO DE TULA

J.S. BACH

SIND BLITZE UND DONNER

BOB MARLEY

ONE LOVE

G.F. HÄNDEL

HALLELUJAH

BEACH BOYS

GOD ONLY KNOWS

Je hoort fragmenten uit heel verschillende composities. Geef per compositie aan of er sprake is van homofonie of niet. Beperk je daarbij tot de zangstemmen.

 ja  nee

 ja  nee

 ja  nee

 ja  nee

 ja  nee

261
œ ™ œ
œ œ Œ œ œ
œ œ
œ ™ œ
œ
j
J
Œ
J
œŒ
1
>

Een requiem (dodenmis) begint met een deel op de tekst Requiem aeternam dona eis, Domine, et lux perpetua luceat eis (Geef hun eeuwige rust, O Heer, en laat het eeuwig licht op hen schijnen).

Requi - em - aeter - nam - dona - e is, - Do mi - ne, - re qui - em - ae& b∑

Requi - em - aeter - nam - do na - eis, - Do mi - ne, - do-na e& ‹ b Requi - -em aeter - nam - dona - eis, - Do mi - ne, - re qui - em - aeter - nam? b

Requi - -em aeter - nam, - aeter - nam - dona - e is, - dona, - dona - eis, - Do-mi-ne,re-qui & b

ter namdona - e is, - Do mi - -ne! etluxperpe - tu - a, - etluxperpe - tu - a - luce - at& b

is,Domi - ne, - do-na e is, - Do mi - ne! - etluxperpe - tu - a, - etluxperpe - tu - a - luce - at& ‹ b dona - eis, - Do-mi ne, - e is, - Do -mi ne! - etluxperpe - tu - a, - etluxperpe - tu - a - luce - at -

? b

em aeter - -nam dona - e is, - Do -mi ne! - etluxperpe - tu - a, - etluxperpe - tu - a - luce - at -

Vanaf welke maat zingt het koor homofoon?

Het fragment is langer dan de partituur. Luister naar het hele fragment. Blijft het homofoon?

Luister naar het fragment uit de Mondschein Sonate

Waarom is dit gedeelte uit de Mondschein Sonate homofoon?

262 KENNEN COMPOSITIETECHNIEK
2B ° ¢ ° ¢ INT_BB_K_10_N_06 1 S A T B 6 c c c c & b∑
ÓŒ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ ™ œ J œ Œ œ ™ œ j œ œ œn œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ ÓŒ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ ™ œ œ œ ™ œ œ œ œ œ Œ œ ™ œ j œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ Œ‰ J œ œ œ œ œ ‰ J œ œ œ œ œ œ ™ œ œ Ó œ ™ œ j œ œ œ œ œ œ œ œ ™ œ œ Œ‰ œ j œ œ œ ™ œ œ ‰ œ j œ œ œ ™ œ œ œ ™ œ œÓ œ œ j œ œ œ œ œ œ œ œ ™ œ œ Œ‰ œ j œ œ œ œ œ ‰ œ J œ œ œ ™ œ œ ™ œ œ Ó œ œ œ œ œ œ œ œ œ ™ œ œ Œ‰ œ J œ œ œ ™ œ œ ‰ œ J œ œ œ ™ œ œ œ œÓ W.A. MOZART REQUIEM 2A L. VAN BEETHOVEN MONDSCHEIN SONATE { INT_BB_K_10_N_07 c c & #### 333333 33 33 33 3 ?#### œ œ ˙ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ ˙ œ œ œ œ œ œ ˙ œ œ œ œ œ œ ˙ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ Œ w w # ˙ ˙ ˙ ˙ ˙ ˙ ˙ ˙ œ œ 3

10.5

POLYFONIE

POLYFONIE (LETTERLIJK: VEEL KLANKEN) IS EEN MEERSTEMMIGE COMPOSITIETECHNIEK WAARIN DE STEMMEN ONAFHANKELIJK VAN ELKAAR ZIJN QUA RITME; HET RITME IS ONGELIJK. JE HOORT DE WOORDEN EN/OF HET RITME DOOR ELKAAR.

Uit eenstemmige muziek is ook polyfonie ontstaan. In polyfone muziek zijn er meer stemmen die elk hun eigen ritme hebben.

Als vocale muziek polyfoon is, kun je niet makkelijk verstaan wat er gezongen wordt. Omdat elke stem een ander ritme heeft, zingen ze de woorden niet tegelijkertijd. Daarom wordt in polyfone muziek vaak maar een klein stukje tekst gebruikt, bijvoorbeeld één regel die vaak herhaald wordt in de verschillende stemmen.

Als je meezingt met polyfone muziek, is het moeilijk te ontdekken met welke stem je meezingt. De ene keer hoor je de ene stem op de voorgrond, de andere keer een andere stem; ze zijn afwisselend elkaars tegenstem of tegenmelodie Polyfone muziek is dus echt melodische muziek: de afzonderlijke melodieën van de verschillende stemmen zijn het belangrijkst. Je kunt ook zeggen: de horizontale structuur is het belangrijkst.

twee melodieën ä

T

° ¢

B c c & ‹ b

? b ä

Requi - em - aeter - nam -

Requi - em - ae

ter - nam, - aeter - nam -

ritme en tekst zijn ongelijk

In polyfone muziek zijn de stemmen onafhankelijk van elkaar, maar dat wil niet zeggen dat ze geen melodische relatie hebben. Vaak gebruiken ze (stukjes van) dezelfde melodie. Je kunt zeggen dat ze elkaar nadoen. Dat noem je imitatie

Imitatie komt vaak voor, zowel in lichte als in klassieke muziek. Dat imiteren moet je ruim zien: het kan op een toonhoogte zijn, het kan maar een gedeelte ervan zijn, het kan er qua melodie op lijken, het kan er qua ritme op lijken.

Als de stemmen elkaar exact imiteren, noem je dat een canon. In een canon zingt een tweede (of volgende) stem op een ander tijdstip precies hetzelfde als de eerste (of vorige) stem. Ook in andere composities kom je soms een passage tegen die in canon geschreven is.

Als het imiteren van een melodie in andere stemmen voor een langere tijd doorgaat, noem je het doorimitatie.

263
œ œ œ œ œ
>
ÓŒ œ œ œ œ œ œ œ Œ œ ™ œ j œ œ
VWO

Opdrachten Opdrachten

G.F. HÄNDEL HALLELUJAH

Je hoort een fragment uit het Hallelujah van Händel.

andHeshallreignforever - andev er, - andHeshall ?##

AndHeshallreignforever - andev er, - forever - andev - er, andHeshallreign, andHeshallreign for & ## ∑

reignforever - andev er, - forever - andev er, - forever - andev er.& ‹ ##

reignforever - andev er, - andHeshallreign forever - andev er.?##

ev er, - forev er, - forev er, - forever - andev er, - forev er, - forev er - andev er. -

Leg uit waarom dit fragment uit het Hallelujah van Händel polyfoon is.

Dit gedeelte heeft maar een klein stukje tekst dat in gedeeltes telkens herhaald wordt. Welke tekst zingt het koor?

In welke volgorde zetten de stemmen in? Geef de volledige naam van de stemsoorten.

Is er sprake van imitatie?  ja  nee

In de Finale van Symfonie no. 41 van Mozart wordt een motief van maar drie maten door alle strijkers achtereenvolgens ingezet.

In welke volgorde wordt het motief ingezet? Let op: het gaat erg snel.

 viool II – viool I – contrabas – cello – altviool

 viool II – viool I – altviool – cello – contrabas

 contrabas – cello – altviool – viool I – viool II

 contrabas – viool II – viool I – altviool - cello

264 KENNEN COMPOSITIETECHNIEK
° ¢ ° ¢ INT_BB_K_10_N_08 S A T B 6 c c c c & ## ∑∑∑ ∑ ∑ & ## ∑∑∑ ∑ andHeshall & ‹ ## ∑
1A 1B
andHeshallreignforever - andev er.& ##
‰ŒŒ ‰ŒŒ
œ ‰ŒŒ
œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ Œ‰ œ j œ œ œ J œ œ œ œ œ œ œ ˙ œŒŒ‰ œ
œ œ‰ œ J œ œ ‰ œ J œ œ œ œ œ œ œ ‰ œ J ÓŒ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ ™ œ ˙ œ œ œ œ œ œ œ ™ œ œ œ œ œ ‰ œ j œ œ Œ‰ œ j œ œ ˙ œ œ œ ‰ œ j œ œ œ œ œ œ œ ŒÓ‰ œ J œ œ œ J œ œ J œ œ ‰ œ J œ œ œ œŒŒ‰ œ J œ œ ‰ œ J œ œ‰ œ J œ œ ‰ œ J œ œ‰ œ J œ œ œ œ œ ‰ œ J œ œ 1C W.A. MOZART SYMFONIE NO. 41 2 1D C & w w w >
Œ œ œ
ӌ
J

RADIOHEAD

PARANOID ANDROID

In dit gedeelte van Paranoid Android hoor je behalve instrumenten ook een koor en twee solostemmen.

• Wat is juist?

 Dit gedeelte is homofoon.

 Dit gedeelte is polyfoon.

 Dit gedeelte is een combinatie van homofonie en polyfonie.

• Verklaar je antwoord.

Je hoort vier heel verschillende fragmenten, allemaal instrumentaal. Bepaal telkens of er sprake is van eenstemmigheid, homofonie of polyfonie.

STEVE REICH CHECK IT OUT

LEONARD BERNSTEIN COOL

JOHN COLTRANE GIANT STEPS

TITO PUENTO OYE COMO VA

 eenstemmig  homofoon  polyfoon

 eenstemmig  homofoon  polyfoon

 eenstemmig  homofoon  polyfoon

 eenstemmig  homofoon  polyfoon

265
3 4

11.1

INLEIDING

DE VORM VAN EEN COMPOSITIE IS DE OVERKOEPELENDE STRUCTUUR. DIE STRUCTUUR KUN JE ONTLEDEN IN VERSCHILLENDE ONDERDELEN. DE ONDERDELEN KUNNEN EEN NAAM HEBBEN, BIJVOORBEELD REFREIN, CODA, EXPOSITIE EN THEMA.

Je kunt de vorm van een compositie analyseren. Daarmee wordt bedoeld dat je een muziekstuk in stukjes gaat verdelen. Vervolgens ga je die stukjes met elkaar vergelijken.

De onderdelen van een compositie kun je in een schema zetten: het vormschema. In een vormschema gebruik je letters om aan te geven welke onderdelen hetzelfde zijn of op elkaar lijken. Voorbeelden van zo’n vormschema zijn:

Onderdelen die helemaal hetzelfde zijn, krijgen dezelfde letter. Is het onderdeel een variatie, dan voeg je een accent toe, bijvoorbeeld A´. Is het onderdeel anders, dan krijgt het de volgende letter in het alfabet.

Uiteraard kun je de vorm van een compositie ook weergeven door de namen van de onderdelen op een rijtje te zetten. Bijvoorbeeld:

Als je verder ‘inzoomt’, kun je ook de vorm van één onderdeel analyseren. Ook daar gebruik je letters voor, maar meestal kleine letters. Als je bijvoorbeeld inzoomt op een couplet, dan vergelijk je de regels van dat couplet met elkaar en geef je elke regel een letter.

Sommige vormen komen zo vaak voor dat ze een ‘model’ zijn geworden en een eigen naam hebben gekregen. Enkele daarvan zijn al eerder besproken, zoals de hoofdvorm en de fuga. Andere veel voorkomende vormen worden in de volgende paragrafen behandeld.

Opdrachten Opdrachten

G. BIZET PASTORALE

DOE MAAR SMOORVERLIEFD THE BEACH BOYS GOOD VIBRATIONS

WONDER

THE CITY

Wat is een vormschema?

Luister naar de volgende fragmenten. Elk fragment bestaat uit twee onderdelen. Kruis het juiste vormschema aan. Let op: als er gezongen wordt, let je niet op (een verandering in) de tekst. 

266 KENNEN VORM
vorm 11 11
A – A  A – A´  A – B  A – A  A – A´  A – B  A – A  A – A´  A – B  A – A  A – A´  A – B 1 2 A B A of A B A C A couplet couplet refrein
bridge
couplet
refrein
STEVIE
LIVING FOR
ZIE OOK VERKENNEN 3 EN 4

NORAH JONES COLD COLD HEART

M. MOUSSORGSKY PROMENADE

SCOTT JOPLIN THE ENTERTAINER

MICHAEL JACKSON

DON’T STOP ‘TIL YOU GET ENOUGH

3

Luister naar de volgende fragmenten. Elk fragment bestaat uit twee zinnen. Kruis het juiste vormschema aan.

 a – a  a – a´  a – b

 a – a  a – a´  a – b

 a – a  a – a´  a – b

 a – a  a – a´  a – b

11.2 RONDO

EEN RONDO IS EEN VORM DIE BESTAAT UIT EEN HOOFDTHEMA (REFREIN) MET DAARTUSSEN

TELKENS CONTRASTERENDE GEDEELTES: A – B – A – C – A – D – A ENZOVOORT.

Het rondo is een heel oude vorm. Al in de middeleeuwen zijn er rondodansen. De populariteit van het rondo heeft alles met die vorm te maken.

In een rondo keert een hoofdthema (deel A, ook wel rondorefrein genoemd) telkens terug met daartussen contrasterende gedeeltes (B, C, D enzovoort). Een rondo zou de volgende vorm kunnen hebben:

In een rondo kan een componist de twee basiselementen van muzikale vormen uitwerken: herhaling en contrast. De A-gedeeltes verbinden het stuk en maken het tot een eenheid. De contrasterende gedeeltes (B, C, D enzovoort) hebben een verrassingselement dat de aandacht van de luisteraar vasthoudt. De A-gedeeltes hebben een hoog ‘meezinggehalte’ en de contrastgedeeltes daartussenin verrassen. Dit zijn prima ingrediënten voor een populaire vorm.

Bij langere rondo’s bestaat de kans dat de vele herhalingen van het hoofdthema gaan irriteren. Vandaar dat deel A bij terugkeer verkort of gevarieerd kan zijn.

De laatste A (het laatste refrein) kan door een coda gevolgd worden.

267
A B A C A D A >

Opdrachten Opdrachten

S. PROKOFIEV MARS

Deze mars van Prokofiev komt uit de opera De Liefde voor de Drie Sinaasappelen De mars is een rondo.

De mars begint met een intro van twee maten. In maat 3 begint de eerste A. Die letter staat al in het notenbeeld. Het thema begint met een opmaat van twee zestienden (de twee essen). Maar ook als een gedeelte met een opmaat begint, is het gebruikelijk om de vormletter boven de maatstreep te zetten en niet bij die opmaat.

Zet de overige vormletters in het notenbeeld. Tip: zoek eerst de A’s op, die zijn duidelijk herkenbaar. Daartussen zitten dan de andere letters.

De melodie van de eerste A wordt (grotendeels) door een hobo en een ander zeer hoog houtblaasinstrument gespeeld. Welk instrument is dat?

Elke A is anders. Noem van de andere twee A’s telkens twee verschillen met A1. A2: A3:

Het slagwerk heeft een grote rol in deze compositie. Noem tenminste drie slaginstrumenten die in dit stuk meespelen.

268 KENNEN VORM
1A 1B 1C 1D 1 2 A 4 5 6 7 8 9 10 11 12 13 14 15 16 17 18 19 20 21 22 23 24 25 26 27 28 29 30 31 32 33 34 35 36 37 38 39 40 41 42 43 44 4 4 & p & mf mp 3 & f 5 & # f 5 & mf 3 & & & ff & ff fff “” ‰ œ œ œ . > œ œ œ . > œ œ œ œ œ œ œ . > œ œ œ . > œ œ œ . > œ œ œ . > œ J ‰ œ J ‰ œ J ‰ œb J ‰ œ ≈ œ ˙ > b ™ œ ≈ œ œ ≈ œ œ ≈ œ ˙ n> ™ œ œ > n œ œ œ > n œ œ œ œ > b œ œ œ > Œ œb œ œ œ œ Œ œ ˙ #> ‰ œ . œ . œ . œ . œ . œ . œ . œ . œ . œ . œ . œ . œ . œ . œ . œ . œ #œ œ > œ ™ œ œ > ™™ œ b R œ > ™™ œ R œb œ œ œ œ ‰‰ ™ œ œ œ œœ œ œ œ œ bœ œ œ œ bœ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ ‰ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ > œ œ œ œ œj ≈ œr œ > ™™ œ R œ > ™™ œ R œ œ œ œ œ ‰‰ ™ œ œ œ j ‰‰ œ J ‰ œ J ‰ œ J ‰ J ‰ œ ≈ œ ˙ > b ™ œ ≈ œ œb œ ≈ œ œ œb ≈ œ ˙ n> ™ œ œ > n œ œ œ > n œ œ œ œ > b œ œ œ > Œ œ œ œ œ Œ œ œ #> œ œ œb ≈ œ ≈ œ ≈ œ ≈ œ œ œ œ œ œ œ œ œ ≈ œ ≈ œ ≈ œ œ ≈ œ ≈ œ œ œ œ œ œ œ ˙ œ œ œ ‰ œ œ œ œ œ œ œ b> œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œb œ œ œ œb œ œ œ œ œ œb œ œ œ œ œ œ œ œœb œb œ œ œ œ œb œb œ J ‰ œ J ‰ œ J ‰ J ‰ œ ≈ œ ˙ > b ™ œ ≈ œ œb œ ≈ œ œ œb ≈ œ ˙ n> ™ œœb œb œ > n œ œ œ > n œ œ œ œ > b œn œ œ œ > œ œ œ œ > n œ œ œ œ > œ œ œ œ > œ œ œ œ > bb œ œ œ œ > œ œ œ œ > ## œ œ œ œ > n œ œ œ œ > n# œ œ œ œ > # œ œ œ œ > #### œ œ œ œ > n œ œ œ œ > # œ œ œ œ > # œ œ œ œ > œ œ œ œ > Œ

11.3

VARIATIEVORMEN

EEN VARIATIEVORM IS EEN VORM WAARIN GEVARIEERD WORDT OP EEN GEGEVEN.

De variatievorm is – net als het rondo – een van de oudste van alle vormen, daterend uit de begintijd van de instrumentale muziek.

Als gegeven zal de componist een vrij eenvoudig, makkelijk te onthouden melodietje nemen.

Niet zelden neemt hij zelfs een bestaand volksliedje (zoals de variaties van Mozart op Altijd is Kortjakje Ziek) of een melodie van een andere componist. Dat thema wordt eerst zonder opsmuk gepresenteerd. Daarna herhaalt de componist dit melodietje, elke keer op de een of andere manier gevarieerd.

De componist kan het thema op een ontelbaar aantal manieren variëren. Enkele mogelijkheden:

• een melodische variatie: het versieren van de melodie zodat deze verborgen zit tussen trillers, versieringen en snelle loopjes;

• een harmonische variatie: een verandering van akkoorden;

• een ritmische variatie;

• een metrische variatie: bijvoorbeeld een 3/4-maat in plaats van een 4/4-maat;

• een tonale variatie: verandering van toonsoort, bijvoorbeeld nu in de parallelle majeurof mineurtoonsoort;

• een polyfone variatie: het verwerken van de melodie door imitatie of als een canon.

Soms wordt een coda toegevoegd om het geheel af te sluiten, of de laatste variatie fungeert als coda.

In de zeventiende eeuw was een ander type variatievorm bijzonder populair. In Engeland noemde men het de ‘ground’, in Frankrijk de ‘chaconne’ en in Italië de ‘passacaglia’. Ze komen sterk overeen. Als basis (thema) van zo’n compositie wordt een ostinate bas genomen. Die baspartij wordt voortdurend herhaald, terwijl de melodieën en harmonieën erboven hun eigen weg gaan. Soms overlappen die melodieën de baspartij ook en zijn ze bijvoorbeeld langer of korter dan de baslijn, zodat je de baspartij nauwelijks meer als ostinaat ervaart.

Opdrachten Opdrachten

W.A. MOZART

Mozart schreef twaalf variaties op het thema van Ah! Vous Dirai-je, Maman, bij ons bekend als Altijd is Kortjakje Ziek. Het notenbeeld van het thema staat op de volgende pagina.

In Ah! Vous Dirai-je, Maman gebruikt Mozart eigenlijk alle variatietechnieken. Je hoort het thema, gevolgd door enkele variaties. Kruis in de tabel aan wat in elke variatie gevarieerd wordt. (Kruis telkens maar één vakje aan: dat wat het meest opvalt.)

TYPE VARIATIE

melodisch harmonisch ritmisch metrisch tonaal polyfoon (maatsoort) (toonsoort)

THEMA

Variatie 1

Variatie 2

Variatie 5

Variatie

Variatie

Variatie

269
    
    
     
8      
9      
12      
AH! VOUS DIRAI-JE, MAMAN
1A >

Variatie 12 (het laatste fragment) is een coda. Wat zorgt ervoor dat het echt als een coda klinkt?

De ‘ground bass’ (ostinate bas) was erg populair bij de Engelse componist Henry Purcell. Je hoort een voorbeeld uit zijn opera Dido and Aeneas. Dido, koningin van Carthago, wordt verliefd op Aeneas, die met zijn boot naar haar stranden is gedreven door een brute storm. Maar Aeneas wordt er door tovenarij toe gebracht haar te verlaten. Dido’s hart is gebroken en zij zingt de klaagzang Dido’s Lament als zij stervende is.

In het notenbeeld hieronder zie je de ostinate bas. Dido zet (al) in op de laatste noot van de ostinate baslijn.

Ostinate bas 3 2

De ostinate bas van Dido’s Lament is deels een chromatisch dalende baslijn. Schrijf de notennamen van de chromatische lijn op.

270 KENNEN VORM { { { 1 9 17 2 4 2 4 & Thema ? & Ÿ ? & Ÿ ? œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ ™ œ ˙ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ ˙ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ ™ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ ™ œ œ ˙ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ ˙ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ ˙
1B 2A
&
˙ ˙ ˙ w ˙ ˙ ˙ ˙ w
WhenI ? bb Dido

Hieronder staat de tekst van Dido’s Lament. Zet tussen de woorden telkens een streep waar de baslijn opnieuw begint (twee streepjes zijn gegeven). Let op: dat zal niet altijd op een logische plek zijn.

When I | am laid, am laid in earth

May my wrongs create no trouble, no trouble in thy breast

When I am laid, am laid in earth

May my wrongs create no trouble, no trouble in thy breast

Remember me, remember me, but ah! Forget | my fate

Remember me, but ah! Forget my fate

Remember me, remember me, but ah! Forget my fate

Remember me, but ah! Forget my fate

Hoe vaak hoor je de baslijn nog nadat de zang gestopt is?

Waarom is in dit stuk de dalende baslijn een mooi voorbeeld van tekstuitbeelding?

11.4 STANDARD

EEN STANDARD IS EEN SPIRITUAL, TRADITIONAL, MUSICALLIED OF ANDERE SONG DIE

ZO BEKEND GEWORDEN IS, DAT HIJ BEHOORT TOT HET VASTE REPERTOIRE VAN ELKE (JAZZ)MUZIKANT. DE LIJST WORDT NOG STEEDS AANGEVULD.

Een standard is een compositie, meestal een populair liedje, dat een onderdeel van het vaste jazzrepertoire is geworden. Dat betekent dat elke professionele jazzmuzikant het stuk behoort te kennen. Dat maakt het mogelijk om onvoorbereid met elkaar te spelen.

Veel jazzoptredens zijn gebaseerd op het spelen van standards. Een deel van de overtuigingskracht van zo’n concert is juist het gebruik van de standard: doordat de luisteraars het stuk kennen, zullen ze een goed arrangement of een fantasievolle improvisatie makkelijker en sneller waarderen.

Standards zijn populaire liedjes uit het einde van de negentiende eeuw (zoals When the Saints Go Marching In), liedjes uit bekende musicals en films (zoals I Got Rhythm of Summertime) of melodieën die door jazzmuzikanten zijn gecomponeerd en beroemd zijn geworden (zoals Giant Steps van John Coltrane).

Niet iedere jazzmuzikant kent alle standards. Het echt ‘vaste’ repertoire, oftewel de ‘mainstream standards’, zijn de liedjes van Broadway en Hollywood.

De standards zijn verzameld in het Real Book en het New Real Book. In het Fake Book vind je, behalve standards, ook popsongs met soms een min of meer uitgebreid arrangement. De notatie van standards in deze boeken is altijd hetzelfde: alleen de melodie is genoteerd met daarbij de akkoordsymbolen. Het is altijd gedrukt alsof het handschrift is. Deze vorm van notatie wordt ‘leadsheet’ genoemd.

271 2B 2C 2D
>

Hieronder zie je het leadsheet van My Funny Valentine, van Rodgers en Hart. Je hoort een versie gezongen door Chet Baker.

You'remy C‹ funny - Val C‹(Œ„Š7) en - tine, - sweet C‹7 comic - Val C‹6 en - tine, - you F‹/C makemesmile F‹ withmyheart.

D‹7(b5)G7F‹/A¨ G7

C‹(Œ„Š7) a - ble, - un C‹7 pho - to - graph F7/C - a - ble, - yet F‹/C you'remyfav F‹7 'rite - workofart. A¨‹/C¨A¨‹/FB¨7 Is B¨/A¨ your 9

Your C‹ looksarelaugh

E¨/G ure - less B¨7 thanGreek; E¨/G is B¨7 yourmouth E¨6/G alit B¨7 -tle weak, E¨/G when B¨7 youo E¨Œ„Š7/G pen - it G7 tospeak, C‹ areyousmart? A¨Œ„Š7A¨6A¨7 But G7 17 don't

fig

C‹ changeahair C‹(Œ„Š7) forme,not C‹7 ifyoucare F7/C forme,stay, F‹7/C little25 Val D7(b5)/A¨ en G7 - tine, - stay! C‹E¨7 Each A¨

De voornaamste vormen in jazz zijn variatievormen: variaties waarin de harmonie (de akkoorden) hetzelfde blijft. De meest voorkomende vorm is die waarin een melodie (het thema) wordt gespeeld, waarna er zonder onderbreking een serie improvisaties volgt –allemaal op hetzelfde akkoordenschema als de melodie – met als afsluiting weer de melodie. Zowel de melodie als elke variatie wordt chorus genoemd. De uitvoering van een stuk kan voorafgegaan worden door een intro en afgesloten worden met een ‘tag’ of coda.

De liedjes uit het mainstream repertoire hebben meestal twee gedeeltes: een langzaam begin (het verse of couplet) en een chorus. In vocale (gezongen) jazz wordt het verse veel gebruikt, maar bij instrumentale uitvoeringen wordt meestal alleen het chorus gespeeld.

Zo’n chorus is meestal 16 of 32 maten lang en heeft zinnen van 4 of 8 maten in een vorm als a-a-b-a, a-b-a-c of a-a-b-c. De vorm a-a-b-a komt het meest voor. In deze vorm wordt de b de bridge of ‘middle eight’ genoemd. Het b-gedeelte contrasteert met het a-gedeelte, niet alleen qua melodie en akkoorden, maar soms ook qua toonsoort.

Het chorus van My Funny Valentine (zie het notenbeeld hierboven) heeft als vorm a-a-b-a en een bridge in een andere toonsoort:

a a´ b a´´ regel 1 regel 2 regel 3 regel 4-5 c mineur Es majeur c mineur

272 KENNEN VORM
4 4 & b b b & b b b & b b b & b b b & b b b ˙ ˙ œ œ œ ™ œ j ˙ ˙ œ œ œ ™ œ j ˙ ˙ œ œ ˙ œ œ ww ˙ œ œ œ ™ œ j ˙ ˙ œ œ œ ™ œ j ˙ ˙ œ œ œ œ J œ ™ j ˙ œ œ œ‰ œ j œ œ ˙ œ œ œ ‰ œ j œ œ ˙ œ œ œ ‰ œ j œ œ ˙ œ œ w œ Œ ˙ ˙ œ œ œ ™ œ j ˙ ˙ œ œ œ ™ œ j ˙ ˙ œ œ œ œ J ˙ ww ˙ œ œ œ ™ œ j ˙ w œ Œ
MY
day A¨Œ„Š7/G isVal F‹7 en - tine's B¨7 - day. E¨ 30
R. RODGERS & L. HART
FUNNY VALENTINE

De meeste songs van Gershwin zijn standards geworden, zo ook Let’s Call the Whole Thing Off

Deze versie wordt gezongen door Ella Fitzgerald en Louis Armstrong.

• Hoe noem je het gedeelte dat Ella Fitzgerald zingt?

• En het gedeelte dat Louis Armstrong zingt?

Van het gedeelte dat Louis Armstrong zingt, staat hieronder de tekst.

You say either and I say either, you say neither and I say neither Either, either, neither, neither, let’s call the whole thing off

Yes, you like potato and I like potahto, you like tomato and I like tomahto Potato, potahto, tomato, tomahto, let’s call the whole thing off

But oh, if we call the whole thing off, then we must part And oh, if we ever part, then that might break my heart

So if you like pyjamas and I like pyjahmas, I’ll wear pyjamas and give up pyjahmas For we know we need each other so, we better call the calling off off: let’s call the whole thing off.

Geef met vier letters en één accent de vorm van het lied aan. Vul ze in op de lijntjes die voor de tekst staan.

Je hoort een tweede versie van Let’s Call the Whole Thing Off. Deze keer gezongen door Billie Holiday.

Wat is het belangrijkste verschil tussen de versie van Ella Fitzgerald en Louis Armstrong enerzijds en Billie Holiday anderszijds als je let op de grote vorm?

De uitvoering van Billie Holiday wordt voorafgegaan door een intro. Op welke vormletter van het vormschema (zie vraag B) is dat intro gebaseerd? Let vooral op de gebruikte akkoorden.

Na het gezongen chorus volgt een improvisatie.

• Welk instrument improviseert?

• Over welke letter(s) uit het vormschema?

Autumn Leaves is een van oorsprong Frans lied (Les Feuilles Mortes), in 1945 gecomponeerd door Joseph Kosma en Jacques Prévert. De Amerikaanse songwriter Johnny Mercer schreef er een Engelse tekst op. Je hoort een instrumentale uitvoering van saxofonist Stan Getz.

273 STAN GETZ AUTUMN LEAVES G. GERSHWIN LET’S CALL THE WHOLE THING OFF Opdrachten Opdrachten 9 17 25 4 4 & b b b & b b b & b b b & b b b œ œ œ w œ œ œ œ w œ œ œ œ w œ œ œn w Œ œ œ œ w œ œ œ œ w œ œ œ œ w œ œ œ œ w œ Œ œn œ œ œ ˙ œ œ œ œ w œ œ œ œ w œ œ œ œ w œ Œ œ œ œ œ ˙ ™ œ w ˙ ™ œ ˙ ™ œ ˙ œ œ w
1A
1B
1C 1D 1E >
G. GERSHWIN LET’S CALL THE WHOLE THING OFF

2A 2B

Bepaal voorafgaand aan het luisteren met vier letters het vormschema van het chorus van Autumn Leaves. Elke regel uit het notenbeeld krijgt een letter. Gebruik ook accenten indien nodig.

Vormschema: – – –

Als je goed kijkt en luistert naar de melodie van het chorus, zie en hoor je dat zowel de A als de B belangrijke steunpunten in de melodie hebben. Dat zijn de lange noten.

• De steunpunten in de melodie van de A zijn:

• De steunpunten in de melodie van de B zijn:

• Welk verschil valt op aan het verloop van de steunpunten van A en B?

• Wat is de technische term voor de verwerking van het motief in regel 1?

In de uitvoering van Stan Getz hoor je hoe een muzikant het thema geheel op zijn eigen wijze speelt. Je kunt de hoofdlijn van de noten volgen, maar je hoort en ziet ook dat de solist een heel eigen timing en frasering toepast.

 De steunpunten zijn niet behouden. 2C

Na het thema volgt een improvisatie. Welke uitspraak over de steunpunten in de melodie is juist?

 De steunpunten van A en B zijn behouden.

 De steunpunten van A zijn behouden, van B niet.

 De steunpunten van B zijn behouden, van A niet.

11.5

POPSONG

EEN POPSONG IS ELK NUMMER UIT DE MAINSTREAM POPMUZIEKCULTUUR. DE VORM IS GEBASEERD OP DE AFWISSELING VAN COUPLET EN REFREIN, MET IN VEEL GEVALLEN EEN PRE-CHORUS EN/OF EEN BRIDGE.

Eigenlijk is er niet zoiets als dé popsong. Er gelden zeker geen algemene regels voor wat de structuur van een popsong zou moeten zijn. We kunnen wel beschrijven welke structuur vaak voorkomt.

De meeste popsongs zijn gebaseerd op de afwisseling couplet – refrein. Het couplet (of verse) heeft een melodie die (gevarieerd) herhaald wordt en waarvan de tekst telkens wisselt. De akkoorden (begeleiding) blijven hetzelfde. Het refrein (of chorus) is het gedeelte van de song dat telkens onveranderd terugkomt. Het refrein van een liedje is het gedeelte dat meestal het eerst blijft hangen en waaraan de titel van de song ontleend wordt.

Nummers met een couplet-refreinstructuur hebben soms ook nog een C-gedeelte: de bridge. De bridge is een overgang – later in het nummer – naar het refrein. Het wijkt af van het couplet en het refrein, zowel qua melodie en tekst als qua akkoorden. Vaak zit in de bridge de clou van het verhaal. De vorm kan er als volgt uitzien:

couplet couplet refrein couplet bridge refrein

Veel popsongs hebben een pre-chorus. Het pre-chorus is een gedeelte tussen het couplet en refrein. Het leidt je naar het refrein (door bijvoorbeeld te moduleren), maar het hoort qua karakter bij het couplet, ook al omdat de tekst – net als bij een couplet – soms verandert.

Daarom wordt het ook wel het b-gedeelte van het couplet genoemd.

274 KENNEN VORM

In veel popnummers zit een instrumentale solo. Dit is een improvisatie op het akkoordenschema van het couplet of refrein (maar meestal van het couplet). Vaak komt zo’n solo in plaats van (en op de plaats van) de bridge. De vorm van zo’n nummer zou kunnen zijn:

solo refrein refrein

Sommige liedjes hebben alleen coupletten. Dat zijn liedjes waarin een verhaal verteld wordt. Je vindt ze bijvoorbeeld in folkmuziek. De melodie is meestal eenvoudig zodat je het verhaal goed kunt volgen. Zo’n couplet eindigt meestal met een hook, een herkenbaar, ‘catchy’ melodietje op een paar eenvoudige akkoorden. En soms is er als afwisseling een bridge.

Een ballad is een rustig nummer in de pop en jazz. Vaak heeft een (pop)ballad een wat melancholische tekst. De vorm komt meestal overeen met andere pop- of jazzsongs.

Soms eindigt het nummer met een coda en begint het met een intro

Opdrachten Opdrachten

THE BEATLES I

Dit fragment uit I Feel Fine van The Beatles bestaat uit verschillende vormonderdelen, maar dat kun je aan de tekst (nog) niet zien.

Baby’s good to me you know

She’s happy as can be you know

She said so

I’m in love with her and I feel fine

Baby says she’s mine you know

She tells me all the time you know

She said so

I’m in love with her and I feel fine

I’m so glad that she’s my little girl

She’s so glad she’s telling all the world

That her baby buys her things you know

He buys her diamond rings you know

She said so

She’s in love with me and I feel fine

Solo

Deel de tekst in onderdelen in door haken voor de regels te zetten.

• Zet de naam van de verschillende onderdelen voor elke eerste tekstregel. Kies uit: couplet en bridge.

• Het fragment eindigt met een solo. Ook bij de solo schrijf je of die gebaseerd is op het couplet of de bridge. Probeer te horen welk akkoordenschema daar gebruikt wordt.

Onderstreep de regels waar meerstemmig wordt gezongen.

275
1B
couplet 1 couplet 2 refrein couplet 3 refrein FEEL FINE
1C
>
1A

Je hoort een tamelijk lang fragment van Rolling in the Deep van Adele.

1 There’s a fire starting in my heart

Reaching a fever pitch, it’s bringing me out the dark

Finally I can see you crystal clear

Go ‘head and sell me out and I’ll lay your ship bare

2 See how I leave with every piece of you

Don’t underestimate the things that I will do

There’s a fire starting in my heart

Reaching a fever pitch and it’s bringing me out the dark

3 The scars of your love remind me of us

They keep me thinking that we almost had it all

The scars of your love, they leave me breathless

I can’t help feeling

4 We could have had it all

Rolling in the deep

You had my heart inside of your hand

And you played it, to the beat

5 Baby, I have no story to be told

But I’ve heard one on you and I’m gonna make your head burn

Think of me in the depths of your despair

Make a home down there as mine sure won’t be shared

6 The scars of your love remind me of us

They keep me thinking that we almost had it all

The scars of your love, they leave me breathless

I can’t help feeling

7 We could have had it all

Rolling in the deep

You had my heart inside of your hand

And you played it, to the beat

Schrijf in het overzicht hieronder eerst de naam van elk vormonderdeel.

Wat is – behalve de tekst – het verschil tussen onderdeel 1 en onderdeel 2?

In onderdeel 4 hoor je ‘backing vocals’ die tweestemmig zingen. Hieronder staat de onderste stem.

You'regonna - wish you never - hadmet me tearsaregon na - fall rolling - in thedeep

276 KENNEN VORM
2 3 4 5 6 7
1
VORMONDERDEEL VORMLETTER
2A
ROLLING
2B 1 2 3 ™ 4 4 4 & bbb
ADELE
IN THE DEEP
œ œ œ œ œ Ó œ œ œ œ œ Ó œ œ œ œ œ Ó œ œ œ œ œ Ó

De melodie van de achtergrondzang is gebaseerd op een motief van twee tonen: G en As.

• In welke maat moet de As hersteld zijn naar een A?

 maat 1

 maat 2

 maat 3

 maat 4

• In onderdeel 6 hoor je de backing vocals ook, maar nu eenstemmig.

Welke van de twee achtergrondstemmen uit onderdeel 4 hoor je?

 de onderstem

 de bovenstem

Noteer nu in de tabel bij vraag C bij elk onderdeel een vormletter. Gebruik ook accenten waar nodig.

Dit gedeelte van Fallin’ valt uiteen in twee gedeeltes.

In het eerste gedeelte wordt gezongen op het woord ‘fallin’ ‘. Wat is de melodische relatie tussen de stemmen?

In het tweede gedeelte zingt het achtergrondkoor. Alicia Keys zingt daar doorheen. Wat is de technische term voor wat zij zingt?

Welk vormonderdeel uit de ballad is dat tweede gedeelte? Leg uit waaraan je dat hoort.

277 2C 2D 3A 3B 3C
FALLIN’

INLEIDING

TEMPO (IT. VOOR ‘TIJD’) IS DE SNELHEID WAARMEE EEN MUZIEKSTUK WORDT UITGEVOERD.

Ritme en tempo bepalen voor een belangrijk deel het temperament van de muziek. Ze hebben een grote invloed op het karakter van een compositie.

Tempo is de term die gebruikt wordt voor alles wat met snelheid te maken heeft, van heel langzaam tot heel snel. In geschreven muziek zie je tempoaanduidingen boven de eerste maat van een compositie staan.

Tempo en ritme worden nogal eens door elkaar gehaald. Je hoort dan zeggen: ‘wat een snelle noten!’, terwijl er eigenlijk bedoeld wordt dat er veel korte noten zijn (zestienden bijvoorbeeld).

Bij het tempo let je op de tel (de beat) en hoe snel die gaat. Ongeacht of er lange of korte noten worden gespeeld.

Componisten zijn lange tijd zelf betrokken geweest bij de uitvoering van hun muziek. Daardoor konden ze (bijvoorbeeld als dirigent) ook het tempo bepalen. In de twintigste eeuw is dat veranderd. Componisten dirigeren hun eigen werk niet meer en ze horen hoe het uitgevoerd wordt door andere mensen. Ze hebben dus geen greep meer op de uitvoering.

Vandaar dat componisten vanaf een zeker moment niet alleen een vrij vage aanduiding als ‘snel’ of ‘niet te langzaam’ boven de compositie zetten, maar ook een metronoomcijfer.

Een metronoom is een apparaatje dat heel precies het aantal tellen per minuut tikt.

Vroeger ging dit met een gewichtje, nu zijn de meeste metronomen elektronisch en er zijn ook metronoomapps voor je telefoon. De aanduiding is als volgt: de noot die de teleenheid is (bijvoorbeeld de kwart) met daarachter een cijfer. Dat cijfer is het aantal tellen per minuut.

Bijvoorbeeld: q = 60 h = 40 of

Ook in oudere muziek zie je soms een metronoomcijfer staan. Dit is dan door de uitgever van de muziek toegevoegd en niet noodzakelijkerwijs juist. Over wat het precieze tempo van een bepaalde compositie moet zijn, kan dus veel discussie zijn.

In de meeste popmuziek is het tempo duidelijk: je spreekt van bpm, ofwel ‘beats (tellen) per minute’.

Opdrachten Opdrachten

In klassieke muziek kan het tempo van een muziekstuk per uitvoerende variëren. Over wat het juiste tempo is voor een bepaald stuk, zijn de meningen verdeeld. Het hangt af van de smaak van de uitvoerende en van de tijd waarin de opname is gemaakt. Je hoort van een aantal composities fragmenten van twee verschillende uitvoeringen. Kruis in de tabel telkens aan welke uitvoering sneller is.

UITVOERENDE

J.S. BACH GOLDBERGVARIATIONEN 1A 1B 1C 1D

J.S. BACH

CELLOSUITE NO. 2

W.A. MOZART

SYMFONIE NO. 41

F. CHOPIN

MINUTENWALS

UITVOERENDE

 Ivo Janssen  Glenn Gould

 Jacqueline du Pré  Yo-Yo Ma

 o.l.v. Richard Edlinger  o.l.v. Herbert von Karajan

 Martijn van den Hoek  Hélène Gal

278 KENNEN TEMPO tempo 12 12 12.1

THE POLICE

EVERY BREATH YOU TAKE

THE PINK TURTLE

EVERY BREATH YOU TAKE

STEVIE WONDER PASTIME PARADISE COOLIO

GANGSTA’S PARADISE

PRINCE

SIGN O’ THE TIMES

MONTEZUMA’S REVENGE

SIGN O’ THE TIMES

2A 2B 2C

Een nieuwe versie van een bestaande popsong wordt een ‘cover’ genoemd. In een cover kunnen allerlei muzikale aspecten veranderen, zelfs zoveel dat de stijl kan zijn veranderd. Vergelijk telkens het origineel met de cover. Is het tempo van de cover ongeveer gelijk, sneller of langzamer?

Het tempo van de cover van The Pink Turtle is:  ongeveer gelijk  sneller  langzamer.

Het tempo van Gangsta’s Paradise van Coolio is:  ongeveer gelijk  sneller  langzamer.

Het tempo van de cover van Montezuma’s Revenge is:  ongeveer gelijk  sneller  langzamer.

12.2

TEMPOAANDUIDINGEN

HET TEMPO IN KLASSIEKE MUZIEK WORDT AANGEGEVEN MET EEN ITALIAANSE TERM EN/OF EEN METRONOOMCIJFER. IN POPMUZIEK WORDT BPM (BEATS PER MINUTE, IN HET NEDERLANDS: TELLEN PER MINUUT) GEBRUIKT.

In klassieke muziek worden Italiaanse termen gebruikt om het tempo aan te geven. Het is belangrijk om te beseffen dat die termen een tempo slechts globaal kunnen aangeven, het is bijvoorbeeld langzaam of rustig. Hoe langzaam of hoe rustig dat precies is, is een kwestie van smaak en stijlgevoel. Dat is anders als de componist zelf er een metronoomcijfer bij heeft gezet.

De belangrijkste tempo-aanduidingen zijn de volgende.

• Lento: langzaam.

• Largo: breed, ruim. Wordt gebruikt om een langzaam tempo aan te geven.

• Adagio: Op je gemak, langzaam (niet zo langzaam als largo, maar langzamer dan andante). Een langzaam deel in bijvoorbeeld een symfonie wordt soms aangeduid met adagio.

• Andante: gaande (van het Italiaanse werkwoord ‘andare’ dat gaan, lopen, wandelen betekent). Wordt gebruikt om een rustig tempo aan te geven.

• Moderato: gematigd, tussen langzaam en snel in.

• Allegro: vrolijk, opgewekt, wordt gebruikt om een vlug tempo aan te geven.

• Presto: snel.

Het woord ‘molto’ wordt gebruikt voor: erg, zoals in erg snel of erg langzaam. ‘Poco’ wordt gebruikt voor: een beetje.

Net als bij dynamiek, wordt de toevoeging ‘-issimo’ gebruikt voor de overtreffende trap. Prestissimo bijvoorbeeld betekent: erg snel.

In veel popmuziek wordt bpm (beats per minute) gebruikt om het tempo aan te geven.

Dit is heel precies: net als een metronoom geeft het exact het aantal tellen per minuut aan.

Een andere gebruikelijke manier om in pop en jazz globaal het tempo aan te geven is met de termen slow, medium en uptempo

279
>

Opdrachten Opdrachten

W.A. MOZART

PIANOCONCERT NO. 23

J.S. BACH

O HAUPT VOLL BLUT

UND WUNDEN

G. MAHLER

SYMFONIE NO. 5

P.I. TSJAIKOVSKI

MARS

E. GRIEG

MELANCHOLIE

M. RAVEL

CHANSON FRANÇAISE

A. DVORAK

SLAVISCHE DANS

1A

1B

GOD BLESS THE CHILD

I GOTTA RIGHT TO SING THE BLUES

THEY CAN’T TAKE THAT AWAY FROM ME

I HEAR MUSIC

Luister naar de volgende fragmenten en kies bij elk fragment de juiste Italiaanse tempoaanduiding.

 adagio  moderato  allegro

 adagio  moderato  allegro

 adagio  moderato  allegro

 adagio  moderato  allegro

 adagio  moderato  allegro

 adagio  moderato  allegro

 adagio  moderato  allegro

Je hoort fragmenten van een aantal jazzsongs, uitgevoerd door Billie Holiday. Kies bij elke song het woord dat het tempo het best beschrijft.

 slow  medium  uptempo

 slow  medium  uptempo

 slow  medium  uptempo

 slow  medium  uptempo

12.3

TEMPOWIJZIGINGEN

HET TEMPO KAN TIJDENS EEN COMPOSITIE VERANDEREN: VERTRAGEN OF VERSNELLEN. EEN TEMPOWIJZIGING WORDT IN KLASSIEKE MUZIEK MET EEN ITALIAANSE TERM AANGEGEVEN.

Het tempo kan tijdens een compositie veranderen. Denk maar aan een dans die steeds opzwepender wordt of een zwaan die langzaam sterft. Een tempowijziging kan ineens plaatsvinden, maar ook geleidelijk. Net als de tempi worden ook tempowijzigingen met Italiaanse termen aangegeven. De belangrijkste zijn:

• accelerando: geleidelijk sneller worden, afkorting: acc.

• ritenuto: geleidelijk langzamer worden, afkorting: rit.

Om na een tempowijziging terug te keren naar het oude tempo, geeft de componist a tempo aan.

Componisten kunnen een tempowijziging met een metronoomaanduiding aangeven. Bijvoorbeeld door met een metronoomcijfer het nieuwe tempo aan te geven. Af en toe –bijvoorbeeld bij een maatwisseling – koppelt de componist het oude tempo aan het nieuwe. Je ziet dan bijvoorbeeld het volgende: Wat in het oude tempo de halve noot was, wordt in het nieuwe tempo de kwartnoot. Het nieuwe tempo is dus twee keer zo langzaam.

In de romantiek komt het vaak voor dat het tempo niet zo strak wordt uitgevoerd. Er wordt een beetje versneld of vertraagd, al naar gelang de interpretatie (de opvatting over hoe een stuk uitgevoerd moet worden) van de uitvoerende. Zo’n vrije manier van met het tempo omgaan, noem je rubato

280 KENNEN TEMPO
h = q VWO

Opdrachten Opdrachten

E. GRIEG

In het begin van In de Hal van de Bergkoning is de tempowijziging nauwelijks merkbaar, maar later kun je er niet meer om heen. Luister naar het hele fragment!

Welke Italiaanse term voor de wijziging van het tempo is hier van toepassing?

De gamelancompositie Gambir Sawit heeft een opbouw in instrumentatie: er komen steeds meer instrumenten bij. Op een gegeven moment zet een fluit in.

Van welke tempowijziging is sprake voor die inzet van de fluit?

Is er na de inzet van de fluit sprake van een ‘a tempo’? Verklaar je antwoord.  Ja, omdat

 Nee, omdat

Scheherazade vertelt het verhaal van het meisje dat gedurende 1001 nachten verhalen vertelde aan de sultan. Elke nacht was er een cliffhanger zodat hij haar weer een dag liet leven. Scheherazade van de Russische componist Rimsky-Korsakov begint als volgt:

De letters G.P. in de bovenste regel betekenen ‘generale pauze’: een rust voor het hele orkest. Er staan nogal wat tempoaanduidingen in de partituur.

Kijk naar de tempowijziging in maat 14. Wat betekent die? Het tempo wordt:  twee keer zo langzaam.  twee keer zo snel.

Kijk naar de tempowijziging in maat 18. Wat betekent die aanduiding voor het tempo als je het vergelijkt met het tempo aan het begin? Het tempo vanaf maat 18 is:

 hetzelfde als het aanvangstempo.

 sneller dan het aanvangstempo.

 langzamer dan het aanvangstempo.

• Welk instrument speelt de solo vanaf maat 14?

• En welk instrument speelt de arpeggio’s vanaf maat 14?

281
1A 2A
RIMSKY-KORSAKOV SCHEHERAZADE 2B 1B 1C ANONIEM GAMBIR SAWIT (TRADITIONAL)
h = 48 1 12 Lento q = h 16 Allegro h. = 56 2 2 4 4 6 4 & # 3 Ÿ ∑ G.P. ∑ G.P. & # ∏ ∏ ∏ ∏ ∏ ∏ ∏ ∏ ∏ ∏ ∏ ∏ ∏ ∏ ∏ 3 3 3 3 3 3 3 3 3 3 & # ∏ ∏ ∏ ∏ ∏ ∏ ∏ Cadenza 3 #### 3 3 3 3 33 3 3 3 ˙ ˙ ˙ œ œ œ ˙ ™ œ ™ œ ˙# ˙ w w w w U w w w w U w w w w w U w w w w w U # # # œ œ œ œ œ œ œj w w w w w w w w w w w w w w U Ó ˙ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ Œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œœ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ ˙ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ J ˙ ŒÓ > 2C
N.
Largo

G. MAHLER

DAS TRINKLIED

VON JAMMER DER ERDE

In dit fragment uit Das Trinklied von Jammer der Erde hoor je een man het volgende zingen:

F. CHOPIN PRÉLUDE NO. 1

Boven de eerste regel staat: rit. Wat betekent dat? Noem de volledige naam en de betekenis.

Geef met een pijl in de noten aan waar het tempo in één keer verandert.

In de partituur van deze prelude van Chopin is geen tempowijziging aangegeven. Toch wordt er voortdurend versneld en vertraagd.

Wat is de technische term voor deze vrijheid in de uitvoering van het tempo?

282 KENNEN TEMPO
3A 3B 1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11 12 13 14 3 4 & Dun rit. kel - istdasLeben, - istder & Tod. ˙ ˙ ˙ ™ ˙ ˙ ™ ˙ ‰ œ j ˙ ™ œ ™ œ œ œ œ ™ œ œ œ ˙ ™ œ j‰ŒŒ
4
VWO

dynamiek

13.1

INLEIDING

DYNAMIEK IS DE KLANKSTERKTE VAN MUZIEK. DE DYNAMIEK WORDT AANGEGEVEN MET DYNAMIEKTEKENS.

Het woord dynamiek heeft meerdere betekenissen. In muziek wordt het woord dynamiek gebruikt in de betekenis van ‘klanksterkte’.

Natuurkundig gezien is klanksterkte een objectief gegeven. Je kunt het meten: het hangt af van de omvang van de trillingen. Het volume van je telefoon kun je regelen met een volumeknop, en de geluidssterkte is in decibels meetbaar. Dynamiek wordt gedefinieerd als het verschil tussen de zachtste en hardste passage van de muziek, terwijl het begrip ‘volume’ de natuurkundige geluidssterkte beschrijft.

In muziek worden voor de dynamiek Italiaanse termen gebruikt, net als voor het tempo. Die geven globaal aan hoe hard of hoe zacht het moet klinken. Hoe zacht of hoe hard dat precies is (in decibels), is weer een kwestie van smaak en stijlgevoel en bovendien wisselend per instrument (hard op een trompet klinkt anders dan hard op een blokfluit). In geschreven muziek zie je de dynamiektekens meestal in afkorting onder de balk staan.

Dynamiek is belangrijk voor het karakter van een compositie: een zacht gespeelde melodie heeft een heel ander effect dan een hard gespeelde melodie. Ook voor de spanningsopbouw en -afbouw is dynamiek een belangrijk middel. Zo geeft een toenemende dynamiek (het wordt luider) een verhoogde spanning. Dynamiek kan ook voor contrasten zorgen, bijvoorbeeld plotseling luid na een zachte passage.

Opdrachten Opdrachten

A. DVO Ř ÁK SYMFONIE

‘UIT DE NIEUWE WERELD’

Een van de bekendste werken van de Tsjechische componist Antonín Dvoř ák is Symfonie nr. 9, bijgenaamd Uit de Nieuwe Wereld

Je hoort uit elk deel van die symfonie een fragment. Let op de dynamiek. Neemt de dynamiek over het geheel genomen toe, af, of blijft het gelijk?

• Deel 1: dynamiek  blijft gelijk.  neemt toe.  neemt af.

• Deel 2: dynamiek  blijft gelijk.  neemt toe.  neemt af.

• Deel 3: dynamiek  blijft gelijk.  neemt toe.  neemt af.

• Deel 4: dynamiek  blijft gelijk.  neemt toe.  neemt af.

Je hoort fragmenten uit verschillende composities. In elk van die fragmenten is dynamiek als middel gebruikt. Is dat voor spanningsopbouw, spanningsafbouw of voor contrast? Zet een kruisje op de juiste plaats.

SPANNINGSOPBOUW

C. SAINT-SAËNS

DANSE MACABRE

G. BIZET

CARMEN SUITE

P. VIARDOT

HAVANAISE

F. LISZT

CHASSE-NEIGE

S. PROKOFIEV

ROMEO & JULIET

283
               1A 1B 13 13
SPANNINGSAFBOUW CONTRAST

DYNAMIEKTEKENS

DYNAMIEKTEKENS ZIJN ITALIAANSE TERMEN, AFKORTINGEN EN TEKENS

DIE DE KLANKSTERKTE AANGEVEN.

De dynamiek wordt in bladmuziek met dynamiektekens aangegeven. Dit zijn Italiaanse woorden, afkortingen of tekentjes voor de geluidssterkte.

De toevoeging ‘-issimo’ heeft bij dynamiekaanduidingen – net als bij tempoaanduidingen –een versterkend effect.

Van zeer zacht naar zeer hard worden de volgende aanduidingen gebruikt:

pp pianissimo zeer zacht; p piano zacht;

mp mezzopiano matig zacht (mezzo is Italiaans voor ‘half’, spreek uit als: metzo);

mf mezzoforte matig luid; f forte luid;

ff fortissimo zeer luid;

sf sforzando versterkt die ene noot waar het teken bij staat (spreek uit als: sfortzando).

Ook dynamiekwijzigingen worden met Italiaanse termen aangegeven. Je vindt ze – meestal cursief gedrukt en afgekort – onder de noten:

cresc. crescendo geleidelijk sterker worden; decresc. decrescendo geleidelijk zachter worden. Hiervoor wordt ook het woord ‘diminuendo’ (afkorting ‘dim.’) gebruikt.

Crescendo en decrescendo kunnen ook getekend worden. De tekens zien er als volgt uit:

betekent crescendo;

betekent decrescendo.

In popmuziek eindigt een opname van een nummer vaak met een fade-out: het wordt langzaam zachter tot je niets meer hoort.

Opdrachten Opdrachten

W.A. MOZART RONDO, UIT:

VIOOLCONCERT IN D

In dit fragment hoor je drie keer het thema: twee keer door de viool, één keer door het orkest.

Welk dynamiekteken past bij elk thema? Geef telkens de juiste afkorting met daarachter de volledige naam. Kies uit: p, mf en f.

Thema 1e keer:

Thema 2e keer:

Thema 3e keer:

Luister nog een keer naar drie fragmenten uit de vorige paragraaf. Welke term voor het dynamiekverloop past bij het fragment? Gebruik de Italiaanse term (geen afkorting).

284 KENNEN TEMPO
13.2
1
P. VIARDOT HAVANAISE F. LISZT CHASSE-NEIGE C. SAINT-SAËNS DANSE MACABRE 2

In het notenbeeld van de melodie van de Slavische Dans staat een aantal genummerde pijlen.

Schrijf voor elk nummer op welke dynamiekaanduiding daar hoort te staan. Je mag afkortingen gebruiken.

285
3: 5: 2: 4: 6: A. DVO Ř ÁK SLAVISCHE DANS Ä 1 ™ ™ Ä 9 ™ ™ 17 ™ ™ ™ ™ 25 ™ ™ Ä 33 Ä 41 49 Ä 57 65 73 Ä 3 4 & bb 1. & bb 2. & bb & bb & bb 3. 4. & bb “” & bb & bb 5. ◊Ÿ “‘ & bb & bb 6. ˙ ˙ ˙ ˙ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ ˙ ˙ ˙ n˙ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ ˙ Œ ˙ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ ˙ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ ˙ ˙ ˙ ˙ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ ˙ ˙ ˙ n˙ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ ˙ Œ œ œ œn œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ# ˙ œ œ Œ œ ˙ ˙ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ ˙ ˙ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ ˙ œ œ œ œ œ œ œ ˙ œ ˙ œ œ œ œ œ œ œ ˙Œ ˙ œ œ ˙ œ œ œ ˙ œ ˙ œ œ ˙ œ œ œ ˙ œ ˙ œ œ ˙ œ œ œ ˙ œ ˙ œ œ ˙ œ œ œ ˙ œ ˙ ˙ ˙ ˙ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ ˙ ˙ ˙ n˙ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ ˙ Œ œ œ œn œ œ ŒŒ œ œ œ œ ŒŒ œ œ œ ŒŒ œ œ œ ŒŒ 3
1:

OVERIGE DYNAMIEKTERMEN

Het hangt erg van de stijl van de muziek af hoe er met de dynamiek wordt omgegaan.

In sommige muziek is het niet gebruikelijk om sterk te wisselen van dynamiek (zoals in metal).

In andere stijlen is het juist een belangrijk en stijlbepalend kenmerk (zoals in muziek uit de romantiek).

Twee typen dynamiek komen zo vaak voor dat ze een aparte term hebben gekregen.

De term terrassendynamiek wordt gebruikt voor een plotselinge dynamische verandering.

Bijvoorbeeld: een luide passage die ineens gevolgd wordt door een zachte passage.

Het gebruik van terrassendynamiek is kenmerkend voor muziek uit de barok; vaak wordt een luide passage zacht herhaald. Vandaar dat het ook wel echodynamiek wordt genoemd.

De term overgangsdynamiek wordt gebruikt voor een geleidelijke dynamische verandering. Omdat de verandering geleidelijk gaat, worden de termen crescendo en decrescendo gebruikt.

Opdrachten Opdrachten

Welke twee dynamiektekens worden gebruikt voor overgangsdynamiek? Noteer de Italiaanse naam en het teken.

Naam: Teken:

Naam: Teken:

Wat is een andere term voor terrassendynamiek?

Le Quattro Stagioni (De Vier Jaargetijden) is het bekendste werk van de Italiaanse componist Antonio Vivaldi. Het zijn vier vioolconcerten met ieder drie delen. Je hoort van elk concert – uit elk seizoen dus – een fragment.

Welk type dynamiek wordt toegepast?

• Lente:  echodynamiek.  overgangsdynamiek.

• Zomer:  echodynamiek.  overgangsdynamiek.

• Herfst:  echodynamiek.  overgangsdynamiek.

• Winter:  echodynamiek.  overgangsdynamiek.

286 KENNEN TEMPO
13.3
1A
DE VIER JAARGETIJDEN 1B 2
A. VIVALDI

uitvoeringspraktijk

14.1

INLEIDING

UITVOERINGSPRAKTIJK OMVAT ALLES WAT MET DE UITVOERING VAN MUZIEK TE MAKEN HEEFT EN DE MUZIKALE KEUZES DIE VOOR EEN UITVOERING GEMAAKT WORDEN.

Uitvoeringspraktijk is een algemene term voor alle muzikale keuzes die voor een uitvoering gemaakt worden. Het omvat dus heel veel. Om maar wat te noemen: welk tempo gekozen wordt, of de noten kort, gebonden of slepend gespeeld worden, welke instrumenten gebruikt worden, welke herhalingen wel en welke niet gespeeld worden, waar versieringen komen en zelfs hoe instrumenten gestemd zijn. De lijst is eindeloos.

De uitvoeringspraktijk is verbonden met de mode en met wisselende inzichten in een bepaalde periode. De manier waarop wij barokke muziek spelen (uitvoeren), is bijvoorbeeld heel anders dan de manier waarop ze dat een eeuw geleden deden. We zeggen dan dat onze uitvoeringspraktijk anders is.

Er zijn mensen die vinden dat muziek uit een bepaalde periode net zo moet klinken als het in die periode geklonken heeft. Daarom bespelen ze instrumenten die uit die periode komen (of nagemaakt zijn). Dit wordt de ‘authentieke uitvoeringspraktijk’ genoemd. Dit is vooral van toepassing op muziek die ‘oud’ is, dat wil zeggen ouder dan de klassieken (dus middeleeuwen, renaissance en barok). Bij een track staat meestal of het een authentieke uitvoering is of niet. Andere mensen trekken zich hier niet zoveel van aan. Die vinden bijvoorbeeld dat je Bach ook gewoon op een piano kunt spelen en niet per se op een klavecimbel. Voor de luisteraar is het een kwestie van smaak en voorkeur. Daarom zijn er zoveel uitvoeringen van dezelfde compositie: elke uitvoering is anders.

In popmuziek is er niet zo’n soort onderscheid. Daar is sprake van een origineel. Elke versie – van een andere artiest – die daarna komt, is een cover. En covers kunnen van alles zijn, van praktisch hetzelfde tot bijna een nieuwe compositie. Artiesten kunnen van een eigen nummer zelfs een cover maken, bijvoorbeeld als ze unplugged spelen.

Opdrachten Opdrachten

Il Cardellino (De Goudvink) van Antonio Vivaldi is een fluitconcert. Je hoort een ‘authentieke’ opname. Dat wil zeggen dat de fluitpartij niet op een metalen dwarsfluit gespeeld wordt, maar op de voorloper daarvan: de traverso. Het belangrijkste verschil met een moderne dwarsfluit is dat een traverso van hout is.

Deze compositie stamt uit de barok. Tegenwoordig worden instrumenten op een A van 440-442 Hz gestemd. In de tijd van Vivaldi en Bach was dat anders. Daarom klinkt muziek uit de barok voor ons anders dan het er staat. Alleen mensen met een absoluut gehoor hebben daar last van.

De fluit speelt bovenstaande melodie. Vergelijk wat er staat met wat je hoort. Hoe wijkt de stemming af? (Gebruik een keyboard.)

De muziek klinkt:  een hele toon lager.  een halve toon lager.  een hele toon hoger.  een halve toon hoger.

287
14 14 VIVALDI IL CARDELLINO 12 8 & ## Ÿ & ## œ œ œ œ œ J œ ™ œ œ J œ ™ œ œ œ ™ œ œ œ œ J ‰‰ œ J œ ™ œ œ œ œ J œ ™ œ J ‰ œ J œ œ œ œ œ J œ œ J œ œ J œ œ J œ ™ œ œ J œ ™ œ œ œ œ J œ ™ œ ˙ ™ >
1

BILL WITHERS

AIN’T NO SUNSHINE

2A 2B

Je hoort drie keer het begin van de Prélude in c mineur uit Das Wolhtemperierte Klavier deel 1 van Bach. Drie verschillende pianisten met dezelfde noten voor zich, toch drie heel verschillende versies.

Noem van elke uitvoering ten minste één opvallend aspect waardoor die uitvoering afwijkt van de andere.

N.B. Noem niet alleen een term (bijvoorbeeld: tempo) maar beschrijf precies wat er anders is (bijvoorbeeld: het tempo is hoger).

• Mieczyslaw Horszowski:

• Ivo Janssen:

• Glenn Gould:

Zijn dit authentieke uitvoeringen? Verklaar je antwoord.  Ja, omdat

 Nee, omdat

3A 3B 3C

Ain’t No Sunshine is een nummer waarvan heel veel covers zijn gemaakt. Het origineel is van Bill Withers. Je vergelijkt dat origineel met covers van drie verschillende artiesten: Joe Cocker, Horace Andy en Paul McCartney (live unplugged met zang van Hamish Stuart).

De belangrijkste hook van Ain’t No Sunshine is het gedeelte waar I know, I know, I know opvallend lang herhaald wordt (na het tweede couplet). Hoeveel maten wordt die hook in het origineel gezongen?

De covers verschillen soms meer, soms minder van het origineel. Wat is er anders? Vul de tabel in.

Hoeveel maten is de hook?

Bij welke cover(s) is de groove anders?

Bij welke cover(s) is de vorm anders?

Bij welke cover(s) zijn de akkoorden soms anders?

Welk instrument is opvallend anders dan in het origineel?

• Welk van deze drie covers komt het meest overeen met het origineel?

• En welke is het meest opvallend anders?

• Welk van de aandachtspunten uit vraag 3b is dus het belangrijkst voor een echt andere cover?

288 KENNEN UITVOERINGSPRAKTIJK
J.S. BACH PRÉLUDE IN C MINEUR

14.2

ARTICULATIE

ARTICULATIE IS DE MANIER WAAROP EEN MUSICUS DE TOON AANZET OF DE TONEN MET ELKAAR VERBINDT.

Een toon moet aangezet (begonnen) worden. Een blazer doet dat met behulp van een mondstuk of riet, een strijker met de strijkstok of vingers, een drummer met stok of handen, een zanger met lippen, tanden en verhemelte, een gitarist met vingers of plectrum.

Met articulatie wordt de manier waarop de toon wordt aangezet bedoeld. Dat kan puntig, breed, gebonden of geaccentueerd zijn.

In genoteerde muziek worden hiervoor articulatietekens gebruikt. Ze worden boven of onder de noten gezet. Articulatietekens staan meestal bij het bolletje van de noot. De belangrijkste articulatietekens zijn: staccato, legato, portato en het accent.

Staccato is Italiaans voor losgemaakt, gescheiden. De noten worden dus los van elkaar aangezet en kort (puntig) gespeeld.

Legato is het tegenovergestelde van staccato en betekent gebonden. De noten worden niet afzonderlijk aangezet, maar de ene noot houdt op precies waar de volgende begint. Legato wordt aangegeven met een boog over de noten.

Portato betekent gedragen. De noten worden van elkaar gescheiden (en dus aangezet), maar breed gespeeld (in tegenstelling tot staccato). Er zijn twee manieren waarop portato aangegeven kan worden. Met puntjes en een boog of met een streepje.

Een accent boven een noot betekent dat die noot geaccentueerd (benadrukt) gespeeld moet worden. Dat is luider en krachtiger.

289
& of & œ œ œ . œ . œ œ œ œ & of & œ œ œ œ œ œ œ œ & of & œ œ œ œ œ - œœ - œ& of & œ > œ > œ > œ > œ > œ > œ > œ > >

Opdrachten Opdrachten

P.I. TSJAIKOVSKI

Tsjaikovski is heel precies in de aanwijzingen voor de articulatie.

Welk articulatieteken uit bovenstaand overzicht wordt in dit fragment niet gebruikt?

Eén vorm van articulatie kan op verschillende manieren worden opgeschreven. Welke articulatiewijze is dat? Geef de technische term.

Soms wordt in een langere passage uitsluitend gebruik gemaakt van één wijze van articulatie. Zo ook in dit fragment van Nuages van Debussy.

Welke articulatiewijze is dat?

In het begin van de Mars van Prokofiev spelen alle instrumenten staccato, met uitzondering van één instrument dat een legato tegenmelodie speelt.

Welk instrument is dat?

Na het intro hoor je een riff gespeeld door saxofoons en akkoorden gespeeld door trompetten.

Wat is het verschil in articulatie tussen de saxen en de trompetten?

Saxen:  staccato. Trompetten:  staccato.  portato.  portato.  legato.  legato.

In Braul (Roemeense Dans no. 2) van Béla Bartók speelt een viool de melodie die je bovenaan de volgende pagina ziet staan.

Boven enkele noten zie je al een articulatieteken staan. Bij andere noten staan die nog niet.

Vul de articulatietekens aan en gebruik daarbij uitsluitend staccatopuntjes en legatobogen.

De viool speelt de melodie twee keer. De tweede keer is het een octaaf hoger. Is de articulatie de tweede keer gewijzigd?

 Ja.  Nee.

290 KENNEN UITVOERINGSPRAKTIJK
1A 1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11 12 13 14 15 16 12 8 & & mf p & mf p 2 œ œœ > œ œ œœ ˙ œ œ œ #- œ ™ œ œ j œ ™ œ œ j œ ™ Œ‰ œœ# œœ > œ œ œœ ˙ ™ œœœ #- œ œ j œ œ œ j œ œ˙ œ #- œn œœ ˙ ™ œœ #- œœ ˙ ™ œœœ #™ œ œ j œ ™ œ œ j œ œ œ œ œ œ . # œ . œ . œ #- œœœ ˙ ™ œœ #- œœ ˙ ™ œœœ #- ™ œ œ j œ ™ œ œ j œ ™ 1B 2 C. DEBUSSY NUAGES 3 S. PROKOFIEV MARS 4 COUNT BASIE JUMPIN’ AT THE WOODSIDE B. BARTÓK ROEMEENSE DANS NO. 2 5A 5B

HERHALEN

HERHALEN IS HET ONGEWIJZIGD NOG EEN KEER UITVOEREN VAN EEN PASSAGE.

HERHALEN WORDT AANGEGEVEN MET HERHALINGSTEKENS.

Waarom zou je iets twee keer opschrijven als het de tweede keer precies hetzelfde is? Daarom worden in de muziek voor het herhalen herhalingstekens gebruikt. Er zijn veel aanwijzingen die te maken hebben met herhalingen. Sommige zijn eenvoudig, bij andere moet je behoorlijk puzzelen.

De meest eenvoudige is het gewone herhalingsteken. Dat is een dubbele streep met puntjes. Je herhaalt de passage tussen twee herhalingstekens of je gaat terug naar het begin (als er maar één herhalingsteken staat).

herhaal vanaf het begin

Soms is een herhaling hetzelfde, behalve het einde van de passage (bijvoorbeeld de laatste maat of de twee laatste maten). Je moet bij de herhaling aan het einde de tweede keer iets anders spelen dan de eerste keer. Dat wordt als volgt aangegeven:

herhaal tussen de herhalingstekens 1.

De eerste keer speel je wat onder haak 1 staat, de tweede keer sla je die haak 1 over en ga je direct naar haak 2.

291 1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11 12 13 14 15 16 2 4 & ### & ### 5 & ### & ### œ œ œ œ œ œ œ œ œœ≈ ˙ œ œ œ œœ œ œ œ œœ≈ œ ˙ œ œ œ œœ œ œ œ œ œ œ œ œ œœ œ œ œ œ œ œ œ œœ≈ œ ˙
™ ™ ™ 4 4 &
14.3
&
™ ™ 2. 4 4 & œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ ˙ œ œ œ ˙ >

Bij een wat langere compositie wil de componist soms dat je aan het einde van het stuk weer aan het begin begint. Dan staat er aan het eind: ‘Da Capo’ (afkorting: D.C.). (‘Capo’ betekent hoofd.)

Als je Da Capo moet spelen, moet je meestal niet weer helemaal tot het einde spelen. In dat geval staat er Da Capo al Fine (afkorting: D.C. al Fine) aan het einde. Ergens in het stuk staat dan het woord Fine (einde) en daar eindig je.

Als de componist aan het einde van een compositie wil dat je herhaalt, maar niet vanaf het begin maar vanaf een ander punt in de compositie, staat er Dal Segno (afkorting: D.S.). Ergens in het stuk staat dan het teken (‘segno’) § en vanaf dat punt moet je herhalen.

Het meest gecompliceerde geval is als je moet herhalen vanaf een zeker punt (Da Capo of Dal Segno), maar tijdens die herhaling overgaat naar het einde (een coda). Dat kan aangegeven worden met Da Capo al Coda of Dal Segno al Coda. Er staat dan ergens een teken dat aangeeft wanneer je naar het coda moet overgaan. Daar wordt dit teken voor gebruikt:

D.C. al Coda: herhaal vanaf het begin tot het codateken en ga vervolgens naar het coda.

D.S. al Coda: herhaal vanaf het segno tot het codateken en ga vervolgens naar het coda. Waar het coda begint staat simpelweg ‘coda’ of het codateken (zie hierboven).

Opdrachten Opdrachten

De compositie die hieronder staat is kort, maar wel ingewikkeld met betrekking tot de herhalingstekens. Schrijf achter elkaar de maatcijfers op van de maten die je hoort te spelen. De eerste maten zijn gegeven.

292 KENNEN UITVOERINGSPRAKTIJK
Maat 1 – 2 – 3 – 4 –D.C. & œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ ˙ Fine D.C. al Fine & œ œ œ œ œ œ œ œ œ ˙ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ % D.S. & œ œ œ œ œ œ œ œ œ ˙ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ  1 1 2 3 Fine 1. 4 2. 5 6 D.S. al Fine 7 4 4 & % & œ ™ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ ˙ œ ™ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ ˙ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ

OVERIGE TERMEN

Er zijn nog veel meer tekens en termen die voor alle instrumenten (of stemmen) hetzelfde zijn en die veel voorkomen.

De fermate (van ‘fermare’, It. voor stoppen) is een teken dat je aan het einde van een compositie of op een ander belangrijk rustpunt vindt. Het betekent dat je de noot waar dit teken boven staat zo lang mag aanhouden als jij (of de dirigent) passend vindt. Aan het einde van een deel uit een soloconcert zie je geregeld het volgende staan:

De solist (in dit geval een fluitist) speelt een solo waarvan de noten niet genoteerd staan; hij wordt geïmproviseerd. Zo’n solo noem je een cadens. Bij de andere instrumenten zie je boven de rust een fermate staan want de solo duurt zo lang als de solist wil. Als de solo is afgelopen zet iedereen (tutti) weer in.

De afkorting G.P. (generale pauze) wordt boven een maat gezet om aan te geven dat iedereen een maat rust heeft.

Er zijn oneindig veel manieren om versieringen aan te duiden. Vooral in de barok was het versieren van de noten een stijlkenmerk. De belangrijkste en meest voorkomende versieringen zijn de triller en de voorslag. Bij een triller wissel je snel heen en weer tussen de noot waarboven de triller (tr) staat en de noot erboven. Een voorslag is een kort nootje voor een andere (gewone) noot. Je geeft de voorslag aan met een klein nootje. 14.4

293
& fermate 3 œ œ œ œ œ œ w U ° ¢ G.P. Viool 1 Viool 2 Altviool Cello Contrabas 2 2 2 2 2 2 2 2 2 2 & # ff 3 ∑∑ & # ff 3 ∑∑ B # ff 3 ∑ mf ?# ff 3 ∑ mf ?# ff 3 ∑ mf ˙ ˙ ˙ œ œ œ ˙ ™ œ ™ œ ˙ . > # Ó ˙ ˙ ˙ œ œ œ ˙ ™ œ ™ œ ˙ . > # Ó ˙ ˙ ˙ œ œ œ ˙ ™ œ ™ œ ˙ . > # ˙ > ˙ . > ˙ > n ˙ ˙ ˙ œ œ œ ˙ œ œ ˙ > # ˙ > ˙ > ˙ > n ˙ ˙ ˙ œ œ œ ˙ œ œ ˙ > # ˙ > ˙ > ˙ > n VWO & bb Ÿ 3 triller klinkt als: & bb voorslag 3 œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ ˙ œj œ œj œ œj œ œ œ œ ° ¢ Solofluit Viool 1 en 2 Altviool Cello en contrabas c c c c & # SOLO Ÿ TUTTI & # B # ?# œ œ J ˙ U œ ŒÓ ˙ Ó U œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ ˙ ˙ Ó U œ J œ œ œ œ J ˙ Ó U œ ŒŒ œ >

Je weet al dat elk instrument de sleutel gebruikt die het handigst is voor dat instrument. Zo kunnen de meeste noten die dat instrument kan spelen, binnen de lijnen van de balk geschreven worden. Het lezen van veel hulplijntjes is namelijk lastig. Toch kunnen sommige instrumenten veel hoger of veel lager dan de notenbalk kan bevatten. Als een instrument nu zo hoog of laag moet spelen dat er heel veel hulplijntjes gebruikt moeten worden (en het dus heel lastig leesbaar is), is het handiger om een 8 bij de sleutel te zetten. Een 8 boven de sleutel: speel een octaaf hoger dan wat er staat. Een 8 onder de sleutel: speel een octaaf lager. De 8 boven of onder de sleutel kan ook betekenen: dit instrument klinkt een octaaf hoger (bijvoorbeeld piccolo) of een octaaf lager (bijvoorbeeld gitaar).

Als er maar een passage zo hoog of zo laag moet, wordt het in de noten zelf aangegeven met 8va (een octaaf hoger) of 8vb (8va basso).

Andere tekens voor de uitvoering van muziek hebben te maken met specifieke instrumenten.

Voor strijkers wordt aangeduid wanneer ze pizzicato moeten spelen en wanneer ze moeten strijken. Als er niets staat moeten ze strijken. Pizzicato (afkorting: pizz.) betekent tokkelen. Als na een pizzicatopassage weer gestreken moet worden, staat er arco. Het woord ‘arco’ betekent boog.

Bijna alle instrumenten kunnen een glissando spelen. Glissando betekent glijden van de ene noot naar de andere. Sommige instrumenten kunnen echt glijden (zoals een viool of een trombone), andere instrumenten zullen de ruimte op moeten vullen met de tussenliggende tonen (zoals een piano).

In het voorbeeld hierboven staat het eerste glissando uitgeschreven. De volgende worden door lijntjes aangegeven (met of zonder ‘gliss.’ erbij).

Akkoordinstrumenten kunnen een arpeggio spelen. Arpeggio komt van het Italiaanse woord voor harp: ‘arpa’. De tonen uit een akkoord worden gespreid gespeeld, dat wil zeggen dat je ze (heel vlot) na elkaar van onder naar boven speelt.

294 KENNEN UITVOERINGSPRAKTIJK
2 4 c 3 8 c 3 8 c & pizz. arco œ . œ . œ . œ œ > j ‰ œ > j ‰ œ #>j ‰Œ œ > j ‰‰ œ > j ‰‰ œ > j ‰ œ > j ‰ œ #>j ‰Œ œ > j ‰‰ œ > j ‰ŒÓ & gliss. œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ { 3 4 3 4 & #### ∏ ∏ ∏ ∏ ∏ ∏ ∏ ∏ ∏ ∏ ∏ ∏ ∏ ∏ ∏ ∏ ∏ ∏ ∏ ∏ ∏ ∏ ∏ ∏ ∏ ∏ ∏ ∏ ∏ ∏ ?#### ∏ ∏ ∏ ∏ ∏ ∏ ∏ ∏ ∏ ∏ ∏ ∏ ∏ ∏ ∏ ∏ ∏ ∏ ∏ ∏ ∏ ∏ ∏ ∏ ∏ ∏ ∏ ∏ ∏ ∏ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ r ≈‰ŒŒ œ œ œ > œ œ œ > œ œ œ > œ œ œ > œ œ œ > œ œ œ > œ œ œr œ œ œ œ . œ . œ . œ œ œ . œ œ . œ œ œ . œ . œ œ œ . œ œ œ . œ VWO VWO 4 4 3 4 & ‹ 3
2
?
“‘ œ > b œ > œ > œ > œ > b œ > œ > œ œ > œ bœ œ œ . œ > b œ . œ . # œ . œ . b œ . n œ . # œ
speel een 8 hoger
speel een 8 lager & ‹ speel deze passage een 8 hoger & “”
speel deze passage een 8 lager

Veel instrumenten kunnen gedempt worden. Bij koperen blaasinstrumenten gebeurt dat door een demper in de beker (het uiteinde) te plaatsen. Er zijn veel verschillende dempers voor koperblazers die voor verschillende muziekstijlen worden gebruikt.

Strijkers plaatsen een demper op de kam waardoor het geluid gedempt wordt. De klank wordt daarmee ook wat nasaler of hol. Behalve om het instrument te dempen wordt het daarom ook veel gebruikt om een bepaalde sfeer te creëren.

Een demper heet ‘sordino’ (It.) of ‘sourdine’ (Fr.). Als er met demper gespeeld moet worden, staat er in de muziek: ‘con sordino’ (afkorting: con sord.). Als de demper weer verwijderd moet worden, staat er: ‘senza sordino’. In pop- en jazzmuziek wordt de demper aangeduid met het Engelse woord ‘mute’. Als de demper weg moet staat er ‘open’.

Opdrachten Opdrachten

Luister naar het begin van In de Hal van de Bergkoning van Grieg.

Wat is de technische term voor de speelwijze van de strijkers?

In Oh, Lady, Be Good gebruikt de contrabas twee verschillende speelwijzen.

Noem de technische term voor de speelwijze in het intro en in het verse.

Intro:

Verse:

Je hoort het begin van de Rhapsody in Blue van George Gershwin met een hoofdrol voor de klarinet.

Voert de klarinet de eerste maat uit zoals die er staat? Verklaar je antwoord en gebruik in het antwoord de correcte technische term.

Behalve de triller waarmee het stuk begint, speelt de klarinet nog meer trillers in dit fragment. Zet de afkorting ‘tr’ boven de juiste noten.

In maat 10 staat boven de hoogste noot een tekentje.

• Hoe heet dat tekentje?

• Wat betekent het?

295
1
E. GRIEG IN DE HAL VAN DE BERGKONING
2
G. GERSHWIN OH, LADY, BE GOOD!
3A 1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11 c & bb Ÿ~~~~~~~~~ 17 3 3 & bb & bb 3 3 ˙ U œ œ œ œ œ œ œœœœœœœœœœœ œ ˙ >  œ œ bœ œ œ œ œ œœœœ b- œ œœn œœ œ œ œ œ œ > b œ œ > w ‰ œ j œ > œ œ > œ œ > œ w ‰ œ J œ > œ œ > œ œ > œ w ‰ œ J œ œ œ U œ œ œ w VWO 3C 3B >
G. GERSHWIN RHAPSODY IN BLUE

JELLY ROLL MORTON

BLUES

In het intro van Jungle Blues speelt een instrument een geïmproviseerde melodie.

• Welk instrument is dat?

• Hoe wordt het geluid van dat instrument beïnvloed?

Het begin van Scheherazade van de Russische componist Rimsky-Korsakov staat vol met aanwijzingen voor de uitvoering.

Vier aanwijzingen zijn met pijlen aangegeven en genummerd. Geef de (volledige) technische term voor die tekens en afkortingen. 1: 2: 3:

Welk instrument speelt de noten bij cijfer 4?

296 KENNEN UITVOERINGSPRAKTIJK VWO
4:
h = 48 1 4 6 11 Lento q = h 15 Allegro h. = 56 2 2 4 4 6 4 & # 1. 3 Ÿ 2. ∑ G.P. ∑ G.P. & # 3. 4. ∏ ∏ ∏ ∏ ∏ ∏ ∏ ∏ ∏ ∏ ∏ ∏ ∏ ∏ ∏ 3 3 3 3 3 3 3 3 3 3 & # ∏ ∏ ∏ ∏ ∏ ∏ ∏ Cadenza 3 #### 3 3 3 3 33 3 3 3 ˙ ˙ ˙ œ œ œ ˙ ™ œ ™ œ ˙ w w w w U w w w w U w w w w w U w w w w w U # # # œ œ œ œ œ œ œj w w w w w w w w w w w w w w U Ó ˙ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ Œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œœ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ ˙ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ ™ œ J ˙ ŒÓ ™ 5A 4 5B
N. RIMSKY-KORSAKOV SCHEHERAZADE Largo
JUNGLE

ensembles en stemmen

15.1

INLEIDING

ENSEMBLE IS EEN VERZAMELNAAM VOOR ALLE GROEPEN MUSICI DIE SAMEN MUSICEREN.

Muziek maken doe je soms alleen, maar meestal met anderen. Dat is altijd al zo geweest!

Muziek maken is een sociale activiteit waarbij het samenspel tussen de muzikanten heel nauw luistert. Ensemble, het Franse woord voor ‘samen’ wordt ook al eeuwenlang gebruikt voor groepen musici of zangers. Ensembles heb je in alle soorten en maten. Bach schreef stukken voor de musici die zijn baas dat jaar had ingehuurd. Dit ensemble kwam dus toevallig tot stand. Vaker gebeurt het dat muzikanten samen spelen omdat ze elkaar nou eenmaal goed aanvoelen. Sommige ensembles zijn gestandaardiseerd tot vaste samenstellingen van instrumenten of stemmen.

Wat wordt in muziek bedoeld met het woord ‘ensemble’?

KOOR

15.2 & sopraan mezzosopraan & alt & tenor & ‹ bariton ? bas ?

EEN KOOR IS EEN GROTERE GROEP ZANGERS, DOORGAANS MET MEERDERE ZANGSTEMMEN.

Een ‘vocal group’ is een kleinere groep met een aantal zangers die meerstemmig zingen, doorgaans in het lichtere genre, bijvoorbeeld close harmony of pop.

Een koor is een grotere groep zangers. Er zijn verschillende soorten koren, afhankelijk van de s amenstelling (mannen, vrouwen of gemengd) en de stemsoorten.

De stemsoort heeft betrekking op de klank van een stem, dat wil zeggen het stembereik (hoe hoog en hoe laag de stem kan zingen), maar vooral in welk toongebied de stem het best tot zijn recht komt.

Meestal wordt een indeling in vier stemsoorten gemaakt:

• sopraan en alt voor vrouwen (en kinderen);

• tenor en bas voor mannen.

Tussen de sopraan en de alt ligt de mezzosopraan, tussen de tenor en de bas de bariton.

De omvang van de stemsoorten is als volgt:

Dit is bij benadering, want elke stem is anders.

Het lijkt alsof de tenor dezelfde omvang als de sopraan heeft, maar dat is natuurlijk niet zo.

Het is gebruikelijk dat de tenor in de G-sleutel geschreven wordt. Hij klinkt echter een octaaf lager. Om dit in de noten duidelijk te maken zie je (meestal) onder de G-sleutel van de tenorpartij een 8 (van octaaf) staan.

297
Opdrachten Opdrachten 1
15 15
œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ >

SOPRAAN

MEZZOSOPRAAN ALT

COUNTERTENOR TENOR

Een sopraan is een hoge (lichte) vrouwenstem (of kinderstem). Dit komt uit het Italiaans (‘sopra’ betekent ‘boven’).

Luistervoorbeeld: Blute Nur uit de Matthäus Passion van J.S. Bach. Na een instrumentale inleiding zingt een sopraan deze aria.

Een mezzosopraan is een middelhoge vrouwenstem met vaak een iets donkerder klank dan een sopraan. Ook dit komt uit het Italiaans (‘mezzo’ betekent ‘half’).

Luistervoorbeeld: Havanaise van P. Viardot. Je hoort het einde van dit lied voor mezzosopraan en piano.

Een alt is een lage vrouwenstem (of kinderstem). Het komt uit het Latijn (‘altus’ betekent ‘hoog’) en in de middeleeuwen en renaissance was dit de stem die boven de basismelodie (de cantus firmus) werd toegevoegd. Die stem werd gezongen door hoge mannenstemmen, vandaar de verwarrende naam. Soms wordt de altpartij gezongen door een countertenor, een man die in falsetregister (zie hierna) zingt.

Luistervoorbeeld: Symfonie no. 2 van G. Mahler. Een beroemde altsolo is die uit het vierde deel van Symfonie no. 2, hier gezongen door de beroemde Nederlandse alt Jard van Nes.

Luistervoorbeeld: Ombra mai fu van G.F. Händel. Ombra mai fu is de openingsaria uit de opera Serse. De aria wordt gezongen door een countertenor.

Een tenor is een hoge mannenstem. Het komt uit het Latijn (‘tenere’ betekent ‘vasthouden’) en in de middeleeuwen en renaissance was het deze stem die de melodie zong, vandaar de naam.

Luistervoorbeeld: Maria van L. Bernstein. Je hoort een tenor dit lied uit de musical West Side Story zingen.

BARITON BAS

Een bariton is een mannelijke zangstem tussen bas en tenor in, ook wel hoge bas genoemd. Het komt uit het Grieks (‘barutonos’ betekent ‘diep klinkend’).

Luistervoorbeeld: Erlkönig van F. Schubert. In dit lied speelt de zanger verschillende rollen: een kind, een vader en de Erlkoning. Daardoor kun je goed horen welke kleuren een bariton allemaal kan maken: licht en donker.

GEMENGD KOOR

Een bas is de laagste mannelijke stem. Het komt uit het Latijn (‘bassus’ betekent ‘diep’, ‘laag’).

Luistervoorbeeld: Don Giovanni van W.A. Mozart. De geest van Il Commendatore in de vorm van een standbeeld kondigt zich aan en jaagt Don Giovanni schrik aan. Il Commendatore wordt gezongen door een bas.

Een gemengd koor is een koor dat bestaat uit sopranen, alten, tenoren en bassen. De sopraan- en altpartij kunnen worden gezongen door vrouwen en/of kinderen. De altpartij kan ook door countertenoren gezongen worden (zie hierna).

Luistervoorbeeld: Sind Blitze, sind Donner van J.S. Bach. Dit deel uit de Matthäus Passion wordt gezongen door een gemengd koor. De zin ‘sind Blitze, sind Donner in Wolken verschwunden’ wordt achtereenvolgens ingezet door de bassen, tenoren, alten en sopranen.

VROUWENKOOR

MANNENKOOR

KINDERKOOR

Een vrouwenkoor bestaat uit alleen vrouwen. Een vrouwenkoor is meestal vierstemmig: hoge en lage sopranen, hoge en lage alten.

Luistervoorbeeld: Sirènes van C. Debussy. In de Nocturne no. 3 voor orkest zingt een vrouwenkoor. Zij verbeelden de sirenes die in de Odyssee van Homerus Odysseus met hun stemmen verleiden.

Een mannenkoor bestaat uit alleen mannen. Ook dit koor is meestal vierstemmig: hoge en lage tenoren, hoge en lage bassen.

Luistervoorbeeld: Am Grabe van A. Bruckner. In dit lied zingt een mannenkoor over het verlies van een dierbare.

Een kinderkoor bestaat uit alleen kinderen. Een kinderkoor kan een-, twee-, drie- en zelfs vierstemmig zijn. Kinderstemmen zijn hoog: sopraan en alt.

298 KENNEN ENSEMBLES EN STEMMEN

C. DEBUSSY SIRÈNES, NOCTURNE NO. 3

Elke stem heeft een aantal registers. Een register is een groep tonen die dezelfde klankkleur heeft. Dat is bij de stem afhankelijk van welk deel van het lichaam vooral de tonen versterkt. (Bij zang is het lichaam immers de ‘klankkast’.) Er zijn drie registers: het borstregister, het middenregister en het kopregister.

Mannen hebben daarbovenop nog het falsetregister. Een countertenor (soms ook ‘alt’ genoemd) is de naam voor een man die falset zingt. Er zijn stijlperiodes (bijvoorbeeld de barok) waarin het heel gebruikelijk was om een mannelijke alt te gebruiken.

Of je daadwerkelijk zo hoog of zo laag kunt zingen als in het overzicht, hangt af van training en leeftijd. De stem is pas tussen twintig- en dertigjarige leeftijd volgroeid! In de leeftijd tussen tien en twintig zijn veel noten daarom nog niet haalbaar. Er zijn verschillende stemtechnieken die je kunt trainen. Voor klassieke muziek gebruik je bijvoorbeeld een andere stemtechniek dan voor lichte muziek, bijvoorbeeld bij het gebruik van vibrato (het ‘trillen’ van de stem). Het beheersen van stemtechnieken is een kwestie van millimeters: millimeters verschil in de positie van de tong, het verhemelte, de kaken, het strottenhoofd. Maar het is ook een kwestie van spierspanning en -ontspanning bij bijvoorbeeld de ademhaling.

A. BRUCKNER AM GRABE

Noteer de stemmen in een gemengd koor van hoog naar laag.

Er zijn twee vrouwelijke (hoofd)stemmen. Toch is dit fragment uit Sirènes vierstemmig.

Hoe is de verdeling van de stemmen in een vierstemmig vrouwenkoor?

Hoe is de meerstemmige samenzang in Sirènes?

 Homofoon.

 Polyfoon.

 Soms homofoon, soms polyfoon.

Er zijn twee mannelijke (hoofd)stemmen. Toch is dit fragment uit Am Grabe vierstemmig.

Hoe is de verdeling van de stemmen in een vierstemmig mannenkoor?

Het fragment bestaat uit vier zinnen. Zet een ‘x’ voor de zin of de zinnen die unisono beginnen.

Brüder, trocknet eure Zähren

Stillt der Schmerzen herbes Leid;

Liebe kann sich auch bewähren

Durch Ergebungs-Innigkeit

L. BERNSTEIN AMERICA, UIT: WEST SIDE STORY

America begint (net als een jazzsong) met een langzame inleiding met twee coupletten, gevolgd door het chorus.

Door welke stemsoorten worden de twee coupletten gezongen?

Couplet 1:

Couplet 2:

299
1 2A 3A 4A 3B 2B
Opdrachten Opdrachten
>

C. MONTEVERDI

PROLOGO, UIT: ORFEO

4B

W.A. MOZART

DON GIOVANNI

5A

Je hoort een instrumentale inleiding en dan de gezongen proloog.

Welke stemsoort heeft de zanger?

In dit fragment uit Don Giovanni verschijnt een geest ten tonele die Don Giovanni schrik aanjaagt. De geest zingt de eerste twee zinnen:

Don Giovanni a cenar teco Don Giovanni, u nodigde me uit voor het diner m’invitasti e son venuto! En ik ben gekomen!

Welke stemsoort heeft de geest?

G.F. HÄNDEL

OMBRA MAI FU, UIT: SERSE

5B 6

De toonsoort is d mineur. De zanger begint op een a. Onderstreep in de tekst hierboven de woorden of lettergrepen waarop de zanger de grondtoon d zingt.

Een mannelijke zanger zingt deze aria uit Serse

Hoe noem je een zo hoog zingende man?

300 KENNEN ENSEMBLES EN STEMMEN
VWO

15.3

ORKEST

EEN ORKEST IS EEN GROTERE GROEP MUSICI DIE SAMEN MUZIEK MAKEN MET VERSCHILLENDE INSTRUMENTEN.

Er zijn enkele vaste samenstellingen die de naam orkest dragen.

SYMFONIEORKEST

Een symfonieorkest is samengesteld uit de vier instrumentengroepen: houten blaasinstrumenten, koperen blaasinstrumenten, strijkers en slagwerk.

Luistervoorbeeld: Symphonie Fantastique van Hector Berlioz. Deze romantische symfonie wordt uitgevoerd door een groot symfonieorkest.

INSTRUMENTENGROEP INS TRUMENT

Houten blaasinstrumenten • (Dwars)fluit

• Hobo

• Klarinet

• Fagot

Koperen blaasinstrumenten

• Hoorn

• Trompet

• Trombone

• Tuba

Slagwerk

Strijkers

BAROKORKEST STRIJKORKEST

HARMONIEORKEST

Allerlei

• Viool 1

• Viool 2

• Altviool

• Cello

• Contrabas

In romantische symfonieorkesten worden vaak allerlei hogere en lagere versies van een instrument toegevoegd, bijvoorbeeld: piccolo, basklarinet, contrafagot, bastrombone. Ook kunnen een piano, harp of gitaar toegevoegd worden.

Het barokorkest is een relatief klein orkest. De basis is de strijkersgroep, aangevuld met een klavecimbel. Daarnaast spelen er vaak enkele blazers mee.

Luistervoorbeeld: Brandenburgs Concert no. 2 van J.S. Bach. In dit barokconcert zijn aan de strijkersgroep een blokfluit, hobo en trompet toegevoegd.

Een strijkorkest bestaat uit viool 1, viool 2, altviool, cello en contrabas, alle meervoudig bezet.

Luistervoorbeeld: Adagio for Strings van S. Barber. De titel zegt al welke instrumenten je gaat horen. Dit is een van de bekendste werken voor strijkorkest.

Een harmonieorkest bestaat uit blazers (houten en koperen blaasinstrumenten) en slagwerk.

Luistervoorbeeld: Stars and Stripes Forever van G.Ph. Sousa. De Amerikaanse componist Sousa (de sousafoon is naar hem vernoemd) wordt wel ‘The March King’ genoemd; hij componeerde bijna tweehonderd marsen voor harmonieorkest. Stars and Stripes Forever is dé Amerikaanse mars.

301
°
° ¢ { {
Fluit Hobo
Bes Fagot
in
Bes
Piano
¢
° ¢
Klarinet in
Hoorn
F Trompet in
Trombone Tuba Pauken
Viool I Viool II Altviool Cello Contrabas & b & b & # ? b & & ? b ? b ? b & b ? b & b & b B b ? b ? b
>

Een brassband bestaat uit enkel koperen blaasinstrumenten en slagwerk. Een fanfareorkest bestaat uit koperen blaasinstrumenten, aangevuld met saxofoons, en slagwerk. De drie typen orkesten (harmonie, fanfare en brassband) worden wel samengebracht onder de naam HaFaBra.

Luistervoorbeeld: March van G. Holst. Deze mars is het derde deel uit de Moorside Suite, een stuk dat Holst in opdracht componeerde voor een Britse competitie van brassbands. In dit deel hoor je de grote dynamische verschillen die zo’n orkest kan maken.

Een bigband is een jazzorkest. Een bigband bestaat uit vier secties: drie blazerssecties (trompet, trombone en saxofoon) en een ritmesectie (drums, bas, gitaar, piano). De saxofonisten spelen vaak ook klarinet (of dwarsfluit). De bigband wordt vaak aangevuld met een of meer zangers.

Luistervoorbeeld: Jumpin’ at the Woodside van Count Basie. Dit nummer voor bigband toont hoe tuttigedeeltes worden afgewisseld met solo’s.

Opdrachten Opdrachten

C. MONTEVERDI PROLOGO, UIT: ORFEO 1

L. VAN BEETHOVEN

SYMFONIE NO. 5, DEEL 1

Er spelen maar twee (dezelfde) slaginstrumenten mee. Welk instrumenten zijn dat? BRASSBAND BIGBAND

Je hoort een instrumentale inleiding en dan de gezongen proloog.

• Door welk type orkest wordt dit fragment uitgevoerd?

• Welk typerend toetsinstrument hoor je spelen?

Van het begin van de vijfde symfonie van Beethoven staan de noten van de melodie hieronder.

De symfonie wordt uitgevoerd door een symfonieorkest.

Welke instrumentengroepen zitten in een symfonieorkest?

Vanaf welke maat hoor je voor het eerst ‘tutti’ spelen? Vanaf maat

Maat 22-24 lijken op maat 1-5. Wat is het verschil in instrumentatie?

302 KENNEN ENSEMBLES EN STEMMEN
2A 2B 2C 2D 1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11 12 13 14 15 16 17 18 19 20 21 22 23 24 2 4 & bbb & bbb ‰ œ œ œ ˙ U ‰ œ œ œ ˙ ˙ U ‰ ˙ œ œ œ ˙ ˙ œ œ œ ˙ ˙ œ œ œ ˙ ˙ ˙ ˙ ‰ ˙ œ œ œ ˙ œ œ œ ˙ œ œ œ ˙ ˙ ˙ ‰ œ œ œ œ ˙ œ œ œ ˙ œ œ œ œ ˙ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ Œ œ œ Œ ˙ ˙ U ‰ œ œ œ ˙ ˙ U

Je hoort het begin van de veertigste symfonie van Mozart. Het thema in viool 1 zie je hieronder.

De symfonie begint met uitsluitend strijkers.

Vanaf waar hoor je de houten blaasinstrumenten meespelen? Vanaf:

 maat 6.

 maat 10.

 maat 14.

 maat 17.

Na het thema vervolgt viool 1 met een (gevarieerde) herhaling van het thema. Is deze herhaling hetzelfde geïnstrumenteerd?

 Ja.

 Nee, er spelen nu houten blaasinstrumenten mee.

 Nee, er spelen nu koperen blaasinstrumenten mee.

 Nee, er spelen nu houten en koperen blaasinstrumenten mee.

Aan het begin van de derde akte van Die Walküre van Wagner komen de Walkuren (strijdgodinnen) door de lucht aanvliegen. De opera wordt uitgevoerd door een groot romantisch symfonieorkest. De instrumentengroepen hebben ieder hun eigen motief:

Welke instrumentengroep speelt welk motief?

Motief 1:

Motief 2:

Motief 3: W.A. MOZART SYMFONIE NO. 40, DEEL 1

303
WAGNER DIE WALKÜRERITT, UIT: DIE WALKÜRE 4 3A 3B 4A Thema 1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11 12 13 14 15 16 17 18 19 20 C & bb & bb & bb ÓŒ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ Œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ Œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ Œ œ œ œ œ œ œ œ œ œŒ œ œ œ œ œ œ œ Œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ w ˙ Œ œ œ ˙ Œ œ œ ˙ Œ œ œ œ œ œ œ œ œ ˙ Œ 1 2 3 9 8 & ## & ## & ## œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œœœœ œ J œ j œ > ™ œ œ œ ™ œ ™ >
R.

G.F. HÄNDEL

OMBRA MAI FU, UIT: SERSE

Je hoort een aria uit de opera Serse van Händel.

• Door welk type orkest wordt dit fragment uitgevoerd?

• Welk typerend toetsinstrument hoor je spelen?

Na de instrumentale inleiding zet de countertenor in. Vergelijk de inleiding met de zangmelodie. Wat is waar?

 De inleiding en de zang zijn gebaseerd op dezelfde melodie.

 De inleiding en de zang hebben ieder een eigen melodie.

F. SCHUBERT

SYMFONIE NO. 8, DEEL 1

J. BRAHMS

SYMFONIE NO. 4, DEEL 4

In de achtste symfonie (bijgenaamd De Onvoltooide) zetten drie instrumentengroepen na elkaar in. In welke volgorde?

Na de langzame inleiding zet de begeleiding in, waarna het thema wordt gespeeld. Dit thema wordt door twee instrumenten unisono gespeeld. Welke instrumenten zijn dat?

Het vierde deel uit de vierde symfonie van Brahms is een thema met variaties. Je hoort eerst forte het thema: acht maten met in iedere maat een akkoord. Daarna volgen vier variaties. Het thema en de variaties zijn wisselend geïnstrumenteerd.

Vul in de tabel in welke instrumentengroep in elk onderdeel speelt. Een paar kruisjes zijn al gezet.

THEMA VARIATIE 1 VARIATIE 2 VARIATIE 3 VARIATIE 4

A. DVOR ÁK

SLAVISCHE DANS NO. 1

L. BERNSTEIN AMERICA, UIT: WEST SIDE STORY

Houtblazers

Koperblazers 

Strijkers

Slagwerk 

Deze Slavische dans is getiteld Furiant. Het vurige en ophitsende karakter komt onder meer door het slagwerk.

Noem de drie slaginstrumenten die in deze dans spelen.

In America worden heel veel slaginstrumenten gebruikt. Noem er vijf die je in dit fragment hoort.

America begint (net als een jazzsong) met een langzame inleiding met twee coupletten, gevolgd door het chorus. Beide coupletten worden begeleid door onder andere een vloeiende lijn van tweeklanken in kwartentriolen. Welk instrument speelt dat?

De stijl van West Side Story is jazzy. Wordt het ook door een bigband uitgevoerd? Verklaar je antwoord.

304 KENNEN ENSEMBLES EN STEMMEN
5A 6A 6B 7 8
9B 9C 5B
9A

R. STRAUSS EINLEITUNG, UIT: ALSO SPRACH ZARATHUSTRA

Also Sprach Zarathustra wordt gespeeld door een groot romantisch symfonieorkest en begint met een heel lage toon waarop uiteindelijk het volgende signaal wordt gespeeld:

c & ˙ ˙ w

Welk instrument speelt dit signaal?

Noem drie slaginstrumenten die in dit fragment spelen.

Er blijft aan het einde van het fragment één instrument over.

• Welk instrument is dat?

• Waarom is dat een opmerkelijk instrument in deze setting?

J.S. BACH BRANDENBURGS CONCERT NO. 2, DEEL 1

Je hoort het begin van het tweede Brandenburgs Concert van Bach. Dit is een ‘concerto grosso’. Dat betekent dat er een groepje solisten is, in dit geval vier.

De viool is de eerste solist, de andere drie solisten zijn blaasinstrumenten. Welke?

De aanwezigheid van welk instrument wijst erop dat dit een compositie uit de barok is?

M. RAVEL MA MÈRE L’OYE

Luister naar vier delen uit Ma Mère l’Oye. Ravel was een meester in het orkestreren. De begeleiding wordt telkens gespeeld door (voornamelijk strijkers).

Welk instrument speelt de melodie?

Fragment 1:

Fragment 2:

Fragment 3:

Fragment 4:

J.S. BACH BLUTE NUR, UIT: MATTHÄUS PASSION

Je hoort een aria uit de Matthäus Passion

Door welk type orkest wordt dit fragment uitgevoerd?

Er zijn twee (dezelfde) blazers aan het orkest toegevoegd. Welk instrument is dat?

Welk toetsinstrument wordt voor de begeleiding (de basso continuo) gebruikt?

Welke stemsoort heeft de zanger?

305
10A 11A 11A 12 13A 13B 13C 13D 10B 10C >

M. MOESSORGSKI PROMENADE, UIT: DE SCHILDERIJENTE NTOONSTELLING

Het thema van de Promenade wordt eerst door een koperblazer eenstemmig gespeeld en meteen daarna meerstemmig herhaald door houtblazers. Hieronder staat dat thema.

• Welk koperen blaasinstrument speelt het thema?

• De klank is anders dan wat in het notenbeeld staat. Hoe komt dat?

Welke houtblazer speelt in de herhaling precies dezelfde melodie als de koperblazer?

In De Moldau worden het begin en het uitdijen van de beek tot stroom uitgebeeld door zestiendeloopjes, aanvankelijk door één dwarsfluit, later komt daar nog een dwarsfluit bij.

Welke andere instrumenten komen ook bij de stroom van zestiende noten? Noem twee verschillende instrumenten.

Het druppelen van het water wordt uitgebeeld door een speelwijze van de hoge strijkers en door een ander instrument.

Wat is de technische term voor die speelwijze van de strijkers?

• Welk instrument speelt ook ‘druppels’ aan het begin?

• Welk slaginstrument wordt toegevoegd als de stroom eenmaal beneden is?

306 KENNEN ENSEMBLES EN STEMMEN
5 4 6 4 & œ œb
œ œ œ œ œ
B. SMETANA DE MOLDAU, UIT: MA VLAST
œ
14A 15A 15B 15C 14B

15.4

KLEINE ENSEMBLES

Er zijn nog tal van andere instrumentale samenstellingen. Dat kan een ensemble van gelijke instrumenten zijn (zoals een trompettenensemble) maar ook een ensemble samengesteld uit willekeurig welke instrumenten. Vooral in de twintigste-eeuwse muziek zijn er allerlei, soms bizarre samenstellingen te vinden.

De kleinere ensembles vallen onder wat kamermuziek wordt genoemd. Deze muziek wordt allang niet meer in een kamer uitgevoerd. Tegenwoordig gebruikt men daar de ‘kleine zaal’ in een concertgebouw voor.

Bekende samenstellingen zijn, bijvoorbeeld:

• Pianoduet: 2 pianisten op 1 piano (ook wel ‘quatre-mains’ genoemd).

• Pianoduo: 2 pianisten op ieder een eigen piano.

• Pianotrio: piano, viool, cello.

• Strijkkwartet: twee violen, altviool, cello.

• Blaaskwintet: fluit, hobo, klarinet, fagot, hoorn.

In jazz worden kleinere formaties jazzcombo, of small band genoemd. Een voorbeeld van een jazzcombo:

• drums;

• (contra)bas;

• piano en/of gitaar;

• een melodieinstrument (zoals saxofoon, vibrafoon) en/of zang. De drums, bas en piano en/of gitaar wordt in de jazz de ritmesectie genoemd. De melodieinstrumenten vormen tesamen de melodiesectie. Een jazzcombo heeft vaak de naam van degene die het combo samenstelde met de toevoeging trio, kwartet of kwintet, bijvoorbeeld het Branford Marsalis Quartet.

In popmuziek spreek je simpelweg van een popgroep of rockgroep, ongeacht de grootte. Een popgroep kan bestaan uit:

• drums;

• basgitaar;

• een of meer gitaren, elektrisch of akoestisch;

• keyboards: (elektrische) piano, (hammond)orgel en/of synthesizer;

• zanger(s) en achtergrondkoor (backing vocals).

Popgroepen kunnen worden aangevuld met blazers, percussie en soms ook strijkers (strings genoemd als ze op een synthesizer gespeeld worden). Ook in een popgroep noem je de drums, bas en piano en slaggitaar de ritmesectie.

IN HET INSTRUMENTENOVERZICHT OP DE WEBSITE WORDEN DE BELANGRIJKSTE

INSTRUMENTEN BESPROKEN, MET AFBEELDING EN LUISTERVOORBEELD.

307
>

Opdrachten Opdrachten

J.

NORAH JONES DON’T KNOW WHY

THE BEATLES FROM ME TO YOU

JAMES BROWN SEX MACHINE

Het Kaiserquartett wordt gespeeld door een strijkkwartet.

Welke instrumenten zitten in een strijkkwartet? Geef heel precies de bezetting.

Dit deel uit het Kaiserquartett bestaat uit een thema gevolgd door enkele variaties. Luister naar het thema. Viool 1 speelt de melodie.

Welk instrument uit het kwartet speelt voornamelijk een tweede stem bij de melodie?

Je hoort het intro en eerste couplet van Don’t Know Why.

Wat is de bezetting van het jazzcombo?

Hoe worden de drums bespeeld?

From Me to You begint met een kort intro van twee gezongen zinnetjes.

Welk instrument speelt die gezongen zinnetjes unisono mee?

Op welk onderdeel van het drumstel worden in het couplet daarna de doorlopende achtsten gespeeld?

Sex Machine begint met ouderwets ‘housewrecking’ waarmee James Brown de boel aan de gang krijgt. Vervolgens vallen de instrumenten in.

Uit welke instrumenten bestaat de ritmesectie in dit nummer?

Is het begeleidingspatroon van de ritmesectie ostinaat?

BEACH BOYS GOOD VIBRATIONS

De begeleiding van het couplet bestaat uit basgitaar, drums en een toetsinstrument. Het toetsinstrument speelt akkoorden.

• Welk toetsinstrument is dat?

• Welke notenwaarden speelt dat instrument? (Tip: tel snel).

Er wordt – behalve de drums – in Good Vibrations nog een percussie-instrument bespeeld. Welk instrument is dat?

LOUIS ARMSTRONG & HIS HOT SEVEN POTATO HEAD BLUES

Potato Head Blues begint met een instrument dat akkoorden speelt. Welk instrument is dat?

Louis Armstrong speelt de solotrompet. Er spelen nog drie blaasinstrumenten: één houten blaasinstrument en twee koperen blaasinstrumenten. Welke instrumenten zijn dat? Houten blaasinstrument:

Koperen blaasinstrumenten: en

308 KENNEN ENSEMBLES EN STEMMEN
1A 2A 3A 4A 5A 6A 6B 5B 3B 4B 2B 1B

OTIS REDDING

I CAN’T TURN YOU LOOSE

In I Can’t Turn You Loose worden de volgende twee motieven gespeeld (niet in het juiste octaaf genoteerd):

De vorm van het fragment is:

2 maten intro intro melodie couplet tussenspel couplet (stukje)

• Welk instrument speelt motief 1?

• Bij welke onderdelen (noteer de nummers) wordt motief 1 gespeeld?

• Welke instrumenten spelen motief 2?

• Bij welke onderdelen (noteer de nummers) wordt motief 2 gespeeld?

In de overgang van een onderdeel naar het andere speelt de drummer twee keer een ‘fill’ op de snaredrum. Bij welke overgangen is dat?

Je hoort het intro en een stukje refrein van Pastime Paradise.

Behalve de drums spelen er nog twee slaginstrumenten. Welke?

Wat is de term voor de speelwijze op de snaredrum?

C. PORTER

I GET A KICK OUT OF YOU

Je hoort het intro van Time is Tight

• De begeleiding bestaat uit een riff die door twee instrumenten gespeeld wordt. Welke instrumenten zijn dat?

• Welk instrument speelt daar een melodie overheen?

• Welk vierde instrument hoor je in de begeleiding?

I Get a Kick Out Of You wordt hier gezongen door Dinah Washington.

Wat is de bezetting van dit nummer?

Twee instrumenten spelen tijdens het couplet diverse malen tweestemmig een ‘lick’. Welke instrumenten zijn dat?

309
1 2 3 4 5
STEVIE WONDER PASTIME PARADISE 4 4 & Motief 1 & Motief 2 ˙ œ j œ œ j œ œ œ œ œ œ œ œ 7A 8A 8B 9 10A 10B 7B 7C
TIGHT
BOOKER T. & THE M.C.’S TIME IS
>

In Blue Rondo a la Turk wordt het volgende schema van vier maten gespeeld:

In dit fragment hoor je het schema vier keer. De eerste keer speelt alleen de piano. De tweede, derde en vierde keer dat het schema gespeeld wordt, spelen de drums mee, maar met wisselende onderdelen.

• De maatsoort is onregelmatig. Welk onderdeel van het drumstel speelt telkens de tel?

• De rest van de achtsten worden ingevuld door een ander onderdeel. Welk onderdeel is dat?

In schema 2:

In schema 3:

In schema 4:

310 KENNEN ENSEMBLES EN STEMMEN
{ 1 2 3 ™ ™ ™ ™ 4 9 8 9 8 & b ? b œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ œ b œ œ œ œ # ™ œ œ n œ œ # œ œ œ œ # ™ œ œ œ œ b œ œ œ œ b ™ œ œ ™ œ œ # ™ œ œ ™ 11
BLUE RONDO A LA TURK
DAVE BRUBECK
311

Auteurs Auteurs

joost overmars

ruth van de putte

gerwin van der werf