Issuu on Google+

P Professionalisering

Grip op de groep

René van Engelen

Grip op de groep is inmiddels een begrip geworden in het onderwijs. Van de eerste twee drukken zijn ruim 13000 exemplaren in omloop. Het boek bleek in een grote behoefte te voorzien bij studenten en leerkrachten in het primair en voortgezet onderwijs. Het geeft dan ook antwoord op het eerste waar je voor de klas tegenaan loopt: Hoe ga ik met de groep om? Hoe hou ik orde? Hoe zorg ik voor een goede sfeer? Hoe voorkom ik pesten? Als deze basis in orde is, kunnen kinderen pas gaan leren in een prettige, positieve leeromgeving. In dit boek wordt uitgebreid ingegaan op het groepsproces in een klas en hoe je zo’n positieve leeromgeving kunt creëren aan het begin van het schooljaar. Grip op de groep is geen methode, maar biedt inzicht in processen die in een groep spelen en geeft handvatten hoe je een groep positief kunt maken. Voor deze derde druk is het aantal oefeningen uitgebreid, zijn er verwijzingen naar Bouwen aan je groep, het boek dat aansluit op Grip op de groep, en wordt aange­geven wat de aansluiting is van Grip op de groep op De Vreedzame school. Daarnaast is er meer aandacht voor de rol van jongens en hoe je hier goed mee om kunt gaan binnen de dynamiek van de groep. Op de site www.gripopdegroep.nl zijn diverse tools te vinden om je groep in beeld te brengen en zijn er aanvullende oefeningen te vinden, onder andere op het gebied van bewegings­ onderwijs. Ieder kind verdient het om met plezier naar school te komen!

P Grip op de groep

Grip op de groep

René van Engelen


COLOFON

Over ThiemeMeulenhoff

Redactie Ivonne Hermens Tekst Totaal, Eindhoven

ThiemeMeulenhoff is dé educatieve mediaspecialist en levert educatieve oplossingen voor het Primair Onderwijs, Voortgezet Onderwijs, Middelbaar Beroepsonderwijs en Hoger Onderwijs. Deze oplossingen worden ontwikkeld in nauwe samenwerking met de onderwijsmarkt en dragen bij aan verbeterde leeropbrengsten en individuele talentontwikkeling.

Art direction Ineke Graaff, Amsterdam Opmaak binnenwerk Imago Mediabuilders, Amersfoort

ThiemeMeulenhoff haalt het beste uit élke student.

Ontwerp omslag en binnenwerk Studio Fraaj, Rotterdam

Meer informatie over ThiemeMeulenhoff en een overzicht van onze educatieve oplossingen:

www.thiememeulenhoff.nl of via de Klantenservice 088 Beeld omslag Bade creactieve communicatie, Baarn 800 20 16 Fotografie Karin Ligthart fotografie, De Beeldredactie, Huib Nederhof

ISBN 978 90 06 95143 1 Derde druk, eerste oplage, 2014 © ThiemeMeulenhoff, Amersfoort, 2014 Alle rechten voorbehouden. Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd, opgeslagen in een geautomatiseerd gegevensbestand, of openbaar gemaakt, in enige vorm of op enige wijze, hetzij elektronisch, mechanisch, door fotokopieën, opnamen, of enig andere manier, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgever. Voor zover het maken van kopieën uit deze uitgave is toegestaan op grond van artikel 16B Auteurswet 1912 j° het Besluit van 23 augustus 1985, Stbl. 471 en artikel 17 Auteurswet 1912, dient men de daarvoor wettelijk verschuldigde vergoedingen te voldoen aan Stichting Publicatie- en Reproductierechten Organisatie (PRO), Postbus 3060, 2130 KB Hoofddorp (www.stichting-pro.nl). Voor het overnemen van gedeelte(n) uit deze uitgave in bloemlezingen, readers en andere compilatiewerken (artikel 16 Auteurswet) dient men zich tot de uitgever te wenden. Voor meer informatie over het gebruik van muziek, film en het maken van kopieën in het onderwijs zie www.auteursrechtenonderwijs.nl. De uitgever heeft ernaar gestreefd de auteursrechten te regelen volgens de wettelijke bepalingen. Degenen die desondanks menen zekere rechten te kunnen doen gelden, kunnen zich alsnog tot de uitgever wenden.


Inhoud Voorwoord 5 Inleiding 7 1 1.1 1.2 1.3 1.4

De groep 14 Wat is een groep? 14 In welke behoeften voorziet een groep? 17 Adaptief onderwijs 20 Opbrengstgericht werken en de groep 23

2 2.1 2.2 2.3

De positieve groep 24 Kenmerken van een positieve groep 25 Rollen in een positieve groep 28 Invloed op het leer- en leefklimaat 34

3 3.1 3.2 3.3 3.4

De negatieve groep 38 Kenmerken van een negatieve groep 39 Rollen in een negatieve groep 41 Invloed op het leer- en leefklimaat 43 Pesten is een groepsziekte 45

4 4.1 4.2 4.3 4.4 4.5

Fases in de groepsvorming 49 Fase 1: Forming 50 Fase 2: Storming 51 Fase 3: Norming 53 Fase 4: Performing 56 Fase 5: Termination 57

5 5.1 5.2 5.3 5.4 5.5 5.6 5.7

Waarden en normen in de groep 59 Waarden en normen 60 Bronnen van waarden en normen 63 Balanstheorie 65 Macht en machtsbronnen 68 Welke waarden en normen? 72 Deviant gedrag 75 Beïnvloeden van groepsnormen in fase 1, 2 en 3 76

6 6.1 6.2 6.3

Inter- en intragroepsrelaties 81 Inter- en intragroepsrelaties 81 Omgaan met conflicten binnen de groep 83 Omgaan met conflicten tussen groepen 86


7 7.1 7.2 7.3 7.4 7.5

Lessen en leeromgevingen om de groep positief te beĂŻnvloeden 90 Norm: je veilig voelen 91 Norm: respecteer elkaar 105 Norm: positieve communicatie 114 Norm: samenwerken en elkaar helpen 123 CreĂŤren van een rijke leeromgeving 131

8 8.1 8.2 8.3 8.4 8.5

Ter afsluiting 137 Integratie in de normale lessen 137 Werkwijzen in het onderwijs 140 Methoden en materialen voor sociaal-emotionele ontwikkeling 143 Als er meer nodig is 145 Jongens 148

Nawoord van de auteur 151 Literatuur 153


Het is van groot belang dat ieder lid van een schoolteam vanuit hetzelfde perspectief naar groepsontwikkeling kijkt. Schoolteams moeten gelijke begrippen hanteren en open communiceren over de sfeer in iedere groep om zo werk te kunnen maken van positieve groepen op school. Openheid is daarbij een vereiste. Te vaak zien we namelijk dat leerkrachten verhullen dat het niet prettig gaat in hun groep. Dit gebeurt dan vanuit de gedachte dat zij het toch zelf moeten zien te redden met de groep, omdat ze anders een brevet van onvermogen afgeven. Hierdoor gaat het in groepen soms van kwaad naar erger en barst op een gegeven moment de bom. Sinds het verschijnen van “Grip op de groep” hebben mijn collega-adviseurs en ik al op veel scholen zowel preventief als curatief ondersteuning mogen bieden bij het realiseren van een positief groepsklimaat. Het heldere boek van René van Engelen vormt daarbij een uitstekende leidraad. Op alle scholen waar we het boek onder de aandacht hebben gebracht krijgen we louter enthousiaste reacties: Zeer herkenbaar, vlot te lezen en uiterst bruikbaar! Verzoeken om mee te denken over lastige groepssituaties kwamen voorheen meestal na de kerstvakantie. Met het bekender worden van de visie van Grip op de groep zien we nu een verschuiving naar eerdere momenten in het schooljaar. Dit komt omdat men steeds meer doordrongen raakt van het feit dat je er sneller bij moet zijn. Direct na de kerstvakantie liggen er nog wel kansen, maar eigenlijk dient het proces van het werken aan een positieve groep rond de herfstvakantie te zijn voltooid. Naast begeleiding ten aanzien van acute problematiek wijzen we op mijn basisschool op basis van Grip op de groep op het belang van preventie. Inmiddels hanteren we een overzichtelijke jaarplanner welke de volgende onderdelen kent: start van het schooljaar, evaluatie van de groepscultuur rond de herfstvakantie en door het jaar heen drie maal de korte quickscan. Tot slot worden aan het eind van het schooljaar de groepen op basis van de criteria uit Grip op de groep overgedragen. Zodat de leerkrachten die de groep in het nieuwe jaar gaan begeleiden richtlijnen krijgen voor de eerste schoolweken: waar moeten we bij de start op inzetten? Op deze manier werken we middels

5


Grip op de groep aan het welbevinden van leerlingen en leerkrachten. En, heel belangrijk, verkleinen we de kans op pestgedrag! Samen met strategieĂŤn op het gebied van gedrag en gedragsmanagement (zoals Positive Behavior Support) en een stevige methode op het gebied van de sociaal-emotionele ontwikkeling (zoals de Vreedzame School) geeft Grip op de groep voot mij een concrete invulling aan de belangrijkste aspecten van het pedagogisch klimaat. Daarmee legt het boek mede de basis voor opbrengsgericht werken. Grip op de groep, wij gunnen het iedere leerkracht! Gerard Castelijn Onderwijsadviseur bij OBD Noordwest

6


Een negatieve groep zorgt voor ordeproblemen. Pesten, slechte prestaties van leerlingen, veel ruzies, slechte samenwerking tussen kinderen: het zijn allemaal consequenties van een negatieve groep. Veel leerkrachten zitten met de handen in het haar. ‘Groep 7? Ja, dat is een moeilijke groep.’ Wat kun je daaraan doen in de dagelijkse schoolpraktijk? Hoe krijg je als leerkracht grip op je groep? Dit vroeg ik mij af na een aantal jaren basisonderwijs. Hoe kan het toch dat je met de ene groep veel plezier kunt hebben, dat alles wel vanzelf lijkt te gaan, en dat er met een andere groep geen land te bezeilen valt en kinderen elkaar het leven zuur maken? Dit motiveerde mij tot het onderzoeken van groepsprocessen in het basisonderwijs. Dit boek is het gevolg van vele jaren lezen, ervaren, kritisch kijken naar jezelf, ervaringen uitwisselen met collega’s, ontwikkelen van materiaal en vooral veel uitproberen in de praktijk met groepen kinderen. De grootste motivatie hierbij: de lach van en het plezier bij de kinderen. Het werkt!

Groepsdynamica en pesten Groepsdynamica was een onderwerp dat regelmatig terugkeerde in mijn colleges aan de hogeschool. Dit onderwerp bleek volop te leven onder studenten en in het werkveld. Studenten en collega’s in het werkveld herkenden hun groepen en de individuele kinderen in de theorie, en vonden de aangeboden oefeningen nuttig en bruikbaar. De reacties zijn verwerkt in dit boek. Vooral het moeizame probleem ‘pesten’ werd meer grijpbaar en inzichtelijk. Pesten blijkt vaak een groepsprobleem. Bij de start van ieder schooljaar op basisschool De Viermaster in Papendrecht startte ik met een groepsvormend programma. Eerst bescheiden, later uitgebreider. En het had effect: de groepen werden duidelijk positiever. Collega’s namen de oefeningen over en de sfeer verbeterde in de school en het lesgeven werd prettiger. Zo ontdekte ik wat werkte en wat niet. De reacties van collega’s en de kinderen zijn ook verwerkt in dit boek.

Theorie en praktijk: het komt aan op het begin De relevante theorie voor (aankomende) leerkrachten heb ik in dit boek opgenomen. Aan de orde komen de positieve en negatieve groep, het groepsproces, het ontstaan van waarden en normen in een groep en inter- en intra-

7


groepsrelaties. Koppeling tussen theorie en praktijk is essentieel. Daarom heb ik steeds de theorie gekoppeld aan de praktijk door voorbeelden op te nemen in de tekst. De voorbeelden komen uit de praktijk, de namen van de kinderen en leerkrachten zijn fictief. De theorie is bedoeld om beter zicht te krijgen op wat er in een groep gebeurt, zodat u als leerkracht door een ‘groepsbril’ naar een groep kunt kijken. Zo ontstaat er al een aardige grip op de groep. Het praktijkgedeelte bevat allerlei oefeningen waarmee een leerkracht gelijk aan de slag kan. Een aantal oefeningen is al een aantal jaren toegepast, een aantal oefeningen heb ik speciaal voor dit boek uitgedacht en uitgeprobeerd. De evaluaties van collega’s die hiermee aan de slag zijn gegaan, zijn verwerkt in het boek. De oefeningen zijn bedoeld voor aan het begin van een schooljaar. De oefeningen kunnen ieder jaar herhaald worden en ze kunnen naar eigen believen worden aangepast of veranderd. De oefeningen zijn niet los te zien van de theorie. Begrip van de processen in de groep (de theorie) maakt dat de doelen van de oefeningen echt helder worden.

Doelen Het doel van dit boek is tweeledig: ■ Leerkrachten meer zicht bieden op processen die zich binnen een groep afspelen. ■ Leerkrachten handvatten aanreiken om van een groep een positieve groep te maken.

Kinderen in positieve groepen durven eerder van alles aan

8


Positieve groep Waarom van groepen positieve groepen maken? Kinderen verdienen het om in een positieve groep deel te nemen aan het onderwijsproces. In een positieve groep (zie hoofdstuk 2) zijn de groepsnormen positief. Dit heeft allerlei prettige gevolgen: ■ kinderen gaan met plezier naar school; ■ betere leerresultaten; ■ minder ordeproblemen; ■ de leerlingen helpen elkaar zodat er veel meer ‘leerkrachten’ in een groep zijn; ■ prettig pedagogisch klimaat; ■ prettige omgangsvormen; ■ goede, positieve ervaring voor later (groepsnormen); ■ allerlei effectieve onderwijsvormen, zoals actief leren, worden uitvoerbaar. Het is geweldig om te zien dat kinderen veel positieve energie hebben. Deze energie kunnen ze steken in spel, leren, samenwerken, ontdekken, lezen, enzovoort. Ruzies, pesterijen en het continu strijden om de macht in de groep kosten allemaal negatieve energie. Het creëren van een positieve groep vraagt een flinke investering van de leerkracht en de school aan het begin van het schooljaar. Maar het betaalt zich dubbel en dwars terug in de loop van datzelfde schooljaar. Zet dus rustig wat andere zaken opzij en/of integreer ze met groepsvorming. Positieve groepen functioneren door het jaar heen beter, ‘stijgen tot grote hoogte’ en ‘scoren goed’.

Het begint bij de leerkracht Belangrijk is dat de leerkracht vaardig wordt. Als leerkracht heb je een voorbeeldfunctie. Moeten leerlingen open en eerlijk zijn? Dan moet je dit als leerkracht ook zijn. Wil je dat leerlingen samenwerken met andere leerlingen? Dan moet je zelf ook laten zien dat je samenwerkt (met collega’s bijvoorbeeld). Wil je dat kinderen positiever zijn naar elkaar, bijvoorbeeld door het geven van complimentjes? Dan moet je dit zelf als leerkracht ook laten zien. Kortom: doe zelf ook dat wat je van de leerlingen verwacht.

9


De juf geeft het goede voorbeeld bij het maken van een rij Bert van der Meiden schreef hierover een toepasselijk gedicht dat aan het einde van deze inleiding staat afgedrukt. In dit boek wordt over ‘hij’ gesproken. Waar dit staat, kan ook ‘zij’ gelezen worden. Het onderwerp van dit boek is niet statisch, maar dynamisch. Reacties, suggesties, leuke ervaringen, kritiek, nieuwe oefeningen, enzovoort, zijn van harte welkom. Deze reacties kunt u sturen via www.gripopdegroep.nl. Veel plezier! René van Engelen (bij de eerste druk, 2007)

Bij de tweede druk Grip op de groep heeft inmiddels zijn waarde in de praktijk bewezen. Leerkrachten, intern begeleiders, schoolbegeleidingsdiensten, pabostudenten, pabodocenten en docenten voortgezet onderwijs gebruiken het boek. Het doet mij goed te horen dat steeds meer kinderen hierdoor met plezier naar school komen en collega’s met meer plezier voor de klas staan. Het verhoogt het leerrendement. In deze tweede druk is de tekst zo goed als intact gelaten. De eerste en tweede druk zijn dus prima naast elkaar te gebruiken. De lay-out en het lettertype zijn aangepast. Dit komt de leesbaarheid zeker ten goede. Ten slotte: uit de praktijk kwam een grote vraag naar tools om te bepalen of een groep positief of negatief is. Er zijn inmiddels drie tools ontwikkeld. Deze zijn te downloaden via www.gripopdegroep.nl. Op deze website zijn naast deze tools ook extra oefeningen te vinden en informatie over de trainingen die worden gegeven rondom Grip op de groep.

10


René van Engelen (bij de tweede druk, 2010)

Bij de derde druk Zeven jaar geleden verscheen de eerste druk van Grip op de groep. Er zijn meer dan 13.000 exemplaren van dit boek in omloop bij het verschijnen van deze derde druk. In deze druk zijn enkele veranderingen aangebracht naar aanleiding van nieuw onderzoek en ervaringen in het werkveld. Het boek heeft zich inmiddels een vaste plek verworven in het onderwijs. Steeds meer scholen maken gebruik van de inzichten. Op het gebied van de groepsdynamica in het onderwijs zijn inmiddels meerdere boeken en artikelen verschenen. Kinderen die met plezier naar school komen, presteren beter en groeien gelukkiger op. In die zin draagt Grip op de groep bij aan het verbeteren van het onderwijs.

Pesten Steeds meer dringt in het onderwijs door dat pesten geen op zich staand fenomeen is, maar dat het gaat om een groepsproces. Pesten is een complex probleem waarbij te snel conclusies getrokken kunnen worden. Het gebeurt dat jongeren aangewezen worden als daders van pesten. Bij nadere beschouwing blijkt dan echter dat het gedrag van deze zogenoemde daders niet het probleem is, maar de perceptie van de werkelijkheid door het slachtoffer. Een pestprobleem is alleen maar op te lossen wanneer het wordt gezien in de context van de groep en de individuele problematieken van de groepsleden. Het beste is als problemen worden voorkomen: de preventieve aanpak die in dit boek wordt beschreven.

Oefeningen Op de website zijn de afgelopen jaren steeds meer oefeningen verschenen. In het onderwijsveld is ervaring opgedaan met de oefeningen. Op basis van deze ervaringen zijn oefeningen uit de eerste en tweede druk uit het boekje gehaald. Deze oefeningen zijn nu gepubliceerd op de website. De oefeningen van de site die als het meest waardevol zijn ervaren, zijn nu opgenomen in het boek. Daarnaast zijn er nieuwe oefeningen geschreven voor deze derde druk die tegemoet komen aan wensen uit de praktijk. Ook de nieuwe oefeningen zijn eerst uitgeprobeerd in de praktijk. Grip op de groep is echter geen methode. Het biedt inzicht. De oefeningen zijn bedoeld als suggesties. In de praktijk worden steeds vaker oefeningen uit diverse methoden, bronnenboeken en websites gebruikt voor het vormen van de groep. Dat is een goede zaak. Er zijn veel positieve reacties gekomen op het spiegelverhaal ‘Mark’ uit het zevende hoofdstuk. De vraag kwam of er meer oefeningen met spiegelverhalen konden komen. Kinderen kunnen zich identificeren met de personen in de verhalen en de groep kan goed een norm benoemen naar aanleiding van het

11


spiegelverhaal. In deze nieuwe druk zijn drie nieuwe oefeningen met een spiegelverhaal te vinden.

Het skateboardsyndicaat In 2010 is het boekje Het skateboardsyndicaat verschenen (Van Engelen, 2010). Het is een verhaal dat bestaat uit acht hoofdstukken. Ieder hoofdstuk is te gebruiken als spiegelverhaal. De oefeningen die bij het boekje horen, zijn te vinden op www.gripopdegroep.nl.

Bouwen aan je groep In 2011 is het boek Bouwen aan je groep verschenen (Van Engelen, 2011). Hierin worden zaken uitgediept die aansluiten bij Grip op de groep: waarden en normen in het onderwijs, gedrag in de onderbouw, bovenbouw en het voortgezet onderwijs, borging in de onderwijsorganisatie, de leerkracht heeft de sleutel, vrijere situaties (bewegingsonderwijs, schoolplein, gangen) en wat te doen als een groep al negatief is. In het boek zijn ook tools opgenomen waarmee een groep in beeld gebracht kan worden.

Jongens Jaren was het in Nederland not done om de verschillen tussen jongens en meisjes te benadrukken (Crott, 2013). Het resultaat: jongens komen slecht mee in het onderwijs. Een aparte aanpak voor jongens helpt om de groep beter te laten functioneren (Van Engelen, 2001). En ja: meer mannen in het onderwijs helpt. Meer waardering voor speciďŹ ek jongensgedrag is broodnodig. In het laatste hoofdstuk is een paragraaf opgenomen over jongens.

Door stoeien leren jongens hun grenzen verkennen

12


Kinderen zijn veel met andere kinderen bezig. De ander is belangrijk. Wat zegt de ander? Wat denkt die ander van mij? Hoor ik er wel bij? Val ik er niet buiten? Groepen spelen een belangrijke rol in het leven van kinderen en jongeren. In dit eerste hoofdstuk wordt het begrip ‘groep’ verkend. Daarna wordt beschreven welke behoeften een mens heeft en welke rol groepen hierin spelen. Ten slotte komt in dit hoofdstuk aan de orde wat de relatie is tussen de groep en adaptief onderwijs.

1.1 Wat is een groep? We horen bij diverse groepen: vriendengroepen, familie, sportclub, team, de afdeling, kerk, de klas. En het gezin, is dat ook een groep? En twee vrienden die met elkaar optrekken? Dat kan. Er is namelijk sprake van een groep als er een gezamenlijk belang of gezamenlijke taak is die om samenwerking vraagt. Dat kan dus ook bij een tweetal het geval zijn.

14


Samenwerking

De groepen zijn in dit voorbeeld door de leerkracht samengesteld. Er zijn groepen ontstaan die onmiskenbaar een gezamenlijk belang hebben (een goed resultaat) en een gezamenlijke taak die om samenwerking vraagt (het maken van een website over een land).

1 De groep

In de klas van meneer Tom wordt een opdracht gegeven: ‘Stel in groepen van vier leerlingen een website samen over een land’. Tom stelt ontwerpeisen en inhoudelijke eisen (welke onderwerpen moeten er aan bod komen op de site?). Deze heeft hij op papier gezet en uitgedeeld. Hij beoordeelt het uiteindelijke resultaat.

Kenmerken van een groep Elke groep vertoont een aantal kenmerken. Deze hebben betrekking op: ■ relaties; ■ rollen; ■ groepsnormen. Ten eerste tref je binnen elke groep relaties aan. De leden van de groep krijgen en onderhouden relaties met elkaar. De kans is groot dat ze daarbij de leden van hun eigen groep positiever beoordelen dan kinderen of jongeren die niet tot de eigen groep behoren (Sherif & Sherif, 1969). Dit heeft gevoelsmatig ook een zekere logica: je hebt immers iets wat je bindt – het groepsdoel. In hoofdstuk 6 wordt hier verder op ingegaan.

Relaties Buurthuis ‘De Minimolen’ organiseert een minivoetbaltoernooi. Twee teams spelen tegen elkaar: de groenen tegen de blauwen. De kinderen uit het blauwe team hebben een gezamenlijk doel: winnen. De eigen groepsleden worden positiever beoordeeld: je hebt elkaar immers nodig om te winnen. De andere groep, de groenen, worden negatiever beoordeeld door de groepsleden van het blauwe team. Zij hebben namelijk een tegengesteld doel: blauw laten verliezen.

Een tweede kenmerk van een groep is het ontstaan van rollen binnen de groep. Er zijn groepsleden die al snel een leidende rol op zich nemen; zij nemen vaak het initiatief in een groep. Er kunnen groepsleden zijn die vooral een zorgzame rol op zich nemen, anderen komen met veel ideeën en weer anderen stellen zich volgzaam op. Welke rollen er ontstaan in een groep, of beter gezegd, welke rollen de ruimte krijgen om zich te tonen, hangt af van het feit of het een

15


negatieve of positieve groep is geworden. In hoofdstuk 2 en 3 komen deze soorten groepen en de rollen uitgebreid aan bod. Ten slotte het derde kenmerk van een groep: het ontstaan van groepsnormen. Dit zijn de regels die de groep zelf opstelt en waarmee de groep gaat functioneren. Deze groepsnormen zijn zeer belangrijk en van invloed op de relaties, het pedagogische klimaat en de sfeer in de groep. In hoofdstuk 2, 3 en 5 wordt hieraan aandacht besteed. Deze normen moeten niet verward worden met de normen van de school of de leerkracht.

Formele en informele groepen In het voorbeeld van meneer Tom was sprake van een formele groep. Formele groepen worden ingesteld door een organisatie of door personen met bepaalde functies, zoals leerkrachten. In het voorbeeld van meneer Tom liet de leerkracht een formele groep ontstaan. De formele groepen uit het voorbeeld zullen overigens kort functioneren: als de website klaar is, houdt de formele groep op te bestaan.

1.1 Een formele groep: de leerkracht geeft de opdracht om in een groepje te werken Vaak organiseren we de leerlingen in permanente formele groepen die een (school)jaar of langer functioneren. We geven die groepen verschillende namen: klas, taakgroep, basisgroep, stamgroep. Naast de formele groepen zijn er groepen die min of meer spontaan ontstaan uit allerlei sociale contacten: de informele groepen. Het ontstaan van een informele groep kan voortkomen uit een formele groep. Als je immers samen met andere kinderen in een klas geplaatst wordt, kan hieruit een vriendengroep ontstaan. In het kader van dit boek is het van belang of een informele groep onder dwang is ontstaan of dat er sprake is van vrijwilligheid. Als een informele groep onder dwang is ontstaan, kan dat om verschillende redenen zijn: de angst er niet bij te horen,

16


1.2 In welke behoeften voorziet een groep?

1 De groep

dreiging van anderen, enzovoort. Binnen een grote groep kunnen zich kleinere groepen gaan vormen, zowel formele als informele. We spreken dan van subgroepen. Als er een vriendengroep ontstaat in een klas, krijg je een informele subgroep binnen een formele groep. Meneer Tom uit het voorbeeld creĂŤerde een tijdelijke, formele subgroep binnen de formele groep. Ook subgroepen hebben hun eigen rollen, relaties en groepsnormen.

Ieder mens heeft bepaalde behoeften waarin hij of zij wil voorzien. Maslow (1954) onderscheidt vijf behoeften, zie afbeelding 1.2.

Zelfrealisatie Waardering

Sociale acceptatie

Zekerheid/veiligheid

Fysiologische behoeften

Behoeftepyramide van Maslov

1.2 Behoeftepiramide van Maslow Eerst moet een mens voorzien in de fysiologische basisbehoeften. Voorbeelden hiervan zijn eten, drinken, kleding en onderdak. Als daarin in voldoende mate is voorzien, komt de mens toe aan de tweede laag: behoefte aan veiligheid, geborgenheid en zekerheid. Is hierin voorzien, dan komt de derde laag in beeld: de behoefte aan sociale acceptatie. Denk hierbij aan genegenheid, warmte, erbij horen, erkenning door familie en vrienden. Als in die behoeften is voorzien, kom je terecht in de vierde laag van de piramide: de behoefte aan waardering, achting en respect. Ten slotte kom je in de bovenste laag: de zelfrealisatie. Hier kom je tot het ontwikkelen van eigen talenten.

17


Fysiologische behoeften Frank is 10 jaar. Hij functioneert goed: hij leert op zijn niveau en heeft er plezier in. Af en toe heeft hij last van de spanningen in de relatie tussen zijn vader en moeder. Frank hoort erbij in het gezin, in de klas, in de vriendengroep. Hij voelt zich gewaardeerd. Dit alles valt in duigen als zijn moeder besluit te vertrekken. Ze heeft een andere relatie. Zijn moeder bood hem geborgenheid, zekerheid en veiligheid. Dit valt nu weg voor hem. Hij keert nu (met name) terug in de tweede laag van de behoeftepiramide. Mensen om hem heen zullen die moederrol voor Frank moeten overnemen.

Groepen vervullen een belangrijke rol bij het voorzien in de behoeften uit de piramide. De groepen waaraan kinderen deelnemen, hebben meestal een functie in het vervullen van de behoeften aan veiligheid, sociale acceptatie en waardering. In de eerste laag, het voorzien in fysiologische behoeften als eten, drinken en onderdak, komen we vooral het gezin als groep tegen. Binnen het gezin wordt gezorgd voor de eerste levensbehoeften. In het voorbeeld van Frank wordt steeds in deze behoefte voorzien. Vader blijft in het gezin en zorgt voor voeding, kleding en woning. In de tweede laag, zekerheid en veiligheid, zien we een rol weggelegd voor groepen leeftijdsgenoten. Natuurlijk biedt in eerste instantie het gezin zekerheid en veiligheid, maar ook de groep leeftijdsgenoten biedt geborgenheid, zekerheid en veiligheid. Als groep sta je sterk. De groep biedt zekerheid: er zijn vaste normen. Omdat de normen binnen een groep de groepsleden een gevoel van zekerheid geven, zijn die normen ook moeilijk te be誰nvloeden als de groep is gevormd. Daarnaast is er zekerheid doordat de rollen vaststaan. Later komen we erop terug dat een groep deze rol pas kan vervullen vanaf een bepaalde leeftijd. Een volgende behoefte waarin groepen leeftijdsgenoten elkaar voorzien, is de sociale acceptatie, de derde laag uit de piramide. In een groep hoor je erbij, je bent groepslid. Je wilt niet voor gek staan en buitengesloten worden, je wilt gerespecteerd en geaccepteerd worden. Kinderen en jongeren willen ook invloed binnen de groep. Ze willen gewaardeerd worden. Ze willen hun mening serieus genomen zien. Als er in voldoende mate in de behoeften uit de eerste drie lagen is voorzien, kan de groep voorzien in deze behoefte uit de vierde laag. Kinderen die hier niet aan toe zijn, oefenen geen invloed uit binnen de groep en vinden het al geweldig dat ze geaccepteerd worden.

18


Grip op de groep