Rijksmagazine Slavernij

Page 1

Slave r n ij en nu ?


Colofon

Voorwoord

Dag allemaal, Wanneer ik door het museum loop, blijf ik regelmatig even staan bij een groep kinderen. Jullie hebben een open blik op kunst en stellen vaak goede vragen.

Schrijvers:

Aspha Bijnaar EducatieStudio

Miguel Heilbron & Tarim Flach Fawaka WereldBurgerschap

“Wie is die jongen op dat schilderij?”, vroeg een meisje me laatst. We stonden voor het schilderij naast de Nachtwacht, en ze wees naar een donkere jonge man. “En waarom moest hij als kind al werken?”

Milouska Meulens

Robin Raven

Rachel Rumai Diaz

Jennifer Tosch Black Heritage Tours

Eindredactie & coördinatie: Lotte Boot LBMP

Marloes van Noort Brigitte Veltman ThiemeMeulenhoff

Dennis Bouma Thijs Gerbrandy Annemiek Spronk Rijksmuseum

Art direction / Graphic design Studio Fraaj, Rotterdam & illustraties: www.studiofraaj.nl

Peter Bak

Han Lans

Dustin Thierry

Met medewerking van:

Leerlingen van De Amsterdamse MAVO

Sabitah Lanoy

Yosina en Deky Roemajauw

Veel mensen in Nederland vonden slavernij geen probleem, omdat het ver buiten Nederland gebeurde. Maar ook al zag je het niet, het was er wel. De pijn van mensen die als slaven moesten leven was groot. Toch werd er niet ingegrepen. Dat onrecht voelen veel mensen nu nog. Het heeft gevolgen voor de tijd waarin we nu leven. Daarom maakt het me blij wanneer ik hoor dat jullie doorvragen en méér willen weten. Dit magazine is samen met ThiemeMeulenhoff en verschillende schrijvers en fotografen gemaakt met jullie in gedachten. Lees de verhalen, praat erover – thuis en in de klas – en blijf jullie goede vragen stellen!

4 Liefde op plantage Liefdenshoek Aspha Bijnaar beschrijft een dag uit het leven van Tirara, een tot slaaf gemaakt meisje. De plantage in Suriname waar Tirara woonde is nu van Aspha’s familie.

12 Op zoek naar mijn voorouders Wist je dat vroeger niet werd opgeschreven wie de vader was van tot slaaf gemaakten? Milouska Meulens probeert toch meer te weten te komen over haar stamboom.

© Rijksmuseum, Amsterdam 2021 © ThiemeMeulenhoff, Amersfoort 2021 Alle rechten voorbehouden. Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd, opgeslagen in een geautomatiseerd gegevensbestand of openbaar gemaakt in enige vorm of op enige wijze, hetzij elektronisch, mechanisch, door fotokopieën, opnamen, of enige andere manier, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgever.

20

Dit magazine is mogelijk gemaakt door: Zusjes Nieuwbeerta Fonds / Rijksmuseum Fonds Fonds Dirk Jan van Orden / Rijksmuseum Fonds Henry M. Holterman Fonds / Rijksmuseum Fonds

Trots op Curaçao

Dustin Thierry fotografeert zangeres Yosina Roemajauw met haar vader. Zij komt uit Papua, woont al bijna haar hele leven in Nederland en voelt zich nu thuis in twee landen.

Sabitah Lanoy heeft een missie: ze wil jongeren op Curaçao trots maken op hun land, ondanks het slavernijverleden. ‘We spreken vier talen, dat is toch cool?’

14

Hartelijke groet,

Partner in onderwijs ThiemeMeulenhoff van het Rijksmuseum: Smallepad 30 3811 MG Amersfoort 033 - 448 3800 www.thiememeulenhoff.nl

Hoofdsponsoren

Helden van toen

Jennifer Tosch laat zien dat in heel Nederland in straten, huizen en op pleinen de herinneringen aan ons slavernijverleden te zien zijn.

Kinderboekenschrijver Robin Raven schreef speciaal voor jou drie verhalen over drie verzetshelden tegen slavernij en racisme.

24

Slavernij en nu?

Voor de leraar! Hoe bespreek je slavernij en racisme met je leerlingen? Hoe kun je concreet aan de slag met de onderwerpen in dit magazine? Bekijk de opdrachten via onderstaande QR-code.

5 x wat je echt moet weten Spreek je uit over racisme en slavernij ‘Je bent mooi, je bent sterk, je bent slim, draag Miguel Heilbron en Tarim Flach leggen uit wat slavernij van toen te maken heeft met jouw leven nu.

2

16

Slavernij in Nederland

Founder

Hoofddirecteur Rijksmuseum

10

Ook in het Oosten

Foto: Yelaine Rodriguez

Fotografie:

Het antwoord op die vraag is te vinden in ons slavernijverleden. Van de zeventiende tot de negentiende eeuw overheerste Nederland gebieden rond de Atlantische en Indische Oceaan. We lieten daar tropische producten verbouwen, zoals koffie, suiker en cacao. Om de winst op die producten zo groot mogelijk te maken, kregen de arbeiders niet betaald. Mannen, vrouwen én kinderen werden tot slaaf gemaakt.

8

Foto: Leon Coetzier

‘Slavernij en nu?’ is een co-productie van het Rijksmuseum en ThiemeMeulenhoff. Het magazine is bedoeld voor leerlingen in de bovenbouw van het primair onderwijs en de brugklas van het voortgezet onderwijs.

Inhoudsopgave

je krullen als een kroon, de wereld is jouw troon.’ Rachel Rumai Diaz maakte een spoken word en nodigt jou uit je eigen zelfportret te schrijven.

Slavernij en nu?

3


Liefde op plantage Liefdenshoek

Tekst: Aspha Bijnaar

Liefde op plantage Liefdenshoek

LIEFDE OP PL AN TA GE LIE FD EN SH OE K

Suriname, 5 maart 1807

De elfjarige Tirara woont op een plantage in Suriname. Elke

Ik heet Tirara, ik ben elf jaar oud en ik woon op plantage Liefdenshoek in Suriname. Het is woensdagochtend, vijf uur. Mijn moeder is al wakker. Haar naam is Esperanza, wat hoop betekent. Zij zal straks diep de velden ingaan om te werken op het land. Naar sommige velden moet ze wel vier kilometer lopen. Daar zal mama Esperanza de hele dag koffieen cacaoplanten bewerken voor de oogst. Ik lig op mijn matje en kijk naar haar. Met haar hand ondersteunt ze haar onderrug, moeizaam beweegt ze zich voort door ons kleine hutje. Ze loopt om mijn broertje heen, dat nog diep in slaap is. Mijn oog blijft rusten op haar dikke buik. Mijn moeder is zwanger. Ik hoop dat ze een meisje krijgt, dan heb ik een zusje om mee te spelen.

Mijn moeder bindt een doek om haar hoofd als bescherming tegen de brandende zon op het veld. Ze raapt haar buideltje gereedschap bijeen en gaat dan voor het hutje zitten. Ze drinkt wat uit haar kalebas en staart voor zich uit. Ik sta op, loop zachtjes naar haar toe en leg mijn handen op haar buik. Ik vlij mijn hoofd tegen haar schouder. We kijken elkaar even diep in de ogen. Wat zal ik je missen, mama. Ik zie je pas vanavond om zes uur weer, wanneer je moe en afgepeigerd naar huis bent gestrompeld. Veel tijd om haar te omarmen is er niet. De XXXXXXXX krioromama krioromama , de oppasmoeder van onze plantage, komt eraan om mij en mijn broertje mee te nemen. Ze heet Yana. Yana en mijn moeder begroeten elkaar hartelijk. Mijn moeder overhandigt haar snel een buideltje. Daarin zit al ons eten voor de hele dag: zoete aardappelen met een paar sliertjes gezouten vis. Terwijl wij met Yana meegaan om de andere kinderen op de plantage op te halen, loopt mijn moeder samen met de andere tot slaaf gemaakten naar de werkvelden.

ochtend vertrekt haar moeder naar de velden om in de brandende zon te werken. Tirara mag niet naar school. Ze moet de hele dag steentjes uit de grond halen, of koffiebonen sorteren. Ze is bang voor de plantagemeester met zijn zweep, droomt van die lieve Towo en denkt aan haar vader.

4

Slavernij en nu?

Slavernij en nu?

5


Liefde op plantage Liefdenshoek

Is iedereen er? Jantjie en Saar van vier jaar, Amba en Prins van zes jaar, Djeman en Kwaku zijn al zeven, Joni en Dop negen, Montji is tien. En Jansje en Kora, die net als ik elf jaar zijn. Yana telt haar schapen. We zijn met z’n twaalven. We lopen achter Yana aan naar haar hutje. Terwijl de witte, vrije en rijke kinderen in Suriname naar school gaan, moeten wij thuisblijven op de plantage. Niet om te spelen en te stoeien, zoals op school of in het park. Nee, Yana zet ons meteen aan het werk. Dat moet ze van de plantagemeester. Hij schreeuwt ons elke dag toe. Dat we op de plantage zijn om te werken, hard te werken. Dat we hier niet zijn voor ons plezier. Ook de kleinsten moeten aan de slag. Hoe jonger we beginnen, hoe beter we het werk later aankunnen. Als we groot zijn moeten we net zo hard werken als onze ouders nu doen. Dus halen we steentjes uit de grond, trekken we onkruid uit de aarde, sorteren we koffiebonen, verwijderen we insecten van de plantjes, sjouwen we takken en stokken.

Liefde op plantage Liefdenshoek

Op de plantage ben je groot als je twaalf jaar bent. De plantagemeester behandelt ons dan als volwassenen en laat ons steeds zwaarder werk doen. Net als onze ouders krijgen ook wij daar niet voor betaald. Vrijheid hebben we niet, we mogen praktisch niets: niet gaan en staan waar we willen, niet spelen wanneer we willen, niet eten wanneer we willen, niet naar de grote stad Paramaribo wanneer we willen. We mogen ook niet verliefd zijn op wie we willen. Wie iets doet wat in de ogen van de meesters niet mag, wordt geslagen of gemarteld, soms met de dood tot gevolg. Zelfs kinderen worden mishandeld. Volgens de regels mag ik als ik veertien ben tien tot vijftien zweepslagen ontvangen. Maar de slavenmeesters houden zich daar zelden aan. Towo, de zoon van mijn tante, is pas vijftien maar krijgt meer dan twintig twintig zweepslagen op zijn blote rug. XXXXX Arme Towo, hij heeft al vaker slaag gekregen. Towo is niet hier op de plantage geboren. Hij is ongeveer een jaar geleden met de boot vanuit West-Afrika hierheen gebracht. Zonder vader, zonder moeder. Hij heeft wekenlang gehuild. Mijn tante heeft zich over hem ontfermd, maar je kunt zien dat Towo nog niet begrijpt hoe het kan dat hij hier op een plantage in Suriname zit. Zonder ouders, zonder familie, zonder vrijheid en zonder de mogelijkheid ooit terug te keren. Daarom houdt hij zich niet aan de regels en krijgt hij vaak slaag. Hij heeft zoveel zweepstriemen op zijn rug en bovenarmen dat we zijn brandmerk bijna niet meer kunnen zien. Als gekochte tot slaaf gemaakte krijg je een gloeiend heet brandijzer met de initialen van de slavenmeester op je schouder of bovenarm gedrukt. Zo weet iedereen van wie je bent. Want je bent niet van jezelf. Ik hou van Towo, hou heel veel van Towo, ben volgens mij verliefd op Towo, stiekem dan. Wanneer mijn tante zijn opengereten rug insmeert met zalf en kruiden, wil ik mijn hoofd in zijn schoot leggen. Het doet me veel verdriet hem zo te zien.

Verliefd is ook mijn vader op mijn moeder. Hij heet Simeon. Nadat papa Simeon van zes uur ‘s ochtends tot zes uur ‘s avonds heeft gewerkt, verlaat hij stiekem zijn plantage. Hij loopt dan vier uur lang naar onze plantage door zompige XXXXX zompige moerassen, met water tot aan zijn knieën. Hij trotseert het allemaal om de nacht bij mijn moeder en bij ons te kunnen doorbrengen. Hij vertrekt alweer vroeg, zodat hij voor zes uur in de ochtend terug is op zijn eigen plantage. Van de ene op de andere dag komt mijn vader niet meer. Mijn moeder zit elke avond voor ons hutje, turend in de verte. Er gaat een week voorbij, en nog een week voorbij. Pas zestien dagen later hoort ze van de ramp op de plantage van papa Simeon. Op een ochtend stond de meester hem op te wachten toen hij terugkeerde, hij werd op heterdaad betrapt. De meester veroordeelde hem tot een straf, zo gruwelijk dat papa Simeon eraan overleed. De momenten met mijn vader waren kort, ik heb hem niet zo goed gekend. Maar ik voel hoe groot zijn liefde was voor ons, en voor mijn moeder. Hij bracht het grootste liefdesoffer.

Plantage Liefdenshoek Plantage Liefdenshoek bestaat echt en is eigendom van Aspha Bijnaar en haar familie. De overgrootvader van Aspha spaarde na de afschaffing van de slavernij tien jaar lang geld om plantage Liefdenshoek voor zichzelf, zijn vrouw en hun kinderen te kopen. Na hun overlijden is plantage Liefdenshoek als erfenis in de familie gebleven.

6

Slavernij en nu?

Slavernij en nu?

7


Ook in het Oosten

Beeld: Dustin Thierry

Ook in het Oosten

BIAK

De liefde van mijn land door Yosina Roemajauw

Ook in het Oosten

Woorden zijn niet genoeg om dit te kunnen omschrijven. Daar waar mijn thuis is, daar waar ik vandaan kom, daar waar ik al mijn gevoelens en zorgen kan laten meenemen door de golven.

WES T-PAP UA

Daar waar mijn hart ligt. Stukje hemel op aarde… ongekend paradijs met een heel bijzonder verhaal. Naar de zee kijken brengt mijn hart en ziel tot rust. Het gevoel van puur wit zand onder mijn voeten.

De familie van zangeres Yosina Roemajauw komt uit Papua, een eiland bij Indonesië. Ooit bezette Nederland de Schouteneilanden, het deel van Papua waar Yosina is geboren. Yosina woont al bijna haar hele leven in Nederland en voelt zich nu thuis in twee landen.

Vader Deky: “Het maakt niet uit waar je vandaan komt, iedereen mag trots zijn op zijn identiteit. Ik vind het belangrijk dat je dat uit; ik doe dit door middel van dans en muziek. Onze tradities zie je ook in ons huis, met kleding en instrumenten, of eten dat bij onze cultuur past. Die tradities, de geschiedenis, en ook de trots wil ik doorgeven aan mijn kinderen.”

8

Slavernij en nu?

Het gevoel van golven die op mijn benen slaan, het gevoel van de zon die op mij schijnt, het gevoel van vrijheid, het gevoel van thuis zijn. Het gevoel van trots om te vertellen waar ik vandaan kom. Ik kom uit West-Papua, ik ben een meisje uit Biak. Ayaine insos Yosina

Yosina: “We gaan zo vaak mogelijk naar West-Papua, waar veel familie woont. Mijn opa woonde hier in Olst, maar hij is helaas vorig jaar overleden. Hij was gevlucht naar Nederland omdat hij streed voor een onafhankelijk Papua. Andere familie, onder wie mijn vader, volgde hem. Na zijn overlijden hebben we mijn opa naar Papua gebracht en hem daar begraven onder een palmboom, bij zijn andere familie. Dat was zijn grote wens.”

“Als ik zeg dat ik uit West-Papua kom, moet ik eerst uitleggen waar dat ligt. Mensen weten het niet. Ik wil Papua op de kaart zetten. Laten zien: hé, dat deel bestaat ook!” “Er is veel geschiedenis die niet in de boeken voorkomt, dat moet je je realiseren. Leer van mensen om je heen: van je ouders, je grootouders. Geschiedenis is een van de mooiste dingen die je kunt leren. Heb je een opa of oma? Vraag ze alles. Wacht daar niet te lang mee, want de tijd vliegt voorbij.”

Slavernij en nu?

9


Trots op Curaçao

Tekst: Milouska Meulens

Beeld: Han Lans

Trots op Curaçao

Waarom moeten Curaçaoënaars trots zijn op hun land? “Mijn land is klein en toch spreken we veel talen. Zijn we op vakantie in Amerika? Dan spreken we Engels. In Spanje? Dan spreken we Spaans. In Nederland? Dan spreken we Nederlands. En niemand in die landen verstaat Papiaments. Wij hebben een streepje op ze voor. Dat vind ik cool.” “Maar op Curaçao hoor je vooral waar we allemaal niet goed in zijn. Voor mijn werkstuk heb ik veel jongeren gesproken. De meesten zijn niet van plan om na hun studie in het buitenland terug te keren. Ze zien zichzelf niet als Curaçaoënaar, ze kijken neer op onze cultuur en kennen de geschiedenis niet. Op school hebben we twee geschiedenisboeken: een uit 2009 en een uit 1982, terwijl er sindsdien heel veel veranderd is. Ik vind dat onacceptabel.”

Hoe weet jij dit allemaal? “Curaçaoënaars praten niet over slavernij. Ouderen schamen zich, of ze zeggen: ‘Dat was vroeger, we moeten verder.’ En jongeren vinden het onbelangrijk. Op school gaat het er wel over, maar dan alleen over Tula, de afschaffing van de slavernij in 1863 en de opstand van 30 mei.” “Mijn opa vertelt gelukkig wel graag. Over zijn jeugd en historische momenten waar hij zelf bij is geweest, of hij vertelt waar onze achternaam vandaan komt. Maar ik weet nooit zeker hoeveel ervan echt klopt. Er is maar heel weinig vastgelegd van onze geschiedenis; we hebben geen bewijs. Daarom hebben we betere lesboeken nodig. Ik wil lerares worden. En ik heb een kinderboek geschreven! Ik zoek alleen nog een uitgever.” Weer die smakelijke lach.

Ze duwt verontwaardigd haar bril omhoog.

10

Slavernij en nu?

Wat zijn, behalve betere geschiedenisboeken, jouw wensen voor Curaçao?

“Je land is onderdeel van wie je bent. Om trots te kunnen zijn op je land, moet je de geschiedenis kennen. En niet alleen de negatieve kanten, zoals de slavernij, maar ook de positieve dingen die daaruit zijn voortgekomen. Kijk naar ons eten: kuminda krioyo. Voor sommigen is het raar dat we varkensoor eten, of koeientong, of varkensstaart. Maar tot slaaf gemaakten kregen vroeger alleen afval te eten. Ik vind het cool dat we van restjes die niemand wilde, iets lekkers maakten. En dat dat nu onze cultuur is. Als je dat niet weet, denk je dat het vies is.”

“Ik droom er vooral van dat we één volk worden. Nu heb je verschillende groepen. De ene groep trekt witte mensen voor, de andere groep vindt dat je pas een echte Curaçaoënaar bent als je zwart bent. Velen hebben een minderwaardigheidscomplex als gevolg van slavernij en racisme. Ze vinden bijvoorbeeld ons haartype lelijk en willen steil haar. Of ze denken dat witte Nederlanders overal beter in zijn.”

“Onze taal is ook een goed voorbeeld: die is ontstaan tijdens de slavernij om met elkaar te kunnen praten. Mensen kwamen zowel uit Afrika als Europa en kenden elkaars talen niet. Nu is Papiaments een officiële taal.”

Sabitah komt uit Curaçao. Ze studeert nu in Nederland, maar ze wil na haar studie terug. Ze heeft namelijk een missie: jongeren laten zien dat ze trots mogen zijn, ondanks het slavernijverleden!

“Welkom, kom binnen”, klinkt het opgewekt als Sabitah Lanoy (18) de deur opendoet. Ze woont in Dordrecht, samen met haar broer. Aan de muur hangen foto’s en schilderijtjes van Curaçao. Daar komt Sabitah vandaan, net als ik. Ik vind het daarom extra leuk om haar te interviewen.

Waarom is het zo belangrijk om je geschiedenis te kennen?

“We hebben iemand nodig die alle trotse Curaçaoënaars samenbrengt. Zelf ga ik na mijn studie sowieso terug om te helpen. Maar we hebben nog een lange weg te gaan. Onze mentaliteit moet veranderen. Dat begint bij trots zijn op wie je bent. Ondanks het slavernijverleden.”

Wie was Tula? De studente Frans is trots op haar afkomst: “Toen ik in Leiden ging studeren, waren mijn eerste woorden: ‘Hoi, ik ben Sabitah, ik kom uit Curaçao.’” Ze schatert het uit en vertelt over haar examenwerkstuk Curaçao, een eiland om trots op te zijn, waarmee ze vorig jaar (samen met een medeleerling) de finale haalde van het Junior Fellowship van het Rijksmuseum. Dat is de profielwerkstukkenwedstrijd voor scholieren in het examenjaar.

Alle kinderen op Curaçao leren over de nationale held Tula. In 1795 organiseerde de tot slaaf gemaakte Tula een staking: hij zorgde ervoor dat tweeduizend tot slaaf gemaakte mensen hun werk neerlegden. Daarna werd Tula door de Nederlandse machthebbers als straf om het leven gebracht. Na zijn dood kregen tot slaaf gemaakten wel iets meer rechten. Zo moesten de eigenaren voor meer eten en betere kleding zorgen, en hoefden mensen niet meer op zondag te werken. Tula’s opstand was een belangrijke stap op weg naar de Nederlandse afschaffing van de slavernij. Elk jaar op 17 augustus wordt Tula herdacht.

Slavernij en nu?

11


Op zoek naar mijn voorouders

Tekst: Milouska Meulens

Op zoek naar mijn voorouders

Op zoek naar mijn voorouders

Geen achternamen Dertig jaar later werk ik bij het Jeugdjournaal. Mijn mede-presentator Joris Marseille laat zijn stamboom uitzoeken door een collega die daar goed in is, en ik vraag hem of hij dat ook voor mij wil doen. De collega gaat aan de slag maar komt bijna niets te weten over mijn familie.

?? ??

Wie is je vader, wie is je moeder? Als je afstamt van tot slaaf gemaakten, is het knap lastig om je stamboom compleet te maken. Veel namen en gezichten blijven een raadsel. Presentator Milouska Meulens neemt je mee op haar zoektocht naar haar voorouders.

Dat komt door de regels die Nederland erop nahield tijdens de slavernij. Pas toen de Nederlandse regering in 1863 op Curaçao de slavernij afschafte, werd voor het eerst bijgehouden wie wie was. Maar voor die tijd kregen mensen die tot slaaf gemaakt waren een Europese voor-

??

??

??

Reinier 1851

?? ??

Het is hartje winter als ik op mijn vijfde in Nederland aankom met mijn ouders, broers en zus. Sneeuw is nieuw voor ons, net als hagelslag, koeien en schaatsen. We komen van Curaçao, in het Caribisch gebied. Hoewel het bij Nederland hoort, zit er tussen mijn geboorte-eiland en dit kikkerlandje 9000 kilometer zee én een wereld van verschil.

Over groot vader 1870 Over groot mooeder 1889

Over groot vader

??

??

Familie van slavenhouders Je kunt je misschien voorstellen dat het zoeken naar mijn voorouders door deze geschiedenis erg lastig is. Toch zet ik mijn missie vastberaden voort. Die stamboom moet en zal er komen! Ik schakel mijn moeder in. Nu ik volwassen ben, durf ik wél vragen te stellen. Het kleine beetje dat zij weet, komt hard aan: mijn ene overgrootvader werd geboren als slaafgemaakte. Zijn naam is onbekend. En mijn andere overgrootvader? Die blijkt uit een familie van slavenhouders te komen. Zijn vader en zijn oom handelden in mensen. Het is een trieste geschiedenis. Toch ben ik blij met deze informatie, omdat ik nu verder kan graven.

Over groot moeder

?? Oma 1910

Oma

Papa 1942

Mama 1953

In de vijfde klas (groep zeven) begint het me op te vallen. Mijn klasgenoten die in Nederland zijn geboren, brengen veel tijd door met hun grootouders. Die wonen vaak vlakbij en vertellen verhalen over hun jeugd of de oorlog. Ik verlang ernaar ook verhalen over vroeger te kennen. Maar ik kan niet even bij mijn opa en oma op bezoek. Bellen is duur en mag daarom alleen in dringende gevallen. Mijn ouders kunnen me niets vertellen; zij weten zelf niet veel over onze familiegeschiedenis. Zij hoorden als kind niks over het slavernijverleden, niet op school en ook niet thuis. Volwassenen spraken er nu eenmaal niet graag over. En Curaçaose kinderen zijn niet gewend vragen te stellen over gevoelige onderwerpen. Dat is brutaal; het hoort niet. Als ik meer zou willen weten zou ik de Curaçaose overheidsarchieven in moeten duiken. Maar ik groei op in Overijssel en Flevoland; ver weg van die stoffige archieven.

Over groot moeder 1887

Josephina 1851

Opa 1905

In het begin mis ik een heleboel. Elke dag zon bijvoorbeeld, fruit plukken op weg naar school en hagedissen zoeken. Maar dat is niet het enige. In Nederland wordt het ook moeilijker om meer te weten te komen over mijn voorouders. Ik ben door onze verhuizing een deel van mezelf kwijtgeraakt. Want om jezelf echt te kennen en te begrijpen, moet je je familiegeschiedenis kennen. Tenminste, dat vind ik. En dat is knap lastig als slavernij onderdeel is van die geschiedenis.

Niemand kan me iets vertellen

naam in plaats van hun eigen naam en mochten ze geen achternaam hebben. De naam van de moeder, de eigenaren en de prijs die was betaald: dit alles werd keurig genoteerd. Maar wie de vader van een tot slaaf gemaakte was, mocht niet worden opgeschreven. Eén van de redenen daarvoor was dat kinderen dan niet gehecht konden raken aan hun vader; die werd waarschijnlijk toch weer doorverkocht. Vaders waren dus verplicht anoniem. Sowieso hielden de Nederlandse machthebbers niet bij waar mensen precies vandaan kwamen.

Dit ben ik

Mijn zus en twee broers

“Ik ontdek eigendomspapieren in een krullerig handschrift, met daarop familienamen”

Steeds meer puzzelstukjes En dan, voor mij onverwacht, staat het Curaçaose Slavenregister online. Ik ga op zoek naar aanwijzingen. Ik ontdek eigendomspapieren in een krullerig handschrift, met daarop geboortejaren van familieleden en zelfs officiële familienamen! Ik lees ook wie de eigenaren waren van mijn voorouders, die tot slaaf gemaakt waren. Op internet vind ik ook stambomen die verre familieleden bij elkaar hebben gepuzzeld. Samen met mijn eigen puzzelstukjes krijg ik een steeds beter beeld van mijn voorouders. En als ik DNAonderzoek zou doen, kom ik er misschien wel achter of mijn familie uit Benin, of uit Ghana, Senegal of een ander West-Afrikaans land komt. Zoals je kunt zien blijft mijn stamboom een gatenkaas. Maar de wetenschap staat niet stil, dus misschien vind ik ooit alle antwoorden. Voor jou is een duik in het verleden hopelijk eenvoudiger. Dus ben je nieuwsgierig naar de opa van je vaders opa, of naar de oma van je moeders oma? Blijf niet met vraagtekens zitten, maar maak je eigen stamboom compleet. Succes!

Zoon

Dochter

12

Slavernij en nu?

Slavernij en nu?

13


Princessehof — Leeuwarden In dit stadspaleis woonde de moeder van Willem IV met drie tot slaaf gemaakte bedienden: Cupido, Jean Rabo and Christiaan.

Leeuwarden

Zwolle

Hotel de Doelen — Groningen In 1841 hield de Brit John Scoble in dit hotel een pleidooi voor afschaffing van de slavernij. Engeland had die al verboden, Nederland nog niet.

Groningen

Coevorden

Huize Blankenberg — Cadier en Keer Salomon Pichot du Plessis kocht dit landgoed met geld van zijn tante, Susanna du Plessis. Zij staat bekend als de wreedste Nederlandse slavenhouder uit de Surinaamse geschiedenis.

Koloniaal Werfdepot — Harderwijk Jan Kooi was een zwarte officier die met Nederland meevocht in Atjeh. Hij verbleef hier voordat hij terugkeerde naar zijn geboorteplaats Elmina in Ghana.

Huize Arnichem — Zwolle Op dit landgoed ligt het oudste bekende islamitische graf in Nederland met daarop de naam Lepejou en de Arabische tekst: ‘De heer heeft aan zijn trouwste dienstknecht dit graf gewijd, omdat hij hem dankbaar is en altijd aan hem denkt.’

Huis van Johan Picardt — Coevorden Hier woonde dominee Johan Picardt, die schreef dat tot slaaf gemaakten juist gelukkig moesten zijn met het slavernijsysteem, omdat het structuur bood.

Harderwijk

Cadier en Keer

Huis van Eduard van Akaboa — Utrecht Hier woonde de tot slaaf gemaakte Eduard uit Angola. Hij kwam vrij, werd edelsmid, trouwde met een Nederlandse vrouw en kreeg een zoon.

Verdrag van Breda — Breda Hier werd in 1667 afgesproken dat Nieuw Amsterdam (New York) aan de Engelsen werd overgedragen, en dat Suriname naar de Nederlanders zou gaan.

Utrecht

Amsterdam

Slavernij in Nederland

Delft

Breda

Dam — Amsterdam In Amsterdam stonden het hoofdkwartier van de VOC, de WIC en de Sociëteit van Suriname.

In heel Nederland dragen straten, huizen en pleinen de herinneringen aan ons slavernijverleden met zich mee.

Wange van Bali-huis — Delft Wange werd al jong van zijn tot slaaf gemaakte moeder gescheiden en verkocht. In Delft moest hij als bediende van een familie werken. Na zijn vrijlating in 1818 schreef hij een boek over zijn leven.

Middelburg

Abdijplein — Middelburg In 1596 werden op dit plein ongeveer honderd Afrikaanse mannen, vrouwen en kinderen voor publiek tentoongesteld. Waarschijnlijk zijn ze daarna verscheept naar het Caribisch gebied.

Slavernij op de kaart Het Mapping Slavery Project bestaat sinds 2013. De mensen die eraan meewerken zoeken naar sporen van de Nederlandse geschiedenis van de slavernij: mappingslavery.nl

15 Slavernij en nu? Slavernij en nu?

14

Slavernij in Nederland Vertaling: Lotte Boot Tekst: Jennifer Tosch Slavernij in Nederland


Tekst: Robin Raven

Helden van toen

Eregalerij

Helden van toen

Indonesië

Surapati wist steeds weer te ontsnappen ‘Met mijn mobiel…’ ‘… waren we er allang geweest’, moppert pa. ‘Ja, ja, ik weet het, maar vandaag even geen getik en geloer op een scherm.’

slaaf’, zegt de oude man. ‘Hij kwam terecht in het huishouden van de Nederlandse familie Cnoll op het eiland Java. Ze noemden de jongen Untung.’

‘Untung?’ vraag ik. Aan de kant van de weg zien we een oude man in hurkzit. ‘Goedendag’, zegt hij.

Kinderboekenschrijver Robin Raven schreef speciaal voor jou drie verhalen over drie verzetshelden tegen slavernij en racisme.

‘Gelukkig, u spreekt Nederlands’, zegt papa. ‘We zoeken de Jalan Surawati.’

‘Surapati’, verbeter ik. ´Jalan Surapati. De weg naar het strand.´ De oude man kijkt papa hoofdschuddend aan. ‘Nederland was driehonderd jaar de baas over Indonesië en u noemt onze nationale held Surawati? Meneer! Pleinen en straten zijn naar hem vernoemd! Je ziet hem zelfs in tv-series en stripverhalen!’ De oude man tikt op de grond. Ik ga naast hem zitten. ‘Surapati was een kind-

16

Slavernij en nu?

‘Dat betekent De gelukkige. Blijkbaar maakte hij iedereen happy. Maar toen Surapati ouder werd, kreeg hij een verhouding met een Nederlandse vrouw. En dat mocht niet. Hij werd mishandeld en in de gevangenis gegooid. Uiteindelijk ontsnapte hij. Vanuit de dichtbegroeide bergen verzette hij zich jarenlang met vrienden tegen het Nederlandse leger. De Nederlanders probeerden een deal te sluiten: status en geld in ruil voor zijn hulp tegen andere Javaanse bendes. Surapati ging eerst akkoord, maar uiteindelijk kregen ze toch weer ruzie. Toen waren de Nederlanders het zat: ze verklaarden Surapati tot vijand nummer één.’ ´En toen werd hij gepakt’, raad ik.

De oude man schudt zijn hoofd. ‘Integendeel! Surapati wist steeds te ontkomen. Toen hij de Nederlandse kapitein Tack had verslagen in een spannend tweegevecht werd hij een levende legende. Maar helaas, onze held werd in 1706 gedood.´ De man zucht. ´De Nederlanders staken het lichaam in brand en verstrooiden de as. Ze hoopten dat Surapati daardoor snel vergeten zou zijn. Maar ze vergisten zich. Door die domme actie maakten ze Surapati juist onsterfelijk!’

‘Je bent pas echt dood als niemand meer over je praat’ Ik begrijp wat hij bedoelt. ‘Je bent pas echt dood als niemand meer over je praat’, zeg ik. De oude man komt soepel omhoog. ´Dat klopt als een zwerende vinger’, zegt hij. ´Dit is trouwens de Jalan Surapati. Het strand is om de hoek.’

Slavernij en nu?

17


Helden van toen

Helden van toen

Sint Maarten

Suriname

De vrouw met de drie namen

Anton de Kom

Hoeveel namen heb jij? De vrouw op deze rotonde kreeg er drie: Lucky, One Tété Lohkay en Lohkay. Zij leefde lang geleden op het eiland Sint Maarten, een land binnen het Koninkrijk der Nederlanden. Het standbeeld toont een rennende vrouw. Ze draagt sprokkelhout op haar schouder. Als je goed kijkt, zie je door de jurk heen dat ze haar linkerborst mist. Wie zet zo’n belangrijk beeld nu op een rotonde? Alhoewel, een rotonde vol met reclameborden is ook niet alles.

Lucky betekent geluk. Die naam werd aan veel vrouwen gegeven. Een bittere naam, want hoe gelukkig ben je als je als slaafgemaakte suikerriet moet snijden in de brandende zon? Of de hele dag suikerrietsap moet inkoken in het dampende kookhuis? Archeologen vonden jaren na de tijd van de slavernij op Sint Maarten een gebroken bord met daarop het plaatje van een molen.

18

Slavernij en nu?

Op de bordrand stond in het Engels de zin: Breng meer riet naar de molen, ‘neger’. Hard werken tot je erbij neerviel. Dat was het leven op de plantage. Lucky trok het niet en ontsnapte regelmatig. Maar ze werd altijd weer gevonden. De plantage-eigenaar stelde een gruwelijk voorbeeld: hij liet Lucky’s linkerborst afsnijden. Het afsnijden van lichaamsdelen kwam vaak voor op de plantages. Na deze onmenselijke daad heette Lucky voortaan One Tété Lohkay: vrouw met één borst.

Tussen de torenhoge cactussen en mangrovebossen ben je moeilijk te vinden Toen ze weer op de been was, verdween ze voorgoed in de heuvels. Daar kreeg ze haar laatste naam: Lohkay. Sint Maarten is klein, maar tussen de torenhoge cactussen en mangrovebossen ben je moeilijk te vinden.

Toch moest Lohkay af en toe ’s nachts naar de plantages om voedsel te vinden. Ze smeerde zich in met vet, zodat niemand haar kon vastgrijpen als ze ontdekt zou worden. Hoe het met Lohkay is afgelopen weet niemand. Tot slaaf gemaakte mensen mochten niet lezen of schrijven. Ze konden hun geschiedenis alleen doorgeven via verhalen. Vertellen was een kunst in de Afrikaanse cultuur. Een goede verhalenverteller kon zijn publiek urenlang vermaken. Dankzij die verhalen weten we dat Lohkay heeft bestaan. Als in de heuvels van het eiland Sint Maarten een rookpluimpje verschijnt, vertellen de ouderen aan hun kinderen wie dat vuurtje heeft gemaakt. De vrouw met de drie namen.

Je kunt het verhaal van Lohkay ook ontdekken in het Rijksmuseum.

De avond valt over Den Haag. Het is 7 augustus, 1944. Nederland is al vier jaar bezet door de Duitsers. Anton de Kom kijkt naar buiten. Een Duitse patrouille marcheert voorbij. ´Verlang je naar Suriname?’ vraagt zijn vrouw Petronella. Anton knikt. ‘Natuurlijk verlang ik naar Sranang’, zegt hij. ‘De oerwouden, het geruis van de insecten, en vergeet de jaguar niet!’ Hij gromt. Petronella lacht. ‘Je bent lief. Ik mis vooral de orchideeën.’ Anton lacht met haar mee. Hij pakt het boek dat hij tien jaar eerder schreef: Wij, slaven van Suriname. In dat boek vertelt hij hoe de Surinaamse bevolking eeuwenlang is onderdrukt door de Nederlanders. Surinamers waren mensen zonder rechten, gelijk aan vee en gereedschap. Zijn gezicht betrekt. ‘Maar zoals je weet, ben ik thuis niet meer welkom.’ In Paramaribo was Anton de held van alle werklozen en uitgebuite arbeiders. Hij gaf iedereen die hulp nodig had gratis advies. Dat

deed hij gewoon op het erf van zijn ouders, met slechts een tafel en een paar stoelen. Maar de koloniale werkgevers vonden dat arbeiders moesten werken en niet moesten vragen om een verzekering of loonsverhoging. Ze vonden Anton maar een onruststoker. Hij werd gearresteerd en moest kiezen: zonder proces de gevangenis in óf naar Nederland.

‘Anton strijdt met de pen, niet met een geweer’ Even later klinkt er gebonk op de deur. ‘Polizei!’ Het zijn NBS’ers. De landverraders willen weten waar de wapens liggen, maar die zijn er niet. Anton strijdt met de pen, niet met een geweer.

Vier maanden later zit het gezin De Kom in het koude Den Haag. Het is oorlog en Anton krijgt nergens betaald werk. Zijn boek is verboden door de Duitsers. Niemand kan het dus lezen. Je kunt zien dat het aan hem vreet.

‘Waarom ben je met die “neger” getrouwd?’ snauwt één van de mannen.

Anton staat op. ‘Waar ga je heen?’ vraagt Petronella.

Ze zal haar man nooit meer zien. Op 24 april 1945 sterft Anton aan tuberculose. Hij zit dan in een concentratiekamp in Duitsland. Zonder vrouw, zonder kinderen en zonder de jaguar van Sranang.

‘Even een frisse neus halen. Ik ben zo terug.’ Anton pakt zijn hoed en is weg. Wat Petronella niet weet, is dat hij naar zijn vrienden van het tijdschrift De Vonk gaat. Daar schrijft hij voor. Het is een blad tegen de Duitsers, dus alles moet in het geheim.

Petronella slikt. ‘Omdat ik van hem hou en hem respecteer.’

Wist je dat Anton de Kom ook is opgenomen in de Canon van Nederland? Zie canonvannederland.nl.

Slavernij en nu?

19


5 x wat je écht moet weten over slavernij en racisme

Tekst: Miguel Heilbron & Tarim Flach

5 x wat je écht moet weten over slavernij en racisme

Racisme heeft alles te maken met slavernij Vanaf de zestiende eeuw veroverden Europese landen gebieden in Afrika, Azië en Noord- en Zuid-Amerika. Deze gebieden werden ‘koloniën’ genoemd. Veel inwoners werden tot slaaf gemaakt en verkocht. Zij werden gevangengenomen en moesten werken zonder dat ze daarvoor betaald kregen. Om de slavernij goed te praten vertelden de machthebbers aan iedereen dat witte mensen beter, slimmer en hoger waren dan niet-witte mensen. Ze zeiden dat er verschillende ‘rassen’ bestonden en dat elk ras een ander uiterlijk had. Biologisch gezien bestaan er helemaal geen verschillende menselijke ‘rassen’. Dat idee is dus verzonnen. Maar het is honderden jaren herhaald en steeds meer mensen zijn erin gaan geloven. Ook nadat de slavernij allang was afgeschaft. In wetten en regels in landen over de hele wereld kon je vanaf de slavernijperiode racisme terugvinden. De ene groep mensen kreeg daardoor meer kansen en mogelijkheden dan de andere groep. Ook vandaag de dag zijn er mensen die denken dat zwarte en andere niet-witte mensen ‘minder’ of ‘minder waard’ zijn. Soms beseffen ze zelf niet eens dat ze zo denken, of dat ze dingen doen die passen bij deze gedachten, maar hun gedrag heeft wel veel gevolgen. Zwarte en andere niet-witte mensen kunnen bijvoorbeeld merken dat ze in een winkel extra in de gaten worden gehouden, anders worden behandeld in de klas of minder snel kans maken op een huis of een baan.

Nederland is rijk en dat komt óók door slavernij

Je hebt ongetwijfeld beelden gezien van Black Lives Matter. Maar wist je dat racisme van nu alles te maken heeft met slavernij van vroeger? Miguel en Tarim van Fawaka WereldBurgerschap leggen uit hoe zij dat zien.

20

Slavernij en nu?

West-Europese landen zijn nog steeds machtig en rijk. Nederland is een van de rijkste landen ter wereld. Die rijkdom ontstond voor een groot deel vanaf de zeventiende eeuw, die vaak bewonderend de ‘Gouden Eeuw’ wordt genoemd. Nederland verdiende veel geld door te handelen in producten die in de koloniën werden verbouwd. Maar voor mensen die in dezelfde gebieden tot slaaf gemaakt waren en al het werk moesten doen, was deze eeuw juist heel pijnlijk en bloederig. Nederlanders (mensen, bedrijven en ook de Nederlandse overheid) hebben honderden jaren veel geld verdiend aan slavernij en kolonialisme. Nederland bezat een groot koloniaal rijk: onder andere Suriname, verschillende Caribische eilanden, Indonesië, delen van Zuid-Afrika en Brazilië waren een tijdlang onderdeel van het Koninkrijk der Nederlanden (sommige Caribische eilanden zijn dit nog steeds). Nederlanders handelden in deze tijd ook in tot slaaf gemaakte mensen en waren zelf ook de ‘eigenaar’ van mensen. Die handel in mensen eindigde in Nederland officieel tussen 1863 en 1873. Als je erover nadenkt, is dat voor jou maar een paar generaties geleden. De kans is groot dat de opa of oma van jouw opa of oma dat nog hebben meegemaakt.

Slavernij en nu?

21


5 x wat je écht moet weten over slavernij en racisme

5 x wat je écht moet weten over slavernij en racisme

Er is altijd verzet geweest tegen slavernij Natuurlijk accepteerden tot slaaf gemaakte mensen niet zomaar wat er met ze gebeurde. Er zijn altijd mensen geweest die in opstand kwamen. Zij streden met gevaar voor hun eigen leven voor vrijheid.

EU RO PA AZIË

NOO RD-

AME RIK A

In Suriname leidden in de achttiende eeuw onder andere Boni, Baron en Joli-Coeur opstanden van tot slaaf gemaakte mensen. In Curaçao zorgde Tula voor een grote opstand in 1795. En in Guadeloupe was Solitude, een zwangere vrouw, de leider van een belangrijke opstand. In de Haïtiaanse revolutie, rond 1791 tot 1804, versloegen tot slaaf gemaakte Afrikanen het Franse leger. Zij zorgden dat slavernij werd verboden en in de regering kwamen mensen die vroeger tot slaaf gemaakt waren.

AFRIKA

ZUIDAMERIKA

AUS TRA LIË

Nederlanders verscheepten tot slaaf gemaakten over de hele wereld Slavernij vond plaats in het hele Nederlandse koloniale rijk. De mensen en schepen van de West-Indische Compagnie (WIC) en die van de Verenigde Oost-Indische Compagnie (VOC) werkten eraan mee. Nederlanders haalden bijvoorbeeld mensen uit Afrika en maakten hen tot slaaf om op plantages in Amerika te werken. Zo ontstond de ‘trans-Atlantische slavernij’. Meer dan tien miljoen mensen (en misschien wel tientallen miljoenen) werden verhandeld op markten en tegen hun wil over de Atlantische oceaan verscheept. In Amerika werden ze onder andere gedwongen suiker, tabak en katoen te verbouwen. En vanuit Azië (zoals uit India en Indonesië) verscheepte de VOC veel mensen tegen hun wil naar onder andere Zuid-Afrika. Niet alle mensen werden verscheept. Er waren ook veel mensen die in steden, havens, mijnen en plantages in hun eigen land moesten werken voor de Nederlanders.

22

Slavernij en nu?

Maar het verzet gebeurde niet alleen met ongewapende en gewapende opstanden. Tot slaaf gemaakten verstopten bijvoorbeeld ook geheime codes in een dans of een lied. Deze tradities kun je nog steeds terugvinden, bijvoorbeeld in parades tijdens carnaval. Tenminste, als je weet waarop je moet letten.

Ook jij kunt iets doen tegen ongelijkheid

Ook jij kunt iets doen aan de ongelijke kansen die mensen hebben als gevolg van slavernij en racisme. Waar kan je beginnen? Je kunt bijvoorbeeld proberen meer te weten te komen over de geschiedenis van slavernij en over racisme. Het is makkelijker iets tegen racisme te doen als je er meer over weet en als je er goed over kan praten. Kijk daarbij ook naar de woorden die je gebruikt. Want veel termen die we nu nog gebruiken komen uit de koloniale tijd. ‘Blank’ heeft volgens woordenboeken ook de betekenis van ‘rein’, ‘puur’ en ‘onbeschreven’. Daarom schrijven we in dit magazine liever ‘witte’ mensen dan ‘blanke’ mensen. Ook zeggen we ‘tot slaaf gemaakte’ en niet ‘slaaf’. Dat komt omdat het geen speciaal type mens is, maar een persoon die met geweld tot dat leven werd gedwongen. Misschien staat het woord ‘slaaf’ nog wel in jouw geschiedenisboeken. Misschien wordt er ook gesproken over de succesvolle ‘Gouden Eeuw’ en over ‘zeehelden’ (en staan die woorden in jouw boek zonder aanhalingstekens). Dan weet je nu in elk geval dat het een keuze is om die woorden te gebruiken, en dat deze woorden maar één kant van het verhaal laten zien.

Sta er ook bij stil dat jouw blik misschien anders is dan die van andere kinderen en volwassenen. Misschien vind jij dat het wel meevalt met racisme, bijvoorbeeld omdat jij er persoonlijk nooit mee te maken hebt gehad. Door te luisteren naar mensen die andere ervaringen hebben, ga je er misschien anders over denken. Wist je trouwens dat slavernij nog steeds voorkomt? Miljoenen mensen over de hele wereld krijgen bijvoorbeeld niet betaald voor hun werk en zijn niet vrij om zelf te beslissen waar en voor wie ze willen werken. Je kunt mensenrechtenorganisaties steunen die daar iets aan proberen te doen.

Over Miguel en Tarim Miguel Heilbron en Tarim Flach van Fawaka WereldBurgerschap helpen scholen aandacht te besteden aan onder andere gelijkwaardigheid van iedereen.

Slavernij en nu?

23


Spreek je uit

Tekst: Rachel Rumai Diaz

Spreek je uit

Ik draag spreuken aan de binnenkant

Ik kom van de zoutpannen. Zwarte stippen in het witte zout

van mijn handen. Wijsheden in mijn

Zwart is het bloed dat de grond haar kleur gaf. Zwart is de

vingertoppen. Hoop in mijn handpalmen.

koffie die rijk is aan smaak. Gezoet met zweet van suikerrietplantages. Geoogst door mannen die lijken op mijn

Ik draag de kracht van mijn voorouders

vader. Zwart.

in mijn armen. Ik vlecht de woorden als bescherming in mijn haren als een eeuwenoud ritueel.

Zwart is de nacht dat ik geboren word als dochter van de maan, kleindochter van het zand, nakomeling van alles wat ver weg woont.

“Je bent mooi. Je bent sterk. Je bent slim. Draag je krullen als een kroon. De wereld is jouw troon.”

Zwart is Spaans, hoe vaak ze ook zeggen van niet. Zwart is het verborgen verhaal. Zwart is Curaçao. Een dochter, een vader, kilometers afstand en de legende

Je weet pas waar je naartoe gaat als je weet waar je vandaan komt.

van een eiland waar verloren stukjes van haar overal aanspoelen. Ik proef het zoutwater als ik hem kus op zijn wang. Ik voel de zand in de ruwheid op zijn handen. Ik kom van hoedenmaaksters, van Arawak en Taino. Ik kom van de tot slaaf gemaakten. Er leeft tambu in mij in een plek in mij die ik nog niet heb gevonden. Ik zoek mijn voorouders in de schaduw van de palmbomen. In het blauwe water dat al onze geheimen kent. Heeft de zee onze botten teruggegeven aan het land als kalkstenen? Ik bewandel paden die zij hebben vrijgemaakt. Zonder dat er moed is kwijtgeraakt. Maar vergeet niet dat ze meer zijn dan wat hun is overkomen. We zijn de toekomst waar onze voorouders over droomden. Het sprankje hoop dat hun warm hield op donkere dagen. We zijn de kleinkinderen van een gedeelde geschiedenis die zich niet mag herhalen. Laat hun stemmen voortleven in onze verhalen. Zonder barrières van talen. Hier komen alle culturen samen, want onze wortels zitten diep in deze grond . Dus ik sla mijn handen vol spreuken open als een boek. Mijn huid de volgeschreven vellen. Ik moet het allemaal vertellen.

Schrijf je eigen zelfportret! Bekijk de schrijfopdracht op de volgende pagina.

24

Slavernij en nu?

Slavernij en nu?

25


Spreek je uit

Spreek je uit

Schrijf je eigen zelfportret Spreek je uit! Wat zijn jouw wensen voor de toekomst?

De opdracht Maak een zelfportret met spoken word. Een wat? Een zelfportret is een tekening van jezelf. Spoken word is poëtische tekst die je uitspreekt. Dus… Wat ga je maken? Gebruik het sjabloon van het gezicht. Vul het gezicht in met woorden, teken dus niet met lijntjes maar met tekst. Bedenk voor elk onderdeel van het gezicht een tekst. Hieronder zie je hoe je dat kunt doen. Gebruik voor elk onderdeel maximaal vijf woorden.

Linkeroog: Wat zou je anders willen zien in de toekomst?

Rechteroog: Hoe zie jij jezelf in de toekomst?

Neus: Ik droom over …

Linkeroor: Zoek een spreuk op over kracht en schrijf die op

Rechteroor: Verzin zelf een zin over kracht

Haren: Teken een kapsel vol spreuken die je hebt geleerd van familieleden

Mond: Welke boodschap heb jij voor andere mensen?

Ben je klaar? Geef het portret kleur en maak het nog unieker!

26

Slavernij en nu?

Slavernij en nu?

27



Issuu converts static files into: digital portfolios, online yearbooks, online catalogs, digital photo albums and more. Sign up and create your flipbook.