Page 1

‘Burgerschap is een kwestie van doen’ Tweede praktische gids voor waardegericht onderwijs

1


©

Stichting Carmelcollege, februari 2010

Dit is een uitgave van de werkgroep waardegericht onderwijs Contactpersoon: Franciska Soepboer Telefoon: 074 - 245 55 55 E-mail: soepboer@carmel.nl De notitie ‘Waardegericht leren in Carmelscholen’ kunt u downloaden via www.carmel.nl onder de knoppen ‘projecten’ en ‘waardegericht leren’. Hier vindt u ook de eerste gids voor waardegericht leren, ‘De kern van ons vak’. 2


Inhoudsopgave

Voorwoord

5

1.

Inleiding

6

2.

We hebben al enorme vorderingen gemaakt

8

3.

Artikelen uit Carmel Magazine

18

4.

Leidraad “Burgerschapsvorming in je school�

20

5.

Wettelijk kader voor Burgerschap

22

6.

De nascholing Waardegericht onderwijs

24

7.

Meer informatie

25

3


4


Voorwoord “Wie een mens veracht zal nooit iets met hem kunnen beginnen” Dietrich Bonhoeffer

De media berichten ons dagelijks over kleine en grote conflicten, over maatschappelijke spanningen, over grote rampen enz. Maar ook dichterbij -in de school bijvoorbeeld- is wel eens wat, toch?

Voor u ligt de tweede praktische gids over waarde­gericht leren; dit keer met het accent op burgerschap. Is burgerschap dan iets nieuws? Niemand twijfelt toch aan de noodzaak tot aandacht voor maatschappelijke verantwoordelijkheid, betrokkenheid en participatie? Is overigens het oprichten van scholen, zoals Stichting Carmelcollege sinds 1923 deed, niet een voortreffelijk voorbeeld van maatschappelijke verantwoordelijkheid nemen? “Burgerschap is ook en vooral een kwestie van doen”, zei staatssecretaris Dijksma van OCW op 18 november 2009. De Karmelieten hadden in het begin van de 20ste eeuw deze aansporing niet nodig.

Moeten we niet wat vaker kijken, in plaats van wegkijken? Zouden we niet allemaal elkaar moeten aanspreken, als er iets niet goed gaat - ongeacht afkomst, religieuze achtergrond of wat dan ook? Maar ook en vooral: openstaan voor anderen in hun anders zijn. Bisschop Tutu sprak over “het genieten van mensen en veel van hen verwachten”. In deze gids hebben we enige inspirerende voorbeelden opgenomen. Wat dacht u van “deugden naar boven halen door eraan te werken” en “met theorie hebben ze weinig, daarom ligt het accent op zelf doen en ervaren”. Lees deze voorbeelden van uw collega’s, maar vertel ons ook uw goede voorbeelden, opdat wij die breed kunnen verspreiden.

Burgerschap gaat over het nemen van verantwoordelijkheid voor de eigen omgeving. Het gaat over het voelen en nemen van sociale verantwoordelijkheid. Sociale binding, eigen verantwoordelijkheid en vertrouwen staan daarbij centraal.

Ton Thomassen, Lid College van Bestuur

Het is goed om ons bewust te zijn van deze waarden en om deze door te geven. Onze dynamische en multiculturele samenleving vraagt immers om overdracht van kennis en gedrag over hoe we met elkaar omgaan en over wat we belangrijk vinden.

5


1. Inleiding ‘De kern van je vak’- zo noemden we vorig jaar de eer-

Maatschappelijk bewustzijn Het bestuur ziet onderwijs zelf als een maatschappelijke activiteit, die direct gericht is op het welzijn en de ontwikkeling van leerlingen, die voor deze school hebben gekozen. Het samen leren beleven van eerder genoemde waarden en normen zal uiteindelijk niet alleen de school­gemeenschap maar ook de toekomstige maatschappij ten goede komen. Daarom zal de school de persoonlijke ontplooiing van de meis­ jes en de jongens bevorderen door ze gelegenheid te geven naar eigen aard en mogelijkheden hun cognitieve, creatieve en sociale capacitei­ ten te ontwikkelen. Tegelijk zal zij het maatschappelijk element in deze persoonlijke ontwikkeling duidelijk accentueren: wij kunnen het samen leven slechts dan gelukkiger maken als wij ons met eigen verworven­ heden inzetten voor de andere, vooral de zwakkere.

ste brochure over waardegericht onderwijs1. Die titel was welbewust gekozen, om te laten zien dat eigenlijk iedereen al lang waardegericht werkt. Ieder van ons, wat we ook doen op onze scholen, wil de leerlingen ‘iets meegeven.’ Zo noemen we dat vaak, en dan doelen we doorgaans op kwaliteiten, inzichten of vaardigheden buiten het eigen vakgebied. Het is dan een manier van denken en handelen, een attitude.

Pedagogisch-didactisch klimaat Het pedagogisch-didactisch klimaat van de school zal er in algemene termen één moeten zijn van grote menselijkheid. Warme belangstel­ ling, verdraagzaamheid, onderlinge solidariteit, vergevingsgezind­ heid, en aandacht voor de zwakkeren zullen grote prioriteit moeten hebben boven eenzijdige benadrukken van prestatie en wedijver….

In die eerste brochure is dat tot uitdrukking gekomen in de vele verhalen uit de praktijk. Op grond van de positieve reacties hebben wij besloten om elk jaar te laten zien wat er binnen verschillende scholen gebeurt en leeft. Dit jaar leggen we het accent op burgerschapsvorming, om aan te sluiten bij het thema van de jaarlijkse studiedag. Het onderwerp staat al geruime tijd hoog op de politieke agenda. Zowel de wet als de inspectie besteden er expliciet aandacht aan.

In de huidige statuten, missie en kernwaarden van de Stichting Carmelcollege klinken deze woorden door: De Stichting Carmelcollege stelt zich ten doel behartiging en in­ standhouding van alle vormen van voortzet onderwijs, op basis van waarden uit de Joods-Christelijke traditie, aangereikt door de katho­ lieke geloofsgemeenschap van waaruit de Stichting door de Orde der Karmelieten is opgericht. Het onderwijs- en vormingsaanbod van de stichting ten behoeve van een pluriforme wereld van geloof en cultuur heeft als doel bij te dragen aan humanisering van de wereld in een christelijk perspectief. Centraal staat dus de zorg voor de mens, voor elke mens, voor heel de mens en voor alle mensen. In deze visie ligt voor de Stichting de maatschappelijke opdracht besloten, dat ze haar verantwoordelijkheid breed ziet en dat ze ook het bevoegd gezag uitoefent over scholen die, vanuit een ander perspectief, een verge­ lijkbaar onderwijs- en vormingsaanbod realiseren, met name in de begeleiding van hun leerlingen bij en de confrontatie met zingeving.

Die meer formele omschrijvingen en kaders nemen we als bijlage op. In deze inleiding willen we benadrukken dat de relatie tussen de scholen van de Stichting Carmelcollege en burgerschapsvorming altijd hecht is geweest. Eigenlijk vanaf het begin van de Stichting en vanaf het begin van de bij haar aangesloten scholen. Burgerschapsvorming behoorde en behoort tot onze vanzelfsprekende taken. Misschien niet planmatig en zonder fraai verwoorde visie, maar Stichting en scholen zijn van oudsher betrokken bij hun omgeving en hun maatschappelijke opdracht. Rijke traditie In dit opzicht kunnen we spreken van een rijke traditie. Elke school was altijd meer dan enkel een leerinstituut. Ook na 1980, het jaar waarin de laatste formele banden met de karmelietenorde werden losgemaakt. In de uitgangspunten van beleid schreef het toenmalige bestuur ‘dat in het onderwijs niet waardenvrij kan worden gewerkt.’ Het voegde heldere passages toe over maatschappelijk bewustzijn en pedagogisch-didactisch klimaat:

In de definitie van Chris Hermans: ‘Waardegericht onderwijs is onderwijs dat zich bewust en bedoeld ten doel stelt het bewustzijn van waarden en normen te stimuleren alsmede de reflectie op en het waarderen van waarden en normen. Waardegericht onderwijs is onderwijs dat vanwege de inhoudelijke en methodische opzet aanleiding geeft om leerlingen waarden en normen te leren kennen, deze te laten ervaren en te leren bespreken en er consequenties uit te leren trekken voor het eigen handelen.’

1

6


Verantwoordelijkheid Deze grondtekst benadrukt dat Stichting en aangesloten scholen functioneren in een pluriforme samenleving en hun maatschappelijke verantwoordelijkheid nemen. Dat keert regelmatig terug in de missie of visie van de scholen, als ze woorden gebruiken als medemenselijkheid en verantwoordelijkheid, bijdrage aan de samenleving, humanisering, kritische en verantwoordelijke burgers, etc. Ze staan middenin de samenleving en willen daaraan mee bouwen door de leerlingen te vormen tot mondige en verantwoordelijke burgers. We doen het dus al; het behoort tot ons vak. Misschien is het wel daarom dat de nadruk vanuit overheid en politiek op burgerschap vaak verbazing of zelfs irritatie wekt. Natuurlijk is de soms hijgerige bezorgdheid een reactie op het kennelijk brede maatschappelijke onbehagen, maar nieuw is het allemaal niet. Staatssecretaris Dijksma heeft dat eind vorig jaar al eens opgemerkt. Op vele uiteenlopende manieren besteden scholen en individuele docenten en andere medewerkers hieraan al uitgebreid aandacht. Zoals ze dat al die jaren hebben gedaan. Burger足 schapsvorming was al onderdeel van het curriculum toen het woord nog niet eens bestond. Inspireren en motiveren Dat wordt allemaal zichtbaar in deze tweede bundel. Weer gaan we de scholen in, weer richten we de blik op de alledaagse praktijk. De verhalen die we hebben opgetekend, zijn zeker niet uitputtend; ze zijn in iedere school te vinden. We presenteren ze als voorbeelden, in de hoop en verwachting dat ze inspireren en motiveren. Daaraan voegen we een stappenplan toe om bestaande activiteiten te verbinden met de missie en de visie van de school. Zodat ook deze tweede bundel vooral praktijkgericht kan zijn. Reacties stellen we zeer op prijs. Februari 2009, Werkgroep Waardegericht onderwijs

7


2. We hebben al enorme vorderingen gemaakt ‘Hoewel ik veel nadruk leg op het belang van burger-

Weerbarstig Desondanks blijft burgerschap een weerbarstig begrip. Net als waardegericht onderwijs. In de eerste praktische handleiding hierover hebben we willen tonen dat iedereen hiermee al bezig is. Gewoon in de praktijk, zonder theoretische bespiegelingen of dikke rapporten.

schap, houdt dat geen nieuwe opdracht voor het onderwijs in. Hoe u op uw school vormgeeft aan burgerschap, dat is aan ù. U kunt dat binnen de school doen of kiezen voor een bezoek aan de Tweede Kamer, of

Deze tweede praktische gids beoogt hetzelfde. Weer hebben we het over waardegericht onderwijs, maar nu met het accent op burgerschap. En weer kiezen we voor de praktische insteek. We laten zien hoe verschillende Carmelscholen hieraan inhoud geven. Op uiteenlopende manieren.

straks, aan het Nationaal Historisch Museum, of het Huis van de Democratie. Maar burgerschap is ook en vooral een kwestie van doen. Wat dat betreft hebben we, misschien zonder

Dat verklaart waarom tijdens de interviews met de betrokken docenten (en soms met leerlingen) het woord burgerschap zelden is gevallen. Dat was niet nodig, het ligt impliciet besloten in de projecten of activiteiten waarover ze vertellen. Want of het nu gaat om een videoclip waarin leerlingen de deugd ‘respect’ verbeelden of de openhartige manier waarop ze corresponderen met overlevenden van de Holocaust – het heeft allemaal met burgerschap te maken. Net als de debatclub, waar de leden leren luisteren naar de argumenten van de tegenstander en zich in zijn of haar standpunt verplaatsen. Dat geldt ook voor het praktijkonderwijs dat zijn pupillen bijbrengt wat het betekent om huurder te zijn en stilstaat bij de vraag hoe in een moskee wordt gebeden. Niet minder voor de deelname aan een internetproject van een krant over de rechtspraak of de manier waarop leerlingen ruimte krijgen om hún mening verwoorden. De activiteiten zijn dus niet expliciet vanuit burgerschap opgezet, maar laten wel zien dat er veel in scholen gebeurt, vanuit de eigen leerlingenpopulatie, de eigen cultuur en de eigen identiteit.

het ons te beseffen, al enorme vorderingen gemaakt.’ Deze woorden sprak staatssecretaris Dijksma van OCW op 18 november 2009 tijdens de Kwaliteitsconferentie Primair Onderwijs. Twee elementen hieruit verdienen aandacht: het is de school die bepaalt hoe ze vormgeeft aan burgerschap. En: voor geen school is dat nieuw, iedereen is er al mee bezig. Je zou zelfs kunnen zeggen: is daarmee al jaren bezig. Ook toen dat woord nog geen expliciet artikel in de Wet op het Voortgezet Onderwijs had gekregen. Onderwijsinspectie Het ‘belang van burgerschap’, waarover de staatssecretaris spreekt, wordt onderstreept door de Onderwijsinspectie. In liefst acht kwaliteitscriteria en nog eens zeven kerndoelen legt ze vast hoe ze burgerschap uitgewerkt wil zien. En waaraan ze tijdens inspecties aandacht wil schenken. Daar zijn kanttekeningen bij te plaatsen. Kan de overheid voorschrijven wat een school haar leerlingen over burgerschap wil leren? Raakt dat niet aan de vrijheid van onderwijs? Die discussie laten we verder voor wat ze is. Want aan de noodzaak tot aandacht voor maatschappelijke verantwoordelijkheid, betrokkenheid en participatie twijfelt niemand. Evenmin aan de rol van de school hierbij, zoals hiervoor al aan de orde kwam. Veel van de door de Onderwijsinspectie gestelde kwaliteitscriteria en kerndoelen zijn dan ook al lang in ons onderwijs verankerd. Overigens geldt dit uiteraard niet enkel het Carmelverband. Alle scholen werken hieraan. De staatssecretaris erkent dit waar ze spreekt over ‘enorme vorderingen.’

Ondanks alle verschillen, zijn de rode draden gemakkelijk te herkennen. Hier gaat het om activiteiten die leerlingen leren wat het betekent deel te hebben aan de samenleving. Om waarden en de concrete toepassing daarvan. En uiteindelijk om hun toekomstige rol als volwaardige burgers. ‘Burgerschap is vooral een kwestie van doen’, zei de staatssecretaris. De praktijk onderstreept haar gelijk.

8


‘De oorlog is altijd nog een beetje bij ons’

Zelf aan de slag Maar waarom? ‘Allereerst omdat mijn leerlingen iets moeten weten over die oorlog en de wreedheden daarvan. Liefst door ze daarmee zelf aan de slag te laten gaan. Zoals één van hen zei: ‘Dit is heel anders dan uit een boekje.’ Ze hebben gecorrespondeerd met de ouderen en zijn samen met hen in de Hollandsche Schouwburg in Amsterdam geweest, waar Joden voor hun deportatie werden bijeengebracht. We hebben bovendien vorig jaar hier op school een tentoonstelling gehouden.’ De leerlingen hebben deze confrontatie met het verleden als indringend ervaren, weet Van der Wolde. ‘Ik gaf een opdracht: ‘Hitler had een hekel aan Joden, gehandicapten, zigeuners en homo’s. Ken je zelf ook scheldwoorden voor deze groepen?’ Eén van de leerlingen was oprecht kwaad: ‘Dat doe ik niet, dat kun je niet maken!’ Zó krijg je het gesprek op gang en leren kinderen dat er onderwerpen zijn waarover je geen grappen maakt.’

Het gelijknamige boekje ‘Niet van gisteren’ geeft in 138 pagina’s de complete e-mailcorrespondentie tussen steeds twee leerlingen en één Joodse volwassene weer. Steeds zijn het de leerlingen die de eerste mail schrijven, waarop de volwassene antwoordt. Vaak leidt dat tot onverwachte vragen en observaties. ‘Bent u eigenlijk nog bang dat zoiets weer gebeurt of heeft u er nare dingen van overgehouden?’, wil Melanie graag weten. Geronimo vraagt met jeugdige vrijpos-

Ze heeft nog meer geconstateerd. ‘Dit zijn kinderen uit de tweede klas van de basisberoepsgerichte leerweg. Veel zelfvertrouwen hebben ze meestal niet, ze hebben net te vaak gehoord dat ze niks kunnen. En kijk nu! Zo’n project tilt ze boven zichzelf uit. Ze hebben een indrukwekkend boekje gemaakt. Hun tentoonstelling is goed bezocht, ook door mensen uit andere delen van Nederland. Ze zijn ook nog eens de enige tweede klas die aan ‘Niet van gisteren’ heeft meegedaan. Dat maakt hen terecht supertrots. Er is duidelijk ook een grote pedagogische waarde.’

tigheid: ‘Met hoeveel mensen zaten jullie ondergedoken en hebben die allemaal de oorlog overleefd?’ Van Özlem en Stefanie komt een andere brandende kwestie: ‘Was het zwaar om een nieuw leven te beginnen na de tweede wereldoorlog?’

Schaduwen Bovendien hebben ze ondervonden dat vooroordelen, vervolgingen en wapengekletter voor de direct betrokkenen soms lange schaduwen hebben. Langer en vaak ondraaglijker dan de buitenwereld beseft. Zoals mevrouw Evelien Jesaijes schrijft aan Gülistan Eren en Geronimo Kainama: ‘Uit de brieven en (…) de tentoonstelling, begrijpen jullie wel hoe afschuwelijk oorlog is en eigenlijk is de oorlog altijd nog een beetje bij ons.’

Groepsdocent Trijnie van der Wolde kent de vragen en de antwoorden. ‘Je moet weten dat deze kinderen voordien nauwelijks enig besef hadden van die oorlog. Er was zelfs een leerling die vroeg wat onderduiken is. Nu hebben ze er allemaal kennis van genomen. Ze hebben erover gelezen en gemaild en hebben later hun mailgenoot ook nog eens ontmoet. De Jodenvervolging en de oorlog zijn niet meer anoniem; ze hebben er gezichten en verhalen bij gekregen.’

9


De praktijk van de rechtspraak

De leerlingen hebben ervan genoten. ‘Vast ook omdat ze veel op de computer moesten werken, dat is toch nog altijd een stimulans’, meent Gaalman. Maar, weet ze, het element van zelf doen en uitzoeken heeft eveneens meegewogen. Plus de fascinatie van het kijken achter de schermen van de rechtspraak. ‘En ze hebben het erg leuk gevonden om onderling in gesprek te gaan over de dader, zijn motieven en de strafmaat.’ Dat blijkt uit het resultaat: twee groepjes van drie leerlingen werden door de jury, onder voorzitterschap van een echte rechter, tot de tien beste inzenders gekozen.

Het idee ontstond tijdens het lezen van De Twentsche Courant Tubantia. Onder de kop ‘Wikken en wegen’ riep de regionale krant lezers op via internet in de toga van een rechter te kruipen om te oordelen over een fictieve verdachte. Bijna had Elize Gaalman, docent levensbeschouwing en maatschappijleer aan het Pius X College in Almelo, zichzelf opgegeven. Tot

Wat vind jij? Gaalman is er uiteraard zeer tevreden over. Ze overweegt om zelf een vergelijkbaar project op te zetten, maar dan structureel. ‘Er zouden dan ook groepjes leerlingen naar de rechtbank hier in Almelo kunnen gaan. Want dit sluit goed aan bij wat belangrijk is: dat ze zien hoe de samenleving functioneert, de onderliggende waarden herkennen en de vertaling daarvan in normen. En wat dat betekent voor het leven van jezelf en anderen. Dat doen we bijvoorbeeld ook in een project voor levensbeschouwing, onder de titel ‘Waar is God nog te vinden in deze tijd?’ Ook daar ligt de focus op een gegeven moment op jou. Wat vind jij en waarom? Je kunt alle theorie vertellen, maar het gaat pas leven als ze er zelf iets mee moeten doen. Het past bij de ambitie van de school om de leerlingen met aandacht en zorg te omringen. Maar dat doen we dagelijks, ook zonder deze projecten.’

haar de vraag inviel waarom ze niet leerlingen zou inschrijven. ‘Zo leren ze de praktijk zien’, zegt ze. In de virtuele procesgang staat de fictieve Gerard Sloeb centraal. Alcoholist, verslaafde en veelpleger, die op jacht naar een kratje bier een caissière molesteert en in de kraag wordt gevat. De leerlingen van 4vwo hebben figuurlijk hun tanden in hem gezet. Via de website van de krant konden ze in zijn ‘dossier’ alles over hem lezen. Vanaf zijn jeugd tot en met zijn eerdere veroordelingen. Hun taak was het om na verwerking van alle informatie tot een vonnis te komen. ‘Het kwam goed uit’, blikt Elize terug. ‘Ik moest de rechtstaat behandelen. De theorie kan ik wel vertellen, maar als ze zelf aan het werk gaan en dingen opzoeken, is dat veel beter. Dan gaan ze zelf nadenken en uitpuzzelen welke afweging zij als rechter zouden maken en waarom.’ Verrassend De oordelen vielen soms verrassend uit. Jongeren zijn rechtlijniger, is Elizes ervaring. ‘Ik vond dat er in de jeugd van de verdachte zeker verzachtende omstandigheden waren. De meeste leerlingen niet. Eén van hen zei: ‘Ik heb het net zo moeilijk thuis, maar ik doe dat toch ook niet?’ Er was veel kritiek op dat ‘softe gedoe’; de verdachte moest maar eens ondervinden dat het niet kon wat hij had gedaan. Maar een andere leerling vond dat de rechter de man eerst moest laten afkicken. Daarna pas kon volgens hem het proces beginnen.’

10


Debatteren is óók goed kunnen luisteren

Tot vreugde van de docent komt dat niet voor. De debatclub scoort doorgaans hoog in wedstrijden voor leerlingen van het voortgezet onderwijs. Hij warmt ze zelf op door in de lessen voor vwo-4 uitgebreid aandacht te schenken aan de kunst van het verbale duel. ‘De meeste leerlingen vinden dat leuk. Het is een heel andere manier van stof verwerken, het gaat wat meer de diepte in en je kunt er veel van jezelf inleggen. Er is meer ruimte om problemen te ontrafelen en mogelijke oplossingen te analyseren. En je wordt gedwongen kritisch na te denken over je eigen mening en de onderbouwing daarvan. Dat zijn belangrijke vaardigheden. En niet alleen op school, trouwens.’

Ieder jaar melden zich zo’n twintig leerlingen aan bij de debatclub van de Hengelose scholengemeenschap Twickel. Ze hebben er plezier in om argumenten te verzamelen en elkaar en anderen verbaal ermee te bestoken. Daarom doen ze ook, en al meermalen met succes, mee aan wedstrijden met andere scho-

‘Zijn’ debatclub heeft al diverse malen goed gepresteerd tijdens landelijke wedstrijden zoals Op weg naar het Lagerhuis van de VARA of het NK Debatteren voor scholieren van het Nederlands Debat Instituut. ‘Het is prachtig om te zien hoe leerlingen zich voorbereiden en het debat echt aangaan, over onderwerpen die vaak vrij zwaar zijn’, zegt Ten Berge.

len. ‘En dan is het heel wat meer dan je standpunt goed kunnen verwoorden. Wil je het goed doen, dan moet je echt goed kunnen luisteren’, weet Simon ten Berge, leraar maatschappijleer en begeleider van de debatclub.

En dat ook in meer regionale of plaatselijke kring. Zo neemt de club steevast deel aan het Hengelose scholierendebat onder voorzitterschap van de burgemeester. En zelfs nóg dichterbij. Ten Berge: ‘Onze school is gevestigd in de Hengelose wijk Woolder­ es. De wijkvereniging probeert onze school bij het buurtleven te betrekken. Wij werken daaraan graag mee, want je legt als school een behoorlijke druk op zo’n wijk. Dan is het goed present te zijn en betrokkenheid te tonen. Zo hebben op initiatief van de wijkvereniging al eens een debatavond voor de Woolderes gehouden. Dat is erg gewaardeerd, door bewoners en leerlingen.’

De vraag is: wat verstaan we onder een debat? Vaak lijkt het niet verder te reiken dan het ritueel verplaatsen van argumenten. Ten Berge: ‘Het gaat erom dat je een stelling inneemt en dat met verve presenteert, toelicht en verdedigt. Niet om je tegenstander te overtuigen, want die doet hetzelfde als jij, zij het met andere argumenten. Je wilt anderen meekrijgen, zoals de jury of het publiek. Om dat te kunnen, moet je je echt in je onderwerp hebben verdiept en het van verschillende kanten hebben bekeken. En je moet iets van emotie inbrengen. Je wilt immers medestanders werven.’ Daarbij past geen botte bijl. Integendeel, benadrukt Ten Berge: ‘Je moet heel goed kunnen luisteren. Wat zegt je tegenstander precies? Wat bedoelt hij of zij eigenlijk? En waarom zegt hij of zij dat? Debatteren vraagt ook de vaardigheid om je eigen gedachten tegen het licht te houden en soms zelfs te relativeren.’ Bovendien is kennis vereist. ‘Zomaar een goed verhaal vertellen, is er niet bij. De leerlingen moeten echt analyseren en feitenkennis opdoen, anders vallen ze zó door de mand.’

11


Deugden zetten missie om in praktijk

Directe relatie Jacqueline Maatman, teamleider brugklas, luistert gefascineerd. ‘Wat mij erg aanspreekt is de directe relatie tussen zo’n deugd en de dagelijkse werkelijkheid’, zegt ze. ‘Dat sluit goed aan bij de missie van onze school. En bij de mentoraatslijn voor de klassen 1, 2 en 3, waarin we de leerlingen toerusten voor de bovenbouw. In die eerste drie jaar leren ze reflecteren, feedback ontvangen en geven. Dit project draagt daaraan bij. We vragen collega’s dan ook om bij het aanspreken van leerlingen te verwijzen naar de deugd van dat moment. Dan gaat het nog dieper, want dit is niet iets wat we er even bij doen.’

Hoe geef je heel praktisch inhoud aan het begrip waardegericht onderwijs? Die vraag heeft Siebrich Siemens, docent levensbeschouwing aan het Carmel College Salland in Raalte lang bezig gehouden. ‘In de les ben je er mee bezig. Maar hoe maak je het nou schoolbreed? En hoe kun je zorgen dat het beklijft?’,

Dat laatste geldt ook voor de leerlingen zelf. Over elke deugd vullen ze in hun e-portfolio een ‘IPOD-formulier’ in. IPOD staat in dit verband voor ‘Ik probeer en oefen mijn deugden.’ Maatman: ‘Ze leggen vast hoe ze met die deugd zijn omgegaan, hoe ze erop hebben gereageerd. Als ze dan later in het portfolio die reflectiemomenten terugzien, kan dat helpen om talenten te ontdekken. Ze krijgen een verrassende inkijk in het eigen groeiproces. Het is één van de manieren waarin ze zich bewust worden van eigen sterke en zwakke kanten. Zodat ze in de bovenbouw een goede profielkeuze maken.’

beschrijft ze haar denkproces. Ze vond het antwoord in het deugdenproject, waaraan alle brugklassers deelnemen. Neem de deugd Respect. Op een videofilmpje zien we hoe leerlingen verschillende voorbijgangers (gespeeld door medeleerlingen) overvallen met de vraag of ze weten wat respect is. Altijd is het antwoord bevestigend, maar niemand kan het begrip uitleggen. Tot ze een jongeman vinden met schort en koksmuts. Jawel, hij kan het uitleggen. In het volgende shot staat hij voor de klas te roeren in een grote pan: ‘Een beetje van dit en een beetje van dat.’ Zijn gehoor van brugklassers kijkt ongelovig toe. Wordt hier respect met recept verward? De kok schudt het hoofd en noteert de ingrediënten op het bord: ‘Redelijk veel aardigheid, Een Schep leuk met elkaar omgaan, Pak Een Cilinder met iemand nemen zoals hij is, Tadaa! RESPECT!’

En Siemens: ‘Het viel me op dat de brugklassers onlangs, bij een presentatie aan basisschoolleerlingen van groep 8, zelf het deugdenproject noemden als voorbeeld van wat ze hier leuk vinden. Dat heeft me verrast, we hadden daarover geen afspraken gemaakt. Weet je, deugden zijn er in ieder mens. Je hoeft ze niet aan te leren, alleen maar omhoog te halen. Dat is het uitgangspunt van het deugdenproject van de Amerikaanse psycholoog Linda Kavelin-Popov, op wie we ons baseren. Volgens haar haal je deugden naar boven door eraan te werken. Dat zien we hier gebeuren.’

Het is één van de voorbeelden van de manier waarop de brugklassers de deugden verbeelden. ‘Elke brugklas moet een deugd voorbereiden en presenteren’, legt Siemens uit. ‘In de weken daarna keert de betreffende deugd terug in de lessen. Bij levensbeschouwing maakt elke leerling een kaartje, met aan de voorkant een illustratie die bij de deugd past. Op de achterkant schrijven ze hoe ze die deugd zelf concreet hebben ingevuld. Bijvoorbeeld door een ruzie te sussen.’

12


Iedereen moet kunnen meedoen

gen voetbaltalentencentrum en is partner in de Carmel Handbal­ school Drenthe. De school hecht aan dat sportprofiel, onderstreept de rector: ‘Om de waarde van het bewegen en om de waarden die daarmee verbonden zijn. Denk aan sportiviteit, teamgeest en de prikkel om het beste uit jezelf en anderen te halen. En aan doelen bereiken, doorzetten en nadenken over je houding en prestaties. Vaardigheden die ook buiten de lijnen van belang zijn.’

Het Carmelcollege Emmen heeft de viering van zijn 50-jarig bestaan in 2009 aangegrepen om de gehandi­captensport in de zon te zetten. Acties van leerlingen én een estafette van het bestuursbureau in Hengelo naar de school in Emmen leverde maar

Sport en onderwijs Zo lag het thema voor het halve eeuwfeest voor de hand: ‘Sport en onderwijs.’ Met opnieuw een brede invalshoek. ‘We willen onze gehandicapte leerlingen ook helpen met sporten. Met de Gehandicapten Sportclub Emmen hebben we een programma uitgewerkt.’ Eén van de onderdelen was een sportdag voor de leerlingen op het nieuwe kunstgrasveld van de school. ‘Het was aangepast sporten’, benadrukt Torreman: ‘Ze hebben allemaal geleerd wat het betekent om als gehandicapte te sporten. Bijvoorbeeld door te hardlopen met een geblindeerde bril op of door rolstoelbasketbal te spelen.’

liefst € 28.000 op. Het bedrag komt ten goede aan atleten met een beperking. Rector Kees Torreman: ‘Wij vinden dat iedereen moet kunnen meedoen. En dat willen we ook zelf laten zien.’ De school in Emmen telt ongeveer tien leerlingen (op een totaal van 1100) met een forse handicap. Ze heeft er haar gebouw bij aangepast, zodat ook deze leerlingen kunnen gaan en staan waar ze willen. ‘Helaas kunnen we toch niet iedereen toelaten, soms zijn de beperkingen te groot. Maar we zijn bereid ver te gaan, want dat meedoen vinden we erg belangrijk’, licht de rector toe.

De Gehandicapten Sportclub Emmen bestemt de opbrengst gedeeltelijk voor de bevordering van aangepast sporten. Een ander deel draagt bij aan de bekostiging van de Open Nederlandse Kampioenschappen baanatletiek voor atleten met een beperking, die in mei in Emmen worden gehouden. ‘We hebben afgesproken contact te houden. Leden van de club komen hier demonstraties verzorgen, onze leerlingen werken mee aan de organisatie van dat NK. We hebben een soort partnerrol gekregen, die goed past bij wat we willen uitstralen: dat we ‘een gewone, maar bijzondere school’ zijn. Voor iedereen.’

En de leerlingen? ‘Die vinden het gewoon. En nu zien ze dat het ook echt gewoon ís. Ze komen de gehandicapte leerlingen tegen in de gangen. Helpen als dat kan, gaan opzij als ruimte gemaakt moet worden. Je kunt het maatschappelijke betrokkenheid noemen, en dat is het natuurlijk ook wel, maar wij noemen het liever vanzelfsprekend. Onze leerlingen moeten en zien en weten wat er allemaal speelt in de samenleving. Het sluit aan bij ons streven om in het kader van Passend Onderwijs zoveel mogelijk leerlingen met een beperking te kunnen opnemen.’ Maatwerk Daarmee lijkt de belangstelling voor de gehandicaptensport al verklaard. Toch ligt het verband breder, legt Torreman uit. ‘Er zijn meer dingen die voor ons van belang zijn en die onderling samenhangen. We willen maatwerk bieden: elke leerling het meest geschikte onderwijs geven, in een uitdagende sfeer. Voor vmboleerlingen is dit al een gegeven, maar we willen dit voor de rest van de school verder uitrollen.’ Hij noemt verder het sportieve karakter van de school. In de eerste en tweede klassen kunnen leerlingen kiezen voor de sportklassen met zes uur per week sport. De school biedt daarnaast de vmbo-kaderopleiding Sport, Dienstverlening en Veiligheid en heeft LOOT-faciliteiten voor de ongeveer honderd jonge topsporters in eigen gelederen. En dan werkt ze ook nog eens mee aan talentencentra. Ze heeft al een ei13


‘Je ziet de Leerlingengids overal liggen’

Naslagwerk Tot verbazing van de Leerlingenraad zelf is de Gids positief onthaald. Wat bedoeld was als een document voor rector en schoolleiding, werd na twee herdrukken tot een boekje dat is verspreid onder iedereen die met het Maartenscollege van doen heeft. Alle docenten hebben het, de Ouderraad eveneens. Maar gebeurt er ook iets mee? Ryan: ‘Ja. En niet alleen rond de verbouwing. De Gids wordt echt gebruikt. Als Leerlingenraad kunnen we niet bij alle overleggen en vergaderingen aanwezig zijn. We weten dat de Gids in zo’n geval wel eens als naslagwerk dienst doet. In de lessen komt het boekje soms ook aan de orde. Leraren zeggen dat ze er iets mee willen doen. De respons is groter dan we hadden verwacht.’

Het Maartenscollege in Haren beschikt sinds vorig jaar over een Leerlingengids. Een boekwerkje waarin de leerlingen hun visie op de school geven. Ze schromen daarin niet om te benoemen wat volgens hun een goede docent is. ‘Het leuke is dat je de Gids overal ziet liggen. Bij rector, teamleiders en docenten. En ze doen er ook iets mee.’ In de stem van Ryan

Misschien, denkt hij, omdat de Leerlingenraad toch al veel invloed heeft. ‘Wij houden de vinger aan het leerlingenstatuut dat onze rechten beschrijft.’ En dan is er nog de inbreng van de leerlingenafvaardiging in de medezeggenschapsraad. ‘Er werd al naar ons geluisterd. We hebben nu geleerd dat we ook op andere manieren een vinger in de pap kunnen hebben, door creatief te denken en mee te denken. Dan valt veel te bereiken.’ Vandaar dat wordt overwogen de Leerlingengids jaarlijks of tweejaarlijks te actualiseren. Ryan zal het niet meer beleven: hij doet in mei eindexamen vwo.

Bulthuis (18), voorzitter van de Leerlingenraad, klinkt hoorbaar enthousiasme door. Eigenlijk is de voorzitter niet eens verbaasd. Zo op afstand zou je denken dat de vertegenwoordiging van de leerlingen en de rector wel eens botsen. Dat blijkt niet het geval: ‘De rector is erg toeschietelijk naar ons. Hij is altijd geïnteresseerd en dat geldt voor de schoolleiding als geheel’, tekent Ryan meteen aan. ‘Wat de waardering verder tekent, is dat wij als Leerlingenraad vaak gevraagd worden naar onze mening.’ Daar ligt de oorsprong van de Leerlingengids. Want toen de school een grote verbouwing voorbereidde, was het de rector die de Leerlingenraad vroeg om te benoemen wat de leerlingen daarbij belangrijk vonden. ‘We hebben dat breed getrokken door aan het eind van het afgelopen schooljaar een enquête te houden over de vraag wat wij als leerlingen nu belangrijk vinden’, legt Ryan uit. ‘Niet onder alle leerlingen, want we hebben er 1400 en zoveel reacties kunnen wij als Leerlingenraad niet verwerken. We hebben ons beperkt tot leerlingen uit alle jaarlagen, met uitzondering van degenen die na het eindexamen afscheid nemen.’ De uitkomsten waren soms verrassend, vindt de voorzitter. Zo werd gedacht dat de leerlingen een lichte, felgekleurde aula wilden. Mis: ‘Er was veel meer vraag naar een warmere ruimte, met andere kleuren en sfeerlicht. En in weerwil van de verwachtingen, vonden de leerlingen de aula even belangrijk als de toiletten.’ De Gids gaat intussen veel verder. ‘We hebben we ook geschreven wat volgens ons een goede docent is en wat beter kan in het schoolsysteem. Dat alles vanuit een positief-kritische invalshoek, we hebben geobjectiveerd geschreven. Het is niet de bedoeling om iemand te beschadigen of op de man te spelen.’

14


‘Het team neemt ons serieus’

Agenda Er staat immers nog heel wat op de agenda. De lijst aan de muur is lang genoeg, al is er nu een EHBO-trommel in de gymzaal en verdwijnen de zandbulten rondom het gebouw. Rond de websites ligt het ingewikkelder: soms zoeken leerlingen informatie op internet en worden dan verwezen naar door de school geblokkeerde sites. Inmiddels is er een proefproject gestart om te kijken hoe leerlingen omgaan met het vrijgeven van sites. Maar voor het nieuwe meubilair in de OLC’s heeft de groep net een voorkeur kunnen uitspreken, dus daar is ook beweging. Joeri knikt: ‘Dat is het leuke. Je wilt samen problemen bespreken en ideeën bedenken. Al zijn er ook dingen die niet lukken. Er zijn hier veel klachten over de ventilatie en die zijn nog steeds niet opgelost.’ Rien, inmiddels aangeschoven, legt uit dat er al metingen zijn verricht.

Aan de wand hangt een kleurig papier met diverse onderwerpen. Zoals websites, EHBO, de inrichting van de Open Leercentra (OLC) en de zandbulten op het plein. Stippen die ernaast zijn gezet, markeren de prioriteit. Dit zijn de items waarover de leerlingklankbordgroep van het tweede leerjaar zich buigt in de onderbouwlocatie van scholengemeenschap Marianum in Lichtenvoorde. ‘Heel interessant en we krijgen altijd antwoord’, zegt voorzitter Femke Derksen.

Andere successen zijn er ook. Danique noemt de weektaak: ‘Eerst gaven de leraren te veel of juist te weinig werk op. Nu zeggen ze dat ze over twee weken gaan toetsen, zodat we een eigen planning kunnen maken.’ Lynn wijst op de verbetering van de pauzes. Eerste- en tweedejaars hadden eerst gescheiden rustmomenten, waardoor de ‘achterblijvers’ in de andere OLC’s overlast ondervonden. ‘Nu hebben we samen pauze. Daarvoor zijn nu ook tafels bijgeplaatst’, legt ze uit.

Met z‘n vieren zitten ze aan de tafel: Femke, Joeri Kuiper, Lynn Garritsen en Danique Wevers. Als afvaardiging, want de voltallige leerlingklankbordgroep van de tweedejaars bestaat uit 28 leerlingen. De afvaardiging vormt op zich de ‘Kern’, zeg maar: het dagelijks bestuur, want aanvankelijk hadden zich zo’n 28 jaargenoten aangemeld voor de leerlingklankbordgroep. Te veel om effectief te kunnen vergaderen. Daarom hebben ze de ‘Kern’ uit hun midden gekozen. De kersverse leden hebben daarna onderling de taken verdeeld. Femke is voorzitter, er zijn twee notulisten en een penningmeester en de andere leden hebben hun eigen portefeuilles. Ze krijgen bijstand van onderwijsassistent Rien Budding, die als schakel tussen klankbordgroep en team fungeert.

Ambities Ambities zijn er eveneens. Zoals de al genoemde wens om vaker te vergaderen. Rien knikt: ‘We vinden jullie inbreng belangrijk, dus hier moeten we het zeker nog over hebben.’ Femke zou graag bekijken wat de klankbordgroep nog meer kan doen. ‘Een actie voor de slachtoffers van de aardbeving op Haïti was mooi geweest. Als je zo weinig vergadert, kun je niet op het nieuws inspelen. En zelf het initiatief nemen… ja, dat had gekund, maar we zaten wel midden in een projectweek. Ik denk verder aan een enquête onder de leerlingen, om uit te zoeken wat zij willen. Daar kunnen wij dan misschien iets aan doen. Want het is wel duidelijk dat het team ons serieus neemt.’

Vergaderen ze vaak? Vier hoofden schudden ontkennend. Eerst wel, in de beginfase. Toen kwam de ‘Kern’ bijna wekelijks bijeen. ‘Dat kostte te veel tijd’, blikt Femke terug. ‘Soms vindt een mentor het niet goed. Die zegt dan dat we nog maar even moeten wachten. Ik vind dat we daar duidelijke afspraken over moeten maken. Nu zien we elkaar te weinig’, vult Danique aan.

15


Ondernemen voor een microkrediet

mogelijk vrij. Grunder: ‘Het accent ligt op ondernemende competenties, inzicht in de eigen persoonlijke ontwikkeling en de eigen verantwoordelijkheid voor het eigen leerproces. In de derde klas starten we met de profielkeuze, de praktische profieloriëntatie en Day for Change. Dit laatste tevens als invulling van de maatschappelijke stage.’

Geef leerlingen een grote portie eigen verantwoordelijkheid en een startkapitaaltje. Zorg dat ze daarna in minibedrijfjes de waarde van een microkrediet

Het begint met een ondernemerstest. ‘Daarin draait het om de vraag wie je bent, of je risico’s durft te nemen en waarin je goed bent’, licht Grunder toe. ‘Er is duidelijk een pedagogisch doel. In de onderneming leren ze waarin ze sterk zijn. We hopen en verwachten dat ze mede daardoor een goede profielkeuze maken. In de vierde en latere klassen gaan we verder. Dan komt aan de orde welke kwaliteiten ze hebben en wat dat kan betekenen voor loopbaan en beroep. Bovendien staan dan het vervolg van de maatschappelijke stage, de verdere loopbaanoriëntatie en het profielwerkstuk op de agenda. We zien nu al dat een aantal leerlingen voor ‘ondernemende’ werkstukken kiest, zoals de opzet van een studiebegeleidingbureau, een bemiddelingsbureau voor leerlingstages en een project natuurbouw.’

leren kennen én tegelijkertijd werken aan zelfkennis en zelfgroei. Dat is in een paar zinnen het project ‘Onderneem het!’ van de locatie Lyceumstraat van het Twents Carmel College in Oldenzaal. De geldelijke opbrengsten zijn via de stichting Day for Change bestemd voor microkredieten in ontwikkelingslanden. ‘Je ziet de leerlingen creatief worden en groeien. Ze werken samen, verdelen rollen en taken; ze stáán er gewoon.’ Rita Grunder, projectleider van ‘Onderneem het!’ maakt gedreven een tussenbalans op. Sinds de kick-off in november heeft ze een grote reeks van nieuwe ondernemingen zien ontstaan en bloeien. De activiteiten strekken zich uit van de handel in etenswaar tot en met het maken van sieraden en websites.

Twee kanten Zo snijdt het mes aan twee kanten. Door intensief met hun bedrijfje in de weer te zijn, leren de derdeklassers hoe belangrijk microkredieten zijn voor ontwikkelingslanden in Azië en Afrika. ‘We willen ze leren wat sociaal ondernemen betekent’, benadrukt Grunder. ‘We zamelen al jaren geld in voor Brazilië, maar dit is anders. Dit daagt uit, doet een beroep op talenten en competenties. Ze leren veel over zichzelf en over samenwerken met anderen.’

Elke onderneming werkt met een door de school verstrekt startkapitaal van € 20. ‘Ik verwacht dat ze het allemaal verdubbelen, maar er zijn er die een veelvoud verdienen’, weet Grunder al. De school ziet er op toe dat de leerlingen doordacht te werk gaan. Na de startbijeenkomst hebben de 260 aanwezige derdeklassers hun ondernemingen gevormd, een ondernemings- en een marketingplan gemaakt en taken verdeeld. ‘Zó enthousiast zie je ze zelden’, lacht Grunder. ‘We horen het van ouders. Leerlingen die vrijwel nooit praten over school, vertellen plotseling honderduit. Er zijn er al verschillende geweest die hebben gevraagd of ze nóg een onderneming mogen starten.’

Het brengt haar tot een laatste observatie: ‘We hebben het zo vaak over de jeugd van nu. Maar zie eens wat hier gebeurt. Ze willen echt wel, als we er maar in slagen om ze op de goede manier aan te spreken.’

Persoonlijk programma ‘Onderneem het!’ maakt deel uit van het Persoonlijk Programma van de leerlingen vanaf de derde klas. Tot en met het eindexamenjaar is hiervoor 200 uur vrijgemaakt. In die tijd werken ze wel aan opdrachten, maar in de invulling daarvan zijn ze zoveel

16


Zelfbewuste mensen die bijdragen aan de samenleving

als de leerling te vol zit. Geeft niet, dan doe ik wel even iets anders. Het verhaal komt toch wel. Soms spelen we de situatie na. Dan zie je dat hij of zij de focus van de leerkracht herkent. Want functioneren in de samenleving is ook leren omgaan met elkaar. Net vanmorgen is een groep leerlingen daarvoor naar het Etty Hillesum Centrum hier in Deventer.’

‘Wij leren onze leerlingen zo zelfstandig mogelijk te zijn. Op het gebied van wonen, werken, vrijetijdsbesteding en veel meer. Met theorie hebben ze weinig,

Overigens zonder concrete aanleiding, benadrukt hij: ‘Er zijn hier geen spanningen. Afkomst of geloofsovertuiging spelen geen rol, we zijn als onderdeel van het Etty Hillesum Lyceum neutraalbijzonder. Dus vieren we geen Kerst, maar hebben we een gezamenlijk eindejaarsdiner waarin de oudere leerlingen koken voor de jongere. En toen onlangs een leerling van Turkse komaf op een andere locatie overleed, hebben leerlingen in de klas verteld over de herdenking in de moskee en voorgedaan hoe ze in de moskee bidden. Heel natuurlijk.’

daarom ligt het accent op zelf doen en ervaren. Als je het zo bekijkt, heeft alles wat we hier doen te maken met burgerschap.’ Aan het woord is Rik Brunt, directeur van Arkelstein, de school voor praktijkonderwijs van het Etty Hillesum Lyceum in Deventer.

De school wordt dan ook gewaardeerd, is de indruk van Brunt en zijn team. Dat inspireert tot een volgende stap. Tot dusverre bespreekt de mentor het handelingsplan (‘Wat gaan we doen dit jaar’) met leerling en ouders, die het daarna ondertekenen. ‘We willen dat de leerlingen hun onderwijsproces zelf leren vormgeven. Het is dan de leerling die het plan opstelt en het aan de ouders presenteert. Zo werken we verder aan ons doel: de leerlingen opvoeden tot zelfbewuste mensen die op eigen wijze een belangrijke bijdrage leveren aan de samenleving.’

165 leerlingen telt de school. Ze variëren in leeftijd van 12 tot en met 18 jaar en hebben een gemiddeld IQ van 55-80. Daarnaast kampen ze met leerachterstanden in vakken als lezen en rekenen. ‘Voor onze school kun je niet kiezen, je komt hier als je aan de criteria voldoet. Wij bereiden voor op beroep en samenleving’, licht Brunt toe. Burgerschapsvaardigheden krijgen daarom veel aandacht. ‘Ik vergelijk het wel eens met gymnasiasten. Als die 18 zijn, beginnen ze aan hun studie. Onze leerlingen moeten dan klaar zijn voor de rest van hun leven.’ Hoe dat gestalte krijgt, licht Brunt toe met voorbeelden. ‘Elke vrijdag om 12.00 uur hebben we lessen in vrije tijd. Onze leerlingen nemen doorgaans niet zelf het initiatief om lid te worden van een club of vereniging. Geen nood, dat leren ze hier.’ Of neem het huis, dat Arkelstein in bruikleen heeft van woningcorporatie Ieder1. ‘Ook onze jongeren moeten straks huren. Ze leren wat een huurcontract is, wat het betekent om buurtbewoner te zijn en wat er bij wonen allemaal komt kijken. Daar horen praktische zaken bij, zoals het opnemen van meterstanden, schilderen en behangen. Dat krijgen ze hier allemaal mee.’ Gedrag en houding Vanzelfsprekend komen gedrag en houding eveneens aan de orde. ‘Vooral door voordoen’, zegt Brunt. ‘Elk incident is een leermoment. Als iemand uit de klas wordt gestuurd, komt hij of zij soms bij mij. We praten erover. Misschien nog eerst even niet,

17


3. Artikelen uit Carmel Magazine

Thuis in eigen streek

‘Lokalen zijn hier niet op slot Nog niet, in elk geval. We hebben ons afgevraagd: willen we een school zijn waar alles bij voorbaat beveiligd wordt? Nee dus. We willen dat leerlingen eigenaar zijn van hun leerproces. Dat ze hun verantwoordelijkheid leren nemen. Maar vergis je niet, ook bij ons gaan er dingen schuiven; ook wij zien veranderingen in de motivatie van de leerlingen. Toch zijn ze in het algemeen nog een stuk rustiger dan jongeren in de stad. Komt dat doordat ze minder prikkels krijgen? Of juist doordat ze meer beweging krijgen en dus een betere uitlaatklep voor hun energie hebben? Ik denk het laatste.’

‘Streekschool, dat woord past bij ons De meeste van onze leerlingen wonen in een straal van tien tot vijftien kilometer rondom Raalte. Het is een groot voedings­gebied. En bijna iedereen komt op de fiets, ik ook. De megafietsen­stalling is het eerste wat opvalt als mensen van buiten het terrein op komen. Veel collega’s werken hier al jaren. Ook ik ben hier geboren en getogen: vroeger leerling, nu docent. Maar ik vond het wel belangrijk mijn vleugels uit te slaan. Tien jaar heb ik elders in het bedrijfsleven gewerkt, daarna ben ik pas docent geworden. Toen ik eenmaal wist dat ik het onderwijs in wilde, was de keuze voor mijn oude school wel snel gemaakt. Ik heb genoeg van Nederland gezien om te weten dat ik liever hier woon dan in een verstedelijkt gebied. En in Raalte gaan wonen maar in Deventer of Zwolle lesgeven, waarom zou ik dat doen?!’

‘Een goede naam behouden is hard werken. Je zou kunnen denken: zo’n streekschool heeft het lekker gemakkelijk. Want concurrentie hebben we alleen aan de randen van ons voedingsgebied. Maar zo is het niet. Je bent hier als school zo zichtbaar dat je ook kwetsbaar bent. Sociale cohesie is een groot goed, maar het schept ook verplichtingen. Een goede naam behouden is hard werken. Het verplicht je om voortdurend met onderwijsontwikkeling bezig te zijn. Om goed verantwoording af te leggen. Achter­ over leunen is er echt niet bij. Want de school en de streek zijn heel nauw verbonden.’

‘Onze school is geworteld in de omgeving Er gebeurt van alles in en rondom onze gebouwen. Verenigingen die in onze zalen sporten. Muziek- of toneeluitvoeringen. Maar ook voor de mensen persoonlijk is er altijd een band tussen school en thuis. En ik kom ze overal tegen, ook als ik in het dorp boodschappen doe. Ik ben dus nooit alleen maar Ronald, altijd ook “meneer Kerkvliet”. Mij stoort dat niet. Als ik anoniemer wilde zijn, was ik in de stad gaan wonen. Maar daar is het vaker: “je zoekt het zelf maar uit”. De mentaliteit hier is anders, minder onverschillig en individualistisch. Dat trekt mij. Mensen nemen het op voor elkaar. Leerlingen wachten na schooltijd soms wel een uur op elkaar om maar samen naar huis te kunnen fietsen. Vervolgens komen ze elkaar ’s avonds tegen bij de voetbal of de muziekvereniging. Een sterk verenigingsleven, daarin zie je dat groepsdenken terug. Je ziet het ook als je met leerlingen op excursie naar de stad gaat. Onze leerlingen weten zich in een groep goed te gedragen.’

Ronald Kerkvliet (36) Docent vmbo Carmel College Salland Uit: Carmel Magazine, jaargang 5, maart 2009

18


‘Meneer, dat dóe je toch niet...’

Die boodschap, heeft Nijhuis ervaren, slaat aan. Het boek is door een bijdrage van het Twents Carmel College laag geprijsd en verplichte kost voor de leerlingen van 2-vmbo, in het kader van een project over de Tweede Wereldoorlog, antisemitisme en discriminatie. En de reacties? ‘Eén leerling zei me dat dit het eerste boek is dat hij ooit heeft uitgelezen. Een ander riep uit, over haar verloofde: ‘Meneer, dat dóe je toch niet…!’ Ze zijn allemaal oprecht geraakt. Leny is al vier maal op school geweest. Iedere keer hingen de leerlingen aan haar lippen.’

Een verloofde die zijn Joodse aanstaande, haar ouders en broer verraadt. Voor de schamele prijs van fl. 7,50 per hoofd. Zodat ze kunnen worden opgepakt en naar de vernietigingskampen vervoerd. Ben Nijhuis heeft er een indrukwekkend boek over geschreven. Zijn uitgever heeft het voorgedragen voor de Grote Geschiedenisprijs 2009. En zijn leerlingen zijn diep onder de indruk. Het was geen vooropgezet plan, dat boek. Maar toen Nijhuis aan de vooravond van een reis van het Nederlands Auschwitz Comité met Leny Boeken kennismaakte, was zijn interesse snel gewekt. Op de eerste avond van de reis zat hij uren met haar te praten. Tot in de kleine uurtjes schreef hij op wat ze had verteld. ‘Ik had het idee om daar een lesbrief voor de leerlingen van te maken’, verklaart hij. Na de reis heeft Nijhuis Leny Boeken vele malen geïnterviewd om haar verhaal vast te leggen in het boek ‘Breekbaar, maar niet gebroken.’ Het wordt huiveringwekkend als ze spreekt over de dag waarop ze vele uren in de rij voor de gaskamers stond: ‘Je bent ontzettend bang, want je weet wat er komt. (…) Toch ben je tegelijkertijd onverschillig; het einde nadert, maar daarmee komt er ook een einde aan alle ellende. (…) Je bent zó murw, je kunt niet meer normaal denken en laat alles maar komen.’ Cynisch genoeg, kunnen de verbrandingsovens die dag het grote aantal vergaste mannen, vrouwen en kinderen niet aan. Leny wordt met vele anderen teruggestuurd naar de barak. Kort daarop volgt transport naar een concentratiekamp in Tsjechië. Later de bevrijding en de ontluisterende terugkeer in Nederland. Toch raakt ze niet verbitterd. Wel roept ze op tot waakzaamheid: ‘Mijn verhaal is een waarschuwing. Het mag niet nog eens gebeuren, maar het is wel mogelijk. Altijd. Kijk maar om je heen: iedereen heeft een mening over meisjes die een hoofddoek dragen. Waarom? (…) Maakt het iets uit welke godsdienst je hebt? (…) Wat zou ik deze gedachten en meningen over de verschillen van mensen graag uit de weg willen ruimen! We zijn allemaal gelijk…’

Ben Nijhuis Oud-docent geschiedenis en Mens & Maatschappij Twents Carmel College Uit: Carmel Magazine, jaargang 6, september 2009

‘Breekbaar, maar niet gebroken’ is een uitgave van uitgeverij Verbum. Zie www.verbum.nl. Ben Nijhuis is graag bereid om op scholen te vertellen over zijn boek en elk aan de Jodenvervolging gerelateerd onderwerp (nationaal-socialisme, racisme, etc.). Hij is bereikbaar via bennetty@home.nl en 0541-522651 / 06-12159425.

19


4. Leidraad “Burgerschapsvorming in je school” Carmelscholen doen al van oudsher aan burger-

Participatie Scholen staan voor de uitdaging om een constructieve basis te leggen voor participatie op politiek, sociaal, economisch en cultureel vlak. Meer én bewust investeren in de actieve betrokkenheid van leerlingen, ouders en leerkrachten bij de school als leer- en leefgemeenschap staat hierbij centraal.

schapsvorming. Er zijn veel bijzondere activiteiten waar scholen trots op kunnen zijn. In deze brochure heb je kunnen lezen dat er al veel waardevolle activiteiten plaatsvinden. Deze leidraad kun je gebruiken

Identiteit Identiteitsontwikkeling heeft een relatie met levensbeschouwelijke en morele ontwikkeling, maar is nog breder. Het heeft te maken met het zelfbeeld, hoe je in de wereld staat, hoe jij jezelf ziet ten opzichte van anderen. Met te onderzoeken wie jezelf bent, wat je kunt, wat je wilt, wat voor jou het goede leven is en welke keuzes je maakt. Door onderzoek te doen naar de waarden die (voor jou) belangrijk zijn geef je hier specifieke invulling aan. Dat geldt voor het individu maar ook voor de school.

om burgerschap in je eigen school, locatie of team op het spoor te komen en te kijken of de activiteiten of uitgangspunten ook passen bij wie je als school wilt zijn. Scholen hebben een onderwijskundige visie of een missie die soms wel en soms niet al een denkrichting over burgerschap aangeeft.

Onderstaande stappen kun je op verschillende niveaus toepassen: teamniveau, locatieniveau, instellingsniveau, sectie-/vakgroepniveau enz.

Bij deze leidraad zijn de bestaande activiteiten het uitgangspunt. Geen nieuwe dingen, niet eerst een visie formuleren, maar uitgaan van de kracht en de uitstraling van je school en dan de verbinding leggen met de missie en de visie van de school. Het doel van de leidraad is om met elkaar in gesprek te komen. Bij het gebruik van de leidraad kun je natuurlijk flexibel werken. Wel is het van belang dat je eerst individueel naar activiteiten kijkt, omdat er hierdoor een bredere blik ontstaat.

Je eigen schoolactiviteiten • Laat iedereen individueel een schoolactiviteit beschrijven waarin democratie het kernbegrip is en waar je trots op bent. • Doe dat ook voor participatie en identiteit. • Noem activiteiten waarvan jij vindt dat ze een spiegel zijn voor jouw school. Noem tenminste één activiteit vanuit je eigen vak.

De overheid heeft de Stichting Leerplanontwikkeling (SLO) opdracht gegeven instrumenten te ontwikkelen voor burgerschapsvorming. De SLO onderscheidt drie kernbegrippen van burgerschap:

Activiteiten delen met je team • Ga met elkaar in gesprek over deze activiteiten bijvoorbeeld aan de hand van de volgende vragen: • Waarom heb je deze activiteit gekozen? • Waarom is deze activiteit voor jou belangrijk? Het doel van de vragen is, om te komen tot de doelstelling van de activiteit of de achterliggende waarde van de activiteit. • Zet de doelstelling of waarde op een post-it en plak ze op een groot vel papier. • Doe dit in tweetallen of drietallen.

Democratie De school is voor de leerling de meest directe vorm waarin de samenleving zich manifesteert. In de klas, op het schoolplein wordt de leerling geconfronteerd met meningsverschillen, ruzie, pestgedrag, geweld maar ook met inspraak, groepsvorming en gemeenschap. Op school wordt de leerling gestimuleerd voor zijn mening uit te komen en die te onderbouwen met argumenten.

20


Op deze wijze verzamel je verschillende doelstellingen en waarden. Als de gesprekken zijn afgerond orden je de doelstellingen en waarden.

In beeld brengen van alle activiteiten De bovenstaande werkwijze levert niet meteen een beeld op van alle activiteiten die je rond burgerschap onderneemt als school. In het curriculum komen ook allerlei kennis en vaardigheden aan bod. Om wat vollediger te zijn in je aanbod omtrent burgerschapsvorming kun je onderstaande tabel gebruiken. Elke vaksectie of docent in het team vult in wat hij/zij op zijn/haar vakgebied doet aan burgerschap.

Verbinding van de activiteiten met de missie/visie van je school • Wat staat er in de missieformulering en/of de visie van je school? • Welke doelstellingen en waarden kun je hieruit formuleren? • Komen die overeen met de doelstellingen en waarden die jezelf hebt opgeschreven? • Leg de drie kernbegrippen er eens naast. • Welke conclusie trek je? • Wat zegt dit over de visie op burgerschap van je school? • Doe je voldoende? • Leg je de juiste accenten? • Mis je onderdelen? • Wat moet je vooral blijven doen? • Welke nieuwe activiteiten zijn noodzakelijk? • Kun je een ontwikkelingslijn ontdekken door de leerjaren heen (zie de bijgaande tabel)?

democratie

participatie

identiteit

Leerjaar 1 Leerjaar 2 Leerjaar 3 Leerjaar 4 Leerjaar 5 Leerjaar 6 Schoolbrede activiteit

Verbinding van de activiteiten met de buitenwereld • Communiceer je deze kenmerkende activiteiten ook naar buiten toe? • Doe je dat goed? • Wat kan beter? Bovenstaand proces kan worden gebruikt om te komen tot een visie op burgerschapsvorming en een werkplan waarin aandacht is voor bestaande en eventuele nieuwe activiteiten.

Wil je de leidraad graag in je team toepassen en wil je daarbij ondersteund worden? We helpen je graag. Je kunt een mail sturen naar Sylvia Goossens (goossens@carmel.nl) of Franciska Soepboer (soepboer@carmel.nl) of bellen naar 074 - 245 55 55.

21


5. Wettelijk kader voor Burgerschap 4) Risico’s a. De school stemt het aanbod mede af op risico’s en ongewenste opvattingen, houdingen en gedragingen van leerlingen rond burgerschap en integratie. b. De school heeft inzicht in de aan burgerschap en integratie gerelateerde opvattingen, houdingen en gedragingen van leerlingen, en in de sociale context waarin de school in dit verband moet functioneren, met inbegrip van het voorkomen van intolerantie, extremistische ideeën, discriminatie en dergelijke… c. … én de school speelt daar bij de invulling van het onderwijs zonodig op in.

In de wet Voortgezet Onderwijs, artikel 17, staat het volgende Burgerschap en sociale integratie: Het onderwijs: a. Gaat er mede van uit dat leerlingen opgroeien in een pluriforme samenleving. b. Is mede gericht op het bevorderen van actief burgerschap en sociale integratie. c. Is er mede op gericht dat leerlingen kennis hebben van en kennismaken met verschillende achtergronden en culturen van leeftijdgenoten. Dit betekent dat de school een aanbod heeft dat gericht is op de bevordering van sociale integratie en actief burgerschap met inbegrip van het overdragen van kennis over en kennismaking met de diversiteit in de samenleving. De inspectie heeft dit nog verder uitgewerkt in 8 kwaliteitscriteria. Deze kwaliteitscriteria zijn de volgende:

5) Sociale competenties a. De school schenkt aandacht aan bevordering van sociale competenties. b. De school heeft een structureel aanbod dat zich richt op de bevordering van sociale competenties. 6) Openheid naar de samenleving en de diversiteit die daarin aanwezig is a. De school schenkt aandacht aan de samenleving en de diversiteit daarin, en bevordert deelname aan en betrokkenheid bij de samenleving. b. De school vertoont een open en actieve opstelling naar de lokale en/of regionale omgeving en de samenleving, en brengt leerlingen daarmee in contact, ook voor wat betreft de diversiteit in de achtergrond van leeftijdgenoten, en de verscheidenheid aan godsdiensten, etniciteiten en culturen, opvattingen, leefwijzen en gewoonten. c. De school heeft een structureel aanbod dat zich richt op het aanbrengen van competenties die bijdragen aan deelname aan en betrokkenheid bij de samenleving, de school bevordert tevens de actieve deelname van leerlingen aan de samenleving.

1) Visie en planmatigheid: a. De school heeft een visie op burgerschap en integratie, en geeft daar planmatig aanvulling aan. b. De school heeft een visie op de bijdrage die ze wil leveren aan bevordering van burgerschap en de integratie van de leerlingen in de samenleving. c. De school stelt, in het verlengde van die visie, doelen. d. De school geeft planmatig invulling aan die visie en de realisering van de doelen waarin de visie is uitgewerkt. 2) Verantwoording: a. De school verantwoordt deze visie en de wijze waarop ze daar invulling aan geeft. b. De school verantwoordt deze visie en de daarvan afgeleide onderwijsdoelen waarmee ze invulling geeft aan de bevordering van actief burgerschap en sociale integratie.

7) Basiswaarden en democratische rechtsstaat a. De school bevordert basiswaarden en de kennis, houdingen en vaardigheden voor participatie in de democratische rechtsstaat en leert de leerlingen deze toe te passen. b. Het onderwijs van de school is niet in strijd met basiswaarden en corrigeert uitingen van leerlingen die daarmee in strijd zijn op systematische wijze. c. De school heeft een structureel aanbod dat zich richt op de overdracht van basiswaarden. d. De school heeft een structureel aanbod dat zich richt op de overdracht van kennis, houdingen en vaardigheden die nodig zijn om als burger in een democratische rechtsstaat te participeren met inbegrip van kennis over de hoofdzaken van de Nederlandse en Europese staatsinrichting.

3) Resultaten a. De school evalueert of de voor burgerschap en integratie beoogde doelen worden gerealiseerd. b. De school heeft inzicht in de vorderingen van leerlingen en/of c. De school heeft inzicht in de mate waarin ze haar doelen realiseert.

22


Afwijzen van onverdraagzaamheid: Onverdraagzaamheid (ook wel intolerantie genoemd) is het tegenovergestelde van tolerantie. Het betekent dat je vindt dat andere mensen of groepen, dingen waar jij het niet mee eens bent, niet zouden mogen denken of doen; en dat je het niet nodig vindt dat ieder de ruimte krijgt om zo’n mening of zulk gedrag te hebben

8) De school als oefenplaats a. de school brengt burgerschap en integratie ook zelf in de praktijk. b. De school biedt een leer- en werkomgeving waarin burgerschap en integratie zichtbaar zijn, brengt die zelf in de praktijk en biedt leerlingen mogelijkheden om daarmee te oefenen.

Afwijzen van discriminatie: betekent dat mensen of groepen bij anderen achtergesteld worden, of dat je vindt dat er voor mensen met andere denkbeelden of gebruiken niet zoveel ruimte hoeft te zijn, of dat die denkbeelden of gebruiken misschien zelfs verboden moeten worden.

Ook in de kerndoelen zijn doelen opgenomen ten aanzien van burgerschap. Daarnaast heeft de inspectie de basiswaarden die bij punt 7 worden benoemd ook ingevuld. De volgende basiswaarden worden genoemd: Vrijheid van meningsuiting: betekent dat je mag zeggen of schrijven wat je denkt, of tegen de opvatting van anderen in mag gaan. Iedereen mag dus ook zijn of haar geloof uitdragen, of zijn of haar mening aan anderen voorhouden. Daarbij moet je je wel houden aan de wet; Gelijkwaardigheid: betekent dat mensen van gelijke waarde zijn. Daarbij maakt het niet uit wat hun denkbeelden zijn of wat ze geloven. Je hoeft niet te vinden dat die denkbeelden of gebruiken zelf waardevol zijn, maar wel dat mensen met andere denkbeelden en gebruiken niet minder waard zijn dan jij, of dan jouw groep; Begrip voor anderen: betekent dat je probeert te begrijpen waarom mensen of groepen bepaalde denkbeelden of gebruiken hebben: wat is de achtergrond daarvan en waarom is dat belangrijk voor een ander; Verdraagzaamheid: betekent dat je de mening of het gedrag van een ander accepteert, ook al ben je het er helemaal niet mee eens. En het betekent ook dat je ieder de ruimte wilt geven om zo’n mening of zulk gedrag te hebben. Natuurlijk moet iedereen zich daarbij wel aan de wet houden; Autonomie: betekent dat iedereen zelf kan bepalen wie hij/zij wil zijn en hoe hij/zij zijn/ haar leven wil leiden. Ieder is dus bijvoorbeeld vrij om zelf te bepalen welke denkbeelden of welk geloof voor hem/haar belangrijk is. Daarbij moet je je wel houden aan de wet;

23


6. De nascholing Waardegericht onderwijs

Waardegericht onderwijs, een cursus waard!

Enkele reacties van docenten die aan de nascholing Waarde­gericht onderwijs deelnamen: • Een gevarieerde cursus met diepgang die je verrijkt, goed voor leerling en docent. Deze cursus is een goede leidraad voor waardegericht onderwijs.

Een kleine sabbatical, dat zou toch mooi zijn! Even de praktijk de praktijk laten en je intellectualiteit en spiritua­liteit kriebelen met andere stimuli. Wie zou

• Het is een fantastische scholing met docenten die hun on­ derdeel van de opleiding met enorme deskundigheid en inspiratie verzorgen. Zij slagen erin een vlammetje aan te wakkeren tot een groter vuur. Een zoektocht die naar onverwachte vergezichten leidt.

dat niet willen? De gekte van alledag biedt vaak te weinig momenten van reflectie...

• Aan het eind van de lesdag heb ik altijd veel energie. In steekwoorden: Zeer motiverend, energiek, leerzaam, een echte aanrader!

Misschien behoort een echte periode vrijaf niet tot de moge­lijk­heden, maar het is wel mogelijk om structureel tijd en medestanders te vinden om je bezig te houden met de kern van je beroep. Samen werken en denken over belangrijke thema’s: Wat drijft je nog? Wat betekent levens­ beschouwelijk leren voor jou? Wat zijn je kernkwaliteiten als docent? Wat maakt je een geïnspireerd teamleider? Hoe bouw je aan een uitdagende school? Welke zaken vind jij waardevol? Wat is de rol van het vak levensbeschouwing? Hoe zou je de schoolorganisatie willen inrichten? Met de benen op tafel kun je tijd creëren voor jezelf, met de nascholing Waardegericht onderwijs. De nascholing Waardegericht onderwijs kent 18 bijeenkomsten en is bedoeld voor alle docenten en teamleiders die inzicht willen hebben in levensbeschouwelijk leren. De nascholing wordt volledig bekostigd door de Stichting Carmel­ college; na afloop ontvang je een certificaat.

• Om de mens/ het kind/ de wereld vanuit een ander per­ spectief te zien en te begrijpen heb je verdieping nodig van je kennis. En dat stukje extra kreeg ik met deze nascholing. Een leuk moment was voor mij wanneer ik deze opgedane en fris verworven kennis op school met mijn collega’s kon delen!

Je denkt na over hoe je hoogwaardig onderwijs vormgeeft. Niet aan de hand van voorgedrukte profielen, maar door zelf medeontwerper te worden. Je krijgt tijd en ruimte om je talenten (opnieuw) te ontdekken of verder te ontwikkelen. Je krijgt heerlijke inleidingen in levensbeschouwelijk leren, ethiek, filosofie en andere levensbeschouwingen. Met de nascholing in je pocket kun je een actieve bijdrage leveren aan de teambuilding op je school, aan de concretisering van een waardevolle pedagogische relatie, aan betekenisvolle lessen waar leerlingen altijd aan terug zullen denken. Leren is meer dan kennis opdoen! Leren is ontwikkelen, op allerlei gebieden. Zeer de moeite waard. Contactpersoon: Franciska Soepboer Telefoon: 074 - 245 55 55 E-mail: soepboer@carmel.nl

24


7. Meer informatie Meer weten of lezen? Er is allerlei informatie te vinden over burgerschapsvorming. Met name de SLO heeft een aantal instrumenten ontwikkeld op dit gebied. Op de site www.jongeburgers.slo.nl vind je onderstaande publicaties: • Leerplanverkenning actief burgerschap: handreiking voor schoolontwikkeling. • Burgerschap in beeld: Actief burgerschap en mensenrechten in het onderwijs. • Jonge burgers: een basis voor burgerschap. • Maatschappelijk verantwoord: evaluatie instrument. • Burgerschapsvorming in het VMBO: de bijdrage van godsdienst/levensbeschouwing aan burgerschapsvorming.

Op de site van het CPS (www.cps.nl) onder ‘publicaties’ vind je: • Aan het werk met burgerschap: burgerschap en sociale integratie op uw school. Op de site van OCW vind je het toezichtskader van de inspectie: www.minocw.nl/documenten/27850a.pdf. Op www.kennisnet.nl vind je allerlei lesmateriaal als je zoekt op ‘burgerschapsvorming’.

25


Drienerparkweg 16 Postbus 864 7550 AW Hengelo T (074) 245 55 55 T (074) 243 02 44 I www.carmel.nl E info@carmel.nl


Burgerschap is een kwestie van doen  

Een praktische gids voor waardengericht onderwijs

Advertisement
Read more
Read more
Similar to
Popular now
Just for you