Issuu on Google+

SOCIOLOGISCH ANTROPOLOGISCH PERIODIEK

SINDS 1970

JAARGANG 43, NUMMER 4, AUGUSTUS 2012

HEERLIJK, DIE SPORTZOMER!

RIË Y S N AD I INNING B D E P - BLO ISME - S T O R REP FEMIN KEN ME ER! E D VAN AN HET K BEKE EEL ME N E ELD NGEN V POLITIE NOG V H I E GI ATT LOGIE - E SP - EN O V L S I O I SOC N - DE M SOCIO G VAN D T K ZOE NGERE ER VAN FDELIN E B T ISSIE NDER JO E MAS GERENA M M W O IECO BRUIK N - NIEU OD: JON T A T S VISI HOLMI B COHE K BIJ RO E O O ALC E VAN J P BEZO O G IMA STIEK SOAP IS ONDERDEEL VAN DE I VAKGROEP SOCIOLOGIE VAN STAT

I

: P A o NS


VAN DE HOOFDREDACTEUR We zitten midden in de sportzomer! Althans, op papier dan. Voor mijn gevoel wil het nog steeds niet echt loskomen. Daar is een reden voor, want als er met het hondenweer van juni en begin juli überhaupt al van een zomer mag worden gesproken, dan valt het te betwijfelen of we met de teleurstellende Nederlandse prestaties wel van sport mogen spreken. Nu heb ik, om te beginnen, sport altijd een uiterst discutabele term gevonden. Fysieke inspanning zou mijns inziens een noodzakelijke voorwaarde van sport moeten zijn. Toch houd je altijd van die mensen – vaak motorisch gestoorden overigens, want werkelijk álles gaat tegenwoordig uit eigen belang – die stellen dat schaken en dammen ook sporten zijn. Denksporten noemen zij dat dan. Maar waar ligt de grens als denken an sich als sport kan worden gezien? Dan is een sudoku oplossen ook een olympische medaille waardig. In die lijn zijn filosofen topsporters die dagelijks uitzonderlijke prestaties verrichten! Vanzelfsprekend is de prestatie van een filosoof in sportief opzicht lastig te meten, maar dan maken we er toch een jurysport van?! Er zijn zelfs mogelijkheden voor talentenjachten: “So you think you can think” lijkt mij wel een geinige optie. Bovenal ligt hierin een creatieve oplossing voor de bezuinigingen op wetenschappelijk onderzoek waarvan de maatschappelijke waarde niet direct zichtbaar is: wetenschappers met een topsportstatus van het NOC*NSF... Ach, ik moet eerlijk bekennen dat mijn cynische toon voortkomt uit een gevoel van diepe frustratie. Frustratie omdat ‘we’ nog niet één keer écht met overtuiging hebben kunnen juichen deze zomer dit seizoen. Het begon natuurlijk met het EK; genoeg erover gezegd, genoeg erover geschreven. Vervolgens Wimbledon, waar het inmiddels zo erg is dat ik er aan gewend begin te raken dat er geen Nederlanders zijn die een rol van betekenis kunnen spelen. Een soort berusting - een trucje van ons brein om in de afwezigheid van kansen tot succes tóch nog tevreden te blijven - lijkt het wel. Gelukkig is daar de grootste nog actieve sportlegende, Roger Federer, die mij met zijn sprankelende techniek kan doen laten vergeten dat Richard Krajicek met dank aan Edith Schippers reeds aan het sparen is geslagen voor zijn eerste rollator. Daarna volgde Tour de Mart Smeets, waar de Nederlandse kanshebbers sneller vielen dan kabinetten-Balkenende en binnen de kortste keren op meer achterstand rijden dan de gemiddelde vertraging van een NS-trein met natte sneeuw. Als slagroom op de taart konden ‘we’ onlangs vieren dat ‘we’ sinds Pieter Weening op 9 juli 2005 al 150 touretappes met lege handen staan. Hoe ironisch dat de Spanjaard Sanchez de eer van een Nederlandse bank moet hooghouden, en misschien stiekem nog wel meer dan dat. Typerend is dat ik uit gevoel van zelfmedelijden tegenwoordig al een gat in de lucht spring als Kenny van Hummel de top van een berg weet te bereiken. Tsja, je moet wat als chauvinistische sportliefhebber... Mijn laatste beetje hoop is gevestigd op de Olympische spelen in London. Hoewel de crisis ons heeft geleerd dat in het verleden behaalde resultaten geen garantie bieden voor de toekomst, kunnen deze op zijn minst trends zichtbaar maken. En met een beetje spelen met de cijfers - daar worden sociologiestudenten immers intensief in getraind - is er weer hoop! Nederland heeft in de geschiedenis van de Olympische spelen 100 gouden medailles verzameld. In 1984 stonden we op 50, dus de resterende 50 hebben we in 26 jaren binnen geharkt. Met name sinds Sydney 2000 gaat het gestaag met 32 gouden plakken. Dergelijke statistieken geven de burger moed! Misschien werkt het deze zomer met de Nederlandse sportprestaties hetzelfde als met het Nederlandse weer: na heel veel regen komt overmatige zonneschijn!

In SoAP: VAKGROEP VISITATIECOMMISSIE BEZOEKT SOCIOLOGIE......4 GADOUREK SCRIPTIEPRIJZEN..................... ................5 NIEUWE MASTER VAN SOCIOLOGIE........................6 HELDEN VAN DE REPRO................................................8 MIDDELPUNT BERBER HARKEMA.............................18 STUDIEVERENIGING SOCIETAS..................................30

M&P LIMBODANSEN EN TOUWTJE TREKKEN.................9 GENDER ROLES NEDERLAND EN SLOWAKIJE.......12 BLOEDBAD SYRIË: EEN OVERZICHT.........................14 SPINNING IMAGE............................................................16 DEZE DOCU’S MAG JE NIET MISSEN (SLOT).......... 17 SOCIOLOGIE IN DE MEDIA...........................................20 ALCOHOLMISBRUIK ONDER JONGEREN.................21 POLITIEK BEKEKEN MET STATISTIEK.......................22

OPINIE EEN BLIKJE ENERGYDRINK..........................................24 NIET ZEUREN....................................................................25 MISVERSTANDEN OVER HET FEMINISME..............26 TECHNOCRATEN: REDDERS VAN EUROPA?...........28 STELLING............................................................................31

Ronald Kielman

COLOFON Sociologisch Antropologisch Periodiek Contact: soap.groningen@rug.nl Vakgroep Sociologie t.a.v. ‘SoAP’ Grote Rozenstraat 31 9712 TG Groningen Jaargang 43, nummer 2, januari 2012 Drukwerk: Drukwerklab.nl Verzending: Rijksuniversiteit Groningen Lay-out: Huub Schuijn Cover: Huub Schuijn Foto cover: Marjan Faber Eindredactie: Ronald Kielman Oplage : 2500 plus digitale uitgave SoAP logo: Thomas Bos 2 SOAP

REDACTIE:

Hannah Achterbosch Dieko Bakker Daan Bloem Roel Bottema Marjan Faber Vincent de Goeij

Anna Herngreen Siebren Huizema Ronald Kielman Marloes Kingma Madelien Meulenkamp

Kasper Nelissen Huub Schuijn Nienke Tebbens Miriam van Voornveld Marion de Vries

VOLG ONS

@SoAP_Groningen facebook.com/SoAP-Groningen www.soapgroningen.nl


HELDEN VAN DE REPRO

I

Door Anna Herngreen

k kom binnen bij Henjo en Karin in de repro, zoals ik de afgelopen jaren zo vaak heb gedaan; soms voor een collegeblok, soms voor een nieuwe reader en vier keer per jaar voor de wikkels van SoAP. Deze keer is het anders. Karin en Henjo werken officieel niet meer bij GMW omdat ze zijn overgeplaatst, maar ze vallen nog een dagje in. Tijd dus voor een interview met de mensen die ons de laatste zevenenhalf jaar (Karin: “Met héél veel plezier, zet dat er maar bij!”) van alle reprogemakken hebben voorzien. Jullie hebben hier nu een behoorlijke tijd gewerkt . Wat was de reden voor jullie vertrek? Henjo: “We werden vriendelijk doch dwingend verzocht terug te gaan naar Paddepoel om de boel daar weer op poten te zetten. Het liep daar niet zo goed. Zevenenhalf jaar geleden zijn we om dezelfde reden vanuit Paddepoel naar GMW gehaald.” Karin: “We horen nu al van docenten, secretaresses en conciërges dat ze ons missen. “Kom álsjeblieft terug” zei een conciërge laatst. De sfeer is wel anders nu.” Henjo: “We hadden hier altijd veel plezier, de radio hard aan.” Karin: “Een collega in Paddepoel zei laatst: Ik heb in anderhalve week met jullie al meer gelachen dan in de anderhalf jaar hiervoor.” Karin: “Dat is wel een compliment, dat we er zoveel sfeer in leggen. We gaan altijd met plezier naar ons werk!” Henjo: “We hebben nooit zoiets gehad van: Shit, het is maandag.” Als ik vraag of ze dan het liefst terug zouden willen naar GMW, antwoorden Henjo en Karin beiden met een volmondig “Ja”. Omdat ze nog vaak in moeten vallen bij GMW, kunnen ze ook nog niet helemaal wennen in Paddepoel en blijven ze hun vertrouwde GMW repro en collega’s missen. In de laatste zevenenhalf jaar zijn jullie wel bekend geworden bij alle studenten en medewerkers van GMW. Wat is nou het typische “Henjo en Karin” stempel dat jullie hebben achtergelaten?

“OF IK EVEN 300 PAGINA’S KAN PRINTEN? KOMT ERAAN!” Karin: “Het sociale en meegaande met alle mensen.” Henjo: “We zijn zo op elkaar afgestemd. Als ik iets opschrijf wat ik moet doen en ik vergeet het, zeg ik: “O, shit, ik ben iets vergeten.”. Maar dan heeft Karin het al gedaan. Die wisselwerking is hier nu wel minder nu we weg zijn.” Karin: “Ik was altijd alleen chagrijnig als ik niets te doen had, Henjo was dan de lul, de klant mocht niets merken. Niet dat het vaak voorkwam dat er niets te doen was.” En hoe denken jullie dat jullie toekomst eruit ziet, als het om het reprowerk gaat? Henjo: “Ik ben bang dat alle locaties zullen sluiten en dat alles naar het hoofdkantoor gaat.” Karin: “Ik ben bang dat we overgenomen worden door andere bedrijven. Voor de universiteit is de student heilig, niet de docenten en andere medewerkers. Waar ze hun materiaal vandaan halen is om het even. Dus als een ander bedrijf dat goedkoper kan leveren, zal het werk daarheen gaan.” Henjo: “Dan moeten we daar weer opnieuw solliciteren.” Karin: “Je bent nooit zeker, maar ik hoop nog heel lang bij de universiteit te mogen werken.” Henjo: “Ik ook!” En tot slot: hebben jullie nog een laatste boodschap die je de SoaP-lezers wilt meegeven? Beiden: “We missen jullie allemaal en dat zal nog heel lang blijven!” Ondertussen wordt er gebeld. Henjo neemt op: “Of ik even 300 pagina’s kan printen? Komt eraan!” Een medewerkster komt langs om usb sticks te halen en zegt: “Wat fijn dat jullie er even zijn.” Het is wel duidelijk dat GMW het moeilijk gaat krijgen zonder Karin en Henjo, en andersom! SOAP 3


VAKGROEP

MARLOES KINGMA

DE NIEUWE MASTER VAN SOCIOLOGIE

Z

o rond het begin van het vierde blok beginnen derde jaars studenten een beetje zenuwachtig te raken: begin september begint de masterfase. Keuzes moeten gemaakt worden, wat vind ik wel en niet leuk? Wil ik een onderzoeksmaster, een educatieve master of toch gewoon een specialisatie binnen de sociologie? En welke masters heeft sociologie in Groningen mij dan te bieden? Om een goede keuze te kunnen maken tussen al het moois wat Groningen aan masters te bieden heeft, is volledige informatie van groot belang. Per ingang van het volgende collegejaar wordt er een nieuwe masterstructuur ingevoerd; kans voor SoAP om deze eens onder de loep te nemen.

De oude master

Tot voor kort werkte de vakgroep sociologie in Groningen met een algemene sociologie master waarbinnen vier routes of specialisaties gekozen konden worden: Beleid en Consultancy, Kwantitatief Beleidsonderzoek, Criminaliteit & Veiligheid en Sociologie van Gezondheid, Zorg en Welzijn. De master bestond uit twee verplichte vakken voor iedereen, ongeacht welke van de vier routes je koos. Dit waren pro-sociaal gedrag en onderzoeksforum (een voorbereidend vak op het schrijven van je masterscriptie). Elke route bestond uit drie specialisatievakken die gevolgd moesten worden en verder moest je één keuzevak kiezen, dat kon zowel binnen de eigen opleiding als bij een andere opleiding. De vakken bij elkaar waren goed voor 30 EC, stage en scriptie zijn samen ook 30 EC. Dit gaat echter allemaal veranderen.

De nieuwe master

Per ingang van het komende collegejaar (2012-2013) gaat er gewerkt worden met de nieuwe masterstructuur wat betreft de algemene master sociologie. De research master blijft in de huidige vorm bestaan. De 2-jarige educatieve master wordt voor het vakinhoudelijk deel aangepast aan de nieuwe masterstructuur. De master sociologie bestaat weliswaar nog steeds uit een algemeen deel en uit een specialisatie route, maar heeft 4 SOAP

wel een andere vorm gekregen. In het schema is te zien hoe de nieuwe masterstructuur eruit gaat zien. Er is een verplicht afstudeertraject (hetzelfde als in de oude masterstructuur) bestaande uit de stage en scriptie. Het vak onderzoeksforum is verplicht voor iedereen die een masterscriptie wil gaan schrijven (dus voor iedereen die zijn master wil halen). Dit afstudeertraject bestaat uit 35 EC. Daarnaast is er een kern Beleid gekomen. Deze kern bestaat uit vier vakken waarvan er drie gevolgd moeten worden, 15 EC dus. De vakken pro-sociaal gedrag en datamanagement worden intensief in 3 weken geroosterd zodat studenten daarna op stage kunnen gaan. Vervolgens kan iedere student één van de vijf routes met specialisatievakken kiezen, goed voor 10 EC. Waarom is nuu eigenlijk die hele masterstructuur veranderd? En welke keuzes zijn daarin gemaakt? En wat kan de student nu verwachten in de master? Voor dit soort vragen is SoAP langs geweest bij Hilde Steenbergen, studieadviseur van de vakgroep sociologie.

Twee instroommomenten

Ten eerste is de masterstructuur veranderd omdat er met ingang van het nieuwe collegejaar twee instroommomenten moeten zijn voor studenten: één in september (blok 1A) en één in januari/februari (blok 2A). In de oude masterstructuur was instromen halverwege het jaar niet mogelijk, daar had je namelijk alle vakken in het eerste semester en stage en scriptie in het tweede semester. Met de nieuwe masterstructuur lopen vakken, stage en scriptie meer door elkaar heen waardoor instromen wel mogelijk is. In het eerste blok (1A) zijn alleen vakken, voor ongeveer 15 EC (kan verschillen per route). In het tweede blok kan men vervolgens beginnen met stage lopen, alleen het vak datamangement wordt in dat blok gegeven. In het derde en vierde blok kan de student beginnen met de scriptie en kunnen de overige vakken nog gevolgd worden (wederom ongeveer 15 EC, afhankelijk van de route). Een groot verschil met de oude structuur is dus dat er vakken gevolgd worden tijdens het schrijven van de scriptie, als gevolg van de twee instroommomenten. Dit is misschien ook wel een welkome afwisseling: van 40 uur per week alleen maar scriptie schrijven wordt immers niemand vrolijk. Bovendien kun je zo de kennis die je opdoet uit de vakken directer betrekken bij je scriptie.


MARLOES KINGMA

VAKGROEP

Docent

EC

Blok

Onderzoeksforum

Wielers

5

1A en 2A

Stage

Steenbergen

10

1B, 2A

Scriptie

Steenbergen

20

2

Pro-sociaal gedrag (3 weken)

Wittek

5

2B

Beleidsontwerp

Glebbeek

5

1A

Beleidsevaluatie

Rol

5

2A

Datamangement (3 weken)

Popping

5

1B

Datamangement (3 weken)

Popping

5

1B

Multilevel Analysis

Van Duijn

5

2A

Theorieën

JK Dijkstra

5

1A

Beleid en Interventies

DR Veenstra

5

2A

Levensloop

Steverink

5

1A

Gezondheidsgedrag

De Winter

5

1A

Medicalisering

Van Tol

5

2A

Arbeid en Levensloop

Wielers

5

1A

Institutionele arrangementen voor A&L

Mills/Mandemakers

5

2A

Politicologie

Zeegers

6

1A

Parlementaire geschiedenis

Dolle

6

1

Afstudeertraject

Kern Beleid

Route Kwantitatief Beleidsonderzoek

Route Criminaliteit & Veiligheid

Route Gezondheid, Zorg en Welzijn (2 v/d 3 vakken kiezen)

Route Sociologie van het werk, Organisatie en Gezin

Route Maatschappijleer

Specialisaties

Een ander groot verschil met de oude structuur is dat er nu een kern beleid is dat iedereen moet volgen. De vakgroep is van mening dat iedere student sociologie een basis in het beleid zou moeten hebben. De routes gelden dan als specialisatie binnen dat beleid. De keuze voor de routes is gebaseerd op de expertise die sociologie in Groningen in huis heeft. Zo hebben wij een grote en belangrijke onderzoekslijn die zich concentreert op crimineel gedrag onder jongeren, geleid door prof. Rene Veenstra. Daarnaast is kwantitatief onderzoek ook typisch een specialisatie van Groningen. Op die manier is gekeken welke routes er aangeboden konden worden. De keuze om maar 10 EC aan specialisatie aan te bieden is gemaakt omdat de student zichzelf verder kan specialiseren door middel van de stage en scriptie. In deze afstudeerfase kan de student zelf verder gaan op de ingeslagen weg van de route. De route maatschappijleer is een beetje een vreemde eend in de bijt. Hier geldt eigenlijk dat politicologie en parlementaire geschiedenis de ‘route’ is. De kern Beleid is ook voor deze student verplicht: hieruit kiest hij drie vakken evenals de ‘ gewone’ sociologiestage en scriptie (ook onderzoeksforum is dus verplicht).

Er verandert dus heel wat in de masterstructuur. Er is, ten opzichte van de oude structuur, een route bijgekomen: de sociologie van het werk, organisatie en gezin. Deze route is erbij gekomen omdat er binnen de vakgroep een onderzoekslijn met dit thema is en het een relevante richting is voor sociologen.

Onderwijssociologie

Als je kijkt naar de specialisatievakken die in het tweede jaar gegeven worden ontbreekt er duidelijk één specialisatie in deze nieuwe structuur: de onderwijssociologie. Juist deze specialisatie lijkt veel studenten aan te spreken, waarom in hier geen masterroute in? Dit komt voornamelijk door het ontbreken aan een onderzoekslijn met als thema onderwijs binnen onze vakgroep. We hebben weliswaar één docent onderwijssociologie, maar een hele masterroute aan één persoon ophangen is misschien wat veel van het goede. Vooralsnog geen route onderwijssociologie dus, maar misschien dat er in de toekomst wel een samenwerking met onderwijskunde (een master van de opleiding pedagogiek) in het verschiet ligt... Wat mij betreft een welkome ontwikkeling. Tot zo ver de voorlichting over de nieuwe masters in SoAP. De keuze is nu aan jou!

SOAP 5


VAKGROEP

RONALD KIELMAN

VISITATIECOMMISSIE BEZOEKT SOCIOLOGIE

D

e Nederlandse overheid probeert de kwaliteit van het onderwijs scherp in het oog te houden. Als onderdeel van de kwaliteitscontrole heeft sociologie op 12 april bezoek gekregen van de visitatiecommissie die elke zes jaar alle sociologieopleidingen in Nederland bezoekt. Aangezien het laatste bezoek aan onze vakgroep dateert van 2006, was het moment weer aangebroken. Het doel van een visiatie is om te bekijken of opleidingen nog voldoen aan de eisen van accreditatie; dus mag een opleiding nog wel een erkende opleiding blijven? In het ergste geval, dus wanneer een opleiding niet aan de kwaliteitseisen voldoet, kan de opleiding haar accreditatie verliezen. Het is dus ook niet verwonderlijk dat er op 12 april een (gezonde) gespannen sfeer hing op de vakgroep. Op het rapport van de visitatie-commissie moeten we nog even wachten, maar SoAP neemt alvast een voorschotje... (met bijdragen van Hilde Steenbergen)

Het is geen dagelijkse kost bij sociologie: docenten en medewerkers strak in het pak. Maar voor deze speciale gelegenheid maakte iedereen klaarblijkelijk graag een uitzondering. De commissie bestond dan ook niet uit de minsten. Onder het voorzitterschap van Prof. dr. Peschar namen Prof. dr. Glorieux, Prof. dr. De Jong, Prof. dr. De Haan en dhr. Boomgaars onze opleiding onder de loep. Om dit op een goede manier te kunnen doen, heeft de commissie gesproken met een delegatie van het management, studenten, docenten en alumni. Daarnaast heeft de commissie gesproken met de leden van de opleidingscommissie, de examencommissie en met de studieadviseur. Naar aanleiding van deze gesprekken probeert de commissie zich een beeld te vormen van onze opleiding. Wanneer de overige sociologieopleidingen in Nederland allemaal zijn bezocht, vormt de commissie een eindoordeel over elke opleiding in de vorm van een eindrapport. De leden van de visitatiecommissie worden natuurlijk niet lukraak van straat geplukt, ze moeten uiteraard specifieke kennis bezitten om tot een gegrondigde beoordeling te kunnen komen. Maar wie bepaalt eigenlijk de samenstelling van de visitatiecommissie? Omdat alle sociologieopleidingen als cluster worden gevisiteerd, stellen zij samen een referentiekader vast waaraan afgestudeerde sociologiestudenten aan moeten voldoen. Daarom stellen de sociologieopleidingen gezamenlijk de samenstelling van de visitatiecommissie vast. Natuurlijk bestaat er wel een aantal eisen, zo mogen commissieleden bijvoorbeeld de afgelopen vijf jaar niet verbonden zijn geweest aan één van de instituten. Daarnaast komt het wel eens voor dat bepaalde kandidaten worden ‘afgeschoten’ door andere opleidingen, want iedereen heeft natuurlijk zijn eigen stokpaardjes. Wanneer er tussen de opleidingen consensus bestaat over de definitieve samenstelling, worden de potentiële commissieleden gevraagd. Zij moeten natuurlijk ook een gaatje, of zeg maar gerust een gat, in hun agenda hebben. De samenstelling van de commissie is dus geen gemakkelijke klus, dat kan soms wel maanden in beslag nemen... Hoewel de kwaliteit van het onderwijs en het functioneren van de vakgroep natuurlijk constant in de gaten wordt gehouden, vormt de visitatie

6 SOAP


RONALD KIELMAN

VAKGROEP

intern een goed ijkpunt om te bekijken of alles nog wel goed gaat. Ter voorbereiding van de visitatie schrijft de vakgroep namelijk een kritische reflectie. Daarvoor worden alle documenten uit de kast getrokken en samengevoegd. Er ligt dus heel veel documentatie paraat: alle afstudeerscripties met de daarbij behorende evaluatieformulieren zijn toegankelijk, beleidsstukken moeten inzichtelijk zijn en de notulen van alle commissies moeten klaar liggen. Al met al dus een behoorlijke klus! Hilde: “Het grappige was dat we tijdens het schrijven van de kritische reflectie al zagen dat de punten waar het rammelde precies de punten waren waar we al een verbeteringsslag op hadden gemaakt! We hebben dus zelf tijdig gesignaleerd dat we op die punten een probleem hadden.” Na een lange dag – de visitatiecommissie was om 8.15 uur al aanwezig, en wij studenten maar zeuren over colleges om 9.00 uur – kwam de commissie rond half zes met de mondelinge (voorlopige) rapportage. Deze was gelukkig overwegend positief. De commissie was bijvoorbeeld blij met de structuur van de opleiding, hangend aan het alom bekende OMOP-model (Overheid, Markt, Organisaties en de Primaire sociale orde). Dit zorgt er volgens de commissie voor dat het voor studenten duidelijk is waar het vak binnen de opleiding kan worden geplaatst. Daarnaast vond de commissie het positief dat de examencommissie alle afstudeerscripties leest, daar een mening over vormt en deze mening terugkoppelt richting de begeleidende docenten. Tot slot was de commissie positief over de verschillende projecten die binnen de opleiding aan bod komen. Deze projecten, in combinatie met het vaardighedentraject, zorgen volgens de commissie voor een goede koppeling met het veld. Uiteraard was de commissie op een aantal punten kritisch. Zo mist de commissie kwalitatief onderzoek in het onderwijsprogramma, liggen de rendementen van de opleiding nog niet hoog genoeg en is het sociologische gehalte van de masteropleiding niet altijd overal even goed zichtbaar. Dit laatste tracht de vakgroep trouwens op te lossen door de nieuwe opzet van de masteropleiding (zie artikel Marloes). Tot slot opperde de commissie om goed na te denken over de invulling van de bachelor(scriptie). Mede door de bezuinigingen in het onderwijs zou de bachelor in de toekomst namelijk steeds meer als eindopleiding kunnen gaan fungeren, terwijl dit oorspronkelijk nooit de bedoeling was. De commissie adviseert de vakgroep alvast goed na te denken over deze ontwikkeling, zodat hier op een adequate manier op kan worden ingespeeld. We sluiten af met een anekdote. Tijdens het gesprek met de studenten vroeg de commissie aan de studenten welke boek zij binnen de opleiding als leukste studieboek hebben ervaren. Eén van de studenten, wetende dat de voorzitter Prof. dr. Peschar betrof, antwoordde met: “het boek Onderwijssociologie, van Peschar en Wesselingh!”. Dit antwoord werd uiteraard met een brede grijns ontvangen. Vervolgens vroeg de commissie naar een minder leuk studieboek. Een andere student - overigens een SoAP-redactrice die hier niet bij naam genoemd wenst te worden - antwoordde met: “Grootmeesters in de sociologie! Voor het vak sociologische programma’s.” Niet wetende dat commissielid Prof. dr. De Jong de auteur is van dit studieboek...

GADOUREK SCRIPTIEPRIJZEN Op 9 mei jongstleden zijn de Gadourek scriptieprijzen 2010 en 2011 door Rie Bosman, Jakob Dijkstra, Liesbet Heyse en Arie Glebbeek uitgereikt aan Michiel Emmelkamp (2010) en Julien Cagnart (2011). Wegens ruimtegebrek hier geen uitgebreide introductie, maar de rapporten van de jury spreken voor zich.

JURYRAPPORTEN De jury voor de scriptieprijs sociologie is na rijp beraad tot het besluit gekomen de

Gadourek Prijs voor de Beste Scriptie van het jaar 2010 toe te kennen aan

Michiel Emmelkamp voor zijn scriptie getiteld

Afrekenen in een overspannen domein Zin en onzin van marktwerking in de jeugdzorg (en de mate waarin een pedagogische huisarts met inkoopbevoegdheid kan bijdragen aan het terugdringen van de problemen in die sector ) De jury voor de scriptieprijs sociologie is na rijp beraad tot het besluit gekomen de

Gadourek Prijs voor de Beste Scriptie van het jaar 2011 toe te kennen aan

Julien Cagnart voor zijn scriptie getiteld

Nuchter bekeken Risico- en beschermende factoren bij alcoholconsumptie onder Nederlandse jongeren bekijk de complete juryrapporten op de volgende pagina!

SOAP 7


VAKGROEP

JURYRAPPORT De jury voor de scriptieprijs sociologie is na rijp beraad tot het besluit gekomen de Gadourek Prijs voor de Beste Scriptie van het jaar 2010 toe te kennen aan

Michiel Emmelkamp voor zijn scriptie getiteld Afrekenen in een overspannen domein Zin en onzin van marktwerking in de jeugdzorg (en de mate waarin een pedagogische huisarts met inkoopbevoegdheid kan bijdragen aan het terugdringen van de problemen in die sector )

WERKWIJZE EN OVERWEGINGEN De jury heeft de negen masterscripties uit dit jaar die tenminste het cijfer acht hadden in de beoordeling betrokken. Deze negen scripties zijn alle door tenminste twee juryleden gelezen. Daaruit resulteerden drie kanshebbers die door alle juryleden zijn gelezen en twee scripties waartussen de eindstrijd ging. De jury heeft uitvoerig beraadslaagd over de verdiensten en de sterktes en zwaktes van deze beide scripties. De drie juryleden die niet als begeleider bij de kanshebbers betrokken waren, hebben uiteindelijk de knoop doorgehakt. Zij zijn tot het besluit gekomen de scriptieprijs toe te kennen aan Michiel Emmelkamp voor zijn ambitieuze en gedegen uitgevoerde beleidsanalyse van het gecompliceerde terrein van de jeugdzorg. Deze analyse mondt uit in een weloverwogen beleidsadvies, dat in een eerste versie ter beoordeling is voorgelegd aan een twaalftal experts. De jury was onder de indruk van de creativiteit, grondigheid en energie waarmee de auteur zijn onderwerp te lijf is gegaan. Dat al dit werk resulteert in een onderbouwd advies, komt overeen met de oogmerken van de Groningse sociologieopleiding. De scriptie maakt bovendien uitvoerig gebruik van de beleidsanalytische concepten die in de opleiding zijn aangereikt. De begeleiders van de scriptie waren dr. Arie Glebbeek en prof. dr. René Torenvlied. Een scriptie met zo’n titel – dat wil zeggen een titel, een ondertitel en een soort sub-ondertitel die eruit wil ontsnappen – geeft wel blijk van de mateloze ambities en werklust van de auteur. Eigenlijk had Michiel alles willen behandelen: de zin en onzin van marktwerking in het algemeen, de toepasbaarheid op het terrein van de jeugdzorg en het specifieke concept van een pedagogische huisarts. De grootste moeilijkheden voor de begeleiders lagen dan ook in het in toom houden van deze ambities en het afbakenen van een duidelijk en begaanbaar pad. Mede dankzij de uitstekende inhoudelijke begeleiding vanaf de stageplek – het Haagse adviesbureau van de Groningse socioloog Rein Zunderdorp – is dit uiteindelijk allemaal op zijn pootjes terechtgekomen. Al blijft het een ongebruikelijk

8 SOAP

JURYRAPPORTEN

dikke scriptie: over de honderd bladzijden (en dan zijn de bijlagen niet meegerekend). De scriptie bestaat uit drie delen die in andere gevallen wel als afzonderlijke scriptie hadden kunnen gelden. Deze werkwijze is duidelijk tegen de tijdgeest. De jury ziet tegenwoordig ook hele dunne scripties, geschreven in artikelformaat, waarbij zij vanwege de beknoptheid moeilijk kan vaststellen in hoeverre de student de materie daadwerkelijk beheerst. Daarover bestaat in het geval van Michiel geen twijfel. Hij kent het terrein, hij doorgrondt alle argumenten èn hij weet ze te hanteren. Specifiek benoemt de jury de volgende kwaliteiten: • de bijzondere kwaliteit van hoofdstuk 2, waarin een vlot geschreven, heldere analyse wordt gegeven van de huidige problemen in de jeugdzorg; • de minutieuze en systematische wijze waarin in hoofdstuk 3 het analysekader op het onderwerp wordt toegepast; • de creativiteit van een eigen beleidsvoorstel; • het organiseren van een ronde interviews met deskundigen, waarin Michiel zich een volwaardig gesprekspartner heeft getoond. Dit alles neemt niet weg dat er ook kritiek is geleverd. De jury vond niet alle onderdelen van dezelfde kwaliteit. In het bijzonder de afleiding en presentatie van het beleidsvoorstel zijn in de ogen van de jury niet overtuigend genoeg. Hoofdstuk 4, waarin deze hun beslag moeten krijgen, haalt niet het overrompelende niveau van de hoofdstukken daarvoor. Michiel staat in dit hoofdstuk voor de opgave veel ballen tegelijk in de lucht te houden en door deze complexiteit verliest zijn tekst aan helderheid en kracht. Maar dit heeft niet de prijstoekenning in de weg gestaan. Overheersend is het eindoordeel van de jury: Michiel hanteert ter zake doende theorieën, komt tot een gefundeerd voorstel en toetst dit in gesprekken met experts. Zo zou je willen dat elke wetenschappelijk geschoolde beleidsadviseur dat deed – en kon. Michiel Emmelkamp heeft zich als student zeer hoorbaar uitgelaten over de maatschappelijke zichtbaarheid en relevantie van de sociologie. Hij stak niet onder stoelen of banken dat deze wat hem betreft, zeker in Groningen, wel wat groter mochten zijn. Dat hijzelf daartoe de handschoen heeft opgepakt, valt in hem te prijzen. Wij verwachten in dit opzicht voor de toekomst nog het nodige van Michiel – waaronder dat hij een uitstekende ambassadeur van ons vakgebied zal blijken. De jury: M.H. Bosman J. Dijkstra L. Heyse A.C. Glebbeek (voorzitter) 3 november 2011.


JURYRAPPORTEN

VAKGROEP

JURYRAPPORT De jury voor de scriptieprijs sociologie is na rijp beraad tot het besluit gekomen de Gadourek Prijs voor de Beste Scriptie van het jaar 2011 toe te kennen aan

Julien Cagnart voor zijn scriptie getiteld Nuchter bekeken Risico- en beschermende factoren bij alcoholconsumptie onder Nederlandse jongeren

WERKWIJZE EN OVERWEGINGEN De jury heeft de vijftien masterscripties uit dit jaar die tenminste het cijfer acht hadden in de beoordeling betrokken. Deze vijftien scripties zijn alle door tenminste twee juryleden gelezen. Daaruit resulteerden vier kanshebbers die door alle juryleden zijn gelezen en daarna nog drie scripties waartussen de eindstrijd ging. De jury heeft uitvoerig beraadslaagd over de verdiensten en de sterktes en zwaktes van deze drie scripties. Uiteindelijk is de keuze gevallen op de scriptie die het meest representatief is voor de Groningse sociologieopleiding. Julien Cagnart geeft in deze scriptie blijk de in de opleiding aangeleerde vaardigheden op keurige wijze te kunnen toepassen. Bovendien weet hij daarvan in heldere bewoordingen verslag te doen. De jury is onder de indruk van de gedisciplineerdheid waarmee hij de verschillende stappen van zijn onderzoek heeft gezet en verantwoord. De scriptie is begeleid door dr. Jan Kornelis Dijkstra en dr. Marijtje van Duijn. De probleemstelling van de scriptie is: Welke risico- en beschermende factoren zijn, binnen het kader van dit onderzoek, het belangrijkste bij de verklaring van de mate waarin jongeren alcohol consumeren? Hiermee gaat de scriptie over een substantieel en naar het zich laat aanzien groeiend maatschappelijk probleem. De toegenomen koopkracht en afgenomen ouderlijke controle hebben de fles (of de sixpack) onder bereik van steeds meer jongeren gebracht. Onze taal is verrijkt met nieuwe termen als ‘indrinken’ en ‘comazuipen’. Artsen maken zich steeds meer zorgen over de gevolgen van overmatig alcoholgebruik en verzekeraars en politici suggereren in wanhoop om de ziekenhuisrekening dan maar bij de jongeren zelf of hun ouders neer te leggen. Er is inmiddels overtuigend neurologisch bewijs dat de nog onvolgroeide hersenen van jongeren door voortijdige alcoholconsumptie minder tot ontwikkeling komen. Simpel gezegd: jongeren kunnen beter van de alcohol afblijven (anders worden het nooit goede sociologen) – stevig drinken is iets voor latere leeftijd (als je al socioloog geworden bent).

Niettemin was de jury geheel en al nuchter toen zij tot haar eindoordeel kwam. In zijn genre is dit een voorbeeldige scriptie: de literatuurlijst is indrukwekkend, de theorie achter de hypothesen is degelijk weergegeven, de statistische analyses zijn zorgvuldig uitgevoerd. Julien maakt dankbaar gebruik van gegevens die in het kader van het TRAILS-project zijn verzameld. Daardoor kan hij zich baseren op het drinkgedrag van zo’n duizend Noord-Nederlandse jongeren. Voor de verklaring van de variatie in hun alcoholpatroon gaat hij over tot een meervoudige regressieanalyse. Die aanpak is inmiddels standaard geworden in de sociologie, maar minder gebruikelijk is dat de assumpties die nodig zijn voor een verantwoord gebruik van deze methode in dit geval uitvoerig worden getoetst. Nadat alle data op orde zijn gebracht, volgt Julien een keurige analysestrategie met verschillende bloksgewijs opgebouwde modellen. In de resultaten komt de meerwaarde van het longitudinale karakter van het TRAILS-onderzoek duidelijk tot zijn recht. De informatie uit de eerste meting of de jongeren al eens alcohol hadden gedronken blijkt in alle regressiemodellen een zeer sterke voorspeller van het alcoholgebruik. Jong geleerd, oud gedaan – of beter gezegd: de geest is soms al op jonge leeftijd uit de fles. Dit is een typische onderzoeksscriptie. De beleidsrelevantie ervan is beperkt. Gelukkig is de auteur zich daarvan bewust en worden er geen krampachtige pogingen gedaan of onhoudbare claims gelegd. Beleidsadviezen vloeien nu eenmaal nooit rechtstreeks uit onderzoeksresultaten voort. Door ze niet te geven, toont Julien zich in de beperking de meester. Nuchter bekeken is een nuchtere scriptie – en in die kwaliteit ook een Groningse scriptie. Ivan Gadourek, de naamgever van de scriptieprijs, zal er trots op zijn dat de empirische grondslag die hij legde onder de Groningse sociologieopleiding in zoveel reguliere ambachtelijkheid is uitgemond. De jury: M.H. Bosman J. Dijkstra L. Heyse A.C. Glebbeek (voorzitter) 5 maart 2012.

SOAP 9


VAKGROEP

A

10 SOAP

MARION DE VRIES

LIMBODANSEN EN TOUWTJE TREKKEN: OP BEZOEK BIJ DE SP

l sinds het wetsvoorstel voor de langstudeerboete heb ik mij, en met mij vast vele andere sociologen, erg verbaasd over de lage actiebereidheid van onze generatie (zie ook het artikel van Nienke Tebbens in de vorige SoAP). Ja, er zijn wel massaprotesten geweest, maar toen deze niks uithaalden hebben we het maar naast ons neer gelegd. Onze generatie lijkt zich niet meer bewust van de kracht van publieke actie. Ikzelf ben ook niet onschuldig, absoluut niet. Ik heb in de winter van 2010 wel op de Grote Markt gestaan om mee te fluiten tegen de kabinetsplannen, maar welgeteld een kwartier lang want het was koud. Nu zijn er natuurlijk altijd uitzonderingen op de regel. Ik heb een groep jongeren gevonden die daar in dit geval absoluut onder valt. ROOD is de jongerenpartij van de SP en heeft momenteel een groot en groeiend aantal leden in Groningen. Ik heb deze politieke groep een maand gevolgd, heb kennis gemaakt met haar leden en ben ondergedompeld in haar politieke ideeën en idealen.

plan. Dit valt me alleen vies tegen, want ook al komen mijn eigen politieke idealen niet altijd overeen met die van de SP, de ideologie en oprechte verontwaardiging over onrecht die de jongeren van ROOD uitdragen is ronduit inspirerend. Met de jongeren van ROOD ben ik in de schemer door Groningen geslopen om stiekem posters te plakken, ben ik limbodansend onder de drie procent norm door gegaan en heb ik touwtrekkend kinderen uit de armoede gehaald.

Dit artikel zou absoluut geen reclame voor de SP of ROOD worden, maar slechts een objectieve waarneming van de actiebereidheid en de groepscultuur. Althans, dat was het

Waar veel politieke jongerenorganisaties alleen debatteren en discussiëren over landelijke politiek, gaat ROOD de straat op met kleine acties. Vaak zijn deze acties op het eerste gezicht nauwelijks van politieke aard. Zo streden ze afgelopen maand voor verlichting bij skatebanen in Groningen en reiken ze binnenkort de huisjesmelker-van-het-jaar prijs uit. Echter zoals Lisa, ROOD-lid en eerstejaars sociologie student, het mooi verwoordde: “Politiek zit niet alleen in de Kamer, politiek is overal. Ook op straat.”. Zie op de volgende pagina de fotoreportage!


VAKGROEP

SOAP 11


VAKGROEP

DAAN BLOEM

GENDER ROLES

IN NEDERLAND EN SLOWAKIJE

D

e jaarlijkse trip van sociologie is inmiddels verleden tijd. Dit jaar was de bestemming Bratislava, van waaruit twee dagtrips naar Wenen en Praag zijn gemaakt. Op zondagavond 15 april vertrok de bus vol sociologen naar Bratislava, alwaar deze op maandag ochtend aan kwam. Na tal van activiteiten en nachtelijk cultuur-gesnuif de eerste dagen was de woensdag ingepland voor een prachtige dag in Wenen. Op donderdag stond een lezing op de faculteit van sociologie in Bratislava op het programma. Nadat de rest van de donderdag door eenieder op geheel eigen wijze werd ingevuld, werd op vrijdag de terugreis ingezet met als mooie tussenstop een mooie dag in prachtig Praag. Toen op zaterdagochtend 21 april de bus met zeer vermoeide maar voldane inhoud Groningen weer had bereikt, rees de vraag wat wij nu eigenlijk geleerd hadden die week. Het thema van de trip naar Bratislava - en dus ook van dit artikel - was ‘Gender roles in Slovakia and the Netherlands’. Aan de hand van dit thema konden wij sociologen kijken hoe het nu eigenlijk zit met de man-vrouw verhoudingen in Slowakije. Zo was op verschillende momenten een achtergestelde positie van vrouwen ten opzichte van de man in Slowakije duidelijk zichtbaar. Voorbeelden hiervan waren bijvoorbeeld de interacties van de mannelijke sociologen met de plaatselijke dames tijdens de bezoeken aan het nachtleven van Bratislava. De dames waren erg gecharmeerd van de mannelijke sociologen en wij vroegen ons eigenlijk af waarom. De voorzichtige conclusie die hier aan verbonden wordt is dat de Slowaakse mannen weinig respect tonen voor de vrouwen. Dit kwam bijvoorbeeld naar voren bij het observeren van de dansvloer, waarbij ik over de bevindingen maar niet uit zal weiden. Het vorige is een eerste indicaties van de verhoudingen tussen mannen en vrouwen in Slowakije, welke in de lezing op de faculteit van Bratislava verder behandeld werd. De strekking van het verhaal dat wij Groningse sociologen kregen voorgeschoteld was dat er tussen mannen en vrouwen in Slowakije nog lang geen gelijkheid bestaat. Het gemiddeld inkomen, het aantal academici, de relatieve bezetting van topfuncties, het aantal uren betaald werk per week, de tijd die wekelijks aan het huishouden wordt besteed: in alle zaken komen vrouwen er bekaaider vanaf dan mannen. Nu was dit voor onze vrouwen in Nederland tot voor vijftig jaar geleden net zo het geval, maar zij maken wel een grote inhaalslag. Hoewel zij op sommige punten nog steeds slechter scoren dan mannen in Nederland, hebben de Nederlandse vrouwen een beduidend betere positie dan de vrouwen in Slowakije. Zo is er bijvoorbeeld

12 SOAP

in Nederland een gemiddeld beloningsverschil van 18,5 procent tussen werkende mannen en vrouwen, waar dit verschil in Slowakije ruim 20,7 procent is. Dat er tussen beide landen dus grote verschillen in ongelijkheid bestaan is duidelijk. Maar hoe komen deze verschillen eigenlijk tot stand? Met andere woorden: zijn er culture en/of historische factoren die bepalend zijn voor de verschillen van posities van de vrouw in beide landen? Ten eerste ligt er een belangrijke historische verklaring aan de huidige rolverdeling tussen mannen en vrouwen in Slowakije ten grondslag. Vanuit het Stalinistische gedachtegoed waarin veel mensen uit het Oostblok nog steeds denken, is de vrouw namelijk altijd de steunpilaar van het huishouden geweest. Waar de man uit werken ging, zorgde de vrouw voor het huishouden en aan deze rolverdeling wordt heden te dage nog star vastgehouden. Deze rolverdeling hebben wij echter ook in Nederland gekend. Tot aan de periode waarin de massaconsumptie op kwam stond ook in Nederland de vrouw garant voor het huishouden terwijl de man uit werken ging. Door allerlei technische innovaties als wasmachines en stofzuigers kregen vrouwen steeds meer vrije tijd, waardoor zij verder gingen kijken dan de eigen keukenvloer. Op het eerste gezicht is te stellen dat de positie van de vrouw in beide landen historisch gezien niet verschillend is. Maar waar zitten die verschillen dan in? Misschien wel in emancipatie. In Nederland hebben vrouwen zich in twee feministische golven georganiseerd om hun positie ten opzichte van de man te verbeteren. De eerste golf kwam eind negentiende eeuw met als doel toelating tot het hoger onderwijs en openbaar bestuur. De tweede golf is eigenlijk beter te definiëren als de ‘ vrouwenbeweging’, een wereldwijde, brede beweging die van de jaren zestig tot ver in de jaren tachtig van de vorige eeuw duurde. Belangrijke speerpunten tijdens deze golf waren: af van het huisvrouwensyndroom, een herverdeling in huishoudelijke taken, seksuele bevrijding en een einde maken aan het seksueel geweld tegen vrouwen. In Nederland werd de tweede feministische golf vooral gekenmerkt door de Dolle Mina’s. Hun belangrijk speerpunt was het legaliseren van abortus. Het legaliseren van abortus gebeurde in 1962 (vijf jaar later dan in Slowakije overigens). In Slowakije is er over dergelijke bewegingen weinig bekend. Ook kijken mensen in Slowakije nog steeds raar aan tegen het feit dat vrouwen hoge functies bekleden. Zo vindt 32 procent van de Slowaken het ongemakkelijk als een vrouw minister-president zou worden, tegen 17 procent van de Nederlanders.


DAAN BLOEM

VAKGROEP

Als we kijken naar wat vrouwen in Nederland en Slowakije de afgelopen jaren gedaan hebben om hun positie te verbeteren, kunnen we concluderen dat dit in Nederland meer geslaagd is dan in Slowakije. Waar historisch gezien de verschillen niet groot zijn omdat tot midden vorige eeuw de vrouw überhaupt een lagere positie had dan de man, is er wel een verschil in wat er gedaan is om deze positie te verbeteren. Waar in Nederland in de vorige eeuw hevige protestbewegingen onder vrouwen bestonden, is er over actieve vrouwenemancipatie in Slowakije vrijwel niets bekend. Daarnaast heeft Aletta Jacobs er in Nederland onder meer voor gezorgd dat vrouwen kunnen participeren in het hoger onder wijs. In Slowakije zijn vrouwen, zoals eerder gesteld, nog steeds ver ondervertegenwoordigd in het hoger onderwijs. Dit alles heeft er voor gezorgd dat in Nederland een beeld van de gelijkwaardige vrouw bestaat. Maar dit beeld is in Slowakije ver te zoeken. De Slowaakse vrouw heeft nog steeds een significant slechter inkomen dan de Nederlandse en bekleedt veel minder hoge functies dan dat in Nederland gedaan wordt.

ADVERTENTIE

humanitas

De beschreven positie van de vrouw in Slowakije is onwenselijk. Temeer omdat, als EU-land, voldaan moet worden aan een aantal eisen omtrent vrouwenrechten. Het wil natuurlijk niet zeggen dat vrouwen expliciet gediscrimineerd worden in Slowakije, maar het zegt wel dat zij impliciet minderwaardig aan de man worden geacht. Mannen in Slowakije zijn nog steeds de baas en het lijkt er niet op dat dit snel gaat veranderen. Als we liever wél zien dat deze situatie verandert, kunnen we beter naar de Slowaakse vrouwen kijken dan naar hun mannen. De geschiedenis heeft uitgewezen dat actievoeren van vrouwen wel degelijk helpt tot bevordering van hun positie. Daarom zou ik zeggen: ‘Vrouwen van Slowakije, sta op’.

www.humanitasgroningen.nl SOAP 13


MAATSCHAPPIJ & POLITIEK

BLOEDBAD SYRIË: EEN OVERZICHT

D

e Arabische wereld is in rep en roer. In december 2010 begonnen de revoluties in Tunesië, Egypte in Libië. Daarnaast begonnen er protesten in Jemen, Jordanië, Libanon, Oman en vele andere landen. Ook Syrië volgde een paar maanden later met protesten. Deze protesten ontketenden een aaneenschakeling van grof geweld. De Syrische veiligheidstroepen doodden oppositiestrijders, die op hun beurt ook begonnen met geweld en zelfmoordaanslagen. In maart werd geschat dat de strijd tot nu toe aan ruim 9000 mensen het leven heeft gekost. Een schrikbarend aantal, maar het einde is nog niet in zicht en de VN heeft nog altijd geen grip op de situatie. Wat er van maart 2011 tot mei 2012 gebeurde in Syrië wordt in dit artikel beschreven. Een chronologisch overzicht.

MADELIEN MEULENKAMP

Maart 2011 De protesten in Damacus en Deraa beginnen. Er wordt met name gepleit voor het vrijlaten van politieke gevangenen. De protesten halen wereldwijd het nieuws wanneer de politie demonstranten in de stad Deraa neerschiet. De burgers vechten terug. De regering probeert tevergeefs de bevolking te kalmeren. April 2011 President Assad roept de noodtoestand uit. De onrust duurt voort en neemt heftigere vormen aan. Mei 2011 Legertanks komen verschillende steden binnen en doen een poging om de protesten tegen de regering te stoppen. Zowel de VS als de EU geven aan sancties op te leggen. Als reactie hierop kent president Assad amnestie toe aan alle politieke gevangenen. Juni 2011 De regering kondigt aan dat er 120 agenten zijn omgekomen door gewapende gangs in Jisr al-Shughour. Het leger neemt de stad over met als gevolg dat meer dan tienduizend mensen vluchten naar buurland Turkije. Als reactie hierop zegt president Assad een ‘nationale dialoog’ aan te willen gaan om over hervorming te praten. Juli 2011 Ook in Hama ontstaan massademonstraties. President Assad zet de leiders van de stad af en stuurt troepen om de stad over te nemen. Deze actie kost talloze mensenlevens. Ondertussen ontmoeten activisten van de oppositie elkaar in Istanbul om een gezamenlijk plan op te stellen. Augustus 2011 De VS zetten een grote stap wanneer president Obama publiekelijk vraagt aan president Assad om af te treden. Bondgenoten van de VS steunen het verzoek. Oktober 2011 Rusland en China vetoën de VN resolutie over Syrië met als gevolg dat er niet internationaal wordt ingegrepen. November 2011 De Arabische Liga stemt Syrië uit het verbond met als voornaamste reden dat Syrië heeft gefaald in het implementeren van het Arabisch vredesplan. De Liga legt Syrië sancties op. Overgelopen soldaten belegeren de legerbasis vlakbij Damascus. Het is de grootste aanval van het Syrische bevrijdingsleger sinds het begin van de protesten. Aanhangers van de regering vallen op hun beurt buitenlandse ambassades aan. December 2011 Syrië stemt toe met het voorstel van de Arabische Liga om observeerders toe te laten. Duizend demonstranten wachten hen op, maar uiteindelijk wordt de missie van de Arabische Liga opgeschort door het toenemende geweld. Ook vinden er tegelijkertijd twee zelfmoordaanslagen plaats in Damascus, met 44 doden als gevolg. Hierna volgt een reeks zelfmoordaanslagen in de hoofdstad, die tot op heden nog niet is opgehouden. De oppositie beschuldigt de regering er van de aanslagen te hebben opgezet.

14 SOAP


MADELIEN MEULENKAMP

MAATSCHAPPIJ & POLITIEK

Februari 2012 Rusland en China blokkeren de resolutie van de VN-Veiligheidsraad over Syrië. De regering van Syrië begint meer en meer te bombarderen om zo delen van de stad Baba Amr terug te winnen. Volgens de VN hebben deze acties meer dan 7500 doden tot gevolg. Later in de maand doden de veiligheidstroepen van Assad nog eens meer dan tweehonderd mensen, vooral burgers. Tegen het eind van de maand kunnen de Syriërs naar de stembus voor het referendum over de nieuwe grondwet. Er wordt verschillend over de grondwet dacht. Sommigen zien er wel degelijk een positieve verandering in, anderen stellen dat de macht centraal blijft. Het stemmen leidt tot onrust, met weer meer dan 20 doden tot gevolg. Maart 2012 Een niet-bindend vredesplan van VN-afgevaardigde Kofi Annan wordt voorgesteld door de VN veiligheidsraad. China en Rusland stemmen na een paar aanpassingen in. Uiteindelijk slaagt de VN er niet in het plan te transformeren naar een formele resolutie waardoor het geweld ook deze zomer blijft voortbestaan. Verschillende landen, waaronder Frankrijk en Groot-Brittannië, sluiten hun ambassades in Syrië. Het Rode Kruis wordt in Syrië toegelaten. Het is in maart wanneer er voor het eerst gedode journalisten worden aangetroffen. April 2012 Inmiddels zoeken 24.000 Syriërs hun toevlucht in het vluchtelingenkamp in Turkije. Anderen vluchten naar Libanon. Troepen beschieten het kamp waarbij tenminste drie mensen gewond raken. Half april moet het vredesplan van de VN ingaan. Er is echter nog niets van te merken. Weer vallen er 100 doden door toedoen van het regeringsleger. “10 april is zinloos geworden”, zei de Turkse onderminister van Buitenlandse Zaken. Op twaalf april moet dan echt het staakt-het-vuren ingaan, maar in de twee dagen daarvoor lijkt het geweld alleen maar toe te nemen. Mei 2012 Op 7 mei stemmen de Syriërs voor een nieuw parlement. Een groot deel van de oppositie doet niet mee en roept op tot een boycot van de verkiezingen. Eind mei vinden er opnieuw aanvallen plaats van het Syrische leger, met een enorm bloedbad tot gevolg. Zeker honderd mensen komen om het leven. Zowel de Verenigde Staten, de Europese Unie als de Arabische Liga veroordelen de aanval. Er wordt wederom gepleit voor het onder druk zetten van Assad en om te stoppen met het geweld. Het staakt-het-vuren dat in april is aangegaan, wordt voortdurend geschonden. Het Syrische leger zet zware wapens in om de oppositie uit te schakelen.

En hoe nu verder? Oud-ambassadeur in Libië en Irak Koos van Dam: “het referendum kwam vooral te laat. Als Assad dit 10 maanden geleden had aangekondigd, had iedereen het fantastisch gevonden. Maar na zoveel bloedvergieten is het veel moeilijker geworden. Daardoor is ook bij de oppositie iedere vorm van dialoog niet meer mogelijk.” Het geweld duurt voort. Inmiddels heeft het Rode Kruis aan 200.000 mensen hulp geboden. Het aantal vluchtelingen stijgt, het geweld gaat door. De internationale gemeenschap en de VN in het bijzonder is er nog niet in geslaagd succesvol in te grijpen. Kofi Annan vreest dat het geweld zal uitlopen op een burgeroorlog, met niet alleen gevolgen voor Syrië, maar voor de gehele regio. “Annan, aan je handen kleeft het bloed van de kinderen,” valt te lezen op de borden van demonstranten. Ondanks de aanwezigheid van de VN-waarnemers gaat het geweld gewoon door. De hoofdwaarnemer van de VN zegt in een reactie: “de dood van 32 onschuldige kinderen, ook van vrouwen en mannen, maar vooral kinderen is een onacceptabele aanval op de toekomst van het Syrische volk.” Maar ondanks dat gaan de aanvallen tot op de dag van vandaag gewoon door, en blijft de toekomst van het Syrische volk onzeker.

SOAP 15


MAATSCHAPPIJ & POLITIEK

NIENKE TEBBENS

SPINNING IMAGE

T

oen Job Cohen in 2011 de rol als lijsttrekker van de PvdA overnam van Wouter Bos leek er geen vuiltje aan de lucht. De partij stond er goed voor in de peilingen en Job Cohen leek, als ex-burgemeester van Amsterdam en zeer geliefde politicus, een uitermate geschikte vervanger. Dit bleek echter een inschattingsfout. Het imago dat Job Cohen uitdroeg als lijsttrekker werd niet gewaardeerd door het publiek. Tenenkrommend keek ik toe hoe Job in werd gemaakt tijdens de debatten en hortend en stotend zijn partijprogramma voordroeg in interviews, terwijl hij als oppositieleider met scherpe aanvallen had moeten komen. In februari 2012 werd er dan toch een eind gemaakt aan Job’s carrière als lijsttrekker en werd Diederik Samsom zijn opvolger. Dit bleek een goede keus; inmiddels is de PvdA zo’n 7 zetels gestegen in de peilingen. Er zijn echter veel politici die net als Job Cohen het belang van het imago in de politiek lijken te onderschatten. Wat zij niet begrijpen is dat je helemaal geen geboren spraakwaterval hoeft te zijn om niet met je mond vol tanden te komen te staan. Als het je zelf niet lukt om het goede imago uit te stralen dan schakel je toch gewoon iemand in die deze vaardigheden wel heeft? Spindoctors en mediacoaches; ze staan allemaal voor je klaar! Het lijkt erop dat binnen de politiek de inhoud van de partijen een steeds kleinere rol begint te spelen. Hoe sterk een partij inhoudelijk ook is; zonder een goede presentatie van de partij ben je nergens. Politici doen er alles aan om stemmen te winnen, zij lijken hun kiezers heel goed aan te voelen. Aan tafel bij De Wereld Draait Door, op Twitter je stem laten horen, het zijn inmiddels dagelijkse bezigheden van politici. Er zijn echter ook politici die zich moeilijk kunnen aanpassen aan deze tijd waarin journalisten een steeds grotere rol spelen in het neerzetten van een imago van politici. Zo is minister Vogelaar een bekend begrip geworden met haar gênante optreden bij GeenStijl. Door deze blunder werden er zowaar mediatrainingen gestart met als doel het ontwijken van Rutger Castricum (presentator van GeenStijl).

“DE KIEZERS RAAKTEN STEEDS MEER GEÏNTERESSEERD IN DE PERSOON ACHTER DE POLITICUS” Volgens Gerrit Voerman, hoofd van het Documentatiecentrum Nederlandse Politieke Partijen van de RuG, begon de personalisering van de politiek vanaf de komst van de televisie. Sindsdien zou de lijsttrekker het ‘visuele boegbeeld’ van de partij zijn. Toen vervolgens, als gevolg van de ontzuiling, de partijprogramma’s steeds meer op elkaar begonnen te lijken, moest men een andere manier vinden om kiezers voor zich te winnen. De kiezers raakten steeds meer geïnteresseerd in de persoon achter de politicus. Volgens Lyda van Doorn, trainer visuele bewustwording, zijn spindoctors en mediatrainers niet ontstaan met de komst van de televisie, maar met het confronterende karakter dat de televisie kreeg. Het steeds belangrijker worden van het imago van politici 16 SOAP

ziet zij echter niet als een slecht proces. Ze vindt het erg belangrijk dat politici niet alleen letten op de inhoud maar ook op hun presentatie. Als dit ze niet lukt moeten ze op zoek gaan naar een spindoctor of mediatraining volgen. Maar wie zijn deze zogeheten ‘spindoctors’ nou eigenlijk? De term ‘spinnen’ komt van het honkballen, waar de honkballer een andere richting kan geven aan de bal tijdens zijn slag. Het is dus een metafoor voor de beïnvloeding van het stemgedrag door politici een bepaald imago te geven. De populariteit van

“POLITICI MOETEN NIET ALLEEN LETTEN OP DE INHOUD, MAAR OOK OP HUN PRESENTATIE” spindoctors is in landen als Amerika ontzettend groot, maar ook in Nederland zijn spindoctors aanwezig. Echter, waar deze ‘mannetjesmakers’ in Amerika op de voorgrond opereren, doen ze dit in de Nederlandse politiek achter de schermen. Onderdeel van het proces van de spindoctor is de mediatraining, waarbij politici leren om te gaan met de media. Een goede presentatie in de media kan veel stemmen opleveren. Daarnaast hebben de spindoctors veel contact met journalisten om zo eigenhandig ‘hun’ politicus beter in beeld te brengen. En als dit allemaal niet werkt kunnen spindoctors altijd nog hun fantasie erop loslaten. Ze kunnen bijvoorbeeld negatieve verhalen de wereld in helpen over andere politici of juist positieve verhalen over hun eigen politicus. Spindoctors en mediacoaches lijken dus goud geld te kunnen verdienen binnen de huidige politiek waar de inhoudelijke boodschap steeds verder op de achtergrond komt te staan. Hoewel het burgemeesterschap meer lijkt weggelegd voor Job Cohen had hij het er met behulp van een spindoctor waarschijnlijk beter vanaf gemaakt. Dus laat Job’s ondergang een les zijn voor Den Haag. Het wordt tijd dat ook de politici zelf het belang van een goede presentatie gaan inzien. Spraakwaterval of niet; alle politici zullen er aan moeten geloven.


MAATSCHAPPIJ & POLITIEK

Voor wie het nog niet wist, Rene Veenstra is een filmfanaat! Al vanaf jonge leeftijd houdt Rene een lijst bij van zijn favoriete films en documentaires. Deze lijst is de vinden op zijn website. In SoAP deelt hij de komende drie edities zijn filmkennis met ons en geeft hij de absolute must see’s aan de trouwe SoAP-lezers mee. Volg Rene ook op twitter: @ProfVeenstra

• No Direction Home: Bob Dylan (Martin Scorsese 2005 USA) Tweedelige documentaire die Scorsese monteerde uit een enorme hoeveelheid uniek archiefmateriaal, interviews met grootheden als Allen Ginsberg en Joan Baez en citaten uit een lang, steeds vanuit dezelfde cameraopstelling opgenomen interview met de 64-jarige Dylan die in deel 1 nog gemoedelijk is, maar in deel 2 steeds cynischer wordt.

H

et mekka voor de liefhebber van documentaires is het International Documentary Festival Amsterdam. Tien dagen achter elkaar worden dan de beste documentaires van het jaar gedraaid. Vaak zijn de regisseurs of de hoofdpersonen aanwezig en wordt er volop over gedebatteerd. De laatste jaren lukt het me niet om naar het IDFA te gaan. Het geluk wil dat een groot deel van de hoogtepunten binnen een jaar op televisie te zien is. Zo kwam intussen de complete top vijf van de publieksenquête van 2010 op de beeldbuis, te weten Waste Land, Autumn Gold, The World According to Ion B, Kinshasa Symphony en The Green Wave. Voor wie ze gemist heeft, zijn ze met een beetje mazzel via Uitzending Gemist te zien. De beste documentaires zijn doorgaans bij Het Uur van de Wolf (vaak op dinsdag), Canvas (altijd een documentaire op woensdag), VPRO Import (elke woensdag) en Holland DOC (elke donderdag). Op mijn website heb ik een lijst met de beste documentaires opgesteld en daarvan geef ik hier de bovenste 25.

• No End in Sight (Charles Ferguson 2007 USA) De Amerikanen hadden tot in detail uitgewerkt hoe ze Saddam Husseins regime omver moesten werpen, maar over de periode daarna hadden ze geen flauw benul. Hoe makkelijk kun je het verzet in de hand werken wanneer je 60.000 politieagenten ontslaat (en bovendien nog geen nieuwe hebt opgeleid)? • No. 17 (David Ofek 2003 ISR) Zeventien mensen kwamen om tijdens een zelfmoordaanslag in een bus net buiten Tel Aviv. Een van de slachtoffers was door de bomexplosie totaal onherkenbaar geworden en bleef ongeïdentificeerd. Documentairemaker Ofek ging als een politie-inspecteur te werk om de identiteit van deze ‘nummer 17’ te achterhalen. • Power Trip (Paul Devlin 2002 USA) In 1999 nam een Amerikaanse multinational het nationale elektriciteitsbedrijf van Georgië over Fascinerend en onthutsend verslag van de gevolgen van corruptie, cultuurverschillen en de moeizame overgang van communisme naar kapitalisme. • Silverlake Life (Peter Friedman & Tom Joslin 1992 USA) Een homoseksueel stel vertelt op unieke en aangrijpende wijze over aids, vanaf het moment van de diagnose tot aan hun dood. De alomtegenwoordige camera en de diepgaande eerlijkheid waarmee het stel erover praat, maken het tot een uniek, ontroerend relaas over een toen nog zeer verwoestende ziekte. • Street Fight (Marshall Curry 2005 USA) Documentaire over het straatgevecht om het burgemeesterschap van Newark, New Jersey tussen oldtimer Sharpe James en nieuwkomer Cory Booker. Een humorvol kijkje achter de schermen van een verkiezing die weinig heel laat van het Amerikaanse democratische ideaal. • The Times of Harvey Milk (Rob Epstein 1984 USA) Sean Penn won in 2009 een Oscar voor zijn rol van Harvey Milk in de film van Gus van Sant. Over de eerste homoseksuele wethouder van Amerika werd 25 jaar eerder al een indrukwekkende documentaire gemaakt. • The War Game (Peter Watkins 1965 GB) Enfant terrible Peter Watkins maakte in de jaren zestig een korte nepdocumentaire over het uitbreken van de Derde Wereldoorlog. De film was zo overtuigend gemaakt dat vele Britten in paniek raakten toen de BBC The War Game uitzond. • Waste Land (Lucy Walker 2010 BR) Kunstenaar Vik Muniz, geboren in een Braziliaanse sloppenwijk en woonachtig in New York, keert naar zijn eigen land terug om een serie portretten te maken van mensen die op een vuilnisbelt zoeken naar bruikbare materialen. SOAP 17


In het middelpunt staat deze editie Berber Harkema. Na Michiel Zwaan, Madelien Meulenkamp en Roos Peters is zij de vierde sociologiestudent op rij die een zetel bekleed in de Universiteitsraad van de Rijksuniversiteit Groningen. Vlak na de verkiezingsperiode van de uraad vraag ik hoe het met haar gaat.

T ER T I Z R O O V E I T FRAC RO E M I L A C T S J I L

BERBER A M E K R A H

IN HET MIDDELPUNT


Heb je al iets gemerkt van het politieke spel tussen de studentpartijen? Kun je een voorbeeld noemen? “(Berber lacht) Tijdens de campagne was er een sportieve competitie. Maar je moest wel erg goed oppassen met wat je zei, want alles kon tijdens de verkiezingen tegen je gebruikt worden. Je moest je niet verspreken over bepaalde standpunten, want dan gingen SOG of GSB er mee aan de haal. Ik ben heel eerlijk, en moet daarom soms oppassen dat ik sommige interne zaken wel voor me houd. Die informatie kan heel kostbaar zijn en het kan de doorslag geven in wie er uiteindelijk met de meeste zetels van door gaat. Daarnaast was er natuurlijk het lijsttrekkersdebat. Ik vond het spannend het tegen twee andere debaters op te nemen! Het was wel heel erg leuk en leerzaam”

Wat heeft je doen besluiten om te solliciteren voor Lijst Calimero? “Hiervoor was ik fractievoorzitter van de Faculteitsraadpartij PSB. Dit was heel leuk en leerzaam, maar het smaakte naar meer. Het facultaire niveau van medezeggenschap heeft me toch minder aangesproken. Daarom lijkt de uraad me zo bijzonder: de vraagstukken die universitair breed behandeld worden, om de tafel met bestuurders, enorm veel nieuwe contacten waar je allemaal zoveel van kan leren! Ik kende Roos Peters, via haar ben ik bij Calimero terecht gekomen. Gedurende het afgelopen jaar kwam ik er achter dat alle standpunten van Calimero heel erg dicht bij mijn eigen standpunten staan. Wat dat betreft pas ik precies bij Lijst Calimero!”

Hoe gaat het met je nu het non stop campagne voeren achter de rug is? “Goed! Het is nu een stuk rustiger in mijn hoofd. Het was een enorm leuke tijd met de huidige fractie en de kandidaatsfractie van Lijst Calimero waarbij we van ’s ochtends vroeg tot ’s avonds laat met elkaar zijn opgetrokken. Ik vond het een bijzondere tijd. Het was heel erg spannend tot aan de uitslag van de verkiezingen.”

Tot slot: wat wil jij uit komend jaar halen? “Op persoonlijk vlak hoop ik veel te leren van samenwerkingen met bijvoorbeeld het CvB, en vooruitgang te boeken in tal van vaardigheden. Besturend Groningen opent haar deuren voor me, dus ik ben heel benieuwd wat me te wachten staat! Binnen de fractie wil ik leren om goed leiding te geven aan een gemotiveerde groep, samen te werken met deze groep en alle betrokken studentenpartijen. En natuurlijk hoop ik voor de RuG en alle studenten veel te betekenen komend jaar. •

Jij bent de vierde socioloog op rij in de uraad. Zijn sociologen echte medezeggenschappers? “Ik denk het eerlijk gezegd niet. Tenminste, je zou zeggen dat Sociologen maatschappelijk betrokken zijn, geïnteresseerd zijn in beleid en collectieve problemen. Toch heb ik het idee dat er om me heen weinig animo is voor bijvoorbeeld een plek in de faculteitsraad. Ik zou niet weten hoe dat komt. Sociologen zijn mensen die wel in staat zijn om een verhaal van meerdere kanten te belichten en ze zijn betrokken bij het vraagstuk. Misschien dat ze toch wel goede medezeggenschappers zouden kunnen zijn, al komt het er nog niet bij iedereen uit.”

Ben jij meer van het compromissen sluiten of voor je standpunt vechten? “Binnen de uraad moet je rekening houden met wat jouw partij vindt, wat de andere studentpartijen en de personeelsfractie vinden én wat het College van Bestuur vindt. Het is daarom altijd van belang dat je compromissen weet te sluiten. Maar je moet natuurlijk ook voor je standpunt vechten als dit is wat je als partij uitdraagt. Ik denk dat ik beide zal moeten kunnen als ik in de uraad zit.”


MAATSCHAPPIJ & POLITIEK

NIENKE TEBBENS & MIRIAM VAN VOORNVELD

SOCIOLOGIE IN DE MEDIA Groningen - In het tijdschrift Linda was in het mei nummer een stuk van het onderzoek van prof. dr. Melinda Mills terug te vinden. Melinda Mills, hoogleraar sociologie aan de RuG, heeft onderzoek gedaan naar de fertiliteit van vrouwen, onder andere op latere leeftijd. In het artikel: ‘Mens, je bent veel te oud’ werd verwezen naar het verschil dat gemaakt wordt tussen oudere vaders ten opzichte van oudere moeders. Wanneer mannen op latere leeftijd een kind hebben, is daar brede steun en begrip voor. Maar wanneer vrouwen van nabij de 50 een kind hebben wordt er juist negatief gereageerd. Op 24 mei werd bekend gemaakt dat Rudi Wielers de prijs van de Nederlandse Sociologische Vereniging kreeg voor het beste Nederlandstalige artikel. Het winnende artikel genaamd “Welvaart en Arbeidsmotivatie: Een internationale vergelijking”, verscheen in de 27e editie van het Tijdschrift voor Arbeidsvraagstukken. New York – In de New York Times verscheen onlangs een artikel over de gevolgen van de zogenaamde ‘google glasses’. Met deze futuristische bril kan men live informatie krijgen over alles in hun omgeving. Door dit nieuwe technische snufje, ontwikkeld door Google, zou de mens meer dan ooit geïsoleerd raken van zijn omgeving. Zo beweert Socioloog Eric Klinenberg dat de ontwikkeling van communicatie technologieën één van de hoofdoorzaken is van wat hij noemt ‘solo living’. Deze technologieën doen de grens tussen een sociaal leven en isolatie vervagen. Hierdoor zouden kinderen vaak opgroeien in een eenoudergezin en zouden er steeds meer echtscheidingen voorkomen. Professor Sherry Turkle geeft aan dat zowel oprechte relaties tussen mensen, als volledige eenzaamheid onmogelijk zijn door de opkomst van relaties via het internet. Socioloog Robert Nisbet wijst op het feit dat individualisme en zwakke banden tussen mensen de macht van de autoriteit aanwakkeren. Volgens hem is een onsamenhangende populatie eerder bereid om ideologieën van de autoriteit na te streven en bescherming van deze autoriteit te genieten.

20 SOAP

Amsterdam – Tijdens het filmfestival ‘Beeld voor Beeld’zal de première plaatsvinden van de documentaire ‘Ik gebaar, Ik leef ’ gemaakt door Anja Hiddinga (professor aan de UvA aa de afdeling sociologie en antropologie) en Jascha Blume. In de documentaire onderzoeken de professor en filmmaker (die overigens zelf ook doof is) de moeizame relatie tussen de horende en niet-horende wereld. De hoofdpersoon, een dove jongen, heeft lak aan de horende wereld en zoekt bij de bewoners van De Gelderhorst, centrum voor oudere doven, naar antwoord op levensvragen waar ook zij voor stonden: wie kun je zijn als je doof bent in een horende wereld? Een andere documentaire die onlangs in première is gegaan in Nederland is ‘Play’ van de Zweedse regisseur Ruben Östlund. Deze confronterende film heeft al vele discussies teweeggebracht. Met Play wil de regisseur duidelijk maken dat in deze tijd digitale communicatiemiddelen steeds meer het leven bepalen. Östlund registreert, met de camera op afstand, hoe een aantal donkere jongens andere kinderen pest en blanken besteelt. In Zweden kwam een groot debat op gang naar aanleiding van de film. Volgens sommigen zou Östlund een racist zijn, maar volgens Östlund zelf is de reden van het ontstaan van de discussie dat er een scheve verhouding binnen de maatschappij bestaat. Er zou onbalans zijn tussen zwarte mensen en blanken waardoor het onderwerp controversieel zou zijn, aldus Östlund. De film is volgens hem omstreden omdat het ons eraan herinnert dat we allen deel uitmaken van deze ongelijkheid. Ondanks de commotie die ontstond na de première is de film zeer succesvol.


MIRIAM VAN VOORNVELD

‘A

MAATSCHAPPIJ & POLITIEK

ALCOHOLMISBRUIK ONDER JONGEREN

lcohol maakt meer kapot dan je lief is’. Een bekend gezegde en nog waar ook. De laatste tijd worden we vaak opgeschrikt door comazuipende pubers en verkeersongelukken onder invloed van drank. In 2011 werd er zelfs een meisje van 10 met een alcoholvergiftiging in het ziekenhuis opgenomen. Waarom laten jongeren het toch zo ver komen? Alcohol wordt over het algemeen gezien als een sociaal geaccepteerd genotsmiddel. Dat is niet alleen het geval in de laatste eeuwen. In de tijd van de bijbel was water in wijn veranderen, op de bruiloft van Kana, het eerste wonder dat Jezus verrichtte. Hoewel de waarheid hiervan in twijfel kan worden getrokken, schetst het wel een goed beeld dat zelfs tóen alcohol al een prestigieus goed was. Ook nu wordt het op diverse feesten in groten getale genuttigd. Daarnaast staat alcohol ook bekend om zijn positieve bijeffecten: van alcohol wordt je minder kritisch naar jezelf, durf je eerder op anderen af te stappen, is het goed voor spijsvertering en in alcohol zitten bepaalde enzymen die vetten afbreken. Toch kent alcohol ook een andere kant. Vanwege de fysiek verslavende eigenschappen wordt alcohol ook wel tot de harddrugs gerekend. Bij een hoge dosis vermindert alcohol de motoriek en concentratie. Het kan er voor zorgen dat je delen van de dag of nacht niet meer herinnert of het heeft nog ernstigere gevolgen: het risico om in coma te raken of een hartstilstand te krijgen. Onderzoek heeft aangetoond dat het juist voor jongeren gevaarlijk is om te drinken, omdat alcohol dan het grootste effect heeft op de nog groeiende hersenen. Door deze negatieve neveneffecten is het zo gevaarlijk dat jongeren steeds vroeger beginnen met drinken. Op dit moment doen zich twee verschillende trends voor: het aantal drinkers daalt, maar het aantal ‘comazuipers’ stijgt. Sinds 2003 is het aantal drinkende jongeren tussen de 12 en 16 jaar afgenomen. Dit is met name het gevolg door de campagnes die door de jaren heen werden gevoerd en de grote bekendheid over de gevolgen van drinken onder ouders.Toch zijn er nog nooit zoveel jongeren in de het ziekenhuis beland met een alcoholvergiftiging als in 2011. In dat jaar werd er een toename geconstateerd van 12-16%, wat het totaal bracht op 762 personen. Comazuipers, jongeren die met een acute alcoholvergiftiging het ziekenhuis in moeten, zijn ook steeds jonger. De gemiddelde leeftijd van de comazuiper is 15,3 jaar oud. In 2010 was deze leeftijd nog 15,6 jaar. Daarnaast wordt de duur van de

coma steeds langer. Gemiddeld is de comadrinker drie uur en een kwartier buiten westen, één uur langer dan in 2010. Hoe kan het dan toch dat kinderen het zo ver laten komen? Volgens kinder- en jeugdpsychologe Tamar de Vos-van der Hoeven komt dit doordat kinderen heel anders reageren op alcohol dan volwassenen en daardoor de grens van te veel drinken minder goed kennen. “Alcohol kent zowel een stimulerende als een dempende werking”. Naast dat het de drinker het gevoel van onoverwinnelijkheid geeft, heeft het ook een nadelig effect. “Na het drinken van alcohol wordt de drinker wat suffig en slaperig en de motoriek wordt beïnvloed, waardoor de drinker minder stevig op zijn benen staat en de concentratie minder wordt”. Voor jongeren is dit dempende effect echter kleiner dan voor volwassenen. “Jongeren worden minder suf van alcohol en ook hun motoriek lijkt minder aangetast te worden door alcohol. Met andere woorden, het lichaam van een puber geeft minder snel aan dat het ‘dronken wordt’, het dronken gevoel van suffigheid en ‘zwalken’ blijft langer weg. En omdat het stimulerende effect van de alcohol wel wordt waargenomen, waardoor de jongere zich goed en zelfverzekerd voelt, wordt er nog meer gedronken”, aldus Tamar de Vos- van der Hoeven. Onder het mom ‘voorkomen is beter dan genezen’ blijft de overheid zich inzetten om het drankgebruik onder jongeren te verminderen. In 2013 wordt hiervoor de Drank- en Horecawet op een aantal punten aangepast. Zo wordt het mogelijk om jongeren die onder de 16 alcohol in hun bezit hebben een boete uit te delen en ook de controle op verkoop van alcohol in supermarkten wordt strenger. Naast de nieuwe wet maakt de minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport zes miljoen euro vrij om jongeren te wijzen op de gevaren van alcohol. Via social media en scholen moeten jongeren weerbaar worden gemaakt tegen de verleiding van alcohol. Daarnaast denkt de overheid erover om de leeftijdsgrens van alcohol te verhogen naar 18 jaar. Of dit het gewenste effect zal hebben zal nog moeten blijken. Alcohol is een breed geaccepteerd fenomeen in onze samenleving en zelfs doktoren wijzen vaak op de positieve werking van een glaasje alcohol aan het eind van de dag. Maar overmatig alcoholgebruik is slecht voor iedereen: de persoon zelf, zijn of haar omgeving en de maatschappij. Daarom een ander bekend gezegde als slot: ‘Geniet, maar drink met mate’.

SOAP 21


MAATSCHAPPIJ & POLITIEK

DIEKO BAKKER

ONRUST IN DE POLITIEK (BEKEKEN MET STATISTIEK) EEN KLEIN ONDERZOEK NAAR VERANDERINGEN IN DE NEDERLANDSE POLITIEK

I

n de afgelopen tien jaar hebben we de val meegemaakt van maar liefst vijf verschillende kabinetten (al waren het er dan vier met dezelfde minister-president). De gemiddelde levensduur van een kabinet lag het afgelopen decennium dus rond de twee jaar. Voor een volksvertegenwoordiging die volgens de regels vier jaar in zitting hoort te zijn is dat niet veel. Dit gegeven lijkt onderdeel uit te maken van een bredere trend in de politiek. De samenleving wordt minder stabiel, nieuwe en meer onrustige partijen winnen aan stemmen en beleid wordt vaker gestuurd door de korte termijn dan door een vaste ideologie. De laatste jaren is er over deze trend regelmatig geklaagd. In 2005 al verscheen er op Elsevier.nl een artikel waarin VVD-er Hans Hoogervorst er voor pleitte naar een stelsel met twee grote partijen toe te werken omdat het land dreigde onbestuurbaar te worden. In april van dit jaar verscheen er nog een artikel in het Reformatorisch Dagblad dat aandrong op veranderingen in de kieswet om de instabiliteit van de politiek te verhelpen. Ook de val van het kabinet Rutte werd hierbij als voorbeeld aangehaald. Tot slot verscheen op de website van Stand.nl de door een lezer ingestuurde stelling: “Zes keer op rij een kabinet gevallen. Nederland is een politiek instabiel land.” Op die stelling werd 3034 keer gestemd, waarvan 78 procent de stelling steunde. Wordt de politiek nu echt instabieler? Wanneer mogen we een partij nu onrustig vinden? De antwoorden op die vragen zijn allebei interessant en belangrijk maar ook vooral subjectief. Een ding is heel objectief te meten: houden kabinetten het minder lang vol dan vroeger?

De kabinetten op een rij

Om die vraag te beantwoorden ben ik zelf op onderzoek uitgegaan. Gelukkig is alle informatie die ik nodig heb te vinden op internet. In het kader van efficiënt tijdgebruik ben ik er maar vanuit gegaan dat Wikipedia nog wel te vertrouwen is als het erop aankomt om de Nederlandse kabinetten na de Tweede Wereldoorlog op te sommen. Een beetje zoekwerk leverde een lijst van 28 na-oorlogse kabinetten op. Voor elk kabinet heb ik de deelnemende partijen, de partij en naam van de premier, het jaar van aantreden, een wat ruwe maat voor de oriëntatie (links, centrum of rechts)11 en het aantal dagen dat het kabinet het heeft volgehouden genoteerd.

1

Of een kabinet onder links, rechts of centrum valt heb ik bepaald aan de hand van beschrijvingen van de politiek van dat kabinet en de oriëntatie van de deelnemende partijen. 22 SOAP

Is de levensduur van een kabinet dan korter geworden sinds de Tweede Wereldoorlog? Het lijkt er niet op dat de levensduur van een kabinet korter is geworden. Als je alle kabinetten op een rijtje zet komt er het plaatje uit dat je ziet in figuur 1. Een daling is daarin niet te ontdekken. Om voor de vorm nog een bevestiging daarvan te krijgen heb ik alle data in SPSS ingevoerd. Een regressieanalyse22 bevestigt wat we eigenlijk al wisten: over de jaren heen zijn de kabinetten niet kortstondiger geworden (tabel 1). De gemiddelde levensduur van kabinetten aangetreden na het jaar 2000 was 718 dagen, dus ongeveer twee jaar. Van alle andere kabinetten was de levensduur 906 dagen of bijna 2,5 jaar jaar. Het verschil tussen de twee is echter niet significant. Het aantal dagen dat een kabinet het volhoudt is de laatste tien jaar dus wel laag maar niet uitzonderlijk laag. Dat wordt ook geïllustreerd door een vergelijking tussen verschillende decennia. In de jaren ’40 hielden kabinetten het gemiddeld 700 dagen vol, nog minder dan nu, en in de jaren ’60 was de score met gemiddeld 726 dagen ongeveer hetzelfde. Over alle 28 kabinetten sinds de Tweede Wereldoorlog zijn de kabinetten het over de jaren niet minder lang vol gaan houden. Maar in de 28 kabinetten in de dataset zitten ook de ‘rompkabinetten’ die overbleven toen een partij uit de regering stapte. Die kabinetten bestaan alleen als overgang naar nieuwe verkiezingen, hoe lang ze bestaan zegt dus niet zo veel over de stabiliteit van kabinetten. Wat gebeurt er als we de rompkabinetten wegfilteren? Als we alle kabinetten met minder dan 50% van de zetels in de Tweede Kamer weglaten, op het minderheidskabinet Rutte na, blijven de resultaten hetzelfde. Sterker nog, er is zelfs een lichte en niet significante stijging in de levensduur van een kabinet (tabel 1).

Worden we linkser of rechtser?

Er is één patroon dat wel duidelijk is. Met het verloop van de tijd zijn onze kabinetten steeds rechtser geworden. Dat wordt treffend geïllustreerd door (figuur 2). De eerste kabinetten na de oorlog waren overwegend links. Het laatste echt linkse kabinet trad in 1973 aan. De laatste decennia worden gedomineerd door rechtse en centrumkabinetten. Dat verschil is overigens ook significant. Een ANOVA-toets laat zien dat het gemiddelde jaar van aantreden significant verschilt tussen de drie oriëntaties (F = 4,08, df = 2 en 25, p=0,17). De bijbehorende t-toetsen vertellen dat zowel rechtse als centrumkabinetten significant later voorkwamen dan linkse kabinetten en dat tussen rechtse en centrumkabinetten geen verschil zit (tabel 2).

2

De regressianalyse heeft het aantal dagen in zitting als afhankelijke variabele en als onafhankelijke variabele het jaar van aantreden


DIEKO BAKKER

MAATSCHAPPIJ & POLITIEK

Tabel 1: Regressianalyse Variabelen

Model 1 (alle cases)

Constante Jaar van aantreden

Geen van de resultaten is significant N = 25 zonder rompkabinetten, 28 met rompkabinetten

-5278,268 (10462,011) 3,114 (5,296)

Model 2 (geen rompkabinetten) -10851,866 (10383,079) 5,980 (5,260)

Tabel 2: T-toetsen Toets Rechts-Links Rechts-Centrum Links-Centrum

Geen van de resultaten was significant

Conclusies

t

3,403 0,523 2,373

Wat zegt dat geheel nu over de stabiliteit van de Nederlandse politiek? Over de bredere context van politieke instabiliteit is het moeilijk conclusies te trekken. Zoals gezegd vormen de levensduur van een kabinet en de mate van verandering tussen kabinetten maar een deel van wat met politieke instabiliteit wordt bedoeld. De stabiliteit binnen partijen, binnen coalities en in een bredere context in de samenleving kan nog steeds aanzienlijk zijn afgenomen. Ook is het belangrijk om te onthouden dat we alleen de resultaten uit het verleden weten en dat die ook hier geen garantie vormen voor de toekomst. Zelfs met alle stabiliteit uit de afgelopen 60 jaar weten we alleen dat er tot nu toe niet veel veranderd is in hoe lang een kabinet in zitting is. Dat zegt weinig over wat er de komende vijf of tien jaar kan gebeuren. Ook is stabiliteit niet alles, ook een verandering in de standpunten van partijen is natuurlijk belangrijk. Dat die verandering bestaat zien we aan de opschuiving naar rechts en aan de recente populariteit van sterk populistische partijen.

df

17 19 14

p

0,003 0,607 0,033

De gegevens die ik heb verzameld zijn natuurlijk heel simpel en ruw. De stabiliteit in de partij van de premier is bijvoorbeeld maar een simpele ruwe maat voor de stabiliteit van de koers van opeenvolgende kabinetten. De maat van oriĂŤntatie heb ik zelfs zelf ingevuld aan de hand van de oriĂŤntatie van de deelnemende partijen. Dat zal behoorlijk onbetrouwbaar zijn. Links, rechts en centrum daargelaten kunnen we denk ik wel zeggen dat er tot nu toe in elk geval geen bewijs is voor een sterke afname van de levensduur van kabinetten. Dat is goed nieuws voor de bestuurbaarheid van Nederland, al zijn er ook hier natuurlijk veel andere factoren die meespelen. Een kabinet dat lang zit maar niks produceert heeft ook niemand wat aan. De aanwijzingen die ik heb kunnen vinden zeggen dat het zo slecht nog niet gesteld is met de Nederlandse politiek (behalve dan dat we steeds rechtser geworden zijn). Dat is een goed geluid om te laten horen tussen alle politieke ruzies door.

SOAP 23


OPINIE

KASPER NELISSEN

EEN BLIKJE ENERGYDRINK OP DE HUISREGELS VAN DE UB

N

iet al te lang geleden zat ik in de universiteitsbibliotheek (UB) om te studeren voor mijn tentamens. Blijkbaar was ik niet de enige, want ik was omringd door andere ijverige studenten. Iedereen was rustig en alles was goed. Sommige van de medestudeerders hadden in een poging hun concentratie te verhogen een blikje met energiedrank meegenomen. Geen vreemde gewoonte in de UB, bij mijn weten in ieder geval al twee jaar in de mode. Onze productieve stilte werd echter ruw verstoord door een medewerker die zich dreigend over een van de eigenaars van energiedrank heen boog. Toen deze studeerder zijn oordopjes uit deed en de man vragend aankeek, werd hem medegedeeld dat in de UB, buiten de kantine alleen nog afsluitbare flesjes werden toegestaan. Hij werd gesommeerd het blikje weg te gooien. Na hem werd vervolgens iedereen gemaand hun open blikjes leeg te drinken en in een afvalbak te deponeren. Onmiddellijk riep dit enkele vragen bij mij op: Waar slaat dit op? Hoezo wordt zo plots het beleid verscherpt? Veroorzaakt het continu controleren niet meer overlast dan het toestaan van blikjes? Toen de stilte eindelijk weer was teruggekeerd, was mijn concentratie lang vervlogen. Door wat zoekoprachten voor dit stukje kwam ik erachter dat ik het in die periode huisregelweek was. Hierbij probeerde de UB extra aandacht te vestigen op haar huisregels, onder andere door het tentoonstellen van verloren voorwerpen en het in een bak tentoonstellen van peuken op het dakterras. Toch blijft de vraag of het wel handig is om blikjes niet toe te staan in de studiezalen. Nu is het natuurlijk goed te begrijpen dat de UB liever alleen gesloten flesjes bij hun collectie ziet. Vrijwel alles in de UB is gemaakt van papier, wat notoir slecht tegen plakkerige vloeistoffen kan. De UB is inmiddels echter naast een plek waar boeken en documenten worden bewaard ook een leeromgeving. Hierdoor kun je dan de in de boeken en documenten opgeslagen kennis meteen tot je nemen. Het is alleen zo dat de leeromgeving een steeds grotere plek in begint te nemen. Bovendien zijn de eisen aan een leerplek anders dan aan een kennisopslag. Zo is het bijvoorbeeld prettig om zonder naar de kantine te moeten lopen een blikje energydrink of een meergranenkoekje te nuttigen. Kauwen bevordert namelijk de concentratie. Ook is het zo dat een korte eetpauze in de kantine vaak langer duurt dan eigenlijk de bedoeling is, aangezien een beetje praten met mensen leuker is dan leren.

24 SOAP

Het is dus wellicht handiger voor de UB om voor zichzelf en haar gebruikers een duidelijkere scheiding te maken tussen de opslag en het studiedeel. Hierdoor zou je bijvoorbeeld op b epaalde etages wel kunnen eten of drinken, terwijl de belangrijke boeken in een archief op een andere etage staan. Zeker omdat de bibliotheek in veel gevallen niet eens de kennis levert. Een ander voordeel van gespecialiseerde zalen is de kwestie van toezicht. Op de vierde etage is namelijk videotoezicht op de studenten. Persoonlijk vind ik dit altijd ietwat overdreven. Het is namelijk zo dat mensen in de UB daar over het algemeen komen om te studeren. Dit betekent dat het voor de aanwezigen gunstig is een rustige stille werksfeer te bewaren. Bovendien is de sociale druk om stil te zijn erg groot. Iedereen is immers stil. Je zou dus zeggen dat toezicht überhaupt overbodig is. Daarom denk ik dat het vooral toezicht is om de eigendommen van de UB te beschermen. Aangezien deze dan op één of twee verdiepingen staan zijn er minder mensen nodig om de boeken te bewaken. Mocht het toezicht toch bedoeld zijn om de studenten in de gaten te houden, dan lijkt het mij dat dit makkelijker is zonder boekenkasten midden op de verdieping. Het laatste voordeel is een kleintje, van praktische aard. Wanneer ik in drukke weken een plek probeer te vinden die aan eisen van stroom en internettoegang moet voldoen, moet ik drie verschillende verdiepingen bekijken. Dit bezorgt mij dan ook meteen mijn dagelijkse workout, aangezien de trappen slecht snel te belopen zijn. Hoewel ik volledig ben voor het motto: “Een gezonde geest, in een gezond lichaam” heeft de universiteit daar al faciliteit voor: De ACLO. Met gespecialiseerde vloeren zou ik niet eens alleen minder etages af hoeven te gaan, mijn slaagkans wordt ook groter.


MARJAN FABER

OPINIE

NIET ZEUREN!

I

n de rubriek Werk en Geld, van NRC weekend, vertellen Nederlandse stellen over hun inkomsten en uitgaven. Onlangs deed een gepensioneerd stel hun huishoudboekje open. Beiden ontvingen ze een riant pensioen en één van de twee was bovendien fit genoeg om nog te werken. Naast haar pensioen ontving zij daardoor nog 2.500 euro netto inkomsten. Maandelijks had het stel ruim 6.500 euro te besteden. De overheid geeft dit stel bovendien maandelijks nog een bedrag van 1300 euro, de AOW. De AOW werd in 1957 geïntroduceerd en is een opvolger van de in 1947 ingevoerde Noodwet Ouderdomsvoorzieningen. De Noodwet Ouderdomsvoorzieningen was bedoeld voor mannen en alleenstaande vrouwen ouder dan 65 jaar die onvoldoende inkomsten hadden om van te leven. Er is inmiddels veel veranderd. Het Centraal Bureau voor de Statistiek houdt gegevens bij over het gemiddelde vermogen per huishouden in Nederland. Deze gegevens geven een beeld over het vermogen van 65-plussers. Het gemiddelde vermogen voor 65-plussers was in 2010 247.000 euro de mediaan lag op 104.000 euro. De verschillen binnen deze groep zijn dus groot. De groep 65-plussers heeft daarentegen een groter gemiddeld vermogen dan mensen in andere leeftijdscategorieën. Gemiddelde vermogens van huishoudens in de leeftijdsgroep 25 tot 45 jaar liggen bijvoorbeeld rond de 70.000 euro. Deze gegevens van het CBS laten daarmee zien dat 65-plussers het rijkst zijn in Nederland. De AOW leeftijd wordt inmiddels verhoogd en door het lenteakkoord zouden AOW’ers met een aanvullend pensioen het meest moeten inleveren aan koopkracht; een maatregel die politieke partijen niet populair maakt onder sommige 65-plussers. Niet alleen AOW’ers zeuren omdat ze moeten inleveren. Gezinnen met

DE ECONOMISCHE CRISIS RAAKT IEDEREEN, MAAR NIET IEDEREEN EVEN HARD

De economische crisis raakt iedereen, maar niet iedereen even hard. De werkloosheid in Nederland bereikt momenteel het hoogste punt in zes jaar tijd. Vooral jongeren (tussen de 15 en 25 jaar) maar ook ouderen (tussen 45 en 65 jaar) raakten hun baan kwijt. De werkloosheid onder jongeren is waarschijnlijk nog hoger omdat er binnen deze groep veel verborgen werkeloosheid is. Jongeren kiezen ervoor om verder te studeren of om bijvoorbeeld kosteloos stage te lopen, zodat zij wel relevante werkervaring kunnen op doen. Studeren wordt daarentegen steeds minder toegankelijk. Het afschaffen van de basisbeurs is gelukkig van de baan maar voor het volgen van een tweede master moet je als student nu extra betalen, bovendien worden de doorstroommogelijkheden van het hbo naar het wo beperkter. Werkgevers zijn, door de economische onzekerheid, terughoudend in het geven van vaste contracten. Vooral de werkzame jongeren hebben geen vaste contracten; zij liggen er daardoor het eerste uit. Zonder vast contract is het bovendien erg lastig om een huis te kopen. Starters zijn daarentegen hard nodig op de woningmarkt. De nieuwe afspraken over hypotheken lijken vooralsnog vooral starters te treffen, terwijl huidige huiseigenaren kunnen blijven profiteren van de hypotheekrenteaftrek. Er zijn veel mensen die zeuren doordat ze financieel achteruit gaan als gevolg van overheidsmaatregelen die worden getroffen om te bezuinigen. Minder geld kunnen besteden terwijl je relatief veel geld hebt, is een stuk minder erg dan het verliezen van een baan. Zeker wanneer het daarnaast ontbreekt aan enig uitzicht op een goede baan. Werk is veel meer dan geld alleen: het geeft voldoening, uitdaging en levert sociale contacten op. Mensen zoals de AOW’ers met een goed aanvullend pensioen of gezinnen met een hoog inkomen zouden niet zo moeten zeuren. De samenleving van tegenwoordig ziet er een stuk anders uit. De bevolkingsverdeling is veranderd, overheden hebben schulden en de crisis heeft een negatieve invloed, zowel op de commerciële als op de niet-commerciële sectoren. Er zijn daarom maatregelen nodig die passen bij deze tijd. Maatregelen die de economie stimuleren en iedereen goede perspectieven biedt in de samenleving.

een gezamenlijk inkomen boven de 125.000 euro doen dat ook omdat ze vanaf 2013 geen kinderopvangtoeslag meer ontvangen. Ook al verdienen deze gezinnen een gezamenlijk inkomen van ongeveer 10.500 euro bruto per maand, ze verwachten toch een bijdrage van de overheid. Waarom? Waarschijnlijk omdat ze vinden dat ze er recht op hebben, ze hebben het immers altijd gekregen en ook al verdien je erg veel, financieel inleveren is altijd lastig.

SOAP 25


OPINIE

HANNAH ACHTERBOSCH

DE MISVERSTANDEN OVER HET FEMINISME

F

eministen zijn vrouwen die met kortgeknipt haar en ongeschoren oksels in neongroene tuinbroek hun beha’s verbranden. Ook haten feministen mannen en daarom zijn ze lesbisch of wonen ze in een huis met twintig katten. Over de persoonlijkheid van feministen kun je alleen zeggen dat ze politiek gezien altijd linksgeoriënteerd zijn, uit principe geen vlees eten en buitenshuis zo’n drukke baan hebben dat ze geen tijd meer hebben om voor hun kinderen te zorgen. Verder zijn feministen agressief in hun taalgebruik omdat ze hun zin willen doordrukken zonder te luisteren naar wat de man te zeggen heeft. Ondanks dat feministen over het algemeen uiterst onaantrekkelijk zijn voor mannen hebben ze wel heel veel seks, omdat ze vinden dat vrouwen seksueel net zo vrij mogen zijn als mannen. Feminisme is kort gezegd een levensbeschouwing waarin de ongelijke (machts)verhoudingen tussen mannen en vrouwen bekritiseerd worden. Er bestaan veel verschillende stromingen binnen het feminisme, maar de ongelijke verhoudingen vormen de kern van al deze stromingen. Voor de eerste feministische golf werd gedacht dat de ongelijkheid in verhoudingen voortkwam uit het verschil in genetische opmaak tussen mannen en vrouwen. Evolutionair en genetisch is bepaald dat vrouwen een andere, ondergeschikte, rol verdienen in de samenleving dan mannen. Een aantal feministen hebben ten tijde van de eerste en tweede feministische golf beweerd dat het verschil tussen mannen en vrouwen slechts maatschappelijk bepaald is. Je wordt niet als vrouw geboren, maar je wordt tot vrouw gemaakt was hun mening. Het antwoord op de vraag waarom vrouwen en mannen maatschappelijk een andere positie hebben in de maatschappij ligt ergens in het midden. Aan de ene kant is het verschil tussen vrouwen en mannen gedeeltelijk genetisch en evolutionair bepaald. Dit betekent echter niet dat het ook zo hoort te zijn. Dat iets bepaald is door de evolutie betekent niet dat deze bepaling zomaar geaccepteerd hoeft te worden. Toch is duidelijk dat mannen en vrouwen in fysiek opzicht sterk verschillen en dat dit enigszins de ongelijke verhoudingen tussen mannen en vrouwen heeft bepaald. Aan de andere kant worden de verschillen in verhoudingen ook sterk bepaald door maatschappelijke vorming en opvoeding. Vrouwen krijgen in de maatschappij vaak de zorgende rol toegekend. De rol van moeder en van huisvrouw kan niet alleen bepaald worden door genetische opmaak. Toch blijft er nog een vraag over, wat kan er genetisch zo bepalend zijn dat vrouwen en mannen verschillen in het vervullen van hun maatschappelijke rol. Het antwoord ligt waarschijnlijk puur in het fysieke verschil. Mannen zijn in bijna alle gevallen fysiek sterker dan vrouwen. In die zin zijn

26 SOAP

mannen dominant over vrouwen. Dit betekent dat mannen seksueel en wat betreft geweld altijd een dominerende rol aan zouden kunnen nemen en dit is lange tijd bepalend geweest voor de verhoudingen van mannen en vrouwen in de maatschappij. Feministen haten mannen De kern van het feminisme is dat vrouwen gehoord willen worden in de maatschappij en een gelijke stem hebben als mannen. Het gaat er niet om dat vrouwen mannen zouden willen domineren of dat ze een hekel hebben aan mannen. In het feminisme gaat het slechts om het bespreekbaar maken van verschillen tussen mannen en vrouwen en door het bespreekbaar maken een poging doen deze verschillen te overbruggen en een ongelijke verhouding tussen mannen en vrouwen te verkleinen. In het feminisme gaat het om het principe “Ik luister naar jou, luister jij ook naar mij” en het gaat hierbij niet om “Jij domineerde mij, nu domineer ik jou”. Alleen vrouwen zijn feminist In de uitspraak “feministen haten mannen” zit nog een misverstand besloten, namelijk dat mannen geen feministen zouden kunnen zijn. Echter, mannen kunnen net zo goed een feministische levensbeschouwing aanhangen als vrouwen. Het gaat immers om het bespreekbaar maken van de verschillen tussen mannen en vrouwen en deze verschillen overbruggen. In die zin kunnen mannen net zo goed pleiten voor een niet-traditionele rolverdeling. In Nederland zijn er geen verschillen tussen mannen en vrouwen Vaak wordt gedacht dat na de eerste en tweede feministische golf de grootste verschillen tussen mannen en vrouwen wel zijn opgelost. Toch zijn er genoeg voorbeelden ten noemen over ongelijkheid tussen mannen en vrouwen. Zo werd in november 2011 bekend gemaakt dat er op dit moment weer meer ongelijkheid is wat betreft de gezondheidszorg en het onderwijs. Daarnaast verdienen mannen in dezelfde functie nog steeds meer dan vrouwen. Niet alleen op economisch gebied zijn er grote verschillen tussen mannen en vrouwen, het grootste probleem lijkt te liggen in het verschil in levensbeschouwing. Zo zijn mannen nog steeds “stoer” als ze veel sekspartners hebben gehad en krijgen vrouwen de stempel “goedkoop” als ze veel sekspartners hebben gehad. De seksuele vrijheid van de vrouw die tijdens de tweede feministische golf zo is bevochten, lijkt nog steeds niet de beoogde vruchten af te werpen. Daarnaast is er nog steeds sprake van veel seksuele intimidatie, zo zijn 67% vrouwen wel een seksueel geïntimideerd, hiervan is 39% aangerand en 11% verkracht. Vooral intimidatie op de werkvloer komt vaak voor. Er is


HANNAH ACHTERBOSCH

OPINIE

FEMINISTEN ZIJN VROUWEN DIE MET KORTGEKNIPT HAAR EN ONGESCHOREN OKSELS IN NEONGROENE TUINBROEK HUN BEHA’S VERBRANDEN FEMINISME GAAT ER NIET OM DAT VROUWEN MANNEN ZOUDEN WILLEN DOMINEREN OF DAT ZE EEN HEKEL HEBBEN AAN MANNEN.

daarom nog veel te winnen op het gebied van verschillen in seksuele verhoudingen tussen mannen en vrouwen. Feminisme in de toekomst Kortom, de kern van het feminisme is het bestrijden van de ongelijke verhoudingen tussen mannen en vrouwen. Het gaat niet om vrouwen met kortgeknipt haar die mannen haten, maar om mannen en vrouwen die naar elkaar luisteren en hun verschillen proberen te overbuggen. Elke vrouw die geen feminist is, doet zichzelf tekort. The Battle: De vakgroep sociologie langs de feministische meetlat De vraag die ons nu rest is: Hoe hoog scoort de vakgroep sociologie op de sociologische meetlat? Wie hebben er de beter posities binnen de studievereniging, de SoAP redactie en de vakgroep? Maar nog belangrijker, welk onderdeel van sociologie scoort het hoogst op de feministische meetlat. Zoals op de meetlat te zien is, zijn er ook binnen de vakgroep sociologie grote verschillen tussen mannen en vrouwen. Zo werken er in totaal veel meer mannelijke docenten dan vrouwelijke docenten. Ook telt de vakgroep maar één vrouwelijke hoogleraar tegenover zes mannelijke hoogleraren. De studievereniging en SoAP scoren een stuk beter op de feministische meetlat. Als we kijken naar de voorzitters van het Sociëtasbestuur (sinds 2005) is er zelfs een over-representatie van vrouwen. Toch scoort SoAP het hoogst op de feministische meetlat, want zoals te zien is heeft SoAP (sinds 2005) 3 mannelijke hoofdredacteuren gehad en 2 vrouwelijke. Kortom, het verschil tussen mannen en vrouwen is bij SoAP het kleinst.

SOAP 27


OPINIE

HANNAH ACHTERBOSCH

DE STELLING:

IN TIJDEN VAN CRISIS IS EEN TECHNOCRATIE DE BESTE OPLOSSING

E

lke SoAP vragen wij sociologen naar hun mening in de vorm van een stelling. Deze keer is de stelling: “In tijden van crisis is een technocratie de beste oplossing”. Deze SoAP zijn twee studenten en één docent gevraagd te reageren op deze stelling. Wil je meer weten over de technocratie ten tijde van de crisis lees dan het artikel: “Technocraten: de verlossers of…?” . Lisa de Leeuw (tweedejaars sociologiestudent, actief bij Rood): “Technocraten worden aangesteld in tijden van crisis om, achter het masker van neutraliteit en bekwaamheid, gevreesde hervormingen door te voeren. De keuzes die zij maken zijn politieke keuzes en het zijn geen natuurwetten die zij prediken, maar de neoliberale ideologie. Politiek moet nooit onder de dictatuur van de economie staan. Bovendien los je een crisis niet op door de democratie af te breken. Zonder democratie wordt de onvrede niet gehoord, die in crisistijd juist aanwezig is en is het moeilijk vast te houden aan de menselijke maat.” Bram Hogendoorn (tweedejaars sociologiestudent, actief bij de faculteitsraad): “Als het volk zelf voor een technocratie kiest, is deze technocratie een vorm van democratie. Het is dan inderdaad de beste oplossing in de zin dat zowel het volk daarvoor gekozen heeft, als dat het waarschijnlijk is dat politieke beslissingen sneller genomen worden. Als de technocratie opgelegd wordt, is de uitkomst onzeker. Alhoewel de maatschappelijke en economische problemen sneller opgelost worden, is het volk misschien minder gelukkig met de uitkomst. Uit sociologische literatuur blijkt dat de tevredenheid over politieke besluiten niet zozeer afhangt van de resultaten an sich, maar van de manier waarop deze tot stand gekomen zijn.” Arie Glebbeek (Universitair hoofddocent sociologie, gespecialiseerd in beleidssociologie, arbeidssociologie en sociale welvaart): “Ook in de huidige financiële crisis hoor je dit weer vaak: zet de politici opzij en laat mensen die er verstand van hebben de rotzooi opruimen. In Griekenland en Italië zijn er zo premiers aan de macht gekomen die niet via verkiezingen gekozen zijn. Papademos en Monti hebben een aureool van ‘neutraal’ en ‘deskundig’ om zich heen. Zij zullen wel even doen waartoe de ruziënde politici niet in staat zijn. Het is opvallend hoeveel mensen steeds weer warm lopen voor dit idee. Op school leerden we weliswaar dat democratie het hoogste goed is, maar dat geldt klaarblijkelijk alleen zolang er niks aan de hand is en het over onbenullige zaken gaat. Welke gedachtegang ligt er aan het willen opschorten van de democratie ten grondslag?

28 SOAP

Die gedachte is doorgaans dat volksvertegenwoordigers zozeer gebonden zijn aan electoraal succes dat ze geen onpopulaire besluiten kunnen nemen die het beste voor het land zijn. Ongebonden technocraten kunnen dat wel. We kunnen het argument daarmee in twee veronderstellingen uiteenleggen: (1) Er bestaat iets wat het beste is voor het land, dus zoiets als een algemeen belang; (2) de technocraten zullen dit algemene belang dienen. Op beide veronderstellingen valt heel wat af te dingen. Sociologen zijn er al dikwijls in geslaagd de notie van een algemeen belang te ontmaskeren als het belang van bepaalde groepen, dus als een ideologisch construct. Maar ook als je accepteert dat er in bepaalde omstandigheden een algemeen belang bestaat (zoals bij coördinatieproblemen of vicieuze cirkels), gaat het gros van de regeringsbesluiten over de keuze voor bepaalde waarden en wensen. Dat zijn politieke keuzes en technocraten hebben op dit vlak niks extra’s te bieden. In de tweede plaats is het naïef te denken dat ‘de deskundigen’ als vanzelf zullen besluiten wat het beste is. Neutraal zijn deze mensen doorgaans niet – en als ze dat al waren dan blijven ze omgeven door het krachtenveld van de machtige groepen in onze samenleving. Tegen deze druk van binnenskamers kunnen technocraten minder tegendruk ontwikkelen dan politici die een beweging achter zich hebben. In het geval van onze bovenstaande voorbeelden is de neutraliteit overigens ver te zoeken. Zowel Papademos als Monti heeft banden met Goldman Sachs, de beruchte internationale zakenbank (evenals trouwens de directeur van de ECB). De financiële elite die onze wereld regeert weet zijn ‘technocraten’ wel te vinden. Kortom: sociologen horen bij deze stelling onmiddellijk overal jeuk te krijgen. En ik vertrouw erop dat ze dan weten waar ze moeten krabben.”


RONALD KIELMAN & ROEL BOTTEMA

S

OPINIE

TECHNOCRATEN: REDDERS VAN EUROPA OF EEN BEDREIGING VOOR DE DEMOCRATIE?

inds de grote economische depressie in de jaren ’30 van de vorige eeuw heeft Nederland vier recessies gekend; een achtereenvolgende periode van twee (of meer) kwartalen waarin geen groei van het BNP plaatsvindt. De laatste recessie van 2009 ligt nog vers in het geheugen, en amper bekomen van de schrik verkeren we sinds het vierde kwartaal van 2011 opnieuw in economisch zwaar weer. Gelukkig zijn we niet het enige slecht presterende ‘kindje in de klas’. In tal van andere Europese landen is de economische groei gestagneerd al dan niet helemaal verdwenen. De crisis laat natuurlijk in vele opzichten zijn sporen na. En hoewel de schuldigen voor de crisis lastig te identificeren zijn, wordt de politiek geacht met oplossingen te komen. Dit blijkt geen gemakkelijke opgave, gezien de politieke crises in verschillende Europese landen. Opeens lijkt de democratische besluitvorming niet met een adequate oplossing te kunnen komen en moet een alternatief worden aangewend. Het economische ‘systeem’ van Europa is kapot en experts moeten dit systeem repareren. Technocraten bieden de oplossing. Maar is het wel verstandig om de politieke besluitvorming in handen te leggen van mensen die zich alleen baseren op wetenschappelijke of economische analyses? Moeten we ons laten leiden door financiële experts of moet de scheidslijn tussen wetenschap en politiek meer gehandhaafd worden?

Technocraten

In theorie zijn technocraten beleidsmakers die in plaats van op ideologische gronden, beslissingen nemen op basis van wetenschappelijke analyses. Dit kunnen zowel technische, sociologische als economische analyses zijn. Deze technocraten, zoals de Italiaanse premier Mario Monti, zijn over het algemeen politici die uit de financiële wereld komen of een economische achtergrond hebben. Ze worden aan het publiek voorgesteld als onafhankelijke beleidsmakers; als mensen zonder politieke agenda, maar mét de expertise om de Europese schuldencrisis op te lossen. Als socioloog kun je dit op het eerste gezicht alleen maar toejuichen: politici die hun keuzes baseren op wetenschappelijk gestoelde argumenten! Maar tegelijkertijd zijn wij als sociologen ook bekend met de tekortkomingen van economische modellen. Sociologen zijn bij uitstek de mensen die economische modellen in twijfel trekken: gedragen mensen zich werkelijk rationeel? In hoeverre bestaan er wetmatigheden binnen de economie? Is de economische wetenschap niet veel te beperkt om menselijk gedrag te verklaren en ontwikkelingen te voorspellen?

Immers, economen hebben de huidige crisis ook niet zien aankomen. Hoewel, deze uitspraak verdient enige nuancering. Er waren wel degelijk economen die de economische crisis hebben voorspeld. Dirk Bezemer, Universitair Hoofddocent ontwikkelingseconomie aan de Rijksuniversiteit Groningen, identificeerde meer dan tien economen die de crisis hebben voorspeld1. Dit zijn over het algemeen economen die kritisch zijn over de ‘mainstream’ neoklassieke theorie en tevens de economen die tot op de dag van vandaag grotendeels langs de zijlijn staan. En aan welke experts wordt meer macht gegeven om de crisis op te lossen? Juist: de neoklassieke economen die de crisis niet hebben zien aankomen.

Wetenschap en politiek

Wetenschappers als verlossers van maatschappelijke problemen. Neutrale, oplossingsgerichte politiek als oplossing voor maatschappelijke problemen. Het lijkt een mooi idee, maar is niet van alle tijden. Hans Harbers, Universitair Hoofddocent filosofie aan de Rijksuniversiteit Groningen, verzet zich in een opiniestuk tegen het idee dat fact free politics een slecht idee is[voetnoot]. Hij schrijft over het onderscheid dat Max Weber maakte tussen wetenschap en politiek. Weber was voorstander van een sterke scheidslijn tussen wetenschap en politiek. In zijn lezing “Wissenschaft als Beruf ” uit 1917 stelt Weber dat wetenschappelijk onderzoek gaat over de feiten (het ‘Sein’), en politieke wilsvorming over de waarden (het ’Sollen’). Deze sterke scheiding is goed voor zowel de wetenschap als de politiek. Door een waardevrije wetenschap blijft zij neutraal en objectief, en zonder een ‘dwang van feiten’ kan het politiek spreken vrij zijn. “Wat we normatief wenselijk achten mag niet afhankelijk zijn van wat feitelijk mogelijk is”, aldus Harbers. Deze strikte scheiding kunnen we ons tegenwoordig nauwelijks meer voorstellen; wetenschap en politiek zijn in hoge mate met elkaar geïntegreerd. Maar het onderscheid van Weber is geen onzinnig idee. Het hangt samen met een ander onderscheidt: dat van de politicus, de expert en de burger. Politieke of maatschappelijke kwesties en keuzes zijn grofweg op drie niveaus te bespreken: waarden, issues en beleid. Allereerst kan men spreken over waarden: wat is de wens of het ideaal? Welke eindsituatie wordt nagestreefd? Uit deze waarden volgen issues of thema’s: welke kwesties hangen samen met deze waarden? En tot slot is er beleid: welke plannen en ideeën bestaan SOAP 29


OPINIE

RONALD KIELMAN & ROEL BOTTEMA

MOETEN WE ONS LATEN LEIDEN DOOR FINANCIËLE EXPERTS OF MOET DE SCHEIDSLIJN TUSSEN WETENSCHAP EN POLITIEK MEER GEHANDHAAFD WORDEN? er binnen deze thema’s. De politicus, de expert en de burger hebben allen een rol in deze niveau’s. De burger, kiest de politici op basis van zijn ideologie of waarden. Die politicus stelt de issues die aangepakt dienen te worden vast. De expert op zijn beurt adviseert de politicus over beleid dat de problemen zou moeten oplossen. Deze onderlinge verhouding is de basis geweest van onze democratie, maar lijkt langzaam te verdwijnen. De rollen raken verstrengeld. De expert neemt steeds vaker de rol van politicus aan. Beleid wordt steeds vaker afgestemd op de houding van de burgers, waarbij de wetenschappelijke onderbouwing steeds verder uit het oog verdwijnt. Men gaat er daarbij vanuit dat de burger zich steeds beter verdiept in de (oorzaak van) problemen. Daarnaast krijgt de wetenschap ook minder gezag. Een kritische burger is natuurlijk goed, maar als de burger elke wetenschappelijke bevinding onderuit gaat halen, verliest de wetenschap zijn maatschappelijke functie. Als laatste kan de politiek in steeds mindere mate vrijuit spreken; zij moet zich aansluiten bij bevindingen van de burger of wetenschap, zonder dat zij daar ideologische bezwaren bij kan geven.

Conclusie

Het is dus nog maar de vraag of het goed is voor de democratie dat technocraten de touwtjes in handen krijgen. Het is een misvatting dat het financiële systeem en de economie machines zijn die alleen door experts kunnen worden gerepareerd. De democratie gaat er vanuit dat mensen hun leiders kiezen en politieke keuzes maken op basis van wat zij belangrijk vinden in hun leven. Op die manier zouden de waarden die belangrijk worden geacht, door klinken in het beleid. Het is bovendien een misvatting dat er ‘objectievelingen’ bestaan; ieder mens heeft bepaalde idealen. De technocraten die nu de touwtjes in handen hebben, hebben ook idealen en zijn dus in zekere zin politiek gekleurd. De technocraten die worden geïnstalleerd zijn voornamelijk neoklassieke economen die de 30 SOAP

afgelopen tien jaar al veel macht hadden. De economische visie die zij hebben, heeft in zekere zin bijgedragen aan de economische malaise. De economen die kritisch waren over het systeem, staan daarentegen nog steeds aan de zijlijn. Daarnaast heeft het installeren van technocraten een belangrijke consequentie. Doordat wetenschappers, in de vorm van technocraten, als objectief en ongekleurd worden gepresenteerd, wordt het politieke debat steeds meer technologisch van aard en steeds minder ideologisch. In zekere zin wordt gezegd: technocraten baseren hun beslissingen op feiten en wetenschap, en daarom kunnen ze geen foute beslissingen nemen. De gewone burger wordt daardoor de deelname aan het debat ontzegd. Tegenwoordig wordt er in de politiek vooral gesproken over issues en beleid, terwijl de overkoepelende waarden onbesproken blijven. Dat is zorgelijke ontwikkeling, want aan de basis van politiek staat de strijd tussen verschillende waarden en ideologieën. In plaats van constant over economische cijfers te debatteren, zouden de huidige problemen veel meer vanuit een ideologisch kader moeten worden aangepakt. Op die manier kan een constructief en oplossingsgericht debat plaatsvinden, waarin de politicus, de wetenschapper en de burger allen hun rol kunnen vervullen.

Literatuur: Harbers, H. (2011). Waarom fact free politics nog zo slecht niet is. http://www.socialevraagstukken.nl/site/2011/12/02/waaromfact-free-politics-nog-zo-slecht-niet-is/ Bezemer, D. (2009). Why some economists could see the crisis coming. Financial Times. http://www.ft.com/intl/cms/s/0/452dc484-9bdc-11de-b21400144feabdc0.html#axzz1wX09lF00


D

e bekendmakingsborrel van het kandidaatsbestuur, de barbecue en het eindfeest alweer in ons geheugen kan maar een ding betekenen: het einde van het jaar 2011-2012 dient zich aan! Nu het studiejaar ten einde loopt, blijkt dat veel van onze bekenden plannen hebben gemaakt om het land te verlaten, de zon op te zoeken, verschillende festivals mee te maken of juist de rust op te zoeken in het thuis blijven. Voor een enkeling geldt het afronden van de masterscriptie als verplichting in de zomervakantie, die door studenten bijna heilig wordt verklaard. Concluderend: het einde van het collegejaar gaat vaak gepaard met aangename activiteiten. Het afsluiten van een periode betekent vaak dat zich een punt in de tijd aandient waarop men kan terug kijken het verleden. Voor Sociëtas ging het ‘tijdperk 2011-2012’ als een speer voorbij. Dat jaar is niet alleen de AcCie, die ook dit jaar als vanouds het grootste aandeel heeft in het verklaren van de variantie van gezelligheid bij Sociëtas, maar ook de Commissie Inhoudelijke Activiteiten onder ons arsenaal geschaard. Zo heeft Sociëtas dit jaar niet alleen meer activiteiten kunnen organiseren, maar ook meer variëteit in haar activiteiten kunnen aanbrengen. Tussen de trip naar Bratislava en het eindfeest zijn vele activiteiten georganiseerd. Allereerst heeft een handjevol durfals zich aangemeld voor de 40e editie van de Batavierenrace. Hoewel de opkomst van onze kant laag bleek en daardoor diskwalificatie onvermijdelijk was, hebben we gerend om het leven. Een teleurstellende ‘eindtijd’, maar het Batavierenfeest op de campus van Enschede en de goede sfeer in de groep hebben dat ruimschoots kunnen compenseren. Na dit gezellig, sportief en warm weekend, was daar de volgende sportactiviteit alweer. Ditmaal wat koeler, met een graad of 15 gingen we waterskien. De hagel en kou weerhield ons er niet van om op de planken te gaan staan en keihard onderuit te gaan, uitzonderingen daargelaten. Het was allemaal een fraai gezicht en het was dan ook weer een zeer gezellige en geslaagde activiteit. Voor ons heeft het einde van het collegejaar niet alleen een terugblik in petto, maar biedt het ons een ankerpunt om naar voren te kijken: het kandidaatsbestuur voor 2012-2013 is bekend! De kandidaten en hun functies zijn de volgende. De kandidaatsvoorzitter is Mart Vreeswijk, ook wel bekend als lid van de TripCie. De kandidaatssecretaris is Jitske Sijbrandij, ook wel bekend van de Almanak. De kandidaatspenningmeester is Diede Vogelzang. De kandidaatscommissaris Intern wordt Sjoerd Greeven. Hoewel we Sjoerd en Diede niet kennen vanuit een van onze commissies of structuren, hebben deze leden zich actief geprofileerd op verschillende activiteiten, want wie kent ze niet! Last maar zeker niet least hebben we onze kandidaatscommissaris Extern Joost Strijtveen, bekend van de JV1. Wij zijn ontzettend verheugd met deze samenstelling van het kandidaatsbestuur! De laatste maanden van ons bestuursjaar gaan we spenderen aan het begeleiden, ondersteunen en polijsten van (de plannen van) het kandidaatsbestuur, zodat het KB op de ALV in oktober voldoende is voorbereid voor het betreden van besturenland. Tot slot willen we iedereen bedanken voor het schitterende jaar en wensen we jullie een fijne vakantie toe! Liefs, Het Sociëtasbestuur

SOAP 31


INTRAVAL

OP ZOEK NAAR EEN LEERZAME (BIJ)BAAN? INTRAVAL is een sociaal-wetenschappelijk onderzoeks- en adviesbureau in Groningen. De werkterreinen zijn: • verslaving • leefbaarheid • welzijn • jeugd INTRAVAL heeft regelmatig plaats voor onderzoeksassistenten die op oproepbasis kunnen assisteren bij onderzoekswerkzaamheden. De werkzaamheden bestaan onder andere uit: • respondenten werven • enquêtes afnemen • observaties uitvoeren • data invoeren • interviews uitwerken

Haarscherp drukwerk, tegen de scherpste prijs!

DrukwerkLab.nl

Tevens zijn er verschillende stagemogelijkheden en werkervaringsplekken voor (bijna) afgestudeerde sociale wetenschappers. Geïnteresseerd? Neem dan contact op met Martin Haaijer.

Sint Jansstraat 2C www.INTRAVAL.nl info@ INTRAVAL.nl 050-3134052


SoAP Augustus