Page 1

Jaargang 38, nr. 3, juni 2007

SOAP Sociologisch Antropologisch Periodiek sinds 1970

PERIODIEK

VAKGROEP SOCIOLOGIE RIJKSUNIVERSITEIT GRONINGEN

In dit nummer onder meer: - Scriptieprijswinares Lydia Pomp - De Grote Donorshow - Southpark - Honderd dagen luisteren naar de burger -


Redactioneel Alweer het laatste nummer van SoAP van dit collegejaar. Ik haat clichés, behalve als ze terecht zijn: het is weer voorbij gevlogen. Sommigen genieten al van hun welverdiende vakantie, anderen moeten nog even aan de bak bij de herkansingen die - dit jaar voor het eerst - ook voor de vakantie plaatsvinden. Zie het interview met opleidingsdirecteur Rudi Wielers op pagina 7 voor de ins en outs van de nieuwe collegeperioden en tentamenmomenten. Tevreden kan ik terugkijken op wat er de afgelopen vier afleveringen is geschreven. Mooie portretten en interviews, veel aandacht voor stages (al dan niet in het buitenland) en bovenal zijn we er in geslaagd onze binding met de vakgroep Sociologie om te zetten in informatieve bijdragen over het wel en wee aan de Grote Rozenstraat. Hiervoor ben ik trots op de redactie, die dit toch maar op vrijwillige basis maar vol inzet bewerkstelligt. Ook doen ingezonden artikelen, reacties en bijdragen van medewerkers SoAP goed, alhoewel er op dit laatste gebied zeker nog winst te behalen valt als het gaat om betrokkenheid en bijdragen. Nu bestaat het gevaar dat steeds dezelfde docenten meewerken, aangezien anderen het af laten weten. De laatste SoAP is om meerdere redenen bijzonder en eigenzinnig. Geen extra dikke vakantiespecial met puzzels en de laatste badmode. Wel hebben we voor het eerst de beschikking over een eigen China-correspondent (Jouri Bakker) die voor ons verslag doet over de ontwikkelingen aldaar. Verder doet het mij deugd te zien dat scriptieprijswinnaars Lydia Pomp het actuele debat over (recidiverende) TBS-gestelden sociologisch leven in kan blazen. Minder vrolijk is het overlijden van columnist Bart Tromp, tevens alumnus van onze opleiding. Enkele (ex)medewerkers delen hun herinneringen en meningen als toevoeging aan een portret van een memorabele man. SoAP doet ertoe en blijft hopelijk leuk om te lezen. Neem hem mee, naar het strand van Salou, de camping in Appelscha of het Thaise regenwoud.

INHOUD

VAKGROEP

Interview: Scriptieprijswinnares Lydia Pomp 4 College-evaluatie: Bachelorwerkstuk 6 Nieuws uit de Vakgroep 7 Afgestudeerden 7 Thuis bij... Drie Groningse studenten in Keulen 8 Interview Roel Popping over internationalisering 10 Achterkant: Anke & Femke Munniksma 32

MAATSCHAPPIJ & POLITIEK

Jurre van den Berg, hoofdredacteur

Colofon SoAP (Sociologisch Antropologisch Periodiek) Jaargang 38, nummer 3, juni 2007 Drukwerk: Copyright Verzending: Rijksuniversiteit Groningen Redactie: Jouri Bakker, Jurre van den Berg, Pieter Jan van der Bij, Astrid van Dijk, Mart Duitemeijer, Michiel Emmelkamp, Nathalie Feitsma, Matthias Frankema, Anne Liemburg, Marlou Visser, Marlijn de Vries, Lisan Wieringa, Koen de Wit. Contact: SoAP_Groningen@hotmail.com Vakgroep Sociologie t.a.v. ‘SoAP’ Grote Rozenstraat 31 9712 TG Groningen

2

SOAP | JUNI 2007

Portret: Che Guevara's eeuwige strijd 12 Sociologie in de Media 13 BNN’s Grote Donorshow 14 Het zijn net journalisten 15 Regels zijn regels, maar niet in perfectionistisch Peking 16 In Memoriam: alumnus Bart Tromp 17


SOCIËTAS

In dit katern krijgt studievereniging Sociëtas de ruimte om haar nieuws te presenteren. Nieuws van Sociëtas 18-19

KUNST & CULTUUR

De cultuur van de massa 20 Southpark: Meer dan een grofgebekte tekenfilm 21 Capoeira, een vechtdans zonder winnaars of verliezers 22 Tip van de prof: Jacob Dijkstra 23 Ingezonden: Vreemde snuiter 24 Baskische trotsheid en de strijd voor volledige zelfstandigheid 25

OPINIE

Twistpunt: In honderd dagen de kloof tussen burgers en politiek overbruggen? 26 Debat: PvdA verloor verkiezingen door maatschappelijke processen 28 Column: Pleidooi voor Chinese onderzoeksjournalistiek 29 Recensie: ‘Heroïne neemt geen bezit van de mens’ 30

OVERIG

Redactioneel 2 Colofon 2 Inhoudsopgave 2 Advertentie 11

SOAP | JUNI 2007

3


VAKGROEP

INTERVIEW: SCRIPTIEPRIJSWINNARES

Lydia Pomp: scriptieprijswinnares met een laag risico-profiel? Sociologe ontwikkelde methode om risicoprofiel ex-tbs-ers in te schatten Matthias Frankema & Koen de Wit Traditioneel wordt elke twee jaar de scriptieprijs uitgereikt aan de student(e) sociologie die de beste, meest inspirerende eindscriptie heeft geschreven. Dit jaar gaat de eer naar Lydia Pomp die in haar scriptie een nieuwe methode heeft ontwikkeld om toekomstig, mogelijk risicovol, gedrag van tbs'ers te voorspellen aan de hand van hun sociale netwerk, met behulp van de zogeheten Forensische Sociale Netwerk Analyse (FSNA). Deze methode zal met ingang van 1 september nationaal geïmplementeerd gaan worden. De 25-jarige Pomp heeft een kwalitatief onderzoek gedaan binnen de muren van de Dr. S. Van Mesdagkliniek te Groningen. Voor haar onderzoek werd ze onder meer geïnspireerd door de colleges van de docenten Lindenberg en Stokman. Lydia Pomp studeerde Sociaal Pedagogische Hulpverlening en voor haar afstuderen liep ze stage op een tbs-afdeling. Deze periode was voor haar dusdanig indrukwekkend, dat haar interesse voor de criminologie werd gewekt. Na het behalen van haar hbo-diploma maakte ze de overstap naar het universitaire circuit met haar intrede in het schakeljaar van de sociologie. Twee jaar later is ze alweer afgestudeerd en naar nu blijkt niet met een doorsnee scriptie maar met een buitengewone thesis die nu zelfs beloond wordt met de scriptieprijs.

"Een grote meerwaarde van de methodiek is dat je niet alleen de tbspatient interviewt, maar ook zijn netwerkleden" In welk opzicht heeft sociologie jou geholpen in je stage en scriptie? "Sociologie kijkt naar de interactie tussen een individu en zijn omgeving. Om crimineel/afwijkend gedrag te verklaren heb je naast de persoonlijkheid van het individu ook zijn omgeving nodig om een verklaring te kunnen geven." Welke vakken (en docenten) zijn voor jou van belang geweest voor zowel sociologische kennis als inzicht? "Tijdens het vak dat Sigi Lindenberg en Frans

4

SOAP | JUNI 2007

Scriptieprijswinnares Lydia Pomp geflankeerd door haar begeleiders Siegwart Lindenberg (rechts) en Marinus Spreen (links) Stokman gaven over het schrijven van een onderzoeksvoorstel heb ik mijn scriptieonderwerp bedacht. Ik wilde kijken naar de invloed van het sociale netwerk van tbsgestelden op hun recidivegevaar. Frans Stokman verwees mij naar Marinus Spreen. Spreen is werkzaam als senior onderzoeker bij de van Mesdagkliniek en heeft ook sociologie gestudeerd. Via de contacten op de universiteit kwam ik dus bij mijn uiteindelijke stage- en werkplek."

goed. Daarnaast heb ik mijn scriptie geschreven. Bovendien heb je regelmatig tijdens zo'n stage overleg met de collega's op de onderzoeksafdeling."

Waarom een sociologische stage lopen in de Van Mesdagkliniek? "Ik heb altijd al interesse gehad in criminaliteit: wat maakt iemand een crimineel en waarom de ene mens wel en de andere niet? Ook heeft mijn eerdere stage voor de opleiding sociaal-pedagogische hulpverlening mij veel kennis opgeleverd over de gang van zaken in een tbs-kliniek. Daarnaast was het mijn wens om als onderzoeker het contact met de daadwerkelijke onderzoeksgroep niet kwijt te raken. De Mesdag was hier de ideale stageplaats voor."

Op welke manier ben je in je periode bij de Mesdagkliniek ondersteund vanuit de kliniek en de faculteit en in hoeverre waren je begeleiders actief betrokken bij je scriptie en onderzoek? "Ik heb heel veel gehad aan mijn begeleiders van mijn scriptieopdracht. Allen zijn zeer deskundig: Marinus Spreen heeft de Forensische Sociale netwerk Analyse ontwikkeld, Beate Völker is universitair hoofddocent bij de vakgroep Sociologie van de Universiteit Utrecht, Sigi Lindenberg is universitair hoofddocent aan de Rijksuniversiteit Groningen en Arnold Bartels is hoofd onderzoek van de Mesdagkliniek. Daarnaast heeft de vakgroep sociologie mij veel vrijheid gegeven om een eigen onderzoeksdesign te bedenken. Het was gangbaar om een kwantitatief onderzoek te doen, maar mijn scriptie was kwalitatief."

Hoe zag die periode bij de van Mesdagkliniek er uit? "Tijdens mijn stage heb ik literatuurstudie gedaan, gesprekken gevoerd met deskundigen, tbs-patiënten, familie en vrienden van tbs-gestelden. De medewerking van zowel patiënt als zijn netwerkleden was gelukkig

Heb je zelf 100% vertrouwen in je eigen analysemethode? Verwacht je dat er tbs'ers zijn die ondanks deze methode alsnog recidiveren? "Ten eerste kan je nooit 100% zeker zijn of iemand wel of niet recidiveert. Je krijgt nooit grip op alle processen die van invloed zijn op


VAKGROEP

delictgedrag van een persoon. Het was geen doel van mijn scriptie om uitspraken te doen over of een patiënt wel of niet recidiveert. Het analyseschema moet je meer zien als hulpmiddel om relaties te kunnen duiden: Welke doelen streef de patiënt na? Wie 'gebruikt' hij voor het realiseren van deze doelen? En welke risico's brengt dit met zich mee? Welke netwerkconfiguraties zijn voor de desbetreffende patiënt risicovol en welke niet? Daarnaast wilde ik in mijn scriptie het belang benadrukken om niet alleen op groepsniveau te kijken naar variabelen die risicovol gedrag voorspellen, maar dat als je een uitspraak wilt doen, je zeker ook op individueel niveau moet kijken naar mogelijke individuele risicofactoren. Dus in feite op N=1-niveau."

“Alle tbs-klinieken en de reclassering nemen nu deel aan het project Forensische Sociale Netwerkanalyse” Zijn er tbs'ers die nooit zullen voldoen aan een acceptabel risicoprofiel? En is het wenselijk deze dan ook niet te laten resocialiseren? "In de kliniek wordt zo goed als mogelijk bepaald of een patiënt wel of niet delictgevaarlijk blijft. Er zal altijd een groep patiënten zijn, die ondanks hun tbs-behandeling als delictgevaarlijk wordt ingeschat met gevolg dat zij ook niet geresocialiseerd worden." "Ik denk dat bij een patiënt zijn risicoprofiel kan veranderen. Het is een dynamisch proces. Als omgevingsfactoren bijvoorbeeld veranderen kan het risicoprofiel van een patiënt hoger of lager worden. Een patiënt heeft een bepaald risico tot recidiveren, mits hij zich in een bepaalde context bevindt. Denk bijvoorbeeld aan een patiënt die weer een oude bekende tegenkomt, die zich nog steeds in een crimineel milieu begeeft. De patiënt heeft via deze oude bekende weer toegang tot het criminele milieu. Door deze ontmoeting kan het zijn, dat het risicoprofiel van de patiënt weer hoger wordt. Andersom geldt natuurlijk ook: als een patiënt het contact verbreekt met risicovolle contacten dan kan zijn risicoprofiel lager worden." Hoe gaat de komende tijd er voor jou uitzien? "In september gaat het landelijke FSNA-project van start. Tot september zal ik samen met mijn collega's druk bezig zijn om de laatste voorbereidingen te treffen. Mijn rol is om de implementatie landelijk te coördineren en de deelnemende maatschappelijk werkers van cursusmateriaal te voorzien. Ook tijdens het project zal ik de deelnemende medewerkers begeleiden bij het uitvoeren van de FSNA methodiek.

Dit doe ik niet alleen, maar krijg ook hulp van collega's die nu ook al met de methode werken. Ik vind het zelf een heel leuk en nuttig project en ben erg blij dat ook de medewerkers van andere tbs-klinieken ons enthousiasme delen. Dat ik nu projectleider ben, is voor mij een nieuwe stap, het lijkt mij een heel leerzame en uitdagende functie."

"Kies voor je scriptie een onderwerp dat je echt leuk en interessant vindt!" Hoe staat het op dit moment met de implementatie van FSNA? "Het landelijke project start 1 september. Vanaf 2003 neemt de onderzoeksafdeling van de Mesdag al FSNA-onderzoeken af. Tot nu toe zijn de ervaringen positief. Een grote meerwaarde van de FSNA methodiek vind ik dat je niet alleen de tbs-patient interviewt, maar ook zijn netwerkleden. Aan de netwerkleden wordt gevraagd hoe zij het contact zien met de patiënt: Hoe denken zij dat het contact vorm zal krijgen als de patiënt gaat resocialiseren? Op deze manier komen er bijvoorbeeld verschillende verwachtingen van het contact naar voren. Denk bijvoorbeeld aan een patiënt die tijdens zijn resocialisatieperiode een netwerklid wekelijks wil spreken, terwijl dat netwerklid aangeeft de patiënt een keer in de drie maanden te willen spreken. Daarnaast worden de netwerkleden gevraagd naar hun oordeel over het risicovol gedrag van patiënt. Bijvoorbeeld: in hoeverre hebben ze vertrouwen in een delictvrije toekomst van de patiënt en welke vaardigheden past de patiënt toe in het contact met zijn netwerk. Dit biedt aanvullende informatie over het gedrag en de netwerkcontacten van de patiënt. Een patiënt kan bijvoorbeeld in de kliniek aangeven dat hij gemotiveerd is om zijn medicatie te gebruiken, maar tegen zijn familieleden vertellen dat hij de noodzaak van de medicatie niet ziet." Heb je veel moeten doen om de nieuwe methode onder de (nationale) aandacht te brengen? "Marinus Spreen, de grondlegger van de FSNA, heeft de afgelopen jaren veel tijd gestoken in het geven van presentaties over de FSNA. Door de goede ervaringen die de Mesdag heeft met het werken met het FSNAinstrument zijn andere klinieken ook enthousiast geworden. Zo werden er al af en toe bijeenkomsten georganiseerd om samen met medewerkers van andere klinieken casussen te bespreken om ervaringen te delen. Op initiatief van de Mesdag, Veldzicht, de Kijvelanden en de Rooyse Wissel, onder leiding van Marinus Spreen is er een onderzoeksvoorstel geschreven om subsidie te krijgen van de Dienst Justitiële Inrichtingen, de DJI. Wij zijn erg blij dat de DJI enthousiast is over het project en subsidie verstrekt. Om

andere klinieken ook in de gelegenheid te stellen om deel te nemen aan het project is er in maart dit jaar een landelijke informatiebijeenkomst georganiseerd. Dit heeft geresulteerd in deelname van alle tbs-klinieken en de reclassering!" Heb je nog meer plannen op het gebied van tbs-patiënten die je in de toekomst zou willen uitwerken? "Mijn eerste wens is dat het landelijke FNSAproject een succes gaat worden. Ik hoop dat de mensen die met de FSNA methodiek gaan werken dit ook als een meerwaarde ervaren. Bovendien biedt het project mogelijkheden voor kennisuitwisseling: veel deelnemers hebben al jarenlange ervaring op het gebied van het werken met tbs- patiënten en hun netwerkleden. Hopelijk zal iedereen van elkaar kunnen leren. Ook zal ik de onderzoeksdata van het landelijke project gebruiken voor mijn promotieonderzoek. In de verdere toekomst hoop ik dat er meer kwalitatieve studies zullen komen naar de gebeurtenissen voorafgaand aan een recidive van een ex-tbs-patient: Welke omgevingsfactoren hebben geleid tot de recidive? Wat was de motivatie van de ex-tbs-patient om opnieuw te 'kiezen' voor een delict? Dit kan ons verder helpen om meer inzicht te krijgen in de bepalende factoren die tot een recidive kunnen leiden." Wat betekent het winnen van de scriptieprijs voor jou? "Ik vind het natuurlijk een hele eer om de scriptieprijs te krijgen. Ik had het eerlijk gezegd niet meer verwacht, omdat ik mijn scriptie al in 2005 heb geschreven. Mijn scriptie gaat over een specifieke doelgroep en is kwalitatief. Dit kan je zowel als positief als negatief zien. Het is natuurlijk maar de vraag of, mocht een patiënt recidiveren, hij dit zal doen in een door mij geschetste context met een hoog risicoprofiel." Kun je tenslotte nog een tip geven die studenten in staat stelt ooit ook in aanmerking te doen komen voor het winnen van de scriptieprijs? "Kies een onderwerp dat je echt leuk en interessant vindt. Ik denk niet dat je de scriptieprijs als doel moet zien. Het gaat er toch vooral om dat je veel leert van het schrijven van je scriptie. Ik vond het zelf erg prettig dat het schrijven van mijn scriptie gekoppeld was aan mijn stage. In totaal heb ik 7 maanden als stagiaire gewerkt op de onderzoeksafdeling van de Mesdag. Zo krijg je als beginnende onderzoeker meteen een goed beeld van wat het werk als onderzoeker kan betekenen. Daarnaast had ik het geluk dat ik begeleiding kreeg van deskundigen op het gebied van mijn belangstelling en ik op een interessante en gezellige onderzoeksafdeling mijn scriptie kon schrijven. Dat helpt natuurlijk om gemotiveerd te blijven."

SOAP | JUNI 2007

5


VAKGROEP

COLLEGE-EVALUATIE: TRAJECT BACHELORWERKSTUK

Stoomcursus wetenschap bittere noodzaak voor bachelor-afronders Docent van Goor vindt aanvangsniveau studenten vaak veel te laag "Het lijkt wel alsof ik weer in de schoolbankjes zit!" Het was een veelgehoord geluid na een aantal van de verplichte colleges van het traject bachelorwerkstuk, dat alle studenten die hun bachelorfase willen afronden moeten volgen. De verplichte kost voor deze derde- en ouderejaarsstudenten was dan ook niet mals: behalve een zevental verplichte colleges en een bibliotheekinstructie moesten er ook vijf verschillende opdrachten (plus revisies daarvan) worden ingeleverd. Aan het eind van het traject, dat een heel semester en 10 ECTS in beslag nam, moest het eindproduct een fatsoenlijk wetenschappelijk artikel zijn.

Michiel Emmelkamp Het was even wennen voor sommige studenten. Na minstens drie jaar sociologie gestudeerd te hebben werden ze in het eerste college, verzorgd door docent en eindverantwoordelijke Henk van Goor, om de oren geslagen met -op het oog- basisvaardigheden als literatuur zoeken op het internet, het opstellen van een literatuurlijst en correct refereren naar literatuur. Meteen kregen de studenten een eerste opdracht mee: een literatuurlijstje van ten minste tien titels over het te onderzoeken onderwerp, plus een verslag van het zoekproces dat tot die lijst had geleid. Plus de mededeling van docent van Goor dat het allemaal misschien makkelijk leek, maar dat in het verleden toch heel veel studenten moeite hadden met deze basisvaardigheden voor wetenschappers in opleiding. En dat beeld mag misschien wat ongeloofwaardig klinken - immers, eerder in de opleiding wordt er bij vele projecten als Tussen Geld en Geluk, Sociale Welvaart en Organisaties al in ruime mate gehamerd op wetenschappelijke vaardigheden - maar bleek toch aardig te kloppen. Zo vroeg een student tijdens de bibliotheekinstructie welke zoekmachines hij kon gebruiken om literatuur te zoeken en hadden veel studenten geen idee hoe ze een literatuurlijst moesten produceren, blijkens de vele opmerkingen van van Goor daarover tijdens de colleges. Sommige sceptische reacties van studenten die al wĂŠl over de vaardigheden beschikten die van een derdejaarsstudent mogen worden verwacht ten spijt gingen de daaropvolgende - voor iedereen verplichte - colleges wederom voor een groot deel over zaken als het goed plaatsen van punten en komma's, zinsformuleringen en de locatie van het centrum voor hulp met schrijven als je dat niet goed kan. Verder maakte van Goor meerdere malen dui-

6

SOAP | JUNI 2007

delijk dat het toch echt geen probleem was als je de moed opgaf en het volgend jaar weer zou proberen, een oplossing die door een aantal studenten dan ook werd gekozen. De onderwerpen die in de colleges werden behandeld waren overigens voornamelijk een reactie op de gemaakte opdrachten door de studenten. Docent van Goor laat in reactie weten het niveau van de studenten als teleurstellend te ervaren en heeft daar ook wel een verklaring voor: "Tijdens het traject bachelorwerkstuk is mij herhaaldelijk gebleken dat het bachelorwerkstuk voor een aanzienlijk deel van de studenten zo ongeveer de eerste keer is dat ze iets helemaal alleen moeten doen en dat het de eerste keer is dat ze helemaal alleen een werkstuk schrijven. Mijn indruk is dat dit mede, maar niet alleen - samenhangt met het werken aan gezamenlijke opdrachten in werkgroepjes. Door de onderlinge taakverdeling ontloopt men - bewust of onbewust bepaalde werkzaamheden waar men tegen op ziet of waarvan men denkt het niet te kunnen. Dat leidt er toe dat zich bij veel mensen allerlei tekortkomingen in hun vaardigheden en kennis voordoen, als ze aan het bachelorwerkstuk beginnen." Volgens van Goor is de verplichte vorm van de cursus daarom een bittere noodzaak. "We hebben indertijd bij het opzetten van het traject bachelorwerkstuk bewust gekozen voor een sterk gestructureerd traject met een verplichte cursus, een bibliotheekinstructie, opdrachten, veel individuele feedback en een strak tijdschema met deadlines om zo veel mogelijk studenten binnen de gestelde termijn succesvol door het bachelorwerkstuk te loodsen, wat ook vrij goed lukt. Een dergelijke strakke opzet met veel nadruk op elementaire vaardigheden is daarvoor een noodzaak - zonder dat zouden de slagingspercentages ruim onder de vijftig procent zakken en zou er vermoedelijk verder ook veel uitstelgedrag en vertraging optreden. Een evident nadeel is uiteraard dat studenten die wel over de benodigde vaardigheden beschikken - en die zijn er gelukkig ook - ook in dit verplichte keurslijf geperst worden. Maar goed, ik kan niet bepaalde studenten vrijstellen van colleges of opdrachten, en iedereen kan er wellicht nog wat van leren. De eisen en verplichtingen gelden nu eenmaal voor iedereen die aan het traject meedoet. Een ander nadeel van deze noodzakelijke vorm van de cursus is dat ik aan de behandeling van meer inhoudelijke zaken, belangrijke methodologische en statistische kwesties en de wat fijnere kneepjes van het schrijven, spijtig genoeg vaak onvoldoende toekom."

Later in de collegereeks namen de klachten over een te laag niveau van de cursus overigens af. Ten eerste werden de behandelde onderwerpen pittiger, en ten tweede zorgden de begeleiders (naast van Goor was dat voor de meeste studenten Tessa Jaarsma) voor ruim voldoende feedback op de ingeleverde opdrachten. Daarmee kregen ook de studenten die zich wellicht ietwat verveelden tijdens de eerste colleges ruim de kans te werken aan een goed bachelorwerkstuk. Nadat de deelnemende studenten aan het eind van het eerste van de twee blokken die de cursus duurde de inleiding-, theorie- en methodenparagrafen van het uiteindelijke werkstuk moesten hebben afgerond, werden ze in het tweede blok min of meer vrijgelaten. Er waren geen verplichte colleges meer, geen tussentijdse opdrachten en de enige opdracht was: maak voor de deadline je complete bachelorwerkstuk af. Overigens was er wel hulp op afroep beschikbaar voor vragen over het laatste deel van het werkstuk: het uitvoeren van de analyses en het schrijven van de resultaten- en discussieparagraaf, onderwerpen die Goor al wel kort aan bod laten komen tijdens de collegereeks in het eerste blok. De relatieve vrijheid van het tweede blok voelde voor sommigen, na alle verplichtingen van het eerste blok, als een verademing, maar anderen vonden het nogal scheef dat ze bij het maken van het laatste (en volgens sommigen moeilijkste) gedeelte van de scriptie zo vrij werden gelaten. Veel studenten hadden overigens zichzelf al van hulp voorzien, door in groepjes te werken en elkaar te helpen bij problemen. En dat beviel goed, zo bleek ook tijdens het laatste college dat grotendeels werd gebruikt voor feedback op de cursus, waar sommige studenten een oproep deden om volgend jaar meer in werkgroepvormen te werken. Overigens viel er tijdens dat reactiecollege niet veel meer te merken van kritiek op het inhoudelijke niveau van de cursus. Blijkbaar waren de meeste studenten er wel van overtuigd dat de korte stoomcursus hoe-schrijf-ik-een-wetenschappelijk-artikel simpelweg noodzakelijk is. De vraag die blijft hangen is echter wat die noodzaak zegt over danwel de studenten danwel de opleiding. Van Goor: "Toen ik vier jaar geleden het bachelorwerkstuk opzette, had ik wel verwacht dat er tekortkomingen zouden zijn, maar niet in zo sterke mate als in de afgelopen vier jaar is gebleken. Het aanvangsniveau van veel studenten - niet van iedereen overigens - die aan het bachelorwerkstuk beginnen, vind ik dan ook vaak te laag, en soms zelfs veel te laag."


VAKGROEP

NIEUWS

UIT DE

VAKGROEP

AFGESTUDEERDEN

Nieuwe lesroosters stemmen onderwijsdirecteur tevreden Koen de Wit Aan het begin van het collegejaar 2006/2007 viel er ineens iets raars op in het collegerooster: een collegeblok duurt nog maar zeven weken, in plaats van de negen weken die eerder aan de verschillende vakken besteed werden. Daar tegenover stond wel dat de tentamenperiode twee weken zou gaan duren en dat alle herkansingen aan het eind van het semester zouden plaatsvinden. Waarom zijn deze maatregelen genomen en worden deze positief ontvangen? Onderwijsdirecteur Rudi Wielers, die voor SoAP graag over dit en andere onderwerpen uitweidt, geeft commentaar. Waarom werd dit nieuwe systeem ingevoerd? "Zelf hadden we dit nooit bedacht, deze constructie is vanuit de universiteit, van bovenaf dus, opgelegd. De meeste faculteiten hebben dit systeem al eerder ingevoerd, wij waren er als een van de laatste bij. Een van de belangrijkste redenen voor de invoering is het feit dat buitenlandse studenten hier vaak precies één semester verblijven en op deze manier de mogelijkheid hebben om alle vakken die ze hier volgen binnen één semester af te sluiten. Voorheen was het zo dat de herkansingen van bijvoorbeeld blok 1B pas na blok 2A werden afgenomen, zodat deze studenten slechts één mogelijkheid hadden het tentamen te halen. Daarnaast werkt het systeem goed voor docenten die de nakijktermijn moeten halen. Zij hebben een extra prikkel om tentamens binnen de termijn na te kijken, omdat studenten willen weten of ze voor de herkansing moeten gaan leren. Dit jaar was er alleen een probleem met statistiek 2 van Hans Knol, maar dat kwam voornamelijk door de enorme hoeveelheid tentamens die hij moest nakijken doordat zoveel ouderejaars het vak nog moesten herkansen." Het was opvallend dat veel tentamens direct aan het begin van de tentamenperiode vielen. Neemt dit niet het hele spreidingsvoordeel van de langere tentamenperiode weg? "Ik ga niet over de tentamenroosters, daarvoor hebben we Michel Dijkstra. Natuurlijk heb je daarbij te maken met de planning van de tentamenhal. Het komt de docenten overigens wel goed uit, die kunnen zo makkelijker hun nakijktermijn halen." Over de roosters gesproken: hoe komt het dat de collegetijden van sommige vakken overlappen met die van vakken uit een ander jaar? Is het niet mogelijk een lesrooster te ontwerpen waarbij het voor studenten mogelijk is vakken in te halen zon-

der vakken uit hun eigen jaar te moeten missen? "In principe houden we bij het samenstellen van de roosters geen rekening met mensen die nog vakken in moeten halen. We zijn hierbij natuurlijk ook afhankelijk van de beschikbaarheid van docenten en collegezalen en dergelijke. Ik zou het liefste zien dat er meer colleges gegeven worden in de Gadourekzaal, maar dat is slechts een stukje nostalgie. Het schijnt dat studenten het niet zo fijn vinden om in die zaal college te krijgen: de bankjes zijn te hard en er is te weinig beenruimte." Een klein rekensommetje leert ons dat een student die drie vakken in een blok volgt ongeveer 60 uur per week aan de bak moet (15EC 420 uur, 420 uur / 7 weken = 60 uur p.w.). Waar verwacht u dat studenten deze tijd vandaan gaan halen? "Jij weet net zo goed als ik dat studenten geen 60 uur per week aan de studie besteden, 40 uur halen ze niet eens. Uit onderzoek is gebleken dat studenten gemiddeld ongeveer 25 uur per week aan de studie besteden. Hoeveel er van ze verwacht wordt is daarbij niet relevant. Verder blijkt dat de eerstejaars studenten van nu geen slechtere resultaten behalen dan de eerstejaars van eerdere jaren die in het oude systeem zaten. Wel blijkt er een groot verschil te zitten tussen jongens en meisjes: meisjes behalen betere resultaten dan jongens. Waardoor dat komt is ons nog niet helemaal duidelijk." Doordat de collegeblokken zo kort zijn hebben sommige studenten wel heel veel vakantieweken, vindt u dat wenselijk? "Studenten die alle tentamens in één keer kunnen halen in de tijd die ervoor staat, verdienen het ook om wat meer vrij te hebben. Voor studenten die tentamens niet bij de eerste kans weten te halen, is die extra tijd juist mooi meegenomen, zo kunnen ze zich optimaal voorbereiden op de herkansing. Dit wordt volgend jaar met name voor de eerstejaars veel meer van belang, omdat de norm voor een studieblokkade verschuift van 30 EC naar 45 EC. Zo willen we studenten stimuleren meer tijd aan de studie te besteden. De propedeuse moet vervolgens in het tweede jaar gehaald worden. Hiervoor hebben we een extra herkansing voor de statistiekvakken in het rooster ingebouwd, omdat dit voor de meeste studenten het belangrijkste struikelblok is. Deze extra herkansingen zullen dan in augustus plaatsvinden. We willen hier niet voor alle tentamens een herkansing aanbieden, omdat blijkt dat te weinig studenten zich ertoe zetten om in de zomervakantie te gaan leren. Bovendien leidt het aanbieden van te veel mogelijkheden tot luiheid onder studenten, zo is onze ervaring."

Propedeusebullen V. Verhage K. de Wit

Bachelorbullen S.B. Roeleveld H. Tjeerdma

Master- en doctoraalbullen N. Jansen N. de Jonge M. van der Weide M. van der Werf B.W.D.I. Hofman W.S. Jansen S.N. Kradolfer A.D.M. Kras M.E.L. Imansoeradi L.M. Krijnen F.D. Nuus R.B. Buffinga P.W. Lanphen A.T.H Prins

Wij wensen allen veel succes in hun verdere sociologische carièrre!

SOAP | JUNI 2007

7


VAKGROEP

THUIS

BIJ... DRIE

GRONINGSE

STUDENTEN IN

KEULEN

Köln ist ein gefühl! Erasmus-uitwisseling Groningen/Utrecht - Keulen Evelien Hoeben (tweedejaars sociologie), Ingrid Barkmeijer (derdejaars sociologie) en Kim Stroet (schakelaar sociologie) studeerden zeven weken lang Sociologie in de oudste stad van Duitsland: Keulen. Samen met negen andere studenten uit Groningen en Utrecht deden zij mee aan een uitwisseling naar de grootste universiteit van Europa. Voor de vaste rubriek "Thuis bij …" ging SoAP bij hen langs in deze leuke, gezellige studentenstad. Een stad met één miljoen inwoners, meer dan 45.000 studenten aan de universiteit, de indrukwekkende Dom, talrijke cafés en restaurants en heel veel winkels om te shoppen.

Marlijn de Vries Kim Stroet is 27 jaar en zit in het schakeljaar van Sociologie. Hiervoor deed ze de studie Psychologie en ze woont in Groningen. SoAP zocht haar op in haar hotelkamer in Efferen, vlak buiten Keulen. We zitten lekker buiten in het zonnetje. Studeren in Keulen en wonen in Efferen. Hoe kwam je daarbij? "In november 2006 ben ik begonnen aan het schakeljaar van Sociologie. Toen ik in december een mail kreeg over de mogelijkheid voor deze uitwisseling naar Keulen, was ik ook nog maar net begonnen met deze studie. Omdat ik dit jaar maar 30 EC hoef te halen, had ik tijd over en leek me dit erg leuk. Via dr. Popping heb ik me aangemeld en omdat er niet genoeg plek was voor studenten op de campus of in een studentenhuis in Keulen, kwamen wij als Groningse studenten terecht in een hotel in Efferen. Maar Keulen is vanaf hier heel makkelijk te bereiken met de tram, in ongeveer acht minuten sta je voor de faculteit." Dus zeven weken in een hotel, in plaats van op een kamer. Luxe hoor! Of toch niet? "Ja, heel luxe. We krijgen schone handdoeken, schoon beddengoed en hebben een vrij grote kamer. Het is wel een tweepersoons kamer, dus privacy heb je niet heel veel. Maar ik vind het wel heel luxe." Welke vakken volgen je hier aan de Universität Köln? "Het eerste vak heet 'Family, Social Capital, and School Achievement' en gaat over verschillende theorieën en concepten rondom het begrip sociaal kapitaal, empirische studies met betrekking tot sociaal kapitaal en de relatie tussen sociaal kapitaal en gezin en school. Het tweede vak is 'Cultural Change in Comparative Perspective' en in deze colleges

8

SOAP | JUNI 2007

Thuis bij Ingrid en Kim (respectievelijk tweede en derde van links) discussiëren we over normen en waarden en verklaringen voor culturele veranderingen, hebben we het over verschillende cross-nationale onderzoeken en bekijken we belangrijke culturele trends in specifieke domeinen van de maatschappij, zoals religie en politiek. Voor beide vakken moeten we veel teksten lezen en elke week opdrachten maken. De colleges worden gegeven door een professor en een soort aio en zijn gelukkig wel in het Engels. Het tweede vak vind ik zelf het leukst" Heb je veel geïntegreerd met de Duitse studenten? "Nee, niet heel veel. Ik ben in totaal bij drie Duitse studenten thuis geweest, maar dit was alleen voor de opdrachten. Dit vind ik wel jammer."

“De hospita spreekt ook alleen Duits en ook nog met een Keuls accent!” Welke verschillen kun je noemen tussen sociologie studeren in Groningen en sociologie studeren in Keulen? "Hoewel ik nog niet zo heel lang sociologie studeer, wordt hier in Keulen naar mijn idee dieper op de stof ingegaan. Ik heb met beide studies evenveel ervaring, maar doordat je hier elke week teksten leest, opdrachten maakt en deze bediscussieert in de colleges, denk je echt over de stof na. De opdrachten elke week zijn leuk en ook is het interessant om dit met zijn tweeën te doen. Hierdoor krijg je nog weer andere inzichten. Ook de colleges zijn anders van opzet. We zitten niet in een grote collegezaal, maar met ongeveer 20 studenten aan een grote vergadertafel, met een professor en de aio aan het hoofd van de tafel. Colleges duren drieëneenhalf uur en dat

is best lang. We bespreken de opdrachten die we gemaakt hebben en vaak ontstaat er ook een discussie tussen de professor en de aio. In Groningen is minder ruimte voor discussie, er wordt meer verteld: zo en zo is het. Hier in Keulen vertellen ze: zo en zo zou het kunnen zijn, en op deze manier wordt er een discussie op gang gebracht. Je moet hier veel van een tekst weten." Vind je dat het niveau hier hoger ligt dan in Groningen? "Nee, dat vind ik niet. Je moet veel teksten lezen en opdrachten maken, maar deze worden ook wel soepel beoordeeld. Je kan 40 punten halen per opdracht en de meeste studenten halen elke keer wel tussen de 35 en 40 punten. Van de Duitse studenten heb ik wel begrepen dat zij vinden dat wij uit Nederland meer tijd en moeite steken in onze opdrachten." Is deze uitwisseling goed te combineren met je studie in het schakeljaar? "Voor mij wel, omdat ik dit jaar maar 30 EC hoef te halen, vanwege veel vrijstellingen door mijn Psychologie achtergrond. Maar normaal gesproken is het niet goed te combineren. Je moet dan namelijk 60 EC halen in één jaar, dus dan zit studeren in het buitenland er niet echt in." Wat vind je van de stad Keulen op zichzelf? "Keulen is echt een hele leuke stad! Ik vind het hier leuker dan ik van tevoren had gedacht, het is ook veel groter dan ik me had voorgesteld. En het is, zoals professor Meulemann (de docent van het vak Cultural Change) van tevoren al gezegd had, geen mooie stad, maar wel heel levendig." Evelien Hoeben is net 20 jaar geworden en is tweedejaars Sociologie. Ze woont in


VAKGROEP

Groningen en SoAP zocht haar op in haar kamer in Keulen. 1 uur reizen met de tram vanuit het centrum van Keulen. Bij een Duits gezin in huis. Hoe kreeg je dat voor elkaar? "Toen ik me had aangemeld voor de uitwisseling naar Keulen, bleek later dat er niet genoeg woonruimte was en werden we in een hotel geplaatst. Dit vond ik vrij duur, dus ben ik via een Duitse website voor kamerzoekenden zelf op zoek gegaan naar een kamer. Hier kreeg ik veel reacties op, veel meer dan in Groningen. Ik heb bij de selectie alleen gekeken naar de prijs en helaas niet naar de afstand. Mijn kamer is een flink eind uit het centrum. Ik woon bij een Duits gezin in huis op de bovenste verdieping. Ik heb een badkamer en keuken voor mezelf." Het ziet er hier wel echt Duits uit, met die witte gordijntjes voor de ramen en een bank tegen de muur in je kamer met tafel ervoor. "Ja dat is het ook. De hospita spreekt ook alleen Duits en ook nog met een Keuls accent!"

Thuis bij Evelien Kies je de volgende keer weer voor een hospita, of toch een hotelkamer? "Dan kies ik toch voor een hotelkamer, heb je minder risico's. Dat ik nu een kamer voor mezelf heb is wel heel fijn, de andere Groningse studenten zitten met zijn tweeën op een kamer. Jammer genoeg kan ik niet goed opschieten met mijn hospita. Ze bedenkt steeds meer regels over wat wel en niet mag. Daarom ben ik vooral in deze laatste weken veel bij andere Nederlanders. De hospita waarbij ik in huis woon, heeft ook twee zoons, daar kon ik wel leuk mee praten." Wat vind je van de manier van college volgen? "Het is heel anders, veel interactiever dan in Groningen. Ik vind het wel leuker. Je kan kritiek leveren op de teksten die we gelezen hebben en tegen de docent in gaan, dat vinden ze leuk. Ze lokken discussie uit. Zeggen van: 'be bold'. In Groningen heb ik het met mijn studie over het algemeen wat rustiger. Hier gaat het maar door. Heb je de opdracht eindelijk af, liggen de teksten voor de volgende week er alweer."

Heb je veel geïntegreerd met de Duitse studenten? "Nee, helemaal niet. Ik heb één van de opdrachten samen gemaakt met een Duits meisje, maar voor de rest hadden we niet veel contact met de Duitse studenten. Soms raakte ik in de kroeg wel in gesprek met Duisters." Verdwalen in Keulen overkomt jou nog wel eens heb ik gehoord. Na zeven weken nog steeds? "Ja dat gebeurt me hier heel vaak. In het begin zat ik een paar keer in de verkeerde tram en ik ben al verscheidene keren verdwaald. Het is een grote stad en ik heb hier ook geen fiets. Maar ik heb een kaart, dus ben elke keer nog weer thuis gekomen." Keulen is een grote, gezellige studentenstad, heb je ook al veel toeristische dingen gedaan? "Het meest toeristische wat ik heb gedaan is de Dom beklimmen. En ik heb vrij veel musea bezocht. Meer dan in Nederland." Ingrid Barkmeijer is 21 jaar en derdejaars Sociologie. Ze woont in Groningen en de SoAP zocht haar op in haar hotelkamer in Efferen, vlak buiten Keulen. De gang door en daar was het: in 'zimmer eins'. Als je moest kiezen: op kamers in Groningen of in een hotel kamer vlakbij Keulen? "Voor zeven weken vond ik dit hotel prima, maar voor 'vast', kies ik toch voor mijn kamer in Groningen. Het is heel gezellig zo met zijn tweeën op een kamer, maar in Groningen kan je toch meer." Hoe viel lowbudget voor studenten te combineren met een luxe hotel dat 18 euro per nacht kost? "Op de campus zat een mensa waar je heel goedkoop kon eten. Voor 2,25 euro had je een complete maaltijd met toetje! Daar kun je het dus bijna niet zelf voor koken. Ook hebben we zeven weken lang met de hand gewassen. We hebben één keer een wasmachine in een wassalon gebruikt, maar voor de rest gingen we terug in de tijd. We kregen ook een openbaarvervoerskaart voor de periode dat we hier verblijven. Voor 32 euro konden we bijna twee maanden met de tram, metro en bus reizen! We konden er zelfs een dagje mee naar Bonn. Verder krijgen we met onze internationale studentenkaart veel korting overal." Valt studeren in het buitenland te combineren met je studie in het derde jaar? "Toen we de mail in november ontvingen met de mogelijkheid om naar het buitenland te gaan, was dit voor tweede- en derdejaars studenten bedoeld. Maar omdat ik dit jaar graag mijn bachelor nog af wil ronden, stond het bachelorwerkstuk in het begin wel een beetje in de weg. Studeren in het buitenland zou namelijk eerst niet samen kunnen gaan met

het schrijven van je bachelorwerkstuk. Maar dit is uiteindelijk toch goed gekomen en vanuit Keulen heb ik het opgestuurd. Voor een ander vak kreeg ik nog een vrijstelling, dus ik vind dat het goed te combineren valt." Wat is het meest toeristische wat je gedaan hebt? "De Dom beklimmen, twee keer zelfs!" Kun je overeenkomst noemen tussen studeren hier in Keulen en studeren in Groningen? "Overeenkomsten vind ik toch moeilijker dan verschillen. Het is hier veel interactiever, je maakt elke week opdrachten in tweetallen. Hier heb ik veel van geleerd. Ook waren we met een vrij kleine groep. Ik denk dat het meer overeenkomt met de vakken uit de onderzoeksroute, dan met de beleidsroute die ik volg. In de onderzoeksroute moet je toch elke week ook wel opdrachten maken en zijn de groepen waarin je college volgt ook kleiner." Wat vind je van de manier van college volgen? "Erg leuk. In het laatste college vanochtend bleek dat de cursus 'Cultural Change' op masterniveau uitgedacht was voor ons. Dat is dus al een mooi opstapje voor volgend jaar. Ze dachten ook in Keulen dat wij als studenten uitverkoren waren om daar te studeren. We hebben maar gezegd dat dit niet zo is, maar dit is wel leuk om te horen. Verder halen we hele goede cijfers op de opdrachten, veel tienen ook." Is je Duits ook verbeterd na deze zeven weken? "De colleges volgden we in het Engels en omdat we met twaalf Nederlanders waren, konden we onderling gewoon Nederlands praten. Maar mijn Duits is wel wat beter dan voordat ik wegging." Tot slot. Voelen jullie je hier vooral student of toch toerist? Kim: "Student! Vanaf de eerste dag. Ik moest meteen nog een opdracht afmaken toen ik hier kwam. Ook heb ik veel zitten studeren in de bieb, toen voelde ik me wel student." Evelien: "Toch wel beide. Enerzijds moet ik veel lezen, opdrachten maken en ben ik geregeld in de mensa te vinden. Anderzijds heb ik ook de dom beklommen en vele avondjes in het gras langs de Rijn doorgebracht. Na de eerste weken was ik wat bekender in de stad en voelde ik me steeds meer student." Ingrid: "In het begin vooral toerist, maar na een paar weekjes voelde ik me wel student. Dan heb je de meeste belangrijke dingen gezien en ga je ook steeds vaker in je eentje op pad. Ook omdat wel veel moesten studeren en lezen, voelde ik me al snel student."

SOAP | JUNI 2007

9


VAKGROEP

INTERNATIONALISERING

Sociologische internationalisering nog steeds in kinderschoenen Op een zonnige dinsdagmiddag valt er weinig internationaals te ontdekken in en rondom de sociologiegebouwen. Toch probeer ik erachter te komen wat er voor studenten sociologie zoal (on)mogelijk is in het buitenland. Ik tracht dit te achterhalen in het kamertje dat ik normaal niet snel zou binnentreden, namelijk dat van Roel Popping. Hij is voor de vakgroep de coördinator internationalisering. Ik mag dus verwachten dat hij het meest te vertellen heeft over de overzeese intenties van de potentiële sociologen. Met eerstgenoemde lijkt het wel snor te zitten, maar met de intenties is het nog vrij somber gesteld.

Matthias Frankema Al vanaf begin jaren negentig is er vanuit de Europese Unie beleid gemaakt om studenten te stimuleren in het buitenland studie- en levenservaring op te doen. Via fondsen zoals het Erasmus- en Socratesprogramma is het voor studenten mogelijk om aan een universiteit in het buitenland te studeren zonder daar extra collegegeld voor te betalen, waarbij bovendien de behaalde studiepunten worden erkend aan de thuisuniversiteit. Ook in Groningen is zo'n uitwisseling tot stand gekomen, in ieder geval op papier bezien. Er is vanuit de vakgroep sociologie in Groningen contact met de Europese universiteiten van Oldenburg, Duisburg, Konstanz (allen Duitsland), Boedapest (Hongarije), Maynooth (Ierland), Talinn (Estland), Istanbul (Turkije) en het Vlaamse Gent. Popping benadrukt meteen dat laatstgenoemde zeker geen lachertje is en erg serieus moet worden genomen. Op het eerste gezicht lijkt het aanbod vrij ruim maar bij nader inzien vallen al enkele universiteiten af omdat zij slechts onderwijs aanbieden in de eigen taal. Colleges in Istanbul zijn bijvoorbeeld simpelweg in het Turks. Slechts op de universiteiten van Maynooth, Boedapest en Gent zal er door de docenten in verstaanbare talen worden gesproken. Dit taalprobleem speelt ook parten in de toenadering tot universiteiten in gewilde landen zoals Italië en Spanje. Een tweede probleem blijkt te zijn dat het niveau van sociologie in Groningen het onderwijspeil op andere universiteiten ver overstijgt waardoor het studieverblijf in het buitenland nog slechts voor de goedkope biertjes de moeite waard wordt. Tenslotte is door de invoering van de BaMa-structuur binnen het studieprogramma nog minder ruimte ontstaan om in het buitenland te gaan studeren zonder

10

SOAP | JUNI 2007

studievertraging op te lopen. Wat dat nog eens bemoeilijkt is dat het op de genoemde universiteiten (nog) niet mogelijk is om complete minors te volgen, een studieonderdeel dat juist uitermate geschikt lijkt voor studeren in een ander land. Universiteiten in landen waar nu nog geen betrekkingen zijn en met name op andere continenten worden ook meegenomen in de buitenlandplannen van de universiteit, maar dit blijkt toch moeilijker te zijn dan je vooraf zou denken. Het collegegeld aan Amerikaanse universiteiten is bijvoorbeeld veel hoger dan in Nederland, Engelse universiteiten houden hun deuren potdicht voor nieuwsgierige studenten van het Europese vasteland en universiteiten in Azië, Afrika en Zuid-Amerika hebben vaak simpelweg de middelen niet om het onderwijs op een aanvaardbaar niveau te krijgen. Bovendien spelen er vaak ook nog economische en juridische problemen mee die een samenwerking dan wel uitwisseling zeer bemoeilijken. Er is echter reden voor hoop op betere tijden. Het schijnt dat de universiteiten waarmee de vakgroep een uitwisseling heeft afgesproken, werken aan meer Engelstalig onderwijs en het invoeren van standaard studiepakketten in de vorm van bijvoorbeeld minoren. Verder is er een samenwerking ontstaan tussen Groningen en de universiteit van Geneseo, in de staat New York en wordt er hard gewerkt aan nieuwe verbanden met universiteiten in Australië en Nieuw Zeeland. Laatst kwam er een bericht in de studentenmedia dat de faculteit GMW de minste buitenlandgang(st)ers telt van de hele RuG. Een dramatisch feit natuurlijk maar volgens Popping niet geheel volgens waarheid. Volgens hem verschilt sociologie in percentages nauwelijks van de bèta-studies, geneeskunde, rechten en natuurlijk psychologie en pedagogiek. In dit studiejaar zijn er ongeveer vijftien sociologiestudenten in het buitenland gaan studeren via de Erasmusregelingen (binnen Europa), twee via het Marco Polofonds (in de Verenigde Staten) en zijn er drie a vier studenten bezig met hun stage cq. scriptie aan een buitenlandse universiteit. In de regel wordt dit laatste vaak georganiseerd aan een universiteit buiten Europa. Natuurlijk wil de vakgroep deze getallen opkrikken. Volgens Popping bestaat er een werkgroep binnen de faculteit om deze ambitie te bewerkstelligen, die twee jaar heeft stilgelegen maar nu weer probeert de internationalisering toch weer in het zicht van de stu-

denten te krijgen, bijvoorbeeld door een groots opgezette voorlichtingsdag die in september dan wel oktober van het nieuwe studiejaar zal worden gehouden. Verder wordt er overleg gepleegd over nieuwe universiteiten die aan het rijtje met potentiële internationale partners kunnen worden toegevoegd en hoe bestaande contacten kunnen worden geïntensiveerd. Als het aan Popping ligt moet er ook in Groningen nog veel worden gedaan om de studie voor internationale studenten aantrekkelijker te maken. Zo moeten de aangeboden vakken meer en meer in het Engels worden gegeven. Nu is dat vaak wel het geval bij vakken in de onderzoeksroute maar in de beleidsroute is dit meestal niet zo. En hoe kan je van andere universiteiten verwachten dat zij Engelstalig onderwijs aanbieden als je het zelf niet doet? Bovendien zal er in het studieprogramma volgens Popping meer ruimte moeten komen voor internationale studieervaringen. Nu kun je dit eigenlijk slechts doen in het tweede semester van het tweede studiejaar als je geen vertraging op wilt lopen. Het College van Bestuur van de RuG heeft al aangegeven dit te willen veranderen en met ingang van het studiejaar 2008/2009 deze ruimte te willen aanbieden in het eerste semester van het derde jaar. Het idee is namelijk dat studenten op dat moment meer klaar zouden zijn voor een buitenlands avontuur. De ideeën zijn er dus wel, maar zoals wel vaker gaat er veel tijd overheen voordat deze goede intenties ook kunnen worden omgezet in daadwerkelijke kwaliteitsinjecties voor de internationalisering binnen onze vakgroep. In deze is de vakgroep afhankelijk van meerdere stroperige bureaucratieën. In eerste instantie zal er veel inzet en samenwerking moeten zijn binnen de vakgroep, maar ook binnen de faculteit en op een hoger niveau is de steun en de voortrekkersrol van het College van Bestuur van de RuG uiteraard essentieel. In tweede instantie moet er ook medewerking komen vanuit het buitenland. De internationale contacten moeten tot stand komen door middel van wederzijdse goedkeuring en inzet en verder moet dit contact over langere tijd intact blijven door de nodige investeringen van beide kanten. Dit is een lang proces dat vaak blijft steken na de eerste stap of paar stapjes. Hopelijk kan er in de nabije toekomst flink doorgepakt worden door Popping en co, zodat GMW binnen afzienbare tijd niet meer de faculteit is met de minste (of: één van de minste) internationale studenten, maar in ieder geval met meer.


VAKGROEP ADVERTENTIE

SOAP | JUNI 2007

11


MAATSCHAPPIJ & POLITIEK PORTRET: CHE GUEVARA

Che Guevara's eeuwige strijd Vergeten wapengekletter tegen armoede en kapitalisme Pieter Jan van der Bij Mei 2007, het Tropenmuseum in Amsterdam. Bij binnenkomst is het de achterste wand van het enorme gebouw die direct de aandacht trekt. Het zijn niet de Masai kostuums, de honderdduizend jaar oude parelkettingen of de immense mammoetkleden die in het museum doen fascineren, maar de ogen vol vuur aan de overkant van het gebouw. Daar verderop bovenin op de muur, staart een charismatisch gezicht van onder een baret je aan. Het is het gezicht van een guerrillero, het gezicht van een commandant, het gezicht van Ernesto Che Guevara. Mede door de wereldberoemde foto die Alberto Korda in 1960 van 'El Che'maakte heeft hij kunnen uitgroeien tot een Argentijns icoon van verzet tegen kapitalisme en uitbuiting. Maar anders dan bij Nelson Mandela of Mahatma Gandhi staan Che's boeken niet bij iedere idealistische familie op de schoorsteenmantel. Dat zou je ook niet verwachten bij een titel als Guerrilla Warfare, een boek waarin de tactieken van paramilitairen uit de doeken wordt gedaan. Che's idealen kwamen dan ook niet tot stand via eenzame opsluiting of reactieve geweldloosheid, maar via wapengekletter en een eindeloze drang tot strijd die uiteindelijk tot zijn dood zou leiden.

"In a revolution, one triumphs or dies" Che Guevara streed tegen de armoede en het systeem dat daar in zijn ogen de oorzaak van was. De tentakels van het kapitalisme hadden zich volgens hem te ver uitgeslagen en zijn Zuid-Amerika te stevig in hun greep. Vooral de grote controle van de Verenigde Staten over verschillende Latijnse economieën was Che een doorn in het oog. De vijandigheid van Che tegenover Amerikaanse multinationals en de inherente ongelijkheid die ze leken mee te brengen groeide vanaf het moment dat hij aan zijn befaamde motorreis begon. Vanaf een gammele Norton 500 motor begonnen zich ideeën te ontvouwen die zouden leiden tot een grootschalige revolutie. Nadat de jonge Che in 1948 heeft besloten medicijnen te studeren, krijgt hij in 1952 de kans een motorreis te maken door ZuidAmerika. Samen met zijn studievriend Alberto Granada vertrekt hij dat jaar vanuit Cordoba Argentinië, een stad in de woeste Sierras Chicas bergen. Een belangrijk doel van de reis van 12000 kilometer is een aantal weken vrijwillige hulp te verlenen in de San

12

SOAP | JUNI 2007

Pablo Lepra kolonie in Peru. Che wordt er bij vertrek uiteindelijk uitgezwaaid als een grootheid, terwijl hij op dat moment nog gewoon een student op een motor is die nog maar weinig revolutionair geluid heeft laten horen. Maar wellicht voelen deze mensen al dat de persoon met de steeds woester wordende baard met hen meeleeft en hen behandelt als een gelijke en niet als een afgeschreven mens dat minder of waardeloos is. 'El Che' is tijdens zijn motorreis echter niet bezig met sympathie winnen, hij kijkt vooral zijn ogen uit en komt in aanraking met vormen van armoede en leed die hij nog niet eerder heeft meegemaakt. Vooral de onmacht van mensen, de honger, het gebrek aan medicijnen en de onmogelijkheid om te genezen, veranderen geleidelijk zijn ambities. Hij begint in te zien dat het steunen en verlossen van deze mensen minstens even belangrijk is als het worden van een beroemde onderzoeker. Via het lezen van Marxistische literatuur komt hij tot de conclusie dat de enige remedie voor deze wantoestanden in Zuid-Amerika een socialistische revolutie is.

"While envisaging the destruction of imperialism, it is necessary to identify its head, which is no other than the United States of America" In 1954 komt de Verenigde Staten in Che's vizier als hij na zijn afstuderen bij een tweede reis in Guatemala beland. De oneerlijke verdeling van landbouwgrond doet de President Arbenz van Guatemala besluiten dit meer toe te laten komen aan de arme boeren. Maar het grote en winstgevende United Fruit Company (UFC) gaat niet akkoord, zij verdient flink geld en ziet landbouwhervormingen niet zitten. Het komt tot een confrontatie en UFC, dat nauwe banden heeft met de

Verenigde Staten, krijgt hulp van de Amerikaanse inlichtingendienst (CIA). Deze werpt van binnenuit al snel de regering van Guatemala omver en zowel Arbenz als zijn aanhangers moeten vluchten. Het direct ervaren van deze gebeurtenissen doet Che beseffen dat de Verenigde Staten vooral een imperialistisch land is dat niets doet aan het oplossen van ongelijkheid en armoede, precies de problemen die zijn Zuid-Amerika zo teisteren. Als Che na zijn vlucht in Mexico stad terechtkomt, vindt hij al snel zijn medestander in zowel gedachten als benodigde acties. Via Raul Castro, komt hij in aanraking met zijn broer; de nog jonge, net in de rechten afgestudeerde, Fidel. Che vindt Raul en Fidel in het gastvrije Mexico stad, omdat ze als banneling uit Cuba zijn gezet na een mislukte coup op de toenmalige dictator Fulgencio Batista. Maar de taaie gebroeders Castro geven niet op en vinden in Che hun medestander om Cuba te bevrijden van de door de Verenigde Staten gesteunde Batista. Na een periode van training wordt een tweede poging ondernomen in november 1956. Aanvankelijk wordt Che alleen als medicus meegenomen, maar dat zal slechts van korte duur zijn. Onder erbarmelijke omstandigheden komen de guerrilla's uiteindelijk op Cuba aan en direct komen ze zwaar onder vuur te liggen van Batista's regeringstroepen. Slechts weinigen van Che's groep overleven, maar ze weten zich succesvol terug te trekken in het Cubaanse Sierra Maestra hooggebergte.


MAATSCHAPPIJ & POLITIEK SOCIOLOGIE Vanwege het gewicht besluit Che zijn medicijnkoffer achter te laten en alleen zijn munitie mee te nemen, een cruciale keuze. Want vanaf dat moment kiest hij voor de plicht als soldaat en treedt hij definitief toe tot de guerrilla's. Dit doet hij met een dusdanige volhardendheid, lef en succes, dat hij al snel 'El Commandante' (de commandant) wordt genoemd. Met grote steun van de Cubaanse bevolking en talloze overwinningen is de revolutie in Cuba eind 1958 een feit. De laatste slag wordt in Santa Clara gewonnen, waarbij onder aanvoering van El Commandante een troepentransport van Batista's mannen wordt aangevallen. Wanneer Santa Clara is ingenomen vlucht Batista en vindt de machtsovername door Fidel Castro op 1 januari 1959 plaats. Als Castro zijn metgezel Che in 1959 aanstelt als commandant van de militaire gevangenis 'La Cabana' vinden er onder Che's bevel talloze executies plaats van leden van het Batista regime. De revolutie is dus alles behalve vreedzaam en dit ondervindt ook Che zelf als hij in 1965 na zijn periode als staatshervormer in Cuba hetzelfde kunstje in Congo wil flikken. De Amerikaanse CIA zorgt er mede voor dat Che met zijn zwaar gehavende strijdkrachten al snel naar Cuba moet terugkeren.

"Hasta la victoria siempre" Of het overmoed was weet niemand, maar Che probeert nog eenmaal een revolutie te ontketenen, dit keer in 1966 in Bolivia. Maar het is al vrij snel bekend dat Che zich in Bolivia bevindt en zijn groep wordt met behulp van wederom de CIA in het nauw gedrongen. Uiteindelijk worden de guerrilla's van Che op 6 oktober 1967 omsingeld door Boliviaanse militairen en wordt hij zelf gevangen genomen om de volgende dag te worden geëxecuteerd. Zijn laatste woorden zijn: "Schiet lafaard, het enige wat je doodt is een mens". Che leeft inderdaad voort en dan vooral in de harten en geesten van mensen in Zuid-Amerika of Afrika die hopen op een verandering van hun uitzichtloze situatie of een nieuwe revolutie. Maar behalve in het Cuba van Guevara en Castro heeft het kapitalisme voornamelijk (ook steeds meer in China) de strijd gewonnen en is een vrije markteconomie het dominante systeem. Het is de vraag of Che's foto die overal tevoorschijn komt niet simpelweg een symbool zonder inhoud is geworden en het een nieuwe strijd moet aangaan. Want welke jonge truidrager kent de historie van de revolutionaire Guevara of begrijpt zijn idealisme nog? In het Tropenmuseum vragen ze zich dit ook openlijk af en als ik dichterbij de kolossale muur kom begrijp ik waarom: Che's beeltenis bestaat uit duizenden kleine logo's, logo's van Westerse multinationals. Boven de evenaar is alles kapitaal.

IN DE MEDIA

Mama aan het werk maakt kind slim en gezond Lisan Wieringa J.J.A. van Doorn betoogt in zijn column in HP/De Tijd tegen het actiecomité Women on Top (NRC Handelsblad, 1-06-2007). Dit actiecomité streeft naar meer vrouwen in toonaangevende posities in het bedrijfsleven, de wetenschap en het openbaar bestuur. Dat het overgrote deel van de vrouwen in Nederland niet of in kleine deeltijdbanen werkt, is in zijn ogen goed. Hoogleraar sociologie Jaap Dronkers, verbonden aan het Europees Universitair Instituut in Florence, heeft echter Van Doorns ongelijk aangetoond. Hij constateert op basis van onderzoeksliteratuur dat een kind, waarvan de moeder gaat werken, zich juist gelukkig moet prijzen. In de praktijk blijkt dat het hebben van een werkende moeder gemiddeld genomen een positief effect heeft op de onderwijskansen van leerlingen. Uit onderzoek van Van de Putte blijkt tevens dat des te meer uren een moeder buitenshuis werkt, des te kleiner de kans is dat haar kinderen aan het chronisch vermoeidheidssyndroom lijden. Verrassend genoeg is er ook in Algerije sprake van een opkomst van 'Women on top' (de Volkskrant, 31-05-2007). In het door tradities beheerste Algerije, nog getekend door een burgeroorlog waarin meer dan honderdduizend doden zijn gevallen, is een stille revolutie gaande. De vrouwen zijn in opkomst als een economische en politieke macht zoals nog nooit vertoond is in de rest van de Arabische wereld. Van de Algerijnse advocaten is 70 procent vrouw, van de rechters 60 procent. Vrouwen spelen de hoofdrol in de medische wereld. Gaandeweg dragen de vrouwen meer bij aan het gezinsinkomen dan de mannen. Aan universiteiten is 60 procent van de studenten vrouw. Misschien dat de vrouwen van Algerije in die context wel de sterkste motor voor sociale veranderingen zijn, veronderstellen sommige sociologen. Met hun zichtbare aanwezigheid in het overheidsapparaat en op straat hebben vrouwen wellicht een matigende en moderniserende invloed op de samenleving. 'Vrouwen en de vrouwenbeweging kunnen ons misschien in de moderne tijd brengen', zegt Abdel Nasser Djabi, hoogleraar sociologie aan de Universiteit van Algiers. Wie o wie waren de afgelopen decennia de invloedrijkste en machtigste personen in de financiële wereld? Het is te lezen in het laatste nummer van Institutional Investor Magazine (Het Financieele Dagblad, 8-062007). Het vakblad maakte een top-veertig

over de afgelopen veertig jaar. Op nummer 2 staat niemand minder dan Robert C. Merton, zoon van de beroemde socioloog Robert K. Merton. Robert C. Merton gaf financiële markten inzicht over hoe ze afgeleide producten moeten prijzen. Zijn formule wordt vergeleken met E=mc2 en met de ontdekking van het DNA: een onmisbare uitvinding. De Landelijke Huisartsen Vereniging bindt de strijd aan met medische zelftests. Patiënten zouden volgend jaar bij hun huisarts terecht moeten kunnen voor een medische APK-keuring. LHV-bestuurder Willem Schopman geeft zijn mening in het Algemeen Dagblad (15-5-2007). "We willen het ongebreidelde en zinloze gebruik van zelftests een halt toeroepen. Ze kosten veel geld en veroorzaken veel leed, omdat de uitslagen dikwijls onterecht voor onrust zorgen. Je hebt een deskundig iemand nodig om de uitslag te duiden.'' De LHV legt het plan binnenkort voor aan Zorgverzekeraars Nederland en minister Klink (Volksgezondheid). Als zij geld beschikbaar stellen voor de grote keuring wordt het opgenomen in het basiszorgpakket. Medisch socioloog Tjeerd Tijmstra van het Universitair Medisch Centrum Groningen verwacht dat minister Klink akkoord gaat om de 'wildgroei aan zelftests' te stoppen. "Ruim een miljoen mensen die een niertest doen: dat is abnormaal.'' Volgens de Amerikaanse socioloog Donald Light, die in Nederland gedetacheerd is en daarom hier zijn rijbewijs wilde halen, is het CBR theorie-examen onbegrijpelijk. Hij bevestigt hiermee eerdere klachten over het Centraal Bureau Rijvaardigheidsbewij-zen. "Er wordt voortdurend gehamerd op 'vlotheid' en 'besluitvaardig rijden', maar wie gaat inhalen moet niet 'de snelheid en afstand van tegemoetkomend verkeer juist inschatten', maar 'erop bedacht zijn' dat hij die grootheden 'niet juist kan inschatten'." Dit zou verklaren waarom het slaagpercentage voor het rijexamen zo laag is. Jan Kuitenbrouwer schrijft in de Trouw (13 juni 2007) dat hier het onderwijs stilletjes overgegaan is in verwarring zaaien. Hij vermoedt dat de bedoeling is om het aantal herexamens op peil te houden. "De vraag: 'toon je verkeersinzicht als je niet drinkt?' is al vrij absurd, maar het correcte antwoord - 'Nee, drinken mag, zolang je maar ziet hoe verkeerssituaties zich ontwikkelen' - is pas echt, ik zou haast zeggen bezopen. Op een andere vraag over drank in het verkeer luidt het correcte antwoord dat het 'alleen tot gevaarlijke situaties leidt als u er niets bij eet of gegeten heeft'."

SOAP | JUNI 2007

13


MAATSCHAPPIJ & POLITIEK DE GROTE

DONORSHOW

“Wij geven vanavond geen nieuwe nier weg… dat gaat zelfs ons te ver.” BNN strijdt tegen tekort orgaandonoren met schokkende programmastunt Dit jaar was het vijf jaar geleden dat BNNoprichter Bart de Graaff overleed aan zijn nierziekte. Sinds zijn overlijden is 25 mei een vrije dag bij BNN. Dit jaar pakt de publieke omroep echter groter uit. BNNvoorzitter Laurens Drillich kondigde middels een persbericht de uitzending van De Grote Donorshow aan. In dit programma zal de doodzieke Lisa (37) haar nier weggeven en tijdens de uitzending beslissen aan wie. Ze heeft de keuze uit nierpatiënten Esther Claire (36), Vincent (19) en Charlotte (29). Kiezers krijgen tijdens de uitzending de mogelijkheid op de kandidaten te stemmen om Lisa over haar keuze te adviseren. BNN verwacht dat het programma controversieel zal zijn. Maar dat het programma zoveel ophef zal veroorzaken is buiten verwachtingen. Zowel de Nederlandse als de buitenlandse mediaaandacht is groot. Want zo'n ernstige zaak als orgaandonatie, kun je daar wel een spelletje van maken?

Lisan Wieringa Binnen de Nederlandse politiek biedt vooral de CDA-fractie veel weerstand tegen de uitzending. Kamerlid Joop Atsma wil bekijken of het programma verboden kan worden. Minister Klink van Volksgezondheid en ook premier Balkenende vinden het programma te ver gaan. Anderen benadrukken dat het doel van het programma de middelen heiligt. Het verwijt van smakeloosheid wordt door BNNvoorzitter Laurens Drillich verweerd met de opmerking dat de wachtlijst voor niertransplantaties nog smakelozer is. Volgens een internetpoll van Nova is 61% van het Nederlandse volk tegen en 39% vóór het uitzenden van het programma. In het buitenland overweegt duidelijk de afkeer; media als BBC, The Times en Die Welt komen met koppen als 'Who survives? Viewers decide.' en 'Niere als Hauptgewinn in niederländischer Fernsehshow'. The Times vergelijkt het programma met Big Brother, dat tevens door Endemol is geproduceerd en in Engeland ook bekend is. 'While the worst that can happen in Big Brother is public humiliation, the Big Donor rivals are battling for their lives'. Tot 1 juni - de dag waarop de Donorshow uitgezonden wordt - blijft het afwachten of de show door zal gaan. Maar de show blijkt wettelijk niet verboden te kunnen worden en om half negen begint BNN-presentator Patrick Lodiers de show. We krijgen een blik in de levens van Esther-Claire, Vincent en Charlotte en Lisa krijgt gelegenheid ze verschillende persoonlijke vragen te stellen. Pas

14

SOAP | JUNI 2007

in de 72ste minuut vlak voordat Lisa bekend zou maken wie de donor krijgt onthult de presentator dat BNN het Nederlandse publiek en de wereldpers massaal een loer heeft gedraaid. 'Wij geven vanavond geen nier weg. Dat vinden wij zelfs te ver gaan.' De 1,7 miljoen Nederlandse kijkers die de uitzending volgen tijdens de grote ontknoping zijn allemaal op het verkeerde been gezet. Het programma van BNN is slechts een stunt om aan te tonen dat het - 5 jaar na het overlijden van Bart de Graaff - nog steeds moeilijk is om een donornier te krijgen. De doodzieke Lisa blijkt een kerngezonde actrice, die door het leven gaat als Leonie Gebbink. De nierpatiënten zitten ook in het complot - al is hun ziekte alles behalve verzonnen. Ze doen mee aan het programma om aandacht te vragen voor het donorprobleem. Op dit moment staan er 1400 mensen op de wachtlijst voor een donororgaan, waarvan 1049 wachten op een nier. Van de 12 miljoen volwassenen in Nederland zijn er 2,9 miljoen mensen als donor geregistreerd. Bij een verdubbeling van dit aantal zal de wachtlijst voor een donornier - nu gemiddeld viereneenhalf jaar - gehalveerd worden. Na de onthulling dat de hele show fake is, stijgt de waardering voor het programma van menigeen. Minister Plasterk van Mediazaken bijvoorbeeld, die in de aanloop zei de hele opzet ongepast en onethisch te vinden, sprak na afloop van 'een fantastische stunt'. Balkenende zei opgelucht te zijn dat er toch geen nier werd weggegeven. De Nierstichting sprak van een geweldige stunt. Toch blijven de meningen verdeeld. De felste criticus van het programma, CDA-kamerlid Joop Atsma, sprak ook na de uitzending nog van een smakeloze show. Weggeefnier of niet, het programma zelf is al confronterend genoeg. Lisa moet van 25 nierpatiënten 22 kandidaten laten afvallen. Waarop baseer je dat? Mensen die ouder zijn dan 50 worden uitgesloten. Degenen die niet werken en zich dus niet nuttig maken, krijgen geen kans. Rokers en drinkers vallen weg; 'dat is een verspilling van mijn goede organen'. En zo blijven EstherClaire, Vincent en Charlotte over in de competitie. Charlotte krijgt 38% van de stemmen, Esther-Claire en Vincent overtuigen 31% van de stemmers. Al snel blijkt dat de tv-uitzending veel sympathie voor orgaandonaties heeft gewekt. In de week na de uitzending alleen al hebben

meer dan vijftigduizend mensen een donorregistratieformulier aangevraagd. Ter vergelijking: in heel 2006 laten zeventigduizend mensen zich inschrijven bij het donorregister. Zelfs in het buitenland neemt het aantal geregistreerde donoren toe. Bijvoorbeeld in Denemarken: in een normaal weekend melden nog geen tweehonderd mensen zich daar aan als donor, het weekend na de donorshow zijn dat er 1476. In Zweden melden zich 469 donoren, vierhonderd meer dan normaal. Op 6 juni, 5 dagen na de uitzending, wordt al een spoeddebat in de Tweede Kamer georganiseerd. Hier wordt de mogelijkheid van een nieuw actief donorregistratiesysteem besproken. De fracties D66, SP en GroenLinks komen met het voorstel om iedereen die geen bezwaar maakt, voortaan automatisch te laten registreren als orgaandonor. Dertien Europese landen - waaronder België - kennen een dergelijk systeem en hebben inmiddels tweemaal zoveel donoren als daarvoor. Een meerderheid van de Tweede Kamer wijst het voorstel af - de meeste partijen weigeren zo'n ingrijpend besluit in een spoeddebat te nemen. BNN zegt teleurgesteld te zijn dat 'noch de minister van Volksgezondheid (Klink) noch de regeringspartijen bereid zijn om toe te geven dat er haast gemaakt moet worden om de wachtlijsten voor orgaandonaties weg te werken' . Maar het programma heeft de politiek wel degelijk wakker geschut. Klink zal voor september een 'masterplan' bespreken met de Nierstichting: een grootschalige actie om meer mensen zover te krijgen een donorcodicil in te vullen. Vice-premier Bos meldt dat zijn partij overweegt paspoorten gratis of goedkoper te maken voor mensen die bij het ophalen van het document aangeven of zij orgaandonor willen worden of niet. Een andere maatregel die ter discussie staat is het 'voor wat hoort wat'- beginsel, waarbij mensen die zelf als donor staan geregistreerd voorrang kunnen krijgen bij de wachtlijsten voor orgaantransplantaties. De meningen over een donorregistratiesysteem lopen uiteen, maar over een ding is weinig twijfel mogelijk. De Grote Donorshow heeft resultaten geboekt die met een campagne van de overheid nooit behaald had kunnen worden. Nu maar hopen dat de aandacht blijft.


MAATSCHAPPIJ & POLITIEK JOURNALISME

Het zijn net journalisten Journalisten zijn objectief, nauwkeurig en volledig. Het beeld dat zij je geven van de wereld is representatief, en je kunt aan de hand van kwaliteitskranten en het journaal rustig oordelen over andere landen en culturen. De meeste mensen hebben vertrouwen in het nieuws en de krant die ze lezen. Zo niet diegenen die Het zijn net mensen van Joris Luyendijk hebben gelezen, want in dit boek wordt je beeld van de media grondig onderuit gehaald.

Marlou Visser Joris Luyendijk was zelf jarenlang het medium, als Midden-Oosten correspondent voor de Volkskrant, NRC Handelsblad, Radio 1 en Het Journaal. Als student Sociale Wetenschappen en Arabisch was hij een jaar in Egypte geweest om onderzoek te doen, waar hij een boekje over had geschreven. Zodoende werd hij door de Volkskrant gevraagd correspondent te worden. Hij sprak immers Arabisch. Daar sta dan, midden in Cairo. Luyendijk had geen idee hoe hij nu nieuws moest maken over de hele Arabische wereld. De media in het Midden Oosten staan onder strenge staatscensuur, en de bevolking weet ook niet wat er gaande is. Bevolkingsonderzoeken worden niet gedaan. Gelukkig zijn er internationale persbureaus, die door de redactie in Nederland kunnen worden geconsulteerd. De correspondent wordt vanuit zijn eigen land op de hoogte gesteld over zijn gebied. Aangezien vrijwel alle informatie van persbureaus komt, is het niet gek dat de berichtgeving eenzijdig en incompleet is. Het is in een dictatuur dan ook vrijwel onmogelijk om dezelfde journalistieke standaarden hoog te houden als in een vrij land. Dit wordt in het boek pijnlijk mogelijk als Luyendijk naar Palestina vertrekt om daar bericht te geven. Waar Israël een perfect geoliede PR machine heeft die journalisten alle quotes, interessante personen en verklaringen voor publieke acties zomaar aanbiedt, valt het in Palestina absoluut niet mee om een artikel te schrijven. Zoals vrijwel alle landen in het Midden Oosten is Palestina een dictatuur. Vrijuit praten over de politiek is er onmogelijk, vrije media bestaan er niet. De regering geeft ook geen persconferenties of persberichten uit, waardoor niemand weet waarom een beslissing is genomen. Objectieve berichtgeving maken over beide partijen wordt zo wel heel moeilijk. Het verwijt dat Luyendijk aan de media maakt is niet alleen dat ze dingen opschrijven die ze niet honderd procent zeker (kunnen) weten, maar vooral dat ze wel pretenderen de waarheid te vertellen. Daar zouden journalis-

ten veel opener over moeten zijn. Journalisten die 's ochtends aankomen in een land waar de president is overleden, en daar 's avonds over moeten berichten kunnen geen volledig beeld hebben opgedaan van de stemming onder de bevolking. Op zijn best heeft de journalist zijn roomservice jongen en de taxichauffeur om hun mening gevraagd. Ook verwijt Luyendijk de media op te schrijven en te filmen wat ze willen zien, en niet per definitie wat er gebeurt. Een mooi voorbeeld hiervan zijn de gebeurtenissen op het Fardoesplein in Bagdad. Hier stond een groot standbeeld van Saddam Hoessein, dat door Amerikaanse militairen omver werd getrokken. De beelden van het vallende beeld en de juichende Irakezen ging de hele Westerse wereld over. De Arabische nieuwszender Al-Jazeera, die helemaal niet zo blij was met de Amerikaanse aanwezigheid in Bagdad, filmde de gebeurtenis van veraf. Je zag Amerikaanse militairen een Amerikaanse vlag over het beeld gooien, die vervolgens snel weer werd weggehaald. Een klein groepje Irakezen stond het schouwspel te bekijken en maar enkelen van hen juichten toen het beeld viel. De media zoeken beelden en verhalen die al passen bij hun vooroordelen over een gebeurtenis. Objectiviteit is ver te zoeken. Luyendijk probeert zelf wel objectieve verhalen over het Midden-Oosten te schrijven, maar de redactie in Nederland plaatst deze verhalen over bijvoorbeeld humor in het Midden-Oosten meestal niet. Alleen bij grote en ernstige gebeurtenissen hebben de verhalen nieuwswaarde. Doordat alleen dat soort nieuws de wereld in komt krijgen volgens Joris Luyendijk veel mensen in de Westerse wereld een compleet vertekend beeld van de Arabische wereld. Eddo Rosenthal, Israël correspondent voor het NOS journaal, vindt dit nogal een vreemd verwijt. 'Je brengt toch ook niet alle universiteiten van de VS in beeld waar geen schietpartij heeft plaatsgevonden? Ik vind dat hij zijn beroep op een vreemde manier onderuit haalt.' Joris Luyendijks kritiek op de media is vaak terecht, een journalist zou beter moeten aangeven wat hij weet en wat hij niet kan weten. Maar gezien de beperkingen van een dictatuur valt het voor een journalist ook niet mee om een compleet beeld van een land weer te geven. Niemand heeft een compleet beeld van een land als Egypte, van wat de mensen denken, of ergens van vinden. Waar geen wetenschap en vrije pers is, kun je niet veel meer dan de mensen in je eigen omgeving vragen commentaar te geven. Maar dat is wel wat een redactie van een correspondent verwacht. Men wil niet dat 'de persoon in Cairo' aangeeft geen flauw idee te hebben van wat

het volk van Egypte ergens van vindt. Volgens Joris Luyendijk zouden journalisten niets moeten zeggen als ze de volledige waarheid niet kunnen kennen. Journalistiek in een dictatuur doet hij in NOVA af als zonloze onzin. Maar op deze manier zou er niets meer gezegd kunnen worden over bijvoorbeeld Palestina, en zou alleen berichtgeving vanuit Israël de wereld ingestuurd worden. Hoe objectief zou het beeld dat Westerse mensen hebben dan worden? Door open en eerlijk te beschrijven wat je als journalist waarneemt geef je al een vrij aardig beeld van een land. Joris Luyendijk bewijst dit zelf in zijn boek, het beschrijft het leven in de Arabische wereld heel goed. Hoewel hij zelf de eerste is om toe te geven dat niet alle Arabieren zo zijn als hij beschrijft, geeft het boek toch een prachtige kijk op hoe mensen in Egypte, Irak en Palestina leven en denken. Journalisten die met de beste bedoelingen in een dictatuur terecht komen, kunnen niet in hun eentje de hele beeldvorming van hun land beïnvloeden. Ook de hoofdredactie en lezers hebben al hun ideeën waar een correspondent rekening mee zal moeten houden. Hoofdstuk een beschrijft Luyendijks bezoek aan een vluchtelingenkamp in Zuid Soedan. Alles wat hij had verwacht van een kamp met hongerende vluchtelingen was daar te vinden. Kinderen met bolle buikjes van de honger, mensen met uitstekende botten, peuters die hun hoofdjes niet meer zelfstandig rechtop kunnen houden. In de derde barak die hij binnenstapte, reageerde Luyendijk anders dan in de andere. Hij stak zijn hand op en zei 'hello everybody!' waarop er een lach doorbrak op de gezichten van de mensen, die er ineens veel minder troosteloos en zielig uitzagen. Luyendijk beschreef het voorval in zijn artikel, maar de krant plaatste slechts de foto's en quotes waarop de ellende van het kamp tot uiting kwam. Vanuit het symbolisch interactionisme gaat men ervan uit dat iedereen zich gedraagt naar een bepaalde rol, en dat men verwachtingen heeft van de rol die anderen spelen. Wie in een vluchtelingenkamp zielige en ellendige mensen verwacht, zoekt ook beelden en verhalen die daarbij passen. Precies zo is de journalist die een blijde reactie van de Irakezen verwacht wanneer de Amerikanen Bagdad veroveren. Zij proberen niet met opzet het beeld dat hun kijkers hebben te manipuleren, maar zoeken beelden die passen bij hun eigen verwachtingen. Het is aan ons om deze beelden met een korrel zout te nemen, en niet teveel te generaliseren.

SOAP | JUNI 2007

15


MAATSCHAPPIJ & POLITIEK CHINESE

HOOFDSTAD MAAKT ZICH OP VOOR

OLYMPISCHE SPELEN

Regels zijn regels, maar niet in perfectionistisch Peking SoAP-redacteur te Peking, Jouri Bakker Het duurt nog ruim een jaar voordat het meest omstreden Olympische vuur in decennia wordt ontstoken. Hoewel veel plekken in de Chinese hoofdstad Peking er steeds beter uit beginnen te zien, lijkt het beschavingsoffensief, dat begin dit jaar werd gestart om de plaatselijke bevolking fatsoen bij te brengen, zijn vruchten nog niet af te werpen. Talloze absurd gedetailleerde regeltjes worden stelselmatig genegeerd. Er zal nog veel moeten gebeuren als Peking een moderne en westerse indruk wil achterlaten bij de miljoenen sportfans die de metropool volgend jaar zullen bezoeken. Wie kijkt naar het tempo waarin Chinese bouwvakkers werken, zal snel geloven dat de bouwputten voor de openingsceremonie van de Olympische Spelen zijn verdwenen. Maar als de stad echt een westerse indruk achter willen laten, moeten de regels beter nageleefd worden. En in geval van overtreding moeten ze worden bestraft. Vijftig Yuan, of ruim vijf euro. Dat is de boete die sinds begin dit jaar op spugen in het openbaar staat. Hier en daar vind je wel borden waarop staat dat spugen in het openbaar niet meer getolereerd wordt, maar de Chinezen lijken zich er weinig van aan te trekken. Als je door de Chinese straten loopt, hoor en zie je om de haverklap rochelende mannen. In een week tijd heb ik nog nooit iemand voor dit vergrijp bekeurd zien worden, ook al stikt het van het 'blauw op straat'. Ook de pyjama's, waarin oudere mannen graag over straat lopen, zouden uit het straatbeeld worden verbannen. Maar ook die kom je nog regelmatig tegen. Een klein opstootje in de straat? De agenten die twintig meter verderop in hun auto zitten, lezen rustig verder in hun boek. De corruptie in de grote stad lijkt nauwelijks uit te bannen. Ervaren reizigers waarschuwen ervoor om je paspoort niet oom agent te geven, omdat hij wel eens vijfhonderd Yuan kan vragen om hem terug te krijgen. Sinds 11 juni worden agenten die regelmatig in contact komen met het publiek gecontroleerd op hun manieren. Hoewel er hier en daar nog een stadion of een gebouw opgeleverd moet worden, zijn veel Olympische faciliteiten al klaar voor gebruik. In een razend tempo, zowel dag als nacht, wordt er snoeihard gewerkt om de stad op tijd 'af te krijgen'. Toch staan er vaak bouwvakkers met de handen in de zij te kijken naar de inspanningen van hun collega's. Maar niet alleen in bouwputten, ook in discotheken, hotels en restaurants wordt er voor ieder wis-

16

SOAP | JUNI 2007

sewasje iemand aangenomen. Chinese werknemers lopen elkaar dan ook regelmatig voor de voeten. Maar met alleen mooie en moderne gebouwen worden de Spelen geen succes. Ook aan de infrastructuur moet nog nodig gesleuteld worden. Hoewel Peking de wereld belooft dat files volgend jaar taboe zijn, neemt een taxirit van zeven kilometer in het centrum van de stad buiten de spits nu nog ruim een uur in beslag. De bestaande wegen zijn nauwelijks voldoende om de groeiende stal heilige koeien te herbergen. Een voordeel, wie in de file staat wordt niet snel het slachtoffer van de onverantwoordelijke rijstijl van de Chinezen. Zelf lijken ze daar anders over te denken. Als je in een Chinese taxi je gordel om probeert te doen, gebaart de chauffeur dat je dat beter kunt laten. 'The next station is Jianguomen, the interchange station for line 2', roept de stem in de metro om. Maar op perrons zijn nog geen Engelse informatieborden te vinden. En wie het Chinees niet vaardig is en een ticket wil hebben naar de andere kant van de stad, heeft vaak een probleem. Als je ook maar een lettergreep niet Chinees uitspreekt, is de kans groot dat de vrouw achter de balie je een verkeerd kaartje geeft. Een kaartjesautomaat met Engelse uitleg zou een uitkomst zijn, maar dat zou de werkgelegenheid in het Pekingse openbaar vervoer geen goed doen. Protesten en demonstraties kan de overheid nu even niet gebruiken. Ook op straat kun je je met Engels nauwelijks redden. De Chinese politie is niet echt je beste vriend, want wie de weg vraagt aan oom agent, krijgt een waterval aan Chinees over zich heen, om vervolgens met een wegwerpgebaar wordt verzocht verder te lopen. Engels of niet, veel jongere Chinezen zijn daarentegen bereid om je te helpen. Ze vinden het leuk om hun Engels te oefenen of om je met pen en papier uitleg te geven. Sommige aanpassingen lijken wel succes te hebben. Zo zijn de autoriteiten al begonnen met het vervangen van de aanduiding 'W.C' in 'Toilet', omdat 'toilet' meer westers zou klinken. Ook het kromme Engels lijkt uit het straatbeeld te verdwijnen dankzij de taalteams die musea, parken en stadions afstruinen op zoek naar taalfouten. Dat dit veel geld gaat kosten mag duidelijk zijn. In Peking stikt het van de openbare toiletten en attracties. Maar aan prullenbakken in de vele hutons, de typische Chinese straatjes waar het afval aan het einde van de dag op straat ligt weg te rot-

ten, lijkt de Chinese overheid weinig waarde te hechten. In China worden veel dingen veel mooier gepresenteerd dan ze werkelijk zijn. In aanloop naar de Spelen in Peking mag er niets fout gaan en het beeld dat het internationale publiek van Peking heeft moet perfect zijn. Zo werd daags voordat Jacques Rogge, de voorzitter van het Internationaal Olympische ComitĂŠ (IOC), Peking bezocht, het gras langs de route waar hij langs zou lopen, nog even van een extra groentint voorzien. Het aantal dagen smog per jaar, dat er dit jaar maximaal honderd mochten zijn, lijkt onderhevig aan een creatieve boekhouding. Ook al komt de temperatuur boven de dertig graden uit, zonnebrand heb je niet nodig omdat de smog de uv-straling tegenhoudt. En als het Chinese KNMI tijdens de openingsceremonie van de Olympische Spelen regen verwacht, zullen chemische middelen ervoor zorgen dat de regen niet boven de stad, maar naast de stad valt. Als de lokale overheid het in Peking voor elkaar krijgt om de nieuwe regels strikter te hanteren, heeft het beschavingsoffensief een kans. Maar waarom zou je als land je cultuur omgooien omdat er een stelletje sportfanaten aankomen? Als toeristen de Chinese cultuur niet kunnen waarderen, kunnen ze de wedstrijden ook op tv zien. Maar China is perfectionistisch en hoopt dat de toeristische sector ook na september 2008 blijft profiteren van de aandacht die het land krijgt door de Olympische Spelen. Maar nu al is de verwachting dat China vanaf volgend jaar jaarlijks meer toeristen zal trekken dan de VS. Wellicht werkt het beschavingsoffensief juist averechts. Veel toeristen komen naar Peking omdat ze de ervaring van een Chinese stad willen beleven. Het Chinese stadsbeeld in Peking verdwijnt in rap tempo. En als ook de cultureel bepaalde normen en waarden van de Pekinezen verdwijnen, zullen veel toeristen andere steden opzoeken waar ze het echte China nog wel kunnen vinden.


MAATSCHAPPIJ & POLITIEK IN MEMORIAM:

ALUMNUS

BART TROMP (1944 - 2007)

'Politieke mens' en gezaghebbende lastpak Woensdag 20 juni jongstleden overleed de socioloog, politicoloog en columnist Bart Tromp op 62-jarige leeftijd onverwachts aan de gevolgen van een hartstilstand. Tromp, alumnus van de vakgroep Sociologie van de Rijksuniversiteit Groningen, was tevens jarenlang lid van het partijbestuur van de Partij van de Arbeid. Hij werd - tegen eigen wil en dank - vaak betiteld als 'kritisch partij-ideoloog' van de sociaal-democraten en deed in 2001 (tervergeefs) een gooi naar het partijvoorzitterschap. 'Hij was de laatste jaren het kritische geweten van links Nederland, en ook van een groot deel van rechts Nederland.'

Jurre van den Berg Bart Ago Geert Maria Tromp (Sneek, 1944) studeerde in 1971 cum laude af in de sociologie aan de Rijksuniversiteit Groningen. Henk de Vos, als universitair hoofddocent verbonden aan de vakgroep Sociologie in Groningen, kende Bart Tromp uit zijn studententijd: 'Hij was in 1964 begonnen; ik een jaar later. Ik leerde hem kennen toen wij beide bestuurslid waren van de Groningse afdeling van de Studentenvakbeweging (SVB). We waren ook actief in de eerste democratiseringsontwikkelingen in de sociologieopleiding. Bart bewoonde in die tijd een grote kamer met openslaande deuren naar een dakterras in de Brugstraat. Hij had toen al heel veel boeken. Dat gold voor ons allemaal. We kochten op rekening bij boekhandel Scholtens, die pas op betaling aandrong als de schulden zeer hoog waren opgelopen. Voor kleding en eten bleef er weinig geld over. Bart had ook een grote LP-collectie, vooral opera's. Op zijn kamer stond een lessenaar met partituren erop, want hij placht virtueel te dirigeren.' Na het afronden van zijn studie verhuisde Tromp naar Eindhoven waar hij jarenlang was verbonden aan de Technische Universiteit Eindhoven. Daar begon ook zijn politieke carrière toen hij actief werd in het PvdA-afdelingsbestuur. Tromp was tot 2003 werkzaam als docent politieke wetenschappen aan de universiteit van Leiden, bijzonder hoogleraar in de theorie en geschiedenis van de internationale betrekkingen aan de UvA en werkzaam voor het instituut voor internationale betrekkingen Clingendael. Naast zijn werk als wetenschapper schreef hij columns voor Het Parool, Elsevier (over buitenlands beleid) en tot voor kort De Gelderlander. In zijn columns hekelde hij ondermeer de besluitvorming rond de Irakoorlog en het handelen van Rita Verdonk in de kwestie Ayaan Hirsi Magan ('Met haar gedraai en geknoei heeft de minister haar

imago als consequent bestuurder vergruizeld.'). Hij was tevens een productieve publicist van (kritische) wetenschappelijke en politicologische boeken en essaybundels, zoals De samenleving als oplichterij en Hoe de wereld in elkaar zit (2004). Tromp verloochende, ondanks zijn politieke en politicologische activiteiten, zijn sociologische wortels nooit. Hij bleef in vele opzichten openlijk geïnspireerd door de socioloog Max Weber en was een groot kenner van de marxistische traditie. De Vos: ‘We lazen en deden ingewikkeld over duistere teksten uit de ‘kritische’ en marxistische hoek. We reisden naar Frankfurt om een conferentie bij te wonen, maar pas daar ontdekten we dat die georganiseerd was door de Duitse communistische partij. We reisden vol afgrijzen terug.’ Tromp promoveerde in 2002 op het beginselprogramma van de sociaaldemocratie van de SDAP. In 2006 verscheen zijn boek Er waart een spook door Europa, een bloemlezing uit het werk van Marx. Tromp werd binnen de PvdA jarenlang als 'kritisch, onafhankelijk denker' tot de rechtervleugel gerekend, maar werd sinds de jaren negentig binnen de partij als links beschouwd. Zelf stelde Tromp dat zijn overtuiging niet was gewijzigd; de partij was naar rechts opgeschoven, een proces dat hij met lede ogen aanzag. Van de vernieuwing van de partij zoals die door Felix Rottenberg werd ingezet moest Tromp niets hebben; die reduceerde de partijleden volgens hem tot 'applausmachine'. In 2001 deed hij een poging om zelf partijvoorzitter te worden, maar hij trok zich later terug om de kandidatuur van Ruud Koole, die uiteindelijk door het PvdA-congres tot voorzitter werd gekozen, te steunen . In de Volkskrant van 23 juni jl. rapporteerde columnist H.J. Schoo over een correspondentie tussen hem en Bart Tromp. Tromp zou hierin aangegeven hebben geen 'partijideoloog' van de PvdA genoemd te willen worden, 'ook niet tussen aanhalingstekens.' In een vraaggesprek zei Tromp eens dat hij 'niet zoveel met die partij had'. Maar ondertussen maakte hij zich wel druk over de partij waarvan hij in 1966, als Groningse student, na de ‘Nacht van Schmelzer’ lid werd. Henk de Vos: 'Natuurlijk waren we ook lid van de Partij van de Arbeid. Ik was dat al van huis uit en Bart werd lid tijdens zijn studie. Er was toen veel gedoe in de Groningse partijafdeling en de oudere garde werd aan de kant gezet door de aanstormende jongeren, onder leiding van Max van den Berg, ook een sociologiestudent. Als ik me goed herinner, hadden wij daarover onze bedenkingen. Met het idee dat je zo niet kon omgaan met oude sociaaldemocraten.'

Tromp uitte regelmatig zijn ongenoegen over de koers van de partij en ontpopte zich hierdoor tot 'de luis in de pels' van de PvdA. Dit blijk uit de reactie van PvdA-leider Wouter Bos, zelf auteur van het in 2004 in Het Parool verschenen artikel 'Bart Tromp is niet altijd verstandig', op zijn overlijden: 'Bart was eigenzinnig en scherp en daarbij een lastpak. Maar hij was wel ónze lastpak. Ondanks zijn niet aflatende kritiek, ook op mij, zijn we altijd in gesprek gebleven. En zo hoort het ook.' Partijvoorzitter Ruud Koole noemt Tromps commentaren op de gang van zaken in en buiten de partij 'gezaghebbend'. Volgens Amsterdamse PvdA-raadslid Willem Minderhout wist Tromp 'vlijmscherp de waan van de dag te fileren en in perspectief te plaatsen.' Het steeds terugkerende thema was zijn bezorgdheid over de teloorgang van de interne partijdemocratie bij de PvdA. Toen het tweede kabinet-Den Uyl niet doorging in 1977 richtte hij bij het wetenschappelijk bureau van de PvdA de 'werkgroep partijpolitieke processen' op, een denktank voor mensen van binnen en buiten de partij. Geen 'partij-ideoloog' dus, maar volgens H.J. Schoo wel een 'politieke mens': 'een toegewijde aan de publieke zaak die zijn overtuigingen ('gezindheid') paart aan verantwoordelijkheid. Als geleerde of wetenschapper (een door hem verafschuwd woord) en 'politiek journalist' was de politiek weliswaar zijn beroep, maar van beroep was hij geen politicus'. Tromp trachtte zijn politieke betrokkenheid te combineren met zijn objectieve distantie als wetenschapper, en beriep zich hierbij op een interpretatie van Webers waardevrijheid: 'Webers verdediging van de waardevrijheid houdt dus niet in dat geleerden zich van politiek moeten onthouden en zelfs niet dat het hen verboden zou zijn hun politieke en ethische opvattingen in hun onderwijs te laten doorklinken, mits ze dat maar als zodanig duidelijk maken.' Daarnaast confronteerde hij volgens Schoo zijn eigen en vooral ook andermans 'politieke en ethische opvattingen' steeds rigoureus met de werkelijkheid, geheel in Webers geest. Tromp: 'Meer dan wie ook voor of na hem was hij ervan overtuigd dat politieke en ethische waarden niet immuun zijn voor intellectuele beheersing, en dat ze zich dienen te wijzigen op basis van reflectie en de empirische kennis die de sociale wetenschappen kunnen leveren.' Volgens Jacques van Nieuwstadt, als voormalig student sociologie een bekende van Tromp, was Tromp 'de laatste jaren het kritische geweten van links Nederland, en ook van een groot deel van rechts Nederland.'

SOAP | JUNI 2007

17


Om sociologiestudenten een beter beeld te geven van wat er zich allemaal afspeelt binnen onze studievereniging biedt de SoAP Sociëtas hier de ruimte om haar activiteiten toe te lichten. Mart Duitemeijer Het laatste blok is voorbij, de zomervakantie in zicht. Een goed moment om terug te blikken op het laatste deel van het studiejaar. Het blok begon met de reis naar Krakau, die een groot succes was. Er werd natuurlijk vollop cultuur gesnoven. Zo bezochten de sociologen de zoutmijnen, Auswitz en werd er een lezing gevolgd aan de de sociologische faculteit in Krakau. Als afsluitende activiteit daalden de sociologen af naar een bierbrouwerij, gevolgd door een ‘indrukwekkende’ rondleiding. Daarnaast werd er natuurlijk flink gefeest in het bruisende uitgaansleven van Krakau. Een hoogtepunt was de homo-bar (Paradox) waarin de sociologen de laatste avond belandden, met name omdat er tijdens het debat van die middag werd gesproken over de (non)acceptatie van homoseksualiteit in Polen.

Arie Glebbeek ontvangt de Jacques van Nieuwstadt prijs voor de beste en meest inspirerende docent van de vakgroep Sociologie

De mensen die niet meewaren hebben op 18 april een stukje sfeer van de reis kunnen proeven tijdens de After-Krakau borrel. Op donderdag 25 april was het tijd voor Rocken met Geitenwollensokken! Deze avond was wederom een groot succes. De bands waren Friday Afternoon, Long Way Down, Brandhout, Groovy Juicers en Latchkey en in elke band zat minstens één socioloog. De band Brandhout blaast het dak eraf tijdens de bandavond

Koen komt tot inzicht na een bezoek aan een katholieke kerk in Krakau

18

SOAP | JUNI 2007

De toeschouwers zijn dan ook razend enthausiast


Twee weken na de bandavond werd er een nieuwe activiteit geïntroduceerd; Paintballen! Deze activiteit pakte goed uit. Twee teams van 13 mensen namen het tegen elkaar op in de paintball arena aan de Friesestraatweg. Deze spannende avond werd afgesloten met een gezellige borrel. Woensdag 23 mei: Een zomerse barbeque voor alle commissieleden in de tuin van Nienke. De laatste borrel van het jaar vond plaats op 12 juni. Samen met wat gasten van andere verenigingen wisten de sociologen er een leuke avond van te maken. Het beachvolleybaltoernooi moest helaas worden afgelast in verband met het slechte weer van die week, laten we hopen dat dit volgend jaar wel van de grond komt.

Eric verzorgt tijdens de barbecue het eten.

Het jaar werd afgesloten met de uitrijking van de sciptieprijs (aan Lydia Pomp) en de Jacques van Nieuwstadt prijs voor de beste docent (Arie Glebbeek). Daarna organiseerde Sociëtas een barbeque in de tuin van de faculteit. Deze werd, ondanks het slechte weer, druk bezocht.

En.. Smullen maar!

Paintballers komen even bij van het vermoeiende gevecht.

‘Tynuz’ heeft de nacht van z’n leven tijdens de juni borrel. Om vervolgens door te gaan naar de borrel.

SOAP | JUNI 2007

19


KUNST & CULTUUR MASSACULTUUR

De cultuur van de massa Vooral niet het hoofd boven het maaiveld laten uitsteken Wilt u ook zo graag de uitzondering op de regel zijn? En tegelijkertijd niet uitzonderlijk bijzonder? Zo ja, dan behoort u naar alle waarschijnlijkheid tot één van de aanhangers van de massacultuur. Tegenwoordig wordt je als individu bijna opgeslokt door de alomtegenwoordigheid van de culuur van de massa. En, let wel, om u te realiseren in hoeverre de massacultuur reeds is doorgedrongen, hoeft u nog niet eens de deur uit te gaan. Werp een blik in uw kledingkast, zet de tv aan en bewonder uw collectie aan dvd's en u zult inzien dat er geen ontkomen meer aan is. De massacultuur is niet meer weg te denken uit ons leven!

Nathalie Feitsma De massacultuur De massacultuur heeft zijn intrede gedaan in de periode van de industrieële revolutie. De tijd waarin het mogelijk werd gemaakt om in grote getale, en masse, dezelfde eenheidsworst aan producten te realiseren. Identieke producten konden als gevolg van de toepassing van stoom- en waterkracht in immense fabriekshallen in een razend snel tempo worden voortgebracht. Series van allemaal gelijkende producten zochten een afzetmarkt en moesten daarom brede lagen van de bevolking aanspreken. Hiermee ontstond een nieuwe cultuur, de cultuur van de massa. En deze massacultuur ging al vrij snel de, tot dan toe, overheersende elitecultuur overschaduwen. In Europa kwam de massacultuur zo rond de 19e eeuw op gang. De opgang van deze cultuur wordt veelal uiteengezet als zijnde drie opeenvolgende fasen. In de eerste fase leidt de productie van verschillende goederen tot een verbetering van het privé-bestaan van de mens. In deze fase komen de nieuw ontwikkelde industriele producten met name ten goede van de rijkere bovenlaag van de bevolking. In de tweede fase dringt de massacultuur ook door bij de lagere bevolkingslagen. Dit uit zich ondermeer in een vergemakkelijking en verbetering van het huiselijk bestaan (krant, radio, kleding). De derde fase brengt tenslotte een grote mate van differentiatie aan in de verschillende producten. In plaats van homogene goederen brengt de maatschappij selectieve unieke massaproducten ('mass customization'). Er komen meer verschillende producten op de markt, en de maatschappij richt zich vooral op het activeren van de kiezende consument. In de laatste decennia is de massacultuur zich steeds meer gaan richten op het differentieëren van de producten die zij heeft voort-

20

SOAP | JUNI 2007

gebracht. Intertekstualiteit of grensvervaging is hierbij een belangrijk kernwoord. Het gaat er hierbij om dat er niet één stijl is die de overhand heeft, maar een mengeling van verschillend culturen, stromingen en stijlen. Door deze intertekstualiteit is het mogelijk geworden om een uitzondering op de regel te zijn zonder dat men uitzonderlijk bijzonder is. Intertekstualiteit laat zich misschien nog wel het beste beschrijven aan de hand van enkele voorbeelden. Te denken valt aan de mode, waarin verschillende kleuren en stijlen door elkaar gebruikt worden. Stromingen Het postmodernisme is een kunstzinnige stroming die nadat de massacultuur zijn intrede had gedaan, is ontstaan. Het postmodernisme laat zich met name kenmerken door de individualisering. De individualisering heeft het mogelijk gemaakt verschillende culturen door elkaar te gebruiken. Voorwerpen die in een bepaalde cultuur een zekere functie hadden, konden als kunstvoorwerp een geheel andere betekenis of invulling krijgen. Het postmodernisme wordt veelal gezien als een mengeling van hoge (de cultuur van de elite) en lage cultuur (de cultuur van de massa). Hierbij wordt de grens tussen kunst en het dagelijkse leven vervaagt. De massamedia is van belangijke invloed geweest op de ontwikeling van het postmodernisme. De opkomst van tv, radio en krant maakten het mogelijk om de grote massa kennis te laten maken met verschillende culturen, landen en stijlen. Voorbeeld Hierna zullen enkele films uit de doeken gedaan worden die een goed voorbeeld zijn van de massacultuur. Het zijn de films Pulp Fiction (1994) en Kill Bill I & II (2003 / 2004), beiden van de regisseur Quentin Tarantino.

De films Kill Bill I & II zijn een compilatie van verschillende stijlcitaten van films uit het (verre) verleden. De mengeling van vechtkunsten is hiervan een goed voorbeeld. In Pulp Fiction kijkt Tarantino met een ironiserende blik naar geweld, en maakt het op een onovertreffelijke manier grappig. Pulp Fiction is een film waarin grensoverschrijdingen en grensvervagingen duidelijk naar voren komen. Met een dergelijke knipoog naar zo vele andere films lijkt het haast alsof Tarantino de grenzen van smakeloosheid (stijlloosheid) tracht op te zoeken. En laat dat nu net één van de kenmerken van het postmodernisme zijn; intertekstualiteit ten voeten uit! Waar brengt de masscultuur ons heen? Eén van de vragen die mij hier nog resten, en waar enkel de toekomst een antwoord op weet, luidt; waar gaan we heen met de massacultuur? De Nederlandse maatschappij lijkt haast het prototype voorbeeld te zijn van een cultuur waar vooral niet je hoofd boven het maaiveld dient uit te steken. Een individuele uitblinker zijn, is hier haast 'not done'. En wellicht dat daarin ook het geheim schuilgaat van de populariteit van de massacultuur. Een belangrijke vraag die we onszelf kunnen stellen, is of de massacultuur niet te veel de elitecultuur is gaan overschaduwen. Moeten we ons reeds zorgen gaan maken over het gebrek aan kennis over, en de ongeïnteresseerdheid van de gemiddelde burger in de kunstenaars van toen? Of zal dit allemaal wel meevallen, en zal ook de massa zich zo af en toe afzonderen om een bijzondere ervaring op te doen in de musea waar nog kunst met een grote K wordt voorgestaan? Met andere woorden, om zo heel af en toe toch de uitzondering op de regel te zijn.


KUNST & CULTUUR MEDIA

Southpark: Meer dan een grofgebekte tekenfilm Een gevecht tussen Jezus en Satan. Een docent die zich eerst laat ombouwen tot vrouw en vervolgens lesbisch wordt. Een beeld van de heilige maagd Maria die uit haar anus bloedt. Krab-mensen die een poging doen om de aarde te veroveren en Paris Hilton die een kind wil kopen om als huisdier te gebruiken. Cartman, Kyle, Kenny en Stan maken het allemaal mee in een klein, fictief bergdorpje: Southpark!

Mart Duitemeijer De bedenkers van Southpark, Trey Parker en Matt Stone, ontmoetten elkaar in 1992 tijdens een filmles aan de universiteit van Colorado. Ze maakten hier samen een kort animatiefilmpje genaamd ‘Jezus vs. Frosty’. Met dit filmpje was de basis gelegd voor Southpark, want in 1995 werden ze door FOX gevraagd om nog een kort filmpje te maken; Jezus vs. Santa. Dit filmpje werd razend populair, en al snel gingen de bedenkers in overleg met comedy central om een serie te starten. En zo ging op 13 Augustus 1997 de eerste aflevering van Southpark de lucht in. Inmiddels zijn er zo'n 160 afleveringen van Southpark gemaakt, en is er een film uitgebracht die razend populair was. Toch is Southpark door de jaren heen flink veranderd. In het begin was het vooral gericht op shockeren, grove taal en overdreven humor. Zo stoppen aliens in de eerste aflevering een gigantische satteliet in het achterwerk van Cartman. Maar naarmate de jaren vorderden gingen de makers zich steeds meer richten op actuele problemen in de wereld. Je zou kunnen stellen dat dit begon toen de film "Southpark: Bigger, longer and uncut" in 1999 uitkwam. Hierin wordt bijvoorbeeld flink de draak gestoken met de censuur in de

De eerste aflevering: Cartman gets an anal probe

Verenigde Staten en door Saddam Hoessein. Hierdoor begon Southpark steeds meer de vorm van satire aan te nemen. Er wordt niet alleen steeds meer kritiek geleverd op problemen in de wereld, maar in de laatste drie seizoenen worden er ook steeds meer personen bespot, en dan met name celebrities. Michael Jackson, George Clooney, Paris Hilton en vele anderen moesten het reeds ontgelden. Je zou denken dat deze personen veel kritiek leveren op Southpark, dit valt echter heel erg mee. Matt Stone stelt zelf in een interview met ING in 2005 dat dit komt omdat ze inmiddels hun eigen territorium hebben: "They know. If you get mad at South Park, people go, 'Oh, whatever, South Park.' We've marked our space and it's not something that's... you stay away from it if you're sensitive to it. If you're into it, then you're into it." Sommige celebrities zijn juist fan van Southpark, zo spraken Elthon John en Radiohead zelf hun stem in voor een aflevering waarin ze bespot werden.

Hij zit natuurlijk vol met racistische grappen, maar dit is altijd twee kanten op De satire richt zich op een groot aantal onderwerpen, van ‘global warming’ tot de Scientology kerk. Toch zijn er een aantal thema's die geregeld terugkomen in de serie. Dit zijn politiek, racisme, homoseksualiteit, het millieu, censuur en religie. Doordat dit onderwerpen zijn die niet veel bekritiseerd worden in de Amerikaanse samenleving, wordt Southpark gezien als een hele controversiele serie. Er is bijvoorbeeld een aflevering waarin het woord ‘nigger’ (wat absoluut ongehoord is in de Verenigde Staten) wel 42 keer gebruikt wordt. Maar wat is nou de kracht van Southpark? Hiervoor zijn een aantal aspecten uit de serie van belang. Ten eerste de simpelheid van de serie, het is een tweedimensionale tekenfilm waarvan je zou kunnen zeggen dat hij heel slecht is getekend. Dit zie je het best in de eerste seizoenen, hierin zie je voornamelijk shots van de vier hoofdpersonen die naast elkaar staan, wat grove taal uitslaan, en vervolgens het scherm uitlopen. Hierdoor komen we meteen bij het tweede sterke punt van Southpark: de vier hoofdpersonen. Dit zijn 4 jongetjes die op de basisschool zitten, en daarbij ook vier stereotiepes. Cartman, de meest extreme hoofdpersoon is een verwend nest die altijd zijn zin

Kenny wordt per ongeluk neergeschoten door een agent doordrijft. Zo is hij in een aflevering in staat om alle roodharige kinderen te mobiliseren en zet hij een soort nazi-regime op. Stan is eigenlijk de enige normale jongen van het stel. Hij sluit de afleveringen vaak af met ‘de moraal van het verhaal’. Kyle is een cynische Joodse jongen. Hij is wel enigszins bevriend met Cartman, maar deze twee hebben vrijwel altijd ruzie. De laatste hoofdpersoon is Kenny, een jongen uit de arbeidersklasse. Doordat hij altijd een capuchon over zijn hoofd heeft is hij altijd moeilijk te verstaan. In de vroege seizoenen overleed Kenny altijd op tragische wijze waarna zijn vrienden de alombekende tekst "Oh my god! They killed Kenny" uitschreeuwden. Ook weten de bedenkers hun satire vaak in een mooie vorm te presenteren. Vaak is het namelijk zo dat in een aflevering niet alleen een persoon of probleem wordt bespot, maar ook een film of een serie. Zo is er een parodie op ‘The day after tomorrow’ (de aflevering heet: ‘The day before the day after tomorrow’) waarin heel veel kritiek wordt geleverd op de ‘global warming’ waar we mee te maken hebben. Het laatste punt wat de serie zo goed maakt is misschien wel het sterkste punt. De bedenkers belichten alles wat ze bespotten of bekritiseren altijd van twee kanten. Ze maken bijvoorbeeld nooit alleen hippies belachelijk, maar dan ook de mensen die tegen hippies zijn. Dit is waarschijnlijk ook een goede reden voor het voortbestaan van de serie, je kan namelijk niet zeggen dat de serie racistisch is. Hij zit natuurlijk vol met racistische grappen, maar dit is altijd twee kanten op. Southpark is inmiddels een begrip geworden, en populair bij jong en oud. We hoeven voorlopig ook niet bang te zijn dat de bedenkers zullen stoppen met het maken van de serie. Er zijn nog genoeg problemen, films en personen in de wereld die wat kritiek kunnen gebruiken.

SOAP | JUNI 2007

21


KUNST & CULTUUR KUNST

IN DE VAKGROEP:

MART DUITEMEIJER

Capoeira: een vechtdans zonder winnaars of verliezers Capoeira is een spel, vaak omschreven als een Braziliaanse vecht-dans. Zij heeft haar wortels in soortgelijke spellen of riten meegenomen door de Afrikaanse bevolking in de tijd van de slavernij in Brazilie. Twee mensen spelen het capoeira spel in een door mensen gevormde cirkel, waarvan het hart een rij muzikanten is. Het spel is een uitwisseling van aanvals en verdedigingstechnieken op muziek, waarbij de ´verdedigende´ partij laag gebukte,ontwijkende bewegingen maakt. Kenmerkende bewegingen van het spel zijn de ginga. Capoeira ziet eruit als een combinatie van vele acrobatische bewegingen, zoals vanuit de handstand met twee benen gemaakte, hoog schoppende bewegingen. Om meer over capoeira te weten te komen ben ik terecht gekomen bij Mart Duitemeijer, eerstejaars socioloog.

Anne Liemburg Mart, hoe lang doe je al capoeira? “Sinds een jaar doe ik intensief aan capoeira. Ik train nu drie a vier keer per week. Je wordt er echt door gegrepen en je valt erin. Er komt heel veel acrobatiek bij kijken. Het mooie vind ik ook dat iedereen zijn eigen stijl creeert. Elke stijl heeft verder zijn eigen ritme. De muziek bepaalt hoe er gespeeld wordt. Muziek is belangrijk bij capoeira, dit vind ik ook eren mooi aspect.” En waarom ben je het gaan doen? “Er was op mijn middelbare school een workshop over capoeira. Deze workshop werd gegeven door CKV en sprak mij wel aan. Zodoende kwam ik in contact met een capoeira vereniging in Groningen.” Wat is de historie van capoeira? “Capoeira is ontstaan tijdens de slaventijd in Brazilië. Het is nog steeds niet helemaal duidelijk met wat voor reden de sport werd gespeeld. Het wordt gezegd dat de slaven zichzelf zo trainden om te kunnen ontsnappen. Hierna werd het vooral gebruikt in de achterbuurten van de grote steden in Brazilië. Het was in die tijd puur een vechtsport, en het werd ook verboden. Maar in het begin van de 20ste eeuw heeft de president van Brazilië het gelegaliseerd, hierdoor zijn de eerste capoeira scholen ontstaan.” Wat is de oorsprong van het woord ‘capoeira’? “‘Capoeira’ betekent letterlijk: ‘het bos in’. Dit omdat de slaven die ontsnapt zijn van hun eigenaar het bos in gingen, en daar vervolgens een nieuw bestaan opbouwden.”

22

SOAP | JUNI 2007

En heb je ook winnaars en verliezers? “Je hebt twee mensen in de roda. Je hebt geen officiële winnaar en capoeira is niet competitief. Na de ´wedstrijd´ kun je alleen meestal wel voelen wie er heeft ´gewonnen´. Weet jij dat je iemand raakt als je een trap doet en je houdt je daardoor in, geeft dat wel aan dat je je opponent door hebt. Het gaat erom wie het spel het beste beheerst, wie van de twee is sneller of creatiever.”

Heeft capoeira zich ook gemoderniseerd? “Nou, de sport is eigenlijk nog steeds heel erg in ontwikkeling, omdat het nog maar zo kort legaal beoefend kan worden.”

“Capoeira is meer dan een sport, het is een cultuur” De term ‘ginga’ hoor ik veel bij capoeira. Kun je wat vertellen over de ginga? “‘Ginga’ staat voor bewegen. Ginga doe je de hele tijd. Alle bewegingen komen voort uit de ginga. Je staat eigenlijk nooit stil, doordat je de ginga doet. Het is een waggelende basisstap van waaruit alle mogelijke bewegingen voortvloeien.” Is capoeira een vechtsport of een danssport? “Het was eerst in de achterbuurten een vechtsport en daarna werd het steeds meer een spel. Je hebt zes (hoofd)stijlen, waarin onderuithalen en een schaar ook zitten. 1 stijl is full contact. Deze stijl heeft dus meer vechtkanten. Veder let je bij alle stijlen altijd op je verdediging. Wat verder belangrijk is: je spéélt capoeira, het is niet vechten of tegen elkaar gericht.” Je zegt muziek, op wat voor soort muziek wordt capoeira beoefent? “Je hebt eigenlijk drie instrumenten. De berimbau, de panderu en de attabaque(cinga). Je staat in een cirkel en 1 iemand zingt. Het refrein wordt door iedereen meegezongen. De muziek is belangrijk, is de muziek minder dan is het spel in de roda ook minder.” ‘De roda’, wat is dat? “De roda is de cirkel waarbinnen het spel zich afspeeld.”

Bij voetbal win of verlies je en daardoor promoveer of degradeer je als team en zodoende speel je elk seizoen op een bepaald niveau. Hoe is dit onderscheid tussen capoeira deelnemers bepaald bij capoeira, omdat er geen winnaars en verliezers zijn? “Je krijgt een koord, een rang. Dit bepaalt hoe goed je bent. Daarbij draait het om het totaalplaatje. Dus niet alleen hoe goed je bent in de ring. Dit omvat dus ook het muziek bespelen en het zingen.” Maar wie of wat bepaalt dat iemand een rang verdient? “Je krijgt je rang tijdens een "batizado"; een jaarlijkse bijeenkomst van iedereen die bij je groep is aangesloten. Hier speel je tegen verschillende meesters van je groep (die komen vaak uit brazilie). Nadat je tegen deze meesters hebt gespeeld krijg je je rang. Je leraar is uiteindelijk degene die bepaalt welke rang je krijgt.” Weten jullie van te voren al wat de ander gaat doen? “Nee, belangrijk bij capoeira is reageren op de ander. Inzicht is dus belangrijk. Het vergt een grote concentratie om je tegenstander te ´lezen´.” Zijn er patronen bij de capoeira stijl? “Zoals ik zei, was capoeira eerst illegaal en toen het begin 20ste eeuw gelegaliseerd werd ontstonden de eerste scholen. De eerste school was de Mestre Bimba. Hier werden de bewegingen gewormd. Je hebt acht ´sequences´. Dit zijn series van capoeira-bewegingen die je achter elkaar uitvoert. Toch worden deze vrij weinig gebruikt, je traint vooral losse bewegingen die je vervolgens zelf moet toepassen in de roda.” Hoe lang zul je denk je capoeira nog beoefen? “Hopelijk zolang als ik leef.” Mart, bedankt voor het interview, heb je verder nog iets te melden? “Dat capoeira meer dan een sport is, het is een cultuur.”


KUNST & CULTUUR TIP

VAN DE

PROF: JACOB DIJKSTRA

Een boek voor de doden In Les Bienveillantes doet Jonathan Littell (1967) iets ongelooflijks. Iets wat zeer omstreden is, bovendien. Velen vinden zijn enscenering smakeloos, sommigen vinden het een blijk van waarlijk kunstenaarschap. Maar hoe dan ook, iedere lezer wordt geschokt. 'Wie dit schrijft is gek', om de kindergrap eens om te draaien.

Jacob Dijkstra In Les Bienveillantes vertelt Max Aue zijn levensverhaal. Een verhaal dat wat hem betreft gaat over zijn tweelingzus, waarmee hij op jonge leeftijd een seksuele relatie heeft. Kinderspel, maar niet voor hem; hij raakt de incestueuze liefde niet meer kwijt. Hij wil zijn zus zijn, speelt haar rol en wil versmelten met haar. Een verhaal over zijn moeder en vooral zijn verdwenen vader, die hij idealiseert. Zijn moeder verwijt hij deze vader te hebben verdreven en daarmee voor hem te hebben vermoord. En daar tekent zich de tragedie van Orestes af: de wrekende zoon die

'Wie dit schrijft is gek', om de kindergrap eens om te draaien. met het verspillen van het bloed van de moeder de wraakgodinnen over zich afroept. Het stuitende aan Les Bienveillantes is niet dat een klassieke tragedie opnieuw en modern wordt verteld. Welnee. Het ongelooflijke, volgens velen wellicht onmogelijke, maar hoe dan ook schokkende, is de keuze van het decor: de Holocaust. Max Aue is een samen met zijn moeder en tweelingzusje Una naar Frankrijk verhuisde Duitse jongen. Wanneer Hitlers NSDAP de macht grijpt reist Max, die dan reeds zijn rechtenstudie heeft afgerond, naar Duitsland om het nieuwe elan dat zijn vaderland bezielt aan den lijve te ondervinden. Ook in hem wordt het vuur ontstoken en hij ontbrandt in een alles verterende liefde voor de nieuwe toekomst en de Nieuwe Mens. Begiftigd met een aanzienlijk juridisch talent maakt hij snel carrière in zijn nieuwe oude vaderland, bij SD en SS. En, hij raakt onherroepelijk betrokken bij de Endlösung: de massale deportatie van en moord op het Joodse volk. Aue dient aan het Oostfront, ontmoet Eichmann en werkt ten slotte voor de Persönlicher Stab van Heinrich Himmler. Hem stoort geregeld het defaitisme en amateurisme van hem omringende SS-ers, alsmede hun schaamteloze jacht op persoonlijke rijkdommen en gewin. Hij stoort zich ook aan de 'onnodige wreedheden' waaraan vele van zijn medesoldaten zich overgeven;

hij minacht een dergelijk gebrek aan professionaliteit en distantie. Het boek wringt, negenhonderd dichtbeschreven bladzijden lang. Hier wordt een navrant familieverhaal vertelt, maar tegen een decor dat zich niet als zodanig laat gebruiken. Een decor dat geen decor wil zijn. Een decor dat geen decor mag zijn? De lezer zoekt als vanzelfsprekend parallellen tussen het familieverhaal en de vervolging der Joden. Maar wat een bezigheid de grootste misdaad aller tijden te duiden aan de hand van het relaas van een, duidelijk niet bij zinnen zijnde, romanfiguur. Een figuur bovendien die tot het kamp van de beulen behoort. En Herr Obersturmmbahnführer Aue is een beul zonder wroeging. 'Je ne regrette rien: j'ai fait mon travail, voilà tout; quant a mes histoires de famille, que je raconterai peut-être aussi, elles ne concernent que moi.' (Ik heb nergens spijt van: ik heb slechts mijn werk gedaan, dat is alles; wat betreft het verhaal van mijn familie, dat ik wellicht ook zal vertellen, dat gaat slechts mij aan.) Met dit laatste ontkent Aue enig verband tussen zijn

Hier wordt een navrant familieverhaal vertelt, maar tegen een decor dat zich niet als zodanig laat gebruiken. Een decor dat geen decor wil zijn. Een decor dat geen decor mag zijn? levensverhaal en zijn moorddadig levenswerk. Een zinloze ontkenning, maar wie durft de conclusies te trekken? Er rijzen vragen over schuld: is de misdadiger schuldig omdat hij de intentie had misdadig te zijn, of treft hem slechts blaam voor zover het de consequenties van zijn gedrag betreft? Maakt het wat uit of men het geweten heeft of niet? Maakt het wat uit of men gelooft in zijn eigen rol en, zoals Orestes zijn moeder doodt, een heel volk wil vernietigen om de echte, oorspronkelijke, raszuivere vader te wreken? Of

begeeft de lezer zich nu op al te glad ijs en zijn dit eerder speculaties dan conclusies? Zijn dit waanzinnige vragen? Is het toch 'wie dit leest is gek?' Les Bienveillantes is een valse eerste roman van Jonathan Littell (in 1989 schreef hij reeds een sciencefictionwerk). In 2006 won het boek twee zeer prestigieuze Franse literatuur prijzen, de Grand Prix du roman de L'Académie Française en de Prix Goncourt. Saillant detail: Littell is een Amerikaan. Een naar het schijnt houterig Frans sprekende Amerikaan. Het wemelt in het boek dan ook van de anglicismen en boze tongen beweren zelfs dat het werk met behulp van de uitgever vertaalt is uit het Engels. Kan zo'n boek de twee meest prestigieuze literatuurprijzen winnen in een land dat zich zo beroemt op zijn schrijvers? Voorlopig is het boek slechts in het Frans verkrijgbaar, maar gezien de prijzen die het won en meer nog de controverse die het oproept kan het niet anders of het wordt spoedig vertaalt, of terugvertaalt, wie zal het zeggen? 'En fait, j'aurais tout aussi bien pu ne pas écrire.’

SOAP | JUNI 2007

23


KUNST & CULTUUR INGEZONDEN:

REIS NAAR

BRATISLAVA

Vreemde snuiter Tim Baas Sebastiaan stapte een treincoupé binnen en ging bij het raam zitten. Hij was net teruggekeerd van een korte wandeling door een trein die op weg was naar Bratislava. Slowakije had Sebastiaan altijd al geïntrigeerd. Het land had iets weg van een aparte zonderling die vredig berust in zijn lot, zijn rechten en plichten kent en stilletjes geniet van het dagelijkse leven. Sebastiaan had geconcludeerd dat er niet vaak op een verjaardag hartstochtelijk wordt gesproken over die heerlijke dan wel verschrikkelijke vakantie in Slowakije. De mysterieuze aantrekkingskracht van Slowakije, met in het bijzonder Bratislava, achtervolgde hem zoals alleen het verleden dat kan. Sinds een klein uur bevond hij zich voor het eerst in zijn leven in Slowakije. Tegenover hem zat Nadya, een vaste klant uit een tweedehands boekenwinkel in Boedapest waar hij zijn brood verdiende als fulltime assistent-verkoper. Meestal kocht ze boeken van filosofische aard. Een keer had ze een boek over tuinieren aangeschaft. Het bleek een verjaardagscadeau voor haar tante te zijn. Hij wist weinig van Nadya. Ja, ze studeerde literatuurwetenschappen en wilde ooit nog eens een boek over opmerkelijke anekdotes uitbrengen. En ze gaf er de voorkeur aan zich zoveel mogelijk aan het sociale leven te onttrekken, omdat anders verraad aan jezelf op de loer lag. Verder wist hij niets van haar. Dat maakte ook niet uit. Hij was al blij dat ze met hem een bezoek aan Slowakije wilde brengen. 'Het is een goed idee om aan Bratislava en Slowakije een gewillig oor te lenen. Als we niet weten wat de stad en het land zijn, wat hen daar bezighoudt, wordt het nooit wat. En dan kun je Slowakije maar beter opheffen en verdelen onder de omliggende landen,' was haar antwoord toen hij had voorgesteld om naar Bratislava te gaan. Naast Nadya zat een Sloveniër. Sebastiaan had hem op een jaar of 20 geschat. De hele treinreis had hij nog geen woord gezegd. Alleen vlak na vertrek had de Sloveniër verteld dat hij op doorreis was naar Nederland om een tiendaagse cursus Zaken doen in kerstpakketten te gaan volgen. 'Op aanraden van een oom van mij heb ik me verdiept in de Nederlandse kerstpakkettenbusiness. Het is een ongelooflijke materie. In januari tot en met maart struinen de kerstpakkettenhandelaren allerlei beurzen en congressen af. In de lente worden de pakketten samengesteld, waarna vanaf juli de eerste opdrachten binnenkomen. Dan is het van oktober tot en met eind december bikkelen geblazen. Na een korte onderbreking begint

24

SOAP | JUNI 2007

eind januari het kerstpakkettenseizoen weer met het bezoeken van beurzen en congressen. Je kunt er niet vroeg genoeg in het jaar mee beginnen,' had de Sloveniër overtuigd laten weten. 'Het is een vak, dat staat buiten kijf. De Nederlandse aanpak verdient hiervoor zeer zeker respect. Ik ben vastbesloten om een kerstpakkettenmarkt op te zetten in Slovenië. Kerstpakketten zijn bij ons nog relatief onbekend. Gelukkig heeft een buurman van mijn oom wat ervaring met kerstpakketten. Hij gaat me helpen. Het is een betrouwbare man.' Daarna had de Sloveniër had zich stil gehouden. Al twee uur lang.

Slowakije, met in het bijzonder Bratislava, achtervolgde hem zoals alleen het verleden dat kan Sinds een paar maanden woonde Sebastiaan in Boedapest. 'Zo kom je nog eens ergens en heb je nog wat aan je dag' had hij het thuisfront in Luxemburg laten weten. De echte reden voor zijn vertrek wisten ze niet. Sebastiaan, 22 jaar, was op, leeg van binnen. Hij kon niet meer. Het gevoel van constant verantwoording te moeten afleggen over wie hij was, wat hij zei en deed, had hem de afgelopen jaren gesloopt. In het begin liet hij het nog allemaal op zich afkomen. Met een vriendelijke knik maskeerde hij voortdurend zijn onbegrip en irritatie. Hij paste ervoor om te zuchten in het openbaar. En toch, wat wilden de mensen van hem? Wat had hij toch misdaan? Zelf maakte hij toch geen opmerkingen naar hen? Hoe langer de mensen hem kenden, hoe veeleisender vragen en opmerkingen hij naar zijn hoofd kreeg geslingerd. Verblind sloot hij zich steeds meer af van de mensen. Alsof hij beland was in een schuilkelder op eigen grond die hem isoleerde van zijn benepen omgeving. Een vlucht naar het geborgen Boedapest, de stad die altijd goed voor hem was geweest, bood soelaas. In de treincoupé was het al een tijdje rustig. Vanuit het niets begon de Sloveniër opeens te praten. 'Waarom gaan jullie naar Bratislava?,' vroeg hij. 'We willen weten wat Slowakije en Bratislava zijn,' antwoordde Nadya. 'Het zal een zoektocht worden naar wat de mensen daar bezighoudt.' 'Aha. Ik ben er vorig jaar nog geweest, samen met mijn broer. Volgens mijn broer is een uur voldoende voor een bezoek aan Bratislava.' De Sloveniër pakte een pen en een puz-

zelboekje. 'Slowakije is niet bepaald een land dat je verlaat met de gedachte 'oh wat hebben een lol gehad' in het achterhoofd,' vervolgde hij. 'We hebben het vermoeden dat slechts een paar mensen in de wereld zich daadwerkelijk bezighouden met Slowakije,' zei Nadya. 'Dat is betreurenswaardig. Voor mijn part houden ze zich bezig met het maken van theepotten. Wie zijn wij om te beoordelen in hoeverre dat goed of fout is?' De Sloveniër reageerde snedig: 'Slowakije is een merkwaardig soort buitenbeentje dat in goed vertrouwen graag onverstoord zijn eigen gang gaat. Daar houden de meeste mensen niet van. Ze willen zo veel mogelijk van bovenaf sturen, controle uitoefenen, andere mensen in een richting sturen die alleen hen zint. Zodra ze merken dat ze overbodig zijn en maar geen greep kunnen krijgen op die zonderlinge figuren, kunnen ze behoorlijk vervelend en balorig worden, met alle gevolgen van dien. Uitsluiting bijvoorbeeld. Mensen die ook maar enigszins afwijken van het normale worden daardoor zonder een goede reden veroordeeld. Vreemde snijbonen passen veelal niet hun plaatje.'

Mensen die ook maar enigszins afwijken van het normale worden zonder een goede reden veroordeeld De Sloveniër was ondertussen begonnen met het invullen van een kruiswoordpuzzel. Hij vervolgde het gesprek: 'In het leven gaat het erom dat je weet dat je gedragen wordt. Het is daarom een goede zaak dat Slowakije in de VN-veiligheidsraad zit. Zo weten ze dat ze meedoen in de wereld, dat ze hun stem mogen laten horen. En uiteindelijk, dat ze gelijkwaardig worden behandeld. Die mogelijkheid alleen al verschaft het Slowaakse volk een absolute hoeveelheid aan vertrouwen.' De trein minderde vaart. Het was nog een klein kwartier tot aan Bratislava. 'Onthoud één ding. Mensen houden elkaar in leven door het bestaan van een hoeveelheid aan impliciete regels. Op den duur gaat dat echter zijn tol eisen,' besloot de Sloveniër. Hij stopte zijn puzzelboekje in een rugzak, stond op en zei: 'Met uw welnemen ga ik nu een espresso drinken.' Nog voordat Nadya en Sebastiaan gedag konden zeggen, verliet hij met zijn rugzak de treincoupé.


KUNST & CULTUUR BASKENLAND

Baskische trotsheid en de strijd voor volledige zelfstandigheid Anne Liemburg Als kind van ongeveer twaalf jaar hoorde ik vanuit mijn hotel een bommetje ontploffen op het strand van Lloret de Mar. Het was een knal, maar van een extreme aanslag was geen sprake; er vielen geen doden of gewonden. Toch stonden de kranten, vooral de Telegraaf, vol over 'de aanslag' van de ETA. In de krant stond dat de mensen over straat renden, terwijl het 'bommetje' mij niet echt kon inspireren om in paniek te gaan rennen. Het toerisme in Spanje nam die zomer af door de desbetreffende aanslag. Ik vroeg mij af waarom Spanjaarden aanslagen in hun eigen land pleegden. Het klopte niet in mijn beleving. Aan de hand van onderstaande tekst hoop ik te snappen waarom een volk zo ver gaat in de strijd voor zelfstandigheid. Op 6 juni 2007 heeft de Baskische afscheidingsbeweging ETA na een periode van 18 maanden de heersende wapenstilstand beëindigd. De Spaanse koning Juan Carlos heeft de partijen in zijn land opgeroepen eendrachtig te strijden tegen de terreur van ETA."Verdeeldheid en twist mogen niet de bondgenoten zijn van een grote natie als Spanje", zo sprak de vorst in een toespraak in het parlement op de dertigste verjaardag van de eerste vrije verkiezingen na het einde van de Franco-dictatuur (1939-1975) op 15 juni 2007. In Spanje zijn veel mensen trots op hun provincie. Baskenland is hier het meest in het oog springende voorbeeld van. De mensen in deze provincie lijken trotser op hun provincie dan op het land Spanje zelf. ETA is de veelzeggende afkorting van 'Euskadi ta Askatasuna' hetgeen vertaald 'Baskenland, vaderland en vrijheid' betekent. En deze groepering gaat ver voor de zelfstandigheid van Baskenland. Maar waar komt deze strijd voor volledige zelfstandigheid vandaan? En waarom hebben Spanje en Baskenland eigenlijk een probleem? Om deze vragen te kunnen beantwoorden zal ik een blik in het verleden van het Baskische volk werpen, en probeer ik erachter te komen waarom het Baskische volk zo trots en strijdbaar is. Baskenland is een gebied in het westelijke deel van de Pyreneeën, dat bestaat uit drie provincies in Frankrijk en vier in Spanje. De Baskische cultuur is oud, het bestond al lang voor de opkomst van de Romeinse cultuur in Europa. Men vermoedt dat de Basken nakomelingen zijn van oude mediterrane volkeren, die voor 1500 v. Chr. het Iberische schiereiland (Spanje en Portugal) bereikten. Vanuit de Aziatische hooglanden drongen

volkeren van het Alpiene volk het zuiden van Europa binnen. Zo komt het dat wij nu invloeden van dit volk in het mediterrane volk terugzien. Enkele geïsoleerde groepen, zoals de Basken in het westen van de Pyreneeën, konden hun eigen cultuur en taal behouden. Hun December 2006: Zwarte rookpluimen boven de luchthaven cultuur maakte een van Madrid na een ETA-aanslag andere ontwikkeling door dan die van de Basken van het Iberische Maar ook na de dood van generaal Franco is schiereiland. Hier kon de eerste Bask zich de ETA blijven vechten voor Baskisch zelfdus vrij ontwikkelden - een volk met een bestuur. Regelmatig worden er door de ETA eigen taal en een eigen cultuur - tot de trotse in Spanje en in Zuid-Frankrijk aanslagen Basken die het nu zijn. Ook hebben de gepleegd. Dit gebeurt meestal op belangrijke Basken hun oude land altijd met succes bewindspersonen, medewerkers van de weten te verdedigen. Romeinen en Vikingen Spaanse veiligheidsdiensten, politie en milislaagden er niet in de Basken te onderwer- tairen, maar soms ook met onschuldige burpen. Zo lang geleden moesten de Basken al gers als slachtoffers. In de afgelopen 40 jaar vechten ter verdediging van hun land. Hier heeft de strijd voor een onafhankelijk werd dus al een vechtersmentaliteit gekweekt Baskenland al meer dan 800 mensen het die een reden kan zijn waarom de Basken zo leven gekost. Een verschil met andere terrover gaan (lees ETA) voor hun Baskenland ristische organisaties zoals bijvoorbeeld Alvan nu. Qaida is dat de ETA hun aanslagen vaak aankondigen. De organisatie is nu een honderdDe huidige problemen van Baskenland met tal man sterk, met trainingskampen in Libië, vooral Spanje zijn ontstaan in de strijd tegen Nicaragua en Libanon. Ze zijn meestal actief dictator Franco in de jaren dertig van de 20e in Baskisch gebied, vooral in Noord-Spanje eeuw. In 1936 pleegde het fascistische leger en Zuid-Frankrijk. Ze hebben ook contact van generaal Franco een staatsgreep in met de Ierse terreurorganisatie IRA. Het geld Spanje. Een jaar later werd ook het voor de instandhouding en bekostiging van Baskische grondgebied bezet en vernietigde de organisatie haalt men uit bankovervallen het leger de oude Baskische hoofdstad en door middel van het eisen van losgeld. Guernica. De Baskische taal en ook de Baskische radio en kranten werden verboden. Na het staakt-het-vuren van 18 maanden en Door deze verboden heeft Generaal Franco de daaropvolgende opheffing van het staaktredenen gekweekt voor een sterke onderlinge het-vuren van ETA-zijde begin juni 2007 verbondenheid tussen de Basken die zich denk ik dat Spanje en Baskenland niet meer onderdrukt voelden door de 'harde' dictator snel zullen toegeven aan elkaar. Spanje is Franco. teleurgesteld en tegelijkertijd bang voor de Gevolg was dat in de jaren zestig studen- ETA. Sommige Spaanse politici krijgen zelfs ten de Baskische afscheidingsbeweging ETA bijval in Spanje als ze aankondigen om hard oprichtten. De sterke verbondenheid van de tegen de ETA op te treden. De ETA daarenteBasken met hun 'vaderland' is terug te zien in gen zal niet eerder stoppen met 'terreur' dan de ETA. Zo ontstond dus onder Franco's dic- wanneer het een eigen staat met eigen rechtatuur het Baskische verzet en het verlangen ten heeft. naar zelfstandigheid voor Baskenland met als Het probleem hierbij is dat ik denk dat doel een onafhankelijk thuisland te vestigen Baskenland niet zomaar een (gedeeltelijk) in Noord-Spanje en Zuid-Frankrijk. ETA autonoom zelfbestuur en een eigen grondgehamerde op de mythe dat de onderdrukking bied krijgt. Baskenland zal een provincie van dictator franco harder tegen Basken dan blijven met veel zelfstandigheid. Een deel tegen de rest van Spanje was, maar dit beeld van de Basken kan hier mee leven, maar een klopte niet helemaal. De dood van Franco in ander deel wil de ultieme zelfstandigheid 1975 betekende het einde van de militaire terug. En dat laatste deel Basken is dermate dictatuur in Spanje. Vanaf dat moment mocht trots dat het nog veel van zich zal laten horen, de Baskische taal weer onderwezen worden. al dan niet via de ETA.

SOAP | JUNI 2007

25


OPINIE TWISTPUNT: HONDERD

DAGEN LUISTEREN NAAR DE BURGER

Twistpunt: In honderd dagen de kloof tussen burgers en politiek overbruggen? de veel besproken kloof tussen de burgers (de alledaagse praktijk) en de overheid te verkleinen. De kloof is al decennia lang een hoofdbreker voor politici, maar is recentelijk door Pim Fortuyn, het Europa referendum, het vroegtijdig aftreden van bewindslieden en de val van een aantal kabinetten met stip op de politieke agenda komen te staan. In 'Binnenhof van binnenuit', een enquête onder Tweede Kamerleden over het functioneren van de Nederlandse democratie, wordt de kloof tussen burgers en politiek beschreven als een gebrek aan vertrouwen tussen kiezers en de gekozenen. Daarnaast zou er bij een kloof onenigheid zijn over de rol die volksvertegenwoordigers zouden moeten spelen en is er een conflict bij de arbeidsverdeling. Door het Minister van Ontwikkelingssamenwerking Bert Koenders ‘luistert naar de burger’ propageren van direct contact met Onverminderd blijft het doel van het kabinet de bevolking en door burgers te benaderen Terwijl in Frankrijk de pas net gekozen om de dialoog met de samenleving aan te voor de uitvoer van beleid probeert dit kabipresident Sarkozy gelijk spijkers met kop- gaan, lijfelijk en ook via internet. Naast de net het vertrouwen te herstellen. pen tracht te slaan met vijftien (in meer of tour van het kabinet kregen burgers de mogemindere mate) revolutionaire wetswijzi- lijkheid om via de website www.samenwerHet motto: Goed en uitgingen, nam het nieuwe Nederlandse kabi- kenaannederland.nl eigen suggesties en voerbaar beleid wordt net (Balkenende IV) 100 dagen de tijd om ideeën te posten over een zestal onderwerpen. 'het land in te gaan' om de wensen, proble- De bezoekers van de website is verzocht om niet langer alleen vanuit men en concrete ideeën van burgers te bij het brainstormen binnen de lijnen van het inventariseren, voor het met een uitge- regeerakkoord te blijven door suggesties te 'Den Haag' gemaakt werkt beleidsprogramma kwam. Het ver- doen hoe vastgestelde doelen moeten worden wijt aan het kabinet Balkenende III was bereikt. De dialoog met de samenleving waar De honderd dagen staan haaks op de aanpak dat het kabinet 'met de rug naar het volk het kabinet door deze interactieve wijze naar van vele buitenlandse politici, zo stelt Peter stond'. Het wilde niet luisteren. De aan- streeft moet, volgens Balkenende, leiden tot: de Waard (de Volkskrant, 22 mei 2007). 'Het houdende kritiek en de massale demon- "uitvoerbaar en krachtiger beleid dan op de is een internationale regel dat nieuwe leiders stratie op het museumplein lijkt politici Haagse tekentafel wordt ontworpen" (Het hun belangrijkste beslissingen moeten nemen geïnspireerd te hebben tot een nieuwe aan- Parool, 20 april 2007). Enthousiast over de in de eerste honderd dagen, omdat zij dan het pak. 'De nieuwe ploeg' van Balkenende dialoog is hoogleraar actief burgerschap en meeste krediet hebben.' Van Roosevelt tot probeert niet dezelfde fout te maken als voormalig Groen Links-kamerlid Evelien Clinton naar Merkel en kort geleden Sarkozy, haar onpopulaire voorganger. Politici Tonkers: 'Hij (de honderd dagen) is revolutio- allen hielden zich aan deze internationale komen uit hun ivoren toren, onder het nair! Het is de ware bestuurlijke vernieuwing, regel, maar zij weten wellicht niet wat poldemotto 'goed en uitvoerbaar beleid wordt die we van politicoloog Herman van ren is. Een inwerk periode voor een nieuwe niet langer alleen vanuit 'Den Haag' Gunsteren 'intelligente zelforganisatie' kun- regering is Nederland niet vreemd. De eerste gemaakt'. De oppositie zit zich - naar eigen nen noemen.'(de Volkskrant, 30 mei 2007) Zij dagen van regeren bestaan in Nederland zeggen - werkloos te verbijten in de Kamer is van mening dat het betrekken van burgers meestal uit afspraken maken en aftasten van en de reacties in de media zijn veelal niets- bij het beleid naast het dichten van de kloof belangrijke maatschappelijke spelers. Bij 'de ontziend: 'een maskerade om een harde tussen burgers en politiek, ook van hulp kan honderd dagen' word van deze lijn afgeweken achterkamertjesstrijd over geld te verhul- zijn bij etnische spanningen, het tegengaan door de aandacht te vestigen op individuen. len' (de Volkskrant), 'een publiciteitsstunt van sociale uitsluiting en als remedie kan die- Ondanks dat de maatschappelijke spelers om een overhaaste formatie te maskeren' nen tegen de grote mondigheid van burgers vaak onmisbaar zijn voor de uitvoer van (NRC Handelsblad), 'weinig zinvol' (De (Het Parool, 20 april 2007). beleid, zijn het de meningen en opvattingen Telegraaf) of zelfs 'niksig' (Elsevier). van de gewone man en vrouw in de straat die De voornaamste reden voor het kabinet om verweven worden tot een gedetailleerd Astrid van Dijk het land in te gaan is om een poging te doen beleidsprogramma.

26

SOAP | JUNI 2007


OPINIE

SoAP vraagt zich af of het nodig is om de kloof tussen burgers en politiek te verkleinen en of de honderd dagen een effectieve methode is om dit te realiseren. Michiel Emmelkamp, derdejaars sociologie en het afgelopen jaar voorzitter van de Jonge Socialisten (jongeren in de Partij van de Arbeid) afdeling Groningen: ‘Er wordt altijd gezegd dat de kloof tussen burgers en politiek moet worden verkleind. En nu doet dit kabinet, in tegenstelling tot het vorige oogkleppenkabinet, haar best om dat te doen, en nu krijgt het daar weer veel kritiek voor en wordt het afgedaan als een pr-show. Het is ook nooit goed. Kritiek op de honderd dagen vind ik daarom zuur en flauw. Ik vind overigens wel dat politici structureel meer wortels in de samenleving mogen hebben, de tijd van politici die alles van bovenaf beter weten is voorbij. Er moet toch in de samenleving gehoord worden waar mensen tegen aan lopen. Je ziet dat de SP daar bij de verkiezingen van 2006 winst mee heeft gepakt, en dat de PvdA dat na 2003 weer wat heeft laten verwateren. In die zin ben ik blij met deze actie van het kabinet. Maar natuurlijk is honderd dagen daarvoor niet voldoende. Contact met de burger en weten wat er in de samenleving speelt moet een permanent aandachtspunt zijn. En verder moet het kabinet zich nu wel bewijzen door wat met de ingewonnen informatie te gaan doen.’ Joosje de Lang is derdejaars sociologie en voorzitter van Rood (jongerenafdeling SP) afdeling Groningen: ‘Het is belangrijk dat de kloof tussen burgers en politiek word verkleind. Voor de volksvertegenwoordiging is het belangrijk om te weten wat er in de maatschappij speelt, hoe kun je anders mensen vertegenwoordigen? Al lijken deze honderd dagen meer een pr-stunt waarbij men doet alsof er geluisterd word. Er is ook nog niets concreets uitgekomen. Ik hoef geen minister in mijn buurt die zorgt voor een nieuwe speeltuin, ik wil een minister die inziet dat er in Nederland te weinig speelplaatsen zijn en daar structureel iets aan veranderd. Het is mooi dat er nu meer aandacht is voor het bestaan van de kloof, maar in plaats van te spreken met individuen zou-

Minister Hirsch Balin van Justitie op bezoek in Rotterdam tijdens zijn honderd dagen tour

Minister van der Hoeven van Economische Zaken luistert naar Robbert van Geldrop, algemeen directeur van BackupAgent. De ondernemer vertelt wat voor problemen jonge, startende ondernemers tegenkomen. 'Als je iets moet regelen met de Belastingdienst kun je daar maar het beste een halve dag voor uittrekken.' den er gesprekken met vertegenwoordigers van bepaalde groepen mensen moeten zijn, zij kunnen de situatie beter overzien. Het verkleinen van de kloof houdt in dat de politiek meer voldoet aan de wensen van burgers, de honderd dagen is een erkenning van het probleem dat hier niet aan word voldaan, het is echter geen oplossing. Het is jammer dat een kabinet honderd dagen hier mee bezig is terwijl ze zoveel andere mooie dingen hadden kunnen doen. Het is namelijk niet het kabinet maar de kamer die het land in moet. Hopelijk zijn deze honderd dagen een signaal voor de kamer om meer in de maatschappij te staan. Dit geldt trouwens niet alleen voor de kamer maar voor het hele ambtelijk apparaat.’

‘Neemt het kabinet niet de typische vertegenwoordigende rol van het parlement over?’ Bij Jan Vis, vele jaren docent van het vak Overheid aan de vakgroep Sociologie en deskundige op het gebied van politicologie, zorgen de honderd dagen voor enige verontwaardiging en roepen ze daarnaast vele vragen bij hem op: 'Het nieuwe kabinet-Balkenende IV (CDA, PvdA en CU) heeft na de formatie honderd dagen de tijd genomen om zijn oor te luisteren te leggen bij de burger. Kabinetsleden hebben in fraaie bussen in Nederland rondgetoerd. Zij hebben probleemwijken bezocht, met burgers en maatschappelijke organisaties gepraat en hun beleidsterrein verkent. Anders dan wat gekozen politici gewoonlijk doen: aan de burger vertellen wat die de komende vier jaar kunnen verwachten, horen zij 'de mensen in het land' uit om te vernemen wat die aan maatschappelijke problemen zien en welke oplossingen daarbij passen. De boodschap is dat het kabinet open staat voor de

opvattingen van het grote publiek. Ministers en staatssecretarissen zeggen met hun bustoer tot de burgers: wij blijven communiceren met u. Door het kabinet is het 'luisteren naar de burger' gebracht als een belangrijke bestuurlijke vernieuwing. Is dat ook het geval? Of is het nieuwe een goed opgezette publiciteitscampagne? Hoe verhoudt zich de honderddagentoer tot het regeerakkoord van februari 2007? Het CDA, de PvdA en de CU maakten verkiezingsprogramma's voor de verkiezingen van november 2006, voor die programma's is steun gevraagd van de kiezers, en in de formatie is onderhandeld om zoveel mogelijk punten uit hun programma's binnen te halen. De inkt van het regeerakkoord is nog niet droog of ze gaan - net zoals bij de verkiezingscampagne - opnieuw bij de burger langs om te weten te komen wat er nu eigenlijk moet gebeuren. Wordt het praten met de burger nog een keer overgedaan? Of is dat de eerste keer niet goed gedaan? En neemt het kabinet - aangesteld door de fracties van CDA, PvdA en CU - niet de typische vertegenwoordigende rol van het parlement over? Nieuw is dat het kabinet met honderddagentoer de direct gekozen Tweede Kamer voor die periode op een zijspoor heeft gezet. Het verslag van de eerste honderd dagen is niet gepresenteerd in de Tweede Kamer, maar in de talkshow Knevel & Van den Brink van de EO op Nederland 1. Ook het Beleidsprogramma 2007-2011 van 14 juni 2007 is evenmin aan de Tweede Kamer gepresenteerd, maar op een persconferentie vanuit het Catshuis - de ambtswoning van de minister-president - die rechtstreeks op de televisie werd uitgezonden. Bij die presentatie werd aangegeven dat dit beleidsprogramma een uitwerking is van het regeerakkoord.’

SOAP | JUNI 2007

27


OPINIE DEBAT

De PvdA verloor verkiezingsslag door maatschappelijke processen en vervreemde kiezer Auteur ‘dwars boek’ Verloren Slag ontmoet critici In het boek Verloren Slag analyseren Frans Becker en René Cuperus, beiden verbonden aan de Wiardi Beckman Stichting, het wetenschappelijk bureau van de Partij van de Arbeid, de verkiezingsuitslag van 22 november 2006. De kiezers, zo stellen de auteurs, hebben de PvdA een surprise party voorgeschoteld. Tussen het voorjaar en het najaar van 2006 brokkelde de kiezersgunst voor de PvdA in rap tempo af. Wat ging er mis? In Dwarse Boeken van 12 juni ontmoette Cuperus twee critici van zijn analyse aan linkerzijde: Peter Sertons (politicoloog en voormalig stadsdeelbestuurder in AmsterdamOost/Watergraafsmeer en ondertekenaar van het manifest van bezorgde GroenLinksers) en Hans van Heijningen (partijsecretaris van de SP). "We moeten waken voor een masochistische theatershow. De PvdA heeft zelfkritiek tot een kunst verheven."

Jurre van den Berg De Partij van de Arbeid heeft het zwaar te verduren de laatste tijd. Interne strubbelingen, een vermeende leiderschapscrisis en een vernietigende evaluatie van de verloren verkiezingen. Cuperus: "Alhoewel ik het interessant vindt om van gedachten te wisselen met critici van het boek was ik bijna niet gekomen. Ik werd een beetje moe van dat PvdAbashing, zowel van binnenuit als van buitenaf. Er was sprake van zelfkastijding van hilarische proporties. Toch is het goed dat we zelfkritisch zijn; bij de SP moet de eerste zelfkritische interne discussie in dertig jaar nog gevoerd worden en bij de VVD slaan ze liever elkaar als persoon de hersens in." Waarom de PvdA de laatste TweedeKamerverkiezingen zo pijnlijk verloor en bijkans voorbij werd gestreefd door de SP, daarover gaat het boek Verloren Slag. Het is een bundel artikelen geredigeerd door René Cuperus en Frans Becker van de Wiardi Dwarse Boeken - Auteur ontmoet critici Dwarse Boeken is een reeks debatavonden van debatcentrum DwarsDiep. Naar aanleiding van recente boekpublicaties door opiniërende publicisten, wetenschappers of politici wil DwarsDiep minstens vier keer per jaar een discussiebijeenkomst op touw zetten waarin de schrijver wordt geconfronteerd met critici en een kritisch publiek. www.dwarsdiep.nl.

28

SOAP | JUNI 2007

Beckman Stichting. Het boek analyseert het leiderschap van Bos, de campagne van de PvdA en het beeld van de PvdA in de media. Verloren Slag beoogde de vermeende stilte na het op één na slechtste verkiezingsresultaat uit de geschiedenis van die partij te doorbreken, materiaal aan te dragen voor de door Cuperus: “PvdA vond geen gehoor tijdens campagne” de PvdA ingestelde foto: Joost van den Broek evaluatiecommissie Vreeman en een debat op gang te brengen PvdA. Het gevaar is dat de PvdA straks voor over de noodzakelijke revitalisering van de iedereen in zekere mate onaantrekkelijk is: de PvdA is voor sommigen niet veranderingsgePvdA. Volgens auteurs Frans Becker en René zind genoeg, terwijl anderen de partij niet Cuperus verliep de campagne voor de jongste conservatief genoeg vinden. Cuperus: "De problemen van de PvdA Kamerverkiezingen "heel slecht". De PvdA bood "weinig weerwerk" en leed onder "veel zijn de problemen van de veranderde, minder blunders en een partijleider uit vorm". De overzichtelijke, postindustriële samenleving. WBS-medewerkers noemen het verlies De PvdA draagt meer dan andere partijen het "schokkend", omdat de PvdA oppositie voer- zwaartepunt van de spagaat tussen hoger en lager opgeleiden, de last van het integratiede tegen een impopulair kabinet. Er is echter meer aan de hand dan alleen trauma en de algemene politieke vertroueen slecht gevoerde campagne, zo stellen de wenscrisis. Zo heeft de PvdA als immigranWBS-ers. De verkiezingsuitslag laat een ver- tenpartij dit nooit in een kritische voorsprong zwakking van het politieke midden zien en weten om te zetten maar is juist politiek coreen sterke opkomst van 'flankpartijen' ter lin- rect geworden. De PvdA is op deze manier ker- en rechterzijde. De auteurs schrijven dat verworden tot een boeiende conflictarena van de electorale positie van de PvdA "instabiel maatschappelijke tegenstellingen en dat is en kwetsbaar" is geworden. Politicoloog een ondankbare taak. Ondertussen vlucht de Philip van Praag meent dat de PvdA het ver- blanke arbeider naar de SP, de nieuwe witte lies aan de SP voor een groot deel aan zich- PvdA. Ook de politieke vertrouwenscrisis zelf te wijten heeft. "Het lerend vermogen valt juist zwaar voor de sociaaldemocraten, van de partij, die al sinds 1994 bezig is haar omdat deze er oorspronkelijk voor het volk campagne te professionaliseren, is bedroe- waren. Deze zekerheid is verdwenen door bijvoorbeeld hervormingen van de verzorgingsvend laag", aldus Van Praag. staat en de opkomst van globalisering en Maar de hoofdstelling van Verloren Slag die invloeden van de EU." Een belangrijke rol is volgens Cuperus ook in het debat centraal staat is dat de PvdA dus weggelegd voor opkomende globaliseverloor omdat zij het meeste last heeft van splijtende maatschappelijke ontwikkelingen. ring en de eenwording van Europa. Deze zorHet gaat hierbij volgens Cuperus om de gen voor industriële welvaart enerzijds, maar opkomst van de globalisering, de vorming veel onzekerheid voor de groepen die hier van de multiculturele samenleving en de niet van (kunnen) profiteren anderzijds. In de nieuwe postindustriële kenniseconomie. woorden van socioloog Abram de Swaan: Binnen de achterban van de partij is hierdoor "Niet iedereen is getraind om de kansen te volgens hem een splitsing ontstaan tussen grijpen die de EU biedt." Het gaat hier niet hoger en lager opgeleid, tussen traditioneel en alleen om de sociale onderklasse; de grens vooruitgangsgezind, tussen toekomstoptimis- splijt inmiddels ook de traditionele PvdAten en toekomstpessimisten. Er is sprake van achterban van de maatschappelijke middeneen verrommeling van het publieke domein klasse. en een vervreemding van kiezers van de


OPINIE COLUMN Dan is het de beurt aan de critici. SP-partijsecretaris Hans van Heijningen meent dat Cuperus met zijn maatschappelijke analyse "de spijker op zijn kop slaat." "De PvdA is een schoolvoorbeeld van een bestuurderspartij die het volk kwijt raakt. Dat zie je momenteel overal in Europa." Verder meent Van Heijningen dat de SP niet alleen een partij voor 'de verliezers van de globalisering' is geworden: "Deze groep is veel te klein in Nederland, er zitten ook veel middenklassers tussen." Ook bestrijdt hij dat de SP 'de witte PvdA' is geworden: "In de grote steden hadden wij bij de laatste verkiezingen enorme bijval van migranten. Onze uitdaging is nu deze ook actief in de organisatie te betrekken." Waar Van Heijningen vervolgens in zijn commentaar niet veel verder komt dan partijpolitiek gepingpong (waarvan beloofd was dat het ons bespaard zou blijven) en het verwijt dat de PvdA 'niet links genoeg' is, weet GroenLinkser Peter Sertons overtuigende kanttekeningen te plaatsen bij het betoog van Cuperus. Sertons: "Niet de kiezer is op drift geraakt naar de flanken, maar de politieke partijen zijn zelf op drift. Het lijkt eerder 'partij zoekt kiezer' dan andersom. Dit is volgens mij het gevolg van sociale en culturele defragmentatie en een sterke professionalisering sinds de jaren '90 als het gaat om campaigning. Partijen gebruiken steeds meer korte-termijn-tactiekjes. Die zogenoemde ontevredenheid van het electoraat is van alle tijden." Daarnaast meent Sertons dat de PvdA zichzelf in de vingers heeft gesneden door het perspectief van een linkse samenwerking bij voorbaat te blokkeren "op basis van oppervlakkig statistisch electoraal onderzoek". Alhoewel hij het slechts zijdelings aan bod laat komen is zijn meest overtuigende kanttekening tegen het pleidooi van de maatschappelijke veranderingen als belangrijkste oorzaak van de verkiezingsnederlaag de ahistorische aard en overtuigingskracht van deze verklaring. Sertons: "Als het werkelijk waar is dat de nederlaag toe te schrijven is aan processen die al twee, drie decennia aan de gang zijn, hoe kan dan worden verklaard dat de PvdA de gemeenteraadsverkiezingen van maart 2006 zo overtuigend kon winnen en op zestig zetels in de peilingen stond?" Cuperus trachtte deze kritische noot te kraken met de opmerkingen dat 'daar goede politicologische verklaringen voor zijn', maar dat klonk verre van overtuigend. Alhoewel het verhaal over maatschappelijke veranderingen evident en plausibel klinkt, kan het niet overtuigen als hoofdoorzaak van een verkiezingsnederlaag in een tijd waarin de kiezer blijft zweven en opportunisme en populisme hoogtij vieren. Verloren Slag. De PvdA en de verkiezingen van november 2006. Frans Becker en RenĂŠ Cuperus (red.) 192 p. Mets & Schilt / Wiardi Beckman Stichting. 20 euro.

Pleidooi voor meer Chinese onderzoeksjournalistiek Jouri Bakker Enkele dagen geleden brachten grote Chinese media het nieuws dat er in Shanxi, slechts enkele honderden kilometers verwijderd van Peking, tientallen kinderen zijn bevrijd uit de handen van slavendrijvers. Deze schoften dwongen de kinderen te werken in mijnen onder levensgevaarlijke omstandigheden. En dit is slechts het topje van de ijsberg. De journalist die deze wandaden openbaar maakte, Fu Zhengzhong, hoorde dat er in Henan veel kinderen vermist werden en ging undercover op onderzoek uit. En wat bleek: duizend kinderen worden dagelijks tewerkgesteld en afgeranseld. Dat Fu nu onder zijn collega's als een held wordt bestempeld, komt doordat zijn werk het werk van veel stedelijke en landelijke media overtreft. Veel media zullen niet snel op eigen initiatief items maken over zulke gevoelige onderwerpen. Voornamelijk uit angst om in diskrediet te raken bij de Communistische Partij. Omdat Chinese media al enkele decennia commercieel en onafhankelijk zijn, en geen subsidie van de overheid ontvangen, moeten ze aan de wensen van de lezer voldoen om te overleven in een markt die ongekend hard kan zijn. Veel mensen in 'Booming China', vooral de hoger opgeleide en rijkere lagen van de bevolking, lezen vaak alleen de bladen waarin lifestyle, gadgets en mode centraal staan. Door de keuze uit bijna tienduizend titels verdrinken zij in hun streven naar materiele welvaart en lijken te vergeten hoe China er een paar honderd kilometer verderop uitziet. Dat de krantenlezende elite nauwelijks geĂŻnteresseerd is in misstanden in de maatschappij blijkt uit het feit dat er hooguit twee keer per jaar een onderzoeksjournalistiek werk wordt gepubliceerd. Aangezien onderzoeksjournalistiek en 'muckraking' (het ontmaskeren van corrupte politici en het graven naar schandalen) al jaren in dit trage tempo voortsukkelen, is de onthulling van Fu niet baanbrekend voor de manier waarop Chinese journalisten te werk gaan Positief is wel dat de China Daily, de Engelstalige Chinese krant die net als alle andere kranten in China ook wordt gecon-

troleerd door de Communistische Partij, enkele dagen later een column op de website plaatse, waarin wordt gepleit voor meer onderzoeksjournalisten. Dagelijks staan de Chinese kranten bol met prijsuitreikingen voor van alles en nog wat. Chinezen houden nu eenmaal van competitie. Zelfs voor de mooiste metro-reclame hebben de Chinezen een prijs. Maar voor onderzoeksjournalistiek niet. Nao pleit dan ook voor een prijs voor onderzoeksjournalistiek, zodat ook deze vorm van journalistiek meer aandacht krijgt.

Pas wanneer de Chinezen inzien dat corruptie het land naar de knoppen helpt, zullen ze onderzoeksjournalistiek gaan zien als een nuttig instrument om misstanden aan de kaak te stellen Opvallend aan zijn column is dat hij zegt dat China een land is waar het voorkomen van gezichtsverlies belangrijker is dan het vertellen van de waarheid. Indirect kan dit opgevat worden als kritiek op de overheid. En voor een krant die gecontroleerd wordt door dezelfde overheid, kan een dergelijke uitspraak riskant zijn. Vorig jaar nog introduceerde de Chinese overheid een nieuw systeem waarbij alle media-organisaties vijftien punten kregen. Voor iedere keer dat ze iets schrijven dat de overheid in diskrediet of de stabiliteit van het land in gevaar brengt, krijgen ze strafpunten. Een organisatie die geen punten meer over heeft kan zonder pardon zijn deuren sluiten. Pas wanneer de Chinezen inzien dat corruptie het land naar de knoppen helpt, zullen ze onderzoeksjournalistiek gaan zien als een nuttig instrument om misstanden aan de kaak te stellen. En pas dan zal er een levendige markt komen voor onderzoeksjournalistieke producties. Tenminste, als het ministerie van Propaganda geen punten in mindering brengt en de veiligheid van onderzoeksjournalisten kan garanderen. Dit laatste is nu zeker nog niet het geval. Een prijs voor het beste item is geen goed idee. Journalistieke kwaliteit moet voortkomen uit de intrinsieke motivatie een bijdrage te leveren aan de maatschappij. Niet uit de wens om een trofee op je schoorsteenmantel te hebben staan.

SOAP | JUNI 2007

29


OPINIE RECENSIE

‘Heroïne neemt geen bezit van de mens’ Dalrymple tracht heersende opvattingen over verslaving te ontmythiseren maar weet niet echt hoe het beter moet moet stelen om in zijn heroïnebehoefte te voorzien en kan niet meer van zijn verslaving af komen zonder vervangende drug of met een rigoureus rehabilitatieprogramma. De verslaafde is ziek en afhankelijk, en de verslaafde moet geholpen worden.

RECENSIE Theordore Dalrymple (2006). Drugs: de mythes en de leugens. Amsterdam: Nieuw Amsterdam Uitgevers. pp.160. ISBN90-4680148-9.

Berber Klein De Britse journalist en publicist Theodore Dalrymple, in 1949 geboren als Anthony Daniels, is de Britse medische wereld ontvlucht om zich in Frankrijk volledig te richten op het schrijven van maatschappijkritische boeken en artikelen (in Nederland verschijnen deze onder andere in de Volkskrant en Trouw). Dalrymples eerste twee boeken, Leven aan de onderkant en Beschaving, of wat er van over is maakten duidelijk dat Dalrymple een keiharde, maar goed gefundeerde maatschappijcriticus is die met name strijdt tegen het waardenrelativisme. De beschaving heeft, zo stelt Dalrymple, haar waarden verloren. De intellectuele bovenklasse is enigzins in staat deze teloorgang van waarden te overleven, maar voor de onderklasse zijn de gevolgen van deze ontwikkeling ingrijpend. In deze onderkant staat hard werken minder hoog in het vaandel dan jezelf vermaken en dit leidt tot verloedering van de onderklasse. Daarnaast houdt ook de politiek correctheid de onderklasse in stand: deze

30

SOAP | JUNI 2007

onderklasse is nodig voor de hogere - hulpverlenende - klasse om hun werk te behouden. Deze nogal pessimistische visie op de samenleving komt ook duidelijk naar voren in Dalrymples recentste boek: Drugs: de leugens en de mythes (Engels: Romancing Opiates: Pharmacological Lies And The Addiction Bureaucracy). Puttend uit zijn rijke ervaring als arts in een gevangenis en ziekenhuis in een Engelse achterstandwijk begint hij zijn relaas tegen de heersende opvatting over heroïneverslaafden. "In dit boek wordt uit de doeken gedaan hoe en waarom verslaafden tegen artsen begonnen te liegen, hoe en waarom artsen deze leugens over proberen te nemen en hoe en waarom de samenleving als geheel deze leugens slikte", aldus Dalrymple. Voordat deze vragen beantwoord kunnen worden moet uiteraard de gangbare of orthodoxe visie wat betreft heroïneverslaving duidelijk zijn, en deze is volgens Dalrymple ongeveer zo: men neme een mens, deze wordt (uiteraard) toevalligerwijs blootgesteld aan heroïne. Dit bevalt goed en hij doet dit nogmaals: binnen de kortste keren is de mens verworden tot een verslaafde. Een verslaafde die niet kan stoppen met heroïne omdat dit een ondraaglijke ontwenning tot gevolg heeft. De verslaafde kan niet meer werken,

Op overtuigende wijze maakt Dalrymple, met behulp van zijn persoonlijke ervaring met heroïneverslaafden en andere bronnen, korte metten met deze orthodoxe opvatting. Dalrymple hekelt de manier waarop wordt aangenomen dat een mens verslaafd raakt aan heroïne: de mens wordt passief neergezet en de heroïne actief. Een verslaving overkomt je, maar waarom gebeurt het dan niet iedereen? Bovendien raakt men niet zo maar verslaafd, hier kunnen jaren van matig gebruik aan vooraf gaan: in één klap ben je dus niet verslaafd, verslaafd raken eist volgens Dalrymple zelfs enige vorm van discipline. Uit medische naslagwerken blijkt zelfs dat ontwenning van opiaten van beperkte duurt is, niet levensbedreigend is en makkelijk onder controle te houden is met bijvoorbeeld persoonlijke aandacht. Dit in tegenstelling tot de ontwenning van alcohol. Deze is volgens Dalrymple veel heftiger. Waarom beweren verslaafden en hulpverleners dan bij hoog en laag dat de ontwenningsverschijnselen van opiaten toch echt verschrikkelijk zijn? Daarnaast stelt Dalrymple dat miljoenen mensen in staat zijn geweest te stoppen met heroïne als de motieven maar sterk genoeg waren, dus dat professionele hulp helemaal niet nodig is. Kan iemand met darmkanker zomaar van zijn darmkanker afkomen wanneer de motieven groot genoeg zijn? Nee. Kortom: heroïne neemt geen bezit van de mens en een heroïneverslaving is geen medisch probleem. En als heroïne geen medisch probleem is, waarom wordt het probleem dan op een medische manier aangepakt, bijvoorbeeld door het verstrekken van methadon? Dalrymple doet hier nog een schepje bovenop: als er verslaafden zijn die


zomaar kunnen stoppen met hun heroïnegebruik, waarom doet de maatschappij dan alsof verslaafden hulp nodig hebben? Waar beginnen de leugens? Ter beantwoording van deze vraag leidt Dalrymple de lezer terug naar het einde van de 19e eeuw. De romantische tijd van de De Quincey en Coledrigde, beide opium gebruikers en schrijvers van "literatuur van overdrijving en aanstellerij", aldus Dalrymple. Beiden schreven boeken over hun opiatengebruik en romantiseerden hun gebruik in verregaande mate. Zij zagen opiaten als de manier om boven het aardse uit te stijgen, hun intellect optimaal te ontwikkelen, als iets magisch en hemels. Daarnaast beschreven zij hoe een leven zonder opiaten absoluut niet meer mogelijk was, omdat de ontwenningsverschijnselen als den doods waren. Deze romantiserende voorstelling van opiaten is klakkeloos overgenomen door hun verslaafde volgelingen en door niet verslaafde medemens. Deze literaire traditie is invloedrijker geweest dan de farmacologische wetenschap bij elkaar. Hoe kan dat? Kort uiteengezet zegt Dalrymple hierover: verslaafden hebben belang bij een dergelijke voorstelling omdat ze dan niet hoeven af te kicken en op meer sympathie kunnen rekenen van hun medemens, hulpverleners hebben hier baat bij om zo de verslavingsbureaucratie in stand te houden en de leek (mits geen contact met verslaafden) is ook besmet omdat zij het beeld van een ziekte aantrekkelijker vinden dan een teken van zwakte. Naarmate het einde van het boek nadert rijst de vraag: zal Dalrymple met een ijzerscherpe visie komen over hoe het probleem van de heroïneverslaafden moet worden aangepakt? Want de stelling dat heroïneverslaving meer een moreel en mentaal probleem is dan een medisch probleem neem ik als socioloog graag aan van een medicus. En dit gaat twee kanten op: ik geloof de medicus graag wanneer deze een stelling op een goed onderbouwde en geloofwaardige manier illustreert met voorbeelden vanuit zijn praktijkervaring als arts, omdat ik deze ervaring mis. Maar, nog belangrijker, beredeneert vanuit het oogpunt van een socioloog is de stelling dat heroïneverslaving meer een moreel en mentaal probleem is dan een medisch probleem helemaal niet moeilijk voor te stellen; deze klinkt juist geloofwaardig in de oren. Dus het standpunt van Dalrymple is geloofwaardig, maar biedt hij misschien ook nieuwe aangrijpingspunten voor de oplossing van het probleem? Het slothoofdstuk blijkt wat dat betreft een teleurstelling. Dalrymple zet slechts de voors en tegens van het legaliseren van heroïne op een rij en komt tot de conclusie dat de voordelen van het legaliseren van heroïne niet opwegen tegen de nadelen van het legaliseren van heroïne. Geen rare conclusie, maar wat moet er dan wel gebeuren? Als eerste stap stelt Dalrymple voor dat verslaafden en de maatschappij de waarheid maar eens onder

ogen moeten zien: het sociaal geconstrueerde beeld van heroïneverslaving moet worden afgebroken. Bovendien, zo stelt Dalrymple, moeten alle verslavingsklinieken gesloten worden: verslaving is immers geen ziekte en verslaafden hebben geen hulp nodig. Hier gaat Dalrymple toch een stap te ver: dit lijkt mij geen stap in de goede richting! Denkt Dalrymple werkelijk dat dit de manier is om met de onderkant van de samenleving om te gaan? Theordore Dalrymple: “Als er verslaafden zijn die zomDenkt hij ook werkelijk dat aar kunnen stoppen met hun heroïnegebruik, waarom de verslavingsbureaucratie in stand wordt gehouden doet de maatschappij dan alsof verslaafden hulp nodig ("de verslaafden doen alsof hebben?” zij ziek zijn, de hulpverleners doen alsof zij thoden) kan worden afgeschreven. Hoewel, is genezen") om zo banenverlies tegen te gaan? het niet zo dat de greep naar methadon door Ik denk eerder dat dit voort komt uit mensen overheden een redmiddel is omdat ook nietniet aan hun lot willen overlaten. Zorgen voor medische behandelmethoden keer op keer de onderkant van de samenleving. Echter, dit hebben uitgewezen dat er nou eenmaal een is natuurlijk precies waar Dalrymple tegen groep verslaafden is die niet van de heroïne af strijd. Volgens hem hebben zij deze hulp niet te brengen is? Daarnaast stelt Dalrymple nodig en zijn zij slechte mensen omdat zij tegen enige vorm van behandeling te zijn niet stoppen met hun gebruik terwijl zij dit omdat verslaafden zelf makkelijk kunnen best kunnen. Zoals Dalrymple zelf al aangeeft stoppen, maar dit niet willen. Echter, heeft is het probleem van de heroïneverslaafden ook Dalrymple zelf niet aan den lijven ondereen relatief klein probleem: de verslaafden vonden dat heroïne een mens verandert in een zullen altijd slechts een fractie van de samen- verslaafde die dan weliswaar niet medisch leving uitmaken. Toch is het naar mijn ziek is, maar wel zodanig geestelijk afhankemening wel degelijk een probleem: een klein lijk is van de drugs dat deze liegt, bedriegt en deel van de samenleving sluit zich af van de onverbeterlijk zijn? Het is dan misschien maatschappij, richt zich op heroïne en is geen medische aandoening, maar toch is de moeilijk weer bij de maatschappij te betrek- verslaving wel iets wat de verslaafde invulken. Of de reden dat zij dit doen medisch, ling in zijn leven geeft en waar hij veel voor sociaal, psychisch of aanstellerij is; feit blijft op het spel zet. dat er iets mee moet gebeuren. Heroïnegebruik komt het meest voor in de Zoals Dalrymple zelf erkent: een verslaafde onderklasse, een onderklasse die een product kan prima stoppen als er maar iets tegenover is van de maatschappij waar iedereen deel staat. Is de vraag of heroïne wel of niet een van uit maakt. Want dat een heroïneversla- medische aandoening is (want ook al zijn het ving geen medisch probleem is, een realisti- dan niet de ontwenningsverschijnselen die de sche kijk op de verslaafde en dit erkennen verslaafde er van weerhouden om te stoppen oké, maar problemen in de onderklasse nege- met zijn verslaving zoals de medici en de verren (waar heroïne een uitingsvorm van kan slaafden zelf claimen maar is het moreel of zijn) lijkt mij geen goede opstelling van een mentaal) dan niet ondergeschikt aan de vraag overheid en daarmee gaat Dalrymple een stap wat er met de verslaafden moeten gebeuren om ze weer te betrekken in de maatschappij, te ver. zodat zij iets hebben om voor te stoppen? Al met al schrijft Dalrymple een prettig lees- Denkt Dalrymple werkelijk dat het niet meer baar boek, waarin hij op een geloofwaardige behandelen van verslaafden (op welke manier manier afstand doet van de heersende medi- dan ook) zal leiden tot minder heroïnegebruische opvatting wat betreft heroïneverslaving. kers omdat zij dan wel zullen stoppen omdat Hij pleit tegen de medische behandeling van zij niks meer qua hulp kunnen verwachten? verslaving aan opiaten, omdat je heroïnever- Voor mij blijven verslaafden mensen die hulp slaving mentaal te boven moet komen en niet nodig hebben. Of zie ik dan verslaafden toch lichamelijk. Dit is vernieuwend omdat het nog te veel als wezens zonder wil waarvan de impliceert dat de manier waarmee men op dit heroïne bezit heeft genomen? Ben ik zelf, moment de problemen met heroïneverslaaf- zelfs na het lezen van het boek, nog steeds den op tracht te lossen (verstrekking van gra- besmet met de leugens en mythes wat betreft tis heroïne of methadon, medische afkickme- heroïneverslaving?

SOAP | JUNI 2007

31


ACHTERKANT

Femke en Anke Munniksma zijn zussen en studeren allebei sociologie. Femke (21) rondt momenteel haar bachelorfase af. Femke, wat dacht je, mijn zus doet sociologie, dan doe ik het ook maar? "Nee, natuurlijk niet. Maar ik denk wel dat het misschien door onze gemeenschappelijke opvoeding komt. Ik vond vroeger maatschappijleer altijd al het leukste vak en thuis werd er veel over politiek en actualiteiten gepraat." Komt dat door je vader, die in de politiek zit? "Niet alleen, mijn moeder zit in het onderwijs en dat vind ik ook er g interessant." Ga je, weder om in de voetspor en van Anke, ook de r esear ch master doen? "Nee, ik heb ook al wel vaker iets anders gedaan dan Anke hoor, haha!" Helpt Anke je veel met je studie? "Eigenlijk niet, we hebben het wel vaak over de studie hoor, maar echt helpen doet ze niet vaak." Een ouder e zus die dezelfde studie doet, dat zal wel concurr entie oplever en. "Nee, daar hebben we het ook wel serieus over gehad en duidelijke afspraken over gemaakt. Onderlinge concurrentie is absoluut niet de bedoeling, dat zou echt niet leuk zijn." Zie je Anke ook echt als je gr ote zus? "Nou, heel soms, als ik bijvoorbeeld ziek ben dan verzor gt ze me wel eens, dan ben ik echt haar kleine zusje. Maar ik denk dat we verder wel gelijkwaardig zijn." W il je verder nog iets kwijt? "Dat ik dol ben op mijn grote zus!"

Anke (25) volgt de Research Master. Anke, is het leven nog wel leuk tijdens de Resear ch master? "Ja hoor, het is hard werken, maar er kan ook nog wel gefeest worden. Ik heb heus nog wel plezier. Onee, niet heus, doe maar gewoon: ik heb nog wel plezier." Wat ga je hierna doen? "Daar denk ik heel hard over na. AIO worden en promovoren lijkt me leuk, op etnische segregatie in het onderwijs, maar misschien wil ik ook wel iets anders doen." Zie je Femke echt als je kleine zusje? "Nee, dat valt wel mee, ik zie haar meer als iemand van dezelfde leeftijd. En ook gewoon als vriendinnetje trouwens." Wat is nou typisch Munniksma? "Mmm, een cake bakken zonder eindproduct denk ik. We willen overal lol in hebben en dat is het primaire doel. Het is fijn als het doel wordt bereikt, maar lol in iets hebben is het belangrijkste. We maken ook overal wat leuks van en zien altijd het positieve van dingen in." Hoe denk jij dat het komt dat jullie allebei socio logie zijn gaan studer en? "We zijn gewoon trouwe aposteltjes van onze ouders. Nee, kijk, we hebben dezelfde opvoeding gehad en dan is het niet gek dat je dezelfde smaak ontwikkelt. Door onze opvoeding vinden we bijvoor beeld asielzoekersproblematiek allebei gewoon wel interessant. En Femke en ik vinden vaak dezelfde kleren leuk, dezelfde mensen aardig en onze muziek smaak komt ook vrij veel overeen." Is er veel concurr entie tussen jullie? "Nee, dat voel ik niet zo. Daar zijn we wel bang voor, trouwens, maar we proberen dat te voorkomen. We ver gelijken bijvoorbeeld nooit cijfers. Ik vind het ook heel leuk dat ze ook sociologie doet."


SoAP_Juni_2007  

In dit nummer onder meer: - Scriptieprijswinares Lydia Pomp - De Grote Donorshow - Southpark - Honderd dagen luisteren naar de burger - R IJ...

Advertisement
Read more
Read more
Similar to
Popular now
Just for you