Page 1

D I T D O SS I E R W O R D T G E P U B L I C E E R D D O O R S M A R T M E D I A E N VA LT N I E T O N D E R D E V E R A N T W O O R D E L I J K H E I D VA N D E R E D AC T I E VA N D E STA N D A A R D

APRIL ‘19

RESEARCH & DEVELOPMENT

Marnix Botte Innovatie, onderzoek en ontwikkeling

Behandeling op maat De toekomst van ons zorgtraject

Peter Bonne R&D als motor van innovatie

JEROEN TAS ”Vroeger stond innovatie gelijk aan producten ontwikkelen en verbeteren. Nu leggen we de lat hoger.”

LEES MEER OP FOKUS-ONLINE.BE

#FOKUSRESEARCH

OP ZOEK NAAR INNOVATIEVE OPLOSSINGEN VOOR UW BEDRIJF? INTERESSE IN SAMENWERKING MET EEN UNIVERSITAIRE ONDERZOEKSPARTNER? VUB TechTransfer helpt u bij het vinden van de juiste expertise en faciliteert samenwerking met de onderzoekers van de Vrije Universiteit Brussel. [E] techtransfer@vub.be – [W]vubtechtransfer.be

- CONNECTING SCIENCE AND SOCIETY -


02

EDITORIAL MARNIX BOTTE

FOKUS-ONLINE.BE

Onderzoek en ontwikkeling : de sleutel tot de toekomst ?

04

06

08

14

LEES MEER... 04 De steile opmars van biotechnologie

Innovatie, onderzoek en ontwikkeling zijn drie kernpijlers die onmisbaar zijn in de vooruitgang van elke maatschappij en business. Voor de toekomst van onze Belgische industrie is het dan ook belangrijk dat bedrijven een adequaat antwoord bieden op de uitdagingen binnen die drie domeinen.

De eerste uitdaging moet prioritair aangepakt worden voor alle sectoren in België. Er moeten dringend meer maatregelen komen om voldoende R&D-talent ter beschikking te stellen. Diversiteit in alle aspecten biedt hierbij een oplossing, naast een blijvende aanmoediging naar de STEM-opleidingen en een juiste balans tussen de verschillende studierichtingen. Ten tweede is het duidelijk dat R&D-activiteiten in een snel evoluerende wereldmarkt anders uitgevoerd zullen worden. R&D-groepen worden geconfronteerd met open innovatie, samenwerking over verschillende disciplines en sectoren heen, het uitvoeren van gezamenlijk precompetitief onderzoek en aanwending van nieuwe technologieën en methodologieën. Maar ook: de uitbouw van en de werking in nieuwe

08

Profielinterview: Jeroen Tas

10

Innovatieve Brusselse start-ups in de prijzen

11

Slimme mobiliteitsinitiatieven in België

12 Expertpanel: Multidisciplinair samenwerken

L

aat ons vooreerst kijken naar toonaangevende indicatoren zoals de Global Competitiveness Index van het World Economic Forum. Die toont dat België een aantal sterke troeven heeft: de kwaliteit van ons onderwijssysteem en onze onderzoekscentra, de samenwerking tussen universiteiten en industrie en de capaciteit voor innovatie. De hoge score voor de innovatiepijler binnen de index is erg hoopgevend, maar er zijn ook een aantal belangrijke uitdagingen binnen het R&D-domein: de voldoende beschikbaarheid van gekwalificeerd en hoogopgeleid personeel, het blijvend inzetten op open innovatie en zowel interdisciplinaire samenwerking over de regiogrenzen heen als een betrouwbare, stabiele regelgeving omtrent belasting op investeringen.

06 Supergespecialiseerde behandelingen op maat

ecosystemen waarin kmo’s, start-ups en scaleups een belangrijke rol vervullen en incubatie van nieuwe ideeën en projecten, zonder daarbij evenwel productiviteit en efficiëntie uit het oog te verliezen.

Er moeten dringend meer maatregelen komen om voldoende R&Dtalent ter beschikking te stellen en om crossregiosamenwerking aantrekkelijk te maken.

De derde uitdaging verdient extra aandacht: de uitvoering van gezamenlijke onderzoeksprojecten met partners uit verschillende Belgische regio’s wordt momenteel als bijzonder moeilijk ervaren, gezien de regionale focus van de bestaande instrumenten. Deze uitdaging geldt vooral voor investeringsgevoelige sectoren. Een stabiele regelgeving op lange termijn omtrent de taxatie van dergelijke investeringen is mede bepalend in de locatiekeuze van bedrijven. Wij bieden die uitdagingen het hoofd en tekenden, samen met alle Belgische universiteiten, een charter omtrent drie hoofdthema’s: het stimuleren en verrijken van onderzoekstalent, het faciliteren van samenwerkingsakkoorden en het verbreden van het valorisatiepotentieel. Daarnaast is ook multidisciplinaire en cross-sectorale samenwerking nodig, evenals het faciliteren van de uitbouw van ecosystemen over de regio’s heen rond belangrijke maatschappelijke uitdagingen zoals gezondheid, energie, ruwe materialen, voeding, industrie 4.0… waarbij verdere digitalisatie en duurzaamheid een belangrijke rol zullen spelen. TEKST MARNIX BOTTE, VOORZITTER BELGISCHE INDUSTRIËLE R&D ASSOCIATIE (BIR&D)

13

Digitalisering als motor voor innovatie

14

Peter Bonne: R&D als motor van innovatie

COLOFON. PRODUCTIELEIDER: Christian Nikuna Pemba HOOFDREDACTIE: Ellen Van Hoegaerden TEKST: Daan Vanslembrouck Hermien Vanoost Kim Beerts Gabriëlle Maari COVERBEELD: Frank Van Beek VORMGEVING: Baïdy Ly DRUKKERIJ: Corelio

SMART MEDIA AGENCY SMART STUDIO Leysstraat 27, 2000 Antwerpen Tel +32 3 289 19 40 redactie@smartmediaagency.be studio@smartmediaagency.be

Veel leesplezier Kaatje Van den Broeck Project Manager

ADVERTORIAL

Neem je carrière in eigen handen bij Process Automation Solutions Ingenieurs met een ondernemende geest zitten bij Process Automation Solutions aan het goede adres. “Hier stimuleren we medewerkers om hun eigen koers te varen.” Ook in de chemie en de life sciences zetten bedrijven volop op automatisering en digitalisering in. Vraag maar aan de specialisten van Process Automation Solutions, onderdeel van het Canadese ATS Automation (TSX: ATA) en kind aan huis bij verschillende grote internationale spelers. “Alles wat met de automatisering van de processen te maken heeft, daar zorgen wij voor”, vertelt managing director Alain Wullaert. “Wil een bedrijf een installatie plaatsen om basisproducten op te waarderen, dan klopt het bij ons aan om de sturings- en beveiligingssystemen te implementeren.” Onze WHY is “ontplooien in ontmoeting” Het blijvend leren is vandaag een topic. PA Solutions

pa-ats.com

is dan ook door BelSpo erkend als R&D organisatie waar continu ontwikkelen van medewerkers en toepassingen een gegeven is. Voor de groeiende uitdaging van development en digitalisering is Process Automation Solutions continu naar nieuwe collega’s op zoek is. Voor hen heeft de automatiseringsspecialist een mooi aanbod uitgewerkt. “En dat niet alleen”, reageert collega-managing director Stephan Hoste. “Ingenieurs krijgen hier alle kansen om zich te ontwikkelen, via opleiding maar ook in interactie met de collega’s. We zetten hard in op de uitwisseling van kennis, luisteren naar wat medewerkers willen bereiken en passen onze organisatie daaraan aan. Wij groeien letterlijk met onze medewerkers mee, een filosofie die we al van bij onze start in 2000 met succes toepassen en ook in de toekomst zullen blijven hanteren. We geloven immers dat de competenties van de medewerkers vandaag bepalend zullen zijn voor de onderneming van morgen.”


ADVERTORIAL

De gezondheidsrevolutie plakt aan je lijf Hans Danneels en Hans De Clercq voeren mee de gezondheidsrevolutie aan. Hun platform Byteflies zet wearables in om in real time én nauwkeurig gezondheidsdata te verzamelen. Zo kunnen we sneller een juiste diagnose stellen en betere medicijnen ontwikkelen. Dankzij de begeleiding van een VLAIO bedrijfsadviseur vond Byteflies snel hun weg naar de juiste partners én subsidies. “Mensen sterven door slechte diagnoses, terwijl de technologie toelaat om het helemaal anders aan te pakken. We willen de gezondheidszorg veranderen met Byteflies.” Hans Danneels, CEO Byteflies Ingenieurs Hans Danneels en Hans De Clercq behaalden allebei een doctoraat in de micro-elektronica aan de KU Leuven. Het was de tijd dat de wearables - denk Fitbit of Apple Watch - aan hun opmars begonnen. Ze zagen het enorme potentieel. “Toen ik in Silicon Valley werkte, en veel bezig was met digital health, zag ik hoe iedereen zijn tanden stuk beet op manieren om sneller nieuwe geneesmiddelen te ontwikkelen”, vertelt Hans Danneels. “Dat duurt nu 10 tot 15 jaar, en de kosten zijn immens! Elke dag dat een geneesmiddel sneller op de markt komt, betekent al gauw een besparing van 1 miljoen euro. En dan tellen we de winst aan mensenlevens niet eens mee.”

Wearables meten correct en in real time jouw gezondheidsdata Wearables zouden dat eindeloze proces van klinische tests enorm kunnen versnellen. Nu wordt patiënten die een nieuw medicijn testen gevraagd om thuis een soort van dagboek bij te houden. Dat is vaak onnauwkeurig en onbetrouwbaar. “Vanzelfsprekend zijn wearables een stuk accurater”, legt Hans De Clercq uit. “Sensoren houden 24/7 alle relevante parameters bij, en sturen in real time gegevens door naar de onderzoekers. Met waterdichte data in de hand stellen ze de juiste diagnose en bedenken ze de juiste behandeling.”

Een cloud voor de health sector Byteflies ontwikkelde dus een toolbox die toelaat om snel wearable medische applicaties te kunnen bouwen. “Je kan het een beetje vergelijken met de cloud. Het was behoorlijk complex voor de techreuzen van deze wereld om die te bouwen. Maar nu Google Cloud of Microsoft Azure er zijn, kunnen nieuwe spelers als Airbnb of Uber daarvan profiteren om in geen tijd een miljardenbusiness uit de grond te stampen. Wat de cloud is voor Uber of Airbnb, is Byteflies voor de health sector. Met ons platform is 80 % van het werk dus al gedaan”, verduidelijkt Hans De Clercq. “In functie van wat je precies wil testen en meten kan je dan onze technologie configureren.”

“VLAIO bedrijfsadviseur Marc Tiri heeft bij het grote farmabedrijf UCB de deur voor ons uit het slot gewrikt. Zonder hem waren we niet eens voorbij de receptie geraakt.”

VLAIO opende de deur “Samen met de VLAIO projectadviseur heb ik Byteflies begeleid naar een subsidie voor coöperatief onderzoek. Daarna gingen ze met steun van een ontwikkelingsproject praktisch aan de slag met hun onderzoeksresultaten”, licht Marc Tiri, VLAIO bedrijfsadviseur, toe. “Zonder de steun van VLAIO hadden we nooit gestaan waar we nu staan. Het is dankzij VLAIO dat wij de kans kregen om bij UCB, het grote biofarmaceutische bedrijf uit Brussel, te tonen wat we in onze mars hadden. Bedrijfsadviseur Marc Tiri heeft de deur daar voor ons uit het slot gewrikt. Zonder hem waren we niet eens voorbij de receptie geraakt.”

Schaamteloos groots durven denken “Mensen sterven door slechte diagnoses, terwijl de technologie toelaat om het helemaal anders aan te pakken. We willen de gezondheidszorg veranderen met Byteflies. All or nothing. Het is misschien wat atypisch Vlaams, maar we hebben in de VS geleerd om schaamteloos groots te durven denken.” Marc Tiri vult aan “Wat ik in hen bewonder is echt die drive. Als je er één woord op moet plakken: born-global. Vlaanderen als uitvalsbasis, met duidelijk objectief om groot te worden.”

Hans De Clercq, CEO Byteflies

België, wereldwijd nummer 3 in klinische tests Ze waren kind aan huis bij Google en hebben net hun Amerikaanse vestiging verplaatst van San Francisco naar New York. Toch zitten ook nog steeds in Berchem. “Wist je dat België de wereldwijde nummer drie in klinische tests is? En dat we met imec, de VUB en Gasthuisberg ongelooflijk sterk staan in biotech? Ook onze ingenieurs moeten niet onderdoen voor die van Stanford of Berkeley. Onderschat ons land dus zéker niet. Hier kan echt héél veel.”

Wil jij ook groeien en innoveren? VLAIO bedrijfsadviseur Marc Tiri en zijn collega’s staan voor jou klaar. We zijn een kritisch klankbord en brengen de sterktes en zwaktes van je plannen in kaart. Daarbij adviseren we je over subsidies en financiering en brengen je in contact met de nodige experten uit ons netwerk. Maak een afspraak via vlaio.be

Hans Danneels en Hans De Clercq


04

TOPIC BIOTECHNOLOGIE

FOKUS-ONLINE.BE

De steile opmars van biotechnologie ‘Vlaanderen: pionier in de biotechnologie.’ Je leest het, je hoort het, maar ondertussen is het ook gewoon bewezen. Ons kleine landsdeeltje verricht baanbrekend onderzoek binnen de biotechnologie, waardoor wetenschappelijk onderzoek bijdraagt tot toepassingen in de geneeskunde, landbouw en industrie.

B

iotechnologie. Het woord zegt het eigenlijk zelf al, maar we hebben hier – inderdaad – te maken met technologische ontwikkelingen gebaseerd op biologie. Biotechnologie maakt gebruik van dieren, bacteriën en planten voor de ontwikkeling van medicijnen, voedsel of nieuwe stoffen. Dat gaat van het maken van kaas tot het kweken van bacteriën die uiteindelijk leiden tot vaccins. Waarom Vlaanderen de voorbije decennia steeds Champions League speelde binnen dit segment, dat legt Philippe Muyters uit, Vlaams minister van Werk, Economie, Sport en Innovatie: “Vlaanderen heeft een aantal bijzondere troeven. Op een kleine oppervlakte, op een kruispunt in Europa, vind je hier een dichte concentratie aan hooggeschoold personeel, innovatieve kmo’s, multinationals en sterke kennisinstellingen. Met het Vlaams Instituut voor Biotechnologie (VIB) als belangrijke motor zijn we erin geslaagd om een ecosysteem rond biotechnologie te creëren waar bedrijven graag deel van willen uitmaken.” Johan Cardoen is managing director van dat Vlaams Instituut voor Biotechnologie en vertelt dat er in de jaren 80 slechts twee biotechbedrijven in Vlaanderen waren. Ondertussen is dat aantal gestegen tot boven de 200. “Daarmee stellen we ruim 20.000 mensen tewerk, en met de toeleveranciers loopt het aantal zelfs op tot 75.000. Dat bewijst de economische impact van de biotechnologie.” Er zijn verschillende redenen die deze explosieve groei verklaren: “De biotechsector is kennisgedreven. Succesvolle clusters worden rond kenniscentra gebouwd. We hebben hier in Vlaanderen uitstekende kenniscentra − VIB en universiteiten − die een bron zijn van innovaties en talent. De sector werkt nauw samen met de expertise van het VIB en de universiteiten, wat zich

vertaalt in een dynamisch ecosysteem met kernen in Gent en Leuven. De voorbije jaren werd er gewerkt rond de uitbouw van een biotechnologisch kenniscentrum dat wereldwijd naam en faam verkreeg.”

moet je hebben om innoverende projecten te kunnen uitbouwen.” Die fondsen komen vaak ook uit Amerika. Ze komen hier kijken omdat we wereldwijd op de kaart staan. “Vlaanderen is een steengoede grond voor biotech.”

Cardoen prijst ook de financiële slagkracht van de sector. “Enerzijds is er de steun van de overheid geweest, over de legislaturen heen, en anderzijds is er heel wat durfkapitaal. Dat

Het is een open deur intrappen, maar innovatie gaat vandaag razendsnel. Muyters: “We staan met Vlaanderen op Europees vlak mee aan de top qua

We staan met Vlaanderen mee aan de top qua innovatie. Maar het is ook een uitdaging om daar te blijven.

— PHILIPPE MUYTERS

innovatie. Maar het is uiteraard ook een uitdaging om daar te blijven.” Vanuit de overheid werd de voorbije jaren vooral ingezet op samenwerking tussen biotechbedrijven, -sectoren en kennisinstellingen. “Die innovatieve samenwerking is voor een groot stuk onze Vlaamse kracht. Met initiatieven zoals het Flanders Future Tech Fund willen we er bovendien voor zorgen dat innovaties vanuit onze strategische onderzoekscentra versneld naar de markt kunnen stromen.” De grootste uitdaging blijft dan ook om die positie op zijn minst te kunnen handhaven. Geen sinecure. Cardoen: “Blijven investeren in innovatie is de boodschap. Op die manier moeten we onze wereldwijde status vasthouden.” De wereld wordt echter steeds kleiner, waardoor de competitie naar talent zal aanhouden. Opleidingscentra worden daarin onmisbaar. “We moeten het talent van de toekomst klaarstomen zodat bedrijven én geschoolde werknemers naar hier komen. Momenteel is er per jaar 1000 vierkante meter ruimte nodig voor groei-infrastructuur rond Leuven en Gent”, aldus Cardoen. Inderdaad, rond die steden, want investeerders willen echt in die kenniscluster zitten. Investeren op een afstand van dat ‘episch centrum’ doen ze namelijk minder graag. “Daar gebeurt het, daar willen ze bij zijn. Niet onlogisch. Samen met de aanwezigheid van groeikapitaalfondsen moeten we bedrijven ook in de toekomst financieel ondersteunen en financieel verankeren, om stabiliteit te kunnen garanderen. Zo moeten we ook de komende decennia een speerpunt blijven inzake biotechnologie.” TEKST DAAN VANSLEMBROUCK


ADVERTORIAL

De next generation anticonceptiepil: ‘Made in Belgium’ De anticonceptiepil boekte in 80 jaar geen enkele grote vooruitgang. Dat is echter veranderd met de komst van Estelle®, een 100% Belgische innovatie waarmee haar ontwikkelaars een ‘essenscia Innovation Award’ in de wacht sleepten. Mithra, een bedrijf gespecialiseerd in vrouwelijke gezondheid, heeft de prestigieuze ‘essenscia Innovation Award 2019’ gewonnen. De tweejaarlijkse prijs wordt uitgereikt door de federatie van de chemie, kunststoffen en life sciences en is de belangrijkste prijs voor industriële innovatie in België. Met deze innovatiewedstrijd wil de federatie de vele innovaties in de Belgische industrie in de kijker zetten en bedrijven stimuleren om te blijven investeren in vernieuwende en duurzame producten en toepassingen. Meer comfort voor de vrouw Voor François Fornieri, CEO en stichter van Mithra, is deze prijs een bekroning voor het werk dat de Luikse biotech al twintig jaar geleverd heeft: “Onze onderzoekers hebben zich gericht op Estetrol (E4), een natuurlijk hormoon dat door de menselijke foetus tijdens de zwangerschap wordt aangemaakt. Ze zijn erin geslaagd een next generation anticonceptiepil te ontwikkelen op basis van E4, met een betere ratio tussen de voordelen en risico’s en die de levenskwaliteit van vrouwen verbetert. Onze orale anticonceptiepil Estelle® doorliep met succes alle klinische ontwikkelingsfasen en heeft haar doeltreffendheid bewezen. De pil biedt eveneens een erg goede controle van de cyclus en behaalt erg goede resultaten op het vlak van levenskwaliteit voor de patiënten, met name op het vlak van gewichtstoename, vette huid of pijnlijke borsten, bijwerkingen die vaak de kop opsteken bij andere pillen.” De onderzoekers hebben eveneens de veiligheid van de toekomstige anticonceptiepil geëvalueerd. En ook daar zijn alle signalen positief. Tot slot werd er geen enkele gevaarlijke interactie met andere geneesmiddelen vastgesteld. “Een vrouw die onze anticonceptiepil inneemt, zal met andere woorden een groot gebruikscomfort ervaren. We verwachten dat de pil eind 2020 op de markt zal komen”, vervolgt Fornieri. Een mijlpaal, want ondertussen is het al 80 jaar geleden dat er nog een innovatie was op het vlak van anticonceptie voor vrouwen. In de jaren 90 kende de farmaceutische industrie aanzienlijke veranderingen met verschillende omvangrijke terugkopen. Onmiddellijk gevolg: de gynaecologie werd verwaarloosd. En op dat moment ontstond de ambitie om nieuwe alternatieven te ontwikkelen die beter voldoen aan de behoeften van vrouwen. Een markt van bijna een miljard vrouwen Het oestrogeen dat momenteel nog steeds in de pil wordt gebruikt, dateert immers al uit de jaren 40. En dit oestrogeen heeft een groot nadeel: het kan erg agressief zijn. “Tot op heden was de enige oplossing voor deze nefaste effecten het verminderen van de dosis oestrogeen”, verduidelijkt Jean-Manuel Fontaine, VP External & Scientific Affairs van Mithra. “Estelle® is echt een next generation pil, de eerste op basis van Estetrol, en is een echte nieuwigheid op het vlak van anticonceptie en menopauze. Deze innovatie beantwoordt

Estelle® is echt een next generation pil, die aan een reële behoefte van vrouwen en de medische wereld beantwoordt. — Jean-Manuel Fontaine aan een reële behoefte van vrouwen en de medische wereld.” Het zou dus een ware revolutie kunnen betekenen voor de anticonceptiemarkt. “We weten dat 60 procent van de vruchtbare vrouwen een anticonceptiemiddel gebruikt en dat orale anticonceptie veruit het meest gebruikt is”, preciseert hij nog. Mithra is uiteraard niet van plan om na deze innovatie te stoppen. Naast een constante personeelsuitbreiding − van 200 personen nu naar 300 tegen 2020 − wil het Belgische bedrijf ook haar productieproces verbeteren. Fornieri legt uit: “We produceren Estetrol synthetisch vanuit een molecule die in soja zit. Hiervoor proberen we ook biotechnologieën te gebruiken om te innoveren op het vlak van het syntheseproces. Want R&D is vooral nuttig en winstgevend wanneer er tegelijkertijd verschillende sectoren aangesproken worden.” “Daarom ben ik ook erg trots om deze prijs te delen met alle andere genomineerden die ook met hun innoverende ontwerpen aan de grote inzetten van onze huidige maatschappij kunnen beantwoorden”, besluit Fornieri. Nog maar eens het bewijs dat we, ondanks dat we niet over aardolie beschikken in België, wel erg goede ideeën hebben.


06

TOPIC GEZONDHEIDSZORG

FOKUS-ONLINE.BE

De toekomst van ons zorgtraject: Supergespecialiseerde behandelingen op maat Wanneer we denken in termen van geneeskunde leggen we al snel onze focus op de farmaceutische sector, maar anno 2019 gaat het veel verder dan dat. Innovatie, digitalisering en biotechnologie zorgen samen met de farmaindustrie voor een snel veranderend klimaat.

D Klassiek of modern? De biotechnologie kun je zowel klassiek als modern benaderen. De eerste vorm is vooral begaan met traditionele technieken om planten en dieren te kweken: het gebruik van bacteriën, gisten en schimmels voor de productie van brood, bier… De moderne biotechnologie ziet het een stuk breder. Het past letterlijk eigenschappen aan door rechtstreeks in te grijpen op DNA. Door die code van erfelijk materiaal te veranderen, kunnen heilzame toepassingen gecreeërd worden.

Is er een supergeneratie op komst? Biotechniek staat al ver, maar wat mogen we nog verwachten? Kunnen we over x aantal jaar organen klonen? Of misschien zelfs (super)mensen creëren? Volgens het VIB blijft het koffiedik kijken. De focus ligt momenteel op drie punten: medicijnen en vaccins optimaliseren, binnen de ecologie technieken bijsturen om het milieu beter te begrijpen en te beschermen en ook gewassen een betere bescherming bieden tegen instecten, ziektes of weersomstandigheden.

e veranderingen binnen de medische wereld gaan razendsnel. Vlaanderen is altijd al toonaangevend geweest en zal dat ook de komende jaren blijven. “Dat komt vooral door de grote aanwezigheid van belangrijke farmaceutische spelers, zoals Janssen Pharmaceutica, UCB of Omega Pharma, op een klein geografisch grondgebied. Dat werkt versterkend”, vertelt Willem Dhooge, co-general manager bij flanders.bio. Vlaanderen heeft een lange traditie inzake R&D binnen de gezondheidszorg en de biotechnologie. “Al sinds de jaren 80 zoeken we hoe we hier met succes een economische meerwaarde uit kunnen halen.” Dhooge dankt het succes in Vlaanderen ook aan de rol van de overheid. “Voor R&D hebben we altijd een goed subsidiesysteem gekend. Door een constante overheidssteun geraak je echt vooruit. In andere landen liggen de zaken anders.” Carole Absil is actief binnen het Agoria Health Care Traject en beschrijft dat de medische toekomst in handen ligt van data-analyse en preventie: “Als mensen over innovatie binnen de farmaceutische sector praten, denken ze vaak enkel aan geneesmiddelen, maar het gaat een stuk verder”, weet Absil. Een verregaande samenwerking tussen de farmaceutische sector, de biotechnologie, de digitale wereld en de industrie zullen voor een groot stuk helpen aan ziektepreventie. “80 procent van de zorguitgaven worden aan 20 procent van de bevolking toegeschreven. Die kosten worden gemaakt tijdens de laatste twaalf maanden van een leven. Dat kost de sociale zekerheid heel wat. Vandaag wordt er maar 3 procent van

wat we uitgeven, besteed aan het voorkomen van ziekte en aan gezond blijven. Daar liggen dus heel wat mogelijkheden. Zeker als die vier spelers actief

Hoe kun je vandaag meten of iemand al dan niet een ziekte in de toekomst zal krijgen?” We gaan wel naar een toekomst van ‘early diagnosis’, waarbij er steeds

Preventie wordt in de toekomst veel belangrijker dan de genezing of behandeling. — CAROLE ABSIL, AGORIA HEALTH CARE TRAJECT samenwerken. Preventie wordt in de toekomst veel belangrijker dan genezing of behandeling.” Dhooge nuanceert de term ‘preventie’. “Het blijft een hypermoeilijk gegeven. De eindpunten zijn moeilijk te bepalen.

vroeger parameters opgespoord worden. Zo kan een ziekte in een heel vroeg stadium gedetecteerd worden, vooraleer het zich ten volle manifesteert, zoals bijvoorbeeld bij borstkanker. “Maar spijtig genoeg laten vandaag nog niet alle ziektes een vroege

detectie toe. Onderzoek naar die vroege mechanismen is volop bezig, maar in vele gevallen is er nog een lange weg te gaan.” Door nauwkeurige en hightech data-analyse komen patiënten veel sneller terecht in een preventietraject. Volgens Absil zullen we door DNA-analyse in de toekomst kunnen anticiperen of iemand diabetes krijgt. “Ingrijpen dus voor de ziekte zich ontwikkelt. Chronische aandoeningen worden momenteel vaak te laat opgespoord, waardoor het meeste kwaad al is geschied. Voorkomen is nog altijd belangrijker dan genezen. Met nieuwe technologieën kunnen we sneller schakelen en patiënten behoeden voor het te laat is.” Dhooge beaamt dat: “Geïndividualiseerde therapieën zullen steeds vaker ingezet worden met dank aan databeheer. Het enige probleem blijft wel de wet op de privacy. Op welke manier mogen wij data doorgeven? Dat zal een belangrijk vraagstuk worden de komende jaren.” De behandeling van een patiënt zal ook een andere mindset teweegbrengen: “Momenteel kijken we naar wat een patiënt nodig heeft en hoe we een ziekte kunnen beheersen. Digitalisering helpt bij de ondersteuning, maar in de toekomst gaan we veel meer naar gestructureerde data-analyse.” Wat de innovatieve tendensen betreft, is Absil duidelijk: “Het digitale perspectief wordt allesomvattend. We zullen letterlijk in een glazen bol kunnen kijken en informatie geven die 100 procent correct is voor het individu. Daaraan kan de perfecte behandeling gekoppeld worden.”

TEKST DAAN VANSLEMBROUCK


ADVERTORIAL

ADVERTORIAL

Meest innovatieve universiteit van Europa (Reuters 2016, 2017 & 2018)

Toonaangevend onderzoek

Meer dan 250 opleidingen

Kwalitatief hoogstaand onderwijs

Meer dan 124 spin-offbedrijven

14 campussen over heel Vlaanderen

Ontdek jezelf. Begin bij de wereld.


08

INTERVIEW JEROEN TAS

FOKUS-ONLINE.BE

‘Innovatie gaat over veel meer dan technologie’ Al meer dan 125 jaar verrast Philips de wereld met toonaangevende vernieuwingen. Talloze keren heeft het Nederlandse bedrijf zich al heruitgevonden, en ook nu weer waait er een nieuwe wind. Dat vernemen we van Chief Innovation & Strategy Officer Jeroen Tas. TEKST HERMIEN VANOOST

BEELD FRANK VAN BEEK


JEROEN TAS INTERVIEW

#FOKUSRESEARCH

V

ijf jaar geleden is het intussen dat Philips zijn audio-, video- en multimedia-activiteiten van de hand deed. Hoewel er in de winkelrekken nog altijd televisietoestellen en audioapparaten ‘van’ Philips te vinden zijn, hebben die niks meer met het Nederlandse technologiebedrijf te maken. Hetzelfde geldt voor de verlichtingsarmaturen en led-systemen die de naam Philips dragen. Op geen enkele manier zijn die nog aan het moederbedrijf van weleer gelinkt. Sinds de verkoop van de beide divisies ligt de focus van Philips volledig op gezondheidstechnologie. Alle oplossingen die de elektronicagigant uit Eindhoven op de markt brengt, staan in het teken van het gezonde leven, met in het portfolio een brede waaier aan persoonlijke gezondheidsproducten – elektronische tandenborstels, airfryers en blenders, slaapapneumaskers,… – en geavanceerde diagnostische apparatuur zoals CT- en MRI-scanners en volledige behandelkamers. De man die de zoektocht naar nieuwe oplossingen in goede banen leidt, is Nederlander Jeroen Tas. Onder zijn impuls en die van CEO Frans van Houten begon de R&D-afdeling – die wereldwijd meer dan 10.500 medewerkers telt – op een andere manier te innoveren. Hoe vullen jullie bij Philips innovatie in? “Tot voor enkele jaren stond innovatie bij Philips gelijk aan producten ontwikkelen en verbeteren. Nu leggen we de lat hoger. Met de oplossingen die we lanceren, willen we een bijdrage leveren aan een betere gezondheid(szorg). Technologie is voor ons niet langer een doel op zich, maar een middel om betere klinische resultaten neer te zetten, een hogere productiviteit in de zorg te realiseren, preciezere diagnoses te stellen, patiënten beter te begeleiden... Echte innovatie is volgens ons systeeminnovatie: we vertrekken vanuit de uitdagingen en brengen vervolgens de technologieën samen die daar antwoord op bieden en ‘het systeem veranderen’. Ook op de markt van de consumentengoederen zie je producenten die beweging maken. Kijk maar naar wat Elon Musk heeft gedaan. Met Tesla heeft hij voor een doorbraak van de elektrische wagen gezorgd.”

Heb je een voorbeeld van zo’n innovatie bij Philips? “Ik denk spontaan aan het Lion eCare telemonitoringsysteem, dat we ontwikkeld hebben om patiënten vanop afstand op te volgen. Recente tests bij 200 patiënten met hartfalen – uitgevoerd in vijf Belgische ziekenhuizen – leren dat zo’n e-healthoplossing tot minder ziekenhuisopnames en effectievere behandelingen leidt. Door de dagelijkse monitoring kunnen zorgverleners sneller bijsturen en voelen patiënten zich meer gesteund in hun strijd. Zeker ook omdat ze in hun eigen omgeving kunnen blijven. De kwaliteit van de zorg gaat er dus op vooruit.” Monitoring betekent dataverzameling. Hoe belangrijk zijn data? “Wie wil innoveren, heeft data nodig, zeker in de gezondheidszorg. Op dit moment gaat er in de zorg nog veel tijd verloren aan diagnoses stellen. Iemand voelt zich kortademig, gaat naar de huisarts en die verwijst hem vervolgens naar een specialist in het ziekenhuis door, die op zijn beurt weer alles van nul begint te onderzoeken. Als daarentegen al die gezondheidsdata al beschikbaar zouden zijn - omdat het patiëntendossier op een goeie manier wordt gedeeld, en de patiënt via een wearable bijvoorbeeld continu zijn hartslag monitort… - dan zou de zorg veel sneller kunnen reageren. Dan kan de huisarts tijdens de consultatie met een Philips Ultrasound naar het hart luisteren en die info vervolgens met de bestaande data combineren. In een ideale wereld kan hij dan ook nog met een druk op de knop een cardioloog laten meekijken, om zo meteen tot de beste diagnose en therapie te komen. Op die manier vermijd je een bezoek aan het ziekenhuis, kun je snel een diagnose stellen en ingrijpen vóór het fout loopt. Veel mensen belanden vandaag in het ziekenhuis omdat de signalen niet gezien werden. Meer monitoren betekent meer persoonlijke zorg én betere preventie.” In welke mate gebeurt dat vandaag al? “Alle technologieën zijn beschikbaar, alleen worden ze niet op grote schaal toegepast. Daar ligt voor ons dus een volgende uitdaging: we moeten ook over nieuwe businessmodellen nadenken. Voor de verkoop van interventielabs werken we bijvoorbeeld vaak met servicecontracten in plaats van

verkoopcontracten. Ziekenhuizen betalen dan niet voor de aankoop, maar voor het gebruik van het lab. Wijzelf stellen daar een service op lange termijn tegenover en engageren ons om het gebruik van het lab te optimaliseren, over de totale levensduur ervan. We begeleiden de operationele kant van de zaak, zodat artsen bijvoorbeeld in staat zijn om meer patiënten in dezelfde tijd te onderzoeken.”

3 VRAGEN AAN...

Jullie ontwikkelaars werken vaker dan vroeger met externe partijen samen. Waarom? “Omdat we ervan overtuigd zijn dat het dé manier is om tot duurzame innovatie te komen. Door met externe partners samen te werken, kun je je oplossing veel verfijnder in de markt zetten. Je kunt testen en bijsturen op basis van de ervaring in de praktijk, wat sowieso betere resultaten oplevert. Het model is niet meer: we vinden iets uit, maken er een product van en gooien het op de markt. Nee, de beste uitkomst krijg je wanneer je er een open en dynamisch innovatieproces van maakt.”

VIVES, EXPERTISECENTRUM SMART TECHNOLOGIES

Welke impact heeft dit allemaal op het R&D-team? Hoe ‘anders’ ziet dat team er in vergelijking met tien jaar geleden uit? “De traditionele elektrisch en mechanisch ingenieurs hebben we nog altijd aan boord, maar naast hen werken er nu ook veel data en software engineers, psychologen, klinische specialisten en creatieve designers. Als je wil uitzoeken wat de beste therapie is, heb je al die profielen nodig om tot een analyse te kunnen komen. De uitdaging is immers zowel cognitief, technologisch als klinisch van aard. Je moet al die disciplines samenbrengen om voortgang te kunnen boeken. De sector van de gezondheidszorg is daarin niet anders dan andere. Innovatie staat of valt in veel gevallen met het creëren van een ecosysteem. Het gaat in elk geval dus over veel meer dan technologie.”

SMART FACT. Wat als je geen Innovation Officer bij Philips was geworden? “Dan was ik wellicht een eigen bedrijf begonnen, in dezelfde branche. Ik vind het fantastisch om de samenleving op een positieve manier te kunnen veranderen.”

KOEN DENYS

Wat versta je onder multidisciplinair samenwerken? “Innovatieve domeinen overlappen steeds vaker. Innovatie rond smart cities, drones of alles rond klimaatmitigatie en -adaptatie gaat niet meer om één technologie of discipline, maar het samengaan van verschillende technologieën in verschillende disciplines. Sterker nog, het is niet nog louter technologie, het gaat ook over de interactie met mens en omgeving.” Hoe wordt dit concreet toegepast? “We hebben het voordeel dat we met zes studiegebieden zitten, elk met een brede waaier aan opleidingen, en daarmee samengaand ook zes verschillende expertisecentra. Door periodiek overleg tussen de coördinatoren van die centra blijven we op de hoogte wat er leeft en daardoor ook waar eventuele opportuniteiten of lacunes zitten.” Welke resultaten brengt dit met zich mee? “In de bouw wordt er bijvoorbeeld vaker gewerkt in bouwteams: vanaf het begin met alle betrokken actoren samenwerken, zodat er geen overbodig werk wordt gedaan en/of om fouten zoveel mogelijk te vermijden. Zo leidt multidisciplinair werken tot oplossingen die vanuit een veel bredere invalshoek bekeken zijn. Op korte termijn vraagt dit misschien iets meer tijd en inspanning, maar op langere termijn zorgt het er wel voor dat de resultaten ruimer doordacht en breder gedragen zijn. Dat zorgt voor tijdswinst en beperking van faalkosten.”

ADVERTORIAL

SHAPING THE FUTURE OF SATELLITE COMMUNICATIONS

SPACE TO GROW SPACE TO INSPIRE SPACE TO CONNECT www.newtec.eu/jobs Follow Newtec Satcom on

09


010

UITGELICHT INNOVATIEVE START-UPS

FOKUS-ONLINE.BE

Innovatieve Brusselse start-ups in de prijzen Een interactief platform dat de impact van docenten vergroot, een virtuele assistent voor bouwexperts en een cyber-bodyguard voor datakwaliteit: onze hoofdstad biedt een vruchtbare voedingsbodem voor heel wat technologische innovaties. De Brusselse start-ups Wooclap, Kabandy en Shape.ai tonen zich met die drie vernieuwingen pioniers in hun vakgebieden. Het Brussels Instituut voor Onderzoek en Innovatie, Innoviris, bekroonde hun werk dan ook met de Innovative Starters Award.

O

p vier jaar tijd bereikte de Brusselse start-up Wooclap wereldwijd zo’n 60.000 docenten met een interactief platform dat onderwijs dynamischer en efficiënter maakt. Onlangs ging de start-up een samenwerking aan met Microsoft om dat platform te integreren in de presentatiesoftware PowerPoint. Toch is dit voor de jonge Brusselse onderneming nog maar het begin. “Het onderwijs zit nog niet in een disruptieve fase. Er is nog veel ruimte voor verbetering en innovatie”, zegt Sébastien Lebbe, CEO van Wooclap. “Wij zetten in op twee domeinen: enerzijds op pedagogie, met een aanpak gebaseerd op de neurowetenschap, en anderzijds op technologische vernieuwing, via de meest recente digitale en designtechnologieën. Kort samengevat stelt het Wooclap-platform docenten in staat om hun lessen interactiever te maken en het inzicht van hun studenten te meten.”

Ook Shape.ai ziet digitalisatie als de sleutel tot een toekomst waar databeheer en -analyse steeds belangrijker wordt. “Om te overleven moeten bedrijven een digitale infrastructuur opzetten die hun algoritmes voedt”, benadrukt Maarten Masschelein, CEO van Shape.ai. “Om daarbij te helpen, bieden wij een softwareplatform aan waarmee bedrijven de data die hun algoritmes voeden, kunnen testen en monitoren. Ons programma valideert automatisch de datasets die analisten gebruiken, zodat ze betrouwbare dataintensieve producten kunnen maken en

elkaar gemakkelijk kunnen contacteren om problemen op te lossen.” Start-ups als Kabandy, Shape.ai en Wooclap bewijzen dat Brussel bruist van de innovatie. Dat is ook Innoviris, het Brussels Instituut voor Onderzoek en Innovatie, niet ontgaan. Het beloonde de drie jonge ondernemingen eind februari met een Innovative Starters Award. Die prijs voor innovatieve Brusselse start-ups reikte Innoviris intussen al voor het achtste jaar op rij uit. De winnaars krijgen elk een subsidie van maximum 500.000 euro voor de realisatie van hun strategisch

Winnende bedrijven moeten de kans krijgen om uit te groeien tot leader in hun sector. — DAMIEN LITTRÉ

Het onderwijs is niet de enige sector waar er ruimte is voor innovatie. Ook in de bouwsector wordt volop geïnnoveerd, met de start-up Kabandy als een van de koplopers. Kabandy is Sanskriet voor ‘verbinden’, wat niet toevallig ook de core business is van deze Brusselse onderneming: via nieuwe technologieën brengt ze de expertise samen van alle actoren in de traditionele vastgoedsector.

“Dankzij de Innovative Starters Award kunnen we al vroeg in de ontwikkeling van ons bedrijf een aantal strategische investeringen doen die anders nooit mogelijk waren geweest”, erkent Masschelein van Shape.ai. “Ik denk aan onze groei-infrastructuur, die we nu vroeger dan verwacht kunnen opzetten. Zo kunnen we heel wat efficiënter te werk gaan. Op onderzoeksvlak geeft de award ons ook de tijd om samen met onze klanten nieuwe features uit te bouwen.” Ook Wooclap kan dankzij de financiële steun van Innoviris voluit inzetten op innovatie. “We willen nieuwe functies ontwikkelen, gebaseerd op neurowetenschap en artificiële intelligentie. Ons doel is om het onderwijs verder te personaliseren en meer tijdwinst te boeken voor de docent”, blikt Sébastien Lebbe vooruit. “Door ons verder te verdiepen in neurowetenschappelijk onderzoek moet onze toepassing de student helpen om sneller en efficiënter te studeren. Dat willen we achteraf ook door wetenschappelijke studies bewezen zien.”

“Vandaag overschrijden grote vastgoedprojecten hun budget gemiddeld met 10 procent”, signaleert Benoît Descamps, operationeel directeur bij Kabandy. “De oorzaak? De vele betrokken partijen en de versnipperde informatie. Daarom ontwikkelden we een digitaal beheersplatform: een intelligente virtuele assistent die vastgoedeigenaars, aannemers, architecten en operatoren helpt bij de ontwikkeling, opvolging en exploitatie van hun vastgoedproject.” Bij Kabandy zijn ze ervan overtuigd dat hun ontwikkeling een digitale revolutie in de bouwsector zal teweegbrengen en uiteindelijk zal leiden tot minder overheadkosten, minder ongevallen en betaalbare woningen.

innovatieplan. Een duidelijke keuze die ook kadert in de missie van Innoviris: brandstof bieden voor de Brusselse innovatiemotor. “We willen de winnende bedrijven de kans geven om uit te groeien tot leader in hun sector”, vertelt Damien Littré, wetenschappelijk adviseur bij Innoviris. “Daarom geven we financiële ondersteuning voor de implementatie van een strategisch innovatieplan, dat verder gaat dan de zuiver technologische dimensie. Op die manier kunnen de start-ups een globale strategie uitbouwen en het commerciële succes van hun innovatie vergroten.”

Jonathan Alzetta en Sébastien Lebbe, Wooclap

Ook bij Kabandy dromen ze verder. “Dankzij de Innovative Starters Award kunnen we samenwerkingstools ontwikkelen die we willen integreren in ons platform”, vertelt directeur en bestuurder Georges Caron. “Onze ambities zijn uiteraard heel hoog. Op lange termijn willen we een grote speler worden op de markt van digitale opvolging in de bouwsector.” TEKST KIM BEERTS


SMART MOBILITY TOPIC

#FOKUSRESEARCH

011

Slimme mobiliteitsinitiatieven in België M

obiliteit. Het is een breed begrip dat veel associaties opwekt. Maar niet al die associaties zijn altijd even positief. Bij de term ‘mobiliteit’ denken we namelijk al gauw aan files, slechte lucht en verkeersongevallen. Al is dat met een beetje geluk binnenkort van de baan. Want onlangs pompten federaal minister van Mobiliteit François Bellot (MR) en voormalig minister van Digitale Agenda Alexander De Croo (Open Vld) maar liefst vier miljoen euro in initiatieven voor een zogenaamde ‘slimme mobiliteit’. Smart Mobility Belgium is de naam van het project van Bellot en De Croo. Met hun Smart Mobility Call deden ze een oproep voor initiatieven die mobiliteit proberen te verbeteren door digitalisering. Het doel: inter- en multimodaliteit in België ondersteunen en het open databeleid verder uitbouwen op een toekomstgerichte manier. De oproep kreeg heel wat reacties. In het totaal hebben zo’n 137 slimme mobiliteitsprojecten zich bij Smart Mobility Belgium aangemeld, iets wat De Croo erg verheugt. “Ik ben oprecht blij met het resultaat van de call”, aldus de minister. “Belgische bedrijven en start-ups barsten duidelijk van ambitie. Vijftien sterke projecten kunnen nu aan de slag.” Die vijftien initiatieven werden zorgvuldig door een onafhankelijke jury van experten geselecteerd. Open data ontwerp- en visualisatieprojecten Drie van de vijftien winnende initiatieven zijn open data ontwerp- en visualisatieprojecten. En daar maakt onder meer het Gentse Waylay deel van uit. De ambitie van Piet Vandaele en Veselin Pizurica, de twee oprichters van Waylay, was vanaf het begin hoog: orkestleider voor Internet of Things worden. Het ingenieursduo werkt al meer dan tien jaar samen en had voor hun project al meerdere softwareproducten uitgebouwd. Maar op een bepaald moment begon de ondernemersmicrobe te kriebelen. Dat

vertelden ze De Tijd: “We wilden de sprong naar iets nieuws wagen. We zagen de hype van IoT opkomen en wilden voorkomen dat we later zouden zeggen: ‘Zie je wel!’” Daarom bedachten ze voor de stad Gent Waylay.

Belgium een financieel duwtje in de rug kreeg, brengt verschillende bestaande toepassingen samen. Het hoofddoel van de bedenkers was namelijk om een leegte op te vullen door met Pikaway een alomvattende routeplanner op poten te zetten.

Simpel gezegd is Waylay een systeem dat alle verkeersdata in de stad groepeert en de bewoners continu op de hoogte houdt van de mobiliteitssituatie. Dat werkt door middel van mobiliteitsdata die vrij beschikbaar zijn. “We koppelen sensordata over bijvoorbeeld de bezettingsgraad van parkeerplaatsen aan data van Googles verkeersapp Waze, informatie van de NMBS, maar ook aan tweets. Als er een ongeluk gebeurt, weet Twitter het immers als eerste”, aldus de twee.

De ontstaansreden van het idee? Routeplanners vertrekken vaak van de auto als standaardoplossing en dat kan volgens de makers niet langer. Pikaway moet Koning Auto van zijn troon stoten door ook nieuwe oplossingen en lokale initiatieven, zoals steps, treinen en deelfietsen, een volwaardige plaats te geven. De combinatie van mobiliteit en duurzaamheid dragen ze hoog in het vaandel.

Multimodale routeplanners Ook Pikaway, een van de vier multimodale routeplanners die van Smart Mobility

Duurzame en innovatieve modi En ook voor Smart Mobility Belgium is duurzaamheid van belang. Wel acht van de vijftien winnende projecten zijn

Een slimmere mobiliteit is een betere mobiliteit.

– ALEXANDER DE CROO

duurzame en innovatieve modi. Zo is er onder andere het project Bike To Work 2022 dat werknemers met campagnes wil aanmoedigen en ondersteunen om zich met de fiets naar het werk te verplaatsen. Maar het concept dat het meeste in het oog springt, is Helicus. Het idee van Helicus is om onbemande luchttransporten tussen ziekenhuizen in te zetten. Dat zou een veel sneller en betrouwbaarder alternatief zijn voor transporten over de weg. Door de lucht kunnen ziekenhuizen immers files vermijden en ervoor zorgen dat cruciale leveringen – denk maar aan organen of andere transporten die het verschil kunnen maken tussen leven en dood – op tijd in een ander ziekenhuis aankomen. Managing director van Helicus, Mikael Shamim, ziet het alvast groots. “Ik hoop als eerste in de Europese Unie toestemming te krijgen voor testvluchten.” De eerste echte vluchten zijn gepland voor komende zomer. Die zouden doorgaan in het Antwerpse. Mental en modal shift Het staat vast: de behoefte aan mobiliteit blijft wereldwijd stijgen. Tegelijk maken ook zaken als vervuiling, stress en tijdverlies door groeiende verkeersstromen een opwaartse beweging. Een nieuwe aanpak is dus dringend nodig. De interesse voor slimme mobiliteit is daardoor groter dan ooit. Dat zegt ook De Croo. “Want een slimmere mobiliteit is een betere mobiliteit.” Innovatie en open data ziet hij dan ook als twee krachtige wapens om ons land in beweging te krijgen. Bellot treedt hem daarin bij. “Digitale toepassingen kunnen een betere integratie van transportnetwerken stimuleren en bijdragen tot een mental en modal shift”, meent hij. Met Smart Mobility Belgium hebben de ministers vernieuwende mobiliteitsprojecten alvast een boost willen geven. Al hopen ze dat dat nog maar het begin is, zodat mobiliteit niet langer een negatieve bijklank hoeft te hebben. TEKST GABRIËLLE MAARI


012

EXPERTPANEL MULTIDISCIPLINAIR SAMENWERKEN

FOKUS-ONLINE.BE

Open innovatie R&D-afdelingen geraken hoe langer, hoe meer ervan overtuigd dat ze met de hulp van externe partners sneller en beter kunnen innoveren. Waarom zouden ze immers zelf het warm water uitvinden als andere bedrijven of onderzoeksgroepen dat eerder al hebben gedaan? Deze experts zijn alvast overtuigd.

STEFAAN DE WILDEMAN. Director B4Plastics

STEFAAN FIERS. Communications & public policy director pharma.be

JOOST WILLE. R&D-manager Sioen Industries

Is open innovatie het R&D-model van de toekomst? “De tijd dat innovatie enkel binnen de muren van de corporate ondernemingen gebeurde, ligt achter ons. Vandaag investeren de meeste grote bedrijven een deel van hun geld in een venture fund. Ze ruilen hun eigen R&D-budget gedeeltelijk in voor acquisitie van start-uptechnologie en openen daarmee hun blik naar de buitenwereld. Organisaties zijn er steeds meer van overtuigd dat ze de grote uitdagingen van de toekomst niet in hun eentje zullen oplossen. Bij B4Plastics werken we intussen al met ruim twintig partners samen. Zij gaan met ons in zee omdat wij hen gedifferentieerde polymeeroplossingen kunnen aanbieden die hen een sterkere positie op de markt garanderen.”

“In de farmawereld zie je meer en meer bedrijven de handen in elkaar slaan. Ze leggen zich toe op domeinen waar ze sterk in zijn en zoeken voor andere ontwikkelingen naar samenwerkingen. Geneesmiddelen ontwikkelen is een erg arbeidsintensief, risicovol en duur proces. Bovendien zijn de slaagkansen beperkt. Grote gerenommeerde bedrijven zoeken aansluiting bij kleinere biotechbedrijven omdat die zich op een deelproces toeleggen en zo voor een versnelling kunnen zorgen. Bij kankeronderzoek kom je interdisciplinaire samenwerkingen al heel vaak tegen. Grote bedrijven leggen zelfs hun onderzoeksprogramma’s naast elkaar, om zo van elkaar te leren en tot oplossingen te komen.”

“Open innovatie is een must wanneer je disruptief wil zijn. Dat weten wij al sinds begin jaren 2000. Toen hadden we het idee om binnen te dringen in de wereld van de textielarchitectuur. Omdat we zelf weinig ervaring hadden binnen dit domein, hebben we een multidisciplinair team met externe experten rondom ons verzameld. Die manier van werken loonde en zijn we dan vaker beginnen toepassen. Zo hebben we een paar jaar terug met Philips samengewerkt rond de integratie van licht in textiel. Dankzij al die partnerships – we hebben er intussen meer dan honderd – hebben we onze grenzen van kennis en innovatie kunnen verleggen en ons bedrijf verder laten groeien.”

Welke voordelen brengt multidisciplinair samenwerken met zich mee? “Elke goede business steunt op drie pijlers: grondstoffen, technologie/machinepark en de markt. Wij zetten in op die tweede pijler. Voor de aansluiting met de markt werken we vooral met gevestigde bedrijven samen. Waarom zouden we onze innovatieve krachten compromitteren door markten te bouwen die anderen al perfect beheersen? Je kunt beter sterke partners rondom je verzamelen, want ook voor externe partijen betekent de samenwerking een win. Door versterking te zoeken, moeten ze de hooggekwalificeerde en steeds diversere capaciteiten niet per se zelf in huis hebben. Bovendien leren we veel van elkaar. Dat de Europese en Vlaamse overheden initiatieven nemen om meer samenwerkingen op de been te brengen, is een goeie zaak.”

“Samenwerken loont voor alle partijen. Neem nu het voorbeeld van JLABS, de incubator van Johnson & Johnson, op de campus van Janssen Pharmaceutica in Beerse. Bedrijven die er hun intrek nemen, kunnen de infrastructuur en expertise van Janssen Pharmaceutica gebruiken om onderzoek naar nieuwe geneesmiddelen te doen. Daarmee winnen ze tijd en geld. Ze moeten immers zelf geen gigantische investeringen doen om hun labo gekwalificeerd te krijgen. Voor Janssen Pharmaceutica zelf is het een manier om expertise van buitenaf aan te trekken, nieuwe ontwikkelingen op het spoor te komen en sneller te innoveren. Ze stuwen elkaar als het ware vooruit.”

“Het grote voordeel is dat je, zonder zelf expert te zijn, toch snel toegang tot een bepaalde markt kunt krijgen. Omdat je de krachten bundelt en op elkaars expertise kunt bouwen, ga je veel vlotter door het ontwikkelingsproces. Ook de weg naar de klant is in veel gevallen korter. Het merendeel van onze producten komt tot stand in samenwerking met leveranciers en klanten. Je ontwikkelt dus een product dat aan de marktwensen voldoet. Ook kun je in een recordtijd een breed netwerk uitbouwen, waarbij je ook met toekomstige vragen terechtkunt. Door ons project rond macroalgen, bijvoorbeeld, hebben wij nu heel wat contacten in de marinewereld. Dat zal ons zeker opnieuw van pas komen.”

Welke voorwaarden zie je om tot succesvolle samenwerkingen te komen? “Open innovatie steunt voor een groot stuk op vertrouwen. Om tot een succesvolle samenwerking te komen, is het essentieel om partners te vinden met eenzelfde DNA. In de voorbije vijf jaar hebben we ervaren dat we niet per se naar de corporate organisaties moeten trekken om mooie projecten te realiseren. Ook daarbuiten valt er veel te doen. Bovendien is het niet omdat een bedrijf een grote naam heeft, dat het sterk is in innovatie. Ook moet je samenwerkingen niet oeverloos rekken. Als het niet goed loopt, onderken dat dan en durf er een punt achter te zetten. Uit de onderhandeling van het contract valt meestal al veel af te leiden.”

“Ik denk dat het vooral belangrijk is dat we het ecosysteem rond de farma en biotech in België blijven voeden. De aanwezigheid van gerenommeerde spelers stimuleert innovatieve start-ups om zich in ons land te vestigen. Hun ideeën zijn op hun beurt inspirerend. Ook niet onbelangrijk is dat onze overheden expertise in nieuwe domeinen zoals cel- en gentherapie beginnen op te bouwen. Als bedrijven weten dat ze in België het juiste kader zullen vinden om hun ontwikkelingen te doen, dan zullen ze snel de weg naar ons vinden. Uiteindelijk geraak je zo in een positieve spiraal en word je een magneet voor nieuwe life sciences. De overheid beseft dat ook.”

“Je moet je partners vooral zo kiezen dat ze niet hetgeen doen wat jij zelf wil doen. De belangen van elke partij in het project moeten duidelijk zijn. Goeie afspraken maken goeie vrienden. Leg ook vast hoe je verder wil gaan, eens het product ontwikkeld is. Hoe ga je het commercialiseren? Wie neemt welke rol op zich? Wat met het intellectuele eigendom? Dat zijn allemaal voorwaarden die je vooraf moet bepalen. En verder moet je er natuurlijk zeker van zijn dat de partners met wie je aan tafel zit, straf genoeg zijn. Hebben ze wel de expertise die nodig is om tot het gewenste product te komen? Dat is niet lang altijd gemakkelijk te achterhalen.”

TEKST HERMIEN VANOOST


DIGITALISERING UITGELICHT

#FOKUSRESEARCH

013

Digitalisering als motor voor innovatie Meer en meer chemiebedrijven ontdekken de voordelen van artificiële intelligentie, Internet of Things en cloud technology. Het effect daarvan is tot in de laboratoria voelbaar. Verwacht wordt dat onderzoekers in de toekomst sneller tot een doorbraak zullen komen.

G

een enkele sector in ons land die meer geld voor onderzoek en ontwikkeling uittrekt dan de chemie en de life sciences. Volgens berekeningen van koepelorganisatie esscenscia liep het budget in 2017 op tot 4,4 miljard euro. Een verdubbeling tegenover 2007 en ruim de helft van alle industriële R&D-uitgaven in België. Die vele investeringen werpen hun vruchten af: van de 1.215 patenten die het Europees Octrooibureau in 2017 aan ons land uitreikte, ging een derde naar de chemie. Elke dag is er dus wel ergens een chemielabo dat een nieuwe uitvinding doet. Het goede nieuws is dat het aantal uitvindingen komende jaren wellicht nog verder zal stijgen. Automatisering, digitalisering en robotisering maken immers de weg vrij voor efficiënter onderzoek. Dat ervaart Jeroen Geuens, hoofd van het expertisecentrum Duurzame Chemie aan de Karel de Grote Hogeschool Antwerpen: “Dankzij artificiële intelligentie (AI) kunnen onderzoekers betere simulatiemodellen maken, waardoor ze sneller vooruitgaan. In veel gevallen leidt AI ook tot een besparing. Zodra een algoritme op punt staat, zijn er immers geen − of in elk geval minder − experimenten in het labo nodig.” Om dat te illustreren, haalt Geuens er de solvent substitution tool bij, die hij samen met zijn collega’s van de opleiding Toegepaste Informatica heeft ontwikkeld. “Veel fabrikanten van verf, inkt en lijm zijn op zoek naar duurzame alternatieven voor de solventen die ze in hun producten gebruiken”, vertelt Geuens. “Die zijn er, maar het vraagt aardig wat werk om ze op het spoor te komen. Of toch voor wie de klassieke methodes gebruikt. Dankzij machine learning hebben wij

een tool kunnen bouwen waarmee je de milieuvriendelijke alternatieven snel kunt vinden.” Door middel van algoritmes brengt de software clusters van soortgelijke solventen in kaart. In die clusters kunnen de onderzoekers er vervolgens de duurzame varianten uitpikken. In nauwelijks enkele muisklikken is de klus geklaard. Verschillende ondernemingen in ons land maken al gebruik van de tool.

Dat de komst van al die digitale technologieën het wetenschappelijk onderzoek in een stroomversnelling brengt, merken ze eveneens op de R&D-afdeling van chemiebedrijf BASF. Computersimulaties en andere virtuele modellen zijn er op korte tijd deel gaan uitmaken van het standaardinstrumentarium van de onderzoekers. “Die technieken zijn de

Het is veel gemakkelijker geworden om de krachten te bundelen in uitdagende projecten wereldwijd en om kennisnetwerken op te bouwen en te onderhouden.

– MARTIN STROHRMANN

ideale aanvulling op de experimenten die we in het labo uitvoeren”, reageert dr. Martin Strohrmann, senior vice president Digitalization in R&D. “Dankzij simulatie en statistieken is het relatief eenvoudig geworden om uit meer dan 10 miljoen mogelijkheden de veelbelovende chemische structuren te selecteren. We kunnen nu op korte tijd gigantisch grote hoeveelheden data analyseren en op basis daarvan statistische modellen ontwikkelen.” In sommige gevallen brengen die analyses ook verrassende inzichten met zich mee. Het gaat dan bijvoorbeeld over verbanden die de onderzoekers eerder niet gezien hadden. Voor beide experts klinkt dat bekend in de oren. “Computers hebben één groot voordeel,” vertelt Geuens, “ze vertrekken altijd van een leeg blad, zonder veronderstellingen. Dat is heel anders dan de mens. Reken maar dat dat tot nieuwe innovaties zal leiden.” Tot slot stimuleert digitalisering ook een andere manier van samenwerken tussen onderzoekers. Intenser, maar vooral ook over de eigen team- en landsgrenzen heen. Martin Strohrmann van BASF ervaart dat zelf aan den lijve. “Wij werken dagelijks samen met teams die over hele wereld verspreid zitten. We wisselen gegevens uit en delen onze bevindingen via cloudgebaseerde, digitale platforms. Die zijn echt een zegen voor onderzoekers. Het is veel gemakkelijker geworden om de krachten te bundelen in uitdagende projecten wereldwijd en om kennisnetwerken op te bouwen en te onderhouden.” TEKST HERMIEN VANOOST


014

CHRONICLE PETER BONNE

FOKUS-ONLINE.BE

R&D als motor van innovatie, en omgekeerd In de wereld van de kartografie, of mapping, werd begin jaren 70 met optisch-mechanische toestellen gewerkt. De digitale toekomst was nog ver weg, maar de eerste stappen werden reeds gezet. Wat vandaag evident is, was toen heel complex en vergde een intensief en long-term engagement.

T

echnologie heeft een enorme vlucht genomen. Het longterm engagement is echter nog steeds aanwezig: als kmo is R&D nog steeds de rode draad. Voor de toepasbaarheid van de onderzoeken moet op lange termijn nagedacht worden over disruptieve ideeën en game-changers, anderzijds moet het bedrijf permanent vernieuwend kunnen zijn. Als kmo kun je in Vlaanderen wel rekenen op enige overheidssteun, al gaan de grote sommen subsidies telkens weer naar de Imecs en VITO’s van deze wereld. Ook is er weinig controle op de concurrentieverstoring die daarbij kan optreden. Het lijkt mij niet een overheidstaak om zelf aan R&D te doen, maar wel om aan te moedigen en diezelfde technologieën ook te omarmen door zichzelf als eerste koper aan te bieden. In ons vakgebied ontmoeten we helaas een conservatief Vlaanderen. Steden en bedrijven in het buitenland met een omzet groter dan ons BNP maken daar echter geen punt van. Vlaanderen, en dan vooral de overheden, moeten deze attitude dringend opzijzetten om de Vlaamse bedrijven ook lokaal de ademruimte te geven: R&D en innovatie zijn reeds risicovolle ondernemingen daarbij tegelijkertijd het buitenland veroveren is extra moeilijk.

en R&D wordt ingezet. Jongeren worden aangespoord om start-ups te lanceren en krijgen daarbij veel hulp. Dat is uiterst belangrijk voor onze economie. Maar vernieuwende ideeën zitten niet enkel in startups. Gelukkig is nu ook de scale-up ontdekt, bedrijven waar al wat body in zit en toch fris en vernieuwend denken en handelen. Innovatief zijn moet je vooral durven. Want immers, de vogel die in een kooi is geboren, denkt dat vliegen een ziekte is. Leren vliegen is dus niet enkel een straffe realisatie, maar moet je durven denken. Disney zei ooit: ‘Eerst moet je dromen, zie dan of het mogelijk is”. Vandaag noemen we dat thinking out of the box. Die attitude is essentieel.

Een permanente stroom van nieuwe ideeën is de enige weg om de tand des tijds te overleven.

Als we vandaag een softwarehuis zijn, gespecialiseerd in 3D-mapping solutions en met globale uitstraling, dan kon dat enkel dankzij de jarenlange inspanningen en risico’s die genomen werden in R&D. Een permanente stroom van nieuwe ideeën, brainstorming en innovatie, doorspekt met grondige vak- en marktkennis, is de enige weg om de tand des tijds te overleven, en toekomstperspectieven voor bedrijf en medewerkers gaaf te houden. Dat laatste bereik je echter niet door R&D, maar wel met een topteam. Wat mij betreft is dat belangrijker dan de R&D zelf.

Heel positief is de algemene tendens dat er effectief op innovatie

TEKST PETER BONNE CEO ORBIT GT BELGIUM

www.vives.be

Wil je nog meer weten? Surf snel naar

FOKUS-ONLINE.BE EXPERTISECENTRUM

SMART

TECHNOLOGIES

BRUGGE, KORTRIJK, OOSTENDE

NAVORMINGEN OPLEIDINGEN OP MAAT DIENSTVERLENING

jouw innovatiepartner! 100x130mm-adv-vives.indd 1

9/04/19 12:26


ADVERTORIAL

Eind vorig jaar publiceerde de Vlaamse Adviesraad voor Innoveren & Ondernemen of kortweg VARIO, zijn advies over de ‘Vlaamse Beleidsagenda Artificiële Intelligentie’ van Vlaams minister van Innovatie Philippe Muyters. Het rapport bevat enerzijds een analyse van wat artificiële intelligentie nu eigenlijk is, welke mogelijke toepassingen de technologie vandaag heeft en waarom Vlaamse beleidsmakers en bedrijfsleiders de boot beter niet missen. VARIO nam dit initiatief, omdat het niet eenvoudig is om feit van fictie te onderscheiden in de overvloed aan berichtgeving rond AI. Door naast de interne expertise beroep te doen op de Vlaamse experten in de materie, en door een fact finding-missie naar de twee Amerikaanse topuniversiteiten MIT en CMU, heeft VARIO getracht op een toegankelijke manier een tipje van de sluier op te lichten. Anderzijds bevat het VARIO-advies ook een aantal aanbevelingen, die erop gericht zijn de concrete invulling van het AI-initiatief van minister Muyters te ondersteunen. De kracht van deze aanbevelingen schuilt erin dat VARIO als adviesraad is samengesteld uit 10 onafhankelijke ervaringsdeskundigen die zetelen ten persoonlijke titel. Bovendien worden de aanbevelingen rigoureus onderbouwd

(evidence-based), en worden internationale best practices consequent aangehaald. Inhoudelijk verwelkomt VARIO in zijn advies het initiatief om jaarlijks 30 miljoen euro vrij te maken voor een programma Artificiële Intelligentie. De te verwachten maatschappelijke en economische impact van artificiële intelligentie is immers enorm. Gespecialiseerde consultants verwachten dat AI in het volgende decennium substantieel zal bijdragen aan de groei van het mondiaal BBP. Ze stellen productiviteitstoenames in het vooruitzicht tot wel 40% tegen 2035. Daarom zijn structurele AI-investeringen in onderzoek en innovatie volgens VARIO van groot belang voor de Vlaamse kennismaatschappij. Als Vlaanderen hier niet op inzet, lopen we het risico dat niet alleen onze onderzoekscentra maar vooral ook onze bedrijven internationaal minder competitief worden. Daarom moet voor VARIO het zwaartepunt van het AI-programma zowel inhoudelijk als budgettair op het ondersteunen van de noden van de vraagzijde liggen: bedrijven, overheden en overige non-profit. Wie de meer specifieke aanbevelingen wil lezen, of info zoekt over Artificiële Intelligentie, kan terecht op de VARIO-website: https://www.vario.be/nl/publicaties

ADVERTORIAL

Dab-embedded is een elektronisch designbedrijf met een expertise in geïntegreerde software en mechanics. We zijn een groep van professionals, Microsoft Certified Specialisten en ARM Accredited Engineers die betrokken zijn bij het creëren van commercieel levensvatbare producten, en die bovendien continu streven om als een echte Engineering Solutions Partner te functioneren. In samenwerking met toonaangevende chipleveranciers en de meest gewaardeerde softwarebedrijven kunnen we aan onze klanten oplossingen bieden die in staat zijn om het evenwicht tussen prijs en technologie te behouden. We hebben dan ook veel middelen en mogelijkheden ter beschikking om ons geïntegreerd testlab in moderne staat te behouden, waardoor we een hoogwaardige kwaliteit kunnen leveren in een Noord-Europese stijl. Onze medewerkers zijn permanent in contact met de nieuwste technologieën, omdat wij het noodzakelijk vinden om vertrouwd te zijn met alle nieuwigheden op de markt. Daardoor wordt het mogelijk dat wij ieder moment klaarstaan om u te ondersteunen bij elke projectfase. Ontwikkeling en ondersteuning van elektronica worden door ons voorzien. Onze modellen van samenwerking laten ons toe de meest optimale manier van coöperatie voor onze klanten te vinden. U krijgt een team van hooggeschoolde technische deskundigen en een efficiënt projectmanagement, een grote lading aan innovatieve technologieën en uitgebreide flexibele manieren om met ons samen te werken. Na het beëindigen van een project, zal u een volledig stabiel prototype of eindproduct krijgen in massaproductie met alle benodigde projectdocumentatie.


ADVERTORIAL

Onze missie? Jouw toekomst ďŹ nancieren!

Als gewestelijke organisatie voor onderzoek en innovatie verbindt, stimuleert en financiert Innoviris burgers, bedrijven, onderzoeksinstellingen en non-profitorganisaties om vooruitgang te maken. We spelen een voortrekkersrol en leveren de financiĂŤle brandstof om de Brusselse innovatiemotor op gang te trekken. Want innovatie is de groeimotor van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest.

Ontdek hoe we jou kunnen helpen op onze nieuwe website! innoviris.brussels

Profile for Smart Media Agency | Fokus

Fokus Research & Development  

Bijlage van Smart Media bij De Standaard.

Fokus Research & Development  

Bijlage van Smart Media bij De Standaard.

Advertisement