Page 1

D I T D O S SI ER WO R DT G EP U BL I C EER D D O O R S M AR T M ED I A EN VALT N I E T O N D ER D E V ER AN T WO O R D EL I J K H EI D VAN D E R ED A C T I E VAN K N A C K

JOHAN HANSSENS ONTWIKKEL DE TOEKOMST

AUG 2017

Vlaanderen als nieuwe hotspot van O&O?

DIRK TORFS

'Bedrijven, mis de trein van Industrie 4.0 niet'

Cleantech

In de bres voor het milieu

Epigenetica De schakelaar op je genen die ziektes uitschakelt

Medtech Connectiviteit voor betere gezondheidszorg

PETER CARMELIET

‘Als wij over een ontdekking communiceren, duurt het minstens nog tien tot vijftien jaar voor er een geneesmiddel bij de patiënt geraakt.’

Lees meer op fokus-online.be #researchdevelopment

Your strategic partner for Clinical Research, Product Development & Quality Management

www.fakkel-bvba.com • +32-475-923-149 FAKKEL-bvba • Groenendael 43/001, 3400 Landen, Belgium


2

EDITORIAL JOHAN HANSSENS

FOKUS-ONLINE.BE

Vlaanderen investeert om hotspot van O&O te worden

Veel leesplezier Kwinten Scheepers Project Manager

COLOFON

Onder impuls van Vlaams minister Muyters zet de Vlaamse Regering volop in op innovatie. Nodig om aan de top te kunnen blijven staan en de Europese 3%-norm te behalen voor onderzoek en ontwikkeling. Hoe ver staan we eigenlijk?

 FOKUS-ONLINE.BE PRODUCTIELEIDER:

TEKST JOHAN HANSSENS, SECRETARIS-GENERAAL DEPARTEMENT ECONOMIE, WETENSCHAP EN INNOVATIE (EWI)

I

n 2017 wordt in de Vlaamse begroting meer dan 2,7 miljard euro uitgetrokken voor economie, wetenschap en innovatie. Specifiek voor O&O stijgt het Vlaamse budget tot 1,565 miljard euro, blijkt uit de Speurgids 2017. Vlaanderen besteedt daarbij 0,78% van zijn bruto binnenlands product aan O&O, goed op weg naar de 1%-doelstelling (België streeft ernaar om tegen 2020 een derde van de Europese 3%-norm voor O&O te halen uit publieke financiering, red.). DE BELANGRIJKSTE O&O-uitgaven-

posten vormen het Fonds voor

Wetenschappelijk Onderzoek (370 miljoen euro), innovatieprojecten op initiatief van bedrijven (243 miljoen), de werkingsuitkeringen voor Hoger Onderwijs (216 miljoen) en de Bijzondere Onderzoeksfondsen aan de universiteiten (170 miljoen). Aanzienlijke publieke ondersteuning gaat verder ook naar de vier Vlaamse strategische onderzoekscentra: imec voor nanotechnologie (109 miljoen), VIB voor levenswetenschappen (60 miljoen), VITO voor cleantech en duurzame ontwikkeling (54 miljoen ) en Flanders Make voor de maakindustrie (18 miljoen). VLAANDEREN RICHT ZICH met een cluster-

beleid op samenwerkingsverbanden van Vlaamse ondernemingen met groei-ambities en een internationale blik, die openstaan voor samenwerking met kenniscentra. In 2017 is dat op kruissnelheid gekomen met de erkenning van 14 innovatieve bedrijfsnetwerken en vijf speerpuntclusters in de domeinen logistiek

en transport, duurzame chemie en kunststoffen, materialen, energie en agrovoeding. De innovatieve bedrijfsnetwerken worden gesteund voor drie jaar en zijn op korte termijn

Vlaanderen groeit verder uit tot innovatieve topregio gericht. De speerpuntclusters krijgen een tienjarige ondersteuning om een langetermijnvisie te ontplooien, verankerd in clusterpacten. VOOR DE LEVENSWETENSCHAPPEN ging

de nieuwe vijfjarige beheersovereenkomst met het VIB van start. De dotatie werd verhoogd tot jaarlijks 60 miljoen euro. De ambitie is de moleculaire basiskennis, aanwezig in het VIB, te vertalen naar nieuwe geneesmiddelen, vaccins, diagnos-

Ruben Lancksweerdt

tische testen en industriële en landbouwkundige toepassingen. Het VIB creëerde in totaal 19 spin-off bedrijven met een totale kapitaalinvestering van 930 miljoen euro. HET ‘DISCOVERY SCIENCES' programma

is daarbij specifiek gericht op het de-risken van onderzoek. Een team met academische en industriële expertise en ervaring in ontwikkeling van geneesmiddelen en agro-biotech toepassingen wordt opgericht om doorbraken te vertalen naar interessante toepassingen voor investeerders. Het ‘Grand Challenges’-programma zal ook een aantal transdisciplinaire, cross-institutionele, translationele onderzoeksprogramma’s financieren die samenhangen met grote maatschappelijke uitdagingen. Dankzij al deze investeringen zal Vlaanderen verder kunnen uitgroeien tot een innovatieve topregio en wereldwijde hotspot in de levenswetenschappen.

HOOFDREDACTIE: Elke Ramsdonck TEKST: Hermien Vanoost Bert Verbeke COVERBEELD: Thomas Schurmans VORMGEVING: Baïdy Ly DRUKKERIJ: Corelio SMART MEDIA AGENCY BE Leysstraat 27, 2000 Antwerpen Tel +32 3 289 19 40 meerinfo@smartmediaagency.be redactie@smartmediaagency.be

DIT IS SMART MEDIA Smart Media is een topspeler op het

LEES MEER...

gebied van content marketing en native

04 De schakelaar op je genen kan ziektes uitschakelen

digitaal als in belanghebbende kranten

06 Connectiviteit is de sleutel tot betere gezondheidszorg

verspreid. Onze basisgedachte is een sterke

advertising. Onze campagnes worden zowel

04

07

De lange reis van molecule tot medicijn

08

Interview: Peter Carmeliet

10

Wetenschappelijke doorbraak dankzij biotechnologie in koolzaadteelt

12

Cleantech en de toekomst van ons milieu

14

Dirk Torfs: 'Bedrijven, mis de trein vanIndustrie 4.0 niet'

06

focus op het onderwerp. Door creatieve media-oplossingen helpen we u uw merk versterken en creëren we waarde voor uw doelgroep. Door kwalitatief hoge content

10

14

zorgen wij ervoor dat uw klanten, onze lezers, actie ondernemen.

ADVERTORIAL

O&O kan sneller en efficiënter met ceebio Onderzoek en ontwikkeling kan enkel versneld en gestimuleerd worden als bedrijven en onderzoekers vanuit verschillende sectoren samenwerken. Het kennisplatform ceebio brengt daarom informatie, kennis en activiteiten samen en maakt alles makkelijk toegankelijk.

over publicaties, projecten en patenten. Deze integratie is een periodiek proces dat de bronnen regelmatig controleert op wijzigingen .

Het digitaal kennisplatform ceebio werd in 2015 gelanceerd dankzij een unieke samenwerking tussen Universiteit Gent, Katholieke Universiteit Leuven, Universiteit Antwerpen, het Vlaams Instituut voor Biotechnologie, het Instituut voor Landbouw- en Visserij Onderzoek, VITO en de POM Oost-Vlaanderen.

matie kunnen halen dan van elke originele databron.

Het doel van ceebio is om de kennis, de expertise en de activiteiten van Vlaamse bedrijven en onderzoekers vanuit verschillende disciplines rond de biogebaseerde economie samen te brengen en zo gemakkelijker toegankelijk te maken. Het platform is ingericht als een zoekmachine voor professionele gebruikers zodat deze niet langer meer verschillende websites dienen te doorzoeken. Op ceebio kunnen ze geïntegreerde informatie vinden

In de toekomst wil ceebio de toegankelijkheid van de data nog sneller en smarter maken zodat de gebruikers zelf de relaties tussen de data vanuit hun eigen interesse kunnen onderzoeken en zo veel meer infor-

Meer informatie op www.ceebio.be en op www.pomov.be


ADVERTORIAL

Innovatieve real-time ERP-software voor een hogere efficiëntie en rentabiliteit: PearlChain Als manager heb je duizend-en-een taken en opdrachten. Het belangrijkste is ongetwijfeld de klanttevredenheid en

zin dat het real-time de planning en activiteiten stuurt en opvolgt”, legt De Pauw uit. “Een modelleerbaar ERP-systeem

ware speelt in op deze gewijzigde situatie en capaciteit en laat toe hier real-time op te reageren en te herplannen in

je bedrijfsprocessen daartoe zo efficiënt mogelijk te organiseren. Dus ben je permanent bezig om je business optimaal af te stemmen op de dagelijks veranderende

dat we finetunen naargelang de specifieke bedrijfsprocessen van onze klant.”

functie van de meest actuele omstandigheden. Dat klinkt misschien logisch, maar in de praktijk gebeurt dat onvoldoende.”

realiteit. Intelligente en anticiperende software is daarbij onontbeerlijk. PearlChain zou voor jouw bedrijf hiertoe de oplossing kunnen zijn.

Andere ERP-systemen focussen zich volgens De Pauw op high-level planningen die men vaak manueel dient te ver-

De klant verwacht een grotere flexibiliteit en meer gepersonaliseerde producten: limited editions, op maat gemaakt, built-to-order is de nieuwe productierealiteit. “Als je dit goed

talen naar kortetermijnplanningen. “Dit veroorzaakt extra werkzaamheden, interpretaties, discussies en bijhorende impact en risico's. Het gebruik van PearlChain software elimineert deze inefficiëntie.“

wilt realiseren heeft dit een enorme impact op de bedrijfsoperaties en dus je rentabiliteit”, zegt Bart De Pauw, mana-

De Pauw vergelijkt het real-time aspect van PearlChain met

ger bij PearlChain. “In elke business en elke industrie is ieder order een unieke opdracht die 100% dient overeen te stemmen met de belofte aan de klant. En dat geldt voor 100% van de orders.”

Deze manier van werken garandeert een hogere efficiën-

een face to face conversatie ten opzichte van mailverkeer: “Bij communicatie via mail, is er sprake van wederkerend eenrichtingsverkeer, wat veel tijd in beslag neemt en momenten van asymmetrische informatie teweegbrengt. Bij

Daarom biedt PearlChain modelleerbare softwareoplossin-

tie en rentabiliteit, en je wint er tijd mee. “In plaats van een planning op te maken tegen oneindige capaciteit, richt ons

een conversatie kunnen de gesprekspartners meteen inspelen en reageren op wat er gezegd wordt, wat de efficiëntie

gen voor onder meer de maakindustrie, ship management en de projectgestuurde business, zoals de bouw. “Ons ERP-systeem gaat verder dan de klassieke pakketten, in die

systeem zich op de werkelijke capacteit. Valt er bijvoorbeeld een machine uit in productie door een storing, dan heeft dit onmiddelijk effect op het hele productieproces. Onze soft-

bevordert. “PearlChain creëert daarom efficiëntere en geïntegreerde bedrijfsprocessen, zodat je als manager meer tijd kunt vrijmaken voor added value taken.”

Wil je meer weten over PearlChain en hun unieke ERP-oplossingen? Contacteer hen dan vandaag nog via info@pearlchain.net of via 03/293 02 06. Of neem een kijkje op hun website pearlchain.net.

ADVERTORIAL

FEops ontwikkelt nieuwe generatie procedure planning voor minimaal invasieve behandeling van hartziekten FEops, een pionier in patiënt-specifieke 3D simulaties voor cardiovasculaire interventies, ontwikkelt baanbrekende simulatie technologie die artsen en fabrikanten van cardiovasculaire implantaten unieke inzichten bezorgt. “FEops’ TAVIguide™ technologie helpt cardiologen bij de preoperatieve planning van Transcathether Aortaklep Implantaties (TAVI) en het verder verbeteren van de veiligheid en efficiëntie van TAVI procedures,” stelt Matthieu De Beule, CEO van FEops. “Terwijl de huidige planning volledig gebaseerd is op preoperatieve beeldvorming zoals computertomografie (CT), blijken nauwkeurige metingen van de anatomie van de patiënt onvoldoende om complicaties te vermijden. FEops gaat daarom een stap verder en combineert deze preoperatieve beelden met geavanceerde computer simulaties. De uitgevoerde studies tonen duidelijk aan dat de TAVIguideTM technologie kan voorspellen hoe een specifieke patiënt reageert op een bepaald implantaat. Op basis van deze inzichten krijgt de arts een beter zicht op de interactie tussen implantaat en patiënt, nog voor de eigenlijke ingreep, en kan dus een optimale gepersonaliseerde implantaatkeuze en risicoanalyse maken. Daarnaast worden onze patient-specifieke computersimulaties gebruikt door de fabrikanten van de TAVI-implantaten voor het verbeteren van het ontwerp. Betere inzichten en minder complicaties zullen ongetwijfeld leiden tot een betere behandeling en een lagere kost en we zijn ervan overtuigd dat onze patiëntgebaseerde tools uniek geplaatst zijn om de cardiovasculaire praktijk en de gezondheidszorg in het algemeen vooruit te stuwen.”

www.feops.com


4

TOEKOMST EPIGENETICA

FOKUS-ONLINE.BE

De schakelaar op je genen kan ziektes uitschakelen Je haarkleur, je intelligentie, je aanleg om Alzheimer te ontwikkelen: lange tijd gingen we ervan uit dat er helemaal niets aan te doen valt. Je genen krijg je mee van je ouders en that’s it. Inzichten uit de epigenetica brengen daar verandering in. TEKST HERMIEN VANOOST

proeten, blonde krullen en allebei 1.79 m. Voor een buitenstaander zijn de broers Bas en Cas niet uit elkaar te houden. Logisch, want als eeneiige tweeling hebben ze precies hetzelfde DNA. Toch is er in de loop van de jaren één belangrijk verschil opgedoken: Cas ontwikkelde op zijn dertigste diabetes type 2, bij zijn broer Bas is er tien jaar na de diagnose nog altijd geen vuiltje aan de lucht, ook al beschikt hij over hetzelfde genetisch materiaal. Bizar? NIET PER SE. De tweelingbroers

mogen dan wel genetisch identiek zijn, epigenetisch zijn ze dat niet. Om de epigenetische verschillen te zien, moet je naar de moleculaire opbouw van de genen kijken. Frank Speleman, hoofd van het labo kinderkankeronderzoek aan het UZ Gent legt uit: “Onze DNA-streng zit opgewonden rond eiwitbolletjes, die aan hun uiteinde gemarkeerd zijn met molecuulgroepen. Het zijn die markeringen die mee bepalen of een gen in- of uitgeschakeld is.” Of, vertaald naar onze identieke tweeling: allebei beschikken ze over het gen dat aan diabetes type 2 gelinkt is, maar bij de een wordt het anders gelezen dan bij de ander. OF BAS ZIJN hele leven gespaard

zal blijven, is geen zekerheid. Omgevingsfactoren en allerlei gebeurtenissen in het leven, zoals ziekte, kunnen voor scheikundige veranderingen zorgen, waardoor een gen ineens in- of uitgeschakeld wordt. Een van de eerste experimenten in die richting kwam van Randy Jirtle en Robert

Waterland. Zij slaagden erin om het effect van het zogenaamde agoutigen bij muizen om te keren. Dat gen zorgt ervoor dat muizen een gele vacht hebben en zwaarlijvig zijn, wat hen gevoelig maakt voor onder meer kanker en suikerziekte. Door de moedermuizen voer met veel methyldonoren – waaronder foliumzuur en vitamine B12 – te geven, konden de onderzoekers het gen onderdrukken. Resultaat: het merendeel van de nakomelingen waren slank en hadden een gewone bruine vacht. Genetisch was er dus niets aan de muizen veranderd, epigenetisch wel.

Zo is het team van Speleman betrokken bij de ontwikkeling van een nieuwe veelbelovende therapie van neuroblastoom, een agressieve tumor bij kinderen die ontstaat uit een bepaald type zenuwweefsel en vaak een fatale afloop kent. Aan de Universiteit van Antwerpen onderzoeken ze dan weer in hoeverre het mogelijk is om via stoffen uit medicinale plantenextracten epigenetische informatie te herprogrammeren en zo tumorcellen van kwaad- naar goedaardig te laten evolueren, of van therapieresistent naar therapiegevoelig.

TOT DEZELFDE CONCLUSIE kwamen

DAT DE EPIGENETICA de geneeskunde

Wim Vanden Berghe van het labo voor epigenetische signalisatie van UAntwerpen en Greet Schoeters van VITO, toen ze onderzoek deden bij Deense werkneemsters die vroeg in hun zwangerschap sporadisch aan pesticides blootgesteld waren. Een deel van de baby’s bleek vatbaarder voor zwaarlijvigheid. “Dat pesticiden een hormoonverstorende werking hebben, wisten we al”, vertelt Vanden Berghe. “Onze studie heeft laten zien dat het gebruik ervan ook bij nakomelingen epigenetische sporen nalaat. Blootgestelde kinderen hebben bijvoorbeeld een minder gunstig vet- of hormoonmetabolisme.”

nog meer in de richting van gepersonaliseerde behandelingen zal sturen, staat voor beide onderzoekers vast. Tal van studies hebben immers aangetoond dat iedereen epigenetisch anders op een interventie reageert. Vanden Berghe: “We weten bijvoorbeeld dat epigenetische kwetsbaarheid en omkeerbaarheid groter is tijdens de zwangerschap, bij baby’s en kinderen. Ook bij wie dertig jaar gerookt heeft, is het moeilijker om met een tijdelijke interventie de epigenetische klok volledig terug te draaien.” Een grote stap voorwaarts zal de geneeskunde volgens Vanden Berghe zetten wanneer iedereen een genetisch én epigenetisch paspoort krijgt. “Op dat moment zullen artsen individueel advies kunnen geven over de meest geschikte levensstijl en/of voeding, om zo lang mogelijk gezond te blijven.”

KANKERONDERZOEKERS VERMOEDEN

intussen dat de oorzaak van veel kankers in de combinatie van genetische én epigenetische factoren ligt, wat de weg naar nieuwe behandelingen opent.

ADVERTORIAL

Onderzoekers vermoeden dat de oorzaak van veel kankers in de combinatie van genetische én epigenetische factoren ligt

©iStock

S


ADVERTORIAL

© Wim Kempenaers

Evergems veterinair biotech bedrijf, koploper in Europa! Volgens een recente marktstudie bij meer dan 10.500 paardeneigenaars blijkt dat gewrichtsaandoeningen hun grootste bezorgdheid is. Dit is een terechte bezorgdheid aangezien 25% van de paarden hiermee te kampen krijgt op een bepaald punt in hun leven (=1,4 miljoen in de EU). Gewrichtsproblemen komen eveneens voor in ongeveer 15 miljoen honden in de EU en de huidige gewrichtsbehandelingen bieden onvoldoende oplossingen. Er is daarom een hoge nood aan doeltreffende, langdurige en pijn verlichtende behandelingen voor deze aandoening. Een marktstudie bij 2.000 hondeneigenaars toont bovendien aan dat 43% van de eigenaars hun hond als hun kind beschouwen en dat meer dan de helft van de eigenaars bereid zijn om alle nodige financiële maatregelen te nemen voor de gezondheid van hun trouwe levensgezel.

om doeltreffende therapeutische producten te ontwikkelen van specifieke stamcellen die afkomstig zijn uit het bloed van gezonde paarden. Uit recent onderzoek blijkt dat de herkomst van dit type stamcel van cruciaal belang is om een universele transplantatie toe te laten van 1 gezonde donor naar geblesseerde dieren zonder afstotingsrisico’s. Het is namelijk zo dat het bloed een ideale bron is waarvan de stamcellen geen afstotingseiwitten tot expressie brengen. Dit is echter niet het geval voor stamcellen afkomstig uit andere bronnen, zoals het beenmerg of vetweefsel bijvoorbeeld. Bovendien heeft GST een gepatenteerde techniek ontwikkeld die toelaat om stamcellen de juiste signalen te geven zodat ze weten welk soort letsel hersteld moet worden: “de dirigent van het orkest heeft ook de juiste partituur nodig om te weten welke melodie er gespeeld moet worden”.

Vanuit de hypothese dat stamcellen van gezonde dieren kunnen gebruikt worden om geblesseerde dieren verlichting te bieden, werd Global Stem cell Technology (GST) opgericht in 2012 door dierenartsenkoppel Jan Spaas en Sarah Broeckx samen met collega dierenartsen. In de jaren daarna is het bedrijf erin geslaagd

De onderzoekers van dit labo publiceerden intussen meer dan 25 wetenschappelijke publicaties en dit kreeg al snel belangstelling van de Anacura groep die onder leiding van apotheker Griet Nuytinck het bedrijf voor 85% heeft overgenomen in 2014. Deze alliantie heeft ertoe geleid dat stamcelproducten volgens de hoog-

ste kwaliteitseisen gemaakt worden in speciaal daarvoor ontworpen labo’s (clean rooms) en zeer diepgaand onderzocht kunnen worden door de gespecialiseerde analytische afdelingen binnen Anacura. Dankzij deze samensmelting heeft GST als eerste Europees veterinair stamcellabo in 2015 een fabricagevergunning ontvangen van het federaal agentschap voor geneesmiddelen en gezondheidsproducten (FAGG). In 2016 werd er door het FAGG ook een klinische studievergunning toegekend aan het bedrijf voor het stamcelproduct Arti-Cell® Forte om de behandeling van artrose bij paarden te evalueren. Uit de studieresultaten blijkt dat 78% van de behandelde paarden geen kreupelheid meer vertoonden en daarom terug bereden konden worden (versus 24% in de controlegroep behandeld met een placebo). Dit heeft geleid tot het indienen van het eerste geneesmiddelendossier op basis van veterinaire stamcellen bij het Europees geneesmiddelenagentschap (EMA) met als doel om Arti-Cell® Forte op de Europese markt te lanceren. Op dezelfde wijze heeft GST nog meerdere honden- en paardenproducten in de pipeline voor de komende jaren.

Global Stem cell Technology (GST) NV | Noorwegenstraat 4, 9940 Evergem, België info@gst.be | www.gst.be | Tel: +32 9 257 15 00

Benieuwd hoe deze Vlaamse overheidsmiddelen precies besteed worden? Download dan nu een exemplaar van de Speurgids via www.speurgids.be - of Bestel een gedrukt exemplaar via www.ewi-vlaanderen.be/bestelspeurgids SPEURGIDS 2017 Ondernemen & Innoveren De besteding van 2,776 miljard euro Vlaamse overheidsmiddelen voor economie, wetenschap en innovatie toegelicht.

DEPARTEMENT ECONOMIE, WETENSCHAP & INNOVATIE

www.ewi-vlaanderen.be

De Speurgids Ondernemen & Innoveren is een jaarlijkse publicatie van het Departement Economie, Wetenschap en Innovatie (EWI) van de Vlaamse overheid. Hierin worden de overheidsbudgetten voor zowel het economisch als het wetenschaps- en innovatiebeleid belicht.

Wenst u wekelijks op de hoogte gebracht te worden van het nieuwste EWI-beleid en nieuwe publicaties en cijfers over economie, wetenschap en innovatie in Vlaanderen in uw mailbox te ontvangen? Dan kan dat door u te abonneren op de EWI-nieuwsbrief via www.ewi-vlaanderen.be/nieuwsbrief

SPEURGIDS 2017

2,776 miljard euro bedraagt het totaal Vlaamse overheidsbudget voor economie, wetenschap en innovatie in 2017, het hoogste bedrag ooit en ruim 200 miljoen meer dan in 2016.


VERDIEPING MEDTECH

FOKUS-ONLINE.BE

©iStock

6

Moderne gezondheidszorg is sterk gericht op het stimuleren van emancipatie bij patiënten. In dat kader worden belangrijke inspanningen geleverd vanuit imec op het gebied van digitale technologieën. Het kenniscentrum doet onder meer onderzoek naar de laatste nieuwe generatie van sensoren om patiënten beter en accurater te kunnen monitoren. Door bijvoorbeeld ortheses van sensoren te voorzien, worden ze slim en maken ze een optimale opvolging mogelijk.

©iStock

SENSOREN OM PATIËNTEN BETER TE MONITOREN

Connectiviteit is de sleutel tot betere gezondheidszorg België is op medisch vlak een leider in de wereld, maar hoe zit het met de technologische kant van de medische sector? Er worden al inspanningen geleverd, maar we zullen een tandje moeten bijsteken om te komen tot een nog betere kwaliteit van de gezondheidszorg.

MOVEUP: EEN ‘SLIMME’ ARMBAND EN EEN TABLET

©iStock

Revalideren van een knie- of heupoperatie is een weg van lange adem. De app MoveUp wil daar een revolutie in teweegbrengen. De app is gebaseerd op twee elementen: een ‘slimme’ armband en een tablet. De armband registreert lichamelijke gegevens zoals fysieke activiteit en slaap. Via de tablet geeft de patiënt regelmatig gegevens in over onder meer pijn, geneesmiddeleniname en algemeen welzijn. Op basis van deze gegevens kan een gepersonaliseerd revalidatieprogramma worden uitgewerkt.

VAN ONDERZOEK TOT ONTWERP EN 3D-PRINTING CADskills, opgericht in 2015, helpt de individuele patiënt met de inzet van spitstechnologie. Het bedrijf uit Gent behoort tot de absolute top voor medische implantaten en biedt daarbij het volledige plaatje: van onderzoek over ontwerp tot 3D-printing. Een voorbeeld hiervan is een 3D-geprint kaakimplantaat dat net onder het beenvlies wordt vastgehecht. Dat gebeurt in minder dan een uur onder plaatselijke verdoving.

E

en bezoekje aan een ziekenhuis nu, als patiënt of bezoeker, lijkt in de verste verte niet meer op een bezoekje tien jaar geleden. Ziekenhuizen evolueren naar een verzameling van hoogtechnologische zalen, waar interventies kunnen plaatsvinden, simultaan met beeldvorming en ondersteund door robots. Daarna worden ze naar datacentra gestuurd, bemand met zorgverleners die patiënten overal monitoren: thuis, in zorginstellingen, in andere ziekenhuizen. INTERNET OF THINGS, de cloud,

continue informatie-uitwisseling”, vertelt Professor Pascal Verdonck van UGent en gedelegeerd bestuurder van MedTech Flanders. De rol voor datawetenschappen is daardoor vierledig: een toename van de ervaring, kwaliteit en beleving van de

patiënt, een betere volksgezondheid, een sterkere kostendaling en een grotere personeelstevredenheid. “Beschikbaarheid, juistheid, betrouwbaarheid en veiligheid zijn essentiële voorwaarden opdat datawetenschappen in

Beschikbaarheid, juistheid, betrouwbaarheid en veiligheid zijn essentiële voorwaarden opdat datawetenschappen een toegevoegde waarde kunnen hebben - PASCAL VERDONCK

mhealth, apps, het elektronische patiëntendossier, robotisering, big data... Een tsunami aan nieuwe ontwikkelingen overstelpt de medische sector. In al deze domeinen zijn Belgische onderzoeksgroepen en ontwikkelaars al actief. “Toch past de gezondheidssector zich eerder traag aan de nieuwste digitale trends aan”, zegt Lars Grieten, CEO van FibriCheck. “Digitalisering zoals in de consumentenwereld gaat revolutionair snel. In de geneeskunde evolueert het in het algemeen een stuk langzamer.” Logisch: de geneeskunde is namelijk gebonden aan veel regels en structuren. Het is niet zo simpel als het aanvinken van een privacy policy en ‘start de installatie’. CONNECTIVITEIT, DIGITALISERING EN

automatisering zijn wel cruciale componenten geworden van een performante gezondheidszorg. “Netwerkvorming en het ontwikkelen van geïntegreerde dataplatformen zijn nodig voor een vlotte en

de gezondheidszorg een grote toegevoegde waarde kunnen hebben”, aldus Verdonck. ZO EVOLUEREN WE van ziekenzorg

naar gezondheidszorg met een grotere aandacht voor de individuele persoon door preventie en het voorkomen van ziektes. Hiervoor moet natuurlijk ook het financiële, ethische en juridische kader parallel mee evolueren, zodat technologische evoluties synchroon kunnen plaatsvinden. Verdonck: “Vergelijk het met de zelfrijdende auto. Iedereen spreekt erover, maar de zelfrijdende auto rijdt nog niet in België, want hij moet continu gemonitord worden door iemand aan een beeldscherm die kan ingrijpen.” VANDAAG IS DE traditionele

©iStock

©iStock

TEKST BERT VERBEKE

geneeskunde ook gebaseerd op patiënten die voor de arts aanwezig zijn. Waar over echter weinig informatie voorhanden is, is het moment waarop de patiënt het ziekenhuis verlaat en opeens van de radar verdwijnt. “De technologie kan hierbij een oplossing bieden”, meent Grieten. “De opkomst van de smartphone speelt bijvoorbeeld een cruciale rol. Het kan zo simpel zijn als het doorsturen van een bloeddruk voor een mama die een zwangerschapsvergiftiging krijgt, of een patiënt met hartklachten die een hartritmemeting thuis kan uitvoeren. Op die manier zullen we een compleet nieuwe toestroom aan informatie ontdekken.” En dat komt alleen maar de kwaliteit van onze gezondheidszorg ten goede.


ALCAMI BRAND REPORT

7

©iStock

#RESEARCHDEVELOPMENT

De lange reis van molecule tot medicijn Elke dag verschijnt er wel ergens een berichtje over een baanbrekend wetenschappelijk onderzoek. Goed nieuws natuurlijk, al is een portie realisme op zijn plaats. Veel van die ontdekkingen zullen immers niet tot een medicijn leiden. En lukt het wel, dan is het meestal pas vijftien jaar later. TEKST HERMIEN VANOOST

N

et voor de zomer maakten wetenschappers van KU Leuven en VIB bekend dat ze het mechanisme achter de ziekte van Alzheimer verder hebben kunnen ontrafelen. Dat eiwitophopingen (of plaques) in de hersenen aan de basis liggen, wisten ze al langer. Nu hebben ze ook gevonden hoe die tot stand komen. De oorzaak zou liggen bij een verzwakte interactie tussen het zogenaamde gamma secretase-enzym en de amyloïde-eiwitten in de hersenen, een ontdekking die de deur naar nieuwe geneesmiddelen opent. Of toch de kans daartoe. Want voor het zover is, is er nog jarenlang ontwikkeling en onderzoek nodig. Bovendien is het lang niet zeker of farmabedrijven zullen slagen.

antwoord is met twee woorden samen te vatten: veiligheid en kwaliteit. Tussen de ontdekking van een molecule en de ontwikkeling van een medicijn zit minstens vijftien jaar onderzoek – en een budget van circa één miljard dollar. Als er in die tijd ook maar één negatieve indicatie of neveneffect opduikt, stopt het hele ontwikkelingsproces en is alle moeite, tijd en geld verloren geweest. Zelfs tot in de laatste fase van de ontwikkeling kan dat gebeuren. “HET IS WEL zo dat de kans op

falen kleiner wordt naarmate

het onderzoek in een latere fase komt”, vertelt Vergouwen. “De meeste moleculen die farmabedrijven ontwikkelen, vallen af nog voor het onderzoek goed en wel uit de startblokken schiet. Van die duizenden moleculen zijn er slechts een paar honderd die geselecteerd worden voor een toxicity study.” In die eerste ontwikkelingsfase gaan de wetenschappers via dierproeven na hoe toxisch de nieuwe molecule is, hoe het dier op de stof reageert en waar de molecule precies in het lichaam terecht is gekomen of hoe ze afgebroken wordt. Pas wanneer

alle resultaten gunstig zijn en ook de ethische commissie en de Food & Drug Administration hun zegen hebben gegeven – we zijn dan soms al een paar jaar verder – , start de klinische fase van het onderzoek, bij mensen. DE EERSTE KLINISCHE tests voeren

de onderzoekers bij gezonde vrijwilligers uit. Ze volgen van nabij hoe die vrijwilligers de medicatie verdragen, of er bijwerkingen optreden en hoe de stoffen uiteindelijk weer worden uitgescheiden. Diezelfde vragen komen terug wanneer ze in de

HET IS EEN ervaring waar Bernd

HOE HET KOMT dat beloftevolle mole-

cules uiteindelijk toch niet tot een nieuw geneesmiddel leiden? Het

DE TARGETS WAAR farmaceutische

Ik ken fantastische wetenschappers die al 30 jaar in het labo staan, maar toch nog nooit een launch to market meemaakten — BERND VERGOUWEN

In samenwerking met:

Bernd Vergouwen Head of Project Management Europe, Alcami Corporation

Alcami Corporation is een jong, dynamisch bedrijf, dat gespecialiseerd is onderzoek en productie op projectbasis ten behoeve van de farmaceutische industrie. Alcami Corporation heeft vestigingen in de USA en in Nederland. De kernactiviteit van de Nederlandse vestiging is het ontwikkelen van nieuwe processen en kleinschalige proefproducties voor gebruik in klinische studies, in een GMP kwaliteitsomgeving.

©iStock

Vergouwen over kan meespreken. De medicinaal chemicus leidt een team projectmanagers bij farmabedrijf Alcami Corporation in Weert en werkte eerder zelf in het labo. Daar stond hij mee aan de wieg van een nieuwe behandeling voor HIV-patiënten. Een toevalstreffer, zegt hij nu: “Evengoed kon ons onderzoek toen tot niets hebben geleid. Dat is in deze sector eerder regel dan uitzondering. Ik ken fantastische wetenschappers die al dertig jaar in het labo staan, maar toch nog nooit een launch to market van een molecule meemaakten.”

klinische fase twee de medicijnen aan een groep van tien tot honderd patiënten geven. In die fase moet ook blijken of de ziekte onder invloed van de medicatie positief evolueert. Is er verbetering voor de patiënt merkbaar? Is het antwoord ja, dan breiden de tests in een volgende fase uit naar enkele duizenden patiënten wereldwijd. “Van de honderd moleculen die de toxicity study haalden, zullen er slechts twee tot vijf in deze fase raken”, vertelt Vergouwen. “En het is pas als die resultaten allemaal positief zijn – en ook zo door de ethische commissie en de FDA worden beoordeeld – dat het farmabedrijf in kwestie aan de commercialisatie van het medicijn kan beginnen te werken. Vijftien à twintig jaar later dus.”

en biotechbedrijven vandaag het meest op werken, zijn kanker en cardiovasculaire aandoeningen. Ook bij Alcami Corporation, dat voornamelijk in opdracht van farma- en biotechbedrijven werkt, is dat zo. Jaarlijks is het betrokken bij de ontwikkeling van dertig à veertig mogelijke medicijnen. Vergouwen: “Of die het zullen halen, weten we niet. De ene dag kan het er goed uitzien, de volgende dag kan het zijn dat je moet stoppen. Dat is het lastige aan ons werk. Maar het helpt wel als je voor ogen houdt dat je met je onderzoek levens kunt redden, misschien zelfs van je eigen familie.”


8

PROFIELINTERVIEW PETER CARMELIET

FOKUS-ONLINE.BE

Onderzoek is 90 procent frustratie en 10 procent succes Peter Carmeliet mag je gerust een van de grootste wetenschappers van ons land noemen. Eind juli kreeg hij zelfs een prestigieuze, tweejaarlijkse Distinguished Career Award op het ISTH-congres. Een enorme bekroning op zijn baanbrekende onderzoekscarrière. Maar hoe gaat het verder? TEKST HERMIEN VANOOST

A

FOTO THOMAS SCHURMANS

cht jaar was hij, toen hij zijn vader, een professor in de fysiologie, voor het eerst naar het slachthuis vergezelde. Hij zag hoe een rund van 500 kilo een kogel door de kop kreeg en met een smak op de grond kletste, hoe een slager de borstkas opensneed en het nog kloppende hart op de dissectietafel van zijn vader legde. Eigenlijk was de scène niet voor zijn kinderogen bestemd, maar de jonge Peter Carmeliet lustte er pap van. Hoe langer hoe meer raakte hij gebiologeerd door al wat hij door de microscoop van zijn vader te zien kreeg. Zijn toekomst als onderzoeker leek voorbestemd.

ten, terwijl we bij andere ziekten, zoals bepaalde oogaandoeningen en kankers, zien dat er zich te veel bloedvaten beginnen te vormen. Via medicatie, die op dat VEGF-eiwit inwerkt, kunnen we die processen beïnvloeden. Zeker bij ALS-proefdieren hebben zo’n geneesmiddelen verlichting gebracht. Ze hebben

Uiteindelijk waren het een stel muizen die uw loopbaan gelanceerd hebben. “Zo kun je het stellen. Na mijn studies geneeskunde en een doctoraat in België, heb ik een tijd onderzoek gedaan in Boston, waar ik met de knock-out technologie heb leren werken. Daarbij haal je bij muizen een gen weg, om te zien wat de precieze functie is. Terug in Leuven, in 1991, probeerde ik knock-out muizen te maken zonder het eiwit VEGF. Dat lukte niet. De embryo’s stierven af op het moment dat de eerste bloedvaten zich ontwikkelden. Naderhand bleek dat een belangrijke ontdekking, want daardoor wisten we dat VEGF onmisbaar was bij de angiogenese, de vorming van de bloedvaten.”

ervoor gezorgd dat de resterende zenuwcellen minder snel verdwijnen. Bij kanker waren de resultaten bij muizen veelbelovend, maar bij patiënten minder. We dachten dat we met de medicatie de kankercellen zouden kunnen uithongeren, maar die gingen gewoon op zoek naar een andere uitweg om bloedvaten aan te maken, via een ander eiwit. PlGF is zo’n eiwit. We testen nu of het neutraliseren van PlGF de groei van hersentumoren – medulloblastoma – bij kinderen kan vertragen en blindheid bij suikerzieken kan tegengaan.”

Heeft die vaststelling ook tot nieuwe geneesmiddelen geleid? “Jawel. Bij sommige ziekten, zoals ALS, groeien er te weinig bloedva-

Op termijn hopen we kanker via een pilletje in slaap te wiegen

In de loop der jaren hebben jullie het onderzoek van koers gewijzigd, wat alweer tot baanbrekende resultaten leidde. “Acht jaar geleden beslisten we om ons op de stofwisseling toe te leggen, in de hoop dat we zo een manier zouden vinden om de bloedvatcellen in het hart te raken. Zonder energie

www.vives.be - www.vivesonderzoek.be/zorginnovatie

kan een bloedvat zich immers niet vormen. Dat een tumor die honger heeft, de groei van bloedvaten stimuleert, wisten we uit eerdere studies. Uit nieuwe testen op muizen leerden we dat bloedvaten in tumoren erg abnormaal zijn, eigenaardige vormen krijgen en beginnen te lekken. Het gevolg is dat ze kankercellen onvoldoende voeden, waardoor die gaan uitzaaien en kankerpatiënten uiteindelijk sterven. Onze conclusie was dan ook dat je tijdens de behandeling een tumor niet moet uithongeren, maar juist met suikers en zuurstof moet voeden. Je moet de kanker dus gelukkig maken om de kans op uitzaaiingen te verkleinen.” Kanker genezen lukt hiermee niet? “Nee, het is een behandeling die ondersteunend werkt, die maakt dat een chemokuur of immunotherapie de kankercellen beter bereikt. Op termijn hopen we kanker via een pilletje in slaap te wiegen, zodat de therapie in optimale condities kan doorgaan. Kanker bestrijden is een en-en-verhaal, want het is een erg slimme ziekte. Altijd weer vindt ze nieuwe ontsnappingsroutes. Je moet de kankercellen op verschillende fronten aanvallen. Dat is waar veel onderzoekers nu op focussen: de ideale mix van behandelingen vinden.” Veel wetenschappers zoeken een leven lang, maar vinden weinig tot niets. U daarentegen hebt al een hele lijst ‘ontdekkingen’ achter uw naam. “Dat is eigen aan het vak. Je weet niet waar je uitkomt. Onderzoek

Al die nieuwe technieken hebben het onderzoek in veel domeinen in een stroomversnelling gebracht


PETER CARMELIET PROFIELINTERVIEW

#RESEARCHDEVELOPMENT

9

©iStock

Toppers uit het buitenland komen naar Vlaanderen voor de grote hoeveelheid kennis die hier aanwezig is

U bent intussen dertig jaar bezig als onderzoeker. Welke evolutie ziet u? “De snelheid van werken is zonder twijfel de grootste evolutie geweest, met dank aan de digitalisering en de komst van nieuwe technieken. Terwijl we vroeger op een cultuurplaat het patroon van enkele duizenden cellen bestudeerden, kan je nu via single cell analysis een enkele cel volledig ontleden. Er zijn zo al veel nieuwe celtypes gevonden. Of je kunt via whole genome sequencing het hele DNA van kankers in kaart brengen. Al die nieuwe technieken hebben het onderzoek in veel domeinen in een stroomversnelling gebracht. Helaas hangt er een stevig prijskaartje aan vast en is de druk voor de onderzoeker zelf ook gestegen.” Speelt Vlaanderen mee met de groten als het gaat over kankeronderzoek? “Dat denk ik wel. En de oprichting van het VIB is daarvoor erg belangrijk geweest. Van bij de start is er internationaal gerekruteerd geweest, waardoor het niveau aanzienlijk gestegen is. Ook op de universiteiten trouwens. Toppers uit het buitenland komen naar

Vlaanderen voor de grote hoeveelheid kennis die hier aanwezig is. Niet voor één persoon, maar voor de kritische massa die hier samen zit. In Nederland zijn ze daar stikjaloers op. Om een of andere reden slagen ze er zelf niet in een gelijkaardig initiatief op poten te zetten. Met RegMed, een innovatieplatform rond regeneratieve geneeskunde, hopen ze daar verandering in te brengen. Wij stappen mee in dat verhaal, samen met enkele universiteiten, gesteund door de Vlaamse regering.” Wat mogen we van die regeneratieve geneeskunde verwachten? Maken we in de toekomst nieuwe organen aan? “Dat is niet ondenkbaar. Nu al is het mogelijk om in een celcultuur kleine organoïde nieren te reproduceren. Als we er nog bloedvaten aan kunnen koppelen, dan zou het mogelijk moeten kunnen zijn de nier bij een patiënt te implanteren. En wellicht geldt dat ook voor andere organen. Had je me dat twintig jaar geleden verteld, ik verklaarde je gek.”

SMART FACTS Wat als Peter Carmeliet geen onderzoeker was geworden? “Die kans was toch wel heel klein (lacht), maar wie weet was ik dan de muziekwereld ingerold. In mijn jeugd speelde ik zes tot zeven uur per dag dwarsfluit. Ik droomde ervan om bij een groot orkest te spelen.”

SPUITJE TEGEN KANKER Komt er ooit een vaccin tegen kanker? Dat is de grote vraag nu her en der enkele kleinschalige tests succesvol zijn afgerond. Recent nog publiceerde Nature de resultaten van een studie uit Duitsland, waarbij negentien patiënten met melanoom een vaccin op maat kregen ingespoten. Twaalf van hen bleven twee jaar kankervrij na toediening van het vaccin. Afwachten nu of grootschaligere studies even goeie resultaten laten zien.

©iStock

doen is voor 90 procent frustratie en voor 10 procent succes. Bovendien, het is niet omdat het op muizen werkt, dat er ook een geschikt medicijn voor mensen uit voortvloeit. Als wij over een ‘ontdekking’ communiceren, duurt het minstens nog tien tot vijftien jaar voor er een geneesmiddel bij de patiënt geraakt. Dat is frustrerend voor patiënten.”

BUNKER TEGEN KANKER Op de campus Gasthuisberg van het UZ Leuven is een bouwfirma recent begonnen met de graafwerken voor een ondergrondse bunker. Vanaf het voorjaar van 2019 zullen kankerpatiënten er terecht kunnen voor protontherapie, een nieuwe vorm van radiotherapie, waarbij tumoren heel nauwkeurig bestraald worden. In België komen elk jaar naar schatting 150 à 200 patiënten in aanmerking voor zo’n therapie. Nu moeten ze daarvoor naar Duitsland of Zwitserland.

Walk the journey with us, we co-organize

SER001_ANNONCE_255x120mm.indd 1

21/08/17 11:52


10 BRAND REPORT BAYER

FOKUS-ONLINE.BE

Wetenschappelijke doorbraak dankzij biotechnologie in koolzaadteelt De koolzaadteelt kampt ieder jaar met opbrengstverliezen door peulen die te vroeg openbreken bij stormweer. Een ernstig probleem waar wetenschappers van het Gentse innovatiecentrum voor plantenbiotechnologie van Bayer een antwoord voor zochten èn vonden. oolzaad wordt op grote schaal verbouwd. Wereldwijd gaat het om 35 miljoen hectare, wat overeenstemt met de grootte van Spanje. Na soja is koolzaad het tweede belangrijkste oliegewas dat door boeren gecultiveerd wordt. “De laatste 20 jaar is er een enorme toename van de productie dankzij de interesse in plantaardige olie en het gebruik van biodiesel”, aldus Benjamin Laga, die sinds 2005 het project voor een betere koolzaadvariëteit leidt, binnen het innovatiecentrum voor plantenbiotechnologie van Bayer. “Lange tijd kampte koolzaad met beperkingen, maar dankzij veredelingsprogramma’s sinds de jaren 70 kwamen er varianten op de markt die koolzaadolie tot een ideale voedingsolie maakten.”

kwam het Gentse team in contact met professor Yanofsky van de University of California San Diego. Hij was actief met onderzoek op modelschaal naar genen die verantwoordelijk zijn voor de bloem- en vruchtontwikkeling van de zandraket, een eenjarige plant uit de kruisbloemenfamilie. Yanofsky spoorde de genen op die betrokken zijn bij de aanleg van een naad in de peul. “Op basis van zijn onderzoek en door genetische modificatie konden wij die genen uitschakelen en

HELAAS STELLEN OOGSTEN van

koolzaad dikwijls teleur, doordat peulen te vroeg openbreken bij stormweer. Daarom riep Bayer het project in het leven met naast Benjamin Laga, ook Bart Lambert en Bart den Boer als belangrijke wetenschappers. “Het project is een typisch voorbeeld van een innovatietraject”, vertelt Laga. “Het was een traject van vallen en opstaan, van durven iets anders te doen, van collaboratie tussen de academische wereld en de private sector.”

bevestigen dat ze dezelfde rol vervulden in koolzaad”, aldus Laga. Maar genetische modificatie is een duur proces en de techniek wordt niet omarmd door de Europese Unie. OOK MET HET alternatief, chemische

mutagenese, werd in eerste instantie nog niet het gewenste resultaat bereikt. Mutagenese is een stralingsbehandeling ,waarbij het DNA van zaden geraakt wordt. Laga: “Bij koolzaad had klassieke mutagenese echter geen

kans van slagen, omdat genen er in meerdere exemplaren aanwezig zijn. Daarom sloegen wij een nieuwe weg in door een selectie van mutaties op DNAniveau uit te voeren.” Hierdoor kon het team alle exemplaren van de doelgenen in koolzaad uitschakelen. Het gevolg hiervan: in plaats van peulen bleven er tubes over, die wel resistentie vertoonden tegen verlies, maar niet langer oogstbaar waren. Het teleurstellend effect was een verminderde opbrengst.

Dankzij veredelingsprogramma’s kwamen er koolzaadvarianten die koolzaadolie tot een ideale voedingsolie maakten — BENJAMIN LAGA

HET ONDERZOEKSPROJECT KENDE

grofweg drie fasen. Bij de start In samenwerking met:

Benjamin Laga Head of Research Technologies, Bayer

Bayer is een wereldwijd opererende onderneming met kernactiviteiten in de Life Science-sectoren van de gezondheidszorg en de landbouw. Bayer wil met zijn producten en diensten de mens tot nut zijn en bijdragen aan een hogere levenskwaliteit. Tegelijkertijd creëert Bayer waarde via innovatie, groei en een hoog winstpotentieel.

HET TEAM MOEST verder op zoek

met als uitdaging: hoe kunnen we zonder de doelgenen volledig uit te schakelen een product krijgen met een gewenst sterkte-effect? “Wij spoorden het gen op dat betrokken is bij de aanleg van een naad in de peul. Door het gen via een mutatie subtiel te veranderen, eerder dan uit te schakelen, verhoogden we de sterkte van de peul voldoende. Zo verliest de plant zijn zaad niet, terwijl het koolzaad toch nog met een maaidorser geoogst kan worden.” Die wetenschappelijke doorbraak bleef niet onopgemerkt. De Gentse onderzoekers ontvingen hiervoor de prestigieuze tweejaarlijkse Otto Bayer medaille in 2016, de hoogste R&D-onderscheiding. DE TECHNIEK WERD bovendien in

©iStock

K

2014 gecommercialiseerd in Canada, waar het een groot succes is. De adoptie van de technologie verliep er zeer vlug. Momenteel worden de koolzaadvariëteiten met deze nieuwe eigenschap klaargemaakt voor de Europese markt. Laga: “De nieuwe variëteit leidt tot minder stress bij de boer, betere opbrengsten en een lagere koolstofdioxide-uitstoot. Bovendien is de kwaliteit van het zaad beter en het gewicht hoger. Onderzoek en ontwikkeling is een werk van lange adem, door samenwerking met partners hebben wij een mooi resultaat geboekt dat de reputatie van het Gentse innovatiecentrum van Bayer verder versterkt.”


ADVERTORIAL

TRENDS

zoals Janssen Pharmaceutica. Deze

een grote sociaal-economische impact.

De aanpak waarbij farmaceutische be-

bedrijven zetten meer dan ooit in op

Door samen te werken hebben gespe-

drijven, alleen vanuit hun eigen interne

externe

inno-

cialiseerde kleine bedrijven en academi-

onderzoek, nieuwe medicijnen of toe-

vatie. Dit zal ook het ecosysteem zijn

sche partners ook een grotere slaagkans

passingen in de markt zetten is verleden tijd. De complexiteit in onderzoek, op

waaruit

om een impact uit te oefenen op de

samenwerkingen toekomstige

en

gezondheids-

toepassingen zullen ontstaan.

toekomstige gezondheidsoplossingen.

degeneratieve ziektes, is dermate com-

Als voormalig Platform Innovatie & In-

CMAST speelt ook hier een zeer actie-

plex en duur dat nieuwe onderzoeks- en

cubatie Strategie Leider bij Johnson & Johnson, bevestigt Kurt Hertogs deze

ve rol in het samenbrengen van het

lijk worden. De snelle technologische evolutie zal ook aangewend worden om

visie. Ondertussen staat hij als Chief In-

stellingen, binnenhalen van subsidies

novation Officer bij CMAST in voor het

en uitvoeren van deze publiek-private

meer in te zetten op preventie. De com-

verder uitwerken en uitvoeren van onze

projecten.

binatie van geneesmiddelen en techno-

innovatie en virtuele incubatie strategie.

vlak van bijvoorbeeld kanker en neuro-

samenwerkingsmodellen onvermijde-

“Ik heb CMAST opgericht om bij te dragen aan de ontwikkeling van oplossingen in de gezondheidssector die een directe impact hebben op de levenskwaliteit van iedereen. Vanuit onze expertise willen we met alle partijen in de waardeketen nieuwe samenwerkingsmodellen opzetten en projecten uitvoeren die de ontwikkeling en het naar de markt brengen van innovatieve gezondheidstoepassingen versnellen”. — GLENN VAN DAEL, CEO CMAST

logie zal aanleiding geven tot een meer

Als bruggenbouwer gaan we ook met

INNOVATION – “WALK THE TALK”

geïntegreerd gezondheidsbeleid.

CONNECTING THE DOTS Het samenbrengen van de juiste partners en expertise, het opstellen van een geïntegreerd ontwikkelingsplan en bijhorend financieel model zijn dé sleutel tot succes. In zulk model speelt CMAST een belangrijke rol. Creatief nadenken, inhoudelijk bijdragen aan de business case en ontwikkelingsplan, het binnenhalen van financieringsmogelijkheden en deelnemen aan de uitvoering van het project. We zien deze manier van aanpak ook bij grote farmaceutische bedrijven

consortium, het uitschrijven van doel-

Voor ons is innovatie een gedeelde verantwoordelijkheid die zowel bij de farmaceutische en biotech bedrijven alsook bij de academische en publieke instellingen ligt. De farmaceutische industrie investeert miljarden euro’s in onderzoek- en ontwikkelingsactiviteiten voor behandeling van ongeneeslijke ziektes. Een deel van hun investering draagt bij aan publiek private samenwerkingen zoals gestimuleerd door de Europese overheid (IMI). Deze Europese sponsoring speelt een belangrijke rol in het ondersteunen van onderzoek naar oplossingen met

patiëntenorganisaties en academische partners samenwerkingsmodellen opzetten om nieuwe innovatieve gezondheidstoepassingen te ontwikkelen.

WE CARE FOR LIFE SCIENCE De passie die we hebben om impact te hebben op gezondheidszorg van de toekomst, vertaalt zich in een unieke en klantgerichte aanpak. In een gezondheidssector die voor grote uitdagingen staat, zetten onze Project Managers en Business Consultants zich in om toegevoegde waarde en innovatie te creeren in de product portfolio van onze Life Science klanten en hun cross-sector partners.

WWW.C-MAST.COM

ADVERTORIAL

CATALISTI de motor van de Vlaamse innovatie in chemie en kunststoffen België en Vlaanderen hebben een traditie betreffende onderzoek en ontwikkeling in zowel traditionele chemie, denk maar aan “klassiekers” zoals Solvay,

het gros van de chemische en kunststofverwerkende bedrijven heeft Vlaanderen de speerpuntcluster CATALISTI opgericht. Een echte publiek private

toonbare return van het door de overheid geïnvesteerde geld, met een multiplicatiefactor van 25 voorleggen. Steeds gaat het over waardeketen projecten

Gevaert en Bakelandt ea als in biochemie in het recentere verleden (Deduve, Schell, van Montague ea). Mede daardoor maar ook door economische en logistieke voordelen die Vlaanderen bood en biedt in onze havens en langs de kanalen, is Vlaanderen één van de grootste chemie en farma polen in de wereld.

samenwerking waarin de bedrijven en de Vlaamse overheid in 50/50 een onafhankelijke “makelaars” organisatie zoals CATALISTI mogelijk maken die essentieel is om innovatie van idee tot product te kunnen realiseren.

waar zeer dikwijls multinationals samenwerken met kleinere Vlaamse bedrijven en de sterk aanwezige kennis binnen de Vlaamse kennisinstellingen. Concreet heeft dit geleid tot unieke producten voor bijv. de coating en textiel industrie die voor de deelnemende bedrijven zowel een verankering in Vlaanderen als een uitgesproken krediet bij het moederhuis tot resultaat heeft. Basis van dit succes is de “risico deling” door de samenwerking tussen Vlaamse partners, ketenpartners en de overheid om projecten uit te voeren die interessant zijn, maar te hoog risico zijn of nieuwe technologieën of tot nieuwe producten leiden,

Over de jaren heen is het landschap zodanig veranderd dat de traditioneel voornamelijk bedrijfseigen research en ontwikkeling te veel competenties en resources vergt om competitief te blijven. Bovendien staat de chemische sector, incl life science, en de kunststoffensector voor de unieke opportuniteit om efficiente oplossingen voor een circulaire en meer duurzame maatschappij via unieke duurzame nieuwe producten en processen aan te bieden en te vermarkten. Uit dit gegeven volgt dat samenwerking tussen bedrijven en aanwezige competenties een unieke opportuniteit biedt om lokaal competenties en oplossingen te ontwikkelen in een open innovatie samenwerkingsverband.

Via haar uniek Triple F principe vindt (FIND) CATALISTI, samen met haar partners uit de triple helix (overheid,bedrijven en kennispartners), innovatie opportuniteiten die voor alle deelnemende partners een bedrijf overschrijdende toegevoegde waarde realiseren. Vervolgens FACILITEERT CATALISTI het proces om tot een oplossing of project te komen, door als objectieve bemiddelaar de juiste focus en proces te identificeren en indien nodig ook hiervoor projectmidde-

De Vlaamse overheid heeft deze opportuniteit (h)erkend in haar nieuw clus-

len vrij te maken, die door de Vlaamse overheid voor Speerpuntclusters gereserveerd worden. Tenslotte ondersteunt CATALISTI de clusterpartners in het succesvol omzetten (FULFILL) van innovatie initiatieven, hetzij door samen naar upscaling te zoeken (operationeel en/of financieel) maar ook voor kleinere bedrijven in hun “go to market”. CATALISTI kan na 5 jaar clusterwerking, vóór 2017 als FISCH, reeds een twintigtal

terbeleid. Op uitdrukkelijke vraag van

succes verhalen en een duidelijk aan-

Open innovatie, in een per definitie onderzoeksgedreven gebied kan enkel gebeuren door een objectieve, deels overheidsgesteunde, makelaar. CATALISTI heeft aangetoond dit met succes te zijn voor chemie en kunststoffen


12 EXPERTPANEL DUURZAAMHEID

FOKUS-ONLINE.BE

Cleantech en de toekomst van ons milieu

Antwerpen en België zijn gaststad en -land voor EU Cleantech 2018 en dat is niet voor niets. Ons land heeft altijd al veelbelovende technologie ontwikkeld in het kader van hernieuwbare energie. Met het akkoord van Parijs zal hier nog meer in geïnvesteerd worden. Wat brengt de toekomst en welke opportuniteiten biedt Cleantech voor Belgische ondernemingen en wetenschappelijke instellingen? TEKST BERT VERBEKE

PHILIPPE JANS CEO BIOLECTRIC

STEF DENAYER ALGEMEEN DIRECTEUR, I-CLEANTECH VLAANDEREN

CARINE VAN HOVE MANAGING DIRECTOR, FLANDERS CLEANTECH ASSOCIATION

Wat is volgens u de belangrijkste technologische evolutie inzake hernieuwbare energie?

“Laatst hoorde ik iemand verontwaardigd zeggen dat hij een online bestelling van kleding annuleerde omdat hij 15 euro transportkosten moest betalen. Diezelfde verontwaardiging klinkt in mijn omgeving steeds luider over de gemonopoliseerde nettarieven. Geef toe, voor elektriciteit is de verhouding product/leverkost compleet belachelijk geworden. Daar ligt in mijn ogen dan ook de grootste evolutie binnen de hernieuwbare energie. Decentraal, zelf produceren kunnen we al, maar als we daarbij op lokaal niveau productie en consumptie kunnen matchen door opslag te voorzien, leven we op ons eigen groene energie-eiland. En met elk nieuw eiland wordt het voor de andere netgebruikers interessanter om zelf ook de stap te zetten.”

“We evolueren gestaag naar een decentraal koolstofarm energiesysteem. Voor zon- en windenergie zijn we koploper in Europa wat betreft vermogen per km2. Maar dat is slechts een stukje van onze grote energievraag, die grotendeels warmte betreft. De toekomst zit in het nuttig gebruiken en slim combineren van alles, zoals in een ZAWENT-project in een nieuwe woonwijk in Gent, dat wij mee hebben gefinancierd. Het afvalwater wordt er selectief opgevangen en samen met het GFT-afval en voedselresten van de bewoners omgezet tot biogas voor de verwarming. Grondstoffen zullen tijdens de waterzuivering worden teruggewonnen. Slimme energiesystemen zorgen voor een optimale uitwisseling van energie.”

“Een opvallende evolutie is te merken in de omgang met materialen. Nieuwe businessmodellen, waarbij een leverancier een functie of gebruiksgenot ter beschikking stelt, eerder dan de materialen of producten zelf te verkopen, winnen veld. Dat biedt kansen voor duurzaamheid. Denk aan chemical leasing-concepten waarbij een bepaald chemisch product door de leverancier wordt ‘uitgeleend’ en na vervuiling teruggenomen en verschoond wordt, om het dan weer in circulatie te brengen. We doen het met solventen, met gedemineraliseerd water, met de aluminium platen voor offset printen of de roofing op onze daken. Dergelijke closed loop-projecten zijn ecologisch en economisch interessant en passen perfect in een grondstofarme regio als Europa.”

Wat is het belangrijkste aspect in het ontwikkelen van een duurzaam product of duurzame dienst?

“Een duurzaam product verdringt meestal een klassiek alternatief, waar een aantal spelers in het verleden geld hebben verdiend. Om hun inkomstenbron te vrijwaren, hebben ze er doorheen de jaren, als de markt de moeite waard was, allicht een aardig muurtje omheen gelobbyd van overheidsreglementering, normering, vergunning… Die muren moeten afgebroken worden land per land, in een Europese context, en dat kost veel tijd en geld. Voor een start-up is dit één van de belangrijkste aspecten van de ontwikkeling van een duurzaam product en moeten de financiële gevolgen beter vroeg in het ontwikkelingsproces worden meegenomen.”

“Alles draait om eenvoud. De beleving van de consument staat daarbij centraal en vormt de leidraad voor de verdere uitwerking. Het is een cliché, maar voor wie succesvol wilt zijn, zit er niets anders op dan diep in het vel van de klant te kruipen. Zo zullen we op verbazend korte termijn onze privé-autorit digitaal bestellen, hoeven we geen auto meer te bezitten, laat staan zelf te rijden. Geen beslommeringen meer over tanken, parkeren, onderhoud, verzekering, bandenwissel en fileleed. Wie deze dienst aan een betaalbare prijs in de markt zet, is meteen een waardige opvolger van Elon Musk. De elektrische wagen is niet alleen een platform voor nieuwe diensten op het vlak van mobiliteit, maar ook op het vlak van energieopslag en logistiek.”

“Vergeleken met consumer electronics, vraagt een duurzame innovatie vaak jarenlange incubatie. Zo snel mogelijk het economisch voordeel aantonen is belangrijk. Dat heeft vaak te maken met het duidelijk formuleren van je pitch, de USP’s... Ik zie bedrijven die niet alleen een intrinsiek sterk product lanceren, maar ook de kunst verstaan de ‘whats-in-it-for-you’ raak te verwoorden. Ze doen dit zo goed dat businesspartners en kapitaalverschaffers vanzelf aanschuiven. Met FCA plannen we, ter voorbereiding van het EU Cleantech Forum in 2018, trouwens een coaching in samenwerking met enkele venture capitalists en fondsenverstrekkers waarbij we bedrijven feedback geven over hun business storytelling.”

Wat zijn de voornaamste uitdagingen voor Belgische bedrijven in de Cleantech?

“We leven in een klein land. Dat wil zeggen dat er al bij de introductie van een product hoge investeringskosten nodig zijn om een markt te openen met een beperkte omvang. Verder zijn de uitdagingen voor Belgische bedrijven in de Cleantech niet zo verschillend van de bedrijven buiten de Cleantech. De beperkte thuismarkt maakt dat zeer snel naar export moet gekeken worden om significante groei te kunnen realiseren. Dat heeft uiteraard ook een voordeel omdat de exportstrategie van jongs af in de genen van de onderneming ingebakken wordt.”

“Dat is onder meer het marktfalen bij de opschaling van Cleantech. In investeringsprojecten is ongeveer 10 procent van de CAPEX (capital expenditures) nodig om inzicht te krijgen in hoe technologie kan opschalen of op maat geïntegreerd kan worden in bestaande processen. Dat gebeurt met studies gaande van concept engineering, over FEED (front-end engineering design) tot en met detailed engineering. Door de grote initiële risico’s en onzekerheden, worden hiervoor moeilijk budgetten gevonden. Nochtans zijn net die studies noodzakelijk om de risico’s in beeld te brengen en de onzekerheden van de projecten te doen dalen. Wij willen daarom FEED’s steunen, zodat er meer Cleantech gerealiseerd kan worden.”

“De kleine interne Belgische markt speelt onze innovatieve Cleantech-bedrijven parten. Zeker hightech innovaties hebben vaak een internationale afzetmarkt markt nodig voor een positieve business case. België is hét testbed bij uitstek voor Cleantech: dichtbevolkt en een hoge industrialisatiegraad in combinatie met een hoog welvaartsniveau. Verder zien we heel wat bewegingen richting smart, industry 4.0, internet of things, digitale strategieën voor aanvankelijk traditionele sectoren… tot concepten zoals blockchain en bitcoins. Die zijn toe te juichen evoluties en ze helpen voordien ongeziene opportuniteiten te exploiteren. Maar onder al dat smart blijft er nood aan harde, tastbare technologieën.”


ADVERTORIAL

Beter biomedisch onderzoek dankzij kwalitatieve biologische stalen Biomedisch onderzoek kan enkel slagen wanneer

vante data worden bijgevoegd, alles in lijn met de internatio-

paranter en dit is een primordiaal gegeven om een klimaat

er getest kan worden op menselijk biomateriaal van hoge kwaliteit. Dat is dan ook de missie die Biothèque

nale kwaliteitsstandaarden en regelgevingen en uiteraard in overeenkomst met de Privacywetgeving. We sleutelen daar-

van vertrouwen te garanderen met hun partners. BWB (in samenwerking met de nationale biobanking organisatie

Wallonie-Bruxelles (BWB) zich heeft toegekend en suc-

naast voortdurend aan onze kennis om onze competitiviteit

BBMRI.be) maakt onderdeel uit van het internationaal ex-

cesvol vervult.

en duurzaamheid te verhogen en om de knowhow en skills

pert-team dat zijn schouders zet onder dit project waarbij

van onze werknemers te garanderen.”

gestreefd wordt naar doorgedreven standaardisatie (ISO/ TC276) voor biobanking.

BWB is een virtueel netwerk dat verschillende biobanken in Wallonië en Brussel groepeert en verenigt. Ontstaan in 2014

De strikte kwaliteitscontroles maken van BWB een be-

met de steun van Waalse en Brusselse onderzoeksinstellin-

trouwbare leverancier voor biomateriaal. Naast regi-

“We hebben de voorbije twee jaar hard gewerkt aan de een-

gen (Innoviris, DG06 en Biowin), stelt BWB menselijk biologisch materiaal ter beschikking voor onderzoekers, zowel

onale samenwerkingen binnen Wallonië en Brussel (e.g. MaSTherCell), werden ook reeds bruggen met Vlaamse

making van verschillende biobanken, onze virtuele databank en bijhorende documentatie, om het biobanken makkelijker

academisch als industrieel. “Wij willen biomedisch onderzoek

partners gebouwd en contacten gelegd binnen de Vlaamse

te maken. Ons streefdoel is menselijk biologisch materiaal

ondersteunen door menselijke stalen van hoge kwaliteit te

biotech (e.g. ANACURA).

van hoge kwaliteit aanleveren en op die manier het biome-

voorzien”, zegt Laurent Dollé, Operating Manager bij BWB. “Een diverse waaier van soorten stalen worden verzameld:

BWB gaat bovendien de uitdaging aan om elke vraag voor

van bloed, weefsel en speeksel, tot urine en faeces. Hierbij

menselijke stalen die niet in bestaande collecties te vinden

BWB probeert ook mensen te sensibiliseren onder het motto

wordt een gestandaardiseerde procedure gevolgd om een hoge kwaliteit te garanderen en zo het biomedisch onder-

zijn, onder de loep te nemen en indien mogelijk ook beschikbaar te stellen. “Naast een retrospectieve collectie, zijn we

“you share because you care.”

zoek efficiënter en nauwkeuriger te maken”.

ook proactief bezig met het vinden van nieuw biomateriaal.

“Het is noodzakelijk om mensen bewust te maken van het

Daarvoor heeft BWB sinds mei dit jaar een virtuele databank

Daarvoor spreken we ons netwerk aan van clinici, die op hun beurt met hun patiënten overleggen. Patiënten moeten

grote belang van het doneren van biologisch materiaal. Dit materiaal wordt bijvoorbeeld gebruikt om vooruitgang te

gelanceerd met de collecties van de universiteiten ULB, ULC,

namelijk hun schriftelijke toelating geven indien zij akkoord

boeken bij de diagnose en behandeling van een diversiteit

en ULG en hun respectievelijke universitaire ziekenhuizen.

gaan met het gebruik van hun biologisch materiaal door de

aan medische aandoeningen. Bovendien gaat het om bio-

“Zelf slaan we geen biomateriaal op, maar we hebben er wel

biobank.”

logisch materiaal dat toch moest verwijderd worden uit het

toegang tot”, aldus Dollé. “Als er een specifieke vraag komt voor een type staal, dan kunnen wij dat staal opvragen. Wij

Tegen het einde van dit jaar zou er nog een koninklijk besluit

lichaam en dus geen extra invasieve ingreep. Door biologisch materiaal te doneren, dragen mensen hun steentje bij aan

verzorgen daarbij eveneens de administratie en logistiek.

opgesteld worden met de doelstellingen van en regelgeving

het onderzoek en investeren op een mooie manier in de toe-

Ook bijhorende medische, bio-moleculaire en andere rele-

voor een biobank. Zo wordt de werking van biobanken trans-

komst van ons allemaal.”

you care? you share!

disch onderzoek optimaal ondersteunen”.

Vragen over biobanken, BWB of over het gebruik van en de toegang tot menselijk biologisch materiaal? Surf naar www.biotheque-wallonie-bruxelles.be of de LinkedIn pagina of contacteer BWB via info@biotheque-wallonie-bruxelles.be of +32 (2) 555.48.74


14 CHRONICLE DIRK TORFS

FOKUS-ONLINE.BE

‘Bedrijven, mis de trein van Industrie 4.0 niet’ De snelheid van innovatie is belangrijk voor de competitiviteit van onze Vlaamse bedrijven. Enkel zo maken we het verschil. De kennis die we daarvoor nodig hebben, kunnen we alleen maar vergaren als we samenwerken. Industrie, kennisinstellingen en overheid hebben elk een belangrijke rol te spelen om onze bedrijven te helpen accelereren en excelleren. TEKST DIRK TORFS, CEO VAN FLANDERS MAKE, HET STRATEGISCH INNOVATIECENTRUM VOOR DE MAAKINDUSTRIE

NEEM DE VRAAG naar gepersonaliseerde

producten, aan de kost van serieproductie. Dat vergt het soort van flexibiliteit in de productie-omgeving die alleen door de optimale samenwerking tussen mens en machine tot stand kan komen. Robots nemen de zware, repetitieve taken op zich en de operator komt tussen voor complexe, veranderende taken. Die producten moeten bovendien ook snel leverbaar zijn. En daar willen klanten voor betalen. Door je als bedrijf constant aan te passen aan die veranderende

omgeving, kunnen we de productie in Vlaanderen houden én zelfs terug naar Vlaanderen brengen. OM OP DIE manier te innoveren, is ken-

nis nodig. Kennis die uit samenwerking komt, waarbij innovatieleiders de toon zetten en de rest meetrekken. Het is daarom belangrijk om ecosystemen te bouwen over de waardeketen heen, waarin bedrijven én kennisinstellingen samen tot nieuwe inzichten komen. Door die daarna te vertalen naar concrete producten en productieprocessen, kunnen bedrijven sneller en beter innoveren – accelereren en excelleren dus. Flanders Make slaat in dit kader niet alleen een brug tussen de academische wereld en de industrie, maar biedt ook de onderzoeksinfrastructuur om die kennis te concretiseren. De overheid op haar beurt, stimuleert de samenwerking onder meer via subsidies.

We evolueren van een aanbodgedreven economie naar een vraaggedreven economie

INDUSTRIE, KENNISINSTELLINGEN EN over-

heid zijn op die manier elk op zich de drijvende kracht achter een industriële agenda, die zowel grote als kleine bedrijven toelaat om mee te zijn met de laatste nieuwe trends en dus om hun (internationale) competitiviteit te verhogen. Een betere marktpositie leidt op zijn beurt tot groeiende productie, een stijgend aandeel van de industrie in ons BNP, jobcreatie en uiteindelijk – meer welvaart.

©iStock

I

k geloof in slimme fabrieken. En we hebben zeker een aantal goede voorbeelden in Vlaanderen. Denk aan Audi, JTEKT, Newtec, TE Connectivity, Van Hoecke of Volvo Trucks. Ze zijn stuk voor stuk het resultaat van een visie om de beste te willen zijn en blijven. Omdat ze vroeg op de trein van Industrie 4.0 gesprongen zijn, kunnen ze producten afleveren die ook in een geglobaliseerde wereld competitief gemaakt worden, ondanks de loonkost. Sensoren, processen, connectiviteit en rekencapaciteit laten toe om slimme producten en productiesystemen te bouwen en leiden tot nieuwe businessmodellen waarbij het product mét de dienst centraal staat. We evolueren van een aanbodgedreven economie naar een vraaggedreven economie. Meer keuze, op het moment dat ons past.

ADVERTORIAL

ATELIER DUMON: VAN ONTWERP TOT MONTAGE, EEN ONE STOP SHOP VOOR ROLBAANTRANSPORT

In een productieomgeving zijn constant onderdelen, producten en goederen onderweg van punt A naar punt B. Die stromen automatiseren en bedrijfszeker maken, is het werkterrein Atelier Dumon uit Brugge.

productkennis in zo’n koude omgeving is essentieel. Alle gebruikte materialen dienen afgestemd te worden voor de omgeving waarin ze gebruikt worden. Continuïteit is voor die bedrijven immers cruciaal.”

Atelier Dumon is een West-Vlaamse KMO gespecialiseerd in het ontwerpen, fabriceren en integreren van totaalprojecten van interne transportsystemen voor pallettransport. “Onze corebusiness is de realisatie van interne transportsystemen in een industriële omgeving”, zegt algemeen directeur Eric Dumon. “Onze installaties en machines moeten voor de klant een economische besparing en een technologische meerwaarde opleveren. De afdeling machinebouw levert uitsluitend maatwerk af volgens de behoeft van de klant.”

Atelier Dumon telt op vandaag vijfendertig medewerkers die samen een jaaromzet van acht miljoen euro realiseren. “We zijn een one-stopshop: van studiebureau over bouw tot installatie en service achteraf, we doen alles zelf,” vertelt Thomas Dumon, “en dat laat ons toe om een kwalitatief product af te leveren en een goede service te garanderen naar onze klanten toe. Bij voorkeur proberen we zo vroeg mogelijk bij een project te worden betrokken, liefst al van bij de architect.”

Dumon werkt voor heel uiteenlopende industrieën en bedrijven, maar de firma is sterk gespecialiseerd in de sector van de diepvriesproducten. “Het gaat hier vooral over installaties die werken bij negatieve temperaturen, vrieskou dus”, zegt Steven Dumon. “Een goede

WWW.DUMON.COM

Een andere activiteit van Atelier Dumon, naast het rolbaantransport, is de constructie, montage en onderhoud van elektrohydraulische liften met een hefvermogen van 600 kilogram tot 20 ton. Het accent ligt vooral op zware uitvoeringen, zoals autoliften en liften voor een industriële omgeving.


ADVERTORIAL

BIL: onafhankelijk onderzoeksen kenniscentrum voor las- en verbindingstechnologieën en lasbaarheid van materialen Joining your future. De kennis en ervaring van het BIL in verbindingstechnieken en de te verbinden materialen wordt door veel bedrijven en organisaties ingezet. Het BIL beschikt over een goed uitgerust laboratorium met onderzoekers en ingenieurs - die contractonderzoek uitvoeren in opdracht van de industrie. Dit gaat van korte tot lange termijn projecten, vaak ook interdisciplinair, naast opleidingen om deze kennis bij de bedrijven te implementeren.

Kerncompetenties

Onderzoek naar multimateriaalverbindingen: in heel wat toepassingen (bv. transport, machinebouw, consumentenproducten) probeert men nieuwe producten te realiseren door gebruik te maken van het juiste materiaal, op de juiste plaats, de verbinding wordt dan een kritieke stap. Het BIL adviseert bedrijven rond mogelijke alternatieve technieken, maar ook assistentie bij de implementatie en testen van de producten.

Uitvoeren van gespecialiseerde beproevingen: in veel gevallen worden de gelaste producten in erg veeleisende toepassingen ingezet (denk bv. aan baggerschepen die wereldwijd gebruikt worden, installaties in de chemische of farmaceutische industrie, funderingen van windmolens in zeewater). Het BIL kan hiervoor opstellingen bouwen op vraag van de klant, maar ook een hele reeks gespecialiseerde proeven uitvoeren (breukmechanisch, kruipproeven, corrosieproeven, vermoeiingsproeven). Het laboratorium van het BIL is hiervoor uniek in België.

75 jaar oud (of jong?) Het BIL bestaat dit jaar 75 jaar, en kijkt uit naar de volgende 75 jaar, waarin ook nog heel wat verbindings- en materiaalvraagstukken worden verwacht. Er zijn heel wat maatschappelijke en industriële veranderingen waarbij dit belangrijk is, denk aan de transportsector, de energieproductie, automatisatie/mechanisatie van de productie en natuurlijk ook het verdere gebruik van additive manufacturing.

H

IN

ST

I TUU

T V OOR

LA

ST

EC

GI

HN

SC

Advies over het toepassen van normen: bedrijven assisteren bij het concreet toepassen van normen, dit kunnen normen zijn rond

Onderzoek naar schade-oorzaken: dit gaat van breuken, scheuren, lekken als gevolg van bv. verkeerd ontwerp of lasuitvoering, corrosie, tot kruip- of vermoeiingsschade (zo’n 100 expertises per jaar). Daarbij wordt niet enkel de oorzaak onderzocht, maar wordt ook gekeken naar preventieve maatregelen voor het voorkomen van de schade in de toekomst.

2017 IS

EC

S

T

E

LA

BIL • Technologiepark 935, 9052 Zwijnaarde • Tel.: +32 (0)9 292 14 00 • info@bil-ibs.be • www.bil-ibs.be

JAAR

1942

I EK

BEL

“Industriële lastechniek is een boeiende wereld vol uitdagingen, vanuit Europese richtlijnen, vanuit nieuw te verbinden materialen of materiaalcombinaties, of vanuit de vereisten voor bepaalde in-service toepassingen”

Advies bij productieproblemen of bij nieuwe producten: aanpassen van productieprocessen, mee evalueren van nieuwe verbindingstechnieken, bekijken wat voor consequenties het gebruik van hoge sterkte materialen opleveren voor de verbindingsprocessen, beoordelen van aanpassingen gerelateerd aan de indienststellingscondities (temperatuur, zeewater, slijtage, chemische producten etc.).

de lasprocessen, uitvoeren van bepaalde controles, maar ook rond bepaalde laskwaliteitsmanagementsystemen.

HN

ISCHE EXP

ER

T

Belgisch Instituut voor Lastechniek


ADVERTORIAL

Innovatie als een service Studies van consulting bedrijven als PWC liegen er niet om: de maakindustrie is beland in een nieuwe innovatie cyclus.

service met een ander prijzenmodel tot gevolg. Je hoeft geen Uber te zijn om aan disruptief of radical innovation te denken.

Wij geloven heel sterk in de expertise van de Vlaamse maakindustrie, maar de uitdagingen evolueren mee en we merken dat agility en een lagere cost to serve de grootste uitdagingen vormen voor onze klanten. Gevestigd in de regio Kortrijk zijn wij overtuigd dat we met Flagstone een aantal Vlaamse parels terug in het competitiezadel kunnen brengen.

Alhoewel een aantal concurrenten kiezen voor het aanbieden van een standaard oplossing geloven wij zelf eerder om te starten van de huidige infrastructuur en vervolgens tailor made de onderdelen te bouwen die te kort zijn. Een op maat gemaakt machinepark die werd geleverd door wereldwijd gevestigde machinebouwers hoeft niet noodzakelijk een drempel te betekenen. Soms volstaan kleine retrofits of sensoren als een facelift die de machines terug in de loop brengen of kunnen we samen met de machinebouwer een oplossing bedenken.

Co-creatie workshops met de verschillende stakeholders zijn de start om een actieplan op te stellen. Afhankelijk van de rol die de personen uitvoeren komen optimalisaties rond costing, uptime, kwaliteit, KPI’s en snellere levering aan klanten aan bod. De connectiviteit met de machines is echter één van de belangrijkste onderdelen die de rode draad vormt in het automatisatieverhaal. Deze real-time informatie reduceert fouten en ondersteunt de mensen bij het nemen van beslissingen. Aangevuld met middleware kan je bestaande software connecteren wat je ERP systeem ineens een pak efficiënter maakt. Het kan zo ver gaan dat de processen van de eigen klanten meegenomen worden in de oplossing. Dit competitief voordeel is soms een extra

Flagstone oplossingen steunen op 3 pijlers: reduceren van software silo’s, connecteren van machines en bouwen van custom software. Wij blijven continu up to speed door onze partnerships met Sirris, Flanders Make en Xiak. Onderzoekscentra zijn ideale partners om inzichten en kennis te delen. Is jouw organisatie future proof?

De overload van informatie rond industry 4.0 en Smart Factories maakt het voor de decision makers een uitdaging om een keuze te maken en om een actieplan op te stellen. Hoe begin je er aan en wie kan je plan helpen realiseren? Om van start te gaan identificeer je best een pilootproject waar je meetbare doelstellingen kan voor definiëren. Eens je dit project binnen tijd en budget kan realiseren kan je evalueren wat het je firma oplevert. Na het finetunen kan je dit proces herhalen op de rest van je organisatie.

www.flagstone.tech Flagstone | Stedestraat 51, 8530 Harelbeke | info@flagstone.tech | 056/98.07.98

ADVERTORIAL

De Vlaamse Adviesraad voor Innoveren en Ondernemen (VARIO) ging van start op 1 januari 2017 als opvolger van de Vlaamse Raad voor Wetenschap en Innovatie (VRWI). De VARIO adviseert de Vlaamse Regering en het Vlaams Parlement over het onderzoeks-, innovatie-, industrie-, en ondernemerschapsbeleid. De adviesraad doet dit zowel op eigen initiatief als op vraag van Vlaams minister van Werk, Economie en Innovatie Philippe Muyters. Ook de andere Vlaamse ministers en het Vlaams Parlement kunnen de VARIO raadplegen. De VARIO bestaat uit 10 topexperten uit de Vlaamse onderzoeks- en bedrijfswereld. Lieven Danneels, CEO Televic, is voorzitter. De VARIO-leden zetelen in eigen naam. Dit betekent dat de raad onafhankelijk werkt van de Vlaamse Regering en de partijen in het werkveld. Tegelijk hechten de raadsleden bij de totstandkoming van hun adviezen sterk aan de stem van, en interactie met andere ervaringsdeskundigen uit de onderzoeksen ondernemerswereld. Ook de contacten met beleidsmakers en de politiek vinden ze belangrijk. De VARIO wordt ondersteund door een stafdienst, geleid door VARIO-directeur Danielle Raspoet. “De VARIO-adviezen steunen op wetenschappelijke inzichten en onderzoek, maar ook op ervaringen en inzichten uit het veld. Ook aan de positionering in internationale context hechten we veel belang.” — DANIELLE RASPOET, DIRECTEUR VARIO

Voor de VARIO is de centrale vraag hoe we in Vlaanderen met overheidsbeleid in economie, wetenschap en innovatie maximale impact op de maatschappij kunnen realiseren. Onderzoek en innovatie zijn geen doel op zich, maar een middel. Hoe kunnen we onze Vlaamse kennis maximaal omzetten in maatschappe-

lijke en economische waarde? Welke maatregelen zijn hiervoor nodig? Terwijl onze onderzoekers meespelen aan de wereldtop, vindt de kennis die ze genereren nog onvoldoende de weg naar “Excellent, ambitieus en succesvol onderzoek, innovatie, en ondernemerschap zijn bepalend voor welvaart en welzijn in Vlaanderen. Dit vraag efficiënt en doelgericht beleid. De VARIO wil met strategisch advies impact hebben op het beleid en de Vlaamse ambities op het vlak van onderzoek, innovatie en ondernemerschap ondersteunen.” — LIEVEN DANNEELS, VOORZITTER VARIO

onze bedrijven. Hoe komt dit? De VARIO onderzoekt dit vanuit drie invalshoeken: talent, samenwerking en internationalisering. De eerste VARIO-adviezen worden verwacht in het najaar: (1) Hoe kan Vlaanderen meer buitenlands toptalent aantrekken en behouden? (2) Hoe buigen we contraproductieve competitie in de onderzoekswereld om tot vruchtbare samenwerking? en (3) Welke strategische visie voor het ruimtevaartonderzoek in Vlaanderen? Na overhandiging aan minister Philippe Muyters zijn de VARIO-adviezen publiek te consulteren op www.vario.be. De VARIO volgt de ontwikkelingen rond innoveren en ondernemen in Vlaanderen en in de rest van de wereld op de voet en vat ze wekelijks voor u samen in een handig nieuwsoverzicht, de VARIO-Update.

De VARIO-leden zijn: Lieven Danneels, Televic, voorzitter Dirk Van Dyck, UAntwerpen, ondervoorzitter Katrin Geyskens, Capricorn Venture Partners Wim Haegeman, Vives/UGent Johan Martens, KULeuven Koen Vanhalst, De Clercq & Partners Vanessa Vankerckhoven, Novosanis Marc Van Sande, Umicore Reinhilde Veugelers, KULeuven Hilde Windels, Biocartis

Abonneren kan via www.vario.be.

Profile for Smart Media Agency | Fokus

Fokus Research & Development  

Bijlage van Smart Media bij Knack

Fokus Research & Development  

Bijlage van Smart Media bij Knack

Advertisement