Page 1

D I T D O SS I E R W O R D T G E P U B L I C E E R D D O O R S M A R T M E D I A E N VA LT N I E T O N D E R D E V E R A N T W O O R D E L I J K H E I D VA N D E R E D AC T I E VA N D E STA N D A A R D

AUG ‘19

OPTIMALE ZORG Marc Noppen Meer zij en minder wij

E-trends in de zorg Technologie ter ondersteuning, niet als vervanging

Hilde Van Loon Tussen ‘trek je plan’ en ‘ik neem je over’

PROF. DR. ALEXANDRE MOTTRIE ”Met robotisering belandt de chirurgie in een nieuw tijdperk.” Lees meer op Fokus-online.be. #fokusoptimalezorg

!

si m p

e

l

LL o SWA OW /

1c

LER omp rimé à AVA

!

1 co m

IK SL

!

et t Licht verteerbaar ✹ é à AVALER / Eenvoudig en praktisch e Si si m pl prim ✹ Betaalbare prijs e l t b / a -t 1 ta bl

Sterke botten en spieren behouden !

Zo

le Si s imp

/

AKA M S R ZONDE EMEN PROBL

Vraag de CNK 3042-074 bij uw apotheker

1

Vit

+ D amine

1S

m

Calciu

-tablet / LIK ✹

àA rimé VALER


02

EDITORIAL MARC NOPPEN

FOKUSONLINE.BE

04

06

08

14

LEES MEER... 04

Langer thuis wonen wordt de toekomst

06

Ademruimte dankzij flexibiliteit en innovatie

08

Profielinterview: Prof. dr. Alexandre Mottrie

12

Expertpanel: Technologie ter ondersteuning

14

Hilde Van Loon: Tussen ‘trek je plan’ en ‘ik neem over’

COLOFON. PRODUCTIELEIDER: Christian Nikuna Pemba HOOFDREDACTIE: Ellen Van Hoegaerden

Meer zij en minder wij Als ik denk aan de zorg van morgen, denk ik aan Amaya. Zij is 9 jaar en kreeg de diagnose van diabetes type 1. Haar doel, en dat van haar ouders, is dat zij samen met haar leeftijdsgenootjes naar school kan gaan. Waar ze kan opgroeien en bouwen aan een toekomst, zonder het stigma van een patiënt te zijn. En zonder door haar chronische aandoening te veel tijd door te brengen bij artsen of in het ziekenhuis.

Kim Beerts Jeroen Verbeeck COVERBEELD: Anouk Brusselaers VORMGEVING:

Z

o’n doelgerichte zorg moet ook het uitgangspunt zijn van zorgverleners en beleidsmakers. Om dat te realiseren, moeten we de grenzen van onze eigen zorgorganisaties durven overstijgen. En politici moeten verder dan hun regeringstermijn kijken, met ook beslissingen en investeringen die op middellange en lange termijn renderen.

Amaya kan ook op James rekenen om te leren hoe om te gaan met de vele data die belangrijk zijn voor haar behandeling. Iedere diabetespatiënt reageert anders op een behandeling. Een doorgedreven gepersonaliseerde aanpak is noodzakelijk. Een snelle en efficiënte verwerking van een grote hoeveelheid waardevolle data laat dat ook toe.

Amaya krijgt, naast de zorg van het kinderdiabetesteam, ook ondersteuning van James, een sociale robot, die haar helpt om haar ziekte zo goed mogelijk te leren kennen. Zo weet ze zelf goed waarmee ze allemaal rekening moet houden. Ook wanneer de diabeteseducator of James niet in de buurt is. De diagnose van een chronische ziekte krijgen, kan overdonderend zijn. En naast het omgaan met de ziekte, moet er ook heel wat informatie worden verwerkt om de aandoening zo goed mogelijk onder controle te houden, wanneer ze (nog) niet genezen kan worden.

Blijven investeren in de digitale transformatie en technologieën, die patiënten toelaten om zelf hun gezondheid mee in handen te nemen en waarbij het monitoren en analyseren van data bijdragen aan de zorgkwaliteit, is dan ook een must. Om state-of-the-art digitalisering te kunnen inzetten als hefboom voor een gezonde maatschappij zijn natuurlijk ook middelen nodig voor onderzoek naar nieuwe toepassingen en ontwikkelingen.

Maar genezing is vandaag nog niet voor iedereen mogelijk. Daarom is participatie ook van belang in de zorg, inclusief het responsabiliseren van de patiënt voor zijn zorg, met extra aandacht en ondersteuning voor wie daar niet zelf toe in staat is.

TEKST:

Een doorgedreven gepersonaliseerde aanpak is noodzakelijk.

Bij deze roep ik alle overheden, en tegelijk iedereen werkzaam in de zorg, op om in de spiegel te kijken en daar Amaya te zien. Zij en alle patiënten met haar zijn onze motivator, maar ook onze graadmeter. We moeten opnieuw het onderscheid weten te maken tussen hoofd- en bijzaken. Amaya is de essentie, al de rest is bijzaak. Wat meer zij dus, en wat minder wij. TEKST MARC NOPPEN, CEO UZ BRUSSEL

Anouk Brusselaers DRUKKERIJ: Corelio

SMART MEDIA AGENCY SMART STUDIO Leysstraat 27, 2000 Antwerpen Tel +32 3 289 19 40 redactie@smartmediaagency.be studio@smartmediaagency.be

Veel leesplezier Tara Troch Project Manager


03

BRAND REPORT CT PARAMEDICS

FOKUSONLINE.BE

Thuisverpleging 2.0: HOGERE KWALITEIT VAN ZORG DOOR BETERE SAMENWERKING Het zorglandschap binnen de eerste lijn is volop in beweging. Maatschappelijke tendensen zoals vergrijzing en verzilvering, doorgedreven digitalisatie, toename van chronische zorg, geïntegreerde zorg, thuishospitalisatie en multidisciplinaire gegevensdeling roepen heel wat vragen en onzekerheden op bij zorgvragers en zorgverleners.

Thuisverpleging 2.0 zit volop in de lift”, zegt Jan Avonds, operationeel directeur van CT Paramedics, een dienstverlenende community voor zelfstandige thuisverpleegkundigen en zorgkundigen. Dat is een goede zaak, omdat thuisverpleegkundigen, die ook de oren en ogen van de huisarts zijn, hospitalisatie kunnen voorkomen of uitstellen. Thuiszorg verbeteren via community De overheid wil mensen langer onafhankelijk en gezond thuis laten wonen. Thuisverpleegkundigen die nauw samenwerken met andere zorg- en welzijnswerkers vormen een adequaat antwoord op de toenemende vergrijzing en de daaraan gekoppelde multimorbiditeit, die zorgt voor een zware belasting op het klassieke zorgsysteem. “Net daarom geloven we in de

kracht van een community met focusgroepen en overlegmomenten, waar verpleegkundigen van elkaar leren en samenwerken,” legt Avonds uit. “Daarnaast bieden wij binnen onze CTP Community een brede waaier aan diensten zoals opleidingen, software, consultancy, tarificatie en zorgcoördinatie. De zelfstandige thuisverpleegkundige krijgt op die manier een 360°-ondersteuning in haar of zijn taak. We helpen meer dan 800 leden, dus we kunnen terugvallen op heel wat expertise en ervaring.” Langer thuis dankzij zorgcoördinatiecentrum Om mensen langer onafhankelijk en gezond thuis te laten wonen, is het noodzakelijk om op vier pijlers in te zetten. “Veiligheid, toegankelijkheid van comfortdiensten, zoals warme maaltijden en vervoer, zorgen

Je kunt niet langer de verscheidenheid aan zorgtaken in één persoon vatten.  JAN AVONDS, CT PARAMEDICS ervoor dat mensen beroep kunnen doen op de juiste zorgverleners en inzetten op sociale contacten om vereenzaming te voorkomen”, somt Avonds ze op. “Wij zetten in op die totale dienstverlening via ons zorgcoördinatiecentrum CTP Connect, met onder meer personenalarmen en kwaliteitsvolle thuiszorgdiensten.”

Meer samenwerking onder zorgverleners is volgens Jan Avonds nu eenmaal noodzaak geworden. “Je kunt niet langer de verscheidenheid aan zorgtaken in één persoon vatten.” In dat opzicht zijn initiatieven als CTP Connect goede partners voor zelfstandigen. “Zowel zorgvragers als zorgverleners kunnen zich bijvoorbeeld registreren op een digitaal zorgplatform. Daarop kunnen ze onder meer zien welke thuiszorgdiensten bij hen in de buurt actief zijn, nuttige en betrouwbare gezondheidsinfo raadplegen en gebruikmaken van het gedeeld communicatieschriftje. Dat bevordert de samenwerking en kwaliteit van de zorg”, besluit Avonds. TEKST JEROEN VERBEECK

In samenwerking met... CT Paramedics is een dienstverlenende community (CTP Community) voor zelfstandig thuisverpleegkundigen en zorgkundigen. Binnen deze community vindt de zelfstandig thuisverpleegkundige voor alle deelaspecten van zijn of haar functie maximale ondersteuning. Leden maken ook voordelig gebruik van de diensten en genieten van tal van voordelen. Het zorgcoördinatiecentrum CTP Connect, dat deel uitmaakt van CT Paramedics, verbindt de zorgvrager met de zorgverstrekker. CT Paramedics is ook door het RIZIV erkend als dienst voor thuisverpleging. Alle informatie over CT Paramedics en ons zorgcoördinatiecentrum CTP Connect vindt u op: www.ctparamedics.be of info.ctparamedics.be/ctp-connect. Heeft u thuiszorg nodig? Bel naar 0800 62 902.

PARAMEDICS


04

OUDERENZORG ZELFSTANDIG WONEN

FOKUSONLINE.BE

Langer thuis wonen wordt de toekomst Het stijgend aantal senioren zal de ouderenzorg het komende decennia sterk beïnvloeden. “Langer thuis wonen wordt de enige praktisch haalbare optie. Maar ook de beste”, verzekeren Johan De Muynck, directeur Zorgbedrijf Antwerpen en Jean Paul Lefebvre, zaakvoerder van Blijf Actief.

V

laanderen zal in 2030 meer dan 1,5 miljoen 65-plussers tellen. Hun opvang en zorg zullen anders zijn dan die van vandaag. Experts zien de komende jaren de dualiteit tussen woonzorgcentra en thuiszorg verdwijnen. Iets wat ook Johan De Muynck, directeur van Zorgbedrijf Antwerpen − dat ruim 3.300 serviceflats en 18 woonzorgcentra in Antwerpen telt − voorspelt: “Ouderen zullen zo lang mogelijk thuis blijven wonen. Pas wanneer ze constant hulp nodig hebben, zullen ze verhuizen naar het woonzorgcentrum waar de klok rond gespecialiseerde zorg zal zijn. Een stap die, na een lang, gelukkig en comfortabel leven thuis, makkelijker gezet zal worden dan vandaag.” Of de bejaarden vandaag nog té snel naar het woonzorgcentrum verhuizen, durft De Muynck niet te stellen: “Het is nog maar recent dat de nodige technologieën en woningaanpassingen breed toegankelijk en dus ook betaalbaar zijn. Zij maken dat senioren langer zelfstandig kunnen blijven wonen. Ik zie die technologieën, zoals alarmsystemen en valsensoren die steeds vaker plug-and-play worden, in de toekomst ook mee verhuizen naar het woonzorgcentrum. Iets waarop wij ons vandaag al voorbereiden.”

“Langer thuis wonen wordt de toekomst”, stelt ook Jean Paul Lefebvre, zaakvoerder van Blijf Actief, een firma gespecialiseerd in woningaanpassingen. “Het kan niet anders: er zijn nu eenmaal meer ouderen op komst dan dat er bedden in woonzorgcentra zijn. De 60-plussers van vandaag moeten zich daar al op voorbereiden: een instapdouche plaatsen − of beter nog; de badkamer naar het gelijkvloers verhuizen − drempels wegwerken, antisliptegels

verduidelijkt De Muynck. “Er is ook nood aan een sociaal netwerk en een bereikbaar dienstenaanbod. Idealiter staat de zorgwoning van de toekomst in een levendige dorpskern of nabij een dienstencentrum, school of parochielokaal, zodat er interactie is met de jongere buurtbewoners.” Of we gaan naar meeevoluerende woonwijken, die zich samen met de ouder wordende bevolking omvormen tot zorgwijken, schetst Lefebvre. “Daar komt dan

De zorgwoning van de toekomst staat idealiter in een levendige dorpskern, waar interactie is met jongere buurtbewoners.  JOHAN DE MUYNCK, ZORGBEDRIJF ANTWERPEN leggen, de wasmachine verhogen, domotica installeren… Dat gebeurt gelukkig meer en meer, omdat het betaalbaarder werd én omdat het design aandacht kreeg: een aangepaste woning ziet er niet meer uit als een ziekenhuis.” “Toch is langer zelfstandig wonen niet alleen een kwestie van slimme woningaanpassingen”,

een centrale zorgcel waarop de alarmsystemen worden aangesloten en er ondersteunende zorgdiensten worden aangeboden.” Waar de ouderenzorg ook zal gebeuren − thuis, gecentraliseerd of in een woonzorgcentrum −, ze zal in de toekomst meer op maat gemaakt zijn dan vandaag. “De attitude van de klant beslist - die nu al sterk leeft in de thuiszorg –

en komt ook naar de woonzorgcentra. Om die vertaalslag te maken, is ons personeel vandaag al gedeeltelijk actief in de thuiszorg. Dat draagt trouwens ook bij tot werkbaar werk. Fulltime werken in een woonzorgcentrum waar de focus op gespecialiseerde zorg en constante paraatheid ligt, is mentaal namelijk erg zwaar”, stelt Johan De Muynck. “Om onze zorg flexibeler en klantgerichter te maken, moeten we wel af van de overdaad aan regels die de overheid ons oplegt. Kwaliteitscontroles zijn noodzakelijk, maar de te volgen methode is nog te veel in steen gehouwen, waardoor we de specifieke wensen van de klant niet altijd kunnen volgen.” Klantgericht maatwerk is ook bij woningaanpassingen hét sleutelwoord voor kwaliteit en comfort, valt Lefebvre hem bij. “Je mag de specifieke bewoner nooit uit het oog verliezen: terwijl de ene kinderen heeft die snel op een oproep kunnen reageren, krijgt de andere een tiny house in de tuin van het kleinkind. Nog een andere wil via domotica zoveel mogelijk zélf kunnen doen. Standaard dertien-in-een-dozijn zorgwoningen zullen we dus nooit bouwen. Ook niet in de toekomst.” TEKST KIM BEERTS


ADVERTORIAL

Dé meest gekochte traplift van de Benelux Slechts 48 uur levertijd! Dankzij onze unieke technologie kunnen wij zowel rechte als gebogen trappen binnen 48 uur van een traplift voorzien!

4

1

Dunste enkele rail ter wereld

2

Brede kant van de trap blijft vrij

3

Volledig opklapbaar

4

Uw trapleuning blijft zitten

Niet goed = geld terug*

€750,-

Jubileum* korting

Omdat we bij Otolift overtuigd zijn van de kwaliteit van onze producten, bieden wij u een unieke niet-goed-geldterug-garantie aan op onze trapliften.

1 2 3

Voor vrijblijvende informatie:

Bel gratis 0800 59 003

* Onder voorwaarden. Ga naar otolift.be/sale

of ga naar www.otolift.be

ADVERTORIAL

Continue innovatie en verbetering zijn noodzakelijk om in een snel evoluerende maatschappij de zorgvrager op een optimale manier te ondersteunen. ZorgConnect probeert hier steeds de juiste keuzes in te maken ten gunste van patiënt én zorgverlener.

CONNECT

Dé communicatietool voor artsen en verpleegkundigen.

Accurate, snelle én veilige communicatie over de patiëntenzorg tussen de verschillende betrokken actoren is cruciaal om kwalitatieve zorg te kunnen verlenen. CONNECT zorgt ervoor dat verpleegkundigen, via een beveiligde e-healthbox relevante berichten, observaties, foto’s en bijlagen digitaal kunnen sturen naar de huisartsenpraktijk. De arts kan zo de toestand van de patiënt beter opvolgen en inschatten, maar ook feedback geven over verdere verzorging. CONNECT is compatibel met alle huisartsen en ziekenhuispakketten.

ZORGCENTRALE Veilig en comfortabel thuis verzorgd.

ZorgConnect biedt aansluiting aan op een zorgcentrale, waar professioneel opgeleide zorgverleners 24u/24 bereikbaar zijn. Een eenvoudig apparaat thuis helpt om de patiënt, maar ook familie, buren en mantelzorgers rustiger de dag - en vooral de nacht - door te komen. Met één druk op de knop spreekt de patiënt of cliënt met een verpleegkundige, die de meest gepaste interventie organiseert. De ZorgConnect-verpleegkundigen staan klaar om tussen te komen, indien nodig. Dat biedt een extra ondersteuning om comfortabel thuis te blijven wonen.

Aanvragen nieuwe zorgen via

0800 12 201

ONTDEK MEER OP

FOKUS-ONLINE.BE

#FOKUSOPTIMALEZORG


06

UITGELICHT PERSONEELSTEKORT

3 VRAGEN AAN...

PHILIP HENDRICKX MEDEOPRICHTER VAN OXYPOINT

Wat is een ‘flowmeter’ precies? “Een flowmeter dient zuurstof toe wanneer de patiënt inademt. Dat is uniek en vormt een wereldwijde primeur. Klassieke toestellen voorzien namelijk voortdurend zuurstof, wat leidt tot uitdroging van de neus. Hierdoor ervaart de patiënt allerlei ongemakken en wordt heel wat zuurstof verspild. Het toestel voorziet bovendien een continue toevoer, zodat we alle patiënten kunnen helpen.” Is deze innovatie al ingeburgerd? “Er zijn vandaag 25 ziekenhuizen die de flowmeter toepassen en er zeer enthousiast over zijn. Toch merken we dat de macht der gewoonte een spelbreker kan zijn. Zuurstoftherapie is een basisbehandeling in het ziekenhuis. Generaties verpleegkundigen zijn gewend aan de continue toediening van zuurstof. We proberen die gewoonte te doorbreken door een laagdrempelige training te voorzien, in de vorm van speelse teamopdrachten.” Wat zijn de voordelen? “Vooral meer comfort voor de patiënt, zodat hij de behandeling beter volhoudt. Daarnaast bespaart het ziekenhuis op het verbruik, wat maakt dat de toestellen zichzelf terugverdienen na enkele jaren. Tenslotte hebben de verpleegkundigen minder kopzorgen. Ze hoeven de zuurstoftoevoer niet aan- of uitzetten. Onze flowmeter stopt automatisch in de comfortmode.”

FOKUSONLINE.BE

Ademruimte dankzij flexibiliteit en innovatie De krapte op de arbeidsmarkt zet een rem op onze economie. Het nefaste effect van een tekort aan medewerkers raakt ook de zorgsector. Die schreeuwt om meer handen aan het bed. Zorgen voor een grotere instroom van nieuw zorgpersoneel is slechts een deel van de oplossing.

Dit is zonder meer de grootste uitdaging waar onze sector ooit voor stond”, kadert Margot Cloet de ernst van het probleem. Als gedelegeerd bestuurder van Zorgnet-Icuro, een Vlaams netwerk van zorgorganisaties, houdt ze als geen ander de vinger aan de pols van de zorg. “Ieder jaar gaan er 2.500 verpleegkundigen met pensioen en per drie vacatures raakt er gemiddeld slechts één ingevuld. Bovendien vraagt de toenemende vergrijzing steeds meer aandacht”, legt ze uit. De omvang van het probleem vraagt om een bredere aanpak dan alleen maar het vergroten van de instroom van nieuwe verpleegkundigen, gaat Cloet verder: “Het gaat om een combinatie van maatregelen. Zo moeten we streven naar een betere work-life-balance. Ik denk bijvoorbeeld aan de extra vakantiedagen die je opbouwt naarmate je meer anciënniteit verwerft. In plaats van op het einde van je carrière zoveel verlofdagen te hebben, moet dat meer over de hele loopbaan gespreid zijn, in een flexibel concept.” Een ander heikel punt is de subsidiariteit binnen de zorgsector. Dat betekent dat verpleegkundigen bepaalde taken kunnen delegeren aan

andere zorgverleners. “Taken als eten geven of wassen kunnen perfect door andere profielen uitgevoerd worden. Daarom pleitten we onlangs voor een tijdelijke flexibilisering van de personeelsnorm in de ouderenzorg. We willen dat het aandeel van andere beroepsprofielen, zoals paramedici, tijdelijk groter wordt, zodat de woonzorgcentra meer ademruimte krijgen. Voorzieningen die onvoldoende zorgpersoneel vinden moeten daarnaast ook personen met andere kwalificaties kunnen aannemen, bijvoorbeeld een ervaren mantelzorger”, zegt de gedelegeerd bestuurder.

van de gezinszorg die taken, dan betaal je als cliënt zelf de rekening. Dat is een probleem. In een krappe arbeidsmarkt moet iedereen op de top van zijn kunnen worden ingezet.” Op dat vlak ziet de Zorgambassadeur een rol weggelegd voor zorgorganisaties. “Personeel haakt nu eenmaal af als ze voelen dat ze niet voldoende kwaliteit kunnen bieden. Als zorgorganisatie moet je dus een ethische visie ontwikkelen over hoe je de levenskwaliteit van patiënten kunt bevorderen.” Voor Holtzer is leiderschap een belangrijk aspect: “De visie op verpleegkunde mag niet

De visie op verpleegkunde mag niet gestoeld zijn op traditie. Er moet ook ruimte zijn voor nieuwe concepten.  LON HOLTZER, VLAAMS ZORGAMBASSADEUR Ook Vlaams Zorgambassadeur Lon Holtzer erkent dat er een probleem is bij de overdracht van zorgkundige taken. “Als een patiënt in de thuiszorg gewassen wordt door een verpleegkundige, zal het RIZIV financieel tussenkomen. Doet een zorgkundige in het kader

gestoeld zijn op traditie. Er moet ook ruimte zijn voor nieuwe concepten. Omgevingen, pathologieën en technologieën… Gezondheidszorg is voortdurend in verandering.” De bacheloropleiding verpleegkunde telt sinds het academiejaar

2016-2017 vier studiejaren in plaats van drie. Dat wil zeggen dat de studenten niet dit jaar, maar volgend academiejaar afstuderen. Bevorderlijk voor de instroom? “Nee, maar een uitbreiding was nodig omdat je steeds meer te maken hebt met multipathologieën: er zijn steeds meer vormen van ziektebeelden of behandelingen. Als verpleegkundige ben je geen zorgkundige of geen hulpje van de arts. Je moet autonoom medische problemen kunnen onderscheiden en verantwoordelijkheid opnemen”, verduidelijkt Holtzer de noodzaak. Onderwijs speelt bovendien een sleutelrol om meer innovatie te implementeren in de zorgsector. “Er is meer kruisbestuiving tussen technologie en gezondheidszorg nodig”, merkt Lon Holtzer op. “Als je meer technologische ondersteuning aan de basiszorg kunt bieden, zal je ook een betere kwaliteit krijgen. Je verhoogt ook de zelfstandigheid van mensen. Momenteel kun je alleen aan de Hogeschool VIVES een opleiding ‘zorgtechnologie’ volgen. Dergelijke kruispuntberoepen zullen alleen maar aan belang winnen in de zorgsector. Hopelijk stijgt het aantal studenten in die richting substantieel”, klinkt ze hoopvol. TEKST JEROEN VERBEECK


ADVERTORIAL

Bouwen aan de zorg van morgen Ziekenhuizen werken steeds vaker samen, er is meer specialisatie en ook de digitalisering vindt in de zorgsector snel zijn weg. Dat zijn allemaal uitdagingen, maar evenzeer opportuniteiten, waar Microsoft Teams, een hub voor teamwerk in Office 365, een antwoord op kan bieden. Met één doel: de patiënt centraal plaatsen. Meer tijd voor de patiënt In de eerste plaats wordt vooral de patiënt beter van Microsoft Teams, en dat is uiteraard het belangrijkste. “De functies binnen Microsoft Teams, zoals next generation video consulting, sparen heel wat reis- en overlegtijd uit, die aan de patiënt zelf kan worden besteed”, zegt Catherine Closset, Healthcare Lead van Microsoft België. “Bovendien is deze cloud-oplossing heel eenvoudig te gebruiken en kunnen eindgebruikers ze op maat aanpassen, zodat de meest gebruikte apps prominent in beeld komen.” Virtueel samenwerken in real time Steeds vaker werken ziekenhuizen samen. Communicatie is key binnen deze clustering van de markt, die gaandeweg ontstond. Dat communiceren en samenwerken gebeurt liefst zo gecoördineerd en veilig mogelijk, zowel intra- als extramuraal. En ook daar komt Microsoft Teams van pas. “De cloud-toepassing bestaat sinds 2017 en is sindsdien alleen maar gegroeid”, gaat Catherine Closset verder.

“Onder meer omdat het de productiviteit en digitale transformatie van werkprocessen heel positief beïnvloedt. Maar dé meerwaarde is het feit dat Microsoft Teams een platform is waarbinnen alle zorgprofessionals in real time en over verschillende klinische systemen heen kunnen samenwerken en overleggen rond patiënten.” Content creëren en delen Met deze snelst groeiende applicatie in de geschiedenis van Microsoft kunnen medische en niet-medische professionals in een ziekenhuis doeltreffender (samen) werken, zowel binnen als buiten de instelling. Microsoft Teams laat een veel efficiëntere communicatie toe door een digitale werkplek te creëren die helemaal inclusive is. Met andere woorden: iedere werknemer maakt eigen content en deelt die – in de vorm van files en beelden – zodat samenwerken heel wat gemakkelijker wordt. Ook bijvoorbeeld meetings worden geregistreerd, zodat het hele team op de hoogte blijft van alle informatie.

Veilig met informatie De meest gevoelige informatie bij uitstek is patiëntinformatie. Vandaar dat in Microsoft Teams bijvoorbeeld de opnames van medische ingrepen veilig gedeeld kunnen worden binnen de werkgroepen. Aan de andere kant maken IT-professionals binnen de zorg dankbaar gebruik van de ingebouwde beheerfuncties, zoals controlerapporten en de preventie van gegevensverlies. “Waar het op neerkomt: met Microsoft Teams kan de zorg efficiënter worden gecoördineerd, wordt de patiënt beter geholpen en verlagen we de zorgkosten,” besluit Catherine Closset. Een win-winsituatie dus. CATHERINE CLOSSET Healthcare Lead Microsoft België

Meer weten over Microsoft Teams en de mogelijkheden die de cloud-toepassing biedt voor uw zorgorganisatie? U vindt er alles over in het ebook, beschikbaar op https://aka.ms/MicrosoftTeamsForHealth.

ADVERTORIAL

SCHOONMAAK PRODUCTEN

SCHOONMAAK MATERIALEN

HYGIËNISCHE PAPIERWAREN

MACHINES & POETSWAGENS

trouwde r e v e d g n la n e r ja reeds partner in de zorg


08

INTERVIEW PROF. DR. ALEXANDRE MOTTRIE

FOKUSONLINE.BE

‘De komende tien jaar zal de geneeskunde ingrijpender veranderen dan in de voorbije eeuw’

De tijd dat hij nog - zoals hij het zelf zegt - met ‘mes en vork’ opereerde, ligt al lang achter hem. Vandaag bedient professor Alex Mottrie een robot in de operatiezaal. “De toekomst van de geneeskunde gaat niet over blood & guts, maar over bits & bytes.”

TEKST KIM BEERTS BEELD ANOUK BRUSSELAERS


PROF. DR. ALEXANDRE MOTTRIE INTERVIEW

#FOKUSOPTIMALEZORG

Met de robotisering belandt de chirurgie in een nieuw tijdperk. In mijn vakgebied, de urologie, is dat al gebeurd, maar ook in andere disciplines maakt de robot zijn intrede”, vertelt professor Alexandre Mottrie, hoofd urologie in OLV Aalst. Mottrie is een wereldautoriteit in de robotchirurgie en staat aan het hoofd van Orsi Academy, het trainings- en innovatiecentrum voor robotchirurgie dat hij in 2010 mee oprichtte, en waar chirurgen van over de hele wereld met robots leren opereren. Mottrie ruilde de klassieke snij-operaties in 2001 al in voor robotchirurgie. Toen nam hij als een van de eerste Europeanen een prostaat weg, met behulp van een robot. “Dat verliep verrassend vlot. Er was een Amerikaan naar hier gekomen om me bij te staan, maar hij had zelf nog maar vier robotingrepen gedaan. Omdat ik al heel wat geoefend had op lijken, leerde hij uiteindelijk nog meer van mij dan ik van hem (lacht).” Robotchirurgie is de logische volgende stap, zeg je. Sterker nog: de huidige kijkoperaties noem je al ‘prehistorisch’. “Het was lang de trend om een zo groot mogelijke snede te maken. Petite incision, petit chirurgien. Dat veranderde gelukkig met de laparoscopie (inspectie van de buikholte, nvdr.), waarbij er zo minimaal invasief mogelijk werd gewerkt. Toch is zo’n kijkoperatie nog redelijk ruw ten opzichte van een robot. Bij een laparoscopie werk je als chirurg met een soort van lange, stijve breinaalden die door het scharniereffect het omgekeerde doen van wat jij doet. Een robot daarentegen werkt wél intuïtief en filtert ook nog eens de eventuele trillingen van je hand weg. Hij is dus preciezer, sneller, minder invasief en beter voor de patiënt. Een voorbeeld: bij prostaatoperaties verliezen onze patiënten nog maar amper bloed, terwijl bij de klassieke operatiemethode één op drie een bloedtransfusie moet krijgen.”

Robotchirurgie is preciezer, sneller, minder invasief en beter voor de patiënt. Kan een ziekenhuis dan nog zonder robot? “Ziekenhuizen moeten uiteraard gaan voor efficiëntere ingrepen en minder complicaties. Dat is mogelijk via robots, maar ook via andere innovaties, zoals lasers of Fluorescence Guided Surgery, waarmee je een slechte doorbloeding − die je met het blote oog niet kunt zien − toch ontdekt. Ik ben altijd voorstander geweest van doordachte centralisatie. Het heeft geen zin dat élk ziekenhuis een robot aankoopt om die dan werkloos in een hoekje te zetten.” Zeker niet omdat zo’n robot veel geld kost. “Ja, het is een grote investering. Zo’n twee miljoen euro voor één robot. Maar uiteindelijk bespaart de gezondheidszorg erdoor. De klassieke chirurgie geeft achteraf meer kans op complicaties. Na een prostaatoperatie blijven patiënten langer incontinent, zijn ze langer werkonbekwaam en is er meer nabehandeling nodig. Dat kost onze maatschappij handenvol geld. In Amerika was de kostprijs van heropnames na een operatie 40 miljard dollar per jaar. Meer dan de helft daarvan komt door complicaties. Als je dat al met 50 procent kunt terugdringen door robotchirurgie en verbeterde

We moeten chirurgen opleiden als piloten: die zitten honderden uren in een simulator voor ze in het vliegtuig stappen. opleiding, dan bespaar je 10 miljard dollar per jaar. Daar kun je al heel wat robotten voor aankopen én chirurgen opleiden.” Hoe ziet die toekomstige opleiding van chirurgen eruit? “Vandaag leren jonge chirurgen het vak pas écht in het operatiekwartier. Ze krijgen instructies van hun hoofdarts terwijl die toch ook al dertig jaar van de schoolbanken weg is - en oefenen op een levende patiënt. Dat is niet meer van deze tijd. We moeten chirurgen opleiden als piloten: die zitten honderden uren in een simulator voor ze in een vliegtuig stappen. Precies wat wij doen in Orsi Academy. In ons trainingsinstituut in Melle, waar we samenwerken met enerzijds UGent en KULeuven en anderzijds met de industrie, oefenen beginnende robotchirurgen eerst op kadavers en dan op levende dieren. Uren en uren. Want robotchirurgie is fantastisch, maar a fool with a tool is still a fool. Met Orsi willen we de chirurgie − en de geneeskunde in het algemeen − op zijn kop zetten. Opleiding verbeteren is trouwens niet onze enige opzet, we willen ook onderzoek en innovaties stimuleren. Bedrijven zodoende naar België halen om nieuwe technologieën en instrumenten te ontwikkelen.” Welke innovaties mogen we de komende jaren verwachten? “De komende tien jaar zal de geneeskunde ingrijpender veranderen dan in de voorbije eeuw het geval was. De robot duikt in steeds meer disciplines op en evolueert ook zelf nog volop: vandaag gaan zijn operatiearmen nog via meerdere kleine openingen naar binnen, maar in Amerika bestaat al een robot die via één lichaamsopening naar binnen kan. Nog iets nieuws dat eraan komt: een robot die biopsie en behandeling combineert. Het eerste wordt

vandaag al graag gebruikt door longartsen, want zelfs de beste kunnen door de hoge moeilijkheidsgraad maar twee op drie longbiopsies succesvol uitvoeren. Een robot heeft een succesratio van wel 95 procent. De volgende stap is dat die robot niet meer alleen de biopsie neemt, maar meteen ook het letsel bevriest of verbrandt. Zo ga je ‘s avonds naar huis en weet je niet alleen wat je hebt, maar ook dat het weg is.” Stapt de chirurg straks de operatiezaal niet meer in? “Zo ver zie ik het nog niet meteen komen. Supervisie blijft nodig. Een heel aantal repetitieve handelingen worden inderdaad beter gedaan door een mechanische hand dan door een menselijke. Robots zullen op termijn ook meer en meer alleen kunnen. Vandaag vindt de robot bijvoorbeeld helemaal autonoom een cirkel en snijdt hij die vervolgens uit. Maar die automatisatie staat nog in zijn kinderschoenen. De chirurg is dus nog minstens tien jaar onmisbaar (lacht).”

SMART FACT.

3 VRAGEN AAN...

STEPHAN HILLAERT ALGEMEEN DIRECTEUR VAN OTOLIFT Kost een traplift veel geld? “Een traplift is niet bepaald een kost, maar wel een investering in levenslang thuis wonen. Vanaf 3.000 euro heb je al gemakkelijk een traplift. Als je voor een traplift kiest, kom je overigens in aanmerking voor verschillende subsidies. De kostprijs ligt dan uiteindelijk lager dan wanneer je zou kiezen om te verhuizen naar een rustoord of als je enkele verbouwingen wil uitvoeren. Bovendien hanteren we altijd een terugnamegarantie.” Is een installatie mogelijk op alle trappen? “Een traplift installeren is steeds maatwerk. Er gebeurt eerst een digitale opmeting van de trap, waarna we dan een liftsysteem op maat tekenen. Daar zijn geen beperkingen naar vorm of materiaal van de tredes. Het liftsysteem kun je op de trap vijzen, lijmen of bevestigen tegen de muur. Voor de aansluiting heb je enkel een bestaand stopcontact nodig. Breekwerk is uitgesloten.”

Als je geen chirurg was geworden, dan … “Ze zeggen wel eens dat ik meer ondernemer ben dan dokter. Dat is nog altijd wat vloeken onder de dokters, maar ik denk dat ziekenhuizen en artsen het verplicht zijn om een bepaalde vorm van ondernemerschap na te streven. Ik doe dat bijvoorbeeld via Orsi Academy. Maar daar laat ik me dan wel omringen door échte ondernemers en financiële experts. Ik ben in de eerste plaats nog altijd arts, van economie ken ik − sorry voor de urologische uitdrukking − geen fluit.”

Is een traplift veilig? “Absoluut, trapliften moeten voldoen aan de Europese normering. Onze rail kan zelfs een gewicht tot 8.000 kilogram dragen. Daarnaast heeft een traplift heel wat veiligheidssystemen: een nooddraaisysteem om altijd uit te kunnen stappen, sensoren voor obstakel- of klemdetectie, een intelligente veiligheidsgordel, een noodstopsysteem en een batterij die vier dagen meegaat, in geval van een stroompanne.”

09


010

BRAND REPORT BD BENELUX

FOKUSONLINE.BE

Innovaties en samenwerking: cruciaal om onze zorg te verbeteren Het is geen geheim dat de gezondheidszorg onder spanning staat. De oorzaken: een toenemende vergrijzing, een steeds hogere werkdruk, een versnippering van het beleid, minder financiële middelen… maar ook de opkomst van nieuwe technieken en jonge patiënten die om meer inspraak en flexibiliteit vragen. De medisch-technologische sector tracht alvast zijn steentje bij te dragen om die uitdagingen aan te pakken.

S

limme innovaties kunnen de gezondheidssector helpen om sneller, beter en kosteneffectief te werken. Daar zijn ze onder andere bij BD Benelux rotsvast van overtuigd. BD is producent van diagnostisch en medisch toebehoren − zoals bloedafnamesystemen en katheters − en wereldspeler op het vlak van hoogtechnologische ontwikkelingen, zoals instrumenten die baanbrekend immunologisch onderzoek ondersteunen of robots voor medicatiebeheer en -uitgifte. “Wij brengen en geloven zelf in producten die focussen op de verbetering van de gezondheidsefficiëntie, de patiëntveiligheid en de veiligheid van de zorgverleners”, vertelt Alexander Alonso, General Manager van BD Benelux. “Probeer daarbij zoveel mogelijk in dialoog te gaan met alle betrokkenen: luister naar de noden van de patiënt en de zorgverleners. Samenwerken is cruciaal om de zorg te verbeteren en klaar te stomen voor de toekomst. Investeren kun je doen in de aanwerving en verdere ontwikkeling van nieuwe rollen en

competenties. Zo spenderen wij bijvoorbeeld bijna 10 procent van onze omzet aan onderzoek en ontwikkeling.” Ook strategische samenwerkingen − tussen wetenschappelijke federaties, onderzoekinstellingen en beleidsorganen − vormen de spil van slimme innovaties. Strategic Management Leader bij BD Line De Kimpe geeft een voorbeeld. “In onze BD Experience Center, bijvoorbeeld, kunnen medewerkers - maar ook zorgverleners, beleidsmakers en zelfs zorgvragers - op een ‘augmented’ en virtuele trip door de zorg van de toekomst. Inspireren en engageren is echt belangrijk, zo stuw je de gezondheidszorg voort.” Medisch-technologische innovaties kunnen dan ook een wereld van verschil maken in de gezondheidszorg. Neem nu het voorbeeld van een online educatieplatform, dat bijvoorbeeld diabetici ondersteunt bij optimale zelfzorg. Alonso: “De impact is enorm: je krijgt een betere levenskwaliteit, minder complicaties, maar zorgt ook

voor een significante besparing in insulinegebruik. Zo dragen technologische innovaties bij tot een betere uitkomst voor de patiënt zelf. Wanneer je bijvoorbeeld een infectie oploopt, is een snelle en accurate diagnose van cruciaal belang. Een volautomatische lab-straat draagt ertoe bij dat het lab sneller en meer betrouwbare resultaten kan genereren.” Ook innovatieve software kan de productiviteit van het lab optimaliseren en op die manier een snellere diagnose ondersteunen.

eerder percipiëren als ondersteuning, en niet als vervanging, dat onderstreept Alonso. “Harvard Medical School toonde aan dat diagnosticeren door middel van artificiële intelligentie een foutenmarge van 8 procent heeft, terwijl er maar een foutenmarge van 4 procent is als de mens een diagnose stelt. Maar voeg je beide A.I en de mens - samen? Dan daalt de foutenmarge naar 1 procent of minder. Daar moeten we dus naartoe - naar een technologische versterking.”

Op vlak van patiëntveiligheid maken innovaties evenzeer een wezenlijk verschil, vertelt De Kimpe verder. “Zo sterven er in België jaarlijks 2.600 patiënten aan een ziekenhuisinfectie. Daarbij is vooral antimicrobiële resistentie (AMR), waarbij bacteriën resistent werden tegen antibiotica, zorgwekkend. Medisch-technologische oplossingen helpen in de strijd tegen AMR.”

Dat de gezondheidssector stilaan wordt klaargestoomd voor morgen, kun je met andere woorden wel stellen. Daar werkt ook BD naarstig aan mee − met producten waarmee ongetwijfeld iedereen in België al een keertje mee in aanraking is geweest − wat natuurlijk een enorme verantwoordelijkheid met zich meedraagt. “Het is onze taak om onze innovaties zo toegankelijk mogelijk te maken en de sector te overtuigen van hun meerwaarde, zodat patiënten en zorgverleners er de voordelen van plukken.”

Zal de technologie het straks dan helemaal overnemen? Niet noodzakelijk. Medisch-technologische tools moet je

In samenwerking met... BD is een wereldwijd medisch-technologisch bedrijf met als doelstelling: ‘Advancing the world of health’. Sinds de oprichting in 1897 zet het bedrijf zich in om klinische resultaten voor patiënten te verbeteren. BD focust zich op de veiligheid van patiënten, die van de zorgverleners en op het verhogen van efficiëntie in de gezondheidszorg. BD Benelux telt ruim 1.000 medewerkers en vormt met het Europees distributiecentrum in Temse en het kantoor in Erembodegem een belangrijke hub van BD. Meer info op www.bd.com


ADVERTORIAL

ADVERTORIAL

Nieuwe Vlaamse lotgenotengroep Frontotemporale Dementie (FTD)

Psychiatrisch Centrum Gent-Sleidinge: kwaliteit dat zich verbindt met betekenis.

Elke 4 seconden krijgt ergens iemand dementie. In Vlaanderen lijden er naar schatting 131.800 mensen aan, het aantal personen met jongdementie (-65 jaar) wordt geschat op 1.800.

Het is op momenten van betekenisloosheid, verwarring, ontreddering, verlorenheid, dat mensen besluiten hun leven betekenis te geven. Een passage in ons centrum voor psychotherapie kan hierin een belangrijke en betekenisvolle rol spelen. Voorwaarde hierbij is dat wij iedere mens afzonderlijk en met onbevangen verwondering tegemoet treden. Dat we ontmoetingen creëren waarbij het onverwachte een kans krijgt. Dat we een plaats zijn waar ruimte is voor particulariteit en subjectiviteit. Dat we interesse tonen in de mens voorbij zijn symptoom. Onze huisstijl kenmerkt zich door gastvrijheid en ontvankelijkheid en onderscheidt zich door de bevlogen expertise, vakmanschap en raffinement waarmee we net dit doen: de zoektocht naar de authentieke betekenis van de klachten en symptomen, inzicht in de zich herhalende problematiek. Het is betekenis waardoor een mens zich terug kan oprichten, waardoor hij zichzelf kan overstijgen, waardoor verhoudingen met een andere lichtinval worden bekeken en nieuwe keuzes kunnen gemaakt worden.

Frontotemporale dementie (FTD) kan optreden vanaf 40 jaar. Bij FTD worden de voorste delen van de hersenen beschadigd, wat resulteert in gedragsveranderingen en wijzigingen in persoonlijkheid en emoties. Geheugenstoornissen staan in het begin minder op de voorgrond. Omdat jongdementie een grote impact heeft op het sociale leven van de betrokkenen heeft de Alzheimer Liga Vlaanderen 10 familiegroepen rond jongdementie in het leven geroepen. Onderling contact en informatie staan hierbij centraal. Eind 2018 werd naar aanleiding van het Symposium Jongdementie FTD een Vlaamse lotgenotengroep Frontotemporale Dementie opgericht, specifiek voor mantelzorgers en familieleden. Dit vanuit de nood om het eigen verhaal te delen.

We kiezen om niet enkel aan de oppervlakte te werken en het lijden te reduceren, maar om steeds opnieuw faciliterende getuige te zijn van een krachtig proces dat een behandeling impliceert.

Meer info op www.alzheimerliga.be. De bijeenkomsten vinden plaats in Sint-Niklaas en zijn gratis.

www.pcgs.be

ADVERTORIAL

“Medische technologie is de motor van innovatieve gezondheidszorg” “MedTech Flanders is een uniek netwerk van startende Vlaamse bedrijven actief in de medische technologie”

Prof. Pascal VERDONCK, CEO MedTech Flanders

Karin SCHEERLINCK, voorzitter MedTech Flanders, CEO SurgiTec

MedTech Flanders is partner in Flanders Health en organiseert mee The Belgian MedTech Booster vanaf 20 september. Alle informatie op www.medtechflanders.be


012

EXPERTPANEL ETRENDS

FOKUSONLINE.BE

Technologie ter ondersteuning Een zelfrijdende ambulance of een robothuisarts? Zo ver zijn we nog niet, hoewel innovatie ook in de zorgsector aan een sneltempo voorbijraast. Drie experts laten hun licht schijnen over de laatste digitale trends in de zorgsector.

JAN FLAMENT. CEO, Sint-Dimpna Ziekenhuis Geel Virtual Reality (VR)

ERIC VAN DER HULST. Innovation manager health, imec

JOAN VAN LOON. Industry Leader Healthcare, IBM

Internet of Medical Things (IoMT)

Artificial Intelligence (AI)

Hoe past de zorgsector vandaag deze respectievelijke technologie toe? “We gebruiken VR onder meer in het operatiekwartier om patiënten af te leiden en tot rust te brengen tijdens ingrepen. De resultaten zijn indrukwekkend. Zo moeten we soms minder anesthesie gebruiken. Ook in revalidatie is VR erg interessant, omdat je de focus van de patiënt volledig op de oefening kunt brengen. In Parijs werkt een pneumoloog met VR om kinderen met astma te ‘leren’ ademen. Ze krijgen een sensor op de buik en borst en zien door de VR-bril een figuurtje dat ze evenwichtig moeten opblazen. Daarnaast gebruikt de zorgsector VR voornamelijk voor opleidingen of trainingen van zorgverstrekkers, onder andere in het operatiekwartier.”

“Je ziet heel wat toepassingen die medische parameters verzamelen en doorsturen, zoals bloeddruk- of hartslagmeters. Maar ook bepaalde sensoren vallen onder Internet of Medical Things. Er bestaan sensoren op deuren om te voorkomen dat dementerende personen beginnen dwalen, of je kunt sensoren inzetten voor valdetectiesystemen in de ouderenzorg. Je ziet dat dergelijke toepassingen ook steeds meer ingebed raken in een smartphone. De commerciële sector ontwikkelt aan de lopende band verschillende apps met betrekking tot gezondheid, maar die zijn niet gekoppeld aan het reguliere circuit van zorgverstrekkers. Er is bijvoorbeeld geen terugbetalingsmodel voor patiënten die medische apps gebruiken.”

“Dat gebeurt voornamelijk in drie toepassingen. In de eerste plaats is AI belangrijk in het optimaliseren van de interactie met de patiënt, denk bijvoorbeeld aan het gebruik van zorgrobots. Daarnaast is er ook het discovery-aspect. AI biedt de mogelijkheid om grote volumes data te analyseren of om nieuwe inzichten te krijgen in bestaande data. Dat is belangrijk voor de ontwikkeling van nieuwe medicatie en nieuwe inzichten in ziektebeelden waar nog weinig over geweten is. Tot slot heeft AI ook een beslissingsondersteunende rol in zorgmanagement of in het begeleiden van patiënten. Denk maar aan diabetespatiënten die een signaal krijgen wanneer ze een inspuiting moeten doen.”

Vraagt dit veel financiële middelen en opleiding? “De grootste kost is de ontwikkeling van de software. Ieder element moet tot in het kleinste detail virtueel uitgetekend worden. Qua hardware valt het mee. Met de nieuwste Oculus kun je bijvoorbeeld erg veel. Bovendien is ons land met bedrijven als Onebonsai wereldtop in VR-ontwikkeling. De VR-toepassing die wij in het ziekenhuis gebruiken, werd ook ontwikkeld door een Belgische start-up, Oncomfort. Zij werkten een betaalbare plug-and-play-oplossing uit die werd erkend als medical device. De uitdaging vandaag is weliswaar de veelheid aan innovatie, waardoor je door de bomen het bos niet altijd ziet. De oprichting van een kenniscentrum voor innovatie in de zorgsector zou daarbij kunnen helpen.”

“Voor de zorgverleners is het eerder een financiële kwestie. Als je fysisch naar een patiënt gaat of er moet iemand tot bij jou komen, dan brengt dat iets op. Voor contact met een patiënt via Skype krijgt een zorgverlener niets, hoewel dat ook een kwalitatief contact kan zijn. Verder zie je dat er voornamelijk voluntaristische pogingen zijn om IoMT toe te passen. Ik voel wel een zekere koudwatervrees. Zorgverstrekkers willen uiteraard geen risico’s lopen en moeten 100 procent zeker zijn dat de technologie functioneert. Die vraagt ook om veel meer flexibiliteit, want als een patiënt continu wordt gemonitord, vraagt dat ook om een voortdurende paraatheid om in te grijpen.”

“Uit een bevraging van IBM blijkt dat twee op drie respondenten de meerwaarde van AI inziet, maar de investering nog te groot vindt. Je moet eerst investeren in de integratie van bestaande data in je systemen, zodat AI daarmee kan werken. Daarnaast is de technologie nog relatief duur voor zorgtoepassingen en zijn medewerkers met die competenties dungezaaid. Nog belangrijker is het ethische aspect. AI moet mensen ondersteunen en niet vervangen. Dat vraagt om meer transparantie van de systemen en om een versimpeling van de algoritmes, zodat medewerkers begrijpen wat er gebeurt. Studies tonen dat de foutenmarge het kleinst is als mens en machine samenwerken, niet wanneer ze ieder apart hun gang gaan.”

Hoe zie jij deze technologie in de toekomst evolueren voor de zorgsector? “Er is soms te weinig aandacht voor de hardware. Een grote opportuniteit in dit domein is de smartphone: iedereen heeft er één en het combineert heel wat rekenkracht met een sterke camera én straffe beeldkwaliteit. Op middellange termijn zal VR steeds meer gecombineerd worden met augmented reality (AR), waardoor de mogelijkheden immens worden. Zo ontwikkelde neurochirurg Johnny Duerinck met een team van de VUB een toepassing waarmee een arts met een AR-bril, de Microsoft Hololens, de beelden van de binnenzijde van de schedel op het hoofd van de patiënt projecteert. Ik verwacht dat, met dergelijke ondernemingszin, AR en VR de kostprijs, werking, service en kwaliteit van de zorg zullen verbeteren.”

“Je zal met minder mensen meer zorg kunnen aanbieden. Je krijgt een toename van het aantal wearables én een toename van de parameters die je kunt meten. Bij imec hebben we een horloge ontwikkeld dat er tientallen tegelijk kan monitoren. De evolutie van IoMT zal zich dan veeleer in de thuissituatie doorzetten. Sensoren en wearables verzamelen patiëntgegevens bij hen thuis en sturen die door naar een centrale plaats. De Touring Wegenhulp van de zorg, zeg maar. In zo’n zorgcentrales kun je veel efficiënter mensen monitoren en helpen. De financiering zal zich weliswaar moeten aanpassen als ze dit zorgmodel verder willen ondersteunen.”

“Momenteel zie je erg veel ‘narrow AI’ die gelimiteerd is tot één taak, bijvoorbeeld natural language processing: het begrijpen van gesproken taal. Waar AI nu voornamelijk de linkerhersenhelft nabootst, ons spraak- en analytisch vermogen, zal dat steeds meer evolueren naar de rechterhelft, onze zintuigen. AI zal in de toekomst ook steeds meer data kunnen verwerken én analyseren. Ik denk maar aan de ondersteuning in persoonlijke genomica, waar we op basis van DNA op voorhand beslissingen kunnen nemen over gepaste medicatie of zorg. Vandaag verwerkt AI ook voornamelijk klinische data, maar ook dat zal uitbreiden naar exogene factoren zoals omgeving, levensstijl of socio-economische invloeden.”

TEKST JEROEN VERBEECK


ADVERTORIAL

Broed jij op een nieuwe job?

Jessa zoekt o.a. IT’ers, ingenieurs, technici,…

www.ikvraaghetaan.be

Zorgwerkgever van het jaar

2018


014

CHRONICLE HILDE VAN LOON

FOKUSONLINE.BE

Tussen ‘trek je plan’ en ‘ik neem je over’ Het individu dat patiënt wordt wil steeds meer zeggenschap, meer baas zijn over eigen ‘wezen’, meer inzage in zijn beschikbare gezondheidsgegevens.

D

e patiënt gaat zelf op zoek, stelt zich kritisch op, wil inspraak en probeert bij uitstek de regie van zijn gezondheid en welbevinden in eigen handen te nemen. Bovendien wil hij zich ondersteund en geborgen weten in precaire episodes. Patient-centered care is het antwoord hierop − stelt de maatschappij − ook bekend als patiëntparticipatie, patiënt- en mantelzorgempowerment, responsabilisering. Het zijn hippe begrippen die de medische wereld, zorginstellingen en -professionals en paramedici niet onbewogen laten. Het zet hen ertoe om de patiënt meer contextgebonden en op maat te benaderen. Een utopie of een (beginnende) realiteit? Patient-centered care is een model waarbij respect voor de waarden, voorkeuren en noden van de patiënt centraal staan. Waar

aandacht is voor coördinatie en integratie van de zorg, vooral in kwetsbare periodes of van machteloosheid. Goede informatie en dialoog krijgen evenzeer een plaats om de juiste beslissingen te kunnen nemen. Er is ruimte voor educatie om maximale autonomie en zelfzorg te vrijwaren en te faciliteren. Emotionele ondersteuning krijgt aandacht en angsten worden omgebogen. En ten slotte is het ook een model waar patiënt, familie en vrienden betrokken worden en ondersteuning krijgen, en zorgtoegankelijkheid en transmurale continuïteit gegarandeerd worden. Patient-centered vergt van medici, paramedici en zorgverleners, naast upto-date vakkennis en vakbekwaamheid, echte luisterbereidheid en een grote dosis professioneel empathisch vermogen. Het eigen referentiekader moet opzij

Het is continu balanceren tussen loslaten en ondersteunen. worden gezet en er moet op elk moment verantwoord gehandeld worden, in alle respect voor en in dialoog met het individu. Noden zijn immers vaak wisselend naargelang de episode in het patiënt-zijn. Het is continu balanceren tussen loslaten en ondersteunen, dichtbij zijn en op afstand volgen, laten beslissen en mee beslissingen nemen. Informeren, maar ook responsabiliseren en educeren, initiatief nemen en laten nemen, volgen en sturen.

Zo zorg je ervoor dat de patiënt, de zorgomgeving en uiteindelijk ook de maatschappij er beter van wordt. Het is die attitude en een cultuur van kennen, kunnen, maar vooral van ‘zijn’ en ‘doen’, die je je als zorgverlener, paramedicus, medicus en zelfs als zorgstelling eigen moet maken. Dat als je niet wil vervallen in extremen van ‘trek je plan’ of ‘ik neem je over’. Geen evident proces, maar wel een dat voor iedereen voldoening geeft omdat het vertrekt vanuit de kern van zorg verlenen: de respectvolle relatie met en tot de patiënt.

TEKST HILDE VAN LOON, ZORGPERSOONLIJKHEID VAN HET JAAR 2019


ADVERTORIAL

Vijf keer een wereld van verschil voor kinderen met kanker Kinderen en kanker wil je nooit in één zin neerschrijven of in een leven samenvatten. Spijtig genoeg krijgt 1 op 600 kinderen onder de zestien jaar het loodzware verdict van deze levensbedreigende ziekte. Het Kinderkankerfonds springt al meer dan dertig jaar in de bres voor deze patiëntjes en hun ouders. Mét succes. Directeur Dierik Van den Meerssche bewijst met vijf realisaties dat het fonds onmisbaar is.

1

Meer ziekenhuiscomfort

Het aantal dokters en verpleegkundigen voor kinderoncologie werd ooit op dezelfde manier berekend als voor een volwassene. Dat werd reeds herzien. “Maar bij kinderen moet je veel meer investeren in een rustgevende omgeving”, zegt Dierik. “Wij geven de ziekenhuizen financiële steun om meer medewerkers aan te werven, zodat de kinderen optimale zorg en psychologische ondersteuning krijgen. Daarnaast financieren we ook deLIEving, een speel- en leefruimte voor broers en zusjes van de patiëntjes. De meeste zieke kinderen in pediatrie mogen immers beperkt bezoek ontvangen, omwille van besmettingsgevaar.”

2

Oost west, thuis(zorg) best

Vzw Kinderkankerfonds gaat ook voor een betere levenskwaliteit thuis. “Met KOESTER hebben we een eigen thuisverzorgingsdienst. Kinderen worden zo in hun

vertrouwde omgeving geholpen, zowel bij curatieve als (post-) palliatieve zorg. Daarbij hebben we ook Studio Nona opgestart, een project waarbij we spel en ontspanning tot bij het kind brengen. Zo vergeten ze héél even hun ziekte.”

3

Wetenschappelijk onderzoek voor kinderen

Veel wetenschappelijk onderzoek focust nog op volwassenen, waarbij sommige kankermedicatie wel wordt terugbetaald door het RIZIV. “Bijkomend onderzoek moet aantonen dat die medicatie ook voor kinderen geschikt is”, vertelt Dierik verder. “Daarom moeten we Belgisch en Europees onderzoek financieel steunen.”

4

Overnachten op maat

Er zijn steeds meer kinderen die ambulante verzorging krijgen. “Een hotel is geen geschikte verblijfplaats en sommige kinderen wonen te ver weg. Daarom gaan we

binnenkort Villa Koester bouwen, een huis waar ouders en kinderen in ambulante behandeling kunnen verblijven”, vertelt Dierik trots. “Er is privacy, het is rolstoeltoegankelijk en bevat hygiënische materialen die besmettingsgevaar tot een minimum beperken. Villa Koester komt er in de buurt van UZGent, maar de droom is om bij iedere kinderkankerkliniek een te kunnen bouwen.”

5

Groot hart van vrijwilligers

Het Kinderkankerfonds heeft drie vaste medewerkers, maar is daarnaast volledig afhankelijk van een toegewijd oudercomité en gemotiveerde vrijwilligers. “Met hun hulp organiseren we ontspanningsmomenten, ook tijdens feestdagen”, zegt Dierik. Ook onderling contact tussen familieleden van getroffen kinderen is belangrijk en wordt mogelijk dankzij vrijwilligers. “Ze organiseren een Familiedag of de KKFClassics, waar families hun hart kunnen luchten en vriendschappen voor het leven worden gesmeed.”

Wil jij ons helpen? Giften van 40 euro en meer zijn fiscaal aftrekbaar. Wij accepteren ook (duo-)legaten en kunnen jou daarbij wegwijs maken.

Rekening : BE31 2850 3053 8255. Meer informatie? www.kinderkankerfonds.be info@kinderkankerfonds.be

Contact: vzw Kinderkankerfonds - W. Van Nassaustraat 4, 9000 Gent Secretariaat: Campus UZGent - De Pintelaan 185, 9000 Gent

ADVERTORIAL

FAMILYEYE HOUDT EEN OOGJE IN HET ZEIL

FamilyEye zag enkele jaren geleden het levenslicht toen oprichtster Sylvie De Smet (destijds aan de slag bij Microsoft) merkte dat oudere mensen die vielen, soms urenlang op hulp moesten wachten, zelfs als ze beschikten over de klassieke drukknop-voor-hulp. “Vaak hadden ze die drukknop niet aan, waren ze niet in staat om er op te drukken of wilden ze er zelfs niet op drukken. Er was geen enkel systeem dat automatisch werkte. FamilyEye moest dat veranderen.” De sensoren van FamilyEye worden in de kamer van de patiënt gehangen (thuis of in zijn woonzorgcentrum) en houdt vanaf dan alles mee in de gaten. “Onze eerste focus was valdetectie”, vertelt Sylvie. “We hebben software ontwikkeld die

kan detecteren wat een mens is en wanneer die valt. Als dat gebeurt slaat het systeem meteen alarm en worden bijvoorbeeld familieleden of de verpleegster verwittigd. Nadien hebben we de functionaliteit verder uitgebreid met preventieve alarmen. Stel dat iemand niet alleen uit bed mag, voor zijn eigen veiligheid, maar hij doet dit toch, dan wordt er alarm geslagen. Op die manier houdt FamilyEye mee een oogje in het zeil.” Op dit moment zijn de ingenieurs van FamilyEye aan een derde fase bezig: artificiële intelligentie toevoegen aan het systeem. “AI wil zeggen dat je zo slim mogelijk omgaat met data”, zegt Sylvie. “Op basis van (volledig anonieme) data proberen we patronen in het gedrag van mensen te herkennen en er op in te spelen wanneer die patronen ongewoon beginnen te worden. Ik geef een voorbeeld: ons systeem “weet” op welke manier iemand loopt. Begint die persoon plots krom te lopen, dan is de kans groot dat er iets gaande is. Of stel dat iemand ongewoon lang begint te doen over het traject van de woonkamer naar de WC, dan wordt dat gesignaleerd.

Nog een voorbeeld: we weten dat er op bepaalde dagen verschillende mensen in de kamer aanwezig zijn. Als het een paar keer gebeurt dat de persoon toch alleen is, kunnen we polsen naar de redenen daarvan. Op die manier kunnen we bijvoorbeeld vereenzaming voorkomen. Onze taak is hier vooral signaleren. Hoe met die signalering wordt omgegaan, is natuurlijk niet onze taak.” Om FamilyEye te gebruiken, moet er enkel een stopcontact voorzien zijn. Het toestel zelf hoeft niet ingesteld of geprogrammeerd te worden. Ook voor bijvoorbeeld het versturen van sms’jes moeten er geen wijzigingen in de telefooncentrales van woonzorgcentra gebeuren.

www.familyeye.be

Hoe kan je oudere of zorgbehoevende mensen zo goed mogelijk opvolgen wanneer ze alleen zijn, thuis of in een woonzorgcentrum? Door de mogelijkheden van technologie te benutten, natuurlijk. En dat heeft de Belgische start-up FamilyEye goed begrepen.


ADVERTORIAL

Bijzonder veelzijdig , dat is de wereld van UZ Leuven. UZ Leuven is een van de grootste ziekenhuizen van België en een absolute voortrekker in patiëntenzorg, opleiding en onderzoek. Bijna 10 000 professionals geven elke dag het beste van zichzelf in 160 uiteenlopende functies. Als Top Employer biedt UZ Leuven alle medewerkers volop kansen om zich een loopbaan lang te ontwikkelen. Zo dragen zij elk in hun discipline bij aan een kwaliteitsvolle en veilige dienstverlening. Kies jij ook voor een job met toekomst? UZ Leuven zoekt continu gemotiveerde medewerkers voor klinische en ondersteunende functies. Solliciteer online via jobs.uzleuven.be

Profile for Smart Media Agency | Fokus

Fokus Optimale Zorg  

Bijlage van Smart Media bij De Standaard

Fokus Optimale Zorg  

Bijlage van Smart Media bij De Standaard

Advertisement