Fokus Moderne Stad

Page 1

D I T D O SS I E R W O R D T G E P U B L I C E E R D D O O R S M A R T M E D I A E N VA LT N I E T O N D E R D E V E R A N T W O O R D E L I J K H E I D VA N D E R E D AC T I E VA N K N AC K

OKT ‘20

MODERNE STAD

Marianne Lefever

Ons welzijn als bouwsteen voor de stad

Thuiskomen op kantoor Een fun en functioneel ecosysteem

Jan Adriaenssens De rol van de steden is allesbehalve uitgespeeld

LEO VAN BROECK & ERIK WIEËRS

”Een samenleving is een incubator van ideeën en innovatie. Het leven zal meer en meer virtueel worden, maar niet volledig.” LEES MEER OP FOKUS-ONLINE.BE. #FOKUSMODERNESTAD

voor elke fiets en elke smartphone siliconen van hoge kwaliteit VERKRIJGBAAR OP GETFINN.COM


02

EDITORIAL MARIANNE LEFEVER

FOKUS-ONLINE.BE

04

06

08

15

LEES MEER... 04 Ook in de stad van de toekomst

rijdt de auto rond

06 Circulair: Het energienetwerk van morgen 08

Interview: Leo Van Broeck en Erik Wieërs

12 Expertpanel: Thuiskomen op kantoor

Ons welzijn als bouwsteen voor de stad

15

Jan Adriaenssens: Steden komen hier sterker

uit, geholpen door technologie

COLOFON. PRODUCTIELEIDER: Christian Nikuna Pemba

Maar al te vaak vergeten we dat we steden bouwen voor mensen en dat vlotte mobiliteit of economische groei geen doel op zich zijn. Het welzijn van elk van ons is de kern van de moderne stad. Maar hoe geraken we daar?

HOOFDREDACTIE: Ellen Van Hoegaerden TEKST:

E

en klimaatplan, een mobiliteitsplan, een smart cityplan: voor elke transitie heeft de moderne stad een plan. Maar is er ook een welzijnsplan? Wie houdt er in de gaten of al deze transities ook echt tot een gezondere en leefbaardere stad leiden? Stadsontwikkeling is vandaag sterk gefocust op infrastructurele en technologische oplossingen. Er bestaat een reële kans dat we evolueren naar hoogtechnologische klimaatbestendige steden, bewoond door een hoop ongezonde en ongelukkige burgers. Wat hebben we dan precies gewonnen? Gelukkig begint er stilaan wat te veranderen. Parijs werkt volop aan de 15 minuten-stad, waar elke burger binnen een kwartier wandelen of fietsen toegang heeft tot alle basisvoorzieningen; van gezonde voeding en onderwijs, tot werk, cultuur en groene ruimte. Ook Barcelona hoopt, met haar nieuwe mobiliteitsplan van “super blocks”, autoluwe wijken te creëren waar meer ruimte vrijkomt voor mens en natuur. Mobiliteit en vooral zacht verkeer, zoals wandelen en fietsen, lijkt het makkelijkste startpunt voor steden om een gezondere leefomgeving te creëren. Een sterk begin, maar daar stopt het niet. Chronische aandoeningen zoals harten vaatziekten en diabetes, maar ook depressie en eenzaamheid blijven stijgen. Preventiecampagnes en medische oplossingen alleen zijn niet voldoende omdat de aandoeningen niet enkel te maken hebben met onze genen en ons

gedrag, ook met onze leefomgeving. Nu we die relatie steeds beter beginnen te begrijpen, kunnen we er gerichter aan werken. Het gaat dan niet enkel over luchtvervuiling, geluidsoverlast en lichtpollutie, eveneens over toegang tot betaalbaar wonen en gezonde voeding, of kortere pendeltijden bijvoorbeeld. Allemaal hebben ze hun impact op ons welzijn.

Dé vraag: ‘Hoe zal dit het welzijn en de gezondheid van de burger verbeteren’?

Maar hoe bouwen we verder aan de gezonde stad? Hoe zorgen we ervoor dat we de mens terug centraal zetten in alle aspecten van stadsontwikkeling? Dat we infrastructuur en technologie als middelen gebruiken en niet als doel op zich? Misschien kunnen we ons laten inspireren door de Wellbeing Economy Alliance. Schotland, IJsland en NieuwZeeland hebben zich verenigd in deze alliantie om op een andere manier naar economische welvaart te kijken. Voor elke beleidsbeslissing wordt ook de impact op het burgerwelzijn gemeten. Is de impact negatief, dan wordt het beleidsvoorstel herbekeken. Hoe zouden onze steden kunnen evolueren als we voor elk stadsontwikkelingsproject en elk transitieplan ons de vraag stellen: ‘Hoe zal dit het welzijn en de gezondheid van de burger verbeteren?’

TEKST MARIANNE LEFEVER, MEDEOPRICHTER HEALTHY CITY GLOBAL, URBAN FUTURIST

Elise Coppens Rosalie Van Hoof Daan Vanslembrouck Hannes Dedeurwaerder COVERBEELD: Gregory Van Gansen LAYOUT: Baïdy Ly DRUKKERIJ: Roularta

SMART MEDIA AGENCY SMART STUDIO Leysstraat 27, 2000 Antwerpen Tel +32 3 289 19 40 redactie@smartmediaagency.be studio@smartmediaagency.be

Veel leesplezier Alona Gontcharenko Project Manager


Streven om steden emissievrij van pakjes en brieven te voorzien Het toekomstbeeld moet groener, duurzamer en meer zorgzaam voor het klimaat. Dat geldt voor particulieren, maar evenzeer voor grote bedrijven. Bij bpost zijn ze zich alvast bewust van die evolutie. “We hebben veel grote gebouwen, een uitgebreid wagenpark en een grote behoefte aan energie”, klinkt het bij Paul Vanwambeke, director urban logistics bij bpost. “Logisch dat we dit allemaal eens onder de loep plaatsen. We zijn klaar om duurzame revolutie binnen ons bedrijf te implementeren.” Vanwambeke vertelt dat energiebeheer alvast bovenaan het takenlijstje staat: “Vanaf februari 2021 zullen we in vier grote sorteercentra alle lampen vervangen door leds. In Brussel X gebeurde dit al. Op jaarbasis besparen we daardoor 51 procent energie, wat neerkomt op het jaarlijkse verbruik van duizend gezinnen. Daarnaast verbetert ook het zichtcomfort van onze medewerkers.” bpost koopt sinds 2010 enkel groene elektriciteit en investeert ook op de plaatsing van extra zonnepanelen. “De opgewekte elektriciteit gebruiken we voor eigen behoeften of kunnen we ook beschikbaar stellen voor consumenten.”

Het is onze absolute ambitie om de voetafdruk op het milieu te verminderen. De groeiende pakjesbusiness zorgt ervoor dat bpost ook zijn operationeel proces moet aanpassen om de impact op het milieu te verminderen. Vanwambeke: “De reductie van CO2 blijft daarbij erg belangrijk. bpost heeft een uitgebreid wagenpark, dus hier liggen opportuniteiten. Elektrisch

rijden wordt sowieso de toekomst. Dat is duidelijk, maar wij hebben alvast geïnvesteerd in dubbeldekkers om post en pakjes op een milieuvriendelijke manier te vervoeren. In iedere van die vrachtwagens passen zeventig rolcontainers, goed voor een totaal van zestig procent aan extra laadruimte. Dat resulteert dan weer in een vermindering van dertig procent op het rijtraject.” Ecozone Mechelen In de stad Mechelen experimenteert bpost nu met een proefproject. “Het doel is om te streven naar steden waarin pakjes en brieven emissievrij worden geleverd”, vertelt Vanwambeke. “Binnen die stedelijke omgevingen willen we het aantal gereden kilometers en het aantal voertuigen doen dalen. Dat ka n door meer in te zetten op afhaalpunten in plaats van thuislevering. Daarvoor verhogen wij fors het aantal pakjesautomaten naast onze postkantoren en postpunten. Het voordeel is dat de mensen die pakjes dan kunnen afhalen wanneer ze willen en zich niet moeten aanpassen aan onze organisatie. Studies hebben ook aangetoond dat die manier van centraliseren de CO2-uitstoot vermindert en klanten blijken er ook heel tevreden over.” Binnen dit systeem blijven er wel nog auto’s op brandstof rijden om die pakjes te beleveren, maar daar wordt ook werk van gemaakt. “De komende jaren schakelen we over op elektrische wagens, maar we willen ook investeren in nieuwe innovatieve voertuigen. In Mechelen testen we bijvoorbeeld een aanhangwagen die we kunnen koppelen aan een fiets waardoor we toch ook op een ecologische manier een groot aantal pakjes kunnen bezorgen. De bedoeling is dat Mechelen volledig emissievrij geleverd wordt. We kijken ook hoe we de levering kunnen consolideren door bepaalde leveringen binnen een stad beter te clusteren.” bpost wil ook de omslachtigheid van leveringen

bpost is de leidende postoperator in België met een breed scala aan postale en aanverwante diensten. Tot 2010 functioneerde het bedrijf onder de naam De Post. bpost staat vooral in voor het ophalen, de sortering, het transport en de bestelling van brieven en pakjes. De digitalisering en de groei van online shopping zorgde ervoor dat het bedrijf de voorbije jaren veel meer moest inzetten op de levering van pakjes, wat een logistieke (r)evolutie bracht.

vereenvoudigen. “Soms is het klassieke circuit niet meer van deze tijd’, legt Vanwambeke uit. “Kijk, we gaan bijvoorbeeld een pakje van punt x in Mechelen naar punt Y in Mechelen sturen. Vroeger moest dit dus via Brussel om dan terug naar Mechelen te gaan. Een onlogisch traject in deze tijden. We denken dat dit dus beter kan, zeker voor de lokale economie. Stel dat je je schoenen laat maken in Mechelen, wel dan zou de schoenmaker je schoenen zelf kunnen terugbrengen naar de automaat. De klant krijgt een berichtje en haalt ze dan makkelijk op wanneer het voor hem past. Er is dan geen stress meer dat de handelaar om 18 uur sluit.” bpost heeft als ambitie om deze aanpak naar alle Belgische steden uit te breiden.

bpost kijkt toekomstgericht en duurzaamheid en klimaatuitdagingen spelen daar een cruciale rol in. “We proberen eigenlijk de uitdagingen van moderne steden samen te vatten en te anticiperen op de noden”, besluit Vanwambeke. “Mobiliteit is belangrijk. Steden moeten toegankelijk blijven voor wie er moet zijn. De luchtkwaliteit is een belangrijke paramater om graag in een stad te blijven wonen. Het is onze absolute ambitie om de voetafdruk op het milieu te verminderen. De voorbije jaren hebben we onze emissies al met twintig procent verminderd. Nu willen we dit de komende jaren nog eens met twintig procent reduceren. Het is belangrijk dat we een signaal geven aan onze klanten, maar ook aan onze werknemers. bpost kijkt toekomstgericht en duurzaamheid en klimaatuidagingen spelen daar een cruciale rol in.”


04

LEEFBAARHEID MOBILITEIT

FOKUS-ONLINE.BE

Ook in de stad van de toekomst rijdt de auto rond De stad deint uit en het verkeer wordt alsmaar drukker. We willen schone lucht, maar blijven verknocht aan onze auto. De stad van de toekomst: is dat een met lege straten, zoals tijdens de lockdown? “De auto zal niet verdwijnen”, zegt mobiliteitsexpert Dirk Lauwers.

D

e Vlaamse nevelstad, zo spreken ruimtelijke planners over de grote versnippering in ons land. België heeft het dichtste wegennet van Europa. 70 procent van onze verplaatsingen doen we met de wagen. Ondertussen vestigen meer mensen zich in de stad en klinkt de eis voor schone lucht steeds luider. Het mag duidelijk zijn: de stad van de toekomst staat voor grote uitdagingen. “Met slimme toepassingen kan de stad stukken leefbaarder worden,” zegt Joachim De Vos, CEO van Living Tomorrow en TomorrowLab. Het eerste is een democentrum waar iedereen kan ontdekken hoe de toekomst eruit zal zien. TomorrowLab is een platform waarbij advies wordt gegeven aan en er samengewerkt wordt rond innovatie met bedrijven, steden en gemeenten. Kleine ingrepen kunnen een groot verschil maken. “Flexibele schooluren waarbij de start van de schooldag wordt verspreid tussen acht en tien uur ‘s morgens kan de capaciteit van ons openbaar vervoer verhogen met 300 procent. Op die manier staat niet heel het land in rep en roer op hetzelfde moment.” Smart citytechnologie is een onmisbaar puzzelstuk in de mobiliteitskwestie, benadrukt De Vos. “Slimme camera’s kunnen de CO2uitstoot en verkeersgeleiding in het oog houden. Wagens met een te hoge uitstoot kun je uit het centrum weren en te drukke straten kunnen afgesloten worden.” Lege straten en zo goed als geen vliegtuigen, dat is wat we zagen tijdens de lockdown. Een vooruitblik naar de stad van de toekomst? “De coronacrisis is op bepaalde vlakken een katalysator geweest. We ondervonden de krimpende publieke ruimte aan den lijve. Zeker in de grote steden zoals Brussel en Antwerpen was anderhalve meter afstand houden moeilijk.

Straten waren te smal en parken werden uit voorzorg gesloten. Brussel reageerde daarop door autorijvakken vrij te maken voor fietsers”, zegt De Vos. Ook Dirk Lauwers, mobiliteitsexpert, gastprofessor en onderzoeker aan de Universiteit Antwerpen, vindt dat we lessen kunnen trekken voor het postcoronatijdperk en aan een nieuwe stedelijke organisatie

moeten werken, zoals de 15-minutenbuurten waar Parijs naar streeft. “Tijdens de lockdown (her)ontdekten mensen hun eigen buurt.” Winkelen bij de bioboer, de lokale supermarkt en telewerken raakte steeds meer ingeburgerd. “Als die tendens zich doorzet, gaan we naar een meer dense stedelijke ontwikkeling waarin bijna alles zich binnen een beperkte loopafstand bevindt.” Dat vraagt om een aangepast mobiliteitsbeleid waarin

We moeten auto’s zien als een gast in het openbare leven, niet als dominante factor. — DIRK LAUWERS, MOBILITEITSEXPERT

zachte mobiliteit, zoals fietsen en wandelen, meer kansen krijgt. “We moeten auto’s zien als een gast in het openbare leven, niet als de dominante factor. De arrogante privileges die de auto toebedeeld kreeg in steden en dorpen moeten daarom afgebouwd worden”, zegt professor Lauwers. Zo ver is het voorlopig nog niet. In Antwerpen worden voorbereidingen getroffen voor nog meer autoverkeer met de aanleg van nieuwe parkings. “Maar ook in steden die autoluwer worden, verdwijnt de auto niet. Voor korte verplaatsingen wordt fietsen belangrijker. Voor wie van verder moet komen, wint ketenmobiliteit aan belang.” Dat betekent: een (deel)wagen nemen tot aan de stadsrand om vervolgens met een fiets, step of tram de weg te vervolgen. “Goede verbindingen tussen deze 15-minutenbuurten worden essentieel. Het openbaar vervoer blijft de ruggengraat, maar de rol ervan zal veranderen. Mensen hebben postcorona geen zin om en masse op de trein te zitten. Door de komst van elektrische fietsen en deelsteps kan het openbaar vervoerssysteem zich meer concentreren op de grote assen.” In de plaats van leasewagens kunnen bedrijven deelauto’s aanbieden, stelt professor Lauwers nog. Ook de overheid speelt een leidende rol. “Dé stad van de toekomst bestaat niet. Er ontwikkelen zich verschillende profielen afhankelijk van het stadsbeleid. Indien er niet wordt gehandeld, kan de stad van de toekomst nog meer verneveld zijn, waar de auto alleen maar aan belang wint. Met drukkere wegen en meer parkings.” TEKST ROSALIE VAN HOOF


BIZBIKE BRAND REPORT

#FOKUSMODERNESTAD

Een evolutie naar fietsvriendelijke steden Moderne steden vragen een modern mobiliteitsbeleid. Een reeks vervuilende auto’s die toeterend ritsen aan de zoveelste tunnel, we passen er graag voor. Het alternatief van de toekomst rijdt op twee wielen en is aan een stevige opmars bezig.

D

e voorbije jaren is er een stijging in het fietsgebruik. Dat stelt Louis Vanhove, zaakvoerder van Bizbike. “Dit is een logisch gevolg van de bewustwording van mensen dat de fiets nog steeds het meest eenvoudige vervoermiddel is, zeker voor korte verplaatsingen. Daarnaast hebben steden en gemeentes de voorbije jaren stevig ingezet op een betere fietsinfrastructuur. We evolueren echt naar fietsvriendelijke steden en dat is een positieve evolutie voor de mobiliteit en het milieu.” Vanhove stelt dat de perceptie rond elektrische fietsen ook snel aan het veranderen is. “De generatie fietsers die een elektrische fiets kochten uit fysieke noodzaak is bijna verzadigd. Nu merken we dat ook de leeftijdscategorie van vijftig tot zestig jaar interesse heeft. En over enkele jaren zullen zelfs dertigers instappen. Je moet je niet meer schamen om met een elektrische fiets te rijden. Het is een deel van het straatbeeld geworden.” Helena Vandenbulcke verzorgt de public relations

binnen Bizbike en beaamt: “Ik ben zelf 24 jaar en rij elke dag 60 kilometer heen en terug naar het werk. Het is ideaal om buiten te zijn en met een fris hoofd de dagtaak te beginnen.”

Er is een enorme nood aan fietstechnici. Fietsen zijn complexer geworden dan een oude stadsfiets. Nu de winter voor de deur staat, wordt het misschien opnieuw lastiger om de fiets van stal te halen, maar Vanhove ziet toch genoeg opportuniteiten. “De fietsbanen

zijn de voorbije jaren een stuk veiliger geworden. Ze zijn beter aangeduid, optimaler verlicht en afgescheiden van de hoofdbaan. Ik denk dat we als fietser niet blij zijn als we een liter water op ons krijgen van een voorbijrijdende bus. Die tijden zijn gelukkig toch veranderd. Naast de fiets moeten gebruikers er zich ook bewust van zijn dat ze zelf voor hun veiligheid kunnen zorgen: Koop duidelijk zichtbare kledij en een goede helm.” Meer fietsen op de baan, dat resulteert ook in meer onderhoud. En daar knelt het schoentje soms. “We hebben een enorme nood aan fietstechnici”, besluit Vandenbulcke. “De fietsen zijn complexer geworden dan een oude stadsfiets. Ze beschikken over meer elektriciteit, mechaniek en technologie. Vergelijk het met auto’s. Die zijn ook complexer geworden dan twintig jaar geleden, maar de garagist heeft nu misschien iets minder werk en de fietsenhersteller dan weer net iets meer.”

In samenwerking met... Bizbike werd opgericht als dochteronderneming van de firma Mooof nv met Louis Vanhove als medeoprichter. Sinds het ontstaan heeft

Bizbike de ambitie om iedereen in beweging te brengen en te houden. Het doel: de meest moeiteloze mobiliteitservaring bieden voor zowel de werkgever als de werknemers. Fietsen is gezond en goed voor je conditie, en daarom wil het bedrijf de aankomst op de juiste bestemming meer dan ooit garanderen. De meerwaarde van elektrische fietsen binnen elk bedrijf: gezonde en gemotiveerde werknemers, een positief bedrijfsimago en een milieuvriendelijk mobiliteitsbeleid waar de planeet ons dankbaar voor is.

Start

met een frisse kijk op mobiliteit

De uitdagingen voor onze mobiliteit nemen elke dag toe. Als expert in mobiliteitsoplossingen kiezen we bij Alphabet voor een klantgerichte aanpak. We bieden flexibele en doordachte oplossingen aan die niet vanuit één vervoersmiddel vertrekken, maar vanuit de mobiliteitsnoden van de gebruiker. Fiets, mobiliteitsbudget, carsharing, leasewagen, het kan allemaal. Zo houden we iedereen in beweging en zorgen we samen voor een positieve impact op onze samenleving.

Kies ook voor keuze. Surf naar www.alphabet.be

05


06

CIRCULAIR WATER EN ENERGIE

FOKUS-ONLINE.BE

De volledige cirkel rond: het energienetwerk van morgen Volledige community’s en wijken die gezamenlijk water en energie hergebruiken in één omloop: het klinkt futuristisch, maar toch bestaat het al. De stad van de niet zo verre toekomst is circulair in alle opzichten, maar wat houdt dat juist in?

W

e kunnen echt niet anders dan vertrouwen op een circulair verhaal. Zo klinkt het alvast bij Silvia Lenaerts, vicerector Valorisation en Development aan Universiteit Antwerpen. Ze werkt mee aan BlueApp, een innovatieve preincubator die zoekt naar duurzame manieren om chemie opnieuw in te zetten in energiestromen. “Om efficiënter te werken biedt deze manier van hergebruik veel perspectieven. Alles draait rond het succesvol sluiten van verschillende cycli. Materialen, energie, water en zelfs lucht kun je blijven hergebruiken, zolang je de juiste infrastructuur en technologie implementeert.” Hoe je op deze manier voldoende energie kunt toeleveren, vertrekt vanuit chemie als basis. “Je moet weten uit wát iets bestaat om te kunnen recycleren. Dat geldt voor alles, ook voor energie.” Wanneer je weet uit welke bouwstenen iets bestaat, kun je kijken hoe je die aparte onderdelen opnieuw combineert tot iets nieuws. Je moet weten welke soorten water je in je omloop hebt om bewust waterhergebruik in je cycli te steken. Door een waterzuiveringssysteem te installeren zorg je er dan bijvoorbeeld voor dat regenwater weer oppervlaktewater wordt. Om energie heel decentraal te produceren, richt je de aandacht op volledige warmtenetten en zonne-energie. “De zon is een externe warmtebron die je kunt inzetten om lucht te zuiveren, energie te capteren, waterstof te creëren, materialen voor batterijen te bouwen, plastic te maken uit afval en voor

waterzuivering. Daarnaast heb je ook gewoon de warmte die vrijkomt wanneer je als bedrijf water zuivert via een waterzuiveringssysteem of wanneer je afval hebt. Die zaken creëren warmte op zich en kun je eigenlijk opnieuw inzetten om jezelf van energie te voorzien. In Scandinavië draaien heel wat landen al volledig op warmtenetten, dat is een enorme besparing op energie. Het werkt vlotter en op het einde van de rit verbruik je minder”, aldus Lenaerts. Bij dat efficiënt hergebruik komen zowel technologische, sociologische als economische aspecten kijken. “Het is geen of-of-verhaal, maar

Alles draait rond het succesvol sluiten van verschillende cycli. — SILVIA LENAERTS, UANTWERPEN een en-en-verhaal.” Een smart city waarbij je data meet en alles weet over je stad is geen doel as such. Een duurzame stad met een circulaire manier van werken zeker wel. Dat houdt in dat dit soort energienetwerken in de toekomst bruikbaar zijn voor bedrijfssites, maar evengoed voor woonwijken of andere initiatieven.

Het project ‘Circulair Zuid’ van Stad Antwerpen in samenwerking met Plein Publiek en Circuit is een hedendaags voorbeeld van een circulaire community en verduidelijkt hoe circulariteit op een toegankelijke manier kan werken in een stad. “Dit project is een hotspot waar je horeca, een evenementenlocatie en bedrijven terugvindt. Op die locatie zetten we alles op alles om alle actoren zo circulair mogelijk te voorzien van energie”, vertelt Marjolein Huygels, oprichter van Community Building Service Collectief. “We beperken afval en proberen alles opnieuw te gebruiken. Zo zijn er bijvoorbeeld herstelateliers aanwezig en vind je er kleinere bedrijfjes die hun producten maken op basis van recyclage. Er zijn compacte waterzuiveringsinstallaties die het water van de afwas uit de horecazaak en het regenwater verzamelen om de hele site van hernieuwd en bruikbaar water te voorzien. Verticale zonnepanelen staan op de planning, omdat die energie-efficiënter werken. Voor de planten in de serre gebruiken we speciale ledtechnologieën en er zijn ook milieuvriendelijke parketvloeren aanwezig. Alles draait rond zero waste en hergebruik.” Door heel hands-on te kiezen welke materialen opnieuw te gebruiken en hoe dat te realiseren, kunnen we de impact op de planeet verkleinen en bouwen aan een circulaire stad. Of het nu gaat over water, energie, lucht, of zelfs afval: voor alles bestaat een oplossing. De fundering van de circulaire initiatieven is al gelegd, nu is het aan ons om de rest van de circulaire stad hier verder op te installeren.

TEKST ELISE COPPENS

duurzaam

en dankzij de onmetelijke kracht van de aarde!

Klaar voor de toekomst met onze 5e generatie geothermische warmtepompen 25 jaar omnium garantie Beste EPB en hoogste rendement op de Belgische markt

Ontdek er alles over op: www.ithodaalderop-wpu.be


Energiezuinig verbouwd? Energiezuinig

verbouwd?

Wie investeert in isolatie, nieuwe ramen, een warmtepomp(boiler) of een zonneboiler, kan rekenen op financiële hulp. Kijk op energiesparen.be en vraag meteen je energiepremie aan.

VLAAMS ENERGIEAGENTSCHAP

energiesparen.be

advertentie 255x180.indd 1

1/09/2020 07:49

© IWO

meer klaarheid. Zij vergeleken de broeikasgasuitstoot van woningverwarming met stookolie en aardgas in België. De studie omvat een volledige levenscyclusanalyse (LCA). Met die methode wordt de totale milieubelasting van een brandstof bepaald. Van de ontginning over productie en transport tot gebruik en eindverbranding. Dit type analyse is ideaal om de totale en reële impact op het klimaat te gaan meten.

Verwarmen met stookolieinstallatie minder nadelig voor klimaat dan aardgas

Aardgas scoort slecht Uit de vergelijkende LCA op basis van de verwachte bevoorradingsbronnen blijkt dat de broeikasgasemissies van aardgasverwarming over een periode van 20 jaar 22% hoger zijn dan die van stookolieverwarming. Dit komt omdat de invoer van Nederlands aardgas in 2030

De conclusie van een onafhankelijk vergelijkend onderzoek: als u het volledige plaatje bekijkt, is de broeikasgasuitstoot van stookolie lager dan van aardgas. En binnenkort verwarmen stookolie-installaties gebouwen met koolstofarme, zelfs koolstofneutrale brandstoffen. Als we de Europese klimaatdoelstellingen van 2050 willen halen, zullen we anders moeten gaan verwarmen. Daarover is iedereen het eens. Alleen is er vaak veel onduidelijkheid over wat nu de beste oplossing is. Onderzoek geeft uitsluitsel Een studie in opdracht van Informazout, uitgevoerd door het onafhankelijke studiebureau RDC Environment, schept

wegvalt. Aardgas zal van verder komen (onder meer Rusland, de Verenigde Staten, het MiddenOosten en Afrika) en door de langere afstand zijn de transport- en transmissieverliezen van dat gas groter. Bovendien komt er bij de productie en het transport ook methaangas vrij dat maar liefst 25 keer schadelijker is als broeikasgas dan CO2. Dit zorgt voor de slechtere klimaatscore van ons toekomstig aardgas.

In 3 stappen naar koolstofarm verwarmen met een stookolie-installatie Ten eerste vervang je best snel een verouderde mazoutketel door een hoogrendementsketel. U bespaart zo niet alleen 30% op uw verbruik, maar u stoot ook 30% minder CO2 uit. U kunt een tweede stap zetten in de inperking van de koolstofuitstoot (tot 45% en meer) door die ketel te combineren met de hernieuwbare energie van een zonneboiler of warmtepomp. De ketel wordt dan enkel gebruikt als er niet genoeg hernieuwbare energie is om je woning of je water te verwarmen. De derde stap bestaat uit de geleidelijke vervanging van stookolie door hernieuwbare vloeibare brandstof met een zeer lage CO2-afdruk. Deze koolstofarme brandstoffen, die onder andere uit gerecycleerde plantaardige oliën of afvalstromen komen, kunnen de CO2-uitstoot met minstens 90 procent doen dalen. Deze brandstoffen laten zich heel eenvoudig mengen met stookolie en kunnen die op termijn vervangen. Met enkele kleine aanpassingen is dit mengsel bruikbaar in bestaande stookolieketels en opslagtanks. In Europa, en in België, verwarmen testgezinnen zich vandaag al met deze nieuwe brandstoffen. Zo ziet u maar dat stookolieketels niet langer een deel van het probleem van de klimaatverandering zijn, maar een deel van de oplossing.

www.informazout.be/nl/koolstofneutraal


08

INTERVIEW LEO VAN BROECK EN ERIK WIEËRS

FOKUS-ONLINE.BE

Een gesprek met twee Vlaamse Bouwmeesters Sinds 30 juni is Leo Van Broeck (links) Vlaams Bouwmeester af. De afgelopen vier jaar versierde hij regelmatig krantenkoppen met scherpe uithalen naar de Vlaamse verkavelingscultuur. De architect brak een lans voor denser wonen, de Mobiscore en kernversterking.

TEKST ROSALIE VAN HOOF BEELD GREGORY VAN GANSEN

L

eo Van Broeck hield, kortweg gezegd, een pleidooi om dichter bij elkaar te wonen door efficiënter gebruik te maken van de beschikbare ruimte en meer rekening te houden met de impact van onze levensstijl op de natuur en het klimaat. Het warm water heeft hij niet uitgevonden: “In 1999 zei de eerste Vlaamse Bouwmeester al dat het platteland voor koeien is, dat je daar niet moet bouwen.” Van Broecks bureaustoel wordt inmiddels opnieuw warm gehouden door opvolger Erik Wieërs van het Antwerps bureau Collectief Noord. Zijn aanstelling als Bouwmeester vond plaats in volle coronatijd. In de Middeleeuwen hielden we steden gezond door bouwkundige ingrepen. Zo werd de Zenne overkapt na een choleraepidemie in de 19de eeuw. Hoe maken we postcorona de stad pandemie-proof?

Wieërs: “Ik geloof niet zozeer in een functionele aanpassing van de stad na enkele gebeurtenissen. Wel denk ik dat de coronacrisis een aantal zaken heeft scherpgesteld. Het verschil tussen wie over privaat eigendom beschikt en wie niet, bijvoorbeeld. We zien opnieuw dat degenen die het minste hebben, de grootste slachtoffers van de situatie zijn. Dáár kan het beleid iets aan doen.” Van Broeck: “Wie kijkt naar de kaarten met coronagevallen per duizend inwoners ziet dat steden procentueel niet meer

besmettingen kennen dan het platteland. Ook de Verenigde Naties bevestigen in een studie dat er geen correlatie is tussen dicht bij elkaar wonen en COVID-19-incidenten. Armoede en klein wonen daarentegen zijn wel factoren die de kans verhogen om het virus op te lopen.”

In de stad van de toekomst leef je opnieuw waar je slaapt. – LEO VAN BROECK, VOORMALIG VLAAMS BOUWMEESTER

Dus, los van het feit dat de steden geen broeihaarden voor corona zijn, vinden jullie niet dat bouwkundige aanpassingen de samenleving kan weren tegen het uitbreken van virussen? Wieërs: “We moeten opletten dat we het debat niet omkeren. Het is niet zo dat diegenen die in een slechte sociale conditie wonen, de oorzaak van de verspreiding zijn. Dat is inherent fout. Ze zijn de oorzaak van de verspreiding omdat ze slecht wonen. Oorzaak en gevolg. Indien we ervoor zorgen dat iedereen kwalitatief

kan wonen, met voldoende buitenruimte, zal de pandemie minder hard aankomen. De lessen die we reeds kenden, werden andermaal bevestigd. Als je klein woont, weinig voorzieningen en weinig groen in de buurt hebt, is het moeilijk als je plots niet meer naar buiten mag.” Van Broeck: “Wat we leerden uit de crisis is dit: waar je ook woont, als je woning te klein is en je niet voldoende buitenruimte hebt, is die niet lockdowncompatibel.” De stad is de toekomst, maar de afgelopen maanden bleken de voordelen plots vooral nadelen, zoals de nabijheid en de beperkte publieke ruimte. Hoe behouden steden hun aantrekkingskracht? Wieërs: “Ik denk dat er nood is aan sensibilisering. In Vlaanderen redeneren we van goed naar slecht, waarbij een losstaande woning het hoogste goed is en een appartement de slechtst mogelijke woonsituatie. Terwijl woonkwaliteit over heel andere dingen gaat. Er bestaan inmiddels ontzettend veel verschillende voorbeelden en typologieën van appartementen mét grote terrassen of collectieve tuinen waarin ‘s zomers ook een barbecue kan worden aangestoken. We moeten meer aandacht hebben voor dergelijke voorbeelden. Er leven irreële angsten rond wonen en leven in de stad. Mensen linken onterecht de

stad met individualisme en dorpen met verbondenheid. Een stad moet op dat vlak niet onderdoen. Sterker nog, in een cohousingsituatie zijn die sociale voordelen, die men in een verkaveling zoekt, nog explicieter. Je kunt daar evenzeer de haagschaar van de buur lenen en een straatfeest organiseren.” Van Broeck: “Mensen die vandaag in een verkaveling achter een hoge haag wonen, dat zijn mensen die de gemeenschap verlaten. Die zeggen: ‘Laat me met rust, ik zit hier achter mijn barricade’. Waar is dan de

Er leven irreële angsten rond wonen en leven in de stad. Onterecht. – ERIK WIEËRS, VLAAMS BOUWMEESTER samenleving? Of, waar is de samenleving als iedereen privacy eist in de openbare ruimte? Tijdens de lockdown moest ik in mijn lokale supermarkt in Brussel nooit aanschuiven. Het wc-papier was er altijd voorradig en ik kan ook ’s avonds nog gauw iets gaan halen in de nachtwinkel. In de verkaveling moet iedereen met de auto naar de hypermarkt


LEO VAN BROECK EN ERIK WIEËRS INTERVIEW

#FOKUSMODERNESTAD

09

3 VRAGEN AAN... ELKE VAN DEN BRANDT MINISTER VAN MOBILITEIT, OPENBARE WERKEN EN VERKEERSVEILIGHEID

Wat mag niet ontbreken in een leefbare stad? “Kwaliteitsvolle publieke ruimte. Zeker tijdens de lockdown merkten we dat stedelingen die in appartementen wonen, snakken naar ontspanningsruimte. Naar groen maar ook naar blauw: water. Dat laatste is onontbeerlijk tijdens hittegolven. De stad van morgen is bovendien een 10-minutenstad, waarbij zo goed als alle voorzieningen zich binnen een wandelafstand van tien minuten bevinden.” Wat zijn de uitdagingen? “Een groot deel van de openbare ruimte wordt vandaag ingenomen door voorzieningen voor de auto, zoals rijvakken, wegen en parkeerplaatsen. In Brussel is dat maar liefst 40 procent. Hier ligt potentieel. Door straten of wijken autoluw te maken, creëer je openbare ruimte. Zo leert de buurt elkaar kennen, ontstaat er een grotere sociale cohesie en sterkere samenleving. Wijk per wijk moet je kijken naar wat er ontbreekt: Zijn er voldoende winkels, scholen, is er ontspanningsruimte…?”

waar ze vervolgens in grote groepen staan aan te schuiven en elkaar besmetten.”

Hoe evolueert de mobiliteit in de stad? “Een groot deel van de verplaatsingen in de stad gebeurt nog steeds te voet. Sinds de lockdown zagen we zowel het fiets- als autogebruik stijgen. Het openbaar vervoer verliest aan populariteit. Dat is een belangrijke uitdaging. Auto’s en vrachtverkeer moeten gekanaliseerd worden naar netwerken die niet door woonwijken lopen. In een leefbare stad is het verkeer vlot én veilig.”

Hoe wonen we in de toekomst? Van Broeck: “Plezanter, op betere locaties en betaalbaarder.” Wieërs: “Denser, maar met de kwaliteiten van een verkaveling.” Van Broeck: “In de stad van de toekomst leef je opnieuw waar je slaapt. Je kunt te voet naar de winkel, de crèche, de school en je werk. Vlamingen die vandaag buiten de stad wonen, zijn veel minder thuis. Dat heeft consequenties. Het aantal inbraken in een verkaveling ligt procentueel hoger, omdat er overdag doorgaans niemand thuis is. Het aantal verkeersdoden bij mensen die buiten de stad wonen is groter, omdat ze meer kilometers met de auto afleggen. Een verkeersongeluk is in ons land de voornaamste doodsoorzaak bij jongeren tussen de 20 en 25 jaar. Die cijfers spreken voor zich. Bovendien is er slechts 3 procent minder fijn stof op de boerenbuiten. Die wolken drijven ook naar daar. Het verschil is verwaarloosbaar.” Wieërs: “Mensen willen liever niet in het centrum van de stad wonen omwille van de drukte en de stank. Daarom moeten we er allereerst voor zorgen dat auto’s uit dat stadscentrum blijven. Dan beginnen de voordelen op te wegen.” In de stad van de toekomst is er geen plaats voor de auto? Wieërs: “Dat zeg ik ook niet, maar we zien wel dat de druk in alle Europese steden om de auto buiten het stadscentrum te weren, alsmaar toeneemt. Het is ook niet zo evident. Neem Antwerpen: de havenstad moet autovrij gemaakt worden, maar wanneer? Momenteel geldt er nog de verplichting dat wie in het centrum een woning bouwt, een parkeerplaats moet voorzien. Dat kun je in vraag stellen. Er gebeuren tegelijkertijd investeringen in grote parkings aan de rand van de stad. In principe kun je in de toekomst je auto daar

ZUHAL DEMIR VLAAMS MINISTER VAN JUSTITIE EN HANDHAVING, OMGEVING, ENERGIE EN TOERISME

parkeren en vervolgens met het openbaar vervoer de stad in gaan. De publieke parkings in de binnenstad kunnen dan bewonersparking worden.”

kantoorgebouwen in gebruik of zien we elkaar in de toekomst vooral op Zoom?

Van Broeck: “De auto zal altijd nodig en aanwezig blijven, maar het moet daarom toch geen vanzelfsprekend privébezit zijn. We rijden dagelijks gemiddeld tussen de 35 en 55 minuten met onze vierwieler. Dat betekent dat onze wagen 23 uur per etmaal stilstaat. In totaal hebben we in Vlaanderen bijna vier miljoen auto’s. Per exemplaar zijn er gemiddeld twee parkeerplaatsen voorzien; eentje thuis, op het werk, in de stad. Uitgerekend komt dat neer op zo’n 24.000 hectare aan parkeerplaatsen voor blik dat het meeste van de tijd stilstaat. Dat is bijna een absurde grap.”

Wieërs: “Voor veel, maar niet voor alle sectoren, is het nut van telewerken bewezen. Niet iedereen zal van thuis uit kunnen blijven werken. Ik heb me eens laten vertellen dat je ongeveer 30 procent van de auto’s moet elimineren om het fileprobleem op te lossen. Dat is niet onoverkomelijk veel. Bedrijven kunnen bijvoorbeeld werken met een beurtrol waarbij er om de drie dagen andere werknemers naar kantoor gaan. Ook het gebruik van deelauto’s kunnen we stimuleren. Ik denk dat, als we binnen vijftig jaar terugkijken naar het fileleed van vandaag, we zullen denken: Waarom hebben we dat toen niet sneller opgelost? Het is niet zo complex.”

Het mobiliteitsprobleem is onlosmakelijk verbonden met ons woon-werkverkeer. Tijdens de quarantaine verdwenen files plots als sneeuw voor de zon. Blijven de

Van Broeck: “Ik hoorde prognoses van mobiliteitsdeskundigen die beweren dat er in steden binnen twintig jaar nog ongeveer 10 procent van het huidige

Hoe effectief kan een investering in energietransitie zijn om te zorgen voor economische relance postcorona? “De bouwsector, die wat sputtert, staat centraal in de energietransitie. Dit najaar lanceert de Europese Commissie de Renovation Wave. Renovatie van gebouwen zal daardoor de komende jaren een prominentere plaats krijgen. De activatie van de bouwsector zal zorgen voor meer lokale tewerkstelling in combinatie met een verhoogde renovatiegraad en een snellere realisatie van de klimaatdoelstellingen.” Wat zijn de belangrijkste pijlers voor het komende energiebeleid in 2021? “Nieuwbouw heeft zijn doel bereikt met het behalen van de BEN-eisen vanaf 2021. De grootste uitdaging ligt nu in het bestaand woningpark, waarvan 96,5% niet voldoet aan de langetermijndoelstelling voor 2050. Concreet voeren we vanaf 2021 een renteloos renovatiekrediet tot 60.000 euro in en een specifieke EPC-labelpremie. Daarnaast gaan we gezinnen steunen bij investeringen in zonnepanelen.” Wie komt in aanmerking voor een renteloze energielening en een labelpremie? “Deze maatregel is bedoeld voor wie vanaf 2021 een woning met een slecht EPC-label, label E of F voor woningen en label D, E of F voor appartementen, aankoopt of verwerft via erfenis of schenking en die grondig renoveert binnen een periode van 5 jaar.”


010

INTERVIEW LEO VAN BROECK EN ERIK WIEËRS

FOKUS-ONLINE.BE

wagenpark nodig is. In landelijke gebieden 20 procent. In een latere evolutie gaan we over naar partieel zelfrijdende wagens. Op deze manier zouden we in de toekomst toekomen met een half miljoen deelwagens in de plaats van vier miljoen. Het probleem van onze ruimtelijke ordening is groter dan enkel de fileproblematiek. Zelfs als we dat laatste oplossen met deelwagens, moeten we blijven inzetten voor die verdichting. Thuiswerken is niet de heilige graal. Een samenleving is een incubator van ideeën en innovatie. Het leven zal meer en meer virtueel worden, maar niet volledig.” Wieërs: “Dat klopt wat Leo zegt. Thuiswerken is niet de oplossing om de Vlaming in de verkaveling te laten wonen. Dichter bij elkaar wonen en telewerken moet samen. Er kan worden voorzien in aangepaste infrastructuur, zoals een workspace voor werkende ouders bij een kleuterschool. Ik denk dat we steeds meer die denkreflex moeten maken.” Erik, waar wil jij de accenten leggen tijdens jouw mandaat?

Als we binnen vijftig jaar terugkijken naar het fileleed van vandaag, zullen we denken: Waarom hebben we dat toen niet sneller opgelost? Het is niet zo complex. – ERIK WIEËRS, VLAAMS BOUWMEESTER

Wieërs: “Samen met mijn team werken we aan een visienota. Deze wil ik eerst scherpstellen vooraleer ik met concrete voorstellen naar buiten treed. In ieder geval is het niet zo omdat Leo nu vertrekt, dat de problematiek waar hij vier jaar lang op hamerde met hem mee verdwijnt. Waar ik me als bouwmeester ook op focus, het zal altijd in het kader zijn van het optimaliseren van onze

woonsituatie door meer in de kern te gaan wonen.” Tot slot, Leo, welke boodschap wil jij nog meegeven aan jouw opvolger? Van Broeck: “Wij hebben maar van één ding last gehad en dat is framing in de pers. Wat ik doorheen de afgelopen

vier jaar geleerd heb, is het belang van een discours dat voorbij de polarisatie gaat, en heel hard inzet op oplossingen en het creëren van een draagvlak. Als ik lezingen geef, zeggen mensen me regelmatig dat ik twee dingen beschrijf: enerzijds een doemscenario waarvan je bijna depressief wordt, gevolgd door het tweede deel met de oplossingen: groene

Your trusted partner in urban real estate We hebben altijd een focus op de stad gehad met een speciale voorkeur voor retail. Omdat de behoeften van de hedendaagse consument en de uitdagingen waarmee steden worden geconfronteerd, veranderen, passen we ons aan en verbreden we onze horizon. Daarom investeren we in stedelijke omgevingen, creëren we levendige plekken en maken we steden betere locaties om te wonen, te werken en te ontspannen.

www.redevco.com

steden, meer samenwonen, minder verkeer, betaalbaarder wonen, geen files, meer fietspaden, minder fijn stof, minder verkeersdoden… Politici weten dit maar al te goed, maar de maatregelen worden als te nadelig gepercipieerd. Ik denk daarom dat het narratief van de verandering een positief verhaal moet zijn. Al weet Erik dat allemaal al wel.”


PRIVA BRAND REPORT

#FOKUSMODERNESTAD

011

Moderne steden in verbinding Steden drijven steeds vaker op hightech en moderne snufjes en dat zal in de toekomst niet anders zijn. Gebouwen zullen meer en meer ‘connected’ worden met elkaar.

D

oor veel metingen uit te voeren, data te verzamelen en analyses uit te voeren, weten we steeds meer over de effectieve noden van een gebouw. “Als we dit doortrekken en verbinden met andere gebouwen, kunnen we met nuttige data een volledige wijk optimaal verbinden”, vertelt Koen Somers, general manager van Priva, een fabrikant van open hard- en software. “De hoofdbedoeling is dat we comfort en het binnenklimaat optimaliseren. Mensen zitten tenslotte tot 80 procent van de tijd binnen. Vroeger keken we enkel naar de noden van een gebouw. Het werd niet gedeeld met de buren, maar wij kijken al een tijdje over het muurtje en dat geeft ons veel nuttige informatie om bijvoorbeeld energie te besparen. Kijk, als er binnen een gebouw een bepaalde energievraag is, kunnen wij nu ook kijken of er in de buurt ergens een energieoverschot is. Energie kan dan op een efficiënte manier lokaal worden uitgewisseld.” Somers haalt ook het belang aan voor de mobiliteit: “Als we allemaal elektrisch gaan rijden, krijgen we te kampen

met een capaciteitsprobleem. Door processen in gebouwen via een timeshift af te stemmen op beschikbaarheid van hernieuwbare energie en het laden van elektrische wagens, kunnen we gebruik beter afstemmen op beschikbaarheid. Hier ontstaat een interactie tussen het gebouw en transport. Data uitwisselen wordt essentieel om onze moderne steden te verbinden.”

Data uitwisselen wordt essentieel om onze moderne steden te verbinden. Ook smart grids en multi-energy grids zullen bepalen hoe slimme steden eruit zullen zien. “Relevante data van verschillende gebouwen wordt ter beschikking gesteld

over een volledige grid, met als doel die te optimaliseren. Hiermee zorg je echt voor schaalvergroting, terwijl je het vroeger enkel voor een gebouw zou toepassen. We verbinden verschillende losse delen en laten die samenwerken. Op die manier kun je bijvoorbeeld hernieuwbare energie bufferen tot wanneer je ze nodig hebt.” Een ander voorbeeld om gebouwen op een intelligente manier te doen samenwerken om het comfort te verhogen, is door een optimalisatie van aanwezigheidsdetectie. “We moeten niet enkel nog aan verlichtingen denken”, besluit Somers. “We moeten nog vaak op een knopje drukken om de verwarming aan of uit te zetten. Via aanwezigheidsdetectie in onze backbone hoeft dat niet meer. Je kunt zowel de verlichting als de verwarming aansturen op basis van de fysieke aanwezigheid van personen in een gebouw. Ook het onderhoud, het poetsen en het beheer van een gebouw kunnen hieraan worden gekoppeld. De data binnen de aanwezigheidsdetectie houdt alles nauwkeurig bij, waardoor we verbanden kunnen leggen en kunnen bijsturen en optimaliseren waar nodig.”

In samenwerking met... Priva is een hightechbedrijf dat hardware, software en diensten ontwikkelt op het gebied van klimaatbeheersing, energiebesparing en optimaal gebruik van water. Dat gebeurt voor de tuinbouw, binnenteelt en verticale landbouw en voor utiliteitsgebouwen zoals kantoren, winkels, flats, hotels en ziekenhuizen. Met 450 medewerkers en 15 kantoren in 12 landen levert Priva duurzame oplossingen in diensten in meer dan 100 landen.

KPMG BRAND REPORT

De drie grote uitdagingen van de moderne stad Moderne steden dagen ook de organisaties in de publieke sector uit om mee te innoveren. Ze worden voortdurend geconfronteerd met nieuwe uitdagingen en disruptieve veranderingen.

O

p de kar springen is een must, want een innovatieve stad functioneert pas optimaal als alle sectoren samen – via een gedeelde visie en gecoördineerd – inspelen op nieuwe ontwikkelingen. Wannes Verschueren is Director Public Sector bij KPMG. Samen met zijn team leveren ze een breed aanbod aan advisory-diensten, aan verscheidene organisaties op de verschillende overheidsniveaus in België. Verschueren stelt dat er drie grote uitdagingen op ons afkomen. “Allereerst moeten we een slim en datagedreven beleid voeren”, stelt hij. “Het verhaal van open en slimme data moet verder worden geïmplementeerd in onze steden. Het is cruciaal om dat slim databeleid te voeren in alle mogelijke beleidsdomeinen. Binnen mobiliteit bijvoorbeeld kan data ons informatie en inzichten bieden om onze wegen, de toestand van het verkeer of bepaalde knooppunten te optimaliseren. Hetzelfde geldt bijvoorbeeld voor het veiligheidsbeleid of energiebeheer binnen een stad. Verfijnde data-analyse zal ons leven sturen en makkelijker maken.”

Maar deze focus op data brengt ook enkele extra uitdagingen met zich mee. Verschueren: “Er moet een duidelijk inzicht zijn in alle datastromen, en dus toegang tot (authentieke) gegevensbronnen. Daarnaast is er de GDPR-wetgeving, die haar waarde heeft, maar het leven van overheidsorganisaties er niet makkelijker op maakt. Daarbij moet je er ook voor zorgen dat je data beschermd en beveiligd is. Alle overheidsdiensten zijn zich daarvan bewust, maar cybercriminaliteit evolueert zo snel dat je echt de vinger aan de pols moet houden om je belangrijke en meest gevoelige gegevens te beschermen.” Een tweede pijler betreft de verhoogde wendbaarheid en integratie. “Iedereen binnen een keten moet zijn rol spelen”, weet Verschueren. “Dat hebben we tijdens de huidige coronacrisis duidelijk mogen ervaren: op alle niveaus moet elke schakel van de keten zijn rol spelen, op een geïntegreerde manier. Het belang van een goede samenwerking binnen dat traject valt niet te onderschatten. Dat geldt binnen de gezondheidszorg, maar evenzeer binnen andere thema’s als milieu of veiligheid van een

stad. Je moet geïntegreerd durven werken. Er dient grondig bekeken te worden wat we waar moeten doen, wat we samen beter kunnen en wat we beter apart doen.” En ten slotte is er de klantgerichte, digitale aanpak. “De digitale revolutie verandert ons leven. Data van burgers moet hergebruikt worden waar het kan. Dat is ook wat de hedendaagse en digitaal onderlegde burger van diens overheid verwacht”, besluit Verschueren. “Je hoort vaak het woord mutualisering vallen. Eén keer je data opgeven (volgens het principe van Only Once) moet voldoende zijn. Hier valt de rol van beleidskeuzes niet te onderschatten. Zo geloof ik bijvoorbeeld niet dat het een taak van de overheden is om zelf de nieuwste apps te ontwikkelen en aan te bieden. Overheden moeten vooral een goede basis bieden wat betreft de basis(infrastructuur), architectuur en standaarden. En daarnaast ook het blijven inzetten op het verkleinen van de digitale kloof, zodat de burgers voldoende technisch onderlegd zijn om de vruchten te plukken van de digitale stad. Op die manier kunnen steden écht connected worden.”

In samenwerking met... KPMG is een internationale accountants- en adviesorganisatie, actief in 147 landen. Eén van de sleutelmarkten waarop KPMG zich in België

focust, betreft de publieke sector. De Publieke Sector-praktijk levert een breed aanbod aan adviesdiensten aan verscheidene organisaties op de verschillende overheidsniveaus, gaande van de federale tot de regionale overheden en lokale besturen. Concreet zijn er vier beleidsdomeinen: innovatie en economie, mobiliteit, gezondheid, en openbare veiligheid. Alsook een aantal belangrijke multidisciplinaire diensten die hoog op de agenda staan van de publieke sector, zowel op politiek als op administratief niveau.


012

EXPERTPANEL KANTOOR VAN DE TOEKOMST

FOKUS-ONLINE.BE

Thuiskomen op kantoor Een mix tussen inspanning en ontspanning lijkt de toekomstige succesformule van een kantoor te zijn. We hoorden drie ondernemende experts uit over hoe zij het kantoor van morgen visualiseren. Tipje van de sluier: het is er een waar je maar al te graag naartoe wilt.

RUUD BELMANS.

Founder en Creative Director bij WeWantMore Studio

TOM HERRIJGERS.

STIJN GEERAETS.

CEO bij Marbles

Co-founder Fosbury & Sons

Hoe ziet het kantoor van de toekomst eruit inzake ruimte-indeling en ‘techitecture’? “Technologie gaat meer onzichtbaar zijn en organisch binnen het ontwerp passen, zonder op te vallen. Die toepassingen zullen eerder functioneel ingezet worden, zoals bijvoorbeeld nu bij thuiswerken het geval is. Op kantoor speelt bij de indeling van de ruimtes vooral de sociale cohesie een belangrijke rol. Het ontwerp en de opstelling van het kantoor bepalen of iemand er zich al dan niet thuis voelt of er goed kan werken, en als persoon kan groeien binnen het bedrijf. Op psychologisch vlak moet je kijken dat je het kantoor niet gelijkstelt voor elke job of functie. Een mix van verschillende noden en functies moet mogelijk zijn binnen de lay-out.”

“Ik denk dat het kantoor van de toekomst meer een huiselijke omgeving op kantoor zal worden. Flexbureaus zijn bijvoorbeeld vandaag de basis. Dat in combinatie met andere soorten werkplekken, zoals brainstormzalen waar je op de muren kunt tekenen of een coffee corner om ’s morgens rustig door je mails te gaan. Maar ook een gezellige vergaderzaal die op een woonkamer lijkt of aparte bureauzones voor een goede concentratie zorgen voor die mooie mix tussen inspanning en ontspanning. Je moet kunnen zitten op de geschikte plek om je taak van de dag te volbrengen. Er zal ongetwijfeld ook meer gebeuren via onlinemeetings. Je merkt nu al dat dit de nieuwe standaard aan het worden is.”

“De manier waarop we kantoren gebruiken zal veranderen. Ik geloof heel hard in de heilige drievuldigheid: mogelijkheden om thuis te werken, op kantoor te zitten en om in een coworkingspace te werken. De keuze voor je locatie van de dag is afgestemd op het doel van de dag. Daar komen ook decentralisatie, technologie en thuisstadwerken bij kijken. Als je hoofdkantoor in Brussel is, maar je woont in Antwerpen, dan heb je veel aan hubs waar je in je thuisstad kunt werken. Zo spendeer je minder uren onderweg in de auto en werk je efficiënter. Infrastructuur en tijd om die drie werkopties in één bedrijf te integreren is niet evident, waardoor coworkingspaces hier heel interessant zijn.”

Wat zijn de uitdagingen bij de hedendaagse creatie van inspirerende, aangename werkruimtes? “Het totale ecosysteem van een kantoor bestaat voor mij uit het kantoor zelf, een home office en een third place zoals een coworking. De uitdaging ligt erin om de lay-out van dat ecosysteem op een flexibele en dynamische manier samen te brengen in een ontwerp. Je moet zowel geconcentreerd alleen kunnen werken als in een projectruimte intensief kunnen samenwerken en vergaderen. Ruimtes die multifunctioneel bruikbaar en snel om te vormen zijn, sluiten hier bijvoorbeeld mooi bij aan. Op die manier kun je binnen dat ecosysteem dingen uittesten, nieuwe zaken bijleren en is er plaats voor persoonlijke groei. Hoe die groei kan plaatsvinden, komt dus tot uiting via de inrichting van het kantoor.”

“Het wordt sowieso een uitdaging om die combinatie van inspanning en ontspanning op kantoor tot leven te brengen. Om meer dat gevoel van rust te creëren, is bijvoorbeeld het groene aspect interessant. Bomen en planten doortrekken tot in de kantoren om dat extra zengevoel te verkrijgen. Langs de andere kant moet je wel opletten dat het een werkgerelateerde omgeving blijft. Je kunt je focussen op de leuke, ontspannende aspecten door zoals bij ons een poolkelder te installeren, maar je moet evengoed beseffen dat je op kantoor bent om te werken. Dat op een evenwichtige manier realiseren lijkt mij een van de grootste uitdagingen.”

“Het is een uitdaging om een activity based environment te creëren die inspeelt op de vier functies van het brein tijdens het werken. Je moet ten eerste rustig individueel kunnen werken. Ten tweede moet je jezelf individueel kunnen concentreren zonder afleiding, op een plaats waar je jezelf terugtrekt in je ‘creatief klooster’. Samenwerkingen bij presentaties of brainstormsessies vereisen dan weer een ander soort omgeving. Tot slot maakt ook rust deel uit van een werkdag. Je brein heeft rust nodig en het kantoor moet dat faciliteren. Het is belangrijk dat één omgeving dat samenbrengt door bijvoorbeeld een mix van interior design, eten en menselijke interactie, zoals bij ons.”

Wat mag er absoluut niet ontbreken in het kantoor van de toekomst? “Een essentieel onderdeel is alles wat niet tastbaar is, zoals verluchting, akoestiek, voldoende daglicht en wat groen op kantoor. De lay-out van een kantoor moet natuurlijk aanvoelen voor iedereen die er binnenstapt. Die ruimtelijke indeling straalt de propositie en het verhaal van jouw bedrijf uit. In een ‘ideaal kantoor’ komen je werknemers binnen en krijgen ze door de aanwezige sfeer en de niet-materiële aspecten meteen energie om te beginnen werken. De bedrijfscultuur komt echt tot uiting in het interieur, waardoor de vormelijke trends eerder bedrijfsafhankelijk zijn. Op technologisch vlak zal de toegang om overal digitaal te kunnen meeten onmisbaar zijn.”

“Het meest ideale kantoor is er voor mij eentje zonder enige technologische beperkingen. Een satellietkantoor waar je gewoon kunt binnenstappen zonder dat je een portable mee hebt, dat er daar eentje ter beschikking is bij een ontvangstdesk, en dat je je gewoon online kunt aanmelden en begint te werken. Als je dan een uur later weer op een andere locatie moet zitten, doe je daar opnieuw hetzelfde. Zonder voortdurend connectors, kabels of andere zaken mee te sleuren. Zo vergeet je niets en kun je gewoon overal werken. Licht, elektriciteit, wifi, een computer, een scherm en jezelf: alles wat je nodig hebt om meteen aan een werkdag te kunnen beginnen. En een koffiemachine, natuurlijk.”

“Het is essentieel om de bedrijfscultuur te implementeren in je interieur, om zo het gevoel te creëren dat iedereen iets bijdraagt en zich betrokken voelt bij het bedrijf. Het is belangrijk om dat uit te stralen, voor zover dat kan via materiële zaken. Als je dat gevoel van vertrouwen en betrokkenheid niet oproept in je bedrijfscultuur en in je omgeving, dan is het moeilijk om succesvol te werken. Ook kwalitatieve conference calltechnologie kan in de toekomst absoluut niet ontbreken. Al is die technologie zeker niet ter vervanging van het persoonlijke aspect. Een scherm zorgt ervoor dat je soms functioneler werkt, maar het persoonlijke primeert absoluut.”

TEKST ELISE COPPENS

Wil je met circulair bouwen en duurzaamheid in jouw gemeente aan de slag? VIBE draagt graag zijn circulaire steentje bij! Ontdek ons aanbod op www.vibe.be/aanbod


NETHERLAND

Brussels Rijsel

DOORNIK

FRANKRIJK

Ga op schattenjacht en schept u een luchtje in Picardisch Wallonië Het heeft een beetje weg van paper chase en geocaching: de schattenjachten van Totemus combineren sport, cultuur en avontuur. Doe ze te voet of met de fiets, vind de aanwijzingen, los de raadsels op, verzamel de totems en win punten die u in de geschenkengrot kan inruilen. Ontdek de vier Totemus-schattenjachten in Picardisch Wallonië. Vanaf deze zomer kunt u in heel Wallonië wel vijfentwintig schattenjachten ontdekken. Download snel de gratis app en ga op schattenjacht! 1

2

3

1 DOORNIK - In het centrum van de oudste stad van België

4

Onder haar vele schatten telt Doornik twee gebouwen die tot het Werelderfgoed van de UNESCO behoren, namelijk het oudste Belfort van het land en een immense kathedraal. De aan weerszijden van de Schelde gebouwde stad en haar 2000 jaar lange geschiedenis zullen je verbluffen. 2

ELLEZELLES - Bijzondere geheimen

Welkom in Ellezelles (Elzele), een dorp vol mysterie en legendes in het hart van het natuurpark Pays des Collines. Een heks spookt er rond, maar ze is niet de enige ... Misschien krijg je de kans om haar te ontmoeten tijdens deze jacht? Wees voorzichtig!

MOESKROEN - Op pad in de stad van de Hurlus 3

SPECIALE AANBIEDING

COMPLEET WANDELPAKKET WAPI TE VOET

>WAPISHOP.BE

De term «Hurlus» betekent letterlijk «hurleurs“ of “schreeuwers», maar daarmee kan ook het geschreeuw van hun slachtoffers of huurlingen bedoeld worden. De oorsprong van de Hurlus gaat terug tot de 16e eeuw, toen ze tijdens de godsdienstoorlogen het platteland van de regio afstroopten en overleefden door te stelen en te plunderen! Naast de folklore ontdek je tijdens deze schattenjacht ook de verschillende dieren die zich in Moeskroen verschuilen. Misschien kom je ze wel tegen?

17 €

00

4

+

OPZULLIK - Waar het leven goed is

Ervaar al fietsend langs de knooppuntennetwerk van Picardisch Wallonië de Cittaslow-filosofie. Deze in Italië geboren filosofie werd door de gemeente Opzullik in België geïmporteerd tot het bevorderen van een langzamere levenswijze geïnspireerd door de gewoontes van de plattelandsgemeenschappen. Doel ervan is de burgers de gelegenheid te geven om op een eenvoudige en aangename manier van hun eigen stad te genieten.

/VISITWAPI

VISITWAPI.BE


014

BRAND REPORT OPTIMAL PARKING CONTROL

FOKUS-ONLINE.BE

Slimmer parkeren, beter leven Wie kent de frustratie van een volle parking niet? Van gehaast zijn en geen parkeerplaats vinden? Een beter uitgebouwd parkeerbeleid kan met andere woorden een rechtstreekse invloed hebben op de levenskwaliteit.

“B

ij onze parkeeroplossingen is het de bedoeling om zo weinig mogelijk menselijke manipulatie in te zetten”, zegt Peter Lamens, zaakvoerder van Optimal Parking, die volop inzet op dergelijke oplossingen. “Hoe meer je die factor uitschakelt, hoe groter de meerwaarde die overheden en bedrijven ervaren – zij moeten de parkeeroplossing namelijk inzetten voor hun eindgebruiker. Maar ook het verzamelen van data om het parkeerbeleid nog verder te kunnen optimaliseren, moet helemaal op punt staan. Met die data kunnen bijvoorbeeld drukke punten in kaart worden gebracht of spitsmomenten, waarna oplossingen of verbeteringen gezocht kunnen worden.” Zo maakt Optimal Parking het via parkeren.be mogelijk om verschillende slimme toepassingen in te zetten, waarin geen menselijke manipulatie aan te pas komt. “Bijvoorbeeld automatische nummerplaatherkenning bij het binnen en buiten rijden van een parking, of automatische registratie en facturatie van de

Hoe meer je menselijke manipulatie uitschakelt, hoe groter de meerwaarde van de parkeeroplossingen.

Nu zullen bepaalde mensen, in deze tijden van privacyvraagstukken en GDPR-wetgeving, zich misschien de vraag stellen wat er met de opgeslagen data gebeurt. Ook daar heeft Peter Lamens een antwoord op. “Met de verzamelde gegevens wordt uiteraard heel zorgvuldig en zo discreet mogelijk omgesprongen: zo wordt data van individuele voertuigen slechts heel tijdelijk opgeslagen, zodat die niet misbruikt kan worden. Anderzijds kunnen de big data wél heel relevant zijn, omdat ze meer inzicht kunnen bieden in de drukte en mobiliteit van de regio in kwestie, waarmee beleidsmakers en opdrachtgevers aan de slag kunnen.”

geparkeerde tijd. Met sensoren wordt de beschikbaarheid van elke plaats in kaart gebracht, wat vervolgens via apps, borden of sms veel vlotter parkeren toelaat. En bijgevolg betere verkeersdoorstroming, aangezien op die manier zogenaamd ‘zoekverkeer’ wordt geëlimineerd. Bijkomend voordeel is dat tijdelijk lege parkeerplaatsen verhuurd kunnen worden, wat in stadskernen en andere drukke locaties vanzelfsprekend een enorme troef is.”

Peter Lamens Zaakvoerder

In samenwerking met... Optimal Parking Control is al meer dan 15 jaar een gevestigde waarde in de parkeersector. OPC staat in voor het beheer van parkeren op de openbare weg alsook de uitbating van onder- en bovengrondse parkings. Vandaag is OPC de partner van ruim 40 steden en gemeenten in België voor het ondersteunen en uitvoeren van een doeltreffend parkeerbeleid.

Slimme mobiliteit een cruciaal puzzelstuk voor de slimme stad De slimme stad van morgen wordt vandaag al gebouwd. Het uittekenen van die stad gebeurt met het vastgoed en de mobiliteit van de toekomst in het achterhoofd. Wereldwijde trends zoals verstedelijking, migratie, digitalisering, klantgerichtheid en klimaatverandering hebben een grote impact op deze steden en dus ook op de vastgoedsector. “Slimme mobiliteit is écht een van dé speerpunten om een leefbare stad te creëren”, zegt Benny Schaeken, Director Smart Cities bij IT-bedrijf Cegeka. Op dit moment woont méér dan 55% van de wereldbevolking in steden. Ruimte is schaars en leefbaarheid binnen steden blijft een uitdaging. Een digitale transformatie helpt steden en de vastgoedsector om hoge verwachtingen van bewoners te beantwoorden.

Toekomst vastgoed verbonden met mobiliteit Een goed voorbeeld is de manier waarop slimme technologie vastgoedbeheerders en bewoners de mogelijkheid biedt om het energieverbruik te verlagen en comfortabelere leef- en werkomstandigheden te creëren. De toekomst van de vastgoedsector is

echter onlosmakelijk verbonden met de toekomst van mobiliteit. Slimme mobiliteit heeft positieve impact op de levenskwaliteit en duurzaamheid, maar kan ze ook bijdragen in een verlaging van investeringen en operationele kosten. Bijvoorbeeld door in te zetten op slimme parkeertechnologie.

Smart mobility hubs als duurzaam kruispunt voor mobiliteit Versneld door de coronacrisis, waarbij thuiswerk toeneemt en leidt tot een vermindering van het woonwerk-verkeer met een gewijzigd parkeergebruik, wordt flexibiliteit het nieuwe normaal. De komende jaren volgt een constante afwisseling tussen kantoorwerk en thuiswerk, tussen de (elektrische) wagen en de fiets. Bij Cegeka geloven we dan ook rotsvast in het concept “smart mobility hubs” waar nieuwe en duurzame mobiliteit samenkomen.

Het concept van ‘mobility hubs’ brengt verschillende vormen van mobiliteit en diensten samen zoals parking, EV-charging en deelwagens- en fietsen. “Deze hubs zetten in op multimodaal vervoer en de vermindering van wagens in het straatbeeld. Parkeerplekken op straat worden ook schaars, iets waar eigenaars van bedrijfsparken met parkings kunnen van profiteren, als ze hun parkings openzetten voor een ruimer publiek”, vertelt David Neys, Product Marketing Manager bij Cegeka. Vandaag focust Cegeka zich op smart mobility in steden via het Capacity Platform. Dat is een integratieplatform dat ‘oldschool’ parkings slimmer kan maken alsook transformeert naar hubs. “Dat kan sneller dan je zou denken. In vele gevallen kunnen we dat softwarematig in no time klaarspelen, inclusief de integratie met bestaande parkinghardware”, aldus Neys. Meer weten? Bekijk de webinar ‘De mythen van Smart Mobility ontkracht’ www.cegeka.com/smart-mobility-webinar

232 FREE SPOTS

232 FREE SPOTS


#FOKUSMODERNESTAD

JAN ADRIAENSSENS CHRONICLE

015

Steden komen hier sterker uit, geholpen door technologie Welke troeven heeft de stad nog te bieden, in een anderhalvemetersamenleving waarin thuiswerk en aan-huisleveringen de norm zijn geworden? Technologie hoeft ons niet uit de stad te lokken, maar kan steden juist aantrekkelijker maken.

M

idden in de pandemie zagen sommige steden er akelig leeg uit. Tegelijk werd ‘technologie’, of eigenlijk telewerken, als argument aangehaald om buiten de steden te gaan wonen. Weg van die opeengedrukte, zwetende coronalijven in de stad, maar op den buiten, waar je kunt vergaderen met hologrammen van collega’s op een andere buiten. Echter, door de eeuwen heen werd technologie vooral gebruikt om onze steden leefbaarder te maken. Denk aan aquaducten en riolering bij de Romeinen – herinner je de legendarische ‘What have the Romans ever done for us?!’ die wordt uitgeschreeuwd door Reg in ‘Monty Python’s Life of Brian’. Op vlak van mobiliteit zijn er sinds honderd jaar bijvoorbeeld de verkeerslichten als technologische infrastructuur, met een gigantische impact op hoe en wanneer we ons bewegen doorheen de stad. Tegenwoordig wordt de toepassing van digitale technologie in de steden gebundeld in smart city’s. Zo coördineert onderzoekscentrum imec sinds 2016 City of Things, een programma waarin we samen met verschillende partners onderzoeken hoe technologie onze steden leefbaarder kan maken. Daarbij mag de sturing niet in de handen van één bedrijf gelegd worden, zoals het recente fiasco met Google-zuster SideWalk Labs in Toronto heeft aangetoond. De stad als ecosysteem moet zelf het voortouw nemen, en dat mét betrokkenheid van burgers,

beleidsmakers, bedrijven en onderzoekers. Op die manier kan technologie ontwikkeld worden, gestoeld op transparantie, standaarden, privacy, ethiek, samenwerking en vertrouwen. Uiteraard gaat die technologie op zich niets oplossen en moet ze structureel worden ingeschakeld in een breder stedelijk beleid.

De stad als ecosysteem moet zelf het voortouw nemen.

Steden die nu slimme keuzes maken, zullen na de pandemie aantrekkelijke plaatsen worden om te leven, te werken en te wonen. Een interessant model is de ‘15-minutenstad’ waarmee Parijs de toon zet. De stedeling moet in een kwartiertje wandelen of fietsen alles kunnen bereiken: winkels, scholen, coworkingspaces, parken... In een stad die niet meer opgedeeld wordt in afzonderlijke woonzones, winkelzones en kantoorzones die door autowegen met elkaar verbonden zijn, gaan mensen zich op een andere manier verplaatsen. Door de luchtkwaliteit en de verkeersveiligheid te verbeteren, zullen die verplaatsingen aangenamer, gezonder en veiliger worden. Ik ben ervan overtuigd dat technologie daarin een belangrijke rol te spelen heeft, zoals het dat altijd al deed. Dat samen met iedereen die het stedelijk leven wil omarmen: overheden, onderzoekers, bedrijven én bewoners. De rol van steden is niet uitgespeeld, integendeel. Hun toekomst wordt nu, door ons, vormgegeven. TEKST JAN ADRIAENSSENS, DIRECTEUR VAN CITY OF THINGS BIJ IMEC

voor elke fiets en elke smartphone

1+1 GRATIS 1. 2. 3. 4.

Ga naar getfinn.com Kies twee Finns naar keuze Voer de code “finnfocus” in Ontvang de tweede Finn gratis

Deze actie is geldig tot en met 31.12.2020

siliconen van hoge kwaliteit


Jouw job? Antwerpen nรณg straffer maken.

Verrassend veel variatie bij de stad. Vind jouw uitdaging op antwerpen.be/jobs