Fokus Industrie

Page 1

D I T D OSS I E R WO R DT G E P U B L I C E E R D D O O R S M A RT M E D I A E N VA LT N I E T O N D E R D E V E R A N T WO O R D E L I J K H E I D VA N D E R E DACT I E VA N D E STA N DA A R D

JULI ‘21

INDUSTRIE Geert Jacobs De Factories of the Future floreren

Naar zero emission Weinig uitstoot is goed, géén is beter

Wim Vancauwenberghe Dringend tijd om aan de slag te gaan met AI

Geert Van Poelvoorde ”De staalindustrie is vandaag veel meer dan een chemisch productieproces. De hightechkant van onze industrie is veel minder gekend.”

— — Terra AC wallbox Terra AC wallbox The home of charging

The home of charging SEE MORE

SEE MORE

Lees meer op Fokus-online.be


2 VOORWOORD

FOKUS-ONLINE.BE

Geert Jacobs

4

6

De Factories of the Future blijven floreren

10

18

In zeven jaar is de selecte kopgroep van meest toekomstgerichte productiebedrijven in België uitgegroeid tot een club van 42 Factories of the Future, die de voorbije vijf jaar samen meer dan 1,9 miljard euro investeerden in ons land.

LEES MEER. 4

Cybersecurity in de maakindustrie

6

Technologie en data veroveren de logistieke wereld

8

De vier pijlers van een circulaire economie

10 Interview: Geert Van Poelvoorde, ArcelorMittal

H

oewel het een jaar vol uitdagingen was, heeft de aanslepende coronacrisis de Factories of the Future niet klein weten te krijgen. Factories of the Future zijn productiebedrijven die investeren in digitalisering, in hun personeel, in slimme processen en producten en in een productie van wereldniveau. Ze gaan doordacht om met energie en materialen en stimuleren de betrokkenheid, creativiteit en autonomie van medewerkers. Om de felbegeerde titel te behalen, moeten bedrijven op elk van die transformatiedomeinen minstens vier op vijf scoren op een maturiteitsschaal tijdens een kritische audit door onafhankelijke experts. Uit een bevraging onder alle titelhouders blijkt dat in het heetst van de crisis acht bedrijven 100 procent operationeel zijn gebleven. Bij de andere Factories of the Future bleef de terugval in de activiteitsgraad beperkt: zij bleven gemiddeld tussen de 70 en 95 procent operationeel. Dat opmerkelijk goede resultaat was mogelijk door een mix van ingrepen, zoals het snel herinrichten van productiehallen en de invoering van allerlei veiligheidsmaatregelen en alternatieve werkwijzen om de werknemers optimaal te beschermen. Verschillende bedrijven melden ook dat ze tijdens de crisis nieuwe markten hebben gevonden en dat ze, met name door de verplichte invoering van telewerk waar mogelijk, versneld grote stappen voorwaarts hebben gezet op het gebied van digitalisering.

De 42 Factories of the Future hebben tijdens het coronajaar 2020 bovendien gemiddeld 90 procent van de geplande investeringen uitgevoerd. Het gaat daarbij zowel om infrastructuurvernieuwingen als om investeringen in nieuwe machines, automatisering en digitalisering. Ook welzijn op het werk stond hoog op de agenda van deze industriële koplopers. “We zien liever een voorsprong in onze organisatie, dan achteraf te moeten inhalen op de markt”, klonk het unaniem.

De winnaars van vandaag illustreren dat toekomstdenken belangrijk blijft.

Ik ben erg blij dat ondanks de zeer moeilijke omstandigheden toch heel wat maakbedrijven in ons land hun geplande transformatietrajecten zijn blijven voortzetten. De winnaars van vandaag illustreren dat toekomstdenken en geloven in je eigen visie altijd belangrijk blijven. Want hoe lastig ook, uiteindelijk is corona maar een momentopname. Wil je als bedrijf voorlopen, blijf dan investeren, ook in tijden van crisis. Opvallend is dat de aantrekkingskracht van de Factory of the Future Award jaar na jaar groter wordt. Wat in 2015 begon als een initiatief in de technologische maakindustrie, trekt vandaag kandidaat-bedrijven én winnaars aan uit zeer uiteenlopende sectoren. Die kruisbestuiving kan voor ambitieuze bedrijven alleen maar inspirerend werken. Ze is bovendien een opsteker voor onze economie, die de komende jaren meer dan ooit nood zal hebben aan concurrentiekracht en dynamiek. Door Geert Jacobs, projectmanager Factories of the Future bij Agoria

Ontdek meer op

Fokus-online.be #fokusindustrie

12

Een proces(industrie) van lange adem?

14

De ‘war for talent’ gaat onverminderd voort

15

Digitalisering in de maakindustrie is een noodzakelijke gamechanger

16

Gestructureerd naar zero emission

18

Wim Vancauwenberghe: No time to waste

COLOFON. COUNTRY MANAGER CHRISTIAN NIKUNA PEMBA CREATIVE DIRECTOR BAÏDY LY HOOFDREDACTIE ELLEN VAN HOEGAERDEN EINDREDACTIE DON VAN DER PUTTEN TEKST HANNES DEDEURWAERDER DAAN VANSLEMBROUCK BAVO BOUTSEN BALDWIN VERHOEVEN COVERBEELD GREGORY VAN GANSEN DRUKKERIJ COLDSET PRINTING PARTNERS SMART MEDIA AGENCY. LEYSSTRAAT 27 2000 ANTWERPEN +32 (0)3 289 19 40 REDACTIE@SMARTMEDIAAGENCY.BE FOKUS-ONLINE.BE

Veel leesplezier!

Yiman To

Project Manager


C

M

Y

CM

MY

CY

CMY

K

Packman, een ludieke naam, een uniek concept, een efficiënte oplossing, een casepacker van de volgende generatie. Een casepacker is een machine die karton dozen vormt, dozen vult met diverse producten en de dozen sluit. Dit in een productieomgeving aan hoge snelheden. De casepacker van Alphatech machinebouw doet deze bewerking op een heel ingenieuze wijze. Het resultaat is een gevolg van een “out of the box” concept. De producten worden door een werptechniek in de doos gebracht. Door deze gecontroleerde beweging, kunnen de producten heel snel in de juiste positie worden geplaatst. De installatie werkt niet met grijpers die het product positioneren, hierdoor is de omschakeltijd tussen 2 verschillende producten bijzonder snel. Compactheid is het woord die de machine volledig samenvat. Compactheid is ook een heel belangrijke parameter bij de keuze van een

gebruiker. Het gebeurt zelden dat er in een productieomgeving plaats over is. Zo getuigt ook dierenvoedingfabrikant Versele Laga te Deinze. Een productieomgeving is een samenhang van verschillende machines en technieken om tot een correct eindproduct te komen. Eenmaal een productiehal volledig vol staat met machines is het heel complex om deze hal uit te breiden of een extra site te creëren. In eerste instantie wordt gekeken om de bestaande machines te optimaliseren, in 2e instantie wordt nagedacht over een performantere invulling in dezelfde oppervlakte. Voor onze verpakking vonden wij daarvoor de ideale machine bij Alphatech machinebouw uit Izegem. De casepacker Packman is een ingenieuze oplossing die zorgt voor een heel compacte, performante en bedrijf zekere machine. Met de Packman casepackers

verpakken we per jaar gemiddeld 20 mio zakjes en 5 mio Amerikaanse dozen. Vooral de duurzaamheid en de omschakeltijd tussen de verschillende productruns zijn heel bijzonder. Alle mogelijke bewegingen worden aangestuurd door middel van servomotoren. Hierdoor is een ombouw van product gebeurt met een druk op de knop. Vroeger was het omschakelen van product een werk van enkele uren door techniekers, nu gebeurt de omschakeling door een druk op de knop door operatoren of aangestuurd via de productieverantwoordelijke op afstand. Meer informatie kan u terugvinden via www.alphatech-machinebouw.be/casepacker Naast casepackers maakt Alphatech machinebouw ook palletisers. De Tina palletiser stapelt dozen op een pallet, snel en energie efficiënt. Ook hier gebeurt de instelling door ope-

Wenst u meer informatie over de compacte machines van Alphatech Machinebouw? Neem dan contact met. Alphatech machinebouw, Pieter Vandersteene pieter@vds-concepts.com, +32 476 270 963 - www.alphatech-machinebouw.be

ratoren ipv door techniekers. Een gebruiksvriendelijke plug-and-play palletiser, en niet te vergeten heel compact. Meer informatie kan u terugvinden via www.alphatech-machinebouw. be/palletiser En er komt nog een compacte machine bij. Onder impuls en financiële steun van het Vlaams Agenstschap voor Innoveren en Ondernemen is Alphatech bezig met de ontwikkeling van een machine om automatisch zeecontainers te ontladen. Containers met karton dozen worden automatisch ontladen. De dozen worden op een transportband gebracht. Via een inspectiezone worden de dozen tot bij een Tina palletiser gebracht om de dozen op een pallet te stapelen. Meer informatie kan u terugvinden via https://www.alphatech-machinebouw.be/container-unloader


4 CYBERSECURITY

FOKUS-ONLINE.BE

ICT-beveiliging, een hoofdbezorgdheid binnen de maakindustrie? Hoe zit het met de cyberbeveiliging van onze maakindustrie? Een vraag waarover Agoria, Sirris, Howest en UGent zich bogen. Eind april 2021 brachten ze samen een rapport naar voren waaruit bleek hoe sterk – of hoe zwak – onze maakbedrijven beveiligd zijn tegen cybercriminaliteit.

D

at deze studie relevant is wordt snel duidelijk wanneer je weet dat België ongeveer 5000 industriële maakbedrijven telt. “Van die bedrijven heeft 60 procent de stap gezet naar industrie 4.0”, weet Anneleen Dammekens namens het Competentiecentrum Recht & Onderneming binnen het Verbond van Belgische Ondernemingen. “Dat betekent dat ze naast de pure automatisering ook hebben geïnvesteerd in slimmere operationele technologieën, geconnecteerde machines en robots om hun productieprocessen te verbeteren.” De resultaten van de studie waren vrij verontrustend. Er bleek onvoldoende bewustzijn te bestaan bij de meerderheid van de bevraagde bedrijven wanneer het gaat over cybersecurityrisico’s waar hun operational technology aan wordt blootgesteld. Dammekens: “Zo is er vaak geen cybersecuritybeleid terwijl die facetten net heel kwetsbaar zijn vanuit een technologisch oogpunt, onder andere omwille van de ouderdom van bepaalde hardware en omdat er vaak geen of te weinig updates worden gedaan. Als gevolg daarvan zijn maakbedrijven niet altijd in staat om snel en doeltreffend te reageren wanneer ze met een cybersecurityincident geconfronteerd worden.” Cybercriminelen zijn innovatief en altijd op zoek naar nieuwe mogelijkheden, concludeert Dammekens. “Het zal dus niemand verbazen dat ook het industriële Internet of Things, waardoor de connectiviteit tussen toestellen en machines enorm is toegenomen, in hun vizier is gekomen.” Maar er zijn ook lichtpuntjes. “Van de bevraagde bedrijven slaagt 10 procent er vandaag wel al in om zich degelijk te beveiligen tegen cybersecurity-incidenten.” Agoria, Howest en hun partners willen

van een beveiligingspolitiek, het maken van een strategische planning en het opvolgen van incidenten en verbeteringen. Uiteraard moet er ook voldoende budget voorzien worden.” Preneel ziet dat er veel nefaste gevolgen zijn voor de maakindustrie wanneer cyberbeveiliging niet serieus wordt genomen: “Op korte termijn kunnen gegevens over producten of klanten verloren gaan of kunnen productiegegevens fout geconfigureerd worden. Ook kan je systeem besmet worden met malware. In het ergste geval is er professionele ransomware die je gegevens steelt en vercijfert. Je moet dan betalen om je gegevens niet publiek te laten worden en om ze terug te krijgen. Het herstellen van je systemen kan weken duren en de kost hiervoor kan heel hoog oplopen.”

Van de bevraagde bedrijven slaagt 10 procent er vandaag wel al in om zich degelijk te beveiligen tegen cybersecurity-incidenten. — Anneleen Dammekens

naar aanleiding van de studie ook de andere bedrijven stimuleren om de stap te zetten naar een betere cyberbeveiliging. Daarom stelden ze een handige whitepaper op met tien concrete aanbevelingen, waarmee bedrijven meteen aan de slag kunnen. Deze is terug te vinden op de website van Agoria. Prof. Dr. Bart Preneel is verbonden aan COSIC

KU Leuven en stelt dat de maakindustrie zich concentreert op de corebusiness: dingen maken. “ICT-systemen en beveiliging zijn vaak een ver-van-hun-bedshow. Onterecht, want net zoals fysische beveiliging en veiligheid tegen ongevallen zou ICT-beveiliging een hoofdbezorgdheid moeten zijn van het management. Het begint bij het definiëren

“Er bestaan geen wondermiddelen om cybersecurity te verbeteren”, besluit Preneel. “Een betere ICT-beveiliging vraagt een geïntegreerde aanpak, gestuurd door het management dat voldoende prioriteit moet geven aan het probleem.” Daarnaast is er ook nood aan betere opleiding van personeel en veiligere producten. Dat vraagt aanpassingen aan het industriële ecosysteem, waarbij bedrijven nauw samenwerken met elkaar en met onderzoekspartners zoals de universiteiten. “Ook de overheid heeft hier een belangrijke rol te spelen. Het Cybersecurity Initiative Flanders zal in de komende jaren dit ecosysteem gevoelig versterken. Ook de federale overheid plant initiatieven in deze richting.”

Door Daan Vanslembrouck


#FOKUSINDUSTRIE

MEXICO NATIE • BRAND REPORT 5

Behind the scenes van een vlotte logistiek De logistieke sector zorgt ervoor dat het transport van allerlei producten, bestanddelen en stoffen op een solide manier kan verlopen. Een goede organisatie, een duidelijke planning en een optimale taakverdeling staan hier centraal.

D

oor het ontvlambare en giftige karakter van sommige stoffen staat de logistiek wat chemie betreft nog voor een extra grote uitdaging. Wat komt er kijken bij een succesvol en veilig transport van chemicaliën? Een geschikte opslagplaats om de chemicaliën op een zo veilig mogelijke manier op te slaan, is een belangrijke eerste stap. “Wij hebben bijvoorbeeld twee grote locaties om zowel gevaarlijke als ongevaarlijke chemische producten op te slaan”, klinkt het bij Marc Ivens, CEO van Mexico Natie in Antwerpen. “Op rechteroever beschikken we over een oppervlakte van 32.000 m2 en op linkeroever zelfs over 80.000 m2. Van die laatste is driekwart in gebruik voor de opslag van gevarengoederen. Deze magazijnen voldoen aan alle wettelijke eisen voor de opslag ervan, en zijn voorzien van de nodige sprinklersystemen en gecontroleerde temperatuuronafhankelijke compartimenten.”

In het magazijn heb je werknemers die het voorbereidende werk doen en die daarvoor permanent opleidingen volgen. Producten waarvan er per week twee tanks passeren, daar hebben werknemers vanzelfsprekend al meer kennis en de nodige controle over. Wanneer er daarentegen nieuwe producten bijkomen, moet er telkens opnieuw grondig uitgezocht worden welk beveiligingsmateriaal en welke voorschriften nodig zijn.”

Voorbereidingen zijn essentieel voor het gewenste, veilige transport waar de klant op rekent.

Voor dergelijke magazijnen zijn naast een volledige technische installatie ook de nodige vergunningen vereist, die eveneens rekening houden met de omgeving. Binnen die gevaarlijke stoffen wordt er een verdere opdeling gemaakt tussen verschillende categorieën. “Je mag niet zomaar alle stoffen door elkaar opslaan, distribueren of klaarzetten voor een transport. Afstandsregels moeten tevens gerespecteerd worden. Mexico Natie nv heeft bijvoorbeeld een vergunning voor gassen, ontvlambare stoffen, vloeibare en vaste stoffen, oxiderende, giftige, bijtende en milieugevaarlijke stoffen. Alleen de radioactieve en explosieve stoffen zijn uitgesloten.” Bij aanname van de goederen wordt per aanlevering nagegaan wat er mag, wat er kan en wat de precieze voorschriften zijn, om aan de grootste uitdaging te voldoen voor mens en omgeving. Dit met het doel om alles op een veilige manier tot een goed einde te brengen. “Binnen iedere tak moet elk product stuk per stuk opgevolgd worden. Natuurlijk moeten de nodige beschermingsmaterialen altijd voorhanden zijn.

Voor Mexico Natie nv is de basis in de logistiek de opslag, het lossen en laden van goederen en het containertransport in de haven. Vooraleer de goederen vertrekken naar de eindklant ondergaan ze allerlei bijkomende bewerkingen, zoals herverpakken, hermerken, staalname, uitsorteren of orderpicking. Eveneens worden alle douanedocumenten

en bijhorende formaliteiten in orde gemaakt. De verdere distributie wordt meestal uitgevoerd door gespecialiseerde distributiebedrijven. “We zijn gespecialiseerd binnen onze activiteiten, bijvoorbeeld in ADR-parkeerplaatsen en ISOtankcontainers. We faciliteren de opslag van tankcontainers met de mogelijkheid om de inhoud hiervan te verwarmen. Dat is een service die we leveren als toegevoegde waarde”, aldus Ivens. Een specialisering kan zich uiten in de verwerking van sommige producten voor de distributie. Ook hiervoor zijn de veiligheidsvoorschriften extreem belangrijk. “Sommige producten en stoffen moeten opgewarmd worden voor je ze kunt herverpakken, blenden of mengen. Dit gebeurt vóór de distributie, en dus komen er nog andere aspecten bij het proces kijken. Die voorschriften en juiste veiligheidsmaatregelen zijn hier opnieuw van groot belang, omdat dit type verwerking vanzelfsprekend complexer is dan de pure opslag ervan.” Tot slot is ook de tijdspanne een factor om rekening mee te houden. Het transport moet binnen de vooropgestelde periode op een zo veilig mogelijke manier verlopen. “Als specialisten in dit vak reageren we op de vraag van de klant, en zijn we voorbereid op elke mogelijke situatie. Wanneer we een opdracht van een partner krijgen, zorgen wij ervoor dat de producten in de grote of kleine verpakkingen, volgens opdracht, op tijd klaarstaan. We werken hier standaard volgens het Just In Time ( JIT)-principe. Alles gebeurt op afspraak, volgens de lopende systemen en afgesproken specifieke maatregelen. Een efficiënte planning staat vooral voorop, om dit binnen de vooropgestelde termijn en op een veilige manier te realiseren. Met chemie heb je natuurlijk altijd die afstand nodig naar veiligheid toe, maar die wordt vanzelfsprekend mee in de planning opgenomen. Voorbereidingen zijn essentieel voor het gewenste, veilige transport waar de klant op rekent.”

Mexico Natie nv in Antwerpen is een dynamisch bedrijf, opgericht in 1871, en sinds 1985 actief als polyvalente logistieke specialist. Elke dag bieden ze via de Haven van Antwerpen geïntegreerde oplossingen aan. Hierbij wordt telkens op de meest veilige manier gewerkt. Hun expertise reikt van de opslag tot de behandeling en het transport van zowel gevaarlijke als niet-gevaarlijke goederen, waaronder chemische stoffen, staal- en houtproducten, voeding en algemeen cargo. Ontdek hun logistieke services en het gespecialiseerde aanbod op www.mexiconatie.com.


6 SUPPLY CHAIN

FOKUS-ONLINE.BE

Technologie en data veroveren de logistieke wereld (en dat is geen slechte zaak) Het beheersen en aansturen van de supply chain is steeds meer een kwestie van technologie, dataverwerking en AI. Dat zorgt potentieel voor een enorme waaier aan nieuwe mogelijkheden, maar dat legt – zeker in eigen land – ook onze logistieke kwetsbaarheden bloot.

W Logistiek in de maatschappij In België werken meer dan 180.000 mensen in de transport en logistiek. Een veranderend verwachtingspatroon is dat werknemers meer flexibiliteit en nauwgezetheid in leveringen willen. Nieuwe technologieën worden volop ontwikkeld en ingezet om hieraan te kunnen voldoen. Maar niet zonder gevaar: bepaalde sociale verworvenheden en de positie van vele werknemers in de sector komen onder druk te staan. De opkomende ‘technologische revolutie’ biedt wel een waaier aan nieuwe economische mogelijkheden.

Impact coronacrisis Wereldwijde supply chains kwamen duidelijk onder druk te staan, en regionalere ketens staan opnieuw op de voorgrond sinds de crisis. Daarnaast staat performantere data-analyse nagenoeg overal bovenaan het prioriteitenlijstje, wat heel wat kansen biedt aan kleinere start-ups in de logistieke sector. Diverse technologische trends moeten hun potentieel echter nog waarmaken: de ontwikkeling van zelfrijdende auto’s en drones verloopt bijvoorbeeld langzamer dan gedacht.

einig sectoren ondervinden meer rechtstreekse impact van technologie dan de logistieke wereld. De veranderende noden en verwachtingen doen hier volop grijpen naar nieuwe mogelijkheden. Zo introduceerde DHL in Duitsland onlangs zelfs drones als pakketbezorgers op de Waddeneilanden. “Door corona merken we dat zelfs de meer terughoudende spelers gingen inzetten op digitalisering en technologische vernieuwing in de supply chain. Dat zie je bijvoorbeeld ook in de uitrol van de vaccinatiecampagne”, zegt Roel Gevaers, logistiek innovatiemanager en professor transporteconomie (UAntwerpen). Onderzoekers voorzien door deze ontwikkelingen de komende jaren zeer ingrijpende veranderingen in de rol van logistiek personeel. Waar zij zich traditioneel bezighielden met het verwerken van informatie, wordt dit soort taken steeds prominenter overgenomen door slimme technologie. Bijgevolg kan het beschikbare personeel zich dus meer gaan toeleggen op het interpreteren van de beschikbare informatie. De werkzaamheden verschuiven zo van uitvoerend naar meer strategisch. “Voorlopig is het nog moeilijk om de precieze skill set van de planners van de toekomst in kaart te brengen. Momenteel denken we volop na over de vaardigheden van het logistiek personeel van morgen”, vertelt Alejandra Cabos Rodríguez, onderzoekster aan het Research Centre for People in the Smart, Digitised Supply Chain van de Vlerick Business School. Aan de vele kansen die data bieden zit voor logistiek personeel ook een bedreiging verbonden. “Door de technologie kom je in een wereld van permanente bijscholing terecht”, verduidelijkt Gevaers. Al mag dit ook niet overdreven worden. “Een groot deel van de huidige beroepsbevolking is beginnen werken voor er sprake was van computers op de werkvloer. Ook zij hebben de overgang gemaakt.” Cabos deelt deze overtuiging. “Technologie is steeds in beweging en dat heeft altijd al een impact gehad op de rol van de mens.”

Momenteel denken we volop na over de vaardigheden van het logistiek personeel van morgen. — Alejandra Cabos Rodríguez, Vlerick Business School

Een heel belangrijke stimulans voor deze evolutie is de klimaatuitdaging. Meer automatisatie staat immers gelijk aan een hogere efficiëntie. “Een vrachtwagen op de Europese snelwegen is gemiddeld voor 56 procent gevuld. Daar kan technologie dus echt wel helpen”, verduidelijkt Gevaers. “Het verduurzamen van transport en logistiek komt op de lange termijn neer op het inzetten van de juiste technologieën en dataverwerkingssystemen.” Bovendien kan ook het sociale aspect van het klimaatvraagstuk beter worden aangepakt met behulp van technologie. “Dankzij tracking kunnen de werkomstandigheden binnen de volledige supply chain beter in kaart worden gebracht. Die verhoogde transparantie is zeer waardevol in de strijd tegen sociale wantoestanden. Ik denk bijvoorbeeld aan sectoren zoals mode of visvangst”, vult Cabos aan. Veel positief nieuws dus, al dient er vanuit economisch standpunt wel een belangrijke kantte-

kening te worden gemaakt. Deze vernieuwingen vergen immers enorme investeringen. Hierdoor zijn de grote multinationals gevoelig in het voordeel. “Ik deel zeker de bezorgdheid dat dit voor de kleintjes soms een heel moeilijk verhaal is”, aldus Gevaers. België, kmo-land bij uitstek, loopt vandaag bijgevolg duidelijk achter wat betreft deze ontwikkelingen. “Veel kmo’s zetten vandaag nog onvoldoende in op dataverwerking. Het gebeurt nog te veel op basis van buikgevoel.” Toch biedt net deze achterstand ook kansen. “De sterke onderzoeksinstellingen in ons land zorgen voor boeiende spin-offs en start-ups, die vaak heel goede technologie ontwikkelen”, verduidelijkt Gevaers. “Als kmo over dit muurtje durven kijken kan een goede enabler zijn om op het vlak van technologie en dataverwerking een vuist te maken tegen het grote geweld van de Amazons van deze wereld.” Door Bavo Boutsen


#FOKUSINDUSTRIE

MELOTTE • BRAND REPORT 7

Het groeipotentieel van 3D-printing voor de maakindustrie Industrie 4.0 is een trein die ongestoord verder dendert. Steeds meer bedrijven investeren om de rit te maken. De digitalisering van de industrie is veelomvattend: Internet of Things, slimme fabrieken, big data en connected productieprocessen. In kader van dat laatste draagt additieve manufacturing, 3D-printen, een enorm potentieel in zich. Peter Perremans, CEO van Melotte, legt uit.

I

ndustrie 4.0 gaat over het optimaliseren van het productieproces op basis van de mogelijkheden die digitalisering biedt. Daarin schuilt een groot potentieel voor additieve manufacturing. “Er zijn drie belangrijke voordelen die 3D-printen met zich meebrengt”, legt Perremans verder uit. “Om te beginnen heb je een veel grotere vormvrijheid, met een volledige focus op het realiseren van de functionaliteit. Daarnaast laat de techniek toe om verschillende onderdelen in één te integreren. Waar we vroeger acht componenten nodig hadden voor de realisatie van een bepaalde functie, integreren we dat vandaag in één onderdeel, met een nauwkeuriger ontwerp tot gevolg. Dat bespaart tijd en je reduceert het aantal mogelijke fouten dat er gemaakt kan worden.” Het derde grote voordeel van 3D-printen gaat over de gewichtsbesparing. Een hydraulisch

blok wordt via klassieke productietechnieken typisch uit een massief blok gemaakt waarin verschillende gaten worden aangebracht. Met 3D-printing wordt dat blok herleid tot buisjes die via een verstevigende structuur aan elkaar worden verbonden. Zo krijg je een veel lichter hydraulisch blok, en dat is voor de transportsector een immense meerwaarde. “We maken ook flowreactoren: dunne buisjes die een erg complexe baan volgen. Vroeger werden die één voor één aan elkaar gelast, met risico’s op lekken ten gevolge. Vandaag kan dat eenvoudig opgebouwd worden met een 3D-printer.” Het is een veelbelovende productietechniek, maar zal 3D-printing de maakindustrie grondig hervormen? “Additieve manufacturing is een volwaardige productietechniek met een enorm potentieel”, bevestigt Perremans. Al zijn er ook obstakels. Metaalprinters zijn nog

steeds duur, een 3D-printer voor kunststof is daarentegen veel goedkoper. “Daarbij komt dat we vaak met gevaarlijke stoffen werken. We moeten de nodige maatregelen nemen naar onze werknemers toe, maar missen daar toch veiligheids- en gezondheidsrichtlijnen.” Ook het gebrek aan een standaard certificatieproces bemoeilijkt het proces. Melotte geeft zelf sinds kort opleidingen aan geïnteresseerde klanten. “Bedrijven zien de businessopportuniteiten van 3D-metaalprinting, maar denken nog te vaak in termen van klassieke productieprocessen. Je kunt niet alles printen zoals het geproduceerd wordt door klassieke technieken, zoals draaien, frezen of vonken. Het vereist een ander soort ontwerp en een andere manier van denken. Bovendien duurt het proces langer. Voor eenvoudig blok met enkele gaten, ben je sneller klaar met de

klassieke fabricagetechnieken dan met een printer die daar gemakkelijk vier dagen over doet.” De 3D-printtechnologie biedt een grote meerwaarde mits het dus wordt ingezet voor de juiste producten en toepassingen. Bovendien is de techniek complementair met de klassieke productietechnieken. “We laten zien wat wel en niet kan. Een onderdeel kan bijvoorbeeld best worden gefreesd, terwijl het andere kwalitatief beter is wanneer het wordt geprint.” “Vooral de automobielindustrie en luchtvaartsector zien toekomstmuziek in 3D-printtechnologie”, sluit Perremans af. De vormvrijheid en gewichtsbesparing zijn daarbij doorslaggevend, die het mogelijk maken dat de techniek op een steeds grotere schaal wordt toegepast. “Zo dalen de prijzen en kan 3D-metaalprinting zijn potentieel in de maakindustrie waarmaken.”

Melotte is van bij de opstart in 1965 een gereedschapsmakerij. De onderneming is gevestigd in Zonhoven en produceert gereedschappen en tools voor derden. Doorgaans zijn dit nauwkeurige onderdelen in kleine series, meestal met complexe vormen uit moeilijk bewerkbare materialen. Als toolleverancier is het bedrijf een pionier in het 3D-printen van metalen onderdelen. Samen met de klant denken ze een goed werkend proces uit.

Nieuwe fiscaliteit en subsidies versnellen slimme e-mobiliteit Laadinfrastructuur en rijbereik waren tot voor kort een achilleshiel voor elektrisch rijden. Nu de ontwikkeling van het netwerk en de verhoging van de energie-inhoud van de batterijen op kruissnelheid zitten, richten providers de aandacht maximaal op slimme digitale toepassingen. Rond 2025 zullen elektrische auto’s wereldwijd bijna overal goedkoper zijn dan alternatieven op traditionele brandstof. Recente voorspellingen van de federatie EV Belgium (www.ev.be) geven aan dat in 2030 meer dan één derde van de personenauto’s op de Belgische wegen op elektriciteit rijdt. Deze evolutie wordt momenteel verder voortgestuwd door de fiscale hervormingen voor bedrijfswagens die de federale regering recent heeft goedgekeurd. “De optimalisatie van de technologie, de grotere capaciteit van de batterij en de fiscale regels voor bedrijfswagens geven een enorme boost aan de verdere ontwikkeling van het EV-verhaal (Electric Vehicle), vervolledigt ABB Business Lead e-Mobility Steven Van Deun de voorspelling. “De uitrol van het laadpuntnetwerk zal daarbij cruciaal worden, en wordt ondertussen ook gestimuleerd via specifieke maatregelen door de verschillende overheden.” ABB was op vlak van EV-Charging voornamelijk gespecialiseerd in de zwaardere vermogens. Nu gaat de fabrikant uitdrukkelijk de richting uit van de residentiële en particuliere markt. “Welke oplossing we aanbieden, hangt volledig af van context en gebruik.” Het laadpuntnetwerk langs autowegen bestaat voornamelijk uit krachtige DC-laders op gelijkstroom. Bestuurders kunnen

PUB-smartmediaagency.com/fokus-industrie/.indd 1

er hun wagen op slechts 15 tot 20 minuten bijna volledig opladen. De Terra AC Wallbox op wisselstroom is dan weer aangepast aan een thuis- of kantooromgeving, waarbij de auto kan opladen terwijl de gebruiker slaapt of werkt, maar waar de technologie in de wagen de laadsnelheid meestal beperkt tot 11kW of minder. Ook een Terra DC Wallbox kan een flexibele oplossing zijn om thuis de elektrische wagen op te laden, en wel aan een gegarandeerd piek vermogen van 24kW. Dit betekent in de praktijk dat er meer dan 120km rijbereik per uur toegevoegd wordt in de batterij.

een voertuig op te laden, of de batterij van het voertuig zelfs energie levert aan het gebouw. De match tussen technologische ontwikkeling en digitaal gebruiksgemak is volgens ons de toekomst.

“We zien dat mensen vragen hebben over welke oplossing het best bij hen past”, merkt David Vanwelden op, productspecialist EV Charging bij ABB. “De belangrijkste overwegingen: welk vermogen moet ik hebben in mijn gebouw of woning om zo’n laadpunt te plaatsen? Welke impact heeft een elektrische wagen op mijn verbruik? Intelligent omspringen met energie is een grote bezorgdheid bij gebruikers.” “We gaan meer en meer naar slimme digitale toepassingen om het energieverbruik te meten en beheren”, pikt Van Deun in. “Met een dynamisch loadmanagementsysteem kunnen gebruikers energiepieken opvangen zodat het volledige huis niet in het donker komt te staan omdat de hoofdautomaat tript, en in de toekomst om het vermogen te beperken zodat het laagste distributietarief betaald wordt.” Het grotere kader is de digitale wereld waarin we ons vandaag bevinden, duiden beide experts. “Slim gebouwbeheer betekent dat we naar een integraal concept gaan, waar bijvoorbeeld ook zonnepanelen ingezet worden om de batterij van

24/06/2021 17:14


8 CIRCULAIR

FOKUS-ONLINE.BE

De vier pijlers van een circulaire economie Een circulaire economie is een gesloten economisch systeem dat duurzaam gebruik van grondstoffen vooropstelt. Energie uit hernieuwbare bronnen wordt zo volledig mogelijk opnieuw opgenomen in het productieproces. Hiermee onderscheidt het zich van een lineaire economie waarbij opgebruikte bronnen als afval achterblijven. De circulaire economie is een na te streven doel, ook al is complete circulariteit niet altijd even gemakkelijk te bereiken.

1.

2.

3.

4.

Hernieuwbare energie

Ketensamenwerking en natuurlijk kapitaal

Nieuwe verdienmodellen

Productontwikkeling

De circulaire economie ziet in dat fossiele brandstoffen eindig zijn. Daarom zet ze in op hernieuwbare energiebronnen zoals de zon, wind en water. In tegenstelling tot fossiele brandstoffen zijn deze bronnen altijd beschikbaar. Zolang de zon immers schijnt, de wind waait en het water stroomt, is er energie voorhanden. Bovendien is hernieuwbare energie intussen uitgegroeid tot een van de goedkoopste manieren om elektriciteit op te wekken. Volgens mijnenergie.be komt dit doordat ze niet afhankelijk is van olieprijzen en nog steeds voor een groot deel wordt gesubsidieerd. Daarnaast groeien de investeringen in hernieuwbare energie elke dag, wat resulteert in een groter aanbod. De wet van vraag en aanbod is simpel: hoe groter het aanbod, hoe lager de prijzen. Een van de meest bekende leveranciers van hernieuwbare energie zijn zonnepanelen. Door zonnestralen in energie om te zetten, voorzien zij tal van huishoudens en bedrijven van elektriciteit. De overtollige energie kan bovendien worden opgeslagen voor later gebruik. Van afvalstoffen is geen sprake. Het materiaal waaruit de panelen vervaardigd worden is echter ook van belang. De oudste zonnepanelen zullen namelijk binnen enkele jaren aan vervanging toe zijn. Het spreekt voor zich dat die recycleerbaar moeten zijn, maar momenteel bestaan ze veelal uit toxische grondstoffen.

Binnen een circulaire economie hangen alle onderdelen samen. De afvalstoffen van het ene product worden de energiebronnen voor het volgende en ook bedrijven zelf geraken in hetzelfde proces verwikkeld door gebruik te maken van elkaars middelen. Dit is het idee van een closed loop. Een circulaire economie kent geen losse eindjes, want alle ‘eindes’, of het nu afvalstoffen of finale producten zijn, worden opnieuw in het systeem opgenomen. Dit cyclisch systeemdenken verschilt radicaal van de lineaire economie, het systeem waar we vandaag de dag nog veelal gebruik van maken, maar waar we met het oog op het klimaat best zo snel mogelijk vanaf stappen. Bij een lineair productieproces denkt men immers rechtlijnig van grondstof tot eindproduct waarbij afvalstoffen buiten het systeem vallen. Dit resulteert in afval en vervuiling. Door circulair alle aspecten van het productieproces in rekening te brengen, voorkom je dat. Op die manier houdt een circulaire economie ook het natuurlijk kapitaal in stand. Dit is de verzameling van alle stoffen die de natuur te bieden heeft en die mensen kunnen gebruiken om in hun eigen onderhoud te voorzien. Binnen de natuur hangen al deze ‘diensten’ in een nauwkeurig evenwicht. Overtollig gebruik door mensen verstoort dit evenwicht, met kwalijke gevolgen voor het milieu. Door in een kringloopsysteem ook aan de natuur terug te geven, blijft het natuurlijk kapitaal in staat ook zichzelf in evenwicht te houden.

Overschakelen naar een nieuw economisch systeem brengt heel wat veranderingen met zich mee. Niet enkel de denkwijze van bedrijven en overheden moet men aanpassen om ze mee aan boord te krijgen. Ook businessmodellen en de daarmee gepaarde inkomsten zullen grondig veranderen binnen een circulaire economie. Het mediabedrijf Greenbizz Group onderzocht dit. Door bijvoorbeeld hernieuwbare bronnen in een circulair systeem te hergebruiken verhoog je voorspelbaarheid en controle. Tegelijkertijd verlaag je dus risico’s, wat de levering van producten enkel efficiënter maakt. Dit verlaagt de kosten voor bedrijven, leveranciers en klanten aanzienlijk. Bovendien bespaart het heel wat geld om afvalstoffen opnieuw in het productieproces op te nemen. Bronnen die men anders zou weggooien, krijgen een nieuwe waarde en hoeven niet opnieuw te worden aangekocht.

Ook productontwikkeling speelt een cruciale rol in een circulaire economie. Vlaanderen Circulair, het knooppunt en de inspiratie voor circulaire economie in Vlaanderen, ziet twee effecten van circulaire economie op de productontwikkeling.

Een ander nieuw idee binnen het circulair systeem is het delen en huren van middelen. In plaats van eigen stoffen aan te kopen, waarbij je rekening moet houden met zowel overcapaciteit als onderbenutting, huur je het nodige van andere bedrijven. Overschot kun je dan weer teruggeven, opnieuw investeren of verder verhuren aan andere instanties. Dit model is extra winstgevend voor bedrijven die middelen genereren met hoge productiekosten, aldus Greenbizz Group. In plaats van voor veel geld producten te blijven verkopen, verhuur je je producten waarna je ze weer terugkrijgt. Zo moet je heel wat minder produceren, wat resulteert in minder kosten en minder milieuvervuiling.

Het zogenaamde systeemdenken is nog meer doorgedreven. De ontwikkelaar stelt het hele systeem en alle onderlinge verbanden in vraag. Geen nieuwe auto designen bijvoorbeeld, wel mobiliteit als geheel herdenken, verbonden met energie, materialen, verantwoorde productie, welzijn en omgeving. Zo kom je dan tot elektrische wagens, netwerken van laadpunten en deelsystemen. De designer verlegt de focus van het product naar een product-as-a-service, waarbij de dienstverlening rond het product centraal staat. Doorheen dit denkproces is regeneratief design de heilige graal. In plaats van dat het product zo weinig mogelijk uitstoot, draagt het systeem actief bij tot hernieuwing en versterking van de planeet.

Enerzijds moet een ontwikkelaar oog hebben voor ecodesign of de levenscyclus van het product. Er wordt gekeken naar de betaalbaarheid, de nodige grondstoffen en de impact ervan. Dat analyseert men in een zogenaamde ‘life cycle analysis’. Een product dat herstelbaar, modulair, upgradable en robuust is, gaat langer mee. Doorheen die lange levensduur wordt de impact van het gebruik op de omgeving in de gaten gehouden, alsook wat er achteraf met het product gebeurt. Idealiter wordt het product of de onderdelen ervan hergebruikt of gerecycleerd.

Door Baldwin Verhoeven


De Belgische textiel-, hout- en meubelindustrie bouwt aan EEN DUURZAME TOEKOMST

© Studio Dann

“Het is onze taak als beroepsorganisatie van de Belgische textiel-, hout- en meubelindustrie om een voortrekkersrol te spelen op het vlak van circulaire economie. Maar een uitdaging is het zeker. Gelukkig worden wij en de bedrijven hierin bijgestaan door de expertise van de sectorale technologiecentra Centexbel voor textiel en Wood.be voor hout & meubel. Maar niet alleen het ecologisch-technologische verhaal moet duurzaam, ook het sociaaleconomische. Dat evenwicht is fundamenteel. Want wat zijn wij met ecologisch duurzame bedrijven die er financieel onderdoor gaan?”, zegt algemeen directeur Fa Quix.

Welke stappen worden al genomen in de textielindustrie? FQ: “De textielbedrijven zetten maximaal in op hergebruik van water, substitueren van zorgwekkende stoffen en vooral recyclage van grondstoffen. Die focus op de materialen is prioritair voor de maakindustrie. Maar het gaat verder dan dat. Zo is eco-design een hot topic: producten zo ontwerpen dat ze na gebruik gemakkelijk in de economische kringloop kunnen terechtkomen. Ook geraken nieuwe, meer duurzame businessmodellen in de belangstelling: ‘as a service’, bv.: ‘wooncomfort verhuren’ in plaats van zitmeubelen verkopen. Toegegeven, daar staan we nog maar aan het begin, maar dat evolueert allemaal snel.”

Speelt de druk vanuit het beleid? FQ: “Zeer zeker. De Europese Commissie werkt aan een actieplan voor textiel. Daarom heeft de Europese Textiel- en Modefederatie Euratex, samen met o.a. Fedustria, reeds een strategie voor circulair textiel uitgewerkt. Dat moet nog verder verfijnd worden, want dit is een materie die ’in beweging’ is. Er wordt o.a. geijverd voor een recycling hub voor textielafvalstromen teneinde een maximale upcycling en circulariteit te garanderen. Ook wordt sterk ingezet op innovatie en digitalisering. Er zal echt wel veel innovatie nodig zijn om van circulariteit een succes te maken in de textielbranche. Men mag ook niet vergeten dat ‘textiel’ véél meer is dan kleding. In België is dat maar het kleinste segment. Veel belangrijker is het woningtextiel, zoals bv. stoffen

Fa Quix, Directeur-generaal Fedustria:

“Het is onze taak als federatie om een voortrekkersrol te spelen op het vlak

van circulaire economie.

voor meubels en matrassen, vloerbekleding, en het tweede segment is het technisch textiel, bv. voor in de wagen zoals airbags, zetelstoffen en koffermatten. Die diversiteit maakt de circulaire uitdaging in textiel wel extra moeilijk.”

En welke inspanningen gebeuren er al in de meubelsector? FQ: “In de meubelsector zijn eco-innovatie, herstelbaarheid van producten, levensduurverlenging en het verkennen van andere businessmodellen maar enkele van de vele pistes. Samen met de Europese koepelfederatie EFIC (de Europese Confederatie van de meubelindustrie) werkte Fedustria aan een visiedocument, waarin de kansen en uitdagingen voor de meubelindustrie inzake circulaire economie omschreven worden. En die kansen zijn groot. Begin dit jaar trad de uitgebreide producentenverantwoordelijkheid (UPV) voor matrassen in België in voege. Fedustria nam daarom het initiatief tot oprichting van de vzw Valumat, het beheersorganisme voor de UPV voor matrassen. Dit is trouwens

een gezamenlijk initiatief van enkele matrasproducenten samen met de sectorfederaties Comeos (distributiesector) en Navem (meubelhandel). Circulariteit kan alleen maar succesvol zijn wanneer er sectoroverschrijdend gewerkt wordt. Voor Valumat is een belangrijke rol weggelegd op het vlak van eco-innovatie en design for circularity.”

Binnen de houtsector speelt het werken in kringlopen een cruciale rol in de dagdagelijkse bedrijfsvoering. Hoezo precies? FQ: “Hout is ‘het nieuwe goud’ in de wereld van de circulaire economie. Hout is een natuurlijk en klimaatvriendelijk materiaal dat zo lang mogelijk gebruikt wordt als grondstof. Daarna wordt het hergebruikt en gerecycleerd. Pas wanneer geen enkel ander gebruik als grondstof meer mogelijk is, wordt hout verbrand mét energierecuperatie. De technieken voor houtrecyclage worden alsmaar efficiënter. Daarmee is het zowat de meest hernieuwbare grondstof in de wereld. Dankzij innovaties zijn er bovendien steeds meer mogelijkheden voor het gebruik van hout in de bouw.” Fedustria vertegenwoordigt in België zo’n 1.700 ondernemingen (waarvan meer dan 90 % kmo’s zijn), die samen meer dan 36.300 directe jobs creëren en een omzet halen van 9,1 miljard euro, waarvan ca. 70 % uit export. www.fedustria.be

‘Hout. De natuurlijke keuze’ Recent lanceerde Fedustria de campagne ‘Hout. De natuurlijke keuze’. Deze heeft als doel het gebruik van hout en houten producten in ons land te promoten en de perceptie over hout te verbeteren. De focus zal hierbij liggen op klimaat en duurzaamheid, als één van de vele voordelen van het kiezen voor hout.

Meer weten? www.houtdenatuurlijkekeuze.be


10 INTERVIEW

FOKUS-ONLINE.BE

Geert Van Poelvoorde

‘Staal is niet het probleem, het levert de oplossing’ Staal is een van de belangrijkste bouwstenen van onze leefwereld. Dat schept – met het oog op de klimaatuitdaging – heel wat mogelijkheden. Staal is namelijk een uiterst duurzaam product. Geert Van Poelvoorde bouwt als CEO van ArcelorMittal Europa mee aan een groenere wereld. “Duurzaamheid is onze license to operate.” Door Bavo Boutsen Beeld Gregory Van Gansen


#FOKUSINDUSTRIE

INTERVIEW 11

I

nsiders noemen staal een cruciaal element in de strijd voor meer duurzaamheid. Wat maakt het zo interessant?

“Ten eerste is er de rol van staal in de energietransitie. Niemand betwist het belang van wind- en zonneparken. Wel, die kun je natuurlijk niet bouwen met peperkoek. Een windturbine bestaat voor meer dan 90 procent uit staal, en de structuur waarop de zonnepanelen rusten is ook made of steel. Ten tweede is staal 100 procent recycleerbaar, en dat ongelimiteerd. Er is dus geen kwaliteitsverlies bij hergebruik. Ten derde is het ook magnetisch, waardoor het heel makkelijk op te sporen en te scheiden is. Bovendien is er ook heel veel technologische innovatie aanwezig in de staalsector. De meeste stalen die vandaag geproduceerd worden, bestonden twintig jaar geleden niet. Zo zijn pakweg elektrische wagens gemaakt uit heel andere designconcepten en staalsoorten dan dieselwagens. Wanneer je met enige afstand naar het klimaatvraagstuk kijkt, merk je dus: staal is niet het probleem, het levert de oplossing.” In de perceptie is staal nochtans een ‘vuile’ industrietak. Hoe komt dat?

“De staalindustrie is en blijft zware industrie. Het proces om van erts en kool staal te maken gaat gepaard met CO2-uitstoot. Dat is een chemische realiteit. Alleen is ‘de staalindustrie’ vandaag veel meer dan een chemisch productieproces. Het vormt de basis voor tal van afgeleide producten in de automobielsector en andere industriële sectoren zoals de groene-energiesector, de bouwsector, de witgoedsector en de verpakkingssector. Wanneer je kijkt naar onze medewerkers, dan houden de meeste van onze ingenieurs zich bezig met proceskennis, automatisatie en digitalisatie. Die hightechkant van onze industrie is veel minder gekend.” De vestiging in Gent speelt een sleutelrol in de duurzaamheidsstrategie van ArcelorMittal. Is dat een bewuste keuze?

“Dat is zeker niet toevallig. De vestiging in Gent is zeer sterk gedigitaliseerd en geautomatiseerd, heeft een zeer sterk researchcenter en is ook erg goed gelegen in de Smart Delta Regio. Deze industriële havenzone heeft veel samenwerkingsverbanden tussen de (petro)chemie, energie-, staal- en voedingsindustrie, en heeft daardoor ook een enorm CO2-reductiepotentieel. Daarom is Gent altijd al een voortrekker geweest. Dat is ook zo voor de ontwikkeling van nieuwe staalsoorten of productietechnieken. Vandaag is Gent een pilootsite voor de zogenaamde ‘smart carbon route’. Het idee daarbij is om de CO2 die we uitstoten te gaan opvangen en hergebruiken. Momenteel zijn we volop bezig aan de ontwikkeling van een nieuwe installatie die de CO omzet in duurzame ethanol. Dat kan dan gebruikt worden als kerosine of voor de productie van plastic, een absolute wereldprimeur.” Wat is de grootste uitdaging waar de staalindustrie volgens jou voor staat?

“Enerzijds moeten we de effectieve recyclagegraad verder verhogen. In realiteit wordt er vandaag zo’n 20 tot 30 procent van het geproduceerde staal gerecycleerd. Dat komt doordat de wereldwijde staalvraag nog stijgt, waardoor er onvoldoende schroot beschikbaar is. Omdat er blijvend

De staalindustrie is en blijft zware industrie. Dat is een chemische realiteit. nieuw staal moet worden geproduceerd is het anderzijds dus ook onze taak om de impact van dit proces op het milieu continu te verminderen. ArcelorMittal Europa onderschrijft uiteraard de Europese Green Deal en heeft de ambitie om uiterlijk tegen 2050 koolstofneutraal te worden. We vervangen fossiele koolstof door groene en circulaire koolstof en waterstof. We engageren ons om circulaire afvalstromen te gebruiken, bijvoorbeeld afvalhout of plasticafval, en om installaties te bouwen die de koolstof vasthouden in nieuwe producten zoals bio-ethanol en synthetische nafta.” Hoe belangrijk is Europa in dit verhaal?

“Cruciaal. Voor oplossingen in het milieuvraagstuk wordt er gekeken naar de ontwikkelde landen, die welvaart hebben gecreëerd dankzij de industrie en die budget hebben voor innovatie. Dat betekent: iedereen kijkt naar Europa. Duurzaamheid is onze license to operate. Als wij het niet doen, zal niemand het doen. Tegelijkertijd zit je met de realiteit van een globale staalmarkt. Daardoor ontstaat er binnen de EU een zwaar spanningsveld. Enerzijds moet je druk creëren die groot genoeg is om ervoor te zorgen dat er verandering komt, anderzijds mag de druk ook niet ‘versmachtend’ zijn om bedrijven voldoende kracht te geven om de milieu-uitdagingen waar te maken. Want in tussentijd moet Europa ook kunnen blijven concurreren op een globale markt.” Precies daarom ijvert de staalindustrie al een aantal jaar voor een koolstoftaks voor niet-Europese spelers.

“Klopt. Europa legt aan Europese staalproducenten een extra belasting op CO2-uitstoot op. Wij zijn voor dat principe, alleen mag dat geen fundamenteel nadeel opleveren op de globale markt.

De staalimport in Europa bevat gemiddeld een hogere CO2-voetafdruk in vergelijking met de lokale Europese staalproductie, maar dient geen CO2-rechten aan te kopen. Dat leidt tot oneerlijke concurrentie. Daarom hebben wij met de staalindustrie bij de EU als een van de eersten de carbon border tax op tafel gelegd. Dit is niets anders dan een CO2-taks voor iedereen die wil importeren in Europa. Dit mechanisme dient er niet toe om de buitenlandse spelers buiten te krijgen, maar om iedereen opnieuw op een gelijk niveau te krijgen.” Waarom is het carbon border adjustment mechanism voor jullie zo belangrijk?

“Op die manier kan Europa ook buiten zijn grenzen een rol spelen. Door duurzaamheid uit te spelen als voorwaarde om te mogen exporteren, zet je ook de niet-Europese staalproducenten aan om de klimaattransitie te maken. Zo exporteer je eigenlijk je duurzaamheidsconcept. Het is een manier om de Europese economie opnieuw sterk te maken en een wereldwijde positieve spiraal te creëren. Met andere woorden: dankzij dit principe is duurzaamheid op termijn een competitief voordeel. Wat in de balans ligt, is fantastisch. Maar als we het fout aanpakken, gaat de industrie overkop.”

Smart Fact. Naar wie kijk jij op? “Naar de jongeren die de laatste twee à drie jaar de wereld duidelijk hebben gemaakt dat de klimaattransitie zeer snel moet gaan. Ik ben ervan overtuigd dat de bedrijfswereld nu het voortouw zal nemen en met échte oplossingen over de brug zal komen.”

Wie is Geert Van Poelvoorde? Het traject van Geert Van Poelvoorde startte op school, waar hij studeerde voor burgerlijk ingenieur (elektronica). In 1989 begon hij bij Sidmar, een van de voorlopers van het huidige ArcelorMittal. Tussen 2005 en 2008 ging hij van COO naar CEO van ArcelorMittal Gent. Nadien werd hij CEO van de noordelijke afdeling van ArcelorMittal Europa (vlakke staalproducten) (2009), CEO van Europese afdeling (vlakke staalproducten) (2014), en sinds februari 2021 is hij CEO van ArcelorMittal Europa. Sinds 2015 is hij ook voorzitter van Europese staalfederatie Eurofer.

ArcelorMittal ArcelorMittal is ‘s werelds grootste staalen mijnbouwbedrijf. Het bedrijf heeft vestigingen in 60 landen en heeft primaire staalproductiefaciliteiten in 18 landen. In ons land vind je vestigingen terug in Gent, Genk en Luik. De staalsector in zijn geheel is verantwoordelijk voor 7 à 8 procent van de globale CO2-uitstoot. Maar volgens cijfers van Eurofer ligt de hoeveelheid CO2-uitstoot per ton geproduceerd staal nergens lager dan in Europa.


12 KLIMAATNEUTRAAL 2050

FOKUS-ONLINE.BE

Een proces(industrie) van lange adem? De procesindustrie hoeft niet per se vervuilend en energie-intensief te zijn. Daarom levert men vandaag heel wat duurzame inspanningen. Dat moet ook, aangezien ruim 95 procent van de in Europa geproduceerde producten en goederen gelinkt is aan chemie of chemische processen.

E

nerzijds is de (proces)industrie verantwoordelijk voor significante omzet en (in)directe tewerkstelling in ons land, anderzijds is de nood aan verduurzaming groot. Zo zijn de sectoren chemie, petrochemie en staal samen verantwoordelijk voor 90 procent van de Vlaamse industriële CO2-uitstoot. De ambities zijn gelukkig even groot: zo wil de Vlaamse industrie tegen 2050 klimaatneutraal worden. Belangrijkste speerpunten: biomassa als grondstof; circulair gebruik van kunststoffen via doorgedreven recyclage; transformaties van processen via elektrificatie en gebruik van waterstof; afvang en hergebruik van CO2. Doorgedreven en zelfs disruptieve innovatie zal hierbij nodig zijn. Binnen de procesindustrie tekenen zich twee grote domeinen af waarop men winst kan boeken. De energievraag van de processen enerzijds en de grondstoffen anderzijds. Pieter Nachtergaele onderzoekt met en voor chemiebedrijf Oleon het gebruik van hernieuwbare grondstoffen en energie in de chemische industrie. “Veel traditionele chemische processen hebben een hoge energievraag”, vertelt hij. “Dat maakt ze niet per se vervuilend, omdat ze hun energiemix op verschillende manieren kunnen verkrijgen. Maar de voorbije jaren heeft de sector toch vooral ingezet op energiebesparing. Met succes: Europees gezien maakt men vandaag in de sector meer producten met minder energie.” Een mooi resultaat, maar geen reden om op onze lauweren te rusten. Jan Van Havenbergh is directeur van Catalisti, de speerpuntcluster van chemie en kunststoffen die bedrijven, kennisinstellingen, universiteiten en overheid samenbrengt rond innovatie en verduurzaming. Daarnaast is Catalisti regisseur van het Moonshot-innovatieprogramma,

tegelijkertijd warmte en elektriciteit produceren”, zegt Nachtergaele. “Daarnaast kijkt men naar elektrificatie van processen, waarbij je elektriciteit uiteraard bij voorkeur uit hernieuwbare bronnen wint. Voor sommige processen is er ondertussen ook een biotechnologisch alternatief, die mildere procescondities vereisen, waardoor hun energievraag lager is.”

De chemische procesindustrie is essentieel om een duurzame ontwikkeling van onze maatschappij te garanderen. — Jan Van Havenbergh, Catalisti

geïnitieerd door de Vlaamse overheid en ondersteund door VLAIO. Dat wil de hierboven vernoemde klimaatdoelstellingen voor de chemie, petrochemie en staalindustrie tegen 2050 helpen realiseren. “Het laaghangend fruit is ondertussen geplukt”, vertelt hij. “Vooral omdat de chemiesector al decennialang werkt aan het terugdringen van zijn eigen energie- en grondstoffenverbruik. Maar ondanks de geboekte winsten blijft het doel om de efficiëntie op dat vlak verder

op te drijven, al wordt het steeds moeilijker om dat beter te doen. Vandaar dat nieuwe technologieën, producten, grondstoffen en productieprocessen nodig zijn om de nooit geziene maatschappelijke klimaat- en energieuitdaging te realiseren.” Toch blijven de opportuniteiten zich aandienen. “Zo kunnen we het gebruik van fossiele brandstoffen al sterk reduceren door het inzetten van warmtekrachtkoppelingsinstallaties die

Ook het gebruik van fossiele, klimaatbelastende grondstoffen wordt in vraag gesteld. “Hier kijken we naar alternatieven die uit biomassa worden gewonnen”, aldus Nachtergaele nog. “Zo gebruikt Oleon vandaag al koolzaadolie en zonnebloemolie. Maar ook hout en zijstromen uit de landbouw zijn een optie. Ook de koolstof die men uitstoot als CO2 tijdens industriële processen kan men terug als grondstof gebruiken.” Al van in de ontwerpfase van een product kun je nadenken over hoe het einde van de levenscyclus een tweede leven kan krijgen, of over meer procesefficiëntie. “Als geen ander bezit de chemie knowhow over moleculen en materialen, en chemische en biotechnologische processen”, aldus Van Havenbergh. “Zo kan chemische recyclage kunststofafval ontbinden tot op moleculair niveau, om zo herbruikbare grondstoffen te leveren voor de chemiesector.” “De chemische procesindustrie in Vlaanderen is essentieel om een duurzame ontwikkeling van onze maatschappij te garanderen”, besluit Van Havenbergh, “omdat de producten bijdragen aan het invullen van zowat alle maatschappelijke behoeften – van de meest elementaire tot de meest gesofisticeerde.” Door Hannes Dedeurwaerder


IJSFABRIEK STROMBEEK :

RUIM EEN EEUW ERVARING IN GASSEN

Industriële gassen als zuurstof, stikstof of argon hebben zeer brede toepassingsgebieden in de industrie, de voeding en de medische wereld. Bij IJsfabriek Strombeek hebben ze meer dan 100 jaar ervaring met deze toch wel uitzonderlijke producten. De geschiedenis van IJsfabriek Strombeek gaat terug tot 1904, toen het bedrijf werd opgericht door de overgrootvader van huidig directeur Dieter Soens. “Het eerste succesproduct was ijs”, vertelt hij. “Vandaar ook de naam. Dat was in die tijd erg populair om voedsel te koelen. Koelkasten, laat staan diepvriezers, bestonden immers nog niet. Op een bepaald moment wordt het productenpalet uitgebreid met CO2-flessen die aan cafés werden geleverd om bier te kunnen tappen. Dat gamma aan gassen werd snel uitgebreid, omdat mijn grootvader bij een reis naar Amerika de opkomst van de koelkasten had gezien. Hij vermoedde dus dat de vraag naar ijs zou afnemen. Na de oorlog werd bijvoorbeeld de verkoop van zuurstof en acetyleen heel belangrijk. Dit wordt gebruikt bij het lassen en dat werd in de jaren na de oorlog – de wederopbouw – natuurlijk enorm veel gedaan.”

Tegelijk blijft uiteraard ook zuurstof, die klassieker, in het gamma. “We bevoorraden een vijfendertigtal ziekenhuizen over heel België met zuurstof”, legt Dieter uit. “We hebben daar natuurlijk ook de nodige certificaten voor gekregen van de overheid. Net als bijvoorbeeld argon of stikstof fabriceren we die zuurstof niet zelf. Onze toegevoegde waarde ligt wel duidelijk in de kwaliteitsgaranties die we kunnen bieden bij het verwerken van de zuurstof op flessen. En in de scherpe prijs die we kunnen aanrekenen, uiteraard.”

ding van de opslagcapaciteit noodzakelijk was om de toevoer naar het ziekenhuis te garanderen. Bij het overgrote deel van de ziekenhuizen was het voldoende om het aantal leveringen te verhogen.” Essentieel bedrijf IJsfabriek Strombeek werd tijdens de pandemie ook beschouwd als een “essentieel” bedrijf. Het heeft dus altijd kunnen doorwerken. “En gelukkig maar”, zegt Dieter, “want het was op sommige momenten alle hens aan dek. Nu nog, trouwens. Wij verdelen bijvoorbeeld ook droogijs en dat is een van de methodes die gebruikt wordt om de koeling te garanderen bij het transport van vaccins. Bij diverse klanten in de logistieke koudeketen merken we ook een verhoogde vraag naar droogijs. Gelukkig zijn wij, vergeleken met veel van onze concurrenten, een klein, familiaal bedrijf dat snel en flexibel kan schakelen. Onze mensen hebben tijdens de crisis zeer veel bereidwilligheid getoond, met alle respect voor de coronamaatregelen, natuurlijk. Daar ben ik hen ook dankbaar voor.” Lachgas? Niet om te lachen

Lasersnijden Momenteel verdelen de honderd werknemers van IJsfabriek Strombeek al lang niet meer alleen zuurstof. Het gamma bestaat uit tientallen gassen en gasmengsels voor een breed gamma aan toepassingen, dat gaat van helium en argon over stikstof, perslucht en lachgas tot medische gassen. “De maakindustrie, de voedingsindustrie, de tuinbouw en de medische sector zijn zo typische klanten van ons”, vertelt Dieter. “Helium wordt bijvoorbeeld niet alleen gebruikt om ballonnen te vullen, maar dient in laboratoria als draaggas voor chromatografie, bij lasersnijden als hulpgas, bij TIG-lassen als beschermgas en bij lekdetectie. Stikstof wordt dan weer gebruikt in diverse toepassingen in zowat alle sectoren, bijvoorbeeld als verpakkingsgas of als inert gas in de chemische industrie. Het aantal toepassingen is echt enorm.”

De huidige coronapandemie heeft de nood aan zuurstof in ziekenhuizen zelfs nog extra aangescherpt. Ook bij IJsfabriek Strombeek was de hausse voelbaar. “Bij sommige ziekenhuizen lag het verbruikte volume vijf tot soms tien keer hoger dan normaal”, vertelt Dieter. “Bij enkele ziekenhuizen was de stijging dermate groot dat een uitbrei-

WWW.IJSFABRIEKSTROMBEEK.BE

Om af te sluiten, nog een praktische vraag. Industriële gassen moeten soms wel met de nodige omzichtigheid behandeld worden. Mag iedereen die zomaar kopen? “In de overgrote meerderheid van de gevallen mag dat”, zegt Dieter. “Voor industriële gassen verkopen we bijvoorbeeld regelmatig rechtstreeks aan particulieren, meestal aan mensen die thuis een lastoestel hebben staan. Uiteraard geldt dat niet voor medische gassen, hiervoor zijn specifieke toelatingen nodig en verloopt de aankoop op doktersvoorschrift en via de apotheker. Een belangrijke uitzondering is lachgas. Omdat dat een hallucinerende werking heeft, wordt dit enkel aan professionele gezondheidswerkers of B2B verkocht. Je moet dus echt wel een goede en gemotiveerde reden hebben om dat bij ons te kopen.”


14 PROFIELEN

FOKUS-ONLINE.BE

De industrie verandert, de ‘war for talent’ gaat onverminderd voort Dat onze industrie pijlsnel evolueert ondervinden we elke dag. Daarom is er ook steeds nood aan nieuwe profielen. Analyses wijzen steeds duidelijker op een heuse ‘war for talent’ in de industriële wereld. Uit de lijst met knelpuntberoepen blijkt dat meer dan de helft van de top 10 bezet wordt door technische profielen. Wij overlopen een aantal felbegeerde functies.

1.

2.

Big data engineer

Expert onderzoek en ontwikkeling

Data zijn het nieuwe goud, zo luidt het credo. Die waarheid lijkt steeds meer te gelden in zowat elke professionele omgeving. Door de constante stroom van informatie wordt immers steeds meer gebruikgemaakt van gigantische sets data om de geleverde kwaliteit van diensten of producten te optimaliseren. Dit levert uiteraard ook nieuwe functies op. De klassieke data-analist, die zich bezighoudt met het verwerken van historische data tot bruikbare informatie, wordt steeds vaker bijgestaan door een zogenaamde ‘data scientist’. Die legt zich toe op het maken van voorspellingen door de beschikbare data te extrapoleren. Een zo mogelijk nog belangrijkere vraag in deze data driven-samenleving is: hoe komt een organisatie aan de juiste data? Wat meteen de rol van de big data engineer aangeeft. Die houdt zich bezig met het bedenken, ontwerpen en ontwikkelen van technische oplossingen die het mogelijk maken grote hoeveelheden data te verzamelen, op te slaan en te analyseren. De big data engineer ontwikkelt infrastructuren om grote datasets te verwerken. Men probeert met andere woorden algoritmes te ontwikkelen en in te passen in de bedrijfsprocessen. De steeds grotere rol die wordt toebedeeld aan AI en machine learning maakt deze profielen steeds meer gegeerd. Om aan de slag te kunnen in deze rol, moet je behalve beschikken over een zeer goede IT-kennis ook helemaal thuis zijn in de wereld van de dataverwerkingssystemen.

Wie niet innoveert, zet zichzelf buitenspel. En dus heeft elke industriële speler nood aan profielen die zich toespitsen op onderzoek en ontwikkeling. Deze experten gaan op zoek naar vernieuwende inzichten uit onderzoek en ontwikkeling binnen de eigen sector. Die vergaarde kennis proberen ze dan om te zetten naar de werkvloer, door de onderzoeksresultaten te gaan aanwenden en benutten, in de hoop zo tot betere producten of prestaties te komen. Hoe performant en vernieuwend je bedrijf ook is, het blijft een onomkeerbare waarheid dat de overgrote meerderheid van de informatie en vernieuwende ideeën zich steeds buiten de eigen organisatie bevindt. Zo kunnen zelfs de grootste farmareuzen maar een klein deel van het biologisch en farmaceutisch onderzoek in de eigen rangen organiseren. Dit is een belangrijk inzicht om de positie van al wie zich bezighoudt met O&O goed te begrijpen. Hierdoor is het namelijk zo dat O&O-profielen voornamelijk bezig zijn met het doorzoeken van al datgene wat zich buiten de eigen onderneming afspeelt, in de hoop hier zelf zaken van te kunnen overnemen en er beter van te worden. Innovatie-expert Michael Ringel beschrijft onderzoek en ontwikkeling daarom als ‘samen met je echtgenoot de opties voor het volgende huwelijk overlopen’.

3.

4.

Technicus industriële installaties

Technicus productieproces en methodes

Technologische ontwikkelingen zijn vandaag meer dan ooit de motor van vooruitgang in de industriële wereld. Een rechtstreeks gevolg is dat ook de installaties almaar complexer worden. Technici die deze toestellen kunnen onderhouden zijn daarom een cruciale schakel in zowat elke bedrijfsketen. Hierbij gaat het uiteraard zowel over onderhoudspreventie als over de meer klassieke herstellingswerken. In deze context spelen de zogenaamde PLC’s of programmable logic controllers vandaag niet zelden een hoofdrol. Dit zijn elektronische apparaten waarbij een microprocessor machines aanstuurt. In het kader van de steeds verder doorgedreven automatisatie bij installaties zijn deze van levensbelang. Vandaar dat ze niet zelden de ‘werkpaarden van de industriële automatisatie’ genoemd worden. Om deze te kunnen bedienen en waar nodig te kunnen herstellen, worden daarom heel wat opleidingen aangeboden. Om voor deze vorming te slagen, is een vergaande kennis van elektriciteit noodzakelijk. Daarnaast komt voor dit soort functies, zeker wanneer je te maken krijgt met iets oudere installaties, ook kennis van hydraulica en mechanica zeer goed van pas. Ondanks de grote nood aan deze profielen, zijn deze zeer moeilijk te vinden op de arbeidsmarkt. Zo blijkt uit rapporten van de VDAB dat er in Vlaanderen sprake is van een verhouding van een werkzoekende per twee vacatures voor deze functie.

De tijd dat alles bestond uit natuurlijk verkregen producten ligt ver achter ons. Zowat overal waar je kijkt kom je in aanraking met producten die het resultaat zijn van een productieproces waar een indrukwekkende lading knowhow achter zit. De materialen waaruit de wereld rondom ons bestaat, zijn dus het resultaat van steeds verder geoptimaliseerde realisatieprocedés. Om dit te kunnen realiseren zijn uiteraard zeer specifieke technische profielen nodig. In veel gevallen wordt in deze context ook gesproken over process engineers. Hiermee verwijst men in de eerste plaats naar de procesindustrie. Deze term wordt gebruikt om de vervaardiging van producten via chemische, biochemische, mechanische en/of fysische processen op industriële schaal aan te duiden. Een klassiek voorbeeld hierin is de staalindustrie, die er de afgelopen decennia stelselmatig in is geslaagd om de milieubelasting die gepaard gaat met het productieproces te verlagen. Dit ‘groen staal’ is het gevolg van baanbrekend onderzoek dat hernieuwbare energie en allerlei vormen van gerecycleerd materiaal probeert in te zetten tijdens het proces. Dit is grensverleggend binnen de chemische wereld, maar ook het gevolg van een doelbewuste adoptie van kennis uit andere vakdomeinen.

Door Bavo Boutsen


#FOKUSINDUSTRIE

INNOVATIE 15

Digitalisering in de maakindustrie is een noodzakelijke gamechanger De Amerikaanse denker Nassim Nicholas Taleb noemt het ‘zwarte zwanen’: totaal onverwachte gebeurtenissen die de economie op haar grondvesten doen daveren. Zoals de coronacrisis er overduidelijk één was. Binnen de (maak)industrie was een ongeziene digitaliseringsgolf wellicht de belangrijkste reactie. En die was broodnodig.

U

it een bevraging van vorig jaar van het Nederlandse Axians bij 575 medewerkers en leidinggevenden in de maakindustrie, bleek dat volgens 31 procent hun bedrijf achterliep op vlak van digitalisering en innovatie. Enigszins merkwaardig als je beseft hoeveel winst er geboekt kan worden door processen te automatiseren, met elkaar te connecteren, digitaal te versleutelen… Ook predictive maintenance van machines is dankzij digitalisering perfect mogelijk. Net als remote working, opdat ingenieurs en operatoren vanop afstand kunnen monitoren, controleren en zelfs kunnen tussenkomen in processen. En wat te denken van hyperautomatisering? Daardoor kunnen mogelijke scenario’s worden uitgewerkt via artificiële intelligentie (AI) en machine learning (ML), en kunnen experimenten worden uitgevoerd binnen de zogenaamde ‘digitale tweeling’ – of digital twin – van het maakbedrijf. Als bedrijven er bovendien in slagen om via digitale middelen de wisselwerking tussen die verschillende processen te verbeteren – planning, productie, onderhoud, supply chain, warehousing, levering –, en om zo vraag en aanbod meer dan ooit op elkaar af te stemmen, zijn de voordelen navenant: efficiëntiewinst, omzetverhoging, kostenverlaging, betere arbeidsflexibiliteit… De vraag is in hoeverre bedrijven in de maakindustrie klappen kregen door corona en hierdoor net hun plannen rond digitale transformatie moesten opbergen. Karl D’haveloose is managing director van Industrial Fairs, dat met de zopas afgelopen beurs ABISS C-levels afdelingshoofden uit alle takken uit

Jef Vandenberghe van CREAX, expert in innovatie-adviesverlening voor bedrijven in de brede maakindustrie. “Die versnelling is ook nodig, want laat ons eerlijk zijn: het is vandaag oorlog, en meer dan ooit ‘innovate or die’. Technologie en digitalisering zullen bijgevolg alleen maar belangrijker worden. Niet alleen in termen van operationele efficiëntie, maar ook om op korte en lange termijn nieuwe producten en/of processen te ontwikkelen om zowel de vraag van de markt te beantwoorden als nieuwe markten aan te boren.”

Digitalisering mag nooit het doel op zich vormen, maar moet altijd de enabler van betere oplossingen zijn. — Jef Vandenberghe, CREAX

de industrie verwelkomde die op zoek zijn naar concrete oplossingen om processen slim, veilig, geconnecteerd en digitaal te sturen: “Zoals het ernaar uitziet, gaan velen uit van een herstel in twee snelheden. Enerzijds een daling van de bestellingen van werktuigmachines en productiesystemen. Anderzijds een iets minder scherpe daling inzake industriële automatisering en digitalisering. Maar de vooruitzichten voor 2021 geven, volgens ons,

wel een vrij ambitieus verwachtingspatroon. 64 procent verwacht dat de bestellingen voor machinebouw eind 2022 terug op de precovidniveaus zitten.” Nochtans kan de huidige crisis net een opportuniteit zijn om helemaal in te zetten op digitalisering en innovatie. “Corona kan de zwarte zwaan geweest zijn die de maakindustrie nodig had in termen van digitalisering”, aldus

Het mag dus duidelijk zijn dat digitalisering niet alleen een must is, maar dat het maakbedrijven ook alleen maar voordelen oplevert. Die voordelen kun je samenvatten als efficiënter (Industry of Things), slimmer (Intelligence of Things) en veiliger (Security of Things) werken. “Het goede nieuws in dat opzicht is dat projecten voor industriële automatisering en software-integraties in de industrie nauwelijks of geen klappen lijken te krijgen”, stelt Karl D’haveloose vast. “Integratoren en specialisten die vooral industriële hightech en software-gerelateerde projecten uitvoeren hebben weinig of geen daling van nieuwe orders in de pijplijn.” Jef Vandenberghe sluit af met een nuance: “Digitalisering mag nooit het doel op zich zijn, maar moet altijd de enabler van betere oplossingen zijn. Daarom is het belangrijk altijd eerst samen te zitten en de processen grondig te bekijken en begrijpen. Pas wanneer je je probleemdefinitie en -analyse helder hebt gekregen, kun je over innovatieve oplossingen beginnen nadenken.” Door Hannes Dedeurwaerder


16 EXPERTPANEL • EMISSIEVRIJ

FOKUS-ONLINE.BE

Gestructureerd naar zero emission Weinig uitstoot is goed. Geen uitstoot is beter. Zero emission of helemaal emissievrij zijn wordt het streefdoel om de klimaatopwarming een halt toe te roepen en onze planeet te behoeden voor verdere schade. De boodschap is alvast aangekomen, want heel wat industriële omgevingen, chemische fabrieken en transportbedrijven zetten in op waterstof, windenergie of elektrische oplossingen.

Koen Baetens

Algemeen directeur Directeur Technics Real Estate & Energy bij Colruyt Group

Alex Polfliet

Marie-José Baartmans

Zaakvoerder Zero Emission Solutions

Oprichter en directeur Breytner Zero Emission Transport

Waar staan we momenteel op het vlak van zero emission-oplossingen binnen bedrijven? “Het is de ambitie van Colruyt Group om tegen 2030 onze directe CO2-uitstoot met 40 procent te verminderen ten opzichte van 2008, in verhouding tot onze omzet. We werken al tientallen jaren aan initiatieven om de uitstoot van de eigen activiteiten zo goed mogelijk te vermijden en te verminderen. Zo willen we bij het transport het aantal gereden kilometers verminderen en vervoersmiddelen met een lagere ecologische voetafdruk stimuleren. We zetten in op circulair bouwen en gaan voor fossielebrandstofvrije winkels, dus zonder verwarming op stookolie of aardgas. We verwarmen er alleen met restwarmte en groene stroom. Ten slotte zoeken we innovatieve oplossingen binnen koeltechnieken en creëren we een slim energienetwerk.”

“Bedrijven die onder ETS (Emissions Trading System) vallen, voelen de dringende noodzaak om hun CO2-uitstoot fors te gaan reduceren, zeker nu een ton CO2 meer dan 50 euro kost. Steeds meer bedrijven gaan daarom op zoek naar alternatieven voor het gebruik van fossiele brandstoffen. De technisch meest voor de hand liggende oplossing is elektrificatie, maar dat is niet voor alle processen haalbaar. Daarom wordt ook gekeken naar waterstof. Voor non-ETS bedrijven is elektrificatie wél grotendeels de oplossing. Mobiliteit en verwarming van gebouwen kunnen wel helemaal elektrisch en die omschakeling is ook aan het gebeuren.”

“Als het gaat om de implementatie binnen de transportsector dan staan we in de beginfase. Op dit moment zien we dat de truckfabrikanten met de eerste emissievrije voertuigen beginnen te komen, voornamelijk bakwagens. De trucks die op dit moment rondrijden in Europa zijn de eerste fase testtrucks van truck OEMs (original equipment manufacturers) die zijn omgebouwd door kleine conversiebedrijven. Deze vrachtwagens zijn nog in hoge mate ondersteund door subsidies vanwege de investeringen die erbij komen kijken. Op technologisch vlak zijn er wel grote sprongen gemaakt. Zo is de batterijtechnologie en snelle laadtechnologie veel verder gebracht waardoor de actieradius van voertuigen veel groter kan zijn dan drie à vier jaar geleden.”

Hoe wordt dit wel/niet gestimuleerd via de overheid? “De overheid begint systematisch emissievrije oplossingen te integreren in het beleid. Dit zien we duidelijk in bepaalde sectoren, bijvoorbeeld voor de energieprestaties van de gebouwen, het ondersteunen van hernieuwbare energie en de fiscaliteit van firmawagens. Wat nog meer zou helpen is dat de overheid een coherente en langeretermijnvisie ontwikkelt door bijvoorbeeld grenzen en normen op lange termijn vast te leggen. De maatregelen om de transitie te ondersteunen worden ook best afgestemd om bedrijven gelijke kansen te geven. Innovatie kan ook verder gestimuleerd worden en beleidsmakers moeten doelstellingen vooropstellen, maar ze moeten ook de vrijheid laten voor de technologie die gebruikt moet worden om deze doelstellingen te halen.”

“Elektrische mobiliteit wordt nu gestimuleerd door de nieuwe federale fiscale regeling met betrekking tot bedrijfsvoertuigen. Dat wordt echt een gamechanger. En op Vlaams niveau zijn er stimuli om meer laadpalen te voorzien. We zullen dit in de toekomst nog flink zien toenemen aangezien iedereen zich bewust is dat we moeten gaan naar zero emission. De rol van de overheid is cruciaal om de mindset mee te bepalen, maar het is natuurlijk interessant als er ook voor de bedrijven een extra financieel steuntje in de rug is.”

“Vanuit de EU zijn er subsidieprogramma’s die 40 procent van de meerkosten dekken. De subsidiepotten zijn echter gelimiteerd en subsidie krijg je niet zomaar. Dit zijn intensieve projecten waarin kennisdeling, rapportage en disseminatie een grote rol spelen, die kosten dan ook veel tijd. De resterende 60 procent van de extra investering moet zelf opgebracht worden en dat zorgt ervoor dat de transportkosten met emissievrije voertuigen toch nog minimaal verdubbelen. Dit maakt het lastig om partijen te vinden die bereid zijn hiervoor te betalen. Zeker als regelgeving ontbreekt. Wat mist is een structureel plan, een deltaplan waarin deze gehele enorme transitie voor de branche integraal wordt benaderd.”

Wat zijn de grootste uitdagingen bij het implementeren van zero emission solutions? “Om te beginnen is er de maturiteit van bepaalde technologieën. De nodige technologie om naar effectieve emissievrije uitkomsten te gaan is niet altijd beschikbaar of voldoende ontwikkeld. Een voorbeeld zijn elektrische voertuigen voor vrachttransport. Deze hebben een beperkte autonomie die niet toelaat om al onze filialen te bevoorraden. Daarnaast is er het economische aspect. Soms is de technologie beschikbaar maar is deze economisch (nog) niet rendabel. Een voorbeeld is de warmtepomp. Als derde is er de aanvaarding door (eind-) gebruikers: de gebruiker dient de nieuwe emissievrije oplossing te aanvaarden. En ten slotte is de stap van minder naar meer duurzaam niet altijd zo eenduidig.”

“Er moet op vrij korte termijn geïnvesteerd worden in zaken die nog niet als ‘corebusiness’ worden gezien, maar die wel noodzakelijk zijn om die corebusiness overeind te houden. En ook al zijn dergelijke investeringen lucratief – zoals zonnepanelen –, je kunt een euro maar één keer uitgeven. Daarom dat het doordacht moet gebeuren en dat er op grote schaal bekeken moet worden waar nu precies de prioriteiten liggen. Wat is snel haalbaar en wat is meer voor de middellange en lange termijn? Die balans moet goed onderzocht worden, zodat er uiteindelijk gekozen wordt voor de meest duurzame oplossingen.”

“Het ontbreken van regelgeving zorgt voor een ongelijk speelveld waardoor het lastig is de transitie echt te starten. Er rijden druppels op een gloeiende plaat rond, maar er is geen sprake van een structurele omwenteling. Wellicht rond 2025 wanneer de truck OEMs een gamma emissievrije voertuigen dienen te verkopen, dan gaan we hier iets meer van merken. Het implementeren van emissievrije voertuigen in je vloot vereist tijd, aandacht en creativiteit. Wellicht dient een planning iets aangepast te worden. Maar eenmaal geïmplementeerd en operationeel zien velen gelukkig ook de voordelen ervan in: schoon vervoer, betere luchtkwaliteit, goede rustige werkomgeving voor de chauffeur en werken met de nieuwste technologie.” Door Daan Vanslembrouck


#FOKUSINDUSTRIE

WORLEY • BRAND REPORT 17

Duurzaamheid is de toekomst Binnen Industrie 4.0 blijft de chemische nijverheid een van de belangrijkste spelers om fors in te zetten op duurzaamheid, ecologie en milieubewust investeren. Industriële bedrijven focussen steeds vaker op een doordachte toekomstvisie waarin een duurzaam beleid zich vertaalt in doorgedreven hernieuwbare grondstoffen, energie- en watermanagement.

D

uurzaamheid vormt anno 2021 mee de corebusiness van heel wat grote industriële spelers. De beweegreden is simpel: “De industrie moet oplossingen bieden om de klimaatverandering te beperken”, aldus Geert Reyniers, senior director process and technology bij Worley. Worley innoveert zelf, helpt zijn klanten innoveren en heeft een sterke visie op vlak van hernieuwbare brandstoffen, chemische bouwstenen en plastics. “Alle aspecten van een duurzaam beleid moeten maximaal benut worden om een geloofwaardige toekomst te garanderen.”

de nieuwe tendens wordt het omzetten van biomassa naar chemische bouwstenen. Concreet worden de reststromen van bijvoorbeeld pulpen papierindustrie voorlopig nog verbrand, maar samen met VITO kijken we nu hoe we uit die processen chemische bouwstenen kunnen halen. De komende jaren zullen we heel veel leren en optimaliseren en nieuwe vormen van biomassa ontdekken waarvoor weer nieuwe technologieën worden ontwikkeld. Worley is uniek geplaatst om de vertaling van dit R&D-werk naar de industriële praktijk en de opschaling van de processen te begeleiden.”

Een gamechanger is het gebruik van hernieuwbare grondstoffen voor de chemische producten en plastics voor de toekomst. “Biomassa zal daarin een belangrijke rol spelen”, vertelt Reyniers. “Het omzetten van biomassa naar brandstof is een gekend proces, maar

De hernieuwbare energiedragers staan eveneens erg hoog op het prioriteitenlijstje van de industrie. “Wind- en zonne-energie blijven interessante pistes om te bekijken binnen industriële projecten, maar waterstof wordt

ook steeds belangrijker in dit verhaal”, legt Reyniers uit. “Nieuwe technieken helpen ons om bijvoorbeeld op industriële wijze waterstof te halen uit zonne-energie en windenergie. Die waterstof kan dan als brandstof gebruikt worden voor pakweg transport. Waterstof zal in de toekomst een deel van de oplossing worden, alleen voeren we nu veel studies over het transport en de opslagmogelijkheid van waterstof. Dat is niet evident.” Waterstof kan bijvoorbeeld eerst omgezet worden naar methanol of ammoniak zodat het getransporteerd kan worden, om dan weer in een omgekeerde beweging opnieuw omgezet te worden naar waterstof. Om in de toekomst onze industrie groener in te kleuren, is ook een goed watermanagement essentieel. “Water wordt meer en meer een schaars goed”, besluit Reyniers. “Dat kan verder

gaan dan alleen te kijken naar de waterbalans om de kringloop te sluiten en het water te hergebruiken. Je kunt ook de processen om de waterbalans te optimaliseren onder de loep leggen. Daardoor kun je het watergebruik verminderen. Zo vermijd je ook dat je waterbehandelingen moet doen. Analyses op nieuwe en bestaande processen geven ons vaak nieuwe inzichten. Kijk, de methodologie die we gebruiken kun je toepassen op elke sector, maar elk bedrijf vraagt wel een unieke aanpak inzake watermanagement, naar verbruik, optimalisatie en het type water dat je nodig hebt.”

Geert Reyniers senior director process and technology

Worley België BV is een ingenieursbureau met klanten binnen de (petro)chemische sector en raffinaderijen. Zij ondersteunen hun klanten door middel van een breed advies en een diepgaande technische ervaring in meerdere projecten. Hun aanbod bevat de volledige kostberekening en engineering, het aankopen van materiaal en constructie. Zij staan bekend om hun inventieve aanpak en technologie.

“WAAR DE SCHOONMAAKPLOEG STOPT, STARTEN WIJ” Hoe reinig je industriële machines en productieomgevingen die absoluut niet met water in contact mogen komen? Door ze te droogijsstralen. Het Oudenaardse Ecotrust heeft zijn specialiteit gemaakt van deze bijzondere manier van reinigen. Commercieel-technisch afgevaardigde Els Coppens legt uit. “Droogijsstralen is eigenlijk een droge, milieuvriendelijke methode van industrieel reinigen”, steekt Els van wal. “We projecteren minuscule deeltjes droogijs ( -80° Celcius) onder hoge druk op vervuilde oppervlakten. Zo bevriezen we de vervuiling, waardoor deze krimpt en loskomt van de ondergrond. Je kunt vergelijken met zandstralen, met als grote verschil: bij droogijsstralen wordt de ondergrond absoluut niet beschadigd en er is geen straalmiddel dat ergens kan tussen kruipen. Het enige wat rest is de vervuiling.” De techniek van het droogijsstralen werd ontwikkeld door de NASA en was bedoeld voor de vliegtuigindustrie. “Iedereen verwacht dat het “ijs” gaat smelten en je dus water krijgt, maar droogijs kan niet smelten want het bestaat uit zuiver koolzuurgas. Je gebruikt het dus vooral in situaties waar je geen water kan of mag gebruiken”, zegt Els. “Bijvoorbeeld bij machines met kwetsbare elektronica, printplaten, motoronderdelen of sensoren. We reinigen zelfs elektrische installaties onder (laag)spanning! Of bij machines met moeilijk bereikbare plaatsen waar de dagelijkse schoonmaakploeg niet geraakt. Een typisch voorbeeld: voedingsmachines worden dagelijks met water gereinigd, maar onderin of binnenin de machines kan vuil zich ophopen rond elektrische kabels, op motoren,… Dat zijn situaties waarin Ecotrust met droogijsstralen een perfecte oplossing biedt.” Ecotrust heeft al bijna drie decennia ervaring in deze materie. Het perfect opgeleide team werkt dan ook voor een veelheid aan klanten.

“Chemische installaties, de kunststofindustrie, de metaalindustrie, de voedingsindustrie, maar ook bijvoorbeeld monumentenzorg en zelfs de oldtimer-branche zijn typische sectoren”, legt Els uit. “We werken 24/7 enkel voor de B2B-markt en voornamelijk in productieomgevingen. Sinds kort beschikken we ook over een klimteam om het droogijsstralen in besloten ruimtes of in uitzonderlijke situaties in te zetten. Het heeft echter geen zin om droogijsstralen te gebruiken voor de dagdagelijkse schoonmaak, dat kan je beter doen met water en zeep.” De lange expertise maakt dat Ecotrust exact weet hoe ze elke installatie, ondergrond en machine gereinigd krijgen. “Initieel zijn we begonnen als groothandel van industriële reinigingsproducten en waren we gespecialiseerd in “zware verontreinigingen”, bijvoorbeeld het verwijderen van inkten, oliën of lijmen. De wetgeving en veiligheidsnormen voor dat soort producten werd almaar strenger, zo zijn we naar milieuvriendelijkere alternatieven op zoek gegaan. En bij droogijsstralen uitgekomen.” Ecotrust voert niet enkel de reinigingen uit, maar verhuurt en verkoopt ook droogijsstraalmachines, inclusief de nodige opleiding voor een veilig en efficiënt gebruik. Verder zorgen ze ook voor de levering van alle droogijs. Els: “Geloof me: het is veel meer dan snel wat droogijs op een machine spuiten. Het is een zeer gespecialiseerde techniek. Je moet dus echt wel weten hoe je tewerk moet gaan. Ik zeg altijd: waar de schoonmaakploeg stopt, daar starten wij (lacht).”

Wilt u meer informatie over de techniek van het droogijsstralen? Neem contact op met Ecotrust via 055/30.14.44, surf naar www.ecotrust.be of mail info@ecotrust.be


18 NAWOORD

FOKUS-ONLINE.BE

Wim Vancauwenberghe

No time to waste Al van bij het ontstaan van industriële activiteiten zijn bedrijven op zoek naar de meest optimale productiemethodes. Het gevolg is een steeds verdergaande automatisering. Maar in de hedendaagse snel veranderende wereld is ook digitalisering een essentieel element geworden om concurrentieel te blijven produceren.

I

n de beginjaren van de moderne industriële productie werkte de automatisering de uniformering van de producten in de hand. Denk maar aan het befaamde zwarte Ford model T. In de tweede helft van de 20ste eeuw deden enkele belangrijke managementprincipes hun intrede om grip te krijgen op de uitdagingen die de automatisering met zich mee bracht. Denk daarbij aan principes als continue verbetering en Demings kwaliteitscirkel of Plan-Do-CheckAct-cirkel. Maar ook aan het Toyota Production System, dat later is geëvolueerd naar Lean. De 21ste-eeuwse consumentenmarkt vraagt echter hypergepersonaliseerde, innovatieve en scherp geprijsde producten. Samen met steeds kleinere voorraden in de logistieke keten en allerlei externe factoren zorgt dit voor een sterke variatie in de vraag. Dit vertaalt zich op de productievloer naar steeds kleinere productiebatches en een hoge behoefte aan flexibiliteit. Met andere woorden: er is nood aan een snel instelbaar en evolutief productieapparaat. Terzelfdertijd worden productie-ondernemingen gedwongen om zeer kostenefficiënt te werken terwijl ook aan steeds strengere normen op gebied van veiligheid, uitstoot en duurzaamheid moet worden voldaan. Om een antwoord te bieden op al deze uitdagingen is een vergaande digitalisering onontbeerlijk. Slimme algoritmes gebaseerd op artificiële intelligentie (AI) laten immers toe om ook in een erg complexe industriële setting de beproefde principes van Lean toe te passen.

Het meest bekende is productiviteitsverbetering door het elimineren van ‘verliezen’ (muda of waste). Dankzij AI is het vandaag mogelijk om continu en in realtime de productieparameters zó bij te sturen dat het energieverbruik – en dus ook de CO2-uitstoot – op elk moment minimaal blijft.

Dringend tijd om aan de slag te gaan met AI.

Een andere toepassing van AI zit in het voorspellen van aankomende storingen. Slimme algoritmes combineren procesgegevens met de data van allerhande IoT-sensoren die de conditie van motoren en andere technische componenten van een machine bewaken. Het stelt AI in staat tijdig te waarschuwen voor technische problemen. Hierdoor kan de herstelling goed voorbereid en ingepland worden. Dit is veiliger en economisch voordeliger. Investeringen in digitalisering en AI zijn trouwens niet enkel in een sterk geautomatiseerde omgeving rendabel. Onlangs publiceerde McKinsey een rapport waaruit blijkt dat ook in arbeidsintensieve productiebedrijven de productiviteit significant verhoogt door digitale analytische tools zoals AI. De impact op de rendabiliteit en de marge is met een stijging van 45 procent nog veel groter. Dringend tijd dus om aan de slag te gaan met AI. There is no time to waste! Door Wim Vancauwenberghe

directeur van BEMAS


TCS: Kranen en staalbouw met een flinke snuif engineering In 1975 beginnen Jef en Denie Timmers uit Houthalen met het bouwen van staalbouwconstructies. De twee broers hebben gouden handen én zakelijk inzicht, want terwijl ze fabriekshallen en magazijnen plaatsen, voelen ze bij hun klanten de hoge nood aan rolbruggen en kranen. Een kleine halve eeuw later is het bedrijf uitgegroeid tot een belangrijke staalbouwer én de grootste kraanfabrikant van België.

Onze 120 personeelsleden bedienen klanten uit ongeveer elke industriële sector”, zegt directeur Bert Timmers. “Van de auto-industrie over staalfabrikanten tot chemische sites en van kleine werkplaatskranen tot intensief gebruikte proceskranen. Hoe groot of klein ook, al onze producten onderscheiden zich door een zeer hoge techniciteit, wij laten er graag een flinke dosis

engineering op los (lacht). Een industriële kraan is dynamische machine, gebouwd voor efficiëntie en laag energieverbruik. Onze ervaring uit kraanbouw voor licht maar sterk ontwerp en hoge nauwkeurigheden, passen we toe in staalbouwprojecten. Beide segmenten kennen heel complementaire vaardigheden en die zorgen voor een voortdurend leerproces.” Niet alleen het vernuft van de producten maakt van TCS een buitenbeentje. Dat zit ook in de manier waarop het bedrijf zijn relatie met zijn klanten invult, zegt CEO Bert Zimmermann. “Wij willen in de eerste plaats een partner zijn voor onze klanten. Het gaat verder dan gewoon een gebouw opleveren of een kraan plaatsen. Wij willen die klant technisch bijstaan, meedenken over bepaalde oplossingen, de ROI van zijn

“Het moet de levenskwaliteit van werknemers verhogen én kostenefficiënt zijn, anders beginnen we er niet aan”

investeringen berekenen,…kortom zorgen dat zijn project de beste slaagkansen krijgt, waar ook ter wereld.” TCS zet volop in op duurzame projecten. Dat komt bijvoorbeeld mooi tot uiting op de nieuwe “Bellefleurs”-site, op de voormalige mijnterreinen van Houthalen. Daar verrijzen binnenkort drie grote residentiële projecten en een bedrijvencampus. Die laatste neemt TCS voor zijn rekening: “De Greenville Campus mikt op bedrijven die werken met duurzame vormen van technologie”, zegt Timmers. “En de noden van die bedrijven zijn zeer divers: kleine industrie en dienstverleners, magazijnen, showrooms,... Duurzaamheid vereist dat de gebouwen zo lang en intensief mogelijk hun functie blijven vervullen. Daarom zijn ze ontworpen voor goed en veilig

onderhoud, geschikt voor technologische aanpassingen, en flexibel in te richten. Zo blijven we voldoen aan de evoluerende behoeftes van bedrijven. Niet enkel die van vandaag, maar ook die over vijfentwintig of vijftig jaar.” Bovendien zal de Greenville Campus gecertificeerd worden met het BREEAM International New Construction keurmerk (Building Research Establishment Environmental Assessment Method). Timmers: “BREEAM evalueert een negentigtal duurzaamheidsparameters, zowel tijdens de bouw als tijdens de uitbating. Wat is de impact van de materialen? Hoeveel water wordt er verbruikt? Hoeveel energie? Hoe wordt afval verwerkt? Het is een heel compleet keurmerk dat met zeer veel zaken rekening houdt.”

De gezondheid en het comfort

medisch bedrijf gespecialiseerd

verlichten, op curatieve wijze reeds

tijdens industriële activiteiten:

exoskeletons”, zegt Thierry. “Via die

herstellen en mensen comfortabel

van werknemers verhogen

dan denken we in de eerste

plaats aan het ergonomisch

aanpassen van arbeidsmiddelen en de werkomgeving. Vooral technologieën die werkne-

mers zelf ondersteunen, zowel

preventief als curatief, gaan een belangrijke rol spelen.

Arbeidsverzuim effectief tegengaan

“Heel wat bedrijven proberen van-

daag in te zetten op het comfortabeler maken van fysiek zware arbeid

en het verbeteren van suboptimale

werkomstandigheden”, aldus Thierry De Winter, Sales en Marketing Di-

rector bij Dexis Belgium. “Nochtans

in orthopedische hulpmiddelen en

samenwerking zetten wij hoog in op het gebruik van exoskeletons, een

Gezondheid en kostenefficiëntie

tijdens repetitieve bewegingen,

“Het ultieme doel van het inzetten

ning als houdingsfeedback geeft

het tillen van zware lasten en ook

actief ondersteunt bij werken boven schouderhoogte. Op die manier

kunnen we doeltreffend meewerken

aan daar waar het écht pijn doet. Bij de werknemer zelf dus.”

Je moet ondersteunen

daar waar het effectief

fysiek pijn doet. En dat is bij de werknemer zelf!

Écht klaar voor de toekomst

beidsmiddelen en de werkomgeving

nieuw”, vertelt Stijn Buijsrogge,

als het over ergonomie gaat. Vooral het ondersteunen van de werkne-

mer zelf, om letsels en het daaruit

volgende arbeidsverzuim tegen te gaan, wordt nogal eens vergeten.

Dat stelt bedrijven vandaag voor een enorme uitdaging.”

“Uiteraard moeten ze die niet alleen

vertelt Thierry. “Niet alleen wordt het comfort van de werknemer

verhoogd, waardoor hij of zij naast

een verbeterde gezondheid in veel

gevallen ook een hogere efficiëntie en werkkwaliteit kan leveren. Het

biedt namelijk ook ondersteuning aan de werkgever door de verlaging van

het aantal blessures bij werknemers, de ernst daarvan en het daaraan

gekoppelde ziekteverzuim. Zo betaalt de investering zich ook snel terug.”

Product & Sales Specialist bij

aan de toenemende interesse in

Ortho-Medico. “Maar ze hebben de laatste jaren wel een enorme evolutie doorgemaakt. Het gebruiks-

gemak en de functionaliteiten zijn

enorm gestegen en ze zijn nu pas

écht klaar voor het dagelijks gebruik in zware omstandigheden.

eigen knowhow van industriële

blessures ook broodnodig. Dankzij

de kennis van Ortho-Medico, een

van exoskeletons is tweeledig”,

Allemaal zeer overtuigende ar-

En dat is gezien de nog steeds

activiteiten heeft gebundeld met

gaan hand in hand

“Exoskeletons zijn opzich niet

te lijf gaan. Daarvoor kunnen ze rekenen op een partner die zijn

aan de slag houden.”

technologie die zowel ondersteu-

merken wij vaak in de praktijk dat

de focus nog steeds ligt op de ar-

opgelopen letsels sneller helpen

hoge cijfers van arbeidsziekten en

exoskeletons kunnen wij het fysieke werk van werknemers preventief

gumenten en dat valt ook te zien exoskeletons. “Dat komt omdat we het gebruik van de exoskeleton

kunnen koppelen aan inzichten uit

industriële activiteiten. Zo verhogen we pas écht de levenskwaliteit van de werknemers en dragen wij bij

aan het verlagen van de kosten als

gevolg van arbeidsverzuim. Anders beginnen we er zelfs niet aan!”


INNOVERENDE MACHINES OP MAAT VAN DE KLANT Steeds meer bedrijven erkennen de meerwaarde van maatwerk voor hun machinebouw, automatisatie,engineering en constructiewerken. Sander Mollet, CEO van machinebouwer SMO, legt uit hoe dit bedrijf innovatieve oplossingen aanreikt bij specifieke uitdagingen, zowel groot als klein.

Elke stap in het proces in eigen beheer “Als innovatief machinebouwer ontwerpen we industriële machines, constructies en automatisaties helemaal op maat van de specifieke behoeften van de klant. Onder het motto “Alles kan” kunnen wij in bepaalde gevallen ver gaan. Alles gebeurd in-house bij SMO. We beheersen elke tussenstap van het proces: Van concept, 3D ontwerp, sterkteberekening, laswerken, verspaning, montage, programmatie, … tot dienst na verkoop. Uiteraard kunnen we u deze diensten ook afzonderlijk aanbieden. De service van SMO loopt nog verder na de installatie van het project. Klanten kunnen ook bij ons terecht voor fine-tuning, herstellingen en opleidingen. Met een team van 20 ingenieurs en in totaal bijna 50 werknemers staan we klaar om elk project tot een goed eind te brengen.”

kan er ook een testopstelling gebouwd worden om de verdere uitwerking bij te sturen. Daarnaast zijn er ook 3D-simulaties mogelijk om de klant een beter inzicht te geven in het eindresultaat. SMO heeft reeds veel ervaring met het bouwen en optimaliseren van prototypes. We blijven optimaliseren totdat zowel wij als de klant tevreden zijn over de machine op maat.

4.0 verhaal. Vroeger was een robot niet flexibel in het uitvoeren van taken, tegenwoordig lossen we dit op met beeldverwerking en beeldanalyse. Camera’s in de machine voorzien de robots van informatie, die informatie wordt dan in real-time begrepen door de artificiële intelligentie. De positie herkennen van een product op een transportband en het opnemen en verplaatsen, de groei van planten analyseren en automatisch irrigeren, kwaliteitscontrole, … de mogelijkheden van robotica met beeldanalyse en beeldverwerking zijn eindeloos.”

Indien het prototype goedgekeurd is, kan SMO ook verder gaan. Als machinebouwer beschikken wij over al het nodige om een project volledig intern te realiseren. Onze ateliers zijn zodanig ingericht dat we nagenoeg alles zelf kunnen maken. Zo kunnen wij een korte doorlooptijd van uw project garanderen. Daarnaast beschikken we ook over de ruimte en capaciteiten om de machines op maat in ons eigen atelier op te bouwen en in orde te stellen.

Veelzijdigheid als troef

Automatiseren met slimme robots “Met SMO specialiseren we ons op het vlak van verregaande automatisaties met robots en visiesystemen. Industriële automatisaties zorgen voor hogere efficiëntie of productiviteit en lagere arbeidskosten voor de klant. Bedrijfsautomatiseringen zijn doorgaans verbeteringen tijdens het productieproces die bekomen worden door standaard mechanische bewegingen in combinatie met sensoren en een sturing via PLC. Laat ons zeggen dat we helemaal mee zijn in het Industrie

SMO.BE

“Onze sterkte is onze veelzijdigheid. Van ruwe industriële machines tot spitstechnologie, of van automatische transportsystemen tot professionele laswerken. De veelzijdigheid komt ook terug in de sectoren waarvoor we reeds projecten hebben gerealiseerd. Tussen onze referenties staan onder andere multinationals als Coca-Cola, Hilti en Philips maar ook Kmo’s en startups zijn meer dan welkom met hun projecten. Alles start bij de engineering. Elk project krijgt zijn eigen verantwoordelijke toegewezen uit ons ingenieursteam. Hierbij start een nauwe samenwerking van de eerste schetsen tot aan de installatie van de machine. Het idee wordt samen met de klant uitgewerkt tot een realistisch concept. Om de theorie met de praktijk te staven

Innovatie blijft de rode draad. We maken dan ook gebruik van de nieuwste software, hardware en technieken. Daarom zijn we zeer geïnteresseerd in mensen met problemen waarvoor nog geen oplossingen bestaan. Voor dit soort klanten creëren wij systemen en machines die dit probleem van de baan helpen met vernieuwende en efficiënte oplossingen. Het spreekt voor zich dat het aangaan van zulke uitdagingen een gezonde portie lef vereist. Trial and error maken deel uit van dit proces en dragen net bij tot onze verregaande expertise. Het innovatief karakter van SMO werd ook al meermaals beloond met een award.”