Fokus Healthcare

Page 1

D I T D OSS I E R WO R DT G E P U B L I C E E R D D O O R S M A RT M E D I A E N VA LT N I E T O N D E R D E V E R A N T WO O R D E L I J K H E I D VA N D E R E DACT I E VA N D E STA N DA A R D

FEB ‘21

HEALTHCARE

Alexander Alonso Ongeziene veerkracht, door iedereen gezien

Wat de pandemie ons leert Digitale zorg, psychologische steun en buddy’s

Karel Van De Sompel ‘Samen’ werkt

Steven Van Gucht met vitamine D !

800 400 600

400 600

Versterk uw weerstand

600

”Deze crisis was vooral een belangrijke les in kwetsbaarheid, het Westen was te zelfgenoegzaam geworden.”

DAN é FON T / rim

e

DANT / .FON ✹

G-tablet / ✹ TIN

EL

e

Pour chaqu

verhoogde behoeften

1000 800 400 600 2000

1000 800 400 600

jd

V o o r lk e lee e

âg

1 com p

Bij uw apotheker

-tablet / ✹ ELT

fti

1 SM

0 - 12 j. 12 - 60 j. 60+ j.

om te starten bij groot tekort


2 VOORWOORD

FOKUS-ONLINE.BE

Alexander Alonso

Ongeziene veerkracht, door iedereen gezien Het is indrukwekkend om te zien hoe mensen tijdens deze crisis boven zichzelf uitstegen en tot op vandaag het beste van zichzelf blijven geven. Maar dé helden zijn voor mij toch de zorgverleners. Vooral omdat zij, ondanks de vaak grote risico’s, altijd op het welzijn van anderen waren gericht.

L

etterlijk iedereen voelt een zekere impact van deze pandemie, maar de getoonde veerkracht en de snelheid waarmee er wordt geschakeld is ongelooflijk. Ik zie daarom verschillende groepen helden uit de crisis komen. Ten eerste de mensen die in geen tijd het geweer van schouder wisten te veranderen: horecaondernemers die alles op alles zetten om takeawaymaaltijden mogelijk te maken, textielbedrijven die zich heroriënteerden en massaal mondmaskers produceerden, evenementenbureaus die aanboden logistiek te helpen bij het opzetten van testdorpen… Allen hebben ze zich met vallen en opstaan, en doorheen twee lockdowns, heruitgevonden. Een tweede groep helden zijn voor mij de mensen die hetzelfde bleven doen, maar wel tegen een veel strakker tempo, in meer risicovolle omstandigheden en volgens nieuwe regels. Dan denk ik bijvoorbeeld aan de logistieke en technische medewerkers bij BD. Zij bleven naar onze logistieke site of zwaar getroffen zorgcentrale gaan om te garanderen dat patiënten er medische hulp kregen en de zorgverleners het materiaal om hun werk te kunnen doen. Maar de heroes of all heroes zijn voor mij de zorgverleners die talloze overuren klopten. Die van parttime naar fulltime overschakelden of zelfs terug in de zorg zijn beginnen werken. Die zonder klagen maandenlang, dag in dag uit, hun laarzen hebben aangetrokken om in de modder te ploeteren en mee de ‘stormschade’ te beperken. Die naast hun medische ook nog

De veerkracht van de zorgverleners verdient heel veel respect.

een belangrijke psychologische rol speelden, omdat zij vaak de enige mensen waren die met de patiënten in contact kwamen. En dat alles onbaatzuchtig, op geen enkel moment vanuit het idee van: what’s in it for me? Ze deden het enkel en alleen om anderen te helpen. We zijn onderweg zelfs zorgverleners verloren omdat ze dat risico namen. Ze hadden alleen maar te verliezen, en nog deden ze het. Die veerkracht verdient heel veel respect. Zeker als je beseft dat na de (nacht)shift voor de meeste zorgverleners nog een shift begon: huiswerk maken met kinderen die niet naar de opvang konden, het huishouden op orde brengen, boodschappen doen… Het is jammer dat er een gezondheidscrisis zonder weerga nodig was om de mensen te doen inzien wat voor mooi en waardevol werk zorgverleners iedere dag opnieuw leveren. Anderzijds hebben zij hun moment in de spotlight met beide handen gegrepen om te tonen wie ze écht zijn: bijzonder, onbaatzuchtig, en altijd het welzijn van de patiënt in het vizier. Dat heeft iedereen nu gezien. Ik kan alleen maar hopen dat het respect bij de bevolking – en politiek – hiermee duurzaam verankerd is. Het feit dat veel meer jongeren vandaag kiezen voor verpleegkunde als studierichting, doet in dat opzicht alvast het beste vermoeden.

Door Alexander Alonso, algemeen directeur BD Benelux

04

06

10

18

LEES MEER. 04 Zorgmodel: En wat hebben we geleerd? 06 Digitale zorg is ook een kwaliteitsborg 10 Interview: Steven Van Gucht, Sciensano 12

Trek tijdig aan de alarmbel

14

Buddy’s in tijden van nood

15

Chronische ziekten vereisen mentale en digitale veerkracht

16

De nazorg voor verpleegkundigen

18

Karel Van De Sompel, Pfizer: ‘Samen’ werkt

COLOFON. PRODUCTIELEIDER

CHRISTIAN NIKUNA PEMBA HOOFDREDACTIE

ELLEN VAN HOEGAERDEN CREATIVE DIRECTOR

BAÏDY LY TEKST

ROSALIE VAN HOOF CIARA REID HANNES DEDEURWAERDER TOM CASSAUWERS LAYOUT

DEE BERNAERS COVERBEELD

IAN HERMANS DRUKKERIJ

CORELIO

SMART MEDIA AGENCY. LEYSSTRAAT 27 2000 ANTWERPEN +32 (0)3 289 19 40 REDACTIE@SMARTMEDIAAGENCY.BE FOKUS-ONLINE.BE

Veel leesplezier!

Siemen Van Nuffelen Project Manager


Samen zorgen voor een gezonder 2021 De noodzaak om infectieziekten daadkrachtig te bestrijden is nooit duidelijker geweest.

gediagnosticeerd zijn. Ook deze mensen moeten hun weg naar de zorg vinden.

Bijgevolg zijn wij bijzonder dankbaar voor de ongelooflijke inspanningen die zorgverleners dag en nacht leveren. Ook als maatschappij leveren wij enorme collectieve inspanningen die ervoor zorgen dat we met collectieve trots deze periode achter ons zullen kunnen laten.

COVID-19 heeft de opportuniteiten binnen ons reeds sterk gezondheidssysteem blootgelegd. Het heeft aangetoond dat een globale aanpak van infectieziekten en samenwerking lonen om dergelijke virussen de kop in te drukken. Nooit eerder ervaarden we het belang van preventie, behandeling en mentaal welzijn van zo nabij. Deze lessen moeten we meenemen naar de toekomst en inzetten in de strijd tegen andere (infectie) ziekten, in het bijzonder HIV en Hepatitis C (HCV).

Vanaf het begin van deze pandemie werd snel duidelijk dat naast preventieve maatregelen en uitzonderlijke zorgverlening, ook de wetenschap moest bijdragen om dit probleem aan te pakken. Als Gilead Sciences voelden wij ons dan ook bijzonder betrokken in deze strijd en hebben wij onmiddellijk onze jarenlange expertise in antivirale behandelingen ingezet om de eerste en enige goedgekeurde antivirale behandeling voor COVID-19-patiënten beschikbaar te kunnen stellen.

HIV is niet langer een dodelijke ziekte. Als gevolg wetenschappelijke innovatie in antivirale geneesmiddelen en zeer goede zorg kunnen mensen met deze chronische ziekte een heel normaal leven leiden. Onze gezamenlijke strijd tegen HIV is echter niet voorbij. De laatste cijfers van Sciensano bevestigen 923 nieuwe HIVbesmettingen in België in 2019. Inspanningen op het vlak van preventie moeten dit cijfer verder doen dalen. Terwijl 17.081 HIV-patiënten medisch worden opgevolgd, zijn er naar schatting bijna 2.000 personen met HIV die nog niet

HCV is een ernstige ontstekingsaandoening van de lever. Experten schatten dat in België nog zo’n 18.000 mensen besmet zijn met HCV en dat jaarlijks ongeveer 300 patiënten overlijden. Met de komst van nieuwe innovatieve geneesmiddelen in 2014 is HCV een geneesbare ziekte geworden. Vandaar dat België aan de Wereldgezondheidsorganisatie beloofde om deze virale infectie volledig te elimineren tegen 2030. Een gecoördineerde aanpak om mensen die besmet zijn met HCV te identificeren en te behandelen blijft een belangrijke prioriteit.

Het afgelopen jaar is onze leefwereld drastisch veranderd. COVID-19 heeft ons sociaal leven bijzonder beperkt en ons gezondheidssysteem ongezien onder druk gezet. De uitdagingen in het handhaven van onze volksgezondheid waren nooit eerder zo groot.

2021 zal een positief jaar worden waarin we onze strijd tegen COVID-19 zullen winnen, kunnen terugkeren naar een normaal leven en samen, met verhoogde inzet, onze strijd tegen andere infectieziekten daadkrachtig voortzetten. Wim Eeraerts

General Manager België & Luxemburg Gilead Sciences

BE-GIL-2021-02-0002 – date of preparation February 2021

PH_Ad_Audeo_P_TV_Connector_Smartmedia_255x185mm.indd 1

2/4/2021 10:34:25 AM


4 ZORGMODEL

FOKUS-ONLINE.BE

Wat de pandemie ons leren kan De gezondheidszorg in de spotlights, want je kunt er niet omheen. De relevantie van deze sector voor onze maatschappij staat opnieuw in het vet en onderlijnd. De pandemie zal hoe dan ook gevolgen hebben op ons zorgmodel.

W

anneer we evalueren hoe de gezondheidszorg de crisis doormaakt, is het belangrijk verder te kijken dan het narratief van schuldigen en slachtoffers. Om ons niet vast te rijden in foute conclusies, praten we met actoren uit de sector zelf.

De les die we hieruit leren is de volgende: Wanneer we iets lanceren, moet het werken. Structurele fouten kunnen dan niet. — Dr. Roel Van Giel, Domus Medica

Huisartsen kwamen in maart vorig jaar plots in de frontlinie terecht. “Er lag geen noodplan klaar. We moesten veel improviseren”, vertelt Dr. Roel Van Giel, voorzitter van Domus Medica. “Alle niet-dringende zorg werd uitgesteld of via telefonische consulten gevoerd. Daar zagen we later de effecten van.” Veel mensen stelden uit schrik hun zorg onterecht te lang uit. Dat merkten ze ook in het AZ Delta in Roeselare. “Dit hadden we, achteraf gezien, beter aangepakt met een specifiek plan. Kun je bijvoorbeeld bepaalde campussen coronavrij houden en daar toch reguliere zorg aanbieden?”, stelt Johan Hellings, CEO AZ Delta.

“Het coronavirus bespoedigde enkele veranderingen die al langer nodig waren. Zo werkten we vroeger als eerste, tweede en derde lijn eerder naast elkaar. Nu ontwikkelde zich een nieuwe dynamiek in de samenwerking met de eerste lijn”, zegt Johan Hellings. “Die nieuwe, intense vorm van samenwerken is beloftevol. Ook met de woonzorgcentra streven we naar een nauwer samenwerkingsverband, met specifieke ondersteuning van elkaar. Op die manier evolueren we samen naar meer geïntegreerde zorg, bijvoorbeeld via zorgtrajecten waarbij de noden en verwachtingen van de patiënt centraal staan.”

Bij Domus Medica plaatsen ze een kanttekening. “We concluderen anderzijds dat in de periode maart – april het antibioticagebruik in ons land met 80 procent daalde, zonder meer ziekten of ongevallen.” Bij een groot aantal mensen was niet naar de dokter gaan dus zonder veel consequenties. “Dat is voor de toekomstige organisatie van ons gezondheidssysteem interessant: hoe maken we dat deze mensen, die normaal regelmatig gebruikmaken van het zorgsysteem zonder dat het nodig is, geholpen worden?” Een ander punt waar de huisartsen over struikelden waren de continue veranderingen. “Er werden dingen geïnitieerd die nog niet op poten stonden, zoals de plotse opstart van de test- en triagecentra.” Deze moesten begin mei snel open zodat het land uit de lockdown kon gaan, maar dat ging gepaard met kinderziekten.

opvolging van chronische patiënten. “Een ander gevolg van de crisis is dat praktijken noodgedwongen overgingen naar consultaties op afspraak. Nergens zijn nog vrije consultaties. Verder wierven praktijken extra handen aan voor administratieve of verpleegkundige ondersteuning.” Deze evoluties stonden al even voor de deur, maar de crisis heeft die als katalysator versneld.

“Dat had soms negatieve gevolgen op lange termijn, denk maar aan de contact tracing. Het vertrouwen was weg. De les die we hieruit leren is de volgende: Wanneer we iets lanceren, moet het werken. Structurele fouten

kunnen dan niet.” Teleconsulten toonden evenzeer tekortkomingen. “We merkten dat bij acute gevallen een klinisch onderzoek toch nodig is.” Volgens Dr. Van Giel is dit systeem wel geschikt voor de tussentijdse

De crisis heeft ook een impact op het personeel. “Een van de belangrijkste lessen die ik trek is dat de capaciteit van een ziekenhuis niet zozeer bepaald wordt door de beschikbare apparatuur en bedden, maar door onze artsen en werknemers, hun veerkracht en teamgeest. Dat zijn kritische succesfactoren waar ik met bewondering naar kijk”, vertelt Johan Hellings. En zo belanden we bij een pijnpunt dat al jaren terugkeert: het personeelstekort. “Als er één ding coronaproof is gebleken, dan zijn het wel de vele evaluaties van ons zorgmodel zoals de financiering en organisatie”, zegt Dr. Van Giel. “Laat de crisis een keerpunt zijn om te stoppen met evaluaties te maken – die zijn er genoeg – maar om de nodige hervormingen door te voeren.” Door Rosalie Van Hoof


#FOKUSHEALTHCARE

PIERRE FABRE • BRAND REPORT 5

‘Als je tegenstander darmkanker is, kun je niet ambitieus genoeg zijn’ “Nog te weinig mensen laten zich screenen voor darmkanker. En dat terwijl de overlevingskans meer dan 90 procent is als de ziekte tijdig wordt ontdekt.” Met die alarmerende boodschap trekt dr. Luc Colemont onze aandacht aan de vooravond van de internationale darmkankermaand.

D

armkanker treft een op twintig Belgen. Elke dag krijgen 23 personen de diagnose en zorgt de ziekte voor tien begrafenissen. Dat maakt het een van de meest voorkomende kankers in ons land. “Onaanvaardbaar in de moderne welvaartsstaat die we beweren te zijn”, klinkt darmkankerspecialist Luc Colemont streng. Met zijn vzw Stop Darmkanker trekt hij al enkele jaren ten strijde tegen de ziekte, met als voornaamste wapens ‘voorlichting’ en ‘preventie’. “Darmkanker is perfect vroegtijdig op te sporen. Het voldoet aan alle criteria die de Wereldgezondheidsorganisatie daarrond stelt: het komt frequent voor, treft zowel mannen als vrouwen, valt eenvoudig te detecteren met een betrouwbare test… Je hebt er trouwens ook alle redenen toe om dat te doen: hoe vroeger je erbij bent, hoe hoger je genezingskansen.”

Geen wonder dat Colemont in deze coronaperiode zijn ‘grote boodschap’ nog luider verkondigt: “Doe.De.Test. Je krijgt een gratis kans om levens te redden en leed te voorkomen. Grijp die. Ik kan het niet genoeg herhalen. We dachten lang dat er niet getest werd omdat mensen bang waren van het resultaat,

Om de twee jaar ontvangen meer dan 850.000 Vlamingen tussen de 50 en 74 jaar daarom een stoelgangtest om zich te laten screenen op darmkanker. In 2019 ging slechts 51,1 procent daarop in. “Veel te weinig”, zucht Colemont. “Als je tegenstander darmkanker is, kun je niet ambitieus genoeg zijn. In Nederland zitten ze aan 70 procent, wij moeten hetzelfde cijfer nastreven. Ik zou al blij zijn met 60 procent.”

gewoon niet gevonden.

Tijdens de eerste helft van 2020 werden er 20% minder darmkankers vastgesteld. Die zijn niet verdwenen, maar

Die hogere testgraad zal niet voor dit jaar zijn. Hoewel de cijfers van 2020 nog moeten volgen, heeft Colemont geen hoge verwachtingen. Niet alleen lag het bevolkingsonderzoek een tweetal maanden stil, COVID-19 verminderde ook de aandacht voor andere ziektes. “Tijdens de eerste helft van 2020 werd er 20 procent minder darmkankers vastgesteld. Die zijn niet verdwenen hé, maar gewoon niet gevonden. Dat is onder meer te wijten aan een uitgestelde reguliere zorg en de angst om naar het ziekenhuis te gaan. Dat de ziekte een paar maanden onder de radar blijft, tot daaraan toe, maar na acht maanden bereik je het kantelpunt waarbij een darmkanker die eerst nog perfect te behandelen was met een operatie, ook chemotherapie vereist. Op dat punt zitten we.”

maar een Italiaanse studie toont dat een van de hoofdredenen het gebrek aan kennis is. Ook ik hoor nog vaak: ‘Niemand heeft me ooit gezegd dat het zo belangrijk is’. Ons budget voor preventie én communicatie moet dus omhoog. Een recente studie van Eurostat laat zien dat België op dat vlak echt niet goed scoort: 1,7 procent van ons gezondheidsbudget gaat naar preventie, tegenover een Europees gemiddelde van 2,8 procent. Daarmee gaan we het niet halen. Daarom blijven we met onze vzw Stop Darmkanker inzetten op lezingen, webinars, acties en social mediacampagnes.” Naast secundaire preventie wordt er ook gehamerd op de primaire – beter bekend als de oude volkswijsheid ‘voorkomen is beter dan genezen’. Zo kun je met een gezonde levensstijl – niet roken, geen overmatig alcoholgebruik, overgewicht vermijden, voldoende bewegen en gevarieerd eten – en met voldoende zelfcontrole al heel wat leed vermijden. “Een gezonde levensstijl vermindert het risico op darmkanker met 20 procent”, bevestigt Colemont. “Maar het is geen toverformule: ik ken mensen van 51 jaar die dat allemaal deden en toch darmkanker kregen. We moeten er dus allemaal alert voor zijn: een vijfde van de darmkankerpatiënten is ouder dan 74 en de ziekte treft ook steeds meer jonge mensen. Zij krijgen die gratis test niet en moeten het dus zelf in het oog houden. Eigenlijk zouden we met ons lichaam moeten omgaan als met onze wagen: elk jaar op controle.” Toch durft Colemont te dromen van een wereld waarin darmkanker een zeldzaamheid is en er niemand aan hoeft te sterven. “Technologische innovaties kunnen ons daarbij helpen. Zo is al sprake van een intelligente wc met sensoren die bloed, dat onzichtbaar is voor het blote oog, kunnen detecteren in de ontlasting, en suikers en eiwitten kunnen meten in onze urine. Maar tot iedereen die heeft, blijven we aangewezen op het gratis bevolkingsonderzoek. Dus, ik herhaal: Doe.De.Test.”

Meer info:

Pierre Fabre heeft meer dan 60 jaar farmaceutische ervaring en bundelt onder zijn vlag zowel voorschriftplichtige geneesmiddelen, oncologische behandelingen als een breed gamma OTC geneesmiddelen. Pierre Fabre is ook gekend om zijn breed gamma dermo-cosmeticaproducten. Voor beide soorten producten hanteert Pierre Fabre daarbij steeds dezelfde filosofie: innovatieve oplossingen zoeken en ontwikkelen die bijdragen tot een beter welzijn. Pierre Fabre zet de patiënt centraal van preventie, over behandeling, tot nazorg. Ze ontwikkelt een begeleidende app rond Lifestyle en darmkanker die focust op preventie en ondersteuning tijdens de behandeling alsook de nazorg van patiënten en hun naasten.


6 E-HEALTH

FOKUS-ONLINE.BE

Digitale zorg is ook een kwaliteitsborg Corona was en is in de eerste plaats een maatschappelijke crisis zonder weerga, maar de pandemie heeft ook bepaalde ontwikkelingen in versnelling gebracht. Vooral oplossingen rond e-health kregen een heuse boost.

T

raditioneel volle dokterswachtzalen en de fysieke consultaties moesten wijken toen corona de zorgsector overweldigde. Het maakte duidelijk hoe kwetsbaar (en achterhaald?) dat traditionele beeld was. Maar vooral hoe waardevol e-health-platformen konden zijn als complementaire verhaallijn.

Prijs voor Bingli Voor Bingli, waarmee patiënten via AI gescreend worden voor het doktersbezoek, ontving de start-up de Lean Innovation Award 2020. Die werd toegekend door de 230 deelnemers van het LEANcongres van Zorgondersteuning. De award is nieuw en richt zich naar start-ups en zorgorganisaties die iets innovatief uitgedacht hebben om een proces lean te maken. Daar komt Bingli, dat tijdwinst en meer administratieve efficiëntie garandeert, helemaal aan tegemoet.

E-Health Monitor 2.0 Om zicht te krijgen op het aantal gebruikers van digitale zorgtools, ontwikkelden het RIVM, het Nivel en het National eHealth Living Lab samen de nieuwe E-health Monitor 2021-2023. Die zal de omvang van de digitale zorg in cijfers weergeven. Zo wordt duidelijk hoe huisartsen, specialisten in ziekenhuizen, paramedici en zorgprofessionals e-health inzetten, maar ook wat e-health-zorggebruikers vinden van het toepassen van gezondheidsapps en digitale consulten.

Telemedi is daar een voorbeeld van, en werd aan het begin van de crisis gelanceerd. Ines Chevolet, arts en medeoprichter van het platform dat videoconsultaties aanbiedt, vertelt: “De overheid benaderde telegeneeskunde tot maart 2020 heel voorzichtig en ook de Orde der Geneesheren was erg terughoudend. COVID-19 deed echter snel de noodzaak inzien van videogeneeskunde. Alleen waren er bij ons – in tegenstelling tot het buitenland – heel weinig platformen die het aanboden. Wij zijn in dat gat gesprongen, met een platform dat zorgverleners alles biedt om kwalitatief hoogstaande en veilige videoconsultaties mogelijk te maken. De crisis is dus absoluut een accelerator geweest, al is het genuanceerder om te zeggen dat covid de drempelvrees heeft weggenomen. Die zaken lagen namelijk al op tafel.” Daarnaast heb je Bingli, een chatbot die op basis van artificiële intelligentie patiënten voorbereidt op een doktersbezoek door vragen voor te leggen die de arts sowieso zal stellen. Dat geeft patiënten meer ruimte om na te denken en de arts meer tijd: zowel anamnese (informatie inwinnen, red.), waar elke consultatie mee begint, als administratieverwerking wordt flink ingekort. Medeoprichter Tom Van De Putte: “Drempelvrees bij patiënten wordt grotendeels weggenomen door de grote voorschrijvende kracht van artsen. Als zij patiënten ons platform zouden aanbieden, gaan die daar doorgaans gebruik van maken. Maar ook bij de artsen zelf is er een drempel: zij associëren IT vaak met administratie, procedures, tijdverlies en kosten – ongelooflijk hoeveel artsen anno 2021 zaken nog op papier doen. Zij worden dan ook vooral overtuigd door efficiëntie: je spaart in de administratie van ziekenhuizen twee verpleegkundigen uit, die weer met de patiënten zelf bezig kunnen zijn.” “De terughoudendheid is ergens wel begrijpelijk”, vult Ines Chevolet aan. “De zorg is al eeuwenlang een sector waarin iemand fysiek door een dokter of verpleger wordt onderzocht. Vernieuwing wordt bijgevolg met enig argwaan bekeken, waardoor mensen niet meteen zien hoeveel er kan gewonnen worden op het fysieke model: verkorting van de wachttijden, beter triëren van prioritaire

en niet-prioritaire patiënten, enzovoort. Ook de patiënt wint er alleen maar bij: niet meer naar het kabinet, niet meer wachten in de wachtzaal… Alles kan nu in het comfort van de eigen living.” De vrees dat digitalisering in de plaats komt van menselijkheid is dus ongegrond. Integendeel: dankzij videoconsultaties, algoritmes en artificiële intelligentie krijgen zorgverleners zelfs meer tijd om zich op hun kerntaak te richten: zorg verlenen.

Staan we dan nog maar aan het begin van e-health, als we zien hoe snel AI en algoritmes zich ontwikkelen? “Die technologieën worden vandaag inderdaad onderzocht en uitgewerkt”, aldus Ines Chevolet. “Het belangrijkste zal zijn om de nuttigste ontwikkelingen over te houden, zodat we technologie op de juiste manier inzetten. Dat wil zeggen: zonder het menselijke uit het oog te verliezen. Zo zal digitalisering geen stap naar anonimisering zijn.”

Zorg is al eeuwenlang een sector waarin iemand fysiek door een dokter of verpleger wordt onderzocht – vernieuwing wordt bijgevolg met enig argwaan bekeken. — Ines Chevolet, Telemedi

“In Europa wordt een patiënt gemiddeld na elf seconden onderbroken”, vult Tom Van De Putte aan, “waarna die de consultatie gewoon ondergaat. Een onlinescreening kan net dat humane en empathische terugbrengen. De meeste informatie is al verzameld, de repetitieve elementen afgehandeld, dus is er meer tijd voor de arts om te luisteren. Daarin zit de grote toegevoegde waarde.”

AI die het menselijke terug in de zorg brengt: het klinkt contra-intuïtief, maar het kan, zo besluit Tom Van De Putte. “Al moet het een hybride systeem worden, waarbij AI de dokter ondersteunt en empowert, maar nooit vervangt. Menselijk contact blijft cruciaal.” Door Hannes Dedeurwaerder


Modernisering van onze gezondheidszorg in stroomversnelling door inzet van technologische innovatie tijdens coronapandemie Voor de coronacrisis waren onze Belgische zorginstellingen eerder aarzelend bij het opstarten van e-health technologieën. Maar vandaag is zorg op afstand stilaan de nieuwe norm. Medtronic draagt met zijn medische technologieën graag bij aan deze versnelling. De naam van het bedrijf is bij het grote publiek niet zeer gekend, maar Medtronic heeft producten en technologieën voor meer dan zeventig aandoeningen. Van pacemakers tot pijnpompen, insulinepompen, chirurgische robots, ventilatoren en monitoringtoestellen: wie in België gehospitaliseerd wordt, komt zo goed als zeker in aanraking met één of meerdere producten van Medtronic. Ongezien in de industrie “Al voor de coronacrisis stonden ziekenhuizen en overheden voor enorme uitdagingen”, begint Henk Westendorp, Senior Country Director Medtronic Benelux. “Vooral de vergrijzing, stijgende kosten en het tekort aan zorgpersoneel zetten de zorgsystemen onder immense druk. De COVID-19crisis zorgde voor een volledige ontwrichting van de ziekenhuisactiviteiten. In eerste instantie was er een acuut tekort aan materiaal, voornamelijk ventilatoren voor de beademing van coronapatiënten. Medtronic heeft toen de productiecapaciteit van ventilatoren verdubbeld. Toen we zagen dat dat niet genoeg was, deden we iets wat ongezien was in onze industrie. We besloten om de productspecificaties en -plannen van onze gepatenteerde draagbare ventilator openbaar beschikbaar te maken. Met succes, want in de eerste week na de publicatie van de plannen waren er al meer dan 90.000 registraties. Kleine en grote spelers sprongen in de bres. Zelfs Tesla heeft met onze plannen ventilatoren gemaakt.” Daar hield het niet op: Medtronic wilde met duurzame oplossingen komen, die ook na de pandemie voor verbetering kunnen zorgen. Zo paste het bedrijf zijn platform voor telemonitoring aan, zodat niet alleen patiënten met chronische aandoeningen, maar ook patiënten met COVID-19symptomen sneller én vanop afstand opgevolgd konden worden. Patiënten met chronische aandoeningen zoals diabetes en hartaandoeningen konden daardoor dan weer snel worden overgezet op digitale consultaties.

medtronic.com

Expertise delen met ziekenhuizen “Ziekenhuizen proberen nu langzaam maar zeker de reguliere zorg weer op te starten, maar staan daarbij voor een veelzijdige uitdaging”, gaat Henk Westendorp verder. “Het bestrijden van COVID-19 blijft prioriteit, maar anderzijds willen ziekenhuizen ook zo snel mogelijk de normale operaties weer op het oude niveau brengen en bijvoorbeeld het inefficiënt gebruik van beschikbare capaciteit aanpakken. Medtronic wil daarin een partner zijn door ervaringen te delen over onze samenwerking met ziekenhuizen in Europa die al verder zijn in het hersteltraject. Wij hebben hiervoor – al lang voor de coronacrisis trouwens – een speciale afdeling die met ziekenhuizen, en vaak ook in partnership met overheden, expertise deelt om patiënttrajecten en -resultaten te verbeteren. Onze Integrated Healthcare SolutionsSM dragen zo bij aan een moderne gezondheidzorg, waarbij we patiënten nog meer op maat kunnen helpen en hen ook sneller terug op de been krijgen. Hierdoor creëren we in eerste instantie waarde voor de patiënt, maar evenzeer ook voor de maatschappij.” Meekijken tijdens de operatie Innovatieve oplossingen die tijdens de pandemie werden uitgedacht, brengen de modernisering van de gezondheidszorg in een stroomversnelling en zullen de zorg blijvend veranderen. Om te vermijden dat patiënten onnodig lang in het ziekenhuis moeten zijn, komt telemonitoring en telehealth steeds meer aan bod. Henk Westendorp: “Voor het opstarten en begeleiden van bijvoorbeeld diabetespatiënten met een nieuwe insulinepomp, bieden onze technische consultants 100% advies vanop afstand. Het is snel en efficiënt. De ziekenhuizen zijn tevreden omdat ze daarmee vermijden dat er onnodig veel mensen in hun gebouw rondlopen. Voor de patiënt is het heel comfortabel. Vanuit de eigen thuisomgeving leert men met de insulinepomp werken. Bij jonge diabetespatiëntjes is dit een veel betere oplossing,

maar ook voor volwassenen zorgt een minder klinische omgeving voor stressreductie en dus een beter resultaat op lange termijn.” “Onze technische experten inzake hartchirurgie kunnen nu ook van op afstand advies verlenen aan chirurgen. Door de chirurg uit te rusten met smart glasses kunnen experten van overal ter wereld inbellen. Door de speciale bril krijgen zij hetzelfde beeld als de arts te zien en zo kunnen zij het nodige advies geven, ten voordele van de patiënt en voor een gunstige afloop van de operatie. Medtronic stelde de bril trouwens onlangs ter beschikking van de UZ Leuven, zodat studenten geneeskunde een operatie van thuis uit konden meevolgen.” Kortom, Medtronic kiest resoluut voor de weg vooruit. “Er waren al heel wat ontwikkelingen aan de gang, en door COVID-19 werd er zeker een versnelling hoger geschakeld”, besluit Henk Westendorp. “Dankzij de sterke partnershipcultuur in België gaan ziekenhuizen niet alleen snel vooruit, ze doen dat ook samen met de industrie, de overheid en zorgverzekeraars. Alleen door samen te werken, kunnen we sneller een moderne, waardegedreven gezondheidszorg realiseren.”

Henk Westendorp Senior Country Director Medtronic Benelux


Betere dermatologische producten, meer levenskwaliteit

Almirall is al ruim 75 jaar een internationaal farmaceutisch bedrijf, ontstaan in Spanje en nog steeds geleid door de familie Gallardo. De laatste jaren is er een duidelijke focus op medische dermatologie. Almirall streeft ernaar om elk jaar opnieuw 10 tot 15 procent van zijn omzet te investeren in research en development. Er zitten heel wat innovatieve producten en projecten in de pijplijn, die de levenskwaliteit van de patiënt met huidproblemen gevoelig kan verbeteren. R&D R&D is key in de hele farmaceutische sector – anders hadden we nooit zo snel een vaccin tegen COVID-19 kunnen ontwikkelen – en Almirall heeft ervoor gekozen om zich te richten op één duidelijk therapeutisch domein: medische dermatologie. “R&D is sinds de opstart onze corebusiness, hoewel het een proces is dat veel geld en tijd kost én heel wat failures kent”, aldus Frederik Dubois, Country Manager van Almirall. “Maar het gaat ons om de projecten die wél tot een goed einde worden gebracht en de levenskwaliteit van patiënten aanzienlijk verhogen. Daarom gaan wij ook altijd op zoek naar partnerships met bedrijven

die dezelfde visie hebben en de slagkracht om onze innovaties versneld in de markt te zetten – meer recent ook dankzij hun digitale knowhow. Die versnelling is een must: de ontwikkeling van een geneesmiddel kan tot twaalf jaar duren en een miljard euro kosten.” Zuivere huid “Momenteel focussen we op drie belangrijke producten. Ten eerste op de verdere uitrol van ons eerste biologisch geneesmiddel dat we tegen psoriasis inzetten en patiënten helpt om terug een zuivere huid te verkrijgen. Daarnaast zijn we bezig met de voorbereiding van de lancering van een geneesmiddel tegen actinische keratose ofte verhoorning – die schilferige huid ziet er misschien onschuldig uit, maar kan in een later stadium oncologische gevolgen hebben. We voorzien dit kwartaal nog een lancering in de VS en mikken vervolgens op mei-juni voor een registratie in Europa. Als laatste hebben we nog een ander biologisch geneesmiddel, dat in fase III van ontwikkeling zit. Dit product zal worden gebruikt tegen atopische dermatitis, dat hevige jeuk kan veroorzaken. We willen dit binnen de twee jaar op de markt brengen.”

ALMIRALL

|

OPM

Patiënt staat centraal “Maar breder dan de producten gaat het in de eerste plaats om de patiënt zelf: we willen niet alleen een rechtstreekse impact hebben op hun aandoeningen, maar ook en vooral hun levenskwaliteit verhogen. Dermatologische aandoeningen, die vaak heel zichtbaar zijn, kunnen heel impactvol zijn op het dagelijkse leven. Daar het verschil in helpen maken, is wat de bijna 2.000 medewerkers van Almirall elke dag drijft. De patiënt staat bij ons centraal: telkens opnieuw proberen wij de levenskwaliteit van de patiënt te verhogen bij het op de markt brengen van medicatie en/of medische hulpmiddelen.” Ook vandaag blijven er binnen de medische dermatologie nog heel wat ontwikkelingsnoden rond aandoeningen en de daarbij horende, soms onderliggende, symptomen en ziektebeelden. “De focus voor Almirall zal gericht blijven op dermatologische aandoeningen zoals eczeem en oncodermatologie, maar steeds in combinatie met het merkbaar verbeteren van de levenskwaliteit voor de patiënt”, aldus Frederik Dubois.

www.almirall.com

Digitale Sedatie™ als alternatief voor narcose Een geplande operatie of een pijnlijk onderzoek, het brengt altijd de nodige stress of angsten met zich mee. Patiënten zijn zenuwachtig voor wat hen te wachten staat, hebben schrik voor de narcose en het ontwaken op recovery of weten zich moeilijk een houding aan te meten tijdens een moeilijk onderzoek. Sinds 2017 biedt Oncomfort echter een alternatief op maat: Digitale Sedatie™. Deze nieuwe methode vermindert pijn en angst voor, tijdens en na een ingreep, zonder gebruik van medicatie. “Deze revolutionaire digitale therapie combineert klinische hypnotherapie met integratieve therapeutische technieken door gebruik te maken van virtual reality”, vertelt CEO Mario Huyghe. De methode gaat een stuk verder dan zuiver klinische hypnose. “Wij gaan eigenlijk de eigen capaciteit van het brein van de mens gebruiken, toegepast in de klinische omgeving om de patiënt te dissociëren en zo ook zijn pijn en angst weg te nemen”, omschrijft Huyghe de methode. Concreet wordt er gewerkt met een digitale toepassing binnen de virtual reality (VR). “Patiënten krijgen een VR-bril op en worden via een

virtuele klinisch gevalideerde VR-sessie in een roes gebracht, waardoor ze eigenlijk niet meer bewust zijn van wat er met hen gebeurt in de omgeving en medische ingreep waarin ze zich bevinden.” De toepassingen zijn legio en de methode wordt ondertussen in honderd ziekenhuizen gebruikt, verspreid over zeven verschillende landen. “De resultaten zijn echt positief. We behandelden meer dan 75.000 patiënten en sprokkelen overal constructieve feedback. Digitale Sedatie™ werkt evengoed om kinderen op hun gemak te stellen als voor grotere ingrepen bij kinderen en volwassenen. Het kan ingezet worden bij onderzoeken zoals colonoscopie, bij het plaatsen van een pacemaker of zelfs hartklep, maar ook bij plaatsen van knieprothese, bij chemo en andere kankerbehandelingen, tijdens bevallingsarbeid, en in nog veel meer medische toepassingen. Onlangs liet een dame via Digitale Sedatie™ haar wijsheidstanden verwijderen. Ze was er zich helemaal niet van bewust dat de ingreep plots al voorbij was.” Een ander voordeel is dat het herstel nadien sneller verloopt. Huyghe: “Patiënten hebben geen

bijwerkingen zoals bij narcose met medicatie en kunnen sneller naar hun kamer of terug naar huis. Na de interventie recupereren ze veel makkelijker. Ze herinneren zich nauwelijks iets of helemaal niets van wat er tijdens het onderzoek of operatie is gebeurd.” Momenteel is er de Oncomfort Sedakit die aangeboden wordt aan ziekenhuizen. “Een handige, draagbare oplossing voor Digitale Sedatie™ ”, besluit Huyghe. De Sedakit™ maakt Digitale Sedatie™ eenvoudig, gebruiksvriendelijk en toegankelijk voor zowel volwassenen als kinderen in een breed scala aan medische ingrepen. Het is conform de strenge hygiënenormen van een medische omgeving: “Daarmee kunnen artsen en verpleegkundigen zich beter concentreren op de medische ingreep. Ingrepen vereisen significant minder medicatie, terwijl de veiligheid en het comfort van de patiënt verzekerd zijn.”

www.oncomfort.com


#FOKUSHEALTHCARE

CERBA RESEARCH • BRAND REPORT 9

De voelbare verandering in de sector klinische studies Alles en iedereen wordt op een of andere manier door de coronacrisis getroffen. Ook de sector van de klinische studies ontsnapt daar niet aan. Dat zorgt voor uitdagingen, maar biedt tegelijkertijd de nodige opportuniteiten. Sofie Vandevyver en Nele Langenaken van Cerba Research lichten toe.

B

ij het uitbreken van de COVID-19-crisis was het eerste directe gevolg een vertraging en zelfs bijna stilstand van de klinische studies in andere therapeutische gebieden. “Bijvoorbeeld NAFLD ofte non-alcoholic fatty liver disease”, zegt Nele Langenaken, COO bij Cerba Research. “Er was één uitzondering waar de vertraging minder drastisch was: oncologische studies, waar het uiteindelijk om levensbedreigende pathologieën

De vaccinindustrie zal veranderd uit deze crisis komen. Maar het zal niet per se allemaal sneller moeten. gaat. Commercieel gezien zagen we uiteraard een uptake van klinische studies rond covid, eerst op therapeutisch vlak en daarna wat vaccinstudies betreft. Met als gevolg een sterke toename van onze business.” “Globaal kunnen we niet naast de drastische impact op de shipping van stalen kijken”, vult Head of Business Operations & Marketing Sofie Vandevyver aan. “Gezien onze stalen doorgaans maar een stabiliteit van 24 tot 48 uur hebben, namen wij naar gewoonte voor de shipping onze toevlucht tot airlines. Maar dan zagen we opeens een extreme afname in het aantal vluchten en keken we tegen de enorme logistieke uitdaging aan om onze stalen tijdig van punt A naar punt B te krijgen.”

Daar stopte de impact echter niet. “Wat procurement betreft, moesten wij lege tubes bij dokters zien te krijgen zodat zij bloedstalen konden nemen, kampten we met onzekere leveringstijdstippen van nieuwe materialen, was er de procurement van reagentia…”, aldus Nele Langenaken. “De labo’s zagen dan weer een toevloed aan te analyseren covidtesten: eerst de nasal swabs, dan de speekseltests en uiteindelijk ook ontlastingsmonsters. Als internationaal bedrijf was het vooral een uitdaging om overal dezelfde test aan te bieden, wat door de emergency approvals van de verschillende overheden allerminst evident was.” Behoorlijk wat uitdagingen en impact dus, maar er kwamen ook mooie dingen uit voort. Sofie Vandevyver: “Dan denk ik vooral aan het loslaten van silo’s en het toetreden tot consortia van overheden, universiteiten, onderzoeklabo’s, farmaceutische en koeriersbedrijven… Die samenwerking is in normale omstandigheden allerminst evident –iedereen werkt nu eenmaal volgens geijkte processen – maar nu staken we met zijn allen de handen uit de mouwen om hetzelfde doel te bereiken. Dat zagen we niet alleen in België, maar ook in onze labs in Frankrijk en de VS. Al bij al helt de balans in termen van impact over naar het positieve. We hadden in het begin operationeel misschien wat reactietijd nodig omdat de pandemie iedereen op snelheid nam, maar vanaf mei begonnen we te zien dat de balans voor onze sector op het einde van het jaar positief zou zijn en dat we zelfs een groei konden verwachten.” Dat gaat nu vooral over de impact van covid tussen maart 2020 en nu, maar wat met de (nabije) toekomst? Hoe zal die de sector van klinische studies impacteren? Nele

Het internationale Cerba Research maakt deel uit van de Cerba Healthcare groep, met een hoofdkwartier in Parijs. De organisatie werkt samen met farmaceutische en biotechbedrijven door de stalen uit hun klinische studies met participerende patiënten – van clinical tot fase IV – te verzamelen, analyseren en de resultaten daarvan terug te bezorgen. Aan de diagnosezijde (Cerba Xpert) helpt de organisatie om de assays van bedrijven op de markt te krijgen. Ten slotte heeft Cerba Research een tak specialty testing op vlak van immunologie.

Langenaken: “Wat heel snel een uitdaging zal worden, is het feit dat de emergency use approvals van overheden maar voor een jaar geldig waren, en dat we nu via assays een permanent approval moeten zien te verkrijgen. Dat wordt zeker niet evident. ”De vaccinindustrie zal veranderd uit deze crisis

Globaal kunnen we niet naast de drastische impact op de shipping van stalen kijken. komen”, beweert Sofie Vandevyver. “Maar het zal niet per se allemaal sneller moeten, zoals je misschien zou denken als je ziet hoe rap de coronavaccins beschikbaar waren. Processen kunnen altijd sneller, maar dan wordt ook de foutencurve steiler – je hebt nu eenmaal tijd nodig om processen en implementatie te analyseren en zo de nodige kwaliteit te garanderen. Wat we wél geleerd hebben, is dat bepaalde zaken efficiënter kunnen. En dat we van een gecentraliseerde naar een meer gedecentraliseerde aanpak moeten, met meer aandacht voor de patiënt.” “Ik denk dat vooral de reactietijd om een vaccin aan een virusvariant aan te passen korter zal worden. Zullen daar nog 30 à 40.000 testpatiënten bij betrokken worden, of zullen er door de regulerende overheden goedgekeurde shortcuts zijn? Maar wat zullen de regulatory requirements daar dan voor zijn? Dat moeten we voorlopig nog even afwachten.”


10 INTERVIEW

FOKUS-ONLINE.BE

Steven Van Gucht

‘Onze inspanning volhouden is het belangrijkste én het lastigste – consistency is key ’

We hadden een doodvermoeide viroloog verwacht voor zijn (zoveelste) interview, maar niets blijkt minder waar: professor Steven Van Gucht begroet ons hartelijk, wijst ons op de sierkippen in zijn tuin en vraagt zich luidop af waarom ze hardnekkig weigeren in hun hok te slapen. De pandemie en twee lockdowns hebben zijn enthousiasme duidelijk niet klein gekregen. Een geruststelling, zeker omdat de strijd nog lang niet gestreden is. Door Hannes Dedeurwaerder

Foto Ian Hermans


#FOKUSHEALTHCARE

INTERVIEW 11

J

e leek oprecht blij met de inspanningen van de mensen tijdens de feestdagen. Had je kunnen vermoeden dat de bevolking dit na al die maanden nog zou kunnen opbrengen?

“Eerlijk gezegd niet, dus ik vind dat we als bevolking fier mogen zijn op onszelf. Mensen hebben zich grotendeels aan de strenge sociale regels gehouden en daar plukken we de vruchten van: vandaag behoren we tot de beste leerlingen in Europa. De vraag is alleen of we dat blijven, want volhouden is het belangrijkste, maar tegelijkertijd het lastigste: consistency is key. Dat zie je nu ook aan de buurlanden. Die zetten zich bij wijze van spreken op dieet en vermageren, waarna ze het regime loslaten en weer spectaculair aankomen en alle winst teniet zien gaan. Daarom is het gevaarlijk om te vroeg over versoepelingen te spreken.” Wordt 2021 een overgangsjaar of mogen we hopen op meer?

“Moeilijk te zeggen. We vragen ons nu vooral af of de grote festivals deze zomer kunnen doorgaan. Ik denk dat het op het randje zal zijn, dat de zomer een kantelmoment wordt. Het zal er vooral van afhangen hoe snel we de mensen met een risicoprofiel kunnen inenten. Wie weet kunnen de maatregelen tegen dan zodanig versoepeld zijn dat festivals of festivalletjes mogelijk zijn, of kunnen we dan de mensen zonder risicoprofiel – gezonde twintigers en dertigers – zelf de keuze laten. De vraag is dan vooral hoezeer die gehecht zijn aan hun geur en smaak (lacht).” Over de vaccins dan: er werd besloten te starten met de 85-plussers in woonzorgcentra. Daar kwam nogal wat discussie over in termen van ‘kwaliteit van levensjaren’.

“Dat was geen gemakkelijke knoop om door te hakken. Maar we hadden in de eerste fase slechts enkele honderdduizenden vaccins, dus moesten we die zo efficiënt mogelijk inzetten. En we hebben gekozen voor de omgeving waar het grootste risico op explosieve uitbraken bestond: de woonzorgcentra, waar 10 tot 20 procent aan het virus overlijdt. Die discussie over prioriteit zal trouwens blijven duren. Zorgpersoneel eerst? Akkoord, maar dan nog spreken we over een half miljoen mensen. Wie vaccineer je dan prioritair? Het ziekenhuispersoneel, dat met meer is maar wél over het beste beschermingsmateriaal beschikt, of de thuisverplegers? Niet gemakkelijk. Maar de afweging is nooit een kwestie van wie belangrijker is, wel van beperking: we hebben maar x-aantal vaccins, hoe laten we die optimaal renderen?”

Festivals deze zomer? Ik denk dat het op het randje zal zijn, de zomer wordt een kantelmoment. Iedereen lachte met George Leekens toen die bij de Rode Duivels wegging omdat het werk ‘voor 90 procent gedaan was’. Maar je vond de 94 procent werkzaamheid van de Pfizervaccins het beste nieuws van 2020. Moet een vaccin ook niet 100 procent werken?

“(lacht) Dat is het verschil tussen voetbal en biologie: 100 procent zekerheid bestaat in de biologie niet. Die 94 procent is dus eigenlijk erg hoog, zeker als je weet dat de minimumlat op 50 procent lag – de beschermingsgraad van het klassieke griepvaccin. Ik had stilletjes

Prioriteit in vaccinatie is nooit een kwestie van wie belangrijker is, wel van beperking: we hebben maar x-aantal vaccins, hoe laten we die optimaal renderen.

gehoopt op iets meer – 70 à 75 procent – maar 94 procent? Dat overtrof mijn stoutste dromen.” De snelheid waarmee de vaccins ontwikkeld werden, roept bij velen vragen op over winstbejag van de grote farmaceutische bedrijven.

“Onterecht: farmabedrijven hebben er geen spoed achter gezet om rijk te worden. Wie een lucratieve slag wil slaan, moet geen griepvaccins ontwikkelen, maar Viagra, verjongingsproducten of cholesterolremmers – producten die mensen vanaf een bepaalde leeftijd voor de rest van hun leven moeten nemen. Dat zijn de échte blockbusters. Van het coronavaccin zullen we hoogstens een paar keer een herhalingsvaccin moeten krijgen. Geen goed businessmodel, zeker gezien de risico’s die de firma’s hebben genomen door al de rest te laten vallen.” Wat zijn de beste argumenten om mensen te overtuigen die argwanend tegenover vaccineren staan?

“Je bedoelt hopelijk niet de antivaxers, want daar valt écht niet mee te redeneren. Sommige geloven zelfs dat de aarde plat is – dan houdt het op, hé. Ik snap ook niet waarom ze er zich zo hevig tegen verzetten: why the fuck vaccines? Mensen die argwanend zijn kun je vooral helpen door te informeren en overtuigen dat ze het doen om zichzelf en hun naasten te beschermen.” Zullen we een volgende gezondheidscrisis beter aanpakken?

“Het was een belangrijke les: het Westen was te zelfgenoegzaam geworden en dacht dat infectieziektes vooral iets waren voor armere landen. Toen het toch zover was, hadden wij zogezegd het beste zorgsysteem en zouden we deze crisis het beste aanpakken. En kijk eens welk werelddeel het zwaarst werd getroffen? Juist, Europa. We zijn dus écht wel kwetsbaar.” Zal de crisis ons ook doen nadenken over onze relatie met de natuur?

“Ik hoop het, want nu zijn we op een onverantwoorde manier roofbouw aan het plegen en bouwen we miljoenensteden in wat eerder gewoon jungle was. De tijd dat een virus in een onooglijk Afrikaans dorpje rondwaarde en daar weer uitstierf, is voorbij: nu komt zo’n virus meteen in

een netwerk van miljoenen mensen terecht. Daarom denk ik ook niet dat het virus op de markt in Wuhan is overgesprongen. Het is volgens mij óók het gevolg van de hebzucht van de mens. In veel Chinese grotten met grote vleermuizenpopulaties zoeken ze naar grondstoffen. Bovendien worden de uitwerpselen er verzameld als meststof. Kun je je voorstellen hoeveel aerosollen dat veroorzaakt, en wat er gebeurt als die medewerkers terug naar hun woning in een miljoenenstad gaan? Terwijl we eigenlijk al wisten dat vleermuizen gevaarlijke coronavirussen overdragen?” Tot slot: verlang je naar de anonimiteit eenmaal de crisis is bezworen?

“Ik heb voor alle duidelijkheid nooit om die bekendheid gevraagd, maar ik geef toe dat ik kan genieten van de kansen die ik erdoor krijg. Zoals een ludiek filmpje opnemen voor het tv-programma Vrede op Aarde. Alleen voor bordjes omdraaien in Het Rad heb ik gepast (lacht). En toen ik afgelopen zomer op vakantie boven op een gletsjer stond en daar twee Vlamingen mij om een selfie vroegen, heb ik me toch even afgevraagd of ik niet té bekend geworden was. Het voordeel is wel dat ik van velen complimenten krijg. Wij virologen krijgen enorm veel shit over ons heen en kunnen nooit goed doen: het is altijd te vroeg, te laat, te weinig, te veel, te streng of niet streng genoeg. Nu weet ik pas echt hoe politici zich moeten voelen.”

De wereldwijde afwezigheid van Spaanse griep Steven Van Gucht was begin 2019 als viroloog aanwezig op een symposium in Ieper, naar aanleiding van de 100ste verjaardag van de Spaanse griep. Een ontnuchterende vaststelling was dat er wereldwijd slechts één herdenkingsteken te vinden is aangaande een epidemie die 50 miljoen mensen het leven kostte: een klein kruis in een onooglijk plaatsje in Frankrijk. “Ik kan alleen maar hopen dat we de huidige pandemie niet op eenzelfde manier onder de mat schuiven, maar de lessen onthouden die we eruit getrokken hebben”, aldus Van Gucht.

Smart Fact. Als ik geen viroloog was, dan was ik… “Als kind wilde ik ontdekkingsreiziger worden. Ik zag mezelf al met een tent en hakmes door de jungle van Borneo zwoegen. Tot ik op een bepaalde leeftijd vaststelde dat alles eigenlijk al ontdekt was (lacht). De fascinatie voor diergeneeskunde, waar ik uiteindelijk voor heb gekozen, zat er echter ook al lang in. Wij kweekten vroeger honden, en soms stierf een heel nest kerngezonde puppy’s aan de kattenziekte. Ik wilde weten hoe dat kon gebeuren en waarom dat niet viel tegen te houden. Dus heb ik besloten om mij verder te verdiepen in virussen en te doctoreren.”

Sciensano Steven Van Gucht is Head of Viral Diseases bij Sciensano, het Belgisch instituut voor gezondheid dat ruim 700 medewerkers telt. De naam is een samentrekking van het Esperanto voor wetenschap (scienco) en gezondheid (sano). De opvolging van infectieziektes en de kwaliteitscontrole van vaccins vormen twee van de kerntaken, wat meteen duidelijk maakt waarom Van Gucht zo snel naar voor werd geschoven als autoriteit ter zake tijdens de persconferenties en in de journaals.


12 PREVENTIE

FOKUS-ONLINE.BE

Trek tijdig aan de alarmbel Veel ziektes zijn makkelijk en snel te genezen, indien je er op tijd bij bent. Je kunt je dus best niet laten verlammen door de schrik voor het coronavirus. Luisteren naar je eigen lichaam en vertrouwen op de expertise en professionaliteit van de zorgverleners blijft van uiterst belang.

M

isschien wel erger dan het coronavirus zelf, is de angst die erdoor verspreid wordt. “We leven momenteel in een onzeker klimaat en die angst sijpelt door naar mensen”, zegt apotheker Kristof Van Tricht. “Maar we mogen ons er niet door laten verlammen, want corona of niet, het leven gaat gewoon door.” Dat geldt ook voor medische hulp. “Naast het coronavirus, zijn er nog andere ziektes en medische problemen die een behandeling vereisen, en timing is daarbij vaak essentieel.”

Indien je gezond leeft en normaal gezien geen klachten hebt, dan zijn plotse veranderingen of hevige pijnen duidelijke alarmsignalen.

Het komt er dus op neer dat mensen zelf tijdig hulp moeten durven inschakelen. “Vaak voel je zelf intuïtief aan dat er iets mis is”, aldus Van Tricht. “Wees vooral waakzaam voor grote veranderingen. Indien je gezond leeft en normaal gezien geen klachten hebt, dan zijn plotse veranderingen of hevige pijnen duidelijke alarmsignalen. Blijf er dan niet mee zitten, maar trek aan de alarmbel.”

Een tendens binnen de zorgverlening deze afgelopen coronaperiode is dat veel mensen de behandeling van chronische klachten uitstellen of pas laat signaleren. Van Tricht: “Veel ziektes zijn nochtans vaak makkelijk te behandelen, indien je er op tijd bij bent. Onderbehandeling of een te late behandeling kan nefaste langetermijngevolgen hebben. Bij een laattijdige diagnose kan het zijn dat het eerste arsenaal aan behandelingen niet meer mogelijk is. In dat geval moeten artsen overschakelen op andere methoden. Die procedures zijn vaak niet alleen duurder, maar ook invasiever dan het initiële behandelplan.” Sommige ziektes zijn met kleine interventies redelijk makkelijk te genezen, en een laattijdige diagnose kan met andere woorden een gemiste kans zijn voor een goed herstel. Van Tricht schrijft twee oorzaken toe aan het feit dat mensen een doktersbezoek nu vaak uitstellen. Enerzijds willen mensen de reeds overbelaste zorgsector niet nog meer onder druk zetten, anderzijds hebben ze schrik het coronavirus op te lopen wanneer ze naar de dokter of het ziekenhuis gaan. Deze denkbeelden vragen nuancering: “Ik kan niet ontkennen dat de werkomstandigheden voor het zorgpersoneel zwaar zijn. Door onderbestaffing is de werkdruk hoog en de hygiënemaatregelen intens. Maar het

om ernstige signalen te herkennen en kunnen mensen aansporen om naar de dokter te gaan. De huisarts kan de patiënt dan eventueel doorverwijzen naar een specialist.” Het is eveneens belangrijk dat je niet zelf voor dokter speelt en oordeelt dat je klachten niet ernstig genoeg zijn om naar de dokter te gaan, voegt Van Tricht daar nog aan toe.

Een goede vuistregel bij milde symptomen is dat, als ze langer dan een week aanhouden, je ook een dokter moet consulteren. “Voor kinderen is die marge natuurlijk kleiner, dan moet je sneller schakelen. Maar zoals altijd blijft de gouden raad: luister naar je lichaam en denk logisch na.” Zolang je je aan de maatregelen houdt, is het volgens Van Tricht zeker veilig om naar de dokter of het ziekenhuis te gaan. “Respecteer de hygiënevoorschriften: draag een masker, was je handen regelmatig en houd afstand van andere patiënten. Zolang je die regels respecteert, moet je geen schrik hebben om het coronavirus op te lopen.”

medisch personeel is hiervoor opgeleid en de regels worden heel streng opgevolgd om de verspreiding van het virus in te dijken.” Het zorgpersoneel werkt zich uit de naad om patiënten op een zo vlot mogelijke

manier te kunnen helpen. “Apothekers en huisartsen kunnen eerstelijnsadvies geven en een eerste triage doorvoeren. Apothekers zijn heel toegankelijk, je kunt er gewoon zonder afspraak binnenstappen en je klachten bespreken”, zegt Van Tricht. “Ze zijn opgeleid

De angst voor het virus mag dus geen barrière vormen om medische hulp te zoeken. Want daarnaast zullen er altijd nog ernstige ziektes blijven bestaan. “Ik wil mensen niet bang maken, maar ze juist aanzetten om realistisch te blijven en verder te kijken dan hun vrees voor het coronavirus.” Door Ciara Reid


ANALIS: BELGISCHE EXPERTISE EN INNOVATIE VOOR HET KLINISCHE LAB De coronacrisis heeft het zonneklaar gemaakt: het belang van goed uitgeruste laboratoria die snel kunnen schakelen mag absoluut niet onderschat worden. Analis, een op en top Belgische distributeur en producent van labomateriaal, helpt zijn klanten bij het snel en nauwkeurig uitvoeren van hun opdrachten. Analis, dat de volledige Benelux-markt bedient, verdeelt een zeer breed gamma van materiaal voor labo’s. “Zeer breed” is daarbij geen overdrijving: Vanuit het hoofdkantoor in Namen vertrekken dagelijks centrifuges, bioveiligheidskasten, sneltesten, allerlei diagnostische analyseapparatuur, intelligent gestuurde laboratoriumautomaten en ongeveer alles daartussenin. Analis werkt met meer dan negentig fabrikanten samen, van Beckman Coulter tot Esco, Randox, Sigma… Elk bedrijf met enige naam in de labowereld, weet Analis wonen.

“Met de meeste van onze leveranciers hebben we al jarenlang duurzame relaties opgebouwd”, zegt Lobke. “Het zijn bedrijven van over heel de wereld met naam en faam in de medische wereld. Toen er plots in ijltempo overal testlabo’s opgericht moesten worden, konden wij die vraag volgen, precies omdat die relaties al gelegd waren en wij dus direct konden inspelen op de specifieke noden van elk testlab. Tegelijk kennen we de business goed genoeg om ook snel nieuwe leveranciers te kunnen aantrekken. Dat was bijvoorbeeld het geval bij de covidsneltests die we nu ook verdelen.”

niet zo gigantisch moeilijk, alleen: dan ben je er nog niet. Je moet ook je IT-omgeving daaraan aanpassen: je moet zorgen dat je pc’s met die robots kunnen communiceren, want die spreken natuurlijk mekaars ‘taal’ niet. Je moet dat alles ook nog eens volgens strenge kwaliteitsnormen en onder tijdsdruk kunnen doen. Dat maakt het een uitdaging, ja. Maar wel eentje die we graag aangaan (lacht).”

De Belg wil al wel eens kritisch zijn over de gezondheidszorg in ons land, maar het is een feit: diezelfde gezondheidszorg wordt ons in de buurlanden benijd. “Zorg in België is zeer kwalitatief, voor iedereen bereikbaar én betaalbaar”, zegt Lobke. “We mogen daar gerust fier op zijn. Tegelijk gaan we pragmatisch om met problemen en kunnen we out of the box denken. Wij spiegelen ons graag aan die attitude, dat geeft ons energie.” Praten met robots Sales & Marketing Manager Stijn De Praeter geeft een voorbeeld. “We hebben meegewerkt aan de inrichting van een Europees testlab voor COVID-19 in Heppignies”, zegt hij. “Daar worden meer dan 20.000 analyses per dag uitgevoerd. Om dat aantal per dag te verwerken, hebben we zes robots geïnstalleerd die helpen bij het sorteren, manipuleren en archiveren van de stalen. Volledig manueel zou dat ondoenbaar zijn geweest.”

“We hebben ondertussen een decennialange ervaring in de wereld van de diagnostiek opgebouwd”, zegt Chief Sales & Marketing Officer Lobke Tremmerie. “De roots van het bedrijf gaan terug tot 1927, toen we al instrumenten leverden aan de petrochemische industrie. Vandaag bedienen we vooral klinische labo’s, maar ook onderzoekslaboratoria en de biotechwereld.” Expertise en partnerships De huidige coronacrisis was voor Analis een uitgelezen kans om te laten zien dat het bedrijf zowel over een diepgaande expertise beschikt, als over de juiste relaties om snel te kunnen schakelen.

Dat huwelijk tussen “klassieke” laboratoriuminrichting met hulpmiddelen uit de IT en de automatisatie is trouwens een trend die Analis al een tijdje voelt aankomen. En waar ze ook volledig klaar voor zijn. “De informatisering van de zorg is al langer bezig en ook de laboratoria ontsnappen er niet aan”, zegt Lobke. “De rol van IT, van kunstmatige intelligentie naar cloud-gebaseerde systemen, neemt hand over hand toe. Ook daar kunnen we klanten helpen, en we werken daarvoor trouwens samen met gereputeerde en eveneens Belgische partners.” “Zulke ontwikkelingen vragen ook van ons een open geest en zin voor innovatie”, pikt Stijn in. “Het installeren van robots op zich is misschien

www.analis.com | mail@analis.com

Lucht desinfecteren Om af te sluiten: Analis verdeelt niet alleen labomateriaal, maar produceert ook een gamma eigen producten. “Dat gaat bijvoorbeeld over labomeubilair”, zegt Lobke. “Daarmee kunnen volledige labo’s ergonomisch ingericht worden. Alle aansluitingen voor bijvoorbeeld elektriciteit en afzuiging zijn daarbij uiteraard ook voorzien. Een tweede belangrijk gamma eigen producten zijn de desinfectieproducten. Niet alleen voor oppervlakten, maar ook voor het desinfecteren van de lucht. Deze toestellen zuigen de lucht aan, waarna de gepatenteerde technologie in actie treedt. Door het aanleggen van een spanningsveld worden alle micro-organismen die erdoor passeren in een milliseconde uitgeschakeld. In eerste instantie worden deze desinfectieapparaten vooral gebruikt in ziekenhuizen en rusthuizen. Deze afdeling is de laatste maanden enorm gegroeid en krijgt nu veel aanvragen uit andere segmenten zoals hotels, restaurants, apotheken en industrie in het algemeen. Deze technologie is niet enkel bestemd om covid te bestrijden maar kan ook aangewend worden ter bestrijding van allergieën en astma.”


14 BUDDYSYSTEEM

FOKUS-ONLINE.BE

In tijden van nood leert men zijn buddy’s kennen Het coronavirus introduceerde de Belgische gezondheidszorg aan het vernuftige buddysysteem. Tijdelijk werklozen geven zo een waardevolle invulling aan hun lockdownleven. De doorbraak van een nieuw zorgmodel? “Bezorgdheid en opportuniteit liggen dicht bij elkaar.”

I

n maart vorig jaar brak de pandemie in ons land los. Zorginstellingen, die al langer kreunen onder een nijpend personeelstekort en een hoge werklast, stonden aan het begin van een grote uitdaging. Tegelijkertijd kwamen andere sectoren abrupt tot stilstand. Veel mensen belandden in het systeem van tijdelijke werkloosheid. Een creatieve oplossing diende zich aan. “Na een crisismeeting werd al snel duidelijk dat we helpende handen nodig hadden”, vertelt Sonja Sommeryns, manager staf en strategie patiëntenzorg bij Ziekenhuis Netwerk Antwerpen. “De gediplomeerde verpleegkundigen waren allemaal al ingezet, die markt was leeggeplukt. Anderzijds zaten er veel mensen, ook gediplomeerd maar niet in de zorg, thuis zonder werk.” Het buddysysteem waarbij niet-gediplomeerde medewerkers worden ingeschakeld, maakte een opkomst. “We schreven vacatures uit voor twee profielen: de zorgbuddy’s en de administratieve buddy’s. In totaal ontvingen we maar liefst 1.300 sollicitaties”, vertelt Sommeryns. 100 mensen gingen er aan de slag als buddy. “De sterkte van de werking is dat we zo een grote frustratiebron van verpleegkundigen en artsen wegnemen, namelijk de hoge werkdruk en de daarbij horende stress dat ze hun job niet even zorgvuldig kunnen uitoefenen.” Een andere sleutel in het systeem zijn de coaches. Zij fungeren als brug tussen het team van vaste verpleegkundigen en de buddy’s. “De coaches zijn verpleegkundigen die eerder werkzaam waren op onder andere afdelingen die door COVID-19 werden gesloten. Zij waken over de mentale weerbaarheid van de buddy’s.” Ziekenhuis Netwerk Antwerpen evalueert de werking als zeer positief. “De buddy’s

kwamen met een frisse blik en zorgden hier en daar voor een efficiëntere werking van bestaande systemen.” Zowel de deelnemers als de verpleegkundigen zijn tevreden. “Het systeem is natuurlijk tijdelijk. We kijken hoe we het kunnen integreren in een vaste werking. We moeten sowieso overgaan naar een nieuw zorgmodel, al gaat dat niet over een nacht ijs. Er moeten experts en partners

bij betrokken worden. Dit systeem kan breder dan enkel ZNA van nut zijn. Het model kan bijvoorbeeld geëxtrapoleerd worden naar andere sectoren.” Een buddysysteem in de psychische zorgverlening? Het kan volgens Sommeryns: “Mits een correcte vertaling. Je zit in een andere context en met andere zorgnoden.”

De buddy’s kwamen met een frisse blik en zorgden hier en daar voor een efficiëntere werking van bestaande systemen. — Sonja Sommeryns, Ziekenhuis Netwerk Antwerpen

Buddywerking Vlaanderen werd eind 2011 door de Vlaamse overheid structureel ingebed. Zij koppelen vrijwilligers aan mensen met psychische kwetsbaarheid. “Door regelmatig samen leuke dingen te doen zoals wandelen, naar de film gaan of een koffie drinken, doorbreken ze het sociaal isolement”, vertelt Robin Broché, coördinator Buddywerking Vlaanderen. Dit is een georganiseerde vriendschap waarbij er rekening wordt gehouden met gemeenschappelijke raakpunten. “In de relatie tussen buddy en deelnemer staat gelijkwaardigheid centraal. Daarnaast werkt het taboedoorbrekend en bevordert het de integratie van mensen met langdurige psychische moeilijkheden.” Ook dit buddysysteem bewees zijn relevantie tijdens de coronacrisis. “De problematiek van eenzaamheid kwam het afgelopen jaar sterk naar voren. Het treft onze doelgroep extra hard”, zegt Broché. “De kracht van onze werking is nabijheid en verbondenheid. De huidige afstandsregels staan daar haaks op. Hoewel het vandaag allesbehalve gemakkelijk is om dingen te doen, kunnen duo’s wel nog samen gaan wandelen, met respect voor de maatregelen. We zetten ook meer in op onlinecontact en in sommige regio’s werd er gestart met een systeem van telebuddy’s. Waardevolle alternatieven, maar echt sociaal contact blijft onvervangbaar.” De grote uitdaging voor de gezondheidszorg is het vinden van structurele oplossingen voor deze noden. “Want de vraag is groter dan het aanbod”, sluit Broché af. Door Rosalie Van Hoof


#FOKUSHEALTHCARE

LANGDURIG ZIEK 15

Chronische ziekten vereisen mentale en digitale veerkracht Chronische ziekten vormen een diep probleem in onze samenleving. Maar met nieuwe denkpistes en technologie houden we chronische patiënten mentaal en fysiek gezonder. Op zijn beurt verlaagt dat misschien de kost voor de maatschappij.

I

n 2017 leed maar liefst 11 procent van de Vlamingen aan een chronische aandoening, een aantal dat elk jaar toeneemt. De vergrijzing van de bevolking is de grote drijfveer en verwacht een zorg die meer preventief en digitaal is, maar die ook kijkt naar mentale gezondheid. Chronische ziekten zijn lang niet enkel fysiek en eisen soms een mentale tol. Met die onderlinge relatie houdt Jessica Rassart zich bezig, postdoctoraal onderzoeker aan de KU Leuven. Zij specialiseert zich in de rol van de persoonlijkheid in de aanpassing aan een chronische ziekte bij jongeren en jongvolwassenen. “Tijdens de tienerjaren en jongvolwassenheid kan de aanwezigheid van een chronische ziekte typische ontwikkelingstaken in de weg staan, zoals het loskomen van ouders, het aangaan van hechte vriendschappen, het opbouwen van een eigen identiteit, het exploreren van romantische relaties en het uitbouwen van een carrière. Patiënten dienen een evenwicht te zoeken tussen het zorgen voor hun ziekte en het leiden van een zo normaal mogelijk leven. Wat niet gemakkelijk is”, stelt ze. Rassart waarschuwt niettemin voor het trekken van te snelle conclusies. Haar onderzoek vond maar kleine persoonlijkheidsverschillen tussen jonge mensen met of zonder chronische ziekte. Er bestaan weliswaar studies die een relatie vinden tussen chronische ziekten en mentale aandoeningen. Personen met diabetes zouden zo tot twee keer meer kans hebben op een majeure, dus ernstige vorm van depressie. Maar dat steunt vooral op onderzoek uit de VS. In Europese studies wordt dit vaak niet teruggevonden, dat we mogelijks kunnen wijten aan een betere ondersteuning van zieken hier. Wel versterken of verzwakken bepaalde persoonlijkheidskenmerken soms de veerkracht van chronische patiënten. “Vooral personen

die hoog scoorden op neuroticisme, die eerder onzeker, angstig en pessimistisch zijn, en meer de neiging hebben om te piekeren en een negatieve stemming te ervaren, liepen een risico op tal van negatieve uitkomsten. Daaronder vind je eenzaamheid, een minder goede levenskwaliteit, problemen rond behandeling en een moeilijkere communicatie

met zorgverleners ”, stelt Rassart. “We vonden echter ook bewijs voor een omgekeerde relatie. Bepaalde persoonlijkheidstrekken kunnen patiënten niet enkel kwetsbaar maken voor aanpassingsmoeilijkheden; aanpassingsmoeilijkheden kunnen ook hun stempel drukken op de persoonlijkheid van patiënten.”

Je zit in een situatie waarvan je nooit geneest. Het doel is om de ziekte onder controle te houden, en daarom moet de patiënt een goede levensstijl aanhouden. Daarbij kan een app mogelijk helpen.

Rassart voegt daaraan toe dat andere zaken ook belangrijk zijn bij het omgaan met een chronische ziekte, zoals de mate van steun van familie en vrienden of het gebruik van technologie. Dat laatste element onderzoekt An Jacobs, professor aan de VUB en onderzoeker bij imec-SMIT. “Levensstijl is hier een belangrijke factor”, stelt Jacobs. “Je zit in een situatie waarvan je nooit geneest. Het doel is om de ziekte onder controle te houden, en daarom moet de patiënt een goede levensstijl aanhouden. Daarbij helpt een app mogelijk.” Haar team werkt mee aan het project ProACT, waar ze samen met een aantal Europese partners een platform ontwikkelt om chronische patiënten op te volgen. “We ondersteunen mensen boven de 65 met meerdere chronische aandoeningen in hun zelfmanagement. We maakten een platform waarop je verschillende commerciële tools aansluit. De meeste applicaties richten zich namelijk op één aandoening, zoals diabetes, maar meestal lijden patiënten aan verschillende ziektes tegelijk. Nu laten we hen toe om dat op één platform op te volgen.” Zo proberen ze de maatschappelijke kost van chronische ziekten onder controle te houden, en patiënten hun autonomie te laten bewaren. “De controle van de gebruiker is enorm belangrijk”, stelt Jacobs. “Dat zie je bijvoorbeeld bij de privacy van de app. De patiënt moet te allen tijde beslissen wie welke data ziet en gebruikt. Dat moet transparant en beschermend zijn, want we mogen niet verwachten dat iedereen zich daar dagelijks mee bezighoudt.” Het digitale mag nooit alleen staan, zo besluit Jacobs. “Er moet menselijk contact en een systeem rond bestaan. Een app vervangt geen dokter, het is ter ondersteuning van bestaande zorg. Technologie werkt nooit als het losstaat van mensen.” Door Tom Cassauwers


16 EXPERTPANEL • VERPLEEGKUNDIGEN

FOKUS-ONLINE.BE

Van premie tot psychologische steun: de nazorg voor verpleegkundigen De verwarring rond de premies en de negatieve beeldvorming van woonzorgcentra maken het zorg- en verpleegkundigen extra moeilijk tijdens de crisis. Tijd heelt alle wonden, maar zalf helpt ook: “Er is nood aan meer middelen.”

Willeke Dijkhoffz

Ellen De Wandeler

Erik Schokkaert

Gedelegeerd bestuurder en alg. directeur GZA Ziekenhuizen

Algemeen coördinator NVKVV

Gezondheidseconoom KU Leuven

Hoe kunnen we verpleegkundigen het beste bijstaan na deze moeilijke periode? “Waardering tonen voor hun inzet, zowel structureel maatschappelijk als door de organisaties waarvoor ze werken. De overheid tracht dit te doen door ze financieel te belonen, maar ook door meer medewerkers aan bed te financieren. Dat verbetert de beeldvorming van de job, wat op lange termijn leidt tot meer personeel. Er is op dat vlak een nog grotere kloof te overbruggen in woonzorgcentra. Die krijgen het hard te verduren door de crisis én de negatieve beeldvorming. Naast een meer algemeen beleidsmatige opwaardering en ondersteuning is een individuele benadering onontbeerlijk, zoals opvang binnen het team, psychologische ondersteuning... Na de crisis begint mogelijk pas de echte verwerking.”

“Verpleegkundigen in zorginstellingen werden bijgestaan door onder andere collega’s en buddy’s, waardoor ze konden focussen op het zorgende aspect. Structurele ondersteuning in logistieke en administratieve taken is daarom noodzakelijk op elke afdeling. Zo pak je het nijpend tekort aan personeel aan én verminder je de werklast. Dit vraagt een mentaliteitsshift bij verpleegkundigen en hun leidinggevenden. Op korte termijn moeten we inzetten op psychosociaal welzijn. Er is vraag naar rustpauzes om te recupereren. Dit is helaas moeilijk. De reguliere zorg moet weer op gang komen en de wachtlijsten zijn opgelopen. Daarom is het eerste punt zo belangrijk: investeren in ondersteuning, ook in de thuisverpleging.”

“Op dit moment: door de regels te volgen. De crisis heeft het belang van goed verplegend personeel voor onze maatschappij benadrukt. Daarom moeten we ervoor zorgen dat er meer middelen vrijkomen voor de gezondheidszorg. Op die manier kan er bijkomend personeel worden aangeworven en zal de hoge werklast verminderen. Op lange termijn moeten we nadenken over de inhoudelijke taakverdeling binnen de ziekenhuizen. De algemene organisatie, en de positie van verpleegkundigen daarin, is aan herziening toe. Hetzelfde geldt voor de thuiszorg. We willen mensen zo lang mogelijk uit instellingen houden, maar het is naïef om te denken dat mantelzorgers dit allemaal redden. Ook hier is er nood aan meer middelen.”

De initiële aanmoedigingspremie zag heel wat zorgmedewerkers over het hoofd. Hoe komt dat? “Dat de premie oorspronkelijk enkel aan federaal personeel werd toegekend, maakte de spreidsprong tussen ziekenhuizen en woonzorgcentra nog groter. Je creëert een perceptie van ongelijkheid. Het heeft de emoties van medewerkers die al op scherp stonden, zeker in de eerste lijn, versterkt. Uiteraard heeft het een politieke verklaring. Budget en bevoegdheden spelen een rol. Toch hoop ik dat de overheid een les geleerd heeft: over zoiets communiceer je beter gezamenlijk. Er is naderhand wel een inhaalbeweging gemaakt voor verpleegkundigen en zorgkundigen in de ouderenzorg. Zij krijgen een versnelde uitrol van het nieuwe verloningsmodel (IFIC). Daarnaast ontvangt iedereen een consumptiecheck en een premie.”

“Er kwamen op korte tijd veel budgetten vrij en dat geheel is soms verwarrend. Als beroepsorganisatie scheppen we helderheid door overzicht, zodat verpleegkundigen weten wat voor wie is. De aanmoedigingspremie was aanvankelijk enkel voorzien voor federaal personeel. Vlaanderen heeft eind december een inhaalmanoeuvre gedaan door ook een premie te voorzien, alsook de versnelde uitrol van IFIC. Het Vlaamse zorgpersoneel kreeg de loonsverhoging in januari, federale collega’s moeten wachten tot juni. Dit sociaal akkoord bestond al, maar is versneld door de crisis. Op die manier is er dus een structurele financiering. Voor zelfstandige thuisverpleegkundigen wordt nog aan een oplossing gewerkt.”

“Verpleegkundigen zijn vooral ontgoocheld over het feit dat wat er op hun rekening verschijnt, veel lager zal zijn dan de oorspronkelijk voorziene premie. In onze samenleving is een geldelijke vergoeding een vorm van waardering tonen. Ik denk dat de arbeidsvoldoening van en het inkomen dat bij de job hoort, allebei belangrijk zijn. De aantrekkingskracht van het beroep hangt niet alleen af van de geplande verhoging van het inkomen. De beroepsernst van het verplegend personeel is echt fenomenaal geweest het afgelopen jaar: er is toch geweldig hard gewerkt door iedereen in de sector, dat is bewonderenswaardig.”

Wat kunnen we doen om dit in de toekomst te vermijden? “Bij aanvang van de crisis deden zowel de federale als de Vlaamse overheid hun uiterste best om de situatie te managen. Helaas deden ze dat vooral apart, wat niet ideaal is gebleken. De richtlijnen verschilden wel eens van elkaar en dat had ook een uitwerking op het personeel. Sinds de tweede golf wordt er meer intens overlegd tussen de bevoegde overheden. Los daarvan kun je jezelf de vraag stellen of gezondheidszorg niet beter opnieuw gecentraliseerd wordt om toekomstige pandemieën meer gestroomlijnd aan te pakken. Ik vermoed dat het maatschappelijk debat hierover nog niet voorbij is.”

“De regeringsstructuren zijn wat ze zijn. Voor gezondheidszorg opnieuw gecentraliseerd of verder gedecentraliseerd kan worden, moet er een tweederdemeerderheid zijn in het parlement. In het huidige politieke landschap zie ik dat niet snel gebeuren. Zorg stopt echter niet aan een taal- of bevoegdheidsgrens. Samen met de beroepsorganisaties zetten we al jaren in op betere samenwerking en communicatie over die grenzen, maar ook ‘muren’ van zorginstellingen heen. We proberen beleidsmakers er constant op te wijzen dat ze geen groep over het hoofd mogen zien. Verpleegkundigen zijn in diverse sectoren tewerkgesteld. Het is onze taak om, samen met andere stakeholders, op diezelfde nagel te blijven kloppen.”

“Of gezondheidszorg nu meer moet worden samengebracht op federaal of Vlaams niveau, daar zijn meningsverschillen over. Iedereen is het er echter over eens dat de taakverdeling vandaag volledig krom zit. Er zijn bizarre situaties van bevoegdheidsverdeling, dus wordt er onvoldoende gecoördineerd. Ik ben voorstander van een sterke lokale werking, zodat er meer wordt samengewerkt tussen de ziekenhuizen, huisartsen, thuiszorg en woonzorgcentra van een bepaalde regio. Er kunnen natuurlijk regionale verschillen zijn op basis van de samenstelling en de noden van de bevolking. De financiering en globale organisatie houden we best op een centraal – Vlaams of federaal – niveau.” Door Rosalie Van Hoof


CRM Fog blaast virussen de vernieling in Hoe fantastisch zou het niet zijn als we onze omgeving zouden kunnen desinfecteren en ontdoen van alle schadelijke schimmels, bacteriën en virussen? Wel, dat kan. De CRM Fog is een Belgische uitvinding om snel kamers, muren en oppervlakten proper te maken. Zelfs het COVID-19-virus is er niet tegen opgewassen. Het ziet eruit als een minikoelkast, maar de CRM Fog heeft heel andere toepassingen dan het koel houden van broodbeleg of frisa drank. Dit toestel is een ‘fogger’: het vernea velt een droge, onzichtbare en desinfectea rende mist en maakt zo korte metten met virussen en bacteriën. Waregemnaar Roland Maes is de geestelijke vader van het apparaat. “Het idee was al lang voor de coronapandemie geboren”, zegt hij. “Eigenlijk was ik een apparaat aan het onta wikkelen om heel snel keukens te ontsmeta ten. Mijn broer is namelijk een distributeur van grootkeukens en hij zocht een manier om keukens bijvoorbeeld van de salmonellaa bacterie te ontdoen. Er bestaan al apparaaa tjes die ontsmettende dampen verspreiden, maar die werken eigenlijk niet goed. Het zijn een soort puffertjes met een veel te kleia ne druk waardoor de nevel slecht verspreid wordt. Dat probleem proberen ze dan weer op te lossen door er ventilatoren aan te hana gen, maar dan nog is het resultaat meestal zeer mager.” De CRM Fog werkt anders. “Wij werken met minuscule druppeltjes, een zogenaamde

droge mist”, legt Roland uit. “Die is onzichta baar, maar verspreidt ook zeer snel en hoa mogeen en kruipt in de allerkleinste kiertjes en gaatjes. Tafels, stoelen, muren, kasten, alle mogelijke oppervlakten en zelfs de gora dijnen kunnen zo ontsmet worden. En dat grondiger én in een fractie van de tijd dan wanneer je de kamer met de hand poetst. Niet alleen schimmels, bacteriën en virussen worden door de CRM Fog vernietigd, ook bijvoorbeeld schurftmijten op beddengoed en kleding, en zelfs fruitvliegjes.”

Waterstofperoxide

Als ontsmettingsmiddel gebruikt de CRM Fog gestabiliseerde waterstofperoxide. “Waa terstofperoxide is een ontsmettingsmiddel dat al decennialang in ziekenhuizen wordt ingezet en perfect veilig is”, zegt Roland. “Het wordt ook gebruikt bij bijvoorbeeld ontstea kingen in de mondholte of voor het ontsmeta ten van drinkwater. De FOD Volksgezonda heid heeft ons trouwens probleemloos een vergunning gegeven over het gebruikte desa infectiemiddel zodat we het apparaat direct op de markt konden brengen, mits de nodia ge CE-attesten van het toestel, natuurlijk.” De CRM Fog is nu goed een maand te koop. Typische plaatsen waar hij ingezet wordt zijn bedrijfsruimten, vergaderzalen, woona zorgcentra, fitnessruimten, hotels, schoa len, funeraria... “Om hem te gebruiken is er geen voora of nabehandeling nodig”, aldus Roland. “Je zet hem gewoon in een hoekje van de kamer en hij doet zijn ding. Meestal wordt het apparaat geprogrammeerd zodat de behandeling ’s nachts wordt uitgevoerd.

Tijdens het ‘foggen’ mag er immers niemand in de ruimte aanwezig zijn. Het apparaat detecteert dat trouwens zelf: als er mensen rondlopen, doet het niets. Het is natuurlijk ook weer niet de bedoeling dat je constant in contact komt met waterstofperoxide of het gaat inademen.” Het waterstofperoxide dat door het appaa raat verneveld wordt, zit in een speciale rea cycleerbare fles. Een ruimte van pakweg 250 kubieke meter kan twee weken behandeld worden met één fles. Daarna is de fles leeg en moet die vervangen worden. “Het apa paraat geeft zelf aan wanneer dat nodig is”, zegt Roland. “De complete software van het toestel is trouwens door ons ontwikkeld. We kunnen ook alle apparaten over the air voora zien van nieuwe updates en bijvoorbeeld het debiet van de sprays aanpassen. Dat doet geen enkele concurrent ons na.”

5.000 kubieke meter

Blijft natuurlijk de vraag: hoeveel kost zo’n CRM Fog? “De CRM Fog haal je in huis via een huurcontract”, legt Roland uit. “Een apparaat kost 129 euro per maand. Dus voor ongeveer vijf euro per werkdag maak je je bedrijfsruimten brandschoon. Tel daarbij ook nog zo’n één euro per dag aan ontsmettingsmiddel. Hoeveel je in totaal kwijt bent, hangt natuurlijk ook af van de hoeveelheid ruimte die je wilt ontsmetten. Om een idee te geven: een hal van ongeveer 5.000 kubieke meter maak je proper met twee CRM Fogs. Momenteel zitten we nog maar in de opstartfase en doen we de verkoop nog rechtstreeks. Maar het is de bedoeling om zo snel mogelijk op te schalen en de verdeling via partners te regelen. Eerst in België, maar we willen ook gauw in onze buurlanden van start gaan.”

www.crmfog.be 056 15 13 22


18 NAWOORD

FOKUS-ONLINE.BE

Karel Van De Sompel

‘Samen’ werkt We klaarden een schijnbaar onmogelijke klus: op minder dan 10 maanden tijd ontwikkelden, produceerden en verdelen we een vaccin voor de ziekte die ons in haar greep houdt. Als deze crisis ons iets leerde, dan wel het belang van samenwerking.

W

e legden het voorbije jaar een fenomenaal traject af aan een ongeziene snelheid. Op 17 maart 2020 startten we in samenwerking met biotechbedrijf BioNTech met de ontwikkeling van een nieuw vaccin dat een uitweg kon bieden aan de oprukkende pandemie. Dankzij de enorme krachtinspanning van zovele mensen, experten en overheden hebben we die uitdaging kunnen waarmaken. Dit is een verwezenlijking waar we samen, als samenleving, trots op mogen zijn. We hebben bergen verzet, en daar was heel wat durf voor nodig. Zonder zekerheid op slagen gooiden we alle middelen in de strijd om een oplossing te vinden. COVID-19 greep snel om zich heen, dus wij reageerden. Ik kon vanop de eerste lijn zien hoe alle collega’s zich samen achter het nieuwe gemeenschappelijke doel schaarden. Natuurlijk kan niemand op eigen houtje uitdagingen van deze grootte te lijf gaan, ook Pfizer niet. Het is dankzij de samenwerking tussen alle gezondheidspartners dat dit gerealiseerd kon worden. Het vertrouwen in deze partnerschappen en in de wetenschap sterkte ook de durf

om ervoor te gaan. Er werd heel snel en op wereldwijde schaal wetenschappelijke data gedeeld, verschillende partijen ontwikkelden parallel verschillende soorten vaccins en de overheden en regelgevende instanties leverden enorme inspanningen om snel een oplossing te

2021 wordt niet alleen het jaar van het vaccin, maar van het samenzijn. kunnen bieden aan hun bevolking. Iedereen in de keten had hetzelfde doel: levens redden. Het resultaat? Minder dan één jaar na de start van de ontwikkeling van een nieuw vaccin worden de eerste mensen gevaccineerd. We kunnen fier zijn op de bijdrage die we hebben geleverd aan deze oplossing.

Ontdek meer op

#fokushealthcare

Dat België zo’n centrale rol speelt in dit verhaal is ook niet toevallig. Binnen de Pfizer-groep heeft de Belgische tak historisch een belangrijke rol. Ons land is bovendien een farmavallei binnen Europa. De jarenlange investeringen in Belgische onderzoekscapaciteit en expertise plaatsen ons aan de top. Laat ons de getrokken lessen uit deze crisis niet vergeten. De manier waarop op alle niveaus mankracht en middelen gemobiliseerd werden om dit probleem op te lossen, geeft hoop voor de toekomst. Als we durven samenwerken en écht willen slagen, dan zijn we in staat heel wat te verwezenlijken. Maar waar het natuurlijk echt om draait: mensen. 2021 wordt niet alleen het jaar van het vaccin, maar vooral van het samenzijn. Ik hoop dat we onze vrijheid langzaam maar zeker opnieuw kunnen ontdekken. Voor mezelf hoop ik binnenkort terug naar het theater te kunnen gaan, of een glas te drinken met familie en vrienden. Science will win.

Door Karel Van De Sompel,

Country Manager Pfizer Belgium Luxembourg


IJSFABRIEK STROMBEEK: Ruim een eeuw ervaring in gassen Industriële gassen als zuurstof, stikstof of argon hebben zeer brede toepassingsgebieden in de industrie, de voeding en de medische wereld. Bij IJsfabriek Strombeek hebben ze meer dan 100 jaar ervaring met deze toch wel uitzonderlijke producten. De geschiedenis van IJsfabriek Strombeek gaat terug tot 1904, toen het bedrijf werd opgericht door de overgrootvader van huidig directeur Dieter Soens. “Het eerste succesproduct was ijs”, vertelt hij. “Vandaar ook de naam. Dat was in die tijd erg populair om voedsel te koelen. Koelkasten, laat staan diepvriezers, bestonden immers nog niet. Op een bepaald moment wordt het productenpalet uitgebreid met CO2-flessen die aan cafés werden geleverd om bier te kunnen tappen. Dat gamma aan gassen werd snel uitgebreid, omdat mijn grootvader bij een reis naar Amerika de opkomst van de koelkasten had gezien. Hij vermoedde dus dat de vraag naar ijs zou afnemen. Na de oorlog werd bijvoorbeeld de verkoop van zuurstof en acetyleen heel belangrijk. Dit wordt gebruikt bij het lassen en dat werd in de jaren na de oorlog – de wederopbouw – natuurlijk enorm veel gedaan.”

dan weer gebruikt in diverse toepassingen in zowat alle sectoren, bijvoorbeeld als verpakkingsgas of als inert gas in de chemische industrie. Het aantal toepassingen is echt enorm.”

Essentieel bedrijf Tegelijk blijft uiteraard ook zuurstof, die klassieker, in het gamma. “We bevoorraden een vijfendertigtal ziekenhuizen over heel België met zuurstof”, legt Dieter uit. “We hebben daar natuurlijk ook de nodige certificaten voor gekregen van de overheid. Net als bijvoorbeeld argon of stikstof fabriceren we die zuurstof niet zelf. Onze toegevoegde waarde ligt wel duidelijk in de kwaliteitsgaranties die we kunnen bieden bij het verwerken van de zuurstof op flessen. En in de scherpe prijs die we kunnen aanrekenen, uiteraard.”

www.ijsfabriekstrombeek.be

IJsfabriek Strombeek werd tijdens de pandemie ook beschouwd als een “essentieel” bedrijf. Het heeft dus altijd kunnen doorwerken. “En gelukkig maar”, zegt Dieter, “want het was op sommige momenten alle hens aan dek. Nu nog, trouwens. Wij verdelen bijvoorbeeld ook droogijs en dat is een van de methodes die gebruikt wordt om de koeling te garanderen bij het transport van vaccins. Bij diverse klanten in de logistieke koudeketen merken we ook een verhoogde vraag naar droogijs. Gelukkig zijn wij, vergeleken met veel van onze concurrenten, een klein, familiaal bedrijf dat snel en flexibel kan schakelen. Onze mensen hebben tijdens de crisis zeer veel bereidwilligheid getoond, met alle respect voor de coronamaatregelen, natuurlijk. Daar ben ik hen ook dankbaar voor.” Lachgas? Niet om te lachen

Lasersnijden Momenteel verdelen de honderd werknemers van IJsfabriek Strombeek al lang niet meer alleen zuurstof. Het gamma bestaat uit tientallen gassen en gasmengsels voor een breed gamma aan toepassingen, dat gaat van helium en argon over stikstof, perslucht en lachgas tot medische gassen. “De maakindustrie, de voedingsindustrie, de tuinbouw en de medische sector zijn zo typische klanten van ons”, vertelt Dieter. “Helium wordt bijvoorbeeld niet alleen gebruikt om ballonnen te vullen, maar dient in laboratoria als draaggas voor chromatografie, bij lasersnijden als hulpgas, bij TIGlassen als beschermgas en bij lekdetectie. Stikstof wordt

het ziekenhuis te garanderen. Bij het overgrote deel van de ziekenhuizen was het voldoende om het aantal leveringen te verhogen.”

De huidige coronapandemie heeft de nood aan zuurstof in ziekenhuizen zelfs nog extra aangescherpt. Ook bij IJsfabriek Strombeek was de hausse voelbaar. “Bij sommige ziekenhuizen lag het verbruikte volume vijf tot soms tien keer hoger dan normaal”, vertelt Dieter. “Bij enkele ziekenhuizen was de stijging dermate groot dat een uitbreiding van de opslagcapaciteit noodzakelijk was om de toevoer naar

Om af te sluiten, nog een praktische vraag. Industriële gassen moeten soms wel met de nodige omzichtigheid behandeld worden. Mag iedereen die zomaar kopen? “In de overgrote meerderheid van de gevallen mag dat”, zegt Dieter. “Voor industriële gassen verkopen we bijvoorbeeld regelmatig rechtstreeks aan particulieren, meestal aan mensen die thuis een lastoestel hebben staan. Uiteraard geldt dat niet voor medische gassen, hiervoor zijn specifieke toelatingen nodig en verloopt de aankoop op doktersvoorschrift en via de apotheker. Een belangrijke uitzondering is lachgas. Omdat dat een hallucinerende werking heeft, wordt dit enkel aan professionele gezondheidswerkers of B2B verkocht. Je moet dus echt wel een goede en gemotiveerde reden hebben om dat bij ons te kopen.”


Het mensel�k wonder van het microbioom verkend vanuit het Wetenschapspark Het wereldw�de onderzoek naar het microbioom, de verzamelnaam voor de vele micro-organismen die zich op in en ons lichaam bevinden, boomt spectaculair. Bacteriën, virussen en eencelligen worden ingezet als potentiële levende medic�nenfabriekjes. Vlaamse en internationale bedr�ven en partners vinden in het Wetenschapspark Universiteit Antwerpen een kweekv�ver om samen te werken aan innovatieve toepassingen.

Wat is de toekomst van microbioomtoepassingen? En waar is het onderzoek aan de UAntwerpen vooral op gericht? Prof. Sarah Lebeer

Microbiologe en bio-ingenieur UAntwerpen Aan de UAntwerpen verzamelden zich recent een aantal microbioomonderzoekers in het Excellentiecentrum Microbial Systems Technology om het enorme potentieel van microben en microbiële processen samen te bestuderen en te ontwikkelen tot toepassingen. Een belangr�ke medische insteek is alvast de zoektocht naar alternatieven voor antibiotica. De Wereldgezondheidsorganisatie voorspelt namel�k dat, als

we niets veranderen aan ons massale antibioticagebruik, er in 2050 meer mensen zullen sterven aan antibioticaresistente bacteriën en zogenaamde ziekenhuisbacteriën dan aan kanker. Dit is een enorme gezondheidscrisis die op ons afkomt en waarvoor we volop antwoorden aan het zoeken z�n. Aan de UAntwerpen onderzoeken we vooral het microbioom van de bovenste luchtwegen, van neus, oren en mondholte, en het vaginale microbioom. We bestuderen welke veranderingen en verschuivingen

plaatsvinden in de samenstelling van het microbioom door ziektes en infecties. Daarnaast ontwikkelen we in samenwerking met partners ook nieuwe therapieën. Belangr�k is om een zo sterk mogel�k ecosysteem rond ons te verzamelen. Zo werken we nauw samen met artsen van het Universitair Ziekenhuis Antwerpen (UZA) die vaak op zoek z�n naar alternatieven voor bepaalde operaties of therapieën voor chronisch zieken. Onze ambitie is om met behulp van microbioomtoepassingen betere diagnoses te stellen en duurzaam werkende medic�nen te ontwikkelen.

Welke activiteiten rond microbioomtoepassingen ontplooit uw organisatie in het Wetenschapspark? Tom Verlinden

Dr. ir. Filip Willocx

Managing director YUN Probiotherapy

Managing partner BioOrg

YUN gelooft dat de bacterie een andere plaats in ons bewustz�n en in onze maatschapp� moet kr�gen. De negatieve b�klank die lang rond bacteriën heeft bestaan, moet in bepaalde gevallen juist omgebogen worden naar een heel positief karakter. Met die overtuiging hebben we een aantal producten in de markt gezet die bew�zen dat dát de goede toekomstfilosofie is. In plaats van slechte bacteriën af te doden met antibiotica en antibacteriële verzorgingsproducten, brengen we met onze ‘probiotherapie’ heel veel goede bacteriën aan. Als eerste in de wereld z�n we erin geslaagd om levende bacteriën stabiel te kr�gen in crèmes en sprays. Zo konden we al een zeer werkzame alternatieve therapie commercialiseren tegen o.a. acne en voetschimmel. Nu z�n we in samenwerking met UAntwerpen bezig met de ontwikkeling van een probioticaspray – een antiviraalmiddel – tegen covid.

Elk jaar overl�den duizenden Vlamingen vroegt�dig door het inademen van f�n stof en andere schadel�ke luchtdeeltjes. Vanuit de overheid ligt de focus op vervuiling van de buitenomgeving, maar de luchtkwaliteit in onze gebouwen is zelfs nog problematischer. Met BioOrg z�n we gaan bestuderen hoe we binnenshuis aan actieve luchtzuivering konden doen, gebruik makend van de dagdagel�kse schoonmaak. Klassiek gebeurt die met geconcentreerde chemicaliën en detergenten. W� hebben gezocht naar een natuurl�k en veilig alternatief. In een vernevelbare schoonmaakoplossing plaatsten we een microbioom van elf verschillende Bacillus-stammen: gezonde organismen die niet alleen de lucht zuiveren en het f�nstof reduceren met 50%, maar ook de schoonmaak faciliteren. Zo onderhouden we met BioOrg vandaag al meer dan 2 miljoen m² in gebouwen, met klanten als de Vlaamse Overheid, KBC en Colruyt.

Wat is het belang van samenwerking in onderzoek? Hoe kunnen bedr�ven van de community in het wetenschapspark elkaar versterken? Jade Verrept Cluster manager Wetenschapspark, POM Antwerpen Het Wetenschapspark huisvest vandaag heel wat spin-offs, niet alleen van de Universiteit Antwerpen, maar ook van andere Vlaamse kennisinstellingen. Een inspirerende biotoop creëren, is dan ook één van onze kerndoelstellingen. Meer en meer zetten we in op netwerkopbouw binnen specifieke niches, met steun van de provincie Antwerpen. Zo hebben we mee onze schouders gezet onder het ecosysteem eu.reca, dat focust op de mensel�ke long. Ondernemers, onderzoekers en artsen-specialisten ontmoeten elkaar om kennis te delen en samen te innoveren. Rond luchtkwaliteit werken we b�voorbeeld samen met VITO en UAntwerpen.

Op zoek naar labo’s of kantoren in een inspirerende groene omgeving?

Ook het microbioom is een veelbelovende niche. We z�n b�zonder trots op het baanbrekend onderzoek dat de groep rond professor Lebeer verricht op dit vlak, maar ook op bedr�ven als YUN en BioOrg die hierrond waardevolle producten in de markt zetten. Vanop het park willen we ertoe b�dragen dat veelbelovend onderzoek de weg vindt naar effectieve producten; dat ondernemingen een relevant netwerk vinden en kunnen uitreiken naar onderzoekers. Ten slotte willen we bewerkstelligen dat ondernemers onderling connecteren, zodat ze gezamenl�k de boodschap kunnen uitdragen dat bacteriën ook positief kunnen b�dragen aan onze gezondheid. Wil je deel uitmaken van de community op het Wetenschapspark? Neem contact via jade@wetenschapsparkuantwerpen.be of 03 443 04 00.

Interesse? Plan nu uw plaatsbezoek. 03 443 04 00 darwin@wetenschapsparkuantwerpen.be www.wetenschapsparkuantwerpen.be