Page 1

D I T D O SS I E R W O R D T G E P U B L I C E E R D D O O R S M A R T M E D I A E N VA LT N I E T O N D E R D E V E R A N T W O O R D E L I J K H E I D VA N D E R E D AC T I E VA N D E STA N D A A R D

SEPT‘19

CHEMIE

Bert Sels De circulariteit van het chemisch gebeuren

Veilig Vlaanderen De chemiesector als beste leerling van de klas

Jan Van Havenbergh Scheikunde: redder van het klimaat?

ALFRED STERN

”Chemie en de mogelijkheid tot innoveren geven ons toegang tot vele middelen die we nodig hebben voor een beter leven.” LEES MEER OP FOKUS-ONLINE.BE. #FOKUSCHEMIE

NIEUW Toxic Chemiekaarten

®

Sinds kort werken Toxic® en Chemiekaarten® samen om u extra veiligheidsinformatie te bieden over chemische producten. Naast veiligheidsinformatie van pure chemische stoffen van Chemiekaarten, heeft u nu ook via Toxic® toegang tot Safety Data Sheets. Vragen over Toxic Chemiekaarten®of chemische veiligheid? Zie Toxic.nl/chemiekaarten of bel +31 70-3780162.

u de Kent an al? .nl/sc Toxic

TOXIC


02

EDITORIAL BERT SELS

FOKUS-ONLINE.BE

04

06

08

14

LEES MEER... 04 Samen naar een gesloten circulair circuit 06 Veiligheid: Vlaanderen voorop 08

Profielinterview: Alfred Stern - Borealis

10

De chemie is goed voor België (en omgekeerd)

12 Expertpanel: Klikken op/met het technisch profiel

De circulariteit van het chemisch gebeuren We stoten te veel CO2 uit. Klimaatopwarming lijkt het gebruik van fossiele grondstoffen een halt toe te roepen. De grootschalige en verstrekkende transitie naar een duurzame CO2-neutrale samenleving is vandaag een belangrijke innovatiedrijver in de chemische industrie en het academisch onderzoek.

13

De steile opmars van biotechnologie

14

Jan Van Havenbergh: Scheikunde: Redder van het klimaat?

COLOFON. PRODUCTIELEIDER: Christian Nikuna Pemba HOOFDREDACTIE: Ellen Van Hoegaerden TEKST: Grete Simkuté

E

en korte blik op de geschiedenis van de chemische industrie leert ons dat ze, veel meer dan andere maakindustrieën, een opmerkelijk aanpassingsvermogen heeft, wat betreft haar grondstoffen. Aanvankelijk werden natuurlijke grondstoffen gebruikt, met allerhande toepassingen voor dierlijke vetten en koolhydraten. Die grondstoffen werden stelselmatig verdrongen door goedkoop steenkool en later door olie en gas. Aardolie is nog steeds de belangrijkste bron van onze hoogwaardige materialen en chemicaliën. Maar hoelang nog? Het aardoliegebruik staat onder druk. Verbranding ervan geeft bruikbare energie voor transport en genereert warmte, maar de vrijgekomen CO2 draagt aanzienlijk bij tot de oorzaak van de klimaatverandering. Ook de energiebehoefte van de chemische industrie is niet verwaarloosbaar. Uitfasering van fossiele brandstoffen en vervanging door hernieuwbare energiebronnen, zoals uit wind en zon, zijn onontbeerlijk voor een duurzame toekomst. Doorgedreven procesintensifiëring en proceselektrificatie zijn eventuele, maar geen eenvoudige, alternatieve voorstellen. Anderzijds, hoe praktisch en economisch realistisch is het nog om de huidige oliewinning en raffinage in stand te houden wanneer het grootste productvolume − de fossiele brandstoffen − niet meer relevant is op termijn? Minder maken leidt tot minder uitstoot, al klinkt dat in eerste instantie niet interessant voor de economie. Hier speelt de circulariteit

van het chemisch gebeuren een belangrijke rol. De chemische industrie maakt chemicaliën vooral voor de vervaardiging van materialen, zoals plastics en isolatiemateriaal. Betere recyclage vermindert de productie van nieuw materiaal en dus ook hun uitstoot. Die circulaire aanpak is onontbeerlijk voor het succes van de duurzame transitie. Op termijn zal de nieuwe aanpak leiden tot economisch interessante opportuniteiten, zoals de ontwikkeling van een geïntegreerde chemische nijverheid met inclusieve recyclagebedrijvigheid.

Een intelligent en duurzaam systeem kan leiden tot verminderde netto CO2-uitstoot.

Logische tekorten in het circulaire verhaal – omdat niet alles gerecycleerd zal worden – en mogelijke productieverhogingen kunnen aangevuld worden met hernieuwbare, niet-fossiele grondstoffen. Innovatie en vooruitgang is hier sterk afhankelijk van de wisselwerkingen tussen de chemische nijverheid, de bosbouw en de agrarische sector. Een intelligent en duurzaam systeem kan leiden tot verminderde netto CO2-uitstoot. Bijvoorbeeld met massieve bosaanplantingen die gigantische hoeveelheden CO2 uit de lucht vangen, en houtproductiebeheer ten voordele van de circulaire chemische industrie. Bovendien zal het inzetten van hernieuwbare grondstoffen nieuwe mogelijkheden bieden. Zo zullen we andere en betere producten met verrassende eigenschappen vinden, zoals bijvoorbeeld een verlaagde toxiciteit en een betere afbreekbaarheid. TEKST BERT SELS, PROFESSOR KU LEUVEN

Daan Vanslembrouck COVERBEELD: Borealis VORMGEVING: Anouk Brusselaers DRUKKERIJ: Corelio

SMART MEDIA AGENCY SMART STUDIO Leysstraat 27, 2000 Antwerpen Tel +32 3 289 19 40 redactie@smartmediaagency.be studio@smartmediaagency.be

Veel leesplezier Alona Gontcharenko Project Manager


ADVERTORIAL

WINDMOLENS? ZONNEPANELEN? MEDISCHE TOEPASSINGEN? DAT IS CHEMIE. DAT IS INEOS. In Antwerpen zal INEOS de bouwstenen maken voor de wereld van morgen. Dit doen we met een investering van 3 miljard euro in de Antwerpse Haven. Project One is daarmee de grootste investering in de Europese chemie van de laatste 20 jaar. Onze nieuwe gas-kraker en PDH-unit zal voor een ommekeer zorgen in de Europese Chemie, en Antwerpen nog meer op de kaart zetten. Samen met 450 werknemers zal er gebouwd worden aan de wereld van morgen. Dit in één van de meest efficiënte en meest technisch geavanceerde installaties ter wereld. Project One zal de laagste ecologische voetafdruk hebben per ton afgeleverd product ter wereld.

Om mee de toekomst van de chemie vorm te geven zijn we nog op zoek naar gemotiveerde mensen met talent die mee willen bouwen aan het INEOS verhaal.

Neem een kijkje op ineos.com/gamechanger voor meer details.

ARE YOU IN?

www.ineos.com


04

CIRCULARITEIT CO2-REDUCTIE

FOKUS-ONLINE.BE

Samen naar een gesloten circulair circuit Duurzaamheid en circulaire economie. De industrie heeft er de mond van vol. En terecht, want op weg naar een betere wereld moeten we allemaal een flinke steen bijdragen. De chemiesector op kop.

D

e chemiesector wordt vaak aanzien als de moeder van de industrie. Heel wat subsectoren zijn rechtstreeks of onrechtstreeks afhankelijk van producten die uit deze sector afkomstig zijn. Logisch dat er een bepalende rol moet zijn omtrent circulariteit. “De chemische nijverheid moet een voortrekker worden inzake circulaire economie”, vertelt Brigitte Mouligneau, transitiemanager circulaire economie bij Vlaanderen Circulair (OVAM). “In Vlaanderen zijn er veel chemische bedrijven en we zijn toonaangevend in de biochemie. Als de industrie aanwezig is, moet je ook het goede voorbeeld geven, want het heeft impact op de economie en het milieu. Aangezien sterke bedrijven hier dicht bij elkaar liggen, ben ik ervan overtuigd dat we het potentieel hebben om het nét iets beter te doen dan in andere landen.” Mouligneau stelt dat de uitdagingen vooral liggen bij verpakkingen. “We mogen niet alleen denken aan recyclage, maar ook aan het hergebruik van materialen. Eigenlijk moeten we per toepassing en per product analyseren wat de meest duurzame verpakking is. Soms kan dat echt plastic zijn, maar dan bijvoorbeeld een hardere soort, die duurzaam en herbruikbaar is. We moeten beseffen dat het beeld van een wegwerpmaatschappij er definitief uit moet. Zoeken naar alternatieven is aan de orde.” Tomas Wyns is projectresearcher Milieu en Duurzame Ontwikkelingen en is verbonden aan de VUB. Hij stelt dat het prioritair is dat de levenscyclus van producten wordt verlengd door circulair te denken: “Bijvoorbeeld aan de hand van het chemisch recycleren van kunststoffen, door polymeren te ontbinden naar basismoleculen. Het voordeel is dat je op het

einde van de cyclus geen emissies krijgt omdat je de producten niet moet verbranden. Meer dan de helft van de C02-uitstoot kan worden vermeden door een gesloten circulair circuit. We streven naar een netto-nulemissie en die is enkel te verkrijgen door circulariteit te koppelen aan een internationaal businessmodel.” Mouligneau onderstreept: “De omslag naar een circulaire

economie moeten we samen realiseren. Niet alleen door heldere oplossingen te zoeken, maar ook door sectoroverschrijdend te werk te gaan. De chemiesector is een groot deel van het verhaal, maar ook de vele toeleveranciers hebben een rol te vervullen. Als bedrijf A enorm veel CO2 reduceert, maar de grootste toeleveranciers stoten jaarlijks meer CO2 uit, dan blijven we

De omslag naar een circulaire economie moeten we samen realiseren, door sectoroverschrijdend te werk te gaan. — BRIGITTE MOULIGNEAU, OVAM

een groot probleem hebben. De chemische sector moet met een gezond verstand kijken naar de partners en, waar mogelijk, de kringloop proberen te sluiten.” Natuurlijk is de chemische industrie erg ruim en moet er gekeken worden naar de bedrijven an sich en welke processen circulair gemaakt kunnen worden. “Toch wordt er ook gekeken naar een draagvlak met brede toepassingen”, vertelt Wyns. “De verwerking van biomassa is daar een goed voorbeeld van. Oplossingen bieden waar de sector en niet slechts enkele bedrijven baat bij hebben, zijn uiteraard prioritair. Kijk, koolstof is niet het probleem, maar we moeten ervoor zorgen dat koolstof geen CO2 wordt. Door producten beter te gebruiken, circulair te denken, langere levenscycli te zoeken en door snel te repareren waar we kunnen.” Wyns besluit dat 2050 ook hét te halen target is. “Een lagere CO2-emissie is geen probleem van ons alleen, het is een werelds probleem. Goed dat we dan ook even over de grenzen kijken hoe het daar loopt. Groot-Brittannië, Finland, Denemarken en vooral Nederland zijn goed bezig. Onze noorderburen hebben bijvoorbeeld al een plan klaar om tegen 2050 in de Rotterdamse haven naar een nulemissie te evolueren.” Binnen het project Vlaanderen Circulair 2050 stelt de overheid zich ook op. Mouligneau: “Bedrijven die een experimenteel project indienen kunnen een financiële compensatie verkrijgen. Dit jaar alleen al werden 135 projecten ingediend door diverse initiatiefnemers, goed voor een totale subsidie van 11 miljoen euro. Het bewijs dat de industrie er duidelijk mee bezig is.” TEKST DAAN VANSLEMBROUCK


ADVERTORIAL

Sumitomo Chemical en de SDG’s, een voornaam huwelijk Japans chemiebedrijf Sumitomo Chemical, met Europese hoofdzetel in België, trekt als sinds het prille begin de ecologisch en sociaal duurzame kaart. “Het langetermijndenken van de Japanners en de internationale blik van België, dat is een ideaal huwelijk. Van daaruit creëren we innovatieve stoffen die de ecologie en het sociale weefsel ten goede komen.” Zo’n 100 jaar geleden begon het Japanse Sumitomo Chemical met het produceren van kunstmest uit schadelijke zwaveldioxidegassen die vrijkwamen bij het smelten van koper. Hiermee hielp het bedrijf een milieuprobleem te verminderen, terwijl het ook bijdroeg tot de verhoging van de productie van landbouwgewassen. Sindsdien zit het in Sumitomo’s DNA om duurzame sociale waarden te creëren in de lokale gemeenschappen waarin ze opereren. “Ons bedrijf houdt de Japanse principes Ji-Ri en Ri-Ta hoog in het vaandel”, zegt Marc Vermeire, CEO van Sumitomo Chemical Europe. “Ji staat voor jezelf, Ta staat voor anderen en Ri staat voor iemand ten goede komen. Voor zichzelf en voor anderen gedeelde en gebalanceerde waarden creëren, dat is de filosofie die aan de basis ligt van ons bedrijf. Waar Sumitomo baat bij heeft, moet ook voor de samenleving goed zijn.”

De rol van de chemische industrie in het duurzaamheidsverhaal is de afgelopen jaren ook gestegen. Sumitomo Chemical Groep identificeert haar producten en technologieën die de impact op het milieu verminderen als Sumika Sustainable Solutions. Het zijn oplossingen die bijdragen aan een duurzame samenleving, met als doel de SDG’s (Sustainable Development Goals of Duurzame Ontwikkelingsdoelstellingen) van de Verenigde Naties te behalen. In de World Business Council for Sustainable Development (WBCSD) werkte Sumitomo dan ook nauw samen met andere bedrijven om de SDG Roadmap voor de chemische sector te ontwikkelen. “Duurzaamheid is iets wat je in je gehele werking moet meenemen”, zegt Marc Vermeire. “Je moet het hoger management én je personeel mee hebben. Via ons Sustainable Tree-project worden werknemers aangemoedigd om na te denken over hoe hun werk en dagelijks leven kunnen bijdragen aan het bereiken van de SDG’s. Op een daarvoor apart ontworpen website uiten onze personeelsleden op welke manier zij hun steentje bijdragen.” De CEO beseft ook dat duurzaamheid niet enkel een sociaal verhaal is. “Als wij een nieuw product op de markt brengen, maken we de afweging of het ook de ecologische vooruitgang bevordert – of het beter recycleerbaar is, of het efficiënter gebruik maakt van

energie en middelen en of het de opwarming van de aarde inperkt.” Eén van Sumitomo’s paradepaardjes is het Olyset® Net, een insectdodend muskietennet dat in eigen beheer werd ontwikkeld om mensen te beschermen tegen malariadragende muggen in Afrika en Azië. Het maakt gebruik van een hybride polymeer en geeft gecontroleerd insecticide af om muggen tot vijf jaar lang te voorkomen, af te weren en te doden. Sinds Olyset® Net in 2001 de aanbeveling van de Wereldgezondheidsorganisatie ontving, beschermt het bijna 800 miljoen mensen. De productie gebeurt in Afrika, waar sinds de start 8.000 lokale banen werden gecreëerd. Sumitomo werkt ook nauw samen met internationale (non-profit) organisaties. “Omwille van de strijd die ngo’s terecht voeren, heerst de perceptie dat chemiebedrijven een slechte leerling zijn. Sinds de introductie van de ontwikkelingsdoelstellingen voelden die voor alle partijen aan als common ground, gemeenschappelijke doelen waar we samen naartoe kunnen werken”, zo Vermeire.

De Sumitomo Chemical Groep streeft met andere woorden naar voortdurende groei en een duurzame samenleving door het creëren van nieuwe waarden met de kracht van chemie.

www.sumitomochemicaleurope.eu

ADVERTORIAL

CONTI N U E VE RBETE RI NG & SAM E NWE RKI NG Imerys Graphite & Carbon (IGC) is een afdeling van de Imerys Group met hoofdzetel te Parijs. Imerys Group is een wereldleider in mineralen voor de industrie en telt wereldwijd meer dan 18.000 medewerkers op 270 industiële sites in 50 landen. De divisie Graphite & Carbon heeft een sterke traditie en geschiedenis op het vlak van productie van carbon black en grafietpoeders. De eerste vestiging werd immers ruim een eeuw geleden opgericht. Vandaag maakt en verkoopt IGC een ruime waaier van synthetische en natuurlijke grafietpoeders, geleidend carbon black en dispersies op waterbasis van een consequent hoge kwaliteit. Graphite & Carbon heeft zijn hoofdzetel in het Zwitserse kanton Ticino en productievestigingen en commerciële kantoren over heel de wereld. De IGC productiesite in Willebroek (België) maakt specifiek geleidend carbon black voor de polymeer- en batterijmarkten. Wegens de toenemende vraag en steeds hogere kwaliteitseisen die vanuit de (Lithium-ion) batterijmarkt worden

gesteld, waren zware investeringen nodig in de fabriek, om de productiecapaciteit en -mogelijkheden op te drijven.

managers en professionals. Zij spelen een belangrijke rol bij het opdrijven van de capaciteit en mogelijkheden, met het oog op verder succes. Met ruim 100 medewerkers in Willebroek, bedient IGC vandaag verschillende wereldleiders op vlak van hun respectievelijke toepassingen. Klanten die horen tot de mobiele energie toepassingen zijn producenten van batterijen zoals ZnC en Alkaline batterijen, herlaadbare batterijen zoals Li-Ion, NiCd en NiMH, alsook brandstofcellen en supercondensatoren.

De strategische beslissing om in de Willebroekse fabriek te investeren werd ingegeven door de (potentieel sterke) groei van geleidend carbon black op de markt voor Lithium-ion batterijen (consumentenelektronica, hybride en elektrische wagens en systemen voor de opslag van energie). Een essentieel onderdeel van deze groei zijn ervaren

WWW.I M E RYS-G RAPH ITE-AN D-CARBON.COM

Imerys Graphite & Carbon Willebroek staat voor een groeiende organisatie die streeft naar een cultuur van continue verbetering en samenwerking, waar veiligheid en kwaliteit als topprioriteiten gelden. Als organisatie streven we er tevens naar om producten en diensten te leveren die voldoen aan de behoeften van onze klanten door hun huidige en toekomstige eisen beter te begrijpen.


06

FOCUS VEILIGHEID

FOKUS-ONLINE.BE

Ligt Vlaanderen veilig voorop? Branden, explosies, storingen: over de chemiesector doen veel vooroordelen de ronde. Onterecht, zeggen experts, want de chemiesector is een van de veiligste industriesectoren in Vlaanderen.

Vervrouwelijking van de chemiesector De chemiesector valt mee onder de maakindustrie, al jaar en dag bekend als een typisch mannelijke arbeidsmarktomgeving. Daar lijkt echter verandering in te komen. Statistieken van zowel Acerta als Agoria tonen aan dat steeds meer vrouwen aan de slag gaan in de maakindustrie: zo’n 5,9 procent vrouwen ten opzichte van 1,5 procent mannen. De voornaamste redenen zijn de schaarste op de arbeidsmarkt en het gebruik van robots, die het werk lichter maken.

Robots vergroten veiligheid Steeds vaker worden robots ingezet om de veiligheid te vergroten. Robots worden gebruikt om inspecties en onderhoud op moeilijk bereikbare of risicovolle plekken te doen, zoals hoge installaties en opslagtanks. De inzet van robots vergroot de veiligheid, omdat er minder mensen aan te pas komen. Tegelijk maakt de inzet ervan het mogelijk om meer gegevens digitaal te verzamelen waarmee bijvoorbeeld onderhoud beter kan worden gepland.

D

e negatieve perceptie rond veiligheid in de chemiesector is niet eenvoudig om te buigen, zegt Geert Boogaerts. Hij is veiligheidsexpert bij essenscia, de sectorfederatie van de chemie en life sciences. “Als er ergens in de wereld een incident gebeurt in de chemie, dan is dat altijd vrij spectaculair. Dat soort beelden blijft hangen en kleurt de kijk op onze industrie in negatieve zin.” En dat is onterecht, vindt Boogaerts. Want in China – waar de industrie in volle ontwikkeling is – mogen dan wel regelmatig zware ongevallen plaatsvinden met tientallen doden, in Vlaanderen is de chemiesector die fase al lang voorbij. “Ik zeg altijd: als je geen ongevallen wilt, moet je bij ons komen werken. We zijn een mature industrie op gebied van veiligheid. De cijfers tonen dat aan.” Er zijn twee soorten veiligheid, legt Boogaerts uit: die van de werknemers op het bedrijfsterrein zelf en het risico op incidenten met bijvoorbeeld gevaarlijke chemische stoffen. “Op gebied van de klassieke arbeidsveiligheid hoort de chemiesector bij de beste leerlingen van de klas. Het aantal arbeidsongevallen ligt de helft lager dan het industrieel gemiddelde. En als je kijkt naar zware incidenten kun je stellen dat deze, dankzij allerhande veiligheidsprocedures, eigenlijk niet meer voorkomen.” Een legio aan (overheids)wetten en initiatieven heeft daaraan bijgedragen. Vera Meynen, professor aan de afdeling chemie van UAntwerpen, noemt als voorbeeld Responsible Care: een wereldwijd initiatief waardoor chemiebedrijven zich sinds 1985

essenscia werkt nauw samen met universiteiten en heeft een eigen Process Safety Academy, een opleidingenreeks waarin veiligheidsexperts uit de industrie kennis en praktijkervaringen uitwisselen. “Omdat we binnen de industrie een zeer hoge veiligheidsstandaard hebben, willen we er zeker van zijn dat de studenten tijdens hun opleiding in aanraking komen met veiligheidsaspecten. Veiligheid is voor de chemiesector prioriteit nummer één, dat zit echt ingebakken in het DNA van de bedrijven.”

Als je geen ongelukken wilt, moet je in de chemie komen werken. We zijn een mature industrie op gebied van veiligheid. — GEERT BOOGAERTS, ESSENSCIA vrijwillig engageren voor meer veiligheid en milieuzorg in hun bedrijfsactiviteiten. Daarnaast is er ook de chemiewetgeving REACH, die wordt gecontroleerd door het Europees Agentschap voor Chemische Stoffen (ECHA). Voor elke chemische stof die in Europa wordt geproduceerd of ingevoerd, moeten bedrijven kunnen aantonen dat ze veilig gebruikt kan worden. Met meer dan 22.000 geregistreerde chemische stoffen is de Europese chemie hiermee een van de strengst gecontroleerde sectoren ter wereld.

Samenwerking is inzake veiligheid dan ook een must, zegt Meynen. “Ongevallen zijn meestal een complexe samenloop van dingen. Als er iets misgaat, wordt er onderzoek naar gedaan en die lessen worden dan, heel open, gedeeld binnen de sector. Zo kunnen andere bedrijven de juiste aanpassingen doorvoeren.” Daarnaast zorgt ook educatie voor een continue verbetering van veiligheid. De studenten van Meynen krijgen regelmatig lezingen van mensen als Boogaerts. Sectorfederatie

Of een zero-injury-scenario ooit realistisch zal zijn, durven Meynen en Boogaerts niet te zeggen. “Onze grootste zorg zijn nu ongevallen die plaatsvinden in het woon-werkverkeer. Dat soort ongelukken zijn moeilijk uit te sluiten. Maar de kans op ongevallen met chemische stoffen is vrijwel nihil”, aldus Boogaerts. Kan deze sector die, volgens Meynen en Boogaerts, al zó veilig is − juist omdat er dusdanig veel aandacht is voor de gevaren − nog veiliger worden? Jazeker. Met de nieuwste technologie, gelooft Boogaerts. “Denk maar aan een inspectie op vier meter hoogte. Die wordt nu nog door mensen uitgevoerd, met als risico dat je kunt vallen. In de toekomst kunnen we met drones een visuele inspectie uitvoeren, terwijl de man of vrouw in de controlekamer zit. Ook wearables, waarmee we de positie kunnen bepalen van onze mensen, hebben in een noodevacuatie ontzettend veel voordelen. Veiligheidszorg is een continu proces: we zijn altijd op zoek naar hoe het nog veiliger kan.” TEKST GRETE SIMKUTÉ


ADVERTORIAL

©Thierry Dauwe

Hoe ook chemische bedrijven hun afvalwater duurzaam kunnen indampen en 100% recirculeren

“Als een bedrijf afvalwater moet behandelen, dan moet ze eerst alle beschikbare technieken structureel en schematisch aftoetsen op hun haalbaarheid. Elke techniek heeft zijn voor- en nadelen, maar ook zijn investeringskost – de indamptechniek is gewoonlijk de duurste.” Bernard De Jonghe kent als geen ander het gamma aan scheidings-

“Bedrijven die grondwater oppompen worden steeds vaker uit de grondwaterlagen weggedrukt door taxaties van de overheid.”

technieken én de gevoeligheden in de markt. Twintig jaar geleden nam hij de fakkel van zijn vader over, die in 1972 de verkoop van scheidingsinstallaties – toen nog onder de naam Wiegand – had opgestart in België. Bernard, die voortbouwde op de expertise die hij doorkreeg van zijn vader, is dan ook een belangrijk aanspreekpunt van GEA Belgium voor bedrijven die met afvalwaterproblemen te kampen hebben. Bernard, waarom is het indampen van afvalwater zo duur? Bernard De Jonghe: “Indampen is een scheidingstechniek die tegelijk een belangrijke investering vergt en schijnbaar energieverslindend is. Het is dan ook onze taak om de klant correct te informeren over de verschillende mogelijke technieken, zodat we er zeker van zijn dat de indamptechniek de juiste keuze is. Bij grotere klanten die zelf de nodige expertise in huis hebben en weten dat ze

een indamper nodig hebben, komt het erop aan om hun beslissingsproces nog even kort te overlopen en de uitkomst te valideren. De investering is belangrijk, maar de installaties zijn zeer robuust, en zijn gebouwd om minstens een generatie stand te houden. Het energie-aspect van indampen kan aantrekkelijk gemaakt worden door thermische of mechanische stoomrecompressie. Je zou versteld staan hoe efficiënt water kan verdampt worden. Daarnaast is afvalwater niet zoals melk of suiker, waarvan we de samenstelling perfect kennen. Geen twee afvalwaters zijn dezelfde. Het moet dus heel wat testen ondergaan, want wij moeten zeker zijn dat we de juiste fysische parameters gebruiken om onze installatie correct te dimensioneren. Die tests gebeuren in drie fasen: 1) in een labo, 2) in een pilootinstallatie en 3) tijdens een duurtest van 3 tot 6 weken volcontinu. Pas dan kunnen wij aan de klant een realistisch en betrouwbaar beeld geven van de oplossing, inclusief energieverbruik en kostprijs.” Maar ze kunnen die investeringskost terugverdienen? Bernard: “Inderdaad. Na het indampingsproces krijgen ze condenswater, dat ze opnieuw in de fabriek willen brengen als proceswater. Maar daarvoor moet het water aan de kwaliteitseisen van proceswater voldoen. Dat kan gebeuren met membraanbehandeling, stripping, distillatie, enz. Onze ervaring met scheidingstechnieken in de voedingsindustrie – dat toch aan de strengste normen moet voldoen – nemen we graag mee in de begeleiding van bedrijven uit de chemische sector bv. MDF-fabrieken zoals Spanolux en Unilin recirculeren volledig hun condenswater. Een oefening als deze gaat altijd gepaard met een financiële analyse: hoeveel taksen kunnen we vermijden? Hoeveel kunnen we besparen als we veel minder of geen afval meer moeten afvoeren, als we geen water meer moeten oppompen, enz.? Die besparingen worden afgewogen tegen de investerings- en energiekosten. Afhankelijk van de sector willen bedrijven de investering kunnen afschrijven tussen 3 en 5 jaar.” Zie je de nood aan recirculatie toenemen? Bernard: “Absoluut. Water wordt ook een kostbare grondstof. Langzaamaan zullen wij als samenleving moeten nadenken over hoe we met een water

Meer over indamptechnieken https://www.gea.com/nl/products/mvr-heated-evaporation-plants.jsp

omgaan. Bedrijven die over putboringen beschikken, pompen soms grote hoeveelheden grondwater op. Maar ze worden steeds vaker uit de grondwaterlagen weggedrukt door taxaties van de overheid, die het grondwater wil aanwenden als drinkwater. We zien dat niet alleen in België, maar in heel West-Europa. Er zullen ook andere sectoren volgen. Ik denk aan de afvalverwerkende nijverheid, de metallurgie, de textielnijverheid,… Sommige bedrijven zoeken hun heil in het verdunnen van water, maar dat is slechts een tijdelijke oplossing.” Tot slot, waarom zou ik met GEA in zee moeten gaan voor het indampen van mijn afvalwater? Bernard: “Ik meen te mogen stellen dat GEA de breedste productervaring wereldwijd heeft. Ons ‘technikum’ in Karlsruhe, waar 15 mensen voortdurend tests uitvoeren, is een fabriek van ideeën

“Onze ervaring met scheidingstechnieken in de voedingsindustrie nemen we graag mee in de begeleiding van bedrijven uit de chemische sector” en zorgt er voor dat we qua technologie state-ofthe-art zijn. Daarnaast tasten we zeer snel samen met de klant het project in alle details af. De klant weet dat GEA de jiuste competenties in huis heeft. En ten slotte zijn we goed georganiseerd om grote projecten succesvol af te handelen, omdat we in Duitsland goeie resources hebben op het vlak van procestechniek, automatisering, apparaten- en staalbouw.”

Bernard De Jonghe GEA-expert in scheidingstechnieken voor de chemische sector.

©Thierry Dauwe

Afvalwater indampen lijkt duur en energieverslindend, maar hoeft dat niet te zijn. Bedrijven passen het toe omdat het soms de enige haalbare en robuuste oplossing is. “Het afvalwaterprobleem oplossen met een perfect gedimensioneerde indamper is één zaak”, weet Bernard De Jonghe, GEA-expert in scheidingstechnieken voor de chemische sector. “Maar bedrijven winnen hun investering al in 3 à 5 jaar terug als ze het condensaat opnieuw aanwenden als proceswater.” MDF-fabrikanten Spanolux en Unilin recirculeren alvast 100% van hun afvalwater dankzij GEA Belgium.


08

INTERVIEW ALFRED STERN

FOKUS-ONLINE.BE

‘Plastic maakt het moderne leven mogelijk’ Chemiebedrijf Borealis (her)plantte iets meer dan een half jaar geleden een nieuwe propaandehydrogenatiefabriek (PDH) neer in Kallo. Het was een van de grootste investeringen in de Europese chemiesector van de voorbije jaren. Waarom net daar? We vroegen het aan CEO, Alfred Stern, zelf. TEKST GRETE SIMKUTÉ BEELD BOREALIS

“D

e nieuwe PDH-fabriek hebben we laten bouwen op zijn bestaande locatie in Kallo, omdat de locatie een perfecte logistieke plaatsing heeft. Bovendien heeft het ook ervaring met propyleenproductie en -behandeling en de mogelijkheid om synergiën te creëren. Kallo is een kustplaats en is via een pijpleidinglijn verbonden met de voornaamste propyleenleveranciers en -consumenten in het Beneluxgebied. De nieuwe fabriek wil vooral een competitief aantrekkelijke propyleenproductie behalen voor onze eigen vraag, en ook de vraag van onze klanten in andere waardenketens. Door hier te herinvesteren, kan het Vlaamse consumentenaantal met oog op propyleen groeien – hierin neemt Borealis dan ook een leidende rol. Daarnaast denken we aan een nog grotere capaciteitstoename in Beringen.”

Veel uitdagingen in onze maatschappij vragen om een technologische oplossing; daarbij is plastic onontbeerlijk en zelfs hét duurzamere alternatief. De nieuwe fabriek zou ook zo’n 100 extra jobs creëren. Maar hoe vind je de (moeilijk te vinden) juiste profielen voor de chemische sector ? “We zijn altijd op zoek naar industriespecialisten, maar de concurrentie is sterk. Gelukkig hebben we een goede reputatie als werkgever en heeft ook onze opleidingsprocedure een zeer goede naam. Gemotiveerde en toegewijde werknemers zijn essentieel in het behalen van strategische doelen; mensen moeten dan ook op de eerste plaats komen. Wij hechten bijvoorbeeld waarde aan diversiteit en nieuwsgierigheid en appreciëren verschillende perspectieven. Uiteindelijk zijn diverse teams creatiever en verbeeldingsrijker, met betere resultaten tot gevolg.”

ADVERTORIAL


ALFRED STERN INTERVIEW

#FOKUSCHEMIE Diversiteit en creativiteit: het zijn ‘buzzwords’ binnen de industrie. Ook termen als duurzaamheid en circulariteit hoor je vaak vallen. Hoe hard spelen jullie daarop in? “We zijn ervan overtuigd dat het ontwikkelen van een circulaire economiestrategie niet alleen een goede zaak is op de weg naar meer duurzaamheid, het is ook een geweldige kans voor een winstgevende bedrijfsgroei. De principes achter een circulaire economie kunnen stimuleren om nieuwe producten te ontwikkelen, die beter te recycleren zijn. Onze aandacht blijft echter ook bij de consument, zodat we producten en applicaties afleveren die echte waarde voor hen én voor de samenleving hebben. Recent hebben we het communicatieplatform EverMinds™ gelanceerd – de eerste in zijn soort. Hiermee kunnen we samenwerken met onze klanten en partners, om zo concrete stappen te zetten om de principes van de circulaire economie op een grotere schaal binnen de industrie te implementeren. Wij hebben een leidende rol genomen in het aankaarten van de problemen rond plasticafval en recycling. Om de transitie te maken van een lineaire naar een circulaire economie, moet je samenwerken met veel verschillende partners. Wij weten bijvoorbeeld dat het probleem van zwerfvuil in de oceanen aangepakt moet worden bij de wortels. Daarom hebben we Project STOP als co-founders op poten gezet. Dat initiatief werkt met gemeentes in Indonesië om effectieve afvalbeheersystemen tot stand te brengen.” Hoe zie jij de toekomst van de chemische industrie wereldwijd? “Vandaag leven er 7,5 miljard mensen op onze planeet. In 2050 zullen dat er 10 miljard zijn. De wereldbevolking en toenemende welvaart leiden tot een groeiende consumptie en zullen de vraag naar plasticproducten enkel doen toenemen. Die groei zal zich voornamelijk in Azië en het Midden-Oosten afspelen. Plastic maakt het moderne leven mogelijk. Veel uitdagingen in onze maatschappij vragen om een technologische oplossing en in veel gevallen is plastic onontbeerlijk en zelfs hét duurzamere alternatief. Auto’s zijn lichter dankzij het toegenomen gebruik van plastic, waardoor benzinegebruik afneemt. Veiligheidsmiddelen zoals airbags of gordels kunnen niet gemaakt worden zonder plastic. De zorg- en voedselindustrie leunen sterk op plastic om aan hygiënische standaarden

te kunnen voldoen. In de afgelopen twee jaar kregen twee miljard mensen toegang tot schoon drinkwater dankzij plastic pijpleidingen. Duurzame energiebronnen zoals zon- of windenergiemolens of -fabrieken hebben het materiaal nodig, bijvoorbeeld om kabels voor grotere afstanden te isoleren en zo energieverlies te minimaliseren. Dus, in conclusie, kun je zeggen dat de impact van plastic eerst en vooral heel positief is.” Ben je het ermee eens dat innovatie en R&D de sleutels zijn tot succes? “De filosofie van Borealis is heel helder: ‘het creëren van waarde door innovatie’. Wij zullen sterk in R&D blijven investeren om onze bestaande technologische expertise nog verder uit te bouwen. Ook passen wij onze knowhow van polyolefinen toe op het gebied van mechanische recycling, met als doel onze positie als leider binnen de recyclingtechnologie te verduurzamen. Onze voornaamste prioriteiten voor toekomstige innovaties hebben een duidelijke focus: productiemethoden die middelen conserveren, verzekerde veiligheid van eindproducten, lichter gewicht en lagere kosten. Onze productinnovaties en de bewezen voordelen van de polyolefinen van Borealis worden vooral mogelijk gemaakt door onze innovaties en R&D. Al onze innovaties hebben één ding gemeen: een toegevoegde waarde zijn voor klanten en eindgebruikers.” Hoe zie jij de toekomst van Borealis? “Wij versnellen onze internationale groei door onze bestaande locaties zo efficiënt mogelijk te blijven leiden en voortdurend te investeren. Het veiligstellen van onze bedrijfsbasis in Europa is essentieel voor ons en ook onze strategische partnerschappen nemen een sleutelpositie in onze wereldwijde groei.

Om de transitie te maken van een lineaire naar een circulaire economie, moet je samenwerken met veel verschillende partners.

We can, we care about our talents OILTANKING FACTS • 3.300 Werknemers • 71 Terminals • 24 Landen

Word jij ons nieuwe talent? Een sterke teamgeest in ons stabiel familiebedrijf binnen een internationaal netwerk en een aangename werkomgeving zijn enkele troeven die wij aanbieden. Daarnaast kan je rekenen op een gevarieerde job in een bruisende omgeving en een uitstekend loonpakket.

3 VRAGEN AAN...

LUK VAN DEN BERGHE DIRECTOR B2C REALCO (EEZYM)

Groei en innovatie zullen ook in de circulaire toekomst centraal blijven. Recycling neemt een belangrijk deel in de algehele PO-strategie, aangezien we verwachten dat de markt voor gerecycleerde polyolefinen tegen 2021 gegroeid zal zijn. Alles wat Borealis vandaag doet, is gericht op de circulaire economie van plastic van morgen. We streven ernaar om het cijfer van gerecycleerde plasticoplossingen in ons portfolio in 2025 te verviervoudigen. Hierin zullen ook samenwerkingen met waardeketenpartners, R&D-ondernemingen binnen de faciliteiten van Borealis en het Bourage Innovation Centre in Abu Dhabi essentieel zijn om dit doel te bereiken.”

SMART FACT. Wat betekent chemie voor jou? “Het leven is chemie en onze lichamen functioneren dankzij chemie. Chemie en de mogelijkheid tot innoveren geven ons toegang tot vele middelen die we nodig hebben voor een beter leven. Chemie is een fundamentele wetenschap die ons helpt om het leven en de natuur beter te begrijpen.”

ADVERTORIAL

Wat zijn enzymen precies? “Enzymen zijn eiwitten die 100 procent afbreekbaar zijn. Ze versnellen chemische reacties en zijn belangrijk voor alle levende organismen op aarde, en voor het verwijderen van toxines. Enzymen breken organisch materiaal versneld af, tot drie miljoen keer per seconde. Als je honger hebt en je ziet een koe, dan kun je die niet zomaar opeten. Die moet eerst in stukjes gesneden worden. Dat doen enzymen met organisch materiaal.” Hoe effectief zijn ze als reinigingsproduct? “Deze producten garanderen een diepere reiniging en een hoger niveau van hygiëne. Naar het voorbeeld van de koe verknippen enzymen aan een razendsnel tempo en lossen ze vuil op in micro-deeltjes. Zo bouwen bacteriën geen weerstand op tegen ontsmetting. Wie zijn huis heel vaak ontsmet, zorgt ervoor dat de bacteriën resistent worden. Met enzymen is dat niet het geval.” Hoe veilig en duurzaam zijn enzymen? “Enzymen zijn 100 procent afbreekbaar, waardoor het veilig is voor mens, product en natuur. Veiligheid en duurzaamheid zijn dan ook dé troeven van EEZYM. Voor een betere en veilige hygiëne in huis moeten consumenten enkel de mindset durven veranderen en afstappen van het klassieke aankooppatroon.”

Streef jij een internationale of juist lokale carrière na? Als één van ‘s werelds grootste partners op het gebied van onafhankelijke opslag voor petroleumproducten, chemicaliën en gassen biedt Oiltanking vele carrièrekansen.

Wij zoeken:

Operatoren Hogere technische profielen Logistieke & administratieve krachten

Oiltanking in België: Oiltanking Antwerp Gas Terminal één van de grootste terminals in Europa voor de opslag en behandeling van LPG’s en petrochemische gassen Oiltanking Stolthaven Antwerpen terminal gespecialiseerd in de opslag en behandeling van chemicaliën, gassen en minerale oliën Oiltanking Ghent geavanceerde terminal voor de opslag en behandeling van biobrandstoffen, chemicaliën en minerale oliën Bekijk onze vacatures via www.oiltanking.com of solliciteer spontaan via recruitment.belgium@oiltanking.com

09


010

UITGELICHT BELGIË OP KOP

De chemie is goed voor België (en omgekeerd) Ons kleine landje telt een indrukwekkende hoeveelheid bedrijven in de life sciences en chemie. Waarom kiezen zoveel ondernemingen uit deze sector voor ons tochtgat aan de Noordzee? En wat hebben zij onze economie te bieden? Heel wat, zo blijkt.

I

n de sector van de (bio)chemie en pharmaceuticals zijn er weinig landen op de wereld die zo boven hun gewicht boksen als België. De cijfers zijn dan ook indrukwekkend. “De tien grootste farmabedrijven ter wereld hebben allemaal een vestiging in ons land”, zegt Gert Verreth van de sectorfederatie essencia. “Van de tien grootste chemieconcerns hebben er acht hier een productiesite. De volledige sector is samen goed voor ruim 240.000 directe en indirecte jobs en bijna 66 miljard euro omzet. Bovendien is ze van levensbelang voor onze export: chemie en farma zijn goed voor een derde van de Belgische uitvoer. Naar de VS bijvoorbeeld is dat zelfs ruim de helft.”  Dat de chemie en life sciences het hier goed doen, komt door een soort van perfect storm die de hele sector vooruit stuwt. Er is veel kennisuitwisseling met verschillende stakeholders (universiteiten, onderzoekscentra…) en ook de overheid steunt de branche, bijvoorbeeld met fiscale gunstmaatregelen. Dat bPascale eaamt ook co-directeur Pascale Engelen van de koepelorganisatie flanders.bio. “Vooreerst hebben we heel veel kennisclusters waaruit dit soort van bedrijven kunnen putten. Ik denk dan bijvoorbeeld aan het VIB, imec in Leuven en uiteraard ook alle universiteiten en universitaire ziekenhuizen. Een ideale omgeving voor het ontstaan van een hele cluster van spin-offs en start-ups.” Engelen wijst ook op de historische aanwezigheid in ons land van grote farmabedrijven als Janssen Pharmaceutica, UCB, GSK, Pfizer en Genzyme-Sanofi. Zij bouwen hier al jarenlang O&O- en productiefaciliteiten uit, en werken samen met lokale partners, wat een stevige dynamiek in gang zet. “Daarnaast

staat Vlaanderen aan de top bij onder meer de ontwikkeling van innovatieve materialen, nano-elektronica en digitale en medische technologieën”, zegt Engelens collega-directeur Willem Dhooge. “Die worden steeds verder gecombineerd en geïntegreerd in de technologische toepassingen van de toekomst, voor een veelheid aan sectoren. In health krijgen we

bijvoorbeeld via big data een betere kennis van patiëntenprofielen waardoor geneesmiddelen veel preciezer en efficiënter worden. We werken samen met deze andere technologische sectoren, en bouwen een platform uit in Vlaanderen om samenwerkingen tussen bedrijven te stimuleren. Dat is belangrijk om onze voorsprong te behouden en kennis in België te houden.”

Als derde reden noemt Engelen de rol van de federale en Vlaamse overheid. Zij hebben de sectoren altijd gesteund met financiële en fiscale stimuli. “Zeker de starters konden daar sterk van profiteren, maar het wordt nu ook tijd om groeibedrijven beter te ondersteunen. We hebben nood aan lokale investeringsfondsen die investeren in scale-ups. Anders bestaat het risico dat zij bijvoorbeeld naar de VS trekken, waar er toch nog altijd minder risico-avers is voor grote investeringen in biotechnologie. Wat dat betreft is de aankondiging van de federale overheid om een nieuw durffonds van 450 miljoen euro te starten, met zowel geld van de overheid als van privé-investeerders, zeer goed nieuws. Dat zal bijdragen aan het verankeren van groeibedrijven in ons land.” Waar nog wel aan gewerkt moet worden, is het imago van de sector. Volgens Engelen hebben jongeren vaak een verkeerde indruk van chemie en life sciences, en weten ze niet goed wat de jobs precies inhouden. Ook Verreth beaamt dat. “Het gaat om veel meer dan enkel het ontwikkelen van kunststoffen of nieuwe medicijnen”, zegt hij. “De chemie is ook een strategische sector om pakweg de klimaatopwarming aan te pakken en de energietransitie in goede banen te leiden. Efficiëntere batterijen, betere zonnecellen, krachtigere windturbines, slimme materialen die het energieverbruik doen dalen… Ze doen allemaal stuk voor stuk beroep op chemische componenten.”

TEKST FREDERIC PETITJEAN


ADVERTORIAL

Op zoek naar wat meer chemie in je leven? Nippon Shokubai Europe zoekt m/v:

Procesoperatoren shift Production manager HR expert Process engineer Maintenance coordinator Kwaliteitslaborant Experienced production engineer IT expert

Carlo Procesoperator

Nippon Shokubai Europe is marktleider in de productie van superabsorbers en speelt een belangrijke rol voor de werkgelegenheid ĂŠn werkzekerheid in de Antwerpse haven. Getuige daarvan de recente substantiĂŤle investering van 350 miljoen euro in de bouw van twee nieuwe fabrieken. We zijn op zoek naar nieuwe medewerkers. Gedreven professionals met een passie voor chemie, technologie of techniek. Nippon Shokubai Europe is een solide onderneming waar moderne technologie en infrastructuur samengaan met innovatie, dynamiek en persoonlijke ontwikkeling. Join our team staat voor chemie op de werkvloer ... letterlijk en figuurlijk. Daarom de knipoog naar Mendeljev. Wil jij ook meewerken aan een betere toekomst en de dagelijkse chemie ervaren bij Nippon Shokubai Europe?

Voel je de chemie al? Surf naar jobsinchemie.be


012

EXPERTPANEL EMPLOYER BRANDING

FOKUS-ONLINE.BE

Klikken op/met het technisch profiel Vacatures en technische profielen. Het zijn elkaars tegenpolen, en nergens knelt het schoentje zo hard als in de chemische sector. Bedrijven beconcurreren elkaar met allerlei middelen om toch maar die witte raaf binnen te halen.

BENTHE COSTERMANS. Talent management - Recruitment BASF

PHILIPPE BERNIMOLIN. Talent Acquisition Manager Europe, Middle East, Africa SOLVAY

LUC VERSTRAETE. HR BP Lead België - BAYER

Kun je in de chemische sector terecht zonder een studie in die richting gevolgd te hebben? “In de chemische sector vind je een divers palet aan jobs. Elke functie heeft haar eigen vereisten naar diploma en/of ervaring, zowel op vlak van niveau als inhoud. Vele van de chemische bedrijven in de Antwerpse Haven, waaronder BASF, zijn belangrijke productiecentra waar er heel wat vacatures in productie en technische jobs zijn. Maar zeker ook andere, zoals logistiek of hr. Het is dus geen kwestie van pure chemische bagage, maar technische interesse, verantwoordelijkheidsgevoel en de wil om te blijven bijleren. Iedereen groeit mee met evoluties in onze sector, waarvan digitalisering nu de opvallendste is. We willen vooruit blijven gaan, met aandacht voor ieders talenten en ambities.”

“Zeer zeker. Onder onze 24.500 werknemers wereldwijd hebben we − naast wetenschappers, ingenieurs en onderzoekers − ook andere, heel diverse profielen nodig voor het succes van ons bedrijf. We zoeken naar dynamische en leergierige profielen die versterking kunnen geven aan bijvoorbeeld onze ondersteunende teams. Denk aan hr, inkoop en leveringsketen, communicatie, onze industriële activiteiten − productie, onderhoud, instrumentatie... En natuurlijk ook onze digitale teams, waaronder digitale marketing en digitale uitmuntendheid. Bovendien is het belangrijk voor ons dat onze medewerkers zich blijven ontwikkelen. Wij stimuleren hen om opleidingen te volgen en nieuwe vaardigheden te leren.”

“Voor de meeste jobs is een specifieke opleiding en diploma vereist. Daarnaast bieden we jongeren die geen diploma behaald hebben, toch de mogelijkheid om in te stromen in de chemische sector, via gerichte opleidingstrajecten zoals de SIRA-opleiding tot chemisch operator. Om succesvol te zijn, dienen kandidaten te slagen in een theoretisch en praktisch gedeelte. Wij besteden veel aandacht aan de omkadering en begeleiding van die studenten, om een kans op slagen zo groot mogelijk te maken. Bij een succesvolle afronding van de opleiding krijg je een Bayer-contract en kun je aan de slag.”

Hoe vind je sneller de geschikte kandidaat voor hoogopgeleide technische profielen? “Snelheid is voor BASF Antwerpen geen doelstelling op zich. We engageren ons om de juiste persoon voor de juiste job te vinden. Al is het voor onze business natuurlijk wel belangrijk dat we de nodige acties nemen om passende kandidaten te bereiken en niet te wachten tot zij ons benaderen. We zijn de laatste jaren echt geëvolueerd naar een arbeidsmarkt waar de kandidaten centraal staan. We hebben onder andere een rekruteringscampagne opgezet, met een website op maat van technisch talent. Het is niet ons doel om steeds een breed publiek te bereiken, maar wel het juiste. Ook binnen hr streven we naar efficiëntie. Rekruteringsinspanningen zijn vaak prijzig, dus we willen de juiste dingen doen.”

“Banden met universiteiten vormen een integraal onderdeel van onze strategie, essentieel voor ons employer brandmanagement. Het vereist veel voorbereidend werk om belangrijke profielen en onderwijsstromen te identificeren, die als prioriteit moeten worden aangemerkt. Een proactieve benadering van sourcing, door het creëren en animeren van pools van potentiële kandidaten, is ook belangrijk in onze talentmanagementstrategie. Een grondige analyse van de markt en onze huidige (en toekomstige) behoeften is van enorm belang. Het vereist een nauw partnerschap met onze interne klanten. Zo kunnen we voldoen aan hun verwachtingen en hun ambities ondersteunen voor groei in de toekomst.”

“Het vinden van technische profielen, waaraan een structureel tekort is, vraagt een proactieve en langetermijnaanpak. Via nauwe samenwerking met onderwijsinstellingen, proberen we technische studies aantrekkelijker te maken, in contact te komen met studenten en hen enthousiast te maken voor een tewerkstelling. Via jobbeurzen, stages of ondernemers voor de klas krijgen studenten de kans om Bayer beter te leren kennen en te beslissen of zij openstaan voor een job. Via het duaal leren bieden we studenten de mogelijkheid om direct en gericht ervaring op te doen. In dit vernieuwend leertraject zijn wij er als een van de eerste bedrijven volmondig mee ingestapt.”

Welke rol speelt employer branding binnen jullie hr-beleid? “Als een van de grootste bedrijven in de Antwerpse Haven kennen heel wat mensen in de regio ons bedrijf. Toch is dat in een kandidatenmarkt niet langer voldoende om ons groot aantal vacatures in te vullen. Door vele projecten, shutdowns en medewerkers die binnenkort op pensioen gaan, zijn er nu en de komende jaren veel jobmogelijkheden. We zetten via allerlei initiatieven ons bedrijf in de kijker, zodat potentiële nieuwe collega’s weten waarom BASF een aantrekkelijke werkplek is. We brengen een authentiek en open verhaal. Wat we in onze employer branding naar buiten brengen, wordt trouwens ook bevestigd door medewerkers die reeds bij ons aan de slag zijn.”

“Het ontwikkelen van een sterk en aantrekkelijk werkgeversmerk is zonder meer strategisch in een arbeidsmarkt waar de kandidaat vooroploopt. Het werkgeversmerk moet de visie, de waarden − maar meer nog - de purpose van ons bedrijf op zijn best weerspiegelen en naar voren brengen. Solvay werkt aan de definiëring van haar zingeving, samen met haar werknemers. Zo kunnen zij zich vinden in die zingeving en beter bijdragen aan de groei en ontwikkeling van ons bedrijf. Maar het is zeker ook van belang in het aantrekken en behouden van nieuwe medewerkers.”

“Employer branding is heel belangrijk om kandidaten enthousiast te maken voor datgene waar Bayer als organisatie voor staat en een inzicht te geven in onze cultuur en werksfeer. Dit wordt sterk uitgedragen via social mediaposts van onze huidige medewerkers met #teambayerbenelux. Hierdoor kun je echt binnenkijken in ons bedrijf en zien wat er leeft. Kandidaten geven aan dat dit inzicht hen helpt om een positieve keuze voor Bayer te maken.”

TEKST DAAN VANSLEMBROUCK

PROUDLY MADE IN ANTWERP

OM MEE DE TOEKOMST VAN DE CHEMIE VORM TE GEVEN ZIJN WE NOG OP ZOEK NAAR GEMOTIVEERDE MENSEN MET TALENT DIE MEE WILLEN BOUWEN AAN HET INEOS VERHAAL. Samen met 450 werknemers zal er gebouwd worden aan de wereld van morgen. Project One is de grootste investering in de Europese chemie van de laatste 20 jaar. Onze nieuwe gas-kraker en PDH-unit zal voor een ommekeer zorgen in de Europese Chemie, en Antwerpen nog meer op de kaart zetten.

Wil je meebouwen aan dit verhaal? Neem een kijkje op ineos.com/gamechanger voor meer details. www.ineos.com


BIOTECHNOLOGIE FOCUS

#FOKUSCHEMIE

013

De steile opmars van biotechnologie Vlaanderen: pionier in de biotechnologie. Je leest het, je hoort het, maar ondertussen is het ook gewoon bewezen. Ons kleine landsdeeltje verricht baanbrekend onderzoek binnen de biotechnologie, waardoor wetenschappelijk onderzoek bijdraagt tot toepassingen in de geneeskunde, landbouw en industrie.

B

iotechnologie. Het woord zegt het eigenlijk zelf al, maar we hebben hier – inderdaad – te maken met technologische ontwikkelingen gebaseerd op biologie. Biotechnologie maakt gebruik van dieren, bacteriën en planten voor de ontwikkeling van medicijnen, voedsel of nieuwe stoffen. Dat gaat van het maken van kaas tot het kweken van bacteriën die uiteindelijk leiden tot vaccins. Waarom Vlaanderen de voorbije decennia steeds Champions League speelde binnen dit segment, legt Philippe Muyters uit, Vlaams minister van Werk, Economie, Sport en Innovatie: “Vlaanderen heeft een aantal bijzondere troeven. Op een kleine oppervlakte, op een kruispunt in Europa, vind je hier een dichte concentratie aan hooggeschoold personeel, innovatieve kmo’s, multinationals en sterke kennisinstellingen. Met het Vlaams Instituut voor Biotechnologie (VIB) als belangrijke motor zijn we erin geslaagd om een ecosysteem rond biotechnologie te creëren waar bedrijven graag deel van willen uitmaken.” Johan Cardoen is managing director van dat Vlaams Instituut voor Biotechnologie en vertelt dat er in de jaren 80 slechts twee biotechbedrijven in Vlaanderen waren. Ondertussen is dat aantal gestegen tot boven de 200. “Daarmee stellen we ruim 20.000 mensen tewerk, en met de toeleveranciers loopt dit aantal zelfs op tot 75.000. Dat bewijst de economische impact van de biotechnologie.” Er zijn verschillende redenen die deze explosieve groei verklaren: “De biotechsector is kennisgedreven. Succesvolle clusters worden rond kenniscentra gebouwd. We hebben hier in Vlaanderen uitstekende kenniscentra -VIB en universiteiten – die een bron zijn van innovaties

en talent. De sector werkt nauw samen met de expertise van VIB en de universiteiten, wat zich vertaalt in een dynamisch ecosysteem met kernen in Gent en Leuven. De voorbije jaren werd er gewerkt rond de uitbouw van een biotechnologisch kenniscentrum dat wereldwijd naam en faam verkreeg.”

overheid geweest, over de legislaturen heen, en anderzijds is er heel wat durfkapitaal. Dat moet je hebben om innoverende projecten te kunnen uitbouwen.” Die fondsen komen vaak ook uit Amerika. Ze komen hier kijken omdat we wereldwijd op de kaart staan. “Vlaanderen is een steengoede grond voor biotech.”

Cardoen prijst ook de financiële slagkracht van de sector. “Enerzijds is er de steun van de

Het is een open deur intrappen, maar innovatie gaat vandaag razendsnel. Muyters: “We staan

met Vlaanderen op Europees vlak mee aan de top qua innovatie. Maar het is uiteraard ook een uitdaging om daar te blijven.” Vanuit de overheid werd de voorbije jaren vooral ingezet op samenwerking tussen biotechbedrijven, -sectoren en kennisinstellingen. “Die innovatieve samenwerking is voor een groot stuk onze Vlaamse kracht. Met initiatieven zoals het Flanders Future Tech Fund willen we er bovendien voor zorgen dat innovaties vanuit onze strategische onderzoekscentra versneld naar de markt kunnen stromen.” De grootste uitdaging blijft dan ook om die positie op zijn minst te kunnen handhaven. Geen sinecure. Cardoen: “Blijven investeren in innovatie is de boodschap. Op die manier moeten we onze wereldwijde status vasthouden.” De wereld wordt echter steeds kleiner, waardoor de competitie naar talent zal aanhouden. Opleidingscentra worden daarin onmisbaar. “We moeten het talent van de toekomst klaarstomen zodat bedrijven én geschoolde werknemers naar hier komen. Momenteel is er per jaar 1000 vierkante meter ruimte nodig voor groei-infrastructuur rond Leuven en Gent”, aldus Cardoen. Inderdaad, rond die steden, want investeerders willen echt in die kenniscluster zitten. Investeren op een afstand van dat ‘episch centrum’, doen ze namelijk minder graag. “Daar gebeurt het, daar willen ze bij zijn. Niet onlogisch. Samen met de aanwezigheid van groeikapitaalfondsen moeten we bedrijven ook in de toekomst financieel ondersteunen en financieel verankeren, om stabiliteit te kunnen garanderen. Zo moeten we ook de komende decennia een speerpunt blijven inzake biotechnologie.” TEKST DAAN VANSLEMBROUCK


014

CHRONICLE JAN VAN HAVENBERGH

FOKUS-ONLINE.BE

Scheikunde: redder van het klimaat? De klimaatuitdaging is immens. De vraag stelt zich hoe wij de opwarming van de aarde kunnen stoppen zonder onze globale levenskwaliteit hiervoor te laten dalen. De intrinsieke kracht van chemie zal hierbij helpen.

D

e klimaatverandering vormt voor de mensheid en de planeet een dringende en mogelijk onomkeerbare bedreiging. Het klimaatakkoord eist de grootst mogelijke samenwerking tussen alle landen, maar ook tussen alle industrietakken en maatschappelijk sociale stakeholders.   In Vlaanderen is 36 procent van de broeikasgasemissie afkomstig van de industrie. 84 procent hiervan is afkomstig van chemiegerelateerde sectoren − chemie, petrochemie en staal. Die emissie is enerzijds het gevolg van elementaire processen, maar ook van het gebruik van fossiele energiebronnen. Anderzijds leveren deze takken producten die bijdragen aan het vermijden van emissies, bijvoorbeeld via lichtere materialen, efficiëntere landbouw, duurzamere constructies. Zij maken ook een onontbeerlijke kwaliteit van leven mogelijk, zoals toegankelijke mobiliteit en transport. De keerzijde is dat sommige toepassingen emissies verhogen in het gebruik, zoals transport of bij end-of-life-(plastics).  De uitdaging ligt dus in het minimaliseren van de klimaatonvriendelijke neveneffecten, met behoud van de elementaire voordelen. De Vlaamse overheid heeft beslist om de drie hoofdactoren in de industrie met betrekking tot emissies te stimuleren en lanceerde het MOONSHOT-initiatief: via basisonderzoek en innovatie worden unieke technieken en processen ontwikkeld die tegen 2050 concrete oplossingen zullen aanreiken. Die ontwikkelingen zullen de klimaatimpact drastisch reduceren. Vanwege

de hoofdrol die hierbij is weggelegd voor chemie-innovatie werd de regie bij Catalisti gelegd, de speerpuntcluster gericht op chemie en kunststoffen. Die zal in nauwe samenwerking met de energiecluster Flux50 projecten en initiatieven opzetten met de 20 miljoen euro die de Vlaamse overheid voor de volgende 20 jaar heeft toegekend. De speerpuntclusters gaan een belangrijke rol spelen om de mogelijke toepassingen van ontwikkelde technologie in andere doelgebieden door te geven. 

De uitdaging ligt in het minimaliseren van de klimaatonvriendelijke neveneffecten.

Expert in klimaatbeleid Tomas Wyns toonde in Europese studies aan dat zowel de oplossing voor de circulariteit van producten, als voor het efficiënt implementeren van duurzame energie, een grote impact hebben op het halen van de klimaatdoelstellingen. Daarom is er in het MOONSHOT-initiatief gekozen om vooreerst de focus te leggen op het vermijden van fossiele grondstoffen (via biomassa), een hergebruik van kunststoffen en het ontwikkelen van nieuwe processen voor bestaande producten, zoals waterstof. Maar ook voor het gebruik van CO2 als grondstof, met maximale inzet van duurzame energie. Onder regie van Catalisti werken alle kennispartners, universiteiten en onderzoeksinstellingen binnen de gedefinieerde trajecten samen om unieke kennis en expertise te bundelen, om zo nieuwe en disruptieve oplossingen te ontwikkelen. De eerste zaadjes zijn geplant!  TEKST JAN VAN HAVENBERGH, ALGEMEEN DIRECTEUR CATALISTI

LEES MEER OP

FOKUS-ONLINE.BE #FOKUSCHEMIE


ADVERTORIAL

INNOVATIE BINNEN OF OVER DE GRENZEN VAN HET BEDRIJF De druk om steeds vernieuwend uit de hoek te komen zet bedrijven er toe aan om het vroegere model van Gesloten Innovatie te verlaten. Open Innovatie, Open Source schijnt meer en meer de nieuwe standaard te worden. Maar is dat wel effectief zo, en is deze benadering wel steeds de beste keuze? Waarin verschilt Open Innovatie van Gesloten Innovatie? Laenen: “Bij gesloten innovatie vertrekt men volledig vanuit de eigen onderneming. Nieuwe ideeën en onderzoeksprojecten vinden hun oorsprong binnen het bedrijf en worden ook maximaal binnen de grenzen van de onderneming ontwikkeld. Het is bij een gesloten innovatie dan ook van essentieel belang dat know-how, technologie, procedures en intellectuele eigendom onder de controle blijven van de onderneming. Dus mits goed bewaken van de confidentialiteit en het implementeren van de nodige procedures, geeft gesloten innovatie volledige controle over de intellectuele eigendom gerelateerd aan de onderzoeksprojecten.

www.lcpatents.eu

Een nadeel aan gesloten innovatie is dat men binnen de eigen O&O-afdeling hooggeschoold personeel nodig heeft, en men inspanning moet doen om de knappe koppen aan het bedrijf te binden. Dat wordt met de toenemende beschikbaarheid en mobiliteit van hooggeschoolde werknemers steeds moeilijker.” Hoe zit het dan met Open Innovatie? Laenen: “Bij open innovatie kijkt men voor de onderzoeksprojecten en ontwikkeling van nieuwe producten over de bedrijfsgrenzen heen. De wereld ziet er op dat vlak dan ook anders uit. Er is meer durfkapitaal, waardoor creatievelingen niet langer naar

O&O-afdelingen van bedrijven moeten stappen om hun ideeën te kunnen ontwikkelen, maar zelf met een start-up van start kunnen gaan. Als bedrijf heeft men er dus alle belang bij om binnen de sector de vinger aan de pols te houden en trachten externe opportuniteiten te integreren in de eigen onderzoeksprojecten. Bij open innovatie vindt de ontwikkeling plaats ten dele binnen en ten dele buiten de onderneming, en zullen er contractuele afspraken nodig zijn om controle te krijgen over de know-how en intellectuele eigendom gerelateerd aan de onderzoeksprojecten. Bijvoorbeeld in de vorm van licentie-overeenkomsten met afbakening van domeinen en territoria tussen de partners.”

Wat krijgt dan de voorkeur? Laenen: “Door de globalisering is het vandaag steeds moeilijker om een product volledig intern te ontwikkelen. Zelfs in de meest conservatieve industrieen zien we een verschuiving van een volledig gesloten innovatie naar een open innovatie. Open innovatie moet complementair zijn aan de interne gesloten innovatie, waarbij externe actoren zoals klanten, leveranciers, andere bedrijven gezien worden als een aanvulling op eigen onderzoeksprojecten. De voorwaarde voor openstelling naar de buitenwereld is echter stabiele interne innovatiestructuren en -processen om externe kennis met succes te integreren en te gebruiken.”

+32 11 25 67 88

patents@lcpatents.eu

ADVERTORIAL

SWECO GEEFT VORM AAN DE CHEMISCHE INDUSTRIE VAN MORGEN Sweco heeft een grondige expertise op het gebied van engineering- en constructiemanagement voor de chemische industrie. Wij helpen mee in alle fasen van het project, dat start met de haalbaarheidsstudie en conceptontwikkeling. Wij zetten onze brede kennis in om te komen tot een mature Basis of Design en een doordachte CAPEX-begroting, de fundamenten van een succesvolle EPCm-realisatie. ENERGIEBESPARING EN VALORISATIE AFGASSEN Door onze klanten te begeleiden in de vermindering van hun specifiek energieverbruik, slagen wij erin hun competitiviteit te verhogen. Zo onderzocht Sweco voor een site de aanpak om tot een duurzaam energieconcept te komen. De dynamische simulaties van warmte- en koudevraag resulteerden in een hybride warmtepompsysteem dat zowel warmte- als koudevraag inlost. Hierdoor was er 80% minder aardgasverbruik dan in het basisscenario. Het efficiënt, low carbon en flexibel energieconcept past volledig in de geest van elektrificatie en maakt de betrokken firma dus future proof. Naast efficiëntiemaatregelen is ook de valorisatie van afgassen, zoals waterstof en koolstofhoudende gassen (CO en CO2), een belangrijke troefkaart. Vandaag begeleiden onze experten enkele bedrijven in het valoriseren van deze moleculen, waarbij naast de realisatie van een positieve milieu-impact ook een verdienmodel opgezet wordt.

OPTIMALISATIE DESTILLATIEPROCES EN REDUCTIE STOOMVERBRUIK Als onderdeel van continue verduurzaming en om mogelijke energiebesparingen in kaart te brengen, wordt een pinchanalyse uitgevoerd. Eén van de mogelijke resultaten is om topdampen van een destillatiekolom te gebruiken als verwarmingsmedium in reboilers van andere destillatiekolommen. Sweco zorgt voor detailprocesstudies, simulaties en werkt het concept voor de stoomverbruikoptimalisatie projectmatig uit, en neemt ook de realisatie voor zijn rekening. Afgelopen projecten geven aan dat men kan komen tot een aanzienlijke besparing van het stoomverbruik en een sterke vermindering van de CO2-emissie.

DUURZAAM WATERVERBRUIK Zowel de waterkwaliteit als de -kwantiteit is cruciaal in chemische processen. Sweco assisteerde een chemiebedrijf in de selectie van de best geschikte technologie voor de nieuwe deminwaterproductie-eenheid op kanaalwater. De recent gestegen geleidbaarheid in het kanaal GentTerneuzen was hierbij een belangrijk aandachtspunt. Ten gevolge van de aanhoudende droogte zakt het waterpeil en sluist er meer zoutwater door het kanaal. De actualiteit rond water confronteert bedrijven met grote uitdagingen voor een meer duurzame aanpak en zoektocht naar alternatieve waterbronnen. Daarom organiseert Sweco het panelgesprek ‘Water for Industry’ op 19 september. Belangrijke actoren in de watersector zullen kritische vragen en knelpunten aftoetsen om bedrijven voor te bereiden op de toekomst. Programma & inschrijving: www.swecobelgium.be/waterforindustry

www.swecobelgium.be


ADVERTORIAL

IND-POM Antwerpen-N_Layout 1 06/11/18 13:47 Page 1

WETENSCHAPSPARK UNIVERSITEIT ANTWERPEN

DÉ INNOVATIEVE HUB VOOR LIFE-SCIENCES, IT EN LOGISTIEK Het Wetenschapspark Universiteit Antwerpen in Niel bevestigt zijn positie als dé innovatieve hub voor vernieuwende bedrijven en startups in de gezondheidszorg, IT en de milieusector. De Provinciale Ontwikkelingsmaatschappij Antwerpen (POM) trekt er de komende 3 jaar maar liefst 3 nieuwe gebouwen op, goed voor 10.000 m² kantooroppervlakte. De geplande investe ringen leggen nog meer de focus op netwerking en kennisdeling tussen starters en meer ge vestigde kmo’s.

Het doel: bedrijven in life-sciences, logistiek en IT het lanceerplatform en de omkadering bieden die hun groei en expertise stimuleren. Van incubator naar groei Het wetenschapspark bestaat vandaag uit een incubator en twee doorgroeigebouwen. In Incubator Darwin huizen jonge, innovatieve bedrijven die er, samen met de UA, werken aan baanbrekende producten. Ze maken gebruik van volledig uitgeruste labo’s, kantoren en gemeenschappelijke delen.

Multifunctioneel bedrijfsgebouw Werkateliers worden in de hybride bedrijfshal Hippocrates aangevuld met state-of-the-art box-in-box labo ratoria. Met maar liefst 1.500 m² vloeroppervlakte geschikt voor opslag, kantoor, productie en R&D, richt het zich specifiek op vernieuwende ondernemingen. Met Anicells, een bedrijf ontstaan uit het UZA /UA en gespecialiseerd in onderzoek naar celtherapie bij onder meer MS en leukemie, huist er alvast een gerenom meerde naam. Dit bedrijf neemt 30% van de oppervlakte in gebruik. Door ook andere bedrijven met dezelfde focus aan te trekken, wil het Weten schaps park uitgroeien tot een internationale hub voor celtherapie. Kantoren en logistiek Door de grote behoefte aan meer hoogwaardige kantoorruimte in de omgeving, voorziet POM ook in de uitbouw van een nieuw kantoorgebouw van om en bij de 4.500 m².

Met LOG!VILLE wordt een demonstra tiecentrum voor de logistieke sector gerealiseerd, in samenwerking met VIL, speerpuntcluster voor de logistieke sector. Het wordt een centrum waar innovatieve concepten – live én virtueel – gedemon streerd, getest en beleefd kunnen worden. Met deze ambitieuze uitbreiding bevestigt POM de positie van het Wetenschapspark in Niel als baanbrekende hub voor lifesciences, IT en logistiek. Ook voor uw bedrijf. Groeien en innoveren in een inspirerende omgeving? Ontdek meer op wetenschapsparkuantwerpen.be.

Wetenschapspark Universiteit Antwerpen Galileilaan 15 2845 Niel T: 03 443 04 00 E: darwin@wetenschapsparkuantwerpen.be Contact: Jade Verrept Aanspreekpunt Commercialisatie & Incubator Darwin T: 03 240 68 39 (kantoor Antwerpen) T: 03 443 04 07 (incubator Darwin) E: jade.verrept@pomantwerpen.be Geert Penneman Aanspreekpunt Infrastructuur Wetenschapspark T: 03 3 240 68 30 E: geert.penneman@pomantwerpen.be

Profile for Smart Media Agency | Fokus

Fokus Chemie  

Bijlage van Smart Media bij De Standaard

Fokus Chemie  

Bijlage van Smart Media bij De Standaard

Advertisement