Page 1

SecJure Jaargang 28 | Oktober 2013 nr. 1 | SecJure is een uitgave van Magister JFT

Juridisch Faculteitsblad

De Aanklager van het Internationaal Strafhof: onafhankelijk of speelbal van politieke en diplomatieke belangen?  Staatsrechtelijke hubris: zet de Eerste Kamer de constitutionele verhoudingen op het spel?  Bailout SNS: de Interventiewet voor het eerst in gebruik  ‘Stapel’gekke wetgeving? Een financieel gewin uit de publicaties van eigen misdaden nader bekeken


TOPMOMENT #8

Mijn stukken naar de cliĂŤnt

Al tijdens je studie ervaring opdoen in de rechtspraktijk? Maak kennis met de duale master en

Rechtbank en Gerechtshof Arnhem, Van Doorne,

onderzoeksmaster Onderneming & Recht

Simmons & Simmons en Stibbe. Vraag de brochure aan.

Hier doe je werkervaring op bij: AKD, Clifford Chance, De Brauw Blackstone Westbroek, NautaDutilh,

Kijk op www.ru.nl/topmomenten of bel (024) 361 20 79.

Onderzoekcentrum Onderneming & Recht, Rabobank,

Bereid je voor op topniveau


Inhoudsopgave

Inhoudsopgave 6 De redactie stelt zich voor 9 Column Esra

Cover 11 De Aanklager van het Internationaal Strafhof: onafhankelijk of speelbal van politieke en diplomatieke belangen? | Karlijn de Leeuw 14 Bailout SNS: de Interventiewet voor het eerst in gebruik | Thom Beenen 16 Staatsrechtelijke hubris: zet de Eerste Kamer de constitutionele verhoudingen op het spel? | Christian de Lange 19 ‘Stapel’gekke wetgeving? Een financieel gewin uit de publicaties van eigen misdaden nader bekeken | Edin Husagic

Verdieping 23 Klimaatvluchtelingen? De grote volksverhuizing van de toekomst: gebreken in de huidige regelgeving | Kim Bink 26 Staatsrechtelijke verhoudingen binnen het Koninkrijk der Nederlanden: democratische gebreken in het Nederlandse staatsbestel | Jaap van der Heijden 28 ‘Pedofielenvereniging’ Martijn: de strijd om een verbod | Rens Raemakers 31 Arbitrage: een alternatief voor aandeelhoudersgeschillen? | Esra van de Wolk 33 De rol van de curator bij de doorstart van ondernemingen | Martine Wouters 35 Super recognisers: de superhelden van het strafrecht | Sylvia Kuijsten

Na & Naast je studie… 39 Hello/Goodbye 44 Activiteitenkalander 46 Column Magister JFT: de MIK | Edin Husagic 47 Studeren in het buitenland: Madrid | Claud Leermakers 49 Recensie: ‘De breuk’ van Gerard Spong: must-read voor iedere strafpleiter in spe | Rens Raemakers 50 Recht in het nieuws 52 Confessions of…a stagiaire | Anoniem 53 Pro / Contra: de voor het leven benoemde rechter | Christian de Lange & Edin Husagic

16 | Zet de Eerste Kamer de constitutionele verhoudingen op het spel? 3 | SecJure Oktober 2013


TOP-week 2013


Colofon Redactieadres

Redactioneel

Kamer E221 Postbus 90153 5000 LE Tilburg Tel. (013) 466 80 73 Mail: secjure@magisterjft.nl

Hoofdredacteur Merel de Boer

Redactie Thom Beenen Kim Bink Jaap van der Heijden Edin Husagic Sylvia Kuijsten Christian de Lange Karlijn de Leeuw Rens Raemakers Esra van der Wolk Martine Wouters

Met dank aan Claud Leermakers Dagelijks Bestuur Magister JFT 2012-2013 Dagelijks Bestuur Magister JFT 2013-2014 Oplage 1300 SecJure jaargang 28 nr. 1 De redactie behoudt zich het recht voor ingeleverde stukken niet te plaatsen of te wijzigen. De inhoud van de artikelen vertegenwoordigt niet noodzakelijkerwijs de mening van de redactie. © Niets uit deze uitgave mag op welke wijze dan ook gereproduceerd worden zonder voorafgaande toestemming van de redactie.

Beste lezers, We gaan weer beginnen! Het was een heerlijke zomer met veel terrasjes, zon en veel komkommernieuws (hadden we nu wel of geen wolven in Nederland?). Maar langzaamaan lopen de kroegen in Tilburg weer vol, wordt het aantal computers in de bieb weer schaars en is het op maandag weer overvol in de trein. Ook hebben Knevel en van den Brink weer plaats moeten maken voor Pauw & Witteman en is in het NOS Journaal het ‘Hart van Nederland’ gehalte weer gedaald. Het is duidelijk, de zomer is voorbij en het ‘echte’ leven gaat weer beginnen. Ik hoop dat iedereen heeft genoten van de vrije tijd en weer helemaal fris en scherp begint aan een nieuw college jaar! De redactie van SecJure heeft deze zomer niet alleen op het terras gezeten. Zij hebben een deel van hun vrije tijd opgeofferd om een aantal hele mooie artikelen te schrijven voor deze eerste editie van jaargang 28! En het resultaat mag er zijn. Dit jaar heeft de SecJure een nieuwe indeling. In het eerste en tweede deel vindt je de cover en verdiepende artikelen. In het deel ‘na & naast je studie…’ staan alle andere belangrijke zaken, zoals de magisteractiviteitenagenda (schrijf dus alvast alle leuke en interessante activiteiten in je agenda) en de magistercolumn. Er zijn ook een aantal nieuwe rubrieken zoals confessions of a… , een boekrecensie en recht in het nieuws. Reden genoeg om deze SecJure grondig door te lezen! Mocht je nog vragen, opmerkingen of tips voor ons hebben dan horen we dat heel graag. Je kan een mail sturen naar SecJure@gmail.com. Vergeet ook niet indien je dit nog niet hebt gedaan je aan te melden op site om de SecJure thuis te ontvangen of download de nieuwe SecJure-app! Namens de redactie, Merel de Boer Hoofdredacteur 2013-2014

5 | SecJure Oktober 2013


de Redactie stelt zich voor strafrecht, internationaal strafrecht, criminologie en victimology, dus van mijn hand kan je artikelen over deze onderwerpen verwachten.

Mijn naam is Kim, 23 jaar en Masterstudent Rechtsgeleerdheid, accent Recht & Duurzaamheid. Ik kan onbeperkt theeleuten, foto’s schieten en de oren van je kop af kletsen (los van elkaar maar waarschijnlijk ook tegelijkertijd). Ik houd van gezond, (h)eerlijk eten, ben vegetariër en doe sinds kort aan ‘bodypump’. Tijdens mijn study-abroad periode ben ik mijn hart verloren aan het Baskenland, ooit zal ik dan ook de Baskische taal gaan leren en ik raad iedereen aan om Bilbao (of San Sebastián of Santander of Getxo of Pamplona of..) eens te bezoeken! Mijn interesse gaat uit naar het milieurecht, zowel nationaal als internationaal. Denk hierbij aan natuurbeschermingsrecht maar ook het klimaatrecht. Hopelijk kan ik jullie veel leesplezier bezorgen met artikelen over dergelijke onderwerpen!

Mijn naam is Karlijn de Leeuw en ik ben 20 jaar. Ik studeer rechtsgeleerdheid en ik zit in het derde jaar, dus ik hoop aan het eind van het jaar mijn bachelor te halen. Daarna wil ik de master Rechtsgeleerdheid accent strafrecht gaan doen. Op dit moment ben ik de mogelijkheden aan het bekijken om in het buitenland een tweede masteropleiding te gaan volgen. Ik ben gek op reizen, ik speel piano en houd van koken èn lekker eten. Op het gebied van rechten ligt mijn interesse bij SecJure Oktober 2013 | 6

Mijn naam is Christian de Lange en ik volg momenteel de master Rechtsgeleerdheid accent Staats- en Bestuursrecht en accent Privaatrecht. Ik zal jullie voornamelijk verblijden met artikelen die betrekking hebben op het staats- en/of bestuursrecht. Dit jaar is mijn tweede jaar als lid van de redactie, al kan ik mij helaas niet de nestor noemen. Als hobby’s doe ik aan sport en lees ik graag. Daarnaast ben ik een liefhebber van TV-series. Mijn favoriete TV-series zijn Boardwalk Empire, Game of Thrones en House of Cards (niet per se in die volgorde). Ik hoop dat de lezers mijn artikelen dit jaar net zo leuk vinden om te lezen als dat ik ze vind om te schrijven.

Mijn naam is Edin Husagic, ben 24 jaar en ik doe de master Rechtsgeleerdheid in de accenten Strafrecht en Staats- en Bestuursrecht. Dit is alweer mijn tweede jaar bij de SecJure en ik zal dit jaar dan ook proberen om uiteenlopende thema’s te behandelen binnen het strafrecht en het staats- en bestuursrecht. Toe-


SecJure Juridisch Faculteitsblad

gegeven, de kwaliteit van deze stukken zal afhangen van de tijd die mijn overige hobby’s in beslag nemen. Zo ben ik niet alleen dol op punniken, maar moet ik natuurlijk ook elke dag aandacht besteden aan mijn levensmotto, GTL: Gym, Tan, Laundry. Want je moet er nu eenmaal op je best uitzien, als je shirt er slecht uitziet, dan ziet het hele product er slecht uit. Grapje! Als ik niet aan het studeren, skiën of scriptie aan het ‘schrijven’ ben, zijn mijn huis- en tevens redactiegenoot Christian de Lange en ik verwikkeld in epische schaakgevechten of ben ik te vinden op een locatie die bij studenten ook wel onder de naam ‘’kroeg’’ bekend staat.

Mijn naam is Esra van der Wolk, 23 jaar en ik doe de master International Business Law. Eigenlijk ben ik al bijna student af, maar om nog optimaal van mijn studententijd te kunnen genieten zit ik op dit moment in Minneapolis, Minnesota (VS) voor een exchange. Over mijn tijd daar schrijf ik ook een column voor de SecJure (lezen dus!). Dit is alweer mijn vierde jaar als redactielid dus ik behoor nu denk ik officieel tot de ‘Oude Garde’. Ik ben sociaal, ondernemend en eigenzinnig. En af en toe een beetje nerdy. Ik lees en schrijf graag en als het even kan ga ik met vriendinnen naar de stad om wat te drinken, te eten of naar de film. Ben gek op Game of Thrones, Vampire Diaries en Harry Potter. Volgend jaar hoop ik een baan te vinden als advocaat-stagiair bij een (middel)groot advocatenkantoor op het gebied van financieel recht, ondernemingsrecht of mededingingsrecht.

Hallo, ik ben Martine Wouters en 22 jaar oud. Ik zit inmiddels in het vierde jaar van de bachelor Rechtsgeleerdheid en dit is mijn eerste jaar bij de SecJure. Ik zal de rol van redactiesecretaris op me nemen, en ook artikelen schrijven, waarvan je de eerste in deze editie vindt. Het liefst schrijf ik over ondernemings-, strafrecht en rechtsgeschiedenis. Geschiedenis is namelijk een hobby van me, net als tuinieren en kunst. Maar natuurlijk hou ik ook gewoon van bier, winkelen en mijn vriendinnen. Ik hoop dan ook een aantal mooie artikelen neer te zetten dit jaar, zodat je, naast alle andere artikelen, met plezier de SecJure zult lezen! P.S. Vergeet de leuke agenda niet!

Ik ben Sylvia, 23 jaar en studente Rechtsgeleerdheid. Inmiddels kun je me tot het SecJure meubilair rekenen; dit wordt mijn vierde redactiejaar. Strafrecht, forensische psychiatrie, auteursrecht en cybercrime behoren tot mijn favoriete rechtsgebieden. Ik houd van gitaar spelen, city trips, films, theater, kat Chuck en minions. Ik kan niet stilzitten bij salsamuziek, maar ben eigenlijk een houten Klaas. Verder ben ik van niemand fan, maar heb ik wel grote bewondering voor het werk van M.C. Escher, Alan Menken, Jean-Francois Rauzier en Andrew Lloyd Webber. Ik werk als studentredacteur bij de Univers, sta in het weekend achter de broodma7 | SecJure Oktober 2013


chine, ben freelance copywriter en tekstcorrector en blog op www.sylviakuijsten.com. Hopelijk lees je de SecJure dit jaar met evenveel plezier als dat wij hem schrijven!

Ik ben Rens Raemakers, 22 jaar. Dit jaar hoop ik mijn bachelor Bestuurskunde af te ronden en daarnaast volg ik verschillende vakken Rechtsgeleerdheid. In mijn vrije tijd lees ik ook graag over geschiedenis en economie, hetgeen goed van pas komt in mijn werk als bijlesdocent. Voorts ben ik fanatiek in het volgen van de politieke actualiteit via televisie, krant en internet. Naar mijn mening is de democratie in Nederland op een hoog niveau, maar juist het continue zoeken naar verbeteringen houdt ons wakker - en mij bezig. Debatteren en filosoferen zijn aangename hobby’s. Daarbij stel ik niet (meer) de vraag centraal waarom iets zo is, maar eerder wat er precies allemaal waar is en wat niet. Vooronderstellingen zijn vaak onjuist; een frisse blik helpt.

Ik ben Thom Beenen, 23 jaar en ik studeer de master Ondernemingsrecht en de master Rechtsgeleerdheid accent Privaatrecht. Hiervoor heb ik de bachelor Ondernemingsrecht afgerond. Gedurende mijn studie heb ik een aantal nevenactiviteiten georganiseerd waaronder de Hart van Brabantloop, AD R&M en een stage gelopen bij een Nederlands advocatenkantoor. Daarnaast houd ik me vooral bezig met sporten, muziek en het bijhouden van economisch nieuws. Als redacteur bij Secjure zal ik mij dit jaar vooral focussen op actuele onderwerpen op het gebied van het Ondernemingsrecht, Bank- en effectenrecht, FinanciĂŤle (Europese) regelgeving en het Insolventierecht.

Mijn naam is Jaap van der Heijden, ik ben 26 jaar en rond hopelijk komend half jaar mijn pre-master af, waarna ik aan de master rechtsgeleerdheid zal beginnen. De richting die ik daarin zal gaan doen is staatsen bestuursrecht. Naast de studie zijn reizen en politiek mijn grootste hobby. Mijn bachelor in Utrecht heb ik enige tijd onderbroken omdat ik na mijn stage in de Tweede Kamer daar ben blijven hangen. Ook heb ik drie jaar in het bestuur van een politieke jongerenorganisatie gezeten. Hierdoor heb ik enige studievertraging opgelopen, maar de ervaringen die ik heb opgedaan zijn dat meer dan waard. Het komende jaar kunnen jullie van mij vooral artikelen verwachten op het gebied van het staats- en bestuursrecht.

SecJure Oktober 2013 | 8


Column

Rollercoaster Esra

Redactielid Esra zit voor vijf maanden in de Verenigde Staten voor een exchange met de University of Minnesota in Minneapolis. In deze column vertelt ze over haar ervaringen overzee. Mijn reis naar Amerika begon goed: de eerste vlucht werd enkele uren voor vertrek geannuleerd en drie kilo te veel aan bagage kostte me 100 euro! Die vlucht was gelukkig makkelijk omgeboekt. Nou, daar sta je dan. Alleen, op een onbekend vliegveld en net je familie huilend en zwaaiend achtergelaten. Het afscheid ging snel, te snel eigenlijk. Slik. Dat was toch moeilijker dan ik had gedacht. Ik kijk om me heen en zie allerlei mensen: een

Wat doe ik hier?! Misselijk, moe, bang, verdrietig, heimwee: het overvalt me in een opwelling. stelletje waarvan ik vermoed dat het op vakantie gaat, een jonge zakenman strak in pak en een alledaags gezin. Allemaal moeten we datzelfde vliegtuig in. Zenuwen zijn afwezig in mijn buik. Raar, want normaal gesproken heb ik het niet zo op vliegen. In het vliegtuig naar Berlijn open ik het cadeau dat mijn zus me bij het afscheid in mijn handen drukte. “Van ons allemaal”, zei ze daarbij. Fijn dat er niemand naast me zit. Het is een fotoboek met op iedere pagina een lieve tekst van vrienden en familie. Dat raakt me toch wel even. Een lach en een traan kan ik niet onderdrukken. Ga ik echt voor vijf maanden weg? Moeilijk te bevatten op dit moment. Het voelt nu

al als een overwinning op mezelf, ik had nooit gedacht dat het zover zou komen. Maar ik heb het toch maar mooi voor elkaar gekregen, al is het wel gedeeltelijk door alle hulp en steun van vrienden en familie. Voor me zit een jonge gast met een gigazak gesneden paprika voor zijn neus. Vreemde snack, denk ik bij mezelf. Eenmaal in het vliegtuig naar Chicago krijg ik echt een gevoel van empowerment, gaaf om alleen te reizen. Ook al lijkt het nog steeds alsof ik droom of in een film speel. Dat dit gevoel 12 uur later bij aankomst totaal anders zou zijn, had ik toen niet gedacht. In de auto naar mijn kamer krijg ik een lichte paniekaanval. Wat doe ik hier?! Misselijk, moe, bang, verdrietig, heimwee: het overvalt me in een opwelling. Met moeite weet ik mezelf bijeen te houden tot het moment dat ik alleen in mijn kamer ben. Een minimalistisch, oud en muf hok in een nog vreselijker gebouw. Ik barst in huilen uit en wil het liefst rechtsomkeert naar huis. Een rollercoaster aan emoties, dat beschrijft mijn eerste week hier als beste. Het ene moment super blij en energiek, het volgende moment depressief en lusteloos. Na drie dagen begonnen mijn lessen en sindsdien gaat het een stuk beter. Ik heb al veel mensen leren kennen uit verschillende landen van over de hele wereld, erg interessant. We zijn uit eten geweest, wat gaan drinken en naar de Mall of America gegaan. Dat laatste is het grootste winkelcentrum van Amerika waar je belastingvrij kunt shoppen en waar ook nog eens een pretpark en Sealife in zit. Super gaaf! De meeste clichés over Amerika zijn volkomen waar. Het is hier precies zoals in menige bekende high school film. Grote auto’s? Check. Fastfoodketens op iedere straathoek? Check. Schreeuwerige billboards, imposante skyline en gigantische wegen? Check. En zo kan ik nog wel even doorgaan. De Amerikanen zelf zijn erg vriendelijk en behulpzaam, overal maken ze een praatje met je. Ook de natuur en het uitzicht zijn hier super. De Mississippi rivier loopt dwars door Minneapolis heen met een waterval dichtbij. Er worden al plannen gemaakt om naar Chicago te gaan en om de omgeving hier op de fiets te ontdekken. Genoeg om naar uit te kijken en die vijf maanden vol te krijgen. Helaas ben ik op het moment van dit schrijven pas een week op exchange en kan ik jullie nog niet meer vertellen... Lees de volgende editie meer! 9 | SecJure Oktober 2013


Coverartikelen De aanklager van het Internationaal Strafhof Bailout SNS: de interventiewet voor het eerst in gebruik Staatsrechtelijke hubris: zet de Eerste Kamer de constitutionele verhoudingen op het spel? ‘Stapel’gekke wetgeving? Een financieel gewin uit de publicaties van eigen misdaden nader bekeken

SecJure Oktober 2013 | 10


Karlijn de Leeuw

“Zij die verantwoordelijk zijn voor lijden en verlies van levens zouden hetzelfde pad moeten bewandelen als hun Afrikaanse en Aziatische evenknieën die zich hebben moeten verantwoorden in Den Haag.” – Desmond Tutu De Aanklager van het Internationaal Strafhof Onafhankelijk of speelbal van politieke en diplomatieke belangen? De ondertekening van het Statuut van Rome en de oprichting van het Internationale Strafhof markeren een enorme sprong voorwaarts in de ontwikkeling van het internationale recht, misschien wel de grootste ontwikkeling sinds de oprichting van de Verenigde Naties (VN).1 Het Hof krijgt echter veel kritiek te verduren, deze kritiek omvat vaak het verwijt dat het Hof Afrikagericht zou zijn. De voorzitter van de Afrikaanse Unie, Hailemariam Desalegn, sprak over een rassenjacht door het Hof, vanwege het feit dat alle verdachten van Afrikaanse afkomst zijn.2 Kritiek die hieraan parallel loopt is dat de Aanklager van het Hof niet politiek onafhankelijk zou zijn, maar onder invloed zou staan van het machtspolitieke krachtenveld. Afrika wordt vaak gezien als een makkelijke keuze, omdat er relatief weinig politiek gevoelige banden zijn tussen grootmachten en Afrikaanse landen. Dit terwijl er bijvoorbeeld geen onderzoek wordt gestart naar de door Israel bezette gebieden vanwege het feit dat dit politiek gevoelig ligt bij onder andere de Verenigde Staten.3 Het politieke klimaat, met vele diplomatieke verhoudingen lijkt de dienst uit te maken voor wat betreft de onderzoeks- en vervolgingshandelingen van de Aanklager. De vraag is dan ook of de Aanklager van het Internationale Strafhof daadwerkelijk onafhankelijk is of dat hij een speelbal van politieke en diplomatieke verhoudingen blijkt te zijn.

Oprichting Internationaal Strafhof De ondertekening van het Statuut van Rome, in 1998, markeert een belangrijk moment in de ontwikkeling van het internationale (straf)recht.4 Al vanaf het eind van de Tweede Wereld Oorlog groeide de aandacht voor de internationale berechting van oorlogsmisdaden, maar pas na de veranderde machtsverhoudingen tengevolge

van het eind van de Koude Oorlog was er in het internationale politieke klimaat plaats voor een Internationaal Strafhof. In 2002 trad het Statuut van Rome inwerking en daarmee werd het Internationale Strafhof juridische realiteit.5 Het Hof kan worden gezien als de algemeen overkoepelende vervanger voor de ad hoc tribunalen die eerder werden gebruikt om personen internationaal strafrechtelijk te vervolgen, zoals het Joegoslavië-Tribunaal. Het Internationaal Strafhof is een complementair hof, dat wil zeggen dat nationale hoven primaire jurisdictie hebben. Het Hof heeft een aanvullende functie indien de Staat onwelwillend is of niet over de mogelijkheden beschikt om een persoon te berechten. Daarnaast is het Hof enkel bevoegd te oordelen over een beperkt aantal zeer ernstige misdaden: genocide, misdaden tegen de menselijkheid, oorlogsmisdaden en agressie.6 Het verschil tussen het Internationale Strafhof en de voorgaande tribunalen is dat er geen politieke maar een formele aanklager is. De aanklager van het Hof wordt gekozen door de staten die lid zijn van het Statuut van Rome. De tribunalen daarentegen kenden een aanklager in de persoon van de Veiligheidsraad. De Veiligheidsraad is een orgaan ter handhaving van de internationale vrede van de VN bestaande uit de 15 leden waaronder 5 permanente leden: de Verenigde Staten, Groot-Brittannië, Rusland, Frankrijk en China. ‘The big five’ wilden de Veiligheidsraad als aanklager behouden in het Internationale Strafhof, om zo politieke controle te behouden over welke staten vervolgd zouden worden. Een onafhankelijke aanklager van het Internationale Strafhof werd gezien als een bedreiging voor het gezag van de Veiligheidsraad om vrede in de wereld te handhaven.7 ‘The big five’ beseften dat een directe ondergeschiktheid aan de Veiligheidsraad als politiek incorrect werd beschouwd door de ledenstaten. De Verenigde Staten deden een poging om toch politieke controle te behouden, zij stelden een bepaling voor die inhield dat het land van de 11 | SecJure Oktober 2013

Cover

De Aanklager van het Internationaal Strafhof Onafhankelijk of speelbal van politieke en diplomatieke belangen?


Cover

beschuldigde de aanklacht moest goedkeuren voordat het Hof de bevoegdheid had om tot vervolging over te gaan.8 De ledenstaten voorzagen dat door het aannemen van dit voorstel het Internationaal Strafhof via een omweg alsnog onder de controle van de Veiligheidsraad zou staan en het voorstel werd afgewezen. Er werd een onafhankelijke Aanklager in het leven geroepen om volledige controle door de Veiligheidsraad te voorkomen. In april 2003 werd de eerste Aanklager gekozen, Luis Moreno-Ocampo uit Argentinië.9 In maart 2012 vond de eerste veroordeling plaats, de Congolese Lubanga werd schuldig bevonden aan het inzetten van kindsoldaten.10

Politieke onafhankelijkheid? Ondanks het feit dat het Hof een onafhankelijke Aanklager kent en niet ondergeschikt is aan een politiek orgaan blijft het de vraag in hoeverre het Strafhof daadwerkelijk onafhankelijk is. Door een aantal omstandigheden kan het politiekonafhankelijk functioneren van het Internationaal Strafhof in twijfel worden getrokken. Allereerst verdient de relatie tussen het Strafhof en de Verenigde Naties enige aandacht. Formeel gezien is het Hof onafhankelijk van de VN, maar in de praktijk is de scheidingslijn niet geheel duidelijk. De VN hebben een belangrijke rol gespeeld in de ontwikkeling van het Hof, met name door het stimuleren en faciliteren van de bijeenkomsten van de Voorbereidende Commissie van het Strafhof.11 De preambule van het Statuut van Rome refereert aan deze rol : ‘an independent permanent International Criminal Court in relationship with the United Nations system’.12 De Veiligheidsraad van de VN heeft daarnaast het recht om zaken aan te brengen bij het Hof. Uit artikel 13 onder b van het Statuut van Rome blijkt dat het Hof bevoegd is om zijn rechtsmacht uit te oefenen indien een situatie waarin een misdrijf is begaan wordt aangegeven door de Veiligheidsraad. De Veiligheidsraad beschikt daarnaast over de bevoegdheid om onder bepaalde omstandigheden het onderzoek of de vervolging door het Hof te laten opschorten, zo komt naar voren in artikel 16 van het Statuut. Op 4 oktober 2004 werd de Relationship Agreement tussen het Hof en de VN gesloten, zoals artikel 2 van het Statuut van Rome voorschrijft.13 De overeenkomst bevat onderwerpen zoals het uitwisselen van informatie, gerechtelijke bijstand en samenwerking op het gebied van juridische en administratieve zaken.14 Het Strafhof is juridisch gezien niet ondergeschikt aan de VN, hetgeen de ‘big five’ graag hadden gezien, maar door de vergaande bevoegdheden van de Veiligheidsraad en de wederzijdse verwevenheid kan er niet worden gesproken van een volledige onafhankelijkheid. Daarnaast krijgt de Aanklager vaak het verwijt dat hij bij het maken van zijn vervolgingsbeslissingen gedirigeerd SecJure Oktober 2013 | 12

wordt door politieke en diplomatieke verhoudingen. Er is een gebrek aan transparantie in de besluitvorming van de Aanklager, dit gebrek leidt, in combinatie met het feit dat er louter Afrikanen zijn veroordeeld door het Hof, tot het verwijt dat de vervolgingsbeslissingen sterk worden beïnvloed door het politieke krachtenveld. Met name op het besluit van de Aanklager uit 2006 om de Britse legertroepen niet te vervolgen werd veel kritiek geuit. Zo schreef Desmond Tutu in de Britse krant The Observer, zelfs 6 jaar na de beslissing, dat: “Zij die verantwoordelijk zijn voor lijden en verlies van levens zouden hetzelfde pad moeten bewandelen als hun Afrikaanse en Aziatische evenknieën die zich hebben moeten verantwoorden in Den Haag.”15 In 2003 vielen de VS en Groot-Brittannië Irak binnen. De Aanklager stelde vast dat er door de Britse troepen oorlogsmisdaden inclusief moord waren begaan, maar dat de daden niet zwaarwegend genoeg waren in vergelijking met oorlogsmisdaden uit andere conflictsituaties zoals in Uganda.16 De Aanklager hanteert twee verschillende fasen van het concept van ‘gravity’, de zwaartekrachttoets, uit artikel 17 van het Statuut van Rome. De zwaartekrachttoets bepaalt of dat de Aanklager al dan niet verder gaat met onderzoek of vervolging. Allereerst wordt er gekeken naar de ontvankelijkheidseisen uit artikel 17, daarna wordt zwaartekracht gebruikt om een afweging te maken over de selectie van verschillende zaken.17 Door een gebrek aan transparantie in de beslissingen van de Aanklager, met name voor wat betreft de tweede fase van de ‘gravity-toets’, is er geen duidelijkheid op grond waarvan de beslissingen worden genomen. Deze onduidelijkheid leidt tot kritiek en vermoedens dat het politieke klimaat, met vele diplomatieke verhoudingen, de dienst uit maakt voor wat betreft de onderzoeks- en vervolgingshandelingen van de Aanklager.

Prestatiedruk In 2012 publiceerde het War Crimes Research Office van de Washington College of Law van de American University een kritisch rapport over het onderzoeksmanagement, -strategieën en -technieken van het bureau van de Aanklager van het Internationaal Strafhof. Er zijn tot nu toe veertien verdachten voor het Hof verschenen waarbij er zes zijn vrijgesproken bij gebrek aan bewijs. De prestaties van de Aanklager zijn op dat gebied niet erg indrukwekkend te noemen. Problemen in internationaal strafrechtelijk onderzoek moeten worden erkend, zo heeft de Aanklager vaak maar beperkt toegang tot bewijs, zijn overheden niet altijd bereid om samen te werken, zijn er taal- en cultuurbarrières, is vaak de soort misdaad en het plaatsdelict onbekend en daarnaast ontbreekt het de Aanklager aan een eigen ‘politiemacht’. Het rapport stelt echter ook dat de keuzes die worden gemaakt door de Aankla-


Conclusie Uit het bovenstaande dient niet te worden geconcludeerd dat het Internationale Strafhof compleet disfunctioneel is en een marionet is van politieke en diplomatieke verhoudingen. Het Hof is een overwinning van het rechtvaardigheidsgevoel van de internationale gemeenschap, voor het eerst in de geschiedenis zijn autoriteiten bereid om jurisdictie uit handen te geven en op internationaal niveau samen te werken om de meest ernstige misdaden te bestrijden. Bij de overwinning van het rechtvaardigheidsgevoel past ook zeker de keuze voor een politiek onafhankelijke aanklager. In de praktijk blijkt echter dat deze vermeende politieke onafhankelijkheid in twijfel kan worden getrokken. Het Hof is juridisch gezien niet ondergeschikt aan de VN maar door de vergaande betrokkenheid en bevoegdheden van de Veiligheidsraad van de VN, rijst het vermoeden dat de Aanklager handelt alsof hij wordt gedirigeerd door de Veiligheidsraad. Daarnaast is er een gebrek aan transparantie in de onderzoeks- en vervolgingsbesluiten van de Aanklager, hetgeen, in combinatie met de huidige situatie van enkel Afrikaanse veroordeelden, het idee wekt dat politieke en diplomatieke belangen een rol spelen in deze besluiten van de Aanklager.

Naast kritiek op de rol van de VN en de politieke en diplomatieke belangen, is er ook kritiek op de onderzoekstrategieën van het bureau van de Aanklager. Naast problemen met toegang tot bewijs en plaatsdelicten, staat de Aanklager onder druk van de internationale gemeenschap om te presteren. De wereld kijkt over de schouders van het jonge Hof mee en wil resultaten zien. Doordat het bureau van de Aanklager zich laat leiden door deze druk worden er overhaaste beslissingen genomen. Naar mijn mening is het van groot belang dat het Hof daadwerkelijk een keerpunt maakt in de geschiedenis en rechtvaardigheid laat zegevieren. De aanklager moet zich niet laten leiden door de druk om te presteren en dient transparantie te geven in de keuzes die hij maakt. Om echt het beoogde doel van het Internationale Strafhof te bereiken, het brengen van rechtvaardigheid en tegengaan van straffeloosheid, moet de Aanklager zich niet langer laten leiden door politieke en diplomatieke verhoudingen maar weggaan uit Afrika en serieuze, harde zaken starten. (Endnotes) 1 R. C. Johansen, A Turning Point in International Relations? Establishing a Permanent International Criminal Court, Report of the Joan B. Kroc Institute for International Peace Studies no. 13, University of Notre Dame 1997. 2 ‘Afrikaanse Unie: Internationaal Strafhof op ‘rassenjacht’ naar Afrikanen’, Volkskrant 27 mei 2013. 3 W.A. Schabas in: Tjitske Lingsma, ‘Dank God voor dit hof’, De Groene Amsterdammer 20 maart 2013. 4 W.A. Schabas, An Introduction to the International Criminal Court, Cambridge: Cambridge University Press 2011, p. 61. 5 J.A.C. Bevers, Lexplicatie: Internationaal Humanitair Strafrecht, Deventer : Kluwer 2010, p. 14. 6 W.A. Schabas, An Introduction to the International Criminal Court, Cambridge: Cambridge University Press 2011, p. 88-89. 7 J. Wouters, B. Pattyn, ea., Misdaden tegen de Mensheid, Leuven: Uitgeverij Acco 2006, p. 136. 8 J. Wouters, B. Pattyn, ea., Misdaden tegen de Mensheid, Leuven: Uitgeverij Acco 2006, p. 137. 9 W.A. Schabas, An Introduction to the International Criminal Court, Cambridge: Cambridge University Press 2011, p. 24. 10 ‘Eerste uitspraak ICC: Lubanga schuldig’, Volkskrant 14 maart 2012. 11 J.A.C. Bevers, Lexplicatie: Internationaal Humanitair Strafrecht, Deventer : Kluwer 2010, p. 14. 12 W.A. Schabas, An Introduction to the International Criminal Court, Cambridge: Cambridge University Press 2011, p. 371. 13 J.A.C. Bevers, Lexplicatie: Internationaal Humanitair Strafrecht, Deventer : Kluwer 2010, p. 15. 14 W.A. Schabas, An Introduction to the International Criminal Court, Cambridge: Cambridge University Press 2011, p. 371. 15 N. Posthumus, ‘Desmond Tutu: Bush en Blair moeten worden vervolgd om Irak’, NRC 2 september 2012. 16 Report of the international criminal court, UN Doc. A/64/356, paragrafen 44-51. 17 War Crimes Research Office, The Gravity Threshold of the International Criminal Court, Washington: Washington College of Law 2008, p. 51-52. 18 War Crimes Research Office, Investigative Management, Strategies, and Techniques of the International Criminal Court’s Office of the Prosecutor, Washington: Washington College of Law 2012, p. 37-40. 19 Zie paragraaf 5 van de Preambule van het Statuut van Rome: ‘Vastbesloten een einde te maken aan de straffeloosheid van de daders van deze misdrijven en daardoor bij te dragen aan het voorkomen van dergelijke misdrijven’.

13 | SecJure Oktober 2013

Cover

ger grote invloed hebben. Zo werd er voor 2013 een onderzoeksteam samengesteld van 46 professionele stafleden. Deze keuze is merkwaardig te noemen omdat uit onderzoeken blijkt de onderzoeksteams voornamelijk bezig zijn met reizen en daardoor niet in de mogelijkheid zijn om een volledig beeld te krijgen van de verschillende zaken. Het rapport stelt daarnaast dat uit onderzoek blijkt dat op zijn minst in sommige gevallen de onderzoeksprioriteiten te snel werden vastgesteld waardoor relevant bewijsmateriaal buiten beschouwing werd gelaten en potentieel belangrijke aanklachten nooit worden aangebracht.18 Bernard Lavigne , een onderzoeker die werkte voor het Strafhof in de Lubanga zaak, geeft aan dat de onderzoekers onderworpen waren aan een enorme druk van het bureau van de Aanklager om vooruitgang te boeken in de zaak. Het Internationale Strafhof staat als jonge institutie onder druk van de internationale gemeenschap om te presteren en daadwerkelijk recht te spreken en wil daarom snel resultaten leveren. Doordat blijkt dat het bureau van de Aanklager overhaaste beslissingen neemt en niet altijd deugdelijk onderzoek verricht waardoor relevant bewijsmateriaal buiten beschouwing werd gelaten en potentieel belangrijke aanklachten nooit worden aangebracht, wordt het de Aanklager verweten dat hij zich laat leiden door de druk van de Internationale gemeenschap om te presteren en niet door het beoogde doel ‘het voorkomen van straffeloosheid’.19


Cover

Bailout SNS:

de Interventiewet voor het eerst in gebruik Thom Beenen

Na de val van de Amerikaanse investment bank Lehman Brothers in 2008, werd pijnlijk duidelijk dat ook financiële ondernemingen, zoals banken, failliet kunnen gaan. Het gevolg was een wereldwijde financiële crisis, die ook Nederland raakte. De ABN AMRO en het Nederlandse gedeelte van Fortis werden door de staat genationaliseerd. ING en SNS REAAL kregen staatssteun. Door deze noodzakelijke interventies (bailouts) van de staat, rees de behoefte van een toereikend wettelijk instrumentarium om dergelijke financiële ondernemingen te redden. De ’wet bijzondere maatregelen financiële ondernemingen’ (‘Interventiewet’) bracht uitkomst.

perty Finance’) door SNS Bank overgenomen van ABN AMRO. SNS Bank wilde door de overname meedoen in de wereld van het vastgoed. Achteraf bleek dit een overname te zijn die de ondergang van de bank bezegelde. Een onderzoek van De Nederlandse Bank (‘DNB’) wees uit dat de markt voor commercieel vastgoed vanaf 2009 dusdanig verslechterde dat de te verwachtte verliezen op Property Finance (en dus SNS Bank) een grote impact zouden hebben op de solvabiliteit van SNS als geheel. SNS is als moeder, doormiddel van een zogehete 403-verklaring, financieel sterk vervlochten met dochters SNS Bank en REAAL. Hiermee zijn de vennootschappen verantwoordelijk voor elkaars schulden. Noch SNS noch SNS Bank of REAAL kon de schuldenlast

Interventiewet De Interventiewet werd van kracht op 24 mei 2012.1 Deze wet geeft de staat de bevoegdheid om bij een financiële onderneming in te grijpen indien het algemeen belang en dus de stabiliteit van het financiële stelsel daar mee gemoeid is.2 Een van de twee hoofdpijlers van de Interventiewet is het geven van bevoegdheden om de stabiliteit van het Nederlandse financiële stelsel te waarborgen. Dit staat gereguleerd in hoofdstuk 6 van de Wet financieel toezicht (‘Wft’). Krachtens artikel 6:1 Wft kan de minister van Financiën een onmiddellijke voorziening treffen in de interne organisatie van een financiële onderneming. Deze bevoegdheid kent gelijkenissen met het enquêterecht uit titel 8 van boek 2 Burgerlijk Wetboek.3 Artikel 6:2 Wft geeft de minister de macht om vermogensbestanddelen en de door de onderneming uitgegeven effecten te onteigenen. Van die laatste bevoegdheid heeft minister Dijsselbloem op 1 februari 20134 gebruik gemaakt, toen de solvabiliteitspositie5 van het systeemrelevante bank- en verzekeringsbedrijf SNS REAAL (‘SNS’) begin 2013 onhoudbaar werd en een gevaar vormde voor het Nederlandse financiële systeem. Wat ging er aan het besluit van Dijsselbloem vooraf?

SNS REAAL SNS heeft als moedermaatschappij twee dochters, te weten: bankbedrijf SNS Bank en verzekeringsbedrijf REAAL. SNS houdt alle aandelen in zowel SNS Bank als REAAL. Na de beursgang in 2006 werd de vastgoedportefeuille Bouwfonds Property Finance BV (‘ProSecJure Oktober 2013 | 14

van Property Finance betalen. Dit zou uiteindelijk leiden tot een faillissement van het gehele concern. Begin december 2011 hebben DNB en het Ministerie van Financiën een projectgroep samengesteld om de mogelijke ‘reddingsacties’ en scenario’s ten aanzien van de bank te analyseren. Men kwam op basis van deze analyses tot de conclusie dat een faillissement van SNS te risicovol zou zijn voor de financiële stabiliteit van Nederland. Door negatieve berichtgeving in de media eind 2012, werd de situatie bij SNS steeds onzekerder. Nadat publiek-private reddingscenario’s niet haalblaar bleken, heeft de minister in samenspraak met DNB besloten, als ultimum remedium, gebruik te maken van art. 6:2 Wft. Op 1 februari 2013, om 08:30 uur werden de vermogensbestanddelen SNS en effecten SNS door de minister genationaliseerd.


Het gevolg van het besluit is dat op grond van artikel 6:2 lid 3 de vermogensbestanddelen en effecten zijn overgegaan naar de staat. Dit betekent dat de houders van vermogensbestanddelen en effecten afstand moesten doen van het ‘recht op eigendom’.6 De Interventiewet verschaft de rechthebbende van de onteigende vermogensbestanddelen en effecten het recht op schadeloosstelling. De minister doet na de onteigening een aanbod tot schadeloosstelling. Het aanbod tot schadeloosstelling wordt beoordeeld door de Ondernemingskamer (‘OK’) van het Gerechtshof Amsterdam. Hierbij moet rekening worden gehouden met de ‘werkelijk waarde’ van de vermogensbestanddelen en effecten op het moment van onteigening. Dijsselbloem heeft op 4 maart 2013 een verzoekschrift ingediend bij de OK, waarin de schadeloosstelling op EUR 0 wordt gezet. Dit terwijl de waarde van het aandeel SNS op 31 januari 2013 op EUR 0,841 stond. De minister voert aan dat SNS ten tijde van de onteigening, geen toekomstperspectief had, aangezien het afstevende op een faillissement. Daarnaast mag de beurskoers volgens de Memorie van Toelichting van de Interventiewet, niet als uitgangspunt worden genomen bij de onteigening. Ook voert de minister aan dat de vermogensbestanddelen en effecten in het geval van een faillissement geen waarde hebben omdat in een veronderstelde vrije verkoop in het economisch verkeer, niets voor de vermogensbestanddelen en effecten zou zijn betaald. 7 Met een dergelijk aanbod waren de houders van de vermogensbestanddelen en effecten logischerwijs allerminst gelukkig. De beleggers hebben, onder leiding van belangenorganisatie VEB, tegen het aanbod van de minister verweer gevoerd bij de OK.

Beschikking van de Ondernemingskamer Nadat de Raad van State, als hoogste bestuursrechter, heeft geoordeeld dat het besluit tot onteigening terecht is, staat deze niet meer ter discussie bij de OK. Wel kan de OK op grond van artikel 6:11 lid 3 Wft een hogere schadeloosstelling vaststellen en daarmee het aanbod van de minister overrulen. Dit heeft de OK op 11 juli 2013 gedaan. Middels een beschikking maakte de OK kenbaar dat de schadeloosstelling van EUR 0 niet de volledige vergoeding van de door de rechthebbenden geleden schade vormt. Om de waarde van de vermogensbestanddelen en effecten vast te stellen, benoemd de OK deskundigen. Deze dienen volgens de OK bij de waardering van vermogensbestanddelen en voornamelijk effecten, rekening te houden met een aantal uitgangspunten, waaronder o.a.: • het te verwachten toekomstperspectief van SNS en SNS Bank op 1 februari 2013; • de beurskoers;

• de dwangpositie van de minister om SNS te onteigenen (omdat het een systeemrelevante instelling betrof); • de correctie van de beurskoers en vermogensbestanddelen door de staatsteun in 2008.8

Tot slot: gevolgen voor Nederland en Europa Door de uitspraak van de OK gaat de nationalisatie van SNS, de staat en daarmee de belastingbetaler, hoogstwaarschijnlijk veel meer geld kosten. De vergoeding kan immers oplopen tot honderden miljoenen euro’s. Ter illustratie: vlak voor de nationalisatie vertegenwoordigde alleen de aandelen al een bedrag van EUR 240 miljoen.9 Dit is een flinke tegenvaller voor Dijsselbloem, die als eurovoorzitter heeft gepleit om de risico’s van investeren neer te leggen bij de belegger in plaats van de belastingbetaler. Dijsselbloem wilde met de schadeloosstelling van EUR 0 een voorbeeld stellen aan andere Europese banken en de methode gebruiken als raamwerk voor toekomstige bankreddingen.10 Ondanks het feit dat de uitspraak van de OK geen directe invloed heeft op Europees niveau, kan de uitspraak wel indirecte gevolgen hebben voor de redding van andere banken in Europa. Beleggers zullen zich immers niet zomaar laten onteigenen. Dijsselbloem gaat het vonnis van de OK aanvechten bij de Hoge Raad. 11 Hiermee zal de Interventiewet voor het eerst worden getoetst door ‘s lands hoogste rechter. Wat de uitspraak van de Hoge Raad ook zal zijn, de bailout van SNS geeft een discrepantie weer tussen enerzijds de macht van de minister om, in het algemeen belang, financiële ondernemingen te nationaliseren en anderzijds het eigendomsrecht van de houders van vermogensbestanddelen en effecten.

(Endnotes) 1 Stb. 2012, 241. 2 Kamerstukken II, 2011-2012, 33 059, nr. 3, p. 1. 3 R.P. Vrolijk, ‘De Interventiewet: een uitgebreider toezichtinstrumentarium’, Vennootschap & Onderneming 2011, nr. 6, p. 129. 4 De bekendmaking van het besluit van minister Dijsselbloem van 1 februari 2013, te raadplegen op <www.rijksoverheid.nl/ministeries/fin/documenten-en-publicaties/besluiten/2013/02/01/ onteigeningsbesluit-sns-reaal-en-sns-bank.html>. 5 De solvabiliteit geeft aan in hoeverre een bank afhankelijk is van vreemd vermogen. Dus de verhouding eigen vermogen ten opzicht van het vreemd vermogen. De solvabiliteit geeft dus tevens weer in hoeverre een onderneming, na liquidatie, haar schuldeisers kan betalen. 6 Artikel 1 van het Eerste Protocol van het Europees Verdrag. 7 OK, 11 juli 2013, zaaknr. 200.122.906/01, r.o. 3.1. 8 Lees voor alle uitgangspunten: OK, 11 juli 2013, zaaknr. 200.122.906/01 OK, r.o. 6.1 e.v. 9 Het Financieele Dagblad, Staat moet toch betalen voor SNS; Ondernemingskamer opent deur voor omvangrijke vergoeding aan beleggers, 12 juli 2013. 10 NRC Handelsblad, Staat moet beleggers SNS compenseren, 12 juli 2013. 11 Het Financieele Dagblad, Dijsselbloem vecht vonnis over SNS aan, 6 augustus 2013.

15 | SecJure Oktober 2013

Cover

Onteigening van vermogensbestanddelen en effecten


Cover

Staatsrechtelijke hubris: zet de Eerste Kamer de constitutionele verhoudingen op het spel? Christian de Lange

Staatsrechtelijke hubris: zet de Omdat het kabinet Rutte-2 geen meerderheid heeft in de Eerste Kamer (ook wel de senaat genoemd) moet het met de pet in de hand naar de oppositie in de Eerste Kamer om daar een meerderheid te krijgen voor de wetsvoorstellen die het doet. Het najaar zal voor het kabinet een lastige periode zijn met talloze wetsvoorstellen waarover de Eerste Kamer zich gaat buigen. “De Eerste Kamer toetst, met het eigen verkiezingsprogramma in de hand, de kwaliteit van wetgeving”, aldus senator Roger van Boxtel van D66.1 De politieke situatie in de Eerste Kamer heeft er tot dusver toe geleid dat minister Blok van Wonen en Rijksdienst zijn plannen voor de woningmarkt op diverse punten heeft moeten aanpassen.2 VVD-fractievoorzitter in de Tweede Kamer Zijlstra pleitte enige tijd geleden al voor de afschaffing van de Eerste Kamer.3 In dit artikel zal ik ingaan op de constitutionele positie van de Eerste Kamer. Geschiedenis van de Eerste Kamer De huidige discussie rondom de senaat is in feite het zoveelste hoofdstuk in het debat dat al sinds zijn invoering over zijn functioneren gaande is.4 De Tweede Kamer vormt ex art. 51 Grondwet samen met de Eerste Kamer

Hier bevindt zich ook het knelpunt want waar eindigt reflectie en begint politiek?

de Staten-Generaal. Het Nederlandse parlement heeft dus een tweekamerstelsel, waarvan de oorsprong teruggaat tot Montesquieu.5 Montesquieu vond het wenselijk de wetgevende macht in te delen naar de structuur van de maatschappij. Omdat de maatschappij toen nog uit de aristocratie en het overige volk bestond zou de wetgevende macht verdeeld moeten worden in twee kamers SecJure Oktober 2013 | 16

die ieder een van beide bevolkingsgroepen zou vertegenwoordigen. Ook voor Nederland gold dit argument. Waar de Grondwet van de Vereenigde Nederlanden van 1814 nog een eenkamerstelsel kende, werd op aandrang van de Belgische adel in de Grondwet van 1815 voor het Koninkrijk der Nederlanden een tweekamerstelsel opgenomen (zie bijvoorbeeld art. 87 e.v. Grondwet 1815).6 De belangrijkste functie van de Eerste Kamer was toen de zogeheten ‘bolwerkfunctie’. Daarmee werd bedoeld dat de Eerste Kamer een bolwerk rondom de troon zou moeten zijn om tegengewicht te bieden aan teveel democratische elementen in het staatsbestel (waarvan de belangrijkste de door de provinciale staten gekozen Tweede Kamer was).7 Ondanks dat Thorbecke geen voorstander was van de Eerste Kamer (hij achtte de Eerste Kamer ‘zonder grond en zonder doel’),8 is hij er na de Belgische afscheiding in 1830 niet in geslaagd het tweekamerstelsel uit de Grondwet van 1848, dat nog steeds de basis is van de huidige Nederlandse constitutie, te krijgen. Weer werd de ‘bolwerkfunctie’ als argument gebruikt. Nu de Tweede Kamer rechtstreeks werd gekozen, wilde een meerderheid van de staatscommissie waar Thorbocke voorzitter van was, een tegengewicht aan een eventuele te sterke ‘democratische stroming’ in de Tweede Kamer.9 De troon en regering zouden door een enkele, rechtstreeks gekozen kamer, kunnen worden overrompeld. Naar mate de liberale parlementaire democratie beter geworteld werd (in zowel Nederland als daarbuiten) heeft de ‘bolwerkfunctie’ steeds meer afgedaan als argument voor het behoud van de Eerste Kamer. Het primaire argument voor het behoud van de Eerste Kamer is tegenwoordig dat de Eerste Kamer als ‘chambre de réflexion’ kan optreden.10 Met andere woorden, nadat de Tweede Kamer een aangenomen wetsvoorstel op grond van art. 85 van de Grondwet aan de Eerste Kamer zendt, kan de senaat daar nog eens rustig naar kijken en waken tegen de waan van de dag. Er wordt in dat verband weleens gezegd dat de Eerste Kamer in dat kader een constitutionele en wetstechnische toets mag uitvoeren. Hier bevindt zich ook het knelpunt want waar eindigt reflectie en begint politiek? En als de Eerste Kamer als


Rechten en bevoegdheden van de Eerste Kamer Artikel 81 Grondwet bepaalt de vaststelling van (formele) wetten geschiedt door de regering en StatenGeneraal. Anders dan de Tweede Kamer, dat een wetsvoorstel kan indienen, kan wijzigen (amenderen) en aannemen of verwerpen, kan de Eerste Kamer een wetsvoorstel slechts aannemen of verwerpen. Het belangrijkste recht van de Eerste Kamer (en de Tweede Kamer) is het recht op inlichtingen ex art. 68 Grondwet. Dit betekent dat leden van de Eerste Kamer, net als leden van de Tweede Kamer, aan ministers of staatssecretarissen om bepaalde informatie kunnen vragen. Een op het recht op inlichtingen gebaseerde bevoegdheid is het recht van enquête ex art. 70 Grondwet. Een enquête (ook wel een parlementaire enquête genoemd) kan zowel worden gehouden door de Tweede als Eerste Kamer, alsmede de Verenigde Vergadering van beide kamers. De beslissing om een enquête te houden wordt genomen bij gewone meerderheid van stemmen. Bij een enquête wordt een commissie in het leven geroepen, bestaande uit leden van de kamer die de enquête houdt, die bijvoorbeeld een bepaalde gebeurtenis onderzoekt. Een recent voorbeeld hiervan is de door de Tweede Kamer gehouden Parlementaire Enquête Financieel Stelsel onder leiding van Tweede Kamerlid Jan de Wit (SP). De onderzoekscommissie die een enquête houdt heeft een aantal bevoegdheden die zijn neergelegd in de Wet op de Parlementaire Enquête. Zo zijn personen die de commissie wil verhoren verplicht om te verschijnen en te antwoorden. De Eerste Kamer heeft overigens nog nooit een enquête gehouden.11

Constitutionele positie van de Eerste Kamer De Eerste Kamer staat in politiek opzicht ondergeschikt aan de Tweede Kamer. Daarmee wordt bedoeld dat de Eerste Kamer constitutioneel gezien minder speelruimte heeft bij het beoordelen van wetsvoorstellen dan de Tweede Kamer. Het politieke primaat van de Tweede Kamer komt op meerdere manieren tot uitdrukking.12 Ten eerste heeft de Grondwetgever dit willen benadrukken door in art. 51 lid 1 Grondwet te bepalen dat de StatenGeneraal door de Tweede Kamer en de Eerste Kamer worden gevormd. Ten tweede blijkt dit uit de bevoegdheden die de Eerste Kamer in vergelijking met de Tweede Kamer heeft. Zoals gezegd kan de Eerste Kamer een wetsvoorstel slechts aannemen of verwerpen. De senaat kan niet zoals de Tweede Kamer initiatiefwetsvoorstellen indienen of wetsvoorstellen amenderen. De Tweede Kamer speelt daarnaast een rol bij het benoemen van belangrijke functies zoals de Nationale ombudsman (art. 78a lid 2 Grondwet) en leden van de Hoge Raad (art.

118 lid 1 Grondwet) en Algemene Rekenkamer (art. 77 lid 1 Grondwet). De Eerste Kamer niet. Ten derde is de functie van senator een part-time functie. Men vergadert over het algemeen slechts één keer per week.13 Het zit dus in de aard van de werkdruk om op afstand naar wetsvoorstellen te kijken. Ten vierde worden senatoren (de leden van de Eerste Kamer), anders dan de leden van de Tweede Kamer, gekozen via getrapte verkiezingen. Dit betekent dat de Eerste Kamer minder democratisch gelegitimeerd is dan de rechtstreeks gekozen Tweede Kamer. De leden van de Eerste Kamer worden ex art. 53 lid 1 Grondwet door de leden van de provinciale staten (de Statenleden) verkozen op grondslag van evenredige vertegenwoordiging. De inwoners van een provincie mogen stemmen voor de provinciale staten voor die provincie en de statenleden kiezen vervolgens de leden van de Eerste Kamer. Via een formule waarin het inwoneraantal van de provincie wordt meegenomen wordt bepaald wat de stemwaarde van een statenlid is (zie art. U 2 e.v. Kieswet). Ten vijfde wordt de democratische legitimatie van de Eerste Kamer ingeperkt op het moment dat na de verkiezingen voor de Tweede Kamer de nieuwe leden van de Tweede Kamer geïnstalleerd zijn. Na de val van een ka-

De Eerste Kamer, die blijft zitten nadat een nieuwe Tweede Kamer is geinstalleerd, berust dus op een oude politieke overtuiging van de kiezer ten opzichte van de nieuw gekozen (meerderheid van de) Tweede Kamer.

binet wordt een besluit genomen om de Tweede Kamer te ontbinden.14 Hierdoor wordt de weg vrijgemaakt voor een nieuwe Tweede Kamer op wiens steun een nieuw kabinet kan rekenen. De Eerste Kamer blijft echter zitten. Uiteraard kan de Eerste Kamer op grond van art. 64 lid 1 Grondwet net als de Tweede Kamer worden ontbonden, maar dat maakt voor de politieke krachtverhoudingen niets uit. De senatoren worden immers verkozen door de Statenleden. Een ontbinding van de Eerste Kamer zal er niet voor zorgen dat de Statenleden die de vorige 17 | SecJure Oktober 2013

Cover

politiek lichaam mag functioneren, hoe politiek mag het dan zijn?


Cover

senatoren hebben verkozen ineens op mensen van een andere politieke kleur zullen gaan stemmen. De Eerste Kamer, die blijft zitten nadat een nieuwe Tweede Kamer is geinstalleerd, berust dus op een oude politieke overtuiging van de kiezer ten opzichte van de nieuw gekozen (meerderheid van de) Tweede Kamer. Dat zorgt er in mijn optiek des te meer voor dat de Eerste Kamer zich terughoudender dient op te stellen. Duidelijk is in elk geval wel dat de Eerste Kamer een politiek instituut is. Natuurlijk valt er wel iets op dit laatste argument af te dingen, want hoe legitiem is die meerderheid in de Tweede Kamer dan? In het huidige politiek promiscue Nederland brokkelt het draagvlak voor het kabinetsbeleid per dag meer af.15 En het is maar de vraag in hoeverre je kunt spreken van de democratische legitimatie van een meerderheid in de Tweede Kamer wiens wetsvoorstellen de Eerste Kamer niet zomaar zou mogen afwijzen. Die meerderheid bestaat immers vaak uit partijen die tot elkaar zijn veroordeeld in plaats van ideologisch op één lijn zitten. Het is bepaald niet zo dat een coalitie hetzelfde draagvlak heeft onder de bevolking als de optelsom van de indivuele partijen die de coalitie uitmaken.

Toetsing van wetsvoorstellen De belangrijkste vraag die bij de positie van de Eerste Kamer naar voren komt is in welke mate zij zou mogen toetsen. Hier valt geen eenduidig antwoord op te geven aangezien hier niets over gecodificeerd is. Tegelijkertijd dient de Eerste Kamer zich bewust te zijn van zijn zwakke democratische legitimatie, net zoals bijvoorbeeld de rechter zich dat ook bewust hoort te zijn. “Waar staat dat?”, een argument dat door senatoren van de oppositie nog weleens wordt geopperd is niet voldoende. Waar staat dat de Hoge Raad niet om mag gaan en formele wetten met een toetsing aan ongeschreven staatsrecht (lees: de politieke opvatting van de desbetreffende raadsheren) naar het ronde archief mag verwijzen? Waar staat dat het staatshoofd zich niet actief met de politieke waan van de dag mag bemoeien? Als iedere constitutionele speler de randen gaat opzoeken waarbinnen hij kan opereren dan is onbestuurbaarheid van het land niet ver

SecJure Oktober 2013 | 18

weg. Duidelijk is wel dat nu de Eerste Kamer als politiek lichaam onderdeel uitmaakt van de Staten-Generaal hij zich niet hoeft te beperken tot louter een wetstechnische en constitutionele toets.16 Dan zou het bijna een dubbelrol van de Afdeling advisering van de Raad van State vertolken. De mate waarin de senaat een politiek oordeel kan vellen, zal in de praktijk voor een groot deel afhangen van het draagvlak dat het wetsvoorstel of het kabinet waar het wetsvoorstel van afkomstig is heeft. Een verstandige senaat zal een confrontatie met een populair kabinet niet riskeren en zich terughoudend opstellen. Doet hij dat wel, dan is een nieuwe discussie over zijn positie niet ver weg. Bij een impopulair kabinet zal de Eerste Kamer daarentegen meer speelruimte hebben. Aangezien het er al meer op begint te lijken dat we nu in die situatie zitten, zal het een spannend najaar worden. (Endnotes) 1 <http://www.volkskrant.nl/vk/nl/2686/Binnenland/article/ detail/3472088/2013/07/08/CDA-en-D66-kabinet-gaat-botsenmet-Eerste-Kamer.dhtml> , 26 juli 2013. 2 <http://www.nrc.nl/nieuws/2013/02/14/kamer-akkoord-methuurverhoging-blok-met-gerust-hart-naar-eerste-kamer/>, 26 juli 2013. 3 <http://www.telegraaf.nl/binnenland/21493214/___Zijlstra___ Grillig_senaat_afschaffen___.html>, 26 juli 2013. 4 Zie P.P.T. Bovend’Eert & H.R.B.M. Kummeling, Het Nederlandse parlement, Deventer: Kluwer 2010, p. 33-37. 5 P.P.T. Bovend’Eert & H.R.B.M. Kummeling, Het Nederlandse parlement, Deventer: Kluwer 2010, p. 29. 6 P.P.T. Bovend’Eert & H.R.B.M. Kummeling, Het Nederlandse parlement, Deventer: Kluwer 2010, p. 32-33. 7 Van der Pot e.a., Handboek van het Nederlandse staatsrecht, Deventer: Kluwer 2006, p. 549. 8 Van der Pot e.a., Handboek van het Nederlandse staatsrecht, Deventer: Kluwer 2006, p. 550. 9 Van der Pot e.a., Handboek van het Nederlandse staatsrecht, Deventer: Kluwer 2006, p. 550. 10 P.P.T. Bovend’Eert & H.R.B.M. Kummeling, Het Nederlandse parlement, Deventer: Kluwer 2010, p. 34 11 P.P.T. Bovend’Eert & H.R.B.M. Kummeling, Het Nederlandse parlement, Deventer: Kluwer 2010, p. 386. 12 P.P.T. Bovend’Eert & H.R.B.M. Kummeling, Het Nederlandse parlement, Deventer: Kluwer 2010, p. 36. 13 P.P.T. Bovend’Eert & H.R.B.M. Kummeling, Het Nederlandse parlement, Deventer: Kluwer 2010, p. 38. 14 Zie bijv. Besluit ontbinding Tweede Kamer der Staten-Generaal 2012. 15 <http://www.telegraaf.nl/binnenland/21761819/__Coalitie_ op_zwaar_verlies__.html> , 26 juli 2013. 16 Overigens vergt een constitutionele toets vaak ook een zekere politieke afweging, maar dat terzijde.


Edin Husagic

Met morele argumenten probeerden tegenstanders de pro-

Oorsprong van de ‘’Son of Sam law’’

grammamakers er van te overtuigen dat met het opvoeren

Hoewel de originele ‘’Son of Sam law’’ uit 1977 stamt, ontstonden de contouren voor een soortgelijke wet al aan het eind van de 19e eeuw. Het gerechtshof in New York bepaalde in 1889 namelijk dat een kleinzoon die voor de moord op zijn grootvader was veroordeeld, geen recht had op de erfenis van zijn opa. Dit met de argumentatie dat het voor niemand toegestaan zou moeten zijn om te profiteren van eigen misdaden of voordeel te slaan uit eigen fraude.2 Het zou echter nog bijna negentig jaar duren voordat deze uitspraak in wetgeving zou worden omgezet. Dit zou allemaal in gang worden gezet door één man, ene David Berkowitz, een seriemoordenaar die bekend zou worden als ‘’The Son of Sam’’. New York was eind jaren zeventig in de greep van een reeks moorden op jonge vrouwen, vaak in het bijzijn van even jong, mannelijk gezelschap. Een man schoot van kleine afstand met een revolver zomaar, en zoals het er naar uitzag, op willekeurige mensen. Alle moorden hadden eenzelfde karakter: ze werden met hetzelfde kaliber wapen uitgevoerd en er werden brieven achtergelaten waarin hij nieuwe moorden aankondigde en die de dader afsloot met ‘’The Son of Sam’’. Na meer dan een jaar de straten van New York te hebben geterroriseerd, met het gevolg dat er zes doden en zeven gewonden waren te betreuren, werd David Berkowitz in augustus 1977 opgepakt. De verslaggeving omtrent de moorden en het latere proces zorgde er voor dat Berkowitz een soort van beroemdheid werd. Al snel ging het gerucht dat hij een groot geldbedrag zou kunnen ontvangen als hij zijn verhaal achter de moorden zou vertellen voor een boek.3 Om dit tegen de gaan werd een wet aangenomen wat in de volksmond als de ‘’Son of Sam law’’ bekend zou worden. De reden achter de wet werd door de toenmalige Senator en schrijver van de wet als volgt beschreven: ‘’It is abhorrent to one’s sense of justice and decency that an individual can expect to receive large sums of money for his story once he is captured, while five people are dead and other people were injured as a result of his conduct.’’4 De wet kende drie doelstellingen. Ten eerste moest de winst, behaald met de publicatie omtrent de misdrijven, terugvloeien naar de slachtoffers, en niet ten behoeve van de uitgeverij van het boek komen.5 Als tweede moest de wet

van een ex-veroordeelde op de publieke oproep, tevens nog verdachte in een aantal lopende liquidatiezaken, criminaliteit verheerlijkt lijkt te worden. Het ging om Willem Holleeder, die ongeveer een jaar geleden zijn opwachting maakte in het tv-programma ‘College Tour’. Holleeder werd gezien als ‘hip’, iedereen was wel geïnteresseerd in het verhaal achter de man die onder meer Freddy Heineken ontvoerde. Hij droeg tijdens de uitzending een gesponsord horloge, ook schreef hij nog een periode columns in de Nieuwe Revue. Goed, de inkomsten werden hem weliswaar direct ontnomen daar hij ook veroordeeld is in een ontnemingszaak, maar het gaat om het idee dat er profijt wordt behaald uit de publiciteit van eerdere veroordelingen. Dit was namelijk ook niet de eerste keer dat figuren met een dubieus verleden hun opwachting maakten op televisie. Zo verscheen een ontvoerder van miljardairsdochter Claudia Melchers op de buis om zijn boek, dat over de ontvoering ging, te promoten.1Meer recent is het gepubliceerde boek van Diederik Stapel, de bij ons in Tilburg welbekende, vanwege fraude gevallen hoogleraar. Hij spint middels zijn boek en aankomend theaterstuk garen bij de door hem begane fraude terwijl talloze promovendi en collegae het slachtoffer zijn geworden van zijn daden. Is dit nu moreel en ethisch bezien verantwoord en moet dit zomaar kunnen? In de Verenigde Staten(VS) wordt gedacht van niet. Daarom hebben een groot aantal staten wetgeving die het financiële gewin uit eigen misdaden verbiedt, ten behoeve van de slachtoffers. Dit worden de ‘’Son of Sam Laws’’ genoemd. In het vervolg van dit stuk zal uitgelegd worden hoe deze wetten in de VS tot stand zijn gekomen en wat ze precies inhouden, zal de problematiek rondom deze wetten worden besproken zoals die zich in de VS voordoet en zal gekeken worden naar de behoefte en haalbaarheid om tot een codificatie van het adagium dat ‘misdaad niet loont’ te komen.

19 | SecJure Oktober 2013

Cover

‘Stapel’gekke wetgeving? Een verbod op financieel gewin uit de publicaties van eigen misdaden nader bekeken.


Cover

ook direct voorkomen dat de dader zelf financieel gewin behaalt.6 Tot slot moest het afwenden van de slachtoffercompensatie op de uitgeverij of de dader voor een ontlasting van gemeenschapsgeld zorgen.7 Ironisch genoeg werd deze wet nooit op de echte ‘’Son of Sam’’ zelf toegepast omdat de rechters Berkowitz psychisch niet in staat achtten om voor te komen in zijn zaak, hoewel hij toch vrijwillig afstand heeft gedaan van de royalty’s die hij met het boek verdiende.8 Dit weerhield de overige Amerikaanse staten er niet van om vanaf 1977 soortgelijke wetten op te stellen. In 1991 hadden meer dan veertig staten hun eigen ‘’Son of Sam law’’ aangenomen en was er ook eentje op federaal niveau.9 Zelfs in de 21ste eeuw werd de wet nog in een aantal staten aangenomen en zou het een blijvend onderwerp van discussie zijn.10

In strijd met de Constitutie Hoewel op basis van de wet al een aantal schadevergoedingen aan slachtoffers en/of nabestaanden waren uitgekeerd, was er wel kritiek op de ruime formulering van de wet (het hoefde niet om veroordeelden te gaan, slechts de bekentenis van een misdaad was al voldoende). Daarnaast was er ook de spanning met de vrijheid van meningsuiting. Deze kritiek kwam zelfs van rechters die de zaken behandelden. Toch hield het Supreme Court van de staat New York de wet in stand door de hoge moraliteit van de wet. Misdadigers moesten nu eenmaal niet kunnen profiteren van hun daden.11 Hier kwam in 1991 echter een eind aan. De gangster Henry Hill, later wereldberoemd geworden door de film Goodfellas, kreeg in 1986 geld aangeboden om van zijn levensverhaal een boek te maken. De autoriteiten wilden hier met behulp van de “Son of Sam law’’ echter een stok voor steken wat uitmondde in een juridisch gevecht tussen hen en de uitgeverij, Simon & Schuster, Inc. Een gevecht dat helemaal tot het U.S. Supreme Court zou leiden, de hoogste rechter in de VS. De uitgeverij was de mening toegedaan dat de wet in die hoedanigheid een beperking was op de vrijheid van meningsuiting en dus in strijd was met de Amerikaanse grondwet. Het Hof gaf de uitgeverij gelijk en oordeelde in deze zaak dan ook dat de ‘’Son of Sam law’’, zoals hij op dat moment in New York gold, onconstitutioneel was.12 Het opleggen van een financiële last op een uitlating, puur vanwege de inhoud van de uiting, legt volgens het Hof een inhoudelijke beperking op aan diezelfde uiting en is daarom in strijd met de vrijheid van meningsuiting. Daarnaast zou een financiële last ook een negatieve stimulans zijn om überhaupt uitingen te doen.13 Toch benadrukt ook het U.S. Supreme Court dat hoewel het gaat om vanuit moreel oogpunt begrijpelijke en misschien zelfs wenselijke wetgeving, in dit geval de wet, zoals hij op dat moment geformuleerd was, niet subsidiair en te ruim was. Het was niet het lichtste middel om het doel te bereiken en de groep die binnen de wet SecJure Oktober 2013 | 20

viel was gewoonweg te ruim daar het niet slechts om veroordeelden ging. Met die gegevens moest strikte rekening worden gehouden wanneer een beperking wordt gesteld op de vrijheid van meningsuiting.14

Aanpassing en huidige stand Nadat de wet door het U.S. Supreme Court in strijd werd geacht te zijn met de constitutie, werd de wet in de staat New York aangepast. Overigens wilde het U.S. Supreme Court niet zo ver gaan om gelijk alle wetten in overige staten ook onconstitutioneel te verklaren.15 Hoewel bijna alle staten inmiddels een gelijkende wet hadden, waren ze natuurlijk niet allemaal hetzelfde. Er zou een aparte toetsing moeten komen per wetstekst. Maar zelfs met de wijziging in New York bleef de wet voor opmerkelijke zaken zorgen. Zo deed zich een zaak voor bij het Supreme Court van New York waarin het slachtoffer van een beroving op basis van de ‘’Son of Sam Law’’ vond dat hij aanspraak maakte op het geld van een aan de dader uitgekeerde schadevergoeding voor excessief politieoptreden. Het slachtoffer vond dat de misdadiger geprofiteerd had van zijn misdaad jegens hem, namelijk de beroving. Zo ver wilde de rechter niet gaan, daar de financiële compensatie geen gevolg was van de beroving, maar van het optreden van de politie.16 Ook in andere staten werd er een beroep gedaan op de daar geldende ‘’Son of Sam law.’’ In California klaagde de zoon van Frank Sinatra zijn ontvoerder aan. De ontvoerder zou zijn verhaal over de ontvoering hebben verkocht aan een filmstudio. Nadat lagere rechters Sinatra gelijk gaven en de inkomsten uit de film aan hem toebedeelden, gingen de rechters van het Supreme Court van California echter om. Zij oordeelden dat de ‘’Son of Sam law’’ van California onconstitutioneel was.17 En daar ligt nu eigenlijk het echte probleem met deze wetgeving, hij wordt namelijk niet vaak getoetst voor de rechter. Aan de ene kant is het in sommige staten dus wel gebeurd, zoals in New York en California, maar zijn deze wetten weer aangepast. Aan de andere kant hebben de andere staten exacte kopieën of gelijkende wetten, maar die niet aangetast zijn door de uitspraak van het U.S. Supreme Court in 1991 inzake Henry Hill. Ondanks het bestaan van al die wetten in de verschillende staten wordt er gedacht dat er een erg kleine kans is dat ze de toets aan de grondwet zullen doorstaan.18 Deze heeft echter in de meeste staten vooralsnog niet plaatsgevonden.

Nederlandse behoefte aan soortgelijke wetgeving Hebben wij in Nederland nu ook behoefte aan zulke wetgeving? Zoals eerder gezegd hebben we blijkbaar in Nederland allerlei zware en minder zware criminelen waar publiek wel in geïnteresseerd is en over en door wie het nodige wordt gepubliceerd. Maar aan de andere kant


waarmee hij een rustig en zorgeloos leventje kan lijden op de Bahama’s. Misdaad zou dus inderdaad niet moeten lonen en er zou geen geld mogen worden verdiend aan de eigen misdaden, op welke manier dan ook. Een zijn dood zou namelijk niet andermans brood, of sportauto, moeten zijn, zeker niet wanneer je de dood zelf als dader op je geweten hebt. Maar goed, als we heel eerlijk (en heel cynisch) zijn, wie zou zo een boek van Volkert van der Graaf niet kopen? Ik eerlijk gezegd wel. Maar dat van Stapel? Dat dan weer niet.

(Endnotes) 1 ‘Pauw & Witteman’, VARA Nederland 1, 23 februari 2011. 2 Court of Appeals of New York (Verenigde Staten) 8 oktober 1889, Riggs v. Palmer, 115 N.Y. 506, 22 N.E. 188 (1889). 3 Melissa J. Malecki, ‘’Son of Sam: Has North Carolina remedied the past problems of criminal anti-profit legislation?’’, Marquette Law Review (89) 2005-2006, p.675. 4 U.S. Supreme Court (Verenigde Staten) 10 december 1991, Simon & Schuster, Inc. v. New York State Crime Victims Board, 502 U.S. 105, 123 (1991). Dit citaat uit 1977 van Senator Emanuel R. Gold is te vinden in rechtsoverweging 108. 5 John Timothy Loss, ‘’Criminals Selling Their Stories: The First Amendment Requires Legislative Reexamination, Cornell Law Review (72) 1987, p. 1331-1336. 6 John Timothy Loss, ‘’Criminals Selling Their Stories: The First Amendment Requires Legislative Reexamination, Cornell Law Review (72) 1987, p. 1336. 7 John Timothy Loss, ‘’Criminals Selling Their Stories: The First Amendment Requires Legislative Reexamination, Cornell Law Review (72) 1987, p. 1337. 8 Orly Nosrati, ‘’Son of Sam Laws: Killing free speech or promoting killer profits?’’, Whittier Law Review (vol. 20), 1998-1999, p. 953. 9 Orly Nosrati, ‘’Son of Sam Laws: Killing free speech or promoting killer profits?’’, Whittier Law Review (vol. 20), 1998-1999, p. 953. 10 Tracey B. Cobb, ‘’Making a killing: Evaluating the constitutionality of the Texas Son of Sam law’’, Houston Law Review (39) 2002-2003, p. 1514. Maar zie ook Melissa J. Malecki, ‘’Son of Sam: Has North Carolina remedied the past problems of criminal anti-profit legislation?’’, Marquette Law Review (89) 20052006, p.690. 11 Appellate Division of the Supreme Court of the State of New York, Second Division (Verenigde Staten) Children of Bedford, Inc. v. Petromelis, 573 N.E.2d 541 (N.Y. 1991) en Appellate Division of the Supreme Court of the State of New York, Second Division (Verenigde Staten), Barrett v. Wojtowicz, 414 N.Y.S.2d 350 (App. Div. 1979). 12 U.S. Supreme Court (Verenigde Staten) 10 december 1991, Simon & Schuster, Inc. v. New York State Crime Victims Board, 502 U.S. 105, 123 (1991). 13 U.S. Supreme Court (Verenigde Staten) 10 december 1991, Simon & Schuster, Inc. v. New York State Crime Victims Board, 502 U.S. 116-118 (1991). 14 U.S. Supreme Court (Verenigde Staten) 10 december 1991, Simon & Schuster, Inc. v. New York State Crime Victims Board, 502 U.S. 123 (1991). 15 Orly Nosrati, ‘’Son of Sam Laws: Killing free speech or promoting killer profits?’’, Whittier Law Review (vol. 20), 1998-1999, p. 955. 16 Appelate Division of the Supreme Court of the State of New York, Second Division (Verenigde Staten), Sandusky v. McCummings, 625 N.Y.S.2d 457 (App. Div. 1995). 17 Supreme Court of the State of California (Verenigde Staten), Keenan v. Superior Court of L.A. County, 40 P.3d 718 (Cal. 2002). 18 Matthew N. Stewart, ‘’Son of Blagojevich: A Look at the Constitutionality of Illinois’ ‘’Son of Sam’’ Law, Penn State Law Review (vol: 115:1), 2010-2011, p.306.

21 | SecJure Oktober 2013

Cover

hebben we natuurlijk ook te maken met de slachtoffers en nabestaanden. Hoe zou een Bauke Vaatstra het vinden als Jasper S. een boek zou schrijven over de moord op zijn dochter Marianne en de jaren tot de bekendwording dat hij de dader was? Hij zou het vermoedelijk niet lezen, maar het feit dat Jasper S. daar mogelijk veel geld mee zou kunnen verdienen terwijl de populariteit van zijn boek mede wordt veroorzaakt door de media-aandacht die aan de zaak en het verdriet van de familie is besteed, zal wel wringen. En ergens wringt het natuurlijk ook wel. Het is gewoon raar dat personen als Stapel (ook al is hij nergens voor veroordeeld), van de commotie rondom hun daden, waarmee slachtoffers zijn gemaakt, hun geld verdienen. Het is niet voor niets dat de Amerikaanse rechters meerdere keren aangegeven hebben de gedachte achter de wet te begrijpen. Het gaat hier dus in feite om een principekwestie. Misdaad hoort niet te lonen. Hier tegenin kan gebracht worden dat de rechter, bij de bepaling van de strafmaat, ook zeker rekening houdt met de impact van de zaak. Uiteindelijk is het de rechter die een passende straf oplegt en deze motiveert en wanneer deze straf uitgezeten is, heeft de vergelding plaatsgevonden. Daarmee is het klaar. Tot wanneer kunnen iemands daden hem juridisch achtervolgen? De passende straf hangt namelijk ook nauw samen met het feit dat de door de rechter bevolen verwijdering uit de maatschappij óók een periode is voor de maatschappij om tot rust te komen. Men zou kunnen zeggen dat de straf dus niet alleen een periode van vergelding voor de dader is, maar tevens ook een periode van verwerking voor de slachtoffers, nabestaanden en misschien wel de maatschappij als geheel. Waarom zouden er dan beperkingen moeten zijn op publicaties rondom die daden waarvoor dus al vergelding heeft plaats gevonden en een periode van verwerking is geweest? Hoewel een ontwikkeling van een ‘’Son of Sam’’-achtige wet in Nederland wel binnen de versterking van de rol van slachtoffers binnen het strafrecht zou passen, blijft het wetstechnisch gezien een lastige discussie. Er zijn tal van problemen denkbaar. Dit blijkt ook wel uit de opmerkelijke zaken die zich in de VS hebben voorgedaan. Hoe bepaalt men eigenlijk wanneer er profijt wordt behaald uit de beruchtheid van een daad? Misschien is het gewoon een kwalitatief hoogstaand boek. Waar zit de scheidingslijn tussen fictie en non-fictie? En misschien nog belangrijker, wie bepaalt die scheidingslijn, de wetgever of de rechter? Hoe wordt er omgegaan met ghost-writers? Dat zijn allemaal zaken waar rekening mee moet worden gehouden bij het opstellen van de wetstekst. Juridisch gezien is het dus een lastig verhaal, al zijn de morele overwegingen zeer begrijpelijk. Want laten we eerlijk wezen, het zou toch eigenlijk niet moeten kunnen dat wanneer bijvoorbeeld een Volkert van der Graaf over een aantal jaar zijn memoires publiceert, hij hier ontzettend veel geld mee verdient


Verdiepening Klimaatvluchtelingen? De grote volksverhuizing van de toekomst. Staatsrechtelijke verhoudingen binnen het Koninkrijk der Nederlanden â&#x20AC;&#x2DC;Pedofielenverenigingâ&#x20AC;&#x2122; Martijn: de strijd om een verbod Arbitrage: een alternatief voor aandeelhoudersgeschillen? De rol van de curator bij de doorstart van ondernemingen Super recognisers: de superhelden van het strafrecht

SecJure Oktober 2013 | 22


Gebreken in de huidige regelgeving Kim Bink

Klimaatverandering wordt gauw geassocieerd met smeltende ijskappen, overstromingen en hittegolven. Klimaatverandering heeft echter ook een groot effect op de bevolking van dergelijk kwetsbare gebieden. Zo zien mensen in Bangladesh het land letterlijk onder hun voeten vandaan verdwijnen. Zij wonen tegenwoordig op woonboten en de kinderen gaan naar een varende school.1 Dit vormt geen duurzame oplossing. Het huidige recht biedt echter nog geen oplossing voor deze bevolkingsgroep. Er bestaat voor de specifieke situatie waarin zij zich bevinden geen juridische status waaraan deze mensen specifieke rechten kunnen ontlenen. De bevolking van kwetsbare gebieden, denk hierbij aan Bangladesh, de Noordpool en delen van Afrika, zal door invloeden van klimaatverandering genoodzaakt zijn te verhuizen omdat het in het land van oorsprong niet meer om uit te houden is. Of erger nog: omdat het land letterlijk onder hun voeten vandaan verdwijnt. De mensen die door dit noodlot worden getroffen, zullen verhuizen naar buurlanden of andere gebieden waar het gevaar voor ontheemding niet dreigt. De Verenigde Naties schatten dat er in 2050 50 tot 350 miljoen mensen als gevolg van klimaatverandering in deze situatie terechtkomen.2 Voor bevolkingsgroepen die gedwongen zullen moeten verhuizen als gevolg van klimaatverandering is nog geen definitie ontwikkeld, laat staan een juridische status. De termen klimaatvluchteling of milieumigrant verwijzen veelal naar deze bevolkingsgroepen. De vraag is echter of deze begrippen geschikt zijn voor de onderhavige situatie. Het ontbreken van een juridische status schept onduidelijkheid voor de door klimaatverandering ontheemden. Alsof de verwarrende situatie waarin zij onder druk van klimaatverandering gedwongen zijn te verhuizen nog niet genoeg is. Dit artikel gaat in op de juridische kant van het verhaal, of beter gezegd het ontbreken daarvan. Ik wil jullie laten zien wat de juridische discussiepunten zijn van deze kwestie en een vooruitblik werpen op de toekomst.

Begripsomschrijving Er zijn verschillende termen bedacht om deze groep mensen te omschrijven. Een algemeen geaccepteerde term ontbreekt echter vooralsnog. Hieronder volgen enkele begripsomschrijvingen die laten zien dat het ontwikkelen van een passende omschrijving geen makkie is. In de situatie van gedwongen verplaatsing door klimaatverandering lijkt het gebruik van de term ‘vluchteling’

het meest voor de hand liggend. Een van de eerste definities die deze groep mensen omschreef, noemde hen “environmental refugees”. De definitie was afkomstig van het Verenigde Naties Milieuprogramma (UNEP) door El-Hinnawi in 1985 en luidt: “People who have been forced to leave their traditional habitat temporarily or permanently because of a marked environmental disruption (natural and/or triggered by man) that jeopardized their existence and/or seriously affected the quality of their life.” Een vaak aangehaalde auteur in de context van door klimaatverandering ontheemde bevolking is Norman Myers. Hij beschrijft de onderhavige bevolkingsgroep als volgt: “Environmental refugees are persons who can no longer gain a secure livelihood in their traditional homelands because of environmental factors of unusual scope, notably drought, desertification, deforestation, soil erosion, water shortages and climate change, also natural disasters such a cyclone, storm surges and floods. In face of these environmental threats, people feel they have no alternative but to seek sustenance elsewhere, whether within their own countries of beyond and whether on a semi-permanent or permanent basis.”3 De volgende paragraaf beantwoordt of het gebruik van de term ‘vluchteling’ daadwerkelijk geschikt is voor de door klimaatverandering ontheemde bevolking. Ook zonder deze term zijn definities ontworpen. De Verenigde Naties Hoge Commissaris voor Vluchtelingen (UNHCR) ontsnapte namelijk van de vluchtelingenterm en beschreef de door klimaatverandering ontheemde bevolking als volgt: “People who are displaced from or who feel obliged to leave their usual place of residence, because their lives, livelihoods and welfare have been placed at serious risk as a result of adverse environmental, ecological or climatic processes and events.”4 23 | SecJure Oktober 2013

Verdieping

Klimaatvluchtelingen? De grote volksverhuizing van de toekomst.


Verdieping

Vervolgens heeft het Verenigde Naties Universiteitsinstituut voor milieu en ‘human security’ het over ‘milieumigranten’: “Who has to leave his/her place of normal residence because of an environmental stressor […] as opposed to an environmentally motivated migrant who is a person who ‘may’ decide to move because of an environmental stressor.”5 Uit voorgaande begripsomschrijvingen blijkt dat het onduidelijk is onder welk recht deze door klimaatverandering ontheemde mensen te scharen zijn. De bestaande regelgeving lijkt geen passende oplossing te bieden voor dit probleem. Hieronder worden enkele rechtsgebieden vanuit deze context besproken. Om niet tot verwarring te geraken zal voor dit artikel de term ‘door klimaatverandering ontheemde bevolking’ worden aangehouden.

Vluchtelingenrecht Het klinkt logisch om mensen die onder druk verhuizen vanwege een bepaalde situatie in hun eigen land, ‘vluchtelingen’ te noemen. Zij vluchten weg voor de situatie in hun eigen land en hopen op een beter bestaan elders. Deze paragraaf legt uit waarom het vluchtelingenbegrip al dan niet geschikt is om de door klimaatverandering ontheemde bevolkingsgroep aan te wijzen. Het Verdrag betreffende de status van vluchtelingen 1951 omschrijft de definitie van ‘vluchteling’ als volgt: “Die uit gegronde vrees voor vervolging wegens zijn ras, godsdienst, nationaliteit, het behoren tot een bepaalde sociale groep of zijn politieke overtuiging, zich bevindt buiten het land waarvan hij de nationaliteit bezit, en die de bescherming van dat land niet kan of, uit hoofde van bovenbedoelde vrees, niet wil inroepen, of die, indien hij geen nationaliteit bezit en ten gevolge van bovenbedoelde gebeurtenissen verblijft buiten het land waar hij vroeger zijn gewone verblijfplaats had, daarheen niet kan of, uit hoofde van bovenbedoelde vrees, niet wil terugkeren.” De vluchtelingenstatus wordt alleen verkregen als aan alle vereisten is voldaan. Een eerste moeilijkheid zit in de ‘gegronde vrees voor vervolging’. Het is een lastige opgave klimaatverandering onder vervolging te plaatsen. Er is geen universeel geaccepteerde definitie van het vervolgingsbegrip. Het begrip ‘vervolging’ wordt in het Vluchtelingenverdrag ook niet nader uitgewerkt. Het ‘UNHCR Handbook’ geeft aan dat vervolging over het algemeen gaat om handelingen begaan door de autoriteiten van een land.6 In de situatie van door klimaatverandering ontheemde bevolking gaat dit niet op. Veel van de slachtoffers zullen wonen in ontwikkelingslanden, welke het meest kwetsbaar zijn maar het minst bijdragen aan de oorzaken van klimaatverandering. Handelingen begaan door de autoriteiten van een land kunnen een bijdrage leveren aan klimaatverandering maar de klimaatverandering op zichzelf is geen handeling begaan door de autoriteiten. SecJure Oktober 2013 | 24

Daarnaast zijn de gronden voor vervolging beperkt tot ‘ras, godsdienst, nationaliteit, het behoren tot een bepaalde sociale groep of politieke overtuiging’. Het laat weinig ruimte over voor de door klimaatverandering ontheemde bevolking. Hoewel sommige wetenschappers hier een uitweg proberen te vinden door middel van een brede interpretatie7, voelt de UNHCR er weinig voor de definitie uit te breiden. Het verbreden van de reikwijdte brengt met zich mee dat de huidige werking van het Vluchtelingenverdrag aan kracht verliest. De angst leeft dat het (te) makkelijk zou worden om een vluchtelingenstatus te krijgen. Klimaatverandering valt vooralsnog niet onder de omschrijving. Verder ziet de vluchtelingenstatus slechts op personen die zich ‘buiten’ het land van herkomst bevinden. De door klimaatverandering ontheemde bevolking kan zich ook gedwongen verplaatsen binnen hetzelfde land. Voor de in het binnenland ontheemde bevolking hebben de Verenigde Naties het probleem erkend in ‘the guiding principles on internal displacement’. Die groep binnenlands ontheemden valt nu echter bij voorbaat buiten de vluchtelingendefinitie. Ook degenen die nog niet zijn verplaatst maar wel in een risicogebied wonen, kunnen zich niet op de vluchtelingenstatus beroepen. Gelet op het voorgaande kunnen de door klimaatverandering ontheemden zich niet beroepen op het Vluchtelingenverdrag. Al met al blijkt de term ‘vluchteling’ dus niet geschikt te zijn ter aanduiding van de door klimaatverandering ontheemde bevolking.

Mensenrechten Het toepassen van het Vluchtelingenverdrag blijkt geen uitkomst te bieden in de situatie van door klimaatverandering ontheemden. Mensenrechten daarentegen gelden voor een ieder, ontheemd of niet. Deze paragraaf bekijkt dan ook de bescherming die het mensenrecht biedt aan de door klimaatverandering ontheemde bevolking. Mensenrechten geven een minimale gedragsnorm voor overheden waaraan zij zich dienen te houden en geven een garantieniveau aan bescherming tegenover de burger. Bovendien kunnen mensenrechten een juridische grond bieden voor bescherming door een andere staat, in de zin van aanvullende bescherming. Een door klimaatverandering ontheemd persoon zal eerst een staat moeten binnentreden alvorens hij of zij aanspraak kan maken op mensenrechtenbescherming. Dat is het eerste heikele punt. Zelfs als deze slachtoffers van klimaatverandering de grens over zijn, kan de aanvullende bescherming van de staat beperkt zijn. In de situatie van de door klimaatverandering ontheemden gaat het beginsel van non-refoulement (het verbod voor staten om een asielzoeker terug te sturen naar het land van herkomst terwijl hij of zij daar te vrezen heeft voor vervolging) namelijk niet op. Klimaatverandering valt


Milieurecht Klimaatverandering is onderwerp van het milieurecht. Zo kent men het Kaderverdrag van de Verenigde Naties inzake klimaatverandering, het intergouvernementeel panel inzake klimaatverandering en meer concreet het verminderen van de uitstoot middels de emissiehandel. Mogelijk is hier dan een juridische status te vinden voor de door klimaatverandering ontheemde bevolking. Het internationale milieurecht kent een algemene verantwoordelijkheidsplicht voor staten die milieuschade veroorzaken. Staten kunnen verantwoordelijk worden gehouden voor de aangebrachte schade als het ‘noharm’-beginsel geschonden is. Aansprakelijkheid wordt vastgesteld aan de hand van de volgende eisen: • Een toerekenbare onrechtmatige daad. • Causaal verband tussen de daad en de schade. • Een schending van internationaal recht of schending van de zorgplicht. • Welke is verschuldigd aan de staat die schade lijdt. Het gaat kennelijk om aansprakelijkheid van de ene staat tegenover een andere staat. Op grond van het ‘noharm’-beginsel is het dan ook niet makkelijk een staat verantwoordelijk te houden jegens een individu of een groep van individuen. Daarnaast is het causaal verband tussen de daad en de schade verdoezeld. In het geval van klimaatverandering acht ik dit verband zelfs niet te bewijzen. De uitstoot van broeikasgassen door de ene staat is een bijdrage aan het geheel van broeikasgassenuitstoot. De uitstoot van alle staten samengenomen, vormt de oorzaak van het globale probleem. Een lijn tussen het handelen van een staat en de door klimaatverandering veroorzaakte schade is onmogelijk te trekken. Het milieurecht kent nog een beginsel dat aansprakelijkheid in het leven roept: het ‘polluter-pays’-beginsel. Onder andere omschreven in de Verklaring van Rio 1992, beginsel 16: “Nationale autoriteiten zouden zich moeten inspannen om te bevorderen dat milieukosten worden geïnternaliseerd en

economische instrumenten worden toegepast, er rekening mee houdend dat de vervuiler in beginsel de kosten van de verontreiniging behoort te dragen, met inachtneming van het publieke belang en zonder de internationale handel en investeringen te verstoren.” Ondanks de eerlijke logica die volgt uit dit principe, is het nauwelijks uitgewerkt in de praktijk. Dit heeft tot gevolg dat de uitleg van het ‘polluter-pays’-beginsel te onzeker is om toe te passen in de situatie van de door klimaatverandering ontheemde bevolking.9 Hieruit volgt dat ook het milieurecht er niet in slaagt duidelijke rechten te verschaffen aan de door klimaatverandering ontheemde bevolking.

Vooruitblik Concluderend kan gezegd worden dat het huidige recht geen plaats biedt voor de door klimaatverandering ontheemde bevolking. Wellicht moet het bestaande recht dusdanig worden geïnterpreteerd dat deze groep mensen ook onder de reikwijdte valt of zal de oplossing liggen in aanpassing der wetgeving. Het creëren van een nieuw verdrag of protocol behoort ook tot de ideeën en hiertoe zijn al pogingen gewaagd.10 Tot nu toe is er echter nog geen duidelijkheid en blijft de positie van deze mensen onzeker. Deze mensen hebben recht op een juridische status en behoefte aan bescherming. In welke vorm dit zal geschieden, moet de tijd ons leren. De zoektocht naar antwoorden gaat voort. Helaas is enige haast geboden, want klimaatverandering houdt geen rekening met juridische rompslomp.

(Endnotes) 1 A. Yee, The New York Times, June 30, 2013 beschikbaar op: www.nytimes.com/2013/07/01/world/asia/floating-schools-inbangladesh.html?_r=0. 2 United Nations, Report of the Secretary-General on Climate change and its possible security implications, UN document A/64/350, 11 September 2009, p. 15. 3 N. Myers, ‘Environmental refugees: a growing phenomenon of the 21th century’, The Royal Society, 2001, p. 16.1. 4 C. Boano, R. Zetter and T. Morris, Environmentally displaced people, Understanding the linkages between environmental change, livelihoods and forced migration (Forced migration policy briefing 1), Oxford, Refugees Studies Centre, 2008, p. 7. 5 C. Boano, R. Zetter and T. Morris, Environmentally displaced people, Understanding the linkages between environmental change, livelihoods and forced migration (Forced migration policy briefing 1), Oxford, Refugees Studies Centre, 2008, p. 8. 6 UNHCR Handbook on procedures and criteria for determining refugee status under the 1951 Convention and the 1967 Protocol relating to the status of refugees, Geneva, 1992, par. 51 and 65. 7 A. Williams, ‘Turning the tide: recognizing climate change refugees in international law’, Law & Policy, October 2008, p.508. 8 J. McAdam en B. Saul, ‘Displacement with dignitiy: international law and policy responses to climate change migration and security in Bangladesh’, Sydney Law School, 2010, Legal Studies Research Paper no. 10/113, p. 7. 9 M. Gromilova, The issue of climate-induced displacement and from the perspective of International Environmental Law (thesis Universiteit van Tilburg), 2012, p. 16-17. 10 Zie bijvoorbeeld: www.ccdpconvention.com.

25 | SecJure Oktober 2013

Verdieping

niet te scharen onder vervolging zoals uitgelegd onder de voorgaande paragraaf. De andere schendingen van mensenrechten zijn veelal onderworpen aan een belangenafweging die bestaat uit de belangen van het individu ten opzichte van de belangen van de staat. Op die manier zien staten mogelijkheid om van bescherming af te zien en is het voor de verzoekende partij moeilijk deze bescherming daadwerkelijk te krijgen.8 Met het oog hierop biedt ook het mensenrechtensysteem geen volledige waarborg ter bescherming van de door klimaatverandering ontheemde bevolking.


Verdieping

Staatsrechtelijke verhoudingen binnen het Koninkrijk der Nederlanden. Democratische gebreken in het Nederlandse staatsbestel Jaap van der Heijden

Zo nu en dan lezen of horen we iets over de andere delen van ons Koninkrijk. Meestal betreft het dan over ‘gedoe’ op Curaçao of over een politicus uit het Europese deel van ons Koninkrijk die vindt dat we strenger moeten zijn over de financiële huishouding van een van de eilanden. Of extremer nog: een politicus die vindt dat we ‘de Antillen’ maar op marktplaats moeten zetten. Staatsrechtelijk zitten de verhoudingen echter een stuk ingewikkelder in elkaar. Zeker sinds drie van de zes eilanden sinds 10 oktober 2010 bij het land Nederland horen. Een belangrijke vraag die zich opdient bij het bestuderen van de staatsrechtelijke verhoudingen binnen het Koninkrijk is of alle inwoners van ons Koninkrijk wel even veel invloed hebben op de regels die ons allemaal binden. Staatsrechtelijke verhoudingen binnen het Koninkrijk Wie zegt Nederland, bedoelt meestal het Europese deel van Nederland. Staatsrechtelijk onderscheiden we echter het Koninkrijk Nederland en het land Nederland wat onderdeel uitmaakt van het Koninkrijk Nederland. Het Koninkrijk bestaat naast het land Nederland verder nog uit de landen Aruba, Curaçao en Sint-Maarten. Tot 10 oktober 2010 bestond het Koninkrijk uit drie landen. Tot die datum vormden de landen Aruba, Nederland en het land de Nederlandse Antillen (bestaande uit de eilanden Bonaire, Curaçao, Saba, Sint-Eustatius en SintMaarten) gezamenlijk het Koninkrijk der Nederlanden. Na een proces van langdurig overleg werd besloten dat Curaçao en Sint-Maarten net als Aruba een apart land binnen het Koninkrijk zouden worden. De eilanden Bonaire, Saba en Sint-Eustatius (BES-eilanden) zijn bijzondere openbare lichamen van het land Nederland geworden. Sinds oktober 2010 bestaat het land Nederland daarom uit een Europees deel, wat we in het spraakgebruik meestal als Nederland beschouwen en uit een Caribisch deel. Los van de veranderingen in het staatsrecht heeft deze wijziging er ook voor gezorgd dat het hoogste punt van Nederland niet langer de Vaalserberg is, maar Mount Scenery (877 meter) op Saba. Ook heeft het land Nederland er met het Papiaments en Engels twee officiële talen bij gekregen. SecJure Oktober 2013 | 26

Koninkrijksparlement Nu helder is welke landen onderdeel uitmaken van het Koninkrijk is het interessant om te bekijken wie op welke manier invloed heeft op de totstandkoming van de wetten in het Koninkrijk. De ruim negentig rijkswetten die we kennen gelden binnen het gehele Koninkrijk. Het merkwaardige is echter dat bij de totstandkoming van deze wetten alleen de gekozen volksvertegenwoordigers van het land Nederland stemrecht hebben. De wetten worden immers door de Staten-Generaal goedgekeurd. De volksvertegenwoordigers van de andere landen binnen het Koninkrijk hebben in dit proces geen formeel stemrecht.1 Om dit democratisch tekort in ons staatsrecht op te lossen zou gedacht kunnen worden aan het instellen van een zogenaamd Koninkrijksparlement waarin volksvertegenwoordigers van alle landen uit het Koninkrijk gezamenlijk besluiten over wetten die alle inwoners van het Koninkrijk treffen. Een dergelijk voorstel is in 1997 al eens geopperd door toenmalig CDA Eerste Kamerlid en hoogleraar staats- en bestuursrecht in Tilburg Ernst Hirsch Ballin.2

BES-eilanden Zoals eerder gemeld zijn de eilanden Bonaire, Saba en Sint-Eustatius sinds oktober 2010 bijzondere openbare lichamen binnen het land Nederland. Dit betekent feitelijk dat zij bestuurlijk als soort gemeenten rechtstreeks onder het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties vallen. De meeste wetten die gelden voor het Europese deel van Nederland gelden over het algemeen ook op de BES-eilanden. Omdat de leefomstandigheden op deze eilanden op een aantal terreinen afwijkend zijn aan die in het Europese deel van Nederland gelden er op een aantal terreinen echter afwijkende wetten en regelingen. Ook konden de wetten die in het voormalige land de Nederlandse Antillen golden niet allemaal van de ene op de andere dag worden omgezet. Hierdoor geldt op een aantal terreinen ook nog overgangsrecht. Een klein doch niet onbelangrijk voorbeeld hiervan was dat in het oude Wetboek van Strafrecht van de Nederlandse Antillen de doodstraf nog als ultieme straf genoemd stond. Dit artikel - in strijd met onze


Verdieping

Grondwet - is rond de opheffing van het land de Nederlandse Antillen snel uit het wetboek verwijderd.3

Artikel 50 Grondwet en de BES-eilanden Artikel 50 van onze Grondwet luidt: ‘De Staten-Generaal vertegenwoordigen het gehele Nederlandse volk’. Sinds 2010 zou echter kunnen worden gesteld dat dit artikel eigenlijk niet meer overeenkomt met de werkelijkheid. Het is immers zo dat een deel van de Staten-Generaal, de Eerste Kamer, op een indirecte wijze via de leden van de provinciale staten wordt gekozen. De BES-eilanden vallen als bijzondere openbare lichamen evenwel niet onder een provincie. Hierdoor hebben de inwoners van de BES-eilanden geen invloed op de samenstelling van de Eerste Kamer.4 Gelukkig wordt dit gebrek in de toekomst opgelost doordat er een wijziging van de Grondwet in behandeling is. Deze wijziging houdt in dat in de toekomst ook de leden van de eilandraden (vergelijkbaar met gemeenteraden) van de BES-eilanden stemrecht krijgen voor de verkiezingen van leden van de Eerste Kamer. Het ongelukkige is echter wel dat de wijziging pas wordt behandeld terwijl de BES-eilanden inmiddels al weer een kleine drie jaar bijzondere openbare lichamen zijn binnen het land Nederland. Een dergelijke aanpassing van het staatsrecht zou eigenlijk al geregeld moeten zijn voordat de nieuwe staatsrechtelijke verhoudingen in werking waren getreden. Zeker omdat het hier om een wijziging van de Grondwet gaat, duurt de behandeling een lange tijd. Zoals het er nu naar uit ziet, kunnen de bewoners van de BES-eilanden pas voor het eerst bij de Eerste Kamerverkiezingen van 2019 invloed uitoefenen op de samenstelling van dit deel van de Staten-Generaal.

Wijzing van de Kieswet Naast bovenstaande democratische tekortkomingen in ons staatsbestel speelt er nog een punt van bezorgdheid over de werking van onze democratie. Binnenkort krijgen alle inwoners van de BES-eilanden die minimaal vijf jaar legaal ingezetenen zijn actief en passief kiesrecht voor de eilandsraadverkiezingen. Dit lijkt een logische stap om de positie van de eilandsraden analoog aan de positie van de gemeenteraden in het Europese deel van Nederland te zien als vertegenwoordiging van de lokale inwoners. Omdat de Grondwet echter zo wordt gewijzigd dat ook de leden van de eilandsraden stemrecht krijgen voor de verkiezingen van de Eerste Kamer, zou dit betekenen dat anders dan in het Europese deel van Nederland, ook mensen met een buitenlandse nationaliteit (indirecte) invloed kunnen krijgen op de samenstelling van de Eerste Kamer. Dit kan niet de bedoeling zijn van de wijzing van de Kieswet. Minister Plasterk van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties heeft toegezegd met een veegwet te komen om te voorkomen dat nietNederlanders via de wijziging van de Kieswet invloed

kunnen krijgen op de samenstelling van de Eerste Kamer.5

Conclusie Hoe democratisch ons staatsbestel ook lijkt, blijkt toch dat wanneer we wat meer inzoomen, dat er een aantal gebreken in het systeem zitten. Dit heeft tot gevolg dat niet alle inwoners van ons Koninkrijk evenveel invloed hebben op de besluitvorming over wetgeving die ook op hen van toepassing is. Dit zorgt nogal eens voor onbegrip tussen politici op de diverse eilanden en de politici in het Europese deel van Nederland. In het Europese deel van Nederland moeten wij ons echter realiseren dat het voor ons een stuk gemakkelijker is om onze wensen om te zetten in wetgeving aangezien ons parlement vaak het laatste woord heeft. Wat meer aandacht voor het functioneren van ons eigen democratisch bestel kan geen kwaad. Een belangrijke les voor de toekomst is dat we eerst zorg moeten dragen voor adequate wetgeving voordat de wijzigingen in de staatsrechtelijke verhoudingen in werking treden.

(Endnotes) 1 W.J.M., Voermans, de Grondwet, Deventer: W.E.J. Tjeenk Willink 2010, p. 423. 2 ‘Koninkrijksparlement’, Trouw 10 februari 1997, beschikbaar op: www.trouw.nl/tr/nl/5009/Archief/archief/article/detail/2476145/1997/02/10/Koninkrijksparlement.dhtml. 3 Artikel 114 Grondwet. 4 Kamerstukken II, 2011-2012, 33 131 nr. 2. 5 Eerste Kamer der Staten-Generaal, ‘Debat wijziging in het verkiezingsproces’, beschikbaar op: http://www.eerstekamer.nl/ nieuws/20130627/debat_wijzigingen_in_het.

27 | SecJure Oktober 2013


Verdieping

‘Pedofielenvereniging’ Martijn: de strijd om een verbod Rens Raemakers

Juni 2012 was het groot nieuws: ‘pedofielenvereniging’ Martijn werd door de rechter verboden. Afgelopen april oordeelde het gerechtshof echter dat een verbod te ver gaat. Hoewel Martijn inmiddels ontbonden was, mag een dergelijke vereniging in de toekomst dus gewoon bestaan. Het resultaat was wederom een stroom aan maatschappelijke verontwaardiging en onbegrip. Het OM gaat nu nog in cassatie bij de Hoge Raad, maar ook een nieuwe wet behoort tot de mogelijkheden. Kernvraag is: hoever reikt de vrijheid van vereniging? De vereniging Martijn De vereniging Martijn werd opgericht in 1982 en blijkens de statuten had zij als doel te streven naar ‘wettelijke en maatschappelijke acceptatie van ouderenjongeren relaties’. Op de inmiddels opgeheven website1 schreef de vereniging dat zij tegenwicht wilde bieden aan ‘het dogma dat kinderen en jongeren geschaad worden door liefdevolle intimiteit met oudere personen’. Hoewel de vereniging (strafbare) lichamelijke intimiteit met kinderen zelf dus niet als probleem zag, gaf zij leden wel het advies ‘zich aan de wet te houden’. Ook was er de mogelijkheid voor hulpverlening en gaf de vereniging informatie over de huidige wetgeving. Uiteraard zit in deze werkwijze een enorme spanning. Waar de vereniging Martijn enerzijds pleit voor het versoepelen van de bestaande wetten, wil zij anderzijds haar leden helpen diezelfde wetgeving na te leven. Dat laatste ging niet altijd met succes. Hoewel de vereniging als geheel geen strafbare feiten pleegde (en dus niet

SecJure Oktober 2013 | 28

strafrechtelijk vervolgd kon worden2), onthulde RTL Nieuws in 2011 dat meerdere leden en minstens acht (oud-)bestuurders van de vereniging vaker veroordeeld waren voor zedendelicten.3 De voortdurende berichtgeving over Martijn zorgde de afgelopen jaren voor hevig maatschappelijk protest, en leidde uiteindelijk tot een burgerinitiatief van de bekende Hagenees Henk Bres. Dit initiatief zorgde ervoor dat het onderwerp ook bij de Tweede Kamer op de agenda kwam. Het OM wendde zich inmiddels tot de burgerlijke rechter en eiste een verbod op grond van artikel 2:20 BW. Lid 1 daarvan bepaalt immers: ‘Een rechtspersoon waarvan de werkzaamheid in strijd is met de openbare orde, wordt door de rechtbank op verzoek van het openbaar ministerie verboden verklaard en ontbonden.’

Verbod door de rechtbank De rechtbank Assen stond voor een lastig vraagstuk.4 Hoewel artikel 2:20 BW op zich zelf vrij duidelijk geformuleerd is, is het niet de enige relevante bepaling. Immers, verschillende nationale en internationale grondrechten garanderen de vrijheid van vereniging en/ of meningsuiting. In lijn met de jurisprudentie zou de rechtbank artikel 2:20 BW dan ook terughoudend toepassen en de werkzaamheden van de vereniging enkel als strijdig met de openbare orde achten als er sprake was van ‘een inbreuk op de algemeen aanvaarde grondvesten van ons rechtsstelsel’. Voor beantwoording van deze vraag moesten eerst de werkzaamheden van de vereniging worden gepreciseerd. Wederom was dit een lastige opgave, omdat er soms maar een klein verschil is tussen dat wat de vereniging via haar bestuursleden ‘als vereniging’ naar de buitenwereld uitdraagt en dat wat individuele bestuursleden in hun privé-hoedanigheid uitvoeren. De rechtbank koos ervoor een duidelijke grens te trekken en ‘al wat het OM stelt ten aanzien van de individuele bestuursleden’ niet in de beoordeling te betrekken. De rechtbank overwoog evenwel dat juist kinderen erg kwetsbaar zijn en dat zedenwetgeving daarom de seksuele integriteit van kinderen probeert te beschermen; deze bescherming is een wezenlijk beginsel van onze rechtsstaat. Hoewel het uitdragen van de opvattingen van Martijn binnen


Vernietiging door het gerechtshof Het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden vernietigde afgelopen april de beschikking van de rechtbank Assen.5 Volgens het hof voerde het OM weliswaar terecht aan dat de vereniging Martijn seks met kinderen bagatelliseert, goedpraat en zelfs verheerlijkt, hetgeen inderdaad ‘een daadwerkelijke en ernstige aantasting’ van een als wezenlijke ervaren rechtsbeginsel vormt, maar is dit niet van zodanige aard dat de maatschappij er door ontwricht raakt. Het hof stelt dat het juist aan de (democratische) samenleving is om haar weerbaarheid zelf te tonen en door middel van het debat dergelijke, verwerpelijke opvattingen te bestrijden. Anders gezegd: de samenleving kan zichzelf goed tegen dit soort uitingen beschermen; daar heeft zij het recht niet bij nodig. In dat geval heeft het de voorkeur te kiezen voor het minst ingrijpende middel: het recht moet pas worden ingezet als de samenleving zichzelf niet meer redt (ultimum-remedium). Dit arrest van het hof lijkt beter in lijn met de bedoelingen van de wetgever en de jurisprudentie. Er zij op gewezen dat de Minister van Justitie bij de Memorie van Antwoord bij artikel 2:20 BW heeft overwogen dat bij een verbod niet alleen vereist is dat de werkzaamheid van de vereniging een fundamenteel rechtsbeginsel wordt geschonden, maar ook dat dit – indien dit op grote schaal toegepast zou worden – ‘ontwrichtend zou blijken voor de samenleving’.6 Door de Hoge Raad is dit omgezet naar een vrij zware toets, waardoor een vereniging maar moeilijk verboden kan worden.6 Desondanks is het Openbaar Ministerie in cassatie gegaan. Wellicht tegen beter weten in; niet ondenkbaar is dat het OM vooral tegemoet wil komen aan de maatschappelijke onrust.

Wetsvoorstel CDA/CU Na de uitspraak van het hof maakten het CDA en de ChristenUnie bekend een eerder uitgesteld wetsvoorstel nieuw leven in te willen blazen.7 In dit initiatiefwetsvoorstel wil men opnemen dat verenigingen in de toekomst verboden kunnen worden als enkel hun bestuursleden (als individuen) veroordeeld zijn. Op het eerste oog lijkt dat een opmerkelijk voorstel, want dan wordt immers een organisatie veroordeeld voor iets wat haar bestuursleden in hun vrije tijd doen. Doch CDA en ChristenUnie beroepen zich op het Verdrag van Lanzarote en stellen dat Nederland de plicht heeft kinderen actief te beschermen. De partijen redeneren dat volgens dit verdrag een rechtspersoon verboden kan worden als

een leidinggevende veroordeeld is voor ontucht.7 Ook andere partijen, waaronder PvdA, PVV en SGP, lieten eerder weten voorstander te zijn van een dergelijk verbod. VVD, SP en D66 tonen zich steeds gematigder, en wijzen op het belang van de rechtstaat en/of de verenigingsvrijheid.7 Het Verdrag van Lanzarote bevat inderdaad artikelen die het mogelijk maken rechtspersonen aansprakelijk te stellen, zelfs al handelen de bestuursleden geheel individueel. Deze aansprakelijkheid kan zowel civielrechtelijk, strafrechtelijk als bestuursrechtelijk zijn; de ultieme sanctie is een verbod.8 Echter, of deze artikelen in de casus van Martijn wel van toepassing zijn is de vraag. Zo bepaalt artikel 26 lid 1 dat de verdragspartijen er voor moeten zorgen dat een rechtspersoon aansprakelijk wordt gesteld ‘wanneer te zijner voordeel’ een van zijn leidinggevenden een in het verdrag strafbaar gesteld feit pleegt. Om te weten wat in het voordeel van de vereniging is, moet men het doel van die vereniging kennen. Tweede Kamerlid Pieter Omtzigt (CDA) interpreteert dit doel als volgt: “Martijn wordt geleid door veroordeelde zedendelinquenten en heeft als doel pedofilie.’’9 Hoewel we hebben gezien dat individuele (bestuurs)leden inderdaad pedofilie als doel hebben, is het mijns inziens juridisch niet zuiver om aan de vereniging dat doel ook aan te meten. Immers, op de website van de vereniging worden de leden aangeraden ‘zich aan de wet te houden’ en het ‘bagatelliseren, goedpraten en verheerlijken’ van ontucht is nog niet hetzelfde als het daadwerkelijk als rechtspersoon nastreven van die activiteiten. De vereniging zelf formuleert haar doel volgens de statuten als ‘het streven naar wettelijke en maatschappelijke acceptatie van pedofilie’. Als men hiervan uitgaat, kan men toch bezwaarlijk stellen dat (het doel van) de vereniging ermee gediend is wanneer bestuursleden ontucht plegen. Het plegen van dergelijke strafbare feiten vergroot in zijn algemeenheid niet de acceptatie van pedofilie; het zorgt eerder voor maatschappelijke verontwaardiging. Het is dan ook niet de rechtspersoon, maar eerder een natuurlijke persoon die een mogelijk voordeel opdoet (en dus niet andersom). Tevens kan men zich afvragen of deze bepaling uit het Verdrag van Lanzarote wel verschilt van het reeds in Nederland bestaande strafrechtelijke aansprakelijkheid ten aanzien van rechtspersonen. Volgens het bekende Drijfmest-arrest10 kan een gedraging namelijk worden toegerekend aan de rechtspersoon als deze gedraging ‘past in de sfeer van de rechtspersoon’, waarbij een belangrijk criterium is of de gedraging ‘dienstig is aan de rechtspersoon’. In casu heeft het OM echter geoordeeld dat een strafrechtelijk proces tegen de vereniging Martijn niet opportuun is. Toch wordt er geregeld aangevoerd dat de vereniging Martijn op bepaalde manieren misbruik van kinderen 29 | SecJure Oktober 2013

Verdieping

de kaders van vrije meningsuiting en verenigingsvrijheid valt, maakten de werkzaamheden van de vereniging wel zodanig ‘inbreuk op de algemeen aanvaarde grondvesten van ons rechtsstelsel’ (namelijk op de rechten van het kind) dat ze strijdig met de openbare orde waren. Aldus beval de rechtbank de vereniging Martijn te ontbinden.


Verdieping

aanmoedigt of faciliteert. Bijvoorbeeld door het CDA wordt het geval van de veroordeelde pedofiel Geert B. genoemd, welke in zijn rechtszaak gezegd heeft dat hij bij de vereniging Martijn tips kreeg hoe hij kinderen moest benaderen en sporen moest wissen.11 Het lastige aan dit soort ‘tips’ is dat ze waarschijnlijk door andere leden, niet zijnde bestuursleden, zijn gegeven en dat het voor het bestuur ondoenlijk is alle contacten die de leden onderling hebben te controleren. Ook artikel 26 lid 2 van het Verdrag van Lanzarote, waarin het gebrek aan toezicht/controle van een voor de rechtspersoon werkzame natuurlijke persoon wordt genoemd, biedt hier volgens mij geen soelaas. Wederom eist de verdragsbepaling namelijk dat dit gebrek aan toezicht/controle ‘ten voordele van de rechtspersoon’ plaatsvindt.

Hoe ver reikt de vrijheid van vereniging? Zelfs al zou het Verdrag van Lanzarote inderdaad niet de verplichting/de mogelijkheid scheppen tot het verbieden van een vereniging als Martijn (wat dus mijn juridische analyse is), dan nog zou de wetgever dit met wat creativiteit mogelijk kunnen maken. De wetgever kan gewoon een wet maken waarin staat dat verenigingen als Martijn niet meer geleid mogen worden door veroordeelden ‘pedofielen’, ook al heeft deze veroordeling alleen betrekking op het individu en is deze niet in het voordeel van de vereniging. Een andere optie zou zijn om simpelweg verenigingen die streven naar maatschappelijke en/of wettelijke acceptatie van pedofilie voortaan te verbieden. Uiteraard bevinden we ons dan op een hellend vlak. Het zijn niet alleen de internationale verdragen waarin de vrijheid van meningsuiting en vrijheid van vereniging geregeld staan; deze principes zijn ook kernwaarden van de democratische rechtsstaat. Het is juist het wezen van de democratie dat middels het maatschappelijke debat wordt gestreden over wat wel en niet binnen de grenzen van de wet valt. De democratie biedt ook de ruimte voor personen die huidige strafwetbepalingen willen afschaffen c.q. versoepelen, zolang zij zich nog maar niet aan deze feiten schuldig maken totdat deze verandering daadwerkelijk is gerealiseerd. Wat mij betreft zou het zelfs mogelijk moeten zijn dat personen die als individuen strafbare feiten plegen, in verenigingsvorm pleiten voor afschaffing van de strafbaarheid van diezelfde feiten – mits zij in dit verenigingsverband uiteraard geen strafbare feiten plegen. Tot zover de juridische kanten; we hebben het nog maar weinig gehad over de morele en emotionele aspecten van de zaak. Men kan immers moeilijk van ouders van misbruikte kinderen verwachten dat zij begrip hebben voor de verenigingsvrijheid van Martijn. Maarten Verbrugh geeft dit helder aan in zijn notatie op de uitspraak van de rechtbank Assen. Daarin schrijft hij dat hij zich SecJure Oktober 2013 | 30

er als vader van drie jonge kinderen goed in kan vinden als de beschikking in hoger beroep overeind blijft, maar dat hij dat als jurist eigenlijk onlogisch vindt.12 Verbrugh troost zich met de gedachte dat, mochten dergelijke verenigingen blijven bestaan, justitie in ieder geval beter controle en/of opsporing kan verrichten op hun site en werkzaamheden. In dit licht kan men zich ook afvragen of een verbod op de vereniging Martijn überhaupt wel effectief is. Als er minder kinderen slachtoffer worden van misbruik zou het misschien best te billijken zijn dat hun bescherming prevaleert boven abstracte rechtsstatelijke waarden. Echter, de leden van vereniging Martijn zijn lid geworden juist vanwege hun pedoseksuele gevoelens en de behoefte daarover te praten. Het ligt niet voor de hand dat lidmaatschap van de vereniging tot significant meer ontucht leidt, nu immers uit onderzoek blijkt dat dergelijke gevoelens in hoge mate aangeboren zijn.13

Conclusie Mijns inziens bevat het Verdrag van Lanzarote niet de mogelijkheid om verenigingen zoals Martijn in de toekomst te verbieden; in ieder geval zijn deze mogelijkheden niet wezenlijk anders dan wat met ons huidig strafen civielrecht al kan. Politieke partijen zouden moeten berusten in de uitspraak van de Hoge Raad, welke gezien de bestaande jurisprudentie vrijwel zeker niet casseert. Hoe erg de gevolgen van kindermisbruik voor het kind en de omgeving ook zijn, het lijkt mij onwaarschijnlijk dat het verbieden van dergelijke verenigingen dit kan voorkomen. Hoe verwerpelijk de opvattingen van vereniging Martijn ook zijn, het recht moet wel de mogelijkheid bieden om ook zulke opvattingen te uiten. (Endnotes) 1 De website is verschillende malen gearchiveerd en onder andere terug te vinden via http://web.archive.org/web/20110317045105/ http://www.martijn.org/page.php?id=100000 2 http://www.om.nl/actueel/strafzaken/amsterdamse/@155837/ vereniging-martijn/ 3 http://www.rtlnieuws.nl/nieuws/binnenland/acht-bestuurderspedoclub-veroordeeld 4 Rb. Assen 27 juni 2012, NJF 2012/341 (OM/Vereniging Martijn). 5 Hof Arnhem-Leeuwarden 2 april 2013, RO 2013/41 (OM/Vereniging Martijn). 6 T. Van der Ploeg, Hoe moeilijk is het om een rechtspersoon of vereniging te verbieden?, In: Nederlands Juristenblad, 2012/890, pagina 4 en 5. 7 http://www.volkskrant.nl/vk/nl/2686/Binnenland/article/detail/3419150/2013/04/02/CDA-en-CU-ontwerpen-initiatiefwet-om-Martijn-alsnog-strafbaar-te-stellen.dhtml 8 Artikel 26 lid 3 en artikel 27 lid 2 sub d van het Verdrag van Lanzarote. 9 http://www.rtlnieuws.nl/nieuws/binnenland/partijen-willenmartijn-wet-verbieden 10 HR 21 oktober 2003, NJ 2006/328 (Drijfmest). 11 http://www.cda.nl/actueel/toon/vragen-over-de-verenigingmartijn/ 12 M. Verbrugh, noot bij uitspraak Rb. Assen, Ondernemingsrecht 2013/7. 13 http://www.artsennet.nl/Nieuws/Op-tv/Uitzending/115574/ Hersenscan-toont-pedofilie-aan.htm


Verdieping

Arbitrage: een alternatief voor aandeelhoudersgeschillen? Esra van de Wolk

Arbitrage wint de laatste jaren aan terrein als het middel van conflictoplossing. Op het gebied van ondernemingsrechtelijke aandeelhoudersgeschillen heeft de normale gang naar de rechter bewezen inefficiënt te zijn in het compenseren van aandeelhouders en het afschrikken van bestuurlijk wangedrag. Aandeelhouders gebruiken een gerechtelijke procedure doorgaans om te worden gecompenseerd. In dit artikel wil ik ingaan op de voor- en nadelen van arbitrage en bezien of arbitrage een goed alternatief zou zijn om aandeelhoudersgeschillen op te lossen. Als men kiest voor conflictoplossing in de vorm van arbitrage, wil dit zeggen dat het conflict wordt voorgelegd aan een privaat tribunaal waarin arbiters over de zaak beslissen. De uitspraak van de arbiters is bindend voor beide partijen bij het conflict. De arbiters worden gekozen door de procespartijen. Het proces wordt beheerst door een contract tussen partijen waarin zij gespecificeerd hebben hoe de procedure dient te verlopen, hoe-

Wat belangrijk is in het licht van aandeelhoudersgeschillen is dat de vijandigheid tussen partijen bij een geschil minder groot is bij arbitrage.

veel arbiters er worden aangewezen en wat hun achtergrond moet zijn. Ook staat daarin welke kracht toekomt aan het besluit van de arbiters. Arbitrage is een private vorm van geschilbeslechting, hetgeen betekent dat er geen rechter of ander publiekrechtelijk orgaan aan te

pas komt. Er zijn twee vormen waarin arbitrage plaats kan vinden: ad hoc arbitrage en institutionele arbitrage. Ad hoc betekent dat de partijen zelf kunnen beslissen over alle aspecten van het arbitrage proces, zoals het aantal arbiters, hoe zij worden aangesteld, het toepasselijk recht, etc. De overeenkomst waarin al deze dingen zijn vastgelegd, kan zowel voor als na het geschil worden opgesteld. Institutionele arbitrage is arbitrage bij een gespecialiseerd arbitrage tribunaal dat een permanent karakter heeft. Een voorbeeld van institutionele arbitrage in Nederland is de Raad van Arbitrage voor de Bouw. De regels voor de procedure bij het specifieke tribunaal gelden dan ook tussen partijen. Om gebruik te maken van institutionele arbitrage moeten partijen een clausule in hun contract opnemen welke specificeert aan welk arbitrage tribunaal zij eventuele conflicten zullen voorleggen. Ad hoc arbitrage is flexibeler en kan goedkoper en sneller zijn dan institutionele arbitrage.

Voordelen Arbitrage is vaak goedkoper en sneller dan een gerechtelijke procedure en de procedurele regels minder complex. Onderzoek heeft uitgewezen dat de kosten van een gerechtelijke procedure hoger zijn dan de kosten van arbitrage naarmate rechtszaken complexer worden.1 Wat belangrijk is in het licht van aandeelhoudersgeschillen is dat de vijandigheid tussen partijen bij een geschil minder groot is bij arbitrage. Dit zorgt er uiteindelijk voor dat het conflict de zakenrelatie tussen partijen niet al te veel ontwricht. Ook zijn arbiters meer gespecialiseerd in het vakgebied waarbinnen het conflict plaatsvindt dan rechters. Bovendien is ad hoc arbitrage een stuk flexibeler en kan worden gemodelleerd naar de wensen van partijen. Een significant verschil met een gewone procedure is dat arbitrage plaatsvindt achter gesloten deuren. Vertrouwelijkheid is onderdeel van arbitrage en daarom worden arbitrale beslissingen niet publiekelijk bekendgemaakt. Wat men vaak ziet als een bedrijf wordt aangeklaagd, is dat dit wordt weergegeven in een dalende aandelenprijs. Het negatieve imago dat wordt gecreëerd door een aanklacht is in feiten een ‘straf’ die de onderneming krijgt vanuit de aandelenmarkt. Dit negatieve effect wordt tenietgedaan in een arbitraal proces, omdat de markt niets af weet van het geschil. De overbelasting van het 31 | SecJure Oktober 2013


Verdieping

juridische apparaat dat in veel landen een probleem is, wordt ook voorkomen door meer gebruik te maken van arbitrage.

Nadelen Wat een groot voordeel kan zijn van arbitrage, namelijk de vertrouwelijkheid, wordt ook vaak genoemd als een nadeel in de vorm van een gebrek aan transparantie. Arbitrale beslissingen kunnen niet beoordeeld en getoetst worden omdat ze niet publiekelijk zijn. Schade aan de reputatie van een onderneming (of zijn individuele werknemers) is geheel afwezig in een gesloten procedure.

Arbiters passen doorgaans meer de algemene principes van redelijkheid en billijkheid toe dan wet en regelgeving. Tel daarbij op dat de argumentatie en gedachtegang van de arbiters niet wordt opgeschreven voor het publiek en je zou je af kunnen vragen of de rechtszekerheid niet in het geding komt

Maar dit argument gaat niet op in het geval van aandeelhoudersgeschillen, omdat deze vaak geschikt worden en deze schikkingen ook niet openbaar zijn.2 Soms worden er vraagtekens gezet bij de uitvoerbaarheid van arbitrale beslissingen. Men moet daarbij niet vergeten dat arbiters een bindende uitspraak doen en als een der partijen niet conform deze uitspraak handelt, kan de andere partij alsnog naar de rechter om de beslissing af te dwingen. De rechters hebben dus uiteindelijk de macht om de arbitrale beslissing ten uitvoer te laten brengen. Dit zal echter vaak niet nodig zijn, aangezien partijen zelf gekozen hebben voor arbitrage en dus vrijwillig zich hebben overgegeven aan het oordeel van de arbiters. Bovendien bestaat het Verdrag van New York over de erkenning en tenuitvoerlegging van buitenlandse arbitrale uitspraken, dat rechters in verdragsluitende partijen verplicht arbiSecJure Oktober 2013 | 32

trale beslissingen van meer dan 120 landen te erkennen en ten uitvoer te leggen. Dit verdrag vereist dat nationale rechters commerciĂŤle arbitrale beslissingen van andere verdragsluitende landen erkennen en ten uitvoer leggen. Er zijn maar een beperkt aantal gronden om dit te weigeren. Arbiters passen doorgaans meer de algemene principes van redelijkheid en billijkheid toe dan wet en regelgeving. Tel daarbij op dat de argumentatie en gedachtegang van de arbiters niet wordt opgeschreven voor het publiek en je zou je af kunnen vragen of de rechtszekerheid niet in het geding komt. In landen waar een precedentwerking van uitspraken geldt, kan het op grote schaal gebruikmaken van arbitrage er uiteindelijk zelfs voor zorgen dat de rechtsontwikkeling langzamer gaat. Zover is het echter nog lang niet en de vraag is of het ooit zover zal komen. Waarschijnlijk niet. Een vaak gehoord argument tegen arbitrage is dat arbiters gekozen worden door partijen bij het geschil en daardoor niet compleet onafhankelijk zijn. Ze willen de volgende keer namelijk graag weer gekozen worden. De gedachte is dat arbiters daarom zullen proberen beide partijen tevreden te stellen door geen winnaar te kiezen, maar voor beide partijen gedeeltelijk een positieve uitkomst te bewerkstelligen.

Conclusie In sommige gevallen van aandeelhoudersgeschillen zal arbitrage een goed alternatief kunnen zijn voor een gerechtelijke procedure. Arbitrage zorgt ervoor dat de relaties binnen een onderneming intact kunnen blijven, het is sneller en goedkoper en wordt beslist door experts. De voordelen wegen naar mijn mening op tegen de nadelen. Waar ik vooral veel belang aan hecht is het feit dat arbitrage ervoor kan zorgen dat er uiteindelijk een beslissing komt die het beste de belangen van de gehele onderneming in ogenschouw neemt. Zonder gebonden te zijn aan alle wetten en regelgeving, kunnen arbiters beslissen wat het meest effectief en voordelig is voor de onderneming en niet perse alleen maar voor de aandeelhouders. Zo is het risico op misbruik van aanklachten door aandeelhouders (met het oog op een dikke schikking of toekenning van hoge schadevergoeding) een stuk kleiner.

(Endnotes) 1 D.S. Schwartz, Mandatory Arbitration and Fairness. Notre Dame Law Review, Vol. 84, No. 3, 2009; Univ. of Wisconsin Legal Studies Research Paper No. 1080. 2 P. Weitzel, Allowing to customize enforcement through arbitration provisions in charters and bylaws, UCLA School of Law, 2009.


Martine Wouters

Op 28 mei 2013 wordt de bekende mediaketen Free Record Shop Holding B.V. failliet verklaart. Pas op 12 juli 2013 melden de curatoren van de failliete onderneming dat er een doorstart zal worden gemaakt met een deel van de onderneming. Tot op welke hoogte mogen curatoren een rol spelen bij een mogelijke doorstart van een onderneming? Voor de meesten was het geen verrassing, het faillissement van de Free Record Shop, dat blijkt uit de enorme mediaberichten over de slechte financiële gang van zaken binnen het bedrijf. Eén dag na de verklaring van de Rechtbank dient overnamekandidaat ProCures dan ook een bod in bij de curatoren. Deze achten echter het bod te laag en benaderen nog een aantal andere partijen voor een mogelijke doorstart. Dit is het eerste scheurtje in de onderhandelingen tussen ProCures en de curatoren dat uiteindelijk zal leiden tot een verhoogde schuld en een afgekapte doorstart. Uiteindelijk zal de onderneming toch worden doorgestart, met een andere onderhandelaar1.

Voortzetting van de onderneming: een risicovolle keuze

zo groot mogelijk aandeel van hun vorderingen betaald krijgen. In hoeverre staat de curator vrij een keuze te maken tussen het algemeen belang en het belang van de gezamenlijke schuldeisers? De curator kent, om tegenstrijdigheden zelf te kunnen beoordelen, een zekere beoordelings- en beleidsvrijheid, zodat hij niet steeds aansprakelijk kan worden gesteld voor het nemen van (soms tegenstrijdige) beslissingen.3 Vooropgesteld moet worden dat de curator zijn zelfstandigheid dient te bewaren. Ook los van een mogelijke doorstart, moet de curator beoordelen wat het gunstigst is voor de boedel en de daarbij betrokken belangen van maatschappelijke aard. Hij dient daarom een open oog te houden voor andere gegadigden dan de beoogde overnemer4. Daarnaast kan de curator nimmer alleen beslissen of een doorstart gerealiseerd kan worden, daarvoor heeft hij altijd toestemming nodig van de rechter-commissaris.

Rechtspraak vs. Faillissementswet In het Sigmacon II-arrest5 heeft de Hoge Raad ingestemd met het toekennen van een maatschappelijke taak aan de curator: “belangen van maatschappelijke aard, zoals de continuïteit van de onderneming en de werkgelegenheid” mogen door de curator worden gewaarborgd.

Dat de curator een rol speelt bij de doorstart van de onderneming zien we al binnen één dag na de faillietverklaring: indien de curator de onderneming, wat niet geheel risicovrij is, voortzet, betekent dit een aanzienlijk grotere kans voor een doorstart van de onderneming. De voortzetting zal worden bemoeilijkt door schuldeisers die niet langer contracten nakomen en werknemers die de benen nemen, ook al heeft de curator mogelijkheden tot het behoud van leveranties, schuldeisers en het buitenhouden van separatisten (zie o.a. art. 63 Fw). Ook daalt de waarde van de onderneming pijlsnel als de onderneming te lang stilligt.2 Een snelle doorstart is dus gewenst. In sommige gevallen krijgt de curator te kampen met tegenstrijdigheden, een snelle doorstart van de onderneming, wat goed is voor het algemeen belang, of een zo groot mogelijk activa, waardoor de schuldeisers een 33 | SecJure Oktober 2013

Verdieping

De rol van de curator bij de doorstart van ondernemingen


Verdieping

En daarna nogmaals in het Maclou en Prouvost-arrest6 overweegt de Hoge Raad dat de curator soms tegenstrijdige belangen moet behartigen en bij het nemen van beslissingen – die vaak geen uitstel kunnen lijden – óók rekening dient te houden met belangen van maatschappelijke aard”. Het lijkt er dus op dat de Hoge Raad niet één enkele afwijkende beslissing heeft genomen, maar één lijn hanteert in het toebedelen van een maatschappelijke bevoegdheid aan de curator. De Faillissementswet biedt slechts weinig ruimte om de onderhavige maatschappelijke belangen boven die van

In hoeverre staat de curator vrij een keuze te maken tussen het algemeen belang en het belang van de gezamenlijke schuldeisers?

de gezamenlijke schuldeisers te plaatsen. Wanneer de curator de taak opgelegd zou krijgen de maatschappelijke belangen op gelijke voet te behartigen als die van de schuldeisers – of daaraan zelfs prioriteit toe te kennen – betekent dit een fundamentele breuk met het stelsel van de Faillissementswet.7 We kunnen dus stellen dat het stelsel van de Faillissementswet ons wijst naar een visie waarbij de belangen van schuldeisers prevaleren boven die van de maatschappelijke belangen. De rechtspraak, in bovengenoemde arresten, kent de curator echter de mogelijkheid toe om rekening te houden met het maatschappelijk belang. Wie echter de arresten goed leest, merkt dat er voornamelijk individuele belangen tegenover die van de belangen van maatschappelijke aard staan, en niet de belangen van de gehele schuldeisers gezamenlijk. De aangehaalde stukken van de Hoge Raad in de arresten Sigmacon II en Maclou en Prouvost lijken dan ook niet meer voor te stellen dan een bevoegdheidsomschrijving van de curator. Een echte tegenstrijdigheid en nieuwe mogelijke wijze van handelen in vergelijking met de Faillissementswet kan naar mijn mening hier dan ook niet in worden gevonden.

SecJure Oktober 2013 | 34

Aansprakelijkheid De aansprakelijkheid van de curator komt nog altijd niet voort uit de Faillissementswet, maar uit die van het civiele aansprakelijkheidsrecht en wel in de vorm van onrechtmatige daad (art. 6:162 BW). De aansprakelijkheid van de curator in een dergelijk geval vloeit voort uit het handelen in tegenstrijd met hetgeen het maatschappelijk verkeer eist, en hier uit volgt dat, in dit geval, de curator niet mag handelen in tegenstrijdigheid met het maatschappelijk belang. De curator dient dus de belangen van de gezamenlijke schuldeisers te laten prevaleren boven de belangen van maatschappelijke aard, tot het punt waarop de maatschappelijke belangen een zo ver stadium hebben bereikt dat zij, door deze belangen geen gehoor te geven, een onrechtmatige daad van de curator op zou leveren.

Conclusie Concluderend kan ik stellen dat de curator niets anders mag doen dan zijn bevoegdheid middels de Faillissementswet uitoefenen: het afwikkelen van het faillissement en daarmee de boedel, met het oog op de behartiging van de gezamenlijke schuldeisers. Dat hij hiermee het maatschappelijk belang dient te behartigen, is een kwestie van toepassing van de beleids- en beoordelingsvrijheid van de curator en iets wat past binnen zijn functie. Ook dient hij zichzelf op grond van het civiele aansprakelijkheidsrecht niet in te laten te handelen in strijd met het maatschappelijk verkeer. Daarnaast tonen de arresten Sigmacon II en Maclou en Prouvost dat het gaat om een ondersteuning in zijn functie wanneer men praat over het maatschappelijk belang behartigen. De arresten geven dus geen nieuwe visie weer op de faillissementswet. De curator heeft dus een behoorlijke vrijheid in de afwikkeling van het faillissement, mits hij binnen zijn bevoegdheden blijft die hij verkrijgt middels de Faillissementswet en binnen het kader van de civiele aansprakelijkheid. De curator kan zodanig dus een enorme rol spelen bij een (mogelijke) doorstart van ondernemingen.

(Endnotes) 1 De onderhandelingen tussen ProCures en de curatoren zijn niet het enige wat een snelle afronding van het faillissement van Free Record Shop Holding B.V. in de weg staat; bestuurdersaansprakelijkheid en paulianeus handelen worden nog onderzocht. Zie het gehele faillissementsverslag d.d. 09-07-2013. 2 Www.doorstart.nl/nl/curator. 3 S.O.H. Bakkerus, ‘De aansprakelijkheid voor onrechtmatige gedragingen van de curator’, in: De curator een octopus, Deventer: Kluwer 1996, p. 181. 4 E.M.J. Verstijlen, De Faillissementscurator, W.E.J. Tjeen Willink, 1998, p. 161. 5 HR 24 februari 1995, NJ 1996, 472. 6 HR 19 april 1996, NJ 1996, 727. 7 E.M.J. Verstijlen, De Faillissementscurator, W.E.J. Tjeen Willink, 1998, p. 152-153.


de superhelden van het strafrecht Sylvia Kuijsten

Vraag aan mijn vader wat de postcode is van een willekeurige Duitse plaats en hij kan het je zo vertellen. Vraag hem echter of hij nog weet hoe het kassameisje van gisteren eruit zag en hij heeft geen idee. Dit in tegenstelling tot super recognisers: mensen die uitermate goed zijn in het onthouden en herkennen van gezichten. Super recognisers zijn met hun skills een geducht wapen van de politie. Organisaties als het Engelse Scotland Yard en de Amerikaanse FBI hebben teams van dergelijke personen tot hun beschikking. Het lijken tenslotte de perfecte werknemers: ze kunnen letterlijk het ‘kwaad’ van iemands gezicht aflezen. Waarom zijn deze mensen nu zo goed in het herkennen van gezichten en waarom heeft niet iedereen deze skills? En natuurlijk de hamvraag: ben jij een super recogniser in de dop?

Knock knock, who’s there? Wanneer je je kenmerken probeert te herinneren zoals kleding, kapsels, lichaamsvormen, et cetera, gebruik je het ‘object’ gedeelte van je brein, beter bekend als het laterale occipitale complex. Deze bevindt zich achteraan aan de onderkant van je hersenen. Het herkennen van gezichten is echter complexer en zou zich in verschillende delen van de hersenen afspelen. Gezichten worden daardoor efficiënter en sneller verwerkt dan andere objecten. Twee maanden oude baby’s kunnen al gezichten

Prosopagnosia – facial blindness De studie naar mensen met een buitengewone aanleg voor het herkennen van gezichten kwam eigenlijk uit de lucht vallen. Het primaire onderzoek was namelijk gericht op Prosopagnosia.1 Deze term werd als eerste gebruikt door de Duitse neuroloog Joachim Bodamer en staat beter bekend als ‘gezichtsblindheid’. Het woord het zegt het eigenlijk al: het is het onvermogen om mensen te herkennen aan hun gezicht. Iedereen herkent wel eens een persoon niet, net zoals je soms wel eens de naam bij het gezicht vergeet. Bij sommige mensen neemt dit echter extreme vormen aan, waardoor ze zelfs gezinsleden of het eigen spiegelbeeld niet herkennen. Deze afwijking kan zowel erfelijk zijn als bijvoorbeeld het gevolg van hersenschade betreffen. Ongeveer een op de vijftig mensen heeft in meer of mindere mate last van gezichtsblindheid. Vaak hebben ze dit echter niet door, omdat ze trucjes ontwikkelen om mensen te onthouden, zoals kapsel, kleding of manier van lopen. Uit de onderzoeken naar gezichtsblindheid kwam naar voren dat er ook een groep personen was die een tegenovergestelde afwijking had: zij konden juist buitengewoon goed gezichten onderscheiden en herkenden mensen jaren later nog steeds, vaak aan de meest kleine details in het gezicht. Zij kregen al snel de term ‘super recognisers’ toebedeeld.

onderscheiden, bij negen maanden beginnen ze de verschillende gezichtsuitdrukkingen te begrijpen.

Normaal of niet? De BBC documentaire ‘Super recognisers’ van 25 januari 2013 geeft aan hoe moeilijk het soms is om om te gaan met het feit dat je gezichten nooit vergeet.2 Zo vertelt een van de geïnterviewden, Jennifer, dat ze er pas tijdens haar studentenleven achterkwam dat het niet gebruikelijk was om zoveel gezichten te onthouden. Zo vertelt ze: ’I’d meet so many people in the first few weeks and I’d remember everyone no matter how brief the encounter. I’d then meet them at a party and they wouldn’t remember me.

35 | SecJure Oktober 2013

Verdieping

Super recognisers:


Verdieping

I’d think: ‘That person is SO fake, I can’t believe they’re pretending they don’t remember me when we met for 30 seconds in the cafeteria three weeks ago.’’ Ook vertelt ze dat het niet uitmaakt hoe oud mensen zijn of hoe lang het duurt voordat ze bekenden weer tegenkomt. “People can get older but their faces look the same to me,” zegt ze. “They don’t look different to me whether they’re children or adults. I don’t know why my mind is able to make the leap.”

Zijn super recognisers zeldzaam? In 2010 wekte de super recognisers de interesse van Detective Chief Inspector Mick Neville, werkzaam bij Scotland Yard. Hij begon bij te houden hoeveel mensen in de loop van de jaren door zijn medewerkers waren geïdentificeerd via CCTV beelden.3 De Met, ofwel Metropolitan Police, telt zo’n 35.000 agenten, maar het waren steeds dezelfde medewerkers die de ‘bad guys’ uit de videobeelden wisten te halen. Neville vroeg vervolgens aan een forensische psycholoog om onderzoek te doen. Super recognisers zijn eigenlijk nog niet eens zo zeldzaam. Uit een expositie van het Londen Science Museum blijkt dat een op de vijftig mensen een bovengemiddeld vermogen heeft om gezichten te herkennen. Nu kun je je natuurlijk afvragen of deze mensen niet gewoon een goed geheugen hebben en dat dit voor allerlei voorwerpen geldt, niet alleen voor gezichten. Josh Davis, een forensisch psycholoog aan de Universiteit van Greenwich (GB), deed het onderzoek naar de recogniser-kwaliteiten van de Met officers. Hij ontdekte dat hun capaciteiten minder goed tot hun recht kwamen bij andere voorwerpen zoals bloemen en dat hun ‘gave’ wel degelijk echt gericht was op gezichtsherkenning.

derzoek, waarbij met elektroden de breinactiviteit wordt gemeten, is nog steeds aan de gang. Het enige dat Jansari tot op heden over het onderzoek kwijt wil, is dat super recognisers ‘seem to be using their brains somewhat differently’.4 Daar worden we dus nog niet veel wijzer van. Hoewel het onderzoek nog in een beginstadium was, begon Neville vorig jaar augustus – toen er in Londen dagenlang rellen en plunderingen plaatsvonden – al met het bijhouden van het aantal identificaties van zijn team.5 Duizenden CCTV beelden kwamen in een online database terecht en werden bekeken door de Met’s officers. Het leidde tot meer dan drieduizend arrestaties, alhoewel dat niet tot een zelfde aantal veroordelingen opleverde. De twintig agenten die de meeste identificaties wisten te bewerkstelligen, werden opgenomen in het onderzoek. Overigens werden deze twintig niet automatisch bestempeld als super recogniser, ondanks het hoge aantal identificaties. De logische verklaring hiervoor is dat sommige agenten onder andere in een kleine buurt werkten, waardoor zij steeds dezelfde mensen voor de camera zien verschijnen en het daardoor makkelijker is om links te leggen.

Cross race effect Hebben super recognisers dan helemaal geen moeite met gezichtsherkenning? Ja, toch wel, zij het in veel beperktere mate dan de gemiddelde mens. Wanneer het gaat om een andere etniciteit dan die van hemzelf wordt het voor de super recogniser lastiger om links naar eerdere ontmoetingen te leggen. Dit staat in de wetenschap beter bekend als het ‘cross race effect’. Ook in het geval van tweelingen wordt het herkenningsproces bemoeilijkt. Desalniettemin blijft het herkenningsniveau van de super recognisers verbazingwekkend.

Werking in de bovenkamer Onderzoek naar skills Dit was nuttige informatie voor Neville, die zich vervolgens afvroeg in hoeverre de capaciteiten van deze super recognisers getraind konden worden. Hiervoor moesten echter nog meer onderzoeken worden gedaan. Zo is het een feit dat we omgedraaide gezichten moeilijker kunnen herkennen dan wanneer ze rechtop staan. Hetzelfde geldt voor de situatie waarin we maar stukken van een gezicht zien. Onze hersenen moeten meer werk verrichten wanneer we een bekende tegenkomen met een zonnebril of wanneer deze plotseling zijn baard heeft laten staan. Om over bivakmutsen nog maar niet te spreken. Hadden de super recognisers ook last van deze belemmeringen? Een cognitieve psycholoog van de University of East London, Ashok Jansari, ging de uitdaging aan. Zijn onSecJure Oktober 2013 | 36

In een artikel van The New Scientist6 proberen twee erkende super recognisers – Collins en Bada, beiden werkzaam bij Scotland Yard – uit te leggen hoe ze de CCTV beelden bestuderen. ‘It’s little things,’ vertelt Collins hier. ‘The eyes or… It’s an instant thing really, it’s hard to explain.’ Het lijkt voor hem dus meer een gevoelskwestie te zijn. Bada bekijkt het juist meer abstract. ‘I usually go from the side, the forehead to the brow, to get a definite ID. Sometimes a prisoner comes in and I’m like: ‘I know you as Captain America and now you’re telling me you’re Spiderman?’ All it needs is for him to turn sideways: it clicks, and I say, ‘I remember you’. Beiden geven aan dat oefening zeker kunst baart. Ook in hun vrije tijd bekijken ze beelden van Youtube filmpjes en dvd’s om in vorm te blijven.


Verdieping

Invloed in de rechtszaal Het doel van Neville is om super recognisers een meer erkende rol in het strafproces te laten spelen. Dit is met name van belang in de rechtszaal. Collins zegt hierover: ‘I have picked out quite a few suspects from just their eyes, but the problem is trying to convince the Crown Prosecution Service that is the person you say it is.’ Neville wil verder proberen te bewerkstellingen dat super recognisers er al in een eerder stadium uit worden gepikt. Op de politieacademie zou hier al aandacht aan moeten worden besteed. Bovendien zijn niet alleen politieagenten met dergelijke kwaliteiten waardevol. Ook douaniers, bodyguards en andere beroepen waarbij burgers in de gaten worden gehouden, kunnen dergelijke mensen gebruiken.

maar de dochter ontkende familie te zijn, verontschuldigden de ouders zich en liepen ze door. De vraag is nu dus of, in het geval van onlogische of ongepaste samenhang, een bekend gezicht voor ons onbekend wordt. Je zou immers zeggen dat je je eigen dochter te allen tijde zou herkennen. Daaruit voortvloeiend: in hoeverre heeft dit invloed op super recognisers en de betrouwbaarheid van hun bevindingen?7 Dit zal toekomstig onderzoek uit moeten wijzen.

In Nederland In Nederland kennen we (nog) geen team van super recognisers. Mocht deze wel bestaan, dan weet justitie deze in ieder geval goed verborgen te houden. Het lijkt erop dat we eerst bij onze Engelse collega’s kijken naar hun onderzoeken, voordat we zelf stappen in die richting gaan ondernemen.

Het trainen van je skills Nog even terugkomend op de gezichtsblindheid: Joe DeGutis, psycholoog aan Harvard University, ontdekte dat mensen met gezichtsblindheid hun capaciteiten kunnen verbeteren door oefeningen te doen waarbij bijvoorbeeld computer gegenereerde gezichten in groepen moeten worden verdeeld op basis van gemeenschappelijke overeenkomsten, zoals vorm van de neus of kleur van de ogen. Door super recognisers dezelfde oefeningen te laten doen, kunnen ook zij hun skills verbeteren met maar liefst tien procent (!).

Andere onderzoeken Rondom het fenomeen van gezichtsherkenning zijn er nog allerlei andere onderzoeken gedaan, sommige met opvallende resultaten. De Australische psycholoog Don Thomson creëerde de situatie waarbij ouders zelf hun eigen dochter niet herkenden. De ouders waren op vakantie in Londen en de dochter, waarvan ze dachten dat die gewoon thuis zat, kreeg van Thomson de opdracht om naast de ingang van hun hotel te gaan staan met naast zich een voor de ouders onbekende persoon. De dochter mocht geen teken van herkenning aan haar ouders geven. Toen de ouders haar kwamen begroeten,

Super recognizer in de dop Op Facebook kun je via de pagina ‘Super-Recognizers’ een leuke test doen om te kijken in hoeverre jij deze vaardigheden bezit. Ook op de rest van het internet zijn er verschillende proefjes terug te vinden.8 Uiteraard heb ik mezelf ook aan een dergelijke test onderworpen en met dertien van de vijftien punten schijn ik een super recognizer in de dop te zijn. Puur geluk of tijd voor een carrière switch? (Endnotes) 1 Afkomstig uit het Grieks: ‘agnosia’ betekent verlies van kennis, ‘prosopo’ betekent gezicht. 2 BBC, ‘Never forgetting a face’, 25 januari 2013 (http://www.bbc. co.uk/programmes/b00q3fbv). 3 CCTV, ofwel ‘Closed Circuit Television’, Engelse benaming voor camerabewaking en -toezicht. 4 http://www.newscientist.com/article/mg21528821.500-superrecognisers-have-amazing-memory-for-faces.html 5 Justin Devenport, ‘Super-recognisers track down rioters’, London Evening Standard 6 Caroline Williams, ‘Super-recognisers have amazing memory of faces’, September 2012 7 C. Wilkinson & C. Rynn, ‘Craniofacial Identification’, Cambridge University Press: 2012, p. 7 8 Nog meer willen weten over face recognition? Bekijk dan de studie van Richard Russel, ‘Super-recognizers: People with extraordinary face recognition ability’, Psychonomic Bulletin & Review 2009, 16 (2), 252-257

37 | SecJure Oktober 2013


Na & Naast je studie Column Magister JFT Studeren in het buitenland Boek: de Breuk Recht in het nieuws… Confessions of … Pro/Contra

SecJure Oktober 2013 | 38


Hello Naam: Cora Arts Leeftijd: 23 Functie: Voorzitter

Waar kennen we je van?

Goodbye Naam: Martin Slaats Leeftijd: 23 Functie: Voorzitter

Wat waren de hoogtepunten van het afgelopen jaar? Dat was het hele jaar met alles erop en eraan, maar dan toch zeker Hong Kong, de wissel en uiteraard het lustrum. De lustrumweek was er één uit duizenden en daar heb ik enorm van genoten. Daarnaast mogen de vele borrels op de kamer en gang niet ontbreken!

Een boekje open over..een mede bestuurlid (Casper) Casper snapte precies welke humor benodigd is om het bestuursjaar door te komen. Het aantal droge woordgrappen is niet meer te tellen op alle handen van onze leden opgeteld en onze medebestuursleden zijn denk ik aardig gek ervan geworden. Tevens was Casper altijd te porren voor een actieve gooiwedstrijd, wat vaak resulteerde in Rik als slachtoffer. Goed werk dus!

Wat zal je altijd bij blijven? Hoeveel energie het geeft als je het voorrecht hebt om zo´n enthousiaste en mooie vereniging mag besturen. Magister JFT is een warm, zo niet heet bad, waar iedereen zich thuis voelt en mensen genieten echt van hun tijd bij onze prachtige vereniging. Verder het zeer brede scala aan mensen dat actief was, de vele grappige en achterlijke dingen die we deden op de Magisterkamer en alle mooie momenten samen met het tiende bestuur der Magister JFT.

Wat ga je komend jaar doen? Ten eerste ga ik weer eens studeren. De masters IEPL (Human Rights track) en Strafrecht gaan aardig wat van mijn tijd vreten. Daarnaast word ik studentadviseur bij Vrijspraak, fractie van Magister JFT en ga ik de nieuwe THE Committee leiden. Genoeg te doen het aankomende jaar!

Jullie zouden me kunnen kennen van de Opleidingscommissie van 2011-2012 of van de legendarische Magister Introductie Kamp-cie van 2012. Voor de studenten die al iets langer studeren heb ik in 2010-2011 de NSPW georganiseerd en het jaar daarvoor ben ik actief geweest in de Com-o-cie (nu Design-cie). Daarnaast zou je me kunnen kennen van de kroeg of van het leukste studentenhuis in Tilburg, de IJzerstraat! Verder ben ik ook graag aan het sporten, zoals spinnen of pilates, op het sportcentrum.

Wat verwacht je van volgend jaar? Ik verwacht van aankomend jaar dat het een groot avontuur gaat worden. Een jaar waarbij ik ontzettend veel ga leren en ook vooral een jaar vol uitdagingen. Ik hoop dat als ik aan het einde van het jaar terugkijk, dit kan doen met enorm veel trots. Een mooi jaar waarin ik veel nieuwe mensen leer kennen en nieuwe hechte vriendschappen ontstaan. Maar vooral verwacht ik een goed jaar voor Magister JFT met veel mooie activiteiten en enthousiaste actieve leden.

Een boekje open over Sander Sander is een lekkere nuchtere jongen die rustig is maar ook zo zijn momenten pakt, een gevalletje stille wateren hebben diepe gronden. Deze jongeman houdt wel van een feestje waar hij zijn beste moves laat zien en zou het liefst de hele dag naar electro, trance en house luisteren. Van Armin van Buuren tot Hardwell. Naast zijn passie voor muziek is hij ook een echte filmfanaat en houdt hij van meisjes met blonde haren. Over zijn kookkunsten laten we het maar niet hebben. Daarnaast kan deze man erg goed met geld omgaan, gelukkig is hij dan ook onze penningmeester!

Wat ga je doen voor Magister JFT? Als voorzitter ga ik er voor zorgen dat alles op rolletjes loopt. Samen met het Algemeen Bestuur gaan we er een mooi jaar van maken waarbij we onder andere de internationalisering verder gaan uitbreiden en de website gaan aanpakken.

39 | SecJure Oktober 2013


Goodbye Naam: Casper de Bont Leeftijd: 24 Functie: Vicevoorzitter

Wat waren de hoogtepunten van het afgelopen jaar? Eigenlijk bestond het afgelopen jaar volledig uit hoogtepunten. We gingen van het ene toppunt naar het andere. Hiervoor moest er af en toe wel eens door een klein dalletje gegaan worden, maar we hielden het doel altijd voor ogen. Enkele noemenswaardige hoogtepunten zijn natuurlijk het 2e Lustrum der Magister JFT en onze vooraanstaande evenementen zoals: het Congres, Top Advocaat Gezocht, de NSPW en natuurlijk de JBT. Daarnaast zijn de verschillende epische weekendjes en borrels niet weg te denken. Wat ook een hoogtepunt genoemd kan worden is de sfeer die het afgelopen jaar in onze kamer hing. We hebben heel wat afgelachen! Het was werkelijk om te gieren.

Een boekje open over Rik.. Rik, alias d›n Rikkert. Onze penningmeester. Rik kwam aan het begin van dit jaar binnen als nieuweling. Hij moest de vereniging nog leren kennen, maar heeft dit in een ongekend snel tempo gedaan. Omdat Rik en ik met onze bureaus dicht bij elkaar zaten hadden we al snel een strategische alliantie gesloten. Zo hackten we elkaars facebook account niet meer en hielden we ‹Boyke› -onze papiervernietiger- goed in de gaten. Een van de meest epic gezichten die ik Rik dit jaar heb zien trekken was op het moment dat Martin op de plek van Rik zijn broodje met vlees, champignons en veel olie liet vallen. Werkelijk alles zat onder. Riks bureau, stoel en zelfs de vloerbedekking was doordrenkt met vettigheid. Nog een episch aspect van Rik was dat hij, zoals het een echte Limbo betaamt, voor elk partijtje een passende outfit had. Van Magere Hein tot Kip. Niets was te gek.

Wat zal je altijd bij blijven? De leuke sfeer bij Magister JFT natuurlijk!! We zijn als bestuur ook een leuke hechte groep geweest, wat me altijd bij zal blijven. Altijd weer die brakke ochtenden waarop iedereen er de kracht niet meer voor had. Gelukkig kregen we op dat moment steun van onze oude vertrouwde Tjeerd, het koffiezetapparaat. Heerlijke bakkies pleur. Verder heb ik dit jaar veel meegemaakt wat me altijd bij zal blijven, maar om dat allemaal te beschrijven is deze pagina helaas te klein.

Wat ga je komend jaar doen? Het komende jaar ga ik mijn master afmaken, stage lopen en hopelijk afstuderen. Daarnaast verwacht ik uiterSecJure Oktober 2013 | 40

aard nog actief aanwezig te zijn op de activiteiten van onze prachtige vereniging! De volgende keer bij ons!

Hello Naam: Joost van Roosmalen Leeftijd: 20 jaar Functie: vicevoorzitter

Waar kennen we je van? Jullie kunnen mij kennen van mijn eerdere functies binnen Magister JFT en natuurlijk ook van de collegebanken waar ik al een aantal jaar te vinden ben bij de colleges van de bachelor ondernemingsrecht. Ik heb bij Magister JFT altijd met veel plezier in de Activiteitencommissie en in de Topadvocaatgezocht Gezochtcommissie gezeten. Vanaf dit jaar zal ik iedere dag op de Magisterkamer te zien zijn, dus kom vooral een keer langs voor een gezellig praatje!

Wat verwacht je van komend jaar? Ik verwacht het komend jaar heel erg veel te leren en ontzettend veel plezier te beleven met al onze fantastische leden. Ik zal de vier personen waarmee ik dagelijks in een veel te kleine ruimte zit waarschijnlijk wel een aantal keren naar de nek willen vliegen, maar dat neemt niet weg dat het een jaar wordt om nooit te vergeten.

Een boekje open over.. Linda Peels Linda is mijn buurvrouw en de eerste dame die je tegen zult komen als je onze kamer binnen wandelt. Linda is een gedreven dame die een groot hart heeft voor de vereniging. Als je Linda even kwijt bent moet je even goed luisteren en dan hoor je vanzelf een onmisbaar geluid uit haar mond komen. Gelukkig krijgt ze hierbij steun van Elza.

Wat ga je doen voor Magister JFT? Ik zal me dit collegejaar voornamelijk gaan bezighouden met de grote evenementen (NPM, NSPW, TAG, JBT) en dit faculteitsblad. Daarnaast onderhoud ik het contact met de sponsoren van Magister JFT. Als bestuur gaan we er een ontzettend leuk jaar van maken en we hopen er samen met onze leden een magistraal verenigingsjaar van te maken!


Goodbye

Hello

Naam: Ellen Kranen Leeftijd: 24 jaar Functie: Secretaris

Naam: Linda Peels Leeftijd: 22 jaar Functie: Secretaris

Wat waren de hoogtepunten van het afgelopen jaar?

Waar kennen we je van? Van de reiscommissie buiten Europa naar Havana, Cuba. Of van Magister JFT | InterAct, veel te harde lach, of van m’n pinguïnpak…. Wat verwacht je van komend jaar? Ik verwacht een hectisch jaar waar je van het ene fantastische moment naar het andere wordt geslingerd. Ik ga proberen van elk moment te genieten, zoals mijn voorgangers mij adviseren. Ook verwacht ik de nodige stressmomentjes, lachbuien, bizarre momenten en drukke perioden, ik heb er zin in! Een boekje open over….Elza: Elza lacht (ook) heel hard, doet heel de dag de MIK-dans, is vaak kwijt omdat ze dan bij Front of T.F.V. “De Smeetskring” te vinden is, houdt van Disney en draait veel te vaak foute muziek. Ze heeft een weekplanning voor wat ze wanneer eet en voor waneer ze haar hamster Bibi moet voeren. Ze is heel schattig in haar lieveheersbeestjes pakje, maar iets minder schattig als er iets mis gaat…..Oh en ze houdt van afwassen (raar) en speelde veel World of Warcraft toen ze daar nog de tijd voor had. Wat ga je doen voor Magister JFT? Ik zal de contactpersoon zijn voor de Galacie, de Diescie, de AcCie en de Almanakcie. Dat worden dus prachtige borrels en feesten. Daarnaast zal ik mij inzetten voor de Magister JFT | Onderwijsgroep. Er moet een database komen met (oude) oefententamens, samenvattingen moeten wederom van goede kwaliteit zijn en de Onderwijsgroep moet een grotere bekendheid krijgen onder de rechtenstudent. Verder hoop ik een ware strijd te ontketenen onder de actieve leden voor de Commissieladder en de eer van het benoemd worden tot “Magisterlid van de maand.” Buiten mijn eigen functie zal ik mij natuurlijk bezig houden met het beleid van Magister JFT, bijvoorbeeld met het vernieuwen van de website en internationalisering.

De lustrumweek was echt een onvergetelijke week. Een ander absoluut hoogtepunt (en dieptepunt) was zonder twijfel de bierestafette. Wat een avond! Een boekje open over Martin: Martin Slaats, onze ‘praeses’, wie heeft dat ooit bedacht? Bij velen zal deze vraag van tevoren de gedachten gepasseerd zijn. Martin is namelijk een lolbroek, onbezonnen, een feestbeest, impulsief en zo gek als een deur. Maar laten we nou geen slapende beren wakker maken! Het is allemaal niet zo zwart op wit. Even tussen mond en lippen door: ik begrijp die mensen die dat bedacht hebben namelijk wel, want Martin is ook serieus, stressbestendig, slim, houdt het overzicht en heeft een bijzonder goed ontwikkeld oplossend vermogen. Hij zal ook niet snel last hebben van koude voeten, als hij ergens voor gaat dan gaat hij er ook volledig voor. Het is geen afhaker. Het afgelopen jaar is niet het makkelijkste jaar geweest voor de vereniging, maar onder leiding van Martin (en zijn brainfarts) heeft er een prachtig en onvergetelijk verenigingsjaar plaatsgevonden en daar kunnen we de vruchten van aftrekken.

Wat zal je altijd bij blijven? Alles uit dit onvergetelijke jaar zal me bijblijven, maar vooral de band die ik heb opgebouwd met Martin, Casper, Rik en Jaimy zal me mijn hele leven bijblijven. Zonder deze vier helden was dit jaar niet hetzelfde geweest.

Wat ga je komend jaar doen? Ik hoop afstuderen!

41 | SecJure Oktober 2013


Wat zal je altijd bij blijven? De mooie tijd met het 10e bestuur van Magister JFT! Het was legen….wait for it… epic.

Wat ga je komend jaar doen?

Goodbye Naam: Rik Klompen Leeftijd: 26 jaar Functie: Penningmeester Magister JFT

Wat waren de hoogtepunten van het afgelopen jaar? Het hele jaar was natuurlijk een groot hoogtepunt. Er zijn heel veel mooie activiteiten georganiseerd waar ik met plezier aan terug denk. Wat te denken van de fantastische lustrum week, de JBT, de NSPW of de vier fantastische reizen die zijn georganiseerd. Als ik echter moet kiezen voor een hoogtepunt, kies ik toch wel voor de band die ik heb opgebouwd met mijn bestuursgenootjes. We hebben samen veel meegemaakt, waarbij we echt als een team acteerden. De vele constitutieborrels, de mooie momenten op de Magister JFT kamer en vooral het altijd voor elkaar klaar staan in goede en slechte tijden. Dit zie ik dan ook als absoluut hoogtepunt van dit jaar!

Ik heb het gevoel dat ik pas ben begonnen bij Magister JFT. Ik zie nog genoeg uitdagingen binnen deze mooie vereniging om mezelf te ontwikkelen. Dit jaar heb ik er voor gekozen om het penningmeesterschap van Vrijspraak, fractie van Magister JFT op me te nemen. Verder ben ik aangesteld als coördinator van de Sportcommissie. Uiteraard wil ik ook weer mijn studie gaan oppakken. Ik ga dit jaar starten met de master Ondernemingsrecht.

Hello Naam: Sander van Hassel Leeftijd: 21 Functie: Penningmeester

Waar kennen we je van? Jullie kennen me misschien als het kindje van Martin Slaats in de TIK-week en van de eerste editie van de EerstejaarsCie en vorig jaar van de Activiteiten Commissie. Ook ben ik de afgelopen twee jaar op bijna elk feest waar we met Magister JFT aanwezig waren wel te vinden geweest.

Wat verwacht je van komend jaar? Een boekje open over Jaimy Rademakers, Ik heb het al vaak gezegd. Ze is klein van stuk, maar groots in haar daden. Ik zal nooit vergeten hoe ze tijdens het Magister Introductie Kamp mij op een beangstigende manier duidelijk maakte, dat ik toch echt moest helpen met poetsen. Verder vond Jaimy het nooit echt leuk dat de kamer een enorme bende was. Jaimy hield namelijk van een schone omgeving. Helaas voor haar, werd dit niet echt overgenomen door de mannelijke helft van het bestuur. Wat ik ook nooit zal vergeten zijn haar muzikale uiteenzettingen met Ellen. Als het liedje Candy de revue passeerde was de kamer te klein voor de dames. Bij Jaimy kon je altijd goed merken als ze er helemaal klaar mee was. De befaamde zin: ‘Het zal allemaal wel’, is meerdere malen naar voren gekomen na weer een zinloze discussie. Jaimy hield ook echt van dansen. Dit zijn echter slechts incidentele zaken. Jaimy is namelijk een topmeid! Iemand waar je altijd op kan bouwen, maar die ook eerlijk tegen je kan zeggen als ze het er niet mee eens is. Martin kan hierover meepraten. Ik vond het super om bij haar in het bestuur te zitten en ga haar zeker missen. SecJure Oktober 2013 | 42

Ik verwacht een doldwaas jaar, waarin ik veel nieuwe leuke mensen leer kennen en heel veel leer en nieuwe talenten van mezelf ontdek. Ik verwacht tevens ook veel te feesten, maar ook veel te werken en hier tussen de goede balans te vinden.

Een boekje open over… Joost Joost kende ik nog niet heel goed alvorens te beginnen aan het Dagelijks Bestuur, maar we kunnen het goed vinden, en op de vele borrels die we nu al hebben gehad is het steeds een gezellige bedoeling en zo heeft hij laatst mijn penning nog weten te redden. Ik denk dat we veel lol gaan hebben in ons hoekje op de Magisterkamer aankomend jaar.

Wat ga je doen voor Magister JFT? Aankomend jaar zal ik zorg dragen voor de financiën en zal ik ook een aantal commissies begeleiden, namelijk de reiscommissies binnen en buiten Europa, van zowel Magister JFT Centraal als Magister JFT | Juribes en ook de Sportcommissie en de Topadvocaat Gezocht Commissie.


Goodbye Naam: Jaimy Rademakers Leeftijd: 23 jaar Functie: Commissaris PR

Wat waren de hoogtepunten van het afgelopen jaar? Het afgelopen jaar had natuurlijk heel veel hoogtepunten, maar de Lustrumweek was er daar zeker een van! Ook alle andere activiteiten die het afgelopen jaar georganiseerd zijn kunnen gezien worden als een hoogtepunt. Daarnaast waren onze constitutieborrel en die van onze zusjes voor mij ook zeker een hoogtepunt.

stuur. Je zou me dus kunnen kennen van alle borrels en activiteiten waar ik aanwezig ben geweest!

Wat verwacht je van komend jaar? Het wordt een doldwaas jaar! Als ik kijk naar hoe de afgelopen maanden al zijn geweest en met welke gekke (doch onwijs leuke!) mensen ik in een bestuur zit dan kan het niet anders dan dat het een groot avontuur gaat worden. Ieder jaar kent ups en downs, maar ik weet zeker dat we er een prachtig jaar van gaan maken.

Een boekje open over… Ellen. De eerste keer dat ik Ellen ontmoette kwam ze op mij over als een rustig en gezellige meid. Dat laatste klopt zeker, maar als rustig zou ik Ellen nu zeker niet meer omschrijven! Met Ellen in de buurt is er altijd wat te beleven. Op de kamer was ze natuurlijk vaak druk bezig maar er zijn ook ontzettend veel momenten geweest dat we dubbel hebben gelegen om haar acties en uitspraken. De dansjes die we afgelopen jaar verzonnen hebben op verschillende nummers zullen we, na het nuttigen van een bepaald drankje, hopelijk ook komend jaar nog vaak samen uitvoeren.

Wat zal je altijd bij blijven? Wat me altijd bij zal blijven is dat dit een zwaar, maar vooral ontzettend mooi en leerzaam jaar is geweest. Vooral de gezelligheid op de Magisterkamer en de vele gezellige treinreizen met het DB zal ik zeker niet vergeten. Ook alle andere leuke momenten die ik met mijn mede bestuurders en met de andere actieve leden gehad heb zullen mij ook altijd bij blijven.

Een boekje open over Cora Cora is een stoere chick die je het hoofd niet gek kan maken. Wat er ook gebeurt, Cora houdt het hoofd koel. Als je op de Magisterkamer komt en je hoort hippiemuziek, dan weet je dat het Cora’s DJ-dag is. De rustgevende tonen in haar muziek doen alle bestuursleden tot rust komen, zelfs op de meest gestoord drukke dagen. Maar ‘s nachts... Tijdens een borrel is Cora een groot feestbeest en kan de pret niet op. Het bier mag rijkelijk vloeien en mevrouw de praeses is niet vies van een dansje. Ook is Cora een sociale vlinder, en als we haar tijdens het stappen kwijt zijn is er maar een kleine kans dat ze al naar huis is: meestal is ze aan het kletsen met een vriend of vreemde. Waar de meeste van ons rond een uur of drie toch vaak op huis aan gaan doet Cora vaak het licht aan in de kroeg en gaat daarna nog ergens een hapje eten. ‘Slapen is voor apen’, zeggen wij altijd, en we zijn er dan ook 100% zeker van dat Cora geen aap is en dat ze dat ook nooit wordt.

Wat ga je doen voor Magister JFT? Wat ga je komend jaar doen? Komend jaar zal ik starten met mijn master International and European Public Law. Daarnaast zal ik deel uit maken van de faculteitsraad en ben ik actief binnen de Nationale Pleitmarathon commissie.

Hello Naam: Elza Kwekkeboom Leeftijd: 20 Functie: Commissaris PR

Waar kennen we je van? Sinds twee jaar ben ik actief lid van Magister JFT. Afgelopen jaar heb ik door mijn voorzitterschap van Magister JFT | Livius plaats mogen nemen in het Algemeen Be-

Als Commissaris PR is het mijn nobele taak om te zorgen voor de introductieperiode van de eerstejaars, om me te ontfermen over de internationalisering van de vereniging en de internationale studenten en om Magister JFT door middel van promotie onder de aandacht te brengen. Ondersteund door de Promotiecommissie en de Design-commissie mag ik ervoor gaan zorgen dat Magister JFT voornamelijk on, maar ook off, campus zichtbaar is. Volgend jaar wil ik graag zo duidelijk mogelijk bij de studenten krijgen wie Magister JFT is, hoe we in elkaar zitten, wat we doen en vooral ook wat de mogelijkheden voor studenten zijn bij Magister JFT. We zijn een prachtige vereniging en ik hoop dat er volgend jaar weer bij extra studenten een Magisterhart groeit. Daarnaast ben ik natuurlijk samen met mijn bestuursgenootjes altijd op de Magisterkamer te vinden voor iedereen die een vraag heeft of gezellig koffie wil komen drinken! 43 | SecJure Oktober 2013


Activiteitenkalender Oktober 2013 Wo 02 Naamsdebat - Juribes Do 03 Night University - Magister JFT Vr 04 Vrijspraakweekend - Vrijspraak Za 05 Vrijspraakweekend - Vrijspraak Zo 06 Vrijspraakweekend - Vrijspraak Ma 07 ALV 1 - Magister JFT Di 08 Magisterborrel - Magister JFT

Buddy Open Fractievergadering Vrijspraak. 30 oktober SecJure Oktober 2013 | 44

Ma 14 Informatieavond reizen Juribes Ma 21 Dispuutsavond - DiCiT Di 22 Rijdende rechter - Livius Wo 23 Rijdende rechter - Livius Do 24 Carrièredaten - Magister JFT i.s.m. JUVAT Wo 30 Buddy Open Fractievergadering - Vrijspraak Do 31 Ereledendag - Juribes Do 31 Kantoorbezoek de Lage Landen - AD REM


November 2013 Ma 04 Pleitavond I - DiCiT Di 12 Fotoavond - Vrijspraak Di 12 Magisterborrel - Magister JFT Do 14 Topadvocaat Gezocht - Magister JFT Ma 18 Dispuutsavond III - DiCiT

Magisterborrel 12 november 45 | SecJure Oktober 2013


Column

De MIK:

Magister Introductie Kamp! Edin Husagic Op een voor studenten eigenlijk onmogelijk tijdstip werden de nieuwe eerstejaars rechtenstudenten bij het station in ’s-Hertogenbosch verwacht om vervolgens vanaf daar naar Sint-Michielsgestel (wie kent het niet?) te gaan. Daar zou alweer de tweede MIK plaatsvinden. En ja hoor, ze waren er, en in tegenstelling tot sommige mentoren, gewoon op tijd. In grote aantallen zelfs! Klaar om in een paar dagen een eerste indruk te krijgen van de rechtenstudie en om hun nieuwe studiegenoten te leren kennen. Dit natuurlijk onder de strenge supervisie van mentoren die diep, diep in hun hart eigenlijk niets liever zouden willen dan zelf eerstejaars zijn, en ik kan het weten, want ik was namelijk zelf een van die mentoren. Dit jaar was, who knows why, voor het thema Brabant gekozen en de mentorgroepjes deden hun best om op hun eigen ludieke manier dit thema in te vullen. Alles wat Brabant tot Brabant maakt en waar Brabant, naja min of meer, trots op kan zijn, was vertegenwoordigd. Van de Efteling tot Guus Meeuwis, van Vincent van Gogh tot Maaskantje, en ja, zelfs de Brabantse priesters met hun grijpgrage handjes gaven ‘acte de precense’, zoals ze dat in Tilburg-Noord zo mooi zeggen. Nadat de juiste ‘mentorkindjes’ aan de juiste ‘mentorpapa’s’ waren gekoppeld en de altijd spannende kennismakingsronde soepel verliep, was het tijd om met z’n allen de traditionele MIK dans te oefenen. Dit natuurlijk op de melodie van een heel fout maar erg studentikoos, Nederlandstalig liedje. De dans was een goede warming-up voor de spellenmiddag die volgde. Want nu de spieren los waren, konden we ons met het grootste gemak op de stormbaan begeven, vlogen de wettenbundels net dat beetje verder door de lucht en werden de natte sponzen bij het volleyballen zonder grote moeite gevangen. Dat sport echter geen ideale voorbereiding is voor het betere denkwerk, bleek toen de SecJure Oktober 2013 | 46

aankomende studenten gevraagd werden om belangrijke rechtstermen in wetboeken op te zoeken. Dit ging vaak mis, waardoor een studiegenoot of een opofferingsgezinde mentor het vaak moest ontgelden bij het komkommer sjoelen, maar goed, het zijn tenslotte eerstejaars en ze hebben nog genoeg tijd om het te leren. Het zij ze dus vergeven! De eerste avond werd afgesloten met een bierestafette en een semi-verantwoordelijk feestje zodat de studenten in spe de volgende dag de studievoorlichting en het kroegcollege met de volste concentratie zouden kunnen volgen. Want er is een tijd voor gezelligheid en er is een tijd voor studie gerelateerde zaken. Een doel van de MIK is natuurlijk ook dat er een goed beeld wordt geschetst van wat rechten studeren nu daadwerkelijk inhoudt, zowel inhoudelijk als organisatorisch. Met het kroegcollege werd op een informele manier een voorproefje gegeven van de colleges die de eerstejaars de komende twee semesters te wachten staan. Na deze serieuzere aangelegenheden was het weer tijd voor een middag vol gezelligheid in Sint-Michielsgestel, alvorens de avond afgesloten zou worden met een van de leukste ‘happenings’ van het studentenleven, de biercantus! Want wat is er nu gezelliger dan samen het glas te heffen onder het genot van de ideale meezingers? Al met al is de MIK een leuke eerste kennismaking met zowel de medestudenten als de studie. Natuurlijk kunnen ook de typische studentendingetjes niet achterwege blijven, dit natuurlijk om het plaatje helemaal compleet te maken. De jongens en meisjes die er aan hebben deelgenomen hebben in ieder geval al een voorsprongetje waardoor ze goed voorbereid en met nieuwe vrienden het studentenleven in kunnen gaan. Alle eerstejaars veel succes en plezier gewenst in het komende collegejaar!


Madrid Claud Leermakers

Op 9 januari van dit jaar was het dan zover: de dag waar ik al zo lang naar had uitgekeken. Deze dag vertrok ik voor 5 maanden naar Madrid, om mijn laatste halfjaar van mijn bachelor voort te zetten. Voordat het zover was moesten er natuurlijk een hoop dingen vanuit Nederland geregeld worden. Zo had ik vooraf mijn kamer en vakkenpakket al geregeld, en natuurlijk de nodige Spaanse taallessen gevolgd in Tilburg. In november vorig jaar ben ik al een weekend met mijn moeder naar Madrid gevlogen zodat ik de kamer die ik zou huren alvast kon bekijken en kon zien hoe de stad was. Vanaf oktober van 2011 was ik al bezig geweest met het regelen van alle administratieve en praktische zaken, dus 9 januari kon niet snel genoeg dichterbij komen. Waarom Madrid? Madrid was en is nog steeds mijn eerste keuze, vooral vanwege mijn voorliefde voor het Spaanse land. Toen ik nog jonger was gingen we er vaak op vakantie, vooral aan de Costaâ&#x20AC;&#x2122;s natuurlijk om de zomervakantie door te brengen. Op de middelbare school heb ik daarnaast al vijf jaar lang iedere week Spaanse les gehad, waardoor de taal me erg aansprak en ik deze graag beter onder de knie wilde krijgen. Vanaf mijn eerste jaar Rechten werd het me al snel duidelijk dat het me leuk leek om een halfjaar van mijn studie in het buitenland te doen. Deze kans greep ik in mijn tweede jaar dus ook meteen. Ik koos voor Madrid omdat het een stad is met veel historische en culturele hoogtepunten, het een bruisende wereldstad is, en het een stad in Spanje was die ik nog nooit eerder had bezocht.

De eerste dagen Na het moeilijke afscheid op het vliegveld van Rotterdam-Den Haag vertrok ik, helemaal alleen, naar de hoofdstad van Spanje. Ik vond het erg spannend omdat ik totaal geen idee had wat me te wachten stond. Vooral het idee dat ik de eerste dagen waarschijnlijk vrij alleen zou zijn in zoâ&#x20AC;&#x2122;n grote stad, maakte me toch een beetje bang. Eenmaal op mijn kamer aangekomen leerde ik mijn huisgenoten kennen, ook allemaal Erasmus-studenten uit verschillende plaatsen in Europa. Uiteindelijk bleek die angst ook nergens voor nodig, want op 10 en 11 januari had ik mijn eerste introductiedagen op de universiteit. Ik heb gestudeerd aan Universidad Pontificia Comillas, en na een aantal welkomstwoordjes (alles in het Spaans!) was het tijd om andere studenten te leren kennen. Gelukkig leerde ik al snel vier Canadese meiden

kennen, en ook nog een ander meisje uit Nijmegen. Hier ben ik vooral de eerste weken veel mee opgetrokken. De tweede dag was speciaal voor Rechten, en zo kregen we een rondleiding over de universiteit en werd ons uitgelegd hoe het internetsysteem werkte, zo voelden we ons allemaal net weer eerstejaarsstudenten. Toen de eerste week aanbrak merkte ik dat het studeren toch heel anders was dan ik in Tilburg gewend was. Back to Highschool! Lessen in klaslokalen van ongeveer 25 personen, studenten die omgedraaid op hun stoel zaten en totaal niet luisterden naar wat de leraar te vertellen had en dan niet te vergeten de schoolbel die iedere 50 minuten ging. Deze eerste week hebben we ons eigen rooster kunnen samenstellen, helaas totaal anders als ik zelf gepland had vanuit Nederland. Gelukkig had ik het uiteindelijk zo kunnen regelen dat ik genoeg vakken had en iedere vrijdag vrij was, wat natuurlijk een mooie bijkomstigheid was. Ik heb er uiteindelijk voor gekozen om 47 | SecJure Oktober 2013

TLS

Studeren in het buitenland:


TLS

drie vakken in het Spaans te doen en twee in het Engels, met daarnaast nog een taalcursus van drie uur per week.

Mañana, Mañana Terwijl ik niet echt had verwacht een grote cultuurshock te zien op het moment dat ik naar Madrid zou verhuizen, was ik toch enigszins verbaasd van het feit dat er toch een hoop dingen anders waren dan in Nederland. Vooral op de universiteit merkte ik dat niet alles vaststond en netjes geregeld was, zoals dat in Tilburg wel altijd is. Studenten kregen op de universiteit waar ik zat veel meer ruimte voor eigen inbreng - zelfs de data en tijden van tentamens werden min of meer aan de studenten overgelaten. Daarnaast zag je ook in het dagelijkse leven dat het nog steeds wat meer op z’n gemakje gaat: een siësta op de namiddag was nog altijd vrij gebruikelijk en de winkelstraten waren op dat moment van de dag ook altijd erg rustig. In Madrid zelf merkte ik weinig van de crisis, op de vele daklozen na. Vooral op de momenten dat ik buiten Madrid was zag ik dat er veel leegstand was van winkels en gebouwen bijvoorbeeld minder gerenoveerd werden dan voorheen het geval was. De werkloosheid mag dan wel erg hoog zijn in Madrid, maar het geld wat de Madrilenen hebben gaat dan ook vooral op aan het uit eten gaan en buiten de deur lunchen. Niet normaal, hoe druk het elke dag in restaurantjes en cafés was. De crisis was op die momenten helemaal niet te zien!

Citytrips Naast de vijf maanden die ik in Madrid heb doorgebracht, heb ik ook veel andere steden in Spanje bezocht. Van dagtripjes naar onder andere Salamanca, Toledo en Segovia, naar lange weekenden met de auto of bus naar Sevilla, Granada, San Sebastián en Valencia. Vanuit Madrid was alles binnen handbereik, en daar heb ik dan ook SecJure Oktober 2013 | 48

dankbaar gebruik van gemaakt. De steden hebben ieder hun eigen cultuur en eten, die ik ontdekte met iedere keer andere Erasmus-studenten. Ik heb fijne herinneringen aan de leuke dagen die ik heb mogen beleven in Spanje, met verschillende studenten uit andere landen die ik heb leren kennen en waar ik hoop nog lang contact mee te houden. Naast de citytrips is het natuurlijk vanuit Madrid ook erg leuk om bezoek uit Nederland te kunnen krijgen. Op twee uur vliegen vanuit Nederland heb ik familie, mijn vriend en vriendinnen op bezoek gehad aan wie ik kon laten zien hoe ik mijn tijd in Madrid doorbracht en hen ook de stad kon laten zien. Als ik de afgelopen vijf maanden zou moeten samenvatten zou ik zeggen, wat een ervaring. Je leert mensen kennen vanuit de hele wereld, maakt vrienden en deelt ervaringen. Je doet heel veel leuke en sociale dingen, je maakt er echt tijd voor om nieuwe mensen te leren kennen. Voor mij was het een hele ervaring om een half jaar zonder familie en vrienden te zijn, een tijd waarin je weinig rekening met anderen hoeft te houden en waarin je vooral je eigen ding doet. Als ik andere studenten spreek die overwegen om ook voor een semester naar het buitenland te gaan, dan probeer ik ze te overtuigen van het feit dat het een hele leuke en leerzame ervaring is. Ik ben trots dat ik alle vakken heb gehaald, zelfs de vakken die ik in het Spaans volgde (en wat zeker niet makkelijk was op het begin..), en dat ik daarnaast mijn thesis nog heb kunnen schrijven. Ik zal me de leuke, en soms moeilijke momenten nog lang kunnen herinneren, een ervaring die je kijk op de wereld en ook die op Nederland verandert. Een ding is zeker, het zal niet de laatste keer zijn geweest dat ik naar Madrid zal gaan, want ook deze wereldstad voelt voor mij na deze tijd nu als een thuis. Hasta pronto Madrid!


must-read voor iedere strafpleiter in spe Rens Raemakers In zijn nieuwste boek ‘De breuk’ doet de bekende advocaat Gerard Spong verslag van een zeer opmerkelijke ‘moordzaak’. De zaak draait om de Filipijnse Bebe, die door haar echtgenoot Edwin ten W., in het boek Allard, na haar dood in 2001 in de tuin wordt verstopt. Dat maakt de echtgenoot verdacht, zeker nu hij jarenlang tegenover familie en vrienden de fictie heeft verkondigd dat de vermiste Bebe naar de Filipijnen is vertrokken. Wie de media-aandacht rondom de zaak heeft gevolgd, inclusief de reportages van Peter R. de Vries, is vatbaar voor de gedachte dat hier sprake is van een ‘omgekeerde rechterlijke dwaling’. Hoe verleidelijk het ook is om in het verstoppen van het lijk een belangrijke aanwijzing te zien dat Allard óók degene is geweest die Bebe heeft gedood, dit is juridisch niet juist. Allard, die notabene arts is van beroep, zegt het verdriet van de zelfmoord van zijn vrouw niet te kunnen verwerken en wil haar daarom zo lang mogelijk bij zich houden. Later, als justitie en publieke opinie hem op de hielen zitten, verplaatst hij het lijk naar de woning van zijn broer en stort het daar in beton. Allard wordt door het gerechtshof weliswaar veroordeeld voor het verstoppen en achterhouden van het lijk; het bewijs voor doodslag is te mager. Het hof corrigeert daarmee het oordeel van de rechtbank, dat Allard aanvankelijk voor doodslag veroordeelde tot 12 jaar gevangenisstraf. Spong vertelt het gehele juridische proces vanuit zijn alter ego Charles Fitzroy Spinning. Enigszins gênant zijn de passages in het begin waarin Spong zichzelf via deze omweg ophemelt, maar toegegeven: het boek leest snel weg en de zinsconstructies zijn om van te smullen. De topadvocaat Spong heeft zijn succes beslist niet alleen te danken aan zijn briljante juridische inzicht, maar ook aan zijn vermogen tot redeneren, relativeren en ridiculiseren. Tal van leerzame, tactische overwegingen worden met de lezer gedeeld. Bovendien dwingt de strafpleiter veel respect af met de manier waarop hij zich ook de complexe medische kant van de zaak meester heeft gemaakt. Keerzijde van het boek is dat de medische passages tegen het einde aan zó ingewikkeld worden, dat menig lezer zal afhaken. ‘De breuk’ refereert aan een breukje in het strottenhoofd van Bebe, waarmee volgens de deskundigen van het NFI doodslag bewezen kan worden.

‘Spong heeft zijn succes beslist niet alleen te danken aan zijn briljante juridische inzicht, maar ook aan zijn vermogen tot redeneren, relativeren en ridiculiseren.’

De deskundigen die Spong in hoger beroep inschakelt, brengen evenwel verschillende alternatieve (en soms onwaarschijnlijke) mogelijkheden voor het ontstaan van het breukje naar voren. Echter, het Nederlandse strafrechtsysteem vereist geen honderd procent zekerheid; vereist is dat de rechter in redelijkheid en op basis van de bewijsmiddelen tot een veroordeling kan komen, waarbij het meest onwaarschijnlijke scenario niet aan een veroordeling in de weg hoeft te staan. Niet ondenkbaar is dat het gerechtshof in Den Bosch het spoor bijster werd van alle medische specialisten en hun verschillende, soms elkaar bestrijdende, opinies. Het hof liet daarom toch het beginsel van ‘in dubio pro reo’ prevaleren en sprak Allard vrij; iets wat men zeker (ten dele) op het conto kan schrijven van strafpleiter Spong en zijn uitgekiende strategie. Frappant is ook dat in het 300 bladzijden lange boek nergens melding wordt gemaakt van die andere onverklaarbare dood: amper anderhalf jaar later overlijdt namelijk in dezelfde woning ook de kinderoppas van ‘Allard’ (in werkelijkheid dus: Edwin ten W.). Dit is een gegeven dat ook meermaals door Peter R. de Vries is belicht en in samenhang met de zaak van Bebe wel érg toevallig lijkt. Echter, extreem toeval bestaat ook in de strafrechtscontext. Twee ‘normale’ doden in anderhalf jaar tijd lijkt onwaarschijnlijk, maar is mogelijk. Zelf een lijk verstoppen en verborgen houden terwijl je eigenlijk ‘niets te verbergen hebt’ lijkt onwaarschijnlijk, maar is mogelijk. Waarschijnlijk ben je door het lezen van deze recensie nog niet overtuigd geraakt van de onschuld van de exverdachte in deze zaak. Dat hoeft ook helemaal niet. Zoals Spong het zelf zegt: ‘voor een advocaat mag het in beginsel niet uitmaken of hij zijn cliënt wel of niet gelooft’. Het lezen van dit boek brengt je niet dichter bij de waarheid, maar het geeft je wel een uniek inzicht in de handelswijze van een briljante advocaat; een must-read voor iedere strafpleiter in spe. 49 | SecJure Oktober 2013

Recensie

‘De breuk’ van Gerard Spong:


Nieuws

Recht in het nieuws... De redactie

Wildstroperij hard aangepakt. Wildstroperij is een toenemend probleem. Boswachters en jachtopzichters registreren stroperijzaken die inmiddels zijn opgelopen van 2789 incidenten in 2009, tot meer dan 3500. Wildstroperij wordt in Nederland hard aangepakt, zo blijkt publiceerde het tijdschrift Milieu en Recht onlangs een arrest van het gerechtshof te ’s-Hertogenbosch van 5 april 2013 (LJN: BZ6386). In deze zaak ging het om wildstroperij in de omgeving van Tilburg. De wildstroperij in deze zaak bestond uit het opsporen van een dier dat behoort tot een beschermde inheemse diersoort, te weten een haas, met het oog op het doden, verwonden, vangen of bemachtigen. Dit werd gedaan met behulp van een witte bestelbus en zogenaamde ‘lange honden’. Het hof heeft de verdachte ingevolgde artikel 9 Flora-en faunawet veroordeeld tot een voorwaardelijke gevangenisstraf van 1 maand met een proeftijd van 2 jaren, een taakstraf voor 80 uren en als bijkomende straf het verbeurd verklaren van de in beslag genomen bestelbus. Om tot deze veroordeling te komen deed het niet te zake of de haas dáádwerkelijk gedood, verwond, gevangen of bemachtigd is. Het doel hebben was voldoende voor het hof om tot deze veroordeling te komen. Door het handelen van verdachte en medepleger is de bescherming van in het wild levende diersoorten aangetast. De bestelbus is verbeurd verklaard ter voorkoming van nieuwe strafbare feiten. Deze auto’s worden namelijk vaak speciaal aangeschaft en geprepareerd voor de illegale jacht. De dreiging van een dergelijke maatregel moet de wildstropers weerhouden van de illegale stroopactiviteiten en leiden tot een afname van het aantal stroperijzaken. (Vergelijk ook: LJN: BJ3841)

35 jaar celstraf voor Klokkenluider(ster) Manning. De 25-jarige Bradley Manning werd op 26 mei 2010 gearresteerd voor het uitlekken van een video aan Wikileaks van een Amerikaanse helikopteraanval in Bagdad op 12 juli 2007, waarbij verschillende onschuldige burgers werden gedood. Manning werd niet schuldig bevonden aan het helpen van de vijand, maar werd wel schuldig

SecJure Oktober 2013 | 50

bevonden aan 19 van de 21 punten van de aanklacht. Hieronder vielen bijvoorbeeld spionage en diefstal. De aanklagers eisten in eerste instantie een celstraf van 60 jaar, uiteindelijk kreeg Manning een gevangenisstraf van 35 jaar. Recent kwam naar buiten dat Bradley Manning voortaan door het leven wil gaan als Chelsea Manning. De hormoonbehandelingen moeten gaan plaatsvinden in de gevangenis. Inmiddels berichten veel media al over ‘zij’ in plaats van ‘hij’. Ook zijn (haar?) Wikipedia pagina is al aangepast.

Nieuwe rechtersopleiding Op 1 januari 2014 zal een nieuwe rechtersopleiding van start gaan: een open opleiding voor toekomstige rechters en raadsheren die het goede uit de raio-opleiding behoudt, maar ook de noodzakelijke innovaties bevat om kwaliteit in de toekomst te garanderen. Het doel is het

opleiden tot breed opgeleide rechters, met een scherp oog voor de behoeften van de samenleving. Onpartijdigheid, eigen regie en maatschappelijke oriëntatie zijn sleutelwoorden, waarbij dan ook van nieuwe studenten wordt verwacht dat zij minstens twee jaar maatschappelijke juridische ervaring hebben, voor zij aan de opleiding mogen beginnen. Nog even doorstuderen dus, voor je aan de opleiding mag deelnemen.


Legale wiet in Uruguay

WOB als inkomstenbron?

We dachten altijd dat we in Nederland het meest vooruitstrevend waren met betrekking tot softdrugs, maar we worden voorbijgestreefd door notabene Uruguay. Daar heeft het parlement namelijk besloten dat wiet voortaan legaal mag worden geproduceerd, verkocht en geconsumeerd. Er komt zelfs een regeringsinstantie die controle gaat uitvoeren op de teelt van de plant.

Het blijkt dat gemeenten in Nederland lastige WOBverzoeken van burgers afkopen. De Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VGN) heeft tegenover de Volkskrant bevestigt dat dit met enige regelmaat de gang van zaken is. De Wet Openbaarheid van Bestuur (WOB) is een wettelijk middel dat ter beschikking staat aan burgers om de overheid tot openbaarheid te dwingen. Gemeenten dienen binnen tien weken op een verzoek te reageren, doen zij dit niet dan kan de indiener aanspraak maken op een dwangsom die kan oplopen tot 1260 euro. Om inzet van extra ambtenaren en het risico op een hoge dwangsom te voorkomen, kopen gemeenten het recht op informatie bij de indiener af voor een bedrag rond de 300 euro per verzoek.

Per huishouden mag men voortaan zes planten telen en alle meerderjarigen mogen per maand 40 gram marihuana kopen. Ook mag men verenigingen oprichten, waar men samen 15 planten per jaar mag telen en oogsten. In Uruguay hopen ze dat het nieuwe beleid zal helpen in de strijd tegen de georganiseerde misdaad en dat mensen hierdoor van de harddrugs afblijven. De nieuwe Uruguayaanse wet verschilt van de Nederlandse wet nu men in Uruguay expliciet de verkoop en consumptie van wiet legaliseert. In Nederland hanteren we een gedoogbeleid, waardoor burgers die maximaal 5 planten hebben of 5 gram wiet bij zich hebben niet strafrechtelijk worden vervolgd.

Volgens de directie van de VGN dient er discussie te worden gevoerd over misbruik van de WOB. De Vereniging van Nederlandse Gemeenten heeft duidelijke aanwijzingen dat er op een oneigenlijke wijze gebruik wordt gemaakt van verzoeken op informatie2. Sommige burgers zien de WOB vanwege de dwangsomclausule als inkomstenbron, een deel van de verzoeken is dan ook enkel gericht op een financieel gewin. Minister Plasterk gaf eerder al aan dat hij dit jaar nog een wetsvoorstel naar de Tweede Kamer wil sturen dat misbruik van de Wet openbaarheid van bestuur onmogelijk maakt.

Alcoholleeftijd nu echt omhoog Per 1 januari 2014 is het dan echt zo ver: de minimumleeftijd voor alcohol wordt verhoogd van 16 naar 18 jaar. Vanaf 1 januari zal de nieuwe grens streng gehandhaafd worden. Dus iedereen die dan 16 of 17 is en voorheen al langere tijd mocht drinken, mag ineens niet meer drinken. Vanaf 1 januari 2014 kunnen jongeren onder de 18 jaar een boete krijgen, indien zij alcohol kopen of consumeren in een openbare ruimte. Sinds januari 2013 gold deze boete reeds voor jongeren onder de 16 jaar.

Matchfixing Wie kent hem nog? Natuurlijk, de knipoog-Kroaat, want zijn echte naam is te lastig. Hij voetbalt nu wel bij Dinamo Kiev die hem voor een exorbitant hoog bedrag hebben aangetrokken, maar met zekerheid kan worden vastgesteld dat hij tijdens die wedstrijd geen positief scoutingsrapport heeft ontvangen. Want wat stond die jongen lekker te ‘verdedigen’, right? WRONG! Een Duitse officier van justitie zei in een gesprek met de NOS dat er zeker vier gevallen van matchfixing, het manipuleren van de uitslag, in Nederland geconstateerd zijn. Maar ook dat Nederlandse clubs in drie gevallen zijn benadeeld in Europese wedstrijden. Zou die beruch-

Is jou ook wat opgevallen in het nieuws? mail dan naar SecJure@gmail.com 51 | SecJure Oktober 2013

Nieuws

te wedstrijd van Dinamo Zagreb – Olympique Lyonnais één van die Europese benadelingen zijn geweest? Ik heb een donkerbruin vermoeden van wel. Hopelijk kan met internationale samenwerking wedstrijdmanipulatie uitgebannen worden.


Column

Confessions of.. a stagiaire Anoniem. De tijd van koffie zetten en dossiers sjouwen is gelukkig voorbij. Als studentstagiair in de advocatuur werk je gewoon mee in de dagelijkse praktijk. Ik heb acht weken stage gelopen bij een middelgroot kantoor. In deze bijdrage zal ik daar een boekje over opendoen. De aantrekkelijke praatjes hoor je toch wel op een InHouse-dag of JBT, daarom komen in deze rubriek ook de minder positieve kanten van een stage, bijbaan of andere ervaring aan bod.

Dag 1 Om 9 uur werd ik verwacht, maandagochtend, zomervakantie. Ik was natuurlijk veel te vroeg, en dat hebben ze me laten weten ook. Een half uur mocht ik wachten, terwijl de dame (wie later degene bleek op wie ik wachtte) al meerdere keren voorbij liep. Na wat papierwerk (weer een kladblokje en pen rijker), werd ik naar de sectie gebracht welke ik de aankomende weken zou versterken. De dame was op zoek naar een advocaat van wie ik wist dat deze op vakantie was. Interne communicatie.. ? Een van de andere advocaten met wie ik mijn sollicitatiegesprek had, liepen we tegen het lijf bij de koffiecorner. Op naar mijn kamer! Kamer.. Dat was nog een klein puntje dat ze vergeten waren. Blijkbaar waren er niet echt voorbereidingen getroffen voor mijn komst.

Inside-information Ondanks dat je op de eerste dag een voorstelronde maakt, onthoudt je logischerwijs niet alle namen. Dat geldt echter ook andersom. De een ziet jou en denkt: “Over een paar weken is ‘ie alweer weg.” Een ander ziet jou en denkt: “Dat is een mooi klusje voor hoe heet ‘ie ook al”. Maar gelukkig zijn er natuurlijk ook mensen die oprecht geïnteresseerd zijn en het gezellig vinden dat je er bent (naar verwachting vooral de personen op je eigen sectie). Tijdens de lunch kreeg ik van alles te horen waarvan ik dacht dat het niet voor mijn oren bestemd kon zijn. Ik heb dan wel een geheimhoudingsverklaring getekend, maar dan hoor ik het nog steeds! Van interne liefdesverhoudingen tot geroddel over de reden waarom mensen overstappen of waarom het jaarlijks ski-uitje geen doorgang vindt, Het hoort er allemaal bij op de werkvloer en advocaten zijn ook maar mensen!

SecJure Oktober 2013 | 52

Watertrappelen! Hetgeen het moeilijkst (“het meest leerzaam”) was, was het feit dat ze me echt in het diepe gooiden. Mijn onzekerheid nam gestaag toe en ik had wel eens momenten dat ik niet wist waarmee ik bezig was. Zo ook een keer toen een van de managingpartners van kantoor me belde vanaf zijn vakantieadres met de opdracht een processtuk in elkaar te zetten. Bij terugkomst had hij het complete stuk herschreven. Ik kreeg nog een kans; dezelfde opdracht in een andere zaak. De pleitaantekeningen kwamen terug met punten ter aanpassing. Goh, dacht ik, ik ga erop vooruit! Met een gerust hart berichtte ik de advocaat dan ook dat het stuk was aangepast waarop hij antwoordde: “Mooi, dan kun je nu van begin af aan opnieuw beginnen”. Domper.. Aangezien ik stage liep in de zomer leerde ik iedereen omstebeurt kennen. De een na de ander ging op vakantie en zo wisselden ze elkaar af. Dit had tot gevolg dat ik geen vast aanspreekpunt had en dus ook geen vaste begeleider. Alles liep door elkaar en de begeleiding was daardoor beperkt. De bouwvak sla ik de volgende keer liever over!

Vooroordelen Stage lopen was voor mij een ideale manier om erachter te komen of de advo-cultuur bij mij past. Ik dacht “ieder voor zich, de beste zaken binnenslepen en het meeste geld verdienen” maar gelukkig was daar op dit kantoor geen sprake van. Ik denk wel dat het per kantoor verschilt. Op een vrijdagmiddagborrel werd ik ingelicht over een vooroordeel dat mij nog niet bekend was. “Iedereen zou ‘het’ met iedereen doen!” maar er werd me het tegendeel verzekerd. Later op de avond werd ik door dezelfde informant bij een advocaat van het andere geslacht weggehaald met de boodschap dat ik wel moest oppassen. Daar kreeg het betwiste vooroordeel toch een andere wending.

Eind goed, al goed De interessante mensen die je ontmoet en de hoeveelheid kennis die je in korte tijd opdoet zijn een groot pluspunt van een studentstage. Soms is het even doorbijten maar zeker doen! Heb jij ook iets grappigs of gênants meegemaakt tijdens je werk, stage of college en ben je bereidt om dit op te biechten? Stuur je verhaal of blunder dan anoniem naar SecJure@ gmail.com


Christian de Lange & Edin Husagic

De stelling: In februari 2011 zorgde Geert Wilders voor enige consternatie door te pleiten voor de afschaffing van de voor het leven benoemde rechter en dus voor een afschaffing of wijziging van artikel 117, eerste lid, Grondwet.1 In deze pro/contra zal voor en tegen de stelling gepleit worden dat rechters voor het leven benoemd dienen te worden.

Pro: Christian de Lange De rechter vervult naast de uitvoerende en wetgevende macht een belangrijke en onafhankelijke taak in ons staatsbestel. Wil de rechter zijn werk goed kunnen doen dan is het niet alleen belangrijk dat de positie met wettelijke waarborgen is omkleed, maar ook dat de burger vertrouwen in hem heeft. Sinds de opkomst van Pim Fortuyn is er echter al meer kritiek op de rechter. Rech-

Rechters zelf worden niet langer meer gezien als onfeilbaar. terlijke uitspraken worden niet langer meer beschouwd als een absolute waarheid waar partijen zich maar bij hebben neer te legen. Rechters zelf worden niet langer meer gezien als onfeilbaar. In Nederland is het thans zo geregeld dat rechters voor het leven benoemd zijn. In de wet is bepaald dat rechters tot de leeftijd van 70 jaar in functie kunnen blijven. Past dit wel bij de opvatting die veel mensen van rechters hebben of moeten er stappen gezet worden om rechters nieuw vetrouwen te geven? In mijn optiek zou het tijdelijk benoemen van rechters hier een belangrijke bijdrage aan kunnen leveren. Het tijdelijk benoemen van rechters zorgt ervoor dat de rechters niet vast blijven zitten in een ivoren toren. De rechterlijke macht wordt zo vaker ververst. Dit hoeft vanuit de rechtsstaatgedachte ook helemaal niet problematisch te zijn. De rechters van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens (EHRM) worden bijvoorbeeld niet alleen gekozen op grond van art. 22, eerste lid, EVRM, maar ook mogen zij op grond van art. 23, eerste lid EVRM

maar maximaal tweemaal een ambtsperiode van zes jaren in het EHRM zitting nemen. Ondanks deze constructie staat het EHRM nou niet bepaald bekend als een college dat mild is voor staten. Als er al een discussie bestaat over het EHRM dan is het wel dat het EHRM teveel uit het EVRM voortvloeiende verplichtingen voor staten heeft geconstrueerd dan te weinig.

Het tijdelijk benoemen van rechters zorgt ervoor dat de rechters niet vast blijven zitten in een ivoren toren.

53 | SecJure Oktober 2013

Opinie

Pro / Contra: de voor het leven benoemde rechter


Opinie

Contra: Edin Husagic Hierboven heeft u kunnen lezen dat de rechter een belangrijke taak in onze rechtstaat vervult. Dat punt kan ik enkel en alleen maar beamen. Maar juist dat is de redenen waarom we rechters moeten hebben die voor het leven benoemd zijn en geen rechters die straffen naar de grillen van een wisselende minimale democratische meerderheid. Rechters die pertinent taakstraffen opleg-

Benoeming brengt, overigens net als een door burgers direct gekozen rechter, te veel afhankelijkheid met zich mee. Afhankelijkheid werkt vervolgens rechtsongelijkheid in de hand, daar de afhankelijkheid wisselend is. gen mogen van Wilders voor de Sociale Dienst gaan werken en slechts diegenen die hard straffen, komen in aanmerking voor contractverlenging. Met andere woorden, alleen de rechters die straffen zoals de PVV vindt dat er gestraft dient te worden, mogen langer hun beroep uitoefenen. De rest kan zich inschrijven bij het UWV. Ik denk dat de rechters in de zaak van Donnie Rog, het Haagse jochie dat door een notoire verkeersovertreder is aangereden waardoor hij is komen te overlijden, volgens de PVV waarschijnlijk wel mogen blijven. Waar de officier van justitie een taakstraf van 240 uur eiste, met een ontzegging van de rijbevoegdheid voor drie jaar en een voorwaardelijke vrijheidsstraf van vier maanden, legde de rechtbank namelijk een gevangenisstraf van negen maanden op, waarvan twee voorwaardelijke met een proeftijd van zes jaar en een vierjarige ontzegging van de rijbevoegdheid.2 De berichtgeving omtrent deze zaak was enorm, niet alleen vanwege de zo op het eerste oog laag klinkende eis van de officier, maar ook vanwege een schermutseling in de rechtbank waarbij de verdachte werd belaagd door de ouders en/of familie en vrienden van het jonge slachtoffer. Nu wil ik allerminst suggereren dat de druk van de media en het ontroerende pleidooi van de ouders3 om op zijn minst tot een gevangenisstraf te komen, er voor gezorgd heeft dat de strafeis en –maat dusdanig ver uit elkaar liggen. Ik wil het slechts gebruiken ter illustratie dat druk, en of dit nu van de media of SecJure Oktober 2013 | 54

die van een nieuwe aanstelling is, dat doet er niet toe, er voor kan zorgen dat rechters onder die druk andere beslissingen nemen. Dit om ‘iets of iemand’ tevreden te houden. Naar mijn mening zouden we die druk juist zo veel mogelijk moeten beperken, en dus niet moeten opvoeren. Dit kan het best wanneer rechters voor het leven zijn benoemd, dit is de beste garantie op hun onafhankelijkheid. Benoeming brengt, overigens net als een door burgers direct gekozen rechter, te veel afhankelijkheid met zich mee. Afhankelijkheid werkt vervolgens rechtsongelijkheid in de hand, daar de afhankelijkheid wisselend is. Soms is er afhankelijkheid van partij X, andere keer van partij Y. Verder is de constatering dat rechter ‘maar voor het leven benoemd worden’ een te simpele. Hier gaat natuurlijk iets aan vooraf, namelijk een selectieperiode en een opleiding die zes jaar duurt. Pas na een succesvolle afronding van de opleiding volgt een benoeming voor het leven. Zo’n benoeming gebeurt dus ook niet willekeurig, zoals de PVV het wil doen laten geloven. Degenen die bij de Nederlandse rechterlijke macht binnen komen met al jaren aan praktijkervaring, de zogenaamde ‘zij instromers’, worden eveneens pas na een opleiding van een of anderhalf jaar benoemd. De kritiek van de PVV zou zich dus eigenlijk op de selectie en/ of opleidingsprocedure moeten richten in plaats van op mensen die aan de selectie- en opleidingseisen hebben voldaan! Wie eerlijke, redelijke en onafhankelijke rechtspraak wil, kan dus niet voor een tijdelijke benoeming van rechters staan. Wie daarentegen een van de wisselende minimale democratische meerderheid afhankelijke, en daarmee onredelijke en onbillijke, rechtspraak wil, pleit voor de tijdelijke aanstelling van rechters.

Wie eerlijke, redelijke en onafhankelijke rechtspraak wil, kan dus niet voor een tijdelijke benoeming van rechters staan.

(Endnotes) 1 <http://www.parool.nl/parool/nl/224/BINNENLAND/article/ detail/1835733/2011/02/17/Wilders-valt-rechters-aan.dhtml>, 8 september 2013. 2 Rb. Den Haag 2 augustus 2013, ECLI:NL:RBDHA:20013:9633. 3 <http://www.omroepwest.nl/nieuws/23-07-2013/ouders-donnie-rog-geen-spijt-van-vechtpartij-met-video>, 24 juli 2013.


Wil jij de SecJure volgend collegejaar GRATIS blijven ontvangen? Houd dan de website van Magister JFT in de gaten! Via de

SECJURE

link www.magisterjft.nl/secjure kun je aangeven of je een gratis

TO BOLDLY GO WHERE NO LAWYER SecJure: meerBEFORE inhoud HAS GONE

lidmaatschap op de SecJure wilt.

aan je studie.

Discussiëren met  de  redactie?  Check  onze  gloednieuwe  facebookpagina  op   Wil je zelf in de redactie?Wil   Kijkje  dan op www.magisterjft.nl/secjure of stuur www.facebook.com/SecJure.   zelf   in   de   redactie?   Kijk   dan   op   een email naar secjure@magisterjft.nl. www.magisterjft.nl/secjure   of  stuur    een  email  naar  secjure@magisterjft.nl.  


Jaargang 28, nr. 1  

SecJure is het onafhankelijke faculteitsblad van de Tilburg Law School van de Tilburg University

Jaargang 28, nr. 1  

SecJure is het onafhankelijke faculteitsblad van de Tilburg Law School van de Tilburg University

Advertisement