Issuu on Google+

Agrometeorologisch adviesbureau Erno Bouma De Amazone 10 8252 EE Dronten T: (0321) 31 67 11 E: bouma.weer@planet.nl I: www.boumaweeradvies.eu

H

et weer heeft een grotere invloed op gewasbescherming dan veel agrariërs denken. Op ontwikkeling van ziekten en plagen, de toepassing en effectiviteit van middelen en op de bescherming van planten en geoogste producten. In de praktijkgids Weer & Gewasbescherming worden deze relaties helder uitgelegd. Welke weersomstandigheden zijn optimaal voor een bespuiting? Geen storm of stortbui, maar zeker ook geen windstilte. En welke eisen stellen gewasbeschermingsmiddelen aan temperatuur, vocht in de lucht en andere meteorologische kenmerken? Bij warm weer bijvoorbeeld zijn insecten actiever, waardoor ze problemen kunnen veroorzaken. Maar tegelijkertijd is de effectiviteit van insecticiden dan beter. Op deze en vele andere vragen geeft Weer & Gewasbescherming antwoord.

w w w. r o o d b o n t . n l

www.boumaweeradvies.eu

Iedereen die te maken heeft met open teelten weet na het lezen van Weer & Gewasbescherming welke invloed het weer heeft op ziekten, plagen en de bestrijding hiervan. En kan hierdoor preventief handelen of vroegtijdig reageren op eerste ziektesignalen om het beste resultaat te behalen voor zijn gewas, zijn portemonnee en het milieu.

Wat u

wellicht

nog niet wist

Weer

co pr py ot rig ec h te t d

Ing. Erno Bouma is expert op het gebied van agrometeorologie. In het dagelijks leven werkt hij bij de Plantenziektenkundige Dienst in Wageningen waar hij advies geeft over geïntegreerde gewasbescherming. Verder is hij oprichter van het Agrometeorologisch adviesbureau Erno Bouma. Hij was nauw betrokken bij de ontwikkeling van het beslissingsondersteunende systeem voor de granen CERDIS en bij GEWIS, het systeem dat de effectiviteit van gewasbeschermingsmiddelen inzichtelijk maakt. Hij is mede-auteur van het Agrarisch Weerboek (1998) en de Natuurkalendergids (2005) en schrijver van vele vakbladartikelen in een breed scala van teelten. ‘Het weer fascineert me van kinds af aan. Het is gek dat veel mensen weinig weten van de relatie tussen het weer en allerlei zaken die zich op het boerenbedrijf afspelen. Terwijl dat zo belangrijk is bij het ontstaan van ziekten en plagen en de bestrijding ervan.’ Als veelgevraagd spreker en cursusleider in binnen- en buitenland verzorgt hij onder meer kennisbijeenkomsten voor de verlenging van gewasbeschermingslicenties.

‘Het weer kun je niet veranderen, wel hoe je erop inspeelt’

Weer Gewasbescherming

Over de auteur

Bij een vochtig gewas de hoeveelheid spuitvloeistof verminderen om afrollende druppels te beperken, lijkt logisch. Maar het is zinloos. Er ligt al snel 7.000 liter condenswater per hectare op een gewas. De spuitvloeistof met 100 liter per hectare verminderen is dus een druppel op een gloeiende plaat.

Wanneer werken insecticiden het best? Bij warm weer, want dan zijn de insecten actiever. Ze bewegen meer, vreten meer en ventileren meer. Hierdoor werken de middelen ook beter en leggen de insecten sneller het loodje.

Erno Bouma

Gewasbescherming ISBN 978-90-75280-93-7

Spuit insecticiden nooit midden op de dag. Ze zijn zeer lichtgevoelig en worden bij veel zon snel afgebroken. Aan het eind van een zonnige dag is de temperatuur in het gewas nog hoog genoeg voor een goede effectiviteit. En na bespuiting is er nog maar weinig straling. Kortom: spuit aan het eind van een zonnige dag.


Colofon Weer & Gewasbescherming Concept Erno Bouma, Roodbont

Auteur Erno Bouma

Roodbont Publishers B.V. Postbus 4103 7200 BC Zutphen T (0575) 54 56 88 F (0575) 54 69 90 E info@roodbont.nl I www.roodbont.nl

Redactie

co pr py ot rig ec h te t d

Erno Bouma, Marijke van Oostende, Ton van Schie

Met medewerking van

Carel Bouma, Paul Goorden, Lenus Hamster, Hans van Leeuwen, Henk Scheele, Aaldrik Venhuizen, Kees Vogelaar

Fotografie

Erno Bouma

Overige foto’s: M. van Oostende: p. 6 (zonsopgang), p. 25 (gerst), p, 54 (gras), p. 64 (man achter pc) - PPO-AGV: p. 9 (gewas) - NFO: p. 9 (ijstakken) - BayerCropScience BV: p. 12, 49 (formuleringsvoorbeelden) - Plantenziektenkundige Dienst: p. 16 (nerfmineervlieg) - PPO-AGV: p. 16 (blad prei) - PPO-BB: p. 19 (taxuslarve) - Dacom Plant-Service BV: p. 24 (weerstation) - PPO-AGV: p. 26 (valse meeldauw) - The Cuticles of Plants (1970)): p. 32 (wasafzetting erwten) - Dacom Plant-Service BV: p. 37 (Phytophthora-infectie) - PPO-BB: p. 38 (vuur in tulp) - PPO-AGV: P. 39 (roest graanblad) PPO-AGV: p. 45 (hagelschade aardappel) - PPO-BB: p. 48 (Botrytis sporen) - KNMI: p. 46 (neerslagkaartjes), Meteo Consult: p. 47 (neerslagradarbeelden), - Opticrop BV: p. 65 (temperatuurs en rv-sensor) - Dacom PlantServiceBV: p. 65 (Phytophthorablad) - NFO: p. 66 (schurft), PPOBB: p. 66 (Botrytis in lelie) - Opticrop BV: p. 68 (weerpaal) Omslagfoto Marcel Bekken (machine) - www.flip.nl (wolkenlucht) Inzetjes: Marijke van Oostende, NFO

Vormgeving en illustraties Studio Flip, www.flip.nl

Agrometeorologisch adviesbureau Erno Bouma De Amazone 10 8252 EE Dronten T (0321) 31 67 11 E bouma.weer@planet.nl I www.boumaweeradvies.eu

Š Roodbont Publishers B.V., Agrometeorologisch adviesbureau Erno Bouma, 2012

Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd en/ of openbaar worden gemaakt door middel van druk, fotokopie of op welke andere wijze dan ook, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgever. Uitgever en auteur hebben de inhoud van deze uitgave met grote zorgvuldigheid en naar beste weten samengesteld. Uitgever en auteur aanvaarden evenwel geen aansprakelijkheid voor schade, van welke aard dan ook, die het gevolg is van handelingen en/of beslissingen die gebaseerd zijn op bedoelde informatie. Bij toepassing van gewasbeschermingsmiddelen dient u altijd de wetgeving van het land van vestiging te volgen. ISBN-13 978-90-75280-93-7

Tekstredactie Maud van der Woude 2 | Weer & Gewasbescherming

NUR 940


Inleiding delen maakt duidelijk hoe u de gewasbescherming het beste kunt aanpakken. Gecombineerd met de vele praktijkvoorbeelden krijgt u een beter beeld van de samenhang tussen weer en gewasbescherming. Achterin het boek krijgen enkele veelgeteelde gewassen met specifieke middelengroepen extra aandacht. Zo kunt u zien bij welke weersituatie een toepassing het meest effectief is.

co pr py ot rig ec h te t d

Waarom kun je insecticiden en fungiciden niet samen spuiten voor een goed effect? Waarom moet je aardappelopslag niet in een schrale, zonnige periode stippen? Is het beter om tijdens windstille momenten helemaal niet te spuiten? Vragen waarop Weer & Gewasbescherming antwoord geeft. Onmisbaar voor akkerbouwers, loonwerkers, vollegrondstelers en veehouders met voedergewassen. Kortom, voor iedereen die met gewasbescherming in open teelten te maken heeft. Er zijn al veel boeken over het weer, over ziekten en plagen en over gewasbescherming. Maar de benadering van ziekten en plagen vanuit de landbouwmeteorologische kant is geheel nieuw. Ziekten en plagen, gewasbescherming en weer hangen zozeer met elkaar samen, dat het eigenlijk vreemd is dat niet eerder een soortgelijke uitgave is verschenen.

Weer & Gewasbescherming staat vol foto’s, kaders, figuren en grafieken die de informatie zeer toegankelijk maken. Een unieke praktijkgids waar insecten, schimmels en andere belagers niet blij mee zullen zijn, maar de agrariÍr des te meer!

Centraal in deze praktijkgids staat de invloed van het weer op de werking van gewasbeschermingsmiddelen. U krijgt inzicht in de rol van temperatuur, luchtvochtigheid, neerslag en wind op ziekten en plagen en welke invloed deze weerparameters hebben op de opname, hechting en werking van gewasbeschermingsmiddelen.

Een heldere beschrijving van wat er gebeurt op plant- en bladniveau bij opname en transport van gewasbeschermingsmid|3


Inhoudsopgave 1 Zon en warmte

6

Dauw 27 Schimmelinfecties 27 28 Kieming van schimmels Dauw komt uit de grond 29 Water en lucht 29 Opname van bodemherbiciden 30 Bladhuid: wel of geen opname? 30 Selectiviteit 31 31 Oud of jong blad Dynamiek van de waslaag 32 33 Opname van middelen Olieachtige formuleringen 34 Waterachtige formuleringen 34 Het juiste toepassingsmoment 35 Oppervlakteactieve stoffen 36 Ideale formulering 36 Vrijkomen van schimmelsporen 37 Bladnat en schimmelinfectie 38 Wanneer contactfungiciden? 39 Systemische fungiciden 39 Middelentransport in de plant 40 Valse en echte meeldauw 40 Drogen is koelen 41

co pr py ot rig ec h te t d

Globale straling 7 Alles straalt warmte uit 8 Nachtvorst 8 Bewolking: een kachel 9 IJs tegen bevriezing 9 Weerbericht zegt niet alles 10 Grond opwarmen 10 11 Bietenhopen afdekken 12 Invloed van temperatuur Formuleringen 12 Opnamesnelheid 13 13 Zwakste schakel bepaalt snelheid Werkingsduur en temperatuur 14 Insecticiden op warm moment 15 Werkingsduur van graanfungiciden 15 Meeldauw houdt niet van hitte 16 Insecten prefereren warmte 16 Warmte trekt de bodem in 17 17 Gevaar voor blauw 18 Tulpen toedekken met strodek Gevaar voor ziekten 18 Bevriezen van grond 19 Veel insecten na milde winter? 19

2 Vocht, de lucht is niet ledig

20

Waterdamp in de lucht 21 Dauwpuntstemperatuur 21 Luchtvochtigheid meten 22 Rv, luchttemperatuur en dauwpunt in de praktijk 23 Gevoelstemperatuur 24 25 Verdampen is koelen Waar blijft verdampt vocht? 26 4 | Weer & Gewasbescherming

3 Neerslag, een geschenk uit de hemel 42 Waar komt regen vandaan? 43 De kracht van regendruppels 44 Hagelstenen: omhoog en omlaag 45 Hagelschade 45 46 Neerslagpatroon in Nederland Grote verschillen per jaar 46 Neerslagverwachtiing 47 Nut van een buienradar 47 Beregenen en gewasbescherming 48


Niet te koud 48 Poedervormige spuitmiddelen 49 Vloeibare formuleringen 49 Herbiciden 50 Herbicide-selectiviteit 51 51 Droogtijd van een middel Fungiciden 52 Regen na bespuiting 52 Systemische fungiciden 53

6 Praktische toepassingen

72

Granen 72 Suikerbieten 72 Uien 74 Aardappelen 76 Bloembollen 78 Ma誰s 80

co pr py ot rig ec h te t d

4 Wind, vriend en vijand tegelijk

GEWIS 67 Minder middel nodig 67 Informatie via de fax 68 Zelf meten 69 Luchtdruk meten 70 Nuttige adressen 71

54

Wind meten 55 Windsnelheidsmeter 55 De schaal van Beaufort 56 Windkracht 56 Grillige stroming 57 Grenslaagturbulentie 57 Obstakelstroming 58 59 Windstil? Niet spuiten! Juiste druppelgrootte 60 Gewicht en snelheid van druppels 60 Druppelgrootte contactherbiciden 60 Bedekking van het middel 61 Druppelgrootte bodemherbiciden 61 Druppelgrootte contactfungiciden 61 Druppelgrootte systemische fungiciden 62 Druppelgrootte insecticiden 62 Lozingenbesluit 63 Windsterkte verandert 63

5 Hulpmiddelen en informatie

Trefwoorden

83

64

Niet blindvaren 65 Aardappelziekte 65 Vuur in bloembollen 66 Schurft in appel en peer 66 Bladvlekkenziekte en valse meeldauw 66 |5


1 Zon,

bron van warmte

co pr py ot rig ec h te t d

Zonnestralen leveren aan planten de benodigde straling. Straling heeft effect op de gewasvorming, het bloeiproces, de vorm, de kleur en de stengelstrekking van planten. De temperatuur is (in)direct van invloed op de toepassing en werking van gewasbeschermingsmiddelen. Want helaas is de zon ook een levensbron voor ziekteverwekkers, schimmels en insecten. Zonne-energie

De zon zendt straling uit. De straling die de aarde opvangt, wordt deels teruggekaatst. Een gedeelte van de straling is waarneembaar: het zichtbare licht. Er is ook straling die je niet kunt zien: het ultraviolet en het nabij-infrarood. Van een groot gedeelte van de straling die de zon uitzendt, merk je niets. Bijvoorbeeld kortgolvige, radioactieve gammastraling en rรถntgenstraling of langgolvige radio- en televisiestraling. Dit soort straling wordt pas merkbaar bij een plotselinge, enorme uitbarsting op de zon. Veel van deze straling wordt echter in de atmosfeer onder-

6 | Weer & Gewasbescherming

schept en komt niet op het aardoppervlak. Tijdens deze uitbarstingen van hete gassen (zonnevlekken) wordt het radio-, televisie- en mobiele telefoonverkeer soms behoorlijk gestoord. Voor de plant zijn deze extremen niet interessant. De gewassen gedijen het beste door UV-A, blauwe, rode en ver-rode straling. Daar halen ze hun groeikracht vandaan. Zonnestraling is pure energie.


Globale straling

Lage zon Bij globale straling wordt een zonnestraal over een horizontaal oppervlak verdeeld. Als de zon lager staat, zoals in de winter, verspreidt de energie zich over een groter oppervlak. Dit betekent veel minder energie per vierkante meter.

co pr py ot rig ec h te t d

De straling die op een horizontaal oppervlak valt, heet globale straling. Meestal wordt de globale straling uitgedrukt in Joule per vierkante centimeter per dag. Op een onbewolkte, droge zomerdag is de globale straling in Nederland maximaal 3.000 Joule per cm2 over de gehele dag. Op een zwaarbewolkte dag eind december is de straling regelmatig minder dan 30 Joule per cm2. Dat is slechts één procent van een zonnige zomerdag! De hoeveelheid straling is in de zomer relatief groot. In zuidelijke landen als Portugal en Italië ligt het stralingsniveau ‘s zomers duidelijk lager dan in Nederland, ondanks de stralingshoek van de zon. Dit komt doordat dagen in de zomer in Nederland veel langer zijn dan in de mediterrane landen. De grootste stralingssom (de energie van een hele dag) rond de langste dag ligt ergens in het noorden van Denemarken. Nog noordelijker worden de dagen in de zomerperiode wel langer, maar de stralingshoek van de zon wordt dan beduidend kleiner. Zelfs binnen Nederland bestaan verschillen in daglengte: ‘s zomers is de dag in Noord-Groningen 20 minuten langer dan in Zuid-Limburg (en in de winter 20 minuten korter).

100

280

315

Een plant ‘ziet’ meer dan de mens. Ook kleuren buiten het zichtbare spectrum worden door de plant benut. Blauwe straling (400-500 nm) en rode straling (600-700 nm) hebben een effect op de fotosynthese van de plant (PAR). De blauwe straling beïnvloedt de gewasvorming, de rode stimuleert het bloeiproces. De UV-straling (300-400 nm) heeft effect op vorm en kleur van de plant, terwijl de ver-rode straling (700-800 nm) invloed heeft op de stengelstrekking en de bloei.

zichtbaar

infrarood

UVA

UVC

Niet zichtbaar zijn ultraviolet en nabijinfrarood. Zowel zichtbare als niet-zichtbare straling bevat bruikbare energie. Bladgroenkorrels absorberen voornamelijk het blauwe en het rode licht.

UVB

ultraviolet

Waarneembare straling is zichtbaar licht.

Wat ziet de plant?

400

700

golflengte (nm)

Zon | 7


700 600 500 400 300 200 100

-100

0

Ook als het op 1,5 meter hoogte niet vriest, bestaat er gevaar voor bevriezing van het gewas.

De intensiteit van globale straling (de straling die op een horizontaal oppervlak valt) wordt uitgedrukt in W/m2. Als je de globale straling over een periode optelt, krijg je energie die in deze periode is binnengekomen per oppervlakte-eenheid (vermogen x tijd = energie). De energie van een hele dag is de stralingssom, uitgerukt in J/cm2.

8 | Weer & Gewasbescherming

Stel dat de gewastemperatuur precies 0°C is, bij een heldere nacht, weinig wind en een droge lucht. Bij 0°C is de uitstraling 316 W/m2 . Door waterdamp en bepaalde gassen uit de atmosfeer ontvangen de bladeren en planten 240 W/m2 aan straling. Gevolg is een nettostraling van -76 W/m2. Het gewas verliest dus steeds meer energie en koelt af. Daardoor koelt de lucht vlak

netto straling

0

Nachtvorst

Van Watt naar Joule

globale straling

800

co pr py ot rig ec h te t d

Elk voorwerp met een temperatuur boven het absolute nulpunt (-273°C) zendt straling uit. De energie die wordt uitgezonden, neemt sterk toe met het warmer worden. Deze straling heet warmtestraling. Voor de land- en tuinbouw is van belang hoeveel energie de verschillende stralingssoorten toevoeren of juist onttrekken aan grond en gewas. De optelsom van dit proces van toevoer en onttrekking is de nettostraling. Wordt aan een gewas meer straling (= energie) toegevoerd dan onttrokken, dan vindt er verwarming plaats. De nettostraling is dan positief.

boven bladeren en gewas af. Als deze situatie een paar uur duurt, zakt de gewastemperatuur beneden het vriespunt. Gevolg: nachtvorst.

straling (W/m2)

Alles straalt warmte uit

4

8

12

16

20

tijdstip (uren)

Verloop van de globale straling en de netto-

straling over een zomerse dag. ‘s Nachts is de globale straling nul, omdat er geen zonnestraling is. Hierdoor is de nettostraling ‘s nachts negatief. Die wordt pas positief bij globale straling boven een bepaald niveau. De nettostraling wordt weer negatief enkele uren voordat de zon ondergaat.

Omrekentabel stralingseenheden

Omrekentabel van de verschillende energiehoeveelheden waarin straling wordt weergegeven bij bijvoorbeeld kunstmatige belichting, als de energieweergave van lampen in verschillende grootheden wordt weergegeven. PAR staat voor straling die bijdraagt aan de fotosynthese.

Fotonen (μmol/m2/sec)

24

Fotonen (μmol/m2/sec)

PAR (W/m2)

Energie (W/m2)

Licht (lux)

1

0,22

0,43

56

PAR (W/m2)

4,6

1

2

260

Energie (W/m2)

2,3

0,5

1

130

Licht (lux)

18.000

4.000

8.000

1


Bewolking: een kachel

co pr py ot rig ec h te t d

Tijdens een koude nacht schuift laaghangende bewolking binnen. Aan de grond koelen bodem en planten de lucht af. ‘s Nachts is het aan de grond het koudst. Maar wolken bestaan uit waterdruppeltjes en water is een goede warmtestraler. Het gewas zal in temperatuur gaan stijgen. De uitdrukking ‘er komt bewolking en daardoor kan het gewas niet meer uitstralen’ is onjuist. Het is eerder andersom: er hangt een soort straalkachel boven de planten in de vorm van wolken.

Bij stoppen bevriest het water en daalt de temperatuur onder het vriespunt. Blijf dus beregenen tot de temperatuur van de vruchtbeginsels weer boven nul komt. Dit stadium wordt bereikt als het ijs eraf valt. In de fruitteelt vraagt deze methode ongeveer 3-4 mm water per uur.

+5ºC

+340 Wm2

+5ºC

+24 Wm2

IJs tegen bevriezing

Beregenen is de enige mogelijkheid om schade door vorst tegen te houden. Deze methode werkt volgens het principe dat bij bevriezen warmte vrijkomt. Deze warmte zorgt ervoor dat het vruchtbeginsel op 0°C blijft. Bij deze temperatuur sterven de vruchtbeginsels van de fruitbomen nog niet af. Zolang er water over het ijs loopt, blijven de bloemknoppen op 0°C, ook al is de luchttemperatuur veel lager.

- 316 Wm2

Nachtvorstschade Is een verlies aan energie goed te maken met rookpotten? Waarschijnlijk niet, want je zou enorme hoeveelheden energie goed over de bladeren of het gewas moeten verdelen. De hoeveelheid energie die per hectare verdeeld zou moeten worden, is 760 KW/ ha. Een moderne windmolen die op volle belasting draait, kan het energieverlies van iets meer dan 2,6 hectare compenseren. Een middelgrote elektriciteitscentrale kan het verlies van ongeveer 460 hectare goedmaken. Een andere oplossing is hopen dat er op tijd bewolking binnenschuift.

De onderkant van de wolkenlaag heeft een

relatief hoge temperatuur van ongeveer +5°C. Het gewas straalt -316 W/m2 uit bij 0°C en ontvangt (doordat de wolken een temperatuur hebben van 5°C) +340 W/m2. De nettostraling slaat van sterk negatief om naar +24 W/m2. De wolken verwarmen het gewas.

Kans op schade

In de Veenkoloniën is mechanische onkruidbestrijding altijd gevaarlijk tijdens perioden met kans op nachtvorst. Door de mechanische onkruidbestrijding wordt extra lucht in de grond gebracht en het geleidend vermogen met de ondergrond verstoord. Voer deze bewerking ‘s ochtends uit, dan kan de grond in de loop van de dag bezakken en het geleidend vermogen zich enigszins herstellen. Bij bewerking later op de dag neemt de kans op schade toe.

Met beregenen is vorstschade in de fruitteelt te voorkomen.

Zon | 9


Weerbericht zegt niet alles

Grond opwarmen Om vroeg in het voorjaar optimaal te kunnen profiteren van zonnestralen die de grond en de bladeren opwarmen en niet de lucht, kun je flodderfolie of vliesdoek gebruiken. De zonnestraling wordt door de grond of de bladeren onder de folielaag of het doek opgevangen. De grond en de bladeren lopen op in temperatuur en verwarmen vervolgens de lucht. Deze hogere temperaturen blijven onder folie of doek hangen en zorgen zo voor een vervroeging van het gewas.

co pr py ot rig ec h te t d

De temperatuur in weerberichten wordt gemeten op 150 cm boven gemaaid gras. Maar een gewas groeit op de grond. Kijk je op een zonnige dag naar het temperatuurverloop op verschillende hoogten (10 cm en 150 cm), dan blijkt het dichter bij de grond ‘s ochtends kouder, en overdag warmer te zijn dan op 150 cm. Hoe komt dit? De zon verwarmt de planten en de planten verwarmen vervolgens de lucht, en niet omgekeerd (nettostraling positief). Overdag zijn grondoppervlak en gewas hierdoor warmer dan de omringende lucht. De blaadjes van de planten fungeren als verwarmingselement. De verschillen tussen de bladtemperatuur en de temperatuur op 150 cm kunnen oplopen tot 10°C. ‘s Nachts is de nettostraling negatief

en de blaadjes en het grondoppervlak koelen de lucht af. De laagste temperaturen vinden we dan aan de grond en vlak bij de bladeren.

Flodderfolie houdt warmte vast en laat energie uit zonnestraling ongehinderd toe.

Temperatuurverloop

ren’ is niet eenvoudig. Hiervoor zijn speciale infraroodmeters nodig met een smal sensorbereik. Infraroodmeters worden in de glastuinbouw gebruikt om bijvoorbeeld de buistemperatuur te controleren. Deze meters hebben echter een te breed sensorbereik om bladtemperaturen te meten.

10 | Weer & Gewasbescherming

Temperatuurverloop | 5 - 7 september 2005

35

temperatuur (°C)

Bladeren van planten ‘temperatu-

De temperatuur overdag op een zonnige dag is op 10 cm (blauwe lijn) hoger dan de luchttemperatuur op 150 cm (rode lijn). De verschillen tussen de temperatuur van het gewas en die op 150 cm hoogte zijn overdag vaak het grootst. ‘s Nachts is de temperatuur op 10 cm juist lager dan de temperatuur op 150 cm. Vuistregel: het verschil tussen de luchttemperaturen op 150 cm (rode lijn) en op 10 cm hoogte boven gras (blauwe lijn) is even groot als het verschil tussen de temperatuur op klomphoogte en de temperatuur van het blad zelf (paarse lijn).

temperatuur 150 cm

30 25 20 15 10 5 0

temperatuur 10 cm 01.00

berekende bladtemperaturen 24.00

tijdstip (uur)

24.00

24.00


Bietenhopen afdekken

Zetmeelaardappelen bewaren

co pr py ot rig ec h te t d

In het najaar liggen gerooide suikerbieten op hopen, met kans op bevriezing. Het algemene advies is om de bieten onder aan de hoop (aan de voet) af te dekken als er vorst dreigt. Pas als het strenger gaat vriezen, moet je de hele hoop afdekken. Dit advies is niet altijd correct. ‘s Nachts stralen voorwerpen energie uit. Hoe helderder het is en hoe kouder de bovenlucht, des te meer uitstraling. Ook suikerbieten stralen energie uit. Na een tijdje komen de bieten onder nul en bevriezen ze. De tijdens het rooien licht beschadigde bieten verbranden hun suikers (reservevoedsel) iets sneller dan normaal. Zo ont-

staat aardig wat warmte en die stijgt naar boven. Vandaar het advies om de bieten alleen aan de voet af te dekken. Als de uitstraling echter groot is en de bieten een aantal dagen in de hoop liggen, is de warmtecompensatie bij lange na niet genoeg om de afkoelende bieten boven op de hoop boven nul te houden. Aangepast advies: • Dek bieten kort na het rooien aan de onderzijde af bij vorst. • Dek bieten kort na het rooien helemaal af bij vorst met wind. • Dek bieten die al een aantal dagen liggen, helemaal af bij vorst.

Aardappelen staan in de herfst en de vroege winter aan dezelfde gevaren bloot als bieten. Isolatie van de hoop met plastic en stro, tezamen met de warmteproductie van de aardappelen, is meestal voldoende om vorstschade te voorkomen. Maak ook bij aardappelhopen de ventilatiegaten dicht in perioden met zware vorst en wind.

temperatuur -1º C temperatuur 0º C

-5 tot -7ºC

2,5 m

-2ºC

maïsstoppel

-4,5ºC

-3 tot -4ºC -3ºC

bietenhoop

betonplaat

-4 tot -5ºC -3,5ºC

-8 tot -12ºC

gras 9m

sloot

Op een heldere nacht stralen bieten energie uit, net zoals het gras, de betonplaat en de maïsDe weersomstandigheden bepalen hoe je een bietenhoop moet afdekken.

stoppel. De temperatuur van de bieten, het gras en de andere voorwerpen gaat omlaag. De bieten bovenin de hoop hebben een veel lagere temperatuur dan aan de voet. Daarom moeten ze correct en op de juiste plaats afgedekt worden. Zon | 11


Agrometeorologisch adviesbureau Erno Bouma De Amazone 10 8252 EE Dronten T: (0321) 31 67 11 E: bouma.weer@planet.nl I: www.boumaweeradvies.eu

H

et weer heeft een grotere invloed op gewasbescherming dan veel agrariërs denken. Op ontwikkeling van ziekten en plagen, de toepassing en effectiviteit van middelen en op de bescherming van planten en geoogste producten. In de praktijkgids Weer & Gewasbescherming worden deze relaties helder uitgelegd.

co pr py ot rig ec h te t d

Ing. Erno Bouma is expert op het gebied van agrometeorologie. In het dagelijks leven werkt hij bij de Plantenziektenkundige Dienst in Wageningen waar hij advies geeft over geïntegreerde gewasbescherming. Verder is hij oprichter van het Agrometeorologisch adviesbureau Erno Bouma. Hij was nauw betrokken bij de ontwikkeling van het beslissingsondersteunende systeem voor de granen CERDIS en bij GEWIS, het systeem dat de effectiviteit van gewasbeschermingsmiddelen inzichtelijk maakt. Hij is mede-auteur van het Agrarisch Weerboek (1998) en de Natuurkalendergids (2005) en schrijver van vele vakbladartikelen in een breed scala van teelten. ‘Het weer fascineert me van kinds af aan. Het is gek dat veel mensen weinig weten van de relatie tussen het weer en allerlei zaken die zich op het boerenbedrijf afspelen. Terwijl dat zo belangrijk is bij het ontstaan van ziekten en plagen en de bestrijding ervan.’ Als veelgevraagd spreker en cursusleider in binnen- en buitenland verzorgt hij onder meer kennisbijeenkomsten voor de verlenging van gewasbeschermingslicenties.

‘Het weer kun je niet veranderen, wel hoe je erop inspeelt’

Weer Gewasbescherming

Over de auteur

Welke weersomstandigheden zijn optimaal voor een bespuiting? Geen storm of stortbui, maar zeker ook geen windstilte. En welke eisen stellen gewasbeschermingsmiddelen aan temperatuur, vocht in de lucht en andere meteorologische kenmerken? Bij warm weer bijvoorbeeld zijn insecten actiever, waardoor ze problemen kunnen veroorzaken. Maar tegelijkertijd is de effectiviteit van insecticiden dan beter. Op deze en vele andere vragen geeft Weer & Gewasbescherming antwoord.

w w w. r o o d b o n t . n l

www.boumaweeradvies.eu

Iedereen die te maken heeft met open teelten weet na het lezen van Weer & Gewasbescherming welke invloed het weer heeft op ziekten, plagen en de bestrijding hiervan. En kan hierdoor preventief handelen of vroegtijdig reageren op eerste ziektesignalen om het beste resultaat te behalen voor zijn gewas, zijn portemonnee en het milieu.

Wat u

wellicht

nog niet wist Bij een vochtig gewas de hoeveelheid spuitvloeistof verminderen om afrollende druppels te beperken, lijkt logisch. Maar het is zinloos. Er ligt al snel 7.000 liter condenswater per hectare op een gewas. De spuitvloeistof met 100 liter per hectare verminderen is dus een druppel op een gloeiende plaat.

Weer

Wanneer werken insecticiden het best? Bij warm weer, want dan zijn de insecten actiever. Ze bewegen meer, vreten meer en ventileren meer. Hierdoor werken de middelen ook beter en leggen de insecten sneller het loodje.

Erno Bouma

Gewasbescherming ISBN 978-90-75280-93-7

Spuit insecticiden nooit midden op de dag. Ze zijn zeer lichtgevoelig en worden bij veel zon snel afgebroken. Aan het eind van een zonnige dag is de temperatuur in het gewas nog hoog genoeg voor een goede effectiviteit. En na bespuiting is er nog maar weinig straling. Kortom: spuit aan het eind van een zonnige dag.


Weather & Crop protection