Issuu on Google+

Robotmelken:

“Melken met robots is écht anders dan melken met de melkstal.”

Over de auteur

De 3 succesfactoren voor de koe:

Jan Hulsen groeide op op een boerenbedrijf met melkvee en

de huisvesting, de voeding, de verzorging en de omgang met het vee.

als landbouwhuisdierenarts gewerkt te hebben, ben ik mij gaan

De eerste opgave voor de robotboer is om de koeien met rust te laten. Die

toeleggen op kennisoverdracht en advisering.’ Daartoe bekwaamde

moeten gezond zijn, graag krachtvoer lusten en gemakkelijk bij de robot

hij zich in journalistiek, marketing en communicatie, en bedrijfskunde.

kunnen komen. Niet meer, maar zeker niet minder.

Met zijn bedrijf Vetvice ontwikkelde Jan het Koesignalen®-concept

De tweede uitdaging van de veehouder die met robotmelken start zit in het

en hij schreef de succesvolle Koesignalen-boekenreeks. Vetvice is in

organiseren van het werk. Hij is weinig gebonden aan vaste momenten, maar

meer dan 30 landen actief met lezingen en trainingen op de gebieden

toch werkt hij met vaste dagdagelijkse werklijsten. En hij leunt sterk op de

van Koesignalen, Klauwen, Vruchtbaarheid, Jongvee, Droogstand en

informatie die hij via de computer krijgt aangereikt.

transitie, en Bouwen voor de koe.

Want de koeien moeten super-gezond zijn en super-gezond blijven, en de

De boekenserie Future Farming® richt zich op het management

techniek dient uitstekend te blijven werken. Preventie en vooruitdenken zijn

van melkveebedrijven. Samen met de zorg voor het dier, staan

dus de motto’s. “Goed is goed” gaat daarbij niet op, maar “heel goed is goed

hier de zorg voor de mensen en de productiviteit centraal. Vetvice

genoeg”.

adviseert en traint veehouders op het gebied van stallenbouw,

De succesvolle robotboer is een manager, die de hoofdzaken van bijzaken

arbeidsorganisatie en dierziektenbestendig management.

weet te onderscheiden. Hij richt zich sterk op de koeien, denkt in processen

“Een goed boek heeft heel veel plaatjes, korte en duidelijke teksten, en

en kan goed met management-informatie werken.

levert uitstekende, direct toepasbare informatie.”

Met Robotmelken heeft u het eerste boek in handen over het management van melkrobotbedrijven. Boordevol praktische informatie, managementinformatie en ideeën. Auteur Jan Hulsen van de Vetvice Group staat garant voor praktische, complete en toegankelijke informatie.

“In sporttermen: de robotboer is eerder coach, dan speler.”

Robotmelken

1. De koe is gezond en heeft geen stress...

co pr py ot rig ec h te t d

uitstap naar het agrarisch onderwijs. ‘Na drie jaar met veel plezier

Jan Hulsen

Het succes van robotmelken ligt in de stal bij de koeien. Dan praten we over

Robotmelken

vleesvarkens. Hij studeerde diergeneeskunde, met een korte

De adviseurs en trainers van Vetvice en DairyLogix wier kennis, inzicht en creativiteit mede aan de basis staan van dit boek.

2. De koe kan zonder problemen naar de robot lopen...

3. De koe krijgt in de robot een beloning...

Vlnr: Staand: Nico Vreeburg (dierenarts/trainer, stallenbouw, dairy farm management) Joep Driessen (dierenarts/trainer, CowSignals Company) Bertjan Westerlaan (dierenarts/trainer, stallenbouw, dairy farm management) Marcel Drint (dierenarts/trainer, klauwgezondheid) Zittend: Jan Hulsen (dierenarts/trainer, large dairy management) Jack Rodenburg (landbouwingenieur, stallenbouw, DairyLogix)

www.roodbont.nl

www.vetvice.nl

www.cowsignals.com

Jan Hulsen


Colofon

Robotmelken

Voor boeken en maatedities:

Auteur Jan Hulsen, Vetvice® Foto’s Jan Hulsen (tenzij anders vermeld)

Roodbont Uitgeverij Postbus 4103 7200 BC Zutphen

Tekeningen Herman Roozen, Dick Rietveld

T (0575) 54 56 88 F (0575) 54 69 90 info@roodbont.nl

Vormgeving Erik de Bruin, Varwig Design

www.roodbont.nl

Tekstcorrectie Nicolette Scholten, Regelwerk Voor bedrijfsadvies en stallenbouwadvies:

co pr py ot rig ec h te t d

Met medewerking van Dick de Lange, DAP Horst (www.daphorst.nl) Hans Miltenburg, GD Deventer (www.gddeventer.com) Jack Rodenburg, Dairylogix (www.dairylogix.com) Nico Vreebrug, Vetvice Group (www.vetvice.com) Bertjan Westerlaan, Vetvice Group (www.vetvice.com)

Vetvice Group®

Moerstraatsebaan 115

4614 PC Bergen op Zoom

Met alle dank aan Christien Bas (danace), CR Delta, DeLaval, Joep Driessen, Marcel Drint, Arie Duizer, Frans Graumans, Paul Hulsen, Insentec, Frans Jans, Anne Kloek, Lely Industries NV, Francesca Neijenhuis, Jens Simonsen, Marcel Steen, U.G.C.N., Tom Vanholder, Wiebe Veenstra, Gerrit Wensink. Niet met name genoemd maar zeer gewaardeerd, zijn de gesprekken met vele voorlichters, verkopers en andere medewerkers van vele bedrijven werkzaam in de melkveehouderij! Speciale dank aan die talloze veehouders, die hun bedrijf openstelden en hun inzichten en ervaringen wilden delen!!!

T (0165) 30 43 05 F (0165) 30 37 58 info@vetvice.nl

www.vetvice.nl

Voor training en opleidingen:

Robotmelken maakt deel uit van de succesvolle Koesignalen® reeks.

Koesignalen® en CowSignals® zijn gedeponeerde merken van Vetvice®.

CowSignals® Training Company

Hoekgraaf 17A © Jan Hulsen, 2015

6617 AX Bergharen Tel: 06 54 26 73 53

Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd en/of openbaar gemaakt

info@cowsignals.com

door middel van druk, fotokopie of op welke andere wijze dan ook, zonder

www.cowsignals.com

voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgever.

Auteur en uitgever hebben de inhoud van deze uitgave met grote zorgvuldigheid en naar beste weten samengesteld. Auteur en uitgever aanvaarden evenwel geen aansprakelijkheid door schade, van welke aard dan ook, die het gevolg is van handelingen en/of beslissingen die gebaseerd zijn op bedoelde informatie.

ISBN: 978-90-8740-023-1 NUR: 940

2

Robotmelken


Inhoudsopgave

Inleiding

1 Het dagelijkse werk ‘s Ochtends, eerste werk Effectief organiseren van de dag Opzet stalrondes Stalronde Voeren en voeropname

2 Het week/maandwerk

co pr py ot rig ec h te t d

Bouwsystemen Bouw systemen: insemineren Droogstand en transitie Vaarzenintroductie Koestromen en koebehandelingen Mastitis, celgetal en behandelen Klauw- en bedrijfshygiëne Zorg voor hygiëne Klauwgezondheid

3 Weten wat er gebeurt

Planning en procescontroles Prestatie-indicatoren en standaardwerkwijzen Werkorganisatie Monitoring risicogroepen Zorg voor koewelzijn Gezond melken Arbeidsorganisatie Kengetallen, koe-informatie en communicatie Ozo´s, weetjes en gedachtesprongen

4 Oriëntatie en ontwerp

Voorbereiding en ontwerp Arbeidsproductiviteit Kwaliteit van de arbeid Overwegingen voor stal- en bedrijfsontwerp Schetsen stalontwerpen Issue 1: weidegang Issue 2: een open stal Vragenlijst: Ben jij een robotboer? Een bedrijf opstarten Trefwoorden

Inleiding

4 6 6 7 8 10 12

14 14 15 16 17 18 20 22 23 24

26 27 28 29 30 31 32 34 35 36

38 38 40 41 42 44 46 47 48 50 51

3


Inleiding

Geschiedenis Robotmelken is een nieuwe tak van sport binnen de melkveehouderij, die nog in de beginfase verkeert wat betreft management, werkorganisatie, stalontwerp en arbeidsproductiviteit. Eind jaren 90 van de vorige eeuw kwamen er redelijke aantallen melkrobots, die allemaal werden ingebouwd in bestaande stallen. Daarvan leren we dat koeien uitstekend voer, water, licht, lucht, rust, ruimte en gezondheid nodig hebben om goed op de robot te lopen. En dat de boer een groot mentaal veranderingsproces moet doorlopen, wat niet iedereen lukt.

Leeswijzer Dit boek gaat over het management van een robotbedrijf. Dat betekent dat een manier van denken of werken soms belangrijker is dan de feiten. Dus dat het waardevoller is te weten dat je moet werken met een dag-/week-/maandplanning en met standaard werkwijzen, dan de exacte inhoud daarvan.

co pr py ot rig ec h te t d

Begin 21e eeuw begon de bouw van nieuwe stallen met melkrobots. Slechts een deel van deze stallen werd ontworpen vanuit de specifieke eisen en arbeidsorganisatie van het robotbedrijf. Deze bedrijven experimenteerden en vonden soms oplossingen, soms niet. Maar veel van de stallen gingen nog uit van het traditionele ontwerp met melkstal, soms inclusief de fouten. Zoals onvoldoende voorzieningen voor zorgkoeien. Hiervan leren we dat het ontwerpproces als eerste moet uitgaan van de werkorganisatie, naast de eisen van de koe.

De volgende fase typeert zich door het ontwerpen, bouwen en optimaliseren van hele bedrijven die compleet gebaseerd zijn op robotmelken. Dit zijn aan de ene kant de gezinsbedrijven, waar één persoon het werk kan doen. En aan de andere kant het ‘grote’ bedrijf, waar de boer/ondernemer/investeerder met personeel in loondienst werkt. Hier leren we planmatig werken, continu verbeteren en de kunst van het loslaten.

4

Robotmelken


Inleiding

Overpeinzingen De kern van succesvol robotmelken is de loop van de koeien op de robot. Alle koeien moeten spontaan, regelmatig en voldoende vaak komen (Wat ook geldt voor eten, drinken en liggen).

Het minst interessante aan het management van een robotbedrijf is misschien wel de melkrobot zelf. De uitdaging en het succes liggen in de stal, bij de koeien en in de werkorganisatie.

Als een veehouder te veel koeien moet ophalen omdat ze de robot onvoldoende bezoeken, dan is dit de schuld van de veehouder en niet van de koeien. Hij zou de oplossing moeten zoeken in verbeteringen van zijn koemanagement, voeding en diergezondheid. En niet in meer hekken en selectiepoorten. Robotbedrijven bieden de kans om afwisselende, uitdagende en leuke arbeidsplaatsen te creëren. Waar je gemakkelijk goed personeel kunt krijgen én houden. Als je het werk maar goed organiseert, en de koeien en de mensen met veel respect behandelt.

Inleiding

Het optimum van arbeidsproductiviteit, koegezondheid en -welzijn, arbeidsvreugde en economische rentabiliteit is nog lang niet bereikt.

De robotboer moet denken in samenhangende gehelen van werkzaamheden, planning, stalinrichting en materialen/hulpmiddelen. Dit heet systeemdenken. Het is een wezenlijk andere insteek als het traditionele denken in processen, taken en functies, dat óók zijn essentiële waarde heeft!

De huidige robotboeren hebben het koeienhouden geleerd op een bedrijf met een melkstal. Van hun visie, durf, creativiteit en fouten profiteren de nieuwkomers. Het is interessant te zien dat er nu een generatie melkveehouders aankomt die nooit anders gewerkt heeft als met een melkrobot.

Enfin, voldoende zaken die nadere uitleg behoeven. In dit boek vind je de informatie om het management van jouw robotbedrijf te kunnen optimaliseren. Of natuurlijk een goed werkend bedrijf met een melkrobot op te zetten als je nog aan de vooravond staat van de aanschaf van een melkrobot.

Foto: Christien Bas (danace)

co pr py ot rig ec h te t d

5


‘s Ochtends, eerste werk

HOOFDSTUK 1

Het dagelijkse werk

co pr py ot rig ec h te t d

Een bedrijf met een melkrobot heeft zijn eigen werkorganisatie en management. Je hebt viermaal daags een stalronde, waar je volgens vaste werkwijzen een vaste reeks van werkzaamheden en controles afwerkt. Op het robotbedrijf werk je relatief meer tussen de koeien in de stal en doe je meer computerwerk, dan op een bedrijf met een melkstal. Cruciaal is dat de koeien zelf naar de robot lopen. Daarvoor is nodig een gezonde koe met een gezonde pens, een ruime stal zonder obstakels, en een boer die een koeverzorger en koecoach is en geen koedrijver.

Het eerste werk

Maandagmorgen om half zeven open je de deur van de stal. Als eerste werk controleer je de zorgkoeien. Die moeten dus direct in je looplijn staan. Je wilt antwoord hebben op de volgende vragen, zodat je ook weet of je hier direct of later die dag werk moet doen: 1. Hoe gaat het met de zorgkoeien? 2. Is er een afkalving die om actie vraagt?

Begin bijvoorbeeld de dag met het filter te vervangen. Vlokken vertellen je dat er een koe is met mastitis. Veel strooisel op het filter komt door problemen met de voorbehandeling en/of te vuile uiers.

6

Managementvraagstuk

In een koppel met rustige koeien kun je heel gemakkelijk een koe ophalen. Hoe krijg je rustige koeien?

Door zelf rustig en voorspelbaar te zijn. De koeien gedragen zich zoals ze behandeld worden. Als je toch koeien moet opjagen, doe dit dan op een rustige manier. Laat de dieren hun eigen tempo volgen. Schreeuwen, slaan en prikken werkt averechts. Stimuleer ook medewerkers hierin, controleer en beloon hen. Omdat er in bedrijven met een melkrobot vaker tussen de koeien in wordt gewerkt en omdat koeien niet naar de stal worden gedreven zoals in bedrijven met een melkstal het geval is, zijn ze op robotbedrijven sowieso rustiger en vertrouwder naar mensen toe.

Robotmelken


Effectief organiseren van de dag

Elke koe moet zekerheid en ongestoord kunnen rondlopen. Rust is een belangrijk kenmerk van robotkoeien. Elke vorm van onrust vermindert het robotbezoek.

Ken en beheers de hoofdzaken

co pr py ot rig ec h te t d

Als je het diermanagement, de voeding en de koegezondheid goed voor elkaar hebt, loopt een melkrobotbedrijf vanzelf. Je moet hierbij elke dag wel de juiste dingen heel goed doen. Laat je steken vallen of heb je problemen bij de koeien, dan word je direct geconfronteerd met veel problemen. Want de problemen versterken elkaar meestal. Slecht bezoek van de robot is altijd de eerste klacht, uiergezondheidsproblemen nogal eens de tweede. En klauwproblemen vormen vaak de oorzaak. Je brengt buffering in het systeem door te zorgen dat de koeien ongestoord kunnen rondlopen (rust, ruimte, goede vloer, klauwgezondheid, ventilatie), door een gezond rantsoen te voeren (gebaseerd op uitstekende pensfermentatie) en door enige reservecapaciteit op de robot te hebben.

Breng werk bij elkaar

Deze veehouder heeft zijn dekrijpe pinken bij zijn zorg- en behandelgroep geplaatst, naast een van de robots. Zo doet hij zonder moeite uitstekende tochtigheidswaarneming.

Twintig procent van de koeien vraagt tachtig procent van het werk. Dit zijn de zorgkoeien en de koeien die een behandeling moeten ondergaan. In een goed opgezette stal staan deze dieren vlakbij elkaar, dichtbij de behandelfaciliteiten en dichtbij andere plaatsen waar veel werk gedaan moet worden, zoals het kantoor. Je hebt op die manier goed overzicht, werkt makkelijk en verliest weinig tijd met lopen. Ook kun je voorzieningen als verlichting, materiaalopslag en een wasplaats beter regelen. En tijdens het werk controleer je doorlopend de zorgkoeien. Bovendien hebben zorgkoeien hun eigen, comfortabele huisvesting nodig in de vorm van een strooiselstal of heel goede ligboxen.

De strostal is voor verse, zwakke en kreupele koeien. Rechts van de strostal staan de close-up droge koeien. Vanuit de strostal kunnen koeien via de wachtruimte naar de robot. Na het melken worden ze teruggestuurd de strostal in. De strostal kan met een trekker of lader worden uitgemest. Wachtruimte

Hoofdstuk 1: Het dagelijkse werk

Je hebt altijd ophaalkoeien, dus heb je een wachtruimte nodig. Maar koeien lopen beter op een robot zonder wachtruimte dan op een robot met wachtruimte. In een wachtruimte met gedeelde ingang kunnen ranglage koeien ongestoord wachten, want de dominante koeien lopen rechtstreeks de robot in. 7


Opzet stalrondes

De vaste dagelijkse controles Als er geen urgent werk bij de zorgkoeien is, begin je de dag bij de computer. Je wilt het volgende weten: 1. Hoe gaat het met het systeem (de robot, de koeien)? 2. Welke koeien hebben mijn aandacht nodig/moet ik ophalen? 3. Wat moet ik vandaag doen? 1. Quickscan prestatie-indicatoren: a. aantal liters gemolken; b. aantal melkingen; c. aantal weigeringen; d. aantal mislukkingen; e. specifieke (merk)indicatoren. Je checkt de prestaties aan de hand van normwaarden

2. Attentiekoeien: a. te lang melkinterval: koe ophalen en checken (ziek? kreupel?); b. attentie geleidbaarheid, mislukkingen, kleur, celgetal: koe checken (mastitis?); c. attentie activiteit (insemineren?); d. mislukkingen: koe checken (mastitis?).

en aan de cijfers van voorliggende dagen. Daarnaast kijk je of er verschillen zijn tussen tepelbekers (kwartieren),

3. Werkplanning voor vandaag: a. check kalender;

co pr py ot rig ec h te t d

wat bijvoorbeeld kan duiden op lekkende melkslangen. En je beoordeelt of er verschillen zijn tussen robots, als je meerdere robots hebt.

b. voorbereiding werk morgen (bijvoorbeeld koeien separeren);

c. voorbereiding week.

Managementvraagstuk

Je wilt koe 8491 hebben. Hoe ga je haar vinden?

Er zijn drie opties. 1. Je kent alle koeien, zodat je snel een of enkele dieren hebt gevonden. In kleine koppels werkt dit heel goed. 2. Je zet ĂŠĂŠn keer per dag alle koeien vast in het voerhek en zoekt de koe die je nodig hebt. 3. Je laat de robot(s) de koe separeren. Dit gebeurt pas als de koe de robot bezoekt. Dit kan twaalf uur duren, of langer.

8

Gelijke oor- en bandnummers helpen je om koeien snel te vinden. Inmiddels zijn ook nieuwe technieken behulpzaam, zoals een een smartphone waarop je kunt zien waar een bepaalde koe is en de robot die koeien een kleurmerk geeft.

Robotmelken


Opzet stalrondes

Robotbezoek en ophaalkoeien

Computerwerkplekken

De koeien gaan naar de robot, gelokt door het krachtvoer dat ze er krijgen. Het melken op zich heeft nauwelijks aanlokkende werking. Begin lactatie hebben koeien meer honger en lopen ze beter dan aan het einde van de lactatie, wanneer ze ook weinig krachtvoer krijgen. Des te makkelijker de koeien kunnen rondlopen, des te vaker bezoeken ze de robot. Alle hindernissen verminderen het robotbezoek, zoals nauwe of gladde looppaden, weinig ruimte voor de robot of een permanente wachtruimte voor de robot. Koeien zijn van zichzelf nieuwsgierig en verkennen regelmatig de beschikbare ruimte. Dit rondlopen stimuleert het robotbezoek. Onrust en afleiding verminderen daarentegen het robotbezoek.

Gestuurd koeverkeer

co pr py ot rig ec h te t d

Bij gestuurd koeverkeer moeten de koeien door selectiepoortjes, als ze van of naar het voer lopen. Doel is minder werk en minder koeien ophalen, maar meestal wordt dit juist meer. Maar ook het aantal maaltijden dat de koeien per dag eten daalt, van ongeveer twaalf tot soms maar zes. Hierdoor komen de voeropname en voerbenutting onder druk te staan. De kans dat de pens na een maaltijd te sterk verzuurt neemt sterk toe. Met de zwakke en ranglage koeien als eerste mogelijke slachtoffers. En ook de ligtijd van de koeien zal al gauw korter worden waardoor zij meer klauwproblemen krijgen. De dieren staan immers veel te wachten en/of hebben slechte toegang tot de ligboxen. Een zachte bodem (bijvoorbeeld rubber) vermindert de overbelasting van de klauwen.

Je moet de computer kunnen gebruiken dichtbij het werk, met je laarzen en vuile overall aan, om informatie op te halen en om gegevens in te voeren. Dit doe je staand aan een hoog werkblad, of zittend op een kruk.

Koecontroles via de computer

Met enige training en interesse kun je via de computer uitstekend de koeien opsporen die aandacht nodig hebben, voordat deze ernstige problemen krijgen. Attentielijsten en kleurcoderingen op het scherm maken dit gemakkelijker.

Hoofdstuk 1: Het dagelijkse werk

Een eenvoudige oplossing, vlakbij de robot. Hier kun je alles doen met de computer. Voor uitgebreid computerwerk heb je ergens anders een meer comfortabele werkplek.

Een kantoor met uitzicht op de wachtruimte en de ruimte voor de robot, alle koeien die tochtig kunnen worden en de zorgkoeien en kalfkoeien. Zorg dat je kantoor en ramen op een makkelijke manier schoon kunt houden. 9


Stalronde

Combineer en controleer De stalronde is de controleronde van de melkrobot, de koeien en de stal, die je combineert met taken als ligboxen verzorgen en drinkbakken schoonmaken. Op de meeste bedrijven loop je vier stalrondes per dag: twee uitgebreide en twee korte. De uitgebreide loop je ‘s ochtends en aan het eind van de middag. De korte doe je rond het middaguur en ‘s avonds. Bij de uitgebreide stalrondes pak je ook de droge koeien mee.

Elke dag efficiënt werken Neem direct de temperatuur op als een koe te traag is, een te lege pens heeft, koude oren heeft of als je haar om een andere reden niet vertrouwt. Je hebt dus altijd een thermometer bij je. Heeft ze verhoging (> 39,0°C) of koorts (> 39,5°C), controleer dan het uier (zwelling, melk). Vraag de dierenarts om diagnose- en behandelplannen.

co pr py ot rig ec h te t d

Met elke dag tien minuten werk besparen, win je op jaarbasis anderhalve werkweek (61 uur). Dus probeer je dagen efficiënt in te delen, zodat je het werk op het juiste moment doet en in de slimste volgorde. Maak looplijnen kort en logisch. En zorg ervoor dat je materialen, kranen , poortgrepen, lampen en andere hulpjes op de juiste plaats hebt staan.

Arbeidsorganisatie

Twee werkwijzen voor ophalen:

Efficiënte werklijnen leveren elke dag tijd en gemak op. Ze beginnen en eindigen op de meest logische plaats, waar bijvoorbeeld de boxenkrabber staat, een kraan voor je laarzen is of waar je schoon en vuil schoeisel kunt wisselen. Melkrobotbedrijven vragen om medewerkers die het merendeel van het werk kunnen doen en die allerlei taken kunnen combineren. Je loopt vast met sterke opsplitsingen van het werk, zoals op grote bedrijven met melkstallen gebruikelijk is.

10

1. Eerst de attentiekoeien ophalen en dan de ligboxen verzorgen Het ophalen van de koeien en het verzorgen van de ligboxen kan door verschillende personen gedaan worden, op verschillende momenten. Dit past goed bij een tijdelijke wachtruimte, die je weghaalt na de stalronde. Ook past dit goed in een systeem waar alle koeien één keer per dag aan het voerhek worden vastgezet. Na de stalronde kun je de benodigde werkzaamheden doen bij de koeien die de robot heeft gesepareerd. 2. De attentiekoeien meenemen tijdens het verzorgen van de ligboxen Dit werkt goed in een rustige koppel en met weinig ophaalkoeien. Dit past ook goed bij permanente wachtruimtes en tijdelijke wachtruimtes die automatisch opengaan, tenzij er een logisch moment is om later de tijdelijke wachtruimte open te zetten. Automatisch openen van tijdelijke wachtruimtes voorkomt dat je dit vergeet en maakt je flexibeler.

Robotmelken


Stalronde

Onderdelen van de stalronde 1. Informatie ophalen, gebruiken, opslaan

Stel jezelf bij elke ophaalkoe de vraag: waarom moet ik dit dier ophalen? Wat is er aan de hand? Hoe kan ik zorgen dat zij vanzelf loopt? Slim in je looplijn geplaatste buizen of hekken maken het ophalen heel efficiënt. Controleer de voerbak van de robot.

co pr py ot rig ec h te t d

Een notitieboekje of een zakcomputer zijn onmisbaar: om attentiekoeien te onthouden, om van alles te noteren en in de computer te brengen en om informatie op te zoeken.

2. Koeien ophalen

3. Ligboxen verzorgen

Je wilt elke ligbox gemiddeld drie keer en minimaal twee keer per dag een goede verzorgingsbeurt geven. Matrasboxen wil je daarbij ten minste één keer instrooien. In schone ligboxen laat je de koeien liggen, in vuile ligboxen jaag je de koe overeind.

5. Huisvesting controleren en verzorgen

Bouw in je stalrondes routines in, standaardwerkwijzen. En zorg dat deze in detail kloppend zijn. Hang bij een kiepdrinkbak een schoonmaakborstel. Maak doorsteken op de juiste plaatsen. Leer jezelf gewoontes aan, zoals elke ochtend de ventilatiegordijnen op de juiste stand zetten voor die dag.

Hoofdstuk 1: Het dagelijkse werk

4. Koeien controleren

Een rondgang langs de koeien van de attentielijst en eventuele andere aandachtskoeien, zoals verse koeien. Behalve dat je iedere koe controleert, let je ook op groeps- en koppelgedrag. Daarnaast kijk je of bepaalde koeien opvallen. Je let op zaken als uitvloeiing, pensvulling, houding, stand, beengebruik, gedrag, bevuiling en huidbeschadigingen.

6. Robot controleren, schoonmaken en onderhouden

Je controleert de voorbehandeling en het sprayen. Je loopt de vaste controlepunten van je robot na, volgens de instructies van de producent. Twee keer per dag spuit je de robot en de robotruimte schoon. Let op met een hogedrukspuit en elektronica.

11


Voeren en voeropname

Voeding is een succesfactor! Een gezonde pens is noodzakelijk om een koe gezond te houden! Baseer het rantsoen op ruwvoer met als eerste doel gezondheid. Dan lopen de koeien goed op de robot, hebben ze weinig problemen en worden ze het makkelijkst drachtig.

Krachtvoer en de robot

De hoogte en breedte van de kuilen moeten een voersnelheid van ten minste twee meter per week garanderen, zodat geen broei optreedt. Verwijder rotte plekken, zodat ze niet in het rantsoen komen. Ruim los voer bij de kuilen direct op.

co pr py ot rig ec h te t d

Om de koeien goed naar de robot te lokken, moeten ze in de robot voer krijgen dat duidelijk lekkerder is dan het voer aan het voerhek. Meestal is dat krachtvoer. Dus geef je op een robotbedrijf altijd een bepaalde hoeveelheid snel fermenteerbaar voer (krachtvoer) en houd je rekening met het bijkomende risico op pensverstoring en klauwbevangenheid. De maximale krachtvoergift is 2 kg per bezoek. Dit is de hoeveelheid die de hoogproductieve dieren krijgen. Zij worden drie tot drieënhalf maal daags gemolken. Dus zij krijgen 6 à 7 kg krachtvoer per dag. Wil je koeien meer krachtvoer voeren, plaats dan losse krachtvoerstations in de stal. De minimale krachtvoergift is 0,75 kg per bezoek. Geef je minder, dan komt de koe niet meer. Dit is de hoeveelheid die laagproductieve dieren krijgen. Die worden twee maal daags gemolken.

Gezonde penswerking

De koe met een goede penswerking zal het gezondst zijn. Zij haalt het maximum aan voedingswaarde uit haar rantsoen waarbij ook de opname van mineralen, vitaminen en sporenelementen optimaal is. Een gezonde penswerking ontstaat als het rantsoen een goede opbouw van een structuurlaag geeft. Deze structuurlaag voorkomt sterke verandering (buffering) van de zuurgraad in de pens (pH). Hij zorgt ook dat de voermiddelen voldoende lang in de pens blijven voor een goede fermentatie. En dat zorgt ervoor dat de koe een zo groot mogelijk deel van de voedingswaarde ook werkelijk opneemt (benutting). De structuurlaag ontstaat door structuur (NDF, ADF) in het rantsoen. Deze structuur maakt onder meer dat de koe veel kauwt en herkauwt, waarbij ze speeksel vormt. Speeksel bevat veel bicarbonaat, dat daling van de pens-pH (= pensverzuring) tegengaat. Minimaal 10% van het rantsoen moet een deeltjeslengte hebben groter dan 4 cm. Veruit de meestbepalende periode voor een gezonde penswerking en een gezonde koe omvat de droogstand, het afkalven en de eerste maand van de lactatie. Deze periode moet je dus perfect managen, met veel aandacht voor koecomfort en penswerking (zie p. 16). Werk ook met een apart vaarzen-introductieplan.

12

Bij automatisch voeren kun je eenvoudig vaker dan 2x daags voeren. Tijdens het voeren moet maar een deel van de koeien naar het voerhek komen, anders voer je te weinig. Ook bij automatisch voeren is preventie van broei in de voerkeuken, voeropslag en bij de kuilen zeer belangrijk.

Problemen in het vrijelijk rondlopen van de koeien verminderen het aantal maaltijden én het robotbezoek. Dan vertoont de pens-pH gedurende de dag extremere pieken en dalen. Bovendien heb je grotere porties krachtvoer nodig om de koeien naar de robot te lokken, wat het risico op pensverzuring versterkt.

Robotmelken


Voeren en voeropname

De basis: topkwaliteit ruwvoer Goed ruwvoer aan het voerhek is: • smakelijk; • gaat niet snel broeien/wordt niet snel warm; • bevat geen schimmels; • is mechanisch niet vermalen. Door een juiste mix van producten met verschillende fermentatiesnelheid komen energie en eiwit geleidelijk en gelijktijdig beschikbaar (synchronisatie).

Hoekstenen van goed voeren 1. De koe vreet tien à twaalf maaltijden per dag. Zij doet dit als ze minimaal 22 uur per dag vrijelijk toegang heeft tot een vreetplaats met lekker voer. Door de geleidelijke voeropname en de relatief kleine maaltijden fluctueert de pens-pH relatief weinig. Controlepunt: de pensvulling fluctueert tussen 3,5 (gevuld) en 2,5 (matig gevuld). 2. Elke maaltijd bevat alle rantsoencomponenten in de juiste verhoudingen. Tijdens het vreten zie je dat de koeien nauwelijks voer selecteren. Ook zie je weinig verschillen in de geproduceerde mest.

co pr py ot rig ec h te t d

3. De koe heeft gemakkelijk en onbeperkt toegang tot schoon water. Controleer de wateropbrengst en de waterkwaliteit van alle drinkbakken, ook bij droge koeien en afkalfkoeien. Beoordeel de bereikbaarheid van de drinkbakken (aanlooproutes, plaatsing drinkbak). De eerste reactie van een koe op een pensstoornis is meer water drinken.

Problemen

Maak uitstekend kuilvoer

Uitstekend voeren begint met gras- en gewasbeheer en voederwinning. De voedergewassen moeten op het land al zo min mogelijk schimmels en gisten bevatten. Tijdens oogst en opslag mogen er geen verontreinigingen in het product komen, zoals zand. Conserveermiddelen, zoals zout en bacteriemengsels, zorgen dat het voer sneller en beter conserveert. Mede hierdoor treedt minder snel opwarming en broei op in de geopende kuil en aan het voerhek. Na een veldperiode van twee dagen kuil je gras in met een drogestofgehalte van tussen dertig en vijftig procent. Je rijdt het gras heel goed vast en dekt de kuil zo snel mogelijk luchtdicht af, bij voorkeur met een zware deklaag (bijvoorbeeld zand).

Hoofdstuk 1: Het dagelijkse werk

1. De pens raakt verstoord door een continu te lage pH of door een te sterk wisselende pH. De koe neemt hierdoor te weinig energie, vitaminen, mineralen en sporenelementen op. Bovendien stromen ongewenste stoffen door naar de dunne en dikke darm, die daar tot verstoringen leiden. Er is een grote kans op klauwbevangenheid. Je herkent pensstoornissen aan te weinig glans op de vacht, te matige pensvulling, te lage productie in verhouding tot de voeropname, slecht verteerde mest, wisselende dikte van de mest, te magere koeien, zoolbloedingen of bevuiling achterhand, enzovoort. 2. In de tweede helft van de lactatie kan een te hoge opname van bestendig zetmeel veroorzaken dat koeien lui worden en slecht de robot bezoeken. Bestendig zetmeel is een goede energiebron voor opstartende koeien. Het zit onder andere veel in mais en CCM.

13


Robotmelken:

“Melken met robots is écht anders dan melken met de melkstal.”

Over de auteur

De 3 succesfactoren voor de koe:

Jan Hulsen groeide op op een boerenbedrijf met melkvee en

de huisvesting, de voeding, de verzorging en de omgang met het vee.

als landbouwhuisdierenarts gewerkt te hebben, ben ik mij gaan

De eerste opgave voor de robotboer is om de koeien met rust te laten. Die

toeleggen op kennisoverdracht en advisering.’ Daartoe bekwaamde

moeten gezond zijn, graag krachtvoer lusten en gemakkelijk bij de robot

hij zich in journalistiek, marketing en communicatie, en bedrijfskunde.

kunnen komen. Niet meer, maar zeker niet minder.

Met zijn bedrijf Vetvice ontwikkelde Jan het Koesignalen®-concept

De tweede uitdaging van de veehouder die met robotmelken start zit in het

en hij schreef de succesvolle Koesignalen-boekenreeks. Vetvice is in

organiseren van het werk. Hij is weinig gebonden aan vaste momenten, maar

meer dan 30 landen actief met lezingen en trainingen op de gebieden

toch werkt hij met vaste dagdagelijkse werklijsten. En hij leunt sterk op de

van Koesignalen, Klauwen, Vruchtbaarheid, Jongvee, Droogstand en

informatie die hij via de computer krijgt aangereikt.

transitie, en Bouwen voor de koe.

Want de koeien moeten super-gezond zijn en super-gezond blijven, en de

De boekenserie Future Farming® richt zich op het management

techniek dient uitstekend te blijven werken. Preventie en vooruitdenken zijn

van melkveebedrijven. Samen met de zorg voor het dier, staan

dus de motto’s. “Goed is goed” gaat daarbij niet op, maar “heel goed is goed

hier de zorg voor de mensen en de productiviteit centraal. Vetvice

genoeg”.

adviseert en traint veehouders op het gebied van stallenbouw,

De succesvolle robotboer is een manager, die de hoofdzaken van bijzaken

arbeidsorganisatie en dierziektenbestendig management.

weet te onderscheiden. Hij richt zich sterk op de koeien, denkt in processen

“Een goed boek heeft heel veel plaatjes, korte en duidelijke teksten, en

en kan goed met management-informatie werken.

levert uitstekende, direct toepasbare informatie.”

Met Robotmelken heeft u het eerste boek in handen over het

co pr py ot rig ec h te t d

uitstap naar het agrarisch onderwijs. ‘Na drie jaar met veel plezier

Robotmelken

1. De koe is gezond en heeft geen stress...

Jan Hulsen

Het succes van robotmelken ligt in de stal bij de koeien. Dan praten we over

Robotmelken

vleesvarkens. Hij studeerde diergeneeskunde, met een korte

2. De koe kan zonder problemen naar de robot lopen...

management van melkrobotbedrijven. Boordevol praktische informatie,

managementinformatie en ideeën. Auteur Jan Hulsen van de Vetvice Group staat garant voor praktische, complete en toegankelijke informatie.

“In sporttermen: de robotboer is eerder coach, dan speler.” De adviseurs en trainers van Vetvice en DairyLogix wier kennis, inzicht en creativiteit mede aan de basis staan van dit boek.

3. De koe krijgt in de robot een beloning...

Vlnr: Staand: Nico Vreeburg (dierenarts/trainer, stallenbouw, dairy farm management) Joep Driessen (dierenarts/trainer, CowSignals Company) Bertjan Westerlaan (dierenarts/trainer, stallenbouw, dairy farm management) Marcel Drint (dierenarts/trainer, klauwgezondheid) Zittend: Jan Hulsen (dierenarts/trainer, large dairy management) Jack Rodenburg (landbouwingenieur, stallenbouw, DairyLogix)

www.roodbont.nl

www.vetvice.nl

www.cowsignals.com

Jan Hulsen


Robotic milking - Dutch edition