Page 1

De omstandigheden waarin champignons geteeld worden, zijn wereldwijd zeer verschillend. Maar de signalen die compost en champignons afgeven zijn overal hetzelfde. Op elke plaats en elk moment zijn signalen op te vangen... als de antenne er maar voor uitstaat. Met Champignonsignalen ontwikkel je deze atenne.

ISBN 978-90-8740-109-2

9 789087 401092 www.mushroomoffice.com

www.roodbont.com

ed pr ot ec t

Mark den Ouden

Champignonsignalen leert composteerders en kwekers hun proces te optimaliseren door signalen uit de praktijk te kunnen zien. Niet te snel conclusies trekken, maar jezelf steeds drie vragen stellen: wat zie ik, hoe komt dit, wat doe ik? Voorbeeld: Wat zie je? Een dag na het water geven zie je dat de vloer nog nat is en de dekaarde nog blinkt. Hoe komt dit? Te weinig vochtafvoer. Hierdoor kunnen knoppen van de tweede vlucht niet uitgroeien en kunnen bacterievlekken ontstaan. Wat doe je? De RV en CO2 alsnog verlagen. Dit is een van de vele signalen in de champignonteelt waarmee je de productie en kwaliteit van de champignons eenvoudig kunt optimaliseren. Een champignon groeit vier procent per uur! Door een oogstmedewerker vaker per dag hetzelfde bed te laten oogsten, behaal je al snel een productieverhoging van minimaal tien procent. Coaching van je medewerkers is minstens zo belangrijk als het verzorgen van je champignons.

ig ht s

Het proces van een succesvolle champignonteelt begint met beoordeling van de grondstoffen voor het composteren. Dat is de basis voor een optimale compostering. Daarnaast is het bij het kweken van de champignons de uitdaging op een juiste manier te reageren op steeds wisselende teeltomstandigheden en toch steeds een goed of beter teeltresultaat te behalen.

yr

Champignonteelt is geen exacte wetenschap. Het leren zien, begrijpen en op juiste wijze reageren op signalen is de kunst van het vak. En die kunst is te leren.

C op

‘Champ i g no nt eel t i s een kuns t .’

Champignonsignalen

Champignonsignalen

Praktijkgids voor een optimale champignonteelt

Champignon signalen

Mark den Ouden


Inhoudsopgave Partners

2: F  ase II, pasteuriseren/conditioneren 34 De tunnel Het principe van een tunnel Vullen van een tunnel Het proces Broed Vitaal broed Rassen Schoon voor enten Enten

34 35 36 37 41 42 43 44 45

ed

3: F  ase III, doorgroeien van de compost 46

pr ot ec t

Inleiding

6

7 8 9 10 12 13 14 15

ig ht s

Champignonteelt wereldwijd Champignon, goed voor de gezondheid! Schimmels in het plantenrijk Teeltschema als rode draad Compost- en teeltschema Composteren Verschillende teeltsystemen Op de champignonkwekerij

1: Phase I, verse compost

16

op yr

Homogeen 16 16 Selectief Stro 17 Paardenmest 18 Kippenmest 19 Gips 20 Water 20 Deel één fase I: het prewetten 21 Natmaken van het stro 22 Recepten voor homogene compost 23 Het analyseren van compost 24 Belangrijkste gegevens 25 NIR-analyse 27 Deel twee van fase I: Karamelisatieproces 28 Omzetten compost 29 Bunker 30 31 Traditioneel dijkensysteem Voorbeeld aan/uit-schema 32 Klaarmaken voor fase II 32 Milieu 33

C

Doorgroeien van het mycelium Compost op temperatuur houden Fase III in de teeltcel Laden Water geven voor transport Bijvoedmiddel

46 47 48 49 50 51

4: Dekaarde en vullen van de cel 52 Dekaarde Ontginnen van zwartveen Verschillende poriëngroottes Hoger zoutgehalte = drogere champignons Vrij van ziekte Dekaarde voor de export Vullen van de cel Sluit mogelijke dragers van ziekten uit Schone weg en vuile weg Hygiëne tijdens het vullen De vulmachine Hoeveel water kan de compost hebben Vulgewicht Watergeven op de vulmachine Dekaardebewerking op de vulmachine Oppervlakte van de dekaarde

5: Mycelium- en herstelgroei Myceliumgroei in de dekaarde Cultuurstaat Water voor de dekaarde Composttemperatuur is leidend Ventilatorstand Opruwen Herstelperiode Temperatuur en vochtigheid slim sturen

53 54 55 56 56 57 58 59 60 61 62 66 67 67 68 69

70 70 72 73 74 75 77 78 78


6: Mollierdiagram Eigenaardige eigenschappen van lucht Verschillende grootheden in één schema Verdampen kost energie Lucht als spons Energie in de lucht Absolute vochtigheid Zo werkt de klimaatunit Koelen met warme lucht? Na afventileren sturen op CO2 en R.V. Koelen Ontvochtigen Bevochtiging Nieuwe systemen Meetsysteem voor warmte, vocht en CO2

7: Afventileren Wanneer starten met afventileren? Afventileren: timing is alles Knopvorming Noodmaatregel tijdens eerste dagen na afventileren Knopuitgroei Ziektes Rassen Composttemperatuur snijdt toch hout

8: Vluchten Klimaat tijdens eerste vlucht Schimmelinfecties Behandeling van infecties Watergeven op champignons? Klimaat laatste dag Hoeveel water na de eerste vlucht? Machinaal oogsten van eerste vlucht Tussenvlucht Klimaat tijdens tweede vlucht Derde vlucht?

80 81 82 84 85 86 87 88 89 90 91 92 92 93 94

96 97 98 99 103 105 107 108 109

110 111 114 115 117 119 119 121 122 123 125

9: Het oogsten De techniek van het plukken Swingend oogsten Vooruit oogsten De pluklorrie Het moet in één keer goed Het voetje Indeling in grootte Vele soorten kwaliteiten Welke champignon plukken? Hele dag oogsten Kwaliteit na het oogsten Semi automatisch oogsten Machinaal oogsten Verwerken

10: O  ogstmanagement en einde teelt

126 127 128 128 129 130 131 132 132 133 134 134 135 136 137

138

Langetermijnplanning 138 Schuiven in een schema 139 Productieplanning 140 Coachen 142 Management 142 Optimale werkomstandigheden 143 Werktijden 143 Wisselen van cel: derde vlucht als laatste! 144 Wat is de plukprestatie? 144 Hoeveel personeel heb je nodig? 145 Geen verspreiders maar bestrijders 146 Kleding 146 Omgaan met infecties 147 Hergebruik van fust 147 Voedselveiligheid 148 Stomen om ziektes uit te bannen 149 Leegmaken van de cel 150 Schoonmaken 151

Antwoorden

152

Trefwoordenlijst

153


ig ht s

pr ot ec t

ed

Inleiding

C

op yr

Champignons kweken is een manier van leven De champignonteelt gaat snel: binnen 24 uur verdubbelt een champignon zich in gewicht! Daarbij zijn champignons gevoelig voor een verschil van enkele procenten in luchtvochtigheid en een halve graad luchttemperatuur heeft enorme invloed op de mate en spreiding van de groei. Champignons groeien altijd te snel of te langzaam, het zijn er te veel of te weinig. Ondanks het gebruik van teeltcomputers is het noodzakelijk om zeven dagen per week, 365 dag per jaar ’s morgen en ’s avond de teeltcellen te controleren en kleine bijstellingen te doen. Temperatuur, luchtvochtigheid en CO2 kun je aflezen. Toch zijn het de signalen in de cel van de compost en champignon, die aangeven wat je moet veranderen. In dit boek worden tips gegeven om de kwaliteit, spreiding, oogsttijdstip en productie optimaal te kunnen sturen.

6

Geen handboek Champignonsignalen is geen handboek in de zin dat het elk detail van de champignonteelt behandelt en dat het tabellen bevat die antwoord geven op elke vraag. De omstandigheden verschillen op elk continent, in elk land en in elke kwekerij. Soms zitten de verschillen in de teeltcel. In de champignonteelt zijn vele wegen die naar Rome leiden. Het doel van dit boek is om zelf als lezer de weg te vinden. De antwoorden en onderwerpen worden getoond vanuit een zeer praktisch perspectief. Daarnaast wordt de lezer gestimuleerd tot nadenken, zich bewust te worden van welke signalen champignons en compost afgeven door te kijken, te voelen en te ruiken en dit vooral ook in de dagelijkse praktijk continu te blijven doen.  

Cha mp ignonsignal en


Waardoor haalt de Nederlandse champignonkweker zo snel, zulke hoge producties?

De bedrijfsleider beoordeelt samen met de adviseur de compost op structuur, vochtgehalte, geur en past continu het composteerproces hierop aan.

Een Nederlandse champignonkweker huurt een vulmachine samen met de machinist. De machinist vult vier à vijf cellen per dag, vijf tot zes dagen per week. Hij weet dus alles van het vullen en de vulmachine. Het resultaat is een perfect gevulde cel.

ed

In China wordt 70% van de wereldproductie van paddenstoelen geproduceerd. Het grootste gedeelte hiervan zijn niet de witte/bruine champignon, maar shiitake, oesterzwammen en dergelijke. Het tweede productieland in de wereld is Amerika. Polen is samen met Nederland veruit de belangrijkste producent van champignons in Europa. Kijk je naar de efficiëntie, dan staat Nederland bovenaan. De hoeveelheid champignons die geoogst wordt per ton compost of per gewerkt uur is hoog. Ook het proces van grondstof tot geoogste champignon is snel. Een lage opbrengstprijs van champignons de laatste 15 jaar heeft de druk op Nederlandse kwekers opgevoerd om op alle gebieden het hoogste rendement te halen. In Nederland zijn de kwekers hierdoor zeer gespecialiseerd. In andere landen vindt het composteren en kweken juist vaak binnen één bedrijf plaats. Zo leveren de kwekers vrijwel tot aan de consument - zonder veel tussenschakels - en wordt de winstmarge van de gehele keten binnen één bedrijf gemaakt.

pr ot ec t

Champignonteelt wereldwijd

Ze schieten als paddenstoelen uit de grond

Dag 1

Dag 4

Inleid i n g

C

op yr

ig ht s

Hoe snel champignons zich ontwikkelen is niet treffender te zien dan in deze foto’s. Om de 24 uur is een foto gemaakt.

Dag 2

Dag 3

Dag 5

Dag 6

7


Het productieproces van de champignon Fase I: verse compost

Vullen van de tunnel

Mengen van grondstoffen

kippenmest

Paardenmest

Stro

ed

Afvalwater van compostering

Vullen van de teeltcellen

pr ot ec t

gips

op yr

ig ht s

Mengen

Groei van champignons

C

CO2

R.V.

Composttemperatuur

Luchttemperatuur

1

2

3

Mycelium groei Vullen van de cel

10

4

5

6

Start herstelperiode

7

8

Start afventileren

9

10

11

Knopvorming

12

13

14

15

Knopuitgroei

16

17

18

19

20

Oogst

Cha mp ignonsignal en


Fase II: pasteuriseren/conditioneren Temperatuurverloop compost gedurende fase II Nivelleren

Pasteuriseren Opwarmen

Mengen van broed door de compost

Afkoelen Conditioneren

Afkoelen

pr ot ec t

ed

Vullen van de tunnel

Fase III: doorgroeien van de compost

16 dagen: volledig doorgroeide compost (fase III compost)

8 dagen: proces van doorgroei van de compost

25

°C

Eerste dag: entbare compost (fase II compost)

Doodstomen, leeghalen en schoonmaken

C

op yr

ig ht s

Legen van de tunnel

Oogsten

1st week 2e week (3e week 1e vlucht 2e vlucht 3e vlucht 50% productie 35% productie 15% productie)

Inleid i n g

11


HOOFDSTUK 1

pr ot ec t

ed

Fase I: verse compost

Het compostbedrijf gebruikt afvalstoffen, zoals kippenmest, gips, afval-

ig ht s

water uit de eigen compostering, stro en/of paardenmest. Deze grondstoffen worden beoordeeld op chemische en fysieke eigenschappen. Door

De kunst van het composteren is van heterogene afvalstoffen een homogene, selectieve compost te maken.

ze volgens een receptuur te mengen en volgens een tijdschema om te

op yr

zetten, wordt de compost homogeen en selectief.

Homogeen

champignonmycelium in de compost groeit - sluit voor het grootste gedeelte de concurrent uit.

C

Ziet de compost er overal hetzelfde uit? De hoop compost ligt voor je en je ziet dat de compost egaal is van kleur. Je loopt om de hoop met compost heen en knijpt op verschillende plaatsen en hij voelt overal even nat. Dan is de compost homogeen. Homogeen wil ook zeggen dat de kwaliteit gedurende het jaar stabiel is. Dit is achteraf af te lezen aan de champignonproductie. Maar je ziet dit eerder aan de laboratoriumwaarden van de genomen monsters tijdens het composteerproces. Zijn deze wekelijks gelijk, dan zul je zien dat de productie ook stabiel is.

Selectief De compost is voeding voor de champignon. Champignon is een schimmel en er zijn andere concurrerende schimmels, zoals Trichoderma. De compost selectief maken - dit wil zeggen dat alleen 16

Trichoderma is zichtbaar als groene plekken in de compost. Als de compost voldoende selectief is, krijgt deze schimmel minder kans, ten gunste van champignons.

Cha mp ignonsignal en


Stro

Strokwaliteit

ed

Goed stro

Aan bovenzijde Te slecht om te aangetast, nog wel gebruiken te gebruiken

Verschillende kwaliteiten stro bij elkaar: goed stro (groene cirkel), redelijk stro (oranje cirkel) en slecht stro (rode cirkel). Goed sorteren van stro tijdens het aanleveren - per regio of leverancier - geeft ook later in het jaar een betere sortering van strokwaliteit. Als alles door elkaar staat is het niet mogelijk om het schema aan te passen aan de kwaliteit van het stro.

pr ot ec t

Compost bestaat voor het grootste deel uit tarwestro. De kwaliteit van tarwestro zie je terug in de structuur van de compost. Structuur is ĂŠĂŠn van de eigenschappen waarvoor stro wordt gebruikt in de champignoncompostering. Stro geeft ook een waterbuffer. Tijdens het composteren wordt het waslaagje van het stro gehaald, waardoor het water kan opnemen. Ten slotte bestaat stro grotendeels uit koolstof, een belangrijke voedingsbron. De strokwaliteit is afhankelijk van de herkomst. Groeit het stro in een droog klimaat met irrigatie, dan is dit stro zeer droog en hard. Stro uit een zeeklimaat is veel zachter en natter. Je ziet dit aan de kleur en vorm. Stro in een zeeklimaat is veel meer afhankelijk van het weer. Een regenachtig groeiseizoen met een droge oogsttijd, geeft goed stro, bij een droog groeiseizoen en nat oogstseizoen krijg je een slechte kwaliteit.

op yr

ig ht s

Als je stro ziet en aanraakt kun je het direct beoordelen op kwaliteit. Let daarbij op zaken als kleur en vorm.

Je ziet in de baal plat stro. Als je stro uit de baal haalt breekt hij snel in korte stukjes. Neem de platte halmen in twee handen en draai het: het zal direct breken. Dit stro verliest zijn structuur snel.

Stro is minder felgeel van kleur en voelt ook zachter aan. Hoe hoger het vochtgehalte tijdens het oogstseizoen, hoe sneller deze verkleuring optreedt. Het stro is dan al een beetje aangetast. Hoe meer het stro is aangetast, hoe minder fermentatie het nodig heeft.

Tussen dit stro zit veel kaf, waardoor de structuur dichter wordt, hierdoor wordt het moeilijker om goed lucht door de compost te krijgen, waardoor het proces moeizamer verloopt.

Tussen biologisch stro vind je meer onkruid, omdat geen bestrijdingsmiddelen worden gebruikt. Hierdoor is de structuur minder open, waardoor in fase I moeilijker lucht door de compost gaat en het composteerproces moeizamer verloopt.

C

Rond en felgeel stro, met halmen van 20-25 cm lang, is ideaal. Dit harde stro blijft zijn structuur lang houden. Dit stro heeft lange fermentatie nodig.

Beschimmeld stro geeft slecht structuur aan de compost. Alleen in kleine hoeveelheden (10%) kan het bij het overige stro gemengd worden.

H oofd st u k 1 : F a s e I : v ers e co m po s t

17


HOOFDSTUK 2

ig ht s

pr ot ec t

ed

Fase II: pasteuriseren/conditioneren

Na fase I stinkt de compost nog naar ammoniak en zitten er nog onkruidschimmels en insecten in de compost. Je vult de compost in

op yr

een tunnel, dus je ziet niet meer exact wat er gebeurt. Vertrouwend op de gegevens van de computer wordt de compost op 56-60°C gepasteuriseerd om onkruidschimmels en insecten af te doden en op

Fase II begint bij het goed vullen van verse compost in een tunnel waardoor in de gehele tunnel een uniforme luchtstroming door de compost gaat. Zo waarborg je een homogeen pasteuriseeren conditioneerproces.

C

45-48°C geconditioneerd om de ammoniak uit de compost te krijgen.

De tunnel Als je een tunnel inloopt, vallen verschillende zaken op. De vloer ligt ongeveer 70 cm hoger dan de vloer in de hal en bestaat uit een rooster. Vanaf het plafond komt een flexibele koker naar beneden. Verder zitten er minimaal twee openingen in het plafond. Op de roostervloer ligt een glijnet. Dit net is vastgemaakt om - zoals de naam al zegt - voor minder weerstand te zorgen tussen het betonnen rooster en het treknet op het moment dat de compost uit de tunnel getrokken wordt. En om te zorgen dat

34

geen compost door het rooster valt. Bovenop het glijnet ligt het vele malen sterkere treknet, waarop de compost ligt. Aan het einde van fase II wordt dit net opgerold, waardoor de compost uit de tunnel getrokken wordt. De wanden zijn goed geïsoleerd en dampdicht. Als je bovenop de tunnels, op zolder, loopt zie je tussen elke tunnel een spouw, zodat de grote temperatuurverschillen in de tunnels elkaar niet beïnvloeden.

Cha mp ignonsignal en


Het principe van een tunnel 3

De tunnel wordt 2,5 tot 3,2 m hoog gevuld, dit komt overeen met 1000 tot 1400 kg compost per vierkante meter. Door de roostervloer wordt lucht geblazen. Door middel van de hoeveelheid verse of retourlucht en de ventilatorstand, kan de lucht het proces sturen waarin de compost zich bevindt.

4

2

1

5 6

7

Ventilator De ventilator stuurt lucht via de kelder door de compost. De snelheid kun je aanpassen afhankelijk van hoeveel lucht het proces nodig heeft.

Verseluchtklep De verseluchtklep regelt de aanvoer van verse lucht, zodat er voldoende zuurstof in de compost komt ĂŠn om de compost te koelen.

Koelblok Als alleen fase II in de tunnel wordt uitgevoerd is geen koelblok nodig. Wanneer ook de compost in de tunnel wordt doorgroeid (fase III), is er wel koeling nodig. Deze zit voor de verseluchtklep, zodat de verse lucht gekoeld kan worden. In warme, vochtige gebieden kan het beter zijn het koelblok in het retourkanaal te zetten.

op yr

ig ht s

fijn filter

pr ot ec t

ed

Klimaatunit bovenop een composttunnel. 1 Mengluchtkamer, 2 Verseluchtklep, 3 Koelblok, 4 Filters, 5 Ventilator, 6 Retourluchtklep, 7 Regelpaneel.

deur

C

TC1

Filter voor buitenlucht De verse lucht van buiten wordt gefilterd door een vettig groffilter (G2) om het grove stof en insecten tegen te houden. Hierachter zit een fijnfilter(F8 of F9) om sporen van andere schimmels tegen te houden.

grof filter

TC2

Overdrukkanaal Overtollige lucht wordt door de overdruk in de tunnel via het overdrukkanaal (groffilter G2) afgevoerd.

TC3

filter

TC4

Âą 60 cm

deur

net

drukkamer

betonnen rand

Flexibel luchtkanaal naar kelder Een flexible koker waardoor de lucht onder de roostervloer wordt gebracht. Tijdens vullen en leegmaken wordt deze flexibele koker weggehaald.

Retourluchtklep Deze klep staat geschakeld met de verseluchtklep. Als verseluchtklep bijvoorbeeld 30% open is dan is de retourluchtklep 70% open.

H oofd st u k 2 : F a s e I I : p as teu ri s eren / co n di ti o n eren

Roostervloer Via de roostervloer wordt de lucht door de compost geblazen om het composteringsproces te stimuleren.

35


Vullen van een tunnel

Ongelijkmatig gevuld De composthoogte in de tunnel is niet gelijkmatig. Lucht zoekt dan de weg met de minste weerstand: waar minder compost gevuld is gaat meer lucht door. Hier droogt de compost meer uit en blijft de temperatuur lager ten opzichte van de plaatsen waar meer compost ligt. Om het gelijkmatig vullen van een tunnel te vergemakkelijken kun je op de zijwanden strepen zetten op de vulhoogte en door de stoel van de machinist hoger aan de machine vast te maken, kan hij over de compost heen kijken.

58°C

59°C

roostervloer kelder onder de roostervloer

gezichtsveld

61°C

55°C

63°C

53°C 53°C 62°C 62°C

op yr

ig ht s

Niet goed ‘gestapeld’ De tunnel lijkt zeer gelijkmatig gevuld, maar de koppen van de compostlagen liggen te veel boven elkaar. Dit is als een muur met alle stenen recht boven elkaar (niet in verband). Zo ontstaan luchtkanalen waaromheen de compost ‘koud’ blijft, terwijl tussen de kanalen de compost te warm wordt. Je kunt dit voorkomen door tijdens het vullen naar de compost te kijken. Als bij de bovenste laag compost die gevuld wordt, de compost helemaal naar beneden valt, dan zitten de koppen van de lagen te dicht op elkaar.

ed

Goed gevuld als een stenen muur De compost wordt in drie of vier lagen gevuld. Elke laag is 70 tot 90 cm hoog. De lagen worden zoals een stenen muur gevuld, zodat de compost van de ene laag niet over de kop van de andere laag naar beneden rolt. De totale hoogte van de compost is in heel de tunnel gelijk. Op deze wijze wordt de lucht goed door de compost verdeeld en blijft de temperatuur overal gelijk.

pr ot ec t

De compost wordt vanuit fase I aangevoerd door transportbanden en via een vulcassette gevuld in de tunnel. Een vulcassette bestaat uit aan elkaar gekoppelde transportbanden. Deze machine rijdt tot het einde van tunnel.

Netten in de tunnel

C

Er kunnen gaten ontstaan door slijtage. Vervangen is dan de enige optie. De levensduur van een treknet verleng je door: -- het net langzaam op spanning zetten. Pas wanneer alle compost in beweging is, dan pas op volle snelheid; -- stenen in de compost en oneffenheden in de roostervloer te voorkomen; -- een ‘lus’ te maken. Op bijvoorbeeld een derde en twee derde leg je voorafgaand aan het vullen van de tunnel het treknet drie tot vier meter dubbel. Tijdens het leegtrekken wordt zo niet alle compost in één keer meegetrokken. -- Goede, onbeschadigde glijnetten. Een treknet gaat normaal gesproken maximaal 40 tot 50 keer mee. Daarna is de luchtdoorlatendheid te klein. Dit is te zien aan de druk die wordt opgebouwd in de kelder van de tunnel. De kans dat het treknet scheurt, wordt dan groter. kelder onder de roostervloer

36

Cha mp ignonsignal en


Nivelleren Pasteuriseren Afkoelen Opwarmen

Conditioneren

Afkoelen

65

Het proces

60

Temperatuur ºC

Fase II bestaat uit zes verschillende onderdelen: 1. nivelleren 2. opwarmen 3. pasteuriseren 4. afkoelen 5. conditioneren 6. afkoelen voor enten

Ct1 Ct2 Ct3 Ct4 Ltn Ltr

55

50

45

40 Klaar voor enten!

elen

24

Trucs bij nivelleren

48

60

72

84

Tijd na vullen van tunnel (uren)

96

108

120

Ct = composttemperatuur Ltn = luchttemperatuur nat (nattebol inblaas temperatuur) Ltr = luchttemperatuur retour

Temperatuurverloop tijdens nivelleren 65

Opwarmen

Nivelleren

60 55

Ct1 Ct2 Ct3 Ct4 Ltn Ltr

50 45 40

Verlengen fase I Klaar voor enten! De compost is tijdens nivelleren 45°C, dit is de optimale temperatuur voor openen van het stro. 48 60 72 84 96 108 120 Als de compost nog niet goed is gefermenteerd, Tijd na vullen van tunnel (uren) kun je door extra lang te nivelleren de compost een beetje ‘repareren’. -- Langer nivelleren Onder sommige omstandigheden is het niet mogelijk de compost vanuit de bunker minimaal een halve dag tot rust te laten komen. Door langer te nivelleren kan de compost ook tot rust komen.

ig ht s

--

36

ed

12

pr ot ec t

0

1. Nivelleren Na het vullen worden vier thermometers (Ct) in de compost gestoken. Op de klimaatcomputer kun je zien Conditioneren Afkoelen dat de temperaturen direct na het vullen nog grote verschillen aangeven. Dit moet worden verminderd tot een maximum temperatuursverschil van 3°C. De luchttemperatuur wordt ingesteld op 44°C-46°C, dit is de temperatuur waarop de computer de inblaaslucht (Li) regelt. Ct1 De temperatuur wordt dus geregeld door de luchtklep Ct2 Ct3 Ct4 meer te openen als de temperatuur te warm wordt en Ltn Ltr te sluiten als het te koud wordt. En door de ventilator maximaal te laten draaien.

Temperatuur ºC

35

35

0

6

12

op yr

Tijd na vullen van tunnel (uren)

Door de ventilator maximaal te laten draaien, zullen de temperaturen van de compost langzaam naar elkaar gaan. Dit proces duurt minimaal 6 uur en maximaal 24 uur

Trekmat reinigen

C

De trekmat wordt na maximaal twee keer gebruik schoongemaakt met veel water en liefst zonder reinigingsmiddelen. De mat wordt door een vlakke waterstraal met veel water en een maximale druk van 10 bar getrokken, die op beide Opwarmen Pasteuriseren Afkoelen zijden gericht zijn. Handmatig met een hogedrukreiniger is ook mogelijk. Let op, houd de spuitmond minimaal 25 cm van de mat en gebruik een vlakstraler om puntbelasting te voorkomen. Schoonmaken heeft als doelen: betere hygiëne, Ct1 betere luchtdoorlatendheid en langere levensduur. Ct2 Ct3 Ct4 Ltn Ltr

60

Temperatuur ºC

leren

65

Conditioneren

Pasteuriseren Afkoelen voor conditioneren

Afkoelen

55

Ct1 Ct2 Ct3 Ct4 Ltn Ltr

50

45

40

12

24

36

Tijd na vullen van tunnel (uren)

H oofd st u k 2 : F a s e I I : p as teu ri s eren / co n di ti o n eren

0

35 12

Klaar voor enten!

24

36

48

60

72

84

96

108

120

Tijd na vullen van tunnel (uren)

37


HOOFDSTUK 3

ig ht s

pr ot ec t

ed

Fase III: doorgroeien van de compost

Na het enten van de compost houd je de temperatuur van de compost rond 25-26°C. Het mycelium groeit vanaf het broed de compost in. Door de snelle groei komt er meer warmte vrij. Na 16 tot 19 dagen is de com-

Wit doorgroeide compost. Door het leegtrekken van de tunnel krijgt doorgroeide compost waarmee de teeltcel wordt gevuld een roodbruine kleur.

post volgroeid met mycelium. Dit is het moment dat de compost klaar is

op yr

om afgedekt te worden.

C

Doorgroeien van het mycelium De compost heeft een donkerbruine/zwarte kleur op het moment van enten. Het broed heeft de witte kleur van mycelium. De eerst twee dagen zie je nog weinig gebeuren, maar de derde dag zie je dat het mycelium vanaf de broedkorrel in de compost gaat groeien. Het graan waarvan het broed gemaakt is, is een drager van het mycelium en geeft voor de eerste dagen voeding aan het mycelium. Als het mycelium eenmaal in de compost is gegroeid, neemt het ook voedingstoffen uit de compost op. Na 16 tot 19 dagen is de compost helemaal doorgroeid en ziet het er wit uit.

46

Het witte mycelium begint uit te groeien. De graankorrel waar het broed vanaf groeit, is duidelijk zichtbaar.

Cha mp ignonsignal en


Meetpunten in de tunnel

ed

Procesverloop gedurende fase III

100

Gemiddelde composttemperatuur °C

pr ot ec t

42

90

Retour temperatuur °C

40 38 36

Drogeboltemperatuur aanvoer °C

80

Natteboltemperatuur aanvoer °C

70

Ventilator %

34 32

60

Ventilatorstand

30

50

28

40

26

30

24 22

20

20 18

10

Natteboltemperatuur aanvoer

16

0

1

2

3

4

5

6

7

8

9

10

% ventilatorstand

44

11

12

13

14

15

16

0 17

Tijd na enten (dagen)

Retourtemperatuur. Deze wordt gemeten voordat de lucht terug de klimaatunit ingaat. Dit geeft de temperatuur van de lucht aan die uit de compost komt.

Composttemperatuur. Op meerdere plaatsen (meestal vier) wordt de composttemperatuur gemeten om een goed beeld te krijgen van het composteringsproces. komt.

op yr

Ventilatorstand. Dit geeft aan hoe hard de ventilator draait, aangegeven in procenten.

Aflevertemperatuur Tijdens het leegtrekken van de tunnel en het vullen van de cel beschadigt het mycelium. In de teeltcel groeit het mycelium later weer aan elkaar. Dit geeft weer activiteit. De optimumtemperatuur van mycelium is 25°C. Als je de composttemperatuur voor het laden goed afstemt op de wensen van de kweker, is de compost tijdens de eerste dag na het vullen optimaal. Een te lage temperatuur geeft vertraging en het opwarmen kost energie. Een te hoge temperatuur kost nog veel meer energie om te koelen en het is slecht voor de myceliumgroei.

ig ht s

De gemiddelde composttemperatuur is tussen 25 en 27°C. De groei van het mycelium beïnvloedt de composttemperatuur. Hoe meer groei, hoe actiever de compost, hoe meer warmte geproduceerd wordt. De eerste vijf dagen gebeurt er nog weinig, maar dan zie je de composttemperatuur stijgen. Na dag 6 gaat de ventilator sneller draaien. Deze blaast meer lucht door de compost, om deze meer te koelen. Op dag 7-8 wordt de natteboltemperatuur van de inblaaslucht verlaagd, waardoor koudere lucht door de compost wordt geblazen. Door deze twee maatregelen wordt de compost op temperatuur gehouden. De optimale temperatuur van mycelium is 25°C. Waarom is de composttemperatuur dan ingesteld op 25-27°C? De composttemperatuur wordt ongeveer 60 cm vanaf de bovenlaag gemeten. Als de compost hier op 25°C zou worden gehouden, dan blijft de onderste laag van de compost te koud, omdat de koude lucht van onderaf wordt aangevoerd. Na 14-15 dagen is de compost volgroeid met mycelium en neemt de activiteit af, waardoor minder ventilatie nodig is. Vervolgens wordt het verder afgekoeld voor transport (waartoe de ventilator soms nog even hoger wordt gezet).

Temperatuur (°C)

Compost op temperatuur houden

C

Drogeboltemperatuur. Geeft de temperatuur aan van de lucht, voordat hij in de compost wordt geblazen. Natteboltemperatuur. Thermometer met een sokje dat vochtig wordt gehouden doordat het in het water hangt. Het water verdampt vanaf het sokje, waardoor deze thermometer een lagere waarde aangeeft dan de drogebolthermometer. Hoe meer water verdampt, hoe lager de natteboltemperatuur. De hoeveelheid water die de lucht kan opnemen en de temperatuur geven aan hoeveel de lucht kan koelen (zie hoofdstuk Mollierdiagram).

H oofd st u k 3 : F a s e I I I : do o rg ro ei en van de co m po s t

TC1

TC2

TC3

TC4

± 60 cm

47


HOOFDSTUK 5

ig ht s

pr ot ec t

ed

Mycelium- en herstelgroei

Na het vullen moet het mycelium in de compost herstellen en in de dekaarde gaan groeien. Hierbij geef je water. In de vier tot zeven dagen

Grof mycelium in de dekaarde staat voor een goede kwaliteit champignons.

durende fase zie je het mycelium vanuit de compost in de dekaarde groeien. Het mycelium in de dekaarde zorgt voor het transport van voe-

op yr

dingsstoffen en water vanuit de compost naar de champignons.

Myceliumgroei in de dekaarde

C

De myceliumgroei duurt vier tot zeven dagen. De lengte van deze periode hangt af van de compostkwaliteit en de hoeveelheid caccing. Goed doorgroeide compost is tijdens de myceliumperiode veel minder actief en mycelium groeit sneller van de compost in de dekaarde. En de herstelfase kan eerder worden gestart. De hoeveelheid caccing wordt bepaald tijdens het vullen van de cel. Hoe meer caccing, des te sneller het mycelium in de dekaarde groeit. Hiermee stuur je dus het aantal dagen na het vullen tot het afventileren. Bij veel caccen kun je na vier dagen afventileren, bij weinig caccen kan het wel acht dagen later zijn. Het oogsten van de champignons begint dan ook later.

70

Bij het watergeven is een goede verdeling over het bed belangrijk: links, midden en rechts moeten evenveel water krijgen. Als je de cel controleert of meer water nodig is, doe dit dan op meerdere plaatsen in de cel, zowel links, rechts als in het midden van het bed.

Cha mp ignonsignal en


ed

Bluswater Hoe meer water je kunt geven, hoe meer de compost door het koude water afkoelt. Je bereikt de beste koelende werking als je drie tot vier l/m2 om de twee tot drie uur. Nadeel van deze manier van sturen van de composttemperatuur is dat de compost het water niet altijd kan verdragen. Bij een overmaat aan water gaat de compost rotten. Bepaal de optimale water-gift dus altijd op basis van de compostkwaliteit.

pr ot ec t

KIJK-DENK-DOE Wat hoor je aan compost?

Als je in de compost knijpt en je houdt het bij je oor, kun je het water horen ‘soppen’. Zo klinkt de compost op ongeveer tien centimeter diepte.

C

op yr

ig ht s

Watergeven de eerste dagen na het vullen: niet te veel, niet te weinig Hoe controleer je het vochtgehalte van compost? Neem de dekaarde weg, zodat de compost vrij komt te liggen. Pak een handjevol van de bovenste vijf centimeter van de compost en knijp dit zo hard als je kunt uit: uit de compost moet water komen. Graaf nu tot tien centimeter diep in de compost, neem weer een handvol compost en knijp op dezelfde wijze: de compost moet nat aanvoelen, maar bij het knijpen mag net geen water vrijkomen. Je moet het water wel horen ‘soppen’. De onderste laag moet net zo aanvoelen als de tweede laag. Als de onderste laag droger is, kan dit twee oorzaken hebben: 1. Tijdens het vullen is de compost te vast aangedrukt, waardoor het water niet ver genoeg kan doordringen. 2. Te kleine watergiften, bijvoorbeeld twee liter per vierkante meter. Is de onderlaag veel natter dan middelste laag, dan zijn de oorzaken: 1. Er is te veel water gegeven tijdens het vullen op de vulmachine, waardoor de compost onder te nat is. 2. Reeds herstelde compost (na 1,5-2 dagen) die minder water kan opnemen, omdat mycelium water afstoot (= hydrofoob). Het water hoopt zich vervolgens onderin op.

Eerste vijf centimeter compost: er is zeer ruim water gegeven. Bij zeer goede compostkwaliteit geeft dit geen probleem.

H oofd st u k 5 : M y c e l i u m - en h ers tel g ro ei

Voldoende water gegeven voor de eerste vijf centimeter compost.

Voldoende water voor de middelste laag van de compost.

71


HOOFDSTUK 6

ig ht s

pr ot ec t

ed

Mollierdiagram

In de zomer gaat de teelt moeizamer. Ook is het logisch dat je bij warm

op yr

weer met kans op regen, geen water kunt geven op de champignons. Maar waarom? In de herstelgroei is bij actieve compost de R.V. minder

Het mollierdiagram is knap ingewikkeld. Maar als je het eenmaal snapt, kun je heel veel klimaatzaken beter begrijpen, voorzien en beĂŻnvloeden.

goed op peil te houden. Maar waarom? Antwoorden op deze vragen vind

C

je in het mollierdiagram.

Het mollierdiagram is essentieel voor de champignonteelt. Hierin komen alle belangrijke variabelen die de teelt beĂŻnvloeden samen. Niet zozeer het uitgangsmateriaal van broed, compost en dekaarde, maar wel zaken waar je de teelt op stuurt: temperatuur, verdamping, condensatie, luchtvochtigheid, CO2 en ventilatie. Niet iedereen gebruikt het in de dagelijkse praktijk, omdat de computer veel van het denkwerk heeft overgenomen. Toch is het zaak te weten waarom de

80

computer op een bepaalde manier reageert. En dat je zelf kunt ingrijpen en weet wat er gebeurt. Want hoewel computers zelden fouten maken, kunnen ze wel verkeerd ingesteld staan. Bovendien reageert een computer alleen op het klimaat zoals hij ze op dit moment meet, en kun je zelf wel vooruitkijken en anticiperen op verwachte omstandigheden. Als professional zou je overigens sowieso moeten weten waar je mee bezig bent. De computer is slechts een hulpmiddel.

Cha mp ignonsignal en


Eigenaardige eigenschappen van lucht Dichtheid (kg/m3)

-20

1,38

-10

1,34

0

1,30

10

1,25

20

1,20

30

1,16

R.V.: een relatief begrip Als je lucht met een relatieve luchtvochtigheid (R.V.) van 100% en een temperatuur van 2°C verwarmt tot 20°C, dan daalt de R.V. tot 32% terwijl de lucht in absolute zin niet droger wordt. Het voelt wel zo en in spreektaal wordt dit ook zo gezegd. Maar de totale hoeveelheid waterdamp (in dit geval 5,6 gram) per kilogram lucht blijft gelijk.

ed

Gewicht en water Air contracts in cold conditions and expands in Lucht krimpt bij koude en zet uit bij warmte. Een kuub koude lucht bevat dus meer ‘luchtmoleculen’ dan een kuub warme lucht. Dit zie je ook terug in het gewicht van de lucht per kuub bij verschillende temperaturen. Omdat koude lucht meer ‘luchtmoleculen’ bevat, kan het minder water opnemen.

Luchttemperatuur (°C)

pr ot ec t

Het gezegde ‘je bent als lucht voor me’ betekent dat je niets bent. Maar lucht is natuurlijk niet niks. Het is een mengsel van gassen en waterdamp die gezamenlijk hele specifieke eigenschappen hebben. Om te beginnen kan lucht inkrimpen en uitzetten bij veranderende temperatuur. Dit betekent ook dat er in de lucht minder of meer ruimte is om water te herbergen. En verdamping is de drijvende kracht in de champignonteelt.

C

op yr

ig ht s

Koude lucht krimpt, warme lucht zet uit

Wat is er lekkerder dan op een warme zomerdag op een luchtbed te dobberen? Je blaast het luchtbed hard op, legt het in zee en nog voordat je de kans krijgt erop te gaan liggen, is het luchtbed zacht. Wat is er gebeurd? Je hebt warme lucht in het bed geblazen, door het bed op het koude zeewater te leggen is de lucht afgekoeld én hierdoor gekrompen.

H oofd st u k 6 : M o l l i e rd i ag ram

Een heteluchtballon stijgt op naarmate de lucht in de ballon warmer wordt in vergelijking met de omgevingslucht. De lucht zet uit en wordt hierdoor lichter dan koude lucht.

81


HOOFDSTUK 7

ig ht s

pr ot ec t

ed

Afventileren

Tijdens het afventileren gaat de vegetatieve groei (myceliumgroei) over in de generatieve groei, het vormen van vruchtlichamen: de champignons. In de natuur zie je dit verschijnsel ook. In de zomer is het warm en vochtig, de

Mooie spreiding in grootte van de knoppen geeft een goedgespreide eerste vlucht.

schimmel groeit. In het najaar wordt het kouder en dan komen de paddenstoe-

C

op yr

len pas tevoorschijn.

De omslag van de warme zomer naar de koude herfst is wat we nabootsen met afventileren.

96

Tijdens het afventileren bepaal je hoe je de eerste vlucht wilt oogsten en welke grootte van champignons je wilt oogsten. Het begin van afventileren tot aan de eerste vlucht duurt ongeveer twaalf dagen. Temperatuur, R.V. en CO2 zijn de enige variabelen die je hebt om de mate van verdamping te bepalen. De mate van de verdamping bepaalt het aantal knoppen dat uitgroeit in de eerste vlucht. Hoe meer verdamping, des te meer knoppen uitgroeien. Hoe minder verdamping, des te minder knoppen, maar dat kunnen dan wel grote champignons worden. De kunst van het afventileren is precies te sturen in het aantal knoppen en wanneer ze uitgroeien. Dit leer je door ervaring. En dan nog: champignons groeien altijd te veel of te weinig, te snel of te langzaam, perfect zal het nooit zijn‌

Cha mp ignonsignal en


Termen worden op verschillende wijze gebruikt. Om verwarring te voorkomen hierbij de omschrijvingen waar in dit boek van wordt uitgegaan Afventileren Afventileren wordt op twee manier gebruikt: ‘ik ga morgen afventileren’ wil zeggen ik ga morgen de luchtklep openen en starten met de knopvormingsfase. Verder wordt afventileren ook gebruikt als overkoepelend woord voor knopvorming en knopuitgroei. In dit boek wordt de laatste definitie gebruikt. Een andere term voor afventileren die vroeger ook gebruik werd is afblazen.

Knopvorming Binnen de eerste vijf, zes dagen na het afventileren. Het pluizig mycelium vormt dikkere myceliumstrengen, die knopjes gaan vormen.

C

op yr

ig ht s

Waarom nú afventileren? -- Het gewenste oogsttijdstip. Ongeveer twaalf dagen na afventileren kun je starten met het oogsten van champignons. Het afstemmen op de planning van arbeid, verkoop en wanneer de cel opnieuw gevuld moet worden, kan een belangrijke motivatie zijn. -- Groeisnelheid van het mycelium. Herstelt het mycelium snel, dan kan er eerder afgeventileerd worden. Duurt het langer voordat je het mycelium aan de oppervlakte ziet, dan moet je nog even wachten. -- De wijze van afventileren. Door snel temperatuur en CO2 te laten zakken in de cel stopt het mycelium direct, door langzaam afventileren groeit het mycelium nog verder. Dus ben je van plan temperatuur en CO2 langzaam te laten zakken, dan moet je eerder afventileren. -- Te hoge composttemperatuur. Als de compost boven 28°C dreigt uit te komen, moet je de luchttemperatuur lager dan 19°C instellen. Het heeft dan geen zin te wachten met afventileren. Stijgt de composttemperatuur immers naar 30°C of hoger, dan begint het mycelium af te sterven met groot risico op minder of geen opbrengst.

Hoe noem je dat?

ed

Je wilt het mycelium precies op tijd stil laten staan, zodat de champignons boven het oppervlak van de dekaarde uitgroeien. Stopt het mycelium te vroeg, dan krijg je zwarte champignons, omdat ze onder het dekaardeoppervlak al uitgroeien. Groeit het mycelium te ver door, dan wordt de oppervlakte van de dekaarde helemaal wit. Door deze ‘witte laag’ vindt er geen verdamping plaats vanuit de dekaarde en droogt het mycelium direct uit. Dit is te zien doordat het mycelium geel wordt. Een halve tot drie dagen na de start van de herstelperiode start je met afventileren. Het moment van afventileren (‘wanneer start ik deze fase?’) is een moeilijke beslissing.

pr ot ec t

Wanneer starten met afventileren?

Knopuitgroei Vanaf vijf, zes dagen na het afventileren tot aan de eerste vlucht is de knopuitgroei. In deze fase groeien de knoppen uit tot oogstbare champignons.

Noodmaatregel Een noodmaatregel om verdere stijging van compost-temperatuur te voorkomen is de luchttemperatuur de eerste zes tot twaalf uur op 16-17°C in te stellen, om zo de composttemperatuur te laten afbuigen naar beneden. Daarna kan deze weer op normale temperatuur worden ingesteld.

H oofd st u k 7 : A f v e n t i l e ren

97


KIJK-DENK-DOE Wat zie je?

Afventileren: timing is alles

pr ot ec t

ed

Op de linkerfoto zijn de champignons net onder de dekaarde omhoog gegroeid, waardoor er te veel komen en ze vies zijn. In het midden een foto van zwarte dekaarde met mycelium aan de oppervlakte. Je ziet de knoppen en deze groeien mooi uit. Rechts: een helemaal wit bedekte laag, met veel knopvorming, maar hiervan groeien veel minder knoppen uit.

niet helemaal zwart. Dit resultaat kun je bereiken als zo veel mogelijk omstandigheden kloppen.

Als relatief zwart (geen mycelium aan de oppervlakte): -- Het is moeilijker te sturen in knoppen: er komen er altijd meer dan je denkt. -- Vochtgehalte in het microklimaat blijft beter op peil door verdamping vanuit de dekaarde. -- Zekerheid op productie, grootte en kwaliteit van de champignon zijn moeilijker te sturen.

Welke factoren hebben invloed hierop? Compostkwaliteit, dekaardekwaliteit, hoeveelheid caccen en watergeven tijdens myceliumgroei. Je wilt dik mycelium in de dekaardelaag. Dat geeft een makkelijk herstel. Mycelium stopt automatisch als het aan de oppervlakte verschijnt. Als een van deze factoren niet goed is krijg je draderig mycelium in de dekaarde met als resultaat: te zwart of het groeit heel weelderig, fijn en wordt grijzig van kleur. Met als resultaat een te witte oppervlakte. Elke teler moet zelf zijn ideale ‘witheid’ van de dekaarde bepalen. Dit is de kunst van het afventileren.

ig ht s

Maar wat is beter, een zwarte dekaarde of deze helemaal wit laten groeien?

C

op yr

Als relatief wit: -- Je ziet beter welke knoppen groeien en welke niet. -- Er zijn minder uitgroeiende knoppen, dus makkelijker grotere champignons te oogsten (als je ze laat uitgroeien). -- De knopuitgroei is vertraagd, waardoor champignons een of twee dagen later geoogst kunnen worden. -- Er is een grotere kans op verschraling (te veel verdamping) waardoor de knoppen uitdrogen en niet meer uitgroeien. In extreme situaties zullen er helemaal geen knoppen meer uitgroeien, het is dan te wit geworden ofwel er is sprake van doorgroei.

Kun je zien of mycelium nog groeit? Als je blaast zie het pluizige mycelium neerslaan. Dat wil zeggen dat het mycelium nog groeit. Als je blaast en je ziet niets bewegen, dan staat het mycelium al stil en zal het niet meer doorgroeien.

Zwart met mycelium aan de oppervlakte: Om geen vieze champignons te hebben, maar toch de zekerheid dat de knoppen niet te snel uitdrogen, moet je zwarte dekaarde zien, met strengen mycelium aan de oppervlakte. Dus niet helemaal wit, maar ook

98

Cha mp ignonsignal en


Knopvorming Het is belangrijk om te kunnen herkennen in welke fase het mycelium zich bevindt. In de eerste dagen na afventileren vinden de processen aan het oppervlak plaats. Naast de klimaatinstellingen correct hebben moet je als teler vooral goed kijken en voelen of de ontwikkeling naar wens verloopt. Dag na afventileren

Wat zie je?

Wat voel je?

Luchttemp. (°C)

R.V. (%)

CO2 (ppm)

19-21

94-97

4500-5000

Nog bijna zwarte dekaarde, met zaklamp zie je mycelium dieper in de dekaarde.

Warm vochtig klimaat, natte vloeren die bijna niet opdrogen.

Dag 2

Pluizig mycelium, dat nog beweegt als je ertegen blaast en sommige stukjes mycelium worden al wat dikker en witter.

Je voelt hetzelfde als dag 1, maar het is iets minder benauwd.

19-20

Dag 3

Minder pluizig, maar nog wel aanwezig, steeds meer witte myceliumstrengen (< 1 mm).

Ietsje droger dan dag 2, dekaarde nog blinkend.

Witte strengen worden steeds dikker (1 mm), pluizig mycelium is nog steeds aanwezig, maar in steeds mindere mate

4700-4200

19-20

93-96

4400-3900

Ongeveer hetzelfde als dag 3

19-20

92-95

4100-3600

Nog op enkele plaatsen pluizig mycelium. Er komen steeds meer en dikkere strengen (2 mm).

Ongeveer hetzelfde als dag 3.

19-20

92-95

3800-3300

De geboorte van de champignon: knopjes ontstaan, het pluizig mycelium is bijna verdwenen, mycelium beweegt niet meer als je blaast

Beetje minder vochtig dan dag 5.

19-20

91-94

3300-2800

ig ht s

pr ot ec t

94-96

C

op yr

Dag 4

Dag 5

ed

Dag 1

Dag 6

H oofd st u k 7 : A f v e n t i l e ren

99


HOOFDSTUK 8

ig ht s

pr ot ec t

ed

Vluchten

Champignons worden in vluchten geoogst. De eerste vlucht geeft ongeveer 50% van de potentiële productie. Een week later oogst je de tweede vlucht met 35% productie. Afhankelijk van opbrengsten en kosten wordt

Eerste vlucht met meerdere generaties champignons, waardoor vijf dagen geoogst kan worden.

nog een derde vlucht geoogst, de laatste 15% van de totale oogst. Bij

op yr

meer vluchten wordt de kans op ziekte en plagen groter en de kwaliteit van het geoogste product lager.

C

Champignons groeien op dezelfde manier als marathonlopers over de finish komen. Stel er zijn 100 marathonlopers. De eersten komen druppelsgewijs binnen, dat worden er steeds meer. Bij binnenkomst van de 50ste loper, komen heel veel lopers tegelijkertijd binnen. Dan wordt het weer minder en de laatsten komen druppelsgewijs aangestrompeld. Bij champignons groeien eerst de voorlopers, de eerste halve tot één kilo per m2. De tweede/derde dag volgen 4 tot 7 kilo en de laatste dag 1 tot 2 kilo per m2. Bij handoogsten zou je het liefst gedurende vijf dagen, 3 tot maximaal 5 kilo oogsten per dag. Bij machinaal oogst je alles op één dag.

110

Net als bij een marathon komen niet alle champignons tegelijk ‘over de finish’, maar heb je voorlopers, de grote groep en achterblijvers.

Cha mp ignonsignal en


Eerste vlucht.

Net voor afrijpen is het beste moment voor oogsten.

Afrijpen: hierna opent hij snel en zie je de lamellen. Hoe verder in dit stadium hoe minder de kwaliteit/houdbaarheid van de champignon. Dit proces is onafhankelijk van de grootte van de champignon. Uitstellen van het afrijpen is lastig. Door de groeiomstandigheden optimaal te maken is dit het beste te sturen.

Start oogstperiode op dag 12. Benut wel de exponentiële groei. Champignons één dag later oogsten geeft een verdubbeling van de opbrengst!

Dag 0 = afventileren

0

6

7

8

9

10

11

Tot het afrijpen: dan neemt het gewicht niet meer toe en wil hij zich voortplanten. De onderzijde van de hoed wordt steeds losser tot een vlies ontstaat. Dit stadium wordt ‘gevliesd’ genoemd.

12

13

14

dag 6 dag 8

dag 10

dag 12

dag 13

15

16

17

pr ot ec t

Tijd vanaf afventileren (dagen)

ed

Gewicht

Als champignons ruimte hebben om te groeien, dan verdubbelt het gewicht elke 24 uur (exponentieel).

dag 14

dag 15

dag 16

18

dag 18

19

dag 19

ig ht s

Klimaat tijdens eerste vlucht

C

op yr

Composttemperatuur Hoe hoger de composttemperatuur, des te sneller is de groei en afrijping. In de eerste vlucht begint de composttemperatuur op 19-20°C en deze stijgt in drie tot vier dagen naar 24-25°C. Start je met een hogere composttemperatuur (21-22°C) dan stijgt deze sneller en komt ook hoger uit (op 26-27°C). De champignons rijpen veel eerder af en worden minder zwaar. De eerste vlucht begint tien tot twaalf dagen na afventileren. Twee tot drie dagen vóór de eerste vlucht kan de composttemperatuur nog via de lucht worden gestuurd. Gaat de composttemperatuur eenmaal stijgen, dan is het veel moeilijker om de compost onder controle te krijgen.

De activiteit in de eerste vlucht is afhankelijk van: 1. 2. 3. 4.

vulgewicht van de compost hoeveelheid bijvoedmiddel wel of geen plasticfolie onder de compost, wel of niet micro-geperforeerde plasticfolie composttemperatuur net voor de eerste vlucht

H oofd st u k 8 : V l u c h t e n

Luchttemperatuur de eerste dagen van de vlucht De eerste dag is de luchttemperatuur, afhankelijk van de composttemperatuur, tussen 16 en 17°C. Op de tweede of derde plukdag zie je de composttemperatuur stijgen. Een dag nadat de composttemperatuur begint te stijgen, kan de luchttemperatuur dan ‘langzaam achter de compost aan stijgen’ (0,04°C/per uur), met een halve graad ’s morgen en eventueel ’s avond tot 17,5 à 18°C op de laatste plukdag. Dit voelt tegennatuurlijk, want om de composttemperatuur onder controle te houden zou je liever de luchttemperatuur verder willen laten dalen. Denk terug aan die marathon: als de grote groep lopers eraan komt, met blik op oneindig, kun je ze niet tot stilstand brengen, die gaan door. Dit geldt ook voor de champignons. De enige manier om de activiteit beter onder controle te krijgen is door een lagere start composttemperatuur van bijvoorbeeld 19-20°C vóór de eerste vlucht.

111


HOOFDSTUK 9

ig ht s

pr ot ec t

ed

Het oogsten

Een champignon verdubbelt onder optimale omstandigheden per dag in gewicht. De champignon moet de ruimte hebben om te groeien. Deze

Een champignon groeit 4% per uur, het juiste moment van oogsten geeft de winst!

ruimte wordt door het oogsten gecreĂŤerd. Het oogsten van champignons is niet alleen de champignon van het bed halen, afsnijden en in het bakje

Haarnetje voor de voedselveiligheid

C

Werkkleding voor een goede bedrijfshygiĂŤne

op yr

leggen, maar het juiste moment van plukken is de kunst.

Handschoenen voor de voedselveiligheid

Verschillend type verpakkingen voor de verschillende kwaliteiten

Plukrek met verschillende soorten verpakkingen, om de champignons direct te sorteren

Mesje om voetje van de champignon te snijden Weegschaal om het geoogste product meteen af te wegen en direct in de consumentenverpakking te doen

126

Afvalemmer of -zak voor afvoer van voetjes

Cha mp ignonsignal en


De techniek van het plukken Het plukken van champignons vergt een bepaald ritme en mate van vingervlugheid. Champignons zijn kwetsbaar, maar een geoefende plukker kan snel, maar toch zeer voorzichtig oogsten. Enkele aandachtspunten.

Neem het champignonmesje in je rechterhand. Het champignonbed is aan je linkerzijde. Je plukt met links de champignons en snijdt ze met rechts af (als linkshandig = precies andersom).

Neem de eerste champignon in je hand tussen de top van je duim en top van je wijsvinger en maak een draaiende beweging.

5

De champignon pluk je met een draaiende, trekkende beweging van het bed af.

6

op yr

ig ht s

4

3

ed

2

pr ot ec t

1

7

C

De volgende champignon pak je tussen je middelvinger en halverwege je handpalm, ook deze neem je weer met een beetje draaiende, trekkende beweging van het bed.

Je kunt nu de voetjes van de champignon snijden...

H oofd st u k 9 : H e t o o g s ten

Houd de champignon die je als eerste geplukt hebt tussen je pink en de rand van je handpalm om ruimte te maken en pluk de derde champignon met je wijsvinger en duim.

8

...en ze in het bakje leggen.

De hoed van de champignons mag de handpalm niet aanraken. De steel zit van de handpalm af.

9

Een zeer ervaren plukker kan zo een vierde champignon meeplukken (derde tussen ringvinger en handpalm, vierde met de pink). Dit kan alleen als de champignons niet te groot zijn.

127


Champignons worden in één keer allemaal van het bed gesneden door een snijmachine. Je kunt je voorstellen dat als een champignon 4% toeneemt in gewicht per uur, het oogsten van conserven champignons aankomt op een paar uur. Door de grootschaligheid van de kwekerij is een oogstplanning samen met de verwerkende fabriek opgezet. De champignons moeten direct verwerkt worden. Een cel van bijvoorbeeld 1600 m2 wordt in een paar uur gesneden en kan 40000 kg champignons produceren. Dus korte lijnen met de afnemer, zowel letterlijk (korte afstanden) als figuurlijk (goede communicatie over aflevertijd) zijn een noodzaak.

C

op yr

ig ht s

pr ot ec t

Het snijden De snijmachine heeft aan de voorkant over de hele breedte van het bed een mes dat snel heen en weer beweegt. Om te voorkomen dat champignons aan de zijkant van het bed vallen, zitten daar schuine scherpe schijven die deze champignons afsnijden. Na het afsnijden schuiven de champignons over de bovenzijde van het mes op een transportband in de snijmachine die ze naar de zijkant toe afvoert. Een lange transportband in het midden van de cel transporteert de champignons de cel uit.

Instellingen Hoe lager je het mes over de bedden laat snijden, hoe meer champignon overblijft. Maar hoe lager je snijdt, hoe meer ‘zandvoetjes’, champignons met nog dekaarde eraan, worden geoogst. Verder heb je te maken met de maximum steellengte die je met de afnemer hebt afgesproken. Het doel is dus zo laag mogelijk snijden zonder zandvoetjes en niet te lange stelen. Of de stelen worden later door een andere machine ingekort. Verder kun je de snelheid waarmee de machine door het bed rijdt instellen. Het verwerken van de champignons door de snijmachine zelf, de banden en sorteermachine moeten optimaal verlopen. Als er te snel gereden wordt zullen er meer zandvoetjes meekomen.

ed

Machinaal oogsten

De linkerstelling zijn ze aan het oogsten. Rechts is al gesneden, je ziet de voetjes nog staan.

136

Vooraan worden de champignons afgesneden. Een dwarsband voert de champignons van het bed af, op de transportband.

Cha mp ignonsignal en


Verwerken

C

op yr

ig ht s

Na het snijden van de vlucht staan de voetjes nog op het bed. Deze moeten erafgehaald worden om de tweede vlucht te laten groeien. Als je ze zou laten staan, gaan de voetjes zelf verder met groeien. Ook om de voetjes eraf te halen (voetjes rooien) is een machine ontwikkeld. Deze machine bestaat uit een snel draaiende as met platen erop. Deze slaan de voetjes van het bed en die vliegen op een bandje dat ze naar de zijkant van het bed afvoert. De hoogte van de machine is instelbaar. Bij te laag rooien worden alle voetjes meegenomen, maar ook de oppervlakte van de dekaarde met daarin de nieuwe vlucht die hierdoor beschadigt. Bij te hoog rooien blijven er te veel voetjes staan.

ed

Machinaal voetjes rooien

Machinaal geoogste champignons worden automatisch gesorteerd en afgevuld in kisten.

pr ot ec t

Nadat de champignons gesneden zijn, worden ze in banden afgevoerd naar een centrale verwerkingsruimte in de kwekerij. Op sommige champignonkwekerijen worden de champignons gesorteerd en de voetjes per sortering op verschillende lengtes afgesneden. Bij ander kwekerijen worden eventuele zandvoetjes handmatig geselecteerd. Ze worden op grootte gesorteerd en in 10-kilokisten gevuld. De kisten worden automatisch opgestapeld op een pallet. De pallets worden op rollerbanen gehouden tot aan de vrachtwagen. Alles is geautomatiseerd. De pallets worden maar ĂŠĂŠn keer opgepakt en direct in de vrachtwagen geladen.

H oofd st u k 9 : H e t o o g s ten

137


HOOFDSTUK 10

ig ht s

pr ot ec t

ed

Oogstmanagement en einde teelt

Het oogsten van champignons heeft met marktomstandigheden te maken, maar ook teelt speelt een grote rol. Door van tevoren een zo goed mogelijke inschatting te maken van de markt- en teeltomstandigheden, hoeft

op yr

er tijdens het oogsten zo min mogelijk veranderd te worden. Dit geeft rust bij de oogstmedewerkers en op de kwekerij, wat de arbeidsvreugde

De dagen voor belangrijke feestdagen zijn de topdagen waarin heel veel champignons gegeten worden. In de zomer zijn er veel andere groentes, waardoor de vraag veel lager is. Dit vereist een planning.

en hiermee ook de productiviteit ten goede komt.

C

Langetermijnplanning

De planning start met de vraag uit de markt. Een kwekerij met jarenlange ervaring kan terugkijken op de verkoopcijfers van vorige jaren. Een goede registratie van tekorten of overschotten, die je niet terugvindt in de verkoopcijfers, geven aan welke verbeterpunten je hebt. Dit geeft houvast om een goede inschatting te maken. Het is niet mogelijk om alles van tevoren voor 100% af te kaarten, maar als voor 60 tot 80% bekend is wat geleverd moet worden, dan kun je hierop inspelen. De doelstelling moet zijn om de productie zo veel mogelijk op de markt te laten aansluiten om verliezen te beperken.

138

Het oogsten van champignons is van vele zaken afhankelijk, maar is alleen succesvol bij een hoogstaand management met zeer goede communicatie.

Cha mp ignonsignal en


Schuiven in een schema Een langetermijnplanning start met het maken van een basisschema. Dit is de richtlijn. Maar door te schuiven met vuldag, meer of minder caccen, waardoor je eerder of later kunt afventileren kun je in het schema schuiven. Je kunt ook verschillende schema’s maken, zodat je precies je productie kunt plannen op de marktvraag. Zo kun je uiteindelijk een jaarplanning maken. Voordeel is dat je de planning voor de compost en dekaarde ook kunt doorgeven

aan je leveranciers. Soms zijn er marktomstandigheden of ziektes, zoals mollen of groene schimmel, waardoor van het schema moet worden afgeweken. Iets eerder vullen of een cel niet vullen heeft grote consequenties voor het maken van compost. Vanaf zes weken voor het vullen van de cel kun je het schema niet meer veranderen, omdat de compost dan al in productie gaat.

d 2

v 3

week 1 z z 4 5

m 6

d 7

myceliumgroei vullen

week 2 week 3 week 4 week 5 week 6 v z z m d w d v z z m d w d v z z m d w d v z z m d w d v z z m d 10 11 12 13 14 15 16 17 18 19 20 21 22 23 24 25 26 27 28 29 30 31 32 33 34 35 36 37 38 39 40 41 42 0.5 3.5 5 5 3 1.5 0.5 2 4 3 0.5 0.5 2 2

afventileren

pinhead out-grow

1e vlucht (productie kg/m2)

2e vlucht (productie kg/m2)

3e vlucht (productie kg/m2)

doodstomen

knopuitgroei

v 3

week 1 z z 4 5 2

9 6.5 2

2

m 6

d 7

0.5 1.5 0.5 2 0.5 3.5 5

schoonmaken

week 2 week 3 week 4 v z z m d w d v z z m d w d v z z 10 11 12 13 14 15 16 17 18 19 20 21 22 23 24 25 26 0.5 3.5 5 5 3 1.5 0.5 0.5 2 2 0.5 0.5 2 2 4 3 0.5 0.5 2 2 1.5 0.5 2 4 3 5 3 1.5 0.5 2 4 3 0.5 3.5 5 5 3 9 6.5 2 2 2 4.5 7 9 6.5 2 2 2 4.5 7 9 6.5 2 2 2

w 8

d 9

op yr

d 2

0.5 2 3 3

4 5

d 9

2 4.5 7

m 27 0.5 3.5

week 5 d w d v z z 28 29 30 31 32 33 2 4 3 1.5 5 5 3 0.5

0.5 4.5 7

9

0.5 2 6.5 2

2 2

m 34 0.5 0.5 3.5

week 6 d w d v z z 35 36 37 38 39 40 0.5 2 2 2 4 3 5 5 3 1.5 0.5

2 4.5 7

9 6.5

2

2

m d 41 42 0.5 0.5 2 3.5 5

2 4.5 7

C

teeltcel 1 teeltcel 2 teeltcel 3 teeltcel 4 teeltcel 5 teeltcel 6 kg totaal

w 1

w 8

ig ht s

w 1

pr ot ec t

ed

Hoe maak je een langetermijnplanning? Je begint bij de productie bij één cel. Schat in wanneer de vlucht zal beginnen en hoeveel productie deze per dag geeft. Dit geef je aan in een schema. De week start op een woensdag, omdat op een woensdag de cel gevuld wordt en je daar start met rekenen. Als je één cel weet kun je de andere cellen eronder zetten. Dit voorbeeld toont een zeswekenschema met zes cellen waarbij je elke woensdag vult. Bij elke volgende cel schuift het schema dus één week op. Na zes weken kun je de eerste cel weer vullen. Na 19 dagen begint de oogst van de eerste vlucht. In de eerste, tweede en derde vlucht vul je het aantal kilo’s in dat je verwacht te oogsten per vierkante meter. Onderaan zie je het totaal aantal kilogram per vierkante meter per dag van alle cellen.

Totale oogstraming Onder het schema zie je het aantal kilo’s dat je dagelijks kunt oogsten. Stel, je celgrootte is 580 m2. Dan kom je op het volgende productieschema uit. De week start op een woensdag, omdat op een woensdag de cel gevuld wordt en je daar start met rekenen. Week Dag van de week Productie per m2 (kg) Celgrootte (m2) Aantal kg

Woensdag 9 580 5220

Donderdag 6.5 580 3770

H oofd st u k 1 0 : O o g st m a n ag em en t en ei n de teel t

Vrijdag

Zaterdag

Zondag

2 580 1160

2 580 1160

2 580 1160

Maandag 4.5 580 2610

Dinsdag 7 580 4060

139


â&#x20AC;&#x2DC;Champ i g no nt eel t i s een kuns t .â&#x20AC;&#x2122; Champignonteelt is geen exacte wetenschap. Het leren zien, begrijpen en op juiste wijze reageren op signalen is de kunst van het vak. En die kunst is te leren.

C op

yr

ig ht s

Champignonsignalen leert composteerders en kwekers hun proces te optimaliseren door signalen uit de praktijk te kunnen zien. Niet te snel conclusies trekken, maar jezelf steeds drie vragen stellen: wat zie ik, hoe komt dit, wat doe ik? Voorbeeld: Wat zie je? Een dag na het water geven zie je dat de vloer nog nat is en de dekaarde nog blinkt. Hoe komt dit? Te weinig vochtafvoer. Hierdoor kunnen knoppen van de tweede vlucht niet uitgroeien en kunnen bacterievlekken ontstaan. Wat doe je? De RV en CO2 alsnog verlagen. Dit is een van de vele signalen in de champignonteelt waarmee je de productie en kwaliteit van de champignons eenvoudig kunt optimaliseren. Een champignon groeit vier procent per uur! Door een oogstmedewerker vaker per dag hetzelfde bed te laten oogsten, behaal je al snel een productieverhoging van minimaal tien procent. Coaching van je medewerkers is minstens zo belangrijk als het verzorgen van je champignons.

Mark den Ouden

pr ot ec t

ed

Het proces van een succesvolle champignonteelt begint met beoordeling van de grondstoffen voor het composteren. Dat is de basis voor een optimale compostering. Daarnaast is het bij het kweken van de champignons de uitdaging op een juiste manier te reageren op steeds wisselende teeltomstandigheden en toch steeds een goed of beter teeltresultaat te behalen.

Champignonsignalen

Champignonsignalen

De omstandigheden waarin champignons geteeld worden, zijn wereldwijd zeer verschillend. Maar de signalen die compost en champignons afgeven zijn overal hetzelfde. Op elke plaats en elk moment zijn signalen op te vangen... als de antenne er maar voor uitstaat. Met Champignonsignalen ontwikkel je deze atenne.

ISBN 978-90-8740-109-2

9 789087 401092 www.mushroomoffice.com

www.roodbont.com

Praktijkgids voor een optimale champignonteelt

Champignon signalen

Mark den Ouden

Champignon Signalen  

Praktijkgids voor een optimale champignongteelt

Champignon Signalen  

Praktijkgids voor een optimale champignongteelt