Page 1

Hét vakblad over zorginkoop Onderwerp categorie

Nr 4 September 2009

Aan goede ideeën geen gebrek Vernieuwingen en marktwerking in de zorg

In dit nummer: Zorginkoop in België | Innovatief beloningssysteem in huursector |

themanummer

Innovatie

Domotica voor zorg en gezelschap | Aanbesteden in percelen | Het Blik op Werkkeurmerk in de praktijk | Totstandkoming regionaal centrum voor psychosomatische aandoeningen | en meer...

september 2009 | 1


Agenda / Congressen Onderwerp categorie Hèt vakb

la

Hét vakblad over zorg inkoop teg ori e Onde rwerp categ erp ca On de rw Hétorie rginkoop va d over zo

Hoofdredactioneel kblad

ov e r

Nr 3

ruar Nr 1 Feb

i 2009

zorgin

kooOp

nd er

Nr 2 April 2009 Juni

w er

Hét

p ca te go

Nr

4 S ep

tem

ber

vak b

ri e

2009

lad

ov e

r zo

rg i n

ko o

pde

On

200

9

rgtië e zoPa De nieuw r moetnt verdient Be ginne ottierese rol inkope gr nd etezonrg mpin o b c ondg eA e ink w oo u p nie enotean len them n go ontwikke Inn anumme gee ede id ova r n g eeë tie ebr n ek Interv iew m Interview met Marc Berg et Wim Schel kamp en gezondheidswetensch se(arts lekens apper) (hoofd Pieter Ha insp

met interview

ecte

ur Cu iling ratieve In dit nummer o.a.: In dip | zorgve koo de inkoop t nu et zorginmacht van mo mDVN | het Ver zorg) reclamezuiltje van om Wmo-beleid rentieerde er o. va bestedmen: n kw InAgis | kansen nieu | aan r gediffe te versterken a. dit | : Tele alijkteam nbiede|rkinderw iteits a’s ctieve naa levert betere win nu medén goedko e zorgaa ge pcolleg be Van sele internetbehan delinge koo zo mm| n in de GGZ icine Dopere zorg gin ndhe nbaar le.id | Re innovatiev r o.a.: zor m gen aantoo C: me oen Par em o | er: idsc milj er..effectief-in tica meen | zijn Kwal ol | En In dit num | 16.4| en tegrzorgink succes op de werkpl wer einen? en 1 eupo voorbe 9 | tra atiebekopers meer... voo reid Zorg iteuari t de jkenisse innovatie is zinv 200 rm | its Spi tot M en ma t te par tië acro febr bele in leid erk aadr gemeen ving | NZa: klag bew rktw currentie in d zont rg | ZN koop ndijven | Pr egin april bij aa ginkopers t? | con o e es zor en in ech 2009 t e ge ng nbes erk de B n in enin | 1 taptie dat nou loog me ra-in teding de fa gen lgik dica ezels onetw ktijk n in dia ing ië gaa n rm to ke en c |ac | Inling eneutis | To ren bihap | en in d specialiste no mee me che tsta j | A e r... er... zorg nd anb vatie fb kom este elo ing den nin reg gss in p ion y jun i s e tee aal rce 20 09 m in len cen | 1 |H tru h uurs et B mv ecto oo lik rp r| syc op W erk hos se pt om em atis be r che 200 9

zor g

| 1

Mis de volgende editie van niet! Vul de antwoordkaart in of meld je aan op zkopers.nl Zkopers is een initiatief van Media Zorg, een uitgeverij die gespecialiseerd is in de Nederlandse gezondheidszorg. De inhoud van het magazine komt tot stand in zeer nauwe samenwerking met zorginkopers zelf en met professionals die elk gespecialiseerd zijn in één of meerdere aspecten waar u als zorginkoper dagelijks mee te maken heeft.

Jan Telgen: ‘Inkopen en aa nbesteden is m eer dan alleen kiezen. Profes 5 offertes aanv sioneel inkope ragen en de be n ste voor de eigen Professioneel organisatie ve inkopen van zo reist vakwerk. rg, welzijn en sociale dienste voor anderen: n doe je per de dat is meer da n alleen een va finitie k, dat is een ge weldige uitdag ing.’

en vakblad. s: s ook een eig Hans Hopman ndacht en du aa tra ex naliseren en sio rs verdien ndsnel profes ‘De zorginkope t ze zich raze da ht sionele, ac es rw of ve pr t n pers word oderne tijd. Ee Van zorginko voor eisen van de m ijk iegr tat es lan pr be de n aan is niet allee tie en aanpassen nc fu het op n ko va - of Wmo-in ge aanwending effectieve zorg r of doelmati dat aa er n ek we rz ou ve rtr ve t van de er op kunnen de continuïtei de ument moet en ns d co lei be de op al ko or in get. Vo len naar goed rta gemeentebud ve g lan be ten het consumen deze inkopers taties.’ es pr op ko in best denkbare

2 | Z kopers

rw

erp

ca

te g

o r ie

Is innovatie iets natuurlijks? In de vakantieperiode kun je jezelf permitteren om eens stil te staan bij deze filosofische vraag. En als je vakantiebestemming midden in de natuur ligt, kun je je verwonderen over de innovatieve oplossingen die natuur weet te “bedenken” om zich zo goed mogelijk aan te passen aan veranderende omstandigheden. Teruggekeerd in de zorgwereld in Nederland zie je dat innovatie voor de meeste zorgprofessionals eigenlijk ook iets natuurlijks zou kunnen zijn. Mensen die in het primaire proces opereren, kunnen als beste aangeven wat anders en beter kan. Hans Hopmans haalt dit in zijn column “Anders Bekeken” ook heel mooi aan. Maar ook patiënten en cliënten zijn hier vaak heel goed toe in staat. Toch zie je in de praktijk dat innovatie maar heel moeizaam van de grond komt. Zelfs als innovaties zich ergens in Nederland al hebben bewezen, is het niet zomaar vanzelfsprekend dat ze daarna op brede schaal worden toegepast.

Simone La Lau is freelancer en gespecialiseerd in uitgeefprojecten in de Nederlandse gezondheidszorg.

Ligt hier niet een schone taak voor zorginkopers, zou je denken. Is zorginkoop niet hét middel bij uitstek om vernieuwingen versneld te verspreiden over Nederland? In dit nummer vind je bespiegelingen en handreikingen om dit in de praktijk te brengen. En volgens Bert Karssen ligt de oplossing meer in het innovatief inkopen dan in het inkopen van innovaties op zich. Om toch weer een beetje filosofisch te eindigen, zou je kunnen stellen dat innovatie vooral ontstaat: • Vanuit een overlevingsstrategie - zie hoe het werkt in de natuur en in het bedrijfsleven. Zo zou het ook moeten werken voor de zorgonderdelen die onder de marktwerking vallen. • En/of vanuit een onvrede over de bestaande situatie. Dit is vooral het domein van de mensen die direct bij het primaire proces betrokken zijn. Op papier zouden deze twee redenen elkaar moeten kunnen versterken. En daarin lijken de mogelijkheden onbegrensd. Je kunt als zorginkoper en aanbieder samenwerken omdat je beiden ontevreden bent over de huidige situatie (zie de dagboekreeks MCL en De Friesland) of door te leren van hoe het elders gaat (zorginkoop in België of hoe woningbouwverenigingen aan preventie doen). Of je kunt het aanbod sturen door met verschillende percelen te werken of een keurmerk te eisen (de bijdrage van Jan Telgen en de meningen over Blik op Werk). En je kunt je zelfs laten verrassen (bijdrage van Walter Engelhart). Kortom: ook in deze editie hopen we te kunnen laten zien dat zorginkoop toch wel een heel leuk vak is.

Rolf Swens is zelfstandig adviseur op het gebied van sociale innovatie.

september 2009 | 3


Colofon / Inhoud

Zkopers Hét vakblad over zorginkoop Uitgever Media Zorg - Manon van Leeuwen Postbus 507 3235 ZG Rockanje T 0181 - 40 42 63 | E manon@mediazorg.nl Hoofdredactie Rolf Swens en Simone La Lau Contact redactie: simone@mediazorg.nl

Inhoud

Inhoud themanummer

Innovatie

20 Minister Klink wil gezonde leefgewoonten belonen. Maar zolang concrete initiatieven op dit gebied uitblijven, hebben zorginkopers weinig mogelijkheden om hierop in te spelen. gezondheidszorg – hoe beloont een woningbouwvereniging bijvoorbeeld zijn huurders voor hun goede gedrag?

08 Innovatieve ideeën zijn er genoeg in de zorg. Maar in de meeste gevallen blijven innovaties op lokaal niveau hangen.

Significant | Mr. drs. M.Th.Mastik-Sonneveldt, docent

Wellicht, menen Chiel Bos en Danny Jolink, maar dan zal wel het begrip ‘marktwerking in de zorg’ opnieuw overwogen

van Wmo- en bijzondere projecten bij Transfergroep

moeten worden.

Meerendonk, zelfstandig adviseur arbeid & sociale

17 Literatuur Bert Karssen beoordeelt vakliteratuur

Kunnen zorginkopers helpen hier verandering in te brengen?

Hogeschool Rotterdam, belast met ontwikkeling Rotterdam (post-HBO onderwijs) | Drs. A. van de

07 Column Hans Hopmans – Anders Bekeken

Aan goede ideeën geen gebrek

Drs. M.A.J.M. Bos, zelfstandig adviseur | J.R.C. Kruis Achmea | Drs. B. Karssen, partner bij

Is innovatie iets natuurlijks?

Back in the box

Redactieraad Hopmans, manager Zorginnovatie bij Zilveren

03 Hoofdredactioneel

Daarom nemen we eens een kijkje in sectoren buiten de

Eindredactie Bureau E | Ellen Driessen

En verder...

Proliving

18 Aanbesteden Jan Telgen over het aanbesteden in percelen

zekerheid | I.W.J.M. Sips-Weck, afdelingshoofd

‘Degene die innoveert, moet beloond worden met patiënten die

Sector Inwoners Maatschappelijke Ondersteuning

juist daarom naar hém toe komen.’

bij de gemeente Spijkenisse | Dr. M.T. Smits,

Domotica 28 Domotica - huisautomatisering - kan leiden tot een betere

universitair hoofddocent aan de Faculteit Economie

kwaliteit van wonen en leven voor ouderen en chronisch

en Bedrijfswetenschappen van de Universiteit van Tilburg | Drs. R. Stegehuis, directeur

zieken. Wat vindt de doelgroep ervan? En welke aspecten zijn

Zorgmanagement bij Menzis Zorg en Inkomen |

belangrijk voor zorginkopers?

23 Column Walter Engelhart Laat je verrassen en luister naar de markt

24 Re-integreren met of zonder keurmerk

Prof.dr. J. Telgen, hoogleraar inkoopmanagement voor de publieke sector aan Universiteit Twente

Het Blik op Werk-keurmerk in de praktijk

Aan dit nummer werkten mee Mariette Baks | Mirjam Bedaf | Walter Engelhart Geert Geertsema | Hans Hopmans | Bert Karssen

28 E-health

Mark van Seggelen | Jan Telgen | Els van Thiel

Domotica voor zorg en gezelschap

Frank van Wijck Coverfoto Isabel Nabuurs

31 Column Geert Geertsema

Bladmanagement

Innovatie: een vloek of een zegen?

Moniek Jakobs - De Vormstrateeg

Methoden en technieken

Postbus 1366 5200 BK ’s-Hertogenbosch

35 In zijn vaste rubriek bespreekt Bert Karssen drie

T 073 - 613 20 34 | E info@vormstrateeg.nl Oplage 5.000 exemplaren

Zorginkoop in België te sterk gerantsoeneerd is geraakt, ontstond druk om zorg in

Janneke van den Biggelaar - De Vormstrateeg

het buitenland op te zoeken. Nederlandse zorgverzekeraars zijn

Caroline Pierrot

32 Dagboekreeks

innovatief wil inkopen.

Initiatiefnemers over het nieuwe centrum in Leeuwarden

14 In landen waar de zorg door middel van aanbodregulering

Vormgeving en opmaak

Advertenties

innovatievormen waarop de zorginkoper zich kan richten als hij

zich zodoende gaan oriënteren op zorginkoop in het buitenland, onder meer bij onze zuiderburen.

34 Discussie Mr. Tim Robbe reageert op Jan Telgens visie

caroline@mediazorg.nl | T 06 51890384 Copyright Alle rechten voorbehouden. Zkopers is niet aan­ sprakelijk voor eventuele onjuistheden in print of

37 Agenda Belangrijke bijeenkomsten en cursussen

online uitgaven. Zkopers is niet verantwoordelijk voor handelingen van derden die mogelijkerwijs voort­ vloeien uit het lezen van uitgaven. Zkopers behoudt zich het recht voor ingezonden materiaal zonder kennisgeving vooraf geheel of gedeeltelijk te

38 Stipter (advertorial) Het inzetten van e-select bij inburgeringsprogramma’s

publiceren.

4 | Z kopers

september 2009 | 5


Column Hans Hopmans | Anders Bekeken

Zorgverzekeraar en ziekenhuis bouwen samen een brug aan de Vecht

Plexus organiseert samen met zorgverzekeraars en zorgaanbieders een opleiding ’zorginkoop ziekenhuiszorg nieuwe stijl’: Een praktische opleiding voor in- en verkopers van ziekenhuiszorg, waarbij de relatie wordt gelegd tussen prijs en kwaliteit en waarbij het resultaat van de zorgverlening doorslaggevend is in plaats van de inspanning. Een mooi voorbeeld van het verbinden van twee werelden. Geïnteresseerd?

Lees het artikel elders in dit blad of kijk op www.plexus.nl voor meer informatie en het inschrijfformulier. Hier vindt u ook informatie over een vergelijkbare opleiding voor de GGZ.

www.plexus.nl

Plexus Straatweg 68 3621 BR Breukelen T +31 (0)20 30 10 800 F +31 (0)20 30 10 801 E info@plexus.nl

Advertentie Plexus_04.indd 1

Erasmus Executive MBA-Health start juni 2010

14-05-2009 18:12:26

www.plexus.nl

Back in the box In 1947 schreef de Russische wetenschapper Genrich Altschuller

Ik durf te stellen dat het barst van de creativiteit in de zorg. Vraag

in een brief aan Stalin: “Ik heb een inventieve denkmethode

een ervaren verpleegkundige of arts hoe het drastisch sneller of

gecreëerd die ons eindelijk in staat stelt om creativiteit te

effectiever kan en het antwoord rolt er meestal meteen uit. Vraag

ontwikkelen in ons geliefde land.” Kort daarna is Altschuller

je vervolgens of ze het zien zitten om die verandering zelf te gaan

Plexus Review committee of the FounStraatweg 68

veroordeeld voor landverraad en drie jaar het strafkamp ingegaan.

invoeren en opschalen, dan wordt het stil. Het is kennelijk maar

3621 BR Breukelen dation for International Business T +31 (0)20 30 10 800

Vernieuwing was niet hip in die dagen.

weinig zorgprofessionals gegeven om, naast het ontwerpen van

F +31 (0)20 30 10 801 E info@plexus.nl

innovaties, deze ook te kunnen en willen invoeren in het complexe

Administration Accreditation: Altschuller ontdekte - na bestudering van 400.000 patenten - dat

“The needed managerial skills are taught on exceeding level and prepare participants for their future activities.”

De Erasmus MBA-Health

“The clear strength of the

is een baanbrekend executive masterprogramma voor hogere leidinggevenden en professionals bij zorgaanbieders, zorgverzekeraars en bestuursorganen in de zorgsector.

programme lies in the logic and

De samenleving verwacht veel van de zorgsector op het terrein van innovatie, kwaliteit en productiviteit van de dienstverlening. Dat stelt hoge eisen aan de bedrijfskundige bekwaamheden en de managementvisie van leidinggevenden in de bedrijfstak. Programmadirecteuren: prof. dr. Aad de Roo, prof. dr. Jan Moen en dr. Elly Breedveld

transparency of the programme

juist ‘in the box’. Uiteindelijk blijken 70% van de succesvolle

Het vergt veel passie van individuen of dwingende urgentie

innovaties terug te voeren tot vijf creatieve denkpatronen die het

van buitenaf om een vernieuwend idee zijn weg te laten

bestaande product of proces als vertrekpunt nemen. Niks ‘out

vinden in de zorg. Laten we ophouden met mopperen op de

of the box’-denken dus. Niks ongebreideld brainstormen in een

zorgprofessionals. Laten we eens stevig mopperen op de

hotel op de hei. Nee, gewoon systematisch grensverleggend

mensen die verantwoordelijk zijn voor de instandhouding van

durven te kijken naar je bestaande product of proces. Ze noemen

belemmerende factoren van vernieuwing. Dat zijn meestal geen

het ook wel ‘luisteren naar de kracht van je product’.

zorgprofessionals, dat zijn vooral de business case-beoordelaars, controlmanagers, beheerders, regelmakers en toezichthouders.

Aziaten zijn ook wars van al dat gebrainstorm. Zij kennen geen

Ook de zorgverzekeraar moet zich achter de oren krabben. Leve

objectives, the cooperation with

hei-sessies zoals wij. Tijdens hun dagelijkse werk zijn ze simpel­­

de zorgprofessional! En de rest mag ‘back in his box’.

enterprises, the integration of

weg bezig het gangbare te doorgronden. Waarom zijn de dingen

theoretical and practical content, the procurement of generic skills and employability, the teaching

zoals ze zijn? Wat kan beter, sneller of slimmer? Er wordt in Nederland heel wat afgemopperd over achterblijvende innovaties

Hans Hopmans

in de zorg. Zou dat komen doordat we vooral vernieuwend

is manager Zorginnovatie bij Zilveren Kruis Achmea

willen zijn aan die 30%-kant? Laten we ons gek maken door

Het Erasmus Centrum voor Management

staff and the programme

crea’s die ons forceren ‘out-of-the-box’ te gaan? Verwachten we

Development in de zorg is een onderdeel van het

management.”

succesvolle innovaties van mensen die geen mallemoer snappen

iBMG van de Erasmus Universiteit Rotterdam (EUR)

zorgsysteem.

de meeste creatieve ideeën niet ‘out of the box’ ontstaan maar

van het bestaande product of proces?

Meer informatie: Claire Nefkens nefkens@erasmuscmdz.nl +31 (0)10 408 8865 www.erasmuscmdz.nl 6 | Z kopers

september 2009 | 7


Interview

Interview

Zorginkoop en innovatie stranden op verkeerde invulling van marktwerking

Aan goede ideeën geen gebrek Tekst: Frank van Wijck | Fotografie: Isabel Nabuurs

Innovatieve ideeën zijn er genoeg in de zorg. Het probleem is alleen dat een idee dat op één plaats wordt ontwikkeld slechts bij wijze van uitzondering ook op een andere plaats wordt toegepast. In de meeste gevallen blijven innovaties op lokaal niveau hangen. Kunnen zorginkopers helpen hier verandering in te brengen? Wellicht, menen Chiel Bos en Danny Jolink, maar dan is wel een heroverweging nodig van het begrip marktwerking in de zorg. Chiel Bos en Danny Jolink 8 | Z kopers

september 2009 | 9


Interview

Interview

van de Vrije Universiteit in Amsterdam. Maar zijn grootste bekendheid dankt deze ex-apotheekhoudend huisarts uiteraard aan zijn jaren als directeur zorg van koepelorganisatie Zorgverzekeraars Nederland. ‘Zwart-wit gesteld de betaler van de gezondheidszorg,’ zegt hij, ‘en als betaler wil je natuurlijk dat voor dat geld optimale zorg wordt geleverd. Ik heb me er in al die jaren altijd enorm over verbaasd dat de ene zorgaanbieder heel goed uitkomt met dat geld en dat dit de andere niet lukt. Dan wordt er gezegd: wij willen ook wel werken zoals die andere aanbieder, maar daarvoor hebben we extra geld nodig. Terwijl het juist goedkoper is om het werk op een betere manier te doen. Er geld voor betalen werkt alleen maar averechts. Mensen gaan dan pas nadenken als ze geld hebben gekregen en dat moet je niet hebben. Het is een verkeerde prikkel, geld moet juist het sluitstuk zijn. Financiële prikkels zetten iemand verkeerd in beweging. Je introduceert er ondoelmatigheid mee, want dan gaan mensen alleen maar voor dat geld werken.’

‘De tendens bestaat om het balletje door te spelen, zowel in het veld als bij de overheid. Dat is fnuikend voor innovaties.’ (Danny Jolink)

I

edereen die het laatste half jaar een van de doorbraak­ bijeenkomsten van de ministeries van VWS en EZ heeft bijgewoond, kent de naam van Danny Jolink. Van huis uit is Jolink medisch bioloog, maar op zijn visitekaartje staat programmamanager bij Verdonck, Klooster & Associates. Zijn werk bij dit adviesbureau speelt zich af in diverse sectoren, maar doet hem ook op gezette tijden in de gezondheidszorg belanden. De doorbraaksessies die hij heeft voorgezeten, zijn een initiatief van de ministeries van VWS en EZ. ‘Ze hebben primair tot doel mensen bij elkaar te brengen die elkaar anders nooit zien,’ zegt Jolink. ‘Tijdens die bijeenkomsten praten ze over innovaties die zich feitelijk al hebben bewezen, maar die toch maar niet willen doorbreken. Het feit dat mensen nooit met elkaar praten of geen idee hebben van elkaars problemen, blijkt dan maar al te vaak de oorzaak van het uitblijven van het grotere succes van zo’n innovatie.’ Chiel Bos is een naam die iedereen wel kent. De gevarieerde aard van de visitekaartjes die hij tegenwoordig met zich meedraagt, vormt een indicatie voor het enorm brede netwerk dat hij in de zorg heeft. Heden ten dage heeft hij bijvoorbeeld een eigen adviesbureau, is hij vice-voorzitter van de Regieraad kwaliteit van zorg en fungeert hij als kwartiermaker voor de leerstoel e-health aan de faculteit der exacte wetenschappen

10 | Z kopers

Heel goed hoor, maar… Ziezo, de vraag of meer geld helpt om innovaties succesvoller te maken, is hiermee direct van tafel. Maar waaraan ligt het dan wel dat innovaties zo vaak stranden of buiten de directe kring geen enkele weerklank vinden? Aan goede ideeën is toch echt geen gebrek. Jolink kent er wel een: ‘Medisch specialist Solko Schalm zette op een gegeven moment LiverDoc op. Hierbij krijgt de huisarts tijdens een consult een alert als de patiëntgegevens in het HIS (Huisartsen Informatiesysteem) volgens het kennissysteem een verhoogde kans geven op een leverkwaal. Vervolgens kan hij een consult op afstand aanvragen bij de MDL-arts. Een geweldig idee waar je onmogelijk tegen kunt zijn. Het bespaart geld en leed. Schalm breidde het uit naar andere ziektebeelden en ging op zoek naar subsidie. Maar voordat hij die kreeg, moest hij zijn pilot eerst maar eens uitbreiden met meer huisartsen. En vervolgens met meer HIS-sen. En daarna nog met meer ziektebeelden. En zo ging het maar door. Toen hij dat allemaal had gedaan, moest hij ook nog eens op zoek naar meer draagvlak voor zijn idee en ondertussen bleef hij maar aanlopen tegen “We vinden het heel goed hoor, maar…”. Ten hemel schreiend.’ Dan kent Bos er ook nog wel een: mijnzorg.net. De Nijmeegse neuroloog Bas Bloem en gynaecoloog Jan Kremer legden de basis voor de digitale IVF-poli en voor parkinson.net, om te waarborgen dat patiënten ook na ontslag uit het ziekenhuis goede zorg blijven krijgen. Bos: ‘Zij hebben gekozen voor een webbased programma, waarbij de patiënt een inlognummer krijgt, zodat er geen discussie over privacyproblemen kan ontstaan. Hun opzet kostte dertigduizend euro – bepaald niet veel dus – en hun drive was strikt inhoudelijk, gericht op de patiënt. Binnen het UMC St. Radboud Nijmegen werkt dit

omdat het in Emile Lohman een bestuurder heeft die hier de waarde van inziet en die het over het hele ziekenhuis wil uitrollen. Je moet niet vanuit belangen redeneren, maar vanuit de patiënt. En je hebt een digitale standaard nodig en een bestuurder die het oplegt. Dan laat je zien dat de patiënt serieus wordt genomen.’ Nergens gebruikt Toch is er buiten het UMC St. Radboud geen andere zorgaanbieder die dit idee omarmt. ‘Dat is precies het probleem,’ zegt Bos. ‘En dit gebeurt niet één keer, dit gebeurt overal en altijd. Ik herinner mij bijvoorbeeld gehandicapteninstelling Arduin in Goes, waar de verpleegkundigen dagelijks een verslag maakten van hun zorg voor de kinderen die er woonden. De ouders wilden op de hoogte blijven van de bevindingen van die verpleeg­ kundigen, maar dit leverde honderd telefoontjes per dag op en kostte tijd die aan zorg hoorde te worden besteed. Dus zette de organisatie een e-based programma op voor die verslagen, waarin de ouders konden inloggen. Prachtig, maar het wordt nérgens anders gebruikt. Dat is eigenwijsheid, onkunde en onwetendheid. En blijven hangen in het beeld: zo doen wij dat hier niet. Terwijl het juist ook in termen van personeelstekort – een van de speerpunten in het overheidsbeleid – een tool is waarvan je toch denkt: die moet morgen overal gemeen­­ goed zijn.’ Volgens Jolink ontbreekt de sense of urgency om dergelijke innovaties door te voeren. ’Bestuurders van zorginstellingen denken bij verbetering nog te veel in termen van interne zaken als MRSA voorkomen of het kwaliteitssysteem op orde hebben,’ zegt hij. ‘Of ze zien het wel, maar de ICTafdeling zegt nog niet ver genoeg te zijn om zoiets te kunnen implementeren.’

Volgens Jolink is dit beeld wel aan het kantelen. ‘Daarom zijn die lijstjes van bijvoorbeeld AD en Elsevier ook zo belangrijk,’ zegt hij. ‘Je wilt als patiënt weten waar je voor jouw kwaal goed en vriendelijk wordt behandeld. Maar eigenlijk zou je gewoon een ziekenhuis willen dat keihard adverteert met: “Kom voor uw behandeling naar ons want…”. Ik geef dus toe: het gaat heel langzaam. Wij wonen midden tussen Woerden en Gouda. Omdat ik wel eens in de zorg rondloop en mijn vrouw er ook in werkt, weten we dat Gouda een topaanbieder in kraamzorg is. Echt een voorbeeld waarvan je zou willen dat het landelijk zou worden gekopieerd. Maar ik vraag me af of de doorsnee-patiënt dit ook weet.’ Het gaat in ieder geval te langzaam, erkent Bos. ‘Het zou helpen als we gezamenlijk vastleggen wat goede zorg is en waarvoor de zorgverzekeraar nu wel of niet zou moeten betalen,’ zegt hij. ‘Degene die innoveert, moet beloond worden omdat die een innovatie incorporeert in wat we gezamenlijk omschrijven als de beste kwaliteit zorg. En de beloning zit dan in het feit dat de patiënt juist daarom naar hém toe komt.’ Maar dan moet er wel wat te kiezen zijn, vindt Jolink. Hij zegt: ‘In Zeeland waren er twee ziekenhuizen en er is er nu nog maar één. Dan heb je niets meer te kiezen. Bos ontkent

‘Degene die innoveert, moet beloond worden met patiënten die juist daarom naar hém toe komen.’ (Chiel Bos)

Zorginkoop Ligt hier een taak voor de zorgverzekeraars, om middels betere zorginkoop verspreiding van innovatieve ideeën af te dwingen? Bos plaatst hierbij een kritische kanttekening: ‘Het doel van de introductie van het marktdenken in de zorg was doelmatigheidsverbetering. Vanuit die optiek zou je inderdaad denken dat het zo werkt. Kijk maar naar de markt voor computers: in tien jaar tijd zijn de computers die wij gebruiken veel beter én veel goedkoper geworden en de gedachte is dat dit te danken is aan de concurrentie. Maar in de zorg heeft dit proces een valse start gemaakt. In een zorgmarkt zou het feitelijk zo moeten zijn dat een zorginstelling die slecht presteert markt moet verliezen. Maar zo werkt het niet, want de zorg voor de patiënt moet overal beschikbaar blijven en dus moet iedere zorginstelling geld blijven krijgen. Wat zou je dan als zorgverzekeraar op kwaliteit gaan inkopen?’ september 2009 | 11


Interview

dit probleem niet, maar zegt: ‘Laten we nou eerst 95 procent van de problemen oplossen en dan naar Zeeland gaan om daarvoor een oplossing te vinden, niet andersom.’ Jolink knikt. En Bos vult aan: ‘Met de DBC’s is het precies zo. Dat is een nutteloos ingewikkeld systeem geworden. Als vijftig zorgpaden ofwel DBC’s beschreven worden, is tachtig procent van de patiënten beschreven. En daar kun je als zorgverzekeraar ook kwaliteitsstandaarden aan hangen op basis waarvan je besluit bij de ene of de andere aanbieder wel of niet zorg in te kopen.’

‘De kern moet niet zijn onderhandelen,

‘De sense of urgency ontbreekt om

maar samenwerkingscontracten sluiten.’

dergelijke innovaties door te voeren.’

(Chiel Bos)

(Danny Jolink) Samenwerking Bos maakt meteen de vertaalslag naar de zorginkoop: ‘De kern moet niet zijn onderhandelen, maar samen­ werkingscontracten sluiten. En je kunt bedenken dat je als zorgverzekeraar alleen een contract sluit met een zorgaanbieder die dat ene goede nieuwe initiatief wél omarmt, en niet met die andere zorgaanbieders die dat niet doen.’ Voor Jolink is dit een goede optie. ‘Inkopen en onderhandelen riekt naar het beste willen hebben voor de laagste prijs,’ zegt hij. ‘Terwijl je juist tot gelijkwaardige en afgewogen contracten wilt komen. Toen ik zelf ooit in het medische bedrijfsleven werkte, kwam ik eens bij de inkoper van het AMC. Die vertelde me dat ik welkom was als ik iets kwam brengen dat paste bij dat wat er binnen het AMC al was. En zo hoort het ook te zijn.’

Fnuikend voor innovatie Over de rol van de zorgverzekeraars in de huidige situatie wil Jolink nog wel wat kwijt. ‘Een prachtig initiatief vind ik “Alcohol de baas”,’ zegt hij. ‘Hier kunnen mensen anoniem terecht om te bepalen of ze al dan niet met een alcoholverslaving te kampen hebben en om hiervoor zo nodig hulp te zoeken. Inmiddels is duidelijk dat dit aanslaat bij hoger opgeleiden, vrouwen en vijftigplussers. Het Trimbos Instituut zei na onderzoek dit een prima initiatief te vinden. Maar op een na zeggen de zorgverzekeraars: het is een anonieme behandeling en die kunnen wij niet vergoeden. Terwijl die anonimiteit juist een voorwaarde is voor het succes. Dus is dit initiatief nog steeds niet doorgebroken. Er is inderdaad één zorgverzekeraar die bereid is om ook anonieme behandelingen te vergoeden, maar ze zouden dat natuurlijk allemaal moeten doen. In plaats daarvan zeggen ze dat de politiek dit maar moet oplossen. De tendens bestaat om het balletje door te spelen, zowel in het veld als bij de overheid. Dat is fnuikend voor innovatie.’

Bos gelooft in dit verband sterk in landelijke richtlijnen die op regionaal niveau worden geïmplementeerd. ‘Het begrip marktwerking gaat dan verder dan het nu gaat,’ zegt hij. ‘Voor partijen die onder de maat presteren, betaal je dan als zorgverzekeraar gewoon niet meer.’ En ook hier kan Jolink zich helemaal in vinden. ‘Bij een markt hoort ook doen waar je goed in bent,’ zegt hij. ‘De een is goed in dit en de ander in dat. Dat kijk je bij elkaar af en op basis daarvan bedien je de markt. Dán vul je het begrip marktwerking goed in. Maar hiervoor moet het dus inderdaad wel geherdefinieerd worden.’

Bos kent dit probleem en weet dat het meer soortgelijke initiatieven nekt, bijvoorbeeld op het gebied van kinder­ mishandeling. ‘Zorgverzekeraars lopen aan tegen een eis van de Zorgverzekeringswet dat de patiënt bekend moet zijn,’ zegt hij. ‘Maar het is niet de overheid die dit moet oplossen, want die heeft feitelijk niets met de financiering van de gezondheidszorg te maken. Zorgverzekeraars moeten voor dit soort initiatieven gezamenlijk een pot opzetten en jaarlijks monitoren of het geld hieruit goed wordt besteed.’ Niet concurreren Maar dat zou betekenen dat ze op dat punt dus niet con­ curreren. En dat zou alleen mogelijk zijn als de Neder­landse Zorgautoriteit hieraan goedkeuring verleent. Bos erkent dit en laat dan een bommetje vallen: ‘Misschien zijn er in de zorg wel meer terreinen waarop je maar beter niet kunt concurreren.’ Jolink is even stil en reageert dan: ‘Eigenlijk zou het mogelijk moeten zijn om gewoon te zeggen: hier is een

12 | Z kopers

wil hebben, want de buurman heeft het ook. Maar waarom zou iedere partij alle zorg moeten leveren? We hebben dus een nieuw woord nodig als alternatief voor marktwerking. Marktinitiatieven bijvoorbeeld?’

Andere sectoren Helder, maar zowel Jolink als Bos hebben het in dit verband alleen maar over de Zorgverzekeringswet. Hoe verhoudt dit zich tot de Wmo en de AWBZ? Jolink: ‘In relatie tot de Wmo zie je dat zorginkoop voor gemeenten nog een relatief nieuw begrip is. Daarmee moeten ze eerst leren omgaan en dan kom je nog niet aan innoveren toe. Maar ze kunnen wel van elkaar leren hoe andere partijen het inkoopvraagstuk hebben opgelost.’

goed idee en iedereen mag het gratis van me hebben. Tussen zorginstellingen moet veel meer worden overlegd, veel meer informatie worden uitgewisseld. Er is zó veel te leren en te innoveren. Maar wat ik nu zeg, staat haaks op marktwerking.’ ‘Maar als dit het ideale werkbeeld is,’ reageert Bos, ‘en ik

ben wel geneigd dat te denken, dan moet er dus een her­ overweging komen van dat begrip marktwerking in de zorg. Wat is daarvan dan immers de meerwaarde?’ Jolink denkt even na en erkent dan Bos’ gelijk. Hij zegt: ‘In de huidige situatie is het zo dat iedereen alles aan zorgaanbod in huis

En wat de AWBZ betreft, is de markt verprutst door een paar heel grote aanbieders, stelt Bos. ‘Maar al zijn er in een bepaald gebied van het land maar twee aanbieders, dan nog kun je als zorginkoper vragen stellen over hun kwaliteit. En dan kan het heel goed zo zijn dat een kleine aanbieder de gunning krijgt, en dat die vervolgens capaciteit inkoopt bij de grote.’ Jolink: ‘En dan heb je het toch weer over marktwerking.’ ●

september 2009 | 13


Zorg over de grens

Zorg over de grens

Marktwerking versnelt grensoverschrijdende contractering ziekenhuizen

Zorginkoop in België

de Belgische zorgverzekeraars, daar Mutualiteiten geheten. Daarnaast kunnen patiënten zogeheten supplementen afnemen, zoals luxe maaltijden met een glaasje wijn en eenpersoonskamers. Deze moet men zelf afrekenen, maar vaak kan men zich hiervoor apart aanvullend verzekeren bij de eigen Mutualiteit.

‘CZ heeft besloten om door middel van

Tekst: Rolf Swens

contractering een directe betaalrelatie aan In landen waar de zorg door middel van aanbodregulering te sterk gerantsoeneerd is geraakt, ontstaat druk om zorg in het buitenland op te zoeken. Dit speelde in de jaren ’90 in Nederland toen men hier te maken had met lange wachtlijsten bij ziekenhuizen. Mede onder invloed van de opkomende marktwerking zijn de Nederlandse zorgverzekeraars zich gaan oriënteren op zorginkoop in het buitenland. In dit eerste artikel in de reeks over zorginkoop in het buitenland wordt ingegaan op de inkoop van ziekenhuiszorg bij onze zuiderburen.

te gaan met Belgische ziekenhuizen.’

persoonlijker dan in Nederland.’

Geert Basyn, hoofd van de afdeling Internationale Betrekkingen van de Christelijke Mutualiteit Midden Vlaanderen heeft de hiervoor geschetste ontwikkeling vanaf het begin meegemaakt. Als geen ander kent hij de verschillen tussen Nederland en België. In de jaren dat hij samenwerkte met Nederlandse zorgverzekeraars, heeft hij ervaren dat het niet alleen technische of juridische kwesties zijn die overbrugd moeten worden. Vooral het culturele verschil tussen Nederland en België wordt door sommige Nederlandse zorginkopers niet goed begrepen. 'En alleen al hierom kan het heel handig zijn om met ons contact te zoeken,' aldus Geert Basyn.

De medisch specialisten zijn werkzaam als zelfstandige ondernemers en huren ruimte in de ziekenhuizen. Ook de medisch specialisten zijn gebonden aan een landelijk vastgestelde tarievenlijst, de zogeheten nomenclatuur. Maar daarnaast kunnen sommige artsen - die de landelijk vastgestelde tarieflijst verwerpen - zogeheten erelonen in rekening brengen. Ook deze erelonen moeten patiënten meestal apart afrekenen. Naast de ligdagprijs worden zaken als geneesmiddelen, verbandmiddelen en hulpmiddelen (zoals prothesemateriaal) apart in rekening gebracht bij de Mutualiteiten. Een groot verschil met Nederland waar deze zaken “all-inclusive” in de verpleegtarieven zijn opgenomen. Voor een Nederlandse zorgverzekeraar is het ondoenlijk om de Belgische ziekenhuis- en specialistennota’s te verwerken. De Europese verdragsregels hebben hierin voorzien door het voor een Belgisch ziekenhuis mogelijk te maken om de nota van de Nederlandse zorggebruiker conform de Belgische tarieven in te dienen bij een Belgische Mutualiteit. Deze Mutualiteit verrekent de kosten, soms met vertraging door tussenkomst van overheidsinstanties, met de betrokken Nederlandse zorgverzekeraar. Wanneer de Christelijke Mutualiteit wordt ingeschakeld door Nederlandse zorgverzekeraars, wordt in aanvulling hierop geregeld dat de nota’s gecontroleerd worden en de Nederlandse zorgverzekeraar maandelijks een overzicht krijgt van wat verrekend zal gaan worden. Ook spreken zij zo nodig behandelaars aan op de kwaliteit of de ingediende declaratie en bemiddelen zij bij geschillen. Conform de Europese verdragsregels krijgen de Belgische Mutualiteiten voor deze werkzaamheden een vergoeding (die niet met de Nederlandse zorgverzekeraar wordt verrekend). Daardoor is deze dienstverlening voor de Nederlandse zorgverzekeraar geheel kosteloos.

marktwerking tussen de Nederlandse zorgverzekeraars werd vanuit de politiek, het bedrijfsleven én mondige patiënten flinke druk uitgeoefend om dit te mogelijk te maken. Ook andere zorgverzekeraars gingen over tot het

Verschillen tussen beide landen Basyn legt uit hoe de situatie in België is. De Belgische ziekenhuizen vallen onder een landelijk planningsregime en brengen landelijk vastgestelde ligdagprijzen in rekening bij

Diagnose Behandel Combinaties CZ heeft relatief veel verzekerden, vooral woonachtig in de grensstreek, die gebruik maken van Belgische ziekenhuizen. En daarbij heeft CZ besloten om door middel

G

rensoverschrijdende zorg naar België bestaat eigenlijk al lang. Door de zogeheten Zeeuws-VlaanderenRegeling mochten de inwoners van Zeeuws-Vlaanderen al sinds 1974 voor bepaalde ingrepen zonder voorafgaande toestemming naar het Universiteitsziekenhuis in Gent en het Algemeen Ziekenhuis Sint Jan in Brugge. Door het toenmalige Zeeuws-Vlaamse ziekenfonds werden hierover afspraken gemaakt met de Zeeuws-Vlaamse huisartsen en de streekziekenhuizen in Terneuzen en Oostburg. In onze huidige terminologie zou je kunnen zeggen dat daar toen al ketenzorgafspraken werden gemaakt voor topklinische zorg. Door gebruik te maken van Europese verdragsregels kon dit administratief afgehandeld worden. En de Christelijke Mutualiteit in Gent trad op als zaakwaarnemer voor het Zeeuws-Vlaamse ziekenfonds en sprak waar nodig behandelaars en directies aan wanneer er opmerkingen waren over de kwaliteit of declaraties. Experiment Vanwege de opgebouwde ervaring werd eind jaren ’90 aan de samenwerkende partijen gevraagd om een experiment uit te voeren met grensoverschrijdende zorginkoop. Door de steeds verder oplopende wachtlijsten en de toenemende

Geert Basyn: ‘In de Belgische cultuur is de relatie tussen arts en patiënt doorgaans

14 | Z kopers

contracteren van Belgische ziekenhuizen, waarbij sommige zorgverzekeraars hun Belgische collega’s als locale zaakwaarnemer inschakelden.

van contractering een directe betaalrelatie aan te gaan met Belgische ziekenhuizen. In het verlengde hiervan is CZ een experiment aangegaan met het toepassen van Diagnose Behandel Combinaties voor het ziekenhuis in Genk, Belgisch Limburg. Nico Martens, zorginkoper Buitenland bij CZ licht deze beslissing toe. 'Vanwege het grote aantal verzekerden dat naar Belgische ziekenhuizen gaat, is bij ons behoefte ontstaan om de kwaliteit en kosten van de Belgische ziekenhuiszorg te kunnen vergelijken met de Nederlandse ziekenhuiszorg. Een ander voordeel van een directe betaalrelatie is het wegvallen van de in deze situatie oneigenlijk gebruikte administratieve procedure(E-112) die vastzit aan de Europese Verdragsregels. Via onze contracten met de Belgische ziekenhuizen hebben wij geregeld dat de nota’s, na controle door de CM Limburg, direct naar ons worden doorgezonden. Wij rekenen de kosten vervolgens direct af met het Belgische ziekenhuis. Ook zijn wij bezig om dit proces nog verder te vereenvoudigen. Met het Ziekenhuis in Genk hebben wij afspraken gemaakt die veel weg hebben van de Diagnose Behandel Combinaties die wij in Nederland kennen. Bij een gunstige evaluatie van deze pilot willen wij deze systematiek doorvoeren met alle gecontracteerde Belgische ziekenhuizen in de grensstreek.' Nico Martens benadrukt dat deze stap niet is bedoeld om uit te komen op lagere of hogere tarieven ten opzichte van Belgische patiënten. 'Wij willen niet dat onze verzekerden in een voorrangssituatie komen ten opzichte van Belgische

patiënten of dat Belgische overheid of premiebetalers voor onze verzekerden moeten bijpassen. Overigens zijn wachtlijsten in België niet aan de orde, gelet op de daar beschikbare ziekenhuiscapaciteit.' 'Bij het contracteren van Belgische ziekenhuizen gaan wij wel selectief te werk. Wij willen tot goede afspraken komen september 2009 | 15


Zorg over de grens

Literatuur

Werkplein Kwaliteit Literatuur Bert Karssen (beoordeling) - Mark van Seggelen (tekst)

met het Belgische ziekenhuis en er moet ook sprake zijn van een herkenbare behoefte bij onze klanten om naar dit ziekenhuis te gaan. Overigens schakelen wij ook de hulp in van de Christelijke Mutualiteit. Zij voeren voor ons administratieve controles uit en helpen ons bij het “vertalen” van onze verzekeringsvoorwaarden naar afspraken met de ziekenhuizen. Uiteraard zal hierbij de Belgische regelgeving leidend zijn,' aldus Nico Martens. Tot voor kort waren de Nederlandse- en Belgische finan­ cieringssystemen van ziekenhuizen op veel aspecten ver­ gelijkbaar. Echter, met de invoering van de Diagnose Behandel Combinaties is in Nederland meer onderhandelingsruimte geïntroduceerd tussen zorgverzekeraars en ziekenhuizen.

Nico Martens: ‘Met de invoering van de Diagnose Behandel Combinaties is er in

omdat in België per duizend inwoners aanzienlijk meer artsen en ziekenhuisbedden beschikbaar zijn. En omdat Belgische patiënten gewend zijn om een deel van de ziekenhuiskosten zelf te betalen, kiezen zij bewust “met hun voeten” voor hun eigen dokter. En daarmee zijn we weer terug bij de uitspraak van Geert Basyn over het kennen van de cultuurverschillen. 'In de Belgische cultuur is de arts-patiëntrelatie doorgaans persoonlijker dan in Nederland. Een Belg zal je op een verjaardag vertellen dat hij een afspraak heeft met bijvoorbeeld dokter Vandenbroecke, terwijl een Nederlander zou zeggen dat hij een afspraak heeft bij de internist. Wat subtiel duidelijk maakt hoe anders artsen en patiënten zich in België tot elkaar verhouden. En daarmee is ook meteen het subtiele verschil duidelijk waarom Belgische Mutualiteiten spreken over hun leden en Nederlandse Zorgverzekeraars over hun verzekerden.' ●

Inkoop; een nieuw paradigma Een vernieuwend boek over het vakgebied inkoop – en daarmee de zorginkoop

Nederland meer onderhandelingsruimte gekomen tussen zorgverzekeraars en ziekenhuizen.’ Marktwerking Beide systemen hebben marktprikkels in zich. Opvallend is wel dat in Nederland de concurrentie vooral gezocht wordt in de onderhandeling tussen zorgverzekeraars en ziekenhuizen over prijs en kwaliteit. In België voltrekt de concurrentie zich vooral op serviceaspecten waarvoor patiënten vaak zelf aanvullend moeten betalen. Als tussenstand lijkt de marktwerking in België beter uit te pakken dan in Nederland. Dit wordt met name verklaard

Dit is een heel goed boek. Voor het eerst sinds jaren is er weer

Systematisch gaat Rietveld in op de kritische succesfactoren.

een boek dat binnen het vakgebied van de inkoop met vernieuwingen

Tips en handvatten komen aan bod. Nieuwe instrumenten worden

komt.

aan­gereikt, zoals over inkoopleiderschap, talentmanagement,

Een van de nieuwe gedachten die aan de orde komt, is het

intelligence en het inrichten van de organisatie om tot die nieuwe rol

inkoopconcept. Volgens auteur Gerco Rietveld moeten inkopers uit

te komen. En hoe met zorgaanbieders moet worden omgegaan. De

hun functionele isolement worden gehaald. Zij moeten een andere

financiële zijde van inkoop komt ook aan de orde. Dat wordt goed

positionering krijgen en integreren in de businessstrategie. De

uitgelegd, maar vraagt bedrijfskundige kennis of interesse.

reguliere inkoop is vaak in de reguliere bedrijfsvoering ondergebracht.

Gerco Rietveld was oprichter en directeur van het eerste inkoop­

In professioneel geleide organisaties, veelal grote instellingen,

adviesbureau in Nederland.

is inkoop onderdeel van de business (het primaire proces). Bij bijvoorbeeld ketenzorg is dat essentieel. Ik merk dat zorginkopers moeite hebben te switchen naar wat je als

Bert Karssen over Inkoop; een nieuw paradigma:

organisatie wilt betekenen voor je verzekerde of cliënt. Bijvoorbeeld

Voor iedere zorginkoper en anderen die meer van inkoop willen

je wilt dé speler zijn voor chronisch zieken, ouderenzorg of preventie.

begrijpen is dit een must. Het geeft een compleet beeld van hoe

Dat vraagt een andere manier van kijken naar je zorginkoop. Dit boek

de inkoop (en dus ook de zorginkoop) zou moeten zijn, met erg

gaat juist in op het kantelen van de business. De auteur beschrijft

veel aandacht voor verbeteringen en vernieuwingen. Toegankelijk

de weg daar naartoe.

geschreven. Dit boek moet je gelezen hebben. Het mag niet

In plaats van een ondersteunende dienst zou zorginkoop een

ontbreken in je boekenkast. Waardering: 9.

volwaardige businessrol moeten zijn. Daarmee blijft de besturing van een organisatie niet beperkt tot de prestaties van de eigen organisatie. De prestaties van de toeleverketens maken daar een

Inkoop; een nieuw paradigma

onlosmakelijk deel van uit. Zorginkopers worden dan volwaardige

Gerco Rietveld

partners in de business.

420 pagina’s, Uitgever: Sdu Uitgevers ISBN-13: 97 8901 258 1240.

16 | Z kopers

september 2009 | 17


Aanbesteden

Aanbesteden

De keuze voor het aanbesteden in percelen heeft grote invloed op de markt waarin geopereerd wordt

andere markten opereren andere leveranciers: •A  ls de maaltijdverzorging geen onderdeel is van de reguliere HH, kan een organisatie als Tafeltje Dekje een deel van de druk op de HH-capaciteiten wegnemen: er komen dan meer en andere leveranciers •A  ls HH1 en HH2 niet gezamenlijk maar separaat worden ingekocht/aanbesteed kunnen ook schoonmaakbedrijven (met andere CAO’s) op HH1 inschrijven •P  ure levering van hulpmiddelen kan ook door (buitenlandse) fabrikanten gebeuren. Als daarnaast ook onderhoud en terugname geregeld moeten worden, spelen de fabrikanten geen rol en vormen dienstverlenende en handelsbedrijven de markt waaruit gekozen moet worden • I ndien een zorgverzekeraar de ketenzorg diabetes als ‘regiefunctie inclusief de benodigde zorg inkoopt’ wordt dit in de praktijk (op dit moment) veelal ingevuld door huisartsen(groepen). De huisartsengroep is verantwoorde­ lijk voor de te leveren zorg en de mate waarin ze dit zelf levert of uitbesteedt aan andere zorgverleners. Indien de zorgverzekeraar zelf de regisseur blijft en de zorg separaat contracteert zullen meerdere zorgaanbieders in beeld komen.

Aanbesteden van wat? Tekst: Jan Telgen, Hoogleraar Inkoopmanagement voor de Publieke Sector aan de Universiteit Twente

Bij een aanbesteding is het niet altijd meteen duidelijk wat er precies onder valt. De exacte afbakening van de in te kopen producten of diensten blijkt nogal eens te variëren. Terwijl dit juist zo nauw luistert.

D

e allereerste en meteen de allerbelangrijkste beslissing bij een aanbesteding is: “Wat gaan we eigenlijk aan­ besteden?” Op het eerste gezicht lijkt dat een redelijk stupide vraag: je gaat immers pas aanbesteden als je iets nodig hebt. En als je iets nodig hebt, weet je toch wat je moet hebben? Dat is allemaal waar, maar als je doorvraagt wat het precies is dat je nodig hebt, blijken er toch wat openingen in die redenering te komen. En die openingen bieden onverwacht veel manoeu­ vreer­ruimte. Manoeuvreerruimte waar een goede aanbesteder zeker gebruik van moet maken. Een paar voorbeelden om een en ander te verduidelijken: • Hulp bij het Huishouden (HH) in het kader van de Wmo kan gedefinieerd worden met of zonder maaltijdverzorging • HH wordt vaak in twee categorieën ingekocht: HH1 en HH2. Maar kopen we die twee categorieën nu samen (bij één leverancier) in of apart? • Hulpmiddelen in het kader van Wmo of AWBZ (rolstoelen enzovoort) kunnen ingekocht worden met of zonder onderhoud en met of zonder terugname aan het eind van een gebruiksperiode • Is het leveren van geneesmiddelen inclusief of exclusief het vervoer en in- of exclusief terugname na verstrijken van de uiterste datum? Variatie in afbakening Het zijn zomaar wat voorbeelden waaruit in ieder geval blijkt dat er toch meer te kiezen is dan op het eerste gezicht lijkt. De precieze afbakening van de in te kopen of aan te besteden diensten of producten kan dus variëren. Maar waarom is dit nu zo belangrijk? Deze kleine variaties in de afbakening van de in te kopen producten en diensten hebben grote gevolgen: daarmee veranderen de markten waarop geopereerd wordt. En op die

18 | Z kopers

Kortom, door een kleine wijziging in de afbakening van de opdracht ondergaat het speelveld een gigantische verandering. Het is eigenlijk net zoiets als bij tennis: het spel blijft hetzelfde, maar een andere ondergrond (gravel of hardcourt) is voor de een beter en voor de ander minder aantrekkelijk.

Jan Telgen

Let wel: ik wil geen oordeel geven of je nu juist wel of juist niet moet aanbesteden in verschillende percelen (de technische naam voor het splitsen van opdrachten in verschillende onderdelen). Ik wil ook niet in zijn algemeenheid aangeven of een bepaalde afbakening nu goed is of niet. Wat ik wel wil aangeven, is dat de keuze voor een bepaalde afbakening of

het aanbesteden in percelen een enorm grote invloed heeft op de markt waarin geopereerd wordt. Daarmee is het een machtig wapen in de hand van de aanbestedende partij die hierin vrij mag kiezen. Ook hier weer de parallel met tennis: je mag zelf de ondergrond kiezen.

‘Door een kleine wijziging in de afbakening van de opdracht ondergaat het speelveld een gigantische verandering.’ Opdelen in percelen In het algemeen is het zo dat door verdere onderverdeling van een opdracht in verschillende percelen, er meer potentiële leveranciers op de markt zullen zijn. Ga je te ver in het opdelen, dan kan de opdracht te klein worden om nog interessant te zijn, maar meestal betekent meer leveranciers een betere marktwerking. Zeker op terreinen waar sprake is van een oligopolie (maar heel weinig potentiële leveranciers of een regionaal dominante positie van één leverancier) kan het heel zinvol zijn om wat meer in percelen aan te besteden. En bij de zorginkoop hebben we nogal eens te maken met situaties waarin we maar heel weinig potentiële leveranciers tegenover ons vinden. Ook kan opdelen in percelen een probaat middel zijn om extra capaciteit te genereren in een bepaalde markt. Als er te weinig HH-capaciteit is in een gemeente, kan de druk op de aanwezige capaciteit verlicht worden door een deel van de activiteiten in aparte percelen onder te brengen: maaltijdverzorging en buiten ramen wassen zijn voor de hand liggende voorbeelden. Als de thuiszorgmedewerkers die activiteiten niet meer hoeven uit te voeren, hebben ze meer capaciteit over om de eigenlijke thuiszorg te leveren. Het afbakenen van een opdracht en het werken met percelen zijn beslissingen die vooraf gaan aan de specificatie van een opdracht. Daarin en bij de keuze van selectie- en gunningscriteria verfijn je eigenlijk de beslissingen die in hoofdlijn al genomen zijn bij de afbakening - van de aanbesteding die bepaalt op welke markt je opereert of op welk veld je speelt. En een professionele speler grijpt met beide handen de kans om het veld te kiezen waarop gespeeld gaat worden. ● september 2009 | 19


Interview

Interview

Innovatief beloningssysteem Proliving ook toepasbaar in gezondheidszorg

Beloning voor goed gedrag Tekst: Frank van Wijck

Een vettax voor mensen die ongezond eten, ziet minister Klink van VWS niet zitten. Hij beloont liever gezond gedrag. Maar zo lang concrete initiatieven op dit gebied uitblijven, hebben zorginkopers weinig mogelijkheden hierop in te spelen. Het is daarom leerzaam om eens te kijken naar de manier waarop sectoren buiten de gezondheidszorg hiermee omgaan.

Nederland telt 2,4 miljoen huurwoningen, beheerd door 470 woningcorporaties. Deze hebben allemaal een sociale beheerstaak: als mensen netjes en ordelijk in hun omgeving wonen, heeft de corporatie minder omkijken naar hen en hun woonomgeving. Dus zal een corporatie verkeerd gedrag willen bestraffen. Maar in plaats daarvan kan ze ook goed gedrag belonen. Met die laatste optie in het achterhoofd is in 2000 Proliving ontstaan als afdeling van woningstichting Patrimonium in Amsterdam Zuidoost. Proliving ging mensen belonen als zij zich als huurders goed gedroegen. Bijvoorbeeld als ze op tijd de huur betaalden of als ze de corporatie voor die betaling machtigden. Nog steeds hanteren ze deze beloningsvorm. De huurders krijgen voor hun goede gedrag geen geld, maar Propoints. En Proliving keert deze punten ook niet uit in geld, maar in middelen om het huis, de tuin of de buurt te onderhouden. Het idee sloeg al snel aan en breidde zich uit naar andere gemeenten in het westen van het land. In 2005 verzelfstandigde Proliving dan ook tot een bv die haar diensten aanbiedt aan woningcorporaties. Begin dit jaar werd het idee ook in Frankrijk geïntroduceerd, en volgend jaar zal Engeland ermee kennismaken. Betere band Aan de basis van het systeem ligt software die Proliving zelf heeft ontwikkeld. Huurders komen bij Proliving om de punten te verzilveren die ze hebben gespaard, en Proliving geeft aan de corporaties door waaraan dit geld wordt besteed. ‘Dit geeft de corporaties een andere band met haar huurders,’ legt directeur Reggie Wolff uit. ‘Dankzij de Propoints krijgen de corporaties een gezicht voor de huurders. Dat zorgt voor binding en stelt de corporaties in staat om dingen terug te vragen. Medewerking aan een enquête bijvoorbeeld, of inzet voor verbetering van de leefbaarheid in de wijk.’ 20 | Z kopers

Wolff licht de werkwijze verder toe. ‘Corporaties belonen de huurders voor goed woongedrag en voor inzet ten gunste van de leefomgeving,’ zegt hij. ‘Door zich actief in te zetten voor de buurt, kunnen ze zelfs extra punten verdienen waarmee ze woongebonden diensten kunnen kopen. Dit kan een bloemetje voor de buren zijn, maar ook de huur van een boormachine om te klussen in huis of een voucher voor Praxis. Maar het kan ook een rollator zijn, of een bloeddrukmeter. Een abonnement op de thuiszorg of op de stadsmobiel is eveneens mogelijk.’ Cohesie in de wijk Allemaal huis- en woongebonden diensten dus. En inmiddels niet meer alleen voor de huurders, maar ook voor hun kinderen. Wolff: ‘We hebben kinderspaarkaarten ontwikkeld voor kinderen van acht tot twaalf jaar. Voor veel van die kinderen hier in Zuidoost is geen naschoolse opvang geregeld. Die hangen dus buiten rond. Wij brengen ze met toestemming van de ouders bij elkaar en gaan samen de buurt schoonmaken, Daarmee krijgen ze punten op hun kaart en een volle kaart betekent tien euro voor Bart Smit of met zijn allen naar Artis.’ Aan die kaarten gaat Proliving nu modules hangen, zoals voor overgewicht, voor pesten of voor waarden en normen. Wolff: ‘We zetten ze dan bij elkaar met iemand van de pabo erbij om ze bijvoorbeeld te vertellen over gezond leefgedrag en goede voeding. Op die manier hopen we via de kinderen ook de ouders te bereiken.’ Een volgende stap is dat Proliving maaltijdbijeenkomsten gaat organiseren om leefbaarheidsambassadeurs te werven. In ruil voor werkzaamheden als het aanspreken van mede­ bewoners of melding van problemen aan de beheerder, ontvangen zij voor honderd euro Propoints per maand. Voor dit systeem betalen woningcorporaties een vast bedrag september 2009 | 21


Interview Column Walter Engelhart | Aanbestedingsadvocaat per maand aan Proliving. ‘De winst voor hen zit in het feit dat wij de bewoners zelf mobiliseren,’ zegt Wolff. ‘Dat is veel goedkoper voor hen dan een buurtwerker aanstellen. Bovendien brengen we cohesie terug in de wijk door bewoners weer in contact te brengen met elkaar.’ En volgens Wolff is dat hard nodig. ‘Denk maar aan de roep om terugkeer van de wijkagent of de wijkverpleegkundige,’ zegt hij. ‘De maatschappij is steeds individueler geworden en dat werkt sociale problemen in de hand.’ Vertaling naar zorg De vraag of ook de gezondheidszorg hiervan iets kan leren, heeft Wolff feitelijk al beantwoord. Een aantal van de opties die hij noemt – de rollator, de thuiszorg, gezond leven programma’s – hebben immers allemaal te maken met zaken die behoren tot het domein van de Wmo of de AWBZ, of die aansluiten op de nadruk die het huidige kabinet legt op preventieve gezondheidszorg. Wolff vertelt: ‘De invulling van de Wmo door de gemeenten heeft duidelijk tot problemen geleid. Ons systeem zou hen behulpzaam kunnen zijn, bijvoorbeeld door de uitgaven in het kader van het persoonsgebonden budget te labelen. Gemeenten hebben onvoldoende zicht op de vraag of het geld voor dit pgb wel bij gekwalificeerde mensen terechtkomt. Ik kan me een systeem voorstellen waarbij mensen geen pgb-geld meer krijgen, maar een tegoed bij ons. Wij zorgen dan dat het pgb wordt ingevuld door een erkende verstrekker. En we bieden de gemeente inzicht in de besteding van dat geld. Met dit idee gaan we nu naar de gemeenten toe.’ Een verdergaande koppeling naar gezond leven is volgens Wolff moeilijker te realiseren. ‘Daarvoor zou je bijvoorbeeld bewijslast moeten hebben die laat zien dat iemand inderdaad gezonder is gaan leven,’ zegt hij. ‘Maar je zou je wel kunnen voorstellen dat je Propoints verstrekt aan mensen die zich voor een gezondheidscheck melden bij de huisarts. Die punten zouden ze weer kunnen inwisselen bij een sportschool of een diëtist. Een probleem is wel dat zorgverzekeraars een log apparaat vormen. Die zouden moeten meewerken om een dergelijk idee verder vorm te geven. Maar mogelijkheden zie ik zeker.’ ● Proliving, Amsterdam Zuidoost Telefoon: 0800 6226226 www.proliving.nl, info@proliving.nl

Elkaar helpen Woningcorporatie Rochdale in Amsterdam Zuidoost maakt gebruik van het systeem van de Propoints van Proliving en is hier bijzonder over te spreken. ‘Het is leuk om als woningcorporatie ook eens iets weg te geven,’ zegt manager Woonzaken Liesbeth Hendriksen. ‘Het is een middel om huurders te belonen voor goed gedrag en om ze te binden aan je organisatie. Je kunt wat terugdoen voor de mensen en dat gaat inmiddels al weer verder dan de voorbeelden die Reggie Wolff noemt. In het kader van de armoedebestrijding kunnen bewoners in Zuidoost nu ook punten verzilveren bij een Albert Heijn in hun omgeving. Deze optie is er voor mensen die écht iets extra’s nodig hebben voor hun dagelijkse levensbehoefte. Het bijzondere is dat ze er iets voor moeten doen waarmee ze zowel ons als zichzelf helpen. En we helpen ze ook op andere manieren. Als ze zelf hun flatgebouw schoonhouden, merken ze dat aan het einde van het jaar in hun portemonnee omdat de servicekosten omlaag gaan. We meten precies wat we uitgeven aan schoonmaak en kleine reparaties en kunnen dus ook het effect van onze aanpak meten en verzilveren.’ De vertaling naar de gezondheidszorg is volgens Hendriksen niet moeilijk te maken. ‘Elkaar leren kennen en klusjes voor elkaar doen kun je zien als een aanzet tot het verlenen van mantelzorg,’ zegt ze. ‘En tot op zekere hoogte wordt hieraan ook al invulling gegeven. Proliving biedt bijvoorbeeld ook klusdiensten aan voor dienstverlening rondom het minder mobiel zijn. Een volgende stap zou kunnen zijn dat er ook daadwerkelijke zorg wordt verleend. Wij kennen als corporatie veel zorgorganisaties, we hebben zelf in dit gebied ook drie verzorgingshuizen. De lijnen liggen er al.’

Laat je verrassen Innovatie is essentieel voor de productiviteitsgroei, economische

naar een weg om niet te hoeven aanbesteden. Voorbeeld: ik wil

ontwikkeling en internationale concurrentiepositie van Nederland

een perceel laten ophogen met zand en vlakbij mijn perceel is

op langere termijn, zo las ik laatst in een factsheet van EZ. Het

een aannemer al met ophoogwerkzaamheden bezig. Niemand

is maar dat je weet wat je verantwoordelijkheid is wanneer je als

kan natuurlijk goedkoper leveren dan die aannemer. Mijn advies

inkoper innovatie moet stimuleren, iets wat mode lijkt om naar

is en moet vaak zijn: besteed aan en je zult ontdekken of je

een inkoper te roepen. Je moet de economie van de ondergang

aanname juist is. Zo ja, dan is er niets verloren. Het enige is dat

redden. Geen sinecure lijkt me, zeker niet op dit moment.

je een aanbesteding hebt georganiseerd, maar dat mag geen punt zijn. De bedoeling van aanbesteden is ook anderen een

Maar is het nemen van de geschetste verantwoordelijkheid nou

kans op de opdracht te gunnen en zo is geschied. Zo nee, dan is

wel zo spannend voor een professioneel inkoper? Wanneer je

voorkomen dat je die aanbieder hebt gemist die toevallig nog een

als inkoper innovatie wilt stimuleren, dien je innovatief aan te

berg zand heeft liggen waar hij voor een zacht prijsje van af wil of

besteden. De kern van innovatief aanbesteden is dat je de markt

die aanbieder die door omstandigheden personeel over heeft en

voor je laat denken in plaats van dat je zelf het wiel opnieuw

dat vrijwel kosteloos voor jouw opdracht kan inzetten.

probeert uit te vinden. Mijn stelling is dat professioneel inkopen per definitie inhoudt dat men de markt het werk laat doen. De

Wat ik maar wil zeggen: wees als inkoper/aanbesteder altijd

inkoper legt zijn wens, zijnde een beoogd resultaat, op tafel en

bereid om je te laten verrassen. In die zin is innovatief aan­

de aanbieder formuleert een aanbieding: hoe tot dat resultaat te

besteden een prachtig hulpmiddel. Het ‘dwingt’ te luisteren

komen.

naar de markt en voorkomt dat je gaat denken voor de markt. En laten we reëel zijn… Niemand kent de markt beter dan de

Het gevaar dat voor elke professional op de loer ligt, is dat zijn

markt zelf.

kennis en ervaring tot voorbarige conclusies leiden. Men denkt

22 | Z kopers

te weten wat de markt wel of niet kan bieden, maar dat kan

Walter Engelhart

verrassend anders uitpakken. Regelmatig vraagt een cliënt mij

is advocaat bij Van Benthem & Keulen advocaten & notariaat

september 2009 | 23


Onderzoek

Onderzoek

Het meten van resultaten, kwaliteit en klanttevredenheid in de praktijk

Re-integreren met of zonder keurmerk Tekst: Mariëtte Baks

In de vorige editie van Zkopers hield directeur van brancheorganisatie Boaborea Carmen de Jonge een pleidooi voor het Blik op Werk-keurmerk. Zij signaleerde dat UWV en gemeenten vaak reïntegratiepartijen inschakelen die het keurmerk niet hebben. Volgens haar is dat niet verstandig. In deze editie komt de praktijk aan het woord: hoe belangrijk is het keurmerk?

R

e-integratiebedrijven die over het Blik op Werkkeur­merk beschikken, tonen daarmee aan dat ze aan een bepaald kwaliteitsniveau voldoen. Waarmee niet is gezegd dat bedrijven die dat keurmerk niet hebben, slechte kwaliteit leveren. “Met je bestekbeschrijving kun je veel doen,” aldus Henk Zondervan van de dienst Sociale Zaken en Werkgelegenheid Noardwest Fryslan. In deze intergemeentelijke sociale dienst participeren acht gemeenten, waaronder Franeker. “In het bestek staan de formele vereisten, de solvabiliteit, de omvang en andere zaken waaraan een re-integratiebedrijf moet voldoen wil het voor ons opdrachten mogen uitvoeren. Dus wat het keurmerk daar dan nog aan toevoegt…” De intergemeentelijke sociale dienst vraagt altijd referentielijsten op en kijkt naar de resultaten. Een keurmerk is daar dus geen noodzaak.

“Een bureau moet kunnen differentiëren.

beschikken over een vastgelegd kwaliteitszorgsysteem, even­ tueel onderbouwd met een Boaborea-, Arcon- of daaraan gelijkgesteld kwaliteitskeurmerk’. Deze kwaliteitseisen gelden ook voor de onderaannemers die door re-integratiebedrijven worden ingeschakeld. Leiden heeft wel eens meegemaakt dat een re-integratiebedrijf mét keurmerk werk liet uitvoeren door een onderaannemer zonder dat de hoofdaannemer afdoende aandacht had besteed aan de kwaliteit van deze uitvoerende partij. “We hadden toen nog niet zo veel ervaring met aanbestedingen, dat deden we voor re-integratie nog niet zo lang. Maar elke keer leer je weer wat bij en kun je je eisen strakker omschrijven,” aldus een woordvoerder van de gemeente Leiden. Nu zijn de eisen voor de onderaannemers aangescherpt. De hoofdaannemer blijft verantwoordelijk en moet van te voren aangeven met wie hij wil gaan samenwerken. Naast eisen op het terrein van kwaliteitszorg stelt Leiden overigens ook eisen ten aanzien van ervaring met vergelijkbare referentieopdrachten.

Een gesprek met de potentiële uitvoerder over de ervaring is en blijft dus belangrijk. Keurmerk of niet.” (Marius Dellenbag, UWV) De gemeente Leiden stelde voorheen wel het Boreakeurmerk verplicht, totdat enkele jaren geleden op basis van jurisprudentie een nieuwe richtlijn verscheen die aangaf dat de gemeente niet zonder meer een bepaald keurmerk mag eisen. Toen zijn de eisen wat breder gemaakt. In de meest recente bestekbeschrijving staat nu dat ‘een gegadigde moet 24 | Z kopers

mannen, maar re-integratie van een allochtone doelgroep is anders. Een bureau moet kunnen differentiëren. Een gesprek met de potentiële uitvoerder over de ervaring is en blijft dus belangrijk. Keurmerk of niet.” Re-integratiebedrijven die niet beschikken over het keurmerk, moeten op een andere manier aan UWV aantonen dat ze aan de algemene eisen voldoen. “In het verleden toetste UWV dat, nu moeten de bedrijven dat zelf doen. Ze moeten daar een onafhankelijke auditer voor inhuren, die er een rapportje over schrijft. Daarmee kan een bedrijf aantonen dat het aan de kwaliteitseisen voldoet. Dat geldt overigens ook voor ZZP’ers (zelfstandigen zonder personeel). Carmen de Jonge zei in de vorige uitgave dat ZZP’ers die IRO-cliënten gaan begeleiden, het Blik op Werk-keurmerk moeten hebben. Dat is niet zo. Wel moeten zij voldoen aan de kwaliteitseisen die we stellen.” Volgens Dellenbag maakt het UWV verder niet uit of het zaken doet mét een bedrijf met of zónder keurmerk. Papieren rompslomp Dellenbag noemt het Blik op Werk-keurmerk ‘min of meer een voortzetting’ van het Borea-keurmerk. “En dat is eigenlijk toegespitst op de grotere re-integratiebedrijven,” vindt hij. “Daar zit een pijnpunt: iedereen onderschrijft het belang van het keurmerk wel – ook de NOLOC, waarin de kleinere re-integratiebedrijven zijn verenigd – maar de inspanningen en de kosten zijn voor kleine organisaties te hoog. Blik op Werk is bezig om daar iets aan te doen. Want er moet een keurmerk zijn waaraan ook kleine organisaties kunnen voldoen.” Daarnaast is het keurmerk in Dellenbags ogen te veel toegespitst op procedures. “Het zou zich best wat meer op de resultaten mogen richten. Ook daar is Blik op Werk mee bezig.” Aan de andere kant van de tafel is de kritiek op Blik op Werk vergelijkbaar: “Het is een enorme papieren rompslomp

“Je wordt een interessante werkpartij met het keurmerk.” (Ellen Weustink, Happel & Weustink)

Ervaringseis Ook voor UWV is het Blik op Werk-keurmerk geen harde eis. Kwaliteit wel. En bedrijven die het keurmerk hebben, tonen daarmee aan dat ze aan de hoge kwaliteitseisen voldoen. Marius Dellenbag, senior business consultant Werkbedrijf van UWV: “Vorig jaar kregen bedrijven vrijstelling van bepaalde eisen als ze het keurmerk hadden. Dit jaar willen we dat verder uitbreiden: we nemen nu op dat een bedrijf met een keurmerk vrijstelling krijgt voor de mééste eisen.” Niet voor alle: bedrijven moeten ook voldoen aan de ervaringseis. Want het keurmerk zegt wel iets over de resultaten en de kwaliteit, maar niet over de ervaring. Dellenbag: “Een bedrijf kan goed zijn in de re-integratie van hoogopgeleide blanke

en het kost aardig wat,” vat Ellen Weustink van Happel & Weustink samen. Haar bedrijf, binnenkort 12 man groot, doet ‘alles’ wat betreft loopbaanvraagstukken, dus ook re-integratietrajecten. Happel & Weustink doet al langer mee aan het klanttevredenheidsonderzoek van Blik op Werk, en heeft onlangs het keurmerk aangevraagd. Ze zit dus midden in die ‘papieren rompslomp’. “We moeten gegevens aanleveren voor de prestatie-indicatoren doorlooptijd en resultaat, deelnemen aan een tevredenheidsonderzoek, een cliëntenaudit regelen enzovoort. Daar zijn we wel een paar dagen zoet mee!”

Acquisitieoogpunt De werkwijze van Happel & Weustink zal niet veranderen als ze het keurmerk krijgen. “Wij willen het keurmerk puur uit acquisitieoogpunt. Wij worden steeds groter en willen landelijk opereren, bijvoorbeeld door outplacementtrajecten en re-integratietrajecten-2e spoor in het hele land aan te bieden. Je wordt een interessante werkpartij met het keurmerk. Kortom, het is goed voor je eigen pr, het opent deuren.” Happel & Weustink werkt veel samen met ZZP’ers, die het keurmerk zelf niet hebben. “Dat is veel te duur voor hen. Voor hen is het dan slim om onder de vlag van een bedrijf met keurmerk te werken. Wij blijven verantwoordelijk en zien alle plannen voordat ze naar de opdrachtgever gaan. Wij zijn een klein bedrijf, maar doen er alles aan om de kwaliteit waarvoor we staan, te behouden. Daarom zorgen wij voor een goede begeleiding van die eenpitters.”

Weustink vindt dat het belang van het keurmerk ook weer niet overschat moet worden. “Bij grote opdrachtgevers als UWV is het wel gemakkelijk, omdat je niet op een andere manier je kwaliteit hoeft aan te tonen. Maar ik borg de kwaliteit van mijn bureau onder meer met intervisie en trainingen, niet met een keurmerk. En het gaat uiteindelijk om het contact met de cliënt en met de opdrachtgever. Hóe je met de cliënten resultaten bereikt, wordt niet gemeten. En dat is voor mij wel de kern van mijn werk.” Het is volgens Weustink jammer dat er zo veel waarde wordt gehecht aan een keurmerk dat meer geschikt is voor grote bedrijven. “Ik hou erg van kleine bedrijven. Als klein bedrijf heb ik een hoge arbeidsethiek en hecht ik zeer aan de kwaliteit van de diensten die we bieden. Er zitten bij ons geen schakels tussen. Maar het is voor de kleintjes wel moeilijk om diensten te leveren aan grotere organisaties, alleen vanwege het ontbreken van een keurmerk. Dat is jammer. Bovendien: uit een gesprek van een uur met een coach haal je meer informatie over de organisatie dan uit het aantonen dat je een keurmerk hebt.” Paar miljard Epheon, een middelgroot integratiebedrijf, heeft sinds 2006 het Blik op Werk-keurmerk, maar directeur Ronald Donkers ziet de toegevoegde waarde er steeds minder van in. “Dat komt vooral doordat de eisen verschillen. Voor je keurmerk moet je bijvoorbeeld 80 % van het aantal afgesproken mensen september 2009 | 25


Onderzoek

Onderzoek

plaatsen, maar de aanbieder stelt zijn eigen eisen. Dat is zijn goed recht, maar het is niet altijd reëel. Met deze conjunctuur is 50 tot 70 % plaatsingen niet haalbaar. Dat weten UWV en gemeenten ook, maar politiek gezien kunnen en willen zij hun eisen niet bijstellen. In de praktijk kan het zo zijn dat je lager scoort dan afgesproken en dat opdrachtgevers toch tevreden zijn over de geleverde inspanning en het – gezien de

“Het lijkt wel of Blik op Werk steeds meer naar de opdrachtgeverskant kruipt.” (Ronald Donkers, Epheon) omstandigheden waarbinnen gewerkt is – bereikte resultaat. Maar zij zullen dat niet zo gauw schriftelijk afgeven. Je raakt echter wel je keurmerk kwijt als je niet aan die 80 % komt.” Donkers heeft nog een punt van kritiek: “Sommige doorlooptijden waren eerst een jaar, nu is dat soms al teruggebracht naar vijf maanden. De periode waarbinnen je het overgekomen resultaat moet halen, wordt steeds korter. De politiek geeft een paar miljard uit aan integratie en dan moeten er ook resultaten worden geëist. Je kunt het tegenover die geïnvesteerde miljarden niet verkopen dat je minder mensen aan werk helpt, terwijl het markttechnisch met een economische recessie gewoon niet anders kan. Ik kan geen werkgelegenheid en banen creëren.” Ook de klanttevredenheidseisen worden scherper volgens Donkers. “Een zes lijkt een laag cijfer. Maar als iemand niet meewerkt en daardoor een loonstop opgelegd krijgt of gekort wordt op zijn uitkering, geeft hij je geen hoog cijfer. Hij haalt het gemiddelde omlaag. Nu wordt de klanttevredenheidseis van Blik op Werk opgerekt naar een 6,5 en later mogelijk zelfs naar een 7. Dat lijkt mooi, maar kan gezien de aard van ons werk wel eens leiden tot minder resultaat. Het lijkt wel of Blik op Werk steeds meer naar de opdrachtgeverskant kruipt.” Donkers is voorstander van een bench­ mark. Dat zou een evenwichtiger beeld geven, een benchmark volgt immers de schommelingen van de markt. “Alle leden rapporteren alles aan Blik op Werk, dus benchmarking moet mogelijk zijn.” Hij plaatst daar wel een kanttekening bij: re-integratiebedrijven moeten wel al hun cijfers conform de realiteit doorgeven. “Ik heb het idee dat sommige het mooier voorspiegelen dan het is, alleen om hun keurmerk te kunnen behouden. Dat kan natuurlijk niet.” De geclaimde waarde van het Blik op Werk-keurmerk wordt dus niet door alle opdrachtgevers en aanbieders volmondig onderschreven. Wel wordt onderkend dat het

een goede basis is van waaruit de inkoopspecifiaties verder kunnen worden uitgebouwd. Ook heeft het keurmerk voor sommige aanbieders commerciële waarde omdat het de acceptatie door inkopers vergroot. ●

Nieuwe methode aanbesteden integratietrajecten De dienst Sociale Zaken en Werkgelegenheid Noard­ west Fryslan werkt aan een nieuwe manier van integratietrajecten aanbesteden. Profielen van mensen die weer aan het werk moeten, worden geanonimiseerd op een besloten internetsite geplaatst. Hier gaat een goede diagnose aan vooraf. Reïntegratiebedrijven – grote en kleine – en ZZP’ers kunnen op de profielen reageren met een op het individu afgestemde oplossing en een bijbehorend prijskaartje. Alleen aanbieders met wie de dienst een raamcontract heeft, hebben toegang tot de site. De casemanager kan een keuze maken uit de geboden oplossingen. Deze individuele aanpak vraagt meer creativiteit van de reïntegratiebedrijven en ZZP’ers. Zeshonderd trajecten bij één bedrijf neerleggen, gebeurt dan niet meer. Deze nieuwe werkwijze zal naar verwachting medio 2010 worden geïmplementeerd.

y t i l a u q

26 | Z kopers

september 2009 | 27


E-health

Domotica voor zorg en gezelschap

De mens centraal, niet de techniek Tekst: Els van Thiel

Domotica - huisautomatisering - kan leiden tot een betere kwaliteit van wonen en leven voor ouderen en chronisch zieken. Een beeldscherm kan een venster op de wereld zijn. In de zorgsector wordt de ontwikkeling mede gedreven door de almaar stijgende vraag naar zorg en het achterblijvende aanbod. Maar levert de integratie van technologie en allerlei soorten diensten wel een antwoord op de noden in de zorg? Wat vindt de doelgroep ervan? En welke aspecten zijn belangrijk voor zorginkopers?

D

E-health

Smart Living De woorden van mevrouw Scholte moeten Patrick van Eekeren als muziek in de oren klinken. Hij is adviseur bij M&I/Partners, een groot onafhankelijk adviesbureau dat organisaties helpt om met behulp van ICT hun klanten beter te bedienen. Van Eekeren deed internationaal onderzoek

“Voor een sluitende businesscase moet je op zoek naar een brede doelgroep.” (Patrick van Eekeren, M&I/Partners) naar de socio-economische aspecten van telehealth. “Bij de introductie van technologie die louter associaties oproept met zorg, moet je er alert op zijn dat niemand graag met zijn eigen afhankelijkheid wordt geconfronteerd. Het is beter de weg te plaveien via ‘leuke’ toepassingen.” Van Eekeren spreekt liever over Smart Living dan over domotica. “Smart Living: slimmer wonen, slimmer leven en slimmer werken

- gefaciliteerd door de technologie. Enerzijds telehealth, waaronder telecure, telecare en telewellness. Anderzijds comfort, gemak en entertainment. Waarom geen gesprekje met je persoonlijke fitnesstrainer? Of een check-up van de vitale lichaamsfuncties met je huisarts? Telefitness in groepsverband? Dit alles op afstand, wel te verstaan.” Een breed aanbod van toepassingen cre­ëert volume. Dat is noodzakelijk om de systemen goedkoper te laten worden. “Voor een sluitende businesscase moet je op zoek naar een brede doelgroep.” Van Eekeren vindt het een aandachtspunt voor zorginkopers: hoe zit het met de schaalgrootte van het project? Een ander aandachtspunt is dat wet- en regelgeving en vergoedingssystematiek geen gelijke tred houden met de ontwikkelingen. “Er is behoefte aan een Nederlands vergoedings­model. Je werkt vaak in een keten. Het lastige is dat als één van de partijen een investering doet, de keten weliswaar verbetert, maar de investering lang niet altijd ten bate komt van de investeerder. Zo is er enige tijd overheen gegaan voordat screen-to-screencontact bij de thuiszorg vergoed werd. De thuiszorg investeerde dus in minder zorg achter de voordeur, maar bracht zo de eigen omzet terug.”

ag mevrouw Scholte, hoe gaat het met u?” “Hallo Roel, wat leuk om je weer eens te zien! Het gaat goed met me. En met jou?” Zo begint een hartelijke conversatie tussen mevrouw Truus Scholte, onderwijzeres in ruste, en ing. Roel Snel, eindverantwoordelijke projectmanagement bij Focus Cura. Mevrouw Scholte zit in haar eigen huiskamer, Roel Snel zit bij het serviceloket van PAL4 (Persoonlijke Assistent voor het Leven) in Zeist. Mevrouw Scholte neemt deel aan PAL4, een systeem om via de eigen tv of computer videocontact te hebben met familie, buurtgenoten, vrienden, het serviceloket van PAL4, de eigen zorginstelling of met een hulpverlener. Ze is een opgewekte zeventiger, die op wat ongemakjes na een goede gezondheid geniet. Tweeënhalf jaar geleden meldde ze zich aan, uit voorzorg. “Ik leer nu goed met de computer omgaan, zodat ik straks als ik minder goed ter been ben, altijd in contact kan blijven met anderen.” Focus Cura, een allround advies-/projectmanagement- en installatiebureau voor technologie op het gebied van wonen, welzijn en zorg, voert in Nederland verschillende telehealthprojecten uit. PAL4 kent een breed scala aan mogelijkheden. Een kleine greep hieruit: monitoring op afstand, videocontrole en bewaking van planbare en acute zorg, tele-huisbezoek door arts of verpleegkundige, (psycho)sociale ondersteuning van chronisch zieken, lotgenotencontact en begeleiding bij COPD en diabetes. Mevrouw Scholte is helemaal weg van het zogenoemde ‘familiealbum’: “Ik heb een nichtje dat me geregeld foto’s stuurt van haar kindje. Het is een feest om zo betrokken te blijven en te zien hoe ze opgroeit.”

28 | Z kopers

Aansluiten bij belevingswereld “De technologie is niet het doel, maar het middel,” benadrukt Van Eekeren. “Schat het op waarde, maar overschat het niet. Probeer niet het nieuwste van het nieuwste in huis te halen. Zet liever de drie best presterende projecten op een rijtje en kies een van de technologieën uit die top drie. Breng de lessen in de praktijk die daar geleerd zijn. Bundel de krachten en probeer zo open standaarden af te dwingen. Want met leverancierspecifieke technologie creëer je geen schaalgrootte. Er is een dringende behoefte aan plug & play.” Van Eekeren heeft nog een tip voor zorginkopers: “Gebruik een substantieel deel van de voorbereidingstijd om te bestuderen waarom zo veel domoticaprojecten de mist in gaan.” Ir. Daan Dohmen, directeur van Focus Cura, heeft daar wel een

“De gebruiker moet direct baat hebben bij de ontwikkeling.” (Daan Dohmen, Focus Cura) idee over. Hij heeft ervaren dat projecten waarbij de doelgroep niet actief betrokken wordt, weinig kans van slagen hebben. “De gebruiker moet direct baat hebben bij de ontwikkeling.” Dohmen is momenteel bezig met een promotieonderzoek over dit onderwerp aan de Universiteit Twente. “De toepassing moet aansluiten bij de belevingswereld van de gebruiker. Dat geldt overigens ook voor de zorgprofessional die met de technologie moet werken. Wij zitten met gebruikersgroepen aan tafel en vragen nadrukkelijk: waar september 2009 | 29


E-health Column Geert Geertsema heeft jullie team behoefte aan? Welke problemen kunnen we met technologie oplossen? Dan horen we bijvoorbeeld dat het op afstand kunnen controleren van een infuuspomp veel tijd bespaart. En dat het heel welkom is als een verpleegkundige of ziekenverzorgende tijdens de wondbehandeling bij een patiënt thuis even een arts kan consulteren.” Roel Snel van Focus Cura merkt dat verpleegkundigen en verzorgenden aanvankelijk sceptisch zijn over domotica. “Promotiebijeenkomsten waarop ze zich kunnen inleven en zich een beeld kunnen vormen van de meerwaarde voor hun beroepsuitoefening werpen vruchten af. Ik moet toch een arm om die patiënt heen kunnen slaan, horen wij vaak. Als zorgverleners er eenmaal mee aan het werk zijn, merken ze dat je ook via videocontact een warme relatie kunt opbouwen. Veel beter dan door de telefoon.” Beproefd en betrouwbaar Menzis-topman Roger van Boxtel liet zich ontvallen dat domotica een mogelijke besparing kan opleveren van 165.000 arbeidsplaatsen. Geen enkele reden tot zorgen om banenverlies, vindt Van Eekeren van M&I/Partners. “We móéten het wel slimmer en handiger gaan organiseren, want anders hebben we straks onvoldoende mensen en krijgen we het financieel niet opgebracht. We mogen blij zijn dat we door slimme inzet van technologie zorg kunnen

blijven leveren met behoud van sociale kwaliteit.” Een belangrijk aandachtspunt voor zorginkopers is volgens Dohmen de vraag of de techniek werkt. Nog te vaak worden er beloften gedaan die niet waargemaakt worden. “De technologie moet beproefd, gecertificeerd, beveiligd en betrouwbaar zijn. Het is een aanbeveling om bedrijfstakken te benutten die al ervaring hebben met de zogenoemde proven technology.” PAL4 bijvoorbeeld, maakt gebruik van een provider die afkomstig is uit de beveiligingswereld. Er zijn in Nederland ongeveer 40 projecten met screen-toscreentoepassingen, waarin in totaal zo’n 750 aansluitingen gerealiseerd zijn waarbij ook daadwerkelijk zorgdiensten geleverd worden. Er zijn nog te weinig zorginstellingen die zo’n project echt inbedden in hun organisatie, vindt Snel. “Gebruikers daarentegen wennen sneller dan je verwacht. In het begin is het gegiechel en gegrap niet van de lucht, maar als mensen zelf kunnen beslissen wat ze wel en niet via het scherm doen, gaan ze er verrassend creatief mee om.” Als ik zelf chronisch ziek word of door ouderdom aan huis ben gebonden, wat voor toepassing zou ik dan in huis willen hebben? Dohmen vindt dat dé vraag die iedere zorginkoper zich zou moeten stellen. ● Focuscura.nl MXI.nl

Vloek of zegen? Het woord ‘innovatie’ roept vooral positieve associaties op. Wie

patiëntengroepen

innoveert, is goed bezig. Bovendien help je de Nederlandse

Dan kan het juist aantrekkelijk zijn om te investeren in

(bijvoorbeeld

diabetes,

CVA,

hartfalen).

economie ook nog eens een handje. Jan Peter Balkenende

ketenontwikkeling en keteninformatisering. Dat doe je niet alleen

vond het zo belangrijk, dat hij er sinds 2003 een waar platform

door deze dienstverlening en een zak geld uit te wisselen, maar

aan wijdt. Het voorzitterschap ervan weet hij zelfs soepel te

ook door de wereld te laten weten dat jij als zorgverzekeraar

combineren met zijn functie als premier.

voorop loopt in het regelen van die goede kwaliteit en de zorg

Als inkoper moet je echter een gezond wantrouwen koesteren

door een goede uitwisseling van gegevens tussen hulpverleners

tegen innovaties. Leveranciers hebben vaak één doel voor ogen:

te faciliteren. Je zult zien dat niet alleen chronische patiënten zich

meer verkopen. Dus komen ze telkens met nieuwe producten

komen verzekeren. Maar ook gezonde mensen willen graag bij

of diensten op de markt, die ze onder het mom van innovatie

je komen omdat zij de zekerheid willen hebben dat ze zich van

proberen te slijten. Voor inkopers is het dan de kunst om te

goede kwaliteit hebben verzekerd, mochten ze onverhoopt een

onderscheiden of die nieuwigheid wel van toegevoegde waarde

chronische ziekte oplopen.

is. Dat begint met een kritische houding, waaraan steevast de vraag ten grondslag ligt: ‘wat levert het mij of mijn klanten op?’

Kortom, goed voor hun kwaal en goed voor jouw voortbestaan.

Dat klinkt logisch, maar vaak zie je dat met name de leverancier

Natuurlijk moet je als inkoper op de hoogte blijven van de nieuwste

profijt heeft van het nieuwe speeltje.

ontwikkelingen in de markt. Laat je uitgebreid informeren door de

Wees vooral beducht voor nieuwe snufjes van service providers.

zorgverleners en leveranciers. Ga eens op werkbezoek, luister

Zeker als ze daardoor te diep in je huis komen te zitten. Denk

naar hun verhalen en laat ze hun mooie speeltjes maar zien.

aan hulpmiddelenleveranciers met wie is afgesproken dat ze

Maar waak voor emotionele chantage. Redeneer altijd vanuit de

ook de schadelast en administratie voor je gaan beheren of het

behoefte en noodzaak in je organisatie. En maak juist nu gebruik

onderhoud voor de geleverde hulpmiddelen gaan verzorgen. Dan

van je onderhandelingspositie. In deze economisch barre tijden

kan het nog wel eens lastig zijn om bijvoorbeeld het onderhoud

wordt van je verwacht dat je ook op de kleintjes let. Dat betekent

onder te brengen bij een andere leverancier. Elke innovatieve

dat je ook scherp moet inkopen. Hoogwaardige kwaliteit: ja…

dienst moet iets toevoegen aan het primaire proces. Daar word

maar niet tegen elke prijs. Jij bent aan zet.

je op afgerekend door je klanten. Innovaties moeten kosten besparen of meer tevreden klanten genereren. Wel kun je een innovatie gebruiken om te onderstrepen waar

30 | Z kopers

je goed in bent. Stel dat jij als zorgverzekeraar bekend staat

Geert Geertsema

om de kwaliteit van de ingekochte ketenzorg voor chronische

is directeur van inkoopadviesbureau Conducto BV

september 2009 | 31


Dagboek

Dagboek

Totstandkoming centrum voor psychosomatische aandoeningen

‘Een goed begin is het halve werk’ Tekst: Mirjam Bedaf

In de eerste aflevering van de dagboekreeks vertelde adviseur Mark Lenssen over een nieuw innovatief centrum voor psychosomatische aandoeningen. Dit keer komen initiatiefnemers zorgverzekeraar De Friesland en Medisch Centrum Leeuwarden aan het woord. Hoe is de implementatie van dit regionale centrum tot stand gekomen?

I

n het nieuw te vormen centrum voor psychosomatische aandoeningen in Leeuwarden bundelen niet alleen zorgverzekeraar en ziekenhuis hun krachten, maar ook tal van medisch specialismen. Het doel is patiënten, bij wie naast een somatische ook psychische problematiek speelt, effectievere en doelmatiger zorg te bieden dan zij voorheen kregen. Bovendien hopen De Friesland en Medisch Centrum Leeuwarden met de komst van het centrum dat patiënten minder zorgconsumptie nodig hebben en sneller worden geholpen. Financiering De rol van Peter Littooy, lid Raad van Bestuur met de portefeuille Beheer, moge duidelijk zijn: Hij is verantwoordelijk voor de pijlers vastgoed, ICT, faciliteiten en financiën. ‘In samenspraak met het centrummanagement moeten wij er niet alleen voor zorgen dat het centrum fysiek klaar voor gebruik is, maar ook dat alle plannen vertaald worden naar een kloppende begroting,’ aldus Littooy. Want de geïnvesteerde financiële middelen moeten wel terugverdiend worden. Een van de eerste vragen is daarom: kan deze zorg gefinancierd worden via de reguliere parameters? ‘Nee,’ luidt het antwoord van Jelke Sloterdijk, accountmanager GGZ Cure bij De Friesland Zorgverzekeraar. ‘Het plan was

32 | Z kopers

om eerst de gehele zorg vanuit de beleidsregel Innovatie ten behoeve van nieuwe zorgprestaties van de Nederlandse Zorgautoriteit te financieren, maar een deel van de zorg bleek wél via de reguliere financiering te kunnen. Met de NZa beleidsregel, een tijdelijke betaaltitel voor een nieuwe zorgprestatie, kan het gecombineerde aanbod van somatische, psychiatrische en revalidatiezorg worden bekostigd. De door het centrum aangeboden zorg zijn eigenlijk drie financieringsregels die in combinatie niet in een keer te financieren zijn. Aparte declaraties zijn haast onmogelijk, omdat verschillende specialismen samenwerken bij het behandelen van de patiënten. Vandaar dat de zorg deels gefinancierd wordt via de beleidsregel.’ Beleidsregel Het aanvragen van middelen via de beleidsregel is geen moeilijk begaanbare weg, maar er is wel veel inhoudelijke input nodig. Dat is in dit geval voornamelijk aangeleverd door de psychiaters van het Medisch Centrum Leeuwarden. ‘Belangrijke items die in de beleidsregel aan bod komen, zijn de verwachte kostenbesparing in de toekomst, de kwaliteitsverbetering voor de patiënt en een kosteneffectiviteitslag voor de zorgverzekeraar. Ook de innovativiteit van het project moet uit de aanvraag

naar voren komen,’ legt Sloterdijk uit. ‘We hebben nu de berekeningen, die gericht zijn op kostenbesparing, deels gebaseerd op aannames. De komende jaren gaan we proberen die besparing daadwerkelijk vast te stellen. Is er een vermindering van de kosten doordat patiënten minder “rondshoppen”, en zijn er per patiënt minder onderzoeken nodig om efficiënte zorg te bieden? Dat zijn de centrale vragen.’ De samenwerking met zorgverzekeraar De Friesland heeft volgens Littooy de verbondenheid onderling vergroot. ‘De Friesland had steeds oog voor de kwaliteit van zorg en de effectiviteit. Ze hebben creatief meegedacht,’ zegt Littooy. Ook Sloterdijk is te spreken over de samen­ werking met het Medisch Centrum Leeuwarden: ‘Het is een intensief project, met een in- en verkooptraject dat veel overeenkomsten heeft met de reguliere afspraken in de GGZ-zorg. Het is goed dat we kritisch naar elkaar zijn geweest in het aanleveren van gegevens die dienen ter onderbouwing van de beleidsregel. Samen kijken we naar de meerwaarde voor alle betrokken partijen: ziekenhuis, patiënt en zorgverzekeraar.’

efficiënte manier kan plaatsvinden. De opening staat aan het einde van dit jaar gepland. ‘De praktijk zal moeten leren hoeveel behoefte er aan het centrum is. We hebben wel geraamd hoeveel mensen hiervoor in aanmerking komen, maar tot nu toe blijft het koffiedik kijken’, aldus Sloterdijk. ‘We willen qua kosten toewerken naar reguliere financiering, een DBC met daar aan gekoppelde tarieven. Na drie jaar kunnen we die op basis van ervaringsgetallen aanvragen.’ Het centrum is een omvangrijk project waar veel geld mee gemoeid is. ‘Toch moet je het financiële risico proberen te minimaliseren. Als je niet in het concept gelooft, moet je er ook niet aan willen beginnen’, aldus Littooy. Hij adviseert anderen een helder concept neer te zetten, in een vroeg stadium al contact te zoeken met de zorgverzekeraar en niet schromen om externe hulp te vragen. Sloterdijk vult hem aan: ‘Wees kritisch naar elkaar in het voortraject. Neem geen genoegen met minder als je 100% kunt halen samen. En ook hier geldt: een goed begin is het halve werk.’ ●

Start nieuwe werkwijze Er worden nu al mensen behandeld op de nieuwe manier, maar het fysieke centrum is er nog niet. Na de bouwvak gaan de werklui aan de slag om de bestaande ruimtes te verbouwen, waardoor de nieuwe werkwijze ook op een

Hoe kunnen zorgverzekeraar De Friesland en Medisch Centrum Leeuwarden zorgen dat het centrum degelijk van start gaat? En hoe komen er voldoende gegevens om latere reguliere financiering (DBC) te verkrijgen? U leest het in de derde aflevering van de dagboekreeks.

september 2009 | 33


Discussie

Methoden en technieken

Als het verlenen van hulp bij het huishouden als 2B-dienst wordt aangemerkt, hoeft het niet te worden aanbesteed

Hoe kan de zorginkoper innovaties stimuleren?

Hulp bij huishouden niet aanbesteden!

Innovatieve zorginkoop Tekst: Bert Karssen, partner Significant in samenwerking met drs. G.A. (Georget) Bouman, managing consultant bij Significant (en adviseur zorginkoop) | Fotografie: Isabel Nabuurs

Tekst: Mr. Tim H.G. Robbe, Europees jurist en zelfstandig overheidsadviseur

Innoveren is hot, ook in de zorg. Er is een Zorg­inno­vatie­ platform, een Innovatieprogramma Wonen en Zorg, een Zorg Innovatie Forum, scriptieprijzen voor zorg­innovaties, een Beleidsregel innovatie in de zorg en zo kunnen we nog wel even doorgaan.

Het is jammer dat Prof. Telgen in nummer 2 van dit blad een verkeerde voorstelling geeft van mijn betoog in Zorgvisie eerder dit jaar. Telgen beaamt mijn conclusie dat zogenaamde 2B-diensten, waaronder zorg, niet hoeven te worden aanbesteed als een duidelijk(!) grensoverschrijdend belang ontbreekt. Zijn stelling is echter dat Hulp bij het huishouden (HH) voor het overgrote deel uit schoonmaak bestaat. Schoonmaak is een 2A-dienst waarvoor altijd een aanbestedingsplicht geldt als deze de drempelwaarde van de aanbestedingswetgeving overschrijdt. Dit zou de hele HH aanbestedingsplichtig maken.

N

aast al die vernieuwende programma’s en initiatieven in de zorg, is er ook vaak kritiek te horen dat het zorgstelsel te weinig prikkels kent om te komen tot innovatie en tot het verspreiden van innovaties. Dat ontbreken van prikkels tot ver­ nieuwingen is natuurlijk niet vreemd in een situatie waarbij innovatie niet snel zal leiden tot meer omzet of klanten. Juist de noodzaak om beter te zijn dan de concurrent leidt in ‘normale markten’ tot innovatie.

Die redenering is wel heel kort door de bocht. Telgen maakt de vergissing HH1 voor 100% aan te merken als schoonmaak. Dat ligt in de praktijk heel wat genuanceerder. Ook HH1 bevat een flinke component zorg. Men hoeft hier maar te kijken naar de wijze waarop gemeenten de dienstverlening specificeren. Dat maakt dat het totaal aan HH niet voor het overgrote deel uit schoonmaak bestaat, als het al schoonmaak is zoals de Europese wetgever dat ziet, maar juist uit die zorg. De HH is daarom voor het overgrote deel een 2B-dienst. Ook de NMa komt regelmatig tot een zelfde conclusie. Zij bakent voortdurend in haar beschikkingen een afzonderlijke markt voor HH af, zonder de schoonmaak daarin te betrekken. HH en schoonmaak zijn dus niet eens hetzelfde. Daarnaast concludeert de NMa ook steeds dat de markten voor HH regionaal zijn. Daarmee is ook aangetoond dat geen sprake is van een duidelijk(!) grensoverschrijdend belang. Laten wij de realisatie van de HH nu dan ook maar overlaten aan de beleidsmedewerkers bij gemeenten en de zorgaanbieders en ons als juristen en inkopers er niet te veel meer mee bemoeien. Dat heeft de afgelopen drie jaar maar weinig efficiëntie opgeleverd.

34 | Z kopers

Het is zeker in de huidige context van meer vraagsturing en transparantie over prestaties van zorgaanbieders echter zeer goed mogelijk om in de zorg prikkels te introduceren die inno­ vatie stimuleren, namelijk met zorginkoop. Maar hoe geef je dan vorm aan het inkopen van innovaties in de zorg, hoe kunnen zorginkopers innovatie stimuleren en hoe vraag je zorgaanbieders om innovatieve zorgproducten of service? Grofweg zou je drie innovatievormen kunnen onderscheiden waarop je je kunt richten bij het inkopen van innovaties in de gezondheidszorg. Als lezer van dit blad vraagt u zich wellicht af wie er nu gelijk heeft. Zowel Jan Telgen als Tim Robbe zijn gerespecteerd adviseurs op het gebied van aan­ bestedingen. Wij hebben deze kwestie daarom ook voorgelegd aan een derde deskundige op dit terrein. In ons volgende nummer leest u zijn reactie. (red.)

1. Ongevraagde innovaties 2. Gevraagde innovaties 3. I nnovatie die wordt verbonden met de looptijd van het contract Ongevraagde innovaties Met een ongevraagde innovatie bedoelen we een door een zorgaanbieder ingediende oplossing voor een vraagstuk waar de zorginkoper niet om gevraagd heeft. Het zou bij een on­ gevraagde innovatie zelfs kunnen dat de inkoper niet bekend

Bert Karssen september 2009 | 35


Methoden en technieken

is met het vraagstuk. Ongevraagde innovaties passen vooral bij een situatie waarbij je als inkopende partij geen (duidelijk) beeld hebt van wenselijke innovaties. Het enige wat nodig is om als inkoper ongevraagd voorstellen te ontvangen, is het inrichten van een loketfunctie. Dit kan op eenvoudige wijze, bijvoorbeeld met behulp van internet, geregeld worden.

Methoden en technieken / Agenda

cliënt, dat het voor zorginkopers behoorlijk complex is om succesvolle innovaties tot in de puntjes te omschrijven. De oplossing is hier eigenlijk heel eenvoudig. Zoek samenwerking met je leveranciers, namelijk de zorgaanbieders óf zoek samenwerking met de gebruikers van de zorg, patiënten en cliënten.

‘Voor een succesvolle innovatie moet je

Goed voorbeeld is het ‘National Innovation Centre’ (NIC) in Groot Brittannië. Deze organisatie biedt partijen de mogelijk­ heid om voorstellen voor het verbeteren van de gezondheidszorg te doen en om ‘problemen’ of behoeftes in te dienen waarvoor oplossingen moeten worden gezocht.

samenwerking zoeken met je leveranciers -

De ervaring met het inkopen van ongevraagde innovaties leert dat een transparante manier van ontvangen en beoordelen van voorstellen een belangrijke stimulans is voor zorgaanbieders en leveranciers om innovaties in te dienen. Vervolgens wordt dan beoordeeld in hoeverre de innovatie een bijdrage levert aan de onderscheidende propositie van de zorgverzekeraar. Is dat immers niet aan de orde, en is wel sprake van een algemene innovatie, dan ligt het voor de hand dat de overheid vanuit een maatschappelijk belang de innovatie (mede) financiert. Of, als alleen de zorgaanbieder profijt heeft bij een innovatie, dan moet deze zelf voor de financiering zorgdragen. Iedere consument verwacht toch dat innovatiekosten onderdeel zijn van de prijs van het uiteindelijk geleverde product of dienst?

patiënten en cliënten.’

Gevraagde innovaties Bij een gevraagde innovatie weet je als inkoper al min of meer wat je wilt hebben en op welke wijze de innovatie bijdraagt aan de eigen doelstellingen. In de meest ideale situatie weet je als zorginkoper exact wat de innovatie inhoudt en is het alleen nog zoeken naar de meest geschikte zorgaanbieders die een zorgproduct of service voor je kunnen leveren. De kunst zit hem hier in het selecteren van het optimale aantal leveranciers en de meest geschikte leveranciers. In de praktijk leidt dit meestal tot een ‘aanbestedingachtig’ traject. In de gezondheidszorg zal zich echter veel vaker de situatie voordoen dat inkopers dit niet exact weten. De gezondheidszorg kenmerkt zich door een inhoudelijk en professioneel product en is in haar succes zo verbonden met de uitkomsten voor de

‘Een transparante manier van

de zorgaanbieders, óf juist samenwerking zoeken met de gebruikers van de zorg - de

Leveranciers Zorginkopers die de toegevoegde waarde en de creativiteit van hun zorgaanbieders erkennen en zorgaanbieders hier actief om vragen, zullen voorstellen krijgen die inhaken op hun specifieke verzoek. Er zijn verschillende voorbeelden te geven van hoe zorgaanbieders betrokken kunnen worden tijdens de inkoopprocessen van de zorginkoper. Als zorginkoper kun je bijvoorbeeld een prijsvraag uitschrijven waarbij een vraagstuk wordt geformuleerd waarvoor de zorgaanbieders voorstellen met oplossingen kunnen indienen. Ook kan een gevraagde innovatie “functioneel omschreven worden waarbij je je als inkoper vooral richt op de uitkomsten of resultaten die de zorginnovatie moet gaan opleveren. Zorgaanbieders kunnen ook hierbij zelf met voorstellen komen voor een oplossing. Een andere manier om gebruik te maken van de kennis van zorgaanbieders is het houden van een marktconsultatie. Bij een marktconsultatie worden er, voordat er daadwerkelijk gekeken wordt of er behoefte is aan de innovatie, gesprekken gevoerd met zorgaanbieders. Daarbij worden de kennis en de ideeën van de zorgaanbieders gebruikt om goed te kunnen omschrijven wat je als inkoper wilt hebben. Een andere belangrijke mogelijkheid is om een gerichte samenwerking aan te gaan met een zorgaanbieder en daarmee ‘on-the-job’ of in een pilot een innovatief zorgconcept te ontwikkelen.

plannen, maar ook kunnen zij betrokken worden bij het actief meedenken over wat zij als oplossingen zien door de vraagstukken of problemen waar zij tegen aan lopen. Ga dus als inkoper in gesprek met cliënten, ga na welke behoeften zij hebben en wat zij belangrijk vinden en speel daar op in. De inhoud van het contract Met een innovatie die wordt verbonden met de inhoud en looptijd van het contract bedoelen we dat je als zorginkoper je contractafspraken zodanig vorm kunt geven, dat deze mede afhangen van de mate waarin de gecontracteerde zorgaanbieder resultaten boekt op het verbeteren of innoveren in de geleverde zorg. Het al dan niet bijdragen aan innovatie kan dan bijvoorbeeld leiden tot een hogere prijs of verlenging van het contract. Innovatieve inkoop als voorwaarde innovatieve zorg? Intensieve samenwerking, prijsvragen, on-the job-­ontwikkelen en in samenspraak met klanten inhoud geven aan ver­nieuwen­ de zorgconcepten zijn geen processen die je eenvoudig inte­ greert in je reguliere inkoopprocedures. Veel vaker zul je hier als zorginkoper iets bijzonders voor moeten regelen. Het zijn ook geen processen die je met al je zorgaanbieders doorloopt. Voor dergelijke samenwerkingsvormen kies je juist je preferred suppliers. Eenzelfde verhaal geldt voor de financiering. Vaste percentages van tarieven voor alle zorgaanbieders leiden ons inziens tot een situatie waarin vooral een ongerichte wijze van innovatie gestimuleerd wordt, waarbij de prikkel van supplier induced demand weliswaar een sterke maar misschien niet altijd de meest gewenste prikkel is. Als je als inkoper niet precies kunt formuleren wat je wilt hebben en welke kosten daarbij realistisch zijn, verdient het de voorkeur financiering apart te regelen. Dat kan bijvoorbeeld via een gerichte subsidie of financiering van een project. De uitdaging van de zorginkoper is daarom uiteindelijk niet om innovatie in te kopen, maar om innovatief in te gaan kopen, waarbij de innovatie in de zorg vanzelf volgt. ●

Agenda First International E-Mental Health Summit 2009 Data: 14 tot en met 16 oktober 2009 Locatie: Beurs van Berlage Amsterdam www.ementalhealthsummit.com In-en verkoop GGZ nieuwe stijl Praktische handvatten voor zorgverzekeraar en GGZ instellingen bij het onderhandelingsproces Data: module 1: 12 en 13 november 2009 module 2: 10 en 11 december 2009 module 3: 14 en 15 januari 2010 November 2009 –januari 2010 Locatie: Landgoed Vreedenoord Breukelen www.plexus.nl VNG Gemeentedagen Data: 11 en 12 november 2009 Locatie:  WTC Rotterdam www.vnggemeentedagen.nl Jaarcongres Zorgmarkt 2009 Datum:  5 november 2009 Locatie:  Burgers´ Zoo Arnhem www.zorgmarkt.net Dag van de GGZ Datum: 3 december 2009 Locatie: WTC Rotterdam www.euroforum.nl 10e editie Dag van de Zorgverzekeraars Data: 28 en 29 januari 2010 Locatie: Steigenberger Kurhaus Hotel Scheveningen www.sbo.nl Duurzaam Europees aanbesteden Dit seminar wordt op meerdere data en in verschillende plaatsen georganiseerd. www.ebpnl.com NEVI biedt verschillende opleidingen (zorg)inkoop www.nevi-opleidingen.nl

ontvangen en beoordelen van voorstellen is een belangrijke stimulans bij het indienen van innovaties.’ 36 | Z kopers

Patiënten en cliënten Naast het betrekken van zorgaanbieders bij het komen tot innovatie zijn ook de patiënten en cliënten een waardevolle bron van informatie. Niet alleen kunnen zij toegevoegde waarde leveren bij het beoordelen van innovaties en vernieuwende september april 2009 | 37


Stipter (advertorial)

Stipter

Roermond en de Aanbesteder zetten Stipter in bij inburgeringsprogramma’s

leveranciers die de klus kunnen klaren. Bij een dynamische selectie zijn meer partijen betrokken. De selectie van de juiste partij vindt plaats op basis van prijs, maar ook kwaliteit.” Roermond zal voor het participatiedeel van het inburgeringsprogramma gebruik gaan maken van deze dynamische selectie. Voor het taalonderdeel wordt een regulier aanbestedingstraject gevolgd. Inburgeringsprogramma’s worden niet altijd trouw bezocht. Kan e-select daar verandering in brengen? “De vraag is eigenlijk: waarom worden ze slecht bezocht? Dat heeft verschillende oor­zaken, zoals het kunnen bereiken van de doelgroep, maar ook cultuuraspecten kunnen een rol spelen. Maar als je e-select niet gebruikt, dan ben je aangewezen op een traditionele taal­aanbieder. En zij hebben geen mensen in dienst die buiten het klaslokaal actief zijn. Dat moeten ze gaan organiseren. Dat Roermond ja heeft gezegd tegen e-select, komt doordat zij willen inzetten op de kwaliteit van het inburgeringsprogramma,” zegt Ten Broeke. En dat zal zeker ook terug te zien zijn in de deelname aan de in­ burgeringsprogramma’s.

Kwaliteit verhoogd met e-select Tekst: Mark van Seggelen

De gemeente Roermond is de eerste gemeente in ons land die gebruik gaat maken van e-select van Stipter in het participatiedeel van inburgeringsprogramma’s. “Met deze software gaat de kwaliteit enorm omhoog,” zegt Emil ten Broeke van de Aanbesteder, die het gaat implementeren.

V

eel mensen die in het buitenland zijn geboren en in Nederland (willen) wonen of werken, moeten inburgeren en krijgen te maken met de Wet inburgering. Deze wet stelt een aantal eisen aan het leren kennen van de Nederlandse samenleving en het beheersen van de taal. Het kabinet kwam in september 2007 met het Deltaplan inburgering. Dit actieplan wil dat meer mensen hun inburgering afronden met een hoger niveau en tegelijkertijd mee kunnen doen in de samenleving. Onderdeel daarvan is dat het inburgeringsprogramma een duaal karakter heeft. Dat houdt in dat het leren van de taal direct wordt gekoppeld aan het participeren in de samenleving. E-select Het door Stipter ontwikkelde programma e-select is een perfect hulpmiddel om de inkoop van de duale trajecten te regelen. Het adviesbureau de Aanbesteder is erg gecharmeerd van de mogelijkheden die e-select biedt om inburgeringsprogramma’s slimmer in te kopen. De Aanbesteder heeft van de gemeente Roermond de opdracht gekregen om dit uit te werken, een novum in ons land. Het in Den Haag gevestigde adviesbureau de Aanbesteder houdt zich voornamelijk bezig met vraagstukken rondom aanbestedingen. Sinds 1998 begeleiden medewerkers van de Aanbesteder Europese aanbestedingen voor gemeenten en andere overheidsinstellingen. Duale deel In het Deltaplan inburgering staat dat inburgeren start met meedoen ofwel participeren. De inburgering staat hierin ten dienste van het verwezenlijken van ambities van de inburgeraar als actief deelnemer aan de Nederlandse samenleving. Dit wordt ook wel het duale deel van het in­ 38 | Z kopers

burgeringsprogramma genoemd. Uitgangspunt van deze duale programma’s is het ‘lerend participeren’, waarbij de beide elementen van het duale programma in samenhang worden vormgegeven. De taalverwerving heeft betrekking op de activiteiten die deelname aan de samenleving moeten bevorderen. En deze activiteiten hebben op hun beurt weer een

‘Het grote voordeel van deze opzet is dat het leren van de taal direct wordt gekoppeld aan het participeren in de samenleving.’ expliciete rol in het stimuleren, ondersteunen en faciliteren van het taalverwervingsproces. Het grote voordeel van deze opzet is dat het leren van de taal direct wordt gekoppeld aan het participeren in de samenleving. “Het duale deel van het inburgeringprogramma vraagt een kwaliteitsslag en cultuurverandering bij alle bij de uitvoering van de inburgering betrokken partijen,” zegt directeur/ eigenaar Emil ten Broeke van de Aanbesteder. Taalonderwijs koppelen aan participatie is ook nu al een doelstelling, maar is tot op heden onvoldoende ontwikkeld. “Taalaanbieders zijn niet gespecialiseerd in het aanbieden van het participatiedeel van inburgering. Daarom krijgen naast de klassieke aanbieders nu ook anderen de mogelijkheid om de inburgeraar op het niveau te brengen die met het duale traject wordt beoogd. Deze aanbieders kunnen dan ook ondernemers zijn of mensen die werkzaam zijn bij maatschappelijke

organisaties. In beginsel is niemand uitgesloten, maar uiteraard moeten aanbieders wel beschikken over de juiste competenties en vaardigheden.” Dynamisch selectiemodel “Stipter biedt met e-select mogelijkheid om creatieve bieden in het duale traject,” traditionele inkoop zoek je

aan meerdere aanbieders de maatwerkoplossingen aan te merkt Ten Broeke op. “In een naar één of misschien twee

Kwalitatief voordeel “Het grootste voordeel van e-select is het kwalitatieve voordeel,” zegt Ten Broeke. “Aan de hand van klant­ tevredenheidsmetingen krijgt de ge­ meente inzicht hoe de deelnemers het programma hebben ervaren. Ook kan de inburgeraar aangeven welke begeleider zijn/haar voorkeur heeft. E-select kan met al deze factoren rekening houden en Emil ten Broeke wijst automatisch de aanbieder aan met de beste prijs/kwaliteitverhouding. Ook managementrapportages worden automatisch aangemaakt. Deze hoeft de gemeente Roermond ook niet meer apart op te stellen. Dat wordt als een enorme verlichting ervaren en scheelt heel wat tijd.” Ten Broeke heeft positieve verwachtingen over de inzet van e-select voor de sector die zich bezighoudt met de inburgering. “Als Roermond een succes wordt, zal het een grote vlucht nemen in ons land. Het heeft de potentie dat het een standaard in Nederland wordt.” ● september 2009 | 39


De Wmo ondersteunt zorgvragers, Stipter ondersteunt zorginkopers! Uw gemeente heeft inmiddels de nodige ervaring opgedaan met de Wmo. Bij een nieuwe aanbesteding weet u precies wat u wilt behouden én welke zaken beter kunnen. Maar hoe behaalt u voor uw gemeente een optimaal resultaat? Kiest u voor het Zeeuws model of voor traditioneel aanbesteden? Stipter is er voor ú. Wij zijn een full-service dienstverlener gespecialiseerd in zorginkoop voor gemeentelijke organisaties.

We begeleiden uw aanbesteding van a tot z én stroomlijnen desgewenst uw gehele zorginkoopproces. Daarvoor hebben we een aantal webtoepassingen ontwikkeld die selectie, contractering, administratie, kwaliteitsmeting, facturatie en controle efficiënt en beheersbaar maken. U bepaalt zélf welke u inzet, al dan niet gekoppeld aan de systemen die u al in huis heeft. Stipter zorgt ervoor dat u de best mogelijke zorg inkoopt voor uw klanten. Daarna maken individuele klanttevredenheidsmetingen continue bijsturing mogelijk voor een nóg beter resultaat. Kijk voor meer informatie op www.stipter.nl

De beste zorg tegen úw voorwaarden Stipter. Amerstraat 100, 2307 BB Spijkenisse, (0181) 613947, info@stipter.nl, www.stipter.nl 13487 Adv. Zkopers 185x268 mm.indd 1

01-09-2009 11:07:22

Zkopers editie 4  

Vierde editie van Zkopers. Het vakblad voor zorginkopers

Advertisement