Page 1

HĂŠt vakblad over zorginkoop Onderwerp categorie

Nr 3 Juni 2009

Beginnende bondgenoten Interview met Wim Schellekens (hoofdinspecteur Curatieve zorg)

In dit nummer o.a.: Telemedicine empowert de patiĂŤnt | ZN en de ontwikkeling van kwaliteitsbeleid | Re-integratiebedrijven | Prestatie-indicatoren bij gezondheidscentra | Macrobewegingen in de farmaceutische zorg Kwaliteitsbeleving bij aanbestedingen | en meer...

juni 2009 | 1


Onderwerp categorie

Hoofdredactioneel

Dansac, de meest toegewijde partner voor iedereen binnen stomazorg

Zorginkoop is cool!

Dansac, de verzorging thuis brochures De praktische benadering van het vervangen van stoma opvangmateriaal, ondersteund met zowel tekst als afbeeldingen.

Als redactie hoop je natuurlijk dat Zkopers met veel belangstelling wordt gelezen. Een gevoel van jammer bekroop ons toen we hoorden dat het laatste nummer van Zkopers door twee gemeenten was teruggestuurd. Die gevoelslading veranderde enigszins toen wij hoorden wat als reden van terugzending werd gegeven: “Wij doen in onze gemeente niet aan zorginkoop.” Nog steeds bleef een gevoel van jammer, maar dan nu vooral omdat wij blijkbaar nog geen aansluiting hebben kunnen vinden bij dit deel van onze doelgroep. Communiceren wij niet goed? Spreekt de inhoud gemeenten onvoldoende aan? Of zit aan de ontvangende kant een blokkade? De eerste redenen moeten we vooral zelf zien te verbeteren. Maar als er een blokkade zit, wat dan? Nu is het op zich heel menselijk om complexe zaken in zwart of wit in te delen. Of in goed of slecht. Alleen bij zoiets complex als zorg in ontwikkeling naar marktwerking moet je oppassen dat het niet allemaal wordt vernauwd tot een single issue waar je voor of tegen moet zijn. Voor of tegen marktwerking, voor of tegen selectieve zorginkoop, en nog simpeler, voor of tegen zorginkoop. Dit wellicht met de gevoelsbeleving dat zorginkoop koud, rationeel en hard is en alleen maar te maken heeft met kostenbesparing. Dagelijks kun je de voorbeelden lezen dat dit bij veel mensen zo wordt beleefd. Ontkennen dat dit sentiment er is, zou volgens ons naïef zijn. Kennelijk is het belangrijk om helder uit te leggen waar zorginkoop allemaal om gaat. Dus inderdaad niet vernauwd tot een single issue als kostenbeheersing of doelmatigheid (wat allebei door een gemiddelde buitenstaander wordt beleefd als een andere formulering voor kostenbesparing). Maar ook niet tot het single issue kwaliteit en ontkennen dat kostenbeheersing ook een belangrijke maatschappelijke opgave is.

Toewijding betekent meer dan alleen producten Dansac verbetert haar patiënt informatie en educatie materiaal gericht op de stomazorg continu, om de beste ondersteuning te bieden, zowel vóór als na de operatie. Alle uitingen en publicaties zijn zorgvuldig gekozen in overleg met stomaverpleegkundigen en stomadragers, die hun ervaringen willen delen met anderen. Wij zijn trots op onze toewijding in alle aspecten van de stomazorg. Bezoek ook eens onze website www.dansac.nl.

E12-100-700 03/09 © Dansac www.lindegaard.dk

Hints en Tips De Hints & Tips brochures zijn speciaal ontwikkeld voor mensen met een stoma. Het doel van dit drietal brochures is het begeleiden van de stomadrager vanaf de operatie tot een aantal maanden na de operatie, en daarna te helpen met het oppakken van het ‘nieuwe’ leven met een stoma. Elke brochure is toegespitst op het specifieke stoma – Colostoma, Ileostoma en Urostoma.

Simone La Lau is freelancer en gespecialiseerd in uitgeefprojecten in de Nederlandse gezondheidszorg.

Wellicht kunnen we het beeld van zorginkoop in deze editie verbreden. Dit nummer gaat namelijk vooral over de rol van zorginkoop bij het verbeteren van de kwaliteit van zorg. En dan niet alleen de harde meetbare aspecten van de zorg. In een aantal columns en artikelen wordt ook ingegaan op de belevingskant van zorg. Maar ook wordt de vraag gesteld hoe je dit kunt betrekken bij het inkopen van zorg. Centraal in deze editie staat een interview met Wim Schellekens, hoofdinspecteur Curatieve zorg bij de Inspectie voor de Volksgezondheid. Zijn mening is interessant tegen het licht van marktwerking bezien. Zorginkoop als een collectieve inspanning van zorginkopers om de inhoudelijke kwaliteit van zorg voor iedere Nederlander op een hoger niveau te brengen. Daarnaast is er voldoende ruimte om met elkaar te concurreren op de service- en belevingskant van de zorg. Schellekens doet ook een beroep op de zorginkopers om meer de regie te nemen bij het ontwikkelen van ketenzorg.

Rolf Swens is zelfstandig adviseur op het gebied van sociale innovatie.

Een zorginkoper die de regie neemt. Daar is behalve kennis en vaardigheid vooral lef en bevlogenheid voor nodig. Dat is niet koud en ook niet warm. Dat is gewoon heel erg cool!

Dedicated to Stoma Care 2 | Z kopers

februari 2009 | 3


Colofon / Inhoud

Zkopers Hét vakblad over zorginkoop Uitgever Media Zorg - Manon van Leeuwen Postbus 507 3235 ZG Rockanje T 0181 - 40 42 63 | E manon@mediazorg.nl Hoofdredactie Rolf Swens en Simone La Lau Contact redactie: simone@mediazorg.nl Eindredactie Bureau E | Ellen Driessen

Inhoud

Inhoud

19 De OOGbus - ingericht met alle moderne oogheelkundige apparatuur - rijdt op afspraak voor bij verzorgingshuisbewoners en hun buurtgenoten. Nu nog een privilege van CZ-verzekerden,

Drs. M.A.J.M. Bos, zelfstandig adviseur | J.R.C. Hopmans, manager Zorginnovatie bij Zilveren Kruis Achmea | Drs. B. Karssen, partner bij

van Wmo- en bijzondere projecten bij Transfergroep Rotterdam (post-HBO onderwijs) | Drs. A. van de Meerendonk, zelfstandig adviseur arbeid & sociale

Zorginkoop is cool!

07 Column Hans Hopmans – Anders Bekeken

Beginnende bondgenoten

Kwaliteit is eigenlijk een tienletterwoord

08 Hoofdinspecteur Curatieve zorg Wim Schellekens stelt voor dat zorgverzekeraars gebruik maken van de kwaliteitsinformatie

18 Agenda

geven. Daarnaast kunnen zorgverzekeraars de Inspectie ook helpen bij haar toezichthoudende taak. Het komt uiteindelijk de kwaliteit van zorg over de volle breedte ten goede.

26 Beloning kwaliteit, resultaten en prestaties

Significant | Mr. drs. M.Th.Mastik-Sonneveldt, docent Hogeschool Rotterdam, belast met ontwikkeling

03 Hoofdredactioneel

maar als het aan de initiatiefnemers ligt, gaat dat veranderen.

over de zorg die de Inspectie voor de Gezondheidszorg hun kan Redactieraad

En verder...

Innovatief zorgaanbod

Prestatie-indicatoren bij gezondheidscentra

‘In de stuurgroep Zichtbare Zorg werken zorgverzekeraars, zorgaanbieders, patiëntorganisaties en de Inspectie samen om de kwaliteit van de gezondheidszorg transparant te maken.’

zekerheid | I.W.J.M. Sips-Weck, afdelingshoofd Sector Inwoners Maatschappelijke Ondersteuning

Aanbesteden 22 In zijn vaste rubriek vraagt Jan Telgen zich af hoe

bij de gemeente Spijkenisse | Dr. M.T. Smits,

29 Column Harry de Zorginkoper Kroegpraat

aanbesteders ervoor kunnen zorgen dat leveranciers zich bij

universitair hoofddocent aan de Faculteit Economie en Bedrijfswetenschappen van de Universiteit

de uitvoering van de opdracht ook daadwerkelijk aan hun

van Tilburg | Drs. R. Stegehuis, directeur

afspraken zullen houden.

Zorgmanagement bij Menzis Zorg en Inkomen |

30 E-health Telemedicine empowert de patiënt

Prof.dr. J. Telgen, hoogleraar inkoopmanagement voor de publieke sector aan Universiteit Twente

33 Column Geert Geertsema

Aan dit nummer werkten mee

Het herkennen van kwaliteit

Frank van Wijck | Marieke Los | Els van Thiel Hans Hopmans | Geert Geertsema | Walter Engelhart | Mark van Seggelen | Bert Karssen Jan Telgen | Jan Breedveld | Mark Lenssen

34 Dagboekreeks

Mirjam Bedaf

Het centrum voor psychosomatische aandoeningen Coverfoto

Re-integratiebedrijven

Isabel Nabuurs.

42 De leden van brancheorganisatie Boaborea voor werk, Bladmanagement

loopbaan en vitaliteit zijn op de goede weg, vindt directeur

Koos de Bie - De Vormstrateeg

Carmen de Jonge. Alleen mag er wel nog wat meer gewerkt

Postbus 1366 5200 BK ’s-Hertogenbosch

5.000 exemplaren

ZN en de ontwikkeling van kwaliteitsbeleid 15 Gerrit Salemink, die leiding geeft aan het Kenniscentrum

Vormgeving en opmaak

DBC’s bij Zorgverzekeraars Nederland bespeurt een kentering:

De Vormstrateeg B.V. - ’s-Hertogenbosch

zorgverzekeraars proberen niet langer op basis van prijs met

Advertenties Caroline Pierrot carioline@mediazorg.nl | T 06 51890384 Copyright Alle rechten voorbehouden. Zkopers is niet aan­ sprakelijk voor eventuele onjuistheden in print of

Hans Hopmans beoordeelt vakliteratuur

worden met het door Boaborea in het leven geroepen Blik op

T 073 - 613 20 34 | E info@vormstrateeg.nl Oplage

36 Literatuur

elkaar te concurreren, maar richten zich de laatste tijd veel meer op kwaliteit van zorg. Het is ook een speerpunt aan het worden

Werk-keurmerk. UWV, gemeente en opdrachtgevers trekken zich daar nu nog te weinig van aan.

37 Methoden en technieken Bert Karssen over het inkopen van kwaliteit

40 Masterclass Macrobewegingen in de farmaceutische zorg

in hun inkoopbeleid bij de zorgaanbieders. 41 Column Walter Engelhart Kwaliteitsbeleving bij aanbestedingen

online uitgaven. Zkopers is niet verantwoordelijk voor handelingen van derden die mogelijkerwijs voort­ vloeien uit het lezen van uitgaven. Zkopers behoudt zich het recht voor ingezonden materiaal zonder kennisgeving vooraf geheel of gedeeltelijk te

46 Gebruiksvriendelijke zorginkoopmodules Gesprek met Chrik Duyvendak.

publiceren.

4 | Z kopers

februari 2009 | 5


Agenda / Congressen

Hét vakb

op erp categorie Hèt vakblad over zorginko Onderw

Nr 2 Apr il 200

lad over

zorginko

op On de rw er

p ca te go

rie

Hét

9

vak b

lad

Nr 1 Februari 2009 Nr 3

De nieuwe zorg- Patiënt verdie nt grotere inkoper moet rol es nti ete in zorgink nieuwe comp oop ontwikkelen Interview met Mar c

mp In dit nu interview met Pieter Haseka mm

Berg

(arts en gezondhei dswetensc happer)

Juni

ov e

r zo

Column Hans Hopmans | Anders Bekeken rg i n

2009

kooO pnderw

e rp

c a te

g o ri

e

Beg inn bon ende dge note n

Inte rvie wm et W im

S de inkoo (hoo chell o-beleid pmach e fdin t van DVIn dit te verng | zorgveili zorginko sterken spec kens N | het ntieerdeinte rnetbeop num | kinde rec hande teur Van selectieve naar gediffere mlam rwijkte van k den: In dit nummer o.a.: er oezuiltje van en moet | aanbesteling Cura opieder am wa in de GG de we ve zorgaanb .a.: Agis | kan litebe tiev rkplein Z aantoo gezo levert succes | ParC: innovatie se ter it Spijkenis | e e en? e zo Te a’s sen sbe én go le gemeent nbaar eff ndh zorginkoopcolleg| en meer.. rg) me ere ect eidief | zijnleid | edkop tot innovatie | 16.4 miljoen . Kw leidt d ntie zor ic concurre | sc Re-i alite in g | dat nou echt? | En meer... entr zorgin nteers e em klagen is zinvol itsb a | M kop februari 2009 | 1 gra voorbepow met zorginkopers | NZa: elevi tieb acro reid ert specialisten gaan in dialoog ng edri de bew bij a apr jv pati en anb il 200e9gin ënt | g1e | Pre est | ZN n in edin sta tie-i de en gen farm de ndic | en ontw ace ato me ren ikke utisc er... b ling he zorg ij om Wm

er o.a.:

ju ni

20 09

| 1

Mis de volgende editie van niet! Vul de antwoordkaart in of meld je aan op zkopers.nl Zkopers is een initiatief van Media Zorg, een uitgeverij die gespecialiseerd is in de Nederlandse gezondheidszorg.

Kwaliteit heeft tien letters “Ik wil er blindelings op kunnen vertrouwen dat ze hun uiterste

Om te begrijpen waarom die mensen wél of géén kwaliteit leveren,

best doen om mij beter te maken en daarbij moeten ze

zijn we als buitenstaanders inmiddels gepokt en gemazeld in het

gebruikmaken van de modernste technieken en de best ge­

voeren van discussies over hun professionele competenties en

kwalificeerde kennis en vakmensen.” Zo omschreef ik laatst het

allerlei technische en serviceaspecten van hun zorgprocessen.

begrip zorgkwaliteit. Het is nagenoeg dezelfde definitievorm voor

Ja, dat is natuurlijk relevant voor kwaliteit. Ook zorginkopers

mijn autogarage of mijn verwarmingsinstallateur. Door het op

hebben dit kwaliteitsdomein ontdekt en doen noeste pogingen

De inhoud van het magazine komt tot stand in zeer nauwe samenwerking met zorginkopers zelf en met professionals

te schrijven besefte ik pas dat het mij niet primair gaat om die

om dit te vertalen naar contractafspraken. De ‘service level’-

die elk gespecialiseerd zijn in één of meerdere aspecten waar u als zorginkoper dagelijks mee te maken heeft.

techniek, kennis of vakmensen. Nee, het gaat om dat 10-letterig

onderhandelingen doen hun intrede. Maar gek genoeg praten

woordje ‘vertrouwen’.

we niét met elkaar over aspecten als karakter en cultuur, terwijl we toch allemaal weten dat daar een belangrijke, wellicht de

Jan Telgen: ‘Inkopen en aa nbesteden is m eer dan alleen kiezen. Profes 5 offertes aanv sioneel inkope ragen en de be n ste voor de eigen Professioneel organisatie ve inkopen van zo reist vakwerk. rg, welzijn en sociale dienste voor anderen: n doe je per de dat is meer da n alleen een va finitie k, dat is een ge weldige uitdag ing.’

en vakblad. s: s ook een eig Hans Hopman ndacht en du aa tra ex naliseren en sio rs verdien ndsnel profes ‘De zorginkope t ze zich raze da ht sionele, ac es rw of ve pr t n pers word oderne tijd. Ee Van zorginko voor eisen van de m ijk iegr tat es lan pr be de n aan is niet allee tie en aanpassen nc fu het op n ko va - of Wmo-in ge aanwending effectieve zorg r of doelmati dat aa er n ek we rz ou ve rtr ve t van de er op kunnen de continuïtei de ument moet en ns d co lei be de op al ko or in get. Vo len naar goed rta gemeentebud ve g lan be ten het consumen deze inkopers taties.’ es pr op ko in best denkbare

6 | Z kopers

Laten we ons niet meeslepen in die kakofonische techniek­

meest urgente, bron van duurzaam succes ligt. Vraag topsporters

discussies over zorgkwaliteit? Weten we nog wel waar het écht

waar hun medailles vandaan komen en je hoort al snel het rijtje

om gaat? Ik krijg steeds meer het beeld dat we zorgkwaliteit

‘karakter, talent en techniek’. Kunnen we de zorgprofessional

ten onrechte slechts benaderen als een product, een resultante

en zijn organisatie dan niet beter gaan aanspreken als ware het

van een proces. Technisch zal het wel zo zijn, maar oorzakelijk

topsporters? We blijven dan praten met elkaar over zorgtechniek

ligt het veel genuanceerder én dieper. Want wie staan er aan

en klantbejegening. Maar we gaan ook praten met elkaar over

de knoppen? Juist, gewoon mensen van vlees en bloed, net als

het juiste karakterprofiel en de cultuur in een zorgorganisatie

jij. Mensen die ervoor kunnen kiezen wél of géén topkwaliteit

die concreet gericht moet zijn op voortdurende verbetering van

te willen leveren. Mensen die zich organiseren en dan noemen

zorgkwaliteit. Misschien moet onze minister van volksgezondheid

we het een ziekenhuis of zorggroep. Mensen die samenwerken

niet de sterftecijfers maar juist de kwaliteitscultuur van

en dan noemen we het een zorgketen. Mensen die afspraken

ziekenhuizen transparant maken.

maken over waarom ze dit werk doen en wat ze belangrijk vinden in hun zorgdienstverlening en dan noemen we het ‘de cultuur in de zorg’.

Hans Hopmans is manager Zorginnovatie bij Zilveren Kruis Achmea

januari 2009 | 7


Interview

Interview

Gesprek met hoofdinspecteur Curatieve zorg Wim Schellekens

Beginnende bondgenoten Tekst: Frank van Wijck | Fotografie: Isabel Nabuurs

Zorgverzekeraars kunnen gebruikmaken van de kwaliteitsinformatie over de zorg die de Inspectie voor de Gezondheidszorg hen te bieden heeft. Omgekeerd kunnen zorgverzekeraars de Inspectie ook helpen met het uitvoeren van haar toezichthoudende taak, door haar te informeren over dingen die ze fout zien gaan in de zorg. Beide processen komen uiteindelijk de kwaliteit van zorg over de volle breedte ten goede. En als die optimaal is, hebben zorgverzekeraars aan service-elementen in de zorgverlening nog steeds genoeg om zich via zorginkoop van hun concurrenten te onderscheiden. Wim Schellekens 8 | Z kopers

juni 2009 | 9


Interview

D

e Inspectie voor de Gezondheidszorg heeft de taak de kwaliteit van zorg te handhaven. Zorgverzekeraars hebben te kennen gegeven bij de inkoop van zorg naast de prijs ook op de kwaliteit van zorg te willen gaan contracteren. Dit maakt de Inspectie en de zorgverzekeraars tot natuurlijke bondgenoten, zou je denken. Toch kan hoofdinspecteur curatieve zorg Wim Schellekens op deze stelling niet direct met een simpel ja of nee reageren, zo blijkt. ‘De overgang naar het nieuwe zorgstelsel is gebaseerd op de driehoek waarin de zorgaanbieders, de zorgverzekeraars en de patiënten als countervailing powers een gelijkwaardige positie innemen ten opzichte van elkaar,’ zegt hij. ‘Gedrieën moeten zij in dit nieuwe marktgerichte stelsel via onderlinge concurrentie

Interview

rollen,’ zegt hij. ‘Wij houden toezicht op de kwaliteit van zorg, niet op hoe de kwaliteit in de contractering van de zorgverzekeraars wordt meegenomen.’ Zichtbare Zorg Maar aan dit verhaal zit wel een andere kant. Beschikken over kwaliteitsinformatie is voor de drie countervailing powers immers een voorwaarde om hun rol in deze markt te kunnen spelen. Bij de invoering van het nieuwe zorgstelsel bestond heel veel informatie over de kosten en de prijzen in de zorg, maar veel minder over de kwaliteit en veiligheid. Schellekens: ‘De patiënt vormt een countervailing power omdat hij kan stemmen met de voeten. De zorgverzekeraar koopt zorg in op basis van prijs en kwaliteit. En de zorgaanbieder moet een voor beide partijen aantrekkelijk aanbod neerzetten. Geredeneerd vanuit het marktdenken is dit een logisch krachtenveld, maar het kan alleen functioneren als de drie partijen informatie hebben over de kwaliteit van het zorgaanbod. De minister heeft dit ook onderkend, en op basis hiervan is het bureau Zichtbare Zorg ontstaan, dat bij de Inspectie is ondergebracht.’ In Zichtbare Zorg werken zorgverzekeraars, zorgaanbieders, patiëntorganisaties en de Inspectie samen om de kwaliteit van de gezondheidszorg transparant te maken. Op deze manier wordt in iedere sector een breed gedragen set openbaar gepubliceerde informatie over de kwaliteit van de geleverde zorg vastgesteld. ‘De indicatoren die in de stuurgroep Zichtbare Zorg ontwikkeld worden, moeten valide, betrouwbaar en vergelijkbaar zijn,’ zegt Schellekens. ‘Alleen dan kunnen ze doen wat ze moeten doen, namelijk helpen het nieuwe stelsel inhoudelijk vorm te geven. En in die zin kun je de zorgverzekeraars en de Inspectie dus wel zien als elkaars bondgenoten, want we ontwikkelen in die stuurgroep samen informatie over de kwaliteit van zorg.’

waarborgen dat er voldoende zorgaanbod is, dat dit betaalbaar is en ook nog van verantwoorde kwaliteit. De basisgedachte is dat deze drie partijen elkaar in evenwicht houden. De Inspectie staat daar niet bij. Wij zijn een onafhankelijk overheidsorgaan dat slechts let op de vraag of de zorg kwalitatief verantwoord en veilig is. En in signalerende zin houdt de Inspectie toezicht op de toegang tot de zorg. Als ergens lange wachtlijsten ontstaan, trekken wij aan de bel.’ Hiermee zegt Schellekens dus feitelijk dat de zorgverzekeraars en de Inspectie maar in beperkte mate bondgenoten zijn als het gaat om de kwaliteit van zorg. ‘We hebben verschillende 10 | Z kopers

Informatie uit toezicht Daarnaast kunnen de zorgverzekeraars ook gebruikmaken van de informatie uit het toezicht van de Inspectie. Schellekens legt uit: ‘We kennen interventietoezicht, gefaseerd toezicht en thematisch toezicht. Bij het interventietoezicht moet je denken aan meldingen zoals over de brand in Almelo, de hartchirurgie in het Radboud of de chirurg in Emmen. De resultaten uit ons onderzoek zijn openbaar en ze zijn daarmee bruikbaar voor zorgverzekeraars als er structurele elementen onder liggen, zoals een slecht functionerende medisch specialist of een ziekenhuis dat onder verscherpt toezicht is gesteld.’ Ook de gegevens uit het gefaseerd toezicht zijn bruikbaar voor de zorgverzekeraars. De Inspectie heeft in het kader van deze vorm van toezicht het doel risico’s te detecteren op grond

waarvan ze de kwaliteit van zorg gerichter kan bewaken. Hiervoor heeft ze ondermeer de basisset kwaliteitsindicatoren voor ziekenhuizen ontwikkeld. ‘Naar aanleiding van wat er is gebeurd met de IJsselmeerziekenhuizen hebben we echter geconcludeerd dat die set alleen niet voldoende is om problemen tijdig te ontdekken,’ vertelt Schellekens. ‘We hebben hiervan geleerd ook te kijken naar indirecte triggers voor problemen, zoals een slechte financiële situatie, een hoog ziekteverzuim onder het personeel, ruzie in de top van de organisatie of een moeizaam verlopende fusie. Op grond hiervan kijken we op dit moment met extra aandacht

naar de twee Zeeuwse ziekenhuizen en naar Orbis Medisch Centrum. Niet omdat de kwaliteit van zorg er slecht zou zijn, maar omdat daar dusdanige problemen de aandacht vragen dat die kwaliteit hieronder zou kunnen lijden.’ In het thematisch toezicht tenslotte doet de Inspectie landelijk onderzoek naar specifieke functies, zoals de intensive care, de minimaal invasieve chirurgie of de oncologie. ‘Dit onderzoek leidt ook weer tot rapporten die iets zeggen over kwaliteit van zorg,’ zegt Schellekens. ‘Bovendien geven we aan dit onderzoek altijd follow-up. Dat is individueel en het juni 2009 | 11


Interview

is openbaar. Ook deze gegevens kunnen de zorgverzekeraars dus gebruiken als ze bij hun zorginkoop nadrukkelijker rekening willen houden met kwaliteitsaspecten.’ Sanctioneren of stimuleren Alle drie deze vormen van toezicht kunnen door zorg­ verzekeraars dus worden gebruikt om hun eigen rol verder inhoud te geven. Het feit dat er geen contracteerplicht meer bestaat, betekent dat ze kunnen besluiten een zorgaanbieder die slecht presteert niet meer te contracteren. Dit stuit echter op het praktische probleem dat zorgverzekeraars wel voldoende zorg moeten contracteren voor hun verzekerden en dat er in het algemeen geen overschot is aan zorgaanbieders. ‘En daar komt nog bij dat verzekerden niet willen dat zorgverzekeraars zich met hun keuzevrijheid bemoeien,’ zegt Schellekens. ‘Dat ligt bij Nederlanders heel gevoelig. Als zorgverzekeraars selectief contracteren, merken ze al snel dat ze tegen een imagoprobleem oplopen. De verzekerden zijn dan namelijk snel geneigd te denken dat het niet om de kwaliteit gaat, maar om het geld.’

‘Zorgverzekeraars kunnen ervoor kiezen stimulansen in het inkoopcontract in te bouwen’ Stimuleren werkt dus beter dan sanctioneren. Dit betekent dat zorgverzekeraars ervoor kunnen kiezen stimulansen in het inkoopcontract in te bouwen. In dit scenario krijgen zorgaanbieders die aantoonbaar betere zorg leveren hiervoor een hogere vergoeding, of ze krijgen ondersteuning voor kwaliteitsprojecten. ‘Het zou verbetering van de kwaliteit van zorg over de hele linie stimuleren als de zorgverzekeraars hiervoor de bevindingen van de Inspectie zouden gebruiken,’ zegt Schellekens. ‘En er zijn er ook al die dit goed doen. Denk aan Menzis, Uvit, CZ en Agis. Achmea doet het ook in toenemende mate.’ Zorgaanbieders stimuleren tot kwaliteitsverbetering kan overigens ook via de verzekerde. Als die een financiële beloning krijgt als hij naar een door de zorgverzekeraar geselecteerde zorgaanbieder gaat, zal dit zorgaanbieders stimuleren om hun kwaliteit zodanig te verbeteren dat ze op het voorkeurslijstje van de zorgverzekeraar komen. ‘En ook hierbij kan die zorgverzekeraar gebruikmaken van kwaliteitsinformatie die wij aanreiken,’ zegt Schellekens. ‘Het belang om dit te doen, werd al aangegeven door Philipsman Dekker, die in 1987 in het Dekker-rapport pleitte voor meer marktprikkels in de

12 | Z kopers

cataractchirurgie te maken, maar wel alles met service. Maar het moet niet zo zijn dat met service alleen de buitenkant mooi gemaakt wordt. Het is de taak van de Inspectie erop toe te zien dat dit niet gebeurt.’

zorg. Hij benadrukte toen dat in een markt meer aandacht moet bestaan voor toezicht. In een markt bestaat immers de neiging om vooral naar de prijs te kijken, en de patiënt kan de kwaliteit van het zorgaanbod vaak niet goed beoordelen. In dit licht vind ik het dus zelfs een morele verplichting van de zorgverzekeraars om bij hun zorginkoop gebruik te maken van de kwaliteitsinformatie die wij hen bieden. Omgekeerd zouden ze ook een signaalfunctie kunnen vervullen voor ons. Als een zorgverzekeraar merkt dat in een ziekenhuis iets niet goed gaat, meld het ons dan. Het was terecht van Achmea om in het Emmense ziekenhuis aandacht te vragen voor de problematiek rondom de bariatrische chirurgie. Maar ik begrijp niet waarom ze dit signaal niet ook aan ons hebben gegeven. Wij kunnen zo’n melding weer gebruiken om zelf onderzoek te doen. Maar toch maken zorgverzekeraars zelden gebruik van deze mogelijkheid. Het zit denk ik niet in hun referentiekader.’

‘De Inspectie houdt toezicht op de kwaliteit van zorg, niet op hoe de kwaliteit in de contractering van de zorgverzekeraars wordt meegenomen.’ Op dit moment is het proces van inkopen op basis van kwaliteit echter nog volop aan de orde. Zorgaanbieders die klagen dat dit proces met zich meebrengt dat ze aan verschillende zorgverzekeraars verschillende informatie moeten verstrekken, hebben volgens Schellekens geen recht van klagen. ‘Concurreren betekent nu eenmaal onderhandelen met verschillende partners,’ zegt hij. ‘Wat willen ze dan? Als één aanbieder onderhandelen met één zorgverzekeraar? Dat is nu precies hoe het in het oude stelsel ging. Nu moeten ze met alle zorgverzekeraars onderhandelen. En in een markt is het logisch dat die allemaal andere vragen stellen. Maar kunnen beschikken over één set concurrentieonafhankelijke kwaliteitsinformatie is wel een goed uitgangspunt om te waarborgen dat zorgverzekeraars op het gebied van de professionele kwaliteit allemaal dezelfde uitgangspunten hanteren. Juist daarom is Zichtbare Zorg zo belangrijk.’

Voorzichtig Waarmee Schellekens dus feitelijk zegt dat de zorgverzekeraars en de Inspectie zich nog verdergaand als elkaars bondgenoten zouden kunnen opstellen. Hij ontkent dit niet, maar plaatst er wel een kritische kanttekening bij. ‘Toch zijn wij voorzichtig om nauwer met hen samen te werken zolang het beeld nog bestaat dat het zorgverzekeraars vooral om het geld te doen is,’ zegt hij. ‘Het zou het publieke beeld over onze onafhankelijkheid in negatieve zin kunnen beïnvloeden.’ Toch wil hij hiermee de zorgverzekeraars geenszins een zwarte piet toespelen. Sterker nog, hij is zelfs erg genuanceerd over de kritiek van de Raad voor de Volksgezondheid & Zorg van vorig jaar, dat zorginkoop nog volledig in de kinderschoenen zou staan. ‘Dat is natuurlijk wel waar,’ zegt hij, ‘maar het is de zorgverzekeraars niet volledig aan te rekenen. Er is nog zo weinig informatie over de kwaliteit van zorg beschikbaar, dat ze zich wel op de prijs hebben móeten richten. Daar komt bij dat zorgverzekeraars uiteindelijk toch gewoon bedrijven zijn. Ze moeten kijken naar de premie-inkomsten versus de schadelast. De RVZ verwijt hen dat ze zo weinig doen aan schadelastbeperking, maar de relatie tussen een betere kwaliteit van zorg, een lagere schadelast en vervolgens ook een lagere premie is heel indirect. En er is ook geen overmaat aan zorgaanbieders, wat het voor zorgverzekeraars extra moeilijk maakt om in te kopen op basis van kwaliteit. In dit licht vind ik het overigens wel erg jammer dat veel zorgverzekeraars hun medische diensten hebben afgeschaft. Ze moeten daarin herinvesteren, omdat ze alle kennis in huis nodig hebben die hen kan helpen om hun inkoopfunctie ten volle vorm te geven.’

Service Het ironische feit doet zich voor dat verbetering van kwaliteit er uiteindelijk toe zal leiden dat de kwaliteitsverschillen tussen de zorgaanbieders kleiner worden en dat zorgverzekeraars zich hiermee dus steeds minder kunnen onderscheiden van elkaar. ‘Ik hoop wel dat zorginkoop zal bijdragen aan dit proces’, zegt Schellekens. ‘En het is ook helemaal niet erg als dit gebeurt, want zorgverzekeraars kunnen dan nog altijd concurreren op service van de zorgaanbieders. Denk aan zaken als informatievoorziening, internet in je kamer, een gastvrouw, een keuzemenu, parkeergelegenheid. Kortom alles wat niet te maken heeft met de inhoudelijke kwaliteit van zorg. En op dit gebied is in de ziekenhuiszorg nog een wereld te winnen, kijk maar naar hoe privé-klinieken dit doen. Op kleine schaal zie je zulke dingen nu al gebeuren. Neem bijvoorbeeld het initiatief van valet parking van het Oogziekenhuis. Dat heeft niets met de kwaliteit van

Ketenzorg Dan blijft nog één dossier over: de ketenzorg, waarop vooral voor chronisch zieken veel nadruk wordt gelegd. ‘Laat zorgverzekeraars daarin alsjeblieft de regie nemen,’ zegt Schellekens met nadruk. ‘Ze zouden moeten contracteren met één ketenpartij die zich voor de hele keten verantwoordelijk stelt. Nu blijven zorgverzekeraars vooral de schotten belonen, met bijvoorbeeld Agis als positieve uitzondering voor diabeteszorg. Om dit voorbeeld navolging te kunnen geven, moeten de bestaande DBC’s geschoond worden. Gelukkig zijn VWS en NZa daarmee nu volop bezig.’ En ook hier kan de Inspectie weer een rol spelen. ‘Door te laten zien wat er schort aan de keten voor oncologische zorg en welke rol de schotten daarin spelen, hebben we de zorgverzekeraars laten zien hoe ze verbetering in die oncologische ketenzorg kunnen stimuleren.’ Toch vooral wél bondgenoten dus? Die conclusie lijkt na alles wat Schellekens heeft gezegd redelijk onontkoombaar. ● juni 2009 | 13


Kwaliteit

ALLE MEDEWERKERS ROOKVRIJ

De rol van ZN in de ontwikkeling van kwaliteitsbeleid

In één dagdeeltraining en laserbehandeling van het roken af! Prostop zet al 12 jaar een uniek programma in de markt, waarmee stoppen met roken wel heel gemakkelijk gaat! De Radboud Universiteit in Nijmegen benoemt de laserbehandeling zelfs als “wereldresultaat”. En dit stoppen met roken programma is nu ook beschikbaar voor de zakelijke markt, voor uw medewerkers op de werkvloer! Wat is het geheim tot succes in de strijd bij het stoppen met roken? Ruim honderdduizend particulieren ontdekten Prostop. Een laserbehandeling op basis van acupunctuur, die de behoefte aan nicotine minimaliseert en afrekent met ontwenningsverschijnselen! Door het grote succes heeft Prostop een zakelijk programma ontwikkeld. ProstopZakelijk bestaat uit de juiste voorbereiding, een dagdeeltraining op uw bedrijf of instelling en natuurlijk de laserbehandeling. De nazorg krijgt u er als extra service, gewoon bij!

Met de hulp van Prostop is iedereen een winnaar! De roker overwint zijn verslaving en zal zich zowel lichamelijk als geestelijk fitter en gezonder voelen, en de werkgever kan flink besparen op ziektekosten en extra pauzetijd. U kunt razendsnel berekenen hoeveel u per jaar kunt besparen. Op www.prostopzakelijk.nl vindt u een rekenmodule die is gebaseerd op exacte cijfers van het CBS. Zo kunt u zien wat Prostop voor u kan betekenen! Ook voor uw personeel staan alle voordelen opgesomd. De mogelijkheden zijn divers.

Tekst: Frank van Wijck

In de eerste periode na de stelselherziening in de zorg probeerden de zorgverzekeraars vooral op basis van prijs met elkaar te concurreren om verzekerden aan zich te binden. De laatste tijd richten zij zich veel meer op kwaliteit van zorg. Het is ook een speerpunt aan het worden in hun inkoopbeleid bij de zorgaanbieders. Dat met deze verschuiving van de aandacht een onomkeerbare weg is ingeslagen, is duidelijk. Brancheorganisatie Zorgverzekeraars Nederland helpt haar leden om hierin stappen te zetten.

Het is mogelijk om een therapeut “in company” bij u te laten behandelen. Maar het is ook mogelijk om de laserbehandelingen in één van onze 30 praktijken te laten plaatsvinden. Graag informeren we u over de mogelijkheden. Bel voor een gratis brochure één van onze adviseurs en maak een afspraak om uw voordelen te laten berekenen.

In het B-segment kunnen zorg­ verzekeraars en ziekenhuis vrij onderhandelen over de prijs en kwaliteit van medisch specialistische zorg in ziekenhuizen. ‘Zorgverzekeraars roepen al langer dat ze op basis van kwaliteit inkopen,’ zegt Salemink. ‘De gids biedt informatie over die kwaliteit, maar de mate waarin er gebruik van wordt gemaakt, is vooralsnog teleurstellend. Er is dus een discrepantie tussen wat de zorgverzekeraars zeggen te doen en wat ze in de praktijk laten zien. De concurrentie tussen de zorg­ verzekeraars is nog heel erg prijs­ gericht. Maar de mogelijk­heden tot prijs­concurrentie zijn beperkt, omdat band­breedtes zijn ingesteld voor premie­ verschillen en omdat premiekortingen zijn gemaximeerd.’

Wij geven u alvast een rekenvoorbeeld:

rogramma:

ProstopZakelijk behandelp

ogramma

en voor het behandelpr

r bespaart u het eerste jaa

299,00

€ 4485,00 €11300,00

ers kost dat: Bij 15 rokende medewerk het u op: Wanneer 40% stopt levert Na aftrek van de kost

Sturen op kwaliteit

LEN VO . E A NB AA OR O. ST O D IEN S D F BO AR EDRIJ B N! EN TSE R A

€ 6815,00

*

nd.

n geen rechten worden ontlee

* Aan deze berekening kunne

MARKTLEIDER MET MEER DAN 12 JAAR ERVARING • VEILIG, PIJNLOOS EN ONSCHADELIJK • EIGEN VERSLAVINGSARTS MINIMALE ONTWENNINGSVERSCHIJNSELEN • WETENSCHAPPELIJK BEWEZEN RESULTAAT • GEEN NARE BIJWERKINGEN GARANTIE TOT 6 MAANDEN • AANGESLOTEN BIJ ERKENDE BEROEPSVERENIGINGEN • GEVESTIGD IN DIVERSE LANDEN IN EUROPA

PROSTOP IS AL JAREN PARTNER VAN DIVERSE ZORGVERZEKERAARS INFORMEER DAAROM OF U OOK RECHT HEEFT OP VERGOEDINGEN!

BEL GRATIS 0800 - 77 67 867 OF BEZOEK DE PROSTOP WEBSITE: WWW.PROSTOPZAKELIJK.NL

U vindt Prostop o.a. in de volgende plaatsen: Almere, Amersfoort, Amsterdam, Apeldoorn, Arnhem, Boxtel, Den Haag, Dronten, Eindhoven, Etten-Leur, Geleen, Goes, Heerhugowaard, Hengelo, Hillegom, Hilversum, Hoogeveen, Kolham (Groningen), Nijmegen, Raamsdonksveer, Schiedam, Terborg, Tiel, Tilburg, Uffelte, Valkenswaard, Veghel, Woerden, Zaandam en ook in Zwolle. 14 | Z kopers

D

e DBC-inkoopgids van Zorgverzekeraars Nederland (ZN) is binnen de Nederlandse gezondheidszorg snel een begrip geworden en vindt gretig aftrek bij zowel zorg­ verzekeraars als ziekenhuizen. ‘Met die gids leveren we een deel van het instrumentarium waarmee zorgverzekeraars kunnen inkopen op basis van kwaliteit en prijs,’ zegt Gerrit Salemink. Salemink is eigenlijk medisch adviseur bij zorgverzekeraar Achmea, maar is vrijgemaakt om bij ZN leiding te geven aan het Kenniscentrum DBC’s. Dit kenniscentrum wil onder andere via die inkoopgidsen voor het zogeheten B-segment van de medisch-specialistische zorg helpen om zorginkoop door zorgverzekeraars op basis van kwaliteit gestalte te geven.

Gelukkig komt hierin nu snel verandering, geeft hij toe. Zorg­verzekeraars proberen in toenemende mate te sturen op basis van kwaliteit. ‘Maar je ziet dat het publiek daar nog erg aan moet wennen. CZ bijvoorbeeld maakte recent bekend in ieder geval voorlopig weer te stoppen met zijn positieve beïnvloeding van de patiëntkeuze. Nederland is nog heel erg gewend aan een situatie waarin alles voor iedereen beschikbaar is.’ Zorgprofielen ZN heeft als kenniscentrum zorgprofielen opgesteld waarin de DBC’s zijn samengebracht tot een overzichtelijk aantal producten waarin de zorg wordt geleverd zoals dat vanuit kwaliteitsoogpunt feitelijk zou moeten. De Inspectie voor juni 2009 | 15


Kwaliteit

Kwaliteit

de Gezondheidszorg nam het voortouw in de ontwikkeling van prestatie-indicatoren, waarmee wordt gekeken naar kwaliteitsaspecten waarop kan worden gestuurd. Salemink: ‘Toen in 2005 het B-segment werd ingevoerd, is ons kenniscentrum in vrij hoog tempo samen met de Orde van Medisch Specialisten inkoopindicatoren gaan ontwikkelen, omdat het hele proces van indicatorontwikkeling in het

B-segment en zijn nog slechts voor een deel daarvan prestatieindicatoren ontwikkeld. De indicatoren die er nu wel zijn, zijn allemaal weloverwogen tot stand gekomen en hebben dus praktische waarde. Maar zolang voor de andere behandelingen in het B-segment nog geen indicatoren zijn ontwikkeld, blijven zorgverzekeraars hiervoor allemaal eigen regels stellen.’ Er is bovendien nog een andere beperking: in de sets die er

‘Er is een discrepantie tussen wat de zorgverzekeraars zeggen te doen en wat ze in de praktijk laten zien.’ project Kwaliteit in de etalage veel te langzaam ging. Dat project werd gefinancierd door ZonMw en uitgevoerd door het Kwaliteitsinstituut voor de Gezondheidszorg, CBO en de Orde. De ZN-inkoopindicatoren uit 2005 zijn inmiddels bijna allemaal vervangen door indicatoren die ook zijn terug te vinden in het programma Zichtbare zorg, dat bij de Inspectie voor de Gezondheidzorg is ondergebracht. Het programma Zichtbare zorg is bedoeld om de kwaliteit van zorg inzichtelijk te maken. Het gaat allemaal nog steeds niet snel genoeg. Inmiddels zit al een derde van de medisch-specialistische zorg in het

al wel zijn, wordt te weinig gewerkt met uitkomstindicatoren. ‘Gebruikmaking van uitkomstindicatoren, die dus veel meer zeggen over het te behalen resultaat, stuit helaas nog steeds op verzet van de medisch specialisten,’ zegt Salemink. ‘En dit is een vervelend manco, want ons feitelijke inzicht in de kwaliteit van zorg wordt hierdoor beperkt tot hetgeen de behandelaar doet en niet zozeer wat hij ermee bereikt.’ In de kwaliteitsontwikkeling is dus nog een lange weg te gaan. Wat overigens niet wegneemt dat ZN op dit gebied goed samenwerkt met de Orde van Medisch Specialisten, de specialistenverenigingen, patiëntenverenigingen en het CBO.

Discussie De inhoud van de DBC-inkoopgids leidt in de onder­ handelingen tussen zorgverzekeraars en ziekenhuizen nogal eens tot discussies. Ziekenhuizen stellen dan bijvoorbeeld dat hun profielen gezien hun afwijkende patiënten­populatie in hun adherentiegebied afwijken van wat er in de gids staat. ‘Het gevolg hiervan is dat in steeds meer gevallen een medisch adviseur van de zorgverzekeraar bij de onderhandelingen aanschuift,’ zegt Salemink. ‘Dat zij steeds vaker bij het inkoopproces betrokken worden, geeft aan dat dit proces in toenemende mate over de inhoud gaat. Omgekeerd zie je vanuit de ziekenhuizen het fenomeen dat zij open dagen gaan organiseren of verkoopgidsen opstellen om de kwaliteit van hun diensten onder de aandacht te brengen. Er is dus wel wat op gang gebracht.’ Inhoudelijke kennis De inhoudelijke kennis bij de zorgverzekeraars is goed, stelt Salemink. De medisch adviseurs hebben ook hun eigen wetenschappelijke vereniging, de VAGZ (Vereniging Adviserend Geneeskundigen bij Zorgverzekeraars), die onder andere nascholingen verzorgt voor haar leden.

Elders in deze editie, in het hoofdartikel, stelt hoofdinspecteur curatieve zorg Wim Schellekens van de Inspectie voor de Gezondheidszorg, dat het een vergissing van de zorgverzekeraars was hun medische diensten af te schaffen.

‘De inkoopindicatoren die er nu zijn, zijn allemaal weloverwogen tot stand gekomen en hebben dus praktische waarde.’ ‘Daarmee ben ik het helemaal eens,’ zegt Salemink. ‘De medisch adviseurs zitten nu verspreid over verschillende teams en komen elkaar nooit tegen. Voorheen zaten ze samen in die medische teams. Dit bood ruimte voor intervisie en voor signalering van eventuele kennislacunes. Die expertise is nu verbrokkeld geraakt. Bovendien wordt ze binnen de zorgverzekeraars onvoldoende gewaardeerd. Ervaren mensen die weggaan, worden de laatste tijd vaak opgevolgd door mensen die deze vakinhoudelijke kennis niet hebben. Dat is echt een probleem. Er is dus nog veel werk te verzetten.’ ●

Zorgverzekeraar en ziekenhuis bouwen samen een brug aan de Vecht

Plexus organiseert samen met zorgverzekeraars en zorgaanbieders een opleiding ’zorginkoop ziekenhuiszorg nieuwe stijl’: Een praktische opleiding voor in- en verkopers van ziekenhuiszorg, waarbij de relatie wordt gelegd tussen prijs en kwaliteit en waarbij het resultaat van de zorgverlening doorslaggevend is in plaats van de inspanning. Een mooi voorbeeld van het verbinden van twee werelden. Geïnteresseerd?

Lees het artikel elders in blad kijk www.plexus.nl voor meer verder op pagina 18dit van dit of blad ofop kijk op www.plexus.nl informatie het inschrijfformulier. Hier vindt uHier ook vindt informatie over voor meer en informatie en het inschrijfformulier. een vergelijkbare opleiding voor de GGZ.opleiding voor de GGZ. u ook informatie over een vergelijkbare

www.plexus.nl

Plexus Straatweg 68 3621 BR Breukelen T +31 (0)20 30 10 800 F +31 (0)20 30 10 801 E info@plexus.nl

kopers Advertentie Plexus_04.indd 1 16 | Z

14-05-2009 18:12:26

www.plexus.nl

Gerrit Salemink Salemink (1949) is arts maatschappij en gezondheid. Hij werkte van 1975 tot 1994 als huisarts in Amsterdam, was daarna vijf jaar manager zorgcontractering bij RZG en is sinds 1999 medisch adviseur bij Achmea. Hij vervult daarnaast diverse bestuurlijke functies, zoals in het federatiebestuur van de KNMG en in de wetenschappelijke commissie van de VAGZ. Op zijn website www.gerritsalemink.nl publiceert hij regelmatig artikelen over zijn werk als medisch adviseur en over actuele thema’s die hiermee te maken hebben.

juni 2009 | 17


Agenda

Innovatief zorgaanbod

Agenda: NEVI Inkoopdag 2009 Datum: 23 juni 2009 Locatie: Hart van Holland, Nijkerk www.nevi.nl Vijf jaar DBC’s in Nederland Datum: 1 juli 2009 Locatie: NBC Nieuwegein www.dbconderhoud.nl Recente nationale en internationale ontwikkelingen in onderzoek, projecten, bekostiging en beleid van ketenzorg en geïntegreerde zorg Datum: 3 juli 2009 Locatie:  Educatorium Universiteit Utrecht www.integratedcare.nl Opleiding zorginkoop ziekenhuiszorg nieuwe stijl ‘Zorgverzekeraar en ziekenhuis bouwen samen een brug aan de Vecht’ Data:  module 1: 17 en 18 september 2009, module 2: 1 en 2 oktober 2009 en module 3: 15 en 16 oktober 2009 Locatie:  landgoed Vreedenoord Breukelen www.plexus.nl Strategie van aanbesteden en creatieve (financiële) aansturing in de Wmo Data: 8 en 22 september 2009 Omvang: 3 dagdelen Locatie: Transfergroep Rotterdam www.transfergroep.nl ‘First International E-Mental Health Summit 2009’ Datum: 14 oktober 2009 16 oktober 2009 Locatie: Beurs van Berlage, Amsterdam www.ementalhealthsummit.com Duurzaam Europees aanbesteden Dit seminar wordt op meerdere data en in verschillende plaatsen georganiseerd. www.ebpnl.com NEVI biedt verschillende opleidingen (zorg)inkoop www.nevi-opleidingen.nl

18 | Z kopers

Oogfonds Innovatieprijs 2009 voor de OOGbus Opleiding: De balans tussen kwaliteit en kosten Een praktische opleiding voor in- en verkopers van ziekenhuiszorg Wanneer: De opleiding bestaat in totaal uit zes dagen, verdeeld over drie blokken van twee dagen in de periode september – oktober 2009 Waar: Breukelen, Landgoed Vreedenoord Doelgroep: Per keer is er plaats voor maximaal 22 deelnemers, waarbij gestreefd wordt naar een evenwichtige verdeling tussen deelnemers van zorgverzekeraars en ziekenhuizen. Kosten: De kosten bedragen €4.250 per deelnemer (vrij van BTW). Dit is inclusief het opleidingsmateriaal en maaltijden, maar exclusief eventuele hotelovernachtingen. De aanleiding: marktwerking op basis van transparante kwaliteit Alle partijen aan de onderhandelingstafel willen dat de kwaliteit van de zorg verbetert en dat er een goede prijs tot stand komt, maar de onder­ handelingen zijn er niet makkelijker op geworden. Waar zorgverzekeraars vroeger vooral letten op de economische effecten van de gemaakte afspraken, dient er nu ook rekening gehouden te worden met een actief kwaliteits­beleid van deze verzekeraars en het gebruik van kwaliteits­ indicatoren. Tegelijkertijd lopen beide partijen grotere risico’s bij de gemaakte afspraken. Aan het einde van de opleiding hebben de deelnemers kennis en inzichten opgedaan die direct toegepast kunnen worden bij de onderhandelingen. Daarbij zijn prijs en kwaliteit aan elkaar gerelateerd en is het resultaat doorslaggevend. Dit wordt bereikt aan de hand van vier thema’s: 1. Van instellingsbudgettering naar productfinanciering 2. Van inspanning naar resultaat 3. Van administratief contracteren naar gedifferentieerde zorginkoop 4. Van verstrekking naar ketenzorg Elk dagdeel heeft één of meerdere sprekers die naam gemaakt hebben op dit terrein. Ze zijn allen afkomstig uit de praktijk van ziekenhuizen, zorgverzekeringen en overheid. Op www.plexus.nl vindt u het volledige programma en een overzicht van de sprekers. Hier vindt u ook informatie over een vergelijkbare opleiding die in het najaar wordt gegeven en die specifiek is voor de GGZ. www.plexus.nl

Zorg tot aan de voordeur Tekst: Els van Thiel | Fotografie: CZ

De OOGbus brengt oogzorg aan huis bij verzorgingshuisbewoners en hun buurtgenoten. Het is een initiatief van Het Oogzorgnetwerk en zorgverzekeraar CZ. De bus - ingericht met alle moderne oogheelkundige apparatuur - rijdt op afspraak voor. Nu is dit nog een privilege van CZ-verzekerden, maar als het aan de initiatiefnemers ligt, gaat dat veranderen. De OOGbus begon op 9 oktober 2008 te rijden, maar voor zorginkopers zijn er nu al lessen uit te trekken.

M

aar liefst de helft van de bewoners van verzorgings­huizen kampt met visusproblemen. Een groot deel van die problemen is echter eenvoudig te verhelpen met een bril of een medische behandeling - een staaroperatie bijvoorbeeld. Het probleem is dat ouderen vaak niet zelf naar een oplossing zoeken, omdat ze menen dat slechter zicht er nu eenmaal bij hoort als je boven de zestig bent. Maar er zijn ook andere redenen, bijvoorbeeld omdat ze voor vervoer naar een opticien afhankelijk zijn van familie of vrienden. De OOGbus Kees Sol is de geestelijk vader van de OOGbus. Als directeur is hij verantwoordelijk voor de financiële, bouwkundige, personele en facilitaire aspecten van Het Oogziekenhuis Rotterdam. Sol heeft altijd al iets met bussen gehad. Op de lagere school zat hij in de klas naast het zoontje van de directeur van een busmaatschappij. De fascinatie voor bussen die toen begon, heeft tot veel moois geleid. “Toen Zeeland te weinig capaciteit had voor oogheelkunde, vroegen wij ons af hoe we de kennis vanuit Rotterdam naar Zeeland konden transporteren. We hebben toen met de Zeeuwse oogartsen afgesproken dat zij in Het Oogziekenhuis Rotterdam kennis konden nemen van onze werkwijze. Patiënten én oogartsen zijn samen naar Rotterdam gekomen. In een bus natuurlijk! De operaties vonden op zaterdag plaats. Dat was ons eerste busproject. We deden het samen met CZ, die ons financieel ondersteunde.” René Baljon, manager netwerkontwikkeling van Het Oogzorgnetwerk, vindt de als volwaardige optometrische screeningsunit ingerichte bus een gouden greep. “De OOGbus brengt de zorg tot bij de voordeur en maakt het probleem

letterlijk en figuurlijk zichtbaar.” Het Oogzorgnetwerk is een initiatief van Het Oogziekenhuis Rotterdam, dat nationaal en internationaal bekend staat om zijn excellente kwaliteit. Steeds meer afdelingen oogheelkunde sluiten zich aan. Het netwerk is gestoeld op een franchise. In de curatieve sector is dit nog een bijzonder concept dat wel goed aansluit bij de huidige tijdgeest, waarin ook de gezondheids­zorg zich steeds vaker via keten- en netwerk­ vorming organiseert. Het netwerk beoogt kennisuitwisseling te bereiken, optimalisatie van kwaliteit en logistiek en gezamenlijke inkoop en verkoop. Betere kwaliteit van leven De OOGbus is niet onopgemerkt gebleven. Het Oogzorg­ netwerk werd in 2008 ‘Zorgondernemer van het Jaar’. De bus kreeg in februari 2009 de Innovatieprijs van het Oogfonds, een stichting die zich inzet voor verbetering van de levenskwaliteit van blinden en slechtzienden. “Succesvolle ideeën zijn ideeën waarvan iedereen spontaan zegt: dát had ik zelf ook kunnen bedenken!” zegt Sol. “Bij de juni 2009 | 19


Innovatief zorgaanbod

OOGbus weten mensen direct waar het om gaat en dat maakt een product sterk en succesvol. Als je minder goed ziet, ben je minder mobiel. Je kunt moeilijker internetten, televisie kijken en de krant lezen. Kortom: je wereld wordt kleiner en het risico van isolement dreigt. Als je dat kunt voorkomen door een relatief eenvoudige ingreep, moet je dat natuurlijk doen. De kost gaat voor de baat uit: er hangt een prijskaartje aan de bus, maar verderop in het traject betekent het minder uitgaven aan zorg die vele malen duurder is.”

Innovatief zorgaanbod

Denk bijvoorbeeld aan het verhoogde risico van valincidenten met alle ellende van dien. Voor mij als relatiemanager van onder andere Het Oogziekenhuis Rotterdam is het vooral interessant dat de OOGbus de hoge kwaliteit oogzorg van dit ziekenhuis bij onze verzekerden in de regio brengt.”

werken binnen hun eigen stapel stenen.’

CZ benadert de doelgroep: zestigplussers in en rond verzorginghuizen. De respons op de uitnodiging voor een oogmeting is ongeveer twintig procent. Dat is vrij hoog, zegt Buijze, want de doelgroep is breed en er zijn natuurlijk ook veel zestigplussers die geen problemen met hun ogen hebben. “Als mensen zich laten onderzoeken, is er vaak iets aan de hand. Dertig procent van de bezoekers van de bus krijgt van de optometrist een verwijzing; de ene helft naar de opticien en de andere helft naar de huisarts en van daaruit naar de oogarts in de regio.”

Mark Buijze, zorginkoper Medisch Specialistische Zorg bij CZ, vertelt dat de zorgverzekeraar het project direct omarmd heeft en dat was niet alleen vanwege de financiële incentive. “Als je door een oogmeting van een kwartiertje verzekerden aan een betere kwaliteit van leven kunt helpen, moet je dat niet nalaten.

Tarief Sol ziet de OOGbus als een sterke ‘marketingtool’ voor zorginkopers. “Verzekerden blijken de service buitengewoon op prijs te stellen. Ze maken direct de koppeling tussen de zorgverzekeraar en de kwaliteit die geleverd wordt. Zo kan het voor zorgverzekeraars een relatief eenvoudige manier zijn

Kees Sol: ‘Ziekenhuizen moeten zich ernstig afvragen of ze nog wel alleen willen

20 | Z kopers

om de binding die er vroeger was met de verzekerde weer te versterken.” Het aantal bussen wordt binnenkort uitgebreid. “Je zult zien dat mensen die niet bij CZ verzekerd zijn, gaan vragen om dezelfde serviceverlening. Waarom betaalt CZ dat wel en mijn verzekering niet? Daarmee komt de verzekerde in the lead in plaats van de verzekeraar.” Het Oogziekenhuis Rotterdam let er scherp op dat de aangeboden producten voor zorgverzekeraars gemakkelijk te communiceren zijn naar hun verzekerden. “Ze moeten ook bijdragen aan de imagebuilding van de verzekeraar. Als zorgverzekeraar kun je je profileren door samenwerking met een innovatief en internationaal georiënteerd oog­ ziekenhuis.” Ruim zicht De OOGbus reed voor het eerst uit op 9 oktober 2008, op World Sight Day, een wereldwijd evenement dat het belang van een goed zicht onderstreept. Welke lessen zijn er nu, 12.000 bezoekers verder, nog te trekken? “Dat De OOGbus niet meer zal verdwijnen,” zegt Baljon. “Mits er een tarief is! CZ heeft via de beleidsregel innovatieve zorg een tarief vastgesteld van €45,21 per screening. Al is men alom gecharmeerd van het initiatief, andere zorgverzekeraars

volgen nog niet. Dat is jammer, want het concept is er en kan zó uitgerold worden.” Sol: “Het project leert ons ook dat innovatie nog altijd mogelijk is. Misschien juist wel in een tijd dat de bomen niet tot in de hemel groeien. Ziekenhuizen moeten zich ernstig afvragen of ze nog wel alleen willen werken binnen hun eigen stapel stenen. De afgelopen decennia werd alle zorg in ziekenhuizen geconcentreerd omdat alle kapitaalgoederen op één plaats moesten staan. Met de huidige technologische ontwikkelingen verdwijnt die noodzaak en wordt het mogelijk om op een efficiënte en patiëntvriendelijke manier de zorg dicht in de buurt van de patiënt aan te bieden.”

René Baljon, Het Oogzorgnetwerk: ‘Mits er een tarief is, zal de OOGbus niet meer verdwijnen.’ Boeiend Baljon wijst erop dat de consumptie van oogheelkunde door de vergrijzing de komende twintig jaar met tien procent zal stijgen. “De OOGbus is een probaat middel om de zorgconsumptie te beïnvloeden. Preventie wordt te vaak toegespitst op roken, drinken, overgewicht en depressie. Het voorkomen van oogproblemen hoort ook in dat rijtje. Hoe vaak gebeurt het niet dat een oudere drie, vier keer een nieuwe bril aangemeten krijgt, terwijl het dan achteraf toch staar blijkt te zijn?” Buijze van CZ heeft gemerkt dat de regelgeving rond contractering van ziekenhuiszorg veelal zo strikt is, dat het bepaald niet eenvoudig is om vernieuwende vormen van zorg te organiseren. “Terwijl het nu juist de bedoeling was dat zorginnovatie de ruimte kreeg in de nieuwe Zorgverzekeringswet! Wij hebben een tamelijk ontmoedigend bureaucratisch traject moeten afleggen.” Maar de aanhouder wint. “Het vak van zorginkoper wordt boeiender als je naast het reguliere inkooptraject kijkt naar zaken die de zorg efficiënter maken, die de kwaliteit verhogen en het logistieke traject voor de patiënt vergemakkelijken.” Sol: “Wat wij doen, verschilt niet zo veel van wat Virgin Atlantic en Ryanair doen. “Die boeken een vlucht met autoverhuur en een hotel. Wij, Het Oogziekenhuis Rotterdam en Het Oogzorgnetwerk, proberen de verschillende zorgaanbieders zo aan elkaar te koppelen dat het voor mensen gemakkelijk is om zich te laten screenen en daarna eventueel een verwijzing te krijgen naar een opticien of een oogarts. Als belangrijke speler op dit zorgpad nemen we initiatieven om de keten daadwerkelijk tot stand te brengen.” ● juni 2009 | 21


Aanbesteden

Aanbesteden

In een aanbesteding kunnen naast degelijke afspraken ook prikkels voor leveranciers worden ingebouwd

Kwaliteit beloven is makkelijk… Tekst: Jan Telgen, Hoogleraar Inkoopmanagement voor de Publieke Sector aan de Universiteit Twente

A

anbestedingen zijn feitelijk papieren exercities: de aanbestedende dienst schrijft op wat ze in de toekomst geleverd wil hebben en de aanbieders schrijven op wat ze beloven te gaan leveren. Nu weten we allemaal dat “papier geduldig is”. In het kader van aanbestedingen wordt dit gezegde wel aangehaald om aan te geven dat leveranciers op papier van alles beloven en overal “ja” op zeggen. In de praktijk gaat het natuurlijk niet om de aanbesteding zelf, maar om de feitelijke levering van diensten daarna. Hoe kun je nu zorgen dat leveranciers zich bij de uitvoering van de opdracht aan hun afspraken houden? Afspraken nakomen In contracten, en dus ook in aanbestedingen, kun je van alles opnemen: niet alleen afspraken over prijzen en andere condities, maar ook afspraken over hoe de diensten geleverd gaan worden. Denk daarbij aan de snelheid waarmee leveranciers starten met dienstverlening aan nieuwe cliënten of aan de kwaliteit van de bejegening van cliënten of aan het verschaffen van managementinformatie. In de aanbesteding hebben alle leveranciers beloofd dat dit allemaal tiptop in orde zal zijn en dat hebben ze met hun handtekening bekrachtigd. Maar wat als in de praktijk bij de uitvoering blijkt dat dit niet nagekomen wordt? Wat kun je dan als inkopende partij nog doen? Natuurlijk kun je (en moet je) de leveranciers erop aanspreken. Standaard zal dan de reactie zijn dat het een incident was of dat het niet alleen aan hen lag. Ook zullen ze waarschijnlijk beloven dat het vanaf nu beter zal gaan. Maar als dat niet het geval is en het nakomen van beloften en afspraken een probleem blijft: wat heb je dan aan mogelijkheden? Wat prikkelt de leverancier? Als je de leverancier tot een prestatie wilt brengen, is het zinvol om na te gaan wat hem of haar prikkelt om die prestatie ook werkelijk te leveren. Ik onderscheid drie mogelijke prikkels: • Geld • Omzet • Contract 22 | Z kopers

Een eerste prikkel zou ‘geld’ kunnen zijn. Die prikkel kan ingebouwd worden door een boetebepaling op te nemen in het contract: als jullie prestatie X niet leveren, dan trekken we boete Y af van onze betalingen aan jullie. Dat klinkt makkelijk, maar dat is het in de praktijk meestal niet. Probeer maar eens echt hard aan te tonen dat prestatie X niet geleverd is en dat dat direct verwijtbaar is aan de leverancier. De leverancier komt vast met argumenten waarom het ook lag aan omstandigheden buiten zijn invloedssfeer (“kan ik er wat aan doen dat er nauwelijks goede medewerkers te krijgen zijn? Ik heb zelf echt wel mijn stinkende best gedaan”). Veel fundamenteler is dat de relatie door dit soort boetebepalingen eigenlijk per definitie onder druk staat gedurende de hele looptijd van het contract: de inkopende partij probeert aan te tonen dat de leverancier het niet goed doet en gaat dat bestraffen (een negatieve insteek).

Een sympathieker benadering bij dezelfde ‘geld’-prikkel, is het toekennen van bonussen. En dan niet bij super-prestaties (rapportcijfer 9 of hoger), maar juist al bij een beoordeling die ‘gewoon goed’ is (rapportcijfer 7). Op die manier is het voor de leveranciers goed haalbaar om een bonus te verdienen. Die bonus hoeft ook niet tot extra kosten te leiden: je kunt een heel scherp tarief afspreken voor net acceptabele zorg (een zesje), en relatief makkelijk te behalen bonussen voor ‘gewoon goede’ zorg (een 7). De leveranciers rekenen dit dan al in hun aanbieding mee. Op deze manier komt de relatie tussen de inkopende partij en de leverancier in het teken te staan van laten zien dat het allemaal zo goed gaat en het belonen daarvan (een positieve insteek).

Jan Telgen

Cliënten als prikkel Bij het inkopen van zorg worden vaak raamcontracten met meer partijen afgesloten. Bij raamcontracten heeft de inkopende partij de gelegenheid om ook na het afsluiten van het contract nog enige prikkel richting leveranciers te hanteren door de toewijzing van individuele cliënten afhankelijk te

maken van de prestaties van de leveranciers. Dat kan op allerlei manieren. In het catalogusmodel (onder andere bij de inkoop van Hulp bij het Huishouden (HH) in de Wmo, maar ook in de curatieve zorg gehanteerd) worden bijvoorbeeld de evaluaties van de huidige cliënten gepubliceerd, zodat nieuwe cliënten bewust kunnen kiezen. Een iets verdergaande vorm is het dynamisch selectiemodel (voor HH in de regio Leiden gehanteerd), waarbij mindere kwaliteitsevaluaties de leveranciers dwingen bij nieuwe cliënten lagere tarieven te hanteren. Weer anders is het model van de ‘schuivende panelen’, waarin bijvoorbeeld vier leveranciers bij de start ieder 25% van de omzet (cliënten) krijgen en waar bij slechte prestaties een stuk van de omzet (zeg 3%) van een leverancier afgenomen wordt en verdeeld onder de anderen. Het gemeenschappelijk kenmerk van al deze modellen is dat de toewijzing van cliënten ingezet wordt als prikkel naar de leveranciers. Contract opzeggen Het opzeggen van het contract met een niet-presterende leverancier is natuurlijk een uiterste stap. Niet alleen zal de leverancier er alles aan doen om dat te voorkomen en nog sterker dan bij boeteclausules proberen aan te tonen dat het niet (alleen) aan hem lag. Maar ook als inkopende partij ben je niet blij met het opzeggen van het contract, want wat moet je dan? Opnieuw aanbesteden is ook geen sinecure: een hele procedure, en de andere partijen weten dan ook dat zij relatief sterker staan en kunnen proberen die positie ook commercieel uit te buiten. Een model om dat te voorkomen is het werken met een ‘reservebank’. In dat model wordt er met één leverancier een contract gesloten om de zorg te leveren. Maar tegelijkertijd wordt met een tweede leverancier (bijvoorbeeld degene die tweede is geworden in de aanbesteding) een contract gesloten dat vooralsnog geen omzet belooft, maar vastlegt dat deze leverancier onder die en die condities de levering overneemt, zodra de eerste leverancier onvoldoende aan zijn verplichtingen voldoet. Een klein beetje meer werk in de aanbesteding, maar als de eerste leverancier zijn afspraken niet nakomt, hoef je zo geen nieuwe aanbesteding te doen. Simpele opties met grote gevolgen Eigenlijk zijn alle beschreven opties (en er zijn er nog veel meer) relatief simpel te implementeren. Bovendien passen ze allemaal binnen de kaders van de aanbestedingsrichtlijnen. Maar je moet er natuurlijk wel van te voren aan gedacht hebben, omdat je ze al bij de aanbesteding bekend moet maken. Dat is professioneel aanbesteden. ● juni 2009 | 23


[ Advertorial ]

Zorg inkopen: een vak apart Zorg inkopen: er komt veel bij kijken. Budgetten, de wensen van de zorgvrager, de relatie met zorgaanbieders. Bij Stipter weten we hoe u iedereen tevreden houdt. Met een systeem dat uw administratieve rompslomp vermindert, uw personeel tijd bespaart én de kwaliteit van uw dienstverlening verhoogt.

Stipter E-Select: fullservice Stipter werkt al jaren samen met gemeenten voor de inkoop van Wmo-zorg. Dat vertaalt zich in Stipter E-Select, een uitgekiend onlinesysteem dat u tijdens uw inkoopprocessen alle administratieve zorgen uit handen neemt. Aangevuld met een uitgebreid advies, helder stappenplan en stevige ondersteuning van iedereen die bij uw inkoopproces betrokken is. U kiest zelf Stipter E-Select bestaat uit modules die elk een facet van uw inkoopproces automatiseren: van de beschrijving en toewijzing van de zorgvraag tot controle van facturen en klanttevredenheid. U kiest zelf welke taken u in huis houdt of aan Stipter uitbesteedt. Het resultaat? Gezonde voordelen: • geen administratieve rompslomp meer; • uitstekend inzicht in uw processen; • efficiëntere bedrijfsvoering; • uitgebreide bron van managementinformatie; • keuzemogelijkheden voor uw klanten; • hogere klanttevredenheid.

Full service oplossing Automatische match van vraag en aanbod Met deze onlinemodule vindt u de beste zorgaanbieder voor elke klantvraag. De toewijzing gebeurt automatisch op basis van parameters die wij voor u instellen.

[ Advertorial ]

“Een handig mechanisme” “Op de site van Stipter geldt de wet van vraag en aanbod. Daarin schuilt een voordeel: met een lagere prijs haal je méér zorgopdrachten binnen. Gevolg: je omzet stijgt en je organisatie groeit. De prijs is trouwens een handig mechanisme om je capaciteit en werkvolume op elkaar af te stemmen. Zit je planning overvol? Dan bied je minder scherp. Kun je nog extra werk aan? Dan laat je je prijs wat zakken”.

“Stipter: meer dan de som der delen” “Wachtlijsten zijn bij ons al lang verleden tijd en we hebben goed inzicht in de uitgaven; als afdeling zijn we in control, dankzij de samenwerking met Stipter. Tussen de zorgaanbieders is er een gezonde concurrentie omdat er meer aanbieders actief zijn. De klant ervaart dat de kwaliteit van zorg en de klanttevredenheid is verbeterd. Bovendien worden de besparingen op de inkoop van huishoudelijke hulp deels gebruikt om de eigen bijdrage te verlagen en dat wordt door iedereen gewaardeerd”. Als je inhoudelijke kennis en ICT op deze wijze bij elkaar brengt, levert dit meer op dan de som der delen.

Rob Prins, directeur van De Algemene Thuiszorg, kortweg DAT.

Iris Sips, afdelingshoofd Wmo, gemeente Spijkenisse

Facturerings­proces

Klanttevredenheid meten

Waardevolle managementinformatie Het systeem rangschikt volledig elektronisch alle informatie en activiteiten. Stipter zet deze data om in bruikbare managementinformatie. Vlottere facturering Stipter verzamelt alle urenoverzichten en controleert of ze volledig aan de afspraken beantwoorden. Zo wordt een complexe, tijdrovende bezigheid plotseling heel eenvoudig. Controle van uren Wilt u controleren of uren werkelijk zijn uitgevoerd? Stipter voert steekproeven uit bij de klanten van uw zorgaanbieders – u bepaalt zelf bij hoeveel klanten.

Dynamisch selecteren

Systeem koppelingen

Advies en consultancy

Materiële controle

Managementinformatie

Klantgidsen

Zicht op uw klanttevredenheid Stipter peilt bij de zorgvrager naar zijn tevredenheid. Zo krijgt u inzicht in de individuele klanttevredenheid én de geleverde kwaliteit van zorg per zorgaanbieder. Veilige systeemintegratie Stipter koppelt elke module naadloos aan uw interne systemen via e-mail, Excel of webservices. We garanderen een maximale beveiliging van uw data en uw netwerk.

Stipter. Amerstraat 100 - 3207 BB Spijkenisse - (0181) 613 947 - www.stipter.nl - info@stipter.nl

24 | Z kopers

juni 2009 | 25


Actueel

Reële beloning voor zorgprogramma’s chronisch zieken

‘Prestatie-indicatoren bij gezondheidscentra hebben meerwaarde’ Tekst: Mark van Seggelen | Fotografie: Lucien Souisa

Zilveren Kruis Achmea stelde samen met gezondheidscentra in Rotterdam prestatie-indicatoren vast. Het biedt de centra handvatten om geïntegreerde zorg te leveren. De bonusregeling werd vastgesteld aan de hand van een puntensysteem.

D

Geïntegreerde zorg De PIG bestond uit het ontwikkelen en implementeren van indicatoren, en daarna de financiering. Dat laatste was een bonus- in plaats van een malusregeling. Robbert Huijsman, partner bij Zorg Consult Nederland (tot 1 juni, daarna directeur Kennisinstituut CIZ) en hoogleraar Integraal Zorgmanagement aan de Erasmus Universiteit, was als projectleider betrokken bij PIG. “Gezondheidscentra zijn in het leven geroepen om geïntegreerde zorg te leveren. Die beloftes zijn niet altijd waargemaakt in zorgprogramma’s. De pilot Prestatie-indicatoren Gezond­ Bovendien ontbrak het aan richtlijnen heidscentra (PIG) vond plaats bij voor multidisciplinaire zorg. Zilveren elf gezondheidscentra die samen Robbert Huijsman, Kennisinstituut Kruis Achmea heeft met de prestatiewerken in Oser, een koepel van CIZ en hoogleraar Integraal Zorg­ indicatoren gezondheidscentra hand­ Rotterdamse Gezondheidscentra. management Erasmus Universiteit vatten gegeven.” “We wilden de meerwaarde van geïntegreerde eerstelijnszorg vast proberen te leggen in Huijsman heeft gebruikgemaakt van het vereveningsmodel prestatie-indicatoren. En daarmee de gezondheidscentra om verschillen te compenseren in samenstelling van de belonen voor bijzondere prestaties, goede resultaten en verzekerdenpopulatie. In totaal waren vijf stichtingen, die kwaliteit. En daarmee lopen we voorop in de nieuwe ieder meerdere gezondheidscentra onder hun hoede hebben, financieringsafspraken van 2010,” zegt Melanie Schultz betrokken bij het project. Om draagvlak te creëren zaten van Haegen. Zij is directeur Zorginkoop van Zilveren Kruis vertegenwoordigers van alle zorgaanbieders rond de tafel. Achmea. e Zorgverzekeringswet (Zvw) en de Wet zorgtoeslag (Wzt) werden in 2006 ingevoerd. In datzelfde jaar startte een project in Rotterdam waarbij Zilveren Kruis Achmea prestatieindicatoren ging ontwikkelen voor gezondheidscentra. Dat is niet geheel toevallig. Gezondheidscentra moesten met de komst van marktwerking aan inkopers duidelijk maken wat zij met dat extra geld beter konden doen. En de landelijke subsidieregeling zou worden afgeschaft in een geleidelijk traject tot 2010.

26 | Z kopers

Actueel

40% minder betaald dan vóór het Meerwaarde tijdperk van de prestatie-indicatoren. Prestatie-indicatoren werden vast­ Met het puntensysteem ging een gelegd voor zorg­programma’s voor ander er ruim 30% financieel op diabetes, COPD, voor voorschrijf­gedrag vooruit. De bonusregeling is een reëel (farmacie) en verwijsgedrag (naar beloningssysteem.” het ziekenhuis). “Het benchmark­ Volgens Huijsman staat het gezamenlijk systeem maakt het mogelijk om optrekken van gezondheidscentra niet gezondheidscentra onder­ling te ver­ haaks op de marktwerking. “Zilveren gelijken,” zegt Huijsman. Een van de organisaties waar de prestatieKruis Achmea heeft apart geïnvesteerd indicatoren werden vast­gesteld, was in een implementatie­programma. Zorg op Noord. Deze organisatie onder­ Gezond­­heids­centra die bij een gezond­ steunt en ontwikkelt de eerstelijns heidsprogramma niet goed scoren, samenwerkingsverbanden in de regio krijgen twee jaar de tijd om een Rijnmond. Zorg Op Noord bestaat uit verbetertraject in te gaan. Het centrum zes gezondheidscentra, twee apotheken, met de best practice krijgt een reële een facilitair bedrijf en een ICT-bedrijf. beloning voor kennisoverdracht naar de Directeur Peter Kamsteeg schat dat zo’n andere centra toe.” Melanie Schultz van Haegen, zestig procent van de populatie in de regio directeur Zorginkoop van verzekerd is bij Zilveren Kruis Achmea. Zilveren Kruis Achmea Resultaten “We kregen de gelegenheid om mee te Op het moment dat centra onderling werken aan een nieuw financieringsmodel. En we konden hun kennis gingen uitwisselen en hun aanpak van best onze invloed aanwenden bij het vinden van indicatoren die practices delen met de andere centra, ontstaat een winvan meerwaarde zijn voor de geïntegreerde eerstelijnszorg, winsituatie. “De zorgverlener krijgt meer inkomsten voor de patiënt én voor de verzekeraar.” Kamsteeg laat weten geleverde kwaliteit en de patiënt krijgt betere zorg,” is de dat de gekozen indicatoren aansluiten bij de functionele mening van Huijsman. Een betere zorg, voor een goede bekostiging zoals minister Klink voorstelt. “De minister wil prijs. Dat is volgens Schultz van Haegen het voordeel voor eveneens zorgstandaarden met daaraan verbonden prestatie- de zorginkoop bij gezondheidscentra die betere kwaliteit leveren. “Uiteindelijk neemt de waarde voor een vitale indicatoren voor mensen met chronische aandoeningen.” en gezonde verzekerde toe. De zorgkosten gaan daarmee omlaag. Dat gaat een stuk sneller dan onderhandelen over Schultz van Haegen: “Uiteindelijk neemt de laatste euro met zorgaanbieders.” Ze vindt het een voordeel dat gezondheidscentra de de waarde voor een vitale en gezonde indicatoren zelf hebben vastgesteld. “Als collega-instellingen zeggen dat je betere zorg kunt leveren, heeft dat meer verzekerde toe, en de zorgkosten gaan waarde en betekenis dan als een zorgverzekeraar daarmee zou komen. In de toekomst ontstaat een onderscheid in de daarmee omlaag.” financieringssystematiek tussen centra die goede en mindere kwaliteit van zorg leveren. We schelden nu bijvoorbeeld het Vaststellen indicatoren Het vaststellen van de indicatoren gebeurde volgens een eigen risico kwijt als verzekerden naar een kwalitatief goede vast stramien. Eerst werden de beschikbare richtlijnen specialist in een ziekenhuis gaan. Wellicht krijg je dat systeem en literatuur verzameld. Ook werden zonodig experts ook in de eerstelijnszorg.” geraadpleegd. PIG onderscheidde structuur-, proces- en Projectleider Huijsman merkt op dat het project aantoont dat uitkomstindicatoren. “Deze laatste zijn het belangrijkste. het lukt om complexe ziektebeelden in prestatie-indicatoren De indicator moet betere zorg voor de patiënt opleveren. De vast te leggen. “Als zorginkoper kun je de relatie met je veld geïntegreerde eerstelijnszorg kan haar toegevoegde waarde sterk verbeteren,” vindt Huijsman. “En de zorginkoper heeft daarmee aantonen én verzilveren, en de zorgverzekeraar kan handvatten om goede zorg te beoordelen en die te financieren. Bovendien is met het vereveningsmodel duidelijkheid efficiëntere zorg inkopen,” zegt Huijsman. Per indicator kan een gezondheids­centrum een aantal geschapen over de echte verschillen in patiëntenpopulaties punten behalen. Per centrum wordt bepaald hoeveel punten tussen gezondheidscentra.” er verdiend zijn. Die punten worden weer uitgedrukt in Huijsman merkt op dat de meerwaarde niet alleen de een financiële beloning. “Eén gezondheidscentrum kreeg multidisciplinaire zorgprogramma’s zijn. “Maar ook in de juni 2009 | 27


Actueel Column Harry de Zorginkoper organisatie van het gezondheidscentrum en de service naar en tevredenheid van patiënten. Geïntegreerde centra hebben meer te bieden dan de optelsom van de disciplines die bij de zorgprogramma’s betrokken zijn.” Kamsteeg noemt als een van de positieve resultaten de farmacie. “Vergeleken met solistisch werkende huisartsen, zijn de kosten van farmaceutische hulp bij de Rotterdamse gezondheidscentra beduidend lager. Overleg, inschakelen van collega’s en intensief contact met de apotheker, zijn enkele redenen.”

discussie vooraf. Hen als het ware weer het eigen project te laten ontdekken. Dat is de achilleshiel. Anders krijg je te veel weerstand.” Zilveren Kruis Achmea oriënteert zich nog of ook voor andere samenwerkingsverbanden, die hetzelfde presteren als gezondheidscentra, prestatie-indicatoren ingevoerd kunnen worden met dezelfde financieringsstructuur.

Uitrol naar andere regio’s Zilveren Kruis Achmea rolt de prestatie-indicatoren inmiddels uit in haar kernregio’s in ons land, te beginnen met Haarlem en Assen. “De indicatoren zijn zo gemaakt dat ze overdraagbaar zijn naar andere centra. Ik geloof niet in een kant-en-klaarmodel wat een andere regio een-op-een kan overnemen. Belangrijk is dat je draagvlak creëert. Je hebt enthousiaste zorgaanbieders nodig die de kar trekken. In andere regio’s is ruimte voor eigen interpretatie en om zaken door zorgaanbieders aan toe te voegen,” zegt Schultz van Haegen. Huijsman laat weten dat je bij de uitrol moet oppassen voor een topdown benadering. “De professionals van een gezondheidscentrum moet je opnieuw betrekken in de

paar leading professionals bij het project.”

Huijsman: “Betrek vanaf het begin een

Tips Huijsman heeft een aantal tips voor zorgverzekeraars die met prestatie-indicatoren willen werken. “Begin met de inhoud. Zoek eerst overeenstemming voor een bepaald zorgprogramma, zoals bijvoorbeeld COPD. Daarmee bind je de professionals die ook goede patiëntenzorg willen leveren. De volgende stap is het programma te combineren met de financiering. Daarna volgt het implementatieplan, waarvoor ook tijd en middelen beschikbaar moeten zijn.” Wat zorgverzekeraars volgens hem niet moeten doen is de discussie beperken tussen zorginkopers en de directie van een gezondheidscentrum. “Betrek vanaf het begin een paar leading professionals bij het project.” Landelijke indicatoren Het ministerie van VWS heeft samen met Zorgverzekeraars Nederland ondertussen een basisset prestatieindicatoren ontwikkeld. Kamsteeg: “Van een zorgaanbieder kun je niet verwachten dat ze voor iedere zorgverzekeraar andere prestatieindicatoren gebruiken. Er zal daarom een landelijke set indicatoren worden ontwikkeld. We zijn ingehaald door de tijd. De Rotterdamse gezondheids­ centra gaan met Zilveren Kruis Achmea onderzoeken hoe ze PIG kunnen integreren met de functionele bekostiging.” Schultz van Haegen is ook een voor­ stander van standaard­modellen van zorgverzekeraars. “Anders zien zorg­ aanbieders door de bomen het bos niet meer. Omdat er destijds niets was, zijn wij in het gat gesprongen. Wij zijn er daardoor wel klaar voor.” ●

Kroegpraat Als ambtenaar ontkom je er niet aan: vrienden die om de haverklap

huishoudelijke hulp inkopen. Een slanke prijs die we na een

een ambtenarengrap vertellen en zo je beroepsstatus in twijfel

aanbesteding hebben onderhandeld.”

trekken. Toegegeven: het zijn vaak olijke steken onder water,

Kees zuchtte: “Goed inkopen, ... allemaal goed en wel. Maar

maar ook ‘kwallenbeetjes’ doen pijn. Ze moesten eens weten

je mag niet vergeten dat je inkoopafdeling ook handenvol

hoe belangrijk en waardevol mijn werk is. Zeker nu ik sinds kort

geld kost.”

verantwoordelijk ben voor de inkoop van de Wmo.

“Nou, dat is maar peanuts.” Ik pakte enkele bierviltjes en rekende het voor: “Op mijn afdeling zitten 15 experts. Die handelen de

Gebroken heup

inkoop, maar ook de intake, de zorgtoewijzing én factuurcontrole

Deze week kreeg ik in de kroeg een gouden kans om het imago

af. Alles inbegrepen kost de afdeling € 1.500.000. Dat is € 1.500

van ambtenaar op te poetsen. Jopie vertelde dat zijn vrouw haar

per Wmo-aanvraag of € 2 per uur huishoudelijke hulp. Daarbij tel ik

heup had gebroken. Hij wist intussen dat ze na haar thuiskomst uit

€ 1,65 van CIZ en CAK. Samen met de € 21 voor de hulp kom je

het ziekenhuis recht had op huishoudelijke hulp. Hulp die hij bij de

zo op een totaal van € 24,65 per uur voor de gemeente.”

gemeente kon aanvragen. Toen het woord ‘gemeente’ viel, richtte

“Nou, dat is een mooie marge,” bromde Brammetje, die na enkele

Jopie zich tot mij: “Wat kost me dat eigenlijk, zo’n hulp?”

pilsjes nog altijd niet kon rekenen. € 14,65 boven op de € 10 voor

Een gemeten voorzet die ik dolgraag binnenkopte: “Mwoh, dat valt

de schoonmaakster... Daar zouden heel wat ondernemers jaloers

wel mee. In jouw geval betaal je maar € 3,50 per uur aan het Centraal

op zijn.”

Administratie Kantoor. Ja, dat is allemaal mooi geregeld.”

Het werd muisstil aan tafel. Ik – de ambtenaar – had duidelijk gescoord.

Een kwestie van goed inkopen

Kees doorbrak de stilte: “Kan ik ook niet voor de gemeente komen

“Hoe kan dat nou?” vroeg Kees, eigenaar van een schoonmaak­

werken, met zo’n aanbestedingsdinges?”

bedrijf. “Mij kost zo’n schoonmaakster al snel € 10 per uur. En dan

“Nee,” zei ik resoluut. “Misschien ben jij wel goedkoper, maar

moet ik er zelf nog aan verdienen. Voor minder dan € 17 plaats

wij kiezen in de eerste plaats voor kwaliteit, keuzevrijheid,

ik niemand.”

klanttevredenheid en transparantie. Stofzuigen op kantoor is

Mijn ambtenarentrots groeide. “Kwestie van goed inkopen.

nu eenmaal iets heel anders dan stofzuigen in de huiskamer. En

Wij betalen € 21 per uur aan de thuiszorgorganisaties waar we

trouwens... jij hebt niet eens een ISO-certificaat.” Harry de Zorginkoper

28 | Z kopers

juni 2009 | 29


E-health

E-health

Warme doktershand en ‘koele’ technologie vullen elkaar uitstekend aan

Telemedicine empowert patiënt Tekst: Els van Thiel

Telemedicine - zorg op afstand door middel van ict - kan het leven van ouderen en chronisch zieken gemakkelijker maken. Patiënten krijgen meer vat op hun ziekte en gaan een actievere rol spelen in het zorgproces. Telemedicine helpt ook bij het oplossen van personeelsproblemen in de zorg. Betekent dat een toekomst waarin slimme technologie het menselijke contact vervangt?

T

elemedicine, telezorg, tele­moni­ toring, thuistechnologie - de benamingen zijn net zo divers als de doelen en toepassingsmogelijkheden. In grote lijnen draait het bij telemedicine om drie doelen: diagnostiek, monitoring en alarmering. Om informatie die van de dokter naar de patiënt gaat en op dit moment nog vooral om informatie van de patiënt naar de dokter. Telemedicine kan in alle fasen van het primaire zorgproces een rol spelen. Succesvolle toepassingen zijn: tele­ dermatologie, fundus­fotografie, moni­ toring van mensen met hartfalen, COPD en diabetes. Een nieuwe loot is de telenefrologie voor mensen met een chronisch verminderde nierfunctie. Tot een echte doorbraak is het in Nederland nog niet gekomen. Er zijn tal van kleine projecten, vaak op lokaal niveau. We evolueren echter in rap tempo naar een situatie waarin telemedicine een institutionele activiteit

Dumay : “Successen kunnen alleen behaald worden als de techniek zinvol, bruikbaar en welkom is.” is en grote systeemaanbieders en zorginstellingen de belangrijke spelers zijn. “Laat je niet alleen leiden door wat technisch mogelijk is, maar denk ook in functionaliteiten en 30 | Z kopers

betaalbaarheid is natuurlijk ook een belangrijk punt. “Het is leuk als ik als kersverse ouder vanuit mijn huiskamer in de couveuse kan kijken op de afdeling neonatologie van het ziekenhuis, maar een klinische noodzaak is er niet. Waar liggen de grenzen? Ministerie en wetgever zijn nog druk in discussie over de vergoedingensystematiek.” Innoveren is noodzakelijk Sommige medisch specialisten voorzien dat er minder patiënten op het spreekuur zouden kunnen komen. Ook willen ze graag zicht hebben op de evidence als ze een nieuwe methode invoeren. Zorgprofessionals vrezen de kilte van de technologie en sommige patiënten zijn bang dat de techniek te hoog gegrepen is of vrezen het verlies van privacy als iemand zomaar in huis kan kijken. Gaapt er een kloof tussen de zorgwereld en de wereld van de technologie? Dat valt reuze mee, vindt Paul Smit, senior vice president van Philips Healthcare. “Vooral vrouwelijke zorgverleners willen maar één ding: functionaliteit. Verder geen toeters en bellen. Voor oudere patiënten, die de technologische ontwikkeling niet meegemaakt hebben, moet het patiëntenbewakingssysteem uiterst simpel zijn. We hebben geleerd hoe we dat moeten doen: door gebruik te maken van de televisie, een vertrouwd medium. En door simpele, gemakkelijk leesbare gebruiksaanwijzingen, die mensen niet het gevoel geven dat ze dom zijn.”

anderzijds levert het besparingen op doordat ik minder vaak in het ziekenhuis hoef te worden opgenomen en misschien langer kan blijven functioneren in het arbeidsproces. De vraag moet altijd zijn: wordt de patiënt er daadwerkelijk beter van? En staat er een redelijk kostenplaatje tegenover?”

Smit: “Mensen worden therapietrouwer en zorgen beter voor zichzelf (…) Ze krijgen een eigen, actieve rol in het beheersen van hun ziekte.” Innoveren is noodzakelijk om de grote problemen in de gezondheidszorg het hoofd te kunnen bieden, stelt Smit. “Door de vergrijzing groeit het aantal patiënten met hartfalen. Onze patiëntenbewakingssystemen vragen mensen twee keer per dag hun gewicht, bloeddruk en pols te meten. Die waarden worden automatisch opgestuurd naar een centrum waar getrainde verpleegkundigen ernaar kijken. Loopt een van de waarden buiten een bepaald veiligheidsbereik, dan belt de verpleegkundige de patiënt: ‘Wat is er met u aan de hand?’ Vaak blijkt dan dat mensen hun medicijnen zijn vergeten en vocht vasthouden. Vroeger werden patiënten naar het ziekenhuis gebracht, áls er tenminste op tijd iemand bij was. Als er niemand kwam, leidde dat vaak tot ernstige complicaties en soms tot de dood.” Actieve rol Of telemedicine personeelsproblemen opvangt, hangt van de specifieke dienst af, zegt Dumay. “Monitoring door een wijkverpleegkundige bespaart arbeid en daarmee kosten. In een uur telezorg kan ze met tien cliënten contact hebben, als ze fysiek de wijk in gaat, zijn dat er drie. Maar artsen en verpleegkundigen hebben een belangrijke sociale functie. Je zult altijd de balans moeten zoeken tussen de warme hand van de dokter of de zuster en de koelte van de technologie.”

Adrie Dumay, programmamanager Zorginnovatie bij TNO

eventueel op te schalen diensten,” adviseert Adrie Dumay, programmamanager Zorginnovatie bij TNO. “Successen kunnen alleen behaald worden als de techniek zinvol, bruikbaar en welkom is. Past de techniek in het werkproces van de arts? Als de dokter zijn e-mailberichten niet leest, heeft het aanvragen van een herhaalrecept via internet weinig zin. Als mijn gewicht tachtig kilo is, verschijnt dat getal dan ook op het scherm van mijn dokter? Of staat er tachtig milligram? Dat klinkt triviaal. Maar juist op dit soort schijnbaar simpele dingen kan het fout gaan.” Dumay vindt dat de kernvraag voor zorginkopers is: hoe kan zorgtechnologie bijdragen aan de verbetering van het zorgproces en aan de levenskwaliteit van de patiënt? De

Paul Smit, senior vice president van Philips Healthcare

De richting van telemedicine wordt nu nog vooral bepaald door wat de technologie ons te bieden heeft. Langzamerhand komen er initiatieven van de grond die voortkomen uit de zorgvraag, en niet uit het technologie-aanbod, zegt Dumay. “Als ik als hartpatiënt vaker gemonitord word, verbetert dat de kwaliteit van zorg. Enerzijds brengt dat kosten met zich mee,

Chronische patiënten krijgen alleen al door de aandacht van de verpleeg­kundige een beter gevoel over zichzelf, merkt Smit. “Dat het op afstand is, doet daar niets aan af. Mensen worden therapietrouwer en zorgen beter voor zichzelf, waardoor ze minder vaak in een crisissituatie raken. In de eerste plaats hoeven ze minder vaak naar het ziekenhuis. En in de tweede plaats juni 2009 | 31


E-health

E-health Column Geert Geertsema

Durf kwaliteit te herkennen De inkoopfunctie wordt nogal eens onderschat. In vacatures zie

deze vijver kunt u vast nog een kwalitatief goede inkoper vissen.

je dat mooi terug. Daarin wordt de inkoper of inkoopadviseur

Realiseer wel dat kwaliteit zijn prijs heeft. Goede inkopers zijn bij

gereduceerd tot een goede onderhandelaar met NEVI 1 en 2 op

uitstek de mensen die hun salaris dik terugverdienen. If you pay

zak. Maar vanuit mijn ervaring als inkoper én bemiddelaar weet

peanuts, you get monkeys.

ik dat je eigenlijk vooral oog moet hebben voor de competenties van een (nieuwe) inkoper.

leven ze langer doordat ze een beter zelfbeeld krijgen: ik ben de moeite waard, want iemand heeft belangstelling voor me, let op me. Dát is wat technologie kan doen! Patiënten voelen zich empowered, ze hebben een eigen, actieve rol in het beheersen van hun ziekte.” Die zorg kan op geen enkele andere manier geboden worden, stelt Smit. “Het is met menskracht niet op te lossen en dan hebben we dus de technologie nodig. Het gaat altijd om aanvullende zorg, de mens blijft aanwezig, al is het op afstand.” De wetgever stelt overigens dat telezorg alleen gebruikt mag worden nadat er eerst een fysiek consult heeft plaatsgevonden. Er komen baanbrekende innovaties aan. Bijvoorbeeld technologie voor diabetici om op een simpele en pijnloze manier bloedsuikers te prikken. Er is zo weinig bloed voor nodig en de prik van de naald is zo oppervlakkig dat de zenuwpunten niet worden geraakt. Er is een valdetector in ontwikkeling die automatisch een melding geeft, óók als de patiënt bijvoorbeeld in bad of op het toilet zit of bewusteloos raakt. Gaan we straks verzorgenden en verpleegkundigen vervangen door relatief dure technici, die alle systemen aan de praat houden? “Nee,” zegt Smit stellig. “Het gaat om op het internet gebaseerde systemen die zeer stabiel zijn. De technologie is gerijpt, vergelijk het met Google en Microsoft, waar dagelijks miljoenen mensen gebruik van maken.” ● 32 | Z kopers

Aandachtspunten voor de inkoper van telemedicine: • Hoe is het met de kwaliteit, bereikbaarheid en beschikbaarheid? • Is de technische ondersteuning goed geregeld? • Zijn de gebruikers opgeleid of getraind? • Is de dienst ingebed in de organisatie of is het een noviteit ernaast? • Zijn aansprakelijkheid, beveiliging en privacy geregeld? • Is de dienst eventueel aan te sluiten op het EPD of het landelijk schakelpunt? • Hoe zit het met kosten van aanschaf, beheer en onderhoud? • Kan de leverancier gelijke tred houden met technologische en medische ontwikkelingen?

Hoe herken je nou kwaliteit? Dat is vooral een kwestie van lef. Je moet er namelijk moeite voor doen om boven water te krijgen

Natuurlijk moet de inkoper zijn vak kennen, maar hij hoeft van

wat voor vlees je in de kuip hebt. Natuurlijk zegt een CV iets

uw product niet per se van de hoed en de rand te weten. Er

over iemand, en krijg je een gevoel in een gesprek. Maar ga

lopen genoeg inhoudelijk deskundigen rond in uw organisatie die

eens verder. Ik haal altijd zinvolle informatie uit een telefoontje

hem haarfijn kunnen vertellen wat er aangeschaft moet worden.

met een referentie. Dan bel ik niet degene die de sollicitant zelf

En juist in gesprek met die inhoudelijk deskundigen komt het

opgegeven heeft, maar ga ik op zoek naar iemand anders die met

op de competenties van de inkoper aan. Hij of zij moet goed

hem gewerkt heeft. Via alle netwerksites is dat tegenwoordig een

kunnen luisteren, de juiste vragen stellen en de essentie boven

makkie. Ik heb gemerkt dat je zo echt de verhalen boven tafel

tafel krijgen. De kunst is om goed met mensen om te gaan, maar

krijgt. Dan hoor je vanzelf of iemand jarenlang zijn stoel warm heeft

tegelijkertijd kritisch te zijn en niet klakkeloos de praatjes van

gehouden of een meerwaarde is geweest voor een organisatie.

een verkoper te geloven. Een inkoper is dan ook vooral een

Zelf heb ik iemand wel eens afgewezen na zo’n belrondje. Hier

communicator. Iemand die partijen verbindt. Ik merk dat zelf

aan tafel presenteerde hij zichzelf als daadkrachtig, als iemand

ook. De beste interimmers die ik op klussen zet, zijn sterk in

die ‘niet bang was om duidelijk te zijn’. Toen ik navraag deed,

communicatie. Bij hen is er nooit gedoe. Als er wel gedoe is,

bleek hij de waarheid een vriendelijke draai te hebben gegeven.

blijkt meestal dat dat een kwestie van communicatie is.

Bij eerdere klussen was hij als een olifant door de porseleinkast gegaan. Vast heel daadkrachtig, maar vooral een hork eerste

Oog voor competenties biedt u in ieder geval de mogelijkheid

klasse.

om ook eens verder te kijken dan de diploma’s op een CV. Het aantal inkopers in Nederland is schaars. Ik ken genoeg verkopers of marketeers die inkoopambities hebben. Ze zijn vaak

Geert Geertsema

communicatief sterk en kennen de aanbodzijde door en door. Uit

is directeur van inkoopadviesbureau Conducto BV

juni 2009 | 33


Dagboek

Dagboek

Unieke samenwerking ziekenhuis en zorgverzekeraar

Wordt geopend: centrum voor psychosomatische aandoeningen Tekst: Mirjam Bedaf

Medisch Centrum Leeuwarden en zorgverzekeraar De Friesland werken samen aan een centrum voor psychosomatische aandoeningen. Zkopers mag een kijkje in de keuken nemen. In deze eerste aflevering vertelt adviseur Mark Lenssen over de totstandkoming van dit bijzondere Friese initiatief.

I

’ n Nederlandse ziekenhuizen loopt een groot aantal patiënten rond met lichamelijke klachten waarvoor niet direct een lichamelijke oorzaak kan worden gevonden. Ook in het Medisch Centrum Leeuwarden,’ vertelt Mark Lenssen. Hij is adviseur bij Plexus en begeleidde het voortraject. ‘Artsen kunnen deze patiënten niet adequaat behandelen en de vaak ontevreden patiënten gaan vervolgens “rondshoppen” bij andere specialismen, in de hoop hier wel een oplossing te vinden voor hun klachten.’ Ziekenhuispsychiater Dorien Tulner van het Medisch Centrum Leeuwarden heeft daarom samen met een aantal medisch specialisten het initiatief genomen een centrum voor psychosomatische aandoeningen op te richten. Het doel van dit regionale centrum is de zorg voor deze groep patiënten effectiever en doelmatiger te maken. Eind 2009 zal de kliniek haar deuren openen.

34 | Z kopers

‘Shopgedrag’ Het centrum voor psychosomatische aandoeningen is het resultaat van een intensieve samenwerking tussen somatisch specialisten en psychiaters binnen het ziekenhuis, en het wordt gefaciliteerd door zorgverzekeraar De Friesland. Lenssen: ‘De Friesland is bereid een meerjarenovereenkomst aan te gaan om het centrum de kans te geven zich te ontwikkelen en de beoogde effecten daadwerkelijk te kunnen meten. Niet alleen medisch gezien, maar ook qua doelmatigheid: Neemt het shopgedrag van de patiënten inderdaad af? Zo ja, wegen de kosten van het centrum op tegen de besparingen vanwege het minder “rondshoppen”?’ Een van de eerste activiteiten die het centrum op het programma zet, is het regelen van de financiering voor het centrum volgens de nieuwe manier van bekostiging van innovatieve zorg. De aanloopkosten worden vergoed via de

beleidsregel Innovatie ten behoeve van nieuwe zorgprestaties. Zorgverzekeraars kunnen met deze tijdelijke betaaltitel zorgaanbieders betalen voor de nieuwe zorgprestatie. Lenssen ziet ook mogelijkheden voor soortgelijke initiatieven elders in het land. ‘Maar je moet niet vergeten dat het initiatief hier van het ziekenhuis kwam. Dergelijke projecten kunnen nooit van bovenaf opgelegd worden door bijvoorbeeld zorgverzekeraars. Het belangrijkste bij de totstandkoming is vertrouwen en transparantie. Medisch Centrum Leeuwarden en De Friesland hebben allebei hun kaarten op tafel gelegd en duidelijk gemaakt wat ze willen investeren en wat ze ervoor terug willen

hebben. Mijn taak was eigenlijk het samenbrengen van de verschillende belangen van patiënten, ziekenhuis en zorgverzekeraar. Dit project is een mooi voorbeeld van op het eerste gezicht tegengestelde belangen die een gezamenlijk doel niet in de weg hoeven te staan.’ ●

In de volgende aflevering vertellen Jelke Sloterdijk, account­ manager GGZ bij De Friesland Zorgverzekeraar, en Peter Littooij, financieel directeur van Medisch Centrum Leeuwarden, hóé de implementatie van het centrum tot stand komt.

juni 2009 | 35


Werkplein

Methoden en technieken Literatuur Hans Hopmans (beoordeling) - Mark van Seggelen (tekst)

Hoe kan zorginkoop duurzaam en succesvol zijn?

Het inkopen van kwaliteit Tekst: Bert Karssen, partner Significant | Fotografie: Isabel Nabuurs

The Purchasing Chessboard Slijpsteen voor ontwikkelingen in de inkoopstrategie

Ook zorginkopers moeten zich bekwamen in het doorgronden van

De inkoopstrategie volledig laten besturen door een algemeen model

veranderingen in het aanbodgedrag van leveranciersmarkten en

als ‘The Purchasing Chessboard’ is riskant en kan zelfs een tunnelvisie

individuele leveranciers. En dat dienen inkopers te vertalen naar een

bij de zorginkoper veroorzaken. Als inkoper moet je rekening blijven

eigen inkoop- en relatiestrategie. De schoonheid van het boek ‘The

houden met de details van je aanbiedersmarkt en het inkoopgedrag

Purchasing Chessboard’ is, dat het als een diagnose-instrument en

van je eigen organisatie en die van je concurrenten. Daarvoor zijn

slijpsteen kan worden gebruikt voor het ontwikkelen en verfijnen

analytisch vermogen, creativiteit en scenarioplanning onontbeerlijk.

van de inkoopstrategie. Het Engelstalige boek is geschreven door

De finetuning van de inkoopstrategie bepaalt het succes ervan, juist

vijf management- consultants van adviesbureau A.T. Kearney. Zij

in de complexiteit van de zorg(netwerk)economie.

hebben de ervaringen van 500 inkoopprojecten geanalyseerd. Vanuit die analyse beschrijven ze 64 inkoopmethoden - als de vakken op een schaakbord - die een inkoper kan inzetten om beste inkoopprestatie

Hans Hopmans over The Purchasing Chessboard:

te bereiken tegen de laagste kosten.

Voor

Het boek helpt de inkoper met het beantwoorden van de vraag: ‘wat

opgeschreven. Inhoudelijk niet altijd origineel of vernieuwend.

is nu een kansrijke inkoopstrategie om kosten te besparen?’ Daarbij

Maar heel veel kennis is overzichtelijk gecomprimeerd naar een

wordt uitgegaan van de aanbod- en vraagkrachten tussen inkopende

checklist die iedere inkoper kan gebruiken als slijpsteen voor

en verkopende partijen. ‘Het schaakbord’ is getest en toegepast in

zijn eigen strategieontwikkelingsproces. Geeft antwoorden op

de inkooppraktijk in landen als Australië, China, Frankrijk, Duitsland,

vragen als: ‘Hoe formuleer ik een inkoopstrategie?’ en: ‘Waar zou

Italië, Rusland, Verenigd Koninkrijk, Oekraïne en de VS. Voorbeelden

die strategie uit kunnen bestaan?’ Een functioneel en waardevol

van sectoren die er gebruik van maakten, zijn de auto-industrie,

boek. Waardering: 8.

iedere

inkoper

een

must-have-book.

energie- en nutsbedrijven en farmacie. Juist voor zorginkopers is het inspirerend dat er in dit boek is gekeken

The Purchasing Chessboard

naar sectoren buiten de gezondheidszorg. Een zorginkoper kan met

C. Schuh, R. Kromoser, M.F. Strohmer,

behulp van de 64 inkoopmethoden systematisch op zoek gaan naar

R. Romero Pérez en A. Triplat

de inkoopmethode die past bij zijn zorginkoopmarkt.

215 pagina’s, uitgever Springer

Een goed boek, een praktisch hulpmiddel, maar het gezonde verstand

ISBN: 978-3-540-88724-9

moet wel blijven prevaleren. Dat geldt ook voor de eigen creativiteit.

Meer informatie: www.purchasingchessboard.com

36 | Z kopers

Toegankelijk

Deze rubriek behandelt het onderwerp ‘methoden en technieken’ van de zorginkoop. Voor deze keer wil ik een uitzondering maken door wat minder op de methoden in te gaan. Ik zou nu vooral een richting aan willen geven waarin de zorginkoop zich zou moeten bewegen om succesvol te worden. En dat is: het inkopen van kwaliteit moet hét Leitmotiv zijn voor zorginkoop in de komende jaren (en daarna).

E

r zijn vele valkuilen en risico’s die ervoor zorgen dat het niet vanzelfsprekend is dat er bij zorginkoop gericht wordt op kwaliteit. De valkuilen liggen vooral bij (verkeerde) percepties van zowel de zorginkoper zelf, maar vooral ook van andere veldpartijen. Ik zal de risico’s een voor een langslopen en aangeven hoe hiermee moet worden omgegaan. Methoden en technieken komen daarbij zijdelings aan de orde. Risico 1: De kwaliteit van zorg is uitsluitend iets tussen klant en zorgaanbieder Deze gedachte moet worden beschouwd als een van de grote risico’s van het huidige stelsel, met name omdat deze gedachte leeft bij zorgaanbieders én ook de overheid. Uitgangspunt hierbij is blijkbaar dat concurrentie op kwaliteit langs de as van de zorgaanbiedersmarkt plaatsvindt en dat de zorgverzekeraar vervolgens uitsluitend de betaling van de geleverde zorg doet. Eenvoudig is echter vanuit een systeemperspectief aan te tonen dat in een dergelijk systeem weliswaar de voor de klant zichtbare kwaliteit omhoog zal gaan, dat dit klanten zal trekken, dat dit het inkomen van de zorgaanbieder verhoogt en dus excellente beroepsbeoefenaren trekt. Maar dat betekent ook dat de totale kosten van de zorg langs dit mechanisme verder zullen doorstijgen. Dit is een versterkend mechanisme, zie onderstaande figuur.

Bert Karssen juni 2009 | 37


Methoden en technieken

Methoden en technieken

Topzorg van Menzis). Maar dan zijn we er nog niet!

Voor cliënt zichtbare kwaliteit van zorg

Kwaliteit van zorg

Concurrentie prikkelt zichtbare kwaliteit Aantal concurrerende zorgaanbieders

Voor cliënt onzichtbare kwaliteit van zorg Kwaliteit van zorgaanbieders

Aantal patiënten dat kiest voor de zorgaanbieder

Boeiend werk

Zichtbare kwaliteit trekt klanten

Professionaliteit drijft kwaliteit op Aantrekkelijkheid van het beroep

Boeiend inkomen

De vraag is nu waar de balans tussen kwaliteit en kosten wordt opgemaakt. Juist hier ligt de rol van de zorgverzekeraar: het aanbrengen van de prikkel van de zorginkoop om balancerende mechanismen aan te brengen in het systeem. Kortom: kostenbeheersing kan alleen duurzaam tot succes leiden als de zorgverzekeraar kwaliteit inkoopt. Ook in de zorg geldt de volgende uitspraak die in de (reguliere) inkoop algemeen van toepassing is:

Inkopen op kosten leidt tot lagere kwaliteit, Inkopen op kwaliteit leidt tot lagere kosten.

Willem van Oppen, voormalig CPO KPN

Risico 2: Kwaliteit inkopen beperkt zich tot het inkopen van input of output Kwaliteitsindicatoren kunnen in drie typen worden ingedeeld: • Structuur- of systeemindicatoren • Procesindicatoren • Outputindicatoren: - Klantervaringen - Medische uitkomsten - Kwaliteit van leven Professionalisering van de zorginkoop zal ertoe leiden dat steeds meer outputindicatoren worden afgesproken met zorgaanbieders. Deze lijn is vooral duidelijk in de zorginkooptrajecten binnen de AWBZ, maar er zijn ook voorbeelden die deze trend ondersteunen in de Cure (denk aan 38 | Z kopers

Prestatieafspraken over out­ put (kwaliteit) focussen op dit moment (als ze al worden gemaakt) op klantervaringen (CQI) en medische uit­ komsten, bijvoorbeeld op basis van indicatoren van Zichtbare Zorg. Op zich is dit natuurlijk goed, maar échte uitkomsten moeten primair gaan over het realiseren van kwaliteit van leven in brede zin.

Juist deze aspecten van output maken doelgroepeninkoop en ketenzorg echt waardevol (met toegevoegde waarde) en bovendien leiden deze activiteiten tot verbeterde inzetbaarheid van mensen in de samenleving, op welke manier dan ook – en niet alleen in termen van economische productiviteit. Evident is dan dat kwaliteit inkopen ook leidt tot lagere kosten. Is het niet direct in termen van zorgkosten, dan is het wel in termen van totale maatschappelijke kosten. Dat dit kan, wordt aangetoond in de arbo-curatieve zorg, waarin afspraken op resultaat (uitkomsten) in termen van inzetbaarheid common practice worden. Het inkopen van resultaatzorg, dat is dus waar het allemaal om draait. Dat onderscheidt ook de zorgverzekeraar van de schadeverzekeraar, en het onderscheidt zorg inkopen van contracteren. Het is de taak van Zorgverzekeraars Nederland én van de individuele zorgverzekeraars om in Den Haag deze visie uit te dragen. Risico 3: Zorgverzekeraars durven niet te differentiëren Stel nu eens dat de eerste twee risico’s worden gemitigeerd. Het ligt dan voor de hand dat zorgaanbieders die kwaliteit van zorg aantoonbaar leveren (en dus resultaten boeken die de kwaliteit van leven verhogen en de inzetbaarheid van mensen vergroten), beter worden beloond dan andere zorgaanbieders. Nu geldt dat als de verzekerde niet weet dat deze zorgaanbieder beter is, een hogere prijs niet automatisch leidt tot een hogere beloning, omdat het volume niet noodzakelijkerwijs toeneemt. Het is dan dus voor zowel de klant als de zorgaanbieder gewenst dat zorgverzekeraars hun klanten ‘sturen’ naar de betreffende preferred providers. Afhankelijk van de strategie

van de zorgverzekeraar zal dat ‘zacht’ zijn (verleiden door middel van informatieverstrekking) of ‘hard’ (belonen voor goed gedrag, restitutiesysteem daadwerkelijk introduceren voor niet-gecontracteerde zorgaanbieders, enz.). Zorgverzekeraars die werken met gedifferentieerde contracten en klantsturing steken hun nek uit, met een goed onderbouwd doel. Te vaak wordt echter verondersteld dat klanten niet zitten te wachten op inperking van de keuzevrijheid. Maar is het niet zo dat voldoende keuzemogelijkheden de klant al tevreden stellen? En waardeert die klant het niet zeer dat de zorgverzekeraar via de zorginkoop afspraken maakt - zodat deze op korte termijn terecht kan in het ziekenhuis, waar dat eerst langer duurde? De verzekerde zal inzien dat de zorgverzekeraar waarde toevoegt aan het stelsel! Zorgverzekeraars mogen er best harder aan werken om het imago op dit punt op te vijzelen. Het is tevens opmerkelijk dat zorgverzekeraars zelfs met dit toekomstbeeld in het achterhoofd aarzelen om actief klanten te sturen. En dat ze zorgaanbieders, waarmee al jaren een relatie bestaat, melden dat ze het kwalitatief minder doen dan verwacht en dus een lagere vergoeding krijgen. Zachte heelmeesters…

Risico 4: Zorgverzekeraars zijn niet onderscheidend Ten slotte is kwaliteit in de inkoop dé manier voor zorgverzekeraars om zich onderling te onderscheiden. De verzekerde moet beter af zijn als deze de zorg krijgt ‘via’ de zorgverzekeraar dan als de verzekerde het zelf zou regelen. Kwaliteit van zorg (waaronder ook toegankelijkheid) is dan een van de onderscheidende aspecten, naast customer intimacy. Doelgroepeninkoop krijgt op die manier een serieuze invulling. Zorgverzekeraar A maakt afspraken dat 90% van de jongeren tussen 12 en 18 jaar na een voetbalblessure binnen x dagen weer naar school kan en binnen y weken weer normaal kan meesporten. De mate waarin een zorgverzekeraar hier goede inhoudelijke invulling aan kan geven, kan hem (tijdelijk) voordeel opleveren. De bekende tegenwerping is dan: “Daar profiteren ook de andere zorgverzekeraars van”. Ja, dat is waar. Maar ligt daar niet ook de maatschappelijke taak van de zorgverzekeraar? En lopen andere zorgverzekeraars daar niet op achter als deze propositie in de markt wordt gezet? Het is een kwestie van beter en sneller zijn dan de concurrent. Of, zoals ik laatst hoorde: “Een zebra moet niet harder rennen dan een leeuw, maar harder rennen dan een andere zebra”. ●

Vooruit denken Vooruit handelen Vindt u het niet meer dan vanzelfsprekend dat uw advocaat of notaris oplossingsgericht werkt? Geldt volgens u hetzelfde voor

actieve houding (“vooruit denken vooruit handelen”). Pro actief betekent ook het aanbieden van permanente juridische nascho-

snelheid en bereikbaarheid? Verwacht u tevens dat een goede dienst-

ling, seminars en nieuwsbrieven.

verlening niet met toptarieven gepaard gaat? Dan bent u bij ons aan

Bij ons kantoor werken ongeveer 60 juridische professionals. Zo

het juiste adres. In onze visie zijn bovenstaande elementen ook niet

staat een team van specialisten op het gebied van aanbestedings- en

meer dan randvoorwaarden binnen de juridische dienstverlening. U

mededingingsrecht voor u klaar. Gedetailleerde informatie hierover

mag van onze juridische dienstverleners meer verwachten: een pro

treft u aan op onze website www.vbk.nl.

Euclideslaan 51• Postbus 85005 • 3508 AA Utrecht • Telefoon 030 - 259 59 59 • Fax 030 - 259 55 00 • www.vbk.nl

april juni 2009 | 39


Opleidingen Column Walter Engelhart | Aanbestedingsadvocaat

Organisatie Erasmus Universiteit: ‘Macrobewegingen in de farmaceutische zorg’

Masterclass over de kansen van ondernemerschap Tekst: Mark van Seggelen

In het najaar van 2009 start Erasmus Academie met de vernieuwde masterclass ‘Macrobewegingen in de farmaceutische zorg’. “Deelnemers krijgen bagage mee voor ondernemerschap. Gezien de recente ontwikkelingen in de farmaceutische zorg is dit hard nodig. Ook voor zorginkopers is het goed om inzicht te krijgen in de complexe farmaceutische werkelijkheid. Het geeft hun handvatten bij hun werk.”

H

et preferentiebeleid van de zorgverzekeraars heeft tot een ware prijzenslag op de markt voor geneesmiddelen geleid. Apothekers zagen hun kortingen en bonussen grotendeels in rook opgaan. Meer dan in het verleden wordt van apotheken verwacht dat ze op grond van prijs en kwaliteit concurreren om de gunst van de klant. Er wordt in toenemende mate een beroep gedaan op een ander soort ondernemerschap van apotheken. Voor alle professionals in de farmaceutische zorg die zich willen verdiepen in recente ontwikkelingen op het gebied van de economie van de gezondheidszorg en ondernemerschap, organiseert Erasmus Academie in samenwerking met de Erasmus Universiteit Rotterdam de masterclass ‘Macrobewegingen in de farmaceutische zorg’. Andere vaardigheden Deze masterclass is breed van opzet, laat hoofddocent Marco Varkevisser, weten. “Tot onze doelgroep horen managers en ondernemers die werkzaam zijn bij zorgverzekeraars, in apothekersorganisaties, openbare- en ziekenhuisapotheken, groothandels, overheid en de farmaceutische industrie.” Varkevisser is werkzaam bij het instituut Beleid & Management Gezondheidszorg (iBMG) van de Erasmus Universiteit. “Ondernemerschap vraagt om andere capaciteiten en vaardigheden. De deelnemers krijgen bagage hiermee om te gaan. Ook gaan we in de masterclass op zoek naar de kansen en mogelijkheden die ondernemerschap voor de farmaceutische zorg te bieden heeft.”

40 | Z kopers

Zorginkopers De brede opzet van de masterclass maakt deze ook interessant voor zorginkopers. “De rol van de zorginkoper is de afgelopen jaren sterk veranderd. Ook zij hebben te maken met het complexe krachtenveld van de farmaceutische zorg. Kennisnemen van deze veranderende omgeving is daarom voor zorginkopers van belang. Bovendien kan de masterclass aardige discussies opleveren tussen aanbieders van farmaceutische zorg en de inkopers ervan.” De masterclass bestaat uit vier modules van elk twee dagen. Centraal in de modulen staat de vertaalslag naar de praktijk. “We besteden ook aandacht aan de rol van toezichthouders zoals de NMa en de NZa, de positie van de zorggebruiker in een veranderd stelsel en marketing- en managementtechnieken.” Een debat sluit de masterclass af. “Dat belooft bijzonder interessant te worden. Zorgverzekeraars UVIT en CZ gaan dan de discussie aan met apothekers over het zorginkoopbeleid. De mogelijkheden, knelpunten en belangentegenstellingen komen dan aan bod. Want hoe het ook zij: zorginkopers en apothekers hebben elkaar altijd nodig.”

De masterclass Macrobewegingen in de farmaceutische zorg vindt plaats op donderdag 17 en vrijdag 18 september, donderdag 8 en vrijdag 9 oktober, donderdag 29 en vrijdag 30 oktober 2009 en donderdag 19 en vrijdag 20 november 2009. Tijd: 10.00 tot 17.00 uur. Locatie: Erasmus Universiteit Rotterdam, complex Woudestein. Voor meer informatie en inschrijven: www.eur.nl/erasmusacademie/farmacie.

Kwaliteitsbeleving Die enkele keer dat ik privé uit eten ga, wil ik goed eten. Wanneer

gemeente Heerlen, die een ‘black list’ wil aanleggen van corrupte

ik een restaurant binnenkom en ik een kok tref die mij niet

leveranciers, waarbij de gemeente kennelijk ook leveranciers

allerhartelijkst ontvangt of wiens blik mij niet aanstaat, draai ik

meeneemt die onbetrouwbaar zijn gebleken of eerder slecht

me om. Ik verwacht dat het eten dan (ook) niet goed is. Volgens

hebben gepresteerd.

mij is het mensen eigen om hun kwaliteitsbeleving in belangrijke mate te relateren aan de persoon van de aanbieder in plaats van

Hoewel ik als mens geneigd ben hier een groot begrip voor de

aan het product als zodanig. In mijn praktijk kom ik geregeld

aanbesteders te koesteren, moeten zij vanuit juridisch oogpunt

tegen dat het belangrijker wordt gevonden dat de leverancier

op hun tellen passen. Ten eerste: een slechte prestatie in het

een ‘geschikte vent’ is, dan dat het product of de dienst tegen

verleden zegt feitelijk niets over hoe de leverancier in de toekomst

de optimale prijs/kwaliteitverhouding wordt verkregen.

presteert. Een eigen slechte ervaring met een leverancier leidt bovendien tot een subjectief oordeel. Ten tweede: in

Ik mag als persoon lekker ongenuanceerd mijn keuze voor de

welke gevallen denkt de gemeente Heerlen een leverancier

ene of de andere aanbieder maken, maar voor een inkoper die

gerechtvaardigd als onbetrouwbaar te kunnen bestempelen?

moet aanbesteden, ligt dit anders. Die inkoper zal voorop moeten

Moet hij in aanraking met justitie zijn geweest of is het verprutsen

stellen dat elke kandidaat die in staat moet worden geacht om

van een opdracht, zoals in het andere voorbeeld, al voldoende?

de opdracht uit te voeren, een eerlijke kans krijgt die opdracht

Let wel, in een aanbestedingsprocedure kunnen kandidaten

binnen te halen. En laten we wel wezen, het zijn van een geschikte

worden geselecteerd aan de hand van bijvoorbeeld (positieve)

vent zegt niets over het geschikt zijn om een opdracht goed uit

referenties. Als een kandidaat het gevraagde aantal referenties

te voeren.

kan overleggen, dan zal die kandidaat het dus objectief gezien nog niet zo slecht doen. Dat is dan een belangrijke aanwijzing dat

Wat nou te denken van de volgende situaties: een zorg­

die kandidaat ook de opdracht in kwestie aankan.

instelling heeft zich genoodzaakt gezien om een lopende leveringsopdracht te ontbinden wegens slecht presteren van de leverancier. De zorginstelling zal voor die opdracht een nieuwe aanbestedingsprocedure moeten uitschrijven, maar

Walter Engelhart

wil de betreffende leverancier daarvoor uitsluiten. Of dan de

is advocaat bij Van Benthem & Keulen advocaten & notariaat

juni 2009 | 41


Verdieping

Verdieping

Re-integratiebedrijven spelen volgens brancheorganisatie goed in op actualiteit

langer wordt, het steeds moeilijker wordt voor de werknemer om weer aan de slag te gaan. We weten nu dat onmiddellijke en intensieve begeleiding de kans op werkloosheid en arbeidsongeschiktheid verkleinen. En die visie geldt ook voor mensen zonder baan: hoe langer ze thuis zitten, hoe kleiner de kans op terugkeer in het arbeidsproces. Workfirst lijkt nu misschien niet zo creatief meer, maar dat is het natuurlijk wel. Met de wetgeving als steun in de rug - mensen krijgen en behouden niet meer zo makkelijk een uitkering - lukt het met Workfirst om mensen sneller weer aan het werk te krijgen. En dan gaat het soms om mensen die twintig jaar niet hebben gewerkt.’

‘Er ontstaan heel mooie pareltjes’ Tekst: Marieke Los

De leden van brancheorganisatie Boaborea voor werk, loopbaan en vitaliteit zijn op de goede weg, vindt directeur Carmen de Jonge. De re-integratiebedrijven hielpen de afgelopen vier jaar in opdracht van gemeenten en UWV 150.000 mensen aan het werk. Maar het kan altijd beter. Zo valt er volgens De Jonge nog wat te sleutelen aan het Blik op Werk-keurmerk.

Werkt het nieuwe participatiebudget die creativiteit in de hand?

Bijvoorbeeld?

‘Wij zijn inderdaad blij met het participatiebudget. Vroeger werkten de gemeenten met gescheiden budgetten. Dat was niet alleen erg ingewikkeld voor de cliënt en de gemeenten, ook voor de re-integratiebedrijven was dat vaak lastig. Als je naar de cliënten kijkt, heeft de problematiek vaak te maken met meerdere zaken. Met het participatiebudget zijn het educatiebudget, het inburgeringsbudget en het reintegratiebudget ‘ontschot’. Het is nu veel makkelijker om bijvoorbeeld iemand die ziek thuis zit te begeleiden en hem of haar direct ook te helpen met schuldhulpverlening. Als die schulden worden aangepakt, zal dat een positieve invloed hebben op het re-integratieproces. Deze nieuwe ontwikkeling heeft zeker invloed op de creatieve oplossingen die bedacht worden. Kijk naar de leerwerkarrangementen. Boaborea-leden hebben in het zuiden van Nederland onlangs een pilot afgerond waarbij 1.500 mensen aan een baan zijn gekomen. De reintegratiebedrijven halen bij werkgevers in de regio vacatures op die al lang openstaan. Ja, die zijn er nog steeds, zelfs in deze crisistijd. Wij beloven de werkgevers dat we mensen zoeken die qua competenties en gedrag passen bij die vacatures en zorgen vervolgens voor de nodige scholing. De werkgevers beloven een baangarantie van minimaal zes maanden. Tijdens de pilot bleek deze aanpak een groot succes. Het is een methodiek die zelfs in deze crisistijd werkt en nodig is. Er ligt nu een convenant tussen Boaborea, UWV-werkbedrijf en de projectdirectie Leren & Werken van de ministeries van SZW en OCW voor 10.000 banen in heel Nederland.’

‘Neem de kijk op werknemers die ziek thuis zitten. Vroeger hield men er de filosofie op na dat mensen vooral goed uit moesten kunnen zieken - met rust laten dus. Consequentie was: weinig contact tussen werkgever en werknemer. Soms liep men zelfs met een grote boog om elkaar heen. Nu is dat heel anders. We hebben gezien dat naarmate het verzuim

Je zegt het zelf al: in deze crisistijd zijn er nog steeds moeilijk invulbare vacatures waar re-integratiebedrijven mee aan de slag kunnen. Maar de leden van Boaborea worden ook opgeroepen hard te trekken aan de werknaar-werktrajecten, waarbij mensen die hun baan

Boaborea is in 2006 ontstaan uit een fusie tussen brancheorganisatie Borea en de organisatie voor Arbodiensten Boa. Volgens drs. Carmen de Jonge, sinds de fusie directeur van Boaborea, is er de afgelopen tien jaar veel veranderd in ‘re-integratieland’. ‘In de jaren ’90 zijn er veel inspanningen gedaan om mensen weer aan het werk te krijgen, maar er was weinig tastbaar resultaat. Daar werd ook niet op afgerekend. De afgelopen jaren is daar ontzettend veel in veranderd. Als je ziet dat onze leden, ongeveer 150, de afgelopen vier jaar 150.000 mensen weer aan het werk hebben gekregen, dan stemt dat best tot tevredenheid.’

Welke maatregelen en veranderingen hebben bijgedragen aan die omslag? ‘Het opdrachtgeverschap van UWV en gemeenten is geprofessionaliseerd en zeker ook de uitvoering. De reintegratiebedrijven zijn veel creatiever geworden en zitten samen met de opdrachtgevers nog steeds in dat creatieve proces. Er worden steeds weer nieuwe projecten bedacht die de re-integratie bespoedigen. Maar ook de visie op reintegreren is veranderd.’

42 | Z kopers

Carmen de Jonge

dreigen te verliezen al begeleid worden naar een nieuwe baan. Zijn er nu of op de korte termijn nog wel voldoende plaatsen op de arbeidsmarkt voor moeilijk plaatsbare werklozen? ‘Re-integratiebedrijven creëren geen werk. We proberen de afstand te verkleinen tussen werkzoekenden en werkgevers. En we proberen de periode te verkorten. Ook wij hebben helaas geen invloed op de macro-economische ontwikkelingen. De werkloosheid is nu nog laag, rond de 4,4%. Maar de verwachting is dat de werkloosheid in Nederland de komende tijd zal stijgen tot 6 of zelfs 7%. En dat is kritisch. Dan zijn er in ieder geval voor een bepaalde tijd gewoonweg te weinig banen. Maar ook op die situatie proberen we creatief in te spelen. Je kunt daarbij denken aan een plan voor een groot bouwbedrijf in Brabant, dat momenteel in zwaar weer verkeert. De kans is groot dat daar mensen uit moeten. Heel professionele mensen, waar in betere economische tijden weer een schreeuwend tekort aan zal zijn. We zijn nu aan het kijken of we die mensen in een soort banenpool voor de bouw kunnen krijgen. Zo houden we ze zo veel mogelijk aan de slag en als het weer beter gaat met hun bedrijf, kunnen ze daar weer naar terug. Ik denk niet dat de van-werk-naar-werkinitiatieven de plaatsings­ kansen van mensen die op het oog moeilijker plaatsbaar lijken ernstig in de wielen zullen rijden. Bovendien zijn deze initiatieven belangrijk. Hiermee kunnen we voorkomen dat we er een nieuwe groep langdurig werklozen bij krijgen. Maar dit alles betekent zeker niet dat we de groep die het nu al moeilijker heeft op de arbeidsmarkt, als Wajongeren, ouderen en allochtonen, nu maar links moeten laten liggen.’ Borea lanceerde in 2002 een keurmerk voor haar leden. In 2005 werd dat keurmerk ondergebracht in de stichting Blik op Werk. In het stichtingbestuur hebben alle betrokken partijen zitting: werkgevers- en werknemersorganisaties, de Landelijke Cliëntenraad, UWV en VNG. De Jonge: ‘Het Blik op Werk-keurmerk werd ondergebracht in een stichting omdat we ons realiseerden dat het niet goed was dat iedere partij een eigen keurmerk had. In die tijd ontstonden er verschillende keurmerken. Nu alle betrokkenen vertegenwoordigd zijn in de stichting en kunnen meepraten over de voorwaarden en eisen, is de behoefte aan een eigen keurmerk er niet meer.’ Het Blik op Werk-keurmerk is niet zozeer procesgericht, maar met name resultaatgericht, licht De Jonge toe. ‘Het keurmerk meet het nakomen van de afspraken en de resultaten. Verder wordt de klanttevredenheid gemeten. Een bedrijf met een Blik op Werk-keurmerk moet daarmee minimaal een 6,5 halen om het keurmerk te behouden.’ Om lid te worden van Boaborea moet een bedrijf binnen een bepaalde tijd het Blik op Werk-keurmerk halen. Andersom hoeft een bedrijf dat het keurmerk wil hanteren, niet lid te zijn van Boaborea. juni 2009 | 43


Verdieping

Is Boaborea tevreden over de werking van het keurmerk? ‘Nee, we zijn niet helemaal tevreden. We vinden het jammer dat de opdrachtgevers, gemeenten en UWV zich nog te weinig aantrekken van het keurmerk. Ter illustratie: Het UWV doet met 1.800 bedrijven zaken. En er zijn bijna 250 bedrijven Blik op Werk-gecertificeerd. Die laatste zijn bedrijven die serieus werk maken van kwaliteitsborging. Het UWV hanteert wel inkoopkaders die gelukkig al veel overeenkomsten hebben met de kwaliteitseisen van het Blik op Werk-keurmerk. Maar in deze situatie kom je toch bijvoorbeeld een bedrijf tegen dat de re-integratie aanpakt met Tarot-kaarten. De hele Tweede Kamer stond op zijn achterste benen, en terecht. Verder wordt bij het Blik op Werk-keurmerk gemeten op prestatie. UWV en gemeenten trekken zich daar inderdaad nog te weinig van aan. Maar ik, als belastingbetaler, zou heel graag precies willen weten wat er met mijn centen gebeurt. Bij bijna 250 re-integratiebedrijven is dat inzichtelijk. Bij de rest, zo’n 1.600, niet. Er is jaarlijks een re-integratiebudget van 2 miljard. Van 17%, zo’n 360 miljoen, weten we nu wat ermee gebeurt: de afgelopen vier jaar meer dan 150.000 mensen duurzaam aan het werk en de gemiddelde tevredenheid is gestegen naar een ruime 7. Er is niet te controleren wat er met die overige anderhalf miljard gebeurt. Als het gaat om zoveel geld en zulke grote belangen, dan moet je je willen verantwoorden.’

Verdieping

Ook onder invloed van het IRO-traject, waarbij cliënten van het UWV een eigen budget krijgen waarmee ze zelf een re-integratietraject kunnen inkopen, komen er steeds meer ZZP’ers die als loopbaancoach aan het werk gaan. Wat kunnen Boaborea en Blik op Werk voor hen betekenen? ‘Re-integratiebegeleider is geen beschermde titel. Ieder­een kan zich zo noemen. De vereniging voor loopbaan­professionals Noloc vindt het gelukkig ook belangrijk dat er aan kwaliteitsborging wordt gedaan. Zij stimuleren ZZP’ers om zich bijvoorbeeld te groeperen in netwerken of maatschappen en dan als groep het Blik op Werk-keurmerk halen. Die groep zou zich ook kunnen aanmelden als lid van Boaborea, maar dat hoeft voor mij helemaal niet, hoewel het natuurlijk altijd leuk is - meer leden. Verder wil het UWV de IRO-audit aanpassen. Nu wordt een ZZP’er door het UWV getoetst als hij IRO-cliënten wil begeleiden. Wat het UWV nu wil is, dat als een ZZP’er een bepaald aantal IRO-cliënten gaat begeleiden, hij het Blik op Werk-keurmerk moet hebben. Dit moet volgend jaar ingaan. De discussie gaat nu nog om dat bepaalde aantal. Maar daar komen we samen uit. Dit is natuurlijk een heel belangrijk winstpunt. Zo hebben IRO-cliënten niet alleen een ruime keuze, maar komt er ook meer transparantie over resultaat en tevredenheid. Overigens zijn de tevredenheidsonderzoeken van de gecertificeerde bedrijven voor alle IRO-cliënten inzichtelijk op de Blik op Werk-site.’

Hoe kijkt Boaborea aan tegen de kwaliteit van de paar grote re-integratiebedrijven in Nederland? Deze bedrijven zijn ontstaan doordat UWV en gemeenten strakke aanbestedingen deden, waarbij vooral naar de prijs werd gekeken. Bedrijven gingen onder de prijs zitten om de klus binnen te halen en moesten uitbreiden om rendabel te kunnen blijven. ‘Het klopt dat bij grootse aanbestedingen de inkopers bepaalden hoe de dienstverlening eruit ging zien en tegen welke prijs. Dit had tot gevolg dat er soms tegen te lage prijzen werd geleverd, met beloftes waar de bedrijven niet aan konden voldoen. Soms leidde dat ertoe dat de prestaties niet werden gehaald en vielen bedrijven om. Of werden delen afgestoten. Maar vaak ook leidde dat tot innovatie, waardoor trajecten substantieel goedkoper werden met behoud van kwaliteit. En dus is een aantal bedrijven goed doorontwikkeld. Ze hebben hun resultaten verhoogd, de tevredenheid van hun klanten is groter en de prijs van een traject is lager. Dat zijn de consequenties van marktwerking en daar was het volgens mij allemaal om begonnen. Je ziet heel mooie pareltjes ontstaan. Bijvoorbeeld re-integratie­ bedrijven die gaan samenwerken met woningcorporaties, waarbij cliënten niet alleen begeleid worden door de corporaties, maar ook door de re-integratiebedrijven. Zo krijgen en houden ze niet alleen een woning, maar komen ze ook weer aan het werk of gaan ze weer naar school. Prachtig toch?’

Wat zijn de toekomstplannen van Boaborea? ‘We hebben ambitieuze plannen voor de verdere integratie van de arbo- en de re-integratiedienstverlening. We zien dat de technieken en methodieken van de interventiebedrijven voor werknemers en werkgevers al langere tijd zeer nuttig kunnen zijn bij langdurig werklozen. Een bouwvakker die lang thuis zit omdat hij last van zijn rug heeft, kan veel hebben aan begeleiding en coaching bij zijn gezondheid en uiteraard zijn belasting en belastbaarheid. Maar ook de technieken en methodes van de re-integratiekant zijn toepasbaar in het bedrijfsleven. Lifetime employment kennen we eigenlijk niet meer. Werknemers kunnen bewuster worden van hun loopbaanmogelijkheden en -onmogelijkheden. De technieken en methodieken voor loopbaanbegeleiding die we toepassen bij moeilijk plaatsbaren, zijn ook te gebruiken voor werknemers. We streven dus een kruisbestuiving na. En die gaat nog verder door nieuwe methodieken van gezondheidsmanagement, waarbij de (potentiële) werknemer actief tools in handen krijgt om gezondheidsproblemen te voorkomen. Om meer mensen aan het werk te krijgen en zoveel mogelijk mensen aan het werk te houden. Dat is nodig als we naar de toekomst kijken. Als de crisis voorbij is, zal er naar verwachting een tekort aan beroepskrachten zijn. Iedereen moet dan, waar mogelijk, kunnen deelnemen op de arbeidsmarkt.’ ●

Wat zou hieraan moeten worden gedaan? ‘Gelukkig heeft het UWV zich de kritiek van ondermeer Boaborea hierover aangetrokken en is ook met ons in gesprek hoe dit op te lossen is. Hopelijk volgen gemeenten en werkgevers- en werknemersorganisaties. Het is ook in hun belang. Ze geven een deel van hun budget uit aan niet-gecertificeerde bedrijven. Ook zij willen waar voor hun geld. Maar het is lastig voor gemeenten en UWV om eisen te stellen, vooral door Europese wet- en regelgeving met betrekking tot openbare aanbestedingen. In hoeverre mag je grenzen leggen bij een aanbesteding? Maar daar zijn openingen voor. In overleg met de Landelijke Cliëntenraad is het UWV daar nu naar aan het kijken. Verder zie je met name bij gemeenten dat ze geneigd zijn in zee te gaan met bedrijven uit de gemeente zelf. En dan maakt het even niet uit of ze wel of niet een keurmerk hebben. Gemeenten kunnen ook zeggen: ik wil wel met jou zaken doen, maar dan moet je wel binnen een afgesproken termijn je certificaat halen.’

44 | Z kopers

juni 2009 | 45


Elektronische zorginkoop

Onderwerp categorie

Regio Leiden maakt gebruik van elektronische toewijzingsmodules

Factureringsproces

Elektronische zorginkoop is heel gebruiksvriendelijk

Systeemkoppelingen

“Iedere klant krijgt de hulp die hij aanvraagt. Dat was in het verleden niet het geval.” Dat is de mening van Chrik Duyvendak over de elektronische zorginkoopmodules van Stipter. Hij is senior beleidsmedewerker van de gemeente Oegstgeest.

S

Selectiecriteria De genoemde gemeenten zijn gewend om samen te werken in de Wmoaanbesteding. “Vanwege kosten­ besparing trekken we gezamenlijk op. De samenwerking met de gemeenten en Stipter verliep probleemloos. Speciale wensen werden door het bedrijf adequaat ingevuld.” Duyvendak merkt op dat ook andere inkoopvormen tegen het licht zijn gehouden. “De elektronische zorginkoop biedt echter ruimte voor selectiecriteria, zoals snelheid van leveren en andere klantvoorkeuren. De klant kan zijn persoonlijke voorkeuren aangeven voor een zorgaanbieder die hij in huis wil hebben of juist niet. De hulpvraag wordt altijd ingevuld; óf door de voorkeurspartij óf door een 46 | Z kopers

Advies en consultancy

andere zorgaanbieder. Dat konden we voorheen niet altijd garanderen. Wachtlijsten zijn er niet meer. De zorgvrager krijgt altijd hulp geboden, wanneer hij wil. Dat heeft mede bepaald dat we kozen voor elektronische zorginkoop.” Zorgaanbieders Zorgaanbieders die inschrijven krijgen een raamcontract van de gemeente aangeboden, wat hen toegang geeft tot de website waarop de individuele zorgvragen gepubliceerd worden. Hierop kan per zorgvraag door alle aanbieders geboden worden. Het toewijzen per zorgvraag is laagdrempelig, waardoor ook nieuwkomers de markt kunnen betreden. “Bij het elektronisch inkopen bepaalt de aanbieder zelf op hoeveel zorgvragen hij biedt. Dat kan afhangen van de beschikbaarheid van personeel, gewenste omzetgroei of de korting die hij ervoor over heeft om de zorg te leveren. Zorgaanbieders zijn tevreden met het systeem. Er is nu veel meer dynamiek in de aanbiedersmarkt gekomen en ook meer ruimte voor kleinere zorgaanbieders. In Oegstgeest zijn nu negen zorgpartijen actief. De gemeente heeft ook een klanttevredenheidsmeting in gang gezet. Klanten beoordelen zorgaanbieders met een cijfer. Het gemiddelde cijfer komt op de website van de gemeente te staan. “Dat maakt de zorg inzichtelijker en transparanter.” In Oegstgeest onderzoekt men of Stipter nog voor andere voorzieningen ingezet kan worden, zoals bijvoorbeeld bij het Chrik Duyvendak leveren van hulpmiddelen. ●

Materiële controle

Dynamisch selecteren

Tekst: Mark van Seggelen

inds 1 januari 2009 maakt de regio Leiden gebruik van de elektronische toewijzingsmodule van Stipter voor het inkopen van Wmo-zorg. De regio Leiden bestaat uit de gemeenten Leiden, Leiderdorp, Voorschoten, Kaag en Braassem, Zoeterwoude en Oegstgeest. In deze laatste gemeente is Chrik Duyvendak werkzaam als senior beleidsmedewerker en daarvoor was hij Wmo-projectleider van de regio Leiden. De ervaringen met de zorginkoopmodules van Stipter zijn zeer positief, laat Duyvendak weten. “De webapplicatie van Stipter wordt ingezet bij het inkopen van huishoudelijke hulp op individueel cliëntniveau. De consulenten van de gemeenten zijn bijzonder te spreken over het gebruikersgemak.” Volgens hem is het ook een groot voordeel dat het klantenbestand in één systeem zit. “Het databestand is nu overzichtelijker en completer.”

Klanttevredenheid meten

Managementinformatie

Klantgidsen

Transparantie in zorginkoop De zorgmarkt is complex. Er zijn veel verschillende aanbieders, elk met hun eigen specifieke invulling. U wilt voor elke individuele zorgvraag de juiste zorgaanbieder selecteren? Hoe krijgt u de juiste prijs/kwaliteit verhouding? Hoe houdt u een sluitende administratie bij en controleert u of de klant de zorg krijgt die is afgesproken? Stipter maakt het simpel. Wij bieden dynamische webtoepassingen voor selectie, contractering, administratie, kwaliteitsmeting, facturering, controle en alle andere stappen van uw inkoopproces. U bepaalt zélf welke instrumenten u inzet. Stipter zorgt ervoor dat u de best mogelijke zorg inkoopt voor uw klanten. Na elke geleverde zorg meten wij de individuele klanttevredenheid waarmee u continu kunt bijsturen voor een nóg beter resultaat. Efficiënt inkopen en maximale ondersteuning bij de uitvoering? Ga snel naar www.stipter.nl

De beste zorg tegen úw voorwaarden Stipter. Amerstraat 100, 2307 BB Spijkenisse, (0181) 613947, info@stipter.nl, www.stipter.nl juni 2009 | 47 13316 Adv. Zkopers 185x268 mm.indd 1

03-06-2009 15:57:15


Onderwerp categorie

48 | Z kopers

Zkopers editie 3  

Derde editie van Zkopers. Het vakblad voor zorginkopers

Read more
Read more
Similar to
Popular now
Just for you