Page 1

JAAROVERZICHT 2017

START NIEUWE STRUCTUUR RAI VERENIGING 1

JAAROVERZICHT 2017


Inhoud & Colofon

3

INLEIDING

4

SECTIE PERSONENAUTO’S EN LICHTE BEDRIJFSWAGENS

7

SECTIE ZWARE BEDRIJFSWAGENS SECTIE RAI AFTERMARKET SECTIE RAI EQUIPMENT SECTIE RAI AUTOMOTIVE INDUSTRY SECTIE FIETSEN

9 12 14 17 20 23 26

SECTIE RAI CARROSSERIENL SECTIE SCOOTERS SECTIE MOTOREN

Jaaroverzicht 2017 is een uitgave van RAI Vereniging Postbus 74800 1070 DM Amsterdam Telefoon (020) 504 49 49 www.raivereniging.nl Productie Markant Media Eindredactie Cees Boutens (RAI Vereniging) Redactie Menno Timmer Fotografie Ton van Til Vormgeving MB voorheen VMTB Druk W.C. Den Ouden

JAAROVERZICHT 2017

2


Inleiding

Rol van autoriteit in de mobiliteit verstevigen Het jaar 2017 betekende de officiële start van de nieuwe sectiestructuur binnen RAI Vereniging. Met de omslag van 5 afdelingen naar 9 homogene secties werd volgens voorzitter Steven van Eijck aanzienlijk beter aangesloten bij zowel de wensen en behoeften vanuit de achterban als die van de stakeholders. De structuurverandering zorgde op tal van terreinen voor meer dynamiek, een verbeterde slagkracht, een effectievere lobby en een intensievere samenwerking met andere organisaties. Met als uiteindelijke doel ieder individueel lid meer toegevoegde waarde te kunnen bieden.

organisaties binnen RAI Vereniging. Voorbeelden zijn de fusie met CarrosserieNL in RAI CarrosserieNL en de beoogde nauwere samenwerking met AutomotiveNL.

NEW MOBILITY FOUNDATION

anleiding voor de reorganisatie was om RAI ­Vereniging beter toe te rusten voor de toekomst en de belangen van de eigen achterban alsmede die van de voornaamste stakeholders, in het belang van de mobiliteitsindustrie, optimaal te kunnen bedienen, zegt Van Eijck. ‘Dit resulteerde onder meer in het opstellen van strategische agenda’s, die een nauwkeurig inzicht verschaften waarop RAI Vereniging nu eigenlijk per sectie wordt afgerekend. Dat werd namelijk manifest nadat die afzonderlijke strategische agenda’s werden vertaald in de daarbij behorende behoeften per sectie op het gebied van inhoudelijke ondersteuning, activiteiten, communicatie, public affairs etc., in combinatie met een toegesneden begroting.’

Als het gaat om het imago van de mobiliteitsbranche heeft de sector volgens Van Eijck en De Bruijn een lastige periode achter de rug. Voortdurende discussies over fileleed, emissies, CO2-­ uitstoot, maar ook snorscooters en snelle e-bikes zorgden regelmatig voor gefronste wenkbrauwen. In het verslagjaar werd, zoveel mogelijk samen optrekkend met andere organisaties, het maximale gedaan om die beeldvorming te kantelen. Een positief initiatief dat beiden in dit verband willen vermelden is de oprichting van de New Mobility Foundation, waarvan oud minister-president Jan Peter Balkenende voorzitter is. Van Eijck stelt verheugd vast dat er inmiddels in Europa enthousiasme voor dit model blijkt te bestaan. ‘Begin juni heeft ACEA ons gevraagd om in Berlijn voor alle 28 landen de New Mobility Foundation te introduceren. In oktober heb ik samen met Olaf de Bruijn op mondiaal niveau bij de OICA een presentatie gehouden over hoe je als mobiliteits­ organisatie kunt bijdragen aan een ‘inclusive society’. Oftewel een inclusieve samenleving, waarin mobiliteit geen beletsel mag zijn om volwaardig deel te mogen en kunnen nemen aan de maatschappij.’

PLAN DE CAMPAGNE

125 JAAR RAI VERENIGING

Vervolgens is een inventarisatie gemaakt van wat de diverse ­stakeholders, zoals ministeries, toezichthouders, collega-brancheorganisaties (ANWB, VNA, BOVAG, FOCWA), Europese en internationale koepels (ACEA, FIGIEFA, CLEPA, OICA) feitelijk van RAI Vereniging verwachten. Van Eijck: ‘uiteraard stonden ook hier de wensen en voorkeuren van de verschillende secties centraal. Dit alles heeft zijn weerslag gekregen in een “plan de campagne” voor de komende jaren.’

Kijkend naar de toekomst stellen beiden vast dat RAI Vereniging zich langzamerhand aan het transformeren is in de richting van autoriteit in de mobiliteit. ‘Wat dat betreft is 2018 een optimaal jaar om dit in het DNA van de organisatie te verankeren. Dan bestaat RAI Vereniging namelijk 125 jaar en dan zullen bestaande én nieuwe activiteiten, ook inhoudelijk, nadrukkelijk in het licht staan van die boodschap.’

A

INTEGRATIE EN SAMENWERKING Directeur Olaf de Bruijn voegt hier aan toe dat de reorganisatie niet alleen gevolgen heeft gehad voor de personele bezetting, maar eveneens heeft geleid tot het aangaan van samenwerkingsverbanden met andere partijen. Onder andere de Mobiliteits­ alliantie, die als doel heeft via een gezamenlijk lobbytraject ­Nederland beter bereikbaar te maken en te houden. Een, zo benadrukt Van Eijck, uiterst vruchtbaar initiatief dat ­inmiddels in het regeerakkoord is overgenomen. In andere gevallen leidde de structuurwijziging tot de integratie van externe

3

Dr. Steven R.A. van Eijck, Algemeen voorzitter

Olaf de Bruijn, Algemeen directeur

JAAROVERZICHT 2017


sectie Personenauto’s en Lichte Bedrijfswagens

‘De auto-industrie is er klaar voor, nu het juiste overheidsbeleid nog’

Steven van Eijck, voorzitter sectie P­ ersonenauto’s en Lichte Bedrijfswagens


sectie Personenauto’s en Lichte Bedrijfswagens

Met de komst van een nieuwe regeringsploeg wil de sectie namens de mobiliteitsindustrie graag een bijdrage leveren aan de kabinetsplannen. Wij willen daar echt de schouders onder zetten, zegt voorzitter Steven van Eijck. ‘Auto’s moeten immers schoner, veiliger, zuiniger, en tenslotte emissieloos worden. Maar de klimaat­doelstellingen zijn uiteindelijk onhaalbaar als niet de mogelijkheid bestaat het Nederlandse wagenpark zo spoedig mogelijk te vernieuwen. Dat lukt alleen door het juiste beleid te voeren in Nederland. De auto-industrie kan inmiddels emissieloze auto’s leveren maar dat lukt alleen in combinatie met effectief overheidsbeleid’.

B

PM ONHOUDBAAR

Van Eijck legt uit dat België in 2016 met 11,3 miljoen inwoners 563.000 nieuwe auto’s werden verkocht. In Nederland bleef de teller steken bij slechts 383.000 eenheden bij een bevolkingsaantal van maar liefst 17,1 miljoen. Dat is een merkwaardige ­onbalans, zegt hij en wijst er op dat er in ons land jaarlijks bovendien nog eens 200.000 parallel ingevoerde vaak jong gebruikte auto’s worden aangeschaft. ‘Met de BPM als kwade genius. Die aankoopbelasting maakt auto’s in eigen land verhoudingsgewijs duur en leidt dus via ‘voordeel­ constructies’ aan de grens ook nog eens tot ongewenste import, waarbij de officiële merkdealer en importeur buiten spel komen te staan.’ Wat de sector als een graat in de keel zit betoogt hij, is de ­onmogelijkheid om een serieuze bijdrage te kunnen leveren aan de doelstellingen van de overheid, terwijl diezelfde overheid iets intact laat dat niet meer van deze tijd is.’

STRATEGISCHE AGENDA Net zoals voor alle andere secties geldt, stond het opstellen van een strategische agenda het afgelopen jaar centraal. Dit heeft, vertelt sectiemanager Wijnand de Geus, geresulteerd in een plan van aanpak (smarter, efficiënter, doelmatiger) en een daarop geënte begroting die recht doet aan de activiteiten van de sectie zonder, zoals in het verleden nog het geval was, tot in lengte van jaren de financier te zijn en blijven van andere delen van de organisatie. Belangrijk daarbij is ook dat we het kosten­niveau voor onze leden met maar liefst 25 procent hebben weten terug te brengen.

MARKTONTWIKKELINGEN De Geus omschrijft 2017 als een jaar waarin de autoverkopen geleidelijk weer de weg omhoog vonden. Bleef de markt in 2016 nog steken op krap 383.000 nieuwe personenauto’s, het afgelopen jaar eindigde met een plus van 8 procent tot zo’n 415.000 voertuigen. De vooruitzichten voor 2018 zijn eveneens veel­belovend. Een analyse van RAI Vereniging en BOVAG laat zien dat de afzet van nieuwe personenauto’s in dat jaar naar verwachting licht zullen toenemen tot 430.000 eenheden. De eindstand is met enige onzekerheidsmarges omkleed, omdat de effecten van de nieuwe WLTP-emissietest (die meet de CO2-uitstoot waaraan de BPM is gekoppeld) nog onduidelijk zijn. Daarnaast hebben de hoge aantallen parallel geïmporteerde jonggebruikte auto’s een blijvend effect op de nieuwverkoop. Het herstel is weliswaar broos, maar het diepste dal ligt achter

5

ons, stelt De Geus vast. ‘Veel marktverstorende effecten, met uitzondering van de BPM uiteraard, zijn verdwenen. Naar verwachting zal de opgaande lijn zich voortzetten. Dat geldt eveneens voor de bestelautomarkt die in 2017 zal uitkomen op een volume van zo’n 73.600 eenheden (+ 4,6 %).’ Een aparte categorie die de sectiemanager wil uitlichten is private lease. ‘Die is booming. Alleen ontbreken helaas nog goede statistieken van dit segment. Daarom is de sectie gestart met een onderzoek naar het opzetten van een eigen RAI s­ tatistiek om de privateleaseregistraties inzichtelijk te maken. Een omvangrijke klus die begin 2018 moet zijn geklaard.’

NATIONAAL MOBILITEITSDEBAT Een van de speerpunten die in 2017 de beleidsagenda van de sectie personenauto’s en lichte bedrijfswagens domineerde was om aan boord te komen bij het nieuwe kabinet. Een activiteit die daar een aanzienlijke rol bij vervulde was het, door de M ­ obiliteit­s­­­­alliantie georganiseerde, Nationaal Mobiliteitsdebat op 9 maart in de aanloop naar de landelijke verkiezingen. Zo’n 300 aan­wezigen waren bij die bijeenkomst getuige van een levendige discussie tussen de zes grote politieke partijen, waarbij u­ it­stekend ruimte

‘We doen de overheid graag een handreiking om de klimaatdoel­ stellingen te bereiken’

Wijnand de Geus, Sectiemanager ­Personenauto’s en Lichte Bedrijfswagens

JAAROVERZICHT 2017


sectie Personenauto’s en Lichte Bedrijfswagens

was om de politici heldere oplossingen aan te dragen voor de komende regeerperiode. Via het lidmaatschap van VNO-NCW slaagde de sectie er bovendien in om mobiliteits­­onderwerpen prominent op de agenda van het N ­ ationaal Verkiezingsdebat van VNO-NCW te krijgen.

INTRODUCTIE WLTP In 2017 heeft de sectie stevig ingezet op een voor zowel ­consumenten, importeurs als fabrikanten zo soepel mogelijke én bugettairneutrale omzetting van de oude NEDC-emissie test­­­ methodiek naar de nieuwe WLTP-emissietest. Deze Europese wetgeving geldt per 1 september 2017 ook in Nederland. De WLTP-testcyclus, waar alle nieuw verkochte auto’s tussen 1 september 2017 en 1 september 2018 op zullen overgaan, wijzigt in feite het DNA van de auto-industrie. De nieuwe test­ cyclus moet beter de praktijksituatie van een autorit benaderen dan de oude. Alleen valt de gemeten CO2-uitstoot conform de WLTP-test gemiddeld 10 tot 20 procent hoger uit. Het probleem dat daarbij om de hoek komt kijken, zegt De Geus, is dat de BPM nog altijd is gebaseerd op de oude NEDC-test­ methodiek. ‘Dat blijft voorlopig zo. De sectie voert intensief overleg met het kabinet om de BPM-omzetting zonder extra

‘De industrie loopt voorop, terwijl de wet- en regelgeving achterblijft’ kosten voor de automobilist te laten plaatsvinden. De streefdatum hiervoor is 1 januari 2019.’ Hij laat weten er trots op te zijn dat de sectie voor deze complexe materie inmiddels als vraagbaak fungeert voor zowel de eigen auto-importeurs als de verschillende ministeries.

BREDE LOBBY Van Eijck beklemtoont het toenemende belang om vaker ­gezamenlijk op te trekken en te lobbyen. ‘Vroeger was het nog wel mogelijk om solitair te acteren als het gaat om bijvoorbeeld het bewerkstelligen van een andere systematiek van auto­fiscaliteit. Tegenwoordig is de complexiteit van het autodossier, te midden van een totaal veranderende wereld, echter gigantisch. Nederlanders moeten uiteindelijk emissieloos gaan rijden, huidige auto’s minder gaan verbruiken, met elkaar en hun ­omgeving gaan communiceren en ga zo maar door. Tegelijkertijd moeten mensen, terwijl de treinen overvol zijn en het OV vaak onvoldoende alternatieven biedt, op tijd op hun werk kunnen komen.’

BEHAALDE RESULTATEN – De sectie is een onderzoek gestart om de private lease registraties inzichtelijk te maken; – Tijdens het Nationaal Mobiliteitsdebat heldere oplossingen voor de komende regeerperiode aangedragen; – In 2017 is stevig ingezet op een voor zowel consumenten, importeurs als fabrikanten zo soepel mogelijke én budgettair neutrale omzetting van de oude NEDC emissie testmethodiek naar de nieuwe WLTPemissietest.

voertuigen haalt en mogelijk zelfs data in voertuigen opslaat. Dit zou uitermate onverstandig zijn en levensgevaarlijke situaties kunnen creëren. Om auto’s nu en straks 100 procent veilig te houden is strenge en duidelijke regelgeving nodig. Natuurlijk realiseert de auto-industrie zich dat ook derden data uit voertuigen willen gebruiken en is daar zeker geen expliciet tegenstander van. De voorwaarden waaronder zijn echter nog wel een punt van discussie.’

HANDREIKING OVERHEID De Geus concludeert samenvattend dat de industrie aan de vooravond staat van majeure veranderingen. ‘De branche heeft de eerste ervaringen opgedaan met alternatieve aandrijvingen (waterstof, elektrisch, hybride) en kan die inmiddels in ruime mate leveren. Ik beschouw het voor de komende jaren als de grootste uitdaging om met de voertuigindustrie en het nieuwe kabinet afspraken te maken over het zo snel mogelijk op de markt brengen van deze nieuwe, schone en zuinige technologieën. Om zo gezamenlijk aan de klimaatdoelstellingen te kunnen voldoen. Die handreiking doen wij de overheid graag. De techniek is er, nu nog de klanten die deze nieuwe technieken daadwerkelijk willen aanschaffen.’

ACHTERBLIJVENDE WET- EN REGELGEVING Van Eijck vraagt zich af waarom Duitsland wel 30 waterstoftankstations heeft en er nog eens 400 bij gaat bouwen, terwijl Nederland nog slechts over 1 waterstofvulpunt beschikt. ‘Nederland heeft nog niet eens een plan om in 2020 een landelijk netwerk van 20 waterstofstations te creëren. En dat terwijl het regeerakkoord vermeldt dat hier in 2030 nog uitsluitend nog emissieloze auto’s verkocht mogen worden. De doelstelling zou toch moeten zijn dat ze allemaal emissieloos rijden! Hoe bereik je dat bij een wagenpark dat gemiddeld 18 jaar oud is én er jaarlijks nog eens 200.000 jonggebruikte auto’s via parallelle import vanuit Duitsland, België en Frankrijk de grens over komen? ‘ Het kabinet hanteert naar zijn mening wet- en regelgeving die haaks staat op hetgeen men ambieert. ‘De industrie loopt voorop, terwijl de wet- en regelgeving achterblijft.’

Dan brengt hij de discussie over voertuigdata ter sprake. Een boeiend dossier met daarin vaak de kernvraag “wie is daarvan de eigenaar”. ‘Het kan niet zo zijn dat iedereen maar lukraak data uit

JAAROVERZICHT 2017

6


sectie Zware Bedrijfswagens

‘Met de opbrengst van de km-heffing kan de ­sector duurzame trucks ­ontwikkelen’ Wijnand de Geus, Sectiemanager Zware Bedrijfswagens

‘Rutte III: Tolheffing naar verduurzaming trucks’ In het nieuwe regeerakkoord is een tweetal voor de sectie positieve maatregelen opgenomen. Zo komt er eindelijk uniforme landelijke wetgeving die een einde maakt aan de ongewenste lappendeken aan regelgeving met betrekking tot milieuzones. En het kabinet heeft besloten een kilometerbeprijzing voor vrachtwagens in te voeren. Het is de bedoeling dat de opbrengst daarvan zoveel mogelijk terugvloeit naar de Nederlandse transportsector die op haar beurt het wagenpark zal gaan verduurzamen.

7

JAAROVERZICHT 2017


sectie Zware Bedrijfswagens

M

ARKTONTWIKKELINGEN

De verkoop van zware trucks heeft in het verslagjaar een stabiel, positief beeld laten zien. Het jaarvolume eindigde met zo’n 16.000 voertuigen op nagenoeg hetzelfde niveau als in 2016. Sectie­ manager Wijnand de Geus nuanceert het absolute registratiecijfer enigszins, aangezien veel van de in Nederland geproduceerde trucks bestemd zijn voor buitenlandse klanten en dus daar in de statistieken terecht komen. Het grootste probleem waar de sector mee kampt, beklemtoont hij, is het schreeuwend tekort aan beroepschauffeurs. ‘Tijdens het Captains’ Dinner van de MobiliteitsRAI sprak ik een aantal transporteurs die zeiden: “ik wil graag een nieuwe truck aanschaffen, maar lever mij daar dan wel alsjeblieft een chauffeur bij.”

GREEN DEAL ZERO EMISSION STADSLOGISTIEK Net zoals het geval is bij de sectie personenauto’s en lichte bedrijfswagens, waarvan de sectie zware bedrijfswagens in de nieuwe structuur is losgekoppeld, staan wij aan de vooravond van cruciale veranderingen, zegt sectiemanager Wijnand de Geus. ‘Met name als het gaat om het ontwikkelen van CO2-vriendelijke

‘Niet de techniek, maar de betaalbaarheid en gebruiksvriendelijkheid is het probleem’ motoren. Weliswaar zijn de motoren conform Euro VI al nagenoeg schoon, maar met name in de binnensteden is de maatschappelijke druk om volledig emissieloos te gaan rijden groot. Vandaar dat de sectie actief deelneemt in de Green Deal Zero Emission Stads­ logistiek en dit initiatief met knowhow en effectieve pilots ondersteunt teneinde die doelstelling effectief vorm te geven.’

JUISTE MIX VINDEN Volgens hem is het voor de branche goed mogelijk om uiteindelijk een waterstof- of batterijaangedreven vrachtwagen te vervaardigen, maar moet worden voorkomen dat transporteurs straks vooral accu’s aan het verplaatsen zijn. ‘Iedere OEM-speler is op dit moment bezig met het ontwikkelen van dit soort nieuwe technieken. En samen met de truckfabrikanten en importeurs werkt de sectie er hard aan om te bewerkstelligen dat die innovaties binnen afzienbare tijd betaalbaar voor de Nederlandse transporteur beschikbaar komen. Het probleem zit het daarbij niet zo zeer in de techniek, als wel in het vinden van de juiste mix tussen betaalbaarheid, gebruiksvriendelijkheid en bijvoorbeeld de laadmogelijkheden.’

JAAROVERZICHT 2017

KILOMETERBEPRIJZING TRUCKS De sectiemanager noemt het daarom verheugend dat in het nieuwe regeerakkoord een aantal voor de transportbranche uiterst belangrijke en positieve maatregelen is verankerd. Zo heeft het kabinet besloten dat het invoeren van milieuzones weliswaar een bevoegdheid en verantwoordelijkheid blijft van gemeenten, maar dat dit voortaan wel dient te geschieden conform landelijke, uniforme wet- en regelgeving. Daarmee komt een einde aan een ongewenste lappendeken aan regels. Verder komt er een kilometerbeprijzing voor vrachtwagens, waar tevens buitenlandse transporteurs aan mee gaan betalen. De Geus maakt zich er, samen met partijen als TLN, EVO en andere brancheorganisaties, hard voor dat de opbrengst van deze heffing, naar schatting 700 miljoen euro per jaar, zoveel mogelijk ten goede komt aan de ontwikkeling van nieuwe technologie van de vrachtwagensector. ‘Dit betekent dat de leden van onze sectie zoveel mogelijk duurzame, schone en zuinige trucks op de markt zullen kunnen brengen.’

TRUCK PLATOONING IN 2023 Een dossier waar de sectie ook in 2017 zwaar op heeft ingezet is truck platooning. Al tijdens de European Truck Platooning ­Challenge die Nederland in 2016 als voorzitter van de Raad van de Europese Unie organiseerde fungeerde de sectie als verbindende schakel tussen de deelnemende truckfabrikanten, de Europese koepelorganisatie ACEA en de Nederlandse importeurs. Het volgende doel is volgens De Geus om Multi-merk platooning mogelijk te maken. Vanuit technisch perspectief verwacht de ­truckindustrie dat dit rond 2023 zeker mogelijk moet zijn. ­Voorwaarde is wel dat Europa eerst aangepaste wet- en regel­ geving ontwikkelt om grensoverschrijdend platoonen mogelijk te maken. ‘Om politici daar bij te helpen heeft de Europese koepelorganisatie voor autofabrikanten ACEA onlangs een actieplan gepresenteerd dat een overzicht biedt van de noodzakelijke stappen om platooning met verschillende merken in de nabije toekomst mogelijk te maken, zonder dat daar specifieke uit­zonderingsbepalingen voor nodig zijn’, aldus De Geus.

BEHAALDE RESULTATEN – Met knowhow en effectieve pilots ondersteunt de sectie de Green Deal Zero Emission Stadslogistiek; – Samen met partijen als TLN, EVO en andere branche­ organisaties, moet er voor worden gezorgd dat de opbrengst van de kilometerbeprijzing, naar schatting 700 miljoen euro per jaar, zoveel mogelijk ten goede komt aan de ontwikkeling van nieuwe technologie van de vrachtwagensector.

8


sectie RAI Aftermarket

‘Aftermarket moet toegang houden tot voertuigdata’ Het afgelopen jaar is, na een periode van consolidatie, de aftermarket weer enigszins tot rust gekomen. Een onderwerp dat de branche al enkele jaren bezig houdt is de beschik­baar­ heid van technische (OBD) en voertuigdata (eCall, bCall, sCall) voor alle betrokken partijen. Via een brede maat­schappelijke coalitie (de Europese AFCAR Alliantie) was RAI Aftermarket nauw betrokken bij een Euro­ pese studie, die de Europese Commissie handvatten moet aanreiken voor het wetgevings­ traject rondom dit onderwerp.

Cor Baltus, voorzitter sectie A ­ ftermarket

D

ie studie valt positief uit voor de aftermarket, zegt sectievoorzitter Cor Baltus. ‘Daarin wordt namelijk gepleit voor een gelijk speelveld en vrije mededinging voor alle spelers. Grote vraag is nu of de markt dit zelf gaat regelen of dat hiervoor Europese wetgeving noodzakelijk is?’

MARKTONTWIKKELINGEN De voornaamste indicatoren die de automotive aftermarket beïnvloeden zijn het consumentenvertrouwen en de brandstofprijzen, stelt Baltus vast. Beide ontwikkelden zich in het verslagjaar gunstig: automobilisten legden met zijn allen meer kilometers af en de prijs aan de pomp bleef relatief laag. Iets dat volgens de sectievoorzitter tijdens een op stoom komende economie niet

9

JAAROVERZICHT 2017


sectie RAI Aftermarket

vanzelfsprekend is, want ook in een periode van hoogconjunctuur kan de brandstofprijs hoog zijn. ‘Weliswaar hebben brandstofprijzen een hoge mate van flexibiliteit, maar er komt een moment dat het pijn gaat doen. Als dan op een park van een slordige acht miljoen voertuigen iedere auto een paar honderd kilometer per jaar minder gaat rijden, dan heeft dat direct effect op de onderhoudsmarkt.’ Wat verder positief uitwerkte was dat de branche als geheel, na een aantal turbulente jaren van consolidatieprocessen (van 2014 tot en met 2016), het afgelopen jaar in rustiger vaarwater is terecht gekomen.

VRUCHTBARE DIEPTE-INVESTERING Baltus omschrijft het gegeven dat RAI Vereniging als ‘founding father’ aan de wieg stond van de Europese koepelorganisatie FIGIEFA als een ‘vruchtbare diepte-investering die zich tot op de dag van vandaag dubbel en dwars uitbetaald.’ Binnen FIGIEFA is de sectie met een bestuurszetel vertegenwoordigd. Een functie die hij zelf op dit moment al drie jaar vervult. ‘In een tijd waarin de vraag wie de eigenaar is van voertuigdata en wie toegang heeft tot die data volop ter discussie staat, is het van cruciaal belang om zo dicht mogelijk op de Europese lobby te zitten en hier direct invloed op te kunnen uitoefenen.’ Hij wijst in dit verband op een tweetal actuele dossiers. De beschikbaarheid van technische informatie voor de aftermarket. Oftewel: hoe blijft de On Board Diagnostics (OBD) poort, die onafhankelijke garagisten toegang moet verschaffen tot data ten behoeve van diagnose, reparatie en onderhoud, open? En hoe blijft de aftermarket de beschikking houden over voertuigdata die met de komst van ‘connected drive’ en de introductie van bijvoorbeeld eCall, bCall en sCall noodzakelijk is om goed onderhoud te kunnen blijven verrichten?

EUROPESE STUDIE VOERTUIGDATA Om de Europese Commissie bouwstenen en adviezen aan te reiken die moeten leiden tot een helder wetgevend kader rondom voertuigdata, heeft het Britse technische consultancybureau TRL in opdracht van de Commissie onlangs een onderzoek uitgevoerd. De uitkomsten van die studie pakken, vervolgt Baltus, gunstig uit

BEHAALDE RESULTATEN – Dankzij de nieuwe structuur is RAI Aftermarket voor de achterban herkenbaarder geworden met een transpa­ rante financiële huishouding en meer zelfbeschikking voor de leden; – Op het gebied van de beschikbaarheid van technische informatie en voertuigdata is via de Europese koepel FIGIEFA flinke vooruitgang geboekt; – Verschillende studies ontwikkeld en klaarliggen die kansen en bedreigingen in de aftermarket in kaart brengen; – Goede contacten opgebouwd met voor de aftermarket relevante partijen als de RDW, IenW, Rijkswaterstaat en de BOVAG Onafhankelijke Autobedrijven.

JAAROVERZICHT 2017

­‘Europees onderzoek dat moet leiden tot een ­wetgevend kader over voertuigdata pakt ­gunstig uit voor de ­aftermarket’

Jeroen van de Braak, Sectiemanager ­Aftermarket

voor de aftermarket en de onderzoekers adviseren om te komen tot een ‘level playing field’ en een open, vrije markt voor alle stakeholders. Bij de totstandkoming van dit Europese onderzoek was een brede maatschappelijke coalitie betrokken waar RAI Aftermarket actief deel van uitmaakte.

HERKENBAARDER EN TRANSPARANTER Als uitvloeisel van de nieuwe structuur van RAI Vereniging die in 2017 manifest werd, heeft de sectie tools in handen gekregen om met andere partijen, zoals de BOVAG Onafhankelijke Auto­ bedrijven, gezamenlijk op te trekken en allianties te sluiten, oordeelt sectiemanager Jeroen van de Braak. Een ander positief effect dat hier uit voortvloeide is dat de sectie nu homogener en daarmee voor de achterban herkenbaarder is geworden. Met als bijkomend voordeel dat de financiële huishouding transparanter werd. ‘De leden hebben meer zelfbeschikking gekregen over het aanwenden van hun contributie en kunnen nu zelf aan de knoppen draaien.’

MARKTONDERZOEK Het afgelopen jaar werd opnieuw een aantal marktonderzoeken uitgevoerd die de leden praktische informatie bood ter ondersteuning van hun bedrijfsvoering. Een belangrijk instrument betreft de jaarlijkse After Sales Monitor die interessante inzichten verschaft in het aantal onderhoudsmomenten en de uitgaven van Nederlandse consumenten aan auto-onderhoud.

10


sectie RAI Aftermarket

De waarde van dit onderzoek krijgt meer reliëf wanneer wordt bedacht dat in 2017 zelfs het NOS Journaal hier ‘primetime’ om 20.00 uur uitgebreid aandacht aan besteedde. De sectie inventariseert de mogelijkheden om de After Sales Monitor nog verder uit te breiden en de optimaliseren. Verder werd in het verslagjaar een scenariostudie voltooid, waarvan de resultaten begin 2018 worden gepresenteerd.

RAI Aftermarket met een aantal marktpartijen de aftrap voor een pilot die meer inzicht moet geven over de mogelijkheden van voertuigdata. Dan gaat het niet alleen over reparatie en onderhoud, maar eveneens over voor de overheid interessante gegevens over luchtkwaliteit, congestie etc. We hebben goede hoop om samen met andere belangrijke stakeholders volgend jaar deze pilot te kunnen starten.’

STUDIEREIS LAS VEGAS

UITDAGINGEN

Van 29 oktober tot en met 3 november organiseerde RAI ­Aftermarket een studiereis naar Las Vegas met een bezoek aan de twee grootste automotive aftermarket beurzen in de VS: de AAPEX en de SEMA Show. Tijdens deze twee beurzen presenteerden meer dan 4.500 automotive toeleveranciers en fabrikanten hun laatste innovaties. Voor de leden stelde de sectie, in samenwerking met de Amerikaanse ambassade in Den Haag een interessant en uitdagend programma samen met inspirerende meetings, seminars, netwerk events, recepties, matchmaking-afspraken met uiteraard toegang tot de IBC (International Buyer Center) services.

Zowel Van de Braak als Baltus concluderen dat er in 2017 op het gebied van de diverse kerndossiers een substantiële vooruitgang is

PILOT VOERTUIGDATA Vooruitblikkend zegt Baltus het een goede zaak te vinden dat Nederland, als het gaat om de invoering van smart mobility, een voortrekkersrol ambieert en vervult. Ook in het nieuwe kabinet herkent hij een partner die hier potentie in ziet. ‘In 2018 geeft

11

‘De sectie is homogener en voor de achterban ­herkenbaarder g ­ eworden’ geboekt die een positieve weerslag heeft gehad op de branche als geheel. ‘De uitdaging voor het komende jaar is’, besluiten zij, ‘om nu de markt weer meer in balans is de betrokkenheid van de leden te intensiveren en verder te bouwen aan de nieuwe ­organisatiestructuur.’

JAAROVERZICHT 2017


sectie Equipment

‘Stop met de visuele inspectie van roetfilters en ga meten!’ Michiel Nijboer, voorzitter sectie Equipment

Terwijl het nieuwe kabinet de klimaatdoelstellingen hoog in het vaandel draagt en alle zeilen moet bijzetten om de uitstoot van het wagenpark tot een minimum te reduceren, beperkt Nederland zich binnen de APK tot een visuele controle van roetfilters in auto’s. Dat is eigenlijk onbegrijpelijk, zegt Michiel Nijboer, voorzitter van de sectie Equipment. ‘Probeer dan in ieder geval, tot de komst van betaalbare en betrouwbare deeltjesmeters, met de huidige apparatuur de excessen uit de markt te halen, maar blijf vooral meten!’

M

ARKTONTWIKKELINGEN

De sectie Equipment vertegenwoordigt binnen RAI Vereniging een zeer gemêleerde achterban die een vijftigtal ondernemingen omvat die zich bezig houden met de productie, import en levering van werkplaatsuitrusting, wasstraten en handgereedschappen (tools). De diversiteit en de mate van specialisme is groot en loopt uiteen van activiteiten die betrekking hebben op banden- en uitlijnapparatuur, APK-hefbruggen, (emissie)-meet­apparatuur tot en met totaalinrichtingen. Dit betekent dat het lastig is om een eenduidig beeld te schetsen over hoe de markt zich in het verslagjaar heeft ontwikkeld. Hoewel Nijboer aangeeft dat de investeringsbereidheid in de sector grosso modo lijkt aan te trekken, verschilt die volgens hem wel per segment. Zo signaleert hij een grotere

JAAROVERZICHT 2017

(vervangings)vraag naar bandenmachines en wielapparatuur, maar als het gaat om werkplaatsinrichtingen omschrijft hij de markt als ‘nog niet echt booming,’

VERWIJDERINGSVERBOD ­EMISSIEBEHEERSINGSSYSTEEM Een onderwerp dat het afgelopen jaar de agenda van de sectie domineerde was de gewenste herinvoering van het wettelijk verwijderingsverbod van emissiebeheersingssystemen, zoals roetfilters. Dit verbod werd, bij een eerdere opschoningsactie van wet- en regelgeving, abusievelijk geschrapt. Inmiddels heeft de overheid besloten, na consultatie van de betrokken partijen waaronder sectie Equipment, om met terugwerkende kracht per 1 oktober 2017 het verwijderen van een emissiebeheerssysteem uit

12


sectie Equipment

BEHAALDE RESULTATEN – Op zowel nationaal als Europees niveau (EGEA) lobbyt de sectie sterk voor tailpipemetingen in plaats van elektronische emissietests via On Board Diagnostics (OBD).

een voertuig te verbieden. Nijboer: ‘het kan niet zo zijn dat we met zijn allen auto’s onderwerpen aan strenge emissie-eisen en hoog van de toren blazen als er een dieselschandaal uitbreekt, om vervolgens langs de zijlijn werkeloos toe te kijken en toe te laten dat zomaar roetfilters uit auto’s worden verwijderd. Dat zijn ontoelaatbare praktijken, die er bovendien voor zorgen dat de emissiewaarden met een factor 25 of meer toenemen.’

DEELTJESMETER Sectiemanager Martijn van Eikenhorst zegt daarom sterk te pleiten voor handhaving en adequate meetmethodes. ‘Het minis-

‘Het verwijderen van een roetfilter verhoogt de emissiewaarden met een factor 25 of meer’ terie van Infrastructuur en Waterstaat heeft de branche daar twee vragen over gesteld. Die luidden: is te controleren of een filter al dan niet aanwezig is en zo ja is het dan mogelijk te checken of dit functioneert? Na onderzoek door TNO heeft het ministerie vastgesteld dat een zogeheten deeltjesmeter de meest efficiënte manier is om verwijderde roetfilters te kunnen opsporen.’ Het probleem daarbij is, vervolgt Nijboer, dat zo’n deeltjesmeter nog niet op de markt is. ‘De systemen die bestaan zijn nog niet geschikt voor toepassing in de automotive sector en bovendien exorbitant duur. De kosten bedragen al gauw tienduizenden euro’s of hoger. Er moeten dus deeltjesmeters komen die betaalbaar, betrouwbaar en toepasbaar zijn binnen de APK. Daar is nog een lange weg te gaan.’

omringende landen, de roetfilterproblematiek en de discussie rondom dieselgate er toe hebben geleid dat tailpipemetingen, zelfs voor Euro 6, leidend gaan worden. ‘Een visuele inspectie zoals in Nederland is in dat licht bezien onverklaarbaar. Helemaal als wordt bedacht dat als de overheid zou besluiten om de uitstoot­waarden tijdens de APK –tot de introductie van een deeltjesmeter – te verlagen tot bijvoorbeeld Euro 5, het nu al met de huidige apparatuur mogelijk is om alle excessen uit de markt te halen.’

AMBITIES Positief oordelen zowel Van Eikenhorst als Nijboer over het ­transitieproces dat binnen RAI Vereniging het afgelopen jaar zijn beslag heeft gekregen en waarbij de voormalige afdeling Autovak is getransformeerd in een drietal secties met een eigen bestuur, een eigen verantwoordelijkheid, een eigen begroting en een zelfstandige agenda met kerndossiers. Nijboer, die in 2018, na een periode van drie jaar, de voorzittershamer overdraagt aan Bernard de Graaf, zegt er trots op te zijn dat het is gelukt om, ondanks de soms verschillende belangen en tegenstellingen binnen de achterban, als collectief zaken op te pakken. ‘Dit resulteerde in 2016 onder andere in EquipVAK. Een beurs die helaas te weinig bezoekers trok, maar binnen de sectie bestaat zeker de intentie en de bereidwilligheid om een dergelijk initiatief in de toekomst als collectief een vervolg te geven.’ Voor het komende jaar, besluit Van Eikenhorst, bestaat een duidelijke ambitie om de leden nog dichter bij de sectie te brengen. ‘Onder meer door meer werkgroepen op te tuigen en leden actief bij de besluitvormingsprocessen te betrekken en hen meer zeggenschap te geven.’

‘Met de bestaande APK-meetapparatuur haal je alle excessen uit de markt’

TAILPIPEMETING VERSUS OBD Ondertussen treedt in mei 2018 de nieuwe APK-richtlijn in werking en wil Nederland de aanwezigheid en werking van roet­ filters beperken tot een visuele controle. Een uitermate slechte zaak, oordeelt de sectievoorzitter. ‘Wij maken ons al langere tijd sterk voor tailpipemetingen in plaats van elektronische emissietests via On Board Diagnostics (OBD). Dat gebeurt eveneens via de Europese koepel EGEA, waarin de sectie is vertegenwoordigd.’ Hij wijst er op dat in bijvoorbeeld Duitsland en ook in andere

13

Martijn van Eikenhorst, Sectiemanager ­Equipment

JAAROVERZICHT 2017


sectie RAI Automotive Industry

In 2017 werd het draagvlak van de sectie RAI Automotive Industry verder verbreed. Deze sectie, die de in Nederland gevestigde automotive toeleveranciers vertegenwoordigt, zag het ledental met 50 procent groeien tot 77 bedrijven. Die zijn gezamenlijk goed voor 45.000 arbeidsplaatsen in ons land, zegt voorzitter Jan-Maarten de Vries. ‘En met alleen al een omzet van circa 10 miljard euro in Nederland, vormen zij dus een onmisbare pijler voor de economie.’

I

n werkelijkheid is het economisch belang van de Nederlandse automotive toeleverindustrie nog vele malen groter. De ondernemingen die in ons land hun thuisbasis hebben vormen slechts een topje van de ijsberg. Het karakter van deze zogeheten first and second tier automotive toeleveranciers is namelijk zeer internationaal, vertelt De Vries. ‘Vaak gaat het om hoofdkantoren die beschikken over fabrieken over de hele wereld, waarvan de sales, marketing en R&D-activiteiten in Nederland plaatsvinden. Daarnaast maakt een deel van het ledenbestand deel uit van grote internationale bedrijven, zoals Delphi, Johnson

‘R AI Automo Industry Nederland

‘RAI Automotive Industry treedt in 2018 op als ­gastheer van de CLEPA Jaarvergadering’ Controls, TomTom, Bosch, Hella etc. Als je het mondiale belang van al deze spelers kwantificeert dan resulteert dit in een jaarlijkse omzet van 127 miljard euro, bijna een factor 13 meer dan de uitsluitend in eigen land behaalde omzet. En laten we daarbij niet vergeten dat ze wereldwijd werkgelegenheid bieden aan meer dan 700.000 mensen.’

CAPTAINS’ DINNER

STUDIEREIS VS

De sectie onderscheidt zich vooral door het regelmatig organiseren van Captains’ Dinners, managementmeetings en netwerk­bijeen­ komsten. Ook in het verslagjaar organiseerde RAI Auto­motive Industry in januari een Captains’ Dinner in de Groote Industrieele Club in Amsterdam, met als doel het topmanagement van de leden met elkaar in contact te brengen. Bij die gelegenheid werden voor het eerst de voor de industrie hoofdverantwoordelijken van de drie grote banken alsmede een aantal ministeries uitgenodigd. Op het programma stonden vijf vooraanstaande sprekers, waaronder Peter Fuss van Ernst & Young Duitsland, Mark Frequin van het ministerie van IenM (nu IenW), Dirk Evenson van VDA, Roberto Vavassori van CLEPA en Konstanze Scharring van het SMMT.

In februari werd, samen met de Zweedse tegenhanger van de sectie, een zogenaamde Fact Finding Trade Mission naar de Verenigde Staten georganiseerd. Het doel van deze studiereis, waaraan 38 leden deelnamen, was tweeledig: een bezoek brengen

JAAROVERZICHT 2017

BEHAALDE RESULTATEN – Namens de sector een visitekaartje afgegeven tijdens de IAA Frankfurt; – Groei van het aantal leden bewerkstelligd met 50 procent tot 77 bedrijven.

14


sectie RAI Automotive Industry

motive groter dan alleen’

Jan-Maarten de Vries, voorzitter sectie RAI Automotive Industry

aan de Europese autofabrikanten en een aantal van hun toeleveranciers in de zuidelijke staten van de VS. Én een antwoord zien te krijgen op de vraag waarom zij daar nieuwe fabrieken openen of hun productiecapaciteit uitbreiden, terwijl in Europa inmiddels zo’n tien autofabrieken hun deuren hebben gesloten. De Vries: ‘Na het bezoek aan de drie zuidelijke staten South-­ Carolina, Georgia en Tennessee, werd duidelijk dat de markt voor Europese autofabrikanten daar sterk groeit en dat het kwaliteits­ niveau zich inmiddels op een zeer hoog niveau bevindt en de productiekosten en vestigingsmogelijkheden in de VS en Canada aantrekkelijk zijn.’ Het bleek, vult Van de Braak aan, dat er enorme mogelijkheden lagen om in de zuidelijke staten zaken te doen en een aantal van

15

de deelnemers heeft inmiddels besloten zich daar te gaan vestigen. Beiden benadrukken dat dit soort initiatieven de toegevoegde waarde van dit initiatief bevestigen. ‘Wij leggen als het ware de bal op de stip en het is aan de leden om die er vervolgens in te schieten.’ Als follow-up van de VS-reis vond in het verslagjaar een ontvangst plaats met een diner op de residentie van de Amerikaanse ambassadeur in Den Haag.

VOOR- EN NAJAARSBIJEENKOMSTEN Een vast onderdeel van de agenda vormen eveneens de voor- en najaarsbijeenkomsten. Die zijn gekoppeld aan een bedrijfsbezoek bij een of meerdere leden in combinatie met een vergader­

JAAROVERZICHT 2017


sectie RAI Automotive Industry

gedeelte met verschillende (inter)nationale gastsprekers. Met aan de vooravond traditiegetrouw een netwerkdiner.

RAI HOLLAND HIGH TECH Ruim 40 vooraanstaande spelers uit de Nederlandse automotive maakindustrie presenteerden zich van 12 tot en met 17 september op het RAI Holland High Tech Paviljoen van de IAA Frankfurt. Tezamen met onder andere het Ministerie van IenM, de Auto­

intensievere samenwerking zou moeten leiden tot een slagvaardiger aanpak en een tempoversnelling in de groei van de gehele sector. Dit onderzoek is, legt de Vries uit, nog gaande. ‘Het bestuur heeft besloten om in dit proces nog even pas op de plaats te maken zodat de juiste keuzes kunnen worden gemaakt. Zodra dit is gebeurd is het de bedoeling om de gesprekken over een mogelijk samengaan weer op te pakken. Ondertussen gaan de bestaande activiteiten uiteraard gewoon door.’

CLEPA JAARVERGADERING

‘Nederland als hightech land tijdens de IAA Frankfurt definitief op de kaart gezet’ motive Campus Helmond en een aantal technische universiteiten toonden de toeleveranciers hun innovatiekracht, betrouwbaarheid en de kwaliteit van de Nederlandse hightech automotive producten en gaven op die manier nadrukkelijk hun visitekaartje af aan de rest van de wereld. Volgens De Vries zijn de toeleveranciers de vernieuwers van de auto-industrie. ‘Iedere auto die tegenwoordig van de band rolt heeft technologie en onderdelen die in Nederland worden ontwikkeld en gefabriceerd. Bovendien vervult Nederland een belangrijke rol als testland voor onder andere smart mobility, talking traffic, platooning en autonoom rijden. Op de IAA zetten wij Nederland als hightech land in de auto-industrie definitief op de kaart en laten onze leden en partners zien hoe de mobiliteit van de toekomst eruit komt te zien.’ Niet alleen hardware, maar ook software afkomstig uit Nederland vindt steeds vaker hun weg naar de grote auto- en truckproducenten over de hele wereld. ‘Die markt groeit nog ieder jaar en is een cruciale steunpilaar voor onze economie.’ Het RAI Holland High Tech Paviljoen was op 14 september tevens ‘the place to be’ voor de fameuze Holland Borrel. Op uitnodiging van RAI Automotive Industry en AutomotiveNL én in samenwerking met de Nederlandse Ambassade in Berlijn en het Consulaat-Generaal te München, werden nationale en internationale vertegenwoordigers van overheid, standhouders, partners en genodigden ontvangen voor de traditionele haring, kaas, bitterballen en om het glas te heffen op een succesvolle beurs en een goede samenwerking.

SAMENWERKING MET AUTOMOTIVENL RAI Automotive Industry en AutomotiveNL onderzoeken de mogelijkheden om als een gezamenlijke tandem met elkaar op te gaan trekken. Beide organisaties met in totaal ruim 200 leden vertegenwoordigen de toeleveranciers aan de auto-industrie. Veelal hightech bedrijven met grote internationale ambities. Een

JAAROVERZICHT 2017

‘RAI Automotive Industry dat voorheen deel uitmaakte van afdeling Autovak, kan dankzij de nieuwe structuur de leden nog beter een platform bieden,’ besluit sectiemanager Jeroen van de Braak. Dat gebeurt onder andere via de Europese koepel CLEPA, waarvan RAI Vereniging een van de ‘founding fathers’ was en waarin de sectie een bestuurszetel bezit in de persoon van Eddy van der Vorst. Hoewel de activiteit pas in 2018 plaats vindt, acht Van de Braak het wel van belang te vermelden dat RAI Vereniging dan als gastland optreedt voor de CLEPA Jaarvergadering op 13 en 14 juni. Alle 27 lidstaten komen met hun corporate members in Amsterdam bijeen voor onder andere de uitreiking van de European Innovation Award Event in combinatie met een mini-symposium over de laatste trends en ontwikkelingen in de automotive industrie. Afsluitend is er een feestelijk galadiner dat geheel in het teken staat van 60 jaar CLEPA en 125 jaar RAI Vereniging.

‘Wij leggen als het ware de bal op de stip en het is aan de leden om die er vervolgens in te schieten’

Jeroen van de Braak, Sectiemanager RAI Automotive Industry

16


sectie Fietsen

‘Trappen naar de baas levert de overheid 1 50 miljoen op!’

Wouter Jager, voorzitter sectie Fietsen

Alle seinen staan op groen voor fietsen. Met een verkoopvolume van 928.000 fietsen, waarvan een derde voor rekening komt van de e-bike, realiseerde de branche het afgelopen jaar een omzet van bijna 937 miljoen euro (+4,2%).

S

inds 2005 in het fietsgebruik met ongeveer 12 procent toegenomen tot zo’n 16 miljard kilometer. Dat is met name te danken aan de e-bike die in 2017 goed was voor bijna 2 miljard fietskilometers. De maat­schap­pelijke baten van de fiets zijn groot, stelt sectievoorzitter Wouter Jager vast. ‘Alleen moet de politiek die wel verzilveren. Fiscale stimulering van het fietsen naar het werk levert de over-

17

heid 50 miljoen euro per jaar op.’ Hoewel het klimaat voor de fiets beter is dan ooit vindt Jager het opmerkelijk dat dit zich eigenlijk niet direct vertaalt in hogere verkoopaantallen. Wellicht, vraagt hij zich af, komt dit doordat de e-bike een substituut is voor anderhalve gewone fiets. Maar het ontbreken van een fiscale prikkel om de fiets naar het werk te pakken is volgens hem een meer voor de hand liggende verklaring. ‘Met het verdwijnen van de bedrijfsfiet-

JAAROVERZICHT 2017


sectie Fietsen

senregeling en het gebrek aan eenvoudige leaseregels wordt het gebruik van de fiets voor woon-werkverkeer simpelweg onvoldoende gestimuleerd. En dat is jammer, aangezien de fiets een essentiële schakel vormt in de huidige en toekomstige bereikbaarheid en bovendien bijdraagt aan de gezondheid van de samenleving en het behalen van de milieudoelstellingen. De overheid moet gewoon zorgdragen voor goede en voldoende fietsenstallingen, meer dedicated fietssnelwegen én fietsen fiscaal aantrekkelijk maken.’ De sectie heeft daarom een integraal plan ontwikkeld waarin alle maatschappelijke baten van de fiets manifest worden en dat jaarlijks per saldo 50 miljoen oplevert. Dit voorstel wordt begin 2018 aangeboden aan het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat.

MARKTONTWIKKELINGEN De branche profiteerde in 2017 in hoge mate van de populariteit van de elektrische fiets, waarvan er 271.000 over de toonbank gingen. Met een omzet van 534 miljoen euro, vertegenwoordigde de e-bike bijna 57 procent van de totale omzet. Dit zorgde er tevens voor dat de gemiddelde aanschafprijs voor het eerst boven de 1.000 euro uitkwam. Daarmee is Nederland uniek in de wereld. Een andere positieve ontwikkeling noemt de sectievoorzitter het historisch hoge aandeel van de vakhandel. Dit groeide met 6 tot 76 procent en bevestigt het belang en de toegevoegde waarde die dit verkoopkanaal biedt. Het aandeel van het zogeheten branchevreemde kanaal, waaronder warenhuizen, liep in het verslagjaar terug van 30 naar 24 procent.

Verder heeft de sectie bij de overheid nadrukkelijk gepleit voor maatwerk als het gaat om de juiste plek op de weg voor de speed pedelec. Op het fietspad waar het kan en op de openbare weg waar het fietspad dit niet toelaat. Lagere overheden zouden naar de mening van Jager meer kunnen en moeten doen om dit maatwerk toe te passen. ‘Het helpt berijders om grotere afstanden sneller te overbruggen. Zeker in combinatie met die nieuwe lichtere helm biedt dat uitstekende kansen om het fietsgebruik te bevorderen.’

EUROPESE FIETSAMBASSADEUR Zowel Jager als Boedijn noemen de lobby via CONEBI, waarin sectie Fietsen tot oktober 2017 de voorzittersrol bekleedde in de persoon van René Takens en Boedijn zelf de rol van penningmeester vervult, van cruciaal belang. Deze spreekbuis voor de fietsindustrie maakt zich sterk voor een dominantere positie van de fiets op de Europese agenda. Zo is er dankzij CONEBI sinds begin 2017 zelfs een officiële fietsambassadeur binnen de Europese Commissie actief. Verder vervult de fietskoepel een belangrijke rol

‘­De politiek moet de ­maatschappelijke baten van de fiets verzilveren’

HELMNORM SPEED PEDELEC Met het toenemend gebruik van de snelle e-bikes (trapondersteuning tot 45 km/u) kwam de sectie al snel tot de conclusie dat de Nederlandse wetgeving met betrekking tot de helm voor een speed pedelec ontoereikend was. Samen met de NEN is vervolgens een alternatieve helmnorm voor deze speciale categorie ontwikkeld, vertelt sectiemanager Sacha Boedijn. ‘Die heeft het ministerie van IenM (nu IenW) overgenomen en is nu verankerd in nationale wetgeving.’ Dit initiatief bleef in het buitenland volgens haar niet onopgemerkt. ‘Daarom is besloten de Nederlandse Technische Afspraak ook aan de leden van de Europese koepelorganisatie CONEBI (the Confederation of the European Bicycle Industry) te presenteren. Met als resultaat dat de Nederlandse helmnorm nu als basis gaat dienen voor Europese Technische Afspraak.

BEHAALDE RESULTATEN – Stimuleringsplan voor (lease)fietsen opgesteld dat aan het ministerie van IenW wordt aangeboden; – Helmnorm voor speed pedelecs ontwikkeld die is verankerd in nationale wetgeving; – Nederlandse helmnorm voor speed pedelecs gaat als basis voor Europese wetgeving dienen; – Sectie is nauw betrokken bij de oprichting van een wereldorganisatie voor fietsen.

bij het harmoniseren van wet- en regelgeving. Boedijn wijst er op dat CONEBI er voor heeft gezorgd dat er voor de speed pedelec (die officieel onder de bromfietswetgeving valt) een uitzonderingspositie is gecreëerd. Zodat bepaalde voertuigeisen, die niet wenselijk zijn voor een speed pedelec, zijn aangepast. Boedijn: ‘Het is de verdienste van CONEBI dat er de afgelopen jaren in het belang van de veiligheid duidelijke eisen zijn gefor­muleerd ten aanzien van de sterkte van fietsframes en zadel/stuurpennen van speed pedelecs, gebaseerd op wetenschappelijk o ­ nderzoek van de Technische Universiteit Hamburg.’ Vanuit RAI Vereniging wordt CONEBI ook nog ondersteund door Eugène Moerkerk, beleidsadviseur duurzaamheid en techniek.

OPRICHTING WERELDORGANISATIE VOOR FIETSEN Een activiteit waar sectie Fietsen nauw bij is betrokken betreft de oprichting van de World Bicycle Industry Association. De belangen van de Nederlandse fietsindustrie reiken immers verder dan Nederland en Europa. Jager: ‘Nederland geldt als fietsland nummer één in de wereld. Andere landen trachten ons de loef af te steken en ons van de troon te stoten. Dat willen we natuurlijk te allen tijde voorkomen. Zo’n mondiale koepelorganisatie kan beslist bijdragen tot het behouden van die nummer één positie.’

DAG VAN DE FIETSVERLICHTING Om fietsers alert te maken op het belang van goede fietsverlich-

JAAROVERZICHT 2017

18


sectie Fietsen

‘Nederlandse helmplicht voor speed pedelecs gaat als basis dienen voor Europese wetgeving’

Sacha Boedijn, Sectiemanager Fietsen

ting heeft een breed samenwerkingsverband van sectie Fietsen, het ministerie van IenM, ANWB, BOVAG, regionale en lokale overheden, politie, TeamAlert, Fietsersbond en Veilig Verkeer Nederland RAI Vereniging, 28 oktober uitgeroepen tot ‘Dag van de Fietsverlichting’. In aanloop naar en op die dag werden in het hele land tal van acties georganiseerd om fietsers ‘aan het licht’ te krijgen. Boedijn brengt in dit verband een recent onderzoek van Rijks­ waterstaat ter sprake waaruit blijkt dat fietsverlichting weinig aandacht heeft. Slechts 64 procent van alle fietsers fietst met vooren achterlicht. De overige 36 procent fietst met onvoldoende of geen verlichting. In de vier grote steden ligt dit gemiddelde nog lager. Daar heeft 47 procent van de fietsers de verlichting niet op orde. Vooral onder jongeren is het gebruik van fietsverlichting zorgwekkend. ‘Het is gewoon frustrerend. Miljoenen Nederlanders fietsen dus zonder voldoende verlichting en brengen zichzelf en anderen in gevaar. Terwijl we zoveel ongevallenleed kunnen voorkomen met vaak slechts een simpele reparatie die niet veel hoeft te kosten.’

FIETS AWARDS In april maakte de sectie de winnaars van de verkiezingen Fiets van het Jaar, E-bike van het Jaar, Speed E-bike van het Jaar, Racefiets van het Jaar, MTB van het Jaar en de Fiets Innovatie Awards bekend. Dat gebeurde tijdens het Tweewieler Retail Trends Congres in Burgers’ Zoo in Arnhem. Voor het eerst werd de verkiezing in het verslagjaar uitgebreid met de categorieën Racefiets en MTB. De Sensa Superlite Disc van Intersense Benelux werd verkozen tot Fiets van het Jaar 2017. De titel voor de E-bike ging naar de Giant Prime E+2 en Trek Benelux

19

wist met de Super Commuter+ 8S de titel Speed E-bike van het Jaar in de wacht te slepen. Cube en Cannondale werden uitgeroepen tot winnaars van respectievelijk de MTB en Racefiets van het Jaar 2017. De drie winnaars van de Fiets Innovatie Awards 2017 werden: 1) de connected speed pedelec van Koninklijke Gazelle, 2) de verstelbare IsoSpeed decoupler van Trek Benelux en 3) de Minimal Bike van MS.

BIKE SHARING Een relatief nieuw fenomeen dat in veel (buitenlandse) grote steden een hoge vlucht neemt is Bike Sharing. Niet alleen binnen Europa, maar ook daarbuiten. Een goed voorbeeld noemt Jager het Mobike fietsdeelconcept dat via Shanghai en Peking vanuit China naar Europa en ook Nederland is komen overwaaien. ‘Vaak gaat het om duizenden fietsen die over een hele stad worden verspreid en die potentiële gebruikers via een app kunnen huren. De app laat direct zien waar de fietsen zich in de stad bevinden en welke beschikbaar is. Eenmaal besteld, is het slot van de fiets door het scannen van de barcode met een mobiele telefoon te openen. Het probleem is alleen dat het in dit geval gaat om initiatieven van ­individuele ondernemers zonder vergunning. Vaak weten gemeentebesturen zich geen raad met al die aanbieders, waarvan de vele fietsen regelmatig voetpaden blokkeren of schaarse fietsparkeerplekken in beslag nemen.’ Jager pleit daarom van overheidswege voor meer regelgeving om dit soort bike sharing projecten te faciliteren en in goede banen te leiden. ‘Als de overheid technische- en kwaliteitseisen stelt aan de verkoop van nieuwe fietsen, moet dat eveneens voor bike sharing gelden.’

CONNECTED BIKES Die betere regulering van deelfietsen is, vervolgt de sectievoorzitter, niet in de laatste plaats van belang aangezien de connected bike zich steeds sneller ontwikkelt en tal van mogelijkheden biedt om te komen tot een gezonde, schone en duurzame oplossing van mobiliteitsproblemen. ‘Die connectiviteitsmogelijkheden breiden zich richting 2020 met rasse schreden uit via navigatie, onder­ houds­meldingen en voorkoming van diefstal (tracking and tracing) tot bijvoorbeeld meldingen of de trein is verlaat, of de stations­ stalling nog niet vol is etc. Op die manier kan de fiets een integraal onderdeel vormen van het mobiliteitsbudget en dus voor veel werknemers én werkgevers een interessant vervoersalternatief in de totale mobiliteitsketen. En bovendien kunnen ook fietsonderdelenfabrikanten die al deze geavanceerde applicaties leveren en onderhouden hiervan profiteren.’

AMBITIES Voor het komende jaar beschouwt Jager het als zijn grootste uit­ daging om de gewenste fiscale stimuleringsregeling voor zakelijk fietsgebruik hoog op de politieke agenda te krijgen. Daarnaast wil hij de dienstverlening richting de leden optimaliseren en het belang van het collectief breder onder de aandacht brengen. ‘We moeten nog meer onderscheidend zijn en onze zichtbaarheid vergroten.’

JAAROVERZICHT 2017


sectie RAI CarrosserieNL

‘Vliegwiel voor ­driehonderd leden als innovatief collectief’ In 2017 kreeg de integratie van afdeling Speciale Voertuigen met CarrosserieNL in RAI CarrosserieNL zijn beslag. Dankzij die krachten­ bundeling ontstond een bredere basis om de belangen van de ruim 300 leden met meer efficiëntie en slagkracht te vertegenwoordigen, stelt sectievoorzitter Pieter-Bas Broshuis. ‘De belangrijkste uitdaging is nu om de 150 activiteiten en projecten zo goed mogelijk te matchen met de wensen van die grote groep individuele ondernemingen die actief zijn in de markt van wegtransportmiddelen.’

Pieter-Bas Broshuis, sectievoorzitter RAI CarrosserieNL

M

ARKTONTWIKKELINGEN

‘We gaan gas geven om het potentieel van de krachtenbundeling ­volledig te benutten’

JAAROVERZICHT 2017

De vraag naar aanhangwagens, opleggers, carrosserieën en aanverwante producten ontwikkelde zich in het verslagjaar positief, oordeelt Broshuis. Alle deelsegmenten lieten stevige plussen zien. De verkoop van opleggers groeide met zo’n 15 procent, die van zware aanhangwagens boven de 3,5 ton met ruim 9 procent en bij de lichte aanhangwagens tot 3,5 ton was sprake van een stijging met meer dan 6 procent. ‘De markt is weer terug op het niveau van 2007. Men durft duidelijk weer te investeren in getrokken materieel. De orderportefeuilles zijn meer dan goed gevuld. Het consumentenvertrouwen is uitstekend en zorgt voor meer vervoersbewegingen waar onze sector van profiteert. Economie en transport zijn nu eenmaal onlosmakelijk met elkaar verbonden. Alle indicatoren staan op groen, het transportvolume groeit én: er wordt weer geld verdiend.’

Remco Tekstra,

TRANSITIEJAAR

Sectiemanager RAI CarrosserieNL

2017 was voor de sectie een transitiejaar, stellen Tom van Steijn en Remco Tekstra, beiden sectiemanager van RAI CarrosserieNL. Volgens hun is de fusie, die moet resulteren in een lager kosten­ niveau voor de leden en een sterkere, effectievere lobby, opera­ tioneel prima gelukt. Te denken valt daarbij aan het koppelen van

20


sectie RAI CarrosserieNL

de verschillende databestanden, de integratie van nieuwsbrieven en andere uitingen in de look and feel van RAI Vereniging. Een concreet resultaat van de fusie, waarmee RAI CarrosserieNL zich bovendien onderscheidt van de andere secties, noemen zij dat de dienstverlening zich met name toespitst op het bedrijfsniveau van de onderneming.

wetgeving komt, zegt Broshuis, met rasse schreden naderbij. RAI CarrosserieNL volgt die ontwikkelingen nauwgezet en trekt in het lobbytraject op met de CLCCR, de Europese koepel die de trailerbranche en opbouwindustrie vertegenwoordigt. ‘Het is cruciaal om op te komen voor de belangen van het Midden- en Klein Bedrijf, dat de ruggengraat van onze sector vormt. Hun

GEMOTIVEERD TEAM Dat neemt niet weg dat er nog verbeteringen mogelijk zijn. Van Steijn: ‘Bijvoorbeeld als het gaat om het stroomlijnen van de ruim 150 activiteiten en projecten en te bewerkstelligen dat die optimaal aansluiten bij de behoeften en wensen van de leden.’ Er moet, vervolgt Tekstra, in 2018 nog meer gas worden gegeven om het potentieel van de krachtenbundeling volledig te kunnen benutten. Een van die middelen om dit te bereiken is een communicatieplan met een concreet aantal actiepunten. Aan één voorwaarde is volgens Tekstra al voldaan: er staat een goed gemotiveerd team om daar met enthousiasme uitvoering aan te geven.

CO2-REGELGEVING Een onderwerp dat, met de toenemende aandacht voor klimaat en milieu, de beleidsagenda van de sectie beheerste betreft de Europese CO2-wetgeving voor zware bedrijfsvoertuigen. Die

21

‘Men durft duidelijk weer te investeren in getrokken materieel’ innovatiekracht mag niet worden bedreigd door CO2-regelgeving. Die moet immers wel praktisch uitvoerbaar zijn.’ Van Steijn stelt verheugd vast dat er per 1 juni 2017 voor de Kleinmetaal een CAO is afgesloten, via de Federatie FOCWA, waarbij de sectie aan de onderhandelingstafel een actieve rol speelde. Verder kwam er in het verslagjaar een nieuw administratie­

JAAROVERZICHT 2017


sectie RAI CarrosserieNL

‘CO2-wetgeving mag de innovatiekracht van de sector niet bedreigen’

Tom van Steijn, Sectiemanager RAI CarrosserieNL

om het voertuigpark uiteindelijk op zero emissie te krijgen?’ Om antwoord te krijgen op die vragen gingen gastsprekers vanuit zowel de overheid (IenM en Rijkswaterstaat) als het bedrijfsleven (VDL en Holthausen) hier uitgebreid op in.

MOBILITEITSRAI BEURS Een ander aansprekend initiatief, waarmee professionals in het wegtransport in 2017 een geheel nieuw platform werd geboden, was de MobiliteitsRAI, die van 19 tot en met 21 oktober in RAI Amsterdam plaats vond. Tijdens dit evenement, waarbij het accent primair was gericht op de bedrijfswagensector, hebben exposanten en met name leden van RAI CarrosserieNL, behoorlijk hun nek uitgestoken om deze eerste editie van de grond te krijgen, vertelt Broshuis. Ruim 70 exposanten presenteerden zich in de Europahal met hun producten en innovaties. Het MobiliteitsTheater vormde een centraal onderdeel op de beursvloer. Daar reikten TLN, ­Evofenedex en TKI dinalog vervoerders concrete en praktische informatie aan die direct in de dagelijkse praktijk toepasbaar is, zoals de digitale tachograaf, de digitale vrachtbrief, Paychecked, code 95, ladingzekeren, personeelsmanagement etc.

MOBILITEITSRAI CONGRES systeem voor keurmeesters tot stand. Het gaat hierbij om keuringsrapporten voor laadkleppen (LPK), laadkranen (ALK) en laad-/lossystemen (LLS) die sinds medio 2017 digitaal worden aangeboden met als voornaamste voordeel dat het proces van aan- en afmelden voortaan digitaal geschiedt en het aantal keuringen met één druk op de knop zichtbaar is. Naast het aanbieden van een achttal workshops – met gemiddeld 15 tot 20 deelnemers over zaken als Quick Response Management en technische onderwerpen - organiseerde de sectie in 2017 een 3-daagse studiereis naar Normandië waarbij de deelnemers een kijkje in de keuken kregen bij drie vooraanstaande Franse carrosseriebedrijven: LeCapitaine, Maisonneuve en Trimat. Een naar het oordeel van Van Steijn interessante en leerzame trip die zeker voor herhaling vatbaar is.

REINIGINGSDEMODAGEN Als grootste sectie binnen RAI Vereniging ligt een aanzienlijke focus op het bieden van toegevoegde waarde aan de leden door middel van collectieve promotie. Dat gebeurde vorig jaar door het voor de achtste maal op rij organiseren van de ReinigingsDemodagen. Op 31 mei en 1 juni was het RDW Testcentrum in Lelystad opnieuw ‘the place to be’ voor de reinigingsbranche, waar twee dagen lang de laatste schone technologieën, trends en ontwikkelingen werden gepresenteerd. Dit interactieve event waaraan 86 exposanten deelnamen, trok zo’n 2.500 bezoekers. Een apart onderdeel van dit evenement vormde het mini-symposium over ‘alternatieve brandstoffen dat op veel belangstellenden mocht rekenen. Tekstra: ‘doel van deze kennissessie was om duidelijk te maken welke kansen en uitdagingen er voor de reinigingsbranche zijn in de wedloop naar het reduceren van (broeikasgas)emissies in het verkeer en vervoer. Welke brandstofalternatieven zijn er

JAAROVERZICHT 2017

De voornaamste doelstelling van het MobiliteitsCongres, dat ­integraal deel uitmaakte van het nieuwe beursconcept, was om zoveel mogelijk, samen met de verschillende deelnemende partijen, beschikbare kennis te delen, verduidelijkt Broshuis. Een goed voorbeeld noemt hij het MobiliteitsRAI Captains’ Dinner dat de sectie aan de vooravond van de beurs organiseerde. Tijdens deze bijeenkomst, waar overheid, industrie, vervoerders en ­verladers aan deelnamen, lag de nadruk op duurzaamheid en CO2-wetgeving. Het Captains’ Dinner was tegelijkertijd het moment waarop samen met TLN en TIP Trailers het startschot werd gegeven van de MobiliteitsRAI Challenge. Dit initiatief beoogt innovaties rondom logistieke onderwerpen in gang te zetten. Samenvattend stellen Broshuis, Tekstra en Van Steijn vast dat de lessen die bij het opzetten van de eerste MobiliteitsRAI zijn geleerd, zullen worden meegenomen bij de evaluatie voor editie 2019. Zij kwalificeren het MobiliteitsCongres, het Mobiliteits­ Theater en het Captains’ Dinner als geslaagde componenten, maar voegen er aan toe dat wat hen betreft ‘het beursgedeelte letterlijk nog moet groeien.’

BEHAALDE RESULTATEN –Krachtenbundeling met CarrosserieNL operationeel voltooid; –Nieuw digitaal administratiesysteem voor keurmeesters geïntroduceerd; –Sectie fungeerde als aanjager voor de MobiliteitsRAI.

22


sectie Scooters

Alex van den Hoff, voorzitter sectie Scooters

‘De scooter is een onmisbare schakel in de mobiliteit’ Het afgelopen jaar heeft dankzij de structuurverandering binnen RAI Vereniging de sectie Scooters een aanzienlijke efficiencyslag gemaakt, stelt sectievoorzitter Alex van den Hoff vast. Een andere belangrijke verdienste noemt hij het dat de sectie er in is geslaagd om de negatieve perceptie die bij veel beleidsmakers aanwezig is enigszins weg te nemen. ‘Langzamerhand is een kentering zichtbaar, waarbij de politiek inziet dat de scooter voor veel Nederlanders een onmisbaar dagelijks vervoermiddel is en niet per se een ‘speelgoedje’ dat overlast veroorzaakt.’

23

JAAROVERZICHT 2017


sectie Scooters

M

ARKTONTWIKKELINGEN

De totale markt van brom- en snorscooters liet in 2017 een plus zien van bijna 7 procent. Een uiterst positieve ontwikkeling met als voornaamste aanjager een goed op toeren komende economie die velen aanzet tot de aanschaf van een nieuw exemplaar, oordeelt Van den Hoff. Wel signaleert hij een duidelijke tendens dat de scooter in de klasse tot 25 kilometer een bovengemiddelde voorkeur geniet boven de 45 kilometer variant. Als voornaamste oorzaak noemt hij de vrijheid die het zonder helm hoeven rijden biedt. ‘Een groeiende groep komt er achter dat het gewoon een enorm handig vervoermiddel is dat een uitstekend alternatief biedt voor de auto. Dat zijn overigens beslist niet alleen jongeren. Ook veel 50 plussers ‘ontdekken’ de scooter.’ Hij constateert dat de verkoop in het segment boven de 50 (motorscooters & tricycles) iets is teruggelopen, zonder dat hier een eenduidige verklaring voor is te geven.

‘Er moet wetgeving komen die erkent dat er licht gemotoriseerde tweewielers zijn’

Martijn van Eikenhorst,

DRIE KERNDOSSIERS Drie hoofddossiers domineerden in het verslagjaar de activiteiten van de sectie: het sluiten van de Green Deal brom/snorfietsen met het ministerie van IenM en het vervolgens niet doorgaan ervan, de discussie over het verplaatsen van de 25 kilometer

‘Het is onbegrijpelijk dat de Green Deal uitein­ delijk niet is doorgegaan’ scooter naar de rijbaan en het werken aan een zogeheten Algemeen Verbindend Verklaring voor Scooter Recycling Nederland om zo een einde te maken aan ongewenste en oneigenlijke praktijken, zoals Sloop in Eigen Beheer.

GREEN DEAL In 2016 startte de branche gesprekken met het ministerie van IenM om tot een Green Deal te komen voor het uitfaseren van Euro 2 brom/snorfietsen. De branche zou per 1 januari 2017 afzien van de import en verkoop van de meest vervuilende 2-takt varianten en heeft hieraan gevolg gegeven. Voor de overige 4-takt aangedreven scooters zou IenM de Europese richtlijn ten aanzien van de restantvoorraadregelingen respecteren! Hiermee zou een economisch gezonde en voor het milieu meest efficiënte afbouw van het de resterende Euro 2 voorraad worden gewaarborgd. Een eigengereid besluit van IenM in mei 2017 om ineens géén Green Deal meer te willen sluiten gooide echter roet in het eten. Van den Hoff noemt het onbegrijpelijk dat de Green Deal daarmee uiteindelijk niet is doorgegaan. ‘Dat heeft per saldo een negatief effect op onze sector én het milieu is er al helemaal niet mee gediend. Iedere fabrikant moet nu kunstmatige maatregelen

JAAROVERZICHT 2017

Sectiemanager Scooters

nemen om de voorraden sneller af te bouwen in plaats van gecontroleerd over te gaan naar Euro 4, wat de markt wenselijk acht. Weggooien doen we ze immers niet!’ Als saillant detail brengt Van den Hoff naar voren dat de technische specificaties pas in oktober 2016 voor de opvolgende Euro 4 variant aan de fabrikanten bekend werden gemaakt! ‘Nog kwalijker is wellicht dat het belang om samen te werken met beleidsmakers een stevige deuk heeft opgelopen. De industrie heeft geleverd waarom is gevraagd, terwijl de tegenpartij het liet afweten.’

VERBANNEN SCOOTER Het al dan niet toestaan van de 25 kilometer scooter op de fietspaden in de binnensteden, domineerde niet alleen regelmatig de media, maar eveneens de agenda van de sectie. Hoofdschuldige is de facto Amsterdam, zegt Van den Hoff. ‘Dat is de aanvoerder in deze wedstrijd. Nergens anders in ons land speelt dit dossier, waarbij allerlei partijen, belanghebbenden en minder belang­ hebbenden zich in hoge mate baseren op onderbuikgevoelens.’ Sectiemanager Martijn van Eikenhorst laat weten dat uitvoerig SWOV onderzoek heeft aangetoond dat het verbannen van de snorfiets naar de rijbaan niets oplost en zelfs negatief kan uitpakken. ‘Het creëert juist een extra probleem: de berijder van de 25 kilometer scooter wordt immers gedwongen een groter gevaar te ondergaan door zich midden tussen de personen-, bestel- en vrachtwagens te moeten begeven. De inspanningen van RAI Vereniging en de contacten met alle belanghebbenden – voor én tegenstanders – beginnen gelukkig vruchten af te werpen. Er lijkt een verschuiving zichtbaar in zowel de beeldvorming als het

24


sectie Scooters

beleid. Daarbij staat de kern van het probleem centraal zonder bepaalde doelgroepen te discrimineren.’

SCOOTER RECYCLING NEDERLAND Scooter Recycling Nederland (SRN) is in 2012 op initiatief van de branche tot stand gekomen om op een positieve wijze een bijdrage te leveren aan de circulaire economie. Oftewel, het vergroenen van de economie en het adequaat zorgdragen voor het restafval na de technische levensduur van een scooter, verduidelijkt Van den Hoff. ‘Op een gegeven moment moesten we constateren dat SRN zijn tijd eigenlijk iets te ver vooruit was en dat een bepaald deel van de wetgeving nog niet gereed was. Dat lokte ongewenste effecten uit, zoals bijvoorbeeld Slopen in Eigen Beheer. Er is namelijk, nadat een brom/snorscooter is uitgeschreven als een tenaamgesteld voertuig, geen controle meer op. Of het voertuig vervolgens in een gracht belandt, op de schroothoop of bij de ijzerhandelaar weet niemand. Een Algemeen Verbindend Verklaring van SRN, waar de sectie voor ijvert en waar ook de overheid inmiddels voorstander van is, kan dit probleem oplossen.’ Van Eikenhorst merkt op dat dit een uitstekend controlemiddel is om retourstromen te controleren. En je kunt hiermee partijen die scooters op de markt brengen aanspreken op hun verantwoordelijkheden en laten bijdragen aan het SRN-systeem. Die deelname is nu nog vrijwillig.’

beschrijft en daarbij en bepaald gedrag meent af te dwingen. Ongeacht hoe hun aandrijving is (brandstof, elektrisch etc.), of ze al dan niet voorzien zijn van pedalen of wat hun snelheidslimiet is.’

MAAK GEDRAG LEIDEND Als het gaat om de handhaving van het gebruik blijft Van den Hoff er op hameren dat niet de techniek, maar het gedrag leidend dient te zijn. ‘Je kunt natuurlijk blijven en willen verwachten dat een consument precies 45 km/u rijdt met een scooter en keurig het voorgeschreven wegvak kiest. Je kunt helaas niet voorkomen dat iemand dat niet doet.’ Het is dus, besluit hij, veel toekomstbestendiger om één categorie lichtgemotoriseerde tweewielers vast te stellen met een maximale constructiesnelheid van 45/50 km/u. ‘Pas daar de gedrags­ regels op aan een handhaaf die. Dat zou impliceren dat iemand die netjes 25 kilometer per uur rijdt op een 50 km scooter en hiervoor de fietsstrook verkiest boven de rijbaan geen helm op hoeft.’ Rijdt die evenwel te hard, dan luidt mijn devies: stevig handhaven met een passende sanctie!’

POLITIEKE BEÏNVLOEDING Van den Hoff ziet het als sectievoorzitter Scooters als zijn taak om de publieke opinie, maar vooral die van de politiek, in positieve zin verder te kantelen en te beïnvloeden als het om het fenomeen scooter gaat. En wel op een zodanige wijze dat men erkent dat dit een mobiliteitsproduct is voor alle leeftijden: makkelijk toegankelijk, relatief voordelig, zuinig in gebruik en een perfecte oplossing voor dichtslibbende binnensteden. De groeiende populariteit onder consumenten heeft wat hem betreft het afgelopen jaar opnieuw bewezen dat de scooter een blijvend mobiliteitsfenomeen in onze samenleving is. Het is, betoogt hij, evident dat daarbij wel regelgeving en de hulp van een overheid nodig is. ‘Een overheid die tijdig aangeeft aan welke kwalificaties producten in de toekomst moeten voldoen, opdat de industrie zich daar op kan voorbereiden. Ik vind dat er wetgeving moet komen die erkent dat er lichtgemotoriseerde tweewielers zijn in plaats van de huidige die allerlei technische categorieën

BEHAALDE RESULTATEN –Er is een verschuiving bewerkstelligd in zowel de beeldvorming als het beleid als het gaat om de positie van de 25 kilometer scooter op de weg; –Een Algemeen Verbindend Verklaring van SRN moet een einde maken aan ongewenste effecten, zoals Slopen in eigen Beheer; –De sectie heeft een begin gemaakt beleidsmakers in te laten zien dat scooters een functie hebben in het totale mobiliteitsaanbod.

25

JAAROVERZICHT 2017


sectie Motoren

‘Motorfietsen ­prominenter op de kaart zetten’

Henk Salomons, voorzitter sectie Motoren

De verkoop van nieuwe motoren houdt de o ­ p­­ gaande lijn, na een dieptepunt in 2012 en 2013, vast. In het verslagjaar kwam een volume van 13.000 eenheden in zicht.

M

ARKTONTWIKKELINGEN

Ter vergelijking: in 2013 werden in ons land nog slechts 9.244 motorfietsen aangeschaft. Hoewel de markt aantrekt blijft de maat­schappelijke betekenis van de motorfiets als mobiliteits­oplossing ondergewaardeerd. ‘We moeten de motorfiets nog prominenter in alle mogelijke gremia op de kaart zetten om er voor te zorgen dat dit vervoermiddel de plek in het mobiliteits­beleid krijgt die het verdient’, zegt sectievoorzitter Henk Salomons. Zowel Salomons als sectiemanager Martijn van Eikenhorst stellen vast dat, hoewel de gemiddelde motorrijder vergrijst en de Europese Rijbewijsrichtlijn een negatieve impact op de sector heeft

JAAROVERZICHT 2017

gehad, er met een park van ruim 700.000 motoren in Nederland in principe voldoende potentieel is. Tegelijkertijd constateren beiden dat de motorfietsmarkt de economie met een vertraging van 2 à 3 jaar volgt. De sectie is daarom alert op de verschillende ontwikkelingen en tracht via het in kaart brengen van trends een nauwkeurig beeld te krijgen van de toekomst.

NIEUW VERSUS GEBRUIKT Zo laat een eind 2017 uitgevoerde analyse zien dat de markt voor nieuwe motoren volatieler is dan die voor gebruikte exemplaren. In de crisisjaren liep de afzet van nieuwe motoren relatief sterker terug dan die van gebruikte. De laatste jaren is echter een kentering zichtbaar en groeide het aandeel nieuw op een totaal jaarlijks verkoopvolume van 140.000 motoren van 7,5 procent in 2013 tot ruim 10 procent in 2017. Een andere belangrijke tendens is dat de tot voor kort belangrijke doelgroep van 36 tot 45 jaar slinkt. Was deze categorie tien jaar geleden nog verantwoordelijk voor ruim een derde van alle nieuw verkochte motoren, in het verslagjaar

26


sectie Motoren

nam dit aandeel af tot 14 procent. En aangezien mensen in de leeftijd van 46 tot 65 jaar de duurste machines kopen (aankoopprijs ligt tussen de 13.600 en 14.100 euro), betekent het afhaken van 36 tot 45 jarigen dat er de komende jaren wellicht minder duurdere motoren zullen worden verkocht, als deze doelgroep doorgroeit naar de volgende leeftijdscategorie.

OPLEIDINGSNIVEAU MOTORTECHNICI De start van de nieuwe structuur binnen RAI Vereniging heeft naar het oordeel van Salomons en Van Eikenhorst een positief effect gesorteerd op de activiteiten en de slagvaardigheid van de sectie. Salomons: ‘dit heeft onder andere geresulteerd in het organiseren van strategische sessies, het vaststellen van de beleidsspeerpunten en het uitzetten van een heldere koers en een visie op de toekomst. Dit leverde praktische handvatten op waarmee de sectie direct en op de korte termijn aan de slag kon.’ Tot een van de kerndossiers behoorde het monitoren van het opleidingsniveau als het gaat om technisch personeel in de branche. Om te bekijken op welke manier de instroom van gekwalificeerde technici kan verbeteren, werkt de sectie nauw samen met BOVAG en de ROC’s. Veel aandacht werd besteed aan het beschikbaar krijgen van eenduidige, uniforme marktgegevens. Iets dat vanzelfsprekend lijkt, maar dat niet is, aangezien meerdere partijen zich hiermee bezighouden.

ACTIEPLAN VERBETEREN VERKEERSVEILIGHEID Verder was de sectie volop actief binnen het Motorplatform, dat in samenwerking met het ministerie van IenM (nu IenW) een actieplan heeft opgesteld dat zich ten doel stelt het aantal ongevallen onder motorrijders te verkleinen. Het plan bestaat onder andere uit informatie over ITS toepassingen, informatievoorziening voor motorrijders, wetenschappelijk onderzoek naar gedrag, rijbewijs systematiek en meer. Op zowel nationaal als Europees niveau kreeg de sectie in toe­nemende mate te maken met technische onderwerpen die vooral betrekking hadden op emissies en geluidseisen.

VERDUURZAMING Nederland heeft bepaald dat mobiliteit in 2030 emissievrij moet zijn. Hoe gaat de motorfietsbranche hier mee om? De sector onderzoekt uiteraard goed wat de mogelijkheden voor verduurzaming zijn, zegt Van Eikenhorst. Maar, voegt hij er aan toe: ‘het moet wel op een realistische manier kunnen. Voorwaarde daarbij is voldoende lead-time voor de industrie en passend raamwerk van wet- en regelgeving.’ Salomons noemt 2030 eerder een droombeeld. ‘Die doelstelling

BEHAALDE RESULTATEN – Uniformeren marktdata; –Instroom gekwalificeerd technisch personeel bevorderd; –Samen met Motorplatform Actieplan Verkeersveiligheid opgesteld.

27

‘Het is teleurstellend dat de motorfiets niet in het regeerakkoord voorkomt’

Martijn van Eikenhorst, Sectiemanager Motoren

ligt spreekwoordelijk om de hoek. En er is op dit moment nagenoeg geen elektrische motorfiets te koop. Los daarvan is het een feit, hoewel niemand dat wil horen, dat een elektrische motorfiets ‘cradle to grave’ principieel vervuilender is dan een brandstofaangedreven variant die nog niet het einde van zijn economische levensduur heeft bereikt.’ Om er voor te zorgen dat de ontwikkeling van connected motorfietsen een impuls krijgt, heeft in 2017 een viertal motorfietsfabrikanten (Honda, BMW, Yamaha en Kawasaki) een consortium gevormd. Van Eikenhorst: ‘iedereen heeft de mond vol van connected cars, trucks en vliegtuigen, maar deze technologie moet natuurlijk wel voor alle vervoersmodaliteiten gaan gelden. Zeker voor motorrijders kunnen innovatieve ICT-toepassingen een substantiële veiligheidswinst opleveren.’

UITDAGING Salomons vindt het bijzonder teleurstellend dat in het regeerakkoord de motorfiets in het geheel niet voorkomt. ‘Er wordt uitsluitend over motorbendes gerept. Een categorie die totaal niets met mobiliteit en de echte motorwereld te maken heeft. Als sectievoorzitter zie ik het daarom als een grote uitdaging dit beeld te kantelen door de motorfiets nog nadrukkelijker bij iedereen op het netvlies te krijgen.’ Van Eikenhorst reikt voor toekomstige motorexposure al vast enkele ideeën aan. ‘De motorfiets moet beslist een integraal onderdeel vormen van de plannen van de Mobiliteitsalliantie, manifest aanwezig zijn in het visiedocument van RAI Vereniging en tijdens het ANWB/RAI Vereniging event 2018 dient de positie van de motorfiets een aparte rol te krijgen.’

JAAROVERZICHT 2017


RAI Vereniging Jaaroverzicht 2017  
RAI Vereniging Jaaroverzicht 2017  
Advertisement